In Taiwan is het ‘trending’ om workshops ‘zelfbescherming tijdens een oorlog’ voor burgers te organiseren, schrijft Al Jazeera. Dat is een gevolg van de Russische invasie in Oekraïne, die de Taiwanezen eraan herinnert dat China en Taiwan in een gelijkaardige machtsverhouding verwikkeld zijn. In het conflict dat teruggaat tot de jaren veertig van de vorige eeuw, heeft Beijing zich voorgenomen om Taiwan, dat het als een afgescheiden provincie beschouwt, ooit weer met de Volksrepubliek te verenigen, hetzij vreedzaam, hetzij met geweld. Sindsdien bevinden de twee landen zich in een precaire status quo.
Taiwanezen zijn gewend zich voor te bereiden op natuurrampen en grote ongelukken, wat Taiwan tot een ‘crisisgerichte samenleving’ maakt, aldus The Guardian. Nu ligt de focus bij veel burgers echter bij een eventuele invasie door het communistische China. Enoch Wu, een opkomende figuur in de regerende Democratische Progressieve Partij van Taiwan, heeft een proefprogramma ontwikkeld voor weerbaarheidstraining voor burgers, schrijft The Guardian. De workshops worden geleid door de non-profitorganisatie Forward Alliance en worden ondersteund door de onofficiële aanwezigheid van de VS in Taiwan, het American Institute, aldus de Britse krant. Tot nu toe waren er twee workshops met elk ongeveer 120 deelnemers.
Al enige tijd worden er ook lezingen georganiseerd, schrijft Al Jazeera, waar niet alleen basisvaardigheden worden uitgelegd, maar waar het publiek ook leert waar zich de schuilkelders bevinden (er zijn er 117 duizend in Taiwan) en wat er in een overlevingspakket moet zitten.
De Chinese centrale bank kondigde vrijdag een langverwachte verlaging aan van de hoeveelheid liquide middelen die banken in reserve moeten houden, om ‘de vertragende economie te ondersteunen tegen de achtergrond van toenemende tegenwind’, schrijft South China Morning Post.
De Chinese centrale bank zegt dat de maatregel bedoeld is om sectoren te helpen die getroffen zijn door de pandemie. De op een na grootste economie ter wereld staat voor steeds grotere uitdagingen nu een uitbraak van omikron meer dan zeventig steden in het hele land teistert, en lockdowns in commerciële en financiële hubs de economische activiteiten verstoren. Op 25 april zal dankzij de maatregel 530 miljard yuan (83,2 miljard dollar) aan langetermijnliquiditeit in het interbancaire systeem worden vrijgemaakt.
‘TikTok maakt een slechte beurt tijdens de oorlog’
Door de oorlog in Oekraïne groeide TikTok razendsnel uit tot een van de belangrijkste bronnen van desinformatie, bericht The Japan Times. De krant sprak onder andere met Shayan Sardarizadeh, een BBC-journalist die gespecialiseerd is in het opsporen van desinformatie. Dagelijks werkt hij zich door een groot aantal TikTok-filmpjes heen, die een hallucinante mix van fake en echte informatie over de oorlog laten zien.
‘TikTok maakt een slechte beurt tijdens de oorlog’, zegt hij. ‘Ik heb nog geen ander platform gezien met zoveel nepinhoud.’ Het meest verontrustend zijn volgens hem de gefakete livestreams waarin gebruikers doen alsof ze ter plaatse zijn in Oekraïne. Ze gebruiken beelden uit eerdere conflicten of videogames en voegen zelfs neppe geweerschoten en explosies toe. Ze vragen ook nog eens geld om hun ‘verslaggeving’ te financieren.
Tiktok heeft waarschijnlijk te weinig moderatoren die Oekraïens spreken
Anastasija Zjirmont van Access Now, een belangengroepering die de digitale rechten van burgers beschermt, zegt dat er bij TikTok waarschijnlijk te weinig moderatoren werken die Oekraïens spreken, waardoor het voor TikTok lastiger is om valse informatie te onderscheiden.
TikTok zegt dat het wel Russisch- en Oekraïenstaligen in huis heeft en dat het meer middelen heeft uitgetrokken voor de oorlogscontent, maar geeft daarover geen details.
‘De manier waarop je informatie op TikTok consumeert, namelijk vliegensvlug van de ene video naar de andere scrollen, betekent dat de kijker geen context meekrijgt’, zegt Chine Labbe van NewsGuard, dat online nepinformatie opspoort.
TikTok erkent het probleem. In een blogpost op 4 maart laat het platform weten: ‘Wij gebruiken een combinatie van technologie en mankracht om ons platform te beschermen.’ Ook zegt het samen te werken met onafhankelijke factcheckers om meer context aan te bieden.
De geïnterviewde experts benadrukken tegenover The Japan Times dat valse informatie welig tiert in alle sociale media, maar dat TikTok tot nu toe achterloopt op Facebook, Instagram of Twitter om desinformatie tegen te gaan.
Chinese berichtgeving over het conflict tussen Rusland en Oekraïne laat zien hoe nieuwszenders en bloggers de rol van China framen. De media verleggen de focus op de verantwoordelijkheid van Beijing naar de onverantwoordelijkheid van Washington.
Nu het conflict tussen Rusland en Oekraïne nog geen tekenen van de-escalatie vertoont en meer dan twee miljoen Oekraïners op de vlucht zijn, is er in de internationale media steeds meer aandacht voor de Chinese reacties op de oorlog.
De ontwikkelingen in Oekraïne vormen een belangrijk thema in de Chinese media. De oorlog, die meestal de ‘speciale militaire operatie’ van Rusland wordt genoemd, wordt in kranten, op socialemediasites en in persconferenties duidelijk in een Chinees perspectief geplaatst.
De Chinese media leggen de nadruk op de rol van de Verenigde Staten en diens westerse bondgenoten, en op het Chinese verzet tegen de ‘Koude Oorlog-mentaliteit’, die de crisis zou hebben aangewakkerd. Het gewelddadige conflict in Oekraïne is een aanleiding voor Chinese media om de betrekkingen tussen China en het Westen te beschouwen, van verleden naar toekomst. De recente ontwikkelingen roepen de herinnering op aan het NAVO-bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado in 1999. Discussies over wat de oorlog in Oekraïne zou kunnen betekenen voor Taiwan, laaien eveneens op.
Bloedschuld
Op 24 februari, toen over de hele wereld het verloop van Ruslands grootschalige aanval op Oekraïne op de voet werd gevolgd, waren op Chinese sociale media twee hashtags trending: ‘De NAVO heeft nog steeds een bloedschuld bij China’ en ‘De NAVO is niet in de positie om China te vertellen wat het moet doen’.
De uitspraken werden op 24 februari gedaan tijdens een persconferentie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De hashtags verschenen later op Sina Weibo, een van de grootste socialemediaplatforms van het Chinese staatsmediakanaal People’s Daily, met respectievelijk 1,2 miljard en 650 miljoen views.
Tijdens desbetreffende persconferentie beantwoordde woordvoerder Hua Chunying vragen over de Oekraïense situatie. Een CCTV-reporter (China Central Television News) refereerde in zijn vraag aan opmerkingen van Ned Price, de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse zaken. Price had gezegd dat China verplicht is Rusland aan te sporen zich terug te trekken om de toestand te laten de-escaleren.
Hua Chunying antwoordde dat China nog niet zo lang geleden vernederd werd door westerse mogendheden en zei dat ‘de VS niet in de positie verkeert om China de les te lezen’. Hua verwees naar het bombardement op de Chinese ambassade in Joegoslavië, waarbij drie Chinese journalisten werden gedood. Ze voegde eraan toe dat ‘de NAVO nog steeds een bloedschuld heeft bij China’.
Meedoen aan de westerse ‘politiek van blokvorming’ om Rusland te veroordelen, daar is China niet in geïnteresseerd
De Chinese woordvoerder veroordeelde de Verenigde staten vanwege hun geschiedenis van overzeese militaire operaties en beweerde dat China vandaag de dag nog steeds geconfronteerd wordt met een ‘reële dreiging’ van de VS en hun bondgenoten. Meedoen aan de westerse ‘politiek van blokvorming’ om Rusland te veroordelen, daar is China niet in geïnteresseerd, concludeerde ze. Een video met de opmerkingen van Hua Chunying kreeg meer dan twee miljoen likes op het Weibo-platform.
De Chinese staatsmedia besteedden veel aandacht aan dit specifieke moment in de persconferentie en zetten daarmee de toon voor de wijze waarop officiële media het conflict tussen Rusland en Oekraïne framen. In het bijzonder werd het Chinese aandeel benadrukt, waardoor het verhaal verschuift van de verantwoordelijkheid van Beijing naar de onverantwoordelijkheid van Washington.
The China Daily schrijft op de voorpagina van 24 februari letterlijk dat de ‘onverantwoordelijke’ Verenigde Staten ‘olie op het vuur van de Oekraïnecrisis gooien’ en beschuldigt Washington ervan de spanningen te vergroten en paniek te zaaien. Jiefang Daily herhaalde diezelfde boodschap en benadrukte dat China handelde als een verantwoordelijke leider die niet wenste aan te zetten tot oorlog.
Belgrado, 1999
Na de Russische inval in Oekraïne begonnen op het internet video’s te circuleren met beelden van de bomaanslag op de Chinese ambassade in Belgrado in 1999. De invloedrijke nieuwssite Guancha.cn was een van de platforms die een korte video deelden met beelden van de nasleep van de dodelijke bomaanslag. Daarin beweert de Amerikaanse regering dat het de bedoeling was geweest om een Joegoslavisch bureau voor bewapening te bombarderen. ‘Die dag vergeten we nooit’, schrijft Guancha.cn, en al snel waren er bloggers die nieuwe content maakten over het incident in Belgrado, waarin ze uitlegden waarom de NAVO het Chinese volk iets schuldig was en waarom de VS niet het recht hebben om China onder druk te zetten om te handelen.
Dit trending topic is veelzeggend over de manier waarop het conflict tussen Rusland en Oekraïne wordt geframed in de Chinese berichtgeving en op sociale media. De vele verhalen en discussies zijn dus in feite niet gericht op wat er zich in Oekraïne afspeelt maar gaan over andere kwesties die zijn ingekaderd in Chinese nieuwsverhalen over de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.
Het NAVO-bombardement op de Chinese ambassade in Joegoslavië is daar een voorbeeld van. Een ander voorbeeld is de status van Taiwan, een nog grotere kwestie die steeds terugkeert in de context van het conflict in Oekraïne.
‘Vandaag Oekraïne en morgen Taiwan?’ is een vraag die steeds terugkeert op Chinese sociale media
Meteen toen Rusland Oekraïne binnenviel, gingen Chinese gebruikers van sociale media de ontwikkelingen vergelijken met de situatie in Taiwan. ‘Vandaag Oekraïne en morgen Taiwan?’ is een vraag die steeds terugkeert. Aan de ene kant zien commentatoren op het internet de snelle invasie van Oekraïne als een waarschuwing aan de Taiwanezen dat de situatie in Taiwan binnen slechts een paar dagen zou kunnen veranderen. Er circuleerde een meme met een varken, ‘Taiwan’ genaamd, dat toekeek hoe een ander varken, ‘Oekraïne’, werd geslacht.
Andere bloggers zien de ontwikkelingen in Oekraïne als een waarschuwing aan het Chinese vasteland: het Westen zou direct of indirect op een conflict aansturen en militaire steun verlenen aan Taiwan, als het Chinese vasteland geweld zou gebruiken om Taiwan tot een ‘hereniging’ te dwingen
Hoewel Chinese autoriteiten al waarschuwden dat het onverstandig is om de parallel te trekken tussen Oekraïne en Taiwan, wordt de vergelijking online wel gemaakt. De zoekindex van Baidu, de populairste zoekmachine in China, laat duidelijk zien hoe zoekopdrachten op het web voor ‘Taiwan’ een piek bereikten op hetzelfde moment dat zoekopdrachten naar de term ‘Rusland-Oekraïneconflict’ ook explodeerden.
Deze trend wordt nog aangewakkerd door berichten in de Chinese staatsmedia over Taiwan. Op 26 februari berichtte het nieuwsplatform Global Times dat de torpedobootjager Ralph Johnson van de Amerikaanse marine door de politiek gevoelige Straat van Taiwan voer. Hoewel Amerika de overtocht ‘routine’ noemt (het oorlogsschip voer in voorgaande jaren ook door de Straat van Taiwan), bestempelt het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken tijdens een persconferentie op 1 maart de actie als een provocerende daad.
De kwestie-Oekraïne is ingelijfd in het debat over de toekomst van Taiwan
Na meer discussies over Taiwan in het licht van de ontwikkelingen in Oekraïne, startte China Central Television News (CCTV) de hashtag ‘De hoop voor de toekomst van Taiwan ligt in nationale hereniging’, een uitspraak van minister van Buitenlandse Zaken Wang tijdens een persconferentie op 7 maart.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukte dat Oekraïne en Taiwan niet te vergelijken zijn vanwege de status van Taiwan als ‘een onvervreemdbaar deel van het Chinese grondgebied’ dat uiteindelijk zal worden herenigd met het vasteland. Toch werd met deze uitspraak de kwestie-Oekraïne ingelijfd in het debat over de toekomst van Taiwan.
Tweedeling
Een andere duidelijke trend in Chinese sociale media-discussies over het conflict in Oekraïne, is de tweedeling tussen ‘anti-oorlog’ en ‘anti-Amerikaans’.
Hoewel er publiekelijk zeker sympathie is voor de slachtoffers van dit conflict, zien de Chinese sociale media een groeiend verzet tegen de anti-oorlogsbeweging. Ze noemen de voorstanders van deze beweging hypocriet en naïef omdat ze nu wel met luide stem deze oorlog veroordelen, terwijl ze bij andere conflicten hun mond dichthielden. Volgens deze redenering worden sterke tegenstanders van de oorlog bestempeld als ‘pro-Amerikaans’.
Een populair-wetenschappelijke blogger (meer dan twaalf miljoen volgers) op Weibo met de bijnaam Occam’s Razor plaatste op 27 februari een meme (afbeelding hieronder) en schreef:
‘Sommige mensen sabelen Rusland neer terwijl ze zelfingenomen prediken tegen de oorlog. Natuurlijk is het goed om anti-oorlog te zijn, en iedereen zou voor wereldvrede moeten opkomen. Maar vraag hun dan ook of ze anti-oorlog waren toen de Verenigde Staten Iran, Irak, Panama, Libië, Joegoslavië of Afghanistan binnenvielen.’
Een meme van de Chinese blogger Occam’s Razor.
Het idee dat de anti-oorlogspredikers een verborgen agenda hebben als ze zich niet ook tegen de Verenigde Staten uitspreken, is zichtbaar in talloze posts en video’s. Ze zijn alomtegenwoordig, niet alleen Weibo maar ook op andere populaire Chinese platforms zoals Bilibili en Douyin. Je vindt er opvallende slogans als: ‘Wie anti-oorlog is maar niet anti-Amerikaans, heeft slechte bijbedoelingen’ en ‘Je bent inhumaan als je anti-oorlog bent maar niet anti-Amerikaans.’
In de laatste jaren kenden de Chinese online media verschillende golven van anti-Amerikanisme. In het najaar van 2021 werd de epische Chinese oorlogsfilm The Battle at Lake Changjin een groot succes. De film, die laat zien hoe Chinese troepen tijdens de Koreaanse oorlog ernstig werden onderschat door de VN-troepen, kwam op een moment van oplopende spanningen tussen de VS en China. Volgens een van de scenarioschrijvers moest de film uitdrukken dat er ‘niet met de Chinezen te spotten viel’. China moest vechten om de ‘imperialistische’ Verenigde Staten en hun bondgenoten te bestrijden, was de boodschap. Anders zouden die buitenlandse grootmachten, die op hen neerkeken, hun macht uitbreiden tot aan de drempel van China en de vreedzame ontwikkeling van de pas opgerichte natie in gevaar brengen.
Chinese media benadrukken hoe andere Aziatische landen het Westen zogenaamd bekritiseren en Rusland steunen
Veel Chinezen suggereren nu ook dat het conflict in Oekraïne een soort ‘Koreaanse is oorlog voor Rusland’. Op sociale media wordt een politieke cartoon gedeeld met de titel ‘Westerse publieke opinie’. Er staan twee televisieschermen op afgebeeld. Het bovenste scherm zoomt in op een grommende beer (Rusland) en een kleine, bange man (Oekraïne). Het scherm daaronder laat de uitgezoomde scène zien en dan wordt duidelijk dat het kleine Oekraïne, gesteund door drie helpers (VS, NAVO en Groot-Brittannië), de moederbeer (Rusland) opjaagt terwijl zij haar haar welpen in het hol beschermt.
Deze aangepaste cartoon werd gedeeld op Weibo, de originele cartoon is van Pusang Gala en is getiteld ‘Wat de media laten zien versus wat er echt gebeurd’.
Online anti-Amerikaanse sentimenten worden ook aangewakkerd door Chinese mediaberichten die benadrukken hoe andere Aziatische landen het Westen zogenaamd bekritiseren en Rusland steunen. Als reactie op buitenlandse druk op Pakistan om Rusland te veroordelen, haalde de Pakistaanse premier Imran Khan uit met de vraag: ‘Wat denk je wel van ons? Zijn wij soms jouw slaaf?’ – Het Chinese mediakanaal Guancha.cn was er snel bij om van het onderwerp een hashtag op sociale media te maken: ‘Pakistan vraagt zich af: zijn we een slaaf van het westen?’. Evenzo promootte het staatsmedium Global Times een van zijn artikelen over Indiase sociale-mediagebruikers die hun steun voor Poetin betuigden met de hashtag ‘Groot aantal Indiase internetgebruikers steunt Rusland sterk’.
Ondertussen plaatste het Engelstalige Twitteraccount van de Global Times een foto van India dat een van zijn historische gebouwen, de Qutub Minar, zou verlichten als steunbetuiging aan Rusland. De tweet bleek misleidend, want in feite werd de Qutub Minar verlicht ter gelegenheid van Jan Aushadhi Diwas om mensen aan te sporen merkloze medicijnen te gebruiken.
Biologische wapens
Op 8 maart, toen de oorlog tussen Rusland en Oekraïne de dertiende dag inging, was een van de trending topics op Chinese sociale media niet de twee miljoen vluchtelingen maar de vermeende ontdekking van zesentwintig Amerikaanse militaire biologische laboratoria in Oekraïne. Hashtag: ‘De 26 Amerikaanse biolabs in Oekraïne zijn slechts het topje van de ijsberg’.
Tijdens een persconferentie sprak het Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Zhao Lijian, zijn bezorgdheid uit over het vermeende bestaan van Amerikaanse biologische laboratoria in Oekraïne en elders en zette vraagtekens bij hun intenties. Volgens Bloomberg waren de Chinese beschuldigingen dat het Amerikaanse leger ‘gevaarlijke’ biolaboratoria exploiteert, een afspiegeling van de Russische afleidingstactiek om de Russische invasie te rechtvaardigen. Maar op Weibo werd het onderwerp binnen enkele uren meer dan 180 miljoen keer bekeken en leidde het tot talloze opmerkingen van Chinese internetgebruikers die de VS veroordelen en antwoorden eisten over de waarheid achter deze biologische laboratoria.
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne domineert de Chinese online media, zonder in te zoomen op wat er vandaag precies op het slagveld plaatsvindt. Uiteindelijk heeft framing door Chinese media en bloggers van het Russisch-Oekraïense conflict veel meer te maken met Beijing eigen strategische ambities in een veranderende internationale gemeenschap dan met Moskou of Kyivv. Dat nieuwsframe bevestigt het Chinese narratief: de pijnlijke herinneringen aan vernedering door dezelfde westerse mogendheden die nu proberen China aan hun kant te krijgen.
Gefrustreerde inwoners van Shanghai zoeken hun toevlucht tot sociale media om hun mening te ventileren en vraagtekens te plaatsen bij het nut van China’s zerocovidbeleid in zijn dichtstbevolkte stad met 26 miljoen inwoners, schrijft AsiaOne. Hoewel de besmettingen naar mondiale maatstaven klein zijn, houdt China vast aan de aanpak om iedereen die positief wordt getest naar een quarantainecentrum of ziekenhuis te sturen. Lockdowns in het oosten van de stad zijn inmiddels uitgebreid naar het westen.
Inwoners van Shanghai delen video’s en foto’s van overvolle, slecht functionerende quarantainecentra en vragen om voedsel en medische hulp vanwege de gebrekkige zorg in de centra.
Toen Fatimah Abdulghafur Seyyah opgroeide in Kashgar, een oasestad in het woestijngebied van Noordwest-China, deed haar familie de deur van hun appartement nooit op slot. Nu hebben ze huisarrest.
Fatimah Abdulghafur Seyyah (41) is geoloog en dichter. Ze is ook Oeigoer, het Turkse moslimvolk dat door de Chinese regering wordt vervolgd. Ze herinnert zich de regio die de Oeigoeren Oost-Turkestan noemen – bij de rest van de wereld bekend als Xinjiang – als een plek waar onbekenden haar voor een kop thee uitnodigden als ze voorbijliep. ‘Ik had nooit het gevoel dat het er gevaarlijk was. Ik kon om elf uur ’s avonds rustig van het huis van mijn vriendin naar mijn eigen huis fietsen. De hele stad voelde als familie,’ zegt ze over haar geboortegrond, die ze op haar achttiende verliet om naar de universiteit te gaan.
Ze praat via een videoverbinding vanuit de Australische stad Sydney, waar ze sinds 2017 woont. Tijdens haar kinderjaren woonde ze in een gebouw van zes verdiepingen, met in de naaste omgeving een ziekenhuis, een busstation, twee winkelcentra en de basisschool waar ze met haar jongere broertje en twee zusjes op zat.
Vijf jaar geleden, toen ze geowetenschappen studeerde aan de University of Wisconsin-Milwaukee, ging midden in de nacht haar telefoon. Het was een voicemailbericht van haar vader via de Chinese berichtenservice WeChat: ‘Dochter, ik moet je dringend iets vertellen, bel me terug.’ Seyyah belde haar vader zodra ze zijn bericht hoorde. Hij nam niet op. Ze heeft nooit meer iets van hem gehoord. In september 2020 kwam ze er via een VN-document achter dat hij was overleden aan ‘ernstige longontsteking en tuberculose op 3 november 2018’.
‘Mijn vader had diabetes en ik ben er vrij zeker van dat hij in het kamp geen medicijnen kreeg en langzaam is afgetakeld’
Seyyah vermoedt dat haar vader in een interneringskamp zat. Naar verluidt worden er meer dan een miljoen Oeigoeren in zulke kampen vastgehouden, en mensen die eruit zijn ontsnapt vertellen over fysieke en geestelijke marteling, massale verkrachting en seksueel misbruik. Diverse landen, waaronder de Verenigde Staten, hebben China beschuldigd van het plegen van genocide.
‘Mijn vader had diabetes en ik ben er vrij zeker van dat hij in het kamp geen medicijnen kreeg en langzaam is afgetakeld,’ vertelt Seyyah vanuit haar werkkamer op de Macquarie University in Sydney. Twee whiteboards achter haar staan vol grafieken en formules, berekeningen voor haar geofysische promotieonderzoek. Seyyah draagt een donkerblauwe kanten blouse en om haar korte blonde haar zit een grote koptelefoon. Het kille kantoorlicht weerkaatst tegen een gouden kettinkje, een cadeau van haar vader, waaraan paar gouden oorbellen van haar moeder hangt.
‘Normaal sociaal leven’
Seyyah kan geen contact opnemen met haar moeder, broer en een van haar zussen (haar andere zus woont in Turkije) maar heeft via via vernomen dat ze thuis gevangenzitten en dat ‘al hun telefoongesprekken en gangen worden gevolgd’. Maar volgens de Chinese autoriteiten heeft haar moeder ‘een normaal sociaal leven’.
‘Het is alsof ik een wees ben,’ zegt Seyyah, die China in 2010, na een bachelor in Changchun, verliet om geologie te studeren in Italië en Duitsland, vervolgens naar de VS verhuisde en vijf jaar geleden in Australië belandde. ‘Ik weet dat ik een enorme achtergrond heb, familie, vrienden, huis, stad, mijn cultuur, noem maar op… die heb ik, maar hij is onbereikbaar.’
Toen ze vernam dat haar vader was overleden eerde ze zijn nagedachtenis in haar eentje door een zwarte jurk aan te trekken, polo te koken (een traditioneel gerecht met rijst en lam) en te dansen op een Oeigoers lied dat haar moeder altijd zong terwijl haar vader danste. Hij was een geweldige danser en een ‘typische Oeigoer’, zegt ze. ‘Heel veerkrachtig, hij bleef nooit langer dan een uur treurig.’ Seyyah herinnert zich de blozende wangen van haar vader en dat zijn zakken altijd vol lekkers voor zijn kinderen zaten.
‘We waren heel sterk gehersenspoeld of “opgevoed” volgens de partijagenda’
Een jaar na de val van de Sovjet-Unie in 1991 opende haar familie een restaurant met livemuziek waar traditionele Oeigoerse kost werd geserveerd, een Oeigoers-Chinese fusion en Russisch brood en gebak. Seyyah was ’s avonds vaak alleen met haar broertje en zusjes terwijl haar ouders zich om de klanten bekommerden. Voor hun avondeten belden de kinderen elke avond naar het restaurant. Tot de klassieke gerechten behoorden polo, laghman (noedelsoep), da pan ji (geroerbakte kip, een gerecht waarvan ze gelooft dat het door het restaurant van haar familie is geïntroduceerd), gosh nan (vleespastei) en haar lievelingsmaal, pitir manta (gestoomde, met lam en ui gevulde knoedels). ‘Dat heb ik nadien nog wel hier en daar gegeten, maar het is gewoon nooit hetzelfde,’ glimlacht ze. ‘Ik mis alles van die plek.’
Maar de stad was verdeeld. De Han-Chinese en Oeigoerse buurten mengden zich niet. Tijdens het repressieve bewind van Xi Jinping sprak Seyyahs familie alleen onder hun eigen dak openlijk over plaatselijke spanningen, en dan nog fluisterend na middernacht.
‘We waren heel sterk gehersenspoeld of “opgevoed” volgens de partijagenda. Dat hoort bij het dagelijks leven. Zelfs op de peuterspeelzaal zongen we: “Partij is moeder, Land is vader, en Partij gaf ons brood.”’
‘Ik wil dat mijn cultuur door de wereld als veerkrachtig wordt beschouwd’
In haar eerste poëziebundel, The Mystery Land (2018), en in drie nieuwe gedichten in opdracht van de New Statesman gebruikt Seyyah Oeigoerse symboliek. ‘Wij hebben het vaak over de lente omdat de lente iets nieuws is na de dode winter.’ Ook gebruikt ze de oceaan in haar weemoedige en beeldende werk, al heeft ze de zee in haar jeugd nooit gezien. ‘Alle woestijnen waren vroeger oceanen,’ zegt ze, en ze ziet die laatste niet alleen als een metafoor voor afstand, maar ook als ‘een arm die ons bijeenhoudt’.
In de laatste strofe van ‘Fossiel en Traan’ staat het beeld van een fossiel voor ‘dit wachten, dit verlangen om herenigd te worden met familie, vrienden, mijn cultuur, het vaderland; het is alsof ik gefossiliseerd raak’, maar de tranen ‘houden dingen fris; ze zijn niet alleen droefenis, maar ook als de lente, als de regen’. Als inspiratiebronnen citeert Seyyah de hedendaagse Oeigoerse dichter Ahmatjan Osman, de negentiende-eeuwse Franse dichter Stéphane Mallarmé, de twaalfde-eeuwse soefidichter Ibn Arabi en de dertiende-eeuwse Perzische dichter Rumi.
Omdat ze is afgesneden van haar achtergrond gebruikt Seyyah poëzie om de Oeigoerse cultuur te bewaren en te voorkomen dat die wordt gekenmerkt door slachtofferschap. ‘Ik ben bang om alleen aan de hand van genocide gedefinieerd te worden,’ zegt ze. ‘Mijn cultuur is zo’n vrolijke, gelukkige woestijn: ze is zanderig, ze is veranderlijk, ze is heet. Mijn vader was altijd een gelukkig mens.’
‘Ik wil dat mijn cultuur door de wereld als veerkrachtig wordt beschouwd. Ze is er al duizenden jaren. Ze zal overleven.’
Sinds je weg bent
We maakten kennis in de duinen
ik viel
voor je eenzaamheid
je afstand tot de wereld
Toen de avond viel en de sterren verlichtte
vertelde je verhalen aan keien
Een oceaan van heengegane golven
leegde zich in jou
In het seizoen waarin je bloemen telde
tussen de bomen
liet ik me je smaken vanaf het balkon
Op dagen met jachtende sneeuw
plukte je nog steeds boeketten voor mij
De zon mengde zich in onze liefde
terwijl hij de deur opende voor de nacht
Terwijl ik me door de woestijnhitte begaf
snakte ik naar de ring van licht die jij bewaarde
Je was een luchtspiegeling die ik opving
ik was de kust die je zocht
Als de vensters vaag verlicht zijn
komen jouw gefluisterde woorden:
Doe de lamp niet uit
Sinds ik weg been
breken de woorden uiteen
Fossiel en Traan
Opdat het niet fossiliseert
tegen de tijd dat jij komt
Wordt mijn gezicht elke dag gekust
door mijn tranen
Voor de meest exquise ontmoeting
wanneer jij komt
Weekt elke dag
mijn gezicht in dageraadlicht
zoals mijn lichaam kracht uit schemer put
Jij zult komen
Om de bloemen te worden in mijn weemoedige haar
Om de fundering te worden die mijn leven lang meegaat
Kom
Zodat ik de pijn in je hart kan genezen
En een oceaan kan maken van onze onuitgesproken woorden
En een haai van onze liefde
Om alle haat te verslinden
Ik zal niet fossiliseren, en jij
Belooft levend naar me toe te komen
Verlangen
Geur van
grijs
violet
roze
zwart en wit vermengd
lichtgeel
De eenzaamheid van een vleugel in vlucht
De schaduw van groene heuvels die door ramen vloeit
Een vlieger om bliksem te vangen
De letter D
Een treingeluid dat uit de ribbeling van de nacht druppelt
Tien meter vanhier in de oceaan
Drijvend precies in het midden
Een maanloze zeilboot
Alles is gezonken
Koud als kristal
De gitzwarte oceaan
Het gekabbel van water
De donkere oceaan
Een traan die vervliegt uit de geuren
De poëziebundel The Mystery Land van Fatimah Abdulghafur Seyyah is verschenen bij de Amerikaanse online-uitgeverij CreateSpace.
‘China en Oekraïne zijn strategische partners; dit jaar is het dertig jaar geleden dat de diplomatieke betrekkingen tussen onze landen werden aangeknoopt. China is een bevriende natie van het Oekraïense volk.’ Dat liet Fan Xianrong, de Chinese ambassadeur in Oekraïne, vorige week weten tijdens een bijeenkomst met het Regionaal Militair Bestuur in Lviv, bericht Aktual24.
‘Als ambassadeur kan ik zeggen dat China altijd een goede bondgenoot voor Oekraïne zal zijn, zowel economisch als politiek. Wij zullen uw staat altijd respecteren en betrekkingen ontwikkelen op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel. Wij zullen de weg respecteren die de Oekraïners kiezen, omdat dit het soevereine recht is van elke natie’, ging Fan Xianrong verder en hij benadrukte dat de Chinese ambassade van Kyiv naar Lviv is verhuisd om aan het werk te kunnen blijven. Volgens de Roemeense nieuwssite Aktual24 hebben de uitspraken van de Chinese ambassadeur tot grote woede in het Kremlin geleid.
Volgens gegevens uit een groot internationaal onderzoek krijgen buitenlandse influencers in China betaald om positieve berichten over het land te verspreiden, waarbij gevoelige onderwerpen worden vermeden. Zelf zeggen de youtubers uit eigen beweging te handelen.
De YouTube-filmpjes van Lee en Oli Barrett over hun uitstapjes in China trekken miljoenen kijkers. Vader en zoon Barrett logeren in hotels op exotische locaties, bezichtigen afgelegen dorpjes, proeven plaatselijke lekkernijen op drukke inheemse markten of laten daar op traditionele wijze hun oorsmeer verwijderen. Dit zijn exponenten van een nieuwe generatie socialemediasterren die een opgeruimd beeld schetsen van het leven als buitenlander in China – en ondertussen ook weerwoord bieden aan de kritiek op het autoritaire beleid, de behandeling van etnische minderheden en de aanpak van corona in het land.
Het zijn filmpjes die er ongedwongen en zelfgemaakt uitzien. Maar wat er vaak achter zit, is een heel apparaat van ambtelijke coördinatoren, staatsmedia en andere steun vanuit de overheid, allemaal in het kader van het groeiende streven van Beijing om pro-Chinese boodschappen de wereld in te helpen. Staatsmedia en lokale overheden organiseren en financieren de reizen van pro-Chinese influencers, zo blijkt uit documenten van de overheid en uitlatingen van de influencers zelf. De overheid biedt aan om voor de filmpjes te betalen en krikt de kijkcijfers op door ze met miljoenen volgers te delen op YouTube, Twitter en Facebook. Met de steun van officiële staatsmedia kunnen de makers bovendien filmen in regio’s van China waar de autoriteiten buitenlandse journalisten het werk juist onmogelijk maken.
‘De mensen zijn heel aardig en doen gewoon hun werk, leiden hun leven’
De meeste van deze youyubers wonen al jaren in China en zeggen dat ze tegenwicht willen bieden aan de steeds negatievere westerse beeldvorming over het land. En de Communistische Partij dicteert hun niet waar ze filmpjes over moeten maken, zeggen ze, dat bepalen ze zelf. Maar ook al zien deze influencers zichzelf niet als onderdeel van een propagandacampagne, ze worden door Beijing wel zo gebruikt. Chinese diplomaten en andere officiële vertegenwoordigers vertonen deze filmpjes op nieuwsconferenties en promoten ze op sociale media. Zes van de populairste van deze influencers hebben op YouTube bij elkaar al meer dan 130 miljoen views en meer dan 1,1 miljoen abonnees verzameld.
Het YouTube-kanaal van Lee en Oli Barret.
Welwillende buitenlandse stemmen zijn een onderdeel van Beijings steeds ambitieuzere pogingen om het debat over China wereldwijd te beïnvloeden. De Communistische Partij schakelt diplomaten en staatsmedia in om haar eigen verhaal te brengen en kritiek te smoren, vaak geholpen door een heel legertje aan schimmige accounts die het bereik van deze berichten op sociale media vergroten. Podia als Twitter en YouTube, door China in eigen land geblokkeerd om de verspreiding van ongewenste informatie tegen te gaan, worden door Beijing zo in feite als megafoon gebruikt om Chinese propaganda de wereld in te sturen.
‘China is de nieuwe supermisbruiker van de mondiale sociale media,’ zegt Eric Liu, een voormalig Chinese internetmoderator. ‘Het doel is daarbij niet om een debat te winnen, maar om chaos en achterdocht te zaaien, tot er van echte waarheid geen sprake meer is.’
Een date met China
Raz Gal-Or begon met het maken van grappige filmpjes toen hij in Beijing studeerde. Inmiddels kijken miljoenen abonnees met de jonge Israëliër mee wanneer hij zowel gewone Chinezen als landgenoten interviewt over hun leven in China. Afgelopen voorjaar bracht hij een bezoek aan de katoenvelden in Xinjiang om beschuldigingen over dwangarbeid in die regio te ontkrachten. ‘Het gaat er hier heel alledaags aan toe,’ zegt hij in zijn reisverslag, nadat hij met een paar van de arbeiders een grote vleesspies heeft gegeten. ‘De mensen zijn heel aardig en doen gewoon hun werk, leiden hun leven.’ Hij rept met geen woord over de interne overheidsdocumenten, getuigenverklaringen en verslagen van journalisten waaruit blijkt dat in Xinjiang honderdduizenden moslims door de autoriteiten in heropvoedingskampen zijn opgesloten.
Het YouTube-kanaal van Raz Gal-Or.
En hij zegt ook niets over de zakelijke banden van hem en zijn familie met de Chinese staat. Want de bestuursvoorzitter van Gal-Ors videobedrijf YChina is zijn vader Amir, een investeerder wiens beleggingsfonds volgens zijn eigen website gegarandeerd wordt door de China Development Bank, een staatsbank. En volgens de website van het door Amir Gal-Or opgerichte Innonation behoren twee Chinese staatsmedia tot de klanten van Ychina. Het hoofdkantoor van YChina bevindt zich in het gebouw van Innonation in Beijing. In e-mails aan ons laatRaz Gal-Or weten dat YChina geen ‘zakelijke contracten’ met staatsmedia heeft en dat de informatie op de website van Innonation ‘onjuist’ is. Hij zegt dat hij in Xinjiang niet door overheidsinstanties is betaald of rondgeleid. De reisverslagen die hij daar maakte gaan volgens hem over ‘het leven, het welzijn en de dromen van gewone mensen’. En ‘wie daar iets politieks in ziet, heeft ongetwijfeld zijn eigen agenda’, voegt hij eraan toe.
‘Ze betalen de reis, de accommodatie, het eten. Maar ze dicteren absoluut niet wat wij moeten zeggen’
Andere influencers geven wel toe dat ze financiële steun van de staat hebben gekregen, al zijn ze daarmee naar hun mening nog geen spreekbuis van Beijing. De in China woonachtige Canadees Kirk Apesland noemt zijn YouTube-kanaal Gweilo 60. (Gweilo is een Kantonees woord voor buitenlander.) Hij weerspreekt daar berichten over de repressie in Xinjiang en voert zijn eigen positieve ervaringen aan als tegenvoorbeeld voor de bewering dat de Chinezen worden onderdrukt. Nadat wij contact met Apesland hadden gezocht, plaatste hij een filmpje getiteld ‘New York Times vs Gweilo 60’. Daarin erkent hij dat hij gratis hotelovernachtingen en geld van gemeentelijke en provinciale overheden accepteert. Hij vergelijkt het met het werk van een promotor. ‘Krijg ik geld voor wat ik doe? Natuurlijk,’ zegt hij. ‘Dit is werk. Ik bereik honderdduizenden mensen met deze video.’ Ook Lee Barrett erkende zoiets in een van zijn video’s. ‘Ze betalen de reis, de accommodatie, het eten,’ zegt hij. ‘Maar ze dicteren absoluut niet wat wij moeten zeggen.’ Oli Barrett heeft niet op onze vragen gereageerd.
Volgens een document waarnaar verwezen wordt in een nieuw rapport van het Australian Strategic Policy Institute (ASPI) heeft de Chinese internetwaakhond circa 30.000 dollar betaald aan een mediabedrijf in het kader van een campagne getiteld ‘Een date met China’, waarin met behulp van ‘buitenlandse internetsterren’ het succes van Beijings armoedebestrijding wordt geprezen. ASPI, dat gefinancierd wordt door onder meer de Australische en Amerikaanse overheid en diverse bedrijven, waaronder leveranciers van militair materieel, heeft al verschillende rapporten over China’s repressieve beleid in Xinjiang gepubliceerd.
Iets complimenteus
Wanneer de YouTubers op kosten van de staat reizen, bepalen hun reisleiders wat ze te zien en te doen krijgen. Lee Barrett en een andere influencer, Matt Galat, voerden onlangs een gelivestreamd gesprek met twee YouTubers uit Mexico over hun stedentrip naar Xi’an voor de staatsomroep China Radio International. De organisatoren van de reis hadden Galat gevraagd iets complimenteus te zeggen over een plek die hij nog niet gezien had, zo vertelde hij in dat gesprek. Dat had hij geweigerd. En tijdens een ander onderdeel van de reis was hij teleurgesteld dat het bezoek aan een heilige berg uit het programma was geschrapt. ‘Ze moesten ruimte maken voor meer propagandabezoekjes,’ zei hij. Galat heeft de stream van het gesprek later weer van zijn kanaal verwijderd. Hij wil niet zeggen waarom.
Het is onduidelijk hoeveel inkomsten dit de makers oplevert. Maar naast geld hebben de Chinese overheidsinstanties ook iets te bieden dat voor een sociale mediaster minstens zo belangrijk is: bezoekersverkeer. De advertentie-inkomsten op YouTube hangen af van het aantal kijkers. En hoe meer kijkers, hoe meer kans de influencers maken op sponsorcontracten van grote merken, zoals een aantal van deze pro-Chinese YouTubers die al in de wacht hebben gesleept.
‘Dictatoriale landen kunnen hun inzichten in het algoritme bundelen en aanwenden om al hun kanalen te promoten’
Gal-Or zette zijn video over de katoenvelden in Xinjiang op 8 april op YouTube, kort nadat Nike, H&M en andere merken in China onder vuur kwamen te liggen omdat ze hun zorg hadden uitgesproken over berichten omtrent Chinese dwangarbeid. Luttele dagen later werd zijn filmpje met Italiaanse ondertitels op Facebook gezet door de Chinese ambassade in Italië, die op Facebook bijna 180.000 volgers heeft. In de weken daarna werden dit filmpje en andere clips van Gal-Or in Xinjiang door minstens vijfendertig accounts van Chinese ambassades en officiële nieuwsdiensten op Facebook en Twitter gedeeld, zo blijkt uit door ASPI verzamelde gegevens die door ons zijn geverifieerd. In totaal hebben al die accounts bij elkaar zo’n vierhonderd miljoen volgers. En de algoritmes van YouTube en Google geven meer gewicht aan video’s die op sociale media breed worden gedeeld.
‘Dictatoriale landen kunnen hun inzichten in het algoritme bundelen en aanwenden om al hun kanalen te promoten,’ zegt Guillaume Chaslot, een oud-medewerker van Google die daar heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van het aanbevelingsalgoritme van YouTube. Volgens Darren Linvill, die aan Clemson University onderzoek doet naar desinformatie in de sociale media, werd de video van Gal-Or op Twitter gedeeld door heel veel accounts met een verdacht kaal profiel. Dat is volgens hem kenmerkend voor een gecoördineerde actie om de verspreiding te bevorderen. Van de 534 accounts die het filmpje van april tot eind juni retweetten, had twee vijfde hooguit tien volgers, zag Linvill. Een op de negen had er nul. En voor negen accounts was dit de allereerste tweet. Op deze manier wordt de digitale voetafdruk van Gal-Or en andere makers vergroot.
Joshua Lam en Libby Lange, studenten aan de universiteit van Yale, hebben een analyse uitgevoerd op een steekproef van bijna 290.000 tweets uit de eerste helft van 2021 waarin Xinjiang werd genoemd. Zo zagen ze dat zes van de tien meest gedeelde YouTube-video’s in de tweets afkomstig waren van de pro-Chinese influencers. YouTube laat ons weten dat het geen aanwijzingen heeft dat deze makers ‘betrokken waren bij gecoördineerde beïnvloedingsoperaties’. YouTube is onderdeel van Google en haalt geregeld kanalen uit de lucht als die op repetitieve of gecoördineerde wijze een bepaalde boodschap uitdragen. Maar daarnaast eist YouTube dat de kanalen voor hun kijkers duidelijk maken welke sponsorcontracten of andere commerciële banden ze met bedrijven hebben. Gevraagd hoe het dan zit met gratis reisjes en betalingen door Chinese staatsmedia laat YouTube weten dat het deze makers op hun verplichtingen zal wijzen.
Transparantie
YouTube probeert de transparantie ook te bevorderen door kanalen van door overheden gefinancierde nieuwsorganisaties als zodanig aan te merken. Maar, zo laat YouTube weten, dat geldt niet voor privékanalen van de werknemers van zo’n organisatie. Zo kunnen sommige YouTubers verhullen dat ze voor Chinese staatsmedia werken. Li Jingjing neemt haar abonnees bijvoorbeeld mee naar de koraalriffen in de Zuid-Chinese Zee en bespreekt de westerse pogingen om China daar een halt toe te roepen. Maar op haar kanaal staat niet vermeld dat ze voor de staatsomroep China Global Television Network (CGTN) werkt.
Net zoals op The China Traveler, het YouTube-kanaal van Stuart Wiggin, nergens te lezen staat dat hij een medewerker is van de Chinese krant People’s Daily. Toch werd hij door een andere Chinese staatskrant, China Daily, als zodanig benoemd in hun reportage over de ‘Date met China’-campagne. In zijn filmpjes uit Xinjiang is Wiggin lyrisch over de regionale keuken en interviewt hij bewoners over de mate waarin hun leven erop vooruit is gegaan. Onderwerpen zoals de heropvoedingskampen komen niet ter sprake. Li en Wiggin hebben geen van beiden op onze vragen gereageerd.
Het YouTube-kanaal van Stuart Wiggin
Galat was een van de populairste pro-Chinese YouTubers, maar heeft het land dit jaar verlaten om op zijn kanaal over andere landen te kunnen berichten. Momenteel doet hij verslag van zijn reizen in de Verenigde Staten. Hij zegt desgevraagd geen spijt te hebben van zijn Chinese filmpjes. Al voor de coronapandemie had de uit Detroit afkomstige Galat vanuit zijn Chinese woonplaats Ningbo een aardige schare kijkers opgebouwd met zijn opgewekte reisverslagen. Toen de piek van de pandemie in China voorbij was, begon hij van allerlei lokale overheden en staatsmedia uitnodigingen voor reisjes te krijgen. Het land probeerde in die tijd de westerse kritiek op de Chinese reactie op de pandemie te pareren. Galat zegt zich ook aan die kritiek te hebben geërgerd.
‘Mensen ervaren graag dramatische en agressieve gevoelens over dingen, en veel van die content trok meer kijkers dan mijn gewone reisverslagen’
Zijn YouTube-filmpjes begonnen politieker te worden. Hij vroeg zich hardop af of het virus misschien uit de Verenigde Staten kwam. Hij trad op als gespreksleider in een discussie over de westerse campagne tegen de Chinese techgigant Huawei. ‘Mensen ervaren graag dramatische en agressieve gevoelens over dingen, en veel van die content trok meer kijkers dan mijn gewone reisverslagen,’ zegt hij. Hij kreeg steeds meer volgers, dit jaar zat hij al ruim over de honderdduizend. Hij erkent dat de hulp van de Chinese staatsmedia heeft bijgedragen aan die groei. En toen zijn reizen voor die media langer werden, kreeg hij er ook voor betaald, zegt hij. Hij wil niet zeggen hoeveel.
De afgelopen zomer heeft hij een reis gemaakt naar Xinjiang die georganiseerd was door de staatsomroep CGTN. ‘Even voor de mensen die China met nazi-Duitsland willen vergelijken,’ zegt hij in een videoverslag van een bezoek aan een museum over de cultuur van de Oeigoerse minderheid. ‘Dacht je dat er in Duitsland voor de oorlog ook musea over de Joodse cultuur waren?’
De kijkcijfers voor zijn filmpjes zijn gedaald sinds ze niet meer over China gaan. Dat vindt hij niet erg, zegt hij. Zijn kanaal zal in de toekomst waarschijnlijk niet meer zo politiek zijn. ‘Ik voel me er niet echt goed bij,’ zegt hij, ‘om een spreekbuis voor grote thema’s te worden.’
Sinds de handel in de zestiende eeuw met China begon, heeft porselein Europese vorsten gefascineerd. Die fascinatie groeide uit tot een obsessieve zoektocht naar het geheime recept van het Chinese aardewerk.
Er was een tijd dat de formule voor het maken van porselein een Chinees staatsgeheim was dat de monarchieën op het Europese continent probeerden te ontdekken, schrijft Olga Martínez in een artikel over de handel in porselein voor de de Spaanse krant La Vanguardia.
Aanvankelijk kende alleen China het recept om porselein te fabriceren. Die kennis moet al vóór de zevende eeuw bekend zijn geweest, want de eerste stukken die bewaard zijn gebleven, stammen uit die periode. Vanaf het begin werden objecten van porselein die niet bedoeld waren voor het hof of voor de binnenlandse markt verhandeld met aangrenzende gebieden in Oost- en Zuidoost-Azië. Een klein deel van de productie kwam met transporten via de oude zijderoute terecht bij de hoven van Turkije, Perzië en India.
Porseleinroute
Het is bekend dat het Westen sinds de Romeinse keizer Augustus (63 v.Chr-14 n.Chr.) toegang had tot Chinees keramiek via de zijderoute. Vanaf de dertiende eeuw werd die handelsroute de ‘porseleinroute’. Maar het zou nog tot de zestiende eeuw duren voordat de eerste directe handel tussen het Westen en China plaatsvond. Dat gebeurde door de handel met Portugal.
De Portugezen arriveerden in 1513 in de kustplaats Kanton, het huidige Guangzhou, en richtten vervolgens een rederij op voor de handel met het Oosten. Het werd de eerste Oost-Indische Compagnie, waarvan het hoofdkantoor was gevestigd op het eiland Macau. Circa een eeuw later, op 20 maart 1602, werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, en daarna volgden Spaanse, Engelse en Amerikaanse tegenhangers, die allemaal waren gevestigd in Kanton.
Vanaf het moment dat het bestaan ervan bekend werd, raakte de wereld verblind door Chinees porselein. Er was niets wat erop leek. Het was een ondoordringbaar materiaal, zowel licht als hard, bestand tegen kalk en zuren en geschikt om voedsel in te bewaren. Het kon gebruikt worden voor elk type servies, aan tafel en in de keuken, voor toiletartikelen, voor poeders, zalfjes en vloeistoffen en het werd dan ook een populair materiaal in de farmacie en de geneeskunde. Door de import via de Oost-Indische Compagnieën verspreidde porselein zich over heel Europa.
Marco Polo beweerde dat porselein werd verkregen uit klei die dertig jaar aan wind, regen en zon moest worden blootgesteld
Eeuwenlang reisden westerlingen naar China in de hoop het geheim van porselein te ontrafelen. Tevergeefs. Elke nieuwe reiziger kwam weer met een andere formule terug dan de vorige en de verhalen over het maken van porselein namen soms bizarre vormen aan. Zo beweerde Marco Polo, die van eind dertiende tot begin veertiende eeuw leefde, dat porselein werd verkregen uit klei die in enorme terpen werd opgehoopt en vervolgens dertig jaar aan wind, regen en zon moest worden blootgesteld.
Voor veel monarchieën in Europa werd het bemachtigen van de kostbare formule voor het vervaardigen van porselein een prioriteit. Niet zo verwonderlijk, want de commerciële mogelijkheden van porselein waren eindeloos en het vereiste enorme bedragen om het spul in te voeren.
De Chinese vorsten waren niet dom en wisten wat ze in handen hadden. Kangxi, keizer van de Qing-dynastie tussen 1661 en 1722, begreep de voordelen die hij kon behalen door de productie van porselein op te voeren. De ontwikkeling van de porseleinsector werd dan ook een van de prioriteiten van zijn regering. Hij liet eerst de porseleinstad Jingdezhen herbouwen en stelde beheerders aan. Deze beambten, waarvan het merendeel bestond uit eunuchen, waren verantwoordelijk voor het bepalen van de productiestrategie en de distributie van goederen.
Industrie
Tot dan toe waren de mooiste stukken voorbehouden aan de vorst, maar nu werd de productie gereorganiseerd. Sommige ovens werden gebruikt om aan de behoeften van het hof te voldoen, met wat ‘keizerlijk porselein’ wordt genoemd, terwijl andere ovens het mogelijk maakten om porselein te produceren voor binnenlands gebruik en voor de export. Het werd een ware industrie.
Alleen al in de stad Jingdezhen woonden en werkten meer dan 1 miljoen mensen die zich allemaal, direct of indirect, wijdden aan de productie van porselein. Rond de 3500 ovens stonden vierentwintig uur per dag aan en elk gezin had een specifieke taak wat betreft de productie.
De volledige formule was slechts bij een klein aantal mensen bekend
Het werk werd onderverdeeld in specialismen. Er waren arbeiders die verantwoordelijk waren voor de pasta, anderen voor de kleuren, het bakken, de decoratie, het controleren van de zegels, de verpakking of het transport. Door deze specialisatie was het mogelijk om het geheim van de porseleinproductie te bewaren; de volledige formule was slechts bij een klein aantal mensen bekend.
Als de porseleinen objecten klaar waren, werd een deel via de Yangzi Jiang vervoerd naar het keizerlijk paleis, of naar het noorden van China, terwijl een ander deel naar Kanton in het zuiden werd vervoerd, vanwaar de galjoenen van de Oost-Indische Compagnieën vertrokken.
De porseleinrage werd zo groot onder Europese aristocraten dat ze het materiaal niet alleen kochten om te gebruiken, maar ook begonnen met het aanleggen van porseleinverzamelingen van bijzondere objecten.
In Spanje bestelde Karel V een blauw-wit Chinees porseleinen servies, en zijn zoon Filips II legde een verzameling aan van zo’n drieduizend stuks. Maar de meest obsessieve verzamelaar van zijn tijd was zonder twijfel Augustus II de Sterke, keurvorst van Saksen (1670-1733). Zijn verzameling groeide uit tot veertigduizend à vijftigduizend stuks porselein.
Met zoveel gretigheid en interesse en met het oog op de buitensporige kosten voor de invoer van porselein, werd het voor veel Europese monarchen een obsessie om hun hoven zelf van porselein te kunnen voorzien.
Europese productie
Sommigen vorsten begonnen met fabrieken die waren gewijd aan onderzoek naar porselein en de vervaardiging ervan. In Spanje werd dat de Koninklijke Porseleinfabriek van het Buen Retiro-paleis in Madrid. In Italië werd in Napels de Capodimonte-fabriek gevestigd en Oostenrijk begon met productie in Palais Augarten in Wenen. Ondanks deze pogingen waren de geproduceerde stukken over het algemeen van beduidend mindere kwaliteit dan hun Chinese equivalenten, en de productiekosten ervan bleven hoger dan die van uit China geïmporteerd porselein.
De formule om porselein te maken was niet langer een staatsgeheim
Uiteindelijk was het de Duitse alchemist Johann Friedrich Böttger (1682-1719) die er na een reeks van beproevingen en met een forse dosis geluk als eerste in Europa in slaagde met een harde pasta porselein te maken dat de Chinese kwaliteit kon evenaren: het zogenoemde Meissen-porselein.
Böttger was daartoe twaalf jaar lang gevangengehouden door Augustus de Sterke in verschillende kastelen in Saksen. In 1712 vond Böttger eindelijk het recept en Augustus vestigde rond die tijd de eerste porseleinwerkplaats in fort Albrechtsburg in Meissen.
Daarmee legde hij de basis voor de Saksische porseleinindustrie en was China zijn alleenheerschappij op het gebied van porselein kwijt. De formule om porselein te maken was niet langer een staatsgeheim en raakte gaandeweg verspreid over alle andere Europese hoven.
Digitale censuur in Cambodja neemt toe. Recent zijn tientallen mensen naar de gevangenis gestuurd voor het plaatsen van grappen, gedichten, foto’s, privéberichten en liedjes op internet. Met een wet die op 16 februari in werking treedt zullen de digitale beperkingen verder toenemen. Internetverkeer, ook vanuit het buitenland, moet dan via een door de overheid beheerd portaal worden gestuurd waar alle serviceproviders verplicht op aangesloten moeten zijn. Zo kan de overheid ingrijpen in netwerkverbindingen die van invloed zijn op ‘het nationaal inkomen, de veiligheid, sociale orde, moraliteit, cultuur, tradities en gewoonten’, schrijft The New York Times.
Overheidstoezicht is overigens al groot in Cambodja. Zo wordt internetverkeer op elk ministerie gecontroleerd door een team dat ‘aanstootgevende’ inhoud moet delen met een misdaadeenheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken, het centrum van het robuuste beveiligingsapparaat. Volgens critici neemt Cambodja met de nieuwe wet een plaats in op de groeiende lijst van landen die China’s autoritaire model van internetsurveillance omarmen, uiteenlopend van Vietnam tot Turkije.
Een vrouw berichtte op het Chinese socialemediaplatform WeChat dat ze door een plotseling opgelegde lockdown opgesloten raakte met een blind date. De vrouw was tijdelijk van Guangzhou naar Zhengzhou gereisd. Hopend op een huwelijk hadden haar ouders daar tien blind dates voor haar geregeld. Een daarvan beweerde goed te kunnen koken ‘en nodigde me bij hem thuis uit’, aldus de vrouw. Tijdens het afspraakje werd de stad plots afgesloten. Daardoor zat ze uiteindelijk vier dagen vast in het huis van haar date, in een situatie die ze ‘niet ideaal’ noemde. Ze schreef dat hij wel elke dag voor haar had gekookt, aldus BBC.
De vrouw is overigens niet de enige in China die recentelijk door een snelle lockdown werd overrompeld. Vorige maand overkwam het een man in Xi’an tijdens een verhuizing. Hij mocht zelfs niet meer naar zijn auto om spullen te pakken en hij moest de buren vragen of hij een dekbed mocht lenen.
Door het aanhoudende wereldwijde tekort aan chips moeten autokopers in China inmiddels maanden wachten op de komst van nieuwe voertuigen. Automerken en fabrikanten van onderdelen hebben moeite om de vraag bij te houden, schrijft South China Morning Post.
Vooral de markt voor elektrische voertuigen (EV’s) wordt extra hard getroffen omdat EV’s meer halfgeleiders gebruiken dan traditionele modellen. Verkoopmanagers van Tesla, de wereldwijde marktleider op het gebied van EV’s, zeiden dat kopers die in Shanghai geproduceerde Model 3- en Model Y-voertuigen bestellen, hun nieuwe auto’s pas aan het einde van het eerste kwartaal zullen ontvangen.
Het chiptekort dwong Chinese autofabrikanten vorig jaar om de productie met ruim 1 miljoen eenheden te verlagen
Ook de levering van modellen die meer chips gebruiken voor hulpsystemen en andere elektronische snufjes, lijdt onder het tekort aan chips. De bevoorradingsproblemen blijven de auto-industrie teisteren nadat 2021 al een problematisch jaar was. Het chiptekort dwong Chinese autofabrikanten vorig jaar om de productie met ruim 1 miljoen eenheden te verlagen. Wereldwijd zorgde het chiptekort ervoor dat er 11 miljoen minder auto’s werden geproduceerd.
De aankondiging van Tesla dat het een showroom heeft geopend in Urumqi, de regionale hoofdstad van Xinjiang, wordt fel bekritiseerd door Amerikaanse mensenrechten- en handelsorganisaties, schrijft Al Jazeera. Xinjiang is de afgelopen jaren een belangrijk conflictpunt tussen westerse regeringen en China; de VN en mensenrechtenorganisaties schatten dat meer dan een miljoen mensen, voornamelijk Oeigoeren en leden van andere moslimminderheden, er in kampen worden vastgehouden.
De grootste Amerikaanse moslimorganisatie zegt dat Tesla met deze stap ‘genocide steunt’
‘Op de laatste dag van 2021 ontmoeten we elkaar in Xinjiang’, kondigde Tesla aan op zijn officiële Weibo-account. De Council on American-Islamic Relations, de grootste Amerikaanse belangenbehartigingsorganisatie voor moslims, zegt dat Tesla met deze stap ‘genocide steunt’.
Intel heeft zijn excuses aangeboden aan partners en klanten in China nadat het lokale leveranciers had laten weten niet langer arbeidskrachten of goederen uit Xinjiang te zullen gebruiken, bericht The Verge. Allerlei landen, waaronder de VS, beperken de handel met Xinjiang vanwege de manier waarop Beijing de islamitische Oeigoerse minderheid in de regio behandelt. Eerder deze maand stelden de VS een verbod in op invoer uit Xinjiang, tenzij kan worden aangetoond dat goederen zijn gemaakt zonder dwangarbeid.
Het besluit zorgde voor woedende reacties op Chinese sociale media
In een jaarlijkse brief aan leveranciers zei Intel dat het ‘verplicht’ was om deze beperkingen op de handel in Xinjiang te volgen en er daarom voor te zorgen dat het niet langer arbeid, goederen of diensten uit de regio betrekt. De brief zorgde voor woedende reacties op Chinese sociale media, en de Chinese popster Karry Wang, voormalig Intel-ambassadeur, verbrak de banden met het bedrijf.
De Chinese markt bedraagt met 20 miljard dollar, een kwart van Intels wereldwijde omzet en er werken ruim tienduizend Chinezen voor het bedrijf.
Een nieuw rapport levert een van de weinige harde bewijzen voor iets wat deskundigen al langer vermoeden: dat Iran een systeem van digitale surveillance over zijn burgers probeert uit te rollen, naar voorbeeld van China en gebruikmakend van Chinese technologie.
Het Chinese bedrijf Tiandy verkoopt zijn bewakingstechnologie aan de Revolutionaire Garde, de politie en het leger van Iran, zo blijkt uit een nieuw rapport van IPVM, een onderzoeksgroep op het gebied van surveillance.
Tiandy is volgens Tate Ryan-Mosley, data- en audiojournalist voor MIT Technology Review, een van ’s werelds grootste bedrijven op het gebied van videobewaking, met een omzet van bijna 700 miljoen dollar in 2020. Het bedrijf verkoopt camera’s en bijbehorende kunstmatige-intelligentiesoftware, waaronder gezichtsherkenningstechnologie en software die naar eigen zeggen ‘het ras van iemand’ kan detecteren.
Het bedrijf zegt zelf vestigingen te hebben in ongeveer zestig landen, maar IPVM schat dat Tiandy’s inkomsten voornamelijk afkomstig zijn uit China. Daar werkt het bedrijf, dat zeer loyaal is aan de Communistische Partij, nauw samen met de Chinese politie. Zo wordt onder meer ‘intelligent beheer’ verzorgd van zogenoemde ‘tijgerstoelen’, waarvan op grote schaal is vastgesteld dat ze worden gebruikt als instrument voor marteling. Ook levert het bedrijf technologie voor het tracken van Oeigoeren.
Tiandy is een belangrijke leverancier van de Chinese regering
Niet bepaald een bedrijf om vrolijk van te worden en het is dan ook niet verwonderlijk dat allerlei alarmbellen afgaan als blijkt dat het levert aan bijvoorbeeld Iran. Zoals Ryan-Mosley schrijft; ‘het rapport biedt een zeldzame blik op enkele specifieke aspecten van China’s strategische relatie met Iran en de manieren waarop het land surveillancetechnologie verspreidt aan andere autocratische staten in het buitenland’.
Volgens Ryan-Mosley is het ‘etniciteit-volgsysteem’ van Tiandy, dat door deskundigen als onnauwkeurig en onethisch wordt bestempeld, een van de vele AI-systemen die de Chinese regering gebruikt om de Oeigoerse minderheid in de provincie Xinjiang te onderdrukken. Dat gebeurt samen met gezichtsherkenningssoftware van Huawei – zoals The Washington Postberichtte – dat stellig elke betrokkenheid in de regio ontkend, en met AI-technologieën voor het opsporen van emoties – waarover BBC al eerder schreef – en nog veel meer.
Uit het rapport, dat is gebaseerd op een analyse van openbaar beschikbare berichten van Tiandy in sociale media en van marketingmateriaal op het web, blijkt dat het bedrijf een vijfjarig contract heeft gesloten met Iran, waar het acht lokale personeelsleden in dienst wil nemen. Het rapport vermeldt ook dat Tiandy weliswaar een particulier bedrijf is, maar dat de CEO, Dai Lin, publiekelijk een pleitbezorger is van de regerende Communistische Partij in China, en dat het bedrijf een belangrijke leverancier is van de Chinese regering.
Tiandy verklaart samen te werken met de Islamitische Revolutionaire Garde en de Iraanse politie
Hoewel het precieze pakket van bewakingsmaterieel dat Tiandy aan Iran zal verkopen onbekend is, trof IPVM Tiandy-camera’s aan bij het Iraanse bedrijf Sairan, een ‘militaire elektronicaleverancier in staatshanden’, en op een niet nader genoemde militaire basis. Tiandy vermeldt deelname aan verschillende projecten in Iran waaronder samenwerking met een afdeling van de Islamitische Revolutionaire Garde en met de politie in de noordelijke stad Khomam.
Belangrijk, aldus Ryan-Mosley, ‘is dat het rapport onthult dat Tiandy’s netwerkvideorecorders (NVR’s) worden gebruikt door het Iraanse leger en worden aangedreven door chips die zijn geproduceerd door de Amerikaanse fabrikant Intel, hetgeen de vraag oproept of het bedrijf de Amerikaanse sancties tegen Iran heeft overtreden’. Penny Bruce, een woordvoerder van Intel, heeft daarover tegen Ryan-Mosley gezegd: ‘We hebben geen kennis van de beschuldigingen en we onderzoeken de situatie.’
Een ontluikend partnerschap
‘Het nieuwe rapport is een van de weinige harde bewijzen voor iets wat deskundigen al langer vermoeden: dat Iran probeert een systeem van digitale surveillance over zijn burgers uit te rollen, naar voorbeeld van China en met gebruikmaking van Chinese instrumenten’, schrijft Ryan-Mosley. Ze haalt Saeid Golkar aan, een expert in Iraanse beveiliging en professor aan de Universiteit van Tennessee, die zegt dat censuur en toezicht de centrale punten zijn in dat model. ‘De Islamitische Republiek wil een internet zoals China heeft, door massale connectiviteit te creëren en die vervolgens te controleren,’ zegt hij.
Volgens Ryan-Mosley loopt Iran al een tijdje mee met China op het gebied van surveillance. ‘Iran was een van de eerste gebruikers van het Chinese systeem voor “sociaal krediet”, een uitgebreid overzicht van de financiële, maatschappelijke en sociale activiteiten van burgers. In 2010 sloot het in Shenzhen gevestigde bedrijf ZTE een overeenkomst ter waarde van 130 miljoen dollar met staatsbedrijf Telecommunication Company of Iran (TCI), waarbij een ZTE-surveillancesysteem werd gekoppeld aan een door de Iraanse overheid beheerde telefoon- en internetinfrastructuur.’
‘Iran heeft al een schokkende staat van dienst als het gaat om het opsluiten en martelen van dissidenten’
In maart van dit jaar sloten China en Iran een akkoord over een vijfentwintigjarig strategisch partnerschap, berichtte The New York Times. Veel details daarvan zijn niet bekend, maar duidelijk is dat het akkoord voorziet in meer militaire en commerciële samenwerking tussen de twee landen. Het IPVM-rapport bevestigt enkele van die details, en laat zien hoe Iran zijn vermogen om burgers te volgen moderniseert.
Volgens Golkar werd een groot deel van het Iraanse veiligheidsapparaat tot voor kort gerund door moderatoren en informanten die sociale mediasites in de gaten hielden, maar dat is snel aan het veranderen. ‘Naarmate Iran meer gedigitaliseerd raakt, ben ik er zeker van dat we meer digitale vormen van onderdrukking en toezicht zullen zien,’ aldus Golkar. ‘Iran heeft al een schokkende staat van dienst als het gaat om het opsluiten en martelen van dissidenten, en de productlijn van Tiandy lijkt zeer geschikt voor het bevorderen van dergelijke praktijken’, voegt Ryan-Mosley daaraan toe.
Golkar vindt het van essentieel belang om in de gaten te houden wat China probeert te verkopen aan andere landen, en aan autocratieën in het bijzonder. ‘Autoritaire regimes volgen China, omdat China het spel leidt. Alles wat China doet, zullen ze kopen of proberen te kopiëren.’
Techno-autoritarisme
‘Het partnerschap tussen Tiandy en Iran markeert escalatie van een zorgwekkende trend’, schrijft Ryan-Mosley, ‘met autoritaire staten die steeds vaker technologieën gebruiken om controle over hun burgers uit te oefenen. Het partnerschap sluit in hoge mate aan bij de diplomatieke strategie van China, dat op agressieve wijze nauwere banden nastreeft met landen in Centraal-Azië, het Midden-Oosten en Afrika. Met de wens de mondiale invloed te versterken door middel van de Nieuwe Zijderoute, sluiten Chinese functionarissen en bedrijven deals om ambitieuze ontwikkelingsprojecten te realiseren, variërend van havens en snelwegen tot digitale infrastructuur. Huawei is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de aanleg van ongeveer 70 procent van de 4G-netwerken op het Afrikaanse continent.’
Onderdeel van deze projecten, aldus Ryan-Mosley, is China’s visie om technologie te gebruiken om de bevolking nauwlettend te volgen. Huawei, Alibaba, ZTE en andere Chinese bedrijven voeren programma’s uit voor ‘veilige en slimme steden’, zoals Financial Timesmeldt; ze zeggen dat hun gebruik van ‘Internet of Things’-toepassingen en visuele technologieën politiediensten helpt.
‘Het exporteren van bewakingssystemen is een essentieel onderdeel van de geopolitieke strategie van China’
Huawei beweert zelfs dat zijn technologieën sinds 2019 in meer dan zevenhonderd steden worden toegepast, schrijft Forbes, met een focus op Azië en Afrika. ‘Simpel gezegd’, vat Ryan-Mosley samen, ‘is het exporteren van bewakingssystemen een essentieel onderdeel van de geopolitieke strategie van China.’
Rusland
Ook Rusland beschikt inmiddels over geavanceerde binnenlandse surveillanceprogramma’s waarvan de export naar andere landen wordt opgevoerd. Moskou implementeerde vorig jaar een van de meest uitgebreide videosystemen ter wereld in openbaar vervoer, op scholen en bij wegen, inclusief gezichtsherkenning.
Dat programma wordt aangestuurd door NTechLab, de oorspronkelijke makers van de app FindFace, een voorloper van moderne gezichtsherkenningssystemen waarmee gebruikers foto’s van gezichten kunnen nemen en die kunnen vergelijken met beelden op het internet. Die neurale netwerken kunnen nu ook met kenmerkende loopjes, silhouetten en auto’s overweg.
‘We willen over de hele wereld werken. We hebben veel projecten in Latijns-Amerika en het Midden-Oosten,’ zei NTechLab-oprichter Artem Kuharenko vorig jaar tegen MIT Technology Review. Hij zei toen ook dat de twee aandachtsgebieden van het internationale werk van NTechLab de detailhandel en ‘veilige en slimme steden’ zijn.
‘Surveillance is geenszins beperkt tot autoritaire staten, en projecten met “veilige en slimme steden” vind je terug in veel democratieën’, betoogt Ryan-Mosley. ‘Maar techno-autoritarisme zal moeilijk te controleren blijken.’ Zoals het rapport IPVM aantoont hebben zelfs uitgebreide sancties tegen Iran niet verhinderd dat de chips van Intel de camera’s van Tiandy aansturen.
‘Het laat zien hoe moeilijk het is om technologiestromen te controleren, vooral wat betreft chips’, zegt Charles Rollet, de auteur van het rapport. ‘De toeleveringsketens op dit gebied zijn complex en voor chipmakers is het moeilijk om precies te controleren waar al hun producten terechtkomen.’
‘Of Rusland en China concurreren of juist samenwerken bij de verspreiding van bewakingssystemen naar staten over de hele wereld is vooralsnog een raadsel’, aldus Ryan-Mosley tot slot. ‘Maar één ding is duidelijk: visuele bewakingstechnologieën zijn een prioriteit in de autoritaire gereedschapskist, en Rusland en China nemen andere landen daarin mee.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.