Onderwerpen: Religie

  • Leidt het abajaverbod op Franse scholen tot minder radicalisering?

    Leidt het abajaverbod op Franse scholen tot minder radicalisering?

    Onlangs werd de abaja, een jurk die islamitische vrouwen dragen, verboden op Franse scholen. Een goede maatregel, aldus docent Iannis Roder. ‘Elk kind heeft het recht zich te bevrijden van religieuze druk.’ Verre van, werpt socioloog Agnès de Féo tegen. ‘Een verbod werkt averechts.’

    Ja: ‘Het dragen van een abaja is een politiek gebaar’

    In 2004 werd in Frankrijk een verbod ingevoerd op het dragen van opvallende symbolen en kleding waarmee leerlingen uiting geven aan hun geloofsovertuiging. Het is verstandig dat minister van Onderwijs Gabriel Attal deze wet ook heeft toegepast op de abaja, schrijft Iannis Roder in een opiniestuk in Le Monde. ‘Hoewel de opkomst van dit kledingstuk al in 2010 werd gesignaleerd op een paar scholen in [het departement] Seine-Saint-Denis, heeft het dragen ervan zich pas kort geleden aanzienlijk verspreid,’ aldus de docent geschiedenis en aardrijkskunde.

    ‘Om de wet niet te overtreden beweren sommige leerlingen dat het dragen van deze jurk geen religieuze betekenis heeft. Hun argument is dat het een “gewone jurk” is, die alleen “culturele en geen religieuze betekenis” heeft. Wie proberen ze voor de gek te houden?’ vraagt Roder zich af. ‘Deze jonge meisjes (…) herhalen gewoon islamistische retoriek, met als doel het ondermijnen van het schoolsysteem van de Republiek, dat een gevaar vormt voor de politieke islam omdat het toegang biedt tot individuele vrijheid door middel van kennis.’

    Volgens Roder zijn er genoeg aanwijzingen dat de abaja wel degelijk een religieus symbool is, zelfs een dat vrouwen onderdrukt. ‘De abaja wordt vaak gedragen om te voldoen aan religieuze normen die vereisen dat vrouwen “respectabel” en dus “bescheiden” zijn. Dit concept kleineert vrouwen, die van nature schuldig zouden zijn; van hen wordt verwacht dat ze hun vormen verbergen – zoals de sluier hun haar verbergt – voor de blikken van mannen, omdat ze anders het risico lopen minachting, woede of zelfs geweld op te wekken.’

    ‘Dit is het doel van de wet van 15 maart 2004: jonge burgers in opleiding beschermen tegen druk tijdens schooltijd’

    Roder stelt dat sommige islamitische jongeren in Frankrijk door groepsdruk ten prooi vallen aan het islamisme. ‘Het dragen van de abaja (…) is een politiek gebaar, dat meer te maken heeft met het dragen van een uniform dan met stijl of elegantie: met deze kleding kunnen meisjes zich onderscheiden, en dus elkaar herkennen, terwijl ze zich onderwerpen aan gedragsregels die horen bij een gedachtengoed dat vreemd is aan dat van Frankrijk.’

    Roder vervolgt: ‘Er is geen garantie dat sommigen dit niet onder druk doen, of het nu direct of indirect is, door sociale controle vanuit hun directe omgeving, die een boodschap uitdraagt die in strijd is met het gelijkheidsbeginsel van de Franse Republiek. Dit is het doel van de wet van 15 maart 2004: jonge burgers in opleiding beschermen tegen druk tijdens schooltijd.’

    ‘Dus ja, dit soort kleding moet op Franse scholen worden verboden,’ concludeert de leraar. ‘Daar heeft elk kind het recht om de kans te krijgen zich te bevrijden van het determinisme, om te profiteren van de “seculiere ademruimte” die de filosoof Catherine Kintzler zo dierbaar is. Op school zijn jongeren niet langer alleen kinderen van hun ouders en hun omgeving; het zijn leerlingen, die hun vrije wil en autonomie ontwikkelen, vrij van het gewicht van wat hen op andere momenten beperkt; maar alleen zolang de schooldag duurt, want niets verbiedt leerlingen om als ze de school eenmaal hebben verlaten te dragen wat ze willen.’


    Nee: ‘De regering heeft het boemerangeffect van dwingende wetten niet begrepen’

    Het verbieden van de abaja op scholen is contraproductief, schrijft socioloog Agnès de Féo in dezelfde krant. Net als bij het verbod op de boerka in 2009 ‘zijn niet de vrouwen het onderwerp van discussie, maar het kledingstuk dat ze dragen (abaja, boerka), een object dat de integriteit van de natie zou bedreigen. Een karikaturale voorstelling waar je om zou kunnen lachen, als ze niet zo populair was bij een groot deel van de Fransen en overgenomen werd door politieke figuren, die terloops hun obsessie blootgeven met het lichaam van moslimvrouwen sinds de koloniale tijd,’ stelt de socioloog, die aan de Universiteit van Aix-Marseille onderzoek doet naar de Arabische en islamitische wereld.

    ‘Over de draagsters zelf wordt weinig gesproken. Zij blijven de grote onbekenden in de speculaties over hun kleding. Dat deze meisjes worden verdacht van een complot tegen het schoolsysteem, wijst op een overschatting van een marginaal fenomeen onder jongeren, dat vooralsnog ongevaarlijk is.’

    Maar ook De Féo stelt vast dat de jurk om religieuze redenen wordt gedragen: ‘Laten we meteen duidelijk zijn: de abaja is wel degelijk een religieus symbool, ook al ontkennen de meisjes in kwestie dat. Door onnozel te beweren dat de abaja niet een religieus maar een traditioneel kledingstuk is, spelen deze tienermeisjes met de “veelvormigheid” ervan. De elegante jurken die vooral in de Golfstaten worden gedragen, worden inderdaad “abaja‘s” genoemd, maar die term heeft in Frankrijk een heel andere betekenis. Met zijn kuise vorm, effen kleuren, gebrek aan borduursels en vaak elastische manchetten past de abaja bij het beeld van de vrome moslimvrouw,’ schrijft De Féo.

    De maatregelen hebben alleen maar bijgedragen aan de zo betreurde naar binnen gekeerde houding, het groepsdenken en het separatisme

    ‘Ook al wordt de abaja – uit zijn context – gezien als een gewone jurk, in Frankrijk wordt hij gedragen vanwege zijn islamitische betekenis. De meisjes die hierin naar school gaan, zouden dus logischerwijs onder het verbod van de wet van 2004 moeten vallen. (…) Dat neemt niet weg dat de abaja nu juist door dat “rebellerende” aspect een gewild kledingstuk is geworden (net als de nikab, toen die in 2010 verboden werd): de meisjes die hem dragen, drukken hun trots uit om moslim te zijn, ondanks de obsessie van de maatschappij om ze uit de publieke arena te wissen,’ analyseert De Féo.

    ‘Hun vastberadenheid om een abaja te dragen gaat gepaard met uitspraken als “ik doe wat ik wil, niemand beslist hoe ik me kleed” of feministische slogans zoals het beroemde “mijn lichaam, mijn keuze”. De kleding mag dan religieus zijn, de boodschap is dat veel minder: deze jonge vrouwen vechten voor hun rechten in een maatschappij waarin ze het gevoel hebben niet gerespecteerd te worden.’

    Dit gevoel zorgt er volgens de socioloog voor dat religieuze symbolen alleen maar populairder worden. ‘Negentien jaar geleden was het verbod op religieuze symbolen in openbare scholen bedoeld om de hoofddoek uit het schoolsysteem te verwijderen. Dit heeft echter geleid tot een toename van het aantal hoofddoeken in de openbare ruimte, en tot de oprichting van scholen met een islamitische denominatie. (….) De zichtbaarheid van islamitische symbolen onder jongeren moeten we niet langer zien als enkel een religieuze uiting, maar als verzet tegen de terugkerende discussies die deze al meer dan twee decennia proberen te verbieden. Door de afkeer en de maatregelen die islamitische kleding oproept, is ze een middel geworden om normen te overschrijden – tegenwoordig zelfs het enige soort kleding dat “de burgerij choqueert”.’

    De Franse regering heeft niet geleerd van eerdere mislukkingen, stelt De Féo. ‘Ze heeft het boemerangeffect niet begrepen van dwangwetten die het zichtbaar belijden van de islam in de maatschappij alleen maar sterker hebben gemaakt, in plaats van er een einde aan te maken. Integendeel, de maatregelen hebben alleen maar bijgedragen aan de zo betreurde naar binnen gekeerde houding, het groepsdenken en het separatisme. Dit weerhoudt de regering er echter niet van het verbod te herhalen, met een nieuwe maatregel die de abaja zal omtoveren tot een protesttrend, die het aantal dragers zal vermenigvuldigen op de universiteit en in de openbare ruimte, en die burgerlijke ongehoorzaamheid zal aanmoedigen. En die natuurlijk het publiek van TikTok-predikers zal vergroten, die voor jonge vrouwen in abaja gelden als de belichaming van de oppositie die zij aanhangen – en die hen helpen het stigma op zijn kop te zetten.’

    ‘Vergeet niet dat de ronselaars van IS de wet van 2010 gebruikten om vrouwen ertoe over te halen zich aan te melden in Syrië en Irak,’ schrijft De Féo ten slotte. ‘In plaats van te speculeren over de abaja en er een nieuwe kruistocht van te maken, zou het een goed idee zijn om de betekenis van het kledingstuk over te laten aan de persoonlijke opvatting van de vrouwen die haar dragen – iets waar politici vandaag de dag niet toe in staat zijn, ongeduldig als ze zijn om op de onderbuik van de kiezers in te spelen. De Franse regering, die zich op de wetten van 1905 en 2004 beroept om “de waarden van de Republiek te beschermen” tegen een jurk voor tienermeiden, toont haar grote zwakte en gebrek aan initiatief als het aankomt op het werken aan een vreedzaam samenleven, waarbij ruimte is voor verschil.’

    Lees ook:

  • Frans hof houdt abajaverbod in stand

    Frans hof houdt abajaverbod in stand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » ‘Musk blokkeerde Oekraïense drone-aanval op Rusland’

    » NAVO: Rusland niet betrokken bij mogelijke drone-aanval op Roemenië

    Volgens het hof is het kledingstuk een religieus symbool

    Een hogere bestuursrechter in Frankrijk heeft zich donderdag achter het Franse regeringsdecreet geschaard waarmee het kinderen op openbare scholen verboden wordt om de abaja te dragen, zo schrijft Le Monde. De abaja wordt door sommige moslimvrouwen gedragen. Tegenstanders van het verbod spreken van discriminatie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de rechter is het verbod geen ‘ernstige en duidelijk illegale inbreuk op een fundamentele vrijheid’. Sinds 2004 mogen middelbare schoolleerlingen in Frankrijk geen zichtbare religieuze symbolen dragen, zoals christelijke kruizen, joodse keppeltjes of islamitische hoofddoeken. De abaja werd niet als religieus gezien, tot eerder dit jaar.

    Volgens critici is het verbod discriminatie en een nieuwe manier om moslims in Frankrijk aan te pakken. Een moslimrechtengroepering had de zaak aangespannen. Of zij nog verder in beroep gaan tegen de uitspraak is onduidelijk.

    Lees ook:

  • In Iran wordt meer en meer alcohol gedronken, ondanks verbod

    In Iran wordt meer en meer alcohol gedronken, ondanks verbod

    Smokkelaars en lokale distilleerders doen goede zaken in Iran, terwijl alcohol streng verboden is, op straffe van zweepslagen of zelfs de strop. Maar het ‘gelukzaligheidswater’ kruipt waar het niet gaan kan – en of dat ‘bezoedelend’ is, willen de Iraniërs zelf beslissen.

    Volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2018 nuttigen Iraniërs die regelmatig drinken per persoon gemiddeld 28,4 liter alcohol per jaar.

    Roesverwekkende dranken – door sommigen najesi (‘bezoedeling’) genoemd, door anderen ab shangouli (‘gelukzaligheidswater’) – waren lange tijd een geliefkoosd onderwerp in de Perzische literatuur, en dan vooral de klassieke poëzie, die er tal van woorden voor kent.

    Daarentegen is alcohol de Islamitische Republiek altijd een gruwel geweest. Wie op het gebruik ervan wordt betrapt, moet vrezen voor tachtig zweepslagen, en na een vierde arrestatie wegens dronkenschap wacht mogelijk de strop.

    000 Was2473427
    De Iraanse politie dumpte in beslag genomen bierblikjes in Teheran. Het bezit, de productie en de consumptie van alcohol is ten strengste verboden in de Islamitische Republiek. – © Farzin Nemati / AFP

    Toch is het bewind er in de vierenveertig jaar van zijn bestaan niet in geslaagd Koning Alcohol een beslissende slag toe te brengen. Velen weten de wet te omzeilen en willen leven zoals het hun goeddunkt, met alle risico’s van dien.

    En zo heeft de handel in alcohol een waarde van 110 biljoen toman [ongeveer 2 miljard euro] bereikt, volgens schattingen van de Iraanse krant Farhikhtegan. Maar hoe komen mensen eraan? De rijksten kunnen diverse merken kopen bij de saqi (‘alcoholverkoper’ in het Perzisch). Sociale media spelen een faciliterende rol, maar nopen ook tot voorzichtigheid om de valstrikken van de politie te omzeilen, iets wat de saqi overigens is toevertrouwd.

    Saqi

    Na de Islamitische Revolutie van 1979 gaven de meeste saqi zichzelf een Armeense (en dus christelijke) naam. Iran voorziet namelijk in een wettelijke uitzondering op het alcoholverbod: het geldt niet voor niet-moslims. De saqi surfen dus op de wet: ze zijn sjiiet in het dagelijks leven, maar Armeens of joods wanneer ze hun handel bedrijven.

    Een van de bekendste en goedkopere varianten is de aragh sagi (‘arak van de hond’), een verwijzing naar het beeld van een jachthond die de flessen van het bedrijf Meykadeh sierde. De productie werd na de stichting van de Islamitische Republiek gestaakt, maar het merk had zo’n bekendheid verworven dat onder deze naam nog volop wordt gestookt – in uiteenlopende alcoholpercentages, die kunnen oplopen tot 90 procent.

    Er zijn verschillende manieren om deze huisgestookte arak (alcoholhoudende anijsdrank) te maken. Met methanol bijvoorbeeld, dat goedkoop is en dus borg staat voor hoge winsten. Minpuntje: het spul kan blind maken en zelfs leiden tot de dood. De lokale Iraanse pers heeft uitgebreid bericht over groepsvergiftiging op besloten feesten.

    Daar komt bij dat mensen die ziek worden na een verkeerd drankje vaak bang zijn om naar het ziekenhuis te gaan, uit angst voor arrestatie. Een klacht bij de politie indienen tegen de fabrikanten is al helemaal netelig, omdat dit immers een overtreding van het alcoholverbod door de klager inhoudt.

    De strijd voor meer individuele vrijheid die veel Iraniërs voeren tegen het regime heeft de alcoholconsumptie doen toenemen

    Door de toename van smokkel uit Iraaks-Koerdistan komen er steeds grotere hoeveelheden wodka’s, whisky’s en ma’a alshaïr (‘gerstwater’, oftewel bier) op de markt. De prijzen stijgen echter snel, omdat de Iraanse munt maar in waarde blijft dalen ten opzichte van de dollar.

    Maar ook hierbij spinnen de saqi’s garen, en wel door smaakeigenschappen van buitenlandse merken door de eigen brouwsels te mengen en deze tegen scherpe prijzen aan te bieden. Hoewel deze clandestiene productie alle reeds genoemde gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, is ze een groot succes.

    De saqi’s zijn bovendien zulke vaklieden dat hun surrogaat vaak moeilijk van het origineel is te onderscheiden. Opgemerkt moet worden dat het procedé lijkt op de vervaardiging van rozenwater, een kunst waarin Iraniërs sinds mensenheugenis zeer bedreven zijn. Sommigen mijmeren zelfs over export en concurrentie met producten uit andere landen.

    Er zijn ook grootverbruikers die zelf over distillatieapparatuur beschikken. Op sociale media zijn veel artikelen en video’s te vinden met uitleg over het productieproces. Volgens niet-officiële cijfers wordt de helft van de alcoholische drank die verkrijgbaar is op de Iraanse markt clandestien gestookt in huizen of werkplaatsen.

    Toename

    De afgelopen jaren was er een toename waarneembaar van het aantal verkooppunten voor distillatieapparatuur, en zelfs voor gist en filters; die worden onder onschuldige namen verkocht, om de schijn te wekken dat er geen drank in het spel is.

    Evenzo puilen de markten elke zomer uit van de shani, een beroemde zwarte druif uit Iraans-Koerdistan. Die is nauwelijks eetbaar, maar leent zich goed voor het maken van wijn. Daarnaast bestaat er een zwarte druif die ook geschikt is voor wijnproductie maar bovendien goed smaakt. Deze vrucht wordt op de stoep voor de winkels geperst om er een wrang drankje van te maken.

    Vorig jaar voerde de politie een razzia uit op een van de markten in Teheran en nam ze alle spullen in beslag waarmee druiven worden geperst.

    Het zogeheten Bureau 21 van het Revolutionaire Hof van Teheran bestaat nog steeds. Dagelijks worden tientallen mensen veroordeeld voor het drinken van alcohol. Verder confisqueert de politie geregeld duizenden blikjes (en flessen) uit auto’s, huizen en geheime opslagplaatsen, of op particuliere feesten.

    De regering publiceert geen officiële cijfers over alcoholconsumptie, maar er zijn aanwijzingen dat deze de afgelopen jaren is toegenomen. En dat zal te maken hebben met de strijd voor meer individuele vrijheid die veel Iraniërs voeren tegen het regime.

  • Zweedse ambassade in Irak bestormd door woedende menigte

    Zweedse ambassade in Irak bestormd door woedende menigte

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Doden door schietpartij Auckland in aanloop naar opening WK

    » Rusland richt zich op Oekraïense graanschuur na verstrijken deal

    Aanleiding is de toestemming voor een nieuwe koranverbranding

    De Zweedse ambassade in de Iraakse hoofdstad Bagdad is donderdag door honderden mensen bestormd. Dat schrijft persbureau Reuters. Aanleiding is de toestemming van de Zweedse politie voor een demonstratie voor de Iraakse ambassade in Stockholm, waarbij waarschijnlijk een koran in brand zal worden gestoken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken gaf een verklaring aan de Zweedse publieke omroep SVT Nyheter: ‘Onze ambassademedewerkers zijn veilig. Wij veroordelen alle aanvallen op diplomaten en personeel van internationale organisaties. Aanvallen op ambassades en diplomaten zijn een ernstige schending van het Verdrag van Wenen. De Iraakse autoriteiten zijn verantwoordelijk voor de bescherming van diplomatieke missies en diplomatiek personeel.’

    De mensen die de Zweedse ambassade bestormden zijn waarschijnlijk aanhangers van de Iraakse geestelijke Moqtada al-Sadr, die al eerder opriep tot het bestormen van de ambassade na koranverbrandingen in Zweden. Eerder koranverbrandingen in Zweden werden al massaal veroordeeld door de Arabische wereld.

    Bij de bestorming donderdag zou geen personeel gewond zijn geraakt. Hoe groot de schade aan het ambassadecomplex is, is niet bekend. Mogelijk worden er de komende dagen, als de demonstratie in Stockholm plaatsvindt, nieuwe betogingen gehouden in de Arabische landen.

    Lees ook:

  • Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    In het Himalayaanse boeddhisme werden nonnen lange tijd in hun religieuze rol beperkt door regels en genderbarrières. Nu brengt één religieuze groep daar verandering in, door meditatie te combineren met vechtkunst en milieuactivisme.

    Boven de besneeuwde toppen van de Himalaya priemen de eerste zonnestralen door de wolken. Jigme Rabsal Lhamo, een boeddhistische non, trekt van achter haar rug een zwaard tevoorschijn. Met een zwaai slaat ze haar tegenstander tegen de grond.

    ‘Houd je ogen op het doel! Concentreer je!’ schreeuwt Lhamo tegen de gevloerde non, terwijl ze haar recht in de ogen aankijkt. We bevinden ons buiten bij een witgekalkte tempel in het Druk Amitabha-nonnenklooster. Het gebouw staat op een heuvel die uitkijkt over Kathmandu, de hoofdstad van Nepal.

    Lhamo en de andere leden van haar religieuze orde staan bekend als de kungfu-nonnen. Ze maken deel uit van een achthonderd jaar oude boeddhistische sekte die Drukpa heet, wat in het Tibetaans ‘draak’ betekent. In de Himalaya, maar ook in de rest van de wereld, combineren volgelingen van de sekte meditatie met vechtkunst.

    Elke dag verruilen de nonnen hun donkerrood gewaad voor een kastanjebruin uniform en beoefenen ze de eeuwenoude Chinese vechtkunst kungfu. Onderdeel van hun spirituele missie is het streven naar gendergelijkheid en fysieke fitheid. Hun boeddhistische geloof schrijft bovendien voor dat ze een milieuvriendelijk leven leiden.

    Tijdens de ochtenden waarop de nonnen trainen onder leiding van Lhamo, klinkt het gedreun van voetstappen en het gekletter van zwaarden. De wijde uniformen van de nonnen ritselen door de ruimte als ze radslagen maken en elkaar stoten en trappen uitdelen.

    Genderbarrières

    ‘Kungfu helpt ons om genderbarrières te doorbreken en zelfvertrouwen te ontwikkelen,’ zegt Lhamo (34), die twaalf jaar geleden naar het nonnenklooster kwam vanuit Ladakh, in het noorden van India. ‘Het leert ons ook voor anderen te zorgen in tijden van crisis.’

    Zo lang als boeddhistische geleerden zich kunnen herinneren, rustte er een stigma op Himalayaanse nonnen die streefden naar spirituele gelijkwaardigheid ten opzichte van monniken. Dat stigma werd veroorzaakt door de ideeën van religieuze leiders en algemene sociale conventies.

    Monniken werden aangemoedigd om diepzinnige filosofische debatten aan te gaan, maar vrouwen mochten niet deelnemen. Ze mochten alleen klusjes doen als koken en schoonmaken in kloosters en tempels. Ze mochten geen activiteiten verrichten waarbij fysieke inspanning nodig was, geen gebeden leiden en zelfs niet zingen.

    In de afgelopen decennia zijn deze belemmeringen onderwerp geworden van een hevige strijd. Deze wordt gevoerd door duizenden nonnen, afkomstig uit vele verschillende sekten van het Himalayaanse boeddhisme.

    Aan het hoofd van de strijd om verandering staan de kungfu-nonnen, wier Drukpa-sekte dertig jaar geleden onder leiding van Jigme Pema Wangchen een hervormingsbeweging begon. Wangchen, die ook wel bekendstaat als de twaalfde Gyalwang Drukpa, was bereid eeuwenlange tradities te doorbreken. Hij wilde ervoor zorgen dat nonnen de religieuze boodschap van de sekte buiten de kloostermuren zouden uitdragen. ‘We willen grote veranderingen teweegbrengen,’ aldus kungfu-non Konchok Lhamo (29). ‘In een klooster op een kussen zitten en mediteren is niet genoeg.’

    Conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken

    Vandaag de dag houden Drukpa-nonnen zich niet alleen bezig met kungfu. Ze leiden ook gebeden en maken maandenlange pelgrimstochten om plastic afval op te rapen en mensen in te lichten over klimaatverandering.

    Afgezien van een corona-gerelateerde onderbreking hebben de nonnen de afgelopen twintig jaar elk jaar ruim tweeduizend kilometer gefietst om duurzaam vervoer te promoten. De reis begint in Kathmandu en eindigt in Ladakh, een hoog in het Himalaya-gebergte gelegen streek. Onderweg stoppen de nonnen om mensen op zowel het Nepalese als Indiase platteland voor te lichten over gendergelijkheid en over het feit dat ook meisjes ertoe doen.

    In 2008 kwamen de nonnen van de sekte voor het eerst in contact met de vechtkunst. Ze leerden erover van volgelingen uit Vietnam, die naar het klooster waren gekomen om geschriften te bestuderen en de instrumenten te bespelen die tijdens het gebed worden gebruikt. Sindsdien zijn ongeveer achthonderd nonnen getraind in de basisbeginselen van de vechtkunst. Zo’n negentig van hen hebben een intensief lesprogramma doorlopen om trainer te worden.

    De twaalfde Gyalwang Drukpa heeft de nonnen ook opgeleid tot zangmeesters, een post die vroeger alleen aan mannen was voorbehouden. Bovendien zorgde hij ervoor dat ze het hoogste niveau van onderwijs kregen: mahamudra. Het is een geavanceerd meditatiesysteem dat zijn naam ontleent aan het Sanskriet woord voor ‘grote zegel’.

    De nonnen genieten inmiddels grote bekendheid, zowel in het overwegend Hindoestaanse Nepal – dat voor ongeveer 9 procent uit boeddhisten bestaat – als in het buitenland. Maar de veranderingen die de sekte teweegbrengt, worden niet zonder slag of stoot geaccepteerd: conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken.

    ‘Ons leven wordt beperkt door heel veel regels; die gaan zelfs over wat voor zakken je in je gewaad mag hebben’

    Wanneer de nonnen over steile hellingen van het klooster naar de plaatselijke markt gaan, worden ze vaak uitgescholden door monniken van andere sekten. Dat schrikt ze naar eigen zeggen niet af. Als ze in hun open busjes door de streek rijden, lijken ze met hun kaalgeschoren hoofden op soldaten. Ze zien eruit alsof ze in de frontlinie thuishoren en elk vooroordeel onderuit kunnen halen.

    Op de enorme campus van de sekte wonen driehonderdvijftig nonnen. Ze leven er samen met eenden, kalkoenen, zwanen, geiten, twintig honden, een paard en een koe – allemaal dieren die ofwel uit de handen van de slager ofwel van de straat zijn gered. De vrouwen werken als schilder, kunstenaar, loodgieter, tuinier, elektricien en metselaar, en ze beheren tevens een bibliotheek en een medische kliniek voor leken.

    ‘Wanneer mensen naar het klooster komen en ons zien werken, zien ze plotseling in dat een nonnenbestaan niet “nutteloos” is,’ aldus Zekit Lhamo (28). Daarmee verwijst ze naar een belediging die de nonnen geregeld naar het hoofd geslingerd krijgen. ‘We bekommeren ons niet alleen om onze religie, maar ook om de samenleving.’

    Inspiratie

    Het werk van de nonnen heeft andere vrouwen in de hoofdstad van Nepal geïnspireerd. ‘Als ik naar hen kijk, wil ik ook non worden,’ zegt Ajali Shahi, die afstudeert aan de Tribhuvan-universiteit in Kathmandu. ‘Ze zien er zo cool uit. Je krijgt zin om je leven ervoor overhoop te gooien.’

    Elke dag ontvangt het nonnenklooster minstens twaalf verzoeken om te mogen intreden. Die komen van verre, bijvoorbeeld uit Mexico, Ierland, Duitsland en de Verenigde Staten. ‘Maar niet iedereen kan dit,’ zegt non Jigme Yangchen Ghamo. ‘Van de buitenkant ziet het er aantrekkelijk uit, maar je weet niet hoe zwaar het leven hierbinnen is.’ Ze gaat verder: ‘Ons leven wordt beperkt door zoveel regels. Er is zelfs voorgeschreven wat voor zakken je in je gewaad mag hebben.’

    De nonnen worden om drie uur ’s nachts wakker om in hun slaapzaal te gaan mediteren. Vóór zonsopkomst lopen ze naar de hoofdtempel, waar zangmeester Tsondus Chuskit de gebeden leidt. In kleermakerszit zitten de nonnen op banken en bladeren ze op hun iPads door de gebedsteksten – dit om zo weinig mogelijk papier te gebruiken. Dan beginnen ze eenstemmig te zingen, en de felgekleurde tempel vult zich met het geluid van trommels, hoorns en bellen. Na de gebeden verzamelen ze zich buiten.

    Jigmet Namdak Dolker was ongeveer twaalf jaar oud toen ze een groep Drukpa-nonnen langs het huis van haar oom in het Indiase Ladakh zag lopen. Ze rende naar buiten en liep met ze mee. Dolker, die geadopteerd is, wilde ook non worden en smeekte haar oom om haar naar het Drukpa-nonnenklooster te laten gaan, maar hij weigerde.

    Vier jaar later liep ze op een dag weg van huis om zich aan te sluiten bij de duizenden mensen die de verjaardag van Jigme Pema Wangchen, het hoofd van de sekte, vierden. Uiteindelijk kwam ze in het klooster terecht. Ze is er nooit meer weggegaan.

    En? Hoe voelt ze zich zeven jaar later, waarvan er zes in het teken stonden van kungfu? ‘Trots. Ik voel de vrijheid om te doen wat ik wil,’ zegt ze. ‘En ik voel me zo sterk van binnen dat ik alles aankan.’

    Lees ook:

  • Woede in Arabische wereld na koranverbranding Zweden

    Woede in Arabische wereld na koranverbranding Zweden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hooggerechtshof: Amerikaanse universiteiten mogen niet langer positief discrimineren

    » Grote onrust in Frankrijk na dood tiener in Parijse voorstad

    De Zweedse ambassade in Irak werd bestormd door betogers

    In de Arabische wereld is met woede en ontstemdheid gereageerd op een koranverbranding in de Zweedse hoofdstad Stockholm, schrijft Al Jazeera. In de Iraakse hoofdstad Bagdad liepen de gemoederen hoog op toen tientallen betogers korte tijd de Zweedse ambassade bestormden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De koranverbranding vond plaats op woensdag, op de dag dat het Offerfeest begon. Voor de grootste moskee van Stockholm werd het voor moslims heilige boek in brand gestoken door een vluchteling. De Zweedse politie zou toestemming voor het protest hebben gegeven. De Zweedse premier Ulf Kristersson zei de actie te veroordelen, maar dat het protest zelf niet illegaal was.

    Onder meer de regeringen van Iran, Jemen, Egypte, Saoedi-Arabië en Jordanië veroordeelden de actie. In de Verenigde Arabische Emiraten werd de Zweedse ambassadeur op het matje geroepen, terwijl Marokko zijn ambassadeur uit Zweden terugriep. Ook Turkije veroordeelde de actie, waardoor toestemming voor het NAVO-lidmaatschap van Zweden verder weg lijkt.

    Lees ook:

  • Massaal misbruikschandaal in Rooms-Katholieke Kerk in Illinois ontdekt

    Massaal misbruikschandaal in Rooms-Katholieke Kerk in Illinois ontdekt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nog veel onduidelijkheid over Russische inval in Belgorod

    » Republikein Ron DeSantis gaat presidentskandidatuur bekendmaken

    Tot tweeduizend kinderen zijn sinds de jaren vijftig misbruikt

    Bijna tweeduizend minderjarigen zijn sinds de jaren vijftig slachtoffer geworden van seksueel misbruik door geestelijken van de Rooms-Katholieke Kerk in Illinois. Dat schrijft The New York Times op basis van een rapport van een openbaar aanklager in de staat. Zelf heeft de kerk in Illinois altijd gezegd dat het om maximaal vijfhonderd slachtoffers ging.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ondanks de onthulling zal het waarschijnlijk niet tot veel veroordelingen komen, zo verwacht de Amerikaanse krant. Veel betrokken daders, waaronder priesters, zijn inmiddels overleden, net als sommige slachtoffers van het misbruik. Andere zaken zijn inmiddels verjaard. Toch worden er meerdere namen in het rapport genoemd, volgens de aanklager in de hoop nog enig recht te doen aan de slachtoffers van het jarenlang verborgen gehouden schandaal.

    Massaal seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk is de afgelopen decennia in meerdere Amerikaanse staten ontdekt. In april kwam aan het licht dat in de staat Maryland ruim zeshonderd kinderen waren misbruikt door geestelijken, in een periode van ruim zestig jaar. Ook elders in de wereld zijn schandalen aan het licht gekomen, met een geschat totaal aantal misbruikslachtoffers van zeker honderdduizend.

    Lees ook:

  • Oudste joodse bijbel ooit voor ruim 35 miljoen euro verkocht

    Oudste joodse bijbel ooit voor ruim 35 miljoen euro verkocht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Westerse landen werken aan F-16-coalitie na diplomatie Zelensky

    » Franse oud-president Nicolas Sarkozy veroordeeld tot drie jaar celstraf

    Op de veiling werd de Codex Sassoon het duurste boek ooit

    Bij een veiling in New York, georganiseerd door veilinghuis Sotheby’s, is de oudste joodse bijbel ooit voor een bedrag van ruim 35 miljoen euro onder de hamer gegaan. Dat meldt The New York Times. De zogeheten Codex Sassoon is daardoor het duurste boek aller tijden geworden en het duurste joodse religieuze voorwerp ooit verkocht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het manuscript van 792 pagina’s is rond het jaar 900 geschreven in wat we vandaag Israël noemen, door een onbekende schrijver. Hij gebruikte ruim tweehonderd schapenhuiden om de vierentwintig boeken van de Torah, de Neviim en de Ketoevim te kopiëren, de joodse geschriften die samen de Hebreeuwse Bijbel, oftewel de Tenach vormen. De geschriften werden samengebonden, waardoor de levensduur van het boek werd verlengd.

    Voorafgaand aan de veiling ging men ervan uit dat de bijbel tot 46 miljoen euro zou kunnen opbrengen. Het record voor een historisch document ligt op bijna 40 miljoen euro, dat twee jaar geleden werd neergelegd voor een exemplaar van de originele Amerikaanse grondwet. Een vereniging verbonden aan een museum in Tel Aviv is de koper van de eeuwenoude bijbel.

    Lees ook:

  • De pornoparadox

    De pornoparadox

    Hervormers vrezen dat steeds meer buitensporige pornosites de verlangens van gebruikers vervormen. Maar het overschrijden van grenzen is altijd een deel van de aantrekkingskracht geweest.

    Sommige mensen vinden dat inhoud altijd vrij moet zijn, net als mensen zelf. Die gedachte lijkt te worden bevestigd door de ruim 9 miljard bezoeken per maand aan pornowebsites en ‘tubes’, waar professionals en amateurs seksvideo’s uploaden die anderen kunnen bekijken, op elk gewenst tijdstip en zonder ervoor te betalen, zoals veel lezers waarschijnlijk al weten.

    Werkt non-stop gratis porno bevrijdend? Of beperkt het ons en maakt het ons minder menselijk? Het is een van de hedendaagse vragen die sociologe Kelsy Burke onderzoekt in The Pornography Wars: The Past, Present, and Future of America’s Obscene Obsession [De Pornografieoorlogen: verleden, heden en toekomst van de obscene obsessie van Amerika]. Het antwoord hangt af van hoe je ‘ons’ definieert, want pornoproducenten – net als andere content makers die in digitale sweatshops werken komen er nauwelijks van rond. Pornhub trekt weliswaar meer bezoekers per maand dan Netflix of TikTok, maar volgens een online gids voor beginnende porno-ondernemers levert een video met een miljoen views nog geen 500 dollar op.

    Anders dan in de jaren zeventig en tachtig – de hoogtijdagen van XXX-films met meerdere draaidagen en budgetten voor catering, en met grote winsten en florerende sterren – genereert de nieuwe porno-economie haar inkomsten hoofdzakelijk uit advertenties. Dat geld komt ten goede aan de eigenaars van de sites, niet aan de makers. De betaalsite OnlyFans levert slechts enkele sterren veel geld op, maar voor de meeste valt dat nogal tegen: pornoacteurs worden als het ware dubbel genaaid. Daarom creëren ze nu nieuwe content, laat Burke zien: een-op-eeninteractie met klanten in ‘camming’-sessies bijvoorbeeld, als aanvulling op content waarvoor ze amper betaald worden. En ook dat materiaal komt dan vaak weer op gratis sites terecht.

    Gepolariseerd

    Of de alomtegenwoordige pornografie ons degradeert of juist emancipeert, hangt ook af van met wie je erover praat, aldus Burke. Ze is minder geïnteresseerd in porno als zodanig dan in de aanhoudende discussie erover. De discussie over het feit dat pornoconsumptie slecht is voor de gezondheid, is alleen maar verder gepolariseerd sinds het Congres in 1842 de eerste van talloze niet-werkende maatregelen aannam tegen de verspreiding van obsceen materiaal.

    In haar veelomvattende boek begeeft Burke zich tussen pornoproducenten, kijkers, activisten en diverse deskundigen (inclusief zelfbenoemde experts). De kern van haar project wordt gevormd door interviews met een kleine, niet-willekeurige selectie van betrokkenen bij de pornostrijd: 52 ondervraagden die antiporno zijn en 38 die zij ‘pornopositief’ noemt. Burke benadert de geïnterviewden ‘eerder nieuwsgierig dan oordelend’ en laat ze hun tegengestelde opvattingen meestal op papier uitvechten; daarbij trekt ze de mythes van beide kanten in twijfel en signaleert ze waar de uiteenlopende overtuigingen soms samenkomen.

    De antipornogroep is grotendeels mannelijk, religieus en verbonden aan hulpprogramma’s voor pornoverslaafden. Er zitten zowel cliënten als clinici bij, en Burke sprak ook met niet-gelieerde bekeerlingen en activisten. Die beweren dat kijken naar porno fysieke en emotionele schade toebrengt. Velen denken zelfs dat kijken naar porno biologisch verslavend is, onze hersenen binnendringt en onze grijze massa verandert. Of dat de reactie van het dopaminesysteem op online porno dwangmatig gedrag in de hand werkt. Er zijn meer dan genoeg wetenschappelijk klinkende theorieën. Hier merkt Burke op dat ze geen definitief bewijs heeft gevonden voor dergelijke neurobiologische beweringen.

    Maar, zegt ze, het is ook een lastig onderwerp om onder laboratoriumomstandigheden te bestuderen: een subjectief onderwerp als gedragsverslaving valt ‘nagenoeg onmogelijk’ te beoordelen met objectieve metingen zoals hersenscans. En, zoals de socioloog Gabriel Abend het ooit zei: onderzoekers zijn nooit neutraal of objectief over de moraliteit van menselijk gedrag. Zijn onze hersenen zo gemaakt dat mannen seks gescheiden zien van romantiek, terwijl vrouwen ervan dromen de twee op gelukzalige wijze te verenigen? Het antwoord op die vraag laat Burke over aan Cordelia Fine, een psychologe die haar carrière besteedt aan het ontkrachten van dergelijke theorieën; Fine bedacht er de term neuroseksisme voor.

    Bij de antiporno-ondervraagden van Burke – een ‘opmerkelijke alliantie’ die evenredig politiek-ideologisch verdeeld is, merkt ze op – is ook een seculiere groep feministen die meer leunt op argumenten over vrouwenhaat en de verwording van seks tot handelswaar. Er is volgens hen geen aandacht voor het plezier van vrouwen, of dat plezier wordt geveinsd om mannen te behagen. Ook daar keert Burke zich tegen. Zij noemt dit ongefundeerd activisme dat slechts steunt op persoonlijke opvattingen over goede en slechte seks en ideeën over ‘hoe authentieke seksualiteit voor vrouwen eruit zou moeten zien’.

    Zelfs de discussie over pornoverslaving, merkt ze scherpzinnig op, weerspiegelt genderongelijkheid. Een vrouw die van porno houdt wordt eerder als ziekelijk weggezet dan een man die van porno houdt: haar voorkeur wordt gezien als een teken van trauma of slachtofferschap in het verleden. Bij mannen, schrijft Burke, wordt overdadige aandacht voor porno vaak toegeschreven aan een sterke geslachtsdrift en worden hun pogingen om ervan af te kicken gezien als een bewijs dat ze hun driften kunnen beheersen.

    ‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel’

    Burke richt zich in het bijzonder op het groeiende aantal mannelijke millennials dat het ‘fappen’ – een klanknabootsing voor masturbatie – wil overwinnen. (Een forum op Reddit met de naam NoFap heeft bijna een miljoen volgers.) Een opvallende onthulling in het boek is hoe zwaar de retoriek over pornoverslaving is in de wit-nationalistische en online subculturen, waar de alomtegenwoordigheid van porno wordt toegeschreven aan liberalen, feministen, socialisten en Joden; voor deze meute zijn dat inwisselbare schurken. En dat terwijl veel liberale feministen en Joodse socialisten ongetwijfeld zelf verontrust zijn dat porno kijken bij jonge mannen de plaats inneemt van daadwerkelijke seks en echte relaties.

    Burke bezit de gave om buitengewoon onverstoorbaar te blijven over zelfs de meest heikele onderwerpen, inclusief de vraag of kinderen – die naar verluidt voor het eerst worden blootgesteld aan online porno op de leeftijd van tien tot vijftien jaar – worden beschadigd door pornografie. Het is een zorg die de beide kampen het dichtst bij elkaar brengt. ‘Alle opvoeders, therapeuten, religieuze leiders en activisten die ik interviewde, ongeacht hun standpunt over porno zijn het erover eens dat het slechte seksuele voorlichting oplevert’, schrijft ze, vooral het gratis gestreamde spul waartoe kinderen het gemakkelijkst toegang hebben. Iedereen benadrukt de noodzaak van betere communicatie tussen ouders en kinderen over porno. Dat geldt ook voor Andre Shakti, sekswerker en seksuele opvoeder, die overigens wel benadrukt dat porno entertainment is en geen handleiding: ‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel.’

    Tegenstanders van pornografie die verontrust zijn over de normalisering van handelingen als klaarkomen in het gezicht, waardoor tienermeisjes zich onder druk gezet kunnen voelen om eraan mee te moeten doen, vinden dat de gevaren van porno al vroeg moeten worden ingeprent (‘Zie je een “erge” foto, blijf dan niet kijken, maar keer je ervan af en praat erover!’). Sommigen zijn er voorstander van om ’s nachts alle elektronische apparaten uit slaapkamers van kinderen te verwijderen – het digitale equivalent van het victoriaans aanprijzen van gadgets tegen masturbatie.

    De ‘sekspositieve’ benadering, voortkomend uit bezorgdheid over dates en seksueel geweld, moedigt ‘pornogeletterdheid’ aan in plaats van vermijding, en steunt ouders in gesprekken met tieners over het verschil tussen echte seks en porno. De progressieven en sociale wetenschappers met wie Burke praat zijn doorgaans realisten. Seksueel expliciete media zijn er in overvloed in onze samenleving, vinden ze, en porno is niet de enige bron van vrouwenhaat en slechte seks; de prioriteit moet liggen bij het onderwijzen van instemming en context. Conservatieven (van zowel religieuze als seculiere snit) benadrukken de schadelijkheid: ‘Pornografie dringt je hersenen binnen en richt daar schade aan’, aldus een christelijk prentenboek voor kinderen vanaf zes jaar.

    Fantasie

    De ‘pornopositieve’ geïnterviewden, van wie de meesten vrouw en seculier zijn, leggen over het algemeen de nadruk minder op pornoconsumptie dan op de productiekant van de industrie. Burke sprak met sekswerkers en activisten die zich verzetten tegen de recente vermenging van de antipornobeweging met de beweging tegen mensenhandel, waardoor alle sekswerk met mensenhandel wordt gelijkgesteld. Dat sluit instemming uit – een vorm van paternalisme waar ook Burke tegen is. Ondertussen maken activisten bezwaar tegen het besluit van creditcardmaatschappijen om hun banden met Pornhub te verbreken. Hun argument is dat de winst van Pornhub, afkomstig van advertenties, niet noemenswaard zal verminderen, evenmin als het aantal video’s waarbij geen sprake is van instemming. Maar die stap heeft wel directe gevolgen voor legale, bewuste pornomakers van wie velen zich juist tot het internet hebben gewend op zoek naar meer veiligheid en controle over hun werk.

    Burke sprak met een feministische pornograaf voor wie controle over de camera een manier is om haar eigen seksualiteit te herwinnen. Ook sprak ze met een groep die de branche wil hervormen en die een ‘Makershandvest’ heeft gepubliceerd, waarin instemming prioriteit heeft. Het probleem, zo erkennen ze, is dat de ‘feministische’ en ‘ethische’ porno die door progressieve pornografen wordt geproduceerd, uiteindelijk als de zoveelste niche op pornosites belandt, en het daar moet opnemen tegen ‘anaal’ en ‘Aziatisch’. Niemand mag overigens concluderen dat hervormers daadwerkelijk de porno-industrie hervormen: Burke heeft een aantal huiveringwekkende en ongetwijfeld veelvoorkomende verhalen over seksuele en financiële uitbuiting van jonge vrouwen die proberen door te breken in de business. Ze lenen zich bij uitstek voor manipulatie door iedereen die zichzelf ‘manager’ noemt en zich daarbij onder andere tot taak stelt zelf de mannelijke hoofdrol te spelen in de eerste film van zijn cliënt.

    Een ander probleem voor wie zich ‘ethisch’ door het doolhof van online porno probeert te bewegen, is dat onze seksuele verlangens niet altijd stroken met onze waarden of opvattingen. Een queer feministische socioloog betreurt het dat ze minder opgewonden raakt van vertrouwde feministische porno dan van de ranzige mainstream porno, terwijl ze zich heel bewust is van seksisme, racisme en slechte werkomstandigheden. Een christelijke vrouw die vertelt verslaafd te zijn aan masturbatie, moest zelfs stoppen met het kijken naar libido-schadende series als The Handmaid’s Tale, omdat ze vreesde opnieuw de fout in te gaan. Dat is het probleem met fantasie: alles kan porno zijn. En porno die jou opwindt komt niet noodzakelijk overeen met de seksuele identiteit die je omarmt. Denk maar aan de schrijnend hilarische scène in The Kids Are All Right waarin twee lesbische moeders naar porno met homomannen kijken om hun seksleven op te peppen. In 2017 zei Pornhub dat 37 procent van de personen die naar porno met mannelijke homo’s kijken, vrouw was.

    Porn-on-demand belooft overvloed, onbegrensdheid en misschien zelfs wel enige transcendentie

    Net zoals ik zelf soms verwonderd ben over mijn keuzes voor bepaalde onderwerpen, vraag ik me altijd af welke persoonlijke drijfveer achter ogenschijnlijk wetenschappelijke boekprojecten schuilt. Burke laat ons niet in het ongewisse over die van haar. Als wedergeboren christen ontdekte ze in haar tienertijd dat ze graag naar de verstopte Playboys van haar vader keek, wetende dat ze ‘de zonde van de lust’ beging. Bovendien werd ze belaagd door homoseksuele fantasieën, ofwel ‘homoseksuele perversie’ in de taal van haar gezindte. Nu ze volwassen is, wijdt ze haar academische carrière aan het navigeren tussen diezelfde uitersten. ‘Sociologie werd het instrument dat ik gebruikte om niet alleen mijn seksualiteit en geloof te begrijpen, maar ook de hardnekkige wijze waarop seks en religie meer in het algemeen botsen in de Amerikaanse cultuur en politiek.’

    Hoewel ik blij ben voor Burke dat ze dit dilemma zo productief weet aan te pakken, vraag ik me ook af of die tienerverboden niet tot bepaalde conceptuele lacunes hebben geleid toen ze haar onderzoek in kaart bracht. Door haar focus op de tegenstellingen zoek je in haar boek tevergeefs naar iemand – man of vrouw – die gewoon van porno houdt zonder er een therapeutische missie of een zaak van te maken. Ook leer je van Burke niet veel over de werkelijke inhoud van porno, hoewel ze na bestudering concludeert dat porno uit de eenentwintigste eeuw gewelddadiger is dan die van vroeger, en dat de slachtoffers van dat geweld onevenredig vaak uit gemarginaliseerde groepen afkomstig zijn. (De populaire cultuur in het algemeen is natuurlijk ook gewelddadiger geworden, maar dat wordt niet vermeld.) Details die wel naar boven komen suggereren enkele interessante thema’s die onaangeroerd blijven. In 2014 behoorde incestporno tot de top van de zoekopdrachten op Pornhub, merkt ze terloops op. Je zou kunnen zeggen – buiten het feit dat sexy stiefmoeders een eeuwige fantasie zijn – dat porno er altijd al op was gericht taboes te doorbreken en onfatsoenlijk te zijn. Wellicht is dat iets wat wij regelzieke mensen leuk vinden.

    Alsof te veel naar porno kijken nog steeds verboten zou zijn, wil Burke niet al te veel nadenken over de waaromvraag, afgezien van de mogelijkheden tot fappen die al die toegewijde kijkers geboden wordt. Je zult haar niet betrappen op de vraag of er misschien meer complexiteit en emotionele verlokkingen ten grondslag liggen aan deze ervaring, of misschien zelfs wel enkele diepere menselijke verlangens.

    Die verlokkingen brengen me bij dat andere onderwerp waarvan ik verwachtte dat Burke het zou aansnijden, gezien de grondige religiositeit die haar werk doordringt: het terrein dat porno en religie delen. Zeker, religie biedt doelen en troost die vreemd zijn aan porno. Toch richten beide zich op een gemeenschappelijk verlangen om buiten onszelf te treden, om los te komen van deze wereld, al is het maar tijdelijk. Porno hoeft niet alleen letterlijk genomen te worden: vrouwen kunnen fantaseren over man zijn en andersom en ze kunnen fantaseren over op andere potentieel bevrijdende en gevaarlijke manieren in opstand komen. Porn-on-demand belooft overvloed (wat je maar wilt, wanneer je het maar wilt), onbegrensdheid (een wereld zonder remmingen), en misschien zelfs wel enige transcendentie of anders op z’n minst een nooduitgang.

    In een essay genaamd Tongues Untied: Memoirs of a Pentecostal Boyhood [Losgemaakte tongen: jongensjaren bij de Pinkstergemeente] schrijft de literator en queer theoreticus en inmiddels atheïst Michael Warner van Yale dat ‘religie dingen bewerkstelligt waarbij de seculiere cultuur hooguit alleen maar in de buurt kan komen’. Zonder religie te willen reduceren tot seks, vindt hij net als anderen overlappingen bij onder meer Georges Bataille en Harold Bloom. Religie biedt verrukking; ze ‘stelt een taal van extase beschikbaar’, geeft ons de ‘stroboscopische afwisseling van genot en verwoesting’. Net als seks in zijn meest intense vorm.

    Hoewel het christendom in het verhaal van Warner altijd behoorlijk queer is (‘Jezus was mijn eerste vriendje’), klinken de worstelingen van zijn tienerjaren als die van Burke. De ‘twee soorten extase’ die in de aanbieding waren, vormden ook voor hem een kwellend dilemma; het was ondraaglijk om elke nacht te moeten kiezen tussen orgasme en religie; ‘Ik was er zeker van dat God niet wilde dat ik klaarkwam.’ Tegelijkertijd bood de viering van extase middels religie een manier om ‘overtredingen tegen de normale orde van de wereld’ te zien als iets goeds.

    Utopie

    Burke kiest een minder zondige weg om zich met haar eigen innerlijke tegenstrijdigheden te verzoenen. Het anti- en pro-pornokamp zetten zich eigenlijk voor hetzelfde in, concludeert ze: ‘Mensenrechten, seksuele instemming en een bevredigend leven.’ Iedereen streeft naar ‘echte en authentieke seksualiteit’ en wil zich losmaken van de ‘nepseks die ons omringt’. Ze biedt een geruststellend perspectief, en ongetwijfeld is de authenticiteit van tedere, zorgzame seks met een ander zeer aan te bevelen. Maar voor velen is dit buiten bereik, en klinkt het ook een beetje saai.

    Het immense pornopubliek suggereert dat velen van ons ook nog graag even wat uitstel van authenticiteit willen. Porno biedt een wereld waarin je niet hoeft stil te staan bij de persoonlijkheid en verwachting van anderen, een wereld waarin (nog fantastischer) mannen en vrouwen in bed dezelfde dingen willen, een wereld ook waarin net als in het freudiaanse onbewuste geen ‘nee’ of seksuele remmingen bestaan. Het is een utopie in de ware zin van het woord: een wereld die niet bestaat.

    We zullen nooit in een wereld leven waarin de grote porno-oorlog zal zijn beslecht, noch in een wereld waarin de seksuele moraal zegeviert, of in een zonder seksuele verboden. De strijdenden zelf zijn zich hier goed van bewust, ontdekte Burke tijdens haar interviews. Niemand denkt het gevecht te zullen winnen. Waar beide kampen het wel over eens zijn, is dat iedereen beter af zou zijn zonder pornosites die je gratis kunt streamen. Nu de gebruikers nog overtuigen.

  • Iran gaat kledingregels strenger handhaven in aanloop naar extreem hete zomer

    Iran gaat kledingregels strenger handhaven in aanloop naar extreem hete zomer

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Noorwegen zet vijftien Russen uit op verdenking van spionage

    » 21-jarige man in VS aangehouden voor lekken staatsgeheimen

    Regering verwacht massale schending van kledingvoorschriften

    Het Iraanse regime heeft voor de zomer maatregelen aangekondigd om de geldende islamitische kledingvoorschriften te handhaven. De islamitische republiek verwacht dat het in de zomer in Iran uitzonderlijk heet wordt, wat voor veel vrouwen aanleiding zal zijn om de kledingvoorschriften te negeren, schrijft Gazeta Wyborcza. Er worden temperaturen van 40 graden Celsius verwacht.

    Iraanse hardliners waarschuwen voor ‘naakte vrouwen’ die ’s zomers de straat op zullen gaan in korte rokjes en broeken en bloezen met korte mouwen, schrijft Financial Times. Daarom roepen religieuze leiders en parlementsleden op tot de invoering van strengere straffen voordat de zomer aanbreekt. De regering geeft daar nu gehoor aan.

    Op openbare plekken worden camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen verhullende kleding dragen

    Als maatregel worden er op openbare plekken camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen hun haar bedekken en verhullende kleding dragen. Bij de eerste overtreding krijgen ze een waarschuwing, bij de volgende keer worden ze gestraft. Die straf kan een arrestatie, een boete of verplicht onderwijs in de islamitische wetten zijn.

    Veel Iraanse vrouwen hebben genoeg van de islamitische kledingvoorschriften. De dood van de jonge Koerdische vrouw Mahsa Amini in september vorig jaar, die stierf nadat ze was opgepakt omdat ze haar hoofddoek niet volgens de regels droeg, was de aanleiding voor massale protesten in het hele land. Eerst waren die nog gericht tegen het harde optreden van de politie, maar op den duur richtten ze zich steeds meer tegen de overheid. Bij de protesten zijn honderden demonstranten omgekomen, waaronder tientallen kinderen, en duizenden mensen gearresteerd.

    Lees ook:

  • Paus Franciscus in ziekenhuis met luchtweginfectie

    Paus Franciscus in ziekenhuis met luchtweginfectie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negen militairen omgekomen bij aanval ELN op leger Colombia

    » EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    De 86-jarige paus kwakkelt al langer met zijn gezondheid

    Paus Franciscus is opgenomen in het ziekenhuis met een infectie aan zijn luchtwegen. Dat schrijft Vatican News. De paus had al meerdere dagen last bij het ademen en moet de komende dagen in het ziekenhuis blijven om te herstellen.

    De zesentachtigjarige Franciscus zou naast ademhalingsproblemen ook hartklachten hebben gehad. Hij werd met een ambulance naar een speciale afdeling voor pausen gebracht in een ziekenhuis in Rome. De paus kwakkelt al langer met zijn gezondheid: naast darmproblemen heeft Franciscus last van zijn knieën, waardoor hij steeds vaker in het openbaar in een rolstoel verschijnt.

    De komende week staat er met Pasen een drukke week op de agenda van de paus, en het is nog onzeker of de leider van de Rooms-Katholieke Kerk aanwezig is bij de vieringen. Franciscus is inmiddels tien jaar paus en heeft al eerder gezegd niet in het harnas te willen sterven, maar te zullen terugtreden als hij niet meer de kracht heeft om zijn taken uit te voeren.

    Lees ook:

  • Duits consulaat-generaal in Istanboel tijdelijk dicht wegens terreurdreiging

    Duits consulaat-generaal in Istanboel tijdelijk dicht wegens terreurdreiging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne vreest nieuw Russisch offensief

    » Tyre Nichols begraven in Memphis, Tennessee

    Duitse onderdanen in Turkije gewaarschuwd

    Het Duitse consulaat-generaal in het centrum van de Turkse metropool Istanboel is deze week van woensdag tot en met vrijdag gesloten wegens een verhoogd risico op aanslagen, zo meldde Der Spiegel gisteravond. In een mededeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan Duitse onderdanen in Turkije staat dat na incidenten zoals de verbranding van een koran in Stockholm het risico van terroristische aanslagen is toegenomen – vooral in de wijk Beyoğlu in de binnenstad en rond het centrale plein Taksim.

    Het ministerie van Buitenlandse Zaken raadde aan bijzonder waakzaam te zijn en mensenmassa’s en de genoemde gebieden te vermijden. ‘Als u daar verblijft, beperk uw verblijf buitenshuis dan tot het hoogst noodzakelijke’, aldus het bericht. Ook het reis- en veiligheidsadvies op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken is dienovereenkomstig aangepast.

    Ook Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben hun consulaat-generaal in Istanboel gesloten voor bezoekers. Zwitserland en Zweden sloten zowel hun ambassade in Ankara als hun consulaat-generaal in Istanboel. Er zouden concrete aanwijzingen bestaan voor een dreigende terreuraanslag. De VS waarschuwt zijn burgers al enkele weken voor een aanslag, en in Turkije zijn de veiligheidsmaatregelen aangescherpt.

    Lees ook:

  • Overleden paus Benedictus XVI opgebaard in Rome

    Overleden paus Benedictus XVI opgebaard in Rome

    » Eeuwenoude sarcofaag keert terug naar Egypte na teruggave museum VS

    » Tientallen, mogelijk honderden, Russische doden bij Oekraïense raketaanval

    Tienduizenden namen in Sint-Pieter afscheid van paus

    In de Sint-Pietersbasiliek in Rome is maandag de dit weekend overleden paus Benedictus XVI opgebaard. Tienduizenden gelovigen liep langs de kist om Benedictus een laatste eer te bewijzen, schrijft Vatican News. Donderdag vindt de begrafenis van de voormalige paus plaats. Paus Fracisco zal deze dienst leiden.

    Benedictus XVI, die in het echte leven Joseph Ratzinger heette, deed in 2013 zeer onverwachts een stap terug als paus, iets wat in 600 jaar niet eerder was voorgekomen. Volgens de Duitse paus kon hij het lichamelijk niet meer aan om zijn pauselijke taken te volbrengen. Benedictus XVI trok zich terug in een klooster van het Vaticaan, waar hij tot het einde van zijn dagen bleef met een kleine kring van getrouwen.

    De traditionele en conservatieve Ratzinger bleef nog wel invloed uitoefenen op het Vaticaan en leverde soms zelfs kritiek op zijn progressievere opvolger paus Francisco. Donderdag zal de begrafenis van eenvoudige aard zijn. De voormalige paus wordt bijgezet in een crypte waar eerder Johannes Paulus II lag. Enkele kardinalen en de assistenten van Ratzinger zullen bij deze ceremonie aanwezig zijn.

    Lees ook:

  • Ghanese politie wil geen negatieve nieuwjaarsvoorspellingen

    Ghanese politie wil geen negatieve nieuwjaarsvoorspellingen

    » Militieleider Michigan veroordeeld tot 16 jaar

    » Hooggerechtshof houdt anti-immigratiewet in stand

    Kerkelijke leiders kunnen gearresteerd worden als ze dat toch doen

    De Ghanese politie heeft vlak voor het nieuwe jaar een officiële waarschuwing uitgedeeld aan religieuze leiders om geen negatieve voorspellingen over 2023 te doen. Pastoors en priesters die dat toch doen, kunnen gearresteerd worden, meldt de BBC op basis van lokale media. Volgens critici is de waarschuwing van de Ghanese politie ongrondwettelijk.

    In Ghana is het traditie om aan het eind van het jaar in kerken te luisteren naar de nieuwjaarspreken van de religieuze leiders, die voorspellen hoe het nieuwe jaar eruit zal zien. Deze voorspellingen kunnen zeer negatief zijn. Zo werden de miljoenen Ghanese christenen die vorig jaar naar deze diensten gingen gewaarschuwd voor enorm onheil en natuurlijke rampen.

    Dergelijke negatieve voorspellingen zorgen volgens de Ghanese politie voor angst onder de bevolking en kunnen zelfs tot de dood van mensen leiden. Dinsdag 27 december is daarnaast uitgeroepen tot ‘Dag van de Naleving van de Profetiecommunicatie’ om Ghanezen eraan te herinneren ‘het geloof te belijden binnen de grenzen van de wet om te zorgen voor een veilige omgeving, vrij van angst door voorspellingen van naderend letsel, gevaar of dood’, schrijft lokale website My Joy Online.

    Lees ook:

  • Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    De bekende Albanese auteur en academica Lea Ypi over wat ze het meest aan haar vaderland mist en hoe een van leugens vergeven communistische jeugd haar interesse in filosofie wekte.

    Lea Ypi groeide op in het laatste stalinistische bastion in Europa: Albanië. Ze had er geen idee van dat Xhafer Ypi, voormalig premier van Albanië, een man die ze verplicht moest verachten, haar overgrootvader was, noch dat haar ouders allesbehalve enthousiast waren over het communistische regime. In haar bekroonde memoires (Vrij) vertelt ze dat in 1991, toen het Albanese communistische bewind ten val kwam, haar ouders haar de waarheid  vertelden, namelijk dat het land bijna een halve eeuw een openluchtgevangenis was geweest. Ze schrijft ook over haar vreselijke ervaringen met de burgeroorlog in 1997. Ypi is hoogleraar politieke theorie aan de London School of Economics.

    U legt uit dat ‘biografie’ een beladen begrip was in het communistische Albanië. Had u dat ironische gegeven in gedachten toen u aan uw memoires begon?

    ‘Ik was niet van plan memoires te schrijven; ik wilde een filosofisch boek schrijven, maar toen was daar ineens corona. Ik zat in Berlijn en probeerde mijn kinderen te ontvluchten. Die zaten me voortdurend in huis achterna. Ze vonden dat niemand thuis mocht werken, in hun ogen was er alleen ruimte voor spel, was het altijd zondag. Dus verstopte ik me in een kast en werd het boek steeds persoonlijker: omdat het ging over fysieke beperking, omgeven door grote onzekerheid over wat vrijheid betekende in een liberale samenleving. Ik had in 1997 in Albanië al een lockdown meegemaakt, en hoewel die heel anders en veel angstaanjagender was omdat er buiten een oorlog woedde, was er een gevoel van herkenning.’

    Uw jeugd werd getekend door onwetendheid. U werd voor de gek gehouden: is uw vermogen tot vertrouwen daardoor aangetast?

    ‘De overgang van niet-weten naar weten is problematisch: is de nieuwe waarheid niet gewoon weer een ander verhaal? Die scepsis over de waarheid die tevoorschijn kwam na een grote leugen heeft me nooit echt verlaten. Dat is wat me aantrekt in de filosofie. Ik verdiep me in Kants Kritiek van de zuivere rede. Zijn filosofie bestaat er onder meer uit te pogen de rede los te maken van dogmatisme en scepticisme. Voor mij betekent kritisch zijn dat je geen dogma’s accepteert. Maar dan krijg je weer te maken met het gevaar van de scepsis: als je voorgeschotelde waar-heden verwerpt, houd je misschien heel weinig over. Als je niets meer vertrouwt, kan dat heel verlammend werken. Ik probeer dat te vermijden, en vastigheid te vinden in abstracte moraliteit.’

    GettyImages 1240447905 1
    Lea Ypi tijdens de uitreiking van de Ondaatje-prijs voor haar memoires, Free. Londen, 2022. – © David M. Benett/Dave Benett/Getty Images

    Wat was Albanië, afgezien van de politiek, voor een land, en mist u het?

    ‘Ik mis het heel erg – de stomend hete zomers en de droge, stormachtige winters. Als je het hele jaar door aan de kust woont, krijg je een andere verhouding met de zee. Die is grillig van aard. Onze middelbare school lag dicht aan zee en we gingen er soms naartoe wanneer we pauze hadden. Toen ik klein was, wist ik al dat er een wereld bestond buiten Albanië, aan de overkant van de zee, dus die borg ook deze suggestie in zich.’

    Waar woont u nu?

    ‘Als mensen vragen: ‘‘Waar is je thuis?’’ antwoord ik altijd: Heathrow, Terminal 5 [lacht]. Ik weet niet waar ik thuishoor … niet meer in Albanië, want daar heb ik een immigrantenrelatie mee gekregen. Ik reis veel en voel me met veel landen verbonden. Laten we zeggen dat mijn officiële staatsburgerschap Brits is en mijn woonplaats Londen.’

    Uw grootmoeder zei: ‘Hoop is iets waarvoor je moet vechten. Maar er komt een moment dat ze een illusie wordt.’ Wat hoopte u als kind? Wat hoopt u nu? En is hoop voor onze planeet een illusie?

    ‘Het was mijn hoop om een goede burger te zijn. Ik ben opgegroeid met een besef van politieke verantwoordelijkheid. Ik voelde me een pionier en identificeerde me met de staat en de partij. Wat ik nu hoop, is eigenlijk niet zo heel anders: ik wil een deugdzaam, verantwoordelijk lid van de samenleving zijn en de vrijheid dienen. Op het laatste deel van uw vraag heb ik een filosofisch antwoord. Hoop is een morele plicht – we moeten doen alsof er een kans is dat de dingen een gunstige wending zullen nemen voor wat wij willen bereiken. Met een nihilistische levenshouding is dat plichtsbesef niet vol te houden.’

    Vrijheid is iets wat u voortdurend bezighoudt. Hoe definieert u vrijheid?

    ‘Vrijheid omvat ook plichtsbesef, de idee dat je je plicht kunt doen, hoe moeilijk die ook is. De innerlijke morele dimensie biedt mij een grondslag om de samenleving te bekritiseren. We leven in een wereld met asymmetrische machtsverhoudingen op alle niveaus. Macht wordt uitgeoefend door de machtigen en de zwakkeren en kwetsbaren zijn de passieve ontvangers van die macht. Die dynamiek van machtsverhoudingen staat altijd haaks op vrijheid.’

    U groeide op in een moslimgezin dat verplicht werd het geloof af te zweren. Hebt u nu een religieuze overtuiging?

    ‘Albanië was een constitutioneel atheïstische entiteit; God was een berg leugens. Toen elke waarheid waarin ik geloofde een leugen bleek te zijn, vroeg ik me af of de leugen inzake God waar kon zijn. In de jaren negentig ging ik shoppen op de vrije markt van de religie. Ik was een paar maanden katholiek, ging vervolgens naar de moskee en praktiseerde de ramadan. Ik verkende het boeddhisme, maar ging uiteindelijk filosofie studeren omdat ik geen antwoorden wist. Ik ben nu agnostisch.’

    Je moeder komt prachtig naar voren als een onbevreesd iemand die zich niet liet muilkorven, een krachtpatser… lijkt u in zekere mate op haar?

    ‘Ik putte altijd inspiratie uit de onverschrokkenheid van mijn moeder. Ik probeer die na te volgen, maar ik weet niet of ik erin slaag. Toen ik kind was, liepen we samen door nachtelijk Durrës, mijn geboorteplaats. Het was erg donker, er waren veel dronkaards en ik was heel bang, maar ik zag bij haar geen greintje angst. Ik zei: “Die figuur is niet goed bij zijn hoofd, hij is dronken, hij gaat ons aanvallen.” En dan zei zij: ‘‘Nee, wij gaan hem aanvallen!’’

    U schrijft tactvol over de ontsnapping van uw moeder naar het buitenland, met uw broer, tijdens de burgeroorlog. Het lijkt er wel op dat ze het gezin in tweeën splitste. Was dat niet heel schokkend?

    ‘Zeker. Pas later begreep ik dat ze zich in een situatie bevond waarin ze meende dat ze een kind redde, waarop mijn grootmoeder dan steeds weer het volgende zei: “Je liet een ander kind achter.” Ik heb er nu vrede mee, maar het was toen wel moeilijk.’

    Heb u ooit nog iets vernomen van uw jeugdvriendin Elona, van wie u het aangrijpende verhaal vertelt en die op dertienjarige leeftijd het land ontvluchtte en prostituee werd?

    ‘Ze stierf een week nadat mijn boek was uitgekomen. Iemand die haar herkend had, schreef het me. Na dit nieuws heb ik dagenlang gehuild.’

    Hoe bent u professor aan de London School of Economics geworden?

    ‘Ik heb filosofie gestudeerd in Rome – daarna heb ik een rechttoe rechtaan academische carrière gekend. Ik promoveerde in Florence, ging naar Oxford voor een postdoc en kon vervolgens terecht bij de London School of Economics.’

    Wat voor lezer was u als kind?

    Ik hield van Griekse mythologie. Ik was geobsedeerd door de goden, dat ze zo machtig en tegelijkertijd zo machteloos waren. In Albanië was er een zeer beperkte keuze aan boeken. Ik las alle boeken in de boekwinkel en de kinderbibliotheek en ging vervolgens naar de bibliotheek voor volwassenen, waar ik de Ilias en de Odyssee las. En Russische sprookjes.

    Welk boek zou u een jongere geven?

    ‘Griekse mythen! Mijn kinderen zijn elf, zes en vier. Ik heb ze trouwens aan de twee oudsten gegeven toen ze vijf waren.’

    Wat bent u nog van plan om te lezen?

    ‘The Memoirs of Ismail Kemal Bey, de memoires van de Albanese politieke leider Ismail Qemali, de grond-legger van het Albanese nationalisme. Mijn volgende boek gaat over de val van het Ottomaanse rijk, vandaar. En Stalingrad van Vasily Grossman en een paar geschiedenisboeken. En ik ben van plan om Radetzkymars van Joseph Roth te lezen.’

    Bestaat luchtige leeskost voor u? Wat leest u het liefst ter ontspanning?

    ‘Ik geloof het niet [lacht]. Of het moeten negentiende-eeuwse romans zijn. Mijn favoriete boek is Dostojevski’s Demonen, een verbazingwekkende verkenning van de geschiedenis van ideeën en van de menselijke ziel.’ 

    Lea Ypi Vrij 1
    Vrij: Opgroeien aan het einde van de geschiedenis, in vertaling van Luud Luud Dorresteyn, verscheen bij De Bezige Bij.