Tag: China

  • Ethiopië wil de volgende textielreus worden

    Ethiopië wil de volgende textielreus worden

    Met miljarden aan Chinees kapitaal denkt Ethiopië de concurrentie aan te kunnen met goedkope kledingproducenten in Azië. Tenzij er een burgeroorlog komt.

    Opgetogen staat Raghav Pattar, vicedirecteur van Indochine International, in het zonnige kantoor van de splinternieuwe fabriek van dit kledingbedrijf. Het is november, nauwelijks een half jaar sinds Hawassa Industrial Park werd geopend en er zijn al veertienhonderd lokale arbeiders aan het werk. Pattar streeft ernaar om in 2019 twintigduizend Ethiopiërs in dienst te hebben. ‘Twee jaar geleden was de grond waar deze fabriek op staat nog landbouwgrond,’ vertelt hij. ‘Welk land kan in twee jaar tijd zo snel veranderen? Ethiopië!’

    Pattar is een enthousiaste immigrant uit India, die ook in Bangladesh en Egypte in de kledingindustrie heeft gewerkt. Vanuit het raam van zijn kantoor heeft hij zicht op de fabrieksvloer, waar tientallen vrouwen zomen naaien, logo’s stempelen en ondergoed aan het persen zijn voor Warner’s, een merk dat voornamelijk bij Walmart wordt verkocht. ‘De overheid werkt enorm mee,’ zegt hij. ‘Vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week hebben ze hier mensen aan het werk gezet om dit complex mogelijk te maken. En er is geen corruptie. Helemaal niet!’

    Hawassa Industrial Park werd heel snel gebouwd, dankzij een Chinees staatsbouwbedrijf dat in hoog tempo 56 identieke rood-grijze metalen grote loodsen neerzette, waar volgens de Ethiopian Investment Commission in negen maanden tijd al voor 250 miljoen dollar textiel is geproduceerd. Maar Pattar is zo enthousiast omdat hij Belay Hailemichael op bezoek heeft, de vriendelijk pratende manager die de leiding heeft over het centrale helpcentrum. Belay helpt bedrijven aan import- en exportvergunningen en visa voor hoger personeel en stroomlijnt de aanvoer van nieuwe arbeidskrachten. Dat zijn vooral vrouwen, die een lange stoffige busreis uit hun dorpje achter de rug hebben en urenlang hebben gewacht om te solliciteren naar een baan met een basissalaris van 25 dollar per maand. Het helpcentrum test hun handvaardigheid en verdeelt ze in drie categorieën: de getalenteerden, die achter de naaimachine komen te zitten en de minder getalenteerde ‘tweetjes’ en ‘drietjes’, die dozen moeten inpakken en de vloer moeten aanvegen.

    Ethiopische arbeidsters aan het werk in een fabriek van het Chinese schoenenbedrijf Huajian vlak bij de hoofdstad Addis Abeba. Het is een van de grootste schoenenfabrieken ter wereld. – © HH
    Ethiopische arbeidsters aan het werk in een fabriek van het Chinese schoenenbedrijf Huajian vlak bij de hoofdstad Addis Abeba. Het is een van de grootste schoenenfabrieken ter wereld. – © HH

    We staan aan het begin van een nieuw tijdperk in de kledingindustrie. Dit door droogte geteisterde, nergens aan zee grenzende land met honderd miljoen inwoners in de Hoorn van Afrika komt onder in de distributieketen te staan die zogenaamde fast fashion en sportsokken van ‘vijf voor een tientje’ produceert. Gelokt door belastingvoordelen, beloofde investeringen in de infrastructuur en zeer goedkope arbeidskrachten zijn landen waar de westerse wereld eerst hun productie naartoe verhuisden, met name China en Sri Lanka, nu de tussenpersonen geworden die de productie hier opvoeren voor Guess, Levi’s, H&M en andere merken. Deze ondernemingen waarderen Ethiopië omdat de regering hun zo veel goedkope arbeidskrachten en belastingvoordelen levert als ze maar willen. De opening van het Hawassa Industrial Park is slechts het recentste onderdeel van een uitgebreid gecentraliseerd programma: sinds 2014 heeft Ethiopië vier reusachtige door de staat gerunde industrieterreinen geopend, en er staan er tot 2020 nog acht in de planning.

    De ondernemingen die zich hier vestigen zijn de eerste vijf jaar gevrijwaard van inkomensbelasting en hoeven ook geen belasting te betalen op de import van kapitaalgoederen en bouwmateriaal. Ethiopië kan zo gul zijn omdat het land heel veel geld uit China ontvangt: volgens het China Africa Research Initiative aan de John Hopkins University School of Advanced Studies 10,7 miljard dollar aan leningen tussen 2010 en 2015. Nu wordt veel van dat geld besteed aan lucratieve contracten met Chinese bedrijven die met behulp van Ethiopische arbeidskrachten dammen, wegen en mobiele netwerken aanleggen. Met deze infrastructuur zal het land volgens de Ethiopische regering bij de mondiale middenklasse gaan behoren. ‘Het plan is dat er eind 2025 in totaal 2 miljoen banen gecreëerd zijn in de verwerkende industrie,’ aldus Belachew Mekuria van de Ethiopian Investment Commission. ‘We zijn nu een agrarisch land, maar dat gaat veranderen.’

    Burgeroorlog

    Tenzij er eerst een burgeroorlog komt. Tijdens de Olympische zomerspelen in Rio de Janeiro van 2016 vroeg marathonloper Feyisa Lilesa aandacht voor de crisis waar zijn land in verzeild dreigde te raken. Toen hij als tweede over de eindstreep kwam, hief hij zijn armen in een ‘X’ – een antiregeringssymbool. Feyisa behoort tot de grootste etnische groep in het land, de Oromo. Sinds 2015 organiseren de Oromo massademonstraties om hun ongenoegen te uiten over onder andere de landroof van boeren ten behoeve van door de autocratische regering geplande fabrieken. De Ethiopian People’s Revolutionary Democratic Front (EPRDF) heeft de macht in het parlement en beweert alle meer dan zeventig etnische groepen van Ethiopië te vertegenwoordigen, maar in de praktijk hebben vooral Tigray het voor het zeggen, die slecht zes procent uitmaken van de bevolking. De afgelopen jaren zijn tijdens onlusten honderden Oromo omgekomen, fabrieken afgebrand en veel dissidenten in de gevangenis beland.

    Half februari verraste de Ethiopische regering het land door honderden gevangen vrij te laten – een verzoenend gebaar naar de Oromo en misschien ook naar de investeerders van wie de transitie in Ethiopië afhankelijk is. Bovendien trad premier Haile Mariam Desalegne af.

    Het Hawassa Park heeft tot weinig protesten geleid. De vijfhonderd kleinschalige boeren die het veld moesten ruimen voor het industrieterrein, dat vlak buiten het stadje Hawassa ligt, zijn Sidama, een etnische groep die weinig politieke invloed heeft. Maar hun beschuldigingen van landroof zijn een herhaling van de aanklachten van de Oromo. Urese Dinsa (69), een boer en voormalig voorzitter van de kieswijk waar het terrein nu gesitueerd is, zegt dat hij erin werd geluisd met de belofte van 37.000 dollar en banen voor zijn kinderen in ruil voor het achterlaten van het stukje grond van 1 hectare waarop hij zeventien jaar had verbouwd. Hij merkt op dat in het begin veel van hun stukje grond verdreven vrouwen werk in de fabriek konden bemachtigen, maar dat nu nog niet eens tien procent daar nog werkt. Ze zijn niet gewend aan de strak geregelde werkdagen. ‘Ze krijgen maar een half uur om te lunchen,’ vertelt Urese. ‘Ze hebben pijn in hun rug. Ze zijn doodmoe. Van dat werk wordt iedereen ziek.’

    Veel van de managers op het industrieterrein – vooral Sri Lankanen die zijn ingevlogen om de efficiënte werkmethoden over te brengen die in de naaiateliers in hun land zijn ontwikkeld – zouden die kritiek zien als een illustratie van een van hun belangrijkste klachten: de geschiedenis van Ethiopië heeft zijn burgers niet geschikt gemaakt voor de ontberingen van de industrie. ‘Ethiopië is nooit gekoloniseerd geweest,’ legt David Müller uit, die uit Sri Lanka was overgekomen om personeelsmanager te worden van Hela Indochine, een Chinees-Sri Lankaans kledingbedrijf in een van de loodsen op het industrieterrein. ‘Daar zijn ze trots op en dat brengt een zekere opstandigheid met zich mee.’

    Feestdagen zorgen voor extra oponthoud: de Ethiopische Orthodoxe Kerk kent talloze heiligendagen en douaniers hebben per jaar minstens een maand vrij om die dagen te vieren

    Efficiency is een probleem en Müller is strikt. Al zijn werknemers krijgen eerst een vijfdaags introductieprogramma waarin de nadruk wordt gelegd op persoonlijke hygiëne, persoonlijke verzorging en discipline. ‘Het is een lastig proces,’ vertelt Müller, ‘en soms pikken ze het niet op.’

    Een Ethiopische vrouw met een afgeronde opleiding, die anoniem wil blijven omdat ze represailles vreest, beschrijft hoe ze in een depressie geraakte nadat ze zes weken lang leiding had gegeven aan veertig vrouwen die aan een productielijn werkten waar broeken werden gemaakt. ‘Steeds als de vrouwen een doel niet haalden, begonnen de bazen te schreeuwen,’ vertelt ze. Als gevolg hiervan gingen de vrouwen langzamer werken, verstopten ze zich op het toilet of gingen buiten een luchtje scheppen in plaats van dat ze harder gingen werken. Ze heeft vaak gezien dat een naaister op haar rug werd geslagen. Als ze op hun enige vrije dag moesten werken of moesten overwerken, kregen ze niet het beloofde extra loon. (Pattar zegt niets te weten van problemen met de betaling of van mishandelingen.) ‘Ik zei tegen mijn chefs: “Die vrouwen zijn niet opgeleid of geschoold. Je kan niet verwachten dat ze honderdtwintig broeken per uur afleveren. Als je ze opjaagt, zullen ze alleen maar slechte producten afleveren.”’ Ze nam ontslag en werkt nu als receptioniste in een hotel waar ze 63 dollar per maand verdient, iets meer dan in de fabriek.

    Bijna net zo lastig als het leidinggeven aan niet-opgeleide arbeidskrachten die in een hoog tempo goederen moeten produceren is het om die goederen de fabriek uit te krijgen. Hawassa Industrial Park ligt 270 kilometer van de hoofdstad Addis Abeba en 1000 kilometer van de dichtstbijzijnde haven in Djibouti. Het ligt dus eigenlijk enorm afgelegen. Alemayehu Geda, een econoom verbonden aan de universiteit van Addis Abeba, denkt dat, hoewel de bedrijven het industrieterrein dichterbij de haven gebouwd hadden willen hebben, ‘de regerende partij de indruk wil wekken dat ze iedereen tevreden proberen te stellen’.

    Het transport naar de kust zou binnenkort al sneller kunnen. De China Civil Engineering Construction Corp. heeft een 3,4 miljard dollar kostende, 750 kilometer lange spoorweg aangelegd van de hoofdstad naar Djibouti. Die is sinds januari al in gebruik voor passagiers, maar het vrachtvervoer kan pas van start gaan als de politieke onrusten voorbij zijn. Voorlopig moeten Hawassa’s fabrikanten hun goederen per vrachtwagen naar de haven vervoeren. Dat is een ramp. De route loopt dwars door het woongebied van de Oromo. Demonstrerende boeren blokkeren urenlang het verkeer. Uitgebrande bussen en vrachtwagens liggen verspreid over het droge landschap en botsingen tussen grote vrachtwagens en kamelen komen regelmatig voor. Bovendien zijn er drie douaneposten met steeds heel veel papierwerk. Feestdagen zorgen voor extra oponthoud: de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk kent talloze heiligendagen en douaniers hebben per jaar minstens een maand vrij om die dagen te vieren. Het gevolg is dat chauffeurs twee of drie dagen vast komen te zitten bij een douanepost en in hun vrachtwagen moeten slapen.

    Ook levert het problemen op als je Ethiopische spullen wilt kopen. Een Sri Lankaans bedrijf dat overhemden produceert, de Hirdaramani Group, importeert iedere maand vijf scheepscontainers met kartonnen dozen uit hun eigen land. ‘Als je ze in Ethiopië koopt,’ legt manager Gayan Nanayakkara uit, ‘zitten er nietjes in en dan komen ze bij de douane niet langs de metaaldetector.’

    Dat zou in theorie een kans zijn voor kleine, lokale ondernemingen. In 2014 begon de Wereldbank een project van 270 miljoen dollar om ‘de Ethiopische competitiegeest’ aan te wakkeren, deels door ‘de banden tussen de industriële zone en de lokale economie te versterken’. Maar daarvoor moeten culturele verschillen worden overbrugd. Al langer dan drie jaar is de Wereldbank zeven binnenlandse bedrijven – producenten van dozen, knopen en afgewerkt leer – aan het klaarstomen voor hun entree in de mondiale distributieketen. Susan Kayonde, een ontwikkelingsspecialist bij de Wereldbank, schreef in een e-mail dat ‘de impact van onze steun (bijvoorbeeld hogere verkoopcijfers, toegenomen werkgelegenheid) pas over drie tot zes maanden gemeten kan worden’. De nieuwe bedrijven zijn net begonnen met het aanschaffen van machines en het opleiden van werknemers.

    Het verschil tussen het initiatief van de Wereldbank en de leningen van de Chinese regering is dat bij die leningen geen filantropische richtlijnen zitten, die op zijn minst de illusie wekken dat Ethiopië zijn eigen groei controleert. Stefan Dercon, een ontwikkelingseconoom aan de Universiteit van Oxford die onlangs een jaar lang onderzoek heeft gedaan bij Ethiopische fabrieken, vreest dat het land ‘tegen de wind in vaart en kan omslaan. Ik vind echt dat ze zouden moeten minderen met de leningen en de ontwikkeling van de infrastructuur.’ Hij is echter wel voorstander van meer industrie in Ethiopië. ‘Als meer buitenlandse bedrijven zich daar vestigen en gaan concurreren bij de werving van personeel, zullen uiteindelijk de lonen omhooggaan,’ aldus Dercon. Tot dan is een baan in de fabriek beter dan het alternatief: ‘Die vrouwen zullen anders de hele dag niets anders doen dan van koeienvlaaien brandstofplaggen maken.’

    ‘Stel nu dat al die bedrijven eerst alle belastingvoordelen meepikken en dan over een paar jaar gewoon weer weggaan. Wat betekent dat dan voor ons?’

    Alemayehu is sceptisch. Volgens hem zullen de industrieterreinen in Ethiopië het niet redden. Ik heb een artikel gelezen over een Chinees schoenenbedrijf, Huajian,’ vertelt hij. ‘Hun logistieke kosten zijn verachtvoudigd in Ethiopië. ‘Stel nu dat al die bedrijven eerst alle belastingvoordelen meepikken en dan over een paar jaar gewoon weer weggaan. Wat betekent dat dan voor ons?’ Alemayehu heeft de bewering van zijn regering dat de economie jaarlijks elf procent zou groeien tegen het licht gehouden, en schat dat de werkelijke groei ongeveer zes procent zal zijn. Hij hekelt de regering voor haar pogingen om buitenlandse investeerders te lokken door haar munteenheid te devalueren. Vorig jaar oktober bijvoorbeeld verlaagde het land de waarde van de birr met vijftien procent. ‘Ik heb honderd exportfirma’s geïnterviewd,’ zegt hij, ‘en niemand noemde de wisselkoers een probleem. Iedereen noemde de logistiek en de bureaucratie als de grote problemen in Ethiopië. Door de birr te devalueren worden alleen de armen getroffen. De voedselprijzen zijn al gestegen.’

    Desalniettemin zijn sommige jonge arbeiders razend enthousiast. ‘We hebben het nu beter in de stad,’ vertelt een arbeidster die broekzomen naait voor Indochine. (Ze vroeg om niet haar naam te vermelden.) Ze is met zeven broertjes en zusjes opgegroeid op een boerderij met 1 hectare grond op tachtig kilometer van de stad en deelt nu een kamer met een andere arbeidster in een betonnen flat met een golfplaten dak in een buitenwijk van Hawassa. ‘Ver weg van de stad kunnen we ons niet schoon en netjes houden. En we doen hier ervaring op,’ zegt ze.

    Ze hoopt dat ze ooit een zelfstandige kleermaakster kan worden. Haar maandsalaris bedraagt 23,70 dollar, plus 7,30 dollar voor maaltijden en als ze elke dag aanwezig is geweest, een aanwezigheidsbonus van 7,30 dollar. Haar deel van de huur is 9 dollar per maand, dus dan houdt ze 29,30 dollar over als ze haar bonus heeft gekregen. Ze geeft per dag ongeveer 50 cent uit aan eten en houdt maar net genoeg geld over om wasmiddel en vervoer naar de kerk te kunnen betalen. ‘Wasmiddel is duur,’ zegt ze.

    Onlangs heeft ze een dag moeten missen op haar werk omdat ze kou had gevat. Toen kreeg ze haar bonus niet en ze is bang dat ze nu schulden moet maken. Haar kamer wordt verlicht door één enkel bungelend peertje. Ze slaapt op het kale beton en ook de muren zijn bijna helemaal kaal, op een doek na waarop staat: ‘Of ik nu een makkelijk of een moeilijk leven heb, ik ben God dankbaar.’

    Auteur: Bill Donahue
    Vertaler: Paul Bruijn

    Bloomberg Businessweek
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 980.000

    Businessweek schrijft zinnig en intelligent over het zakenleven wereldwijd.* Aarzelt niet om een mening te geven of standpunt in te nemen.* Sinds 2009 onderdeel van Bloomberg News, met 15.000 medewerkers.

  • 3. Wapens, cash en kompromat

    3. Wapens, cash en kompromat

    In 2017 onderhandelden Amerikaanse spionnen maandenlang met een schimmige Rus die beweerde dat hij gestolen cyberwapens kon leveren, en compromitterende informatie had over Donald Trump.

    Na maanden van geheime onderhandelingen heeft een schimmige Rus vorig jaar Amerikaanse spionnen honderdduizend dollar lichter gemaakt met de belofte hen cyberwapens te leveren die waren gestolen van de National Security Agency. Een ander onderdeel van die deal was dat hij compromitterend materiaal over president Trump zou verschaffen, aldus agenten van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten. Het geld dat in september in een koffer naar een hotelkamer was gebracht, was bedoeld als eerste termijn van een totaalbedrag van 1 miljoen dollar, vernamen wij van Amerikaanse functionarissen, de Rus en uit correspondentie die The New York Times heeft ingezien. De diefstal van de geheime cyberwapens was een ware ramp voor de NSA en de agency was nog druk bezig te inventariseren wat er precies allemaal ontbrak.

    Verscheidene Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen zeiden dat ze duidelijk hadden gemaakt dat ze geen belastend materiaal over Trump wilden van de Rus, die ze ervan verdachten duistere banden te hebben met de Russische veiligheidsdienst en Oost-Europese cybercriminelen. Hij beweerde dat de informatie zou aantonen dat er een connectie bestond tussen de president en zijn staf en Rusland. In plaats van dat de cyberwapens werden geleverd, verschafte de Rus onverifieerbare en mogelijk verzonnen informatie over Trump en anderen, zoals bankgegevens, e-mails en zogenaamde inlichtingen van de Russische geheime dienst.

    ‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken’

    Volgens Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen hebben ze de deal afgebroken omdat ze vreesden verstrikt te raken in een Russische operatie om tweedracht te zaaien binnen de Amerikaanse regering. Ook waren ze bang voor politieke consequenties in Washington als bekend werd dat ze belastende informatie over de president kochten.

    De onderhandelingen in Europa vorig jaar zijn beschreven door medewerkers van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten, die spraken op basis van anonimiteit, en de Rus. De Amerikanen werkten met een tussenpersoon – een Amerikaanse zakenman in Duitsland – om zelf buiten schot te kunnen blijven. Er waren ontmoetingen in Duitse provinciestadjes waar John le Carré zijn eerste spionageromans situeerde, en informatietransfers in vijfsterrenhotels in Berlijn. Amerikaanse inlichtingendiensten volgden maandenlang de vluchten van de Rus naar Berlijn, zijn rendez-vous met een maîtresse in Wenen en zijn reizen terug naar Sint-Petersburg. De NSA gebruikte zelfs zo’n twaalf keer hun officiële Twitteraccount voor een gecodeerd bericht aan de Rus.

    Aan deze geschiedenis kwam dit jaar een eind toen Amerikaanse spionnen de Rus West-Europa uit joegen met de waarschuwing dat hij nooit meer terug moest komen als zijn vrijheid hem lief was, aldus de Amerikaanse zakenman. Het materiaal over Trump bleef achter bij de Amerikaan die het in Europa heeft veiliggesteld.

    De Rus beweerde toegang te hebben tot een ontstellende hoeveelheid geheimen, van de computercode voor de cyberwapens die waren gestolen van de NSA en CIA, tot wat naar zijn zeggen een video was van Trump in het gezelschap van prostituees in een hotelkamer in Moskou in 2013. Er is echter geen bewijs dat die video echt bestaat.
    De Rus was bekend bij Amerikaanse en Europese diensten vanwege zijn banden met Russische inlichtingendiensten en cybercriminelen – twee groepen die werden verdacht van de diefstal van cyberwapens van de NSA en de CIA.

    Maar de gretigheid waarmee hij de Trump-‘kompromat’ aan Amerikaanse en Europese diensten probeerde te verkopen wekte bij de Amerikanen het vermoeden dat hij deel uitmaakte van een operatie om de inlichtingendiensten van de VS van belastende informatie over president Trump te voorzien. In het begin van de onderhandelingen liet hij de vraagprijs zakken van tien miljoen dollar naar net iets meer dan een miljoen. Enkele maanden later liet hij de Amerikaanse zakenman een stukje van een video-opname zien van een man die in een kamer met twee vrouwen aan het praten is. Er zit geen geluid bij het filmpje en er kon ook niet worden vastgesteld of de man op de video daadwerkelijk Trump was. Maar de keuze van de plek waar de video werd getoond versterkte bij de Amerikanen het vermoeden van een Russische operatie: de video werd getoond in de Russische ambassade in Berlijn, aldus de zakenman.

    Er waren nog meer twijfels over de betrouwbaarheid van de Rus. Hij was betrokken geweest bij witwaspraktijken en had een nauwelijks legitieme zaak als dekmantel: een bijna failliet bedrijf dat draagbare grills verkocht aan worsthandelaren.

    ‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken,’ aldus Steven L. Hall, het voormalige hoofd van de Russische operaties bij de CIA. ‘Dat is de moeilijkheid als je vanuit een westers standpunt probeert te begrijpen hoe Rusland en Russen opereren.’

    Amerikaanse veiligheidsdiensten hadden ook hun twijfels over de zogenaamde kompromat die de Rus wilde verkopen. Ze vonden de informatie, en vooral de video, meer voer voor roddelbladen, niet voor een veiligheidsdienst.

    Maar de Amerikanen wilden heel graag de cyberwapens terug. Die waren ontworpen om in te breken in computernetwerken in Rusland, China en andere concurrerende mogendheden. Ze belandden echter in de handen van een geheimzinnige groep die zich de Shadow Brokers noemde en hackers voorzag van de middelen die sindsdien miljoenen computers overal ter wereld hebben geïnfecteerd en ziekenhuizen, fabrieken en bedrijven hebben lamgelegd.

    Geen dienst wilde de informatie weigeren, omdat ze dachten ermee te kunnen achterhalen wat er was gebeurd. ‘Dat is een van de lastige dingen in de jungle van de contraspionage: niemand wil in de positie terechtkomen van iemand die eerst heeft gezegd dat hij ervan afziet en vijf jaar later moet toegeven: “Goeie god, het was echt iemand,”’ zegt Hall.

    Amerikaanse inlichtingendiensten zijn ervan overtuigd dat Russische geheime diensten de scherpe politieke tegenstellingen in de Verenigde Staten als een mooie gelegenheid zien om spanningen tussen de partijen aan te wakkeren. Russische hackers richten zich in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen op Amerikaanse databanken met kiesgegevens en met behulp van botlegers promoten ze partijstandpunten op de sociale media. De Russen waren er ook op uit om twijfel te zaaien over het federale onderzoek naar de Russische inmenging. Die pogingen bestaan onder meer uit het verspreiden van informatie die veel overeenkomsten vertonen met de onbewezen berichten over Trumps zaken in Rusland, zoals die zogenaamde video, waarvan het bestaan door president Trump steeds is ontkend.

    De geruchten dat de Russische inlichtingendienst in het bezit is van de video verschenen een jaar geleden in een explosief dossier vol onbewezen feiten, samengesteld door een voormalige Britse spion en betaald door de Democraten. Sindsdien zijn in Midden- en Oost-Europa minstens vier Russen opgedoken die banden hebben met spionagediensten en de onderwereld die aan Amerikaanse politieke onderzoekers, privédetectives en spionnen kompromat te koop aanbieden dat de inhoud van het dossier zou bevestigen. Amerikaanse diensten vermoeden dat ten minste enkelen van de verkopers voor Russische spionagediensten werken.

    Fixer

    The New York Times wist de hand te leggen op vier documenten die de Rus in Duitsland probeerde te slijten aan Amerikaanse inlichtingendiensten (The New York Times heeft niet betaald voor het materiaal). Het zouden allemaal rapporten zijn van de Russische veiligheidsdienst en elk document gaat over de staf van president Trump. Carter Page, de voormalige campagneadviseur die doelwit is geweest van een FBI-onderzoek, komt in een document voor; Robert en Rebekah Mercer, steenrijke donoren van de Republikeinse partij, in een ander document.

    Toch lijken alle vier bijna in zijn geheel te putten uit nieuwsberichten, niet uit geheime informatie. Ook bevatten ze stilistische en grammaticale kenmerken die niet typisch zijn voor Russische spionageverslagen, aldus Yuri Shvets, een voormalige KGB-agent die jarenlang spion in Washington is geweest voor hij na afloop van de Koude Oorlog emigreerde naar de Verenigde Staten.

    Amerikaanse spionnen zijn niet de enigen die hebben onderhandeld met Russen die beweerden geheimen in de verkoop te hebben. Cody Shearer, een Amerikaanse politieke onderzoeker met banden met de Democratische partij, heeft ruim een half jaar heel Oost-Europa door gereisd om de zogenaamde kompromat te bemachtigen bij een andere Rus, vertellen mensen die op de hoogte zijn van zijn inspanningen. Toen we Shearer vorig jaar een keer aan de telefoon kregen zei hij dat zijn werk ‘heel belangrijk was, dat weten jullie best, dus daar zou je niet naar hoeven vragen’. Toen hing hij op. Het is niet duidelijk of Shearer iets heeft kunnen kopen, en zo ja, wat.

    Voordat de Amerikanen met de Rus onderhandelden, hadden ze contact met een hacker in Wenen die bij Amerikaanse agenten alleen bekend was onder de naam Carlo. Begin 2017 bood hij een volledige set cyberwapens aan die in het bezit waren van de Shadow Brokers, en de namen van andere mensen in zijn netwerk, aldus Amerikaanse agenten. In ruil daarvoor vroeg hij strafrechtelijke immuniteit in de VS. Maar die immuniteitsdeal ging niet door, dus toen besloten de agenten te doen waar spionnen het best in zijn: ze boden aan het materiaal te kopen. Toen dook in Duitsland de Rus op die tegen de Amerikanen zei dat hij de verkoop zou regelen. Net als Carlo had hij eerder al contact gehad met Amerikaanse inlichtingendiensten. Hij trad op als ‘fixer’, die deals regelde voor Ruslands FSB, de opvolger van de KGB. Volgens Amerikaanse geheim agenten stond hij in direct contact met Nikolai Patroesjev, een voormalige FSB-directeur. Ook wisten ze dat hij eerder had geholpen bij illegale transporten van halfedelmetalen voor een Russische oligarch.

    Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes

    Vorig jaar april leek er een deal te komen. Verscheidene CIA-agenten reisden van het hoofdkwartier van het bureau naar Berlijn om te helpen bij de afhandeling van de operatie.

    In een klein café in het voormalige centrum van West-Berlijn overhandigde de Rus de Amerikaanse tussenpersoon een USB-stick met een kleine hoeveelheid data als voorbeeld van wat er nog zou komen. Maar binnen enkele dagen ketste de deal af. Amerikaanse inlichtingendiensten bevestigden dat het materiaal inderdaad van de Shadow Brokers afkomstig was, maar dat de groep die data al openbaar had gemaakt. Dientengevolge verklaarde de CIA dat ze er niet voor wilde betalen.

    De Rus was woedend. De onderhandelingen lagen stil tot september, toen de twee partijen overeenkwamen het weer te proberen. Aan het eind van die maand leverde de Amerikaanse zakenman de honderdduizend dollar. Volgens sommige agenten was het geld van de Amerikaanse overheid dat via een ander kanaal was doorgesluisd.

    Enkele weken later begon de Rus het materiaal te leveren. Maar in de leveringen van oktober en december zat bijna alleen maar materiaal dat verband hield met de verkiezingen van 2016 en de vermeende banden tussen Trumps staf en Rusland, maar geen cyberwapens van de NSA of de CIA.

    In december zei de Rus tegen de Amerikaanse tussenpersoon dat hij het Trump-materiaal leverde, maar op bevel van hoge Russische inlichtingenofficieren de cyberwapens achterhield.

    Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes. Dus stelde de Amerikanen hem voor een keuze: ga voor ons werken en verschaf ons de namen van iedereen in je netwerk, of ga terug naar Rusland en kom nooit meer terug.

    De Rus dacht niet lang na. Hij nam een slok van zijn cranberrysap, pakte zijn tas en zei: ‘Bedankt.’ Toen liep hij de deur uit.

    Auteur: Matthew Rosenberg
    Vertaler: Paul Bruijn

    Openingsbeeld: Still uit The Third Man.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Zuidoost-Azië zet een rem op het toerisme

    Zuidoost-Azië zet een rem op het toerisme

    Net als in Barcelona en Amsterdam kunnen ze op sommige plekken in Azië de toestroom van bezoekers niet meer aan. ‘De tijd dat belangrijke toeristische bestemmingen in dit gebied vrijelijk bezocht konden worden, is voorbij.’

    Toen Willem Niemeijer, directeur en oprichter van het in Bangkok gevestigde reisbureau YAANA Ventures, voor het eerst naar Angkor Wat in Siem Reap ging, had hij de plek, die op de UNESCO-lijst staat, voor zichzelf. Cambodja stond in 1992 onder interimgezag van de VN en het land bereidde zich voor op verkiezingen na tientallen jaren van burgeroorlog. Reizigers waren er dun gezaaid. Dat jaar trokken de ruïnes minder dan negentigduizend bezoekers. In 2017 kwamen er net iets meer dan twee miljoen, waardoor Angkor Wat met gemak de grootste toeristenattractie van Cambodja genoemd mag worden. ‘Toen waren het alleen ik en de VN,’ zei Niemeijer. ‘Nu kan een bezoek een onaangename ervaring zijn.’

    Zo onaangenaam dat APSARA, de instantie die toezicht houdt op Angkor Wat, heeft besloten om het aantal bezoekers te beperken dat op de tempel Phnom Bakheng de beroemde zonsondergang achter de ruïnes mag meemaken.

    In Thailand heeft het bestuur van de nationale parken en wildparken opdracht gegeven om Maya Bay op Phi Phi Island – beroemd geworden door de film The Beach uit 2000 met Leonardo DiCaprio – vanaf juni voor vier maanden te sluiten voor alle bezoekers.

    Het eerder deze maand genomen besluit van president Rodrigo Duterte van de Filipijnen om het vakantie-eiland Boracay voor een half jaar te sluiten vanwege de verslechtering van het milieu onderstreept een trend, al vinden velen de beslissing te drastisch. De tijd waarin belangrijke toeristische bestemmingen in dit gebied vrijelijk bezocht kunnen worden is voorbij, zeggen reisorganisatoren. Quota en sluitingen zullen toenemen omdat regionale besturen moeite hebben de aanwas van toeristen onder controle te houden.


    ‘De belangrijkste bestemmingen worden platgelopen,’ zei Niemeijer, die in de tijd dat hij Angkor Wat voor het eerst bezocht een bedrijf opzette om gefortuneerde reizigers weg te leiden van de drukke hotspots. ‘We zullen te maken krijgen met per dag en uur vastgestelde bezoekersaantallen en beperkte toegang tot de populaire plekken. Hopelijk leidt dat tot meer belangstelling voor de minder gewilde bestemmingen.’

    De Filipijnse autoriteiten op Borocay klagen dat sommige hotels illegaal gebruikmaken van lokale riolen en andere voorzieningen. Buitenlandse bezoekers zullen vanaf het einde van deze maand geweerd worden van het kleine eiland. Andere vakantieoorden die verdacht worden van soortgelijke overtredingen zullen onder de microscoop worden gelegd.

    Maar mensen die hun brood verdienen in de sector, werpen tegen dat de moeilijkheden veroorzaakt worden door slechte planning en niet door het massatoerisme, dat de regionale economie 120 miljard dollar heeft opgeleverd.

    De ellende is dat het vuilnis zich opstapelt op de stranden, terwijl hotels en villa’s waterhoudende grondlagen uitputten

    Thailand verwacht dit jaar, volgens voorspellingen van de regering, 38 miljoen bezoekers. Maar Frankrijk – een land met eenzelfde oppervlak en bevolking – had in 2016, volgens gegevens van de Wereldbank, bijna 83 miljoen bezoekers zonder dat dit een even grote druk op het milieu tot gevolg had.

    Het verschil ligt in de infrastructuur en overheidsbeleid, zoals belastingvoordelen voor bedrijven om minder bekende bestemmingen te ontwikkelen en steun om de druk op populaire plaatsen te verminderen, zei Matt Gebbie, de directeur Asia Pacific voor het toerisme-adviesbureau Horwath HTL Indonesia. ‘Het gaat om planning, planning, planning,’ aldus Gebbie. ‘Je ontwikkelt pas een duurzame toeristenindustrie als de privésector en de publieke sector met elkaar praten.’

    Maar bestemmingen in Zuidoost-Azië hebben te maken met unieke omstandigheden. Een explosie van goedkope vliegreizen en de toename van Chinese welgestelden die op vakantie willen, leggen weer nieuwe druk op lokale ecosystemen. In Bali kwamen vorig jaar 5,6 miljoen toeristen op bezoek; dit jaar wordt het aantal geschat op zeven miljoen, een stijging die vooral wordt veroorzaakt door de komst van Chinezen (vorig jaar goed voor 1,3 miljoen bezoekers).

    De ellende is dat het vuilnis zich opstapelt op de stranden, terwijl hotels en villa’s waterhoudende grondlagen uitputten, zei Utung Pratama, een activist van Walhi, het Indonesische Forum voor het Milieu. ‘Het gaat hard achteruit op Bali,’ zei hij. ‘De schuldigen zijn de projectontwikkelaars die geen oog hebben voor de invloed van het toerisme op het milieu.’

    Er zijn echter tekenen dat lokale toezichthouders de controle aanscherpen. Vorig jaar werd een generaal pardon afgekondigd voor illegale hotels in Phuket, Thailand. Zij mochten een vergunning aanvragen zonder dat ze een boete hoefden te betalen. Daardoor is het officiële aantal onderkomens dat belasting betaalt verdubbeld tot zeventienhonderd.

    Vorig jaar steeg het aantal bezoekers aan Phuket met elf procent tot meer dan 8,4 miljoen, doordat het aantal Chinezen met een vijfde toenam. Zo’n veertig Chinese steden hebben directe vluchten naar Phuket, terwijl dat vijf jaar geleden nog maar een handjevol was.

    Flaneren over het strand van Borocay, het kleine eiland in de Filipijnse provincie Aklan.
    Flaneren over het strand van Borocay, het kleine eiland in de Filipijnse provincie Aklan.

    Die aantallen zullen alleen maar toenemen, zei Jens Thraenhart, directeur van het Mekong Tourism Coordinating Office. Toekomstige reizigers in China staan te trappelen om erop uit te gaan nadat ze dat jarenlang was verboden. Vorig jaar reisden Chinezen 127 miljoen keer naar overzeese bestemmingen, volgens gegevens van de China National Tourism Association. ‘Er is een enorme vraag en een grote hoeveelheid reizigers,’ zei Thraenhart.

    Milieu- en erfgoedgroepen en toezichthouders maken zich misschien zorgen, maar op vele bestemmingen is dit juist goed nieuws. Na jaren van oorlog en gebrek zijn de inwoners van Laos en Cambodja blij dat de toeristendollars rollen, zei Christian Do Boer, algemeen manager van het Jaya House, een ecohotel in Siem Reap dat zich erop beroemd geen plastic te gebruiken. ‘Bijna elke toerist is een goede toerist,’ zei Do Boer. ‘We hebben het geld nodig.’

    Auteur: Jeffrey Hutton
    Vertaler: Tineke Hunhoff

    Openingsbeeld: Toeristen op de tempels van Angkor Wat in Cambodja, het grootste religieuze monument ter wereld.

    The Straits Times
    Singapore | dagblad | oplage 365.800

    De meest gelezen Engelstalige krant in Zuidoost-Azië. In die regio geniet het dagblad een invloedrijke status. Schurkt tegen de Singaporese overheid aan maar staat garant voor goede analyses.

  • Waarom Amerikaanse immigranten zo dol zijn op Ferrero Rocher

    Waarom Amerikaanse immigranten zo dol zijn op Ferrero Rocher

    Voor Liana Aghajanian vormden de in goudfolie verpakte chocoladebolletjes in de jaren tachtig en negentig hét symbool van het goede leven in de VS. Dit gevoel bleek universeel onder immigranten.

    Voor mij en vele andere immigranten is leven in Amerika nauw verbonden met Ferrero Rocher. Ik kwam aan het einde van de jaren tachtig met mijn ouders vanuit het Midden-Oosten naar de Verenigde Staten. We waren Iraans-Armeense vluchtelingen die na de oorlog tussen Irak en Iran een nieuw bestaan probeerden op te bouwen. Zoals zoveel andere immigrantengezinnen omarmden we onwennig onze nieuwe, vreemde Amerikaanse identiteit terwijl we ons vastklampten aan de oude, die ons duizenden jaren lang van een bestaan had verzekerd.

    Naast de Amerikaanse dollar en de Iraanse toman was Ferrero Rocher het derde wettige betaalmiddel dat voor mij heilig en reëel was. De in goudfolie verpakte zoete lekkernij was een glanzend bolletje waarin tussen laagjes chocoladevulling en stukjes hazelnoot de pijn, de vreugde en de dromen van immigranten schuilgingen. Het was een verholen handdruk, een teken van respect en goede smaak. Het was een symbool van het ‘goede leven’, iets wat als geen andere eetwaar stond voor sociaaleconomische aspiraties.

    De meeste Amerikanen kennen Ferrero Rocher tegenwoordig van Nutella, maar lang voordat die hazelnootcrème als ingrediënt in bijna elk recept voor een hip dessert voorkwam, was de uitwisseling van een doosje Ferrero Rocher (met 48 stuks erin als je geluk had) een geheime, universele taal onder immigranten uit de jaren tachtig en negentig. Die was in zwang in de o zo gastvrije cultuur van je familie: je ging nooit zonder lege handen bij iemand langs, zelfs al waren het onbekenden. En nam je Ferrero Rocher mee, dan wisten je gastheren zeker dat ze met jou op goud gestuit waren. Ook stond de lekkernij steevast op tafel bij immigranten thuis, waar ze werd gepresenteerd ter ere van de gasten.

    Bij schrijfster Tasbeeh Herwees en haar Libisch-Amerikaanse familie hadden ze dankzij haar moeder altijd Ferrero Rocher in huis, maar was het een soort verboden vrucht die was voorbehouden aan bezoekers. ‘Het was het soort chocola dat ze altijd ergens verstopte,’ zegt ze. ‘Ze werd hels als we aan haar voorraad Ferrero Rocher kwamen.’ Herwees groeide in het Californische Culver City op in een appartementencomplex waar alleen maar Libisch-Amerikaanse gezinnen woonden, allemaal met een schaaltje Ferrero Rocher op tafel voor de gasten. Ze associeerde het chocoladesnoepje met de Libische cultuur, want ze hadden het alleen bij haar thuis, op Libisch-Amerikaanse bruiloften en in Libië zelf. ‘Ik had een tante die altijd een Ferrero Rocher tevoorschijn toverde wanneer ik bij haar langsging. Ik kon ervan op aan dat ze ze in huis had,’ zegt ze. ‘Daardoor werd ze een van mijn favoriete tantes. Voor mij had het iets decadents. Zelfs wanneer ik er nu een eet, heeft het nog iets speciaals.’


    De hevige emotionele reactie die dit ene chocolaatje bij immigrantengezinnen opriep was universeel. Hun leven was doortrokken van oorlog, geweld, politieke onrust en sociaaleconomische ongelijkheid. Terwijl hun wereld veranderde, was Ferrero Rocher een constante factor, een toegankelijke brug tussen heden en verleden. Inmiddels is het een nostalgische herinnering aan wat het voor immigrantenkinderen zoals ik betekende om in Amerika op te groeien.

    Ook al zit er goudfolie om het snoepje, de maker was van eenvoudige komaf. (Niettemin bleek het vermogen van de erfgenamen van het Ferrero-Rocher-imperium uiteindelijk meer dan 20 miljard dollar waard.) Toen aartsvader Pietro Ferrero tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn banketbakkerszaak dreef, waren ingrediënten als chocola schaars. Vandaar dat hij ter compensatie hazelnoten toevoegde. Het smeersel dat hij uitvond heette eerst SuperCrema voordat het begin jaren zestig werd omgedoopt tot Nutella, een combinatie van het woord voor ‘noot’ en het Italiaanse achtervoegsel waarmee iets zoets wordt aangeduid, ella.

    Ferrero Rocher kwam in 1982 in Europa op de markt. Een variant met kokosnoot en amandel, Raffaello, volgde acht jaar later. Pietro’s zoon Michele, die de eer toekomt dat hij het buitenste chocoladelaagje toevoegde, was een vrome katholiek die elk jaar een pelgrimage naar het Franse heiligdom Lourdes ondernam. Toen hij op Valentijnsdag 2015 op negentachtigjarige leeftijd overleed, werd bekend dat zijn inspiratie voor Ferrero Rocher de Roc de Massabielle was geweest, een bolvormige grot in Lourdes waar de maagd Maria zou zijn verschenen aan de heilige Bernadette, een veertienjarige boerenmeisje dat hout aan het sprokkelen was.

    Het is dus niet zo vreemd dat het eten van een Ferrero Rocher een welhaast religieuze ervaring is. Onder de chocola en de stukjes hazelnoot zit een dun, krokant korstje, met daar weer onder een klodder romige, Nutella-achtige chocola. In het midden bevindt zich één hele hazelnoot, als het beeld van de Notre Dame van Lourdes in de grot waar Maria aan Bernadette verscheen.

    Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep

    Maar hoe kon een religieus geïnspireerd Italiaans snoepje zo geliefd worden onder Amerikaanse immigranten? Zoals zo vaak heeft het antwoord alles te maken met marketing. Terwijl andere fabrikanten van chocoladesnoepjes, bijvoorbeeld Godiva, zich in luxueuze winkelcentra positioneerden, was Ferrero Rocher overal te vinden in etnische supermarkten die het snoepje importeerden, en uiteindelijk ook in goedkope Amerikaanse drogistenketens als CVS en Rite Aid. Het had meer glans en was duurder dan Whitman’s en Russell Stover en het had dat exotische vleugje Europese verfijning, waardoor het op slag een betaalbaar luxeartikel werd. ‘Het lekkerste chocolaatje ooit!’ aldus Amerikaanse advertenties voor Ferrero Rocher, en we konden er geen genoeg van krijgen. Het werkte. Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep.

    In een poging de internationale chocolademarkt te domineren bouwde Ferrero Rocher fabrieken en productiecentra in Oost-Europa, Azië, het Midden-Oosten en Afrika. De lekkernij drong door tot het onderbewustzijn van Roemenen, Indiërs, Armeniërs, Libanezen, Chinezen, Nigerianen en vele anderen die zich door de aura van het geïmporteerde luxeartikel aangesproken voelden. In Hongkong, waar het chocolaatje bekendstaat als ‘goudzand’, vertegenwoordigde het van meet af aan een bepaalde sociale status. Zakenlieden uit Hongkong brachten het als geschenk mee naar het vasteland van China, vooral met Chinees Nieuwjaar. ‘De Hongkongse cadeautraditie en -gebruiken werden gretig overgenomen, vooral door de 80 miljoen Chinezen in Guangdong, en zo ontstond de band tussen Ferrero Rocher en de Chinese geschenktraditie,’ schreef Lawrence L. Allen in Chocolate Fortunes: The Battle for the Hearts, Minds, and Wallets of China’s Consumers. Chinese handelsbeperkingen hielden Ferrero Rocher eerst nog buiten de deur. Toen het snoepgoed in 2007 ten slotte toch voet aan de grond kreeg, waren er al nepversies in omloop. Een populaire was volgens Allen Fretate Relish, een andere Tressore Dore, dat in 2008 gedwongen werd de productie te staken en het Italiaanse bedrijf een schadevergoeding van 43.000 dollar moest betalen.

    Alice Chung, van wie de ouders vlak voor haar geboorte in 1984 vanuit Hongkong naar de VS emigreerden, herinnert zich het in ‘goud verpakte chocolaatje’ als een essentieel onderdeel van haar kindertijd. Ze weet nog dat haar ouders grote partijen bij Costco en Price Club insloegen. Niet alleen hadden ze altijd Ferrero Rochers in huis – en verstopten ze die zelfs omdat ze zo gewild waren –, ze namen ze ook in hun koffer mee naar China, tot groot genoegen van hun familie. ‘De verpakking is simpel, maar feit is dat we op goud belust zijn,’ zegt ze. ‘Het staat voor de voorspoed en de rijkdom die we anderen toewensen.’

    De liefde voor Ferrero Rocher is zo groot dat het snoepje zelfs als smeergeld wordt gebruikt. Een Ferrero-Rocher-liefhebber die halverwege de jaren negentig in Oekraïne woonde en anoniem wenst te blijven, vertelde dat hij als tolk uitstapjes en vervoer begon te regelen voor wie steden als Kiev en Charkov wilde bezoeken. Toen hij een keer op zeer korte termijn een verzoek voor zo’n reisje kreeg, waar speciale reserveringen voor nodig waren die niet alleen duurder bleken, maar ook uitsluitend weggelegd voor de hogere kringen, verzon hij een list. ‘Ik wilde best meer betalen, maar nam ook een bos bloemen of een doosje Rafaello’s of Ferrero’s mee naar het reisbureau, want die waren in Oekraïne helemaal je van het. De medewerkers waren diep onder de indruk,’ zegt hij. ‘De meesten zijn vrouwen die vaak overwerken zonder daarvoor betaald te krijgen, want de economie van Oekraïne is een zootje. Chocolaatjes en wat extra geld was beter dan extra geld zonder chocolaatjes. Het heeft diverse malen gewerkt.’

    Nutella zit tegenwoordig in elk hip dessert.
    Nutella zit tegenwoordig in elk hip dessert.

    Of we nu wel of geen Ferrero Rochers kregen of weggaven, ik vond altijd wel een manier om er een te jatten van een tafel vol zelfgebakken taart, dadels, noten en overvloedige hoeveelheden van de stroperige koffie die overal in het Midden-Oosten wordt gedronken. Dan at ik hem heel langzaam op, een eindeloos proces, wat iemand mogelijk op het idee bracht dat ik ondervoed was. Ik at me door elk laagje van het gouden ei heen totdat ik bij de hazelnoot in het midden was aanbeland. Ik wilde dat het eeuwig duurde, maar dat is nooit gebeurd. Als ik geen geduld had, slokte ik hem in één hap op, wat evenveel voldoening gaf. Daarna pulkte ik de stickertjes met ‘Ferrero Rocher’ in gouden letters van het doosje en plakte ze op mijn kleren, als een naambadge.

    De aantrekkingskracht was alleen niet zo universeel als ik dacht, en waarschijnlijk geeft niets de minachting voor Ferrero Rocher beter weer dan de uitzinnige reactie op de beruchte reclame die bekendstaat als ‘het ambassadeursfeestje’ en die in 1993 voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk werd vertoond. Hij vervulde het klassenbewuste Britse publiek, dat zich lang voor de Brexit al niet erg Europees voelde, met afschuw. De commercial, met beroerde nasynchronisatie en de gezwollen achtergrondmuziek van een Italiaanse soap, speelt zich af op de receptie in een anonieme Europese ambassadeursresidentie. Een plichtgetrouwe butler loopt door de zaal met een berg Ferrero Rochers op een dienblad en palmt de zwijmelende internationale gasten in, onder wie een Française: ‘Monsieur, wiz zis Rocher you are really spoiling us!’

    Met één iconisch zinnetje werden het chocolaatje én de merkpositionering op verrukkelijke wijze belachelijk gemaakt en voor eeuwig opgestoten in de Britse popcultuur. Achttien jaar geleden sprak William Cook in een artikel over de commercial in de New Statesman van de ‘eeuwige spagaat tussen de mythe van het ambassadeleven en de realiteit van de winkel op de hoek’. De boodschap van hang naar luxe en goede smaak was in de ogen van sommigen juist smakeloos. ‘Britse kijkers maken zich vaak vrolijk óver buitenlanders, niet mét buitenlanders,’ schreef Cook.

    Kapitalistisch spel

    Tientallen jaren later is de reclame-die-zo-slecht-was-dat-hij-weer-goed-werd en die compleet over the top is grappiger dan ooit. Maar juist die spanning tussen mythe en werkelijkheid sprak immigranten zo aan: wat fantastisch dat je je een luxeartikel kon permitteren met daaraan de herinnering dat je het al je hele leven met je familie deelde. Misschien was het gewoon niet te bevatten voor mensen die nooit door een verhuizing waren gedwongen hun in de loop van generaties gevormde welvaart en cultuur vaarwel te zeggen.

    Ferrero Rocher speelde in op die relatie, bijvoorbeeld door het product in verband te brengen met het hindoeïstische lichtjesfeest Divali. ‘Waarom hebben we het zo speciaal gemaakt?’ zegt de voice-over van een in India uitgezonden commercial. ‘Omdat we weten hoe speciaal het is om met Divali bij je dierbaren te zijn.’ Het was een geniale zet in het wereldwijde kapitalistische spel, precies wat mijn familie nodig had toen we destijds de enorme veranderingen in ons leven doormaakten die ons thuisgevoel langzaam uitholden.

    Tegenwoordig is de Ferrero Group niet alleen doorgedrongen tot de Amerikaanse markt, hij neemt die ook over. Eerder dit jaar kocht het bedrijf voedingsconcern Nestlé voor een slordige 2,8 miljard dollar nadat het eerder al Fannie May Confections voor 115 miljoen dollar had overgenomen, evenals gomproducent Ferrara Candy Company. Het afgelopen jaar noteerde de Ferrero Group volgens het vakblad voor de snoepindustrie Confectionary News een wereldwijde omzet van 12,96 miljard dollar. In de VS is Ferrero Rocher volgens marketingdirecteur Shalini Stansberry van Ferrero Premium Chocolates USA het op drie na grootste chocolademerk.

    In een tijd vol jarennegentignostalgie en met een hevig Amerikaans immigratiedebat speelt Ferrero Rocher nog net zo’n grote rol in mijn leven als toen ik opgroeide. Ik koop de chocolaatjes nog altijd en neem ze nog steeds mee wanneer ik bij iemand op bezoek ga, zoals mijn ouders dat deden. Ik mag graag denken dat de Amerikaanse immigrantenbevolking Ferrero Rocher aan zijn succes in dat land heeft geholpen, zoals het ons ook ooit van dienst is geweest.

    Auteur: Liana Aghajanian
    Vertaler: Nico Groen

    Liana Aghajanian is een Armeens-Amerikaanse journalist. Ze is gespecialiseerd in narratieve journalistiek en internationale verslaggeving. Aghajanian werd geboren in Iran, en groeide op in Los Angeles.

    Thrillist.com
    VS | thrillist.com

    Opgericht in 2004. Amerikaanse website over eten, drinken, reizen en entertainment.

  • Dyslectisch 
bij een taal met duizenden karakters

    Dyslectisch 
bij een taal met duizenden karakters

    Er werd gedacht dat Chinese kinderen geen last van dyslexie zouden hebben, omdat zij de visuele vorm, uitspraak en betekenis van een karakter in hun hoofd moeten stampen. Maar het tegendeel is waar.

    In een lokaal van het Weining-centrum, een onderwijsinstelling voor kinderen met dyslexie, pakken diverse leerlingen van een jaar of tien enthousiast kleurenpennen en beginnen aan een reeks Chinese karakters. Het is een van de vele oefeningen om de kinderen van hun dyslexie af te helpen. In het lokaal zijn ze omringd door leeftijdgenoten die met dezelfde stoornis kampen, maar daarbuiten worden ze vaak gezien als slechte leerlingen en ‘stom’ of ‘lui’ genoemd door hun docenten.

    Het is hoog tijd dat de leerbeperking 
in China wordt erkend: volgens een 
in 2016 gepubliceerd rapport van de Chinese Academie van Wetenschappen kampt 11 procent van de basisschoolleerlingen in het land met dyslexie, wat neerkomt op zo’n tien miljoen kinderen. Ondanks dit onthutsende aantal is er op het Chinese vasteland maar weinig begrip en nauwelijks enige steun voor dyslectische leerlingen – het Weining-centrum, gelegen in de zuidelijke techhub Shenzhen, is een van de weinige instellingen die er wat aan doen. In westerse landen is dyslexie een bekend en grondig onderzocht fenomeen, maar op het Chinese platteland is de bekendheid ermee nog altijd gering; zonder steun zullen leerlingen die ermee behept zijn niet mee kunnen op school, met alle gevolgen voor hun toekomst van dien.

    Su Yingzi weet dit maar al te goed. Haar zoon, de elfjarige Xiaogu, is in veel opzichten intelligent en gevat. 
Hij blinkt uit in het ontwerpen van nieuwe games, is een geboren grappenmaker en maakt makkelijk vrienden. Maar het lezen en schrijven van Chinese karakters leek een onoverkomelijke hindernis. Waar sommige van zijn klasgenoten minder dan een halfuur nodig hadden om een paar karakters uit hun hoofd te leren, kon Xiaogu daar uren mee bezig zijn en dan toch nog vergeten hoe hij de woorden moest schrijven. Als er een tentamen was, begreep hij vaak de vragen niet, omdat veel karakters hem gewoonweg niets zeiden.

    Achteraf bezien denkt Su dat haar zoon al op de kleuterschool tekenen van de beperking vertoonde: zijn handschrift was slordig en hij was vaak als laatste klaar met zijn schrijfoefeningen. ‘Maar de docent weet zijn slechte prestaties aan luiheid, en dat geloofde ik ook,’ zegt Su.

    Blanco tentamenblaadjes

    Toen Xiaogu op de basisschool kwam, gaf Su duizenden yuans uit om hem naar een bijlesinstituut te sturen, maar de familie zag weinig verbetering. Su begon haar geduld te verliezen. Ze gaf haar zoon uitbranders vanwege zijn teleurstellende toetsresultaten en bekent dat ze hem sloeg als hij karakters niet goed schreef.

    Xiaogu begreep niet waarom hij zo veel moeite had met iets wat zijn klasgenoten gemakkelijk afging. Zijn afkeer van schoolwerk nam toe. Uiteindelijk gaf hij er helemaal de brui aan en leverde blanco tentamenblaadjes in, hoewel 
hij sommige vragen best had kunnen beantwoorden. Maar voordat Xiaogu naar groep zes ging, kwam er een keerpunt. Een vriendin van Su die maatschappelijk werkster is, opperde dat Xiaogu misschien wel dyslectisch was. Omdat ze nog nooit van de stoornis had gehoord, zocht Su op internet op wat die inhield en liet Xiaogu testen in het Weining-centrum, de eerste ngo op het Chinese vasteland die gespecialiseerd is in dyslexie.

    Mensen met dyslexie hebben problemen met zowel lezen als schrijven. Volgens Tan Lihai, directeur van het Instituut voor Neurowetenschappen in Shenzhen, is de stoornis moeilijker te overwinnen voor kinderen die leren lezen en schrijven in het Chinees, een taal met duizenden karakters. Woorden in alfabetische talen gebruiken een standaardreeks letters en worden net zo geschreven als uitgesproken, maar een Chinees karakter bevat weinig of geen informatie over de klank die ermee correspondeert.

    Sommige karakters lijken hetzelfde maar worden op heel verschillende manieren uitgesproken en gedefinieerd: neem 己 (ji), dat ‘zelf’ betekent, en 已 (yi), dat ‘reeds’ betekent. Om Chinees 
te leren moeten leerlingen de visuele vorm, uitspraak en betekenis van een karakter in hun hoofd stampen.

    Een Chinees karakter bevat weinig of geen informatie over de klank die ermee correspondeert. – © Getty
    Een Chinees karakter bevat weinig of geen informatie over de klank die ermee correspondeert. – © Getty

    Tijdens zijn onderzoek ontdekte Tan dat dyslexie onder Chineessprekenden verband houdt met delen van de hersenen die cruciaal zijn voor visuele perceptie, ruimtelijke relaties en cognitieve vaardigheden – en niet met delen die de conversie van letters in klanken ondersteunen, zoals het geval is bij dyslectische sprekers van alfabetische talen. Het gevolg is dat sommige mensen moeite hebben zich de betekenis van een karakter of zin te herinneren, ook al kunnen ze die herkennen en lezen; sommigen slaan woorden over als ze een zin lezen, anderen halen verschillende onderdelen van een karakter door elkaar en weer anderen schrijven één karakter als twee. Ze doen er vaak veel langer over om taaloefeningen of tentamens te voltooien dan hun klasgenoten – een factor die op de meeste Chinese scholen niet in overweging wordt genomen.

    Toen Xiaogu’s diagnose was gesteld, was Su niet onmiddellijk opgelucht dat ze wist wat er aan de hand was, maar eerder bezorgd over de toekomst die haar zoon wachtte met een beperking die niet door het landelijke onderwijsstelsel wordt erkend. ‘Ik was teleurgesteld toen werd geconstateerd dat hij dyslectisch is,’ zegt Su. ‘Waarom moet dat mijn zoon treffen?’

    Toen gevraagd werd waar de term naar verwijst, dachten sommigen dat het om mensen zonder handen ging. Anderen hadden wel van dyslexie gehoord, maar dachten dat het iets was wat alleen maar voorkwam bij mensen die alfabetische talen gebruiken

    Liang Yueyi, docent op het Weining-centrum, zegt tegen Sixth Tone dat hoewel men zich in de ontwikkelde metropool Shenzhen veel bewuster is van het bestaan van dyslexie dan in de meeste Chinese steden, onderzoek heeft uitgewezen dat meer dan 75 
procent van de inwoners nooit van de stoornis heeft gehoord. Toen gevraagd werd waar de term naar verwijst, dachten sommigen dat het om mensen zonder handen ging. Anderen hadden wel van dyslexie gehoord, maar dachten dat het iets was wat alleen maar voorkwam bij mensen die alfabetische talen gebruiken.

    Decennia lang hebben onderzoekers diezelfde fout gemaakt. In Europa wordt dyslexie al sinds het eind van de negentiende eeuw bestudeerd, maar tot de jaren tachtig van de vorige eeuw dachten deskundigen dat Chineessprekenden er geen last van hadden, en pas in de jaren negentig begonnen Chinese onderzoekers zich ervoor te interesseren.

    De vier genen waarvan wordt aangenomen dat ze dyslexie veroorzaken bij sprekers van alfabetische talen, gelden niet als factoren bij Chinese dyslexie. In plaats daarvan hebben wetenschappers twee andere genen gevonden die ermee in verband kunnen worden gebracht. Maar het Chinese dyslexieonderzoek heeft nog een lange weg te gaan en er is maar weinig financiële steun, zegt Tan.

    De tekens hierboven laten zien hoe dyslectische kinderen Chinese karakters schrijven; ze voegen een lijntje toe of verhaspelen verschillende karakters. – © Sixth Tone
    De tekens hierboven laten zien hoe dyslectische kinderen Chinese karakters schrijven; ze voegen een lijntje toe of verhaspelen verschillende karakters. – © Sixth Tone

    De situatie op het Chinese vasteland 
is anders dan die in Hongkong en Taiwan, waar al wel wetten en regelingen omtrent dyslexie bestaan. Zo wordt in Hongkong de leervaardigheid van leerlingen al in groep 3 getest. Degenen bij wie dyslexie wordt geconstateerd, ontvangen zowel financiële steun als speciale bijstand tijdens het lesprogramma, zoals meer tentamentijd en speciaal opgemaakte tentamenformulieren met grotere karakters. Leerlingen mogen ook computerprogramma’s gebruiken om hun tentamenvragen te kunnen lezen en de hulp inroepen van een aantal particuliere taalklinieken en -organisaties. Sommige leerlingen met dyslexie zijn op topuniversiteiten beland – iets wat voor de meeste ouders van dyslectische kinderen op het vasteland ondenkbaar is.

    Ondertussen is er op het Chinese vasteland geen ondersteunend beleid voor dyslectische kinderen. Ngo’s en sociale toeslagen voor deze leerlingen zijn uiterst schaars, zelfs in welvarende steden met grote onderwijsbudgetten zoals Shanghai. In sommige streken in de provincie Guangdong – in de buurt van Hongkong – is de situatie wat gunstiger, maar zelfs daar zijn er amper tien organisaties die dyslectische kinderen helpen, waarvan de grootste er hooguit een paar honderd bedient.

    Sinds het Weining-centrum in 2010 zijn deuren opende, heeft het geprobeerd het bewustzijn van dyslexie te vergroten en werkt het samen met plaatselijke basisscholen. Wang Lei, de directeur van het centrum, zegt tegen Sixth Tone dat het door het ontbreken van onderwijsbeleid voor dyslectische leerlingen – waaronder een standaardonderzoek om dyslexie vast te stellen – moeilijk is de stoornis door scholen en ouders op het vasteland te laten herkennen. ‘Chinese dyslectici vormen een reusachtige groep die hulp nodig heeft, maar ze zijn onzichtbaar omdat ze in het dagelijks leven normaal lijken,’ zegt Wang. Het aanvragen van meer tentamentijd of speciaal opgemaakte tentamenformulieren zoals in Hongkong zou alleen mogelijk zijn met gericht beleid van de plaatselijk onderwijsafdeling.

    Ook zijn er ouders die sceptisch blijven en weigeren te accepteren dat hun kind met een stoornis is behept. ‘Zelfs als er in ons centrum dyslexie bij hun kinderen wordt geconstateerd, kunnen sommige ouders zich niet voorstellen dat het lezen en schrijven van karakters een probleem zou kunnen zijn,’ zegt Wang, om eraan toe te voegen dat hij vaak naar het beleid in Hongkong verwijst om duidelijk te maken dat Chinese dyslexie wel degelijk bestaat.

    Wang hoopt de samenwerking van het centrum met onderzoekers en scholen verder uit te bouwen en gegevens over de kwestie te helpen verzamelen waarmee toekomstige beleidsaanbevelingen kunnen worden gestaafd.

    Deskundigen zijn het erover eens dat het hoog nodig is mensen bewuster te maken van het bestaan van dyslexie en ondersteunend beleid te ontwikkelen voor degenen die met de stoornis zijn behept – niet alleen omdat het de toekomst van miljoenen kinderen betreft, maar ook omdat de ernst van de stoornis kan toenemen naarmate inkt en papier meer vervangen worden door elektronische programma’s.

    Onderzoekers hebben een negatieve correlatie ontdekt tussen de tijd die leerlingen besteden aan het gebruik van elektronica en de snelheid waarmee de lees- en schrijfvaardigheid zich ontwikkelt

    Onderzoekers hebben een negatieve correlatie ontdekt tussen de tijd die leerlingen besteden aan het gebruik van elektronica en de snelheid waarmee de lees- en schrijfvaardigheid zich ontwikkelt. Tans onderzoek heeft ook uitgewezen dat het gebruik van pinyin – het op het vasteland gebruikte Latijnse transcriptiesysteem voor het Chinees – om tekst in te voeren in plaats van karakters met de hand te schrijven een negatieve invloed heeft gehad op de leesvaardigheid van de leerlingen.

    Een jongetje dat lessen volgt op het Weining-centrum vertelt dat hij daar veel gelukkiger is – zijn docent op de basisschool prees hem nooit en moedigde hem nooit aan, zegt hij, maar voer alleen heftig tegen hem uit als hij slecht presteerde. Cao Wenying, wier elfjarige zoon dyslectisch is, zegt dat docenten in de klas van haar zoon de beste leerlingen stelselmatig op pizza trakteerden, wat tot een hoop frustratie leidde bij degenen die het er minder goed van afbrachten.

    Deze behandeling kan volgens Liang een negatieve invloed hebben op het zelfrespect van leerlingen en tot blijvende psychologische problemen leiden. Ze herinnert zich leerlingen 
die zo gefrustreerd waren geraakt dat ze met hun hoofd tegen de muur bonkten. ‘Dat is voor sommige leerlingen een manier om uiting te geven aan negatieve gevoelens, als ze geen begrip en zorg ontvangen van de mensen om wie ze geven,’ zegt ze.

    De grootste omslag voor Cao’s zoon na het volgen van de lessen op het Weining-centrum was niet dat hij beter presteerde, maar dat zijn houding veranderde. Hij was altijd stilletjes in de klas en had maar weinig vrienden. Toen de diagnose eenmaal was gesteld, was hij niet langer ‘de domoor’ en herwon hij zijn zelfvertrouwen. Ook spoort Cao hem niet langer aan om 
uit te blinken in lezen en schrijven, 
en leest ze nu elke avond zijn lievelingsverhalen met hem. ‘Hij is nu veel gelukkiger en spraakzamer dan vroeger,’ zegt ze.

    Toekomst

    Su en haar familie hebben een soortgelijke ervaring. Hoewel ze aanvankelijk geschokt en teleurgesteld was toen bij Xiaogu dyslexie werd geconstateerd, helpt ze hem nu een halfuur per dag om karakters uit zijn hoofd te leren met behulp van een methode die haar door het Weining-centrum is aangereikt. Su heeft de docent van haar zoon er zelfs toe overgehaald het lesprogramma interactiever en boeiender te maken. Ze zegt dat Xiaogu sindsdien veel actiever meedoet in de klas en dat hij nu gemiddeld scoort bij Chinese tentamens.

    Maar de grootste zorg voor ouders van dyslectische leerlingen is de toekomst van hun kinderen. Velen zijn bang dat hun kind niet zal slagen in het uiterst competitieve en tentamengerichte onderwijssysteem. Su, academisch geschoold en nu werkzaam als architect, ging er altijd van uit dat haar zoon ook naar de universiteit zou gaan. Nu verzoent ze zich met een toekomst waarin haar zoon misschien een heel andere weg zal moeten inslaan. ‘Zelfs 
op beroepsopleidingen in Shenzhen 
kom je niet gemakkelijk binnen,’ zegt ze. Xiaogu’s optimistische instelling en vriendelijke houding zouden zijn redding kunnen zijn, hoopt ze.

    ‘We dachten altijd dat toetsresultaten het belangrijkst waren,’ zegt Su. ‘Maar in hoeverre heeft je toekomst eigenlijk baat bij al die goede antwoorden tijdens een toets? De meeste kennis die we vergaren komt uit het echte leven, niet uit boeken. Nu geloof ik dat hij met zijn persoonlijkheid nog ver kan komen.’

    Auteur: Cai Yiwen
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: © Getty

    Uitgelichte bron

    Sixth Tone
    China | sixthtone.com

    Een typisch Chinese uitvinding wordt het genoemd, deze mediastart-up onder toezicht van de Partij. Met een aantrekkelijke, gelikt vormgegeven website wil het Engelstalige platform Sixth Tone een westers lezerspubliek interesseren voor Chinese kwesties. Want, zo heerst het officiële standpunt, China wordt in de media onterecht te negatief afgeschilderd. Sixth Tone heeft daar het antwoord op gevonden. Maar zoals alle publicaties is ook deze onderworpen aan strikte censuur. Hoe het redacteuren dan toch lukt om westerse lezers naar hun verhalen te lokken, komt volgens de hoofdredactie doordat zij het nieuws ‘vermenselijken’ en de ‘frisse’ kant van China laten zien.

  • Wat kunnen we 
leren over 
Aziatische waarden?

    Wat kunnen we 
leren over 
Aziatische waarden?

    Voorlopig is het economische succes van China en India voor andere landen het beste argument om beleid gebaseerd op niet-westerse ideeën te ontwikkelen. Verschillende perspectieven leiden meestal tot innovatie. Het wachten is op toetsbare modellen en theorieën.

    In 1998, toen de Chinese economie net aan zijn opmars was begonnen, stak Kishore Mahbubani de lont in het intellectuele kruitvat met zijn boek Can Asians Think? Twee decennia later, nu Azië het hart van de wereldeconomie vormt en China de Amerikaanse hegemonie in de Aziatisch-Pacifische regio en zelfs de hele wereld naar de kroon steekt, vindt Mahbubani’s vraag opnieuw weerklank, en misschien nog wel meer dan eerst.

    Het zal duidelijk zijn dat Mahbubani zich niet afvroeg of het de Aziaten ontbrak aan de cognitieve vaardigheden van andere wereldbewoners. Hij vroeg zich af of Azië – met zulke uiteenlopende landen als Japan en Singapore in de gelederen – over eigen intellectuele denkkaders beschikt, naast het dominante westerse paradigma. Beschikten Aziatische volken over specifieke waarden die konden verklaren waarom Azië zo razendsnel moderniseerde?

    Nieuwe impuls

    Sommige politieke beschouwers antwoordden op Mahbubani’s vraag dat Aziatische kernwaarden, zoals hard werken, pragmatisme en het gezin als hoeksteen, niet specifiek Aziatisch zijn. Anderen beweerden dat Aziatische waarden niet alleen uniek zijn, maar ook superieur aan die van het Westen. Ook Mahbubani vond dat Azië over eigen waarden en intellectuele tradities beschikt, die volgens hem minstens zo veel aandacht en waardering verdienen als de westerse, al was het maar vanwege het wisselvallige succes van die laatste. Op het moment waarop hij zijn boek publiceerde, had de Aziatische financiële crisis van 1997 nog maar net verschillende economieën in de regio de nek omgedraaid, volgens veel Aziaten als gevolg van overheersende westerse economische ideeën.

    Nu, twintig jaar na Mahbubani’s boek, krijgt de discussie over de intellectuele eigenheid van Azië opnieuw een impuls, deels door het zelfverzekerde politieke leiderschap van de Chinese president Xi Jinping en de Indiase premier Narendra Modi. Dat leidt tot de volgende drievoudige vraag: wat kunnen we leren van het debat over Aziatische waarden, wat schort eraan en hoe kan het op productieve wijze worden gestimuleerd?

    Toen Mahbubani’s boek verscheen, vormde het een schril contrast met Het einde van de geschiedenis en de laatste mens van Francis Fukuyama, dat vijf jaar daarvoor nóg enthousiaster was ontvangen. Fukuyama beweerde dat de liberale democratie en het vrijemarktkapitalisme na de val van het communisme als overwinnaars uit de strijd tevoorschijn waren gekomen. Geen ander politiek stelsel, aldus Fukuyama, kon zich met het democratisch kapitalisme meten als het ging om politieke vrijheid en economische welvaart.

    Een tijdlang bleek Fukuyama’s profetie juist. Voormalige communistische landen, zoals die in Midden- en Oost-Europa, werden democratischer en omarmden de markt. Dat zelfs Deng Xiaoping ervoor pleitte China te ‘hervormen en open te stellen’ leek de weg vrij te maken voor een toekomstige open houding van China ten opzichte van de democratie. Of er nu een ‘einde’ aan de geschiedenis was gekomen of niet, de democratische, kapitalistische wereld was the place to be.

    De Aziatische financiële crisis leek dat idee aanvankelijk te bevestigen, want maakte een einde aan enkele economische succesverhalen in de regio en bracht de Aziatische aanpak schijnbaar in diskrediet. Maar doordat landen als Maleisië, dat de door het IMF voorgestelde economische remedie afwees, zich veel sneller herstelden dan landen die de IMF-adviezen opvolgden, ontstond in heel Azië twijfel over de westerse wijsheid. Westerse ideeën waren misschien toch niet zo belangrijk geweest voor de overwinning van het democratisch kapitalisme.

    Zelfs de VS, het boegbeeld van het westerse democratische kapitalisme, kampt met problemen, belichaamd in president Donald Trump

    Tien jaar na de verschijning van Mahbubani’s boek leken de kansen nog verder te keren. De VS en Europa stortten zich in een zo ernstige zelf veroorzaakte crisis dat de rest van de wereldeconomie erin leek te worden meegesleurd, tot grote ergernis van Aziatische landen, die juist pijnlijke hervormingen hadden doorgevoerd om dat soort toestanden te voorkomen.

    Het zag ernaar uit dat halfbakken ideeën de crisis van 2008 hadden veroorzaakt. Om Friedrich von Hayek te citeren, toen hij in 1974 sprak bij de instelling van de Nobelprijs voor de economie, werden de ‘volmaakte’ economische modellen waarmee westerse regeringen en economen de toekomst voorspelden, ontmaskerd als ‘valse schijn’. Von Hayek schilderde het westerse economische denken af als een keizer die weliswaar nog niet al zijn nieuwe kleren aanhad, maar toch al in vergevorderde ontklede staat verkeerde.

    De gevolgen van deze schertsvertoning waren ernstig: behalve het ongedaan maken van tien jaar economische groei ook stagnatie, westerse overheden die zaten opgezadeld met enorme schulden en centrale banken die hun balans opkalefaterden met zoiets experimenteels als kwantitatieve versoepeling, een vorm van directe geldschepping. Tegelijkertijd namen de economische ongelijkheid, de kwetsbaarheid van de democratie en de politieke polarisatie toe, wat de Aziatische twijfel aan westerse ideeën alleen maar vergrootte, en ook die aan de westerse dominantie in de wereldeconomie.

    Sterker nog, het toenemende besef dat de panacee van de vrijemarktpolitiek, neergelegd in de zogeheten Washington-consensus, had gefaald, en ook de vooraanstaande politici die erin hadden geloofd, heeft bijgedragen aan de opkomst van schijndemocratieën en autocratieën in Hongarije, Polen, Turkije en andere landen. Zelfs de VS, het boegbeeld van het westerse democratische kapitalisme, kampt met dergelijke problemen, belichaamd in president Donald Trump, die het protectionisme heeft omhelsd en het systeem van ‘checks and balances’, de basis van de Amerikaanse democratie, met zo veel woorden op losse schroeven heeft gezet.

    Confucius (links) en Mencius.
    Confucius (links) en Mencius.

    Geen wonder dat de twijfel van Azië aan westerse ideeën er alleen maar groter op is geworden. In China wil de overheid dat scholen en universiteiten meer aandacht besteden aan het Chinese gedachtegoed (een hervorming die naadloos aansluit op de wens van de overheid om haar intellectuele en politieke legitimiteit te versterken). Ook andere Aziatische landen, zoals Zuid-Korea en India, proberen hun eigen intellectuele tradities op te poetsen, niet zozeer om ze rechtstreeks te laten concurreren met westerse ideeën, maar zodat ze op z’n minst kunnen dienen als gelijkwaardige tradities om de wereld te duiden.
    Eerlijk gezegd stonden Fukuyama en vergelijkbare beschouwers van de democratie niet kritiekloos te juichen over het Westen, zoals sommige experts ons hebben willen doen geloven. Integendeel, want Fukuyama gaf toe dat het dominante westerse liberaal-democratische stelsel feilbaar was en zelfs niet bruikbaar in elk land. In ‘Orde en verval’, het tweede deel van zijn boek De oorsprong van onze politiek uit 2014, ging hij zelfs een stap verder toen hij erkende dat de recente ervaringen van China laten zien dat ‘autoritaire overheden soms beter dan democratische in staat zijn om definitief met het verleden te breken’.

    Robert Skidelsky van de Universiteit van Warwick wijst erop dat de intellectuele schraalheid van de economische leer een zwakte van het westerse economische denken is. Uit de Grote Depressie van de jaren dertig kwam de keynesiaanse economie voort. De stagflatie van de jaren zeventig leidde tot het monetarisme van Milton Friedman, dat een revolutie in het overheidsbeleid teweegbracht. Maar tien jaar na de Grote Recessie bestaat er geen eensgezindheid over een nieuwe doorbraak in het westerse economische denken.

    ‘De rest’

    Terwijl het Westen met problemen blijft worstelen, gaat het Azië voor de wind. De economieën van China, India en Zuidoost-Azië zijn bij elkaar goed voor een groei van 63 procent van het wereldwijde bbp en meer dan de helft van de nieuwe consumptie in de afgelopen vijftien jaar. De landen die Fareed Zakaria ooit ‘de rest’ noemde, staan op het punt het Westen in te halen als het gaat om productie, consumptie en spaartegoeden.

    Dat doet vermoeden dat de recente groei van Azië niet zomaar kan worden afgedaan als een kwestie van een paar ontwikkelingslanden die de ontwikkelde landen hebben bijgehaald. In plaats daarvan lijken de Aziatische economieën, zoals Hamid Dabashi van Columbia-universiteit beweert, na eeuwenlange imperialistische overheersing eindelijk te draaien op eigen ideeën. In zijn boek Can Non-Europeans Think? uit 2015, een titel die zelfverzekerd naar die van Mahbubani verwijst, stelt Dabashi dat het probleem niet zozeer was dat ‘de rest’ niet over eigen theoretische kaders beschikte, maar dat die werden gebagatelliseerd en genegeerd.

    Dabashi wijst op het boek Oriëntalisten (1978) van wijlen Edward Said, ook van Columbia-universiteit, dat een overzicht biedt van neerbuigende westerse voorstellingen van ‘het Oosten’ als een regio met minder geavanceerde, minder rationele en uiteindelijk inferieure samenlevingen. Hun manier van denken en hun prestaties werden vaak als minderwaardig beschouwd: misschien waren ze ter plaatse toepasbaar, maar niet universeel, in tegenstelling blijkbaar tot eurocentrische kaders. Daardoor kostte het niet-westerse intellectuelen moeite om op voet van gelijkheid met hun westerse evenknieën te discussiëren.

    Maar hoe geïntimideerd niet-westerse denkers zich misschien ook hebben gevoeld, daar komt een einde aan nu de gebreken van westerse ideeën en modellen aan het licht treden. Dat Trump en de zijnen de feiten, de rede en de wetenschap onder vuur nemen verzwakt de positie van het Westen nog verder. De vraag is of niet-westerse denkers deze kans om de invloed van hun eigen intellectuele kaders uit te breiden zullen grijpen.

    Een belangrijke uitdaging voor Aziatische denkers is dat ze hardnekkige westerse vooroordelen moeten overwinnen. Engelstalige uitgevers hebben nog steeds de neiging om vanuit eurocentrisch perspectief bij te dragen aan de duiding van de wereldpolitiek. Er zijn bijvoorbeeld allerlei waardevolle wetenschappelijke publicaties over China, vooral van Chinese wetenschappers die in het Westen wonen en werken (onder wie Yasheng Huang en Minxin Pei). Die lijken echter vooral bedoeld om de Chinafobie aan te wakkeren of het risico van een crisis of een totale ineenstorting te benadrukken. Het werk van niet-westerse denkers blijft in Europese landen meestal onvertaald, hoewel de kennis en de waardering van kenners voor het werk van bijvoorbeeld Confucius, Mencius en Han Feizi [Chinese geleerden] niet-ingewijden ongetwijfeld zullen helpen hun politieke en zakelijke gesprekspartners in China beter te begrijpen.

    Het verschil tussen India en het Westen is alleen werkelijk te begrijpen als iemand de praktijk van _purva paksha_ (zoiets als “wederzijdse betrokkenheid”) begrijpt en erkent dat daar “harmonieuze maatschappelijke en spirituele groei” voor nodig is

    Doordat zulken boeken maar weinig in het Westen worden uitgegeven, stellen vooral in het Engels schrijvende Indiërs het westerse denken ter discussie. Zo laat historicus Pankaj Mishra in zijn Op de ruïnes van het imperialisme (2012) zien hoe vroeg-twintigste-eeuwse Aziatische intellectuelen als Gandhi, Kang Youwei en Mohammed Abdoe zich genoodzaakt zagen hun eigen tradities – respectievelijk het hindoeïsme, het confucianisme en de islam – opnieuw vanuit westers perspectief te bezien.

    Om hun ideeën verder te verbreiden moeten niet-westerse denkers met doorwrochte, overtuigende betogen laten zien dat die origineel, waardevol en universeel zijn. Ze zouden dat kunnen doen op Mishra’s manier, namelijk door zich te bedienen van eurocentrische middelen. Ze zouden die aanpak ook links kunnen laten liggen en helemaal buiten Europese modellen om kunnen denken. Of ze zouden de twee kunnen integreren in een consistent, universeel analytisch denkraam.

    Welke aanpak niet-westerse denkers ook kiezen, denkwijzen, opvattingen en concepten die hun waarde in eigen land allang hebben bewezen, zullen moeten worden aangepast om ze universeel geldig te maken. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

    De Indiase auteur Rajiv Malhotra laat met zijn boek Being Different: An Indian Challenge to Western Universalism zien hoe ingewikkeld dat is. Niemand zal betwisten dat India verschilt van het Westen. Malhotra beweert echter dat iemand dat verschil alleen werkelijk kan begrijpen als hij de praktijk van purva paksha (zoiets als ‘wederzijdse betrokkenheid’) begrijpt en erkent dat daar ‘harmonieuze maatschappelijke en spirituele groei’ voor nodig is. En dat kan alleen als hij ook het begrip ‘dharma’ uit Indiase religies begrijpt en aanvaardt.

    Een Chinese lezer zal dat niet zo heel veel moeite kosten, want dharma vertoont enige gelijkenis met het begrip ‘tao’ uit de traditionele Chinese filosofie. Maar een seculiere westerse wetenschapper zal zulke lastig te definiëren begrippen niet zomaar snappen. En zelfs al doet hij dat wel, dan zal hij misschien niet bereid zijn om dharma of tao te accepteren als grondslag voor een bruikbaar intellectueel kader, want geen van beide kan wetenschappelijk worden getoetst of empirisch worden geverifieerd.

    Een andere grote uitdaging voor niet-westerse denkers is dat ze hun ideeën – en vooral de intellectuele bouwstenen van het Chinese economische wonder – zodanig moeten verpakken dat die zich kunnen meten met de Washington-consensus. Ook al hebben miljoenen Chinezen een westerse opvoeding of opleiding genoten, er bestaat geen samenhangende of overtuigende Chinese analyse van de oorzaken van China’s economische succes. Doordat een dergelijke ‘Beijing-consensus’ ontbreekt, kunnen westerse waarnemers China’s ervaringen afdoen als idiosyncratisch, waarmee ze verhinderen dat de lering die eruit valt te trekken brede ingang vindt.

    Han Feizi.
    Han Feizi.

    Gegeven die combinatie van conceptuele belemmeringen en weerstand tegen onbekende denkkaders zal het niet eenvoudig zijn het Westen ervan te overtuigen dat ‘de rest’ iets te bieden heeft. Voorlopig is het concrete bewijs dat het Aziatische beleid succes heeft waarschijnlijk het beste argument om niet-westerse opvattingen over te nemen. Zo zou de invoering, in India, van een unieke digitale identiteitscode (‘Aadhaar’ genaamd) meer kunnen betekenen voor de totstandkoming van een inclusieve economie dan welke academische publicatie ook.

    Toch zullen niet-westerse denkers hun ideeën op de lange termijn moeten vertalen in toetsbare modellen en theorieën. Vanwege de complexiteit en de onderlinge verbondenheid van bestaande stelsels zal dat waarschijnlijk niet de verdienste van één individu zal zijn, een nieuwe John Maynard Keynes of Milton Friedman, maar eerder een collectieve onderneming op basis van gedeelde kennis. De Chinese traditie om voor elke dynastie een ‘encyclopedie’ te maken, schept in dat verband een nuttig precedent.

    In het bedrijfsleven leidt grotere diversiteit tot groter succes. De verschillende perspectieven die verschillende partijen inbrengen, en zelfs het ongemak dat uit die verschillen kan voortkomen, leiden meestal tot innovatie. Nu de wereld de problemen probeert aan te pakken die voortkomen uit de westerse visie op groei en ontwikkeling, zoals economische ongelijkheid en maatschappelijke onvrede, is juist dat soort uit diversiteit geboren doorbraken nodig. Het Westen heeft zijn zegje gedaan. Nu is de rest aan de beurt.

    Auteur: Andrew Sheng
    Vertaler: Nico Groen

    Andrew Sheng is momenteel professor aan de Tsinghua-universiteit in Beijing. Zijn laatste boek verscheen onder de titel From Asian to Global Financial Crisis in 2009 bij de Cambridge University Press.

    Project Syndicate
    Praag | project-syndicate.org

    Deze non-profitorganisatie, opgericht in 1994, produceert commentaren en journalistiek door bekende economen, politici, academici en andere maatschappelijk betrokken schrijvers voor een wereldwijd publiek. PS levert content aan 459 media in 155 landen.

    mahbubani

    Hoe Azië het Westen pijlsnel inhaalt

    Het Westen stond de afgelopen tweehonderd jaar aan kop in de wereldgeschiedenis, maar die tijd is voorbij. Volgens Kishore
    Mahbubani, een van de bekendste denkers van Azië, zijn onder andere China en India hard bezig om het Westen over te nemen, op zowel
    economisch als intellectueel vlak.

    De Balie nodigde Mahbubani uit in de serie De Balie Invites om uit te vinden wat de oorzaak is van deze verandering. Hoe moet het Westen reageren?

    Podium. Zaterdag 14 april om 14:00 uur.

  • Wereldbeeld: Huurfiets werd niets

    Wereldbeeld: Huurfiets werd niets

    2017 leek het Chinese Jaar van de Huurfiets. Om de luchtvervuiling tegen te gaan, werd het gebruik van de fiets in de grote steden aangemoedigd.

    De twee grootste fietsverhuurbedrijven, Mobike en Ofo, verspreidden in no time 12 miljoen fietsen, in onderscheidende felle kleuren. Alleen waren de steden daar niet op berekend. ‘Weesfietsen’ werden een plaag, die werd bestreden met fietsstortplaatsen. Onlangs ging fietsverhuurbedrijf Bluegogo failliet (20 miljoen gebruikers, 600.000 fietsen). Het zal niet tot het einde van de branche leiden, maar vermoedelijk wel tot een kalmere herstart en strengere regels.

    hh 76772867
  • Westen bekritiseert wetswijziging Xi Jinping

    Westen bekritiseert wetswijziging Xi Jinping

    Het Westen heeft hem verwelkomd, gevoed, opgeleid en gefinancierd, in de hoop een stuk van de Chinese markt te veroveren. Met de komst van keizer Xi realiseert het Westen zich, zij het een beetje laat, dat het een tijger aan de borst heeft gedrukt.

    Sinds Xi Jinping te kennen heeft gegeven dat hij de grondwet wilde wijzigen om voor onbeperkte tijd ‘keizer Xi’ te kunnen blijven, is de Chinese bevolking verontwaardigd zonder dat openlijk te durven uiten. Men ziet zich gedwongen zijn woede in te slikken en te accepteren dat de officiële pers deze ‘restauratie’, het in ere herstellen van het keizerschap, van harte onderschrijft. De internationale media daarentegen nemen geen blad voor de mond om deze maatregel te bekritiseren. De felste kritiek is waarschijnlijk afkomstig van The Economist. Het Britse blad herinnert in een hoofdartikel allereerst aan alle moeite die de westerse landen zich de afgelopen tien jaar hebben getroost om China onderdeel te laten worden van het globale politieke en economische systeem. Door Beijing te helpen bij zijn hervormingsbeleid en zijn pogingen zich meer open te stellen voor de buitenwereld, zo vervolgt het artikel, is het Westen een verkeerde weg ingeslagen, omdat het daarmee een monster heeft gecreëerd dat zijn greep op de samenleving onophoudelijk verstevigt en westerse beschavingswaarden als economische vrijheid, openheid en respect voor de mensenrechten opnieuw ter discussie stelt.

    Wolf tussen schapen

    Het verwijt dat men, zoals The Economist het uitdrukt, ‘een wolf tussen de schapen heeft gezet’, dekt misschien niet helemaal de lading, maar het scheelt niet veel. Ook al gaat het om een westers gezichtspunt, helemaal ongegrond is het niet. Toen Deng Xiaoping in 1979 zijn hervormingsbeleid lanceerde en naar meer openheid streefde, begaf hij zich allereerst naar de Verenigde Staten om contact te leggen met de Amerikaanse leiders; op die manier wilde hij zijn land gemakkelijker laten integreren in het internationale economische systeem dat werd gedomineerd door het Westen om zo de technologie, het kapitaal, de managementmethodes en de toegang tot de gigantische buitenlandse markt te verwerven waar China zo dringend behoefte aan had. Dat het Westen, en met name de VS, zich bereid toonde China te helpen zich open te stellen voor de markteconomie, was allereerst bedoeld om tegenwicht te bieden aan de invloed van de Sovjet-Unie en zowel het Westen als het Oosten onder druk te zetten.

    Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het Oostblok begin jaren negentig hoopte het Westen, met de Verenigde Staten voorop, op een vreedzame ontwikkeling in China. Men rekende erop dat dankzij de nieuwe middenklasse, ontstaan als gevolg van de markthervormingen, China het communistische bestel zou inruilen voor een liberale markteconomie en politieke liberalisering. Om die reden ondersteunde het Westen krachtig de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO), waardoor de Chinese export een hoge vlucht heeft genomen. Als het westerse kamp de Chinese toetreding tot de WHO zou hebben belet, zou het land veel meer moeite hebben gehad om de ‘werkplaats’ van de wereld te worden.

    Maar de grote westerse mogendheden hebben de snelheid van de ontwikkelingen in China onderschat, evenals de diepe politieke en sociale verankering van het autoritaire regime. De eerste jaren na zijn aansluiting bij de WHO 
(in 2001) respecteerde China als een gehoorzaam kind de internationale regels; het liet multinationals toe tot zijn binnenlandse markt zonder ze al te veel te dwarsbomen. Kortom, China was nog van zins een ‘goede leerling’ van het Westen te zijn en de voordelen van verwestersing en universele waarden te onderschrijven’.

    Maar sinds China zich als redder van ontwikkelingslanden heeft ontpopt en van internationale financiële instellingen die waren getroffen door de bancaire tsunami van 2007, is de situatie drastisch veranderd. China is zijn plaats in de economische en politieke wereldorde gaan opeisen, wat het 
land met name meer stemrecht in het Internationaal Monetair Fonds heeft opgeleverd en de mogelijkheid om daarvoor mensen te nomineren. Sinds 2012, toen Xi Jinping aan de macht kwam, probeert China niet langer een plaats in de bestaande orde te bemachtigen, maar die orde juist omver te werpen en het evenwicht tussen de bestaande machten te veranderen, 
met de bedoeling daarvoor een andere grondslag te leggen.

    Het Chinese parlement stemt over de historische wetswijziging. – 
© Getty Images
    Het Chinese parlement stemt over de historische wetswijziging. – 
© Getty Images

    De oprichting in 2001 van de Sjanghai-samenwerkingsorganisatie, die met name Rusland en diverse Centraal-Aziatische landen verenigt, was voor Beijing slechts een voorgerecht. Rond China gestructureerde projecten als de in 2013 gelanceerde implementatieplan OBOR (One Belt, One Road), dat moet voorzien in een nieuwe ‘zijderoute’, vormen de werkelijke uitdaging. Het beleid om zijn binnenlandse markt wijdopen te stellen voor buitenlandse bedrijven heeft het land snel laten varen; inmiddels worden aan die bedrijven steeds meer beperkingen opgelegd en moeten ze zich conformeren aan de regels van de Chinese overheid, op straffe van een boete of uitsluiting van de Chinese markt. Ook de beloofde openstelling van zijn financiële markten laat nog steeds op zich wachten; de greep van de regering en de Partij daarop is juist sterker dan ooit.

    Politiek gezien staat het er nog slechter voor. Het op hervormingen en meer openheid gerichte beleid uit de jaren tachtig had de weg gebaand voor buitenlandse ideeën. In geletterde en universitaire kringen kon redelijk vrij worden gedebatteerd zonder dat men bang hoefde te zijn voor repercussies. Binnen de Partij konden hervormers en afwijkende stemmen zich nog laten horen. De oppositie en apolitieke verdedigers van de mensenrechten, die met name tegen de speculatieve praktijken en de corruptie van plaatselijke leiders streden, werden nog getolereerd; ook maatschappelijke organisaties konden in een grijs gebied hun activiteiten ontplooien zonder door de regering in de ban te worden gedaan.

    The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in 
dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet

    De afgelopen vijf jaar, sinds Xi Jinping aan de macht is, kenmerken zich door een ernstige politieke teruggang: de sfeer van openheid en pluralisme is een halt toegeroepen; dissidenten hebben het zwaarder te verduren dan ooit; reformistische of progressieve stemmen binnen de Partij is het zwijgen opgelegd, want iedereen dient zich 
aan de richtlijnen te houden van het Centraal Comité, oftewel ‘keizer Xi’. 
Op de universiteiten kan niet langer vrijelijk over politieke kwesties worden gedebatteerd; universele waarden zoals mensenrechten, vrijheid en democratie zijn inmiddels taboe. Wie daar nog aan refereert dreigt ontheven te worden van zijn functie als docent en zelfs in de gevangenis te belanden.
    Ondanks alle goede zorgen waarmee het China tientallen jaren heeft omringd blijkt het Westen uiteindelijk alleen maar een ‘kwaadaardige tijger’ te hebben gevoed die vrije concurrentie en politieke openheid de rug toekeert. Diezelfde tijger begint zich zelfs op te werpen als een alternatief voor de westerse waarden door overal op de wereld zijn ‘soft power’ uit te oefenen. The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in 
dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet. Het probleem is dat die ‘kwaadaardige tijger’ springlevend is, en helemaal volwassen, met zijn scherpe klauwen en zijn puntige hoektanden die blinken dat het een aard heeft. Het Westen kan niet meer betreuren dat het hem heeft gevoed, en als het nog denkt hem tot economische en politieke liberalisering te kunnen verleiden, is dat een volstrekte illusie.

    Auteur: Lu Feng

    Apple Daily
    China | oplage 200.000

    Krant uit Hongkong die in 1995 werd opgericht. Staat bekend om zijn anti-regeringskoers, maar ook om zijn sensationele verslaggeving.

    CONTEXT I: Een nieuwe grootinquisiteur

    Het Chinese parlement, in Beijing bijeen voor zijn jaarvergadering, heeft niet alleen elke wettelijke grens overschreden door het presidentiële mandaat te vernieuwen en Xi Jinping absolute macht te verschaffen, maar ook een verstrekkende reorganisatie van de regeringsorganen in gang gezet. Minder ministeries en meer concentratie van bevoegdheden, dat lijkt het belangrijkste argument voor deze reorganisatie te zijn. Vijftien ministeries en staatssecretariaten verdwijnen. Diverse daarvan zijn in een superministerie van Ecologie en Milieu ondergebracht en er is een ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen gecreëerd, dat de beslissing over het toewijzen van hulpbronnen voortaan in handen van lokale overheden zal leggen, aldus webzine The Diplomat. Ook wordt een nieuw anticorruptieorgaan in het leven geroepen dat meer macht zal krijgen dan politie en justitie.

    CONTEXT II: Machtig anticorruptieorgaan

    Het is vooral de oprichting van een ‘Nationale Toezichtscommissie’, belast met de strijd tegen corruptie, die de aandacht van commentatoren trekt en zelfs tot enkele kritische opmerkingen in juridische kringen leidt. De Toezichtscommissie, die rechtstreeks onder de regering ressorteert en hoger in hiërarchie is dan het opperste volksparket en volkstribunaal, zal worden geregeld bij een wet die werd bekrachtigd op 20 maart, de sluitingsdag van de parlementszitting. Ze zal de strijd tegen corruptie, die in 2012 door Xi Jinping in gang is gezet, naar een hoger plan tillen. Deze strijd, die tot dusver onder de verantwoordelijkheid van de Disciplinaire Commissie van de Communistische Partij viel, heeft sinds 2012 al tot het ontslag 
van tientallen hoge functionarissen geleid en tot sancties tegen honderdduizenden ambtenaren.

    CONTEXT III: De openbare diensten als mikpunt

    De interne disciplinaire Partijcampagne, die in de ernstigste gevallen tot gerechtelijke vervolging heeft geleid, was echter ‘beperkt’ tot Partijleden. De nieuwe commissie zal ook naar anderen een onderzoek kunnen instellen: ‘ambtenaren, leidinggevenden van staatsbedrijven, scholen en medische instellingen, plaatselijke bestuurders, kortom iedereen die een openbare functie vervult’, aldus het Singaporese dagblad Lianhe Zaobao. Bovendien zal de nieuwe wet de commissie de bevoegdheid verlenen mensen gevangen te zetten. ‘Mensen die ervan worden verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan ernstige misdrijven of nalatigheden in de uitoefening van hun beroep, en bij wie de mogelijkheid bestaat dat ze vluchten of zelfmoord plegen, kunnen voor de duur van maximaal zes maanden in hechtenis worden genomen.’

    De instelling van deze nieuwe vorm van hechtenis hangende een onderzoek is een manier om een praktijk te wettigen die al bestond maar tot nu toe in een grijze zone verkeerde, schrijft de South China Morning Post.

    CONTEXT IV: Ongerustheid over het recht der verdediging

    Ook al is hun de afgelopen jaren door de steeds zwaardere repressie het zwijgen opgelegd, juristen die opkomen voor de mensenrechten blijven kritiek uiten op het detentiesysteem dat buiten ieder juridisch kader wordt gehanteerd. Het wetsontwerp inzake het toezicht voorziet in maatregelen die de rechten van verdachten garanderen, maar juristen zijn van mening dat deze maatregelen tekortschieten. Zo zou het wetsontwerp niet voorzien in het recht van verdediging in de aanwezigheid van een advocaat bij het verhoor van iemand naar wie een onderzoek wordt ingesteld.

    CONTEXT V: Anoniem gedicht

    anoniem gedicht

    Ik ben tegen
    Ik ben tegen de noordenwind
    Ik ben tegen de smog
    Ik ben tegen de bedekte en regenachtige ochtenden
    Ik ben tegen de sombere en decadente schemer
    Ik ben tegen de ontregelde jaargetijden
    Ik ben tegen de door elkaar gegooide uren
    Ik ben tegen de gordijnen voor de ramen, tegen de ijzeren deuren
    En die hoge muren
    Ik ben tegen de gecementeerde wegen waar geen bloem of boom kan groeien
    Ik ben tegen de vijvers die zwanen gevangenhouden
    En het prikkeldraad dat ze omgeeft
    Tegen de schoenen die om de voeten knellen
    En de uniforme kleur van hun leer
    Ik ben tegen de mannen die hun vrouwen slaan
    Ik ben tegen de ouders die hun kinderen mishandelen
    Ik ben tegen de kille en plotselinge scheidingen
    Ik ben tegen het verraad
    Ik ben tegen de ondankbaarheid
    Ik ben tegen het voldane gelach
    Ik ben tegen de doordringende kreten
    Ik ben tegen de machteloze snikken
    Ik ben tegen de afstotelijke gezichten
    En die vulgaire liederen die uit hun mond komen
    Ik ben tegen de wind die die liederen verspreidt
    Ik ben tegen het gras dat door de wind wordt platgedrukt
    Ik ben ook tegen mezelf
    Ik ben tegen mijn onbeholpenheid, mijn hebzucht en mijn lafheid
    Maar ik ben niet tegen het schrijven van dit gedicht
    Waarin ik zeg dat ik tegen ben
    Ik ben tegen het geschreeuw van de wereld
    Ik ben tegen de geveinsde kalmte
    Ik ben tegen de grandiositeit
    Ik ben tegen de onderdrukking ervan
    Ik ben tegen de gecensureerde waarheid
    Ik ben tegen de pure onnozelheid
    Ik ben tegen de volgende dagen die zingen
    Ik wil maar één ding: dat jullie samen met mij heel hard roepen
    ‘Ik ben tegen!’

    Ondanks de censuur proberen Chinese internetgebruikers in het geweer te komen tegen de ‘zelfbenoeming’ van keizer Xi. Dit anonieme gedicht heeft veelvuldig gecirculeerd.

  • Trumps handelsoorlog speelt China in de kaart

    Trumps handelsoorlog speelt China in de kaart

    Het is begrijpelijk dat president Trump de Amerikaanse staal- en aluminiumindustrie wil beschermen tegen China, schrijft zakensite Bloomberg. Maar door de importtarieven te verhogen kiest hij voor een ‘Game of Thrones-oplossing’ waarmee hij zijn partners van zich vervreemdt.

    Gary Cohn had een van de zwaarste klussen in Washington: een impulsieve president die stond te popelen om een handelsoorlog te ontketenen daarvan proberen te weerhouden. Nu Cohn is opgestapt als directeur van Trumps Nationale Economische Raad, is de weg voor de president vrij om hoge tarieven te heffen op de import van staal en aluminium uit de hele wereld. Ook heeft Trump meer speelruimte gekregen om China te straffen voor vermeende diefstal van intellectuele eigendom. De Verenigde Staten zijn van plan Chinese investeringen in te dammen en uiteenlopende Chinese goederen hoge invoerbelastingen op te leggen, vertelden goed ingevoerde waarnemers op 6 maart aan Bloomberg News.

    Trump en de nationalisten naar wie 
hij luistert, zoals minister van Economische Zaken Wilbur Ross en handelsadviseur Peter Navarro, hebben een punt. De Amerikaanse staal- en 
aluminiumindustrie is zwaar getroffen door oneerlijke Chinese concurrentie. 
China heeft onder internationale druk een begin gemaakt met de sluiting 
van enkele staalfabrieken. Toch is de productiecapaciteit nog altijd twee keer zo groot als in 2006, het jaar waarin de Chinese staatsraad aan-
kondigde structurele overproductie 
te willen stimuleren. De aluminium-
productie volgt hetzelfde patroon.

    Veel critici doen Trumps belofte 
om de importtarieven te verhogen af als een truc om stemmen te winnen 
of als spierballenvertoon. Dat is het 
misschien ook wel, maar het is meer dan dat

    Trump en zijn adviseurs hebben ook gelijk wanneer ze zeggen dat economische macht uitoefenen een kwestie is van nationale veiligheid en dat China dat spelletje beter beheerst dan de VS. Het is China’s vaste gewoonte om 
buitenlandse bedrijven te dwingen hun intellectuele eigendom af te staan – de kroonjuwelen van elk bedrijf. 
Het is de prijs die ze betalen om zaken te mogen doen in het land. Met het project ‘Made in China 2025’ maakt China middelen vrij voor een scala aan geavanceerde technologieën, zodat 
het land minder afhankelijk wordt van potentiële vijanden als de VS en Japan. In de door het Pentagon opgestelde nationale defensiestrategie voor 2018 beschuldigen de VS China en Rusland ervan ‘de internationale orde van 
binnenuit te ondermijnen’.

    Trump verdient daarvoor alle lof, 
want veel critici doen zijn belofte 
om de importtarieven te verhogen af als een truc om stemmen te winnen 
of als spierballenvertoon. Dat is het 
misschien ook wel, maar het is meer dan dat. Niemand minder dan 
Michael Froman, de voormalige 
handelsadviseur van president Obama en bepaald geen vriend van Trump, zei op 5 februari: ‘Het is in het nationale belang om een sterke eigen staal- en aluminiumindustrie te hebben.’

    Nu is het tragische dat Trump niet China maar de VS tot mondiale steen des aanstoots heeft gemaakt. De nationale veiligheid als rechtvaardiging opvoeren om de invoertarieven te verhogen geeft andere landen het excuus om hetzelfde te doen, waardoor een 
gat ontstaat in het web van handelsovereenkomsten dat de VS de afgelopen decennia zo zorgvuldig hebben gesponnen. En de tarieven aan alle landen opleggen, waarmee Trump heeft gedreigd, slaat een bres in het gezamenlijke front van Amerikaanse handelspartners dat nodig is om 
China een toontje lager te laten zingen. ‘Het zal worden beschouwd als laatste en belangrijkste signaal dat de VS onder Trump niet langer een betrouwbare economische partner zijn,’ zegt Roland Rajah van het Lowy Institute, een in Sydney gevestigde denktank.

    Een Amerikaanse staalarbeider snijdt een nieuw-gegoten plaat staal af in een fabriek in Indiana. – Scott Olson / Getty Images
    Een Amerikaanse staalarbeider snijdt een nieuw-gegoten plaat staal af in een fabriek in Indiana. – Scott Olson / Getty Images

    Critici zijn er als de kippen bij om erop te wijzen dat China de op tien na grootste staalleverancier van de VS is en de op drie na grootste aluminium-leverancier. Trumps tarieven vormen een gevaar voor ongeveer ‘nul procent’ van de Chinese economie, schreef 
Tom Orlik van Bloomberg Economics op 1 maart. Canada, de grootste exporteur van beide metalen naar Amerika, zal 
er veel meer last van krijgen.

    Ineens laait de discussie op over een mogelijke handelsoorlog tussen de 
VS en enkele van hun trouwste bondgenoten. De voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, nam de stoere taal van Trump over tijdens een toespraak in Duitsland op 2 maart: ‘We gaan de tarieven voor bourbon, Harley-Davidson-motoren en Levi’s-spijkerbroeken verhogen. Wij kunnen ook stom doen. We zullen wel zo stom moeten zijn.’ De kop van de Londense krant City A.M. maakte een toespeling op het beroemde nummer ‘American Pie’ van Don McLean: ‘Hit the Chevy with a Levy, Tax Your Whiskey & Rye’.

    Trump twitterde uiteraard terug dat als Europa zou terugslaan, de VS op hun beurt de invoertarieven op 
Europese auto’s zouden verhogen. Op 5 februari zond hij een tweet de wereld in dat hij mogelijk een uitzondering zou maken voor Canada en Mexico als ze bereid waren een ‘nieuwe en eerlijke’ Noord-Amerikaanse vrijhandelsovereenkomst te ondertekenen. Dat ondergroef uiteraard zijn eerdere 
argument dat de tarieven noodzakelijk waren uit oogpunt van nationale 
veiligheid.

    Game of Thrones

    Dat westerse leiders elkaar te dom af proberen te zijn speelt China in de kaart en verklaart misschien waarom Chinese leiders zich relatief stil hebben gehouden. Liu He, een hoge gezant van president Xi Jinping, hield zich gedeisd toen hij Washington bezocht en opriep tot samenwerking. Zoals Napoleon zou hebben gezegd: loop nooit een tegenstander voor de voeten die een verkeerd besluit neemt.

    De reden waarom Trump zijn bondgenoten op handelsgebied blijft aanvallen, is dat hij handel ondanks de inspanningen van adviseurs als 
Cohn beziet vanuit een Game of Thrones-perspectief: als een oorlog waarin een van beide partijen móét verliezen. 
Volgens de trumponomics is export goed en import slecht. Een handelstekort wordt vooral gezien als een bewijs dat de andere partij te kwader trouw is.

    Bij welke docent economie Trump op Wharton ook in de collegebanken heeft gezeten, die zal de huidige situatie met afgrijzen aanschouwen. Twee partijen hebben voordeel bij een internationale transactie, anders zouden ze geen zaken met elkaar doen. Sterker nog: het is heel normaal dat landen een overschot hebben bij sommige partners en een tekort bij andere, precies zoals het hoofd van het huishouden een ‘handelstekort’ bij zijn of haar supermarkt, huisarts of tandarts heeft en een ‘handelsoverschot’ bij zijn of haar werkgever.

    Hoewel een handelstekort met een land natuurlijk niet op problemen wijst, is het voor de VS niet gezond 
om overal ter wereld een hardnekkig tekort te hebben. Betere handelsovereenkomsten kunnen die tekorten terugdringen, doordat ze barrières voor de export van Amerikaanse goederen en diensten wegnemen. Daar heeft Trump gelijk in.

    Maar de Amerikaanse handelstekorten laten ook zien dat het land er niet in slaagt genoeg geld over te houden om in fabrieken, woningbouw, wegen et cetera te investeren. Het handelstekort is het statistische broertje van een gebrek aan middelen: de VS moeten lenen om hun consumptie te financieren, in plaats van dat het land import betaalt met export. Op dat vlak gaat het de verkeerde kant op. De belastingverlagingswet die meer banen moet opleveren, eind 2017 triomfantelijk door Trump ondertekend, zal er alleen maar voor zorgen dat het nationale begrotingstekort toeneemt. Dat zorgt er volgens economen weer voor dat 
het gebrek aan middelen groter wordt, evenals het handelstekort. Als een 
eeneiige tweeling komen het begrotings- en het handelstekort uit ‘dezelfde zygote’, aldus de titel van een 
onderzoeksrapport van de bank 
JPMorgan Chase & Co op 2 maart.


    Door zich onder verwijzing naar het zelden gebruikte ‘lid 232’ van de 
Handelsexpansiewet van 1962 op de nationale veiligheid te beroepen, scheppen de VS een precedent voor het omzeilen van de regels van de Wereldhandelsorganisatie. De WHO is traag 
en lang niet altijd effectief, maar wanneer landen haar beginnen te negeren en elkaar om de oren slaan met hoge tarieven en quota, kan de wereldhandel met een schok tot stilstand komen. Dat zou iedereen parten spelen.

    ‘De nationale veiligheid moet als 
argument voor speciale gelegenheden achter de hand worden gehouden, zoals het hoort,’ zegt Nicole Lamb-Hale, voormalig staatssecretaris van Economische Zaken in de regering-Obama. ‘Andere landen zullen zeggen: “Amerika doet het, dus wij mogen het ook”,’ aldus Lamb-Hale, tegenwoordig directeur bij Kroll Inc., een onderzoeks- en beveiligingsbedrijf.

    Het idee dat de VS hun metaalproductie zouden moeten opvoeren om schepen, tanks en vliegtuigen te vervangen die in de strijd zijn verwoest, is Tweede Wereldoorlogdenken, aldus Jeff Bialos, partner bij advocatenkantoor Eversheds Sutherland in Washington en voormalig staatssecretaris van Defensie in de regering-Clinton. ‘Vandaag de dag gaat het om kwalitatief overwicht,’ zegt hij. Als het schieten begint, 
‘vechten we met wat we hebben’.

    ‘Doen hetzelfde als China’

    Dat Trump met een handelsoorlog dreigt, maakt het lastiger om gecoördineerd op te treden tegen de nationalistische Chinese handels- en investeringsagenda. Duitsland is sinds 2016 een stuk scherper op zijn beleid op 
het gebied van buitenlandse investeringen. In dat jaar verijdelden de VS 
de verkoop van Aixtron, een Duitse fabrikant van apparatuur voor de 
productie van halfgeleiders, aan een Chinees investeringsbedrijf door de aankoop van de Amerikaanse tak te dwarsbomen. In september stelde Commissievoorzitter Juncker een 
systeem voor de hele EU voor om directe investeringen vanuit het buitenland te screenen. Vorig jaar gaf Australië opdracht tot het opstellen van een 
landelijk register van kwetsbare overheidsbezittingen. Het register dient om bestuurders te informeren die moeten besluiten over transacties waarbij de nationale veiligheid in het geding kan zijn. De Australiërs waren zich namelijk rot geschrokken toen een Chinese investeerder rechtstreeks met de overheid van de Northern Territory onderhandelde over de lease – 99 jaar lang! – van Darwin, een haven pal onder de neus van de Amerikaanse marine.

    Maar op dit moment lopen de VS het gevaar hun morele gelijk inzake handel en investeringen kwijt te raken. Daniel Rosenthal, adviseur bij Kroll op het gebied van buitenlandse investeringen in de VS, zegt dat de VS China al jaren de les lezen omdat het de nationale veiligheid als excuus gebruikt. Rosenthal: ‘We ondergraven ons eigen standpunt, want intussen doen we precies hetzelfde.’

    Auteur: Peter Coy

    Bloomberg
    Verenigde Staten | bloomberg.com

    Opgericht door Michael Bloomberg, de burgemeester van New York. Richt zich op de zakelijke en financiële markt.

  • 4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    Warschau vertrouwt op de economische ontwikkeling, maar zonder democratische garanties. Een politiek die weerklank vindt onder de bevolking.

    In de tijd van de liberalen [die van 2007 tot 2015 de regering vormden] zou Polen een tweede Ierland worden. Dat paste in de ideologie in het land, die een combinatie was van economisch liberalisme, de klassieke instituties van de liberale democratie en een uiterst conservatieve katholieke traditie. Anders dan de voorgaande regering ziet de Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS) het echter niet als haar enige doel om de maatschappij te voorzien van ‘warm water uit de kraan’. De partij wil van Polen een macht van betekenis maken en kiest daarom voor het Chinese model: een sterke economie die nationale trots wekt maar waarin burgerlijke vrijheden slechts schijn zijn.

    De partij heeft het er zelfs over om een uniek Poolse versie van de democratie te creëren, die niet per se liberaal is. In de praktijk betekent dit dat ze de scheiding der machten afschaft, de rol van de inlichtingendiensten versterkt en controle wil hebben over het internet, onder andere door, net als in China, bepaalde sites te blokkeren. De partij centraliseert de staat, beknot de bevoegdheden van plaatselijke overheden en eist een overheersende rol op 
in maatschappelijke organisaties.

    Ook heeft de regering zeggenschap over de rechtbanken en komt er, net als in China, een systeem van ‘volkscontrole’, waarin zogenaamd gerechtelijke organen al vóór de zitting een oordeel op schrift geven.

    Brood in plaats van vrijheden

    Het Hooggerechtshof moet binnenkort een kamer accepteren die als volkstribunaal zal functioneren en vraagtekens kan plaatsen bij uitspraken van professionele rechters, die toch definitief zouden moeten zijn. Sinds ze de macht over het Constitutioneel Hof kreeg, heeft de PiS daarvan een instrument gemaakt voor wetgeving die haar goeddunkt. Afgelopen november hebben PiS-afgevaardigden het Hof gebruikt om de wetgeving over abortus [toch al een van de minst liberale in Europa] opnieuw te bezien.

    Het Chinese model biedt brood in plaats van vrijheden en is daarmee een succes geworden, dat economische macht combineert met individuele tevredenheid en nationale trots. Volgens een enquête uit juli 2017 in vier voormalige volksdemocratieën (Hongarije, Polen, de Tsjechische Republiek en Slowakije) hechten de Polen bijna twee keer zoveel belang aan materiële zaken als aan de democratie. Zo’n 22 procent van de ondervraagden beoordeelt een regering in de eerste plaats vanuit het gezichtspunt van ‘levensstandaard, de prijzen van producten en toegankelijkheid van diensten’, terwijl 12 procent ‘de vrijheid, de democratie en de mogelijkheid om zijn eigen mening te uiten’ op de eerste plaats zet. In de staten van ons ‘blok’ [de Visegradlanden] is de steun voor de democratie en de vrijheid gemiddeld 15 procent.

    Aanhangers van regeringspartij PiS doen armbanden om bij een demonstratie. – © HH
    Aanhangers van regeringspartij PiS doen armbanden om bij een demonstratie. – © HH

    Blijkbaar heeft de PiS met haar keuze voor het Chinese model de publieke opinie haarfijn aangevoeld. Natuurlijk, wij zijn (nog) geen economische macht, maar de regering onderstreept voortdurend dat alles prima gaat. Wij worden liever de schandvlek van Europa dan een politieke macht, en zijn daarmee 
het voorbeeld van de eeuwige ‘homo sovieticus’ [de stereotype inwoner van de communistische landen van Oost-Europa die passief is en niet in staat om individueel initiatief te nemen], maar we zijn er 
niet minder trots om.

    Zo voedt de PiS ook de verering van de ‘vergeten 
strijders’ [guerrillabewegingen die in de jaren na 
de Tweede Wereldoorlog tegen het communistische regime vochten], terwijl de staatstelevisie alleen maar macht en succes uitstraalt. Nu al volgt de jongere generatie nieuwe onderwijsprogramma’s ter bevordering van goed ‘burgerlijk en patriottisch gedrag’. De Europese Unie beklaagt zich over ons, maar wat hebben wij aan de Europese Unie? Wij kunnen een andere bondgenoot kiezen, en veel 
tekenen wijzen erop dat die bondgenoot China zal zijn. Wij bezetten een sleutelpositie in het Chinese project van de nieuwe zijderoutes, waarlangs Chinese producten naar de Europese markt zullen stromen. Daarom gaan de Chinezen een nieuw vliegveld voor ons aanleggen dat voldoet aan de eisen van het Europa van de eenentwintigste eeuw en zullen wij hun pakketjes over heel Europa gaan rondbrengen, volgens een contract dat afgelopen najaar tussen de beide nationale postbedrijven is gesloten.

    Polen heeft voor 400 miljoen euro aan staatsobligaties afgegeven in yuans, die we zullen terugbetalen in euro’s

    Bovendien steken we ons bij China in de schulden. Polen heeft voor 400 miljoen euro aan staatsobligaties afgegeven in yuans, die we zullen terugbetalen in euro’s. Tenslotte heeft een staatssecretaris afgelopen september nog verklaard dat wij zouden kunnen afzien van Europese subsidies als de EU ons zou helpen om de helft van de oorlogsherstelbetalingen van Duitsland te krijgen. De Europese fondsen maken deel uit van de EU, dus de suggestie dat wij daarvan kunnen afzien komt neer op zeggen dat de PiS-regering een ‘Polexit’ voor mogelijk houdt.

    Het versterken van de samenwerking met China kan betekenen dat dat land voor ons de EU zal vervangen. Niet een Europese maar een mondiale partner, die 15 procent van de economieën van Zuid-Amerika controleert en de helft van al het land in Siberië. Voor China kan Polen de poort zijn naar de overheersing van Europa. In hun dialoog met Beijing beschrijven de Poolse autoriteiten hun land zelf als ‘de poort tot Europa’.

    De geschiedenis is geneigd zich te 
herhalen en Big Brother kan opnieuw zorgen voor een eenpartijsysteem in Polen. Zoals het er nu uitziet werkt 
de westerse democratie niet.

    Auteur: Ewa Siedlecka
    Vertaler: Annemie de Vries

    Gazeta Wyborcza
    Polen | oplage 396.000

    ‘De Verkiezingsgazet’ is opgericht na de val van de Muur en uitgegroeid tot een grote krant. Doelstelling: nieuws brengen op informatieve en seculiere wijze.

  • Opening Dossier: De nasleep voor het Oostblok

    Opening Dossier: De nasleep voor het Oostblok

    Hongarije, Polen, Slowakije… herkennen zich niet in de democratische waarden van het Westen en varen een eigen koers, die pessimistisch en materialistisch is.

    De Polen kiezen voor het Chinese model, en populisten verslaan geregeld de traditionele partijen. Op de oostflank van de Europese Unie kampt men nog steeds met de nasleep van de geschiedenis.

    1. De diepste kloof is die tussen Oost en West

    2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    3. Laten we niet langer 
de boksbal van Europa zijn

    4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    5. De Tsjechen zijn een geval apart

    6. Context: Kroaië, Kurz, minipoetins en het IJzeren Gordijn

    Beeld: Aanhangers van de Hongaarse oppositiepartij Jobbik vieren de 170e verjaardag van de opstand tegen het Habsburgse Rijk op 15 maart 2018.
 – © Marton Monus / HH

  • China zoekt voor 
het eerst toenadering tot Vaticaan

    China zoekt voor 
het eerst toenadering tot Vaticaan

    Volgens uit het Vaticaan gelekte informatie 
zouden er voor het eerst sinds 1949 banden kunnen worden aangeknoopt tussen China en het Vaticaan. Maar columnist Lu Feng uit Hongkong vindt dat 
er buitensporige concessies van het Vaticaan worden geëist.

    Het Vaticaan is begonnen met de publicatie van een communiqué waarin, zonder diens naam te noemen, kritiek werd geleverd op kardinaal Joseph Zen Ze-Kiun, de emeritus-bisschop van Hongkong. De kardinaal zou valse informatie hebben verspreid, verwarring hebben gesticht en polemiek hebben bedreven. Maar daarna werd er informatie naar buitenlandse media gelekt volgens welke er spoedig verbetering zou komen in de relaties met China, zoals kardinaal Zen had voorspeld. Je zou dus denken dat het Vaticaan en Beijing de komende tijd een akkoord zullen bereiken over het bestuur van de katholieke gemeenschap in China. En dat er weldra diplomatieke banden zullen worden aangeknoopt.

    De regering van Taiwan, de kerk en de gelovigen moeten zich moreel voorbereiden op deze ontwikkeling, die een breuk tussen het Vaticaan en Taiwan impliceert, zoals door Beijing wordt geëist.

    Volgens informanten zou het Vaticaan grote concessies hebben gedaan tijdens deze onderhandelingen met China. Het zou zich vooral bereid hebben getoond zeven bisschoppen te erkennen die door de Chinese autoriteiten (lees: de patriottische kerk, zonder banden met het Vaticaan) zelf zijn ingewijd. Het zou eveneens magister Pierre Zhuang Jianjian (88), de bisschop van Shantou, en magister Joseph Guo Xijin (70), de bisschop van Mindong, die beiden zijn benoemd en erkend door de Heilige Stoel zelf, hebben verzocht met pensioen te gaan en plaats te maken voor door Beijing benoemde prelaten. Volgens bronnen van het Vaticaan zal de Heilige Stoel een 
stem krijgen in de benoeming van 
bisschoppen in China, decennialang een belangrijk twistpunt tijdens de onderhandelingen.

    Gekooide vogels

    Toch geven de bronnen toe dat het beoogde akkoord tussen China en het Vaticaan verre van ideaal is en dat de situatie de komende tien of twintig jaar evengoed kan verslechteren als verbeteren: ‘We zullen gekooide vogels blijven, maar de kooi zal groter zijn. Het leed zal voortduren, maar we zullen wat meer ruimte krijgen in onze kooi.’

    Waarom zou de Heilige Stoel, die heel goed beseft dat hij zich in ‘de kooi’ van de Chinese Communistische Partij (PCC) dreigt te laten opsluiten, met alle geweld zo’n onbevredigend akkoord willen nastreven? Alleen de leden van de Romeinse Curie kunnen die vraag beantwoorden. Sommigen vrezen dat het akkoord de vrijheid van gedachte en godsdienst alleen maar verder zal inperken, evenals de algehele mensenrechten in de Volksrepubliek China en zelfs in Hongkong.

    Sinds het negentiende Partijcongres van vorig jaar heeft president Xi Jinping zijn toch al ijzeren greep op de macht nog verder verstevigd: niet alleen 
tolereert hij geen verdedigers van 
universele waarden meer, iets waarop met name werd aangedrongen door de PCC, hij duldt ook geen stemmen meer die zijn autoritaire bewind ter discussie stellen. Hij toont zich een pleitbezorger van ‘het Chinese model’ en wil dit model over de wereld verbreiden, zodat ontwikkelingslanden zich erdoor kunnen laten inspireren, een loopje kunnen nemen met de mensenrechten en menselijke vrijheden en een politieke dictatuur kunnen vestigen rond één man of één partij.

    © Mariabode
    © Mariabode

    Als het Vaticaan er werkelijk in slaagt een akkoord te sluiten met China, zal Beijing het recht om bisschoppen te benoemen op een dienblaadje aangereikt krijgen. Op die manier zal alle onderdrukking waaraan de Chinese autoriteiten de kerk en haar gelovigen decennialang hebben blootgesteld onder het tapijt worden geveegd. 
Het zou een stilzwijgende acceptatie betekenen van al het geweld en de inperking van godsdienstvrijheid waarvan de Chinese bevolking al die tijd het slachtoffer is geweest (op het moment dat de communisten in 1949 de macht grepen werden de christelijke kerken gesommeerd hun banden met het ‘imperialistische buitenland’ te verbreken). Het zou niet alleen een schok zijn voor alle katholieken die ondanks de vervolging hun geloof trouw zijn gebleven, maar ook de 
Chinezen tot wanhoop stemmen die in de vrijheid van gedachte en godsdienst geloven. Als de Heilige Stoel zich 
vrijwillig laat opsluiten in de kooi van de PCC, zal deze de religieuze instellingen en de gelovigen in China nog strenger kunnen controleren. Wat de benoeming van bisschoppen en andere prelaten betreft zal de Romeinse Curie zich moeten schikken naar de wensen van de regering in Beijing en de ‘patriottische kerk’. De exegeses, de liturgie en het godsdienstonderwijs zullen erdoor getroffen worden. De leden van de Chinese clerus zullen niet langer voor rechtvaardigheid kunnen pleiten en hun gelovigen niet langer kunnen aansporen om vrijheid van gedachte 
en godsdienst te koesteren of zich om de allerarmsten te bekommeren.

    De Heilige Stoel zal zich niet alleen laten kooien, maar bovendien meewerken aan een ware castratie van de hele katholieke kerk in China, die alleen nog maar een spreekbuis van de macht zal worden en steeds verder af zal komen te staan van de christelijke ideeën over rechtvaardigheid, vrede en naastenliefde.

    Bovendien is de katholieke kerk universeel en hecht ze aan onderwijs, riten en universele waarden. Je kunt je dus afvragen waarom ze daarop in het geval van China een uitzondering zou maken, door dat land toe te staan niet aan 
universele beginselen te gehoorzamen en het katholicisme in een Chinese variant te veranderen, die een geheel eigen invulling geeft aan het begrip godsdienstvrijheid. Daarbij gaat het niet alleen om het ontkennen van 
universele waarden als de vrijheid 
van eredienst, maar moet vooral worden gedacht aan het Vulgaat [bijbelvertaling in Latijn] van het fameuze Chinese model, omdat daarmee de overwinning van dat model wordt erkend en China kan doen wat het wil. Stel u eens voor hoe arrogant de machthebbers in Beijing zich zouden kunnen opstellen als zelfs de katholieke kerk met haar lange verleden zich voor 
hen zou buigen door niet langer de 
universele waarden te respecteren!

    Hongkong

    Ook Hongkong loopt direct gevaar, want de Speciale Administratieve Regio (SAR) kan nog zo graag een bisdom willen blijven dat losstaat van die van het continent, in een toekomst waarin de SAR waarschijnlijk steeds nauwere banden met het continent opgelegd zal krijgen dreigt het bisdom daar Chinese trekjes te gaan vertonen. In dat geval zal het bisdom van Hongkong zich zelfs niet meer sterk maken voor de democratie en de mensenrechten in China. Hoe kun je dan niet beducht zijn voor zo’n akkoord?

    Auteur: Lu Feng

    Apple Daily
    Hongkong | oplage 430.000

    Dit vierkleurendagblad, in 1985 gelanceerd door de zakenman Jimmy Lai, dankt zijn succes aan zijn gemeenzame stijl en zijn korte, geïllustreerde artikelen, maar ook aan zijn vrijpostige houding tegenover Beijing.

    CHRONOLOGIE

    1942 Het Vaticaan erkent de Republiek China. 1946 De paus benoemt een nuntius in China. 1949 Communistische overwinning in Beijing, de nationalistische regering vlucht naar Taiwan. 1952 Paus Pius XII spoort de Chinese katholieken aan zich teweer te blijven stellen tegen vervolging. Het Vaticaan knoopt banden aan met Taiwan. 1957 Oprichting van de Chinese Katholieke Patriottische Vereniging die banden met Rome verbiedt. De gelovigen die de Heilige Stoel trouw blijven zetten hun activiteiten clandestien voort en worden vervolgd. 1976 Dood van Mao. Begin van het hervormingsbeleid. 1992 Door Beijing benoemde bisschoppen worden discreet erkend door Rome. 2014 Begin van een onderhandelingsronde.

  • 6. Chinezen moeten leren betalen voor muziek

    6. Chinezen moeten leren betalen voor muziek

    Chinese consumenten zijn eraan gewend dat muziek op internet gratis is. Internetgigant Tencent probeert ze langzaam van die gedachte af te brengen.

    Afgelopen augustus verzamelden op een bloedhete avond duizenden jonge Chinezen zich in het stadion van Nanjing om de vierde verjaardag van de Chinese boyband TFBoys te vieren. Wie niet aanwezig kon zijn, kon deze memorabele gebeurtenis rechtstreeks online volgen, wat 118 
miljoen mensen dan ook deden. De hele uitzending lang verschenen er sms-berichten op het scherm, terwijl 7 miljoen fans volgens goed Chinees gebruik 340 miljoen yuan (45 miljoen euro) aan de artiesten schonken via betrokken sites en apps. Deze laatste hadden allemaal met elkaar gemeen dat ze in het leven zijn geroepen door Tencent, of het nu gaat om QZone, QQVideo, QQMusic, We Sing (Quanmin KGe), Kuwo Music, KuGou Music of KuGou Live.

    Toch moet worden benadrukt dat deze sites en apps, op de laatste na, niet speciaal voor live-uitzendingen zijn bedoeld. Maar een gebruikster van het sociale netwerk QZone hoefde bijvoorbeeld niet op KuGou Live over te schakelen om haar idolen TFBoys te zien. Tencent, de Chinese wetenschaps- en technologiemastodont, heeft al een revolutie ontketend in de manier waarop mensen communiceren, betalen en videospelletjes doen, en is nu klaar om de manieren van muziekconsumptie voorgoed te veranderen.


    Het Chinese bedrijf, in 1998 opgericht in Shenzhen, is momenteel in staat om vrijwel de gehele markt 
te domineren. In juli 2016 fuseerde zijn muziekstreamingdienst QQMusic met de China Music 
Corporation (CMC, die op zijn beurt KuGou en Kuwo bezat, twee zeer populaire concurrenten van 
QQMusic) om een nieuwe afdeling te vormen, 
Tencent Music Entertainment (TME, dat inmiddels 
al deze diensten verzorgt). Volgens een rapport 
van DCCI, het centrum dat Chinese internetdata 
verzamelt, delen Kuwo en KuGou inmiddels 75 
procent van de markt met QQMusic.

    Toch betekent deze dominante positie niet per se 
dat de sector veel winst oplevert. Het afgelopen decennium zijn de Chinezen gewend geraakt om gratis toegang tot muziek te krijgen. ‘Wij hebben elke maand meer dan zeshonderd miljoen actieve gebruikers, maar het aantal betalende abonnees onder hen blijft gering, 3 procent oftewel achttien miljoen mensen,’ zegt Andy Ng, vicevoorzitter van TME. Hij voegt eraan toe dat op een meer volwassen markt het percentage rond de 20 of 30 procent zou moeten schommelen.

    Toch blijft Andy Ng optimistisch: ‘Wij zien een enorm groeipotentieel met talrijke ontwikkelingsmogelijkheden.’ De cijfers zijn in elk geval veelbelovend. Volgens statistieken zijn de Chinese inkomsten uit het downloaden van muziek in 2016 met 20,3 procent toegenomen, en die van streaming alleen 
al met 30,6 procent. De giganten van de sector 
onderzoeken momenteel nieuwe manieren om 
Chinese gebruikers wat geld te laten betalen om meer te krijgen dan waartoe ze tot voor kort gratis toegang hadden.

    ‘Jonge Chinezen geven graag een paar dollar uit om de artiesten te steunen van wie ze fan zijn’

    Om de overgang van een gratis dienst naar een 
betalende dienst geleidelijk te laten verlopen, 
hanteert Tencent nogal bescheiden tarieven. Zo biedt QQMusic drie verschillende maandabonnementen aan voor respectievelijk 8, 12 en 15 yuan (1, 1,5 en 1,9 euro). (Ter vergelijking: Premium van Spotify kost 9,99 euro.) Maar de Chinese gebruikers kijken niet op van zulke aanlokkelijke aanbiedingen, omdat ze al lange tijd profiteren van de prijzenoorlog die de 
netmaatschappijen onafgebroken met elkaar voeren, daarbij flink geholpen door investeerders. Zoals WeChat, het Chinese equivalent van Twitter, dat ook eigendom is van Tencent, niet zomaar een eenvoudige berichtenapp is maar nauw verweven met de hele diensteneconomie van China, is TME bezig 
rond de muziekstreaming een ecosysteem met 
toegevoegde waarde te bouwen voor het betaald beluisteren en downloaden van muziek. De basisstrategie bestaat uit het inspelen op de behoeften van de premiumgebruikers door het aanbieden van gratis toegangskaartjes voor concerten, een professionele geluidskwaliteit en tegoeden voor videospelletjes, een sector die wereldwijd wordt gedomineerd door het moederbedrijf. QQMusic heeft eveneens een pilot gelanceerd onder de noemer ‘digitale albums’; wanneer het platform een album online zet dat 
uitgebreid is gepromoot, wordt het eerst in een betaalzone geplaatst voordat het na twee of drie maanden in de algemene catalogus wordt 
opgenomen.

    Deze manier van functioneren begint zijn vruchten af te werpen. Toen de originele opname van 
Fast & Furious 8 uitkwam bij QQMusic, verkocht de site binnen een week meer dan een miljoen digitale kopieën. Andy Ng: ‘Jonge Chinezen geven graag een paar dollar uit om de artiesten te steunen van wie ze fan zijn.’ Volgens DCCI is meer dan 90 procent van de gebruikers van QQMusic jonger dan 28 jaar. Ten slotte moet nog worden opgemerkt dat Tencent niet alleen actief is op muziekgebied: het bedrijf houdt zich ook bezig met live videostreaming, sinds 2016 een ware rage onder Chinese internetgebruikers. Het bedrijf Iresearch Consulting schatte de markt hiervoor onlangs op ongeveer 20,8 miljard yuan (2,65 miljard euro). Ook speelt Tencent in op de karaokeverslaving van de Chinezen. De app WeSing, waarmee je kunt meezingen met je smartphone en de opnames 
kunt delen met vrienden of onbekenden, heeft inmiddels een stevige plek op de markt veroverd 
met 460 miljoen gebruikers.

    Auteur: Huang Liang
    Vertaler: Peter Bergsma

    Qiangzhan Wang
    China | qianzhan.com

  • China wil niet langer het afvoerputje van de wereld zijn

    China wil niet langer het afvoerputje van de wereld zijn

    Begin dit jaar is China gestopt met het importeren van 24 soorten afval uit het Westen, die het vroeger recyclede. Zoals wordt aangekondigd in dit verhaal uit augustus 2017 wil het land zich meer gaan toeleggen op milieubescherming en het hergebruik van eigen afval.

    Op 28 maart 2005 verscheepte het Britse afvalverwerkingsbedrijf Grosvenor Waste Management in Kent duizend ton ‘schoon oud papier’, verdeeld over vijftig containers. Het schip vertrok vanuit de haven van Felixstowe en begon aan een lange reis over de Atlantische Oceaan en daarna via het Panamakanaal, met als eindbestemming China.

    Maar het enorme containerschip had nauwelijks 163 mijl afgelegd of het werd aangehouden door de Nederlandse politie. Na het openmaken van de containers constateerde deze dat die met vervuild en ongesorteerd afval waren gevuld, zoals plastic zakken, batterijen, blikjes en oude kleren. Het schip mocht zijn reis niet vervolgen en werd naar de haven van Rotterdam begeleid. [Toen Grosvenor in 2007 in Groot-Brittannië werd aangeklaagd wegens illegale export van niet-recycleerbaar afval, bekende het bedrijf schuld en betaalde een boete van 55.000 pond.] Deze verrassingscontrole opende de Chinezen voor het eerst de ogen voor de ‘commerciële bedoelingen’ van bepaalde individuen op het gebied van recycling van buitenlands afval.

    De affaire is inmiddels twaalf jaar geleden, maar het kat-en-muisspel gaat door: containerschepen met duizenden tonnen vast afval verlaten de havens en als ze bij de Chinese kust arriveren weten ze aan de waakzaamheid van de douaniers te ontsnappen dankzij valse verklaringen, door de frauduleuze lading achter andere producten te verstoppen of door de douane simpelweg te omzeilen.

    De import van bepaald vast afval is toegestaan op Chinees grondgebied. Dan gaat het om producten die transformeerbaar zijn tot industriële grondstoffen: gebruikt plastic, papier en karton, rubberproducten of slakken die overblijven na het smelten van edelmetaal. Maar ook afval dat niet geïmporteerd mag worden, mag zich in een warme belangstelling verheugen.

    Buitensporige winsten

    Volgens het Institute of Scrap Recycling Industries (ISRI), een overkoepelend orgaan van Amerikaanse recyclingbedrijven, importeerde China in 2016 het equivalent van 5,6 miljard dollar aan gebruikte metalen uit de Verenigde Staten. En 155.000 Amerikaanse banen zijn afhankelijk van de export van afval naar China, zegt Robin Wiener, de voorzitter van ISRI.

    China is momenteel de grootste importeur ter wereld van vast afval, met jaarlijkse volumes die overeenkomen met 56 procent van de wereldproductie van dit afval. In 2016 importeerde het land bijvoorbeeld 7,3 miljoen ton plastic, met een waarde van 3,7 miljard dollar.
    Deze gigantische commerciële mogelijkheden zijn koren op de molen van weinig scrupuleuze lieden. Volgens een onderzoek van een internationale organisatie zou er vanuit ontwikkelde landen elk jaar 50 miljoen ton gevaarlijk afval worden verscheept naar ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika, waarbij China het voornaamste slachtoffer is.

    Onderzoek door diverse media naar illegaal geïmporteerd afval in China heeft de volgende cijfers opgeleverd: hiervoor wordt 114 euro per ton berekend, waarvan 8 dollar voor de tussenpersoon. Na bijtelling van verdere kosten, met name de importheffingen, draaien de reële kosten per ton illegaal afval rond de 1000 à 1100 yuan (125 à 140 euro). En in gesorteerde vorm levert oud papier ongeveer 2000 yuan (250 euro) per ton op, plastic zoals water- en melkflessen tussen de 7000 en 10.000 yuan (900 à 1300 euro) en aluminiumproducten zoals blikjes rond de 4000 yuan (500 euro).

    In de sector van textielrecycling zijn de winsten nog buitensporiger. Chinese handelaren kopen illegaal geïmporteerd buitenlands afval voor tussen de 100 en 200 yuan per ton als het voornamelijk uit gebruikte kleren bestaat. Als het vervolgens goed is gesorteerd, kunnen ze het doorverkopen voor 2 yuan per kilo. En ook als je het arbeidsloon ervan aftrekt, blijft er nog een enorme marge over. Zelfs als bijna de helft van de oude kleren uiteindelijk niet verkoopbaar blijkt en eindigt in de vuilnisbak, weten deze handelaren over het algemeen hun inkoopprijs te vertienvoudigen.

    Arbeiders verwerken vuilnis bij de plaats Taicang aan de rivier Jangtsekiang. – © Getty Images
    Arbeiders verwerken vuilnis bij de plaats Taicang aan de rivier Jangtsekiang. – © Getty Images

    Hoe kunnen de verschillende schakels van deze illegale importketen bestaan? Hoe functioneert het allemaal?

    Op het gebied van vast afval kennen de ontwikkelde landen in Europa en Amerika sterk uiteenlopende regelingen, maar de controle op de export ervan kenmerkt zich over het algemeen door een zekere laksheid. Zo is de procedure om afval uit het Verenigd Koninkrijk te exporteren uiterst simpel.

    Stap 1: een vergunning krijgen (moeilijkheidscoëfficiënt: 1).
    Hoewel de Britse wet de export van vervuild afval als illegaal aanmerkt, is de export van ‘gemengd’ recycleerbaar afval geen enkel probleem. De bedrijven, die aan geen enkele speciale controle worden onderworpen, hoeven alleen maar het etiket ‘oud papier’ op de balen afval te plakken om gemakkelijk de benodigde vergunning te verkrijgen.

    Stap 2: een containerschip vinden (moeilijkheidscoëfficiënt: 1).
    Volgens statistieken van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt wereldwijd 85 procent van de verhandelde goederen (in termen van waarde) over zee vervoerd. Gezien het tekort op de handelsbalans van de westerse landen met China is er aan schepen geen gebrek!

    Volle lading afval

    Een groot deel van de in China geproduceerde goederen wordt naar Europa of Amerika geëxporteerd, maar het gebeurt maar zelden dat een schip met een lading van gelijke waarde naar China kan terugkeren. Als deze schepen leeg terugvaren, is dat pure verspilling. ‘Het is gebruikelijk dat containerschepen met een volle lading afval naar China terugvaren,’ zegt Ben Bredshaw, de voormalige Britse staatssecretaris van Milieu.

    China heeft al lange tijd een groot overschot op de handelsbalans met de ontwikkelde landen (in 2017 was het overschot met de Verenigde Staten 246 miljard dollar en 127 miljard met de Europese Unie). Dit verklaart het ontstaan van een grijze zone van illegale afvaltransporten, om de containerschepen maar niet leeg te laten terugkeren.

    In China is het sorteerproces nog niet up-to-date en wordt er bovendien de hand mee gelicht. Zodoende zijn de kosten van het inzamelen en recycleren van afval hoog, een andere reden waarom de illegale afvalimport een hoge vlucht heeft genomen. Omdat de Chinese bevolking zich nog onvoldoende bewust is van het belang van afvalscheiding, zitten er veelvuldig huishoudelijke resten tussen het ingezamelde afval en zelfs weggegooide geneesmiddelen tussen het oud papier en de plastic voorwerpen. Bovendien hebben de kleine ambulante inzamelaars, die een belangrijke schakel zijn in de afvalverwerkingsketen, niet bijster veel kennis van sorteertechniek. Dat alles heeft directe gevolgen voor de kosten en de kwaliteit van de recyclage in China.

    Zoals we hebben kunnen constateren, is het kostbare en weinig herbruikbare karakter van het Chinese afval reden voor veel chemische bedrijven om liever met buitenlandse leveranciers in zee te gaan. ‘Het kost maar zo’n 1400 yuan om (legaal) een ton plastic te importeren dat aan de normen voldoet, tegen 5000 yuan voor een ton Chinees plastic,’ constateert een van onze ondervraagden verbitterd.

    Waarom zou je de import van dit afval willen verbieden dat beantwoordt aan een vraag van de industrie en andere ondernemingen, en dat de containerschepen maar al te graag willen vervoeren?

    Op 27 juli 2017 heeft het directoraat-generaal van de Raad van Buitenlandse Zaken het ‘Plan voor het verbod op de import van bepaald afval en de bevordering van een hervormingssysteem voor de controle op vast afval’ gepubliceerd. Daarin werd het verbod voorzien, uiterlijk eind 2017, ‘op alle import van vast afval dat een belangrijk risico vormt voor het milieu en de volksgezondheid, zoals plastic huishoudafval, ongesorteerd oud papier, bepaalde textielsoorten en afval dat afkomstig is uit de productie van staal (dat met name vanadiumresten bevat). Eind 2019 wil China een eind hebben gemaakt aan de import van vast afval en die hebben vervangen door plaatselijke producten.’

    Maar waarom zou je de import van dit afval willen verbieden dat beantwoordt aan een vraag van de industrie en andere ondernemingen, en dat de containerschepen maar al te graag willen vervoeren?

    Dit besluit laat zich vooral verklaren vanuit de wens om het milieu te beschermen, want degenen die zich bezighouden met de verwerking van illegaal geïmporteerd afval dragen onvoldoende zorg voor ecologische recyclage. Volgens ons onderzoek gaat het vaak om vervuilende bedrijven, die op een anarchistische wijze te werk gaan en de regels aan hun laars lappen. Soms hebben ze niet eens zuiveringsinstallaties en wordt de naaste omgeving ernstig vervuild door hun uitstoot. Ook kan het illegaal geïmporteerde afval schadelijke giftige substanties bevatten zoals bacteriën, waarmee het personeel van de betrokken bedrijven rechtstreeks kan worden besmet.

    Op 18 juli jongstleden heeft China de Wereldhandelsorganisatie officieel te kennen gegeven dat het vóór eind 2017 wilde stoppen met de import van 24 soorten afval van vier verschillende klassen. In de brief die aan de WTO werd gestuurd, meldde de Chinese minister van Milieu: ‘Wij constateren dat grote hoeveelheden vervuild en gevaarlijk afval worden vermengd met recycleerbaar vast afval, wat voor China ernstige milieuvervuiling met zich meebrengt. Om het milieu en de volksgezondheid te beschermen moet de lijst van vast afval waarvan de import is toegestaan dringend worden herzien en moet de export van het meest vervuilende vaste afval naar ons grondgebied worden verboden.’

    Auteur: Yuan Yuan
    Vertaler: Peter Bergsma

    Guoji Jinrong Bao
    China | ifnews.com

    Dit financiële blad maakt deel uit van de Renmin Ribao (People’s Daily)-groep, het orgaan van de Chinese Communistische Partij.

    CONTEXT: Afvalverbod

    Sinds 1 januari verbiedt China de import van 24 categorieën vast afval, waaronder karton, ongesorteerd papier, bepaalde residuen van ijzer- of staalproductie, bepaalde textielsoorten zoals wol en katoen en acht soorten plastic, zoals folie, PVC en PET. Ook wordt de strijd tegen smokkelhandel opgevoerd door middel van meer douanecontrole en controle van recyclingbedrijven. Jarenlang heeft China zijn economische groei bevorderd met de massale import van afval, dat tot grondstoffen werd verwerkt. Maar nu het land met enorme milieuproblemen wordt geconfronteerd, wil het zijn sorteer- en recyclingketens verder ontwikkelen om de inhoud van zijn eigen vuilnisbakken te kunnen verwerken.

  • Donald Trump in Azië: 
een president zonder strategie

    Donald Trump in Azië: 
een president zonder strategie

    Donald Trumps recente twaalfdaagse rondreis door Azië verliep zonder grote incidenten. Ook sloot de Amerikaanse president een tiental lucratieve deals. Maar hij kon niemand duidelijk maken hoe hij denkt te reageren op de toenemende macht van China

    Na een voor hem ongekend vertoon van diplomatie tijdens zijn driedaagse bezoek aan Beijing, was Donald Trump een paar dagen later op de Asia-Pacific Economic Cooperation-top in Vietnam weer zijn vertrouwde zelf. In een felle en confronterende toespraak in Da Nang beschuldigde hij landen in de regio van handelsmisbruik dat de VS niet langer zouden tolereren, en betoogde hij dat in zijn beleid America altijd first zou zijn. De toon stond in schril contrast tot die van de Chinese president Xi Jinping. Hij sprak na Trump en steunde onomwonden de globalisering. ‘Openheid leidt tot vooruitgang, en wie zich op zichzelf blijft richten, zal achterblijven,’ zei Xi.

    De Aziatische landen, beducht voor de oplopende rivaliteit tussen ’s werelds twee grootste economieën, volgden Trumps eerste bezoek aan China nauwlettend. Tot veler verrassing verliep het verblijf van de Amerikaanse president in Beijing probleemloos en rustig. In plaats van het verwachte diplomatieke getouwtrek over Noord-Korea, de handel, Taiwan en de Zuid-Chinese Zee, sprak Xi vleiende woorden over Trump. Ook sloot China meer dan tien zakelijke overeenkomsten met de VS, ter waarde van ruim 250 miljard dollar, in een poging om Trumps onvrede over Amerika’s handelstekort met China te sussen.

    Volgens lokale waarnemers kan de goede persoonlijke band tussen Xi en Trump op korte termijn zeker van nut zijn voor de Chinees-Amerikaanse betrekkingen. Maar op langere termijn zullen die betrekkingen volgens hen in het teken staan van de relatieve neergang van de VS en de opkomst van China. ‘De strijd om invloed in Azië is ontbrand en zal waarschijnlijk feller worden,’ vertelt Timothy Heath, internationaal defensiespecialist bij de RAND Corporation. ‘De toekomst van de mondiale economie ligt in Azië en de VS kunnen het zich niet veroorloven die regio te negeren. De opkomst van China biedt de regio kansen op economische bloei, zoals de Nieuwe Zijderoute, Xi’s persoonlijke initiatief met betrekking tot de wereldhandel en de ontwikkeling van de infrastructuur, maar zorgt bij veel buurlanden ook voor angst en ongerustheid. ‘De VS zullen een belangrijke speler blijven bij het bewaren van de vrede en de stabiliteit in een regio met een geschiedenis vol animositeit en onzekerheid,’ zegt Heath.

    Machtsevenwicht veranderd

    Volgens analytici heeft Beijings toegenomen assertiviteit onder Xi het machtsevenwicht veranderd. ‘Jarenlang volgden veel landen in de regio een dualistische benadering van “aankloppen bij China voor de economie en aankloppen bij de VS voor de veiligheid”, aldus Alexander Vuving, Chinadeskundige aan het Daniel K. Inouye Asia-Pacific Centre for Security Studies in Honolulu. ‘Maar die tactiek werkt niet meer. Landen in de regio moeten op zoek naar een nieuwe regionale veiligheidspolitiek.’

    ‘Beijing maakt zich vooral zorgen over de door de VS geleide vierpartijencoalitie tegen China,’ verklaart Pang Zhongying, een in Beijing gevestigde deskundige op het gebied van de internationale politiek. ‘Dat roept bij Beijing slechte herinneringen op aan de tegen China gericht Aziëstrategie van voormalig president Obama – zij het nu onder een andere naam.

    De herleving van die vierpartijencoalitie – de VS, India, Japan en Australië – die zo’n tien jaar geleden ontstond, is het meest recente voorbeeld van een nieuwe strategische coalitievorming die als tegenwicht moet dienen voor China’s militaire en economische invloed. Japan is de meest uitgesproken aanhanger van het initiatief; India en Australië werden recent pas enthousiast toen China de door de VS geleide wereldorde begon te tarten.

    Australische politici hebben herhaaldelijk gewaarschuwd tegen vermeende pogingen van China om de Australische politiek te beïnvloeden, en tegen China’s expansiepolitiek met betrekking tot het oude geschil om de Zuid-Chinese Zee. ‘Het recente conflict tussen China en India over het Doklamplateau in het Himalayagebergte was ook een waarschuwing voor New Delhi,’ zegt Diyesh Anand, Chinadeskundige aan de Londense Westminster University. ‘Het lijkt erop dat China’s ontevreden buren, zoals India en Japan, niet langer zwijgend zullen toezien, maar de banden met de VS en met elkaar zullen aanhalen.’

    De Trump-bar in Da Nang, Vietnam. Eigenaar Nguyen Ha Anh Tuan (32) houdt van de reuring die Trump veroorzaakt en hoopt dat die overslaat naar zijn etablissement. – © Linh Pham / Getty
    De Trump-bar in Da Nang, Vietnam. Eigenaar Nguyen Ha Anh Tuan (32) houdt van de reuring die Trump veroorzaakt en hoopt dat die overslaat naar zijn etablissement. – © Linh Pham / Getty

    Veel kleine landen in Zuidoost-Azië stellen zich juist voorzichtiger op en proberen zich afzijdig te houden van de grote geschilpunten, zo luidt de analyse van Jay Batongbacal, zeerechtdeskundige aan de University of the Philippines. Maar ook hun relatie met China is gespannen. Volgens veel analytici ligt het keerpunt in Beijings relatie met zijn buren in 2010. Toen bitste de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Yang Jiechi zijn Singaporese collega toe: ‘China is groot en de andere landen zijn klein, dat is een feit.’

    Ook het kleine Vietnam ondervond hoe het is om door China te worden geïntimideerd. Het land spreekt zich al enige tijd duidelijk uit tegen de Chinese claim op de Zuid-Chinese Zee. Op Vietnams onafhankelijkheidsdag, begin september, hield China een militaire oefening vlak voor de Vietnamese kust. Omdat Hanoi economisch afhankelijk is van China, was er weinig dat men kon doen. ‘Vietnam heeft geen opties meer,’ vertelt Vuving. ‘Het land wendde zich tot de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen. Maar als puntje bij paaltje komt zijn de VS, Japan en India de enige die Vietnam kunnen helpen enig tegenwicht te bieden tegen de Chinese invloed.’

    Volgens analytici heeft het feit dat Azië niet echt stabiel is en dat de meeste regeringen in de regio elkaar niet echt vertrouwen, bijgedragen aan de spanningen en toenemende rivaliteit tussen China en de VS. Trumps buitenlandpolitiek, verstoken van elke consistente, allesomvattende strategie, heeft de afname van de invloed van de VS in de regio versneld, bondgenoten en partners van zich vervreemd en China de vrije hand gelaten bij het vergroten van zijn regionale dominantie.

    ‘Xi veroordeelt de westerse liberale waarden en stelt China als het grote voorbeeld voor andere staten’

    Carlyle Thayer, defensiespecialist aan de University of New South Wales in Sydney, legt uit dat in de ogen van Zuidoost-Aziatische landen Trump met zijn isolationistische politiek in feite het leiderschapsstokje heeft overhandigd aan Xi en het signaal heeft afgegeven dat de naoorlogse periode van de Amerikaanse dominantie snel ten einde komt. ‘De Verenigde Staten hebben weinig aan hun militaire dominantie ten opzichte van China als leiderschap en strategie ontbreken om deze te gebruiken ter ondersteuning van een op regels gebaseerde regionale en wereldorde,’ zegt hij. ‘Xi is in dat gat gestapt. Hij veroordeelt de westerse liberale waarden en stelt China als het grote voorbeeld voor andere staten.’

    Volgens veel analytici hebben – ondanks het feit dat negen op de tien Amerikanen nog steeds voorstander is van een sterk mondiaal leiderschap van Washington – Trumps minachting voor multilaterale handelsovereenkomsten en zijn koerswijziging met betrekking tot verplichtingen aan bevriende naties en bondgenoten, wereldwijd een ongekende strategische onzekerheid veroorzaakt. ‘Een onderbezet, ondergefinancierd en gedemoraliseerd ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Amerika’s slagkracht in de regio verkleind,’ aldus Jeffrey Kingston, hoofd Asian Studies aan de Japanse Temple University. Dat standpunt wordt ondersteund door cijfers van de American Foreign Service Association, de vereniging die diplomaten vertegenwoordigt. Die waarschuwde onlangs dat de rangen van Amerika’s meest ervaren diplomaten met duizelingwekkend snelheid uitdunnen: 60 procent van de Career Ambassadors heeft de dienst verlaten sinds Trump in januari president werd. ‘De leegloop van zo veel ervaren ambtenaren heeft een ernstig, direct en concreet effect op het vermogen van de VS om de wereldgebeurtenissen vorm te geven,’ aldus Barbara Stephenson, directeur van de bovengenoemde Association.


    Zuid-Koreaanse waarnemers zeggen dat de recente ontspanning in de relatie tussen China en Zuid-Korea met betrekking tot het Amerikaanse Terminal High Altitude Area Defence (THAAD)-antiraketsysteem een reusachtige geopolitieke stap voorwaarts is voor China in de strijd met de VS om het leiderschap in de regio. Dr. Seong-Hyon Lee, onderzoeker aan het Sejong Institute in Zuid-Korea, zegt het zo: ‘De VS en China staan aan het begin van een periode van ‘structurele competitie’. In feite ging het THAAD-geschil vooral om de rivaliteit tussen de VS en China in de regio.’

    Tijdens zijn recente bezoek aan de VS uitte premier Lee Hsien Loong van Singapore zijn zorgen over de toenemende wedijver tussen China en de VS. ‘Het is voor een klein land nooit makkelijk om een groot buurland te hebben,’ zei hij. ‘Als er spanningen zijn tussen Amerika en China, wordt ons gevraagd om partij te kiezen.’ En dat is iets wat Singapore niet wil doen, volgens Lee.

    Net als Lee is de Filipijnse president Rodrigo Duterte erop gebrand om te bewijzen dat kleine landen ook een belangrijke machtsfactor kunnen worden met gelijkwaardige, vruchtbare relaties met alle grootmachten, vooral met China en de VS. Maar er zal altijd een diepgeworteld wantrouwen blijven bestaan ten aanzien van Beijings intenties. Niet alleen vanwege China’s toenemende concurrentie met de VS, maar ook vanwege China’s geringe politieke transparantie en de repressieve praktijken in eigen land. ‘Aziatische waarnemers denken dat de manier waarop Chinese leiders hun eigen volk behandelen laat zien hoe ze met de buurlanden zullen omgaan als China dominant wordt in Azië,’ legt Robert Sutter uit, een deskundige op het gebied van buitenlandse politiek aan de George Washington University in de Amerikaanse hoofdstad.

    Gelijkwaardige partner

    Nadat hij Beijing heeft omschreven als het opkomende alfamannetje in Azië, zegt Seong-Hyon Lee dat Beijing wat harder zijn best moet doen om bij zijn buren respect af te dwingen en de weerstand te laten afnemen. Maar dat ze daar nog steeds niet lijken te weten wat ‘soft power’ inhoudt.

    Daar is Batongbacal het mee eens. Volgens hem stuit Xi’s veelgeprezen Zijderouteplan ook op kritiek vanwege het gebrek aan waarborgen. ‘Men is bang dat het alleen een oude imperialistische strategie in een glimmend nieuw jasje zal blijken te zijn. China is tot voor kort altijd naar binnen gericht geweest. Dat staat haaks op de internationale structuur van de wereldorde waarin het land een plek zoekt.’

    Maar net als veel andere deskundigen spreekt Batongbacal de hoop uit dat de consolidatie van Xi’s macht een keerpunt kan zijn. ‘Als China ervoor kiest om zichzelf boven de rest van de regio te plaatsen, omdat het meent hogere rechten en aanspraken te hebben, jaagt het land zijn buren tegen zich in het harnas. Pas als het zich opstelt als gelijkwaardige partner in een samenwerking met wederzijdse voordelen, zal het worden geaccepteerd als leider van een gemeenschap van naties.’

    Auteur: Shi Jiangtao
    Vertaler: Paul Bruijn

    South China Morning Post
    China (Hongkong) | dagblad | oplage 261.000

    Deze Engelstalige krant, die banden heeft met het zakenmilieu van de Britse oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische ontwikkelingen in de regio.