Tag: China

  • Klimaattop Glasgow: Wereldleiders sluiten akkoord om ontbossing te stoppen

    Klimaattop Glasgow: Wereldleiders sluiten akkoord om ontbossing te stoppen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aantal wereldwijde coronadoden passeert de grens van 5 miljoen

    » Franse krant stopt met peilingen

    Onder andere China, Brazilië en de VS zeggen toe ontbossing tegen te gaan

    Wereldleiders hebben tijdens de klimaattop in Glasgow (COP26), die zondag is begonnen, een akkoord bereikt om ontbossing in de komende tien jaar een halt toe te roepen en het wereldwijde bomenarsenaal te vergroten als onderdeel van een miljardenpakket om de door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen aan te pakken, bericht The Guardian.

    Xi Jinping, Jair Bolsonaro en Joe Biden behoren tot de leiders die zich dinsdag tijdens de conferentie aan de verklaring zullen verbinden om uitgestrekte gebieden te beschermen, van de oostelijke Siberische taiga tot het Kongobekken, waar zich het op één na grootste regenwoud ter wereld bevindt, aldus de Britse krant.

    Boskap is verantwoordelijk voor bijna een kwart van de uitstoot van broeikasgassen

    Boskap is verantwoordelijk voor bijna een kwart van de uitstoot van broeikasgassen, grotendeels als gevolg van landontginning voor landbouwproducten zoals palmolie, soja en rundvlees, schrijft The Guardian. Door de verklaring te ondertekenen, verbinden presidenten en eerste ministers van grote producenten en consumenten van ontbossingsgerelateerde producten zich ertoe de bosecosystemen te beschermen.

  • China’s macht is tanende – en juist dat is gevaarlijk

    China’s macht is tanende – en juist dat is gevaarlijk

    De Chinese president Xi Jinping heeft een meedogenloze centralisering van de macht doorgevoerd ten koste van economische bloei. En zoals de auteurs van Danger Zone: The Coming Conflict with China betogen, worden landen die invloed verliezen des te oorlogszuchtiger.

    Keuze uit het archief

    Op 23 oktober wordt in het 20ste Congres van de Communistische Partij vrijwel zeker Xi Jinping herkozen voor een derde termijn als partijleider. Het ziet er dus naar uit dat er niet veel zal veranderen in het land, en het is volgens veel deskundigen maar zeer de vraag hoe voordelig dat voor China zelf is. En voor de rest van de wereld. Auteurs Hal Brands en Michael Beckley leggen uit dat de slechte economische positie die het land volgens hen heeft, ook voor de rest van de wereld grote nadelen kan hebben.

    Waarom voeren grote mogendheden grote oorlogen? Het conventionele antwoord gaat over uitdagers in opkomst en hegemonen in verval. Een opkomende mogendheid, die tornt aan de regels van de gevestigde orde, haalt een gevestigde mogendheid in, het land dat die regels heeft gemaakt. Spanningen nemen hand over hand toe, krachtmetingen volgen. Het resultaat is een spiraal van angst en vijandigheid die bijna onvermijdelijk op een conflict uitloopt. ‘De groeiende macht van Athene, en de schrik die dit veroorzaakte in Sparta, maakte een oorlog onvermijdelijk’, schreef de oude historicus Thucydides, een gemeenplaats die nu tot vervelens toe voor de rivaliteit tussen de VS en China wordt gebruikt.

    Het idee van de Valstrik van Thucydides, bedacht door politicoloog Graham Allison van Harvard, houdt in dat het gevaar van een oorlog razendsnel zal toenemen wanneer een opkomend China een wegzakkend Amerika inhaalt. Zelfs de Chinese president Xi Jinping haalt dit idee van stal om te betogen dat Washington ruimte moet maken voor Beijing. Terwijl de spanningen tussen de Verenigde Staten en China oplopen, is het geloof dat de wezenlijke oorzaak een dreigende ‘machtsovergang’ is – de vervanging van de ene hegemoon door de andere – inmiddels gemeengoed geworden. 

    Het enige probleem met deze welbekende formule is dat hij niet klopt.

    De Valstrik van Thucydides legt niet echt uit wat de Peloponnesische Oorlog heeft veroorzaakt. Hij gaat voorbij aan de dynamiek die revisionistische mogendheden – of het nu gaat om Duitsland in 1914 of Japan in 1941 – er vaak toe heeft gebracht zich in enkele van de meest verwoestende conflicten uit de geschiedenis te storten. En hij verklaart niet waarom een oorlog een zeer reële mogelijkheid is in de huidige relatie tussen de VS en China, aangezien hij een fundamenteel verkeerde inschatting maakt van de plek waarop China zich momenteel op zijn ontwikkelingscurve bevindt: het punt waarop zijn relatieve macht op een hoogtepunt is en weldra zal beginnen te tanen.

    Periodes van snelle groei overbelasten de ambities van een land

    Er is inderdaad een dodelijke valstrik waar de Verenigde Staten en China in kunnen lopen. Maar die is niet het resultaat van een machtsovergang, zoals het cliché van Thucydides wil. Deze kan het best worden omschreven als een ‘valstrik van een mogendheid op zijn hoogtepunt’. En als we de geschiedenis mogen geloven, is de reden dat hij kan dichtklappen het op handen zijnde verval van China, en niet van de VS.

    Er bestaat een complete literatuur, bekend als de ‘machtsovergangstheorie’, die ervan uitgaat dat een oorlog tussen grote mogendheden vrijwel altijd plaatsvindt op het kruispunt van de opkomst van de ene hegemoon en het verval van de andere. Deze theorie onderschrijft de Valstrik van Thucydides en er zit inderdaad een kern van waarheid in. De opkomst van nieuwe mogendheden werkt steevast destabiliserend. In de aanloop naar de Peloponnesische Oorlog in de vijfde eeuw v.Chr. zou Athene niet zo’n bedreiging voor Sparta hebben geleken als het niet een onmetelijk rijk had opgebouwd en geen superzeemacht was geworden. Washington en Beijing zouden niet in zo’n rivaliteit verwikkeld zijn als China nog arm en zwak was. Opkomende mogendheden breiden hun invloed uit op manieren die bedreigend zijn voor heersende mogendheden.

    Maar de logica die tot oorlog leidt, met name de logica die revisionistische mogendheden ertoe brengt het bestaande systeem op te schudden en wild om zich heen te slaan, is complexer. Een land waarvan de relatieve rijkdom en macht toenemen, zal ongetwijfeld assertiever en ambitieuzer worden. Het zal zijn invloed en prestige wereldwijd willen vergroten. Maar ook al neemt zijn positie gestaag in kracht toe, het zal een dodelijke confrontatie met de heersende hegemoon moeten uitstellen totdat het nog sterker is geworden. Zo’n land moet zich aan de stelregel houden die de voormalige Chinese leider Deng Xiaoping formuleerde voor een opkomend China na de Koude Oorlog: het moet verbergen waartoe het in staat is en rustig zijn tijd afwachten.

    Ander scenario

    Laten we ons nu eens een ander scenario voorstellen. Een ontevreden staat heeft zijn macht en zijn geopolitieke horizon uitgebreid. Maar dan heeft het land zijn hoogtepunt bereikt, misschien doordat de economie vertraagt, misschien doordat zijn eigen assertiviteit een coalitie van vastbesloten rivalen uitlokt, of misschien doordat dit tegelijkertijd gebeurt. De toekomst begint er behoorlijk onheilspellend uit te zien; een gevoel van onbegrensde mogelijkheden maakt plaats voor een gevoel van dreigend gevaar. Onder zulke omstandigheden kan een revisionistische mogendheid op een onverschrokken, zelfs agressieve manier proberen te pakken wat er te pakken valt, voordat het te laat is. De gevaarlijkste baan die een mogendheid in de mondiale politiek kan beschrijven is een langdurige stijging, gevolgd door het vooruitzicht van een scherpe val.

    Zoals we laten zien in ons binnenkort te verschijnen boek Danger Zone: The Coming Conflict with China, voltrekt dit scenario zich vaker dan misschien wordt gedacht. Zo heeft historicus Donald Kagan aangetoond dat Athene zich in de jaren voorafgaand aan de Peloponnesische Oorlog oorlogszuchtiger gedroeg omdat het ongunstige verschuivingen in het machtsevenwicht op zee vreesde, met andere woorden: omdat het bezig was invloed te verliezen ten opzichte van Sparta. In recentere gevallen zien we hetzelfde gebeuren.

    Gedurende de afgelopen honderdvijftig jaar zijn mogendheden op hun hoogtepunt – grote mogendheden die spectaculair veel sneller zijn gegroeid dan het wereldgemiddelde en daarna een ernstige, langdurige vertraging hebben opgelopen – in de regel niet kalmpjes weggekwijnd. Ze werden eerder overmoedig en agressief. Ze onderdrukten afwijkende meningen in eigen land en probeerden aan economische stootkracht te winnen door exclusieve invloedssferen in het buitenland te creëren. Ze stopten geld in hun leger en gebruikten geweld om hun invloed uit te breiden. Dit gedrag veroorzaakt over het algemeen spanningen tussen grote mogendheden. In sommige gevallen leidde het tot rampzalige oorlogen.

    Grote verwachtingen

    Verbazingwekkend is dit niet. Periodes van snelle groei overbelasten de ambities van een land, wekken grote verwachtingen bij de bevolking en maken de rivalen nerveus. Gedurende een langdurige economische bloeiperiode neemt de winst van bedrijven toe en gaan burgers op grote voet leven. Het land wordt een grotere speler op het wereldtoneel. Dan slaat stagnatie toe. Vertragende groei maakt het moeilijker voor leiders om het publiek tevreden te houden. Tekortschietende economische prestaties verzwakken het land ten opzichte van zijn rivalen. Uit vrees voor sociale beroering drukken leiders afwijkende meningen de kop in. Ze voeren wanhopige manoeuvres uit om zich geopolitieke vijanden van het lijf te houden. Expansie lijkt een oplossing, een manier om economische hulpmiddelen en markten te veroveren, om van nationalisme een kruk voor een kreupel regime te maken en buitenlandse bedreigingen af te slaan.

    Veel landen hebben dit pad gevolgd. Toen in de Verenigde Staten de langdurige economische bloei na de Burgeroorlog ten einde liep, onderdrukte Washington met veel geweld stakingen en onrust in eigen land, bouwde een krachtige zeevloot op en breidde in de jaren negentig van de negentiende eeuw op een oorlogszuchtige manier zijn rijk uit. Nadat het snel opkomende keizerlijke Rusland aan het begin van de twintigste eeuw ineen was gestort, onderdrukte de tsaristische regering eveneens binnenlandse onlusten, versterkte haar leger, probeerde koloniale inkomsten te verwerven in Oost-Azië en stuurde een bezettingsmacht van zo’n 170.000 manschappen naar Mantsjoerije. Met spectaculaire gevolgen: Japan liet het niet over zijn kant gaan en versloeg Rusland in de eerste oorlog tussen grote mogendheden in de twintigste eeuw.

    Een eeuw later werd Rusland onder soortgelijke omstandigheden agressief. Toen hij na de financiële crisis van 2008 met een ernstige economische vertraging werd geconfronteerd, viel de Russische president Vladimir Poetin twee buurlanden binnen, probeerde een nieuw Euraziatisch economisch blok te creëren, maakte aanspraak op het grondstofrijke Noordpoolgebied en liet Rusland verder op een dictatuur afkoersen. Zelfs het democratische Frankrijk probeerde wanhopig groter te worden toen zijn naoorlogse economische expansie aan het eind van de jaren zeventig tot stilstand kwam. Het probeerde zijn vroegere invloedssfeer in Afrika weer op te bouwen, stuurde veertienduizend manschappen naar de voormalige koloniën en pleegde in de twee decennia die volgden een tiental militaire interventies.

    Xi heeft zichzelf tot ‘voorzitter van alles’ benoemd

    Al deze gevallen waren gecompliceerd, maar het patroon is duidelijk. Als een snelle opkomst landen in staat stelt zich overmoedig te gedragen, vormt de angst voor verval een sterk motief om nog naarstiger en onbezonnener naar expansie te streven. Hetzelfde gebeurt vaak wanneer snel opkomende mogendheden hun eigen expansie dwarsbomen door het uitlokken van een vijandige coalitie. Enkele van de gruwelijkste oorlogen uit de geschiedenis zijn dan ook uitgebroken toen revisionistische mogendheden concludeerden dat hun pad naar glorie op het punt stond geblokkeerd te worden.

    De rivaliteit tussen Duitsland en Groot-Brittannië aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw wordt vaak vergeleken met de huidige competitie tussen de VS en China: in beide gevallen bedreigde een autocratische uitdager een liberale hegemoon. Maar een meer ontnuchterende parallel is deze: er brak een oorlog uit toen een in het nauw gedreven Duitsland begreep dat het zijn rivalen niet de baas kon zonder te vechten.

    Na de eenwording in 1871 beleefde Duitsland decennialang een grote bloei. De fabrieken spuugden ijzer en staal uit en maakten een eind aan de Britse economische koppositie. Berlijn bouwde het beste leger van Europa en slagschepen die de Britse suprematie op zee bedreigden. In de eerste jaren van de twintigste eeuw was Duitsland een Europese zwaargewicht die een enorme invloedssfeer, een Mitteleuropa, op het continent nastreefde. Ook voerde het onder de toenmalige Kaiser Wilhelm II een ‘wereldbeleid’ dat gericht was op het verwerven van koloniën en mondiale macht.

    Maar in het voorstadium van de oorlog hadden de Kaiser en zijn gevolg er weinig vertrouwen in. Het onbezonnen gedrag van Duitsland zorgde ervoor dat het door vijandige mogendheden werd omringd. Londen, Parijs en Sint-Petersburg vormden een ‘Triple Entente’ om de Duitse expansie een halt toe te roepen. Duitsland verloor in economisch opzicht terrein aan het snel groeiende Rusland; Londen en Parijs legden het land economisch aan banden door zijn toegang tot olie en ijzererts te blokkeren. De belangrijkste bondgenoot van Berlijn, Oostenrijk-Hongarije, werd verscheurd door etnische spanningen. Thuis verkeerde het Duitse autocratische politieke systeem in grote problemen.

    Het onheilspellendst was dat het militaire evenwicht verschoof. Frankrijk breidde zijn leger uit; Rusland versterkte zijn strijdkrachten met 470.000 manschappen en bekortte de benodigde tijd om zich te mobiliseren voor een oorlog. Groot-Brittannië kondigde aan dat het twee slagschepen zou bouwen voor elk slagschip dat door Berlijn werd gebouwd. Duitsland was voorlopig nog de grootste militaire macht van Europa. Maar tegen 1916 en 1917 zou het hopeloos overtroefd worden. Het resultaat was een nu-of-nooitmentaliteit: Duitsland moet ‘de vijand verslaan nu we nog kans op een overwinning maken’, verklaarde chef-staf Helmuth von Moltke, ook al betekende dat ‘het uitlokken van een oorlog in de nabije toekomst’.

    De totale Chinese staatsschuld is tussen 2008 en 2018 verachtvoudigd

    Dat laatste gebeurde toen Servische nationalisten in juni 1914 de Oostenrijkse kroonprins vermoordden. De regering van de Kaiser drong er bij Oostenrijk-Hongarije op aan Servië te vermorzelen, ook al betekende dat een oorlog tussen Rusland en Frankrijk. Daarna viel Duitsland het neutrale België binnen, een essentieel onderdeel van zijn Schieffenplan voor een oorlog op twee fronten, ondanks de kans dat Engeland zou ingrijpen. ‘Deze oorlog zal op een wereldoorlog uitlopen waarin Engeland zal interveniëren,’ erkende Moltke. De opkomst had Duitsland de kracht gegeven om te gokken op een grote rol op het wereldtoneel; het op handen zijnde verval leidde tot de beslissingen die de wereld in een oorlog stortten.

    Het keizerlijke Japan volgde een soortgelijk traject. Gedurende een halve eeuw na de Meiji-restauratie in 1868 was het land gestaag in opkomst. Door het opbouwen van een moderne economie en een nietsontziend leger had Tokio twee grote oorlogen weten te winnen en koloniale privileges verworven in China en op Taiwan en het Koreaanse Schiereiland. Toch was Japan geen hyperoorlogszuchtig roofdier: gedurende de jaren twintig van de vorige eeuw werkte het samen met de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en andere landen aan een coöperatief veiligheidsnetwerk in Azië-Pacific.

    Maar in dat decennium ging er van alles mis. De jaarlijkse groei daalde van 6,1 procent in de periode 1904-1919 naar 1,8 procent in de jaren twintig; daarna verloor Japan zijn overzeese markten als gevolg van de Grote Depressie. De werkloosheid rees de pan uit en failliete boeren verkochten hun dochters. In China werd de Japanse invloed onderwijl op de proef gesteld door de Sovjet-Unie en een opkomende nationalistische beweging onder de toenmalige Chinese leider Tsjang Kai-Sjek. Het antwoord van Tokio was fascisme in eigen land en agressie tegenover het buitenland.

    Vanaf het eind van de jaren twintig pleegde het leger een coup in slowmotion en wendde de nationale tegoeden aan voor een ‘totale oorlog’. Japan bouwde een reusachtig leger op en creëerde met veel geweld een onmetelijke invloedssfeer door in 1931 Mantsjoerije te bezetten en in 1937 China binnen te vallen; ook waren er plannen om overal in Azië-Pacific grondstofrijke koloniën en strategische eilanden te veroveren. Het doel was de stichting van een autarkisch rijk, maar het liep uit op een strategische strop om de nek van Tokio.

    De Japanse invasie in China leidde tot een afstraffingsoorlog met de Sovjet-Unie. De Japanse plannen in Zuidoost-Azië alarmeerden Groot-Brittannië. Door het Japanse streven naar regionale overheersing werden ook de Verenigde Staten een vijand, het land waaruit Tokio bijna al zijn olie importeerde en dat over een onmetelijk veel grotere economie beschikte. Tokio had een overweldigende coalitie van vijanden tegen zich in het harnas gejaagd. En toen zette het land alles op het spel in plaats van vernedering en verval te accepteren.

    Wat de zaak opnieuw in een stroomversnelling bracht, was een drastisch keren van de kansen. In 1941 waren de Verenigde Staten bezig met de opbouw van een onverslaanbaar militair apparaat. In juli vaardigde de toenmalige Amerikaanse president Franklin Roosevelt een olie-embargo uit dat de Japanse expansie een abrupt halt dreigde toe te roepen. Maar Japan had voorlopig nog de militaire overhand in de Stille Oceaan, dankzij zijn vroege herbewapening. Het greep dat voordeel aan voor een bliksemaanval, waarbij Nederlands-Indië, de Filipijnen en andere bezittingen van Singapore tot Wake-eiland werden buitgemaakt en de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour werd gebombardeerd, en tekende daarmee zijn eigen doodvonnis.

    De Japanse kansen op een overwinning waren somber, erkende de toenmalige Japanse generaal Hideki Tojo, maar er was geen andere mogelijkheid ‘dan met de ogen dicht te springen’. Het revisionistische Japan werd op zijn gewelddadigst toen het zag dat zijn tijd opraakte.

    Dat is de echte valstrik waarover de Verenigde Staten zich momenteel zorgen moeten maken in het geval van China, de valstrik waarbij een opkomende supermacht zijn hoogtepunt bereikt en dan de pijnlijke gevolgen van een neergang weigert te dragen.

    De opkomst van China is geen hersenschim: decennialange groei heeft Beijing de economische spierkracht verschaft om te streven naar mondiale macht. Grote investeringen in essentiële technologie en communicatie-infrastructuur hebben het land een sterke positie bezorgd in de strijd om geo-economische invloed; China gebruikt een multicontinentaal Belt and Road Initiative, een Nieuwe Zijderoute, om andere staten in zijn kielzog te trekken. Het alarmerendst, zo tonen rapporten van denktanks en het Amerikaanse ministerie van Defensie, is dat China nu een reële kans maakt om een oorlog tegen de Verenigde Staten in het westelijk deel van de Stille Ocean te winnen.

    Het wekt dan ook geen verbazing dat China ook de ambities van een supermacht heeft ontwikkeld: Xi heeft min of meer aangekondigd dat Beijing zijn soevereiniteit wil laten gelden over Taiwan, de Zuid-Chinese Zee en andere omstreden gebieden, om zo de meest vooraanstaande grootmacht van Azië te worden en met de Verenigde Staten te wedijveren om het wereldleiderschap. Maar al zijn de geopolitieke kansen voor China reëel, de toekomst van het land begint er behoorlijk grimmig uit te zien, doordat het land in hoog tempo de voordelen verliest die de snelle groei mogelijk hebben gemaakt.

    Van rond 1970 tot 2000 was China vrijwel zelfvoorzienend qua voedsel, water en energiebronnen. Het genoot het grootste demografische dividend uit de geschiedenis, met tien volwassenen in de werkzame leeftijd voor elke inwoner van 65 en ouder. (De meeste grote economieën tellen gemiddeld vijf volwassenen in de werkzame leeftijd voor elke bejaarde.) China had een veilige geopolitieke omgeving en gemakkelijke toegang tot buitenlandse markten en technologie, mede dankzij een vriendschappelijke relatie met de Verenigde Staten. De Chinese regering maakte handig gebruik van deze voordelen om een proces van economische hervormingen en openstelling door te voeren en tevens het verstikkende totalitarisme van de Chinese leider Mao Zedong om te smeden tot een slimmere – zij het nog altijd uiterst repressieve – vorm van autoritarisme onder zijn opvolgers. Van de jaren zeventig tot begin jaren tien van deze eeuw had China precies de juiste mengeling van eigenschappen, omgeving, mensen en beleid die nodig was om te gedijen.

    Maar sinds 2010 zijn de aanjagers van de Chinese opkomst ofwel tot stilstand gekomen ofwel volledig omgedraaid. Zo begint China door zijn hulpbronnen heen te raken: water is schaars geworden en het land importeert meer energie en voedsel dan enige andere natie, nadat het zijn eigen natuurlijke hulpbronnen heeft verwoest. Economische groei wordt daarom kostbaarder: volgens gegevens van de DBS Bank kost het momenteel driemaal zoveel input om één groeieenheid te produceren als aan het begin van deze eeuw.

    Ook stevent China af op een demografische afgrond: in de periode 2020-2050 zal het land tweehonderd miljoen volwassenen in de werkzame leeftijd verliezen – een ontstellend aantal, evenveel als de hele bevolking van Nigeria – en er tweehonderd miljoen bejaarden bij krijgen. De fiscale en economische gevolgen zullen rampzalig zijn: alleen al om te voorkomen dat miljoenen senioren zullen sterven door verarming en verwaarlozing zullen de sociale en medische kosten van China moeten verdriedubbelen, van 10 procent van het bnp nu tot 30 procent in 2050.

    Ideologische kern

    Daar komt nog eens bij dat China afstapt van het beleid dat snelle groei bevorderde. Onder Xi is Beijing weer afgegleden naar het totalitarisme. Xi heeft zichzelf tot ‘voorzitter van alles’ benoemd, korte metten gemaakt met iedere schijn van collectief bestuur en steun aan het ‘gedachtegoed van Xi Jinping’ tot de ideologische kern van een steeds rigider wordend regime verheven. Ook heeft hij een meedogenloze centralisering van de macht doorgevoerd ten koste van economische bloei.

    Zombieachtige staatsbedrijven schieten als paddestoelen uit de grond, terwijl particuliere bedrijven snakken naar kapitaal. Objectieve economische analyse wordt vervangen door overheidspropaganda. Innovatie wordt steeds moeilijker, in een klimaat waarin men zich op het belachelijke af aan de ideologie moet conformeren. Ondertussen heeft Xi’s genadeloze anticorruptiecampagne het ondernemerschap ontmoedigd en heeft een stortvloed van politiek gemotiveerde regelgeving vooraanstaande Chinese techbedrijven meer dan een miljard dollar aan beurswaarde gekost. Xi heeft het proces van economische liberalisering dat China’s ontwikkeling aanjoeg niet alleen maar tot stilstand gebracht: hij heeft het volledig in zijn achteruit gezet.

    De economische schade van deze tendensen begint zich op te hopen en komt boven op de vertraging die toch al gepaard zou zijn gegaan met het volwassen worden van een snelgroeiende economie. De Chinese economie kachelt al ruim een decennium achteruit: het officiële groeitempo van het land is gezakt van 14 procent in 2007 naar 6 procent in 2019, en volgens nauwgezette studies ligt het werkelijke groeitempo momenteel eerder op 2 procent. Erger is nog dat het grootste deel van die groei afkomstig is van stimulerende overheidsuitgaven. Volgens gegevens van onderzoeksgroep The Conference Board is de totale factor productiviteit tussen 2008 en 2019 jaarlijks met gemiddeld 1,3 procent gedaald, wat betekent dat China elk jaar meer uitgeeft om minder te produceren. Dit heeft op zijn beurt tot een enorme schuld geleid: de totale Chinese staatsschuld is tussen 2008 en 2018 verachtvoudigd en bedroeg voor de coronacrisis meer dan 300 procent van het bnp. Ieder land dat schulden heeft opgestapeld of productiviteit heeft verloren in een tempo dat het huidige Chinese tempo benadert, is vervolgens met ten minste één ‘verloren decennium’ geconfronteerd geweest of met een economische groei van vrijwel nul.

    Bovendien gebeurt dit alles op een moment dat China’s externe omgeving steeds vijandiger wordt. De combinatie van covid-19, een voortdurende schending van de mensenrechten en een agressief beleid hebben ervoor gezorgd dat de reputatie van China het diepste punt heeft bereikt sinds het bloedbad op het Tiananmenplein in 1989. Landen die zich zorgen maken over de Chinese concurrentie hebben sinds 2008 duizenden nieuwe handelsbarrières opgeworpen tegen Chinese goederen. Meer dan tien landen hebben zich teruggetrokken uit Xi’s Nieuwe Zijderoute, terwijl de VS een wereldwijde campagne voeren tegen belangrijke Chinese techbedrijven, met name Huawei, en rijke democratieën op tal van continenten barrières opwerpen tegen de digitale invloed van Beijing. De wereld maakt het China minder gemakkelijk om te groeien en Xi’s regime ziet zich in toenemende mate geconfronteerd met het soort strategische omsingeling dat Duitse en Japanse leiders ooit tot wanhoop dreef.

    Een goed voorbeeld hiervan is het beleid van de VS. De afgelopen vijf jaar hebben twee Amerikaanse presidenten een ‘concurrentiebeleid’ tegen China gevoerd, wat neerkomt op een nieuwe inperking van de Chinese expansie. De Amerikaanse defensiestrategie richt zich nu geheel en al op het onderdrukken van de Chinese agressie in de westelijke Stille Oceaan; Washington probeert met een scala van technologische en handelssancties de invloed en de kansen op een economische koppositie van Beijing in te perken. ‘Als het grote Amerika je eenmaal als zijn “vijand” ziet, heb je een groot probleem,’ waarschuwde een hoge officier van het Volksbevrijdingsleger. Inderdaad zijn de Verenigde Staten ook begonnen meer wereldwijd verzet tegen China te organiseren, een campagne die vruchten begint af te werpen naarmate meer landen op de dreiging van Beijing reageren.

    In maritiem Azië neemt het verzet tegen de Chinese macht toe. Taiwan voert zijn defensie-uitgaven op en maakt plannen om zich tot een ‘strategisch stekelvarken’ te ontwikkelen in de westelijke Stille Oceaan. Japan getroost zich zijn grootste militaire investeringen sinds de Koude Oorlog en heeft toegezegd de VS te zullen steunen als China Taiwan aanvalt. De landen rond de Zuid-Chinese Zee, met name Vietnam en Indonesië, versterken hun lucht-, zee- en landmacht om het Chinese expansiestreven tegen te gaan.

    Ook andere landen bieden weerstand aan de assertiviteit van Beijing. Australië breidt zijn bases in het noorden uit voor Amerikaanse schepen en gevechtsvliegtuigen, en bouwt conventionele langeafstandsraketten en kernonderzeeërs. India concentreert een grote legermacht aan zijn grens met China en stuurt oorlogsschepen door de Zuid-Chinese Zee. De Europese Unie heeft Beijing als ‘systemische rivaal’ bestempeld en de drie grootste mogendheden van Europa – Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk – hebben smaldelen naar de Zuid-Chinese Zee en de Indische Oceaan gestuurd. Er wordt een veelheid aan multilaterale anti-China-initiatieven ontplooid, zoals de Quadrilateral Security Dialogue en het AUKUS-bondgenootschap van Washington, Londen en Canberra. De ‘multilaterale clubstrategie’ van de VS, zo erkende de oorlogszuchtige en goed geïnformeerde Chinese geleerde Yan Xuetong afgelopen juli, ‘isoleert China en schaadt de ontwikkeling van het land’.

    De samenwerking tegen China vertoont ongetwijfeld nog lacunes. Maar de algehele trend is duidelijk: een scala van actoren bundelt langzamerhand de krachten om de macht van Beijing in te perken. China is, met andere woorden, geen land dat eeuwig in opkomst zal zijn. Het is een sterke, ongelooflijk ambitieuze en in grote problemen verkerende mogendheid waarvan de kansen spoedig zullen keren.

    ‘Digitaal autoritarisme’

    In sommige opzichten is dit alles welkom nieuws voor Washington: een China waarvan de economie vertraagt en dat wereldwijd op steeds meer verzet stuit, zal uitzonderlijk veel moeite hebben om de VS als wereldleider van de troon te stoten, zolang die Verenigde Staten tenminste verenigd blijven en hun kansen niet verspelen. Maar aan de andere kant is het nieuws verontrustender. De geschiedenis waarschuwt dat een China dat over zijn hoogtepunt heen raakt het komende decennium onverschrokkener en zelfs onbesuisder te werk zal gaan om lang begeerde strategische prijzen binnen te slepen voordat zijn kans verkeken is.

    Wat zou dat kunnen betekenen? Afgaande op wat China momenteel doet, krijgen we een aardig idee.

    Nu al verdubbelt Beijing zijn pogingen om een eenentwintigste-eeuwse economische invloedssfeer te creëren, door een dominante rol te spelen op het gebied van belangrijke technologieën zoals kunstmatige intelligentie, quantumcomputing en 5G-telecommunicatie en de daaruit voortvloeiende voorsprong te benutten om staten aan zijn wil te onderwerpen. Ook zal het proberen een ‘digitaal autoritarisme’ te vervolmaken dat in eigen land een onzekere Chinese Communistische Partij in het zadel kan houden en dat de diplomatieke positie van Beijing kan versterken door dat model naar autocratische bondgenoten wereldwijd te exporteren.

    Militair gesproken kan de Communistische Partij nietsontziender te werk gaan bij het veiligstellen van lange, kwetsbare aanvoerlijnen en het beschermen van infrastructurele projecten in Centraal- en Zuidwest-Azië, Afrika en andere regio’s, een rol die sommige haviken in het Volksbevrijdingsleger nu al dolgraag op zich willen nemen. Ook kan China zich assertiever gaan opstellen tegenover Japan, de Filipijnen en andere landen die zijn aanspraken op de Zuid- en Oost-Chinese Zee dwarsbomen.

    Het meest verontrustend is dat China het komende decennium in de verleiding kan komen de kwestie-Taiwan naar zijn hand te zetten, voordat Washington en Taipei hun strijdkrachten voldoende hebben versterkt. Het Volksbevrijdingsleger voert zijn militaire oefeningen in de Straat van Taiwan nu al op. Xi heeft herhaaldelijk verklaard dat Beijing niet eeuwig kan wachten tot zijn ‘afvallige provincie’ in de schoot van de familie terugkeert. Als het militaire evenwicht tegen het eind van de jaren twintig tijdelijk nog verder ten gunste van China verschuift en het Pentagon gedwongen zal zijn verouderde schepen en vliegtuigen terug te trekken, krijgt China misschien een uitgelezen kans om Taiwan te veroveren en Washington een vernederende nederlaag toe te brengen.

    Voor de duidelijkheid: China zal vermoedelijk geen doldrieste veldtocht in heel Azië ondernemen zoals Japan dat deed in de jaren dertig en de vroege jaren veertig van de vorige eeuw. Wel zal het grotere risico’s nemen en grotere spanningen accepteren in zijn expansiedrift. Welkom in het geopolitieke tijdperk van een China op zijn hoogtepunt: een land dat nu al in staat is de gevestigde orde op een gewelddadige manier uit te dagen en waarschijnlijk sneller en harder tekeer zal gaan als het er niet langer op vertrouwt dat het de tijd aan zijn kant heeft.

    De Verenigde Staten zullen dan niet één maar twee taken hebben bij hun benadering van China in het huidige decennium. Ze zullen zich moeten blijven mobiliseren voor een langdurige concurrentie en zullen tegelijkertijd snel te werk moeten gaan om agressie van Beijing op de korte termijn af te wenden. Met andere woorden, veiligheidsriemen vast. De Verenigde Staten hebben zichzelf opgepord om een opkomend China het hoofd te bieden. Nu staan ze op het punt te ontdekken dat een China in verval nog gevaarlijker kan zijn.

  • Taiwan spreekt vertrouwen uit in VS

    Taiwan spreekt vertrouwen uit in VS

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hoe gaat het nu verder met Bolsonaro?

    » Rechtszaak tegen Quantas

    Tsai Ing-wen geeft interview over toenemende spanningen.

    De president van Taiwan spreekt haar vertrouwen uit in de Verenigde Staten om haar eiland te verdedigen tegen China, in een interview uitgezonden op woensdag 27 oktober door de zender CNN. ‘Ik heb vertrouwen, gezien de langdurige relatie die ons met de Verenigde Staten bindt, evenals de steun van het Amerikaanse volk, het Congres en de regering’, zei Tsai Ing-wen, te midden van de toenemende spanningen met Beijing rond het lot van het eiland. 

    De leider zegt dit interview dat de Chinese dreiging ‘elke dag’ toeneemt, en bevestigt voor het eerst, aldus de South China Morning Post, ook de aanwezigheid van Amerikaanse troepen op het eiland ‘voor trainingsdoeleinden’, in de woorden van de Amerikaanse zender.

  • ‘Mogelijk bod’ op Chinese vastgoedreus Evergrande  | Cv-ketel is grote vervuiler in VK

    ‘Mogelijk bod’ op Chinese vastgoedreus Evergrande | Cv-ketel is grote vervuiler in VK

    Gasketel is grote vervuiler in VK

    Volgens een analyse van de Britse ngo Possible produceren de miljoenen particuliere gasketels in het Verenigd Koninkrijk twee keer zoveel CO2 als alle gasgestookte elektriciteitscentrales van het land samen. Dat onderstreept de dringende behoefte aan krachtig overheidsbeleid om snel koolstofarme verwarming door bijvoorbeeld warmtepompen te introduceren, aldus de onderzoekers. Warmtepompen werken op elektriciteit en zijn efficiënter, maar kosten veel meer om te installeren dan gasboilers. Het VK loopt achter op de meeste Europese landen als het gaat om warmtepompen, aldus The Guardian.

    Het energieverbruik thuis zorgt voor ongeveer 15 procent van alle broeikasgassen in het VK

    Voor de analyse werden overheidsgegevens gebruikt om CO2-emissies en luchtvervuiling te schatten die worden geproduceerd door particuliere gasboilers en door elektriciteitscentrales. Zo bleek dat particuliere gasketels in een stad als Leeds dezelfde hoeveelheid CO2 uitstoten als een gascentrale. Het energieverbruik thuis zorgt voor ongeveer 15 procent van alle broeikasgassen in het VK.

    Uit de gegevens blijkt ook dat gasketels thuis acht keer zoveel stikstofdioxide produceren als elektriciteitscentrales. NO2 is een luchtverontreinigende stof die in het VK jaarlijks tienduizenden vroegtijdige sterfgevallen veroorzaakt.

    Lees ook:


    Evergrande schorst handel op beurs van Hongkong op

    De Chinese vastgoedgigant Evergrande, die op de rand van het faillissement staat, heeft volgens South China Morning Post maandag de handel in zijn aandelen op de beurs van Hongkong opgeschort ‘in afwachting van een mogelijke verkoop van een meerderheidsbelang in de vastgoedbeheertak’. Evergrande is de vastgoedontwikkelaar met de ‘hoogste schulden ter wereld’ – maar liefst 300 miljard dollar –, aldus de krant.

    Een mogelijk faillissement van Evergrande zou een groot effect hebben op de Chinese vastgoedsector en banken

    De financiële gemeenschap heeft al enkele weken geen vertrouwen meer in de capaciteiten van het bedrijf om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, en de Chinese regering lijkt niet bereid de groep uit de brand te helpen. Een mogelijk faillissement van Evergrande, dat het op één na grootste vastgoedbedrijf is van China, zou een groot effect hebben op de Chinese vastgoedsector en banken.

    De vastgoedtak van Evergrande verklaarde tegenover SCMP dat ze in afwachting is van een ‘mogelijk algemeen bod’ op haar aandelen.

    Lees ook:


    7000 stappen per dag voor een langer leven

    Om kansen op een lang leven te vergroten moeten we minstens 7000 stappen per dag zetten of meer dan 2,5 uur per week sporten beoefenen als tennis, fietsen, zwemmen, joggen of badminton, zo blijkt uit twee grootschalige nieuwe onderzoeken. De twee onderzoeken, die samen meer dan 10.000 mannen en vrouwen decennialang volgden, tonen aan dat de juiste soort en hoeveelheid lichaamsbeweging het risico op vroegtijdig overlijden met maar liefst 70 procent vermindert. Activiteit boven een bepaald plafond voegt waarschijnlijk geen jaren aan onze levensduur toe en kan in extreme gevallen zelfs schadelijk zijn, schrijft The New York Times.

    Eerder onderzoek suggereerde al dat actieve mensen langer leven dan degenen die zelden bewegen. Maar wetenschappers stelden niet eerder vast in hoeverre beweging al dan niet kan worden geassocieerd met een langere levensduur.

    De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg

    Mannen en vrouwen die ten minste 7000 dagelijkse stappen zetten toen ze aan het onderzoek deelnamen, hadden ongeveer 50 procent minder kans om te overlijden dan degenen die minder dan 7000 stappen zetten. De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg, tot wel 70 procent minder kans op vroegtijdig overlijden bij degenen die meer dan 9000 stappen zetten. Bij 10.000 stappen vlakken de voordelen af. ‘Er was een punt van afnemende meeropbrengst,’ zegt Amanda Paluch, universitair docent kinesiologie aan de Universiteit van Massachusetts Amherst, die een van de twee studies leidde. Mensen die meer dan 10.000 stappen per dag zetten, leefden zelden langer dan degenen die minstens 7000 stappen deden.

  • CCP wil nieuwe generatie Chinezen vormen

    CCP wil nieuwe generatie Chinezen vormen

    De Chinese Communistische Partij, die dit jaar haar honderdste verjaardag viert, laat er steeds minder misverstand over bestaan dat ze zich met het privéleven van Chinese burgers wil bemoeien. Sinds kort zijn het spelen van videogames en het verheerlijken van popcultuursterren nog maar beperkt toegestaan.

    Onder president Xi Jinping heeft de Chinese Communistische Partij de controle over de economie weer op een agressieve manier in handen genomen en enkele van de grootste particuliere bedrijven aangepakt om de naar haar mening buitensporige kapitalistische excessen van een vorig tijdperk terug te draaien.

    Nu laat de partij, die dit jaar haar honderdste verjaardag viert, er steeds minder misverstand over bestaan dat ze zich met het privéleven van Chinese burgers wil bemoeien in een mate die al decennia lang niet is vertoond.

    Begin september maakten partijprominenten bekend dat de hoeveelheid tijd die Chinese jongeren aan onlinegames mogen besteden sterk zal worden bekort. Eerder al waren iconen uit de popcultuur in de ban gedaan en naschoolse bijlessen drastisch beperkt. Al met al staan deze maatregelen voor een verandering in het sociale contract dat dateert van Xi’s twee directe voorgangers en dat inhield dat de partij de persoonlijke vrijheid uitbreidde in ruil voor erkenning van het politieke monopolie van de partij. De partij zegt een actievere rol te willen spelen in de vorming van de nieuwe generatie Chinezen.

    Op maandag 30 augustus noemde staatspersbureau Xinhua de nieuwe regels voor onlinegames een poging om ‘de fysieke en geestelijke gezondheid van minderjarigen te beschermen’, nadat staatsmedia videogames een week eerder ‘opium voor de geest’ hadden genoemd.

    Chinese toezichthouders kondigden aan dat het voor minderjarigen (jongeren onder de achttien) voortaan van maandag tot donderdag verboden zou zijn om online videogames te spelen en dat ze op de andere drie avonden van de week plus de wettelijke feestdagen hooguit een uur lang mochten gamen.

    Internetsmerigheid

    Ook hebben leiders van de Communistische Partij andere door hen als schadelijk beschouwde invloeden op het leven van jongeren aangepakt. Daartoe behoren bijlessen met winstoogmerk die de druk op schoolprestaties verhogen en de industrie van de popcultuur die volgens Beijing heeft geleid tot een ongezonde verheerlijking van beroemdheden die door de staatsmedia als verwijfde mannelijke sterren worden bestempeld.

    Op maandag 30 augustus publiceerde Xinhua een vraaggesprek waarin de redenering achter de nieuwe regels voor videogames uit de doeken werd gedaan. De taal daarvan deed denken aan het idee van ‘een nieuwe Sovjetburger’ dat in de twintigste eeuw in zwang was in Rusland.

    ‘De jeugd vertegenwoordigt de toekomst van het vaderland,’ stond er in het vraaggesprek, waaraan werd toegevoegd dat het garanderen van de gezondheid van Chinese jongeren ‘cruciaal is voor het kweken van een nieuwe generatie mannen die de natie zal verjongen’.

    De recente regeringsfocus op kinderen wordt volgens de partij ingegeven door de vrees dat zij overspoeld raken door een giftige cultuur die verderfelijk is voor hun geestelijke ontwikkeling, hen isoleert van de samenleving en jongens aantast in hun mannelijkheid.

    Het verbod betekent een zware klap voor de entertainmentindustrie

    Xi stipte de nieuwe trend al aan tijdens het jaarlijkse Volkscongres afgelopen maart, toen hij afgevaardigden waarschuwde voor de verslaving aan onlinegames ‘en andere internetsmerigheid’ die een slechte invloed op Chinese jongeren kan hebben.

    De machtige toezichthouder op het internet, het cyberspacebestuur van China, gaf afgelopen juni de aftrap voor de campagne door plannen aan te kondigen voor het beperken van de verheerlijkingscultuur van beroemdheden op het internet. Op vrijdag 27 augustus werd ranking met naam en toenaam van beroemdheden op socialemediaplatforms verboden en alleen nog ranking van hun songs en films zonder vermelding van de makers toegestaan. Meer aandacht voor de uitvoeringen en minder voor de uitvoerders, aldus de richtlijnen.

    Om de rankings van hun favoriete sterren op het Twitterachtige platform Weibo of de short-videoapp Douyin te verhogen, waren groepen fans dikwijls verwikkeld in een koortsachtige competitie om de content over hun favoriete idolen te reposten, liken en becommentariëren. Volgens de autoriteiten leidde deze competitie dikwijls tot onlinetrollen en de excessieve aankoop van door beroemdheden gepromote consumptieartikelen.

    Het verbod betekent een zware klap voor de entertainmentindustrie, die een businessmodel heeft ontwikkeld dat voornamelijk is gebaseerd op het aantrekken van een zo groot mogelijke fanbase en het verhogen van het aantal volgers om de potentiële merkbekendheid te vergroten.

    Mannelijkheid

    De Chinese autoriteiten hebben hun pijlen ook gericht op de invloed van mannelijke beroemdheden met een genderneutrale uitstraling, met als argument dat zij de mannelijkheid van jonge Chinese mannen ondermijnen. Zo publiceerde de staatskrant Guangming Daily onlangs een commentaar waarin de vloer werd aangeveegd met de toenemende ‘niangpao’ oftewel verwijfde popcultuur. ‘De nieuwe tijd heeft behoefte aan een gezonde esthetiek,’ schreef de commentator, verwijzend naar de periode onder het leiderschap van Xi. Een gezonde sociale cultuur is cruciaal ‘in de kritische periode waarin adolescenten hun waardesysteem vormen’.

    Rond diezelfde tijd kondigde in Beijing een groep beroemdheden en officiële vertegenwoordigers van de Chinese filmindustrie een initiatief aan om zich te distantiëren van de ‘verwijfde’ cultuur en alleen nog ‘hoogstaand werk te produceren waarin moed, moraliteit en warmte een hoofdrol spelen’.

    De recente maatregelen zijn onderdeel van ‘een veelomvattend sociaal veranderingsproject’

    De aanvallen op beroemdheden die onvoldoende macho zouden zijn volgden na een notitie van het Chinese ministerie van Onderwijs vorig jaar, waarin werd gewaarschuwd dat jonge Chinese mannen te ‘vrouwelijk’ waren geworden en scholen werden aangemoedigd om sporten als voetbal te promoten en zodoende de ‘mannelijkheid van de scholieren te cultiveren’.

    Pogingen om het leven van de Chinese jeugd vorm te geven beperken zich niet tot entertainment. Afgelopen juli legde de Chinese overheid strenge beperkingen op aan de lucratieve commerciële onderwijsindustrie die een explosieve groei had doorgemaakt als reactie op de wens van ouders om hun kinderen een kontje te geven op de ultracompetitieve scholen van het land. De beperkingen waren bedoeld om gelijke kansen te creëren voor minder rijke gezinnen die zich geen naschoolse en weekendbijlessen konden permitteren, maar ook om veelzijdiger kinderen te kweken of, zoals president Xi het uitdrukte, ‘socialistische bouwers en opvolgers die volledig geschoold zijn in moraliteit, kennis, sport, kunst en arbeid’.

    Veranderingsproject

    In het vraaggesprek van Xinhua over de beperkingen op videogames werd een oproep aan het publiek gedaan om ‘minderjarigen tot meer lichaamsbeweging te stimuleren en actiever te laten deelnemen aan het gemeenschapsleven en een veelheid aan kleurrijke, gezonde en weldadige recreatieve activiteiten’.

    De recente maatregelen zijn onderdeel van ‘een veelomvattend sociaal veranderingsproject’ dat inspeelt ‘op de publieke behoefte aan morele sturing’, zegt Zhan Jiang, gepensioneerd hoogleraar journalistiek aan de Universiteit voor Buitenlandse Studies in Beijing. ‘Zulke initiatieven zullen het publiek aanspreken,’ zegt hij.

    Het is onwaarschijnlijk dat er veel verzet zal komen van de kant van de bedrijven die het meest van de eerdere status quo hebben geprofiteerd. Zo verklaarde onlangs het team dat de leiding heeft over Honor of Kings, een rollenspel voor smartphones dat eigendom is van Tencent Holding Ltd., niet alleen dat het de nieuwe beperkingen zou invoeren maar ook dat het spelers tijdelijk niet langer offline toegang tot het spel zou geven.

    William Ding, bestuursvoorzitter van het internet- en gamebedrijf NetEase Inc., verklaarde tijdens een telefonisch kwartaaloverleg dat de nieuwe regelingen van positieve invloed zullen zijn op de gezondheid en studie van kinderen en voorspelde dat ze weinig financiële gevolgen zullen hebben omdat nog geen procent van de inkomsten van het bedrijf afkomstig is van gamers onder de achttien. ‘Wij zullen dit besluit van harte steunen en strikt uitvoeren,’ zei Ding. ‘Ook hopen we dat de hele industrie dit besluit actief ten uitvoer zal brengen, zodat de Chinese minderjarigen in een gezondere omgeving kunnen opgroeien.’

  • Amazon zoekt 125.000 nieuwe werknemers | Hausse aan cosmetische ingrepen in China

    Amazon zoekt 125.000 nieuwe werknemers | Hausse aan cosmetische ingrepen in China

    Amazon zoekt 125.000 nieuwe werknemers

    Amazon is voor de VS op zoek naar 125.000 nieuwe werknemers in een krappe Amerikaanse arbeidsmarkt. Het bedrijf zal gemiddeld 18 dollar per uur betalen, circa 15,25 euro, meldt CNBC. De nieuwe vacatures komen bovenop de 40.000 banen die het bedrijf eerder deze maand zei te zoeken. Sinds het begin van de pandemie heeft Amazon 450.000 werknemers aangenomen.

    Lees ook:


    Hausse aan cosmetische ingrepen in China

    De vraag naar plastische chirurgie en andere medisch-esthetische behandelingen is de afgelopen jaren enorm toegenomen in China. De markt voor plastische chirurgie in China zal in 2022 naar verwachting groeien tot 300 miljard yuan, circa 39 miljard euro. Ingrepen om de ogen groter te maken of neuzen aan te passen zijn het meest populair, schrijft South China Morning Post.

    In juli stierf een 33-jarige influencer aan complicaties na een mislukte liposuctie

    De sector ligt echter onder vuur van de overheid omdat mensen te weinig worden gewaarschuwd voor risico’s. In juli stierf een 33-jarige influencer aan complicaties na een mislukte liposuctie; een zaak die breed werd uitgemeten in Chinese media.

    Deze week lieten Chinese staatsmedia weten dat het ‘noodzakelijk en dringend’ is om advertenties voor cosmetische chirurgie te reguleren. Volgens een redactioneel commentaar op de website van staatskrant Het Volksdagblad suggereren sommige advertenties onterecht dat een mooi uiterlijk een teken is van ‘hoge kwaliteit’, ‘ijver’ en ‘succes’ en worden verhalen verzonnen dat ‘plastische chirurgie iemands lot verandert’.


    Rwandese vluchteling vermoord

    Een prominent lid van de Rwandese vluchtelingengemeenschap in Mozambique, die al eerder aan de politie had verteld dat er een complot zou bestaan om hem te vermoorden, is vorige week doodgeschoten, bericht BBC. Révocat Karemangingo was luitenant in het Rwandese leger dat in 1994 werd omvergeworpen door troepen onder leiding van president Paul Kagame. Hij vestigde zich in Mozambique als zakenman en hield hij zich niet meer bezig met politiek, zo liet de leider van de vluchtelingengemeenschap weten.

    De Rwandese regering is al vaker beschuldigd tegenstanders die in het buitenland wonen te belagen

    Karemangingo, penningmeester van de Rwandese vluchtelingenorganisatie, was op weg naar zijn huis in de buurt van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo, toen zijn auto maandag in een hinderlaag liep. Volgens de politie werd hij getroffen door negen kogels. Er is nog niemand gearresteerd voor de moord en er zijn geen aanwijzingen voor een motief.

    De Rwandese regering is al vaker beschuldigd tegenstanders die in het buitenland wonen te belagen, maar heeft die aantijgingen altijd ontkend.

    Lees ook:

  • Poetins partij wint ‘verkiezing zonder keuze’ | Evergrande heeft schuld van $300 miljard

    Poetins partij wint ‘verkiezing zonder keuze’ | Evergrande heeft schuld van $300 miljard

    Poetins partij wint verkiezingen, maar wordt ook beschuldigd van fraude

    Het zal niemand verbazen dat de partij Verenigd Rusland van Vladimir Poetin zondagavond afstevende op een duidelijke meerderheid in het parlement, na parlementsverkiezingen waarbij bijna alle anti-Kremlin oppositie werd uitgesloten.

    De regeringspartij behaalde 46,11 procent van de stemmen, terwijl de communisten van de KPRF 21,40 procent van de stemmen behaalden, volgens de resultaten van de helft van de stembureaus. Deze voorlopige uitslag lijkt niettemin een daling te laten zien ten opzichte van 2016, toen Poetins partij 54,2 procent van de stemmen won en de communisten 13,3 procent. Voor de correspondenten van The New York Times in Moskou getuigen deze voorlopige cijfers van ‘de toename van de ontevredenheid onder de Russische bevolking’.

    ‘Stembussen werden volgepropt, ambtenaren verdreven waarnemers uit stembureaus en kiezers werden geïntimideerd’

    De aanhangers van de gevangengenomen oppositieleider Aleksej Navalny zien in de winst van de communisten ook het succes van hun strategie van ‘intelligent stemmen’, waarbij wordt opgeroepen om te stemmen op de kandidaat die het best in staat is om die van Verenigd Rusland te verslaan. ‘Het is een verkiezing zonder keuze’, maar ‘slim stemmen is een goed mechanisme’, vertelde Philipp Samsonov, 32, een fotograaf in de Russische hoofdstad, aan verslaggevers van The New York Times. ‘Ik hoop dat ik op een dag met mijn hart kan stemmen.’

    Om de strategie van Navalny’s aanhangers tegen te gaan, hebben de Russische autoriteiten druk uitgeoefend op Apple en Google, die uiteindelijk de app van de oppositiebeweging die steminstructies geeft vrijdag uit hun appstores hebben verwijderd, meldt Bloomberg.

    Naast de aanvallen op de anti-Kremlin oppositie, werden ‘honderden overtredingen gemeld door waarnemers en kiezers’ tijdens de drie dagen durende verkiezingen, merkt de onafhankelijke Russische nieuwssite Meduza op. ‘Stembussen werden volgepropt, ambtenaren verdreven waarnemers uit stembureaus en kiezers werden geïntimideerd. Zoals gebruikelijk erkende de centrale kiescommissie slechts een handvol onregelmatigheden.’ De commissie beweerde zondag dat de andere meldingen deel uitmaakten van een geplande en met buitenlandse middelen gefinancierde campagne.

    Lees ook:


    Duitse verkiezingen: Scholz (SPD) bevestigt favorietenrol

    De minister van Financiën en vicekanselier Olaf Scholz heeft zondagavond het laatste grote televisiedebat tussen de drie belangrijkste kandidaten gewonnen, een week voor de verkiezingen. Volgens een opiniepeiling van Forsa werd de sociaaldemocraat door 42 procent van de ondervraagden als winnaar van het debat gekozen, terwijl zijn tegenstrever, de leider van de conservatieven, Armin Laschet, slechts 27 procent van de ondervraagden en Annalena Baerbock van de Groenen 25 procent voor zich won.

    Deze laatste zou echter een sleutelrol kunnen spelen bij de vorming van een coalitieregering. Olaf Scholz en Annalena Baerbock, die beiden voorstander zijn van een verhoging van het minimumloon naar twaalf euro, leken zondagavond al een team te vormen, waardoor de indruk ontstond van een ‘twee tegen één debat’, merkt Die Welt op.

    Lees ook:


    Een schuld van 300 miljard dollar

    China Evergrande, de in moeilijkheden verkerende vastgoedreus die inmiddels symbool staat voor schulden en excessen in de op een na grootste economie ter wereld, zei vorige week dinsdag dat het te kampen heeft met ‘enorme’ financiële druk en dat het experts heeft ingehuurd om ‘alle haalbare oplossingen‘ voor herstructurering te onderzoeken, schrijft The New York Times. Het bedrijf is leveranciers, crediteuren en investeerders inmiddels ruim 300 miljard dollar verschuldigd. Na de bekendmaking daalden de aandelen met 12 procent, nadat afgelopen jaar al vier vijfde aan waarde verloren is gegaan. De ontwikkelingen bij de grootste brokkenpiloot van het Chinese bedrijfsleven bedreigen niet langer alleen de vastgoedsector, maar het gehele financiële systeem van China.

    De problemen bij Evergrande wekken twijfel over de Chinese vastgoedmarkt

    Evergrande kreeg de afgelopen weken te maken met paniekerige huizenkopers en experts die waarschuwden voor een dreigend faillissement. De problemen bij Evergrande wekken twijfel over de Chinese vastgoedmarkt, een van de belangrijkste motoren voor economische groei, die tekenen van verzwakking vertoont. Na de onthulling van Evergrande op dinsdag daalden ook de aandelen van andere Chinese projectontwikkelaars.

  • Toyota was koploper verduurzaming, maar verzet zich nu tegen elektrisch rijden

    Toyota was koploper verduurzaming, maar verzet zich nu tegen elektrisch rijden

    De autogigant liep ooit voorop met de hybride Toyota Prius, maar nu de wereld bezig is over te schakelen op elektrische auto’s, vecht het bedrijf tegen klimaatregels in een poging tijd te winnen. ‘Toyota is van een voorloper een achterblijver geworden.’

    De hybride Toyota Prius was een mijlpaal in de geschiedenis van schone auto’s en vond wereldwijd miljoenen kopers die zo hun steentje konden bijdragen aan een schoner milieu en tegelijkertijd op benzine konden bezuinigen. Maar de afgelopen maanden is Toyota, een van de grootste autoproducenten ter wereld, stilletjes de grootste tegenstander van een algehele overstap op elektrische auto’s geworden die volgens voorstanders cruciaal is om de klimaatverandering te bestrijden.

    In juni reisde topman Chris Reynolds van Toyota USA, die de contacten met de Amerikaanse regering onderhoudt, naar Washington voor achterkamertjesgesprekken met Congresleden, en lichtte daarbij Toyota’s agressieve verzet tegen volledig elektrische auto’s toe. Volgens vier ingewijden betoogde hij dat hybrides als de Prius, die zowel benzine als elektriciteit gebruiken, een grotere rol zouden moeten spelen, evenals auto’s die waterstof gebruiken.

    Reden voor die opstelling is een zakelijk dilemma: waar andere autofabrikanten op een toekomst van elektrische auto’s hebben ingezet, mikt Toyota voor de lange termijn op de ontwikkeling van waterstofbrandstofcellen, een technologie die kostbaarder is en een grote achterstand op accu’s heeft opgelopen, en voor de korte termijn op een groter gebruik van hybrides. Dat betekent dat een snelle omschakeling van benzine op elektriciteit funest zou kunnen zijn voor het marktaandeel en de nettowinst van het bedrijf.

    D-kwalificatie

    De recente lobby in Washington volgt op wereldwijde pogingen van Toyota, niet alleen in de Verenigde Staten maar ook in het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie en Australië, om strengere emissienormen voor auto’s en het verplicht stellen van elektrische voertuigen tegen te gaan. Zo hebben leidinggevenden van Toyota’s Indiase poot de doelstelling van de regering aldaar om in 2030 alleen nog de verkoop van volledig elektrische auto’s toe te staan als onuitvoerbaar afgedaan.

    Ook heeft Toyota samen met andere autofabrikanten de kant van de regering-Trump gekozen in een geschil met de staat Californië over de ‘Clean Air Act’, een wet tegen luchtvervuiling, en is het bedrijf een proces tegen Mexico begonnen vanwege brandstofbesparingsregels. In Japan is Toyota in het geweer gekomen tegen CO2-belasting.

    Op het gebied van schone-autoproductie is ‘Toyota van een voorloper een achterblijver geworden’, terwijl andere autoproducenten voortvarend doorgaan met de ontwikkeling van elektrische voertuigen, zegt Danny Magill, analist bij InfluenceMap, een denktank uit Londen die de klimaatlobby van grote bedrijven volgt. InfluenceMap geeft Toyota een ‘D-kwalificatie’, de laagste onder autofabrikanten, en zegt dat het bedrijf politieke invloed uitoefent om openbare klimaatdoelen te ondermijnen.

    In verklaringen zegt Toyota dat het helemaal niet tegen elektrische voertuigen is. ‘Wij zijn het ermee eens dat geheel elektrische voertuigen de toekomst zijn,’ aldus Toyota-woordvoerder Eric Booth. Maar Toyota denkt dat er ‘te weinig aandacht wordt besteed aan wat er gebeurt tussen vandaag, nu 98 procent van de verkochte personen- en vrachtauto’s in elk geval ten dele fossiele brandstof gebruikt, en die volledig elektrische toekomst,’ aldus Booth. Tot die tijd is het volgens Booth logisch dat Toyota zijn bestaande hybrides en plug-inhybrides inzet om de uitstoot te verminderen. Ook waterstoftechnologie zou een rol moeten spelen. En iedere efficiëntienorm ‘zou een realistische inschatting moeten maken van de technologische mogelijkheden en voertuigen betaalbaar moeten helpen houden’, zegt het bedrijf in een verklaring.

    Toyota afficheert zichzelf als een bedrijf dat vierkant achter een groene transitie staat

    Vorig jaar sloot een groep vooraanstaande autofabrikanten in de VS een compromis over uitlaatemissies met de staat Californië, die strengere emissienormen wilde opleggen dan de regering-Trump. Toyota sloot zich niet aan bij dat compromis. Volgens ingewijden betoogde korter geleden de Alliance for Automotive Innovation, een lobbygroep van de auto-industrie, tijdens achterkamertjesgesprekken in Washington dat het compromis met Californië, dat naar verwachting model zal staan voor nieuwe normen van de regering-Biden, in feite niet haalbaar is voor al haar leden. Voorzitter van de lobbygroep is Chris Reynolds, de topman van Toyota USA.

    De regering-Biden wil strengere emissieregels uitvaardigen om de verkoop van elektrische voertuigen te bespoedigen. Ook wordt overwogen het Congres te vragen akkoord te gaan met de investering van miljarden dollars voor de bouw van laadstations en het verlenen van belastingvoordelen voor elektrische personen- en vrachtauto’s.

    Don Steward, een woordvoerder van de Alliance, zegt er niet bekend mee te zijn dat een van de vertegenwoordigers van de lobbygroep het compromis met Californië onhaalbaar heeft genoemd. De groep steunt normen die grofweg het midden houden tussen die van de regering-Trump en de regering-Obama, zegt hij.

    De strategie van Toyota houdt in dat op de lange termijn waterstofbrandstofcellen nog altijd een belangrijke technologie voor personenauto’s zullen zijn, terwijl hybrides de emissies op de korte termijn helpen reduceren. Maar waterstofauto’s blijven kostbaarder, en waterstof als brandstof voor personenauto’s is niet op grote schaal beschikbaar. Intussen hebben verschillende studies aangetoond dat hybrides op de korte termijn minder emissiereductie realiseren. Als grote sponsor van de Olympische Spelen in Tokio heeft Toyota dat podium benut om zijn duurzaamheidsboodschap uit te dragen. De Olympische fakkel brandde gedurende een deel van zijn reis op waterstof en een vloot van gestroomlijnde, door waterstof aangedreven Toyota’s Mirai vervoerde Olympische hoogwaardigheidsbekleders met gezwinde spoed door Tokio. (Overigens heeft het bedrijf toen de zorgen over covid-19 toenamen in Japan alle reclame die verband hield met de Olympische Spelen gecanceld.) 

    Toyota afficheert zichzelf als een bedrijf dat vierkant achter een groene transitie staat, maar in werkelijkheid verzet het zich tegen initiatieven die volgens anderen van doorslaggevend belang zijn voor een groene transitie.

    Politieke donaties

    Naast de lobbyactiviteiten liggen ook de politieke donaties die de Japanse automaker heeft gedaan inmiddels onder een vergrootglas. Vorige maand heeft de Amerikaanse non-profitwaakhond Citizens for Responsibility and Ethics campagnebijdragen onderzocht en geconstateerd dat Toyota dit jaar veruit de grootste geldschieter was van Republikeinen in het Congres die het verkiezingsresultaat van 2020 aanvochten. Volgens een analyse van The New York Times bestrijden minstens 22 van die Congresleden bovendien de wetenschappelijke consensus over de door mensen veroorzaakte klimaatverandering.

    Aanvankelijk verdedigde Toyota zijn donaties, maar later veranderde het bedrijf van koers en zei de donaties te zullen stoppen.

    Eric Booth, de Toyota-woordvoerder, zegt dat Toyota wel degelijk in klimaatverandering gelooft. ‘De meningen die Congresleden hebben geuit zijn… nu ja, voor hun eigen rekening,’ zegt hij. Ook merkt hij op dat politici die er zulke overtuigingen op nahouden eveneens donaties van andere autofabrikanten hebben ontvangen.

    Sommige kenners van de auto-industrie met een lange staat van dienst verbazen zich over deze bevindingen. Toyota hield zich vroeger over het algemeen politiek gedeisd maar heeft zich de laatste tijd als een grote donor en lobbyist ontpopt in Washington. ‘Ze waren echt op de goede weg, vooral met de introductie van de Prius, en ze hebben het nog steeds over klimaatverandering,’ zegt Margot T. Oge, voormalig directeur Luchtkwaliteit en Transport van EPA, het Amerikaanse bureau voor milieubescherming. ‘Maar ze vechten overal op de wereld de bevordering van elektrische voertuigen aan, wat beleidsmakers hindert bij hun pogingen met ambitieuze maatregelen te komen.’

    ‘Waterstof is veelbelovend , maar het loopt momenteel minstens tien jaar achter op accu’s’

    Op papier is Toyota’s benadering van zero-emissievoertuigen, de waterstofbrandstofcel, een ware droom: anders dan met accu’s uitgeruste elektrische voertuigen beschikken deze auto’s over waterstoftanks en brandstofcellen die de waterstof in elektriciteit omzetten. Ze kunnen snel worden bijgevuld en kunnen vele honderden kilometers rijden op een tank, waarbij ze alleen waterdamp uitstoten. En waterstof is in theorie volop aanwezig. Maar een hoge aanschafprijs en een gebrekkige bijvulinfrastructuur hebben de groei van de waterstofeconomie belemmerd, althans voor personenauto’s. Van de Mirai, de in 2014 geïntroduceerde waterstofauto, heeft Toyota er maar elfduizend verkocht. Honda, een andere waterstofpionier, heeft kortgeleden aangekondigd zijn waterstofmodel de nek om te draaien. Volgens veel analisten is waterstoftechnologie geschikter voor lange-afstandstrucks of voor gebruik in energie-intensieve industrieën als staalfabrieken.

    ‘Ik denk dat waterstof veelbelovend is, maar het loopt momenteel minstens tien jaar achter op accu’s,’ zegt David Friedman, vicevoorzitter van de Amerikaanse consumentenorganisatie Consumer Reports. ‘En Toyota zegt: “Nee, we moeten de boel uitstellen, we moeten wachten tot ze klaar zijn met waterstof.” Maar het klimaat kan niet wachten.’

    Ook stelt Toyota dat hybridetechnologie, dus voertuigen die gebruikmaken van een interne verbrandingsmotor en een elektrische motor, de overstap naar volledig elektrische auto’s vergemakkelijkt en sneller meer mensen in schonere auto’s kan krijgen totdat waterstof overal voorhanden is. Toyota heeft dan ook grote investeringen in de hybridetechnologie gedaan. Het bedrijf heeft tot 2050 een toekomstperspectief geschetst dat gedomineerd wordt door hybrides, veel later dan nieuwe auto’s volgens veel analisten uitstootvrij moeten zijn.

    Pick-ups en SUVs

    Toyota verkoopt momenteel geen elektrische voertuigen op grote markten buiten China, maar heeft afgelopen april verklaard dat het van plan is in 2025 wereldwijd een uit zeventig modellen bestaand programma te presenteren dat, om kopers ‘meerdere keuzes’ te bieden, uit vijftien elektrische modellen zal bestaan en voor de rest uit hybrides en waterstofmodellen. De in het Japanse Toyota City gevestigde autofabrikant is achterop geraakt op het gebied van brandstofbesparing omdat men de nadruk heeft gelegd op de verkoop van benzine slurpende pick-ups en SUV’s, waarop de winstmarge groter is. Momenteel bungelt het bedrijf qua zuinige motoren onder aan de Amerikaanse pikorde, samen met General Motors en Ford.

    Jeffrey K. Liker, emeritus hoogleraar industriële en operationele techniek aan de Universiteit van Michigan en auteur van The Toyota Way, zegt dat er andere factoren zijn geweest die de ontwikkelingen bij Toyota hebben vertraagd. Als bedrijf dat beroemd is om zijn behoedzaamheid heeft Toyota onderzoek gedaan naar vastestofaccu’s, die veel veiliger zijn dan de in brede kring gebruikte lithium-ion-accu’s, maar de ontwikkeling van die technologie duurde veel langer dan verwacht, aldus Liker. Ook heeft Toyota gezegd niet dat het niet wil dat er werknemers moeten worden ontslagen of leveranciers failliet gaan door een snelle transitie naar elektriciteit. ‘Daarnaast is Toyota van mening dat landen blindelings inspelen op de elektrische rage, wat volgens hen eerder een vorm van politieke propaganda is dan van weloverwogen planning,’ zegt Liker.

    Er zijn verschillende factoren die Toyota’s koers uiteindelijk kunnen veranderen. Om te beginnen is China, een belangrijke markt voor Toyota, op een agressieve manier van autofabrikanten gaan verlangen dat ze elektrische auto’s produceren. Dat heeft Toyota ertoe aangezet om in coproductie elektrische auto’s te vervaardigen.

    Mary Nichols, die in haar tijd als voorzitter van de California Air Resources Board, de organisatie die toeziet op de luchtkwaliteit van de staat, met Toyota heeft onderhandeld, zegt dat ze zich de afgelopen jaren over Toyota heeft verbaasd. ‘Ik denk dat ze in de loop der jaren echt goede techniek hebben geproduceerd, en dat ze pioniers zijn geweest,’ zegt ze. ‘Maar op dit moment slaan ze de plank volledig mis.’

  • Hoe de laatste kritische krant van Taiwan ten onder ging

    Hoe de laatste kritische krant van Taiwan ten onder ging

    Apple Daily was ooit de succesvolste krant van Taiwan, met een combinatie van roddelnieuws en onverschrokken onderzoeksjournalistiek. Maar door politieke druk bleven adverteerders weg en kwam de krant in financiële problemen.

    VRIJDENKERSFESTIVAL: TEGEN DE MACHT

    Van 28 tot en met 31 oktober vindt in De Balie in Amsterdam het Vrijdenkersfestival plaats, met dit jaar als thema ‘tegen de macht’. Vier dagen lang programma’s over en met vrijheidsstrijders en dissidenten. Kunst, discussie en verhalen met nationale en internationale journalisten en vrijdenkers die zich verzetten tegen een totalitair regime. Is Amsterdam nog altijd een veilig toevluchtsoord voor dissidenten en andersdenkenden? Welke vrijheden staan bij ons op het spel? Wat betekent het om tegen de stroom in te zwemmen, en hoe hou je dat vol?

    Op zaterdag 29 oktober wordt in De Balie om 15:00 de film The Hong Konger vertoond, waarin we kennismaken met Jimmy Lai, een mediatycoon en voorvechter van de Hongkongse beweging tegen de Chinese Communistische Partij.

    Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.

    Op een avond in mei trok Marty Chang, een ervaren grafisch ontwerper, voor de laatste keer de deur achter zich dicht bij de krant waarvoor hij ruim vijftien jaar had gewerkt en bijna duizend voorpagina’s had opgemaakt: de Taiwanese Apple Daily. Hij vertrok met al zijn spullen uit het kantoor van het dagblad dat ooit door alle Taiwanezen werd gelezen, van gewone burgers tot ambtenaren en zakenlui. Op zijn hoogtepunt had de krant, op dit eiland met 23 miljoen inwoners, een oplage gehad van 700.000 exemplaren.

    Op 18 mei had Apple Daily aangekondigd alleen nog verder te gaan als onlinekrant en het personeelsbestand te halveren. De Hongkongse zusterkrant werd vijf weken later, op 24 juni, helemaal opgeheven. Next Digital, het Hongkongse moederbedrijf van beide kranten, heeft de aandelenbeurs in Hongkong inmiddels laten weten dat het in gesprek is met mogelijke kopers voor de Taiwanese krant.

    Politieke druk

    ‘Er waren wel voortekenen, maar we hadden geen idee dat het zo snel zou gaan,’ zegt Chang. ‘De advertentie-inkomsten liepen al een tijdje sterk terug, mede door politieke druk op de reclamebureaus en de grote merken, die niet meer in de krant durfden te adverteren uit vrees voor politieke represailles.’

    Jimmy Lai, de oprichter van Next Digital, het moederbedrijf van Apple Daily en Next Magazine, zit in Hongkong achter de tralies vanwege zijn steun aan de demonstraties voor democratie. De mediamagnaat bezat verschillende kranten, tijdschriften en videoplatforms in Hongkong en heeft de afgelopen twintig jaar ook een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de werkwijze en de normen en waarden van de Taiwanese mediasector. Vanaf 1 juli 2021 zal Next Digital al zijn activiteiten staken.

    Begin deze eeuw betrad Lai met zijn Hongkongse Next Digital ook de Taiwanese markt. Next Magazine, een weekblad dat roddels combineerde met onderzoeksjournalistiek, ging in het eerste nummer meteen van start met een onthulling over de schoonzoon van Taiwans toenmalige president Chen Shui-bian, die in 2001 een langdurige relatie had verbroken om met de dochter van de president te kunnen trouwen. In mei 2003 opende Apple Daily met een bericht over de eerste arts die was overleden aan SARS. In de jaren daarna werden in de krant talloze schandalen en andere maatschappelijke en economische kwesties rondom politici, zakenlui en mediapersoonlijkheden aan de kaak gesteld.

    ‘De mediasector is keihard, om je daarin staande te houden moet je zo meedogenloos zijn als ik’

    Barry Lam, de topman van Quanta Computer, en Terry Gou, de oprichter van de Foxconn Technology Group, trachtten allebei te verhinderen dat Lais verslaggevers in hun privéleven doken. ‘De mediasector is keihard, om je daarin staande te houden moet je zo meedogenloos zijn als ik,’ zei Lai ooit in een interview voor Next Magazine. ‘Als ik belang zou hechten aan vrienden, en aan hoe mensen mij zien, zou ik niet in de media zitten. Maar het mag niet zo zijn dat mijn media nieuws over mensen stilhouden omdat het mijn vrienden zijn.’

    Het was Next Magazine dat in 2002 voor het eerst berichtte over het omstreden ‘nationale veiligheidsfonds’ van oud-president Lee Teng-hui, een dag nadat de autoriteiten een inval hadden gedaan bij de journalist thuis en op zijn werk. Het blad haalde die week een recordoplage van 320.000 exemplaren. En verslaggevers van Apple Daily gingen maandenlang undercover om onderzoek te doen naar een grote vleesleverancier die het gewicht van koeien verhoogde door water bij ze in te spuiten. Een tien maanden durend onderzoek naar frauduleuze landbouwgrondspeculatie werd in 2020 bekroond met de SOPA Scoop Award. De krant was voor de duvel niet bang; Pei Wei, die er vijftien jaar de leiding had, kreeg meer dan tweehonderdvijftig rechtszaken aan zijn broek.

    Apple Daily deinsde er nooit voor terug om kritische verhalen over politici of bedrijven te publiceren

    ‘Lai is zonder meer de ziel van Apple Daily,’ zegt Louis Hou, die als onderzoeksjournalist bij de krant heeft gewerkt. ‘Hij belichaamt die onverschrokken weigering om te buigen voor de macht. Apple Daily deinsde er nooit voor terug om kritische verhalen over politici of bedrijven te publiceren, als de feiten maar grondig waren nagetrokken. En Lai gaf zelf het goede voorbeeld.’

    Er was ook wel kritiek op de sensatiebeluste aanpak van de krant, die de heersende journalistieke mores aan zijn laars lapte. Lai had zich de paparazzicultuur eigen gemaakt. Hij verleidde zijn lezers met sappige roddels, smeuïge nieuwtjes en veel primeurs – alles waarvoor je bij de saaie United Daily en China Times al vijftig jaar aan het verkeerde adres was – en zette daarmee in bepaalde kringen kwaad bloed. Bij een vooraanstaand financieel tijdschrift in Taiwan gold de ongeschreven regel dat ze nooit oud-werknemers van Next Digital in dienst namen, want dat waren roddeljournalisten, geen serieuze verslaggevers.

    Maar de Apple Daily was niet te stuiten en werd de grootste en invloedrijkste krant in Taiwan, die in 2009 zijn hoogste gemiddelde oplage van 510.000 exemplaren bereikte. De afgelopen tien jaar kampte de krant echter met teruglopende inkomsten. Volgens het jaarverslag over 2019 telde de online-editie dat jaar twaalf miljoen niet-terugkerende bezoekers. En concurrenten hadden de succesformule inmiddels gekopieerd. Liberty Times, United Daily en China Times stapten allemaal over op schreeuwerige koppen, grotere foto’s en vlotter taalgebruik – en veel roddels en beroemdheden.

    Revolutionaire verandering

    Ho Hsu-chu, voormalig redacteur bij Apple Daily en tegenwoordig hoofd van de vakgroep Journalistiek en Communicatie aan de Katholieke Universiteit Fu Jen in Taipei, heeft de opkomst en invloed van Next Digital in kaart gebracht. ‘Vroeger gaven de media alleen informatie waarvan zijzelf vonden dat het publiek die moest krijgen,’ zegt Ho. ‘Next Digital zag het als zijn hoofdtaak om het publiek ter wille te zijn. Het had succes door nieuws te brengen dat mensen willen lezen. Iedereen probeerde van Apple te leren.’

    ‘Iedereen schrok zich twintig jaar geleden kapot van de opkomst van Next Magazine en Apple Daily,’ zegt een redacteur die onder meer voor Next TV heeft gewerkt. ‘Een tijdlang moesten hoofdredacteuren van andere kranten Apple Daily en Next Magazine lezen om erachter te komen wat ze hun eigen journalisten moesten laten doen. Want daar wisten ze hoe ze aan primeurs konden komen.’

    Lea Yang, een van de Apple Daily-medewerkers van het eerste uur, weet nog goed dat men zich in het vak aanvankelijk erg ‘terughoudend’ opstelde tegenover Lai, maar dat er wel meteen het gevoel heerste dat hier een revolutionaire verandering was ingezet. ‘Als verslaggever bij Next Digital hoef je je geen zorgen te maken als je gevoelig nieuws hebt, ook niet als het om vooraanstaande personen gaat, zolang je maar weet dat je de waarheid brengt,’ zegt Yang. ‘Als je reportage tot rechtszaken leidt, schieten de advocaten van het bedrijf je te hulp, zelfs als je al niet meer voor ze werkt.’

    Yang vertelt dat Lai persoonlijk toezag op de verslaggeving bij de Apple Daily. Ze herinnert zich de post-its die hij in de begindagen van de Taiwanese krant op de pagina’s plakte. ‘Hij vroeg ons waarom we alleen nieuws brachten over grote techbedrijven die ver van de lezers af stonden,’ zegt ze. ‘Dus begonnen we ook over kleinere en middelgrote bedrijven te schrijven. En als we goede restaurants bespraken, waarom zetten we daar dan niet meteen een routebeschrijving bij?’

    ‘Lai wilde lezers trekken met gevarieerde en onthullende verhalen,’ zegt Yang. ‘Sommige dingen in de Apple Daily waren heel vernieuwend. Ik weet nog dat we met een team alle handelsbeurzen van de wereld afgingen, ook al liep dat enorm in de kosten.’

    De filosofie van Next Magazine: ‘We gaan voor de waarheid, niet voor diepgang’

    In de tweede helft van het eerste decennium breidde Lai zijn Taiwanese media-imperium uit met Next Animation Studio en Next TV. De animaties trokken wereldwijd de aandacht toen CNN de filmpjes liet zien waarin Next Digital de perikelen rond de buitenechtelijke affaires van Tiger Woods en diens ruzies met zijn vrouw had verbeeld. De Amerikaanse talkshowpresentator Conan O’Brien vond het knap dat ze in 48 uur animaties wisten te maken waar zijn eigen team zes weken over deed.

    Kritiek was er ook: sommige mensen waren bang dat het breed uitmeten van misdaden en rampen alleen maar tot pornografie en geweld zou aanzetten en een slechte invloed zou hebben op vooral tieners. De slogan van Next TV was: ‘Ik heb lef en ik ga ervoor.’ En de filosofie van Next Magazine: ‘We gaan voor de waarheid, niet voor diepgang.’

    Op het hoogtepunt had alleen al de Taiwanese editie van Apple Daily zo’n honderd grafisch ontwerpers in dienst. ‘We moesten nieuwsberichten binnen drie tot vier uur van pakkende beelden voorzien,’ zegt Chang. ‘Critici vonden de verslaggeving en de opmaak van de Apple Daily veel te sensatiebelust, maar wij wilden gewoon eerlijk verslag doen van wat er gebeurde.’

    De stijl van de krant heeft de leesgewoonten van de Taiwanezen veranderd. ‘Op een dag kwam het woord “verkracht” wel dertien keer in de koppen voor, en daar konden veel mensen niet tegen,’ zegt Jean Hsieh, die als journalist en redacteur voor Apple Daily werkte. ‘Maar op alle verschillende afdelingen waar ik heb gewerkt, heb ik vooral één ding geleerd: dat je journalistieke integriteit boven alles gaat. Als iemand je iets vertelt, of je hoort iets over een bedrijf, dan mag je dat nooit klakkeloos geloven, je moet zo veel mogelijk mensen naar hun kant van het verhaal vragen.’

    ‘En als je mooi en literair proza wilde schrijven, zat je daar verkeerd. We schreven alles altijd zo eenvoudig mogelijk op, zodat een zo breed mogelijk publiek het kon volgen.’

    Competitieve cultuur

    Lai gaf zijn journalisten en redacteuren veel waardering en betaalde ze ook beter dan de concurrent, maar hij was wel streng en stelde de hoogste eisen aan hun werk. Ze werden geacht ‘met een bijl’ naar de redactievergadering te komen: daar moesten de journalisten van de verschillende afdelingen elkaar continu uitdagen en bekritiseren, elkaar wijzen op wat er fout ging en wat er nog beter kon. Zo kweekte hij op de krant een zeer competitieve cultuur. Een andere traditie was ‘het snoeien van de Apple-boom’: bijna elk jaar werd 5 procent van de medewerkers ontslagen omdat ze ondermaats presteerden.

    Er werd ook veel waarde gehecht aan focusgroepen: gewone lezers van alle leeftijden die hun oordeel moesten geven over de inhoud en opmaak van de krant. Hun mening telde volgens huidige en oud-medewerkers zwaar mee. Columns en thema’s met een te lage lezerswaardering moesten het veld ruimen. ‘Lais methode was om veel meer mensen aan te nemen dan andere media en om groot in te zetten op technologie en geavanceerde apparatuur,’ zegt een oud-redacteur. ‘Bij het opzetten van een nieuw bedrijfsonderdeel keek hij nooit op de kosten. Het was alsof er iemand van een andere planeet neerdaalde. Hij wilde altijd nieuwe dingen uitproberen en veranderen. Nooit tevreden achteroverleunen.’

    Na de opheffing van de Hongkongse editie is de onlineversie van de Taiwanese Apple Daily het enige wat er nog van Lais media-imperium over is. En dat heeft de laatste jaren veel van zijn glans verloren: volgens de jaarverslagen van Next Digital was de oplage van de papieren krant na het hoogtepunt van 500.000 in 2010 al teruggelopen tot 82.000 in 2020. Next TV werd door Lai al in 2013 van de hand gedaan, in 2018 stopte hij met de papieren editie van Next Magazine en vorig jaar is die titel helemaal opgeheven.

    Hij bezat ook een aantal gebouwen, waaronder het hoofdkantoor van het concern in Taipei. Dat vastgoed is de afgelopen jaren allemaal afgestoten. En een poging om ook Apple Daily te verkopen liep begin april van dit jaar op niets uit. Het totale personeelsbestand van Next Digital in Hongkong, Taiwan en Canada is geslonken van ruim vijfduizend werknemers in 2011 tot iets meer dan tweeduizend in september 2020: 1228 in Hongkong en 866 in Taiwan, volgens het jaarverslag.

    ’Taiwans Apple Daily is geboren tijdens een epidemie en sterft nu tijdens een epidemie’

    Op 14 mei kondigde Apple Daily aan dat de krant vanaf 18 mei niet meer zal worden gedrukt en dat er 326 mensen worden ontslagen – bijna de helft van het totale aantal werknemers. Next Digital boekt al sinds 2016 elk jaar verlies en liet de beurs weten dat het op 30 juni geen halfjaarcijfers kon publiceren. De handel in aandelen van het bedrijf werd op 17 juni stilgelegd, nadat de Hongkongse politie bij een inval verschillende leidinggevenden en redacteuren had aangehouden.

    ‘Er lijkt wel sprake van een onzichtbare hand in de geschiedenis,’ schreef hoofdredacteur Eric Chen in een Facebookbericht op 17 mei, de dag waarop de laatste papieren editie verscheen. ‘Taiwans Apple Daily is geboren tijdens een epidemie [SARS] en sterft nu tijdens een epidemie.’

    Minder kritisch

    De invloed van de krant was sterk afgenomen doordat de concurrentie was gegroeid en Apple Daily steeds minder geld had om te investeren in onderzoeksjournalistiek en primeurs. En van de kritische opstelling tegenover de zittende macht was ook niet veel meer over sinds het aantreden van president Tsai Ing-wen, die kritisch is op China en heel uitgesproken over Hongkong. ‘De krant is nog steeds heel kritisch over de Communistische Partij van China, maar niet meer zo onafhankelijk en kritisch in de berichtgeving over de Taiwanese regering,’ zegt een redacteur die op 18 mei bij Apple Daily is vertrokken. De krant zelf wilde geen commentaar geven.

    ‘Het is triest, maar ik ben bang dat de Apple Daily het niet lang meer volhoudt,’ zegt Hou. ‘Er is steeds minder geld voor goede journalistiek. Hoe kun je in de razend concurrerende onlineomgeving nog invloed hebben, als je niet meer over het geld en een grote vijver vol talent beschikt?’

    ‘De invloed van Apple Daily is sterk afgenomen,’ zegt Ho van de Katholieke Universiteit Fu Jen. ‘Ze hebben wel een model met online-abonnementen uitgeprobeerd, maar ze konden het oude succes niet herwinnen. Met de sluiting van de Apple Daily in Hongkong en de teloorgang van de krant in Taiwan zal de invloed van Jimmy Lai en van Hongkongse thema’s op het openbaar debat in Taiwan mettertijd steeds meer afnemen.’

    ANP 367687958
    Jimmy Lai in 2011 voor het hoofdkwartier van Apple Daily. © Mike Clarke / AFP
  • Koerden vrezen vertrek VS uit Syrië | Met menselijk haar de oceanen opruimen

    Koerden vrezen vertrek VS uit Syrië | Met menselijk haar de oceanen opruimen

    Koerden in Syrië hopen dat het Amerikaanse leger hen niet in de steek laat

    De Arabisch-Koerdische strijdkrachten die het noordoosten van Syrië in handen hebben, hebben de terugtrekking van de VS uit Afghanistan ‘met argusogen gadegeslagen’, meldt The Washington Post.

    In 2019 had voormalig president Trump besloten dat meer dan de helft van de Amerikaanse troepen die in Syrië zijn gestationeerd moesten vertrekken. Dit werd ervaren als ‘verraad aan de Koerden’ die streden tegen de jihadistische groepering Islamitische Staat (IS), aldus het Amerikaanse dagblad. De gedeeltelijke terugtrekking had ‘de kaart hertekend‘ van Noordoost-Syrië, waarvan delen in handen kwamen van een door Turkije gesteunde Syrische militie, en andere in handen van het Syrische leger, gesteund door Rusland en Iran. Een ‘pijnlijke herinnering die nog vers in het geheugen staat’ van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF).

    ‘In het noordoosten van Syrië denken weinig mensen dat de Amerikanen voor onbepaalde tijd zullen blijven’

    Maar in de afgelopen maanden heeft de regering-Biden ‘getracht’ de leiders van de Arabisch-Koerdische strijdkrachten gerust te stellen door het zenden van militairen. Ongeveer negenhonderd Amerikaanse troepen zijn nog steeds in het gebied om IS te bestrijden. ‘De [Amerikaanse] regering heeft verklaard dat het partnerschap sterk blijft en dat de Amerikaanse troepen niet op korte termijn zullen vertrekken’, schrijft The Washington Post.

    ‘Amerikaanse officieren kwamen naar ons toe en zeiden dat er geen verandering zou komen in Syrië‘, bevestigt SDF-leider Mazloum Abdi, geïnterviewd door de Amerikaanse krant.

    Over de toekomst van de Amerikaanse aanwezigheid is de Koerdische generaal ‘voorzichtig maar optimistisch’ en hoopt hij dat ‘Amerika zich aan zijn beloften zal houden’. In het noordoosten van Syrië ‘denken weinig mensen dat de Amerikaanse troepen voor onbepaalde tijd zullen blijven’, aldus de krant. Maar voor Abdi moeten de Amerikaanse troepen ’blijven tot er een oplossing voor de Syrische crisis is gevonden’.

    Voor de Amerikanen is aanwezigheid in de regio belangrijk voor het ‘machtsevenwicht’ in Syrië, waar naast het Syrische leger ook Russische, Turkse en Iraanse strijdkrachten aanwezig zijn.

    Lees ook:


    Chinese telefoonfabrikant Xiaomi groeit hard

    Amerikaanse sancties hebben de smartphoneactiviteiten van Huawei hard geraakt en ondertussen profiteert een ander Chinees bedrijf daarvan. Technologiebedrijf Xiaomi heeft het gat opgevuld dat door Huawei is achtergelaten op de markten van Europa tot Zuidoost-Azië en China. Het doet dit volgens een scenario dat ook door veel andere Chinese merken wordt gehanteerd, namelijk door producten aan te bieden met eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van concurrenten, maar dan wel tegen veel lagere prijzen, schrijft The Wall Street Journal.

    Er is geen enkel bedrijf dat wereldwijd meer telefoons heeft verkocht in de maand juni dan Xiaomi

    Volgens marktonderzoeker Counterpoint Research is er geen enkel bedrijf dat wereldwijd meer telefoons heeft verkocht in de maand juni dan het in Beijing gevestigde Xiaomi. Het bedrijf passeerde Samsung en Apple en werd voor het eerst het nummer één smartphonemerk ter wereld. De maand-op-maandomzet groeide met 26 procent en daarmee was Xiaomi ook het snelst groeiende merk van juni. In het tweede kwartaal van dit jaar was Xiaomi wereldwijd het tweede merk qua verkoop.

    Lees ook:


    Red een pelikaan met je paardenstaart

    Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie. 

    Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.

    De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.

  • Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    China: ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.

    Lees ook:


    Maersk bestelt groenere schepen

    Het Deense Maersk, de grootste rederij ter wereld, investeert 1 miljard Britse pond, circa 1,17 miljard euro, in CO2-neutrale containerschepen. Het bedrijf bestelt acht containerschepen die kunnen varen op groene methanol en op traditionele bunkerbrandstof, bericht The Guardian. Volgens Maersk, dat onder meer goederen verscheept voor H&M Group en Unilever, leidt de vervanging van oudere door fossiele brandstoffen aangedreven schepen, tot een vermindering van zeker 1 miljoen ton CO2 per jaar.

    ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’

    De bestelling van de schepen bij Hyundai Heavy Industries in Zuid-Korea, is vooralsnog de grootste stap om de scheepvaartindustrie, die verantwoordelijk is voor bijna 3 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, CO2-arm te maken. De scheepvaart reageerde relatief traag op oproepen om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen, deels omdat schonere alternatieven schaars en duurder zijn. ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’, aldus Søren Skou, CEO van Maersk. De acht schepen, elk met een capaciteit van 16.000 containers, worden naar verwachting aan het begin van 2024 opgeleverd.

    Lees ook:

    10 miljard yuan voor Chinese boeren

    Pinduoduo, het grootste technologieplatform in China dat boeren en distributeurs rechtstreeks met consumenten verbindt, kondigde vorige week aan 10 miljard yuan, circa 1,3 miljard euro, te doneren aan de landbouwsector. Direct daarna steeg de beurskoers met 22 procent. De donatie komt overeen met instructies van president Xi Jinping om sociale ongelijkheid aan te pakken, schrijft Le Courrier International.

  • Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Oproep voor steun aan Afghaanse kunstenaars

    Een groep van 350 kunstenaars, filmmakers, artiesten, schrijvers en curatoren heeft de Amerikaanse regering in een open brief verzocht om hulp te bieden aan Afghanen werkzaam in de culturele sector die op de vlucht zijn voor de taliban. De groep, die zich Arts for Afghanistan noemt, roept de Amerikaanse regering op om ‘alles te doen’ om ‘het vertrek van Afghanen die risico lopen, te bespoedigen’ en om daarbij ook ‘kunstenaars, filmmakers, artiesten en schrijvers’ op te nemen, aldus ArtNet News.

    ‘De stemmen van kunstenaars worden als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’

    Volgens de briefschrijvers namen cultuurwerkers al vóór de overname door de taliban grote risico’s bij het weergeven van de ervaringen en het verwoorden van de ambities van Afghanen, daartoe vaak aangemoedigd of gesteund door de Amerikaanse regering.

    Volgens politicoloog Eric Gottesman, een van de ondertekenaars, ‘worden de stemmen van kunstenaars als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’. De briefschrijvers vragen de Amerikaanse regering om de uitgifte van visa voor artiesten te versnellen.


    Draghi bepleit humanitaire hulp voor Afghanistan

    De Italiaanse premier Mario Draghi wil dat Italië de middelen die bestemd waren voor de Afghaanse strijdkrachten nu inzet voor humanitaire hulp. Tijdens een digitaal overleg vroeg hij leiders van G7-landen hetzelfde te doen. Hij voegt eraan toe dat de door Italië voorgezeten G20 de G7 zouden kunnen helpen om andere belangrijke spelers zoals Rusland, China, Saoedi-Arabië, Turkije en India bij de plannen te betrekken, schrijft het Italiaanse persbureau ANSA. Dit alles omdat er een enorme inspanning nodig is op het gebied van immigratie.

    Draghi wil er zorg voor dragen dat internationale organisaties ook na de deadline van 31 augustus toegang houden tot Afghanistan.

    Lees ook:


    Algerije en Marokko ruziën

    Algerije heeft vorige week de diplomatieke betrekkingen met Marokko verbroken op beschuldiging van ‘vijandige acties’. Algerije beweerde vorige week al dat de dodelijke bosbranden die op 9 augustus uitbraken tijdens een zinderende hittegolf, het werk waren van ‘terroristische’ groepen. Een daarvan wordt gesteund door Marokko, schrijft Al-Jazeera.

    De bosbranden hebben ten minste negentig mensen het leven gekost

    De bosbranden in Algerije hebben tienduizenden hectaren bos verwoest en aan ten minste negentig mensen het leven gekost, waaronder meer dan dertig soldaten. Volgens de Algerijnse autoriteiten zijn branden aangestoken door de onafhankelijkheidsbeweging MAK uit de Berberse regio Kabylië, die zich uitstrekt langs de Middellandse Zeekust ten oosten van de hoofdstad Algiers.

  • Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Red een pelikaan met je paardenstaart

    Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie. 

    Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.

    De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.


    De laatste zwaardmakers van Toledo

    De Carthaagse generaal Hannibal en de Romeinse legioenen waren ruim tweeduizend jaar geleden al fan van zwaarden uit het Spaanse Toledo. De reputatie van deze zwaarden was enorm; met honderden smeden was de stad een van ’s werelds belangrijkste centra voor dit ambacht. Nu zijn er nog maar twee ambachtelijke zwaardmakers over. Ze vormen de laatste schakel in de duizenden jaren oude traditie, aldus The Guardian.

    ‘Zwaarden maken is nauw verbonden met deze stad’, zegt Antonio Arellano van Artesania Arellanos. ‘Als we dat kwijtraken, is het een enorm verlies.’

    ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’

    Arellano is afkomstig uit een lange lijn van ijzerbewerkers en begon dertig jaar geleden met het maken van zwaarden. Klanten bestonden toen al niet meer uit edellieden en zwaardvechters; in plaats daarvan concentreerde het bedrijf zich op toeristen en verzamelaars die graag een beroemd stuk Toledo-staal wilden aanschaffen. ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’, aldus Arellano, met zijn 69 jaar de laatste meester-zwaardsmid van Toledo. De afgelopen jaren moesten de lokale zwaardmakers concurreren met inferieure, massaal geproduceerde zwaarden uit Azië. Vervolgens kwam corona en bleven de toeristen weg.

    Toch zal Arellano’s zoon het bedrijf overnemen, want er is nog hoop, schrijf de Britse krant. Belangstelling voor geschiedenis heeft geleid tot een stroom aan opdrachten van tv-series en theaterproducties die op zoek zijn naar historisch nauwkeurig materiaal. En onlangs tekende Arellano een overeenkomst met een historisch themapark, waar zijn zoon ten overstaan van het publiek zwaarden zal gaan smeden.


    ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat en de sociale orde is hersteld’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.


    Groen staal uit Zweden

    De groene staalonderneming HYBRIT uit Zweden heeft ’s werelds eerste staal geleverd dat is geproduceerd zonder gebruik van steenkool. Het bedrijf wil een revolutie teweegbrengen in een industrie die goed is voor ongeveer 8 procent van de mondiale CO2-uitstoot. HYBRIT, eigendom van SSAB, Vattenfall en mijnbouwbedrijf LKAB, levert het ‘groene’ staal aan Volvo voor een testfase en mikt op volledige commerciële productie in 2026. Volgens SSAB, dat verantwoordelijk is voor 10 procent van de Zweedse en 7 procent van de Finse CO2-uitstoot, is de proeflevering een ‘belangrijke stap in de richting van een volledig fossielvrije keten’, aldus Reuters.

    ‘Ik ben blij de minister te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset

    HYBRIT startte vorig jaar met testactiviteiten in zijn proeffabriek in Luleå, in het noorden van Zweden. Ook het bedrijf H2 Green Steel werkt aan een fossielvrije staalfabriek in Noord-Zweden. ‘Ik ben blij de minister van Ondernemen en Energie te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’, was de reactie van Ibrahim Baylan, minister van Ondernemen, Industrie en Innovatie.


    Toch porno op OnlyFans

    Minder dan een week nadat OnlyFans had aangekondigd pornografie op zijn platform te verbieden, trok de Britse site die beslissing weer in, omdat het bedrijf ‘garanties heeft gekregen die nodig zijn om onze gemeenschap van diverse makers te kunnen ondersteunen’. Kennelijk zijn er nieuwe overeenkomsten afgesloten met banken, zodat makers die inhoud op OnlyFans plaatsen kunnen worden betaald, ook degenen die seksueel expliciet materiaal aanbieden, schrijft Variety.

    OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand

    Oprichter en directeur Tim Stokely legde de schuld voor het pornoverbod bij onder meer JP Morgan Chase, Bank of New York Mellon en Metro Bank. Het conflict met de banken is mogelijk opgelost door openbaar te maken hoeveel geld er door de site stroomt: OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand. Ook de woedende reacties van sekswerkers die op de site vertrouwden voor hun onderhoud zullen doorslaggevend zijn geweest.

  • Een jaar na explosie in Beiroet overheerst de woede | Verplicht vaccineren in Azerbeidzjan

    Een jaar na explosie in Beiroet overheerst de woede | Verplicht vaccineren in Azerbeidzjan

    Nog geen gerechtigheid een jaar na de explosies in Beiroet

    Op 4 augustus 2020 werd de hoofdstad van Libanon verwoest door een dodelijke ontploffing waarbij meer dan tweehonderd mensen omkwamen en duizenden gewond raakten. Sindsdien wachten de slachtoffers nog steeds op gerechtigheid.

    Het is een ‘zeer gespannen dag’ die Libanon te wachten staat op de noodlottige eerste verjaardag van de enorme explosie die een jaar geleden de hoofdstad Beiroet verwoestte, aldus de Libanese krant L’Orient-Le Jour.

    Op deze dag van nationale rouw organiseren de families van de slachtoffers van de tragedie een ‘minutieus voorbereide‘ volksplechtigheid. Een stilte tocht trekt door de getroffen wijken, met een stop in de haven van Beiroet ‘om de families te steunen en om gerechtigheid te vragen’. Ook wordt er een minuut stilte gehouden om het moment van de ontploffing om 18.08 uur te markeren en een mis, terwijl anderen zich naar het Parlement begeven, beschrijft de Franstalige krant uit Beiroet.

    ‘Er is één element dat de loop van de dag kan veranderen: de woede van het volk’

    ‘Maar er is één element dat de loop van de dag kan veranderen: de woede van het volk’, schrijft L’Orient-Le Jour. De Libanese website Al-Modon vreest zelfs dat de dag ‘bloedig’ zou kunnen verlopen.

    Veel Libanezen zijn woedend over de ‘criminele’ nalatigheid en straffeloosheid van de verantwoordelijken die op de hoogte waren van de enorme voorraad ammoniumnitraat die jarenlang zonder voorzorgsmaatregelen was opgeslagen in een loods in de haven, en waarvan de brand de enorme explosie veroorzaakte.

    ‘We proberen elke dag ons verdriet en woede om te zetten in daadkracht om het onrecht te bestrijden’, schrijft de Libanese website Daraj. Het verzoek van de rechter die met het onderzoek is belast, Tarek Bitar, om de immuniteit van bepaalde ambtenaren op te heffen, is uiteindelijk een dode letter gebleven, ondanks de intentieverklaringen van verschillende politieke leiders in het land die hebben verklaard voorstander te zijn van opheffing van de immuniteit.

    Zoals Daraj in een ander artikel samenvat: ‘Er is een jaar voorbij. Het onderzoek heeft niets opgeleverd en geen enkele ambtenaar is berecht.’

    Lees ook:


    Geboortecijfer in China daalt

    Het aantal pasgeboren baby’s in China is in de eerste helft van het jaar sterk gedaald, volgens gegevens van lokale overheden. De cijfers bevestigen dat ’s werelds meest bevolkte land afstevent op een demografische crisis. China publiceert geen gegevens over de nationale bevolking op kwartaal- of halfjaarlijkse basis, maar recente cijfers uit verschillende districten, steden en provincies bieden een nieuw inzicht in de krimpende bevolking van het land, aldus South China Morning Post.

    De afnemende bevolking zal volgens experts invloed hebben op de productiviteit, het pensioenstelsel en de toekomstige consumptie. ‘Negatieve bevolkingsgroei is onvermijdelijk’, aldus Li Jianxin, demograaf aan de Universiteit van Beijing, vorige week maandag op een forum in de hoofdstad, waar SCMP aanwezig was. China vergrijst ook in een ongekend tempo, deels vanwege het vroegere eenkindbeleid dat inmiddels is losgelaten. Het lage vruchtbaarheidscijfer van het land en de vergrijzende samenleving zullen waarschijnlijk van invloed zijn op de toekomstige concurrentiepositie ten opzichte van landen als de Verenigde Staten en India, aldus Li.

    Lees ook:


    Vaccinatieplicht in Azerbeidzjan

    Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. De nieuwe regelgeving werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen van 18 jaar en ouder een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten van 18 jaar en ouder kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.

    Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. Tachtig procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijsinstellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot wijdverbreide omkoping en een zwarte markt in valse covidpaspoorten.

  • ‘Made in Bagladesh’ zorgt voor booming telefoonbusiness

    ‘Made in Bagladesh’ zorgt voor booming telefoonbusiness

    Internationale merken als Nokia en Samsung kiezen er steeds vaker voor om telefoonfabrieken in Bangladesh op te zetten. Op die manier omzeilen ze hoge importtarieven en hebben ze direct toegang tot de groeiende consumentenmarkt in het Zuid-Aziatische land.

    Bangladesh, dat altijd onderaan bungelde op wereldwijde ranglijsten, trok de afgelopen jaren aandacht met een groeiende economie en toenemende koopkracht.

    Via het ‘Made in Bangladesh’-programma heeft het land met 163 miljoen inwoners stappen ondernomen om buitenlandse investeringen aan te trekken en de lokale productie en consumptie te verhogen. Merken worden aangespoord zich in Bangladesh te vestigen door verhoogde tarieven op geïmporteerde toestellen, lagere heffingen op importonderdelen en een vrijstelling van btw voor consumentenaankopen. Een dergelijke strategie was eerder voorbehouden aan grotere markten zoals India en Brazilië.

    Onlangs is na het Zuid-Koreaanse Samsung en de Chinese merken Oppo, Vivo, Transsion en Realme ook het Finse Nokia overstag gegaan. Bengaalse functionarissen verwachten bovendien dat meer Chinese merken zullen volgen.

    Dankzij een effectief prijsverschil van 15 tot 26 procent tussen geïmporteerde en lokaal gemonteerde smartphones is de binnenlandse productie flink gestegen; die neemt nu 80 procent van de omzet voor haar rekening.

    Een meerderheid van de telefoons is op dit moment lokaal geproduceerd

    Aangezien de maatregel effectief blijkt en een meerderheid van de telefoons op dit moment lokaal is geproduceerd, stelde minister van Financiën A.H.M. Mustafa Kamal in juni voor om de btw-vrijstelling met nog twee jaar te verlengen. Een andere maatregel, die op 1 juli inging, maakt het kopers van binnengesmokkelde telefoons onmogelijk om een abonnement te nemen op lokale netwerken. ‘Dat zal een eind maken aan de illegale import van toestellen, wat weer een voordeel is voor lokale fabrikanten omdat hun marktaandeel daarmee stijgt,’ aldus Shahidul Alam, directeur van de Bangladesh Telecommunication Regulatory Commission.

    De plaatselijke fabricage van telefoons kwam pas in oktober 2017 op gang, toen elektronicabedrijf Walton in een buitenwijk van Dhaka onder zijn eigen merknaam met de productie begon. Sindsdien heeft het bedrijf 1,7 miljoen smartphones en 4,3 miljoen telefoons in oude stijl gefabriceerd.

    Eigen fabrieken

    Onder de bedrijven die nu smartphones maken in Bangladesh zijn lokale ondernemingen, vaak afdelingen van grote conglomeraten. Maar ook Vivo en Realme, die allebei onder de paraplu van China’s BBK Electronics vallen, evenals landgenoot Transsion hebben er hun eigen fabrieken opgezet.

    Tanzib Ahamed, manager bij Vivo Bangladesh, vertelt dat dit bedrijf een ‘aanzienlijk’ marktaandeel heeft binnengesleept sinds het in 2019 een lokale fabriek opstartte waardoor ‘de globale technologie veel betaalbaarder werd voor plaatselijke consumenten’.

    Een lokale woordvoerder van Realme, die gegevens van onderzoeksbedrijf Canalys aanhaalt, geeft aan dat zijn bedrijf nu in de top drie van Bangladesh’ smartphonemerken staat, met een aandeel van 14 procent. ‘We kunnen onze producten nu tegen een veel concurrerender prijs aanbieden aan de smartphonegebruikers,’ aldus de woordvoerder. De fabriek van het bedrijf in de stad Gazipur heeft op dit moment zeshonderd werknemers. ‘We registreren een fenomenale groei in Bangladesh.’

    Rezwanul Hoque, directeur van Transsions lokale eenheid, verwacht in de toekomst, als plaatselijke fabrieken de productie van systeemborden, batterijen, opladers en andere onderdelen starten, een nog lagere prijs voor telefoons te kunnen rekenen. 

    ‘We gebruiken nu Made in Bangladesh-telefoons. En daar zijn we trots op’

    Dit is uiteraard een trend waar klanten blij mee zijn. ‘We gebruiken nu Made in Bangladesh-telefoons. En daar zijn we trots op,’ aldus privébankier Atiqur Rahman. Volgens hem moeten de prijzen van smartphones nog verder dalen, zodat ook mensen met lagere inkomens toestellen van goede kwaliteit kunnen kopen.

    Het grote aantal plaatselijk geproduceerde telefoons is ook te danken aan een groeiende economie. Vóór de pandemie groeide het bruto binnenlands product een paar jaar lang met meer dan 7 procent, en in het boekjaar dat eindigde op 30 juni 2020 was het bbp met 5,2 procent toegenomen, meldde de minister van Financiën. Weliswaar een lager percentage dan in de voorgaande jaren, maar alsnog het hoogste in Azië, aldus de minister.

    Bangladesh beschikt over 45 miljard dollar aan deviezenreserves, voldoende voor een half jaar importdekking, en ontving het afgelopen boekjaar meer dan 21 miljard dollar aan afdrachten van burgers die in het buitenland werken – een cijfer dat volgens de verwachting van de minister zal oplopen tot 25 miljard dollar. Bovendien verdient het land jaarlijks bijna 40 miljard dollar aan goederenexport.

    Ook de 175,27 miljoen actieve mobieletelefoonrekeningen die Bangladesh eind mei telde – waarmee het land hoog scoort in de Aziatische top tien – maakt volgens Bangladesh‘ telecomautoriteit dat het land veel merken aantrekt.

    Consumenten kunnen hun geliefde toestellen nu voor een betaalbare prijs aanschaffen

    Union Group, het lokale conglomeraat dat onder contract bij de in Finland gebaseerde merkeigenaar HMD Global Nokiatelefoons maakt, streeft ernaar om binnenkort met de productie van 500.000 toestellen per maand te beginnen, meldt business controller Mohammed Asif Alamgir. ‘Nokia is een oud en vertrouwd merk vergeleken met Chinese fabrikanten. Geen enkele concurrent kan tegen hen op.’ Woordvoerder Takayuki Omino voegt daaraan toe dat consumenten hun geliefde Nokiatoestellen binnenkort voor een betaalbare prijs kunnen aanschaffen.

    Een functionaris van het ministerie van Post, Telecommunicatie en Informatietechnologie kondigde aan dat ook Xiaomi en Motorola – dat nu deel uitmaakt van het Chinese Lenovo – momenteel werken aan plannen voor lokale productie. Dit wordt echter door Lenovo-woordvoerder Genevieve Hilton ontkend, en Xiaomi heeft niet gereageerd op vragen van Nikkei Asian Review.

    Export

    De lokale telefoonproducenten beginnen ook export te overwegen. Walton is gestart met de montage van telefoons voor een buitenlands merk. Volgens Uday Hakim, uitvoerend directeur bij Walton Hi-Tech Industries, vond de eerste verzending naar de VS plaats in maart. Walton heeft ook toestellen van eigen merk naar Nepal geëxporteerd, maar deze export is vanwege de pandemie tijdelijk stil komen te liggen.

    Ook Fair Group, het lokale conglomeraat voor het in elkaar zetten van Samsungtelefoons, richt zich op buitenlandse markten. ‘We verwachten dat we in 2023 of 2024 toestellen uit Bangladesh gaan exporteren,’ aldus hoofd marketing Mohammed Mesbah Uddin. ‘Bijna alle wereldwijde merken zijn bezig hier fabrieken op te zetten of hebben daar een vergunning voor verkregen.’ Als het zover is, schat hij, zal 95 procent van de smartphones voor de binnenlandse markt lokaal worden geproduceerd.

    Edison Group, een ander lokaal conglomeraat, maakt telefoons onder de eigen merknaam Symphony. ‘We streven ernaar om van Bangladesh een regionaal centrum voor de productie van mobiele telefoons te maken,’ aldus directeur Jakaria Shahid. Hun export zal naar verwachting volgend jaar van start gaan.