Tag: China

  • Wet voor vrouwen in Iran | Buste Soleimani omstreden | Amazon bouwt woningen

    Wet voor vrouwen in Iran | Buste Soleimani omstreden | Amazon bouwt woningen

    ‘Een van de donkerste dagen in de geschiedenis van de VS’

    ‘6 januari 2021 zal worden herinnerd als een van de donkerste dagen in de geschiedenis van de VS’, aldus Washington Post-verslaggever Dan Balz. Honderden aanhangers van Donald Trump bezetten gisteren (6 januari) het Congres, de tempel van de Amerikaanse democratie, en onderbraken de bijeenkomst die de overwinning van Joe Biden moest bevestigen. 

    De 35-jarige voormalige luchtmachtmilitair Ashli ​​Babbitt werd neergeschoten toen ze samen met andere Trump-aanhangers het gebouw probeerden binnen te dringen. Ze stierf kort daarna aan haar verwondingen.

    Soldaten van de Nationale Garde moesten de rust herstellen. Twitter en Facebook hebben ongekende maatregelen genomen tegen Donald Trump door zijn accounts tijdelijk te blokkeren, daarbij verwijzend naar ernstige schendingen van hun regels. 

    Kort na de invasie door de demonstranten, riep de president zijn aanhangers in een filmpje op om terug naar huis te keren, waarbij hij verklaarde dat hij ‘van hen hield’ en herhaalde dat de verkiezing van 3 november van hem was gestolen. Woensdagavond besloten de vertegenwoordigers van het Amerikaanse Congres om de bijeenkomst te hervatten. 

    ‘Ongeschikt’ 

    Volgens CNN hebben leden van de regering de mogelijkheid geopperd om de Republikeinse president zelfs vóór 20 januari, de datum van zijn officiële vertrek, te ontslaan door hem ‘ongeschikt’ te verklaren om zijn functie uit te oefenen. Zij doen hiervoor een beroep op het 25ste Amendement van de Amerikaanse Grondwet.

    In redactionele bijdragen van verschillende Amerikaanse kranten wordt openlijk gepleit voor het vertrek van de miljardair. ‘De president heeft zijn aanhangers tot geweld aangezet (…), hij moet ter verantwoording worden geroepen door middel van afzettingsprocedures of strafrechtelijke vervolging’, aldus The New York Times. ‘Is het na vier jaar van leugens, blindheid en wetteloosheid een wonder dat Donald Trump probeerde zijn aanhangers aan te zetten tot een staatsgreep?’ vraagt ​​columnist Robin Abcarian zich af in een bericht op de website van Los Angeles Times.


    Democraten krijgen controle over de Senaat

    Na Raphael Warnocks overwinning op dinsdag won Jon Ossoff de tweede senaatszetel met een voorsprong van bijna 25.000 stemmen op de zittende Republikeinse senator David Perdue, een marge van 0,56%, op 98% van de getelde stemmen, aldus NBC en ABC. Er werd reikhalzend uitgekeken naar dit resultaat, dat werd overschaduwd door gebeurtenissen in Washington.

    ‘De overwinning van de twee Democraten zal belangrijke gevolgen hebben voor de verkozen president Joe Biden, omdat hij niet gedwongen zal zijn het land te leiden met een Republikeinse Senaat en tijdens de eerste jaren van zijn ambtstermijn niet zal hoeven onderhandelen met de leider van de meerderheid, Mitch McConnell,’ merkt Politico op. Dankzij de resultaten van de senaatsverkiezingen van 5 januari hebben de Democraten nu behalve in het Huis van Afgevaardigden ook de meerderheid in het Congres.


    Voormalig bankier van Goldman Sachs wordt voorzitter van de BBC

    Richard Sharp is gekozen om de Britse publieke radio- en televisiegroep BBC vanaf februari te leiden, zei de Britse regering woensdag. Volgens de Evening Standard heeft de ‘64-jarige multimiljonair nauwe banden met de Conservatieve Partij’. Hij was al lange tijd donateur en schonk de omroep volgens het dagblad meer dan 416.000 pond’ [bijna 460.000 euro]. 

    Richard Sharp gaat volgens de krant een turbulente tijd tegemoet, waarin het behouden van de licence fee na 2027 ter discussie staat, die momenteel £157,50 per jaar bedraagt (£53 voor zwart-wit-tv-toestellen) en dient om ‘onpartijdige, hoogwaardige en onderscheidende’ inhoud te garanderen die alle doelgroepen ‘informeert, onderwijst en vermaakt’, en waarin betaalplatforms als Netflix voor hevige concurrentie zorgen.


    Amazon investeert $ 2 miljard in betaalbare woningen

    De groep van Jeff Bezos kondigde woensdag de oprichting aan van een fonds om ongeveer 20.000 appartementen te bouwen of onderhouden rond verschillende vestigingen in de Verenigde Staten, waaronder Washington, Arlington, Virginia en Nashville in Tennessee, meldt de Seattle Times. Net als andere techreuzen wordt Amazon er vaak van beschuldigd bij te dragen aan de gentrificatie van de steden waar het bedrijf actief is, door werknemers met een hoog inkomen aan te trekken die de huurprijzen opdrijven.


    Bronzen buste van Soleimani controversieel 

    Een groot standbeeld van de generaal die vorig jaar door de Verenigde Staten is vermoord, werd dinsdag opgericht door de gemeente Ghobeiry, vlak bij de luchthaven van Beiroet, in een bolwerk van de pro-Iraanse sjiitische beweging Hezbollah. De plaatsing van deze buste is bedoeld om de rol te herdenken die de generaal speelde in de oorlogen van Libanon tegen Israël. Volgens de Middle East Monitor veroorzaakte de actie een golf van kritiek op sociale media, waarbij veel Libanezen de groeiende invloed van Iran op hun land veroordeelden. 


    China verzet zich tegen Trumps bevel om Alipay en WeChat Pay te verbieden

    Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken heeft zich ondubbelzinnig uitgelaten over een bevel van de vertrekkende Amerikaanse president Donald Trump dat acht Chinese betalingsplatforms verbiedt, waaronder Alipay van Ant Group Co.Ltd. En WeChat Pay van Tencent, schrijft Chinese nieuwssite Caixin.

    ‘Als een gangster die steelt en tegelijkertijd zelf om bescherming vraagt tegen diefstal’

    Woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Hua Chunying, bestempelde het bevel tijdens een persconferentie op woensdag als ‘gepest tussen bedrijven’ en ‘hegemonie’ en noemde het ‘hypocriet’ om nationale veiligheidsredenen voor te wenden die het verbod zouden rechtvaardigen.

    ‘Met zijn technische capaciteiten monitort de VS zijn eigen mensen en mensen van over de hele wereld en steelt het op grote schaal gegevens, ook van zijn bondgenoten’, beweerde Hua, volgens staatstelevisiedienst CCTV. ‘En ondertussen beschuldigt het andere landen zonder grondige reden’, aldus Hua. ‘Als een gangster die steelt en tegelijkertijd zelf om bescherming vraagt tegen diefstal.’


    Irans wet tegen seksueel geweld en intimidatie van vrouwen

    Na een decennium van beraadslaging keurde de Iraanse regering zondag een wetsvoorstel goed dat geweld en seksueel wangedrag tegen vrouwen strafbaar stelt en straffen voor daders specificeert, schrijft The New York Times.

    Het besluit om door te gaan met het wetsvoorstel – dat, indien goedgekeurd, de eerste wet in zijn soort zal zijn in het Iraanse wetboek van strafrecht – komt in de nasleep van een baanbrekende #MeToo-beweging en schokkende berichten over eerwraak die de bevolking in hun greep hebben gehouden.

    Het wetsvoorstel, dat is aangenomen door het kabinet, moet nu worden goedgekeurd door het conservatieve parlement van het land.

    Grote stap voorwaarts

    Volgens Iraanse rechtenactivisten en advocaten betekent dit een grote stap voorwaarts en weerspiegelen de ontwikkelingen de veranderende dynamiek binnen de Iraanse samenleving.

    4C690494 A209 4150 8C16 1446766A80E2 w1023 r1 s 1
    Het graf van de 14-jarige Romina Ashrafi die door haar vader in haar slaap werd onthoofd.

    Eerder dit jaar werd een wet aangenomen die al tien jaar vastliep en kinderen moet beschermen tegen geweld. De directe aanleiding was de onthoofding van de veertienjarige Romina Ashrafi door haar vader, omdat ze met haar vriendje was weggelopen. Het incident trok nationale aandacht omdat de vader een advocaat had geraadpleegd en het misdrijf pleegde in de wetenschap dat hij maximaal 10 jaar gevangenisstraf zou krijgen, aldus de Iraanse nieuwssite Radio Farda.

    Leila Rahimi, een in Teheran gevestigde advocaat die pro bono #MeToo-zaken vertegenwoordigde, zegt dat het nieuwe wetsvoorstel op zijn minst vrouwen die naar voren komen met hun verhaal zal helpen juridische stappen te ondernemen. Rahimi geeft aan dat het aantal vrouwen dat contact met haar opneemt met #MeToo-zaken sinds augustus gestaag is toegenomen.

  • Chinese overwerkcultuur heeft dodelijke gevolgen

    Chinese overwerkcultuur heeft dodelijke gevolgen

    In China’s opkomende interneteconomie zijn werktijden zo extreem dat sommige werknemers zich letterlijk doodwerken. Een nieuwe generatie Chinese jongeren heeft een opmerkelijke manier gevonden om zich daartegen te verzetten.

    Dat in China geen negen-tot-vijfmentaliteit heerst is algemeen bekend, maar de werktijden in internetbedrijven zijn zelfs zo extreem dat men spreekt van een 996-cultuur. Veel Chinezen beginnen om 9 uur ’s ochtends en werken tot 9 uur ’s avonds, en dat 6 dagen per week. Het zal niemand verbazen dat dat ernstige gevolgen voor de gezondheid van werknemers kan hebben, zoals een tragedie op 4 januari opnieuw laat zien.

    De dood van een 23-jarige vrouw zou onopgemerkt zijn gebleven als dit korte bericht niet op Maimai, het equivalent van LinkedIn in China, was verschenen: ‘Mijn goede vriendin, een medewerker van Pinduoduo in Xinjiang, stierf plotseling om 01.30 uur op weg naar huis van haar werk, op de leeftijd van slechts 23 jaar. Durft niemand hier iets over te zeggen?’ Het bericht, gedateerd op 4 januari, werd onmiddellijk verspreid via alle Chinese sociale netwerken.

    GettyImages 1229575662 1 1
    Werknemers van webwinkelgigant JD.com houden de verkoopstatistieken bij tijdens Vrijgezellendag, het Chinese equivalent van Black Friday op 11 november. – © Kevin Frayer / Getty

    Diezelfde middag publiceerde Pinduoduo, een beursgenoteerd e-commercebedrijf, een eerste officiële reactie, meldt de Shanghaise site Jiemian. ‘Geboren in 1998, kwam ze in juli 2019 in de bloei van haar leven bij Pinduoduo werken. Op 29 december om 1:30 uur Beijing-tijd [China hanteert maar één officiële tijdzone] viel ze plotseling flauw terwijl ze met een collega onderweg naar huis was (…) Ze stierf na bijna zes uur op de intensive care in het plaatselijke ziekenhuis van Urumqi [hoofdstad van Xinjiang, een autonome regio in het noordwesten van China met een grote Oeigoerse gemeenschap].’

    Dood door overwerk

    Dit is een van de vele gevallen van dood door overwerk in China. Op 19 december vorig jaar stierf een 47-jarige werknemer van Shanghai Shangtang Technology onverwacht toen hij de bedrijfssportschool verliet. En op 4 december overleed een 27-jarige werknemer van Gome Electric plotseling tijdens de eindejaarsbijeenkomst van het bedrijf. De families van beide slachtoffers verklaren dat de autopsierapporten op dood door overwerk wezen, meldt het Engelstalige televisiekanaal van de Chinese staatsmedia China Global Television Network.

    Volgens iemand die werknemer van Pinduoduo zegt te zijn is het gebruikelijk dat in Xinjiang de werkdag later begint en later eindigt vanwege de enige officiële tijdzone van China, wat betekent dat werknemers om 11 uur beginnen en doorgaans doorwerken tot ver na middernacht, meldt de Engelstalige website Caixing Tech.

    Nadat er in 2019 al discussie stond over de werkcultuur in Chinese internetbedrijven, vroeg TechNode, een website over technews in China, aan werknemers in de sector hun mening over de 996-cultuur.

    Naar aanleiding hiervan ontstond op de Chinese sociale media een discussie over het werkklimaat in het bedrijf en in het land in zijn geheel. Een commentaar op Pinduoduo’s officiële pagina op Zhihu (een ander Chinees sociaal netwerk) gooide nog meer olie op het vuur: ‘Kijk naar de mensen aan de onderkant; wie wil zijn leven niet geven voor rijkdom? Het is het tijdperk van hard werken. Je kunt kiezen voor een rustig leven, maar dan moet je de gevolgen daarvan onder ogen zien.’ Het bericht, dat onmiddellijk werd verwijderd, kwam ‘van een werknemer die het op persoonlijke titel plaatste’, verklaarde het bedrijf.

    Pinduoduo, dat door het weekblad Nandou Zhoukan uit Kanton wordt gevraagd om een reactie, verklaart dat veel werknemers werken van 11.00 tot 23.00 uur. Verschillende internetgebruikers die zich presenteren als ‘medewerkers van Pinduoduo’ spreken in getuigenissen op het online medium Jiupai Xinwen van eindeloze dagen: ‘Minimaal 10 uur per dag, met een maandelijkse aantal werkuren van minimaal 300 uur.’

    ‘Pinduoduo werkt al lange tijd met een 11-11-6-werkschema, dat wil zeggen 6 werkdagen per week van 11 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds, om ervoor te zorgen dat alles efficiënt verloopt’, aldus Baobian, een onlinemedium uit Beijing. Volgens Baobian is het dankzij deze ‘absolute efficiëntie’ dat Pinduoduo een omzet van 200 miljard yuan (26,3 miljard euro) heeft bereikt en China’s andere e-commercegigant Jingdong (JD.com) heeft overschaduwd. Pinduoduo’s oprichter Colin Huang werd in juni vorig jaar, vooral door de grote groei van het bedrijf tijdens de coronapandemie, de op één na rijkste man van China, schrijft Caixing Tech.

    Stille opstand

    Volgens de website van het Chineestalige tijdschrift Caixing is de beurswaarde van Pinduoduo sinds de onthulling van de affaire met 6 procent gedaald en is de officiële pagina op Zhihu voor twee weken geblokkeerd. Zelfs staatspersbureau Xinhua publiceerde een kort bericht op het sociale netwerk Weibo, waarin het schrijft dat ‘de excessen van extreem overwerk absoluut moeten worden ingedamd’. Maar uit talrijke reacties op sociale netwerken blijkt dat jonge Chinezen niet meer in die belofte geloven. Dat blijkt onder andere uit deze ontgoochelde opmerking: ‘Wat heeft het voor zin? Er wordt al zoveel jaren over gepraat, maar er is niets veranderd.’

    ‘Jonge werknemers komen in opstand tegen het Chinese werkklimaat door lui te zijn, overuren te weigeren en zich te verstoppen in de toiletten’

    Een aantal Chinese jongeren wacht dan ook niet op een verandering van bovenaf, maar probeert de werkdruk te verlagen met een wel heel bijzondere strategie. ‘Jonge werknemers komen in opstand tegen het Chinese werkklimaat door lui te zijn, overuren te weigeren en zich te verstoppen in de toiletten’, schrijft de Hongkongse krant South China Morning Post.

    Deze werkhouding is ook een uiting van ontevredenheid over het salaris, dat volgens veel Chinese jongeren verre van toereikend is om hun dromen te verwezenlijken, zoals het kopen van een huis. De salarisgroei in China loopt dan ook al jaren achter op de economische groei van het land, die zelfs in coronajaar 2020 nog met zo’n 2 procent toenam.

    ‘Waarom geeft mijn baas me maar 1 cent, maar verwacht hij dat ik 10 cent aan inspanningen betaal?’ citeert SCMP een Weibo-gebruiker. Een andere gebruiker schreef: ‘We doen niet langer ons best op ons werk. Zo houden we tijd en energie over om na werk bij te klussen. Is dat niet beter dan al je energie aan je baas te verspillen?’

  • Deze Chinese arbeidsmigranten hebben gebroken met alles en iedereen

    Deze Chinese arbeidsmigranten hebben gebroken met alles en iedereen

    Du Qiang ging undercover in het Sanhe-district van de Chinese fabrieksstad Shenzhen om vat te krijgen op een groep arbeidsimmigranten, de zogenaamde ‘Sanhe-goden’ die daar rondhangen. De goden hebben gebroken met alles en iedereen, sommigen hebben zelfs hun ID-kaart verkocht. Ze slijten hun dagen in internetcafés.

    Dit stuk verscheen eerder op 19 september 2019, in #166

    Vlak voor het Lentefestival van 2011 ging ik naar huis om het graf van mijn grootmoeder te verzorgen. In mijn geboortedorp liep ik jeugdvriend Wang Lang tegen het lijf. Vanaf het moment dat ik naar Beijing was vertrokken om te gaan studeren, was ik voortdurend bang dit soort jeugdvrienden tegen te komen. Ik vond het een ongemakkelijke situatie.

    ‘Ben je naar Guangdong gegaan om werk te zoeken?’ vroeg ik hem.

    Wang Lang haalde zijn linkerhand uit zijn mouw en tekende een acht in de lucht [in de Chinese cultuur staat het cijfer acht voor voorspoed en rijkdom]. Omdat hij zag dat ik het niet begreep, draaide hij zijn hand om. ‘Ik ben drie vingers kwijt. Tienduizend per vinger, als schadeloosstelling.’

    Du Qiang

    Journalist Du Qiang leefde 45 dagen undercover met de arbeidsmigranten van de wijk Sanhe. Hij schreef er een 30.000 woorden tellend verhaal over. Du Qiang wilde niet alleen weten waarom de jongens het opgegeven hadden, maar onderzocht eveneens de diepere problemen zoals internetverslaving, de corruptie op de Banenmarkt en achtergelaten kinderen. Hij leerde de psyche van zijn hoofdpersonen beter begrijpen en kreeg inzicht in hun leefomstandigheden. Dit hoofdstuk van zijn onderzoek geeft een zeldzame inkijk in het straatleven van de Sanhe-wijk.

    Toen we jong waren, kwam Wang Lang geregeld langs met gestoomde broodjes en dan bleef hij bij mij thuis videospelletjes spelen. Zodra hij de voetstappen van zijn vader hoorde, verstopte hij zich onder mijn bed. Wang Lang was niet goed in Double Dragon of Super Mario. Zijn poppetje viel vrijwel meteen in een vuurkuil, waarna hij alleen nog maar op het bankje kon zitten toekijken hoe ik speelde. Het kan zijn dat hij te veel opging in het spel. Wanneer het echt spannend stak hij zijn hand in zijn onderbroek en speelde met zwarte, plakkerige vingers met zijn piemel. Nog voor zijn vijftiende verliet hij ons dorp op zoek naar werk. Voor de laatste vier jaar van de middelbare school verhuisde ik naar de stad. Ik heb nooit echt kunnen wennen aan het stads-leven en ik vond het heel naar dat ik geen schoenen had. Ik schreef een keer in een opstel dat ik liever weer terug naar het platteland zou gaan om maïs en graan te verbouwen. Mijn leraar Chinees gaf me een heel goed cijfer voor dat opstel en had in de kantlijn geschreven: ‘Niet teruggaan, hoor!’

    Zeven jaar later vond ik een goede baan en net als mijn vrienden leid ik inmiddels een prima bestaan. Ik schaam me niet langer voor mijn verleden en ik heb het gevoel dat ik de ketenen van mijn afkomst heb afgeworpen en dat ik een ‘vrij man’ ben. Maar telkens wanneer ik lees over arbeidsmigranten, moet ik denken aan de drie vingers van Wang Lang. Ik ben gaan begrijpen dat er maar dít hoeft te gebeuren of mijn leven ziet er net zo uit als dat van hem.

    In de zomer van 2017 heb ik mijn meest afgetrapte schoenen en mijn meest groezelige T-shirt uit de kast gehaald – een groen shirt van Uniqlo, met korte mouwen en een draak op de voorkant. De schoenen waren betrekkelijk nieuwe Converse-gympen die ik maar een week of zo had gedragen en toen in de kast had gezet omdat ze doorweekt waren geraakt in de regen. Ik was van plan ze aan te trekken naar Shenzhen, waar ik aan den lijve wilde ondervinden hoe het is om een arbeidsmigrant te zijn.

    Valse verwachtingen

    Dat hoort natuurlijk allemaal bij het leven van een non-fictieauteur. Vanaf het moment dat ik mijn spullen heb gepakt, kom ik niet meer helemaal los van het gevoel dat ik in zekere zin hypocriet bezig ben. Tegen wil en dank ben ik gelukkig en voel me superieur. Ik kijk neer op anderen, denk nogal hypocriet dat ik een zekere verantwoordelijkheid draag, of het is nog iets anders, waarvan ik me niet bewust ben. In de maanden die volgen blijken mijn angsten ongegrond: in plaats daarvan gebeuren er heel andere dingen, dingen om razend van te worden.

    Voor mijn vertrek was ik behoorlijk zelfverzekerd. Ik was gewend om op het platteland te wonen dus ik zou niet snel door de mand vallen, dacht ik. Maar zodra ik de banenmarkt van Sanhe betreed, is me meteen duidelijk dat al mijn verwachtingen vals waren. Ik had gehoord dat alle Sanhe-goden depressief waren, dat ze geen drie maaltijden per dag konden betalen en dat ze een ellendig leven leidden. Maar in werkelijkheid komen ze helemaal niet depressief of ellendig over. In de zogeheten Banenmarkthal rollen
    nieuwe arbeidsmigranten hun bagage uit, aarzelend, met gefronste wenkbrauwen en opgetrokken schouders, alsof ze bang zijn op een landmijn te stappen. De echte goden zijn volkomen ontspannen, sloffen wat rond op hun slippers, buik naar voren. Uit hun
    hele houding spreekt dat ze overal en nergens zijn geweest en dat de wereld aan hun voeten ligt.

    Gevloek

    Ik weet dat ik vooral met grove taal moet strooien, maar het lukt me alleen aan het begin van een zin, als een manier om het ijs te breken. ‘Jezus, twaalf yuan per uur, bro, weet jij een goeie plek om te slapen?’ Ik sta bij de lijsten waarop baantjes worden aan-geboden en probeer een gesprekje aan te knopen met de andere arbeiders. Dan merk ik dat zij erop los vloeken:
    ‘Ik ben *** naar die *** fabriek gegaan en die *** vent zei dat het *** een makkie was, *** niet moeilijk, ***!’ Wat ze zeggen, doet niet echt ter zake maar komt recht uit het hart. Na al het gevloek en getier zegt een van die mannen tegen me: ‘Jij bent hier nog maar net, hè?’ Ik stamel wat: ‘Ik ben op zoek naar mijn broertje. Hij is al een jaar van huis.’

    Later hoor ik van de andere arbeiders dat de Sanhe-goden niet alleen in staat zijn hun gelijken te herkennen, maar dat ze ook door toneelstukjes heen prikken en meteen doorhebben of iemand al dan niet geld heeft. Dat laatste is misschien niet zo heel moeilijk omdat de arbeiders eigenlijk geen van allen geld hebben. Voor alle zekerheid draag ik in Sanhe alleen mijn identiteitskaart bij me, een oud mobieltje en dertig yuan.

    Sanlian Road loopt van het noorden naar het zuiden. De Banenmarkt aan de noordkant is de plek waar de arbeiders rondhangen, waar ze proberen een baantje te vinden of doen alsof ze proberen een baantje te vinden. De
    Jingle-wijk, een echte woonbuurt, is een paradijs, waar mensen in goedkope internetcafés zitten en waar restauranteigenaren met menukaarten rondlopen en in een megafoon schreeuwen om klanten te trekken. Het enige nadeel van de internetcafés is dat de toiletten vreselijk zijn – niet dat ze niet schoon zouden zijn, maar vaak wassen mensen zich er en doen onbeschrijflijke dingen.

    De echte Sanhe-goden zijn volkomen ontspannen, sloffen wat rond op hun slippers, buik naar voren

    Aan de zuidkant van Sanlian Road ligt, achter sierlijke poorten, het laatste houvast voor arbeiders die geen geld meer hebben: Longhua Park. Op alle bankjes en onder alle bomen liggen mensen. Na het vallen van de nacht is het lastig slapen door de vele muggen.

    Terug in de wijk vind ik een goedkoop hotel – dat luistert naar de naam ‘Goedkoop Hotel’. Als ik de eigenaar vertel wat mijn bedoeling is, pakt hij mijn identiteitskaart. ‘Vijftien per dag.’ Vervolgens gaat hij me voor naar de vierde verdieping en wijst naar een ijzeren stapelbed. ‘Het bovenste bed is voor jou.’ Het is een kleine ruimte en aan de wand hangt een piepende ventilator. Drie van de twaalf bedden zijn bezet, twee mannen liggen te snurken, de andere man kijkt porno op zijn mobieltje, waaruit zo nu en dan gehijg klinkt. Ik klauter op mijn bed en merk dan dat de stank niet alleen afkomstig is van de wc, die onder de pies en de stront zit, maar ook van de lakens, die al in geen eeuwen zijn gewassen en vol zwartbruine vlekken zitten.

    Na een dag of drie, vier denk ik dat ik qua uiterlijk niet meer zal opvallen tussen de mannen van Sanhe: mijn haar zit vol klitten, er zit een grote zweetplek op mijn T-shirt en mijn onder-benen zitten onder de bulten van de luizen. Uit sommige bulten loopt pus.

    Banenmarkt

    Toch krijg ik moeilijk contact met de Sanhe-goden. Zodra ik op hen afloop en mijn mond opendoe, gooien ze de meloenzaadjes die ze in hun hand
    hebben op de grond en lopen weg. Ik heb geen idee wat ik verkeerd doe.

    Als de zon opkomt, heb ik moeite om uit bed te komen, meestal omdat ik me niet goed voel of misselijk ben. Door het raam zie ik af en toe arbeiders die langs de kant van de weg liggen te
    slapen. Ik maak mezelf verwijten. Ik voel me schuldig. Ik kan maar beter niet te veel nadenken anders kan ik mezelf niet meer recht in de ogen
    kijken.

    sean foley melf6erhps0 unsplash 1
    Du Qiang sliep in een smerig hotel met de naam ‘Goedkoop Hotel’, op straat, op een gekraakt dakterras en in een daklozenopvang in een sporthal. – © Sean Foley / Unsplash

    Wanneer ik langs de Sanhe-goden loop, moet ik vaak denken aan Wang Lang en andere vriendjes uit mijn jeugd, van wie het niet uitgesloten is dat ik ze hier tegenkom. Nadat ik naar de middelbare school was vertrokken, hadden de meesten van hen ons dorp verlaten op zoek naar werk. We zagen elkaar alleen nog tijdens het Lente-festival. Hun glanzende haar was altijd keurig gekamd en sommigen konden heel knap met hun lippen een sigaret in de lucht gooien en weer opvangen. Zij hadden altijd de dienst uitgemaakt in ons dorp: ze rookten, vochten, reden op een motor alsof het een wild paard was, maakten boomhutten, renden met hun honden vele kilometers achter wilde konijnen aan. Zij stelden echt de norm. Maar hoe was het ze verder vergaan? Dat had ik me nooit afgevraagd.

    Ik stelde me voor dat ik met mijn jeugdvrienden over de Banenmarkt zou lopen, dat we naar de vacaturelijsten zouden kijken van de elektronicafabrieken, de speelgoedfabrieken, restaurants, logistieke bedrijven, en dat we zouden informeren naar het loon en de werkuren. Maar een dergelijke fantasie was veel te lichtzinnig, ik zou mijn gevoelens nooit kunnen doorgronden als we ooit oog in oog met elkaar
    zouden komen te staan en elkaar afwachtend zouden opnemen. ‘Wil je naar Foxconn?’ vroeg een magere arbeider me  ineens. ‘Als je niet gaat, kun je hier nog een eeuwigheid wachten.’

    Guabi

    Pas een maand later zal ik tot de ontdekking komen dat Xiao Zeng echt
    een fijne vent is. Uiteindelijk was hij degene die de moed had te zeggen wat we al veel eerder hadden moeten horen: ‘Jullie zijn een stel wrakken,
    jullie leven als honden en zijn nergens goed voor.’ Niet dat deze visie nieuw voor ons was – we waren er inmiddels aan gewend geraakt om te worden uitgemaakt voor ‘tuig,’ ‘uitschot’ of guabi, wat zoveel betekent als uitgerangeerd, naar de kloten – maar Xiao Zeng had, ondanks zijn overduidelijke tekort-komingen, het lef om deze treurige, uitzichtloze plek achter zich te laten. Daar keken we allemaal van op.

    ‘Wil je bij Foxconn kijken?’ vraagt Xiao Zeng. ‘De leiding is heel streng, maar het werk is niet zo zwaar, dus het moet wel lukken.’ Inmiddels is mijn heldhaftige houding van voordat ik naar Sanhe kwam geheel en al verschrompeld en ik zeg alleen: ‘Ik zie wel.’

    ‘Ben je smerig?’ Na een paar woorden vraagt Xiao Zeng het nogmaals, zijn waterige ogen knipperen onder zijn zware, donkere wenkbrauwen. Dan trekt hij zijn bezwete zwarte T-shirt naar beneden, stopt de rafelige zoom in zijn broek. Zijn spijkerbroek lijkt veel te groot voor iemand die zo mager is als hij. ‘Als je niet smerig bent, kun je bij mij slapen.’

    Xiao Zeng neemt me mee naar een
    zijstraat, waar we een gebouw binnengaan. Hij loopt heel snel de trap op, alsof hij boven iemand moet redden. Xiao Zeng heeft een week geleden van deze plek gehoord. Het dakterras lag vol troep. Hij heeft wat lakens en dekens gestolen van de bewoners en die uitgespreid bij wijze van bed. Nu ligt het beddengoed opgerold op een emmer verf. Ik loop het dakterras op. Hij loopt over kapotte bloempotten en wijst naar een aantal appartementengebouwen aan de overkant. ‘Zolang er niemand op het terras is, kunnen wij hier slapen. Dat is een stuk beter dan langs de weg.’

    Ik kijk naar de zwijnenstal en begrijp niet waarom Xiao Zeng iemand zou vragen of hij al dan niet ‘smerig’ is. Maar Xiao Zeng kijkt er heel trots bij en zegt dat ik goed moet onthouden welk gebouw het is. Als hij die middag wordt aangenomen bij Foxconn, mag ik zijn geheime slaapplek overnemen.

    son vu le mnzcpxhssxw unsplash 1
    Een tyfoon trekt over Shenzhen: ‘Striemende regen en wind doen het dak van de sportzaal schudden. […] Dit is de nacht waarin een tyfoon door de stad der wonderen trekt, over al deze machteloze zielen die een tijdelijke schuilplaats hebben gevonden.’
    © Son Vu / Unsplash

    Als we weer op straat staan, vraagt Xiao Zeng wat ik van plan ben. Ik wijs naar de overkant van de straat. ‘Ik ga naar een internetcafé.’ Hij zwaait en loopt naar een bushalte.

    Waar de wijk grenst aan Sanlian Road, is alles keurig netjes. Winkeltjes langs de kant van de weg. Maar binnen in die winkeltjes is het een heel ander verhaal: boven ons hoofd bungelen elektriciteitssnoeren, als aderen, en er lopen internetkabels van een internetcafé naar de elektrische bedrading van een restaurant, waar alles heel rommelig om de airco-unit heen loopt die uit het raam steekt, om vervolgens allerlei diepe steegjes in te slingeren. Een paar goden hangen tegen de muur, zonder zich iets aan te trekken van voorbijgangers of het afvoerwater van het restaurant, of van de mannen die de straten schoonmaken en met leren slangen het wegdek schoonspuiten. Desondanks voert de zomerse hitte een zurige stank van bederf met zich mee.

    Voor het Dajiale Internetcafé staat een groepje mensen. Kennelijk is er net
    een arbeider afgevoerd op een brancard. Twee vrouwen uit het dorp zitten te kletsen terwijl ze de ambulance nakijken.

    Ze zien er zo vies uit. Zij hebben toch ook ouders? Hoe kan dit allemaal?’

    ‘Er was hier laatst een knappe vent.
    Hij had zo’n honger dat hij niet meer kon bewegen. Hij stond voor het
    restaurantje te kwijlen. De eigenaresse gaf hem een kom noedels maar hij durfde er niet van te eten. De eigenaresse zei dat hij niet hoefde te betalen en dat hij het gewoon mocht meenemen. Hij keek de hele tijd om zich heen maar durfde nog altijd geen hap te nemen. Volgens mij was hij verlamd door zelfmedelijden.’

    ‘Zie je niet hoeveel mensen er op straat slapen? Ik zou ze best wat kleren willen geven. Ze zien er zo vies uit. Zij hebben toch ook ouders? Hoe kan dit allemaal?’

    ‘Ik wilde hem een briefje van tien geven, maar hij durfde het niet aan
    te nemen. Ik vroeg wat er aan de hand was en hij zei dat hij iets kwijt was.’

    Spoken

    ‘Als ze al hun energie ’s avonds in de kroeg verkwisten, hebben ze overdag toch geen energie meer om op zoek te gaan naar werk? Als ze een dag hebben gewerkt zien ze er nog aantrekkelijk uit. Maar als ze uit het internetcafé komen zijn het net spoken.’

    Nadat ze hun medeleven hebben betuigd, draait een van de vrouwen zich om en gaat weer naar het internetcafé, terwijl de andere iets roept over een of ander hotel in de straat.

    De internetcafés zitten vrijwel altijd vol. Zelfs ’s avonds is het nog lastig om een plekje te vinden. Nadat ik achter een computer in de hoek ben gaan
    zitten weet ik niet wat ik moet doen. De god links van me laat zijn held door het gras scheren en de god aan mijn andere kant is pornosites aan het bekijken, alsof hij helemaal alleen is. Na een uur of twee tikt iemand op mijn schouder. Het is Xiao Zeng. ‘Ben je er weer? Was het gesprek geen succes?’

    ‘Shit,’ zegt hij, en dan zet hij de computer aan. Foxconn is druk bezig met de productie van de iPhone X en kan wel wat extra hulp gebruiken – maar natuurlijk alleen van mensen die hun handen en voeten nog hebben. Rond het middaguur waren zo’n zeventien goden samen met Xiao Zeng gaan
    solliciteren. Na van een gratis lunch te hebben genoten gingen er vijftien weg. Xiao Zeng geeft een klap op het toetsenbord en zegt: ‘Verdomme, ik ben nog niet eens begonnen maar ik zou het uitzendbureau nu al meer dan tweehonderd schuldig zijn, voor medische controles en vervoer en wat al niet. Ik heb mijn identiteitskaart weer gepakt en ben vertrokken.’

    ‘Verdomme, weer een dag naar de klote’

    Hij begint aan een nieuwe ronde League of Legends en wil dat ik met hem meedoe. Aanvankelijk staan we er niet al te best voor; onze andere teamgenoten hebben allemaal de handdoek in de ring gegooid. Xiao Zeng spreekt zichzelf toe: ‘Niet opgeven, we kunnen winnen!’ Hij kijkt ingespannen naar het scherm en zijn vingers dansen over het toetsenbord. Zo nu en dan schreeuwt hij iets tegen me en op het moment dat hij het tij heeft weten te keren en uiteindelijk toch heeft weten te winnen, laat hij de muis vallen. ‘Te gek, toch?’

    ‘Kom, we gaan roken.’ Xiao Zeng duwt zijn stoel weg en vraagt aan de bar twee ‘Nanjing’-sigaretten van vijftig cent per stuk. Hij gaat naar buiten en leunt tegen een elektriciteitsmast. Er lopen mensen af en aan, alsof het een geautomatiseerd systeem is waarover niemand zich hoeft te ontfermen. Xiao Zeng rookt en zwijgt, maar dan ineens komt zijn frustratie naar
    buiten. ‘Weer een dag naar de kloten.’

    Drugsdealer

    Twee dagen later, als ik net mijn T-shirt heb uitgetrokken en in bed wil kruipen, stuurt Xiao Zeng me een berichtje, dat hij de hele dag niet heeft gegeten, zich overbodig voelt en dood wil, en dat hij op het dakterras staat.

    Ik sta meteen op. Ga met wat gestoomde broodjes en een fles water naar het appartementencomplex waarvan Xiao Zeng heeft gezegd dat ik goed moest onthouden waar het is. Ik loop de donkere trap op. Naast een deur van het trapportaal zie ik zijn magere schaduw.

    ‘Als het allemaal niets wordt, kun je naar huis gaan,’ zeg ik tegen Xiao Zeng.

    ‘Naar huis? Daar valt niets te verdienen.’

    ‘Er zijn zat mensen die geen geld
    kunnen verdienen. Daarom hoef je nog niet zo te doen.’

    ‘Het heeft geen zin om naar huis te gaan. Tijdverspilling,’ zegt Xiao Zeng. ‘Mijn oudere broer zit in de gevangenis. Zodra hij vrijkomt, kan ik samen met hem mijn slag slaan.’ Zijn broer verkocht al op jonge leeftijd drugs op het platteland. Later verkocht hij drugs in de stad en heeft daar een vermogen mee verdiend. Zijn hele bed lag vol met geld. Toen zijn broer werd opgepakt heeft Xiao Zeng de benen genomen uit angst mee te worden gesleurd in zijn val. Hij is naar Wuhan gegaan, naar Beijing, Tianjin, Shanghai, Hangzhou en Wenzhou en hij heeft tientallen baantjes gehad. Uiteindelijk is hij in Sanhe beland. Zijn familie weet dat hij vrijwel niets verdient en hij heeft al twee jaar geen contact meer opgenomen, maar daar zit Xiao Zeng niet mee.

    ‘Het is niet moeilijk om aan wat geld
    te komen.’ Xiao Zeng kauwt op de gestoomde broodjes. Er zit een dikke puist op zijn wang. ‘In de grote steden zitten meer dan genoeg drugsdealers. Maar daar hou ik me momenteel niet mee bezig. Als de nood aan de man komt, ligt dat anders.’

    lysander yuen sevxeiuh1t4 unsplash 1
    Het enige nadeel van de internetcafés is dat de toiletten vreselijk zijn – niet dat ze niet schoon zouden zijn, maar vaak wassen mensen zich er en doen onbeschrijflijke dingen.
    © Lysander Yuen / Unsplash

    Op die manier vertrouwt Xiao Zeng mij zijn geheim toe. Maar ik op mijn beurt kan hem niet vertellen dat ik een nep-god ben. Vanaf dat gesprek zijn we ‘vrienden’ en niet langer twee onbekenden die elkaar bij toeval zijn tegengekomen.

    In de tien dagen die volgen hangen we hele nachten in internetcafés en rijden op deelfietsen zonder zadel door de stad. Hij vertelt me wat voor baantjes ik wel en niet moet aannemen in Sanhe. Waar het op neerkomt: ik moet geen enkel baantje aannemen. Hij raadt me ook af om te trouwen met een meisje van het platteland, dat niets van de wereld heeft gezien. Hij zegt dat ik meisjes mee uit kan vragen maar dat ik moet weten wat ik wel en niet kan zeggen. Op een avond wil hij iets zeggen, begint dan te blozen en slikt zijn woorden weer in. Ik vraag hem wat er is. ‘Kun je me tien yuan lenen voor eten? Je krijgt het van me terug.’

    Ik waardeer mijn vriendschap met Xiao Zeng. Het is een duidelijk, eerlijk, solidair gevoel. Waarschijnlijk speelt er ook iets mee van superioriteitsgevoel, maar daar sta ik maar zelden bij stil.

    Op een middag zit Xiao Zeng voor het Jiesu Internetcafé en wijst naar een wazig kijkende arbeider in een blauw T-shirt. ‘Die gast ken ik van het Longhua-treinstation.’ Xiao Zeng kon op een nacht nergens terecht. Hij werd wakker van iemand die hem twee yuan toewierp. Hij kocht een fles water, die hij deelde met de man naast zich.

    ‘Hoe heet je?’ vraag ik aan de man in het blauwe T-shirt.

    Hij aarzelt. Ik wil net over iets anders beginnen als hij op zachte toon zegt: ‘Zhang Weiwei.’

    Xiao Zeng komt overeind van zijn stoel. ‘Kijk.’ Hij tilt zijn linkervoet op en laat me een smoezelig verband zien.

    Politiebureau

    De vorige avond hebben twee berooide Sanhe-goden Xiao Zeng om hulp gevraagd. Ze zeiden dat ze al de hele dag niets hadden gegeten en dat ze op zoek wilden naar werk, maar dat ze geen schoenen noch identiteitskaarten hadden. Xiao Zeng nam ze mee naar zijn plek op het dakterras. Tegen zonsopgang werd hij wakker van voetstappen op de trap. Hij voelde meteen in zijn zakken en rende op blote voeten de trappen af. Maar al snel haalde hij zijn voetzolen open aan glasscherven en gutste het bloed naar buiten. Omdat ook zijn mobieltje was gestolen, ging hij naar het politiebureau om aangifte te doen van diefstal.

    ‘Ik zweer je dat ik nooit meer iemand help die ik niet ken. Die agent heeft gezegd dat ik vooral op mijn hoede moet zijn voor mensen die vuile kleren dragen.’ Voordat Xiao Zeng het politiebureau weer verliet, gaf de agent hem 200 yuan voor noodgevallen, uit medeleven.

    Achteraf gezien denk ik dat Xiao Zeng hunkerde naar vriendschap en dat hij bereid was het weinige wat hij had, daarvoor in te ruilen. Maar de Sanhe-goden vonden zijn opmerkelijke gedrag wat overdreven, om niet te zeggen idioot. Xiao Zengs enthousiasme is echter niet zonder bijbedoelingen. Telkens wanneer hij iemand leert kennen, stelt hij dezelfde vraag: ‘Wil je samen met mij naar de fabriek? In mijn eentje is er niets aan.’

    sean foley qewez u5p8q unsplash 1
    In de Shanhe-buurt in Shenzhen hangen veel jonge mannen op straat en in internetcafé’s, af en toe hebben ze losse baantjes. – © Sean Foley / Unsplash

    Xiao Zeng strompelt voort en besluit poolshoogte te gaan nemen op de Banenmarkt. Zhang Weiwei volgt hem op een deelfiets met maar één pedaal. ‘Het is eigenlijk geen leven in Sanhe,’ zegt hij. ‘Hoe langer je hier woont, hoe meer je doodgaat. Vroeger was ik echt niet zo lui.’ Hij had vroeger schulden geïnd in Huizhou. Hij stuurde kisten naar de familie van mensen die schulden hadden uitstaan en verdiende zo een paar duizend per dag. Daarna raakte hij verwikkeld in een strijd op leven en dood en besloot naar Sanhe te vluchten. Sinds hij hier twee maanden geleden is aangekomen heeft hij bijna niet gewerkt.

    Het is een drukte van belang op de Banenmarkt. De arbeiders verdringen zich om de voormannen, die maar moeilijk kunnen kiezen. ’s Middags zijn alleen nog logistieke bedrijven en restaurants op zoek naar mensen.
    ‘Zullen we gaan kijken?’ zegt Xiao Zeng. Zhang Weiwei kijkt verbitterd. Hij heeft dit werk al eens gedaan. ‘De grote pakken zijn allemaal zware spullen, dozen mineraalwater of dozen vol sojasaus. Als je iets breekt, moet je dokken.’ Hij heeft geen zin om zich uit de naad te werken en blijft liever niksen. Xiao Zeng is een beetje teleurgesteld. ‘Verdomme, weer een dag naar de kloten.’

    We vinden alle drie een fiets en rijden langs Sanlian Road naar Longhua Park. We komen langs verlaten bouwplaatsen en grote pleinen en overal zien we gehaaste voetgangers. We rijden over onbekende wegen, laten onophoudelijk onze bel rinkelen in smalle, koele steegjes. Als we weer bij de grote weg komen is er net een fris briesje opgestoken.

    Ik moet denken aan mijn laatste jaar op de middelbare school. In de drukke aprilmaand, net voor het toelatingsexamen, reed ik vaak wat op mijn fiets rond. De stad waar ik woonde, was niet welvarend. Het hoogste gebouw telde dertien verdiepingen maar had een tamelijk bombastische naam: World Trade Centre. Destijds had ik niet veel op met het stadsleven, en mijn toekomst lag nog voor me, maar ik had me nog nooit zo vredig gevoeld. Nu, in de straten van Shenzhen, word ik overspoeld door datzelfde gevoel. Vergeefs probeer ik erachter te komen wat het is.

    Niets helpt hier, ambitie niet en kwade gedachten evenmin

    Wanneer de straatverlichting aangaat, keren Xiao Zeng, Zhang Weiwei en ik terug naar een internetcafé, omdat we niets beters te doen hebben. We hebben de computers nog niet aangezet of een agent roept: ‘Xiao Zeng!’

    Nadat de ‘dieven’ op de vlucht waren geslagen, hadden ze zich verspreid om te ontkomen aan het net dat de politie had uitgeworpen. Maar al snel waren ze buiten adem geraakt en waren ze opgepakt.

    Xiao Zeng gaat bij een agent achter op de scooter naar het politiebureau van Longcheng. Hij keert stralend terug,
    en zegt: ‘Haha, die twee idioten hebben me hun excuses aangeboden. Gênant. Ze gaan jaren de bak in. Zeker drie. Stuitend. Ze moesten huilen. Wat heb ik eraan dat ze spijt hebben. Eentje zei dat ik hem mocht slaan. Dat heb ik
    niet gedaan, ik heb gezegd: “*** je *** moeder.”’

    Lot keren

    Er komt een tyfoon aanzetten vanaf zee en het weer in Shenzhen slaat om. Het is al een dag of vijf erg veranderlijk. Sinds ik Xiao Zeng heb leren kennen, slaap ik beter in mijn stapelbed, gaat het vloeken me makkelijker af en loop ik vaak zonder hemd over straat. Naarmate ik meer word opgenomen in de groep Sanhe-goden is grofheid geen optie meer maar een noodzaak – een vorm van verzet. Wanneer een beschaafd iemand je in het voorbijgaan een minachtende blik toewerpt, voel je geen schaamte, nee, je voelt je sterk en heel erg in je element, alsof je uiteindelijk iets hebt dat het beschermen waard is.

    Zo tegen het middaguur ga ik net als anders op zoek naar Xiao Zeng. Hij
    zit gehurkt op de stoep voor een warenhuis en kijkt naar een arbeider die bij een waarzegger zijn toekomst voorspeld krijgt. ‘Zeg het alsjeblieft als ik de bak in ga.’ Xiao Zeng gaat naast hem zitten. Hij pakt de koperen muntjes die op de grond liggen, klemt ze in zijn hand en blijft er maar naar kijken.

    De waarzegger haalt een hand door zijn grijswitte haar. In Sanhe heeft hij te veel stof van de straat opgesnoven, heeft hij te veel troebele blikken gezien. Mensen zijn tot vrijwel alles bereid om hun lot te doen keren – hij beweert dat iemand hem voor honderdduizend yuan heeft gevraagd een steen in zijn tuin te verplaatsen. Ook heeft iemand ooit zijn suggestie letterlijk genomen dat hij het onheil moest afwenden door met geld te smijten, en die man heeft een miljoen aan contanten in de rivier gegooid. De waarzegger bergt zijn kleingeld op en mompelt iets. Wat hij bedoelt te zeggen: de episode van de inbraak is achter de rug en het geluk ligt binnen handbereik.

    De arbeider betaalt de waarzegger, al is het enigszins wantrouwig: hij lijkt er nog niet helemaal gerust op. Een halfjaar terug werkte hij nog voor een bedrijf dat in handen van de overheid was, maar toen ging hij gokken.
    Nadat hij een enorme gokschuld had opgebouwd nam hij de benen naar Guangzhou. Samen met een hand-langer drong hij een appartementengebouw binnen en stal voor meer dan twintigduizend aan spullen. Sindsdien leeft hij in angst. ‘Ik wil me echt nuttig maken,’ zegt hij tegen ons. Hij was van plan maaltijdbezorger te worden, nadat hij eerst zijn bloed had verkocht, maar hij kon er niet tussenkomen. ‘Oké, verkoop je bloed dan maar. Als ik mijn bloed zou verkopen, zou ik doodgaan,’ zegt Xiao Zeng. ‘Ik heb niet veel bloed meer over.’

    Honger

    In de afgelopen vijf dagen heeft Xiao Zeng de tweehonderd yuan die hij
    van de agent heeft gekregen alweer uitgegeven. Ineens bedenkt hij dat hij wat geld nodig heeft om in de fabriek te kunnen gaan werken, om de tijd te overbruggen tot aan zijn eerste loon. Momenteel heeft hij niet eens geld om eten te kopen. Hij heeft zo’n honger dat zijn hoofd tolt en zijn hart pijn doet. Hij is bang dat hij doodgaat, maar hij wil niets te maken hebben met drugs en hij heeft ook geen werk. Sanhe is inderdaad een magische stad: de mens verandert er in een hoopje ellende. Niets helpt hier, ambitie niet en kwade gedachten evenmin. Xiao Zeng heeft zijn laatste twee yuan uitgegeven aan gestoomde broodjes en geeft Zhang Weiwei een stukje. Daarna gaan ze samen naar Longhua Park om wat water te drinken.

    Op alle banken liggen zwervers. Af en toe hoor je vioolspel, afkomstig uit een parkje zo’n tien meter verderop. De buurtbewoners schaken of zingen samen. Zhang Weiwei heeft een filmpje gemaakt en stuurt het me op. In het filmpje ligt Xiao Zeng in een paviljoen. Hij heeft zo’n honger dat hij niet kan slapen en hij mompelt iets. ‘We zijn er geweest.’ Ineens springt hij overeind. Alsof niemand hem ziet, sluipt hij naar een scooter die vlakbij staat geparkeerd, rukt de accu eruit en rent met de accu in zijn armen naar
    de wijk. ‘Wegwezen! Wegwezen!’

    Ik leg mijn mobieltje weg en loop het hotel uit. Beneden staan tientallen buurtgenoten die het steegje blokkeren, met tegenover zich de politie. Ze protesteren: ‘We willen leven!’ De overheid wil afrekenen met de slechte reputatie van Sanhe en is van plan de buurt voor de zoveelste keer schoon te vegen. Internetcafés moeten ’s nachts de deuren sluiten en er mag niet meer worden verhuurd aan groepen.

    ‘Jullie zeggen dat criminelen langs deze weg de wijk in vluchten, maar
    wij hebben niemand gezien!’ De buurtbewoners winden zich op en moedigen de Sanhe-goden aan om te protesteren. Xiao Zeng en Zhang Weiwei komen net uit het park en staan naast me. Ze grijnzen. ‘Hoe kunnen we nou op hen rekenen?’

    Xiao Zeng neemt ons mee naar de supermarkt, met de accu. Hij stelt voor om te kijken of er gratis eten is, om te proeven. Na zo lang in Sanhe te zijn geweest is het fantastisch om ineens weer door een supermarkt te lopen – rood en groen, allerlei oogstrelende kleuren. ‘Overdaad, overdaad,’ speelt
    er voortdurend door mijn hoofd. We hebben geen tijd om te kijken wat er nou echt in de schappen staat. Er valt niets te proeven, afgezien van een schaal met broodkruimels.

    Het wemelt van de mensen in de supermarkt. Ineens pakt Xiao Zeng drie tomaten, stopt ze snel in zijn T-shirt en knipoogt naar ons. Hij glipt naar het magazijn, waar minder mensen rondlopen, houdt de tomaten in zijn handpalm en schrokt er eentje op. Met volle mond kijkt hij me aan. Ik heb het gevoel dat die blik een soort test is. Dus pak ik ook een tomaat en prop die in mijn mond. Alsof ik wil voorkomen dat het sap over mijn kin loopt, slik ik hem snel door. Ik had nooit gedacht dat het zo makkelijk en vanzelfsprekend zou zijn om te stelen. Ik draai me om en zie dat Zhang
    Weiwei bloost. Hij kan het niet. Als we naar buiten lopen, geeft Xiao Zeng hem de wind van voren. ‘Ze zijn niet zoet. Als ze zoet waren geweest, had ik er nog wel eentje gelust.’

    Nadat we door het steegje aan de oostkant van het park zijn gelopen, in noordelijke richting, en bij het Longji-ziekenhuis linksaf zijn geslagen, heeft Xiao Zeng eindelijk de plek gevonden waar je gestolen goederen kwijt kunt. Hij legt de accu op de weegschaal: dertien kilo, drie yuan per kilo. Nu heeft Xiao Zeng weer geld. Hij geeft mij tien yuan. ‘Het geld dat je me laatst hebt geleend.’ En dan stapt hij vrolijk op een fiets. Aan het eind van het steegje kijkt hij ineens achterom. ‘Willen jullie condooms? Bij het centrum voor geboortebeperking delen ze die gratis uit.’ Hij loopt met een glimlach naar de machine. Met de condooms in zijn hand knipoogt hij naar een vrouw die voorbijkomt. ‘Hé, wil jij ze hebben? Tien yuan voor het hele pakje.’

    Xiao Zeng heeft het nog maar één keer over vrouwen gehad: ‘De vorige keer dat Pang me vroeg mee te gaan naar de hoerenbuurt in Sha Wei, kostte dat me tachtig yuan.’ Zijn verlangen is er niet minder om. Hij kijkt vaak naar de jonge vrouwen die voorbijlopen en zegt dan wat onnozel tegen zichzelf: ‘Waarom ruiken meisjes toch zo lekker?’

    Bezorgdienst

    Als we weer bij de Banenmarkt zijn, trakteert Xiao Zeng mij en Zhang
    Weiwei op bier en bananen. In de tijd dat zijn oudere broer drugs verkocht, had hij hem geholpen, biecht hij nu op. ‘We hadden toen voortdurend lol en hoefden ons nergens zorgen om te maken. We lachten, pokerden en keken de hele dag films. Shit.’ Er glijdt een verbitterde blik over zijn gezicht en
    hij smijt zijn halfvolle bierflesje in de hoek. Het witte schuim borrelt op en trekt snel weer weg.

    Het is bijna avond. Er komen steeds meer mannen naar de Banenmarkt.
    De voormannen beginnen weer te schreeuwen. ‘Bezorgdienst, veertien per uur, gratis eten voor je aan het werk gaat.’ Xiao Zeng staat voor de lijst. Hij kijkt er even naar, draait zich dan aarzelend om. ‘Doen?’

    ‘Het is zwaar. Zes uur achter elkaar.’ Zhang Weiwei ziet het niet zitten.

    ‘Laten we het proberen. Als het wat lijkt, doen we het. En anders gaan we weer, na die gratis maaltijd.’ Xiao Zeng kijkt ons bijna smekend aan.

    Op dat moment is me nog niet duidelijk wat die blik betekent. Pas later, wanneer Xiao Zeng met ons breekt en tegen ons tekeergaat, begrijp ik dat hij de eenzaamste strijd op aarde voert. In een schemerige en misselijkmakende omgeving kun je je tegenstanders niet altijd even scherp zien. Je eigen wil is heel breekbaar en lijkt haast niet te bestaan. Waar je op hoopt is een broze connectie met dit bestaan, en die komt en gaat, is heel vluchtig. Zhang Weiwei en ik staan tegenover Xiao Zeng. Niemand zegt een woord. Weiwei is niet lui maar hij is bang om geld te hebben – zodra hij meer dan vijfhonderd op zak heeft, staat hij echt te trillen alsof hij wordt getroffen (niet figuurlijk bedoeld) door een onbeheersbaar
    verlangen naar drugs, want je hebt minstens vijfhonderd nodig om het Jinsha Casino binnen te komen. Ik vermoed dat Zhang Weiwei niet weet wat hij erger vindt – twee hele dagen zonder eten of de verpletterende spijt achteraf wanneer hij zichzelf niet in de hand heeft gehouden.

    Xiao Zeng lijkt een beetje boos. ‘Het gaat mij alleen om het eten, snap je?’

    ‘Hoe kunnen we eten zonder ervoor te werken? Als je een auto oplapt (naar
    de hoeren gaat), dan betaal je toch ook voor dat ritje?’ zegt Zhang Weiwei. Hij gaat er niet in mee. ‘Jij hebt nog nooit een wrede voorman meegemaakt.
    Als je niet aan het werk gaat na zo’n maaltijd, slaat hij je in elkaar.’

    Dat is de eerste keer dat Xiao Zeng en Zhang Weiwei ruzie hebben.

    Verraad

    Ergens halverwege mijn undercoveroperatie komt een vriend van me naar Shenzhen. Omdat hij weet wat ik allemaal voor ellende heb doorgemaakt, nodigt hij me uit om een nacht in een vijfsterrenhotel te komen slapen.

    Ik vind het hypocriet maar besluit niet al te hard voor mezelf te zijn. ‘Ik heb het gevoel dat ik Xiao Zeng en Zhang Weiwei verraad,’ zeg ik tegen mijn vriend. Maar in werkelijkheid is dat helemaal niet het geval. Mijn aarzelingen verdwijnen als sneeuw voor de zon op het moment dat ik het restaurant binnenloop. Ik geniet intens van het buffet. Nog niet eens zozeer van het eten maar vooral van het gevoel me er niet voortdurend van bewust te hoeven zijn dat ik een toneelstukje opvoerde. ‘En halve rib-eye steak is ook wel genoeg,’ zeg ik tegen de kok. Mijn WeChat-momenten zijn niet anders dan anders: vrienden plaatsen foto’s van het heerlijke eten dat ze hebben gegeten of van de musea die ze hebben bezocht, maken melding van onbenullige problemen, of laten weten dat ze afstand willen nemen van hun luxe leventje. Een bevriende schrijver vertelt dat de straathond die hij onlangs heeft geadopteerd op zijn schildpad heeft gekauwd. Hij is van plan vijfhonderd yuan te betalen om het kapotte schild te laten repareren. Twee dagen later schrijft hij grappend dat hij een begrafenis voor zijn schildpad wil organiseren.

    Als ik terugkeer naar Sanhe is Zhang Weiwei nergens te bekennen. Xiao Zeng zit in zijn eentje op de Banenmarkt naar gangsterfilms uit Hongkong te kijken.

    De vorige avond is hij op het laatste moment uit de bus gesprongen die naar een elektronicafabriek zou gaan. ‘Verdomme, ik had het bijna niet meer. Eerst wel werk en dan weer niet.’ Voordat hij op de bus was gestapt had Xiao Zeng geprobeerd Zhang Weiwei over te halen mee te gaan. Hij had hem in alle ernst gevraagd: ‘Als je geen werk hebt, hoe wil je dan ooit een nieuwe start maken?’

    ‘Gisteravond heb ik hem gevraagd weer naar een restaurant te gaan, maar hij wilde niet mee. Als hij zou willen, dan zou ik zo met hem meegaan. Shit man, hij wilde niet en omdat hij niet wilde, wilde ik ook niet, en toen waren we weer terug bij af.’

    Xiao Zeng loopt dagen te mokken terwijl Zhang Weiwei maar niet wil gaan werken, omdat het werk ‘te zwaar’ zou zijn, of de fabriek ‘te smerig’. Ineens knapt er iets bij Xiao Zeng, en hij zegt kwaad: ‘Smerig of niet, het zal allemaal wel, maar ik heb geen zin meer om af te zien en ik laat me door niemand meer de wet voorschrijven.’ Hij verwijt Zhang Weiwei dat hij het hem lastig maakt. ‘Ik ben een normaal mens. Ik ben niet van plan om in Sanhe te sterven.’

    Vaste baan

    In de gangsterfilm doet een jonge gangster een greep naar de macht, maar wordt door de baas tot de orde geroepen. Nadat hij zich een minuut lang heeft verbeten, pakt hij ineens een mes en steekt de baas dood. Alle goden kijken geschokt toe, met grote ogen. ‘Als ik nu niets doe, ben ik verloren,’ zegt Xiao Zeng tegen zichzelf. Hij gaat snel naar een loket op de Banenmarkt en overhandigt zijn identiteitsbewijs. ‘Het kan me niet schelen of ik in een overall moet lopen tegen het stof. Ik wil zeven dagen per week werken en dan op zoek gaan naar een vaste baan. Anders heb ik straks niet eens genoeg geld om water te kopen.’ Hij draait zich om en zegt tegen mij: ‘Heb je zin om mee te gaan? Laten we samen gaan. We leven hier als honden. Kom, doe iets! Ga mee.’ Hij slaat een arm om mijn schouder. ‘Laten we gaan. Ga je mee?’

    Omdat ik niet reageer, vervolgt hij: ‘Hoe dan ook, ik ga.’

    Ik zie zijn bedrukte gezicht en voel me verdrietig. Uitgerekend op dit moment heeft hij behoefte aan een vriend, aan wat steun. Maar ik kan die vriend niet voor hem zijn, dus ik lieg: ‘Ik moet weer naar huis.’ Vijf minuten voordat de bus vertrekt, ben ik nog altijd bang dat Xiao Zeng het zal opgeven. Ik begrijp wat dat uiteindelijk voor hem zou betekenen. Hij gaat op het trapje zitten en steekt een sigaret op.

    ‘Waarom zou ik een nieuwe start willen. Ik zie wel wat de dag van morgen me brengt.’

    Op de Banenmarkt verandert nooit iets. Tussen de mannen die er maar wat rondhangen, hurkt een dikke man met ontbloot bovenlijf bij een fiets en probeert het cijferslot te kraken, getal voor getal. Hij heeft alle tijd van de wereld. Dan begint het plotseling te regenen. Voordat de mannen ergens kunnen schuilen is het alweer opgehouden met regenen. De mannen
    vloeken. Xiao Zeng draait zich om, zegt dat zijn plekje op het dakterras is geplunderd. Hij is er gisteren naartoe gegaan om zijn spullen weg te halen, omdat het nog altijd regende. Zijn lakens en dekens waren verdwenen, en zonder kon hij niet slapen. De vorige keer dat ik bij zijn geheime plek was, zei hij dat als iemand aan zijn spullen zou komen, hij diegene *** zou vermoorden. Op dat moment wordt me duidelijk dat dat kot voor hem meer is dan een plek om te slapen.

    ‘Ik ben het zat om de hele tijd Sanhe-goden te zien.’ Hij gooit zijn peukje weg. Een oudere dame van Skyworth leest namen van een lijst en Xiao Zeng zegt: ‘Zo.’ Hij loopt achter haar aan over de weg. ‘Ik ga. Ik laat nog wel wat horen.’

    Hij tilt zijn voeten op en perst zich in het busje. Hij zit nog maar nauwelijks of de chauffeur zegt: ‘Het controleren van beeldruis is schadelijk voor je ogen. Geen probleem?’ De god die naast Xiao Zeng zit, zegt dat hij het werk eerder heeft gedaan en dat zijn ogen er al na een paar dagen niet meer tegen konden. ‘Enig idee of je daar later last van krijgt?’ wil Xiao Zeng weten. De god reageert wat geïrriteerd. ‘Hoe moet ik nou weten of je daar later last van krijgt?’

    Op dat moment heeft Xiao Zeng een vreemde blik in zijn ogen. Hij zegt niets, maar kijkt mij strak aan. Ik pijnig mijn hersenen om te bedenken wat ik moet zeggen maar ik kan niet de juiste woorden vinden. De bus komt in beweging, rijdt om het ijzeren hek en verdwijnt langzaam uit beeld op Sanlian Road. Niets nietiger dan het vertrek van Xiao Zeng. Misschien zou Sanhe blijven wat het altijd al was geweest.

    Opvang

    De avond van de tyfoon is de overheid van mening dat het te gevaarlijk is als de Sanhe-goden op straat slapen. Dus wordt de Longhua-basisschool opengesteld voor zwervers, die er de nacht kunnen doorbrengen. Ik sta heel braaf naast de voorzitter van het wijkkantoor en laat hem foto’s maken van mijn uitdrukkingsloze gelaat. Ik pak een flesje water en een bakje Chinese rijstepap en ga dan naar de sportzaal.

    Op de grond liggen zowel heldere als troebele plassen water. Tegen de muur aan de noordkant liggen zo’n honderd goden, in rijen van zes of zeven. Zhang Weiwei ziet me en zwaait even, vraagt of ik naast hem kom liggen. Een paar dagen terug heeft hij Xiao Zeng en mij een berichtje gestuurd dat hij echt dood wilde, dat hij het gevoel had dat het leven geen zin had, maar dat hij, als hij toch de ochtend zou halen, zichzelf zou vermannen en een nieuwe start zou maken. Het zat hem mee, hij kon een baantje krijgen in een fabriek, maar werd op ‘de vliegtuigband’ gezet (een lopende band die zo snel gaat dat het lijkt alsof hij wordt voortgetrokken door een vliegtuig). Hij is traag en de onderdelen stapelen zich op. De voorman begint tegen hem te schreeuwen en Zhang Weiwei kan het niet verdragen. Hij smijt de hele tafel omver. Zijn ex-vriendin weet dat hij aan de grond zit en maakt duizend yuan over, maar dat vergokt hij allemaal.

    ‘Heeft Xiao Zeng je voor het eten uitgenodigd?’ wil Zhang Weiwei weten.

    ‘Nee.’

    Zhang Weiwei heeft geen idee wat er met Xiao Zeng aan de hand is, maar vond hem ‘heel prikkelbaar’.

    Na een paar dagen werken stuurt Xiao Zeng een video naar onze chatgroep. Hij heeft alleen zijn ondergoed aan en ligt met een paar andere arbeiders in bed. Ze lachen en maken een hoop herrie. Het werk is niet makkelijk. Veel van de arbeiders zijn alweer opgestapt maar Xiao Zeng houdt vol. Toen we in de supermarkt tomaten stalen, woog hij maar 42,5 kilo, nu weegt hij bijna 46,5 kilo. Als hij niet binnen een maand 47,5 weegt, zegt Xiao Zeng, zal hij zijn eigen stront opeten.

    Maar zijn wrok jegens de Sanhe-goden is er niet minder op geworden. ‘Die schoften in Sanhe hebben een slechte invloed op me gehad. We gingen elke dag op zoek naar werk. Maar zij wilden dit niet en ze wilden dat niet. Ze sleurden me mee in hun val. Ze namen me mee, gaven me eten en maakten me doodongelukkig.’ Omdat ik Xiao Zeng mee uit eten had genomen, nam ik aan dat hij mij ook tot die schoften rekende. Maar ik ben echt blij voor hem – in ieder geval voor dit moment, want ik weet niet of hij al dan niet terug zal komen.

    Buiten het overdekte basketbalveld steekt de wind op. De goden op het veld beginnen steeds harder te snurken. Op de weg in het oosten rijden auto’s, en het licht van de lampen valt op het raam, verlicht de vlaggen van verschillende landen die aan het plafond prijken. Toevallig liggen we ieder precies onder een vlag. Spanje zegt dat hij ooit in een mortuarium heeft gewerkt, waar hij in twintig dagen zestienduizend verdiende met het wassen van lijken. Hij had ’s nachts gehuil gehoord maar het was niet makkelijk om zo’n goed baantje te vinden. Mongolië zegt: ‘Laten we aardig voor elkaar zijn en een broederschap smeden.’ Ik ben Engeland en ik vraag of ze een nieuwe start willen maken. Mongolië reageert: ‘Waarom zou ik een nieuwe start willen? Ik zie wel wat de dag van morgen brengt.’

    Ik lig op de grond en denk aan mijn laatste jaar op de lagere school. Er was een vrijwilliger uit de stad naar onze school gekomen. Tong, heette ze. Ze droeg een trenchcoat en ze was in alles anders dan onze magere, donkere
    lerares Wang. Toen de jongen die naast me zat op een ochtend zijn huiswerk overhandigde, met zijn ijskoude, smerige ‘klauwen’, zag ik een vreemde uitdrukking over het gelaat van onze lerares Tong glijden. Achteraf denk ik dat het gewoon walging was. Destijds durfde ik het waarschijnlijk niet aan om die blik te zien voor wat hij was. Toen Tongs periode als vrijwilliger erop zat, nam ze afscheid met enkel deze woorden: ‘Als jullie hard werken, kunnen jullie je leven een andere wending geven.’ Vervolgens stapte onze donkere, magere lerares Wang weer naar voren en zei: ‘Mevrouw Tong heeft tegen jullie allemaal gelogen.’

    Het is inmiddels bijna middernacht. In de hoek klinkt een stem: ‘Weerbericht: er is een tyfoon op komst.’ Striemende regen en wind doen het dak van de sportzaal schudden. De goden zwijgen en vallen in slaap. Dit is de nacht waarin een tyfoon door de stad der wonderen trekt, over al deze machteloze zielen die een tijdelijke schuilplaats hebben gevonden. Als het straks dag wordt, hebben ze misschien nog altijd van alles te doen. 

    Du Qiang

    Zhang Weiwei en Xiao Zeng zijn niet hun echte namen.

    De andere kant van economische groei

    Sinologe Annelous Stiggelbout las de reportage van Du Qiang en lichtte op verzoek de Sanhe-goden van Du Qiang toe.

    Sinds de jaren tachtig is China de fabriek van de wereld geworden: van plastic prullaria tot smartphones, het wordt allemaal geproduceerd in grote fabriekssteden in het zuiden, zoals Dongguan en Shenzhen. Met de groei van de industrie is een grote stroom binnenlandse migranten op gang gekomen van jongeren die wegtrekken uit de dorpen, waar hun ouders vaak kleine boeren zijn met een mager inkomen, om hun geluk te beproeven in deze steden. Met hun ondernemingszin, ambitie en werklust zijn deze jonge arbeiders de motor van de enorme groei van de Chinese economie. Met hun trek naar de stad bouwen ze tegelijk aan een nieuw leven voor zichzelf, met nieuwe kansen.
    Du Qiang laat de andere kant van de medaille zien: jongeren die naar de stad trekken en daar mislukken, waarna ze blijven hangen zonder enige ambitie om nog iets van hun leven te maken. Sanhe is een wijk in fabrieksstad Shenzhen, en de jonge mannen in dit verhaal – ironisch ‘Sanhe-goden’ genoemd – slijten hun dagen afwisselend in internetcafés en fabrieken: zodra ze een beetje geld hebben verdiend, laten ze zich apathisch wegzinken in het internet en zodra hun geld op is, keren ze terug naar de banenmarkt om met tijdelijk werk weer een beetje geld te verdienen.
    Veel thema’s komen hier samen: het moeizame bestaan van de Chinese onderklasse; internetverslaving; de scheve geslachtsverhouding in China, waardoor deze mannen weinig kans hebben een partner te vinden. Wat verder opvalt is de verschrikkelijke eenzaamheid van de jonge mannen in deze reportage.

    Deze met een True Story Award bekroonde reportage van Du Qiang bestaat uit twee delen. Het eerste deel is opgebouwd rond een vrouw die ‘grote zus Hong’ wordt genoemd. Du Qiang beschrijft haar als een haast goddelijke figuur, een soort Maria (of Guanyin [Chinese godin van troost en genade]), die een luisterend oor en een troostende schouder (en een warm gat) biedt aan de eenzame jongemannen van Sanhe. Haar eigen leven is zowel veelbewogen als moeilijk geweest, maar in dit verhaal is ze vooral een middel om iets te laten zien van het leven van die Sanhe-goden.
    De centrale persoon in het tweede deel is Xiao Zeng, wiens meest in het oog springende kenmerk zijn diepe eenzaamheid is. Xiao Zeng is zo totaal alleen dat hij elk beetje wat hij heeft (een handige slaapplek, een paar yuan) onmiddellijk deelt met de eerste de beste persoon die hij ziet. Ook hij slijt zijn dagen beurtelings in internetcafés en met tijdelijk werk.

    Du Qiang (Shaanxi, 1988) verbleef voor dit artikel meer dan veertig dagen tussen de Sanhe-goden in Shenzhen. Du (bij Chinese namen komt de achternaam vooraan) begon zijn carrière als politiek verslaggever, maar maakte na twee jaar de overstap naar achtergrondjournalistiek. Hij is vooral geïnteresseerd in mensen met ongewone verhalen, in randgevallen. Via kleine, nieuwswaardige gebeurtenissen werpt hij een licht op grotere sociale kwesties.

    Annelous Stiggelbout

    Annelous Stiggelbout (1981) studeerde sinologie aan de Universiteit Leiden. Ze bracht zes jaar door in China en Taiwan, onder andere als vertaler bij een Engelstalige krant en als diplomaat voor de Nederlandse ambassade. Sinds 2013 richt ze zich geheel op de Chinese literatuur. Ze heeft werk vertaald van onder anderen Han Han en Xu Zechen.

  • Aanbevolen door de redactie. De beste Afrikaanse boeken & meer

    Aanbevolen door de redactie. De beste Afrikaanse boeken & meer

    Een vierdelige radioserie van de BBC over wat waarde eigenlijk is in tijden van kredietcrisis, coronacrisis en klimaatcrisis. De beste Afrikaanse boeken van 2020 volgens African Arguments & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, podcasts en radioshows die wij deze week zijn tegengekomen.

    Wat is waarde?

    Mark Carney, speciaal gezant van de Verenigde Naties voor het klimaat en financiën en voormalig gouverneur van de Bank of England, geeft een serie lezingen op de Britse zender BBC Radio 4 over wat waarde eigenlijk is. In vier afleveringen probeert hij een antwoord te geven op deze vraag en onderzoekt hij hoe ons idee van waarde van invloed is op de kreditcrisis, de coronacrisis en de klimaatcrisis.

    Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Niet alleen vertelt Carney hoe waarde door de eeuwen heen steeds van gedaante verwisselde maar ook kijkt hij vooruit naar een postcoronawereld waarin financiële marktwaarde vermoedelijk scherp tegenover de waarde van het maatschappelijk welzijn komt te staan.’

    Alles over Afrikaanse muziek

    De Zuid-Afrikaan Sean Jacobs, universitair docent Internationale Betrekkingen aan The New School in New York, begon in 2009 met de site Africa is a Country. Het platform biedt boeiende en verrassende verhalen over Afrikaanse politiek, cultuur en samenleving, die vaak haaks staan op de manier waarop westerse media naar Afrika kijken. 
    Sinds eind vorige maand is op de site ook het maandelijkse radioprogramma Africa Is a Country Radio te horenDaarin duikt Chief Boima, muziekproducent, dj, schrijver en cultureel activist uit Sierra Leone, in de muziek en de culturele politiek van het Afrikaanse continent.

    Africa Is a Country Radio levert een een heerlijke mix op van muziek en interviews met musici, historici en journalisten. Warme aanrader in deze barre maand waarin we niet naar de zon mogen reizen,’ aldus redacteur IJsbrand van Veelen.

    De beste Afrikaanse boeken

    Opnieuw komt African Arguments, het pan-Afrikaanse nieuws- en debatplatform, met een lijst van de beste Afrikaanse boeken van 2020.

    Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda: ‘Vorig jaar tipten we ze al in ons magazine; de beste Afrikaanse boeken van het jaar, een overzicht van African Arguments, het onlinetijdschrift dat zich inzet voor een beter begrip van het continent. Dit jaar bevat de lijst weer veel voor ons onbekende namen en dus nieuwe zienswijzen.

    Een goed voorbeeld is Traveling when black van Nanjala Nyabola. Geen reismemoires’, zoals ze zelf aanstipt, maar een reeks essays die ras, identiteit, privileges en migratie onderzoeken. “Hoe zwart zijn betekent dat men zich kan mengen in Haïti of Burkina Faso, maar tegelijkertijd discriminatie van de ergste soort ervaart en elders zelfs de dood riskeert. Dit zijn niet alleen haar verhalen, maar die van velen, die de lezer voortdurend uitdagen om vragen te stellen en de wereld vanuit verschillende perspectieven te bezien.” Laat dat nou net de missie van 360 zijn.’

     Het boek doet ook denken aan het fotografieproject van Johny Pits, die door Europa reisde op zoek naar de “zwarte gemeenschappen”. Nog een tip: zijn werk is vanaf morgen tot 3 januari te zien in De Balie.’

    Chinas Rebel City The Hong Kong Protests South China Morning Post 1 1
    video still uit documentaire China’s Rebel City: The Hong Kong Protests van de South China Morning Post.

    Rebellerend Hongkong

    De documentaire China’s Rebel City: The Hong Kong Protests van de South China Morning Post vertelt het verhaal over de pro-democratische protesten in Hongkong vanaf het de demonstraties tegen het uitleveringsverdrag met China in 2019 tot nu. Aan het woord komen activisten en pro-democratische politici, maar ook pro-Chinese regeringsadviseurs en de korpsleider van de politie van de stadstaat aan de Zuid-Chinese Zee.

    ‘Verplichte kost als je alles over de situatie in Hongkong wilt weten,’ tipt redacteur Joep Harmsen. ‘Het is heel bijzonder voor een documentaire over zo’n gepolariseerde kwestie dat de hoofdrolspelers van beide kampen aan het woord komen. Ook is het inspirerend om te zien hoe Hongkongers blijven strijden voor hun democratie die steeds verder wordt ingeperkt.’

  • ‘Patiënt 1: Zhao, vrouw, 20 jaar oud, zonder vast werk’

    ‘Patiënt 1: Zhao, vrouw, 20 jaar oud, zonder vast werk’

    In Chengdu, in het westen van China, werd het privéleven van een jonge vrouw die besmet was met het coronavirus openbaar gemaakt op sociale media. Ze kreeg een golf van online haat en bedreigingen over zich heen.

    ‘Als je eenmaal besmet bent met het coronavirus, heb je dan geen recht meer op privacy?’ schrijft Phoenix Weekly uit Hongkong. Het antwoord is duidelijk nee – in China althans.

    Dinsdag publiceerde de Gezondheidscommissie van de stad Chengdu, de hoofdstad van provincie Sichuan, informatie op het sociale netwerk Weibo over drie mensen die met covid-19 besmet waren. Het betreft een familie die bestaat uit een jonge vrouw en haar twee grootouders. ‘Patiënt 1: Zhao, vrouw, 20 jaar oud, zonder vast werk.’

    De gezondheidscommissie heeft ook de verblijfplaats van de familie bekendgemaakt, zoals gebruikelijk sinds het begin van de epidemie. Ze vermeldde alleen de wijk waar de familie woont, maar heeft wel de exacte locaties aangegeven die de jonge vrouw de afgelopen veertien heeft bezocht, zoals het park, een nagelsalon, een restaurant en drie bars, die allemaal met naam en toenaam worden genoemd.

    Delen van Chengdu werden afgesloten om het virus meteen in te dammen, waardoor velen zich beklaagden over de overlast die dat veroorzaakte. Maar al snel richtten de pijlen van het publiek zich op de levensstijl van de jonge vrouw en begonnen de slutshaming en online haat, aldus de Hongkongse krant South China Morning Post.

    South China Morning Post maakte een item over het rigoureuze ingrijpen in Chengdu om het virus in te dammen na recente gevallen.

    Klopjacht

    Internetgebruikers organiseerden een klopjacht naar het identiteitskaartnummer van de vrouw, foto’s, voor- en achternaam en haar exacte adres, die vervolgens werden gepost op Chinese sociale netwerken, samen met een minutieus verslag van waar ze allemaal was geweest. Bijvoorbeeld: ‘Op 2 december bezocht ze rond 18 uur ’s avonds haar grootouders en heeft ze vervolgens dertig minuten met hen gegeten’, of: ‘Om 14.00 uur op 5 december verliet ze haar woning om een pakketje op te halen.’

    In China wordt de publicatie van nauwkeurige gegevens over de plaatsen die door geïnfecteerde mensen worden bezocht, beschouwd als een effectieve manier om de verspreiding van de epidemie tegen te gaan: zo blijft iedereen waakzaam en kunnen de contacten van de besmette persoon worden nagetrokken. Maar die aanpak heeft ernstige gevolgen gehad voor deze jonge vrouw, die een lawine van persoonlijke aanvallen over zich heen kreeg.

    Massaal vielen de internetgebruikers over haar openbaar gemaakte uitgaansleven, toen het volgende werd gepost: ‘Om middernacht op 6 december nam ze met vier vrienden een taxi naar de Haiwuli-bar, waar ze tot 3 uur ’s nachts bleven. Toen nam ze met drie van de vier vrienden een taxi naar de Heben-bar.’

    ‘Koningin van de bar’

    Kort daarna werd het slachtoffer door Chinese reageerders de ‘koningin van de bar’ genoemd. Ook werd ze aangevallen op haar losbandigheid: ‘Op haar leeftijd heeft ze plezier in bars, in plaats van dat ze thuisblijft. Ze is geen goed mens’ en: ‘Ze is 20, ze zit niet op school, heeft geen werkt, ze huurt een flat in haar eentje en hangt rond in bars. We weten allemaal wat ze echt doet.’

    Anderen verdedigden Zhao, aldus SCMP. Catch Up, een Weibo-blog dat zich richt op gendergelijkheid, zei dat Zhao’s levensstijl veel voorkomt onder jongeren en dat ze niet bekritiseerd moet worden.

    Het lijkt erop dat de officiële media een beslissende rol hebben gespeeld in deze openbare lynchpartij

    CCTV, het grootste televisiestation van China, probeert de zaak op Weibo te kalmeren door te schrijven dat ‘angst voor de epidemie geen aanleiding mag geven tot een dergelijke uitbarsting van online geweld’. Toch lijkt het erop dat de officiële media een beslissende rol hebben gespeeld in deze openbare lynchpartij. Met name een artikel van het Volksdagblad, de krant van de Communistische Partij, met de kop: ‘Dringend opsporingsbericht’, waarin de gangen van de jonge vrouw werden gespecificeerd. De officiële partijkrant verspreidde dus privacygevoelige aanwijzingen met het doel haar op te sporen.

    ‘Niet zo lang geleden plaatste de overheid op WeChat de telefoon- en identiteitskaartnummers van mensen in mijn stad die als contactpersonen werden geïdentificeerd’, zei een internetgebruiker op Weibo. ‘Als dit zo doorgaat, is niemand veilig voor [online haat]’, schreef een ander.

    Een 24-jarige man is gestraft voor het verspreiden van persoonlijke informatie van de jonge besmette vrouw, meldt South China Morning Post. SCMP laat ook weten dat het slachtoffer een verklaring heeft gepost dat zij en haar familie online zijn aangevallen en dat ze bedreigingen heeft ontvangen op haar telefoon. Ook schrijft ze dat ze niet zou zijn uitgegaan als ze wist dat ze besmet was. ‘Ik heb toevallig covid-19 gekregen, ik ben ook een slachtoffer.’

  • China heft exorbitante belastingen op wijn

    China heft exorbitante belastingen op wijn

    China, Australië, ruzie, handel, wijn: het zijn de ingrediënten van een handelsoorlog die steeds ernstiger vormen begint aan te nemen. 

    Zondag publiceerde South China Morning Post uit Hongkong een artikel met als kop ‘Ruzie China-Australië: van handel naar coronavirus en buitenlandse inmenging’. Een dag eerder kwam de Australische The Sydney Morning Herald met een artikel waarvan de kop luidde: ‘Britse dorst kan Australische wijn redden van Chinese tarieven.’

    De Chinese frustraties over Australië begonnen volgens South China Morning Post enkele jaren geleden, toen Canberra de Chinese techgigant Huawei Technologies verbood te participeren in de uitrol van een nieuw 5G-netwerk. Hand-in-hand met dat verbod werd een nieuwe wet aangenomen die expliciet buitenlandse inmenging in de binnenlandse politiek van Australië verbiedt. Vorig jaar wees een onderzoek van het Lowy Institute uit dat het vertrouwen van het Australische publiek in China om ‘verantwoord te handelen’ op het laagste punt stond sinds Lowy de enquête in 2004 begon.

    Niet veel later sprak de Australische regering zijn steun uit voor demonstranten in Hongkong die protesteerden tegen de toenemende invloed van Beijing op hun stadsstaat. Toen Australië, wijzend naar China, begin dit jaar ook nog eens opriep tot een internationaal onderzoek naar de oorsprong van de coronapandemie, waren de rapen gaar. China omschreef die oproep als ‘vergiftiging van bilaterale betrekkingen’ en begon met het blokkeren van Australische exportproducten ter waarde van miljarden dollars. Het begon met een importblokkade van Australische kreeften en daarna volgden onder meer koper en steenkool dat Australië in enorme hoeveelheden naar China exporteert, aldus de BBC. En toen was Australische wijn aan de beurt. 

    Met ingang van december is China begonnen met het heffen van belastingen op de import van Australische wijnen, die oplopen tot maar liefst 212 procent. 

    ‘Naar verluidt zijn sinds begin vorige maand ook andere importproducten uit Australië verboden, waaronder kolen, suiker, kreeften, koper en hout’

    Volgens het Chinese ministerie van Handel gaat het om tijdelijke antidumpingmaatregelen die zijn bedoeld om de gesubsidieerde invoer van Australische wijn te stoppen. Het ministerie beweert dat Australië subsidies verstrekt die ervoor zorgen dat Australische wijnen goedkoper kunnen worden verkocht in China dan op de thuismarkt, en dat er dus sprake is van ongeoorloofde dumping. De China Daily, eigendom van de Chinese Communistische Partij, laat in een hoofdredactioneel commentaar weten het daar volledig mee eens te zijn. Daarom is de belastingheffing dan ook een gerechtvaardigde stap, die niet verkeerd moet worden uitgelegd: ‘Het recente besluit van China om voorlopige antidumpingmaatregelen op Australische wijn in te stellen, mag niet ten onrechte worden geïnterpreteerd als een teken van een handelsoorlog, aangezien het volledig in overeenstemming is met de Chinese wet- en regelgeving en de internationale praktijk.’

    ‘Toegegeven’, aldus het commentaar, ‘de handelsbetrekkingen tussen China en Australië zijn dit jaar verslechterd. China heeft al antidumpingrechten ingesteld op Australische gerst en het heeft de invoer van rundvlees van enkele grote Australische producenten opgeschort. Naar verluidt zijn sinds begin vorige maand ook andere importproducten uit Australië verboden, waaronder kolen, suiker, kreeften, koper en hout. Maar China is niet van plan een handelsoorlog met Australië te beginnen, aangezien niemand daar voordeel van heeft.’

    De aap uit de mouw

    En dan komt de aap uit de hoofdredactionele mouw: ‘Het is Canberra dat serieus onderzoek moet gaan doen naar zijn vijandige gedrag en houding ten opzichte van zijn grootste handelspartner. Canberra heeft zich bemoeid met kwesties betreffende de kernbelangen van China en heeft China ongegrond beschuldigd van deelname aan “interventie- en infiltratie”-activiteiten in Australië. Er werd zelfs een zogenaamd “onafhankelijk internationaal onderzoek” voorgesteld naar de uitbraak van het coronavirus, dat algemeen werd gezien als een poging om China te belasteren.’ De importbelastingen op wijn zijn ingesteld ‘uit een gevoel van verantwoordelijkheid voor de binnenlandse industrie en de Chinese consumenten’, zo citeert de krant een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

    De exorbitante importbelastingen op Australische wijn betekenen een behoorlijke dreun voor de wijnboeren down under, zo schrijft de BBC. Bijna 40 procent van de Australische wijnexport ging de afgelopen jaren naar China. Vorig jaar kocht China zelfs meer gebottelde wijn van Australië dan van Frankrijk. Maar door de verslechterde politieke betrekkingen lijkt de liefdesrelatie met Australische wijnboeren voorbij. De importheffingen leggen op pijnlijke wijze bloot hoe groot de Australische economische afhankelijkheid van China is. Met zo’n 240 miljard Australische dollars is China veruit de grootste handelspartner; nummer 2 Japan volgt op grote afstand met een volume van nog geen 100 miljard.

    Dorstige Britten

    Volgens The Sydney Morning Herald is de hoop nu gevestigd op dorstige Britten. Tegenover de wijnexport naar China van 40 procent staan weliswaar slechts een schamele 15 en 14 procent naar respectievelijk de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, zo schrijft de krant. Maar de Britse dorst naar Australische wijn is groeiende: 22 procent van de verkochte wijn in Groot-Brittannië komt uit Australië en dat is bijna het dubbele van de hoeveelheid die de Britten kopen in Italië, het tweede land op de lijst. En de Britse interesse blijft toenemen. Volgens marktonderzoekbureau IRI groeide de verkoop van Australische wijn in Groot-Brittannië de afgelopen twaalf maanden met 10 procent naar 1,3 miljard Australische dollar, zo’n 800 miljoen Euro.

    En er daagt nog meer hulp voor de Australische wijnboeren. Parlementariërs van over de hele wereld figureren sinds vorige week in een video waarin ze mensen aansporen Australische wijn te kopen ‘om het hoofd te bieden aan de intimidatie door China’. Deze #SolidarityWithAustralia-campagne is gestart door de onlangs gevormde Interparlementaire Alliantie tegen China, bestaande uit een groep van 200 parlementsleden uit 19 landen, die bekendstaan om hun onverzettelijke houding ten opzichte van China. Een Australische senator in de video, Kimberley Kitching, stelt onomwonden dat China de export van Australië heeft geblokkeerd vanwege kritiek op de mensenrechten. ‘Dit is niet alleen een aanval op Australië’, zo zegt Kitching. ‘Dit is een aanval op vrije landen overal in de wereld.’

  • Aanbevolen door de redactie. Hoe China het weer manipuleert & meer

    Aanbevolen door de redactie. Hoe China het weer manipuleert & meer

    The Washington Post maakte een reportage over een seriemoordenaar die bijna veertig jaar ongestoord toe kon slaan. Een portret uit Time Magazine van reggea-ster Bobi Wine die zich kandidaat stelt voor het Oegandese presidentsschap & meer leestips van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, tippen wij voor u enkele interessante stukken die wij deze week zijn tegengekomen.

    Portret van en vrouwenmoordenaar

    Samuel Little is de dodelijkste seriemoordenaar uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. In meer dan 700 uur aan gefilmde politieverhoren, sinds mei 2018, heeft Little, nu tachtig, bekend 93 mensen te hebben vermoord, vrijwel allemaal vrouwen, in een moorddadige rooftocht die meer dan dertig jaar voortduurde in negentien staten. Doordat hij het vooral had voorzien op kwetsbare vrouwen – sekswerkers, drugsverslaafden – werden veel van zijn moorden nooit door de politie onderzocht.

    Redacteur Joep Harmsen tipt dit artikel uit The Washington Post: ‘Deze weerzinwekkende reportage in drie delen bezorgde me kippenvel. WP gaat minutieus na hoe Little bijna veertig jaar lang zijn gang heeft kunnen gaan.’

    Onconventionele presidentskandidaat

    ‘Ze lieten me geen muzikant zijn, dus ik dacht dan kan ik net zo goed president worden’, zegt Bobi Wine, die bij de jongeren in Oeganda nog bekendstaat als wietrokende raggae-artiest. Hoewel hij zichzelf niet de perfecte kandidaat vindt, neemt de 38-jarige Wine – wiens muziek sinds 2018 in het land is verboden – het in de verkiezingen 14 januari op tegen dictator Yoweri Museveni, die het land meer dan drie decennia regeert met gebruikmaking van onderdrukking, corruptie en geweld.

    ‘Een mooi portret uit Time Magazine van “de Oegandese Jay-Z”, zoals hij in zijn land wordt genoemd, die met gevaar voor eigen leven zijn land wil verbeteren,’ tipt hoofdredacteur Laura Weeda.

    Hoe China het weer manipuleert

    CNN bericht over een programma dat van grootschalige invloed is op het weer, uitgevoerd door China. Volgens een verklaring van de Staatsraad zal tegen 2025 het totale gebied dat wordt bedekt door kunstmatige regen of sneeuwval 5,5 miljoen vierkante kilometer bedragen, terwijl meer dan 580.000 vierkante kilometer (224.000 vierkante mijl) zal worden bedekt door hagelonderdrukkingstechnologieën. De verklaring voegt eraan toe dat het programma zal helpen bij rampenbestrijding, landbouwproductie, noodhulp bij bos- en graslandbranden en het omgaan met ongewoon hoge temperaturen of droogtes.

    ‘Het is niet alleen de vraag wat voor – potentieel desastreuze – gevolgen dat heeft op langere termijn, het kan ook nog eens gebruikt worden als grensoverschrijdend wapen,’ aldus redacteur IJsbrand van Veelen.

    Amazon neemt busladingen nieuwe werknemers aan

    De behoefte aan onlinewinkelen is door de coronapandemie als een razende toegenomen. Amazon nam in de eerste kwartaal van dit jaar ruim 400.000 medewerkers extra aan. Met 1,2 miljoen mensen in dienst mag het bedrijf zich de grootste werkgever in de VS noemen. Historici vergeleken deze grootschalige operatie vorige week in The New York Times met het rekruteren van soldaten in de Tweede Wereldoorlog of het uit de grond stampen van complete industrieën in oorlogstijd, zoals de scheepsbouw tijdens de eerste jaren of de woningbouw nadat de soldaten waren teruggekeerd.

    Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Het degelijke en goed onderzochte artikel van Karen Weise licht dat aspect van Amazon een beetje bewonderend toe, in plaats van wat we zouden verwachten van een krant die de macht kritisch dient te volgen.
    Maar ‘wij van 360’ vinden het altijd verhelderend aannames te laten ontmantelen en nieuwe verhoudingen voorgelegd te krijgen. Zelfs al denken we de feiten te kennen uit een eerder artikel dat 360 Magazine publiceerde over de erbarmelijke arbeidsomstandigheden van Amazon.’

  • Waarom China rijkere boeren nodig heeft

    Waarom China rijkere boeren nodig heeft

    China moet de gapende kloof tussen platteland en stad dichten, wil het land werkelijk welvarend worden en niet in een middle-income trap vallen, schrijft correspondent Goh Sui Noi.

    Sinds maart zijn de huizen van duizenden boeren in de Chinese provincie Shandong kort na kennisgeving door de overheid gesloopt. De reden: de bewoners krijgen nieuwe, moderne woningen.

    Klinkt mooi, maar wie weigerde de sloopovereenkomst te ondertekenen, werd ingerekend. De sloop voltrok zich bovendien nog vóór de verhuizing, de nieuwe woningen waren nog niet af, en mensen moesten in afwachting van de oplevering zelf maar tijdelijke woonruimte zien te vinden. Sommige ontheemden, die nergens terecht konden, bouwden provisorische onderkomens aan de rand van hun erf.

    De Shandong-affaire is een extreem voorbeeld van de wijze waarop China zijn moderniseringspolitiek van het platteland aanpakt. Onderdeel daarvan is de bouw van nieuwe, grotere gemeenschappen voor boeren, zodat publieke goederen efficiënter kunnen worden geleverd en er tegelijkertijd meer land vrijkomt voor landbouw en ander gebruik. Maar dit beleid kent ook nadelige effecten.

    GettyImages 494598816 1
    De Chinese overheid probeert het platteland radicaal te hervormen door huizen van boeren te slopen en er modernere woningen voor in de plaats neer te zetten. – © Zhang Peng / LightRocket / Getty

    Schulden

    Omdat de vergoeding voor de sloop van hun huis meestal laag is en de nieuwe woningen duur zijn, steken boeren zich vaak diep in de schulden om kleine appartementen te betrekken, waar ze hun landbouwgereedschap niet kwijt kunnen. Sommigen komen zo ver van hun boerderij te wonen dat ze het boeren helemaal eraan moeten geven en gedwongen zijn elders een baan te zoeken. Ouderen worden volledig afhankelijk van hun pensioentje of van het geld dat hun kinderen die in de steden werken overmaken.

    De ellende van de boeren in Shandong is kenmerkend voor de problemen op het platteland, die de Chinese overheid al tientallen jaren met weinig succes probeert op te lossen. In de afgelopen zeventien jaar zijn de sannong wenti – de drie plattelandskwesties: landbouwproductie, plattelandsontwikkeling en het boereninkomen – onderwerp geweest van het zogeheten Centraal Document nr. 1. Daarmee is het belang wel aangegeven. Dat plattelandsproblemen al zeventien jaar op rij de topprioriteit van de overheid zijn, toont aan hoe hardnekkig ze zijn en, zo stellen sommigen, hoezeer het regeringsbeleid tekortschiet.

    De afgelopen veertig jaar heeft China honderden miljoenen mensen uit de klauwen van de armoede bevrijd, ook boeren. De kloof tussen platteland en stad blijft echter groot. Dit jaar zal de Chinese overheid waarschijnlijk de overwinning uitroepen in haar strijd tegen absolute armoede. Daarnaast zal ze verkondigen dat het doel om een redelijk welvarende samenleving op te bouwen is verwezenlijkt.

    Waarnemers vinden echter nog steeds dat China de gapende kloof tussen platteland en stad doeltreffender moet dichten, wil de droom van een verjongd land uitkomen, en wil China niet in de middle-income trap vallen, dat wil zeggen een middeninkomensland blijven in plaats van werkelijk welvarend te worden.

    China’s transformatieproces van een geplande naar een markteconomie begon in 1978 op het platteland, toen nooddruftige boeren in een dorp heimelijk hun gezamenlijke landbouwgrond in kaveltjes verdeelden om hun eigen voedsel te kunnen verbouwen. Daarmee was het systeem van ‘huishoudelijke verantwoordelijkheid’ geboren, een hervorming van het platteland die boeren in staat stelde hun eigen lapje grond te bewerken en de producten die ze overhielden op particuliere markten te verkopen, nadat ze aan de overheidsquota hadden voldaan.

    De eerste groep Chinezen die ‘rijk’ werden waren boeren in de jaren tachtig. Dankzij de eerste hervormingen nam de armoede op het platteland duidelijk af, al bleven de inkomens er nog steeds lager dan in de steden.

    In de jaren negentig kwam er een kentering, toen versnelde economische hervormingen vooral gericht waren op industriële ontwikkeling en ondernemerschap. Stedelijke centra aan de kust vergaarden op die manier rijkdom. Er waren ook wel hervormingen op het platteland, maar die hielden geen gelijke tred met die in de steden. De ontwikkelingskloof leidde tot een grotere welvaartskloof. In 1990 bedroeg het jaarlijks beschikbaar inkomen per hoofd van de stedelijke bevolking iets meer dan het dubbele van het plattelandsinkomen: 1.510 tegen 686 yuan. In 2000 was die factor gestegen tot 2,78 en in 2010 was het stedelijk inkomen 3,23 keer zo hoog als het plattelandsinkomen.

    De kloof verkleinde in 2018 tot 2,68, met een stedelijk inkomen van 39.251 yuan tegen een plattelandsinkomen van 14.617 yuan. Maar dit was inclusief het overgemaakte geld door arbeidsmigranten in de steden, dat 90 procent van het totale beschikbare inkomen op het platteland vertegenwoordigde. Geschat wordt dat het inkomen op het platteland sinds 2014 is gedaald, de overmakingen van arbeidsmigranten niet meegerekend.

    Collectief bezit

    Er zijn tal van redenen te bedenken voor deze kloof: problemen rond landbezit, het hukou-systeem van persoonsregistratie dat de bewegingsvrijheid van plattelanders beperkt en het gebrek aan toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, pensioenen en andere sociale voorzieningen, ten opzichte van stadsbewoners.

    De vroege Chinese plattelandshervormingen leidden tot het systeem van huishoudelijke verantwoordelijkheid, waarbij vrijwel al het te bebouwen land aan individuele huishoudens werd toegewezen. Al dat land blijft echter collectief bezit: boeren hebben alleen gebruiksrechten. Naarmate de industrialisatie en verstedelijking versnelden en de druk op land toenam, begonnen lokale overheden boeren hun land af te nemen, omdat ze dat wilden herbestemmen voor woningbouw en bedrijven. Deze overheden maakten vervolgens winst uit de verkoop van landgebruiksrechten. Boeren kregen geringe of zelfs helemaal geen financiële compensatie, ontwikkelaars kregen gepeperde rekeningen toegestuurd.

    In 2015 waren zo’n 120 miljoen boeren hun land kwijtgeraakt

    In 2015 waren zo’n 120 miljoen boeren hun land kwijtgeraakt. Velen trokken noodgedwongen naar de steden om werk te zoeken, al waren er ook veel boeren die hun land niet verloren maar toch voor een leven in de stad kozen.

    Ondertussen konden de boeren met hun kleine lapjes grond hun opbrengst en dus hun inkomen moeilijk verhogen. Aan de andere kant lag er veel grond braak: de vroegere gebruikers waren naar de stad getrokken, waar ze laagbetaalde fabrieksarbeiders werden of in de informele sector terechtkwamen. Dit leverde doorgaans nog altijd meer op dan op het platteland blijven ploeteren.

    Dankzij veranderingen in de landwetten door de jaren heen konden boeren de grond van hun buren huren om hun boerderij uit te breiden. Ondertussen werd het platteland geconfronteerd met een leegloop van jongeren, waardoor vooral ouderen en jonge kinderen achterbleven.

    President Xi Jinping presenteerde in 2017 een plan om plattelandsgebieden nieuw leven in te blazen. Bedoeling was om de komst van grote, efficiëntere, moderne boerenbedrijven te stimuleren. In gebieden waar dergelijke hervormingen zijn doorgevoerd, krijgen boeren aandelen voor hun kavels. Lokale collectieven verhandelen deze grond namens hen.

    Boeren met grotere bedrijven hebben echter niet altijd genoeg aan een contract voor een dertigjarig gebruiksrecht op landbouwgrond. Voor perzikboeren zijn bomen bijvoorbeeld een investering die vijftig jaar loopt.

    Het valt nog te bezien hoe gunstig de hervormingen zullen uitpakken. Afgezien van de problemen met land heeft het hukou-systeem van persoonsregistratie Chinese boeren ook economisch belemmerd. Dit systeem, dat uiteindelijk verblijfsvergunningen regelt, verdeelt de Chinese bevolking in plattelands- en stadsbewoners; deskundigen zijn van mening dat het de plattelandsbevolking discrimineert.

    Het stelsel werd in 1958 ingevoerd om plattelandsbewoners te beletten naar de stad te verhuizen. Dankzij een versoepeling in de jaren tachtig konden boeren in stedelijke centra gaan werken, omdat de vraag naar arbeidskrachten daar toenam.

    Zonder permanente verblijfsvergunning kunnen dergelijke arbeidsmigranten echter nauwelijks aanspraak maken op de sociale uitkeringen waar andere stedelingen wel recht op hebben. Daardoor is het voor hen moeilijk en duur om toegang te krijgen tot huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs voor hun kinderen. Velen laten hun kinderen daarom achter bij grootouders in de dorpen.

    Alle veranderingen door de jaren heen ten spijt, staan arbeidsmigranten nog altijd bloot aan sociale discriminatie.

    In 2016 werd een nieuw beleid doorgevoerd om rond dit jaar honderd miljoen arbeidsmigranten een verblijfsvergunning in de stad te verlenen. Doel is de stadsbevolking een impuls te geven en de middenklasse te laten groeien, aangezien China de transitie wil maken van een exportgerichte naar een consumptiegerichte economie. Eerder dit jaar zijn er nog meer hukou-hervormingen beloofd.

    Middelbaar onderwijs

    Tot nu toe zijn vooral in kleine steden beperkingen opgeheven, in de hoop dat arbeidsmigranten daarnaartoe trekken. Maar veel arbeiders verhuizen liever naar of blijven graag wonen in de grote steden, waar banen zijn, en waar het niveau van voorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs hoger is.

    Onderwijs is een andere reden waarom plattelandsbewoners het nog altijd slechter hebben dan hun landgenoten in de stad. Volgens de Amerikaanse ontwikkelingseconoom Scott Rozelle van de Stanford-universiteit, die de armoede en ongelijkheid in China onderzoekt, is slecht middelbaar onderwijs een probleem op het platteland: amper de helft van de kinderen gaat naar de middelbare school, tegen 90 procent in grote steden. Nog geen 5 procent van de studenten aan elite-universiteiten komt van het platteland. Ook het leren zelf moet je leren, en die vaardigheid bezitten veel plattelandsjongeren niet, zegt Rozelle. ‘Ze zullen niet kunnen profiteren van de economische kansen die nieuwe technologie in China inmiddels biedt.’

    Met name op arbeidsmigranten heeft dit een verwoestend effect, aangezien het aantal beter betaalde banen in de industriële sector afneemt naarmate fabrieken automatiseren of zich in het buitenland vestigen. Zelfs laagbetaalde banen in de dienstensector zijn niet voor hen weggelegd. En wie als professionele boer in een groot landbouwbedrijf wil werken of een eigen bedrijf wil beginnen, heeft eerst toegang tot beter onderwijs nodig om de benodigde vaardigheden op te doen.

    De overheid moet de kwaliteit en beschikbaarheid van plattelandsscholen verbeteren en de kinderen die daar wonen aanmoedigen om meer dan de verplichte negen jaar onderwijs te volgen, aldus analisten.

    Het volgende vijfjarenplan omvat waarschijnlijk nog meer hervormingen die tot doel hebben het inkomen en de koopkracht van huishoudens op het platteland en van arbeidsmigranten te verhogen.

    Volgens een rapport van de bank HSBC over het nieuwe vijfjarenplan wordt de landhervorming versneld om plattelandshuishoudens een groter deel van de winst uit herwaardering van land te gunnen. Dit als onderdeel van het streven om consumptieve bestedingen onder de 551 miljoen Chinezen op het platteland te verhogen.

    De verwachting is ook dat de hervorming van het hukou-systeem wordt versneld, om de 290 miljoen arbeidsmigranten toegang te geven tot stedelijke sociale voorzieningen. Dit zal waarschijnlijk leiden tot een vermindering van hun spaargeld uit voorzorg, het ‘appeltje voor de dorst’ dat het dubbele bedraagt van dat van gemiddelde stedelijke huishoudens, en hen aanmoedigen om meer uit te geven.

    Het is nog maar de vraag of deze hervormingen, die ook toegang tot beter onderwijs betreffen, ingrijpend genoeg zullen zijn om de welvaartskloof tussen platteland en stad te verkleinen. Net als de boeren die ze wil helpen, moet de overheid eerst zaaien, in de wetenschap dat er bij beleidsplanning, net als in de landbouw, vaak een kloof zit tussen wens en resultaat.

  • China’s nieuwe IP

    China’s nieuwe IP

    Op een VN-bijeenkomst kwam een team van het Chinese telecombedrijf Huawei met een voorstel voor een nieuw internetprotocol, een nieuwe infrastructuur die de macht weghaalt bij het individu en teruggeeft aan de staat. De Britse zakenkrant de Financial Times zocht het tot op de bodem uit.

    Op een frisse dag in september betrad een handvol Chinese ingenieurs vorig jaar een vergaderzaal in het hartje van de VN-wijk in Genève. Ze hadden een uur de tijd om afgevaardigden uit meer dan veertig landen te overtuigen van hun visie: een ander soort internet, ter vervanging van de technische architectuur die al een halve eeuw ten grondslag ligt aan het wereldwijde web dat we kennen. Het huidige internet is van iedereen en niemand, maar zij willen iets heel anders bouwen: een nieuwe infrastructuur die de macht weghaalt bij het individu en teruggeeft aan de staat.

    Het voorstel voor dit ‘Nieuwe IP’ (internetprotocol) werd gepresenteerd door een team van de Chinese telecomreus Huawei. Geen enkel ander bedrijf had zo’n grote delegatie afgevaardigd naar deze bijeenkomst van de International Telecommunication Union (ITU), een VN-organisatie die wereldwijde standaarden voor technologie vastlegt. De Chinezen gaven een simpele powerpointpresentatie, die weinig informatie bevatte over hoe die nieuwe techniek precies werkt en voor welk specifiek probleem het een oplossing is. Wel was de presentatie gelardeerd met plaatjes van futuristische technologie, van levensgrote hologrammen tot zelfrijdende auto’s. Die moesten illustreren dat het huidige internet een achterhaalde techniek is, die de grenzen van zijn mogelijkheden heeft bereikt. Het wordt tijd, zo stelde Huawei, voor een nieuw wereldwijd netwerk met een top-downontwerp, en de Chinezen willen dat maar al te graag bouwen.

    Overal ter wereld lijken overheden het erover eens dat de huidige vorm van internetregulering – in feite niet meer dan wetteloze zelfregulering door merendeels Amerikaanse bedrijven – niet functioneert. Het Nieuwe IP is de recentste van een hele reeks pogingen om daar verandering in te brengen, vaak onder aanvoering van landen die vijftig jaar geleden niet bij het ontstaan van het internet waren betrokken. ‘De conflicten rond internetregulering zijn de nieuwe plaatsen waar politieke en economische macht zich in de eenentwintigste eeuw ontplooit,’ schreef Laura DeNardis in 2014 in haar boek The Global War for Internet Governance.

    Censuurmodel

    Vooral China beschouwt de ontwikkeling van een nieuwe infrastructuur en nieuwe standaarden voor internet als kernpunt van zijn digitale buitenlandbeleid, en het ziet zijn censuurmodel als schoolvoorbeeld van een efficiënter internet dat naar andere landen kan worden geëxporteerd. China ‘wil natuurlijk een technologische infrastructuur die de overheid net zo’n totale macht geeft als ze in de samenleving heeft, een technisch ontwerp dat tegemoetkomt aan de totalitaire drang,’ zegt Shoshana Zuboff, sociaal wetenschapper aan Harvard en auteur van The Age of Surveillance Capitalism. ‘Dat vind ik eng, en iedereen zou dat eng moeten vinden.’

    Volgens Huawei wordt het Nieuwe IP alleen ontwikkeld om tegemoet te komen aan de technische eisen van een razendsnel veranderende digitale wereld en is er nog geen specifieke vorm van regulering in het ontwerp opgenomen. Het telecombedrijf leidt een ITU-studiegroep die onderzoekt welke netwerktechnologie de wereld in 2030 nodig heeft, en het Nieuwe IP moet daaraan voldoen, aldus een woordvoerder. Informatie over het voorstel is vooral afkomstig uit twee met jargon doorspekte documenten waarin de Financial Times inzage kreeg. Het zijn de teksten van de twee presentaties die afgelopen september en februari achter gesloten deuren zijn gegeven aan de afgevaardigden bij de ITU. Het betreft een voorstel voor technische standaarden en een powerpointpresentatie getiteld ‘New IP: Shaping the Future Network’.

    Hoewel internet een invloedrijk medium is, kent het eigenlijk geen toezicht. De macht berust er nu grotendeels bij een handjevol Amerikaanse bedrijven: Apple, Google, Amazon, Facebook. Juist door het ontbreken van centraal toezicht heeft internet zo’n grote verandering teweeg kunnen brengen in onze manier van leven en communiceren. Maar het heeft ook geleid tot een uitvergroting van de breuklijnen in onze maatschappij, door manipulatie van het maatschappelijk debat, ondermijning van de democratie en de opkomst van massaspionage.

    De machtsbalans begint te verschuiven, maar de wensen van staten lopen sterk uiteen. Zo willen de VS, Groot-Brittannië en Europa het huidige systeem aanpassen om beter toezicht te kunnen houden en inlichtingendiensten meer inzage te bieden in de gegevens van individuele gebruikers. Het Chinese Nieuwe IP is veel radicaler, want daarbij kan centraal toezicht in de technische structuur worden ingebakken. Volgens diverse aanwezigen op de ITU-bijeenkomsten viel het Chinese voorstel in goede aarde bij Saoedi-Arabië, Iran en Rusland. Ook bleek uit het voorstel dat de blauwdrukken voor deze nieuwe netwerkstructuur al klaarliggen en dat er een begin is gemaakt met de bouw. Elk ander land kan deze straks overnemen.

    Wat we nodig hebben, is een westers internet dat berust op een visie van een digitale toekomst verenigbaar met democratie

    ‘We hebben nu twee soorten internet: een door de markt gedomineerde kapitalistische versie waarin alles draait om het volgen van gebruikers voor commercieel gewin; en een autoritaire versie waarin alles net zo goed draait om het volgen van gebruikers,’ zegt Zuboff. ‘De vraag is: slaan Europa en Noord-Amerika de handen ineen om de juridische en technologische kaders te ontwerpen voor een democratisch alternatief?’

    Bij de presentatie van het Nieuwe IP wordt van de digitale wereld in 2030 een beeld geschetst waarin virtual reality, holografische communicatie en robotchirurgie aan de orde van de dag zijn. Het traditionele IP-protocol wordt ‘onstabiel’ en ‘verregaand ontoereikend’ genoemd, met ‘tal van problemen op het vlak van veiligheid, betrouwbaarheid en techniek’.

    De documenten bevatten een pleidooi voor een top-downontwerp en voor de uitwisseling van data tussen landen ‘ten behoeve van artificiële intelligentie, big data en allerlei andere toepassingen’. Veel deskundigen vrezen dat internetproviders, vaak in handen van de staat, met dit nieuwe internetprotocol precies kunnen zien welke apparaten met het netwerk verbonden zijn en vervolgens de toegang van individuele gebruikers kunnen afsluiten of bespioneren. Er wordt al aan gewerkt door technici ‘van bedrijven en universiteiten’ in ‘meerdere landen’, zei Huawei’s teamleider Sheng Jiang in september, al wilde hij geen namen noemen, want dat was commercieel gevoelige informatie. Zijn gehoor bestond uit oudgedienden in de ITU, voornamelijk regeringsafgevaardigden uit Groot-Brittannië, Amerika, Nederland, Rusland, Iran, Saoedi-Arabië en China.

    Sommigen van hen is dit hele idee een gruwel. Als de ITU het Nieuwe IP zou legitimeren, kunnen staten volgens hen kiezen of ze hun burgers een westers dan wel Chinees internet opleggen. In het laatste geval heeft iedere burger in zo’n land toestemming van zijn internetprovider nodig om iets op het internet te kunnen doen, van het downloaden van een app tot het bezoeken van een site – en krijgen beheerders de macht om ze dat recht zomaar te ontzeggen. In plaats van via één groot wereldwijd web moeten mensen dan contact met elkaar zoeken via een lappendeken van nationale internetten, elk met zijn eigen regels – een idee dat in China bekendstaat als ‘cybersoevereiniteit’.

    Agressieve benadering

    Recente gebeurtenissen in Iran en Saoedi-Arabië geven een indruk van de mogelijke gevolgen. Daar werd het internet in tijden van sociale onrust langdurig aan banden gelegd door de overheid: alleen essentiële diensten als banken en medische zorg waren nog beperkt bereikbaar. Rusland heeft in november een wet voor ‘soeverein internet’ aangenomen die de overheid het recht geeft om alle internetverkeer nauwlettend te volgen. Zo bleek hoezeer de Russen het internationale internet al buiten de deur kunnen houden – een mogelijkheid die ze met hulp van Chinese bedrijven als Huawei hebben ingebouwd. Deskundigen vragen zich nu af of China’s visie op internettoezicht verschuift van een defensieve opstelling, waarbij het de vrijheid opeist om autoritair toezicht uit te oefenen in eigen land, naar een agressievere benadering, waarbij andere landen actief worden opgeroepen om China’s voorbeeld te volgen.

    Volgens de bedenkers van het nieuwe internetprotocol zijn onderdelen van hun technologie volgend jaar al klaar om te worden getest. Hun pogingen om andere ITU-delegaties van het nut te overtuigen zullen verder worden opgevoerd op de grote ITU-conferentie die in november in India plaatsvindt. Om de ITU zover te krijgen dat het voorstel binnen een jaar wordt goedgekeurd, zodat het een officiële standaard wordt, moet er consensus zijn binnen de studiegroep, ofwel instemming van een meerderheid van de afgevaardigden. Als dat niet lukt, vindt er een besloten stemming plaats onder de lidstaten, en staan het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties dus buitenspel.

    Dat hoge tempo zint de westerse delegaties niet, en volgens de aan ons gegeven documenten gaan eral stemmen op om het proces te vertragen. Een lid van de Nederlandse delegatie schreef in een officiële reactie, die ons door verschillende bronnen werd toegespeeld, dat ‘de open en flexibele aard’ van het internet – zowel wat de technische structuur als het toezicht betreft – van fundamenteel belang is geweest voor het succes ervan, en dat hij ‘zich met name zorgen maakt’ dat dit nieuwe model afwijkt van die filosofie. De eveneens aan ons doorgespeelde scherpe kritiek van een Britse afgevaardigde luidde: ‘Het is verre van duidelijk of er goede technisch redenen zijn voor zo’n radicale stap.’

    hh 400237471

    Een van de meest uitgesproken critici van het Nieuwe IP is Patrik Fältström, een eigenzinnige, langharige IT’er die in zijn vaderland Zweden bekendstaat als een van de vaders van het internet. Begin jaren tachtig, toen hij in Stockholm wiskunde studeerde, werd hij ingehuurd om mee te bouwen aan de infrastructuur voor een nieuwe technologie, door de Amerikaanse overheid ‘internet’ genoemd. Tegenwoordig dient hij de Zweedse regering van advies over digitale zaken en heeft hij zitting in de meeste standaardiseringsinstanties voor internet, waaronder de ITU.

    Dertig jaar geleden werkte hij mee aan de ontwikkeling van de bouwstenen van het internet, en nu is hij de verpersoonlijking van de cyber-libertaire westerse idealen die in de structuur ervan verweven zijn.

    ‘De architectuur van het internet maakt het voor de internetprovider heel moeilijk, zo niet onmogelijk om te weten waarvoor het wordt gebruikt, of daaraan beperkingen op te leggen,’ zegt hij. ‘Dat is een probleem voor opsporingsinstanties en anderen die liever zien dat de internetprovider daar wel greep op heeft, zodat het internet niet kan worden gebruikt voor zaken als de illegale verspreiding van films of kinderporno. Maar ik ben bereid om te accepteren dat je nu eenmaal misdadigers hebt die verkeerde dingen doen en dat de politie dat niet [allemaal] kan tegengaan. Dat offer heb ik ervoor over.’

    Great Firewall

    Een heel andere opvatting is te horen in Wuzhen, het dorpje bij Sjanghai dat elk najaar wordt schoongeveegd om plaats te bieden aan de ondernemers, academici en beleidsmakers die daar bijeenkomen voor een evenement met de prestigieuze naam World Internet Conference. De Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, organiseert deze conferentie al sinds 2014, het jaar nadat Xi Jinping aantrad.

    De bezoeker wordt er verwelkomd door een rij vlaggen van overal ter wereld – een verwijzing naar Xi Jinpings droom van ‘een gemeenschap met een gezamenlijke toekomst in cyberspace’. Allerlei kopstukken uit de computerwereld, van Tim Cook van Apple tot Steve Mollenkopf van Qualcomm, hebben er met hun optredens geloofwaardigheid verleend aan Xi’s ambitie om daar de internationale top van de technologiesector bijeen te brengen. Maar de laatste jaren loopt de buitenlandse deelname terug, nu de technologische oorlog tussen China en de VS is opgelaaid en ondernemers niet de indruk willen wekken dat ze al te innige banden hebben met Beijing.

    Begin jaren negentig begon China met het ontwikkelen van wat bekend kwam te staan als de Great Firewall: een reeks technische maatregelen om Chinezen af te schermen van verboden buitenlandse websites (van Google tot The New York Times), politiek gevoelige binnenlandse content te censureren en te voorkomen dat burgers zich online konden organiseren. De controle van Beijing wordt uitgevoerd door grote censuurteams van de overheid en van internetbedrijven als Baidu en Tencent. Overal ter wereld heb je in principe alleen een computer en een internetverbinding nodig om je eigen website online te kunnen zetten, maar in China moet je daar een vergunning voor aanvragen. Telecomproviders en sociale media zijn ook verplicht de politie te helpen met het opsporen van ‘misdaden’, zoals dat je Xi Jinping in een besloten chatgroep een ‘gestoomd broodje’ noemt: daar heeft iemand twee jaar cel voor gekregen.

    Toch lukt het nog niet om alles wat de overheid onwelgevallig is volledig van internet te weren. ‘Het lekke wereldwijde web blijft de Chinese censors frustreren. En ze steken er heel veel tijd en geld in, maar als je al die problemen in één klap kunt oplossen door er een beter geautomatiseerd en technisch proces van te maken, misschien met dat Nieuwe IP, dan zou dat voor hen natuurlijk fantastisch zijn,’ zegt James Griffiths, de schrijver van The Great Firewall of China: How to Build and Control an Alternative Version of the Internet.

    Het internet is een gepolitiseerd machtsmiddel geworden

    Voortrekker van de plannen voor het Nieuwe IP is Richard Li, hoofd Onderzoek bij Futurewei, de R&D-afdeling van Huawei in Californië. Hij ontwikkelt het voorstel voor de nieuwe technische specificaties en standaarden samen met ingenieurs van Huawei in China en met de staatsbedrijven China Mobile en China Unicom – met expliciete steun van de Chinese overheid. Toen onze krant hem hierover benaderde, kreeg hij van Huawei niet de gelegenheid het Nieuwe IP nader uit te leggen. Het bedrijf zei in een verklaring: ‘Het Nieuwe IP moet nieuwe technologische oplossingen bieden voor toekomstige applicaties zoals het Internet of Everything, holografische communicatie en telegeneeskunde. Wetenschappers en ingenieurs van overal ter wereld kunnen deelnemen en bijdragen aan het onderzoek en de innovatie van het Nieuwe IP.’

    Critici noemen de technische beweringen over het Nieuwe IP in de documentatie onjuist of onduidelijk en zeggen dat het typisch ‘een oplossing op zoek naar een probleem’ is. Zij houden vol dat het huidige IP-systeem nog prima voldoet, ook in een wereld die in hoog tempo digitaliseert.

    ‘Het internet is ontworpen als een verzameling afzonderlijke modulaire bouwstenen die losjes met elkaar verbonden zijn, dat is er juist zo briljant aan,’ zegt Alissa Cooper, voorzitter van de Internet Engineering Task Force (IETF), een Amerikaanse brancheorganisatie voor de bewaking van technische standaarden. Tijdens een IETF-bijeenkomst in Singapore hield Li in november een presentatie voor een klein groepje aanwezigen, onder wie Cooper. De huidige infrastructuur, zegt zij, ‘staat in schril contrast met wat je in het voorstel voor het Nieuwe IP ziet, namelijk een monolithische top-downarchitectuur waarin applicaties gekoppeld zijn aan het netwerk. Het internet is er nu juist precies op ontworpen om dat te voorkomen.’

    We maken een welhaast racistische, imperialistische karikatuur van de Chinezen

    De gevolgen voor de gemiddelde gebruiker kunnen enorm zijn. ‘Je geeft alle macht aan telecombedrijven die in handen zijn van de staat,’ zegt een lid van de Britse ITU-delegatie. ‘Dan kun je dus niet alleen bepalen of iemand toegang krijgt tot bepaalde content op internet, of bijhouden wie die content bekijkt, maar je kunt apparaten compleet afsluiten van een netwerk.’ China werkt al aan een sociaalkredietsysteem voor zijn bevolking, waarin punten worden toegekend op basis van je gedrag online en in de echte wereld en van ‘misstappen’ uit het verleden, zegt de Britse afgevaardigde. ‘Dus als iemands kredietsaldo onder een bepaalde waarde zakt omdat die persoon te actief is op sociale media, kun je regelen dat de telefoon van die persoon wordt afgesloten van het netwerk.’

    Chinese telecombedrijven hebben een schat aan gegevens over hun abonnees. Klanten zijn verplicht om zich te legitimeren als ze een telefoonnummer of internetaansluiting aanvragen, en die gegevens kunnen worden ingezien door andere bedrijven, zoals banken. Ook zijn alle ‘netwerkbeheerders’, waaronder telecombedrijven, bij wet verplicht om ‘internetlogs’ bij te houden – al is het niet duidelijk wat dat precies inhoudt.

    De Tunesische Bilel Jamoussi, hoofd studiegroepen bij de ITU, stelt dat het niet aan de ITU is om te beoordelen of voorstellen voor een nieuwe internetarchitectuur ‘top-down’ zijn of misbruikt kunnen worden door autoritaire regimes. ‘Bij alles wat je bouwt, snijdt het zwaard aan twee kanten. Je kunt er goede en slechte dingen mee doen, en dat is de soevereine beslissing van elke lidstaat,’ zegt hij.

    Het lekke wereldwijde web blijft de Chinese censors frustreren

    De ambitie van Beijing om meer mogelijkheden voor toezicht in te bouwen wordt door sommigen niet zozeer als een probleem gezien, maar gewoon als het volgende hoofdstuk in de ontwikkeling van het internet. ‘Het internet was oorspronkelijk bedoeld als een neutrale infrastructuur, maar het is een gepolitiseerd machtsmiddel geworden. De internetinfrastructuur wordt steeds meer ingezet voor de uitvoering van beleid, voor de economische en fysieke onderdrukking van mensen. Dat hebben we gezien in Kasjmir, in Myanmar en bij de onthullingen van Edward Snowden,’ zegt Niels ten Oever, een voormalig lid van de Nederlandse ITU-delegatie. ‘Voor mij is de grote vraag: hoe kunnen we een openbaar netwerk bouwen op een infrastructuur die in particuliere handen is? Dat is het probleem waar we mee worstelen. Wat is de rol van de staat tegenover die van bedrijven?’

    In zijn ogen ontwikkelen bedrijven vooral technologieën om er winst mee te maken. ‘Het internet wordt gedomineerd door Amerikaanse bedrijven, alle data stroomt daarheen. En die macht willen zij allicht behouden,’ zegt hij. ‘We zijn bang voor Chinese onderdrukking. We maken een welhaast racistische, imperialistische karikatuur van de Chinezen. Maar de regulering van internet zoals die nu is, werkt niet. Er is best ruimte voor een alternatief.’

    Waar onze digitale toekomst op dit moment ook ontwikkeld wordt, wereldwijd lijkt men het erover eens dat het tijd is voor een betere versie van cyberspace. ‘Ik denk dat sommigen zullen zeggen dat ons huidige model van het internet grote gebreken vertoont, en misschien zelfs helemaal stuk is. Op dit moment is er maar één alomvattend en volledig uitgewerkt alternatief, en dat is het model van China,’ schreef Griffiths in The Great Firewall of China. ‘Als wij geen derde model bedenken – een model dat enerzijds gebruikers meer macht geeft en democratie en onlinetransparantie bevordert, en anderzijds de macht van grote bedrijven en veiligheidsdiensten beteugelt – bestaat het risico dat steeds meer landen zullen neigen naar het Chinese model, liever dan te blijven lijden onder het gebrekkige model van Silicon Valley.’

    De ‘Onafhankelijkheidsverklaring van Cyberspace’, bedoeld als beginselverklaring voor het internet, begint steeds achterhaalder te lijken. Dat manifest, in 1996 geschreven door John Perry Barlow, medeoprichter van de Electronic Frontier Foundation en tekstschrijver voor de Grateful Dead, klonk strijdlustig. ‘Regeringen van de Industriële Wereld, vermoeide reuzen van vlees en staal, ik kom uit Cyberspace, de nieuwe zetel van de Geest,’ begint de tekst. ‘Namens de toekomst vraag ik jullie van het verleden om ons met rust te laten. Jullie zijn niet welkom in ons midden. Waar wij bijeenkomen, hebben jullie geen zeggenschap.’

    Een geluid uit een tijd toen het internet nog niet gedomineerd werd door biljoenenbedrijven, zeggen critici. Maar er is nog hoop – en misschien een derde weg, een alternatief voor de twee soorten internet die er nu bestaan. ‘Wat ons nu onderscheidt van China is dat de mensen in het Westen zich nog steeds kunnen mobiliseren en kunnen meepraten. Het is nu vooral aan de politiek om de democratie te beschermen in deze tijd van massaspionage, of die nu wordt gedreven door de markt of door autoritaire regimes,’ zegt Zuboff. ‘De slapende reus van de democratie begint zich eindelijk te roeren en de wetgevers worden wakker, maar ze moeten wel de druk van de mensen in hun nek voelen. Wat we nodig hebben, is een westers internet dat berust op een visie van een digitale toekomst die verenigbaar is met democratie. Dat is de opgave voor het komende decennium.’  

    Madhumita Murgia & Anna Gross

    Met medewerking van Yuan Yang en
    Nian Liu

    Auteurs: Madhumita Murgia & Anna Gross

    Met medewerking van Yuan Yang en Nian Liu

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 185.000, 740.000 digitaal

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. De krant wordt nu op 23 locaties gedrukt en heeft onder meer een redactie in Amsterdam.

  • Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    De menigte demonstranten had gelijk om een democratisch front te vormen tegen de koppigheid van Hongkongs bestuurder Carrie Lam en de macht van Beijing, vindt columnist An Tu.

    Keuze uit het archief

    Vandaag wordt het vijfentwintigste jubileum van de overdracht van Hongkong aan China gevierd, in het bijzijn van de Chinese president Xi Jinping. In Hongkong wordt vooral de verloren vrijheid betreurd. Na maanden van protesten in 2019 – tegen toenemende invloed van Beijing – sloeg de Chinese overheid terug met de invoering van een Nationale Veiligheidswet en de hervorming van het kiessysteem. Die werden gebruikt om tegenstanders te muilkorven, en de geleidelijke democratisering van Hongkong terug te draaien. Deze journalist van een van de belangrijkste kranten van Hongkong, dat ondanks de kritische houding nog altijd bestaat, zag de ontwikkelingen drie jaar geleden al aankomen. 

    De hele bevolking van Hongkong is te hoop gelopen, de scheidslijnen tussen de verschillende groepen zijn verdwenen en daardoor heeft de beweging resultaat geboekt. De reden voor deze volkswoede is op het eerste gezicht het wetsvoorstel dat uitlevering aan China mogelijk maakt. Dit zou een duidelijke aantasting zijn van de juridische onafhankelijkheid en de autonomie van Hongkong, die juist het hart vormen van het principe ‘één land, twee systemen’ (de basis van de verhouding tussen de vroegere Britse kolonie en Beijing).

    Maar belangrijker nog: de gebeurtenissen tonen de totale mislukking van de manier waarop de verhouding tussen de regering en de bevolking van Hongkong is georganiseerd. De autoriteiten en het ‘constructieve’ (lees: pro-Beijing-) kamp houden helemaal geen rekening met de stemmen van de oppositie die in de samenleving klinken, en in het Parlement (de LegCo, oftewel Legislative Council) worden de meningen van de prodemocratische, door de bevolking gekozen vertegenwoordigers niet gerespecteerd.

    De autoritaire houding van de ‘constructieve’ kliek en de brutale arrogantie van de leider weerspiegelen het falen van de parlementaire democratie in Hongkong, die al zo beknot is. (De parlementsleden moeten aan allerlei geografische en professionele criteria voldoen en dit complexe systeem is in het nadeel van de democraten. De leider wordt benoemd door Beijing.)

    Er is geen sprake meer van normale politieke omstandigheden, de conflicten tussen de bevolking en de regering zijn niet meer te sussen, en geen bemiddelaar kan nog een verzoening tussen de twee kanten bewerkstelligen.

    In Hongkong is de parlementaire democratie in feite geen ‘gewoon’ en ‘volwassen’ politiek systeem waarin een zekere mate van ‘onderhandelen’ mogelijk is tussen de bevolking en de regering; dat is alleen maar een illusie. Nu is het ware totalitaire en autocratische karakter van het regime aan het licht gekomen; er is alleen nog maar sprake van ‘regeringsgezag’, en dat betekent onvermijdelijk het einde van de ‘politiek’.

    Massale protesten in Hongkong. – © Getty
    Massale protesten in Hongkong. – © Getty

    Dat ‘einde van de politiek’ is reden voor teleurstelling en wanhoop. We hebben geen vertegenwoordigers meer die kunnen ‘onderhandelen’ met de totalitaire regering: de opinieleiders en de volksvertegenwoordigers hebben hun leidende rol totaal verloren (vooral sinds de Paraplurevolte van 2014, die uitliep op een bezetting van 79 dagen van het centrum van Hongkong om werkelijk algemeen kiesrecht af te dwingen). De bevolking moet dus rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting.

    Zo serieus was inderdaad de grote manifestatie van 9 juni, waarbij een miljoen mensen op de been kwamen. Er heerste een sfeer van stilzwijgende woede en wanhoop in die enorme stroom mensen. Onder die miljoen demonstranten dachten maar weinigen dat ze de herziening van de uitleveringswetgeving werkelijk konden verhinderen; de meesten demonstreerden eigenlijk zonder te weten of het iets zou uithalen.

    Ze kwamen niet zozeer om politieke druk op de regering uit te oefenen, maar vooral om gehoor te geven aan een diep gevoel van onmacht (tegenover de macht in Beijing), om uit hun isolement te breken en de angst te overwinnen dat ze weer verdeeld zouden raken en individueel zouden worden vervolgd door het totalitaire regime. Ook wilden ze de wereld laten zien dat de Hongkongers nog steeds in staat waren om zich te verzetten.

    En juist die ernst rond de acties heeft bij sommigen hun twijfels over het verzet weggenomen. Daarom zag je tijdens de bloedige confrontaties en gewelddadige botsingen op 12 juni jongeren in de frontlinie, in de rug gesteund door ouderen. Het gewelddadige optreden tegen dit collectieve verzet had af en toe het bloedige karakter van een slagveld, wat bijzonder schokkend was. De discussie ‘vreedzaam blijven’ tegenover ‘je met geweld verzetten’, die in de loop van de Paraplurevolte opkwam (in 2014), is nu door de harde werkelijkheid ingehaald.

    Dankzij deze opstand tegen de mogelijkheid dat burgers worden uitgeleverd aan China, hebben wij de juistheid kunnen constateren van het principe dat ‘soldaten zonder hoop verzekerd zijn van de overwinning’. Inderdaad, omdat de bevolking zich niet druk maakte over winnen of verliezen en niemand binnen de beweging de kans kreeg om individueel de vruchten van een eventuele overwinning te plukken, kon het verzet zich verspreiden en groeide er eensgezindheid over de oude scheidslijnen heen. De mensen zijn mee komen doen aan deze ‘laatste slag’, omdat ze hun woede wilden uiten. Zo is de beweging een strijd geworden voor waarden, ideeën en identiteit.

    De bevolking moet rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting

    In feite zijn er deze keer – duidelijker dan in 2014 – twee soorten verzet opgekomen en al is de ene kant het niet per se eens met de methoden van de andere, ze begrijpen en verdragen elkaar veel beter, en soms bewonderen ze elkaar zelfs. Het is gedaan met de absurde verspilling van energie aan interne discussies uit de tijd van de Paraplurevolte.

    Onder de noemer van het vreedzaam verzet hebben zich mensen uit alle geledingen van de samenleving verzameld, met sterk verschillende beweegredenen. Scholen, universiteiten, maar ook professionele, religieuze en maatschappelijke organisaties hebben via hun netwerken een ongekende mobilisatiekracht getoond en ouders hebben zelfs hun kinderen opgeroepen tot actie. In het buitenland is door veel verschillende kanalen aandacht aan de gebeurtenissen besteed, zodat de hele wereld ervan op de hoogte raakte.

    Ook was er grote steun vanuit de diaspora; de verschillende gemeenschappen in het buitenland vonden elkaar op basis van hun Hongkongse identiteit. Mensen hebben de gelegenheid aangegrepen om hun onderlinge band te versterken en een gemeenschap te vormen van mensen die in de eerste plaats Hongkonger zijn.

    De radicalere actievoerders hebben spontane organisaties ontwikkeld (zonder veel officiële status) die heel verschillende gezichten aannamen. Hun manier van actievoeren – direct, flexibel en gevarieerd – toonde hun onverzettelijke engagement, en al degenen die belang stellen in de problemen van Hongkong, werden getroffen door hun moed en vastberadenheid. Dankzij deze groepen is voor het oog van de hele wereld de bruutheid onthuld van dit regime, dat nu zijn fluwelen handschoenen heeft uitgetrokken.

    De combinatie van deze verschillende manieren van verzet heeft uiteindelijk geleid tot een nieuw moreel pact en vooral tot een nieuwe, hybride manier van actievoeren. Zo kon het gebeuren dat activisten de hele nacht leuzen scandeerden om hun protest uit te drukken, dat bewoners video’s gemaakt door bewakingscamera’s in hun wijk uitzonden om de bewegingen van de politie te laten zien, of hoe moeders vreedzaam bijeenkwamen als teken van protest tegen het geweld van de onderdrukking.

    De verschillende manieren van actievoeren hebben een nieuwe taakverdeling opgeleverd. In de zoektocht naar middelen om de gevestigde media te omzeilen, heeft het verzet de grote diversiteit van al die deelnemers benut en hun energie gebundeld. Nu is alleen de vraag of dit pact en deze nieuwe manier om zo veel verschillende mensen op de been te brengen, blijvend zullen zijn.

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    Eén land, twee systemen

    Na de machtsoverdracht in 1997 beloofde moederschoot China de ex-kolonie als Speciale Administratieve Regio (SAR) vijftig jaar lang met rust te laten. Leider Deng Xiaoping stemde er bovendien mee in dat Hongkong zijn economische, politieke en juridische systemen, zijn burgerlijke vrijheden en een vrije pers zou behouden. Die autonomie kent Hongkong inderdaad, behalve bij echt belangrijke kwesties, dan heeft de Volksrepubliek het laatste woord. Dat de Communistische Partij zich steeds meer laat gelden, veroorzaakt al jaren veel protest. Hongkongers vinden dat hun autonomie steeds verder wordt uitgehold, terwijl die tot 2047 zou zijn gegarandeerd onder de formule ‘één land, twee systemen’.

  • Dossier: Weg met het wegwerpplastic

    Dossier: Weg met het wegwerpplastic

    Afvalcrisis
    China was tot voor kort het epicentrum van de recycling, een internationale miljardenindustrie waarin tonnen afval omgaan. 270 miljoen per jaar om precies te zijn, een gewicht dat gelijkstaat aan 740 keer het Empire State Building. Maar China houdt ermee op en dwingt het Westen de afvalcrisis zelf op te lossen.

    Robert Reed kijkt naar een berg afval van wel drie verdiepingen hoog en ziet ineens in zijn ooghoek een witte plastic tas. Die haalt hij eruit en houdt hem omhoog. ‘Dit is probleemplastic,’ zegt hij ernstig. ‘Dit blijft vastzitten in de machines, en er is geen markt voor.’ Hij wappert even met de tas en laat hem dan weer op de hoop fladderen. We bevinden ons in de grootste recyclingfabriek van 
San Francisco, waar huisvuil wordt ingezameld, gesorteerd en uiteindelijk tot keurige balen wordt samengeperst. Het knerpt onder onze schoenen terwijl Reed, die al twintig jaar meedraait in dit vak, 
vol trots uitlegt dat deze fabriek, die in handen is van het plaatselijke afvalverwerkingsbedrijf Recology, 
de meest geavanceerde is in haar soort aan de hele westkust. Met behulp van lasers, magneten en luchtblazers wordt er dagelijks 750 ton verwerkt. ‘Zie je al dat papier?’ zegt Reed. Hij gebaart naar de afvalberg en wijst op een doos van Amazon. ‘Daar krijgen we er steeds meer van door alle internetbestellingen.’ Een deel van het afvalmateriaal is van waarde, zoals aluminium blikjes, staal en karton. Maar veel is waardeloos, zoals deksels van koffiebekers of traytjes van zwart plastic.

    Als we aan het einde van het sorteercentrum komen, zien we de ene na de andere baal gesorteerd plastic tevoorschijn komen. Hiervandaan wordt het verkocht om verder verwerkt te worden, vaak ergens in Azië. China was afgelopen jaar met stip de belangrijkste klant. Volgens gegevens van de Wereldbank wordt mondiaal meer dan 270 miljoen ton afval per jaar gerecycled, een gewicht dat gelijkstaat aan 740 keer het Empire State Building.

    Sinds de introductie van plastic- en papierbakken 
in woonwijken, in de jaren tachtig, wordt recycling gepresenteerd als het milieuverantwoorde antwoord op de groeiende hoeveelheid afval die de mensheid produceert. Het is wereldwijd uitgegroeid tot een miljardenindustrie, ten bedrage van 220 miljard, 
volgens het Bureau of International Recycling. Bedrijven en makelaars verdringen zich om het afval op te kopen en er nieuwe producten van te maken: een soort goud uit stro spinnen, dat soms ongekend winstgevend kan zijn. Het hele systeem stoelt op een levendige handel in afvalmateriaal dat over de hele wereld wordt verscheept.

    Maar begin 2018 is hier verandering in gekomen. 
Op 31 december 2017 sloot China, dat altijd het middelpunt was van de wereldwijde recyclinghandel, van de ene op de andere dag de deuren voor de import van gerecycled materiaal, met als argument dat grote hoeveelheden afval ‘gevaarlijk’ of ‘vervuild’ waren en daarmee een bedreiging zouden vormen voor het milieu. De prijs van het plastic afval kelderde, net als de prijs van gerecycled papier. Van de ene op de andere dag verkeerde de lucratieve handel die wereldwijd was ontstaan rondom de verscheping van recyclebaar materiaal, in grote crisis.

    Veranderde wereld

    China’s nieuwe beleid, ‘Nationaal Zwaard’ geheten, was zo ingrijpend dat veel mensen in de industrie aanvankelijk niet konden geloven dat het echt zou worden doorgevoerd. China en Hongkong, die in de eerste helft van 2017 nog 60 procent hadden opgekocht van al het plasticafval dat door de G7-landen werd geproduceerd, namen een jaar later in dezelfde periode nog maar 10 procent af. ‘In zekere zin is 
de wereld hierdoor veranderd,’ zegt Reed. ‘China was wereldwijd de grootste afnemer van papier en plastic.’

    Aan de hand van de beschikbare handelsdata heeft de Financial Times de export van plastic- en papierafval uit de G7-landen 
in kaart gebracht. Sinds China de deuren heeft gesloten, blijkt er sprake te zijn van een ongekende toename van afvalstromen richting Zuidoost-Azië. Voor dit artikel zijn enkele tientallen mensen geïnterviewd: industriëlen, beleidsmakers, papierhandelaars en milieuactivisten, zowel uit de Verenigde Staten als uit Europa en Azië. Uit deze gesprekken is gebleken dat de bedrijfstak van de afvalrecycling volkomen op zijn kop is gezet, 
en dat er inmiddels grote vraagtekens worden geplaatst bij het hele fenomeen. De bedrijfstak is gegroeid en er zijn veel winsten gemaakt, zeker sinds de klanten zich meer en meer bewust zijn geworden van de milieueffecten van stortplaatsen, maar ook kleven er al langere tijd onfrisse kanten aan deze industrie. Die kampt al veel langer met beschuldigingen van smokkel, omkoping en vervuiling, maar is door het Nationaal Zwaard-beleid ineens volop in de schijnwerpers komen te staan. Nu China de deuren heeft gesloten voor het afval, wordt ineens pijnlijk duidelijk hoe ongunstig het kostenplaatje is van de recycling van huishoudelijk afval. Dit alles heeft geleid tot een grondige revaluatie van deze vorm van afvalverwerking, iets wat volgens velen al veel eerder had moeten gebeuren.

    Dit is het ‘moment van de waarheid’ voor de recyclingindustrie, zegt Don Slager, die aan het hoofd staat van Republic Services, de op een na grootste afvalverwerker van de Verenigde Staten. Hij schat dat alleen al zijn eigen bedrijf dit jaar zo’n 150 miljoen dollar aan inkomsten misloopt door 
China’s nieuwe beleid. Volgens Eric Kawabata van TerraCycle, een in de VS gevestigd recyclingbedrijf, heeft het door China uitgevaardigde invoerverbod geleid tot een ‘mondiale crisis in plasticafval’. Japan, waar hij is gestationeerd, exporteerde veel naar China, tot aan het invoerverbod. ‘Nu stapelt al het afval zich op in Japan en kunnen we er niets mee; de vuilverbrandingsovens draaien op volle toeren,’ zegt hij.

    Jonge Nepalezen maakten in het centrum van Kathmandu met 100 duizend plastic tasjes een installatie die de Dode Zee moet voorstellen, om aandacht te vragen voor de vervuiling van de oceanen. © HH
    Jonge Nepalezen maakten in het centrum van Kathmandu met 100 duizend plastic tasjes een installatie die de Dode Zee moet voorstellen, om aandacht te vragen voor de vervuiling van de oceanen. © HH

    In theorie is China nog altijd bereid bepaalde vormen van afval toe te laten, maar de lat voor de zuiverheid van het materiaal ligt zo hoog dat de meeste mensen binnen de bedrijfstak spreken van een onvervalst importverbod. In de Verenigde Staten zien veel bedrijven zich genoodzaakt recyclebaar afval naar stortplaatsen te brengen, omdat ze er nergens anders mee naartoe kunnen – een pijnlijke ommekeer na tientallen jaren van investeringen in programma’s voor recycling. In de eerste helft van 2018 exporteerden de Verenigde Staten 30 procent minder plasticafval dan in de eerste helft van het jaar ervoor, blijkt uit gegevens van de Financial Times. Veel van dat materiaal is uiteindelijk op de stortplaats beland. ‘Recycling is hier haast een religie,’ zegt Laura Leebrick van Rogue Disposal & Recycling in Oregon. ‘De mensen in Oregon vinden het belangrijk om te recyclen, het geeft ze het gevoel dat ze iets goeds doen voor onze planeet. Nu voelen ze zich in de steek gelaten.’ Na het Chinese invoerverbod is Rogue Disposal & Recycling beperkingen gaan opleggen aan het huishoudelijk afval dat ze innemen: geen plastic meer (op melkpakken na), geen glas meer en geen gemengd papier (zoals reclamefolders en cornflakesverpakkingen). Nu China niet meer actief is op deze markt, zijn de kosten van de recyclingprogramma’s verdriedubbeld, zegt Leebrick.

    Wereldwijd wordt ongeveer de helft van het plastic dat is bedoeld voor recycling overzees verhandeld, blijkt uit een recent onderzoek in wetenschappelijk tijdschrift Science Advances. Dat percentage is zelfs nog hoger aan de westkust van de Verenigde Staten: Californië exporteert tweederde van al het huishoudelijk afval dat in de recyclebakken belandt. Veel steden die in het verleden inkomsten genereerden uit hun recyclingprogramma’s, moeten nu vervoerders inhuren om van het materiaal af te komen. Waar een baal gemengd plastic van niet al te hoge kwaliteit begin 2017 in Californië nog 20 dollar per ton kon opleveren, kost het een jaar later 10 dollar om ervan af te komen. ‘Het Nationaal Zwaard-beleid dwingt ons onder ogen te zien dat recyclen geld kost,’ zegt Zoe Heller van CalRecycle, het overheidsrecyclingbedrijf van Californië. ‘Wat dit uiteindelijk betekent voor Californië, de Verenigde Staten en de rest van de wereld, is dat we een andere manier moeten vinden waarop we mondiaal tegen hergebruik aankijken.’

    Afvalverzamelaars zoeken plastic om te recyclen op Bantar Gebang, de grootste vuilnisbelt van Indonesië. – © Getty Images
    Afvalverzamelaars zoeken plastic om te recyclen op Bantar Gebang, de grootste vuilnisbelt van Indonesië. – © Getty Images

    Niemand is daar méér van doordrongen dan Steve Wong, ooit de plasticafvalkoning van China. Zijn imperium was goed voor zo’n 7 procent van de totale plasticafvalimport van China, met aandelen die volgens Wongs eigen schatting zo’n 900 miljoen dollar waard waren. Maar nu zit hij met schulden, na liquidatie van fabrieken en andere bezittingen. De wallen onder zijn ogen wijzen erop dat hij een zware tijd achter de rug heeft. De Engelsman, opgegroeid in Hongkong en werkzaam vanuit Los Angeles, is altijd onderweg. ‘Het leven is niet makkelijk,’ zegt hij. ‘Ik had wel gehoord van dat Chinese importverbod, maar ik had niet verwacht dat het zo hard zou aankomen, dat de recyclers het zo moeilijk zouden krijgen.’

    Wongs loopbaan ging hand in hand met de opkomst van China als recyclingcentrum van de wereld. Toen China eind vorige, begin deze eeuw uitgroeide tot een van de grootste producenten ter wereld, ontstond er een enorme vraag naar grondstoffen. Daarmee vormde het land een prima afzetmarkt voor al het materiaal dat werd vervaardigd in het recyclingprocedé: de plastic korrels die worden gemaakt van gerecycled materiaal, bijvoorbeeld, en waarvan schoenzolen kunnen worden gemaakt, en talloze andere alledaagse voorwerpen. De toenemende vraag viel samen met de toenemende recycling in de westerse wereld. Daarnaast was er nog een logistiek voordeel, dankzij de wereldwijde handel: de schepen die afgeladen met ‘Made in China’-goederen op weg gingen naar het Westen, keerden vaak terug met een vrijwel leeg ruim. Dit was een mooie gelegenheid om de containers te vullen met afval dat kon worden gerecycled. De eerste recyclingbedrijven in China maakten dikke winsten door in te spelen op deze mogelijkheid. De eerste vrouwelijke miljardair van China, Zhang Yin, wist haar imperium Nine Dragons op te bouwen door papier uit de Verenigde Staten te importeren en te verwerken in papierfabrieken in eigen land. De combinatie van een grote vraag, goedkope arbeidskrachten en soepele milieuwetgeving maakte van China de ideale plek om het afval van de wereld te recyclen. China en Hongkong samen importeerden tussen 1988 en 2016 81 miljard dollar aan plasticafval, volgens Science Advances.

    Kentering

    Enkele jaren geleden kwam er echter 
een kentering, toen China serieuze maatregelen begon te nemen tegen milieuverontreiniging. De recyclingindustrie raakte uit de gratie, wat deels was te wijten aan de corruptie en het feit dat men zich nauwelijks iets gelegen liet liggen aan het milieu, maar ook aan het feit dat Chinese politici niet langer wilden dat China werd gezien als de vuilnisbelt van de wereld. ‘De spullen die ze importeerden, noemden ze yang laji – “buitenlands afval” – maar hun eigen afval, ook als het van slechte kwaliteit was, noemden ze “grondstof”,’ zegt Wong. Ook wilde China meer grip krijgen op de eigen afvalverwerkingsindustrie. Op steeds meer plekken doken echter slecht geleide recyclingfabrieken op, 
die afvalwater loosden en de omgeving verontreinigden, ondanks herhaalde pogingen van de overheid om grote schoonmaak te houden binnen de sector. ‘Uiteindelijk drong het tot China door dat het land er al met al bij inschoot door 
al die troep binnen te laten,’ zegt Jim Puckett, die aan het hoofd staat van het Basel Action Network, een non-profitorganisatie die strijdt tegen de handel 
in gevaarlijk afval. ‘De verontreiniging van het grondwater en van de lucht 
brengen hoge kosten met zich mee.’

    In 2013 kwam China met een nieuw beleid, ‘Groen Hek’, dat de bestaande regelgeving op het gebied van recycling aanscherpte. Met Wongs bedrijf is het vanaf dat moment bergafwaarts gegaan, vertelt hij. Met de introductie van Nationaal Zwaard werd de situatie nog erger. ‘Ik ken mensen die failliet zijn gegaan,’ zegt hij. Sommige Chinese handelaren in afval zijn in de gevangenis beland als gevolg van de pogingen van de overheid om grote schoonmaak te houden binnen de bedrijfstak. ‘Er is mij te verstaan gegeven dat ik beter kan wegblijven.’ Wong heeft nog altijd een aandeel in de handel en zit meestal al voor zonsopgang aan de telefoon. Op de ochtend van onze afspraak heeft hij al twee containers gekocht met benzinetanks die uit oude auto’s zijn gehaald, en zestig containers met plastic afdekzeilen die in wijngaarden zijn gebruikt. ‘Ik sluit elke dag wel een paar dealtjes,’ zegt hij, al gaat het om veel kleinere bedragen dan hij in het verleden gewend was. Wel heeft hij een cynische kijk op de sector. ‘De handelaren die nog over zijn, zijn of arm, of het zijn sjacheraars,’ zegt hij.

    Verzet

    Nu China sinds begin dit jaar de deuren heeft gesloten, gaat veel van het plasticafval naar Zuidoost-Azië, dat nu dan ook met een nieuw soort milieucrisis kampt. Van de 1700 officiële importeurs in China heeft zeker eenderde zich inmiddels gevestigd in Zuidoost-Azië, schat Wong. De regio is overspoeld met plasticafval, in veel grotere hoeveelheden dan men aankan. In een periode van slechts een paar maanden is Maleisië uitgegroeid tot de grootste plasticafvalimporteur ter wereld, met hoeveelheden die inmiddels zeker twee keer zo groot zijn als wat China en Hongkong tot voor kort toelieten. Vietnam heeft de hoeveelheid geïmporteerd plasticafval vanaf begin 2017 in een jaar tijd zien verdubbelen, terwijl de scheepsladingen richting Indonesië met 56 procent zijn gestegen, zo blijkt uit gegevens die door de Financial Times zijn verzameld. Thailand is koploper: daar 
is de import gestegen met maar liefst 1370 procent.

    In de haven van Leam Chabang, aan de oostkust van Thailand, staat een verzengende zon boven een zesbaansweg en een spoor voor goederentreinen. Dit is de drukste haven van het koninkrijk en een belangrijke gateway voor vrije handel met de rest van de wereld – een pronkjuweel van de Thaise economie, die voor een belangrijk deel stoelt op export. Maar 
dit jaar heeft de haven zich ook op de kaart gezet bij Thaise milieugroeperingen: het is de voornaamste invoerhaven geworden voor ongekend grote hoeveelheden plastic, elektronisch afval en alle andere troep van de wereld. In mei 2018 heeft de politie een inval gedaan in terminal C3, waar zeven containers zijn doorzocht en waar elektronisch afval is aangetroffen – gevaarlijk materiaal, als het niet op de juiste wijze wordt verwerkt – dat bij de douane ten onrechte was aangemeld als plastic. Nu de invoer is toegenomen, groeit ook het verzet; de verschillende overheden in Zuidoost-Azië doen pogingen om de hoeveelheid binnenkomend afval in te perken. In Thailand probeert men de uitwassen onder meer tegen te gaan met dit soort invallen in afvalverwerkende industrieën, stortplaatsen en havens.

    De Thaise overheid heeft Financial Times laten weten dat er binnen twee jaar een verbod zal komen op de import van plastic. Het meeste plastic is in strijd met de door de overheid opgestelde regelgeving het land binnengekomen, aldus Banjong Sukreeta van het verantwoordelijke ministerie. ‘We zagen dat importeurs niet alleen plastic afval importeerden voor hun eigen fabriek, maar ook om het door te verkopen aan andere fabrieken die het vervolgens verwerken,’ zegt hij. ‘Dat is tegen de regels.’ Zoals ook bleek bij de politie-inval in Laem Chabang, doen sommige importeurs valse aangifte bij de douane en worden containers met plasticafval gebruikt als dekmantel 
om elektronisch afval het land in te smokkelen. ‘Bij onze inspecties van het plastic bleek dat in 95 procent van de gevallen de regels werden overtreden en er niet aan de gestelde eisen was voldaan,’ aldus Banjong.

    Illegale fabriekjes

    Ondertussen zijn in de buurt van de haven van Laem Chabang de plastic verwerkende fabriekjes als paddenstoelen uit de grond geschoten, wat leidt tot klachten van de plaatselijke bevolking over verontreiniging. Iemand die deze fabriekjes – die niet allemaal honderd procent legaal zijn – in de gaten houdt, is Penchom Saetang, de vrouw die aan het hoofd staat van non-profitorganisatie Ecological Alert and Recovery Thailand. In de 
acht provincies rondom de haven telt zij meer dan 1300 bedrijfjes die zich bezighouden met recycling, stortplaatsen of de verwerking van elektronisch afval. ‘Recycling is een goed uitgangspunt en een lovenswaardig streven,’ zegt ze. ‘Maar als recycling zo mooi is, waarom willen Amerika, Europa, Korea en Japan het afval dan per se exporteren naar het buitenland?’
    Het is een vraag die steeds meer mensen stellen en waar de overheden in de regio een antwoord op proberen te bedenken. Toen in het voorjaar van 2018 de balen plastic zich ophoopten 
in de havens van Vietnam, liet het land weten niet ‘de vuilnisbelt van de wereld’ te willen worden. Er werden geen vergunningen meer afgegeven voor de import van papier, plastic, metaal en ander afval. Ook Maleisië probeert iets te doen aan de talloze 
illegale recyclingfabriekjes die overal 
in het land opduiken om het plastic te verwerken waarin China geen trek meer heeft.

    Minister Yeo Bee Yin liet in de herfst van 2018 weten dat de overheid de import van plasticafval gaat stilleggen.

    Greenpeace Unearthed [Greenpeace’ platform voor onderzoeksjournalisme] trof Engels recyclemateriaal aan op Maleisische stortplaatsen, waaronder recyclingzakken uit Londense wijken als 
Hammersmith, Fulham, Kensington en Chelsea.

    Veel van de fabriekjes die uit de grond zijn gestampt, staan voor alles wat er mis is binnen de industrie. ‘We hebben het wel over de “cowboys” binnen de bedrijfstak,’ zegt Max Craipeau, een Franse handelaar in plastic die in Hongkong woont. ‘Hun manier van zakendoen is verwerpelijk. In Zuidoost-Azië zijn die lui nu vrijwel allemaal failliet, omdat de overheid hun handel heeft stilgelegd.’ Dit soort ‘cowboyondernemingen’ weet maar al te vaak onder milieuvoorschriften uit te komen, vertelt hij, zoals de verplichting om het afvalwater te zuiveren. Om plastic te recyclen moet het materiaal worden gewassen, waarbij afvalwater vol giftige stoffen vrijkomt. Ook moet het plastic worden verhit om er korrels van 
te maken, en daarbij kunnen chemische stoffen en giftige gassen vrijkomen. In Thailand hebben dit soort schimmige bedrijfjes zich inmiddels de woede van de bevolking op de hals gehaald. Begin vorig jaar werden de politie-invallen live op tv uitgezonden, waarna er een landelijk debat op gang kwam over het plastic en de enorme toename van elektronisch afval: oude computeronderdelen, keyboards en 
telefoons.

    Smerige rook

    Midden in de cassavevelden van Thathan, aan de oostkust van Thailand, liggen blauwe teerdoeken die de bergen elektronisch afval nauwelijks aan het oog weten te onttrekken. Volgens de plaatselijke bevolking kwamen er vlak na Nieuwjaar vrachtwagens vol e-afval – een stuk of tien, twintig per nacht. In april 2018 begon de Chinees-Taiwanese eigenaar 
van het bedrijf, He Jia Enterprise, met het verbranden van plastic e-afval, om er koper uit te winnen. 
Er hing een dikke deken van smerige rook over het dorp en sommige inwoners werden duizelig. ‘Het was echt zo’n lucht die in je neusgaten blijft hangen en waarvan je dan last krijgt,’ zegt Panpuch Srithat, een dorpsbewoner die een klein zaakje heeft. Terwijl zij met ons praat, rijdt er een lange vrachtwagen vol snoeren door het dorp. ‘Ze halen spullen die niemand wil hebben ons land in,’ vervolgt ze. ‘Zij strijken alleen maar winst op. En wie draagt de verliezen? Ons land draagt de verliezen.’

    Elektronisch afval is veel giftiger dan het doorsnee huishoudelijk afval, omdat er verschillende schadelijke stoffen in zitten, waaronder zware metalen zoals lood. Maar de factoren die het mogelijk hebben gemaakt dat het e-afval zijn weg kan vinden naar de landen die het slechtst toegerust zijn om het veilig te verwerken, zijn dezelfde die het mogelijk hebben gemaakt dat Zuidoost-Azië vorig jaar is overspoeld met ongewenst plastic. Mensen die zich inzetten voor het milieu, zoals Puckett van het Basel Action Network, zien daarin het bewijs dat het wereldwijde handelssysteem heeft gefaald. ‘Dit kan allemaal als gevolg van de vrije handel, een systeem dat het mogelijk maakt dat je spullen aan boord van een schip laadt en ze ergens naartoe brengt waar de 
controle veel minder streng is,’ zegt hij.

    Het management van He Jia heeft naar eigen zeggen niets verkeerd gedaan. De fabriek is in april 2018 in andere handen overgegaan, nadat er veel protest was gekomen. Winaaithorn Rakkbuathong, de algemeen directeur, vertelt ons dat de fabriek zich aan alle milieuvoorschriften en handelswetten houdt. Hij ontkent dat de fabriek afvalwater in de grond heeft laten lopen, zoals de dorpelingen beweren, en zegt dat alle medewerkers beschermende kledij dragen, zoals brillen, maskers en handschoenen. ‘Ooit van het Verdrag van Bazel gehoord?’ zegt hij, met een beleefde glimlach en een knikje. 
‘Volgens dat verdrag is het toegestaan 
om afval te importeren en te exporteren.’

    ‘Mensen hebben van alles en nog wat verscheept, naar overal en nergens, zonder zich af te vragen of men daar wel raad weet met al dat afval’

    Maar de tekst van het Verdrag van Bazel luidt anders dan wat Rakkbuathong hier beweert. Volgens het verdrag, dat in 1989 is opgesteld om de handel in gevaarlijk afval te reguleren, kan e-afval alleen naar ontwikkelingslanden worden verscheept na toestemming van de betreffende landen. Maar er staat niets in het verdrag over de handel in plastic, en zowel in Thailand als elders op de wereld wordt steeds meer gediscussieerd over de vraag of de huidige maatregelen afdoende zijn. ‘Mensen hebben van alles en nog wat verscheept, naar overal en nergens, zonder zich af te vragen of men daar wel raad weet met al dat afval,’ zegt Surendra Borad Patawari, die aan het hoofd staat van de Gemini Corporation, een Belgisch bedrijf dat handelt in plastic en staal. ‘We zouden verplicht moeten worden na te gaan of de importeurs wel over de nodige faciliteiten beschikken om te recyclen.’

    Nieuwe regelgeving zal vermoedelijk niet lang meer op zich laten wachten: begin 2018 diende Noorwegen een voorstel in om bepaalde soorten plastic toe te voegen aan de lijst van materialen die onder het Verdrag van Bazel vallen. Als dat voorstel wordt aangenomen, zal het verschepen van bepaalde soorten plastic afval alleen mogelijk worden als de ontvangende landen daar van tevoren mee instemmen. Ola Elvestuen, de Noorse minister van Milieu, vertelt ons dat het verdrag zou moeten worden aangewend om ‘de stroom van problematisch afval beter onder controle te krijgen’ – en dan wereldwijd. ‘Er worden immense hoeveelheden plasticafval verhandeld, en daarvan is veel gemengd. Het is verontreinigd, het is afval dat niet of nauwelijks in aanmerking komt voor hergebruik; die stroom moeten we beter onder controle zien te krijgen,’ zegt hij.

    Het voorstel van Noorwegen heeft al steun gekregen uit meer dan twintig landen, al is de EU tegen, net als veel 
handelaren in afval. Volgens Adina Adler, hoofd internationale betrekkingen aan het Institute of Scrap Recycling Industries in Washington D.C., zou dit beleid een verstikkende uitwerking hebben op de handel. ‘Afval is geen troep, het is geen rotzooi, het is iets waardevols,’ zegt zij. ‘Als het voorstel van Noorwegen wordt aangenomen, kan dat een precedentwerking hebben en tot meer beperkingen leiden. Een groot deel van de ontwikkelingslanden beschikt niet over de middelen om te recyclen. Dus zullen ze het afval voor zover mogelijk verzamelen en dan verschepen naar een ander land.’ Er zijn mensen die een afvaloorlog vrezen, nu meer en meer landen de deuren sluiten voor het afval. ‘We leven in een tijd van toenemend nationalisme, en deze importverboden horen daarbij,’ aldus Tom Szaky, ceo van TerraCycle, doelend op de stappen die in Zuidoost-Azië zijn genomen.

    In de Catharijnesingel voor TivoliVredenburg verschijnt binnenkort een enorme plastic walvis, gemaakt van vijf ton zwerfval uit de oceaan bij Hawaii.
    In de Catharijnesingel voor TivoliVredenburg verschijnt binnenkort een enorme plastic walvis, gemaakt van vijf ton zwerfval uit de oceaan bij Hawaii.

    De gevolgen van het besluit van China om de grenzen te sluiten voor westers afval, worden langzaam maar zeker duidelijk. Een van de gevolgen is een hausse aan investeringen in de recyclingfaciliteiten in het Westen. Nu China niet langer het afval van de hele wereld in ontvangst wil nemen, verschuift het zwaartepunt weer meer naar de VS, Europa en Japan. ‘Op de lange termijn 
zal dat positief uitpakken, omdat we 
ons sterker zullen moeten richten op onze eigen recyclingfaciliteiten,’ zegt Karmenu Vella, de Eurocommissaris die het milieu in zijn portefeuille heeft. Hij schat dat er in 2025 250 sorteerfaciliteiten extra nodig zullen zijn, en 300 recyclefabrieken. Bedrijven die de benodigde machines maken, zitten in de lift en krijgen meer opdrachten dan ze aankunnen.

    Dezelfde trend is zichtbaar in de Verenigde Staten, waar veel van de investeerders Chinezen zijn. Omdat ze in China zelf niet langer in staat zijn te voldoen aan de vraag naar papierpulp of plastic korrels, kopen de grootste recyclingbedrijven van China papiermolens of recyclingfabrieken in de VS. Nine Dragons, de grootste papier- en kartonproducent van China, heeft onlangs aangekondigd twee papiermolens in de Verenigde Staten te kopen, en is van plan daar 300 miljoen dollar in 
te investeren. Andere Chinese recyclingbedrijven hebben geïnvesteerd in recyclingfabrieken in 
Georgia, South Carolina, Alabama en Kentucky.

    De nieuwe Chinese bepalingen dwingen Amerikaanse afvalhandelaars en producenten ook om meer van het vuile werk zelf te doen, teneinde te 
voldoen aan de hoge eisen waartegen China nog wel bereid is afval toe te laten. George Adams, ceo van SA Recycling, een van de grootste Amerikaanse handelaren in metaalafval, zegt dat hij onlangs een nieuwe productielijn heeft opgezet om aluminiumafval te wassen voordat het naar China gaat. ‘Je kunt van mijn aluminium eten, zo schoon is het,’ zegt hij. Op andere plekken vinden soortgelijke veranderingen plaats: de Recology-faciliteit in San Francisco heeft onlangs 3 miljoen dollar geïnvesteerd in een optische sensor die het aantal onzuiverheden in de balen kan terugbrengen. En wat de handelaren betreft: velen zijn failliet gegaan of hebben afscheid genomen van de bedrijfstak, maar een enkeling heeft duidelijk garen gesponnen bij de verandering. Zoals Craipeau, de handelaar die opereert vanuit Hongkong. Hij heeft zijn focus verlegd naar de verkoop van plastic korrels – die niet onder de afvalban vallen – aan China. ‘Van de ene op de andere dag heeft China zichzelf getransformeerd van ’s werelds grootste verwerker van plasticafval tot ’s werelds grootse importeur van plastic korrels,’ licht hij toe. De vraag naar plastic korrels is groter dan ooit, omdat de fabrikanten er nog altijd behoefte aan hebben. Craipeau werkt momenteel samen met een recyclingfabriek in Indonesië en hij heeft plannen om binnenkort nieuwe fabrieken te openen in Polen en de VS.

    Ondertussen hebben veel recyclingprogramma’s voor huishoudelijk afval manieren gevonden om door te gaan, zij het soms in een licht gewijzigde vorm. ‘Ik krijg wel een beetje hoofdpijn van dat gedoe met China,’ zegt Slager, de ceo van Republic Services. ‘Maar aan de andere kant ben ik zonder meer opgetogen, omdat het ons wakker heeft geschud en ons ervan heeft doordrongen dat er iets moet veranderen binnen deze bedrijfstak.’ Een van de prioriteiten, aldus Slager, is om de toevoer schoner te krijgen, dus ervoor te zorgen dat mensen geen vervuild afval meer in de vuilnisbak gooien.

    Wake-upcall

    Sinds de jaren vijftig heeft de wereld meer dan 6,3 miljard ton aan plastic afval geproduceerd, waarmee plastic een van meest aanwezige door de mens gemaakte materialen op aarde is, naast staal en cement. De helft van die hoeveelheid is in de laatste zestien jaar geproduceerd, toen gebruiksvoorwerpen van wegwerpplastic een hoge vlucht namen, zo valt te lezen in de wetenschappelijke publicatie Production, Use and Fate of All Plastics Ever Made. 
Volgens auteur Roland Geyer is het Nationaal Zwaard-beleid een wake-upcall. ‘Ik heb de indruk dat het hergebruik van plastic voor het importverbod van China nooit echt succesvol was,’ zegt hij. Want zelfs vóór het verbod werd maar 10 procent van al het plastic in de Verenigde Staten hergebruikt. ‘Iets meer ons best doen met recyclen is niet voldoende.’ Beleidsmakers zijn al tientallen jaren bezig de inzameling van herbruikbaar afval te stimuleren en ervoor te zorgen dat een steeds hoger percentage van het huishoudelijk afval een andere bestemming kan krijgen dan de stortplaats 
of de vuilverbrandingsoven. Maar er klinken steeds meer geluiden dat we onze aandacht beter kunnen verleggen.

    ‘We zijn niet erg succesvol geweest op het gebied van recycling. Na veertig jaar hebben we het nog steeds niet helemaal voor elkaar,’ zegt zeilster Ellen MacArthur, die de Ellen MacArthur Foundation heeft opgezet, een organisatie die zich inzet voor een afname van de hoeveelheid plasticafval. ‘Er moet een fundamentele verandering plaatsvinden,’ zegt ze. Het probleem schuilt in het patroon van lineaire consumptie, waaraan de consument wereldwijd gewend is geraakt: grondstoffen uit de aarde halen, die gebruiken en weggooien. Volgens haar schuilt de oplossing in een ‘circulaire economie’, waarin grondstoffen niet zozeer worden geconsumeerd, maar worden hergebruikt. Haar ogen beginnen te stralen als ze beschrijft hoe dat er in de praktijk zou kunnen uitzien. De schappen in de supermarkt, die nu vol staan met plastic verpakkingen voor eenmalig gebruik, zouden een geheel andere aanblik bieden: eenvijfde van de verpakkingen zou herbruikbaar kunnen zijn, zoals een fles die opnieuw wordt gevuld. En de helft van de verpakkingen zou ontworpen kunnen worden met het oog op hergebruik.

    Een beter ontwerp van verpakkingsmateriaal zou een stap op de goede weg zijn, maar sommige mensen pleiten voor nog veel drastischere maatregelen. In de Recology-fabriek in San Francisco bekent Reed aan het einde van onze rondleiding dat hij na twintig jaar in deze branche een groot voorstander is geworden van ‘zero waste’. Hij gebaart naar een baal doorzichtige sandwichverpakkingen en zegt: ‘Ik koop al dat spul niet.’ In plaats daarvan slaat hij alles groot in en neemt hij zijn eigen flessen en zakken mee naar speciale winkels die voedsel en huishoudelijke producten per gewicht verkopen. Die manier van inkopen vindt al langere tijd navolging in Californië, en de laatste tijd ook in Europa. In Frankrijk en Italië is het aantal winkels dat niet-voorverpakte spullen verkoopt het afgelopen jaar enorm toegenomen. ‘Een van de belangrijkste lessen die we hebben geleerd van zero waste, is dat veel oplossingen zijn te vinden in het verleden,’ zegt Reed. ‘Vraag je eens af hoe het leven eruitzag in de tijd van je grootouders. Zij hadden geen wegwerpkoffiebekers, geen waterflesjes. En toch wisten ze in leven te blijven –uitstekend, zelfs.’

    Auteurs: Leslie Hook en John Reed

    CONTEXT: China treedt hard op tegen overtreders

    Per 1 januari 2018 verbood China de import van 24 soorten vaste afvalstoffen, waaronder karton, gemengd papier, sommige resten van de productie van ijzer en staal, bepaalde textielsoorten zoals wol en katoen, en acht soorten plastic, waaronder rollen verpakkingsplastic, polyethyleentereftalaat (pet) en polyvinylchloride (pvc). Per 31 december werden 32 soorten afval aan de lijst toegevoegd: auto- en scheepsonderdelen, houtafval, roestvrij staal, titanium en dergelijke. Vanaf 2020 mag geen enkele vaste afvalstof meer worden geïmporteerd, met uitzondering van afval dat onvervangbare stoffen bevat.

    De Chinese regering wil op die manier ‘tegemoet komen aan de bezorgdheid onder de bevolking en streven naar een groene ontwikkeling’, aldus het Chinese staatspersbureau Xinhua. Tegelijkertijd treedt de overheid streng op tegen overtreders, zegt het persbureau: in 2018 werden 718 verdachten gearresteerd 
die de bepalingen zouden hebben geschonden en werd 1,55 miljoen ton 
illegaal geïmporteerde vaste afvalstoffen in beslag genomen.

    Wereldbank
    Wereldbank

    Drijfscheiding

    Wat gebeurt als het afval uit de 
verschillende recyclingbakken van huishoudens is verzameld?

    De details verschillen per regio en per regering, maar meestal komt het grofweg hierop neer: als het afval uit de verschillende recyclingbakken van huishoudens is verzameld, wordt het gesorteerd in balen, die vervolgens worden verkocht, om te worden verwerkt tot iets anders. Een baal karton gaat naar een speciale papiermolen, waar het wordt gereinigd en vermalen tot papierpulp, dat wordt gebruikt om nieuw papier mee te maken. Het bedrijf dat het afval inzamelt, zal het op materiaal sorteren en sommige materialen – die van waarde zijn – verkopen aan handelaren, of aan fabrieken, waar een tweede ronde volgt van sorteren en reinigen. Vervolgens wordt het materiaal verkocht om verder te worden verwerkt, totdat het uiteindelijk bij de eindgebruiker komt: een producent die het materiaal gebruikt als basismateriaal voor een ander product.

    Plastic is een van de moeilijkste materialen om te recyclen. We maken in het dagelijkse leven gebruik van tientallen verschillende soorten plastic, en die moeten, voordat ze worden gerecycled, allemaal worden gescheiden. Nadat alles is gesorteerd, worden de balen naar een recyclingfabriek gestuurd, waar alles nogmaals wordt gewassen en gereinigd. En dan wordt het een stuk lastiger. Neem een plastic waterflesje, meestal gemaakt van pet, een van de waardevollere soorten plastic. Als de flessen in de fabriek komen, worden ze gewassen en in een chemisch bad gedompeld om de etiketten te verwijderen, waarna ze in stukken worden gehakt. Met behulp van drijfscheiding wordt het plastic van de doppen gescheiden van het plastic van de flessen. Aan het einde van het procedé heb je drie verschillende materialen over: dopscherven, flesscherven en etiketten. De laatste stap is om de scherven te ‘extruderen’, oftewel om te smelten tot korrels. Het kost energie om de scherven te verhitten, en ook kunnen er schadelijke stoffen bij vrijkomen, door de additieven in het plastic. Tot slot worden de korrels verkocht aan fabrikanten die ze als basismateriaal gebruiken. Het 
is mogelijk om dit allemaal op een milieuvriendelijke manier te doen: verantwoord omgaan met het afvalwater, de chemicaliën op verantwoorde wijze lozen 
en zorgen dat er geen giftige gassen vrijkomen. Als 
dat goed gebeurt, kost het minder energie en is het verbruik van natuurlijke bronnen lager dan bij het vervaardigen van nieuw materiaal. Maar als het niet zorgvuldig gebeurt, kunnen de gevolgen rampzalig zijn. (FT)

    Bas Emmen
    Bas Emmen

    Nederland

    Afvalscheiding cruciaal 
voor verwerking

    In Nederland ontstaat jaarlijks een hoeveelheid afval van 60 miljoen ton. Bijna 80 procent daarvan wordt bewerkt voor hergebruik, de rest wordt verbrand of gestort. Volgens de laatst beschikbare gegevens (over het jaar 2016) blijkt de totale hoeveelheid afval in Nederland nog jaarlijks toe te nemen.

    In 2016 steeg de hoeveelheid gestort afval met 20 procent, de hoeveelheid gestorte bouwstoffen met 29 procent, 
de hoeveelheid verbrand afval met 3 procent, de hoeveelheid vergist en gecomposteerd gft-afval met 6 procent, en de hoeveelheid verwerkte grond met 16 procent. Alleen de hoeveelheid verwerkte baggerspecie daalde: met 1 procent.

    Scheiding van soorten afval is in het verwerkingsproces van cruciaal belang. Die scheiding verloopt niet overal even soepel. Zo werd in het Land van Cuyk in 2015 al 89 procent van het afval gescheiden, terwijl dat in de grote steden beduidend minder was: in Amsterdam nauwelijks 28 procent, in Den Haag 27 procent en in Rotterdam 24 procent.

    Gemiddeld ligt in Nederland het scheidingspercentage op 58 procent. Het streven is deze hoeveelheid volgend jaar op te krikken naar ten minste 75 procent.

    (360 Magazine)

  • China ligt aan kop 
in nieuwe race om de ruimte

    China ligt aan kop 
in nieuwe race om de ruimte

    De landing van een Chinees ruimteschip op de achterkant van de maan begin januari betekent een doorbraak voor de ruimtevaart. China liep altijd achter op grootmachten VS en Rusland, maar zijn de rollen nu omgedraaid?

    JA

    De recente Chinese landing op de achterkant van de maan is meer dan alleen een wetenschappelijke doorbraak. Beijing geeft met zijn uitdijende ruimtevaartprogramma ook een sterk signaal af. ‘Dit is veel meer dan alleen een landing,’ zegt Alan Duffy, 
ruimtevaartdeskundige bij de Royal Institution of Australia. 
‘Het bewijst hoe volwassen de Chinese ruimtevaarttechnologie is geworden.’

    De geslaagde landing kwam voor veel wetenschappers als een verrassing: zij hadden verwacht dat die zou mislukken. Geen enkel land was ooit eerder op de achterkant geland. De moeilijkheid is dat die altijd van de aarde afgekeerd staat, wat direct radioverkeer onmogelijk maakt. Chinese onderzoekers wisten 
dit probleem echter te omzeilen door speciaal voor de communicatie met het Chang’e 4-ruimteschip en zijn verkenner een 
verbindingssatelliet te lanceren.

    Begin deze eeuw had vrijwel niemand verwacht dat China zo snel een koppositie in de ruimte zou gaan innemen, aangezien het land nooit veel interesse in ruimtevaart toonde. Toen China in 2003 voor het eerst astronauten in een baan om de aarde bracht, deden westerse waarnemers dit af als een futiele poging om achterstand op de Verenigde Staten en Rusland in te lopen. Maar terwijl het Chinese ruimtevaartprogramma steeds groter werd, nam in de twee landen die al succesvolle programma’s hadden het enthousiasme voor ruimtevaart juist af. In de Verenigde Staten en Rusland kromp het budget, in China groeide het. 
Al in 2007, lang voordat het land de krantenkoppen haalde met baanbrekende prestaties in de ruimte, lanceerde het verkenningsmissies om de achterkant van de maan te onderzoeken.

    En ondanks het veel kleinere budget staat het Chinese 
programma in veel opzichten nu al op gelijke hoogte met het Amerikaanse. Vorig jaar lanceerde China veertig ruimtemissies, ruim twee keer zoveel als in 2017. Deze verrassend snelle vooruitgang is volgens onderzoekers verklaarbaar doordat het land zich bewust richt op prestigeprojecten. Die moeten het land de status van ruimtegrootmacht bezorgen.

    China benadrukt dat het met de missies louter vredelievende bedoelingen heeft. Het Pentagon is daar echter minder van overtuigd en schreef in augustus vorig jaar dat het Chinese 
ruimtevaartprogramma ‘een cruciale rol speelt in moderne oorlogsvoering’. En terwijl de nasa nauw samenwerkt met Rusland, heeft het Amerikaanse Congres dergelijke samenwerkings-projecten met het Chinese ruimtevaartagentschap uit angst voor spionage verboden.

    De succesvolle Chinese landing is mogelijk een bedreiging voor het tanende Amerikaanse leiderschap in de ruimte, zij het niet op dezelfde manier als in 2007. ‘Dit gaat meer over prestige,’ aldus Duffy.

    Auteur: Rick Noack

    Washington Post | Verenigde Staten | dagblad | oplage 475.000
    De grootste krant van Washington en een van ’s werelds meest toonaangevende titels.

    adam minter 1

    Rick Noack is als buitenlandcorrespondent voor The Post grotendeels gevestigd in Berlijn, van waaruit hij schrijft over Australië, 
Nieuw-Zeeland 
en internationale veiligheid.

    Adam Minter is columnist voor Bloomberg. Hij schreef het boek Junkyard Planet: Travels in the Billion-Dollar Trash Trade, 
over de miljarden-industrie van onze afvalbergen.

    NEE

    De landing van het Chinese Chang’e-4 ruimteschip op de achterkant van de maan is een indrukwekkende technische prestatie die laat zien dat China een grootmacht in de ruimte is geworden. Het komende decennium wil het land een ruimtestation in een baan om de aarde brengen, sondes naar Mars en Jupiter sturen en asteroïdenmissies uitzenden. Voor 2030 staat een bemande maanmissie gepland en voor halverwege deze eeuw een permanente kolonie.

    De ambities van de nasa lijken daar schril bij af te steken. Sinds de laatste maanlanding van de Apollo in 1972 zijn Amerikaanse astronauten niet verder gekomen dan een baan om de aarde. 
Na ontmanteling van het spaceshuttleprogramma kunnen de Verenigde Staten het internationale ruimtestation ISS niet langer op eigen kracht bereiken. Nieuwe presidenten verlegden vaak hun prioriteiten, zodat de nasa dure missies, die al jaren gepland stonden, moest afbreken of herzien.

    Toch gaat het in veel opzichten ook wel goed met het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. Een jaar of twaalf geleden stelde het Congres de nasa in staat om publiek-private samenwerkingen aan te gaan. Sindsdien adviseert het overheidsagentschap private ruimtevaartbedrijven en investeert het in hun activiteiten. Elon Musks SpaceX is het bekendste, maar er zijn tientallen bedrijven in de commerciële ruimte-industrie actief. Hun specialisme varieert van de lancering van kleine satellieten tot maanverkenning. De resultaten zijn spectaculair: naar 
schatting van de nasa zelf kostte de ontwikkeling van de Falcon 9-raket door SpaceX maar tien procent van wat het de nasa zou hebben gekost om die te bouwen. Ook elders levert de steun van de nasa veel op. In de komende weken lanceert SpaceX een capsule die Amerikaanse astronauten naar het iss-ruimtestation kan brengen. Ten minste twee andere bedrijven hebben plannen voor een eigen, commercieel, ruimtestation. Tegelijk is de nasa de pure wetenschap niet uit het oog verloren. Er zijn vier missies naar Mars gaande en een naar Jupiter, er cirkelt een sonde om 
de zon en twee ruimteschepen hebben de interstellaire ruimte bereikt. Geen enkel ander land, ook China niet, kan zich hiermee meten: de wetenschappelijke en technologische knowhow 
ontbreekt simpelweg.

    Zolang de vs de commerciële ruimtevaart blijft stimuleren en tegelijk met wetenschappelijke onderzoeksmissies steeds verder reikt, hoeft het land voorlopig niet bang te zijn om ingehaald te worden. Uiteraard heeft ook China het grote potentieel van de commerciële ruimtevaart ingezien en ontwikkelt het een eigen ruimte-industrie. Maar barst er inderdaad een nieuwe ruimterace los, dan hebben de Verenigde Staten alle kans die te winnen.

    Auteur: Adam Minter

    Bloomberg World View | Verenigde Staten | website | bloomberg.com
    Bloombergs blog World View schrijft uitvoerig over de opkomende markten, 
en wordt met toonaangevende schrijvers wereldwijd erkend als autoriteit op het gebied van Rusland, India en China.

  • In de cel vanwege een tweet

    In de cel vanwege een tweet

    President Xi Jinping is een nieuwe campagne gestart tegen onlinekritiek van Chinese burgers. Vooral Twitteraars worden opgepakt, bedreigd en zelfs gevangengezet. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken.’

    Sjanghai. Eén man zat vijftien dagen in de cel. De familie van een ander werd door de politie bedreigd. Een derde zat acht uur vastgeketend in de verhoorkamer. Hun misdaad: iets op Twitter zetten. In 
een fikse aanscherping van de Chinese internetcensuur wordt een groeiend aantal twitteraars door de politie opgepakt voor verhoor. Ook al is Twitter in China geblokkeerd en voor de overgrote meerderheid van de internetters daar dus onzichtbaar. Deze harde politieaanpak is de nieuwste uiting van Xi Jinpings campagne tegen ongewenste internetactiviteiten. De autoriteiten verstevigen hun greep op het onlineleven van de Chinese burgers, ook als de berichten die zij posten in het land zelf nauwelijks te zien zijn. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken,’ zegt mensenrechtenactivist Wang 
Aizhong, die zegt dat de politie hem opdroeg berichten met kritiek op de Chinese overheid te verwijderen.

    Als de regering de activisten er niet 
toe kan bewegen zelf de tweets te verwijderen, wordt het wel door anderen gedaan. Zo weigerde Wang zijn tweets te wissen, maar toen hij vorige maand een boek zat te lezen, meldde zijn 
telefoon ineens dat hij berichten binnenkreeg met backupcodes voor zijn Twitter-account. Een uur later waren drieduizend van zijn tweets gewist, zegt hij. Hij ziet er de hand in van aan de overheid gelieerde hackers, al valt dat niet te verifiëren. Een woordvoerder van Twitter wilde geen commentaar geven op de nieuwe overheidscampagne.

    China oefent natuurlijk al sinds jaar en dag strenge controle uit op wat zijn burgers mogen zien en zeggen, ook online. Maar uit dit nieuwe offensief blijkt dat de regering wereldwijd toezicht op sociale media wil houden. Tekstberichten op het in China eveneens geblokkeerde WhatsApp beginnen nu gebruikt te worden als bewijsmateriaal in rechtszaken. Steeds vaker eist de Chinese overheid dat Google en Facebook bepaalde inhoud offline halen, ook al zijn de sites van beide bedrijven op het Chinese internet niet te vinden. Toen de verbannen Chinese miljardair Guo Wengui op internet hooggeplaatste Chinese politici begon te beschuldigen van corruptie, werden zijn accounts op Facebook en Twitter tijdelijk afgesloten. Volgens de bedrijven gebeurde dit naar aanleiding van klachten van gebruikers en omdat hij persoonlijke informatie over anderen had verspreid.

    Debat

    Ondanks het Chinese verbod op Twitter speelt het platform een belangrijke rol in het politieke en maatschappelijke debat van het land. Een kleine maar actieve gemeenschap van internetters gebruikt speciale software om de overheidsrestricties te omzeilen en Twitter toch te kunnen bereiken. Op basis van een enquête onder 1627 
Chinese internetters schat Daniela Stockmann, hoogleraar aan de Berlijnse Hertie School of Governance, dat slechts 0,4 procent van de Chinese internetters gebruikmaakt van Twitter, oftewel zo’n 3,2 miljoen mensen.

    En Twitter mag voor normale burgers dan verboden zijn, officiële media zoals de partijkrant People’s Daily en persbureau Xinhua maken er wel gebruik van om de beeldvorming over China in het buitenland te beïnvloeden. ‘Aan de ene kant benutten de staatsmedia alle mogelijkheden van die platforms om miljoenen mensen te bereiken,’ zegt Sarah Cook, Oost-Azië-analist van Freedom House, een Amerikaanse onderzoeksgroep die ijvert voor de democratie in de wereld. ‘En aan de andere kant riskeren gewone Chinezen arrestatie en een gevangenisstraf als 
ze diezelfde platforms gebruiken om met elkaar en de buitenwereld te 
communiceren.’

    Het zakelijke netwerk LinkedIn, een van de weinige Amerikaanse sociale media die in China zijn toegestaan, schikt zich al lang naar de censor. Zo sloot het vorige maand korte tijd de account af van Peter Humphrey, een Britse bedrijfsrechercheur die ooit in China in de cel heeft gezeten, en deze maand die van Zhou Fengsuo, een mensenrechtenactivist. De mails waarin ze dit van LinkedIn te horen kregen, leken sterk op de mail die gebruikers krijgen als berichten worden verwijderd op grond van de Chinese censuurwetgeving. ‘Wat we 
de laatste weken zien, is een drastische verscherping van de censuur op sociale media door de autoriteiten,’ zegt Humphrey. ‘Ik vind het verbluffend dat LinkedIn aan dat achterbakse muilkorven van burgers meewerkt en probeert te voorkomen dat hun berichten in China gelezen kunnen worden.’ Beide accounts zijn inmiddels weer hersteld en LinkedIn heeft een verklaring uitgestuurd waarin het bedrijf excuses aanbiedt en zegt dat de accounts per ongeluk waren afgesloten. ‘Ons Trust and Safety Team buigt zich over de interne processen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen,’ stelde de 
verklaring.

    Met Twitter richten de Chinese autoriteiten zich nu op een vitaal medium voor Chinese activisten. Uit gesprekken met negen door de politie verhoorde twitteraars en een vier uur durende geluidsopname van één zo’n verhoor komt een bepaald patroon naar voren: de politie legt de gebruikers een print met tweets voor en spoort ze aan die specifieke berichten of zelfs hun hele account te deleten. Dat betreft vaak berichten met kritiek op de Chinese overheid of op president Xi. De opgepakte twitteraars zeggen door de politie bedreigd of zelfs vastgeketend te zijn. Huang Chengcheng, een activist met meer dan achtduizend volgers op Twitter, zegt dat hij tijdens zijn verhoor in Chongqing acht uur lang met handen en voeten aan zijn stoel geketend zat. Na afloop heeft hij een schriftelijke toezegging getekend dat hij niet meer zal twitteren.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest

    De nieuwe aanpak is een initiatief van het machtige ministerie van Openbare Veiligheid, dat toeziet op justitie en de politieke veiligheid. Volgens diverse twitteraars werd in de verhoren expliciet verwezen naar de internetpolitie, de tak van het ministerie die het internetverkeer controleert. Die internetpolitie, die dit soort lokale acties omschrijft als ‘acties in het veld’, staat sinds afgelopen zomer onder leiding van een hardliner die bekend is geworden met zijn harde aanpak van telecomfraude in de zuidoostelijke kuststad Xiamen. Het ministerie en de Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, hebben niet op onze gefaxte vragen gereageerd.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest. Een twitteraar met een klein aantal volgers die online over milieuvervuiling had geklaagd, kreeg na een verhoor van vier uur een dringend advies van een politieagent. Deze twitteraar, die uit angst voor represailles niet bij naam genoemd wil worden, had een opname van het verhoor gemaakt, die hij ons liet horen.

    ‘Verwijder al je tweets en sluit je account af,’ zei de agent. ‘Alles op internet kan worden gevolgd, zelfs ongepaste opmerkingen in WeChat-groepen.’ WeChat is een populaire Chinese berichtendienst. ‘Ik geef je dit welgemeende advies,’ zei de agent. ‘Als 
dit nog een keer gebeurt, zullen de gevolgen ernstiger zijn. Dan krijgen je ouders er ook mee te maken. Je bent nog zo jong. Als je later trouwt en 
kinderen krijgt, houden die er ook 
last van.’

    Deze harde aanpak zet een domper op het Chinese debat op Twitter, zegt Yaqiu Wang van Human Rights Watch, die in november over het offensief berichtte. Maar nog niet alle gebruikers laten zich het zwijgen opleggen. ‘Veel activisten willen vrijheid van meningsuiting,’ zegt Wang. ‘Ook al worden ze lastiggevallen en geïntimideerd, ze blijven dapper tweeten. Als daad van verzet tegen censuur en onderdrukking.’

    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images
    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images

    Het zijn niet alleen de twitteraars met de meeste volgers die voor verhoor worden opgepakt. Pan Xidian, een 47-jarige werknemer van een bouwbedrijf in Xiamen, heeft er zo’n vierduizend. Hij tweette een strip van de dissidente cartoonist Rebel Pepper met kritiek op het mensenrechtenbeleid. 
In november werd hij door de politie twintig uur lang verhoord. Na enkele tweets te hebben verwijderd mocht hij naar huis en dacht hij dat de kous af was. Maar kort daarna werd hij op zijn werk bezocht door agenten die hem in een auto smeten. Ze vroegen hem een document te ondertekenen waarin hij bekende dat hij de maatschappelijke orde had verstoord. Dat deed hij. Toen toonden ze hem een ander document op basis waarvan hij werd aangehouden. Hij heeft twee weken in een cel gezeten met tien anderen, waar ze 
propagandafilmpjes te zien kregen.

    
‘In deze tijd zijn we wel bang, maar ik kan mezelf niet bedwingen,’ zei een huilende Pan na zijn vrijlating over de telefoon. ‘We leven in onderdrukking.’ En hij voegde eraan toe: ‘We zijn net lammetjes. De een na de ander wordt opgepakt. We kunnen ons niet verweren.’

    De handhavingscampagne is buitengemeen breed en hard. Bij het censureren van binnenlandse sociale media namen de autoriteiten in het verleden vooral prominente gebruikers op de korrel. Slechts sporadisch werden gewone burgers opgepakt en ondervraagd. Bij het huidige offensief lijken de inspanningen van lokale en nationale opsporingsinstanties ook goed 
op elkaar afgestemd, zegt Xiao Qiang, hoogleraar aan de University of California. ‘Zo’n landelijke actie, waarbij zo veel mensen echt worden opgepakt, dat hebben we nog nooit gezien,’ zegt hij.

    Auteur: Paul Mozur

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 570.000

    Verreweg de grootste en meest gezaghebbende krant van Amerika, met 1300 journalisten, 13 buitenlandredacties en reeds 125 Pulitzer-prijzen op zijn naam. Opgericht in 1851 en sinds 1896 in handen van de familie Ochs Sulzberger. De krant 
is links van het midden georiënteerd.

  • Studeren in Xinjiang:  ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

    Studeren in Xinjiang: ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

    Een Chinese student Oeigoers, lang woonachtig in Xinjiang, is naar het buitenland gevlucht omdat hij niet meer kon leven met de permanente controle in deze autonome regio. In deze reportage schrijft hij over de manier waarop alles, maar dan ook alles in de gaten wordt gehouden.

    ‘Het Xinjiang zoals ik het gekend heb als student lijkt in niets meer op het Xinjiang van vandaag. Voordat ik voor mijn studie naar de provincie trok, had ik wel gehoord dat de sfeer er gespannen was, en ik zag er wel een beetje tegen op om me er te vestigen. Maar toen ik arriveerde, werd me eigenlijk geen strobreed in de weg gelegd. Tot 
in 2016 [na een reeks aanslagen die de autoriteiten als terroristisch hebben bestempeld], toen de situatie plotseling erg veranderde, vooral omdat er allerlei controles werden ingevoerd.

    Op het instituut waar ik studeerde, werden de veiligheidsregels buitenproportioneel aangescherpt. Je kon onmogelijk het gebouw, de collegezalen of 
de slaapzalen binnen zonder een pasje met een magneetstrip, en alle avonden werden onze kamers geïnspecteerd. Voor de Han-Chinezen [een meerderheidsgroep in China] liep het nog wel los. Als je je pas vergeten was, kon je altijd aan een medestudent of kamergenoot vragen een foto van je pas of je studentenkaart te maken en die dan door te sturen. Maar onze Oeigoerse medestudenten konden dat wel vergeten.

    In Ürümqi, de hoofdstad van de regio Xinjiang, werden de veiligheidsmaatregelen ook strenger, met overal wachthokjes – soms zat er amper honderd meter tussen. In de straten die uitkomen op de grote markt Erdaoqiao, sloten politieagenten de weg af om je smartphone te controleren, of je nou Han-Chinees was of iemand die tot een etnische minderheid behoorde. Er werden ook veiligheidscontroles ingevoerd in de winkelcentra – om nog maar te zwijgen van de luchthavens 
en de treinstations. In winkelstraten stond op elk kruispunt en voor elke grote winkel een mitrailleur opgesteld. En dan heb ik het nog niet eens over de oproerpolitie die, met de vinger aan 
de trekker, overal in de stad op wacht stond. Ik heb nog nooit zo veel mitrailleurs en tanks gezien als in Xinjiang.

    Alleen 3G

    Bovendien was er geen 4G in Xinjiang. Er is alleen 3G, zodat de internetsnelheid veel te wensen overliet. Al die dingen, die ingrijpende gevolgen hadden voor mijn dagelijkse bestaan, vond ik erg hinderlijk, maar je moest ermee leren leven. Veel van mijn vrienden uit Xinjiang hadden zin om hun provincie te verlaten. Oeigoerse studenten kunnen Xinjiang momenteel op zich vrij gemakkelijk verlaten, maar het is voor hen erg ingewikkeld om naar het buitenland te gaan.

    Er bestaat op landelijk niveau een ‘selectieprogramma voor talenten afkomstig uit nationale minderheden’. Voor de geselecteerden geldt bij het toelatingsexamen een veel lagere onvoldoende dan voor Han-Chinezen. Dit programma schrijft trouwens ook voor dat de gediplomeerden, als ze zijn afgestudeerd, naar hun provincie van herkomst terugkeren. Op die manier kunnen talenten uiteraard niet naar het buitenland vertrekken.

    Voor Oeigoeren is het bepaald niet eenvoudig om zich buiten hun provincie te begeven. En zelfs op nationaal grondgebied gaat dat niet zonder complicaties.

    Bij een van mijn vriendinnen, een jong Hui-meisje [een etnische minderheid die hoofdzakelijk in het noordwesten van China voorkomt en in meerderheid bestaat uit moslims] dat voor een concert naar Sjanghai was gegaan, deed de politie om twee uur ’s nachts een inval in het hotel waar ze verbleef. De agenten wilden haar kamer inspecteren, alleen omdat ze een identiteitskaart had uit Xinjiang! Ze vertelde me dat ze op de rand van haar bed in huilen was uitgebarsten. Als het de Hui al zo vergaat, kunt u zich indenken hoe de Oeigoeren worden behandeld [na meerdere aanslagen, medio jaren 2000, hebben de autoriteiten hen als islamisten gebrandmerkt]. Oeigoerse belangengroepen protesteren tegen het keiharde beleid van gedwongen culturele assimilatie.

    Zelfs als studenten van etnische minderheden uit andere regio’s van Xinjiang in Ürümqi een appartement moeten huren, levert dat heel ingewikkelde situaties op. De verhuurder kan regelmatig telefoontjes van de politie krijgen om allerlei dingen te controleren. Uiteindelijk hebben deze studenten waarschijnlijk geen andere keuze dan terug te gaan naar waar ze vandaan komen. Een tijdje geleden heb ik in een dorp lesgegeven als vrijwilliger. Een van de onderwijzers van de lagere school was een Oeigoer, die was afgestudeerd aan een grote Chinese universiteit maar, ongetwijfeld omdat hij tot een etnische minderheid behoorde, geen andere keus had gehad dan les 
te geven in dit kleine dorp.

    Hoewel ze diep van binnen Xinjiang willen verlaten, wil de meerderheid van de studenten van een etnische minderheid met wie ik omging, zich 
de problemen die je moet overwinnen om dat te bereiken liever niet op de hals halen. De afgestudeerden van ons instituut vinden probleemloos werk in Xinjiang en ze krijgen een goed salaris.

    Als ze het instituut verlaten kunnen ze een salaris ontvangen van meer dan 5000 yuan [620 euro] in een van de vier prefecturen in het zuiden van de provincie (Kaxgar, Hotan, Aksu en de autonome Kirgizische prefectuur Kizilsu). Afgestudeerden die gerekruteerd worden door de diensten van de prefectuur van de autonome regio, belast met openbare veiligheid, kunnen meer dan 10.000 yuan verdienen [1240 euro] als aanvangssalaris. Van zo’n salaris kun je heel goed leven.

    Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images
    Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images

    Voor mij waren de politieke lessen die we iedere week gedwongen moesten volgen een ramp. In mijn hele leven heb ik me nog nooit zo intensief beziggehouden met politiek. Vanaf het eerste studiejaar moesten we die lessen volgen, alle studenten moesten er één keer in de week een middag aan meedoen. Afgezien van de laatste toespraken van de partijleiders, gingen die lessen ook altijd over de actualiteit van iedere provincie, van ieder ministerie en van iedere commissie, en over artikelen die in de officiële media waren verschenen. Ze werden hardop voorgelezen door de docent, die op een podium zat.

    Als de lezing voorbij was moesten we nog ‘gedachtenverslagen’ schrijven van 1500 tot 2000 karakters [ca. 800 tot 1000 woorden in het Nederlands]. We moesten eerst opschrijven wat we onthouden hadden, en vervolgens nagaan of we zelf soms iets te maken hadden met de problemen die in de les aan de orde waren gesteld. Hadden we bijvoorbeeld audio- of videobestanden bewaard van terroristische aanslagen? Hadden we geen last van de neiging om te denken als een ‘persoon met twee gezichten’, namelijk dat je enerzijds wel de maatregelen van de partij steunde, maar anderzijds, stiekem, ook mensen met extremistische opvattingen? Het meeste wat we schreven ging over die ‘personen met twee gezichten’.

    En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

    En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

    Het kwam erop neer dat ze toegang hadden tot alles wat er op onze smartphones en onze laptops stond

    Omdat de studenten van onze studierichting na hun afstuderen terecht zouden komen in gevoelige sectoren, ondergingen ze een strenge politieke scholing. Maar volgens mij maakt dat van onze studierichting een rampgebied. Als je Oeigoers studeert, wordt niet getolereerd dat je manier van denken ook maar enigszins afwijkt 
van de officiële lijn.

    Ik herinner me een docent die terugkwam uit het buitenland. Omdat zijn smartphone veel buitenlandse apps bevatte, hebben ze hem een hele maand afgesloten. En de inspectiediensten hebben zijn smartphone niet alleen gecontroleerd, maar ook zijn telefoonnummer gewijzigd. Toen pas kon hij er weer normaal gebruik van maken. Zelfs wetenschappelijke uitwisseling met het buitenland is verboden.

    Er bestaan wel degelijk heropvoedingskampen in Xinjiang. Toen ik in China was, wist ik niet dat in het buitenland zo veel ruchtbaarheid aan het bestaan ervan was gegeven. Gewoonlijk worden ze ‘opleidingskampen’ genoemd. Maar zelfs onder die naam blijft het daar een taboeonderwerp. In onze slaapzaal zat ook een partijlid, een opgewonden standje. Soms deden we de deuren van de slaapzaal dicht om ‘ons te beklagen’ over het feit dat we in ons dagelijks leven zo veel last ondervonden van de veiligheidsmaatregelen, of om het fluisterend te hebben over een docent die plotseling was verdwenen. Dan probeerde hij te verhinderen dat we daarmee doorgingen, kreeg een woedeaanval, en zei dat hij ons zou aangeven als we niet ophielden met die onzin.

    Verdwijningen

    Om eerlijk te zijn was ik als Han-Chinees niet bang om in een kamp te worden geïnterneerd. Ik was vooral bezorgd over de plotselinge verdwijningen van docenten. Een van hen 
was van de een op de andere dag verdwenen. Toen studenten kwamen vragen waar hij naartoe gegaan was, zeiden zijn collega’s dat ze die vraag niet moesten stellen. Ik heb me later laten vertellen dat hij naar een kamp gestuurd was omdat hij in het Midden-Oosten onroerend goed bezat. Als je naar een kamp wordt gestuurd, weet je zeker dat je politieke carrière definitief voorbij is en misschien zelfs dat je nooit meer zult mogen lesgeven. Ik heb me laten vertellen dat een Oeigoerse vader van een gezin geïnterneerd was omdat ze erachter waren gekomen dat hij geld had overgemaakt naar een rekening in het Midden-Oosten, waar zijn zoon studeerde.

    De situatie is niet alleen moeilijk voor Oeigoeren, maar ook voor Han-Chinezen. Alle studenten van onze studierichting, ongeacht hun etnische herkomst, moeten hun paspoort afgeven bij de administratie wanneer ze op het instituut beginnen. Als je later naar het buitenland wilt, moet je eerst een aanvraag indienen om je paspoort terug te krijgen. Ik herinner me een docent wiens zoon in het buitenland studeerde: hij kon hem niet bezoeken, en zijn zoon had niet de mogelijkheid om hem te komen bezoeken. Een echte nachtmerrie.

    Voor ik begon met de studie had ik wel gehoord over deze regel. Maar ik heb mijn paspoort gewoon nooit afgegeven bij de administratie. De eisen die de administratie stelde aan studenten die niet afkomstig waren uit Xinjiang waren minder streng. Voor een student uit Xinjiang was zoiets volstrekt onmogelijk geweest.

    Natuurlijk wist de administratie heel goed of je de provincie had verlaten en wanneer. Ik heb een vriend die, net als ik, in Xinjiang heeft gestudeerd. Vóór zijn studie was hij naar Khorgos, de dry port van de prefectuur Ili, gegaan [in de buurt van de grens met Kazachstan]. Daar is een enorme winkel met taxfreeartikelen. Als je een simpel pasje voor die dry port hebt, kun je naar die winkel. Zelfs van dat soort uitstapjes was het instituut op de hoogte. Natuurlijk hadden ze die informatie ontvangen van de staatsveiligheidsdiensten. Dus vroeg het instituut aan mijn vriend: ‘Wat had jij daar te zoeken?’

    Verdeeld

    Maar tijdens al mijn jaren in Xinjiang ben ik geen enkele extremist tegengekomen – of de mensen in kwestie hebben er niets over gezegd. Het is wel zo dat er erg vrome moslims zijn. Ik herinner me een jongen die heel graag lekker at, maar die tijdens de ramadan niet eens zijn eigen speeksel durfde door te slikken.

    Ik heb gezien hoe bang Oeigoeren waren voor etnische assimilatie. Normaal gesproken mogen ze niet trouwen met Han-Chinezen. Enkele jaren geleden had de beroemde Oeigoerse actrice Gulnuzar een relatie met acteur Hans Zang, een Han-Chinees, waarvoor ze door veel Oeigoeren scherp werd veroordeeld. In hun ogen gedroeg zij zich als een schaamteloze vrouw.

    De Oeigoerse samenleving is trouwens zeer verdeeld. Oeigoeren die hoger onderwijs hebben gehad zijn volgens mij wat opener. Enkele jaren geleden had ik een Oeigoerse docent Engels die ons klaarstoomde voor de IELTS-test. Zijn mondelinge beheersing was uitstekend. Deze man, die een goede opleiding had en een goede baan, vond veel Han-gewoonten en -gebruiken niet indruisen tegen zijn principes.

    149 china

    Ik heb privélessen gegeven bij mensen thuis. Als leerling had ik een jonge Oeigoerse. Haar moeder was ambtenaar. Eens per maand moest zij een week naar het zuiden van Xinjiang. Alle Oeigoerse kaderleden zijn daartoe verplicht. Ze moeten iedere maand naar Oeigoerse gezinnen in het zuiden van de provincie om hun [Chinese] karakters te leren lezen en hun een ambacht te leren.

    De goede vooruitzichten voor specialisten in de Oeigoerse taal was voor mij een van de belangrijkste redenen om me in deze taal te verdiepen. Met dit specialisme heb je een zeer goede uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Grote webondernemingen zoals Tencent [ontwikkelaar van WeChat] en NetEase [die een zeer populaire Chinese site exploiteert] werven studenten met dit profiel aan zodra ze zijn afgestudeerd. In China is Oeigoers, na Mandarijn, op WeChat de meest gebruikte taal om te communiceren.

    Op WeChat kun je nu een boodschap dicteren in Mandarijn, en wat je zegt wordt onmiddellijk getranscribeerd in karakters. Maar voor het Oeigoers werkt dat niet. De mensen die aangeworven worden door deze ondernemingen, worden voornamelijk aangenomen om het Oeigoers in lettergrepen op te delen, om de kwaliteit van de spraakherkenning te verbeteren. Maar alleen mensen die het Oeigoers niet als moedertaal hebben, mogen zich inschrijven voor het examen dat toegang verschaft tot de studierichting Oeigoers. Onze docenten zijn allemaal Oeigoeren, maar alle studenten hebben een andere etnische herkomst.

    Afgezien van de grote webondernemingen komen de meeste specialisten Oeigoers terecht bij de verschillende veiligheidsdiensten, zowel op nationaal als op provinciaal niveau. De mensen die hiervoor kiezen, worden belast met inspectie en controle, uiteraard van mensen van Oeigoerse herkomst. Veel nationale en provinciale openbare veiligheidsdiensten werven studenten van ons instituut aan.

    Juist omdat de functies die een groot aantal van ons geacht wordt uit te 
oefenen zo vertrouwelijk van aard zijn, wordt ons politieke denken zo gedrild. Bovendien verleent de autonome regio Xinjiang studenten die gespecialiseerd zijn in het Oeigoers belangrijke steun. Voor een master Oeigoers, waarvoor 
het collegegeld 5000 yuan [620 euro] bedraagt, krijgen we een studietoelage die twee keer zo hoog is.

    En dat is dan alleen nog maar de studiebeurs. Je kunt ook nog in aanmerking komen voor toelagen wegens verdiensten. De staat verleent ook talrijke subsidies aan ons instituut. Aan de ene kant wordt er een ultrastrenge controle uitgeoefend, aan de andere kant worden er royale subsidies verstrekt – om de pil te vergulden.

    Toezicht

    Vanaf dit jaar kunnen studenten Oeigoers nog ergens anders aan de slag. 
De staat heeft net een nieuwe beleidsmaatregel afgekondigd: een Han-Chinees moet toezicht houden op drie studenten die tot een etnische minderheid behoren. Zodat veel opleidingen mensen zullen moeten aannemen die gediplomeerd zijn in het Oeigoers om toezicht te houden op Oeigoerse studenten. De moeilijkste voorwaarde voor dit werk is dat je je politiek moet conformeren: je kunt alleen maar solliciteren als je lid bent van de partij.

    Nu heb ik er spijt van dat ik Oeigoers heb gekozen. Om eerlijk te zijn: ik heb een redelijk niveau en ik was er zeker van dat ik zou worden toegelaten tot de master. Toch heb ik de studie vaarwel gezegd, ik kon het gewoon niet meer opbrengen door te gaan. Ik had geen zin meer om in Xinjiang te blijven. Daarom ben ik naar het buitenland 
vertrokken.’

    Auteur: Jia Biming

    • Een ‘gedachtenverslag’ is een soort bekentenis waarin iemand, onder dwang of vrijwillig, aan zijn meerderen of in het openbaar zijn politieke gedachten en ideeën kenbaar maakt. Een praktijk die associaties oproept met de Culturele Revolutie (1966-1970).

    CONTEXT: 1.000.000

    China zou bijna een miljoen Oeigoeren naar geheime ‘heropvoedingskampen’ hebben gestuurd onder het mom van bestrijding van religieus extremisme, zo heeft de mensenrechtenadvocaat Gay McDougall gezegd tijdens een hoorzitting van de commissie tot bestrijding van rassendiscriminatie van de VN op 10 augustus in Genève.

    In de autonome Oeigoerse regio Xinjiang bestaat de bevolking voor 45 procent uit Oeigoeren. Volgens Rian Thum, hoogleraar geschiedenis aan de Loyola University van New Orleans, heeft China sinds 2016 680 miljoen yuan (86 miljoen euro) uitgegeven aan de bouw van detentiecentra, zo meldt The New York Times.

    Duanchuanmei 
(The Initium)
    China | nieuwssite | theinitium.com

    Onafhankelijke nieuwssite opgericht in augustus 2015 in Hong Kong, om te ontsnappen aan de Chinese censuur. Wil ‘Chinezen over de hele wereld’ informeren en richt zich hierbij met name op onderzoek en datajournalistiek. Er is ook een wekelijkse papieren versie.

  • Hoe een plattelandsgeneratie wordt verslonden door de smartphone

    Hoe een plattelandsgeneratie wordt verslonden door de smartphone

    Op het Chinese platteland worden tussen de zestig en honderd miljoen kinderen min of meer aan hun lot overgelaten door hun ouders die naar de stad vertrekken, vaak ver weg, om de kost te verdienen. Ander vermaak dan gamen op een smartphone is er niet.

    Zodra de zomervakantie begint, gaat de middelbare scholier uit de oostelijke provincie Hebei – we zullen hem hier Yang noemen – in de ‘gamemodus’: de zon staat al hoog aan de horizon als hij nog met zijn mobieltje in bed ligt om ‘forten te verwoesten’. Rond het middaguur werkt hij in een paar happen zijn maaltijd naar binnen, om vervolgens snel weer te proberen ‘kip te eten’, een Chinese uitdrukking die waarschijnlijk afkomstig is van het Engelse winner winner chicken dinner en die de beloning is als je de game wint.

    Om twee of drie uur in de ochtend zit Yang nog hoog te paard en slaat hij woest om zich heen met zijn zwaard tijdens het spelen van Wangzhe Rongyao, een onlinegame die ook bekend is onder de naam King of Glory. Zelfs als hij van de slaap bijna met zijn neus op zijn mobieltje valt, wil Yang ‘blijven vechten tot de laatste druppel bloed’.

    School is niet te harden

    Omdat hij momenteel geen schoolverplichtingen heeft en zijn ouders ver weg werken, in Beijing, is Yang volledig vrij om te doen en laten wat hij wil en de jeremiades van zijn grootmoeder die voor hem moet zorgen te negeren. (‘Ik ben oud, echt te oud om hem nog de baas te kunnen!’) Zijn ouders hebben ook geprobeerd hem mee te laten gaan naar Beijing, maar omdat ze geen tijd hadden om bij hem te blijven, was het resultaat min of meer hetzelfde.

    ‘Wat kan ik anders doen dan gamen?’ zegt Yang, zonder zelfs maar op te kijken van het mobieltje waarmee hij in de weer is. Het valt inderdaad niet mee om een aantrekkelijker bezigheid te vinden in zijn dorp, waar geen plek is om te gaan zwemmen, waar geen enkele activiteit wordt georganiseerd, waar hij niet in bomen mag klimmen en waar ouderlijk toezicht ontbreekt.

    Onlinegames zijn langzaam maar zeker bezig het platteland te verslinden. Talloze pubers zijn nonstop aan het gamen en vinden zichzelf heel modern. Maar veel plattelandskinderen gaan langzaam maar zeker kapot aan de games op hun mobieltje. ‘Wat ik leuk vind, is de opwinding die je voelt, waardoor je hart sneller gaat kloppen’, zegt een middelbare scholiere in het dorp Guan Cun, in de provincie Guangdong. Alleen met gamen kan ze ‘uit haar dak gaan’, terwijl de realiteit in haar ogen eentonig en oninteressant is: ‘School is niet te harden. Je verveelt je er dood!’

    Vroeger spijbelden jongeren om in internetcafés te gaan gamen, maar tegenwoordig nemen de meeste 
leerlingen hun toevlucht tot hun smartphone, een veel praktischer oplossing.

    Antiverslavingssystemen verslaan

    Om obstakels te overwinnen en de onmetelijke wereld van deze games te ontdekken, dienen ze eerst de fijne kneepjes onder de knie te krijgen. Om te beginnen moeten ze de antiverslavingssystemen ‘verslaan’. Sommige games eisen bijvoorbeeld dat hun gebruikers zich identificeren en zien erop toe dat minderjarigen niet meer dan twee uur per dag kunnen spelen. Waarom zou je je op internet dan 
niet uitgeven voor een volwassene? 
Je geeft gewoon een nummer op van een identiteitskaart waarvan de houder ouder is dan achttien, compleet met voor- en achternaam. Dan ben je van alle gedonder af als je je moet registreren of identificeren. Yang is behoorlijk trots op zichzelf: al sinds de basisschool gebruikt hij dit soort 
procedures als hij sites bezoekt die eisen dat hij zich identificeert.

    Zodra de zomervakantie is begonnen, moet het hoofd van de basisschool in Guan Cun een enorm aantal jongeren wegjagen die van zijn wifi gebruik komen maken om te gamen. De school is een van de weinige plekken in het dorp die over wifi beschikken. In het begin dromden kinderen die niet op de school zaten samen voor de deur van zijn kantoor. Na diverse ‘offensieve en defensieve acties’ houden ze zich nu 
op bij de ingang van de school, waar de zinderende hitte van deze julimaand hen er niet van weerhoudt zich uit te leven op hun mobieltjes. De beschikbare wifispots in het dorp zijn plekken die ‘fel bevochten’ moeten worden. Het kunnen huizen van klasgenoten met een internetverbinding zijn, de minisupermarkt in het dorp of de omgeving van de lerarenkamer.

    De echte ‘strijd’ met de leraren begint in feite als de school weer begint. De meeste kinderen uit het dorp gaan intern als ze eenmaal op de middelbare school in de stad zitten, vanwege de afstand en om veiligheidsredenen. Vóór de vakantie woonde Yang dus in het districtsinternaat, waar mobieltjes verboden zijn op straffe van inbeslagname. De scholieren zullen hun lust om te spelen moeten onderdrukken, of het in elk geval stiekem moeten doen. Als er een onverwachte controle wordt gehouden door leraren of surveillanten, verstoppen ze hun mobieltje gauw in de toiletten, in hun schoenen of op een andere geschikte plek. ’s Avonds zorgen ze ervoor dat een van hen de wacht houdt en fluit als er een surveillant komt inspecteren. Omdat er in het internaat geen stopcontacten zijn om de mobieltjes op te laden, moeten ze naar de minisupermarkt om ‘elektriciteit te kopen’ voor 2 yuan [ca. 25 eurocent] per keer.

    Uit een onderzoek in een arm district in de Autonome Yi Prefectuur Chuxiong 
is gebleken dat kleine winkels die in de buurt van scholen gelegen zijn, niet alleen elektriciteit verkopen maar 
ook smartphones die de leerlingen op krediet kunnen aanschaffen om op te gamen. ‘Dat is een enorme business geworden, de meeste middelbare 
scholieren komen op die manier aan een mobieltje, zonder dat hun ouders en hun leraren het weten. De kinderen van tegenwoordig zijn gewiekst’, verzucht Sun Aiying, de moeder van Yang, een tikje schuldbewust.

    Alleen maar spelen

    In het begin wilde ze geen mobieltje voor haar zoon kopen, ‘maar iedereen heeft er een en hij zeurde me elke dag de oren van het hoofd. En het moest nota bene ook nog een smartphone zijn’, zegt ze. Omdat ze denkt dat haar zoon lijdt onder haar veelvuldige afwezigheid, heeft ze uiteindelijk toch maar een telefoon voor hem gekocht voor ongeveer 700 yuan [ca. 88 euro]. Dat heeft niet goed uitgepakt: vanaf dat moment zijn de schoolresultaten van haar zoon allengs slechter geworden en zijn haar man en zij op school 
ontboden omdat Yang met zijn smartphone had gespeeld. ‘Zijn grootouders mopperen op hem en slaan hem, maar het zal hem een zorg zijn, hij denkt alleen maar aan spelen.’

    Zelf komt ze hooguit om de drie à vier maanden naar het dorp. ‘Als ik terugkom, heb ik zelfs geen tijd om hem te vertroetelen’, laat staan dat ze zin heeft om hem de les te lezen. Ze heeft wel geprobeerd zijn mobieltje af te pakken, maar na een woede-uitbarsting van haar zoon, die bovendien weldra terug moest naar het internaat, heeft ze het hem toch maar weer teruggegeven. 
‘Ik ben altijd een beetje ongerust, en 
als hij geen telefoon heeft, kan ik hem niet bereiken als hij weer op school zit.’

    Liu Chengliang van de Universiteit 
van Huazhong heeft na onderzoek in zes districten en gemeenten van de provincies Guangxi en Yunnan geconstateerd dat het gebruikelijk is dat plattelandskinderen een mobiele 
telefoon hebben, omdat hun ouders 
ver weg werken en hun grootouders vanwege hun hoge leeftijd of hun slechte gezichtsvermogen niet in staat zijn goed voor hen te zorgen. Deze 
jongeren zijn vaak zo verslingerd aan Whangzhe Rongyao dat ze ‘er niet meer mee kunnen stoppen’.

    © HH
    © HH

    Elektronische oppas

    Volgens het Rapport over de verslaving van jongeren en adolescenten, 
opgesteld op basis van een gehouden online-enquête over de gezondheidsgevolgen van het gedrag van deze groep, blijkt dat kinderen die door hun in de stad werkende ouders op het platteland worden achtergelaten, veel meer tijd met gamen doorbrengen 
dan andere kinderen. De percentages zijn met name hoger bij kinderen die er vier à vijf uur per dag mee bezig zijn (18,8 tegen 8,8 procent) en kinderen 
die er meer dan zes uur aan besteden (18,8 tegen 8,2 procent).

    ‘Hoewel het veel ouders in het rurale milieu zorgen baart als ze hun kind met hun mobieltje zien spelen, zijn 
er ook heel wat die de smartphone als een “elektronische oppas” beschouwen. Door hun kind een mobieltje te geven, weten ze dat het lief zal spelen zonder lawaai te maken of God weet waar naartoe te rennen.’ Zhang Haibo, directeur van het Centrum voor Onderzoek naar het Mediagedrag van Kinderen van de China National Youth Palace Association (CNYPA), legt uit dat, anders dan in de steden, ouders op het platteland om diverse redenen, die vooral met hun opleidingsniveau te maken hebben, niet begrijpen hoe gevaarlijk een verslaving aan smartphones en games voor hun kind kan zijn. ‘Sommigen denken dat het geen enkel kwaad kan om ze te laten spelen; anderen menen dat het hooguit niet goed is voor hun ogen.’

    Vaak zijn het de scholen die de educatieve verplichtingen op zich moeten nemen die plattelandsouders laten versloffen. Maar ook zij staan machteloos tegenover de mobiele games. Een onderwijzer in Guan Cun vertrouwt ons toe dat de kinderen daar na schooltijd niet kunnen gaan zwemmen of in bomen klimmen, en dat er ook geen avondcursussen zijn, of een bibliotheek of een speelterrein. Wat moeten de leerlingen buiten schooltijd dan doen?

    Niveauverschil

    De laatste jaren is men zich steeds meer gaan interesseren voor educatieve zaken als vermindering van de schooldruk, vrij onderwijs en spelend leren. Maar volgens Liu Chengliang leven deze ideeën alleen nog bij de avant-garde, terwijl er op het platteland, vooral in de minst ontwikkelde regio’s, intensieve steun nodig zou 
zijn om die zaken te verwezenlijken: ‘Het platteland kan zich niet meten met de steden. In de steden worden talrijke pedagogische ideeën toegepast en genieten kinderen de bescherming van zowel de samenleving, hun familie als de school. In rurale gebieden zijn 
de omstandigheden volstrekt verschillend, vooral in de arme regio’s. Als er bijvoorbeeld voor toelating tot het middelbaar onderwijs minder belang wordt gehecht aan de behaalde cijfers op de basisschool, wie zal zich dan nog druk maken over de schoolresultaten van de kinderen en over het niveau 
van hun verworven kennis?’

    In een district dat naar nationale maatstaven gemeten arm is, heeft Chengliang onderzoek gedaan bij 3164 leerlingen uit groep zes van achttien basisscholen: 737 leerlingen in de hoofdstad en 2427 op vijftien dorpsscholen. In de stad had 88,6 procent van de leerlingen een gemiddelde kennis van het Chinees, tegen 54,3 
procent van de leerlingen van het 
platteland; voor wiskunde waren de percentages respectievelijk 71,6 procent en slechts 27,4 procent.

    ‘Behalve het afpakken van de mobieltjes van de leerlingen en hun een standje geven, zijn er weinig andere doeltreffende maatregelen die leraren kunnen nemen’, constateert Wu Qifa, leraar op een middelbare school in de provincie Hubei, in Centraal-China. ‘Bovendien kampen jonge plattelandskinderen vaak met een gebrek aan affectie, vooral door de afwezigheid van hun ouders, zodat ze heel makkelijk verslaafd raken aan games – zo erg zelfs dat veel leerlingen in het lager en middelbaar onderwijs langzamerhand alle belangstelling voor lezen verliezen.’

    Auteur: Sun Qingling

    Openingsbeeld: © HH

    Zhongguo Qingnian Bao
    China | dagblad | oplage 586.000

    Liberale’ staatskrant die i.s.m. de Communistische Jeugdliga wordt gemaakt. Veel aandacht voor veranderingen in de Chinese samenleving.

    CONTEXT: Een massaal fenomeen

    Volgens statistieken van de Chinese regering, overgenomen in een artikel in de South China Morning Post, leven meer dan negen miljoen minderjarige kinderen op het Chinese platteland zonder hun ouders, die ver van hun dorp werken. In de provincies Anhui, Henan en Sichuan, goed voor de meeste arbeidsmigranten, doet dit fenomeen zich het sterkst voor. Maar liefst 44 procent van de kinderen zou er zonder moeder of vader opgroeien, beduidend meer dan het nationale gemiddelde, dat op 35,6 procent ligt. ‘Het voortijdige verlies van de gezinsstructuur kan psychische stoornissen veroorzaken, zoals depressie, angstgevoelens of zelfmoordneigingen’, aldus een door de krant geciteerd rapport van de ngo Shang Xue Lu Shang en de Beijing Normal-universiteit.