Eind december brandde vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië af. Nog steeds is er geen opvang voor zo’n 2.500 vluchtelingen die zijn gestrand op weg naar de EU. En dat terwijl op twintig kilometer afstand kamp Bira ligt, dat leeg is en heel goed tijdelijk kan worden gebruikt.
De roestige stapelbedden zijn bedekt met een paar centimeter sneeuw; over de weinige spullen die het vuur hebben doorstaan vliegt een zwerm vogels. Op 23 december werd het vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië door een brand in de as gelegd. In het kamp zaten duizenden mensen die de afgelopen maanden door Kroatië, Slovenië en Italië de toegang [tot de Europese Unie] waren geweigerd. De tentstokken staan nog overeind en zijn ondanks de dikke mist te onderscheiden. Een sneeuwstorm woedt door de resten van het kamp.
De voornamelijk uit Pakistan en Afghanistan afkomstige vluchtelingen staan in de rij voor een maaltijd, de enige van de dag, verzorgd door het lokale Rode Kruis en een groep Turkse vrijwilligers. Ze hullen zich in het enige wat ze hebben: dekens en sjaals. Sommige dragen geen ander schoeisel dan slippers. ‘Het vriest een paar graden en volgende week wordt het nog kouder, maar het lijkt niemand wat te kunnen schelen,’ zegt de 26-jarige Ashfaq Ahmed uit Kasjmir. Vandaag lukte het hem niet om een van de voedselpakketten – met honing, yoghurt en tonijn – te bemachtigen die de vrijwilligers uitdelen.
Ongeschikt
Ook al kwam het invallen van de winter en de sneeuwval hier in Bosnië niet als een verrassing, toch lukte het voor het derde jaar op rij niet om duizenden migranten onderdak te bieden. De officiële vluchtelingenkampen zitten overvol. Op dezelfde dag dat de brand het kamp in Lipa in de as legde, kondigde de Internationale Organisatie voor Migranten (IOM) aan het te zullen sluiten. Het was ongeschikt bevonden om mensen in te huisvesten, aangezien er geen water, geen kookgelegenheid en geen elektriciteit was.
Toch werden de migranten niet naar andere opvanglocaties verplaatst en wie op eigen houtje wilde vertrekken, werd teruggestuurd door de politie. Uit de nabijgelegen stad Bihać werden de vluchtelingen angstvallig door de autoriteiten geweerd. In 2020 reisden ongeveer 16.000 personen door Bosnië; meer dan 10.000 bleven daar steken. Deels kwam dat door de coronacrisis en de sluiting van de grenzen, deels doordat buurlanden hen niet toelieten. Slechts 6300 van de gestrande vluchtelingen kregen een plek in een officieel vluchtelingenkamp.
‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld’
Na de brand in Lipa verslechterde de situatie nog verder. Voor zo’n zevenhonderd mensen zette het leger in allerijl verwarmde tenten op naast het oude kamp, maar voor 350 anderen was er geen plek. Zij moesten zich behelpen met zelfgemaakte constructies in Lipa of hun heil zoeken in houten hutten verspreid over het bos. Behalve deze groep leven nog eens 2500 mensen buiten de officiële opvanglocaties in de regio Una Sana, in verlaten huizen en in sloppenwijken. De vluchtelingen in Lipa probeerden na de brand te redden wat ze konden: de stapelbedden dekten ze af met plastic zeil. Zelfs de containers met wc’s en douches zijn nu als slaapplaats in gebruik.
‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld. Zonder water, zonder elektriciteit, zonder verwarming, zonder een stap te kunnen zetten,’ zegt de Pakistaan Mohamed Yasser uit Gujarat. Hij heeft een gelige wollen deken omgeslagen als bescherming tegen de vrieskou en de ijskoude wind, maar de huid van zijn gezicht heeft zichtbaar te lijden.
Yasser is nu anderhalf jaar in Bosnië en al meermaals probeerde hij om via bospaadjes Kroatië te bereiken. Keer op keer werd hij staande gehouden door de politie, mishandeld, beroofd en vervolgens teruggestuurd. Hoe het de komende dagen verder moet weet hij niet, in ieder geval durft niemand in deze sneeuwstorm zijn geluk op de bospaadjes te beproeven. ‘Begin januari zijn we vier dagen in hongerstaking gegaan, maar dat haalde niets uit. We hebben hier zieken, maar er is niet eens een dokter en in de stad laten ze ons niet toe,’ gaat Yasser verder. Hij laat me de enige waterbron van het kamp zien, een leiding die uit de grond steekt en waar water van twijfelachtige kwaliteit uit komt.
Op een bordje staat dat het geen drinkwater is. ‘Toch drinken we het, want we hebben geen keus,’ legt hij uit. Er komt een jongen aangelopen die twee plastic flessen vult.
Onder het plastic zeil hebben Yasser en de anderen een vuur gemaakt met hout dat ze van de vrijwilligers hebben gekregen. Ze hangen een waterketel boven de vlammen voor thee, maar al snel vult de lucht zich met een donkere, scherpe rook die het ademen onmogelijk maakt. ‘Mijn familie in Pakistan heeft veel geld geïnvesteerd om me naar Europa te krijgen. Ik ben de enige die de reis heeft gemaakt, dus ik kan niet terug. Maar ik had nooit verwacht om in deze situatie terecht te komen,’ vertelt hij terwijl hij zijn handen en voeten warmt bij het vuur.
‘De vluchtelingen hebben overal behoefte aan: dekens, slaapzakken, eten. Door de kou is de situatie erg moeilijk geworden,’ zegt ook Melek Sevda Mustafić, een vrijwilliger van de Bosnische organisatie Mfs-Emmaus.
Geen alternatief
Het kamp Lipa ligt op twintig kilometer van de stad Bihać, op het enige stuk grond dat de gemeente afgelopen april tijdens de eerste coronagolf ter beschikking stelde. Net als het kamp in Vučjak, dat in december 2019 werd gesloten, werd ook Lipa niet geschikt geacht om zoveel mensen te huisvesten. Op 23 december, de dag dat het had moeten sluiten, was er nog geen alternatief voorhanden.
‘Er is in Bosnië te weinig opvangcapaciteit. De afgelopen maanden is er op internationaal niveau onderhandeld om nieuwe centra te openen, maar daar is niets uitgekomen. En het absurde is dat op twintig kilometer van Lipa het kamp Bira ligt, dat heel goed kan worden gebruikt om deze situatie het hoofd te bieden, in ieder geval tijdelijk. Het kamp kan plek bieden aan meer dan duizend mensen, alleen wil de gemeente Bihać het niet opnieuw openen [nadat het in september was gesloten] omdat ze geen vluchtelingen in de stad willen,’ vertelt Nicola Bay, president van de Danish Refugee Council (DRC). ‘Dus zitten hier mensen buiten in de kou terwijl goede opvangcentra dicht zijn en het de komende weken wel tien graden onder nul kan worden.’
Door de pandemie zitten er meer migranten klem in het land dan anders. ‘Er lag een voorstel om een opvangcentrum te openen in Tuzla, maar dat hebben de Bosnische autoriteiten geblokkeerd. De centra in Sarajevo zitten overvol en één ervan is op 8 januari afgebrand. Al is er geld van de Europese Unie, er ontbreekt een langetermijnstrategie. De crisis verergert door het invallen van de winter, maar nog steeds ontbreekt de wil om iets aan de situatie te doen. Als er jaar na jaar zo’n achtduizend mensen in Bosnië verblijven, dan is dat geen plotselinge migratiecrisis, maar een probleem dat je met een rationele aanpak prima kunt oplossen,’ vindt Bay.
Het land is al jarenlang een belangrijke schakel van de Balkanroute (waarlangs sinds 2018 zo’n 65.000 mensen passeerden). Toch sloten de lokale autoriteiten kampen in plaats van nieuwe te openen. Op 6 januari zei de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Josep Borrell tegen de Bosnische autoriteiten dat zij ‘hun verantwoordelijkheid moeten nemen’. Zijn woordvoerder Peter Stano liet weten dat ‘wij de afgelopen twee jaar 90 miljoen euro hebben geschonken voor centra, apparatuur, medische en sociale bijstand’ en dat het nu dus ‘hoog tijd is om in actie te komen en niet langer met mensenlevens te spelen’.
‘Zestig procent gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie’
In werkelijkheid ligt de zaak gecompliceerder. Het weigerachtige beleid van de landen van de Europese Unie langs de Balkanroute heeft grote gevolgen voor het douanebeleid van niet-EU-landen zoals Bosnië. ‘Alleen al onze organisatie heeft 15.000 afwijzingen geregistreerd door de Kroatische politie. Zestig procent van deze mensen gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie,’ vervolgt Bay. ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht.’
Coronacrisis
De coronacrisis bracht voor de vluchtelingen in Bosnië een verdere verslechtering van hun levensomstandigheden met zich mee. ‘Door het sluiten van de grenzen en de eerste lockdown konden veel minder mensen de route volgen,’ legt Sylvia Maraone van Ipsia-Acri-Caritas uit, een organisatie die hulp biedt in de kampen in de regio. ‘Tijdens de eerste lockdown hadden veel mensen die zoals het heet de game speelden (poogden de grens over te steken) daar succes mee, omdat er minder controle was. Toen in de zomer de grenzen weer opengingen waren er meer vluchtelingen, maar werden zij ook vaker teruggestuurd aan de Italiaanse, Sloveense en Kroatische grens. Voor Bosnië betekende dat extra moeilijkheden aan het begin van de tweede lockdown in de herfst’, vervolgt Maraone. Volgens haar is er in de Bosnische vluchtelingenkampen geen covid-19-uitbraak geweest, maar het ontbrak aan elke vorm van medische controle.
‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht’
‘Kroatische politie’, blijft de achttienjarige Afghaan Zabiullah Khan herhalen, terwijl hij de verwondingen laat zien die de knuppels van de Kroatische politie op zijn kuiten achterlieten. Bij Triëst werd hij teruggestuurd naar Slovenië, van daar naar Kroatië, waar hij eveneens werd weggestuurd, om te eindigen in het kamp in Lipa.
De dolende vluchtelingen hebben nachtmerries over de Kroaten. Hun wreedheid staat voor hen symbool voor de Europese grens, een wreedheid waarvan ze de tekenen op hun huid dragen. Langs de langste landsgrens van de EU patrouilleren agenten met pistolen, knuppels, nachtkijkers, thermoscanners en drones. En ondanks alle aanklachten van vluchtelingen, ngo’s, vrijwilligers en officials van de Verenigde Naties in de loop van de afgelopen vier jaar, toont Brussel zich ongevoelig voor het systematisch geweld van de Kroatische politie, wat de Europese Unie tot handlanger maakt.
Op 20 november maakte de Europese ombudsman Emily O’Reilly bekend een onderzoek in te zullen stellen naar mogelijke medeplichtigheid van de Europese Commissie bij de schending van de rechten van migranten en vluchtelingen in Kroatië. Het onderzoek werd geopend na een rapport van Amnesty International en andere organisaties die langs de route actief zijn.
De ombudsman wil weten hoe het geld besteed is dat Zagreb van Brussel ontving om de migrantenstromen in goede banen te leiden. Ook wil zij weten of de Kroatische mensenrechtenschendingen wel goed worden geregistreerd. Brussel dient voor 31 januari te antwoorden, onderwijl wijst de regering in Zagreb elke verantwoordelijkheid van de hand.
De douane van Triëst en Gorizia stuurde tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor
In werkelijkheid worden vluchtelingen vaak meerdere keren achtereen teruggestuurd, te beginnen bij de Italiaanse grens. Volgens een onderzoek door het tijdschrift Altraeconomia stuurde de douane van Triëst en Gorizia tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor. Veel van hen werden vervolgens ook Slovenië en Kroatië uitgezet, om te eindigen in Bosnië. Het onderzoek is voortgezet door het Italiaanse netwerk RiVolti ai Balcani, dat klachten optekent van migranten langs de route.
‘Toen we eenmaal met veel moeite waren aangekomen in Italië, identificeerden ze ons, namen zelfs digitale vingerafdrukken, maar stuurden ons toen meteen weer terug naar Slovenië,’ vertelt Khan, die er nog een interessant detail aan toevoegt. ‘De tolk zei dat je vijf- à zeshonderd euro moet betalen om in Italië te mogen blijven, maar dat geld hebben we niet.’ Vanuit Slovenië werd Khan naar Kroatië gebracht, waar ze hem alles afnamen: ‘Ze pakten mijn geld af, mijn schoenen, kleren, riem, rugzak en sloegen me. Daarna werd ik hiernaartoe gebracht. Nu sneeuwt het, het is koud, we hebben geen geld, geen eten, geen kleren. Iedereen is ons vergeten.’
Londen gaat het kernwapenarsenaal van het land uitbreiden, en ziet Rusland en China als zijn belangrijkste bedreigingen. Dat onthulde de Britse premier dinsdag in een presentatie van het buitenland- en defensiebeleid voor de komende tien jaar.
Voor zijn eerste grote internationale gebaar na brexit, ‘heeft Boris Johnson besloten om het Verenigd Koninkrijk opnieuw te positioneren in de wereld met een onverwachte gok: door de kernmacht uit te breiden en een abrupt einde te maken aan de ontwapening die dertig jaar geleden begon aan het einde van de Koude Oorlog’, schrijft het Spaanse dagblad El Mundo.
In feite is de Britse premier tegen het beleid van al zijn voorgangers ingegaan door te besluiten het aantal kernkoppen in het Trident-programma te verhogen van 195 tot 260. Bij de vorige strategische evaluatie, in 2010, was het de bedoeling het aantal kernkoppen tegen 2025 terug te brengen tot 180.
‘Veranderende veiligheidssituatie’
Dit doel is ‘niet langer haalbaar’ als gevolg van ‘veranderingen in de veiligheidssituatie’ in de afgelopen tien jaar, aldus de beleidstekst.
De leider van de Labour oppositie, Keir Starmer, vond dat het besluit van Boris Johnson brak met de ‘partij overstijgende inspanningen om het nucleaire arsenaal af te bouwen’, meldt The Washington Post. Hoewel Labour ‘voorstander blijft van het Trident-onderzeeërprogramma en de instandhouding van een geloofwaardige afschrikkingsmacht’, bekritiseerde hij de minister-president omdat hij het ‘strategische doel’ van een dergelijke beleidsdraai niet had onderbouwd.
In een opinieartikel in de Zwitserse krant Le Temps steekt Beatrice Fihn, uitvoerend directeur van de Internationale Campagne tot Afschaffing van Kernwapens (ICAN), haar woede niet onder stoelen of banken en hekelt zij een besluit dat onverantwoordelijk, gevaarlijk en in strijd met het internationale recht is.
Facebook tekent deal Rupert Murdoch in Australië
De techreus gaat zijn reclame-inkomsten delen met Australische krantenuitgevers. Dinsdag werd een miljardendeal getekend met onder andere News Corp, de mediagroep van Rupert Murdoch.
De aangekondigde overeenkomst tussen Facebook en de twee belangrijkste mediabedrijven van Australië, News Corp Australia en Nine Entertainment, is een ‘belangrijke doorbraak na weken van gespannen onderhandelingen’ over de invoering van de wet die internetgiganten verplicht de media een deel van hun inkomsten te betalen, meldt de Australische krant The Age(onderdeel van Nine Entertainment).
Facebook en News Corp Australia zijn overeengekomen dat het sociale netwerk ‘enkele miljarden dollars’ betaalt om gedurende drie jaar nieuwscontent van de Australische groep te delen, schrijft La Libre Belgique op.
Deze aankondigingen volgen op het ‘getouwtrek tussen de Australische regering en de internetmultinationals’, die fel gekant waren tegen een wetsontwerp dat de internetgiganten zou dwingen overeenkomsten te sluiten met persgroepen, om een deel van de inkomsten die gegenereerd worden door het delen van hun inhoud op hun platforms aan hen uit te betalen, aldus La Libre Belgique.
Blokkade
In februari heeft Facebook in Australië acht dagen lang alle nieuwsberichten geblokkeerd, wat internationaal heftige reacties uitlokte. Uiteindelijk werd een compromis bereikt tussen Mark Zuckerberg en de Australische regering en werd een aangepast wetsvoorstel op 25 februari aangenomen.
Is dit het begin van een nieuw tijdperk in de betrekkingen tussen internetplatforms en de media? Volgens La Libre Belgique ‘zou de Australische wet model kunnen staan voor het oplossen van conflicten tussen techreuzen en wetgevers over de hele wereld om de verhoudingen tussen de traditionele media, die in grote financiële moeilijkheden verkeren, en de kolossen die het internet domineren en een groot deel van de reclame-inkomsten binnenhalen, in evenwicht te brengen’.
Volgens de BBCdaarentegen was de Australische wet in de eerste plaats ontworpen ‘om grote bedrijven zoals News Corp te helpen, in tegenstelling tot kleinere mediakanalen’.
Bolivia lijkt opnieuw diep verscheurd te zijn na de arrestatie, op zaterdag 13 maart, van de voormalige president Jeanine Áñez.
Maandag 15 maart verzamelden tienduizenden demonstranten zich in de belangrijkste steden van het land, zoals de hoofdstad La Paz, Cochabamba en Sucre, maar vooral in de economische hoofdstad Santa Cruz, in het oosten van het land, de belangrijkste stad van de oppositie tegen de MAS (Beweging voor het socialisme) en haar leider, Evo Morales, president van 2006 tot 2019.
‘Sinds de middag van 15 maart zijn duizenden mensen uit verschillende wijken van de stad en uit alle hoeken van het departement naar Santa Cruz gekomen om deel te nemen aan de protesten’, meldt het Boliviaanse dagblad El Deber. De demonstranten vroegen om de vrijlating van de ‘politieke gevangenen’.
Naast Jeanine Áñez zijn twee van haar voormalige ministers en voormalige hoge militaire en politiefunctionarissen aangeklaagd wegens ‘opruiing’, ‘terrorisme’ en ‘samenzwering’.
‘Morgen zal iedere tegenstander of criticus van de MAS het doelwit zijn’
Deze uiterst gespannen situatie is het meest recente gevolg van de ernstige crisis die het land heeft doorgemaakt in 2019, toen de oppositie en vele sociale bewegingen de verkiezingsfraude aan de kaak stelde die was gepleegd door Evo Morales, die zich kandidaat stelde voor een – ongrondwettelijke – vierde termijn.
Op dat moment hadden de demonstraties en de repressie ervan meer dan dertig doden geëist. ‘De spanning was zodanig dat de politie in opstand kwam en het hoofd van de strijdkrachten Evo Morales voorstelde een stap terug te doen’, aldus de website BBC Mundo.
Na een jaar interim-presidentschap door Jeanine Áñez kwam de MAS weer aan de macht na de verkiezingsoverwinning van Luis Arce, de opvolger van Evo Morales.
De MAS beschuldigt Jeanine Áñez er nu min of meer van dat zij indertijd een staatsgreep heeft gepleegd.
In een redactioneel commentaar getiteld ‘Het delirium van de absolute macht’ schrijft El Deber bezorgd:
‘De gebeurtenissen die het land ongelovig aanschouwt, zouden slechts het begin kunnen zijn van de ontmanteling van het democratische systeem, waarna zelfs de internationale gemeenschap en organisaties niet meer in staat zullen zijn iets doeltreffends te doen, behalve dan de gebruikelijke “veroordelingen”.’
Dagblad Los Tiempos, dat in Cochabamba is gevestigd, maar in het hele land wordt verspreid, schrijft: ‘Vandaag zijn leden van de interim-regering, het leger en de politie het doelwit geweest van intimidatie; morgen zal iedere tegenstander of criticus van de MAS het doelwit zijn.’
Kenia en Somalië strijden om de zee én olie
Sinds maandag 15 maart staan Kenia en Somalië tegenover elkaar voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Het gaat om een geschil over de afbakening van hun zeegrenzen. Een zaak waarin nationalisme, economische belangen en vermoedens van inmenging door elkaar lopen.
Het is ‘een zaak die de diplomatieke betrekkingen tussen de buurlanden onder druk heeft gezet’, schrijft Al Jazeera. Voor Somalië moet de zuidoostelijke grens doorgetrokken worden tot in de wateren. Voor Kenia moet de grens evenwijdig lopen met de breedtegraden, dat wil zeggen volkomen horizontaal.
Dat dit stuk zee zo betwist is, heeft zo zijn economische redenen. Het gaat om een driehoek van 100.000 vierkante kilometer die rijk is aan olie en vis. Voor Somalië, een land dat door armoede wordt geteisterd, betekent dit het vooruitzicht van een ongekende economische hefboom. Voor Kenia is het een kans om zijn ontwikkeling voort te zetten.
Maar in het al zeven jaar voortslepende conflict lijkt een oplossing nog ver weg. Aan de vooravond van het begin van de hoorzittingen in Den Haag kondigde Kenia aan dat het zou weigeren om voor het ICJ te verschijnen. ‘Kenia moet niet deelnemen aan zijn eigen onthoofding’, beweert de Keniaanse krant The Standard.
Nairobi is van mening dat de hoorzittingen, die vanwege corona virtueel worden gehouden, niet bevorderlijk zijn voor een goede verdediging. Ook ziet Kenia in het ICJ een zekere inmenging van Europa. Met de verdediging van Somalië als voorwendsel, ‘is Europa [klaar] om Kenia van zijn grondgebied te beroven’, aldus de Keniaanse krant.
In haar landhuis op Kanaaleiland Jersey vindt een Amerikaanse duizenden documenten. De vondst maakt duidelijk dat het familiekapitaal waarop ze hoopte verdwenen is, en legt grootschalige corruptie en schimmigheid op Jersey bloot. Een verhaal over fraude, belangenverstrengeling, belastingontwijking, machtsmisbruik en een belastingparadijs waarvan onduidelijk is wie het eigenlijk bestuurt.
‘In 2012 ontdekten de Amerikaanse Tanya Dick-Stock en haar man een enorme hoeveelheid documenten toen ze ruimte wilden maken voor hun aanstaande bruiloft, die overdadig beloofde te worden.’ Zo begint Leah McGrath Goodman haar reconstructie voor Institutional Investor.
In een afgesloten, overdekte squashbaan van St. John’s Manor, Tanya’s paleisachtige landhuis van 23 hectare groot op het eiland Jersey voor de Franse kust, ontdekten ze honderden dozen die waren gevuld met meer dan 350.000 vertrouwelijke papieren afkomstig uit het offshore trustkantoor van haar vader.
‘We liepen naar binnen en dachten “Wat is dit?”’, aldus Dick-Stock. ‘Die dossiers lagen er al jaren en niemand had ze ooit aangeraakt. We hadden geen idee waar we op gestuit waren.’
Na verloop van tijd begon het paar de documenten te doorzoeken en geleidelijk werd de omvang duidelijk van wat ze in handen hadden. ‘Als je zag wat er in de documenten stond, zou je ze nooit bewaren’, zegt Darrin Stock, de echtgenoot van Tanya. ‘Het was explosief. Dit trustbedrijf was niets meer of minder dan een enorme fraudemachine.’
Wat volgde was nog verrassender. Het echtpaar deed samen met de vader van Dick-Stock, de 83-jarige Canadese miljonair John Dick, aangifte bij de politie van Jersey, van wat zij omschreven als ‘decennia van financiële fraude gepleegd door een offshore trustbedrijf genaamd La Hougue’. Die naam is afgeleid van het oud Jersey-Franse woord voor heuvel of hoop, die verwijst naar de lange geschiedenis van heidense grafheuvels op het eiland.
Operation Scarlet
Drie jaar na de ontdekking, in maart 2015, arriveerde de politie bij St. John’s Manor, dat ooit dienstdeed als het weelderige hoofdkantoor van La Hougue, om de documenten in beslag te nemen. Er was een vrachtwagen nodig om de 333 dozen met documenten te vervoeren. Een onderzoek, door de politie van Jersey Operation Scarlet genoemd, zou het brein achter La Hougue en de omvang van wereldwijde financiële malversaties bloot moeten leggen.
Maar bijna tien jaar later is er door de autoriteiten van Jersey nog steeds geen strafrechtelijke vervolging ingesteld, zijn er geen sancties opgelegd en worden vragen over het onderzoek met vijandigheid, zwijgzaamheid of zelfs dreigementen beantwoord. Sterker nog, de meeste van de 350.000 documenten die centraal staan in Operatie Scarlet zijn door de politie overgedragen aan advocatenkantoor Garfield-Bennett in Jersey, dat op het moment van het onderzoek in 2015 nog John Dick vertegenwoordigde. Het kantoor, dat weigert te verklaren waarom het de documenten vasthoudt, bevestigt dat ze voor onbepaalde tijd in een kluis zijn weggeborgen, ontkent ooit een relatie met La Hougue te hebben gehad en zegt geen contact meer te hebben met Dick.
De ontdekking van de documenten heeft een storm teweeggebracht. Na het lezen van de La Hougue-bestanden, zegt Dick-Stock dat ze is gaan geloven dat haar vader de leiding had over de fraude. Ze klaagt hem nu aan voor het plunderen van bezittingen, resulterend in een enorme vermindering van het familiekapitaal, dat ooit werd geschat op 500 miljoen dollar (420 miljoen euro). De aantijgingen zijn terug te vinden in de zaak die Dick-Stock heeft aangespannen tegen haar vader bij een districtsrechtbank in Colorado, waar ze oorspronkelijk vandaan komt. De rechtszaak staat gepland voor augustus.
Frustratie
‘We hebben dit voorgelegd aan Amerikaanse rechtbanken en rechtbanken in Jersey’, zegt Stock. ‘We hebben eerdere zaken in de VS herhaaldelijk gewonnen, maar in Jersey weigeren ze er zelfs maar naar te kijken. In plaats van onderzoek te plegen, vallen ze ons aan. Rechters hebben Tanya een boete van meer dan een miljoen dollar aan gerechtskosten opgelegd en een van hen zei tegen haar: “Ik heb de macht om je in de gevangenis te gooien.” Het enige wat ze willen is dat dit weggaat. ’
Uit frustratie begon het paar de documenten, die ze hadden gescand voordat ze alles overdroegen aan de politie, te delen met de internationale pers, waaronder het in Duitsland gevestigde European Investigative Collaborations-netwerk en een tiental andere mediakanalen. De documenten van La Hougue, die een periode beslaan van de jaren tachtig tot ongeveer 2010, tonen het binnenwerk van de schimmige wereld van offshorefinanciën, die vermogende klanten uit de VS, het VK en Europa aanwenden om hun belastingen te minimaliseren, gebruikmakend van mazen in de wet, neprekeningen, opgeklopte schulden, valse klantnamen en zorgvuldig vervaardigde vervalsingen; een specialiteit van La Hougue.
De dozen bevatten privé-informatie van honderden mensen en ook geheimen over het leven van Dick-Stock zelf, inclusief verschillende strategieën die door La Hougue zouden zijn gebruikt om het familiebezit te plunderen. Tanya’s vader weigert commentaar te geven op dit verhaal, maar zijn woordvoerder, Julian Pike, noemt hem slachtoffer van fraude en verklaart dat Dick ‘geen toezicht had op of betrokken was bij de dagelijkse activiteiten van La Hougue’ en dat hij juridische stappen zal ondernemen.
Dubieuze karakters
De documenten van La Hougue leggen een netwerk bloot van dubieuze karakters, waaronder voormalige zakenpartners van Dick, de Amerikaanse pornokoning Eddie Wedelstedt, die in 2006 werd veroordeeld voor belastingfraude en obsceniteit; de Israëlische kunsthandelaar Ronald Führer, die in verband wordt gebracht met de verdwijning van het schilderij Madonna met kind uit 1485 van Sandro Botticelli, dat een geschatte waarde heeft van 10 miljoen dollar en dat sinds zes jaar spoorloos is; en een aantal personen waarvan wordt vermoed dat ze achter de offshoresmokkel van meer dan 100 miljoen dollar zaten tijdens de Amerikaanse spaar- en kredietcrisis van de jaren tachtig.
Jersey is een zogenoemd ‘bijzonder bezit’ van de Britse kroon en gedraagt zich in veel opzichten als een autonoom land
Andere grote namen die op de klantenlijst van La Hougue voorkomen, zijn onder meer het voormalige hoofd van Glencore in Rusland, Igor Vishnevskiy; de Britse miljonair en vastgoedmagnaat Elliott Bernerd en Alexander Zhukov, voormalig schoonvader van de Russisch-Israëlische miljardair Roman Abramovich. ‘Namen op de klantenlijsten zijn gecodeerd’, aldus Dick-Stock, ‘en we leren nog steeds nieuwe namen tijdens het decoderen.’
La Hougue is al lang niet meer gevestigd in St. John’s Manor, dat vorig jaar voor ruim 16 miljoen euro werd verkocht. Het bedrijf verhuisde in 2008 naar Panama, volgens een verklaring van Dick, waar het is omgedoopt tot Pantrust International. Daar werd hun vergunning in 2015 ingetrokken. Eerder dit jaar was La Hougue Trustees naar verluidt actief op de Britse Maagdeneilanden, maar het eigendom van het bedrijf valt onder niet-openbare informatie, dus de eigenaren zijn onbekend.
Stock zegt dat hij en zijn vrouw, in tegenstelling tot bij eerder gelekte offshoredocumenten, zoals de Panama Papers en de Paradise Papers, niet langer anoniem willen blijven, aangezien dat niet helpt ‘als je echt verandering wilt bewerkstelligen’. Die beslissing is niet altijd makkelijk. Volgens Stock hebben internationale journalisten meerdere keren Stocks doopceel gelicht om zijn eigen verleden bloot te leggen, waarin eveneens beschuldigingen van fraude voorkomen evenals een gevecht om een onbetaalde Amerikaanse belastingaanslag.
Gebrand op privacy
Het eilandje van circa acht bij vijftien kilometer waar de documenten werden gevonden, speelt een cruciale rol in het verhaal. Als grootste van de Kanaaleilanden is Jersey een op privacy gebrand belastingparadijs met zo’n honderdduizend inwoners en het is een wereld op zichzelf. De wortels van het eiland gaan terug tot de neolithische tijd, en de stamboom van sommige families gaat duizenden jaren terug. Jersey is een zogenoemd ‘bijzonder bezit’ van de Britse kroon en gedraagt zich in veel opzichten als een autonoom land. Het heeft een eigen parlement, eigen rechterlijke macht, eigen financiën en eigen geld waarop het gezicht van de Britse koningin prijkt en dat is gekoppeld aan het Britse pond. Jersey heeft grondwettelijke rechten die losstaan van het Verenigd Koninkrijk en die dateren uit het jaar 1204 en het valt niet onder het gezag van het Verenigd Koninkrijk maar van de koningin.
Het heeft een geschiedenis van invasies door Vikingen en door Duitsers, is bekend om zijn victoriaanse kastelen, Jersey-koeien, Jersey-room en Jersey-aardappelen, en werd de afgelopen halve eeuw het speelveld voor een compleet alfabet aan topbanken, financiële instellingen en hedgefondsen waarin naar schatting zo’n 2 biljoen dollar van ’s werelds rijkdom rondgaat. Bijna elke grote financiële instelling heeft er een kantoor, van ABN AMRO tot UBS, met kantoren aan het strand in Havre des Pas, een deel van de bruisende hoofdstad St. Helier.
Daarnaast heeft Jersey een filiaal van Coutts Crown Dependencies, een wereldwijde offshore vermogensbeheerder en de privébankier van de Queen. Zij werd ontmaskerd door de Paradise Papers, waaruit bleek dat ze deelnam aan offshore-investeringen via haar privébezit, het hertogdom Lancaster. De vertegenwoordigers van de monarch moesten in 2017 toegeven dat ze niet alleen investeerde in offshore financiële vehikels, maar zich daar ook terdege van bewust was.
Bijna twee decennia geleden verlaagde Jersey zijn vennootschapsbelasting van twintig procent naar nul
Bijna twee decennia geleden verlaagde Jersey zijn vennootschapsbelasting van twintig procent naar nul, met uitzondering van de financiële sector, die tien procent betaalt. Daardoor werd het eiland een prettige plek voor klanten die op zoek zijn naar lagere belastingtarieven. Enkele van de belangrijkste bedrijven op het eiland zijn de Zwitserse handelsfirma Glencore, opgericht door wijlen Marc Rich; Brevan Howard Asset Management, een van Europa’s meest succesvolle hedgefondsen; de Zwitserse handelsmaatschappij voor energie en grondstoffen Vitol; en Goldman Sachs, dat de zogenoemde Abacus-deal regelde die hedgefondsmanager John Paulson miljarden opleverde en die ertoe leidde dat Goldman voor een half miljard dollar moest schikken met de Securities and Exchange Commission, de Amerikaanse tegenhanger van de Autoriteit Financiële Markten.
Met de publicatie van de Paradise Papers in 2017 kwam ook Apple in de schijnwerpers te staan toen bleek dat het bedrijf stilletjes een groot deel van zijn honderden miljarden onbelaste offshore-dollars naar het eiland had verplaatst.
‘Het was een natuurlijke stap voor Jersey om een belastingparadijs te worden, want de machtigste families van het eiland zijn vaak betrokken bij wetgeving of financiën’
‘Men praat over de Kaaimaneilanden, Panama en de Britse Maagdeneilanden, maar Jersey is een van de belangrijkste belastingparadijzen ter wereld’, zegt Stuart Syvret, een voormalig senator van Jersey, die met pensioen is en nog steeds op het eiland woont. ‘Het was een natuurlijke stap voor Jersey om een belastingparadijs te worden, want de machtigste families van het eiland zijn vaak betrokken bij wetgeving of financiën en hun geld wordt doorgegeven van generatie op generatie.’
Syvret, die twintig jaar in het parlement van Jersey zat, zegt dat hij tijdens zijn ambtsperiode heeft geleerd dat het eiland twee kanten heeft. ‘Vanwege de hoeveelheid geld die op het spel staat in Jersey, heb je te maken met een dwingend systeem van zowel straf als beloning’, zegt hij. ‘Je ziet dat mensen heel goede banen krijgen, veel geld hebben, promotie maken, een buitenhuis aanschaffen, naar de prachtigste feesten gaan en een geweldig leven leiden. Maar als ze zich uitspreken over corruptie, wordt het leven hun zwaar gemaakt. Het is gemakkelijk om verkeerde dingen te doen en juist erg moeilijk om het juiste te doen.’
Financiële vloek
Dat iemand die bezwaar maakt tegen het systeem van geavanceerde offshore financiële centra persoonlijk risico loopt of wordt buitengesloten lijkt misschien vergezocht, maar er zijn genoeg mensen op het eiland die dit bevestigen. Gesteund door goedbetaalde legers van advocaten, lobbyisten en accountants, worden deze offshore-ecosystemen vaak zo winstgevend en raken ze zo diep verankerd in de kleine eilanden waar ze bestaan, dat het bijna onmogelijk is om ze te veranderen, zegt John Christensen, hoofd van het Londense Tax Justice Network, dat zich in 2013 afsplitste van de voor een Nobelprijs genomineerde Global Alliance for Tax Justice. Als forensisch auditor en onderzoeker was Christensen economisch adviseur van Jersey van 1987 tot 1998.
‘Gedurende mijn tijd op Jersey werd de financiële sector enorm groot. Een te grote financiële sector kan de rest van de economie om zeep helpen. Dat zagen we aan de huizenprijzen en inflatie op Jersey. Het is een proces dat de “financiële vloek” wordt genoemd.’
Christensen groeide op in een herenhuis op Jersey, op slechts anderhalve kilometer van het landgoed van Dick-Stock. In zijn periode als economisch adviseur van het eiland voelde hij een verpletterende druk om zich te voegen naar de wil van de gevestigde orde van het eiland, vooral als het erom ging een uitzonderlijk rooskleurig beeld van Jersey aan de wereld te presenteren.
Omertà
Deel van zijn werk was toezicht houden op de data- en statistiekafdeling van het eiland en zijn superieuren zetten hem onder druk om de stijgende prijzen op het eiland te bagatelliseren. ‘Het is zorgwekkend als regeringen proberen hun data aan te passen’, zegt hij. ‘Het ondermijnt het vertrouwen van het publiek in feiten, onderzoek, statistieken en alle andere dingen die ons in staat stellen een mening te vormen op basis van accurate informatie.’
In zijn werk waren bezwaren en discussies niet welkom. ‘Het doorbreken van de omertà deed de temperatuur tot oncomfortabele hoogte stijgen.’ Christensen zegt dat hij het eiland verliet om aan belastingrechtvaardigheid te gaan werken nadat hij zich realiseerde dat hij ‘door langer te blijven, als onderdeel van het probleem zou worden gezien.’
‘Op een klein eiland kun je niet strijden tegen het establishment, en zeker niet tegen hooggeplaatste politici, zonder te vertrekken’
Het achterlaten van zijn thuis en zich uitspreken tegen de corruptie waarvan hij getuige was, was ‘hartverscheurend’, maar hij voelde dat hij geen keus had. ‘Op een klein eiland kun je niet strijden tegen het establishment, en zeker niet tegen hooggeplaatste politici, zonder te vertrekken. Blijf je, dan wordt de sfeer onmiddellijk giftig voor je werk, je gezin en kinderen.’
Een groot probleem voor Jersey is dat het werkt als een gesloten circuit, waar eventuele problemen snel kunnen worden weggenomen door een hechte groep van niet-gekozen kroonofficieren, aangesteld door de koningin, die feitelijk de machtsinstrumenten van het eiland bedienen. Jersey heeft niet dezelfde scheiding der machten als de meeste andere democratieën: de bailiff, benoemd door de koningin, leidt het parlement, de rechterlijke macht en het hof van beroep, terwijl het parlement van het eiland uit één kamer bestaat waarin politieke partijen, oppositie en dissidenten snel kunnen worden geneutraliseerd.
Op papier is het een charmant antiek systeem, met allerlei gebruiken en rituelen, maar in praktijk is het hopeloos als er verantwoording moet worden afgelegd. Dat is wat eilandbewoners bedoelen als ze het hebben over de ‘Jersey Way’.
Zwarte lijst
Door brexit wordt Jersey nu geconfronteerd met toenemende tegenwind en zal niet alleen de archaïsche regeringsvorm, maar ook het belastingregime moeten worden hervormd. Samen met een aantal andere zogenaamde ‘geheimhoudingsjurisdicties’ voegde het Europees Parlement Jersey eind januari toe aan een zwarte lijst van belastingparadijzen die een belastingregime van nul procent hanteren. De voorzitter van de subcommissie belastingzaken, de Nederlandse Europarlementariër Paul Tang, noemde de EU-lijst met belastingparadijzen ‘verwarrend en inefficiënt’. Hij zei dat de lijst een goed hulpmiddel was, maar dat ‘de lidstaten iets vergaten bij het samenstellen ervan, namelijk: de echte belastingparadijzen’.
Trailer van Laundromat, the Netflixfilm over de Panama Papers.
Jersey ontkent in alle toonaarden dat het een belastingparadijs is, en zal krachtig pleiten voor zijn belastingregime via het Channel Islands Office in Brussel en in Amsterdam, zegt Joe Moynihan, CEO van Jersey Finance, de groep die de financiële sector op het eiland vertegenwoordigt. ‘Omdat Jersey niet in de EU zit, kunnen we ons gemakkelijk aanpassen aan de marktomstandigheden en zullen we goed kunnen samenwerken met zowel de City of London als de EU-lidstaten’, denkt hij.
Jersey begon aan zelfonderzoek nadat een Britse rechter het eiland had aanbevolen de ‘Jersey Way’ onder de loep te nemen. Hoewel de financiële sector al langer werd bekritiseerd, wist het eiland onder de radar te blijven tot 2008. Toen bracht de politie getuigenissen bijeen van bijna 200 mensen over de hele wereld die zichzelf identificeerden als slachtoffers van kindermisbruik op het eiland. Meer dan 150 verdachten werden genoemd, waaronder mensen uit de elite van Jersey, maar slechts een handjevol werd veroordeeld, hetgeen leidde tot wijdverbreide verontwaardiging. Na een onderzoek van drie jaar concludeerde rechter Frances Mary Oldham in 2017 dat kinderen op het eiland mogelijk nog steeds gevaar lopen, en ze verwees specifiek naar de Jersey Way, die ze omschreef als ‘het falen om een cultuur van openheid en transparantie tot stand te brengen, op zijn minst leidend tot de perceptie van heimelijkheid en doofpot.’
Leugens
De 55-jarige Tanya Dick-Stock, geboren in Denver, herinnert zich dat ze haar vroege jaren doorbracht in een benauwd kelderappartement ‘dat raar rook en bijtende beestjes’ huisvestte, totdat haar ouders, die investeerden in onroerendgoeddeals in Colorado, een fortuin opbouwden dat zou uitgroeien tot enkele honderden miljoenen dollars, die werden ondergebracht in een trustfonds voor haar en andere familieleden. Tegen de tijd dat ze negen jaar oud was, zocht haar vader, een succesvolle advocaat, een tweede huis waar hij offshore trusts kon opzetten. ‘We bezochten verschillende huizen op Bermuda en de Bahama’s’, zegt ze. ‘Mijn familie vroeg: “Wat is de gouden standaard voor trusts?” En we kregen te horen: Jersey. Dus gingen we daarheen.’
Pas toen ze de documenten van La Hougue vonden, leerden zij en haar man de omvang van de zaken kennen. ‘Tanya en ik sloten onszelf in feite vier maanden op in een kamer en verlieten het huis amper, totdat we alle dossiers hadden doorgenomen’, vertelt Stock. ‘We voerden duizenden gegevens in op een tijdlijn en realiseerden ons uiteindelijk dat deze hele operatie op leugens is gebaseerd.’
In politierapporten van Operatie Scarlet beweert John Dick dat directeuren en het personeel van La Hougue schuldig zijn aan fraude die door het trustfonds is gepleegd. Maar Dick-Stock en haar man zeggen dat de La Hougue-documenten bewijzen dat John Dick uiteindelijk de begunstigde was en bepaalde wat er gebeurde.
Via zijn woordvoerder ontkent Dick de aantijgingen stellig. In meerdere lopende rechtszaken in de VS en Jersey, die in 2015 begonnen, wordt geprobeerd te ontrafelen wat er precies is gebeurd en wie schuldig is. ‘La Hougue beheerde de trustfondsen van de familie’, zegt Stock, ‘en heeft ze leeggetrokken.’
Dick-Stock en haar vader praten niet meer met elkaar. Dick is onafhankelijk bestuurder bij het Londense telecommunicatiebedrijf Liberty Global en woont nu in Newport Beach, Californië. De moeder van Dick-Stock, Mary Dick, die in 1981 scheidde van John Dick, stierf in 1997.
Vervalste documenten
Terugkijkend zegt Dick-Stock dat ze opmerkelijke dingen in het landhuis zag. De kluis van haar vaders kantoor bevatte geen contanten, maar een merkwaardige verzameling verouderde kantoorapparatuur, gelabeld en gedateerd per jaar. ‘Er was een inloopkluis met een grote metalen deur en ik herinner me dat ik als tiener al die stoffige typemachines, faxmachines, oude pennen en oud papier op de planken zag staan’, zegt ze. ‘Een keer pakte ik er wat oud papier en toen trok mijn vader mijn hoofd er bijna af.’
Nu weet ze waarom de inhoud van de kluis nooit mocht worden aangeraakt. Volgens een uitgelekt memorandum tussen de directeuren van La Hougue die met haar vader werkten, moesten documenten zorgvuldig worden vervalst door met behulp van drukmateriaal en tijdstempels een vermeende herkomstdatum te creëren. ‘Denk aan het papier dat werd gebruikt, de machine die de documenten heeft gemaakt, de datum van de inkt die is gebruikt om de documenten op te stellen en te ondertekenen’, zo staat in het memorandum. ‘Wees voorzichtig met floppydisks en harde schijven, ik ben van mening dat ze niets anders dan fotokopieën moeten bevatten.’ Originele kopieën mochten niet worden bewaard.
Bestuurders gaven later in een rechtbank in Denver toe dat ze bij La Hougue tientallen documenten hadden geantedateerd en vervalst die miljoenen dollars aan nepschuld vertegenwoordigden. De rechtbank in Denver bestrafte hen voor meineed en noemde hun handelen ‘werkelijk schandalig’. Maar toen dezelfde bestuurders bij een gerechtelijke procedure in Jersey probeerden de nepdocumenten te gebruiken, nam de rechtbank er geen aanstoot aan en besloot de frauduleuze documenten eenvoudigweg buiten de zaak te houden, ook al zijn dergelijke fraudepogingen wel degelijk een misdrijf volgens de wet van Jersey.
Krantenkoppen
Hoewel deze nepdocumenten wereldwijd voor krantenkoppen zorgden, in onder meer The Guardian, The Daily Beast, The Toronto Star, Mother Jones en het in Londen gevestigde non-profit Bureau of Investigative Journalism, zeggen Dick-Stock en haar man dat het ze niet is gelukt om de enige krant van Jersey, de Jersey Evening Post, die wordt gesubsidieerd door de regering van het eiland, zover te krijgen erover te schrijven. ‘Een journalist sprak met ons’, zegt Stock, ‘maar ze durfden niet aan het verhaal te beginnen.’
St. John’s Manor, het landgoed van John Dick op Jersey, van dichterbij.
Behalve dat ze naar de pers, de rechtbanken en de politie gingen, lichtte het echtpaar ook de Jersey Financial Services Commission (JFSC) in, de enige financiële toezichthouder van het eiland. Destijds spraken ze met Barry Faudemer, hoofd handhaving van de commissie, maar ze zeggen dat hij weigerde een onderzoek in te stellen. In het verleden had de JFSC La Hougue op de lijst van instellingen met een ‘hoog risico’ gezet en bijna een vergunning geweigerd om op het eiland te opereren vanwege onorthodoxe handelspraktijken, die volgens de toezichthouder doordrenkt waren van belangenconflicten, nalevingskwesties en de handelswijze om met codenamen naar klanten te verwijzen. ‘Het lijdt geen twijfel dat uw systeem zeer ongebruikelijk is en aanzienlijk verschilt van de geaccepteerde best practices in de branche’, schreef een JFSC-functionaris na inspectie van La Hougue in 2002.
Faudemer was op Jersey tot 2007 hoofd van de eenheid financiële misdrijven en is nu CEO van het offshore adviesbureau Baker Regulatory Services op het eiland. In een e-mail weigert hij te antwoorden op de vraag waarom de zaak niet werd vervolgd: ‘U vraagt mij een strafbaar feit te plegen door over deze zaken te spreken.’ Waarop hij verwijst naar artikel 37 van de Jersey Financial Services Law, waarin staat dat ‘specifieke informatie’ niet mag worden gegeven zonder toestemming, op straffe van een boete en maximaal twee jaar gevangenisstraf. Artikel 37 is echter niet van toepassing op informatie die al bekend is bij het publiek, zoals de dossiers in de zaak La Hougue, maar Faudemer wil geen antwoord geven op vervolgvragen.
Spiegels in spiegels
De JFSC zelf antwoordde ook via e-mail en noemt het onderzoek naar La Hougue een ‘burgerlijk geschil over een familietrust’ en een ‘criminele’ zaak die aan de politie moet worden overgelaten. ‘Het is niet onze taak als toezichthouder om aantijgingen van fraude te onderzoeken, want dat betreft strafbare feiten.’
Een politieagent die met de financiële misdaadeenheid van Jersey aan Operatie Scarlet werkte, noemt de enorme hoeveelheid documenten in de zaak ‘overweldigend’, zowel in hoeveelheid als inhoudelijk. Hij herinnert zich de squashbaan te hebben gezien op de dag dat de dossiers werden weggehaald. ‘De documenten waren rondom tegen de muren opgestapeld’, zegt hij. ‘Het is een buitengewoon complexe zaak, op meerdere rechtsgebieden, met veel onbeantwoorde vragen. Het ging om spiegels in spiegels.’
Hij schat dat voltooiing van Operatie Scarlet ongeveer drie jaar zou hebben gekost, zelfs met een heel team van accountants om alle onderdelen te ontrafelen. Uiteindelijk, zegt hij, heeft de procureur-generaal van Jersey besloten geen middelen aan het onderzoek te besteden. ‘Het was niet onze beslissing om de zaak te laten vallen, maar van de pg’, zegt hij. ‘Fraudeonderzoeken vragen veel investering en tijd. Als het niet in het algemeen belang is, wordt er niet op aangedrongen.’ De politieagent sprak op voorwaarde van anonimiteit, want het eiland bestraft degenen die zich uitspreken.
Patronagesysteem
Sinds zijn verkiezing in het parlement van Jersey in 2008, wordt Mike Higgins overspoeld met hulpverzoeken van eilanders die niet in staat zijn om gerechtigheid te zoeken. Een van de moeilijkste dingen aan het vertegenwoordigen van mensen op Jersey, zegt hij, is dat hun problemen peilloos zijn. ‘Ik zou zeggen dat de crux over het algemeen het ontbreken van rekenschap is. Het hele systeem, inclusief rechtbanken, diensten voor kinderen en de politie, laat mensen hier jammerlijk in de steek.’
Het ontbreken van een onafhankelijke openbaar aanklager en de gewoonte om door de Queen aangestelde functionarissen een wurggreep op de macht te laten houden, waarbij velen van hen ook nog eens opereren in het parlement en de rechtbanken van Jersey, betekent dat gerechtelijke dwalingen en tekortkomingen in de democratie vaak niet worden aangepakt. ‘Het systeem is erg moeilijk te kraken’, zegt Higgins. ‘We hebben een patronagesysteem waarbij je, als je procureur-generaal wordt, kunt verwachten dat je daarna plaatsvervangend bailiff en dan bailiff wordt en uiteindelijk meestal tot ridder wordt geslagen.’
Het gebrek aan scheiding der machten betekent dat er zorgen zijn over ernstige conflicten in de hoogste regionen van het leiderschap
Het gebrek aan scheiding der machten betekent ook dat er zorgen zijn over ernstige conflicten in de hoogste regionen van het leiderschap. De procureur-generaal ten tijde van de politie-inval in St. John’s Manor, Timothy Le Cocq, is nu de bailiff van het eiland en hij zit rechtszaken voor die rechtstreeks verband houden met de trusts van La Hougue. Gedurende zijn lange juridische carrière verleende Le Cocq juridische diensten en advies aan La Hougue trusts, zo blijkt uit documenten die in beslag werden genomen bij Operatie Scarlet. Ook een andere rechter, Julian Clyde-Smith, heeft recht gesproken in zaken die verband houden met de trusts die door La Hougue werden beheerd, terwijl uit documenten van het bedrijf blijkt dat hij in feite een van de oprichters van La Hougue was. Beide rechters verrichtten juridisch werk voor La Hougue, en deden uitspraak in zaken rond La Hougue. Sprekend namens zowel Le Cocq als Clyde-Smith, verwerpt Steven Cartwright, hoofdofficier van de Jersey Bailiff’s Chambers, elke suggestie van belangenverstrengeling.
Tevreden
Clyde-Smith beweert geen herinnering te hebben aan het oprichten van La Hougue of verwante entiteiten, aldus Cartwright, maar de rechter ‘herinnert zich dat hij abonnee was van bijna alle bedrijven’ die werden opgericht voor cliënten van zijn advocatenkantoor, Ogier & Le Cornu (nu Ogier), in de jaren tachtig tot negentig. Een abonnee is een van de eerste aandeelhouders van een bedrijf. Op Jersey zijn abonnees verplicht voor het vormen van een bedrijf en advocaten nemen deze rol vaak tijdelijk op zich voor hun klanten, aldus Cartwright. ‘Clyde-Smith was op geen enkele manier betrokken bij de activiteiten van die bedrijven’, voegde hij eraan toe, ‘en het zou verkeerd zijn iets anders te suggereren.’ Noch Clyde-Smith, noch Le Cocq beantwoordde telefoontjes of e-mails voor commentaar.
‘Na twaalf jaar in het parlement weet ik soms nog steeds niet wie dit eiland nu bestuurt’
In een nieuw vonnis eind februari 2021 stemde Clyde-Smith ermee in om Tanya Dick-Stock als begunstigde van de familietrust te verwijderen, onder verwijzing naar haar ‘onredelijke’ en ‘schadelijke’ handelen in haar pogingen om de vermeende fraude binnen de trusts aan te pakken en door documenten van La Hougue te delen met de media. Hij heeft kennisgenomen van aantijgingen in de pers over zijn vermeende belangenconflicten als rechter, maar stelt ‘tevreden’ te zijn dat er geen sprake is van belangenverstrengeling.
Clyde-Smith erkende dat Dick-Stock een procedure tegen haar vader had aangespannen bij de rechtbanken van Jersey ‘om verliezen te verhalen die zouden zijn ontstaan door vermeende schending van vertrouwen, fraude en andere niet-gespecificeerde acties die decennia teruggaan.’ Maar, oordeelde hij, ‘er mag geen procedure worden aangespannen.’
Kapot systeem
Volgens Higgins zijn dergelijke tactieken gemeengoed op het eiland. Als vertegenwoordiger van hoofdstad St. Helier zit hij in het parlement. Met andere parlementsleden maakt hij nu deel uit van een panel dat moet onderzoeken hoe Jersey zijn systemische tekortkomingen kan aanpakken zoals aanbevolen door de Britse rechter na de kindermisbruikzaak in 2017. ‘Het is duidelijk dat we een groot probleem hebben’, zegt Higgins. ‘Ons systeem is kapot. Het werkt niet voor gewone mensen. Maar dit is een zware klus, want mensen willen de Jersey Way niet echt van dichtbij bestuderen.’ Een afsluitend rapport, waarvan hij verwacht dat het voor de zomer uitkomt, zal waarschijnlijk ‘vernietigend’ zijn, zegt hij.
Een van de lastigste dingen bij het aanpakken van de problemen is dat het eiland wordt gerund door een afwezige koningin. ‘Ik kijk vaak naar hoe Jersey bestuurd wordt en zeg dan: “Dit is gek”,’ aldus Higgins. ‘Er gebeuren hier dingen die we niet snappen en waar we geen controle over hebben. Na twaalf jaar in het parlement weet ik soms nog steeds niet wie dit eiland nu bestuurt.’
Een brief aan de koningin
Enkele jaren geleden schreef Christensen van het Londense Tax Justice Network een brief aan de koningin, waarin hij haar aanspoorde sterker op te treden tegen de wijd verspreide constellatie van belastingparadijzen, kroonafhankelijkheden, overzeese gebiedsdelen en rechtsgebieden met geheimhouding, die, merkte hij op, behoren tot de machtigste ter wereld. Hij was direct, maar ook zeer beleefd.
‘Ik verzoek u dringend,’ schreef hij, ‘als staatshoofd van al deze gebieden om alle mogelijke invloed uit te oefenen om een van de schadelijkste breuklijnen in de wereldeconomie aan te pakken.’ Hoewel hij in zijn brief erkent dat de koningin, als soeverein, niet rechtstreeks mag ingrijpen in de politiek van haar rijk, schreef Christensen dat hij hoopte dat ze haar mening over belastingparadijzen kenbaar zou maken, vanwege ‘de lang bestaande conventie die u het recht geeft uw premiers te adviseren, aan te moedigen en te waarschuwen.’
Bijzonder genoeg schreef de koningin via een hoge ambtenaar terug. ‘De positie van de koningin als constitutionele soeverein belet haar in te grijpen in zaken als deze’, aldus de brief. ‘Bedankt dat u de tijd en moeite hebt genomen voor uw schrijven.’
Christensen is niet onder de indruk. ‘Deze plekken ondermijnen de wereldeconomie, en ze kan zich niet schoonwassen van haar rol als monarch en staatshoofd van al deze belastingparadijzen’, zegt hij. En het helpt niet, voegt hij eraan toe, dat ze er zelf ook direct de vruchten van plukt. ‘Als het staatshoofd niets doet en offshoreconstructies gebruikt om haar eigen geld voor de belastingen te verbergen, slaagt ze niet voor de stankproef’, zegt hij. ‘Een vis begint te rotten vanaf de kop.’
Na de afgelopen jaren het politieke leven in Spanje op zijn kop te hebben gezet, sloeg Pablo Iglesias maandag de regeringsdeur dicht, schrijftEl País. Zijn plan is om te gaan deelnemen aan de regionale verkiezingen op 4 mei in Madrid. De leider van radicaal links en vicepresident van de Spaanse regering deelde dit mee aan de socialistische premier Pedro Sánchez.
Iglesias, oprichter en nummer één van Podemos sinds de oprichting in 2014, gaf aan dat de huidige minister van Arbeid, Yolanda Díaz, hem zou vervangen als vicepresident van de regering en als kandidaat tijdens de volgende parlementsverkiezingen, gepland voor 2023.
Zijn besluit komt iets meer dan een jaar na de vorming van de eerste coalitieregering in het land sinds het einde van de dictatuur van Franco. ‘Deze beslissing zal ingrijpende gevolgen hebben voor de politiek van Madrid en Spanje, niet alleen voor Podemos, maar voor alle partijen’, meent La Vanguardia.
‘Hij speelt hoog spel: Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’
Volgens El Periódico vormt de beslissing van Iglesias een ‘risicovolle operatie die zal bijdragen aan een verdere polarisering van de Madrileense politiek, die al was aangewakkerd door de trumpistische standpunten van Isabel Díaz Ayuso. Ayuso, leider van de rechtse Volkspartij, verzocht vorige week samen met de liberale Ciudadanos-partij om vervroegde verkiezingen. Zij toonde zich dan ook ‘verheugd dat ze nu eindelijk in de topman van Podemos een geschikte kandidaat had gevonden om tegen te strijden’, aldus het Catalaanse ochtendblad, dat ‘een giftige verkiezingscampagne’ voorspelt ‘met populistische uitbarstingen aan beide kanten’.
Volgens dagblad ABC is dit een ‘wanhopige poging om Podemos te redden van een ondergang’, aangezien de partij in de huidige formatie weinig voor elkaar heeft gekregen. Iglesias speelt hiermee hoog spel, aldus El Periódico; ‘Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’.
Bolsonaro vervangt opnieuw de minister van Volksgezondheid
De Braziliaanse president kondigde maandag aan dat hij generaal Eduardo Pazuello zou vervangen, die zojuist de bestelling van 138 miljoen doses had aangekondigd om een nog te traag verlopende vaccinatiecampagne te versnellen. Zonder enige medische ervaring was hij aangesteld als interim-minister bij het ministerie van Volksgezondheid na het aftreden van oncoloog Nelson Teich midden mei, die net als zijn voorganger Luiz Henrique Mandetta kritiek leverde op de door Bolsonaro voorgestelde aanpak van de pandemie.
‘Het feit dat iemand sterren op zijn epauletten draagt, is geen garantie voor bekwaamheid (…). Generaals verliezen oorlogen. Pazuello verloor de zijne’, schrijft een columnist in O Globo,
Pazuello wordt vervangen door Marcelo Queiroga, voorzitter van de Braziliaanse Vereniging voor Cardiologie. De benoeming van laatstgenoemde komt terwijl de epidemie in Brazilië blijft verslechteren. Ziekenhuizen zitten bijna aan hun maximale capaciteit en de afgelopen week werden dagelijks meer dan tweeduizend sterfgevallen geregistreerd.
Mannelijke slachtoffers van seksueel geweld krijgen in Japan geen steun
In 2017 werd in Japan de term ‘slachtoffer van verkrachting’ verbreedt tot mannen. Asahi Shimbun publiceerde een enquête onder mannen die seksueel geweld hebben ondergaan, om te kijken of zij zich inderdaad gesteund voelden.
Hieruit kwam naar boven dat in een samenleving waar vrouwelijke slachtoffers al worstelen om toegang te krijgen tot de nodige hulp, het geweld dat mannen ondergaan taboe is, met als gevolg dat mannelijke slachtoffer vaak in isolement leven. ‘Omdat ik een man ben, wilden mensen nooit geloven dat ik slachtoffer was. Mijn hele leven heb ik deze vernedering alleen ondergaan’, zegt bijvoorbeeld een man van in de veertig, die op zijn dertiende herhaaldelijk werd verkracht door een studievriend.
Een dertigtal psychiaters en psychotherapeuten weigerde hem te behandelen, met het argument dat ze weinig kennis hebben van mannelijke slachtoffers. Een van hen zei letterlijk: ‘Vergeet het maar. Ik zou je hebben behandeld als je een vrouw was, maar dat ben je niet.’
Takehito Kurono, die groepstherapie organiseert voor mannelijke slachtoffers, onderstreept dat stereotypen over mannen het mannen vaak moeilijk maken om de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. ‘Volgens het cliché moeten ze sterk en zelfs ongevoelig zijn.’
Overweldigd
Momenteel is de ondersteuning die lokale autoriteiten bieden, vaak gericht voor vrouwen, al grotendeels ontoereikend, schrijft de krant. De 48 afdelingen van het land tellen nu minimaal één opvangcentrum voor slachtoffers van seksueel geweld. Of daar mannen terecht kunnen, verschilt per instelling. De centra zouden al ‘overweldigd’ zijn door het aantal vrouwelijke slachtoffers. ‘Om voor mannen te zorgen, zou je een speciale spreekkamer en een gespecialiseerde arts nodig hebben’, zegt een medewerker van een van de centra.
‘Betere steun voorkomt dat slachtoffers wegzinken in eenzaamheid. We hebben een grotere mobilisatie nodig vanuit de politiek’, verklaart Nobuki Yamaguchi, een psychotherapeut gespecialiseerd in de zorg voor mannen.
Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur
De vele meldingen tijdens de pandemie van jongeren met psychische klachten leidt tot een wereldwijde crisis die onmiddellijke aandacht vereist, volgens een nonprofitorganisatie die bijna vijftigduizend mensen in acht landen ondervroeg en een uitgebreid overzicht gaf van de impact van de pandemie op de geestelijke gezondheid, schrijft The New York Times.
Meer dan een op de vier respondenten gaf aan te kampen met of het risico te lopen op klinische aandoeningen, en dat aantal steeg tot bijna een op de twee voor de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar, aldus het rapport, dat werd vrijgegeven door Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest.
Het rapport, gebaseerd op gegevens verzameld uit een online, anonieme enquête waarvan de bevindingen maandag werden gepubliceerd, richtte zich op Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Veertig procent van de respondenten in de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar gaf aan zich verdrietig, somber of moedeloos te voelen en last te hebben van ongewenste, vreemde en obsessieve gedachten.
Het rapport dringt er bij regeringen op aan zich te richten op beleid voor de gehele bevolking, in plaats van de huidige individuele benadering
‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, zegt dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs. ‘Vooral sociaal isolement heeft een grotere impact gehad op jonge mensen, en velen van hen over de rand geduwd.’
Andere studies hebben aangetoond dat de pandemie een onevenredig grote invloed heeft gehad op de geestelijke gezondheid van jongeren, vrouwen en mensen van kleur.
Preventie
Geestelijke gezondheidsdeskundigen waarschuwden al eerder voor de langetermijneffecten van de pandemie, waaronder waarschijnlijk een economische recessie en de psychologische gevolgen van langdurig sociaal isolement.
De auteurs van het rapport, dr. Thiagarajan en Jennifer Newson, drongen er bij regeringen op aan zich te concentreren op beleid op het gebied van geestelijke gezondheid voor de gehele bevolking, in plaats van op individuele benaderingen, die nu vaak de voorkeur genieten.
‘Hoewel in de geestelijke gezondheidszorg de focus lag op zelfzorg via apps, therapie en andere programma’s, kunnen sociaal en economisch beleid en institutionele cultuur een grote rol spelen bij het verzachten van onze huidige geestelijke gezondheidscrisis en de preventie van toekomstige crises’, aldus het rapport.
Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. Vandaar dat er volgens velen gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken. Maar er kan niet alleen worden gevierd. Er moeten ook dingen veranderen.
Terwijl de besmettingen tot recordhoogte zijn gestegen, wagen steeds meer experts zich aan voorspellingen over hoe de samenleving zich na de crisis zal gedragen.
Een frivool bacchanaal à la Paris Hilton met muziek van Rafaella Carrà. Moeilijk voor te stellen, nu ons dagelijks leven gedicteerd wordt door het tegenovergestelde met beperkingen die stress en verwarring oproepen. Om te weten waar we nu staan en welke kant we op gaan, zijn er kleurcodes (rood, oranje, groen), genummerde coronagolven, vaccinatieschema’s en avondklokken.
Het is niet zo raar dat we, heen en weer geslingerd tussen de hoop op groepsimmuniteit en de vermoeidheid vanwege een pandemie die maar voortduurt, ons afvragen wat er the day after zal gebeuren, wanneer het coronavirus ons leven niet langer bepaalt.
‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie’
‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie. Men zal nachtclubs bezoeken, naar restaurants, politieke bijeenkomsten, sportevenementen en optredens gaan. Religiositeit zal afnemen en er zal meer risicovol gedrag zijn, het opgespaarde geld zal uitgegeven worden. Het zou goed kunnen dat er een tijd aanbreekt van seksuele uitspattingen en geldverspilling.
Dat is het feestje dat Nicholas Christakis, gerenommeerd arts en als socioloog, verbonden aan Yale University, voorspelt. Hij is door Time verkozen tot een van de invloedrijkste mensen van de wereld en auteur van Apollo’s Arrow, waarin hij de effecten van de pandemie op de samenleving vanuit historisch perspectief analyseert. Hij staat niet alleen: experts van uiteenlopende disciplines voorzien een periode waarin het optimisme hoogtij viert, een periode van economisch herstel, van wetenschappelijke vooruitgang en van culturele bloei.
2024
In een interview met de BBC benadrukte Christakis dat het post-coronatijdperk in 2024 zijn intrede zal doen. Dan zijn de vaccinatiecampagnes achter de rug en zijn de sociale en economische wonden geheeld.
‘Het hoort bij de menselijke logica om te veronderstellen dat het einde van een tragedie leidt naar feestgedruis,’ zegt Manual Arias Maldano, schrijver van het boek Desde las ruinas del futuro. Teoría política de la pandemia (Vanaf de puinhopen van de toekomst. Een politieke theorie van de pandemie). ‘Het zal gaan bruisen van vitaliteit, al zal dit wel afhangen van de sociaaleconomische situatie van elk afzonderlijk land.’
Mocht zich inderdaad een goddeloos tijdperk aandienen dan zouden er gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken, we zouden ons niks meer willen herinneren, op technologisch en humanistisch gebied zouden we onszelf opnieuw uitvinden.
Wordt reggaeton de nieuwe charleston? Zal een onvervalste Great Gatsby (zie openingsbeeld, afkomstig uit de verfilming van 2013) het kakkersuitgaansleven in Madrid op zijn kop zetten ? Is de opvolger van Hemingway een Chinese schrijver? Of staat er misschien een nieuwe Wittgenstein op die een Tractatus schrijft die de filosofie op zijn kop zet?
De geschiedenis laat zien hoe het zou kunnen gaan. Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. De pest die een kaalslag veroorzaakte in de middeleeuwen mondde uit in de renaissance, na de Amerikaanse Burgeroorlog braken de gouden tijden aan, en in Spanje kwam, na de dictatuur en de oliecrisis de Movida, het voorportaal van een periode van grote welvaart.
Dus? Breekt er, gelet op de geschiedenis, een periode aan waarin we het geld over de balk smijten, zoals Christakis ons wil doen geloven?
Als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef
‘Vrije seksuele moraal? Dat is overduidelijk. Na de zondevloed verschijnt altijd een regenboog. Economische overvloed? Natuurlijk zal er meer geld worden uitgegeven, maar als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef,’ nuanceert essayist Jorge Freire.
Socioloog Fernando Vidal, verbonden aan de Universidad Ponitificia Comillas ICADE, denkt dat de samenleving in de post-coronatijd op twee heel verschillende manieren zal reageren. ‘Er zal een mix zijn van euforie en ontlading. De grootste hedonisten leven zij aan zij met een deel van de bevolking die, huiveriger en worstelend met de nasleep, zich afvraagt hoe het zover heeft kunnen komen.’
De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen
Het ziet ernaar uit dat in de veronderstelde nieuwe Jazz Age er tevens gewetensvolle party poopers zullen zijn. De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen. Die laatsten zullen niet achterom willen kijken.
In dat licht vindt Vidal dat het optimisme na een crisis gepaard moet gaan met een behoorlijke dosis diepgang. ‘Vieren zal belangrijk zijn maar veranderen ook.’ En die visie was er bijvoorbeeld niet na de Eerste Wereldoorlog, wel na de Tweede. ‘Het was alsof men in de jaren twintig was vergeten wat een slachting de Eerste Wereldoorlog en de griepepidemie van 1918 waren geweest terwijl er na 1945, zelfs toen de consumptiemaatschappij opkwam, werd reflecteer op de tragedie van de Holocaust en de dreiging van kernwapens.
Verschillende peilingen laten zien dat een groot percentage van de bevolking bepaalde aspecten van het leven in de toekomst wil veranderen. Terug na het leven van voor corona volstaat niet. Het nieuwe leven dat men voor ogen heeft fluctueert van verhuizen van de plek waar men nu woont tot definitief besluiten om te gaan telewerken. Ook is er een sterker milieubewustzijn vastgesteld.
‘Grote trauma’s veroorzaken grote gedragsveranderingen bij mensen,’ aldus Vidal. Toen Groot-Brittannië werd getroffen door de gekkekoeienziektecrisis – een crisis die vergelijkbaar was met de vervuilde koolzaadoliecrisis in Spanje – was er een gigantische stijging van het aantal vegetariërs en mensen die vraagtekens zetten bij de gangbare eetgewoontes. Stel je maar eens voor wat er gaat gebeuren met wat we nu meemaken.’
Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap
Die nieuwe dynamiek zou grote invloed kunnen hebben op allerlei gebieden. Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap. Zonder de wetenschap kunnen we fluiten naar een nieuwe roaring twenties. In de strijd tegen corona heeft zich een revolutie ontketend waarin de hoofdrol is weggelegd voor vaccins met de messenger-RNA, is kunstmatige intelligentie tot wasdom gekomen en wordt ruimtevaartprogramma’s nieuw leven in geblazen. De verwachtingen zijn hooggespannen.
Ook de kunstwereld zou een opleving kunnen beleven met een eigen Lost Generation, Duke Ellington en Coco Chanel. Financial Times-columnist Janan Ganesh schreef onlangs dat je in dit decennium factoren kunt aanwijzen voor het ontstaan van een Arcadia in de kunsten, net als in de vorige eeuw. Een cultuurexplosie die, aldus Ganesh, de sinds het begin van deze eeuw vastgeroeste kunsten nieuw leven kan inblazen.
‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is’
Arias Moldonado vindt de gedachte van Ganesh interessant, maar deelt zijn optimisme niet. ‘Destijds voelde men de noodzaak om zich te verzetten tegen de traditionele kunsten, je had de vitaliteit van de avant-garde,’ aldus Moldonado. ‘Zou dat kunnen in onze tijd, nu we denken dat alles verzonnen is? Dat zie ik niet zo voor me, al zou het goed kunnen dat die vernieuwingsdrang zich nu richt op andere belangrijke thema’s, zoals de strijd tegen klimaatverandering.’
Honderd jaar geleden was het gemakkelijk om aan te geven waar de creatieve boom plaatsvond, vandaag de dag is dat bijna onmogelijk. Vroeger was het Westen het middelpunt van de wereld. Parijs was het culturele mekka, de beste universiteiten zaten in Engeland en Duitsland en de Verenigde Staten hadden het geld en de vitaliteit van een ondernemende samenleving om dit proces te schragen.
‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is,’ constateert Maldonado. ‘Het gebrek aan vitaliteit kon wel eens een obstakel zijn voor een mogelijke culturele revolutie, die zich misschien in Azië en Latijns-Amerika, waar de bevolking veel jonger is, wel kan voordoen. Het zou goed kunnen dat wij het al oké vinden als we de pandemie overleven.’
Religieus instinct
Van de aardse kunsten en wetenschap maken we een stap naar het geloof, dat in de nabije toekomst wel eens voor frictie zou kunnen zorgen. Christakis’ hypothese is dat we in onze donkerste dagen onze toevlucht nemen tot het geloof, maar hij voorspelt wel een regressie. ‘Het religieuze instinct zal blijven opborrelen, maar in een ander jasje,’ aldus Jorge Freire, schrijver van Agitación: sobre el mal de la impaciencia (Stress: over het kwaad dat ongeduld heet). ‘De angst voor de dood is nauw verbonden met het geloof. Zolang de mens sterfelijk is zal hij zich willen vasthouden aan het geloof, en het ziet er voorlopig niet naar uit dat we onsterfelijk worden.’
Zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet
Afgaand op de voorspellingen weten we wanneer het grote postcoronafeest zal beginnen (2024), de gastenlijst is er ook (de bedachtzamen en de roekelozen) en Rafaella Carrà zal de muziek verzorgen. Wat we nog moeten uitzoeken is wie het feestje gaat betalen.
Laten we nog eens naar de geschiedenis kijken, misschien dat we daar een kompas voor onze toekomst vinden. Maart 1814. Het einde van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Het geruïneerde Spanje zet de laatste regimenten van de napoleontische leger het land uit. Freire: ‘Alle dorpen in Catalonië, Aragon en Castilië waar koning Fernando VII zijn opwachting maakte na de ondertekening van het Verdrag van Valençay zetten dit luister bij met opera’s, praalwagens en zelfs met bouwwerken, zoals triomfbogen, die voor de gelegenheid waren opgetrokken. Dat Fernando VII een flutkoning was doet er niet toe. Wij Spanjaarden hebben maar weinig nodig om ons in de armen van Bacchus te werpen. Vooral als de gemeente het feestje bekostigt.’
Als dat zo is, dan betalen we met z’n allen het postcoronafeestje en delen we de kosten.
En zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet. Als het zover is en we ons weer afvragen wat we morgen gaan doen, moeten we niet vergeten dat op het feestje van de roaring twenties, waar zoveel experts ons op wijzen, de beurscrack van ’29 volgde, Adolf Hitler en de ergste oorlog die de mensheid heeft meegemaakt. Dus: laten we niet zo zeker zijn van onze zaak.
Door corona zijn in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied ruim 20 miljoen mensen tot armoede vervallen, zo blijkt uit cijfers van de Economische Commissie van de VN voor de regio, weergegeven door het Venezolaanse Mercopress. Van de bevolking leeft 12,5%, 78 miljoen mensen, inmiddels in extreme armoede. Dat is het hoogste percentage in 20 jaar.
Clooney wil teruggave roofkunst
De druk op Groot-Brittannië om geroofde kunstschatten te retourneren wordt steeds groter. Acteur George Clooney heeft nu in een brief opgeroepen om de zogenoemde Elgin Marbles terug te geven aan Griekenland.
‘Veel objecten van historische waarde moeten terug naar hun oorspronkelijke eigenaren’, aldus Clooney in ArtNews, ‘maar het belangrijkste is het marmer van het Parthenon.’ Hij verwijst daarmee naar de oorspronkelijke locatie van de sculpturen in het Parthenon op de Akropolis van Athene. Ze werden door Thomas Bruce, graaf van Elgin, verwijderd en in 1816 aan de Britse regering verkocht.
Britse betrokkenen hebben altijd betoogd dat Athene de schatten niet goed genoeg kon tentoonstellen
Al ruim veertig jaar wordt opgeroepen tot repatriëring van de sculpturen, maar Britse betrokkenen hebben altijd betoogd dat Athene de schatten niet goed genoeg kon tentoonstellen. Athene heeft sinds 2009 echter een tentoonstellingsruimte van wereldklasse tegenover de Akropolis.
Clooney regisseerde en speelde in de film Monuments Men uit 2014, waarin een groep geallieerde experts de taak heeft om kunstwerken en andere culturele schatten te redden van de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog.
China wilde Fins vliegveld
Het Chinese Polar Research Institute, gefinancierd door de Chinese overheid, probeerde in 2018 de luchthaven van Kemijärvi in Fins Lapland te kopen of te leasen, schrijft het Brusselse Euractiv. Dat aanbod is destijds door Finland afgewezen, zo blijkt uit berichtgeving van de Finse publieke zender YLE.
Een Chinese delegatie van onderzoekers, met daarbij een militaire afgevaardigde van de ambassade, stelde januari 2018 voor om 40 miljoen euro te investeren in de landingsbaan van het vliegveld, zodat die zou kunnen worden gebruikt voor onderzoeks- en observatievluchten boven de Noordelijke IJszee, de Noordpool en de Noordoostpassage. Ook werd gesproken over mogelijke financiering van een nieuw onderzoekslaboratorium. Volgens het Finse leger ligt de luchthaven echter te dicht bij een strategisch belangrijke oefenbaan, waardoor uitbreiding van het vliegveld onmogelijk is. Latere EU-wetgeving, die dergelijke buitenlandse investeringen aan banden legt, zou realisatie van het plan verhinderd hebben.
China heeft momenteel onderzoekscentra in Groenland, IJsland en de Svalbard-archipel.
VK verliest marktaandeel
Volgens een onderzoek dat maandag is gepubliceerd, heeft het Verenigd Koninkrijk tijdens de coronapandemie marktaandeel verloren in de Verenigde Staten, Duitsland en China. Dit is het gevolg van chaotische wereldwijde handel, brexit en slechte productiviteit.
Volgens het rapport van Lloyd‘s Banking Group presteerde het Verenigd Koninkrijk vooral slecht door een langdurige stagnatie van de productiviteitsgroei. ‘In een aantal belangrijke exportbestemmingen, zoals Duitsland, de VS en China, lijkt het VK een sterkere achteruitgang dan anderen door te maken, zich trager te herstellen en het wereldwijde concurrentievermogen te zien afnemen’, aldus het rapport, gepubliceerd door Reuters. ‘De exportdaling van het VK naar de VS is in zowel absolute als relatieve termen de meest langdurige van de grote Europese landen, met uitzondering van Frankrijk.’
Tussen 2017 en 2019 wist het VK de totale export nog te verhogen, naar Duitsland met 8,5 procent en naar Italië met 12 procent, Nederland (14 procent), Spanje (20 procent) en de Verenigde Staten (24 procent).
Changi Airport is nu flexkantoor
Twee jaar geleden was er voor Changi Airport in Singapore geen vuiltje aan de lucht. De luchthaven opende een winkel- en entertainmentcomplex van 1,3 miljard dollar, circa 1,1 miljard euro, compleet met bioscoop en ’s werelds hoogste overdekte waterval, volgens cijfers van The New York Times. Voor het zevende jaar achtereen werd Changi uitgeroepen tot ’s werelds beste luchthaven en er werd een recordaantal van 63,8 miljoen passagiers verwerkt.
Al vóór de pandemie kwamen veel lokale bewoners naar Changi om te eten, te winkelen en te studeren
Dat aantal daalde vorig jaar met bijna 83 procent. Van de 33.000 vluchten in januari 2020 waren er een jaar later nog slechts 7500 over. De nettowinst daalde met 36 procent tot ongeveer 327 miljoen dollar en de bouw van een vijfde terminal werd stopgezet.
De luchthaven concentreert zich nu op inwoners van Singapore. Al vóór de pandemie kwamen veel lokale bewoners naar Changi om te eten, te winkelen en te studeren. Inmiddels worden ook ‘glamping’ en karten aangeboden en de lounge is omgebouwd tot flexkantoor. Een werkplek kost 170 euro voor drie maanden.
Schimmige handel
Bangladesh heeft zeker 280.000 euro uitgegeven aan UFED, een product van het Israëlische bedrijf Cellebrite waarmee telefoons kunnen worden gehackt. Dit blijkt uit onderzoek door Al Jazeera en de Israëlische krant Haaretz. De aanschaf is saillant, want Bangladesh erkent de staat Israël niet, verbiedt handel ermee en verbiedt Bengalezen erheen reizen. Vermoed wordt dat de regering van Bangladesh UFED inzet om opponenten te bespioneren.
UFED biedt toegang tot een breed scala van mobiele telefoons en kan er privégegevens aan onttrekken. Het hacken van versleutelde telefoongegevens baart burgerrechtenactivisten al langer zorgen en ze roepen dan ook op tot striktere regels voor het gebruik ervan.
Rusland richt pijlen op Duitsland
Volgens een onderzoek van de EU vormt Duitsland het middelpunt van Russische desinformatiecampagnes, meldt het Duitse Freie Presse. Russische media hebben sinds eind 2015 meer dan 700 keer valse informatie over Duitsland verspreid, tegenover 300 keer over Frankrijk, 170 keer over Italië en 40 keer over Spanje.
‘Geen enkele andere EU-lidstaat wordt feller aangevallen dan Duitsland’, aldus het rapport van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), dat deze week in Brussel werd gepubliceerd. Het gaat daarbij om door het Kremlin aangestuurde systematische campagnes op politiek niveau en om mediacampagnes. De regering in Moskou heeft de aantijgingen ‘belachelijk’ genoemd, maar verwierp ze niet direct.
Zullen de vredesbesprekingen met de taliban en het vooruitzicht van een Amerikaanse terugtrekking een doorbraak of een ineenstorting van Afghanistan tot gevolg hebben? Veel slechter dan nu kan het bijna niet gaan, menen velen. Maar voorvechters van vrouwenrechten vrezen een ‘terugkeer naar de middeleeuwen’.
Nederland in Afghanistan
In Afghanistan zijn momenteel nog zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen aanwezig. Zij nemen deel aan de NAVO-missie Resolute Support, die zich richt op het trainen en adviseren van Afghaanse veiligheidsdiensten.
Op 4 februari liet defensieminister Ank Bijleveld de Tweede Kamer weten dat Nederland nog zo’n tachtig extra militairen achter de hand houdt voor de missie in Noord-Afghanistan. Zij kunnen bijspringen als de veiligheid van eigen troepen en NAVO-bondgenoten verslechtert.
Terwijl Donald Trump had besloten de laatste troepen per 1 mei 2021 uit Afghanistan terug te trekken, heeft zijn opvolger Joe Biden de autoriteiten in Kaboel en de taliban dit weekend een nieuw stappenplan voorgesteld.
Tijdens het zoveelste bezoek aan Doha, waar sinds september 2020 de vredesbesprekingen tussen de verkozen Afghaanse regering en de taliban plaatsvinden, heeft de Amerikaanse gezant voor de regio, Zalmay Khalilzad, tot ieders verrassing een nieuwe routekaart onthuld.
Mohammad Naeem, de politiek woordvoerder van de taliban, zei dat Khalilzad het plan, dat oproept tot de vorming van een interim-regering in Kaboel, een internationale top in Ankara en een staakt-het-vuren, meedeelde tijdens een bijeenkomst, meldt deAfghanistan Times.
‘Omdat de Amerikanen hun geduld met de oorlog hebben verloren, hebben de VS hun aanwezigheid in Afghanistan teruggebracht van ongeveer 100.000 soldaten tot zo’n 2500’
Enkele dagen eerder had de Amerikaanse diplomaat, een moslim van Pashtun-afkomst, de visie van de nieuwe Amerikaanse president aan de Afghaanse president, Ashraf Ghani, en aan verscheidene plaatselijke politieke leiders gepresenteerd. Het Afghaanse staatshoofd ‘is echter stelselmatig tegen het idee van een overgangsregering’ en zou hebben verklaard dat hij de macht alleen zal overdragen aan ‘een rechtmatige opvolger, nadat verkiezingen zijn gehouden’.
De Afghaanse regering bevindt zich in een hachelijke positie, schrijft The New Yorker in een reportage over de huidige situatie in het al decennialang verscheurde land. Sinds de Amerikanen in 2001 – na de door Osama Bin Laden georkestreerde aanslagen van 11 september – het land binnenvielen, de taliban uit hun macht ontzette en een nieuwe regering installeerde, werd zij gesteund door de militaire macht van de VS. ‘Maar omdat de Amerikanen hun geduld met de oorlog hebben verloren, hebben de VS hun aanwezigheid in Afghanistan teruggebracht van ongeveer 100.000 soldaten tot zo’n 2500.’
Vredesakkoord
Meer dan een jaar geleden, op 29 februari 2020, werd in het vredesakkoord tussen de VS en de guerillabeweging ‘bepaald dat de taliban zullen verhinderen dat iemand in de toekomst Afghaans grondgebied zal gebruiken om de Verenigde Staten en hun bondgenoten te bedreigen. En dat zij onderhandelingen zullen aangaan met andere Afghaanse partijen om een Afghanistan te smeden dat in vrede leeft met zichzelf. In ruil daarvoor hebben de Verenigde Staten beloofd hun militaire troepen terug te trekken’, aldus tijdschrift The Diplomat in een gedetailleerde analyse van de situatie.
Washington had zich sinds het vredesakkoord, waarin de definitieve terugtrekking van de NAVO-troepen uit Afghanistan op 1 mei 2021 is vastgelegd, afzijdig gehouden. Maar nu keert het toch terug naar de onderhandelingstafel, bezorgd over het trage tempo van de onderhandelingen tussen de verschillende Afghaanse partijen. Volgens de zender Tolo News, die als eerste de inhoud van de nieuwe routekaart bekendmaakte, stelt Joe Biden een VN-conferentie in Turkije voor gewijd aan vrede in Afghanistan.
De VS vrezen dat de taliban tegen de tijd dat de westerse troepen vertrekken een steeds groter deel van het Afghaanse grondgebied in handen krijgen, en vervolgens het land overnemen. Sinds het begin van de oorlog in Afghanistan was de taliban vooral op het platteland actief en waren de steden in handen van de Amerikanen en later de Afghaanse regering. Maar ook daar lijken de taliban nu voet aan de grond te krijgen, aldus The New Yorker.
In Kaboel wijzen deskundigen erop dat het document ‘gelijktijdig is meegedeeld’ aan president Ghani en aan zijn politieke tegenstander Abdullah Abdullah, de grote verliezer in de presidentsverkiezingen van september 2019. Abdullah kreeg als troostprijs de delicate opdracht om in Doha de vredesbesprekingen met de taliban te leiden.
Volgens het Pakistaanse dagblad The Nation zou de taliban via algemeen kiesrecht in het parlement moeten worden vertegenwoordigd
‘Het feit dat de Afghaanse regering bereid is te praten over het houden van nieuwe verkiezingen zodat de vastgelopen vredesbesprekingen met de taliban doorgang kunnen vinden, is een knap staaltje van diplomatie’, aldus het Pakistaanse dagblad The Nation. Het is ‘uitstekend nieuws’ en toont aan dat president Ghani ‘zijn best doet om het land van een burgeroorlog te redden’.
Maar zullen de taliban dit voorstel in overweging nemen, ‘wanneer zij vinden zijn dat elke regering die wordt verkozen, terwijl de buitenlandse troepen nog aanwezig zijn, niet werkelijk representatief is voor de bevolking?’ vraagt The Nation zich af. Volgens het Pakistaanse dagblad zou de taliban zich via algemeen kiesrecht in het parlement moeten laten vertegegnwoordigen: ‘Alleen het mandaat van het volk zal hun legitieme macht geven.’
Vastlopende onderhandelingen
De nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, rechtvaardigde de nieuwe routekaart vlak voor de deadline van 1 mei met het feit dat het vredesproces stagneert. Hij suggereerde dat de VS nu ‘alle opties bekijken, inclusief een verlenging van de deadline’ voor de terugtrekking van de laatste NAVO-troepen. Alles zal afhangen van het vermogen van de taliban om van nu af aan ‘een staakt-het-vuren van negentig dagen’ in acht te nemen.
Tegen deze achtergrond zegt de Democratische senator Jack Reed dat hij ‘voorstander is van het verlengen van de deadline van 1 mei’, die vorig jaar door Donald Trump is vastgesteld, meldt Tolo News in een ander artikel. In Washington pleit een ‘groeiend’ aantal nationale veiligheidsdeskundigen nu ‘voor het loslaten van het tijdschema’ voor de terugtrekking van de 2500 troepen die nog in Afghanistan zijn. Zij benadrukken dat het land geen ‘thuisbasis’ mag worden voor terroristische organisaties als ISIS of Al Qaida.
Ook zijn er nog zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen in het land. Zij nemen deel aan de NAVO-missie Resolute Support, die zich richt op het trainen en adviseren van Afghaanse veiligheidsdiensten. Op 4 februari liet defensieminister Ank Bijleveld de Tweede Kamer weten dat Nederland nog zo’n tachtig extra militairen achter de hand houdt voor de missie in Noord-Afghanistan. Zij kunnen bijspringen als de veiligheid van eigen troepen en NAVO-bondgenoten verslechtert.
Nu de Amerikaanse en NAVO-troepen zich haast overal hebben teruggetrokken, zijn er wegversperringen, prikkeldraad en gewapende controleposten verrezen om een schijn van veiligheid te bieden, schrijft The New Yorker. ‘’s Nachts is het stil op straat. Twintig jaar na de door de Amerikanen geleide oorlog voelt Kaboel opnieuw aan als de hoofdstad van een arm en onrustig land.’
Op eigen benen
Afghanistan stelt Joe Biden voor een van de meest dringende en lastige problemen van zijn presidentschap, stelt het New Yorkse weekblad. ‘Als hij de militaire terugtrekking voltooit, zal hij een einde maken aan een schijnbaar eindeloze interventie en duizenden troepen naar huis halen. Maar als hij wil dat de oorlog ook maar enigszins als een succes wordt beschouwd, zal de Afghaanse staat eerst op eigen benen moeten kunnen staan.’
Voordat de VS en zijn bondgenoten in 2001 – waaronder Nederland vanaf 2002 – tussenbeide kwamen, legde de taliban het land een draconische versie van de islam op, waarbij de handen van dieven werden afgehakt en vrouwen voor overspel ter dood werden gebracht. Na de nederlaag van de taliban maakte een nieuwe grondwet de weg vrij voor democratische verkiezingen, een vrije pers en meer rechten voor vrouwen, schrijft The New Yorker.
‘Ik wil dat ze mij met eigen ogen zien, dat ze gewend raken aan wat een Afghaanse vrouw vandaag de dag is’
The New Yorker sprak met een van de onderhandelaars van de Afghaanse regering, Fawzia Koofi, tevens een van de belangrijkste voorvechters van vrouwenrechten in het land. ‘Voor Koofi en haar mede-onderhandelaars is de belangrijkste vraag: Hoeveel van het door de Amerikanen gesteunde democratische project, dat duizenden levens en meer dan twee biljoen dollar heeft gekost, zal overleven?’
Onderhandelaar Koofi vreest dat de talibanleiders, van wie velen jarenlang in Guantánamo gevangen hebben gezeten, niet beseffen hoezeer het land is veranderd – of dat zij die veranderingen zien als fouten die gecorrigeerd moeten worden, verklaart ze tegenover The New Yorker. ‘Ik wil dat ze mij met eigen ogen zien, dat ze gewend raken aan wat een Afghaanse vrouw vandaag de dag is. Veel van hen hebben de afgelopen twintig jaar in een tijdscapsule gezeten.’
Koofi hoopt dat er een deal kan worden gesloten om de Amerikanen in het land te houden totdat een alomvattend vredesakkoord is bereikt. Maar ze vreest dat de gesprekken niet genoeg zullen zijn om de Afghaanse staat te redden: ‘Zelfs nu zijn er mensen onder de taliban die denken dat ze zich een weg naar de macht kunnen schieten.’
Golf van geweld
Het vredesakkoord van februari 2020 moest een einde maken aan het geweld, maar sindsdien is het land het doelwit van ‘een nieuwe golf van gerichte moordaanslagen op rechters, vrouwelijke activisten en maatschappelijk werkers, en zelfs journalisten’. In 2020 zijn ‘meer dan drieduizend mensen’ gedood, en het geweld is alleen maar toegenomen sinds het begin van de vredesbesprekingen in september, schrijft de Afghanistan Times in een redactioneel commentaar.
Toen de VS met de taliban over hun terugtrekking onderhandelden, maakten de Amerikaanse functionarissen duidelijk dat zij verwachtten dat er een eind zou komen aan de zelfmoordaanslagen en andere aanslagen met massale slachtoffers, schrijft The New Yorker. ‘In plaats daarvan lijken de taliban een campagne te hebben gelanceerd om de hoogopgeleide elite te terroriseren, juist toen de Afghaanse regering met haar eigen besprekingen begon. Meer dan vijfhonderd Afghanen zijn het afgelopen jaar gedood bij gerichte aanvallen. Velen van hen zijn neergeschoten of getroffen door “kleefbommen”, explosieven die onder auto’s worden geplaatst. Onder hen zijn Malala Maiwand, een journaliste uit Jalalabad; Pamir Faizan, een militair aanklager; en Zakia Herawi, een van de twee vrouwelijke rechters van het Hooggerechtshof die werden gedood.’
Een groeiend aantal Afghanen gelooft dat mensen binnen de regering verantwoordelijk zijn voor sommige van de moorden. In augustus schreef een groep prominente voormalig ambtenaren, van wie velen dicht bij voormalig president Hamid Karzai staan, aan Ghani dat er ‘hooggeplaatste ambtenaren waren die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij gerichte moordaanslagen’.
In het licht van dit alles is het waarschijnlijk dat de deadline van 1 mei wordt uitgesteld. Het Pentagon heeft de taliban er donderdag 28 januari van beschuldigd dat zij zich niet hebben gehouden aan de afspraken die zijn gemaakt in het vredesakkoord dat in februari 2020 met de Verenigde Staten is ondertekend. De volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen zou daarom niet verantwoord zijn.
‘Gezien de onzekerheid waarmee de terugtrekking van de Amerikaanse troepen, die een jaar geleden is overeengekomen, thans is omgeven, is er reden om verdere acties van de taliban tegen de belangen van de VS en de NAVO te vrezen’, meent The Guardian. In de afgelopen maanden zijn de gevechten hervat in de provincie Kandahar, een voormalige basis van de taliban, ‘waardoor in januari tienduizend gezinnen in Zuid-Afghanistan hun huizen moesten ontvluchten’.
‘De mensen zullen de taliban niet accepteren. Ze zullen zich niet rustig houden. Het wordt weer een burgeroorlog’
Onderhandelaars van beide zijden verklaarden tegenover The New Yorker dat zij een zware verantwoordelijkheid voelen om het conflict te beëindigen. ‘De meesten geloven dat de taliban onder de juiste omstandigheden een overeenkomst zouden aanvaarden – dat zij net zo moe zijn van de oorlog als iedereen’, schrijft het weekblad. Maar veel waarnemers in Kaboel vermoeden dat de taliban de besprekingen gebruiken om tijd te winnen tot de Amerikanen vertrekken.
Volgens vicepresident Amrullah Saleh, waarmee The New Yorker eveneens sprak, zal de vrede mislukken als de Afghaanse regering gedwongen wordt een overeenkomst met de taliban te sluiten voordat de groep het geweld afzweert, en zal de groep proberen haar middeleeuwse visie weer op te leggen. ‘De samenleving is veranderd,’ aldus Saleh. ‘Vrouwen zijn opgeleid, jongeren staan in contact met de buitenwereld, Engels is gemeengoed geworden in de steden. (…) De mensen zullen de taliban niet accepteren. Ze zullen zich niet rustig houden. We hebben veertigduizend commandotroepen. Denk je dat ze zich door de taliban een voor een laten afslachten? Het wordt weer een burgeroorlog.’
Een Afghaanse regering die zelfs maar gedeeltelijk door de taliban wordt gecontroleerd, zal niet goed zijn voor de vrouwen- of mensenrechten, stelt James Traub in Foreign Policy. ‘Maar de Verenigde Staten kunnen dat niet tegenhouden zonder voor altijd in Afghanistan te blijven. Wel kunnen ze helpen de brokstukken op te ruimen door de honderdduizenden onvermijdelijke vluchtelingen op te nemen, zoals zij ook in het geval van Vietnam hebben gedaan.’
‘In ieder geval zal een gezamenlijke regering misschien niet veel slechter zijn dan de huidige, die weinig heeft gedaan tegen de gerichte moorden op activisten, journalisten, leraren en anderen’, vervolgt Traub. ‘Een Afghanistan in vrede zal misschien eindelijk zijn economisch potentieel kunnen ontwikkelen en ten minste zijn bevolking kunnen voeden.’
Rusland ‘straft’ Twitter door het platform te vertragen
Op woensdag 10 maart kondigde Moskou aan de uploadsnelheid van Twitter in het land te zullen verstoren. Deze maatregel heeft tot doel het sociale netwerk te straffen, omdat het verboden inhoud niet heeft verwijderd.
Vorige week, zo meldt de Moscow Times, dreigde de Russische mediawaakhond het sociale netwerk met ‘zware boetes voor het niet verwijderen van drieduizend publicaties met informatie over zelfmoord, kinderpornografie en drugs sinds 2017’. De mediawaakhond zet de dreigementen nu kracht bij door deze nogal bijzondere stap te zetten, volgens experts ‘een nieuwe methode om buitenlandse sociale media te onderdrukken’.
Het artikel citeert Mikhail Klimarev, directeur van de Internet Protection Society, een organisatie die de vrijheid op internet verdedigt: ‘Vanuit overheidsperspectief is het logisch om druk uit te oefenen op Twitter. Er zijn relatief weinig gebruikers in Rusland, maar ze zijn hyperpolitiek.’ Desalniettemin voorspelt Klimarev dat het Kremlin daar niet zal stoppen en dat ‘Facebook en Google zullen volgen’.
Ook The Guardianplaatst het initiatief in de huidige politieke context. ‘Vladimir Poetin was woedend over de rol die sociale netwerken speelden bij het verkrijgen van steun voor de tegenstander Aleksej Navalny’, aldus de Britse krant. ‘De Russische president heeft bij verschillende gelegenheden geklaagd over de Amerikaanse technologieplatforms.’
‘Het is moeilijk om deze verklaring serieus te nemen’
Maar volgens Leonid Kovachich, lid van een Russische denktank, geïnterviewd door de Moscow Times, zou het Kremlin niet over de nodige middelen beschikken om deze strijd aan te gaan.
‘Rusland heeft niet de technologische middelen om sociale mediaplatforms effectief te blokkeren. Zelfs in China, waar de hele internetinfrastructuur is ontworpen om informatie buiten te houden, zijn ze er nog niet zo goed in. Daarom is het moeilijk om deze verklaring serieus te nemen.’
Joe Biden behaalt zijn eerste grote wetgevende overwinning
Het stimuleringspakket van 1,9 biljoen dollar, dat woensdag (10 maart) eindelijk door het Amerikaanse Congres is aangenomen, is ‘de meest vooruitstrevende wetgeving in de Amerikaanse geschiedenis’, aldus het Witte Huis. De meerderheid van de pers juicht een ‘historische’ overwinning voor Joe Biden toe, ondanks de unanieme oppositie van de Republikeinen.
‘Deze wet zal de grootste impact hebben op de sociale en economische rechtvaardigheid sinds decennia, en werd aangenomen aan het begin van het presidentschap’ van Joe Biden, aldus politiek strateeg Bob Shrum in de Los Angeles Times. Hij noemt Biden een fundamenteel ‘transformatieve’ president.
De Corriere della Sera trekt een parallel tussen Biden en een andere Amerikaanse president, die niet erg charismatisch was maar wel een indrukwekkend staat van dienst heeft op het gebied van sociaal beleid: Lyndon B. Johnson. De architect van de Great Society, merkt het Milanese dagblad op, ‘heeft in vijf jaar tijd meer hervormingen doorgevoerd dan al zijn opvolgers in de halve eeuw die volgde’.
VoorThe Guardian heeft Joe Biden ‘het tot zijn missie gemaakt om het vertrouwen in de staat te herstellen’ – dat werd sinds de jaren zestig, met name door Ronald Reagan, ernstig ondermijnd – met een stimuleringsplan voor ‘de grootste uitbreiding van de welvaartsstaat in decennia’.
‘Progressieve stoomwals’
De belangrijkste maatregelen van het plan – een nieuwe cheque van $1400 voor de meeste Amerikanen, de uitbreiding van werkloosheidsuitkeringen van de tientallen miljarden dollars die zijn toegewezen aan de covid-19-vaccinatie en scholen – zijn bekend. Maar het Britse dagblad wijst erop dat de wet ook voorziet in ‘de grootste investering in de geschiedenis voor indianen’ (31 miljard dollar) en ‘de grootste voorziening voor zwarte boeren sinds een halve eeuw’ (5 miljard dollar). De krant noemt het plan de ‘erfenis van Roosevelt’ waardig.
Zorgen
Maar het conservatieve Wall Street Journal maakt zich zorgen. ‘Dit is slechts het begin van de progressieve stoomwals’, aldus de krant, die de wet ‘zelfs tijdens de Obama-jaren ondenkbaar’ noemt. Het zakenblad maakt zich zorgen omdat de Democratische Partij ‘verenigd is rond het meest linkse programma sinds decennia’, terwijl de Republikeinen ‘verdeeld zijn en intellectueel overhoop liggen’.
Misschien willen Republikeinen ‘de economie doen instorten, denkend dat het hen zou kunnen helpen om de tussentijdse verkiezingen in 2022 te winnen’, zegt commentator Dean Obeidallah op de MSNBC-site. Of misschien willen ze ‘alleen beleid ondersteunen dat gunstig is voor hun rijkste donateurs?’
‘Eén ding is zeker: toen miljoenen Amerikanen hun hulp nodig hadden, zeiden ze “nee”. Ik hoop dat de kiezers in 2022 op dezelfde manier op hen zullen reageren.’
Verbod op de import van ananas
Taiwanese internetgebruikers delen massaal ananasgerechten en -recepten sinds China op 26 februari een verbod aankondigde op de import van ananas vanaf het zelfregerende eiland. Als reden werd opgegeven dat ze ongedierte bevatten.
De Taiwanese regering bekritiseerde dit plotselinge besluit van Beijing als een ‘economische intimidatie’, vergelijkbaar met het verbod op Australische wijn vorig jaar.
De Taiwanese Landbouwraad beweert dat vanaf oktober 2020 tot nu alle ananas die vanuit Taiwan naar China wordt geëxporteerd, de veiligheidscontroles heeft doorstaan.
Taiwan exporteert ongeveer 10 procent (45.621 ton) van zijn productie van verse ananas, waarvan 95 procent naar China. Het verbod zou de ananasboeren ernstig schaden, vooral degenen die de hoogwaardige gouden diamantvariant plantten om te voorzien in de Chinese vastelandmarkt.
#FreedomPineapple-campagne
Als reactie op het verbod heeft de Taiwanese regering toegezegd 1 miljard Taiwanese dollar (ongeveer 30 miljoen euro) te investeren in subsidies.
President Tsai Ing-wen drong er bij het publiek op aan lokale ananas te consumeren om boeren te ondersteunen, en het ministerie van Buitenlandse Zaken riep op tot een #FreedomPineapple-campagne op sociale media om Taiwanese ananas te promoten.
Ananasrecepten
Velen steunen de oproep door foto’s van ananasgerechten en de bijbehorende recepten te plaatsen. Een selectie:
「鳳梨燒肉丼」
① 五花肉在醬油、米酒、糖、薑片的醬汁裏醃一下,跟灑一點二砂砂糖的鳳梨,蔥、甜紅椒一起烤。剛剛的醬汁在平底鍋煮滾收汁
Barbecue-ananas met varkensvlees. Marineer buikspek in sojasaus, rijstwijn, suiker, gembersap. Rooster het op de barbecue met ananas, prei en rode paprika. Kook de saus die is gebruikt om het varkensvlees te marineren tot het dikker wordt.
Meng de ingekookte saus met Griekse yoghurt, honing en een beetje mosterd. Varkensvlees geserveerd met ananas is fantastisch, helemaal met Taiwanees bier erbij!
「焦糖蘭姆酒鳳梨蛋糕」
① 蘭姆酒、二砂砂糖、奶油小火煮到糖融化
② 烤模放鳳梨、石榴,淋一層 ①,然後放麵粉、牛奶、蛋、糖、植物油、泡打粉的蛋糕糊。烤箱 170℃ 40 分鐘
Ananastaart met gebrande suiker en rum. 1. Meng rum met suiker en boter en kook tot de suiker gesmolten is. 2. Leg de ananas en granaatappelpitjes in de taartvorm en giet de rum met suiker erop. Meng dan bloem, melk, ei, suiker, plantaardige olie en bakpoeder tot een crème. Smeer het mengsel in de vorm en bak 40 minuten onder de 170 graden Celsius. 3. Haal de taart eruit en giet nog wat rum met suiker eroverheen. Zoals mijn leraar zegt: ‘Een werkelijk heerlijk dessert veroorzaakt revolutie.’
Gebakken rijst met ananas en garnalen. Snijd de garnalen horizontaal (dit maakt het gemakkelijker om de darmen eruit te halen en de garnalen krullen op natuurlijke wijze als ze gaar zijn) en bak de garnalen, kip, asperges en in blokjes gesneden rode paprika in de pan. Roerbak de rijst met eieren, doe dan alle andere gebakken ingrediënten en in blokjes gesneden verse ananas in de pan en roer alles door elkaar. Doe de gebakken rijst in een ananaskom en voeg wat cashewnoten toe. Het beste ananasgerecht wat er is.
Nu de regering van Joe Biden de erfenis van Donald Trump in Latijns-Amerika begint te ontmantelen, lijken landen in die regio voorzichtig optimistisch over de kans op constructievere banden met hun grote noorderbuur.
Bidens snelle overschakeling op een humaner immigratiebeleid geeft een krachtig signaal af. De president belooft zijn beleid te baseren op nationale (in plaats van persoonlijke) belangen en waarden, met hernieuwde aandacht voor democratie, mensenrechten en corruptiebestrijding. Ook geeft hij grote prioriteit aan de strijd tegen klimaatverandering.
Nadruk moet liggen op handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen
Maar de bittere realiteit waar Latijns-Amerika mee kampt, kan deze nieuwe regering nog danig dwarsbomen in haar doelen en ambities voor deze regio, die gebukt gaat onder geweld en grote ongelijkheid. Al sinds 2013 zit Latijns-Amerika in een neerwaartse spiraal die alle maatschappelijke en economische vooruitgang teniet heeft gedaan die in het decennium daarvoor was geboekt.
Linkse zowel als rechtse regeringen laten het afweten: de middenklasse krimpt en extreme armoede en werkloosheid rijzen de pan uit, met sociale onrust en protesten tot gevolg. De politiek raakt steeds meer gepolariseerd en wordt conflictueuzer, en de tevredenheid over de democratie is in decennia niet zo laag geweest. De hele regio is inmiddels een vruchtbare voedingsbodem voor autoritair leiderschap.
De coronapandemie legt de maatschappelijke problemen genadeloos bloot: de zwakte van de instituties, de diepgewortelde corruptie in politiek en bedrijfsleven, en het systematische falen van gezondheidszorg, onderwijs en andere vormen van openbare dienstverlening. Volgens het IMF zal het bbp per hoofd van de bevolking in de economieën van Latijns-Amerika op zijn vroegst in 2025 weer op het niveau zijn van voor de pandemie.
Veel economen voorspellen een verloren decennium dat vergelijkbaar met of nog erger zal zijn dan de schuldencrises van de jaren tachtig. En het is vooral zorgwekkend dat de regio nog nooit zo verdeeld is geweest en verstoken van eendrachtig leiderschap. Elk land kiest een andere koers en het gebrek aan onderlinge samenwerking is opvallend.
Biden zal zich in zijn beleid ten aanzien van Latijns-Amerika beperkt weten door de vele binnenlandse problemen die hij heeft geërfd en die veel aandacht, geld en politiek kapitaal gaan kosten. Europa en Azië zullen in zijn buitenlandbeleid meer prioriteit krijgen dan Latijns-Amerika. Hij aarzelde gelukkig niet om meteen duidelijk te maken dat het nieuwe Latijns-Amerika-beleid van de VS sterk zal verschillen van dat onder zijn voorganger. Het stopzetten van de bouw van de muur langs de grens met Mexico, veranderingen in de regelgeving rond asielaanvragen, de hereniging van gezinnen die op wrede wijze uit elkaar zijn gehaald en andere voorgestelde hervormingen van het immigratiebeleid zullen in de hele regio met gejuich zijn ontvangen. En de eerste tekenen van een nieuwe houding tegenover Venezuela en Cuba zijn eveneens bemoedigend.
In het geval van Venezuela wordt pragmatische diplomatie verwacht, waarin de VS weer samen met de EU tot serieuze onderhandelingen probeert te komen. En ook met Cuba zal de VS waarschijnlijk meer betrekkingen aangaan, ongeveer zoals tijdens de dooi onder Obama in 2015. Een stoere opstelling in de vorm van dreigementen en harde sancties is tot nu toe contraproductief geweest, en vooral ook schadelijk voor gewone burgers.
Bereidwillige partners
Wel zal de regering-Biden het moeilijk krijgen met het vinden van bereidwillige partners voor de verdediging van de democratie in Latijns-Amerika. Sommige Latijns-Amerikaanse regeringen vonden het wel prettig dat Trump ze hun gang liet gaan op het gebied van democratie en mensenrechten. De afgelopen vier jaar bestond ‘samenwerking’ met de VS vooral uit tegemoetkoming aan de eisen van dat land, met name op het gebied van immigratie.
Deze regeringen zullen zich nu op hun nationale soevereiniteit en de onwenselijkheid van inmenging in binnenlandse aangelegenheden beroepen als de regering van Biden openlijk stevige standpunten inneemt over bijvoorbeeld de militaire corruptie in Mexico, de ontbossing in Brazilië of het vermoorden van activisten in Colombia.
Het moreel gezag van de Verenigde Staten als hoeder van de democratie heeft in de afgelopen vier jaar steeds meer deuken opgelopen, met als hoogtepunt de bestorming van het Capitool op 6 januari. Biden zal er nog een hele kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was en de VS een betrouwbare en geloofwaardige partner is als het gaat om mensenrechten en democratie. Hij zal ten aanzien van alle regeringen in de regio een consistente lijn moeten volgen, ongeacht of ze links of rechts zijn, en ook al tonen ze zich bereid de Verenigde Staten op andere punten tegemoet te komen. Een goede behandeling van immigranten en serieuze aandacht voor ongelijkheid en racisme binnen de Verenigde Staten zouden het aanzien van zijn regering op dit vlak versterken.
Daarnaast moet Trump vooral niet worden nagevolgd in zijn pogingen om China te demoniseren en de groeiende Chinese invloed in Latijns-Amerika te beschrijven in bewoordingen die doen denken aan de Koude Oorlog. In plaats daarvan moet Biden zijn belofte nakomen om te zorgen dat zijn eigen land in deze regio effectiever kan concurreren. De nadruk moet liggen op een toename van de handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen in Latijns-Amerika.
Biden zal er een kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was
Bidens aandacht zal daarbij vooral uitgaan naar de zogenaamde Noordelijke Driehoek: Guatemala, Honduras en El Salvador, de voornaamste herkomstlanden van illegale immigranten in de VS. Als vicepresident stond hij al aan de wieg van de Alliance for Prosperity, een samenwerkingsverband met landen in de regio, en als president heeft hij nu een pakket van 4 miljard dollar voorgesteld om op het gebied van economie, veiligheid en bestuur de achterliggende oorzaken van migratie aan te pakken. Een lovenswaardig idee, maar de welig tierende corruptie in veel van deze landen maakt de uitvoering van zo’n ambitieus plan erg moeilijk.
Gezien de uitdagingen waar de VS zich in zijn Latijns-Amerika-beleid voor gesteld ziet, zou Biden er verstandig aan doen te kiezen voor een klein aantal bescheiden en realistische doelstellingen. De nijpende binnenlandse problemen hebben voor zijn regering de hoogste prioriteit. Maar om duidelijk te maken dat zijn land niet langer een koers vaart van ‘America First’, is met name samenwerking in de bestrijding van de pandemie van cruciaal belang.
Herstel economie
De Verenigde Staten hebben zich weer aangesloten bij de Wereldgezondheidsorganisatie en bij Covax, een wereldwijd initiatief voor de levering van coronavaccins. Wat de regering-Biden nu ook zou moeten overwegen, is een serieus initiatief om de Latijns-Amerikaanse landen te helpen een eind te maken aan de pandemie en een begin te maken met het herstel van de economie en de sociale rechtvaardigheid.
Een cruciale eerste stap zou bestaan uit financiële en logistieke hulp bij de inkoop van vaccins en de brede verspreiding daarvan onder de bevolking, en dan met name de kwetsbaarste groepen. Er is niets wat het vertrouwen in en de samenwerking met de Verenigde Staten zo zou opvijzelen als hulp op dit gebied.
Landen die een kwart van de wereldbevolking herbergen, worden geconfronteerd met een steeds urgenter gevaar: het water raakt op. Naast slecht watermanagement, speelt klimaatverandering een rol.
Keuze uit het archief
Spanje, Portugal en andere Zuid-Europese landen zuchten deze week onder historisch hoge temperaturen. Naast de uitzonderlijke hitte, worden al deze landen geraakt door aanhoudende droogte. Ook op andere continenten, van Afrika tot Zuid-Amerika, is dit een probleem. In 2021 keek The New York Times naar de onderliggende redenen.
Van India tot Iran tot Botswana – volgens de laatste gegevens van het World Resources Institute hebben zeventien landen over de hele wereld op dit moment te maken met extreem hoge waterstress, wat wil zeggen dat ze bijna al het water verbruiken waarover ze beschikken.
Veel van die landen zijn altijd al droge gebieden geweest; sommige verkwisten het water dat ze hebben, andere zijn te afhankelijk van het grondwater dat ze eigenlijk zouden moeten aanvullen en bewaren om droge tijden door te komen.
In die landen liggen diverse grote, dorstige steden die onlangs te kampen hebben gehad met acute tekorten, zoals São Paulo in Brazilië, Chennai in India en Kaapstad in Zuid-Afrika, dat in 2018 op een haar na ontsnapte aan ‘dag nul’ – de dag waarop alle stuwmeren droog zouden komen te staan.
‘Waarschijnlijk zullen we in de toekomst geconfronteerd worden met meer van die nuldagen,’ zei Betsy Otto, hoofd van het mondiale waterprogramma van het World Resources Institute. ‘Veel plaatsen ter wereld laten een alarmerend beeld zien.’
De klimaatverandering draagt bij aan het risico. Naarmate de regenval grilliger wordt, kunnen we minder op de watervoorraad vertrouwen. Tegelijkertijd wordt het overdag warmer en verdampt er meer water uit reservoirs, terwijl de vraag ernaar stijgt.
Waterstress: een kwart van de mensheid heeft er last van
Plekken waar problemen met water zijn, worden soms getroffen door twee uitersten. Een jaar nadat er in São Paulo bijna geen water meer uit de kraan kwam, werd de stad getroffen door overstromingen. Chennai leed vier jaar geleden onder een watersnood waarbij doden vielen; nu zijn de reservoirs bijna leeg.
Op dit moment staan 33 steden met meer dan 3 miljoen inwoners en een gezamenlijke bevolking van meer dan 255 miljoen extreem veel waterproblemen te wachten
Mexico-Stad pompt zo snel grondwater op dat de stad letterlijk aan het zinken is. Dhaka, in Bangladesh, is dermate afhankelijk van het grondwater, voor zowel haar inwoners als de water opslokkende kledingfabrieken, dat er nu water uit grondlagen van tientallen meters diep wordt opgepompt. De dorstige bevolking van Chennai, die jarenlang gebruik maakte van het grondwater, merkt nu dat het op is. Door heel India en Pakistan tappen boeren grondlagen af om gewassen als katoen en rijst, die veel water nodig hebben, te verbouwen.
Onderzoekers van het World Resources Institute kwamen tot de conclusie dat op dit moment 33 steden met meer dan 3 miljoen inwoners en een gezamenlijke bevolking van meer dan 255 miljoen extreem veel waterproblemen te wachten staan. Dat kan kwalijke gevolgen hebben voor de openbare gezondheid en maatschappelijke onrust veroorzaken.
Men verwacht dat het aantal steden in deze categorie tegen 2030 gestegen zal zijn tot 45, waardoor bijna 470 miljoen mensen getroffen zullen worden.
Waterrantsoen
Er staat veel op het spel voor plekken die te kampen hebben met water-tekorten. Als een stad of een land bijna al het beschikbare water gebruikt, kan een lange, droge periode catastrofaal zijn. Na een droogte van drie jaar werd Kaapstad in 2018 gedwongen om buitengewone maatregelen te nemen en het beetje water dat nog in de reservoirs zat te rantsoeneren.
Die acute crisis maakte het chronische probleem alleen maar zichtbaarder. De vier miljoen inwoners van Kaapstad wedijveren met de boeren om de beperkte waterbronnen. Dat is ook het geval in Los Angeles. De meest recente droogte is daar nu geëindigd. Maar de watervoorziening houdt geen gelijke tred met de al maar toenemende vraag, en het feit dat de bewoners een voorliefde hebben voor privézwembaden helpt ook niet mee.
In Bangalore hebben de paar jaar waarin weinig regen viel uitgewezen hoe slecht de stad zijn water beheert. De vele meren die er vroeger lagen en de gebieden eromheen zijn nu volgestort met afval dan wel volgebouwd. Ze kunnen niet langer fungeren als bassins voor regenwater. En dus moet de stad telkens verder weg water oppompen voor de 8,4 miljoen inwoners, en een groot deel daarvan wordt onderweg verspild.
Toch kan er veel gedaan worden om het watermanagement te verbeteren. Allereerst kunnen de lekken in het waterdistributiesysteem gedicht worden. Afvalwater kan gerecycled worden. Regen kan worden opgevangen en bewaard voor droge tijden. Meren en moerassen kunnen worden schoongemaakt en oude putten weer in gebruik genomen. En boeren kunnen overstappen van gewassen die veel water nodig hebben, zoals rijst, op minder dorstige, zoals gierst.
‘Water is een lokaal probleem waarvoor lokale oplossingen gevonden moeten worden,’ zei Priyanka Jamwal, die verbonden is aan de Ashoka Trust for Research in Ecology and the Environment in Bangalore.
Vladimir Poetin en Anna Politkovskaja, Mohammed Bin Salman en Jamal Khashoggi: in autocratische en corrupte landen wordt de naam van vermoorde journalisten vaak in één adem genoemd met die van de machthebbers.
Dit geldt ook voor de moord op een Sri Lankaanse journalist waarin de hand van de zittende president van Sri Lanka wordt vermoed. De dochter van de journalist vecht voor gerechtigheid.
Op vrijdag 9 januari 2009 publiceerde The Hindu, met 2,24 miljoen lezers de op twee na grootste Engelstalige krant van India, dit nieuwsbericht:
‘COLOMBO: Lasantha Wickramatunga, hoofdredacteur van het Engelstalige Sri Lankaanse weekblad Sunday Leader, werd donderdagochtend door onbekende schutters vermoord in zijn auto toen hij op weg was naar zijn werk.
Volgens de politie beschoten twee niet-geïdentificeerde personen op motorfietsen Wickramatunga en werd hij geraakt in de borst, het hoofd en de buik.
Wickramatunga, een felle criticus van de regering van Mahinda Rajapaksa, stierf drieënhalf uur later in een ziekenhuis.
De mediagemeenschap in het land is verontwaardigd over het falen van de regering om journalisten te beschermen en over de toenemende aanvallen op de pers.
De Sri Lankaanse president Mahinda Rajapaksa veroordeelde de moord op Wickramatunga als een poging om zijn regering in diskrediet te brengen; oppositieleider en een voormalig premier Ranil Wickremesinghe beschuldigt de regering ervan critici het zwijgen op te leggen.
Rajapaksa omschrijft Wickramatunga als een goede vriend en een moedige journalist en betoogt dat “dit gruwelijke misdrijf wijst op de ernstige gevaren die de democratische sociale orde van ons land bedreigen, en op het bestaan van krachten die tot het uiterste gaan in het gebruik van terreur en criminaliteit om ons sociale weefsel te beschadigen en het land in diskrediet te brengen”.
Tijdens een persconferentie met andere oppositieleiders, zei Wickremesinghe dat de moord op de hoofdredacteur van Sunday Leader deel uitmaakt van een antidemocratisch complot.’
Twaalf jaar later
Precies twaalf jaar na de moord, op 8 januari van dit jaar, schreef TheHindu:
‘De dochter van een vermoorde Sri Lankaanse journalist heeft op 8 januari een klacht ingediend bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties over vermeende betrokkenheid van de overheid bij de dood van haar vader twaalf jaar geleden.
Het in San Francisco gevestigde Center for Justice and Accountability diende de klacht in namens Ahimsa Wickrematunge, dochter van Lasantha Wickrematunge, die werd vermoord door een aan het leger gelieerde eenheid toen hij naar zijn werk reed.
Lasantha Wickrematunge, hoofdredacteur van de inmiddels ter ziele gegane Sunday Leader, was een scherpe criticus van de huidige president Gotabaya Rajapaksa, die destijds minister van Defensie was. De oudere broer van Gotapaya Rajapaksa, de huidige premier Mahinda Rajapaksa, was destijds president.
De moord op Lasantha Wickrematunge werd het symbool van vermeend machtsmisbruik en straffeloosheid door de overheid tijdens de burgeroorlog in Sri Lanka. Dit kwam prominent naar voren in een onderzoek dat in 2015 werd uitgevoerd door de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN-bureau.
Volgens de klacht werd Lasantha Wickrematunge vermoord een paar dagen voordat hij zou getuigen in een lasterzaak die was aangespannen door Gotabaya Rajapaksa. Dit vanwege een artikel waarin zijn betrokkenheid wordt genoemd bij een corruptieschandaal rondom de aankoop van gevechtsvliegtuigen. Op dat moment vond de eindfase plaats van de decennialange burgeroorlog tussen Sri Lankaanse troepen en etnische Tamil-rebellen.
Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad
Zowel de regeringstroepen als de verslagen rebellen zijn beschuldigd van ernstige schendingen van de mensenrechten.
De Sri Lankaanse minister van Buitenlandse Zaken, admiraal Jayanath Colambage, zegt dat hij de klacht niet heeft gezien en vanwege de gevoelige aard ervan niet in staat is commentaar te leveren zonder de mening van zijn politieke leiders te kennen.
Volgens de klacht hebben instanties voor wetshandhaving ofwel geen geloofwaardig onderzoek uitgevoerd, ofwel zich actief bemoeid met pogingen om onderzoek te verhinderen.
Nadat Mahinda Rajapaksa in 2015 de presidentsverkiezingen verloor, werd een nieuw onderzoek gestart, maar een politieke machtsstrijd in de nieuwe regering verhinderde dat de zaak tot een einde kwam.
Er is geen vooruitgang geboekt in het onderzoek sinds Gotabaya Rajapaksa tot president werd gekozen.’
Klacht bij de VN
Een journalist, diens onderzoek naar een corruptieschandaal rond de aanschaf van gevechtsvliegtuigen, een moord en twee broers die stuivertje wisselen om de macht. De ene Rajapaksa schopt het van Defensieminister onder zijn broer tot president van Sri Lanka en de andere Rajapaksa wordt na zijn presidentschap premier van het land.
Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad.
Ahimsa Wickrematunge, schrijver en activist en dochter van de vermoorde journalist, laat het er niet bij zitten en diende begin dit jaar een klacht in bij het Comité voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Vorige week lichtte ze in een opiniestuk in The Washington Post de achtergrond toe.
‘In 2007 onthulde mijn vader, Lasantha Wickrematunge, een van Sri Lanka’s meest onafhankelijke journalisten, een wapenovereenkomst waarbij de toenmalige minister van Defensie Gotabaya Rajapaksa meer dan $10 miljoen aan overheidsgeld verduisterde. Rajapaksa daagde hem voor de rechtbank wegens laster.
Kort daarna werden de persen van mijn vader bij de Sunday Leader, waarvan hij hoofdredacteur was, midden in de nacht bestormd door een bende gemaskerde mannen. Twee van zijn medewerkers werden aangevallen en de persen werden in brand gestoken.
‘Een gat in mijn ziel’
Op 8 januari 2009, enkele weken voordat mijn vader kon getuigen over de corrupte wapendeal, lokten officieren van de militaire inlichtingendienst hem in een hinderlaag toen hij naar zijn werk reed. Ze hebben hem vermoord, mijn familie verscheurd, een gat in mijn ziel gebrand en journalisten in heel Sri Lanka verlamd.
Ik houd Rajapaksa verantwoordelijk, zoals ik duidelijk maakte toen ik stappen nam om Rajapaksa in Los Angeles aan te klagen voor zijn rol in de moord op mijn vader. Zijn verbijsterende verkiezing tot president van Sri Lanka in november 2019 heeft onmetelijke pijn veroorzaakt bij mij en mijn familie en schade toegebracht aan het weefsel van de Sri Lankaanse samenleving. (Toen een BBC-verslaggever Rajapaksa ondervroeg over de moord op mijn vader, ontweek hij de vraag en lachte wegwuivend.)
Vorige week presenteerde Michelle Bachelet, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de Verenigde Naties, een rapport waarin een vernietigend oordeel werd uitgesproken over schendingen van de mensenrechten in Sri Lanka. Ze raadde de internationale gemeenschap aan om stappen te zetten en Sri Lanka verantwoordelijk te houden voor de aanhoudende nalatigheid om te voorzien in gerechtigheid voor de slachtoffers. In de komende weken beraadt de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties zich over een mogelijke reactie.
Het filmpje waarin Rajapaksa de moord wegwuift. ‘Why are people so worried about one man?’
Gruweldaden
Toen Mahinda Rajapaksa in november 2005 tot president van Sri Lanka werd gekozen, wees hij zijn broer Gotabaya aan om het ministerie van Defensie van Sri Lanka te leiden. Onder hun toezicht vonden enkele van de ergste gruweldaden in Sri Lanka plaats en ze richtten zich systematisch op elke journalist die dapper genoeg was om zich tegen hen uit te spreken.
Na de electorale nederlaag van zijn broer in 2015 verdween hij korte tijd van het toneel, maar Gotabaya Rajapaksa, beschuldigd van oorlogsmisdaden, is nu opnieuw aan de macht. Het wegmoffelen dat volgde op de dood van mijn vader in 2009 gebeurde grondig en zorgvuldig, zoals blijkt uit mijn recente communicatie met de Verenigde Naties en uit documentatie van Human Rights Watch.
Het autopsierapport sprak de bevindingen van het ziekenhuis over de doodsoorzaak tegen. Onderzoekers werden bedreigd. Bewijs werd vervalst en geplant. Twee onschuldige burgers die waren aangewezen als daders van de aanslag, werden later neergeschoten en hun lichamen zijn verbrand. Een ander werd gearresteerd en stierf in hechtenis.
Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar
Zes jaar na de moord op mijn vader, op 8 januari 2015, stemden Sri Lankanen het regime van Rajapaksa weg en kozen een nieuwe regering, geleid door president Maithripala Sirisena, die gerechtigheid beloofde aan de vele slachtoffers van wreedheden onder het voorgaande regime. Rechercheurs van de politie kwamen al snel op het spoor van een militair doodseskader, het Tripoli-peloton, dat naar verluidt onder toezicht stond van Rajapaksa toen hij nog minister van Defensie was.
Maar toen rechercheurs de rol van Rajapaksa aan het licht brachten, werd hun onderzoek belemmerd. Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar. Rechters braken met eeuwen van precedenten en vaardigden bevelen uit om zijn arrestatie te voorkomen. Toen juristen hem wilden ondervragen over de moord op twee mensenrechtenactivisten, legde een rechter hen het zwijgen op. Toen hij werd aangeklaagd wegens verduistering, kwamen nog meer rechters tussenbeide om het proces tegen hem te stoppen.
Daarop besloot ik me tot Amerikaanse rechtbanken te wenden. Maar Rajapaksa had al een nieuwe campagne gelanceerd voor de presidentsverkiezingen. Zijn basis: wederopbouw van de inlichtingendiensten en vrijpleiting van inlichtingenofficieren die zijn beschuldigd van wreedheden. Vijftien maanden geleden zag ik met afgrijzen hoe Sri Lankanen de man kozen die ervan is beschuldigd mijn vader te hebben vermoord. Zijn nieuwe status als president heeft hem immuniteit gegeven.
Straffeloosheid
Als president verspilde Rajapaksa geen tijd om ervoor te zorgen dat straffeloosheid de wet van het land zou worden. Hij promoveerde rechters die hem boven de wet hadden geplaatst. Hij verleende gratie aan een soldaat die veroordeeld was voor oorlogsmisdaden wegens het doden van kinderen. Rechercheurs die dergelijke wreedheden onderzochten, zijn gevlucht of werden gearresteerd.
Shani Abeysekara, een door de FBI opgeleide politieman die de recherche-afdeling van Sri Lanka leidde en die tot doorbraken kwam in verschillende kenmerkende onderzoeken, verdween achter slot en grendel op grond van valse beschuldigingen.
In mei stelde Rajapaksa zelf het nieuwe hoofd van de Centrale Inlichtingendienst aan: een politieman die ervan is beschuldigd bewijsmateriaal over de moord op mijn vader te hebben verdoezeld. Dit alles vond plaats terwijl de internationale gemeenschap blijft verwachten dat Sri Lanka gerechtigheid zal bieden aan slachtoffers.
Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen
Organisaties van slachtoffers en de internationale gemeenschap zijn zich er terdege van bewust dat de verkiezing van Rajapaksa elke weg heeft afgesloten naar mensenrechten en verantwoordingsplicht in Sri Lanka. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en speciale rapporteurs van de VN, waarschuwen dat Sri Lankanen het alarmerende risico lopen van een herhaling van mensenrechtenschendingen uit het verleden, zolang krachtig internationaal optreden door buitenlandse regeringen en de Mensenrechtenraad, inclusief sancties, reisverboden en het instellen van een onafhankelijk internationaal verantwoordingsorgaan, uitblijft.
Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen. Twaalf jaar later, nu diezelfde organen op sterven na dood zijn, is het de hoogste tijd voor de wereld om een grens te trekken bij het vermoorden van journalisten en om ervoor te zorgen dat moorddadige autocraten een prijs moeten betalen.
Maar vandaag, nu ik zie hoe de moordenaars van helden als Anna Politkovskaja, Jamal Khashoggi en mijn vader elkaar op de schouders slaan op het wereldtoneel, lijkt het erop dat het vermoorden van een journalist niets anders is dan een overgangsritueel voor aankomende autocraten.’
Door de coronapandemie is de onlinemarkt voor voedselbezorging in Zuid-Korea vorig jaar met bijna 80 procent gegroeid ten opzichte van 2019, zo blijkt uit cijfers van Statistics Korea, die Korea Herald publiceerde. De Koreaanse onlinemarkt voor voedselbestellingen bedroeg in 2020 17,4 biljoen won, € 12,88 miljard, een stijging van 78,6 procent ten opzichte van het jaar daarvoor.
Singapore klimt uit het dal
DBS, de grootste bank van Singapore, deed onderzoek naar geanonimiseerde klantaccounts en uit dinsdag gepubliceerde resultaten blijkt dat de stadstaat langzaam uit de door corona veroorzaakte recessie komt, schrijft South China Morning Post. Vorig jaar daalde de Singaporese economie met 5,4 procent, de ergste recessie sinds het eiland onafhankelijk werd in 1965.
Uit het onderzoek van DBS blijkt dat in de tweede helft van vorig jaar sprake was van inkomensverbetering en van een opleving van consumptieve bestedingen, vergeleken met april en mei 2020, toen in Singapore een lockdown gold.
In mei noteerde ongeveer een kwart van de 1,2 miljoen DBS-klanten op hun salarisrekening een loonsverlaging van meer dan 10 procent, maar in december gold dat nog slechts voor een vijfde. Volgens Irivin Seah, econoom bij DBS, bereikte de arbeidsmarkt in oktober vorig jaar een dieptepunt met een werkloosheidspercentage van 4,8 procent. In december verbeterde dat tot 4,4 procent. In diezelfde periode verbeterde de verhouding tussen vacatures en werklozen voor het eerst sinds het vierde kwartaal van 2018.
Kommetje van een half miljoen
Een blauw en wit kommetje van porselein dat voor slechts $35 werd gekocht op een rommelmarkt in het Amerikaanse Connecticut, gaat een fortuin opleveren. Het wordt over twee weken geveild door Sotheby’s New York. Geschatte opbrengst: tussen de $300.000 en $500.000.
Het kommetje uit de Chinese Mingdynastie heeft een doorsnede van slechts 16 centimeter, stamt uit het vijftiende-eeuwse Yongle-tijdperk en is uiterst zeldzaam, aldus ArtNews. Er zijn wereldwijd slechts zes vergelijkbare stukken bekend en die bevinden zich allemaal in de collecties van musea als het Victoria & Albert Museum, het British Museum, het National Palace Museum in Taipei en het National Museum of Iran.
Regina Krahl, specialist in keramiek uit het Verre Oosten, noemt de kom in de veilingcatalogus ‘in alle opzichten een typisch Yongle-product, gemaakt voor het hof, met een opvallende, onovertroffen combinatie van schitterend materiaal en schilderkunst met een licht exotisch ontwerp, kenmerkend voor keizerlijk porselein uit deze periode’.
AstraZeneca stapt uit Moderna
Met een aandelenpakket van 7,7 procent was het Brits-Zweedse farmaceutische bedrijf AstraZeneca de op een na grootste investeerder in het Amerikaanse biotechbedrijf Moderna. Maar volgens de Britse krant The Timesheeft AstraZeneca dat belang nu verkocht voor meer dan een miljard dollar. Volgens de krant zetten de twee bedrijven hun samenwerking op andere gebieden gewoon voort.
Aangenomen wordt dat AstraZeneca met de verkoop zijn financiële positie wil versterken vanwege zijn beoogde grootste acquisitie ooit
De waarde van Moderna-aandelen is in korte tijd fors gestegen vanwege de doorbraak in de ontwikkeling van het vaccin tegen corona. In tegenstelling tot het coronavaccin dat AstraZeneca in samenwerking met de Universiteit van Oxford produceert, verkoopt Moderna zijn vaccin tijdens de pandemie met winstoogmerk en het bedrijf verwacht in 2021 een omzet van $18,4 miljard te behalen door de verkoop van het vaccin.
Aangenomen wordt dat AstraZeneca met de verkoop zijn financiële positie wil versterken vanwege zijn beoogde grootste acquisitie ooit: de overname van Alexion, gespecialiseerd in zeldzame ziekten, voor $39 miljard.
Britten kopen Grieks vastgoed
Volgens een recente studie van het Britse Astons, dat adviseert over investeringen in combinatie met verblijfsvergunningen, is Griekenland het meest populaire land voor Britten met een vermogen van meer dan £1 miljoen, €1,16 miljoen, meldt Ekathimerini. Van deze vermogende investeerders zegt 79 procent niet te zijn getroffen door brexit. Voor 68 procent is verbetering van de levenskwaliteit de primaire motivatie om te investeren in buitenlands onroerend goed.
Een Griekse verblijfsvergunning garandeert visumvrij reizen naar alle Schengenlanden
De populariteit van Griekenland berust volgens Astons op verschillende factoren. Investeren in Griekse vastgoed is betaalbaarder en veelbelovender dan in het VK. Bovendien kan met een relatief lage minimuminvestering van zo’n €250.000 binnen twee maanden al een verblijfsvergunning voor Griekenland worden geregeld. Bijkomend post-brexitvoordeel voor Britten: een Griekse verblijfsvergunning garandeert visumvrij reizen naar alle Schengenlanden.
Spanje en Antigua en Barbuda staan met 11 procent van de stemmen tweede op de wensenlijst van investeerders, gevolgd door Ierland met 8 procent en Italië, Portugal, Malta en Zwitserland met 6 procent.
Rookverbod in Milaan
Roken in parken en op veel andere openbare plekken in Milaan is voortaan verboden, schrijft de Romeinse nieuwssite ANSA. Op grond van nieuwe normen voor de luchtkwaliteit die in november werden goedgekeurd, is het ook verboden te roken bij onder meer bushaltes, in stadions, andere sportfaciliteiten en op begraafplaatsen. Roken is op deze plekken overigens nog wel toegestaan als rokers zich op minstens 10 meter afstand bevinden van anderen. Op 1 januari 2025 zal het verbod worden uitgebreid naar alle openbare ruimtes.
Van de geïndustrialiseerde steden in Noord-Italië heeft Milaan het meest te lijden van slechte luchtkwaliteit. Daarom worden er ook regelmatig autovrije zondagen afgekondigd.
Peru staat eenmalig euthanasie toe
Het Hooggerechtshof van Peru verleent de 43-jarige Ana Estrada toestemming om haar leven te beëindigen en heeft medische autoriteiten opgedragen daartoe een protocol op te stellen, meldt MercoPress. Het Hof zegt dat degene die Estrada helpt te sterven, niet de wettelijke gevangenisstraf van drie jaar zal krijgen. Overigens geldt het besluit alleen in deze zaak.
Estrada, psychologe en activiste voor een waardige dood, lijdt al meer dan dertig jaar aan een ongeneeslijke ziekte waardoor bijna al haar spieren zijn verlamd. Ze kon haar beroep uitoefenen tot vier jaar geleden, sindsdien dwong de ziekte haar het grootste deel van de dag in bed te blijven.
Met hoogzwangere buik stommelde Zadie Smith tijdens Superstorm Sandy in het donker vijftien trappen af om een vriend te mailen over dit nieuwe bewijs van klimaatverandering. Hij behoort tot de ontkenners van het fenomeen; nu de effecten nog te overzien zijn, hebben we de luxe een heimelijk verlangen te koesteren naar de apocalyps. Voor generaties na ons, geldt dit niet.
Keuze uit ons archief
In 2014 schreef Zadie Smith deze prachtige klaagzang over klimaatverandering en de achteloze manier waarop we daarmee omgaan. Hoewel het onderwerp een stuk hoger op de agenda is beland, is haar essay nog onverminderd relevant en aangrijpend.
Dit artikel verscheen eerder op 10 april 2014 in nummer 55 van 360 Magazine.
Er zijn wetenschappelijke en ideologische termen om te beschrijven wat er met het klimaat gebeurt, maar er zijn nauwelijks persoonlijke woorden voor. Is dat verrassend? Mensen die in de rouw zijn nemen vaak hun toevlucht tot eufemismen, net als wanneer mensen zich schuldig voelen of zich schamen. De mistroostigste van alle eufemismen: ‘Zo gaat dat tegenwoordig.’
Een prachtige perelaar staat half onder water, verliest zijn greep op de aarde en valt om. De spoorlijn naar Cornwall spoelt weg; zo gaat dat tegenwoordig. We kunnen maar beter vergeten hoe het vroeger ging; de manier waarop de seizoenen elkaar opvolgden, met een ingetogen charme die alleen de dichters waardeerden. ‘Vroeger’ is een pijnlijke herinnering.
Proberen het stokje van een nog niet aangestoken vuurpijl in de koude, droge grond steken. De rijp op de besjes van de hulst bewonderen, onderweg naar school. Op tweede kerstdag een lange, verkwikkende wandeling maken in de winterse pracht. Voetbalgras dat knispert onder je voeten. Een beetje zon op Pancake Day en nog wat meer zon bij de paardenrennen van de Grand National. Koude regenbuien in april, de warmte van Wimbledon. Bruiloften in juli omdat het dan mooi weer is. De kleine kans om op het Glastonbury Festival wat zon te vangen. Nou ja, zeggen we tegen elkaar, in ieder geval is het nu in augustus nog stralend weer. En het is fijn voor de Schotten dat ze wat warmer weer krijgen als ze in september [2014; uiteindelijk stemde 55,3% tegen] onafhankelijk worden.
De Theems is al generaties lang niet meer dichtgevroren, en de droom van een witte kerst is een dickensiaanse hersenschim
Misschien wennen we nog wel aan dat nieuwe Engeland en vinden we het net als de jongeren en de verse immigranten vanzelfsprekend dat het in april tijd is voor de korte broek en sandalen, of dat het nieuwe jaar zich aankondigt met een Bijbelse zondvloed. Vlinders verschijnen op voor hen nieuw terrein, vogels komen eerder en vertrekken later – dat is misschien juist wel interessant, en nieuw, niet noodzakelijkerwijs slecht.
Misschien herinneren we ons het verleden verkeerd! De Theems is al generaties lang niet meer dichtgevroren, en de droom van een witte kerst is alleen maar een collectieve dickensiaanse hersenschim. En is dit trouwens niet altijd al een nat land geweest?
Zijwegen
Het is verbazingwekkend hoeveel zijwegen je in kunt slaan als je de vierbaanssnelweg wilt vermijden. Engeland is nooit zo nat geweest als onze beroemde romans suggereren of onze neven in Amerika denken. Het weer is veranderd, verandert nog steeds en daarmee raken allerlei ogenschijnlijk kleine dingetjes – los van treinsporen en huizen, bestaansmiddelen en mensenlevens – verloren. Het was makkelijk om ervan uit te gaan dat er in een hoekje van een of andere Londense tuin altijd wel een egel was die we konden oppakken zodat we onze kinderen konden laten zien hoe hij zich in onze handen ontrolde – of dat we als we gingen picknicken dikke hommels over de rand van een open jampotje konden zien kruipen.
Ieder land heeft zo zijn eigen versie van deze lokale treurnis. (En ieder land heeft zijn eigen discussie over wat de oorzaken zijn van het verlies. Klimaatverandering of auto’s? Klimaatverandering of gsm-masten?) Maar het is niet wenselijk dat je de kleine verliezen vermeldt, ze lijken eigenlijk het vermelden niet waard – niet wanneer je ze vergelijkt met de apocalyptische visioenen van klimaatwetenschappers en filmregisseurs. En dan zijn er aan de andere kant de mensen die vinden dat er helemaal niets aan de hand is.
Het valt niet mee om voortdurend de apocalyps in het achterhoofd te houden, vooral als je ’s morgens ook nog je bed uit wilt komen
Hoewel er vele bittere woorden zijn gevallen over de kinderlijke reactie van het publiek op de aanstaande noodsituatie, lijkt me die reactie niet erg verrassend. Het valt niet mee om voortdurend de apocalyps in het achterhoofd te houden, vooral als je ’s morgens ook nog je bed uit wilt komen.
Het probleem is dat er geen rekening mee wordt gehouden dat onze reactie grotendeels emotioneel bepaald is. Als dat niet zo was, zou het hele debat er anders uitzien. We kunnen ons bijvoorbeeld heel makkelijk een wereld voorstellen waarin de ontkenners geen ontkenners zijn, maar gewoon meedogenloze pragmatici, het soort mensen dat zegt: ‘Ik begrijp heel goed wat er gaat gebeuren, maar ik maak me geen zorgen om mijn kleinkinderen; ik maak me zorgen om mezelf, mijn aandeelhouders en de Chinese concurrentie.’ Er zijn inderdaad enkele mensen die zoiets zeggen, maar niet zo veel als je zou verwachten. Een andere reactie die voor de hand zou liggen is een die voortkomt uit een religieus gevoed milieubewustzijn, want van diegenen die het land als een prachtig geschenk van de Heer zien, kun je verwachten dat ze dat cadeau het fanatiekst verdedigen. Er zitten er wel een paar tussen die inderdaad zo argumenteren, maar ook daarvoor geldt dat het er minder zijn dan ik had verwacht.
Soortschaamte
Hoe het nu gaat is dat het bewijsmateriaal ‘geloofd’ of ‘ontkend’ wordt, alsof de wetenschappelijke artikelen lutherse geloofsstellingen zijn die aan een deur zijn vastgespijkerd. In Amerika is er zelfs een merkwaardige uitweg gevonden in de hiërarchie van Gods schepping. De redenering is dat omdat Hij mensen plaatst boven ‘dingen’ (boven dieren en planten en de zee), we met een gerust geweten al die dingen naar de verdommenis kunnen laten gaan.
Maar volgens mij is het niet alleen uit domheid dat we van een gewetenszaak een geloofszaak hebben gemaakt. Geloof heeft gewoonlijk een emotionele component; het is verhuld verlangen. Natuurlijk komt aan de kant van onze leiders veel van de politisering voort uit kwade trouw, cynisme en economische motieven, maar wij gewone burgers worden gedreven door het verlangen naar onschuld. Want beide partijen zijn vol schuld, vol zelfhaat – wat Martin Amis ooit ‘soortschaamte’ heeft genoemd –, en die projecteren we op de buitenwereld. Daardoor wordt het vuur in onze discussies aangewakkerd.
Tijdens de Superstorm Sandy ben ik met mijn enkele maanden zwangere lijf in het donker vijftien trappen af gelopen, alleen omdat ik dan wifibereik had en een klimaatverandering ontkennende kennis kon e-mailen over dit nieuwe bewijs van zijn stupiditeit.
Er is alleen een ‘polaire vortex’ voor nodig – een ijskoude luchtstroom die zorgt voor lagere temperaturen – om je inbox vol te krijgen met vrolijke verhalen over rechts georiënteerde familieleden – alsof het maar een spel is, waarbij het er alleen om draait of je dwaze oom in Florida ‘paniekzaaier’ dan wel ‘realist’ is. Terwijl in Jamaica, waar Sandy voor het eerst aan land kwam, de steeds vaker voorkomende tropische depressies, stormen, orkanen, aardverschuivingen en droogte voor de inwoners geen aanleiding is voor een ontologisch debat.
Weg, weg, weg. Maar nog niet helemaal
Zing een klaaglied voor al het weggespoelde! Voor de levenscycli, voor de zoutwatermoerassen, de huizen, de mensen – hele eilanden vol mensen. Weg, weg, weg. Maar nog niet helemaal. De apocalyps wordt voor het gemak altijd in de toekomst gesitueerd tenzij je toevallig op Mauritius, Jamaica of op een van de vele andere gevaarlijke plekken woont. Volgens recente rapporten zou, ‘als de mondiale emissie van broeikasgassen onveranderd doorgaat’, de toestand rond 2050 echt ernstig worden, vlak voor de zevende verjaardag van mijn kleindochter. (Toekomstige kleinkinderen worden er in dergelijke klaagzangen vaak bijgehaald.)
Soms is deze zich mondiaal herhalende klaagzang zo intens triest – en zo losstaand van elke poging tot zinnig handelen – dat je in die klaagzangers een fatalistisch links bewustzijn herkent, waarin, als je goed kijkt, een even pervers verlangen naar de apocalyps schuilt als in de door ons zogenaamd zo verachte godsdienstfanaten.
De laatste tijd zag je beide kanten iets meer oor hebben voor de optimistische argumenten van de technocraten. Op de een of andere manier praten we minder over bestrijden en omkeren en discussiëren we vaker over CO₂afvang en opslag, hogere zeeweringen, zonnecollectoren op het dak en andere maatregelen tegen naderend onheil. Beide kanten vinden elkaar in het falen. Ze zeggen tegen elkaar: ‘Ja, misschien hadden we enige tijd geleden het debat anders moeten voeren, maar nu is het te laat, nu moeten we roeien met de riemen die we nog hebben.’
Kleindochter
Dat zal mijn kleindochtertje van zeven vast heel eigenaardig vinden. Ik verwacht niet dat ze me vergeeft, maar het zou nuttig voor haar kunnen zijn om enig zicht te hebben in die manier van denken, om er iets van te kunnen begrijpen. Wat zal ik haar vertellen? Haar onderwijzers zullen haar al hebben uitgelegd dat wat er in 2014 met het weer gebeurde financieel en politiek gezien een ongemakkelijke waarheid was – maar dat is zelfs nu al overduidelijk. Als mensen mondiaal in beweging waren gekomen zou het misschien op de politieke agenda terecht zijn gekomen, ongeacht de kosten.
Dus zal ze willen weten waarom het zo lang duurde voordat zo’n mondiale beweging van de grond kwam. Wellicht zal ik tegen haar zeggen: ‘Je moet goed begrijpen dat we net een eeuw van relativisme en deconstructie achter de rug hadden, waarin we te horen hadden gekregen dat onze dierbaarste principes ofwel twijfelachtig waren ofwel gewoonweg berusten op wensdenken, en op vele terreinen van ons leven werd al van ons gevraagd te accepteren dat niets van wezenlijk belang is en dat alles verandert. Dit had ons een beetje de vechtlust ontnomen.
Daarbij is het ook belangrijk om te realiseren dat onze noodzakelijke levensvoorwaarden – de dingen die ons onvermijdelijk lijken – niet alleen door fysici en filosofen worden bediscussieerd, maar ook, irrationeel, bestaan in de hoofden van de rest van ons, op subintellectueel niveau misschien, maar we ervaren ze toch als vaststaande feiten.
Het klimaat was een van die feiten. We dachten niet dat dat kon veranderen. Dat wil zeggen, we wisten altijd wel dat we onze planeet aardig wat schade konden toebrengen, maar zelfs degenen met de meeste hybris hadden niet gedacht dat we ooit in staat zouden zijn om het ritme en karakter ervan fundamenteel te kunnen beïnvloeden, zoals een kind dat de hele dag naar haar vader heeft gegild toch niet verwacht dat hij op de keukenvloer gaat liggen huilen.’
Denkt u dat ik me daarmee vrijpleit bij mijn (ietwat irritante en kritische) toekomstige kleindochter? Ik maak me sterk.
De verschrikkelijke waarheid is dat we ons van oudsher intens aangetrokken voelen tot de apocalyps
Wat hebben we gedaan! Het is een Bijbelse vraag en we lijken niet in staat om te ontsnappen uit de vertrouwde – wezenlijk religieuze – cyclus van schaamte, ontkenning en zelfkastijding. Daarom (zo zal ik mijn kleindochter uitleggen) hielpen die apocalyptische scenario’s niet: de verschrikkelijke waarheid is dat we ons van oudsher intens aangetrokken voelen tot de apocalyps. Uiteindelijk kon ons denken pas echt op het juiste spoor worden gezet door het verlies van de vertrouwde dingen waar we zo van hielden.
Zoals toen de seizoenen op ons geliefde eiland veranderden, of toen de lichten uitgingen op de vijftiende verdieping, of de dag waarop ik begin juli samen met de eigenaresse, een vrouw van over de tachtig, haar tuin in liep en bij het zien van de verschroeide gele aarde en de verwelkte rozen en het horen van wat alleen echt oude mensen durven te bekennen – ‘zoiets heb ik mijn hele leven nog niet gezien’ – eindelijk mijn klaagzangen staakte over ‘Wat hebben we gedaan?’ en overging tot het praktische ‘Wat kunnen we doen?’
In 2010 en de jaren die volgden spoelde er een veelbelovende portestgolf over de Arabische wereld. Nog altijd is de regio instabiel, en snakt de jongere generatie naar een (normaal) leven.
De afgelopen tien jaar zijn er in de Arabische wereld dingen gebeurd die normaal gesproken goed zijn voor een eeuw geschiedenis. Revoluties, contrarevoluties, regimes die in de afgrond storten, regimes die hun land in de afgrond storten, burgeroorlogen die buiten hun oevers treden, staten binnen de staat die de gevestigde orde aan het wankelen brengen, oude machten die een comeback maken, nieuwe machten die de door hun voorgangers achtergelaten buit proberen binnen te halen, allianties die worden gesmeed, allianties die uiteenvallen. En alles gebeurt tegelijkertijd, nergens lijkt nog sprake te zijn van een stevig fundament, elke overtuiging wordt getart en elke toekomstvoorspelling is riskant. Tunesië, Egypte, Soedan, Libië, Algerije, Syrië, Irak, Bahrein, Jemen, Saoedi-Arabië, Libanon, noem maar op: bijna geen enkel Arabisch land heeft zich kunnen onttrekken aan deze versnelling van de geschiedenis, die vele vormen kende en dus ook uiteenlopende gevolgen heeft gehad.
Het begon allemaal op 17 december 2010 met de wanhoopsdaad van Mohammad Bouazizi, een Tunesische groente-en-fruitverkoper die zichzelf in brand stak. Aangezien de gevolgen van de diepgaande omwenteling nog lang niet zijn uitgewoed, is een weloverwogen terugblik onmogelijk en kunnen we dus ook nog geen verstrekkende conclusies trekken. Hoe zal de Arabische wereld eruitzien als dit hoofdstuk eenmaal is afgesloten? Welke scheuringen zullen zich hebben voorgedaan, welke ontwikkelingen blijken duurzaam te zijn, nadat de regio decennialang in een diepe sluimer leek te verkeren? Niemand die het weet. En toch horen we al jaren die aanzwellende deun dat de Arabische Lente – de term zelf geeft al permanent aanleiding tot discussie – niets anders was dan een grootse luchtspiegeling.
Voor die stelling is natuurlijk ook wel wat te zeggen. De Arabische Lente brak in de knop. Syrië, Irak en Jemen liggen aan flarden, Palestina bestaat niet meer, Libië wordt verscheurd, Egypte kachelt achteruit, Libanon loopt schipbreuk – hoeveel opgestapeld leed kan het grote Arabische lichaam verdragen voordat het de geest geeft? De poging van de islamisten om terrein terug te winnen, het totalitaire project van de jihadisten, de wedijver van de oude magnaten, het cynisme van het Westen, maar – en dat vooral – de verpletterende onderdrukking van de bevolking door lokale tirannen en hun bondgenoten, met alle denkbare en ondenkbare middelen: ze hebben de regio in een lange winter gedompeld, grotesker en uitzichtlozer nog dan de vorige.
Geopolitieke twisten
Bijna alle landen in de Arabische wereld zuchten onder een politieke én een economische crisis, met daarbovenop nog eens geopolitieke twisten die de existentiële problemen waarmee deze landen al te kampen hebben verergeren en elke mogelijkheid om uit de crisis te komen afhankelijk maken van onverenigbare interne en externe factoren. Het is dus heel begrijpelijk dat in de hoofden van veel mensen de beloften van de Lente ver weg lijken. Zeker, de meeste revoluties zijn mislukt en de levensomstandigheden zijn de afgelopen tien jaar door de bank genomen verslechterd. Zelfs in Tunesië, dat als het enige succes van deze revolutionaire golf wordt aangewezen, lijken veel mensen terug te verlangen naar een tijd dat openbaar debat onmogelijk was en individuele rechten met voeten werden getreden maar orde en stabiliteit min of meer gewaarborgd leken.
‘Voor veel mensen in de Arabische wereld is hun leven verslechtend na de Arabische Lente, schrijft The Guardian naar aanleiding van een peiling onder acht landen. Toch heeft een meerderheid van de respondenten in Soedan, Tunesië, Algerije, Irak en Egypte geen spijt van de protesten.’
De lokale bevolking ziet oorlog, buitenlandse inmenging of alleen al de economische crisis als de uitkomst van haar verlangen naar verandering. De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee: de politieke experimenten tijdens de Arabische Lente zijn immers mislukt en met name in Egypte is de autocratie in haar grofste vorm teruggekeerd. Veel Arabieren zijn daar zelf van overtuigd. Schreef de beroemde Franse socioloog en filosoof Raymond Aron al niet: ‘Mannen schrijven geschiedenis, zelfs als ze die geschiedenis niet kennen’?
De gevolgen van deze diepgaande omwenteling zijn nog lang niet uitgewoed
Andermaal openbaart zich hier een pijnlijk gebrek aan historisch perspectief. Oorzaak en gevolg, kwaal en remedie, worden door elkaar gehaald. De economische crisis ging aan de revoluties vooraf, ook al werd die verergerd door die revoluties; het was een van de belangrijkste redenen dat de verarmde onderklasse en de liberale burgerij de handen ineensloegen. Dat de opstand op een politieke mislukking uitdraaide mag nauwelijks een verrassing heten, en juist daarom mogen we de geschiedenis niet van achteren naar voren lezen. Kon van de Arabische burgers worden verwacht dat ze zich zouden gedragen als voorbeeldige Zweedse democraten, na decennia van politieke stagnatie en brute onderdrukking van iedere kritiek op de gevestigde orde, van staatsterreur en zwijgplicht? Moesten ze een bewijs van democratische geschiktheid afgeven door de wreedheden van de contrarevolutionairen vreedzaam te ondergaan?
Obstakels
De Arabische revolutionaire bewegingen hebben op verschillende niveaus met tal van obstakels te maken gehad – ook binnen deze bewegingen zelf, waar het gemeenschappelijke verzet tegen het bewind aanzienlijke verschillen maskeerde. Ze moesten leren omgaan met deze pluraliteit, die zo’n beetje voor het eerst politiek tot uitdrukking kwam. In hun strijd om de macht moesten deze bewegingen het opnemen tegen of onderhandelen met de veiligheidsdiensten om hun doel te bereiken. Uiteindelijk werden de Arabische opstanden op geopolitiek niveau gegijzeld door kwesties die de revolutionairen boven het hoofd stegen en werden ze het voertuig of het slachtoffer van imperialistische projecten.
Wat dat betreft spreekt vooral het Syrische drama boekdelen. Een revolutie heeft weinig kans van slagen als het politieke ontwaken moet opboksen tegen een barbaars regime dat in zijn aard geen duimbreed toegeeft, en tegen de onwelkome bemoeienis van Russen, Iraniërs en Turken.
De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee
De balans van de afgelopen tien jaar is misschien niet rooskleurig, maar draagt wel de kiem in zich van ingrijpende sociale veranderingen, met name bij de jongere generatie, die meer dan de helft van de bevolking uitmaakt.
Het was nooit de bedoeling van de Arabische revoluties om een nieuwe mens uit te vinden. Het waren – en het zijn nog steeds – ‘revoluties van normaliteit’, zoals de Franse historicus Henry Laurens het schetst. Ze worden gedreven door een verlangen om te breken met de vorige generatie en een moderne staat op te bouwen waarin het individu waardig kan leven. De Arabische Lente heeft veel teweeggebracht en we staan nog maar aan het begin van de afwikkeling ervan. De tweede golf die in 2018 over Libanon, Algerije, Irak en Soedan spoelde, is hiervan het beste bewijs. Zelfs in landen waaraan die golf geheel of grotendeels voorbij is gegaan, zoals de oliemonarchieën op het Arabisch schiereiland, zijn er maatschappelijke veranderingen zichtbaar die binnen enkele jaren tot een kookpunt kunnen leiden.
Diverse krachten hebben zich de afgelopen tien jaar gemanifesteerd. Het geopolitieke aspect staat nu centraal, behalve misschien in de Maghreb, en dat speelt plaatselijke dictators in de kaart. Maar het is dwaasheid om aan te nemen dat deze situatie zal standhouden. Het is onzin om ervan uit te gaan dat de Arabische jongeren die van de vrijheid hebben geproefd en nu alleen maar willen emigreren, het juk van failliete dictaturen zullen blijven verdragen, zonder enig uitzicht op een aanvaardbare toekomst. Het zal jaren duren, misschien zelfs decennia, maar geen enkel regime, geen enkel geopolitiek project mag in staat worden geacht om tot in lengte van dagen weerstand te bieden aan dit onstuitbare verlangen van de Arabische volkeren naar (een normaal) leven.
Exoplaneet ontdekt met mogelijke atmosfeer en sporen van leven
Een studie, die donderdag in het prestigieuze tijdschrift Science is gepubliceerd, onthult het bestaan van een planeet, Gliese 486 b genaamd, die zich perfect zou lenen voor onderzoek naar een atmosfeer – de eerste voorwaarde voor leven – en, uiteindelijk, sporen van leven rond een andere ster dan onze zon, aldus The Daily Mail.
Volgens onderzoekers is de planeet ongeveer 30 procent groter dan de aarde en ‘slechts’ 26 lichtjaar van ons verwijderd, waarmee hij de op twee na dichtstbijzijnde bekende exoplaneet is.
Als Gliese 486 b inderdaad ‘een atmosfeer heeft, dan zullen alle planeten verder weg [van de ster] met vergelijkbare kenmerken eveneens een atmosfeer hebben’, en is de kans groter dat ze bewoonbaar zijn, legt José A. Caballero uit, een van de auteurs van de studie.
Caballero kijkt uit naar de lancering van de James Webb-telescoop, die dit jaar plaats zo moeten vinden. Daarmee zou in het beste geval binnen een jaar of drie kunnen worden vastgesteld of deze exoplaneet al dan niet een atmosfeer heeft en wat de samenstelling ervan is.
Volgens de ruimtevaartwebsite Space ligt de oppervlaktetemperatuur van Gliese 486 b echter dichter bij die van Venus (bijna 500 graden Celsius) dan bij die van onze Aarde, wat betekent dat als er leven is op deze exoplaneet, ‘het niet is zoals wij hier op aarde kennen’.
Marokko verbreekt banden met Duitsland
Sinds 1 maart heeft Marokko zijn diplomatieke betrekkingen met Duitsland bevroren. De aanleiding: het standpunt van Berlijn in de kwestie Westelijke Sahara. Maar Marokko voelde zich al langer geschoffeerd door Duitsland. Een onvermijdelijke breuk, oordeelt de Marokkaanse pers.
‘Is dit het begin van een diplomatieke crisis tussen Marokko en Duitsland of gewoon een storm in een glas water?’ schrijft de nieuwssite Maroc Hebdo. De betrekkingen tussen Rabat en Berlijn zijn sinds 1 maart onrustig. Het hoofd van de Marokkaanse diplomatie, Nasser Bourita, stuurde een brief aan het kabinet waarin hij de opschorting van de betrekkingen met Duitsland aankondigde. Door te verwijzen naar ‘diepgaande misverstanden’ tussen de twee landen, heeft de regering, zonder een specifieke aanleiding te noemen, de toon gezet.
Het standpunt van Duitsland in de kwestie Westelijke Sahara doet de spanningen oplopen. Het land had kritiek geuit op het besluit van de Amerikaanse president Trump van vorig jaar om de soevereiniteit van Marokko over het betwiste gebied te erkennen. Deze reactie van Duitsland, gekoppeld aan de weigering om namens Europa een officieel standpunt in te nemen over de kwestie, wordt ervaren als een bedreiging van de territoriale integriteit van het koninkrijk.
‘Voor Duitsland is het de hoogste tijd om zijn betrekkingen met het Marokkaanse koninkrijk te herzien’
‘Een dubbelspel,’ aldus Maroc Hebdo, ‘een diplomatiek vergrijp’, oordeelt le 360. De houding van Berlijn ten opzichte van de Westelijke Sahara is volgens de nieuwsite onaanvaardbaar: ‘Wat de samenwerking met Marokko betreft [[op economisch vlak en op het gebied van migratie], kan het voor het rijkste land van Europa niet ver genoeg gaan. Maar op politiek vlak heeft het een andere houding, namelijk die van een land dat kosten noch moeite bespaart om de inspanningen van het koninkrijk te saboteren in nationale aangelegenheden.’
‘Uit de Duitse houding blijkt een vorm van antagonisme’, schrijft AtlasInfo, ‘die de vele Duitse organisaties die in Marokko actief zijn, overnemen.’
De woordvoerder van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken verklaarde woensdag dat er vanuit Duits oogpunt geen enkele reden is om de diplomatieke banden op te schorten. De minister heeft om een urgente bespreking met de Marokkaanse ambassade in Duitsland verzocht, bericht de Marokkaanse website Yabiladi.
Een jaar eerder voelde Rabat zich ook gekrenkt toen het, als belangrijke speler in Noord-Afrika, buiten de onderhandelingen in Berlijn over de toekomst van Libië was gehouden. Duitsland lijkt vaak zelf de regels van het spel te bepalen, verklaart de Marokkaanse krant L’Economiste, die dit een ‘politiek inconsequente, zelfs arrogante’ houding noemt.
‘Voor Duitsland is het de hoogste tijd om zijn betrekkingen met het Marokkaanse koninkrijk te herzien’, zo waarschuwt de krant.
Vaccinatieprogramma Marokko gaat voortvarend
Los van de diplomatieke ruzies die Rabat uitvecht, is het Noord-Afrikaanse land in een bewonderenswaardig tempo aan het vaccineren. Op 4 maart hebben in totaal 3.820.097 Marokkanen een eerste dosis ontvangen, meer dan 10 procent van de bevolking van meer dan 35 miljoen. 470.933 inwoners ontvingen reeds een tweede dosis, meldt de Marokkaanse krant Le Matin.
In Nederland hebben op dit moment iets meer dan 1,4 miljoen mensen een eerste dosis ontvangen.
Marokko is op 29 januari begonnen met vaccineren en heeft de beschikking over vaccins van Sinopharm en het door het Indiase bedrijf Serum Institute of India geproduceerde AstraZeneca-vaccin, bericht Morocco World News.
Massale evacuaties na tsunamiwaarschuwing in Nieuw-Zeeland
Tienduizenden kustbewoners van Nieuw-Caledonië, Nieuw-Zeeland en Vanuatu zijn vrijdag naar hogergelegen gronden en het binnenland gevlucht na een reeks krachtige aardschokken, bericht CNN. De vrees was dat betreffende kustgebieden in de Stille Oceaan zouden worden getroffen door een tsunami.
De aardbeving van donderdag was met een kracht van 8,1 op de schaal van Richter de grootste sinds augustus 2018, toen er een beving met een kracht van 8,2 plaatsvond. Maar de stijging van het waterpeil was veel minder groot dan verwacht en de noodwaarschuwing werd na twee uur weer ingetrokken, aldus de NZ Herald.
Een van de aardschokken vond dicht bij Nieuw-Zeeland plaats en maakte veel mensen ’s nachts wakker. ‘Ik hoop dat iedereen in orde is’, schreef de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern op Facebook.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.