Onderwerpen: Wetenschap

  • Sri Lanka staat begrafenissen toe | AfD onder toezicht

    Sri Lanka staat begrafenissen toe | AfD onder toezicht

    In Sri Lanka kunnen covid-19-doden nu worden begraven

    Na de uitbraak van de pandemie heeft de regering in Sri Lanka het verplicht gesteld om mensen die getroffen zijn door het coronavirus te cremeren, zoals de gewoonte is binnen de boeddhistische gemeenschap, die de meerderheid vormt in Sri Lanka, evenals bij de hindoeïstische Tamils. De bedoeling was om hiermee ‘elke mogelijke dreiging te voorkomen’. Maar de maatregel leidde zowel nationaal als internationaal tot veel ophef, meldt de nieuwssite Adaderana, vooral onder moslims.

    Op 3 maart gaf de regering van Rajapaksa toe aan de druk en zag af van de verplichte crematie. Begrafenissen zijn echter alleen toegestaan ​​op een afgelegen eilandje in de buurt van Jaffna, in het noordwesten van Sri Lanka. Lichamen moeten nu in een koelkamer worden bewaard totdat de juiste administratieve procedure is afgerond, waarna ze voor de begrafenis naar het eiland Iranaitivu worden vervoerd. 

    De bewoners van het eiland zijn het er niet mee eens. Woensdag vond er een demonstratie plaats tegen de aanstaande komst van de lichamen van covid-19-slachtoffers, vermeldt de site in een ander artikel.

    ‘Een wrede praktijk waarvan niet wetenschappelijk is bewezen dat deze de verspreiding van het virus voorkomt’

    De wijziging van de regering ‘getuigt van de onvermoeibare strijd van de families van de slachtoffers en mensenrechtenactivisten, evenals de druk van de internationale gemeenschap’, schrijft Colombo Telegraph. De Sri Lankaanse website noemt de verplichte crematie ‘een wrede praktijk waarvan niet wetenschappelijk is bewezen dat deze de verspreiding van het virus voorkomt’.

    De ‘Rajapaksa-clan’ – Gotabaya, het staatshoofd, en Mahinda, de voormalige president, momenteel premier – zou zich hebben laten leiden door ‘de anti-moslimwaanzin’ die in 2019 ontstond onder boeddhistische geestelijken, die de regerende partij ondersteunen, na de aanslagen op Paaszondag in april dat jaar. De regering zou van deze sentimenten gebruikmaken ‘om het publiek af te leiden van de treurige mislukking van hun beleid op alle fronten’.

    Misschien, oppert het artikel, moeten we in de draai ook een verband zien met het lopende onderzoek door het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties naar de schendingen van de Singalezen (de grootste etnische groep van Sri Lanka) tegen de Tamils ​​tijdens de burgeroorlog (1981-2009). Het politieke belang om de internationale gemeenschap over te halen en veroordeling te vermijden, zou heel goed een rol kunnen hebben gespeeld.


    Duitse AfD ‘onder toezicht’

    De Duitse binnenlandse inlichtingendienst heeft het extreemrechtse AfD onder observatie geplaatst als een mogelijke bedreiging voor de Duitse democratie. Het is de eerste keer dat een dergelijke actie wordt ondernomen tegen de belangrijkste oppositiepartij in de naoorlogse geschiedenis van het land, meldt Der Spiegel.

    De leiders van de AfD maken moslimimmigranten uit voor criminelen, vallen de pers aan en trekken democratische principes in twijfel, zo luidt de beschuldiging. Tijdens de pandemie hebben AfD-functionarissen deelgenomen aan protesten die soms uitliepen in geweld.

    De partij won in 2017 13 procent van de stemmen, sindsdien is de steun geslonken tot ongeveer 10 procent. In het voormalige communistische oosten van Duitsland is de aanhang nog altijd twee keer zo hoog.

    Twijfelachtig

    De beslissing over het toezicht werd vorige week genomen, maar nog niet aangekondigd, in afwachting van een rechtszaak die de AfD heeft aangespannen om de maatregel te stoppen. Leden van de partij beschuldigden de federale regering van een politieke zet in de aanloop van een nationale verkiezing, meldt de Süddeutsche Zeitung in een video.

    Ook onder ander de Neue Zürcher Zeitung hebben hun vraagtekens bij de ontwikkelingen. ‘Dat AfD een extreemrechtse partij is staat buiten kijf. Toch is het feit dat de Duitse binnenlandse geheime dienst kort voor de verkiezingen semiopenbare actie tegen hen onderneemt, twijfelachtig. Het agentschap wordt verondersteld de grondwet te beschermen – niet de gevestigde partijen.’

    Het bericht valt samen met het Franse verbod op Génération Identitaire, een militante jongerenbeweging die als gevaarlijk wordt beschouwd vanwege de gelikte rebranding van neonazistische concepten, en Orbáns gedwongen breuk met de christen-democratische fractie in het Europees Parlement in Brussel, schrijft The New York Times.


    Fragmenten van meteoor op het Britse platteland

    Van de meteoor die zondagavond boven Engeland was te zien, zijn waarschijnlijk fragmenten op het aardoppervlak gevallen, melden experts in The Independent. De meteoor, die in botsing kwam met de atmosfeer van de aarde, creëerde een vuurbal en een luide dreun ‘die zelfs in Ierland en Nederland te horen was’.

    Door de vele video’s van de vuurbal hebben onderzoekers de aard van de asteroïde vast kunnen stellen en haar baan kunnen bepalen.

    ‘De opnames vertellen ons dat de snelheid ongeveer 50.000 kilometer per uur was; te snel is om door mensen gecreëerd “ruimteafval” te zijn, dus het is geen oude raket of satelliet,’ citeert The Guardian Ashley King van het Natural History Museum. ‘Dit specifieke stuk asteroïde bracht het grootste deel van zijn baan tussen Mars en Jupiter door, hoewel ze soms dichter bij de zon kwam dan de aarde.’

    Lees ook:

    ‘Deze meteoor is erg gefragmenteerd, zoals je in de video’s kunt zien. Het grootste deel van de meteoroïde is verdampt tijdens de zes seconden zichtbare vlucht’, vertelt Luke Daly van de Universiteit van Glasgow aan The Independent. ‘We vermoeden echter dat nogal wat fragmenten de grond hebben bereikt. Als er stukken zijn geland, bevinden die zich waarschijnlijk net ten noorden van Cheltenham.’

    Katherine Vreugde van de Universiteit van Manchester geeft tips voor wie zo’n fragment vindt: ‘Fotografeer het op zijn plaats, noteer de locatie met de gps van je telefoon, raak het niet aan met een magneet en, als dat kan, ook niet met je handen. Pak het indien mogelijk op met een schone zak of een schoon stuk aluminiumfolie.’

  • Wie ruimt de rotzooi op in het heelal?

    Wie ruimt de rotzooi op in het heelal?

    Boven onze hoofden cirkelt een vliegende vuilnisbelt. Al die brokstukken kunnen leiden tot botsingen met satellieten de van essentieel belang zijn voor de wereldeconomie, omdat ze bijvoorbeeld de navigatie van schepen en vliegtuigen regelen. Het is de hoogste tijd dat dit Wilde Westen wordt beteugeld.

    De ochtend van 2 december bracht Holger Krag een onaangename verrassing: een trap van een Chinese raket, type ‘lange mars 4C’, dreigde een van zijn protegés te vernietigen. Krag houdt bij de ESA, de Europese Ruimtevaartorganisatie, toezicht op de in een baan om de aarde cirkelende satellieten.

    ‘Om negen uur kreeg ik een collisiewaarschuwing, ik zat in mijn thuiskantoor,’ vertelt Krag. Een bijverschijnsel van corona: ruimtevaart wordt nu zelfs af en toe vanuit de keuken bedreven.

    De situatie die ochtend was heikel, de kans op een botsing was ongeveer een op driehonderd

    Krag is hoofd van het ruimtevaartveiligheidsprogramma van de ESA. ‘Onze ijswaarnemingssatelliet Cryosat-2, die al ruim tien jaar op circa zevenhonderd kilometer hoogte rond de aarde cirkelt, liep gevaar door het duizenden kilo’s wegende stuk schroot dat sinds 2016 door de kosmos vliegt.’ De Cryosat-2-missie kostte tot nog toe meer dan 100 miljoen euro, de verkenner meet de dikte van de arctische ijslaag die in de laatste zomer alarmerend snel gesmolten is. Als deze klimaatverkenner verloren zou zijn gegaan, was dat niet alleen voor de ESA een verlies geweest.

    De situatie die ochtend was heikel, de kans op een botsing was ongeveer een op driehonderd. Standaard probeert Krag onder de risicogrenswaarde van een op tienduizend te blijven. Hij belde zijn team in het space operations centre, waar ondanks corona altijd een kernteam aan het werk is om ESA-satellieten op koers te houden. ‘We hebben toen versneld een uitwijkingsmanoeuvre uitgevoerd.’ 

    Krag krijgt inmiddels elke dag wel een aantal waarschuwingen voor een botsing, zo’n drie keer per week moet hij zijn kunstmanen voor stukken schroot in veiligheid brengen. Want boven onze hoofden cirkelt een vliegende vuilnisbelt.

    Ruimteschroot

    Space debris heet het fenomeen, ruimteschroot. Het gaat hierbij om kapotte satellieten of opgebrande bovenste trappen van raketten die gebruikt worden om satellieten te lanceren. Ruim 30.000 schrootdeeltjes met een grootte van meer dan 10 centimeter zoemen rond in een omloopbaan, soms met een snelheid van meer dan 28.000 kilometer per seconde.

    Bij dat soort snelheden kunnen zelfs kleine stukken of slijtagekruimels uitgroeien tot projectielen met een enorm vernietigingspotentieel, die zware schade toebrengen aan gevoelige zonnezeilen. Bijna een miljoen deeltjes met een grootte van een tot tien centimeter cirkelen als een hagelstorm op volle snelheid rond onze planeet.

    Maar afval is slechts het kleinste probleem.

    ‘Het is niet zo moeilijk om een schrootobject te ontwijken,’ vertelt Krag. Moeilijker wordt het wanneer twee actieve satellieten op ramkoers liggen, dan moeten de operators er onderling uit zien te komen. ‘Maar een adresboek om contact op te nemen met de andere operator hebben we niet.’ Tegelijkertijd kent de baan rond de aarde zelfs geen eenvoudige verkeersregels zoals ‘rechts heeft voorrang op links’.

    Een kapotte auto belandt op de schroothoop, een kapotte satelliet blijft echter soms tientallen jaren door cirkelen.

    Zonder een betrouwbare stroom aan gegevens vanuit satellieten zou er op aarde sprake zijn van chaos

    Die verloedering wekt temeer verbazing omdat informatie vanuit de ruimte al lang van essentieel belang is voor onze wereldeconomie: schepen, vliegtuigen en vrachtwagens kunnen niet zonder navigatiesignalen. Leveringsketens, computers, bankautomaten, benzinestations maken gebruik van tijdssignalen uit het heelal. Zonder een betrouwbare stroom aan gegevens vanuit satellieten zou er op aarde sprake zijn van chaos.

    Spoetnik

    In 1957 werd met de Spoetnik de eerste satelliet in een baan om de aarde gebracht. Van de sindsdien meer dan tienduizend gelanceerde kunstmanen cirkelt ruim de helft daarboven nog rond, 46 procent daarvan als wrak.

    En het aantal kunstmanen zou zich binnen afzienbare termijn weleens kunnen vervijfvoudigen. Maandelijks schieten private bedrijven hele satellietenzwermen de ruimte in, zogeheten megaconstellations zoals OneWeb, Starlink of Planet, met honderden en binnenkort wellicht duizenden onderdelen. Internet vanuit de ruimte, zelfs op de meest afgelegen plekken op aarde, zoals Elon Musks Starlink belooft, wordt sinds vorig najaar uitgetest. Ook al zou maar 1 procent van deze apparatuur averij oplopen, dan nog zou dat massaal tot botsingen kunnen leiden.

    ‘Wanneer we zo doorgaan met het vervuilen van de ruimte krijgen we een zichzelf versterkend collisiecascade-effect,’ waarschuwt Krag. Het Kessler-syndroom wordt dit horrorscenario genoemd – steeds meer objecten komen met elkaar in botsing, waardoor brokstukken vrijkomen die op hun beurt als granaten inslaan in andere objecten. ‘Je kunt het vergelijken met het klimaatprobleem, dat ook een punt zou kunnen bereiken waarop de dynamiek niet langer lineair is maar exponentieel.’

    We kennen het probleem al lang. Nu gaan we ook iets doen. Parallel aan de wedloop naar de maan en Mars komt het nu tot een omgekeerde space race naar onze eigen planeet: wie krijgt al dat schroot weer beneden?

    Sloopbedrijf in de ruimte

    Aan kop gaat momenteel ClearSpace. Dit bedrijf is wereldwijd de eerste vuilophaaldienst binnen het heelal. Dat klinkt niet echt flitsend, in vakjargon spreekt men liever van active debris removal. De eerste missie lijkt bedrieglijk eenvoudig: een kraanwagen, die met zijn grijparmen veel weg heeft van een metalen spin, moet een 112 kilo wegend raketdeel van de ESA oppakken dat sinds 2013 als schroot op ruim 600 kilometer hoogte cirkelt. Wanneer alles volgens plan verloopt, trekt de module het omlaag tot in de hoogste lagen van de atmosfeer, waar het geheel als een vuurbal verbrandt – ook de sleepmodule.

    Rendez-vousmanoeuvres in het heelal kenden we al, maar tot nog toe konden ruimtevaartuigen alleen op speciaal daartoe geconstrueerde plekken aankoppelen, zoals bij het internationale ruimtestation ISS. ClearSpace-1 kan echter ook een ‘niet-meewerkend object’ beetpakken.

    ‘Daarvoor is absolute precisie vereist, zelfs de allerkleinste fout kan in de microgravitatie al volkomen oncontroleerbare bewegingen tot gevolg hebben,’ vertelt Luc Piguet. Hij is een van de oprichters van ClearSpace, een Zwitserse start-up die voortkomt uit de Federale Technische Universiteit van Lausanne.

    De Zwitserse onderneming is niet het enige sloopbedrijf in de ruimte. Concurrentie vanuit Azië rukt op. Ook Astroscale heeft een sleepmodule ontwikkeld; deze vangt schrootdelen echter niet met een grijparm maar met een magneet. Doel is het bergen van de bovenste trap van een oude raket van de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA in het jaar 2026.

    Het is een nieuwe bedrijfstak met nieuwe allianties: OneWeb, een van de satellietmegaconstellaties, werkt al samen met Astroscale om de eigen objecten van meet af aan zo uit te rusten dat ze weggesleept kunnen worden. Design for Demise heet dit principe, ruw vertaald: ‘ontwerpen voor overlijden’.

    Waarom ze samenwerken? Bij megaconstellaties razen satellietenzwermen als parels aan een ketting dicht opeen door het heelal, eventuele averij zou daarom voor de hele constellatie gevolgen hebben en daarmee voor de investeerders. Daar kun je maar beter op voorbereid zijn.   

    Toch is de weg naar orde in de ruimte nog lang.

    Het sleepproces is even duur als de weg te slepen satelliet zelf – dat is alsof de sloop van een auto evenveel zou kosten als een nieuwe auto

    ‘Wanneer we bij covid-19 tot een lockdown besluiten, zien we de resultaten hiervan met een vertraging van enkele weken. In het geval van ruimteschroot kan de vertraging een aantal jaren zijn,’ zegt Holger Krag. ‘We moeten vandaag in actie komen zonder er zelf direct van te profiteren. Het gaat erom dat onze kleinkinderen ook over vijftig jaar nog aan ruimtevaart kunnen doen zonder daarbij belemmerd te worden door het vuil dat wij hebben achtergelaten.’

    Bij de tot nog toe uitgedachte schoonmaakcommando’s steekt het venijn in de details. Allereerst kan een sleepsatelliet meestal maar één schrootstuk grijpen omdat hij in precies dezelfde omloopbaan gelanceerd moet worden als zijn doelobject. Bovendien zijn ze duur. De ESA betaalt 86 miljoen euro aan het Zwitserse project. Daarmee is het sleepproces even duur als de weg te slepen satelliet zelf. Dat is alsof de sloop van een auto evenveel zou kosten als een nieuwe auto.

    Een ander probleem: bij dit soort manoeuvres is de scheidslijn tussen vriendelijke en vijandige handelingen uitgesproken dun. Het grijpen van een ‘niet-meewerkend object’ kan ook abusievelijk als een aanval worden opgevat. Want waar regels ontbreken, heerst wantrouwen. Ruimtevaartmogendheden als Rusland en de VS mogen dan wel samenwerken aan projecten als het ISS maar op andere vlakken staan zij tegenover elkaar. In zo’n klimaat kunnen de bedoelingen achter ClearSpace en Astroscale verkeerd worden begrepen.

    Dual use

    Dual use noemen vakmensen dit soort technologie dat zowel vreedzame als militaire doelen kan dienen. 

    ‘Ja, de ClearSpace-techniek kan als dual use gezien worden want wie een eigen satelliet kan opruimen, zou dat in theorie ook met een spionagesatelliet van een ander kunnen doen,’ geeft Krag toe. De ESA wil bezwaren tegen haar schoonmaakcommando ondervangen met een transparantieoffensief: ‘We zullen alle opruimmanoeuvres van tevoren aankondigen zodat niemand zich verrast of bedreigd hoeft te voelen.’

    Europa is in dit opzicht een rolmodel; lof daarvoor komt vanuit de VS: ‘Bij de vervuiling van de ruimte gaat het net zoals bij de vervuiling van de oceanen, iedereen kent het probleem maar niemand wil als eerste een stap doen. Daar komt nu verandering in,’ zegt Moriba Jah, ruimtevaartdeskundige aan de Universiteit van Texas in Austin. Op 26 januari belegde de universiteit een conferentie over het thema, natuurlijk alleen via Zoom.

    ‘Het was een signaal aan de VS dat Rusland de Amerikaanse satelliet had kunnen afschieten’

    Hoe zorg je ervoor dat alle naties het eens worden over regels in de ruimte? ‘Misschien kan het alleen via shaming,’ denkt Jah. ‘Wanneer de publieke opinie milieuzondaars in de ruimte aan de schandpaal nagelt, zet dat mogelijk iets in gang.’

    Voor de meeste mensen speelt het thema van verkeersregels voor het heelal niet echt. Behalve wanneer het mis dreigt te gaan. Zo ontstond er in juli enige opschudding. Rusland bracht door een manoeuvre van zijn satelliet Kosmos 2543 een Amerikaanse spionagesatelliet in het nauw. Er werd zelfs een schot afgevuurd, zij het ook in andere richting. ‘Het was een signaal aan de VS dat Rusland de Amerikaanse satelliet had kunnen afschieten,’ zegt Carsten Wiedemann van de Technische Universiteit Braunschweig, een toonaangevend expert op het gebied van verkeersmanagement in de ruimte.

    Gebeurtenissen als deze onderstrepen hoe precair de situatie binnen de baan om de aarde is. Het is nog altijd een grotendeels wetteloze ruimte. Er is een aantal intentieverklaringen, maar er zijn vrijwel geen bindende regels waar iedereen zich aan houdt. Het Wilde Westen in de ruimte.

    De tijd dringt om hier verandering in te brengen. ‘Voor 2025 moeten we op tal van terreinen tot samenwerking zien te komen,’ zegt Dan Oltrogge. Hij is een pionier op dit gebied en werkt voor de Space Data Association, een breed samenwerkingsverband van bedrijven die vrijwillig data en collisiewaarschuwingen met elkaar uitwisselen.

    ‘Eigenlijk zou elk bedrijf ervoor moeten zorgen dat het zijn eigen rommel opruimt’

    Tot nog toe zijn er volgens Oltrogge nauwelijks financiële prikkels om data te delen en schroot op te ruimen, de kosten en risico’s worden afgewenteld op het geheel. ‘Eigenlijk zou elk bedrijf ervoor moeten zorgen dat het zijn eigen rommel opruimt. In dat opzicht zou er geen verschil mogen zijn tussen een raketlancering of het oktoberfeest.’  

    Deskundigen dringen daarom aan op een ruimtereinigingsheffing die iedere exploitant bij een lancering aan een fonds zou moeten betalen, zodat later van daaruit opruimwerkzaamheden kunnen worden gefinancierd.

    Andere experts denken na over een verplichting om elke satelliet veiligheidshalve uit te rusten met een tweede voortstuwingssysteem. Indien de hoofdaandrijving uitvalt kan de hulpmotor het wrak dan terugduwen richting aarde totdat het veilig opbrandt.

    Maar al die ideeën sorteren pas echt effect wanneer ze niet slechts door enkele naties of een paar bedrijven in praktijk worden gebracht, maar door iedereen in de ruimte. Maar zo ver is het nog lang niet: ‘De gezamenlijke ruimtevaart met gevoel voor verantwoordelijkheid is momenteel een puinhoop,’ waarschuwt Kai-Uwe Schrogl, directeur van het International Institute of Space Law. ‘Met deze nieuwe anarchie gaat het respect voor het heelal als staatsvrije ruimte verloren.’

    Wapenwedloop

    Schrogl pleit al lang voor meer samenwerking, afgelopen najaar nog als adviseur in het kader van het Duitse voorzitterschap van de EU. ‘In het voorjaar van 2021 beleggen we een conferentie met de vertegenwoordigers van de EU- en de ESA-lidstaten,’ vertelt hij. ‘Het doel is een soort van wereldwijd luchtverkeersleidingssysteem voor de ruimte, in vakjargon space traffic management genoemd. Maar uitgerekend grote ruimtevaartlanden als de VS, Rusland en China verzetten zich hiertegen.’

    De waarheid is natuurlijk dat de ruimte ook het toneel is van een wapenwedloop. Degenen die daarbij betrokken zijn hebben weinig belang bij het spelen van open kaart.

    Is ordening van de ruimte dan wel haalbaar? Schrogl ziet wel degelijk positieve signalen: ‘Deels functioneert de coördinatie in de ruimte al heel goed, al geldt dat niet voor alle orbitale banen. Bij de geostationaire satellieten die op een hoogte van 36.000 kilometer aanwezig zijn, houden de grootste exploitanten elkaar intensief van hun activiteiten op de hoogte.’

    In 2007 schoot China – bij wijze van machtsvertoon – in zo’n lage baan een eigen weersatelliet met een ballistische raket kapot

    Deze vreedzame co-existentie wordt overigens niet zozeer ingegeven door edele motieven, de exploitanten maken zich gewoon zorgen om hun investering; daarom zijn ze voorzichtig. In de lagere omloopbanen tot achthonderd kilometer hoogte zijn veel universiteiten, militairen en megaconstellaties aanwezig. Hun belangen zijn heel divers en dus gaat het er rauw aan toe. In 2007 schoot China in zo’n lage baan een eigen weersatelliet met een ballistische raket kapot. Bij wijze van machtsvertoon.

    Tegelijkertijd was het een waarschuwing waarom de ruimte dringend regels en wetten nodig heeft. En een voorbeeld van hoe je beter niet met je afval kunt omgaan. In plaats van één oude satelliet cirkelen er nu duizenden brokstukken door de ruimte.

  • Wat drijft de complotdenker? Deze journalist werd zelf onderwerp van een complot en zocht het uit

    Wat drijft de complotdenker? Deze journalist werd zelf onderwerp van een complot en zocht het uit

    Niet alle complotdenkers zijn gek, ontdekte Dean Burnett van The Guardian. Er zijn veel mogelijke redenen waarom mensen verwikkeld raken in complotten, en waarom die uiteindelijk zo ingewikkeld en hardnekkig worden als ze zijn.

    Dit artikel verscheen al eerder in nummer 61.

    Kent u dat: u zet het vuilnis buiten en in een hoek ziet u nog een zak staan die u was vergeten en u pakt hem op, maar hij is zo oud dat hij scheurt en opeens zwermen er allemaal woedende vliegen om u heen en rent u gillend terug het huis in en blijft drie uur lang sidderend onder de douche staan? Zoiets is het, denk ik. Zelf ben ik (blijkbaar) verwikkeld in verschillende complotten.

    Als reactie op een schandelijk kritiekloze uitzending van Channel 5 over een maanlandingscomplot, ‘bekende’ ik in mijn blog dat het waar was, en beschreef ik nog meer ‘ware’ complotten om te laten zien hoe idioot het idee was. Volgens mij waren de complotten die ik verzon zo vergezocht dat niemand ze zou geloven, maar daarmee liet ik vooral zien hoe naïef ik zelf was over wat mensen voor zoete koek kunnen of willen slikken. Volgens velen heb ik dat natuurlijk alleen maar geschreven omdat ik een pion ben van de figuren achter het maanlandingscomplot.

    Ook begreep ik, na mijn stuk over de aanval van Julie Burchil op transseksuelen, dat ik deel uitmaakte van minstens twee complotten: van een complot vóór transseksuelen en van een complot tegen transseksuelen. Hopelijk waren het verschillende mensen die me van deze elkaar uitsluitende dingen beschuldigden, maar dat weet je nooit. 

    Het kan natuurlijk zijn dat de psychiatrie zelf een complot is 

    Wat brengt iemand ertoe om meteen een complot te zien in iets betrekkelijk onbeduidends (zoals een door mij geschreven, niet onvergetelijke blog)? Het heeft weinig zin om alles op te noemen wat hierover bekend is. Het zou niets veranderen en ik leef waarschijnlijk niet lang genoeg om het af te kunnen maken. Maar er zijn veel mogelijke redenen waarom mensen verwikkeld raken in complotten, en waarom die uiteindelijk zo ingewikkeld en hardnekkig worden als ze zijn.

    Het is belangrijk om complotdenkers niet weg te zetten als ‘labiel’, ‘gek’ of wat voor term ook waarmee je ze lachend kunt afdoen. Goed, het kan best zijn dat een extreme complotdenker wordt gedreven door een of andere psychische aandoening, zoals een angststoornis, paranoia of een psychose. Misschien is de kwaal niet ernstig genoeg om medisch ingrijpen te rechtvaardigen, of misschien is het geloof in complottheorieën de manier waarop mensen die zo’n stoornis hebben, hun symptomen in toom houden, een vorm van zelfmedicatie min of meer. Of het kan natuurlijk zijn dat de psychiatrie zelf een complot is. 

    Maar er is zeker geen direct verband tussen psychische stoornissen en complottheorieën. Je kunt in de officiële versie van de moord op JFK geloven en toch schizofreen zijn. 

    Ontvankelijk 

    Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde mens zorgwekkend ontvankelijk is voor complottheorieën. Daar zijn veel mogelijke redenen voor, zoals het feit dat mensen vatbaar zijn voor pareidolia of paraidolie (de neiging om patronen en betekenissen te zien in willekeurige gebeurtenissen). Er zijn talloze factoren die je ontvankelijkheid voor complottheorieën beïnvloeden, maar er is niet één duidelijke indicator, dus het kan van alles zijn. 

    Een netwerk van complotdenkers kan best gezellig lijken als je gelooft wat zij geloven 

    Maar waarom? Misschien bevredigen complottheorieën bepaalde menselijke basisbehoeften? Volgens de piramide van Maslow zijn de meest basale menselijke behoeften die aan voedsel, onderdak, et cetera. In de westerse samenleving hebben we het geluk dat het wat dat betreft wel voor elkaar is. Daarna hebben we behoefte aan ‘veiligheid’: zekerheid en vrij zijn van angst. Angst wordt vaak veroorzaakt door het onbekende, dus als je de complotten en methoden van machtige, verborgen figuren eenmaal ‘kent’, zou dat kunnen helpen.

    Saamhorigheid 

    Daarna hebben we de behoefte om ‘ergens bij te horen’. Mensen zijn sociale wezens en willen dus door anderen geaccepteerd worden. Zo’n netwerk van complotdenkers kan best gezellig lijken als je gelooft wat zij geloven, dus misschien biedt het complotdenken sommige mensen een gevoel van saamhorigheid? En vandaar kom je dan weer bij het volgende behoefteniveau: succes, erkenning en respect. Verbanden en bewijzen vinden voor complotten, doofpotten, et cetera, levert je in je eigen complotgroep vast de nodige schouderklopjes op.

    Dat gemeenschapsgevoel is misschien ook de reden waarom sommige complotten zo hardnekkig zijn, hoe vergezocht ook. Binnen groepen gebeuren rare dingen. De invloed van normen en waarden, groepsdenken, mensen die de informatie beheersen, groepspolarisatie, het zijn maar een paar van de mechanismen die de groep bij elkaar houden, die ervoor zorgen dat de heersende ideeën altijd vergezocht zijn en afwijkende meningen uitbannen, hetgeen weer leidt tot bevestigende vooroordelen en tunnelvisie als het gaat om onderzoek.

    Er zijn nog veel meer mogelijke verklaringen voor het gedrag van complotdenkers. Hoe vreemd het ook klinkt, het is zelfs mogelijk dat complottheorieën simpelweg geruststellend werken. Natuurlijk, het idee dat troepen reuzenhagedissen de mensheid vanuit het duister in hun macht houden, is angstaanjagend. Maar is dat minder eng dan de mogelijkheid dat we in een willekeurig universum leven waar niet-denkende krachten ons zonder oorzaak of reden kunnen uitdoven? Zoals de een zich tot God wendt, of tot het bovennatuurlijke, om deze mogelijkheid af te weren, zo wendt een ander zich misschien tot een complottheorie. 

    Sommige wereldberoemde wetenschappers (Darwin, Galilei) waren juist degenen die vraagtekens plaatsten bij het officiële verhaal

    En voordat de rationelere lezers van het wetenschapskatern van The Guardian beginnen te sputteren: er worden tegenwoordig in het openbaar wel meer inzichten c.q. meningen geventileerd die op andersdenkenden kunnen overkomen als complottheorieën. De National Health Service wordt in het geheim geprivatiseerd en de media zijn medeplichtig? Ja hoor. De regering probeert goede doelen af te knijpen? Natuurlijk. O, je kunt het ‘bewijzen’? Ja, dat kunnen mensen altijd. Misschien hebben complotdenkers hun stigma niet helemaal verdiend. Sommige wereldberoemde wetenschappers (Darwin, Galilei) waren juist degenen die vraagtekens plaatsten bij het officiële verhaal.

    En natuurlijk, misschien bestaan de complotten wél. Stel bijvoorbeeld dat dit blog helemaal geen analyse is van de psychologie van het complotdenken, maar een truc om het record ‘meeste krankjorume reacties’ op de site van The Guardian te breken? We zullen het nooit weten.

  • Uitbarsting vulkaan Etna | Noord-Korea hackt Pfizer

    Uitbarsting vulkaan Etna | Noord-Korea hackt Pfizer

    Uitbarstingen vulkaan Etna, Catania sluit zijn vliegveld

    De vulkaan Etna op Sicilië kende op dinsdag 16 februari zijn spectaculairste uitbarsting in maanden, schrijft La Repubblica. Een regen van as, lava en puin daalde neer op de omgeving van Catania, een stad aan de voet van de vulkaan.

    Een ‘lavafontein, een reusachtige aswolk en rondvliegende lapilli’ (lavafragmenten) – tot in Catania: zo beschrijft het dagblad La Sicilia het ‘ongelooflijke gebrul’ van de Etna op dinsdag 16 februari, rond 16.10 uur.

    De uitbarsting werd live uitgezonden op YouTube door het Italiaanse kanaal Local Team.

    Volgens het Italiaanse Instituut voor Geofysica en Vulkanologie is de activiteit van de Etna geconcentreerd in de zuidoostelijke krater en langs de westelijke wand van de Valle del Bove, waar de lava een hoogte van ongeveer 2000 meter boven de zeespiegel heeft bereikt.

    Technici en onderzoekers van het Etna-observatorium hadden op maandag 15 februari vastgesteld dat explosieve activiteit van de vulkaan gestegen was, aldus de site tgcom24.

    Volgens La Sicilia zijn er grote lapilli gevallen op de gemeenten Nicolosi, Pedara, Mascalucia en Trecastagni, allemaal ten noorden van Catania. De ‘regen’ van as en lapilli werd ook waargenomen in Catania zelf – een stad met meer dan 300.000 inwoners – van waaruit op 16 februari ‘een kolom van rook en as van bijna 6000 meter hoog’ werd gezien.

    Deze imposante aswolk dwong de autoriteiten de luchthaven van Catania te sluiten. Volgens La Repubblica vertrouwen vulkanologen erop dat de uitbarsting ‘geen gevaar oplevert voor mensen, huizen of dorpen’ in de regio.


    Trump versus McConnell: oorlog binnen de Republikeinse partij

    De voormalige Amerikaanse president Donald Trump gaf dinsdag (16 februari) partijgenoot en senator Mitch McConnell een veeg uit de pan door zijn partij te vragen zich af te keren van de Republikeinse leider in de Senaat. McConnell stelde Trump verantwoordelijk voor het gewelddadige bestormen van het Capitool op 6 januari.

    ‘Mitch is een norse en nukkige politieke nietsnut die nooit lacht, en als Republikeinse senatoren achter hem blijven staan, zullen ze nooit meer verkiezingen winnen’, zei Trump in een verklaring geciteerd door Politico.

    De verklaring bevat ‘geen teken van berouw voor Trumps opmerkingen aan het adres van een menigte aanhangers, die vervolgens op 6 januari het Capitool aanvielen’, schrijft The New York Times.

    De senator is van mening dat het voormalige staatshoofd strafrechtelijk kan worden vervolgd, ook al is hij door het Congres vrijgesproken

    Volgens een bron uit de omgeving van Trump, schrijft Politico, heeft een opiniestuk dat McConnell zondag publiceerde in The Wall Street Journal, de woede van de voormalige president uitgelokt. De senator stelt daarin dat hij van mening is dat het voormalige staatshoofd strafrechtelijk kan worden vervolgd, ook al is hij door het Congres vrijgesproken. Trumps vernietigende uitspraken over McConnell ‘zullen de strijd tussen Republikeinen over de toekomst van de partij na het presidentschap van Trump vrijwel zeker doen oplaaien’, concludeert Politico.

    De voormalige president, die nog steeds door een groot deel van het Republikeinse electoraat wordt gesteund, pleit voor een populistische aanpak, terwijl de senaatsleider wil terugkeren naar een koers gericht op het bevorderen van het bedrijfsleven, met een kleine rol voor de overheid. 

    Volgens The New York Times overwegen de adviseurs van Trump om actief campagne te gaan voeren voor bijna een dozijn kandidaten die het in de voorverkiezingen gaan opnemen tegen de Republikeinen die voor impeachment hebben gestemd. Deze stap zal de wrijving tussen het kamp-Trump en het kamp-McConnell alleen maar vergroten.


    Noord-Koreaanse hackers vallen Pfizer aan

    Pyongyang heeft geprobeerd de technologie achter het coronavaccin van Pfizer te stelen uit een laboratorium in de VS. Daar is de Nationale Inlichtingendienst van Zuid-Korea (NIS) achter gekomen, meldt het nieuwsagentschap Yonhap op dinsdag. Het is niet bekend wanneer de vermeende hack plaatsvond en of deze succesvol was. 

    ‘Noord-Korea is een gesloten samenleving, maar wel een met geavanceerde cybereenheden, die bereid zijn andere landen als doelwit te nemen, niet alleen voor geheime informatie maar gewoon voor geld’, stelt Gordon Corera van de BBC

    Pyongyang heeft de afgelopen maanden ook meer dan 255 miljoen euro aan cryptovaluta gestolen via computeraanvallen om verboden kernwapens en raketten te kunnen financieren, volgens een vertrouwelijk VN-rapport dat een paar dagen geleden is gepubliceerd, schrijft Euronews.


    Dinosaurus uitgestorven door komeet in plaats van planetoïde

    Het uitsterven van de dinosaurussen werd veroorzaakt door een komeet, niet door een planetoïde, zoals lange tijd algemeen werd aangenomen. Volgens een onderzoek dat maandag (15 februari) in het wetenschappelijk tijdschrift Scientific Reports is gepubliceerd, was het enorme object dat 66 miljoen jaar geleden de aarde trof, een overblijfsel van een komeet afkomstig uit de verre uithoeken van het zonnestelsel.

    Tot dan toe was de meest populaire theorie dat het object dat verantwoordelijk was voor de massale uitsterving afkomstig was uit de hoofdgordel, gelegen tussen Mars en Jupiter, waar zich de grootste concentratie planetoïden bevindt. Maar de frequentie waarmee deze planetoïden de aarde kunnen raken is ‘minstens tien keer te laag’ om de inslag te verklaren, zegt Avi Loeb, medeauteur van de studie en professor aan Harvard.

    Volgens Loeb en co zou het zwaartekrachtveld van Jupiter de komeet vanuit een uithoek van het zonnestel richting de zon hebben geslingerd. In de buurt van de zon zou een deel van de komeet zijn afgebroken, dat vervolgens koers zette naar de planeet Aarde, om aldaar in te slaan.

    Al in 1980 opperde de natuurkundige Luis Alvarez, gelijktijdig met de Nederlandse Geofysicus Jan Smit, dat het uitsterven van de dinosauriërs veroorzaakt was door een grote planetoïde- of komeetinslag, voegt Ars Technica eraan toe. Maar tot nu toe werd altijd een planetoïde aangewezen als de meest plausibele dader.

    Ook was de waarschijnlijke inslagplaats al lange tijd vastgesteld: een grote krater in Chicxulub, op het Mexicaanse schiereiland Yucatán. Geschat wordt dat bij de inslag meer dan een miljard keer zoveel energie is vrijgekomen als bij de atoombommen die in 1945 op Hiroshima en Nagasaki tot ontploffing zijn gebracht, schrijft Ars Technica. Daardoor ontstonden megatsunami’s, massale branden en een grote stofwolk die de lucht verduisterde en een radicaal effect had op het klimaat van de aarde. 

    De bevindingen van Loeb en zijn coauteurs tonen aan dat de ongewone samenstelling van de resten aangetroffen in de Chicxulub-krater – koolstofhoudend chondriet – erop wijst dat die afkomstig zijn uit de Oortwolk en niet uit de hoofdgordel van planetoïden, zoals eerder gedacht werd. 

  • Drukte op Mars: drie ruimtemissies bereiken de rode planeet in anderhalve week

    Drukte op Mars: drie ruimtemissies bereiken de rode planeet in anderhalve week

    ‘Een rover, lander en satelliet lopen in een baan rond Mars’, schrijft de techwebsite The Verge schertsend. Een kleine vloot onbemande ruimtevaartuigen van de Verenigde Arabische Emiraten, China en de Verenigde Staten bereikt deze maand Mars, nadat ze vorige zomer vanaf de aarde zijn gelanceerd.

    De tocht naar de rode planeet is een ‘marathon van primeurs’: het is de eerste ruimtemisse van de VAE, China’s eerste onafhankelijke poging om op Mars te landen, en de eerste keer dat NASA een helikopter bij een Marsmissie inzet, schrijft The Verge in een vooruitblikkend artikel.

    Een sonde van de Verenigde Arabische Emiraten – de ‘satelliet’ uit de mop – is dinsdag (9 februari) met succes in een baan rond Mars gebracht. Hierdoor maakt het land nu, als eerste Arabische natie, deel uit van de selecte groep ruimtevaartmogendheden die erin is geslaagd de vierde planeet vanaf de zon van dichtbij te bestuderen.

    In de Verenigde Arabische Emiraten viert de leiding hun geslaagde missie.

    Woensdag is het ook de Chinezen gelukt een sonde in een baan rond Mars te brengen, deze zal in mei of juni landen. En op 18 februari zal het Amerikaanse NASA met een robotverkenner, de rover Perseverance, voet aan de grond zetten op onze buurplaneet.

    De VAE hopen dat hun missie ‘al-Amal’ (Arabisch voor ‘Hoop’) belangrijke ontdekkingen zal opleveren over de weerpatronen op Mars en als katalysator zal dienen voor de opkomende wetenschappelijke en technologische sector in het land. De Golfstaat wil door te investeren in andere sectoren minder afhankelijk zijn van olie, schrijft The Verge in een tweede artikel.

    Maar de ruimtemissie dient vooral propagandadoeleinden, stelt El País kritisch: ‘Deze absolute monarchie viert haar vijftigjarige bestaan door zich te laten gelden als ruimtemacht. (…) Het is bovenal een poging om het imago op te poetsen van een land zonder vrijheid van meningsuiting, waar immigranten in onmenselijke omstandigheden werken en waar homoseksualiteit strafbaar is.’

    Missie volbracht

    ‘Missie volbracht’, twitterde de vicepresident van de VAE, Mohammed bin Rashid Al Maktoum op 9 februari. ‘In een baan rond de planeet komen was het meest kritische en gevaarlijke deel van onze reis naar Mars, waarbij de Hoop-sonde werd blootgesteld aan nog nooit eerder ondervonden druk’, aldus Omran Sharaf, projectleider van de missie, tegen The Verge. De sonde heeft ruim 480 miljoen kilometer afgelegd nadat ze afgelopen juli werd gelanceerd vanaf de Japanse ruimtebasis Tanegashima.

    De timing van de Hoop-missie was van cruciaal belang, aldus de techwebsite. De VAE lanceerden de sonde afgelopen zomer in een krappe periode van ongeveer twee maanden, toen de aarde en Mars op één lijn stonden in hun banen rond de zon. Dat gebeurt slechts eens in de twee jaar en de ‘drie landen hebben in 2020 van die kans gebruik gemaakt, net toen de ruimte weer opdook als speelplaats voor wetenschappelijke ontdekkingen en nationalistisch vertoon van macht’, aldus The Verge.

    ‘De ruimte is weer opgedoken als speelplaats voor wetenschappelijke ontdekkingen en nationalistisch vertoon van macht’

    Nu al-Amal met succes in een baan rond Mars is gebracht, gaat het twee jaar lang de atmosfeer en het weer op de planeet in kaart brengen. De eerste foto wordt deze week nog verwacht, meldt de Qatarese krant The Khaleej Times.

    De Chinese ruimtesonde ‘Tianwen-1’ (Chinees voor ‘Zoektocht naar de Hemelse Waarheid’) vergezelde woensdagochtend al-Amal in zijn baan om de rode planeet.

    Het ruimtevaartuig is in een baan gebracht die het binnen 400 kilometer van het Marsoppervlak zal brengen. In mei zullen de lander en de rover zich losmaken van het ruimtevaartuig en een gewaagde poging wagen om te landen in Utopia Planitia, waar zich onder het oppervlak van de planeet een grote laag ijs bevindt. Als China daarin slaagt, zal het na de VS het tweede land zijn dat een rover op het oppervlak van Mars laat landen en metingen verricht, schrijft The Verge in weer een ander artikel.

    De landingspoging van Tianwen-1 was oorspronkelijk gepland voor april, maar de Chinese ruimtevaartorganisatie heeft bekend gemaakt dat deze is verplaatst naar mei of juni. De landingsplaats is ongeveer 1846 kilometer verwijderd van de landingsplaats van NASA’s rover Perseverance, die volgende week zal landen, meldt The Verge – ruwweg de afstand per auto van Amsterdam naar Riga.

    Met de rover Tianwen-1 op de Marsbodem en een satelliet die van bovenaf de planeet scant, wil China de distributie van het waterijs onder de grond in kaart brengen om een beter inzicht te krijgen in de geologische structuur van de planeet. Ook onderzoekt China de mogelijkheid om het waterijs te gebruiken voor bemande Marsmissies op lange termijn, aldus SpaceNews.

    Ingenuity is de eerste helikopter die op een andere planeet wordt ingezet

    De Amerikaanse rover Perseverance zal tijdens zijn tijd op de rode planeet een heel bijzondere techniek inzetten, schrijft The Verge: een doosvormige helikopter met de naam Ingenuity. Ingenuity zal vanaf de buik van de rover proberen op te stijgen in de ultradunne atmosfeer van Mars. Als dat lukt, is het de eerste keer dat een helikopter op een andere planeet wordt ingezet, aldus de techwebsite.

    De landing op 18 februari is live te volgen via het YouTube-kanaal van NASA.

    Geobsedeerd

    Maar ‘waarom is iedereen toch zo dang geobsedeerd met Mars?’ vraagt het tijdschrift van National Geographic zich af. ‘De belangstelling van de mens voor Mars is tijdloos. Al duizenden jaren geven we betekenis aan Mars door er onze goden aan te verbinden, en haar bewegingen en oppervlak in kaart te brengen. We hebben Mars verwerkt in onze kunst, onze liederen, onze literatuur, onze films. Sinds het begin van het ruimtetijdperk hebben we meer dan vijftig ruimtevaartuigen – technische hoogstandjes die samen miljarden dollars hebben gekost – naar Mars gelanceerd. Vele pogingen, vooral in het begin, zijn mislukt. En toch houdt onze Marsmanie aan.’

    Die obsessie lijkt nog lang niet klaar. The Wall Street Journal moedigt NASA aan om mensen naar de rode planeet te sturen in plaats van de beoogde bemande missie naar de maan. ‘Het huidige doel van de NASA is de maan, maar de maan behoort toe aan een vorige generatie van Amerikaanse pioniers. Een grotere, meer passende ambitie voor het ruimtevaartprogramma dat als eerste mensen op een ander hemellichaam liet landen, is Mars – een bestemming die de NASA al sinds haar eerste visionaire dagen nastreeft. Het is nu tijd om die droom te verwezenlijken.’

    Een animatie van de landing van de rover Perseverance

    NASA schat dat een bemande missie naar de maan 24,4 miljard euro zal kosten en dat de lessen die daaruit worden getrokken, kunnen worden toegepast in toekomstige ruimtereizen naar Mars. Maar de krant benadrukt dat de maan en Mars heel verschillende omgevingen kennen. ‘Mars is een planeet met een atmosfeer, ijs, wind, weer en exploiteerbare grondstoffen’. De rode planeet ‘zou een nieuw thuis voor de mensheid kunnen worden, wat de Maan nooit zal zijn’.

    ‘Het is heel moeilijk om het idee dat Mars op de een of andere manier leven voor ons verbergt om zeep te helpen’

    Dat is volgens National Geographic ook een van de aantrekkingskrachten van onze buurplaneet. ‘De reden waarom Mars in de populaire cultuur zo’n grote rol speelt, is misschien wel heel eenvoudig: zelfs nu ons beeld van Mars in de loop der tijd is aangescherpt, kunnen we ons nog steeds gemakkelijk voorstellen dat we daar een nieuw thuis stichten, ver weg van de aarde.’

    Verlangen naar kameraadschap

    De NASA-rover Perseverance gaat zelfs op zoek naar bewijs voor leven op Mars – iets wat de fantasie van de Marsfanaten nog verder prikkelt. Maar wat als de rover niets kan vinden, niet eens bewijs dat het ooit mogelijk is om mensen voor lange tijd naar de rode planeet te sturen? ‘Zullen we dan het idee van leven op Mars kunnen opgeven?’ vraagt het populair-wetenschappelijk tijdschrift zich af.

    ‘Waarschijnlijk niet’, zegt David Grinspoon, hoofdwetenschapper bij het Planetary Science Institute tegen NG. ‘Het is heel moeilijk om het idee dat Mars op de een of andere manier leven voor ons verbergt om zeep te helpen.’

    ‘Op een bepaalde manier is die koppigheid misschien wel de meest flagrante manifestatie van ons verlangen naar kameraadschap, een verlangen naar gemeenschap, een behoefte om te weten dat we niet alleen zijn in het heelal’, filosofeert NG. ‘Mensen hebben andere mensen nodig om te overleven, en misschien is dat op planetaire schaal ook wel zo.’

  • Volgens complotdenkers zorgt dit onderzoekscentrum voor aardbevingen en massapsychoses

    Volgens complotdenkers zorgt dit onderzoekscentrum voor aardbevingen en massapsychoses

    De militaire onderzoeksfaciliteit HAARP spreekt tot de verbeelding van complotdenkers. Met radiogolven zou ze overstromingen, droogte en orkanen kunnen veroorzaken en zelfs gebruikt kunnen worden voor mind-control.

    Dit artikel verscheen eerder in #61.

    Het High Frequency Active Auroral Research Program (HAARP) is een centrum voor onderzoek naar de atmosfeer op een afgelegen plek in Alaska. Wetenschappers warmen er met behulp van radiozenders en antennes de atmosfeer op om te kunnen bestuderen hoe deeltjes zich in de bovenste laag van de dampkring gedragen. Onderzoekers hebben HAARP al ingezet bij het kunstmatig scheppen van poollicht, voor communicatie met onderzeeërs en bij het bestuderen van de Van Allen-stralingsgordel rondom de aarde.

    Sinds begin 2013 ligt het systeem door een gebrek aan overheidsfinanciering stil. Volgens natuurkundige Dennis Papadopoulos van de Universiteit van Maryland, die met HAARP samenwerkt, blijft het echter een belangrijk onderzoekscentrum. ‘Zonder een goede kennis van de radiowetenschap van de atmosfeer zouden we geen satelliettelevisie hebben, geen GPS en nog veel meer niet,’ zegt hij. ‘Niet alleen voor de wetenschap is een goed begrip van hoe de atmosfeer zich gedraagt essentieel, maar ook voor de technologie.’ 

    Laboratorium 

    De kern van HAARP wordt gevormd door een radarsysteem waarin met behulp van 360 zenders en 180 antennes 3,6 megawatt aan vermogen wordt opgewekt. Radiogolven met een frequentie tussen de 2,8 en 10 megahertz reiken zo’n 100 tot 600 kilometer boven het aardoppervlak. Daar geven zij hun energie af aan elektronen in de ionosfeer, een ijle laag geladen deeltjes op ongeveer dezelfde hoogte als het internationale ruimtestation ISS en andere satellieten.

    Astronomen als Papadopoulos kunnen zo de atmosfeer tot hun laboratorium maken. Deze wetenschappers bestuderen de interactie van elektromagnetische golven met plasma’s of van zonnewind met de aardatmosfeer, het ontstaan van het poollicht en de fundamentele eigenschappen van geladen deeltjes. Vorig jaar lanceerde NASA bijvoorbeeld een aantal sondes om de Van Allen-gordel te bestuderen – de kringen van plasma die door het aardmagnetisch veld op hun plaats worden gehouden.

    Een documentaire van VICE over HAARP. In 2017 zijn in Georgia twee mannen opgepakt die van plan waren de onderzoeksfaciliteit aan te vallen.

    Satellieten kunnen deze waarnemen en gebruiken bij het doen van metingen, legt Papadopoulos uit. ‘We kunnen een verstoring creëren en vervolgens het effect daarvan bestuderen,’ zegt hij. ‘We kunnen naar onze sondes fluiten en dan vragen: hoorde je dat gefluit? Of hoorde je soms een iets langer gefluit?’

    Ook voor de technologie is een goed begrip van hoe de atmosfeer zich gedraagt essentieel 

    Al sinds het in gebruik werd genomen, in het begin van de jaren negentig, doen over HAARP verschillende samenzweringstheorieën de ronde. Nog in 2010 gaf de Venezolaanse president Hugo Chávez HAARP de schuld van de vernietigende aardbeving op Haïti. Volgens hem kon dit ‘wapen’ met evenveel gemak overstromingen, droogte en orkanen veroorzaken. In hetzelfde jaar hield de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad HAARP verantwoordelijk voor overstromingen in Pakistan; later beweerde hij ook dat het Westen het gebruikte om Iraanse regen te stelen. 

    Oorsprong 

    Sommige van deze theorieën vinden hun oorsprong in de uitzinnige rechtvaardigingen die voor het bestaan van HAARP werden gegeven, waarbij voormalig senator Ted Stevens een grote rol speelde. Zijn invloed bij de besteding van overheidsgelden was groot en hij oormerkte 300 miljoen dollar voor de bouw van het centrum.

    Toen HAARP in 2007 in gebruik werd genomen, zinspeelden politici op een mogelijke inzet bij het onschadelijk maken van de elektromagnetische effecten van een eventuele Noord-Koreaanse kernaanval en bij andere militaire doeleinden. Dat zou als volgt in zijn werk gaan: Noord-Korea lanceert een intercontinentale ballistische raket met een kernkop, die ruim honderd kilometer boven het aardoppervlak ontploft. Daardoor worden hoogenergetische elektronen vrijgemaakt in de ionosfeer, zodat de satellietcommunicatie buiten werking treedt. 

    Hoogfrequente radiogolven, zoals HAARP deze genereert, kunnen volgens Papadopoulos die elektronen ‘wegduwen’ en zo onze communicatie-infrastructuur beschermen. Maar, zegt hij, ‘HAARP als systeem is daartoe nog niet in staat. Het dient hooguit als laboratorium waarin we kunnen uitvinden hoe zoiets precies werkt.’ 

    Engelen 

    Een goede samenzweringstheorie is echter niet kapot te krijgen. Stevens verloor de verkiezingen en kwam twee jaar later bij een vliegtuigongeluk om het leven. Zijn opvolger is de democraat Mark Begich, wiens broer de auteur is van het boek Angels don’t play this HAARP [Engelen bespelen deze HAARP niet], waarin geclaimd wordt dat de krachtige elektromagnetische golven van de installatie ‘mentale verwarring in een groot gebied’ kunnen opwekken. Dat gegeven staat eveneens centraal in de plot van Tom Clancy’s roman Breaking Point, waarin een atmosferisch wapen in Alaska wordt ingezet om een massapsychose op te wekken. 

    En de rol van aardbevingen in deze samenzwering? Papadopoulos wijst op niemand minder dan Nikola Tesla. Deze Servische geleerde vond onder andere een met stoom aangedreven oscillator uit, die door middel van razendsnelle trillingen elektriciteit opwekte. Lang geleden vertelde hij het verhaal dat de oscillator in verschillende gebouwen ‘resonantie’ had veroorzaakt, die mensen voor een aardbeving hielden. Volgens Papadopoulos is de vermeende link tussen HAARP en aardbevingen te herleiden tot deze ene bron. 

    En mind-control? ‘Als dat waar was, dan zouden ze ons niet sluiten,’ grinnikt Papadopoulos.

    HAARP werd in 2014 bedreigd met sluiting maar is nog steeds actief onder auspiciën van de Universiteit van Alaska.

  • Waarom deze classicus klaar is met de Klassieken

    Waarom deze classicus klaar is met de Klassieken

    De Amerikaanse classicus Dan-el Padilla Peralta is niet de eerste, maar momenteel wellicht wel de meest uitgesproken criticaster van het nog steeds zeer breed gedragen idee dat de klassieke wereld van de Grieken en Romeinen een ‘zuivere’, witte wereld was, die het fundament legde voor onze ‘superieure’, witte westerse civilisatie. Dit idee, dat in extreemrechtse kringen gretig wordt omhelsd, is aan grondige revisie toe, vindt Peralta. Wat hem betreft gaat de studie van de Klassieken volledig op de schop.

    De 36-jarige Dan-el Padilla Peralta, een immigrant afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, is als zwarte man een witte raaf in de doorgaans roomwitte wereld van de klassieke wetenschap. Maar hij is niet zomaar een verdwaalde in het academische klassieke bolwerk: hij is professor aan de prestigieuze universiteit van Princeton en een autoriteit op het gebied van de Romeinse geschiedenis. Rachel Poser, plaatsvervangend hoofdredacteur van Harper’s Magazine, die vaak schrijft over de relatie tussen verleden en heden, schreef zijn verhaal op als longread voor The New York Times.

    Extreemrechts

    Lang bewierookt als de studie naar de grondslagen van de westerse beschaving, aldus Poser, probeert de klassieke wetenschap momenteel zijn ‘elitaire’ reputatie van zich af te schudden, evenals de notie dat het een domein is van voornamelijk witte mannen. ‘Die poging kreeg onlangs nieuwe urgentie, want de Klassieken worden omarmd door aanhangers van extreemrechts, die de oude Grieken en Romeinen beschouwen als de grondleggers van de zogenaamde witte cultuur. Relschoppers in Charlottesville, Virginia, droegen vlaggen met het symbool van de Romeinse staat; online reactionairen nemen klassieke namen als pseudoniem; de wit-racistische website Stormfront toont een afbeelding van het Parthenon naast de slogan “Elke maand is een witte-geschiedenismaand.”’

    Padilla spreekt sinds een aantal jaren openlijk over de schade die classici hebben aangericht in de twee millennia sinds de oudheid, door de Klassieken als rechtvaardiging te gebruiken voor slavernij, rassenwetenschap, kolonialisme, nazisme en andere twintigste-eeuwse vormen van fascisme. De wetenschap van de Klassieken was een discipline waaromheen de moderne westerse universiteit groeide, en Padilla gelooft dat daarmee racisme is gezaaid in het hoger onderwijs.

    Mythen over de Oudheid

    In de afgelopen jaren hebben gelijkgestemde classici zich verenigd om schadelijke mythen over de Oudheid aan te pakken, schrijft Poser. ‘Op sociale media, in tijdschriftartikelen en blogposts leggen ze uit dat, in tegenstelling tot rechtse propaganda, de Grieken en Romeinen zichzelf niet als ‘wit’ beschouwden, en dat hun marmeren sculpturen, waarvan de bleke huid sinds de achttiende eeuw is gefetisjeerd, in de oudheid vaak beschilderd waren. Ze wijzen erop dat in Athene, bejubeld als de geboorteplaats van de democratie in de vijfde eeuw voor Christus, deelname aan de politiek was beperkt tot mannelijke burgers; dat duizenden slaven werkten en stierven in zilvermijnen ten zuiden van de stad, en dat de regels dicteerden dat vrouwen uit de hogere klasse het huis niet mochten verlaten tenzij ze gesluierd waren en vergezeld werden door een mannelijk familielid. Ze hebben aangetoond dat het concept van de westerse beschaving een eufemisme werd voor ‘witte beschaving’ in de geschriften van mannen als Lothrop Stoddard, eugeneticus en lid van de Ku Klux Klan. Sommige classici zijn tot het inzicht gekomen dat hun vakgebied deel uitmaakt van het schavot van witte suprematie, maar ze beginnen daarin ook kansen te zien.’ Omdat de Klassieken een rol speelden bij de constructie van de witte mythe, kan de discipline misschien ook een rol spelen bij de ontmanteling ervan.

    Witte suprematie

    Volgens Poser is Padilla ‘compromisloos’ in zijn visie op de medeplichtigheid van classici aan systemisch onrecht, ‘zelfs volgens de normen van sommige van zijn bondgenoten. Hij betitelt het vakgebied als ‘gelijke delen vampier en kannibaal’, als een gevaarlijke kracht die is gebruikt om te moorden, tot slaaf te maken en te onderwerpen. ‘Hij zegt niet zeker te weten of het vakgebied een toekomst verdient,’ aldus Denis Feeney, een Latinist aan Princeton. Padilla gelooft dat de Klassieke wetenschap zo verweven is met witte suprematie dat ze er onafscheidelijk van is.

    Tijdens een congres in 2019 was Padilla panellid van het onderdeel ‘De toekomst van de Klassieken’. Tijdens het vragenrondje na Padilla’s toespraak, betoogde Mary Frances Williams, een classica uit Californië: ‘We moeten opkomen voor ons vakgebied.’ Volgens haar is het absoluut noodzakelijk om te staan voor de Klassieken als de politieke, literaire en filosofische basis van de Europese en Amerikaanse cultuur: ‘Het is westerse beschaving. Het doet ertoe omdat het over het Westen gaat.’ De Klassieken hebben ons immers de begrippen vrijheid, gelijkheid en democratie gegeven, aldus Williams.

    Padilla had een dergelijke reactie verwacht en antwoordde: ‘Dit is wat ik te zeggen heb over de visie op de Klassieken die je schetst. Ik wil er niets mee te maken hebben. Ik hoop dat het veld dat je hebt geschetst sterft, en dat dat zo snel mogelijk gebeurt.’ Die opmerking kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

    Athene van de Nieuwe Wereld

    In zijn vroege jeugd noemden Padilla’s ouders Santo Domingo, de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek, trots het ‘Athene van de Nieuwe Wereld’, een cultureel en educatief centrum. Dat idee werd gevoed door Rafael Trujillo, de dictator die het land regeerde van 1930 tot hij werd vermoord in 1961. Net als andere twintigste-eeuwse fascisten zag Trujillo zichzelf en zijn volk als erfgenamen van een grootse Europese traditie die zijn oorsprong vond in Griekenland en Rome. In een toespraak uit 1932 prees hij het oude Griekenland als de ‘meesteres van schoonheid, eeuwig weergegeven in de onberispelijke witheid van haar marmer’. Trujillo’s verering van witheid stond centraal in zijn boodschap. Door een beroep te doen op de klassieke erfenis, kon hij de inwoners van buurland Haïti wegzetten als inferieur, want hun huidskleur was donkerder. Dit leidde in 1937 tot een moorddadig hoogtepunt met het Parsley-bloedbad, ofwel El Corte (‘het snijden’) in het Spaans, waarbij Dominicaanse troepen volgens sommige schattingen zeker dertigduizend Haïtianen en zwarte Dominicanen vermoordden.

    Padilla’s familie sprak niet veel over hun leven onder de dictatuur. Ze leefden in wat Padilla beschrijft als ‘verlammende armoede’, maar genoten door hun lichtere huidskleur een zekere mate van privilege in de Dominicaanse samenleving. Ze woonden generaties lang in Pimentel, een stad in de buurt van het bergachtige noordoosten waar tot slaaf gemaakte Afrikanen in de zestiende en zeventiende eeuw marrongemeenschappen hadden gesticht.

    Net als hun tegenhangers in de Verenigde Staten gaven slavenhouders in de Dominicaanse Republiek hun slaven soms klassieke namen als bewijs van hun ‘beschavingsideaal’. Daarom is de verstrengeling van de Klassieken met het slavernijverleden vandaag de dag nog steeds terug te vinden in de namen van veel Dominicanen. ‘Waarom zijn er Dominicanen die Themístocles heten?’ vroeg Padilla zich af als kind. ‘Waarom is Aristides de tweede naam van honkballer Manny Ramirez?’ De tweede naam van dictator Trujillo was Leónidas, naar de Spartaanse koning die met driehonderd van zijn soldaten martelaar werd in Thermopylae. Leónidas is inmiddels een icoon van extreemrechts geworden.

    Immigranten

    Toen Padilla vier was, vloog het gezin naar New York omdat zijn moeder medische zorg nodig had vanwege zwangerschapscomplicaties. Maar nadat zijn broer, Yando, was geboren, besloot het gezin te blijven. Ze verhuisden naar de Bronx en hoopten stilletjes hun immigratiestatus te kunnen normaliseren, hetgeen hen al hun spaargeld kostte. Zonder papieren was het moeilijk om vast werk te vinden. Zijn vader ging terug naar de Dominicaanse Republiek en de rest van het gezin belandde in een daklozenopvang.

    In zijn memoires Undocumented uit 2015 omschreef Padilla de opvang als uiterst goor. Een plek van rust was voor hem de kleine bibliotheek. Sinds hun vertrek uit de Dominicaanse Republiek was hij nieuwsgierig geworden naar de Dominicaanse geschiedenis, maar hij kon in de bibliotheek geen boeken vinden over het Caribisch gebied. Wat hij wel vond, was een boekje met de titel Hoe mensen leefden in het oude Griekenland en Rome.

    ‘De westerse beschaving is ontstaan uit de vereniging van vroege Griekse wijsheid en het sterk georganiseerde juridische denken van het vroege Rome’, zo begon het boek. ‘Het Griekse geloof in iemands vermogen om zijn verstand te gebruiken, in combinatie met het Romeinse geloof in militaire kracht, leidde tot een resultaat dat tot ons is gekomen als erfenis, als een geschenk uit het verleden.’ Dertig jaar later kan Padilla die openingszinnen nog steeds opdreunen. Hij nam het leerboek mee naar de kamer die hij deelde met zijn moeder en broer en bracht het nooit meer terug naar de bibliotheek.

    De familie verhuisde naar een opvangcentrum in Bushwick. In 1994 trof Jeff Cowen, een fotograaf die daar kunstlessen gaf, de negenjarige Padilla aan, weggedoken in een hoekje met een biografie over Napoleon. ‘Terwijl de kinderen na de lunch rondrenden als gekken, zat in de hoek een jongen met dat enorme boek,’ aldus Cowen. ‘Hij stond op en schudde mijn hand als een kleine heer, sprekend alsof hij een soort Ivy League-professor was.’ Cowen was verbouwereerd. ‘Binnen vijf minuten was het duidelijk dat deze jongen de beste opleiding verdiende die hij kon krijgen. Het voelde als een verantwoordelijkheid.’

    Princeton

    Cowen werd mentor van Padilla en later ook zijn peetvader. Hij bracht boeken en puzzels mee, ging rolschaatsen in Central Park met Padilla en Yando en hielp Padilla uiteindelijk met de aanmelding voor Collegiate, een New Yorkse particuliere school voor de elite. Padilla werd toegelaten met een volledige beurs en raakte er bevangen door de emotionele kracht van klassieke teksten in het Latijn en Grieks, door de Griekse filosofie, en door de vurigheid en actie van het epos.

    Daarna werd hij met een volledige studiebeurs aangenomen op Princeton, waar hij vaak de enige zwarte was tijdens cursussen Latijn en Grieks. ‘In de tijd dat ik me als student verloor in de Klassieken, was eenzaamheid het moeilijkste’, aldus Padilla. Toen het tijd werd om een hoofdvak te kiezen, kwam het krachtigste verzet tegen zijn keuze van zijn goede vrienden, van wie velen ook immigranten waren, of kinderen van immigranten. Ze stelden Padilla vragen die hij niet kon beantwoorden. Waarom dit wittengedoe? Hoe helpt dit ons?

    Padilla meende dat hij bepaalde keuzes niet moesten schuwen enkel omdat de buitenwereld vond dat ze niet voor zwarte en bruine mensen waren. Maar hij merkte dat hij niet helemaal tevreden was met zijn eigen argumenten. De vraag over het nut van de Klassieken was niet triviaal. Zou hij een opleiding Latijn en Grieks kunnen doen en er iets bevrijdends van kunnen maken? ‘Die urgente vraag vergezelde me door het begin van mijn studie en daarna’, zo zegt Padilla.

    Padilla studeerde in 2006 als een van de besten af aan Princeton en behaalde daarna een masterdiploma aan Oxford en een doctoraat aan Stanford. In die tijd probeerden steeds meer wetenschappers niet alleen de elite te begrijpen die de Griekse en Latijnse literatuur hadden geschreven, maar ook de mensen uit de oudheid zonder stem: vrouwen, de lagere klassen, slaven en immigranten. Leergangen over gender en ras in de oudheid werden gemeengoed en bleken populair, maar het was nog onduidelijk of ze blijvend hun stempel zouden drukken. 

    ‘Ja, we zijn het eens met uw kritiek. Maar laten we nu maar weer precies gaan doen wat we altijd hebben gedaan’

    Classicus Ian Morris, adviseur van Padilla aan Stanford, zegt daarover: ‘Er zijn classici die zeggen: “Ja, we zijn het eens met uw kritiek. Maar laten we nu maar weer precies gaan doen wat we altijd hebben gedaan.” Er zijn ook tal van classici die weigeren om de rol van hun vakgebied in het ‘witwassen’ van de oudheid te erkennen. ‘Classici zien zichzelf over het algemeen als liberaal’, aldus Joel Christensen, professor Griekse literatuur aan de Brandeis University. ‘Maar ze kunnen dat alleen volhouden doordat ze meestal niet omgaan met mensen die dat liberalisme en de betekenis ervan bevragen.’

    Slavernij

    Denkend aan de geschiedenis van zijn eigen familie, raakte Padilla geïnteresseerd in Romeinse slavernij. Decennialang richtte onderzoek zich op het gegeven dat slaven vrij konden worden en dat dat veel vaker voorkwam in Rome dan in andere samenlevingen met slavenhouders. Maar er waren talloze slaven die geen kans maakten, vooral degenen die op het veld of in de mijnen werkten, ver weg van de machtscentra.

    ‘Er zijn zoveel getuigenissen van hoe diep vernederend slavernij was,’ vertelt Padilla in het interview met Poser. Slaven in het oude Rome konden worden gemarteld en gekruisigd; gedwongen tot een huwelijk; aan elkaar geketend in werkploegen; gedwongen om met gladiatoren of wilde dieren te vechten; naakt tentoongesteld worden op markten met borden om hun nek die hun leeftijd, karakter en gezondheid aan potentiële kopers vermeldden.

    Eigenaren konden hun voorhoofd laten tatoeëren zodat na een vluchtpoging zouden worden herkend. In graven van slaven hebben archeologen metalen kragen gevonden die om de nek van skeletten waren geklonken, zoals een ijzeren ring met een bronzen plaatje, nu in het Museo Nazionale in Rome. Daarop staat de tekst: ‘Ik ben weggelopen. Als je me terugbrengt naar mijn meester Zoninus, ontvang je een gouden munt.’

    In 2015 begon Padilla als postdoctoraal onderzoeker bij de Columbia Society of Fellows. Classici vergoelijkten niet langer de slavernij in de oudheid, maar velen betwijfelden wel of de werelden van slaven konden worden gereconstrueerd, omdat ooggetuigenverslagen over slavernij de eeuwen niet hadden overleefd. Dat bevredigde Padilla niet. In 2017 publiceerde hij een artikel in het tijdschrift Classical Antiquity, waarin hij bewijsmateriaal uit de oudheid en van de slaventransporten over de Atlantische Oceaan met elkaar vergelijkt om een meer samenhangend beeld te krijgen van het religieuze leven van de Romeinse slaven.

    Donald Trump

    Rond de tijd dat Padilla aan dat artikel werkte, maakte Donald Trump tijdens zijn presidentscampagne zijn eerste opmerkingen over Mexicaanse ‘criminelen, drugsdealers, verkrachters’ die de VS binnenkwamen. Padilla, die twintig jaar lang met een onzekere immigratiestatus had geleefd, had net een Green Card aangevraagd. Nu zag hij alt-rechtse figuren zoals Richard Spencer, die fantaseerde over het creëren van een ‘blanke etno-staat op het Noord-Amerikaanse continent’ die ‘een reconstructie van het Romeinse Rijk’ moest worden.

    Spencer groeide uit tot nationale bekendheid. Als reactie op het toenemende anti-immigrantengevoel in Europa en de VS, schreef Mary Beard, misschien wel de beroemdste classica ter wereld, in The Wall Street Journal dat de Romeinen ‘verbaasd zouden zijn over onze moderne problemen met migratie en asiel’, omdat hun rijk immers was gebaseerd op ‘principes van incorporatie en van het vrije verkeer van mensen’.

    Padilla raakte gefrustreerd door de manier waarop wetenschappers probeerden de trumpiaanse retoriek te bestrijden. Hij schreef een essay voor Eidolon waarin hij duidelijk maakt dat in Rome, net als in de VS, lofzangen op multiculturalisme samengaan met haat tegen buitenlanders. Padilla betoogt ook dat het signaleren van onwaarheden over de oudheid, hoewel belangrijk, niet voldoende is.

    ‘Ik ben niet geïnteresseerd in sloop omwille van de sloop. Ik wil iets bouwen’

    De uitleg dat er nooit een almachtig, leliewit Romeins Rijk heeft bestaan, zal witte nationalisten niet doen stoppen met hun hunkering naar die mythe. Het is niet de taak van classici om ‘de schreeuwers aan te wijzen’, zei hij op een panel van 2017. ‘De positie innemen van leraar, van de gekwalificeerde classicus die dingen weet en op fouten wijst, is niet voldoende.’ Het ontmantelen van machtsstructuren die de klassieke traditie gebruiken als ondersteuning, vereist meer dan alleen het toetsen van feiten; het vereist een geheel nieuw verhaal over de oudheid, en over wie we nu zijn.

    Om dat verhaal te vinden, pleit Padilla voor hervormingen die ‘de canon doen exploderen’ en die ‘het vakgebied tot in de details herzien’, inclusief het volledig afschaffen van het label ‘Klassieken’. ‘Sommige studenten en collega’s hebben me verteld dat dit ofwel te deprimerend is, ofwel op een bepaalde manier bedreigend. Mijn enige antwoord is dat ik niet geïnteresseerd ben in sloop omwille van de sloop. Ik wil iets bouwen’, zegt Padilla.

    Hij werd doelwit van rechtse woede vanwege de verzengende taal die hij bezigt en, volgens velen, vanwege het lichaam dat hij bewoont. Hij kreeg racistische mails. ‘Wellicht past Afrikaanse Studies beter bij je als je niet kunt leven met de realiteit van hoe geavanceerd Europeanen waren’, schreef iemand. De extreemrechtse site Breitbart van Steve Bannon publiceerde een verhaal waarin Padilla wordt beschuldigd van het ‘vermoorden’ van de Klassieken. ‘Als er één leergebied was dat gegarandeerd nooit zou worden gekaapt door de krachten van onwetendheid, politieke correctheid, identiteitspolitiek, sociale rechtvaardigheid en domheid, zou je denken dat het de Klassieken waren’, aldus de site. Maar nee hoor: ‘Welkom, barbaren! De poorten van Rome staan wagenwijd open!’

    De Verlichting

    Hoe de Oudheid centraal kwam te staan in het Amerikaanse intellectuele leven, is een verhaal dat niet in de oudheid begint, en ook niet in de Renaissance, maar tijdens de Verlichting. De Klassieken zoals we die nu kennen, zijn een creatie van de achttiende en negentiende eeuw. In die periode, toen de Europese universiteiten zich bevrijdden van de controle van de kerk, bood de studie van Griekenland en Rome het continent een nieuw, seculier wordingsverhaal. Griekse en Latijnse geschriften tastten het morele gezag van de Bijbel aan en dat gaf ze een bevrijdende kracht. Denkers als Diderot en Hume ontleenden ideeën over vrijheid aan klassieke teksten, waarin ze verklaringen over politieke en persoonlijke vrijheden vonden.

    Een van de meest invloedrijke teksten werd de rede van Perikles bij de graven van de Atheense oorlogsslachtoffers in 431 v.Chr., opgetekend door Thucydides. Daarin prijst de staatsman zijn ‘glorieuze’ stad voor het garanderen van ‘gelijke gerechtigheid voor iedereen’. ‘Onze regering bootst onze buren niet na’, aldus Perikles, ‘maar fungeert juist als een voorbeeld voor hen. Het is juist dat we een democratie worden genoemd, want het bestuur is in handen van velen en niet van enkelen.’

    De bewondering voor de Oudheid nam grillige, manische vormen aan. Mannen kleedden zich in Romeinse toga’s om in het openbaar te spreken, ondertekenden hun brieven met de namen van beroemde Romeinen en vulden handleidingen, preken en schoolboeken met lessen van de Klassieken. Johann Joachim Winckelmann, een Duitse antiquair uit de achttiende eeuw, verzekerde zijn landgenoten dat ‘de enige manier waarop we groot kunnen worden, of zelfs onnavolgbaar indien mogelijk, is door de Grieken te imiteren.’

    Winckelmann, die wel de ‘vader van de kunstgeschiedenis’ wordt genoemd, vond dat de Griekse marmeren beeldhouwkunst het toppunt van menselijk kunnen was, onovertroffen door enige andere samenleving, oud of modern. Hij schreef dat de ‘nobele eenvoud en stille grootsheid’ van de Atheense kunst de ‘vrijheid’ weerspiegelde van de cultuur die haar voortbracht. Die verstrengeling van artistieke en morele waarden zou Over de esthetiek van Hegel beïnvloeden en zou ook terugkeren in de poëzie van de romantici. Zo schreef Keats in ‘Ode aan een Griekse vaas’: ‘Schoonheid is waarheid, waarheid schoon, dit is al wat gij op aarde weet, en hoeft te weten.’

    Hiërarchie

    Historici benadrukken dat dergelijke ideeën niet los kunnen worden gezien van de vertogen over nationalisme, colorisme en vooruitgang, die vorm kregen tijdens de koloniale periode, toen Europeanen in contact kwamen met andere volkeren en hun tradities. ‘Hoe witter het lichaam, hoe mooier het is’, schreef Winckelmann. Terwijl Renaissance-geleerden gefascineerd waren door de veelheid aan culturen in de antieke wereld, creëerden Verlichtingsdenkers juist een hiërarchie, met bovenaan Griekenland en Rome, gecodeerd als wit en de rest daaronder.

    ‘Die uitsluiting was de kern van de Klassieken als project’, volgens Paul Kosmin, Harvard-professor in oude geschiedenis. De overtuiging van Aristoteles dat sommige mensen ‘van nature’ slaven waren, werd gretig omarmd in het Amerikaanse Zuiden van vóór de Burgeroorlog, om het houden van slaven te verdedigen tegenover de kritiek van de voorstanders van afschaffing.

    De Klassieken zien zoals Padilla ze ziet, betekent dat die spiegel gebroken moet worden. Het betekent dat we de klassieke erfenis moeten afwijzen als een van de schadelijkste verhalen die we onszelf hebben verteld. Voor Padilla verdient de wetenschap van de Klassieken het alleen om te overleven als ze ‘een plek van polemiek’ kan worden voor de gemeenschappen die er in het verleden door zijn gekleineerd. Mocht dat niet lukken dan zijn Padilla en anderen bereid om het vakgebied op te geven.

    Instituten als Howard en Emory hebben de Klassieken nu geïntegreerd in Oude Mediterrane wetenschap, waarbij wordt gekeken naar Egypte, Anatolië, de Levant en Noord-Afrika

    ’Ik zou het helemaal opdoeken’, stelt Walter Scheidel, een andere voormalige adviseur van Padilla aan Stanford. ‘Ik denk niet dat het als academisch vakgebied zou moeten bestaan.’ Een mogelijke manier zou zijn de faculteiten op te heffen en onderdelen toe te wijzen aan afdelingen geschiedenis, archeologie en taal.

    Maar veel classicisten pleiten voor zachtere benaderingen om het vakgebied te hervormen, door vooral grenzen te verleggen. Instituten als Howard en Emory hebben de Klassieken nu geïntegreerd in Oude Mediterrane wetenschap, waarbij wordt gekeken naar Egypte, Anatolië, de Levant en Noord-Afrika. Het idee is het hiërarchische denken van de Verlichting te verlaten en terug te gaan naar het Renaissancemodel van de oude wereld als een plaats van diversiteit en vermenging. ‘Er is een interessanter verhaal te vertellen over de geschiedenis van wat wij het Westen noemen, zonder specifieke culturen erin te bejubelen’, meent Josephine Quinn, hoogleraar Oude Geschiedenis aan Oxford. ‘Het lijkt mij dat de cruciale aanjager in de geschiedenis altijd de relatie tussen mensen, tussen culturen is.’ Classicus Ian Morris stelt het wat botter. ‘De Klassieken is een Euro-Amerikaanse stichtingsmythe. Willen we die echt?’

    Molon labe

    Op 6 januari zette Padilla de televisie aan, enkele minuten nadat de ramen van het Capitool waren ingeslagen. In de menigte zag hij een man met een Griekse helm met daarop TRUMP 2020 in wit geschilderd. Hij zag een man in een T-shirt met daarop een steenarend op een fasces, symbolen van de Romeinse wet en bestuur, onder het logo 6MWE, ofwel ‘Six Million Wasn’t Enough’, een verwijzing naar het aantal vermoorde Joden in de Holocaust. Hij zag vlaggen met daarop de zin geborduurd die Leónidas zou hebben uitgesproken toen de Perzische koning hem beval zijn wapens neer te leggen: ‘Molon labe’, klassiek Grieks voor ‘Kom ze maar halen’. Het is de slogan geworden van Amerikaanse wapenrechtenactivisten. Afgevaardigde Marjorie Taylor Greene, een net gekozen Republikein uit Georgia die berichten om democraten te vermoorden ondersteunde op sociale media, droeg een week na de bestorming van het Capitool een masker met diezelfde zin erop, toen ze tegen impeachment van Trump stemde in het Huis van Afgevaardigden.

    Padilla vermoedt dat hij op een dag afscheid zal moeten nemen van de Klassieken en de academische wereld om harder te kunnen vechten voor de veranderingen die hij in de wereld wil zien. Hij heeft zelfs overwogen de politiek in te gaan.

    ‘Als kind had ik nooit gedacht dat de positie die ik nu bekleed haalbaar was,’ zegt hij. ‘Maar het gegeven dat dit een klein wonder is, doet niets af aan mijn diepere overtuiging dat dit ook tijdelijk is.’

    ‘Dan-el Padilla heeft veel mensen geprikkeld’, meent Rebecca Futo Kennedy, professor Klassieke Studies aan de Denison University. Joel Christensen, de professor Griekse literatuur aan Brandeis University, vindt het zijn ‘morele, ethische en intellectuele verantwoordelijkheid’ om de Klassieken te onderwijzen op een manier die de racistische geschiedenis blootlegt. ‘Anders doen we gewoon mee aan propaganda.’ Hij begrijpt de angst van veel classici om het verhaal van hun levenswerk te moeten herschrijven. Maar, zegt hij, ‘die toekomst komt er, met of zonder Dan-el’.

    Naschrift

    Padilla en de classici die hem steunen liggen al langer onder vuur. Niet alleen van extreemrechts maar ook van het meer behoudende deel van de classici. Ook op dit artikel volgde weldra kritiek. Slechts drie dagen na de publicatie in The New York Times, reageerde blogger Andrew Sullivan op The Weekly Dish met een artikel onder de kop ‘De Ondraaglijke witheid van de Klassieken’. De ondertitel is veelzeggend: ‘De woke beweren dat de studie van het oude Griekenland en Rome weggegooid moet worden’.

  • Aanbevolen door de redactie. Humboldts dichterlijke ziel & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Humboldts dichterlijke ziel & Meer

    De meeste mensen kennen hem slechts van Duitse straatnaambordjes, maar The New Atlantis laat zien waarom je meer wilt weten over Alexander von Humboldt, de invloedrijke wetenschapper-avonturier met de ziel van een dichter. Verder: het geïllustreerde liefdesverhaal van Gertrude Stein en Alice B. Toklas & meer aanraders van de 360-redactie

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    ‘Het brein van een wetenschapper, de ziel van een dichter’

    Bergketens zijn naar hem vernoemd, steden, watervallen en honderden dieren- en plantensoorten. Alexander von Humboldt (1769–1859) was een onwaarschijnlijk veelzijdige wetenschapper, ontdekkingsreiziger, poëet en De uitvinder van de natuur (Andrea Wulf, Atlas Contact). 

    The New Atlantis brengt hem terug uit de vergetelheid en eert hem terecht met een uitgebreid en gedetailleerd artikel. Humboldts bevindingen zijn nog altijd actueel. Aangeraden door editor at large Katrien Gottlieb.

    Alexander von Humboldt by Friedrich Georg Weitsch 1
    Een portret van Alexander von Humboldt door Friedrich Georg Weitsch (1806). – © Alte Nationalgalerie, Berlijn / Wikimedia

    Een liefdesverhaal

    Maira Kalman (1949) is een Amerikaanse, in Israël geboren, illustrator, schrijver, kunstenaar en ontwerper. Ze maakte naam met haar buitengewoon speelse, grappige en luchtige illustraties voor onder meer The New York Times en The New Yorker en ze tekende en illustreerde tal van (kinder)boeken. Onlangs publiceerde ze een prachtig boek over de liefde tussen Gertrude Stein en Alice B. Toklas aan het begin van de twintigste eeuw in Parijs, waarin ook beroemdheden als Hemingway, Matisse en Picasso de revue passeren. De culturele site Brainpickings besprak het boek en haalt een prachtige zin aan van Kalman: ‘This is a love story. You know. How two people, joined together, become themselves’. Een aanrader van redacteur IJsbrand van Veelen.

    fdfb 987x1500 2

    Persoonlijk essay over een eeuwig controversieel meesterwerk

    The New Yorker publiceerde ‘Nabokov, Steinberg, and Me’ van schrijver en humorist Ian Frazier, uit het nog te verschijnen Lolita in the Afterlife: ‘een levendige verzameling van scherpe en essentiële moderne stukken over dit eeuwig provocerende boek’, aldus de uitgever. Getipt door hoofdredacteur Laura Weeda.

    Nabokovs Lolita, waarin de veertiger Humbert Humbert een jury toespreekt die moet oordelen over zijn relatie met de twaalfjarige Lolita, zorgde bij verschijning in 1955 al voor ophef, vooral vanwege de jonge leeftijd van de naamgever. Later ontsteeg het boek de schandaalsfeer en was er vooral aandacht voor de hoogstaande literaire kwaliteit, maar anno 2021 is hier uiteraard weer verandering in gekomen. In de bundel bekijken schrijvers Lolita vanuit politiek standpunt en gaat het over de witheid van de hoofdpersonages, machtsverhoudingen en seksueel trauma.

    Frazier vertel hoe hij het boek, mede omdat zijn moeder, docent Engels, het droevig en gruwelijk vond, steeds opnieuw verslond. Het was vormend voor de manier waarop hij als puber naar meisjes keek en zelfs voor de woorden waarin hij over hen dacht. Pas veel later gaat hij inzien wat zijn moeder bedoelde. Hij begint zijn geliefde Lolita met andere ogen te lezen, en de oorspronkelijke Russische Nabokov, voor zijn gevoel, te doorzien. Waarom noemt hij Lolita’s latere man een ‘kreupele’? En waarom was deze oorlogsveteraan bovendien doof? Was zij wel een nymfomaan, bestaan die überhaupt?

    9781984898838

    Voor eeuwig wachten aan de grens

    In de laatste aflevering van de Spaanstalige podcast El Hilo volgen we het verhaal van Moisés en Meya, die in 2019 van Honduras naar de Verenigde Staten probeerden te emigreren met hun anderhalf jaar oude dochter. Ze wilden een veiliger leven voor hun familie, weg van bendes, mishandeling door de politie en armoede. Maar Mexico stuitten ze op de muur van het anti-immigratiebeleid van de regering-Trump en zijn ‘Blijf in Mexico’-beleid. Sindsdien wachten ze aan de Mexicaans-Amerikaanse grens tot hun asielaanvraag in behandeling wordt genomen. Een tip van redacteur Joep Harmsen.

    Naast Moisés en Meya komen in de podcast fotojournalist Tomás Ayuso en Fernanda Echávarri van Mother Jones aan het woord over de impact is van het immigratiebeleid van de afgelopen vier jaar en wat we kunnen verwachten van Joe Bidens nieuwe koers op dat gebied.

    Ga naar het Instagramaccount van de Hondurese fotojournalist Tomás Ayuso @tomas_ayuso voor beelden bij het verhaal. En zie ook zijn reportage uit 2018 voor National Geographic, waarin Ayuso verslag doet van zijn reis met een migrantenkaravaan.


    De schoonheid van de landbouw

    Daan Roosegaardes meest recente kunstwerk GROW is een eerbetoon aan de schoonheid en het belang van de agrarische sector. GROW ontvouwt zich als een lichtgevend ‘droomlandschap’. Omringd door duisternis golven rode en blauwe lichten over een enorme akker. Het project is geïnspireerd op wetenschap die aantoont dat specifieke lichtrecepten groei van gewassen kunnen stimuleren en weerstand kunnen verbeteren. Een aanrader van art director Majel van der Meulen.

  • ‘Mijn grootste vijand zit in mijn hoofd.’ Het monster dat migraine heet

    ‘Mijn grootste vijand zit in mijn hoofd.’ Het monster dat migraine heet

    ‘Alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten.’ Het is een van de plastische beschrijvingen die auteur Titus Arnu geeft over de migraine aanvallen waar hij aan lijdt. Hij probeerde alles om ervan af te komen. Niks helpt echt. Behalve het verzet tegen de meest voorkomende hersenziekten staken.

    Wie een idee wil krijgen van hoe migraine voelt, kan luisteren naar het begin van Richard Wagners opera Siegfried. Dat begint met een dof gebrom. Strijkers strijken, paukenisten slaan op de pauken, dan intensiveert de muziek tot een pulserend ritme met een schril hameren, rinkelen en bonzen. En ten slotte de woorden, die er eerder uitgeperst dan gezongen worden: ‘Zwangvolle Plage! Müh’ ohne Zweck!’ Het lijkt of Wagner, zelf een migrainelijder, van een van zijn aanvallen muziek heeft gemaakt.

    Lange tijd kon ik weinig beginnen met zijn muziek, misschien omdat het in mijn eigen hoofd vaak zozeer bromt, rinkelt en hamert dat ik er niet ook nog melodieën bij kan hebben die zo klinken. Mijn eerste aanval kan ik me niet meer precies herinneren, maar ik moet 14 of 15 jaar geweest zijn en sindsdien ben ik die taaie ziekte nooit meer kwijtgeraakt. Ik heb er in de Himalaya nachten mee doorwaakt in een tent, heb mijn hoofd tegen de verkoelende tegels van hotelbadkamers gedrukt en op vierduizend meter hoge bergen mijn bonzend hoofd met sneeuw ingewreven. Ik weet niet meer hoeveel afspraken ik al heb afgezegd vanwege mijn ziekte, en één keer – dat vergeet ik nooit – moest ik me op mijn eigen verjaardagsfeestje terugtrekken in de verduisterde slaapkamer. Mijn grootste tegenstander zit in mijn hoofd.

    AU 2 1

    Soms ben ik weken achtereen vrij van pijn, maar nooit zo lang dat ik de ziekte echt zou kunnen negeren. In slechte perioden overvalt ze me twee of drie keer per week. Ik heb dan het gevoel alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten. Een typische aanval begint met een flikkering voor de ogen, die kan uitgroeien tot een onverdraaglijk bont lichtorgel, de aura. Ik word duizelig en misselijk, dan komt de pijn erbij. Eerst drukkend of bonzend, later stekend; eerst alleen bij de slapen, op een gegeven moment in mijn halve hoofd, meestal aan de rechterkant, soms aan de linker.

    Ik ben niet de enige met het probleem, maar dat brengt een oplossing niet dichterbij

    Ik ben een van de ongeveer negen miljoen Duitsers die min of meer regelmatig lijden aan zulke aanvallen. Op de lijst van ziektes die tot arbeidsongeschiktheid leiden staat migraine wereldwijd op de derde plaats, volgens het medische vaktijdschrift The Lancet, na ziekten van het bewegingsapparaat en depressies. Ik ben dus niet de enige met het probleem, maar dat brengt een oplossing niet dichterbij. In de voorbije decennia heb ik zo ongeveer alles uitgeprobeerd om me van mijn hoofdpijn te bevrijden: de klassieke aspirine, Ibuprofen, paracetamol. Ook bètablokkers, ayurveda, autogene training, yoga-oefeningen, duursport, vasten, aderlaten en acupunctuur. Een tijdlang heb ik me getraind in het afzien van dingen: geen koffie, geen rode wijn, geen kaas en geen chocolade. Alles vergeefs, de aanvallen komen steeds terug. 

    Nu nog één poging: een kliniek in Königstein im Taunus, in mijn familie niet onbekend. In de jaren zeventig was het de eerste kliniek die zich specialiseerde in hoofdpijn en migraine; al veertig jaar lang behandelen ze daar mensen zoals ik. Dus als ze ergens weten hoe ik mijn vijand kan verslaan, dan zijn het wel de artsen daar, en bovendien ga ik de raad inwinnen van migraine-coryfeeën uit heel Duitsland. Ik laat me drie dagen lang in de kliniek opnemen, zal lotgenoten ontmoeten, elektrische golven door mijn schedel laten jagen, me inwrijven met ijs – en hopelijk met een helder hoofd naar huis terugkeren.

    ‘Alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten’

    Het affiche bij de ingang schrikt me aanvankelijk wel af: dertien gloeiende spijkers boren zich in het rechteroog van een man, zijn mond geopend in een stomme schreeuw, het linkeroog van pijn vertrokken. Een drastische begroeting, maar wel passend. Het affiche, dat eruitziet als reclame voor een spookhuis, kondigt een lezing over hoofdpijn aan. De mensen die door deze deur gaan, voelen zich vaak precies als die arme kerel op het spijkerplaatje, dat weet ik maar al te goed. Het is zondagavond en de kliniek ziet er ondanks het horroraffiche uitnodigend uit: een villa van drie verdiepingen met een moderne aanbouw, omgeven door oude bomen, met uitzicht op de beboste heuvels van het Taunusgebergte.

    In het hoofdgebouw kraken de oude vloerdelen onder de stappen van de kuurgasten. Een verpleegster wijst me een rustige eenpersoonskamer toe op de bovenste verdieping. Voor het raam een park en de ruïne van de burcht van Königstein. De verpleegster overhandigt me een blaadje met het programma voor de komende dagen. Een korte samenvatting: 9.30 uur: progressieve spierontspanning, 10 uur: rugtraining, 12 uur: middagmaal, 13 uur: lezing over hoofdpijn, 15 uur: stressbeheersing, en 16.30 uur: Qi Gong. In de kliniek bekommert men zich om lichaam en geest, omdat beide evenzeer verantwoordelijk zijn voor het gerinkel in de hersenen.

    Pauzeknop

    Daarom ben ik ook niet tot voor de deur van de kliniek gereden, maar heb ik de 2 kilometer van het station naar de kliniek te voet afgelegd, voor nog een halfuur beweging. Voor een migrainepatiënt als ik is dat even belangrijk als regelmatig slapen, al heb ik dat vroeger niet zo serieus genomen. Toen onze kinderen nog klein waren, ben ik eens de hele nacht met de auto doorgereden, van München naar Toscane, omdat ik me verbeeldde dat dat ontspannener was. Dat was het ook, maar alleen voor de anderen.

    De eerste drie dagen van de vakantie bracht ik door in een verduisterde kamer, en ik zwoer bij mezelf voortaan alleen nog overdag te rijden en ’s nachts te slapen. In onze slaap herstelt ons brein zich en verwerkt tijdens de droomfasen de belevenissen en emoties van de dag. Maar het brein van veel migrainelijders is zo gevoelig dat slaap mogelijk niet voldoende is voor het psychisch herstel, zegt psychotherapeute Anke Pielsticker, die in haar praktijk in München veel patiënten met pijn behandelt. Op mijn zoektocht naar een middel tegen de kwaal zal ze mij nog beslissende tips geven. Een migraineaanval kan pijnlijk en vermoeiend zijn, maar uiteindelijk fungeert die als een pauzeknop voor het brein wanneer alles je te veel wordt. Deze avond besluit ik de pauzeknop zelf in te drukken, vroeger dan gewoonlijk. Om half elf doe ik het licht uit.

    AU 3 1

    Als ik de volgende morgen in de eetzaal kom, zitten daar vooral vrouwen; ik ben een van de weinige mannen. Het ruikt er naar koffie en roerei. De jongste patiënt is begin twintig, de oudste bijna tachtig jaar oud. Sommigen zijn hier voor het eerst, anderen hebben al meerdere kuren achter de rug, vertellen ze. De meesten blijven twee tot drie weken in de kliniek. Dat ik als man veeleer een uitzondering ben, is geen toeval, maar komt overeen met de statistieken. Tussen de tien en vijftien procent van de Duitse bevolking lijdt aan migraine; voor de puberteit zijn het nog ongeveer evenveel jongens als meisjes, maar daarna lijden vrouwen tot driemaal zo vaak aan de ziekte als mannen [in Nederland zijn de cijfers vergelijkbaar: veertien procent van de bevolking meldt klachten en dat zijn, vooral op middelbare leeftijd, ruim drie keer zo veel vrouwen als mannen].

    Mijn familie is het beste voorbeeld. Mijn moeder herinnert zich nog dat mijn grootmoeder vaak een of twee dagen in een verduisterde kamer zat en met niemand sprak. Ik op mijn beurt herinner mij hoe mijn moeder zich in haar verduisterde slaapkamer terugtrok, en mijn dochter heeft nu ook migraine, zij het gelukkig niet zo vaak. De migraine lijkt bij ons van generatie op generatie doorgegeven te worden, zoals in andere families schulden, of huizen.

    ‘De genetische aanleg speelt zeker een rol. Er bestaan risicogenen, maar dat is geen verklaring,’ zegt een arts in de kliniek daarover. Twintig jaar geleden was mijn moeder hier overigens ook als patiënt.

    Lange tijd werd migraine niet verklaard noch serieus genomen. Het werd afgedaan als ‘vrouwenziekte’ en hysterische aanstellerij. Tot in de jaren negentig wist men maar weinig over de neurobiologische oorzaken ervan, en misschien zijn er ook daarom nog steeds veel vooroordelen. In slechte mannengrappen wordt migraine nog altijd gebruikt als synoniem voor ontbrekende seks, en mannen die over migraine klagen staan bij hun collega’s algauw te boek als sullen.

    In de loop der jaren heb ik veel oppervlakkige kennis over het onweer in mijn hoofd verzameld. Bij de introductielezing, die plaatsvindt in een salon met houten lambriseringen, leer ik nu dat het begrip stamt van het Griekse ‘hemikrania’, dat letterlijk ‘halve schedel’ betekent. En migraine is geen hysterische inbeelding, maar een uiterst complexe neurologische ziekte. Al is ze nog lang niet volledig onderzocht, de wetenschappers zijn het erover eens dat bepaalde neurotransmitters met de naam calcitonine gene-related peptide (afgekort CGRP) afgescheiden worden die de bloedvaten van het hersenvlies verwijden en een lokale ontsteking veroorzaken. De veroorzakers zijn talrijk, daarom is de ziekte moeilijk te behandelen, maar wel makkelijk te diagnosticeren. De symptomen zijn bij de meeste patiënten namelijk heel typisch: hoofdpijn, misselijkheid, overgevoeligheid voor lawaai, licht en geuren.

    Meestal speelt migraine zich af in het verborgene omdat de mensen zich tijdens een aanval moeten terugtrekken op een rustige, donkere plek, zoals ik indertijd op mijn verjaardagsfeest, en als alles voorbij is, valt er aan hen nauwelijks meer iets te merken. Maar er zijn ook gelegenheden waarbij de migraine onaangenaam duidelijk zichtbaar wordt, bijvoorbeeld op reis. 

    Lange tijd werd migraine niet verklaard noch serieus genomen. Het werd afgedaan als ‘vrouwenziekte’ en hysterische aanstellerij

    Langs de A95 is er een parkeerplaats die ik beter ken dan welke andere ook. Daar heb ik eens meerdere uren naar een groene vuilniscontainer zitten staren, terwijl ik af en toe kreunde, ademhalingsoefeningen deed en kniebuigingen maakte, omdat ik die tien kilometer naar huis tijdens een aanval gewoon niet meer haalde.

    Met afschuw herinner ik me ook het vliegveld van Kingston op Jamaica, waar ik werd overvallen door een van de ergste migraineaanvallen tot dan toe, uitgerekend vlak voor de lange vlucht terug naar Duitsland. Een halve dag lang zat ik in de tropische hitte en dacht dat mijn schedel zou exploderen. De pijn was nauwelijks te verdragen, zodat ik op een bank in een hoekje luid zat te kreunen en mijn voorhoofd probeerde te verkoelen. Reggae, etensgeuren, bontgekleurde T-shirts – alles kwam heftiger en luider binnen dan het in werkelijkheid toch al was. Waarschijnlijk zag ik eruit als iemand die bijkomt van een slechte trip, terwijl ik alles gegeven zou hebben voor een effectieve drug tegen de migraine. 

    Gewone pijnstillers als Ibuprofen, paracetamol en aspirine helpen alleen bij lichte aanvallen, en bij sommige mensen werken ze helemaal niet. Als bijzonder nuttig hebben zich de zogenaamde triptanen bewezen, die meer kunnen dan de klassieke medicamenten. Bij een migraineaanval ontdoet het lichaam zich in één keer van zijn voorraad serotonine, een natuurlijke pijnremmer. De triptanen sluiten dan aan op die serotoninereceptoren en verzachten de pijn. ‘Triptanen zijn in hoge mate vrij van bijwerkingen, maar ze helpen niet iedereen,’ zegt hoofdarts Charly Gaul in zijn spreekkamer in de aanbouw van de kliniek. Hij is een man met een klein brilletje en fijnzinnige humor, bij wie je je snel op je gemak voelt. ‘In principe moet je triptanen niet meer dan tien dagen per maand innemen,’ zegt hij, ‘anders kunnen de tabletten weer een eigen vorm van hoofdpijn veroorzaken.’ Veel patiënten die in de kliniek in Königstein inchecken moeten daarom eerst een medicijnpauze in acht nemen. Maar lolly’s krijgen ze allemaal.

    Ijslolly en pepermunt

    ’s Middags staat zuster Carmen op de eerste verdieping van de kliniek naast een grote koelkast en wacht tot ze mij een frottering kan toedienen. Als het aan haar ligt, moet ik dat nu tweemaal per dag doen: een ijslolly, dus bevroren water, in een yoghurtbeker uit het vriesvak nemen en daarmee voor het douchen uitvoerig mijn armen, benen, hals en nek inwrijven. Dat bevordert de doorbloeding en is goed voor het vegetatieve zenuwstelsel, zegt zuster Carmen. Een soortgelijke werking heeft de pepermuntstift, die ze me geeft om uit te proberen. Die zou verkoelend werken en met zijn etherische geur helpen tegen hoofdpijn.

    Daarna legt ze me nog een veel hardere methode uit: een klein elektrisch apparaat dat Cefaly heet, dat ik voor het slapengaan met een pleister op mijn voorhoofd moet plakken om schokgolven door mijn schedel te laten jagen. Alsof ik nog niet genoeg pijn heb. Wie als ik meer dan drie migraineaanvallen per maand heeft, wordt aangeraden preventief te werk te gaan met zulke ontspanningstechnieken, maar ook met bètablokkers en substanties die voorgeschreven worden bij depressies of epilepsie. Relatief nieuw is de preventieve behandeling met antistoffen die de werking van de neurotransmitter CGRP beïnvloeden. Bij veel patiënten zouden ze tot een duidelijke vermindering van de migraine geleid hebben. Maar ook dat zijn geen wondermiddelen waarmee je definitief van migraine af komt, zegt Stefanie Förderreuther aan de telefoon. Zij is neuroloog aan de universiteitskliniek in München en vicepresident van de Duitse Migräne- und Kopfschmerzgesellschaft (DMKG). Een wondermiddel, dat was ook te mooi geweest om waar te zijn.

    AU 4 2

    ’s Avonds probeer ik het elektroapparaatje uit. Op migrainefora lees ik verschillende meningen over elektrostimulatie. Er is sprake van een ‘voorhoofdsband met een hersenscanner’ en van een ‘persluchthamercapsule’. Eerst merk ik helemaal niets, dan krijg ik het gevoel alsof een horde mieren over mijn hoofd marcheert. Het kriebelt, steekt en doet een beetje pijn. Na tien minuten wordt het kriebelen sterker, ik sluit mijn ogen. Stroomimpulsen jagen in de vorm van golven door mijn brein en ik heb het gevoel dat iemand mijn voorhoofd bewerkt met een slijpmachine. Dat moet de trigeminuszenuw, die door grote delen van de schedel loopt en vlak bij de bloedvaten in de hersenen ligt, zodanig stimuleren dat de zenuwen opnieuw geschakeld worden en het ontstaan van de pijn wordt afgeremd. Een vrijwillige hersenspoeling zogezegd. En dat zou goeddoen? We zullen zien. Of het apparaat de hoofdpijnen werkelijk vermindert, zal pas na een paar weken, of zelfs maanden, blijken, heeft zuster Carmen gezegd.

    De volgende dag, mijn tweede, tref ik in de gangen van de kliniek alle mogelijke personages aan, van de jongeman met het afgetrainde lichaam die je voortdurend vertelt over zijn vermoeiende baan, via de supercorrecte perfectionist, die zijn behandelingsplan meebrengt in een geplastificeerde ordner en bij elke lezing meeschrijft, tot en met de licht gereserveerde oudere dame die in de psychologische groepssessies nauwelijks iets over zichzelf wil prijsgeven. Op de tafel in de gemeenschapsruimte staat een schotel met gedroogde bonen. Elk van de vier deelnemers moet er een handvol van nemen en voor elk positief moment van de dag een boon van de rechter in de linker broekzak overhevelen. Een oefening in oplettendheid die moet helpen om dagelijkse gebeurtenissen beter te aanvaarden, ook negatieve. Veel bonen blijven echter in de rechterbroekzak – typisch voor migrainelijders. Wij hebben de neiging om de slechte bonen te zoeken en de mooie over het hoofd te zien. En we eisen vooral graag te veel van onszelf. In het beroepsleven, in relaties en in onze vrije tijd. We stellen onszelf onbereikbare doelen, willen zo perfect mogelijk zijn en worden wanhopig als dat niet allemaal lukt.

    Dan opent de psycholoog het kringgesprek: moet het absoluut de Matterhorn zijn, of is een klim naar een top in de Voor-Alpen ook wel genoeg? Leidt het echt tot een bankroet als je eens een opdracht laat lopen en een paar dagen vrij neemt? Steeds weer rustmomenten inplannen in het dagelijks leven is niet alleen voor migrainelijders belangrijk, maar is voor hen wel extra belangrijk. Ze hebben ontspanning nodig om overbelasting te voorkomen. Makkelijk gezegd, als je hoofd altijd maar doormaalt. ‘Migrainelijders hebben hun antennes overal,’ zegt psychotherapeute Anke Pielsticker. ‘Dat is een gave, maar het kan ook een last worden.’ Ze formuleert het positief: ‘Migrainepatiënten hebben een groot potentieel.’ Zoals Richard Wagner leden ook de componisten Gustav Mahler, Frédéric Chopin en Claude Debussy aan migraine. Salvador Dalí schilderde zijn smeltende horloges naar het schijnt tijdens een aanval van hoofdpijn. En het wazige flakkeren op Vincent van Goghs schilderij Sterrennacht doet denken aan de kleureffecten van een aura. Hoofdpijnpatiënt Franz Kafka beschreef nauwkeurig de ‘omhoogschietende pijn’ boven de neuswortel, de scherpe druk in de voorhoofdsrimpel en het gevoel alsof er ‘dunne plakken’ van zijn hersens werden afgesneden – een ‘foltering’. Voor de migrainelijder Friedrich Nietzsche was de pijn zelfs ‘een bevrijder van de geest’.

    Zakdoekjes

    Natuurlijk zijn niet alle migrainepatiënten zo idioot creatief als Van Gogh of Nietzsche. Tussen de getroffenen die ik in de migrainekliniek leer kennen zit althans geen wereldberoemde kunstenaar. Maar blijkbaar hebben migrainepatiënten innerlijk iets gemeen. ‘Hun hersenen functioneren anders,’ legt hoofdarts Charly Gaul mij uit in zijn spreekkamer. ‘Migrainelijders zijn oplettender en kunnen dingen slechter negeren.’ Dat ken ik maar al te goed: wanneer er tien mensen aan een tafel door elkaar praten of twee muziekstukken tegelijk te horen zijn omdat radio en tv allebei aan staan, houd ik dat nauwelijks uit. En in een ruimte waar een wekker tikt, kan ik niet slapen. Het kan een kwaliteit zijn om hypersensitief te zijn, maar het veroorzaakt ook problemen.

    Toen ik voor mijn reis naar Königstein psychotherapeute Anke Pielsticker bezocht in haar praktijk, met uitzicht op de daken van de binnenstad van München, was het eerste wat mij opviel de grote verpakking papieren zakdoekjes op de tafel naast de sofa. In de sessies wordt veel gehuild. Patiënten die al jarenlang met migraine kampen zijn vaak aan het eind van hun Latijn. Wie meer dan drie, vier aanvallen per maand heeft en daardoor steeds weer meerdere dagen knockout is, heeft niet alleen te lijden onder de lichamelijke symptomen, de ziekte heeft ook psychische gevolgen. Veel van haar patiënten voelen zich terneergeslagen, zegt Pielsticker. Ze worden murw geslagen door de steeds terugkerende pijn en zijn bang dat ze de regie over hun dagelijks leven kwijtraken. Sommigen schamen zich voor de ziekte, zoeken de schuld bij zichzelf en verliezen zich in zelfmedelijden. Maar een samenhang tussen migraine en depressies of angststoornissen is niet aangetoond, volgens de psychotherapeute.

    Met het weer is het net zo: hoogstwaarschijnlijk is er een samenhang, maar of er echt zoiets bestaat als weergevoeligheid is wetenschappelijk omstreden. Veel migrainepatiënten melden bijzonder sterke aanvallen bij omslagen in het weer. In het gebied van de Voor-Alpen geldt de föhn als een van de typische uitlokkers. ‘Er lijken inderdaad individueel ervaren weersomstandigheden te zijn die aanvallen kunnen uitlokken,’ zegt Stefanie Förderreuther aan de telefoon. Om uit te zoeken wat er waar is van dit fenomeen heeft Hochschüle Hof het project ‘Migraineradar’ in het leven geroepen, samen met de kliniek in Königstein, het ministerie van Onderwijs en het Deutsche Migräne- und Kopfschmerzgesellschaft. Migrainepatiënten kunnen middels een app vrijwillig data over hun hoofdpijn melden, die data worden met het weerbericht vergeleken. Het is overigens de vraag of zulke gegevens de betrokkenen verder helpen: ‘We kunnen het weer niet beïnvloeden, daarom speelt het therapeutisch ook geen rol,’ zegt Förderreuther.

    Een paar veroorzakers van aanvallen zijn onontkoombaar, andere zijn te vermijden. Overgewicht en gebrek aan beweging bijvoorbeeld spelen aanvallen in de kaart. Ook bepaalde voedingsmiddelen worden steeds weer als triggers genoemd: rode wijn, chocolade, kaas, noten, nitraten, glutamaat en coffeïne bijvoorbeeld. Veel daarvan heb ik een tijdlang niet gebruikt, maar de grote verlossing bracht dat niet. Die dingen kunnen mogelijk aanvallen provoceren, maar volgens experts is onthouding daarvan niet per se doeltreffend. Niet wát migrainepatiënten eten schijnt van belang te zijn, maar vooral wanneer ze het eten. 

    Twintig jaar geleden nog, toen mijn moeder in de eetzaal van de Königsteiner kliniek zat, moesten patiënten volgens het principe van kuurarts Franz Xaver Mayr kadetjes met melk wegkauwen; tegenwoordig wordt volwaardige kost geserveerd, bijvoorbeeld groentesoufflé met wortel-selleriesalade, en wie wil krijgt zelfs een extra portie. Regelmaat is het belangrijkste principe. Om 12 uur precies begint de middagmaaltijd en om 17.30 uur precies de avondmaaltijd. De dag in de kliniek is duidelijk gestructureerd, maar in mijn hoofd begint het stilaan te gonzen. Een groot aantal veroorzakers, neurotransmitter-chaos in de hersenen, genetische factoren, het weer – hoe meer ik over migraine hoor, hoe verwarrender de ziekte me lijkt. En dan zijn er nog tientallen alternatieve geneesmethoden. Natuurgenezers bijvoorbeeld zweren bij moederkruid, bosbessenpuree, gemberpoeder en groot hoefblad. Esoterici proberen het met kwantumgenezing, helende edelstenen zoals magnesiet en labradoriet, klankschalen en walvisgezang, waarbij dat laatste bij mij eerder migraine uitlokt dan verzacht.

    Een tijdlang ben ik naar Liang Zhang gegaan, die in München een praktijk heeft van traditionele Chinese geneeskunde. Hij zet in op een combinatie van drie dingen: frotteren, acupunctuur en infrarood licht. Dat moet onder andere helpen tegen rugpijn en depressies, en naar het schijnt ook tegen migraine. In de praktijk van dokter Zhang hingen overdadige dankbetuigingen van zijn patiënten aan de muur, het rook er altijd naar tijgerbalsem en desinfecteermiddel. Zhang was weliswaar heel vriendelijk, maar kon je behoorlijk pijn doen. Hij zette dan vacuümklokken van silicoon op mijn rug, zoog de lucht eruit, schakelde de infrarood lamp in en liet me een kwartier zo liggen. Aansluitend prikte hij nog naaldjes in mijn nek. Nadien zag ik er altijd uit alsof ik in de diepzee was aangevallen door een reuzeninktvis: mijn lichaam was bezaaid met ronde, lichtgezwollen bloeduitstortingen die eerst vuurrood werden, na een paar dagen naar blauw en ten slotte naar groen evolueerden. Helaas werd de hoofdpijn er niet minder door.

    Neuroloog Stefanie Förderreuther is sceptisch ten aanzien van acupunctuur en frottering: studies hebben een zwak positief effect bij acupunctuur vastgesteld, zegt ze aan de telefoon. ‘Maar de data zijn voor mij niet zo overtuigend.’ Positief is in elk geval dat de patiënt daarbij veel aandacht en toewijding krijgt – dat alleen al kan verzachting bij migraine bewerkstelligen. Wrijving heeft geen enkel bewezen effect, evenmin als homeopathie, zegt de academische medicus. Ook piercings werden een tijdlang als alternatief middel tegen migraine gehypet, maar medisch gezien helpt het doorboren van wenkbrauwen en slapen niet. Dus is alles onzin, behalve injecties en tabletten? Zo is het ook weer niet.

    Terwijl we nu kalmpjes door het park ‘walken’ wordt één ding me steeds duidelijker: chaos in het lichaam veroorzaakt chaos in het hoofd, en omgekeerd

    Vier uur: we treffen elkaar voor de hoofdingang van de kliniek, waar het horroraffiche hangt. Op het programma staat nu nordic walking door het park, ondanks de motregen. Tenminste geen föhn. Fysiotherapeut Benjamin Schäfer prikt voorop met zijn stokken, gevolgd door ongeveer dertig patiënten. ‘Duursport werkt bijna net zo goed tegen migraine als medicijnen,’ zegt hij. ‘De fysiotherapeutische behandeling van triggerpunten geeft ook goede resultaten.’ Studies tonen inderdaad aan dat je door beweging je migraineaanvallen kunt reduceren – in het bijzonder door joggen, zwemmen, fietsen, of nordic walking dus. Waarschijnlijk heb ik dat de afgelopen tijd verwaarloosd, wat ook een reden kan zijn dat de migraine me onlangs zo vaak knockout heeft geslagen. In de maanden voor mijn kliniekbezoek had ik tot wel tien migrainedagen per maand. Terwijl we nu kalmpjes door het park ‘walken’ wordt één ding me steeds duidelijker: chaos in het lichaam veroorzaakt chaos in het hoofd, en omgekeerd. En het klinkt banaal maar voor een helder hoofd heb je ook een opgeruimde ziel nodig.

    Als ik op de derde en laatste dag de deur naar mijn kamer dichttrek en weer te voet naar het station ga, ben ik uiterst gemotiveerd. Ik ben weliswaar niet van mijn migraine af, maar ik wil weer meer aan sport gaan doen en me mentaal een beetje ontspannen.

    Gloeiende spijkers

    Nu, een paar weken later, houd ik een pijnkalender bij, heb ik me aangemeld bij de migraineradar en elektrificeer ik elke avond voor het slapengaan mijn schedel met het apparaatje. De eerste resultaten zijn veelbelovend: ik heb daadwerkelijk minder aanvallen en ook niet meer zulke heftige.

    Maar vooral mijn instelling is veranderd. Tot dusver dacht ik steeds dat ik tegen de migraine moest vechten, mijn tegenstander moest elimineren. Ik was echt woedend op hem, zoals zoveel geplaagden. ‘Er zijn patiënten die als vijfjarige kinderen koppig stampvoeten en zeggen: ik wil geen migraine!’ zei Charly Gaul in de kliniek tegen me. Maar zoals alle experts me verzekerd hebben, levert dat helemaal niks op, want geen medicament in de wereld kan de gevoeligheid voor migraine wegtoveren. Je kunt er alleen maar voor zorgen dat de aanvallen minder frequent en minder hevig worden, en de tegenstander in je hoofd niet meer als tegenstander zien. ‘De eerste stap is de acceptatie van de pijn,’ adviseerde Gaul mij.

    Ik moet denken aan de man bij de ingang van de kliniek, aan de dertien gloeiende spijkers die ik nu moet accepteren. Oké. Au. 

    TEGEN DE PIJN

    Tien tips van de MigräneLiga Deutschland

    1. Vermijd regelmatige inname van pijnstillers langer dan tien dagen per maand om een chronische hoofdpijn door te veel medicijnen te voorkomen.

    2. Registreer zorgvuldig wat uw aanval uitlokt. Belangrijk is dat u weet waarop u moet letten, of het nu gaat om bepaalde voedingsmiddelen, om ongunstige weersomstandigheden of om bepaalde omstandigheden in uw leven. Houd een migrainekalender bij.

    3. Overdenk uw eetgewoontes. Vermijd elk teveel aan vet, zoetigheden, citrusvruchten, koffie, alcohol en nicotine. Zorg dat u regelmatig en gezond eet.

    4. Ontspan u regelmatig – bijvoorbeeld met autogene training, yoga of muziek. Bouw in uw dagelijks leven genoeg lichamelijke beweging in, met sport en andere hobby’s.

    5. Hoed u voor overmatig lawaai en te sterk licht.

    6. Overdenk de hoge eisen die u aan uzelf en aan anderen stelt. Zet niet te hoog in en zie ook eens iets door de vingers.

    7. Leer nee te zeggen. Probeer op die manier psychische belasting zoals zorgen, verantwoordelijkheid voor alles en stress te verminderen.

    8. Preventieve medicamenten kunnen bij veelvuldige, langer aanhoudende migraineaanvallen, bij drie of meer aanvallen per maand, of bij langer aanhoudende auraverschijnselen uw levenskwaliteit aanzienlijk verbeteren. Spreek daarover met uw arts.

    9. Let op de signalen van uw lichaam: probeer uit te vinden wat de pijn u wil zeggen.

    10. Bedenk dat u niet alleen bent met uw ziekte. Sluit u aan bij een zelfhulpgroep of begin er zelf een. Geloof dat men u kan en zal helpen.

  • ‘Verschillen tussen man en vrouw zijn niet alleen met Darwin te verklaren’

    ‘Verschillen tussen man en vrouw zijn niet alleen met Darwin te verklaren’

    Over de verschillen tussen mannen en vrouwen is al heel wat gefilosofeerd. Toch blijft de seksuele-selectietheorie van Darwin dominant. Wie zich ertegen verzet, wordt al snel beschuldigd van feminisme.

    Als kind deed Holly Dunsworth aan basketbal en droomde ze ervan zo groot te worden dat ze moeiteloos naar de basket zou kunnen springen. ‘Ik was al een flink eind op weg,’ vertelt ze. ‘En toen werd ik ongesteld. Ik zag jongens doorgroeien terwijl mijn eigen groei stopte.’

    De jeugdige basketballer, die hoogleraar biologische antropologie zou worden aan de Amerikaanse Universiteit van Rhode Island, kon niet vermoeden dat ze enkele decennia later een artikel zou publiceren waarin ze biologische redenen aanvoerde voor haar te geringe groei en vraagtekens zette bij de al anderhalve eeuw vigerende theorie van seksuele selectie op grond waarvan het verschil in grootte tussen mannen en vrouwen werd verklaard.

    Seksuele dimorfie

    Deze theorie, in 1871 geïntroduceerd door de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin in zijn boek De afstamming van de mens, wordt ook nu nog het meest gehanteerd als verklaring voor seksuele dimorfie [dat wat mannen mannelijk maakt en vrouwen vrouwelijk].

    ‘De verschillen tussen mannen en vrouwen worden verklaard op grond van de seksuele selectie, waarin twee belangrijke mechanismen werkzaam zijn: 
    de competitie tussen de mannetjes en de keus van de vrouwtjes,’ bevestigt Michel Raymond, hoogleraar menselijke evolutiebiologie aan de Universiteit van Montpellier.

    Zodoende zouden de grootste, sterkste en strijdbaarste mannetjes zich kunnen laten gelden tegenover hun zwakkere soortgenoten om met de vrouwtjes ‘aan de haal te gaan’, terwijl de vrouwtjes een natuurlijke aantrekkingskracht zouden uitoefenen op de mannetjes die groter zijn dan zijzelf. Door de combinatie van deze twee elementen zouden de kleinste mannen zijn geofferd op het altaar van de evolutie.

    Maar is deze verklaring afdoende? Louise Barrett, als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Lethbridge in Canada en auteur van diverse artikelen over seksuele dimorfie, meent dat er ‘overtuigender bewijs nodig is om met een evolutietheorie te komen die is gebaseerd op de selectie van mannetjes aan de hand van hun specifieke gedragingen en karaktertrekken. Maar in wat ik tot nu toe gelezen heb zijn de argumenten dikwijls zwak. Dat wil niet zeggen dat we de seksuele selectie volledig uit de evolutie moeten schrappen, maar bewijs is er momenteel nog niet voor.’

    Oestrogeen

    Holly Dunsworth zegt een betere verklaring te hebben gevonden. Haar onderzoek, waarvan de uitkomst afgelopen mei is gepubliceerd in het tijdschrift Evolutionary Anthropology, spitst zich toe op de ontwikkeling van de botten en die van oestrogeen, een geslachtshormoon dat onder andere door de eierstokken wordt geproduceerd en, in mindere mate, door de testikels. Oestrogeen is van beslissende invloed op de botgroei.

    Tijdens de kinderjaren groeien jongens en meisjes door de bank genomen even snel. Maar in de puberteit verandert alles: de eierstokken voeren de oestrogeenproductie aanzienlijk op om de eerste menstruatie voor te bereiden, wat gepaard gaat met een hogere ontwikkeling van het groeikraakbeen en een versnelde verlenging van de botten, reden waarom meisjes in het begin van de puberteit meestal groter zijn dan jongens.

    Maar omdat het zeer hoge hormoonniveau ook de botvorming vanuit het kraakbeen versnelt, is de groeispurt bij de meisjes maar van korte duur, terwijl de jongens hun oestrogeen in een regelmatig tempo blijven produceren, en dus nog een aantal jaren doorgroeien. Dit verklaart het verschil in grootte op volwassen leeftijd.

    Michel Raymond is niet overtuigd door de argumenten van Dunsworth: ‘Ze legt goed uit hoe de hormonen de grootte beïnvloeden, maar op geen enkele manier waarom dat zo is.’ Volgens hem kan, evolutionair gesproken, ‘het verschil in grootte niet los van het geslacht worden gezien. In iedere populatie is de man groter dan de vrouw, dus daar moet een reden voor zijn.’

    Het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft

    Marcia Ponce de León, paleoantropoloog aan de Universiteit van Zürich, deelt die mening niet. ‘Onderzoekers hebben nog wel eens de neiging hypotheses die veel voorkomen als “dit of dat dier is om deze of gene reden geëvolueerd” te accepteren vanwege hun schijnbare eenvoud, in plaats van echt wetenschappelijk bewijs te eisen,’ zegt ze. ‘Op een vraag over de evolutie is nooit maar één antwoord te geven. We hebben echt behoefte aan verschillende standpunten en betrouwbare gegevens.’ 

    Zoals Holly Dunsworth zelf benadrukt, is het maar een hypothese, maar het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft, de term die Michel Raymond gebruikte om Dunsworths artikel te omschrijven. ‘Zo veel wetenschappers houden vast aan de theorie volgens welke seksuele selectie de enige verklaring is,’ zegt Dunsworth spijtig.

    Louise Barrett van haar kant is van mening dat ‘zodra men de manier bestudeert waarop mannen en vrouwen van elkaar verschillen, het politiek wordt’. Volgens haar gaan de simplistische verklaringen voor de evolutie ‘uit van de hersenschim van de orde der dingen. We zouden geprogrammeerd zijn om zo te worden.’

    Aldus redenerend verval je algauw in de gebruikelijke clichés: ‘Vrouwen zijn attenter, dus willen ze verpleegkundige worden. En het is niet erg als een vrouwelijke IT’er minder verdient dan een mannelijke. Dan heeft ze gewoon het verkeerde vak gekozen.’

    In een wetenschappelijke wereld die nog grotendeels wordt gedomineerd door mannen ‘wint het vrouwelijke perspectief terrein, zij het langzaam en onder sterk verzet van mannen en, helaas, ook bepaalde vrouwen’, zegt Marcia Ponce de León. ‘Als vrouwelijke wetenschapper moet je echt knokken om de bestaande gewoonten te veranderen en nieuwe manieren te introduceren om vragen te stellen.’ 

  • Alles wat je niet wilt weten over kaas

    Alles wat je niet wilt weten over kaas

    Vegetariërs eten over het algemeen bijna twee keer zoveel kaas als mensen die vlees eten. Maar kaas blijkt net zo dieronvriendelijk en slecht voor het milieu te zijn als vlees. Zo worden kalfjes al snel na de geboorte weggehaald bij hun moeder en komt er bij het produceren van een kilo haloumi twee keer zoveel CO2 vrij dan bij een kilo kip.

    Dit stuk verscheen eerder op 19 april 2019, in #158

    Ik ben Graham en ik ben kaasoholist. Ik kan mezelf aan tafel best goed inhouden, maar tegen kaas ben ik weerloos. Hard, zacht of bijna vloeibaar, blauw, Brits of Europees, gerookt, gepasteuriseerd of ongepasteuriseerd: als er kaas te kanen valt, ga ik door tot er niks meer over is – van de kaas of van mijzelf. Ik eet het ’s ochtends bij het ontbijt en ’s avonds als tussendoortje. En de laatste tijd heeft kaas een nog grotere rol in mijn eetpatroon gekregen. Vorig jaar ben ik gestopt met vlees eten omdat ik het echt niet meer vond kunnen, zowel wat dierenwelzijn als het milieu betreft. Makkelijk was het niet, maar ik had iets om het gat mee te vullen: mijn oude vriend kaas. Halloumi, paneer en parmezaan werden mijn biefstuk, kipfilet en varkenslapje.

    Ik red me prima zonder vlees. Maar de laatste tijd speelt mijn geweten toch weer op. Kaas wordt van melk gemaakt en melk komt van koeien. En de veehouderij is een ramp voor het klimaat. Koeien stoten massa’s methaan uit, een belangrijk broeikasgas dat je met geen technologie uit de dampkring kunt weren. Het leeuwendeel van de veehouderij is een vorm van bio-industrie, met alle dierenleed van dien. Ik heb het niet bijgehouden, maar ik durf te wedden dat mijn kaasconsumptie flink gestegen is sinds ik geen vlees meer eet. Heb ik dan gewoon de ene misdaad tegen dierenwelzijn en milieu verruild voor een andere – misschien zelfs een ergere? Een vraag waar veel mensen moeite mee hebben. Ga dat nou niet onderzoeken, zeiden sommige collega’s half schertsend. Ze wilden het liever niet weten. En gelijk hadden ze.

    De kaasindustrie is een gigantisch succesverhaal en groeit nog steeds. De wereldproductie, die in het jaar 2000 nog 15 miljoen ton per jaar bedroeg, is inmiddels gestegen tot minstens 22 miljoen ton en zal naar verwachting blijven groeien naarmate meer mensen in de van oudsher kaasloze culturen van Azië de smaak te pakken krijgen. Zelfs in traditionele kaaslanden stijgt de consumptie nog steeds. In 2015 werkten de Fransen 27 kilo per persoon naar binnen, een kilo meer dan in 2012. Volgens de zuivelorganisatie Dairy UK is de Britse kaasmarkt in diezelfde periode met 13 procent gegroeid en koopt 92 procent van de Britse huishoudens weleens kaas.

    Onstuimige groei

    De vraag naar kaas is al vijftig jaar de motor achter de onstuimige groei van de zuivelindustrie. Werd er in 1970 wereldwijd 480 miljoen ton melk geproduceerd, inmiddels is dat al zo’n 800 miljoen. Dit gaat, mogelijk niet geheel toevallig, gepaard met een daling van de vleesconsumptie, althans in het Verenigd Koninkrijk en de rest van de Europese Unie. Het is verleidelijk om een verband te leggen tussen die twee trends: mensen die minder vlees gaan eten, compenseren dat met kaas. (Dan is het gezondheidsargument wel vreemd, want kaas is heel vet en heel zout.)

    Als mensen inderdaad van vlees op kaas overstappen, kan dat een onderbelichte bedreiging voor het milieu zijn. De veehouderij is een belangrijke bron van broeikasgassen. Volgens de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, is de veeteelt verantwoordelijk voor 14,5 procent van alle door mensen veroorzaakte broeikas-emissies.

    amber kipp 1242889 unsplash 1
    In de melkveehouderij wordt aangeraden om het kalf binnen een uur na de geboorte bij de moeder weg te halen, om de traumatische impact van de scheiding zo klein mogelijk te houden. – © Amber Kipp / Unsplash

    Rundvee neemt daarvan al twee derde voor zijn rekening. Tel daar de schapen, geiten en waterbuffels bij op – de bron van bijna alle kaas die niet van koemelk is gemaakt – en je komt aan 81 procent.

    De milieuschade van de rundveehouderij is natuurlijk enorm. Weinig sectoren hebben zo’n enorme ecologische voetafdruk als de vleesindustrie. Volgens cijfers van de Universiteit van Michigan levert de productie van een kilo rundvlees gemiddeld een emissie op van 26,5 kilo ‘CO2-equivalent’. Dat wil zeggen dat die kilo vlees de aarde over honderd jaar even sterk opwarmt als 26,5 kilo zuivere CO2. Bij rundvlees is ongeveer de helft daarvan afkomstig van methaan, een onvermijdelijk nevenproduct van de spijsvertering van de koe. Dat staat gelijk aan een ritje van 100 kilometer in een gemiddelde auto. Lamsvlees, ook afkomstig van methaan oprispende herkauwers, blijft daar niet ver bij achter. Vleessoorten zoals kip en varkensvlees leveren wel een lagere uitstoot op, evenals vis. Maar toch hebben ze een relatief grote milieu-impact in vergelijking met groente.

    Met 1,3 kilo voor een kilo melk is het CO2-equivalent van zuivel vrij laag. Maar voor kaas ligt dat alweer veel hoger, vooral omdat er tien liter melk in een kilo kaas gaat. De uiteindelijke voetafdruk verschilt sterk per soort, maar bedraagt gemiddeld 9,8 kilo CO2-equivalent. De grootste boosdoener is de met melk van Holstein-Friesian-koeien geproduceerde Amerikaanse cheddar, die goed is voor 16 kilo CO2-equivalent. Een simpele berekening wijst dan uit dat de vervanging van sommige vleessoorten door kaas – kip door halloumi bijvoorbeeld – de voetafdruk van een maaltijd kan verdubbelen. Dat was niet mijn bedoeling.

    Voetafdruk

    Maar dit is een ruwe schatting. ‘Het probleem is dat mensen per saldo misschien minder kaas eten dan ze anders vlees zouden hebben gegeten, en er zijn ook meer milieufactoren dan alleen de uitstoot van broeikasgassen,’ zegt Helen Breewood van het Food Climate Research Network van de Universiteit van Oxford. Je kunt bijvoorbeeld ook kijken naar de voetafdruk per calorie. Dan heeft alle zuivel een kleinere voetafdruk dan eender welke vleessoort. Per calorie gemeten is kaas dus misschien niet slechter dan kip. Er zijn alleen nog geen studies over kaas alleen. Het gaat altijd over zuivel in zijn algemeenheid, inclusief melk, room, yoghurt en boter.

    Maar ook los van de vraag of je van vlees op kaas moet overstappen is de milieu-impact van de zuivelindustrie een groeiend probleem. ‘We krijgen veel kritiek,’ zegt Juha Nousiainen, vicevoorzitter van Valio, het grootste zuivelconcern van Finland. Dat land is wereldleider in de ontwikkeling van een CO2-neutrale economie, en ook de Finse zuivelsector probeert daaraan bij te dragen. ‘We kunnen deze kwestie niet langer negeren,’ vindt Nousiainen.

    De oplossing van Valio is de ‘CO2-neutrale koe’

    De emissie in zijn sector is sinds 1970 gehalveerd, vooral door het fokken van koeien die minder oprispen en door verbetering van hun voedsel. De intensivering van de veeteelt helpt ook mee. Maar ‘voor verdere verlaging van de methaanemissie zijn de huidige mogelijkheden uitgeput,’ zegt Nousiainen.

    De oplossing van Valio is de ‘CO2-neutrale koe’. Een project met een wel heel ambitieuze doelstelling, omdat koeien onvermijdelijk methaan produceren, die je in de wei niet kunt opvangen. De oplossing van Valio is compensatie: het grasland beter beheren, zodat het een opslagplaats voor CO2 wordt in plaats van een bron van CO2. Dat is niet zo’n raar idee als het misschien lijkt. Met beter weidebeheer kan volgens de FAO per hectare drie ton CO2 per jaar worden opgeslagen – meer dan in hetzelfde stuk boreaal woud. ‘Dat is een hele hoop CO2,’ zegt Nousiainen.

    Maar zelfs dat lost nog maar de helft van het probleem op. De rest zal moeten komen van een hele reeks kleinschalige maatregelen zoals hergebruik van mest als biobrandstof en het opvangen van het methaan dat binnen de stal vrijkomt. Die plannen liggen nog op de tekentafel. Maar als ze werken ‘kunnen we bijna volledig CO2-neutraal worden’, aldus Nousiainen.

    De melkveehouderij veroorzaakt meer dierenleed dan de vleesindustrie

    De gevolgen voor het milieu zijn één overweging. Maar hoe zit het met dierenrechten? Als je bezwaar hebt tegen het dierenleed dat gepaard gaat met vlees, maar nog nooit hebt stilgestaan bij kaas, dan kun je misschien beter niet verder lezen.

    ‘De melkveehouderij is afschuwelijk,’ zegt Marc Bekoff, een pionier op het gebied van emoties bij dieren aan de Universiteit van Colorado. ‘De ethische bezwaren tegen zuivel zijn even groot als die tegen vlees.’

    jez timms 56219 unsplash 1
    Om te zorgen dat ze melk blijven produceren, moeten de koeien elk jaar geïnsemineerd worden, zodat ze in feite bijna continu drachtig zijn. – © Jez Timms / Unsplash

    De meeste melkkoeien op grote melkveebedrijven worden geboren uit de volwassen koeien. Meteen na de geboorte worden ze van hun moeder gescheiden. Met zo’n achttien maanden worden ze geïnsemineerd. Ze zijn dan al onthoornd en van een oormerk voorzien, en in sommige landen ook gecoupeerd, wat inhoudt dat bijna de hele staart wordt geamputeerd. Dat gebeurt allemaal doorgaans zonder verdoving. Na een draagtijd van negen maanden kalft zo’n koe. Het kalf wordt meteen weggehaald, waarna de koe enkele malen per dag wordt gemolken. Om te zorgen dat ze melk blijven produceren, moeten de koeien elk jaar geïnsemineerd worden, zodat ze in feite bijna continu drachtig zijn. Ze mogen geen band krijgen met hun kalf: de US Bovine Alliance on Management and Nutrition [een overlegorgaan van agrariërs, overheid en veeartsen, red.] raadt aan om het kalf binnen een uur na de geboorte weg te halen, om de traumatische impact van de scheiding voor kalf en koe zo klein mogelijk te houden. Vrouwelijke kalfjes worden melkkoeien. Stiertjes worden meestal meteen afgemaakt, of ze worden nog zes maanden opgefokt voor het vlees en dan geslacht.

    Minstens tweemaal doorloopt een melkkoe zo’n hele cyclus van inseminatie, dracht, een weggehaald kalf en lactatie, en in veel gevallen nog veel vaker. Ergens tussen de leeftijd van 3 en 7 jaar begint hun melk-productie of hun vruchtbaarheid (of beide) zodanig te dalen dat ze niet langer winstgevend zijn. Dan worden ze afgeschreven en gaan ze naar het slachthuis. De VS tellen doorgaans zo’n 9,3 miljoen melkkoeien. Elk jaar worden er zo’n 3 miljoen geslacht, evenals een half miljoen stiertjes. De zuivelsector is dus nauw met de vleesindustrie verweven. ‘Dat beseffen de mensen niet,’ zegt Bekoff.

    Je zou kunnen stellen dat de melkveehouderij meer dierenleed veroorzaakt dan de vleesindustrie, omdat melkkoeien jarenlange ellende verduren voordat ze geslacht worden.

    amber kipp 1242870 unsplash 1
    ‘Hard, zacht of bijna vloeibaar, blauw, Brits of Europees, gerookt, gepasteuriseerd of ongepasteuriseerd: als er kaas te kanen valt, ga ik door tot er niks meer over is – van de kaas of van mijzelf.’ – Amber Kipp / Unsplash

    Nu is de literatuur over het weghalen van kalfjes nogal verdeeld. Sommige studies vonden bijna geen tekenen van stress, op basis van gedrag, hartslag en de aanmaak van het stresshormoon cortisol. In andere studies worden juist wel bewijzen gevonden. Er zijn in ieder geval aanwijzingen voor de juistheid van het advies dat je de stress verlaagt door het kalf zo vroeg mogelijk weg te halen. Maar dat is dus een impliciete erkenning dat die scheiding stress oplevert.

    Vijf vrijheden

    Veel dierenleed wordt verergerd door de toegenomen intensivering. ‘Iedereen wil dat koeien meer melk produceren,’ zegt Helen Lambert, een onafhankelijke dierenwelzijnsadviseur met een reeks wetenschappelijke publicaties op haar naam. ‘De druk die dat op de koe legt, leidt tot gezondheidsproblemen en dierenleed.’ De drie belangrijkste problemen zijn uierontsteking, ofwel mastitis, kreupelheid door de grote hoeveelheden melk die ze dragen, en honger. ‘Op sommige boerderijen worden ze wel drie keer per dag gemolken. Veel melkkoeien kunnen nooit genoeg eten om dat tempo bij te houden,’ zegt ze.

    ‘Er is niet genoeg weiland, dus staan ze vaak het hele jaar op stal, waar ze krachtvoer krijgen. Ze lijden continu honger en leven daardoor maar kort.’ De natuurlijke levensduur van een koe is volgens haar zo’n twintig jaar. De meeste melkkoeien worden met vijf jaar geslacht.

    De zuivelindustrie is zich terdege bewust van deze problemen. De European Dairy Association onderschrijft de internationaal erkende en wetenschappelijk onderbouwde ‘vijf vrijheden’ van de Wereldorganisatie voor Diergezondheid. Die komen erop neer dat dieren moeten worden gevrijwaard van honger, ondervoeding en dorst, van angst en stress, van ongemak door pijn, hitte of kou, en van pijn, letsel en ziekte, en dat ze de vrijheid hebben om normaal gedrag te ontwikkelen. Uit veel onderzoek blijkt echter dat daar vaak niets van terechtkomt. Veel melkveehouderijen in Canada, de VS en delen van Europa gebruiken bijvoorbeeld ‘aanbindstallen’, waarin de koeien bijna hun hele leven in één hok staan. ‘Dat aanbinden is een enorm probleem,’ zegt Lambert. Zo kan het dier geen normaal gedrag ontwikkelen. Het scheiden van koe en kalf zal dieren waarschijnlijk niet vrijwaren van stress. En een koe met mastitis of kreupele poten is niet vrij van fysiek ongemak.

    Er zijn inmiddels allerlei plantaardige kaasvervangers, maar in mijn (beperkte) ervaring kunnen smaak en textuur van die veganistische kazen nog niet bekoren. Ze bestaan goeddeels uit water, zetmeel, kokosolie, zout, smaakstoffen en nog wat andere toevoegingen, en dat brengt ook weer milieuproblemen met zich mee. ‘Een probleem van plantaardige kaasvervangers, nog los van de twijfelachtige voedingswaarde – want ze zijn vaak rijk aan vet en arm aan eiwit – is dat er vaak palmolie in zit, en dat is weer gelinkt aan ontbossing,’ zegt Breewood.

    katrin leinfellner 571533 unsplash 1
    Er is niet genoeg grasland om daarmee aan de wereldwijde vraag naar melk te voldoen. – © Katrin Leinfellner / Unsplash

    Sommige melkveehouderijen experimenteren met een ‘kalf-bij-koe’-aanpak: ze halen het kalf niet weg bij de koe voordat het gespeend is. Dat is beter voor het welzijn van de dieren, maar zal het CO2-equivalent beslist verhogen, omdat een deel van de melk dan naar het kalf gaat. De extensieve veehouderij, waarbij koeien vrijuit kunnen grazen, is slechter voor het milieu omdat die meer grasland vergt dan de intensieve veehouderij. Er is gewoon niet genoeg grasland om daarmee aan de wereldwijde vraag naar melk te voldoen, zegt Lambert.

    En puristen vinden deze alternatieven ook een wassen neus. Bekoff noemt het een poppenkast die net zo weinig voor het dierenwelzijn doet als greenwashing voor het milieu. De koeien worden immers nog steeds gezien als melkproductiemachines en de mannelijke kalfjes zijn nog steeds overtollig.

    Uiteindelijk is er volgens Lambert geen oplossing die iedereen tevreden stelt. De enige makkelijke manier om de zuivelsector milieuvriendelijker te maken is intensivering van de veehouderij. Maar daarmee verlaag je de diervriendelijkheid. Als je bezwaren hebt tegen de milieuschade en het dierenleed van de zuivelsector, zit er maar één ding op: minder of helemaal geen zuivel meer gebruiken. Bekoff erkent dat het nogal een offer vraagt. ‘Ik denk dat kaas het moeilijkste is om op te geven,’ zegt hij. ‘Ik heb nog nooit iemand horen zeggen: O, wat mis ik melk, of yoghurt. Maar kaas, dat missen mensen.’

    Ik zal het in ieder geval vreselijk missen. 

  • Wat maakt ons gelukkig?

    Wat maakt ons gelukkig?

    Ga niet naar geluk op zoek, want dan zul je het niet vinden. Je kan er ook niet te veel van hebben, dat verlamt. Hoewel er net zoveel voorstellingen van het ware geluk bestaan als mensen op de wereld, bevat dit artikel een paar waardevolle en universele lessen.

    Soms klopt alles gewoon. Je vrienden zitten om tafel, het eten smaakt, de wijn is goed. Maar wanneer alles lijkt te koppen, waarom blijft geluk uitgerekend dán uit?

    Ook gebeurt soms het tegendeel. Er wil geen goed gesprek ontstaan, de avond kabbelt maar voort en het wordt weer eens duidelijk dat plezier niet op afroep beschikbaar is.

    Dan weet je het weer, je herinnert het je van vroeger: dat de mooiste avonden de avonden zijn die je niet had gepland. Dat er in de keuken werd gedanst, en dat niemand na afloop meer precies kon zeggen hoe dat zo was gekomen. Waaruit bestaat geluk nu eigenlijk?

    Voorstellingen van het ware geluk zijn er net zoveel als er mensen op de wereld zijn

    Van het ware geluk bestaan net zo veel voorstellingen als er mensen op de wereld zijn.

    Pessimisten zeggen: geluk is de afwezigheid van leed.

    Hedonisten zeggen: geluk is consumptie.

    Neurobiologen zeggen: geluk is biochemie.

    Aristoteles schreef: geluk is genoeg hebben aan jezelf.

    Voor de arts Albert Schweitzer betekende het geluk ‘gewoon een goede gezondheid en een slecht geheugen’. 

    U-bocht van het geluk

    ‘De zekerste manier om het geluk te bereiken,’ zegt psychiater Manfred Lütz, ‘is met drugs.’ Heroïne, xtc: die garanderen geluk – als je tenminste gelooft dat het alleen maar een biochemisch proces is.

    Er zijn periodes in het leven waarin we niet zo gelukkig zijn. ‘Mensen in de middelbare leeftijd, tussen 35 en 54, zijn het ongelukkigst,’ zegt neurowetenschapper Tali Sharot van het University College London (UCL).

    De tevredenheid met het leven is het grootst bij jonge mensen tussen de 15 en 24, en vanaf midden vijftig wordt het weer beter. Dat is de zogeheten U-bocht van het geluk. We beginnen gelukkig, zinken weg en komen dan langzaam weer omhoog.

    En dan zijn er nog de gelukkigste landen ter wereld. Op dit moment staat Finland volgens het ‘Wereldgeluksrapport’ van de Verenigde Naties bovenaan. In Helsinki duren de dagen op dit moment nauwelijks acht uur. In de winter is het daar vooral donker. Daar staat tegenover dat Finland de beste sauna’s ter wereld heeft en een sterke verzorgingsstaat.

    In Zuid-Soedan, het ongelukkigste land op de lijst, schijnt de zon bijna altijd twaalf uur per dag. Dat land in het binnenland van Afrika staat ook op de laatste plaats in de welvaartsstatistiek; meer dan de helft van de mensen heeft er honger. Arm, maar gelukkig? Dat gaat hier zeker niet op.

    Maakt geld gelukkig? En meer geld nog gelukkiger? Mensen citeren graag een studie van psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman die aantoont dat een jaarinkomen van rond de 65.000 euro genoeg is. Wie meer verdient, wordt daar niet gelukkiger van.

    Een jaarinkomen van rond de 65.000 euro is genoeg. Wie meer verdient, wordt daarvan niet gelukkiger

    Voor socioloog Hilke Brockmann van de Jacobs University in Bremen is dat onzin. Zij zegt dat geluk afhankelijk is van hoeveel we bezitten in vergelijking met onze medemensen. ‘Ongelijkheid,’ zegt zij, ‘maakt ons ongelukkig.’

    Je kunt de zoektocht naar geluk eindeloos voortzetten. Onvermijdelijk duikt daarbij ook de bewering op dat je bewust voor het geluk kunt kiezen. Maar klopt dat ook?

    Britse wetenschappers van de Universiteit van Reading bevestigden onlangs wat grote studies steeds weer laten zien: dat mensen die veel moeite doen om gelukkig te zijn, daar bijzonder vaak níét in slagen. En dat ze zelfs een hoger risico lopen om depressief te worden – de zoektocht naar geluk kan ongelukkig maken.

    Vermijding en onderdrukking

    Waarom dat zo is, wilden de psychologen weten. Ze testten honderden Britse studenten en zagen dat wie zich actief voornam gelukkig te zijn, vaak teruggreep op twee mechanismen die je in het leven langdurig beschermen tegen onaangenaamheden: vermijding en onderdrukking.

    Leren voor een examen? Je bent gelukkiger wanneer je zorgt dat je een leuke dag hebt. Heb daar een slecht geweten over? Gewoon niet aan denken, dat is het beste.

    De deelnemers die zeiden zich bewust te focussen op gelukkig zijn, waren tegelijk ook degenen die minder greep hadden op hun gevoelens.

    Maar hoe moet het nu? Hoe kunnen we gelukkig worden zonder als een Wimpie Weernetniet door het leven te gaan? Hoe vinden we duurzaam geluk?

    Optimisme krijgen we van nature mee, daar is de Londense neurowetenschapper Sharot in elk geval van overtuigd. ‘De mens ziet de wereld altijd rooskleuriger dan hij is. Eigenlijk veel te rooskleurig,’ zegt ze. Het is haar een raadsel hoe wij tegenover de duistere realiteit om ons heen zo goedgemutst kunnen blijven. Ze heeft zich voorgenomen dit raadsel te doorgronden.

    Studies en getallen over hoe hardleers vol vertrouwen mensen in principe zijn, kent Sharot maar al te goed. Ze leidt het Affective Brain Lab van het UCL; met haar medewerkers onderzoekt ze hoe gevoelens ons handelen beïnvloeden. Vraag je de mensen uit om het even welk milieu, ongeacht of ze arm zijn of rijk, naar hun toekomst en die van hun familie, dan is ongeveer 80 procent optimistisch. ‘Het is moeilijk om tot een andere uitkomst te komen,’ zegt Sharot. De eigen kinderen? Heel slim. Kanker? Krijgen alleen anderen.

    Het laboratorium stuurde Amerikaanse rechtenstudenten voor een onderzoek naar een cursus familierecht. Op dat moment lag het percentage scheidingen in de VS op 50 procent. Toch geloofde ook daarna bijna iedereen dat hun eigen huwelijk voor altijd stand zou houden. Zelf zijn mensen altijd de uitzondering op de regel.

    Hoe kunnen we dit gebrek aan realiteitszin verklaren? Waarschijnlijk uit ons vermogen om het verleden naar onze hand te zetten. Want al nemen we graag aan dat ons geheugen er is om correcte herinneringen te leveren van wat we hebben meegemaakt, toch is dat niet wat het doet.

    Zelf is men altijd de uitzondering op de regel

    Het helpt je eerder om je je eigen toekomst te kunnen voorstellen en plannen te maken. Als je je bijvoorbeeld wilt voorbereiden op je vakantie, zegt Sharot, dan verzamel je puzzelstukjes van positieve momenten uit het verleden en arrangeer je die tot iets nieuws. ‘Het brein moet daarbij creatief te werk gaan.’

    Dat brein verricht dit werk in hetzelfde gebied dat het ook gebruikt voor het verwerken van herinneringen. Dat proces noemt Sharot een ‘mentale tijdreis’.

    Zo zwerven mensen met hun geest heen en weer tussen verleden en toekomst. En ze gaan daarbij even creatief om met de herinnering als met die toekomst.

    Waarom is dat belangrijk met het oog op het geluk? ‘Wat wij van de toekomst verwachten, bepaalt ook onze tevredenheid in het heden,’ zegt Sharot. ‘Je verheugen op wat komt, dat maakt ons gelukkig.’

    Daarom is het volgens Sharot ook geen verstandige strategie om uit voorzorg niet te veel te hopen. Wie zijn verwachtingen laag houdt uit angst teleurgesteld te worden, berooft zichzelf van geluk in het heden. Je verheugen op wat komt is de mooiste vreugde.

    Opioïden

    ‘Een positieve instelling helpt over het algemeen,’ zegt Sharot. ‘Want onze instelling beïnvloedt ons handelen. Topsporters weten: je moet goud willen om minstens zilver te halen.’

    Aan de andere kant, waarschuwt de neurowetenschapper, mag de optimist niet blind worden voor risico’s. Geen gordel omdoen in de auto, preventief kankeronderzoek overslaan: dat je positief ingesteld bent, vrijwaart je nog niet van gevaar.

    Wat er gebeurt in de hersenen wanneer mensen geluk ervaren, is uitgebreid onderzocht. Er komt een lichaamseigen mix van opioïden vrij, vooral endorfinen. Je beleeft een roesachtige euforie. Maar die ebt weer weg, want het brein is niet gemaakt om constant geluk te ervaren – integendeel, dat kan zelfs schadelijk zijn.

    In de jaren vijftig prikkelde de Amerikaanse psycholoog James Olds het beloningscentrum in de hersenen van ratten met stroomstootjes. De dieren vonden dit zo fijn dat ze pijn op de koop toe namen en zelfs vergaten te eten. Via een hefboompje konden ze zichzelf steeds opnieuw prikkelen. De ratten gebruikten het soms tot ze niet meer konden. Het oneindige geluk kostte hun bijna het leven.

    Wanneer wetenschappers zich met geluk bezighouden, maken ze vaak een onderscheid tussen twee categorieën: het geluk als piekervaring – een vluchtige toestand – en de tevredenheid die we in ons leven ervaren, een duurzaam geluk. Sommige mensen hebben van nature iets meer van dit duurzame geluk meegekregen dan anderen, lijkt het. Wie kent ze niet, die opgeruimde lieden die zich door niets van hun stuk laten brengen?

    Uit studies van tweelingen weten we dat verschillen in tevredenheid met het leven voor bijna eenderde genetisch bepaald zijn. De rest hangt af van zogeheten omgevingsfactoren: hoeveel liefde en binding we als kind hebben ervaren, welke kansen en mogelijkheden ons zijn geboden en hoe we die oppakken. Ons vermogen tot tevredenheid hebben we ook in eigen hand.

    Neurobioloog Gerhard Roth uit Bremen beschrijft deze tevredenheid als een soort uitgangspunt van waaruit we het piekgevoel van het geluk beleven. ‘Geluk,’ zegt Roth, ‘is een kortstondige, positieve afwijking van het individuele tevredenheidsniveau.’

    Deze toestand kennen zowel optimisten als pessimisten. Maar hoelang ze ervan kunnen genieten hangt af van hun graad van tevredenheid. Zo zou het bij optimisten langer duren, terwijl pessimisten al snel weer bedenken wat er allemaal mis kan gaan.

    Materiële beloningen zoals geld activeren in het brein vooral een bepaald gebied, de nucleus accumbens, die een sleutelrol speelt in het beloningssysteem

    Roth onderscheidt ook waaruit het geluk bestaat. Materiële beloningen zoals geld activeren in het brein vooral een bepaald gebied, de nucleus accumbens, die een sleutelrol speelt in het beloningssysteem. Ze veroorzaken een vergankelijk geluksgevoel, dat snel naar meer verlangt en moeilijk te verzadigen is.

    Sociale beloningen daarentegen, zoals erkenning, lof of het gevoel van macht, werken langer door. Ze activeren hersengebieden waarin op een bewust niveau positieve en negatieve ervaringen worden verwerkt.

    Maar ook dit soort geluk kan snel uitgewerkt zijn, zegt Roth. ‘Er komt een moment waarop macht vervelend, of lof te gewoon wordt.’

    Intrinsiek geluk

    Het enige soort geluk waarvan de dosis niet steeds verhoogd hoeft te worden is voor Roth het ‘intrinsieke geluk’: de ervaring vreugde te beleven aan wat je doet, die je uit jezelf haalt. ‘Dat kan betekenen dat je iets nieuws leert, hoort of ziet,’ zegt Roth.

    Dat je plezier hebt in je werk, in muziek, literatuur of een goed gesprek. ‘Deze geluksmomenten verbinden zich met de eigen tevredenheid en scheppen een geluk dat langer blijft.’

    Halverwege de jaren zeventig beschreef de psycholoog Mihály Csikszentmihályi nog een verheviging van dit geluksgevoel: de ‘flow’ die we beleven wanneer we volledig in een activiteit opgaan, en ruimte en tijd om ons heen vergeten. Het bereiken van deze flow-toestand kan gelden als de hogeschool van het geluk.

    Alleen heeft dat geluk zijn prijs. Csikszentmihályi beschrijft die zo: ‘Flow-ervaringen lijken weliswaar moeiteloos, maar dat is zeker niet het geval. Vaak is er zware lichamelijke inspanning voor nodig, of een uiterst gedisciplineerde geestelijke activiteit.’

    Dat ook zelfoverwinning bij het geluk hoort, wisten de antieke filosofen al. Aristoteles stelde in de vierde eeuw voor Christus het geluk – eudaimonia – voor als het resultaat van een deugdzame levenswijze. Niet iets wat je je even in het yoga-uurtje eigen maakt.

    Meer dan 2000 jaar later, in 1776, werd het recht op een ‘streven naar geluk’ in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring opgenomen. Dat moest voor iedereen bereikbaar zijn, en niet alleen voor degenen die door geboorte al bevoorrecht waren.

    In de loop der tijd, merkt de Amerikaanse historicus Darrin McMahon op, heeft de opvatting van het geluk als een ‘gegeven recht’ ertoe geleid dat het minder gezien werd als iets wat bereikt wordt door een cultivering van de eigen persoon; in plaats daarvan werd het een doel dat nagestreefd, bereikt en dan geconsumeerd kan worden. Geluk? Dat kopen we liefst.

    Zwart gat

    Wie heeft het zich nog nooit voorgesteld: rijk te zijn, je alles te kunnen veroorloven – wat zou je dan doen?

    Sandra Filbert heeft het meegemaakt. Filbert is midden vijftig, blond, ze lacht veel. Ze draagt jeans, en een witte bloes. Maar geen horloge, geen sieraden. Geen tekenen van rijkdom.

    Filbert wil niet dat haar rijkdom aan haar te zien is. Ze wil ook niet dat we voor dit verhaal haar ware naam gebruiken. Het geld heeft haar al genoeg narigheid opgeleverd. We ontmoeten haar in een Italiaans restaurant, waar ze spaghetti bestelt.

    Filbert en haar broer hebben een groot pand geërfd. Dertig huurders, A-locatie in een grote stad. Een paar jaar geleden hebben ze het verkocht. De bank faxte haar een bankafschrift. Langzaam rolde het papier uit Filberts faxapparaat: er stonden meerdere miljoenen op.

    Filbert had eerder een eigen onderneming geleid. Soms liep het goed, soms minder.

    Toen ze het huis verkocht, liep het net slecht. ‘Maar ik was een leven lang gewend om op te staan en naar mijn werk te gaan,’ zegt Filbert. Ze dacht: wat heeft het leven voor zin als je je geld niet meer hoeft te verdienen?

    Ze viel in een zwart gat. Ook een cruise hielp niet. Al na een paar dagen kreeg ze het er op haar zenuwen.

    Toen ze terugkwam, pakte ze het werk op dat ze had laten liggen. 

    Wat heeft het geld haar gebracht? ‘Ik ben vrij, onafhankelijk,’ zegt ze. Maar het dankbaarst is ze voor het geploeter van de jaren daarvoor. 

    Het klinkt simpel, zegt Filbert, maar vroeger besefte ze dat niet. Voor haar is geluk: weten dat ze daar niet zoveel geld voor nodig heeft.

    Eye-opener

    Hilke Brockmann is professor sociologie aan de Jacobs University in Bremen; zij houdt zich al meer dan tien jaar bezig met de vraag wat mensen gelukkig maakt. Zij ziet het inzicht dat geld geen onbegrensde geluksbrenger is als ‘een van de grootste eye-openers in het geluksonderzoek’.

    Hoeveel geld precies gelukkig maakt, of 65.000 genoeg daarvoor is of toch 100.000 euro per jaar, kan Brockmann niet zeggen. Zij gaat er, zoals de meeste onderzoekers, vanuit dat deze som afhangt van hoe een mens zich in vergelijking met zijn omgeving behandeld voelt. Dat het vooral de ongelijkheid is die iemand ongelukkig maakt.

    Onderzoekers als Brockmann vragen de mensen in hun onderzoeken hoe tevreden ze zijn. Ze vragen naar hun levensomstandigheden. Hoe oud? Getrouwd? Kinderen? Hoe groot is hun woning? Hoeveel verdienen ze?

    De uitkomst laat volgens Brockmann zien welke samenleving, welke politiek het voor elkaar krijgt het grootst mogelijke aantal burgers gelukkig te maken. ‘Op deze manier,’ zegt ze, ‘laat geluk zich verbazend goed meten.’

    Het resultaat is eenduidig voor de westerse landen: ‘Hoe gelijker een samenleving is, hoe gelukkiger.’ Daarom eindigen de Noord-Europese landen in de ranglijst elke keer heel hoog. 

    Corruptie, honger en oorlog daarentegen maken ongelukkig. Een paar staten komen nooit hogerop in de lijst. Helemaal onderaan houden Jemen en Syrië Zuid-Soedan gezelschap.

    Voor het persoonlijke geluk zouden steeds dezelfde fundamenten nodig zijn. Ten eerste: ‘Er moet genoeg geld zijn,’ zegt Brockmann. ‘De mensen moeten materieel verzekerd zijn.’ Ten tweede leven gelukkige mensen in goede sociale verhoudingen. ‘Op gelijke hoogte met familie en vrienden.’

    En ten derde helpt het om een hogere zin in het leven te zien. Gelukkig, aldus Brockmann, is wie het gevoel heeft zijn tijd op aarde niet zinloos te verbeuzelen.

    ‘De ergste vergissing die mensen op zoek naar het geluk kunnen begaan, is dat ze geluk verwarren met succes’

    Op deze drie ingrediënten komt alles neer: materiële zekerheid, sociale betrekkingen en een hoger doel in het leven. ‘Veel meer advies kan het geluksonderzoek niet geven,’ zegt Brockmann.

    Maar waarom vind je bij de boekhandel om de hoek duizenden titels als je vraagt naar lectuur over het thema geluk?

    Brockmann vindt die zelfhulpliteratuur dubieus. Je kunt hooguit iets leren van het voorbeeld van andere mensen, zegt ze. ‘Maar niemand moet enorm zijn best gaan doen om gelukkig te worden.

    De ergste vergissing die mensen die op zoek zijn naar geluk kunnen begaan, zegt psychiater Manfred Lütz, is geluk te verwarren met succes.

    Lütz is zenuwarts en psychotherapeut. Hij leidt het Alexianer ziekenhuis in Keulen en heeft gewerkt met verslaafden – mensen die bijzonder wanhopig naar geluk zoeken.

    Ook heeft hij theologie gestudeerd. Het probleem van het geluk is voor hem daarom tevens dat van de eindigheid. ‘De mens in de Middeleeuwen,’ zegt hij, ‘leefde psychologisch gezien langer: hij telde zijn korte leven op aarde op bij zijn eeuwige leven in het hiernamaals.’

    Het geloof in de eeuwige gelukzaligheid bestaat nu niet meer. Samengeperst in het heden wordt het leven een in tijd begrensd project. En daarmee worden we steeds angstiger. ‘Angst komt voort uit benauwdheid,’ zegt Lütz. ‘Ons leven is benauwder geworden.’

    De vraag die de meeste mensen zich stellen is volgens hem: hoe kan ik zoveel mogelijk halen uit mijn korte leven?

    Plicht

    Zo is geluk een plicht geworden. En veel mensen geloven dat het te maken heeft met succes. ‘Ze zien beroemde mensen die succes hebben en denken: Die zullen wel gelukkig zijn.’

    Een paar jaar geleden hield Lütz op het familiefeest ter gelegenheid van de verjaardagen van zijn beide dochters een toespraak. ‘Succes heb ik ze allebei nadrukkelijk niet gewenst,’ zegt hij. Waarom niet?

    ‘Succes hangt van zo veel toevalligheden af.’ Van het juiste moment, van de juiste plek en van vaardigheden die je misschien zelfs door veel inspanning niet kunt verwerven. Op al die dingen heb je geen invloed.

    Wat geluk niet is

    Waarop je wel invloed hebt: je kunt eigen kwaliteiten inzetten door betrokken te zijn met anderen. Verantwoordelijkheid nemen in het leven – dat heeft Lütz zijn dochters toegewenst. ‘Of dat tot succes leidt of niet, is bijzaak.’

    Wat is dan het geluk? Lütz schudt zijn hoofd. Dat is niet de juiste vraag. Geluk heeft volgens hem voor miljarden mensen miljarden verschillende betekenissen.

    Hij kan beter uitleggen wat geluk niet is, zegt Lütz. ‘Niet iets waar je naartoe kan werken.’ Als je iets doet om gelukkig te worden, zit je al fout.

    ‘Als ik mensen help, als ik merk dat ik bezig ben met iets goeds, dan ervaar ik een geluksgevoel,’ zegt hij. ‘Wie zegt: ik wil helpen om gelukkig te worden, die wordt het niet.’

    Dus hoe vind je het geluk? ‘Een goede therapeut zegt niet: doe dit of dat, dan word je gelukkig,’ zegt Lütz. ‘Hij vraagt: wat heeft u de laatste keer gelukkig gemaakt? Hoe ging dat?’

    Dit noemt hij het ‘brongerichte uitgangspunt’. Lütz zag dat voor het eerst bij een therapeut uit de VS.

    ‘De patiënt hing slap in zijn stoel. Mijn collega stelde de vraag: “Waar staat u, op een schaal van 0 tot 10 – waarbij 0 betekent: slechter kan het niet, en 10 staat voor: het probleem is opgelost.”

    De patiënt zei: “Op 3.” “Waarom niet op 2 of 1?” vroeg de therapeut. De patiënt antwoordde: “Omdat dit en dat tenminste nog functioneert.” De collega vroeg verder: “Wanneer stond u voor het laatst op 4? Of op 5?”’ 

    Lütz zag hoe de patiënt in zijn stoel steeds meer rechtop ging zitten. ‘Dat is heel ontroerend om te zien,’ zegt hij. ‘Hoe langer je over zo’n toestand spreekt, des te meer die voor die persoon weer werkelijkheid kan worden. En wat je dan kunt vinden, dat is je eigen, heel persoonlijke geluk.’

  • Mag je het DNA van menselijke embryo’s veranderen?

    Mag je het DNA van menselijke embryo’s veranderen?

    In Engeland mogen wetenschappers sinds kort ingrijpen in het DNA van menselijke embryo’s. Is het wel verstandig om dat nu, en op eigen houtje, te gaan doen?

    Keuze uit het archief

    Deze week nam de Tweede Kamer de D66-motie aan over embryokweek met wetenschappelijke doeleinden. Doorslaggevend was de stem van het CDA, waar twaalf leden voor en zes leden tegen stemden. Het laat zien dat het onderwerp gevoelig ligt binnen de christendemocratische partij.
    Ook buiten christelijke en religieuze kringen en buiten Nederland is het een heikel thema, getuige deze Controverse van bijna tien jaar geleden. Daarin reageren een wetenschapper en een filosoof op de vraag of genetische aanpassingen geoorloofd zijn als je er erfelijke ziektes en lijden mee kunt voorkomen.

    Ja: ‘Als de wetenschap kan worden gebruikt om onnodig menselijk leed uit te bannen, moeten we daar vooral mee doorgaan

    Britse wetenschappers hebben toestemming gekregen om het DNA van menselijke embryo’s te veranderen. Dat zal ongetwijfeld veel protest opleveren. De tegenstanders van genetische modificatie (GM)-technologie zullen roepen dat we voor God spelen met onze genen. De tegenstanders hebben gelijk. We doen inderdaad net of we God zijn. Maar dat is juist goed, want God, de natuur, of hoe we het maar willen noemen, heeft het vaak mis en het is aan ons om de fouten te herstellen.

    Er worden dit jaar naar schatting 500.000 kinderen geboren in Groot-Brittannië. Daarvan zal zo’n 4 procent een genetische of aangeboren afwijking hebben, die tot een ernstige ziekte kan leiden en het kind en de familie veel ellende zal bezorgen. Als het onderzoek dat nu is goedgekeurd met succes wordt toegepast, zullen er minder kinderen met een afwijking worden geboren.

    DNA is niet spiritueler dan een haar of een vingernagel

    Ons DNA wordt beschouwd als iets heel speciaals. Anti-GM-activisten, vaak overtuigde atheïsten, beweren dat ons DNA door ‘de natuur’ is aangereikt. Maar wat is die natuur helemaal? Dat is puur toeval – mutatie – gecombineerd met de survival of the fittest. Er ligt geen groot plan aan ten grondslag en de natuur maakt akelige fouten – net als wij. Als die fouten menselijk lijden tot gevolg hebben, dan is het onze plicht om daar iets aan te doen. Ons DNA is een chemische stof. Schoolkinderen halen het uit de cellen in het biologielokaal. Het ziet eruit als een slijmerig draadje – en als vezelig papier als het is opgedroogd. Er zit geen magisch ingrediënt in DNA, geen ziel, het bestaat alleen uit atomen en lucht. DNA is niet spiritueler dan een haar of een vingernagel.

    Het veranderen van het DNA van menselijke embryo’s om ziekte uit te bannen is net zo ethisch verantwoord als het opereren van een baby met een hartprobleem, of het laseren van ogen. DNA is gewoon een deel van het menselijk lichaam waar iets mee mis kan zijn. GM-technologie kan revolutionair bijdragen aan het welzijn van onze kinderen. Het is toegepast op een meisje van één jaar dat aan leukemie leed en nu aan de beterende hand is.

    Is dit een glijdende schaal? Leidt dit tot zogeheten designerbaby’s? Is de GM-technologie straks vooral weggelegd voor steenrijke mensen, die gezonde, slimme en mooie kinderen willen? Misschien. Maar dat zien we dan wel weer. Op dit moment kunnen we beter vragen aan ouders van kinderen, geboren met hemofilie, taaislijmziekte of spierdystrofie, wat zij hadden gedaan als de GM-technologie al eerder beschikbaar was geweest. Als de wetenschap kan worden gebruikt om onnodig menselijk leed uit te bannen, dan moeten we daar vooral mee doorgaan.

    Johnjoe McFadden
is een Brits-Ierse wetenschapper en schrijver.
Hij is hoogleraar moleculaire genetica aan de universiteit van Surrey.
Hij publiceert in The Guardian,
The Washington Post en FAZ.


    Nee: ‘Het is de vraag of genetische perfectie altijd gewenst is

    Sinds kort is het Engelse onderzoekers toegestaan om in te grijpen in het DNA van menselijke embryo’s. De Britse Autoriteit voor Menselijke Vruchtbaarheid en Embryologie (HFEA) heeft ingestemd met toepassing van een nieuwe techniek, CRISPR/Cas9 genaamd. Andere landen, zoals de VS, zijn net zo bedreven in genetische modificatie als Engeland. Die andere landen zijn, terecht, terughoudender in het gebruik van gentechnologie.

    Waarom? De bezwaren van die andere landen hebben niets te maken met religie of met verzet tegen moderne technologie. Ze zijn ook niet tegen genmanipulatie op zich. Ze willen ook nog wel instemmen met het toepassen ervan bij individuele patiënten – om genetische afwijkingen te herstellen. Maar deze wetenschappers en bio-ethici zijn wél bezorgd over het veranderen van menselijke embryo’s. 
Als zulke embryo’s teruggeplaatst en geboren worden, 
dan blijft de genetische verandering niet beperkt tot dit ene kind, maar wordt het doorgegeven aan volgende generaties.
(De Britse onderzoekers plaatsen de gemodificeerde embryo’s overigens niet terug.)

    Gentechnologie heeft grote voordelen – en ook grote nadelen. Onze wetgeving laat het aan de arts of patiënt over om die voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen. Dat is niet eenvoudig, omdat het bij de meeste ziektes gaat om een complexe wisselwerking tussen verschillende genen. Het komt maar zelden voor dat de bewerking van een enkel gen leidt tot genezing. Toekomstige generaties zitten straks opgescheept met de genetische modificatie die wij nu uitvoeren. Als er onverwacht iets misgaat, dan zullen ze daarmee moeten leven. Maar ook als het wel goed gaat, is het de vraag of genetische perfectie altijd gewenst is. Er zijn gevallen bekend waarin dove ouders, die gebruikmaakten van IVF, toch kozen voor een embryo met aangeboren doofheid omdat zij dachten dat zo’n kind beter paste in hun gezin.

    Toekomstige generaties zitten straks opgescheept met de genetische modificatie die wij nu uitvoeren

    We moeten goed bedenken dat gentechnologie niet de enige manier is om genetische afwijkingen uit te bannen. Er zijn ook conventionele manieren om embryonale onderzoeken en ingrepen te doen. Op een internationale topconferentie in Washington in december 2015 werd gepleit voor een verbod op modificatie van menselijke kiemcellen, zolang er geen helder zicht is op de bijbehorende risico’s.

    Wetenschappers zijn competitief, maar vaak werken ze ook samen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het internationale menselijkgenoomproject (HGP), dat de structuur van het menselijk DNA in kaart heeft gebracht en daarmee de moderne gentechnologie mogelijk maakte. Als de kiemcellen van de mensheid op het spel staan, zijn behoedzaamheid en internationale samenwerking geboden.

    Donna Dickenson is een Engels-Amerikaanse filosoof en ethicus. Ze was hoogleraar in Londen en Birmingham, en schreef meer dan twintig boeken over haar vakgebied. In 2006 ontving ze de Spinozalens.

  • De genetisch gemodificeerde baby: dichterbij dan u denkt

    De genetisch gemodificeerde baby: dichterbij dan u denkt

    Kunnen we binnenkort de genen van onze kinderen wijzigen om te zorgen dat ze geen erfelijke ziekten krijgen? Of hen zelfs van A tot Z zelf samenstellen, zoals uit een catalogus? Sinds een groep Chinese wetenschappersbekendmaakte het DNA van een menselijk embryo te hebben gewijzigd, zijn dit soort vragen geen sciencefiction meer.

    Keuze uit het archief

    We zijn in het Westen onverminderd bezig zogenaamde supermensen van onszelf te maken, die gezond eten, sporten, zich geestelijk ontwikkelen en bewust zijn van de omgeving. Is het dan niet handiger om iemand meteen perfect geboren te laten worden? Zes jaar na de eerste publicatie van dit artikel zijn we alweer dichter bij die realiteit, en zoals dat gaat met ethische bezwaren, klinken die steeds minder luid. Dit grondige artikel zet de mogelijkheden, voors en tegens helder op een rij.

    Als iemand een manier had gevonden om een genetisch gemodificeerde baby te maken, dan zou George Church daarvan afweten, redeneerde ik. In zijn doolhofachtige laboratorium op de campus van de Harvard Medical School kun je onderzoekers aantreffen die een nieuwe, nooit eerder in de natuur waargenomen genetische code geven aan E.coli. Een deur verder zijn anderen bezig de wolharige mammoet weer tot leven te wekken. Zijn lab, zo mag Church graag zeggen, is het middelpunt van een nieuw technologisch scheppingsverhaal, waarin de mens de schepping overdoet en naar zijn hand zet.

    Toen ik vorig jaar op bezoek was in het lab, raadde Church me aan om te gaan praten met een jonge postdoc, Luhan Yang. Zij was vanuit Peking naar Harvard gekomen en had een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van een krachtige nieuwe techniek voor het modificeren van DNA: CRISPR-Case9. Yang had samen met Church een klein biotechnologiebedrijf opgezet om het genoom van varkens en runderen te modificeren, waarbij goede genen werden ingebracht en slechte uitgeschakeld.

    Ik luisterde naar het verhaal van Yang tot ik kans zag om mijn echte vragen te stellen: kan dit ook bij mensen? Kunnen we de menselijke genenpoel verbeteren? In het algemeen gaat de wetenschap uit van het standpunt dat dat onveilig, onverantwoord en zelfs onmogelijk is. Maar Yang aarzelde niet. Ja, natuurlijk, zei ze. Het laboratorium van Harvard was zelfs al bezig met een project om te onderzoeken hoe dat bereikt kon worden. Ze opende haar laptop en liet me een Powerpoint-dia zien met de titel ‘Germline Editing Meeting’.

    © Getty Images
    © Getty Images

    Germ life

    Daar was het: een technisch voorstel om in te grijpen in de erfelijke eigenschappen van de mens. ‘Germ line’, oftewel kiembaan, is onder biologen jargon voor de eicel en de zaadcel, die samen een embryo vormen. Door het DNA van deze cellen of van het embryo te veranderen, zou het mogelijk zijn om ziektegenen te corrigeren, waarna die genetische verbeteringen worden doorgegeven aan komende generaties. Met een dergelijke techniek zouden families verlost worden van nare erfelijke ziekten als cystic fibrosis. Het zou misschien ook mogelijk zijn om genen in te brengen die een levenslange bescherming bieden tegen infecties, alzheimer en, zei Yang, misschien tegen de effecten van veroudering. Volgens haar werden dit soort baanbrekende medische ontwikkelingen in deze eeuw even belangrijk als vaccins waren in de vorige eeuw.

    Dat is de belofte. De angst is dat kiembaanengineering zal leiden tot een griezelige wereld van supermensen en designer baby’s voor wie dat kan betalen. Wil je een kind met blond haar en blauwe ogen? Waarom niet een hyperintelligente groep mensen creëren die de leiders en wetenschappers van morgen kunnen worden?

    Nog maar drie jaar na de ontdekking van CRISPR wordt deze techniek al op grote schaal door biologen toegepast, als een soort zoek-en-vervangmethode om DNA te wijzigen, zelfs tot op het niveau van één enkele letter. De methode is zeer nauwkeurig en wordt dan ook gezien als een veelbelovende nieuwe vorm van gentherapie bij mensen met een slopende ziekte. Daarmee zouden artsen dan een ziek gen, bijvoorbeeld in de bloedcellen van een patiënt met sikkelcelbloedarmoede, direct kunnen corrigeren. Maar zo’n vorm van gentherapie zou geen invloed hebben op de reproductiecellen en het veranderde DNA zou niet aan toekomstige generaties worden doorgegeven.

    Volgens de conventie van de EU over biomedische wetenschap zou ingrijpen in de genenpoel een misdaad zijn tegen de mensenrechten

    Genetische veranderingen door kiembaanengineering zouden wél doorgegeven worden, en dat is de reden waarom dit idee altijd veel weerstand heeft opgeroepen. Tot nu toe hebben voorzichtigheid en ethische bezwaren de overhand gehad. In een twaalftal landen, maar niet in de Verenigde Staten, is kiembaanengineering verboden en zijn wetenschappelijke genootschappen het erover eens dat het te riskant is om toe te passen. Volgens de conventie van de Europese Unie over mensenrechten en biomedische wetenschap zou ingrijpen in de genenpoel een misdaad zijn tegen de ‘menselijke waardigheid’ en de mensenrechten.

    Maar dat is allemaal uitgesproken voordat het ook echt mogelijk was om de kiembaan nauwkeurig te modificeren. Nu, met CRISPR, kan dat.

    Niet eenvoudig

    Het experiment dat Yang beschreef was niet eenvoudig, maar het ging ongeveer zo: de onderzoekers hoopten van een ziekenhuis in New York de eierstokken te kunnen krijgen van een vrouw die werd geopereerd aan eierstokkanker veroorzaakt door een mutatie in een gen dat BRCA1 heet. In samenwerking met een ander laboratorium van Harvard, dat van anti-verouderingsspecialist David Sinclair, wilden ze daar onrijpe eicellen uithalen om die in het laboratorium te laten groeien en delen. Yang zou dan in deze cellen CRISPR toepassen om het DNA van het BRCA1-gen te corrigeren. Men zou proberen een levensvatbare eicel te creëren zonder de genetische fout die de kanker van de vrouw veroorzaakte.

    Later zou ik van Yang horen dat ze niet lang na ons gesprek het project had verlaten. Maar ik kon niet achterhalen of het experiment dat ze beschreef inderdaad gaande was of stopgezet of binnenkort gepubliceerd zou worden. Sinclair meldde wel dat beide laboratoria een samenwerking waren aangegaan, maar daarna beantwoordde hij mijn e-mails niet meer, net zo min als verscheidene andere wetenschappers aan wie ik vragen had gesteld over kiembaanengineering.

    Wat er ook met dat specifieke experiment is gebeurd, feit is dat het onderzoek naar het ingrijpen in de menselijke kiembaan een grote vlucht heeft genomen. Minstens drie andere centra in de VS zijn ermee bezig, net als wetenschappers in China, in het Verenigd Koninkrijk en bij biotechbedrijf OvaScience, dat is gevestigd in Cambridge, Massachusetts en waar enkele van de meest vooraanstaande specialisten op het gebied van voortplanting in de Raad van Advies zitten.

    Al deze groepen willen aantonen dat het mogelijk is om kinderen te produceren die vrij zijn van de specifieke genen die betrokken zijn bij erfelijke ziekten. Als het mogelijk is om het DNA in de eicel van een vrouw of in een zaadcel van een man te corrigeren, zouden die cellen bij een ivf-kliniek gebruikt kunnen worden om een embryo en vervolgens een kind te produceren. Het zou dan ook mogelijk zijn om het DNA van een ivf-embryo in een vroeg stadium te ‘bewerken’ met behulp van CRISPR. Verscheidene mensen hebben in het wetenschappelijk tijdschrift MIT Technology Review verklaard dat dit soort experimenten al zijn gedaan in China en dat binnenkort publicaties zouden verschijnen over de resultaten van het editen van embryo’s. Deze mensen, onder wie twee hooggekwalificeerde specialisten, wilden hierop niet in het openbaar commentaar geven, omdat de artikelen nog niet verschenen waren.

    Maatschappelijke beroering

    Dit alles betekent dat kiembaanengineering veel verder gevorderd is dan iedereen dacht. ‘Het gaat hier om een belangrijke kwestie voor de mensheid,’ zegt Merle Berger, medeoprichter van Boston IVF, een van de grootste netwerken van vruchtbaarheidsklinieken ter wereld waar per jaar meer dan duizend vrouwen zwanger raken. ‘Het zou het belangrijkste zijn dat ooit op ons vakgebied is gebeurd.’ Berger voorspelt dat het repareren van genen die betrokken zijn bij ernstige erfelijke ziekten, door het publiek wel breed geaccepteerd zal worden, maar hij verwacht dat plannen om deze techniek ook voor andere zaken toe te passen tot grote maatschappelijke beroering zou leiden, omdat ‘iedereen dan het perfecte kind zou willen hebben’: mensen zouden dan bijvoorbeeld de kleur van de ogen en de mate van intelligentie van hun kind kunnen uitkiezen. ‘We hebben het al heel vaak over dit soort zaken gehad,’ zegt hij, ‘maar tot nu toe hebben we nooit de mogelijkheid gehad om het ook te doen.’

    Hoe gemakkelijk zou het zijn om via CRISPR een menselijk embryo te bewerken? Heel gemakkelijk, volgens deskundigen. ‘Elke wetenschapper die moleculairbiologische technieken kan toepassen en weet hoe je met embryo’s werkt, zal dit kunnen,’ zegt Jennifer Doudna, biologe aan de University of California, Berkeley, die in 2012 een van degenen was die ontdekten hoe CRISPR gebruikt kan worden bij het aanpassen van genen.

    Om erachter te komen hoe dat in zijn werk gaat, ging ik naar het lab van Guoping Feng, bioloog aan het McGovern Institute for Brain Research van MIT, waar een kolonie marmoset-aapjes wordt gefokt om met behulp van CRISPR goede modellen van menselijke hersenziekten te vormen. Om die modellen te creëren zal Feng het DNA van embryo’s bewerken en die dan in vrouwelijke marmoset-aapjes plaatsen, zodat hij uiteindelijk levende aapjes krijgt. Een van de genen die Feng in de dieren hoopt te veranderen is SHANK3. Dit gen is betrokken bij de manier waarop zenuwen communiceren; het is bekend dat een beschadiging van dit gen bij kinderen autisme veroorzaakt.

    Volgens Feng was het vóór de ontdekking van CRISPR niet mogelijk om nauwkeurige veranderingen in het DNA van een primaat aan te brengen. Met CRISPR zou dat betrekkelijk eenvoudig zijn. Het CRISPR-systeem omvat een enzym dat genen afknipt en een gidsmolecuul die geprogrammeerd kan worden om zich te richten op unieke combinaties van de DNA-letters A, G, C en T. Breng deze ingrediënten in een cel en ze zullen het genoom op de bedoelde plekken bijknippen en aanpassen.

    Waarom niet een hyperintelligente groep mensen creëren die de leiders en wetenschappers van morgen kunnen worden?
    Waarom niet een hyperintelligente groep mensen creëren die de leiders en wetenschappers van morgen kunnen worden?

    Maar CRISPR is niet onfeilbaar – en het zou een erg lukrake methode zijn om menselijke embryo’s te bewerken, zoals blijkt uit de pogingen van Feng om genetisch gemodificeerde marmoset-aapjes te verkrijgen. Om het CRISPR-systeem toe te passen op de aapjes injecteren zijn studenten de chemicaliën simpelweg in een bevruchte eicel, die dan nog een zygote is – het stadium vlak voordat de cel zich begint te delen.

    Feng vertelde dat de effectiviteit van CRISPR om een gen in een zygote te verwijderen of onklaar te maken ongeveer 40 procent is, terwijl het maken van specifieke aanpassingen of het verwisselen van DNA-letters, nog minder vaak lukt – eerder bij 20 procent van de pogingen. Net als een mens heeft een aap van de meeste genen twee versies, van elke ouder één. Soms worden beide versies veranderd, maar soms ook maar een van de twee, of geen van beide. Slechts ongeveer de helft van de embryo’s zal tot een geboorte leiden en wanneer dat gebeurt, kunnen veel van de nieuw geboren aapjes een mix van cellen met en zonder gewijzigd DNA hebben. Alles bij elkaar betekent dit dat je twintig embryo’s moet bewerken om een levend aapje met de gewenste genversie te krijgen.

    Voor Feng is dat geen onoverkomelijk probleem, want dankzij de apenkolonie van MIT kan hij beschikken over veel apeneicellen en dus over veel embryo’s. Maar het is duidelijk dat dit bij mensen wel problemen zou opleveren. Wetenschappelijk gezien zou het relatief eenvoudig zijn om CRISPR-ingrediënten in te brengen in een menselijk embryo. Maar het zou op dit moment nog nergens toe dienen. Dit is een van de redenen waarom veel wetenschappers een dergelijk experiment niet serieus nemen (of het nu wel of niet in China is uitgevoerd) en het meer zien als sensatiebelustheid dan als echte wetenschap.

    MIT-bioloog Rudolf Jaenisch, die in het lab tegenover dat van Feng werkt en die in de jaren zeventig de eerste genetisch gemodificeerde muizen creëerde, noemt pogingen om menselijke embryo’s te editen ‘volkomen prematuur’. Hij zegt te hopen dat deze artikelen afgewezen zullen worden en niet gepubliceerd: ‘Het is gewoon sensatie en zorgt alleen maar voor onrust. We weten dat het mogelijk is, maar heeft het praktisch nut? Daar twijfel ik sterk aan.’

    Stel dat deze verbeteringen alleen bereikbaar zijn voor de rijkste samenlevingen, of voor de rijkste mensen?

    Feng daarentegen staat wel achter het idee van kiembaanengineering. Heeft de medische wereld immers niet tot doel om lijden te verminderen? Maar gezien de stand van de technologie verwacht hij dat werkelijk genetisch veranderde mensen nog wel ‘tien tot twintig jaar van ons verwijderd’ zijn. Een van de problemen van CRISPR is dat het onbekende effecten kan veroorzaken of heel andere delen van het genoom kan wijzigen dan de bedoeling was. Elk menselijk embryo dat met CRISPR is bewerkt, zou vandaag de dag het risico lopen dat zijn genoom op een niet voorziene manier was veranderd. Maar, aldus Feng, dat soort problemen kunnen uiteindelijk opgelost worden en dan zullen er gemodificeerde mensen worden geboren. ‘Zoals ik het zie is het op de lange duur mogelijk om de gezondheid sterk te verbeteren en de kosten van medische zorg terug te dringen. Het is een vorm van preventie. Natuurlijk is het lastig om de toekomst te voorspellen, maar er is een reële mogelijkheid dat we straks de kans op bepaalde ziekten kunnen verkleinen en dat verdient steun. Ik denk dat dit werkelijkheid wordt.’

    Elders in de buurt van Boston verkennen wetenschappers een andere manier om de kiembaan te beïnvloeden, die technisch moeilijker is maar waarschijnlijk krachtiger. Hiervoor wordt CRISPR gecombineerd met de nieuwste ontdekkingen rond stamcellen. Wetenschappers bij verschillende onderzoekscentra, waaronder dat van Church, denken dat ze binnenkort in staat zullen zijn om met behulp van stamcellen in het laboratorium eicellen en zaadcellen te produceren. Anders dan embryo’s kunnen stamcellen gekweekt en vermeerderd worden. Zo zouden zij een sterk verbeterde manier bieden om met CRIPSR voor nageslacht te zorgen. Het recept: modificeer de genen van de stamcel, verander die in een eicel of zaadcel en produceer een embryo.

    Genetisch verbeterde kinderen

    Op 17 december kreeg een kleine groep investeerders in het Benjamin Hotel in Manhattan tijdens een presentatie een eerste kijkje in de keuken van OvaScience. Dit bedrijf, dat vier jaar geleden werd opgericht, heeft tot doel om commerciële toepassingen te vinden voor het wetenschappelijk werk van David Sinclair, die aan Harvard werkt, en van Jonathan Tilly, expert op het gebied van eistamcellen en voorzitter van de afdeling Biologie aan Northeastern University. De presentatie was onderdeel van een succesvolle campagne om in januari 123 miljoen dollar aan nieuw kapitaal op te halen.

    Tijdens de bijeenkomst gaf Sinclair, een Australiër met een fluwelen stem die door de Times vorig jaar tot de ‘100 meest invloedrijke mensen ter wereld’ werd gerekend, een presentatie waarin hij Wall Street een glimpje liet zien van wat hij ‘werkelijk wereld veranderende’ ontwikkelingen noemde. Later zouden de mensen op dit moment terugkijken als het begin van een nieuw hoofdstuk in ‘de manier waarop mensen zelf meester zijn over hun lichaam’, zei hij. Dit zou ouders in staat stellen zelf te bepalen ‘wanneer en hoe ze kinderen krijgen en hoe gezond die kinderen zullen zijn’.

    Het bedrijf heeft zijn stamceltechnologie nog niet geperfectioneerd – het heeft nog niet gemeld dat de eicellen die het in het lab kweekt levensvatbaar zijn, maar Sinclair voorspelde dat de vraag niet was of, maar wanneer er goed functionerende eicellen zouden komen. Als de technologie eenmaal werkt, zei hij, zullen onvruchtbare vrouwen honderden eitjes kunnen produceren en misschien honderden embryo’s. Via DNA-sequencing om hun genen te analyseren kunnen dan de gezondste daarvan worden geselecteerd.

    Ook kunnen straks misschien genetisch verbeterde kinderen worden geboren. Sinclair vertelde de investeerders dat hij probeerde het DNA van deze eistamcellen te verbeteren door middel van genverandering, en na afloop zei hij tegen mij dat hij dat laatste deed met het lab van Church. ‘Wij denken dat het dankzij de nieuwe technologieën voor het veranderen van het genoom mogelijk wordt om dit toe te passen bij individuen die niet alleen ivf willen om kinderen te krijgen, maar ook om gezondere kinderen te krijgen, als er een erfelijke ziekte in hun familie voorkomt,’ zei Sinclair tegen de investeerders. Als voorbeeld noemde hij de ziekte van Huntington, die veroorzaakt wordt door een gen dat een dodelijke hersenafwijking genereert, zelfs bij iemand die maar één versie van dat gen erft. Volgens Sinclair zou het dodelijke gendefect uit een eicel verwijderd kunnen worden. Zijn doel en dat van OvaScience is om ‘die mutaties te corrigeren voordat we uw kind genereren,’ zei hij. ‘Het is nog in de experimentele fase, maar er is geen reden om aan te nemen dat het de komende jaren niet mogelijk zal worden.’

    Met kiembaanengineering zullen ouders in de toekomst wellicht in staat zijn zelf te bepalen ‘wanneer en hoe ze kinderen krijgen en hoe gezond die kinderen zullen zijn’.
    Met kiembaanengineering zullen ouders in de toekomst wellicht in staat zijn zelf te bepalen ‘wanneer en hoe ze kinderen krijgen en hoe gezond die kinderen zullen zijn’.

    Ik sprak Sinclair kort per telefoon, terwijl hij in een taxi door een ingesneeuwd Boston reed, maar later verwees hij me voor antwoord op mijn vragen door naar OvaScience. Bij OvaScience zei woordvoerster Cara Mayfield dat de directeuren van het bedrijf geen commentaar konden geven vanwege hun drukke agenda, maar ze bevestigde dat het bedrijf werkte aan het behandelen van erfelijke afwijkingen via genverandering. Wat mij verbaasde was dat de research van OvaScience naar het ‘overschrijden van de kiembaan’, zoals tegenstanders dit wel noemen, nauwelijks aandacht heeft gekregen. In november 2013 kondigde OvaScience zelfs aan dat het 1,5 miljoen dollar stak in een joint venture met Intrexon, een bedrijf voor synthetische biologie dat het bewerken van genen in eicellen ‘ter preventie van de voortzetting van ziekten bij mensen van volgende generaties’, als een van zijn doelstellingen noemt.

    Tilly moest lachen toen ik hem bij Northeastern University aan de lijn kreeg en hem vertelde waar ik over belde. ‘Dit wordt een heet hangijzer,’ zei hij. Tilly vertelde ook dat zijn lab ‘op dit moment’ bezig was met pogingen om met CRISPR eistamcellen te bewerken en daaruit een erfelijke aandoening, die hij niet wilde benoemen, te verwijderen. Tilly benadrukte dat er ‘twee puzzelstukjes’ waren – de stamcellen en het bewerken van het gen. De mogelijkheid om grote aantallen eistamcellen te creëren is cruciaal, want alleen met aanzienlijke hoeveelheden kunnen genetische veranderingen stabiel worden ingevoerd door middel van CRISPR, getypeerd via DNA-sequencing en zorgvuldig gecontroleerd op fouten voordat er een eicel wordt geproduceerd.

    Tilly voorspelde dat uiteindelijk de hele technologische keten – van cellen naar stamcellen, van stamcellen naar zaad- of eicellen en dan naar nageslacht – uitgeplozen zou worden, eerst bij dieren, zoals vee, ofwel door zijn lab of door bedrijven als eGenesis, een gespecialiseerde tak van het lab van Church, die met proefdieren werkt. Maar wat de volgende stap met bewerkte menselijke eitjes zou moeten zijn weet hij ook niet precies. ‘Je wilt er ook niet zomaar “op goed geluk” eentje bevruchten,’ zei hij. Dan zou je mogelijk een mens maken. En dat zou vragen opwerpen waarvan hij niet zeker weet of hij ze kan beantwoorden. ‘“Kan het?”, dat is één ding. Maar als het kan, komen de belangrijkste vragen. “Zou je het doen? Waarom zou je het willen doen? Wat is het doel?” Als wetenschapper willen we weten of het mogelijk is, maar daarna komen we bij de grotere vragen, en die zijn niet voor de wetenschap, die zijn voor de samenleving.’

    Levensduur, identiteit, economische output

    Als kiembaanengineering onderdeel wordt van de medische praktijk, zou dat kunnen leiden tot grote veranderingen in menselijk welzijn, met gevolgen voor de levensduur van mensen, hun identiteit en economische output. Maar het zou ook ethische dilemma’s scheppen en maatschappelijke vragen. Stel dat deze verbeteringen alleen bereikbaar zijn voor de rijkste samenlevingen, of voor de rijkste mensen? Een ivf-behandeling kost in de Verenigde Staten rond de 20.000 dollar. Voeg daar het genetisch testen en eiceldonatie of een draagmoeder bij en de prijs stijgt al snel naar de 100.000 dollar.

    Anderen vinden het idee discutabel omdat het niet medisch noodzakelijk is. Volgens Hank Greely, jurist en ethicus aan Stanford University, kunnen de voorstanders ‘niet werkelijk uitleggen waar het goed voor is’. Het probleem, zegt Greely, is dat het nu al mogelijk is om het DNA van ivf-embryo’s te testen en de gezonde eruit te pikken, een procedure die de kosten van een vruchtbaarheidsbehandeling met zo’n 4000 dollar verhoogt. Een man met de ziekte van Huntington kan bijvoorbeeld zijn zaadcellen laten gebruiken om eicellen van zijn partner te bevruchten. De helft van die embryo’s zou dan geen Huntington-gen hebben en die zouden gebruikt kunnen worden om een zwangerschap op te starten.

    Sommige mensen beweren zelfs dat kiembaanengineering ‘met valse argumenten’ wordt doorgedrukt. Dat vindt ook Edward Lanphier, directeur van Sangamo Biosciences, een biotech-bedrijf in Californië dat met een andere gen-editingtechniek, ‘zinc fingers nucleases’, probeert om hiv bij volwassenen te behandelen door hun bloedcellen te modificeren. ‘Wij hebben naar een ziektegerelateerde rationale gezocht voor kiembaanengineering, en die is er niet,’ zegt hij. ‘Het is mogelijk. Maar er is niet werkelijk een medische reden voor. Mensen zeggen: we willen geen kinderen die met dit of met dat worden geboren, maar dat is een volkomen onjuist argument en een glijdende schaal op weg naar veel minder acceptabele toepassingen.’

    46 procent van de Amerikanen heeft geen bezwaar tegen genetisch modificeren van baby’s om het risico op ernstige ziekten te verkleinen

    Tegenstanders noemen een groot aantal gevaren. Er zou geëxperimenteerd worden met kinderen. Ouders zouden beïnvloed worden door reclamecampagnes voor genetische behandelingen bij ivf-klinieken. De mogelijkheid om de kiembaan te bewerken zou het verspreiden van zogenaamd superieure eigenschappen aanmoedigen. En de techniek heeft gevolgen voor mensen die nog niet geboren zijn, zonder dat die daar iets over te zeggen hebben. Zo staat de American Medical Association (AMA) op het standpunt dat kiembaanengineering ‘op dit moment’ niet toegepast zou moeten worden, omdat het ‘gevolgen heeft voor het welzijn van toekomstige generaties’ en ‘onvoorspelbare en onomkeerbare effecten kan hebben. Maar net als veel officiële verklaringen die het modificeren van het genoom verbieden, stamt die van de AMA, die in 1996 voor het laatst is bijgesteld, uit de tijd vóór de huidige technologie. ‘Veel mensen stemden maar gewoon met deze verklaringen in,’ zegt Greely. ‘Het was niet moeilijk om iets af te wijzen dat toch niet mogelijk was.’

    Anderen voorspellen dat er gezwaaid zal worden met medische toepassingen waar je moeilijk tégen kunt zijn. Een paar met verscheidene genetische ziekten tegelijk zou misschien geen geschikt embryo kunnen vinden. Onvruchtbaarheid behandelen is ook een mogelijkheid. Sommige mannen produceren helemaal geen sperma, een afwijking die azoospermia wordt genoemd. Een van de oorzaken is een genetisch defect waarbij een gebied van een tot zes miljoen DNA-letters in de Y-chromosoom ontbreekt. Het is misschien mogelijk om van zo’n man een huidcel te nemen, daarvan een stamcel te maken, het DNA te repareren en dan sperma te maken, zegt Werner Neuhausser, een jonge Oostenrijkse arts die zijn tijd verdeelt tussen het ivf-vruchtbaarheidskliniekennetwerk in Boston en het Stem Cell Institute van Harvard. ‘Dat zou de medische wetenschap voorgoed veranderen. Dan zou je onvruchtbaarheid kunnen genezen, dat is zeker.’

    Ik heb de afgelopen maanden verschillende telefoongesprekken gevoerd met Church en volgens hem is de drijvende kracht achter dit alles de ‘ongelofelijke precisie van CRISPR’. Nog niet alle details zijn helemaal duidelijk, maar hij denkt dat met deze techniek DNA-letters kunnen worden vervangen, zonder bijeffecten. En daarom is deze techniek volgens hem zo ‘verleidelijk om te gebruiken’. Church zegt dat zijn eigen laboratorium zich voornamelijk richt op experimenten met het modificeren van dieren. Hij voegde eraan toe dat zijn lab geen menselijke embryo’s zou maken of bewerken, want dat noemde hij ‘niet onze stijl’.

    Wat wel de stijl van Church is, is verbetering van de mens. En hij heeft veel argumenten aangevoerd waarom CRISPR meer kan dan alleen ziektegenen uitschakelen. De techniek kan ook leiden tot vermeerdering. Op bijeenkomsten, soms met groepen ‘transhumanisten’ die geïnteresseerd zijn in de volgende stappen in de menselijke evolutie, toont Church graag een dia waarin hij natuurlijk voorkomende varianten van een stuk of tien genen opsomt die hun dragers voorzien van buitengewone kwaliteiten of resistentie tegen ziekten. Een daarvan maakt je botten zo hard dat een chirurgische boor erop afbreekt. Een andere verkleint drastisch de kans op een hartaanval. En IJslandse onderzoekers hebben ontdekt dat een variant van het gen voor het amyloide precursor proteïne, ofwel APP, bescherming biedt tegen alzheimer. Mensen met dit gen worden nooit dement en blijven tot op hoge leeftijd bij de tijd.

    Church denkt dat CRISPR gebruikt zou kunnen worden om mensen gunstige genenvarianten te geven en zo DNA-edits te maken die fungeren als vaccin tegen een aantal van de meest voorkomende ziekten waar we vandaag de dag mee kampen. Hij zei weliswaar tegen me dat een behandeling die maar enigszins ‘op het randje’ is alleen uitgevoerd zou mogen worden bij volwassen die daarvoor toestemming kunnen geven, maar tegelijkertijd is het voor hem duidelijk dat hoe vroeger dit soort ingrepen worden gedaan, hoe beter.

    Vragen over genetisch gemodificeerde baby’s ontwijkt Church meestal. Het idee om de menselijke soort te verbeteren ‘heeft altijd een enorm slechte pers gehad’, schreef hij in de inleiding van Regenesis, zijn boek over synthetische biologie dat in 2012 uitkwam. Op de cover stond een schilderij van Eustache Le Suer, met een bebaarde God die bezig is de wereld te scheppen. Maar dat is uiteindelijk wel de ontwikkeling die hij schetst: verbeteringen in de vorm van beschermende genen. ‘Men zal aanvoeren: hoe vroeger je erbij bent, hoe beter de preventie,’ zei hij afgelopen voorjaar tegen een zaal toehoorders in het MIT Media Lab. ‘Ik denk dat dit de ultieme preventie is, áls we zover komen dat het heel goedkoop, uiterst veilig en zeer voorspelbaar is.’ Church, die ook een minder voorzichtige kant heeft, voegde daar nog aan toe dat volgens hem het veranderen van genen ‘uiteindelijk net zoiets wordt als cosmetische chirurgie’.

    Sommige wetenschappers vinden dan ook dat we de kans om verbeteringen in onze soort aan te brengen, niet voorbij mogen laten gaan. ‘Het menselijk genoom is niet perfect,’ zegt John Harris, bio-ethicus aan de Britse Manchester University. ‘Ethisch gezien moeten we wel achter deze technologie staan.’

    Biologe Jennifer Doudna: ‘Ik zou graag zien dat hier heel erg voorzichtig mee om wordt gegaan’.
    Biologe Jennifer Doudna: ‘Ik zou graag zien dat hier heel erg voorzichtig mee om wordt gegaan.’

    Volgens sommige peilingen staat het Amerikaanse publiek er in principe niet negatief tegenover. Uit een onderzoek van Pew Research vorig jaar augustus bleek dat 46 procent van de volwassenen geen bezwaar had tegen genetisch modificeren van baby’s om zo het risico op ernstige ziekten te verkleinen. In hetzelfde onderzoek zei 83 procent dat genetische modificatie om een baby intelligenter te maken, te ver ging. Maar andere waarnemers vinden dat een hoger IQ juist wél het overwegen waard is. Nick Bostrom, filosoof in Oxford, die in zijn boek Superintelligence (2014) waarschuwde voor de risico’s van kunstmatige intelligentie in computers, heeft zich ook beziggehouden met de vraag of mensen voortplantingstechnologie zouden kunnen gebruiken om het menselijk intellect te verbeteren. Al is nog niet duidelijk welke rol genen precies spelen bij intelligentie en zijn er veel te veel relevante genen om engineering daarvan makkelijk te maken, er wordt wel degelijk gespeculeerd over de mogelijkheid van hightech eugenetica.

    Stel dat iedereen een beetje slimmer kon zijn? Of een paar mensen heel veel slimmer? Zelfs een klein aantal ‘superverbeterde’ individuen, schreef Bostrom in 2013, zou de wereld kunnen veranderen met hun creativiteit en nieuwe ontdekkingen, en via innovaties die alle andere mensen ook zouden kunnen gebruiken. In zijn ogen is genetische verbetering een belangrijk onderwerp op de lange termijn, zoals klimaatverandering of financiële planvorming door landen, ‘aangezien het probleemoplossend vermogen van mensen een factor is bij elke uitdaging waar we voor komen te staan’.

    Voor sommige wetenschappers betekenen de explosieve vorderingen in de genetica en biotechnologie dat kiembaanengineering onvermijdelijk is. Natuurlijk zijn vragen over veiligheid daarbij van het grootste belang. Voordat er een genetisch gemodificeerde baby is die ‘mama’ zegt, zouden er eerst testen worden gedaan met ratten, konijnen en waarschijnlijk apen om er zeker van te zijn dat die normaal zijn. Maar uiteindelijk, als de voordelen groter lijken dan de gevaren, zou de medische wetenschap het risico nemen. ‘Zo ging het in het begin ook met ivf,’ zegt Neuhausser. ‘We hebben nooit echt zeker geweten of die baby op zijn veertigste of vijftigste gezond zou zijn. Maar iemand moest de sprong wagen.’

    Uiterst krachtig

    Op zaterdag 24 januari kwam een twintigtal wetenschappers, ethici en juridische experts naar Napa Valley, voor een verblijf van een paar dagen in de Carneros Inn tussen de Californische wijngaarden. Ze waren bij elkaar geroepen door Doudna, de wetenschapper uit Berkeley die een jaar of twee eerder een van de ontdekkers was geweest van het CRISPR-systeem. Zij had zich gerealiseerd dat wetenschappers eraan dachten de kiembaan te overschrijden en maakte zich zorgen. Nu wilde ze weten: konden ze tegengehouden worden?

    ‘Wij wetenschappers hebben gezien dat CRISPR uiterst krachtig is. Maar daar zitten twee kanten aan. We moeten ervoor zorgen dat er zorgvuldig mee wordt omgegaan,’ zei Doudna tegen mij. ‘De bijeenkomst zal vooral gaan over het veranderen van de menselijke kiembaan en de erkenning dat iedereen daartoe nu de mogelijkheden heeft.’

    Op de bijeenkomst waren onder andere ethici zoals Greely aanwezig, maar ook Stanford-biochemicus en Nobelprijswinnaar Paul Berg. Hij organiseerde in 1975 de historische Asilomar Conference waar biologen een overeenkomst sloten over veilig omgaan met recombinant DNA, de toen pas ontdekte methode om DNA te verbinden met bacteriën.

    Zou er een Asilomar moeten komen over het bewerken van de kiembaan? Doudna vindt van wel, maar de kans dat er over dit onderwerp overeenstemming wordt bereikt, lijkt klein. Over de hele wereld wordt nu al biotechnologieonderzoek gedaan en daarbij zijn honderdduizenden mensen betrokken. Er is niet één bepaalde autoriteit die over de wetenschap gaat en er bestaat geen gemakkelijke manier om de geest terug in de fles te krijgen. Doudna hoopt dat als Amerikaanse wetenschappers het eens worden over een moratorium op modificeren van de menselijk kiembaan, onderzoekers elders ter wereld daar ook mee op zullen houden. Zij vindt dat zo’n zelfopgelegde pauze niet alleen moet gelden voor het maken van genetisch veranderde baby’s, maar ook voor het toepassen van CRISPR voor het modificeren van menselijke embryo’s, zaad- of eicellen, waar de onderzoekers van Harvard, Northeastern en OvaScience mee bezig zijn. ‘Het is verkeerd om nu die experimenten te doen met menselijke cellen die kunnen uitgroeien tot een mens,’ zei ze tegen mij. ‘Ik vind dat er eerst onderzoek gedaan moet worden naar de veiligheid, effectiviteit en gevolgen. En die proeven kunnen ook gedaan worden in niet-menselijke systemen. Wat mij betreft wordt er nog veel meer werk verzet, voordat men begint aan het bewerken van de kiembaan. Ik zou graag zien dat hier heel erg voorzichtig mee om wordt gegaan.’

    Het raakt de kern van wie wij zijn, als mensen

    Niet iedereen ziet zo’n probleem in kiembaanengineering of vindt dat experimenteren ermee tot verboden terrein moet worden verklaard. Greely merkt op dat er in de Verenigde Staten talloze regels gelden om te zorgen dat laboratoriumonderzoek niet ongemerkt uitkomt bij een genetisch gemodificeerde baby. ‘Ik zou het veiligheidsargument niet willen gebruiken als excuus voor een verbod dat niet voortkomt uit veiligheidsoverwegingen,’ aldus Greely. Hij zegt dat hij zich heeft uitgesproken tegen het instellen van een moratorium, maar heeft wel de brief van Doudna ondertekend, die de gezamenlijke visie van de groep weergeeft. ‘Zelf zie ik dit niet als een cruciaal moment, maar ik denk wel dat het tijd is dat we deze discussie voeren,’ zegt hij. (Na de onlinepublicatie van dit artikel in maart, verscheen het ingezonden stuk van Doudna in Science. Samen met Greely, Berg en nog vijftien anderen riep ze op tot een wereldwijd moratorium op elke poging om CRISPR te gebruiken voor het verwekken van genetisch veranderde kinderen, totdat onderzoekers konden bepalen ‘welke klinische toepassingen, als die er zijn, in de toekomst toelaatbaar kunnen worden geacht’. Toch onderschreef de groep wel basaal onderzoek, waaronder ook het toepassen van CRISPR in embryo’s. Op de uiteindelijke lijst van ondertekenaars stond ook Church, al was die op de bijeenkomst in Napa niet aanwezig.)

    Naarmate er meer bekend werd over experimenten met de kiembaan hebben enkele biotechbedrijven die nu aan CRISPR werken, zich gerealiseerd dat ze een standpunt zullen moeten innemen. Nessan Bermingham is algemeen directeur van Intellia Therapeutics, een start-up in Boston die afgelopen jaar 16 miljoen dollar ophaalde om CRISPR te ontwikkelen voor gentherapiebehandelingen bij volwassenen of kinderen. Volgens hem staat kiembaan-engineering ‘niet op onze commerciële radar’ en hij geeft aan dat zijn bedrijf zijn patenten zou kunnen gebruiken om anderen ervan te weerhouden om deze techniek commercieel toe te passen. ‘De technologie staat nog in de kinderschoenen,’ zegt hij. ‘Het is niet juist dat mensen zelfs maar overwegen om dit voor kiembaantoepassingen te gebruiken.’

    Bermingham had nooit verwacht dat hij al zo snel een standpunt zou moeten innemen over het genetisch modificeren van baby’s. Het wijzigen van erfelijke eigenschappen bij mensen is altijd een theoretische mogelijkheid geweest. Ineens is die mogelijkheid er nu echt. Maar ging het er niet altijd om onze biologie te doorgronden en te beheersen – meester te worden over de processen die ons hebben gevormd?

    Ook Doudna houdt zich met deze vragen bezig. ‘Het raakt de kern van wie wij zijn, als mensen, en de vraag is of mensen wel zo’n macht zouden moeten uitoefenen,’ zei ze tegen mij. ‘Het roept morele en ethische vragen op, en een van de belangrijkste daarvan is alleen al de erkenning dat het aanbrengen van veranderingen in de kiembaan bij mensen de evolutie verandert.’ Een van de redenen waarom de wetenschap volgens haar pas op de plaats moet maken, is om onderzoekers meer tijd te geven om uit te leggen wat hun volgende stappen kunnen zijn. ‘Het grootste deel van het publiek,’ zegt ze, ‘voelt niets voor wat er komen gaat.’