Tag: Amerika

  • Noam Chomsky: ‘VS en Rusland hebben niets te winnen bij een directe oorlog’

    Noam Chomsky: ‘VS en Rusland hebben niets te winnen bij een directe oorlog’

    Geconfronteerd met de invasie van Oekraïne door Rusland moeten de Verenigde Staten intensieve diplomatie verkiezen boven militaire escalatie. Een directe oorlog tussen de twee grootmachten zou alleen maar verliezers kennen, aldus Noam Chomsky, die zich altijd sterk heeft verzet tegen Amerikaanse buitenlandse (militaire) inmenging.

    Keuze uit het archief

    De Oekraïense president Volodymyr Zelensky opperde deze week – in navolging van Macron begin dit jaar – het idee om westerse troepen in Oekraïne in te zetten om het land te helpen de Russen terug te dringen.
    Als je het aan filosoof Noam Chomsky vraagt, is het inzetten van Amerikaanse militairen in Oekraïne simpelweg geen optie. In dit interview met Truthout van twee jaar geleden zet hij zijn standpunten over de oorlog in Oekraïne duidelijk uiteen. Volgens Chomsky moeten de VS een militair conflict met Rusland koste wat het kost vermijden en de diplomatieke weg bewandelen om de oorlog tot een einde te brengen. Daarbij moet het land grondig reflecteren op het eigen handelen in het verleden.

    De Russische invasie in Oekraïne heeft een groot deel van de wereld verrast. Het is een aanval zonder enige aanleiding of rechtvaardiging die de geschiedenis zal ingaan als een van de grootste oorlogsmisdaden van de eenentwintigste eeuw, zegt Noam Chomsky in een exclusief interview met Truthout. Politieke overwegingen, zoals naar voren zijn gebracht door de Russische president Vladimir Poetin, kunnen niet als argument worden gebruikt om het binnentrekken van een soevereine natie te rechtvaardigen. Maar nu ze met deze verschrikkelijke invasie worden geconfronteerd moeten de Verenigde Staten intensieve diplomatie verkiezen boven militaire escalatie, omdat dat laatste fatale gevolgen voor de mensheid zou kunnen hebben en er alleen maar verliezers zouden zijn, aldus Chomsky.

    Noam Chomsky geniet internationaal erkenning als een van de belangrijkste nog levende intellectuelen. Zijn intellectuele statuur is vergeleken met die van Galileo, Newton en Descartes, en zijn werk heeft onvoorstelbaar veel invloed gehad in vele takken van wetenschap, waaronder linguïstiek, logica en wiskunde, computerwetenschap, psychologie, mediastudies, filosofie, politicologie en internationale betrekkingen. Hij is de auteur van zo’n honderdvijftig boeken en ontvanger van tal van uiterst prestigieuze prijzen, waaronder de Sydney Peace Prize en de Kyoto Prize (het Japanse equivalent van de Nobelprijs), en van tientallen eredoctoraten van de meest vooraanstaande universiteiten. Chomsky is emeritus professor van het Massachusetts Institute of Technology en momenteel ereprofessor van de University of Arizona.

    Noam Chomsky

    Noam Chomsky is al decennia een felle criticus van het Amerikaanse buitenlandbeleid. De van oorsprong taalkundige spreekt zich al sinds de Vietnamoorlog uit tegen wat hij Amerikaans imperialisme noemt.

    In een opinieartikel in The Economist uit 2021 stelt Chomsky dat de VS zich sinds 9/11 gedragen als een pestkop op het wereldtoneel. De VS pretenderen de bewaker van vrijheid en democratie te zijn, maar ze houden zich niet aan ‘dezelfde normen die [de VS] andere opleggen’, schrijft de emeritus hoogleraar van de Massachusetts Institute of Technology.

    Critici hebben Chomsky er eerder van beschuldigd dat hij agressieve acties van Poetin, zoals de annexatie van de Krim, vergoelijkt door er slechts onrechtmatige interventies van de Verenigde Staten tegenover te zetten, zonder zich uit te spreken tegen Ruslands imperialistische neigingen.

    De Russische invasie in Oekraïne heeft de meeste mensen verrast en is als een schokgolf door de wereld gegaan, al waren er volop aanwijzingen dat Poetin nogal geagiteerd was geraakt door de oostwaartse expansie van de NAVO en de weigering van Washington om zijn ‘rode lijn’, zijn veiligheidseisen ten aanzien van Oekraïne, serieus te nemen. Waarom denkt u dat hij op dit moment een invasie is begonnen?

    ‘Voordat ik inga op die vraag moeten we enkele onweerlegbare feiten onder ogen zien. Het cruciaalste is dat de Russische invasie in Oekraïne een oorlogsmisdaad van de eerste orde is, die zich kan meten met de Amerikaanse inval in Irak en de inval van Hitler en Stalin in Polen in september 1939, om maar twee saillante voorbeelden te noemen. Zoeken naar verklaringen is altijd zinnig, maar er is geen rechtvaardiging, geen vergoelijking.

    Nu dan de vraag: er bestaan tal van uiterst zelfgenoegzame verklaringen voor Poetins geestesgesteldheid. Het gebruikelijke verhaal is dat hij in de ban is van paranoïde fantasieën, geheel in zijn eentje handelt en wordt omringd door kruiperige hovelingen, vergelijkbaar met de laatste resten van de Republikeinse Partij hier in Amerika die zich naar Mar-a-Lago slepen om de zegen van de Leider te ontvangen.

    Hoe terecht alle scheldkanonnades ook mogen zijn, misschien moeten er ook andere mogelijkheden in overweging worden genomen. Misschien meenden Poetin en zijn medestanders wel wat ze al jarenlang luid en duidelijk beweerden. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat, “aangezien Poetins belangrijkste eis de verzekering is dat de NAVO geen nieuwe leden zal aannemen, en vooral niet Oekraïne of Georgië, er geen reden voor de huidige crisis zou zijn geweest als het bondgenootschap zich na de Koude Oorlog niet sterk had uitgebreid, of als die uitbreiding gepaard was gegaan met de opbouw van een veiligheidsstructuur in Europa waarvan ook Rusland deel uitmaakte”.

    Deze woorden werden kort voor de invasie geschreven door Jack Matlock, de voormalige Amerikaanse ambassadeur in Rusland en een van de weinige echte Ruslandspecialisten in het corps diplomatique van de VS. Matlock besluit met de overweging dat de crisis “gemakkelijk kan worden opgelost met een beroep op het gezond verstand. Het gezond verstand dicteert dat het in het belang van de Verenigde Staten is om vrede te bevorderen, geen conflict. Pogingen om Oekraïne los te weken uit de Russische invloedssfeer, wat voorstanders van de ‘kleurenrevoluties’ bepleitten, waren zowel dwaas als gevaarlijk. Zijn we de les van de Cubacrisis al zo snel vergeten?”

    ‘De crisis broeide al 25 jaar lang omdat de VS de Russische veiligheidsbezwaren minachtend afwimpelden’

    Matlock staat bepaald niet alleen. William Burns, het voormalige hoofd van de CIA en een van de weinige andere authentieke Ruslandkenners, komt min of meer tot dezelfde conclusie. Het nog krachtiger standpunt van diplomaat George Kennan is, helaas te laat, in brede kring geciteerd, onder andere door de voormalige Amerikaanse minister van Defensie William Perry en, buiten de diplomatieke gelederen, door de bekende specialist op het gebied van internationale betrekkingen John Mearsheimer en tal van andere toonaangevende figuren.

    Dit alles is verre van geheim. Volgens door WikiLeaks geopenbaarde Amerikaanse documenten leidde het roekeloze aanbod van een NAVO-lidmaatschap aan Oekraïne door Bush II tot een scherpe waarschuwing van de kant van Rusland dat een uitbreiding van de militaire dreiging niet zou worden geduld. Begrijpelijk.

    Hier doet zich overigens het merkwaardige fenomeen voor dat “links” regelmatig het verwijt krijgt van “links” dat het niet sceptisch genoeg tegenover de “Kremlinlijn” staat.

    Het punt is dat we eigenlijk niet weten waarom de beslissing voor een invasie is genomen, en zelfs niet of die door Poetin alleen is genomen of door de Russische Veiligheidsraad waarin hij een leidende rol vervult. Er zijn echter een paar dingen die we wel vrij zeker weten, mede op basis van gegevens waarin de eerder geciteerde Amerikaanse hoogwaardigheidsbekleders inzage hebben gehad. Het komt er in het kort op neer dat de crisis al vijfentwintig jaar lang broeide omdat de VS de Russische veiligheidsbezwaren minachtend afwimpelden, met name de duidelijke rode lijnen Georgië en vooral Oekraïne.

    Er is goede reden om aan te nemen dat deze tragedie tot op het laatste moment voorkomen had kunnen worden. We hebben het hier al eerder over gehad, herhaaldelijk. Over de vraag waarom Poetin zijn criminele agressie juist nu botviert, kunnen we zoveel speculeren als we willen. Maar de onmiddellijke achtergrond is duidelijk, en alleen veronachtzaamd, niet bestreden.

    Waarom het in de ogen van de slachtoffers van deze misdaad van onacceptabele toegeeflijkheid getuigt om te onderzoeken waarom die plaatsvindt en hoe hij vermeden had kunnen worden, is begrijpelijk. Begrijpelijk, maar onterecht. Willen we op deze tragedie reageren op manieren waarbij de slachtoffers gebaat zullen zijn, en waardoor nog ergere rampen die in het verschiet liggen kunnen worden voorkomen, dan is het verstandig en noodzakelijk om zo goed mogelijk te achterhalen wat er verkeerd is gegaan en hoe de zaak had kunnen worden bijgestuurd. Hoe bevredigend historische gebaren ook mogen zijn, je schiet er weinig mee op.

    ‘Wanneer heeft rechtvaardigheid ooit gezegevierd in internationale kwesties?’

    Zoals wel vaker moet ik denken aan een les die ik lang geleden heb geleerd. Aan het eind van de jaren zestig nam ik deel aan een bijeenkomst in Europa met een aantal vertegenwoordigers van het Nationaal Bevrijdingsfront van Zuid-Vietnam, de Vietcong in de volksmond. Het was in de korte periode dat er fel werd geprotesteerd tegen de afschuwelijke Amerikaanse misdaden in Indochina. Sommige jonge mensen waren zo woedend dat ze vonden dat de gruwelen alleen met geweld beantwoord konden worden, door het breken van ruiten en het opblazen van gebouwen in de VS. Een andere reactie zou medeplichtigheid aan vreselijke misdaden impliceren. De Vietnamezen zagen dat heel anders. Zij waren sterk tegen dergelijke acties gekant en toonden hun eigen manier om effectief te protesteren: een paar vrouwen die stil stonden te bidden bij graven van Amerikaanse soldaten die waren gesneuveld in Vietnam. Zij waren niet geïnteresseerd in dingen die de Amerikaanse tegenstanders van de oorlog een rechtschapen en eerzaam gevoel gaven. Ze wilden gewoon overleven.

    Het is een les die ik vaak in een of andere vorm heb geleerd van slachtoffers van gruwelijke misdaden in het ‘Globale Zuiden’, het voornaamste doelwit van het geweld van grootmachten. Een les die we ter harte moeten nemen, aangepast aan de omstandigheden. Vandaag de dag betekent het een poging om te begrijpen waarom deze tragedie zich voltrekt en hoe ze had kunnen worden afgewend, en om die les toe te passen op wat komen gaat.

    Het is een gevoelige kwestie. Er is nu geen tijd om daar langdurig bij stil te staan, maar bij een echt of denkbeeldig conflict wordt vaker naar een vuurwapen gegrepen dan naar een olijftak. Dat is bijna een reflex en de gevolgen zijn over het algemeen afschuwelijk, voor de gebruikelijke slachtoffers. Het is altijd de moeite waard om te proberen het te begrijpen, om een stap of twee vooruit te denken over de waarschijnlijke gevolgen van het al of niet ondernemen van actie. Dat zijn natuurlijk dooddoeners, maar ze kunnen niet vaak genoeg worden herhaald omdat ze zo gemakkelijk over het hoofd worden gezien als de gemoederen terecht hoog oplopen.

    De opties die overblijven na de invasie zijn grimmig. De minst slechte is steun voor de diplomatieke mogelijkheden die er nog zijn, in de hoop een resultaat te bereiken dat enkele dagen geleden nog haalbaar leek: een Oostenrijks getinte neutralisering van Oekraïne, een intern federalisme van het type Minsk II [in het tweede Minsk-akkoord uit 2015 werd een wapenstilstand in de Donbas afgesproken en een tijdelijk zelfbestuur van de afvallige Oekraïense regio’s Loehansk en Donetsk]. Dat is nu veel moeilijker te bereiken. En, noodzakelijkerwijze, een ontsnappingsluik voor Poetin, anders zal de afloop nog ijzingwekkender zijn, misschien bijna op het onvoorstelbare af, niet alleen voor Oekraïne, maar voor iedereen.

    Verre van rechtvaardig dus. Maar wanneer heeft rechtvaardigheid ooit gezegevierd in internationale kwesties? Moeten we het ontstellende doopceel opnieuw lichten?

    Of we het nu leuk vinden of niet, de keuzes zijn inmiddels beperkt tot ofwel een afzichtelijk resultaat dat Poetin eerder beloont dan bestraft voor zijn agressie, ofwel de mogelijkheid van een fatale oorlog. Hoe bevredigend het ook voelt om de beer in een hoek te drijven van waaruit hij wanhopig zal uithalen – en dat kan hij –, verstandig is het niet.

    ‘Daarnaast moeten we manieren proberen te vinden om een veel grotere groep slachtoffers te steunen: al het leven op aarde’

    Ondertussen moeten we alles in het werk stellen om degenen die hun vaderland dapper tegen wrede agressors verdedigen op een zinvolle manier te steunen, evenals degenen die aan de gruwelen ontsnappen en de duizenden moedige Russen die grote persoonlijke risico’s lopen door openlijk tegen de misdaad van hun land te protesteren, een les voor ons allemaal.

    Daarnaast moeten we manieren proberen te vinden om een veel grotere groep slachtoffers te steunen: al het leven op aarde. Deze ramp voltrekt zich op een moment dat alle grootmachten, wij allemaal zelfs, moeten samenwerken om de gigantische afbraak van het milieu te beperken die zijn grimmige tol nu al eist en binnenkort nog veel erger zal worden als er niet snel grootscheeps wordt ingegrepen. De IPCC heeft onlangs haar jongste en veruit onheilspellendste rapport gepubliceerd over de ramp die op ons af dendert.

    Ondertussen worden de noodzakelijke acties uitgesteld, en zelfs teruggedraaid, omdat hoogst noodzakelijke natuurlijke hulpbronnen voor vernietiging worden ingezet en de wereld bezig is het gebruik van fossiele brandstoffen weer op te voeren, waaronder de allergevaarlijkste, die in ruime mate voorhanden is, namelijk steenkool.

    Een kwaadaardige duivel zou nauwelijks een groteskere conjunctuur kunnen bedenken. We mogen er onze ogen niet voor sluiten. Elke minuut telt.’

    De Russische invasie is een duidelijke schending van Artikel 2(4) van het VN-Handvest, dat het bedreigen van of gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit van een andere staat verbiedt. Maar tijdens zijn toespraak op 24 februari heeft Poetin juridische argumenten aangedragen voor de invasie, en Rusland voert Kosovo, Irak, Libië en Syrië op als bewijs dat de Verenigde Staten en hun bondgenoten het internationaal recht zelf ook herhaaldelijk schenden. Kunt u commentaar geven op Poetins juridische argumenten voor de invasie in Oekraïne en op de status van het internationaal recht in het tijdperk na de Koude Oorlog?

    ‘Over Poetins poging om met juridische argumenten voor zijn agressie te komen valt niets te zeggen. Die zijn van generlei waarde.

    Natuurlijk is het waar dat de VS en hun bondgenoten het internationaal recht schenden zonder met hun ogen te knipperen, maar dat maakt Poetins misdaden er niet minder om. Toch hebben Kosovo, Irak en Libië rechtstreekse implicaties gehad voor het conflict over Oekraïne.

    De invasie in Irak was een schoolvoorbeeld van de misdaden waarvoor nazi’s zijn opgehangen in Neurenberg, pure agressie zonder enige aanleiding. En een klap in het gezicht van Rusland.

    ‘Er waren diplomatieke opties, maar die werden zoals gewoonlijk genegeerd ten gunste van geweld’

    In het geval van Kosovo werd de NAVO-agressie (lees: de agressie van de VS) ‘illegaal maar terecht’ genoemd (bijvoorbeeld door de Internationale Commissie voor Kosovo onder leiding van Richard Goldstone) omdat de bombardementen zouden zijn uitgevoerd om een eind te maken aan voortdurende wreedheden. Voor dat oordeel moest de chronologie worden omgedraaid. Er is een overweldigende hoeveelheid bewijs voor het feit dat de stortvloed van wreedheden het gevolg was van de invasie: voorspelbaar, voorspeld, verwacht. Bovendien waren er diplomatieke opties, maar die werden zoals gewoonlijk genegeerd ten gunste van geweld.

    Hoge Amerikaanse functionarissen bevestigen dat vooral het bombarderen van Ruslands bondgenoot Servië, zonder waarschuwing vooraf, een ommekeer betekende voor de Russische pogingen om na afloop van de Koude Oorlog samen met de VS een soort Europese veiligheidsorde te creëren, een ommekeer die werd versneld door de invasie in Irak en het bombarderen van Libië nadat Rusland had toegezegd geen veto uit te spreken over een resolutie van de VN-Veiligheidsraad die door de NAVO onmiddellijk werd geschonden.

    Gebeurtenissen hebben gevolgen, maar de feiten kunnen binnen het doctrinaire systeem worden verhuld.

    De status van het internationaal recht is in de periode na de Koude Oorlog niet veranderd, niet in woorden en al helemaal niet in daden. President Clinton maakte duidelijk dat de VS niet van zins waren zich eraan te houden. De Clintondoctrine bepaalde dat de VS zich het recht voorbehouden “indien nodig unilateraal te handelen” en “unilateraal militaire machtsmiddelen in te zetten” om vitale belangen te verdedigen zoals “het garanderen van onbeperkte toegang tot essentiële markten, energievoorraden en strategische middelen“. Hetzelfde gold en geldt voor zijn opvolgers, en voor iedereen die ongestraft de wet kan overtreden.

    Dat wil niet zeggen dat het internationaal recht geen waarde heeft. Het is breed toepasbaar en in sommige opzichten een nuttig handvat.‘

    Doel van de Russische invasie lijkt te zijn de regering-Zelensky af te zetten en te vervangen door een pro-Russische. Maar wat er ook gebeurt, Oekraïne gaat een huiveringwekkende toekomst tegemoet door zijn beslissing een pion in de geostrategische spelletjes van Washington te worden. Hoe waarschijnlijk is het in die context dat economische sancties de Russische houding jegens Oekraïne zullen veranderen? Of beogen de economische sancties iets groters, zoals het ondermijnen van Poetins macht binnen Rusland en zijn banden met landen als Cuba, Venezuela en mogelijk zelfs China?

    ‘Oekraïne heeft misschien niet de verstandigste keuzes gemaakt, maar het land mist ten enenmale de opties die de grootmachten ter beschikking staan. Ik vermoed dat de sancties Rusland nog afhankelijker zullen maken van China. Tenzij er een serieuze verandering intreedt natuurlijk. Rusland is een kleptocratische petrostaat die afhankelijk is van een inkomstenbron die snel zal moeten opdrogen als we er niet allemaal aan willen gaan. Het is niet duidelijk of het financiële systeem van het land bestand is tegen een scherpe aanval in de vorm van sancties of andere middelen. Des te meer reden om met een vertrokken gezicht een ontsnappingsluik te bieden.’

    Westerse regeringen, gematigde oppositiepartijen zoals de Labour Party in het VK en massamedia hebben zich allemaal aangesloten bij een chauvinistische anti-Ruslandcampagne. Doelwit zijn niet alleen Russische oligarchen maar ook musici, dirigenten en zangers en zelfs eigenaren van voetbalclubs zoals Roman Abramovitsj van Chelsea FC. Rusland mag niet meedoen aan het Eurovisiesongfestival 2022. Dat is toch dezelfde houding die de massamedia en de internationale gemeenschap in het algemeen tegenover de VS innamen na de invasie in Irak en de vernietiging ervan?

    ‘Uw cynisme is terecht. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.’

    Denkt u dat de invasie een nieuw tijdperk van langdurige strijd tussen Rusland (mogelijk samen met China) en het Westen zal inluiden?

    ‘Het valt moeilijk te voorspellen waar de as zal neerdalen, en dat zou weleens meer dan een metafoor kunnen blijken te zijn. Tot dusver houden de Chinezen zich gedeisd, en ze zullen vermoedelijk doorgaan met hun uitgebreide programma om een groot deel van de wereld economisch aan zich te binden. Zo hebben ze een paar weken geleden nog Argentinië opgenomen in hun Nieuwe Zijderoute. En onderwijl kijken ze hoe hun rivalen zichzelf te gronde richten.

    Zoals eerder gezegd kan een militaire escalatie fatale gevolgen voor de mensheid hebben, met alleen maar verliezers. We bevinden ons op een cruciaal punt in de menselijke geschiedenis. Dat valt niet te ontkennen. Dat valt niet te negeren.’

  • Hoe slecht is plastic nou eigenlijk echt?

    Hoe slecht is plastic nou eigenlijk echt?

    Plastic is schadelijk voor de gezondheid, het milieu en de mensenrechten – en fungeert als een vooralsnog niet te beteugelen aanjager van klimaatverandering. Een geschiedenis van het vermaledijde materiaal.

    Dit lijkt me niet echt een goed moment om over plastic te beginnen, denk ik als mijn vader na afloop van het samenzijn na een begrafenis over de vuilnisbak gebogen staat. Hij wenkt me, met een discreet maar dwingend gebaar. Hij heeft een doorzichtige plastic beker uit het vuilnis gehaald, met een geribbelde, rechte wand. ‘Polystyreen,’ grinnikt hij. Hij draait de beker om en kijkt naar de identificatiecode (een 6 in het midden van het recyclinglogo). ‘Maar niet mijn soort.’

    Mijn vader heeft in de jaren 1960 een veerkrachtige variëteit van polystyreen ontwikkeld voor Union Carbide, een van de belangrijkste plasticfabrikanten van de twintigste eeuw, inmiddels overgenomen door Dow Chemical Company. En nu staan we in de hal van de parochie en heb ik het gevoel dat hij dit glas elk moment stuk kan knijpen. Alsof hij mijn gedachten kan lezen, verstevigt hij zijn greep. Een beker van dit soort polystyreen versplintert tot een merkwaardige ster van scherven, geschakeerd rond de ronde bodem van de beker – en dat is precies wat hij me wil laten zien.

    Geen butadieen, denk ik. ‘Geen butadieen,’ zegt hij. In de productielijnen waarover hij de scepter voerde, werd butadieen toegevoegd om de kunsthars iets rubberachtigs te geven. Butadieen is een van de ruwweg tienduizend bestanddelen die plastics zoals wij ze vandaag de dag kennen, mogelijk hebben gemaakt. Mijn vader gaat op zoek naar een plasticbak, al weet hij ook wel dat deze beker weinig kans maakt op een volgend leven. Dat geldt vooral voor polystyreen, dat in talloze variëteiten op de markt is. Zoals antropoloog Tridibesh Dey opmerkt zijn plastics een chemisch complex allegaartje, meer ontworpen met het oog op gebruik dan op hérgebruik.

    Een tweede kans

    Mijn vader dacht ooit dat plastics tot in het oneindige hergebruikt zouden kunnen worden. Ik kan me zo voorstellen dat hij dacht dat plastic, net als de makers, een tweede kans verdiende. Toen Union Carbide in de jaren zeventig ging inkrimpen, nam mijn vader ontslag en bleef thuis bij de kinderen, totdat hij had bedacht hoe een leven zonder plastic eruit zou kunnen zien. Het antwoord bleek te schuilen in de ambtenarij: mijn vader stond een tijdlang aan het hoofd van het recyclingprogramma in mijn geboortestad. Maar hij heeft nooit zijn dromen kunnen verwezenlijken in de recycling. Van alle plastic die er tijdens zijn leven zijn geproduceerd, is nog geen tien procent op effectieve wijze hergebruikt.

    De vraag naar plastic is net zo kunstmatig als plastic zelf

    Deze teleurstellende uitkomst wordt – net als zoveel andere aspecten van onze relatie met plastic – vaak geweten aan individuele tekortkomingen. De pijlen worden zelden gericht op de plasticproducenten, of op de geopolitiek waardoor plastic over de hele wereld is verspreid. Maar wie zich verdiept in de geschiedenis van plastics, stuit op een ander verhaal: de vraag naar plastics is net zo kunstmatig als plastic zelf. Dat onze samenleving is vergeven van wegwerpplastic is niet veroorzaakt door de logica van de vraag, maar door de logica van de geschiedenis en geïntegreerde industriële systemen.

    De industrie werkt al tientallen jaren aan de illusie dat het alle problemen onder controle heeft, maar ondertussen worden zowel de productie als de promotie steeds meer aangezwengeld. De afgelopen twintig jaar zijn er meer plastics geproduceerd dan in de hele tweede helft van de twintigste eeuw. Recycling is een gebrekkig systeem – en toch wordt het gepresenteerd als wondermiddel. Maar een slimme truc aan het einde van de keten is geen oplossing voor de massale hoeveelheid plastic die wordt geproduceerd, voor de complexe toxiciteit en de erfenis van vervuiling en schade die de industrie al langere tijd aan de menselijke gezondheid en de mensenrechten toebrengt.

    Dat geldt natuurlijk allemaal al veel langer, maar nu is het moment daar om het gesprek over plastic ook echt aan te gaan. Naar verwachting zal plastic een zwaar stempel drukken op de eenentwintigste eeuw, als een vooralsnog niet te beteugelen aanjager van klimaatverandering.

    Materie

    Toen mijn vaders voormalige werkgever eind jaren 1920 plastic ging maken, was er niet echt sprake van een gretige afzetmarkt. Maar in zekere zin kon het bedrijf niet anders dan plastic vervaardigen. De nieuw ontwikkelde antivries, Prestone, werd gemaakt van aardgas en leverde een restproduct op, ethyleendichloride, een stof waarvoor geen praktische toepassing was en die dus op het terrein werd opgeslagen. Al snel had men er onvoorstelbare, ‘gênante’ hoeveelheden van opgeslagen, zoals het later werd verwoord in een nieuwsbrief van Carbide. De beste optie was, besloot het bedrijf, om er vinylchloride van te maken, waarvan al in de jaren 1970 werd vastgesteld dat het kankerverwekkend was, maar dat destijds werd gebruikt als bouwsteen voor een schadelijk soort plastics dat nog niet eerder op de markt was gebracht: vinyl.

    Dit is geen op zichzelf staan geval, maar eerder een voorbeeld van hoe de productontwikkeling bij chemische stoffen en plastics maar al te vaak verloopt. Voor Carbide en andere petrochemische fabrieken in de twintigste eeuw, vereiste elk nieuw product een reeks opeenvolgende reacties, en elke stap leverde weer een nieuw bijproduct op. Door die bijproducten te ontwikkelen waaieren de productielijnen uit en ontstond er uiteindelijk een bijna fractale structuur van onderling verwante producten. Alles wat het systeem binnenkomt moet ergens blijven, legt Ken Geiser, een beleidsexpert op het gebied van chemische industrie, uit in zijn boek Materials Matter. Materie is materie, het wordt gecreëerd noch vernietigd. En dus moet het worden omgezet: er wordt brandstof van gemaakt, het wordt afgedankt en veroorzaakt vervuiling, of het wordt te gelde gemaakt. Na vele herhalingen van dit proces komt Carbide uit bij Vinylite, dat uiteindelijk bruikbaar wordt gemaakt door de versmelting van twee typen vinyl: polyvinylchloride (pvc) en polyvinylacetaat.

    Volgens een intern marketingrapport heeft Carbide jarenlang geprobeerd nieuwe klanten te ‘synthetiseren’ en nieuwe toepassingen te bedenken voor Vinylite, terwijl een kredietafdeling de financiële last verlichtte door het product te adopteren. Uiteindelijk stuurde het bedrijf zelfs technische teams het land in om fabrikanten te leren hoe ze kunsthars moesten gebruiken – allemaal met matig succes. Celluloid, voorheen Bakeliet, en later ook polystyreen, kende vergelijkbare problemen.

    Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van opkomende kunstharsen de wind in de zeilen

    Maar toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Door de oorlogscontracten kreeg de ontwikkeling van opkomende kunstharsen de wind in de zeilen. Zo hielp de Amerikaanse marine DuPont en Union Carbide om een licentie te krijgen van Britain’s Imperial Chemical Industries, zodat een begin kon worden gemaakt met de vervaardiging van polyethyleen voor de isolatie van draden en kabels (waarmee radar mogelijk werd). Het zogeheten Manhattan Project was de aanzet voor DuPont om het nieuwe gefluorideerde plastic in massaproductie te nemen, en dat zou uiteindelijk Teflon worden. Wat voorheen werd gewogen in grammen werd nu gewogen in tonnen. In de oorlog werden ook de al bestaande kunstharsen volwassen: aan het einde van de oorlog werd tweeëndertig keer zoveel polystyreen geproduceerd als bij het uitbreken van de oorlog.

    Maar polystyreen heeft enkele basisingrediënten gemeen met een ander materiaal dat van cruciaal belang bleek voor de moderne, gemechaniseerde oorlogsvoering: styreen-butadieenrubber, ook wel SBR genoemd. Rubber werd gebruikt voor rupsbanden. Vrachtwagenbanden. De zolen van de soldatenkistjes. 

    Rubber

    Het gigantische, Duitse IG Farben had al het zogeheten Buna S-rubber gesynthetiseerd, een versie van SBR op kolenbasis, toen de verstoring van de handel in natuurlijk rubber Amerika dwong om een inhaalslag te maken. Er werd razendsnel een onderzoeks- en ontwikkelingstraject in gang gezet en dat leverde het Amerikaanse alternatief op: GR-S, ofwel Government Rubber-Styrene. Volgens historicus Peter J. T. Morris deed dit traject niet onder voor de wedloop om een atoombom te maken. Om te kunnen beantwoorden aan de vraag naar rubber aan het front werd er styreen geproduceerd op een schaal die ‘haast onvoorstelbaar’ was, zoals valt te lezen in een Dow-reclame uit de jaren 1940 – al helemaal gezien de moeite die het tot dan toe had gekost om styreen te produceren.

    Maar er waren ook risico’s verbonden aan styreen. Het kan kanker veroorzaken, net als vinylchloride. Dat gold ook voor het andere belangrijke bestanddeel van synthetisch rubber: butadieen, ook een monomeer die later kankerverwekkend bleek te zijn, en een chemische stof die symbool staat voor de versmelting van twee ooit afzonderlijke domeinen – petroleum en chemicaliën– tot de petrochemische industrie.

    Amerika had de keuze tussen twee verschillende manieren om butadieen te maken. Het kon gemaakt worden uit graanalcohol (ethanol) of uit petroleum. De olie-industrie bond de strijd aan met de boeren om overheidscontracten binnen te slepen voor de nieuwe rubbermachine. Het graan hield stand tijdens de oorlog, maar toen de oorlog eenmaal ten einde was, dwarsboomde de door de overheid gesteunde petroleumindustrie elke mogelijkheid om een door koolhydraten gedreven chemicaliën-en-plasticsindustrie op te zetten. De graanoogsten werden te grillig geacht, te zeer aan de seizoenen gebonden, te gevoelig voor overstromingen en droogte, en dus vatbaar voor prijsfluctuaties. 

    Rond 1950 had de overheid de rubberfabrieken uit de oorlog verkocht aan particuliere investeerders. Styreen, zo meldde Dow, had ‘eervol ontslag’ gekregen om ‘een wereld van vrede’ te kunnen dienen. Verschillende bedrijven, waaronder Union Carbide, konden nu styreen en butadieen produceren in hoeveelheden die veel groter waren dan wat de rubberindustrie in vredestijd aankon. De oplossing voor een overdaad aan styreen: polystyreen, waarvan een deel later gemodificeerd zou worden tot hoogwaardig polystyreen. Het polystyreen van mijn vader.

    De zonnige toekomst van plastics school in wegwerpartikelen

    ‘De naoorlogse domesticatie van plastic verliep grillig, met horten en stoten’, schrijft cultuurhistoricus Jeffrey Meikle in zijn boek American Plastic. Om de vraag op te stuwen, investeerde de bedrijfstak op grote schaal in advertentiecampagnes en groeide zelfs uit tot een van de grootste klanten van reclamebureaus. Aanvankelijk richtte de advertenties zich op vrouwen, om hen te doordringen van de voordelen van plastic en om hun te leren hoe ze de verschillende namen moesten uitspreken – zelfs de Society of the Plastics Industry (SPI) ontkende niet dat het tongbrekers waren. (‘Polly en Vin Wie?’ staat te lezen in een pamflet dat de SPI in 1953 uitgaf, in samenwerking met het vrouwenblad McCall’s. ‘Nou, het is geen Polly maar Poly: Poly-styreen en Vin-yl.’) Toen de bedrijfstak geen nieuwe markten meer wist te bereiken, zoals voorheen lukte met bijvoorbeeld de Tupperware-party’s, waagde men zich op andere terreinen, door de concurrentie aan te gaan met leer, katoen, glas en metaal. Toch waren de verkoopcijfers halverwege de jaren 1950 nog van dien aard dat men niet langer probeerde het plastic de huizen binnen te krijgen, maar eerder het erdoorheen te jagen, zoals plasticexpert Max Liboiron uitlegt. De zonnige toekomst van plastics school in wegwerpartikelen – of, zoals Lloyd Stouffer, redacteur bij Modern Packaging Magazine, het formuleert, ‘in de vuilnisbak’ – en polystyreen was een van de kunststoffen die daarvoor in aanmerking kwam.

    Het duurde niet lang of Scott plaatste een reeks advertenties in Life, met daarin het eerste ‘wegwerpglas,’ zoals het bedrijf het noemde – mooi genoeg om gasten voor te zetten. Het bedrijf beloofde dat het ‘absoluut, zonder enige twijfel, honderd procent verantwoord’ was om dit glas, gemaakt van ‘puur polystyreen en glad als porselein’, weg te gooien. Rond 1960, aan het begin van het decennium waarin mijn vader plastics maakte, kocht het leger ook weer polystyreen, dit keer voor de vervaardiging van het zeer brandbare napalm-B, maar de verpakkings- en de wegwerpartikelenindustrie zouden de grootste afzetmarkten vormen voor plastics. De productiecijfers stegen ‘tot ongekende hoogten’, schreef een analist van wie de woorden in 1971 werden vastgelegd in de notulen van het Amerikaanse Congres. In de supermarkt werden papieren verpakkingen stuk voor stuk verdrongen door plastic: de eierdoos, de broodzak, het vleesbakje en uiteindelijk, zij het schoorvoetend, de boodschappentas, schrijft wetenschapsjournalist Susan Freinkel in haar boek Plastic: A Toxic Love Story.

    ‘Consumenten,’ legt Meikle uit, ‘konden alleen kiezen tussen de artikelen die in de schappen lagen.’ En tegen het einde van de twintigste eeuw lagen de schappen vol plastic.

    Alternatieven

    In mijn werkkamer staan kasten vol polystyreen bekers in alle mogelijke vormen, maten en kwaliteiten. Allemaal cadeautjes van mijn vader, die de merkwaardige gewoonte heeft ze voor me mee te nemen. Hij kan het niet aan om ze weg te gooien, en hij heeft zo zijn twijfels over recyclen.

    Het kan lastig zijn om je een voorstelling te maken van het web waarin de alledaagse plastic bekertjes zijn verbonden met de nauw verweven mondiale crises van gifstoffen, milieu-onrecht en klimaatverandering, en het kan zelfs nog lastiger zijn om te bepalen waar moet worden ingegrepen. Want ja, door sommige plastics worden goederen en voertuigen lichter en daarmee efficiënter. En plastic componenten helpen bij het ontwikkelen van technologieën die hernieuwbare energie weten op te slaan en te distribueren. Maar daarentegen zit tegenwoordig meer dan veertig procent van het plastic in doosjes, bekertjes, verpakkingsmaterialen en andere toepassingen voor kortdurend gebruik. Ondanks aansporingen om waar mogelijk wegwerpartikelen te weigeren en je eigen tasje of bakje mee te nemen, hebben de meeste mensen in de meeste gevallen weinig te zeggen over de hoeveelheid plastic verpakkingen in hun leven. Op sommige plekken is het haast onvermijdelijk om een aanzienlijke hoeveelheid wegwerpplastic (zoals zakjes) te gebruiken, zeker op het platteland en op afgelegen plekken, waar nauwelijks alternatieven voorhanden zijn, of in ieder geval geen betaalbare alternatieven.

    Bovendien is het alomtegenwoordige plastic niet altijd even goed zichtbaar. Google maar eens can lining and drain cleaner (blikje en gootsteenontstopper) en kijk zelf hoe de gootsteenontstopper de metalen laag van het blikje afbijt, tot er een plastic koker overblijft. Of nog beter: leg je kartonnen koffiebekertje volgende keer in een bak water. Het paper zal loslaten, waarna je het dunne laagje polyethyleen aan de binnenkant ziet.

    De industrie heeft er zelfs voor gelobbyd dat staten zich konden onttrekken aan het verbod op plastic tasjes

    Begin jaren 1970 waren er al vijftien staten die probeerden te bedenken hoe ze de snelle opmars van plastic bakjes een halt konden toeroepen. De bedrijfstak schakelde over van reclame op zelfverdediging. Lobbygroepen probeerden de twee cent belastingheffing op flesjes te verijdelen, en in de jaren erna verzette men zich in het nabijgelegen Suffolk County tegen maatregelen om het aantal polystyreen bekertjes en andere wegwerpplastics terug te dringen. De industrie heeft er zelfs voor gelobbyd dat staten zich konden onttrekken aan het verbod op plastic tasjes. En zodra uit peilingen bleek dat het draagvlak afkalfde, of wanneer er regelgeving dreigde, gooiden de industrie en haar handelspartners er extra advertentiegelden tegenaan.

    Niet eerder in de geschiedenis heeft plastic zo onder vuur gelegen. Vorig jaar maart hebben twee Democratische congresleden wetsvoorstellen ingediend om de plasticvervuiling tegen te gaan. Ten minste twee derde van de lidstaten van de Verenigde Naties (waaronder, sinds kort, de Verenigde Staten) zijn voorstander van onderhandelingen om te komen tot een bindende overeenkomst om de wereldwijde gevolgen van plastics aan te pakken. En de National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine heeft Amerikaanse producenten opgeroepen om de hoeveelheid plastics terug te dringen die in winkels terechtkomt, en vervolgens in het milieu. Zelfs mijn vader was betrokken bij een poging om in de hele stad een verbod af te kondigen op wegwerppolystyreen.

    Al deze inspanningen trekken de ongelimiteerde productie van plastics in twijfel, maar er is ook nog een andere reden om nu stil te staan bij de plasticsproductie – de hoge CO2-uitstoot van de bedrijfstak is een aanjager van de klimaatverandering.

    De plasticindustrie heeft zich flexibel getoond – aanvankelijk werden er producten gemaakt van ruwe grondstoffen zoals guttapercha en houtpulp, en later van restproducten uit andere industrietakken, zoals katoenvezels, landbouwafval en de overgebleven gassen uit gascentrales of kolenovens van staalfabrieken. Tegenwoordig worden plastics gemaakt in een nauw verweven netwerk van raffinaderijen, frackinginstallaties en petrochemische fabrieken – complexen die opnieuw zijn uitgerust of zijn verplaatst om beter in staat te zijn nieuwe of andere olie- en gasvoorraden aan te boren. Tegenwoordig wordt 98 tot 90 procent van het plastic – dus vrijwel alle plastic – gemaakt uit fossiele brandstoffen.

    Verfrackingen

    Historisch gezien zou je de markt voor fossiele brandstoffen een verstoorde markt kunnen noemen, gezien het grote aantal verschillende vormen van overheidssteun: hulp bij technologieoverdracht, belastingvoordelen, subsidies, zachte financieringen, prijsafspraken en, zoals hierboven beschreven, oorlogscontracten – dit alles samen bepaalt de prijs van plastic, en dus de productie. De plasticindustrie zelf heeft nooit de werkelijke kosten van de productie voor haar rekening hoeven nemen, dus de prijs van alles wat er is verbruikt, opgeslagen, gedumpt, in zee gestort, begraven, geïnjecteerd, verkwist, verbrand, door de schoorsteen gejaagd of uit leidingen weggelekt.

    Maar de aard van de petrochemische industrie brengt haar eigen wetmatigheden met zich mee. Plastic moest wel op grote schaal worden geproduceerd om de enorme investeringen terug te verdienen die noodzakelijk waren geweest om dergelijke grote en gecompliceerde fabrieken op te zetten en in bedrijf te nemen. Deze fabrieken behoren tot de grootste, duurste en meest energieverbruikende bedrijven in de producerende en verwerkende industrie. Zo diende zich weer het aloude probleem aan: meer plastic vereiste meer toepassingen en meer afzetmarkten.

    Dankzij fracking is Amerika nu de belangrijkste producent van olie en gas ter wereld

    De Amerikaanse ‘fracking boom’, ook wel de schaliegasrevolutie genoemd, is de aanjager van de meest recente expansie van plastic. Dankzij fracking is Amerika nu de belangrijkste producent van olie en gas ter wereld, wat resulteert in een ‘oververzadiging’, aldus Kathy Hipple, senior research fellow aan het Ohio River Valley Institute. Door dit overaanbod van grondstof is een nieuwe ronde investeringen in plasticfabrieken in gang gezet waardoor, zo legt Hipple uit, de markt is overvoerd met plastic verpakkingsmateriaal – er is meer aanbod dan vraag. Door deze plastic, nu voornamelijk polyethylenen en polypropylenen die zijn vervaardigd uit aardgascondensaten, is polystyreen gedegradeerd tot een kleine speler op de verpakkings- en wegwerpartikelenmarkt – met een marktaandeel van zo’n twee procent. De producten die de plasticindustrie nu op de markt brengt, noem ik soms grappend ‘verfrackingen’ in plaats van verpakkingen.

    Maar in economische zin is er opnieuw sprake van een verandering in de wereld van plastic. Nu de energie- en transportsector steeds meer afstand neemt van fossiele brandstoffen, zien veel olie- en gasproducenten in plastic nog een van de weinige kansen om te groeien, om te blijven bestaan. Sommige nieuwe ‘megafabrieken’, zoals de Zhoushan Green Petrochemical Base in China, gebruiken ruwe olie, in plaats van geraffineerde bijproducten, voor de productie van chemicaliën en plastic.

    De plasticindustrie zal in 2050 zo’n 15 procent van het wereldwijde emissiebudget voor haar rekening nemen

    En dat is (deels) de reden dat een groter deel van de mondiale CO2-uitstoot op het conto zal komen van plastic. Als de Amerikaanse plasticproductie blijft groeien zoals de industrie nu voorspelt, dan zal de klimaatbijdrage van plastics in 2030 die van de kolencentrales voorbij zijn gestreefd, concludeert Jim Vallette, de hoofdauteur van een nieuw Beyond Plastics-dossier. Of, anders gezien: de huidige groeicijfers betekenen dat de de plasticindustrie in 2050 zo’n 15 procent van het wereldwijde emissiebudget voor haar rekening zal nemen – en misschien nog wel meer. Hoeveel meer is afhankelijk van de grondstof en het soort plastic, maar gemiddeld genomen levert elke ton plastic zo’n 1,89 ton op aan koolstofdioxide-equivalent (een maat voor broeikasgassen).

    Emissies ontstaan door de winning en het gebruik van fossiele brandstoffen. Maar er zijn ook zorgen dat er zelfs nog meer uitstoot zou kunnen plaatsvinden aan het andere uiteinde van de levenscyclus, als verschillende staten het groene licht zouden geven voor voorstellen uit de industrie om nog sterker in te zetten op CO2-intensieve afvaltechnologieën, zoals verbrandingsovens, het winnen van brandstoffen uit afval, en moleculaire, chemische en zogeheten hoogwaardige vormen van recycling. Deze onbewezen technologieën maken gebruiken van extreem hoge temperaturen en andere methoden om afval om te zetten in grondstof om nog meer plastic te produceren. Dergelijke technologieën ‘verplaatsen de afvalstortplaatsen van de grond naar de lucht’, aldus Yobel Novian Putra, die werkt aan een Asia Pacific klimaat- en energiebeleid voor de Global Alliance for Incinerator Alternatives. En dat zal zowel gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit als voor het klimaat.

    Maar de petrochemische industrie zelf gebruikt ook veel energie – en staat zelfs in de top twee van energieverbruikers in de verwerkende sector. Zelfs als de bedrijfstak zou overschakelen op energiebronnen met een laag koolstofgehalte (of zou overschakelen op problematische technologieën voor het afvangen en opslaan van CO2, de zogeheten CCS-technologieën), zouden plastics nog altijd een belangrijk aandeel leveren in de uitstoot van broeikasgassen, volgens analisten van het Center for International Environmental Law (CIEL).

    Plastic is klimaatverandering, maar dan in vaste vorm

    Toch is er in het klimaatbeleid nog altijd betrekkelijk weinig aandacht voor de productie van plastics. En de proliferatie van plastics kan van ondergeschikt belang lijken nu de klimaatrampen elkaar in steeds hoger tempo opvolgen. Plastic en klimaat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en de structureel verweven problemen werken ook op elkaar in: de plasticindustrie stuwt de uitstoot van broeikasgassen op en door het extreme weer komt er nog meer plastic in het milieu terecht. Er wordt onderzoek gedaan naar die wisselwerking – men kijkt bijvoorbeeld hoe temperatuurstress van invloed is op de manier waarop diersoorten reageren als ze worden blootgesteld aan gifstoffen. Hoe dan ook hebben ze dezelfde wortels. ‘Plastic is koolstof’, fossiele brandstof in een andere vorm, zegt Carroll Muffett, die aan het hoofd staat van CIEL. Of, zoals Deirdre McKay het stelt: plastic ís klimaatverandering, maar dan in vaste vorm.

    Wetenschappers zijn nog altijd aan het onderzoeken op welke niveaus er allemaal sprake is van schade – hoe er broeikasgassen vrijkomen uit plastic dat in de zon ligt te bakken, hoe plankton microplastics binnenkrijgt, waarmee het vermogen van plankton kan worden aangetast om zuurstof te leveren en CO2op te nemen en dat vervolgens mee te nemen naar de zeebodem. ‘Het onderzoek naar deze [klimaat]effecten staat nog in de kinderschoenen,’ valt te lezen in een rapport van CIEL en enkele andere groepen, ‘maar er zijn aanwijzingen dat plasticvervuiling de grootste natuurlijke CO2-opslag op aarde verstoort, wat een bron van zorg is en wat onze onmiddellijke aandacht vereist.’

    Zodoende denk ik terug aan die begrafenis, denk ik weer aan het glas in zijn hand, de golven van verdriet. Terwijl overal natuurbranden ontstaan, terwijl de rook van het ene continent naar het andere drijft, terwijl het zeewater stijgt en kustlijnen zich terugtrekken, terwijl we kampen met droogte en overstromingen, kankers en uitstervende diersoorten, dodelijke hittegolven en dodelijke pandemieën, lijkt dit misschien niet hét moment om te beginnen over plastics – over het feit dat we worden overspoeld door in de oorlog tot wasdom gekomen wegwerpartikelen die ons zijn opgedrongen en die inmiddels niet meer uit ons bestaan zijn weg te denken, die overal en altijd aanwezig zijn. Maar dit is precies het moment om dat nou juist wél te doen. En de wereld heeft geen seconde meer te verliezen.

    Lees ook:

  • Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Nu de regering van Joe Biden de erfenis van Donald Trump in Latijns-Amerika begint te ontmantelen, lijken landen in die regio voorzichtig optimistisch over de kans op constructievere banden met hun grote noorderbuur.

    Bidens snelle overschakeling op een humaner immigratiebeleid geeft een krachtig signaal af. De president belooft zijn beleid te baseren op nationale (in plaats van persoonlijke) belangen en waarden, met hernieuwde aandacht voor democratie, mensenrechten en corruptiebestrijding. Ook geeft hij grote prioriteit aan de strijd tegen klimaatverandering. 

    Nadruk moet liggen op handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen

    Maar de bittere realiteit waar Latijns-Amerika mee kampt, kan deze nieuwe regering nog danig dwarsbomen in haar doelen en ambities voor deze regio, die gebukt gaat onder geweld en grote ongelijkheid. Al sinds 2013 zit Latijns-Amerika in een neerwaartse spiraal die alle maatschappelijke en economische vooruitgang teniet heeft gedaan die in het decennium daarvoor was geboekt.

    Linkse zowel als rechtse regeringen laten het afweten: de middenklasse krimpt en extreme armoede en werkloosheid rijzen de pan uit, met sociale onrust en protesten tot gevolg. De politiek raakt steeds meer gepolariseerd en wordt conflictueuzer, en de tevredenheid over de democratie is in decennia niet zo laag geweest. De hele regio is inmiddels een vruchtbare voedingsbodem voor autoritair leiderschap.

    De coronapandemie legt de maatschappelijke problemen genadeloos bloot: de zwakte van de instituties, de diepgewortelde corruptie in politiek  en bedrijfsleven, en het systematische falen van gezondheidszorg, onderwijs en andere vormen van openbare dienstverlening. Volgens het IMF zal het bbp per hoofd van de bevolking in de economieën van Latijns-Amerika op zijn vroegst in 2025 weer op het niveau zijn van voor de pandemie.

    Veel economen voorspellen een verloren decennium dat vergelijkbaar met of nog erger zal zijn dan de schuldencrises van de jaren tachtig. En het is vooral zorgwekkend dat de regio nog nooit zo verdeeld is geweest en verstoken van eendrachtig leiderschap. Elk land kiest een andere koers en het gebrek aan onderlinge samenwerking is opvallend.

    AM ANP 52258006
    Kiezers wachten om hun stem uit te brengen in Caracas, Venezuela. Op de achtergrond een muurschildering van de overleden presidentHugo Chavez. – © AP Photo / Ariana Cubillos

    Biden zal zich in zijn beleid ten aanzien van Latijns-Amerika beperkt weten door de vele binnenlandse problemen die hij heeft geërfd en die veel aandacht, geld en politiek kapitaal gaan kosten. Europa en Azië zullen in zijn buitenlandbeleid meer prioriteit krijgen dan Latijns-Amerika. Hij aarzelde gelukkig niet om meteen duidelijk te maken dat het nieuwe Latijns-Amerika-beleid van de VS sterk zal verschillen van dat onder zijn voorganger. Het stopzetten van de bouw van de muur langs de grens met Mexico, veranderingen in de regelgeving rond asielaanvragen, de hereniging van gezinnen die op wrede wijze uit elkaar zijn gehaald en andere voorgestelde hervormingen van het immigratiebeleid zullen in de hele regio met gejuich zijn ontvangen. En de eerste tekenen van een nieuwe houding tegenover Venezuela en Cuba zijn eveneens bemoedigend.

    In het geval van Venezuela wordt pragmatische diplomatie verwacht, waarin de VS weer samen met de EU tot serieuze onderhandelingen probeert te komen. En ook met Cuba zal de VS waarschijnlijk meer betrekkingen aangaan, ongeveer zoals tijdens de dooi onder Obama in 2015. Een stoere opstelling in de vorm van dreigementen en harde sancties is tot nu toe contraproductief geweest, en vooral ook schadelijk voor gewone burgers.

    Bereidwillige partners

    Wel zal de regering-Biden het moeilijk krijgen met het vinden van bereidwillige partners voor de verdediging van de democratie in Latijns-Amerika. Sommige Latijns-Amerikaanse regeringen vonden het wel prettig dat Trump ze hun gang liet gaan op het gebied van democratie en mensenrechten. De afgelopen vier jaar bestond ‘samenwerking’ met de VS vooral uit tegemoetkoming aan de eisen van dat land, met name op het gebied van immigratie.

    Deze regeringen zullen zich nu op hun nationale soevereiniteit en de onwenselijkheid van inmenging in binnenlandse aangelegenheden beroepen als de regering van Biden openlijk stevige standpunten inneemt over bijvoorbeeld de militaire corruptie in Mexico, de ontbossing in Brazilië of het vermoorden van activisten in Colombia.

    Het moreel gezag van de Verenigde Staten als hoeder van de democratie heeft in de afgelopen vier jaar steeds meer deuken opgelopen, met als hoogtepunt de bestorming van het Capitool op 6 januari. Biden zal er nog een hele kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was en de VS een betrouwbare en geloofwaardige partner is als het gaat om mensenrechten en democratie. Hij zal ten aanzien van alle regeringen in de regio een consistente lijn moeten volgen, ongeacht of ze links of rechts zijn, en ook al tonen ze zich bereid de Verenigde Staten op andere punten tegemoet te komen. Een goede behandeling van immigranten en serieuze aandacht voor ongelijkheid en racisme binnen de Verenigde Staten zouden het aanzien van zijn regering op dit vlak versterken.

    Daarnaast moet Trump vooral niet worden nagevolgd in zijn pogingen om China te demoniseren en de groeiende Chinese invloed in Latijns-Amerika te beschrijven in bewoordingen die doen denken aan de Koude Oorlog. In plaats daarvan moet Biden zijn belofte nakomen om te zorgen dat zijn eigen land in deze regio effectiever kan concurreren. De nadruk moet liggen op een toename van de handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen in Latijns-Amerika.

    Biden zal er een kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was

    Bidens aandacht zal daarbij vooral uitgaan naar de zogenaamde Noordelijke Driehoek: Guatemala, Honduras en El Salvador, de voornaamste herkomstlanden van illegale immigranten in de VS. Als vicepresident stond hij al aan de wieg van de Alliance for Prosperity, een samenwerkingsverband met landen in de regio, en als president heeft hij nu een pakket van 4 miljard dollar voorgesteld om op het gebied van economie, veiligheid en bestuur de achterliggende oorzaken van migratie aan te pakken. Een lovenswaardig idee, maar de welig tierende corruptie in veel van deze landen maakt de uitvoering van zo’n ambitieus plan erg moeilijk. 

    Gezien de uitdagingen waar de VS zich in zijn Latijns-Amerika-beleid voor gesteld ziet, zou Biden er verstandig aan doen te kiezen voor een klein aantal bescheiden en realistische doelstellingen. De nijpende binnenlandse problemen hebben voor zijn regering de hoogste prioriteit. Maar om duidelijk te maken dat zijn land niet langer een koers vaart van ‘America First’, is met name samenwerking in de bestrijding van de pandemie van cruciaal belang.

    Herstel economie

    De Verenigde Staten hebben zich weer aangesloten bij de Wereldgezondheidsorganisatie en bij Covax, een wereldwijd initiatief voor de levering van coronavaccins. Wat de regering-Biden nu ook zou moeten overwegen, is een serieus initiatief om de Latijns-Amerikaanse landen te helpen een eind te maken aan de pandemie en een begin te maken met het herstel van de economie en de sociale rechtvaardigheid.

    Een cruciale eerste stap zou bestaan uit financiële en logistieke hulp bij de inkoop van vaccins en de brede verspreiding daarvan onder de bevolking, en dan met name de kwetsbaarste groepen. Er is niets wat het vertrouwen in en de samenwerking met de Verenigde Staten zo zou opvijzelen als hulp op dit gebied. 

  • In naoorlogs Japan was de Amerikaanse soldaat een held

    In naoorlogs Japan was de Amerikaanse soldaat een held

    Een toevallige vondst op een vlooienmarkt in Japan laat zien hoe kinderen de naoorlogse bezetting van het land hebben ervaren.

    screenshot 2021 01 28 at 13 51 52

    In een tweet liet Mark Alt weten dat hij een set n een Tweet liet Mark Alt weten dat hij een set karuta (speelkaarten) had ontdekt die stamt uit de tijd van de geallieerde bezetting van Japan, waarschijnlijk net na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hij vertelde Global Voices dat hij de set vond tijdens het browsen op de populaire maandelijkse Kobo-ichi-vlooienmarkt in Kyoto. De kaarten worden gebruikt voor menko, een traditioneel Japans kaartspel dat vooral door kinderen wordt gespeeld.

    Centraal in dit dek staat de Amerikaanse soldaat: misschien wel de meest prominente figuur van het dagelijks leven in het vroege naoorlogse Japan. Alt, oorspronkelijk afkomstig uit de Verenigde Staten, is voormalig presentator van Japanology Plus, dat populaire televisieprogramma’s uitzendt over de Japanse popcultuur. Hij is ook auteur van het onlangs verschenen Pure Invention: How Japan’s Pop Culture Conquered the World, en samen met Hiroko Yoda auteur van een populaire serie boeken over Japanse monsters, genaamd Yokai Attack!. Ook hebben Yoda en Alt onlangs meer dan 12.000 pagina’s vertaald uit Doraemon, een van de meest geliefde mangaseries van Japan.

    Screenshot van ‘Japan: Our Far East Partner Department of Defense.’ Audiovisueel centrum van het Amerikaanse leger. (ca. 1974 – 15/05/1984). Publiek domein, gehost op YouTube door Nuclear Vault.
    Screenshot van ‘Japan: Our Far East Partner Department of Defense.’ Audiovisueel centrum van het Amerikaanse leger. (ca. 1974 – 15/05/1984). Publiek domein, gehost op YouTube door Nuclear Vault.

    Op sommige kaarten stonden opmerkelijke picto- grammen die voor iedereen over de hele wereld herkenbaar zijn.

    Na de nederlaag van het land in augustus 1945 werd Japan tot 1952 bezet en bestuurd door geallieerde troepen (de eilanden van Okinawa zouden tot1972 door Amerikaanse troepen worden bestuurd). Het Amerikaanse leger speelde een prominente rol tijdens deze bezetting.

    ‘Het is met de kinderen van een ander land dat de Amerikaanse soldaat voor het eerst vrienden maakt.’ Een Amerikaanse soldaat deelt snoep uit aan Japanse kinderen aan het begin van de geallieerde bezetting van Japan.

    Fabrieksarbeiders in de Nintendo's Hanafuda spelkaartfabriek in Kyoto. - © Asahi Shimbun / Getty
    Fabrieksarbeiders in de Nintendo’s Hanafuda spelkaartfabriek in Kyoto. – © Asahi Shimbun / Getty

    Natiebouwers

    Hoewel de bezettingstroepen aanvankelijk tot doel hadden Japan te demilitariseren, veranderden ze door verwoestingen, hongersnood en sociale onrust in het land al snel in natiebouwers. In een door oorlog verwoest land boden Amerikaanse soldaten chocolade en snoep uit en werden ze alomtegenwoordig onderdeel van het lokale leven. Ze regelden het verkeer, hielden de wacht buiten openbare gebouwen en deelden noodhulp uit.

    Dat is waarschijnlijk de reden waarom de bezettingsmacht in dit kaartspel voor kinderen voorkomt, aldus Alt.

    Karuta-kaartspellen hebben een eeuwenoude geschiedenis in Japan. Ook de Japanse gamemoloch Nintendo is oorspronkelijk ontstaan uit kaartspellen voor kinderen. Tarin Clanuwat, een onderzoeker en computerwetenschapper gespecialiseerd in karakterherkenning, machine learning en Japanse literatuur (en beter bekend als @tkasasagi op Twitter), plaatste naar aanleiding van Alts bericht een reeks tweets waarin de geschiedenis van Nintendo en speelkaarten werd onderzocht: Er bestaat een uitgebreide collectie van de geschiedenis van kaartspellen in Japan, waar dit spel mogelijk deel van uit zal gaan maken, onder andere in bezit van de voormalige Mitsuke School in Iwata, in de prefectuur Shizuoka.

    Nevin Thompson

    screenshot 2021 01 28 at 13 59 56

    Global Voices
    Wereldwijd | globalvoices.org

    Global Voices is een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten die ernaar streven om te vertalen en te rapporteren wat er wereldwijd in de media wordt gezegd. Dit non-profitproject werd opgezet door het Berkman Center for Internet and Society aan de Harvard Law School.

  • Wereldnieuws | nummer 192

    Wereldnieuws | nummer 192

    Actuele gebeurtenissen wereldwijd, in woord, beeld en citaat.

    baf53d 810314ada58f4b558a8c6ff8c37651f2 mv2 kopie

    Frankrijk

    Michelinster voor Frans veganistisch restaurant

    Voor het eerst heeft een veganistisch restaurant in Frankrijk een Michelinster gekregen. Michelin gaf de ster aan restaurant ONA, dat staat voor Origine Non-Animale, ofwel diervrije oorsprong. Het restaurant in Arès, nabij Bordeaux, werd in 2016 opgericht door chef-kok Claire Vallée, een 41-jarige voormalige archeologe die veganist werd na een reis naar Thailand.

    Michelin kende weliswaar al eerder sterren toe aan veganistische restaurants in andere landen, maar nog nooit in Frankrijk. Naast de Michelinster won ONA ook een groene ster, voor deugdelijke ethische praktijken.

    Het succes kwam Vallée en ONA niet aanwaaien. Eerste verzoeken om een lening werden afgewezen door traditionele Franse banken, die sceptisch stonden tegenover zowel de locatie als het veganistische menu. ‘De toekomst van veganisme en plantaardig voedsel was volgens hen te onzeker,’ aldus Vallée. Met crowdfunding en een lening van Le Nef, een bank die ethische projecten financiert, startte ze haar restaurant. ‘Deze ster bewijst dat niets onmogelijk is,’ aldus Vallée na de toekenning.

    (EcoWatch.com)

    - © Dezeen
    – © Dezeen

    Verenigde Staten en Mexico

    Grenswip

    Architectuurstudio Rael San Fratello kreeg voor de roze wippen die in de grensmuur van de Verenigde Staten en Mexico kunnen worden geschoven, de prijs Design of the year. Het project, dat de naam Teeter-Totter Wall meekreeg, heeft maar 40 minuten dienst gedaan in juli 2019.

    De boodschap die het ontwerp moest uitdragen was dat zelfs een akelige scheiding van twee landen, een politieke splijtzwam, kan zorgen voor verbinding en eenheid. Virginia San Fratello en Ronald Rael werden zowel winnaar in de categorie Vervoer als winnaar van de Beazley Designs of the Year awards, die elk jaar worden georganiseerd door het Londense Design Museum. Een vijfkoppige jury kwam tot haar besluit tijdens de presidentsverkiezingen.

    De uitslag werd bekend-gemaakt één dag voor de inauguratie van president Joe Biden en het vertrek van muurbouwer Trump.

    (Dezeen)

    Italië

    Italiaanse burgemeester misbruikt voedselhulp

    Michela Rosetta, lid van de radicaal-rechtse Liga van Matteo Salvini en burgemeester van de Noord-Italiaanse gemeente San Germano Vercellese, is onder huisarrest geplaatst. Ze wordt beschuldigd van verduistering, samen met gemeenteraadslid en oud-wethouder Giorgio Carando, locoburgemeester Maurizio Bosco en twee gemeenteambtenaren. Het vijftal wordt beschuldigd van het uiten van onwaarheden in het openbaar door overheidsambtenaren, ambtsmisbruik en vernietiging van bezittingen.

    De voedselhulp bedoeld om verlichting te brengen in de noodsituatie, gebruikte het gezelschap overheidsgeld uit naam van de Piemontese gemeente. Met dat geld werden voedselpakketten aangeschaft en verdeeld, geheel naar eigen inzicht van de gearresteerden. Zo kwamen garnalen, sint jakobsschelpen en ander hoogwaardige producten terecht bij eigen kinderen en familieleden. ‘Verliezers’, zoals hulpbehoevende ouderen en migrantenfamilies, kregen voedselpakketten van belabberde kwaliteit toebedeeld.

    (Corriere della Sera, Turijn)

    Pakistan

    Rolschaatscommando’s voor Karachi

    Met een notoir corrupte politiemacht, bendeoorlogen, etnisch, sektarisch en politiek geweld is de vijftien miljoen inwoners tellende Pakistaanse stad Karachi een van de moeilijkste steden in Azië wat betreft ordehandhaving. Karachi huisvest de belangrijkste aandelenbeurs en is het belangrijkste transportcentrum van het land en levert zowel het leeuwendeel van belastinginkomsten als de zwaarste criminelen.

    De autoriteiten hopen dat een nieuwe rolschaatsmacht van twintig commando’s, bestaande uit tien mannen en tien vrouwen, de misdaadcijfers zal helpen verlagen en het imago van Karachi zal verbeteren.

    ‘Ik ben trots deel uit te maken van deze rolschaatsploeg,’ aldus Anila Aslam van de Speciale Veiligheids-eenheid, die in 2010 werd opgericht om VIP’s te beveiligen. Volgens Aslam, die als beste uit de bus kwam op het politietrainingscentrum, zijn er maar weinig vrouwen uit haar dorp ooit bij de politie terechtgekomen, maar willen meisjes met wie ze naar school en universiteit is gegaan nu haar voorbeeld volgen.

    (Arab News, Karachi)

    Groot-Brittannië

    Rechtse nieuwszenders voor Groot-Brittannië

    De Britse televisiebons John McAndrew werkt aan een van de meest ambitieuze nieuwsprojecten ooit in Groot-Brittannië: GB News. Hij zoekt momenteel naar presentatoren voor een 24-uurskanaal dat de eerste helft van dit jaar gelanceerd moet worden. Dat zullen mensen moeten zijn met een regionale tongval, scherpe meningen en andere eigenschappen waarmee GB News zich wil gaan onderscheiden van McAndrews voormalige werkgevers BBC, ITN en Sky News. Sterpresentator wordt in ieder geval Andrew Neil, voorheen BBC-coryfee politieke interviews.

    Met uitgesproken meningen en strijdlustige programmering wil GB News een conservatief, provinciaal publiek bedienen dat zich genegeerd zou voelen door het bestaande liberale en grootstedelijke Britse tv-nieuws. GB News vecht naar verluid niet alleen de status quo van het televisienieuws aan, maar ook de lang gekoesterde definitie van onpartijdigheid. En het is niet de enige die het op een dergelijke ‘Fox-manier’ wil aanpakken. Rupert Murdoch, eigenaar van het winstgevende rechtse Amerikaanse netwerk Fox News, is bezig met News UK, een rivaliserend Brits tv-nieuwskanaal.

    Mediawatchers vrezen dat de strijd om de kijkcijfers tussen de twee rechtse concurrenten tot extremere programmering zal gaan leiden. GB News zegt inmiddels zo’n 67 miljoen dollar aan financiering te hebben binnengehaald. Een groot deel daarvan is afkomstig van vermogende zakenmensen die ervaring hebben met publieksbeïnvloeding. Volgens Patrick Barwise, hoogleraar management aan de London Business School, komt veel geld uit het buitenland.

    (Evening Standard, Londen)

     Upscale Victoria Island, een van de disctricten in Lagos, de grootste stad in Nigeria met 12 millioen inwoners. –© Getty
    Upscale Victoria Island, een van de disctricten in Lagos, de grootste stad in Nigeria met 12 millioen inwoners. –© Getty

    Nigeria

    Rijke Nigerianen kopen staatsburgerschap in het buitenland

    Jaarlijks ontvluchten talloze Nigerianen de armoede en onrust in hun thuisland. Ze zoeken een weg naar Europa via gevaarlijke routes door de Sahara en over de Middellandse Zee. Inmiddels sluit een groeiend aantal rijke Nigerianen zich bij hen aan, maar dan wel op een veiliger manier. De rijken maken gebruik van een zogenoemd ‘gouden paspoort’, dat voor hen steeds gemakkelijker verkrijgbaar is.

    Slechts 26 landen laten Nigeriaanse paspoorthouders visumvrij toe, maar inmiddels staat een recordaantal van 92 landen over de hele wereld toe dat rijke individuen ingezetene of staatsburger worden in ruil voor bedragen die uiteenlopen van honderdduizend tot meerdere miljoenen dollars. Zo kan op Malta het staatsburgerschap worden verkregen voor een investering van minimaal achthonderdduizend dollar.

    De stormloop op gouden paspoorten door rijke Nigerianen begon al voordat gewelddadige protesten in oktober uitbraken tegen een nieuwe politie eenheid, de SARS. Bij het in Londen gevestigde Henley & Partners, een van ’s werelds grootste adviesbureaus op het gebied van burgerschap, stegen de aanvragen van Nigerianen met 185 procent in de eerste acht maanden van vorig jaar, waarmee ze na Indiërs de grootste nationaliteit zijn die een dergelijke regeling aanvraagt. Alleen al dit jaar heeft een recordaantal van meer dan 1000 Nigerianen via Henley & Partners navraag gedaan naar staatsburgerschap in een ander land.

    Investeren in een buitenlands staatsburgerschap is niet illegaal voor Nigerianen, maar dat rijke burgers hun bezittingen naar het buitenland verplaatsen, ligt gevoelig in Nigeria. Volgens de Nigeriaanse belastingdienst gaat elk jaar zo’n 15 miljard dollar verloren aan belastingontduiking. Veel van dat geld vindt zijn weg naar het Caribisch gebied, zoals in 2016 duidelijk werd uit de Panama Papers.

    Sinds de coronacrisis zijn rijke Nigerianen volgens experts nog serieuzer gaan kijken naar staatsburgerschap in het buitenland, en de verwachting is dan ook dat het aantal aanvragen van gouden paspoorten verder zal toenemen.

    (Al Jazeera, Qatar)

    Wat zei zeggen over… de arrestatie van Aleksej Navalny

    Manfred Weber EVP-leider in het EU-parlement

    ‘Het is onaanvaardbaar dat het Russische leiderschap korte metten maakt met de protesten door duizenden demonstranten te arresteren. De ministers van Buitenlandse Zaken van de EU mogen dit niet nogmaals uit de weg gaan en volstaan met wat algemene oproepen. De EU moet het Poetin-systeem raken waar het echt pijn doet, oftewel financieel. De EU moet daarom financiële transacties met getrouwen van Poetin annuleren. Het dreigement de Nord Stream-pijplijn stop te zetten moet worden gehandhaafd.’

    Jean-Yves Le Drian Frans minister van Buitenlandse Zaken

    ‘Zijn vergiftiging is een moordaanslag, gepleegd in Rusland, met een Russische chemische stof, op een Russische burger. Het lijkt me dus normaal dat er een onderzoek wordt ingesteld, maar de Russische autoriteiten ontkennen de werkelijkheid. Er zijn al eerder sancties opgelegd aan Rusland. We zijn vastberaden om met Rusland in gesprek te blijven, maar ook buitengewoon vastberaden tegenover de autoritaire stroming die we waarnemen.’

    Andrzej Duda president van Polen

    ‘Het primaat van het internationaal recht is fundamenteel, want zolang het wordt nageleefd, is er geen oorlog. Maar als het wordt overtreden is het effect altijd een conflict. De enige manier om naleving van het internationaal recht af te dwingen zonder gebruik van geweren, kanonnen en bommen, is via sancties. We zijn klaar om te helpen bij het opbouwen van consensus daarover. Er is geen ander vreedzaam middel om druk uit te oefenen op een staat die de regels van het internationaal recht overtreedt.’

    Ontwerpresolutie van leden van het Europees Parlement

    ‘Wij verzoeken de Russische autoriteiten een einde te maken aan het lastigvallen, intimideren en onderdrukken van onafhankelijke en dissidente tegenstanders door korte metten te maken met de heersende straffeloosheid die al vele journalisten, activisten en oppositiepolitici het leven heeft gekost, en erop toe te zien dat zij hun legitieme werkzaamheden kunnen uitvoeren zonder te hoeven vrezen voor hun leven of dat van hun gezinsleden of vrienden.’

  • Rocksterfilosoof Sandel: ‘We moeten af van de maatschappij van winnaars en verliezers’

    Rocksterfilosoof Sandel: ‘We moeten af van de maatschappij van winnaars en verliezers’

    De enige uitweg uit de crisis is de maatschappij te ontdoen van ‘winnaars’ en ‘verliezers’. Dat zegt Michael Sandel, de ‘filosoof met de wereldwijde uitstraling van een rockster’.

    Michael Sandel was achttien jaar toen hij zijn eerste belangrijke les kreeg in de kunst van het politiek bedrijven. 

    De toekomstige filosoof was in 1971 voorzitter van de leerlingenvereniging van zijn highschool in de wijk Pacific Palisades in Los Angeles, op het moment dat Ronald Reagan, de toenmalige gouverneur van de staat California, in diezelfde stad woonde. Sandel, die over gebrek aan zelfvertrouwen nooit te klagen heeft gehad, daagde Reagan uit voor een debat ten overstaan van 2400 linkse tieners. Het was op het hoogtepunt van de oorlog in Vietnam, die had gezorgd voor de radicalisering van een hele generatie, en iedere studentencampus was vijandelijk gebied voor een conservatieve geest. Enigszins tot Sandels verbazing nam Reagan de handschoen op en kwam hij, geheel in stijl, in een zwarte limousine aan bij de universiteit. Het gesprek dat volgde voldeed allerminst aan de verwachtingen van de jeugdige gesprekspartner van de gouverneur.

    ‘Ik had een lange lijst voorbereid met in mijn ogen erg lastige vragen,’ vertelt de inmiddels 67-jarige Sandel via een videoverbinding vanuit zijn werkkamer in Boston. ‘Over Vietnam, over het stemrecht voor achttienjarigen – waar Reagan tegen was, over de Verenigde Naties, over sociale zekerheid. Ik dacht dat ik hem met zo’n publiek makkelijk de baas zou zijn. Hij reageerde vriendelijk, aimabel en respectvol. Na een uur realiseerde ik me dat ik niet de winnaar van dit debat was, maar de verliezer. Reagan pakte ons in, zonder ons te overtuigen met zijn argumenten. Negen jaar later wist hij op diezelfde manier in het Witte Huis te komen.’

    Sandel liet zich niet afschrikken door deze vroege nederlaag, maar ontwikkelde zich tot een van de beroemdste intellectuelen en debaters in de Engelstalige wereld, met een leerstoel aan de Harvard-universiteit. Hij is wel omschreven als een ‘filosoof met de wereldwijde uitstraling van een rockster’ die vanaf zijn basis op Harvard online een miljoenenpubliek bereikt. Luisteraars van zijn serie The Public Philosopher op BBC Radio 4 zullen vertrouwd zijn met zijn socratische manier van vragen stellen, waarbij hij de aannames van zijn publiek op een spitsvondige manier op de proef stelt. Miljoenen mensen die zijn lezingen over gerechtigheid gratis volgen via YouTube, zullen vertrouwd zijn met het hoge, ernstige voorhoofd en de vriendelijke, zachte manier van spreken.

    Politiek is Sandel ontegenzeglijk links georiënteerd. In 2012 zette hij Ed Milibands vernieuwingsplannen voor de Britse Labourpartij intellectuele luister bij, door op het partijcongres van dat jaar een lezing te houden over de morele grenzen van de markt. 

    Die toespraak, en zijn in datzelfde jaar verschenen boek What Money Can’t Buy, inspireerden Miliband tot zijn kritiek op het ‘roofdierkapitalisme’, waarmee de Labourleider na de financiële crisis een belangrijke bijdrage leverde aan het Britse politieke debat.

    What Money Can’t Buy bezegelde Sandels status als wellicht de meest geduchte criticus van het vrijemarktdenken in de Engelstalige wereld. Maar in een tijd waarin de politiek steeds gepolariseerder en giftiger wordt, moet hij steeds vaker terugdenken aan die vroege ontmoeting met Reagan. ‘Die heeft me veel geleerd over het belang van aandachtig luisteren,’ zegt hij,  ‘dat evenveel gewicht in de schaal legt als de kracht van argumenten. Voor mij was het een les in wederzijds respect en inclusiviteit in het publieke debat.’

    ANP 20630768
    Twee studenten klappen tijdens een gastcollege van de beroemde Amerikaanse filosoof Michael Sandel. – © Bert Spiertz / Hollandse Hoogte

    De vraag hoe je deze burgerdeugden nieuw leven kunt inblazen, vormt 
    de kern van Sandels nieuwe boek The Tyranny of Merit, dat afgelopen september verscheen. Hoe kan het – getuige de recente presidentsverkiezingen – diep verdeelde Amerika terugkeren naar een minder rancuneus, genereuzer openbaar leven? Het beginpunt blijkt ongemakkelijk genoeg een afrekening te zijn met de zelfgenoegzaamheid waarin een hele progressieve generatie zich heeft gewenteld.

    The Tyranny of Merit is Sandels reactie op de brexit en de verkiezing van Donald Trump. Voor mensen als Barack Obama, Hillary Clinton, Tony Blair 
    en Gordon Brown zal het uitdagende lectuur zijn. Door het bepleiten van een ‘tijdperk van verdienste’ als oplossing voor de uitdagingen van globalisering, ongelijkheid en de-industrialisatie, zo betoogt Sandel, hebben de Democratische Partij en haar Europese tegenhangers de westerse arbeidersklasse en haar waarden links laten liggen, met rampzalige gevolgen voor het algemeen belang.

    Opklimmen

    Sandels toon is gematigd als altijd, zijn formuleringen vertonen de kenmerkende souplesse en elegantie. Maar er is enige frustratie voelbaar wanneer hij de opkomst beschrijft van een stroming die hij beschouwt als ondermijnend links individualisme: ‘De oplossing voor de problemen van globalisering en ongelijkheid, zo werd ons aan weerszijden van de Atlantische Oceaan voorgehouden, was dat degenen die hard werken en zich aan de regels houden, zo hoog moeten kunnen opklimmen als hun inspanningen en talenten toelaten. Dat noem ik in het boek de “retoriek van het opklimmen”. Dat werd een geloofsartikel, een schijnbaar oncontroversiële stijlfiguur. We zullen een eerlijk speelveld creëren, werd door centrum-links gezegd, zodat iedereen gelijke kansen heeft. En als we dat doen, zullen degenen die dankzij hun inspanningen, talent en harde werken opklimmen, hun plaats ten volle hebben verdiend.’

    De aanbevolen manier om ‘op te klimmen’ was het volgen van een hogere opleiding. Oftewel, om de mantra van Blair te citeren: ‘Education, education, education.’ Sandel citeert een toespraak van Obama uit 2013 waarin de president studenten voorhield: ‘Wij leven in een eenentwintigste-eeuwse wereldeconomie. En in een wereldeconomie kunnen banen overal naartoe gaan. Bedrijven zoeken naar de best opgeleide mensen, waar die ook wonen. Als je geen goede opleiding hebt gevolgd, zal het moeilijk worden om een baan te vinden waarvan je kunt rondkomen.’ Aan degenen die bereid waren de vereiste inspanning te leveren werd beloofd: ‘Dit land zal altijd een plek zijn waar je kunt slagen als je je best doet.’

    Tegen deze benadering heeft Sandel twee fundamentele bezwaren. Het eerste, en meest voor de hand liggende, is dat het legendarische ‘eerlijke speelveld’ een hersenschim blijft. Hoewel zijn eigen Harvard-studenten er 
    volgens hem inmiddels in toenemende mate van overtuigd zijn dat hun succes het resultaat is van hun eigen inspanningen, is tweederde van hen afkomstig uit de hoogste inkomensklassen. Datzelfde is het geval op andere gerenommeerde Amerikaanse universiteiten. De relatie tussen sociale klasse en SAT-scores, op grond waarvan de vervolgopleiding van middelbare scholieren wordt bepaald, is onbetwist. In meer algemene zin, merkt Sandel op, stagneert de sociale mobiliteit in |de VS al decennialang. ‘Kinderen van arme ouders blijven als volwassenen meestal arm.’

    Succesethiek

    Maar het belangrijkste thema van The Tyranny of Merit is de links-liberale consensus die dertig jaar lang heeft geheerst en die nu door Sandel genadeloos op de korrel wordt genomen. Zelfs een perfecte meritocratie, zegt hij, zou een slechte zaak zijn. ‘Het boek probeert aan te tonen dat daar een donkere, demoraliserende kant aan zit,’ legt hij uit. ‘De implicatie is dat degene die niet opklimt dat alleen maar aan zichzelf te wijten heeft.’ 

    De centrum-linkse elite heeft de oude klassenloyaliteit laten varen en een nieuwe rol op zich genomen als moraliserende levenscoach, die zich erop toelegt individuen uit de arbeidersklasse een wereld te helpen vormen waarin ze op zichzelf zijn aangewezen. ‘Over globalisering,’ zegt Sandel, ‘zeiden deze lieden dat de keuze er niet langer een was tussen links en rechts, maar tussen “open” en “gesloten”. Open betekende een vrije stroom van kapitaal, goederen en mensen over grenzen heen.’ Deze stand van zaken werd niet alleen gezien als onomkeerbaar, maar ook gepresenteerd als heilzaam. ‘Wie er op enigerlei manier bezwaar tegen maakte, was bekrompen, bevooroordeeld en antikosmopolitisch.’

    De cultuur was doordesemd van een meedogenloze succesethiek: ‘Degenen aan de top hadden hun plek verdiend, maar hetzelfde gold voor de achterblijvers. Hun inspanningen waren minder effectief geweest. Ze hadden bijvoorbeeld geen universitaire graad behaald.’ Naarmate centrum-links en de vertegenwoordigers ervan een steeds betere economische positie kregen, nam de focus op opwaartse mobiliteit toe. ‘Ze raakten voor hun achterban – en in de VS ook voor hun financiering – steeds meer aangewezen op de hogere beroepsgroepen. In 2008 werd Obama de eerste Democratische presidentskandidaat die meer campagnegeld binnenhaalde dan zijn Republikeinse opponent. Dat was een keerpunt, maar het werd destijds niet opgemerkt of benadrukt.’

    In de Verenigde Staten stagneert de sociale mobiliteit al decennialang

    Arbeiders werd in feite voorgehouden dat als ze zich niet ‘verbeterden’, ze de last van hun mislukking zelf maar moesten dragen. Velen voelden zich verraden en stemden anders. ‘Het populistische verzet van de afgelopen jaren is een opstand tegen de tirannie van de verdienste, zoals die werd ervaren door degenen die zich vernederd voelen door de meritocratie en door deze algehele politieke ontwikkeling.’

    Het is een vernietigende analyse. Sympathiseert hij dan met het trumpisme? ‘Ik koester geen enkele sympathie voor Donald Trump, dat vind ik een verwerpelijke figuur. Maar in mijn boek betuig ik begrip voor degenen die op hem hebben gestemd. Het enige authentieke aan Trump, ondanks zijn ontelbare leugens, is zijn intense gevoel van onzekerheid en zijn diepe wrok tegen de elite, die volgens hem zijn leven lang op hem heeft neer-gekeken. Dat is een zeer belangrijke verklaring voor zijn politieke aantrekkingskracht.

    ‘Oordeel ik hard over de Democraten? Ja, omdat hun onkritische omhelzing van marktaannames en meritocratie de weg heeft vrijgemaakt voor Trump. Ook al heeft Trump nu de verkiezingen verloren en zal hij de Oval Office moeten verlaten, de Democratische Partij zal alleen in haar missie slagen als ze meer oog heeft voor legitieme grieven en ressentimenten, waaraan de progressieve politiek in het globaliseringstijdperk het nodige heeft bijgedragen.’

    Tot zover de diagnose. De enige uitweg uit de crisis, meent Sandel, is het 
    ontmantelen van de meritocratische aannames die een maatschappij van winnaars en verliezers van een moreel keurmerk hebben voorzien. De coronapandemie, en in het bijzonder de nieuwe waardering voor zogenaamd ongeschoold, slecht betaald werk, biedt een beginpunt voor vernieuwing. ‘Dit is het moment om een debat te beginnen over de waardigheid van werk; over de beloning van werk in zowel financiële zin als in termen van waardering. Nu pas realiseren we ons hoe enorm afhankelijk we niet alleen zijn van artsen en verpleegkundigen, maar ook van bezorgers, supermarktmedewerkers, vrachtwagenchauffeurs en mensen in de thuiszorg en de kinderopvang, van wie velen zijn aangewezen op een nulurencontract. Dat noemen we vitale arbeidskrachten, maar het zijn meestal niet de best betaalde of meest gerespecteerde arbeidskrachten.’

    Er moet een radicale herevaluatie komen van de manieren waarop 
    bijdragen aan het algemeen welzijn worden beoordeeld en beloond. Het geld dat wordt verdiend in de Londense City of op Wall Street, staat bijvoorbeeld in geen enkele verhouding tot de bijdrage van financiële speculatie aan de reële economie. Belasting op financiële transacties moet fondsen vrijmaken die op een eerlijker manier kunnen worden verdeeld. Maar voor Sandel is het woord ‘eer’ even belangrijk als de betalingskwestie. Er moet een herverdeling komen van zowel waardering als geld, en van beide moet er meer gaan naar de miljoenen mensen die werk doen waarvoor geen universitaire graad is vereist.

    ‘We moeten opnieuw nadenken over de rol van universiteiten als poortwachters van kansen,’ zegt hij, ‘een rol die we langzamerhand als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen. 

    Diplomaterreur is het laatste aanvaardbare vooroordeel geworden. Het zou een ernstige vergissing zijn om de investering in beroepsopleidingen en leertrajecten over te laten aan rechts. Meer investeringen zijn niet alleen belangrijk om mensen zonder een hogere opleiding te helpen de kost te verdienen; de publieke erkenning die eruit voortvloeit kan meer waardering kweken voor de bijdrage aan het algemeen welzijn door mensen die niet naar de universiteit zijn geweest.’

    Nieuw respect en een andere status voor niet-gediplomeerden, zegt hij, zouden eindelijk eens gepaard moeten gaan met enige nederigheid van de kant van de winnaars van de zogenaamde meritocratische wedloop. 

    Aan degenen die, zoals veel van zijn Harvard-studenten, geloven dat ze hun eigen succes simpelweg verdienen, geeft Sandel de wijsheid van Prediker mee: ‘Ik heb onder de zon opnieuw gezien dat niet altijd een snelle hard-loper de wedloop wint, een sterke held de oorlog, dat hij die wijs is niet altijd zijn brood heeft, en hij die inzicht heeft de rijkdom (…) Zij allen zijn afhankelijk van tijd en toeval.’

    Nederigheid

    ‘Nederigheid is een burgerdeugd die op dit moment van wezenlijk belang is,’ zegt Sandel, ‘omdat het een nood-zakelijk tegengif is tegen de meritocratische overmoed die ons uiteen heeft gedreven.’

    The Tyranny of Merit is het nieuwste salvo in Sandels levenslange intellectuele strijd tegen een sluipend individualisme dat sinds het tijdperk van Reagan en Thatcher overheersend is geworden in westerse democratieën. ‘Jezelf als selfmade en zelfvoorzienend beschouwen. Dat beeld van het zelf oefent grote aantrekkingskracht uit, omdat het je op het eerste gezicht macht geeft: ik red het zelf wel, ik kom er wel, als ik mijn best maar doe. Het is een bepaalde kijk op vrijheid, maar wel een die gebreken vertoont. Het leidt tot een competitieve marktmeritocratie die scheidslijnen versterkt en solidariteit ondermijnt.’

    Sandel hanteert een vocabulaire dat liberale ideeën over autonomie aan de kaak stelt op een manier die decennialang uit de mode is geweest. Woorden als ‘ondergeschiktheid’, ‘schuldplichtigheid’, ‘mysterie’, ‘nederigheid’ en ‘geluk’ komen herhaaldelijk voor in zijn boek. De impliciete stelling is dat kwetsbaarheid en wederzijdse erkenning de basis kunnen worden voor hernieuwde affiniteit en gemeenschapszin. Het is een maatschappijbeeld dat het absolute tegendeel vormt van wat het thatcherisme is gaan heten, met zijn nadruk op zelfredzaamheid als voornaamste deugd.

    Naast het ‘klappen voor de zorg’ zijn er volgens hem meer optimistische tekenen dat er eindelijk een ethische verschuiving plaatsvindt. ‘De Black Lives Matter-beweging heeft de progressieve politiek morele energie gegeven. Het is een multiraciale beweging van verschillende generaties geworden, die ruimte biedt voor een publieke afrekening met onrechtvaardigheid. Het toont aan dat je ongelijkheid niet alleen maar tegengaat door het opheffen van meritocratische grenzen.’

    Degenen aan de top hadden hun plek verdiend, maar hetzelfde gold voor de achterblijvers

    Aan het eind van het boek vertelt Sandel het verhaal van Henry Aaron, 
    de zwarte honkballer die opgroeide in het gesegregeerde zuiden van de VS en in 1974 het homerunrecord van Babe Ruth brak. Aarons biograaf schreef dat het slaan tegen een honkbal ‘de eerste meritocratische handeling in Henry’s leven was’. Dat is niet de lering die we moeten trekken, zegt Sandel. ‘De moraal van Henry Aarons verhaal is niet dat we van de meritocratie moeten houden, maar dat we een systeem van raciale onrechtvaardigheid moeten verachten waaraan je alleen kunt ontsnappen door homeruns te slaan.’

    Eerlijke concurrentie vormt geen rechtvaardige maatschappijvisie. Dat moeten Joe Biden en zijn Europese tegenhangers goed begrijpen. Als bron van inspiratie, zegt hij, zouden ze te rade kunnen gaan bij een van zijn intellectuele helden, de Engelse christen-socialist R.H. Tawney [1880-1962]. ‘Tawney betoogde dat gelijkheid van kansen hooguit een deelideaal was. Zijn alternatief was niet een onderdrukkende gelijkheid van resultaten. Het was een brede, democratische ‘gelijkheid van omstandigheden’ die burgers van alle rangen en standen in staat stelt met opgeheven hoofd door het leven te gaan en zichzelf te beschouwen als deelnemer aan een gezamenlijke onderneming. Uit die traditie komt mijn boek voort.’ 

    Dit artikel werd geselecteerd door journalist, programmamaker en presentator Chris Kijne.

  • Machtige senator laat Trump vallen

    Machtige senator laat Trump vallen

    De Republikeinse Senaatsleider Mitch McConnell erkent eindelijk de overwinning van Joe Biden, nadat de uitslag dinsdag is bevestigd door het kiescollege. McConnell haalt hiermee de woede van Trump en zijn aanhangers op z’n hals. Wat zit er achter deze opmerkelijke koerswijziging?

    ‘Het kiescollege heeft gesproken, dus vandaag wil ik president-elect Joe Biden feliciteren.’ Mitch McConnell heeft 42 dagen nodig gehad om deze woorden uit te kunnen spreken, schrijft Slate. De invloedrijke Republikein uit Kentucky erkende dinsdag eindelijk dat zijn voormalige collega in de Senaat de verkiezingen had gewonnen. Ook al strijkt hij hiermee in tegen de haren van president Donald Trump, die blijft volhouden dat er is sprake is van fraude.

    Na zijn statement riep de man die The New York Times ‘de machtigste Republikein in het Congres’ noemt, zijn medesenatoren op de uitslag van de presidentsverkiezingen volgende maand te ratificeren. ‘Een duidelijke poging,’ aldus het dagblad, om ‘een einde te maken aan de inspanningen van zijn partij om de verkiezingen in twijfel te trekken’.

    Sluiproute naar het presidentschap

    Zoals de Amerikaanse grondwet voorschrijft, moeten het Huis van Afgevaardigden en de Senaat de stemmen van het kiescollege op 6 januari goedkeuren. Dit is ‘een routinematige traditie die normaal gesproken geen controverse veroorzaakt’, schrijft The Huffington Post. Maar als ten minste één lid van zowel het Huis als de Senaat de uitslag betwist, volgt er in beide kamers een debat en een stemming. De enige sluiproute naar het presidentschap voor Donald Trump is als beide kamers de uitslag verwerpen.

    gayatri malhotra CF1 xAnDWXc unsplash 1 1
    Een Biden-aanhanger viert de verkiezingsoverwinning. – © Unsplash Gayatri Malhotra

    ‘Waarom wil McConnell dit scenario vermijden?’ vraagt The Washington Post-columnist Greg Sargent zich af. Omdat het duidelijk is – na de vele rechtszaken van Trumps entourage de afgelopen zes weken – dat de meerderheid van McConnells collega’s het resultaat zal ratificeren, met het risico de woede van de president op hun hals te halen, legt Sargent uit. ‘Het scenario dat McConnell verkiest, waarin geen enkele Republikeinse senator bezwaar maakt tegen de kiesmannen van Biden, is niet ideaal, zoveel is zeker, aangezien Trump en zijn loyale aanhangers ongetwijfeld woedend zullen zijn omdat ze zich niet aan hun list hebben gehouden. Maar het is beter dan actief tegen [de president] te moeten stemmen’, schrijft de WP-columnist

    ‘McConnell smeekt zijn mede-Republikeinen om het monster dat hij zelf heeft gecreëerd niet te voeden’

    Sargent verwijt McConnell te hebben meegespeeld met Trumps verhaal van verkiezingsfraude om Republikeinse kiezers aan het lijntje te houden. Die kiezers heeft hij nog nodig om de verkiezingen voor twee Senaatszetels in Georgia te winnen, die bepalen namelijk of een Republikeinse meerderheid behouden blijft. ‘En nu de overwinning van Biden zo officieel is dat zij niet langer kan worden ontkend, is hier McConnell die zijn mede-Republikeinen smeekt om het monster dat hij zelf heeft gecreëerd niet te voeden’, aldus Sargent.

    Newsmax, een mediakanaal dat overwegend pro-Trump is, schrijft dat de senator op Twitter wordt aangevallen door fanatieke Trump-aanhangers die overtuigd zijn van massale stembusfraude. Eén tweet riep hem zelfs uit tot ‘vijand’ van MAGA (‘Make America Great Again’, de slogan van de president).

    ‘Mitch McConnell heeft het leven van zijn Republikeinse collega’s veel ingewikkelder gemaakt’, aldus CNN. Volgens CNN kon iedereen zich achter McConnell verschuilen zolang hij de president steunde in zijn pogingen om de verkiezingsuitslag aan te vechten. Zijn statement dwingt hen om zich uit te spreken. ‘Of je maakt deel uit van de Mitch McConnell-kant van de Republikeinse Partij, of je maakt deel uit van Donald Trumps kant van de Republikeinse Partij. (…) Er moet nu worden gekozen.’

    Vox wijst erop dat de hoogstgeplaatste Republikein in de Senaat ‘erin geslaagd is Biden te feliciteren na de autoritaire president van Rusland’, Vladimir Poetin. Jair Bolsonaro, de rechtse president van Brazilië, die ook wel Trump van de Tropen wordt genoemd, heeft de president-elect gisteren (15 december) zijn gelukwensen gegeven.

    McConnell heeft op meer vlakken een koersverandering ingezet. Ook lijkt hij eindelijk bereid te onderhandelen met de Democraten over een nieuw economisch hulpplan dat moet voorkomen dat 12 miljoen Amerikanen hun werkloosheidsuitkering na Kerst kunnen verliezen, meldt CNBC.

  • Vrees voor nieuwe digitale kloof tussen arm en rijk

    Vrees voor nieuwe digitale kloof tussen arm en rijk

    Amerikaanse openbare scholen promoten onderwijs met beeldscherm. In welgestelde gezinnen is persoonlijk contact juist een nieuwe luxe. Want hoe moet een kind later solliciteren als het niet geleerd heeft een normaal gesprek te voeren?

    Keuze uit het archief

    Ging een aantal decennia geleden de ‘digitale kloof’ tussen arm en rijk nog om toegang tot technologie, nu smartphones alomtegenwoordig zijn draait de digitale kloof meer om inperking van het gebruik. De begeleiding die kinderen ontvangen om op een verantwoordelijke manier met technologie om te gaan is volgens The New York Times in dit artikel uit 2018 namelijk nogal ongelijk verdeeld. Een probleem dat steeds groter wordt naarmate socialemediaplatforms als TikTok en Snapchat verslavender en algoritmen gewiekster worden. Helemaal nu bovendien AI-tools de verspreiding van nepnieuws makkelijker maken, is een gedegen digitale opvoeding van levensbelang voor de samenleving.

    De ouders in Overland Park waren het zat. Ze wilden hun kinderen van hun beeldscherm af krijgen, maar dat konden ze niet alleen. Ten eerste omdat je als ouder niet wilt dat jouw kind als enige dat rare buitenbeentje zonder smartphone is. En ten tweede omdat het gewoon heel, heel moeilijk is om een scholier zijn mobieltje af te nemen. ‘We begonnen onze bijeenkomsten met de constatering: dit is lastig, het is onontgonnen terrein.

    Wie kan ons hierbij helpen?’ zegt Krista Boan. Zij heeft in Kansas City de leiding over een programma genaamd START, wat staat voor ‘Stand Together And Rethink Technology’. ‘Dit is iets waarover we onze moeder niet om raad kunnen vragen.’ In Overland Park, een voorstad van Kansas City, komen zo’n honderdvijftig ouders daarom al zes maanden lang ’s avonds bijeen in schoolbibliotheken om over maar één ding te praten: hoe ze hun kinderen kunnen losweken van hun mobiel.

    Zonder beeldschermen

    Nog niet zo lang geleden was de grootste zorg dat rijke leerlingen veel vroeger in aanraking kwamen met internet, waardoor ze een technische voorsprong opbouwden die tot een digitale tweedeling zou leiden. Scholen vragen leerlingen om hun huiswerk online te doen, terwijl ongeveer eenderde van de Amerikanen thuis geen internet heeft.

    Maar nu ouders in Silicon Valley zich steeds grotere zorgen maken over de impact van technologie op hun kinderen en steeds meer streven naar een huishouden zonder beeldschermen, groeit de vrees voor een nieuwe digitale kloof. Het zou zomaar kunnen dat kinderen in arme en modale gezinnen worden 
grootgebracht met beeldschermen, terwijl het kroost van de elite in Silicon Valley juist terugvalt op houten speelgoed en de luxe van persoonlijk contact.

    Je ziet dat nu al gebeuren. In rijke wijken zijn ouderwetse, op fysiek spelen gerichte kleuterscholen in zwang. Anderzijds heeft de overheid 
in Utah juist een onlineonderwijs-
programma voor kleuters gefinancierd dat circa tienduizend kinderen bereikt. De organisatie heeft al aangekondigd dat dit digitale kleuteronderwijs in 2019 met federaal overheidsgeld wordt uitgerold naar vijf andere staten.

    Volgens onderzoek van Common 
Sense Media, een onafhankelijke mediawaakhond, besteden tieners uit armere milieus per dag gemiddeld 8 uur en 7 minuten aan beeldschermvermaak, tegen 5 uur en 42 minuten voor leeftijdgenoten uit rijkere milieus. (In dit onderzoek werd elk beeldscherm apart meegeteld: één uur append voor de tv hangen telde dus als twee uur beeldschermtijd.) In twee studies waarbij ook de etnische achtergrond werd meegenomen, bleek het beeldschermgebruik bij blanke kinderen beduidend lager dan bij kinderen uit Afro-Amerikaanse en latinogezinnen.

    En ouders constateren zelf ook een groeiende tweedeling tussen openbare en particuliere scholen binnen dezelfde wijk. Op de particuliere Waldorf School of the Peninsula, zeer in trek 
bij het hogere kader van Silicon Valley, wordt beeldschermgebruik bijvoorbeeld vermeden. Een eindje verderop adverteert de openbare Hillview Middle School juist met zijn iPad-onderwijs.

    De psycholoog Richard Freed schreef een boek over de risico’s van beeldschermgebruik voor kinderen en hoe je hen weer in contact kunt brengen met de echte wereld. Hij verdeelt zijn tijd tussen lezingen voor volle zalen in Silicon Valley en zijn praktijk met minder bemiddelde gezinnen in San Francisco. Bij die laatste is hij vaak de eerste van wie ouders horen dat beperking van het beeldschermgebruik de concentratie- en gedragsproblemen van hun kind kan helpen verminderen. ‘Ik ga van lezingen in Palo Alto [een schatrijke stad in Silicon Valley] naar consulten in Antioch [een arme gemeente die zwaar werd getroffen door de huizencrisis], waar ik de eerste ben om ze op die gevaren te wijzen’, zegt Freed.

    Wat hem vooral zorgen baart, is het werk van collega-psychologen die techbedrijven helpen hun apps zo waanzinnig verslavend te maken. Zij zijn doorkneed in de technieken van persuasive design, oftewel het bespelen van beeldschermgebruikers. Een paar voorbeelden: de autoplay-functie van YouTube, de teller met ‘likes’ op Instagram die oploopt als een fruitautomaat, het ‘snapreeks’-icoontje op Snapchat.

    Smartphones in de ban

    ‘Eerst ging de digitale kloof over gebrek aan toegang tot technologie. Nu iedereen er toegang toe heeft, draait de digitale kloof meer om inperking van het gebruik’, aldus Chris Anderson, oud-redacteur van het blad Wired. In het hele land maken ouders, artsen en leerkrachten zich hier sterk voor. ‘De bedrijven hebben de scholen voorgelogen en nu liegen ze de ouders voor’, zegt Natasha Burgert, een kinderarts

    in Kansas City.

    ‘We worden allemaal in het ootje genomen’, vindt ze. ‘We onderwerpen onze kinderen, de mijne ook, aan een van de grootste sociale experimenten die we in lange tijd hebben gezien. Hoe moet het straks met mijn dochter, als ze geen normaal gesprek kan voeren onder het eten? Hoe moet ze dan aan de man komen? Hoe kan ze op sollicitatie gaan?’

    Stills uit de YouTube-film The Early Show, over 
The Waldorf School in Silicon Valley die principieel werkt zonder laptops en iPads in het klaslokaal. 
© ‘The Early Show' YouTube
    Stills uit de YouTube-film The Early Show, over 
The Waldorf School in Silicon Valley die principieel werkt zonder laptops en iPads in het klaslokaal. 
© ‘The Early Show’ YouTube

    ‘Ik heb nu gezinnen die er helemaal van af willen’, zegt Burgert. ‘Die zeggen: het is welletjes, we kappen ermee.’ Zoals in huize Brownsberger. Smartphones waren daar al lang in de ban gedaan, maar nu heeft ook de tv met internetaansluiting het veld geruimd. ‘We hebben de tv van de muur gehaald en ik heb 
het kabelabonnement opgezegd’, zegt Rachael Brownsberger (34), moeder van twee zoons van elf 
en acht.

    ‘Hoe krankzinnig dat ook klinkt.’ Zij en haar man, eigenaar van een bedrijf in sierbeton, hebben hun kinderen nooit een smartphone gegeven. Maar ze merkten dat zelfs de geringste blootstelling aan beeldschermen al een slechte invloed had op hun gedrag. Haar oudste zoon, die ADHD heeft, werd vaak boos als de tv uit moest, zegt ze. Dat vond ze verontrustend. En zijn verlanglijstje voor Kerst bestond 
uit een Wii, een PlayStation, een Nintendo, een 
MacBook Pro en een iPhone. ‘Ik heb gezegd: die krijg je dus niet, jongen’, zegt Brownsberger. ‘Ja, dan ben ik de kwaaie pier.’


    Ouders maken zich steeds grotere zorgen over de impact van technologie op hun kinderen

    Maar één ding maakt het gemakkelijker: dat andere ouders in hun buurt hetzelfde doen. ‘Je moet dit met een hele gemeenschap doen’, zegt Brownsberger. 
‘Ik had het er gisteravond nog over met mijn buurvrouw: ben ik soms zo’n slechte moeder?’ Krista Boan heeft in Overland Park drie proefprojecten met elk zo’n veertig ouders die samen naar goede methoden zoeken om hun kinderen af te krijgen van mobieltjes en andere beeldschermen.

    De Kamer van Koophandel steunt het project en de gemeente wil in het komende beleidsplan ook een paragraaf opnemen over ‘digitaal welzijn’. ‘De gemeente en de Kamer van Koophandel zeiden: we zien de gevolgen voor onze stad’, zegt Boan. ‘We willen dat onze jongeren opgroeien tot zelfstandige burgers die verstandig met hun apparaten omgaan, maar daar moeten we ze wel toe in staat stellen.’

    Ook in Silicon Valley maken sommigen zich zorgen over de groeiende tweedeling wat betreft beeldschermtijd. Kirstin Stecher en haar man, die bij 
Facebook werkt, voeden hun kinderen bijna volledig beeldschermvrij op. ‘Is dat omdat we goed geïnformeerd zijn en veel van de technologie weten?’ zegt ze. ‘Of is het omdat we bevoorrecht zijn en makkelijker zonder beeldscherm kunnen?’

    ‘Er heerst een gedachte dat je kind wordt achter-
gesteld en in een andere dimensie opgroeit als het geen beeldschermtijd krijgt’, zegt Pierre Laurent, voormalig manager bij Microsoft en Intel en nu bestuursvoorzitter van de Waldorf School in Silicon Valley. ‘Maar die gedachte slaat in deze contreien niet meer zo aan’, meent hij. ‘Hier snappen de mensen dat het in die bedrijven vooral draait om 
big data, om AI, en dat is niet iets waarin je zelf heel bedreven wordt doordat je al vanaf je tiende een mobieltje hebt.’

    ‘Vaardigheden voor de toekomst’

    Al krijgen de werknemers in deze sector steeds meer bedenkingen, de markt voor beeldschermtoepassingen voor kinderen groeit intussen als kool. Apple en Google proberen om het hardst hun producten aan scholen te slijten en leerlingen zo jong mogelijk aan zich te binden, als ze merkentrouw beginnen te worden. Google heeft onderzoeksresultaten gepubliceerd van zijn project in het schooldistrict Hoover City in Alaska.

    Daar wil Google de leerlingen naar eigen zeggen ‘vaardigheden voor de toekomst’ bijbrengen. Chromebooks en Google-tools hebben volgens het bedrijf levens veranderd: ‘De leiding van het schooldistrict wil de leerlingen opleiden voor succes door ze de vaardigheden, kennis en gedragingen bij te brengen die ze nodig hebben om verantwoordelijke burgers in de wereldgemeenschap te worden.’

    Maar volgens Richard Freed wordt bij kinderen uit armere milieus te snel naar deze technologische middelen gegrepen. Hij constateert die kloof iedere dag opnieuw in zijn werk met aan technologie verslaafde kinderen van ouders met modale en lagere inkomens. ‘Veel kinderen in Antioch zitten op scholen die geen geld hebben voor naschoolse activiteiten’, zegt hij, ‘en een kinderoppas kunnen hun ouders niet betalen.’

    De kenniskloof over de gevaren van de nieuwe technologie is volgens hem enorm. Met tweehonderd andere psychologen heeft hij een open brief ondertekend waarin ze hun beroepsvereniging oproepen tot het veroordelen van de medewerking van psychologen aan persuasive design in apps gericht op kinderen. ‘Zodra die technologie eenmaal grip op een kind heeft, wordt het heel moeilijk het daar nog van te bevrijden’, zegt Freed.

  • Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Volgens president Trump leidt de huidige drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’. Maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Het gebruik van illegale verdovende middelen in de Verenigde Staten varieert met de jaren, maar volgens velen – onder wie de president – is het drugsgebruik in het land nog nooit zo groot geweest.

    Methamfetamine- en heroïnevangsten aan de Mexicaanse grens hebben een hoogtepunt bereikt. Het cocaïnegebruik neemt weer hand over hand toe. De opioïde-epidemie heeft tot meer dan 60.000 sterfgevallen door overdoses per jaar geleid, een record.

    ‘Vroeger hadden we de “Age of Aquarius”, waarin het drugsgebruik volgens iedereen de pan uitrees,’ zei president Trump afgelopen januari, verwijzend naar de tegencultuur uit de jaren zestig. ‘Dat was niks 
vergeleken bij wat er nu gebeurt.’

    Minister van Justitie Jeff Sessions bereed diezelfde maand tijdens een toespraak in Pittsburgh twee van zijn stokpaardjes: geweldsmisdrijven en de opioïde-epidemie. Hij heeft strengere wetgeving ingevoerd, die officieren van justitie dwingt het geweld met alle beschikbare middelen in te perken. En eind vorig jaar maakte hij bekend dat iedereen die illegaal fentanyl – een krachtige synthetische opioïde – bezit of het middel importeert, distribueert of produceert, gerechtelijke vervolging tegemoet kan zien.

    De president en zijn minister van Justitie zeggen dat de drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’ leidt, maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Grote steden lijken veiliger

    In Atlanta, Houston, Los Angeles en andere centra voor drugshandel is het dodental vorig jaar gedaald. Grote Amerikaanse steden lijken veiliger te worden, ook al worden ze overspoeld door drugs.

    Nergens is deze trend duidelijker dan in New York City. In 2016 telde de stad bijna 1400 sterfgevallen door overdoses heroïne en fentanyl, een record. Maar vorig jaar meldde de politie slechts 290 sterfgevallen, het laagste aantal sinds 1951 en een daling van 87 procent ten opzichte van 1990, toen er 2245 doden vielen.

    De kans om in New York City om te komen als gevolg van drugs is ongeveer even groot als in Montana of Wyoming, zelfs in een tijd dat drugsvangsten tot recordhoogte stijgen.

    In Los Angeles, het grootste heroïne-, cocaïne- en fentanylcentrum aan de Westkust, daalde het aantal levensdelicten in 2017 met 6 procent; in Los Angeles County met 20 procent. Ook in Houston, Washington en zelfs Chicago, waar het geweld een jaar geleden zo erg was dat Trump de FBI dreigde te sturen, daalde het aantal levensdelicten vorig jaar met dubbele cijfers.

    Deze cijfers lijken te duiden op een wijdvertakte, duurzame ontkoppeling tussen het aantal levensdelicten en de illegale drugshandel in veel Amerikaanse steden, een trend die in tegenspraak is met de gangbare verhalen over de oorsprong van stedelijk geweld.

    screenshot 2018 05 31 11 14 58

    Criminologen zien veel mogelijke oorzaken, maar één daarvan speelt misschien wel de belangrijkste rol in de afname van het aantal drugsdoden: smartphones.

    Zoals de mobiele technologie de gebruikelijke handel heeft veranderd, heeft ze ook een revolutie ontketend op de illegale markten door de drugshandel voorspelbaarder en minder dodelijk te maken. gps-navigatie, versleutelde communicatie en messaging-apps hebben de noodzaak voor drugsdealers om fysieke controle over stedelijke gebieden uit te oefenen en die desnoods met dodelijk geweld te verdedigen enorm verkleind, zeggen deskundigen.

    ‘De technologie voor de kleinhandel in drugs is radicaal veranderd, vooral de afgelopen tien jaar,’ zegt Mark Kleiman, criminoloog bij New York University. ‘Er staan geen mensen meer op straathoeken. Nu vinden de transacties plaats via de mobiele telefoon, wat de betrokkenen veel minder kwetsbaar maakt.’ Bovendien is het voor de politie, veel moeilijker om in te grijpen, voegt Kleiman eraan toe.

    Er zijn veel Amerikaanse steden waar de drugshandel nog grotendeels via de traditionele kanalen verloopt, waaronder Baltimore, waar vorig jaar een recordaantal van 343 doden viel. De drugshandel in de openlucht blijft een aanjager van geweld in St. Louis, 
New Orleans en andere steden waar het aantal levensdelicten is opgelopen. Maar dat businessmodel is niet overal meer dominant, en zeker niet in steden met grote aantallen drugsgebruikers uit de hogere middenklasse die het zich kunnen permitteren hun spul via hun iPhone te bestellen in plaats van naar uiterst misdadige buurten te rijden.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt’

    In Houston, waar het moordcijfer in 2017 met 11 
procent daalde, heeft de narcoticabrigade geleerd 
de online-handel in de gaten te houden, zoals op 
de handelssite EC21. Als je op die site naar ‘fentanyl’ zoekt komen er geen hits. Maar als je het als ‘fentanyll’ spelt, krijg je een fotootje van wit poeder te zien met een telefoonnummer en e-mailadres, mogelijk van een handelaar in China.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt,’ zegt inspecteur Stephen Casko van de narcoticabrigade in Houston. ‘Nu kun je je drugs gewoon via e-mail bestellen en hoef je geen dealer te zien.’

    Postinspecteurs op John F. Kennedy International Airport in New York hebben vorig jaar bijna tachtig fentanylzendingen onderschept, drie keer zoveel als in 2016. FBI-agenten in Atlanta arresteerden afgelopen zomer zestien postmedewerkers op verdenking van het aannemen van steekpenningen om zendingen van een kilo cocaïne af te leveren met hun bestelbusje.

    Sanho Tree, verbonden aan de afdeling Drugsdecriminalisering van het Institute for Policy Studies in Washington, zegt dat er geen ‘organisch verband’ bestaat tussen drugs en geweld. ‘Maar er is wel een verband tussen illegale drugshandel en geweld,’ zegt hij.

    In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw verliep het dealen betrekkelijk geweldloos, zegt Tree. ‘Gewoonlijk was er een dealer met een rugzak die van deur tot deur ging om bestellingen af te leveren.’

    Dat veranderde met de invoering van minimumstraffen, zegt hij, toen straatdealers lange gevangenisstraffen riskeerden. ‘Daardoor werd het te gevaarlijk om met een rugzak vol drugs rond te lopen, wat aanleiding was om minderjarigen in te schakelen 
bij de drugshandel in de openlucht – als uitkijkpost, runner enzovoort – die niet dezelfde strenge straffen riskeerden.’

    screenshot 2018 05 31 11 15 07

    Het domineren en verdedigen van de fysieke ruimte was onmisbaar voor grote winsten. ‘Daarom werden straathoeken zo waardevol,’ zegt Tree.

    Geweldsmisdrijven in de Verenigde Staten – met name moord – bereikten een hoogtepunt in de jaren tachtig en begin jaren negentig van de vorige eeuw, toen steden werden bedolven onder de crack. Maar toen het cocaïne- en heroïnegebruik afnam, daalde ook het aantal levensdelicten. Vandaag de dag is het aantal levensdelicten in Amerika per hoofd van de bevolking ongeveer de helft van dat in 1985. Criminologen schrijven de daling toe aan een reeks van factoren, waaronder beter politietoezicht, meer kansen op werk en mogelijk zelfs verminderde blootstelling aan lood.

    Na het bereikten van een historisch laagtepunt in 2014 namen de moordcijfers in Amerikaanse steden in 2015 en 2016 abrupt toe. Deskundigen merken op dat ondanks deze stijging het aantal geweldsmisdrijven veel lager is dan een kwart eeuw geleden, maar de plotselinge opleving was voor de regering-Trump reden om de wetshandhaving te intensiveren. ‘De geweldsmisdrijven rijzen de pan uit als nooit tevoren,’ verklaarde Sessions, en hij beloofde daartegen op te treden met strengere gevangenisstraffen, harde maatregelen tegen illegale immigratie en het verstrekken van meer militair materieel aan politiebureaus.

    Landelijk steeg het aantal levensdelicten in de eerste zes maanden van 2017 met 1,5 procent ten opzichte van diezelfde periode in 2016, terwijl het totale aantal geweldsmisdrijven – waaronder verkrachting, beroving en ernstige mishandeling – lichtelijk daalde, zo blijkt uit cijfers die de FBI afgelopen januari heeft vrijgegeven. In het zuiden en middenwesten steeg het aantal levensdelicten. In het noordoosten daalde het sterk, en in geringe mate ook in het westen.

    In een artikel in USA Today voerde Sessions de nieuwe gegevens aan als bewijs van het snelle succes van de regering. ‘Toen president Trump werd ingehuldigd, deed hij het Amerikaanse volk een belofte: “Dit Amerikaanse bloedbad stopt hier en nu,”’ schreef Sessions, citerend uit Trumps inaugurele toespraak. ‘En die belofte heeft hij gehouden.’ Maar in veel Amerikaanse steden is het geweld maar in beperkte mate teruggekomen. In sommige steden met de hoogste uitschieters, zoals Chicago en Washington, blijft het aantal levensdelicten teruglopen.

    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images
    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images

    De psychotische effecten van narcotica kunnen daarbij ook een rol spelen, zeggen criminologen. Waar een crackroes vaak gepaard gaat met een golf van manische energie en extreem zelfvertrouwen, brengen opioïden de gebruikers tot rust zodat ze misschien minder geneigd zijn tot gewelddadig gedrag.

    Anders dan de crack-epidemie van de jaren tachtig, die vooral arme zwarte Amerikanen trof, trekt de opioïdecrisis zich niets aan van geografische of sociale scheidslijnen. ‘Veel huidige verslaafden behoren tot de hogere middenklasse en wonen niet in buurten die worden geteisterd door geweld,’ zegt Volkan Topalli, hoogleraar Strafrecht aan Georgia State 
University.

    ‘In de buurten waar zij wonen bestaat geen hoog geweldsniveau,’ zegt hij, ‘en zijn de distributienetwerken niet primair in handen van grote bendes.’

    Richard Rosenfeld, criminoloog bij de University 
of Missouri-St. Louis, zegt dat de opioïdecrisis sinds 2014 de belangrijkste reden lijkt voor het gestegen aantal levensdelicten onder blanke Amerikanen. Maar hij zegt dat de stijging waarschijnlijk nog veel sterker zou zijn ‘als de straathandel nog even wijdverbreid was als vijfentwintig jaar geleden’.

    Mexicaanse drugskartels

    Er lijkt nog een factor te zijn in het nieuwe tijdperk van de Amerikaanse drugshandel die het dalende moordcijfer kan verklaren: een doelbewuste poging van Mexicaanse drugskartels om het gebruik van geweld aan de Amerikaanse kant van de grens tot een minimum te beperken.

    Dezelfde smokkelorganisaties die het moordcijfer 
in Mexico tot ongekende hoogte hebben opgejaagd gaan in de Verenigde Staten volgens een andere logica te werk, net als de grote bedrijven die profiteren van de economische voordelen van het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord NAFTA.

    De verschillende geweldsniveaus langs de grens tussen de VS en Mexico onderschrijven dit patroon. Steden als El Paso en San Diego hebben de laagste moordcijfers in de Verenigde Staten, ook al liggen 
ze recht tegenover Ciudad Juárez en Tijuana, twee van de moordzuchtigste plekken van Mexico.

    Het ontbreken van een ‘overloopeffect’ wordt in elk geval ten dele toegeschreven aan een gedisciplineerde bedrijfsstrategie die erop gericht is zo min mogelijk aandacht te trekken van de Amerikaanse rechtshandhavingsinstanties, zegt Sam Quinones, auteur van Dreamland: The True Tale of America’s Opiate Epidemic.

    Anders dan de Colombiaanse kartels, wier pogingen om de drugsmarkt in Miami, New York en andere Amerikaanse steden over te nemen een generatie geleden tot een vloedgolf van moorden leidden, schuwt het merendeel van de moderne Mexicaanse handelaren het gebruik van geweld aan Amerikaanse kant.

    ‘Ze hebben een scherp oog voor het enorme verschil tussen het strafrecht in Mexico en dat in de Verenigde Staten,’ zegt hij. Uit vrees voor een lange straf in een strenge Amerikaanse gevangenis vechten de gangsters hun geschillen met rivalen liever in Mexico uit, waar minder dan 5 procent van de misdrijven tot een veroordeling leidt. In zijn boek beschrijft Quinones een groep Mexicaanse heroïnedealers in Denver en omgeving, de ‘Xalisco Boys’, wier koeriers de drugs in ballonnetjes afleverden. Ze hielden die ballonnetjes in hun mond en hadden flesjes water bij zich om ze door te slikken als ze werden aangehouden door de politie.

    De heroïnedealers bleven zelden lang in één Amerikaanse stad en reden vaak op hun motorfiets op en neer naar Mexico. Ze trokken zich zo weinig aan van hun straatreputatie dat ze ook aan klanten verkochten die hen hadden bestolen of bedrogen, waarbij ze het verlies eerder als een bedrijfsrisico beschouwden dan als een persoonlijke belediging die gewroken moest worden. Ze meden gebieden met veel misdaad en waren ongewapend.

    ‘Veel van die kerels waren verlegen boerenjongens,’ zegt Quinones. ‘Ze waren geïntimideerd door de VS en beslist niet geïnteresseerd in een bloedige onderlinge oorlog.’

    En als de dealers zich bedreigd voelden door politiemensen of concurrerende handelaren verplaatsten ze hun mobiele heroïnehandel gewoon naar een andere Amerikaanse stad. Ze vonden geweld het risico niet waard, zegt Quinones, ‘en de markt in 
de VS was groot genoeg voor iedereen’.

    Grootschalige Mexicaanse handelaren lijken op dezelfde manier te opereren. Toen narcotica-agenten in New York vorig jaar een inval deden in een appartement in Queens en 63 kilo pure fentanyl aantroffen, arresteerden ze een echtpaar van middelbare leeftijd dat een paar weken eerder uit Mexico was gekomen.

    Het was de grootste fentanylvangst in de Amerikaanse geschiedenis, met een waarde van tientallen miljoenen dollars. Maar het echtpaar had niet eens een wapen.

    Auteur: Nick Miroff
    Vertaler: Peter Bergsma

    Met een bijdrage van Mark Berman en Sari Horwitz.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). 
Een van de invloedrijkste kranten ter wereld. Eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.

  • 4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    Prima, die #MeToo-discussie. Maar bezien vanuit de Arabische wereld – waar vrouwen op grote schaal worden uitgehuwelijkt, vermoord en verkracht – heeft ze iets gênants, schrijft de Libanese journaliste Diana Moukalled.

    Eigenlijk zouden we het Iraakse parlementslid Jamila Al-Obeidi, die plotseling beroemd is geworden met haar pleidooi voor polygamie, dankbaar moeten zijn. Zij vindt zelfs dat Irakezen toestemming moeten krijgen om een tweede, een derde en een vierde vrouw te nemen zonder dat met hun eerste vrouw te bespreken, omdat dat volgens haar een oplossing zou zijn voor het probleem van 
de weduwen en gescheiden vrouwen. Ze verscheen in het ene tv-programma na het andere om haar opvattingen over vrouwen te promoten. Aanvankelijk waren de reacties op haar idee sarcastisch, maar nu zou het wel eens bewaarheid kunnen worden want het is inmiddels een wetsvoorstel dat aan het Iraakse parlement zal worden voorgelegd.

    Eigenlijk zouden we haar dankbaar moeten zijn; haar initiatief kwam op het moment dat ik geheel in beslag werd genomen door een andere discussie, die zich voornamelijk afspeelt tussen Hollywood en Parijs. Ik heb het over het vervolg op de #MeToo-campagne die de val van beroemdheden uit de wereld van de media, de kunst en de politiek heeft veroorzaakt. Daarop kwam de verrassing uit Parijs, in de vorm van een manifest dat was ondertekend door honderd vrouwen, onder wie Catherine Deneuve. Binnen een paar uur raakte de westerse wereld in een verhit debat verzeild over de vraag waar de vrijheid die het individu zou moeten hebben, omslaat in een overmaat aan machismo dat via misbruik van macht en invloed leidt tot seksuele intimidatie.

    Ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien

    Waar eindigt de individuele vrijheid? Vanaf welk punt is er sprake van agressie? Kan het artistieke scheppingsproces dienen om intimidatie toe te dekken? Zo stond de westerse discussie ervoor… toen ik het nieuws hoorde over mevrouw Al-Obeidi en haar campagne voor polygamie in Irak. Daardoor kwam ik weer met mijn voeten op de grond terecht en besefte ik weer hoe het er met ons, Arabische vrouwen, voorstaat.

    De feministische strijd waarmee wij hier in de regio te maken hebben, is van een heel andere orde. Ik vind niet dat ik het recht heb om een mondiale discussie over seksuele vrijheden weg te wuiven, maar ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds – in Amerika – eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds – in Frankrijk – weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien. Ik kan alleen maar spreken vanuit mijn positie als Irakese, Syrische, Jemenitische, Saoedische, Egyptische, Tunesische…

    Privilege

    Al zeven jaar worden vrouwen in Syrië vermoord 
en verkracht, en wij zijn niet in staat hen te beschermen. Zoals de Syrische Mariam Khalaf het in de documentaire Syrie, le cri étouffé zegt over de systematische verkrachtingen onder het regime van Bashar al-Assad: ‘[Westerlingen] zullen deze film bekijken, 
er een naar gevoel van krijgen, en dan weer overgaan op iets anders.’ Dat is inderdaad de houding van de wereld tegenover de fysieke en morele vernietiging van duizenden en duizenden vrouwen in Syrië, 
om nog maar niet te spreken van de mannen en 
kinderen die ook een hoge prijs hebben betaald.

    Amerika maakt zich druk om het lot van Hollywoodsterren die seksueel geïntimideerd worden. 
De Parijse intellectuelen maken zich druk om wat 
zij beschouwen als preutsheid en een aanslag op het vrouw-zijn. Maar de wereld maakt zich nauwelijks druk om het verhaal van Mariam en duizenden – 
wat zeg ik? – miljoenen andere vrouwen uit haar land die veel erger geweld moeten ondergaan.

    Ik ken niet één vrouw die geen ervaring heeft met seksuele intimidatie. Het is mij ook overkomen. Ja, 
ik en veel andere vrouwen kunnen dat achter ons laten en verdergaan. Maar ik zie wel dat er ook andere vrouwen zijn die niet weten hoe ze verder moeten. Ik besef dat je niet alles door elkaar moet halen. Dit soort zaken is complex en moeilijk te ontwarren. Maar hoe kun je dit trans-Atlantische debat anders zien dan als een privilege, voorbehouden aan een elite, een luxe die wij ons niet kunnen veroorloven, wij die in landen leven waar onophoudelijk geweld tegen het lichaam en de ziel van vrouwen wordt gepleegd? Zolang men het niet nodig vindt 
om deze vrouwen te redden, heeft het huidige debat iets gênants, ja zelfs iets onfatsoenlijks.

    Auteur: Diana Moukalled
    Vertaler: Annemie de Vries

    Daraj
    Libanon | daraj.com

    Pan-Arabische nieuwssite met grootse ambities, 
o.a. om taboes te doorbreken. Richt zich vooral 
op millennials.

  • We leven in een tijd van het grote eigen gelijk

    We leven in een tijd van het grote eigen gelijk

    George Packer, auteur van De ontluistering van Amerika en sterverslaggever van The New Yorker, reageert in The Atlantic op een kapitteling van collega-schrijver Ta-Nehisi Coates. Coates stelt dat racisme een fundamenteel onderdeel is van de Amerikaanse politiek en verwijt Packer dat niet als énige oorzaak te zien voor de opkomst van het fenomeen Donald Trump.

    Er valt veel te bewonderen aan het artikel ‘The First White 
President’ van Ta-Nehisi Coates over Donald Trump in de oktobereditie van The Atlantic. Het is zo’n stuk dat je meteen al in de eerste alinea bij de lurven grijpt en je niet meer loslaat. Het betoog wint aan kracht en bevat tot aan het einde toe treffende beeldspraak en bijtende polemiek (de 
politiek die opiaten als een ziekte beschouwt en crack als misdaad). De boodschap is de onweerlegbare waarheid dat racisme een fundamenteel onderdeel is van de Amerikaanse 
politiek.

    Het is de dwingende, énige oorzaak waaruit Coates het fenomeen Donald Trump verklaart. Het is een oorzaak waar niemand in Amerika het mee oneens zou mogen zijn. En het ligt ten grondslag aan elke stelling die Coates poneert. Omdat elke politieke gedraging in de blanke Amerikaanse politiek volgens hem zonder uitzondering is gebaseerd op het idee van ras, kapittelt hij mij omdat ik in de aanloop naar de verkiezingen voor The New Yorker een stuk heb geschreven over de blanke arbeidersklasse. Waarom zou je, aangezien de meeste blanke kiezers op Trump hebben gestemd, inzoomen op diegenen zonder universitaire graad, tenzij je ze van racisme wilt vrijpleiten door er andere redenen bij te halen, zoals klasse? Of erger, je sympathie met hen betuigen omdat ze van de maatschappelijke ladder af zijn gekukeld waar ze, anders dan zwarte Amerikanen, ‘van nature’ niet thuishoren? Of, nog erger, waarom zou je jezelf vrijpleiten?

    Tijdens de campagne wees de ene na de andere peiling uit dat verschillende gradaties van bevooroordeeldheid en het idee dat de economie achteruitholde de twee belangrijkste oorzaken waren voor de steun aan Trump. Ik schreef over kiezers uit de blanke arbeidersklasse, omdat hun politieke voorkeuren steeds meer verschillen van die van de hoogopgeleide blanke beroepsbevolking, zodanig dat de kaart van Amerika rood kleurt. Van Roosevelt tot Reagan, Clinton, Obama en Trump: zij zijn de belangrijkste zwevende kiezers. De flinterdunne verkiezingsoverwinning in de Rust Belt bevestigde mijn visie.

    George Packer – © Guillermo Riveros; Ta-Nehisi Coates – © The Atlantic.
    George Packer – © Guillermo Riveros; Ta-Nehisi Coates – © The Atlantic.

    Racisme ligt aan de basis van de Amerikaanse politiek. Maar niet alleen: dat geldt ook voor hebzucht, uiteengevallen gemeenschappen, partijgebonden haat en onwetendheid. Iedere schrijver die de Amerikaanse politiek wil begrijpen, moet een manier bedenken om in het hoofd te kruipen van degenen die op Trump hebben gestemd. Iedere progressieve politicus die aan de macht wil komen, moet een belang zien te vinden dat hij met hen deelt, zonder eerst de bijltjesdag af te wachten die blanke Amerikanen voor hun zonden laat boeten. Het is een van de belangrijkste uitdagingen van de politiek.

    Coates zul je er niet over horen, maar in mijn stuk besprak ik het verband tussen ras en klasse. Ik beweerde dat onverdraagzaamheid een constante van sommige mensen is, terwijl de vooroordelen van anderen afhankelijk van de omstandigheden kunnen worden gemanipuleerd door een demagoog als Trump. Ik zei erbij dat iedereen die Trump heeft gesteund, om welke reden ook, ‘probeert een gevaarlijke, verachtelijke man de leiding over het land te geven’. Ik heb niemand vrijgepleit noch iemand mijn sympathie betoond. Analyseren is iets anders dan rechtvaardigen, tenzij je vindt, zoals Coates, dat het hele onderwerp taboe is omdat het de waarheid over blanke superioriteit verdoezelt.

    Soms interpreteert iemand je zo slecht dat je er steil van achterover slaat, zoals wanneer Coates me ervan beschuldigt dat ik problemen als politiegeweld, draconische strafmaatregelen en andere misstanden wegwuif, alleen maar omdat ik Lawrence Summers heb geciteerd toen die het woord ‘diversiteit’ gebruikte om de Democratische coalitie te typeren. Het is het soort vertekening dat ontstaat als je fanatiek op zoek bent naar slechts één oorzaak. 
En was het mij niet ook ontgaan dat 
er zoiets bestaat als blanke-identiteitspolitiek? Ik schreef er tien jaar geleden al over, toen Sarah Palin – de Johannes de Doper van Trump – voor het eerst op het toneel verscheen. Heb ik de zwarte arbeidsklasse links laten liggen omdat de toestand waarin die zich bevindt de natuurlijke orde der dingen zou zijn? Een belangrijk deel van mijn laatste boek, De ontluistering van Amerika, gaat over een zwarte fabrieksarbeidster en de problemen in haar gemeenschap in Youngstown, Ohio. Ik vraag Coates 
niet of hij alles wil lezen wat ik heb geschreven, maar wel of hij niet wil doen alsof hij in mijn ziel kan kijken 
en of hij mijn bevoorrechte positie als blanke niet de ware oorsprong van mijn ideeën wil noemen.

    Niet één oorzaak

    Wanneer je een complete teleologie op één oorzaak bouwt – zelfs al is het zo’n machtige, hardnekkige als het blanke racisme – loop je de kans voorbij te gaan aan alles wat er niet in past. En daarom doet Coates Trumps seksisme – zijn walgelijke taal en de fysieke afkeer die veel van zijn aanhangers hebben van Hillary Clinton – af als achtergrondruis. Hij bagatelliseert vreemdelingenhaat, hoewel buitenlanders veel vaker het slachtoffer waren van Trumps retoriek en beleidsvoornemens dan zwarte Amerikanen. Coates verklaart niet waarom uiteenlopende Republikeinen op een gegeven moment Ben Carson hebben gesteund ten koste van de negen andere kandidaten, allemaal blanken. Hij laat het merkwaardige gegeven buiten beschouwing dat iets meer zwarte en Latijns-Amerikaanse kiezers en iets minder blanke voor Trump kozen en niet voor Mitt Romney. Hij noemt niet eens de naar schatting achtenhalf miljoen Amerikanen die op president Obama hebben gestemd en daarna op Trump, hoewel zij het verschil hebben gemaakt. Niet nodig om het steeds virulentere nihilisme van de Republikeinse Partij te beschrijven. Het onderscheid tussen stad en platteland? Slechts schijn.

    En dan is er het feit dat de steun voor Trump onder de blanke arbeidersklasse van tweederde op de dag van de verkiezingen is gedaald naar 43 procent in de afgelopen maand. Neemt Trump het toch niet zo nauw met die onverdraagzaamheid? Of heeft hij zijn andere plannen niet kunnen waarmaken: de corruptie aanpakken, amazing handelsovereenkomsten sluiten en Amerika weer great maken? Coates zou wel eens meer dan één oorzaak nodig kunnen hebben om dat allemaal te verklaren.

    Zij stuk slaat de geschiedenis plat tot één enkele, onomstotelijke waarheid, zodat een gebeurtenis uit 2016 hetzelfde is als een gebeurtenis uit 1805, de meest recente verkiezingen de vorige tenietdoen

    Dat 46 procent van de kiezers, voor het overgrote deel blank, op Trump heeft gestemd, dat sommigen op hem hebben gestemd vanwege zijn onverdraagzaamheid terwijl anderen die door de vingers zien, dat meer dan eenderde van het land hem steunt: het is allemaal al erg genoeg. Maar we leven in een tijd van het grote eigen gelijk, waarin nuances en concessies als zwaktes worden beschouwd en tegenvoorbeelden het bewijs zijn van een vals bewustzijn. Die sfeer is in Coates’ werk geslopen. In zijn stuk en in ander recent werk heeft hij de zelfkritische kwaliteit van zijn eerdere werk de rug toegedraaid ten gunste van een orakelachtige literaire stijl. Hij is de meest invloedrijke Amerikaanse schrijver van dit moment; zijn vorige stuk uit The Atlantic wordt op de universiteit al in de colleges gebruikt. Hij heeft nog nooit zo overtuigend geschreven en zijn zinnen slepen je mee omdat ze nergens voor wijken.

    Maar de stijl van het non-compromis offert onderwerpen op die voor lezers veel te belangrijk zijn om zo maar te laten schieten. Het slaat de geschiedenis plat tot één enkele, onomstotelijke waarheid, zodat een gebeurtenis uit 2016 hetzelfde is als een gebeurtenis uit 1805, de meest recente verkiezingen de vorige tenietdoen, de jaren van Obama een illusie worden. Het doet beleidsvoorstellen af als afleidingsmanoeuvres en de politiek zelf als immoreel handjeklap. Het tast de liberale waarde van het individuele denken aan – en daarmee de individuele verantwoordelijkheid – door gedachten en personen ondergeschikt te maken aan theorieën en groeperingen. Het begint met het essentiële inzicht dat ras een idee is en eindigt ermee dat ras zo ongeveer de essentie is van alles.

    Auteur: George Packer

    Openingsbeeld: © Ralph Fresco / Getty

    The Atlantic
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000

    Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

  • Dossier – Amerika doet niet meer mee

    Dossier – Amerika doet niet meer mee

    De globalisering lijkt over haar hoogtepunt heen.

    De VS kiezen onder Donald Trump voor een protectionistische koers (‘America first’), die ingrijpende gevolgen kan hebben voor de Europese export. Ook de hoogtijdagen van de multinationals lijken voorbij. Zijn straks de Aziatische landen de lachende derde?

    1. Kan Europa het ook zonder Amerika?

    2. Hoogtijdagen multinationals zijn voorbij

    3. Foxconn wil Trumps spelletje best meespelen

    4. China, de andere wereldkampioen

    5. Trump vs. Adam Smith

    Openingsbeeld: Bedrijven als Mercedes-Benz vrezen voor dalende exportinkomsten als gevolg van het beleid van Donald Trump. – © Mike Coppola / Getty Images

  • Het einde van Fidel

    Het einde van Fidel

    Cuba nam afscheid van een leider wiens tijd allang voorbij was. Maar juist nu was hij misschien wel goed van pas gekomen. ‘Fidel was beter uitgerust om een bullebak in jumboformaat als de Amerikaanse president elect van repliek te dienen dan zijn rationelere broer Raúl.’

    Van een afstand was hij ontzagwekkend. Dat heroïsche profiel, die blik waarmee hij een menigte overzag, ze waren even onontkoombaar als de herinnering aan zijn overwinning op het corrupte regime dat met zijn bordelen en casino’s en zijn whites-only golfclubs en strandhotels geheel ten dienste stond van een in Miami gevestigde Amerikaanse maffia en het ergste soort Amerikanen.

    Er was ook het vonkje opwinding dat zo’n uitdagend gebalde vuist, zo’n rebelse retoriek altijd ontsteekt in de jongeren en armen op de wereld. Politici in Washington die zichzelf beschouwden als een baken in een onwetende, hulpeloze of regelrecht moordzuchtige Rest van de Wereld, zagen hem als een clowneske gek, maar ondertussen was er wel een eiland op nog geen 150 kilometer van Key West dat weigerde naar de pijpen van Uncle Sam te dansen of de Verenigde Staten ook maar iets te zeggen te geven.

    Dan waren er de tastbare successen die zelfs in de zwaarste jaren van honger en gebrek op het eiland overeind bleven: de veelgeprezen stelsels voor onderwijs en gezondheidszorg, het beëindigen van de feitelijke apartheid, de extra aandacht voor baby’s en kinderen zodat die even gezond opgroeiden als hun tegenvoeters in de rijkste landen, een vroege belangstelling voor milieubewuste stedelijke ontwikkeling, baanbrekend medisch onderzoek. De normen die hij stelde legden de lat hoog voor de primitieve en roofzuchtige heersende klassen op het halfrond en lieten de armen zien wat ze mochten verlangen.

    Een jongen in Havana laat een duif los gedurende de negendaagse rouwperiode voor Castro. – © Getty
    Een jongen in Havana laat een duif los gedurende de negendaagse rouwperiode voor Castro. – © Getty

    Van dichterbij werd het plaatje minder rooskleurig: smerige, overvolle gevangenissen als resultaat van vijftig jaar onhandige pogingen om de vrije gedachte te onderdrukken, een economie die er beter aan toe zou zijn geweest als hij was gerund door apen, gezinnen die uit elkaar waren gerukt door een starheid van hogerhand die deel van de nationale mentaliteit werd, kinderen die hun moeder verloren en moeders die hun kinderen verloren aan de zee bij pogingen om hun verstikkende geboorteland te ontvluchten, twee angstaanjagende weken waarin roekeloos gezwaai met kernkoppen de wereld op de rand van de totale vernietiging bracht. Ook was er de uitzichtloze verveling van de latere decennia, de claustrofobische treurigheid van het leven in een land dat zich moest plooien naar de fantasieën van zijn dictator.

    En nu is Fidel Castro dood. Cubanen hebben een ongekend lange rouwperiode van negen dagen in acht genomen, al voelden de meesten van de elf miljoen eilandbewoners weinig voor het vertoon en de symboliek waarmee de staat luister probeerde bij te zetten aan het afscheid van een man wiens tijd allang voorbij was.

    Nooit het plan

    Het was nooit het plan geweest om zo lang te leven, zei hij afgelopen april tot een stilgevallen publiek op het Zevende Partijcongres in Havana, en inderdaad, degenen die zich hem herinnerden als de belichaming van mannelijke glorie in zijn beste olijfgroene dagen, huiverden bij de aanblik van de bevende, strompelende oude man in Adidas-trainingspak. Hij was negentig. Hij was altijd aan de macht gebleven. Hij was al meer dan tien jaar ziek. Het is al vaak gezegd: was hij in pakweg 1967 gestorven, op het hoogtepunt van zijn revolutie, dan zou hij daarna in heel Latijns-Amerika en daarbuiten zijn vereerd als een nieuwe Bolívar, een nieuwe Martí. Maar nu is het zelfs onmogelijk te zeggen hoe hij over tien jaar zal worden gezien. Gedeeltelijk omdat hij zo veel economische, morele en sociale misstanden heeft nagelaten en gedeeltelijk omdat de waarden waaraan hij vasthield – absolute loyaliteit, onwankelbaar geloof, het najagen van een utopie, onverzettelijke morele en fysieke moed – nu allemaal hopeloos uit de tijd lijken.

    Hoe Cuba zal overleven zonder Fidel is niet echt een vraag: het eiland overleeft al zonder hem sinds zijn ziekte hem dwong om eerst tijdelijk en vervolgens permanent de macht over te dragen aan zijn broer Raúl Castro. Dat was tien jaar geleden. Sindsdien hebben er noodzakelijke en belangrijke veranderingen plaatsgevonden, zonder Fidel, maar het revolutionaire model dat hij heeft ingesteld sleept zich nog steeds voort en kan elk moment ineenstorten, net als de afbrokkelende gebouwen langs de Malecón, Havana’s beroemde zeeboulevard. Er is een snel opkomende toeristenindustrie, er is een beetje export, er komt steeds meer belangstelling voor het Cubaanse kankeronderzoek en andere medische innovaties, er bestaat een kleine, maar groeiende zakensector, mensen kunnen vrij van en naar Cuba reizen, er wordt minder scherp gecontroleerd op afwijkende meningen, de lhbt-gemeenschap heeft wat eerste successen behaald en er is steeds meer open toegang tot het internet.

    Het graf van de Cubaanse leider in Santiago de Cuba. – © Getty
    Het graf van de Cubaanse leider in Santiago de Cuba. – © Getty

    Er zijn ook politieke gevangenen – weliswaar slechts een handvol, maar het feit dat ze er zijn bewijst dat het in Cuba nog steeds een misdaad is om een afwijkende mening te hebben. Met het onvermijdelijke verdwijnen van Cuba’s economische reddingsboei, het chavistische regime in Venezuela, dreigt een economische crisis. Bij zijn leven stuurde Hugo Chavez scheepsladingen olie naar Cuba in ruil voor goedkope artsen en sporttrainers; die zendingen zullen ongetwijfeld ophouden wanneer Chavez’ onbekwame opvolger Nicolás Maduro omvergeworpen wordt of aftreedt. En al sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie heeft het idealistische egalitarisme uit de eerste jaren van de revolutie plaatsgemaakt voor een samenleving die zich hongerig op de eerste kleine kruimels van het nieuwe consumentenkapitalisme stort, maar nu al de bijverschijnselen daarvan ondervindt: de snelle vorming van een klassenmaatschappij en toenemende ongelijkheid.

    De allerbelangrijkste verandering voltrok zich aan het begin van dit jaar, toen Barack Obama naar Havana kwam ter gelegenheid van de hernieuwde diplomatieke betrekkingen tussen beide landen. Met dat bezoek erkenden de VS – eindelijk – dat 57 jaar passief-agressieve dreiging het fidelistische regime niet op de knieën had kunnen krijgen. Een bijzonder moment voor Cuba. Maar er zat een adder onder het gras: door de hand van Obama te drukken maakte Raúl Castro een einde aan een tijdperk waarin de VS niets in de Cubaanse melk te brokkelen hadden. Dit was slechts tien maanden voor de verkiezing van Donald Trump.

    Uiterlijk was hij een zeer beschaafd man met uitstekende manieren, maar vanbinnen was hij een bullebak

    En nu heeft Fidel het toneel verlaten op het moment dat hij misschien goed van pas was gekomen. Uiterlijk was hij een zeer beschaafd man met uitstekende manieren, maar vanbinnen was hij een bullebak. Na een nederlaag sloeg hij altijd harder terug; hij had het gewoon niet in zich om zich gewonnen te geven. Toen John F. Kennedy en Nikita Chroesjtsjov in de rakettencrisis van 1962 een overeenkomst sloten om de Sovjet-kernkoppen van Cubaans grondgebied te verwijderen, werd Fidel woest en organiseerde hij een protestdemonstratie tegen zijn Russische geldschieter. Een gedenkwaardige leus die dag was: Nikita, mariquita, lo que se da no se quita (‘Nikita, je bent een mietje, eens gegeven blijft gegeven’). Fidel was beter uitgerust om een bullebak in jumboformaat als de Amerikaanse president elect van repliek te dienen dan zijn rationelere broer Raúl.

    In de tweets na de aankondiging van Fidel Castro’s dood was al te zien hoe de komende president mogelijke zwakke plekken aftastte. Nu de regering-Obama de relatie met Cuba heeft genormaliseerd, stelde Trump de Cubaanse regering voor, als een haai die een voorstel doet aan een zeebaars, om samen te gaan praten over een betere ‘deal’.

    Het is niet moeilijk te bedenken wat voor deal Trump voor ogen staat. Hij heeft tot zijn eigen tevredenheid vastgesteld dat het volgens de grondwet niet verboden is om naast het presidentschap een bedrijf te bestieren, en al twitterde hij vervolgens dat het presidentschap misschien toch wel zijn volle aandacht zou vragen, dan nog kun je je voorstellen dat Trump zijn oog op de toekomst richt: nu of over vier jaar, voor zichzelf of voor zijn kinderen, is er voor een magnaat als hij geen aantrekkelijker investering denkbaar dan Cuba. De hotels aan zee, de golfclubs, de casino’s! Net als in de goede oude tijd.

    Auteur: Alma Guillermoprieto

    Alma Guillermoprieto is een gelauwerde Mexicaanse journaliste en auteur van verschillende boeken over Latijns-Amerika.

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • De waarheid over de vernietiging van Irak

    De waarheid over de vernietiging van Irak

    Voor de chaos in Irak dragen de Amerikanen dragen een zware verantwoordelijkheid. Maar volgens de politiek hoofdredacteur van Al-Hayat heeft de Iraakse elite net zoveel schuld.

    Eind 2014 zond de Saoedische tv-zender Al-Arabiya een reeks interviews uit met Paul Bremer, die in mei 2003 als speciaal gezant van president Bush in Irak was om het land weer op te bouwen en humanitaire hulp te verlenen. Bremer stond in de Arabische wereld bekend als de man die de de-Baathisering van Irak – het uit de macht zetten van alle aan de Baath-partij van Saddam Hoessein gelieerde personen – in gang had gezet en het Iraakse leger had ontmanteld, twee beslissingen waarvoor hij persoonlijk had getekend. Nu weten we dat deze twee maatregelen, na de buitengewoon gewelddadige executie van Saddam Hoessein in december 2013, een hoofdrol hebben gespeeld bij het uitbreken van een godsdiensttwist in Irak, en daarmee bij de opkomst van IS.

    Tijdens een van deze interviews legde Bremer uit dat vóór het uitbreken van de oorlog een honderdtal leden van de Iraakse oppositie aan Washington had gevraagd hun land te bevrijden, niet alleen van Saddam Hoessein maar 
ook van de Baath-partij. Maar, voegde Bremer eraan toe, de Amerikanen 
hadden toen een de-Baathisering voor ogen die alleen tegen de hoogste leiders gericht zou zijn, oftewel 1 procent van de partij. De uitvoering van het decreet berustte echter bij de nieuwe Iraakse leiders, die allemaal het 
sjiitische geloof aanhingen en de de-Baathisering hebben laten ontaarden in een jacht op de soennieten in Irak, en de gehele soennitische gemeenschap in het land uit het raderwerk 
van de macht hebben gestoten. De naam van de in 2015 gestorven Ahmed Chalabi, lid van de sjiitische oppositie tegen Saddam Hoessein en vriend van de Amerikaanse neoconservatieven, wordt vaak met deze beslissing in 
verband gebracht; hij werd uiteindelijk de zondebok, waardoor talrijke andere Iraakse leiders die verantwoordelijk waren voor deze geschiedenis vrijuit gingen.


    Tijdens een ander interview deed Bremer een nog belangrijkere mededeling, namelijk dat de Koerdische en sjiitische leiders met afscheiding 
hadden gedreigd als de Amerikanen het Iraakse leger niet wilden ontmantelen. Geen enkele politicus in Bagdad heeft de woorden van Bremer weersproken. Desondanks overheerst de indruk dat het de Amerikaanse gezant was die deze beslissing helemaal alleen heeft genomen, alsof de Irakezen zichzelf niets te verwijten hebben als het gaat om het bloedbad dat sindsdien in hun land is aangericht.

    De executie van Saddam Hoessein, voltrokken op de eerste dag van het Offerfeest in Al-Karada, op maar enkele meters van de plek waar de toenmalige premier, de sjiiet Nouri al-Maliki, de bruiloft van zijn zoon vierde, blijft de enige religieuze geweldpleging die niet op het conto van de Amerikanen is geschreven.

    Maar in elk geval zijn het Irakezen 
die op dit moment hun land regeren. Nog maar enkele dagen geleden heeft de Kamer van Afgevaardigden een wet aangenomen die niet alleen de Baath-partij verbiedt, maar ook elke poging bestraft om er campagne voor te voeren. Deze wet voorziet zelfs in een ‘speciaal tribunaal’ dat over de ‘misdaad’ van overtreders moet oordelen.

    De 
grootste fout van Amerika is dat ze op de Iraakse elite hebben vertrouwd

    Wat het Iraakse leger betreft, dat is in werkelijkheid niet ontmanteld maar heeft een herstructurering ondergaan waarvan de rampzalige gevolgen zichtbaar werden toen IS in 2014 zonder slag of stoot Mosul kon binnenvallen, omdat het leger zich had teruggetrokken en geen enkel verzet bood. En heel onlangs heeft de huidige Iraakse premier, de sjiiet Haider al-Abadi, besloten het leger officieel te laten fuseren met de zogeheten milities ‘van de volksbeweging’, die in feite confessionele sjiitische milities zijn. Deze 42 
milities tellen zo’n 150.000 sjiitische strijders en vallen grotendeels onder het gezag van de Iraanse generaal Qassem Suleimani, die belast is met het Midden-Oosten. Deze beslissing bewijst dat de Iraakse regering een leger wil dat honderd procent sjiitisch is. Om dat te bereiken moest korte metten worden gemaakt met het leger van Saddam Hoessein, dat door soennieten werd geleid.

    Toch bleven veel mensen de illusie koesteren dat alles beter zou gaan 
in Irak, tot de funeste dag dat de Amerikanen arriveerden en allerlei onheil over het land afriepen, met inbegrip van de allesoverheersende invloed van het geloof, waaraan de bevolking niet gewend was. De Amerikanen dragen onmiskenbaar een enorme verantwoordelijkheid voor wat er van het land geworden is, door de handelsblokkade die ze Irak al in 1991, voordat de oorlog begon, hebben opgelegd, door de oorlog zelf en door een gebrek aan visie op wat er na de oorlog moest gebeuren – om nog maar te zwijgen van het schandaal van de Abu Ghraib-gevangenis, waar Irakezen gemarteld werden. Maar hun 
grootste fout is dat ze op de Iraakse elite hebben vertrouwd, dat ze die hebben gerespecteerd en naar hun adviezen hebben geluisterd. Terwijl allang bewezen was dat die uit een bende bloeddorstige en corrupte misdadigers bestond.

    Auteur: Hazem Saghieh
    Vartaler: Peter Bergsma

    Beeld bovenaan: De Amerikaanse speciaal gezant Paul Bremer met sjiitische leiders. © Saeed Khan / Getty

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

    CONTEXT: Corruptie in de hoogste kringen van de staat

    Met 142 tegen 102 stemmen heeft het Iraakse parlement op 24 augustus jl. het vertrouwen opgezegd in minister van Defensie Khaled al-Obeidi, en hem 
daarmee gedwongen om af te treden. Op 3 juli, na de aanslag die de wijk Karrada in Bagdad in een bloedbad veranderde waarbij 324 doden en honderden gewonden vielen, werd minister van Binnenlandse Zaken Mohammed al-Ghabban al de laan uitgestuurd. ‘Twee belangrijke ministersposten zijn vacant op het moment dat men een groot offensief voorbereidt tegen Mosul, de hoofdstad van Islamitische Staat’, schrijft The Washington Post. Volgens de Amerikaanse krant zijn deze twee ontslagen het bewijs van de ernstige politieke instabiliteit van dit land, dat geacht wordt grote stukken van zijn territorium te bevrijden.

    De regering en haar twee afgedankte ministers 
beschuldigen elkaar wederzijds van corruptie. Volgens de regering was het tweetal in talloze omkoopaffaires verwikkeld; volgens de ex-ministers zelf zijn ze ontslagen omdat ze de illegale zelfverrijking van andere ministers aan de kaak stelden.

  • ‘Het wordt tijd om Erdogan aan te pakken’

    ‘Het wordt tijd om Erdogan aan te pakken’

    De Amerikanen zouden serieus moeten nadenken over het weghalen van hun luchtmachtbasis uit Turkije, schrijft het blad Foreign Policy. Dat zou een krachtige waarschuwing zijn aan president Erdogan dat ze hun belangen niet onbeperkt laten gijzelen.

    Houston, we have a problem. En niet zo’n kleintje. Langzaam maar zeker stevent Turkije af op rampspoed. De wegwijzers spreken boekdelen. We gaan richting despotisme, terrorisme, burgeroorlog. Aan de horizon doemen scenario’s op als ‘mislukte staat’ en ‘gedwongen opdeling’. De dag lijkt niet ver meer dat Amerikaanse beleidsmakers zich met de grootst mogelijke tegenzin moeten buigen over de vraag wat te doen met een NAVO-bondgenoot die volledig van het rechte pad is geraakt.

    De deprimerende en kennelijk onomkeerbare verwording van Turkije tot een autocratie voltrekt zich in rap en mogelijk steeds sneller tempo.

    Erdogans uit 2013 stammende belofte van een wapenstilstand met de PKK is allang vervlogen. De Turkse president verbrak die toen hem duidelijk werd dat zijn despotische ambities beter waren gediend door nationalistische gevoelens tegen het Koerdische terrorisme aan te wakkeren dan door een netelig vredesproces voort te zetten. Maar de prijs die Turkije op de lange termijn zal moeten betalen voor Erdogans kortetermijnwinst dreigt behoorlijk hoog te worden – niet alleen in termen van verloren levens en verwoeste eigendommen, maar ook vanwege een hele generatie radicaliserende Koerden in het zuidoosten van het land, die er steeds dieper van overtuigd raken dat het Turkse staatsbestel hun geen toekomst biedt.

    Erdogan is tot het oordeel gekomen dat de opkomst van de Syrische Koerden een dodelijke bedreiging is die met alle middelen moet worden neergeslagen – ook al betekent dit dat soennitische jihadisten van allerlei soort, waaronder IS, worden ontzien.

    Schaamteloos

    Daarmee is de neerwaartse spiraal van Turkije nog niet afdoende beschreven. Erdogan drukte onlangs een wet door die de immuniteit van parlementariërs opheft. Dat deed hij enkel en alleen om leden van de pro-Koerdische Democratische Volkspartij, de HDP, te kunnen vervolgen wegens vermeende banden met de PKK. Ook steeds meer journalisten, academici en activisten worden beschuldigd van steun aan het terrorisme, omdat ze het hebben gewaagd vraagtekens te zetten bij het beleid van Turkije ten aanzien van de Koerden en de oorlog in Syrië. Nog orwelliaanser: bijna tweeduizend mensen zijn beschuldigd van het misdrijf dat ze Erdogan hebben beledigd.

    Schaamteloos waren Erdogans dreigementen om de stroom vluchtelingen uit Turkije zo te manipuleren dat hij de EU voordelen kon afpersen als ruime financiële bijstand en visumvrij reizen voor Turken. ‘We kunnen de poorten naar Griekenland en Bulgarije op elk gewenst ogenblik openzetten en de vluchtelingen in de bus laten stappen,’ waarschuwde Erdogan de ambtenaren van de EU eind 2015. ‘We kunnen tegen de Europeanen zeggen: Sorry, we zetten de deuren open en zeggen dag tegen de migranten.’

    Erger nog: Erdogan ‘gelooft in een radicale islamitische oplossing voor de problemen in de regio’. En: ‘de komst van terroristen naar Europa maakt deel uit van de Turkse politiek’, aldus de Jordaanse koning Abdoellah II in een briefing achter gesloten deuren aan Amerikaanse Congresleden, in januari van dit jaar.

    Ook buiten de Turkse landsgrenzen wakkert zijn beleid extremisme en terrorisme aan: in Syrië en de rest van het Midden-Oosten, maar inmiddels ook in Europa

    Erdogan is behalve een mislukking ook een groeiende bedreiging van Amerikaanse belangen. Hij ondermijnt niet alleen het welzijn en de stabiliteit van Turkije, een belangrijk lid van de NAVO, ook buiten de Turkse landsgrenzen wakkert zijn beleid extremisme en terrorisme aan: in Syrië en de rest van het Midden-Oosten, maar inmiddels ook in Europa. Het land dat een betrouwbaar bolwerk van veiligheid en stabiliteit op de zuidflank van de NAVO zou moeten zijn, is hard op weg een groot gevaar te worden voor de democratische waarden en – nog belangrijker – de belangen van de alliantie.

    Hoe moeten de VS Erdogan tegemoet treden? Dat hij Amerikaanse en Europese kritiek meesterlijk in zijn voordeel weet om te zetten, is nu wel bekend. Het opvoeren van antiwesterse retoriek is een vast onderdeel geworden van zijn politieke overlevingsstrategie.

    Het moet gezegd, de Amerikaanse regering durft Erdogan de laatste tijd steviger aan te pakken. Dat blijkt uit Obama’s kritiek op het Turkse optreden tegen buitenlandse strijders. Washington zou echter drastischer maatregelen moeten overwegen. Het zou moeten nadenken over een geschikte vervanging voor Incirlik, de Turkse luchtmachtbasis die al jaren heel belangrijk is voor Amerikaanse en NAVO-operaties inzake Irak en Syrië.

    Ongetwijfeld heeft de afhankelijkheid van Incirlik de Amerikaanse tegenzin vergroot om de destructieve politiek van Erdogan aan de kaak te stellen, waardoor hij veel speelruimte heeft gekregen. Hij kon het zich zelfs veroorloven om, ondanks dringend Amerikaans verzoek, vluchten vanuit Incirlik pas toe te staan toen de oorlog tegen IS al een jaar aan de gang was. En dan ging die toestemming ook nog gepaard met zijn controversiële beslissing de oorlog van Turkije tegen de PKK te hervatten.

    Woekercel

    Een besluit om alternatieven voor Incirlik te onderzoeken zou een krachtige waarschuwing zijn aan Erdogan dat de Amerikanen hun belangen niet onbeperkt laten gijzelen door zijn riskante politiek. Dat ze bereid zijn hun geld te zetten op betrouwbaarder en bereidwilliger partners. Iraaks-Koerdistan, de Verenigde Arabische Emiraten en Jordanië staan mogelijk boven aan de lijst.

    Het probleem van Erdogans Turkije heeft zich in de loop der jaren opgebouwd. En jarenlang hebben Amerikaanse functionarissen geprobeerd de kwestie te negeren. Tegen beter weten in hoopten ze dat het allemaal zou meevallen, of dat het probleem zichzelf zou oplossen, en dat ze dus geen moeilijke beslissingen hoefden te nemen ten aanzien van een historische bondgenoot die toevallig een van de belangrijkste geostrategische gebieden ter wereld controleert.

    Het mocht niet zo zijn. Het probleem Erdogan verdiept zich alleen maar, breidt zich uit als een woekercel, en brengt Amerikaanse belangen steeds verder in gevaar.

    Vroeger of later komt hiervoor waarschijnlijk de rekening. De VS moeten nu al voorbereidingen treffen om de schade te beperken.

    Auteur: John Hannah
    Vertaler: Carl Stellweg

    Foreign Policy
    Verenigde Staten | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.