Onderwerpen: Technologie

  • Wereldbeeld: Elektronisch vernuft

    Wereldbeeld: Elektronisch vernuft

    De grens tussen kunst en technologie vervaagt op de Hong Kong Electronics Fair, een van de grootste technologiebeurzen van Azië.

    Een mechanisch gezicht dat naar naar het winkelend publiek kijkt is een van de vele innovatieve elektronische snufjes tijdens de HTDC Hong Kong Electronics Fair, die ook bekend is om zijn kunstinstallaties. 

    ANP 524620437
    © ANP
  • De Iphone is made in India – onder leiding van Chinese ingenieurs

    De Iphone is made in India – onder leiding van Chinese ingenieurs

    In de Indiase stad Sunguvarchatram wordt een deel van de nieuwste levering iPhones geproduceerd. Chinese ingenieurs en managers komen naar India om daar de nieuwe generatie arbeiders op te leiden. Viola Zhou en Nilesh Christopher van Rest of World onderzoeken de obstakels die de ingenieurs ervaren en de werkomstandigheden in de Indiase fabrieken.

    Toen de Chinese ingenieur Li Hai het winterse weer van Noord-China voor de vochtige hitte van Tamil Nadu in Zuid-India inruilde, had hij geen idee wat hem te wachten stond. Het was begin 2023. Maanden voor de reis had een manager van de Foxconn iPhone-fabriek waar Li werkte, gevraagd naar vrijwilligers voor een tijdelijke opdracht in India. Li hoefde niet lang na te denken. Hij had in zijn leven amper gereisd en was nieuwsgierig. ‘Ik wilde gewoon eens ergens anders heen en daar wat rondkijken’, vertelde hij aan Rest of World.

    Foxconn, een Taiwanese fabrikant van computeronderdelen, vliegt tegenwoordig regelmatig ingenieurs uit China naar India om daar de volgende generatie iPhonefabrikanten op te leiden. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Zo spreken zowel de Chinese ingenieurs als de Indiase productielijnmedewerkers van een heftige cultuurclash. Rest of World wil ontdekken hoe Foxcom de verhuizingen voor elkaar krijgt en sprak daarom met tientallen werknemers uit alle onderdelen van het bedrijf.

    Li is zacht van toon, oprecht en bescheiden. Hij groeide op in het Chinese platteland en was tot voor kort nooit ver van huis geweest. Maar wat hem aan wereldlijke kennis en ervaring ontbrak, compenseerde hij met nieuwsgierigheid. Voor hij naar India vertrok, moest Li een door zijn werk georganiseerde cursus afleggen over culturele verschillen. Tijdens de cursus leerde Li dat hij onderwerpen zoals politiek en religie moest vermijden. Ook moest hij altijd ‘alstublieft’ zeggen tegen zijn Indiase collega’s. ‘Mensen uit China kunnen nogal direct zijn,’ vertelde hij. ‘Als we met Indiërs omgaan, moeten we beleefder zijn.’

    Li maakte zich vooral zorgen over het eten. De avond voor zijn vertrek propte hij zijn koffer vol met diarreemedicatie, zakjes bouillon om zijn eigen Chinese gerechten te maken en, omdat hij had gehoord dat mensen in India met hun handen eten, eetstokjes. Nerveus maar enthousiast stapte Li met zijn eerste paspoort op zijn eerste vlucht naar het buitenland. De reis was een aaneenschakeling van verrassingen: turbulentie, de uiteenlopende mensenmassa’s op de luchthaven van Singapore waar hij een tussenstop maakte en het vliegtuigpersoneel dat hem in het Engels aansprak, waren allemaal nieuw voor hem. Zijn eindbestemming was Sunguvarchatram, een industrieel centrum aan de rand van de stad Chennai. In die stad is een wereldwijde verschuiving op gebied van elektronica-productie aan de gang.

    Ingevlogen opleiders

    Net als veel van zijn concurrenten heeft Apple jarenlang zijn productieproces aan ondernemingen in China toevertrouwd. Voor zowel politieke als economische redenen zijn techbedrijven zich echter in de afgelopen jaren steeds meer op andere landen in de regio gaan richten.  

    Foxconn, ook wel bekend als Hon Hai Precision Industry, heeft de afgelopen jaren zwaar geïnvesteerd in een iPhone-fabriek in Sunguvarchatram. Volgens bronnen die bekend zijn met de situatie kan Foxconn met hogere materiaalkosten en een groter percentage defecte telefoons zijn genadeloze efficiëntie niet waarborgen. Hierdoor zijn Foxconn’s iPhones uit Sunguvarchatram altijd minder winstgevend geweest dan die uit China, vertelden twee bronnen dicht bij het bedrijf aan Rest of World. Foxconn zelf heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar.

    Om het productieproces te verbeteren en de fabriek in Sunguvarchatram klaar te stomen voor Apples nieuwe iPhone 15, stuurde Foxconn begin dit jaar meerdere Chinese werknemers naar Sunguvarchatram. Ingenieurs zoals Li moesten zaken daar naar Chinees niveau gaan tillen.

    Met behulp van vertaalapps, half onthouden Engels van de middelbare school en handgebaren moesten Li en honderden van zijn Chinese collega’s zien te communiceren met een Indiase arbeidskracht die grotendeels onbekend was met de intensiteit en complexiteit van de 21ste-eeuwse elektronica-industrie.

    Een succesvolle levering van de iPhone 15 zou een prestigieuze mijlpaal zijn voor het groeiende Indiase fabriekswezen

    Het zou een formidabele uitdaging worden. Eind augustus bezocht Rest of World Sunguvarchatram, waar Foxconn en andere Apple-leveranciers op volle toeren draaiden in aanloop naar het uitbrengen van de iPhone 15 en sprak daar met ruim twintig productiemedewerkers, monteurs, ingenieurs en managers, die allen een pseudoniem gebruiken om herkenning door hun werkgevers te voorkomen.

    Zij beschreven de successen en tegenslagen van een van de invloedrijkste fabrieksvloeren ter wereld. In China eist Foxconn lange werkdagen en hoge efficiëntie en hebben managers weinig tolerantie voor vertragingen of fouten – hoge verwachtingen die in India al snel onhaalbaar bleken. De stress die hiermee gepaard gaat, gaat duidelijk ten koste van lokale arbeidskrachten.

    Een succesvolle levering van de iPhone 15 zou een prestigieuze mijlpaal zijn voor het groeiende Indiase fabriekswezen. ‘De boodschap van de overheid is dat India op weg is om een industriële supermacht te worden,’ vertelde Anand P. Krishnan, een onderzoeker bij het Centre of Excellence for Himalayan Studies aan de Shiv Nadar University die arbeid in China en India bestudeert. ‘Het produceren van een iPhone 15 in India zal als een belangrijk moment worden gezien. Niet alleen voor Apple, maar ook voor India.’

    Maak het in India

    Iedere acht uur komen de straten van Sunguvarchatram tot leven. Bussen met de logo’s van techgiganten zoals Samsung, Yamaha en Foxconn vervoeren vermoeide arbeiders heen en weer tussen de fabrieken en hun appartementen of slaapplekken, die in India hostels genoemd worden. Anderen leggen de route af op hun motorfiets of stappen in driewielige riksja’s.

    Sunguvarchatram maakt deel uit van een industrieel verband tussen Chennai en Bengaluru, de twee grootste steden van Zuid-India. Buitenlandse autofabrikanten openden hier de eerste fabrieken. In de jaren 2000 volgden Taiwanese technologiebedrijven, waaronder Foxconn en concurrent Wistron, dat in 2017 de eerste iPhones produceerde in India: de goedkopere iPhone SE. De stad Sunguvarchatram zit midden in de overgang van een landbouweconomie naar een industriegigant. Braakliggende velden worden langzaam bedekt met hightech fabrieksterreinen en gloednieuwe Indiase hostels om de duizenden fabrieksarbeiders te huisvesten. De ontwikkeling van Sunguvarchatram is voor premier Narendra Modi een droom die uitkomt. In 2014 onthulde hij tijdens een toespraak in Delhi een plan dat later zijn Make in India-initiatief zou worden. ‘Vanaf de muren van het Rode Fort wil ik een oproep doen aan mensen over de hele wereld,’ zei Modi. ‘”Kom, en maak het in India,” “Kom, en produceer in India.”‘

    In de tweede helft van de 20e eeuw maakten Indiase elektronicafabrikanten een bloeiperiode mee die in 1991 ten einde kwam, toen de invoerbelasting werd verlaagd en buitenlandse concurrentie de markt overspoelde. Indiase merken gingen failliet en de sector stortte in. Mede hierdoor worstelt het land de afgelopen drie decennia met afnemende werkgelegenheid voor haar jonge, groeiende bevolking. Volgens de Indiase regering zijn buitenlandse investeringen sinds de aankondiging van Make in India verdubbeld. Critici opperen echter dat Modi’s initiatief op zijn best een werk in uitvoering is. Tussen 2003 en 2018 groeide de productiesector iets sneller dan de Indiase economie in zijn geheel, maar sinds Modi’s plan is deze groei niet toegenomen maar afgezwakt; het afgelopen jaar steeg de productie met slechts 1,3%. Toch is de technologiesector opnieuw een lichtpuntje geworden, mede dankzij bedrijven zoals Foxconn, Samsung en het Chinese Salcomp, die sinds vorig jaar nieuwe of uitgebreide faciliteiten hebben aangekondigd.

    Een belangrijke drijfveer voor investeringen in India is de aanhoudende handelsoorlog tussen Washington en Beijing. Daarnaast is Chinese arbeid voor bepaalde industrieën niet langer de goedkoopste: de beroepsbevolking in het land krimpt, is hoger opgeleid dan ooit tevoren en toont steeds minder interesse in fabrieksbanen.

    ‘Het produceren van een iPhone 15 in India zal als een belangrijk moment worden gezien. Niet alleen voor Apple, maar ook voor India’

    Eind vorig jaar ontving Apple een teken om zijn productieproces te diversifiëren. Dit kwam in de vorm van een reeks noodtoestanden bij ’s werelds grootste iPhone-fabriek in Zhengzhou, in centraal China, die het bedrijf naar schatting rond de $1 miljard per week heeft gekost. Sindsdien heeft Apple zijn plannen voor India versneld en is Foxconn druk bezig zijn arbeidskrachten in het land te verdubbelen. Young Liu, directeur van Hon Hai Technology Group, heeft deze uitbreidingsplannen meermaals met Modi besproken. Veel andere bedrijven in de iPhone-productieketen zijn eveneens op zoek naar locaties voor fabrieken, vertelde Jules Shih aan Rest of World. Hij is directeur van de Chennai-vestiging van het Taipei World Trade Center, een door de Taiwanese overheid gefinancierde organisatie voor handelsbevordering.

    Uitbreiden naar India kent ook zijn nadelen. Zo gaat het Chinese eenpartijstelsel tot het uiterste voor Foxconn met miljardeninvesteringen in fabrieken, gunstige subsidies voor energie en transport en hulp bij het rekruteren en vervoeren van werknemers ten tijde van personeelstekort. Tot slot zijn onafhankelijke vakbonden verboden in China. In India krijgen de leveranciers van Apple daarentegen te maken met lokale politici, landeigenaren en vakbonden. Het land beschikt niet over China’s uitgebreide netwerk van sub-leveranciers, wiens onderlinge concurrentie voor lagere kosten zorgt. ‘Apple is door China verwend,’ zei een manager bij een Apple-leverancier die onlangs van China naar India werd uitgezonden tegen Rest of World. ‘Hier is alleen de arbeid goedkoop. De rest is duur.’

    De Indiase arbeidskracht

    iPhone-productie in Foxconns fabriek in Sunguvarchatram ging in 2019 van start met de iPhone XR, een ouder model. Toen Li in 2023 in Sunguvarchatram arriveerde, produceerde de fabriek ook de iPhone 14. Dit jaar was het doel om een lading in India geproduceerde iPhone 15’s klaar te hebben liggen wanneer het nieuwe model zou worden aangekondigd. De iPhone-fabriek maakt deel uit van een groter complex van 60 hectare waar Foxconn ook telefoons voor andere merken produceert. Zo’n 35.000 werknemers werken hier in zes witte fabriekspanden. Voor Li voelde het net als thuis: dezelfde geavanceerde apparatuur als in China, dezelfde rijen tafels met werknemers die duizenden keren per dag dezelfde taken uitvoeren en natuurlijk hetzelfde eindproduct. Er was echter één opvallend verschil. In tegenstelling tot de fabrieken in China werd de assemblagelijn in Sunguvarchatram vrijwel uitsluitend door jonge vrouwen bemand.

    Toen elektronica-productie in de jaren tachtig naar China kwam, vormden vrouwen die van het platteland naar de steden waren verhuisd het grootste deel van de fabrieksarbeiders. Ze hadden niet veel opties en managers bij bedrijven zoals Foxconn gaven hun de voorkeur omdat ze dachten dat vrouwen gehoorzamer waren dan mannen, deelt Jenny Chan, een socioloog aan Hong Kong Polytechnic University die arbeidskwesties binnen Foxconn bestudeert, met Rest of World. Dit is in  de afgelopen dertig jaar veranderd. Tegenwoordig zijn de meeste iPhone-werknemers in China mannen; vrouwen werken inmiddels grotendeels in de dienstensector. In India werkt Foxconn wederom voornamelijk met vrouwen die migreren voor meer arbeidsmogelijkheden. 

    Een jonge, vrouwelijke arbeidskracht brengt in dit land unieke eisen met zich mee. Zo moet het bedrijf bezorgde ouders geruststellen wat betreft de veiligheid van hun dochters. Het bedrijf biedt werknemers gratis eten, onderdak en bussen om een veilige reis van en naar het werk te garanderen. Op vrije dagen dienen vrouwen die in Foxconn-hostels wonen zich aan een avondklok van zes uur ‘s avonds te houden en hebben ze toestemming nodig om ergens anders de nacht door te brengen. ‘[Als] ze uitgaan en niet op een bepaald tijdstip terugkeren, worden hun ouders geïnformeerd,’ vertelde een voormalige HR-manager van Foxconn. ‘[Zo] winnen ze het vertrouwen van de ouders.’

    ‘[Als] ze uitgaan en niet op een bepaald tijdstip terugkeren, worden hun ouders geïnformeerd’

    Ook voor het inhuren van getrouwde vrouwen moest Foxconn oplossingen vinden. De fabrieken zijn doorgaans voorzien van metaaldetectoren om diefstal en lekken omtrent nieuwe producten te voorkomen. Ook deze maatregel zorgt voor oponthoud in India, waar getrouwde vrouwen een mangalsutra, een metalen hanger, en een metti, een metalen teenring, dragen. Deze werknemers moeten handmatig gecontroleerd worden en hun sieraden laten registreren.

    De zesentwintigjarige Padmini groeide op in een gezin met vijf broers en zussen op het platteland in de buurt van de stad Tirunelveli, ongeveer zeshonderd kilometer ten zuiden van Chennai. Ze was opgeleid tot verpleegkundige, maar voelde zich ‘gevangen’ omdat ze vierentwintig uur per dag oproepbaar moest blijven. In 2021 kreeg Padmini een baan aan de productieband van Foxconn. In het begin voelde ze zich overvallen door de beschermende kleding, lawaaierige machines en de onheilspellende slogans op de muur (‘Please cooperate with us’). Omdat ze haar hele leven in de onontkoombare tropische hitte had geleefd, was de airconditioning van de fabriek haar veel te krachtig. Bovendien wist ze niets van elektronica. ‘Ik wist niet eens wat een pincet was,’ vertelde ze. ‘Ik kende de naam niet en wist niet hoe ik het moest vasthouden.’

    Padmini deelt een bescheiden studio in Sunguvarchatram met acht andere vrouwen. Vijf van hen slapen in de hal, vier in de slaapkamer. Ze betalen ieder 1.250 roepies (€14) aan huur. ‘Het is best moeilijk,’ zei Padmini. Ze ziet haar huisgenoten zelden, omdat ze allemaal wekelijks roterende schema’s hebben: 06:00 tot 14:00, 14:00 tot 22:00, of 22:00 tot 06:00. Alleen zondag is een vrije dag.  Iedere werkdag rijdt Padmini met een Foxconn-shuttlebus naar de fabriek. Eenmaal daar loopt ze door de metaaldetector, trekt ze haar antistatische jas aan over haar kurta, en neemt ze plaats aan de assemblagelijn, waar ze ze per uur minstens 495 volumeregelingsonderdelen in elkaar zet.

    Culture Shock

    Toen Li in India aankwam, vond hij het maar lastig om te communiceren met zijn nieuwe collega’s. Het beetje Engels dat hij op de middelbare school en de universiteit had geleerd, had hij sinds zijn schooljaren nauwelijks gebruikt; men had zelfs moeite met het begrijpen van eenvoudige zinnen zoals ’thank you.’ Om zijn achterstand in te halen, kocht Li een woordenboek en gebruikte hij zijn busritten en werkpauzes om zijn Engels te oefenen. Ook droeg hij te allen tijde een notitieboekje bij zich zodat hij collega’s kon vragen om onbekende woorden voor hem op te schrijven.

    Taalbarrières waren het meest zichtbaar met betrekking tot de uit China afkomstige apparatuur. ‘Alle machines zijn ingesteld op Mandarijn. Bedieningsprocedures, instructies, commando’s, alles is in [het Chinees]. Zelfs de software,’ zei een Indiase senior manager. ‘Zelfs de noodknop.’ Chinese ingenieurs lieten Rest of World weten dat ze Indiase collega’s trainen in het bedienen en repareren van machines door middel van vertaalapps en andere methoden. ‘Lichaamstaal is universeel,’ zei een van hen.

    ‘Alle machines zijn ingesteld op Mandarijn… Zelfs de noodknop’

    Een in Chennai gevestigde vertaler Mandarijn, die ook voor andere Chinese en Taiwanese bedrijven in de buurt had gewerkt, vertelde aan Rest of World dat er vaak sprake is van gespannen situaties en korte lontjes.  De vertaler vertelde hoe een Foxconn-medewerker uit China gefrustreerd raakte door een jonge Indiase monteur die een technisch probleem steeds maar niet wist op te lossen. De Chinese werknemer loste het zelf op en liep weg. ‘Hij heeft het me niet geleerd,’ zei de een. ‘Hoe vaak moet ik het je leren?’ vroeg de ander.

    Volgens de vertaler begrepen veel Indiase werknemers in eerste instantie niet waarom hun Chinese collega’s zo boos konden worden om kleine ongevallen zoals een storing van een half uur. Maar langzamerhand werden de Indiase middle managers waakzamer voor oponthoud. Hij herinnert zich de paniek die ontstond toen een defecte machine een deel van de fabriek stillegde. Terwijl een monteur de machine zo snel mogelijk probeerde te repareren, bleef de torenhoge Indiase manager naast hem maar vragen, in het Tamil: ‘Is het voorbij? Is het voorbij!?’ De vertaler zag de handen van de monteur trillen onder alle druk.

    Wind mee van de Indiase overheid

    Dit jaar wilde Apple voor het eerst het nieuwste iPhone-model gelijktijdig in China en India laten produceren. Voor de in april gestarte testproductie, wat een bijzoner uitdagend deel is van het productieproces, haalde Foxconn opnieuw werknemers uit China om hun Indiase collega’s te trainen en ondersteunen. Diezelfde maand gaf de regering van Tamil Nadu een signaal om Foxconn en andere fabrikanten te verwelkomen door de werkdag van acht naar twaalf uur te verlengen, zodat Foxconn net als in China niet meer dan twee ploegendiensten nodig had.

    Het verlengen van de werkdag was dit jaar een omstreden onderwerp in India, waar het internationale bedrijven in conflict bracht met werknemers en mensenrechtenverdedigers. Na intens lobbywerk van Apple, Foxconn en andere techbedrijven versoepelde de staat Karnataka ook de arbeidswetten om een 12 uur durende werkdag toe te staan, aldus de New York Times. Foxconn heeft vervolgens de bouw van twee nieuwe fabrieken in Karnataka aangekondigd.

    Als gevolg organiseerde de All India United Trade Union Centre een protest waarbij deelnemers kopieën van het wetsvoorstel verbrandden. Hoewel de regering van Karnataka de wet uiteindelijk toch invoerde, hebben grote bedrijven in de staat besloten hun uren niet te verlengen. In Tamil Nadu werd ook tegengas gegeven door oppositiepartijen en arbeidsrechtenorganisaties. Diverse politici noemden het nieuwe wetsvoorstel ‘arbeidsonvriendelijk’ en liepen tijdens het stemmen de vergadering uit. Toen de wet werd ingevoerd, kondigden vakbonden in de stad verscheidene acties aan, waaronder een demonstratie op motorfietsen, een civiele ongehoorzaamheidcampagne en protesten voor het hoofdkwartier van de regerende partij. In tegenstelling tot in Karnataka was dit verzet wel geslaagd: na slechts vier dagen trok de regering de wet weer in. Gelukkig maar, want veel Indiase Foxconn-medewerkers vinden een acht uur durende werkdag al zwaar genoeg. ‘Als het straks 12 uur werken wordt, ga ik dood,’ zegt Padmini. ‘Om te kunnen werken, moet ik in leven blijven.’

    ‘Als het straks 12 uur werken wordt, ga ik dood. Om te kunnen werken, moet ik in leven blijven’

    Voor Chinese medewerkers is het tempo op de Indiase fabrieksvloer juist net iets te langzaam. Zo vertelde een Taiwanese manager bij een andere iPhone-leverancier in de regio aan Rest of World dat de kortere shifts en reguliere theepauzes in India hun productiviteit belemmeren. ‘Je zit nog maar net goed op je stoel, en de volgende pauze begint alweer,’ klaagde hij.

    In China rekent Foxconn op lakse handhaving van arbeidswetten – zoals een maximale werkdag van acht uur en gelimiteerde overuren – en gebruiken managers lucratieve bonussen om hun werknemers tot het uiterste te drijven. Twee buitenlandse werknemers in Sunguvarchatram vertelden aan Rest of World dat er tegenwoordig ook in India gebruik wordt gemaakt van salarisverhogingen en promotiekansen om hun ingenieurs en managers aan te moedigen. Vijf verschillende Chinese en Taiwanese werknemers vertelden dat ze verbaasd waren toen ze hoorden dat hun Indiase collega’s veelal weigerden om overuren te werken. Sommigen schreven dit toe aan een zwak verantwoordelijkheidsgevoel, anderen aan wat zij zagen als de geringe materiële verlangens van Indiase mensen. ‘Ze zijn snel tevreden,’ zei een ingenieur uit Zhengzhou. ‘Extra druk kunnen ze niet hebben. Maar als we er geen druk op zetten, gebeurt er ook niets en kunnen we de productie ook niet hierheen verhuizen.’

    Drie voormalige Foxconn-medewerkers vertelden aan Rest of World dat Chinese managers net als in hun thuisland vaak beledigende taal gebruikten tegen onderpresterende werknemers. Toen er bij HR hierover geklaagd werd, namen de meldingen af. Toch blijft het buitenlandse personeel grotendeels ontevreden met het prestatievermogen in India. ‘Ze weten hoe ze het moeten doen, maar ze zijn traag,’ zei een werknemer. ‘Zelfs lopen doen ze langzaam.’ Een Chinese manager beweerde dat Indiase werknemers vaak te vaak verlof aanvragen, bijvoorbeeld om voor zieke familieleden te zorgen, maar ook om andere redenen die in de ogen van de manager onvoldoende zijn, zoals een bijgelovige angst voor maansverduisteringen, in India een voorteken van ongeluk.

    Andere Chinese werknemers vinden de Indiase werkcultuur, met veel theepauzes, uitgebreid kletsen met collega’s en op tijd naar huis gaan, zo slecht nog niet. De Chinese werkcultuur, waarin werknemers verlofdagen opofferen en langer op kantoor blijven om indruk te maken op hun bazen, is bij vergelijking een stuk minder aantrekkelijk. De Chinese werkplek is te neijuan, te ingewikkeld, zeggen sommigen. De term, die steeds populairder wordt in China, beschrijft de onophoudelijke concurrentie die het dagelijks leven in het land vandaag de dag typeert. ‘Geleidelijk brengen we neijuan naar India,’ grapte een ingenieur.

    Vrije tijd

    In mei had Li naar eigen zeggen zijn taalbarrière overwonnen. ‘Verrassend genoeg kan ik eindelijk begrijpen wat ze zeggen!’ Hij kon niet alleen praten over de kleinste details van de iPhone, maar ook deelnemen aan informele gesprekken. Een vrouwelijke collega vertelde hem dat ze jaloers was op zijn ‘witte’ huidskleur. Anderen vroegen hem waarom hij nog vrijgezel was. ‘Huis, auto en geld,’ antwoordde hij, de eisen waar een respectabel vrijgezel in China aan moet voldoen voor hij of zij een partner kan zoeken. ‘De Chinese meisjes zijn niks waard,’ antwoordde een vrouwelijke arbeider. ‘Hier hoef je geen huis, auto, of geld. Enkel liefde.’

    De voornamelijk mannelijke Chinese ingenieurs leven afgezonderd van hun Indiase collega’s. Foxconn huurt speciaal voor hen woningen in een luxe appartementencomplex genaamd Hiranandani Parks. De door platteland omgeven torens tellen 27 verdiepingen en zijn sober ingericht. Sommige bewoners hebben klamboes boven hun bed opgehangen – verscheidene Chinese werknemers hebben in China dengue opgelopen. ’s Avonds bezoeken de Chinese ingenieurs een aantal Oost-Aziatische restaurants, wandelen ze rond het appartementencomplex, of bellen ze met hun kinderen, ouders en partners. Op zondag stuurt Foxconn een pendelbus die hen naar een van de drie winkelcentra in Chennai kan brengen.

    Li heeft nooit aan de Indiase keuken kunnen wennen. Hij probeerde een paar lokale gerechten, maar gaf al snel op. ‘Telkens als ik langs de Indiase kantine loop op weg naar mijn bureau kan ik de geur niet verdragen,’ zei hij. ‘Hun eten is allemaal geel en papperig spul.’ Tijdens de wekelijkse uitstapjes naar de stad houdt hij het bij KFC en McDonald’s. Foxconn heeft een Chinese kantine waar speciaal getrainde Indiase chefs gerechten bereiden zoals varkensstoofpot of geroerbakte eieren met tomaat. Chinese werknemers krijgen $60 ingehouden van hun wekelijkse expatbonus in ruil voor drie maaltijden per dag. Op zondagen koken de ingenieurs zelf uitgebreide banketten met ingrediënten uit een nabijgelegen Koreaanse supermarkt of met producten die ze in hun koffers van huis hebben meegenomen.

    Ondanks hier en daar een conflict op de werkvloer trekken Chinese en Indiase collega’s ook buiten het werk met elkaar op. Indiase werknemers bezoeken soms Hiranandani Parks voor festiviteiten zoals het Chinees Nieuwjaar, of om aan te schuiven bij de zondagse banketten. Veel Chinese ingenieurs gebruiken deze gelegenheden om hun kinderen te bellen, zodat ze mooi hun Engels kunnen oefenen. Beide groepen hebben zinnen en uitdrukkingen uit elkaars taal opgepikt. Soms begroet een Indiase collega Li met de gebruikelijke Chinese groet: ‘Heb je al gegeten?’ waarop Li in het Tamil antwoordt: ‘Ik heb al gegeten.’

    Vrouwen in de fabriek

    In juni versnelde de proefproductie van de iPhone 15 in aanloop naar de lancering in september. Een gevoel van urgentie verspreidde zich door de fabriek. Werknemers die voorheen direct na hun shift vertrokken, bleven nu tot laat op de werkvloer staan, deels om in contact te blijven met Apple-medewerkers in de VS. Voor Indiase werknemers was de hectische proefperiode een grote schok. ‘Ze voelen zich in het begin misschien een beetje ongemakkelijk, maar ze zullen er snel aan wennen,’ vertelde een buitenlandse werknemer aan Rest of World. ‘[Foxconn] stelt hier langzaam de Chinese werkmentaliteit in.’

    Volgens arbeiders zijn Foxconn’s doelen moeilijk te bereiken. De eenentwintigjarige Jaishree begon in 2022 in de fabriek als net afgestudeerde wiskundestudent (door hoge werkloosheid in India werken veel hoogopgeleiden op de fabrieksvloer) en zei tegen Rest of World dat ze tijdens haar eerste werkweek bang was om de schroefmachine te gebruiken om de kleine schroefjes aan te draaien en dat het lastig was om het vereiste tempo bij te benen. ‘In het begin maakte ik tijdens mijn shift ongeveer 300 schroeven vast. Inmiddels doe ik er zo’n 750. Als we achterlopen, krijgen we op onze kop.’ Met zo’n hoge werkdruk moet zelfs een toiletbezoek strategisch worden ingepland. ‘Ik ga alleen tijdens de pauzes,’ zei Jaishree. ‘Als we tijdens onze shift [naar het toilet] gaan, stapelt het werk zich op.’ Een andere werknemer, Rajalakshmi, moet elk uur 526 moederborden inspecteren. De verlegen 23-jarige durft tussen de pauzes door niet weg te lopen omdat haar leidinggevende dan zou ontploffen. 

    Dan is er nog het eten. In december 2021 protesteerden duizenden Indiase Foxconn-werknemers nadat zo’n 250 collega’s voedselvergiftiging hadden opgelopen. Als reactie daarop wisselde het bedrijf van cateringservice en werd het maandsalaris van 14.000 roepies naar 18.000 roepies (€154 naar €199) verhoogd: het dubbele van het minimumloon voor ongeschoolde arbeiders in Tamil Nadu. Hoewel de Indiase kantine van Foxconn momenteel een verscheidenheid aan lokale gerechten serveert, waaronder platbroden, linzenschotels, pittige soepen en op woensdag vleesgerechten, klagen medewerkers nog altijd over de kwaliteit. ‘We eten alleen om onze honger te stillen,’ zei Padmini. Vrouwen die in de hostels van Foxconn wonen, klagen constant over de maaltijden die ze daar voorgeschoteld krijgen. ‘Soms eten ze helemaal niet.’

    Twee Chinese ingenieurs bevestigden dat ze ambulances hadden gezien die onwel geworden werknemers meenamen

    Twee Chinese ingenieurs bevestigden dat ze ambulances hadden gezien die onwel geworden werknemers meenamen en zeiden dat dit in China ongebruikelijk is, wellicht omdat vrouwen daar meer eten. Een andere ingenieur merkte op dat zijn vrouwelijke collega’s in India magerder waren dan in China. ‘Als je ze vlees geeft, eten ze het niet vanwege hun geloof,’ zei hij.

    De werkomstandigheden in de fabriek eisen hun fysieke tol. Padmini heeft last van haaruitval omdat ze een haarnet moet dragen en in gekoelde ruimtes werkt. ‘Nekpijn is het ergste van allemaal, omdat we constant voorovergebogen werken.’ Ook heeft ze last van onregelmatige menstruaties, wat ze toeschrijft aan de airconditioning en lange uren. ‘Van de meisjes met wie ik werk, hebben er zes hetzelfde probleem,’ zei ze. Meerdere werknemers zeiden dat ze regelmatig collega’s onwel zien worden. ‘Eergisteren viel een meisje flauw en werd ze naar het ziekenhuis gebracht,’ vertelde Padmini in september aan Rest of World. Diezelfde week vielen nog twee vrouwen flauw. ‘Meestal gebeurt het tijdens de eerste ploegendienst. Veel meisjes komen zonder gegeten te hebben naar werk of hebben niet goed geslapen.’ Apple weigerde commentaar te leveren. Het Tamil Nadu Labour Welfare and Skill Development Department reageerde niet op onze verzoeken.

    Hoewel Chinese werknemers nog steeds kampen met veel overuren en hoge werkdruk, zijn hun voeding, leefomstandigheden en gezondheidszorg aanzienlijk verbeterd, zegt Chan van Hong Kong Polytechnic University. Slaapgebrek, flauwvallen en onregelmatige menstruaties kwamen volgens arbeidswetenschapper Pun Ngai’s boek Made in China: Women Factory Workers in a Global Workplace ook veel voor in de beginjaren van China’s productieboom. Toch maakten de hoge salarissen van de fabrieken, gecombineerd met de kans om aan het dorpsleven en ouderlijk gezag te ontsnappen, het werk voor velen de moeite waard. Dat is nu ook het geval in Chennai. Vrouwelijke werknemers in de fabriek zeiden dat ze genoeg geld verdienden om hun ouders te overtuigen hun huwelijk uit te stellen. Twee werknemers van de iPhone-fabriek vertelden aan Rest of World dat ze hun inkomen gebruikten om huizen te bouwen in hun dorpen.

    Padmini, die nu ongeveer twee jaar in dienst is bij Foxconn, sprak over haar bedrijfsleven met het zelfvertrouwen van een ervaren fabrieksarbeider. Gekleed in een eenvoudige rode churida-kameez – een lange Indiase jurk – met een sjaal over haar schouders en metalen oorbellen vertelde ze hoe ze het leeuwendeel van haar maandelijkse inkomen apart legde om de gouden erfstukken terug te kopen die haar ouders ooit hadden verkocht. Zelf had ze onlangs haar eerste smartphone aangeschaft, een goedkope Xiaomi. Haar grootste zorg is dat ze te oud wordt voor haar werk en gedwongen wordt ontslag te nemen. Padmini en twee andere werknemers zeiden dat Foxconn voorkeur geeft aan jongere vrouwen. De 26 jaar oude werknemer gelooft dat ze een leeftijd nadert waarop het bedrijf haar te oud zou kunnen vinden. ‘Vroeger namen ze vrouwen aan tot 30 jaar, nu nog maar tot 28,’ zei ze.

    De Indiase iPhone

    Op 12 september onthulde Apple de iPhone 15 in Cupertino, Californië. De strakke reclamevideo barstte van modewoorden die de kwaliteiten van de iPhone benadrukken: ‘aluminium van luchtvaartkwaliteit,’ ‘nano-kristallijne deeltjes,’ ‘quad-pixelsensor.’ Aan de andere kant van de wereld had Foxconn Sunguvarchatram zijn missie volbracht. Tegen het einde van de zomer draaide de productielijn van de iPhone 15 op volle toeren. Het percentage defecte telefoons, een goede kwaliteitsindicator, was gedaald tot niveaus die voorheen alleen in China werden behaald, vertelden werknemers van Foxconn aan Rest of World

    Op dezelfde dag dat Apple de iPhone 15 onthulde, verzamelden Foxconn-werknemers in Sunguvarchatram zich om een puja uit te voeren voor de eerste levering. Dit hindoeritueel, gebruikelijk in de Indiase productiesector, garandeert een soepel productieproces. Voor een vrachtwagen volgeladen met nieuwe telefoons plaatsten werknemers ingelijste, met bloemenkransen versierde afbeeldingen van hindoegoden. Ook staken ze wierook aan en offerden ze bananen terwijl de nieuwsgierige buitenlandse werknemers toekeken. Aan het einde sloeg een van hen een kokosnoot en een pompoen stuk tegen de grond.

    Toen de in India gemaakte iPhone 15 in de winkels verscheen, volgde een golf van nationalistische vreugde. ‘Trots en opgewonden om de MADE IN INDIA IPHONE 15 te bezitten… #MakeInIndia,’ meldde acteur Ranganathan Madhavan op X. In de fabriek organiseerde Foxconn een feestje. Terwijl de productielijnmedewerkers zich over hun werkstations bogen, sneden de ingenieurs en het kantoorpersoneel een taart aan terwijl ze bedankt werden voor het harde werk. ‘Het was alsof we een raket hadden gelanceerd,’ zei Li. ‘Na al het onderzoek en voorbereidingen hebben we dan eindelijk die raket de lucht in gestuurd.’

    Li blijft voorlopig in India, al weet hij nog niet precies hoelang. Zowel buitenlandse als Indiase werknemers hebben aangegeven dat het in de komende jaren nodig zal zijn om Chinese ingenieurs en managers in India te houden om de fabriek efficiënt te laten draaien, en om hem voor te bereiden op de iPhone 16 en volgende modellen.

    ‘Als wij hier niet waren gekomen, was het iemand anders wel geweest’

    ‘De kennis van China komt voort uit 15 jaar fabriekswerk. Die tijd zullen wij nu moeten inhalen,’ zegt een Indiase manager van Foxconn. Volgens kenners produceerde de fabriek in Sunguvarchatram nog geen 10% van alle iPhone 15’s. Foxconn maakt de grotere Plus- en geavanceerdere Pro-modellen exclusief in China. De New York Times bericht dat het Indiase conglomeraat Tata ook een klein aantal iPhone 15’s produceert in een fabriek die onlangs van de Taiwanese fabrikant Wistron werd overgenomen. 

    Li zei dat Chinese ingenieurs bang zijn dat ze hun eigen banen overbodig maken: Op een dag zouden Indiërs zo goed kunnen worden in het maken van iPhones dat Apple en andere bedrijven geen Chinese werknemers meer nodig zouden hebben. Drie managers zeiden dat sommige Chinese werknemers niet bereid waren om naar India te gaan, omdat ze hun collega’s daar als concurrenten zagen. Volgens Li is vooruitgang echter onvermijdelijk. ‘Als wij hier niet waren gekomen, was het iemand anders wel geweest,’ zegt hij. ‘Dit is de stroom van de geschiedenis. Niemand kan het stoppen.’

    In de eerste week van oktober viel de nationale feestdag ter gelegenheid van de geboorte van Mahatma Gandhi op een maandag, wat betekende dat Foxconn-medewerkers een zeldzaam tweedaags weekend voor de boeg hadden. Li was van plan de Taj Mahal te bezoeken. Hij zou een groot deel van het weekend in bussen en vliegtuigen doorbrengen, maar dacht dat het de moeite waard zou zijn. Hij wilde het monument gezien hebben voor zijn tijd in India voorbij was.

    Maar een paar dagen voor hij zou vertrekken, moest Li zijn plannen annuleren. Het management had aangekondigd dat de fabriek moest blijven draaien om alle doelen te behalen. Zondag zou een werkdag worden.

  • Kwantumchip dwingt ons op nieuwe manieren na te denken

    Kwantumchip dwingt ons op nieuwe manieren na te denken

    Hebben wetenschappers de sciencefiction ingehaald? De nieuwe kwantumchip van Google is zo snel dat de uitvinders er maar één verklaring voor hebben: hij rekent in meerdere universums tegelijk.

    Vlak voor de jaarwisseling publiceerde Google een opzienbarende aankondiging met immense betekenis. Het ging over een computerchip met de filmische naam Willow, die kwantumcomputing gebruikt om in vijf minuten een rekentaak op te lossen waar een hedendaagse supercomputer tien quadriljoen jaar over zou hebben gedaan.

    Dit werd bekendgemaakt door Hartmut Neven, de Duitse computerwetenschapper die namens Google het Quantum Artificial Intelligence Lab in Californië leidt. Daar worden computers ontwikkeld die ons leven in de nabije toekomst fundamenteel zouden kunnen veranderen. De nieuwe snelheid is niet alleen een record, het is de tweede van de zes mijlpalen die moeten leiden tot het dagelijks gebruik van kwantumcomputers. Het record is ook een bewijs voor het bestaan van parallelle universums, schrijft Hartmut Neven in de blog van het bedrijf.

    Sciencefiction in het heden

    Op welk moment heeft het heden de toekomst ingehaald? Vroeger duurde het zo’n tien tot twintig jaar voordat de gebeurtenissen in sciencefictionfilms werkelijkheid werden. In 2002 kwam bijvoorbeeld Steven Spielbergs Minority Report uit, waarin Tom Cruise voor een eenheid werkt die misdaden kan voorspellen, zodat ze die kunnen voorkomen.Toen eerst de Amerikaanse politie en vervolgens in 2016 de autoriteiten in München en Neurenberg deze methode met behulp van kunstmatige intelligentie introduceerden als de nieuwe standaard, was de metafoor onmiddellijk voorhanden. 

    The Matrix werd in 1999 uitgebracht en anticipeerde op het verlies van de realiteit door de invloed van digitale en vooral sociale media. Rond 2015 begon het publiek zich te realiseren dat deze inderdaad een probleem vormden.

    En dan is er nog het baanbrekende sciencefictionwerk 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick. In de sleutelscène weigert boordcomputer Hal de buitendeur te openen, waardoor astronaut David Bowman niet kan terugkeren na een ruimtereis. Hal heeft ontdekt dat Bowman de machine wil uitschakelen. Maar omdat het uitvoeren van demissie belangrijker voor haar is dan een mensenleven, doodt ze bijna de volledige bemanning. Alleen Bowman overleeft. De film draaide in 1968 in de bioscoop.

    De wereld hoefde niet zo lang te wachten tot het visioen werkelijkheid werd. Een jaar later landde Apollo 11 op de maan en bewees welke rol computerwetenschap kon spelen in de ruimtevaart. De draag- en landmodules werden immers vooral door codes aangestuurd, terwijl de astronauten enkel de manoeuvres initieerden of beëindigden. Geen mens zou in staat zijn geweest om de ruimteschepen te besturen met alleen de stuwkracht van de motoren en de zwaartekracht van de planeet en de maan. Kubrick en de auteur van de oorspronkelijke roman, Arthur C. Clarke, hadden die gedachtesprong naar de superieure besturing van de programma’s al gemaakt, waardoor hun acties zonder enig bewustzijn of enige wilskracht of moraliteit werden uitgevoerd.

    Grensverleggend

    Net als de maanlanding heeft het wiskundeprobleem dat Willow nu in vijf minuten heeft opgelost, geen praktische waarde. Het ging er in de eerste plaats om dat iets mogelijk was zoals zo vaak het geval is in technologie en wetenschap. De conclusie dat dit record alleen kon worden behaald doordat Willow ook rekenkracht uit een parallel universum aanboorde, wordt door Hartmut Neven slechts tussen neus en lippen gemeld in de blog van het bedrijf.

    Tot een paar jaar geleden gold nog de Wet van Moore, die stelt dat computerchips elke achttien maanden hun snelheid verdubbelen en hun prijs halveren. Sinds componenten de grootte van individuele atomen hebben bereikt, kan dit niet langer worden volgehouden. Sinds 2019 geldt daarom de Wet van Neven, die stelt dat de prestaties van kwantumcomputers zich twee keer zo exponentieel ontwikkelen. En dat gaat het menselijke voorstellingsvermogen te boven.

    Een quadriljoen is een getal met 24 nullen en is daarom moeilijk te bevatten. Er worden altijd pogingen gedaan om grote getallen te verpakken in vergelijkingen die mensen kunnen begrijpen. Maar dat is bij miljarden al moeilijk. De meest recente poging: als je in 1751 was begonnen met het verdienen van tienduizend dollar per dag, zou je ergens dit jaar je eerste miljard hebben verdiend. Maar om 400 miljard dollar, het bedrag dat Elon Musk onlangs aantikte, te verdienen met hetzelfde dagelijkse bedrag, zouden we bijna 110.000 jaar geleden hebben moeten beginnen met sparen, aan het begin van de laatste IJstijd. 

    Maar tien quadriljoen is een heel ander getal. Google volstond met de formulering dat dit ‘een getal is dat de leeftijd van het universum ver overschrijdt’. Wat niet echt helpt, want het universum zou 13,8 miljard jaar oud zijn, en dat zou een waarde zijn met negen nullen achter de komma als je deze zou uitdrukken in procenten. Waarom zouden mensen buiten de wetenschappelijke bubbels van Californië daarin geïnteresseerd zijn?

    Is dit de eerste keer dat we rondneuzen in een wereld die niet langer de onze is?

    Ten eerste omdat dit het begin is van een tijd waarin we lijken te leven in een sciencefictionwereld. In dit geval is het kwantumrecord bovendien een goede metafoor voor de rest van het heden. Kwantumfysica volgt niet de regels waaraan we op deze planeet gewend zijn en dwingt ons om op nieuwe manieren na te denken. Er zijn deeltjes die zich dwars door het universum en zwarte gaten heen met elkaar verstrengelen om rekenkrachten te ontketenen die ver afstaan van de wonderbaarlijk logische rekenstappen van de algebra. De kunstmatige intelligentie van vandaag, die ons zo vaak overweldigt, functioneert nog steeds volgens die algebraïsche logica. Uiteindelijk automatiseert en versterkt ze het menselijk denken. Dus alles beweegt nog steeds in onze kosmos.

    Maar hoe zit het met de parallelle universums? Is dit de eerste keer dat we rondneuzen in een wereld die niet langer de onze is?

    Krachten uit een parallel universum

    Het idee van Hartmut Neven is gebaseerd op de theorieën van natuurkundige David Deutsch, die de grondlegger was van de wetenschap van het multiversum. Volgens Deutsch zijn zulke parallelle werelden lang niet alleen theoretische grootheden voor natuurkundige berekeningen, maar bestaan ze echt. Als bijvangst ontwikkelde Deutsch een theorie over verklaringsmethoden. ‘Goede verklaringen’, schreef hij, ‘zijn moeilijk te variëren omdat al hun componenten nauw met elkaar verbonden zijn. Als je één onderdeel verandert, verandert de voorspelling en ook het verklarend vermogen van een theorie. Goede verklaringen gaan verder dan alleen voorspellingen, omdat het belangrijkste doel van wetenschappelijke theorieën is om de werkelijkheid te verklaren, niet alleen om voorspellingen te doen. Omdat ze vaak betrekking hebben op niet-waarneembare processen zoals kwantumcomputers, kunnen ze mensen helpen om de diepere structuur van de werkelijkheid te begrijpen.’

    Zoals bij veel wetenschappelijke en technologische onderwerpen gaat het er dus niet zozeer om je er als leek in te verdiepen. Als je echter de basis ervan begrijpt, kun je ook beter omgaan met de nieuwe realiteiten die ze met zich meebrengen.

    Kwantumcomputers, bijvoorbeeld, kunnen worden begrepen als een overschrijding van de grenzen van het lineaire denken. In een tijdperk dat gekenmerkt wordt door steeds complexere onderlinge relaties zijn ze echter geen slecht hulpmiddel om verwarrende verschijnselen te begrijpen. Donald Trump en Elon Musk zijn de perfecte voorbeelden van onze tijd, juist omdat ze niet functioneren volgens de lineaire denkpatronen en levenswijzen uit het tijdperk van de Verlichting. Logica, rede en moraliteit zijn slechts in beperkte mate de bepalende factoren van ons heden.

    Het is nog niet zo lang geleden dat deze benadering, en de bijbehorende cognitieve overbelasting, in een verhaal werden verwerkt. Bijna drie jaar geleden won Everything Everywhere All At Once zeven Oscars voor zijn krachttoer door parallelle universums met hun bizarre causale ketens. Deze film is een heel goede beschrijving van het heden. En ook een heel goede uitleg van de kwantumwereld.

  • Wat betekent de komst van DeepSeek nou echt voor AI?

    Wat betekent de komst van DeepSeek nou echt voor AI?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar DeepSeek. Het Chinese AI-model heeft de afgelopen weken veel stof doen opwaaien. Wat maakt DeepSeek zo bijzonder en wat betekent het voor de wereldwijde AI-race?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Wat maakt DeepSeek zo bijzonder?

    De Chinese startup DeepSeek, die zich richt op chatbots en AI-technologieën die vergelijkbaar zijn met OpenAI’s ChatGPT en Google’s Gemini, zorgde op 20 januari voor een ongekende doorbraak. ‘De lancering van een nieuw AI-model veroorzaakt normaal gesproken niet veel opschudding buiten de technologiesector, noch schrikt het beleggers genoeg af om 1 miljard dollar van de aandelenmarkt weg te vagen’, aldus Technology Review. Toch kreeg DeepSeek het voor elkaar.

    In de afgelopen jaren heeft het bedrijf verschillende grote taalmodellen uitgebracht. Dus wat maakte deze doorbraak zo bijzonder? ‘Toen DeepSeek zijn DeepSeek-V3-model introduceerde, evenaarde het de capaciteiten van de beste chatbots van Amerikaanse bedrijven zoals OpenAI en Google. Dat was al indrukwekkend, maar het team achter het nieuwe systeem onthulde later een nog grotere troef’, schrijft The New York Times. DeepSeek zegt dat ze slechts een fractie hebben gebruikt van de computerchips die altijd nodig werden geacht. Waar ’s werelds beste bedrijven hun chatbots trainen met supercomputers die zestienduizend chips of meer gebruiken, hadden de ontwikkelaars van DeepSeek er slechts tweeduizend nodig. Aandelen van de chipfabrikant Nvidia kelderden door deze onthulling met 17 procent, aldus BBC. Later die week herstelde de koers zich gedeeltelijk.

    ‘Mogelijk hebben Amerikaanse pogingen om China’s AI-sector te beperken bijgedragen aan DeepSeeks doorbraak’

    ‘Ironisch genoeg hebben Amerikaanse pogingen om China’s AI-sector te beperken mogelijk bijgedragen aan DeepSeeks doorbraak’, schrijft Financial Times. Doordat Washington vanaf 2022 exportcontroles oplegde aan geavanceerde Amerikaanse chips, werd het bedrijf gedwongen innovatieve manieren te vinden om meer voordelen te halen uit minder geavanceerde chips. De oprichter van DeepSeek, Liang Wenfeng, heeft naar verluidt een voorraad Nvidia-A100-chips aangelegd voordat de exportcontroles ingingen. Sommige experts geloven dat hij deze chips heeft gecombineerd met goedkopere, minder geavanceerde chips, wat resulteerde in een veel efficiënter trainingsproces. DeepSeek gebruikt ook minder geheugen en minder energie dan zijn rivalen, schrijft BBC.

    De kosten van het AI-model zijn dus revolutionair laag. ‘DeepSeek slaagde erin om een zeer krachtig AI-model te maken met veel minder geld dan veel AI-experts voor mogelijk hielden’, schrijft The New York Times. De ontwikkelaars beweren dat het 6 miljoen dollar (4,8 miljoen euro) kostte om het model te trainen, een fractie van het bedrag van ‘meer dan 100 miljoen dollar’ dat OpenAI-baas Sam Altman ooit heeft neergeteld. 

    Welke kritiek krijgt DeepSeek?

    Het is de eerste keer dat een Chinees AI-model zoveel populariteit heeft gegenereerd, en de snelle opkomst van DeepSeek roept verschillende vragen op.

    Net als veel andere Chinese AI-modellen – Baidu’s Ernie of Doubao van ByteDance – is DeepSeek getraind om politiek gevoelige vragen te vermijden, aldus de BBC. ‘Toen de BBC de app vroeg wat er op 4 juni 1989 op het Tiananmenplein, ook wel bekend als het Plein van de Hemelse Vrede, was gebeurd, gaf DeepSeek geen details over het bloedbad. Het is een taboeonderwerp in China, dat onderhevig is aan overheidscensuur.’ 

    Volgens Sean Thomas in The Spectator is censuur van AI-modellen niet eigen aan China. ‘Alle toonaangevende AI’s zijn bevooroordeeld. Ze censureren, negeren en ontwijken allemaal lastige vragen – ze verschillen alleen in wat ze precies gevoelig vinden liggen, afhankelijk van de cultuur waarin ze zijn gecreëerd.’ Westerse AI-modellen censureren volgens hem op andere manieren. ‘Toen Gemini begin vorig jaar opnieuw werd gelanceerd, was het zo woke dat het bleef volhouden dat de helft van de Amerikaanse Founding Fathers zwart was. Dat is ook misleidend.’

    ‘Als we Chinese AI in het Westen laten floreren, lopen we het risico dat we de privacy of veiligheid ondermijnen’

    Bovendien zijn er zorgen over de cybersecurity omtrent DeepSeek. ‘Omdat het een Chinees bedrijf is, bepaalt de wet van het land dat alle gegevens die worden gedeeld op mobiele en webapps toegankelijk zijn voor de Chinese inlichtingendiensten. Dat baart enige zorgen over de nationale veiligheid’, legt Euronews uit. Ross Burley van de Britse ngo Centre for Information Resilience waarschuwt: ‘Als we Chinese AI in het Westen laten floreren, lopen we niet alleen het risico dat we de privacy of veiligheid ondermijnen; het zou onze samenlevingen fundamenteel kunnen veranderen.’

    Soortgelijke zorgen hebben al tot concrete acties geleid: Taiwan, Nederland, Zuid-Korea, Australië en de Amerikaanse staat New York hebben DeepSeek verboden voor ambtenaren. De Belgische, Ierse en Franse gegevensbeschermingsautoriteiten hebben expliciet gevraagd om meer inzicht over hoe DeepSeek omgaat met persoonlijke informatie van gebruikers.

    Er zijn ook vragen over de ontwikkelmethoden van het Chinese AI-model. OpenAI beweert bewijs te hebben dat DeepSeek is getraind op de output van OpenAI’s eigen modellen – iets wat volgens de gebruiksvoorwaarden niet is toegestaan, hoewel het volgens Financial Times een praktijk is die ook door Amerikaanse bedrijven wordt toegepast.

    Hoe verandert DeepSeek het AI-landschap?

    Sinds eind 2022, toen OpenAI de AI-revolutie ontketende, was de algemene overtuiging dat krachtige AI-systemen alleen gebouwd kunnen worden met miljarden dollars aan investeringen in specialistische chips. Dit zou betekenen dat alleen de grootste techbedrijven – Microsoft, Google en Meta, allemaal gevestigd in de VS – de middelen hadden om toonaangevende AI te ontwikkelen. ‘Het is nu duidelijk geworden dat ook andere bedrijven, niet alleen grote spelers als OpenAI, dit soort systemen kunnen bouwen,’ verklaart Tim Dettmers, onderzoeker bij het Allen Institute for Artificial Intelligence en hoogleraar computerwetenschappen aan Carnegie Mellon University, in The New York Times. ‘DeepSeek gebruikte methoden die iedereen kan reproduceren.’

    Wei Sun, hoofdanalist AI bij Counterpoint Research, bevestigt dit op de BBC: ‘DeepSeek heeft aangetoond dat geavanceerde AI-modellen ontwikkeld kunnen worden met beperkte rekenkracht. Dit zet OpenAI, met een waardering van 157 miljard dollar, onder druk: kunnen zij hun voorsprong behouden en het hoge prijskaartje rechtvaardigen zonder substantiële inkomsten?’

    Volgens Acemoglu is de vraag nu of de Amerikaanse industrie andere, ‘nog gevaarlijkere’ blinde vlekken heeft

    Deze ontwikkeling heeft dus vooral de Amerikaanse AI-sector wakker geschud. ‘Misschien was dat ook wel nodig’, schrijft Daron Acemoglu in Project Syndicate: ‘Vóór 20 januari hielden Amerikaanse bedrijven vast aan hun traditionele aanpak van grote taalmodellen.’ Ze focusten zich volgens hem vrijwel uitsluitend op chatbots en systemen die menselijke taken moesten nabootsen en waren niet bereid alternatieven te overwegen voor de manieren waarop het AI-model werd getraind. Hoewel DeepSeeks benadering vergelijkbaar is, gebruikt het bedrijf slimmere en efficiëntere technieken. Volgens Acemoglu is de vraag nu of de Amerikaanse industrie andere, ‘nog gevaarlijkere’ blinde vlekken heeft. ‘Zien de toonaangevende Amerikaanse techbedrijven bijvoorbeeld een kans over het hoofd om modellen te maken waarin de belangen van de mens centraler staan? Ik vermoed van wel, maar de tijd zal het leren.’

    Volgens Foreign Policy valt er weinig definitiefs te zeggen over een technologierace die zich zo snel ontwikkelt. ‘De efficiëntiewinst van DeepSeek daagt bestaande aannames over de wereldwijde AI-race uit en kan de concurrentieverhoudingen onverwacht veranderen.’ Het tijdschrift verwacht dat zowel Amerikaanse als regionale spelers zich snel in de strijd zullen mengen, wat zal leiden tot meer concurrentie en meer innovatie. ‘Met meer modellen en prijspunten dan ooit is één ding zeker: de wereldwijde AI-race is nog lang niet voorbij, en veel kronkeliger dan iedereen dacht.’

  • Hoe Europa slaapwandelt richting de vergetelheid

    Hoe Europa slaapwandelt richting de vergetelheid

    De wereld wordt herschapen naar het beeld van Silicon Valley, terwijl Europa vanaf de zijlijn toekijkt. Zonder ingrijpende veranderingen dreigt het continent achterop te raken in de race.

    Je kunt de recente geschiedenis van de Europese economie in twee cijfers uitdrukken.

    In 1992, gecorrigeerd naar koopkracht, betekende een bbp per hoofd van de bevolking van 44.933 dollar (35.530 pond) dat de gemiddelde Duitser iets beter af was dan de gemiddelde Amerikaan, met een voorsprong van 257 dollar.

    In 2024 heeft de Amerikaan bijna 12.000 dollar voorsprong. De economische mislukking van Duitsland is schokkend als je haar op zichzelf bekijkt. In het kader van de bredere stagnatie in Europa, schetst ze het verhaal van een tragisch continent.

    In 2008 was het Amerikaanse bbp per hoofd van de bevolking iets meer dan 14.000 dollar hoger dan dat van de EU. In 2023 is het bijna 20.000 dollar hoger. De VS zijn met 21 procent gegroeid; de EU, met alle voordelen van inhaalgroei over een groter gebied, met 15 procent. Ondanks het feit dat er 100 miljoen mensen meer wonen, is de economie van de EU nu kleiner in waarde dan die van de VS. De voorsprong die in 1990 nog meer dan 3 biljoen dollar bedroeg, is in 2020 verkwanseld.

    Sterfelijk

    Voor een generatie Europese politici is het concept van ‘strategische autonomie’ – het vermogen van de EU om als geheel op te treden zonder afhankelijk te zijn van andere landen – van symbolisch belang geworden.

    In de krachtige bewoordingen die we gewend zijn verklaarde de Franse president Emmanuel Macron eerder dit jaar dat ‘ons Europa sterfelijk is. Het kan sterven, en alles hangt af van onze keuzes.’ De periode waarin ‘de EU haar energie en kunstmest van Rusland kocht, haar productie aan China uitbesteedde en voor haar veiligheid afhankelijk was van de VS’, was voorbij, aldus de president.

    Maar om deze visie op onafhankelijkheid te verwezenlijken, moet Europa in staat zijn om voor zijn eigen leger te zorgen, zijn eigen industrie op te bouwen en zijn eigen concurrentievermogen op nieuwe gebieden te behouden. Europa moet niet langer simpelweg meeliften op de Verenigde Staten, die een onoverbrugbare voorsprong hebben op het gebied van de technologieën van de toekomst.

    Neem bijvoorbeeld AI. De Europese Rekenkamer heeft beweerd dat de resultaten van Europa’s inspanningen op dit gebied ‘waarschijnlijk het pad zullen bepalen van de toekomstige economische ontwikkeling van de EU’. En in de eerste helft van 2024 slaagde de EU erin om 6 procent van de 35 miljard dollar die wereldwijd in startende AI-bedrijven werd gestoken, naar zich toe te trekken.

    Haar beste onderzoekers en meest veelbelovende studenten hebben de vervelende gewoonte om naar de VS te vertrekken. En de rest van de technologiesector doet het niet veel beter.

    Europese bedrijven worden zwaar belast door de regeringen en instellingen die juist hun belangen zouden moeten beschermen. Dit begint al bij de energiekosten. Na aftrek van belastingen betalen Duitse bedrijven bijna 22 cent per kilowattuur voor elektriciteit, Franse bedrijven betalen een vergelijkbaar bedrag, terwijl Italiaanse bedrijven 26 cent per kilowattuur moeten neerleggen. Ter vergelijking: hun Amerikaanse concurrenten betalen slechts 8 cent.

    Bij deze verhoudingen maakt het niet echt uit of je een ouderwets industrieel bedrijf bent of juist in de voorhoede van de softwaresector zit. Energie is na grondstoffen de duurste input voor autofabrikanten (en op zijn beurt een belangrijke input voor de verwerking van materialen). Voor datacenters – of het nu gaat om AI-tools of klantbeheersystemen – is energie goed voor 46 à 60 procent van de bedrijfskosten.

    Sommige landen lijken totaal blind te zijn voor de omvang van het probleem

    Maar terwijl Donald Trump het heeft over het aanboren van koolwaterstoffen en het halveren van de energieprijzen, is Europa nog steeds vooral gericht op decarbonisatie en de groene economie.

    Voorstanders beweren dat de energieprijzen hierdoor zullen dalen, vooral gezien de onderbreking van de levering van Russisch gas – en hoe minder er gesproken wordt over de blunders op het gebied van buitenlands beleid die in de eerste plaats geleid hebben tot de afhankelijkheid van die levering, hoe beter. Maar terwijl het effect op groothandelsprijzen op heldere, zonnige dagen duidelijk is, lijkt het effect van plotselinge kostenpieken dat minder te zijn.

    De recente ‘dunkelflaute’ in Duitsland – een reeks windstille, sombere dagen – stuwde de elektriciteitsprijs voor een korte periode naar 800 euro per megawattuur. Voor bedrijven die niet kunnen kiezen wanneer ze hun klanten willen bedienen, of waarvoor de mogelijkheid om de productie op en af te schalen beperkt is, is dit niet ideaal.

    Bovendien lijken sommige landen totaal blind te zijn voor de omvang van het probleem. In een verbijsterende daad van zelfverwonding heeft Duitsland vorig jaar drie werkende kerncentrales gesloten. Het contrast in aanpak met Amerika, waar het energiehongerige Microsoft de heropening van stilgelegde eenheden op Three Mile Island wil financieren – de thuisbasis van het meest beruchte civiele kernongeval in de Amerikaanse geschiedenis – kan niet schriller zijn.

    Bovenop de energiekosten hebben Europese regelgevers de vervelende gewoonte om bedrijven die proberen te groeien met bureaucratische rompslomp op te zadelen. Zoals de voormalige president van de Europese Centrale Bank (en Italiaanse premier) Mario Draghi aangeeft, heeft de EU tussen 2019 en 2024 13.000 stukken wetgeving aangenomen, de wetten van de afzonderlijke lidstaten niet meegerekend. De VS daarentegen hebben er ongeveer 5500 aangenomen. Draghi merkt op dat in Denemarken, tussen Brussel en Kopenhagen, het aantal regels waar bedrijven mee te maken krijgen tussen 2001 en 2023 met 63 procent is gestegen.

    Voor startende bedrijven kunnen deze wetten bijzonder hinderlijk zijn. Vooral de nieuwe AI-wet kan een remmend effect hebben op bedrijven die producten willen ontwikkelen in de EU en bedrijven die nog winst moeten maken, opzadelen met nalevingskosten. De veel gehate GDPR is niet veel beter.

    Herschapen

    Dit alles tot grote frustratie van sommigen in Europa. Het huidige Hongaarse voorzitterschap van de Raad van de EU heeft herhaaldelijk geprobeerd om de aandacht van het blok te vestigen op het onvermogen om groei te bewerkstelligen. De Verklaring van Boedapest die eerder deze maand door de EU-leiders werd ondertekend – in navolging van het rapport van Draghi – zet een reeks stappen uiteen die erop gericht zijn om ‘bedrijven te laten bloeien zonder buitensporige regelgeving’.

    Om dit te bereiken moet de EU echter fundamenteel worden geherstructureerd. Regelgeving is vast verankerd in het zelfbeeld van de EU en sommige beleidsmakers hebben zelfs bewust het idee omarmd dat het blok een ‘supermacht op het gebied van regelgeving’ is. Door gebruik te maken van de aanzienlijke omvang van de Europese markt hopen ze bedrijven overzee over te halen om de regels uit Brussel te volgen, de belangen van het blok te behartigen en een aantal van de voordelen van economische dynamiek te bieden zonder het zware werk.

    Deze aanpak heeft gemengde resultaten opgeleverd. Sommige Europese standaarden zijn wereldwijd overgenomen en het blok is in staat geweest hoge boetes op te leggen aan Amerikaanse bedrijven die de regels zouden hebben overtreden.

    Tegelijkertijd heeft Nvidia ruwweg dezelfde beurswaarde als de achttien grootste EU-bedrijven samen, lijkt de technologiesector van het blok op sterven na dood, met uitzondering van semaglutidefabrikant Novo Nordisk, Spotify en de Nederlandse machinebouwer ASML, en wordt de wereld herschapen naar het beeld van Silicon Valley terwijl de EU vanaf de zijlijn toekijkt.

    Ondanks alle mooie woorden zal de EU geen ‘strategische autonomie’ hebben als ze eindigt als de romp van een door China gedomineerd continent of als een aanhangsel van een grotere Amerikaanse invloedssfeer – een bekoorlijk, economisch stagnerend themapark voor rijke toeristen.

    Om dat scenario te vermijden zijn binnenlandse capaciteiten nodig – in plaats van rivalen weg te laten lopen met technologische ontwikkelingen die de wereld vormgeven – en een betekenisvolle economische groei.

  • Estland loopt voorop in de digitalisering van overheidsdiensten

    Estland loopt voorop in de digitalisering van overheidsdiensten

    Met een robuuste e-identiteit, e-bestuur en e-gezondheidszorg is Estland een pionier op het gebied van digitalisering. Wat kunnen we leren van de Baltische staat?

    Toekomstvisies staan bol van de geïmplanteerde microchips, robots op nanoschaal en cryogene vrieskisten waarin mensen hun levens kunnen verlengen. Maar de werkelijkheid is nog beter: de toekomst is een lege mailbox.

    In het Estland van vandaag leven de mensen al in die toekomst. De kleine Baltische staat met slechts 1,3 miljoen inwoners wordt beschouwd als pionier op het gebied van digitalisering. Volgens de EU-commissie is Estland wereldleider, met name in de digitalisering van overheidsdiensten.  Overheden communiceren vrijwel uitsluitend online met burgers, net als particuliere bedrijven. Dit is mogelijk dankzij het digitale identiteitssysteem dat met e-ID werkt: een identiteitskaart met een chip en een persoonlijk nummer, die sinds 2002 verplicht is.

    Hoe ziet die digitalisering eruit in het dagelijks leven? Drie voorbeelden illustreren wat de rest van Europa van hen kan leren.

    1. Belastingaangifte

    Neemt het invullen van een aangiftebiljet vaak uren in beslag, Estlanders hebben er gemiddeld 3 minuten voor nodig. Belastingaangifte was de eerste dienst die online werd aangeboden, in 1999. Tegenwoordig geeft 98 procent van de bevolking zijn inkomen online op.

    Om de website van de belastingdienst te gebruiken moeten inwoners eerst hun identiteit digitaal verifiëren. In de virtuele wereld functioneert identificatie overal op dezelfde manier, ongeacht of iemand wil inloggen bij een belastingkantoor of bank, een factuur wil inzien op de website van een telefoonaanbieder of wil nagaan hoeveel punten hij heeft gespaard bij de supermarkt. Er zijn drie opties waaruit de inwoners kunnen kiezen.

    Gebruikers kunnen zichzelf identificeren met een fysieke identiteitskaart door een kaartlezer met de computer te verbinden en gebruik te maken van speciale software. De identificatie kan ook worden gedaan middels de mobiele ID-technologie, een speciale simkaart die bij telefoonmaatschappijen verkrijgbaar is, of met een app, smart ID geheten. Voor alle drie de varianten moet je een pincode invoeren.

    De reden dat de aangifte zo snel gaat is dat Estlanders feitelijk niets hoeven in te vullen. Estland hanteert het ‘éénmalig’-principe. Dit betekent dat informatie over een persoon slechts door één overheidsinstantie mag worden verzameld. Bijvoorbeeld: alleen de lokale gemeentelijke overheid mag een adres vragen, de belastingdienst moet deze informatie opvragen bij het register van de burgerlijke stand. Dit voorkomt verdubbeling van data-opslag en onnodige bureaucratie. En het bespaart een heleboel tijd.

    Maar hoe worden data uit een individueel register dan overgebracht naar een belastingaangifte? En is die data-uitwisseling echt veilig? 

    Belastingontduiking is vrijwel onmogelijk in Estland

    Erika Piirmets is consultant voor digitale transformatie bij E-Estonia, een informatiecentrum van de overheid. ‘Er is geen superdatabase waarin alle informatie is opgeslagen,’ legt ze uit. ‘In plaats daarvan slaat elke dienst de data die het verzamelt op in een eigen register.’ Decentrale opslag maakt het hackers moeilijker om in het systeem in te breken. Maar de overdracht van data houdt ook risico’s in, omdat overheden moeten garanderen dat onbevoegde personen onderweg geen inzage kunnen hebben in de informatie of die kunnen wijzigen.

    Sinds 2001 gebruikt het land een in Estland ontwikkeld platform dat X-road heet, en dat informatie in versleutelde vorm overbrengt voor het dataverkeer tussen de registers. De belastingdienst heeft via X-road toegang tot de registers van de burgerlijke stand, van bedrijven en van arbeidsbureaus. Er zit geen ambtenaar voor een computerscherm belastingaangiftes in te vullen; data zoals de naam, het adres en het salaris worden automatisch ingevoerd in het formulier. Via X-road worden jaarlijks twee biljoen transacties uitgevoerd. Estland gaat er prat op dat X-road de burgers elk jaar 1,345 jaar werktijd bespaart. Het is moeilijk te checken of dit waar is, maar dat het systeem voordelen heeft moge duidelijk zijn.

    Bovendien is belastingontduiking vrijwel onmogelijk in Estland. Ook wordt belastingaftrek automatisch berekend. ‘Het enige wat ik nog zelf moet invoeren zijn privé-investeringen, omdat de belastingdienst natuurlijk geen inzage heeft in mijn bankrekening,’ zegt Piirmets.

    2. Bezoek aan de dokter

    Je hebt al een paar dagen koorts, je bent benauwd en je hoofd klopt. Wat je in deze situatie niet wilt horen is: ‘Een ogenblikje geduld alstublieft. Al onze medewerkers zijn in gesprek.’ Toch komt in veel landen anno 2024 wie een dokter zoekt, automatisch in de wachtrij terecht.

    Online afspraken regelen is standaard in Estland. Inwoners kunnen inloggen bij de kliniek of de website van de dokter met hun identiteitskaart, hun mobiele ID of smart-ID, zoals eerder beschreven. Als ze in de praktijk aankomen hoeven ze geen formulieren in te vullen. Telefoonnummers, adressen en gegevens van de verzekering zitten al in het systeem. De dokter kent ook alle relevante gegevens – behalve de huidige gezondheidstoestand van de patiënt, die uiteraard onderzocht moet worden. Patiëntendossiers zijn sinds 2008 elektronisch.

    Door in te loggen in het gezondheidsportaal kunnen patiënten bovendien door hun eigen medische geschiedenis scrollen, waarin alle doktersbezoeken en diagnoses worden bijgehouden. Ook de doktersrecepten zijn hier opgeslagen. Inwoners hoeven in om het even welke Estse apotheek alleen hun identiteitskaart te overleggen om de voorgeschreven medicatie te krijgen. 

    Elke digitale transactie laat een spoor achter. Dit betekent dat niemand ongemerkt kan bespioneren

    Gegevens over gezondheid behoren tot de gevoeligste privé-informatie. Hoe kunnen Esten zo veel vertrouwen hebben in de staat en de mensen van de gezondheidszorg?

    ‘Het is geen kwestie van vertrouwen, maar van transparantie,’ zegt Piirmets. Ter illustratie logt ze in bij het burgerdashboard. Data, namen en links naar registers verschijnen in een lijst. Via dit platform kunnen inwoners alle data bekijken die over hen zijn opgeslagen. En, nog belangrijker, ze kunnen zien wie er toegang toe heeft gehad. Elke digitale transactie laat een spoor achter. Dit betekent dat niemand ongemerkt kan bespioneren – een risico dat altijd bestaat bij fysieke databestanden.

    Bij wijze van voorbeeld haalt Piirmets het geval aan van Michael Schumacher. Toen deze voormalig autocoureur behandeld werd in een ziekenhuis in Zwitserland, lekte iemand zijn medische dossier naar de media. De schuldige werd nooit gevonden omdat het onmogelijk bleek te achterhalen wie toegang had gehad tot de informatie. ‘Wij hadden hier in Estland een paar jaar geleden een soortgelijk geval. Het verschil was dat het, dankzij de datatracker, onmiddellijk duidelijk was wie het dossier had ingezien,’ zegt Piirmets. ‘Die persoon werd ontslagen en kreeg een levenslang verbod om in de gezondheidszorg te werken.’

    3. Een rampdag

    Digitale diensten zijn standaard in Estland, maar niemand wordt gedwongen om online met de autoriteiten om te gaan. Ruim 80 procent van de 16- tot 64-jarigen doet het vrijwillig. De digitalisering is in alle gebieden van het leven doorgedrongen. Contracten worden digitaal getekend, parkeergeld wordt per app betaald en tijdens festivals werkt het inleversysteem voor bierglazen via QR-codes.

    Waarom nu juist Estland zo snel heeft gedigitaliseerd is tenminste deels te verklaren vanuit de geschiedenis van het land. Toen Estland in 1991 uit de Sovjet-Unie stapte, moest de staat van de grond af aan opnieuw worden opgebouwd. Er was niet genoeg geld of personeel om traditionele bureaucratische structuren te herstarten. ‘En we moesten de corruptie uitroeien,’ zegt Piirmets.

    Het grootste gevaar in de digitalisering komt niet per se van hackers, maar van de gebruikers zelf

    De digitalisering heeft de transparantie verhoogd, maar brengt ook risico’s met zich mee. Op 27 april 2007 vielen Russische hackers Estland aan – met beperkt succes. De cyberaanval legde de websites van verschillende banken twee uur lang plat, en om redenen van staatsveiligheid haalde de regering haar online diensten offline. Er werden geen data gestolen, maar de gebeurtenis had wel een schokeffect. Sindsdien is er veel geïnvesteerd in cybersecurity. In 2017 openden Estland een data-ambassade in Luxemburg De belangrijkste data en systemen zijn daar gestald als back-up voor het geval servers in Estland worden vernietigd.

    Maar het grootste gevaar in de digitalisering komt niet per se van hackers, maar van de gebruikers zelf. ‘Het digitale identiteitssysteem is nooit gehackt,’ zegt Piirmets. Maar er zijn wel een paar gevallen geweest van pincodes die in verkeerde handen vielen, voegt ze eraan toe. ‘Mensen zijn uiteindelijk de zwakste schakel.’

    Lessen

    Volgens berekeningen van de Wereldbank bespaart het gebruik van digitale handtekeningen de Estlanders vijf dagen per jaar. Ook dit is moeilijk te verifiëren. Maar het is een feit dat digitalisering het dagelijks leven vergemakkelijkt en de bureaucratie vermindert – en het is zeker goedkoper.

    De belangrijkste reden dat digitalisering op deze schaal maar moeizaam op gang is gekomen, is een gebrek aan begrip. De angst voor datadiefstal domineert het mediadebat. Toch is een analoge staat niet veiliger dan een digitale. Papieren archieven kunnen worden bekeken, gekopieerd en gedistribueerd zonder dat iemand het merkt. In de virtuele ruimte laat elke inzage en elke actie sporen achter. Misbruik kan niet worden voorkomen, maar wel worden bestraft. Dankzij digitalisering krijgen de burgers weer controle over hun data.

    Transparantie is de belangrijkste factor in het succes van Estlands digitale diensten. Geen enkel systeem is volkomen veilig voor hackers, maar in Estland informeren de autoriteiten de bevolking preventief over mogelijke gevaren. Dit was bijvoorbeeld het geval in 2017, toen er kwetsbaarheden werden ontdekt in de beveiliging van de nieuwste ID-kaarten. Maar noch deze problemen, noch de aanval van Russische hackers in 2007 zorgde voor een ondermijning van het publieke vertrouwen in het systeem.

    Den digitale samenleving behoeft niet alleen technische oplossingen, maar vooral burgers die bereid zijn om ze te gebruiken

    Het tempo van de digitalisering in verschillende landen wordt vergeleken door uiteenlopende indicatoren te gebruiken die van studie tot studie verschillen. Volgens de EU-commissie maken Denemarken, Finland en Zweden goede vorderingen. Als het gaat om zaken als menselijk kapitaal (human resources) en connectiviteit lopen ze zelfs voor op de Baltische staten. Duitsland blijft achter, vooral wat betreft de digitalisering van overheidsdiensten, maar is nog altijd een stuk verder dan landen als Roemenië, Bulgarije of Griekenland, die op alle gebieden achterlopen.

    Deze landen zullen niet in staat zijn de achterstand snel in te halen. Dat moeten ze ook niet proberen. De geschiedenis van Estland leert ons namelijk dat een digitale samenleving niet alleen technische oplossingen behoeft, maar eerst en vooral burgers die bereid zijn om ze te gebruiken. Om dat te bereiken moeten ze een zeker minimumniveau van digitale kennis bezitten en de voordelen voor zichzelf inzien – zoals in drie minuten klaar zijn met je belastingaangifte.

  • Oorlog en vrede in het tijdperk van kunstmatige intelligentie

    Oorlog en vrede in het tijdperk van kunstmatige intelligentie

    In tegenstelling tot mensen wordt kunstmatige intelligentie niet gedreven door emoties als triomf of eerzucht. Wat zal het voor de wereld betekenen als machines strategie en staatkunde gaan bepalen?

    Of het nu gaat om de herijking van militaire strategieën of het wijzigen van de diplomatische koers, kunstmatige intelligentie zal een belangrijke rol gaan spelen in de wereldorde. Het zal worden ingezet om oorlogen te voeren en om ze te beëindigen. Omdat AI immuun is voor angst en onderlinge gunsten, krijgen we hier te maken met een bepaalde mate van objectiviteit. Maar hierbij moet de menselijke subjectiviteit worden behouden, aangezien deze essentieel is om op verantwoorde wijze geweld uit te oefenen. 

    De eeuwenlange inspanning van de mensheid om zichzelf te organiseren in steeds complexere structuren en daarmee te voorkomen dat één staat absolute dominantie over anderen verwerft, lijkt een bijna onwrikbare natuurwet te zijn geworden. Zelfs in een wereld waarin kunstmatige intelligentie een centrale rol speelt bij het informeren, adviseren en ondersteunen van besluitvorming, blijven mensen de belangrijkste actoren. Staten zouden daardoor een zekere mate van stabiliteit kunnen behouden, gebaseerd op gedeelde gedragsnormen die voortdurend evolueren en zich aanpassen aan de veranderende dynamiek van de tijd.

    Bij machines ontbreekt ieder gevoel voor triomf of eerzucht

    Als AI evolueert tot een vrijwel autonome verzameling politieke, diplomatieke en militaire entiteiten, zou dat het eeuwenoude machtsevenwicht ingrijpend kunnen verstoren. Het internationale systeem van natiestaten, met zijn fragiele en voortdurend verschuivende balans, is deels overeind gebleven door de relatieve gelijkwaardigheid van de betrokken spelers. Een wereld waarin ernstige asymmetrie ontstaat – bijvoorbeeld doordat sommige staten AI op topniveau sneller adopteren dan anderen – zou echter aanzienlijk onvoorspelbaarder worden. In situaties waarin mensen militair of diplomatiek moeten opboksen tegen een AI-geavanceerde staat, of zelfs tegen AI zelf, zouden zij mogelijk niet alleen hun concurrentievermogen verliezen, maar ook hun overlevingskansen in gevaar zien komen. Zo’n tussenfase zou kunnen leiden tot een interne ineenstorting van samenlevingen en een ongecontroleerde toename van externe conflicten.

    Andere toekomstscenario’s zijn er te over. Waar mensen eeuwenlang oorlogen hebben gevoerd om te winnen, eer te verdedigen of macht te claimen, ontbreekt bij machines ieder gevoel voor triomf of eerzucht. Zij zouden bijvoorbeeld kunnen besluiten om conflicten te vermijden door grondgebied precies te herverdelen via complexe berekeningen. Maar net zo goed kunnen ze, onverschillig voor individuele levens, strategieën kiezen die leiden tot bloedige uitputtingsoorlogen in hun streven naar een doel. In het ene geval zou de menselijke soort zo getransformeerd kunnen worden dat het brutale gedrag uit het verleden volledig wordt achtergelaten. In het andere geval worden we zo overmeesterd door de technologie dat ze ons doet terugkeren naar een barbaars tijdperk.

    Het AI-veiligheidsdilemma

    Veel landen zijn volledig gericht op het winnen van de ‘AI-race’. Die focus is deels te begrijpen. Factoren als cultuur, geschiedenis, communicatie en perceptie hebben samen geleid tot een diplomatiek klimaat waarin grootmachten elkaar voortdurend met argwaan en onzekerheid bekijken. Leiders zijn ervan overtuigd dat een steeds groter tactisch overwicht doorslaggevend kan zijn in toekomstige conflicten – en zien in AI precies dat cruciale voordeel.

    Als elk land eropuit is zijn positie te maximaliseren, ontstaat een klimaat waarin rivaliserende strijdkrachten en inlichtingendiensten verwikkeld raken in een psychologische strijd van ongekende intensiteit. Dit schept een existentieel veiligheidsdilemma. Een menselijke speler die de beschikking krijgt over superintelligente AI – een theoretische vorm van AI die de menselijke intelligentie overstijgt – zal waarschijnlijk als eerste prioriteit hebben om te voorkomen dat anderen toegang krijgen tot deze machtige technologie. Tegelijkertijd zal deze speler aannemen dat zijn rivalen, gedreven door dezelfde onzekerheden en uitdagingen, precies hetzelfde proberen te doen.

    Zonder de noodzaak voor fysieke oorlog zou een superintelligente AI gemakkelijk de systemen van een rivaal kunnen ondermijnen en blokkeren. AI heeft het potentieel om conventionele computervirussen ongelooflijk krachtig te maken en ze vrijwel onzichtbaar te verbergen. Net als gebeurde met de Stuxnet-worm, het cyberwapen dat in 2010 werd ontdekt en naar verluidt een vijfde van de uraniumcentrifuges in Iran vernietigde, zou een AI-agent de voortgang van een tegenstander kunnen saboteren zonder dat zijn eigen aanwezigheid zichtbaar wordt. Dit zou wetenschappers aan de vijandige kant in verwarring brengen. Bovendien zou AI in staat zijn om de zwakheden in de menselijke psychologie te manipuleren, bijvoorbeeld door de media van een concurrerende natie te kapen en een vloedgolf van synthetische desinformatie te verspreiden. Dit zijn zulke verontrustende scenario’s dat ze massaal verzet oproepen tegen de verdere ontwikkeling van AI-technologie in dat land.

    Het zal voor landen steeds moeilijker worden om een helder beeld te krijgen van hun positie in de AI-race ten opzichte van andere landen

    Het zal voor landen steeds moeilijker worden om een helder beeld te krijgen van hun positie in de AI-race ten opzichte van andere landen. De grootste AI-modellen worden nu al getraind op beveiligde netwerken die volledig zijn afgescheiden van het reguliere internet. Sommige leiders geloven dat de ontwikkeling van AI uiteindelijk zal verschuiven naar ondoordringbare faciliteiten, waar supercomputers worden aangedreven door kernreactoren. Er worden zelfs datacenters gebouwd op de oceaanbodem, en in de nabije toekomst zouden ze in banen rond de aarde geplaatst kunnen worden. Landen of bedrijven zouden steeds vaker ‘op zwart’ kunnen gaan, door hun AI-onderzoek niet meer openbaar te maken, niet alleen om te voorkomen dat kwaadwillenden profiteren van hun werk, maar ook om de snelheid van hun eigen vooruitgang te verbergen. Om hun werkelijke vorderingen te maskeren, zouden anderen zelfs opzettelijk misleidend onderzoek kunnen publiceren, met behulp van AI om geloofwaardige, fictieve bevindingen te creëren.

    Er is een precedent voor dit soort wetenschappelijke trucs. In 1942 realiseerde de Sovjet-natuurkundige Georgi Fljorov zich terecht dat de Verenigde Staten bezig waren met het ontwikkelen van een kernbom, nadat hij had opgemerkt dat de Amerikanen en Britten plotseling hun wetenschappelijke publicaties over atoomsplijting hadden gestaakt. Tegenwoordig zou zo’n wedloop echter veel moeilijker te doorgronden zijn, gezien de complexiteit en de ambiguïteit van het meten van vooruitgang op een abstract gebied zoals intelligentie. Hoewel sommigen denken dat het bezit van grotere AI-modellen een voordeel biedt, is een groter model niet per definitie superieur in alle situaties en kan het zelfs minder effectief zijn dan kleinere modellen die op grotere schaal worden ingezet. Kleinere, meer gespecialiseerde AI-systemen kunnen bijvoorbeeld werken als een zwerm drones tegen een vliegdekschip: ze kunnen het schip niet vernietigen, maar wel neutraliseren.

    De exponentiële en onvoorziene toename van AI-capaciteiten in de afgelopen jaren laten zien dat de voortgang niet voorspelbaar is

    Een speler zou een algemeen voordeel kunnen behalen door te laten zien dat hij een bepaalde vaardigheid beheerst. Het probleem met deze benadering is echter dat AI slechts een proces van machinaal leren vertegenwoordigt, dat niet beperkt is tot één technologie, maar zich uitstrekt over een breed scala aan technologieën. Vermogen op een bepaald gebied kan daardoor worden aangedreven door factoren die totaal verschillend zijn van die op een ander gebied. In die zin kan elk ‘voordeel’, zoals dat traditioneel wordt berekend, illusoir blijken te zijn.

    Bovendien heeft de exponentiële en onvoorziene toename van AI-capaciteiten in de afgelopen jaren laten zien dat de voortgang niet lineair of voorspelbaar is. Zelfs als het lijkt alsof de ene speler de andere enkele jaren of maanden voor is, kan een onverwachte technische of theoretische doorbraak op een cruciaal moment de posities van alle spelers volledig veranderen.

    In een wereld waar geen enkele leider volledig kan vertrouwen op zijn eigen intelligentie, zijn primaire instincten of zelfs de basis van de werkelijkheid, kan het niet verwonderen dat regeringen handelen vanuit een houding van maximale paranoia en achterdocht. Leiders nemen ongetwijfeld al beslissingen met de veronderstelling dat hun acties in de gaten worden gehouden of verstoord kunnen worden door kwaadaardige invloeden. In het slechtst denkbare scenario zou de strategische afweging van elke speler draaien om het geven van prioriteit aan snelheid en geheimhouding boven veiligheid. Onder druk zouden menselijke leiders zich gedwongen kunnen voelen om de inzet van AI versneld in gang te zetten, als afschrikmiddel tegen mogelijke externe verstoringen.

    Een nieuw oorlogsparadigma

    Gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis werd oorlog gevoerd in een afgebakend kader, waarin men redelijkerwijs kon inschatten wat de mogelijkheden en posities van vijandelijke troepen waren. Deze voorspelbaarheid bood beide partijen een gevoel van psychologische veiligheid en een algemene consensus, wat op zijn beurt leidde tot weloverwogen terughoudendheid in het gebruik van dodelijke wapens. Oorlogen werden vaak alleen gevoerd wanneer de leiders van beide zijden eensgezind waren over de fundamenten van hoe een conflict zou moeten verlopen, waardoor de tegenpartij in staat was te beoordelen of een oorlog wel of niet gerechtvaardigd was.

    Snelheid en mobiliteit zijn enkele van de meest voorspelbare factoren die het vermogen van een militair apparaat versterken. Een vroeg voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van het kanon. Meer dan duizend jaar na de bouw van de stadsmuren van Theodosius, die Constantinopel beschermden tegen indringers, stelde een Hongaarse artillerie-ingenieur in 1452 aan keizer Constantijn XI voor om een enorm kanon te bouwen dat vijanden achter de verdedigingsmuren zou kunnen verpletteren. De zelfgenoegzame keizer, die zowel de middelen als het inzicht miste om het belang van deze technologie te begrijpen, wees het voorstel echter af.

    Helaas voor de keizer bleek de Hongaarse ingenieur een huurling te zijn. Hij veranderde van strategie en van partij, en paste zijn ontwerp aan zodat het kanon mobieler werd – het moest nu vervoerd kunnen worden door zestig ossen en vierhonderd man. Hij benaderde de rivaal van de keizer, de Ottomaanse sultan Mehmed II, die zich voorbereidde op een belegering van het ondoordringbare fort. De slimme Hongaar wekte de belangstelling van de jonge sultan door te beweren dat het kanon ‘zelfs de muren van Babylon had kunnen verbrijzelen’ en hielp de Turkse troepen om de oude vestingwerken in slechts vijfenvijftig dagen te doorbreken.

    In kinetische oorlogsvoering zal AI een aanzienlijke vooruitgang betekenen

    De contouren van dit vijftiende-eeuwse drama verschijnen door de eeuwen heen steeds weer. In de negentiende eeuw gaven snelheid en mobiliteit een beslissende wending aan het lot, eerst in Frankrijk, toen Napoleons leger Europa overrompelde, en later in Pruisen, onder leiding van Helmuth von Moltke de Oude en Albrecht von Roon, die de pas ontwikkelde spoorwegen gebruikten om sneller en flexibeler te kunnen manoeuvreren. Op vergelijkbare wijze werd de blitzkrieg, een evolutie van dezelfde Duitse militaire principes, in de Tweede Wereldoorlog met verwoestend effect tegen de geallieerden ingezet.

    ‘Blitzkrieg’ heeft een nieuwe betekenis gekregen en is nu alomtegenwoordig in het tijdperk van digitale oorlogsvoering. Snelheden worden in een oogwenk bereikt, en aanvallers hoeven de dodelijkheid niet op te offeren voor mobiliteit, aangezien geografie geen belemmering meer vormt. Hoewel deze combinatie de aanvallende kant van digitale aanvallen doorgaans bevoordeelt, zou in een tijdperk van AI de reactiesnelheid kunnen toenemen, waardoor cyberverdediging beter in staat zou zijn om cyberaanvallen te weerstaan.

    In kinetische oorlogsvoering zal AI een aanzienlijke vooruitgang betekenen. Drones zullen extreem snel en ongekend mobiel zijn. Wanneer AI niet alleen wordt gebruikt om één drone te besturen, maar ook om vloten van drones aan te sturen, zullen er zwermen ontstaan die synchroon vliegen als één samenhangend collectief, perfect op elkaar afgestemd. In de toekomst zullen deze zwermen zich moeiteloos kunnen opsplitsen en hergroeperen in eenheden van elke gewenste grootte, vergelijkbaar met elite-eenheden voor speciale operaties, die flexibel kunnen worden aangepast en elk voor zich een zelfstandig commando kunnen voeren.

    Daarnaast maakt AI ook een veel snellere en flexibele verdediging mogelijk. Het is onpraktisch, zo niet onmogelijk, om dronevloten neer te schieten met conventionele projectielen. Maar AI-gestuurde wapens die fotonen en elektronen afvuren (in plaats van traditionele munitie) zouden dezelfde verwoestende capaciteiten kunnen hebben als een zonnestorm, die in staat is de baan van kwetsbare satellieten te verstoren of zelfs te vernietigen.

    De samenwerking tussen wetenschap en oorlog heeft geleid tot steeds nauwkeuriger instrumenten

    AI-gestuurde wapens zullen ongekend nauwkeurig zijn. Beperkingen in de kennis van de geografie van de tegenstander waren lange tijd een belemmering voor de strategieën en plannen van oorlogvoerende partijen. Maar de samenwerking tussen wetenschap en oorlog heeft geleid tot steeds nauwkeuriger instrumenten, en van AI worden nog grotere doorbraken verwacht. AI zal de kloof tussen de oorspronkelijke intentie en de uiteindelijke uitkomst verkleinen, ook bij het gebruik van dodelijk geweld. Of het nu gaat om zwermen drones op land, machinekorpsen op zee of zelfs interstellaire vloten, machines zullen over uiterst precieze capaciteiten beschikken om mensen te doden met een minimale onzekerheid en een enorme impact. De grenzen van de potentiële vernietiging zullen afhangen van de wil en terughoudendheid van zowel mens als machine.

    In het AI-tijdperk van oorlogsvoering zal de nadruk niet zozeer liggen op de capaciteiten van de tegenstander, maar eerder op zijn intenties en de strategische toepassingen van die capaciteiten. Hoewel we in het nucleaire tijdperk al een vergelijkbare fase hebben bereikt, zullen de dynamiek en betekenis van deze overwegingen veel duidelijker worden zodra AI zijn waarde als oorlogswapen bewezen heeft.

    Met zulke waardevolle technologie zou de mens misschien zelfs niet meer de primaire doelwitten van AI-oorlog zijn. AI zou de mens kunnen vervangen als tussenpersoon in oorlogsvoering, waardoor de oorlog mogelijk minder dodelijk wordt, maar niet per se minder beslissend. Het is ook onwaarschijnlijk dat AI alleen agressie tegen fysiek grondgebied zal veroorzaken; eerder zouden datacenters en andere cruciale digitale infrastructuren wel eens het belangrijkste doelwit kunnen worden.

    De overgave zal dus niet plaatsvinden wanneer de vijand in aantal is afgenomen of zijn wapenvoorraad is uitgeput, maar wanneer het technologische schild van de overlevenden – het silicium – niet langer in staat is om hun cruciale middelen, en uiteindelijk hun menselijke vertegenwoordigers, te beschermen. Oorlog zou kunnen evolueren naar een strijd van puur mechanische vernietiging, waarbij de psychologische kracht van de mens (of AI) doorslaggevend is, die hetzij moet vechten met het risico op totale vernietiging, hetzij verliezen om dat te voorkomen.

    Het is onwaarschijnlijk dat een AI-oorlog enige vorm van liefde of haat met zich meebrengt

    De motieven die het nieuwe slagveld aandrijven, zouden zelfs in zekere zin vreemd en onbegrijpelijk kunnen zijn. De Engelse schrijver G.K. Chesterton zei ooit dat ‘de echte soldaat niet vecht omdat hij haat wat voor hem staat, maar omdat hij houdt van wat achter hem staat’. Het is echter onwaarschijnlijk dat een AI-oorlog enige vorm van liefde of haat met zich meebrengt, laat staan concepten zoals soldatenmoed. Desondanks zouden er nog steeds elementen van ego, identiteit en loyaliteit kunnen bestaan, zij het dat de aard van die identiteiten en loyaliteiten mogelijk sterk verschilt van wat we vandaag kennen.

    De dynamiek in oorlogsvoering was altijd relatief eenvoudig: de partij die als eerste het lijden in de strijd niet langer kan verdragen, zal waarschijnlijk het onderspit delven. In het verleden leidde het besef van eigen kwetsbaarheid vaak tot terughoudendheid. Maar zonder dit besef, en zonder het gevoel voor pijn – en dus een grotere tolerantie voor lijden – is het moeilijk te voorspellen wat een AI die in oorlogsvoering is getraind, zou kunnen weerhouden. Wat zou haar stoppen, en wat zou de conflicten beëindigen die ze zelf veroorzaakt? Een AI die nooit is geleerd wat de spelregels zijn die het einde van de strijd markeren, zou mogelijk doorgaan tot de laatste zet.

    Geopolitieke herstructurering

    In elk tijdperk van de mensheid lijkt er, opnieuw bijna als een natuurwet, altijd een macht te ontstaan die, zoals Kissinger ooit zei, ‘de kracht, de wil en de intellectuele en morele impuls heeft om het hele internationale systeem naar eigen waarden te herstructureren’. Het meest bekende model van menselijke ordening is het Westfaalse systeem, zoals we dat nu kennen. Het idee van soevereine natiestaten is echter slechts enkele eeuwen oud en ontstond na de verdragen van de Vrede van Westfalen in de zeventiende eeuw. Dit model is niet vanzelfsprekend of onveranderlijk, en het zou weleens ongeschikt kunnen zijn voor het tijdperk van AI. Sterker nog, als massale desinformatie en geautomatiseerde discriminatie het vertrouwen in dit systeem ondermijnen, zou AI zelf wel eens een fundamentele uitdaging kunnen vormen voor de macht van nationale regeringen. Een andere mogelijkheid is dat AI de machtsverhoudingen tussen staten opnieuw zou kunnen uitlijnen binnen het bestaande systeem. Als de kracht van AI vooral door natiestaten wordt ingezet, zou dit kunnen leiden tot stagnatie in de wereldhegemonie, of tot een nieuw evenwicht van met AI uitgeruste staten. Maar het is ook mogelijk dat AI de katalysator wordt voor een nog diepgaandere verandering: een verschuiving naar een totaal nieuw systeem, waarbij staten gedwongen worden hun centrale rol in de wereldpolitiek op te geven.

    Een mogelijke uitkomst is dat de bedrijven die AI bezitten en ontwikkelen hun sociale, economische, militaire en politieke macht verder consolideren. Regeringen staan momenteel voor de moeilijke taak om zowel de rol van cheerleader voor privébedrijven te vervullen – die hun militaire invloed, diplomatiek kapitaal en economische macht inzetten om binnenlandse bedrijven te bevorderen – als die van pleitbezorgers voor de gewone burger, die wantrouwend staat tegenover monopolistische hebzucht en geheimzinnigheid. Deze tegenstrijdige positie zou wel eens onhoudbaar kunnen blijken.

    Tegelijkertijd zouden bedrijven allianties kunnen smeden om hun al aanzienlijke macht verder te consolideren. Deze samenwerkingen kunnen voortkomen uit wederzijds voordelige voordelen en het potentieel van een fusie, of uit een gedeelde visie over de ontwikkeling en toepassing van AI-systemen. Dergelijke bedrijfsallianties zouden in staat kunnen zijn om de traditionele functies van natiestaten over te nemen. In plaats van zich te richten op het definiëren en uitbreiden van fysieke grenzen, zouden ze diffuse digitale netwerken als hun territorium cultivëren.

    Het nieuwe ‘territorium’ dat elke groep zal opeisen zal in die toekomst geen fysiek grondgebied zijn

    Daarnaast is er nog een ander scenario. De ongecontroleerde verspreiding van openbronnen zou de opkomst van kleinere bendes of stamgemeenschappen kunnen faciliteren, die over bescheiden maar effectieve AI-capaciteiten beschikken. Deze groepen zouden in staat zijn om zichzelf te besturen, te voorzien in hun eigen behoeften en zichzelf te verdedigen binnen een beperkt bereik.

    Binnen menselijke groepen die de gevestigde autoriteit verwerpen ten gunste van gedecentraliseerde financiën, communicatie en bestuur, zou een door technologie mogelijk gemaakte protoanarchie kunnen opkomen. Dergelijke groeperingen zouden ook een religieuze dimensie kunnen hebben. Immers, het christendom, de islam en het hindoeïsme zijn qua omvang en duurzaamheid groter geweest dan welke staat dan ook in de geschiedenis. In het komende tijdperk zou religieuze identiteit, meer dan nationaal burgerschap, wel eens het belangrijkste kader voor persoonlijke identiteit en loyaliteit kunnen worden.

    Of de toekomst nu gedomineerd wordt door bedrijfsallianties of verspreid is over losse religieuze groeperingen, het nieuwe ‘territorium’ dat elke groep zal opeisen – en waarvoor zij zullen strijden – zal in die toekomst geen fysiek grondgebied zijn, maar een digitaal landschap dat gericht is op de loyaliteit van individuele gebruikers. De verbindingen tussen deze gebruikers en een overheid zouden de traditionele betekenis van burgerschap ondermijnen, terwijl de overeenkomsten tussen de entiteiten fundamenteel anders zouden zijn dan gewone allianties.

    Vroeger werden allianties gesmeed door individuele leiders en dienden ze om de kracht van een natie te vergroten in tijden van oorlog. In tegenstelling tot deze historische benadering zou het vooruitzicht van burgerschapsbanden en allianties – en mogelijk veroveringen of kruistochten – die zijn opgebouwd rond de meningen, overtuigingen en subjectieve identiteiten van gewone mensen in vredestijd, een nieuw (of misschien heel oud) perspectief op het concept van een imperium vereisen. Dit zou ook een heroverweging inhouden van de verplichtingen die verbonden zijn aan het beloven van trouw, evenals de kosten van mogelijke exitopties, mocht dat überhaupt mogelijk zijn in een door AI gedomineerde toekomst.

    Vrede en macht

    Het buitenlands beleid van natiestaten is altijd gevormd door een balans tussen idealisme en realisme. De tijdelijke evenwichten die leiders hebben bereikt, worden niet gezien als uiteindelijke doelen, maar als kortstondige strategieën die in hun specifieke tijd relevant waren. Elk nieuw tijdperk heeft dit spanningsveld anders ingevuld en de definitie van politieke orde is voortdurend veranderd. De tegenstelling tussen het nastreven van nationale belangen en het streven naar bredere waarden, of tussen het voordeel van een specifieke natiestaat en het algemeen belang, maakt deel uit van deze voortdurende evolutie. Leiders van kleinere staten reageerden vaak direct en gaven prioriteit aan hun eigen voortbestaan, terwijl degenen aan het hoofd van wereldrijken, die over de middelen beschikken om bredere doelen te realiseren, veel complexere uitdagingen tegenkwamen.

    Sinds het begin van de beschaving, naarmate menselijke organisatie-eenheden groeiden, bereikten ze tegelijkertijd nieuwe niveaus van samenwerking. Tegenwoordig is er echter, mogelijk door de omvang van mondiale problemen en de materiële ongelijkheid tussen en binnen staten, verzet tegen deze trend. AI zou in staat kunnen zijn om te voldoen aan de eisen van deze grotere schaal van menselijk bestuur, doordat het niet alleen gedetailleerd en nauwkeurig kan zien wat er binnen een land moet gebeuren, maar ook inzicht heeft in de wereldwijde interacties en hoe deze elkaar beïnvloeden.

    We koesteren de hoop dat AI, ingezet voor politieke doeleinden zowel binnen als buiten de grenzen, meer kan doen dan enkel het verhelderen van evenwichtige compromissen. Idealiter zou het in staat zijn om wereldwijd optimale oplossingen te bieden, doordat het opereert op langere tijdshorizons en met grotere precisie dan mensen, waardoor het concurrerende menselijke belangen op één lijn kan brengen. In de toekomstige wereld zou machinale intelligentie, die door conflicten navigeert en over vrede onderhandelt, kunnen bijdragen aan het verhelderen of zelfs overwinnen van traditionele dilemma’s.

    Als AI in staat zou zijn om deze problemen op te lossen, zouden we te maken kunnen krijgen met een vertrouwenscrisis

    Als AI echter daadwerkelijk in staat zou zijn om problemen op te lossen die wij zelf hadden willen aanpakken, zouden we te maken kunnen krijgen met een vertrouwenscrisis – zowel door overmoed als door gebrek aan vertrouwen. Wat betreft het eerste zou het moeilijk kunnen zijn om toe te geven dat we te veel macht aan machines hebben gegeven bij het omgaan met existentiële kwesties van menselijk gedrag, zodra we de grenzen van ons eigen vermogen tot zelfcorrectie begrijpen. Wat betreft het tweede zou het besef dat het simpelweg uitschakelen van menselijk handelen in het oplossen van onze problemen genoeg was geweest om onze meest hardnekkige kwesties op te lossen, de tekortkomingen van het menselijke ontwerp te pijnlijk blootleggen. Als vrede altijd maar een simpele vrijwillige keuze is geweest, heeft de prijs van menselijke imperfectie zich vertaald in voortdurende oorlog. De wetenschap dat er altijd een oplossing was, maar dat deze nooit door ons bedacht is, zou verpletterend zijn voor onze waardigheid.

    In kwesties van veiligheid, in tegenstelling tot de beweging van mensen binnen wetenschappelijke of andere academische domeinen, zouden we wellicht eerder de onpartijdigheid van een mechanische derde partij als superieur aan de zelfzuchtige mens accepteren, net zoals we het belang van een bemiddelaar in een vechtscheiding gemakkelijk inzien. Sommige van onze minder positieve eigenschappen stellen ons in staat om ook onze betere eigenschappen te laten zien; ons menselijke instinct om uit eigenbelang te handelen, zelfs ten koste van anderen, zou een belangrijke stap kunnen zijn in de acceptatie dat AI ons op bepaalde gebieden overstijgt.

  • Is de opkomst van AI goed voor de democratie?

    Is de opkomst van AI goed voor de democratie?

    Algoritmes en kunstmatige intelligentie spelen een steeds prominentere rol in de politiek, van het bepalen van welke politieke advertenties we online te zien krijgen tot het analyseren van data om verkiezingsstrategieën te optimaliseren. Is dit een goede of een slechte ontwikkeling?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘Het wordt voor gewone mensen extreem moeilijk om een rationele, ideologische dialoog te voeren’

    ‘Algoritmes op sociale mediaplatformen zoals X, Facebook en TikTok bepalen nu wat mensen zien, geloven en uiteindelijk waar ze op stemmen’, schrijft Bimal Pratap Shah in The Kathmandu Times. ‘Als we niets doen om de invloed van AI in te perken, lopen we het risico democratische principes te verliezen.’ Volgens hem speelde AI een cruciale rol bij het bepalen van de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen van 2024.

    Dat komt mede doordat de algoritmes van sociale media steeds geavanceerder worden. ‘Mensen zijn zich er niet van bewust dat die onzichtbare kracht politieke gesprekken en beslissingen vormgeeft.’ Politieke advertenties, virale berichten en (nep)nieuws worden door het algoritme speciaal afgestemd op mensen die ze waarschijnlijk interessant vinden. Dit kan bestaande vooroordelen en angsten steeds verder aanwakkeren en versterken. ‘Het wordt voor gewone mensen extreem moeilijk om een rationele, ideologische dialoog te voeren. Simpel gezegd worden mensen overspoeld met informatie en daardoor kunnen ze geen rationele beslissingen nemen.’

    Maar de invloed van AI gaat verder dan algoritmes. Tijdens de campagne in aanloop naar de presidentsverkiezingen in de VS werden sociale media ‘overspoeld door generatieve AI-tools die hyperrealistische deepfake content konden maken om kiezers te misleiden’. Zelfs fact-checkers konden de snelheid van dergelijke AI-technieken volgens Shah niet bijhouden. Sommige socialemedianetwerken proberen met hun eigen systemen nepnieuws in te dammen, maar daar is tot nog toe weinig van terechtgekomen. ‘Ze begonnen AI-tools te gebruiken om misleidende inhoud te detecteren en te beperken, maar deze tools slagen er nog niet in om nieuwe vormen van misleiding te herkennen.’ Hij ziet het somber in. ‘AI-gestuurde inhoud zal alleen maar geavanceerder worden en het zal moeilijker worden om feiten van fictie te onderscheiden.’

    ‘Kiezers zijn nu overgeleverd aan algoritmes om hun wereldbeeld te vormen’

    Het meest verontrustende aan deze nieuwe realiteit is volgens Shah het groeiende gevoel van machteloosheid dat hierdoor ontstaat. ‘Kiezers, die al overweldigd worden door de constante informatiestroom, zijn nu overgeleverd aan algoritmes om hun wereldbeeld te vormen. De basis van democratische besluitvorming brokkelt af wanneer verkeerde informatie zich ongecontroleerd verspreidt.’ De grens tussen wat echt is en wat nep vervaagt steeds meer, waardoor ‘hulpeloze kiezers moeten navigeren door een politiek landschap dat meer een doolhof is geworden dan een plek met ruimte voor rationele debatten’.

    Het is een uitdaging om dit nieuwe probleem van algoritmische manipulatie in de politiek op te lossen, stelt de auteur. Sommigen roepen platforms op om transparanter te zijn over hoe hun algoritmes werken. Een andere suggestie is dat de overheid de algoritmen van sociale media reguleert, maar dit zou ook negatief kunnen uitpakken. ‘Die aanpak kan innovatie beperken of het moeilijker maken voor mensen om hun vrije mening te uiten.’ In de toekomst zal het volgens Shah een grote uitdaging zijn om de juiste balans te vinden tussen het beschermen van de integriteit van het publieke debat en het behouden van de vrijheid van meningsuiting.

    ‘De Amerikaanse verkiezingen van 2024 waren een herinnering aan de risico’s en gevaren van de groeiende invloed van AI op het politieke systeem.’ Shah gelooft dat de rol van sociale media en AI bij het vormgeven van de democratie alleen maar groter zal worden. ‘Als we de integriteit van onze verkiezingen willen behouden en ervoor willen zorgen dat het publieke debat gebaseerd blijft op de waarheid, moeten we de algoritmen temmen die ons politieke landschap vormgeven.’


    ‘AI-tools beloven de democratie rechtvaardiger te maken’

    Dat kunstmatige intelligentie de politiek gaat beïnvloeden, staat volgens Bruce Schneier en Nathan E. Sanders van WIRED vast. Maar dat wil niet zeggen dat het alleen om slechte ontwikkelingen gaat. ‘De Indiase premier Narendra Modi heeft AI gebruikt om zijn toespraken in realtime te vertalen voor zijn meertalige electoraat, en laat daarmee zien hoe deze vorm van intelligentie diverse democratieën kan helpen om meer inclusief te zijn’, schrijven ze. In Zuid-Korea hebben presidentskandidaten bij verkiezingscampagnes AI-avatars gebruikt om antwoord te geven op vragen van duizenden kiezers tegelijk. ‘We beginnen ook te zien dat AI-hulpmiddelen helpen bij fondsenwerving en het halen van stemmen. En AI-technieken beginnen traditionele enquêtemethoden te verbeteren, waardoor campagnes goedkoper en sneller gegevens kunnen verzamelen.’ Congreskandidaten zijn bijvoorbeeld begonnen met het gebruik van robotbellers om contact te leggen met kiezers en hen meer te betrekken bij politieke kwesties. 

    De redacteuren voorspellen dat deze trend zich in 2025 zal voortzetten. Niet omdat AI kundiger is dan mensen, maar omdat ‘de politiek competitief is en elke technologie die een voordeel kan bieden, zal worden gebruikt’. Ze wijzen erop dat de meeste lokale politieke kandidaten weinig financiële middelen hebben. ‘Die staan voor de keuze om ofwel geen hulp te krijgen, ofwel hulp van AI-tools te aanvaarden.’ In 2024 versloeg een Amerikaanse presidentskandidaat met vrijwel geen naamsbekendheid, Jason Palmer, Joe Biden in een zeer klein electoraat: de Amerikaanse Samoaanse voorverkiezing. Hij bereikte dit door gebruik te maken van AI-gegenereerde berichten en een online AI-avatar. ‘Ze beloven de democratie dus rechtvaardiger te maken.’ 

    Maar daar zetten ze een kanttekening bij. ‘Op nationaal niveau is het waarschijnlijker dat AI-hulpmiddelen de almachtigen nog machtiger maken. Mens plus AI verslaat over het algemeen AI alleen.’ Dat wil zeggen, hoe meer menselijk talent je hebt, hoe meer je effectief gebruik kunt maken van AI-hulp. ‘De rijkste campagnes zullen een AI-systeem niet de leiding geven, maar ze zullen wel AI gebruiken als dat hun voordeel oplevert.’

    ‘Het is belangrijk dat iedereen zich realiseert dat de output niet volledig objectief is’

    AI verschilt van traditionele computersystemen doordat de AI-systemen niet neutraal zijn. Omdat AI wordt ‘gevoed’ met data die door mensen zijn verzameld, kan het vooroordelen of subjectieve voorkeuren van mensen overnemen. ‘We zullen AI-systemen zien die geoptimaliseerd zijn voor specifieke partijen en ideologieën. Het is belangrijk dat iedereen kritisch kijkt naar AI en zich realiseert dat de output niet volledig objectief is, ongeacht wie de algoritmen heeft ontwikkeld.’

    Dit is nog maar het begin van een trend die zich de komende jaren over de hele wereld zal verspreiden. Maar iedereen, vooral AI-sceptici en degenen die zich zorgen maken over AI, moet volgens de auteurs erkennen dat AI élk aspect van de democratie gaat beïnvloeden. Politici en campagnes zullen AI-hulpmiddelen gebruiken als ze nuttig zijn. Dat geldt ook voor advocaten en politieke belangengroepen. Rechters zullen, om tijd te besparen, AI gebruiken om te helpen bij het opstellen van hun beslissingen en nieuwsorganisaties zullen AI gebruiken uit bezuinigsoverwegingen. 

    ‘Of dit leidt tot een betere democratie of een rechtvaardigere wereld valt nog te bezien’, schrijven ze. Het is volgens de auteurs van belang te blijven controleren hoe machthebbers deze tools gebruiken en tegelijkertijd te erkennen hoe ze de mensen met minder macht momenteel meer macht geven. ‘We moeten ervoor blijven pleiten AI-systemen te gebruiken om de democratie te verbeteren.’

  • Hoe we steeds meer geneigd zijn de oppermacht van techmiljardairs te accepteren

    Hoe we steeds meer geneigd zijn de oppermacht van techmiljardairs te accepteren

    In een Amerika waar rijkdom steeds meer je sociale status bepaalt, worden miljardairs gezien als ondernemende genieën die een uniek niveau van creativiteit, moed, vooruitziendheid en deskundigheid vertonen. Toch zou het duidelijk moeten zijn dat rijkdom een slechte maatstaf is voor wijsheid.

    Technologiemiljardairs zoals Bill Gates, Mark Zuckerberg en Elon Musk behoren niet alleen tot de rijkste mensen in de geschiedenis van de mensheid, ze zijn ook uitzonderlijk machtig – sociaal, cultureel en politiek gezien. Hoewel dit deels een weerspiegeling is van de sociale status die onze maatschappij in het algemeen aan rijkdom verbindt, is dat niet het hele verhaal.

    Wat nog belangrijker is dan rijkdom alleen, is dat deze miljardairs worden gezien als ondernemende genieën die een uniek niveau van creativiteit, durf, vooruitziendheid en deskundigheid op het gebied van uiteenlopende onderwerpen vertonen. Voeg daarbij het feit dat velen van hen de belangrijkste communicatiemiddelen beheersen – namelijk de belangrijkste socialemediaplatforms – en je krijgt een fenomeen dat zijn weerga in de recente geschiedenis bijna niet kent.

    Rijke, technologisch onderlegde vernieuwers die de wereld redden van onheil zijn niet meer weg te denken uit onze populaire cultuur

    Het beeld van de rijke, dappere zakenman die de wereld verandert, gaat op zijn minst terug tot de roofridders uit het tijdperk dat in Amerika bekendstaat als de Gilded Age (eind negentiende eeuw). Maar een van de belangrijkste oorzaken waarom dit beeld tegenwoordig zo populair is, is de roman Atlas Shrugged van Ayn Rand, waarvan de hoofdpersoon, John Galt, slechts gewapend met zijn idealisme en wilskracht het kapitalisme probeert te hervormen.

    Hoewel de roman van Rand al lang een canonieke status heeft bij Silicon Valley-ondernemers en libertaire politici, is het belangrijkste archetype eruit ook buiten die kringen van invloed. Van Bruce Wayne (Batman) en Tony Stark (Iron Man) tot Darius Tanz in de tv-serie Salvation – rijke, technologisch onderlegde vernieuwers die de wereld redden van dreigend onheil zijn niet meer weg te denken uit onze populaire cultuur.

    De macht van de portemonnee

    Sommige individuen zullen altijd meer macht hebben dan andere, maar hoeveel macht is te veel? Ooit was macht gekoppeld aan fysieke kracht of militaire dapperheid, maar nu hangt macht meestal samen met wat Simon Johnson en ik ‘overtuigingskracht’ noemen. Zoals we uitleggen in ons boek Power and Progress, is die macht geworteld in status of prestige. Hoe groter je status, hoe gemakkelijker je anderen kunt overtuigen.

    Waardoor status wordt bepaald, verschilt sterk per samenleving, en de verdeling ervan is ook niet overal even ongelijk. In de Verenigde Staten raakte status tijdens de industriële revolutie sterk gekoppeld aan geld en rijkdom, waardoor de inkomensongelijkheid en de verschillen in rijkdom enorm toenamen. Hoewel er periodes zijn geweest waarin overheidsingrijpen de trend probeerde te keren, is de Amerikaanse samenleving altijd georganiseerd geweest rond een sterke statushiërarchie.

    Deze structuur is om verschillende redenen problematisch. Om te beginnen is de constante strijd om status – en de overtuigingskracht die status oplevert – grotendeels een nulsomspel: meer status voor jezelf betekent minder status voor je buurman, en een sterkere statushiërarchie impliceert dat sommige mensen gelukkig zullen zijn terwijl vele anderen ongelukkig en ontevreden zijn.

    Bovendien zijn investeringen in nulsom-activiteiten meestal inefficiënt en buitensporig in vergelijking met investeringen in non-nulsom-activiteiten. Is het beter om een miljoen dollar uit te geven aan gouden Rolex-horloges of aan het leren van nieuwe vaardigheden? Beide kunnen intrinsieke waarde hebben – de schoonheid van het horloge versus de trots van het verwerven van nieuwe kennis – maar de eerste investering geeft alleen maar aan dat je rijker bent en meer opzichtige consumptiegoederen kunt aanschaffen dan anderen. De tweede daarentegen verhoogt je menselijk kapitaal en kan ook bijdragen aan de maatschappij. Het eerste is grotendeels een nulsom-aangelegenheid en het tweede is grotendeels een niet-nulsom-aangelegenheid. Bovendien kan het eerste gemakkelijk uit de hand lopen als men steeds meer gaat uitgeven aan opzichtige consumptiegoederen om anderen voor te blijven.

    Commentatoren vragen zich vaak af waarom iemand met honderden miljoenen dollars er in godsnaam nog een paar honderd miljoen bij wil hebben. Er zijn maar weinig dingen die je je niet kunt veroorloven als je al 500 miljoen dollar hebt, dus waarom zou je verlangen naar 1 miljard dollar? Omdat ‘miljardair’ een hogere rang is wat status betreft. Wat telt is niet de koopkracht zelf maar het prestige en de macht die die koopkracht oplevert in iemands omgeving. In een ‘rijkdom-is-status’-evenwicht is het onvermijdelijk dat de ultra-rijken hun uiterste best doen om steeds meer rijkdom te vergaren.

    Er zijn zowel evolutionaire als sociale redenen om overtuigingskracht te koppelen aan status en prestige

    Er zijn zowel evolutionaire als sociale redenen om overtuigingskracht te koppelen aan status en prestige. Het is immers op individueel niveau rationeel om te leren van mensen die expertise hebben, en het is redelijk om expertise te koppelen aan succes.

    Bovendien is deze vorm van leren goed voor gemeenschappen omdat die coördinatie en het ontstaan van best practices bevordert. Maar wanneer status gekoppeld wordt aan rijkdom en de verschillen in rijkdom erg groot worden, begint het fundament onder expertise af te brokkelen.

    Neem het volgende gedachte-experiment. Wie is er deskundiger op het gebied van timmerwerk: een goede meester-timmerman of een hedgefondsmiljardair? Het lijkt vanzelfsprekend om voor de eerste te kiezen, maar hoe meer status rijkdom verleent, hoe meer gewicht er wordt toegekend aan de mening van hedgefondsmiljardairs, zelfs als het gaat over timmerwerk. Of neem een relevanter, hedendaags voorbeeld. Wiens mening over vrijheid van meningsuiting weegt tegenwoordig zwaarder, die van een technologiemiljardair of die van een filosoof die lang met dit onderwerp heeft geworsteld en wiens bewijs en argumenten nauwkeurig zijn onderzocht door andere gekwalificeerde experts? Miljoenen mensen op X (Twitter) hebben impliciet voor de eerste gekozen.

    Hoe dieper we worden meegezogen in het ‘rijkdom is status’-evenwicht, hoe meer we misschien geneigd zijn de oppermacht van technologiemiljardairs te accepteren. Toch is het moeilijk te geloven dat rijkdom een goede maatstaf kan zijn voor verdienste of wijsheid, laat staan een bruikbaar bewijs van volmacht op het gebied van timmerwerk of vrijheid van meningsuiting. Bovendien is rijkdom altijd enigszins arbitrair. We kunnen eindeloos discussiëren over de vraag of LeBron James beter is dan Wilt Chamberlain op het hoogtepunt van diens basketbalcarrière, maar in termen van rijkdom is er geen sprake van een wedstrijd. Terwijl Chamberlain een geschatte nettowaarde had van 10 miljoen dollar ten tijde van zijn dood in 1999, wordt James’ nettowaarde geschat op 1,2 miljard dollar.

    Het feit dat Gates en Musk minder belasting betalen maakt hen niet wijzer, maar het heeft hen wel rijker gemaakt

    Dit grote verschil heeft niets te maken met het talent of de werkethiek van beide spelers. Chamberlain leefde in een tijd waarin sportsterren niet zoveel betaald kregen als nu. Dat heeft deels te maken met technologie (iedereen kan James tegenwoordig zien dankzij televisie en digitale media), deels met normen (honderden miljoenen betalen aan supersterren is acceptabeler geworden) en deels met belastingen (als de VS nog steeds een marginaal toptarief voor inkomstenbelasting van meer dan 90 procent had, zou James minder geld hebben en zou de rijkdom gelijker verdeeld zijn).

    Hetzelfde geldt voor de technologiesector: als die niet zo centraal was komen te staan in de economie en niet gedreven werd door zo’n sterke winner-take-all-dynamiek (wat deels een kwestie is van keuze bij de vraag hoe we bepaalde markten willen organiseren), dan zouden de technologiemagnaten van vandaag niet zo rijk zijn geworden. Het feit dat Gates en Musk minder belasting betalen maakt hen niet wijzer, maar het heeft hen wel rijker gemaakt, en dus invloedrijker in het huidige tijdperk van het ‘rijkdom-is-status’-evenwicht.

    Macht corrumpeert

    Zulke figuren profiteren ook van een nog schadelijker dynamiek, die Johnson en ik onderzoeken in Power and Progress, aan de hand van het voorbeeld van Ferdinand de Lesseps. Lesseps verwierf een enorme status in het Frankrijk van eind negentiende eeuw, waar hij bekend stond als Le Grand Français, omdat hij er ondanks langdurige Britse tegenstand in slaagde de aanleg van het Suezkanaal te voltooien.

    Lesseps had een vooruitziende blik en wist met grote vaardigheid politici in Egypte en Frankrijk ervan te overtuigen dat maritieme internationale handel erg belangrijk zou worden. Maar hij had ook enorm veel geluk: de technologieën waar hij op hoopte en die hij nodig had om het kanaal zonder sluizen te kunnen bouwen (wat aanvankelijk onmogelijk was vanwege de hoeveelheid graafwerkzaamheden) werden net op tijd ontwikkeld om het project doorgang te laten vinden.

    Met zijn Suez-overwinning verwierf Lesseps veel prestige. Maar wat hij met zijn nieuwe status deed is veelzeggend. Hij werd roekeloos, dol en verwaand en duwde het Panamakanaalproject in een onwerkbare richting, die uiteindelijk leidde tot de dood van meer dan 20.000 mensen en de financiële ondergang van nog veel meer mensen (onder wie zijn eigen familie). Zoals alle vormen van macht, kan overtuigingskracht iemand overmoedig, ongeremd, onhandelbaar en sociaal onuitstaanbaar maken.

    Het verhaal van Lesseps blijft relevant, omdat je er duidelijk sporen van terugziet in het gedrag van veel miljardairs vandaag de dag. Hoewel sommige van Amerika’s rijkste individuen hun status, die ze danken aan hun rijkdom, niet gebruiken om cruciale openbare debatten te beïnvloeden (denk aan Warren Buffett), doen velen dat wel. Gates, Musk, George Soros en anderen aarzelen niet om zich uit te spreken over zaken die voor hen belangrijk zijn, en hoewel we geneigd zijn de meningen van degenen met wie we het eens zijn positief te ontvangen, moeten we deze verleiding weerstaan. Het is heel zinvol voor de samenleving om gebruik te maken van de kennis en de wijsheid van deskundigen, maar het is contraproductief om de status te versterken van degenen die al veel status hebben (en hun uiterste best doen om die te verhogen).

    We zouden sterkere institutionele middelen moeten inzetten om de macht en invloed te beperken van degenen die al bevoorrecht zijn

    Natuurlijk is het niet helemaal de schuld van de miljardairs dat het Amerikaanse beleid enorme ongelijkheid in de hand werkt (hoewel ze zeker lobbyen voor beleid dat dit effect heeft). Ze zouden echter wel verantwoordelijk gehouden moeten worden als ze misbruik maken van de immense status die rijkdom hun geeft terwijl de ongelijkheid maar blijft toenemen. Dat geldt vooral als ze hun status gebruiken om hun eigen economische belangen te bevorderen ten koste van die van anderen, of om een toch al verdeelde samenleving te polariseren met provocerende retoriek of hun op status beluste gedrag.

    Als onberekenbare miljardairs al te veel onrechtmatige sociale, culturele en politieke invloed hebben, dan is het laatste wat we zouden moeten willen hun nóg grotere publieke platforms geven, bijvoorbeeld in de vorm van een eigen sociaal netwerk, zoals Musk dat nu heeft als eigenaar van X. In plaats daarvan zouden we sterkere institutionele middelen moeten inzetten om de macht en invloed te beperken van degenen die al bevoorrecht zijn en zouden we het belasting-, regelgevings- en uitgavenbeleid moeten heroverwegen dat zulke enorme ongelijkheden in de eerste plaats heeft gecreëerd.

    Maar de belangrijkste stap zal ook de moeilijkste zijn. We moeten met elkaar een serieus gesprek voeren over wat we belangrijk vinden en hoe we de maatschappelijke bijdragen van degenen die niet over een enorm fortuin beschikken, willen erkennen en belonen. Hoewel de meeste mensen onderschrijven dat er veel manieren zijn om bij te dragen aan de maatschappij en dat uitblinken in je beroep niet alleen de waardering van anderen zou moeten opleveren maar ook een bron van persoonlijke voldoening zou moeten zijn, hebben we dit principe veronachtzaamd en lopen we het risico het helemaal te vergeten. Ook dat is een symptoom van het probleem.

    Daron Acemoglu, hoogleraar economie aan het MIT, is co-auteur (met James Robinson) van Why Nations Fail: The Origins of Power, Prosperity and Poverty (Profile, 2019; in het Nederlands verschenen als Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm, Nieuw Amsterdam, 2012) en co-auteur (met Simon Johnson) van Power and Progress: Our Thousand-Year Struggle Over Technology and Prosperity (PublicAffairs, 2023). 

  • ChatGPT bestaat twee jaar. Heeft AI daadwerkelijk ons leven veranderd? 

    ChatGPT bestaat twee jaar. Heeft AI daadwerkelijk ons leven veranderd? 

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar generatieve AI. Kunstmatige intelligentie zou via taalmodellen zoals ChatGPT – dat vorige week zijn tweede verjaardag vierde – de manier waarop we werken veranderen. Wat is er van die belofte terechtgekomen?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Wat is de ontstaansgeschiedenis van ChatGPT?

    ‘Vandaag hebben we ChatGPT gelanceerd, probeer ermee te praten.’ Met die woorden maakte OpenAI-oprichter en -CEO Sam Altman op X de AI-chatbot op 30 november 2022 wereldkundig. Inmiddels zijn er twee jaar verstreken. Tijd voor veel media om de balans op te maken.

    ‘Het is nog wachten op het moment dat generatieve AI een groot verschil gaat maken in hoe we ons leven leiden. Maar ze heeft de toekomst al veranderd’, schrijft nieuwssite Axios op de tweede verjaardag van ChatGPT. De AI-chatbot van OpenAI had al binnen een week na de lancering een miljoen gebruikers. ‘Met een mix van verbazing, bezorgdheid en plezier konden internetgebruikers de snelheid, de kundigheid, maar ook de fouten van de software observeren’, schrijft Les Echos. De technologie achter ChatGPT, genaamd ‘generatieve AI’, was niet nieuw, maar OpenAI’s keuze om het product toegankelijk te maken voor het grote publiek was revolutionair, aldus het Franse zakenblad. Vóór ChatGPT bestonden er al generatieve AI-modellen, zoals GPT-3, maar deze waren voornamelijk beschikbaar via moeilijk toegankelijke applicaties voor ontwikkelaars en ingenieurs. En toen kwam OpenAI met ‘een conversatiegericht AI-model dat snel een plek verwierf in het dagelijks leven en hielp bij taken van het opstellen van e-mails tot het genereren van creatieve content’, schrijft Forbes. ‘Een kleine twist die [ChatGPT] onderscheidde van andere machines en de wereld in shock bracht’, aldus El Diario.

    ‘AI-chatbots zoals ChatGPT werken met behulp van zogenaamde taalmodellen’, legt Die Zeit uit. ‘Deze statistische programma’s evalueren enorme hoeveelheden tekst van het internet en herkennen patronen en de waarschijnlijkheid dat woorden elkaar opvolgen. Op deze manier leren ze taal te begrijpen en zelf teksten te genereren. Daarom worden ze “generatieve” kunstmatige intelligentie genoemd. Vergelijkbare technologieën kunnen ook afbeeldingen, video’s of muziek genereren.’

    ‘Het vreemde was dat de mensen aan het hoofd van OpenAI nooit hadden gedacht dat ChatGPT Silicon Valley zou opschudden’

    OpenAI’s beslissing om een ​​chatbot te creëren die voor iedereen toegankelijk was, veroorzaakte een enorme toename in populariteit en interesse in de technologie. ‘Het veranderde alles’, stelt Les Echos. Ook andere techbedrijven zagen zich genoodzaakt om snel een AI-chatbot op de markt te brengen. OpenAI was niet de enige die aan een dergelijk model werkte met zulke veelbelovende resultaten. Google’s DeepMind liep al voorop op dit gebied. Maar ‘de toegankelijkheid van het model en de timing van de release veranderden het hele speelveld’.

    ‘Het enthousiasme van de beginfase maakte plaats voor een oorlog tussen bedrijven om voorop te lopen in de toepassing van dergelijke tools [AI-chatbots]. Microsoft sloot binnen de kortste keren een partnerschap met OpenAI, ontwikkelaar van ChatGPT en Dall-E, en Google kondigde al snel aan dat het binnen twee maanden zijn eigen opensourcemodellen zou lanceren’, schetst El País de ontwikkeling van de technologie.

    ‘Het vreemde was dat de mensen aan het hoofd van OpenAI nooit hadden gedacht dat ChatGPT Silicon Valley zou opschudden’, schreef The New York Times al een jaar geleden in een reconstructie van die spannende beginfase. Volgens de Amerikaanse krant bestond ChatGPT een paar weken voor de lancering nog niet als product. De werknemers van OpenAI werkten aan het veel krachtiger GPT-4, ‘maar er waren problemen. Soms spuwde de technologie haatzaaiende taal en verkeerde informatie. De ingenieurs van OpenAI bleven de lancering uitstellen.’ Uiteindelijk besloten ze om een ouder, minder krachtig, model uit te brengen ‘om de reactie van het publiek te peilen en die informatie te gebruiken om de problemen op te lossen’.

    Heeft AI de economie al ingrijpend veranderd?

    ‘Terughoudendheid is nooit de stijl geweest van Amerikaanse techbazen. Maar de ruimdenkendheid waarmee ze hun nieuwste uitvinding aanprijzen is toch ongekend’, schrijft Die Zeit. ‘“Ingrijpender dan vuur of elektriciteit,” zegt Sundar Pichai, CEO van Google. “Vergelijkbaar met de uitvinding van het internet,” zegt Satya Nadella, CEO van Microsoft. En volgens Sam Altman, CEO van OpenAI, zal AI “ongekende welvaart en rijkdom brengen”.’ Wat is er in twee jaar van deze grote woorden terechtgekomen?

    De komst van ChatGPT in 2022 leidde tot een AI-hausse, met een explosieve toename in investeringen. Alleen al van 2022 tot 2023 vervijfvoudigde de financiering in deze sector, bericht Business Insider. Tot dusver is 35 procent van alle met durfkapitaal gefinancierde startups in de VS dit jaar AI-gerelateerd, vult Semafor aan. In augustus meldde OpenAI, dat nu gewaardeerd wordt op 157 miljard dollar, dat ChatGPT 200 miljoen wekelijks actieve gebruikers had. ‘Alleen al dit jaar investeren Meta, Microsoft, Alphabet en Amazon meer dan 200 miljard dollar, waarvan een groot deel in de verdere ontwikkeling van AI. En omdat de technologie zoveel elektriciteit vereist, is Microsoft zelfs van plan om een stilgelegde kerncentrale weer in gebruik te nemen. Als iets voor wonderen teweeg moet brengen, is niets te duur’, aldus Die Zeit.

    ‘Om de hoge kosten van AI-technologie te rechtvaardigen, moet de technologie complexe problemen kunnen oplossen’

    Ondertussen is AI-chipmaker Nvidia uitgegroeid tot een van de drie hoogst op de beurs gewaardeerde bedrijven ter wereld. De CEO van het bedrijf heeft ChatGPT omschreven als het ‘iPhone-moment’ van AI, verwijzend naar het Apple-product dat een ommekeer teweegbracht in wat gebruikers van een mobiele telefoon verwachtten.

    Maar er klinkt ook twijfel. Die Zeit: ‘De productiviteit in de geïndustrialiseerde landen is gemiddeld niet merkbaar gestegen en de economie is ook niet bovengemiddeld gegroeid. Ondertussen uiten zelfs investeerders zoals Goldman Sachs,  ratingbureau Moody’s en durfkapitalist Sequoia hun bezorgdheid: “Om de buitengewoon hoge kosten van AI-technologie te rechtvaardigen,” stelt een topanalist bij Goldman Sachs, “moet de technologie complexe problemen kunnen oplossen.” Hij ziet niet in dat het daarvoor ontworpen is. In plaats daarvan is AI een speculatieve zeepbel, hoewel “het nog wel even kan duren voordat hij barst”.’

    Dus maakte de krant een rondgang langs Duitse bedrijven, groot en klein. Zo wordt in het 177-jaar oude Siemens op alle terreinen geëxperimenteerd met AI. ‘Werknemers van Siemens kunnen bijvoorbeeld vragen stellen aan een AI, die vervolgens de databases van het bedrijf voor hen doorzoekt’, legt Die Zeit uit. En met een programmeerassistent die Siemens heeft gekocht van Microsoft-dochter Github, werken programmeurs ongeveer 10 tot 20 procent sneller dan voorheen. Dit komt overeen met een vermindering van één werkdag per week. Programmeur of softwareontwikkelaar is een van de best betaalde en meest gewilde beroepen van Duitsland. ‘Bedrijven als Siemens, die tienduizenden programmeurs in dienst hebben, kunnen dus veel geld besparen met AI.’ Meer dan 77.000 bedrijven hebben de software van marktleider Github aangeschaft en naar verluidt maken meer dan een miljoen ontwikkelaars er gebruik van.

    ‘Maar hoe groot de successen ook zijn, ze zijn op zichzelf nauwelijks genoeg om de gigantische uitgaven van techbedrijven te rechtvaardigen. Dit succes moet industrie voor industrie worden herhaald. Op veel plaatsen lijkt het gebruik van AI in bedrijven echter meer op een gimmick dan op een serieuze toepassing’, aldus de Duitse krant.

    ‘Slechts 5 procent van de Amerikaanse bedrijven zegt AI te gebruiken in hun producten en diensten’

    In andere sectoren, zoals de advocatuur, leidt het gebruik van AI tot een minder groot efficiëntievoordeel, zag Die Zeit. ‘In april bleek uit een evaluatie dat hoewel een derde van de advocaten van het kantoor de chatbot dagelijks gebruikt, de software slechts één advocaat iets minder dan één uur werktijd per week bespaart. (…) “AI kan geen betrouwbare juridische beoordeling maken,”’ aldus een advocaat tegen de krant.

    Volgens Daniel Rock, een econoom die onderzoek doet naar de economische impact van AI aan de Universiteit van Pennsylvania, met wie Die Zeit sprak, is AI een basistechnologie, vergelijkbaar met de stoommachine, de pc of het internet. Rock zegt dat bedrijven in het begin veel moeten investeren om zo’n basistechnologie überhaupt toegevoegde waarde te laten opleveren. Pas na jaren zullen de investeringen lonen. Rock verwacht dat de effecten van generatieve AI pas over tien tot vijftien jaar zichtbaar zullen zijn in de economische groei of de arbeidsproductiviteit van landen.

    Ook volgens The Economist is er nog een lange weg te gaan voordat veel bedrijven productiviteitsgroei bereiken met AI: ‘Slechts 5 procent van de Amerikaanse bedrijven zegt AI te gebruiken in hun producten en diensten’. 

    Wat kunnen we nog verwachten?

    Het aanvankelijke enthousiasme over AI en de vele toepassingen lijkt wat bekoeld. ‘Slechts drie maanden na de lancering van ChatGPT presenteerde OpenAI het GPT-4-model, een kwalitatieve sprong voorwaarts ten opzichte van de eerste versie van de tool. Maar in de bijna twee jaar die sindsdien zijn verstreken, zijn er geen verdere significante ontwikkelingen geweest’, schrijft El País

    Maar veel experts zijn het erover eens dat de volgende stap AI-agenten wordt. Dat zijn AI-tools die zelfstandig kunnen functioneren en namens ons taken kunnen uitvoeren. ‘Ze zouden vliegtickets en een hotel voor ons kunnen boeken op basis van de aanwijzingen die we ze geven’, zegt een van die experts tegen de Spaanse krant. ‘Digitale butlers die hele werkstappen van gebruikers moeten overnemen’, aldus Die Zeit. ‘De toekomst wijst niet op enorme, monolithische modellen, maar op populaties van agenten die in staat zijn om mee te evolueren op basis van de omstandigheden die hen omringen,’ zegt Enrique Dans, professor innovatie aan de IE Business School, tegen El Diario. Zo’n agent zal zich dan compleet naar de voorkeuren en behoeften van een gebruiker aanpassen en voor verschillende taken zouden verschillende agenten gebruikt moeten worden.

    The Economist verwacht dat in 2025 de meest prominente doorbraken op het gebied van AI niet zullen gebeuren op de werkvloer maar op andere terreinen, ‘zoals de ontwikkeling van medicijnen (de door AI ontwikkelde medicijnen gaan misschien de derde fase van klinische proeven in) of defensie (als kunstmatige intelligentie wordt toegevoegd aan drones, die in opkomst zijn als een belangrijk wapensysteem van de toekomst)’. 

    ‘Het is de vraag of steeds grotere superclusters zich zullen blijven vertalen in slimmere chatbots’

    Om krachtigere AI-modellen te ontwikkelen, met meer rekenkracht, zijn meer energie en betere hardware vereist, iets waar massaal in geïnvesteerd wordt. Zo heeft Elon Musk voor zijn bedrijf xAI een supercluster van chips gebouwd met 100.000 chips op één plek en is hij van plan het uit te breiden naar 200.000 en mogelijk zelfs 300.000 chips. Maar er zijn steeds meer twijfels of deze aanpak wel werkt, schrijft Financial Times. ‘Het installeren van veel chips op één plek, met elkaar verbonden door supersnelle netwerkkabels, heeft tot nu toe grotere AI-modellen opgeleverd met een hogere snelheid. Maar het is de vraag of steeds grotere superclusters zich zullen blijven vertalen in slimmere chatbots en overtuigender tools voor het genereren van beelden’, beaamt The Wall Street Journal.

    De kosten van superclusters zijn hoog – stroom, koeling, et cetera – en de verbeterde prestaties van de AI-modellen lijken dit niet te verantwoorden. Een supercluster met 100.000 van de beste Nvidia-chips zou zo’n 3 miljard dollar kosten, aldus WSJ. ‘Nieuwe technische uitdagingen ontstaan ook vaak bij grotere clusters. Onderzoekers van Meta zeiden in een artikel in juli dat een cluster van meer dan 16.000 GPU’s van Nvidia te lijden had onder onverwachte storingen van chips en andere componenten terwijl het bedrijf gedurende 54 dagen een geavanceerde versie van zijn Llama-model trainde.

    Het koel houden van Nvidia-chips is een grote uitdaging nu clusters van energieverslindende chips steeds dichter op elkaar gepakt worden, zeggen leidinggevenden uit de industrie.’ 

    ‘Ilya Sutskever, vooraanstaand AI-onderzoeker, medeoprichter van OpenAI en fervent voorvechter als het gaat om superintelligente machines, vertelde onlangs aan persbureau Reuters dat de jaren van schaalvergroting voorbij zijn. Er zijn weer nieuwe ideeën nodig’, schrijft Neue Zürcher Zeitung. Want nog steeds is ‘generatieve AI als een zakrekenmachine die het in 99 procent van de gevallen goed heeft, maar in 1 procent van de gevallen fout. En je weet nooit wanneer het goed gerekend heeft. Wat is de waarde van zo’n apparaat? Eén ding is duidelijk: je zou er niet mee op de maan zijn geland’, aldus de Zwitserse krant. 

  • Hoe ontvouwt de techoorlog tussen de VS en China zich na de verkiezingen?

    Hoe ontvouwt de techoorlog tussen de VS en China zich na de verkiezingen?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de VS en China. De twee grootmachten zijn verwikkeld in een strijd om wie de meeste invloed heeft op de wereldwijde digitale infrastructuur. Welk land loopt voorop op het gebied van chips en AI en hoe zal deze techoorlog zich na de Amerikaanse verkiezingen van 5 november voortzetten?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Hoe is de techoorlog tussen de VS en China begonnen?

    ‘De VS en China zijn momenteel verwikkeld in een regelrechte techoorlog’, schreef South China Morning Post al in 2021. Het waren de hoogtijdagen van de coronapandemie, fabrieken voor chips en halfgeleiders lagen stil in China en in grote delen van Azië, de toeleveringsketen voor de technologiesector liep vast. Eens temeer werd in de VS duidelijk hoe groot de afhankelijkheid was van China, met als gevolg dat president Joe Biden exportbeperkingen naar China invoerde om de Amerikaanse chipsector te beschermen. 

    Maar de technologische wedloop tussen de VS en China begon nog eerder. ‘Analisten wijzen over het algemeen naar Made in China 2025, het tienjarige plan van Beijing om het land om te vormen van een productiehuis naar een technologische wereldmacht, als de aanleiding voor de techoorlog’, aldus SCMP. China investeert honderden miljarden dollars om een volledig Chinese toeleveringsketen op te bouwen die niet langer afhankelijk is van buitenlandse technologieleveranciers, aldus Time Magazine in 2023. De VS zagen deze ambities als een directe bedreiging voor hun eigen technologische dominantie en economische belangen en begonnen in 2018 met een blokkade van geavanceerde apparatuur voor het maken van chips naar China. 

    De VS scherpten de exportbeperkingen verder aan in 2022. Ditmaal waren de maatregelen gericht op het ‘lamleggen van de Chinese vooruitgang op het gebied van AI’, aldus Time. ‘Twee data uit 2022 zijn voorbestemd om de geopolitieke geschiedenis in te gaan. De eerste, de Russische invasie van Oekraïne op 24 februari, behoeft nauwelijks verdere uitleg. De tweede is 7 oktober 2022, toen de Verenigde Staten een nieuwe reeks exportbeperkingen invoerde’, schrijft het maandblad met enig gevoel voor drama.

    brian kostiuk S4jSvcHYcOs unsplash 1 1
    Computerchips vorment het belangrijkste strijdperk in de techoorlog tussen de VS en China. – © Brian Kostiuk / Unsplash

    In reactie op de exportbeperkingen kondigde China aan dat Chinese bedrijven die de metalen gallium en germanium exporteren – beide nodig voor het maken van chips en batterijen – voortaan een vergunning nodig hadden. ‘China is de dominante wereldwijde leverancier van beide materialen en de Chinese overheid kan nu naar eigen goeddunken de export blokkeren’, aldus Time. Hiermee ‘dreigt China beperkingen op te leggen in de bredere toeleveringsketens van mineralen. China domineert met name de winning en raffinage van zeldzame aardmetalen en heeft respectievelijk meer dan 60 en 80 procent van de wereldwijde capaciteit in handen’.

    Ook Nederland raakte betrokken bij de strijd tussen de twee grootmachten. De Nederlandse chipmachinefabrikant mag sinds 1 september 2023 geen hightechmachines meer naar China exporteren die gebruikt kunnen worden voor ‘geavanceerde militaire toepassingen’,berichtte Financial Times in 2023. ‘Als twee supermachten ruzie krijgen, kiezen de kleinere spelers een kant’, schreef de zakenkrant in een commentaar. ‘De machines van ASML domineren de chipfabricage in de wereld. (…) Het Nederlandse verbod zou echter nefaste gevolgen hebben voor Chinese chipbedrijven. Hun kansen om de meest geavanceerde chips te maken zonder machines van ASML zijn minimaal.’ 

    Ook Japan volgde. ‘De VS, Japan en Nederland leveren samen ruwweg 90 procent van alle apparatuur die wereldwijd in computerchipfabrieken wordt gebruikt. Alle drie de landen voeren nu strenge exportcontroles uit op geavanceerde apparatuur voor de productie van halfgeleiders, zodat China niet alleen geen Amerikaanse chips kan kopen, maar evenmin de apparatuur die nodig is om Chinese alternatieven te maken’, schreef Time.

    Welk land heeft op het moment de meeste invloed op de wereldwijde digitale infrastructuur?

    ‘In een groot deel van de wereld liggen Amerikaanse en Chinese [digitale] infrastructuren – datacenters, onderzeese kabels en draden die het internet ondersteunen – naast elkaar, terwijl de twee landen strijden om marktaandeel, winst en geopolitieke invloed’, schetst The Economist de situatie.

    De VS hebben een grote troef in handen met een aanzienlijke controle over de wereldwijde toeleveringsketen voor halfgeleiders. Ondanks decennialange inspanningen van de Chinese overheid en tientallen miljarden dollars die zijn uitgegeven aan “inheemse innovatie”, blijft de Chinese chipindustrie afhankelijk van de VS’, schrijft The New York Times. ‘De industrie kan alleen functioneren met Amerikaanse input,’ zegt Chris Miller, auteur van het boek Chip War en universitair hoofddocent internationale geschiedenis aan Tufts University, tegen de Amerikaanse krant. ‘Elke fabriek die ook maar een beetje mee wil met de nieuwste ontwikkelingen, maakt gedurende het hele proces gebruik van Amerikaanse onderdelen, Amerikaanse ontwerpsoftware en Amerikaans intellectueel eigendom.’ Hierdoor hebben de VS de macht in handen om de Chinese vooruitgang te remmen. 

    Deze exportcontroles zijn effectief gebleken in het beperken van de Chinese chipindustrie, maar hebben ook geleid tot bezorgdheid over de kwetsbaarheid van Taiwan, de belangrijkste producent van geavanceerde chips. Taiwan produceert bijna twee derde van alle halfgeleiders ter wereld, en meer dan 90 procent van de meest geavanceerde, aldus NYT. Mocht China het land binnenvallen, dan ‘zouden de kosten voor de wereldeconomie catastrofaal zijn’. 

    Donald Trump and Xi Jinping meets at 2018 G20 Summit 1
    Toenmalig Amerikaanse president Trump en de Chinese president Xi Jinping in 2018 tijdens de G20-top in Buenos Aires. Trump zal volgens experts eerder de confrontatie opzoeken met China dan Harris. – © Dan Scavino / Wikimedia Commons

    China heeft echter aanzienlijke investeringen gedaan in digitale infrastructuur in Azië, als onderdeel van zijn Digital Silk Road-strategie. ‘Daar is de aanwezigheid van Chinese digitale-infrastructuurbedrijven al aanzienlijk. Ongeveer 18 procent van alle nieuwe onderzeese kabels wereldwijd in de afgelopen vier jaar is aangelegd door één Chinees bedrijf (…). Alibaba’s cloudbedrijf is actief in negen Aziatische landen en Huawei heeft veel mobiele netwerken gebouwd’, aldus The Economist. De door China beheerde digitale infrastructuur kan Aziatische landen blootstellen aan spionage en sabotage.

    De Verenigde Staten hebben echter nog steeds een voorsprong op China als het gaat om de totale uitgaven aan onderzoek, niet alleen in dollars maar ook wat betreft het aandeel in de economie van beide landen. Onderzoek en ontwikkeling (R&D) vertegenwoordigden vorig jaar 3,4 procent van de Amerikaanse economie. Maar China zit op 2,6 procent en dat cijfer blijft stijgen, schrijft NYT in een artikel over de leidende positie van China in de productie van elektrische auto’s en batterijen. 

    ‘De batterijproductie is slechts één voorbeeld van hoe China geavanceerde industriële democratieën bijbeent – of voorbijstreeft – op het gebied van technologische en productietechnische vooruitgang. Het land realiseert veel doorbraken in een lange lijst van sectoren, van farmaceutica tot de productie van drones en zeer efficiënte zonnepanelen’, schrijft de Amerikaanse krant. 

    Chinese bedrijven hebben daarnaast innovatieve oplossingen gevonden op de Amerikaanse sancties. De Chinese chipfabrikant SMIC produceert nu met oude machines de geavanceerde 7-nanometer chips, waarvoor normaal gesproken ultramoderne machines nodig zijn door het productieproces te verfijnen, vertelt Antonia Hmaidi, een senior analist bij de denktank Merics, aan Neue Zürcher Zeitung. Ook hebben Chinese AI-bedrijven efficiëntere algoritmen ontwikkeld die vergelijkbare resultaten halen met minder geavanceerde hardware, aldus The Economist.

    De VS behouden een voorsprong in cruciale sectoren zoals halfgeleiders en geavanceerd onderzoek, maar China is in een snel tempo aan het inhalen. Komende jaren zullen bepalend zijn voor hoe de toekomstige technologische wereldorde vorm zal krijgen.

    Hoe zal de verkiezingsuitslag in de VS de relatie met China beïnvloeden?

    ‘De techrivaliteit tussen Washington en Beijing zal naar verwachting doorgaan en zelfs intensiever worden, ongeacht wie de Amerikaanse presidentsverkiezingen wint. Volgens analisten is de toon voor een verdere gespannen relatie tussen de VS en China al gezet’, schrijft South China Morning Post

    The Economist beaamt dit: ‘De volgende president van Amerika zal de bilaterale relatie [tussen de VS en China] in goede banen moeten leiden in een tijd waarin wederzijdse vijandigheid en wantrouwen groot zijn. Hij of zij zal zorgvuldig moeten opereren om te voorkomen dat de wereldeconomie uiteenvalt.’

    Zowel Kamala Harris als Donald Trump heeft tijdens de campagne de rivaliteit tussen de grootmachten benadrukt, ‘al geldt dat voor Harris in mindere mate’, schrijft Time Magazine in een analyse van de twee kandidaten. Maar hun voorgestelde beleidsmaatregelen lopen uiteen.

    Kamala Harris Tim Walz 53915639353 1
    De Democratische presidentskandidaat Kamala Harris op campagne in Arizone. Harris zal naar verwachting het Chinabeleid van Biden voortzetten. – © Gage Skidmore / Wikimedia Commons (edited)

    Analisten verwachten dat Harris zal vasthouden aan de ‘kleine tuin, hoge schutting’-benadering van president Joe Biden ten opzichte van China als ze wint in november, aldus SCMP. Volgens deze strategie worden strenge beperkingen opgelegd aan een paar technologieën die militair geralateerd zijn, terwijl op andere gebieden het economische verkeer gehandhaafd blijft. ‘Maar dezelfde halfgeleiders die onder exportcontroles vallen vanwege hun gebruik in geavanceerde AI-modellen, wapens en bewakingssystemen worden ook gebruikt in autonome voertuigen, 5G-telefoons en commerciële toepassingen van AI’, legt SCMP uit. 

    ‘Harris zal naar verwachting de restricties verhogen voor computertechnologieën, biotechnologie en schone technologie – gebieden die door de regering Biden zijn aangewezen als “noodzakelijk voor de nationale veiligheid”.’ 

    Trump heeft op zijn beurt opgeroepen tot importtarieven tot 60 procent op Chinese goederen, waardoor veel experts voorspellen dat Trump tijdens een tweede termijn als president eerder de confrontatie met China zal opzoeken dan Harris, aldus de krant uit Hongkong. Time Magazine wijst erop dat Trump al in 2018 een handelsoorlog startte met China door importtarieven in te voeren. Uiteindelijk leidde dat tot een deal in 2020, maar het kwaad was geschied. ‘Tegen de tijd dat Trump zijn ambt neerlegde, had zijn beleid gemengde resultaten: terwijl het bilaterale handelstekort met China daalde van 419 miljard dollar in 2018 tot 311 miljard dollar in 2020, steeg het totale Amerikaanse handelstekort tot 679 miljard dollar in 2020 – het hoogste tekort sinds 2008. De handelsoorlog heeft naar schatting bovendien 142.000 tot 245.000 Amerikaanse banen gekost.’

    Ook The Economist wijst op een fundamenteel verschil tussen de kandidaten. Harris zal volgens de krant waarschijnlijk inderdaad vasthouden aan de strategie van Biden: ‘derisking [risico’s minimaliseren] en niet ontkoppeling’. Terwijl een voormalig veiligheidsadviseur van Trump heeft verklaard dat Trump ernaar streeft de Amerikaanse economie te ontkoppelen van de Chinese economie. 

  • OpenAI lanceert een ‘met rede begiftigd’ nieuw AI-model

    OpenAI lanceert een ‘met rede begiftigd’ nieuw AI-model

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zweden wil toelage bij terugkeer van migranten aanzienlijk verhogen

    » Poetin waarschuwt voor NAVO-conflict door westerse raketten

    De tool is in staat om vragen op bètaniveau te beantwoorden

    Op donderdag lanceerde de maker van ChatGPT een generatieve kunstmatige intelligentietool die in staat is om complexere vragen te beantwoorden, met name wiskundige vragen. In een demonstratie voor The New York Times beantwoordde de chatbot een scheikundige vraag op PhD-niveau en stelde hij een diagnose van een ziekte op basis van een rapport met de symptomen en geschiedenis van een patiënt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sam Altman, CEO van OpenAI, wees er echter op dat de technologie ‘nog steeds onvolmaakt is, nog steeds beperkt, en er de eerste keer dat je het gebruikt indrukwekkender uitziet dan nadat je er meer tijd mee hebt doorgebracht’. De bètaversie van o1 werd donderdag beschikbaar gesteld, in eerste instantie aan betalende gebruikers van ChatGPT.

    Deze lancering komt op een moment dat OpenAI fondsen probeert te werven waarmee het bedrijf gewaardeerd zou kunnen worden op ongeveer 150 miljard dollar, wat het volgens de Amerikaanse media een van de duurste niet-beursgenoteerde bedrijven ter wereld zou maken.

  • China: elektrische auto’s buiten werking na faillisementen

    China: elektrische auto’s buiten werking na faillisementen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oeganda: familie vermoorde olympiër Cheptegei legt schuld bij politie

    » VS: gebruik e-sigaretten onder tieners daalt tot laagste niveau in tien jaar

    160.000 Chinese EV-eigenaren gedupeerd

    Na een recente faillissementsgolf van Chinese fabrikanten van elektrische auto’s (EV’s) zeggen bestuurders van ’smartphones op wielen’ dat software-updates en onderhoud niet meer worden uitgevoerd, dat bericht Rest of World. Zo gaven klanten van WM Motor, dat in oktober 2023 failliet ging, aan dat ze verschillende softwareproblemen ondervonden. Ook was de app om verschillende functies van de auto’s te bedienen buiten werking, dit zorgde voor meerdere veiligheidsrisico’s.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Terwijl Chinese autobezitters zich schrap zetten voor een verdere consolidatie van de hyperconcurrerende EV-markt in het land, heeft het feit dat veel elektrische auto’s afhankelijk zijn van clouddiensten – van smartphonebediening tot software-updates — geleid tot zorgen over de onderhoudbaarheid van de voertuigen op de lange termijn’, aldus de technieuwssite.

    Intensieve prijzenoorlogen en de geleidelijke afschaffing van overheidssubsidies hebben ervoor gezorgd dat een aantal EV-fabrikanten in het land – naar schatting meer dan honderd – moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Sinds 2020 zijn meer dan twintig EV-fabrikanten in China gestopt. WM Motor was tot nu toe de grootste Chinese fabrikant van elektrische auto’s die failliet ging, met ongeveer honderdduizend verkochte voertuigen tussen 2019 en 2022. Volgens de China Automobile Dealers Association zijn 160.000 Chinese autobezitters in de steek gelaten door de EV-bedrijven die faillissement hebben aangevraagd of die hun activiteiten hebben gestaakt.

  • Zuid-Korea: Samsung-werknemers staken voor het eerst in 55 jaar

    Zuid-Korea: Samsung-werknemers staken voor het eerst in 55 jaar

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » President Biden reageert fel op roep om terugtreden na slecht debat

    » Oekraïne in rouw na Russische raketaanval op kinderziekenhuis

    De staking komt na maanden van mislukte onderhandelingen

    Duizenden werknemers van Samsung Electronics zijn in staking gegaan, schrijft de Zuid-Koreaanse krant Kyunghyang Shinmun. Het is de eerste grote werkonderbreking in de 55-jarige geschiedenis van de IT-gigant. De staking, die naar verwachting drie dagen zal duren, komt na maanden van mislukte onderhandelingen tussen het bedrijf en de vakbond over lonen en arbeidsvoorwaarden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De National Samsung Electronics Union (NSEU), die meer dan 30.000 werknemers vertegenwoordigt, eist een hogere loonsvermhoging, meer vakantiedagen en een transparantere methode voor het toekennen van bonussen. De vakbond beweert ook dat het bedrijf ondanks recordwinsten de afgelopen jaren de lonen van de werknemers niet eerlijk heeft verhoogd.

    Samsung heeft de staking bekritiseerd en noemde het ‘onnodig’ en ‘schadelijk voor het bedrijf’. Het bedrijf heeft aangeboden om de lonen met 5,1 procent te verhogen, maar de vakbond heeft dit aanbod verworpen. Of de staking zal leiden tot het behalen van de doelstellingen van de vakbond is nog onduidelijk. 

  • Een pleidooi tegen de Duitse angst en regelzucht

    Een pleidooi tegen de Duitse angst en regelzucht

    Waar Amerikanen handelen zonder al te veel na te denken, gaan Duitsers eerst alle risico’s na. Daardoor loopt het land achter op het gebied van moderne technologie. Süddeutsche Zeitung-redacteur Helmut Martin-Jung pleit voor meer durf en vertrouwen.

    Stel dat je een huis bouwt voor de verhuur en daarop zonnepanelen wilt installeren. Wat volgt is een orgie van bureaucratie die doet denken aan de Vrijgeleide 38 uit tekenfilmklassieker Asterix verovert Rome. Het is een beleid dat zacht gezegd nogal ontmoedigend werkt. 

    En zo zijn er vele voorbeelden te bedenken. Waar komt toch die regelwoede vandaan?

    Waarom hebben Duitsers hun zaakjes zo graag op orde? De Amerikanen hebben er zelfs een Duits woord voor: German Angst.

    Angst, jawel. Een diepgeworteld, uit onverwerkte oorlogstrauma’s voortkomend, van generatie op generatie doorgegeven gedragspatroon om geen risico’s te nemen, en liever de (vermeend) veiligste weg te kiezen. Aandelen? Oei! Daarmee kun je flink de boot in gaan! Een spaarrekening daarentegen, die kan niemand je afnemen. Je zuur verdiende geld in fondsen steken of zelfs direct in een of andere start-up investeren? Ondenkbaar. Het heet toch niet voor niets risicokapitaal. Voor je iets onderneemt, dien je eerst na te gaan of overal aan gedacht is en er niets, maar dan ook helemaal niets aan het toeval wordt overgelaten.

    Maar wie voortdurend alleen maar bang is zijn neus te stoten, wie steeds angstvallig vasthoudt aan wat hij kent, kan ook de weg kwijtraken. Hele delen van het land staan op het punt zich over te geven aan rechts-radicale krachten doordat ze in hun angst voor verandering ten prooi vallen aan hun simpele leuzen. 

    Een van de redenen dat moedertje Merkel zo lang mocht regeren, is dat ze de dingen graag hield zoals ze waren

    Een van de redenen dat moedertje Merkel zo lang mocht regeren, is dat ze de dingen graag hield zoals ze waren. Bovendien had de natuurkundige aanvankelijk behoorlijk marktgerichte ideeën, al werd de verzorgingsstaat uiteindelijk niet door de CDU [van Merkel] afgebroken, maar door de SPD van Gerhard Schröder. Maar het was Merkel die in de nasleep van de nucleaire ramp van Fukushima de door haar eigen regering uitgestelde sluiting van kerncentrales toch weer prioriteit gaf (ook al wezen tests uit dat er geen sprake was van risico’s als die in Japan). Vervolgens was het juist de CDU die voorstelde een paar kerncentrales opnieuw op te starten en zelfs nieuwe te bouwen.

    Alsof er geen alternatieven voor kernenergie en fossiele energie bestaan. Die zijn er zeker wel, en ze zijn milieuvriendelijk en goedkoper: zonneparken, windmolens, opslagcapaciteit. Ze moeten enkel gebouwd worden. En ja, voor periodes van windstilte en weinig zon zijn ook gascentrales nodig, die overigens evenmin van fossiele brandstof gebruikmaken als ze op groene waterstof draaien. Daartoe moet worden samengewerkt met landen met betere condities voor de winning van waterstof dan in het dichtbevolkte en niet zo zonnige Duitsland.

    Noodzaak

    Hoewel de overgang van de verbranding van fossiele brandstof op hernieuwbare bronnen moed vereist, is er ook gewoon sprake van bittere noodzaak: de wetenschappelijke data over klimaatverandering spreken voor zich. Hoe langer men wacht met maatregelen ertegen, hoe duurder het wordt.

    En toch steekt daar dan weer die geniepige, verwoestende angst de kop op. Hoe, vragen de huizenbezitters zich af, moeten we dan onze tientallen jaren oude eengezinswoningen en twee-onder-een-kapwoningen verwarmen? En zullen er genoeg laadpalen zijn voor elektrische auto’s? En is wel er genoeg stroom? Het zijn zulke gedachten waardoor veel mensen mee schreeuwen op manifestaties als die in Erding verleden jaar, waar de populistische politicus Hubert Aiwanger opriep om de democratie terug te draaien – hoewel het de democratie is die het mogelijk maakt dat hij daar staat en zijn gevaarlijke onzin verkoopt.

    Het was natuurlijk niet bijzonder slim van de rood-groene regering om de mensen voor het hoofd te stoten met een wet die ook nog slecht in elkaar zit. De te verwachten lagere prijzen voor groene stroom en de stijgende voor fossiele brandstoffen zouden de mensen op den duur toch wel bewogen hebben om hun oude verwarmingen te vervangen. Maar nu zit de kar vast in de modder en het ziet er niet naar uit dat de rood-groene coalitie, die het op veel punten onderling niet eens is, nog de kracht heeft hem eruit te krijgen.

    Na zestien jaar onder kanselier Merkel, waarin veel is blijven liggen – zoals digitalisering en uitbreiding van het elektriciteitsnet –, had deze coalitie de kans om een moedige visie te ontwikkelen en daarmee de latente angst te overwinnen. Maar door de pandemie, de oorlog in Oekraïne en eigen verkeerde beslissingen is die kans inmiddels verkeken. Door de vele crises, waar in het afgelopen jaar ook nog de oorlog in Gaza bij kwam, werd die aloude German Angst enkel gevoed.

    Pioniersgeest

    Natuurlijk mislukken dingen ook om andere redenen. Bijvoorbeeld omdat de samenwerking tussen landelijke, regionale en gemeentelijke overheden vaak stroef verloopt. Projecten zoals de digitalisering van het bestuur schieten maar niet op. Het schoolsysteem, dat versnipperd is door de vele bevoegdheden, presteert voor een rijk industrieland als Duitsland laag.

    Maar de grootste rem blijft het ingesleten risicomijdend gedrag. Veelbelovende en zelfs succesvolle start-ups hebben het in Duitsland moeilijk om aan geld te komen voor groei en internationale expansie. Als de jonge ondernemingen de eerste fase hebben overleefd en bijvoorbeeld een functionerend prototype en hun eerste klanten hebben, hebben ze nog een financiële injectie nodig om de serieproductie te starten of vestigingen in het buitenland op te zetten. Het gaat dan vaak om 10 of zelfs 100 miljoen euro.

    En daar wordt het lastig. Het ontbreekt weliswaar niet aan geld in Duitsland, maar men beseft niet hoe belangrijk jonge ondernemingen voor een land kunnen zijn. In de VS, vooral in Silicon Valley, zit heel veel geld in fondsen met durfkapitaal, dat ook veel makkelijker wordt uitgegeven vanuit de verwachting dat minstens een of twee van de ondersteunde ondernemingen een veelvoud van het geïnvesteerde bedrag opbrengen. 

    In Duitsland is men sceptisch. Hoewel het van oorsprong een land is van uitvinders en ingenieurs, zijn Duitsers allesbehalve early adopters. Waar is hij toch gebleven, de pioniersgeest van mensen als Gottlieb Daimler [hoofdrolspeler in de ontwikkeling van de benzinemotor en de automobiel], Carl Benz [van o.a. Mercedes-Benz], Werner von Siemens [een van de grondleggers van elektrotechniek] en zoveel anderen? Als zij indertijd net zo voorzichtig te werk waren gegaan, hadden ze nooit ondernemingen van wereldklasse op kunnen zetten, die nog altijd bestaan.

    Je raakt je angsten niet kwijt door wat ze veroorzaakt te vermijden

    Je raakt je angsten niet kwijt door wat ze veroorzaakt te vermijden. Wel door er stelling tegen te nemen. Dat betekent om te beginnen dat ze je onder ogen moet zien, zowel op individueel vlak als in de samenleving. Het beste is om daar zo vroeg mogelijk mee te beginnen. Op school kunnen kinderen al worden aangemoedigd om naar eigen vermogen dingen te ondernemen.

    Daar hoort ook bij dat je leert om te falen. Wie valt, staat weer op en blijft niet jammeren; er komt wel een nieuwe kans. En nieuwe initiatieven hoeven niet meteen zo strak geregeld te worden dat er geen ruimte is voor ontwikkeling; vaak is in het begin nog helemaal niet duidelijk wat een nieuwe technologie allemaal mogelijk maakt.

    Natuurlijk moet men risicovolle technologieën niet zomaar op hun beloop laten. En gelukkig zijn er ook veel voorbeelden van nieuwe bedrijven die het in enkele jaren brengen tot een miljardenomzet, zoals Celonis uit München. Laten we daar een voorbeeld aan nemen. Meer durf, meer zelfvertrouwen, meer ‘Wir schaffen das!’ en minder ‘Eerst maar eens even zien’.