Tag: China

  • 7. Context: ‘Dit is pas het begin’

    7. Context: ‘Dit is pas het begin’

    Brazilië, Mexico, Algerije, de rest van Afrika, Griekenland, Groot-Brittannië, Oost-Europa…

    Sociale verantwoordelijkheid in Brazilië

    Sinds 2010 overweegt de Chinese graanmaatschappij Chongqing twee miljard dollar te investeren in het aanleggen van sojaplantages in de Braziliaanse deelstaat Bahia. ‘Maar in die zes jaar is er verder niets gebeurd, behalve dat de Chinezen er studie na onderzoek op hebben losgelaten. En nu dreigt het project zelfs te worden afgeblazen’, schrijft de Chinese zakenkrant Shiji Jingji Baodao. Waarom? Het project had immers de steun van de Braziliaanse overheid? ‘We denken dat Chongqing het vraagstuk van de sociale verantwoordelijkheid in Brazilië over het hoofd heeft gezien’, schrijft de krant.

    Volgens de Braziliaanse wet bestaat naast het recht op grondbezit ook het recht op vruchtgebruik van grond, aldus de krant uit Kanton, die zich baseert op een recent rapport van de Chinese overheid over agrarische investeringen in het buitenland. ‘In Bahia hebben bezitloze landarbeiders de gronden bezet die Chongqing op het oog had. De landarbeiders protesteren tegen de verkoop van de grond door de lokale overheid, omdat die transactie met een buitenlandse eigenaar de plaatselijke bevolking geen enkel perspectief biedt.’

    Voorzichtigheid in Mexico

    De Chinese investeringen in Latijns-Amerika zijn niet zonder risico voor de ontvangende partij. Daar hamert Jorge Guajardo op, de voormalige Mexicaanse ambassadeur in Beijing. In een interview met de Argentijnse televisiezender Cadena 3 zei de diplomaat dat de ontvangende landen geconfronteerd kunnen worden met het afbrokkelen van hun industriële capaciteit.

    De Chinezen verbinden als voorwaarde aan hun investeringen, vooral in de petrochemie en de metaal, dat zij uitsluitend willen werken met Chinese ingenieurs, Chinese arbeiders en Chinees materiaal. Dat leidt volgens Guajardo voor het betrokken land tot een definitief verlies aan banen en vooral ook van kennis in de betreffende sector.

    ‘Made in USA by China’

    Het ‘Made in USA’ verdwijnt langzamerhand en maakt plaats voor ‘Made in USA by China’, aldus U.S. News & World Report. De Chinese investeringen in de VS bereikten vorig jaar een recordbedrag van 15,7 miljard dollar, 30 procent meer dan het jaar daarvoor. Ruim 90.000 Amerikanen werken inmiddels voor een bedrijf met Chinese eigenaren.

    Sommige investeringen roepen weerstand op, zoals de aangekondigde overname van de aandelenbeurs in Chicago door de Chinese Chongqing Group. De transactie wacht nog op de goedkeuring van de federale overheid.

    Andere aankopen liggen minder gevoelig, zoals dat van onroerend goed, een markt waarop de Chinezen steeds actiever worden. ‘Probeert China de Amerikaanse economie binnen te dringen?’ vraagt U.S. News zich af. Maar volgens David Dollar van de denktank Brookings Institution getuigen de Chinese investeringen simpelweg van het streven naar diversificatie in een economie die stabieler is dan de Chinese.

    ‘De Chinese Exim Bank verschaft het geld, Chinese ondernemingen bouwen de fabriek, China legt heffingen op de natuurlijke bronnen van het land waarin wordt geïnvesteerd, verkoopt die op de wereldmarkt en lost zo de bankschuld weer af’

    Bruggenhoofd naar Afrika

    ‘Een Chinese onderneming gaat in Algerije mobiele telefoons produceren’, kondigde in september de website Tout sur l’Algérie aan. Volgens de directie van het Chinese bedrijf KVD, fabrikant van het merk Doogee, betreft het ‘de eerste telefoonfabriek in Afrika die naar andere landen op het continent zal exporteren’.

    Het is de eerste belangrijke Chinese investering in de Maghreb. Daar was een schenking aan voorafgegaan van Beijing aan de Algerijnse regering van 15 miljoen dollar, te besteden aan culturele projecten. ‘Maar laat men zich niet verkijken op de Chinese strategie bij het investeren in de Maghreb’, aldus de Algerijnse krant El Watan. ‘De Chinese Exim Bank verschaft het geld, Chinese ondernemingen bouwen de fabriek, China legt heffingen op de natuurlijke bronnen van het land waarin wordt geïnvesteerd, verkoopt die op de wereldmarkt en lost zo de bankschuld weer af.’

    Duits wantrouwen

    De Duitse regering heeft goedkeuring verleend voor de overname (voor 4,6 miljard euro) van de Duitse fabrikant van industriële robots Kuka door de Chinese fabrikant van huishoudelijke apparaten Midea. ‘Er is geen enkele aanwijzing dat door de overname de nationale veiligheid in gevaar wordt gebracht.’

    Toch heeft de overname in de politiek zo veel debat opgeleverd ‘dat Midea op voorhand gewaarschuwd is’, schrijft de _Frankfurter Allgemeine Zeitun_g. ‘Bij het minste geringste wordt Kuka een politieke affaire.’

    Volgens Handelsblatt belegden de Chinezen in het eerste semester van dit jaar al 10,8 miljard dollar in kleinere Duitse bedrijven, tegen 526 miljoen in heel 2015.

    Chinese columnist: ‘Dit is pas het begin’

    De Chinezen die door Europa reizen beperken zich niet langer tot de aankoop van luxe goederen, ze kopen de bedrijven op die deze goederen produceren, schrijft columnist Tao Duanfang op de economische website Caixin Wang. De poging dit jaar van de staalreus Jinjiang om zijn aandeel in het Franse staalbedrijf Accor van 15,6 tot 29 procent te verhogen, joeg de Fransen schrik aan.

    ‘Die angst van “het oude Europa” is niet onterecht, want deze episode is slechts het topje van de ijsberg van Chinese aankopen van de laatste tijd in Europa. Er zijn nog maar twee economische grootmachten in de wereld: China en de Verenigde Staten. De Europese weerstand daartegen, of die zich nu zachtjes manifesteert of hardop wordt uitgesproken, heeft niet veel om het lijf. Wat zal er van Europa overblijven?’


    Welkom in Griekenland

    De Chinezen, zowel toeristen als investeerders, zijn van harte welkom in Griekenland waar de Chinese onderneming Cosco sinds augustus voor 280 miljoen euro eigenaar en beheerder is van de haven van Piraeus, tot groot genoegen van zelfs een linkse krant als Efimerida Ton Syntakton. De krant zwijgt daarbij over de staking van de dokwerkers, die wekenlang uit protest de haven platlegden.

    To Vima meldt dat Piraeus door toedoen van de Chinezen dit jaar 14 procent meer containers zal verwerken dan vorig jaar, en het huidige record van 2 miljoen stuks ruimschoots zal verbeteren.

    Britse kerncentrale

    ‘De Chinese business rijst de pan uit’, zette de Britse krant i onlangs boven een bericht over de toenemende Chinese investeringen in de Britse economie, die in zes jaar tijd met 500 procent zijn gestegen. In 2016 hebben de Chinezen nu al al 4,1 miljard euro gestopt in Britse fusies en overnames. En als klap op de vuurpijl nemen zij voor 6,9 miljard euro een aandeel in de bouw van een kerncentrale in Hinkley Point in Engeland.

    In september gaf premier Theresa May het groene licht voor de centrale van het type EPR. De Chinese president Xi Jinping noemde dit volgens de Financial Times ‘een lichtend voorbeeld’ in ‘de gouden eeuw’ van de Chinees-Britse samenwerking.

    Toch hebben sommigen bedenkingen. In dezelfde krant schreef een Britse hoogleraar in internationale betrekkingen dat ‘Chinese staatsondernemingen een probleem kunnen gaan vormen’. Niet zozeer omdat het staatsondernemingen zijn, maar ‘omdat ze gecontroleerd worden door de Communistische Partij en in sommige gevallen door het Volksbevrijdingsleger’. ‘Het is zonneklaar dat als het om een politiek strategische industrie gaat als de energie-industrie, men dit soort instanties op afstand dient te houden.’

    1000 miljard voor Oost-Europa

    China is in 2012 een samenwerkingsverband aangegaan met zestien landen in Midden- en Oost-Europa. In deze gebieden investeren de Chinezen vooral in energie en infrastructuur. Zo heeft Beijing een contract gesloten met Bosnië en Herzegovina voor de bouw van een energiecentrale in Tuzla, en in 2015 een akkoord bereikt met Roemenië over een kerncentrale in Cernavoda. Eerder dit jaar opende een Chinese fabrikant van windmolens een kantoor in de Servische hoofdstad Belgrado met de bedoeling de hele Balkan van windmolens te voorzien.

    ‘Ter vergelijking’, schrijft de Servische krant Politika; ‘de Amerikaanse hulp bij de wederopbouw van Europa na de Tweede Wereldoorlog bedroeg 130 miljard dollar (omgerekend naar de huidige waarde). Nu zijn de Chinezen bereid om duizend miljard dollar in Europa te investeren!’

    Chinese ontwikkelingshulp: win-winsituatie?

    Er is veel kritiek op de Chinese ontwikkelingshulp in met name Afrika. Toch werkt het systeem wel, stellen onderzoekers.

    De Chinese strategie van ontwikkelingshulp bestaat sinds kort naast de westerse variant en verdient nadere beschouwing, schrijven drie onderzoekers in een artikel op de website The Diplomat. Hoewel zeer omstreden, lijkt de Chinese methode niettemin doelmatiger, stellen de auteurs – Ron Matthews, hoogleraar economie aan de Britse Defence Academy, Pling Xiaojuan, onderzoekster aan het Instituut voor Oost-Azië van de Universiteit van Singapore, en Li Ling, die economie doceert aan Chinese militaire academie. ‘De Chinese methode biedt (…) de mogelijkheid om gelijktijdig zowel de ontwikkeling van het betreffende land als de Chinese belangen te bevorderen.’

    Dankzij de ‘naar buiten gerichte’ Chinese regeringspolitiek hebben op dit moment 28 sectoren die voor China van strategisch belang zijn geïnvesteerd in meer dan 160 multinationale ondernemingen, waarmee voordelige handelscontracten zijn afgesloten in het kader van hulpprojecten, voornamelijk in Afrika. De investeringen richten zich voornamelijk ‘op sectoren die van gemeenschappelijk belang zijn voor de economische zekerheid, zoals voedsel, energie en delfstoffen’.

    ‘De hulp is niet altruïstisch, maar een mechanisme dat bedoeld is om de autonome ontwikkeling te bevorderen van het ontwikkelingsland’

    ‘De hulp is niet altruïstisch, maar een mechanisme dat bedoeld is om de autonome ontwikkeling te bevorderen van het ontwikkelingsland, waarbij wordt vermeden dat de burgers van het donorland een te zware last moeten dragen.’

    Een kenmerk van de Chinese strategie zou zijn dat ‘de hulp niet aan voorwaarden is gebonden, in tegenstelling tot de paternalistische westerse hulp, die wordt geboden op voorwaarde dat de ontvanger zich houdt aan de principes van de vrijemarkteconomie en van democratische hervormingen’.

    De Chinese hulp wordt vrijwel volledig bilateraal verstrekt, hetgeen Beijing in staat stelt de projecten te controleren die geheel worden uitgevoerd met Chinese partners. De hulp is verder samengesteld uit giften en renteloze leningen of leningen tegen lage rente, en gaan vergezeld van tal van scholingsprogramma’s en het sturen van medisch personeel en preventie- of hulpteams bij rampen.

    De miljarden dollars aan hulp en investeringen vanuit China hebben niets te maken met een neokoloniaal imperialisme, ondanks de westerse beschuldigingen van het tegendeel, concluderen de auteurs.

    Samengesteld door Lambiek Berends

  • Een Chinese hoofdredacteur loopt constant op eieren

    Een Chinese hoofdredacteur loopt constant op eieren

    Hu Xijin is oud-militair en hoofdredacteur van de Chinese krant Huanqiu Shibao . In een interview met de Amerikaanse site Quartz spreekt hij eerlijk maar voorzichtig over de persvrijheid in zijn land. Belangrijk is dat hij twee bazen te vriend houdt: de regering en de markt.

    Om te beginnen: is het juist om de Global Times een orgaan van de Communistische Partij te noemen, of een Chinees staatsmedium?

    ‘Dat vind ik niet. Benamingen als partijorgaan of staatsmedium kloppen niet. Southern Weekly (een invloedrijke, naar liberaal neigende krant die gevestigd is in Guangzhou) is ook aan de partij gelieerd. Maar zijn wij gelijk? We opereren onder hetzelfde systeem. We zijn allebei “partijorgaan” en “staatsmedium”. Maar we hebben elk onze eigen waarde. Ook People’s Daily en Xinhua zijn partijorgaan en staatsmedium. Vanuit dat oogpunt moet je niet naar onze kranten kijken. We zijn marktgedreven media. Die omschrijving past beter bij China. We zijn afhankelijk van de markt, niet van overheidsfinanciering of iets dergelijks. De Global Times is zelf verantwoordelijk voor zijn winst of verlies. Onze winst komt voornamelijk uit onze verkoop- en reclame-inkomsten.’

    Dus u hebt twee bazen – de regering en de markt. Welke van de twee is voor u het belangrijkst?

    ‘Momenteel is de regering belangrijker. Want als die tegen ons is, worden we gestraft. Op de lange termijn zijn ze allebei even belangrijk.’

    Veel buitenlandse nieuwsmedia vatten uw artikelen en commentaren op als de officiële stem van de Communistische Partij. Is dat een misverstand?

    ‘Die vraag is niet zo makkelijk te beantwoorden. Ik ben benoemd door de Communistische Partij, dus die kan mij beïnvloeden. Ik houd me aan de lijn van de Communistische Partij. Ik zal me nooit tegen de partij keren. We horen tot hetzelfde systeem. We hebben veel dezelfde opvattingen, meningen en waarden.

    Als marktgedreven nieuwsmedium hebben we meer journalistieke vrijheid. We kunnen allerlei dingen zeggen, terwijl partijmedia of staatsmedia dat niet kunnen. Wat wij zeggen is waarschijnlijk vaak wat politici denken. Maar ook al denken politici wat wij zeggen, dat betekent nog niet dat ze daar beleid van kunnen maken.’

    ‘Buitenlandse media zien ons vaak als de officiële spreekbuis van China. Dat is niet helemaal onjuist en ook niet helemaal juist’

    Hoe weet u wat de partijbonzen denken?

    ‘Ik ben ook lid van de partij. Ik heb voor het leger gewerkt. Ik heb veel vrienden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Veiligheidsdienst. We spreken elkaar vaak. We delen dezelfde waarden. Over het algemeen denken we hetzelfde. Buitenlandse media zien ons vaak als de officiële spreekbuis van China. Dat is niet helemaal onjuist en ook niet helemaal juist. Spreekt The New York Times voor Barack Obama of het Witte Huis? Nee. Spreken wij voor de Chinese regering? Nee. Onze banden met het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Binnenlandse Veiligheid zijn waarschijnlijk net zoals de banden van The New York Times met het Witte Huis en de State Council.’

    Hebben overheidsfunctionarissen de Global Times ooit opdracht gegeven om een bepaald artikel te schrijven, of dat op een bepaalde manier te doen?

    ‘Ik kan niet zeggen dat het nooit gebeurd is. Maar heel zelden.’

    In welke gevallen?

    ‘Daar geef ik geen antwoord op.’

    Hu Xijin. – © Getty
    Hu Xijin. – © Getty

    Weerspiegelt de Global Times de algemene opinie in China?

    ‘Ik kan niet voor iedereen spreken; ik spreek alleen voor onze nieuwsredactie. Maar ik sta heel dicht bij de algemene opinie, omdat ik de belangen van de staat verdedig. De belangen van de staat zijn in de grond de belangen van het publiek – de grootste gemene deler van ieders belangen.’

    Botsen overheidsbelangen niet af en toe met de belangen van de gewone man?

    ‘In termen van beleid wel, ja. Bijvoorbeeld als de partij een bepaald beleid voert dat de mensen niet aanvaarden, dan zullen er kleine conflicten zijn. Maar ik geloof dat de fundamentele belangen van de Communistische Partij in lijn zijn met de belangen van de gewone man.’

    Als u een conflict ziet tussen de belangen van mensen en die van de regering, welke kant kiest u dan?

    ‘Dat hangt ervan af wie er gelijk heeft. Als de gewone mensen gelijk hebben, sta ik aan hun kant. Maar ik zal wel voorzichtig zijn in mijn kritiek op de regering. Ik kan niet al te hard tekeergaan, want ik moet een goede relatie met de overheid in stand houden. Ik zet niet aan tot strijd tussen de autoriteiten en het publiek, ik hoop dat ze met elkaar in gesprek kunnen blijven.’

    ‘Bij de Global Times wordt elk jaar gestemd of ik kan aanblijven. Ben ik niet meer welkom, dan heb ik een probleem’

    Bent u ooit door de regering gestraft voor een artikel?

    ‘Het komt wel voor. We hebben een mediamanagementsysteem waarin ik dan bekritiseerd word.’

    Is het systeem volgens u opener of geslotener geworden sinds u elf jaar geleden hoofdredacteur werd?

    ‘Het gaat in golven. Over het algemeen is het veel opener dan elf jaar geleden. Het internet heeft veel opengebroken.’

    Wat bedoelt u met golven?

    ‘Soms is het een tijdlang opener, maar dan moet het weer geslotener worden als er zich problemen voordoen. Na een tijdje wordt het dan weer opener. Dat komt doordat ons land geen ervaring heeft met een vrije pers. We moeten experimenteren en telkens nieuwe dingen uitproberen. Over het algemeen denk ik dat het Chinese systeem open wil worden.’

    Zitten we nu op een top of in een dal?

    ‘Het is belangrijker om te kijken naar de grote lijn dan naar de stand van zaken op een specifiek moment.

    Media zijn uitgevonden door het Westen, ze verschenen in het Westen. Toen ze China binnenkwamen, moesten ze zich aan het land aanpassen. China kent persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, dat staat in de grondwet. Hoe zorgen we voor persvrijheid? We moeten tegelijkertijd voldoen aan de persvrijheid en aan het leiderschap van de partij. Hoe combineren we die twee? We moeten het telkens opnieuw uitvinden.

    Ons land streeft naar een op Chinese leest geschoeide, gezonde en duurzame vrijheid van meningsuiting, die aanvaardbaar is voor de samenleving en zich verdraagt met het systeem. We moeten het blijven proberen: nu eens wat opener, dan weer wat geslotener. Zo gaat het altijd.’

    Laten we het over de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben. Wie heeft uw voorkeur: Hillary Clinton of Donald Trump?

    ‘Hoe zou ik een voorkeur kunnen uitspreken? Het is een Amerikaanse aangelegenheid.’

    Zijn zij allebei een bedreiging voor China? Clinton lanceerde de ‘pivot to Asia’ [‘draai naar Azië’] en Trump heeft veel negatiefs over China gezegd.

    ‘Ik zie de verkiezingen als een theaterspektakel. Ik weet niet wie van de twee het gunstigst voor China zou zijn. Maar ik geloof wel één ding, namelijk dat ze geen van beiden invloed hebben op het grote geheel van de betrekkingen tussen China en de VS. Aan zo’n groot systeem van belangen kan noch Clinton noch Trump zomaar iets veranderen. Ik geloof dat de betrekkingen tussen China en de VS een bepaalde samenhang moeten hebben. Natuurlijk is de relatie nu een beetje gespannen. Dat komt door een structureel conflict – de VS maken zich zorgen om de opkomst van China en er ontstaat een nieuw evenwicht in de Aziatisch-Pacifische regio. Maar dat conflict heeft zijn eigen patroon.’

    De Global Times in een krantenkiosk in Shanghai. – © HH
    De Global Times in een krantenkiosk in Shanghai. – © HH

    In een van uw artikelen stond dat Trump een voorbeeld is van de problemen waarmee de westerse democratie kampt.

    ‘Zeker. Hij zegt extreme dingen. Zo verwerft hij de positie van presidentskandidaat en iedereen heet hem welkom. Is dat geen probleem? In de VS zelf denkt men er ook zo over. Zelfs de Republikeinen zijn tegen hem. De westerse democratie heeft problemen. China’s systeem heeft ook problemen. Als wij problemen hebben, hervormen we. Maar dat doet het Westen niet. Westerlingen denken dat alles wat zij doen, goed is.’

    Heeft China democratie nodig?

    ‘Natuurlijk. We zijn al jarenlang voorstander van democratie. En die is in aantocht, ook op de laagste niveaus. Bij de Global Times wordt elk jaar gestemd of ik kan aanblijven [als hoofdredacteur]. Ben ik niet meer welkom, dan heb ik een probleem.’

    Dus China heeft democratie nodig, maar geen Westerse democratie?

    ‘Precies. Ik denk dat de westerse democratie niet zal werken voor China. Zo is het systeem van één persoon, één stem in China zeker niet wenselijk. China heeft een consensusdemocratie nodig, een echte democratie, waarin de mening van gewone mensen serieus genomen wordt en de autoriteiten werken voor de belangen van gewone mensen. Zo worden de opvattingen van de meeste gewone Chinezen onmiddellijk weerspiegeld in het beleid. Democratie is heel tastbaar in het leven van de Chinezen.

    Als bij ons een moordende strijd zou woeden, zoals in Amerika, waarin iedereen mag stemmen, als China verkiezingen zou houden zoals in de VS gebeurt, denk ik dat er onmiddellijk onrust in China zou ontstaan. Dat zou het eind van het land zijn. Dus nee, geen westerse democratie.’

    Volgens sommigen verkoopt u ‘patriottische complottheorieën’. Bent u het daarmee eens?

    ‘Nee. Het is net als met de ruzie tussen China en het Westen. Zij dagen ons uit en wij bekritiseren hen. Het is onvermijdelijk dat aan beide kanten wel eens iets wordt gezegd dat niet klopt. De kritiek van het Westen op China, ook de nadruk die wordt gelegd op de (ontwikkeling van de) mensenrechten in China, is over het algemeen constructief. Maar dat betekent niet dat we maar alles accepteren wat ze zeggen. We kunnen nooit toelaten dat het Westen de agenda, de route en het tijdschema bepaalt voor de ontwikkeling van mensenrechten in China. Dan zouden de mensenrechten het Westen macht over China geven.’

    U hebt meegedaan aan de protesten van 4 juni 1989, nietwaar? Hoe ging dat?

    ‘Ik was toen op het Tiananmenplein. Ik was erg radicaal.’

    Bent u gefilmd?

    ‘Nee, ik denk het niet. Ik was militair. Dus ik was voorzichtiger.’

    U bent weggegaan voordat het plein werd ontruimd, niet? Anders had u niet kunnen afstuderen en daarna voor de Global Times kunnen werken.

    ‘Ik wil hier niet dieper op ingaan. Maar in ieder geval ben ik weggegaan voor de ontruiming.’

    ‘Op dit moment kan China niet zonder een Great Firewall. Maar het land mag er niet afhankelijk van zijn’

    Tijdens de oorlog in Joegoslavië werkte u daar drie jaar lang als oorlogscorrespondent. Hoe was dat?

    ‘Ik heb van dichtbij gezien hoe een geweldig land door oorlog uiteenviel. Ik leerde er een ervaren Amerikaanse journalist kennen. Hij zei tegen me dat de Communistische Partij in China voor samenhang zorgt. Dat het leiderschap daarvan nooit verzwakt moest worden. Dat meende hij oprecht.’

    Besefte u dat niet voor u daarheen ging?

    ‘Kort na 4 juni ben ik naar de Sovjet-Unie gegaan. Dat was in de periode dat de Sovjet-Unie uiteenviel. Iedereen was in shock. Ik studeerde Russisch. De Sovjet-Unie was zo’n geweldig land, ooit in mijn ogen een paradijs. Maar na het einde van de Unie was het land zo arm en op de rand van uithongering, nog erger zelfs dan China. Daarna ging ik naar Joegoslavië. Dat land werd verscheurd door de oorlog. Dat was echt een schok voor me. Ik besefte dat we in het verleden idealistisch waren geweest, maar dat de werkelijkheid anders is dan onze idealen. Twee of drie jaar geleden, toen ik in Oekraïne was, vroeg ik een adviseur van de Oekraïense president naar zijn mening over leiderschap. Hij dacht even na en zei toen: “Als een land in transitie is, moet een regering nooit de controle over de hervormingen verliezen.”’

    U krijgt online veel kritiek, ook van anderen uit de Chinese journalistiek. Maar u hebt gezegd dat u zich daar niet druk om maakt.

    ‘Bij degenen die mij online uitschelden zitten ook liberale journalisten. Die uiten vaak kritiek op me. Dat geeft niet, het hoort erbij. De Chinese samenleving verandert en de waarden van mensen veranderen ook. Wie actief is in de media zal altijd lof krijgen en nog meer kritiek. Hoe duidelijker je standpunten zijn, hoe meer steun, maar ook hoe meer tegenstand je krijgt.’

    U hebt in het openbaar gezegd dat de internetcensuur, de ‘Great Firewall’ van China, op de lange termijn niet goed is voor het land.

    ‘Natuurlijk vond ik dat, dat vind ik nog steeds.’

    U hebt ook de regering opgeroepen om meer vrijheid van meningsuiting toe te staan en negatieve kritiek te laten passeren, ook als die niet constructief is.

    ‘Laat ik die kritiek niet ook passeren? Er zijn zoveel mensen die me uitschelden – en ik laat het over me heen komen. Ik hoop dat de regering ook wat meer kan accepteren.

    Ik denk wel dat de Great Firewall nuttig is. Op dit moment kan China niet zonder een Great Firewall. Maar het land mag er niet afhankelijk van zijn; het is een tijdelijke maatregel. Naarmate China van binnenuit sterker wordt, zal de Great Firewall minder nut hebben. Uiteindelijk zullen andere mensen zich tegen ons moeten beschermen. Dan zullen zij op hun beurt misschien wel een Great Firewall bouwen.’

    Hebt u ooit overwogen om de wereld een positiever beeld van China te geven?

    ‘Ik denk dat een waarheidsgetrouw beeld het meest positieve beeld is. Ik kan dat niet fabriceren. Ik ben loyaal aan mijn land en ik dien het land en zijn inwoners. Op dit moment zijn er veel geopolitieke spanningen en conflicten. Hoe zou ik dat moeten veranderen? Ik ben bang dat alleen machten in westerse landen tegen ons zijn. Voor veel mensen is het Westen de internationale gemeenschap en de wereld. Dat is kortzichtig. De wereld bestaat uit meer dan alleen het Westen. Ik kan de elites in de VS en Japan, en de inwoners van Hongkong die voor de VS en Japan zijn, niet naar de mond praten. Ik kan mijn principes niet verloochenen om hun een plezier te doen.’

    Hoe zal het Chinese medialandschap er de komende tien jaar uitzien?

    ‘Dat hangt samen met verschillende factoren. De belangrijkste factor is de technologie, de grootste drijvende kracht voor de toekomst. De tweede is de politiek. Ons land probeert nieuwe leiderschapsmethoden uit. De staat hoopt ook dat de hele samenleving flexibel is. Het is niet goed om je flexibiliteit kwijt te raken.

    Technologische ontwikkeling en globalisering vertellen ons dat de Chinese samenleving open moet blijven. Hoe houden we haar open? Dat is wat de staat moet blijven uitzoeken. Als China betere verhoudingen met het Westen krijgt, zal dat goed zijn voor de openheid van het land. Zijn de betrekkingen met het Westen gespannen, en is er onrust in het land, dan zullen de omstandigheden slecht zijn.’

    China heeft geprobeerd om zijn eigen waarden, zoals de Chinese Droom, aan de wereld over te brengen. Is dat een succes?

    ‘Als het gaat over het vertellen van Chinese verhalen aan de buitenwereld, denk ik dat er nog ruimte voor verbetering is. Dat is niet alleen iets voor het ministerie van Propaganda. Het ligt ingewikkeld. Daden zijn ook een effectieve manier om je verhaal te vertellen. Als de relatie tussen China en de VS beter was, zou er meer ruimte zijn voor onze boodschap. De afgelopen paar jaar zijn er problemen geweest in de relatie tussen China en de VS, en tussen China en Japan; zouden zij luisteren naar wat wij zeggen? Maar bij derdewereldlanden is onze boodschap heel duidelijk overgekomen.’

    Auteur: Zheping Huang

    Hu Xijin is sinds 2005 hoofdredacteur van de Global Times. Onder zijn leiding onderscheidt het medium zich vooral door ultranationalistische opvattingen en commentaren.

    Quartz
    Verenigde Staten | website | qz.com

    Deze ‘web-app’ werd in 2012 opgericht door onlinefanaten die met dit nieuwsportal in willen spelen op de nieuwe wereld, ontstaan na de wereldwijde financiële crisis. De redactie hecht aan eigentijdse criteria als transparantie en vernieuwing en wil de ‘voordelen van een vrij toegankelijk web combineren met de elegantie van een applicatie’. Gericht op economie en technologie.

    CONTEXT: Brutale staatskrant

    De Global Times wordt uitgegeven door de spreekbuis van de Chinese Communistische Partij, de People’s Daily. Maar de Times gaat veel verder dan de saaie Daily. De krant staat bekend om zijn havikachtige commentaren en agressieve aanvallen op tegenstanders, waaruit internationale media gretig quoten. Zo werd een film uit Hongkong beschreven als ‘een virus van de geest’, de onafhankelijkheidswens van Taiwan als een oorlogsverklaring aan China, en Australië als een ‘papieren kat’.

    Behalve een Chinese heeft de krant intussen ook een Amerikaanse, een Zuid-Afrikaanse en een Europese editie. Bij de lancering van die laatste werd naar goede gewoonte meteen de Brexit bespot.

  • Onrust in Hongkong is China’s schuld

    Onrust in Hongkong is China’s schuld

    Veel jongeren in Hongkong willen dat de stad zich losmaakt van China. En als Beijing volhardt in zijn onbuigzame houding, zal hun aantal alleen maar groeien, waarschuwt een Occupy-leider.

    De afgelopen maanden zijn er in onze stad diverse politieke organisaties opgericht door jonge mensen. Hun politieke streven – zelfbeschikking en onafhankelijkheid voor Hongkong – zou twintig jaar geleden waarschijnlijk als ondenkbaar zijn beschouwd. Hoewel de organisaties gericht zijn op de periode na 2047 en niet vragen om onmiddellijke zelfbeschikking of onafhankelijkheid, hebben ze in de ogen van Beijing al een grens overschreden.

    Zelfbeschikking en onafhankelijkheid verschillen fundamenteel van elkaar. Zelfbeschikking verwijst vaak naar 
een situatie waarin een bepaalde 
groep mensen die dezelfde culturele 
of etnische identiteit delen, het grondwettelijke recht opeisen om hun 
eigen overheidszaken te regelen en hun eigen besluiten te nemen over bepaalde kwesties. Ze willen dus 
eigenlijk autonomie en niet zozeer 
een onafhankelijke staat, dit in tegenstelling tot diegenen die volledige onafhankelijkheid eisen.

    Zelfbeschikking

    Zelfbeschikking is vaak het resultaat van een referendum, terwijl onafhankelijkheid door een referendum óf revolutie bereikt kan worden. Wat Hongkong betreft zijn mensen die voor zelfbeschikking zijn het niet per se eens met de pro-onafhankelijkheidsbeweging. Sommigen van hen zijn wellicht tegen het idee van afscheiding van China, vooral de gematigder kiezers, zoals velen in de middenklasse. Zij zien Hongkong nog steeds als deel van de Volksrepubliek China, maar zijn kwaad over Beijings constante inmenging in kwesties die Hongkong betreffen en China’s schending van het principe van ‘één land, twee systemen’; en dus zoeken ze een manier om onze autonomie te verdedigen die bekrachtigd is in de Basiswet, en om de zaken recht te zetten.

    Pro-onafhankelijkheidsorganisaties daarentegen vragen om de afscheiding van Hongkong van het vasteland en willen een zelfstandige stadstaat worden zoals Singapore. In dit artikel wil ik geen standpunt innemen over zelfbeschikking of onafhankelijkheid, en ook de haalbaarheid van die opties niet analyseren.

    Hoe harder Beijing hen aanpakt, hoe radicaler of zelfs gewelddadiger ze worden

    Ik wil alleen proberen te verklaren wat de oorzaak is van die plotselinge opkomst van pro-zelfbeschikkings- 
en pro-onafhankelijkheidsgevoelens 
in Hongkong. De snelle groei van dat sentiment heeft zijn wortels in de zogenoemde ‘Resolutie 831’, die op 31 augustus 2014 werd aangekondigd door het Permanente Comité van het Nationale Volkscongres, betreffende 
de regeling van de verkiezingen van Hongkongs topfunctionaris in 2017. 
De ontbinding van de daarna ontstane burgerlijkeongehoorzaamheidsbeweging Occupy Central heeft bijgedragen aan die gevoelens. Pas toen het Comité met ‘Resolutie 831’ kwam, begonnen veel mensen in Hongkong te beseffen dat Beijing niet van plan was ons enig algemeen stemrecht te gunnen. Erger nog, de democratisering van onze stad is voor onbepaalde tijd tot stilstand gekomen, nadat het verkiezingsvoorstel van de overheid vorig jaar werd verworpen in de Wetgevende Raad.

    Als gevolg daarvan raakten veel mensen teleurgesteld in ‘één land, twee systemen’ en geloofden 
ze niet langer dat de Basiswet ons echte democratie zou garanderen. Het waren dat bittere verraad, de desillusie, verontwaardiging, frustratie en onmacht en het ongeduld van het publiek over de huidige stand van zaken en de toekomst van de democratisering in onze stad die uiteindelijk hebben geleid tot het idee van zelfbeschikking en zelfs van afscheiding van China: als Beijing ons niet geeft wat we willen, waarom gaan we dan niet gewoon uit elkaar?

    Tien jaar geleden was het totaal ondenkbaar dat mainstreammedia de mogelijkheid bespraken dat Hongkong zijn eigen toekomst zou bepalen en zich zelfs, tegen de wil van Beijing in, onafhankelijk zou verklaren. Met andere woorden: die separatistische sentimenten in onze stad zijn ontstaan door Beijings onhandigheid en de weigering om ook maar een duimbreed toe te geven wat betreft de regeling voor 
de verkiezingen in 2017.

    Als Beijing zijn standpunt over Hongkongs stemrecht niet verzacht, denk ik dat er de komende tijd hoe langer hoe meer inwoners zullen worden aangetrokken door het idee van zelfbeschikking of zelfs van onafhankelijkheid. En hoe harder Beijing hen aanpakt, hoe radicaler 
of zelfs gewelddadiger ze worden, waardoor onze stad in een gevaarlijke cirkel van constante onderdrukking en verzet terecht zal komen.

    Auteur: Benny Tai
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Benny Tai is hoogleraar Rechten aan de Universiteit van Hongkong. Hij werd in 2013 bekend als initiatiefnemer van de Occupy Central-beweging, die streed voor vrije verkiezingen in de voormalige Britse kroonkolonie.

    Hong Kong Economic Journal
    Hongkong | dagblad | oplage 65.000

    Financiële en liberale krant voor de elite in Hongkong. Wil het Chinese equivalent van de Financial Times en The Wall Street Journal zijn, met gerenommeerde schrijvers.

    Activist Joshua Wong en leden van de nieuwe politieke partij Demosisto, die ijvert voor een referendum over de Hongkongse soevereiniteit. – © Vincent Yu / HH
    Activist Joshua Wong en leden van de nieuwe politieke partij Demosisto, die ijvert voor een referendum over de Hongkongse soevereiniteit. – © Vincent Yu / HH

    CONTEXT: Resolutie 831

    Volgend jaar kiezen de inwoners van Hongkong een nieuwe leider. Bij het vertrek van de Britten in 1997 werd overeengekomen dat Hongkong vijftig jaar lang een Speciale Bestuurlijke Regio zou blijven. De Chinees-Britse afspraken werden vastgelegd in een Basiswet, met als voornaamste beginsel: één land, twee systemen. Maar sindsdien is de druk van Beijing om Hongkong in het Chinese systeem te trekken steeds groter geworden. Zo werd in 2014 Resolutie 831 aangenomen, die Beijing stevige zeggenschap geeft in de kandidaatstelling voor de verkiezing van volgend jaar. Een groot deel van de zeven miljoen inwoners van Hongkong verzet zich sindsdien tegen de sluipende inlijving door Beijing, en eist meer autonomie.

  • Mijn ‘mysterieuze verdwijning’

    Mijn ‘mysterieuze verdwijning’

    Eerst verdween Jia Jia, daarna was zijn oud-collega Wen Tao onvindbaar. Op het Chinese equivalent van WhatsApp doet hij verslag van de drie maanden dat hij zonder enige uitleg werd vastgehouden.

    Op 23 april 2011 werd ik rond twaalf uur ’s middags in Beijing op straat overvallen door een stel kleerkasten die me in een grote Buick MPV duwden en een bivakmuts zonder gaten voor ogen of neus over mijn hoofd trokken. Eerst werd ik flink mishandeld, vervolgens in een kamertje gegooid waarvan het raam schuilging achter dikke gordijnen.

    Ik zou er pas drie maanden later weer uitkomen.

    Ook nu nog blijf ik denken dat wanneer ik de mogelijkheid had gehad om me weer bij mijn familie te voegen door een zelfkritisch stuk te schrijven, ik dat zou hebben gedaan

    In die periode ben ik niet meer geslagen, maar had ik me wel te houden aan talloze regels. Mijn ene hand was aan een stoel vastgeklonken met boeien die ik niet af kon doen, zelfs niet om te slapen of om naar het toilet te gaan. Die stoel moest ik aldoor achter me aanslepen. O ja, wassen kon ik me ook niet, en dat vanaf het begin van het voorjaar tot midden in de zomer, dus in dat kamertje stonk het vreselijk! Toen de nieuwe bewaker binnenkwam om het van de vorige over te nemen en ik de walging op zijn gezicht zag, kon ik niet anders dan hem medelijdend aankijken.

    Van het begin tot het eind van mijn gevangenschap ben ik ze blijven smeken om mijn familie op de hoogte te stellen, maar dat hebben ze nooit gedaan. Achteraf heb ik gehoord dat mijn familie en vrienden me al die tijd overal hebben gezocht: ze gingen naar de politiebureaus in de wijk waar ik voor het laatst was gezien en in die waar ik woonde om aangifte te doen van mijn verdwijning, maar de agenten wilden die niet opnemen en weigerden ook elke vorm van hulp.

    Onwettig

    Mijn vader had een klacht ingediend en het probleem uitgelegd bij alle bevoegde gemeentelijke diensten, met als gevolg dat hij uiteindelijk op de lijst van mogelijke onruststokers belandde. Trouwens, zelfs nu – jaren later – ziet hij telkens als hij in een hotel overnacht, kort na het inchecken de politie nog opduiken.

    Bij mijn arrestatie was er geen enkel juridisch document om die te legitimeren en ook bij mijn vrijlating werden geen officiële papieren overgelegd. Maar zelf moest ik wel een verklaring schrijven waarin ik beloofde elk contact met allerlei personen te verbreken en over mijn gevangenhouding geen enkele informatie te verspreiden. Die verklaring moest ik met mijn handafdruk waarmerken.

    Ook nu nog blijf ik denken dat wanneer ik de mogelijkheid had gehad om me weer bij mijn familie te voegen door een zelfkritisch stuk te schrijven, ik dat zou hebben gedaan, en ik desnoods honderden pagina’s zwart zou hebben gemaakt. Mijn hele gevangenschap lang hoopte ik maar op één ding: dat er een officiële aanklacht tegen mij zou worden opgesteld, zodat ik volgens de wettelijke procedure naar een huis van bewaring kon worden overgebracht, waar ik hopelijk bijstand van een advocaat zou krijgen en mijn familie terugzien. Maar zelfs als ‘verdachte’ worden aangemerkt was een recht dat me werd ontzegd.

    Als ik eraan terugdenk, heb ik echt een borrel nodig om weer moed te vatten en de opkomende angstaanval de baas te blijven

    Totdat dit gebeurde, was ik iemand met fatsoenlijk werk, met een kennissenkring die niets te verbergen had, en leidde ik mijns inziens zowel privé als in het openbaar een gezagsgetrouw leven. En toch ben ik drieëntachtig dagen lang om mysterieuze redenen opgesloten zonder dat wie dan ook, welke organisatie dan ook (al was het IS maar!) mijn arrestatie opeiste… Dat constante gevoel van onzekerheid is te vergelijken met de hartkloppingen die je krijgt als je te veel koffie hebt gedronken. Als ik eraan terugdenk, heb ik echt een borrel nodig om weer moed te vatten en de opkomende angstaanval de baas te blijven.

    Van een Amerikaanse journalist kreeg ik de vraag of ik mezelf als een ‘dissident’ beschouwde. Die vraag is knap lastig te beantwoorden. Meestal wordt daarmee iemand bedoeld die politiek actief is, maar persoonlijk zou ik liever het filosofische aspect van deze term onderzoeken. In de Volksrepubliek China heeft die meerdere betekenissen, maar één ding staat vast: een juridische term is het niet.

    Toch zou ik graag zien dat dit woord in de juridische en bestuurlijke woordenschat wordt opgenomen en duidelijker gedefinieerd. Op zijn minst zouden we dan te weten komen wat de redenen zijn voor talloze verdwijningen. Zoals die van de columnist Jia Jia, die ongelukkigerwijs ‘Snel rijk worden en dan snel emigreren!’ op zijn visitekaartje had gezet al voordat hij geëmigreerd was en van wie zijn familie en vrienden nu niet weten waar hij is.

    Auteur: Wen Tao
    Vertaler: Tess Visser

    Weixin
    China | instantmessagingdienst | ruim 600 miljoen gebruikers

    Weixin is een gratis cross-platformberichten- dienst vergelijkbaar met WhatsApp en gebaseerd op andere Chinese diensten zoals TalkBox en MiTalk. Gebruikers kunnen iedereen overal ter wereld zowel berichten sturen als ingesproken teksten.

    CONTEXT: De zaak-Jia Jia

    Op 15 maart van dit jaar belde de journalist en columnist Jia Jia zijn vrouw voor het laatst voordat hij op weg naar Hongkong verdween. Zijn advocaat en zijn vrouw hebben hemel en aarde bewogen bij de politie van Beijing en de luchthavenpolitie. Uiteindelijk is hij op 25 maart vrijgelaten. Het ironische is dat de politie van Beijing haar optreden zelf heeft toegegeven. De advocaat onthulde dat Jia Jia ‘door de politie van Beijing en in het bijzijn van de luchthavenpolitie is meegenomen’. Een telefoontje van Jia Jia naar zijn vriend Ouyang Hongliang, hoofdredacteur van de nieuwssite Wu Jie, zou de reden van deze arrestatie zijn. Jia waarschuwde hem dat een de overheid onwelgevallige open brief op de site was gepost en had hem aangeraden die te verwijderen.

    Volgens Duan Chuanmei, een onafhankelijke site uit Hongkong, eisen de ‘trouwe communisten’ die deze open brief hebben ondertekend, het aftreden van de Chinese president Xi Jinping en beschuldigen ze hem ervan alle macht naar zich toe te trekken. De officiële website Wu Jie wordt beschouwd als hét medium om de Oeigoerse autonome regio Xinjiang te promoten (die er deels eigenaar van is), evenals de politieke en economische strategie van Xi Jinping (met zijn Nieuwe Zijderoute). Op 25 maart meldde de BBC in de zaak rond deze brief de arrestatie van nog minstens zestien andere personen.


  • De Chinese crisis is een schuldencrisis

    De Chinese crisis is een schuldencrisis

    Na jaren van voorspoed 
zit de klad in de Chinese economie. Lagere over
heden en particuliere bedrijven gaan gebukt onder schulden. Zelfs staatsbedrijven moeten zich zorgen gaan maken, want de regering lijkt haar handen van ze af 
te trekken.

    In 2015 heeft de Chinese economie een ‘stabiele groei’ van 6,9 procent gerealiseerd, tegen 7,3 procent in 2014. Maar de noodzaak tot hervorming blijft stijgen. In 2014 stonden de fabrieken in het kustgebied onder druk, die een voor een hun deuren sloten; nu voelt iedereen het in zijn portemonnee.

    In 2016 zal de Chinese economie, die wordt uitgehold door haar schuldenlast, absoluut manieren moeten zien te vinden om de kredietcrisis beter te beteugelen, de financiële risico’s te beperken, de investeringen rendabel te maken en ondertussen de onverkochte voorraden te slijten. Gezien de omvang van de problemen zal China daar niet altijd in slagen. Toch zal het alle vragen moeten beantwoorden.

    Het jaar 2015 stond vooral in het teken van de moeizame schuldaflossing. De torenhoge schulden die door het bedrijfsleven zijn aangegaan, en die hebben geresulteerd in 
de sluiting van tal van verwerkingsbedrijven in het kustgebied die insolvent waren geworden door de financiële crisis, raken nu ook een betrekkelijk groot aantal staatsbedrijven. In maart 2014 had de betalingsachterstand van Chaori, een fabriek van zonnepanelen die de rente over zijn schulden niet meer kon opbrengen, de markt al heimelijk verontrust.

    Een staalfabriek in Qingquan die in 2014 zijn deuren sloot. – © Kevin Frayer / Getty Images
    Een staalfabriek in Qingquan die in 2014 zijn deuren sloot. – © Kevin Frayer / Getty Images

    In april maakte Baoding Tianwei, een producent van elektrische apparatuur, op zijn beurt bekend de jaarlijkse rente over zijn obligatieleningen niet te kunnen voldoen. Dit was nog nooit voorgekomen bij een staatslening, en het incident 
werd dan ook als bijzonder symbolisch beschouwd: nu bleken ook staatsbedrijven wanbetalers te kunnen zijn.

    Na de instorting van de internationale grondstoffenprijzen in het vierde trimester moest Hidili International Development Limited op 3 november bekendmaken dat het zijn schulden niet kon voldoen. Hidili, een op de Kaaimaneilanden geregistreerd exploratiebedrijf met een beursnotering in Hongkong, heeft talrijke filialen in China.

    Kettingreactie

    Volgens Li Weijie, analist bij de China Securities Company, ‘kunnen de problemen bij Hidili een kettingreactie uitlokken in de reële Chinese economie, waar het aandeel van dubieuze vorderingen toeneemt. Talrijke midden- en kleinbedrijven die gelieerd zijn met Hidili riskeren een faillissement.’

    De schuldproblemen in de olie- en 
gassector weerspiegelen in het klein 
de problemen van het hele Chinese bedrijfsleven. Volgens de laatste gegevens van het Chinese ministerie van Financiën zijn de winsten van de staatsbedrijven in een jaar met 9,5 procent gedaald. In de eerste elf maanden van 2015 hebben de staatsbedrijven op het gebied van olie, petrochemie en bouwmaterialen hun winsten zien inzakken, terwijl de staal-, steenkool- en non-ferrometaalsector zelfs verliesgevend waren. Er is dus goede reden om aan te nemen dat een aantal daarvan als ‘zombiebedrijven’ moet worden beschouwd, die op sterven na dood zijn. Volgens econoom Stephen Green hebben de Chinese bedrijven met een te hoge schuldenlast twee opties: of ze worden failliet verklaard op verzoek van hun crediteuren, of ze blijven doordraaien en halen zich nog meer schulden op de hals, wat ten koste zal gaan van de financiële gezondheid van hun geldverstrekkers. Het is duidelijk dat een groot aantal staatsbedrijven tot de tweede categorie behoort.

    Sinds het jaar 2000 is de schuldenlast met ongeveer 50 procent toegenomen

    De centrale regering aarzelt niet meer om met de beschuldigende vinger naar deze zombiebedrijven te wijzen, evenals naar degene die kampen met productionele overcapaciteit; op deze laatste categorie is de ‘structurele hervorming van het aanbod’ gericht die momenteel in gang wordt gezet. In het geval van de zombiebedrijven die de hervorming van de economische structuur in de weg staan neigt men naar liquidatie of herstructurering. Dat is eveneens een onmisbare fase in de hervorming van de staatsbedrijven, een onderwerp dat sinds de jaren negentig tot op het bot is afgekloven.

    Desondanks is het risico bij de lagere overheden in 2015 nog groter geworden, wat het ministerie van Financiën ertoe heeft gedwongen hun schuldenlast ter waarde van 3 biljoen yuan [ongeveer 420 miljard euro] te saneren, voornamelijk door middel van herschikking. Als de schulden zo hoog oplopen kan er dus te veel geld uit het financiële systeem worden gehaald, en dat wordt zeer duur betaald. Dat geldt zowel voor bedrijven als lagere overheden.

    Maar als de lagere overheden zich 
eruit kunnen redden door middel van schuldoverdracht (aan de centrale overheid) en als de staatsbedrijven geherstructureerd of onder curatele gesteld kunnen worden, dan kan men zich afvragen wat er met particuliere bedrijven met te hoge schulden gebeurt.

    Trucks staan weg te roesten bij de verlaten staalfabriek in Qingquan. – © Kevin Frayer / Getty Images
    Trucks staan weg te roesten bij de verlaten staalfabriek in Qingquan. – © Kevin Frayer / Getty Images

    Die moeten zich helemaal zelf redden, aldus een bron uit de bankwereld. 
Ze hebben de situatie de afgelopen twee jaar lijdzaam moeten ondergaan. Volgens Liu Yuanchun van de Volksuniversiteit van Beijing moeten ze wachten tot de huidige ‘chirurgische ingreep’ is voltooid voordat hun problemen langzaam maar zeker kunnen worden opgelost. Ze maken dus moeilijke tijden door. In 2016 kunnen ze het nog zwaarder te verduren krijgen en zal het hele financiële systeem worden bedreigd, aldus Li Xunlei, hoofdeconoom van Haitong Securities.

    De tweede grote vraag waarvoor de Chinese economie zich gesteld ziet, is hoe het krediet kan worden beteugeld. Sinds het jaar 2000 is de schuldenlast met ongeveer 50 procent toegenomen. Daardoor worden de bedrijfswinsten en de openbare financiën uitgehold 
en gaat geld verloren dat anders aan nieuwe investeringen had kunnen worden besteed.

    Volgens een Amerikaanse studie uit 2015 zou het financiële risico van China overigens het gevolg zijn van 
de enorme schuldenlast van de staatsbedrijven, die geschat wordt op 78 biljoen yuan [ongeveer 11 biljoen euro]. Het goedkoopste geld leen je bij de bank. Maar om te kunnen lenen moet je garanties bieden, liefst van de kant 
van de staat. Om die reden worden de meeste bankleningen aan staatsbedrijven verstrekt en moeten de midden- en kleinbedrijven andere, kostbaardere kanalen aanboren, zoals schaduwbanken, die wat duurder zijn maar relatief betrouwbaar. Een laatste mogelijkheid is privékrediet, dat het kostbaarst en gevaarlijkst is.

    Het ontstaan van deze min of meer occulte kanalen na de financiële crisis van 2008 heeft gevolgen gehad die tot dan toe onbekend waren: het massaal afsluiten van leningen door lagere overheden, een sterke toename van de particuliere leningen en de opkomst van een systeem van schaduwbanken dat het krediet huizenhoog heeft opgedreven.

    Een specialist uit de financiële sector vat de situatie als volgt samen: waar het aanvankelijk de bedrijven waren die een beroep deden op de banken, zijn de plaatselijke bankfilialen al heel snel bedrijven gaan benaderen om ze leningen aan te smeren en hebben ze geprobeerd hun uitstaande tegoeden bij trustmaatschappijen onder te brengen.

    Virtuele economie

    Toen in 2011 de crisis in de particuliere leningensector uitbrak, zijn talloze 
privéondernemingen verdwenen. Dit valt voornamelijk te verklaren uit de aanscherping van het monetaire beleid in 2010 en het feit dat het privékapitaal de reële economie verruilde voor de onroerendgoedmarkt en de virtuele economie.

    Uiteindelijk zijn ook de leningen aan staatsbedrijven riskant geworden. 
Tussen eind 2010 en 2013 is de schuld van lagere overheden met 63 procent toegenomen, die op hun beurt minder bereid zijn geworden om garant te staan voor bedrijven. Tel daar de lagere groei bij op, en je begrijpt waarom de staatsbedrijven steeds minder in staat zijn hun verplichtingen na te komen. De financiële sector heeft alleen maar de positieve kant van de zaak gezien.

    Volgens Liu Yuanchun zijn de uitstekende resultaten van de financiële wereld niet zozeer te verklaren uit de structurele hervormingen en de verandering van de economische dynamiek (de concentratie op de binnenlandse vraag die sinds enkele jaren wordt aanbevolen), maar eerder uit het vermoedelijke wegsluizen van bepaalde winsten van de reële economie. Een onderzoek uit 2014 naar de winsten van beursgenoteerde Chinese bedrijven toont aan dat meer dan de helft voor rekening van de financiële sector komt. Terwijl het netto resultaat van de industrie maar met 3 procent toenam, steeg dat van de bancaire sector naar meer dan 9 procent; in het eerste semester van 2015 is de toegevoegde waarde van de industrie met maar 6 procent gestegen, en die van de gehele financiële sector met 17,41 procent.

    ‘Voor een wereldwijde economische opleving moeten de dienstensector en de financiële sector gelijke tred houden met de reële economie,’ onderstreept Liu Yuanchun.
    Op dit moment zijn de banken gedwongen voorzorgsmaatregelen te treffen. Meer dan 2 procent van hen zou niet aan zijn financiële verplichtingen kunnen voldoen vanwege het toenemende aantal dubieuze vorderingen. Halverwege 2014 verwachtte de Industriële Bank 25 à 40 procent te moeten afschrijven op zijn onroerendgoedportefeuille ten opzichte van 2013. Na de financiële crisis heeft men inderdaad in talloze regio’s aankopen goedgekeurd zonder eigen inbreng, maar vanaf 2013 dalen de onroerendgoedprijzen en is de economie duidelijk gaan haperen.

    CONTEXT 1: INVLOED POLITIEK

    #In Beijing worden economische beslissingen sterk beïnvloed door politieke factoren. De leiders van de Communistische Partij vrezen dat een hervorming hun legitimiteit ter discussie kan stellen. Bovendien heeft president Xi Jinping het laatste woord, en hij maakt zich zorgen over de plaats van China in de wereld. Ten slotte laten de hervormingen die bij de komst van Xi in 2012 werden aangekondigd lang op zich wachten. Veel rijke Chinezen emigreren. Het aantal stakingen is tussen 2014 en 2015 verdubbeld. Dit alles zal de manier beïnvloeden waarop Beijing zijn economie weer op poten hoopt te zetten.#

    De derde grote vraag waarvoor de Chinese economie zich gesteld ziet, is hoe gecontroleerd kan worden of er sprake is van productionele overcapaciteit. Li Xunlei heeft kortgeleden gerapporteerd wat een provinciale bestuurder hem meldde over de ‘structurele hervorming van het aanbod’ (die centraal staat in het beleid van de regering). Deze is zo lang uitgesteld dat er in feite sprake is van een ‘structurele verandering’, aldus de bestuurder. Daar ben ik het mee eens, schreef Li, want het verbeteren van het aanbod, het verhogen van de productiviteit en het beter aanwenden van human resources, kapitaal en techniek voor het bbp vereist een herstructurering.

    De economische situatie wordt steeds complexer: structurele problemen, productionele overcapaciteit, financiële risico’s, ongunstige markttendensen, dalende indicatoren… China heeft sinds 2008 afscheid moeten nemen van een groei van meer dan 10 procent en is in 2015 bij een nieuw keerpunt aangeland, een groei van minder dan 7 procent. Maar tijdens deze bewogen periode zijn de investeringen altijd een heel belangrijke motor geweest om tegenwicht te bieden aan neerwaartse druk.
    Toen de regering in 2008 een groot 
stimuleringspakket ter waarde van 4 biljoen yuan lanceerde, ging al het geld naar onroerend goed; nu gaat het naar stedelijke infrastructuur, zoals ondergrondse drinkwater- en rioolnetten. Deze verandering van oriëntatie zegt veel over de onvervangbare rol 
van publieke investeringen als economische stabilisator, ook al zijn die momenteel op consumptie gericht.

    Sociale huisvesting

    Om een halt toe te roepen aan de overproductie en de markt weer gezond te maken, zijn talloze aanpassingen binnen de bedrijven vereist. Volgens Guan Qingyou, hoofd van de financiële redactie van deze krant, moet eerst worden bezien hoe de faillissementswet kan worden toegepast (die dateert uit 2007 maar weinig wordt gebruikt), met aandacht voor de begeleiding van het personeel en de liquidatie van activa. Fusies van staatsbedrijven moeten worden bevorderd volgens technische of ecologische maatstaven.

    Ook pleit de econoom voor intensivering van de pogingen om onverkocht onroerend goed van de hand te doen door het financieren van sociale huisvesting voor minderbedeelde stedelingen en plattelandsbewoners. Daarnaast stelt hij voor om programma’s te ontwikkelen voor de vestiging van bejaardenhuizen en toeristencentra.
    Over de manieren waarop de situatie weer gezond kan worden gemaakt wordt veel gediscussieerd. Maar volgens Guan Qingyou moet er eerst van hogerhand een duidelijker plan worden ontwikkeld om de reële economie op een inventievere manier te herstructureren.

    Auteur: Li Xiaodan
    Vertaler: Peter Bergsma

    Jingji Guancha Bao
    China | dagblad | oplage 400.000
    ‘Economic Information Daily’, opgericht door het officiële agentschap Xinhua, besteedt aandacht aan structurele problemen die worden veroorzaakt door het hervormingsbeleid en de economische ontwikkeling van het land.

    CONTEXT 2: CONSUMPTIE

    In Beijing worden economische beslissingen sterk beïnvloed door politieke factoren. De leiders van de Communistische Partij vrezen dat een hervorming hun legitimiteit ter discussie kan stellen. Bovendien heeft president Xi Jinping het laatste woord, en hij maakt zich zorgen over de plaats van China in de wereld. Ten slotte laten de hervormingen die bij de komst van Xi in 2012 werden aangekondigd lang op zich wachten. Veel rijke Chinezen emigreren. Het aantal stakingen is tussen 2014 en 2015 verdubbeld. Dit alles zal de manier beïnvloeden waarop Beijing zijn economie weer op poten hoopt te zetten.

    CONTEXT 3: MINDER KOLEN EN STAAL

    100 à 150 miljoen ton ruwstaal minder
    Dat doel formuleerde premier Li Keqiang op 22 januari om de overcapaciteit te verminderen. Met 803 miljoen ton is de staalproductie in 2015 voor het eerst sinds 1981 gedaald, volgens de economische site Caijing Wang.
    Het equivalent van 4,24 miljard ton steenkool
    Dat is de hoeveelheid energie die in 2015 door China is verbruikt, een daling van 0,5 procent. De steenkoolconsumptie zou met 3,8 procent zijn gedaald.

    CONTEXT 4: CHRONOLOGIE

    2008 november De financiële crisis spaart ook China niet. Het land kondigt een stimuleringspakket van 4 biljoen yuan (ongeveer 550 miljard euro) aan.

    2009 Vanaf dit jaar worden honderden fabrieken gesloten en komen miljoenen gastarbeiders op straat te staan.

    2014 China sticht de Aziatische Investeringsbank voor infrastructuur om tegenwicht te bieden aan het IMF en de Wereldbank.

    2015 augustus Beijing devalueert de yuan binnen een week met bijna 5 procent. Op 24 augustus keldert de beurs met 8,47 procent. De wereldmarkt siddert.

    2016
    7 januari Voor de tweede keer binnen vier dagen keldert de beurs van Shanghai met 7 procent en wordt de handel in aandelen bevroren. Achtste devaluatie van de yuan sinds augustus (- 0,51 procent).

    19 januari De regering maakt bekend dat het bbp in 2015 met 6,9 procent is gestegen.

    26 januari Wang Baoan, chef van het Chinese Bureau voor de Statistiek – en verantwoordelijk voor de economische indicatoren van het land – wordt beschuldigd van corruptie.

    CONTEXT 5: GRILLIG WISSELKOERSBELEID

    De afgelopen zes maanden hebben investeerders zich verbaasd over het grillige Chinese wisselkoersbeleid, aldus The Wall Street Journal. Eerst was er in augustus een plotselinge devaluatie van de yuan en de aankondiging dat de spilkoers voortaan elke ochtend zou worden bepaald aan de hand van de slotkoers van de vorige dag. Daarna verankerde de Chinese bank de yuan niet langer alleen aan de dollar, maar ook aan andere deviezen. En op 7 januari werd de munt opnieuw gedevalueerd. ‘De fluctuaties van de yuan zijn het gevolg van marktschommelingen en hebben niets met devaluatie te maken,’ verzekerde de Chinese vicepresident Li Yuanchao. Maar de Financial Times schrijft: ‘De Chinese leiders mogen dan expliciet ontkennen dat ze aansturen op een sterke devaluatie, ze leggen niet uit hoe ze de koers willen stabiliseren terwijl er een grote kapitaalvlucht plaatsvindt en de economie stagneert. Door de strijd tegen corruptie en de zwakke plaatselijke investeringsmogelijkheden sluizen veel Chinezen hun geld het land uit. En deze tendens wordt versterkt door de vrees voor devaluatie.’

    Een renteverhoging om Chinezen in hun eigen land te laten investeren zou de economische groei alleen maar meer afremmen. De yuan nog verder laten dalen zou een enorme schok betekenen voor de wereldeconomie

    Resultaat: vorig jaar noteerde het land een netto kapitaalvlucht van meer dan 676 miljard dollar. Om zijn munt te steunen heeft de Chinese centrale bank zijn valutareserve voor bijna 700 miljard dollar moeten aanspreken. En ook al blijft er dan nog 3,3 biljoen dollar over, het is veel geld. Wat kan Beiijng doen? ‘Er zijn weinig aantrekkelijke opties’, erkent de Financial Times. Een renteverhoging om Chinezen in hun eigen land te laten investeren zou de economische groei alleen maar meer afremmen. De yuan nog verder laten dalen zou een enorme schok betekenen voor de wereldeconomie. Dus rest er maar één mogelijkheid: ‘Een strenger toezicht op de kapitaalmarkt totdat de situatie verbetert.’ Het probleem is dat China daarmee zou terugkomen op zijn recente liberalisering van de economie, die ertoe heeft geleid dat het IMF de yuan eind november heeft opgenomen in het exclusieve mandje van internationale valuta die de zogenoemde special drawing rights (SDR) vertegenwoordigen, een soort virtuele reservemunt. ‘Dat zou zeker gezichtsverlies voor China betekenen. Maar het zou daarmee wel de tijd krijgen om zijn financiële instellingen voor te bereiden op de vluchtigheid van de geldmarkt,’ concludeert The Economist.

    (Lambiek Berends)

  • Sam Pa zit in de bak, lang leve Sam Pa!

    Sam Pa zit in de bak, lang leve Sam Pa!

    De malafide, vooral in Afrika opererende Chinese businesstycoon Sam Pa leek lang ongrijpbaar, maar werd eind vorig jaar dan toch eindelijk gearresteerd. Als er niets wordt gedaan aan de schimmige netwerken waarin hij kon gedijen, zullen er gewoon 
weer anderen opstaan die zijn plaats innemen.

    Op de avond van 8 oktober 2015 werd de Chinese investeringstycoon Sam Pa door de autoriteiten opgepakt in het Sofitel van 
Beijing. Dit kan het einde betekenen van zijn bliksemsnelle, en enigszins onwaarschijnlijke opkomst van relatief onbekend figuur tot een van de invloedrijkste zakenlieden in Afrika. Volgens de berichten werd Pa die avond gearresteerd vanwege een onfrisse zakendeal in Angola met een machtige Chinese staatsoliemaatschappij, die hem torenhoge winsten had opgeleverd.

    Als voormalig spion (met een ‘voorliefde voor snelle auto’s en vrouwen’, volgens zijn vrienden) wist Pa met zijn verhaal journalisten en investeerders over de hele wereld te boeien. Van bankroete wapenhandelaar eind 
jaren negentig werd hij in minder 
dan tien jaar tijd een tycoon met een zakenimperium dat vele miljarden waard was. Het syndicaat dat hij in 2003 vormde, bekend als de Queensway Group (genoemd naar het adres van de vestiging in Hongkong), was actief in olie, mijnbouw, infrastructuur, luchtvaart, landbouw en vastgoed. Het had belangen in bedrijven over de hele wereld. Van Noord-Korea en Zimbabwe tot aan Manhattan, en op minstens vier verschillende continenten, doet justitie onderzoek naar 
de activiteiten van de groep.

    In veel opzichten opereerde Sam Pa in de 
traditie van oorlogsprofiteurs als de beruchte Russische wapenhandelaar Viktor Bout. Net als Bout vóór hem spreekt Pa verscheidene talen vloeiend, beschikte hij over verschillende paspoorten, verplaatste hij zich met zijn eigen luchtvloot en gebruikte hij minstens zeven schuilnamen. Via de wapenhandel had hij op hoog politiek niveau contacten gelegd, maar die relaties gebruikte hij vervolgens om nieuwe markten aan te boren en een indrukwekkender buit bij elkaar te plunderen. De arrestatie van Pa kan betekenen dat een van de grootste uitbuiters en meest roofzuchtige investeerders die ooit voet op Afrikaanse bodem hebben gezet, nu ten val is gekomen. Maar op de lange termijn zal dat weinig opleveren, als het systeem waaraan hij zijn enorme succes dankte niet wordt ontmanteld.

    Sam Pa (derde van links) op een bouwterrein in Mozambique.
    Sam Pa (derde van links) op een bouwterrein in Mozambique.

    Pa heeft machtige vrienden in Beijing, en die hebben hem voor een deel aan zijn succes geholpen. In 2004 richtte Queensway de Chinees-Angolese joint venture China Sonangol op, die uiteindelijk de belangrijkste deelname van het syndicaat zou worden. Sinopec, 
een van de grootste staatsoliemaatschappijen van China, stond in 2005 borg voor een lening van 3 miljard dollar van een groep particuliere westerse banken aan China Sonangol, waardoor Queensway een vliegende start kon maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Nog steeds zijn 
Chinese staatsbedrijven belangrijke partners in de buitenlandse ondernemingen van Queensway.

    Toch hebben die oude banden Pa uiteindelijk niet kunnen beschermen. Daarvoor heeft hij om te beginnen te vaak de controverse opgezocht. Zo ging hij in zee met twijfelachtige tussenpersonen als Roman Poetin – een neef van de Russische president Vladimir Poetin – die hem hielp een contract van 1,3 miljard dollar binnen te halen voor de bouw van een brug tussen Rusland en de Krim, slechts een paar maanden na de controversiële Russische annexatie van die Oekraïense regio.

    Pa liet vaak zijn oog vallen op landen met een grote rijkdom aan grondstoffen en een financieel wankelend of diplomatiek geïsoleerd regime. In 2008 investeerde hij honderden miljoenen dollars in de diamantsector van Zimbabwe, tijdens de crisis in de nasleep van de verkiezingen in dat land. Later sloot Queensway overeenkomsten met Guinee, Niger en Madagaskar, telkens kort na een staatsgreep in het betreffende land. In de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang regelde hij deals met Office 39, een Noord-Koreaans staatsagentschap dat zich met allerlei zaken bezighoudt, van vals geld tot drugssmokkel. In veel van deze landen kenmerken de projecten van Queensway zich door chronische vertragingen, mismanagement en beschuldigingen van omkoping.

    Pa opereerde in de traditie van de Russische wapenhandelaar Viktor Bout

    Enkele operaties van Pa hebben echter de grens tussen ‘moreel twijfelachtig’ en ‘zonder twijfel illegaal’ overschreden. In 2011 schreef de Britse journalist Jon Swain over Pa’s betrokkenheid bij het smokkelen van diamanten uit Zimbabwe en wapenleveranties aan Ivoorkust, in strijd met het geldende embargo. In 2013 onthulden rechtbankverslagen dat zijn bedrijven in het geheim diplomaten in Noord-Korea en Mozambique betaalden, en in de vervolgonderzoeken rees de verdenking dat hij in verschillende landen, waaronder Nigeria, hooggeplaatste functionarissen had omgekocht om lucratieve olieconcessies te verkrijgen. In april 2014 vaardigde het Amerikaanse ministerie van Financiën sancties uit tegen Pa wegens zijn steun aan de geheime politie van Zimbabwe, die synoniem is geworden met door de staat gesanctioneerd geweld.

    Achterkamertjesdeals

    Ook Chinese diplomaten hebben jarenlang kritiek geleverd op Queensway. 
Zij gaven geregeld een verklaring uit waarin Beijing zich distantieerde van de activiteiten van Queensway, en ze waarschuwden bedrijven en buitenlandse overheden om geen zaken te doen met Pa. Maar woorden kosten niets. Critici (onder wie ikzelf) hebben betoogd dat al zolang de Queensway Group bestaat, de Chinese overheid niets heeft gedaan om de leiders van het syndicaat voor hun roofzuchtige praktijken te straffen, en dat China vaak van Pa’s activiteiten heeft geprofiteerd. Pa kon jarenlang relaties blijven onderhouden met hoge functionarissen en staatsondernemingen, ondanks de beschuldigingen van de diplomaten en de justitiële onderzoeken die telkens op niets uitliepen. Om zich tegen dit soort critici te weren had Queensway echter deels de bescherming van deze invloedrijke figuren in Beijing nodig, en dat maakte het syndicaat kwetsbaar voor veranderingen in het Chinese politieke landschap.

    Kennelijk begreep Pa dat zijn dagen waren geteld. Ondanks zijn enorme succes bleef hij, volgens medewerkers, met een enorme drang doorwerken. 
In een speech in 2014 noemde Sun Hengchao, een vriend van Pa en het hoofd van de Universiteit van Yinchuan, hem ‘de verpersoonlijking van de ondernemersgeest’. Hij kon zich dure huizen en gebouwen veroorloven, zei Sun, maar had nauwelijks tijd om daarin door te brengen. ‘In feite woonde hij het grootste deel van zijn tijd aan boord van een vliegtuig,’ voegde hij eraan toe. Als hij moe was na een drukke dag, stapte hij het vliegtuig in en ging slapen. Zodra hij was geland ging hij weer aan het werk. Sun vertelde hoe hij zijn rondreizende vriend een keer had gevraagd hoe die dit schema volhield. Pa’s antwoord verraste Sun: ‘Meneer Sun, ik ben de vijftig gepasseerd. Hoeveel tijd heb ik nog te verspillen?’

    Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats

    Achteraf gezien lijkt het duidelijk dat Pa een groot deel van zijn tijd en energie heeft besteed aan het verhullen van zijn activiteiten via achterkamertjesdeals met gelijkgestemde kleptocraten, en het opzoeken van mazen in de wet. Dit is geen geringe taak, als je bedenkt hoe omvangrijk zijn operaties waren.

    Maar het businessmodel van Queensway bood Pa kansen genoeg om zijn sporen uit te wissen. Pa had de gewoonte om onderhandelingen over zakendeals achter gesloten deuren te voeren, en de contracten die zo tot stand kwamen werden zelden openbaar gemaakt. Bovendien zijn in veel van de landen waar Queensway opereert de toezichthoudende instanties zwak en zijn de burgers en de pers monddood gemaakt, wat betekent dat de activiteiten van het syndicaat zelden kritisch door de overheid onder de loep worden genomen.

    Mede dankzij machtige vrienden van Pa in Beijing kon zijn syndicaat Queensway een vliegende start maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Het land is een belangrijke olieleverancier aan China. – © Vanessa Vick / HH
    Mede dankzij machtige vrienden van Pa in Beijing kon zijn syndicaat Queensway een vliegende start maken in de olie- en de infrastructuursector van Angola. Het land is een belangrijke olieleverancier aan China. – © Vanessa Vick / HH

    Het team advocaten en accountants van Queensway deed er alles aan om te zorgen dat Pa’s schuilnamen nergens in de officiële stukken van het bedrijf opdoken. In de loop der tijd werd de bedrijfsstructuur van Queensway steeds complexer. Op een bepaald moment werden de operaties in de diamantsector van Zimbabwe aangestuurd via de in Hongkong gevestigde dochtermaatschappij van een Singaporese firma, die op haar beurt eigendom was van een reeks brievenbusmaatschappijen op de Britse Maagdeneilanden. Wie uiteindelijk 
de eigenaren van deze firma’s waren, blijft een raadsel.

    Wie probeert de bedrijfsstructuur van Queensway in kaart te brengen gaat het al snel duizelen. Dankzij die ondoorzichtigheid konden vertegenwoordigers van China Sonangol en China International Fund – de vlaggenschepen van Queensway die zich met allerlei zaken bezighielden, van oliehandel tot vastgoedontwikkeling – hun banden met Sam Pa ontkennen 
en beweren dat hij alleen als adviseur optrad. Het gebrek aan transparantie belemmert ook onderzoekers en regelgevers die zich in de activiteiten van Queensway willen verdiepen.

    Dubieuze rol banken

    Queensway profiteerde ook van de zwakke moraal bij banken. Banken zijn wettelijk verplicht om ‘hun klanten te kennen’, maar het is bekend dat veel financiële instellingen toch zaken doen met firma’s die de identiteit van hun uiteindelijke gerechtigden verbergen. China Sonangol heeft leningen van vele miljarden losgekregen en had rekeningen lopen bij gevestigde banken. Zo konden Pa en zijn collega’s makkelijk geld laten circuleren. Queensway bezit nu voor miljarden dollars aan vastgoed over de hele wereld, waaronder het historische hoofdkwartier van J.P. Morgan in Manhattan, dat het in bezit heeft via een brievenbusmaatschappij in Delaware.

    Nu heeft Sam Pa misschien zijn eindstation bereikt. De man die bekendstaat als een van de sluwste ondernemers in politiek onstabiele en explosieve landen over de hele wereld, is slachtoffer geworden van de politieke onrust in zijn eigen land. Een van de belangrijkste kenmerken van het beleid van president Xi Jinping is de corruptiebestrijding, 
op een schaal die in het moderne China ongekend is.

    Xi heeft gezworen dat hij zowel op de tijgers (corrupte hoge functionarissen) als op de vliegen (kleine crimineeltjes) zou jagen, maar in de ogen van velen is de anticorruptiecampagne voornamelijk gericht tegen zijn politieke tegenstanders. Pa was ooit een meester in het guanxi, het onderhouden van persoonlijke netwerken met mensen van invloed, maar nu zouden zijn relaties met de verkeerde Chinese elites wel eens de doorslaggevende factor kunnen worden bij zijn val.

    De dag voordat Pa werd gearresteerd meldden partijfunctionarissen dat Su Shulin, gouverneur van de provincie Fujian en voormalig hoofd van de 
Sinopec Group, wordt verdacht van ‘ernstige overtredingen’. Pa en Su h
ebben nauw samengewerkt bij zakendeals in Angola en naar verluidt is er een verband tussen de arrestatie van Pa en het onderzoek naar Su. Sinopec heeft een gigantisch verlies geleden op zijn samenwerking met China Sonangol, maar Pa en zijn compagnons hadden er weinig geld ingestoken en hielden er een fortuin aan over: een honorarium van 51 miljoen dollar voor alleen het papierwerk rond het verwerven van vijf oliekavels, en een creditcard van het bedrijf waarmee Pa in de loop van verscheidene jaren 7,5 miljoen 
dollar heeft uitgegeven.

    De brug tussen Rusland en de Krim in aanbouw. – © Nikolay Hiznyak / HH
    De brug tussen Rusland en de Krim in aanbouw. – © Nikolay Hiznyak / HH

    Met Su heeft Xi misschien een tijger gestrikt. Met Pa heeft hij de Heer van de Vliegen te pakken. Pa mag dan in de Chinese binnenlandse politiek een onbeduidende speler zijn, hij is buitengewoon invloedrijk in een aantal van de buitenlandse kleptocratieën die hij heeft helpen opkomen. Maar zijn arrestatie zal nauwelijks betekenen 
dat het recht zijn loop krijgt.

    Een van de dingen die dat lastig maken is dat China de vervolging van corruptie buiten het rechtssysteem om uitvoert. De Centrale Commissie voor Discipline Inspectie, het orgaan van de Communistische Partij dat het onderzoek naar Pa doet, is een geheim instituut, dat volgens critici ‘een grove vorm van 
partijjustitie bedrijft, vaak op basis van politieke motieven’. Als Pa op die manier wordt vervolgd, zal dat hoogstwaarschijnlijk geen eerlijk proces opleveren, omdat hij en de slachtoffers van zijn vuile zaakjes niet de gerechtigheid krijgen die ze verdienen. Als Pa ten voorbeeld wordt gesteld, zullen bepaalde functionarissen wel twee keer nadenken voor ze zich inlaten met omkoping, maar het feit dat de zuivering politiek gemotiveerd is kan de afschrikwekkende werking van dat voorbeeld ondermijnen, vooral voor Xi’s bondgenoten.

    De Chinese overheid deed lang niets om de leiders van het syndicaat te straffen

    Maar belangrijker is nog dat Pa’s val niet een teken is dat het businessmodel van Queensway heeft gefaald. De structurele misstanden en de mazen in het systeem die het succes van Pa en van de Queensway Group om te beginnen mogelijk hebben gemaakt, blijven intact. Roofinvesteerders als Sam Pa en Viktor Bout kunnen nog steeds hun bedrijf verankeren in een juridisch klimaat dat zich niet druk maakt over het gedrag van dat bedrijf in het buitenland; ze kunnen ondernemingen oprichten zonder hun identiteit te onthullen en hun pijlen richten op regimes met zwakke toezichtstructuren en met leiders die het belangrijker 
vinden om zichzelf te verrijken dan 
om hun burgers te dienen.

    Voor echte vooruitgang in de strijd tegen corruptie in de publieke sector – in China of waar ook ter wereld – is veel meer nodig dan het verwijderen van mensen zoals Pa, die deze misdaden begaan. De hoeksteen van elke strijd tegen corruptie moet zijn dat het illegale spelers onmogelijk wordt gemaakt om in het duister te opereren. Dat betekent dat staatsondernemingen 
en overheidsbudgetten transparant moeten zijn en dat burgers en de pers in staat moeten zijn om als waakhond te dienen. Om zeker te stellen dat 
anticorruptiecampagnes legitiem en toekomstbestendig zijn, moeten functionarissen die verdacht worden van corruptie berecht worden volgens 
formele en transparante juridische procedures, niet door ad-hoctribunalen met een politiek doel. Helaas lijken China en veel andere landen waar Pa heeft geopereerd de tegenovergestelde richting uit te gaan.

    Transparantie

    Toch kunnen hervormingsgezinde 
landen veel doen om die transparante manier van zakendoen te bevorderen. In de eerste plaats kunnen ze anonieme brievenbusmaatschappijen verbieden. Elk land zou een openbaar register moeten bijhouden van alle bedrijven die binnen zijn grondgebied geregistreerd staan. Zo’n register moet informatie bevatten over elk individu dat een substantieel belang in een bedrijf heeft, waaronder zijn naam, geboortedatum, huisadres, nationaliteit en contactinformatie. Het zou illegaal moeten zijn om deze informatie te vervalsen, en bankiers die geldhandelingen uitvoeren voor anonieme investeerders zouden strafrechtelijk moeten worden vervolgd.

    De Britse premier David Cameron heeft het voortouw genomen in het bepleiten van deze hervormingen. Daarbij heeft hij toegezegd een openbaar register van Britse bedrijven te zullen instellen, en gezworen dat hij achter ‘smerig geld’ aan zou gaan dat nu in de vastgoedmarkt van het land is gestoken. Maar machtige belangengroepen verzetten zich tegen wetgeving die de transparantie van rechthebbenden zou vergroten, en veel landen en Britse overzeese gebiedsdelen weigeren mee te doen met de hervormingen.

    Toen ik over Pa’s arrestatie hoorde, belde ik de collega die me zeven jaar geleden had aangeraden om onderzoek naar Pa te doen. ‘Sams dagen zijn altijd al geteld geweest,’ zei hij tegen me. ‘Als het niet deze keer misgaat, dan wel een andere keer. Met mannen als hij loopt het meestal verkeerd af.’ De val van Pa is altijd onvermijdelijk geweest, maar dankzij een verrot systeem kunnen mensen als hij telkens opnieuw opduiken. ‘In de wereld van vandaag kun 
je elke poging om een eind te maken aan illegale activiteiten – of dat nu wapenhandel door Viktor Bout of door iemand anders is – zien als het tweede werk van Hercules’, schreven Dough Farah en Stephen Braun in 2006 in het blad Foreign Policy. ‘Elke keer als een kop van de Hydra is afgehakt, groeien er twee nieuwe voor in de plaats.’

    Auteur: J.R. Mailey
    Vertaler: Annemie de Vries

    African Arguments
    Verenigd Koninkrijk | africanarguments.org
    Dit onlinetijdschrift is gewijd aan analyses over al wat speelt in hedendaags Afrika, en dient tevens als platform voor discussies daaromtrent. De site werd in 2007 gelanceerd door de Royal African Society, een Britse stichting die zich inzet voor een beter begrip van het continent.

  • Een dag uit het leven in het Ritanpark, Beijing

    Een dag uit het leven in het Ritanpark, Beijing

    Het vijfhonderd jaar oude Ritanpark in Beijing meet slechts een halve vierkante kilometer. Toch wordt het van zonsopgang tot zonsondergang bevolkt door stadsbewoners voor wie het een speeltuin, huiskamer, sportschool, theehuis en concerthal in één is.

    Li Zhaolin staat boven op een stenen pagode te schreeuwen, te jodelen haast: stemoefeningen, noemt hij het zelf, om beter te ademen. Sommige mensen lijken met een boom in gevecht, ze slaan hun armen om de stam en duwen uit alle macht. Een man heeft zijn arm over een tak geslagen en wrijft met zijn linkeroksel tegen het hout terwijl hij met zijn rechterhand ritmisch op zijn hoofd slaat. Een paar oudere mensen lopen achteruit, wat naar verluidt rugpijn en knieklachten kan verlichten. Velen doen tai chi, een Chinese vechtsport, in hun eentje of in een groep, sommigen met behulp van een stok of een zwaard.

    Het Ritanpark in Beijing komt al voor zonsopgang tot leven. Om half vier ’s ochtends, wanneer de poorten van het park nog gesloten zijn, veegt Wang Jiangyou al met een lange bezem van twijgen alle bladeren bij elkaar. Hij woont al zeventien jaar op het terrein en deelt een driekamerappartementje met negen andere parkbeheerders. Zijn eerste dienst zit er bijna op wanneer om half zes de poorten opengaan. Buiten het park staan al straatventers, die fruit verkopen aan de vroege vogels, meestal mensen op leeftijd, die oefeningen komen doen of een stevige wandeling komen maken langs de randen van het park. De meesten in hun eentje. Iemand heeft een radio bij zich; uit zijn zak klinkt een krakende stem die een uitgesponnen Chinees sprookje vertelt. Vijf oude mannen lopen rustig te kletsen, een van hen laat onophoudelijk een paar houten meditatieballetjes ronddraaien in zijn handpalm.

    Tai Chi is een van de populairste activiteiten in het park. – © Kevin Frayer / Getty
    Tai Chi is een van de populairste activiteiten in het park. – © Kevin Frayer / Getty

    Liefhebbers weten dat het Ritanpark (het park van de Zonnetempel) een van de oudste parken van Beijing is. Het altaar dateert van de Mingdynastie en is in 1530 gebouwd voor de keizer, om offers te brengen aan de zon. Het maakte ooit deel uit van Beijings officiële stadsplan: het ligt ten oosten van het keizerlijk paleis, de Verboden Stad, en het wordt in het westen in balans gehouden door de Maantempel (Yuetan). De tempels voor de aarde en de hemel (Ditan en Tiantan) vormen de noord-zuidas. Deze tempels zijn nu ook parken.

    Turbulente geschiedenis

    Toen de tempel werd gebouwd was Beijing vermoedelijk een van de dichtstbevolkte steden ter wereld, met een inwoneraantal van rond de 700.000. Nu komt de stad op de achtste plaats, met 21 miljoen inwoners, en aan alle kanten torenen wolkenkrabbers uit boven dit stukje groen, dat nog geen halve vierkante kilometer meet.

    Privéruimte is zo schaars in China dat veel activiteiten naar de openbare ruimte zijn verdreven. Het Ritanpark wordt van zonsopgang tot zonsondergang bevolkt door stadsbewoners voor wie het een speeltuin, huiskamer, sportschool, theehuis en concerthal in één is. Cipressen, treurwilgen en dennen omzomen de kronkelpaadjes die naar beschilderde pagoden leiden, met sierlijke vijvers en rotspartijen ervoor. Aan de andere kant wordt de geschiedenis van het park ook gekenmerkt door een voortdurend vernieuwing – typerend voor een modern land dat zich niet door het verleden aan banden wil laten leggen.

    Het grootste deel van de vijfhonderd jaar dat de Ritantempel nu bestaat, is hij slechts toegankelijk geweest voor de keizer. De gewone man woonde in benauwde hutongs, wijken met smalle steegjes en nauwelijks openbare ruimten. In navolging van Europa, waar in de negentiende eeuw vele parken werden aangelegd, opende China in 1907 het eerste openbare park: een voormalige keizerlijke tuin werd omgebouwd tot een dierentuin, het ‘Park van tienduizend dieren’ (Wanshengyuan). Het Ritanpark werd pas in 1956 een openbaar park, als onderdeel van de 
socialistische visie dat alles wat dan toe verboden terrein was geweest aan het volk diende te worden geschonken.

    Tegen half acht ’s ochtends is de noordelijke kant van het park bedekt met poëzie

    De overheid haalde muren neer, voorzag de offerplek van een nieuwe vloer zodat er gedanst kon worden, en haalde die later helemaal weg. Er werden bomen geplant ‘om het moederland groen te maken’, maar niet veel later werden veel van die bomen weer vervangen door ‘productieve’ fruitbomen. In 1965 werd gras gezaaid ‘om de hemel geen kale grond te tonen’. Enkele maanden later barstte de Culturele Revolutie los, en het anticommunistische ‘giftige gras van de revisionisten’ werd afgegraven. Op een bepaald moment stonden er kazernes in het park.

    Van die turbulente geschiedenis is nu nauwelijks meer iets terug te zien. In 1980 gingen het Ritanpark en de andere parken weer open, met de nadrukkelijke bedoeling traditioneel Chinese elementen te behouden, zoals gestileerde miniatuurlandschappen. Op een muurschildering bij de zuidkant, met als titel ‘Offer aan de zon’, is een fictief verhaal afgebeeld: het tafereel wordt gedomineerd door danseressen, terwijl vrouwen in werkelijkheid niet bij de keizerlijke altaars mochten komen, en nog los daarvan draagt de keizer kleren van de verkeerde dynastie. Naarmate de Chinese economie beter ging draaien werd het Ritanpark steeds commerciëler uitgebuit: er werd entreegeld geheven en gedurende enige tijd waren er verschillende attracties in het park, zoals een rollerskatebaan en zelfs een ‘ruimteschipvlucht’ voor de kleintjes. Maar die attracties werden weer gesloten toen het park steeds meer werd gezien als een plek om de zogeheten traditionele cultuur te behouden – zij het in een nieuw jasje.

    Voormalige arbeiders

    In de jaren vijftig werd dit deel van 
Beijing bevolkt door bedrijfjes die uit hun voegen barstten. Die zijn inmiddels allemaal gesloten of hebben moeten plaatsmaken voor buitenlandse ambassades en een winkelcentrum dat bekendstaat om de avant-gardekunst die er te koop is, naast de allernieuwste mode. Ook staan er nu enkele van de duurste appartementengebouwen ter wereld. Maar veel voormalige arbeiders wonen nog in de destijds door de staat verzorgde onderkomens, en dat zijn de mensen die een deel van hun leven in het park doorbrengen. In de loop van de dag vervult vrijwel elk hoekje van het park verschillende functies. Alleen het onlangs weer opnieuw opgebouwde altaar, dat nu door rode muren wordt omsloten, is verboden terrein – na bijna een half millennium nog altijd gesloten voor het grote publiek.

    Een oude man met mondkapje, geen overbodige luxe in het door smog geteisterde Beijng. – © Feng Li / Getty
    Een oude man met mondkapje, geen overbodige luxe in het door smog geteisterde Beijng. – © Feng Li / Getty

    Tegen half acht ’s ochtends is de noordelijke kant van het park bedekt met poëzie. Een handjevol mensen kijkt toe hoe een man een reusachtige kalligrafeerkwast in een emmer water doopt, om er vervolgens mee in het stof te schrijven. Het is een 61-jarige accountant, die hier elke ochtend vóór zijn werk naartoe gaat. Gisteren heeft hij gedichten van zes karakters overgeschreven; vandaag zijn het onder meer Mingcoupletten.

    Op dit uur van de dag zijn het vooral mensen die in hun eentje, of anders 
in heel kleine groepjes, aan beweging doen. Maar vanaf acht uur is in de noordoosthoek van het park tien 
minuten lang de stem te horen van de 82-jarige Guo Baomu, een charismatische ex-taxichauffeur met een honkbalpetje en een microfoon, die de maat aangeeft terwijl zo’n zeventig mensen dertig keer met hun handen op hun bovenbenen kloppen, vervolgens op hun knieën, schouders, rug en hoofd. De sessie wordt besloten met een ‘Wees gelukkig!’ Daarna gaat meneer Guo ontbijten.

    Zoals voor veel van de activiteiten in het park geldt, zijn ook de oefeningen van meneer Guo gebaseerd op de principes van de traditionele Chinese geneeskunst, die een opleving doormaakt. Binnen de Chinese geneeskunst wordt ziekte gezien als het gevolg van een verstoorde interactie tussen verschillende delen van het lichaam. De qi – de levensenergie of levenskracht – moet vrijelijk door het lichaam kunnen stromen, vandaar het kloppen dat de blokkades zou opheffen in de ‘meridianen’, ofwel de doorgangen in het lichaam. Andere mensen gaan op hun handen staan om ‘het bloed terug te laten stromen’. Weer andere mensen maken gebruik van openbare rugmassageapparaten om de bloedsomloop te stimuleren. Ergens in het midden van het park geeft een man ‘natuurlijke yoga’. Hij beweert dat hij ziektes kan diagnosticeren door simpelweg zijn hand op iemands hoofd te leggen.


    Een openbaar park is een van de weinige plekken in China waar mensen dergelijke dingen kunnen doen. Het is een toevluchtsoord voor oudere, gepensioneerde Chinezen die elkaar daar kunnen ontmoeten en hun oefeningen kunnen doen. Daarnaast is het een van de weinige vlakke, rolstoelvriendelijke stukken van een stad vol hobbelige stoepen en immens brede wegen. 
Er zijn tegenwoordig wel meer sportscholen, maar die zijn behoorlijk aan de prijs. De meeste inwoners van Beijing wonen in een klein appartement zonder tuin, vaak met drie generaties onder één dak. Maar het aanbod aan groen heeft geen gelijke tred weten 
te houden met de ongekende uitbreiding van de steden – waarvan het einde nog niet in zicht is. De helft van de inwoners van China woont in een stad – in 2030 zullen dat een miljard mensen zijn.

    Mensen hebben nu de beschikking over vrije tijd, wat onder Mao niet het geval was, maar de meeste mensen hebben niet al te veel omhanden. De meeste vrouwen gaan op hun vijftigste met pensioen, en de mannen op hun vijfenvijftigste of zestigste, waarna hun meestal nog tientallen jaren in goede gezondheid resten (de levensverwachting in Beijing is 82 jaar). Nu al is een op de zes Chinezen boven de zestig; in 2025 zal dat voor een op de vier gelden.

    Openbare parken overal ter wereld hebben ook besloten hoekjes, die gelegenheid bieden om te ontsnappen aan alle spiedende blikken. In China is het ongebruikelijk om elkaar in het openbaar te liefkozen: heel soms zie je een stel hand in hand lopen, maar je zult ze nooit zien zoenen. Dus anders dan in parken in andere landen, zijn er in het Ritanpark geen tekenen van heimelijke seksuele activiteiten, noch van drugs- of alcoholgebruik. Openbare ruimte is zo’n schaars goed in Beijing dat er allerlei activiteiten in worden geperst. Handelingen die in veel andere samenlevingen als privé worden bestempeld vinden hier in het openbaar plaats: zingen, dansen, masseren, zelfs slapen. Om kwart of negen is het grootste deel van de kalligrafie aan de noordrand van het Ritanpark weer opgedroogd en bewegen twaalf dansers tussen de bloembedden op de klanken van ‘Xiao pingguo’ (Kleine appel), een populair deuntje. De leidster (en eigenaresse 
van de radio) is mevrouw Luo, gestoken in een trui met bloemenpatroon en 
een Engels opschrift: ‘Love and Peace’. Ze heeft de danspasjes van internet gehaald; haar groepje is nu aan het oefenen, omdat ze in het Guinness Book of Records willen komen door met 30.000 anderen tegelijkertijd op hetzelfde nummer te dansen.

    Er is een man die van alles en nog wat zingt, ook opera, omdat hij bang is dat de buren gaan klagen als hij thuis zou zingen

    In sommige delen van het park is het bijna stil; in andere delen wemelt het van de groepjes die de strijd met elkaar aangaan: leden van een volksdansgroep bewegen brede rode linten zwierig door de lucht op de klanken van ‘De goede kinderen van China’ – een sentimenteel liedje over nationale helden. De groep wordt op ferme toon aangestuurd door hun leidster, een vrouw met een permanentje en een bril. De blikkerige tonen verdringen vrijwel geheel de klanken van twee mensen die even verderop een hulusi leren bespelen, een blokfluitachtig instrument met bovenop een kalebas, oorspronkelijk uit Zuidwest-China. Hun leraar, een elegante man met een blauwe trui met rits, leert hun ‘Huwelijksbeloften’, een melodietje van een populaire film uit de jaren vijftig. De bladmuziek is met een spijker in een boom geslagen en de notatie is in het Chinees, met getallen in plaats van noten op een vijfregelige notenbalk.

    De muziek en dans hebben nauwelijks een seksuele lading, of zelfs maar iets sensueels. De meeste dansers herhalen een vastgestelde serie bewegingen zonder ook maar enige persoonlijke invulling. Alleen voor de ballroomdansers in het Ritanpark geldt dat niet. Elk paar danst zijn eigen dans: sommigen walsen langzaam in de rondte terwijl anderen draaitjes maken en hun hele lichaam buigen. Sommige paren bestaan uit een man en een vrouw, maar er zijn ook vrouwen die samen een paar vormen. Zo nu en dan doet een man ergens aan de rand ook een paar pasjes, met in zijn gespreide armen een denkbeeldige danspartner. Aan een boom vlakbij hangen tassen en jassen, omdat men die liever niet 
op de smerige grond legt.


    Li Ruifen, een vrouw van 53 in een groen US Army T-shirt, danst hier al drie maanden met Min Baozhen, een man met schoensmeerzwart haar. 
Tijdens het dansen ligt zijn handpalm plat tegen haar onderrug terwijl zij alleen de zijkant van haar hand tegen zijn rug drukt; haar gezicht is volkomen onbewogen. Ze zijn allebei gescheiden; Li is met pensioen en ze woont bij haar zoon en zijn gezin. Ze dansen elke ochtend een paar uur en dan ’s avonds weer.

    Er is geen duidelijk onderscheid tussen oefenen en optreden. Er is een man die van alles en nog wat zingt, ook opera (‘Ik ben een groot bewonderaar van Pavarotti’), omdat hij bang is dat de buren gaan klagen als hij thuis zou zingen. Twee keer per week rolt een groep van 25 mannen en vrouwen een keyboard naar een groot paviljoen, waar ze ‘China, ik hou van je’ en andere patriottische liederen ten gehore brengen. Ze hangen een rood spandoek op: ‘Zing voor een betere gezondheid en een groter geluk’.

    Li Shuling, 65 jaar, zingt elke dag met een vriendin, voornamelijk traditionele 
Chinese liedjes (en een uitvoering van Scarborough Fair, een Engelse ballade die in China bekend is geworden dankzij een zangeres van de Peking-opera). 
Ze herinnert zich de chaos in de straten van Beijing ten tijde van de Culturele Revolutie, toen het feit dat ze voor haar zieke moeder moest zorgen voorkwam dat ze naar het platteland werd gestuurd. Ze was vreselijk van slag toen in 1976 Zhou Enlai overleed (de eerste premier van het communistische China), en ‘minder’ toen in datzelfde jaar Mao Zedong overleed. Ze leidt nu een rustiger leven, zegt ze. 
Ze heeft een eigen appartement; terwijl zij zingt is haar man thuis bezig 
de lunch klaar te maken.

    Kinderen

    In elk land komen op een bepaald uur van de dag bepaalde groepen mensen bijeen. In het Westen maken de vroege hondenuitlaters plaats voor de eenzame moeders-met-kinderwagen, gevolgd door de joggers tijdens de lunchpauze. Na schooltijd komen de rennende en schreeuwende kinderen, vervolgens de pubers die wat in het park hangen en roken. In een Chinees park is het ritme enigszins anders. Honden worden geweerd. Om tien uur ’s ochtends zijn de meeste joggers wel weer verdwenen (joggen is een dermate nieuw fenomeen in China dat sommigen het doen in hun werkschoenen en spijkerbroek). Pubers, die omkomen in het huiswerk, zie je doordeweeks maar zelden buiten.

    Maar het Ritanpark heeft zijn eigen groepen. Om te beginnen zijn er de 
vogelliefhebbers. Mu Xionglu, een voormalig fabrieksarbeider, komt om ‘de vogeltjes en zichzelf’ uit te laten. Hij treft zijn vrienden in een rustig hoekje, en ze hebben allemaal twee lijsters bij zich met een blauwe doek eroverheen. Ze halen de doeken weg en hangen de houten kooitjes in de bomen, zodat ‘de vogeltjes samen kunnen fluiten en het gevoel hebben dat ze weer in de vrije natuur zijn’. Een uur is genoeg voor de vogeltjes om zich helemaal uit te leven, zegt hij.

    Veel kinderen in Chinese parken zijn samen met hun grootouders, die gewoonlijk het leeuwendeel van de opvang voor hun rekening nemen. Dai Wei, een stralend jongetje van zestien maanden met sterretjes op zijn broek en schoentjes die bij elke stap knarsen, is ook in het park met zijn grootouders, 75-jarige rijstboeren uit de provincie Henan, die een jaar geleden naar Beijing zijn verhuisd om voor hem te kunnen zorgen. Ze brengen veel meer tijd met hem door dan ze deden met hun eigen kinderen toen die zo oud waren, maar ze gaan de andere mensen in het park uit de weg, want die ‘kijken neer op boeren’.

    Zelfs na schooltijd wordt het park voornamelijk bevolkt door kinderen van nog geen drie jaar, de leeftijd waarop ze naar de kleuterschool gaan. De afwezigheid van oudere kinderen is niet te wijten aan de luchtverontreiniging waar Beijing berucht om is – zelfs op slechte dagen weerhoudt de smog de kinderen er niet van om buiten te spelen, en maar weinigen dragen een mondkapje – maar aan het feit dat jonge Chinezen veel minder tijd buitenshuis doorbrengen dan Europeanen en Noord-Amerikanen. De meeste kinderen slapen in de lunchpauze, tot ze een jaar of vijf, zes zijn, en ’s avonds wordt er huiswerk gemaakt. Er zijn twee keer zoveel jongens met ernstig overgewicht als mannen met ernstig overgewicht, en bijna 80 procent van de zestien- tot achttienjarigen is bijziend, een algemeen voorkomend gevolg van een gebrek aan daglicht.

    Zelfs de glijbaan kost 10 yuan (1 euro 50) per uur.

    Spelen is domweg geen prioriteit voor kinderen. Er zijn nauwelijks speelpleintjes, en als ze er al zijn moet er toegang worden betaald. In het Ritanpark staan botsautootjes, een treintje en wat speeltoestellen dicht op elkaar op een klein, afgesloten stukje van het park. Zelfs de glijbaan kost 10 yuan (1 euro 50) per uur. De concurrerende en dissonante deuntjes van de verschillende attracties roepen eerder het beeld op van een horrorfilm dan van een tempel van plezier; er zijn meestal meer begeleiders (met een sigaret tussen hun lippen) dan kinderen.

    De Chinese overheid stimuleert 
lichaamsbeweging voor ouderen. 
‘Volwassenenspeeltuinen’ – openbare plaatsen met gymnastiektoestellen voor ouderen – zijn alomtegenwoordig. Je ziet crosstrainers, bankjes om sit-ups te doen en apparaten om de beenspieren te trainen. Dergelijke apparaten doken voor het eerst op in 
de jaren negentig en inmiddels zie je 
er miljoenen, langs de weg, in parken en dorpen. In het Ritanpark kun je de hele dag het gekraak en getik van die apparaten horen.

    Naarmate er steeds minder Chinezen zijn die fysiek inspannend werk verrichten, wordt het steeds gewoner om cardiotrainingen te doen. Om kwart voor zeven begint het badminton. Een paar mannen zijn aan het gewichtheffen, met zelfgemaakte halters – een stang uit een klerenkast en twee blokken beton. Aan het einde van de middag komen wat personeelsleden uit de omliggende hotels bij elkaar om over te spelen met een jianzi – iets wat het midden houdt tussen een badmintonshuttle en een hacky sack [een balletje gevuld met korrels of bonen]; de bedoeling is dat hij niet de grond raakt.

    Er wordt lesgegeven in ‘tai chi-softbal’, waarbij bewegingen uit de oosterse vechtsport worden gemaakt met een racket in de hand waaraan een zachte bal is bevestigd. Elke activiteit is deels spel, deels show: in China is zelfs kaarten iets wat men doet met publiek. Het populairste kaartspel in het Ritanpark is Dou dizhu (Strijd tegen de pachter), een vorm van Chinees poker. Groepen mensen nemen kleine kussentjes mee om op te zitten en sommigen gebruiken een badmat als kaarttafel. Hoewel gokken in China is verboden, spelen de meeste mensen om geld.

    Avond

    Als de schemering inzet, gaan veel ouderen naar huis om te eten en daalt de gemiddelde leeftijd in het park drastisch. Om kwart over zes ’s middags dansen drie vrouwen ergens bij de bomen op een sentimenteel liedje. Dan ineens zet een man een veel grotere stereo bij het bloembed vlak naast hen en zonder hun zelfs maar een blik waardig te keuren begint hij allerlei balletpassen te oefenen, op een dreunende beat. De vrouwen zetten hun eigen muziek harder maar binnen enkele minuten heeft hun rivaal meer volgelingen, waarop zij mopperend het veld ruimen. Hoewel zowel volume als tempo in het park omhoog zijn gegaan, zwieren er nog altijd ballroomdansers onder de duizend jaar oude cipres. 
Een paar laatkomers dansen in rokjes, maar de meesten doen de foxtrot in lange broek of sportkleding. Drie jonge vrouwen in een dikke trui bewegen ieder op hun eigen manier op de ballroommuziek, alsof ze op een schoolfeest zijn. Het avondpubliek is gevarieerder: mensen blijven op weg van werk naar huis even staan, en ook zijn er meer mensen van buiten de stad.

    Mevrouw Li en meneer Min, de al eerder genoemde danspartners, komen terug nadat ze gestoomde dumplings hebben gegeten. Mevrouw Li is huiverig om een relatie met hem aan te gaan, zegt ze, enerzijds omdat hij niet uit Beijing komt, maar ook omdat 
hij voor een particulier bedrijf heeft gewerkt, waardoor hij geen overheidspensioen heeft, noch een ziektekostenverzekering, en dat kan ‘problemen opleveren’. Maar hij is een goed en integer mens. Haar zoon mag hem graag.

    Tegen negenen gaat ineens de verlichting in het park uit, en een groep bewakers met een rode band op de mouw dirigeert zwaaiend met fakkels de menigte naar de uitgang. De meeste mensen gehoorzamen ogenblikkelijk. De boomtakken worden ontdaan van alle tasjes en de mensen stromen naar de drie uitgangen van het park. De danspartners rapen hun spullen bij elkaar en vertrekken zonder hun medewalsers gedag te zeggen. Langzaam lopen ze in de richting van de poort aan de noordkant. Morgen zijn ze er weer.

    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Doet niet aan auteursvermeldingen.

  • Singles hebben geen haast, ouders wel

    Singles hebben geen haast, ouders wel

    Voor Chinese jongeren 
ligt de gemiddelde trouw‑
leeftijd tegenwoordig op 24 jaar. Daarom besluit de 23-jarige arbeiderszoon Zheping Huang zijn 
geluk te beproeven op 
een huwelijksmarkt.

    Shanghais zevende jaarlijkse ‘Liefdes- en huwelijksexpo’ werd dit jaar gehouden in het Aima Palace, in de noordoostelijke voorstad Baoshan – in het district waar ik woon. Het paleis en het omliggende park zijn ontworpen voor trouwceremonies in westerse stijl, maar op 31 oktober kwamen er meer dan vierduizend vrijgezel‑
len bijeen, op zoek naar hun wederhelft.

    Als 23-jarig enig kind uit een arbeidersgezin in Shanghai ben ik niet naarstig op zoek naar een vriendin. Maar tegenwoordig is het in China de norm om 
op jonge leeftijd te trouwen. Dat vinden mijn ouders ook. Sinds ik een baan heb, stellen ze zo nu en dan de indirecte vraag: ‘Heb je al een doel?’ Met ‘doel’ bedoelen ze vriendin – eentje met wie ik een stabiele en serieuze relatie heb en die ik mee naar huis kan nemen om Chinees Nieuwjaar te vieren.

    Mijn moeder heeft me niet gedwongen naar die huwelijksmarkt te gaan. Wel bracht ze tijdens elk telefoongesprek het onderwerp ter sprake: ‘Je kunt toch gewoon even gaan kijken?’ zei ze steeds. Dus daar stond ik dan, netjes gekleed, te kijken naar een groot mededelingen‑
bord, waarop ik mijn foto tussen 
honderden andere zag hangen, met daaronder de tekst:
    Naam: Huang
    Opleiding: Masterdiploma
    Geboortedatum: maart 1992
    Jaarsalaris: …

    Zoeken naar de ware op de ‘First Shanghai Marriage en Love Expo’ in Shanghai, die bezocht werd door 11,000 single mannen en vrouwen en 4,000 ouders. – © Getty Images
    Zoeken naar de ware op de ‘First Shanghai Marriage en Love Expo’ in Shanghai, die bezocht werd door 11,000 single mannen en vrouwen en 4,000 ouders. – © Getty Images

    Toen ik me online inschreef, had ik mijn jaarinkomen ingevuld – dat was een verplichte vraag, net als de vragen over je lengte, gewicht, sterrenbeeld 
en of je een eigen huis hebt of een auto. Maar ik had niet verwacht dat ze van iedere deelnemer een poster zouden ophangen waarop zijn of haar salaris voor iedere voorbijganger zichtbaar zou zijn.

    Volgens mijn eigen telling hingen er ongeveer tweeduizend mannen en tweeduizend vrouwen op die muur, maar op de bijeenkomst waren er meer vrouwen dan mannen. Terwijl ik die posters aan het lezen was, zag ik daar een meisje staan. Ze leek me tussen 
de twintig en dertig jaar, had lang, mooi geverfd bruin haar, en droeg een spijkerhemd en een zwarte legging, een beetje de Koreaanse stijl. We keken elkaar aan. Ze stapte op me af.

    ‘Hé, in welk jaar ben jij geboren?’ 
vroeg ze me in een Shanghais dialect. De manier waarop ze ‘hé’ zei, was niet erg beleefd. Voordat ze vervolgens meteen weer doorliep, zei ze: ‘Ik ben bijna een cyclus ouder dan jij.’ Een ‘cyclus’ betekent de cyclus van twaalf jaar van de Chinese dierenriem. Ze vond mij te jong voor een date, dus wilde ze geen seconde langer tijd aan mij verspillen.

    Ik wilde liever zelf een vriendin zoeken

    Hoe langer ik op de expo was, des te meer het me opviel dat iedereen (behalve ik dan misschien) zo efficiënt, gefocust en doelgericht bezig was, of het nu de mannen, de vrouwen, hun ouders of de huwelijksmakelaars van de veertig deelnemende bureaus waren. Terwijl ik door het paleis liep, vroegen verscheidene moeders mijn geboortejaar, maar zodra ik 1992 zei, liepen ze allemaal meteen weer door. Huwelijksmakelaars trokken me hun standje in om me in te schrijven als cliënt, en telkens als ik mijn persoonlijke informatie opschreef, waren ze onder de indruk – in elk geval deden 
ze alsof – van mijn lengte, mijn hukou (woonvergunning) voor Shanghai, 
mijn mastersopleiding en mijn jonge leeftijd. Maar ze waren allemaal teleurgesteld als ik op de vraag over het hebben van een eigen huis antwoordde dat mijn familie bij mijn trouwen een appartement voor mij zou kopen. Maar als troost zeiden ze dat ik nog erg jong was, dus dat het eigenlijk geen probleem was dat ik nog geen eigen huis had.

    132674241

    Eén huwelijksmakelaar bezwoer me dat ze me nooit kosten zou berekenen, zelfs al vond ik via haar bureau een date. Volgens haar varieerde het tarief voor een vrouw van een paar honderd tot enkele duizenden yuan, en het bureau hield vrouwen niet langer dan een half jaar in de portefeuille. Maar als man was ik een ‘kostbaar goed’, zei ze. Ze vertelde dat het cliëntenbestand van haar bureau een ongelijke man-vrouwverhouding kende: één man op de vier vrouwen.

    Dat lijkt misschien vreemd. Ten slotte is de verwachting dat er in China in 2020 24 miljoen meer mannen dan vrouwen zijn in de leeftijd tussen 20 
en 45 jaar. Een hoogleraar Economie heeft onlangs voorgesteld om toe te staan dat een vrouw met meer dan 
één man mag trouwen om die ongelijkheid enigszins weg te nemen. 
Maar in de grootste steden van China, en vooral onder de universitair geschoolde jongeren, lijkt eerder het omgekeerde het geval – daar is er een enorm overschot aan jonge vrouwen die willen trouwen.
    Volgens mij komt dat doordat de meeste Chinezen een huwelijk willen dat gelijkwaardig is in termen van bezit, opleiding en culturele achtergrond. Dat geldt met name voor Shanghai, dat, ondanks het feit dat het een zeer internationale stad is, de naam heeft weinig gastvrij te zijn voor ‘vreemdelingen’ uit andere delen van China.

    Het verlangen naar een gelijkwaardig huwelijk betekent dat er in de steden voor jonge vrouwen maar een beperkt reservoir aan geschikte mannen is, omdat vrouwen vaker hoger opgeleid zijn, een goede baan hebben en hun eigen smaak en hobby’s hebben. Tegelijkertijd staan vrouwen door de norm om jong te trouwen en door het sociale stigma dat aan ongetrouwde vrouwen van boven de rijpe leeftijd van 27 kleeft, onder grote druk om te trouwen en dit soort huwelijksmarkten te bezoeken.

    Een recent landelijk onderzoek laat zien dat 26 jaar de gemiddelde trouwleeftijd is in China. Meer dan 90 procent van de vrouwen in China is voor haar dertigste getrouwd. Voor de generatie van na 1990 (mijn generatie) ligt de gemiddelde leeftijd nog lager: 24 jaar.

    Rode tafels

    Het was niet zo dat ik niet wilde praten met de meisjes op de expo. Maar het was ongemakkelijk tussen al die mensen, met
ook nog eens de huwelijksmakelaars die zich met je gesprek bemoeiden omdat ze het liefst hadden dat de communicatie via hen verliep, of de ouders van het meisje die me waarschijnlijk wilde vragen waarom ik geen eigen huis had. Dus schreef ik me in voor iets wat ‘Vind de ware aan de rode tafels’ heette. Het was speciaal bedacht voor de Aziaat die te verlegen is om een gesprek aan te knopen met de andere sekse. In principe was het gewoon een soort lopende band. Vijf mannen en vijf vrouwen zaten om een tafel waarop een rood kleedje lag, en ze hadden zes minuten de tijd om met elkaar te praten. Dan verhuisden de vijf mannen met de klok mee naar de volgende tafel. Bij elkaar waren er tien tafels, dus iedere sessie duurde een uur. Dat was de officiële manier om een leuk, diepgaand, persoonlijk gesprek te voeren met iemand die je aardig leek.

    Toen honderd deelnemers, onder wie ik, waren gaan zitten, wees de gespreks
leider bij iedere tafel één persoon aan die zichzelf moest voorstellen. Eén meisje zei dat ze haar salaris niet in het openbaar wilde prijsgeven. ‘Niet zo terughoudend,’ zei de gespreksleider. ‘Anders vind je nooit iemand.’

    De gespreksleider herinnerde de mannen eraan dat hij twee dingen wilde horen: eigen huis en salaris. Een man van in de dertig, die werkte op het hoofdkantoor van de Bank van China, zei met valse bescheidenheid: ‘Ik verdien niet zo veel, iets tussen de 300.000 en 400.000 yuan [43.000-57.000 euro] per jaar.’

    In het uur dat erop volgde had ik een gesprek met een paar meisjes van ongeveer mijn leeftijd. Sommige gesprekken liepen wel aardig, andere heel stroef.


    Vier misses

    #1 Miss Xu, 1993, uit Yancheng, 
provincie Jiangsu

    Na langer dan een minuut ongemakkelijke stilte zat Xu nog steeds naar een brochure op tafel te staren, en ze leek niet van zins om met mij of die man naast haar te gaan praten. ‘Waarom ben je hierheen gekomen?’ vroeg ik om het ijs te breken. Toen vertelde ze dat ze moest van haar moeder en tante, die met haar meegekomen waren. Ik zei dat ik min of meer in dezelfde situatie zat. We spraken wat over waar we 
vandaan kwamen, de universiteit, en ons beroep (ik ben dat van haar alweer vergeten). Daarna was ik door mijn gespreksstof heen. Ze bleef geïnteresseerder in de brochure dan in mij. We werden vrienden van elkaar op WeChat. Ongeveer een uur na de sessie zag ik haar daar iets op posten: ‘Het was zo stom.’

    #2 Miss Xu, 1990, uit Shanghai

    Xu werkte bij de metro in Shanghai. Ze hield van films, winkelen en badminton. Haar werk bestond uit het opladen van vervoerskaarten van forenzen die hun kaart wilde opwaarderen, en ze had de supervisie over ‘dorpelingen’ die de metrostellen inspecteerden en repareerden. ‘Dorpelingen’ was een neerbuigend woord dat ze gebruikte voor mensen van buiten de stad die in Shanghai kwamen werken. Ze zei dat ze alleen wilde daten met iemand uit Shanghai. Ze sprak ook alleen maar in het Shanghaise dialect, ook al gaf ik antwoord in het Mandarijn, omdat ik dat passender vond voor een bijeenkomst met mensen uit het hele land. Een man uit het noorden van China wilde ook met ons praten, maar begreep ons niet. ‘Tjemig,’ zei hij, 
‘jullie komen allemaal uit Shanghai.’

    #3 Miss Fang, 1992, uit Shanghai

    Fang was net afgestudeerd en werkte nu als lerares biologie aan een vooraanstaande middelbare school in Shanghai. Eigenlijk had ze helemaal niet naar de expo willen komen, maar haar moeder had erop aangedrongen. Ik vertelde dat ik op de middelbare school biologie altijd heel leuk had gevonden en begon over een bepaald vraagstuk waarbij de genen van de ouders werden gegeven en je de kans moest berekenen dat hun kind dubbele oogleden zou krijgen. Dat vond ze 
interessant. Een verveelde oudere vrouw aan onze tafel, die kennelijk 
niemand van haar leeftijd had om mee te praten, zei dat we wel een stelletje leken.

    #4 Miss Ik-heb-niet-eens-haar-naam-gevraagd, 1990, uit Shanghai

    De reden dat ik niet eens haar naam vroeg – en zij ook niet de mijne – was dat ze alleen geïnteresseerd was in mannen die ‘minstens vier jaar ouder waren dan zij’. Ik vroeg haar waarom. Ze zei dat ze in recente relaties had ervaren dat mannen van mijn leeftijd te onvolwassen waren en te veel met zichzelf bezig.

    Gekscherend zei ze 
dat ik mijn geluk maar eens moest beproeven op een universiteitscampus.

    Na een uitputtend uur van rondetafelgesprekken verliet ik de bijeenkomst. Ik zocht nog even naar de biologielerares, maar ik kon haar niet vinden. Ik vond het wel welletjes allemaal. Maar één iemand stond me op te wachten, mevrouw Chen, de moeder van een 22-jarige dochter. Ze was al eerder op me afgestapt toen ik ergens een hapje stond te eten waar een 
wedstrijd liefdesliedjes zingen werd gehouden. Er was maar één man het podium op geklommen en hij zong verschrikkelijk vals. Niemand luisterde. In dat gesprek was ik al veel te weten gekomen over de dochter van mevrouw Chen. Ze was 22 jaar, afgestudeerd in computerkunde en werkte nu voor een jong bedrijf dat een Japanse game voor de smartphone ontwikkelde. Ze was heel gehoorzaam, zei mevrouw Chen, en was niet iemand voor losse contacten, zoals veel andere meisjes. De moeder liet me ook een selfie van haar dochter zien – die waarschijnlijk heel erg 
verfraaid was door Meitu Xiuxiu, een populaire fotoshop-app.

    Settelen

    Ik begrijp de wens van mijn ouders 
wel dat ik me moet gaan settelen. 
Zij trouwden toen ze dertig waren, 
en twee jaar later werd ik al geboren. Sommige vrienden van hen hebben 
al kleinkinderen. Ze gaan bijna met pensioen en stellen zich voor dat ze dan een appartement voor me kopen 
in Shanghai, dichtbij komen wonen 
en mijn toekomstige vrouw en mij 
helpen met het schoonmaken van 
het huis, iedere dag voor ons koken 
en helpen bij de opvoeding van ons kind (of misschien twee kinderen). 
Het gaat ze niet om een stamhouder, ze willen alleen graag dat drie 
generaties bij elkaar wonen, een genoegen dat al zoveel vijftigers in Chinese steden smaken.

    Maar toen ik thuiskwam vertelde ik mijn ouders niet over de dochter van mevrouw Chen. Ik zei alleen maar dat ik geen interessante meisjes had ontmoet. Ik wilde liever zelf een vriendin zoeken en zelf haar aantrekkelijke 
kanten ontdekken bij etentjes, in het café of bij vrienden, en niet gekoppeld worden bij een bijeenkomst waar wederzijdse ouders hun goedkeuring geven aan onze relatie op basis van op onze opleiding, hukou, huis en salaris. Als ik op eigen kracht niemand kan vinden, zal ik over enkele jaren misschien wel weer naar zo’n huwelijksmarkt gaan – als ik 26 ben of zo.

    Mevrouw Chen zei dat ze had rondgekeken maar geen mannen had gezien die haar geschikt leken voor haar dochter. Ze wilde graag meer van mij weten

    Mevrouw Chen zei dat ze had rondgekeken maar geen mannen had gezien die haar geschikt leken voor haar dochter. Ze wilde graag meer van mij weten. Maar eerst wilde ze nog een paar dingen controleren. Vond ik het bezwaarlijk dat haar dochter was afgestudeerd aan een hogeschool en niet aan een universiteit? Ik zei nee. Vonden mijn ouders of ik het bezwaarlijk dat haar dochter niet uit Shanghai kwam, maar uit Wuhan in Midden-China? Ik zei nee. Ten slotte vroeg ze hoe vaak ik terug zou komen naar Shanghai en waar ik in de toekomst zou gaan wonen. 
Ik zei dat ik dat niet wist. Dat hing af van mijn partner en mij.

    Ze leek tevreden. We wisselden telefoonnummers uit. Ik stelde voor om vrienden te worden met haar dochter op WeChat, maar ze wilde haar liever eerst zelf nog even spreken. En ik moest eerst ook maar met mijn ouders spreken, om er zeker van te zijn dat haar dochter en haar familie hun goedkeuring konden wegdragen. Ik vroeg mevrouw Chen waarom haar dochter niet zelf was gekomen. Ze zei dat haar dochter te verlegen was voor dit soort gelegenheden. ‘Kinderen hebben geen haast, maar hun ouders wel,’ zei ze.

    Auteur: Zheping Huang
    Vertaler: Paul Bruijn

    Foto boven: Wachten om naar binnen te gaan bij de ‘Ten Thousand People Matchmaking Fair’ in Shanghai. – © Getty Images

    Quartz
    VS | qz.com

    In 2012 opgericht door onlinefanaten die met dit nieuwsportal willen inspelen op de nieuwe wereld na de financiële crisis.

  • 5. Democratie is geen sta-in-de-weg

    5. Democratie is geen sta-in-de-weg

    Klimaatwetenschappers krijgen genoeg van parlementen en regeringen die geen besluiten (kunnen) nemen. Maar het gevecht tegen de opwarming van de aarde mag de democratie niet uithollen, waarschuwt cultuurwetenschapper Nico Stehr.

    De democratie wordt momenteel van vele kanten bedreigd. Niet in het minst door het wijdverbreide gevoel dat politici niet luisteren. Dergelijke onvrede is te bespeuren aan de uiterste rechterzijde van het politieke spectrum: bij de 
Tea Party in de Verenigde Staten, de Independence Party in het Verenigd Koninkrijk, de demonstranten van Pegida (Patriottische Europeanen tegen de Islamisering van het Westen) in Duitsland en het Front National in Frankrijk.

    Verbazingwekkender is dat ook de wetenschappelijke gemeenschap haar geduld met de politieke elite begint te verliezen. Onderzoekers maken zich steeds meer zorgen over de onwil om te luisteren naar hun diagnose van 
de gevaren van de door mensen veroorzaakte klimaatverandering en de gevolgen daarvan op de lange termijn, ook al bestaat daarover in wetenschappelijke kringen een brede consensus. Hoe langer het duurt voordat regeringen met de noodzakelijke politieke maatregelen komen, des te meer begint de democratische bestuursvorm een sta-in-de-weg te lijken. Er is een tendens om de politici en het publiek hun beslissingsbevoegdheid te ontnemen en die, gezien de ‘uitzonderlijke omstandigheden’, in handen te leggen van de wetenschappers zelf.

    Deze wetenschappelijke onvrede met de democratie is onder de radar van veel sociale wetenschappers en commentatoren door geglipt. Aandacht 
is dringend vereist: het hardnekkige, ‘vermaledijde probleem’ van de globale opwarming kan alleen worden opgelost door de democratie te versterken, niet door haar overboord te gooien.

    Chinese toeristen in een beachresort in Dalian City. – © HH
    Chinese toeristen in een beachresort in Dalian City. – © HH

    Academici wijzen steeds vaker de democratie aan als schuldige voor deze mislukking. The Guardian citeerde in 2009 klimaatonderzoeker James Hansen van de NASA, die zei: ‘Het democratische proces lijkt niet helemaal te werken.’ In een speciale uitgave van het blad Environmental Politics uit 2010 betoogde politicoloog Mark Beeson dat ‘vormen van “goed autoritair bestuur” misschien niet alleen verdedigbaar worden, maar zelfs van wezenlijk belang voor het overleven van de mensheid in een enigermate beschaafde vorm’. De titel van een opiniestuk dat eerder dit jaar verscheen in The Conversation, een onlinetijdschrift dat gefinancierd wordt door universiteiten in verschillende landen, vat de kwestie samen: ‘Verborgen crisis van de liberale democratie verlamt aanpak van klimaatverandering’.

    De reden om de huidige democratie af te schilderen als een bestuursvorm die slecht is toegerust voor de aanpak van de klimaatverandering wordt ingegeven door een aantal vooronderstellingen. Daartoe behoort een diepgeworteld pessimisme over de psychologie van de mens; over het feit dat mensen weinig geneigd zijn op te komen voor zaken die ver van hun bed zijn; en over het idee dat mensen intellectueel niet in staat zouden zijn complexe kwesties te doorgronden. Daarbovenop komt nog de veronderstelling dat de meeste politici en het electoraat natuurwetenschappelijk slecht onderlegd zijn; dat regeringen te strak in het harnas van korte verkiezingscycli zitten om langetermijnproblemen te kunnen aanpakken; dat politieke agenda’s worden beïnvloed door gevestigde belangen; de verslaving aan fossiele brandstoffen; en het gevoel van klimaatwetenschappers dat hun boodschap bij politici aan dovemansoren is gericht.

    Alternatief

    Zulke ideeën vallen tot in de hoogste kringen van de klimaatwetenschap 
te beluisteren. Hans Joachim Schellnhuber, oprichter en directeur van het Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung en voorzitter van de Duitse Adviesraad voor Globale Verandering, zei tijdens een interview met Der Spiegel in 2011 over het gebrek aan actiebereidheid: ‘Gemakzucht en onwetendheid zijn de zwakste plekken van het menselijk karakter. Het kan een dodelijke combinatie zijn.’

    Wat is dan het alternatief? De oplossing waarnaar door veel mensen wordt gewezen gaat in de richting van een technocratie, waarin de beslissingen worden genomen door mensen met technische kennis. Dit blijkt onder andere uit de veranderende rol van enkele medeauteurs van de rapporten van het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering, die de politiek steeds vaker de wet voorschrijven in plaats van haar alleen maar van advies te dienen.

    We moeten voorzichtig zijn met wat we willen. Landen die de weg van ‘autoritaire modernisering’ hebben gevolgd, zoals China en Rusland, hebben op milieugebied weinig gepresteerd. De Chinezen hebben zich de afgelopen twee of drie jaar ontwikkeld tot wereldleiders op het gebied van duurzame energie (meer dan een kwart van de wereldwijde investeringen in dergelijke energie komt voor hun rekening). Desondanks heeft het land moeite zijn ambitieuze milieudoelstellingen te halen en zal het ook nog wel enige tijd wereldleider blijven wat de uitstoot van broeikasgassen betreft. Naarmate de Chinese burgers rijker en beter opgeleid worden, zullen ze ongetwijfeld sterker gaan aandringen op meer democratische invloed op het milieubeleid.

    Democratieën leren van hun fouten; autocratieën missen het vermogen zich aan te passen

    Dat men zich in brede kring zorgen over het milieu is gaan maken en daaruit voortvloeiende maatregelen heeft getroffen, is te danken aan een open, democratische discussie over de waarde van de natuur voor de mens. Democratieën leren van hun fouten; autocratieën missen flexibiliteit en het vermogen zich aan te passen. De effectiefste internationale afspraken, zoals het Montrealprotocol voor de bescherming van de ozonlaag, zijn erdoor gedrukt door democratische landen.

    Ongeduldige wetenschappers hebben vaak een voorkeur voor hegemonistische spelers, zoals wereldmachten, staten en multinationals. Ze hebben liever wereldwijde milieumaatregelen dan een veel onoverzichtelijker lokale benadering; voor hen is globale kennis superieur aan plaatselijke knowhow. Maar de maatschappelijke trends bewegen zich in tegengestelde richting. Grote instellingen zijn steeds minder in staat burgers hun wil op te leggen. Plaatselijke belangen en inspanningen spelen een steeds grotere rol.

    De pessimistische kijk op het vermogen van democratieën om uitzonderlijke omstandigheden aan te pakken en te beheersen houdt verband met een optimistisch kijk op de mogelijkheden van grootschalige sociale en economische planning. De onzekerheden van sociale, politieke en economische gebeurtenissen worden als onbeduidende obstakels beschouwd die gemakkelijk uit de weg kunnen worden geruimd met het beleid dat deskundigen voorschrijven. Maar het vermogen van de mens om effectieve toekomstplannen te maken is beperkt. Het idee van gecentraliseerde sociale en economische planning, dat decennia geleden in brede kring is bediscussieerd, is terecht in diskrediet geraakt.

    Onderzoekers van het Scripps Institution of Oceanography nemen watermonsters in de Tsjoektsjenzee. – © NASA/Kathryn Hansen
    Onderzoekers van het Scripps Institution of Oceanography nemen watermonsters in de Tsjoektsjenzee. – © NASA/Kathryn Hansen

    Pleidooi

    Het pleidooi voor een autoritaire politieke benadering spitst zich toe op één enkel doel dat bereikt zou moeten worden: een reductie van de uitstoot van broeikasgas. Door zich eerder op dat doel te richten dan op de economische en sociale voorwaarden die ermee gepaard gaan, wordt het klimaatbeleid beperkt tot wetenschappelijke of technische kwesties. Maar dat zijn niet de enige aspecten ervan. Milieuzorgen houden nauw verband met andere politieke, economische en culturele factoren die de onderhavige kwesties niet alleen verbreden, maar ook mogelijkheden bieden voor een nieuwe benadering. Wetenschappelijke kennis is nooit onmiddellijk doeltreffend, en zal evenmin onmiddellijk iedereen overtuigen.

    Er is maar één politiek systeem dat 
op een rationele en legitieme manier kan omgaan met de uiteenlopende politieke belangen die door de klimaatverandering getroffen worden, en dat is de democratie. Alleen een democratisch systeem kan de conflicten binnen en tussen landen en gemeenschappen op een invoelende manier tegemoet treden, een keuze maken uit verschillende vormen van beleid en de verlangens van verschillende bevolkingsgroepen dienen. De ultieme en ur-
gente uitdaging is het versterken van de democratie, bijvoorbeeld door de sociale ongelijkheid te verminderen.
    Zo niet, dan zal de bedreiging van onze beschaving zich lang niet alleen beperken tot veranderingen in onze fysieke omgeving. De erosie van de democratie is een nodeloze inbreuk op sociale complexiteiten en rechten.

    De filosoof Friedrich Hayek, die halverwege de twintigste eeuw het verzet tegen de sociale en economische planning leidde, legde de vinger op een paradox die ook vandaag nog geldt. Naarmate de wetenschap voortschrijdt, lijkt ze het idee te versterken dat we ‘ernaar moeten streven alle menselijke activiteiten op een doelbewustere, veelomvattender manier onder controle te krijgen’. Hayek voegde er pessimistisch aan toe: ‘Het is om deze reden dat degenen die bedwelmd zijn door het voortschrijden van de wetenschap zo dikwijls de vijanden van de vrijheid worden.’ We moeten zijn waarschuwing ter harte nemen. Het is gevaarlijk om blind te geloven dat alleen de wetenschap en de wetenschappers ons kunnen zeggen wat we moeten doen.

    Auteur: Nico Stehr
    Vertaler: Peter Bergsma

    Nico Stehr is cultuurdocent en oprichter van het Europese Center for Sustainability Research. Hij was redacteur van het Canadese Journal of Sociology en is verbonden aan verschillende Canadese universiteiten.

    Nature
    Verenigd Koninkrijk | oplage 53.000

    Sinds 1869 heeft dit natuurwetenschappelijke tijdschrift een enorme prestige opgebouwd. Opgericht door amateurastronoom Norman Lockyer ontwikkelde Nature zich van een eenvoudige publicatie voor amateurwetenschappers tot een van de meest gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften.

  • Stad met zilvergrijze haren

    Stad met zilvergrijze haren

    China neemt afscheid van de eenkindpolitiek. In de stad Rudong blijkt waarom: meer dan een kwart van de bevolking is ouder dan 65 jaar. Wie moet al die bejaarden verzorgen?

    Meneer Zhu is op 73-jarige leeftijd gestorven in zijn huurappartement. Pas na drie dagen heeft de eigenaar van zijn appartement hem aangetroffen, nadat hij de voordeur had geforceerd. In het stadsrumoer van Rudong heeft dit sterfgeval niet voor beroering gezorgd. ‘Hij was zo oud, en zijn kinderen waren er niet… Zijn ex-vrouw heeft zelfs de begrafenis moeten regelen,’ zegt een buurman. Een sterfgeval zoals dit is geen zeldzaamheid in Rudong, wat veel zegt over de vergrijzing van de stad. Volgens officiële rapporten zou Rudong, gelegen in de provincie Jiangsu in de Yangtze-delta, de prefectuur zijn met de oudste bevolking van heel China. ’s Avonds zijn de straten verlaten, en overdag lijken de mensen die op het land in de omgeving werken allemaal boven de zestig te zijn en vraag je je af wie dit land in de toekomst zal bewerken.

    De cijfers bevestigen deze indruk. Eind 2012 was van de 1,05 miljoen inwoners van Rudong 27,6 procent ouder dan 60 jaar en 20 procent ouder dan 65 jaar. Deze cijfers liggen beduidend hoger dan de landelijke gemiddelden [respectievelijk 15,5 procent en 10,1 procent in 2014]. Al in 1982 bleek bij de derde volkstelling dat Rudong een vergrijzende bevolking had, zeventien jaar vóór de rest van het land. Sinds 1997 wordt er jaarlijks een negatieve bevolkingsgroei geconstateerd. In 2010 maakte de directeur van de burgerlijke stand op de plaatselijke televisie bekend dat als de trend zich in dit tempo voortzette, ‘de bevolking in 2035 voor meer dan 50 procent zal bestaan uit ouderen, tenzij het nationale beleid wordt herzien’.

    Rudong heeft zich het best gehouden aan de geboortecontrole, maar ondervindt nu ook de ergste gevolgen

    De mensen in Rudong zien drie oorzaken van deze vergrijzing: de geboortecontrole, het onderwijsniveau en de lange levensduur van de bevolking. Sinds de invoering van de eenkindpolitiek in het begin van de jaren zeventig, is Rudong ‘koploper’ op dit gebied. 
De bewoners van Rudong hebben het eenkindbeleid snel omarmd, waardoor het geboortecijfer zich op een laag peil heeft gestabiliseerd. Sinds 1979 waren er in Rudong 500.000 geboortes minder dan in het naburige Rugao. Bovendien hecht men in Rudong veel belang aan goed onderwijs. Elk jaar worden drie- tot vierduizend uitzonderlijk begaafde leerlingen gerekruteerd door onderwijsinstellingen buiten de prefectuur. Het is zelfs voorgekomen dat in een jaar veertig leerlingen van het lyceum van Rudong werden toegelaten om deel te nemen aan het toelatingsexamen van de universiteit van Nankin. Minder dan 20 procent van die leerlingen keert terug met een diploma op zak, ondanks de stimuleringsmaatregelen die worden getroffen om hen aan te moedigen een bedrijf te beginnen of een baan te vinden in de prefectuur. Tot slot staat Rudong bekend om de lange levensduur van zijn inwoners. Met de stijging van de levensstandaard en de verbetering van de sanitaire voorzieningen is de gemiddelde levensduur van de mensen blijven stijgen, tot 80,12 jaar in 2010 [tegen 74,8 jaar landelijk], en neemt het aantal ouderen voortdurend toe.

    gettyimages 181055620

    Strenge controle

    Het is al een tijd geleden dat Wang Taishan zijn oud-collega’s meneer en mevrouw Yang heeft gezien, die niet ver bij hem vandaan wonen. Die hebben twintig jaar geleden hun enige zoon, die leed aan leukemie, verloren. Sinds die tijd wordt er weinig meer gelachen in huize Yang. ‘Vroeger kaartten we vaak samen, maar sinds de dood van hun zoon leiden ze een teruggetrokken bestaan en als ik ze toevallig op straat tegenkom, zien ze er altijd terneergeslagen en een beetje afwezig uit,’ aldus een trieste Wang, die aangeeft dat mevrouw Yang, toen hun zoon stierf, nog wel kinderen had kunnen krijgen, ‘maar dat het van staatswege verboden was en dat niemand de regels durfde te overtreden’. Wang Taishan vertelt ook over een ander stel, dat hun enige dochter een jaar of zeven, acht geleden verloor aan een ziekte. Twee jaar geleden zijn ze met pensioen gegaan, maar hun pensioenuitkering van ongeveer 3500 yuan [515 euro] was te karig om de kosten te dekken, en daarom blijven ze kleine klusjes doen in de haven van Changzhou, ondanks hun gevorderde leeftijd.

    Slimme ondernemers in Rudong zijn op het idee gekomen om te profiteren van de ‘economie van de zilvergrijze haren’

    Zelf is meneer Wang gepensioneerd medewerker van een plaatselijk scheepsbouwbedrijf, maar nu rijdt hij van ’s ochtends tot ’s avonds op een taxi, samen met zijn vrouw, om hun kind financieel bij te staan. Van zijn acht broers en zussen heeft alleen zijn oudste broer twee kinderen, de anderen hebben er slechts een. ‘Indertijd heeft dat tweede kind mijn broer zijn baan gekost en hij heeft er spijt van gehad, maar als we het er nu over hebben, is hij heel tevreden dat hij twee kinderen heeft en wij benijden hem zelfs!’ De vrouw van meneer Wang verwachtte ook een tweede, maar werd gedwongen het te laten weghalen. Wanneer meneer Wang aan die tijd denkt, windt hij zich nog op en vindt hij dat er veel te streng werd gecontroleerd: ‘Zodra de autoriteiten ontdekten dat je een tweede kind verwachtte, werd je linksom of rechtsom gestraft!’ Boetes, ontslagen, gedwongen abortussen waren aan de orde van de dag. Zoals een blogger stelt: ‘Rudong is de prefectuur in China die zich het best gehouden heeft aan de geboortecontrole, maar ondervindt nu ook de ergste gevolgen.’

    Rudong staat bekend om de lange levensduur van zijn inwoners. – © Getty
    Rudong staat bekend om de lange levensduur van zijn inwoners. – © Getty

    Zorgdiensten

    Door de vergrijzing van de bevolking zijn slimme ondernemers in Rudong op het idee gekomen om te profiteren van de ‘economie van de zilvergrijze haren’ [voor senioren], door zo veel mogelijk producten te ontwikkelen voor ouderen, zoals wagentjes, reizen, woningen, ziektekostenverzekeringen, bejaardenwoningen, enzovoort. Ook makelaars en projectontwikkelaars zijn zeer geïnteresseerd in deze doelgroep, maar de omstandigheden zijn er nog niet naar om deze markt goed te ontwikkelen. Er is te weinig mankracht, het opleidingsniveau daalt en er moeten steeds meer pensioenen worden uitbetaald. De meeste behoefte is er aan diensten voor ouderen die vaak alleen zijn, omdat hun kinderen elders zijn gaan werken. In andere gezinnen wonen juist weer vier generaties samen in een huis, en is de jongste alleen; die moet zes ouderen verzorgen. ‘Het tempo van de vergrijzing verontrust en beangstigt ons,’ vertrouwt Chen Jianhua, voorzitter van de Raadgevende politieke conferentie van de prefectuur, me toe. Wat hem het meest zorgen baart is niet zozeer de vraag wie het land in de toekomst zal bewerken, maar wat hij met zijn familieleden zal doen wanneer ze op leeftijd zijn.

    Gezien deze onweerlegbare trend, hadden de autoriteiten al in juni 2012 voorgesteld maatregelen te treffen om in 2015 het volgende schema te hanteren voor de verzorging van ouderen: in 90 procent van de gevallen blijven de ouderen thuis wonen, waar de familie voor hen zorgt; in 7 procent van de gevallen worden er door de wijkgemeenschap zorgdiensten aan huis verleend; en ten slotte wordt 3 procent opgenomen in speciale instellingen. Dit schema wordt ook aangehouden door de prefectuur van Rudong.


    In de wijk Sanyuan, in het stadsdeel Juegang, is voor het eerst geëxperimenteerd met de tweede formule: sinds 2008 verleent deze gemeenschap met circa 7000 bewoners zorgdiensten aan huis voor ouderen, terwijl er ook een dagverblijf is voor senioren. ‘We hebben een “vrijwilligersrekening” ingevoerd, dat wil zeggen een kaart waarop de tijd geregistreerd wordt die iemand besteedt aan het helpen van anderen waardoor je als je zelf oud bent ook in aanmerking komt voor die hulp die dan geleverd wordt door mensen die jonger en sterker zijn dan jijzelf,’ verklaart Wang Lili, secretaris van de Partijafdeling in Sanyuan. Toch zijn sommige mensen sceptisch, met name de leden van de plaatselijke overheid. Wie is er verantwoordelijk voor de beoordeling van dit krediet? Hoe kun 
je garanderen dat zo’n systeem op termijn werkt?

    Een andere aantrekkelijke optie is 
het initiatief van de woonwijk Guchi, eveneens in het stadsdeel Juegang. Hier heeft men een plan bedacht voor een ‘intelligente gemeenschap’. ‘We zijn van plan om in onze wijk een platform op te richten voor noodoproepen, waardoor een oudere die in de problemen zit alleen maar op een knop hoeft te drukken om direct toegang te krijgen tot de centrale,’ legt adjunct-secretaris Zhang Jingjing van de Partij uit. ‘We zijn nu met de plannen bezig en hebben nog geen concrete tests gedaan.’

    Medische kliniek

    De meest vergevorderde van alle formules om ouderen in Rudong op te vangen, zijn bejaardenwoningen met een medische kliniek, ook al gaat het om nog geen 3 procent van de bevolking. Acht jaar geleden hebben meneer en mevrouw Qiu, die dachten dat deze sector gunstige kansen bood, het bejaardentehuis Tianyi geopend met een startkapitaal van 10 miljoen yuan [1,45 miljoen euro]. Toch kampt het tehuis met een capaciteit van 260 bedden al jaren met de bezettingsgraad, omdat 
er in het gunstigste geval hooguit 40 bedden bezet zijn: ‘Elk jaar verliezen we honderdduizenden yuans.’

    Doorn in het oog van meneer Qiu is het bejaardencomplex Binshan, dat op nog geen 500 meter bij hen vandaan is gebouwd. Dit is het eerste medische bejaardencomplex in de provincie Jiangsu, een centrum dat is goedgekeurd door het plaatselijke sociale zekerheidskantoor. De eerste drie verdiepingen zijn bestemd voor de opvang van zieken, terwijl op de derde en vierde verdieping ouderen worden opgevangen. ‘Zij mogen medische zorgdiensten aanbieden en dat trekt natuurlijk mensen aan, maar de autoriteiten hebben ons dat verboden!’ aldus meneer Qiu.

    Het wordt nog steeds als een gebrek aan eerbied voor je ouders beschouwd als je ze in een bejaardenhuis onderbrengt

    De directeur van het bejaardencomplex Binshan, Yuan Yehua, heeft echter net zo goed problemen met de bezettingsgraad, omdat er maar 45 gepensioneerden wonen, en hij vraagt zich af hoe hij het complex beter gevuld krijgt. In Rudong wordt het nog steeds als een gebrek aan eerbied voor je ouders beschouwd als je ze in een bejaardenhuis onderbrengt, en de ouderen ervaren het ook als een schande. Het tarief dat het complex Binshan hanteert, bedraagt 1635 yuan per persoon per maand [238 euro], min of meer hetzelfde bedrag als gevraagd wordt in Tianyi. ‘Aan de opvang van ouderen verdienen we geen geld. We kunnen alleen iets verdienen aan de medische verzorging. We hopen dat het deel “bejaardenhuisvesting” de activiteiten van de kliniek stimuleert en vice versa.’

    Chen Jianzong, directeur van de propaganda-afdeling van Rudong, verklaart: ‘Natuurlijk moet het bestuur van de prefectuur een meer stimulerende houding innemen op dit gebied, maar we moeten ook onder ogen zien dat de verzorging van ouderen niet alleen kan worden opgelost op dit niveau. Er moet een algemene aanpak komen op staatsniveau. Dan kunnen we proefprojecten uitvoeren en nieuwe mogelijkheden onderzoeken om ouderen te verzorgen.’

    Auteur: Guo Xiaowei
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Xin Zhou Kan
    China, tweemaandelijks, oplage 285.000
    Opgericht in 1996, wordt over het algemeen gelezen door een welgesteld, jong en stedelijk publiek. Het blad is onafhankelijk, maakt geen deel uit van een grote mediagroep.

    Veel ouderen moeten geld bij blijven verdienen omdat ze het niet redden van hun pensioen. – © Qilai Shen / The Washington Post / Getty
    Veel ouderen moeten geld bij blijven verdienen omdat ze het niet redden van hun pensioen. – © Qilai Shen / The Washington Post / Getty

    Einde van de eenkindpolitiek

    Alle Chinezen mogen binnenkort twee kinderen krijgen, zo meldde het dagblad Diyi Caijing Ribao, en deze hervorming zou voor eind 2015 worden doorgevoerd. Een ommekeer, na vier decennia van streng eenkindbeleid. Maar China moet iets doen aan de continue vergrijzing van zijn bevolking: in 2014 was 16,5 procent van de bevolking jonger dan 15 jaar, tegenover 26 procent wereldwijd, en dat percentage was met 0,1 procent afgenomen ten opzichte van 2010. Tegelijkertijd nam het percentage 60-plussers toe van 13,3 procent tot 15,5 procent, terwijl de 
beroepsbevolking afnam. In 2014 werd een eerste versoepeling van de wet doorgevoerd voor echtparen waarvan ten minste een van de partners enig kind was. Eind mei 2015 hadden 1.450.000 echtparen een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen, ofwel slechts 13 procent van de echtparen die aan de voorwaarden voldoen.

  • Waarom is Afrika…

    Waarom is Afrika…

    China drijft intensieve handel met Afrika, een miljoen Chinezen vestigden zich al op het continent. De rest van de Chinezen lijkt weinig te begrijpen van de aantrekkingskracht van deze handelspartner. Toon mij uw zoekvragen en ik zeg u wie u bent…

    China’s ambities in Afrika zijn bekend. De handel met het continent dat zo rijk is aan grondstoffen, heeft onlangs de 200 miljard overschreden en Chinese agentschappen en bedrijven hebben groots geïnvesteerd in de aanleg van de zo noodzakelijke wegen, spoorwegen en in de bouw van openbare gebouwen. Intussen hebben meer dan 1 miljoen Chinezen huis en haard verlaten om hun geluk te beproeven in een Afrikaans land.

    ©  Alvise Forcellini/Creative Commons
    © Alvise Forcellini/Creative Commons

    Banale vragen

    Die banden brengen China en Afrika misschien dichter bij elkaar, maar dat betekent niet dat de gewone Chinese burger het continent erg goed begrijpt. Bijvoorbeeld: ‘Waarom wonen er in Zuid-Afrika zoveel blanken?’ is bij Baidu, China’s grootste zoekmachine, de belangrijkste automatisch aangevulde vraag over dat land. Baidu’s auto-aanvuller werkt net zo als die van Google: wanneer iemand een zoekopdracht begint te typen, wordt een lijst getoond van mogelijke manieren om die opdracht af te maken, deels door de archieven van de machine af te zoeken naar eerdere populaire zoekopdrachten. Die automatisch gegenereerde suggesties bieden vaak het extra voordeel dat die uit online discussies zijn gefilterd en zo de diepzinnige en (vaak vermakelijke) banale vragen blootleggen die mensen ertoe brengen om op zoek te gaan antwoorden.

    De meest voorkomende zoekopdrachten met betrekking tot Afrikaanse landen geven aan dat de gevoelens van de Chinese internetgebruiker over Afrika niet verschillen van die van de westerling: vaak associëren ze het werelddeel met geweld, armoede, ziektes en buitenissige eetgewoontes. Dat blijkt uit resultaten per land afzonderlijk, maar het blijkt ook uit zoekopdrachten over Afrika als geheel.

    Baidu’s eerste suggestie voor Egypte is waarom dat land ouder is dan China

    Baidu:

    Waarom is Afrika

    … zo arm?
    … zo achtergebleven?
    … achtergebleven?
    … niet in staat om zich te ontwikkelen?

    Google:

    waarom is afrika

    waarom is afrika zo arm
    waarom is afrika
    waarom is afrika arm
    waarom is afrika een zootje
    waarom is afrika de naam van dat continent
    waarom is afrika zo achterlijk
    waarom is afrika zo corrupt
    waarom is afrika nog steeds arm
    waarom is afrika zo onderontwikkeld
    waarom is afrika zo’n chaos

    Bepaalde resultaten zijn specifiek Chinees. Baidu’s eerste suggestie 
voor Egypte is waarom dat land 
ouder is dan China, wat aangeeft dat de trots waarmee de Chinezen de lange geschiedenis van hun beschaving vergelijken met die van Europa en vooral met die van de Verenigde Staten enigszins verbleekt bij de piramides van Giza.
    Onderwerpen die voortkwamen uit Afrika’s gecompliceerde geschiedenis staan ook boven aan de resultaten voor andere landen. Internetgebruikers vragen waarom Côte d’Ivoire en Ghana ook Ivoorkust en Goudkust worden genoemd. Zoekopdrachten over Algerije en Libië die werden aangevallen door Franse en Amerikaanse strijdkrachten, verwijzen naar vroegere en latere interventies door het Westen. Verder is er de erfenis van het imperialisme, de apartheid en de verzoening die het overwicht van blanken in de Afrikaanse ‘regenboognatie’ verklaart.

    Van luchtiger aard zijn zoekopdrachten over voetbal

    Niub

    Misschien wel het raadselachtigste resultaat is de vraag waarom de inwoners van Gambia zo nb zijn – een afkorting van niub, een Chinese term die ongeveer vertaald kan worden met een sarcastisch bedoeld ‘gaaf’ (maar die eigenlijk iets veel platters en vulgairders betekent). Deze zoekopdracht leidt naar verscheidene bulletinboards waarop een lijst staat van vermeende dreigementen van het kleine West-Afrikaanse landje om de Sovjet-Unie binnen te vallen en te bezetten, of Noord-Amerika, of het grootste deel van Europa, of Taiwan te helpen bij de herovering van het Chinese vasteland. Die bedreigingen konden we niet alle-maal verifiëren, maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat ze niet helemaal uit de lucht gegrepen lijken te zijn gezien de dingen die de kleurrijke leider van het land in het verleden heeft gezegd.
    Zoekopdrachten naar geweld krijgen soms een Chinees tintje door het woord luan – meestal vertaald met ‘chaos’, een beladen woord dat vaak wordt gebruikt om politieke en sociale instabiliteit te suggereren. Verwijzingen naar luan komen voor bij resultaten voor Zuid-Afrika, maar vooral bij die voor Somalië. Internetgebruikers willen ook weten waarom Somalië – door The Economist ‘de meest mislukte staat ter wereld’ genoemd – geen regering heeft, waarom het Amerika haat en waarom het piraten heeft.

    Van luchtiger aard zijn zoekopdrachten over voetbal. ‘De Ontembare Leeuwen’ staat boven aan de lijst van suggesties van vragen naar het nationale voetbalelftal van Kameroen. Baidu meldt ook dat het team van Nigeria ‘de Superadelaars’ wordt genoemd, hoewel die zoekopdracht in het niet zinkt bij veelvuldige vragen naar de korte verbanning van dat land uit de internationale competitie vorig jaar. Recente krantenkoppen vormden de aanleiding voor een eerste suggestie voor de Centraal Afrikaanse Republiek, waar sektarisch geweld heeft geleid tot kannibalisme.

    Onze methode bestond uit het typen van de vraag ‘Waarom is [land X]…’, hoewel beperkte resultaten bij sommige landen ons in enkele gevallen tot een bredere aanpak heeft genoopt en we alleen de landsnaam intypten om te kijken welke auto-aanvullingen Baidu zou geven. Deze aanpak leverde onverwachte resultaten op voor onder meer Burundi (een vissoort uitsluitend voorkomend in een meer aldaar) en Soedan (de zaden van een plaatselijke variëteit van sorghum).

    Warner Brown

    (Foto boven: Lunch voor de zebra’s. © Farrukh/Creative Commons)

  • Waar blijft de verontwaardiging?

    Waar blijft de verontwaardiging?

    Na de enorme explosie in Tianjin, die aan 123 mensen het leven kostte, komt een Chinese blogger met scherpe kritiek – die onmiddellijk wordt gecensureerd – op zijn landgenoten.

    In dit internettijdperk hebben de Chinezen een nieuwe passie gevonden: virtueel kaarsjes opsteken via acties op WeChat [de Chinese versie van WhatsApp] of Weibo [de Chinese versie van Twitter]. Twee kaarsjes voor een aardbeving en evenzoveel voor een treinongeluk. Voor een schipbreuk (die nooit voorkomt!) moet je er vier opsteken en acht voor een explosie in een chemische fabriek (want dat is 
pas echt verschrikkelijk!) Volgens de Chinese overheid maakt tegenspoed een natie sterker; intussen zijn de kaarsenverkopers door hun voorraad heen… Maar ondanks al die opgestoken kaarsjes is er in China nog niets veranderd. Elke grote ramp roept veel emoties op: iedereen is diep onder de indruk van wat de reddingswerkers doen, van de lokale 
leiders die hen naar de rampplek dirigeren, van de regering 
die meteen troepen heeft gestuurd, van een land als het onze, dat het leven van gewone mensen zo belangrijk vindt… Iedereen is geraakt door het lot van die ene man die bij de ramp is omgekomen terwijl hij de volgende dag zou gaan trouwen, of die andere die per se naar de rampplek wilde komen terwijl zijn vader net thuis was overleden. Iedereen leeft mee met de degenen die als kanonnenvlees de vuurzee zijn ingestuurd door leiders met een totaal gebrek aan gezond verstand.

    Zeven stappen

    De emoties bespelen – want via emoties kun je een drama omzetten in een positieve gebeurtenis – is stap één in het proces van damage control na rampen, een proces dat de Chinese autoriteiten tot in de finesses beheersen. Stap twee is het breidelen van pers en media, stap drie is de bevolking troost bieden om de onvrede bij de familie van de slachtoffers weg te nemen. Stap vier is het vinden van helden onder de honderden of duizenden slachtoffers, zodat de rouwzaal kan worden omgetoverd tot een ruimte voor het uitreiken van onderscheidingen. Stap vijf is het op één lijn brengen van de geheimzinnigste afdelingen van China, de ‘betrokken’ afdelingen, en de geheimzinnigste leiders van China, de ‘betrokken’ leiders.
    Stap zes is het afkondigen van een moment van nationale bezinning ter herdenking van de slachtoffers op de zevende dag na het drama [in de Chinese begrafenisrituelen is de zevende dag na de dood erg belangrijk]. De zevende stap is verklaren dat de tijd gekomen is om alles te vergeten, en bij de achtste, negende en tiende stap begint alles weer van voren af aan…
    Zelf voel ik alleen maar verontwaardiging, ik word niet emotioneel. Emotioneel worden is zinloos in een land dat niet tot verontwaardiging in staat is. Die emotie kan alleen een instrument zijn dat de autoriteiten gebruiken om iedereen te hersenspoelen, zich zo aan hun verantwoordelijkheid te onttrekken en meteen een positieve draai aan rampen te geven. Dat hebben ze bij de vele drama’s van de laatste jaren steeds gedaan.

    Chinezen hebben de onuitroeibare gewoonte zich nooit betrokken te voelen

    Onbeduidend

    Bij de grote brand in Karamay [in 1994 in de regio Sinkiang, waarbij ruim driehonderd kinderen omkwamen] werden de communistische leiders als eersten geëvacueerd, bij die in Tianjin zijn er eerst simpele brandweerlieden op afgestuurd. Wat is er in die twintig jaar tussen beide rampen eigenlijk 
veranderd? Beide keren raakten honderdduizenden Chinezen zeer geëmotioneerd door al die onbeduidende slachtoffers wier levens niet telden. Waarna die werden gepresenteerd als mensen die in alle opzichten geweldig waren! Telkens als zich in dit land met een IQ van nul een ramp voordoet, blijkt zelfs 21 ton TNT [dat was de kracht van de explosie van chemische stoffen in de haven van Tianjin] niet genoeg om een einde te maken aan de schaamteloze arrogantie van de hoge ambtenaren; ook is het niet genoeg om de bevolking wakker te schudden die niets anders kan dan emotioneel worden en bidden.

    De moeder van een brandweerman die werd vermist na de explosie in Tianjin, schreeuwt het uit nadat ze vergeefs informatie heeft proberen te krijgen over haar zoon. – © Jason Lee / Reuters
    De moeder van een brandweerman die werd vermist na de explosie in Tianjin, schreeuwt het uit nadat ze vergeefs informatie heeft proberen te krijgen over haar zoon. – © Jason Lee / Reuters

    Doodnormale rechten

    Het probleem is dat de Chinezen (die de onuitroeibare gewoonte hebben zich nooit betrokken te voelen) niet hadden verwacht dat er onder zo’n bloeiend bewind zulke ernstige, de eenheid verstorende dingen konden gebeuren. Maar nu zijn er enkel en alleen dankzij paraxyleen in Dalian, Qingdao, Ningbo, Kunming, Zhangzhou en Chengdu toch talloze protestgroepen van tienduizenden mensen ontstaan [die zich verzetten tegen de bouw van productiefaciliteiten voor dit chemische product]. Om te voorkomen dat hun geboortestreek vervuild raakt, deinsden de betogers er niet voor terug hun leven te wagen en het traangas en de met schilden gewapende speciale politie-eenheden te trotseren. Maar hoeveel van dergelijke zaken zijn ons echt bijgebleven? Afgezien dan van de incidenten in Wukan [protesten tegen de corruptie onder plaatselijke ambtenaren in 2011], de kwesties rond Chen Guangcheng [advocaat en mensenrechtenactivist die huisarrest had en in 2012 naar de VS is gevlucht], rond Yu Jie [dissident en schrijver die naar de VS vluchtte om aan de intimidatiepraktijken van de overheid te ontkomen] en rond Xu Chunhe [doodgeschoten door een politieagent]. Ik durf wel te stellen dat deze namen de meeste Chinezen niets zeggen. Want deze mensen hebben niets met ons te maken en wij geven niet om die doodnormale rechten die ze voor ons proberen te bevechten. Deze mensen staan ver van ons af, ze zijn niet zoals wij geïnteresseerd in goed eten, kleding en reizen en evenmin in het liefdesleven van de beroemde Sister Milk Tea [de bijnaam van een studente aan de Tsinghua-universiteit in Beijing die getrouwd is met Liu Qiangdong, CEO van de Chinese webwinkel JD.com; hun leeftijdsverschil van negentien jaar leidde op internet tot veel buzz]. Ik weet best dat u dat soort dingen niet zo belangrijk vindt. Toch beweerden sommigen gisteren van wel. Mijn antwoord was dat we na dit schandaal niet langer kunnen bidden voor geluk. Geïrriteerd antwoordden ze: ‘Heel mooi om na te denken over je verantwoordelijkheden, maar dat is de taak van het politieke establishment, gewone mensen hebben daar geen invloed op! Wat heeft het dan voor zin om me daar druk over te maken? Waar halen mensen als jij het recht vandaan om tegen anderen te zeggen dat ze niet emotioneel mogen worden? Zelfs al zou dat slecht zijn, het geeft ook positieve energie. En ook al is jouw verontwaardiging misschien wel terecht, maar die geeft veel negatieve energie!’

    Li Honghao

  • Aziatische uitvaarten zijn gouden handel

    Aziatische uitvaarten zijn gouden handel

    Van Japan tot Singapore wordt de bevolking grijzer en rijker. Daarmee groeit de behoefte aan uitvaartdiensten op maat. Voor begrafenisondernemers is niets te gek om aan de buitenissige wensen van hun klanten te voldoen.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werd bekend dat de Indonesische hoofdstad Jakarta Tokio voorbijgestreefd is als grootste stad ter wereld. Een van de redenen waarom het inwoneraantal van de Japanse hoofdstad nauwelijks of niet groeit, is de vergrijzing waarmee Japan al jaren te kampen heeft.
    Als gevolg daarvan hebben begrafenisondernemers hun handen vol, getuige dit artikel van tien jaar geleden. Ze sparen kosten noch moeite om aan de wensen van hun klanten te voldoen. Hier geldt wel heel letterlijk: de een zijn dood is de ander zijn brood.

    De teint van geelzucht, afzichtelijke kogelwonden, gebroken botten als gevolg van auto-ongelukken op hoge snelheid: geen zee gaat de verfspuit van Lee Jonglan te hoog.

    ‘U ziet dat de rechterkant van haar gezicht er normaal uitziet,’ zegt Lee, terwijl haar tengere model met moeite haar ogen dichthoudt. ‘Maar links ziet het er een beetje gezwollen uit omdat we zo veel foundation hebben aangebracht.’

    Het is niet perfect, stelt Lee vast. Maar ze streeft dan ook niet naar perfectie. Ze streeft naar troost voor de nabestaanden. ‘Kijk eens hoe mooi ze eruitziet,’ zegt ze. Het model, herrezen uit de dood, glimlacht. De omstanders verdringen zich rond haar, visitekaartjes in de aanslag.

    Een make-updemonstratie op de Aziatische Uitvaart- en Begrafenisbeurs in Macau. © Tyrone Siu / Reuters
    Een make-updemonstratie op de Aziatische Uitvaart- en Begrafenisbeurs in Macau. © Tyrone Siu / Reuters

    Kunstdiamanten van as

    Lee, in Zuid-Korea dé topvisagiste voor doden, was zichtbaar in haar element, en niet alleen vanwege haar tv-sterrenglimlach. Ze was de koning te rijk toen ruim honderd begrafenisondernemers, fabrikanten, ambtenaren en zakenlui in mei de jaarlijkse Aziatische Uitvaart- en Begrafenisbeurs en -Conferentie bezochten, die werd gehouden in Macau, een semiautonome bestuurlijke regio aan de Zuid-Chinese kust.

    Drie dagen lang wisselden deelnemers – uit alle windstreken, van het nabijgelegen Hongkong tot helemaal uit Bolivia – handdrukken en contactgegevens uit. Ze hadden afspraken met Mongoolse begrafenisondernemers, Maleisische begraafplaatsontwikkelaars, Chinese doodskistenmakers en strak in het pak gestoken Nederlandse zakenlui die na een crematie fonkelende kunstdiamanten maken van de as, zodat vermogende nabestaanden de overblijfselen van hun geliefde bij zich kunnen dragen. De expobezoekers luisterden onder een kristallen kroonluchter in een weelderige conferentiezaal naar lezingen met titels als ‘DNA zit in het DNA van de begrafenissector’ en ‘Lessen uit ebola’.

    ‘De Aziatische uitvaartsector verschilt totaal van die in het Westen,’ zegt Kenny Lo, directeur van Vertical Expo Services, het in Hongkong gevestigde bedrijf dat de beurs organiseert. ‘Hier in Azië is die zeer behoudend, vooral in China. Heel traditioneel. En tot op zekere hoogte – hoe zal ik het zeggen – nogal gesloten, niet erg transparant.’

    Een Chinese ondernemer gaf 770.000 dollar uit om afscheid te nemen van zijn moeder

    Regels zijn er nauwelijks, zegt hij. Het overheidsbeleid is vaak stroperig en star. Een hele reeks tradities ‘maakt alles er erg ingewikkeld op, zelfs in één land’.

    Maar voor wie in Azië de weg weet, zijn uitvaarten gouden handel. De bevolking in de regio, van Japan tot Singapore, wordt grijzer en rijker. Rond 2050 is naar verwachting een op de vier Oost-Aziaten ouder dan 65. Intussen raken hun kinderen steeds vertrouwder met de moderne technologie en komen steeds vaker in contact met de rest van de wereld. Ze willen uitvaartdiensten die bij hun status passen en dagen begrafenisondernemers uit nieuwe manieren te bedenken om klanten te lokken.

    Nergens ontwikkelt de sector zich zo snel als in China, de grootste economie in de regio, waar families van oudsher afscheid van hun dierbaren nemen met offerandes als namaakgeld, kleren en gereedschap. Eeuwenlang beschouwden Chinezen extravagante uitvaarten als noodzakelijk om de doden te behagen.

    ‘Het idee dat de doden op de een of andere manier blijven voortbestaan wanneer het fysieke leven is afgelopen, is in China oeroud,’ zegt Michael Szonyi, een hoogleraar Chinese geschiedenis aan Harvard. ‘Dat gaat terug tot nog voor het confucianisme en het taoïsme, en ruim voor het boeddhisme.’

    Maar Mao Zedong, die van 1949 tot 1976 over het land heerste, deed traditionele begrafenisrituelen af als ‘feodaal bijgeloof’ en verving ze door uitvaarten in socialistische stijl, zogeheten herdenkingsbijeenkomsten. Socialistische begrafenissen eindigden met een soort korte toespraak door de voorman van de arbeidseenheid van de overledene, waarin diens bijdrage aan het socialisme werd gememoreerd. De meeste begrafenissen duurden niet langer dan een kwartier.

    Na die tijd heeft China zich echter ontwikkeld tot een economische supermacht, met na de Verenigde Staten het hoogste aantal miljonairs ter wereld, en sindsdien maken buitenissige begrafenissen een grootschalige comeback, ondanks pogingen van hogerhand ze de kop in te drukken.

    In de afgelopen jaren hebben rijke nabestaanden de krantenkoppen gehaald met uitvaartceremonies een keizer waardig. In 2011 gaf een ondernemer in de Oost-Chinese stad Wenling 770.000 dollar uit om met enorme LED-schermen, een honderdkoppig orkest, een rij goudkleurig geschilderde kanonnen en een vloot Lincoln-limousines afscheid te nemen van zijn moeder.

    Uitvaartbeurs

    In april traden overheidsfunctionarissen met harde hand op tegen twee grootscheepse begrafenissen in de provincies Hebei en Jiangsoe, waar de dorpelingen exotische danseressen hadden ingehuurd om een grote menigte op de been te brengen.

    Het zal geen verbazing wekken dat de toestroom naar de uitvaartbeurs elk jaar is toegenomen sinds Lo’s bedrijf het evenement is gaan organiseren.

    In een hoekje van de beurshal heeft een Chinees bedrijf een stand ingericht met voorbeelden van dodenoffers, voornamelijk grote papier-machébeelden van buitenverblijven en dure auto’s, waarvan het de bedoeling is dat ze bij wijze van geschenk aan de overledene in ovens op de begraafplaats worden verbrand.

    Het bedrijf maakt papieren modellen van alles wat je in het hiernamaals nodig zou kunnen hebben

    Aan de overkant van het gangpad haalt Han Dingyu van het concurrerende, bijna tien jaar oude Taiwanese bedrijf SKEA, een acroniem van Spectacular Kind of Elysium Accessories [‘Spectaculair soort hemelse toebehoren’], zijn spullen uit de verpakking. ‘Eersteklas vakmanschap,’ zegt Han terwijl hij allerlei handgemaakte papierminiaturen tevoorschijn haalt, waaronder een prachtig stuk vlees, een dienblad met cupcakes en een assortiment kleurige macarons ter grootte van een muntje.

    Het bedrijf maakt papieren modellen van alles wat je in het hiernamaals nodig zou kunnen hebben, zegt hij: afleiding, eten en onderdak. ‘Jonge mensen geven elkaar vaak (miniatuur-)iPhones,’ voegt hij eraan toe. ‘Als mensen iets aan een meisje offeren, dan is het vaak make-up of zijn het kleren. Oude mensen, het voorgeslacht, zijn degenen die huizen krijgen.’

    Papieren modellen van bedienden, waarvan men gelooft dat overledenen ze gebruiken. – © Tyrone Siu / Reuters
    Papieren modellen van bedienden, waarvan men gelooft dat overledenen ze gebruiken. – © Tyrone Siu / Reuters

    Bestemming: ‘home’

    Hij bladert door de glimmende catalogus van het bedrijf, waarin maquettes van huizen met een scala aan luxueuze extra’s worden aangeprezen: dakterrassen, binnentuinen en ramen van vloer tot plafond. In het zwembad achter een postmoderne ‘droomvilla in Ibiza-stijl’ ligt een jacht afgemeerd.

    En de geest van verandering waait tot ver buiten China. Ongeveer vijf jaar geleden kwam de marktleider van de Singaporese uitvaartsector, de 103 jaar oude Ang Chin Moh-groep, met Flying Home, een dienst waarmee het samen met luchtvaartmaatschappijen en ambassades pas overledenen repatrieert. Niet ver van Lee’s stand met uitvaartmake-up delen vertegenwoordigers van Flying Home bagagelabels uit met het logo van het bedrijf en folders die op instapkaarten lijken (maatschappijcode: ‘FH’, bestemming: ‘home’).

    Singapore is een van de belangrijkste bestemmingen van expats in Azië. Grace Hung, assistent-marketing-manager van Flying Home, zegt dat de zaken voor de wind gaan. ‘Singapore loopt voorop in dingen als financiën, accountancy en recht,’ zegt ze. ‘Maar niet als het gaat om de dood.’

    Haar bedrijf probeert dat te veranderen. Ze zegt dat haar collega’s een groot aantal talen spreken – Indonesisch, Maleis, Engels, Spaans, Frans – en gemiddeld veertig jaar oud zijn, ongeveer tien jaar jonger dan het gemiddelde in de sector als geheel. ‘We doen ook repatriëringen náár het buitenland,’ zegt ze. ‘Singapore is een medische hotspot. Mensen laten zich hier behandelen en komen daar soms bij te overlijden.’

    In de conferentiezaal beneden spreekt de Chinese ondernemer Wang Dan, een 34-jarige ingenieur die in 2012 een rouwcentrum in Beijing begon, een publiek van enkele tientallen mensen toe, van wie de meesten goedgeklede mannen. ‘Social media zijn belangrijk in onze bedrijfstak,’ zegt hij. ‘Wat kunnen we doen, wanneer er iemand overlijdt, om de herinneringen die familieleden en vrienden aan de overledene hebben te laten voortleven? We kunnen filmpjes maken en foto’s nemen, en die op het internet zetten. Ik vind dat een uitstekend idee.’

    Hij zegt dat zijn bedrijf, ‘De Overkant’, met standaardprijzen werkt en ze online zet, terwijl de meeste Chinese begrafenisondernemers rekenen wat ze denken dat hun klanten kunnen betalen. De Overkant biedt betaalbare adviesgesprekken aan waarin het nabestaanden helpt contact te leggen met rouwverwerkingsinstanties en chique begraafplaatsen; het bedrijf heeft de handen ineengeslagen met een Amerikaans bedrijf dat as van overledenen de ruimte in schiet.

    ‘Ik denk dat de maatschappij ingrijpend verandert,’ zegt Dan. ‘Jonge mensen kijken heel anders tegen de wereld aan dan wij. En als wij vakmensen niet meebewegen, lopen we een achterstand op.’

    Jonathan Kaiman

  • China’s seksdokter

    China’s seksdokter

    De Chinese sociologe 
Li Yinhe (63) probeert haar landgenoten te bevrijden van hun preutsheid. 
Dat lijkt aardig te lukken.

    Een van haar laatste artikelen heet: ‘Hoe je werk vermijdt en beter kunstwerken kunt gaan maken’. Het grootste kunstwerk van allemaal natuurlijk: je eigen leven. Want mevrouw de professor doceert niet, mevrouw de professor leeft. Het gaat erom de mensen de ogen te openen, juist voor het vanzelfsprekende, voor wat ze niet meer zien. De 63-jarige Li Yinhe, woonplaats Beijing, voedt in zekere zin een heel volk op. Ze laat de Chinezen zien hoe je ook tegen seks kunt aankijken en tegen het leven in het algemeen. Hierbij moet ze niet alleen opboksen tegen zes decennia communistische moraal, maar ook tegen de tweeënhalfduizend jaar daarvoor. Li Yinhe onderwijst door zichzelf als voorbeeld te nemen. Dat heeft ook als voordeel dat ze na alle inspanningen in elk geval zichzelf heeft gered. Hoewel je het nauwelijks inspanningen kunt noemen als je er lol in hebt.
    Inzicht nummer één is dus: de mens is vrijer dan hij denkt. Hij mag dan geboren zijn in de ketenen van de familie, van de maatschappij, maar wat weerhoudt hem er als volwassene eigenlijk van deze af te schudden, vandaag nog, op dit moment?


    Li Yinhe kijkt op: ‘Niets’.


    Inzicht nummer twee: als god niet be-staat en het leven geen zin heeft, dan kun je het ook aan de liefde wijden, en elke ademtocht aan het genieten van woeste schoonheid. Doe wat je leuk vindt. Stort je in het avontuur. En ja, zegt Li Yinhe, dat kan ook in China.


    Inzicht nummer drie: een man en een vrouw, goed. Ook goed: een man en een man. Een vrouw en een vrouw. Of twee mannen en twee vrouwen. Of een vrouw en een man die vroeger een vrouw was.

    Opboksen tegen zes decennia communistische moraal

    Ridder

    Deze laatste situatie geldt voor Li Yinhe zelf, ze heeft haar ridder gevonden. Zo noemt ze hem echt: ridder. Hij heeft haar gered uit een ‘zee van verdriet’. Zij, de atheïste, zit in een theehuis aan de rand van Beijing, drinkt groene thee, kauwt zonnebloempitten en spreekt over haar levenspartner als over een door God gezonden engel die met de kracht van tienduizend donderslagen op haar is neergedaald. Toen Li Yinhe eind vorig jaar bekendmaakte een verhouding te hebben met de nu 50-jarige Zhang Hongxia, was ze een tijdlang nog meer onderwerp van gesprek dan anders. Het stel stond op de cover van het populaire magazine People Weekly, het partijblad Renmin Ribao leverde commentaar op de relatie en ook op internet stonden de twee in de schijnwerpers. Wat een verhaal.

    Zij: de vrouw die iedereen kende. Hij: de man die zeventien jaar lang haar geheim was. Maar vooral was hij de man die als vrouw was geboren. Terwijl dit liefdesverhaal als je er goed over nadenkt eigenlijk anders moet worden verteld. Vrouw houdt van transseksueel? Zeker, maar het minstens even verbazingwekkende aspect is toch eigenlijk: beroemde sociologe houdt van taxichauffeur. Voor Li Yinhe mocht Zhang Hongxia dan een ridder zijn die aan kwam galopperen, zijn hoofdberoep was taxichauffeur en in veel opzichten een van de typisch Beijingse soort. Dus iemand die het liefst tot diep in de nacht mahjong speelt en die met een grote boog om boeken heen loopt. Zhang is tegenwoordig haar assistent, doet het huishouden (‘Ik zorg ervoor dat ze geen vinger hoeft uit te steken!’), maar leest nog altijd geen letter van haar. Van haar, de intellectueel, van wie het ene na het andere boek furore maakte, wier ideeën de vensters wijd openzetten in dit land dat aan verplichte preutsheid dreigde te verstikken.

    Een Chinese agent inspecteert een sauna tijdens een politieactie tegen prostitutie in de stad Qingdao. Li Yinhe pleit voor legalisering van het oudste beroep. – © Hollandse Hoogte
    Een Chinese agent inspecteert een sauna tijdens een politieactie tegen prostitutie in de stad Qingdao. Li Yinhe pleit voor legalisering van het oudste beroep. – © Hollandse Hoogte

    Op die dag in 1997 toen ze hem ontmoette, treurde ze nog om haar eerste grote liefde, die haar nog maar net was ontvallen: Wang Xiaobo, de dappere, pas na zijn vroege dood gevierde absurdistisch schrijver, die het woeste leven van het vlees in de kooi van ideologie en traditie op eigen wijze had gevierd. Met Wang Xiaobo was ze jarenlang getrouwd geweest, met hem had ze in 1992 een baanbrekende studie over homoseksualiteit gepubliceerd. Zolang hij leefde, stond zij, de afgestudeerd sociologe, in zijn schaduw. Pas in de jaren daarna werd ze een autoriteit in het liefdesleven van de natie, nadat ze met haar trilogie van studies over de seksualiteit van de vrouw, over de liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht en over het sadomasochisme, de grenzen van waarover in China kon worden gesproken weer eens een heel stuk had verlegd. Het tijdschrift Asian Weekly rekende haar destijds onder de ‘vijftig invloedrijkste Chinezen’.

    Verboden liefde

    Het maakt Li Yinhe niet zoveel uit. ‘Schoonheid en liefde zijn het belangrijkste in het leven,’ zegt ze. ‘De rest interesseert me eerlijk gezegd niet.’ Dat klopt niet helemaal, want ten eerste wil ze natuurlijk haar inzicht dat geluk mogelijk is met zo veel mogelijk landgenoten delen. En ten tweede is alleen al het streven naar persoonlijk geluk een zeer politieke daad in China: het woord ‘hedonisme’ was in het woordenboek van de Communistische Partij steeds synoniem met ‘individualisme’ en ‘egoïsme’, een verwerpelijk burgerlijk streven. Toen Li Yinhe in de jaren tachtig aan een manuscript werkte met de titel ‘Genieten van het leven’, was haar moeder verbijsterd over zo’n aanstootgevend plan. ‘Hoe kun je toch zo positief schrijven over genot?’ Een paar jaar later en wat kalmer geworden, noemde ze haar dochter alleen nog maar spottend ‘Dokter Seks’. Li Yinhe en Wang Xiaobo waren allebei kinderen van de Culturele Revolutie, die China tussen 1966 en 1976 verwoestte. In die tijd veranderden de Chinezen op bevel van Mao Zedong in een volk van aseksuele revolutieschepsels (terwijl de grote roerganger zelf zich met ontelbare liefjes vermaakte). Liefde was als burgerlijk concept verboden, betekende verraad aan de revolutie en was alleen toegestaan in de vorm van totale overgave aan Mao. Een ontdekte liefdes-brief kon een openbare vernedering, een pak slaag of zelfs werkkamp betekenen. De ouders van Li Yinhe werkten bij Renmin Ribao, het partijblad. Haar vader was zelf een communist, zij het sceptisch van aard. Na haar terugkomst uit Binnen-Mongolië, waar ze in het kader van de Culturele Revolutie naartoe was gestuurd, stuitte Li bij een collega van haar ouders op een goudmijn: een bibliotheek van meer dan tienduizend boeken, de hele verzameling wereldliteratuur, allemaal verboden werken. De 20-jarige Li sloot zich maandenlang op met de boeken en verslond er zoveel als ze kon.

    Twee boeken lieten haar niet meer los. Het ene was The Catcher in the Rye. ‘Sommigen vrienden van me kenden het uit hun hoofd.’ Het andere was 1984.

    Haar moeder noemt haar spottend ‘Dokter Seks’

    Seksuele revolutie

    China is niet altijd preuts geweest. Vroeger gaven de Chinezen, met name de taoïsten, zich over aan de ‘harmonie van yin en yang’. Seks gold als gezond en natuurlijk, en bepaalde praktijken – bijvoorbeeld wanneer de man zich de ejaculatie ontzegde – stonden als levensverlengend te boek. Tijdens de Song-dynastie (960-1279) stonden waarden als kuisheid en reinheid hoog in het vaandel. Onder de Mantsjoes, die van 1644 tot 1911 de laatste keizerlijke dynastie vormden, werd het land nog een stuk bedeesder. Maar zelfs in die tijd werden homoseksualiteit en prostitutie beschouwd als normaal en werd het toegestaan. Mao’s Communistische Partij predikte enerzijds de vooruitgang door de gearrangeerde huwelijken te verbieden en de vrije partnerkeuze bij wet vast te leggen, maar tegelijkertijd bereikte de door de overheid opgelegde preutsheid onder deze partij haar hoogtepunt.

    ‘De partij kwam aan de macht met de belofte de hongerende Chinezen te verzadigen,’ zegt Li Yinhe.

    ‘In hun ogen was seks een overbodige luxe, een gevaarlijke afleiding, verdorven.’ De Chinezen zijn inmiddels verzadigd, en warm aangekleed zijn ze ook. Er ontstaat dus een verlangen naar meer. In 1989, net na haar studie in de Verenigde Staten, deed Li Yinhe onderzoek naar het seksleven van de Beijingers. Slechts 15 procent van de ondervraagden had seks voor het huwelijk, de meesten met hun verloofde. In 2013 deed ze hetzelfde onderzoek landelijk. Nu was het al meer dan 70 procent. ‘Het is een revolutie,’ zegt Li Yinhe. ‘De Chinezen hebben meer seks. Ze gaan met meer partners naar bed. En ze leren steeds meer verschillende seksuele handelingen.’ Natuurlijk zijn er ook critici die deze ontwikkeling en Li Yinhe verdorven noemen. ‘Maar wordt hierdoor nu de maatschappij te gronde gericht?’ vraagt ze. ‘Nee, het maakt de mensen gelukkiger.’ Zoals met alles is het China van tegenwoordig ook rond het thema seks een vat vol tegenstrijdigheden. Enerzijds bevrijdt een nieuw generatie zich in rap tempo van banden en taboes, anderzijds sprak Li Yinhe onlangs weer een vrouw die geen idee had hoe ze zwanger was geworden en wat de seks met haar echtgenoot daarmee te maken had. De onwetendheid is groot. Op scholen is seksuele voorlichting in theorie verplicht, maar valt het in de praktijk meestal uit. Zo groot is de schaamte van de onderwijzers en zo groot de angst van de ouders dat hun kinderen hierdoor verpest raken.

    Zelfs het partijblad Renmin Ribao wenste haar geluk met haar relatie

    Middeleeuwen

    Er valt veel te doen voor iemand als Li Yinhe. Op Weibo, China’s tegenhanger van Twitter, heeft ze meer dan een miljoen volgers, en op haar blog zijn bijna vierhonderdduizend mensen geabonneerd. Hier breekt Li Yinhe een lans voor de legalisering van prostitutie en pornografie, en voert ze strijd voor het recht op groepsseks en een partner van dezelfde sekse. ‘Waarom moet iemand worden gestraft voor iets wat niemand schade berokkent?’ Al twee decennia probeert ze elk jaar weer afgevaardigden in het Chinese Volkscongres te winnen voor de legalisering van het homohuwelijk. Tot aan haar pensioen, twee jaar geleden, werkte Li Yinhe aan de Academie voor Sociale Wetenschappen, de belangrijkste denktank van de Chinese regering. Van het beleid op het gebied van seks heeft ze geen hoge pet op, want dat blijft ver achter bij de ontwikkelingen in de samenleving en is deels ‘in de middel-eeuwen’ blijven steken. Toch waardeert Li Yinhe de vooruitgang, mijlpalen zoals het schrappen van de ‘onzedelijkheidsparagraaf’ in 1997, die vooral homoseksuelen achter de tralies deed belanden.

    Prostitutie wordt nog altijd gecriminaliseerd en sinds kort voor lastercampagnes gebruikt, maar de laatste veroordeling van een bordeelhoudster dateert ook alweer van twintig jaar geleden. Als het gesprek op de televisiesoap Keizerin van China komt, rolt Li Yinhe met haar ogen. De kostbare serie over keizerin Wu Zetian was een hit bij de kijkers, tot ze in december door de censoren van de buis werd gehaald. Toen de uitzendingen werden hervat, waren de royale decolletés van de knappe hofdames van de Tang-dynastie digitaal weggewerkt.

    Tolerant

    Sinds 17 jaar woont Li Yinhe samen met Zhang Hongxia. De twee hebben een jongen geadopteerd, die nu veertien jaar is. Al toen hun zoon zes was, zegt Li Yinhe, heeft ze hem verteld hoe het zat met zijn ouders. De buitenwereld was nu pas aan de beurt. Op internet deden geruchten de ronde dat ze lesbisch was en dus ging Li opnieuw aan de slag om het land voor te lichten. In december schreef ze op haar blog dat ze zich aangetrokken voelde tot mannen, niet tot vrouwen. Haar partner was ‘zowel qua voorkomen als psychologisch een man’ en wel ‘een stereotiepe man, van wie vrouwen schrikken als hij in het damestoilet opduikt’. Ook al is hij als vrouw geboren. ‘Ze is geen zij. Ze is een hij,’ schreef Li Yinhe. Alleen al in de eerste 24 uur werd haar tekst 33.000 keer op Weibo gedeeld. Het overgrote deel van de commentaren was positief, men prees haar moed en dankte haar voor haar openheid. Zelfs het partijblad Renmin Ribao wenste haar geluk en appelleerde aan tolerantie.

    ‘Ieder is uniek op zijn eigen manier, laten we allemaal ons best doen om de samenleving gelijke tred te laten houden met de stand van de wetenschappelijke inzichten,’ schreef de krant op haar microblog. Het debat over haar en haar partner is weer een les voor haar land, zegt Li Yinhe. ‘Twintig jaar geleden heb ik de Chinezen uitgelegd wat homoseksuelen zijn en nu maak ik hun duidelijk wat transseksuelen zijn. En al met al is het toch verbazingwekkend hoe tolerant de mensen zijn.’ Niettemin heeft Li Yinhe onlangs na drie jaar werken een dik manuscript voltooid dat, zoals ze zelf zegt, ‘nul kans’ heeft op publicatie in China. ‘Te pornografisch.’ Ze giechelt, maar is vervolgens weer serieus: ‘Nu verschijnt het in Hongkong.’ Het zijn korte verhalen, met als belangrijkste thema sadomasochisme. De 63-jarige somt op: ‘Vrouwelijke meesteressen en manne-lijke slaven, allemaal net andersom, met z’n tweeën, met z’n drieën, met z’n vieren, een hoop orgasmen, het staat er allemaal in.’ […] Het is het eerste literaire werk van Li Yinhe.

    Kai Strittmatter

    Storm in een glas water

    ‘Li Yinhe veroorzaakt storm over seks’, luidde de kop in het Kantonese blad Nanfang Renwu Zhoukan. In december 2014 deden op internet geruchten de ronde dat Li Yinhe homoseksueel zou zijn. Een onbekende commentator beweerde dat ze een lesbiënne was die ‘al jarenlang samenwoont met een tomboy’. Hij vroeg zich ook af of de zoon die Li en haar partner hadden geadopteerd wel ‘naar school kon en vriendjes kon maken’ vanwege ‘de abnormale gezinsomstandigheden’ waarin hij opgroeide. De seksuologe, die eerder vrijwel nooit iets losliet over haar privéleven, antwoordde op haar blog dat ze samenwoonde met een persoon die als vrouw was geboren, maar die zich nu als man beschouwde. Zijzelf, preciseerde ze, was volledig heteroseksueel. Er volgde een ‘storm’ van commentaren op de Chinese sociale media. Los van haar eigen voorkeuren is Li er overigens van overtuigd dat China op termijn het homohuwelijk zal invoeren. ‘Het is een trend in de wereld. China zal zich hier zeker bij aansluiten, in weerwil van de obstakels waarmee we nu geconfronteerd worden.’

  • Barsten in het atheïstische bolwerk

    Barsten in het atheïstische bolwerk

    Christelijke kerken krijgen steeds meer aanhangers in China. Dit tot schrik van de autoriteiten, die zijn gedwongen om hun standpunten over religie te heroverwegen.

    Keuze uit het archief

    Nieuw onderzoek van Human Rights Watch (HRW) wijst uit dat China’s onderdrukking van katholieken sterk is toegenomen. Het rapport beschrijft surveillance, beperkingen op religieuze bijeenkomsten en ‘arbitraire opsluitingen, gedwongen verdwijningen, marteling en gevallen van huisarrest voor katholieke priesters en bisschoppen’. Gelovigen van ondergrondse kerken kunnen nu bijna niet anders dan zich aansluiten bij de katholieke staatskerk, die onder strenge controle van Peking staat.
    Dit artikel van The Economist legt uit waar die vijandschap van het regime tegen het christendom vandaan komt. Communistische gezagsdragers geloven dat religie in staat is de trouw aan de partij en aan de staat te ondermijnen en associëren het christendom met westerse imperialistische agressie. Om de westerse wereldorde omver te werpen, is de bestrijding van het christendom in de ogen van het regime daarom een absolute noodzaak.

    De kuststad Wenzhou wordt soms het Jeruzalem van China genoemd. Omringd door bergen en ver van de hoofdstad Beijing gelegen is de stad sinds lang een toevluchtsoord voor een godsdienst die de communistische leiders van China met lede ogen bezien: het christendom. De meeste steden van dezelfde grootte, met ongeveer 9 miljoen inwoners, tellen hooguit een stuk of tien zichtbaar christelijke gebouwen. Maar tot voor kort zag je honderden kruisen op kerkdaken in Wenzhou.

    Dit jaar zijn echter meer dan 230 daarvan als ‘illegale constructies’ aangemerkt en verwijderd. Op filmpjes op het internet zijn menigten parochianen te zien die een menselijk schild rond hun kerken proberen te vormen. Tientallen zijn daarbij gewond geraakt. Andere films tonen huilende gelovigen die uitdagend psalmen zingen terwijl enorme rode kruisen van de gebouwen worden getakeld. In april werd een van de grootste kerken van Wenzhou volledig met de grond gelijkgemaakt. Gezagsdragers liggen niet wakker van de botsing tussen het beroemde onbekommerde kapitalisme van de stad en de ideologie van de Communistische Partij, maar zien godsdienst en de symbolen daarvan als een belediging van het partij-atheïsme.

    Christenen in China worden al lange tijd vervolgd. Onder Mao Zedong was geloofsvrijheid vastgelegd in de nieuwe communistische grondwet (voornamelijk om moslims en Tibetaanse boeddhisten in het westen van het land tegemoet te komen). Maar misschien wel een half miljoen christenen werden doodgemarteld, en nog eens tienduizenden werden naar werkkampen gestuurd. Sinds de dood van Mao in 1976 staat de partij geleidelijk meer godsdienstvrijheid toe. De meeste kerken in Wenzhou zijn zogeheten ‘Drie-Zelfkerken’, waarvan China er ongeveer 57.000 telt. Volgens het officiële jargon zijn deze kerken ‘zelfvoorzienend’, ‘zelfbesturend’ en ‘zelfverbreidend’ (en dus beschermd tegen buitenlandse invloeden). Ze verklaren zich trouw aan China en worden erkend door de regering. Desondanks hebben vele ervan in Wenzhou duidelijk officiële wrevel gewekt. De meeste christenen die de maoïstische vervolging hebben overleefd – en ook veel nieuwe gelovigen – weigeren bovendien om zich überhaupt bij zulke kerken aan te sluiten en blijven bijeenkomen in niet-erkende ‘huiskerken’, die de partij lange tijd heeft geprobeerd te verbieden.

    Een verhevener dogma

    Het christendom valt moeilijk in toom te houden in China – en het wordt steeds moeilijker. Het verspreidt zich snel en infiltreert zelfs in de eigen partijgelederen. De grens tussen huiskerken en officiële kerken vervaagt, en christenen treden steeds meer in de openbaarheid om een actievere rol in de samenleving te spelen. De Communistische Partij moet een nieuwe manier vinden om hiermee om te gaan. Er is zelfs sprake van dat de partij, de grootste expliciet atheïstische organisatie ter wereld, het voorbeeld van haar zusterpartijen in Vietnam en Cuba zal volgen door haar leden toe te staan een ander – en zelfs verhevener – dogma aan te hangen dan dat van Marx.

    Elke verandering in de officiële houding jegens godsdienst kan grote gevolgen hebben voor de manier waarop China met talloze binnenlandse uitdagingen omgaat: van separatistische onrust onder Tibetaanse boeddhisten en islamitische Oeigoeren in het westen van het land, tot de groei van ngo’s en ‘civil society’-achtige volksbewegingen, vaak met een religieuze kleur, die de door de partij met achterdocht tegemoet worden getreden maar die zich eveneens snel verspreiden.

    De religieuze opleving in China, met name onder de etnische Han-Chinezen, die meer dan 90 procent van de bevolking uitmaken, is algemeen. Vanuit de ultrasnelle treinen die over het Chinese platteland razen kunnen passagiers overal nieuwe kerken en tempels zien verrijzen. Ook het boeddhisme, dat al veel eerder in China is neergestreken dan het christendom, is bloeiende, net als de volksgodsdienst; steeds meer Han-Chinezen gaan op pelgrimstocht naar boeddhistische heiligdommen om geestelijke troost te zoeken.

    Veel deskundigen gaan ervan uit dat er meer christenen zijn dan leden van de Communistische Partij

    Dit alles verontrust veel gezagsdragers, in wier ogen godsdienst niet alleen het ‘opium voor het volk’ van Marx is. Zij geloven vooral dat religie in staat is de trouw aan de partij en aan de staat ernstig te ondermijnen. Met name het christendom wordt met de negentiende-eeuwse imperialistische agressie van het Westen geassocieerd.

    Het aantal christenen in China valt zelfs niet bij benadering te schatten. Officiële ramingen houden het aantal zo laag mogelijk en tellen het grote aantal bezoekers van huiskerken niet mee. Christelijke groeperingen in het buitenland hebben daarentegen de neiging het aantal te overdrijven. In 1949, toen de Communistische Partij aan de macht kwam, waren er misschien 3 miljoen katholieken en 1 miljoen protestanten. Officiële schattingen spreken nu van tussen de 23 en 40 miljoen. In 2010 schatte het Pew Research Centre, een Amerikaanse denktank, dat er 58 miljoen protestanten en 9 miljoen katholieken waren. Veel deskundigen, zowel uit China als daarbuiten, gaan er inmiddels van uit dat er meer christenen zijn dan leden van de 87 miljoen leden tellende Communistische Partij, en dat de meeste daarvan protestanten zijn.

    De grootste christelijke bevolking ter wereld

    Nog moeilijker te voorspellen is hoe hard het christendom nog altijd groeit. Volgens Yang Fenggang van de Purdue University in de Amerikaanse staat Indiana is het aantal leden van de christelijke kerk in China sinds 1980 met gemiddeld 10 procent per jaar toegenomen. Op basis van de huidige trend schat hij dat China rond 2030 zo’n 250 miljoen christenen zal tellen, waarmee de christelijke bevolking van China de grootste ter wereld zal zijn. Yang Fenggang noemt deze groeispurt vergelijkbaar met die in het veertiende-eeuwse Rome, vlak voor de bekering van Constantijn, die het mogelijk maakte dat het christendom de godsdienst van zijn keizerrijk werd.

    In de jaren tachtig nam de gelovigheid het snelst toe op het Chinese platteland, mede als gevolg van de ineenstorting van de plaatselijke gezondheidszorg en de overtuiging dat het christendom vervangende genezing zou kunnen bieden. In recente jaren bloeit het geloof vooral in de steden. Er is een nieuwe generatie van ontwikkelde, stedelijke christenen gekomen. Gerda Wielander van de Universiteit van Westminster zegt in haar boek Christian Values in Communist China dat veel Chinezen zich aangetrokken voelen tot het christendom omdat het, nu het geloof in het marxisme afneemt, een volledig moraalsysteem biedt met een toegankelijke bron. Ze beargumenteert dat mensen zulke zekerheden extra aantrekkelijk vinden in een periode waarin veel in de wereld verandert.

    Sommige Chinezen bespeuren in het christendom ook de wortels van de westerse kracht. Ze zien het als de drijfveer voor de ontwikkeling van sociale rechtvaardigheid en rechtszekerheid, die ze graag ook in China zouden zien. Veel nieuwe ngo’s worden gerund door christenen of boeddhisten. Het aantal christelijke artsen en andere academici neemt toe. Ook zijn er verspreid door China meer dan tweeduizend christelijke scholen, veelal klein en – vooralsnog – illegaal.

    Volgens een burgerrechtenactivist is van de vijftig meest vooraanstaande burgerrechtenadvocaten in China waarschijnlijk de helft christen. Door enkelen van hen is het Verbond van Mensenrechtenadvocaten voor Chinese Christenen opgericht. Groepen goedbetaalde christelijke advocaten uit de grote steden slaan de handen ineen om christenen – en anderen – te verdedigen in de rechtszaal. Ook vertrekken vanuit China zendelingen van het geloof naar ontwikkelingslanden.

    1 rtr3bmke

    Harde hand of christenbazen

    De autoriteiten reageren op heel uiteenlopende manieren op deze opmars. In Wenzhou bijvoorbeeld is met harde hand tegen de christenen opgetreden. De uitvoering van het beleid ten aanzien van godsdienst wordt vaak aan het plaatselijk gezag overgelaten, en soms ziet dat hardvochtigheid als een manier om trouw aan het centrale leiderschap te betonen. Volgens Yang Fenggang wordt er in Wenzhou gefluisterd dat het hardhandige optreden daar deels te wijten is aan de pogingen van een lokale leider om in het gevlij te komen bij president Xi Jinping.

    Maar volgens China Aid, een kerkelijke groepering uit Amerika, zijn vorig jaar meer dan 7400 Chinese christenen het slachtoffer geworden van vervolging. Dat is relatief weinig; minder dan 0,01 procent van alle Chinese christenen. Ook al is het aantal misschien hoger, ‘vervolging is in deze eeuw duidelijk niet langer de norm’, zoals Brent Fulton van ChinaSource, een christelijke groepering in Hongkong, aangeeft.

    Dat komt vooral doordat veel gezagsdragers voordelen zien in de groei van het christendom. Sommige rijke zakenlieden in Wenzhou zijn gelovig geworden – hun bijnaam is ‘christenbazen’ – en hebben grote kerken in de stad gebouwd. Een van hen organiseert avondbijeenkomsten waar zakenmannen en -vrouwen toelichten hoe je op ‘bijbelse’ manieren geld kunt verdienen. Anderen vormen groepen die elkaar aanmoedigen om eerlijk zaken te doen, belasting te betalen en de armen te helpen. Er zijn in heel China maar weinig gezagsdragers te vinden die investeerders uit hun regio willen verjagen, christelijk of niet.

    In andere regio’s verlenen plaatselijke leiders steun, of knijpen een oogje toe, omdat ze vinden dat christenen goede burgers zijn. Hun toewijding aan het welzijn van de gemeenschap helpt de wankele stabiliteit te verstevigen. In sommige grote steden sponsort de regering zelf de bouw van nieuwe Drie-Zelfkerken: de Chongyi-kerk in Hangzhou biedt plaats aan vijfduizend mensen. Drie-Zelfpredikanten beginnen met huiskerkleiders te spreken; omgekeerd hebben huiskerkleiders (vaak terecht) niet langer het idee dat officiële kerken wemelen van de partijspionnen.

    Een nieuwe focus

    De afgelopen jaren hebben de zorgen van de partij zich verlegd van het geloof zelf naar het handhaven van de stabiliteit en het machtsmonopolie van de partij. Als samenwerking met de kerken kan helpen deze in stand te houden, dan zal de partij dat doen, ook al voelt ze zich nog steeds ongemakkelijk bij het aanmoedigen van een alternatieve gezagsbron. In 2000 zei Jiang Zemin, de toenmalige partijleider die zelf kalligrafieën voor zijn plaatselijke boeddhistische tempels schilderde, tijdens een officiële redevoering dat de godsdienst er waarschijnlijk nog steeds zou zijn wanneer begrippen als klasse en staat waren verdwenen.

    De partij heeft bovendien steeds meer hulp van gelovigen nodig. Ze heeft bijvoorbeeld moeite met efficiënte sociale dienstverlening, en christelijke en boeddhistische groeperingen zijn bereid, en in staat, om bij te springen. Sinds ongeveer 2003 ontvangen religieuze regeringen in Hongkong verzoeken van vertegenwoordigers van de regering om te helpen bij het opzetten van ngo’s en liefdadigheidsinstellingen. Het belangeloze activisme dat kerken prediken is welkom in een tijd van hedonisme en corruptie. Hierdoor is de reputatie van het christendom verbeterd en is het regime ervan overtuigd geraakt dat christenen er niet op uit zijn het gezag omver te werpen. Trouw aan Rome wordt door sommige gezagsdragers nog altijd wél als een vorm van verraad beschouwd, zodat het katholieke geloof iets gevoeliger ligt.

    Gerda Wielander zegt niet te geloven dat het aantal aanhangers jaar in jaar uit met 10 procent zal blijven groeien. Wel geeft ze toe dat de partij nu meer aandacht besteedt aan de toenemende godsdienstigheid van de ‘gewone Chinees’. Daarom verandert de partij op sommige terreinen haar houding en retoriek (al blijft ze de boeddhistische moslims en islamitische Oeigoeren, wier godsdienstige overtuigingen als een bedreiging voor de integriteit van de staat worden gezien, zwaar onder druk zetten). In mei 2013 werd het hoofd van de Russisch-orthodoxe kerk in Beijing ontvangen door president Xi. Het was de eerste keer dat een buitenlandse kerkelijke leider de partijleider ontmoette.

    1 rtr3jelh

    Toen de Communistische Partij in 2001 ondernemers toestond lid te worden, werd door sommigen geopperd dat ze hetzelfde moest doen met gelovigen. Pan Yue, een reformistische partijbons, schreef met dat doel een krantenartikel met als titel ‘De religieuze standpunten van de Communistische Partij moeten met hun tijd meegaan’. Van invloed was onder meer de beslissing van de Communistische Partij in Vietnam om haar leden toe te staan gelovig te zijn. Deze omslag verliep vloeiend en heeft misschien zelfs geholpen Vietnam stabiel te maken na de recente turbulente geschiedenis van het land. Maar in China werd het artikel van Pan genegeerd.

    Een ander artikel in een Chinese krant, uit 2004, beweerde dat zo’n 3 tot 4 miljoen partijleden christen waren geworden. Desondanks twijfelt de partij nog steeds om hen officieel toe te laten. De recente pro-democratiedemonstraties in Hongkong zullen die vrees vermoedelijk versterken. Het baart het regime zorgen dat de groei van de huiskerken ook meer ruimte kan bieden aan de groei van quasichristelijke cultussen, die vervolgens gepolitiseerd kunnen raken en anticommunistisch worden. Een voorbeeld daarvan is Falun Gong [een in 1992 opgerichte spirituele beweging waarin waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid als hoogste leidinggevende principes gelden; in 1999 werd de stroming verboden, omdat het gedachtengoed niet zou stroken met het communisme en omdat zich bovendien hoge regeringsambtenaren en legerofficieren bij Falun Gong aansloten, zodat de partij zich bedreigd voelde]. De angst van het regime voor zulke cultussen is geworteld in de geschiedenis. De Taiping-opstand halverwege de negentiende eeuw, geleid door een man die zich de broeder van Jezus noemde, veroorzaakte een van de dodelijkste burgeroorlogen uit de geschiedenis. Er vielen ruim twintig miljoen doden.

    De eerste godsdienstwet

    Rond 2005 begonnen twee grote huiskerken in Beijing kantoorruimte te huren voor hun zondagsdiensten. De grootste, de Shouwang-kerk, werd geleid door Jin Tianming, afgestudeerd aan de prestigieuze Tsinghua University in Beijing. De kerk trok tal van intellectuelen uit het universiteitsdistrict. Op sommige zondagen werden de diensten door wel duizend mensen bezocht. Parochianen konden preken downloaden van de website van de kerk.

    Van Jin Tianming was bekend dat hij stilletjes voor meer godsdienstvrijheid pleitte. Hij probeerde Shouwang als een legale maar onafhankelijke kerkgemeente erkend te krijgen, die niet onder toezicht van de officiële kerk zou staan. Maar zijn verzoek werd afgewezen. In 2009, vlak voor een bezoek van de Amerikaanse president Obama, dwong de regering de eigenaar van het gebouw de verhuur aan de kerk te beëindigen. Jin ging met zijn gemeente naar een park in de buurt, waar ze een dienst hielden in de sneeuw. De kerkoudsten en hij kregen huisarrest en veel parochianen werden aangehouden. Ze hadden een politieke rode lijn overschreden.

    Aan de andere kant van Beijing, in een kantoorgebouw vlak bij de derde ringweg, komt een andere niet-erkende gemeente, bekend als de kerk van Zion, op een soortgelijke plek bijeen. De predikant, Jin Mingri, is afgestudeerd aan de Universiteit van Beijing. Net als de aanvankelijke locatie van Shouwang beslaat de ‘kerk’ van Zion een hele verdieping, inclusief een boekwinkel en een café dat zijn koffiedrinkers klantenkaarten verstrekt. De grote zaal biedt plaats aan vierhonderd mensen. De plek doet denken aan een kerk in voorstedelijk Amerika. De preken van Zion zijn onverbloemd evangelisch, maar omdat de kerk behoedzaam genoeg is, kan hij blijven bestaan.

    Een tijdperk van tolerantie zou de partij ten goede komen

    De predikanten van beide kerken behoren tot de Koreaanse minderheid van 2,3 miljoen mensen, die de kerstening van Zuid-Korea als een voorbeeld voor China ziet. Beide predikanten namen deel aan de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989; het neerslaan daarvan leidde ertoe dat ze hun vertrouwen in de partij verloren en zich tot het christendom bekeerden. Toch hebben de gezagsdragers in Beijing tot dusver het idee dat ze met in elk geval één van hen kunnen leven.

    Liu Peng, van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, probeerde behulpzaam te zijn bij het proces tegen Shouwang. Hij adviseerde een gematigde aanpak om een impasse te voorkomen. Een certificaat in zijn kantoor bevestigt dat de toenmalige Chinese president, Hu Jintao, zijn advies opvolgde; vergeleken met andere kerken werd Shouwang inderdaad op een milde manier aangepakt.

    Liu Peng, zelf christen, stelt nu op eigen initiatief een document op dat naar hij hoopt de eerste godsdienstwet van het land zal worden. Op dit moment valt godsdienst alleen maar onder administratieve regels; zo’n wet zou het moeilijker maken om kerken naar willekeur aan te pakken. Liu Peng zegt dat de partij haar leden moet toestaan gelovig te zijn, omdat een tijdperk van tolerantie zowel de partij als de kerken ten goede zou komen. Er zou een ‘religieuze vrije markt’ moeten komen. Maar hij geeft toe dat dit, net als een wet, nog ver weg is.

    1 rtr28boa

    De paradox van godsdienstvrijheid

    Ondertussen beginnen gelovigen zich steeds provocerender te gedragen. Een middelhoge ambtenaar in een grote stad kreeg onlangs te horen dat haar christelijke geloof, dat op haar kantoor algemeen bekend was, niet strookte met haar partijlidmaatschap en dat ze het zou moeten opgeven. Ze deelde haar superieuren beleefd maar stellig mee dat dat helaas niet ging, en dat haar geloofsvrijheid werd beschermd door de Chinese grondwet. De ambtenaar werd niet ontslagen, maar naar een heropvoedingscursus op een partijschool gestuurd. Inmiddels werkt ze weer. Haar collega’s komen haar vaak uitnodigen voor het gebed, vertelt ze.

    Ook houden christenen zich steeds meer bezig met sociale (en soms politieke) kwesties. Wang Yi bijvoorbeeld is een voormalig hoogleraar in de rechten en een actieve blogger die in 2005 christen werd. Het jaar daarop was hij een van de drieduizend huiskerkchristenen die president George W. Bush ontmoetten in het Witte Huis. Wang Yi is nu predikant van Vroege Regen, een huiskerk in de zuidwestelijke stad Chengdu. Op 1 juni van dit jaar, de Internationale Dag van het Kind, werden hij en leden van zijn gemeente aangehouden vanwege het uitdelen van folders tegen de eenkindpolitiek van China en de gedwongen abortussen die er het gevolg van zijn.

    In 2013 bezocht een groep Chinese intellectuelen een conferentie in Oxford, waar vertegenwoordigers van diverse uiteenlopende groeperingen voor het eerst bijeenkwamen: denkers van Nieuw Links, waarvan de leden sommige onderdelen van het egalitaire maoïsme willen behouden, de Nieuwe Confucianisten, die de traditionele Chinese filosofie verder willen uitdragen, en de Nieuwe Liberalen, die het klassieke economische en politieke liberalisme voorstaan. Voor het eerst waren er ook christelijke intellectuelen uit China aanwezig. Resultaat van het congres was een document, de Oxford Consensus genaamd, dat benadrukte dat het middelpunt van de Chinese natie het volk is, niet de staat, dat de cultuur pluralistisch moet zijn en dat China zich altijd vreedzaam tegenover anderen moet gedragen. Het document was niet openlijk christelijk, wel was duidelijk dat christelijke intellectuelen eraan hadden meegeschreven. Een neerslag van het congres werd gepubliceerd in Southern People, een invloedrijke Chinese krant, en de meeste deelnemers leiden nog steeds een vrij, zij het enigszins voorzichtig leven in China.

    De paradox, weet iedereen, is dat godsdienstvrijheid – als die er ooit zal komen – de christelijke kerk op twee manieren kan schaden. De kerk kan geïnstitutionaliseerd en rijk worden, en dus corrupt, zoals in Rome gebeurde in de late middeleeuwen en zoals nu al een beetje gebeurt in de kerken van de zakenlieden in Wenzhou. Daarnaast zou de kerk, die lange tijd is versterkt door de onderdrukking, in een tolerant klimaat minder aanhang kunnen krijgen. Om een ouderling van een huiskerk in Beijing te citeren, verwijzend naar de afkalving van het christelijk geloof in West-Europa: ‘Als we volledige godsdienstvrijheid krijgen, is het met de kerk gedaan.’