Onderwerpen: Ramp

  • Zeker drie doden bij aardverschuiving Italië

    Zeker drie doden bij aardverschuiving Italië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Taiwanese regeringspartij verliest bij verkiezingen

    » Venezolaanse regering sluit akkoord met oppositie

    Op het eiland Ischia wordt nog naar acht mensen gezocht

    Bij een aardverschuiving op het Italiaanse eiland Ischia, vlak voor de kust van Napels, zijn zaterdag zeker drie mensen om het leven gekomen, meldt het Italiaanse persbureau ANSA. Naar acht mensen wordt nog gezocht door honderden reddingswerkers. Het noodweer in het gebied bemoeilijkt de reddingsactiviteiten.

    Na zware regenval bij de stad Casamicciola stortten zeker tien gebouwen in en ontstonden modderstromen die onder meer auto’s meesleurden. Honderden mensen probeerden het gebied te verlaten, maar kwamen vast te zitten omdat wegen overstroomden. Door de plotselinge chaos was er lang onduidelijkheid over de schade. Zo meldde de nationale overheid dat er sprake was van acht dodelijke slachtoffers, een verklaring die later weer werd ingetrokken.

    Onder meer in zee wordt gezocht naar slachtoffers. Volgens autoriteiten zijn er minderjarigen onder de vermisten en zal het dodental hoogstwaarschijnlijk nog oplopen. Er zijn enkele miljoenen euro’s vrijgemaakt voor de opruimwerkzaamheden op het eiland, waar momenteel de noodtoestand geldt.

    Lees ook:

  • Gebrek aan water zorgt voor onrust in Spanje en Portugal

    Gebrek aan water zorgt voor onrust in Spanje en Portugal

    Door de droogte kan Spanje, met reservoirs die er sinds 1995 niet slechter aan toe zijn geweest, niet voldoen aan zijn internationale verplichtingen om water over te dragen aan Portugal voor de bekkens van de Douro en de Taag.

    ‘Ik heb het nog nooit zo gezien.’ Die uitdrukking wordt de laatste maanden steeds minder gebruikt om de gevolgen te beschrijven van de ernstige droogte die een groot deel van het Iberische schiereiland heeft getroffen. Maar in dit geval worden de woorden niet door zomaar iemand uitgesproken. Dit is Arturo de Inés, drieënnegentig jaar. Hij zit op een enorme granieten rots aan de rand van het droge ravijn waarin het Almendra-stuwmeer is veranderd. Het ligt tussen de provincies Zamora en Salamanca, op een steenworp afstand van Portugal. Arturo de Inés is al meer dan veertig jaar burgemeester van Villaseco de los Reyes, dat iets meer dan driehonderd inwoners telt. Hij is tevens voorzitter van de organisatie Cabeza de Horno in Salamanca, die honderdzeven gemeenten van drinkwater voorziet. En die dorpen verkeren in spanning over de mogelijkheid dat ze zonder drinkwater komen te zitten vanwege het lage peil van de Almendra, die nu op 25 procent van zijn capaciteit staat.

    Aan de Portugese kant van de Raya heeft Helena Barril, voorzitter van de gemeenteraad van Miranda do Douro (zesduizend inwoners), dezelfde vrees. Hoewel de watervoorziening voor haar stad, die afhankelijk is van de rivier, voorlopig gewaarborgd is, heeft de daling van het waterpeil geleid tot een toename van onzuiverheden in het water, die de pompstations kunnen beschadigen. Nog delicater is de situatie voor de plaatselijke veehouders die, door de droogte in de lagunes, hun dieren van water uit het stedelijk netwerk hebben moeten voorzien. Voor António Luis, die een bedrijf heeft met dertig Mirandesa-koeien en voorzitter is van een veecoöperatie met meer dan vijfduizend runderen, is water voor het vee, dat duurder is dan voor menselijke consumptie, sinds mei een vaste kostenpost geworden. Hetzelfde geldt voor Villaseco en alle gemeenten in de omgeving van het Almendra-stuwmeer in Spanje.

    Vijf stroomgebieden

    Burgemeester Arturo de Inés zegt dat in de laatste week van september, bijna van de ene op de andere dag, het niveau van het door Iberdrola beheerde stuwmeer kelderde: ‘Het bedrijf belde ons om te zeggen dat ze de toevoer niet konden garanderen – het niveau van het stuwmeer was te laag en het water was troebel. Het hydrologische jaar – dat loopt van 1 oktober tot 30 september – liep ten einde en Spanje leverde water om te voldoen aan zijn verplichtingen in het kader van het Verdrag van Albufeira uit 1998. Dit internationale verdrag bepaalt de jaarlijkse volumes die vanuit Spanje in Portugal moeten aankomen om ecologische stromen in stand te houden en sociaaleconomisch gebruik over de grens mogelijk te maken in de vijf stroomgebieden die beide landen delen: de Minho, Limia, Douro, Taag en Guadiana.

    De woede over watergebrek aan Spaanse zijde leidde tot protesten in Zamora en Salamanca, totdat de wateruitgifte werd stopgezet door de Hydrografische Confederatie van de Duero, die valt onder het ministerie van Ecologische Transitie. Het was een beslissing waar zowel de Spaanse als de Portugese regering achter stonden. Maar wat aan de Spaanse kant rust bracht, wekte woede in Portugal. 

    ‘We begrijpen dat het water afkomstig is uit Spanje, maar er zijn ook internationale verplichtingen die moeten worden nagekomen. Spaanse boeren klaagden over de stuwmeren omdat het water in Portugal wordt gebruikt voor de productie van hydro-elektriciteit, maar ze kijken alleen naar multinationals die geld verdienen en beseffen niet dat hun Portugese collega’s dezelfde klachten hebben,’ aldus Andrea Cortinhas, technisch secretaris van de Galicische schapenvereniging Mirandesas, die streeft naar genetische verbetering van het ras. Cortinhas spreekt terwijl zijn kudde van honderdveertig dieren probeert iets eetbaars te vinden in een weiland dat groen zou moeten zijn maar niet eens meer geel is. De schapen zullen zich moeten voeden met haver die voor de winter is opgeslagen. Door watergebrek is het grijs en witachtig, dezelfde tinten als het landschap aan de Spaanse kant. ‘Als er weinig water is, moet je het onder iedereen verdelen; het kan niet zo zijn dat je het alleen doorlaat als het veel regent en schade veroorzaakt in Porto,’ is de kritiek van Nuno Rodrigues, de vicevoorzitter van de gemeenteraad van Miranda do Douro.

    In deze tijd van grote harmonie tussen Madrid en Lissabon wil niemand een wateroorlog beginnen

    De regeringen van beide landen gaven er de voorkeur aan om deze conflictueuze kwestie niet op de spits te drijven en verzonden op 28 september een gezamenlijk communiqué waarin Spanje officieel erkent dat het zich als gevolg van de droogte niet zal kunnen houden aan de waterlevering waar het land toe verplicht is volgens het Verdrag van Albufeira in de Taag en de Douro. ‘De leveringen zullen naar verwachting ongeveer 90 procent bedragen van de in de overeenkomst vastgestelde hoeveelheden,’ aldus beide landen.

    In deze tijd van grote harmonie tussen Madrid en Lissabon wil niemand een wateroorlog beginnen. Maar de vooruitzichten op middellange termijn zijn niet goed; prognoses wijzen niet op een regenachtige herfst die de slechte situatie van de stuwmeren op het Spaanse schiereiland zou kunnen omkeren. Nu bedragen de reserves slechts 31,9 procent van de capaciteit en je moet teruggaan tot de grote droogte van 1995 om voor deze periode nog slechtere cijfers te vinden. Als je naar de langere termijn kijkt, is het vooruitzicht nog erger, want wetenschappers waarschuwen voor een toename van hydrologische droogtes die verband houden met de opwarming van de aarde.

    Het is die middellange en lange termijn die José Manuel Gonçalves, burgemeester van Peso da Régua, in de Douro-regio van Portugal, de meeste zorgen baart. Momenteel heeft de rivier voldoende water voor de stadsvoorziening en het nautisch toerisme, maar hij ziet dat het noodzakelijk is om aan de toekomst te denken en het Verdrag van Albufeira te herzien vanwege nieuwe klimatologische omstandigheden. ‘De twee regeringen moeten verantwoordelijkheid nemen en solidair zijn. Alleen zo bereik je een evenwicht tussen de twee volkeren om het beschikbare water te verdelen,’ zegt hij. De Portugese milieuvereniging Zero pleit ook voor nieuwe onderhandelingen over het verdrag om ‘echte ecologische stromen tot stand te brengen die het behoud en de werking van de ecosystemen zullen garanderen’.

    Over de mogelijke wijziging van het Verdrag van Albufeira zei een woordvoerster van het Spaanse ministerie van Ecologische Transitie: ‘Een wijziging van de criteria moet altijd in onderling overleg gebeuren, op technische basis en gericht op oplossingen die op evenwichtige wijze tegemoetkomen aan de behoeften en gebruiken aan weerszijden van de grens. Dit alles binnen de context van klimaatverandering en een te verwachten afname van de beschikbaarheid van water.’

    Strenger beheer

    In tijden van schaarste lijkt het erop dat het waterbeheer niet beide zijden van de grens tegelijkertijd tevreden kan stellen. ‘De indruk bestaat dat de Spanjaarden eigenaren van de rivier zijn, en dat zijn ze niet,’ klaagt de Portugese burgemeester Helena Barril. ‘We leven niet meer in de tijd dat we vochten om een stuk land, maar naar mijn mening moet er strenger beheer komen zodat niemand erop achteruitgaat,’ zegt ze.

    Een paar weken geleden zaten de boosdoeners aan de andere kant, in een gebied dat nu lijkt op een maanlandschap: de 8650 hectare die worden bedekt door het Almendra-stuwmeer, het op twee na grootste van Spanje. De laarzen van Javier Arnés wierpen toen hij zich door dit gebied bewoog een witachtige stof op van wat tot voor kort de bodem van dit enorme stuwmeer was. Zelfs de zwarte stammen van oude steeneiken, die intact zijn gebleven doordat ze meer dan vier decennia onder water hebben gestaan waar ze niet door zuurstof konden worden afgebroken, steken nu boven het water uit. Arnés maakt zich zorgen over zijn tweehonderd Moro-koeien, net als veel van de veehouders in de regio, die hoofdzakelijk van het stuwmeer afhankelijk zijn en die hun toevlucht al hebben moeten nemen tot watertankwagens. ‘De putten staan droog en de vijvers ook,’ waarschuwt hij.

    Tot dit jaar dronken zijn koeien rechtstreeks uit het stuwmeer dat aan zijn boerderij grenst. ‘Maar het niveau is zo laag dat de koeien niet meer naar beneden durven.’ Voorlopig is zijn redding de put die hij op zijn land heeft en die hij voor het eerst gebruikt om zijn dieren water te geven. ‘Over acht of tien dagen is het water uit de put op, ik hoop dat het niveau van het moeras stijgt en ze weer kunnen drinken. Het probleem is dat we niet voorbereid zijn op tekorten van de ene dag op de andere. We hebben een infrastructuur voor het transport van voer, maar niet van water,’ legt hij uit.

    ‘Langs de weg stonden mensen te huilen terwijl ze hun spullen verzamelden’

    Toen het stuwmeer in de jaren zestig werd aangelegd, was dat een tragedie voor veel lokale bewoners, die zagen hoe de dictatuur hen van hun land verdreef. ‘Langs de weg stonden mensen te huilen terwijl ze hun spullen verzamelden,’ herinnert de oud-burgemeester van Villarejo de los Reyes zich. Dan vertelt hij over de tijd dat de vrouwen hun kleren op ezels naar de rivier brachten om ze te wassen. 

    ‘Water is leven,’ zegt de boer. ‘Dit gebied zou verstoken zijn van mensen als het water zou verdwijnen.’

    Luister ook:

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-gebrek-aan-water-maakt-beide-kanten-van-de-raya-onrustig
  • Zeker 162 doden bij aardbeving in Indonesië

    Zeker 162 doden bij aardbeving in Indonesië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Colombia hervat vredesbesprekingen met ELN

    » Servië en Kosovo weten conflict niet op te lossen

    Autoriteiten verwachten dat het dodental nog zal oplopen

    Het Indonesische eiland Java is maandag getroffen door een aardbeving van 5.6. Volgens de laatste cijfers zijn daar zeker 162 mensen bij om het leven gekomen, meldt de BBC. Honderden mensen raakten gewond. Dat de relatief lichte aardbeving zoveel schade kon aanrichten kwam doordat de beving vlak bij het aardoppervlak plaatsvond.

    Omdat het gebied waar de beving plaatsvond behoorlijk dichtbevolkt is en veel gebouwen niet stevig gebouwd zijn, ligt het dodental hoog. Een groot aantal slachtoffers raakten bedolven onder gesteente toen meerdere gebouwen en huizen instortten. De verwachting is dat het dodental de komende dagen nog zal oplopen, omdat veel mensen nog vastzitten onder het puin.

    Ruim 13.000 mensen zijn daarnaast ontheemd geraakt. Volgens autoriteiten zal het gebied rond het epicentrum nog dagen zonder stroom zitten. Indonesië kent een lange geschiedenis van verwoestende aardbevingen en daaropvolgende tsunami’s. Een van de meest dodelijke aardbevingen uit de recente jaren vond plaats in 2018 bij het eiland Sulawesi. Er kwamen destijds zeker tweeduizend mensen om het leven.

    Lees ook:

  • Zeker 21 doden bij brand in vluchtelingenkamp Gaza

    Zeker 21 doden bij brand in vluchtelingenkamp Gaza

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin stuurt onevenredig veel etnische minderheden naar het front

    » Nancy Pelosi niet herkiesbaar als voorzitter Huis

    Israël heeft gezegd gewonden op te nemen in zijn ziekenhuizen

    Bij een brand in een gebouw in het vluchtelingenkamp Jabalia in de Gazastrook zijn zeker 21 mensen om het leven gekomen. Dat meldt persbureau Reuters. De dodelijke slachtoffers woonden een feest bij toen om nog onbekende redenen brand uitbrak.

    Volgens autoriteiten lagen vlak bij het gebouw meerdere vaten benzine, die vlam vatten en lastig waren uit te doven. Door de hevigheid van de brand konden hulpdiensten veel aanwezigen, die vastzaten in het gebouw, niet bereiken. De gewonden zijn naar ziekenhuizen buiten Gaza gebracht en Israël heeft laten weten dat iedereen die behandelingen nodig heeft door de blokkades mag.

    De Palestijnse president Mahmoud Abbas heeft een dag van nationale rouw afgekondigd vanwege de tragedie. Volgens Abbas kan het aantal doden nog oplopen door de zware brandwonden die aanwezigen hebben opgelopen.

    Lees ook:

  • Eerste hulpgoederen bereiken Tigray

    Eerste hulpgoederen bereiken Tigray

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee doden bij raketinslagen in Polen

    » Officieel acht miljard mensen op aarde

    Ethiopië sloot onlangs een wapenstilstand met rebellen in de regio

    Voor het eerst sinds de Ethiopische regering een staakt-het-vuren sloot met Tigrayaanse rebellen heeft een internationaal hulpkonvooi Tigray bereikt, schrijft persbureau Reuters. Het gaat om twee trucks van het Rode Kruis die de hoofdstad van de door oorlog en honger verscheurde regio bereikten. De vrachtwagens bevatten met name primaire medische voorzieningen en voedselpakketten.

    Tijdens de burgeroorlog tussen het Ethiopische leger en de rebellen, waarin duizenden doden vielen, konden hulpgoederen niet altijd naar de regio komen. Ze werden tegengehouden of de situatie in het gebied was te gevaarlijk voor de reddingswerkers. Hierdoor hadden miljoenen mensen in de regio lange tijd geen toegang tot eten, drinkwater of medicijnen.

    Momenteel hebben 5,5 miljoen mensen in het gebied dringend voedsel nodig. Het Rode Kruis gaat de komende tijd in kaart brengen hoe groot de omvang van de humanitaire ramp is. Ook de Ethiopische regering heeft toegezegd hulp naar het gebied te sturen.

    Lees ook:

  • Bestorm dit fort! Pleidooi voor data als publiek goed

    Bestorm dit fort! Pleidooi voor data als publiek goed

    Data zijn de grootste schat van de digitale samenleving. Ze worden opgeslagen in gigantische serverfarms. Wat particuliere ondernemingen ermee doen bedreigt niet alleen het milieu, maar ook de democratie.

    Wie inzicht wil krijgen in de problemen van de toekomst, de bedreiging van de democratie en het controleren van burgers, hoeft maar te kijken naar de toekomststad die architectenbureau Snøhetta momenteel in Noorwegen plant. Op het eerste gezicht lijkt het ontwerp geenszins problematisch, integendeel. Uit de nevel doemt een reusachtig gebouw op dat enigszins doet denken aan de beroemde Neue Nationalgalerie in Berlijn, alleen lijken de pilaren in dit ontwerp op berkenstammen. Door een moerassig landschap loopt iemand op het gebouw af. Alles is groen en idyllisch. Het gigantische gebouw zelf is een serverpark, een datacentrum. Snøhetta ontwierp het voor het Nokia-concern, vastgoedontwikkelaar Miris en twee Scandinavische bouwbedrijven. Het geheel heet The Spark, en voor het eerst moet een datacentrum het centrum van een kleine stad worden en een paar woonwijken voorzien van de enorme warmte die bij het koelen van de servers als afvalproduct vrijkomt. De serverfarm vormt ‘zowel het lichaam als de hersenen’ van de nieuwe stad, jubelen de architecten. Boven op de hersenen groeien groenten en waterlelies: op het openbare dakterras komen een contemplatieve zenvijver en bloemperken. Op deze manier moet ‘de menselijke factor in ons gedigitaliseerde, door smartphones beheerste leven, worden teruggebracht’, aldus de architecten.

    Dat in de serverracks in de eerste plaats de problemen worden gefabriceerd – dankzij manipulatie op basis van data die gebruikers van mobiele telefoons opzettelijk verslaafd maken – waarvan het omhulsel van The Spark hen daarboven met vijver en wortelen wil genezen, is slechts een van de vele paradoxen van deze nieuwe wereld. Is het een goed idee dat burgers hun data, de basis voor participatie en politiek in het digitale tijdperk, afstaan aan particuliere bedrijven in ruil voor gratis verwarming, een beetje zenpraat en een gratis ecowortel?

    Datacentra zijn de zetel van de macht

    Tot dusver toonde het publiek weinig belangstelling voor datacentra. Toch zijn deze voor het digitale tijdperk wat het kasteel was voor de middeleeuwen: de zetel van de macht. In de moderne consumptiemaatschappij draaide het om de kantoortorens van de grote concerns; de wolkenkrabbers van Woolworth en Chrysler waren al van veraf te zien, als uitroeptekens achter de verkondiging wie het in het kapitalisme voor het zeggen had. De huidige digitale revolutie verandert alles radicaler dan ooit, de invloed van digitale concerns op de economie en de politiek is overduidelijk, maar deze verschuivingen hebben zich nog niet afgetekend in de steden. Verscholen, op het platteland of aan stadsranden maakt de bouw van datacentra echter een bliksemsnelle groei door: in 2019 waren er alleen al in de Verenigde Staten ruim 3 miljoen datacentra en meer dan 500 hyperscalers; extreem grote datacentra.

    Dat de centra liever onzichtbaar bleven heeft vele redenen. Een daarvan is de milieuvervuiling die wordt veroorzaakt door het immateriële internet en zijn luchtige clouds. Datacentra verbruiken ondanks alle inspanningen om klimaatneutraal te worden namelijk nog steeds buitensporige hoeveelheden energie. Het internet brengt nu al meer schade toe aan het milieu dan alle luchtverkeer. Als het wereldwijde web een land was, zou het wat betreft elektriciteitsverbruik en de uitstoot van klimaatgassen meteen na de Verenigde Staten en China komen. Vooral servers en datacentra verbruiken enorme hoeveelheden: in Europa is hun energiebehoefte tussen 2010 en 2020 met 55 procent gestegen tot 87 terawattuur. 2 procent van alle broeikasgasemissies in de wereld is uitsluitend toe te schrijven aan serverfarms, 8 procent van de wereldwijd geproduceerde elektriciteit gaat naar het transport van data op eindapparaten.

    Volgens het klimaatrapport van Frankfurt zal de stad zijn energiedoelstellingen niet halen vanwege de elektriciteitsvraag van zijn servers. In 2020 hebben de serverfarms in Frankfurt 60 procent meer elektriciteit verbruikt dan alle 400.000 huishoudens in de stad, en die hoeveelheid loopt nog op. Hoe groter de hoeveelheid data die nodig zijn voor Big Data, cloudcomputing en kunstmatige intelligentie, hoe gigantischer de opslagbehoefte. Steeds meer kleine en middelgrote bedrijven slaan hun data elders op, grote bedrijven bouwen de hardware zelf. De grootste hyperscaler is Amazon Web Service (AWS). Dit cloudplatform levert een forse bijdrage aan Amazons bedrijfsresultaat, méér dan de pakketverzending: ongeveer twee derde van Amazons beurswaarde is te danken aan AWS. De op een na grootste hyperscaler is Azure (Microsoft), Google volgt op de derde plaats.

    Collectieve schat

    Digitale concerns verzamelen niet alleen de data van hun gebruikers, ze bouwen ook de raffinaderijen waar ze worden opgeslagen en geanalyseerd en behandelen deze data in de streng beveiligde faciliteiten als hun privé-eigendom. Dat is niet probleemloos, alleen al omdat op deze manier het digitale gedrag van burgers wordt voorspeld en gemanipuleerd. En aangezien deze ondernemingen bijna allemaal in de Verenigde Staten of in China zijn gevestigd, staat niet alleen de technologische, maar ook de economische en politieke soevereiniteit van Europa op het spel.

    Het feit dat data de brandstof en de grootste economische schat van het digitale informatietijdperk zijn, staat in schril contrast met de naïviteit waarmee gewone burgers uit gemakzucht op de ‘accepteer alles’-optie klikken en zo hun gegevens prijsgeven. Toch hebben veel onderzoekers indrukwekkend beschreven hoe mensen kunnen worden gemanipuleerd op basis van de analyse van gedragsgegevens, hoe algoritmes raciale vooroordelen en sociale ongelijkheid vergroten en helpen bij de verspreiding van nepnieuws. In haar studie Dirty Data, Bad Predictions beschrijft Rashida Richardson hoe in de Verenigde Staten zelfs politiebureaus die zich schuldig hebben gemaakt aan ‘vooringenomen racistische of anderszins illegale’ praktijken data blijven verstrekken voor de ontwikkeling van nieuwe geautomatiseerde systemen die agenten ondersteunen in hun werk. Datamisbruik kan fatale, zelfs dodelijke gevolgen hebben. Uit een onderzoek van Berkeley bleek dat algoritmes in de Verenigde Staten Latino’s en mensen uit zwarte gemeenschappen bij voorbaat afkeuren wanneer zij zich aanmelden voor een leegkomende woning. Naar verluidt zijn er onder hen namelijk meer wanbetalers. 

    Als data de grootste collectieve schat van een digitale samenleving zijn – goud, olie, de grondstof van de eenentwintigste eeuw, het basismateriaal voor bedrijfsleven en politiek – en het bezit ervan de waarborg is voor democratie en transparantie, moeten ze dan niet worden behandeld als gemeengoed, als deel van de openbare infrastructuur? Als we niet willen dat de gezondheidszorg van burgers in de toekomst wordt overgenomen door Google-werknemers en het vervoer door Uber – en dat de enorme winsten van beide bedrijven richting de Verenigde Staten stromen – hebben we regulering nodig van het tot nu toe wildwestachtige wegvloeien van data, en hebben we instellingen nodig die de digitale soevereiniteit van Europa (en, net zo belangrijk, van Afrika) kunnen garanderen ten opzichte van Amerikaanse en Chinese concerns: Europa’s eigen techbedrijven, meer kwantumcomputers, betere algoritmes én datacentra die deel uitmaken van de openbare infrastructuur.

    In zijn essay Big data for the people: it’s time to take it back from our tech overlords pleit Ben Tarnoff ervoor dat de maatschappij, en niet de industrie, bepaalt of en hoe haar hulpbronnen worden gebruikt – big data vormen daarop geen uitzondering. Het zou voldoende zijn om data publiek goed te noemen. Bedrijven kunnen doorgaan met het verfijnen ervan en worden betaald om ze te analyseren, maar op onze voorwaarden en ‘ten behoeve van ons welzijn’. Maar wie definieert dit ‘welzijn’? Wie bepaalt of de analyse van persoonsgegevens voor een gezondheidsapp in het belang is van het ‘welzijn’ van de gebruiker (zoals de providers zouden beweren) dan wel dient om hem bang te maken en ertoe aan te zetten meer producten en apps te kopen die de gezondheid helpen verbeteren en zo de kassa’s van diezelfde providers te vullen? De staat? De burger? Vooral inwoners van het mondiale zuiden moeten de soevereiniteit over hun data veiligstellen en deze ‘nationaliseren’, betoogt Ulises Ali Mejias, directeur van het Institute for Global Engagement aan de State University van New York. Niet alleen olie, kostbare aardmetalen en grondstoffen, maar ook data worden daar op grote schaal gewonnen door westerse en Chinese concerns: er is sprake van een nieuw datakolonialisme. 

    In tijden van datakapitalisme is een openbare serverfarm een symbool van burgerlijke vrijheid

    Alleen al daarom is er dringend behoefte aan een publieke plaats waar zichtbaar wordt hoe sterk gegevensopslag en macht met elkaar verweven zijn, hoe groot het gevaar is de controle te verliezen en hoe belangrijk het is om de data niet te verzamelen op de servers van grote particuliere ondernemingen, maar decentraal in handen van burgers te leggen. Alleen op die manier is een nieuwe rol voor burgers mogelijk, een nieuwe rijkdom voor iedereen. Maar hoe zou deze publieke plaats er dan uit kunnen zien?

    Het is de taak van de staat om iets nieuws te bouwen dat alle onbegrijpelijke technologieën die meer dan wat ook een stempel drukken op het leven, zichtbaar en begrijpelijk maakt: een hybride gebouw bestaande uit een datacentrum, bibliotheek en museum van de toekomst, een nieuwe onderwijsinstelling waar de gehele bevolking, scholieren en politici kunnen leren hoe gevaarlijk het heersende bedrijfsmodel van het digitale kapitalisme is voor democratie en zelfbeschikking. Deze openbare serverfarm zou programmeerscholen, tentoonstellingsruimten en onderzoeksfaciliteiten kunnen huisvesten en eveneens een centrum kunnen zijn voor digitale soevereiniteit. Ook in kleinere steden en dorpen zouden lokale gedecentraliseerde servers nieuwe openbare plaatsen kunnen worden, zoals gemeenschapshuizen, dorpsscholen en bibliotheken dat ooit waren.

    De enorme hitte die vrijkomt bij het koelen van de data zou ook hier de basis kunnen vormen voor een volledig nieuwe openbare – en niet, zoals bij The Spark, particulier geëxploiteerde – architectuur: bibliotheken, sporthallen, kassen, zwembaden, een collectieve dorpshuiskamer, overkoepelde tropische altijd groene woongebieden. In tijden van datakapitalisme zou zo’n openbare serverfarm een symbool van burgerlijke vrijheid zijn, zoals het stadhuis dat ooit was als tegenwicht voor het kasteel van de feodale heer; een schatkamer van het digitale tijdperk waarin data als collectief eigendom, als ‘publiek goed’ worden beschouwd.

    Deze tekst is een fragment uit het boek van Niklas Maak: Servermanifest Architectur der Aufklärung: Data Centra als Politik-maschinen. Met een voorwoord van Francesca Bria. Hatje Cantz Verlag, 112 blz. met vele afbeeldingen, € 17,99. Het boek is op 13 juni 2022 verschenen.

  • Overstromingen Nigeria: ten minste 603 doden, 1,4 miljoen mensen ontheemd

    Overstromingen Nigeria: ten minste 603 doden, 1,4 miljoen mensen ontheemd

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland erkent dat situatie troepen in Oekraïne ‘gespannen’ is

    » VK: Chinese diplomaat betrokken bij mishandeling demonstrant in Manchester

    Ergste overstromingen in tien jaar

    Nigeria heeft te kampen met de ergste overstromingen in tien jaar. Ten minste 603 mensen zijn omgekomen, meer dan 2400 mensen zijn gewond geraakt en meer dan 1,4 miljoen mensen zijn ontheemd. Grote stukken landbouwgrond, infrastructuur en 200.000 huizen zijn geheel of gedeeltelijk verwoest. In sommige staten zullen de overstromingen waarschijnlijk nog meer dan een maand aanhouden, bericht The New York Times.

    De zware regenval is niet de enige oorzaak van de overstromingen, schrijft de Amerikaanse krant. ‘Elk jaar laat buurland Kameroen (…) water ontsnappen uit een dam in het noorden van Kameroen, waardoor stroomafwaarts in Nigeria overstromingen ontstaan. Ten tijde van de bouw van de dam, in de jaren tachtig, kwamen de twee landen overeen dat er aan Nigeriaanse zijde een dubbele dam zou worden gebouwd tegen overstromingen. Maar die is is nooit gerealiseerd.’

    The New York Times wijst ook klimaatverandering aan als oorzaak. Matthias Schmale, coördinator humanitaire hulp van de Verenigde Naties voor het land, verklaarde vorige week tijdens een briefing dat klimaatverandering de extreme overstromingen grotendeels verklaart. ‘Klimaatverandering is echt, zoals we in Nigeria opnieuw ondervinden,’ zei hij.

    Lees ook:

  • Venezuela: bijna honderd doden bij aardverschuivingen door regen

    Venezuela: bijna honderd doden bij aardverschuivingen door regen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peru: president aangeklaagd voor corruptie

    » Biden dreigt Saoedi-Arabië met vergelding vanwege verlaging olieproductie

    Regenseizoen richt grote verwoesting aan

    Venezuela wordt al dagenlang getroffen door hevige regenval met dodelijke aardverschuivingen tot gevolg. Reddingswerkers hadden dinsdagavond geen hoop op het vinden van overlevenden onder de ongeveer vijftig nog vermiste mensen in Las Tejerías, zo‘n 67 kilometer van Caracas, meldt El País. Volgens de autoriteiten zijn er drieënveertig lichamen gevonden na de ramp die zaterdag plaatsvond.

    ‘We zitten al op bijna honderd slachtoffers die bij deze tragedie zijn omgekomen,‘ zei de Venezolaanse president Nicoals Maduro op de staatstelevisie VTV. ‘Dit intense regenseizoen, versterkt door de vorming van tropische golven in het Caribisch gebied, blijft in verschillende delen van het land verwoestingen aanrichten’, merkt El País op.

    ‘De tragedie heeft (…) een land getroffen dat al kwetsbaar was doordat het zich al enkele jaren in een humanitaire noodsituatie bevindt als gevolg van de politieke, economische en sociale crisis tijdens de zwaarste jaren van het chavismo’, concludeert het dagblad, met daarbij de opmerking dat het regenseizoen nog niet voorbij is.

    Lees ook:

  • Florida: ten minste 19 doden door orkaan Ian

    Florida: ten minste 19 doden door orkaan Ian

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Koningin Elizabeth II stierf aan ‘ouderdom’ volgens overlijdensakte

    » Brazilië: Neymar spreekt steun uit voor Bolsonaro bij verkiezingen

    ‘Dodelijkste orkaan in de geschiedenis van Florida,’ aldus Biden

    CNN heeft geprobeerd een voorlopig dodental te berekenen nadat orkaan Ian over Florida is geraasd, bij gebrek aan een officieel door de autoriteiten opgegeven aantal dodelijke slachtoffers. De Amerikaanse zender had donderdagavond negentien doden geteld, maar verwacht wordt dat het dodental de komende uren zal stijgen.

    ‘Dit zou weleens de dodelijkste orkaan in de geschiedenis van Florida kunnen zijn,’ zei de Amerikaanse president Joe Biden donderdag. ‘De cijfers zijn nog niet duidelijk, maar we krijgen eerste berichten’ over een ‘aanzienlijk’ aantal doden, voegde hij eraan toe. Ook gouverneur Ron DeSantis van Florida zei dat hij verwachtte dat het dodental zeer hoog zou zijn, maar hij weigerde een voorlopig cijfer te geven en wachtte liever op de bevestiging van het dodental ‘in de komende dagen’.

    Lees ook:

  • Orkaan Ian laat verwoesting achter in Cuba en koerst nu op Florida af

    Orkaan Ian laat verwoesting achter in Cuba en koerst nu op Florida af

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman benoemd tot premier

    » Guinee: voormalig dictator verschijnt voor de rechter vanwege bloedbad

    Al meer dan 2,5 miljoen Floridianen zijn hun huis ontvlucht

    Het Amerikaanse National Hurricane Center (NHC) waarschuwde dinsdagmiddag dat orkaan Ian de westkust van de Amerikaanse staat zou naderen en beschreef de storm als een ‘intense en extreem gevaarlijke orkaan’. Volgens Miami Herald zijn al meer dan 2,5 miljoen Floridianen hun huizen in risicogebieden aan de kust ontvlucht.

    Orkaan Ian heeft dinsdag het westen van Cuba aangedaan zonder slachtoffers te maken, maar de storm liet wel een spoor van vernieling achter. Hij kwam aan land in La Coloma, een vissersdorp in de provincie Pinar del Rio – 190 km van Havana – en stak het eiland van zuid naar noord over, met als gevolg ingestorte huizen, afgerukte daken en ondergelopen landbouwvelden. Een miljoen mensen kwamen zonder elektriciteit te zitten.

    Lees ook:

  • Mexico: krachtige aardbeving schudt het westen van het land op

    Mexico: krachtige aardbeving schudt het westen van het land op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Siofra O’Leary eerste vrouw aan hoofd van Europees mensenrechtenhof

    » Meer dan 200 Armeense soldaten gedood in grensconflict met Azerbeidzjan

    19 september lijkt vervloekte datum voor Mexicanen

    De aardbeving van gisteren in Mexico, met een kracht van 7,7 op de schaal van Richter, kostte aan minstens één persoon het leven. De beving werd gevoeld tot in de hoofdstad Mexico-Stad, waar de inwoners snel de straat op gingen om zichzelf in veiligheid te brengen. In de deelstaat Michoacán, dicht bij het epicentrum van de aardbeving, zijn twee ziekenhuizen beschadigd.

    Dit is de derde keer in de geschiedenis van Mexico dat er op 19 september een aardbeving plaatsvindt. In 1985 kostte een krachtige aardbeving duizenden mensen het leven en richtte deze grote schade aan in Mexico-Stad, en in 2017 kwamen ongeveer driehonderdvijftig mensen om bij een andere verwoestende aardbeving. ‘Dit lijkt meer op een macabere grap dan op toeval’, merkt El Universal op. De twee vorige aardbevingen ’waren harde klappen voor het land, waarvan de wonden veelal nog niet geheeld zijn’, aldus het Mexicaanse dagblad.

    Lees ook:

  • Mexico: families vermiste mijnwerkers moeten nog 6 tot 11 maanden wachten

    Mexico: families vermiste mijnwerkers moeten nog 6 tot 11 maanden wachten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Cannabisgebruik nog nooit zo hoog geweest onder jonge Amerikanen

    » Californië verbiedt verkoop benzineauto’s per 2035

    In Coahuila zijn tien mijnwerkers sinds 3 augustus vermist

    De Mexicaanse autoriteiten hebben de families donderdag meegedeeld dat het zes tot elf maanden zal duren om de mijnwerkers terug te vinden die sinds 3 augustus vermist zijn in drie overstroomde kolenmijnen in de noordoostelijke deelstaat Coahuila. ‘Een vertraging die het beetje hoop dat de nabestaanden van de slachtoffers nog hadden, vernietigt’, schrijft El País.

    ‘Ze denken dat niemand levend terug zal keren.’ De overstroming van de mijn vond plaats tijdens graafwerkzaamheden. Vijf mijnwerkers wisten zichzelf te bevrijden, maar tien worden er nog vermist.

    Lees ook:

  • Libanon: beschadigde silo’s in geplaagde haven van Beiroet storten in

    Libanon: beschadigde silo’s in geplaagde haven van Beiroet storten in

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Colombia verklaart Stille Oceaan tot beschermd gebied

    » DRC: blauwhelmen openen vuur aan de grens met Oeganda

    Twee jaar geleden was haven al slachtoffer van explosies

    Een deel van de graansilo’s van de Libanese hoofdstad Beiroet, die al weken in brand staan, is zondagmiddag ingestort, meldt L’Orient le Jour. Opvallend genoeg gebeurde dat vier dagen voor het tweede jubileum van de dubbele explosie in de haven op 4 augustus 2020.

    De Libanese autoriteiten willen de silo’s sinds april slopen, maar dit besluit is opgeschort door het verzet van familieleden van de slachtoffers van de tragedie, die de silo’s willen ombouwen tot een gedenkplaats. ‘We blijven ons inzetten voor het behoud van het stabiele deel van de silo’s. We zullen voorkomen dat ze het slopen, zelfs als dat betekent dat we de weg moeten versperren voor bulldozers,’ zei William Noun, de broer van een brandweerman die omkwam bij de explosies in 2020, tegen de Libanese krant. In een verklaring spraken familieleden van slachtoffers over ‘een nieuwe misdaad van de autoriteiten, gericht op het ondermijnen van de collectieve herdenking’ van de explosies.

    Lees ook:

  • Cuba: Ten minste 22 doden en 64 gewonden na explosie in hotel

    Cuba: Ten minste 22 doden en 64 gewonden na explosie in hotel

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: Veganistisch dieet kan mensen met overgewicht helpen af te vallen

    » Shanghai verzet toelatingsexamens universiteit vanwege nieuwe corona-uitbraak

    Gaslek lijkt oorzaak explosie Saratoga Hotel Havana

    Afgelopen vrijdag zijn er bij een explosie in een hotel in Havana meer dan twintig doden gevallen, meldt El País. Het Saratoga Hotel, een van de meest luxueuze hotels in Havana, werd op 6 mei verwoest door een explosie, waarbij ten minste tweeëntwintig mensen om het leven kwamen en vierenzestig anderen gewond raakten. Onder de doden waren een kind en een zwangere vrouw.

    Het hotel, dat twee jaar gesloten was wegens de coronapandemie, maakte zich op om op 10 mei opnieuw open te gaan. De explosie, die veroorzaakt lijkt te zijn door een gaslek, heeft ook zeventien gebouwen rondom het hotel beschadigd. Het is ‘het ergste ongeval in zijn soort op het eiland in decennia’, aldus het dagblad.

    Lees ook:

  • China: Meer dan 50 doden bij instorting woongebouw

    China: Meer dan 50 doden bij instorting woongebouw

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Geen Harry, Meghan en Andrew op balkon bij jubileum Elizabeth II

    » Poetin biedt excuses aan voor nazi-opmerkingen Sergej Lavrov

    Reddingswerkers hebben week gezocht naar slachtoffers

    Er zijn meer dan vijftig mensen omgekomen bij de instorting van een gebouw in China, aldus China Daily. Het woongebouw in het district Wangcheng in de provinciale hoofdstad Changsha was onlangs, op 29 april, ingestort. De autoriteiten hebben nog een week gezocht naar overlevenden.

    Volgens een persconferentie die vrijdag werd gehouden, is bevestigd dat bij het instorten van het wooncomplex in totaal drieënvijftig mensen zijn omgekomen. Tien mensen zijn gered, aldus de autoriteiten.

    De Chinese overheid heeft een onderzoeksteam opgericht om de instorting van het gebouw te onderzoeken.

    Lees ook: