Chinese auto’s zijn elektrisch én goedkoper dan Europese auto’s
Europese autofabrikanten worden steeds meer uit de Chinese markt verdrongen: goedkopere EV’s winnen marktaandeel ten koste van de traditionele auto’s waarin bedrijven als BMW en Volkswagen gespecialiseerd zijn.
Als gevolg hiervan zijn de verkoopcijfers gekelderd. De omzet van Porsche in China daalde bijvoorbeeld met ongeveer twee derde tussen 2022 en 2025 en de Chinese winstpool is bijna volledig opgedroogd, meldt Financial Times.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Erger nog, de Chinese markt krimpt nu zelf doordat de economie hapert en subsidies worden afgebouwd. Doordat EV’s steeds meer marktaandeel winnen, komen de Europese autofabrikanten verder onder druk te staan. Bovendien hebben hun Chinese concurrenten daardoor veel ongebruikte capaciteit om hun goedkope EV’s naar het buitenland te exporteren.
Dat is ronduit slecht nieuws voor een industrie die slechts zo’n 70 procent van haar productiecapaciteit benut. De EU overweegt dan ook haar binnenlandse industrie te beschermen met ‘Made in Europe’-regels voor overheidsopdrachten en toegang tot subsidies.
He Yan-xin (1939-2025) behoorde tot de laatste vrouwen die het nüshu beheersten, een schrift dat eeuwenlang in het geheim werd ontwikkeld en doorgegeven door Chinese vrouwen die onder een patriarchaal systeem leefden. Na haar overlijden in oktober 2025 bracht de Japanse krant Asahi Shimbun haar een eerbetoon.
In Jiangyong, een district in de zuidelijke Chinese provincie Hunan, werd dit bijzondere schrift uitsluitend onder vrouwen doorgegeven. He Yan-xin, een van de laatste erfgenamen van die traditie, overleed op 23 oktober 2025 op 86-jarige leeftijd. Tijdens een bezoek aan Japan in 2011 legde ze uit welke rol het schrift speelde in het leven van generaties vrouwen: ‘Door ons verdriet en onze pijn op papier te zetten, probeerden we die ten minste een beetje te verlichten.’
De oorsprong van het nüshu – letterlijk ‘vrouwenschrift’ – blijft onduidelijk. Volgens onderzoekers bestaat het uit ongeveer 450 fonetische tekens, die waarschijnlijk zijn afgeleid van Chinese karakters. Vroeger kregen vrouwen geen onderwijs. Ze konden de officiële Chinese schrijftaal niet lezen of schrijven en leefden onder een streng patriarchaal systeem.
In China sprak men van de ‘drie gehoorzaamheden’: vrouwen moesten trouwen met de man die hun ouders voor hen hadden uitgekozen, vervolgens zonen baren en uiteindelijk gehoorzamen aan hun schoonouders, hun echtgenoot en hun zoons.
In poëzie, geschreven in het nüshu, vonden zij een manier om hun verdriet en zorgen te uiten en elkaar troost te bieden.
Toen ze nog een kind was, schreef haar grootmoeder de tekens zingend op haar handpalm
He Yan-xin leerde het vrouwenschrift van haar grootmoeder. Toen ze nog een kind was, schreef haar grootmoeder de tekens zingend op haar handpalm. Het meisje onthield ze door ze met een tak op de grond na te tekenen. Na de oprichting van de Volksrepubliek China in 1949 kreeg ze echter regulier onderwijs en gebruikte ze het schrift jarenlang niet meer.
In 1994 werd He Yan-xin ontdekt door Orie Endo, voormalig hoogleraar aan de Bunkyo-universiteit in Japan. Endo deed veldonderzoek naar vrouwen die het nüshu nog beheersten en trof in He Yan-xin een belangrijke bewaarster van dit culturele erfgoed aan.
Aanvankelijk hield He Yan-xin vol dat ze het schrift niet meer kon schrijven. Maar nadat de Japanse onderzoekster haar vertrouwen had gewonnen – onder meer door haar naar haar grootmoeder te vragen – pakte ze uiteindelijk toch pen en papier om opnieuw de tekens op te schrijven.
Chinese en Taiwanese onderzoekers hadden haar eerder ook al bezocht, maar tegenover hen had ze steeds gezwegen. ‘Ik werkte overdag op het land en was ’s avonds bezig met wassen en naaien,’ verklaarde ze later. ‘Ik had het gewoon te druk.’
Van moeder op dochter
Door aandachtig te luisteren en oprechte belangstelling te tonen, wist Orie Endo het vertrouwen van He Yan-xin te winnen. Op verzoek van de Japanse onderzoekster, die haar jaarlijks bezocht, begon He Yan-xin vervolgens anekdotes en lange verhalen op te schrijven die ze van haar grootmoeder had geleerd en die jarenlang in haar geheugen hadden gesluimerd.
Dat bracht haar ertoe ook haar eigen levensverhaal op papier te zetten. ‘Ik kan nauwelijks in Chinese karakters schrijven, maar zodra ik het vrouwenschrift gebruik, begint mijn hand vanzelf te bewegen,’ vertelde ze. Haar leven kende immers de ene beproeving na de andere.
Haar vader werd vermoord door een grootgrondbezitter toen zij nog geen jaar oud was. Ze werd opgevoed door haar moeder, die een klein stuk land bewerkte. Dankzij de aanhoudende klachten van haar moeder en grootvader werd de moordenaar uiteindelijk gearresteerd, maar tijdens de Japanse invasie van China wist hij uit de gevangenis te ontsnappen.
Nadat haar moeder was hertrouwd, bracht He Yan-xin een deel van haar jeugd alleen door. Na de middelbare school ging ze in de stad werken. Later stemde ze tegen haar zin in met een huwelijk, vooral om haar moeder tevreden te stellen. Toen ze op haar trouwdag bij haar echtgenoot aankwam, was hij echter naar de stad vertrokken. De ceremonie ging door zonder hem.
‘Ik schrijf zoals mijn grootmoeder schreef, Met kleine tekens, terwijl ik huil’
In bittere armoede en onder een gewelddadige echtgenoot voedde He Yan-xin vier zoons en twee dochters op, terwijl ze op het land werkte. Ze had moeite om het schoolgeld van haar kinderen te betalen. Toen haar man ziek werd, verweet hij haar dat ze niet goed genoeg voor hem zorgde en daarmee zijn herstel in gevaar bracht. He Yan-xin leefde in een tijd waarin vrouwen behoefte hadden aan een eigen schrift.
Tegenwoordig promoten de lokale autoriteiten het vrouwenschrift als toeristische attractie. Nieuwe beoefenaars, die het pas later in hun leven leerden, vieren het vooral via kalligrafie. He Yan-xin bleef echter tot het einde trouw aan de oorspronkelijke traditie. ‘Ik schrijf zoals mijn grootmoeder schreef,’ zei ze. ‘Met kleine tekens, terwijl ik huil.’
In 2019 schreef ze voor Orie Endo een gedicht van 21 regels in het vrouwenschrift. Hieronder volgen de laatste vijf regels:
Op het platteland heb ik onrecht gekend Vroeger besefte ik niet dat ik werd uitgebuit
Alsof iemand mij van achteren in het hart heeft gestoken Het maakt niet uit dat ik gewond raak
Het vrouwenschrift is doordrenkt van bloed en zweet
Volgens Orie Endo blijkt uit die laatste regel hoezeer He Yan-xin betreurde dat de lokale autoriteiten afstand namen van het authentieke vrouwenschrift.
De Japanse onderzoekster, die haar vorige zomer nog thuis bezocht, zegt: ‘Zelfs als het vrouwenschrift blijft voortbestaan, betekent de dood van He Yan-xin het einde van zijn oorspronkelijke functie: vrouwen troost bieden in tijden van tegenspoed.’
Chinese onderzoekers hebben een uitzonderlijk diepzwarte kleur ontwikkeld die naar verluidt 99,9 procent van het invallende licht absorbeert. Het team onder leiding van Zhiwei Liu van de Nippon Paint Company in Shanghai denkt dat de kleur geschikt is voor autolak. De lak combineert roet als pigment met minuscule koolstofnanobuisjes, waardoor licht niet alleen wordt geabsorbeerd, maar ook meerdere malen wordt verstrooid, schrijft Der Spiegel.
Sommige autokopers beschouwen diepzwarte lak als bijzonder elegant – volgens de onderzoekers geldt dit met name voor de Chinese markt. ‘Diepzwarte lak wordt al lange tijd beschouwd als een premium keuze en een kenmerkend element van luxe auto’s vanwege de elegante uitstraling, sterke visuele impact en luxueuze ondertoon,’ legt Liu uit.
Het onderzoek zou geïnspireerd zijn door de Duitse autogroep BMW, die in 2019 een zeer diepzwart – het zogenaamde Vantablack – met gerichte koolstofnanobuisjes presenteerde op een conceptauto.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Liu en zijn team testten verschillende verhoudingen van roet en nanobuisjes. Ze publiceren hun resultaten nu in het tijdschrift Matter & Light. Omdat de nanobuisjes de oplossing stroperig maakten, probeerden de onderzoekers hun aandeel relatief laag te houden. Volgens Liu en zijn team kunnen koolstofzwartpigmenten maximaal 99,8 procent van het invallende licht absorberen; de rest wordt gereflecteerd. Om reflectie verder te verminderen, moeten de fijnste structuren ervoor zorgen dat het licht meerdere keren wordt verstrooid – en daarvoor dienen de nanobuisjes.
Ze testten de kleur in een centrifuge bij vierduizend omwentelingen per minuut en stelden deze gedurende veertien dagen bloot aan een omgeving van 40 graden Celsius en 95 procent luchtvochtigheid. De kleur veranderde niet significant als gevolg van deze en andere tests, waardoor de onderzoekers denken dat het geschikt is voor autolakken.
In enkele maanden tijd heeft China een grotendeels onder water liggend rif in de Zuid-Chinese Zee omgevormd tot een snel groeiende militaire buitenpost.
Midden in de Zuid-Chinese Zee zijn tweeëntwintig Chinese zandbaggerschepen al maanden onafgebroken aan het werk rond Antelope Reef. Sinds december hebben ze de zandbank, waarop eerder slechts enkele gebouwen stonden, omgevormd tot een grootschalig bouwproject dat met de dag verder uitbreidt. Als het huidige tempo aanhoudt, zou het eiland volgens experts kunnen uitgroeien tot China’s grootste kunstmatige eiland in de Zuid-Chinese Zee.
Het rif, onderdeel van de Paraceleilanden op ongeveer 270 kilometer van de Chinese kust, is een van de tientallen betwiste gebieden in de Zuid-Chinese Zee waarop Beijing aanspraak maakt. Ook Vietnam en Taiwan claimen het rif.
Voordat de werkzaamheden begonnen, schakelden de baggerschepen hun transponders uit om niet gevolgd te kunnen worden – een tactiek die bekendstaat als ‘going dark’. Satellietbeelden konden hun bewegingen en voortgang echter alsnog volgen.
In slechts drie maanden heeft China het rif fors uitgebreid, een versterkte perimeter rond het eiland aangelegd en minstens twee nieuwe aanlegsteigers gebouwd.
Het eiland, dat inmiddels ongeveer 3,3 kilometer lang is, zou ruimte bieden voor een landingsbaan van zo’n 2,7 kilometer. Volgens het Asia Maritime Transparency Initiative (AMTI) is dat lang genoeg voor alle geavanceerde Chinese gevechtsvliegtuigen. Beijing beschikt al over een landingsbaan van vergelijkbare lengte op Woody Island [de belangrijkste Chinese buitenpost in de Paraceleilanden] waar regelmatig bommenwerpers worden gestationeerd, waaronder de nucleair inzetbare H-6.
Strategische vaarroute
Gregory Poling, directeur van het AMTI, verwacht dat China het landaanwinningsproject op Antelope Reef ‘vrijwel zeker’ tegen eind 2026 zal afronden als het huidige bouwtempo aanhoudt. ‘De ontwikkeling zal de komende jaren doorgaan, maar waarschijnlijk zal de faciliteit tegen het einde van dit jaar al deels operationeel zijn,’ aldus Poling.
Volgens hem zal China daarna waarschijnlijk een netwerk voor inlichtingen, bewaking en verkenning (ISR) op het rif installeren. Dat kan bestaan uit radarsystemen, brandstofopslag en mogelijk schuilplaatsen voor geavanceerde militaire technologie, zoals luchtafweerraketten en kruisraketten.
Daarmee zou Antelope Reef zich voegen bij de lange lijst van locaties in de Zuid-Chinese Zee die Beijing heeft gemilitariseerd om zijn controle over de strategische vaarroute uit te breiden.
China begon in 2014 tientallen riffen en eilandjes op grote schaal uit te breiden en om te vormen tot militaire buitenposten. Inmiddels heeft het land minstens zevenentwintig van zulke buitenposten gebouwd in de Zuid-Chinese Zee: twintig in de Paraceleilanden bij Antelope Reef en zeven in de Spratly-eilanden, dichter bij de Filipijnen.
Al deze buitenposten hebben een militair doel. Eventuele civiele functies zijn vooral een façade,’ zegt Poling. ‘Deze installaties zijn bedoeld om China’s controle over de Zuid-Chinese Zee verder uit te breiden.’
Big Three
China beschikt in de Spratly-eilanden over drie grote militaire buitenposten: Fiery Cross Reef, Mischief Reef en Subi Reef. De zogenoemde ‘Big Three’ hebben allemaal landingsbanen en hangars, radar- en communicatiesystemen en mobiele raketsystemen voor luchtafweer en aanvallen op schepen. In de Paraceleilanden is Woody Island inmiddels uitgegroeid tot een kleine stad met een school, bibliotheek en bank voor ongeveer 2200 inwoners. Eind december 2025 opende het eiland zelfs zijn eerste winkelcentrum: een complex van vier verdiepingen met een supermarkt, boekhandel, fastfoodrestaurant en kapsalon.
De bouw van de Big Three en Woody Island was grotendeels afgerond in 2018, drie jaar nadat Beijing had verklaard klaar te zijn met de militarisering van eilanden in de Zuid-Chinese Zee. In 2024 vonden nog beperkte uitbreidingen plaats op Triton Island, een ander eiland in de Paraceleilanden, waaronder de installatie van een radarsysteem. Verder leek China zijn eilandbouw in de betwiste wateren grotendeels te hebben stilgelegd, tot de uitbreiding van Antelope Reef begon. Experts vermoeden dat China Antelope Reef militariseert om Vietnamese activiteiten in de regio beter te kunnen volgen.
Damien Symon, defensieanalist bij The Intel Lab, zegt: ‘Vietnam heeft de afgelopen jaren ook verschillende eigen eilandposities in de regio versterkt en uitgebreid. Dat past binnen een bredere concurrentiestrijd rond infrastructuur op zee. Vanuit dat perspectief kan de uitbreiding van Antelope Reef een poging van China zijn om de laatste gaten in zijn maritieme netwerk te dichten.’
Kunstmatige eilanden
Sinds 2021 heeft Vietnam ongeveer 2200 hectare nieuw land aangelegd – zo’n 70 procent van de oppervlakte die China heeft gecreëerd – door kunstmatige eilanden te bouwen op alle eenentwintig locaties die het bezet in de Zuid-Chinese Zee. Volgens het AMTI zijn minstens vijf daarvan inmiddels gemilitariseerd met landingsbanen, havens en andere militaire infrastructuur.
‘De meest waarschijnlijke verklaring is dat China heeft besloten Antelope Reef uit te bouwen tot een functionele militaire buitenpost van waaruit kustwacht-, marine- en militievloten Vietnamese activiteiten kunnen volgen,’ zegt Poling hierover. ‘Het rif zal vooral dienen als luisterpost en bevoorradingspunt voor schepen die patrouilleren tussen de Paraceleilanden en Vietnam, iets wat de Vietnamese regering in Hanoi waarschijnlijk bijzonder irritant zal vinden.’
China heeft zijn maritieme militiepatrouilles in de Zuid-Chinese Zee de afgelopen jaren geleidelijk opgevoerd. Volgens het AMTI werden in 2025 dagelijks gemiddeld 241 schepen waargenomen, tegenover 232 een jaar eerder. De meeste activiteit vond plaats rond Mischief Reef en Whitsun Reef in de Spratly-eilanden.
Ook de Chinese kustwacht is actiever geworden rond gebieden in de Spratly-eilanden die eveneens door de Filipijnen worden geclaimd, waaronder Second Thomas Shoal en Scarborough Shoal. Dat leidde geregeld tot gespannen – en soms gewelddadige – confrontaties met Filipijnse schepen.
In de Paraceleilanden blijven nog maar weinig riffen over waarop China grote installaties kan bouwen zodra Antelope Reef voltooid is. ‘Er zijn eigenlijk nog maar twee of drie riffen in de Paracels die China wel al bezet maar nog niet volledig heeft uitgebouwd,’ vertelt Poling. ‘Het gaat om zandbanken die al omringd worden door grotere Chinese faciliteiten. Het is niet uitgesloten, maar ik zie geen duidelijke reden waarom China daar nog meer zou willen bouwen.’
Met name over Iran en Taiwan lopen de meningen ver uiteen
Donald Trump begon zijn laatste dag in Beijing vandaag met een bericht op sociale media dat Xi Jinping hem had gefeliciteerd met zijn ‘vele enorme successen’ en dat ‘de relaties tussen de twee grootste wereldmachten goed waren en bleven verbeteren’, aldus Channel News Asia. ‘Er blijven echter aanzienlijke verschillen bestaan met betrekking tot Iran, Taiwan en andere kwesties’, merkt de Singaporese televisiezender op.
Om deze spanningen te begrijpen, hoeft men alleen maar ‘de verklaringen van China en de Verenigde Staten’ van donderdagavond te vergelijken: ze onthullen ‘scherpe contrasten in de prioriteiten van beide partijen’, aldus South China Morning Post. ‘Washington richt zich op handel, fentanyl en Iran, terwijl Beijing de nadruk legt op Taiwan, de stabilisatie van de bilaterale betrekkingen en Trumps lof voor president Xi Jinping’, vat de Hongkongse krant samen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Iraanse kwestie is met name een goed voorbeeld van de verschillende aanpak van de twee landen. In haar verslag noemde het Witte Huis de Verenigde Staten en China ‘eensgezind over de noodzaak om de Straat van Hormuz te heropenen en vrij te houden van Iraanse tolheffingen’, schrijft The New York Times.
Maar het verslag van de Chinese regering vermeldt slechts, in vage bewoordingen, dat de twee presidenten ‘van gedachten wisselden over belangrijke internationale en regionale kwesties, zoals de situatie in het Midden-Oosten, de Oekraïense crisis en het Koreaanse schiereiland’, aldus China Daily.
Het verslag van het Witte Huis gaat daarentegen volledig voorbij aan ‘de nadrukkelijke bewering van Beijing dat de Taiwankwestie, indien verkeerd aangepakt, de gehele Chinees-Amerikaanse relatie in gevaar zou kunnen brengen’, merkt The Straits Times op.
‘Amerikaanse functionarissen en politici vreesden dat Trump zou zwichten voor de druk van Xi Jinping en zou afwijken van zijn Taiwanbeleid’, maar gezien de samenvatting van het Witte Huis ‘lijkt dit niet het geval te zijn geweest’.
In Beijing worden sinds kort bureaus verhuurd in kantoren waar niemand echt werkt. Voor een paar euro per dag doen mensen er alsof ze een baan hebben. Waarom zijn in China’s vermeende economische boom zo velen achtergebleven?
Het is vijf over negen als een jonge man met een strooien hoed, bril en koptelefoon op de tweede verdieping van een onopvallend gebouw in een industriegebied in Zuid-Beijing een glazen deur opent. De code kreeg hij even daarvoor ‘van de baas’ op zijn telefoon. Hij pakt een pakketje dat in de deurklink steekt, trekt de deur open en zegt zachtjes, meer tegen zichzelf: ‘Aan het werk.’
Hij doet het licht en de airconditioning aan, loopt naar een bureau midden in de kantoortuin en kiest een plek. Hij is nog alleen. Niemand is hier om te werken, en dat geldt ook voor hem. Li Zhijun is hier niet om te werken. Hij is hier om te doen alsof.
Hij betaalt om hier te mogen zitten, in een ruimte die eruitziet als een kantoor: een tapijt met ruitpatroon, bureaus, het kille licht van tl-buizen. Bij de ingang staat in witte letters: ‘Alsof-je-werkt’-bedrijf.
In heel China duiken steeds meer van dit soort schijnkantoren op: in Shanghai, Wuhan, Shenzhen, Chengdu. Voor omgerekend vier tot vijf euro per dag kunnen jongeren er een plek huren om het gevoel van een werkdag te ervaren. Internet, thee en snacks zijn inbegrepen.
Twee jaar geleden bereikte de jeugdwerkloosheid met 21,3 procent een recordhoogte. Daarna paste Beijing de berekeningsmethode aan. In juli lag het officiële cijfer nog maar op 17,8 procent. De druk onder sollicitanten is enorm. Werkgevers weten hoe gewild banen zijn; ze eisen overwerk en betalen minder.
Bai lan
Sommige jongeren blijven simpelweg thuis en doen aan bai lan: ze laten het leven ‘verrotten’, zoals de online term luidt. Dat betekent dat ze opgeven, ‘plat gaan liggen’ – nog zo’n modewoord – en zich schikken in hun hopeloosheid.
In dit schijnkantoor in het zuiden van Beijing, dat in februari opende, doen ze het tegenovergestelde. Hier betalen ze geld voor het gevoel nog deel uit te maken van de werkende wereld.
Het kantoor is een spiegel van de huidige situatie in China. Naar buiten toe toont het land kracht. Deze week organiseert de Chinese leiding in Tianjin de top van de Shanghai Cooperation Organisation, een samenwerkingsverband van Rusland, India, Pakistan en Centraal-Aziatische landen. Deze groep streeft er steeds openlijker naar de wereldorde naar eigen hand te zetten. De Indiase premier Narendra Modi reist ervoor naar Beijing, en plotseling is een nieuw bondgenootschap tussen oude rivalen denkbaar. Samen vertegenwoordigen ze 35 procent van de wereldbevolking. Terwijl Donald Trump oude allianties vernietigt en partners met importheffingen bestookt, boekt Xi Jinping de ene overwinning na de andere. Op 3 september wil China het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië vieren met de grootste militaire parade in zijn geschiedenis. Een machtsvertoon: er worden nieuwe hypersonische wapens, onbemande onderwatervaartuigen en meer dan 10.000 soldaten verwacht. Het staat in schril contrast met de armzalige parade die Trump in juni liet opmarcheren en die door de Chinese staatsmedia werd bespot als ‘het avondrood van een ondergaande zon’.
In de Duitse economie spreekt men vol bewondering over de ‘China-Speed’. Chinese autofabrikanten en roboticabedrijven gelden als koplopers, en op het gebied van kunstmatige intelligentie stormt het land vooruit. Zijn de Chinezen überhaupt nog te stoppen?
Maar terwijl Xi Jinping buiten de spierballen laat rollen, zitten binnen, op de tweede verdieping van het grijze kantoorgebouw in Zuid-Beijing, mensen als Li Zhijun. Ze hebben geen baan en betalen om te doen alsof; een realiteit die de Chinese leiding het liefst voor de wereld verborgen houdt.
Heroriënteren
Li Zhijun heeft zijn laptop opengeklapt, een computermuis gepakt en een vacaturesite geopend. Hij leest de nieuwste advertenties. Drie maanden geleden nam hij ontslag als ontwerper bij een internetbedrijf; de omstandigheden waren ondragelijk geworden. ‘In het begin voelde ik me verdwaald,’ zegt hij. ‘Als je zo lang als een werkpaard hebt gefunctioneerd, raak je afhankelijk.’ Plotseling niet meer naar je werk hoeven: het maakte hem nerveus.
Een nieuwe baan vinden is momenteel vrijwel onmogelijk. De overheid organiseert wel banenmarkten en via de gemeenten is er ook bemiddeling voor werklozen, maar die richten zich op de grote massa. ‘Voor gespecialiseerde vakmensen zoals ik zijn die aanbiedingen zelden geschikt.’
Hij is nu 41. ‘Wie ouder is dan 35, komt niet eens meer in aanmerking,’ zegt hij. ‘Het maakt niet uit of je capabel bent of niet. Bedrijven nemen liever starters aan: met weinig eisen, een laag salaris en direct inzetbaar. (…) Ze willen puur de efficiëntie verhogen, omdat er te veel sollicitanten zijn.’
‘Wie ouder is dan 35, komt niet eens meer in aanmerking’
Li probeert van alles. ‘Vroeger was ik een klein radertje in een grote machine en voerde ik de doelen van het bedrijf en mijn leidinggevenden uit.’ Voor het eerst heeft hij nu tijd om zich te heroriënteren. Hij heeft een eigen bedrijf ingeschreven, maar heeft nog geen concreet businessplan. Design, communicatie, marketing? ‘Ik vind het belangrijk om problemen voor anderen op te lossen. Alleen wélke problemen, daar ben ik nog niet uit.’
Dat probeert hij nu hier op kantoor uit te zoeken. Eerder probeerde hij al leercabines: minuscule, met gordijnen afgeschermde hokjes, bedoeld voor examenkandidaten. Ieder voor zich, volledig afgesloten. Maar hij miste het kantoorgevoel, vertelt hij. Hier is het anders: de anderen zitten hem niet op de huid, maar hij is ook niet totaal geïsoleerd. ‘De mens is nu eenmaal een sociaal wezen.’
Vier tot zes uur per dag zit hij achter zijn bureau. Zijn familie weet dat hij geen baan meer heeft, maar niet wat hij hier doet. Tegen hen heeft hij gezegd dat hij als freelancer werkt. Dat is niet helemaal gelogen; hij neemt af en toe een kleine opdracht aan. Tegelijkertijd speculeert hij op de beurs. Op zijn scherm schieten de koersen op en neer.
In 2007 studeerde hij af, in een tijd dat de economie nog floreerde. Hij was gedreven, maakte overuren. De salarissen in de reclamewereld lagen destijds zo’n dertig procent hoger dan in andere sectoren. ‘We werkten hard, maar kregen er ook wat voor terug.’ Tegenwoordig is het heel hard werken voor heel weinig geld.
Tegenwoordig is het heel hard werken voor heel weinig geld
Deze zomer studeerden in China 12,2 miljoen studenten af. Een nieuw record. Sommige universiteiten dreigen het diploma pas te overhandigen als afgestudeerden kunnen bewijzen dat ze een baan hebben, om te dwingen minder kieskeurig te zijn.
Was het maar zo eenvoudig.
Veel werkzoekenden zeggen dat ze honderden, soms duizenden sollicitaties hebben verstuurd – zonder resultaat. Vaak krijgen ze niet eens antwoord. In april meldde staatsbedrijf China National Nuclear Corporation, verantwoordelijk voor de nucleaire industrie, dat het op 1730 vacatures bijna 1,2 miljoen sollicitaties had ontvangen. Het bedrijf voegde er een lachende emoji aan toe. Toen sollicitanten zich bespot voelden, beloofde het bedrijf 8000 banen aan te bieden en ‘elke sollicitatie serieus te nemen’.
Tegelijkertijd zijn er heel andere krantenkoppen. Twee weken geleden organiseerde Beijing de eerste wereldspelen voor humanoïde robots, compleet met kungfu, turnen en voetbal. In mei werd bekend dat China 90 procent van de wereldwijde dronemarkt in handen heeft. Het land domineert de wind- en zonne-energiesector en loopt voorop met elektrische auto’s. Ook in biofarmaceutisch onderzoek maakt het een inhaalslag – en het zou binnenkort weleens leidend kunnen zijn in toepassingen van kunstmatige intelligentie.
Zwoegen loont niet
Het ‘Alsof-je-werkt’-bedrijf bevindt zich dan ook in een wijk waar op een oppervlakte van 160 vierkante kilometer zelfrijdende auto’s rondrijden. Honderden elektrische taxi’s zoeven door dit district, dat geldt als een van de toekomstlabs van Beijing.
Er zouden 12 miljoen nieuwe banen zijn in toekomstsectoren als AI en robotica, en in de maakindustrie zelfs 30 miljoen. Toch vissen veel afgestudeerden achter het net: werkgevers geven de voorkeur aan kandidaten van topuniversiteiten en bij veel opleidingen is de lesstof verouderd. Anderen krijgen alleen banen onder hun niveau aangeboden, vaak zonder sociale zekerheid, met extreem lange werkdagen – of in een fabriek. En wie wil dat nou?
Een studieplek gold lang als een gouden ticket naar de middenklasse. Daarvoor blokken kinderen in China van jongs af aan, vaak twaalf uur per dag of meer. Velen zijn al opgebrand voor ze in groep zeven zitten. Ze houden vol in de hoop dat het zwoegen ooit stopt en er een goed leven in de grote stad wacht, met een zekere kantoorbaan. Maar nu moeten sommigen betalen om te doen alsof ze op kantoor werken.
‘Jij bent onze hoop!’ staat er in de lift van het kantoor. Er zijn vier ruimtes: de hoofdzaal met drie lange rijen tafels, een vergaderruimte voor sollicitatiegesprekken of presentaties, en een lounge met een bank en een spelcomputer, waar volle asbakken en lege frisdrankblikjes rondslingeren. En dan is er nog een opnamestudio met grote studiolampen.
Tussendoor dartelt een kater met een rossige vacht. Het is de officiële kantoorkat, met een groene stropdas op zijn rug gebonden.
Het is halfelf. Uiterst links heeft nog een schijnwerker plaatsgenomen. Hij heeft een computer geïnstalleerd, schuifelt op zijn stoel en zweet. Hij draagt wijde, zwarte kleding en stelt zich alleen voor met zijn achternaam: Zhou. Hij is begin dertig. Ook hij is hier voor het eerst; hij hoorde online over het huurkantoor. Eind juli nam hij ontslag. ‘Mijn leidinggevende was onuitstaanbaar, ik hield het niet meer vol,’ zegt hij. Het is al zijn tweede ontslag dit jaar. In april gaf hij zijn vaste baan bij een bedrijf in de onderwijssector op.
Waarom hij hier vandaag is?
Vanwege zijn moeder. Afgelopen weekend kwam ze naar Beijing om hem gezelschap te houden; hij woont alleen. Ze weet niet dat hij geen baan meer heeft. ‘Ik zoek voorlopig gewoon verder,’ zegt hij. ‘Als ik een nieuwe baan vind, hoef ik haar niets te zeggen. Dan ga ik gewoon naar dat nieuwe bedrijf.’ Alleen als de zoektocht te lang duurt, zal hij het haar vertellen. Zijn stem trilt. ‘Mijn vader is vorig jaar overleden. Ik wil mijn moeder niet ongerust maken.’
Een uur en twintig minuten is hij onderweg met de metro van zijn huis naar hier. Hij kijkt naar zijn scherm. Ook hij heeft een vacaturesite openstaan en scrolt de pagina op en neer.
De eerste dag dat hij moest doen alsof hij naar zijn werk ging, was verschrikkelijk. Eerst wilde hij naar een bibliotheek, maar die was dicht. Hij reisde naar een andere, die was ook dicht. Toen streek hij neer in een Starbucks; die vind je in Beijing op bijna elke straathoek. Voor veel werkzoekenden is dat de favoriete schuilplaats. De filialen zijn er groter dan elders, met rustige hoekjes, stopcontacten en tafels als in een universiteitsbibliotheek. Je hoeft er niet eens iets te bestellen. Je ziet er groepen vergaderen, oprichters brainstormen en mensen die er tijdens de lunchpauze een dutje doen. Op internet circuleren foto’s van klanten die complete beeldschermen en printers meeslepen.
Je ziet er groepen vergaderen, oprichters brainstormen en mensen die er tijdens de lunchpauze een dutje doen
Voor Zhou was de Starbucks te rumoerig. Dus trok hij verder. Onderweg deed hij mee aan een gokspel: hij zette 70 euro in, won 170, boekte daar een uurtjeshotel mee, sliep even en belandde opnieuw bij Starbucks. Hij lacht hard en kort. ‘Als je werkt, gaat de dag tenminste sneller. Gisteren heb ik 10.000 stappen gezet en talloze metro’s genomen.’ Er staan tranen in zijn ogen. Hij kijkt naar het scherm, scrolt en scrolt. ‘Die vacaturesites tonen steeds dezelfde banen. Waarschijnlijk een hoog verloop.’
Vroeger verdiende hij omgerekend 2400 euro bruto. Nu bieden bedrijven 1800 euro voor hetzelfde werk, met minder sociale voorzieningen. Daarvan hangt bijvoorbeeld af hoeveel hij bij de dokter zelf moet betalen. ‘Achteraf gezien had ik bij mijn oude bedrijf moeten blijven,’ zegt hij. Zijn grootste angst is zijn leeftijd; hij wordt binnenkort 35. In veel advertenties staat expliciet ‘onder de 35.’ Alleen sommige kleine bedrijfjes nemen ouderen aan, maar dan voor een lager salaris. ‘Dat maakt me bang.’
Verdampt vermogen
Op één punt heeft hij geluk gehad. Hij heeft al vroeg een appartement in Beijing gekocht. De waarde daarvan is stabiel gebleven, ondanks de vastgoedcrisis die sinds 2021 aanhoudt. Zijn broer daarentegen kocht pas twee jaar geleden – zijn appartement is nu dertig procent minder waard. Volgens berekeningen van Barclays is er in de crisis al 18 biljoen dollar aan vermogen in China verdampt, meer dan tijdens de Amerikaanse financiële crisis van 2008. Zijn moeder wil tot begin oktober blijven. Dat is nog zes weken.
Het is één uur ’s middags als de baas van het kantoor binnenstapt. Er zitten inmiddels acht mensen aan de bureaus. De eersten hebben hun hoofd op tafel gelegd en slapen. Zoals in elk kantoor kletteren toetsenborden, klikken computermuizen en wordt er zachtjes gefluisterd. De oprichter van het schijnkantoor, die alleen met zijn achternaam Zhu geciteerd wil worden, zet voor iedereen een flesje sinaasappellimonade neer. Hij is een grote, gezette, charismatische man met kort haar en een wit poloshirt. Hij stapt makkelijk op zijn klanten af, wisselt een paar woorden en vraagt waar ze aan werken of wat hen bezighoudt.
Na kort onderhandelen is hij bereid tot een interview. Buitenlandse media, zegt Zhu, verspreiden toch alleen maar onwaarheden over China. Eigenlijk weigert hij daarom gesprekken met hen. Maar nu we er toch zijn, wil hij zijn verhaal doen – op voorwaarde dat elk woord exact zo wordt overgenomen. De Chinese regering heeft de economie tot een gevoelig onderwerp verklaard. Analisten mogen op sociale media niets meer publiceren en de veiligheidsdiensten bellen economen persoonlijk op als ze op televisie te negatief zijn. De Foreign Correspondents’ Club meldde in augustus dat de economie een nieuwe ‘rode lijn’ in de verslaggeving is geworden. Steeds vaker duikt de politie op bij interviews met bedrijven. Zelfs besloten bijeenkomsten voor investeerders zouden zijn stopgezet als deelnemers de moeilijke economische situatie ter sprake brachten.
Dat zijn schijnkantoor een spiegel van de slechte economie is, wijst Zhu dan ook van de hand. ‘Ik bied ondernemerschap voor een lage prijs,’ zegt hij. ‘Starters kunnen hier hun ideeën uitproberen en doen wat ze willen. Ze betalen per dag. Werkt het niet, dan passen ze hun plannen aan, zonder grote risico’s.’ Zijn klanten zijn degenen die niet bereid zijn ‘zich plat neer te leggen’, zegt hij. ‘Je kunt jezelf niet dag in, dag uit thuis opsluiten, alleen maar eten en wachten op de dood.’ Velen denken dat zijn kantoor een plek is om werk te ontlopen, maar dat is onjuist. Zijn mantra: Je kunt het. Iedereen kan geld verdienen. Hup, aan de slag.
Model aanpassen
Vroeger werkte hij voor een bedrijf dat zaken deed met de overheid en investeerders wierf, ook voor Duitse bedrijven die zich in China vestigden. Hij is ook een tijd actief geweest binnen het Nieuwe Zijderoute-initiatief, vertelt hij, toen dat nog veel investeringen aantrok. Nu wil hij individuele ondernemers ondersteunen. Een vriend zei onlangs tegen hem: ‘Eigenlijk doe je iets heel betekenisvols voor de maatschappij.’
In zekere zin is hij zelf het goede voorbeeld, vindt hij. Hij heeft dit kantoorconcept uitgeprobeerd en kijkt nu of er genoeg vraag is. Anders moet hij het model maar aanpassen. Hij overweegt uit te breiden naar Saoedi-Arabië of Frankrijk. Ook in zaken met Duitsland heeft hij interesse. Wie wil investeren, kan zich bij hem melden. Altijd hongerig, altijd vooruit. Precies zoals veel buitenlandse investeerders China decennialang hebben omschreven.
‘Pas nu beginnen ze te beseffen dat ideeën toch echt van mensen moeten komen’
Li Zhijun, de ontwerper, zit ’s middags nog steeds op zijn plek. Volgens hem heeft met name kunstmatige intelligentie tot ‘misverstanden’ geleid. Veel managers dachten dat ontwerpers door algoritmes vervangen konden worden. ‘In werkelijkheid is AI slechts een tool die de efficiëntie verhoogt.’
Maar door die misvatting zijn veel creatievelingen ontslagen. ‘Pas nu beginnen ze te beseffen dat ideeën toch echt van mensen moeten komen.’
Hij kijkt naar Zhou. De twee hebben samen geluncht en lijken het goed met elkaar te kunnen vinden. Zhou, die straks naar zijn moeder gaat, oogt nu rustiger dan vanmorgen. Hij glimlacht zelfs. Morgen komt hij waarschijnlijk weer.
Volgens Nikkei Asia moest Lai zijn bezoek aan Eswatini annuleren nadat meerdere Afrikaanse landen hun toestemming introkken voor een overvlucht van zijn vliegtuig. Taiwan stelt dat China deze landen onder druk heeft gezet, onder meer met economische en diplomatieke middelen, om de reis te blokkeren.
De reis was bedoeld om de banden met Eswatini te versterken, een van de weinige landen die Taiwan nog officieel erkennen. Door het wegvallen van cruciale vliegvergunningen werd de route echter logistiek onmogelijk. Dat een buitenlandse reis op het laatste moment moet worden afgeblazen vanwege dergelijke druk, is volgens waarnemers uitzonderlijk.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
China beschouwt Taiwan als een afvallige provincie en probeert het internationaal te isoleren. Onder president Xi Jinping heeft Beijing die strategie verder opgevoerd, onder meer door landen ertoe over te halen hun diplomatieke banden met Taipei te verbreken.
De annulering onderstreept volgens experts hoe groot de geopolitieke druk op Taiwan is geworden, vooral in regio’s waar China economische invloed heeft opgebouwd. Tegelijkertijd laat het zien hoe kwetsbaar de internationale bewegingsruimte van Taiwan blijft, ondanks pogingen om zijn diplomatieke netwerk te behouden.
Beschuldigd van militaire ambities stelt Beijing dat het uitsluitend vreedzaam opereert in het Noordpoolgebied, aldus deze opiniebijdrage.
Zodra westerse landen vandaag met een probleem worden geconfronteerd, lijken ze geneigd China erbij te slepen. Dat geldt ook voor het Noordpoolgebied. Sommige westerse media speculeren graag over Chinese activiteiten in het Arctische gebied of projecteren er een politieke lezing op die getuigt van een Koude Oorlog-mentaliteit, maar gaan daarbij voorbij aan de beginselen van samenwerking en duurzame ontwikkeling die China consequent naar voren brengt. Neem de winning van delfstoffen. Chinese bedrijven houden zich strikt aan de juridische en milieuregels die door lokale autoriteiten zijn vastgesteld en respecteren de keuzes van de betrokken gemeenschappen. In dit geheel van Chinese activiteiten in het Noordpoolgebied valt niets te bespeuren dat wijst op vermeende ‘roofzucht’, laat staan op enige poging tot ‘militarisering’. Meer in het algemeen geldt dat, nu de gevolgen van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden, de Arctische zeeroutes aan belang winnen omdat ze steeds vaker als commerciële vaarroutes kunnen dienen. Als China nieuwe poolroutes voor het maritieme transport verkent, dan doet het dat juist om duurzamere trajecten te ontwikkelen voor de mondiale goederenstromen.
Invloedrijkere speler
Wat bekendstaat als de ‘polaire zijderoute’ zou weleens een essentiële schakel kunnen worden in de nieuwe fase waarin de Nieuwe Zijderoutes zijn beland. Het doel is helder: deze route inzetten ten dienste van het internationale transport en de handelsconnectivteit, met name tussen Europa en Azië – niet als instrument in een geopolitieke machtsstrijd.
Ondanks het ontbreken van tastbaar bewijs voor beweringen van sommige westerse politici – zoals Donald Trumps uitspraak dat ‘Groenland krioelt van Chinese oorlogsschepen’ – valt niet te ontkennen dat China zich stap voor stap ontwikkelt tot een steeds invloedrijkere speler in Arctische aangelegenheden. Van wetenschappelijke exploratie tot de studie van nieuwe vaarroutes: China structureert zijn polaire strategie op een geleidelijke en pragmatische manier. De oprichting in 2004 van het Gele Rivieronderzoeksstation in de Noorse archipel Spitsbergen markeerde officieel het begin van de Chinese deelname aan Arctisch wetenschappelijk onderzoek.
In China winnen ultrakorte, met AI gemaakte series razendsnel terrein en zetten ze de entertainmentindustrie op zijn kop, schrijft The Economist. De zogeheten microdrama’s bestaan uit afleveringen van slechts enkele minuten en zijn volledig afgestemd op smartphonegebruik.
Dankzij kunstmatige intelligentie kunnen deze series veel sneller en goedkoper worden geproduceerd dan traditionele tv- of filmproducties – soms tot wel 90 procent goedkoper. Daardoor verschijnen er dagelijks honderden nieuwe titels, vaak ontworpen om viraal te gaan op sociale media.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De opmars verandert de sector ingrijpend. Traditionele studio’s krijgen concurrentie van kleine, flexibele makers die snel inspelen op trends en kijkgedrag. Tegelijk groeit de populariteit van korte, makkelijk consumeerbare content, vooral onder jonge kijkers.
Toch zijn er ook zorgen. Critici wijzen op wisselende kwaliteit, mogelijke schendingen van auteursrechten en de impact van AI op creatieve banen. De Chinese overheid houdt de ontwikkeling dan ook scherp in de gaten en onderzoekt hoe de sector gereguleerd kan worden.
Op het internet moet je vooral niet alles voor zoete koek aannemen. In deze rubriek duikt 360 elke maand in een andere virale trend, bewering of internetfenomeen. Wat gaat er allemaal schuil achter de ‘Chinese baddie’-trend?
🔥 Wat gaat er viraal?
Op TikTok waarschuwt een jonge vrouw dat je géén ijswater moet drinken – dat zou ‘not very Chinese of you’ zijn. Warm water daarentegen zou je spijsvertering stimuleren, je huid verbeteren en je een minder opgeblazen gevoel geven. Onder de hashtag #Chinamaxxing delen Gen Z’ers hun ‘Chinese grandma routines’: slippers aan in huis, gojibessenthee drinken en steevast vóór elf uur naar bed. Sommige makers delen oprechte tips, andere video’s zijn vooral grappig bedoeld. Het begon toen Sherry Zhu, een tweeëntwintigjarige Chinees-Amerikaanse vrouw, besloot dat ‘iedereen op internet Chinees kon zijn’. Dat sloeg aan. ‘Mensen van ogenschijnlijk niet-Chinese afkomst delen tips waar mijn Chinese oma trots op zou zijn’, schrijft Maggie Shui in Dazed.
De trend waarbij ‘iedereen nu Chinees is’, valt samen met een groeiende belangstelling voor traditionele Chinese geneeskunde (TCM). Deze eeuwenoude medische traditie vertrekt vanuit een holistische visie op het lichaam en richt zich niet alleen op fysieke klachten, maar ook op emotioneel en spiritueel welzijn. Kruidengeneeskunde, acupunctuur en therapeutische massages maken er deel van uit. Bij Google is de trend goed terug te zien: na jaren van stabiliteit verdubbelde afgelopen december het aantal zoekopdrachten naar TCM in de Verenigde Staten.
👀 Waarom nu?
Volgens GQ past de groeiende belangstelling voor TCM in een bredere trend waarbij er steeds vaker vraagtekens worden gezet bij westerse geneeskunde en mensen op zoek gaan naar holistischere gezondheidspraktijken. Veel adviezen, zoals warm water drinken of vroeger naar bed gaan, zijn eenvoudig toe te passen.
The Guardian schrijft dat de economische maatregelen van Donald Trump er ook aan hebben bijgedragen. Na een mislukte handelsoorlog en het dreigende TikTok-verbod leken de VS ineens niet meer eeuwig dominant. Tegelijkertijd winnen Chinese producten, zoals Labubu’s en de videogame Black Myth: Wukong, terrein, en vlogen verschillende influencers met miljoenen volgers, zoals IShowSpeed, naar China om daar content op te nemen.
Het promoten van TCM past in China’s bredere softpowerstrategie. In 2016 riep de regering van Xi Jinping op om de geneeskunde ‘actief te introduceren in de rest van de wereld’. Tijdens de coronapandemie adviseerde de Chinese Nationale Gezondheidscommissie het gebruik van TCM in behandelingsprotocollen en stelde de overheid een plan op om mensen te bestraffen die het geneeskundige systeem ‘belasterden’ – een voorstel dat later werd ingetrokken. In 2022 was de wereldwijde TCM-markt al zo’n 400 miljard dollar waard, en in 2025 eindigde China voor het eerst boven het Verenigd Koninkrijk in de Global Soft Power Index.
💬 Welke reacties roept het op?
Sommigen bekritiseren witte influencers die Chinese gebruiken toe-eigenen of vinden de grappen ongevoelig. ‘Wat een voorrecht om een dag lang de identiteit van iemand anders te kunnen aannemen zonder de gevolgen ervan te dragen’, schreef Faith Xue, hoofdredacteur van Coveteur. Medina Azaldin gaf in ELLE toe ‘zich als iemand van Zuidoost-Aziatische afkomst met familie in China ongemakkelijk te voelen telkens wanneer een niet-Chinees iemand een “Chinese baddie”-video plaatst.’ Ook Charlotte Yau, van het huidverzorgingsmerk Muihood, waarschuwt dat de culturele betekenis van TCM snel verloren kan gaan in het snelle algoritme: ‘Chinezen kunnen niet zomaar besluiten of ze wel of niet Chinees zijn die dag. Dit is onze cultuur en identiteit.’ Toch zijn er ook positieve effecten. Volgens TCM-voedingstherapeut Xinyi Gong, herontdekken sommige Chinese jongeren dankzij de trend de kennis van hun ouders en grootouders. Ze denkt dat er een nieuwe trots is ontstaan rond het Chinese erfgoed. Of de hype slechts een hype blijft, valt nog te bezien. Na het optreden van Bad Bunny in de rust van de Super Bowl, was iedereen ‘voor even Puerto Ricaans’. Een gebruiker op X grapte dat Amerikanen nu doen aan ‘globalismmaxxing’ – gretig op zoek naar interculturele verbindingen, al is het maar door middel van snelle tiktoks en algoritmes.
De oppositieleider pleit voor nauwere banden met China
China heeft de leider van de Taiwanese oppositiepartij Kuomintang (KMT) uitgenodigd voor een bezoek aan het vasteland begin deze maand. Dit is ‘het eerste dergelijke bezoek van een zittend Kuomintang-leider sinds 2016‘, meldt Bloomberg.
De Chinese president Xi Jinping ‘heeft de uitnodiging persoonlijk overgebracht aan KMT-voorzitter Cheng Li-wun, die heeft gepleit voor nauwere banden met China‘, aldus het zakennieuwsmedium, dat zich baseert op informatie die maandag is gepubliceerd door het officiële persbureau Xinhua.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Taiwanese delegatie is uitgenodigd om van 7 tot en met 12 april Jiangsu, Shanghai en Beijing te bezoeken. Het is onduidelijk of mevrouw Cheng tijdens het bezoek president Xi zal ontmoeten – een ontmoeting waar ze herhaaldelijk om heeft gevraagd.
‘Deze aankondiging valt samen met het bezoek van Amerikaanse senatoren aan Taiwan, afgelopen maandag‘, een stap die China waarschijnlijk zal irriteren. China ‘beschouwt het eiland als zijn eigen grondgebied en verzet zich tegen elke officiële uitwisseling tussen Taipei en andere regeringen‘, aldus Bloomberg.
Het maakt de Chinese overheid niet veel uit hoe het Iraanse regime eruitziet, zolang het maar olie levert.
De Amerikaanse en Israëlische bombardementen op Iran worden door China met argusogen gevolgd. Beijing is immers Teherans belangrijkste partner. Deze twee landen vonden elkaar in hun overeenkomstige geschiedenis en beleidsdoelen: beide landen kunnen bogen op een niet-westerse beschaving die teruggaat tot de oudheid, en beide landen verzetten zich tegen een door het Westen gedomineerde wereldorde. Ook energiezekerheid speelt een rol in China’s relatie met Iran. In 2025 was meer dan 55 procent van de totale olie-import van China afkomstig uit het Midden-Oosten (zo’n 13 procent uit Iran), en het grootste deel daarvan moest door de Straat van Hormuz komen, de zee-engte voor de Iraanse kust. Door de bombardementen ligt de Iraanse olieleverantie nu stil en loopt de productie in alle Golfstaten gevaar, zodat China het gevaar loopt geen olie meer uit de regio te kunnen halen. Sommige analisten speculeren daarom dat het Teheran toch te hulp zal schieten. Zo niet met directe militaire interventie, dan tenminste met materiële ondersteuning in de vorm van apparatuur en onderdelen die zowel militair als civiel inzetbaar zijn, zoals Beijing die ook al aan Rusland levert voor de oorlog in Oekraïne.
Maar al maakt China zich zorgen, het is niet waarschijnlijk dat het zich in de strijd zal mengen. De twaalfdaagse oorlog van Israël tegen Iran in juni 2025 ontlokte China niet meer dan de geijkte diplomatieke steunbetuigingen aan de Islamitische Republiek. En op de officiële persconferentie van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken deze week waren de felste bewoordingen gereserveerd voor een veroordeling van de liquidatie van Irans opperste leider ayatollah Ali Khamenei, niet voor de hele militaire campagne tegen Iran. Met de oproep aan ‘alle betrokken partijen om de militaire operaties te beëindigen’ – dus niet alleen aan de VS en Israël maar ook aan Iran – en om de ’soevereiniteit, veiligheid en territoriale integriteit’ van de Golfstaten te eerbiedigen wekt China de indruk dat het net zo hard zijn best doet om de betrekkingen met de Golfstaten goed te houden als die met Iran.
Deze terughoudendheid is niet van vandaag of gisteren. Sinds de Hamas-aanval op Israël van 7 oktober 2023 is China in toenemende mate ontgoocheld geraakt over de capaciteiten en de geloofwaardigheid van Iran als regionale machtsfactor. De Chinese strategen hebben hun vertrouwen in het land ook verloren omdat het volgens hen geneigd is om voor westerse druk te zwichten in plaats van terug te vechten, zoals blijkt uit de aanhoudende Iraanse wens om met Washington te blijven onderhandelen. Uiteindelijk beschouwt China een regimewisseling in Iran niet als het slechtst mogelijke scenario. Het is bereid om samen te werken met welke regering er straks ook komt bovendrijven, zolang de olieleveranties en de gezamenlijke economische belangen maar gewaarborgd zijn. Pas als die belangen gevaar lopen, of als een lange uitputtingsslag het vervoer van olie door de Straat van Hormuz verstoort, zal Beijing zijn afzijdigheid moeten heroverwegen en zich er nadrukkelijker in gaan mengen.
Pas als de oliebelangen gevaar lopen, zal Beijing zijn afzijdigheid moeten heroverwegen
De Iran-strategie van China berustte lange tijd op de gedachte dat het land een bruggenhoofd kon vormen voor de verdediging van de Chinese belangen in het Midden-Oosten. Om hun toenemende samenwerking te bekrachtigen en hun banden op het gebied van economie en veiligheid verder aan te halen sloten de twee landen in 2021 een vijfentwintigjarig strategisch partnerschap. Maar vanwege Iraanse huiver voor meer Chinese invloed en daaruit voortvloeiende aantasting van de eigen soevereiniteit en onafhankelijkheid kwam er van de in het akkoord voorgenomen investeringen van 400 miljard dollar weinig terecht, en Beijing raakte gefrustreerd over de wispelturige en onbetrouwbare houding van Teheran. China heeft bovendien geconcludeerd dat de macht en de revolutionaire geloofwaardigheid van het land zwaar worden overschat. Met een bevolking die tienmaal zo groot is als die van Israël en driemaal zo groot als die van Saoedi-Arabië heeft Iran niettemin een bbp dat nog geen 90 procent van dat van Israël en niet meer dan 25 procent van dat van Saoedi-Arabië bedraagt. Volgens de Chinese analyse schrikt het zijn tegenstanders vooral af met proxy-oorlogen en asymmetrische oorlogsvoering, zodat het machtiger lijkt dan het is en zijn interne zwaktes verbloemt.
Irans strategische doel van een islamitische revolutie staat in de ogen van China ook op gespannen voet met de stappen die nodig zijn om dat doel te bereiken. In de analyse van Niu Xinchun, hoofd van het onderzoeksinstituut voor Chinees-Arabische betrekkingen aan de Ningxia-universiteit, biedt de islamitische ideologie geen ruimte voor concessies aan de Verenigde Staten over politieke en nucleaire kwesties. Maar vanwege de verlammende sancties is een betere relatie met de Verenigde Staten een eerste vereiste om de economie erbovenop te helpen, het land sterker te maken en de binnenlandse roep om hervormingen te laten verstommen. Zo zit Iran dus klem tussen zijn verzet tegen de VS en de noodzaak om met Washington tot een vergelijk te komen, tussen zijn conservatieve theologische wortels en de noodzaak van hervorming.
Bovendien vinden veel Chinese analisten dat Iran vaak slap optreedt tegen tegenstanders. Nadat in 2020 de hoogste Iraanse generaal Qassem Soleimani door de VS was geliquideerd, en toen Israël in 2024 de Iraanse ambassade in Syrië had bestookt, vond men de vergeldingsacties van Teheran tegen Amerikaanse militaire bases in Irak en Israël bepaald niet indrukwekkend. Ook de Iraanse vergeldingsaanvallen voor de twaalfdaagse oorlog, waarbij Qatar en de Verenigde Staten steeds vooraf door Iran werden gewaarschuwd, werden algemeen als zwak en ineffectief beschouwd. Chinese internetters deden het spottend af als ‘vergelding voor de bühne’. In Chinese commentaren over het Midden-Oosten klinkt inmiddels veel pessimisme door: Chinese opiniemakers zoals de bekende deskundige Hu Xijin zien Iran en zijn bevolking nu wegzinken in een moeras en nemen het Teheran kwalijk dat het land daarin is beland.
Sinds 2023 is de ene na de andere militie op de korrel genomen en weggevaagd
Het Chinese vertrouwen is ook ondermijnd door hoe Iran omgaat met de proxy-groeperingen die het in andere landen onderhoudt. Sinds 2023 is de ene na de andere militie op de korrel genomen en weggevaagd. Zo konden Hamas en Hezbollah door Israël worden gedecimeerd zonder dat Iran met enige steun of vergelding van belang kwam. China hoorde in december 2024 verbluft aan hoe de Iraanse banden met proxy-groeperingen in de regio (de zogenaamde ‘as van het verzet’) door vicepresident Mohammad Zarif werden ontkend: volgens hem had Iran daar geen macht over. En in april 2025 trok Iran zijn militair personeel terug uit Jemen terwijl dat land door de Amerikanen werd gebombardeerd. Ze lieten hun Houthi-bondgenoten dus in de steek om de spanningen met de VS niet verder op te voeren, in de hoop onderhandelingen met dat land te kunnen hervatten.
Beijing is ook teleurgesteld over het falen van het Iraanse regime op binnenlands vlak. In de Chinese staatsmedia wordt het regime niet openlijk bekritiseerd, maar in kringen van Chinese beleidsmakers maakt men zich geen illusies over de verkeerde beleidskeuzes, de wijdverbreide corruptie en de povere bestuurlijke prestaties van Teheran. Israël kon in de twaalfdaagse oorlog heel gericht Iraanse topmilitairen en kerngeleerden uitschakelen doordat het veiligheidsapparaat geïnfiltreerd was. Dat wekt de indruk dat veel Iraanse functionarissen geen vertrouwen hebben in hun eigen systeem en bereid zijn hun land te verraden. Chinese leiders twijfelen aan de levensvatbaarheid van een Iraanse staat waar de eigen functionarissen geen vertrouwen in hebben.
Vanwege die teleurstelling over het Iraanse leiderschap is Beijing niet zonder meer gekant tegen een regimewisseling. Omdat het er vooral belang aan hecht dat Iran een levensvatbare economische partner blijft, staat het neutraal tegenover de aard van het regime. Als de Amerikaanse en Israëlische aanvallen de wilde militaire ambities van Iran een halt toeroepen en het land zijn positie als economische mogendheid weet te herwinnen, kan China daar vrede mee hebben.
Dat China zal proberen het huidige regime overeind te houden is ook onwaarschijnlijk in het licht van zijn eigen betrekkingen met de Verenigde Staten. Voor eind maart staat er een ontmoeting gepland tussen Donald Trump en Xi Jinping. Dat zou kunnen leiden tot een groot akkoord dat een echte détente inluidt na acht traumatische jaren van harde rivaliteit tussen de twee grootmachten. Beijing wil zijn poging om met Trump samen te werken niet laten doorkruisen door een oorlog in het Midden-Oosten.
Nieuwe afwegingen
De Chinese belangen in Iran draaien vooral om energiezekerheid. China heeft zijn energievoorziening gediversifieerd en zwaar geïnvesteerd in steenkool, zonne-, wind- en kernenergie. Olie is in 2025 door hernieuwbare energiebronnen voorbijgestreefd als de tweede grootste energiebron na steenkool, maar blijft een onmisbare rol spelen in de Chinese economie. Het land is nog steeds van geïmporteerde olie afhankelijk voor zijn vlieg- en scheepsverkeer en voor petrochemische producten. Het heeft een oliereserve van naar schatting 1,3 tot 1,4 miljard vaten, circa 30 procent van zijn invoer in 2025: genoeg voor een korte, maar niet voor een langdurige verstoring van de aanvoer uit het Midden-Oosten.
Iets wat China wel zorgen baart, wat deze afwegingen kan doorkruisen en het land toch kan dwingen om in actie te komen, is de afsluiting van de Straat van Hormuz. Daarmee zou meer dan de helft van de Chinese olie-import worden afgesneden. De mogelijkheid van een regionaal conflict met een langdurige sluiting van de scheepvaartroutes is door Midden-Oosten-deskundigen en topmensen uit de Chinese oliesector altijd weggewuifd. Een oorlog in de regio die het vervoer van olie door de Straat van Hormuz verstoort, zo was de gedachte, zou leiden tot een wereldwijde energiecrisis waarvoor snel een collectieve oplossing zou worden gevonden. Tijdens de twaalfdaagse oorlog beweerden Chinese deskundigen al dat Iran de Straat van Hormuz niet zou afsluiten, omdat het daarmee de hele Golfregio tegen zich in het harnas zou jagen en zijn eigen inkomsten in gevaar zou brengen. Dit was het argument dat Beijing inzette tegen de binnenlandse roep om (en westerse speculatie over) de opbouw van een Chinese militaire aanwezigheid in de regio.
Die aanname dat de energieproducenten en -consumenten van de wereld niet zullen toestaan dat de regio uit elkaar valt, wordt nu op de proef gesteld. Beijing oefent druk uit op Teheran om de Straat van Hormuz open te houden en geen maatregelen te nemen die het vervoer van olie verstoren. Als de aanvoer van olie uit de regio in het geding komt, kan China bij andere leveranciers terecht, met name Rusland, dat momenteel al goed is voor meer dan 17 procent van de Chinese olie-import. Maar het is beducht voor al te grote afhankelijkheid van één leverancier, uit angst dat ook die kraan ineens kan worden dichtgedraaid.
Als de aanvoer van olie uit de regio in het geding komt, kan China bij andere leveranciers terecht, met name Rusland
Een nog groter probleem voor China is een langdurige oorlog. Als het Iraanse regime de bombardementen van Amerika en Israël doorstaat en met zijn tegenaanvallen echt schade weet aan te richten, wordt Beijing voor een dilemma gesteld. Als Teheran ophoudt met meebuigen, terug gaat vechten en overleeft, wordt het voor China moeilijk om aan de zijlijn te blijven staan en het regime geen steun te geven. Het blijft zijn belangrijkste partner in de regio. Als Iran nu wel daadkracht en weerbaarheid aan de dag legt en China hulp blijft weigeren, laat het zich kennen als een ontrouwe bondgenoot. Mengt het zich wel in de strijd, dan zal China het land wellicht net zo steunen als Rusland in de oorlog tegen Oekraïne: met apparatuur zoals drones, afname van Iraanse olie, en technologische ondersteuning voor de opbouw van de Iraanse defensie-industrie.
Hoe langer het regime het uitzingt, hoe meer China zal moeten doen om het te ondersteunen, en hoe meer dit de oorlog weer verder zal rekken. Maar als het regime snel ten val komt, zoals dat van Bashar al-Assad in Syrië, of als er juist snel een stabiele nieuwe situatie ontstaat zoals in Venezuela na de ontvoering van Nicolás Maduro, dan zal China daar niet lang om rouwen. Vertrouwen in de leiding van de Islamitische Republiek had China al niet meer. Waar het nu om gaat, is hoe het met de nieuwe machthebbers kan samenwerken om te zorgen dat de olie uit het Midden-Oosten blijft stromen.
China wordt in het Westen gezien als winnaar van de nieuwe wereldorde, maar de jaren van onstuimige groei zijn voorbij. Voor de Chinese Gen Z voelt de droom van vooruitgang steeds minder overtuigend, en steeds meer jongeren onttrekken zich stilletjes aan de ambities van de staat.
Misschien wel de interessantste vraag in China op dit moment is niet wat de Communistische Partij voor ogen heeft, maar wat de generatie twintigers nog kan bereiken. Jongeren lijken niet meer mee te gaan in het Chinese succesverhaal. De economische boom is voor hen niet langer een belofte, maar verleden tijd. De kernbelofte van de partij – dat aanpassing en hard werken uiteindelijk worden beloond – is bij China’s Gen Z zo zwaar beschadigd dat het hen nauwelijks nog overtuigt. Hoewel het nog wel functioneert, zijn jonge Chinezen niet langer bereid zich kapot te werken voor het systeem.
De ironie van deze ontwikkeling is evident. Het Chinese systeem zou uitgerekend kunnen struikelen over een generatie die nauwelijks rebellie vertoont – minder nog dan generaties daarvoor. Met systeemcritici weet de staat wel raad, maar wat kan de overheid beginnen tegen miljoenen jonge Chinezen die zo moe zijn geworden van een voor hen ongrijpbaar verhaal dat ze zich eenvoudigweg aan de samenleving onttrekken – en daarmee aan de toekomstplannen van de regering?
China presenteert zich als een opkomende wereldmacht, met een nieuwe Zijderoute die mondiale toeleveringsketens hervormt, een groeiend militair zelfvertrouwen in de Stille Oceaan en een regering die zelfs de handelsoorlog met de Verenigde Staten onder Donald Trump niet schuwt – en mogelijk uiteindelijk wint. China lijkt winnaar te zijn van de nieuwe wereldorde.
Maar wie achter deze façade kijkt, ziet niet alleen triomf, maar ook onzekerheid. Als je jonge Chinezen vraagt hoe het met ze gaat, hoor je weinig klachten – maar evenmin veel vertrouwen in de toekomst. Tegenwoordig komen gesprekken bijna altijd uit op de vraag die ook veel jonge mensen in het Westen bezighoudt: hoe zal ik ooit een eigen woning kunnen betalen?
In China is die vraag echter nog existentiëler dan elders. Een woning is er niet slechts een plek om te wonen, maar een belangrijk statussymbool. Wil een man in China trouwen, dan verwacht de familie van de bruid dat hij een huis bezit. Alleen dan heb je het gemaakt.
De Chinese vastgoedcrisis heeft aanzienlijk meer vermogen vernietigd dan de wereldwijde financiële crisis van 2008
De Chinese vastgoedcrisis heeft aanzienlijk meer vermogen vernietigd dan de wereldwijde financiële crisis van 2008, volgens schattingen zelfs dubbel zoveel. Maar geldt in het Westen de crisis van 2008 als een traumatisch referentiepunt, de Chinese vastgoedcrisis wordt nauwelijks erkend – ook niet door de Chinese regering.
Volgens de lezing van de regering heeft de markt zich gestabiliseerd: alles onder controle, geen reden tot paniek. Maar de miljoenen Chinese gezinnen die jarenlang elke yuan hebben gespaard en in een van de talloze bouwprojecten hebben geïnvesteerd, voelen de gevolgen nog altijd. Jonge Chinezen kopen vandaag niet alleen minder woningen omdat ze die moeilijker kunnen betalen, maar ook omdat ze geen vertrouwen meer hebben in de belofte van eigendom.
Tot op de dag van vandaag leven duizenden Chinezen in onafgebouwde woningen waarvoor ze al hebben betaald, zonder water en elektriciteit, simpelweg omdat ze zich geen andere woonruimte kunnen veroorloven. Want de leningen moeten in veel gevallen gewoon worden afbetaald.
Wie in deze tijd in China opgroeit maakt geen deel uit van de generatie die in recordtempo uit de armoede werd geleid, of de generatie onder wie akkerland plaatsmaakte voor hogesnelheidstreinen, luchthavens en megasteden. Ze zien hoe het spaargeld van ouders, buren en kennissen eenvoudigweg verdampt – vermalen in het mechanisme van een natie op weg naar wereldmacht. Wat overblijft is het besef dat de inspanningen van hun ouders hen uiteindelijk weinig opleveren, terwijl niemand zich daar verantwoordelijk voor toont.
996
Toch moet deze generatie nu het roer overnemen. De economische motor moet draaiende worden gehouden – met lange werktijden, maximale beschikbaarheid en nauwelijks ruimte voor een privéleven. Al jaren wordt gesproken van 996; werken van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds, zes dagen per week. Officieel is dit arbeidsmodel verboden, maar ondertussen is het voor veel jonge Chinezen de dagelijkse praktijk.
Onlangs nog ontstond er veel ophef door het verhaal van de jonge Chinese programmeur Gao Guanghui, die als teamleider werkte bij een Chinees softwarebedrijf. De druk van zijn leidinggevenden was zo hoog dat hij zichzelf nauwelijks pauzes of rust toestond en vrijwel onafgebroken werkte, vertelde zijn vrouw later. Uiteindelijk kreeg Guanghui op slechts 32-jarige leeftijd een hartaanval en overleed hij, vermoedelijk als gevolg van overwerk. Wat de Chinese onlinegemeenschap nog het meest schokte: tot acht uur na zijn dood bleef zijn telefoon overgaan door de nieuwe opdrachten die zijn leidinggevenden hem toewezen. Hoewel dit een uitzondering is, laat het goed zien welke eisen vooral aan de jonge generatie in China worden gesteld.
Tegelijkertijd zijn veel jongeren allang blij als ze überhaupt werk hebben gevonden. De jeugdwerkloosheid bevindt zich al jaren op een recordniveau en officiële statistieken worden nog maar beperkt gepubliceerd. Miljoenen afgestudeerden, die zich door een uiterst selectief onderwijs- en universitair systeem hebben geworsteld, staan na hun diploma voor de keuze om ofwel met hun eigen scooter eten te bezorgen, ofwel te leven van het geld van hun ouders. Wie wél een vaste baan vindt, accepteert vaak lange werktijden, slechte arbeidsomstandigheden en een geïsoleerd bestaan in een reusachtige, onbekende stad.
De Chinese economie lijkt minder te worden gedragen door nieuwe dynamiek dan door de nasleep van de groeijaren
Tegen deze achtergrond is te begrijpen dat onder China’s Gen Z de term ‘rattenmensen’ viraal gaat, waarmee wordt verwezen naar jongeren die zich uit het openbare leven terugtrekken, hun dagen in bed doorbrengen, leven van familiale steun en nauwelijks nog geïnteresseerd zijn in maatschappelijke deelname. Het is niet zozeer protest als wel berusting.
Dat de groeijaren afzwakken, wordt ook statistisch onderbouwd. Sinds de pandemie komt de Chinese economie nog maar moeizaam vooruit. Het groeidoel van vijf procent werd weliswaar officieel opnieuw gehaald, maar veel economen trekken dit cijfer in twijfel en schatten de werkelijke groei aanzienlijk lager. Maar het vooropgestelde doel moet worden gehaald; de belofte van voortdurende groei is al decennialang de sociale lijm van dit land.
De Chinese economie lijkt minder te worden gedragen door nieuwe dynamiek dan door de nasleep van de groeijaren. Ambitieuze plannen rond AI en robotica moeten voor nieuwe impulsen zorgen, maar die blijven vooralsnog uit. De economie blijft draaien, maar zonder veel elan.
Precies hierin schuilt het werkelijke probleem voor de Chinese staat. Niet in protesten, niet in kritiek, niet in actief verzet van de bevolking, maar in een stille weigering. Wie niets meer verwacht, laat zich immers ook niet mobiliseren. En nietsdoen laat zich aanzienlijk moeilijker verbieden dan rebellie.
Moe
Het land is niet te zwak, te arm of te verdeeld. Het is moe. En zo’n vermoeidheid laat zich niet zomaar verhelpen; ze onttrekt zich aan ieder vijfjarenplan. Dat is de grote ironie. Juist een generatie die zo apolitiek en zo weinig rebels is, stelt het Chinese systeem voor een van de grootste uitdagingen sinds de oprichting van de Volksrepubliek.
De Chinese opkomst was een collectief project. Het werd gedragen door de overtuiging dat morgen beter zou zijn dan vandaag en dat inzet – en vooral aanpassing aan een autoritair systeem – zich uiteindelijk zou uitbetalen. In het China na de boomjaren draait het niet langer vooral om groei of macht, maar om een andere vraag: kan de leiding een vermoeide generatie weer overtuigen dat inzet loont?
Het is nu zaak de vruchten van de groei rechtvaardig te verdelen. Daarmee voegt China zich bij andere Aziatische landen die na jaren van extreme groei in een periode van vermoeidheid belandden. Japan kende na het barsten van de zeepbel in de jaren negentig een vergelijkbare fase: stabiel, maar terughoudend, met jongeren die hun ambities temperden in plaats van te rebelleren. Ook in Zuid-Korea is de snelle opmars grotendeels voltooid en groeit onder jongeren de scepsis over de toekomst.
Japan kende na het barsten van de zeepbel in de jaren negentig een vergelijkbare fase
Maar de situatie in China is nog iets ingewikkelder. Er is nauwelijks ruimte voor een ander verhaal dan het collectieve project. Waar Japan en Zuid-Korea na hun groeifase ruimte lieten voor individuele levenspaden, is dat in de Volksrepubliek nauwelijks het geval.
Dit alles betekent niet dat China op instorten staat. Het politieke systeem zit stevig in het zadel, de staatsinstellingen zijn sterk en de economische en technologische successen van de afgelopen decennia laten zich niet wegredeneren. De opkomst heeft het land ingrijpend veranderd, miljoenen mensen uit de armoede gehaald en China tot een wereldmacht gemaakt.
Juist daarom is de huidige situatie zo opmerkelijk. De uitdaging is niet langer de opbouw, maar het vervolg. Het gaat niet langer alleen om groei, maar om wat er met die groei wordt gedaan. En in die nieuwe fase ontbreekt voor jongeren vooralsnog een overtuigend perspectief.
Door de torenhoge ambities van Beijing dreigt de hele mondiale autoindustrie onderuit te gaan. ‘China accepteert veel inefficiëntie in eigen land om markten en sectoren internationaal te domineren.’
In China kun je nu voor een spotprijs een ‘tweedehands’ elektrische auto kopen waar in werkelijkheid nog nooit mee gereden is. Chinese autofabrikanten die tot elke prijs hun verkooptargets willen halen, gaan er vanwege de moordende concurrentie toe over auto’s te slijten aan dealers die de wagens als ‘verkocht’ in de boeken zetten zonder dat ze daadwerkelijk door consumenten zijn gekocht. Om vervolgens van deze officieel al eens ‘verkochte’ auto’s af te komen, worden ze aan de man gebracht als tweedehands, vaak voor heel lage prijzen. Deze praktijk is inmiddels zo wijdverbreid dat de communistische partij er paal en perk aan wil stellen. De grootste krant van China, het Volksdagblad, klaagt dat deze manier om de verkoopcijfers op te krikken ‘de normale orde van de markt verstoort’ en laakt de ‘cijferfetisj’ van de bedrijven.
Amerikanen zullen wellicht vreemd opkijken van dit teken dat er iets goed mis is in de Chinese auto-industrie. De elektrische auto is een symbool geworden van de schijnbaar onstuitbare opkomst van China op het wereldtoneel. De groeiende populariteit van Chinese auto’s wordt vaak genoemd als een teken dat China aan de winnende hand is in de technologiewedloop. Maar binnen China staat de sector van elektrische voertuigen (EV) symbool voor iets heel anders: voor de levensgrote gevaren die overheidsingrijpen in de markt oplevert voor China zelf en voor de rest van de wereld.
De Chinese EV-branche, kunstmatig opgeblazen door buitensporige investeringen, ontregeld door overheidsbemoeienis en geplaagd door zware verliezen, lijkt af te stevenen op een crash. De fabrikanten zijn verwikkeld in een moordende strijd om het eigen voortbestaan. Wei Jianjun, de topman van autofabrikant Great Wall Motor, waarschuwde in mei al dat de Chinese auto-industrie de hele wereld in een financiële crisis kan storten, het ‘is alleen nog niet gebeurd’. Om de Chinese censuur van slecht economisch nieuws te omzeilen beschrijven marktanalisten de neerwaartse spiraal waarin de sector zich nu bevindt met de onschuldig klinkende term ‘involutie’, wat in feite neerkomt op door de hoeven gaan.
Overinvestering
Wat zich nu in de Chinese EV-sector voltrekt, dreigt uit te stralen naar de hele mondiale automarkt. De opkomst van China als ’s werelds grootste fabrikant van elektrische auto’s laat zien hoe ingrijpend de concurrentie is voor geavanceerde technologische sectoren in de VS, Europa en andere rijke landen. En gezien de cruciale rol die de auto-industrie in de wereldeconomie speelt, en alle banen, toeleveringsketens en technologieën die ermee gemoeid zijn, staat er veel op het spel.
Maar de problemen waar de Chinese auto-industrie nu tegenaan loopt, onderstrepen de nadelen van de geleide economie zoals China die voorstaat. De overheid heeft bakken met geld aan de EV-sector gegeven om andere landen voorbij te streven in de transitie van fossiel naar elektrisch. Volgens een schatting van het Center for Strategic and International Studies heeft de sector tussen 2009 en 2023 meer dan 230 miljard dollar aan financiële overheidssteun gekregen. En met succes: zonder die steun waren de fabrikanten van elektrische auto’s waarschijnlijk nooit zo snel gegroeid. Ondertussen zijn in de nieuwe Amerikaanse belastingwet van de Republikeinen bijna alle federale subsidies voor elektrische auto’s geschrapt.
Het probleem is dat China heeft aangezet tot overinvestering. Michael Dunne, hoofd van het in de EV-sector gespecialiseerde Californische adviesbureau Dunne Insights, telt 46 Chinese en internationale fabrikanten die in China elektrische auto’s maken: zelfs voor China, de op een na grootste economie ter wereld, zijn dat er veel te veel. Dunne zegt dat de EV-sector in China zich nu consolideert: elf Chinese fabrikanten domineren de binnenlandse markt. Maar waarschijnlijk moet de sector nog verder krimpen. De kapitaalintensieve autoindustrie leunt zwaar op het principe van schaalvoordeel, daarom zijn er wereldwijd zo weinig grote autofabrikanten.
In de nieuwe Amerikaanse belastingwet van de Republikeinen zijn bijna alle federale subsidies voor elektrische auto’s geschrapt
Toch is de Chinese auto-industrie nog jong genoeg om nieuwe spelers aan te trekken, waaronder grote elektronicabedrijven zoals Xiaomi. Dat bedrijf maakt van alles en nog wat, van smartphones tot rijstkokers, en heeft vorig jaar zijn eerste elektrische auto gelanceerd. Om in deze overvolle markt klanten te trekken, hebben de fabrikanten hun prijzen en daarmee hun winstmarges scherp verlaagd.
In de meeste economieën zou de markt het overaanbod oplossen doordat de zwakste spelers vanzelf het loodje leggen. Maar de Chinese leiders vertrouwen er niet op dat de markt hun nationale beleidsdoelen zal halen en grijpen dus graag in. Het leven van autofabrikanten wordt in China nodeloos gerekt doordat de staat ze steunt of in eigendom heeft. Ook lokale overheden zijn gehecht aan de banen die de sector oplevert en houden dus bedrijven overeind. De stad Wenzhou hielp autofabrikant WM Motor onlangs nog aan financiering om de lokale fabriek draaiende te houden. En de beursgenoteerde EV-startup Nio werd in 2020 gered door de gemeente Hefei, maar blijft verlies lijden: 1,6 miljard dollar in de eerste helft van dit jaar.
De problemen in de Chinese EV-sector zijn een direct gevolg van deze ingrepen, die een onhoudbaar overschot aan auto’s opleveren. Maar in plaats van dat marktprobleem op te lossen, treden de autoriteiten vooral hard op tegen wat ze ‘wanordelijke concurrentie’ noemen, zoals de felle prijzenslag en de verkoop van ‘tweedehands’ auto’s met nul kilometer op de teller.
Krachtmeting
Beijing heeft zijn eigen redenen om niet te beginnen aan de economische hervormingen die de EV-sector robuuster zouden maken. Door fabrieken draaiend te houden, ook al is het met verlies, houdt de regering een economie overeind die gebukt gaat onder tegenvallende consumentenbestedingen en een inzakkende vastgoedmarkt. Bovendien spelen de makers van elektrische auto’s een cruciale rol in de plannen voor vergroting van de internationale macht van China. Het land heeft in zijn EV-beleid van meet af aan voor de aanval gekozen. Het was scheutig met subsidies in een poging gevestigde automerken uit Europa, de VS en elders van de markt te verdringen. De planners in Beijing willen zoiets triviaals als winstgevendheid best opofferen aan hun droom van een internationaal concurrerende Chinese auto-industrie. China ‘accepteert veel inefficiëntie in eigen land om markten en sectoren internationaal te domineren,’ zegt Dunne.
Maar ook de staat kan de autofabrikanten misschien niet eindeloos overeind houden. Het bedrag dat de Chinese overheid aan stimulering van de verkoop van elektrische auto’s besteedt, staat volgens een schatting van onderzoeksbureau Rhodium Group gelijk aan zo’n 3 procent van de belastingopbrengst. En volgens Gregor Sebastian van Rhodium is dat niveau waarschijnlijk onhoudbaar, zeker als China ook halfgeleiders en AI wil ontwikkelen. Hij zou de beleidsmakers aanraden ‘langzaam de voet van het gaspedaal te halen, maar zo dat de sector niet instort’.
Ook de terreinwinst van de Chinese auto-industrie op de internationale markt loopt gevaar. De regering-Biden heeft Chinese elektrische auto’s vorig jaar een invoerheffing opgelegd van 100 procent, en Trump houdt die in stand, waarmee deze auto’s in feite van de Amerikaanse markt zijn buitengesloten. Ook de EU, Canada, Turkije en Mexico hebben de invoerheffingen op Chinese auto’s verhoogd. En nu ze van belangrijke internationale markten worden geweerd, kan het voor de Chinese fabrikanten nog moeilijk worden om zonder steun van hun overheid te overleven.
De internationale autosector lijkt af te stevenen op een krachtmeting tussen de Chinese leiders die deze sector koste wat kost willen domineren en andere regeringen die daar een stokje voor willen steken. Die strijd heeft niet alleen maar vervelende gevolgen: het Chinese beleid kan consumenten wereldwijd ten goede komen in de vorm van lagere autoprijzen. Maar het door China gehanteerde model van de geleide economie kan toch een zware tol eisen, gezien de mate waarin andere regeringen zich door de torenhoge Chinese subsidies en de lage prijzen nu al genoopt voelen tot ingrijpen in de markt door middel van invoerheffingen. De verstoorde Chinese markt voor elektrische auto’s bedreigt de werkgelegenheid in de hele sector, doordat winstgevend produceren voor vrijwel alle autobedrijven onmogelijk wordt. Het kan gebeuren dat de Chinese autoindustrie de concurrenten uiteindelijk verslaat, maar toch een financiële ramp wordt.
Michael Schuman is een schrijver voor The Atlantic, gevestigd in Beijing, China. Schuman heeft verschillende boeken over Azië geschreven, waaronder Superpower Interrupted: The Chinese History of the World en Confucius and the World He Created. Voorheen was hij buitenlandcorrespondent voor Time en The Wall Street Journal.
Taiwan zal zijn soevereiniteit ‘krachtig verdedigen’
De Chinese president Xi Jinping verklaarde woensdag dat de hereniging van Taiwan en het Chinese vasteland ‘onvermijdelijk’ is, meldt de South China Morning Post. ‘De mensen aan beide zijden van de Straat van Taiwan zijn met bloedbanden aan elkaar verbonden’, benadrukte de Chinese leider in een nieuwjaarstoespraak tot de natie, slechts enkele uren voor Nieuwjaar.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Deze uitspraken deed hij kort nadat het Chinese leger ‘op maandag en dinsdag grootschalige militaire oefeningen rond het eiland heeft uitgevoerd, die werden gepresenteerd als een duidelijke waarschuwing aan separatistische krachten’, aldus de krant uit Hongkong.
De Taiwanese president reageerde woensdagavond in zijn eigen nieuwjaarstoespraak op tv op Xi Jinpings uitspraken. Hij beloofde ‘de soevereiniteit’ van het eiland ‘krachtig te verdedigen’ en ‘de nationale defensie te versterken’ door ‘effectieve afschrikkingscapaciteiten’ te ontwikkelen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.