Rusland trekt troepen aan de Oekraïense grens gedeeltelijk terug
Vanuit de Krim, de Oekraïense regio die in 2014 door Rusland werd geannexeerd, kondigde de Russische minister van Defensie, Sergej Sjojgoe, donderdag aan dat ‘strijdkrachten, militaire commandanten en luchtlandingstroepen vanaf vrijdag 23 april de Russisch-Oekraïense grens en de Krim zullen beginnen te verlaten’, meldt The Moscow Times.
‘De troepen hebben aangetoond dat zij in staat zijn het land op betrouwbare wijze te verdedigen’, aldus de Russische minister. ‘Ik heb daarom besloten de inspecties in de zuidelijke en westelijke militaire districten te beëindigen.’
De aankondiging van donderdag komt te midden van ‘verhoogde spanning met het Westen’ nadat Rusland zijn militaire aanwezigheid heeft vergroot ‘aan de grens met Oost-Oekraïne, waar gevechten tussen Oekraïense regeringstroepen en door Rusland gesteunde separatisten sinds april 2014 meer dan dertienduizend mensen het leven hebben gekost’, aldus Radio Free Europe-Radio Liberty.
Volgens de Europese Unie hadden zich de afgelopen weken zo’n honderdduizend troepen langs de grens verzameld. De terugkeer van de troepen naar hun thuisbases zal naar verwachting op 1 mei voltooid zijn, aldus Moskou.
Tijdelijk
‘Het is echter onduidelijk of de aankondiging van Sjojgoe de situatie langs de grens zal verlichten, aangezien deze alleen betrekking heeft op troepen die tijdelijk waren ingezet’, aldus US News & World Report. Volgens de Oekraïense autoriteiten zijn echter verschillende regimenten – met name parachutisten – permanent op de Krim geïnstalleerd.
De Russische minister zei ook dat ‘militair materieel en wapens op de oefenterreinen bij de grens met Oost-Oekraïne zouden achterblijven, ter voorbereiding van andere militaire oefeningen die voor later in het jaar zijn gepland’, aldus het Amerikaanse tijdschrift.
Volgens nieuwsblog Axios ‘mag de onmiddellijke dreiging van een Russische invasie dan wel zijn geweken, maar tienduizenden troepen blijven niet ver van Oekraïne opgesteld en een einde aan het conflict [in de Oekraïense regio Donbass] is nog steeds niet in zicht’.
Ook de Kyiv Post meent dat ‘de oorlogsdreiging op 22 april lijkt te zijn geweken’, maar vraagt zich af ‘voor hoe lang’.
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky is blij met het Russische besluit: ‘Oekraïne is altijd waakzaam, maar verwelkomt elke stap om de militaire aanwezigheid te verminderen en de situatie in de Donbass te de-escaleren’, schreef hij op Twitter.
The reduction of troops on our border proportionally reduces tension. 🇺🇦 is always vigilant, yet welcomes any steps to decrease the military presence & deescalate the situation in Donbas. Ukraine seeks peace. Grateful to international partners for their support #StrongerTogether
— Volodymyr Zelenskyy / Володимир Зеленський (@ZelenskyyUa) April 22, 2021
Het Westen was voorzichtiger. ‘We hebben de woorden gehoord, nu verwachten we daden’, aldus Ned Price, de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, op de politieke nieuwssite The Hill. De NAVO verklaarde dat elke stap in de richting van de-escalatie ‘belangrijk is en al veel eerder had moeten worden gezet’. De NAVO voegde eraan toe dat de westerse militaire alliantie waakzaam blijft, bericht BBC.
Poster extreemrechtse partij wekt verontwaardiging in Madrid
‘Een mena [niet-begeleide minderjarige asielzoeker]: 4700 euro per maand. Uw grootmoeder: 426 euro pensioen per maand’. De extreemrechtse partij Vox heeft een schandaal veroorzaakt in Spanje door in de metro van Madrid een affiche op te hangen waarop de gezichten te zien zijn die de genoemde personen vertegenwoordigen, met daarbij vermeld hun vermeende kosten voor de schatkist.
De derde politieke kracht in het land sinds de parlementsverkiezingen van 2019 heeft ervoor gekozen hard campagne te voeren voor de parlementsverkiezingen van de autonome regio Madrid, die op 4 mei zullen worden gehouden. De volledige Spaanse pers is het erover eens dat het polemische affiche is gebaseerd op verdraaide cijfers.
La Fiscalía abre diligencias a Vox por presunto delito de odio en este cartel electoral pic.twitter.com/vdF6S1hxWc
Volgens La Vanguardia weigert de extreemrechtse partij te zeggen welke data zij raadpleegt, en ontkennen de autoriteiten van Madrid categorisch dat niet-begeleide minderjarigen, van welke nationaliteit ook, een dergelijk bedrag ontvangen, zoals de poster suggereert. Vox schijnt de begrotingscijfers voor de centra ‘waar de minderjarigen worden ondergebracht’ verkeerd geïnterpreteerd te hebben, aldus het Catalaanse dagblad.
Er zijn verscheidene klachten ingediend, waaronder een van de regering, en het openbaar ministerie van Madrid heeft een onderzoek geopend wegens aanzetten tot haat. El País, een centrum-linkse krant, noemt de Vox-poster ‘niets minder dan een zelfportret’; ‘Het is het afschuwelijk beeld van een partij die de grenzen van de democratische waarden van de westerse samenleving met voeten treedt’.
‘Mensen moeten de problemen onder ogen zien die door een bepaald soort immigratie worden veroorzaakt’
In het kader van de verkiezingscampagne in Madrid proberen de linkse partijen in Spanje de president van de regio Madrid, Isabel Díaz Ayuso, een rechtse hardliner van de Partido Popular (PP) en favoriet voor herverkiezing, zover te krijgen haar alliantie met Vox op te geven. Volgens de laatste peilingen, die El Mundo publiceerde, zouden de PP van Díaz Ayuso en Vox samen mogelijk genoeg zetels hebben voor een meerderheid in het Madrileense regioparlement.
De conservatieve krant ABC hekelt de ‘betreurenswaardige affiche’ en stelt dat Spanje niet langer ‘alle immigranten kan demoniseren’. Maar de krant schrijft ook dat mensen ‘hun kop niet in het zand moeten steken en de problemen onder ogen moeten zien die door een bepaald soort immigratie worden veroorzaakt’.
Zonder details te geven, schrijft redacteur Luis Ventoso: ‘Natuurlijk zijn ze [niet-begeleide minderjarige asielzoekers] niet allemaal criminelen, (…) maar we kunnen niet ontkennen dat sommige van hen de openbare orde verstoren en ongeregeldheden in de buurt veroorzaken.’
Maatschappelijk middenveld in de DRC roept op tot onmiddellijke terugtrekking blauwhelmen
Ze werken voor de grootste VN-missie ter wereld, maar zijn niet meer gewenst. ‘Al meer dan veertien dagen is er een staking gaande in de stad Beni om het onmiddellijke vertrek van MONUSCO te eisen’, meldt Kinshasa Times. De stad ligt in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC), in Noord-Kivu, het minst stabiele gebied van het land. En het zijn juist de vredeshandhavers die nu opdracht hebben gekregen om te vertrekken.
In de stad is sinds 5 april alles tot stilstand gebracht om de VN-missie de deur te wijzen. ‘Geen motortaxi’s in de stad. Scholen hebben hun deuren niet geopend. Winkels en warenhuizen op de Ruwenzori- en Nyamwisi-boulevard zijn gesloten’, bericht Actualité CD. Er zijn gewelddadige demonstraties uitgebroken, waarbij ten minste vijf burgers om het leven kwamen.
Slachtpartijen
De verergerende instabiliteit in de regio heeft het vuurtje aangewakkerd. ‘Vandaag zijn de slachtpartijen zelfs in hevigheid verdubbeld, er worden elke dag meer mensen vermoord ’, aldus de Kinshasa Times. In de DRC bestaat dan ook een brede beweging die het gebrek aan legitimiteit van de vredesmissie aan de kaak stelt.
Erger nog, de aanwezigheid van de blauwhelmen van MONUSCO zou de verantwoordelijkheid van de regering in Kinshasa wegnemen. En de bevolking eist dat de autoriteiten de situatie zelf in de hand nemen. Voor de regering is het tijd ‘om te handelen naar de realiteit en in overeenstemming met (…) de grondwet’, vertelt een betoger aan Radio Okapi.
De burgers zijn ervan overtuigd dat MONUSCO zijn langste tijd heeft gehad. Daarbij moet worden vermeld dat de vredesoperatie al twintig jaar bestaat. Ondanks de twintigduizend manschappen die in de regio werden ingezet en de miljarden dollars die elk jaar worden geïnvesteerd, blijft de onveilige situatie in het land ongewijzigd. Het aantal gewapende groepen dat de regio teistert loopt in de honderden. De ontvoering van kinderen en de verkrachting van vrouwen maken deel uit van het dagelijkse leven van de plaatselijke bevolking.
Op 22 februari is de Italiaanse ambassadeur in de DRC, terwijl hij deel uitmaakte van een VN-konvooi, in de stad Goma vermoord door een gewapende bende.
Een persoonlijke getuigenis van de Filipijnse journalist Inday Espina-Varona.
Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met online-intimidatie. In deze serie benadrukt CIVICUS, de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld, de gendergerelateerde aard van online-intimidatie door middel van verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices [een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten].
Sinds president Rodrigo Duterte in 2016 aan de macht kwam, bevindt het maatschappelijk middenveld op de Filipijnen zich in een vijandige omgeving. Moorden, arrestaties, bedreigingen en intimidatie van activisten en critici van de regering blijven vaak onbestraft. Volgens de Verenigde Naties wordt het belasteren van mensen met een afwijkende mening ‘in toenemende mate geïnstitutionaliseerd en genormaliseerd op manieren die zeer moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt’.
Ook wordt in de Filipijnen hardhandig opgetreden tegen onafhankelijke media en journalisten. Het bedreigen en aanvallen van journalisten, evenals de inzet van trollenlegers en onlinebots, vooral tijdens de pandemie, hebben bijgedragen aan zelfcensuur – met een huiveringwekkend effect op het medialandschap en grote gevolgen voor het grote publiek.
Red-tagging
Een tactiek die de regering steeds vaker gebruikt, is om activisten en journalisten te bestempelen als ‘terroristen’ of als ‘communistisch front’, met name diegenen die kritiek hebben geuit op Dutertes dodelijke ‘oorlog tegen drugs’, die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost. Dit proces, dat in de Filipijnen bekend staat als ‘red-tagging’, brengt voor activisten het risico met zich mee dat ze in handen vallen van de staat of van regeringsgezinde milities. Sommigen die een ‘red tag’ kregen, werden later vermoord. Anderen kregen in privéberichten of op sociale media doodsbedreigingen of werden bijvoorbeeld beschuldigd van seksueel misbruik.
Vanwege de grootschalige straffeloosheid is er vrijwel geen sprake van aansprakelijkheid voor aanvallen tegen activisten en journalisten. Rechtbanken in de Filipijnen bieden geen gerechtigheid. Het maatschappelijk middenveld heeft opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek om de ernstige schendingen aan te pakken.
‘Zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie’
Het verhaal van Inday Espina-Varona.
‘Het geluid van Tibetaans klokkenspel en stromend water ging over in het constante trillen van mijn telefoon in de nacht dat tientallen bezorgde vrienden een Facebookbericht aan me doorstuurden van mijn gezicht met daarboven een schreeuwende kop, die impliceerde dat ik informatie had doorgespeeld aan communistische guerrillastrijders.
Oude heks, menopauzekreng, persoon “van verwarde seksualiteit” – zo word ik op sociale media genoemd. Trollen verzoeken routinematig om mijn arrestatie als communist. Maar de actie op 4 juni 2020 was anders. Een anonieme rechtse Facebookpagina beschuldigde mij van terrorisme, van het inbreken in en het doorspelen van gevoelige, vertrouwelijke militaire informatie aan rebellen.
Die avond beperkte mijn avondeten zich tot twee happen. Mijn maag voelde als een zak stenen die op een kwaadaardige stroming in de rondte draaiden. Mijn verzameling zenmuziek, urenlang naar de sterren staren, grote hoeveelheden kalmerende olie – niets hielp om in slaap te komen.
Eentje vroeg hoe het voelde om ‘de muze van terroristen’ te zijn
De volgende dag meldden zich vreemden via Messenger. Eentje vroeg hoe het voelde om “de muze van terroristen” te zijn. Een ander zei: “Maghanda ka na bruha na terorista” (“Bereid je maar voor, jij terroristische heks”). Een derde zei in vulgaire taal dat ik het eerste schot in de vagina moest krijgen, een verwijzing naar wat president Rodrigo Duterte zijn soldaten ooit opdroeg om met vrouwelijke rebellen te doen.
Ik ben 57 jaar oud, en een kankerpatiënt met een chronisch slechte rug. Ik sluip ’s nachts niet rond. Ik trek niet rond over het platteland. Ik schrijf niet eens over het leger. Maar wekenlang voelde ik me een doelwit op een schietbaan. Wekenlang gluurde ik in zijspiegels naar motorfietsen met twee passagiers – die vaak worden vermeld in berichten over moorden.
Ook zag ik de grotere dreiging in. Deze aanval was niet gericht op ideeën of woorden. De aanklacht betrof een handeling waarop gevangenisstraf stond, of erger. Zoals ook sommige militaire functionarissen overkomt.
Niet verrassend; de huidige regering houdt zich weinig bezig met feiten. Ze gebruikt “communistisch” als een verzamelnaam voor alles wat de Filipijnen bezighoudt. Anonieme groeperingen hebben bijna driehonderd andersdenkenden gedood, en deze aanvallen volgden meestal op red-taggingcampagnes. Ook werden sinds Duterte in 2016 aan de macht kwam negentien journalisten vermoord.
Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem
Journalisten, wetgevers, voorvechters van burgerlijke vrijheden en internetgebruikers noemden het bericht al een leugen. Tientallen meldden het bericht bij de beheerder. Waaronder ikzelf. We kregen allemaal een geautomatiseerd antwoord: het bericht was niet in strijd met de voorwaarden van Facebook.
Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem, maar toch verzamelde ik bewijs alvorens contact op te nemen met de managers van Facebook. Mijn normale reactie op beledigende berichten op Facebook of Twitter is een lachende emoji en een block. Bedreigingen zijn een andere zaak.
“Laten we eens kijken hoe dapper je bent als we je komen opzoeken in de straat waar je woont” wisten we te traceren tot een Filipijnse criminoloog die in een Japanse bar werkte. Hij verontschuldigde zich en verwijderde het bericht.
Nadat ik Duterte factcheckte op zijn gewoonte om verkrachting af te schuiven op drugsgebruik, zei iemand dat mijn “verdedigingsverslaafdheid” moest worden bestraft met de verkrachting van mijn dochter.
“Dat zou je moeten leren”, luidde de boodschap van een account zonder teken van leven. Een ander zei dat hij mij zou komen verkrachten. Beide accounts hadden dezelfde eigenschappen. Ze linkten naar vergelijkbare accounts. Facebook verwijderde deze, evenals de journalist-ontpopt-zich-tot-rebelse-spionpagina.
Gevaren trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting uit te oefenen, is niet hetzelfde als een regering die deze rechten respecteert
De publieke druk om producten van trollen op te ruimen heeft het aantal haatboodschappen doen afnemen. Maar er is nog altijd een toename in het aantal anonieme pagina’s die zijn gericht op red-tagging, waarvan politie- en militaire functionarissen en regeringsaccounts de berichten verspreiden.
Sommige officieren werden zelfs ontmaskerd als het brein achter dergelijke pagina’s. Toen Facebook onlangs verschillende accounts verwijderde die aan de strijdkrachten werden gelinkt, waren regeringsfunctionarissen woedend en brulden ze valse beweringen over “een aanval op de vrijheid van meningsuiting”.
Deze reactie illustreert hoe onofficiële en officiële platforms in ons land verbonden zijn en vaak overeenkomstig optreden. Wat begint als desinformatie op sociale media, kan vervolgens worden opgepikt door de overheid of dankzij een officiële uitspraak een extra boost krijgen op diezelfde sociale media.
Gerechtigheid werkt traag
We hebben officieel klachten ingediend tegen een aantal overheidsfunctionarissen, inclusief degenen die betrokken zijn bij de meest fanatieke antiopstandgroep op Facebook. Maar gerechtigheid werkt traag. Ondertussen doe ik ademhalingsoefeningen en probeer ik voorzorgsmaatregelen te nemen.
Ambtenaren ontkennen elk onderdrukkend effect van deze continue aanvallen af, omdat Filipino’s in het algemeen, en journalisten in het bijzonder, zich blijven uitspreken. Maar gevaren moeten trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting te kunnen blijven uitoefenen, is iets anders dan een regering hebben die deze rechten respecteert.
Twee jaar geleden vroeg journalist Patricia Evangelista van Rappler aan een kleine groep collega’s wat ons zou doen zwijgen. “Niets”, was de eenduidige reactie. En dus vecht ik elke dag tegen mijn angst. Ik moet wel, want zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie. En daar zal ik nooit aan toegeven.’
Inday Espina-Varona
Inday Espina-Varona is een bekroonde journalist uit de Filipijnen en redacteur voor ABS-CBN News en het katholieke persbureau LiCAS.news. Ze is voormalig voorzitter van de National Union of Journalists of the Philippines (NUJP) en de eerste journalist uit het land die de Reporters Without Borders (RSF)-prijs voor Onafhankelijkheid ontving.
Al meer dan een week lang vindt er een gewelddadige strijd plaats in het noorden van Mozambique, waar de islamistische terreurbeweging Al-Shabab (gelinkt aan IS) de havenstad Palma belegert. Het vermoedelijke doel is een grootschalig gasproject van westerse bedrijven. Maar in de chaos begrijpt niemand echt wat er speelt.
‘Terroristen zaaien opnieuw paniek en wanhoop in Palma’, kopte het Mozambikaanse dagblad O País op vrijdag 26 maart op de voorpagina. Palma, gelegen in het uiterste noorden van het land (aan de grens met Tanzania) en de omliggende provincie Cabo Delgado worden sinds 2017 geteisterd door jihadistische aanvallen die het Mozambikaanse leger met moeite weet in te dammen.
Het conflict, dat zich steeds verder verscherpt, heeft in drie jaar ten minste 2600 mensen het leven gekost – volgens de ngo Acled was meer dan de helft daarvan burger. 670.000 anderen zagen zich gedwongen te vluchten. Deze humanitaire ramp is afgelopen week nog erger geworden: zo’n tweehonderd mensen zaten door een nieuwe jihadistische aanval zo’n drie dagen vast in een hotel in Palma.
‘Het beeld van wat er precies gebeurde tussen woensdag en zondag, toen een vloot boten honderden mensen, waaronder veel buitenlandse werknemers, van de stranden van Palma redde, blijft onduidelijk. Maar nieuwe getuigenissen schetsen een beeld van een wrede, dagenlange belegering met fatale hinderlagen op vluchtende mensen. Overlevenden hebben beschreven dat zij zich moesten verbergen terwijl zij wachtten op redding per boot uit een stad waar onthoofde lichamen op de weg lagen’, schrijft Peter Beaumont in The Guardian.
De aanval is opgeëist door IS, meldt The New York Times, maar weinig analisten geloven dat Islamitische Staat nauwe banden onderhoudt met de opstand, die is ontstaan uit frustratie over lokale problemen en weinig van de ideologische doelstellingen van Islamitische Staat deelt.
‘Toch onderstreept het opeisen van de verantwoordelijkheid voor de dodelijke aanslag het vermogen van de organisatie om gebruik te maken van losse banden met militante groeperingen over de hele wereld, om zo de indruk te wekken van een werkelijk wereldwijde strijd’, aldus de NYT.
De aanslag vond plaats op de dag van de aankondiging van de hervatting van de bouwwerkzaamheden op het terrein van een megagasproject waarvan de Franse groep Total de voornaamste investeerder is en dat in 2024 operationeel zou moeten zijn, zo meldt het Mozambikaanse nieuwsplatform Pinnacle News.
Volgens bronnen van The Guardian waren de opstandelingen vóór de aanval in het gebied rond de stad geïnfiltreerd en hadden zij wapens in opslagplaatsen verstopt. Velen waren vermomd als gewone burgers en sommigen droegen leger- of politie-uniformen.
De overheidsinfrastructuur in de stad was een systematisch doelwit: het plaatselijke politiebureau en de militaire basis werden bestormd en vernield, terwijl ten minste twee banken werden overvallen, aldus The Guardian.
Total verklaarde zaterdag tegenover de Britse krant dat het de geplande hervatting van de bouw van een project van 20 miljard dollar [17 miljard euro] afzegde na de aanval en dat het zijn personeelsbestand zou terugbrengen tot een ‘strikt minimum’.
Een groep van ten minste honderdtwintig opstandelingen was afkomstig uit de noordelijke regio’s van Cabo Delgado, terwijl een groep van vergelijkbare grootte vanuit Tanzania zou zijn overgestoken om de geweldplegers op de tweede dag van de aanval te versterken, schrijft de Britse krant.
Toen de aanval vorige week begon, zochten honderden werknemers uit Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en Frankrijk hun toevlucht tot hotels in de stad, die vervolgens werden belegerd. Na een mislukte poging om over zee te ontsnappen, probeerde een konvooi voertuigen de belegerde hotels te ontvluchten en de kust te bereiken, waarbij zij tweemaal in een hinderlaag liepen. Het resultaat: een dozijn doden, waaronder zeven buitenlanders, volgens de Mozambikaanse autoriteiten.
‘Het Amarula Hotel was volledig omsingeld en werd aangevallen met mortier- en machinegeweervuur’
Registraties van veiligheidsoproepen die door The Guardian werden ingezien, tonen chaotische scènes van helikopters en boten van verschillende veiligheidsbedrijven die de opgesloten mensen proberen te evacueren.
Een buitenlander beschreef hoe de stad werd bestormd voordat hij werd gered door veiligheidsagenten van Dyck Advisory Group (DAG), een particulier beveiligingsbedrijf.
‘Het Amarula Hotel was volledig omsingeld en werd aangevallen met mortier- en machinegeweervuur’, verklaarde een Zuid-Afrikaanse getuige aan The Guardian. ‘Deze jongens [van DAG] kwamen binnen met hun helikopters en maakten de omgeving vrij om ten minste vier helikopterladingen met mensen naar buiten te krijgen. Drieëntwintig van ons. Ik zat gelukkig in de laatste helikopter, want daarna stopten ze door gebrek aan brandstof en daglicht.’
Terwijl de veiligheidstroepen een offensief hebben gelanceerd om de rebellen te verdrijven, ‘vragen nog zeshonderd overheidsambtenaren om gered te worden’, meldde O País op vrijdag.
Islamitische Staat beweerde maandag dat meer dan vijfenvijftig mensen – onder wie Mozambikaanse soldaten, christenen en buitenlanders – gedood werden bij de hinderlaag in Palma. Meerdere getuigen hebben melding gemaakt van wegen en stranden bezaaid met lijken, aldus The Guardian.
Nachtmerrie zonder einde
Pinnacle News beschikt over fotomateriaal van een ander konvooi dat Palma probeerde te ontvluchten en in een hinderlaag van de rebellen is gelopen. ‘Palma, een nachtmerrie zonder einde’, kopt de nieuwssite.
Een luchtfoto, genomen door een van de helikopters die de regeringstroepen op de grond in Palma dekking verschaffen, toont enkele stilstaande voertuigen langs de weg van Palma naar Quionga, waar ze vermoedelijk per boot geëvacueerd hoopten te worden naar de zuidelijke stad Pemba. Op de foto zijn de levenloze lichamen te zien van chauffeurs. Over de identiteit van de slachtoffers is nog niets bekend.
Op zondag begonnen boten in Pemba te arriveren, een haven 300 kilometer ten zuiden van Palma, met lokale bevolking en buitenlanders aan boord. Een van de boten vervoerde ongeveer dertienhonderd mensen, zei een diplomaat tegen The Guardian.
Sinds de militanten de stad zaterdag hebben ingenomen, proberen het leger van Mozambique en huurlingen van DAG, die door de regering werden ingeschakeld, de opstandelingen uit de stad te verdrijven. Maar volgens diplomaten en andere waarnemers hebben de rebellen nog steeds de controle over een groot deel van het achterland van Palma.
Strategisch belang
Palma is een belangrijk logistiek knooppunt is voor overzeese bedrijven die de enorme aardgasreserves ter waarde van 60 miljard dollar [51 miljard euro] in de provincie Cabo Delgado willen exploiteren, bericht The Guardian. De regio is dankzij haar immense rijkdom aan aardgas van groot strategisch belang in deze arme regio, schrijft het Franse weekblad Le Point. Naast Total investeren ook het Italiaanse bedrijf ENI en het Amerikaanse Exxon Mobil mee in dit gaswinningsproject, dat de Mozambikaanse economie een impuls moet geven en het land tot een wereldmacht op gasgebied moet maken, na Qatar, Rusland en Iran.
Maar volgens Michel Cahen, Portugeestalig Afrika-expert, hebben de rebellen het niet specifiek op de gasbedrijven gemunt: ‘Deze nieuwe burgeroorlog is niet rechtstreeks uitgelokt door de ontdekking van deze gasvoorraden’, zegt hij tegen Le Point. ‘Als Total wordt aangevallen, is dat als bondgenoot van de Mozambikaanse regering.’
Toch stelt een artikel in Ouest-France dat er wel degelijk een verband is tussen de gasvelden die in 2010 en 2013 zijn ontdekt en het oplaaiende geweld. Terreurgroepen zouden profiteren van de ellende en woede van de inwoners van de regio na de komst van de grote energiebedrijven.
In een rapport van juni 2020 had de internationale organisatie Friends of the Earth melding gemaakt van de verdrijving van 556 vissersgezinnen naar het binnenland, bericht Ouest-France. ‘Families hebben onbereikbare landbouwgronden gekregen. Ze waren soms gedwongen zich te vestigen in christelijke dorpen, hoewel ze moslim zijn. Zij zijn de eerste slachtoffers van de militarisering van het gebied, ten voordele van de gasindustrie’, zegt Ilham Rawoot, van de plaatselijke organisatie Justica Ambiental tegen het Franse dagblad.
Antiterreurstrategie
Deze nieuwe geweldsgolf heropent het debat over de antiterreurstrategie van Mozambique, dat andere landen die bereid zijn te interveniëren, waaronder EU-lidstaten (Portugal en Frankrijk op kop), in verwarring brengt. Na maanden van afhouden heeft de regering eindelijk hulp van de Verenigde Staten aanvaard, meldt persbureau Agence Ecofin. Sinds 15 maart bereiden vijftien Amerikaanse commando’s Mozambikaanse mariniers voor op de strijd met de Mozambikaanse terreurgroep Al-Shabab (die banden hebben met IS).
Maar verder reikt de Amerikaanse hulp niet. Mozambique, dat gekant is tegen elke vorm van internationale interventie, geeft nog steeds de voorkeur aan de inschakeling van particuliere defensiebedrijven, met name uit Rusland. In september 2020 huurde de regering meer dan tweehonderd militaire ‘adviseurs’ in van de beruchte Russische Wagner Group, bericht de BBC. Deze veelal voormalig commando’s hebben met instemming van het Kremlin geopereerd in Syrië, Libië en elders.
Een andere hofleverancier van huurlingen is Zuid-Afrika. Zo schrijft het Zuid-Afrikaanse weekblad The Sunday Times dat ‘Zuid-Afrikaanse paramilitaire bedrijven profiteren van de opstand in Mozambique door het regeringsleger te voorzien van pantservoertuigen, helikopters, wapens, munitie, opleiding en particuliere veiligheidsagenten’.
‘Oorlogsmisdaden’
Het inschakelen van huursoldaten leidt tot ‘oorlogsmisdaden’, aldus Amnesty International geciteerd in de Franse kant Le Figaro. Ook Zuid-Afrika, de grootste militaire en economische macht in de regio, die zelfs herhaaldelijk hulp heeft aangeboden aan buurland Mozambique, keurt deze praktijk af en spreekt haar ‘verbazing’ uit over de ‘gesloten’ houding van de regering in Maputo, aldus de Mozambikaanse krant MediaFaxin februari.
De Mozambikaanse academicus Calton Cadeado licht deze houding toe in de krant Carta de Moçambique. De conflict- en veiligheidsexpert benadrukt dat de hulp van een vreemde mogendheid ter plaatse ‘veel problemen’ zou kunnen veroorzaken:
‘De regering weet dat de militaire aanwezigheid van een buitenlandse staat ter plaatse veel moeilijker te controleren is dan die van particuliere beveiligingsbedrijven, en verkiest dus die laatste optie boven het zenden van buitenlandse strijdkrachten, vooral wanneer het om grote mogendheden gaat. We hebben voorbeelden van wat er gebeurde in Irak, Afghanistan, enzovoort.’
Toch heeft de regering er dinsdag mee ingestemd de komende weken een team van zestig Portugese soldaten te ontvangen, bericht France 24. Premier Antonio Costa verklaarde dat hij de situatie in Mozambique, een voormalige kolonie van Portugal ‘vanaf het begin met grote bezorgdheid’ had gevolgd.
‘De echte vraag is nu hoe dit in godsnaam heeft kunnen gebeuren?’
In een recente reportage van de BBC – waarin de eerste buitenlandse journalisten de belegerde stad Palma betraden (hoewel het gebied sinds vorig jaar verboden terrein is voor de pers) – wordt verslag uitgebracht over de woede en wanhoop van de vluchtende en verhongerde inwoners. Alleen de katholieke kerk en ngo’s zijn nog actief in het gebied, waar volgens een van hen, Save the Children, kinderen onder de elf jaar zijn onthoofd door de jihadisten, schrijft de Portugese krant Diário de Noticias.
Disturbing reports of targeted attacks against civilians have emerged from northern Mozambique, marking a serious escalation of violence and volatility in the Cabo Delgado region.https://t.co/LkM9toYDM5
‘De echte vraag is nu hoe dit in godsnaam heeft kunnen gebeuren? Hoe was dit zelfs maar mogelijk? Het is duidelijk dat de opstandelingen over betere inlichtingen beschikken dan de regering,’ aldus de eigenaar van een in Spanje gevestigd particulier beveiligingsbedrijf dat nu in Palma en omgeving opereert, tegenover The Guardian.
Ze werkten voor de Spanjaarden in Irak en toen het leger zich terugtrok, kregen ze de wacht aangezegd via WhatsApp. In de steek gelaten door hun opdrachtgever vrezen ze nu voor de wraak van sjiitische milities. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten.
Toen de Spanjaarden zich uit de Golfstaat terugtrokken, waren hun enige aandenkens een paar diploma’s, wat spullen van de militairen met wie ze vriendschap hadden gesloten en maanden van werkeloosheid. Nu verbreken drie tolken, die voor het Spaanse leger in Irak werkten, voor het eerst hun stilzwijgen.
‘Als ik de straat op ga, denk ik altijd hetzelfde: mocht iemand erachter komen voor wie ik de afgelopen jaren heb gewerkt, dan vermoordt hij me zonder een moment te aarzelen, zonder me de kans te geven om ook maar iets te zeggen.’ Ahmed was via een Iraaks bemiddelingsbureau in dienst van het Spaanse leger.
Drie jaar lang werkte Ahmed, die toerisme heeft gestudeerd, als tolk voor de Spaanse troepen die gelegerd waren op de basis Gran Capitán in Besmayah, ongeveer veertig kilometer ten zuiden van Bagdad. Sinds 2015 was daar een Spaanse troepenmacht van vijfhonderd manschappen gelegerd, onder auspiciën van de door de Verenigde Staten aangevoerde internationale coalitie. Die had als taak de Iraakse veiligheidstroepen die doodsbang uit grote delen van het land voor IS op de vlucht waren geslagen te trainen en op te leiden. Een dertigtal tolken speelde een sleutelrol in het overbrengen van de lessen van onze militairen.
‘Onze taak bestond uit alles vertalen wat de instructeur zei en twee of drie keer per dag met hen meegaan op missies buiten het kamp,’ legt Ali uit, een van de andere tolken die er mede aan bijdroegen dat de missie van het Spaanse leger op Iraakse bodem goed verliep. Hun identiteit wordt geheimgehouden en hun namen zijn veranderd omdat ze bang zijn voor represailles.
WhatsApp-bericht
Afgelopen juli stopte Spanje met de training, die werd bemoeilijkt door corona en de dood van de Iraanse generaal Qassem Soleimani tijdens een Amerikaanse droneaanval. De liquidatie van Soleimani wakkerde wraakzucht aan bij Hashd al-Shaabi (Arabisch voor ‘Volksbeweging’) een verzameling van door Teheran gesteunde sjiitische milities die vanaf dat moment tientallen aanslagen op westerse doelwitten in Irak hebben gepleegd.
Een paar maanden voordat het Spaanse leger Irak definitief zou verlaten kregen de tolken te horen dat het klaar was. ‘Ze stuurden een bericht aan onze WhatsApp-groep, waarin stond dat er geen werk meer was voor ons,’ aldus Ahmed. Een pdf-document – door El Mundo ingezien – met als titel ‘Document over het stopzetten van het werk voor tolken en vertalers Arabisch vanaf april’ werd verspreid onder de tolken om hen te informeren dat hun diensten niet langer nodig waren. Wegglippen zonder gedag te zeggen, zo sloot het Spaanse leger zijn aanwezigheid af in Besmayah. Vervolgens droeg het alles over aan de Iraakse troepen.
‘Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden’
‘Ik ben in de steek gelaten door Spanje, zo voelt het. Geen leidinggevende heeft daarna nog iets laten weten. We hebben nooit meer iets gehoord. Er is niet eens hulp aangeboden. Niks, nada,’ zegt Ahmed gekwetst. Het ministerie van Defensie onder leiding van Margarita Robles Fernández is diverse keren benaderd door deze krant, maar heeft niet laten weten hoe zij aankijken tegen de situatie waar de tolken Spaans in Irak zich nu in bevinden.
Hasan, 27 jaar oud, ging werken voor de Spaanse troepenmacht in 2017 terwijl hij nog Spaanse Taal en Cultuur studeerde in Bagdad. ‘Een van mijn docenten zei dat ik een goed cijfer had gehaald en attendeerde me op de mogelijkheid om voor het Spaanse leger te werken,’ herinnert de jonge Hasan zich. Hij bewaart een handvol souvenirs aan de drie jaar die hij doorbracht tussen de blokken van gewapend beton op de basis: naamplaatjes van militairen met wie hij vriendschap sloot, boeken, T-shirtjes, diploma’s en afscheidsberichtjes als er een nieuwe lichting kwam en de oude vertrok. In een van de berichten van een officier is te lezen: ‘Vanaf het moment dat we je leerden kennen was je een van ons. Tot snel.’
Hasan is trots op deze kleine schat die achterbleef toen zijn Spaanse makkers verstek lieten gaan en hem vergaten. Hij koestert hem in het geheim. ‘Behalve mijn ouders weet niemand in mijn omgeving dat ik heb samengewerkt met de Spaanse militairen, zelfs mijn broers en zussen niet. Het is te gevaarlijk. Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden,’ zegt Hasan.
Schietschijf
De sjiitische milities, officieren en ondergeschikten die deel uitmaken van de Irakese veiligheidstroepen laten openlijk hun afkeer blijken van land-genoten die werk hebben aangenomen van de buitenlandse troepen. Hun grootste obsessie was de troepen te zien vertrekken. In oktober veranderde Ashab al-Kahf, een niet zo bekend lid van de sjiitische militie, de tolken in een schietschijf. ‘Wij vergeven al diegenen die zichzelf, hun land en hun geloof te schande maakten door diensten te verlenen aan de Amerikanen, de Britten en de overige vijanden van Irak. Als jullie je kenbaar maken en contact met ons opnemen, krijgen jullie een maandsalaris en bescherming,’ aldus het communiqué van een groep die de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor een raketaanval op de Amerikaanse ambassade in Bagdad en op de bases van de coalitie. ‘Het gevaar is er, dag in dag uit, overal. Je hoort de gesprekken over collaborateurs met het buitenland op de markt, in de taxi, in de stadsbus,’ zegt Ahmed.
In het aanbod van de militie, dat door de mensen die er profijt van zouden kunnen hebben als een valstrik wordt beschouwd, worden maandsalarissen van drieduizend dollar genoemd. De tolken vielen onder de Spaanse militaire cao’s en verdienden 1500 dollar (ongeveer 1240 euro) per maand. ‘Het leger tekende een contract met een Iraaks bemiddelingsbureau en wij waren niet meer dan een nummer,’ klaagt Ahmed. ‘Ik heb geen contract gezien, geen papier getekend,’ zegt Ali, die op zoek is naar een stabiel inkomen om zijn drie kinderen te kunnen onderhouden.
De afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden
Het overgrote deel van de tolken die de Spaanse instructies vertaalden, vindt geen werk en kampt met het probleem dat ze niet kunnen uitleggen wat ze de laatste jaren hebben gedaan. ‘We hebben een goed curriculum, onze beheersing van het Spaans is goed en we hebben veel certificaten gekregen van het Spaanse leger, maar we kunnen het er niet over hebben. Het is voor ons onmogelijk om naar een Iraaks bedrijf te gaan en dit aan ze voor te leggen,’ zegt Ahmed verbolgen.
De situatie wordt met de dag ingewikkelder, want de afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden. ‘Dat is niet zo verrassend. Ze denken dat het een lange strijd zal worden en daarom willen ze zo veel mogelijk informatie verzamelen over de Amerikaanse belangen’, schrijft The Washington Post.
Toegang tot gevoelige data gaat gepaard met het onvermogen van lokale veiligheidstroepen om Iraakse analisten en activisten te beschermen, die het slachtoffer zijn geworden van een golf van misdaden die niet eens zijn opgehelderd. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten. ‘Ik ben altijd bang om dood te gaan,’ zegt Ahmed, somber gestemd door de donkere wolken die zich samenpakken boven de toekomst van de tolken die aan hun lot worden overgelaten in Irak.
In 2014 kreeg in de Tweede Kamer een stemming over het ‘tolkenpardon’, dat alle tolken die voor het Nederlandse leger hadden gewerkt asiel zou verlenen, geen meerderheid. De aanleiding hiervoor was dat de asielaanvraag van Abdul Ghafoor Ahmadzai, die als tolk voor het Nederlandse leger had gewerkt, was afgewezen. Ahmadzai ontvluchtte Afghanistan in 2010 nadat de taliban zijn broer – die voor hem werd aangezien – hadden vermoord. Na inmenging van de staatssecretaris kreeg Ahmadzai toch een verblijfsvergunning.
De Nigerese regering maakte maandagavond bekend dat de inval van zondag door gewapende mannen tegen dorpen in de Tahoua-regio, niet ver van Mali, heeft geleid tot de dood van 137 mensen. Een week geleden vielen er ook al 66 doden bij aanslagen.
‘Enkele tientallen mannen arriveerden op motorfietsen. Ze vielen nomadische kampen aan in de steden Intazayene, Woursanat en Bakorat’, schrijft de Nigerse krant News a Niamey. Omdat het woestijngebied erg geïsoleerd ligt, is er gebrekkige communicatie en duurde het een tijd totdat de berichten waren bevestigd, aldus de Nigerse krant.
‘Wat de tragedies van de afgelopen maanden gemeen hebben, is dat ze alleen burgers hebben getroffen die normaal gesproken worden gespaard in tijden van gewapende conflicten. Ze maken duidelijk (…) dat we te maken hebben met een grote verschuiving in de strategie van gewapende groepen’, merkt Info Agadez op.
‘Na een reeks aanvallen die voornamelijk gericht waren op de defensie- en veiligheidstroepen, lijken gewapende groepen te hebben besloten hun wapens nu tegen burgers te richten; en dit om redenen die de gewone man nog steeds niet kan bevatten, en die geen enkele specialist in conflicten heeft geprobeerd bloot te leggen en uit te leggen. Toegegeven, dat is een lastige taak, omdat geen van de laatste aanslagen is geclaimd’, vervolgt de krant uit Noord-Niger.
‘De uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis’
De terroristische operaties in het westen van het land vormen de grootste uitdaging voor het nieuwe staatshoofd, Mohamed Bazoum, wiens presidentiële overwinning zondag werd bevestigd door het Constitutionele Hof van Niger. Zijn tegenstander, Mahamane Ousmane, betwistte de resultaten van de stemming en claimde de overwinning met 50,3 procent van de stemmen.
Het Burkinabese dagblad Le Country spoort aan om geen tijd meer te verliezen met deze tweestrijd en aan de slag te gaan, ‘want de uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis, die een nachtmerrie wordt voor de autoriteiten en voor grote bezorgdheid zorgt.’
Israëliërs zijn het stemmen beu
Vandaag (23 maart) vinden in Israël de vierde parlementsverkiezingen plaats in minder dan twee jaar tijd. Volgens de laatste peilingen maken de beide kandidaten, Benyamin Netanyahu en Yaïr Lapid, nog ongeveer evenveel kans.
Afgelopen weekend wist ongeveer 40 procent van de Israëlische kiezers nog altijd niet goed wie ze zouden gaan stemmen – 20 procent van de Israëli’s was van plan op het allerlaatste moment te beslissen, schrijft Ynet, het populaire portaal van dagblad Yediot Aharonot. Het zou gaan om tien tot dertien onvoorspelbare zetels.
Ook Israel Hayomheeft het over ‘het besluiteloosheid tot het einde’. De zwevende stemmen zouden de machtsverhoudingen tussen de twee grote blokken, pro- en anti-Benyamin Netanyahu, de vertrekkende premier, kunnen doen verschuiven. Volgens het gratis verspreide dagblad speelt bij de besluiteloosheid een gebrek aan informatie mee over de strategieën die de partijen zullen volgen bij de vorming van de nieuwe coalitie na de verkiezingen. De krant spoort aan om desondanks te gaan stemmen: ‘Alles ligt nog steeds in onze handen’. Bij de verkiezingen in maart 2020 was de opkomst 71,5 procent.
Niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie
Ha’Aretz noemt als oorzaken voor deze mogelijke lage opkomst de pandemie, die het verkiezingsproces bemoeilijkt en de kiezers in gevaar kan brengen, maar ook een grote vermoeidheid met het Israëlisch kiesstelsel; veel Israëliërs hebben last van een ‘déjà-vu’ en zijn het stemmen beu.
Yediot Aharonotheeft het in dit verband over ‘de vierde symfonie van Benyamin Netanyahu’, die nog meer dan de vorige drie het werk van de Israëlische premier zou zijn. ‘Hij is de componist, dirigent en uitvoerder.’ Maar, benadrukt de krant, het is belangrijk om niet te vergeten naar de muziek te luisteren. Wat de uitkomst van deze verkiezingen ook is, één ding is zeker: niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie.
VS, VK en EU verenigen zich om China te sanctioneren
De Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada spraken zich op maandag 22 maart gezamenlijk uit tegen de massale internering van Oeigoerse moslims en namen parallelle sancties tegen Chinese functionarissen in de provincie Xinjiang, die worden beschuldigd van mensenrechtenschendingen. Beijing reageerde onmiddellijk door tien leden van het Europees Parlement op de zwarte lijst te zetten, meldt The South China Morning Post.
‘Het bewijsmateriaal, onder meer afkomstig uit eigen documenten, satellietbeelden en ooggetuigenverklaringen van de Chinese regering, is overweldigend. China’s uitgebreide onderdrukkingsprogramma omvat onder meer strenge inperkingen van religieuze vrijheid, het gebruik van dwangarbeid, massale detentie in interneringskampen, gedwongen sterilisaties en de gezamenlijke vernietiging van het Oeigoerse erfgoed’, citeert SCMP.
Volgens het Hongkongse dagblad zou dit kunnen leiden tot een dramatische escalatie van ‘spanningen met Beijing’ en maakt het duidelijk dat de nieuwe regering van Joe Biden ‘voornemers is van zijn allianties een krachtig instrument te maken om zich tegen China te verzetten’.
De Rubicon over
In de woorden van The Guardian zijn de EU en het VK ‘de Rubicon overgestoken’ door sancties op te leggen aan een kleine groep Chinese hoge functionarissen;‘Dit zijn de eerste sancties die door Europeanen zijn genomen tegen Chinese functionarissen sinds de bloedige onderdrukking van het Tian’anmen-plein in 1989.’
De Britse minister van Buitenlandse Zaken Dominic Raab benadrukt dat de sancties tegen de Chinese leiders het resultaat waren van een ‘intense’ diplomatieke inspanning tussen de betrokken westerse landen, omdat ‘het bewijs van wijdverbreide schendingen van de mensenrechten in Xinjiang niet kan worden genegeerd’.
De VS kondigden de sancties aan slechts enkele dagen na een verhitte discussie tussen Amerikaanse en Chinese diplomaten tijdens een bijeenkomst in Anchorage (Alaska), schrijft CNN. Directeur van het ministerie van Financiën van het Office of Foreign Assets Control Andrea M. Gacki verklaarde dat ‘de Chinese autoriteiten consequenties [zullen] blijven ondervinden zolang er gruweldaden plaatsvinden in Xinjiang tegen Oeigoeren en andere etnische minderheden.’
De geest uit Quartier Latin
‘De sluiting van de geliefde Gibert Jeune-boekwinkel in het Quartier Latin van Parijs, de thuisbasis van talloze schrijvers, filosofen, kunstenaars, revolutionairen en studenten, is de laatste in een reeks klappen voor de culturele levendigheid van de buurt, een langdurige achteruitgang die werd versneld door de pandemie’, schrijft The New York Times over de sluiting deze week van een iconische Parijse boekwinkel, die volgens het dagblad ‘de geest van het Quartier Latin het beste belichaamde’.
Libération noemt de sluiting: ‘een teken van de tijd’. Het gebouw behoorde toe aan een ‘afstammeling van de historische familie’, en is nu verkocht aan de hoogste bieder. Om de nieuwe verhuurder te kunnen betalen, had de jaaromzet van de winkel met 2 miljoen moeten stijgen. ‘Onhoudbaar voor een kuip die te oud en te zwaar is en aan alle kanten lekt.’
De winkel was onder andere zeer populair bij studenten, die er tweedehands boeken kochten. ‘Het verhaal van een wijk in Parijs die ooit zo vreugdevol was en lang werd geassocieerd met studie, ideeën, jeugd en kennis’ is ten einde’, schrijft ook Le Monde; ‘De Franse boekhandel wordt geconfronteerd met nieuwe lees- en koopgewoonten en een verstikkende vastgoedmarkt.’
Rechts-extremisme schijnt te zijn doorgedrongen in alle geledingen van de Duitse maatschappij, de overheid geeft toe het probleem jarenlang te hebben onderschat. Misschien wel omdat de motivatie van de extremisten vrij bizar is; ze bereiden zich voor op ‘Dag X’: een mythisch moment waarop de hele maatschappelijke orde in Duitsland zal instorten.
Keuze uit het archief
Deze week werden 25 Duitsers opgepakt op verdenking van het beramen van een coup tegen de Duitse staat. Ze wilden het parlement bestormen en een nieuwe regering installeren. Ook wilden ze een nieuw leger oprichten. Hun plannen tonen aan hoe diepgeworteld het rechts-extremisme nog steeds is in Duitsland. Twee jaar geleden schreef The New York Times daar dit artikel over.
Het plan van de groep klonk akelig concreet. Politieke vijanden en voorvechters van vluchtelingen en migranten zouden worden opgepakt, in een vrachtwagen geladen en afgevoerd naar een geheime locatie – om daar te worden vermoord. Een van de leden van deze groepering in het Oost-Duitse Güstrow had al dertig lijkzakken ingeslagen. Op een lijst van nog te kopen spullen stonden volgens justitie nog meer lijkzakken en ongebluste kalk, om de geur van begraven lijken te maskeren.
Het waren op het oog eerbiedwaardige burgers die dit plan bespraken. Een van hen was advocaat; hij was actief in de lokale politiek, maar had een grote hekel aan immigranten. Er zaten twee reservisten bij. En twee politieagenten, zoals Marko Gross (49): voormalig parachutist in het leger, nu scherpschutter bij de politie en hun officieuze leider.
De groep kwam voort uit een Duits chatnetwerk voor militairen en oud-militairen met rechts-extremistische sympathieën, dat was opgezet door een lid van het Kommando Spezialkräfte (KSK), de elitetroepen van het Duitse leger. Na verloop van tijd vormde zich onder leiding van Gross deze lokale onderafdeling, die onder meer een arts, een ingenieur, een interieurbouwer, een sportschooleigenaar en zelfs een visser onder haar leden telde. Nordkreuz noemden ze zich, Noorderkruis.
‘Allemaal bij elkaar waren we een compleet dorp,’ zei Gross in een van de gesprekken die ik dit jaar met een aantal Nordkreuz-leden voerde over het ontstaan en de plannen van hun groep. Ze ontkennen dat ze de dood van anderen beraamden. Maar uit de informatie van politie en justitie en uit een verklaring van één lid van de groep (waarvan wij een transcriptie konden inzien) blijkt dat hun plannen wel degelijk een duistere inslag hadden.
Duitsland is bezig met een inhaalslag wat betreft de aanpak van rechts-extremistische netwerken, waarvan de autoriteiten nu zeggen dat die wijder vertakt zijn dan ze hadden beseft. Juist voor een land dat zich van de last van zijn naziverleden en de gruwelen van de Holocaust heeft moeten bevrijden, is het verontrustend dat het rechts-extremisme zelfs tot in de strijdkrachten lijkt te zijn doorgedrongen. In juli dit jaar is een complete eenheid van het Kommando Spezialkräfte ontbonden, omdat die door extremisten bleek te zijn geïnfiltreerd.
De zaak van de Nordkreuz-groep, meer dan drie jaar geleden aan het licht gebracht maar pas sinds kort onder de rechter gekomen, laat zien dat het probleem van rechts-extremistische infiltratie niet nieuw is en zich ook niet beperkt tot het KSK of zelfs het leger. Rechts-extremisme, zo geven politici en autoriteiten nu toe, is doorgedrongen in alle geledingen van de Duitse maatschappij, doordat de overheid het probleem jarenlang heeft onderschat of niet onder ogen heeft willen zien. En nu kost het de autoriteiten grote moeite om het uit te roeien.
Dag X
De extremisten worden in belangrijke mate gemotiveerd door een idee dat zo bizar en vergezocht lijkt dat de instanties het simpelweg niet serieus namen, terwijl het in extreemrechtse kringen wel degelijk opgang maakte. Neonazi’s en andere extremisten noemen het ‘Dag X’: een mythisch moment waarop de hele maatschappelijke orde in Duitsland zal instorten. Overtuigde rechts-extremisten moeten zich daarop voorbereiden om dan – in hun ogen – het land te redden. Onder deze Dag X-preppers bevinden zich inmiddels respectabele mensen, met serieuze vaardigheden en ambities. En de Duitse autoriteiten beschouwen dat hele verhaal steeds meer als een excuus van rechts-extremisten om terroristische aanslagen of zelfs een staatsgreep te beramen.
‘Ik ben bang dat we nog maar het topje van de ijsberg hebben gezien,’ zegt Dirk Friedriszik, parlementslid in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, waar Nordkreuz werd opgericht. ‘Het is niet alleen het KSK. Het grote probleem is: deze cellen zitten overal. In het leger, in de politie, onder reservisten.’
Nordkreuz was zo’n clubje dat zich intensief voorbereidde op Dag X. Eind 2016 kreeg de Duitse inlichtingendienst een tip en in de zomer van 2017 stelde justitie een onderzoek in. Maar het heeft jaren geduurd voordat dit netwerk, of althans een klein stukje ervan, voor de rechter werd gebracht. En nog steeds is maar één lid van de groep, Marko Gross, veroordeeld – niet wegens samenzwering, maar voor illegaal wapenbezit. Eind vorig jaar kreeg hij daarvoor 21 maanden voorwaardelijk – zo’n lage straf dat het OM dit jaar in beroep is gegaan.
Van de circa dertig leden van de Nordkreuz-groep zijn er maar twee, een andere politieagent en een advocaat, tegen wie momenteel nog een onderzoek loopt wegens het beramen van terroristische aanslagen.
Volgens kenners van rechts-extremisme is het typerend voor de manier waarop de autoriteiten hiermee omgaan. De lichtheid van de vergrijpen waarvoor extremisten worden vervolgd staat in geen verhouding tot de verreikende plannen die justitie zo wil bestraffen en voorkomen. De aanklachten zijn bijna altijd gericht tegen individuen, niet tegen de netwerken als zodanig.
Infiltratie
Maar dat het zo veel moeite kost om die te vervolgen, wijst op een ander probleem dat de Duitse autoriteiten steeds meer zorgen baart: de extreemrechtse infiltratie in juist die instanties die er onderzoek naar moeten doen, zoals het politieapparaat. In juli trad de hoofdcommissaris van politie in de deelstaat Hessen af, omdat neonazi’s doodsbedreigingen hadden verstuurd met gebruik van persoonsgegevens die van politiecomputers waren gehaald. En in datzelfde Hessen werd vorige zomer een regionale politicus vermoord door een man die als neonazi bekendstond – een moordaanslag die veel Duitsers de ogen heeft geopend voor het gevaar van extreemrechts terrorisme.
Sommige Nordkreuz-leden namen hun plannen zo serieus dat ze al een lijst met politieke vijanden hadden opgesteld. Heiko Böhringer, politiek actief in hun regio, kreeg doodsbedreigingen. ‘Ik dacht over preppers altijd: dat zijn ongevaarlijke gekken die te veel griezelfilms hebben gezien,’ zegt hij. ‘Maar daar denk ik nu anders over.’
In juli is een KSK-eenheid ontbonden wegens extreemrechtse infiltratie
Friedriszik, die in de lokale politiek al jaren aandacht vraagt voor het groeiende gevaar van extreemrechts, was lange tijd een roepende in de woestijn. ‘Het is een beweging die op heel veel plaatsen invloed heeft,’ zegt hij. ‘Die verhalen over Dag X klinken misschien als een dagdroom. Maar als je goed kijkt, zie je hoe snel zoiets kan omslaan in serieuzere voornemens – en concrete plannen.’
De schietbaan in Güstrow, een klein stadje in het noordoosten van het land, bevindt zich aan het einde van een lange onverharde oprijlaan met een stevig hek ervoor. Het terrein is afgezet met prikkeldraad. Er wappert een Duitse vlag.
‘Hier is het allemaal begonnen,’ zei Alex Moll, interieurbouwer, lid van Nordkreuz en in het bezit van een jachtvergunning en een kast vol geweren, toen ik eerder dit jaar rondkeek in de regio. Marko Gross, de politieman, was een vaste bezoeker van de schietbaan. Hij had als parachutist en verkenner in het Duitse leger gezeten, in een bataljon dat later opging in de elitetroepen van het KSK. Toen was hij al afgezwaaid, maar hij kent meerdere militairen die wel in het KSK hebben gediend. Een andere vaste klant was Frank Thiel, die als pistoolschutter prijzen won en in heel Duitsland een veelgevraagd schietinstructeur was voor leger en politie.
Het vervulde de mannen met ontzetting dat in het najaar van 2015 honderdduizenden asielzoekers uit de oorlogen in Syrië, Irak en Afghanistan naar Duitsland kwamen. Zij zagen daarin een invasie van potentiële terroristen, die tot het failliet van de Duitse verzorgingsstaat en misschien zelfs tot maatschappelijke chaos zou leiden. En hun eigen regering ontving die vluchtelingen met open armen. ‘We maakten ons zorgen,’ zei Gross in een van de gesprekken die ik in de loop van dit jaar met hem had.
Tijdens een schiettraining die Thiel eind 2015 in het zuiden van Duitsland aan militairen van het KSK had gegeven, had hij gehoord over een landelijk netwerk waarin je met versleutelde berichten van gedachten kon wisselen over de veiligheid in Duitsland en de beste manier om je op een crisis voor te bereiden. Het werd beheerd door een militair; die heette André Schmitt, maar iedereen kende hem als Hannibal. Wie wilde meedoen?
Zo’n dertig mensen, veelal vaste bezoekers van de schietbaan in Güstrow, werden binnen de kortste keren lid van dit netwerk en begonnen gretig de updates van Schmitt te volgen. En al snel zette Gross een aparte groep op met leden uit zijn regio. Ze woonden allemaal in de streek rond Güstrow, hadden extreemrechtse sympathieën en beschouwden zichzelf als bezorgde burgers. In januari 2016 was Nordkreuz gevormd. Voor toelating golden twee criteria, zei Moll: ‘De juiste vaardigheden en de juiste mentaliteit.’
Gross en een andere politieman in de groep waren lid van wat toen nog een politieke partij in opkomst was, maar inmiddels de derde partij in de Bondsdag: Alternative für Deutschland. Minstens twee andere leden van de groep hadden weleens een bijeenkomst bijgewoond van het Thule-Seminar, een organisatie waarvan de leiders Hitler-portretten aan de muur hebben en de dominantie van het blanke ras prediken.
Om de paar weken kwam Nordkreuz bijeen boven de sportschool van een van de leden of in de showroom van Alex Moll, waar ik hem ook sprak. Soms hielden ze een barbecue, of lieten ze een gastspreker komen. Zo herinnerde Moll zich dat er eens een oud-militair kwam praten over crisismanagement. En ze hadden ook eens een lid van de zogenaamde Reichsbürger-beweging op bezoek, die het naoorlogse Duitse staatsbestel niet erkent. Zoals de leden het vertellen, werd hun groep allengs een hecht clubje met één gezamenlijk streven dat hun leven ging beheersen: de voorbereiding op Dag X.
H. begon over “de mensen in het dossier” die moesten worden “opgeruimd”
Safehouse
Ze legden voorraden aan om het honderd dagen te kunnen uitzingen: voedsel, benzine, toiletbenodigdheden, walkietalkies, geneesmiddelen en munitie. Marko Gross haalde daarvoor het geld op: 600 euro per lid. Zo legde hij een voorraad van in totaal meer dan 55.000 patronen aan. En ze kozen een ‘safehouse’ waar de leden zich op Dag X met hun gezin zouden verzamelen: een voormalig vakantiedorp uit de communistische tijd, diep in de bossen. Een ‘ideale’ plek, zegt Moll, met een beekje voor schoon drinkwater, een meertje om in te baden en kleren te wassen, in het bos genoeg wild om op te jagen en genoeg hout om mee te bouwen, en zelfs een oude septic tank.
Ik vroeg of het hunzelf allemaal ook niet een beetje vergezocht leek. Mijn ‘westelijke naïviteit’ ontlokte Moll een glimlach. Hun deelstaat lag vroeger ingeklemd tussen het IJzeren Gordijn en de Poolse grens. De leden van Nordkreuz zijn nog opgegroeid in de oude DDR. ‘Onder het communisme moest je creatief zijn en de juiste kanalen kennen om aan sommige dingen te komen,’ legde Moll uit. ‘Je zou kunnen zeggen dat ons het preppen met de paplepel is ingegoten.’ En ze hebben dus ook al eens meegemaakt dat een staatsbestel volledig instortte, zei hij. ‘Zo leer je tussen de regels te lezen. Dat is een voordeel.’
In de loop van 2016, toen de migranten nog steeds met honderdduizenden naar Duitsland kwamen en Europa werd getroffen door enkele aanslagen van moslimterroristen, namen de voorbereidingen serieuzere vormen aan. Gross ging dat najaar met enkele andere Nordkreuz-leden naar een wapenbeurs in Neurenberg en sprak daar in eigen persoon met Schmitt, de commando die het landelijke netwerk beheerde. Op de toren van een afgedankte brandweerkazerne leerde de groep abseilen. Ze spraken twee verzamelpunten af voor Dag X. Er werden twee complete operatiekamers ingericht bij wijze van veldhospitaal, één in een kelder en één in een camper.
‘Het idee was dat er iets vreselijks op til was,’ vertelde Gross me. ‘We dachten bij onszelf: waarop willen we ons voorbereiden? En we zeiden: als we dit doen, dan gaan we er ook helemaal voor.’ Gross hield vol dat ze zich alleen voorbereidden op wat zij zagen als de dag waarop het hele maatschappelijke bestel zou instorten – op Dag X. Hij zei dat ze nooit van plan waren geweest om mensen te vermoorden of kwaad te doen.
Maar minstens één lid van de groep schetst een veel grimmiger beeld. ‘Bepaalde mensen moesten bijeengedreven en doodgeschoten worden,’ vertelde Horst Schelski in 2017 aan justitie, in een verklaring waarvan The New York Times een kopie heeft. Schelski is een voormalig luchtmachtofficier en zijn verhaal wordt door de anderen betwist. Het draait allemaal om een bijeenkomst die volgens hem eind 2016 plaatsvond op een parkeerplaats aan de provinciale weg bij Sternberg, een dorpje op zo’n drie kwartier rijden ten westen van Güstrow. Gross had daar afgesproken met een handvol andere mannen die inmiddels de harde kern binnen Nordkreuz vormden.
Mehmet Turgut-trofee
Onder de andere aanwezigen bevonden zich de twee mannen tegen wie nog een onderzoek loopt wegens het beramen van terreuraanslagen. Volgens de Duitse wetgeving mogen zij niet met hun volledige naam worden vermeld. Een van de twee was Haik J., net als Marko Gross een politieagent. De ander was de advocaat en lokale politicus Jan Henrik H. Zij wilden mij allebei niet te woord staan.
Jan Henrik H. wordt door andere leden van de groep beschreven als bijzonder fanatiek in zijn vreemdelingenhaat. Ze vertelden dat hij op zijn verjaardag altijd een schietwedstrijd hield in een wei achter zijn huis, in de noordelijke kuststad Rostock. De winnaar kreeg dan een trofee die vernoemd was naar Mehmet Turgut, de Turkse snackbarmedewerker die in 2004 in Rostock werd vermoord door leden van de rechts extremistische Nationalsozialistischer Untergrund. De laatste man die met de trofee naar huis ging, was Marko Gross.
‘Ze wilden niet alleen Dag X overleven. Ze wilden hun vijanden vermoorden’
Schelski vertelde de politie dat H. in zijn garage een dikke map bewaarde met namen, adressen en foto’s van lokale politici en activisten die hij als politieke vijanden beschouwde. Tot die laatsten rekende hij bijvoorbeeld mensen die vluchtelingen probeerden te helpen door vastgoed te zoeken dat geschikt was voor asielopvang. Veel van de informatie in dat dossier was afkomstig uit openbare bronnen. Maar er zaten ook handgeschreven briefjes bij met informatie afkomstig uit een politiecomputer.
Toen ze op die parkeerplaats koffie zaten te drinken, begon H. over ‘de mensen in het dossier’ die volgens hem ‘schadelijk’ waren voor de staat en moesten worden ‘opgeruimd’, zo verklaarde Schelski later tegen de politie. H. vroeg zich af hoe ze de gevangenen, als ze die eenmaal hadden opgepakt, het best konden vervoeren. Hij vroeg Schelski, majoor bij de reservisten, hoe ze zo’n transport konden loodsen langs de checkpoints, die er in een tijd van maatschappelijke onrust misschien zouden komen. Hadden ze dan uniformen nodig? Legertrucks? Schelski zei dat hij na dat gesprek afstand begon te nemen van de groep.
Maar die was toen al in het vizier van de inlichtingendienst. Zo’n acht maanden na die bespreking op de parkeerplaats voerde de politie de eerste van een reeks invallen uit in de huizen van verschillende Nordkreuz-leden.
In de loop van twee jaar hebben die invallen en verdere naspeuringen geresulteerd in de vondst van wapens, munitie en zwarte lijsten, alsook dat handgeschreven boodschappenlijstje voor Dag X, met daarop lijkzakken en ongebluste kalk. Toen ik Marko Gross naar die lijkzakken vroeg, zei hij dat die ‘multifunctioneel inzetbaar’ zijn, bijvoorbeeld als goedkope waterdichte slaapzakhoes of om grote voorwerpen in te dragen.
De lokale politicus Heiko Böhringer schrok enorm van het nieuws dat de groepering een lijst van politieke vijanden had opgesteld. Toen hij in 2015 doodsbedreigingen begon te ontvangen, kreeg hij bezoek van twee agenten die een schets van zijn huis kwamen maken. ‘We willen weten waar men binnen kan komen en waar u slaapt, zodat we u kunnen beschermen,’ zeiden ze. Hij zei dat hij zich toen nog geen grote zorgen maakte. Maar in juni 2018 werd hij uitgenodigd op het bureau. Er waren invallen gedaan bij twee leden van Nordkreuz, onder wie een politieman uit zijn eigen gemeente: Haik J., die ook bij het gesprek op de parkeerplaats was geweest.
‘Ze lieten een schets van mijn huis zien,’ zegt Böhringer. ‘Het was de schets die de twee agenten bij mij thuis hadden gemaakt,’ zegt hij. ‘Juist de mensen die hadden gezegd dat ze mij wilden beschermen, hadden die schets daarna doorgegeven aan de mensen die het op mij hadden gemunt.’ En hij concludeert: ‘Ze wilden meer dan alleen Dag X overleven. Ze wilden hun vijanden vermoorden. Daarvoor maakten ze concrete plannen.’
De eerste keer dat ik aanklopte bij Marko Gross, in het dorpje Banzkow, een uur rijden van de schietbaan, heb ik bijna twee uur buiten met hem staan praten. De tweede keer begon het te regenen en noodde hij me binnen in zijn bakstenen boerenhuis in de Strasse der Befreiung, vernoemd naar de bevrijding van de nazi’s aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het halletje zag ik zijn oude uniform en insigne hangen. Een grote kaart van Duitsland in 1937 prijkte prominent aan de muur. En overal afbeeldingen van vuurwapens: op koelkastmagneten, op koffiemokken, op een kalender.
Gestolen munitie
Dat was het huis waar de politie in augustus 2017 bij een inval meer dan twintig vuurwapens en 23.800 patronen had gevonden, deels ontvreemd uit arsenalen van leger en politie. Bij een tweede inval in juni 2019 trof de politie weer 31.500 patronen en een uzi aan. Toen werd hij ook aangehouden. Het voorlezen van de volledige lijst van alle in zijn huis gevonden patronen, vuurwapens, explosieven en messen kostte de aanklagers in de rechtszaal bijna drie kwartier. Gross is alleen vervolgd wegens illegaal wapenbezit. In het lopende onderzoek naar terrorisme is hij getuige, geen verdachte.
‘Iemand die zo veel munitie in huis heeft, tegen het rechts-extremisme aanschurkt en in chats ook extremistische opmerkingen maakt, is geen ongevaarlijke prepper,’ zegt de minister van Binnenlandse Zaken van de deelstaat, Lorenz Caffier. Nee, zegt hij, ‘Marko G. speelt een hoofdrol.’
De gestolen munitie in zijn huis bleek afkomstig uit meer dan tien wapenarsenalen van politie- en legereenheden in het hele land, wat kan wijzen op medestanders binnen die organisaties. Verschillende van die eenheden deden schiettrainingen in Güstrow. Tegen drie andere politieagenten loopt een onderzoek naar mogelijke hulp aan Gross. Tijdens de rechtszaak verklaarde Gross dat hij niet meer wist hoe hij aan de munitie was gekomen. Toen ik hem sprak, bleef hij dat volhouden.
Maar verder had hij geen moeite om zijn mening te spuien. Angela Merkel moest ‘voor de rechter worden gesleept’, zei hij. De multiculturele steden in West-Duitsland zijn ‘het kalifaat’. En wie aan de sluipende migratie wil ontsnappen, kan maar beter verhuizen naar het Oost-Duitse platteland, ‘waar de mensen nog steeds Schmidt, Schneider en Müller heten’. In een kast lag een exemplaar van het prominente radicaal-rechtse tijdschrift Compact, met een foto van Trump op de cover.
‘Ik mag Trump wel,’ zei Gross.
In 2009 hadden collega’s bij de politie al hun zorg uitgesproken over zijn extreemrechtse denkbeelden. Ze hadden erop gewezen dat hij met boeken over de nazi’s naar het werk kwam. Maar daar werd niets mee gedaan.
‘Extreemrechts is geen gevaar,’ beweerde hij. ‘Ik ken geen enkele neonazi.’ Militairen en agenten zijn ‘gefrustreerd’, zei hij in ons derde gesprek, en hij somde een hele lijst klachten op over migranten, misdaad en de reguliere media. Hij vergelijkt de berichtgeving over corona nu met de staatscensuur van het communisme. Daarom volgt hij het YouTube-kanaal van RT, de Russische staatszender, en andere alternatieve media.
In dat parallelle universum van desinformatie hoort hij dat de overheid asielzoekers ’s nachts stiekem het land in vliegt. Dat corona een list is om burgers van hun rechten te beroven.
En dat Merkel werkt voor wat hij de ‘deep state’ noemt. ‘Die deep state is wereldwijd,’ zegt Gross. ‘Dat is het grootkapitaal, de grote banken, Bill Gates.’ Hij verwacht nog steeds dat ons vroeg of laat Dag X te wachten staat. Onlusten na een economische meltdown. Of grootschalige stroomuitval, want de Duitse overheid doekt alle kolencentrales op.
De Nordkreuz-leden en de autoriteiten hebben me nooit verteld waar zich nu precies dat safehouse bevindt. Het is er nog steeds, zegt Gross, die in de actieve dagen van Nordkreuz tegen een van de leden had gepocht dat zijn netwerk wel tweeduizend geestverwanten in Duitsland en daarbuiten omvatte. ‘Het netwerk bestaat nog steeds,’ zegt hij.
Financial Times-correspondent Simon Kuper zat in het stadion op vrijdag de 13de. Net als zijn kinderen houdt hij erg van Parijs. Maar hij vraagt zich nu voor het eerst af of hij er wel wil blijven wonen.
Keuze uit het archief
In Parijs werden deze week de terroristische aanslagen van 13 november 2015 herdacht. Dat ze een enorme impact hadden op het gevoel van veiligheid van de burgers, blijkt ook weer uit dit artikel van FT-correspondent Simon Kuper, die de aanslagen van dichtbij meemaakte. De vraag die hem na 13 november bezighield was: wil ik in Parijs blijven wonen? ‘Ik ben bang dat angst en gevaar hier misschien wel het nieuwe normaal worden.’
Ik zat in het stadion naar de wedstrijd Frankrijk-Duitsland te kijken, toen ik de eerste explosie hoorde. Hij klonk heel hard en het leek of hij van vlak buiten het stadion kwam. De meeste mensen negeerden het geluid, of begonnen zelfs te juichen: voetbalpubliek is gewend aan vuurwerk. Zelfs na de tweede explosie, een paar minuten later, bleef de stemming onder het publiek goed en de wedstrijd ging gewoon door.
Frankrijk-Duitsland is het soort eersteklas vermaak voor mensen in Parijs wonen: de wereldkampioen die tegen het land komt spelen dat over zeven maanden gastheer van het Europese Kampioenschap is. Uren na de wedstrijd hoorden we dat bij twee zelfmoordaanslagen vijf mensen waren omgekomen en nog veel meer gewonden waren gevallen, vlak buiten het stadion, een paar honderd meter van de plek waar wij hadden gezeten.
Het was een avond vol onzekerheid, van erachter proberen te komen wat er in hemelsnaam aan de hand was. Na de explosies bleef het publiek, bizar genoeg, gewoon naar de wedstrijd kijken en voor de Franse doelpunten juichen. Ik keek al niet meer. Ik was online met mijn laptop, volgde het nieuws dat binnenkwam, verschrikkelijk nieuws, en vroeg me af: moet ik mijn kinderen hier wel grootbrengen?
Ik woon al dertien jaar in Parijs. In mijn ogen functioneerde de stad altijd prima. Het is al eeuwenlang een van de echt grote steden. Ze hebben er hun eigen portie aan terroristen, maar de meeste Parijzenaren gaan over etnische grenzen heen aardig goed met elkaar om.
Vooral via de school en de voetbalclub van mijn kinderen hebben we min of meer vanzelf vriendschappelijke contacten opgebouwd met mensen van heel verschillende achtergrond, of die nu Arabisch is, christelijk, niet-religieus of Joods. Pas geleden nog zat bij ons aan de keukentafel een islamitisch stel uit Senegal – onze kinderen spelen al sinds de crèche met elkaar – en ze vroegen zich af waarom niet iedereen gewoon met elkaar kan opschieten. In de Parijse agglomeratie wonen twaalf miljoen mensen boven op elkaar, vaak met een kort lontje, maar tot nu toe is dat uitstekend gegaan. Parijs is een wonder. Samen hebben we de Charlie Hebdo-aanslagen doorstaan. De meeste Parijzenaren houden zich niet bezig met de grote, wereldwijde strijd tussen religies. Net als de meeste mensen elders willen ze alleen maar hun leventje leiden, hun hypotheek afbetalen en ’s avonds onderuitzakken voor de televisie, met vrienden uit eten of naar een voetbalwedstrijd gaan.
Na Charlie Hebdo zijn we allemaal doorgegaan met ons leven. De school van mijn kinderen ligt naast een nogal duidelijk doelwit voor terroristen, en zij raakten eraan gewend dat daar soldaten met machinegeweren stonden als ze ’s morgens langsliepen. Na een tijdje zagen ze het nauwelijks meer.
Maar vanavond vraag ik me voor het eerst af of we wel in Parijs kunnen blijven. Le Bataclan, het populaire café annex concertzaal waar tientallen mensen zijn neergeschoten, ligt een paar honderd meter van ons huis. (Het ligt ook om de hoek bij het voormalige Charlie Hebdo-redactiegebouw). Ik heb een paar keer bij Le Bataclan gegeten, ben er talloze keren langsgelopen. Nu zal het voorgoed herinnerd worden als een plek des doods.
Daarnet belde een vriend. Hij zat te eten in de straat waarin ook Le Bataclan ligt. Een politieagent had hem verteld welke kant hij op moest vluchten. Hij klonk hysterisch aan de telefoon. Ik hoop dat hij hier overheen komt.
Mijn vrouw was uit eten met vrienden. Toen de schietpartijen begonnen waren mijn kinderen thuis met de oppas. Ik belde de oppas en vroeg haar, een beetje onzinnig, om de deur op slot te doen. Straks zal ik proberen een Uber-taxi te krijgen van het stadion naar huis in het centrum van Parijs, dat nu wel een oorlogsgebied lijkt, waar op allerlei plekken geschoten wordt, op loopafstand van onze flat.
Vanavond zal mijn gezin waarschijnlijk niets overkomen. Maar daarna? In Parijs gaat het er juist om dat je de stad gebruikt. Iedereen hier woont in een krap appartementje. Er zijn vrijwel geen achtertuinen waar je kunt barbecueën of tikkertje kunt spelen met je kinderen en waar je jezelf van de wereld kunt afsluiten. In Parijs woon je om uit te gaan, om met vrienden af te spreken in een café als Le Bataclan, om gesprekken te voeren met intelligente mensen uit de hele wereld, om naar voetbalwedstrijden te gaan of naar het Louvre – waar vanavond ook een schietpartij in de buurt was. In Parijs gaat het om de openbare ruimte – de cafés, de culturele ontmoetingsplaatsen en de pleinen. Geen stad heeft betere. En als die openbare ruimte gevaarlijk wordt – de Parijse autoriteiten hebben nu gezegd dat mensen niet de deur uit moeten gaan, tenzij er een ‘absolute noodzaak’ is – valt de stad uit elkaar.
Het probleem is dat er maar een paar mannen met een geweer nodig zijn om een plek onleefbaar te maken
Ik denk niet dat dit een botsing tussen beschavingen is. Ik zie het als een botsing van een paar duizend jihadisten met een geweldige stad. Het probleem is, zoals we ook hebben gezien in voormalig Joegoslavië of in Libanon, dat er maar een paar mannen met een geweer nodig zijn om een plek onleefbaar te maken.
Misschien klinkt dit hysterisch. Ik schrijf het op een emotionele avond. Misschien is alles over een week of twee weer normaal, net zoals na Charlie Hebdo, en net zoals in New York een paar maanden na de aanslagen van 11 september. Als dat zo is, blijf ik misschien nog wel dertien jaar in Parijs. Maar ik ben pessimistisch. Ik ben bang dat angst en gevaar hier misschien wel het nieuwe normaal worden.
Ik weet niet hoe ik dit mijn kinderen moet vertellen. Ze houden van Parijs. Ze beschouwen zichzelf als Parijzenaren. Ze hebben nooit ergens anders gewoond en zeggen vaak dat we nooit mogen verhuizen. Maar ik kan tegenover hen niet doen alsof alles in orde is. Hun voetbalwedstrijd morgen zal denk ik wel afgelast worden. Normaal gesproken zouden we in het park in de buurt gaan spelen. Nu weet ik niet zeker of dat wel een goed idee is.
Ook de Franse ex-premier Dominique de Villepin maakt zich zorgen over de opmars van terreurbeweging IS in Irak. Als we niet oppassen wordt de hele regio gedestabiliseerd, waarschuwt hij in Le Monde. Slechts een gezamenlijke inspanning van het Westen én regionale partijen kan een uitweg bieden.
Het lijkt erop dat er iedere dag een nog erger bloedbad dreigt dan de dag ervoor. Honderdduizenden christenen in het Midden-Oosten, die van oudsher banden hebben met Frankrijk, worden met de dood bedreigd en slaan onder erbarmelijke omstandigheden op de vlucht. Vrouwen, kinderen en ouden van dagen komen in de Iraakse woestijn om van de dorst, enkel en alleen omdat ze christen of yezidi zijn. Al elf jaar gaat in Irak de religieuze verscheidenheid teloor die gedurende duizenden jaren een van de rijkdommen van het land uitmaakte. Frankrijk heeft de plicht om zijn stem te verheffen en in actie te komen, omdat het nog altijd instaat voor de mensenrechten, omdat het ertoe verplicht is op grond van zijn eigen pijnlijke geschiedenis.
Ik heb het afgelopen maand al gezegd, tijdens de bliksemsnelle opmars van de Islamitische Staat in Irak en de Levant [ISIS, inmiddels IS]: het gif van de identiteit tast, zoals de ergste gifsoorten, het gehele organisme in minder dan geen tijd aan. Als we deze bedreiging willen tegengaan, moeten we proberen haar te begrijpen en gezamenlijk te bestrijden, op methodische wijze.
Het is absoluut geen onheugelijke clash van beschavingen, tussen de islam en het christendom, het is niet de tiende kruistocht. Het is evenmin de zoveelste strijd tussen de beschaving en de barbarij, want het is te gemakkelijk om ervan uit te gaan dat je bij voorbaat het gelijk aan je zijde hebt. Nee, het betreft een ingrijpende en complexe historische gebeurtenis, die verband houdt met nationale onafhankelijkheid, mondialisering en de Arabische Lente.
Het Midden-Oosten maakt een moderniseringscrisis door die een existentieel karakter heeft en die de sociale en politieke krachtsverhoudingen zodanig verandert dat alle oude scheidslijnen weer tevoorschijn komen. De grenzen uit het tijdperk Sykes-Picot worden weggevaagd. De politieke modellen uit de postkoloniale tijd en de Koude Oorlog zijn verouderd. De sjiieten en de soennieten staan tegenover elkaar en de minderheden vallen ten prooi aan zuiveringen. Om kort te gaan, het islamisme verhoudt zich tot de islam zoals het fascisme zich verhield tot de idee van de natiestaat in Europa, een monsterlijke dubbelganger die niet gecontroleerd kan worden, een kruising van archaïsme en moderniteit. Archaïsche en middeleeuwse denkbeelden, ultramoderne communicatie- en propagandatechnologieën.
Het is onze taak het Midden-Oosten te helpen kiezen voor het leven en tegen de dood
Het zal een generatie duren voordat het Midden-Oosten is aanbeland in zijn eigen gekalmeerde moderniteit, maar voor het zover is wordt het bedreigd door de nihilistische verzoeking, door de zelfmoord van zijn beschaving. We staan aan de vooravond van een beslissend moment waarop de regio naar een van beide kanten zal overhellen. Het is onze taak om het Midden-Oosten zo goed mogelijk te helpen om te kiezen voor het leven en tegen de dood.
De eerste politieke uitdaging, zoals altijd, is de eenheid en het recht die de internationale gemeenschap moeten vertegenwoordigen. Geweld is slechts een laatste redmiddel om het ergste te voorkomen. Het moet gericht zijn. En laten we ons er wel van bewust zijn dat de jihadisten niets liever willen dan geweld om hun strijd een heldhaftig karakter te geven en de geesten te radicaliseren tegen het Westen, dat altijd verdacht kan worden van kruistochten of kolonialisme.
De tweede uitdaging zijn niet zozeer de fanatieke groepjes als wel de massa’s die ze meekrijgen en die ze kunnen mobiliseren, zowel uit angst voor een groter gevaar – zoals het geval is bij sommige stamhoofden en plaatselijke soennitische machthebbers – als uit haat. Er moet methodisch te werk gegaan worden om de afzonderlijke aspecten van elkaar te scheiden die tezamen hebben geleid tot de huidige ingewikkelde politieke situatie op soennitisch grondgebied. Wat heeft de regering-al-Maliki voor elkaar gekregen? Niets. Er moet een inclusieve regering komen waarin alle vreedzame groeperingen van de Iraakse samenleving zitting hebben. Er moet een beleidsprogramma komen om ervoor te zorgen dat al deze groeperingen vertegenwoordigd zijn in het leger en in de administratie, om de vicieuze cirkel van frustratie en haat te doorbreken.
De toekomst van het Midden-Oosten voor de komende decennia wordt nu bepaald
De belangrijkste uitdaging is – en we moeten de moed hebben om het hardop te zeggen – de financiering van de Islamitische Staat. Deze beschikt over steeds aanzienlijker financiële middelen, door de bevolking af te persen, goudreserves in te pikken of zich olievelden toe te eigenen. Die toevoer moet worden afgesloten. Maar ook de geldkraan van geldschieters moet worden dichtgedraaid, zonder welke de Islamitische Staat nergens is.
In een ernstig verdeeld Midden-Oosten zijn er altijd behoudzuchtige krachten, individuen of circuits, die soms geworteld zijn in de samenleving, soms in overheidskringen, die destructief opereren uit angst om de macht te verliezen maar soms ook uit vrees voor vernieuwende en democratische ideeën. Het moet Saoedi-Arabië en conservatieve monarchieën duidelijk worden gemaakt dat ze deze destructieve koers moeten loslaten, want hun dynastieën zullen de eerste slachtoffers zijn van een Jihadistan dat zich uitbreidt over het Arabisch schiereiland; er is daar immers geen enkel alternatief, afgezien van de huidige traditionele machten. Of het nu is uit geopolitieke rivaliteit of uit politieke overtuiging, deze landen moeten ophouden het vuur in het Midden-Oosten op te stoken. Frankrijk kan zijn steunpunten in de regio aanspreken, en met name druk uitoefenen op Qatar.
De derde politieke uitdaging is dubbel spel te vermijden van staten die in hun destructieve beleid nog altijd denken dat ze er op een of andere manier garen bij zullen spinnen. Turkije moet zijn standpunten in de regio verduidelijken en een evenwichtig Irak steunen met een stabiele Koerdische component, door uit alle macht de netwerken van de Islamitische Staat te bestrijden die het Turkse grondgebied gebruiken als uitvalsbasis. Geen enkel natiestaat in de regio volgt nu de duidelijke, heldere en noodzakelijke politieke koers die nodig is, noch Iran, noch Egypte. Het is hoog tijd, gezien het gevaar dat al deze landen worden weggevaagd, dat zij al hun kortzichtige plannetjes laten varen.
Het moment voor een constructieve regionale inspanning is aangebroken. We moeten ons goed realiseren dat het Midden-Oosten van de komende decennia nu wordt bepaald. Er is een langetermijnstrategie en -beleid nodig waarbij alle actoren in de regio worden betrokken. Het onderhandelingsproces over de nucleaire proliferatie van Iran is doorslaggevend voor de positie van een genormaliseerd Iran in de regio. De enige oplossing is nu een regionale conferentie waardoor er vooruitgang geboekt kan worden in de grote strategische, economische en politieke dossiers, van de oliewinning tot de verdeling van de watervoorraden.
Frankrijk heeft gelijk dat het onder aanvoering van François Hollande in actie wil komen. Het heeft gelijk dat het de weg van de Verenigde Naties bewandelt. Maar er moet wel duidelijk worden aangegeven wat Frankrijks koers, middelen én beperkingen zijn.
Auteur: Dominique de Villepin
Vertaler: Dirk Zijlstra
Le Monde Frankrijk, dagblad, oplage 345.000
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan z’n onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.
Dominique de Villepin (1953) is een Frans politicus en diplomaat. Hij was minister van Buitenlandse Zaken en premier tijdens de regering van Jacques Chirac. Na diens aftreden deed hij in 2012 een mislukte gooi naar het presidentschap. Naast zijn politieke carrière schreef De Villepin poëzie, politieke en historische essays en een boek over Napoleon.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.