In Burkina Faso kwamen maandag ten minste elf soldaten om bij een jihadistische aanval op een konvooi onder militaire begeleiding met levensmiddelen bij Gaskindé in de noordelijke Sahel. De tol kan nog hoger uitvallen aangezien er ongeveer vijftig burgers als vermist zijn opgegeven, bericht Al Jazeera. Een bron vertelde het persbureau AFP dat het dodental kan oplopen tot zestig doden. ‘Vrijwel het hele konvooi is verbrand.’
De regering verklaarde dat de aanval werd uitgevoerd door een gewapende groep die banden heeft met Al-Qaida en IS. Sinds luitenant-kolonel Paul-Henri Sandaogo Damiba in januari via een staatsgreep de macht greep in Burkina Faso, de gekozen leider van het West-Afrikaanse land omver wierp en beloofde de gewapende groepen in toom te houden, woedt er geweld. Net als in de buurlanden hebben strijders die gelieerd zijn aan Al-Qaida en IS de onrust aangewakkerd, zelfs nadat Damiba eerder deze maand zijn minister van Defensie had ontslagen en die rol zelf had overgenomen.
Al meer dan 2,5 miljoen Floridianen zijn hun huis ontvlucht
Het Amerikaanse National Hurricane Center (NHC) waarschuwde dinsdagmiddag dat orkaan Ian de westkust van de Amerikaanse staat zou naderen en beschreef de storm als een ‘intense en extreem gevaarlijke orkaan’. Volgens Miami Herald zijn al meer dan 2,5 miljoen Floridianen hun huizen in risicogebieden aan de kust ontvlucht.
Orkaan Ian heeft dinsdag het westen van Cuba aangedaan zonder slachtoffers te maken, maar de storm liet wel een spoor van vernieling achter. Hij kwam aan land in La Coloma, een vissersdorp in de provincie Pinar del Rio – 190 km van Havana – en stak het eiland van zuid naar noord over, met als gevolg ingestorte huizen, afgerukte daken en ondergelopen landbouwvelden. Een miljoen mensen kwamen zonder elektriciteit te zitten.
De Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman is dinsdag benoemd tot premier. ‘Het is een besluit dat de macht van degene die momenteel de dagelijkse zaken van het land beheert nog wat meer consolideert’, merkt Financial Times op. Koning Salman blijft staatshoofd, maar de ambitieuze kroonprins, die een plan heeft opgesteld om de economie van het land te hervormen, promoveert van vicepremier tot regeringsleider.
De zeer invloedrijke prins, die dinsdag bij koninklijk besluit tot hoofd van de ministerraad werd benoemd, erfde een positie die traditioneel door de koning zelf wordt bekleed. De laatste jaren zijn er steeds meer geruchten over de gezondheid van de zesentachtigjarige monarch, die volgens persberichten dit jaar twee keer in het ziekenhuis is opgenomen, voor het laatst in mei. Prins Mohammed, die vorige maand zevenendertig werd, is de eerste in lijn om zijn vader op te volgen.
De voormalig Guinese dictator Moussa Dadis Camara is op 26 september naar het land teruggekeerd om zich voor de rechter te verantwoorden, bericht Le Monde. Het ex-staatshoofd wordt berecht voor het bloedbad van 28 september 2009 in een stadion in Conakry. Het proces begint precies dertien jaar later. In december 2009 werd Camara het slachtoffer van een moordaanslag door het hoofd van de presidentiële garde en moest hij vluchten naar Burkina Faso.
Camara, die in 2008 door een militaire staatsgreep aan de macht kwam, is een van de elf voormalige ambtenaren die woensdag voor de rechter moeten verschijnen. Tijdens het bloedbad van 28 september 2009 werden 156 mensen gedood, raakten duizenden anderen gewond en werden minstens 109 vrouwen verkracht, aldus het rapport van een internationale onderzoekscommissie in opdracht van de VN, dat drie maanden na de gebeurtenis werd gepubliceerd. De echte cijfers zijn waarschijnlijk hoger.
Bwindi National Park is een van de epicentra van het onderzoek naar zoönosen. Door de groeiende bevolking in de regio en het opkomende toerisme komt contact met wilde dieren er steeds vaker voor. ‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak is onvermijdelijk.’
Met medewerking van de Oegandese journalist Dicta Asiimwe
Het gebeurde in Kenia in de jaren tachtig. De Franse ingenieur Charles Monet werkte in een van de westelijke suikerfabrieken van het land. Monet – de naam is een pseudoniem dat hem later werd gegeven door de schrijver Richard Preston – trok als natuurliefhebber in zijn vrije tijd graag naar afgelegen natuurgebieden in de omgeving. Bij een van zijn bezoekjes aan Mount Elgon, de grootste en oudste uitgedoofde vulkaan van Oost-Afrika, ging hij met zijn metgezel de grot van Kitum binnen, een ruimte die rijk is aan minerale zouten en waar vroeger olifanten en buffels rondzwierven. Wat Charles Monet niet wist, was dat in die grot, die nu voor het publiek gesloten is, ook een kolonie fruitvleermuizen leefde.
Tijdens de tocht haalde hij zijn been open aan een steen waarop resten zaten van de uitwerpselen van vleermuizen. Zo liep hij het marburgvirus op, een lid van de familie van de filovirussen, zoals ebola. Hij overleed een paar dagen later in een ziekenhuis in Nairobi. Zijn vrouw en het medisch personeel dat hem behandelde, werden besmet en stierven eveneens; de Franse ingenieur ging de geschiedenis in als patiënt nul van het marburgvirus. Wereldwijd begonnen wetenschappers te waarschuwen voor de risico’s van zoönosen: ziekten die kunnen worden overgedragen tussen dieren en mensen. Ze waarschuwden dat de mensheid steeds vaker aan deze ziekten zou worden blootgesteld vanwege het toenemende contact tussen mensen en wilde dieren, als gevolg van globalisering, bevolkingsgroei en economische ontwikkeling.
Vier decennia later en honderden kilometers verwijderd van de grot van Kitum, stelt Benard Ssebide, veterinair hoofd van de ngo Gorilla Doctors, de uitrusting samen die hij nodig heeft voor een noodgeval in het Bwindi Impenetrable Forest National Park van Oeganda. Enkele uren eerder hadden parkwachters hem laten weten dat een vijf jaar oude gorilla met zijn arm verstrikt zat in een strik die door stropers was uitgezet. Ssebide en zijn team verlaten het kamp rond vijf uur ’s morgens; zij zullen van de gelegenheid gebruik maken om meer te doen dan alleen het dier verzorgen.
Een tikkende tijdbom
Met steun van de Amerikaanse National Institutes of Health lanceerde de Universiteit van Californië-Davis eerder dit jaar CREID, een wereldwijd netwerk van onderzoekscentra dat monsters verzamelt van in het wild levende dieren en mensen. De monsters worden geanalyseerd op pathogenen – virussen, bacteriën, schimmels en dergelijke, die van in het wild levende dieren op mensen kunnen overspringen – met als doel de verbetering van de preventie en de aanpak van pandemieën.
Bwindi National Park, dat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat, is een van de zestien locaties in Afrika die voor dit netwerk werden geselecteerd. Het is een uitgestrekt en ongerept woud waar toeristen uit de hele wereld naartoe komen om gorilla’s te zien. Door economische ontwikkeling groeide de bevolking rond het park aanzienlijk.
Naast het behandelen van de gewonde arm van de kleine gorilla, maken Ssebide en zijn team van de interventie gebruik om neus-, bloed- en speekselmonsters van het dier te nemen en diens gezondheidstoestand te analyseren. Monsters van primaten die in Bwindi leven (apen, bavianen en gorilla’s), maar ook van muggen en vleermuizen, worden geanalyseerd in een laboratorium van het EpiCentre for Emerging Infectious Disease Intelligence (EEIDI), in samenwerking met het veldteam van Gorilla Doctors. Het programma is gericht op enkele specifieke virussen die op de soorten actief zijn. In het geval van primaten gaat de aandacht vooral uit naar filovirussen zoals ebola en marburg. Bij muggen ligt de nadruk op de aanwezigheid van arbovirussen die verantwoordelijk zijn voor ziekten als dengue, gele koorts, chikungunya en zika; bij vleermuizen ligt de nadruk op de beroemde coronavirussen die covid-19 en het MERS-CoV (Middle East respiratory syndrome) veroorzaken.
‘De gezondheid van ons allen staat op het spel’
Christine Johnson, hoofdonderzoeker van het EEIDI-project en coördinator van CREID, onderstreept dat Bwindi en het Virus Research Laboratory in Oeganda de eerste verdedigingslijn vormen tegen de uitbraak van een nieuwe pandemie.
‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak [van een zoönose] is onvermijdelijk. Het doel van ons werk is zoveel mogelijk te leren over de ziekteverwekkers die we bij dieren aantreffen, zodat we zo goed mogelijk voorbereid zijn om verspreiding ervan op tijd te stoppen,’ zegt Johnson tijdens een videogesprek vanuit de Verenigde Staten.
Het labonderzoek kan bijdragen aan toekomstige vaccins, nieuwe diagnostische tests en vooral kennis die inzicht verschaft in hoe een nieuw virus zich verspreidt en evolueert, voegt zij eraan toe. Als die route bekend is, kan de overdracht beter worden gestopt.
Het project in het Bwindi-woud is eigenlijk een druppel op een gloeiende plaat, maar wel van cruciaal belang. Het fungeert als model om datgene te leren en te herhalen wat in andere contexten is ontdekt.
‘Idealiter zouden wij dit soort monitoring natuurlijk doen in alle risicogebieden waar mensen en wilde dieren samenleven, maar de middelen zijn beperkt. Daarom is Bwindi de basis voor de ontwikkeling van mogelijke besmettingsmodellen,’ aldus Johnson.
Ze benadrukt dat er behoefte is aan wereldwijd gecoördineerde samenwerking en financiering voor dit soort onderzoek: ‘De gezondheid van ons allen staat op het spel.’
Onderbelicht probleem
Haven Nahabwe is functionaris Volksgezondheid van het Bwindi Community Hospital, en tevens verantwoordelijk voor de uitvoering van de EEIDI-studie bij mensen. Hij legt uit dat er in dit gebied een ernstig probleem is met het diagnosticeren van ziekten, omdat er te weinig tests zijn.
‘Als mensen koorts hebben, krijgen ze automatisch paracetamol of een behandeling tegen malaria voorgeschreven. Er wordt nooit gekeken naar een mogelijke virale of bacteriële infectie. Met ons programma proberen we te begrijpen wat de oorzaak van de koorts kan zijn.’
Bwindi National Park ligt in een dichtbevolkte regio van Oeganda, waarin meer dan een miljoen mensen zijn geconcentreerd op slechts 4000 vierkante kilometer. Het grenst aan de Democratische Republiek Congo en Rwanda, en ligt op enkele uren rijden van steden als Goma en Kigali, die beide meer dan een miljoen inwoners tellen. Het constante verkeer van personen en goederen tussen de drie landen speelt zich voor een groot deel af buiten de controle van de gezondheidsautoriteiten.
Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is
Het Bwindi Community Hospital, dat gerund wordt door een christelijke Amerikaanse ngo, moet een bevolking van ongeveer 350.000 bedienen. Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is, aldus Nahabwe.
‘Als ze ziek zijn, gaan ze meestal naar traditionele genezers. Als dat niet helpt, kiezen ze voor zelfmedicatie via de apotheker. Alleen als ze echt ziek zijn, komen ze naar het ziekenhuis, als ze het al kunnen betalen. Dat zorgt ervoor dat diegenen die naar onze praktijk komen een zeer slechte gezondheid hebben. Van de mensen die wij zien, heeft slechts 30 procent een ziektekostenverzekering.’
Catherine Tumushabe heeft drie kinderen en was zwanger van haar vierde toen we haar ontmoetten. Ziektekostenverzekering voor haar familie betekent dat ze 25.000 Oegandese shilling per trimester (ongeveer 6 euro) moet betalen, maar dat heeft ze niet altijd.
‘Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19’
‘Ik heb dit trimester kunnen betalen, maar ik was te laat, dus ik weet niet of ik naar het ziekenhuis kan om te bevallen. Ik weet niet of mijn aanvraag zal worden goedgekeurd,’ zegt ze.
Als haar situatie niet op tijd wordt geregeld, moet zij ongeveer 50.000 shilling (12 euro) betalen per ziekenhuisdag, wat betekent dat de familie een deel van de bezittingen moet verkopen om de rekening te betalen. De meeste mensen in deze regio hebben die mogelijkheid niet eens.
Alufunsi Bifumbo woont in Kanungu en stamt af van een geslacht van traditionele genezers dat meer dan drie generaties teruggaat. Hij leerde van zijn voorouders hoe hij ziektes kan behandelen met kruiden die in het Bwindi National Park te vinden zijn. Het Frans dat hij spreekt, getuigt van zijn Congolese afkomst én van de poreusheid van de grenzen.
‘Ik behandel mensen aan beide kanten van de grens. Als ik mijn familie in Congo bezoek, neem ik geneeskrachtige kruiden van hier mee. Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19; ik heb het zelf een paar maanden geleden opgelopen en ben genezen door te stomen met verschillende kruiden,’ zegt hij.
De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting toeneemt
Om dat te demonstreren, roept hij zijn kleinzoon en vraagt hem drie verschillende planten uit de tuin te halen. Hij plukt de bladeren van de takken en plet ze in een vijzel. Dan dompelt hij ze onder in heet water om de stoom te produceren die, zegt hij, in staat is om corona te genezen.
Traditionele genezers zijn zeer gerespecteerde figuren binnen de gemeenschappen, omdat zij over eeuwenoude kennis beschikken, maar zij kunnen ook katalysatoren zijn bij een epidemie. Bifumbo houdt zich echter aan het protocol dat door de autoriteiten is opgelegd voor het geval zich ebola voordoet: patiënten onmiddellijk verwijzen naar het Bwindi Community Hospital. Wel houdt hij een pleidooi voor zijn bekwaamheid om andere zoönosen te behandelen, zoals infecties van de luchtwegen of koortsen die niet gepaard gaan met bloedingen.
Voor de mensen die rond het park wonen en voortdurend aan besmettingen worden blootgesteld, zijn er weinig alternatieven naast het Bwindi Community Hospital. Het dichtstbijzijnde openbare gezondheidscentrum is Kayonza, op vijf uur lopen. Vanwege zijn reikwijdte moet het ziekenhuis in staat zijn patiënten op te nemen en een breed scala aan behandelingen aan te bieden. Maar er is gebrek aan middelen en personeel. Patiënten krijgen vaak paracetamol voorgeschreven of een doorverwijzing naar een privéziekenhuis, wat velen zich niet kunnen veroorloven. De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting en verdere uitbraken toeneemt.
Onderzoek om te kunnen handelen
John Kayiwa is het hoofd van EEIDI bij het UVRI, het Oegandese instituut voor onderzoek naar virussen. Hij coördineert de analyse van monsters die door het team van Gorilla Doctors worden verzameld en binnengebracht, om ziekteverwekkers in een vroeg stadium te kunnen identificeren. Daarna worden ze naar de Universiteit van Californië gestuurd, waar ze worden gesequencet om er een genetische kaart van te maken, zodat de ziekteverwekkers kunnen worden geïdentificeerd en gecatalogiseerd.
‘Wanneer iemand met koorts negatief test op malaria kan het wel een maand duren voordat we hier in het lab het resultaat hebben. Daarom sterven patiënten soms zonder te weten wat ze hadden. Wanneer iemand positief test voor een besmettelijke zoönose, is het wel zo dat diens contacten prioriteit worden en we de resultaten al tussen de 24 en 48 uur later kunnen hebben, waarna we maatregelen kunnen treffen.’
In 2009 zetten de VS onder Obama het PREDICT-project op, de voorloper van het CREID-netwerk. Het moest enige autonomie en capaciteitsopbouw bieden aan landen die het meest zijn blootgesteld aan uitbraken van zoönosen, waaronder Oeganda. Zo ontstonden de eerste pogingen om pandemische surveillance- en preventiesystemen op te zetten en te coördineren. Op basis van de verzamelde gegevens stelden stichtingen zoals The Global Virome Project rapporten op, waarin wordt geschat dat 75 procent van de toenemende infectieziekten bij mensen afkomstig is van dieren; en dat van de naar schatting 1,6 miljoen virussen die nog ontdekt zullen worden, er 700.000 zijn die mensen direct kunnen treffen. Er is nog een lange weg te gaan, aldus Kayiwa.
‘Zoönosen, uitzonderingen als covid-19 daargelaten, hebben de neiging zich langzaam te verspreiden, maar dat mag natuurlijk geen rechtvaardiging zijn voor de lange aanlooptijden waarmee wij werken. Investeren in lokale testcapaciteiten moet het doel zijn.’
Stijgende temperaturen kunnen het ontstaan van toekomstige pandemieën in de hand werken
Nahabwe, het hoofd Volksgezondheid in Bwindi, voegt daaraan toe dat het verhogen van de investeringen in Afrikaanse gezondheidsstelsels een eerste stap is om blootstelling aan toekomstige uitbraken te kunnen verminderen. ‘Als we echt een nieuwe pandemie willen voorkomen, moet dit voor de internationale gemeenschap de hoogste prioriteit hebben.’
Tel bij dit alles de klimaatcrisis op: uit verschillende onderzoeken, waaronder een studie die afgelopen april in het tijdschrift Nature verscheen, blijkt dat stijgende temperaturen het ontstaan van nieuwe ziekten en toekomstige pandemieën in de hand kunnen werken. Voorlopige studies tonen aan hoe de temperatuurstijging leidt tot een verandering van de habitat van bepaalde dieren, die gaan samenleven met andere soorten en met de mens. Daardoor wordt het onvermijdelijk dat zij naast nieuwe leefgebieden ook ziekten met elkaar zullen delen.
Gedurende ons verblijf in Bwindi kregen we een glimp te zien van de veranderingen die in de nabije toekomst worden verwacht. Tijdens een van haar regelmatige uitstapjes om monsters te verzamelen, vond de Amerikaanse onderzoeker Jelica J. Joyner van het Gorilla Doctors-team een exemplaar van de Aedes aegypti, een type mug dat virussen overbrengt zoals knokkelkoorts, gele koorts, chikungunya en zika. De vondst was niet ongewoon, afgezien van het feit dat de mug zich amper een meter boven de grond bevond, terwijl dit insect zich gewoonlijk op een hoogte van 3 of 4 meter beweegt. Een subtiele verandering, maar een die voor Joyner wijst op de wetenschappelijke consensus dat klimaatverandering van invloed is op de habitat en zodoende op het risico van overdracht van virale ziekten.
Overdracht door toerisme
Het Bwindi Impenetrable Forest National Park is een van de meest bezochte parken van Oeganda. Het genereert meer dan 60 procent van de inkomsten die het land uit ecotoerisme haalt, en volgens prognoses zal dat alleen maar stijgen. Bezoekers van over de hele wereld trekken naar dit kleine park van 330 vierkante kilometer om de laatste berggorilla’s van de planeet te zien. Hoewel het aantal berggorilla’s is gestegen tot iets meer dan duizend, waarvan meer dan de helft in Oeganda leeft, blijft het een bedreigde diersoort. De inspanningen om de soort in stand te houden en zijn omstandigheden te verbeteren zijn dan ook groot.
De mens deelt 98,25 procent van zijn DNA met deze primaten; de coronacrisis betekende een keerpunt in de relatie tussen de twee soorten, althans in Bwindi. Gezien de kwetsbaarheid van de gorilla’s voor corona, werden de veiligheidsprotocollen voor een bezoek aan de dieren verscherpt om mogelijke besmetting tot een minimum te beperken. Temperatuurcontroles, desinfectiemaatregelen en het gebruik van mondkapjes werden verplicht gesteld.
‘Het nauwere contact tussen dieren en mensen in Bwindi is een gevolg van toerisme. Ziekten kunnen zich gemakkelijk verspreiden,’ zegt de Oegandese arts Gladys Kalema-Zikusoka, vicevoorzitter van de Afrikaanse Vereniging voor Primaten en oprichter van de plaatselijke ngo Conservation through Public Health [Natuurbehoud door Volksgezondheid].
‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kreeg’
Toerisme, erkent Kalema-Zikusoka, is een complexe factor bij de preventie van pandemieën. Het is een risicofactor voor de wereldgezondheid omdat het voor nieuwe uitbraken van zoönosen kan zorgen, maar tegelijkertijd genereert het ook onmisbare inkomsten voor de instandhouding en bescherming van ecosystemen.
Deze Oegandese arts is toonaangevend in de wereld van de natuurbescherming en kreeg voor haar werk in het nationale park diverse onderscheidingen, waaronder de Edinburgh Medal of Merit. Zij is ook bekend als pleitbezorger voor meer Afrikaanse stemmen in het mondiale debat over natuurbehoud. Na enkele jaren als dierenarts voor het Oeganda Wildlife Agency te hebben gewerkt, besloot zij in 2003 haar eigen organisatie op te richten om gorilla’s te beschermen vanuit wat toen een uniek perspectief was: het welzijn van lokale gemeenschappen.
‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s [die zich verspreidde via de mens] toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kregen. We besloten dat we moesten pleiten voor een verbetering van hun welzijn. Niemand zag dit als een maatregel om het milieu te beschermen, behalve de mensen van Bwindi zelf.’
In Bwindi werden stropers omgeschoold tot gorillaspotters
Om het ecosysteem te beschermen, is het van essentieel belang dat de gemeenschap bij het proces wordt betrokken, benadrukt Kalema-Zikusoka. Dat in Bwindi werkgelegenheid werd gecreëerd in de toeristische sector en stropers werden omgeschoold tot gorillaspotters, heeft de bevolking gestimuleerd om het park met andere ogen te gaan bekijken. Het is van essentieel belang, zegt ze, om meer steun te geven aan de plaatselijke gezondheidscentra, die de eerste lijn tegen besmetting vormen. Het zijn Afrikaanse stemmen zoals de hare die theorieën over natuurbehoud hebben voorzien van een meer lokaal en een menselijker standpunt; plaatselijke gemeenschappen worden nu gezien al onmisbare actoren.
‘Geloven in een wereld waarin geen conflict bestaat tussen mensen en wilde dieren vanwege een vermeende fysieke scheiding, is totaal onrealistisch. Coëxistentie moet mogelijk worden gemaakt, en dat kan door gemeenschappen te voorzien van sociale, economische en gezondheidsinstrumenten waarmee ze een waardig leven kunnen leiden. Als ze zich op eigen kracht kunnen redden, hebben ze het niet nodig om hun toevlucht te nemen tot stroperij of andere activiteiten die het ecosysteem kunnen schaden.’
Dr. Kalema-Zikusoka lanceerde uiteenlopende initiatieven om het welzijn van de bevolking te verbeteren: van het opzetten van pluimveehandel en het bevorderen van vaccinatie voor werknemers in de toeristische sector, tot het voorstel dat gemeenschappen het vlees dat zij eten, moeten kunnen testen om te voorkomen dat zij zoönosen oplopen.
Tweesnijdend zwaard
Toen Bwindi in de jaren negentig tot nationaal park werd uitgeroepen, ontstond een economisch centrum dat is blijven groeien. Door de constante bevolkingsgroei veranderden dorpen op korte tijd in steden; in februari 2021 gebeurde dat met Buhoma, bij de ingang van Bwindi.
Toen het gebied tot park werd verklaard, verkocht Gordon Kwikiriza houten beeldjes aan westerse toeristen die de mysterieuze gorilla’s kwamen bekijken. Vervolgens opende hij een winkel en ging hij in een hotel werken, totdat hij de hand wist te leggen op een van de iconische safarivoertuigen. Dat stelde hem in staat de maatschappelijke ladder verder te beklimmen. Kwikiriza maakt nu deel uit van de rijkere klasse in de regio. Het laatste project waarmee hij zijn brood hoopt te verdienen, is een nieuw, gezinsvriendelijk hotel bij de entree van het park.
‘Buhoma zit midden in een toeristische hausse en die groei zal niet stoppen,’ zegt hij, staand op het terrein waar hij drie bungalows wil bouwen, op minder dan tweehonderd meter van de ingang van het Bwindi Impenetrable Forest.
Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan
Bwindi heeft een eigenaardigheid ten opzichte van andere parken: gezien de hoge bevolkingsdichtheid in het gebied – met een jaarlijkse groei van drie procent, een van de hoogste op het continent – heeft het geen zogenaamde bufferzones, die bedoeld zijn om de leefgebieden van mens en dier af te bakenen om conflicten te vermijden of te verminderen. Het enige wat in plaats daarvan is voorgesteld, is om enkele gebieden te reserveren voor theeplantages: dat gewas is niet aantrekkelijk voor de wilde dieren van Bwindi omdat het geen voedselbron is. Vooralsnog verhindert dat de dieren niet om het park te verlaten en het groeiende aantal boerderijen en landbouwvelden te bereiken.
Ibrahim Byarugaba is zevenenvijftig jaar oud en woont in Kwenda, net buiten het park. Eind jaren negentig werd hij aangevallen door een gorilla terwijl hij zijn land tussen de Democratische Republiek Congo en Oeganda bewerkte. Zijn geval is niet uniek: in die tijd vonden er veel aanvallen plaats. Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan. Maar de ontmoetingen met dieren in het veld vinden nog steeds plaats.
‘We komen nog steeds olifanten, bavianen, apen en gorilla’s tegen. Ze eten alles op en vaak vernielen ze de boel compleet. Ze laten ons achter zonder eten voor onze kinderen, zodat we het schoolgeld kunnen betalen.’
Wanneer een kind naar school gaat, wordt het risico van contact met dieren op het veld kleiner
De boer bekritiseert het feit dat het Oegandese Wildlife Agency geen compensatie biedt voor dergelijke vernielingen en dat er voor de gemeenschap zware straffen staan op het verzamelen van brandhout, vruchten of andere hulpbronnen uit het bos: de jacht op een dier kan leiden tot elf jaar gevangenisstraf.
Zolang mensen en wilde dieren nog samenleven, is het voor het EEIDI-team vrijwel onmogelijk een nieuwe uitbraak van zoönose te voorkomen. Daarom vertrouwen zowel Johnson als dierenarts Ssebide op onderwijs als middel voor verandering.
‘Mensen weten dat vleermuizen gastheer zijn van een hele rits aan ziekten. De eerste bijdragen uit de gemeenschappen voor een veilige oplossing waren voorstellen die neigden naar uitroeiing. We moesten didactisch materiaal maken op basis van de bijzonderheden van elke plek om uit te leggen dat dit geen optie was, aangezien [vleermuizen] essentieel zijn voor de instandhouding van het ecosysteem,’ zegt Johnson.
Ssebide benadrukt dat preventie altijd bij voorlichting begint, al is het maar vanwege het simpele gegeven dat wanneer een kind naar school gaat, het risico van contact met dieren op het veld kleiner wordt.
‘In plaats van de gewassen te bewaken, zit hij of zij dan te leren in een klaslokaal. Bij leden van de gemeenschap die naar school gaan, is de kans ook kleiner dat zij veel kinderen krijgen, wat de bevolkingsdruk zal doen afnemen. Met een betere opleiding kom je in aanmerking voor beter werk en zal je dus minder brandhout hoeven te sprokkelen in het bos of hoeven te stropen; er is dan meer geld voor andere brandstoffen of om voedsel te kopen. Voorlichting is immers het beste middel om eventuele toekomstige uitbraken te bestrijden.’
Verdachten kochten auto’s en huizen met overheidsgeld
In de Verenigde Staten zijn zevenenveertig mensen beschuldigd van naar schatting 250 miljoen dollar aan fraude. De verdachten die dinsdag door het Amerikaanse ministerie van Justitie zijn aangeklaagd, zouden hebben deelgenomen aan grootschalige fraude met een pandemiehulpprogramma dat voedsel moest verstrekken aan behoeftige kinderen, bericht The Washington Post.
Volgens de federale aanklagers verkregen de verdachten afkomstig uit Minnesota in sommige gevallen federale fondsen op naam van niet-bestaande kinderen en gaven ze het geld vervolgens uit aan luxe auto’s, huizen en andere persoonlijke aankopen. Zij zouden namen van kinderen hebben vervalst en willekeurige leeftijden hebben gegenereerd om te beweren dat ze maaltijden hadden geserveerd aan mensen in nood, aldus de Amerikaanse krant.
Renteverhogingen hebben negatief effect op economie
De wereldeconomie stevent af op een recessie in 2023, concludeert een studie van de Wereldbank, geciteerd door The Wall Street Journal. Het onderzoek wijst op het effect van het beleid van de centrale banken om de inflatie tegen te gaan, met name de snelle stijging van de rente. ‘De wereldwijde groei vertraagt aanzienlijk en zal waarschijnlijk nog verder vertragen naarmate landen in een recessie terechtkomen’, waarschuwde David Malpass, de voorzitter van de instelling.
Vorige maand waarschuwde Jerome Powell, de president van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, dat hij de rente zou blijven verhogen om de inflatie te beheersen, met het risico dat de werkloosheid zou toenemen. De economische groei in de VS is weliswaar vertraagd, maar is tot dusver redelijk bestand gebleken tegen de renteverhogingen van de Federal Reserve.
‘Een van de sleutelfiguren van de Spaanse literatuur’
De Spaanse auteur Javier Marías is zondag in Madrid op zeventigjarige leeftijd overleden aan een longontsteking. Hij was ‘een van de sleutelfiguren van de Spaanse literatuur’, aldus de kop in El País, voor wie de auteur van Denk morgen op het slagveld aan mij en Een hart zo blank columnist was.
De boeken van de ‘door zijn gelijken gerespecteerde en door zijn lezers vereerde romanschrijver’ werden in negenenvijftig landen gepubliceerd, wat hem tot een van de meest gelezen Spaanse auteurs in het buitenland maakt. In een ander artikel schrijft El País dat de ‘schrijver zijn formele veeleisendheid verenigde met een blik die even scherp en onverbiddelijk was als weids, diepzinnig en microscopisch’.
In zijn laatste column voor het Spaanse dagblad, die El País op zijn sterfdag publiceerde, hield Marías een pleidooi voor een betere (financiële) waardering van vertalers. ‘Een van de belangrijkste beroepen in de wereld is ongetwijfeld dat van vertaler’, schreef Marías, die jarenlang zelf werkzaam was als vertaler uit het Engels, van onder andere de Russisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Nabokov.
Koningin Elizabeth II overleed donderdag op zesennegentigjarige leeftijd in haar Schotse residentie Balmoral. Ondanks de stromende regen verzamelden zich ’s avonds in Londen duizenden mensen voor Buckingham Palace om hun eer te betuigen.
Het Verenigd Koninkrijk is nu ‘een land in rouw’ na de dood van ‘de geliefde’ koningin Elizabeth II, aldus The Daily Mail, die schrijft dat de natie aan een ‘gebroken hart’ lijdt. Volgens de krant was de koningin ‘voor velen de grootste Brit in de geschiedenis en aantoonbaar de beroemdste vrouw op de planeet’. ‘Britten verenigd in rouw als koning Charles de wereld toespreekt’, kopt The Daily Express, een andere tabloid.
Het overlijden van de langst regerende vorstin in de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk werd om 18.30 uur door Buckingham Palace bekendgemaakt, ‘een beslissend moment in het leven van het land, waardoor het zonder zijn “matriarch” komt te zitten’, schrijft The Financial Times.
‘Wij rouwen diep om het verlies van een geliefde Vorstin en een zeer geliefde moeder’
Haar zoon, de Prins van Wales, die met andere leden van de koninklijke familie aan haar bed in Balmoral Castle in Schotland stond op het moment van haar dood, werd Koning Charles III. Hij schreef na haar overlijden: ‘Wij rouwen diep om het verlies van een geliefde Vorstin en een zeer geliefde moeder.’
Liz Truss, die dinsdag door de koningin tot premier werd benoemd, zei dat het overlijden van Elizabeth II een ’enorme schok voor de natie en de wereld’ was. Donderdagavond sloot zij haar toespraak voor de deur van Downing Street 10 af met de woorden ’God save the King’.
In Londen verzamelden duizenden mensen zich buiten Buckingham Palace. ’Velen huilden toen de Union Jack tot halfstok werd gehesen’, meldt The Times. De menigte zong het volkslied, ‘God save the Queen’, zoals te zien is op een video van BBC. ‘Ondanks de hevige regen verzamelden mensen zich (…) en legden ze bloemen buiten de poorten’ van de officiële residentie van de koninklijke familie, meldt The Guardian, die schrijft dat het tafereel ‘doet denken aan de dagen na de dood van prinses Diana, bijna precies vijfentwintig jaar geleden’.
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky zei woensdag dat hij ‘goed nieuws’ had en verklaarde dat het Oekraïense leger verschillende dorpen in de buurt van Charkiv, in het noordoosten van het land, had ingenomen. Hij specificeerde niet welke locaties op de Russen waren heroverd, en verklaarde dat ‘dit niet het moment is om ze bij naam te noemen’, meldt BBC.
In een aparte verklaring zeiden Amerikaanse functionarissen dat Oekraïne ‘langzame maar aanzienlijke vooruitgang’ boekt tegen de Russische troepen. ‘De afgelopen weken heeft Oekraïne zijn operationele beveiliging opgevoerd en weinig details gedeeld over een alom verwacht tegenoffensief in het oosten en zuiden’, aldus de Britse zender.
Branden, hittegolf en droogte teisteren Californië
De cocktail van hitte en droogte die deze zomer al op alle continenten enorme schade heeft aangericht, treft nu ook Californië, waar een hittekoepel is ontstaan. Maandagavond is een nieuwe brand uitgebroken in het stadje Hemet, 130 kilometer ten oosten van Los Angeles. De Fairview-brand, zoals het vuur wordt genoemd, heeft al twee mensen gedood en een derde verwond. Daarnaast heeft het vuur ‘meer dan zestienhonderd hectare in minder dan vierentwintig uur verwoest’, waardoor ‘nabijgelegen scholen moesten sluiten en bijna drieduizend huishoudens moesten worden geëvacueerd’, meldt USA Today.
In totaal zijn er ‘vier mensen omgekomen door bosbranden in Californië tijdens het Labor Day-weekend [3-5 september]’, merkt de krant op. ‘Meer dan vierduizend brandweerlieden bestrijden momenteel veertien grote branden in de hele staat’, aldus de lokale autoriteiten. Als de hittegolf aanhoudt, zou de regulator van het elektriciteitsnet van Californië, door ‘overbelasting’ tijdens de piekuren, ‘roterende stroomonderbrekingen’ kunnen invoeren, aldus een ander USA Today-artikel.
Een video uit een Afrikaans dorp ging viraal – en veroorzaakte een grote politieke crisis.
In de zomer belandde een video van Chinese sociale media aan onze kant van de wereld. Dat gebeurt niet vaak, vanwege taalbarrières en omdat veel van ons internet in China gecensureerd wordt. Maar deze video overleefde de reis, werd in het Engels vertaald en ging viraal vanwege de verontrustende inhoud.
Gefilmd in een dorp ergens in Afrika, hoor je achter de camera een Chinese man een groep Afrikaanse kinderen opdragen te herhalen wat hij zegt. Eerst schreeuwt hij: ‘Ik ben een zwarte duivel’ in het Chinees. En dan herhalen de kinderen in het Chinees: ‘Ik ben een zwarte duivel.’ Dan schreeuwt hij: ‘En mijn IQ is laag!’ De kinderen herhalen ‘En mijn IQ is laag!’ Dan begint er een liedje te spelen en beginnen de kinderen te zingen en te dansen.
De verontrustende aard van de video is evident. Afrikaanse kinderen die racistische beledigingen roepen in een taal die ze niet verstaan, terwijl ze gefilmd worden. Maar waarom werd die video gemaakt en wie stond er achter de camera? Al snel begon het verhaal rond de video zich te ontvouwen op een manier die niemand had voorspeld.
De vernedering werd gefilmd in opdracht van mensen die duizenden kilometers verderop werken in een enorme Chinese amusementsindustrie die overal op het continent Afrikaanse kinderen uitbuit.
Duistere kant
Om erachter te komen wat de industrie inhoudt, ging Zetland op jacht naar de man achter deze video, die aantoont dat de economische betrokkenheid van China bij Afrika ook online een behoorlijk duistere kant heeft.
Het verhaal begint in februari 2020, toen de video van de Afrikaanse kinderen voor het eerst viraal ging op de Chinese sociale media. Sommige Chinezen vonden het grappig, anderen vonden het over de schreef gaan. Runako Celina, een Britse vrouw die destijds studeerde aan een Chinese universiteit, zag de video ook. Als zwarte vrouw in China kreeg ze de beelden maar niet uit haar hoofd, vertelt ze. Op het schoolbord waar de kinderen omheen stonden, stonden in het Chinees de racistische zinnen die door de kinderen moesten worden herhaald. Ze vermoedde dat iemand in China hen had betaald om ze op te zeggen.
In China is het een populaire gewoonte om vrienden videogroeten te sturen uitgesproken door Afrikanen die Chinees spreken
In China is het een populaire gewoonte om familie en vrienden videogroeten met verjaardags- of huwelijkswensen te sturen uitgesproken door Afrikanen die Chinees spreken, Chinese kleren dragen en dansen op Chinese liedjes. De video’s worden in China online verkocht voor tussen de 70 en 500 kronen [9 tot 67 euro], afhankelijk van of de personen in de video een bepaalde outfit moeten dragen, een bepaald dansje moeten doen of bepaalde dingen moeten zeggen – dat geeft de koper op bij de bestelling.
Waarom er in China vraag is naar videogroeten met Afrikanen als afzender, heb ik niet kunnen achterhalen. Misschien gaat het erom online een video te bezitten die niemand anders heeft; een persoonlijke video met extra waarde. De business profiteert van verschillen in uurloon tussen de verschillende landen, en vanwege de grote afstand staan mensen er misschien niet bij stil dat zo’n video ergens aan de andere kant van de wereld mensen pijn kan doen. In elk geval zijn de video’s in China zo populair geworden dat er een miljoenenmarkt is ontstaan en Chinese gelukszoekers reizen af naar dorpen in Afrika om van de rage te profiteren. Veel van de beelden die ze opnemen zijn onschuldig, andere zijn op het randje en sommige zijn er zonder meer overheen.
In een video die Runako Celina tegenkwam staan Afrikaanse kinderen op een rij en zeggen in het Chinees: ‘We hebben honger’, terwijl de regisseur, een Chinees, ze een dienblad met frietjes voorhoudt. In een andere video dansen Afrikaanse kinderen terwijl ze zingen ‘Een gele huid en zwarte ogen zijn de mooiste kleuren’. Maar de ergste die ze zag was er een waarin de kinderen roepen dat ze ‘zwarte duivels’ zijn. Runako Celina kon die video maar niet uit haar hoofd krijgen.
Chinese influencers
De video’s maken deel uit van een grotere trend in China, waarbij Chinese influencers naar Afrika reizen en zichzelf in modieuze kleding filmen terwijl ze snacks uitdelen aan lokale kinderen of zich omringen met aantrekkelijke lokale vrouwen. Een 28-jarige Chinees die zichzelf African Mr. Hello noemt op Douyin, China’s versie van TikTok, is het populairst. Met één livestream kan hij voor duizenden dollars aan merchandise verkopen aan fans in China.
In drie maanden tijd verdiende Cheng Wei, zoals zijn echte naam luidt, op die manier 5,4 miljoen euro. African Mr. Hello verklaart zijn succes als volgt: ‘Chinezen houden ervan om te zien dat het op andere plekken in de wereld niet zo goed is als in China. (…) Als je de meer geavanceerde dingen filmt die er te zien zijn, vinden mensen dat niet leuk om te zien. Ze zien liever een leven dat erger is dan hun eigen leven.’
Met dat in het achterhoofd wilde de Britse Runako Celina tot op de bodem uitzoeken welk deel van de Chinese industrie racistische videogroeten op bestelling verkoopt. In samenwerking met de BBC en een team van journalisten werd de jacht geopend. Eerst moest Runako Celina uitzoeken waar de ‘Lage IQ’-video was gefilmd.
De opnames waren gemaakt in het extreem arme Malawi in Zuidoost-Afrika
Door honderden in opdracht gemaakte video’s te bekijken, die allemaal op dezelfde locatie waren gefilmd, konden de journalisten het dorp met zijn stoffige wegen en gebouwen in kaart brengen. De opnames waren gemaakt in het extreem arme Malawi in Zuidoost-Afrika. Njewa, zoals het dorp heet, vormt een passend, authentiek decor voor veel Chinese video’s, ook de racistische.
De journalisten wilden niet met een cameraploeg komen aanzetten, dus ze maakten contact met Henry Mhango, een lokale journalist. Uitgerust met een verborgen camera trok hij via een onverharde weg met hoog gras het dorp binnen. Tussen enkele lage huizen met golfplaten daken rond een groot plein zag hij een witte bestelwagen staan. De achterklep van de wagen stond open en in de schaduw ervan filmde een jonge Chinees een aantal kinderen die ineengedoken zaten rondom een schoolbord: ze waren bezig met het opnemen van een video voor een koper in China. Henry Mhango filmde het tafereel van een afstand en ontdekte dat de dorpelingen de man Susu noemen, ‘oom’ in het Chinees. Zij vertelden hem dat Susu de kinderen een halve dollar per dag betaalt om mee te doen, ook op dagen dat zij eigenlijk op school moeten zijn.
Terwijl Henry Mhango aan het werk was in Malawi, zochten Runako Celina en de journalisten van de BBC ondertussen naar de ware identiteit van Susu. In een video die hij had gedeeld op Douyin konden ze zien dat zijn naam Lu Ke was. Hij had video’s gepost van zichzelf met dorpskinderen terwijl hij snoepjes uitdeelde. Hij droeg een dure zonnebril. De vraag was of deze Lu Ke dezelfde man was die in de video de kinderen van Njewa opdroeg die vernederende dingen te roepen.
Om die vraag te beantwoorden reisden Runako Celina en de verslaggevers naar een dorp niet al te ver van Njewa. Hier had Lu Ke enkele jaren gewoond en video’s gemaakt met plaatselijke kinderen. Runako Celina wilde vooral in gesprek met één kind, een jongen die camerageniek was en er schattig uitzag in de traditionele Chinese kleren die Lu Ke in verschillende video’s had gebruikt. Op de Chinese sociale media was deze Afrikaanse jongen bijna een beroemdheid. Xiao Gulah, noemden ze hem.
‘Armoedeporno’, zo bestempelde ze de video’s
In het dorp vonden ze Xiao Gulah en zijn familie. Zijn echte naam was Bright, en hij was zes jaar oud. Runako Celina vroeg Bright naar Susu, die hij kende als Lu Ke, en Bright vertelde haar dat deze man de kinderen uitschold als ze tijdens de opnames een fout maakten, en ze ook sloeg met een tak. Fausika, de moeder van Bright, die bij het gesprek aanwezig was, vertelde dat zij haar zoon bij Susu had weggehaald, maar dat Susu hem terughaalde om nieuwe video’s te filmen. ‘Het doet me pijn,’ zei ze. Runako Celina kreeg tranen in de ogen. Brights verhaal bevestigde haar angst: dat de kinderen werden uitgebuit als rekwisieten in de onderneming van Lu Ke. ‘Armoedeporno’, zo bestempelde ze de video’s.
Vervolgens vroeg het team van de BBC een Chinese collega, Paul, om een ontmoeting met Lu Ke te regelen. Paul zou een verborgen camera dragen en zeggen dat hij als mogelijke zakenpartner geïnteresseerd was in de onderneming. In de opname van hun ontmoeting legt Lu Ke uit hoe je slaagt als regisseur van videogroeten. Hij zegt: ‘Behandel ze niet als vrienden. (…) Heb nooit medelijden met ze, onthoud dat. Heb nooit medelijden met ze,’ herhaalde hij. ‘Dat is hoe je zwarte mensen behandelt. Onthoud dat.’
Voorbode
Paul liet de ‘Lage IQ’-video aan Lu Ke zien met de vraag of hij die had gemaakt. ‘Ja, die is van mij,’ antwoordde hij prompt. Maar meteen daarop nam hij dat terug. ‘O nee, wacht,’ zei hij. ‘Nee, die is niet van mij. Dat is een video van een vriend.’ Het was alsof hij er zelf van geschrokken was. ‘Ik raad je aan die video te verwijderen,’ zei hij. ‘Laat hem niet aan zwarte mensen zien.’
Maar het was al te laat.
In Njewa had de lokale journalist Henry Mhango drie kinderen gevonden die in de video te zien zijn. Hij vond ook de vader van een van de kinderen en een grootmoeder. Henry Mhango vertaalde voor hen wat Susu, of Lu Ke, de kinderen had laten zeggen. De grootmoeder was geschokt, wreef in haar ogen en zei: ‘Hij profiteert van de armen.’ De vader zei: ‘We ploeteren om onze kinderen op te voeden. En dan komt zo iemand langs en maakt misbruik van hen om geld te verdienen. Hij moet het dorp uit, zo snel mogelijk.’
Was er bij de ‘Lage IQ-video’ sprake van kindermisbruik?
Dat was de voorbode van een fikse confrontatie. Runako Celina arriveerde korte tijd later in het dorp met een cameraploeg van de BBC en vond Lu Ke aan het werk, zittend aan een tafel. In het Chinees vroeg zij hem waarom hij de video’s maakte, en Lu Ke antwoordde dat hij ‘de Chinese cultuur, dans en muziek’ wilde verspreiden. Hij ontkende de kinderen te slaan, net zoals hij ontkende dat hij achter de ‘Lage IQ-video’ zat of dat hij de kinderen uitbuitte. Runako Celina verliet het dorp met gemengde gevoelens. Zij hadden met succes de methoden van één Chinese videomaker blootgelegd, maar wisten ook dat er veel meer zoals hij waren in dorpen zoals Njewa, op een continent waar grote sommen geld werden verdiend om mensen duizenden kilometers verderop te vermaken.
Het verhaal kreeg nog een flinke staart. Want al snel begon een klopjacht en ontstond een grote politieke crisis. In juli van dit jaar verscheen de BBC-documentaire Racism for Sale over de ontrafeling van de ‘Lage IQ-video’ waarop het verhaal tot nu toe was gebaseerd. Die ging viraal. De onthullingen in de documentaire waren voor de politie in Malawi aanleiding om te onderzoeken of er bij de ‘Lage IQ-video’ sprake was van kindermisbruik. Lu Ke ontvluchtte het land en kwam illegaal in buurland Zambia terecht. Daar werd hij al snel opgepakt en uitgeleverd aan Malawi. Tegen hem lopen momenteel vijf aanklachten wegens uitbuiting van kinderen. Ondertussen zei de minister van Buitenlandse Zaken van Malawi: ‘We zijn ontzet, we zijn respectloos behandeld en we voelen veel verdriet.’ In hoofdstad Lilongwe gingen burgers de straat op met borden met daarop: ‘Over kinderrechten valt niet te onderhandelen’. Naar verluidt liepen Bright en zijn familie mee met de demonstranten.
Zero tolerance
Nu raakten de topambtenaren in China in paniek. Het land heeft onvoorstelbare bedragen in Afrika geïnvesteerd, in de infrastructuur en in de ontginning van natuurlijke hulpbronnen. Dat zijn zeer centrale schakels in de expansieve dromen van de Communistische Partij om China weer tot een supermacht te maken. En als er volgens analisten iets is wat de partij van de geschiedenis heeft geleerd, dan is het wel dat zij niet als een nieuwe koloniale macht moet worden gezien. De beschuldigingen van racisme en uitbuiting van kinderen ontketenden dan ook een ernstige crisis. Zo ernstig dat Wu Peng, de Chinese topdiplomaat voor heel Afrika die zelden commentaar geeft op mediaverhalen, in een tweet liet weten dat China ‘zero tolerance voor racisme’ heeft en beloofde dat zijn land onlineracisme hard zal aanpakken.
En dat gebeurde onmiddellijk: Chinese sociale media verhinderen hun tientallen miljoenen gebruikers nu om te zoeken naar videomakers gecombineerd met het woord ‘Afrika’. De grootste influencer van allemaal, African Mr. Hello, stopte met zijn populaire livestreams vanuit de dorpen. Fans in China waren woedend en hij keerde al snel terug onder een nieuwe naam: Mr. Hello Overseas. De vraag naar een rijke Chinees die spullen in Afrika uitdeelt, was simpelweg te groot.
Met een reeks megalomane projecten die dwars door de bergen en de woestijn lopen, wil prins Mohammed bin Salman de economie van zijn Saoedisch koninkrijk minder afhankelijk maken van olie.
Toen de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman opdracht gaf het dorre land in het noordwesten van het koninkrijk in ontwikkeling te brengen, wilde hij iets wat even ambitieus was als de piramides van Egypte. Als reactie kwamen stedenbouwkundigen met plannen voor het grootste bouwwerk ter wereld: twee gebouwen van 490 meter hoog die zich over een lengte van 120 kilometer evenwijdig aan elkaar uitstrekken door kustgebied, bergen en woestijn en verbonden zijn door overdekte loopbruggen. Een vertrouwelijk document van enkele honderden bladzijden onthult voor het eerst de details van het ontwerp.
De Mirror Line is de uitwerking van een eerder aangekondigd voornemen van prins Mohammed om een lineair woongebied te ontwikkelen. Naar verwachting zullen de kosten 1 biljoen dollar bedragen en zal het project na voltooiing woonruimte bieden aan zo’n vijf miljoen mensen.
Bewoners zullen van voedsel worden voorzien door middel van verticale landbouw, geïntegreerd in de gebouwen
Uit het ontwerp, dat dateert van afgelopen herfst, blijkt dat er onder de gespiegelde gebouwen een hogesnelheidstrein zal rijden. De bewoners zullen van voedsel worden voorzien door middel van verticale landbouw, geïntegreerd in de gebouwen. Voor ontspanning zal er op 300 meter hoogte een stadion verrijzen. Ook komt er een jachthaven die gelegen is onder een boog in de twee gebouwen.
Topontmoeting
De Mirror Line is onderdeel van Neom, een reeks prestigieuze projecten voor een grondgebied ter grootte van de Amerikaanse staat Massachusetts, waarmee prins Mohammed de economie van het koninkrijk minder afhankelijk van olie wil maken. Neom is eigendom van het Saoedische koningshuis en wil buitenlandse investeerders aantrekken en duizenden nieuwe banen creëren.
Maar het aantrekken van buitenlandse investeerders verloopt tot nu toe moeizaam omdat veel westerse landen en bedrijven het koninkrijk en prins Mohammed, de feitelijke machthebber, sinds de moord op de journalist Jamal Khashoggi door Saoedische commando’s in 2018, boycotten vanwege de vele mensenrechtenschendingen in Saoedi-Arabië. Aan dat door het Westen gecreëerde isolement kwam enkele weken geleden een voorlopig einde toen de Amerikaanse president Biden een topontmoeting had met prins Mohammed, waarmee misschien de weg wordt vrijgemaakt voor meer buitenlandse investeringen in Neom.
Belangrijk is ook dat het koninkrijk de wind in de zeilen heeft vanwege de hoge olieprijs, wat prins Mohammed in staat heeft gesteld in versneld tempo verder te gaan met ambitieuze projecten als Neom en daarmee van zijn land een van de aantrekkelijkste bestemmingen ter wereld te maken. De plannen voor het project kunnen overigens nog veranderen.
Als Saoedi-Arabië erin slaagt de Mirror Line te realiseren, zal het bouwwerk met niets ter wereld vergelijkbaar zijn. Voor de stedenbouwkundigen die het ontwerpen is het een grote uitdaging. Zo kijken ze aan tegen de deadline 2030 en moeten ze nog vele vragen oplossen, bijvoorbeeld hoe het moet met de trekroute van miljoenen vogels die door de Mirror Line zal worden doorsneden.
Volgens een eerste rapport uit januari 2021 zou de ontwikkeling van de Mirror Line in fases moeten verlopen en vijftig jaar kunnen duren. Neom-werknemers spraken in het rapport de vrees uit dat mensen na de pandemie niet meer in hoge gebouwen zouden willen wonen en dat de omvang van het bouwwerk de dynamiek van de grondwaterstroom in droge rivierbeddingen zou veranderen en de bewegingsvrijheid van vogels en andere dieren zou beperken.
Bouwwoede
Het ontwerp van de Mirror Line doet denken aan de bouwwoede die voor de wereldwijde financiële crisis heerste in het naburige Dubai, een stad die door prins Mohammed is geprezen vanwege zijn snelle en ambitieuze ontwikkeling. Het emiraat bouwde de hoogste toren ter wereld (829,80 meter); een palmvormig eiland met villa’s en appartementen en een archipel in de vorm van de wereldkaart.
Maar net als in Dubai hoeven niet alle plannen in Saoedi-Arabië per se te worden gerealiseerd. Tijdens de laatste oliehausse wilde Saoedi-Arabië de hoogste wolkenkrabber ter wereld bouwen, een plan dat later in de ijskast is gezet. Neom heeft al heel wat masterplannen versleten en tal van buitenlandse werknemers zien vertrekken uit frustratie over het ontwikkelingstempo en de managementcultuur.
Het volledige lineaire plan met een totale lengte van 168 kilometer is ‘The Line’ gedoopt
De Mirror Line is ontworpen door het Amerikaanse bureau Morphosis Architects, opgericht door de gelauwerde architect Thom Mayne, en er werken minstens negen andere ontwerp- en ingenieursbureaus aan mee, waaronder WSP Global in Montreal en Thornton Tomasetti in New York. Zij willen het bouwwerk in fases bouwen door het aaneenkoppelen van 800 meter lange modules van maximaal 490 meter hoog, hoger dan het Empire State Building. Morphosis, WSP en Tomasetti waren niet bereikbaar voor commentaar, maar volgens Javier Quintana de Uña, leidinggevende van de in Chicago gevestigde non-profitorganisatie Tall Buildings and Urban Habitat, ‘gaan ze iets doen wat nooit eerder is vertoond’.
Na voltooiing zal de Mirror Line vanaf de Golf van Akaba een bergketen doorsnijden die zich uitstrekt langs de kust. Hij zal verder lopen in oostelijke richting, in de bergen een vakantieoord huisvesten en in de woestijn uitgroeien tot een ‘luchtstad’ van woontorens.
Het volledige lineaire plan met een totale lengte van 168 kilometer is ‘The Line’ gedoopt. Het is een idee waarvoor stedenbouwkundigen al meer dan een eeuw warm lopen. In 1882 stelde de Spaanse architect Arturo Soria y Mata al voor een langgerekte stadswijk te bouwen die de inspiratie vormde voor de wijk Ciudad Lineal in Madrid.
‘Ik wil mijn piramides bouwen’
Prins Mohammed onthulde zijn idee voor een lineaire stad zonder auto’s noch enige andere vorm van vervuiling in januari 2021. In een video noemde hij het idee het toppunt van menselijk vernuft, vergelijkbaar met de uitvinding van penicilline en de maanlanding, en een manier om geen levens meer verloren te laten gaan door vervuiling en verkeersongelukken. ‘Het project The Line is een revolutionaire ontwikkeling in de beschaving die mensen op de eerste plaats zet,’ zei hij in de video.
Nog maar een jaar eerder kreeg Neom kritiek van mensenrechtenorganisaties omdat het veiligheidstroepen inzette om stammen met geweld van hun land te verdrijven, waarbij een dode viel. In de video zei Prins Mohammed dat The Line een miljoen bewoners in staat moet stellen elkaar dagelijks te ontmoeten binnen een loopafstand van maximaal vijf minuten en om in twintig minuten van het ene uiteinde naar het andere te reizen. Het project zou groene energie gebruiken en de natuur in het ongerepte noordwesten beschermen. Details daarover zouden nog volgen.
Bewoners zullen een vast bedrag betalen voor ontbijt, lunch en diner
Aanvankelijk voorzagen stedenbouwkundigen ook de bouw van woonwijken her en der langs The Line. Maar tijdens een privéontmoeting zei de prins tegen mensen die aan The Line werkten dat ze groot moesten denken. ‘Ik wil mijn piramides bouwen,’ zou hij vorig jaar volgens The Wall Street Journal tegen hen hebben gezegd.
Stedenbouwkundigen zinnen al op manieren om het aantal bewoners van The Line te verhogen naar zes miljoen, waaronder vijf miljoen in de gebouwen van de Mirror Line. Voor de voedselvoorziening zal groente ‘autonoom worden geoogst en naar gemeenschappelijke kantines en keukens’ worden vervoerd. Bewoners zullen een vast bedrag betalen voor ontbijt, lunch en diner.
Een van de grootste uitdagingen voor een constructie van twee hoge gebouwen die evenwijdig aan elkaar lopen is de schaduw die daarmee wordt gecreëerd. Gebrek aan zonlicht zou schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn, staat in de plannen. Ook krijgt het project te maken met een uitdaging waarmee bouwers nooit eerder hebben gekampt: de kromming van de aarde. Omdat die kromming een kleine 8 centimeter per kilometer bedraagt, aldus de plannen, stellen de ontwerpers voor een uitsparing aan te brengen in de top van de 800 meter lange modules om ze te laten ‘meebuigen’ met de wereld.
Twee maanden lang voldeed een netwerk van vrijwilligers tijdens de strenge lockdown in Shanghai zo onopvallend mogelijk aan honderden onlineverzoeken, voornamelijk om voedsel en medicijnen. Het aantal mensen dat bereid was te helpen groeide gestaag, ook al werden zij tegengewerkt door de overheid.
Jeff Lau, een IT’er van midden dertig, woont alleen in een groot wooncomplex in de buitenwijken van Shanghai. Eind maart, toen het westen van de stad zich in het kader van het Chinese zerocovidbeleid opmaakte voor een vierdaagse lockdown, begon hij voedsel in te slaan. Een dozijn eieren, zesendertig pakken instantnoedels en enkele zakken appels zouden meer dan genoeg zijn om hem door de quarantaine heen te helpen, dacht hij. Maar plotseling werden winkels dichtgetimmerd. De poorten van woonkazernes gingen op slot. Sommige werden zelfs dichtgelast. En ze werden niet heropend nadat de aangekondigde quarantaineperiode was verstreken.
Net als veel van de andere 25 miljoen inwoners van de stad voelde Lau zich erg ongemakkelijk. Enkele weken eerder was het productiecentrum Shenzhen in het zuiden een week lang gesloten geweest in een poging om af te komen van omikron, de zeer besmettelijke coronavariant. En daarvoor was, zonder enige waarschuwing of voorbereiding vooraf, een wekenlang durend cordon sanitaire ingesteld voor de gehele stad Xi’an in het westen van China. De gezondheidsautoriteiten meldden in Shanghai duizenden gevallen per dag, veel meer dan bij eerdere uitbraken. Het afsluiten van een stad ter grootte van Shanghai was ongekend.
Binnen enkele dagen werd duidelijk dat de lokale overheid geen idee had hoe ze de mensen van eten moest voorzien
Binnen enkele dagen werd duidelijk dat de lokale overheid geen idee had hoe ze de mensen van eten moest voorzien. Volgeladen met proviand kwamen vrachtwagens vast te zitten in files aan de rand van de stad. Video’s van rottende groenten die door de overheid aan bewoners werden aangeboden circuleerden online. Op sociale media stonden prikborden vol met verzoeken om levensreddende medicijnen. Rijken en mensen met goede connecties verging het over het algemeen wat beter, maar ook niet altijd. Zelfs sommige geldschieters hadden problemen met het vinden van voedsel.
De regels waren streng. De meeste bewoners mochten hun flat niet uit en de regering gaf geen enkele aanwijzing over wanneer de maatregelen opgeheven zouden worden. De afsluiting van Shanghai zou grofweg twee maanden duren.
Vrijwilligerscorps
Vóór de lockdown had Lau een oudere vrouw die alleen woonde in een naburig gebouw, in vuilnisbakken zien zoeken naar flessen. Hij vreesde dat ze zou verhongeren. Toen hij contact opnam met de autoriteiten die verantwoordelijk waren voor zijn buurt, kreeg hij te horen dat hij weinig kon doen tenzij hij zich aansloot bij een vrijwilligerscorps van de staat om te helpen met voedsel distribueren.
Hij meldde zich onmiddellijk aan en kreeg een aantal boekhoudkundige taken. Het was hem niet duidelijk hoe dat werk de mensen om hem heen zou helpen. Hij probeerde de bejaarde vrouw thuis te bereiken om te zien hoe het met haar ging, maar door een besmettingsgeval was haar gebouw afgegrendeld. Als hij wilde meehelpen om mensen door de lockdown heen te loodsen, moest hij dat buiten de overheidsbureaucratie om doen, realiseerde hij zich.
Een van Lau’s collega’s zette in anderhalve dag een simpele website op. Mensen die dringend hulp nodig hadden, konden verzoeken op de site plaatsen. Mensen die konden helpen, namen dan rechtstreeks contact op met de persoon in kwestie. Helpers vonden soms een krat groenten of herkenden bezorgers in het bezit van het zeer zeldzame pasje waarmee ze de weg op mochten. Vrijwilligers hielpen zieke mensen om dokters te vinden die hen konden behandelen. Het oorspronkelijke team dat de site oprichtte, fungeerde als beheerder en controleerde om de paar uur of aan de verzoeken werd voldaan.
Gegevens over gebruikers werden tot een minimum beperkt, want het streven was onopvallend te blijven. Er stond alleen basale contactinformatie op de site en die werd verwijderd zodra er weer een probleem was opgelost. Directe interactie tussen partijen vond offline plaats. Met deze werkwijze konden zo veel mogelijk activiteiten buiten het zicht van de staat worden gehouden.
Lau werkte twaalfurige werkdagen om de stroom bij te kunnen houden
Om problemen met ambtenaren te voorkomen gebruikt Lau in dit artikel een Engelse voornaam in plaats van zijn echte naam. Tijdens zijn verhaal pauzeert hij vaak halverwege de zin om te bedenken hoe hij het verloop van de crisis moet beschrijven zonder al te negatief over te komen. Wanneer we doorvragen, laat hij soms weten dat hij niet méér kan zeggen omdat hij anders ‘de grens zou overschrijden’. Het is in China steeds riskanter geworden om kleinerend over ambtenaren te spreken, zeker met buitenlandse media.
Een kleine groep collega’s verspreidde het nieuws onder vrienden. Lau nam contact op met universiteitsstudenten en leden van een plaatselijke hiphopdansgroep. De reacties waren enthousiast. Binnen tien dagen na het begin van de lockdown ontving de website honderden verzoeken, voornamelijk om voedsel, en het aantal mensen dat bereid was te helpen groeide gestaag. Lau werkte twaalfurige werkdagen om de stroom bij te kunnen houden.
Zorgvuldigheid
Een van de sterke punten van het netwerk was volgens Lau de zorgvuldigheid waarmee mensen andere vrijwilligers rekruteerden. Lau kende het oorspronkelijke groepje. Maar het werd een gewoonte om secundaire contacten niet bekend te maken. Terwijl de keten van connecties zich verspreidde door Shanghai, behielden de vrijwilligers strikte anonimiteit behalve ten opzichte van hun directe collega’s. Ook hun onlinecontacten werden tot een minimum beperkt, zodat het netwerk enigszins veilig kon blijven in een van ’s werelds meest gesurveilleerde metropolen. Daardoor waren mensen met invloed – artsen, professoren en hoge ambtenaren – bereid zich aan te melden en te helpen.
Terwijl het team tevergeefs zocht naar basisvoedsel als kool en arachideolie werd duidelijk dat de middelen zeer ongelijk verdeeld waren. Uiteindelijk vond Lau een winkel in zijn district die toegang had tot meer verse groenten en vlees dan andere. ‘Ze hadden een soort achterdeurtje,’ zegt hij. Het was een veelvoorkomend verschijnsel tijdens de lockdown: terwijl veel woongemeenschappen verstoken waren van voedsel, leken andere het in overvloed te hebben.
Half april verhevigde de crisis en moest het netwerk beslissingen nemen over leven of dood
Half april verhevigde de crisis en moest het netwerk beslissingen nemen over leven of dood. Er werd een verzoek om voedsel geplaatst door een groep van zestien arbeiders die in een kleine flat woonde (dergelijke krappe woonomstandigheden in Shanghai zijn gebruikelijk voor migranten of tijdelijke arbeidskrachten die de hoge huren niet kunnen betalen). Velen van hen leden al dagenlang honger. De lokale autoriteiten verstrekten per flat doorgaans één pakket voedsel ongeveer ter grootte van een standaardkoffer, ongeacht het aantal mensen dat er woonde. Het netwerk van Lau was in staat om de arbeiders van meer levensmiddelen te voorzien.
Al snel werd de schaarste aan medicijnen nog nijpender dan die aan voedsel. Er was vooral veel vraag naar psychiatrische medicijnen en medicijnen tegen kanker en andere levensbedreigende ziekten. Shanghai heeft enkele van de beste ziekenhuizen in China, maar tijdens de ergste dagen van de lockdown mochten veel chronisch zieken hun huizen niet verlaten. Zelfs wanneer mensen erin slaagden buiten te komen, weigerden ziekenhuizen routinematig de toegang aan iedereen die geen recente negatieve coronatest kon laten zien. Sommigen stierven naast de wachtruimte voor spoedeisende hulp.
Medische hulp
Overal in de stad werd om voedsel en medische hulp gevraagd, zowel op de site van Lau als in bredere kring via sociale media. Een man in het district Minhang van Shanghai schreef op een openbaar prikbord dat zijn vader, die een vergevorderd stadium van sinuskanker had, een afspraak had gemaakt in een kliniek om een gespecialiseerde behandeling te krijgen. ‘Hij heeft gerichte therapie nodig, maar het woningcomité zegt dat het niet geregeld kan worden.’ De oude man mocht zijn wooncomplex niet verlaten, omdat hij niet op tijd aan de uitslag van een coronatest kon komen. Hij smeekte om een oplossing. ‘De kanker ontwikkelt zich snel… Help alstublieft!!!’
De langdurige sluiting van een stad, met miljoenen mensen afgezonderd in hun huizen, verbreekt de banden tussen mensen. Ervaringen zijn niet langer collectief. Alleen de autoriteiten zijn in staat om een overkoepelend verhaal te formuleren. Het verhaal dat de Communistische Partij van China presenteerde, gaat over bekwame ambtenaren, ordelijke diensten en de vrijgevigheid van de staat. Slechts weinigen buiten het systeem waren persoonlijk getuige van de onrust die ontstond. Terwijl Lau en zijn team hulpvragen beantwoordden, vingen zij een glimp op van de dingen die misgingen en die de regering verborgen probeerde te houden.
Er waren herhaaldelijk voorbeelden van de hardvochtigheid van bedrijven. Op een bepaald moment kwam er een verzoek binnen van een dozijn bouwvakkers, migranten die waren achtergelaten op een bouwterrein dat niet meer was dan een kaal stuk grond. Net toen ze voor zichzelf een klein tijdelijk onderkomen met een plastic dak aan het bouwen waren, werd de lockdown opgelegd. De groep zat gevangen op de bouwplaats, ze mochten niet weg, zelfs niet om op zoek te gaan naar voedsel. Hun werkgever stopte met het verstrekken van instantnoedels, maar de koeriers van Lau wisten hen op de been te houden.
Ze vertelden Lau dat ze bereid waren om het dak op te gaan en hun dood tegemoet te springen als ze de pillen niet konden krijgen
De lockdown duurde voort tot in mei en op sociale media begonnen video’s van suïcidale bewoners te circuleren. Op een aantal ervan, gemaakt met mobiele telefoons, waren mensen te zien die zich vastklampten aan hun balkon, klaar om te springen, terwijl ze onverstaanbare dingen schreeuwden naar de onverschillige wereld. Veel van deze scènes eindigden met een sprong en een hoorbare plof, gevolgd door kreten die tussen de torenflats galmden.
Een echtpaar van in de tachtig, allebei lijdend aan kanker, plaatste op het netwerk van Lau een verzoek om pijnstillers. Een van hen had nog medicijnen voor vier dagen, de ander voor zes. Zonder die medicijnen zouden ze ondraaglijk lijden. Ze vertelden Lau dat ze bereid waren om het dak op te gaan en hun dood tegemoet te springen als ze de pillen niet konden krijgen. Met enige moeite vond het netwerk de benodigde medicijnen voor hen. Maar toen de pillen bezorgd zouden worden, zeiden de autoriteiten dat vrijwilligers zich er niet mee moesten bemoeien. Wat Lau weet over het lot van dit echtpaar, wil hij niet zeggen.
DDoS-aanvallen
Hijzelf trok ook de aandacht van de machthebbers. Hij kreeg telefoontjes van de politie en andere overheidsinstanties die zeiden dat zijn website illegaal was en dat hij hem moest sluiten. De site werd regelmatig het doelwit van DDoS-aanvallen, waarbij hackers hem bestookten met massaal internetverkeer uit allerlei bronnen. Lau wil niet speculeren over wie er achter de aanvallen zat. Ze waren niet bijzonder schadelijk, maar hij begon toch meer geld uit te geven aan cyberbeveiliging. Hij vermoedt dat mensen met financiële en politieke middelen, diep verborgen in het netwerk, hebben geholpen te voorkomen dat de site door de autoriteiten werd gesloten. ‘Ze zijn er, maar je zult hun gezichten nooit zien,’ zegt hij.
Toen de lockdown begin juni werd versoepeld, keerde het verkeer terug in de straten van Shanghai. Langzaam gingen winkels en restaurants weer open. Het netwerk van Lau was niet langer nodig en werd snel ontbonden. Digitale bestanden werden gewist. Op de website staat nu alleen nog een dankbetuiging aan alle deelnemers.
Lau vertelt vrolijk en energiek over het werk dat hij deed. Het netwerk groeide uit tot meer dan duizend vrijwilligers en heeft tijdens de vijfenvijftig dagen dat het actief was meer dan zesduizend pakjes bezorgd. Het heeft meer dan zestienhonderd oudere en zieke mensen geholpen. De in vuilnisbakken graaiende vrouw die hij aanvankelijk wilde helpen, heeft hij niet meer gezien, maar hij heeft gehoord dat ze de crisis heeft overleefd.
Zijn houding tegenover zijn stad is wel veranderd. ‘We hebben hier zo veel geleden,’ zegt hij over Shanghai. ‘En we weten niet wat ons te wachten staat.’ Hij is bezig met plannen om China te ontvluchten. Xi Jinping, de president van China, heeft gezegd dat het ‘dynamische zerocovidbeleid’ van de Communistische Partij van kracht zal blijven tot de ‘eindoverwinning’ is behaald. Maar de volgende keer dat Shanghai op slot gaat, is een van de anonieme helden van de stad er waarschijnlijk niet meer om te helpen.
Ryan Busse werkte in de wapenindustrie, totdat hij zag hoe zijn bedrijf de angst voor onlusten onder de bevolking op alle fronten en zonder scrupules exploiteerde. Nu waarschuwt hij het Amerikaanse publiek voor het dodelijke extremisme dat daardoor werd gecreëerd.
Keuze uit het archief
Het nieuws van deze week werd met name beheerst door de moord op de pro-Trump-activist Charlie Kirk, die aan de vooravond van 9/11 werd doodgeschoten tijdens een publiek debat in Utah. Het is de zoveelste politieke moord in de VS, waar de enorme polarisatie en verdeeldheid zich steeds vaker vertalen naar geweld.
Toch is politiek niet de enige factor. In dit artikel van The Atlantic, dat enkele maanden na de schietpartij in Uvalde in mei 2022 werd geschreven, onthult insider Ryan Busse welk aandeel de wapenindustrie heeft in het stimuleren van wapengeweld en extremistisch gedachtengoed. Lees en huiver.
Amerikanen zijn terecht verontrust over vuurwapengeweld en over de vraag wat de jongemannen bezielde die een reeks afschuwelijke massamoorden pleegden. We zijn wanhopig op zoek naar antwoorden: gaat het om racisme en radicalisering, onbehandelde psychische aandoeningen, giftige videospelletjes of een te gemakkelijke toegang tot wapens? Al deze factoren maken wellicht deel uit van het probleem, maar geen ervan is volkomen begrijpelijk zonder de grotere context, namelijk dat de moderne marketing van de wapenindustrie deze schutters niet alleen heeft bewapend, maar in zekere zin ook heeft gecreëerd.
Aangezien ik een kwart eeuw in de business heb gezeten, is dit een onderwerp waar ik het een en ander van weet. Ik raakte in de loop van mijn jaren als leidinggevende bij een succesvolle wapenfabrikant steeds bezorgder over het soort vuurwapens dat door de wapenindustrie werd verkocht, hoe ze die verkocht en aan wie. Ik ben getuige voor de House Committee on Oversight and Reform [De parlementaire commissie voor toezicht en hervorming] tijdens een hoorzitting die, in de woorden van de voorzitter, afgevaardigde Carolyn B. Maloney, ‘de rol onderzoekt van wapenfabrikanten bij het overspoelen van de samenleving met oorlogswapens en het aanwakkeren van het wapengeweld in Amerika’.
Met dergelijke advertenties begon een vorm van marketing die het land voor altijd zou veranderen
Toen ik in 1995 mijn eerste baan kreeg in de wapenindustrie was de marketing gericht op de jacht, schieten als sport en als verantwoorde vorm van zelfverdediging. Veel advertenties appelleerden aan de liefde voor vakmanschap en het buitenleven, en sommige, zoals advertenties van Ruger uit 1995, spraken klanten zelfs rechtstreeks aan als ‘verantwoordelijke burgers’ – een slogan die het bedrijf sinds 2007 uit zijn reclames heeft verwijderd.
– European American Armory verkoopt wapens met deze advertentie
Bedrijven zoals de European American Armory, een importeur van goedkope, doorgaans Oost-Europese wapens, die nogal ranzige advertenties gebruikte om geïmporteerde wapens te verkopen, waren een zeldzaamheid. Ik realiseerde me toen niet dat die smakeloze uitzonderingen de toekomst van de wapenindustrie toonden.
Met dergelijke advertenties, bedoeld om jongemannen aan te spreken die niet beter wisten, begon een vorm van marketing die een nieuw klantenbestand schiep en die het land voor altijd zou veranderen.
George W. Bush
Deze transformatie kreeg een eerste impuls halverwege de jaren tachtig, toen president George W. Bush het verbod op aanvalswapens ophief en vervolgens een wet ondertekende die wapenproducenten ruime bescherming bood tegen aansprakelijkheid. Door deze maatregelen verminderden het sociale stigma en mogelijke juridische sancties voor het aanprijzen van militair aandoende geweren. Na verloop van tijd begonnen grotere, meer mainstream wapenfabrikanten te experimenteren met reclameboodschappen die tot dan toe in deze bedrijfstak als verachtelijk waren beschouwd.
Jongemannen waren het doelwit. Zij hadden een besteedbaar inkomen, zouden mogelijk lange tijd klant blijven en hadden een gemakkelijk uit te buiten fascinatie voor wapens. De toenadering tot deze nieuwe klant nam een vlucht in 2010, toen AR-15-fabrikant Bushmaster de reclamecampagne ‘Man Card’ lanceerde.
De advertenties, die in publicaties van de wapenindustrie, op websites en in het tijdschrift Maxim werden geplaatst, waren controversieel en kregen nationale aandacht. Maar nog belangrijker was dat ze de rest van de branche toonden hoe goed een beroep op mannelijkheid werkte bij de groep mannen tussen de 18 en 35 jaar, in een tijd waarin op het nieuws voortdurend beelden te zien waren van de buitenlandse oorlogen van Amerika.
De conclusie dat dit soort marketing heeft bijgedragen aan de opkomst van radicale gewelddadige extremisten is onontkoombaar
‘De Bushmaster Man Card verklaart en bevestigt dat u een échte man bent, de laatste van een uitstervend ras, met alle rechten en privileges die u toekomen,’ luidde de tekst van de advertentie. In ‘uitstervend ras’ klinkt een anticiperende echo door van de ‘Great Replacement’-theorie [de omvolkingstheorie] die de vermeende dader van de massale schietpartij in Buffalo, New York, afgelopen mei inspireerde. De conclusie dat dit soort marketing heeft bijgedragen aan de opkomst van radicale gewelddadige extremisten is onontkoombaar.
Nog een echo: een van de wapens die door de schutter in Buffalo werden gebruikt, was een Bushmaster XM-15. Natuurlijk heeft de overgrote meerderheid van de mensen die dit wapen bezitten er nooit iets illegaals mee gedaan, maar er is nóg een beruchte uitzondering. Op 14 december 2012 gebruikte een verwarde jongeman uit Newtown, Connecticut, een XM-15 geweer om twintig kinderen en zes personeelsleden te vermoorden op de Sandy Hook Elementary School. Bushmaster beëindigde de ‘Man Card’-campagne kort na de Sandy Hook-massamoord, maar het verkoopsucces van het bedrijf was andere wapenfabrikanten niet ontgaan.
Dodelijkheid wegmoffelen
Smith & Wesson, een nogal mainstream, traditioneel merk, koos ervoor om wapens op de markt te brengen die bijna identiek zijn aan die gebruikt worden door soldaten en agenten. Deze wapens mogen, met kleine aanpassingen, legaal verkocht worden aan het grote publiek. Een geweer dat in wezen identiek is aan het type geweer dat aan leger en politie wordt geleverd kreeg de naam M&P15. Op aandringen van de National Shooting Sports Foundation (NSSF), de belangrijkste brancheorganisatie van de wapenindustrie, voegde Smith & Wesson ‘Sport’ toe aan de merknaam van het geweer. Door de nadruk te leggen op jagen en schietoefeningen wilde het bedrijf de dodelijkheid van het geweer wegmoffelen.
Om te zorgen dat de intrede van Smith & Wesson op de AR-15-markt succesvol zou zijn, zou de gehele wapenindustrie van de traditionele, op het imago van de jacht en de zelfverdediging gerichte marketing moeten overschakelen naar een benadering gebaseerd op de nieuwe ‘tactische’ cultuur [de militair aandoende, semiautomatische geweren worden ook wel ‘tactische wapens’ genoemd].
– Reclame voor de geweren van Sturm, Ruger & Co
Weinig producenten van dit nieuwe type vuurwapen bieden een beter voorbeeld van de dramatische transformatie van de Amerikaanse wapenmarkt als Daniel Defense. Net als tal van andere ondernemers die begin deze eeuw hun kans schoon zagen, startte Marty Daniel een wapenbedrijf dat zich al snel toelegde op de verkoop van AR-15’s. Hij zette een nieuwe standaard in de wapenindustrie door zich op de civiele markt te richten met wapens die werden aangeprezen als het ‘echte militaire spul’. Een van de eerste advertenties van het bedrijf, in 2012, lokte jongemannen met de belofte dat ze zich zouden kunnen meten met soldaten van de Special Forces.
In 2016 had de marketing van Daniel Defense zo goed gewerkt dat het bedrijf de felbegeerde cover haalde van het tijdschrift Popular Mechanics. Een persbericht van het bedrijf verkondigde dat de aanwezigheid van zijn geweer in de editie ‘Tough Guys’ een ‘belangrijke prestatie’ was, omdat het Daniel Defense zou helpen een ‘meer mainstream publiek‘ te bereiken.
Net als veel andere vuurwapenbedrijven deed ook Daniel Defense aan productplacement in films en videogames. Een Facebook-post uit 2019 attendeert volgers op de aanwezigheid van een van zijn DDM4 V7-geweren in de nieuwe Call of Duty: Modern Warfare. De DDM4 V7 is het wapen dat werd gebruikt door de achttienjarige gamer en schutter in Uvalde, Texas.
De wapenindustrie had dit soort promotionele activiteiten kunnen mijden
De wapenindustrie had dit soort promotionele activiteiten kunnen mijden. In plaats daarvan koos ze ervoor om degenen die dat wél deden te straffen. Toen Ed Stack, de toenmalige CEO van de grote winkelketen Dick’s Sporting Goods, na de Parkland-schoolmoorden stopte met de verkoop van AR-15’s besloot de NSSF om Dick’s te royeren als lid. De stichting eerde Marty Daniel daarentegen in 2021 met een zetel in de raad van bestuur.
De agressieve marketing van bedrijven als Daniel Defense haalde de oudere, meer gevestigde bedrijven over om soortgelijke strategieën toe te passen. Bedrijven die van de norm afweken bereikten nieuwe consumenten, zodat de rest wel moest volgen.
Beursgenoteerde grote namen in de wapenindustrie, zoals Ruger en Smith & Wesson, waren rond 2016 sterk afhankelijk van de opkomende tactische markt; in 2020 was de M&P15 van Smith & Wesson uitgegroeid tot het bestverkochte geweer van Amerika. Het is dan ook geen verrassing dat de aandelenkoers van het bedrijf de lucht in schoot. Het klantenbestand breidde zich uit met de jonge moordenaars van de massaschietpartijen in Parkland in Florida, Aurora in Colorado en Highland Park in Illinois.
Voor een insider als ik was de rol die de marketing van de branche speelde in het creëren van deze klanten onmiskenbaar. De alarmsignalen waren duidelijk zichtbaar op plekken als de Shooting, Hunting and Outdoor Trade (SHOT) Show, het jaarlijkse evenement van de wapenindustrie. De SHOT Show, die meestal in Las Vegas wordt gehouden, is een van de grootste vakbeurzen ter wereld. Ik heb er meer dan vijfentwintig bijgewoond en ben getuige geweest van de transformatie: van een evenement waar het tonen van militaristische tactische uitrusting verboden was tot een evenement waar het de norm werd.
Op de show van 2018 zag ik een enorme advertentie voor Spike’s Tactical, een opkomende AR-15-producent uit Florida. Hoewel dit evenement meer dan twee jaar eerder plaatsvond dan het geweld en de protesten die in de zomer van 2020 in Amerikaanse steden uitbraken, bevatte de advertentie een expliciete oproep aan degenen die zich aangetrokken voelden tot een gewapende confrontatie met linkse agitatoren. Antifa had vóór 2017, toen leden ervan meededen aan de tegendemonstraties bij de ‘Unite the Right’-bijeenkomst in Charlottesville in Virginia een beperkt landelijk profiel, maar Spike’s identificeerde Antifa al snel als de vijand van loyale Amerikanen die een wapen bezaten. De advertentie ontlokte enige kritiek, maar de branche zweeg.
Zelfbenoemde militieleden
In juni 2020, toen in heel Amerika Black Lives Matter-demonstraties en gewapende tegenprotesten plaatsvonden, werd mijn twaalfjarige zoon belaagd door een gewapende man die was verkleed als een personage uit de Spike’s-advertentie. Ik moest tussenbeide komen ter bescherming van mijn zoon, die niets anders deed dan ‘I can’t breathe’ scanderen met een groep vrienden. Een van die gewapende mannen begon woest te schreeuwen en met zijn vinger in zijn borst te prikken. Meer dan honderd gewapende mannen zoals hij waren op die bijeenkomst aanwezig.
Op dat moment werd mijn angst voor de ontwikkelingen binnen de wapenindustrie heel persoonlijk. Ik verkocht zelf geen AR-15’s en deed niet mee aan de opruiende marketing, maar ik kon niet langer negeren dat mijn bedrijf meeprofiteerde van het promoten van beelden van dergelijke mannen, met hun omgedraaide petjes en geladen AR-15 geweren. Dit soort burgerwachten of zelfbenoemde militieleden maakten zich klaar om in het hele land te worden ingezet, in mijn eigen woonplaats en in andere plaatsen zoals Kenosha in Wisconsin.
De meeste Amerikanen waren geschokt door de gebeurtenis, maar voor de wapenindustrie was hij een held
Kyle Rittenhouse, een jongen die eruitzag alsof hij uit die advertentie van Spike was geplukt, doodde twee mensen en verwondde een derde tijdens ongeregeldheden in Kenosha. De meeste Amerikanen waren geschokt door de gebeurtenis, maar voor de wapenindustrie was hij een held, iemand die de uitdrukking ‘links een poepie laten ruiken’ naar een dodelijk en lucratief nieuw niveau had getild.
Uren nadat Rittenhouse was vrijgesproken van alle aanklachten postte Big Daddy Unlimited, een grote wapenhandelaar uit Gainesville in Florida, een bericht op sociale media dat leek te onderschrijven dat het verhaal van Rittenhouse niet als waarschuwing moest worden gezien, maar als uiting van het mannelijk ideaal van een gewapende burgerij. Of zoals presentator Tucker Carlson van Fox News het uitdrukte: ‘precies het soort persoon waarvan je er meer in je land zou willen hebben’.
– Wee1 Tactical is een bedrijf dat JR-15’s (Junior AR-15’s) aan jonge kinderen wil verkopen
Ik ontdekte dat het bericht van Big Daddy Unlimited zelfs een nog duisterder betekenis had. Die zou ik hebben gemist als ik me niet had herinnerd dat ik op de SHOT Show van 2018 iemand had gezien met een Make Zimbabwe Rhodesia Again-petje. Een vriend hielp me destijds herinneren aan de Facebook-profielfoto van de massamoordenaar van negen zwarte parochianen in een kerk in South Carolina, waarop is te zien dat hij een jas draagt met daarop een Rhodesische vlag, een populair icoon onder Amerikaanse witte supremacisten. Variaties op dit beeld, dat afkomstig is van een beroemde wervingsposter voor het Rhodesische leger, duiken in alle belangrijke sociale media op.
De gelijkenis tussen de poster van het Rhodesische leger en het bericht van de handelaar in Florida over Rittenhouse is zo duidelijk dat ze niet gemist kan worden. (De CEO van Big Daddy Unlimited vertelde The New York Times dat de meme was gemaakt door een voormalige werknemer die zich niet bewust was van de historische betekenis en dat die alleen was bedoeld ‘als erkenning van gerechtigheid voor Kyle Rittenhouse’.) De handelaar wil ‘de belangrijkste online bestemming’ zijn voor meer dan 300.000 vuurwapen gerelateerde producten en prijst zichzelf bij abonnees aan als verdediger van het Tweede Amendement [geïnterpreteerd als ‘Het recht om wapens te dragen’]: ‘Sluit je vandaag nog aan bij onze revolutie!’
Succesvolle formule
Die verheerlijking van Kyle Rittenhouse speelde in op een krachtige beweging die al gaande was. De angst voor oproerkraaiers en de macht hen te kunnen doden bleek een succesvolle formule om nieuwe klanten aan te trekken. Wilson Combat, een wapenfabrikant uit Arkansas, is een bedrijf dat profiteerde van de angst voor onlusten onder de bevolking. Het adverteerde op zijn website met een AR-15-model dat bekendstaat als de Urban Super Sniper. ‘Op sommige momenten zijn extreme nauwkeurigheid en snelle vervolgschoten de belangrijkste criteria waarop je een geweer beoordeelt,’ aldus de site.
Zelfs de mainstreampublicatie Firearms News nam dat thema vorig jaar op in de editie Be Ready!
De vroegere verantwoorde terughoudendheid van de branche was verdwenen. Overal waar ik keek, zag ik advertenties die inspeelden op de nieuwe tactische cultuur, die gebaseerd is op angst. Tijdens de laatste maanden van mijn carrière in de wapenindustrie maakte ik foto’s om die verandering vast te leggen. Op een banner van de maker van de tactische uitrusting Viktos boven de hoofdingang van de SHOT Show van 2020 zie je een soldaat uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog een moderne AR-15 afvuren. Die historische verwijzing zagen we een jaar later met griezelige precisie herhaald worden tijdens het Capitooloproer op 6 januari 2021. Opstandelingen handelden toen volgens een ‘1776 Returns’-draaiboek en zwaaiden met AR-15-vlaggen voorzien van de tekst ‘Come and Take it’ [Kom ze maar halen].
Historische aantallen
De wapenverkoop bereikte de afgelopen drie jaar historische aantallen. Die verkoopcijfers hebben de groeistrategie van de industrie alleen maar bevestigd, zodat de marketing steeds zwaarder leunt op samenzweringstheorieën gevoed door politieke partijdigheid. Eén nieuw bedrijf, Live Q or Die, speelt in op de QAnon-cultus door AR-15’s te verkopen met het Q-merk erin gestanst.
Een ander bedrijf, Palmetto State Armory, gebruikt beeldtaal gericht op de Boogaloo Bois – die door de FBI wordt aangeduid als een extreemrechtse, binnenlandse terroristische dreiging – met producten zoals een op een AK-47 gelijkend wapen versierd met een ‘Big Igloo Aloha’-patroon dat sterk lijkt op de kenmerkende hawaïshirts van de groep.
– Marketing Daniel Defense: ‘Gebruik wat zij gebruiken’.
Palmetto State Armory – zowel een grote detailhandelaar, die de steun geniet van grote merken zoals Smith & Wesson, als een fabrikant die jaarlijks tienduizenden vuurwapens produceert – verkoopt ook AR-15-onderdelen met daarop de anti-Bidenslogan ‘Let’s go, Brandon’.
Palmetto State Armory is zeker niet de enige die zich richt op gewelddadige extremisten. Vaak worden daar nu sociale media voor aangewend, zoals in een post van een toonaangevend bedrijf in tactische uitrusting waarop een gemaskerde schutter is te zien die een Boogaloo-shirt draagt. Tegelijk rookt hij een sigaar, een kenmerk van de Proud Boys, zoals ook zichtbaar werd in het Capitool op 6 januari.
In 2021 verliet ik de wapenindustrie. Met mijn nieuwe baan waarschuw ik nu het Amerikaanse publiek voor de gevaren van dergelijke marketing. Volgens mij heeft die ontegenzeggelijk een cultuur van extremisme gecreëerd en een nieuw soort ‘tactische’ massaschutter aangemoedigd. Amerika heeft nu te maken met de dodelijke resultaten van het geweld dat door deze duistere reclamefantasieën wordt aangewakkerd.
‘Tactische peuters worden de nieuwe trendsetters van de wapenmarkt’
Wat betreft de ooit abnormale praktijk in de wapenindustrie om seks te gebruiken om jongemannen aan te spreken: die is nu alomtegenwoordig bij de honderden bedrijven die tactische uitrusting verkopen, zoals helmen, kogelvrije vesten en cargobroeken met de naam ‘Contractor AF’ (as fuck).
Je kunt je afvragen of de wapenindustrie het nog bonter kan maken, nu al aan zo veel verwarde adolescenten ‘Man Cards’ zijn uitgereikt. Maar ik ben erachter gekomen dat dat kan. Na Kyle Rittenhouse is er een nieuwe mascotte opgedoken: tactische peuters worden de nieuwe trendsetters van de wapenmarkt.
Een paar maanden geleden verwelkomde de 2022 SHOT Show in Vegas een pionier op dit gebied: Wee1 Tactical is een bedrijf dat cartoons gebruikt om JR-15’s (Junior AR-15’s) aan kinderen te verkopen. Klanten stroomden massaal naar de stand en het bedrijf werd genoemd op enkele ‘het beste van de beurs’-lijsten.
Op 16 mei postte Daniel Defense een foto van een peuter die een van zijn AR-15’s draagt, met als bijschrift een Bijbeltekst die begint met ‘Leer een kind de weg die het moet gaan’. Amper een week later werden schoolkinderen in Uvalde verminkt en vermoord door schoten afgevuurd met een Daniel Defense-geweer. Sinds de schietpartij op de Robb Elementary School is de foto heftig bekritiseerd, maar niet door de vuurwapenindustrie noch door de NSSF, die Marty Daniel nog steeds als een van zijn betrouwbare leiders ziet. Voor de rest van de branche, met inbegrip van kleine bedrijven die graag hun stempel willen drukken, betekent het medeplichtige stilzwijgen dat deze volgende stap in de marketing van vuurwapens is goedgekeurd.
Uit bittere ervaring weten we hoe de typische massaschutter van vandaag eruitziet en waar hij zijn inspiratie vandaan haalt. De wapenindustrie biedt ons een glimp van haar volgende klant: de Amerikaanse kindsoldaat.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.