Leger, marine en luchtmacht keren zich tegen Bolsonaro
De commandanten van het leger, de marine en de luchtmacht traden op dinsdag 30 maart af vanwege een conflict met de Braziliaanse president, die de dag ervoor de minister van Defensie had ontslagen. Volgens Folha de S. Paulo is de crisis tussen de Braziliaanse uitvoerende macht en het leger de ergste sinds 1977, toen minister van Defensie Sylvio Frota werd ontslagen te midden van een militaire dictatuur. De gerenommeerde Braziliaanse krant spreekt van ‘een primeur’.
Volgens het dagblad was het onbehagen over het onverwachte ontslag van Azevedo ‘te groot’. Deze laatste en zijn bondgenoten zijn van mening dat Bolsonaro ‘een rode lijn heeft overschreden’ door in het bijzonder voor te stellen een ‘staat van verdediging’ uit te roepen om te voorkomen dat in het hele land lockdowns worden afgekondigd.
‘Mijn leger’ zal dergelijke maatregelen niet toestaan, verklaarde de Braziliaanse president publiekelijk. Volgens Folha de S. Paulo is het verzet tegen de lockdowns waartoe de gouverneurs van de Braziliaanse staten besloten hebben om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen, een ‘obsessie’ geworden voor de president, die de vaccinatiecampagne al tegen zijn wil heeft moeten omarmen.
De beperkende maatregelen roepen nog meer weerstand op dan de oproep tot vaccinatie, en Bolsonaro vreest dat ze zijn herverkiezing in 2022 ‘nog moeilijker’ zullen maken, concludeert het dagblad.
Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19
Ondertussen is de toestand in ziekenhuizen vanwege de agressievere Braziliaanse P.1-variant penibel, meldt Wall Street Journal, die een videoreportage op de intensive care in de staat Rio Grande do Sul maakte. ‘Volgens gezondheidswerkers neemt het sterftecijfer toe en verslechtert de toestand van patiënten die de P.1-variant dragen zeer snel.’
Volgens intensivecaremedewerkers is deze nieuwe golf van covid-19-gevallen het gevolg van een versoepeling van de maatregelen. Veel Brazilianen trotseren de maatregelen, legt de Wall Street Journal uit, daarin aangemoedigd door ‘een president die het virus blijft bagataliseren’. Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19.
Beladen controverse in Napels
Veel muren in de stad aan de voet van de Vesuvius worden gesierd door tekeningen ter ere van overledenen. ‘Het vieren van overleden dierbaren met portretten of kleine altaren op straat is een traditie die verband houdt met een zekere archaïsche religiositeit’, legt La Stampa uit.
‘Maar steeds vaker zijn de gezichten op de muren van de stad die van de doden die verband houden met de georganiseerde misdaad; jonge jongens die stierven als gevolg van illegale acties. (…) Emanuele Errico, Luigi Caiafa, Emanuele Sibillo, Ugo Russo en vele anderen. Ze hadden allemaal problemen met de wet, ze hadden allemaal recht op hun fresco, maar dat recht wordt nu bedreigd.’ Sommige portretten zijn al gewist.
In het centrumlinkse dagblad La Repubblica neemt een Napolitaanse advocaat de pen op (en hij is niet de enige) om de symbolische waarde van de ‘kunstwerken’ te verdedigen. ‘We zijn het er allemaal over eens dat de dood van tieners in het stadscentrum een tragedie is, maar om deze reden moeten we de dingen niet vereenvoudigen. De staat tegenover zijn vijanden plaatsen is zwart-wit. Een vijftienjarige jongen die wordt vermoord, is nog steeds een slachtoffer, en je kunt zijn dood niet bezweren door de verantwoordelijkheid bij hem zelf te plaatsen en te zeggen: ‘Hij heeft erom gevraagd.’”
Het verwijderen van het fresco van Ugo Russo (hieronder) is voorlopig opgeschort door de rechtbanken, maar de druk van de bewoners is vaak niet voldoende om de regering te dwingen terug te treden. Als vergelding werd bijvoorbeeld het portret van een Napolitaanse zanger beklad met een ‘verhulde bedreiging’, schrijft Corriere della Sera: ‘De doden moeten worden gerespecteerd, niet gewist.’ Belangrijk detail: dit fresco is gemaakt in samenwerking met het stadhuis van Napels, merkt het Milanese dagblad op.
Corriere zet het dilemma helder uiteen: ‘Enerzijds kunnen we de wens om de symbolen van een levensstijl die is gebaseerd op het negeren van regels en wettigheid, uit te wissen, niet betwisten, maar we kunnen ook erkennen dat een verflaag niet voldoende is om het probleem op te lossen, waarvan deze fresco’s slechts het gevolg zijn.
Gaan we getuige zijn van een slepende oorlog tussen twee teams, totdat een van de twee het terugvechten beu wordt? Het probleem is dat het om veel muren gaat, aangezien veel jonge mensen leven van (en sterven door) criminele handelingen. Een leger van schilders zou niet genoeg zijn om al deze gezichten van de muren van Napels en uit van ons geweten te roeien.’
Het belangrijkste dagblad van de stad, Il Mattino, deelt deze mening niet. Het is verheugd met de beslissing die ‘gemakkelijke compromissen vermijdt en geen consessies doet op het gebied van legaliteit’.
Om haar standpunt te illustreren, gebruikt de Napolitaanse krant geen grote woorden, maar haalt ze een voorbeeld aan dat het belang moet illustreren van het terugwinnen van het stedelijk grondgebied voor de bevolking zelf: ‘Denk aan het fresco van Luigi Caiafa. Hoeveel ouders moesten hier elke ochtend langs lopen en liegen tegen hun kinderen die hen vragen wie deze persoon was? Dat gezicht werd vereeuwigd vlak voor hun huis.’
Amazon-medewerkers krijgen mogelijk een eerste vakbond
Dinsdag begon de telling van de stemmen die zullen bepalen of werknemers in Bessemer, Alabama, de allereerste vakbond zullen vormen binnen een Amazon-magazijn in de VS, meldt ABC News.
Het initiatief voor een vakbond bij een van de grootste werkgevers in de natie heeft de aandacht getrokken van wetgevers en beleidsmakers, aangezien velen de stemming beschouwen als een keerpunt in de georganiseerde arbeidersbeweging, die de afgelopen decennia in de VS wegkwijnde.
De vakbondsformatie in Alabama zou bovendien een ‘precedent’ kunnen scheppen en andere Amazon-arbeiders in het hele land kunnen inspireren om dit voorbeeld te volgen.
Als het doorgaat, zullen de magazijnmedewerkers worden vertegenwoordigd door de Retail, Wholesale and Department Store Union (RWDSU). ‘Deze campagne is in veel opzichten al een overwinning geweest’, zegt RWDSU-voorzitter Stuart Appelbaum in een verklaring. ‘Ook al weten we niet hoe de stemming zal verlopen, we denken dat we de deur hebben geopend voor meer organisatie in het hele land; en we hebben laten zien hoe ver werkgevers zullen gaan om tegen te gaan dat hun werknemers een vakbondsstem krijgen. Deze campagne is het belangrijkste voorbeeld geworden van waarom in dit land hervorming van het arbeidsrecht nodig is.’
Vorige week bezocht senator Bernie Sanders Alabama om enkele van de arbeiders te ontmoeten die betrokken waren bij de vakbondsinspanningen. ‘Waar ik benieuwd naar ben is waarom de rijkste man ter wereld, Jeff Bezos, miljoenen uitgeeft om te voorkomen dat arbeiders een vakbond oprichten, zodat ze kunnen onderhandelen over betere lonen, secundaire arbeidsvoorwaarden en contracten’, tweette Sanders voorafgaand aan zijn bezoek, geciteerd door CNN.
Zijn tweet wekte woede van Amazon-directeur Dave Clark, die op Sanders’ tweet reageerde door op te merken dat het minimumloon van Vermont [waarvan Sanders senator is] $11,75 per uur bedraagt in vergelijking met Amazons $15. ‘De senator mag zijn onzinnige interpretaties bewaren tot hij zijn achtertuin op orde heeft’, aldus Clark.
Aan de andere kant van het spectrum heeft ook de Republikeinse senator Marco Rubio publiekelijk zijn steun voor de vakbond uitgesproken in een opiniestuk dat eerder deze maand doorUSA Today werd gepubliceerd.
Op de dag dat er voor de vakbond werd gestemd, bracht president Joe Biden een video op Twitter uit waarin hij zijn steun uitsprak voor de vakbonden en arbeiders aanmoedigde om ‘je stem te laten horen’.
‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek’
In reactie op een verzoek om commentaar meldde Amazon dinsdag aan ABC News dat ‘het RWDSU-lidmaatschap met 25 procent is gedaald tijdens de ambtsperiode van Stuart Appelbaum, maar dat is nog geen rechtvaardiging voor de heer Appelbaum om de feiten verkeerd voor te stellen’.
Het bedrijf vervolgt: ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek. We moedigden al onze werknemers aan om te stemmen, en hun stem zal in de komende dagen worden gehoord.’
De inwoners van het Japanse stadje Yahaba verdedigen in politieke debatten het standpunt van toekomstige burgers. En dat werkt, zegt de Britse filosoof Roman Krznaric. Er worden minder voorzichtige beslissingen genomen.
In zijn afscheidsrede in 1796 riep George Washington de Amerikanen op om ‘de last die de onze is geweest niet gewetenloos aan het nageslacht door te geven’. Hij had het over de staatsschuld, maar vandaag kan zijn waarschuwing ook gelden voor vele andere problemen en risico’s die aan de burgers van morgen worden overgelaten: van klimaatveranderingen en de gevaren van kunstmatige intelligentie tot het institutionele racisme dat van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven.
George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de miljarden mensen die na ons komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben
Of hij zich er nu van bewust was of niet, George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de vele miljarden mensen die na ons zullen komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben. Ze hebben geen rechten, en niemand vertegenwoordigt hen. Hun belangen kunnen niet concurreren met de dwingende noodzaak van presidentsverkiezingen of het hectische tempo van non-stopnieuws. En aangezien ze nog geen belichaamd bestaan hebben, hebben ze niet de middelen om directe acties uit te voeren.
Toch laten de burgers van morgen op zeer ingenieuze wijze hun stem horen.
Er is niets uitzonderlijks aan Yahaba, een Japans stadje met 27.000 inwoners, behalve het feit dat het een van de origineelste ervaringen uit de geschiedenis van de moderne democratie herbergt. Sinds 2015 nemen de inwoners er deel aan Future Design, een unieke vorm van participatieve democratie, waarbij ze worden uitgenodigd op openbare bijeenkomsten om te praten over projecten rond de toekomst van hun stad. Aanvankelijk verdedigen deelnemers hun eigen standpunt, maar dan, en daar wordt het interessant, trekken ze kleurrijke japonnen aan en stellen ze zich voor dat ze in 2060 leven.
Het verbazingwekkende is dat de inwoners, wanneer ze zich in hun soortgenoten van 2060 verplaatsen, veel minder voorzichtige maatregelen eisen, of het nu gaat om gezondheid of om de strijd tegen klimaatverandering. Dankzij Future Design hebben de inwoners van Yahaba aanvaard dat hun waterrekening met 6 procent is gestegen om een langetermijninvestering te kunnen maken in de infrastructuur, die nodig is voor een goed beheer van het water van de stad. Ze realiseerden zich dat het essentieel was voor hun kinderen en kleinkinderen.
De ervaring is zo’n succes dat de burgemeester van Yahaba in april 2019 een Bureau voor Toekomstige Strategieën opzette, zodat Future Design bij alle besluitvorming kan worden ingezet. De methode sloeg in Japan al snel aan en wordt inmiddels ook gebruikt in grote steden als Kyoto, Matsumoto en Suita.
Begin 2020 hebben inwoners van Uji, een stad ten zuiden van Kyoto, een burgervergadering opgericht naar het model van Future Design. Zelfs het Japanse ministerie van Financiën gebruikt ‘toekomstig design’ als een instrument om het kortetermijndenken, dat de implementatie van economische strategieën domineert, tegen te gaan.
‘Als we dit niet doen, is de continuïteit van ons bestaan in gevaar’
Voor een in Japan geboren beweging [die is gebaseerd op werk van de economische faculteit van Kochi-universiteit, in het zuiden van het eiland Shikoku], is de oorsprong van Future Design verrassend. ‘We werden geïnspireerd door de [Noord-Amerikaanse] Irokezen, die bij elke besluitvorming willen anticiperen op het welzijn van toekomstige zeven generaties’, zegt de grondlegger van de beweging, Tatsuyoshi Saijo, hoogleraar economie aan het Future Design Research Institute in Kochi.
Al worden mensen duidelijk verleid door onmiddellijke beloningen, onze hersenen weten beter dan we denken hoe ze voor de langere termijn moeten plannen en toekomstige mogelijkheden moeten overwegen. ‘Projecteren in de toekomst is niet gemakkelijk voor ons brein’, zegt Saijo, ‘maar er is nu een hele reeks neurowetenschappelijke onderzoeken die onthullen dat onze hersenen wel degelijk in staat zijn deze grote sprong in het onbekende te maken.’
Wereldwijde beweging
Voor Saijo is Future Design essentieel om de klimaatcrisis aan te pakken. De uiteindelijke ambitie is dat deze methode gestalte krijgt in een nieuw ministerie van de Toekomst, in de praktijk wordt gebracht op internationale topconferenties zoals de G20 en door steden en dorpen over de hele wereld wordt overgenomen. ‘We moeten sociale structuren ontwerpen die ons vermogen activeren om onszelf in de toekomst te projecteren’, zegt hij. ‘Als we dat niet doen, is de continuïteit van ons bestaan in gevaar.’
Future Design is slechts één voorbeeld van de snel groeiende wereldwijde beweging om een einde te maken aan de kortzichtige visie die het politieke leven teistert. Zo kent Wales een afgevaardigde voor toekomstige generaties, wiens rol het is de impact van overheidsbeleid op het welzijn van de burgers over dertig jaar grondig te bestuderen. Er wordt momenteel actief campagne gevoerd om voor het hele Verenigd Koninkrijk een eigen afgevaardigde te benoemen.
Overheden zullen zich altijd moeten concentreren op noodsituaties, zoals de coronacrisis, maar deze initiatieven laten zien dat het mogelijk is om de belangen van toekomstige generaties aan te pakken door middel van maatregelen die in het heden zijn geworteld. En ze raken aan een inzicht van Jonas Salk, de man die in 1955 het poliovaccin uitvond en zag hoe belangrijk het was om soms een stap terug te doen. ‘De belangrijkste vraag die gesteld moet worden’, schreef hij, ‘is de volgende: zijn wij goede voorouders?’
Of er een vloek op de Argentijnse economie rust, vraagt deze journalist zich af. Het land is al vijf keer van munt veranderd, lijdt onder torenhoge inflatie en is als gevolg van de mondiale crises de grootste debiteur van het Internationaal Monetair Fonds.
In het rampjaar 2020 stortte de Argentijnse economie in. Uit officiële cijfers blijkt dat er sprake is van een krimp van 10 procent. Samen met die in Peru is dat de grootste van het hele Latijns-Amerikaanse continent – als we de Venezolaanse catastrofe buiten beschouwing laten.
Toen de Argentijnse economie in 2002 in een vrije val terechtkwam, was de krimp maar een fractie groter, namelijk 10,9 procent. De inflatie is gigantisch (deze bedroeg de afgelopen twaalf maanden 38,5 procent en blijft toenemen), de peso wordt steeds minder waard en de reserves van de Centrale Bank bedragen nog geen 3 miljard dollar. Vier op de tien Argentijnen leeft in armoede. Op macro-economisch niveau is de situatie zeer alarmerend.
Maar Argentinië is gewend aan de cyclus van vallen en opstaan en aan een relatieve economische achteruitgang. Sinds 1921, nu precies een eeuw geleden, toen het een van de rijkste landen ter wereld was en het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking gelijk was aan dat van Frankrijk en Duitsland, kent het land een gemiddelde inflatie van 105 procent per jaar en moest het noodgedwongen vijf keer van munt veranderen: tot 1969 had je in Argentinië de peso moneda nacional, daarna kwam de peso ley (tot 1983), vervolgens kreeg je de peso argentino (tot 1985), die werd vervangen door de austral (tot 1991) en nu is de peso de Argentijnse munt. Sinds 1980 is Argentinië, als enige land ter wereld, tot vijf keer toe gestopt met het aflossen van zijn buitenlandse schuld. Er is geen land dat zo’n hoge schuld heeft bij het IMF, er moet 44 miljard dollar worden terugbetaald.
Uitstel van betaling
Toen de peronist Alberto Fernández in december 2019 president werd stond het land er slecht voor. Weer kon Argentinië zijn schulden niet aflossen en het zat al drie jaar in een recessie. En toen, een paar weken later, was daar de pandemie. Minister van Economische Zaken Martín Guzmán moest op twee fronten tegelijk strijd leveren. Tijdens lange videovergaderingen met particuliere schuldeisers moest hij opnieuw onderhandelen over de af te lossen schulden. Hij sleepte er uitstel van betaling uit en wist de rente aanzienlijk te laten dalen. Dat gaf een beetje lucht. Nu probeert hij het IMF zover te krijgen dat ze ermee akkoord gaan om de terugbetaling van het geleende geld over een langere periode uit te smeren.
Op het andere front was het voor Guzmán nog ingewikkelder: hoe moest de overheid subsidie verlenen aan bedrijven en inwoners die vanwege corona hun activiteiten moesten stilleggen? Argentinië had immers geen toegang tot de kredietmarkten. De minister had geen andere keuze dan de geldpers te laten draaien.
In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken
In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken (het geld werd door drukkerijen in Brazilië en Spanje gedrukt omdat de Argentijnse geldpersen al 24 uur per dag draaiden), met het risico dat de inflatie toeneemt. En dat lijkt nu het geval te zijn. Afgelopen januari zijn de prijzen met 4 procent gestegen.
Desondanks blijft het land doordraaien. Een goed voorbeeld van die continuïteit, ondanks alle tegenslagen die Argentinië in het verleden en momenteel moet trotseren, is Galfione y Cia, een garenfabriek die door Hugo Galfione in 1947 is opgericht, toen Juan Domingo Perón president van Argentinië was. Hugo’s kleinzoon, Luciano Galfione, is nu directeur van het bedrijf. De familie Galfione heeft onvoorstelbaar moeilijke tijden het hoofd weten te bieden, zoals na 2001 de hyperinflatie en de periode van de ruilhandel. Luciano Galfione betaalt maandelijks honderdvijftig salarissen uit, staat aan het hoofd van drie fabrieken en overleeft dankzij de binnenlandse markt.
Een verklaring voor de moeizame duurzame groei en de enorme inflatiedruk moet gezocht worden in de binnenlandse markt: de Argentijnse economie staat tamelijk los van de internationale handel. Je hoeft alleen maar naar Chili te kijken – een land met 19 miljoen inwoners, Argentinië telt 44 miljoen – om een idee hiervan te krijgen.
Chili exporteert voor ongeveer 70 miljard dollar en importeert voor ongeveer 59 miljard dollar. Argentinië daarentegen exporteert voor iets meer dan 60 miljard, vooral graan en vlees, en importeert voor ongeveer hetzelfde bedrag. Galfione grapt: ‘Moet je eens zien hoe rijk het land zou zijn als het zich niks van de Argentijnen aan zou trekken.’
In 1984, toen Argentinië een van de meest akelige dictaturen de rug kon toekeren, kwam econoom en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson met een soortgelijke gedachte, zonder grappig te willen zijn: ‘Argentinië is het klassieke voorbeeld van een economie waar de relatieve stagnatie niet het gevolg is van het klimaat, de rassenongelijkheid, de malthusiaanse armoede of de technologische achterstand. Het lijkt wel of de samenleving en niet de economie ziek is.’
Vorige regering
De peronistische regering van Alberto Fernández houdt de vorige regering van de liberaal Mauricio Macri (2015-2019) verantwoordelijk voor de huidige crisis. Het klopt dat de peso 40 procent van zijn waarde verloor en dat de gigantische lening van het IMF grotendeels is weggevlogen in wanhopige pogingen het begrotingstekort te dichten en in speculaties (een groot deel van de 44 miljard dollar die Argentinië kreeg is naar het buitenland gegaan of verdwenen in kluizen).
Toen tijdens de voorverkiezingen in augustus 2019 duidelijk werd dat de peronisten een comeback zouden maken kelderden de beurzen en devalueerde de peso met nog eens 38 procent. Om te voorkomen dat de boel zou instorten werd deviezencontrole van kracht. Maar Macri had op zijn beurt ernstige problemen geërfd van zijn voorgangster Cristina Fernández de Kirchner, de huidige vicepresident.
‘De ene crisis stapelt zich op de andere,’ zegt Diego Sánchez-Ancochea, docent Politieke Economie aan de universiteit van Oxford. ‘Argentinië komt maar niet uit de crisis: in de jaren tachtig werd de staatsschuld groter, in de jaren negentig probeerde men via privatiseringen de problemen op te lossen, en met de crisis van 2001 en 2002 via wisselkoersen. Er worden maatregelen getroffen maar de structurele problemen worden nooit opgelost. De crisis komt niet terug, nee, de crisis is nooit weggeweest.’
De crisis van de peso is chronisch. Decennia van hoge inflatie en waardevermindering van de peso plus het corralitotrauma van 2001-2002 (de bevriezing van bankrekeningen, waardoor de Argentijnen bijna een jaar lang niet bij hun geld konden; toen de maatregel werd opgeheven bleken hun dollartegoeden getransformeerd te zijn in gedevalueerde peso’s) hebben ervoor gezorgd dat Argentinië een land is met twee munten. Zo worden de prijzen op de vastgoedmarkt uitgedrukt in dollars.
Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’
‘De dollar is niet zomaar een variabele, maar een thermometer die aangeeft hoe het is gesteld met de economie en de politiek, en ook een instrument om geld te sparen,’ stelt Mariana Luzzi, die samen met Ariel Wilkis het boek El dólar, historia de una moneda argentina (‘De dollar, geschiedenis van een Argentijnse munt’) schreef. Argentinië zal nooit de hoeveelheid dollars kunnen genereren die het land nodig heeft, waardoor deviezencontrole (particulieren mogen niet meer dan tweehonderd dollar per maand kopen) noodzakelijk is. Omdat er geen toerisme meer is, is het tekort aan dollarbiljetten nog nijpender geworden. De situatie is zo ernstig dat het verboden is om luxe auto’s en kostbare drank te importeren.
Het lukt Argentinië maar niet om uit de spagaat te komen waar het sinds jaar en dag in gevangen zit. Enerzijds heb je de landbouwsector, de grote dollarmachine, met een uitstekende concurrentiepositie op de internationale markt en voorstander van vrijhandel. Anderzijds is er de industrie, die sinds het eerste bewind van Juan Perón (1946-1955) wordt gereguleerd door een bijna autarkisch protectionisme, dat is samen te vatten in wat de peronisten keer op keer herhalen: ‘Wij zorgen voor onszelf.’
Douglas Southgate, verbonden aan de Ohio State University en Latijns-Amerikadeskundige, poneert de volgende verklaring: ‘In Argentinië rust een uitzonderlijke vloek op de grondstoffen, die zijn oorsprong heeft in de agrarischesector. De landbouw, die een zeer gunstige internationale concurrentiepositie heeft, heeft relatief weinig werknemers nodig en de beste landbouwgrond is in handen van relatief weinig mensen. Hierdoor is deze sector een geliefd fiscaal doelwit voor politici die gekozen worden door mensen die in andere economische sectoren werken. De belasting van de Argentijnse landbouw heeft een chronisch slecht presterende nationale economie tot gevolg met frequente, ernstige crises.’
In werkelijkheid is de landbouwsector direct of indirect goed voor meer dan twee miljoen arbeidsplaatsen. Dat is 14 procent van de werkende bevolking, terwijl de sector maar tien procent bijdraagt aan het bbp. De ware kracht van de landbouwsector – en de oorzaak van de conflicten die de sector heeft met het peronisme vanwege de belastingen en bronheffingen – zit hem in zijn sterke concurrentiepositie: van elke tien dollar die het land verdient aan zijn export, komt zeven dollar voor rekening van de landbouwsector. Zonder de landbouwexportindustrie zouden er nauwelijks deviezen het land binnenkomen.
Ondernemer Galfione heeft zijn eigen kijk op de zaak: ‘Mijn opa Hugo, de oprichter van ons bedrijf, had landbouwgrond in Santa Fe, Recreo, de duurste grond met de hoogste opbrengst, de sojagraanschuur van Argentinië. De man verkoopt in 1947 zijn landbouwgrond in Santa Fe en vertrekt naar Buenos Aires om een kousenfabriek op te zetten omdat volgens hem de industrie de toekomst is. Als ik hem nu zou spreken dan schoot ik hem overhoop. Maar alle gekheid op een stokje, hij had niet eens ongelijk, want elk ontwikkeld land heeft een krachtige industrie nodig.’
Het probleem is dat Argentinië nooit een sterke industrie heeft gehad. De overheid koos voor het model van importsubstitutie en begon halverwege de twintigste eeuw zelf allerlei soorten goederen te produceren zodat ze niet geïmporteerd hoefden te worden. Dit was het model dat destijds voor het hele continent werd aanbevolen door de Comisión Económica para América Latina y el Caribe (CEPAL) van de Verenigde Naties om de economie te ontwikkelen en om de handelsbalans en de betalingsbalans in evenwicht te houden. De Argentijnse industriesector werd door de overheid beschermd en ontwikkelde zich zo verder totdat de dictatuur van 1976 brak met dit politieke beleid. ‘De militairen maakten een einde aan deze aanpak,’ aldus Luciano Galfione.
Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen
Toen in 1976 de wereld gebukt ging onder een oliecrisis steeg het bbp in Argentinië naar 51 miljard dollar, dat van Zuid-Korea naar 30 miljard dollar. Vandaag de dag is de Argentijnse economie goed voor iets meer dan 80 miljard dollar, die van Zuid-Korea (dat sinds een halve eeuw zijn industrialisering heeft opgevoerd dankzij werkomstandigheden die grenzen aan slavernij en het manipuleren van wisselkoersen) bedraagt nu 1,4 biljoen dollar en is een exportkanon.
Wat is er in Argentinië gebeurd? Ondernemer Galfione legt het uit. In 2016 probeerde hij een project op te zetten waarbij hij met behulp van nanotechnologie kristalgaren met een speciale structuur kon maken dat bestand was tegen hitte, insecten en bacteriën. Hij had subsidie nodig die de overheid in de periode van Macri hem niet verleende. ‘Mijn machines kunnen zich meten met alle andere op de wereld en ik produceer op wereldniveau. Maar de kosten nekken me. China of India verkopen hun producten onder de kostprijs van de grondstoffen. Ik ben goedkoper dan Italië of Spanje, maar zij laten hun producten nu in het Oosten maken.’
Er zijn ook nog andere problemen zoals de energie- en transportkosten: ‘De logistieke kosten rijzen de pan uit. Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen.’ Het resultaat is een wijdvertakte industrie die over het algemeen maar moeilijk kan concurreren met het buitenland.
Aangezien er geen concurrentie is met het buitenland omdat er nauwelijks wordt geïmporteerd – de invoerrechten zijn hoog – behoren de producten tot de middenmoot. De hoogwaardige technologie in bepaalde sectoren (genetische manipulatie, kernenergie, farmaceutische industrie) volstaat niet om dit patroon te doorbreken en dan is er ook nog een niet-aflatende braindrain naar het buitenland.
Fundamenteel probleem
‘Er is een fundamenteel probleem: een gebrek aan consistentie in de macro-economische politiek,’ constateert Néstor Castañeda, verbonden aan het University College in Londen en lid van het Institute of the Americas. ‘De productiestructuur is niet in balans en heeft externe financiering nodig. Alles hangt af van buitenlandse deviezen. Telkens als de wereldhandel krimpt of de buitenlandse investeringen afnemen, is er een gebrek aan reserves. Dit is niet op te lossen.
Aan de ene kant komt Argentinië zijn financiële verplichtingen niet na, waardoor de toegang tot de grote markten wordt ingeperkt; aan de andere kant is er een gebrek aan coördinatie tussen het valutabeleid, het fiscale beleid en het monetaire beleid. Tien jaar lang is er groei, dan stort de boel in en is het weer terug bij af.’
In 2027 zal het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt
Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’ van de Argentijnse economie. Er kwam een einde aan de dictatuur en met Raúl Alfonsín kwam de democratie maar ook de hyperinflatie. In 1989 stegen de prijzen met meer dan 3000 procent. In de garenfabriek maakte de vader van Luciano Galfione de balans op in kilo’s in plaats van in peso’s, want het was onmogelijk om de prijs van een product vast te stellen. Maar als je de macro-economische ontwikkelingen bekijkt, zijn er tientallen jaren verprutst, ook al werd er in de jaren negentig gemakkelijk geld verdiend toen onder president Carlos Menem de peso net zoveel waard was als de dollar. En ook al lukte het tijdens de gouden jaren van Néstor Kirchner (2003-2007) sterk te groeien met weinig inflatie dankzij de brute, door de vrije val van 2001-2002 opgelegde, bezuinigingen en dankzij de stijging van de sojaprijzen.
Econoom Martín Rapetti schat dat het bbp in Argentinië vandaag de dag nagenoeg gelijk is aan dat van 1974. Maar helaas is de ongelijkheid tussen rijk en arm veel groter. Bijna een halve eeuw vermorst. In een interview met dagblad Clarínschetst Rapetti een somber scenario: als je ervan uitgaat dat de Argentijnse economie in 2021 met 6 procent stijgt en jaarlijks gestaag doorgroeit met 4,5 procent, iets wat niet erg waarschijnlijk is, dan zal pas in 2027 het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt.
Banken financieren de fossielebrandstofindustrie nog steeds op grote schaal, aldus de Amerikaanse zender CNBC. Dit blijkt uit ‘Banking on Climate Chaos 2021’, een recent gepubliceerd rapport van een groep klimaatorganisaties. Tussen 2016 en 2020 staken zestig van ’s werelds grootste banken maar liefst 3,8 biljoen dollar in fossiele brandstoffen.
‘Dit rapport is een realiteitscheck voor banken die menen dat vage “nul”-doelen voldoende zijn om de klimaatcrisis te stoppen,’ aldus een analist van een van de klimaatorganisaties. Op jaarbasis daalde de totale financiering van fossiele brandstoffen weliswaar met 9 procent in 2020, maar volgens het rapport komt dat door vraagafname vanwege de coronapandemie.
De financiering van fossiele brandstoffen was in 2020 hoger dan in 2016, het eerste jaar dat het klimaatakkoord van Parijs van kracht werd. Donald Trump trok de VS in 2017 terug uit de overeenkomst; Joe Biden maakte dat op zijn eerste dag als president weer ongedaan.
De drie grootste investeerders zijn JPMorgan Chase (51,3 miljard dollar), Citi (48,4 miljard) en Bank of America (42,1 miljard).
JPMorgan Chase weigerde commentaar maar verwees naar klimaatinitiatieven zoals ‘het aangaan van financieringen die in lijn zijn met de doelstellingen van Parijs’ en het faciliteren van 200 miljard dollar voor schone, duurzame financiering in 2025.
Val Smith, hoofd Duurzaamheid van Citi, reageerde wel: ‘Als meest mondiale bank ter wereld erkennen we dat we verbonden zijn met veel koolstofintensieve sectoren die al decennialang wereldwijde economische ontwikkelingen hebben gestimuleerd. Om in 2050 een netto nuluitstoot te bereiken, is het noodzakelijk dat we samenwerken met onze klanten, ook klanten op het gebied van fossiele brandstoffen, om hen en de energiesystemen waarop we allemaal vertrouwen, te helpen bij de overgang naar een netto-nuleconomie.’
Dat klinkt fraai, maar uit het rapport blijkt dat de wereldeconomie niet op schema ligt om de emissiereducties te behalen die zijn vastgesteld in het Akkoord van Parijs.
Democratie op z’n Turkmeens
Turkmenistan hield eind maart verkiezingen voor een nieuw opgerichte senaat, waarbij 112 kandidaten streden om 48 van de 56 senaatszetels. De voormalige Sovjetrepubliek in Centraal-Azië met 5,8 miljoen inwoners is een van de meest repressieve landen ter wereld, met een persoonlijkheidscultus rond de 63-jarige autoritaire president Goerbangoely Berdymoechammedov.
Media staan onder strikte staatscontrole. Afwijkende meningen worden niet getolereerd en er waren dan ook geen oppositiekandidaten waarop gestemd kon worden.
Uit de profielen van de kandidaten, gepubliceerd door regeringskrant Netralny Turkmenistan, blijkt dat het merendeel in staatsdienst is. Kiezers hadden slechts twee uur om te stemmen in een van de zes stembureaus, waarvan een in de hoofdstad Asjchabat en vijf elders, meldtRadio Free Europe/RL.
Niet veel later wisten de autoriteiten al te melden dat de opkomst 98,7 procent bedroeg. Dat was niet te controleren, want buitenlandse waarnemers werden geweigerd. Binnenkort worden de 48 winnaars bekendgemaakt en daarna onthult Berdymoechammedov zijn keuze voor de overige acht senaatszetels. En dan heeft Turkmenistan een heus tweekamerparlement.
Failliet door Meghan Markle
Splash News & Picture Agency, een prominent Amerikaans paparazzi-agentschap, heeft faillissement aangevraagd. Het bureau is in financiële problemen geraakt door een samenloop van omstandigheden, bericht The Hollywood Reporter. Door de coronapandemie worden sterren momenteel zelden in het wild gesignaleerd en dat betekent minder foto’s om te verkopen. Daarnaast voert Splash al langere tijd rechtszaken tegen beroemdheden omdat die auteursrechtelijk beschermde foto’s van zichzelf, gemaakt door Splash-fotografen, onrechtmatig zouden gebruiken.
Maar de genadeklap komt door een privacyzaak die Meghan Markle heeft aangespannen vanwege foto’s van een ‘privéfamilie-uitje’ in Canada. In december werd gemeld dat er een schikking was getroffen, maar de zaak sleepte zich desondanks voort.
‘Het betreft een kwestie in verband met vrijheid van meningsuiting volgens de Britse wetgeving, die helaas voor Splash ondraaglijk duur blijkt om voort te zetten’, aldus het bureau.
Noem mij maar ‘Zalm’
Een plaatsvervangend minister van Taiwan heeft mensen met klem verzocht om te stoppen hun achternaam te veranderen in ‘Zalm’. Binnen enkele dagen brachten ongeveer honderdvijftig mensen, voornamelijk jongeren, een bezoek aan overheidskantoren om officieel hun naam te veranderen. Het fenomeen, dat door lokale media als ‘zalmchaos’ werd bestempeld, is het resultaat van een promotionele actie van een keten sushirestaurants.
De actie duurde twee dagen en beloofde elke klant wiens identiteitskaart ‘gui yu’ bevatte, de Chinese karakters voor zalm, een onbeperkte sushimaaltijd waarvoor ook nog vijf vrienden mochten worden uitgenodigd, schrijft de Britse krant The Guardian.
‘Dit soort naamswijzigingen is tijdverspilling en veroorzaakt onnodig veel papierwerk,’ vindt de plaatsvervangend minister van Binnenlandse Zaken, Chen Tsung-yen. Mensen die hun naam veranderden vanwege de actie zagen het probleem niet zo. ‘Ik heb vanmorgen mijn naam veranderd en de karakters “Bao Cheng Gui Yu” toe laten voegen,’ liet een student lokale media weten. ‘We hebben al voor 205 euro kunnen eten.’
Zijn nieuwe naam betekent ‘explosieve knappe zalm’. Een vrouw liet weten dat ze haar voornaam heeft laten veranderen in ‘Zalm’ en dat twee vrienden dat ook hebben gedaan. ‘We veranderen onze namen daarna gewoon weer terug.’ In Taiwan mogen mensen hun naam maximaal drie keer officieel wijzigen.
Een Taiwanees pakte het rigoureus aan en liet een recordaantal van 36 nieuwe karakters aan zijn naam toevoegen met de nadruk op zeevruchten, inclusief karakters voor ‘zeeoor’, ‘krab’ en ‘kreeft’.
De Franse fotograaf JR heeft in Florence op de gevel van Palazzo Strozzi een fotocollage onthuld met de titel La Ferita, de wond. Met deze optische illusie van een weggeslagen stuk muur wordt de binnenkant van het museum zichtbaar en zijn een aantal beroemde kunstwerken te zien. Hiermee wil JR het belang van de toegang tot cultuur tijdens de huidige crisis benadrukken, schrijft The Art Newspaper.
Verschillende Italiaanse steden, waaronder Rome, Milaan en Venetië, zijn tot in ieder geval 6 april ‘op slot’. Arturo Galansino, directeur van het museum, zegt dat de symbolische wond verwijst naar de pijn die zowel culturele instellingen als hun publiek voelen door de noodmaatregelen.
Tijdelijke oplossing Venetië
Na jaren van protesten is de kogel door de kerk: cruiseschepen mogen niet langer langs het San Marcoplein in Venetië varen. Ze moeten nu aanmeren in de industriële haven van Marghera op het vasteland, bericht The Local Italy. De Italiaanse ministers van Infrastructuur, Cultuur, Toerisme en Milieu namen gezamenlijk de beslissing ‘om cultureel en historisch erfgoed te beschermen dat niet alleen Italië toebehoort, maar de hele wereld’.
Het betreft overigens een tijdelijke oplossing; de ministers vragen om ideeën voor de aanleg van een terminal buiten de lagune om ‘een structurele en definitieve oplossing te bieden voor het probleem van grote schepen’.
Voor de coronapandemie namen cruises naar Venetië tot woede van de lokale bevolking een hoge vlucht. De enorme schepen vormen een gevaar voor de historische gebouwen en zijn een bedreiging voor het kwetsbare ecosysteem van de lagune.
Wat zegt de buitelandse pers over het bloedvergieten in Myanmar
‘Na de slachting van honderden ongewapende demonstranten en burgers in Myanmar vond een ongekende historische gebeurtenis plaats: de Tatmadaw, de nationale strijdkrachten, stierven als nationale instelling. Gestorven in de harten en geesten van de overgrote meerderheid van 54 miljoen mensen in Myanmar.
Het is meer dan absurd dat legerhoofd Min Aung Hlaing op de Dag van de Strijdkrachten zegt dat zijn troepen de bevolking beschermen, terwijl zijn soldaten aan het moorden zijn met volstrekte straffeloosheid.’
Thitinan Pongsudhirak, professor aan de Chulalongkorn-universiteit, Bangkok Post
‘Het toenemende geweld en het bloedvergieten in Myanmar zijn een existentiële crisis voor de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN geworden). Normaal gesproken is de hoop gevestigd op de beproefde ASEAN-manier om voor betrokkenen in een conflict een compromis te vinden, maar nu is de situatie te nijpend en duister.
Tenzij de uit tien landen bestaande organisatie het verschil kan maken en de afdaling van Myanmar naar oncontroleerbaar geweld en een mogelijke burgeroorlog weet te stoppen, riskeert de ASEAN ondermijning en zelfs beëindiging van zijn succesverhaal.’
‘Sinds begin februari wil Indonesië een reactie van ASEAN op de crisis in Myanmar. Indonesië kan zich niet veroorloven niets te doen, want als de crisis escaleert tot een burgeroorlog, wordt Myanmar voor Indonesië een “Zuidoost-Aziatisch Syrië of Afghanistan”: een nachtmerrie die het Indonesische leiderschap binnen ASEAN aantast.
Hoewel Indonesië in het verleden heeft bijgedragen aan doorbraken in Myanmar, heeft het geen significante invloed op verschillende bij de crisis betrokken partijen.’
Andrew Selth, professor Griffith Asia Institute, The Interpreter
‘Gezien de opwaartse geweldsspiraal zijn de mogelijkheden voor demonstranten beperkt.
Ze kunnen terugkeren naar hun huizen en zich aanpassen aan de harde realiteit van een nieuwe militaire regering. Ze kunnen kiezen voor meer geweld en worden dan geconfronteerd met een gedisciplineerde, goed bewapende militaire organisatie die geen scrupules heeft om alle tekenen van oppositie de kop in te drukken. Ze kunnen vluchten en vluchteling worden, en proberen een eigen regering in ballingschap op te zetten.’
‘Angela Merkel heeft haar geloofwaardigheid verloren’
Woensdag 24 maart is een dag om te onthouden, aldus de Duitse pers. ‘Op één dag heeft de bondskanselier zich drie keer verontschuldigd: een keer voor de burgers, een andere keer voor de minister-presidenten [van de deelstaten] en ten slotte in de Bondsdag’, schrijft de krant DieWeltover de nasleep van Merkels plotselinge ommekeer in haar coronabeleid. ‘We waren getuige van een dag waarop de chaos, de ontevredenheid en het wanbeleid van de coronacrisis hun hoogtepunt bereikten.’
De bondskanselier heeft woensdag de vijf dagen durende strenge lockdown, die een dag eerder was afgekondigd voor Pasen, weer geannuleerd. Na felle kritiek zag Merkel zich gedwongen de maatregel in te trekken.
‘Is dit nog serieuze politiek of een komedieshow?’
Merkel gaf haar fout toe en verontschuldigde zich. Maar deze vergissing is eerder ‘een symbool van de grote hulpeloosheid, wanorde en het gebrek aan structuur in het hele overleg tussen deelstaatleiders’, merkt de Süddeutsche Zeitung op. De bondskanselier heeft dit besluit niet alleen genomen, zoals de Beierse minister-president Marküs Söder al snel opmerkte, en ook hij heeft zijn verontschuldigingen aangeboden aan het Duitse volk. De leider van de Christelijk-Sociale Unie (CSU) staat momenteel zeer hoog in de peilingen om Angela Merkel op te volgen als kanselier.
‘Is dit nog serieuze politiek of een komedieshow?’ opent het commentaar van Die Tageszeitung. ‘Misschien zijn wij getuige van een crisis van het federalisme? Een federalisme dat te log zou zijn om lange crises doeltreffend te beheren.’ Feit blijft dat ‘een regering die haar besluiten niet meer op een plausibele manier kan uitleggen, het vertrouwen van haar burgers verliest’, aldus het alternatieve linkse dagblad, en ‘de huidige regering is bezig haar gezag tot het nulpunt te reduceren’.
Angela Merkel heeft volgens de krant haar geloofwaardigheid verloren. Het is waar dat een verontschuldiging een goede indruk maakt, maar ‘het publiek ziet vooral dat de tovenares niet meer kan toveren’. ‘Vanaf nu is Merkel een lame duck’, ‘het einde van Merkel nadert’, aldus Die Tageszeitung.
De parlementsleden van de oppositie (AfD, Die Linke en FDP) aarzelden woensdag niet om de vertrouwenskwestie aan de orde te stellen.
De dood van de zevenjarige Khin Myo Chit, die tijdens een militaire inval in het huis van haar ouders in de buik werd geschoten, heeft in Myanmar een schokgolf teweeggebracht. Als eerbetoon aan het meisje waren de steden op woensdag 24 maart uitgestorven.
Ze is het jongste slachtoffer van de militairen die op 1 februari een staatsgreep pleegden: Khin Myo Chit, zeven jaar oud, werd op dinsdag 23 maart in haar huis doodgeschoten tijdens een militaire razzia in de stad Mandalay. Het meisje ‘werd in de buik geschoten terwijl ze op de schoot van haar vader zat’, meldt Myanmar Now.
De oudere zus van het slachtoffer, Aye Nyein San, vertelde aan de Myanmarese nieuwssite dat de militairen de deur van hun huis openbraken en alle familieleden dwongen te gaan zitten, alvorens te vragen of zich verder nog iemand in het huis schuilhield: ‘Hun vader herhaalde dat de zes familieleden in de kamer de enige mensen in het huis waren. Een soldaat zei dat hij loog en schoot hem neer, voegde Aye Nyein San eraan toe. Maar de kogel raakte Khin Myo Chit in plaats van hem.’
De begrafenis van het meisje vond reeds plaats op woensdag 24 maart, zoals te zien is op een video van de South China Morning Post. Haar vader, Hashin Bai, sprak tijdens de ceremonie in tranen: ‘Ze schoten haar in mijn armen neer. Ik droeg haar en rende weg.’
De soldaten sloegen vervolgens de negentienjarige broer van het slachtoffer ‘met de kolf van hun geweer’ en namen hem mee, vervolgt Myanmar Now. ‘We konden niet voorkomen dat ze hem meenamen’, getuigde de oudere zus. ‘Ze zeiden: “Willen jullie dat we weer gaan schieten?”’
Volgens de zus vroegen de soldaten haar vader hen het lichaam van het meisje te geven, wat hij weigerde. De volgende dag, woensdagavond 24 maart, deden de soldaten een tweede inval in hun huis, zo schrijft Myanmar Now in een ander artikel, in een poging het stoffelijk overschot van het kind terug te vinden. Daarom had de familie besloten haar begrafenis die ochtend in allerijl te houden.
‘De wrede moord op dit kleine meisje in de armen van haar vader’, schrijft CNN, ‘is er een in een lange reeks van mishandelingen en willekeurig geweld door de Myanmarese veiligheidstroepen, die niet alleen ongewapende demonstranten treffen, maar ook omstanders, burgers in hun huizen, en kinderen’. Sinds de militaire staatsgreep van 1 februari zijn naar verluidt ten minste 275 mensen door Myanmarese troepen gedood.
In de nasleep van de dood van Khin Myo Chit riepen prodemocratieactivisten op woensdag 24 maart op tot ‘een stil protest, waarbij mensen worden aangespoord thuis te blijven en bedrijven en winkels worden opgeroepen de rolluiken neer te laten’, aldus de Amerikaanse zender, ‘met als doel hele dorpen en steden plat te leggen’.
De Amerikaanse staat Virginia schaft de doodstraf af
De staat met het hoogste aantal executies in de Verenigde Staten heeft op woensdag 24 maart de doodstraf afgeschaft. Volgens de Democratische gouverneur Ralph Northam is de ultieme straf, die ten onrechte tegen zwarten wordt gebruikt, in Virginia ‘een vorm van een door de staat gesponsorde lynchpartij’ geweest.
‘Na ongeveer 1400 executies in meer dan 400 jaar, is de doodstraf dood in Virginia’, schrijft The Virginian-Pilot. Op woensdag 24 maart ondertekende de Democratische gouverneur Ralph Northam een wetsvoorstel tot afschaffing van de doodstraf in de staat, ‘die meer mensen heeft geëxecuteerd dan enige andere’ in de Verenigde Staten.
Northam tekende de nieuwe wet tijdens een ceremonie in het Greensville Correctional Center in Jarratt, tachtig kilometer ten zuiden van Richmond, waar de afgelopen dertig jaar dodelijke injecties en elektrocuties zijn uitgevoerd. Hij verklaarde daarbij: ‘De doodstraf is een fundamentele fout. Het is moreel juist dat er een eind aan wordt gemaakt.’
‘De jongste ter dood veroordeelde was 12, de oudste 83’
Virginia is de drieëntwintigste staat die de doodstraf afschaft, en ‘de eerste in het Zuiden’, schrijft The Virginian-Pilot. De eerste geregistreerde executie in wat later de Verenigde Staten zouden worden, vond plaats in de voormalige koloniale nederzetting Jamestown in Virginia, in 1608. Sindsdien zijn er bijna 1400 mensen geëxecuteerd in de staat. ‘De jongste ter dood veroordeelde was 12, de oudste 83’, aldus de The Richmond Times-Dispatch.
296 van de 377 mensen die in de twintigste eeuw in Virginia zijn geëxecuteerd waren Afro-Amerikanen
Volgens The Virginian-Pilot wees Ralph Northam er onder meer op dat de doodstraf ten onrechte is gebruikt tegen zwarte mensen, waarbij hij zelfs verwees naar ‘een vorm van door de staat gesponsorde lynchpartijen’. De gouverneur haalde statistieken aan waaruit blijkt dat 296 van de 377 mensen die in de twintigste eeuw in Virginia zijn geëxecuteerd Afro-Amerikanen waren en dat een beklaagde drie keer meer kans heeft de doodstraf te krijgen als het slachtoffer wit is in plaats van zwart. ‘Het is gewoon niet te rechtvaardigen,’ aldus Northam.
Volgens het wetsvoorstel dat in februari door leden van het Huis en de Senaat van Virginia werd aangenomen, zullen de twee overgebleven terdoodveroordelingen worden omgezet in levenslang zonder voorwaardelijke vrijlating, zo meldt The Richmond Times-Dispatch.
De afschaffing van de doodstraf in Virginia komt op het moment dat Joe Biden onder druk staat binnen de Democratische Partij om de straffen van de overgebleven federale terdoodveroordeelden om te zetten naar levenslang, schrijft ook The New York Times.
Tegen het einde van de ambtstermijn van Donald Trump had de Amerikaanse regering dertien gevangenen geëxecuteerd, meer dan een vijfde van de gevangenen die in afwachting waren van de doodstraf. Volgens het dagblad in New York heeft de inauguratie van Joe Biden een einde gemaakt aan deze golf van executies, maar blijft er onzekerheid bestaan over het lot van de resterende veroordeelde gevangenen.
Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie
Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.
Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.
Handelaars vs. producenten
Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’
Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet.
Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.
Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite Observ’Algérie.De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.
De zingende meisjes van Afghanistan
Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.
In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.
De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.
Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.
‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.
‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’
Het idee is om een eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.
Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.
Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.
Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in
In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’
De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.
De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.
De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.
Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.
Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.
Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.
In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.
Na bloedbad in Boulder, verklaart Joe Biden de oorlog aan aanvalsgeweren
Het was met een Ruger AR-556 semi-automatisch wapen dat Ahmad Al Aliwi Alissa, de vermeende dader van de schietpartij in Boulder, maandag tien mensen, waaronder een politieagent, zou hebben gedood in een supermarkt, meldt CNN.
‘Eerst Atlanta en nu Colorado’, schrijft The New York Times. De dodelijke schietpartij in Boulder, ‘is de tweede massamoord in de Verenigde Staten in minder dan een week’.
Volgens een getuige die door The Denver Post werd geïnterviewd, kwam de schutter binnen met een aanvalswapen en begon zonder een woord te zeggen te schieten. De motieven van de schutter zijn nog niet vastgesteld, aldus The Daily Camera, een lokale krant.
‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie’
De recentste massamoord heeft de Amerikaanse president Joe Biden er dinsdag toe aangezet het Congres op te roepen dergelijke aanvalswapens te verbieden. De Democraat riep de Senaat ook op om een wetsvoorstel aan te nemen dat deze maand door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd om de achtergrondcontroles bij de aankoop van een wapen te versterken. ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie,’ benadrukte Biden. ‘We moeten actie ondernemen.’
Dinsdag was de Amerikaanse pers echter niet erg optimistisch over het feit dat er daadwerkelijk nieuwe wetgeving wordt aangenomen. Het is ‘een triest ritueel’ geworden, schrijft The New York Times. ‘Met elke nieuwe massamoord, is er een roep om strengere wapenwetgeving. Zonder dat het Congres er echt in slaagt enige vooruitgang te boeken in deze kwestie.’
Politicomerkt op dat Joe Biden tot nu toe geen grote haast leek te hebben om iets te doen aan de wapenwetgeving. ‘President Joe Biden zei dinsdag dat hij “geen minuut langer” wilde wachten om de nationale epidemie van wapengeweld aan te pakken. Maar na 63 dagen presidentschap heeft hij nog geen enkele unilaterale actie ondernomen om het wapenbezit te beperken, hoewel hij dat op zijn eerste ambtsdag had beloofd’, aldus het nieuwsportal.
Netanyahu de grootste, maar geen regeringsmeerderheid
De Israëlische premier claimde dinsdagavond een ‘enorme overwinning voor rechts’, de vierde in bijna twee jaar, maar hij zal nog hard moeten werken om genoeg steun te verzamelen om een regering te vormen, schrijft Ha’aretz.
Hij en zijn Likoed-partij eindigden volgens de prognoses op de eerste plaats, maar de Netanyahu-coalitie heeft nog enkele stemmen nodig om een meerderheid van zetels te behalen, waardoor de schijnwerpers zijn gericht op Naftali Bennett, een vooraanstaande radicaal-rechtse figuur die nog niet heeft gezegd of hij zich al dan niet bij het kamp-Netanyahu zal aansluiten.
Oud-minister Bennet wordt gezien als een sleutelfiguur in de formatie en kan zich ook aansluiten bij oppositieleider Yair Lapid, die rekent op een akkoord met partijen ter linker-, midden- en rechterzijde die teleurgesteld zijn in Netanyahu.
Op weg naar vijfde verkiezingen
Maar volgens de laatste stand van zaken, met 87 procent van de stemmen geteld, komt het bloc-Netanyahu zelfs met de steun van Bennet 2 zetels te kort om een meerderheid van 61 zetels in de Knesset te behalen, meldt The Times of Israel. Dat is allemaal te danken aan het behalen van de kiesdrempel door de Arabische partij Ra’am, oftewel de United Arab List.
‘De komende twee dagen zullen gespannen zijn, omdat elke getelde stembus de zetelverdeling kan veranderen’, zegt Ha’aretz-journalist Anshel Pfeffer. Voorlopig bevindt Israël zich dus ‘in een nieuwe impasse. En hoe ongelooflijk het ook lijkt’, het is mogelijk dat het land binnenkort ‘op weg is naar vijfde verkiezingen’.
Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) heeft het aantal mensen dat is omgekomen bij de brand die maandagavond een vluchtelingenkamp in de buurt van de stad Cox’s Bazar in Bangladesh in de as legde, naar boven bijgesteld naar minstens vijftien doden en vierhonderd vermisten, meldt de Britse krant The Times. In een eerder rapport werd het dodental op vijf geschat.
Het vuur maakte het moeilijk voor de brandweer om ter plaatse te komen, omdat het kamp dichtbevolkt is, vertelde de plaatselijke inwoner Saiful Arakani aan de BBC. Er is een onderzoek ingesteld om de oorzaak van de brand te achterhalen.
‘In de afgelopen maanden hebben woordvoerders van de AKP geprobeerd positieve boodschappen te sturen naar Europa en de Verenigde Staten’, aldus het Turkse dagblad Evrensel. ‘Aan de lange vijandige tirades van president Erdoğan is een einde gekomen, in plaats daarvan laat hij geen gelegenheid meer voorbijgaan om uitspraken te doen als: “Wij kijken naar het Westen, daarheen leidt onze weg, wij hebben geen probleem dat niet door dialoog kan worden opgelost.”’
De Turkse president, die steeds meer geïsoleerd raakt op het diplomatieke wereldtoneel, probeert, althans in woorden, toezeggingen te doen aan zijn westerse partners. En in het bijzonder aan Frankrijk, waar een nieuwe ambassadeur, Ali Onaner, is aangesteld met de opdracht de breuken te lijmen van een relatie die sinds afgelopen zomer ernstig is verslechterd, met de Franse steun aan Griekenland in de Middellandse Zee tegenover intimidatie door de Turkse marine en de verklaringen van Erdoğan tegen de Franse president.
‘De regering maakt een ommekeer in het neo-Ottomaanse buitenlandse beleid dat zij de afgelopen tien jaar heeft gevoerd’, vervolgt de linkse krant Evrensel. ‘En in de afgelopen weken heeft Erdoğan ook een draai gemaakt naar de Arabisch-islamitische wereld, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en ook Israël.’
Gevechtsdrones
Zo bestudeert Turkije de mogelijkheid om gevechtsdrones te verkopen aan Saudi-Arabië. Sommige geruchten spreken zelfs van het mogelijke zenden door Ankara van Syrische huurlingen (door Turkije bewapende en opgeleide strijders, reeds ingezet in Libië en Azerbeidzjan).
De ommezwaai in het beleid is voor de oppositiepers in de eerste plaats een brevet van onvermogen, zoals de krant Birgünopmerkt: ‘De duizelingwekkende draai in het buitenlands beleid van Erdoğan, zijn de laatste stuiptrekkingen van een macht die in wanhoop verkeert, zowel intern als naar buiten toe. Ook al probeert zij de nieuwe koers aan haar aanhangers te verkopen als een opleving, toch erkent de islamitische macht hiermee impliciet het falen van haar avontuurlijke buitenlandse beleid van de afgelopen tien jaar.’
Een onderdeel van die nieuwe koers is Egypte. De twee landen knoopten in maart opnieuw diplomatieke betrekkingen aan, maar Caïro wacht nu ‘op acties die in overeenstemming zijn met de belangen en principes van Egypte om de betrekkingen tussen de twee staten te normaliseren’, zo werd de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri geciteerd door de online krant Gazete Duvar. Een van de geschilpunten is de steun van Ankara aan het Moslimbroederschap, tot woede van Saoedi-Arabië, de VAE en Egypte.
De Nigerese regering maakte maandagavond bekend dat de inval van zondag door gewapende mannen tegen dorpen in de Tahoua-regio, niet ver van Mali, heeft geleid tot de dood van 137 mensen. Een week geleden vielen er ook al 66 doden bij aanslagen.
‘Enkele tientallen mannen arriveerden op motorfietsen. Ze vielen nomadische kampen aan in de steden Intazayene, Woursanat en Bakorat’, schrijft de Nigerse krant News a Niamey. Omdat het woestijngebied erg geïsoleerd ligt, is er gebrekkige communicatie en duurde het een tijd totdat de berichten waren bevestigd, aldus de Nigerse krant.
‘Wat de tragedies van de afgelopen maanden gemeen hebben, is dat ze alleen burgers hebben getroffen die normaal gesproken worden gespaard in tijden van gewapende conflicten. Ze maken duidelijk (…) dat we te maken hebben met een grote verschuiving in de strategie van gewapende groepen’, merkt Info Agadez op.
‘Na een reeks aanvallen die voornamelijk gericht waren op de defensie- en veiligheidstroepen, lijken gewapende groepen te hebben besloten hun wapens nu tegen burgers te richten; en dit om redenen die de gewone man nog steeds niet kan bevatten, en die geen enkele specialist in conflicten heeft geprobeerd bloot te leggen en uit te leggen. Toegegeven, dat is een lastige taak, omdat geen van de laatste aanslagen is geclaimd’, vervolgt de krant uit Noord-Niger.
‘De uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis’
De terroristische operaties in het westen van het land vormen de grootste uitdaging voor het nieuwe staatshoofd, Mohamed Bazoum, wiens presidentiële overwinning zondag werd bevestigd door het Constitutionele Hof van Niger. Zijn tegenstander, Mahamane Ousmane, betwistte de resultaten van de stemming en claimde de overwinning met 50,3 procent van de stemmen.
Het Burkinabese dagblad Le Country spoort aan om geen tijd meer te verliezen met deze tweestrijd en aan de slag te gaan, ‘want de uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis, die een nachtmerrie wordt voor de autoriteiten en voor grote bezorgdheid zorgt.’
Israëliërs zijn het stemmen beu
Vandaag (23 maart) vinden in Israël de vierde parlementsverkiezingen plaats in minder dan twee jaar tijd. Volgens de laatste peilingen maken de beide kandidaten, Benyamin Netanyahu en Yaïr Lapid, nog ongeveer evenveel kans.
Afgelopen weekend wist ongeveer 40 procent van de Israëlische kiezers nog altijd niet goed wie ze zouden gaan stemmen – 20 procent van de Israëli’s was van plan op het allerlaatste moment te beslissen, schrijft Ynet, het populaire portaal van dagblad Yediot Aharonot. Het zou gaan om tien tot dertien onvoorspelbare zetels.
Ook Israel Hayomheeft het over ‘het besluiteloosheid tot het einde’. De zwevende stemmen zouden de machtsverhoudingen tussen de twee grote blokken, pro- en anti-Benyamin Netanyahu, de vertrekkende premier, kunnen doen verschuiven. Volgens het gratis verspreide dagblad speelt bij de besluiteloosheid een gebrek aan informatie mee over de strategieën die de partijen zullen volgen bij de vorming van de nieuwe coalitie na de verkiezingen. De krant spoort aan om desondanks te gaan stemmen: ‘Alles ligt nog steeds in onze handen’. Bij de verkiezingen in maart 2020 was de opkomst 71,5 procent.
Niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie
Ha’Aretz noemt als oorzaken voor deze mogelijke lage opkomst de pandemie, die het verkiezingsproces bemoeilijkt en de kiezers in gevaar kan brengen, maar ook een grote vermoeidheid met het Israëlisch kiesstelsel; veel Israëliërs hebben last van een ‘déjà-vu’ en zijn het stemmen beu.
Yediot Aharonotheeft het in dit verband over ‘de vierde symfonie van Benyamin Netanyahu’, die nog meer dan de vorige drie het werk van de Israëlische premier zou zijn. ‘Hij is de componist, dirigent en uitvoerder.’ Maar, benadrukt de krant, het is belangrijk om niet te vergeten naar de muziek te luisteren. Wat de uitkomst van deze verkiezingen ook is, één ding is zeker: niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie.
VS, VK en EU verenigen zich om China te sanctioneren
De Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada spraken zich op maandag 22 maart gezamenlijk uit tegen de massale internering van Oeigoerse moslims en namen parallelle sancties tegen Chinese functionarissen in de provincie Xinjiang, die worden beschuldigd van mensenrechtenschendingen. Beijing reageerde onmiddellijk door tien leden van het Europees Parlement op de zwarte lijst te zetten, meldt The South China Morning Post.
‘Het bewijsmateriaal, onder meer afkomstig uit eigen documenten, satellietbeelden en ooggetuigenverklaringen van de Chinese regering, is overweldigend. China’s uitgebreide onderdrukkingsprogramma omvat onder meer strenge inperkingen van religieuze vrijheid, het gebruik van dwangarbeid, massale detentie in interneringskampen, gedwongen sterilisaties en de gezamenlijke vernietiging van het Oeigoerse erfgoed’, citeert SCMP.
Volgens het Hongkongse dagblad zou dit kunnen leiden tot een dramatische escalatie van ‘spanningen met Beijing’ en maakt het duidelijk dat de nieuwe regering van Joe Biden ‘voornemers is van zijn allianties een krachtig instrument te maken om zich tegen China te verzetten’.
De Rubicon over
In de woorden van The Guardian zijn de EU en het VK ‘de Rubicon overgestoken’ door sancties op te leggen aan een kleine groep Chinese hoge functionarissen;‘Dit zijn de eerste sancties die door Europeanen zijn genomen tegen Chinese functionarissen sinds de bloedige onderdrukking van het Tian’anmen-plein in 1989.’
De Britse minister van Buitenlandse Zaken Dominic Raab benadrukt dat de sancties tegen de Chinese leiders het resultaat waren van een ‘intense’ diplomatieke inspanning tussen de betrokken westerse landen, omdat ‘het bewijs van wijdverbreide schendingen van de mensenrechten in Xinjiang niet kan worden genegeerd’.
De VS kondigden de sancties aan slechts enkele dagen na een verhitte discussie tussen Amerikaanse en Chinese diplomaten tijdens een bijeenkomst in Anchorage (Alaska), schrijft CNN. Directeur van het ministerie van Financiën van het Office of Foreign Assets Control Andrea M. Gacki verklaarde dat ‘de Chinese autoriteiten consequenties [zullen] blijven ondervinden zolang er gruweldaden plaatsvinden in Xinjiang tegen Oeigoeren en andere etnische minderheden.’
De geest uit Quartier Latin
‘De sluiting van de geliefde Gibert Jeune-boekwinkel in het Quartier Latin van Parijs, de thuisbasis van talloze schrijvers, filosofen, kunstenaars, revolutionairen en studenten, is de laatste in een reeks klappen voor de culturele levendigheid van de buurt, een langdurige achteruitgang die werd versneld door de pandemie’, schrijft The New York Times over de sluiting deze week van een iconische Parijse boekwinkel, die volgens het dagblad ‘de geest van het Quartier Latin het beste belichaamde’.
Libération noemt de sluiting: ‘een teken van de tijd’. Het gebouw behoorde toe aan een ‘afstammeling van de historische familie’, en is nu verkocht aan de hoogste bieder. Om de nieuwe verhuurder te kunnen betalen, had de jaaromzet van de winkel met 2 miljoen moeten stijgen. ‘Onhoudbaar voor een kuip die te oud en te zwaar is en aan alle kanten lekt.’
De winkel was onder andere zeer populair bij studenten, die er tweedehands boeken kochten. ‘Het verhaal van een wijk in Parijs die ooit zo vreugdevol was en lang werd geassocieerd met studie, ideeën, jeugd en kennis’ is ten einde’, schrijft ook Le Monde; ‘De Franse boekhandel wordt geconfronteerd met nieuwe lees- en koopgewoonten en een verstikkende vastgoedmarkt.’
De Mexicaanse auteur Jorge Volpi doet naar aanleiding van de vele rellen die in zijn land plaatsvonden op vrouwendag een aanklacht tegen de huichelachtige tijd waarin we leven.
Rellen in Mexico-Stad
Volgens de Mexicaanse autoriteiten hebben 62 politiemensen en 19 vrouwen verwondingen opgelopen toen het tot een confrontatie kwam tussen betogers en de politie bij demonstraties op Internationale Vrouwendag. Demonstranten gingen de agenten te lijf met hamers, schilden en zelfgemaakte vlammenwerpers.
De vrouwen protesteerden tegen het seksueel geweld waarmee ze dagelijks te maken hebben. Volgens México Evalua, een onafhankelijk onderzoeksbureau, zijn in de tweede helft van 2020 5 miljoen vrouwen in het land slachtoffer geworden van seksueel geweld. Volgens gegevens van de Mexicaanse regering zelf zijn in 2020 939 vrouwen vermoord omdat ze vrouw waren. Tussen 2015 en 2020 steeg het aantal femicidegevallen met 130 procent.
De woede van de demonstranten richtte zich vooral op president López Obrador. Hij zou te weinig doen tegen het misbruik. Onlangs sprak de president nog zijn steun uit voor een politicus die door een aantal vrouwen is beschuldigd van verkrachting.
De ex-president die de oorlog begon tegen de drugshandel – de directe oorzaak van honderdduizenden doden en verdwijningen –, juicht de protesten tegen de vrouwenmoorden toe. De spreekbuis van de huidige president noemt de metalen afzetting rond het Palacio Nacional, ons regeringsgebouw, tegen de feministische protesten een ‘vredesmuur’. De verantwoordelijke om de covid-19-pandemie te bestrijden loopt zonder mondkapje en wetend dat hij besmettelijk is, door een openbaar park om vervolgens de media uit te foeteren die inbreuk maken op zijn privacy. Voormalige linkse activisten rechtvaardigen het politieoptreden tegen de feministische demonstranten. De voornaamste oppositiepartij, fel gekant tegen de legalisering van abortus, staat achter de protesten van de #8M-beweging op 8 maart. De president zwijgt in alle talen over het geweld tegen de vrouwen maar toont zich vol lof over het feit dat de barricade rond het regeringsgebouw het heeft gehouden. De partij die de corruptie heeft verheven tot landspolitiek wijst witheet op een Accountantsonderzoek dat diverse onregelmatigheden in het huidige regeringsbeleid blootlegt. Hoge vrouwelijke functionarissen en leiders van MORENA (Movimiento Regeneración Nacional), die zich als feminist voordoen, reppen met geen woord over de poging van hun partij om een politicus voor te dragen die herhaaldelijk van verkrachting is beschuldigd.
Mensenrechtenactivisten die de overstap hebben gemaakt naar overheidsfunctionaris, dekken het misbruik bij de politie. Mensenrechtenactivisten houden hun mond over de demonstranten die een groep vrouwelijke politieagenten afranselden. Een president die zichzelf progressief noemt – en geen dag voorbij laat gaan om zijn rivalen als conservatief te bestempelen – stelt voor zowel de legalisatie van abortus als de kandidatuur van de politicus die van verkrachting is beschuldigd, afhankelijk te maken van de publieke opinie. De voormalige kandidaat voor het presidentschap, die de conservatieve partij verliet, komt op zijn schreden terug en ambieert een functie in een gebied waar hij nooit heeft gewoond. De partij die zichzelf afficheert als sociaal komt aanzetten met een politicus die openlijk klassenjustitie en machismo voorstaat. Een partij die van oudsher als links bekend staat verbindt zich met de twee partijen die ze haar hele geschiedenis lang heeft bestreden. Een journalist die de politieopstelling steunde haalt dagelijks uit naar de president. De kandidaat die de demilitarisatie van het land beloofde draagt alle macht over aan het leger. Tientallen journalisten en intellectuelen die zich hebben verrijkt aan de vorige regimes, beschuldigen de huidige regering van censuur.
Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort
En er zouden nog veel en veel meer voorbeelden te geven zijn. Als iets het Mexico van nu kenmerkt, al zie je hetzelfde gebeuren in andere delen van de wereld, is het niet zozeer de leugen – of wat we alternatieven feiten zijn gaan noemen – als wel het gebrek aan congruentie. Het feit dat er geen peil te trekken is op onze publieke spelers. Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort: we luisteren naar de tot vervelens toe herhaalde uiteenzettingen in de krakende ochtendpraatjes van de president, naar de opgewonden verklaringen van partijleiders, naar de raadselachtige commentaren van journalisten, woordvoerders en influencers, en bovenal naar de weerzinwekkende bagger op de sociale media, en constateren algauw dat de verkondigers met al hun flux de bouche en poeha over het algemeen precies het tegenovergestelde hebben gedaan van wat ze beweren.
We leven in het rijk van de incongruentie. En van het cynisme.
Kloof
Hoe bestaat het dat we dulden dat Felipe Calderón zegt niets te hebben geweten van de banden met de drugshandel van zijn rechterarm, Genaro García Luna? Of dat Andrés Manuel López Obrador de kandidatuur van Félix Salgado Macedonio [die wordt beschuldigd van verkrachtig] steunt? Of dat de aanhangers van PAN (Partido Acción Nacional) hebben ingestemd met alle slogans die op de gevel van het Paleis werden geprojecteerd, behalve de oproep tot legalisering van abortus? Of dat MORENA zijn politieke macht niet heeft ingezet om die decriminalisering erdoor te krijgen?
Hoe bestaat het dat we dag in dag uit al deze politici, ondernemers, activisten, journalisten en intellectuelen dulden die het ene zeggen en precies het tegenovergestelde doen? Hoe komt het dat de kloof tussen de boodschapper en de boodschap zo diep is geworden?
Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog
Ons openbare leven is ineens veranderd in een obscene setting waarin slechte toneelspelers ageren, die tegenover hun gehoor de ene rol vertolken en, eenmaal veilig thuis, hun masker afrukken om iemand anders te zijn. Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog, zolang de vijand maar in een kwaad daglicht wordt gesteld.
Al hebben ik en de mijnen veel ergere dingen gedaan dan jij en de jouwen – denk aan PRI (Partido Revolucionario Institucional) en PAN –, nu gooien we het je woedend en verontwaardigd in het gezicht. Of: nu we de macht hebben – MORENA – doen we zelf wat we bij de oppositie het meest bekritiseerden. Of: nu ik ultraconservatieve maatregelen tref – zoals het land extreem militariseren of de slachtoffers negeren –, beschuldig ik alle anderen van conservatisme. Of: nu ik weer in de oppositie zit, bekritiseer ik jou omdat je hetzelfde doet als ik voorheen.
Daarom klappen we zo als iemand eens consequent is, zoals Estefanía Veloz, een militante feministe van MORENA, die aankondigde haar partij de rug te zullen toekeren als die doorging met haar steun aan Salgado Macedonio… en inderdaad vertrok. Dat zulk gedrag ons verbaast toont wel aan hoezeer we gewend zijn geraakt aan het tegendeel: gegoochel met woorden om wat niet te rechtvaardigen is te rechtvaardigen.
We leven in het rijk van het onfatsoen.
Als aan iets behoefte is in dit bedroevende panorama, dan is het aan onvervalste onderzoeksjournalistiek. Die kan dienen als geheugensteun om de ongerijmdheid of incongruentie te ontmaskeren en ons er, als spiegels van Dorian Gray, aan te helpen herinneren wie er schuilgaan achter die mooie facies van degenen die zo fier en vol overtuiging de anderen beschuldigen van wat zij zelf zijn.
De Mexicaanse socioloog Karina García Reyes interviewde 33 voormalige narco’s om de logica van hun wereldbeeld te kunnen begrijpen. Hiermee wil zijn een nieuw perspectief belichten: dat van de daders. ‘We moeten erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij.’
Keuze uit ons archief
Dat verdeeldheid onder neoliberalisme toeneemt, zien we overal gebeuren – nu ook in de politiek. Reyes legde dit gegeven vast in een studie. Ze kreeg de kans te ontsnappen uit een uitzichtloos gebied in Mexico, en besloot te onderzoeken wat ze overal om zich heen had gezien. De drugsbendeleden die ze interviewden zien zichzelf als de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan. Ze hebben de individualistische ethiek waarvan de hele (Mexicaanse) samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme doortrokken is, geïnternaliseerd.
Dit artikel verscheen eerder in #174, februari 2020.
Ik kom uit het noorden van Mexico, een gebied dat het zwaarst te lijden heeft van het geweld in de war on drugs. De periode van 2008 tot en met 2012 was de meest onzekere en gewelddadige in de geschiedenis van mijn stad. In het begin waren de confrontaties tussen het leger en de drugskartels, waarbij met scherp werd geschoten, sporadisch, maar algauw werden ze frequent, overal in de stad en op klaarlichte dag.
Ikzelf maakte een keer een vuurgevecht mee op het deel van de universitaire campus waar ik college gaf. We moesten de deuren sluiten en de veiligheidsmaatregelen in acht nemen die voor dit soort situaties golden. En al mijn vrienden en familieleden hebben wel iets dergelijks meegemaakt, sommigen zagen het gebeuren vanuit hun auto en anderen vanuit huis.
Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld
Tegelijk met het toenemende geweld begon het kartel Los Zetas de plaatselijke middenstand af te persen. Als de kleine ondernemers geen ‘stageld’ – de eufemistische term voor beschermgeld – betaalden, kregen ze met geweld te maken of werden leden van hun familie ontvoerd.
Geleidelijk aan sloten alle kleine ondernemers hun deuren en groeide de paranoia onder de bevolking vanwege de berichten die de narco’s op sociale media plaatsten. ‘Ga vanavond de deur niet uit, want er wordt geschoten.’ Soms werden die dreigementen nog waargemaakt ook.
In die omstandigheden besloot ik naar het buitenland te gaan om te promoveren. Ik wilde in die onzekere toestand niet verder studeren en ging daarom naar Engeland. Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld. Dankzij de goede raad van een van mijn professoren was ik in staat om door middel van een proefschrift mijn frustratie uit te leven over de veiligheidspolitiek van Felipe Calderón, die van 2006 tot 2012 president van Mexico was. Ik ben zeven jaar met dit onderwerp bezig geweest.
In mijn proefschrift onderzoek ik het drugsgeweld aan de hand van persoonlijke geschiedenissen. Tussen oktober 2014 en januari 2015 interviewde ik 33 mannen uit de wereld van de drugscriminaliteit. We spraken over hun kindertijd en hun puberteit, over alcohol- en drugsverslaving, vandalisme en hoe ze in de criminaliteit terecht waren gekomen en welke rol ze daarin vervulden. Om begrip te krijgen van de invloed die hun persoonlijke ervaringen hadden op hun intrede in de drugswereld, onderwierp ik hun verhalen aan een discursieve analyse.
Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt
De geïnterviewden hebben op twee manieren bijgedragen aan het karakter van mijn studie. In de eerste plaats methodologisch, omdat directe interviews met drugscriminelen iets totaal nieuws zijn in de academische wereld. Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt. Ook opent mijn studie voor de academische wereld een nieuw perspectief, namelijk dat van de daders, dat tot nog toe zowel door onderzoekers als door bestuurders en politici werd genegeerd.
In deze zin werpt de analyse van hun persoonlijke verhalen licht op de mogelijke oorzaken van hun intrede in de drugswereld en verklaart deze de logica van hun wereldbeeld. Dat te begrijpen is cruciaal, niet alleen voor de benadering van zo’n complex fenomeen, maar ook voor het bepalen van beleid om de veiligheid te waarborgen. Tot nog toe werden die maatregelen alleen genomen vanuit de logica van hen die de maatregelen nemen. Geen wonder dus dat ze faliekant mislukten.
Slachtoffers noch monsters
Om te beginnen moeten we erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze zijn onderhevig aan dezelfde normen en waarden en tradities als wij allemaal. Een van de voornaamste problemen in Mexico is dat de overheid ze systematisch discrimineert door het binaire discours van de Verenigde Staten over te nemen: ‘zij’ versus ‘wij’, ‘goed’ versus ‘kwaad’. Behalve dat dit discours een absurde oversimplificatie is, verdoezelt het de rijkgeschakeerde oorzaken van het geweld.
Een analyse van de persoonlijke geschiedenissen van de ex-narco’s doet die schakeringen juist scherp uitkomen. De geïnterviewden zien zichzelf noch als slachtoffers, noch als monsters. Ze rechtvaardigen allemaal hun intrede in de drugswereld als hun ‘enige optie’ om te overleven, een motivatie die door veel wetenschappelijke studies wordt bevestigd. Maar hoewel ze goed van de schaduweconomie konden leven en voor hun gezinnen zorgden, wilden ze toch ‘meer’.
De geïnterviewden zien zich ook niet als de bloeddorstige criminelen die in films worden opgevoerd. Ze omschrijven zichzelf als vrij handelende personen die besloten hebben in het illegaal circuit te opereren, maar tegelijkertijd noemen ze zichzelf ‘niks waard’, ‘wegwerpartikelen’.
Dat gevoel van marginalisering, gevoegd bij de verslavingsproblemen en het ontbreken van een toekomstperspectief, maakt dat ze weinig waarde hechten aan hun leven en dat de dood zelfs als een bevrijding wordt gezien.
Dit laatste is een cruciale factor voor het beleid dat ten aanzien van deze problematiek gevoerd dient te worden. De kernopdracht daarbij is te vermijden dat nog meer kinderen en jongeren zich als ‘niks waard’ gaan beschouwen.
Mijn onderzoek laat zien hoe de participanten het binaire discours van de overheid overnemen. Ze noemen zichzelf de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan, ze vinden niet dat ze daar deel van uitmaken. Ze hebben ook de individualistische ethiek overgenomen waarvan de hele Mexicaanse samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme aan het eind van de jaren tachtig doortrokken is. Die ethiek is een tweesnijdend zwaard: ze geven niet de staat of de maatschappij de schuld van hun armoede, maar ze hebben ook geen spijt van hun misdaden. Ze vinden dat ze de ‘pech’ hebben gehad in armoede en in de marge van de maatschappij geboren te zijn en dat hun slachtoffers de ‘pech’ hebben gehad in hun handen te vallen. De logica is simpel: ‘Ieder voor zich.’
Niets te verliezen
Uit de analyse van de interviews kwam een cluster van ideeën en opvattingen naar voren die als vaststaande waarheden werden geponeerd en die ik ‘het narcodiscours’ heb gedoopt.
De betekenis die armoede heeft in het narcodiscours liegt er niet om. Het heet dat arme mensen geen toekomst hebben en daarom ook niets te verliezen. Zoals een van de geïnterviewden (Wilson) zei: ‘Ik wist dat ik tot aan mijn dood in armoede zou leven en het enige wat ik deed was God vragen: waarom ik?’ Armoede wordt gezien als een natuurlijk gegeven, een omstandigheid waar niets aan te doen is en waar niemand verantwoordelijk voor is. Voetstoots wordt aangenomen dat ‘er iemand moet zijn die arm is’ (Lamberto) en ‘dat je er niks aan kunt veranderen’ (Tabo).
Die kijk op armoede impliceert een individualistische kijk op de wereld: het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn economische en sociale ontwikkeling. ‘Ik wist dat ik alleen stond, als ik iets wilde, dan moest ik het zelf gaan halen’ (Rigoletto).
De logica van het narcodiscours met betrekking tot armoede is dat iedereen er alleen voor staat en dat dus ‘het recht van de sterkste’ (Yuca) geldt. Zo verklaart ook Cristian het: ‘In mijn wijk wisten we allemaal wat de regel was: als je zit te slapen, verlies je. Dat was de regel. Je moet gewelddadig zijn, door roeien en ruiten gaan, je moet voor jezelf opkomen, want niemand anders zal het doen.’
“Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?”
In het narcodiscours wordt ervan uitgegaan dat kleine kinderen en tieners onvermijdelijk bendeleden en drugsverslaafden worden. ‘Als je in een arme buurt opgroeit, dan weet je dat je op een bepaald moment aan de drugs verslaafd raakt’ (Palomo). Net zo worden de bendes, die dagelijks geweld en vandalisme plegen, gezien als ‘de enige manier om het geweld van de straat te overleven’ (Piochas). Er wordt dus van uitgegaan dat die jongeren geen toekomst hebben en daarom niks waard zijn: ‘Als je aan drugs verslaafd bent, beschouw je jezelf als een nul, minder dan afval… Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?’ (Palomo).
Ook de vroege dood van deze jongeren wordt als onvermijdelijk gezien: ‘Als je zo veel van je vrienden door geweld, door overdoses, door politiekogels, ziet omkomen, dan denk je dat dat ook jouw toekomst is’ (Tigre). Op die manier wordt al bij voorbaat aangenomen dat het met de jongeren slecht zal aflopen: ‘Ik dacht altijd dat ik óf aan een overdosis óf door een kogel zou sterven’ (Pancho).
Volgens die logica kun je eigenlijk alleen maar van het leven genieten door de consumptie van luxegoederen, en de enige manier om daaraan te komen is door middel van ‘gemakkelijk geld’ dat het ‘gemakkelijke leven’ je biedt. Het gemakkelijke leven is de drugshandel. Ze weten dat de kick van gemakkelijk geld van korte duur is, maar toch loont die de moeite, omdat je ‘in deze wereld, als je geen geld hebt, niemand bent’ (Canastas). Ze kennen de gevaren. ‘De ene dag kun je nog in een duur restaurant zitten met allemaal mooie vrouwen om je heen, en de volgende dag word je wakker in de bajes’ (Ponciano). Het ‘gemakkelijke leven’ moet dus snel en op de toppen geleefd worden: ‘Mijn opzet was om elke dag te leven of het de laatste was. Ik liet het breed hangen. Ik kocht de duurste SUV’s, de duurste wijnen en ik had de mooiste vrouwen’ (Jaime).
‘Echte man’
In het narcodiscours speelt ook het idee van de ‘echte man’, die agressief en gewelddadig dient te zijn. En een rokkenjager.
De participanten noemden de arme wijken ‘de jungle’, de plaats waar het recht van de sterkste heerst. Lichamelijk geweld is essentieel om te kunnen overleven – letterlijk.
In het narcodiscours komt ook een cruciaal element van geweldpleging tot uitdrukking, namelijk dat het aangeleerd gedrag is. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt. Zoals Jorge zegt: ‘Als kind werd ik door grotere kinderen geslagen, ze maakten misbruik van me omdat ik alleen was. Ik was niet gewelddadig… maar ik moest wel gewelddadig worden, nog gewelddadiger dan zij. Dat moet als je op straat wilt overleven.’
In ‘de jungle’ moeten mannen ook een reputatie opbouwen om te overleven. Een ‘echte man’, zo is de opvatting, is heteroseksueel, een rokkenjager, ‘een feestbeest met drugs en alcohol’ (Dávila).
Daarnaast komt in het discours naar voren dat ‘echte mannen’, in tegenstelling tot vrouwen, geen angst of emoties of zwakte mogen tonen, en de beste manier om dat te doen is laten zien dat je onder alle omstandigheden sterk en dominant bent: binnen de bende, in gevechten met concurrerende bendes en thuis in het gezin.
In de interviews uitten de participanten vaak de wrok die ze jegens hun vader koesterden. Van de 33 geïnterviewden bekenden er 28 dat ze op zeker moment in hun leven het liefst hun vader zouden hebben vermoord. Huiselijk geweld en geweld tussen mannen en vrouwen horen tot de eerste levenservaringen van deze participanten. Allemaal zijn ze het erover eens dat het dagelijks geweld van hun vaders tegen hun moeders hun als kind het meeste weerzin inboezemde. Het is een constant gegeven in de verhalen die ze vertellen, niet alleen over hun kindertijd, maar ook over drugsverslaving, geweld in het algemeen en hun intrede in de wereld van de misdaad.
Voor een aantal participanten was het verlangen om hun vader te vermoorden of te martelen de belangrijkste motivatie om in de drugscriminaliteit te gaan. Rorro, bijvoorbeeld, vertelde dat hij als kind ‘geen enkele illusie of plannen voor de toekomst had, het enige waar ik aan dacht was mijn vader vermoorden als ik groot was… ik wilde hem aan stukken hakken’. De drugscriminaliteit in gaan verschafte hem die mogelijkheid. Ook Ponciano gaf aan dat hij zich, als hij mensen moest martelen, altijd voorstelde dat het om zijn vader ging, ‘en dan martelde ik ze met genoegen, net zoals hij ons martelde’.
De fantasieën die de participanten hadden over het vermoorden van hun vader lijken allemaal op elkaar, allemaal wilden ze hem laten boeten, niet uit wraak voor wat hij hun had aangedaan, maar voor wat hij hun moeder had aangedaan. Opmerkelijk is dat ze ook geen van allen in staat waren hun voornemen uit te voeren toen ze daar de gelegenheid voor kregen. Facundo verwoordt het zo: ‘Ik had hem kunnen vermoorden als ik wilde. Ik had tientallen huurmoordenaars die voor me werkten. Als ik wilde… ik had hem kunnen laten martelen en toekijken hoe hij crepeerde. Maar ik kon het niet… dus ik zei tegen hem: maak dat je wegkomt, ik wil je nooit meer zien. Als ik je weer zie, vermoord ik je.’
Macho-ideologie
De oorzaken van de criminaliteit en het geweld in Latijns-Amerika zijn vrijwel in alle landen dezelfde. Tussen de verschillende bronnen van het geweld – van drugscriminelen, het leger, de guerrilla of de bendes – zijn er volgens mij twee dwarsverbindingen: de armoede en de giftige macho ideologie*. De dagelijkse ervaringen van de mensen die in armoede leven is de soep waarin alle soorten geweld (huiselijk geweld, bendegeweld, geweld tussen de seksen) gaar koken. En dat alles binnen het kader van het onzichtbare geweld dat zelden onderkend wordt: het structurele geweld van de staat.
Wij moeten allemaal, academici, politici en burgers, deze ervaringen proberen te begrijpen en ervan leren. We kunnen wel erkennen dat armoede de moeder is van alle kwaad, maar we weten niet hoe het is om in armoede te leven. Het terugdringen en voorkomen van geweld kan alleen op lokaal niveau gebeuren. Elke regio, elke wijk heeft zijn eigen specifieke problemen en behoeften. Algemene politieke maatregelen zullen niet helpen. En misschien is dat het grote struikelblok: de geweldsproblemen bij de wortel aanpakken, daar kunnen politici geen goede sier mee maken.
Ook moeten we bedenken dat de dominante macho-ideologie in de Latijns-Amerikaanse landen het geweld niet alleen goedkeurt, maar ook aanmoedigt. In de regio’s worden de problemen onveranderlijk te lijf gegaan met agressie en gemilitariseerde veiligheidsmaatregelen. Geweldloze oplossingen waren tot nog toe geen optie in onze landen, omdat machismo en geweld geïnstitutionaliseerde fenomenen zijn.
Om het geweld aan te pakken moeten we beginnen met het te begrijpen. Waar komt het vandaan? Wie rechtvaardigt het en hoe? Hoe wordt het gepropageerd? Hoe hebben ze het eerder proberen te bestrijden? Om antwoord te geven op die vragen loont het om interdisciplinair te werk gaan en dienen onze overheden bereid te zijn naar ons te luisteren.
Wat eerst moet gebeuren is een verandering van paradigma: de militairen moeten terug de kazerne in, complexe problemen moeten lokaal worden aangepakt (al zal dat de landelijke politiek geen punten opleveren) en we moeten ophouden met het binair discours waarin het heet dat ‘zij’ dood moeten, want daar bereiken we alleen maar mee dat de onverschilligheid van ‘hen’ jegens ‘ons’ toeneemt.
Welke lessen voor de toekomst kunnen we trekken uit 2020? De Israëlische denker en historicus Yuval Noah Harari zet ze op een rijtje en komt tot een heldere conclusie: de enige reden waarom deze pandemie uit de hand is gelopen, is de politiek.
Keuze uit het archief
Na het rampjaar 2020 dacht de wereld dat 2021 het jaar zou worden dat we ‘samen corona onder controle zouden krijgen’ (dixit de Rijksoverheid). Er was immers een keur aan uitstekend werkende vaccins ontwikkeld. Niets bleek minder waar, er zijn nieuwe, besmettelijkere, varianten als delta en omikron opgekomen en het coronabeleid heeft geen een derde, vierde en zoveelste golf kunnen voorkomen.
Had de politiek maar Yuval Noah Harari geluisterd. Lees zijn profetische woorden en oplossingen voor de coronacrisis.
Door velen wordt de vreselijke tol die het coronavirus heeft geëist gezien als bewijs van de hulpeloosheid van de mens ten opzichte van de natuur. Maar in feite heeft 2020 aangetoond dat de mensheid verre van hulpeloos is. Epidemieën zijn niet langer onbedwingbare natuurkrachten. Dankzij de wetenschap zijn ze nu tot op zekere hoogte te controleren.
Waarom zijn er dan zoveel sterfte- en ziektegevallen geweest? Vanwege slechte politieke beslissingen.
Vroeger hadden mensen als ze met een plaag als de Zwarte Dood werden geconfronteerd, geen idee wat de oorzaak was of wat ertegen kon worden gedaan. Toen de griep van 1918 toesloeg, slaagden de beste wetenschappers ter wereld er niet in het dodelijke virus te identificeren, waren veel maatregelen die werden genomen nutteloos en liepen pogingen om een effectief vaccin te ontwikkelen op niets uit.
Met covid-19 was dat heel anders. De eerste alarmbellen over een mogelijke nieuwe epidemie klonken eind december 2019. Op 10 januari 2020 hadden wetenschappers niet alleen het verantwoordelijke virus geïsoleerd, maar ook het genoom ervan gesequenced en de informatie online gepubliceerd. Binnen enkele maanden werd duidelijk welke maatregelen de infectieketens konden vertragen en stoppen. Binnen minder dan een jaar waren er verschillende effectieve vaccins in massaproductie. In de oorlog tussen mens en ziekteverwekker is eerstgenoemde nog nooit zo machtig geweest.
Het leven naar online verplaatst
Naast de ongekende prestaties van de biotechnologie, heeft het coronajaar ook de kracht van informatietechnologie onderstreept. Vroeger kon de mensheid epidemieën zelden stoppen, omdat de infectieketens niet in realtime konden worden gevolgd en omdat de economische kosten van langdurige lockdowns te hoog waren. In 1918 kon je mensen die de gevreesde griep kregen in quarantaine plaatsen, maar je kon de presymptomatische of asymptomatische dragers niet traceren. En als je de hele bevolking van een land destijds zou hebben bevolen enkele weken binnen te blijven, zou dat hebben geleid tot economische ondergang, sociale instorting en massale hongersnood.
In 2020 daarentegen maakte digitale surveillance het veel gemakkelijker om de verspreiding te volgen en te lokaliseren, wat quarantaine zowel selectiever als effectiever maakt. Belangrijker is nog dat automatisering en het internet langdurige lockdowns mogelijk maakten, althans in ontwikkelde landen. Hoewel de ervaring in sommige delen van de wereld deed denken aan plagen uit het verleden, heeft de digitale revolutie in een groot deel van de ontwikkelde wereld alles veranderd.
Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden
Neem de landbouw. Duizenden jaren lang was de voedselproductie afhankelijk van menselijke arbeid, en ongeveer 90 procent van de mensen werkte in de landbouw. Tegenwoordig is dit in ontwikkelde landen niet langer het geval. In de VS werkt slechts ongeveer 1,5 procent van de mensen op boerderijen, en dat is niet alleen genoeg om iedereen in e igen land te voeden, maar ook om van de VS een belangrijke voedselexporteur te maken. Bijna al het werk op de boerderij wordt gedaan door machines, die immuun zijn voor ziekten. Lockdowns hebben dus maar een kleine impact op de landbouw.
Stel u een tarweveld voor tijdens het hoogtepunt van de Zwarte Dood. Als je de landarbeiders zou vragen om in de oogsttijd thuis te blijven, komt er honger. Als je ze vraagt om te komen oogsten, kunnen ze elkaar besmetten. Wat te doen?
Stelt u zich nu hetzelfde tarweveld voor in 2020. Een enkele maaidorser met GPS-besturing kan het hele veld veel efficiënter oogsten – en zonder kans op infectie. Terwijl in 1349 een gemiddelde boerenknecht ongeveer vijf bushel per dag oogstte [ca. 35 liter], vestigde een maaidorser in 2014 een recordoogst door dertigduizend bushels per dag te oogsten. Bijgevolg had covid-19 geen significante invloed op de wereldwijde productie van basisvoedsel zoals tarwe, maïs en rijst.
Om mensen te voeden, is het niet voldoende om graan te oogsten. Je moet het ook vervoeren, soms over duizenden kilometers. Gedurende het overgrote deel van de geschiedenis was handel een van de grootste boosdoeners in tijden van epidemieën. Dodelijke ziekteverwekkers trokken de wereld over op koopvaardijschepen en karavanen. De Zwarte Dood liftte bijvoorbeeld van Oost-Azië naar het Midden-Oosten langs de Zijderoute, en het waren Genuese koopvaardijschepen die de ziekte vervolgens naar Europa brachten. Het grote risico met de handel was dat elke wagen een bestuurder nodig had, tientallen zeelieden nodig waren om zelfs kleine zeeschepen te besturen, en overvolle schepen en herbergen broeinesten van ziekten waren.
In 2020 kon de wereldhandel min of meer vlot doorlopen, doordat er maar heel weinig mensen bij betrokken waren. Een grotendeels geautomatiseerd hedendaags containerschip kan meer ton vervoeren dan de koopvaardijvloot van een heel vroegmodern koninkrijk. In 1582 had de Engelse koopvaardijvloot een totaal laadvermogen van 68.000 ton en waren er ongeveer 16.000 bemanningsleden nodig. Het containerschip OOCL Hong Kong, gedoopt in 2017, kan zo’n 200.000 ton vervoeren met een bemanning van slechts 22 personen.
Cruiseschepen met honderden toeristen en vliegtuigen vol passagiers hebben weliswaar een grote rol gespeeld in de verspreiding van covid-19. Maar toerisme en reizigers zijn niet essentieel voor de handel. Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden. Terwijl het internationale toerisme in 2020 kelderde, daalde het volume van de wereldwijde maritieme handel met slechts 4 procent.
Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele
Automatisering en digitalisering hebben een nog grotere impact gehad op de dienstverlening. In 1918 was het ondenkbaar dat kantoren, scholen, rechtbanken of kerken konden blijven functioneren als ze gesloten waren. Hoe kun je lesgeven als leerlingen en docenten thuis zitten? Nu weten we het antwoord. De overschakeling op online kende veel nadelen, niet in de laatste plaats de immense mentale tol die deze eiste. En het heeft ook tot voorheen onvoorstelbare problemen geleid, zoals advocaten die als kat voor de rechtbank verschenen. Maar het feit dat het überhaupt kan, is verbazingwekkend.
In 1918 bewoonde de mensheid alleen de fysieke wereld, en toen het dodelijke griepvirus hierdoorheen trok, konden we nergens heen vluchten. Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele. Toen het coronavirus door de fysieke wereld circuleerde, verlegden velen een groot deel van hun leven naar de virtuele wereld, waar ze veilig waren voor het virus.
Mensen zijn natuurlijk nog steeds fysieke wezens en niet alles kan worden gedigitaliseerd. Het covid-jaar heeft de cruciale rol benadrukt die vaak slechtbetaalde beroepen spelen bij het in stand houden van de menselijke beschaving: verplegers, sanitairwerkers, vrachtwagenchauffeurs, kassiers, bezorgers. Er wordt vaak beweerd dat elke beschaving slechts drie maaltijden verwijderd is van barbarij. In 2020 vormden bezorgers de dunne rode lijn die de beschaving bij elkaar hield. Ze werden onze belangrijkste verbinding met de fysieke wereld.
Het internet houdt stand
Wanneer we activiteiten online automatiseren, digitaliseren en verschuiven, stelt dat ons bloot aan nieuwe gevaren. Een van de meest opmerkelijke gegevens van het covid-jaar is dat het internet niet kapot ging. Als we plotseling de hoeveelheid verkeer op een fysieke brug vergroten, kunnen we verkeersopstoppingen verwachten, misschien dat hij zelfs instort. In 2020 verschoven scholen, kantoren en kerken bijna van de ene op de andere dag naar online, maar het internet hield stand.
We staan hier nauwelijks bij stil, maar dat moeten we wel doen. 2020 heeft ons geleerd dat het leven kan doorgaan, zelfs als een heel land fysiek op slot zit.
Probeer je nu eens voor te stellen wat er gebeurt als onze digitale infrastructuur crasht.
Informatietechnologie heeft ons veerkrachtiger gemaakt tegenover organische virussen, maar het heeft ons ook veel kwetsbaarder gemaakt voor malware en cyberoorlogvoering. Mensen vragen vaak: ‘Wat is de volgende pandemie?’ Een aanval op onze digitale infrastructuur is een vooraanstaande kandidaat. Het duurde enkele maanden voordat het coronavirus zich over de wereld verspreidde en miljoenen mensen besmette. Onze digitale infrastructuur kan in één dag instorten. En scholen en kantoren konden snel naar online verschuiven. Maar hoeveel tijd denkt u nodig te hebben om van e-mail terug te schakelen naar snailmail?
Wat telt?
Het coronajaar heeft een nog belangrijkere beperking van onze wetenschappelijke en technologische kracht blootgelegd. Wetenschap kan de politiek niet vervangen. Bij beleidsbeslissingen moeten we rekening houden met veel belangen en waarden, en aangezien er geen wetenschappelijke manier is om te bepalen welke belangen en waarden het zwaarst wegen, is er geen wetenschappelijke manier om te beslissen wat we moeten doen.
Bij de beslissing om een lockdown af te kondigen, is het bijvoorbeeld niet voldoende om te vragen: ‘Hoeveel mensen zullen worden besmet met covid-19 als we geen lockdown opleggen?’ We moeten ook de vraag stellen: ‘Hoeveel mensen zullen in een depressie belanden als we wel een lockdown opleggen? Hoeveel mensen zullen te lijden hebben onder slechte voeding? Hoeveel van ons zullen school missen of hun baan verliezen? Hoevelen zullen worden mishandeld of vermoord door hun echtgenoten?’
Zelfs als al onze gegevens nauwkeurig en betrouwbaar zijn, moeten we ons altijd afvragen: ‘Wat tellen we? Wie beslist wat er moet worden geteld? Hoe beoordelen we de cijfers ten opzichte van elkaar?’ Dit is meer een taak van de politiek dan van de wetenschap. Het zijn politici die de medische, economische en sociale afwegingen in evenwicht moeten brengen en met een alomvattend beleid moeten komen.
Net zo creëren ingenieurs nieuwe digitale platforms die ons helpen te functioneren tijdens een lockdown, en nieuwe bewakingstools die ons helpen beschermen tegen virussen. Maar digitalisering en toezicht brengen onze privacy in gevaar en openen de weg voor de opkomst van ongekende totalitaire regimes. In 2020 is massasurveillance zowel legitiemer als gebruikelijker geworden. Het bestrijden van de epidemie is belangrijk, maar zijn we bereid onze vrijheid ervoor op te geven? Het is de taak van politici en niet van de ingenieurs om de juiste balans te vinden tussen nuttige bewaking en dystopische nachtmerries.
Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een monitoringsysteem op te zetten om uitgaven te controleren, geloof het dan niet
Drie basisregels kunnen ons een eind op weg helpen in de bescherming tegen digitale dictaturen, zelfs in tijden van een pandemie. Ten eerste, wanneer u gegevens over mensen verzamelt – vooral over wat er in hun eigen lichaam gebeurt – moeten deze gegevens worden gebruikt om deze mensen te helpen in plaats van hen te manipuleren, te controleren of te schaden. Mijn persoonlijke arts weet veel zeer persoonlijke dingen over mij. Dat vind ik prima, want ik vertrouw erop dat mijn arts deze gegevens in mijn voordeel gebruikt. Mijn arts mag deze gegevens niet aan een bedrijf of politieke partij verkopen. Zo zou het ook moeten zijn met elke vorm van een ‘pandemische toezichthoudende autoriteit’ die we eventueel instellen.
Ten tweede moet toezicht altijd twee richtingen op bewegen. Als het toezicht alleen van boven naar beneden gaat, stevenen we af op een dictatuur. Dus wanneer het toezicht op individuen wordt vergroot, moet tegelijkertijd het toezicht op de overheid en grote bedrijven groter worden.
In de huidige crisis verdelen regeringen enorme bedragen. Het proces van toewijzing van middelen moet transparanter worden gemaakt. Als burger wil ik gemakkelijk kunnen inzien wie wat krijgt en wie beslist waar het geld naartoe gaat. Ik wil ervoor zorgen dat het geld naar bedrijven gaat die het echt nodig hebben, in plaats van naar een grote concern waarvan de eigenaren bevriend zijn met de een of andere minister. Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een dergelijk monitoringsysteem op te zetten, geloof het dan niet. Als het niet te ingewikkeld is om te monitoren wat jij doet, is het ook niet te ingewikkeld om te monitoren wat de overheid doet.
Ten derde: sta nooit toe dat te veel gegevens op één plaats worden geconcentreerd. Niet tijdens de epidemie, en ook niet daarna. Een datamonopolie is een recept voor dictatuur. Dus als we biometrische gegevens over mensen verzamelen om de pandemie te stoppen, moet dit worden gedaan door een onafhankelijke gezondheidsautoriteit in plaats van door de politie. De resulterende gegevens moeten gescheiden worden gehouden van andere grote dataopslagplaatsen van ministeries en grote bedrijven.
Zeker, dit zal tot extra werk en inefficiëntie leiden. Maar inefficiëntie is een kenmerk, geen bug. U wilt de opkomst van digitale dictatuur voorkomen? Houd de dingen dan altijd een beetje inefficiënt.
Verantwoordelijkheid
De ongekende wetenschappelijke en technologische successen van 2020 hebben de coronacrisis niet kunnen oplossen. Ze veranderden de epidemie van een natuurramp in een politiek dilemma. Toen de Zwarte Dood miljoenen slachtoffers maakte, verwachtte niemand veel van de koningen en keizers. Ongeveer een derde van alle Engelsen stierf tijdens de eerste golf van de Zwarte Dood [en naar schattingen geldt dat gemiddelde voor alle landen van Europa], maar dit zorgde er niet voor dat koning Edward III van Engeland zijn troon verloor. Het lag duidelijk buiten de macht van heersers om de epidemie te stoppen, dus niemand gaf hen de schuld van een mislukking.
Maar vandaag heeft de mensheid de wetenschappelijke instrumenten om covid-19 te stoppen. Verschillende landen, van Vietnam tot Australië, hebben bewezen dat de beschikbare instrumenten de epidemie zelfs zonder vaccin kunnen stoppen. Deze tools hebben echter een hoge economische en sociale prijs. We kunnen het virus verslaan, maar we weten niet zeker of we bereid zijn de kosten van de overwinning te betalen. De wetenschappelijke verworvenheden hebben dus een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van politici gelegd.
De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden
Helaas zijn te veel politici deze verantwoordelijkheid niet nagekomen. De populistische presidenten van de VS en Brazilië bijvoorbeeld bagatelliseerden het gevaar, weigerden gehoor te geven aan experts en voedden in plaats daarvan samenzweringstheorieën. Ze kwamen niet met een degelijk federaal actieplan en saboteerden pogingen van staats- en gemeentelijke autoriteiten om de epidemie een halt toe te roepen. De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden.
In het VK lijkt de regering aanvankelijk meer bezig te zijn geweest met de brexit dan met covid-19. Ondanks al haar isolationistische beleid, slaagde de regering-Johnson er niet in Groot-Brittannië te isoleren van het enige wat er echt toe deed: het virus. Mijn thuisland Israël heeft ook geleden onder politiek wanbeheer. Net als Taiwan, Nieuw-Zeeland en Cyprus is Israël in feite een ‘eilandland’, met gesloten grenzen en slechts één hoofdtoegangspoort – Ben Gurion Airport. Op het hoogtepunt van de pandemie heeft de regering van Netanyahu echter toegestaan dat reizigers de luchthaven passeren zonder quarantaine of zelfs maar een behoorlijke screening, en nagelaten een eigen lockdownbeleid af te dwingen.
Zowel Israël als het VK hebben vervolgens een voortrekkersrol gespeeld bij het uitrollen van de vaccins, maar hun eerdere verkeerde inschattingen hebben een grote tol geëist. In Groot-Brittannië heeft de pandemie het leven gekost aan 120.000 mensen, waarmee het op de zesde plaats in de wereld staat qua gemiddelde sterftecijfers. Ondertussen heeft Israël het zevende hoogste gemiddelde aantal bevestigde gevallen, en nam het om de ramp het hoofd te bieden zijn toevlucht tot een ‘vaccins for data’-deal met het Amerikaanse bedrijf Pfizer. Pfizer stemde ermee in om Israël te voorzien van voldoende vaccins voor de hele bevolking, in ruil voor enorme hoeveelheden waardevolle gegevens, wat bezorgdheid opwekte over privacy en datamonopolie. De transactie toonde maar weer eens aan dat de gegevens van burgers nu een van de meest waardevolle staatsbezittingen zijn.
Hoewel sommige landen veel beter presteerden, is de mensheid als geheel er tot dusver niet in geslaagd de pandemie in te dammen of een wereldwijd plan te bedenken om het virus te verslaan. De eerste maanden van 2020 waren alsof we een ongeluk in slow motion zagen gebeuren. Moderne communicatie maakte het voor mensen over de hele wereld mogelijk om in realtime de beelden te zien, eerst uit Wuhan, vervolgens uit Italië en daarna uit steeds meer landen – zonder dat daar wereldwijd leiderschap op volgde om te voorkomen dat een catastrofe de wereld zou overspoelen. De tools waren er, maar politieke wijsheid ontbrak maar al te vaak.
Vaccinatienationalisme
Een van de redenen voor de kloof tussen wetenschappelijk succes en politiek falen is dat wetenschappers wereldwijd samenwerkten, terwijl politici de neiging hadden om ruzie te maken. Terwijl ze onder veel stress en in grote onzekerheid werkten, deelden wetenschappers over de hele wereld vrijelijk informatie en vertrouwden ze op elkaars bevindingen en inzichten. Veel belangrijke onderzoeksprojecten werden uitgevoerd door internationale teams. Een grootschalig onderzoek dat de doeltreffendheid van lockdownmaatregelen aantoonde, werd bijvoorbeeld uitgevoerd door onderzoekers van negen instellingen: één in het VK, drie in China en vijf in de VS.
Daarentegen zijn politici er niet in geslaagd een internationale alliantie tegen het virus te vormen en overeenstemming te bereiken over een mondiaal plan. De twee grootste grootmachten ter wereld, de VS en China, hebben elkaar beschuldigd van het achterhouden van essentiële informatie, het verspreiden van desinformatie en complottheorieën, en zelfs van het opzettelijk verspreiden van het virus. Talrijke andere landen hebben naar het schijnt gegevens over de voortgang van de pandemie vervalst of achtergehouden.
‘In deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang’
Het gebrek aan wereldwijde samenwerking manifesteert zich niet alleen in deze informatieoorlogen, maar nog meer in conflicten over de schaarse medische apparatuur. Hoewel er zeker gevallen van samenwerking en vrijgevigheid zijn geweest, is er geen serieuze poging gedaan om alle beschikbare middelen te bundelen, de wereldwijde productie te stroomlijnen en een rechtvaardige distributie van voorraden te garanderen. In het bijzonder vaccinnationalisme creëert een nieuw soort wereldwijde ongelijkheid tussen landen die hun bevolking kunnen vaccineren, en landen die dat niet kunnen.
Het is triest om te zien dat velen een simpel feit over deze pandemie niet begrijpen: zolang het virus zich overal blijft verspreiden, kan geen enkel land zich echt veilig voelen. Stel dat Israël of het VK erin slaagt het virus binnen zijn eigen grenzen uit te roeien, maar het blijft zich verspreiden onder honderden miljoenen mensen in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Een nieuwe mutatie in een afgelegen Braziliaanse stad zou het vaccin ineffectief kunnen maken en kunnen resulteren in een nieuwe golf van infectie.
In de huidige noodsituatie zal een beroep op louter altruïsme waarschijnlijk niet prevaleren boven nationale belangen. Maar in deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking echter geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang.
Antivirus voor de wereld
Dscussies over wat er in 2020 is gebeurd, zullen jarenlang worden gevoerd. Maar mensen van alle politieke kampen zouden het eens moeten zijn over ten minste drie hoofdlessen.
Ten eerste moeten we onze digitale infrastructuur beschermen. Die is onze redding geweest tijdens deze pandemie, maar kan omslaan in de bron van een nog veel grotere ramp.
Ten tweede zou elk land meer moeten investeren in zijn volksgezondheidssysteem. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar politici en kiezers slagen er soms in de meest voor de hand liggende les te negeren.
Ten derde moeten we een krachtig wereldwijd systeem opzetten om pandemieën te controleren en te voorkomen. In de eeuwenoude oorlog tussen mensen en ziekteverwekkers vormt het lichaam van ieder mens de frontlinie. Als die linie ergens op de planeet wordt doorbroken, brengt dat ons allemaal in gevaar. Zelfs de rijkste mensen in de meest ontwikkelde landen hebben er persoonlijk belang bij de armste mensen in de minst ontwikkelde landen te beschermen. Als een nieuw virus van een vleermuis naar een mens springt in een arm dorp in een afgelegen jungle, kan de ziekte binnen een paar dagen op Wall Street rond woekeren.
Het geraamte van zo’n wereldwijd antivirussysteem bestaat al in de vorm van de Wereldgezondheidsorganisatie en verschillende andere instellingen. Maar de budgetten die dit systeem ondersteunen zijn beperkt, en het heeft nauwelijks politieke macht. We moeten dit systeem politieke invloed geven en veel meer geld, zodat het niet volledig afhankelijk zal zijn van de grillen van zelfzuchtige politici.
Als bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen
Zoals eerder opgemerkt, vind ik niet dat experts die daar niet voor zijn gekozen de taak moeten krijgen cruciale beleidsbeslissingen te nemen. Die taak moet voorbehouden blijven aan politici. Maar een onafhankelijke wereldwijde gezondheidsautoriteit zou het ideale platform zijn om medische gegevens te verzamelen, mogelijke gevaren in de gaten te houden, alarm te slaan en onderzoek en ontwikkeling te sturen.
Veel mensen zijn bang dat covid-19 het begin markeert van een golf van nieuwe pandemieën. Maar als de bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen. De mensheid kan het ontstaan van nieuwe ziektes niet voorkomen; dit is een natuurlijk evolutieproces dat al miljarden jaren aan de gang is en ook in de toekomst zal doorgaan. Maar vandaag de dag beschikt de mensheid over de kennis en instrumenten die nodig zijn om te voorkomen dat een nieuwe ziekteverwekker zich verspreidt en omslaat in een pandemie.
Als covid-19 zich in 2021 desondanks blijft verspreiden en miljoenen slachtoffers maakt, of als een nog dodelijkere pandemie de mensheid treft in 2030, zal dit noch een oncontroleerbare natuurramp zijn, noch een straf van God. Het zal een menselijk falen zijn, en om precies te zijn een falen van de politiek.
In #179, april 2020, publiceerden wij ‘Lakmoesproef van burgerschap’, Harari’s voorspellingen voor het jaar waarop hij hier terugblikt. U leest het hier.
Wat brengt volstrekt normale, ongelovige mensen ertoe naar iets mythisch als de Bijbelse Ark van het Verbond te graven? De Israëlische tekenaar Rutu Modan laat het zien in haar onlangs verschenen graphic novel Tunnels.
Een paar jaar geleden kreeg Rutu Modan een lift van Tel Aviv naar Jeruzalem van de man die de website had gebouwd van de Israel Antiquities Authority, de instantie die toeziet op de opgravingen in het land. Toen het gesprek op archeologie kwam, diende zich plotseling een oude herinnering aan. Dertig jaar eerder, herinnerde Modan zich, had ze iemand ontmoet die haar vertelde dat hij en zijn vader opgravingen deden; ze waren op zoek naar de Ark van het Verbond, de kist waarin volgens de Hebreeuwse Bijbel de stenen tabletten met de Tien Geboden werden bewaard. Aanvankelijk had ze hen voor gek versleten, maar nu begon ze toch weer over hen na te denken. Waarom deden ze dat? Wat bracht volstrekt normale, ongelovige mensen ertoe naar zoiets mythisch te gaan graven?
Modan ging in gesprek met deskundigen op het gebied van Bijbelse archeologie en verdiepte zich in de Joodse geschiedenis. Ze schreef zich in voor een cursus archeologie aan de Open Universiteit van Israël en ontmoette mensen uit het veld. Ze ontdekte dat de Ark van het Verbond de heilige graal van deze cursus is die, hoewel serieuze archeologen er niet al te opgewonden over raken, de volksverbeelding en de fantasie van avontuurlijke archeologiefanaten nog altijd prikkelt.
Tot op de dag van vandaag zijn mensen ernaar op zoek, vertelt ze. ‘Ik begon er onderzoek naar te doen en ontdekte dat er veel mystieke krachten aan de Ark van het Verbond worden toegeschreven. Iemand beschreef hem als “Gods walkietalkie, waarmee we met God zouden kunnen praten zoals we ooit hebben gedaan”. En de man die dat tegen me zei was niet eens gelovig.’
Ze raakte algauw in de ban van de lokale archeologie en geschiedenis. ‘Ik ontdekte dat archeologie een onderwerp is dat alles in zich verenigt: geschiedenis, misdaad, gekken, oplichters, rovers, geleerden en eindeloos veel politiek. Ik realiseerde me dat er een heleboel interessante, sappige kanten aan zitten en dat het een uitstekende basis voor een verhaal zou kunnen zijn.’
Tunnels
Het resultaat van Modans onderzoek is te zien in haar onlangs verschenen graphic novel Tunnels, een kruising tussen Indiana Jones en de Israëlische militair en politicus Moshe Dayan. Waar haar eerdere boek The Property zich voornamelijk afspeelt in het verre en koude Polen, voltrekt Tunnels zich geheel in Israël en graaft het onder het oppervlak van deze door conflicten geteisterde regio van het Midden-Oosten.
Het is een avonturenverhaal dat een diepe duik neemt in de wereld van de Israëlische archeologie, vuile handen maakt door het graven naar verloren schatten, zich in de intriges en rivaliteit van het academische leven stort en keihard in botsing komt met het Israëlisch-Palestijnse conflict.
‘Bij dat hele idee van historische rechten heb ik persoonlijk grote twijfels’
Dit keer heeft Modan kolonisten, Palestijnen en Israëlische soldaten in de bezette gebieden bijeengebracht, in de schaduw van de Westoeverbarrière. Uiteraard wordt de situatie algauw gecompliceerd. ‘Een van de treurigste dingen die ik ontdekte toen ik me in de geschiedenis begon te verdiepen, is dat het historische Israël in de bezette gebieden lag,’ zegt Modan.
‘Koning David, Mozes, Salomon, Jozua: allemaal hebben ze daar gewoond, en daarom worden daar de interessantste vondsten gedaan. De Palestijnen graven trouwens ook en verhandelen wat ze vinden. Maar voor mij was dit een van de moeilijkste ontdekkingen, omdat ik begreep dat de kolonisten deze gebieden daarom nooit zullen opgeven. Ik begreep dat we hier niet om het “Land van Israël” vechten dat op de een of andere manier tussen ons verdeeld moet worden, maar dat we om precies hetzelfde gebied vechten omdat daar alles was.’
‘Bij dat hele idee van historische rechten heb ik persoonlijk grote twijfels, maar als we ergens een historisch recht op iets in dit land hebben, dan is het daar, in de bezette gebieden. En dat is afschuwelijk, het is echt tragisch. Dus besloot ik dat ik de plot van dit boek daar moest situeren, zodat het vanuit narratief perspectief automatisch interessanter wordt.’
Israëlische stripscene
Vanaf haar kinderjaren heeft Modan altijd tekeningen gemaakt van de Holocaust en van terreuraanslagen. En van meet af aan waren het niet alleen maar tekeningen. ‘Ik tekende al op mijn derde, en mijn kleuterjuf schreef er verhaaltjes bij die ik haar vertelde. Op mijn vijfde maakte ik mijn eerste boek, en ik heb een heleboel schriften met verhalen en tekeningen,’ vertelt ze.
Een jaar na haar afstuderen besloten Modan en haar studiegenoot Yirmi Pinkus een groep van onafhankelijke illustratoren op te richten. In 1995 haalden ze Batia Kolton, Mira Friedmann en Itzik Rennert erbij, en als Actus-groep publiceerden ze een aantal stripboeken in Israël en daarbuiten. De meeste waren in het Engels en sommige werden geproduceerd in samenwerking met anderen, onder wie Etgar Keret, David Polonsky en Art Spiegelman.
Actus zette de Israëlische stripscene op de kaart en bewees dat het mogelijk was het medium voor allerlei verhalen te gebruiken. ‘We wilden strips maken en hadden geen plek om dat te doen. Ik had een krantencolumn gehad en een boek met Etgar Keret gemaakt,’ zegt Modan, verwijzend naar de graphic novel Nobody Said It Was Going to Be Fun uit 1996. ‘Maar niemand wilde een stripboek publiceren, en dat was wat ik wilde maken. Dus besloot ik dat we het zelf maar zouden doen.’
Microkosmos
De hoofdpersoon van Tunnels is Nili, de dochter van een beroemde archeoloog, die met haar zoon een illegale archeologische opgraving op touw zet op de Westelijke Jordaanoever, vlak onder de scheidingsbarrière. Als kind had Nili daar haar vader geholpen bij opgravingen naar schatten uit de Tempel in Jeruzalem, maar de intifada had roet in het eten gegooid. Nu wil ze de missie alsnog volbrengen. Haar vader lijdt aan dementie en ze is vastbesloten de vondst van de verloren Ark van het Verbond op zijn conto te schrijven terwijl hij nog leeft.
Ze weet zich verzekerd van de steun van een rijke verzamelaar van antiquiteiten; bovendien helpen extremistische Joodse kolonisten haar bij het graven. De situatie raakt verhit als ze ontdekken dat Palestijnen op precies dezelfde plek een eigen tunnel graven. Nili’s broer, een jonge archeoloog die droomt van een universitaire carrière, is niet blij met de illegale opgravingswerkzaamheden van zijn zus. Zijn baas op de universiteit is van plan met de eer van Nili’s inspanningen te strijken en ook is er – we zijn nu eenmaal in Israël – een legerofficier in het verhaal betrokken wiens acties nogal bedenkelijk zijn.
Door de personages en locaties wordt het verhaal een microkosmos van het conflict.
Op de vraag of je je extra verantwoordelijk voelt en extra op je tellen moet passen als het om zulk explosief politiek materiaal gaat, antwoordt Modan: ‘Natuurlijk. In onze tijd is dat levensgevaarlijk, en dit boek gaat meer over politieke kwesties dan gewoonlijk. Eerst wist ik niet precies hoe ik dit moest aanpakken. Ik had altijd over mensen uit Tel Aviv geschreven die behoorlijk veel op mezelf leken. En dit keer moest ik over mensen schrijven met een mening en een wereldbeeld die haaks op de mijne stonden. Maar toen begreep ik dat het boek niet over mijn mening hoefde te gaan.’
‘Als je als Israëlische kunstenaar in het buitenland werkt, verwachten mensen vaak dat je het conflict voor hen zult oplossen, het hun zult uitleggen, boeken zult maken die hun vertellen dat er vrede zal komen en dat alles goed zal aflopen. Ik heb er altijd voor gewaakt mijn mening te geven. Niet omdat ik denk dat mijn standpunten niet belangrijk zijn, maar het zijn volgens mij wel erg beperkte lenzen om naar menselijke situaties te kijken. Dat is goed als het gaat om demonstreren en stemmen, maar met kunst heeft het niets te maken. Tunnels gaat over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Mijn twee eerdere boeken gingen over de Holocaust en terreuraanvallen. Met zijn drieën gaan ze over conflicten die het Israëlische bestaan bepalen.
Ik zou nooit echt uit Israël weg kunnen gaan, ook al heb ik een beroep dat ogenschijnlijk erg universeel is. Mijn connectie met de taal en de plek heeft helemaal niets met zionisme te maken. Voor mij is wie ik ben, mijn identiteit, gewoon bepaald door die banden.’
Wie was de overleden Tanzaniaanse president John Magufuli en waaraan overleed hij?
De Tanzaniaanse president John Magufuli is op woensdag 17 maart overleden aan de gevolgen van hartproblemen, zo maakte de vicepresident bekend in een toespraak die werd uitgezonden door de staatszender TBC. Wekenlang gingen er geruchten rond dat de president besmet was geraakt met corona. Sinds 27 februari was hij niet meer in het openbaar verschenen.
‘Einde van een tijdperk’, kopt de Daily Nation woensdagavond op hun website. John ‘de bulldozer’ Magafuli, de zoon van een boer, was in 2015 opgeklommen tot president van Tanzania dankzij zijn reputatie als doeltreffend leider en zijn strijd tegen corruptie. Toen hij werd verkozen, investeerde hij flink in hulpprogramma’s voor de meest kwetsbaren, verlaagde hij zijn salaris en halveerde hij het aantal ministers, aldus het Keniaanse dagblad.
Tegelijkertijd werd zijn eerste ambtstermijn gekenmerkt door een forse inperking van burgerlijke vrijheden. De pers en de oppositie werden in toenemende mate het werk belemmerd. Volgens Reporters zonder Grenzen is Tanzania steeds ‘autoritairder’ geworden onder het presidentschap van een man die ‘geen kritiek duldt’. In 2020, nadat de president verschillende juridische trucs inzette om de campagne van de oppositie te dwarsbomen, werd John Magufuli herkozen met meer dan 84 procent van de stemmen – vergeleken met 58 procent in 2015. De belangrijkste oppositiekandidaat, Tundu Lissu, die in 2017 een moordaanslag overleefde, beschuldigde Magafuli van massale fraude alvorens Tanzania te ontvluchten.
Coronascepticus
Maar uiteindelijk zal Magafuli worden herinnerd om zijn coronabeleid. Officieel heeft het land sinds mei 2020 geen nieuwe besmettingen meer gemeld. De maand daarop verzekerde de Tanzaniaanse president dat zijn land de pandemie had uitgeroeid dankzij de gebeden van de bevolking. Beperkende maatregelen werden onnodig verklaard en gedoneerde mondmaskers uit het buitenland werden ervan verdacht mogelijk drager van het virus te zijn, meldde The Citizen destijds. Onlangs nog waarschuwde John Magafuli voor vaccins uit het buitenland, schrijft de Tanzaniaanse krant. Ironisch genoeg ontstonden er hardnekkige geruchten dat Magufuli zelf ernstig ziek was geworden van het virus.
De Daily Nation was de eerste media die alarm sloeg over de gezondheid van Magufuli. Op 10 maart berichtte het Keniaanse dagblad dat ‘de leider van een Afrikaans land’, die lijdt aan complicaties die verband houden met covid-19, in een ziekenhuis in Nairobi was opgenomen.
Daags na de publicatie van het artikel in de Daily Nation beweerde de oppositieleider Tundu Lissu op Twitter, ditmaal met naam en toenaam, dat president Magufuli naar India was overgeplaatst.
Latest update from Nairobi: The Man Who Declared Victory Over Corona “was transferred to India this afternoon.” Kenyans don’t want the embarrassment “if the worst happens in Kenya.” His COVID denialism in tatters, his prayer-over-science folly has turned into a deadly boomerang! pic.twitter.com/DyXYYbIvdd
Het gerucht ging viral, waardoor de regering genoodzaakt was het te ontkennen. De premier hield vol dat de president in goede gezondheid verkeerde en rechtvaardigde zijn langdurige afwezigheid door te zeggen dat hij aan het werk was. De Daily Nationmeldde zondag dat de afwezigheid ‘ongewoon’ was voor de leider, die dol is op openbare optredens.
De volgende dag riep de vicepresident van Tanzania, Samia Suluhu Hassan, haar medeburgers opnieuw op de geruchten te negeren, waarbij ze cryptische zinnen gebruikte als ‘we zijn veilig’, zo schrijft The Citizen, terwijl ze uitlegde, zonder iemand bij naam te noemen, dat ‘het normaal is dat als iemand onwel is, griep krijgt of koorts heeft’. ‘Het is tijd voor Tanzanianen om zich te verenigen in gebed’, voegde ze eraan toe.
Drie dagen later overleed president John Magufuli niet in Kenia of India, maar in zijn thuisland Tanzania, aan hartproblemen. Volgens de grondwet wordt vicepresident Samia Suluhu Hassan waarnemend president. Zij is de eerste vrouw die deze functie bekleedt in Tanzania en in Oost-Afrika. Er is een nationale rouwperiode van veertien dagen afgekondigd.
VS heeft 100 miljoen doses toegediend en deelt uit aan buurlanden
Joe Biden streefde ernaar honderd miljoen doses toe te dienen in de eerste honderd dagen van zijn presidentschap. Het doel werd al in minder dan zestig dagen bereikt. De honderd miljoenste prik werd gezet op vrijdag 19 maart, dag 58 van de regering-Biden. ‘We liggen ver voor op schema, maar we hebben nog een lange weg te gaan’, zei de president, geciteerd door de Amerikaanse publieke omroep NPR.
Joe Biden verklaart dat 65 procent van de 65-plussers ten minste één dosis heeft gekregen en dat 36 procent volledig is gevaccineerd, meldt Fox News. Ten tijde van zijn inhuldiging was het percentage niet hoger dan 8 procent. De baas van het Witte Huis verwacht dat alle Amerikanen boven de 18 op 1 mei in aanmerking komen. Mississippi werd deze week de tweede staat in het land die de vaccinatie openstelde voor alle inwoners boven de zestien jaar, bericht CNN. Vijf andere staten zouden op 5 april kunnen volgen.
‘Ervoor zorgen dat onze buren het virus kunnen indammen, is een cruciale stap in het beëindigen van de pandemie’
Terwijl de inentingscampagne vordert, is donderdag bekendgemaakt dat de Verenigde Staten vaccins gaat ‘delen’ met hun Canadese en Mexicaanse buren, bericht Politico. Het betreft het AstraZeneca-vaccin, dat in de VS nog op goedkeuring wacht.
‘Onze prioriteit blijft het vaccineren van de Amerikaanse bevolking’, aldus Jen Psaki, woordvoerder van het Witte Huis, waaraan ze toevoegde dat ‘ervoor zorgen dat onze buren het virus kunnen indammen een cruciale stap is in het beëindigen van de pandemie’. Mexico zal zo’n 2,5 miljoen doses AstraZeneca ontvangen, Canada zo’n 1,5 miljoen.
‘Dit is de eerste keer dat president Biden heeft ingestemd met het delen van de doses met andere landen’, aldus Axios, dat opmerkt dat de internationale druk op de VS is toegenomen. De Amerikanen hebben 27 procent van de in de wereld beschikbare doses geproduceerd en nul geëxporteerd, aldus de site. China heeft op zijn beurt 60 procent van zijn productie geëxporteerd.
Vaccindiplomatie
CNN spreekt dan ook over ‘gespannen vaccindiplomatie’. Washington heeft 4 miljard dollar toegezegd voor het Covax-programma dat vaccinatie in de armste landen financiert, maar de weigering om tot dusverre vaccins te exporteren, plaatst ‘de regering-Biden in een lastig parket ten opzichte van haar rivalen’. Rusland en India delen hun vaccins. China heeft naar verluidt gratis vaccins verstrekt aan 69 landen en vaccins verkocht aan 28 andere landen. Een manier ‘om zijn invloed en soft power uit te breiden’, volgens CNN.
The Washington Post vestigt de aandacht op de timing van de aankondiging, aangezien Mexico zijn inspanningen lijkt op te voeren om de komst van migranten aan de grens al enkele weken in te dammen. Ambtenaren van beide landen zeggen dat de vaccinlevering niet afhankelijk is van strengere immigratiecontroles, zo meldt de krant. ‘Het is een parallelle onderhandeling’, vertelt een Mexicaanse diplomaat echter aan de krant op voorwaarde van anonimiteit. ‘Als er geen massale vaccinatie plaatsvindt in Mexico, zal het moeilijker zijn om de grens weer open te stellen voor niet-essentiële activiteiten. Vaccinatie in Mexico komt ook de Verenigde Staten ten goede’, benadrukt hij.
Mexicaanse politieagenten vermoord door drugsbende
Gisteren (18 maart) zijn dertien mensen gedood in een hinderlaag in Mexico. De aanval, die in verklaring van de autoriteiten als ‘laf’ wordt omschreven, vond plaats in Coatepec Harinas in de staat Mexico. Vijf politieagenten en acht justitiemedewerkers waren het doelwit van een bende toen zij op patrouille waren ‘om criminele groepen te bestrijden die in het gebied actief zijn’, schrijft El Universal.
Rodrigo Martínez-Celis, de regionale minister van Veiligheid, noemt het een aanval op heel Mexico en verklaart: ‘We zullen met volle kracht terugslaan.’ De regio is een van de gevaarlijkste in een land waar de ‘oorlog tegen drugs’ sinds 2006 aan 300.000 mensen het leven heeft gekost.
‘Een klap in het gezicht van de Mexicaanse staat’
Dezelfde dag is in het nabijgelegen Almoloya de Alquisiras een confrontatie met de staatspolitie gemeld waarbij vier agenten om het leven kwamen, bericht Milenio. Naar verluidt zijn het dezelfde daders als die de agenten overvielen in Coatepec Harinas. Volgens getuigen werden de daders onderschept door de politie, waarna een vuurgevecht ontstond.
Volgens de regionale autoriteiten zijn de aanvallen ‘een klap in het gezicht van de Mexicaanse staat’, aldus Milenio.
Noord-Korea verbreekt diplomatieke banden met Maleisië
Pyongyang verwijt het Maleisië dat het heeft ingestemd met de uitlevering van een van zijn burgers aan de Verenigde Staten. ‘Het was een vijandige daad (…) onder druk van Washington’, aldus een verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die werd overgenomen door KCNA, het persbureau van de Noord-Koreaanse regering.
De burger, Mun Chol Myong, werd in december 2019 in Maleisië gearresteerd wegens witwassen en smokkel. Hij zou de eerste Noord-Koreaan kunnen worden die in de Verenigde Staten wordt berecht in een zaak die verband houdt met de Amerikaanse sancties tegen de Volksrepubliek, aldus de website NK News.
‘De VS zal hiervoor boeten’
In het persbericht wordt hij afgeschilderd als ‘onschuldig’ en een slachtoffer van ‘absurde verzinsels’. Ook wordt de Verenigde Staten ‘de belangrijkste vijand’ van Noord-Korea genoemd en wordt het land gewaarschuwd dat het ‘hiervoor zal boeten’.
Christopher Green, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden, geciteerd door NK News, wijst erop eraan dat Maleisië jarenlang ‘ongebruikelijk loyaal is geweest aan Noord-Korea’, zelfs als dat betekende dat het ‘een oogje dichtkneep’ voor sommige ‘problematische acties’. Maar de relatie bekoelde in 2017 toen de halfbroer van Kim Jong-un door Noord-Koreaanse spionnen werd vermoord op de luchthaven van Kuala Lumpur.
De Tweede Kamerverkiezingen zijn ook in de rest van Europa niet onopgemerkt gebleven. Eén vraag bleek journalisten van Duitsland tot Italië mateloos te fascineren: waarom stemt Nederland al tien jaar lang op ‘Teflon Mark’?
‘Ook voor Nederland geldt de befaamde zin uit De tijgerkat [een roman van G. Tomasi di Lampedusa]: “alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft”,’ schrijft het Italiaanse dagblad La Repubblica. ‘Nederland kiest voor continuïteit,’ kopt ook het Zwitserse dagblad Neue Zürcher Zeitung. ‘Mark Rutte kan in Nederland blijven regeren, en het vormen van een regering zou deze keer gemakkelijker moeten zijn dan vier jaar geleden,’ aldus de Duitse kwaliteitskrant Frankfurter Allgemeine. En dat ‘na een saaie campagne tijdens de pandemie die werd gezien als een referendum over de prestaties van de regering tijdens de crisis,’ schrijftThe Guardian.
Het Duitse tijdschrift Der Spiegel klinkt enigszins verbaasd over de overwinning van de VVD: ‘De regering-Rutte kondigde in januari zijn aftreden aan vanwege een schandaal met ten onrechte teruggevorderde kindertoeslag. Maar noch de affaire, noch het relatief hoge aantal coronabesmettingen in zijn land veranderde blijkbaar iets aan de populariteit van de premier.’
De aandacht voor Ruttes verkiezingsoverwinning gaat ook in veel Italiaanse kranten gepaard met enige wrok en onbegrip. ‘De Nederlandse kiezers hebben de “zuinige” Mark Rutte beloond,’ aldus de in Milaan gevestigde Corriere della Sera. ‘[Het] blijkt dat Rutte en zijn centrumrechtse partij sterker zijn geworden, ondanks de schandalen die hem tot aftreden hebben gedwongen.’
‘De kiezers lijken het beleid van bezuinigingen op de overheidsfinanciën (en de harde lijn ten aanzien van de Zuid-Europese landen, te beginnen met Italië) en de beperkende coronamaatregelen die aan de Nederlanders zijn opgelegd, te hebben gewaardeerd.’
Rutte zou zijn succes er volgens de krant zelfs aan danken. ‘Wat kan de Nederlanders ervan hebben overtuigd toch weer op Rutte te stemmen? Bijna zeker zijn houding ten opzichte van Europa en het herstelplan: de centrumrechtse regering nam herhaaldelijk onbuigzame en obstructieve standpunten in ten opzichte van de openingen die Brussel maakte voor de landen met de grootste schuldenlast (waaronder Italië).’
‘Zijn verkiezingsoverwinning zou Rutte er nu van kunnen overtuigen om zijn rigoureuze en “zuinige” beleid weer op de Europese tafel te leggen,’ vreest de Italiaanse krant.
Toeslagenaffaire
De grootste verbazing betreft de vergevingsgezindheid van de Nederlandse kiezer na de toeslagenaffaire. ‘Ongeveer 26.000 arme Nederlandse gezinnen waren door de belastingdienst gedwongen de van de staat ontvangen financiële steun terug te betalen. (…) Deze beschuldigingen bleken ongegrond, en de getroffen families kwamen in ernstige moeilijkheden.’ The Guardian wijst er als enige buitenlandse krant op dat veel slachtoffers van de toeslagenaffaire ‘racistisch werden geprofileerd’.
‘De gladde Mark Rutte’, kopt de Beierse krant Süddeutsche Zeitung boven een profiel van de verkiezingsoverwinnaar van de VVD. ‘Wat is de reden van zijn succes?’
‘Met het oog op het virus kon Rutte in zijn favoriete rol glijden: die van de hardwerkende probleemoplosser en zorgdrager’
De krant meent dat Rutte vooral heeft geprofiteerd van corona. ‘Een jaar geleden, voor de pandemie, zou de herverkiezing van de 54-jarige premier nog verre van zeker zijn geweest. Maar met het oog op het virus kon Rutte in zijn favoriete rol glijden: die van de hardwerkende probleemoplosser en zorgdrager, die schijnbaar boven de partijen staat en het land door de crisis loodst.’
‘De behoefte aan een betrouwbare crisismanager in het Catshuis was veel sterker dan de behoefte aan verandering,’ duidt ook de Frankfurter Allgemeine.
De zuinige kameleon
Toch is er ook veel kritiek op Rutte, schrijft SZ, wegens ‘een gebrek aan betaalbare woningen en grote problemen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, dat volgens velen systematisch kapot is bezuinigd’.
‘[Maar] zijn flexibiliteit hielp Rutte om zich te ontworstelen aan de schandalen en crises waarmee zijn regeringsjaren gepaard gingen. Het waren altijd de anderen die moesten boeten. De kinderopvangtoeslagaffaire is daar een goed voorbeeld van. (…) Rutte en zijn kabinet zijn om die reden in januari afgetreden en demissionair verdergegaan. Maar hij heeft zich, als hoofdverantwoordelijke, toch weer verkiesbaar gesteld.’
‘Wat de kiezers blijkbaar bevalt aan de regeringsleider,’ duidt SZ, ‘is zijn jeugdige, licht ondeugende charme en ostentatieve bescheidenheid. Rutte, die alleenstaand is, woont in een driekamerappartement in Den Haag, fietst naar kantoor en geeft elke donderdagavond als vrijwilliger maatschappijleer op een school. Hij probeert zijn intellectuele interesses zo veel mogelijk te verbergen. Maar de man, die goed piano speelt, heeft één keer spectaculair gefaald toen hij zich tijdens een EU-top verveelde en zich verdiepte in een biografie van Chopin.’
Ook La Repubblica benadrukt de zuinigheid en de veerkracht van Rutte, ‘de zuinige kameleon die al elf jaar regeert’, kopt de krant boven een profiel van de lijsttrekker van de VVD. Il Sole 24 Orenoemt de demissionair premier zelfs ‘de “teflonpremier”, vanwege zijn vermogen om zich uit elke politiek lastige kwestie te manoeuvreren’, zoals de toeslagenaffaire.
‘Op het Europese toneel zal Rutte het meest ervaren zijn als Angela Merkel niet langer bondskanselier is,’ schrijf FAZ. Alleen Viktor Orbán is langer aan de macht.
Nieuwe vrouwelijke ster
‘Maar de echte verrassing is de sprong voorwaarts van de liberaal-democratische partij D66, die vijf zetels wint, naar 24 stijgt en stevig tweede wordt,’ schrijft de Italiaanse zakenkrant.
‘Toen de eerste prognose van de uitslag bekend werd, sprong Sigrid Kaag op tafel van vreugde,’ aldus SZ. ‘Dat haar partij, ondanks het feit dat zij deel uitmaakt van de regering, haar zetelaandeel in het parlement kan uitbreiden van 19 naar een verwachte 24, heeft veel te maken met haar zelfverzekerde optreden in de tv-debatten, die dit keer nog belangrijker waren dan anders vanwege de pandemie. (…) De minister van Buitenlandse Handel met een uitgebreide internationale ervaring is de eerste vrouw in Nederland die een realistisch vooruitzicht heeft om ooit premier te worden.’
Ook volgens Il Sole 24 Ore is het succes van D66 te danken aan de lijsttrekker, ‘Sigrid Kaag, een echte rijzende ster in de Nederlandse politiek. (…) ‘Zij spreekt Arabisch, heeft een Palestijnse echtgenoot en een kosmopolitische en pro-Europese instelling, in tegenstelling tot de euroscepsis van de rechtse partijen en het op zijn minst lauwe of utilitaire europeanisme van Rutte.’ Ook de Duitse krant Die Welt spreekt van ‘een nieuwe vrouwelijke ster in Den Haag’.
‘Sigrid Kaag is de eerste vrouw in Nederland die een realistisch vooruitzicht heeft om ooit premier te worden’
Ook de Franse krant Le Mondeis verrast door het succes van D66, die ‘zijn beste uitslag ooit haalde’ en dat in ‘een koninkrijk dat wordt gekenmerkt door wantrouwen jegens de Europese Unie, die over het algemeen wordt gezien als bureaucratisch en te duur’.
Wie samen met de VVD en D66 een nieuwe coalitie gaan vormen blijft nog de vraag, aldus Il Sole 24 Ore, maar ‘in ieder geval is het zeer waarschijnlijk dat er een verschuiving zal plaatsvinden in de richting van een meer pro-Europese koers, gezien het succes van D66’.
Extreemrechts
Het politieke landschap in Nederland is na de verkiezingen verder versplinterd, aldus Der Spiegel. ‘In totaal zijn 17 partijen in het parlement gekomen – er is geen kiesdrempel van 5 procent zoals in Duitsland.’
Veel Duitse kranten benadrukken de groei van extreemrechts. ‘Er zullen drie extreemrechtse partijen in het nieuwe parlement vertegenwoordigd zijn met in totaal 27 zetels,’ schrijft Der Spiegel [29 in de voorlopige uitslag]. Ondanks de krimp van de PVV, groeit de FvD en komt ook JA21, een afsplitsing van die partij, met drie zetels in de Tweede Kamer, merkt Die Welt op, ‘zodat de rechtspopulisten per saldo sterker uit de verkiezingen komen’.
‘In de toekomst bestaat nu iets minder dan een vijfde van het parlement uit extreemrechtse, nationalistische politici, meer dan ooit tevoren,’ merkt de Süddeutsche Zeitung op. ‘De wederopstanding van een bepaalde extreemrechtse politicus is opmerkelijk. (…) Thierry Baudet van FvD was na een racismeschandaal eigenlijk al afgeschreven, zijn partij viel uiteen.’
‘Voor de linkse partijen daarentegen is het resultaat een ramp, temeer daar linkse thema’s zoals sociale rechtvaardigheid en belastingbeleid de verkiezingscampagne domineerden,’ aldus SZ. ‘Het bitterste verlies is waarschijnlijk geleden door GroenLinks. (…) Aan de andere kant heeft de pro-Europese partij Volt, die voor het eerst meedeed, meteen drie zetels in de wacht gesleept. (…) In de herfst wil deze partij het ook in Duitsland proberen.’
Hoge opkomst ondanks corona
‘De eerste landelijke verkiezingen in de EU ten tijde van covid-19 hebben een hoge opkomst gekend, rond 80 procent,’ schrijft Il Sole 24 Ore. ‘Dat komt door het besluit om de verkiezingen over drie dagen te spreiden, van maandag tot en met woensdag, en om zeventigplussers de mogelijkheid te bieden per brief te stemmen.’
‘Om een maximale veiligheid te garanderen, vervolgt het zakenblad, ‘werden zowat overal stembureaus ingericht, van sportscholen tot kerken, van musea tot concertzalen. Er werd zelfs gestemd in een windmolen. (…) Om de verkiezingspotloden niet te hoeven ontsmetten, hebben verschillende gemeenten ervoor gekozen de potloden mee te geven. Met als resultaat dat het souvenirs zijn geworden.’
De Tanzaniaanse president John Magufuli, die afgelopen oktober werd herkozen voor een betwiste tweede termijn, stierf woensdag op 61-jarige leeftijd, officieel als gevolg van hartproblemen. Het staatshoofd was sinds eind februari niet meer in het openbaar verschenen, en verschillende figuren van de oppositie – waaronder de leider, Tundu Lissu, die in ballingschap in België leeft – suggereerden dat John Magufuli leed aan covid-19, wat niet is bevestigd.
In overeenstemming met de grondwet zal vicepresident Samia Suluhu Hassan de overleden president opvolgen. ‘Het zal de eerste vrouwelijke president van Tanzania zijn’, schrijft The Citizen.
Wie is Samia Suluhu Hassan?
De 61-jarige Hassan komt uit de semiautonome regio Zanzibar, die voor ongeveer 99 procent moslim is. Ze is sinds 2015 vicepresident. Hassan diende ook in de regering van Zanzibar in verschillende hoedanigheden.
Volgens een Tanzaniaanse politiek analist verzetten fanatieke Magufuli-aanhangers en christelijke nationalisten zich tegen haar aantreden, schrijft The Africa Report. Tanzania heeft behalve geen vrouw ook nooit een president gehad die afkomstig is uit Zanzibar, een land waar de afgelopen jaren verschillende omstreden verkiezingen plaatsvonden.
Volgens een recent rapport over politieke risico’s, geraadpleegd door The Africa Report, ‘zal de relatieve zwakte (in politieke termen) van Samia Suluhu Hassan ook bijdragen aan een vertraging van de besluitvorming. (…) Zo’n machtsoverdracht kan vele weken duren.’
Maar andere rapporten stellen dat Hassan wordt gesteund door facties binnen de regerende partij die voormalig president Jakaya Kikwete (tot 2015) steunen, vooral die van moslimgemeenschappen.
Turkse justitie eist verbod van de pro-Koerdische partij
Bekir Sahin, hoofdofficier van justitie van het Hooggerechtshof van Turkije, heeft verzocht een proces te openen om de Democratische Volkspartij (HDP), de op twee na grootste politieke partij van het land, te verbieden, aldus Hürriyet. De aanklager beschuldigt de HDP ervan een ‘verlengstuk’ te zijn van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), een groep die door Ankara en zijn westerse bondgenoten als ‘terroristisch’ wordt beschreven. Het hooggerechtshof moet de aanklacht goedkeuren voordat de zaak tegen de HDP kan beginnen.
De HDP spreekt van een ‘politieke putsch’ en de Verenigde Staten waarschuwen dat het verbod op de pro-Koerdische partij ‘de democratie in Turkije verder [zal] ondermijnen en miljoenen Turkse burgers hun gekozen vertegenwoordigers ontnemen’.
Sahin beschuldigt HDP-leiders en -leden ervan te ‘handelen op een manier die de democratische en universele rechtsregels schendt, samen te spannen met de terroristische PKK en gelieerde groepen, en te pogen de integriteit van de staat te verstoren’, meldde het door de staat gerunde persbureau Anadolu.
Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden, maar algauw onder andere namen weer hersteld
De HDP, die 55 zetels heeft in het 600 leden tellende parlement, ontkent alle banden met de Koerdische strijders, schrijft Al Jazeera.
Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden wegens vermeende banden met Koerdische strijders, maar algauw onder andere namen weer hersteld.
De druk op de HDP is toegenomen sinds Turkije beweerde dat dertien gevangenen – waaronder Turkse militairen en politiepersoneel – werden gedood door PKK-strijders in Irak tijdens een mislukte Turkse militaire operatie vorige maand om hen te redden.
Mensenrechtenactivist en parlementslid voor de HDP Ömer Faruk Gergerlioğlu, een uitgesproken criticus van de regering van president Recep Tayyip Erdoğan, zegt dat het proces tegen de partij politiek gemotiveerd is en bedoeld om hen het zwijgen op te leggen.
Britse parlementariër noemt EU ‘oplichters’
De voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen hekelde woensdag een gebrek aan ‘wederkerigheid’ in de export van vaccins tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk en heeft gedreigd de exportvoorwaarden voor vaccins tegen covid buiten de EU aan te scherpen en zelfs te blokkeren. Londen heeft 9 miljoen doses verkregen die in Europa zijn geproduceerd, maar er zijn nog geen doses die op Britse bodem zijn geproduceerd, naar de EU geëxporteerd.
The Daily Telegraph citeert de eurosceptische parlementariër David Jones: ‘Dit is het soort gedrag dat je zou verwachten van oplichters, niet van een respectabele internationale organisatie als de EU.’
De voormalige Duitse minister van Defensie, die in 2019 het bevel over de uitvoerende macht van de EU op zich nam, kreeg ook binnen de EU zware kritiek te verduren, onder andere van haar voorganger, Jean-Claude Juncker. Als reactie hierop zei dat ze de verantwoordelijkheid had om het succes van het massale vaccinatieprogramma van de EU te verzekeren.
Ze stond achter haar standpunt en gaf aan dat dit aan het einde van haar termijn in 2024 zou moeten worden beoordeeld, aldus The Guardian.
Eerder uitte Von der Leyen kritiek op een te vroege start van het VK. ‘Het klopt dat sommige landen iets voor Europa begonnen te vaccineren, maar zij namen hun toevlucht tot noodprocedures, die binnen 24 uur op de markt werden gebracht’. De commissie en de lidstaten kwamen overeen om geen concessies te doen aan de veiligheids- en werkzaamheidsvereisten die verbonden zijn aan de toelating van een vaccin.
‘Er moest tijd worden genomen om de gegevens te analyseren, wat, zelfs als het wordt geminimaliseerd, drie tot vier weken in beslag neemt. Dus ja, Europa is iets later begonnen, maar dat was de juiste beslissing. Ik herinner u eraan dat een vaccin de injectie van een actieve biologische stof in een gezond lichaam is. We hebben het hier over massale vaccinatie, het is een gigantische verantwoordelijkheid,’ aldus Von der Leyen
Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India
Onlangs werden explosieven gevonden in een auto die onder het huis geparkeerd stond van Mukesh Ambani, de rijkste man van India, die een sloppenwijk in Mumbai met de grond gelijk maakte ‘om een megalomane toren [Antilia] te bouwen die kilometers in de omtrek zichtbaar was’, meldt Hindustan Times.
Ambani, die dicht bij de rechtse nationalistische premier Narendra Modi staat, is de Indiase tycoon voor mobiele telefonie, internet en e-commerce. In 2016 lanceerde zijn familieconglomeraat, Reliance Industries, het merk Jio. Het is nog onbekend waarom de SUV met explosieven bij zijn huis geparkeerd stond.
Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert’
De hoofdverdachte is de zaak is het hoofd van de politie van Mumbai, Sachin Vaze (wiens auto op de openingsfoto wordt doorzocht). Deze politieagent was ‘een van de vele agenten die op 25 februari [de dag van het bombardement] ter plaatse kwamen’, en de volgende dag werd hij verantwoordelijk gesteld voor het onderzoek. Een paar dagen later bleek dat het betreffende voertuig ‘in november 2020 door hem was verhuurd aan een man genaamd Mansukh Hiran, gespecialiseerd in de verkoop van auto-onderdelen’.
Deze ondernemer werd echter op 5 maart dood aangetroffen, verdronken in een rivier de Thane in de noordelijke buitenwijken van Mumbai. De politie spreekt van zelfmoord, maar de weduwe van Mansukh Hiran beweert dat haar man ‘politieagent Sachin Vaze goed kende en [dat] hij door laatstgenoemde werd vermoord’.
Vaze werd gearresteerd en heeft inmiddels bekend. Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert.’
De vragen die de Indiase krant zich stelt zijn: Was miljardair Ambani het doelwit van de autobom? En handelde Sachin Vaze namens een politieke partij?
Het spook van uiterst rechts
De politieagent haalde eerder de krantenkoppen in 2000. Hij werd vijf jaar geschorst vanwege een verdenking van moord op een verdachte in politiehechtenis. Vervolgens sloot hij zich aan bij de extreemrechtse partij Shiv Sena, die sinds november 2019 aan het hoofd staat van de regionale regering van Maharashtra, de Indiase staat waarvan Mumbai de hoofdstad is, in coalitie met de Congress Party (centrumlinks).
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.