Tag: democratie

  • Trump zal in zijn tweede termijn veel gevaarlijker zijn

    Trump zal in zijn tweede termijn veel gevaarlijker zijn

    Voormalige adviseurs van Trump hebben gewaarschuwd voor het gevaar dat hij vormt voor de democratie. Ze stellen dat hij de grondwet niet respecteert en openlijk verlangt naar absolute macht. Toch kozen miljoenen Amerikanen opnieuw voor hem.

    Keuze uit het archief

    Het eerste regeringsjaar van Donald Trump zit erop. Oud-adviseurs van hem waarschuwden al geruime tijd voor de gevaren die een nieuwe termijn van Trump voor de VS met zich mee zou brengen. Toch namen veel kiezers de waarschuwingen met een korrel zout, zodat Trump met ruime cijfers herkozen werd. Wie de voorspellingen in deze analyse van The Los Angeles Times leest, kan na een jaar Trump moeilijk nog ontkennen dat de adviseurs de waarheid spraken.

    Donald Trumps voormalige stafchef van het Witte Huis, generaal buiten dienst John Kelly, verbrak een lang stilzwijgen en bestempelde zijn voormalige baas als een man die voldoet aan ‘de algemene definitie van een fascist’. De conservatieve, doorgaans zwijgzame Kelly voelde zich geroepen om zich uit te spreken nadat Trump de voormalige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi, senator Adam Schiff en andere Democraten ‘vijanden van binnenuit’ had genoemd en had gezegd dat hij het leger de straat op zou sturen om de oppositie de kop in te drukken. ‘Het leger inzetten om achter Amerikaanse burgers aan te gaan… dat is een heel slechte zaak,’ zei Kelly tegen The New York Times. ‘Zelfs al zou je het alleen maar zeggen voor politiek gewin, om verkozen te worden, dan nog vind ik het een heel slechte zaak.’

    Kelly was niet de enige voormalige medewerker van Trump die waarschuwde dat de codes voor het gebruik van nucleaire wapens niet aan de Republikeinse kandidaat moeten worden toevertrouwd. Tientallen mensen die eerder op hoge posities werkten in de regering-Trump hebben zich uitgesproken. Generaal Mark Milley, voormalig voorzitter van de gezamenlijke stafchefs, noemde hem ‘een fascist in hart en nieren… de gevaarlijkste man voor het land’. Voormalig nationaal veiligheidsadviseur John Bolton zei dat Trump ‘ongeschikt was voor het presidentschap’. Trump ‘heeft nooit geaccepteerd dat hij niet de machtigste man ter wereld was – en met macht bedoel ik de mogelijkheid om alles te doen wat hij wilde en wanneer hij maar wilde,’ aldus Kelly.

    Hebben deze waarschuwingen van gezaghebbende personen – eminente figuren die ooit door Trump in hoge functies werden benoemd – enig effect gehad op zijn kiezers, nu de verkiezingsdag nadert? Voor zover we het kunnen beoordelen niet.

    Verdeeldheid

    Lezers van deze column zal het niet verbazen dat ik het van harte eens ben met Kelly, Milley, Bolton en anderen: Trump is een gevaar voor onze democratie. Hij begrijpt noch respecteert de Grondwet. Hij verlangt er openlijk naar om te regeren zoals Xi Jinping in China en Vladimir Poetin in Rusland dat doen, als een alleenheerser die aan niemand verantwoording hoeft af te leggen. ‘Hij regeert met ijzeren vuist over 1,4 miljard mensen,’ zei hij eens bewonderend over Xi.

    Trump geniet van verdeeldheid en wreedheid. En zijn economische ‘programma’, dat neerkomt op enorme invoerheffingen plus het onbeperkt boren naar olie en gas, zou een ramp zijn. Waarom slaan miljoenen kiezers – onder wie, in de woorden van Trump, ‘heel fijne mensen’ – de waarschuwingen van figuren als Kelly, Milley en Bolton in de wind?

    Het afgelopen jaar heb ik tientallen Trump-stemmers horen beschrijven waarom ze achter hem blijven staan. Sommigen, zijn harde kern, zijn het eens met alles wat de voormalige president zegt, tot de grofste beledigingen aan toe. Anderen geven toe dat ze hun bedenkingen hebben bij Trumps stijl, maar zeggen dat ze hem steunen omdat ze hopen dat hij de welvaart en de lage inflatie van zijn eerste twee jaar als president zal kunnen terugbrengen.

    Velen zeggen dat Trump die dingen volgens hen niet écht zou willen – of kunnen – laten gebeuren

    Maar een derde groep, onder wie veel onafhankelijke kiezers en gematigde Republikeinen, is het meest verbijsterend. Zij hebben niet alleen een hekel aan Trumps stijl, ze maken zich ook zorgen over sommige van zijn standpunten: zijn wens om Obamacare te ontmantelen, zijn dreigementen om het leger in te zetten tegen binnenlandse tegenstanders, zijn lukrake importheffingen, zijn plan om duizenden ambtenaren te ontslaan en te vervangen door loyalisten. Maar velen zeggen dat Trump die dingen volgens hen niet écht zou willen – of kunnen – laten gebeuren.

    In een panel dat vorige week voor NBC News werd samengesteld door opinieadviesbureau Engagious, zei Kevin, een bouwtechnisch inspecteur uit Atlanta, dat hij bang was dat de importheffingen van Trump de prijzen voor consumenten zullen opdrijven. ‘Het is een slecht plan,’ zei hij. ‘Maar ik denk niet dat het er echt van zal komen. Ik denk dat het te veel geld gaat kosten. Het zal politiek te ingewikkeld zijn.’ Maar hij gaat waarschijnlijk toch op Trump stemmen, zei hij.

    Opiniepeilers noemen dit de ‘geloofwaardigheidskloof’ van Trump. Kiezers horen wat hij zegt, maar ze zwakken het af. Ze denken dat hij ‘het alleen maar zegt’ of dat iemand zijn wat buitensporigere ideeën wel zal tegenhouden. Maar aan dit soort redeneringen waarmee Trump-stemmers zichzelf geruststellen, kleven twee problemen.

    Geloofwaardigheidskloof

    Ten eerste heeft Trump al een staat van dienst als het gaat om pogingen om dergelijke dingen te doen. Hij probeerde Obamacare ongedaan te maken, maar een handvol gematigde Republikeinse senatoren stond dat in de weg. Hij vaardigde een decreet uit dat hem in staat zou stellen ambtenaren te vervangen door politiek benoemde personen, maar zijn termijn liep af voordat hij er gebruik van kon maken. En toen demonstranten zich voor het Witte Huis verzamelden, drong hij er bij militaire functionarissen op aan het leger in te zetten en demonstranten in de benen te schieten – maar generaal Milley en minister van Defensie Mark Esper hielden hem tegen.

    ‘Als hij begint over het inzetten van het leger… dan denk ik dat we dat heel serieus moeten nemen,’ zei Olivia Troye, een voormalig medewerker van Trumps vicepresident Mike Pence, onlangs tegen mijn collega Noah Bierman. ‘Hij had het er zelfs over om Amerikanen neer te schieten. Ik was erbij, ik was daar getuige van.’

    Het tweede probleem van de geloofwaardigheidskloof is dat als Trump terugkeert in het Witte Huis, de kans groter is dat hij dit keer wel zijn zin krijgt. Hij heeft vaak geklaagd dat hij in zijn eerste termijn een fout heeft gemaakt door medewerkers als Kelly, Milley en Bolton aan te stellen, die het als hun plicht zagen de impulsen van de president in te tomen. Als hij een tweede termijn krijgt, zal hij zich omringen met mensen die zijn bevelen uitvoeren zonder lastige vragen te stellen.

    Als Trump zegt dat hij gelooft dat de grondwet hem ‘het recht geeft te doen wat ik wil als president’, dan meent hij dat

    Ook zal hij minder tegenstand krijgen van andere instituties. De Republikeinen in het Congres, die Trump af en toe in bedwang hielden toen hij president was, hebben de meeste gematigden uit hun gelederen verwijderd. Senator Mitt Romney gaat met pensioen. Senator Mitch McConnell, die af en toe Trump bekritiseerde, is niet langer de leider van zijn partij in de Senaat. Federale rechtbanken zullen hem misschien ook wat gunstiger gezind zijn, dankzij de rechters die Trump tijdens zijn eerste ambtstermijn heeft aangesteld.

    Dus gematigde Republikeinen en onafhankelijke kiezers die in de verleiding komen om op Trump te stemmen omdat ze hopen dat hij de belastingen zal verlagen of de economie zal verbeteren, zouden nog eens goed moeten nadenken over de risico’s. Als Trump zegt dat hij aanklagers op Joe Biden en ‘de Pelosi’s’ af zal sturen, dan meent hij dat. Als Trump zegt dat hij bedrijven als Amazon zal straffen als de standpunten van hun eigenaars hem niet aanstaan, dan meent hij dat. Als Trump zegt dat hij gelooft dat de grondwet hem ‘het recht geeft te doen wat ik wil als president’, dan meent hij dat. En deze keer zou hij beter weten hoe hij zijn wensen voor elkaar moet krijgen.

    Een tweede ambtstermijn van Trump zou geen vreedzame herhaling zijn van zijn eerste termijn; het zou veel erger worden, en daarvoor proberen zijn voormalige adviseurs ons te waarschuwen.

  • Is de opkomst van AI goed voor de democratie?

    Is de opkomst van AI goed voor de democratie?

    Algoritmes en kunstmatige intelligentie spelen een steeds prominentere rol in de politiek, van het bepalen van welke politieke advertenties we online te zien krijgen tot het analyseren van data om verkiezingsstrategieën te optimaliseren. Is dit een goede of een slechte ontwikkeling?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘Het wordt voor gewone mensen extreem moeilijk om een rationele, ideologische dialoog te voeren’

    ‘Algoritmes op sociale mediaplatformen zoals X, Facebook en TikTok bepalen nu wat mensen zien, geloven en uiteindelijk waar ze op stemmen’, schrijft Bimal Pratap Shah in The Kathmandu Times. ‘Als we niets doen om de invloed van AI in te perken, lopen we het risico democratische principes te verliezen.’ Volgens hem speelde AI een cruciale rol bij het bepalen van de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen van 2024.

    Dat komt mede doordat de algoritmes van sociale media steeds geavanceerder worden. ‘Mensen zijn zich er niet van bewust dat die onzichtbare kracht politieke gesprekken en beslissingen vormgeeft.’ Politieke advertenties, virale berichten en (nep)nieuws worden door het algoritme speciaal afgestemd op mensen die ze waarschijnlijk interessant vinden. Dit kan bestaande vooroordelen en angsten steeds verder aanwakkeren en versterken. ‘Het wordt voor gewone mensen extreem moeilijk om een rationele, ideologische dialoog te voeren. Simpel gezegd worden mensen overspoeld met informatie en daardoor kunnen ze geen rationele beslissingen nemen.’

    Maar de invloed van AI gaat verder dan algoritmes. Tijdens de campagne in aanloop naar de presidentsverkiezingen in de VS werden sociale media ‘overspoeld door generatieve AI-tools die hyperrealistische deepfake content konden maken om kiezers te misleiden’. Zelfs fact-checkers konden de snelheid van dergelijke AI-technieken volgens Shah niet bijhouden. Sommige socialemedianetwerken proberen met hun eigen systemen nepnieuws in te dammen, maar daar is tot nog toe weinig van terechtgekomen. ‘Ze begonnen AI-tools te gebruiken om misleidende inhoud te detecteren en te beperken, maar deze tools slagen er nog niet in om nieuwe vormen van misleiding te herkennen.’ Hij ziet het somber in. ‘AI-gestuurde inhoud zal alleen maar geavanceerder worden en het zal moeilijker worden om feiten van fictie te onderscheiden.’

    ‘Kiezers zijn nu overgeleverd aan algoritmes om hun wereldbeeld te vormen’

    Het meest verontrustende aan deze nieuwe realiteit is volgens Shah het groeiende gevoel van machteloosheid dat hierdoor ontstaat. ‘Kiezers, die al overweldigd worden door de constante informatiestroom, zijn nu overgeleverd aan algoritmes om hun wereldbeeld te vormen. De basis van democratische besluitvorming brokkelt af wanneer verkeerde informatie zich ongecontroleerd verspreidt.’ De grens tussen wat echt is en wat nep vervaagt steeds meer, waardoor ‘hulpeloze kiezers moeten navigeren door een politiek landschap dat meer een doolhof is geworden dan een plek met ruimte voor rationele debatten’.

    Het is een uitdaging om dit nieuwe probleem van algoritmische manipulatie in de politiek op te lossen, stelt de auteur. Sommigen roepen platforms op om transparanter te zijn over hoe hun algoritmes werken. Een andere suggestie is dat de overheid de algoritmen van sociale media reguleert, maar dit zou ook negatief kunnen uitpakken. ‘Die aanpak kan innovatie beperken of het moeilijker maken voor mensen om hun vrije mening te uiten.’ In de toekomst zal het volgens Shah een grote uitdaging zijn om de juiste balans te vinden tussen het beschermen van de integriteit van het publieke debat en het behouden van de vrijheid van meningsuiting.

    ‘De Amerikaanse verkiezingen van 2024 waren een herinnering aan de risico’s en gevaren van de groeiende invloed van AI op het politieke systeem.’ Shah gelooft dat de rol van sociale media en AI bij het vormgeven van de democratie alleen maar groter zal worden. ‘Als we de integriteit van onze verkiezingen willen behouden en ervoor willen zorgen dat het publieke debat gebaseerd blijft op de waarheid, moeten we de algoritmen temmen die ons politieke landschap vormgeven.’


    ‘AI-tools beloven de democratie rechtvaardiger te maken’

    Dat kunstmatige intelligentie de politiek gaat beïnvloeden, staat volgens Bruce Schneier en Nathan E. Sanders van WIRED vast. Maar dat wil niet zeggen dat het alleen om slechte ontwikkelingen gaat. ‘De Indiase premier Narendra Modi heeft AI gebruikt om zijn toespraken in realtime te vertalen voor zijn meertalige electoraat, en laat daarmee zien hoe deze vorm van intelligentie diverse democratieën kan helpen om meer inclusief te zijn’, schrijven ze. In Zuid-Korea hebben presidentskandidaten bij verkiezingscampagnes AI-avatars gebruikt om antwoord te geven op vragen van duizenden kiezers tegelijk. ‘We beginnen ook te zien dat AI-hulpmiddelen helpen bij fondsenwerving en het halen van stemmen. En AI-technieken beginnen traditionele enquêtemethoden te verbeteren, waardoor campagnes goedkoper en sneller gegevens kunnen verzamelen.’ Congreskandidaten zijn bijvoorbeeld begonnen met het gebruik van robotbellers om contact te leggen met kiezers en hen meer te betrekken bij politieke kwesties. 

    De redacteuren voorspellen dat deze trend zich in 2025 zal voortzetten. Niet omdat AI kundiger is dan mensen, maar omdat ‘de politiek competitief is en elke technologie die een voordeel kan bieden, zal worden gebruikt’. Ze wijzen erop dat de meeste lokale politieke kandidaten weinig financiële middelen hebben. ‘Die staan voor de keuze om ofwel geen hulp te krijgen, ofwel hulp van AI-tools te aanvaarden.’ In 2024 versloeg een Amerikaanse presidentskandidaat met vrijwel geen naamsbekendheid, Jason Palmer, Joe Biden in een zeer klein electoraat: de Amerikaanse Samoaanse voorverkiezing. Hij bereikte dit door gebruik te maken van AI-gegenereerde berichten en een online AI-avatar. ‘Ze beloven de democratie dus rechtvaardiger te maken.’ 

    Maar daar zetten ze een kanttekening bij. ‘Op nationaal niveau is het waarschijnlijker dat AI-hulpmiddelen de almachtigen nog machtiger maken. Mens plus AI verslaat over het algemeen AI alleen.’ Dat wil zeggen, hoe meer menselijk talent je hebt, hoe meer je effectief gebruik kunt maken van AI-hulp. ‘De rijkste campagnes zullen een AI-systeem niet de leiding geven, maar ze zullen wel AI gebruiken als dat hun voordeel oplevert.’

    ‘Het is belangrijk dat iedereen zich realiseert dat de output niet volledig objectief is’

    AI verschilt van traditionele computersystemen doordat de AI-systemen niet neutraal zijn. Omdat AI wordt ‘gevoed’ met data die door mensen zijn verzameld, kan het vooroordelen of subjectieve voorkeuren van mensen overnemen. ‘We zullen AI-systemen zien die geoptimaliseerd zijn voor specifieke partijen en ideologieën. Het is belangrijk dat iedereen kritisch kijkt naar AI en zich realiseert dat de output niet volledig objectief is, ongeacht wie de algoritmen heeft ontwikkeld.’

    Dit is nog maar het begin van een trend die zich de komende jaren over de hele wereld zal verspreiden. Maar iedereen, vooral AI-sceptici en degenen die zich zorgen maken over AI, moet volgens de auteurs erkennen dat AI élk aspect van de democratie gaat beïnvloeden. Politici en campagnes zullen AI-hulpmiddelen gebruiken als ze nuttig zijn. Dat geldt ook voor advocaten en politieke belangengroepen. Rechters zullen, om tijd te besparen, AI gebruiken om te helpen bij het opstellen van hun beslissingen en nieuwsorganisaties zullen AI gebruiken uit bezuinigsoverwegingen. 

    ‘Of dit leidt tot een betere democratie of een rechtvaardigere wereld valt nog te bezien’, schrijven ze. Het is volgens de auteurs van belang te blijven controleren hoe machthebbers deze tools gebruiken en tegelijkertijd te erkennen hoe ze de mensen met minder macht momenteel meer macht geven. ‘We moeten ervoor blijven pleiten AI-systemen te gebruiken om de democratie te verbeteren.’

  • Hoe de opwarming van de aarde en de opkomst van autocraten hand in hand gaan

    Hoe de opwarming van de aarde en de opkomst van autocraten hand in hand gaan

    Onderzoek toont aan dat de opwarming van de aarde een vruchtbare bodem kan vormen voor de opkomst van autoritaire leiders. ‘De versnellende klimaatverandering draagt sterk bij aan een groeiend gevoel van onzekerheid en ongelijkheid.’

    In november 2013 kwam een van de zwaarste tropische cyclonen uit de geschiedenis aan land op de Filipijnen. De storm, plaatselijk bekend als Super Typhoon Yolanda, teisterde het eiland met rukwinden van 235 km/u en een stormvloed waarbij het zeewater bijna zes meter hoger stond dan gebruikelijk, tilde rotsblokken ter grootte van limousines op alsof het plastic flesjes waren en gooide ze honderden meters verderop weer neer. Officieel zouden er 6300 mensen zijn omgekomen, maar het werkelijke dodental lag waarschijnlijk nog veel hoger.

    Rodrigo Duterte, toenmalig burgemeester van Davao City, haalde de krantenkoppen toen hij zo’n 650 kilometer reisde om een van de zwaarst getroffen gebieden van het land bezoeken, samen met een konvooi medische hulpverleners en zo’n 150.000 dollar in contanten. Hij zei dat hij de veiligheidstroepen had opgedragen te schieten op plunderaars die zouden proberen het konvooi tegen te houden. (‘Ik heb gezegd dat ze alleen op de voeten moesten schieten,’ verduidelijkte hij. ‘Die lui kunnen daarna toch protheses krijgen.’) Als presidentskandidaat bekritiseerde Duterte in 2016 zijn tegenstander, de voormalige minister van Binnenlandse Zaken, omdat die het geld uit het rampenfonds voor de schade van tyfoon Yolanda verkeerd zou hebben besteed. Hij behaalde een verpletterende overwinning.

    De tyfoon Yolanda ‘bood de Filipijnse presidentskandidaat een kans om gebruik te maken van de hulpeloosheid van de mensen’

    In de zes jaar die volgden, bewees Duterte dat zijn grove taal en voorkomen niet zomaar een onschuldige act waren. Hij voerde een meedogenloze oorlog tegen drugs waarin politie en burgerwachten – aangemoedigd door de president – maar liefst 30.000 mensen vermoordden, hij kondigde tweeënhalf jaar lang de staat van beleg af op een eiland met 22 miljoen inwoners, en hij ondertekende een wet die de politie ruime bevoegdheden gaf om verdachten zonder arrestatiebevel op te pakken en vast te houden.

    De tyfoon Yolanda ‘bood de Filipijnse presidentskandidaat Rodrigo Duterte een kans om gebruik te maken van de hulpeloosheid van de mensen en hun steun te verwerven’, aldus een econoom die bestudeert hoe stormen van invloed zijn op de democratie.

    Het afgelopen decennium heeft de wereld een akelige stoet Duterte-achtige kandidaten opgeleverd: politici die de grenzen van het aanvaardbare politieke discours hebben uitgewist, religieuze en etnische minderheden tot zondebok hebben gemaakt, de journalistiek hebben afgedaan als brengers van nepnieuws, hebben geprobeerd hun rivalen gevangen te zetten en democratische controlemechanismen hebben ondermijnd. In India, ook wel bekend als ‘de grootste democratie ter wereld’, heeft premier Narendra Modi moslims belasterd en de campagnebelofte ingelost om een hindoetempel te bouwen op de plaats van een door een meute hindoes verwoeste moskee. In Brazilië steunde voormalig president Jair Bolsonaro een wetsvoorstel dat inheemse stammen de controle over hun land zou ontnemen; ook beraamde hij – zonder succes – een coup om aan de macht te blijven nadat hij zijn herverkiezing had verloren. En in de Verenigde Staten scheidde voormalig president Donald Trump immigrantenkinderen van hun ouders en zette een horde aanhangers aan tot een aanval op het Capitool.

    Macht

    Geen van deze kandidaten kwam aan de macht na een uitzonderlijke natuurramp zoals tyfoon Yolanda; wel kwamen ze op in een tijd waarin klimaatverandering steeds zichtbaarder en schadelijker wordt en steeds meer mensen worden getroffen door steeds zwaardere stormen, perioden van droogte en bosbranden. Dit is misschien geen toeval. Hoewel het moeilijk te bewijzen is dat klimaatverandering heeft bijgedragen aan de opkomst van deze sterke mannen, hebben politicologen, economen en psychologen aanwijzingen gevonden dat de gevaren van de opwarming van de aarde mensen, en zelfs hele landen, in een autoritaire richting kunnen duwen.

    Als ze worden geconfronteerd met de dreiging van klimaatverandering ‘kunnen de meeste mensen in, ik noem waar wat, Hawaï niet zomaar bunkers gaan bouwen,’ zegt James McCarthy, hoogleraar economie, technologie en milieu aan de Clark-universiteit in Massachusetts. ‘Maar ze kunnen wel stemmen op mensen die beloven hun nationale belangen en hun economische belangen boven alles te stellen – mensen die beloven te proberen een toekomst te bewerkstellen die veel op het verleden lijkt.’

    Onderzoekers hebben al eerder ontdekt dat natuurrampen zoals overstromingen, droogte en bosbranden autoritaire leiders kunnen helpen hun macht te consolideren. (Er bestaan aanzienlijke raakvlakken tussen autocratieën – systemen waarin één enkele leider de absolute macht heeft – en autoritaire regimes, die worden gekenmerkt door een onbeperkte centrale macht en beperkte mensenrechten en politieke rechten). In de jaren dertig bijvoorbeeld gaf een orkaan in de Dominicaanse Republiek president Rafael Trujillo, die toen nog geen maand aan de macht was, de kans om de staat van beleg af te kondigen, de politieke oppositie uit te schakelen en monumenten ter ere van zichzelf op te richten.

    Afglijden

    Politiek wetenschappers zijn tot de theorie gekomen dat kiezers die geconfronteerd worden met fysieke, economische en sociale kwetsbaarheid, veiligheid zoeken in de vorm van leiders die beloven hulp te bieden door daadkrachtig op te treden. Uit een onderzoek naar verkiezingen in India bleek dat kiezers zittende partijen afstraffen wanneer het land overstroomt, tenzij die zittende partijen kordaat reageren op de ramp.

    Tot vrij recent beschikten onderzoekers die het verband tussen klimaatrampen en autoritaire regimes onderzochten alleen over casestudy’s, zoals Duterte en Trujillo. Er is altijd een complex van omstandigheden die leiden tot de opmars van een bepaalde leider – de Filipijnen hadden bijvoorbeeld al een lange geschiedenis van dictatuur achter de rug toen Duterte opkwam; casestudy’s kunnen daarom alleen suggereren dat er een verband bestaat tussen een ramp en de afbrokkeling van de democratie. Maar in 2022 ontwierpen economen in het Verenigd Koninkrijk en Australië een slimme studie waarmee ze probeerden aan te tonen dat natuurrampen zoals orkanen het afglijden naar een autoritair regime daadwerkelijk kunnen veroorzaken.

    De bedenkers kozen ervoor om te kijken naar eilandstaten, aangezien die een kans boden voor een ‘natuurlijk experiment’. Hoewel tropische cyclonen door de klimaatverandering gemiddeld heviger worden, zijn de hevigheid en de timing van individuele stormen willekeurig. Ook hebben stormen de neiging om een hele eilandnatie te treffen, in plaats van slechts één regio. Dit betekent dat je elke variatie in democratische omstandigheden na een storm redelijkerwijs kunt toeschrijven aan de storm.

    Een autocratie zou ‘kunnen toenemen’ naarmate de klimaatverandering rampen waarschijnlijker maakt.

    Eilandstaten die doorgaans niet door grote, verwoestende stormen worden getroffen, zoals IJsland en Singapore, dienden als controlegroep in het onderzoek. Door de gegevens van de stormen te vergelijken met een dataset die de democratie en autocratie in eilandstaten tussen 1950 en 2020 meet, ontdekten de auteurs dat stormen de scores van deze landen op het gebied van democratie in het daaropvolgende jaar met gemiddeld 4,25 procent verlagen. Ze noemden eilandstaten die aanhoudend dictaturen hebben gekend ‘stormautocratieën’ en voorspelden dat een autocratie ‘in de loop van de tijd zou kunnen toenemen’ naarmate de klimaatverandering rampen waarschijnlijker maakt.

    Habib Rahman, hoogleraar economie aan de Durham University Business School in het Verenigd Koninkrijk en hoofdauteur van het onderzoek, vertelt aan Grist dat dit volgens hem en zijn co-auteurs het eerste artikel is dat een causaal verband legt tussen natuurrampen en autocratisch leiderschap. ‘Ons artikel probeerde echt het gat in kennis op dit vlak op te vullen,’ zegt Rahman.

    Een causaal verband tussen klimaatverandering en autoritair gedrag is ook op veel kleinere schaal aangetoond in psychologische studies. In 2012 verdeelde een team psychologen Duitse en Britse studenten in twee groepen en vertelde hun dat ze meehielpen aan de ontwikkeling van een kennistest. Ze informeerden de helft van de vrijwilligers over enkele gevaren van klimaatverandering – bijvoorbeeld hoe temperatuurstijging, bosbranden en het smelten van gletsjers in de toekomst naar verwachting zullen verergeren. De andere helft kreeg ‘neutrale feiten’ te horen over het weer, de bossen en de economie van hun eigen land, zonder dat er iets over klimaatverandering werd gezegd. De vrijwilligers die informatie hadden gekregen over de gevaren van klimaatverandering, hadden – op een 10-puntsschaal die hun houding ten aanzien van verschillende demografische gegevens meet – een negatievere mening over gevaarlijke of gemarginaliseerde groepen, zoals terroristen, drugsverslaafden of fokkers van vechthonden. 

    Angst

    Vergelijkbare experimenten hebben aangetoond dat blootstelling aan bedreigende informatie over klimaatverandering de overeenstemming met collectieve normen, racisme en etnocentrisme verhoogt – kortom, dat ze mensen ertoe beweegt zich te identificeren met de groep waartoe ze behoren en groepen waartoe ze niet behoren te kleineren. Uit een recent onderzoek onder zo’n 1700 witte Britten bleek dat deelnemers die alarmerende informatie over klimaatverandering te horen hadden gekregen en het onwaarschijnlijk vonden dat hun land de klimaatverandering zou aanpakken, negatiever dachten over moslims en Pakistani dan een controlegroep die neutrale feiten te horen had gekregen.

    Deskundigen erkennen dat de effecten die in deze onderzoeken werden aangetoond klein waren en dat ze niet consistent zijn herhaald met verschillende groepen deelnemers. De informatie over klimaatverandering beïnvloedde enkel de mening van deelnemers over bepaalde groepen anderen. Bovendien voorspelt de reactie van mensen in een onderzoek niet noodzakelijkerwijs hun stemgedrag – waarbij miljoenen hun angst voor klimaatverandering juist uiten in een stem tegen autoritaire kandidaten. Maar Immo Fritsche, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Leipzig en medeauteur van drie van deze psychologische studies, denkt nog steeds dat dit onderzoek licht werpt op de psychologische gevolgen van een veranderend klimaat. ‘Ik denk dat dit een belangrijke aanvulling is op wat we weten over de subtiele gevolgen van dreigingen voor het menselijk denken; het gevoel van een soort katalyserend proces,’ aldus Fritsche.

    Om oorzaak en gevolg aan te tonen bevatte het onderzoek uit 2022 naar stormautocratieën en de psychologische studies van Fritsche controlegroepen. Helaas is er geen tweede planeet aarde die niet wordt beïnvloed door klimaatverandering om als controlegroep te dienen voor de bredere vraag of klimaatverandering autoritaire regimes over de hele wereld mogelijk maakt.

    ‘De versnellende klimaatverandering draagt sterk bij aan een groeiend gevoel van onzekerheid en ongelijkheid’

    Toch denkt hoogleraar McCarthy, die in 2019 een speciale uitgave van het tijdschrift Annals of the American Association of Geographers redigeerde over autoritarisme, populisme en het milieu, dat de alarmerende toename van dictators en aspirant-dictators in de afgelopen jaren laat zien dat deze hypothese het verdient om serieus te worden genomen. ‘Ik denk dat de versnellende klimaatverandering ongelooflijk sterk bijdraagt aan een groeiend gevoel van onzekerheid en ongelijkheid: angst voor de toekomst, angst dat de toekomst minder stabiel en veilig zal zijn dan het verleden, angst dat de wereld steeds meer verdeeld zal zijn in winnaars en verliezers en angst dat je de samenleving en de instituties niet kunt vertrouwen,’ zegt hij. Het is begrijpelijk dat mensen in reactie op deze angsten hun eigen veiligheid willen waarborgen. ‘In die context denk ik dat de aantrekkingskracht van de sterke man die eenvoudige antwoorden op ingewikkelde zaken belooft, eigenlijk heel logisch is.’

    McCarthy is het daarmee eens, ook al ontkennen aanhangers van veel sterke mannen – onder wie een derde van de Amerikanen die in 2020 op Trump stemden – dat er sprake is van klimaatverandering. ‘Ik denk dat mensen reageren op uitingen of effecten van klimaatverandering zonder die altijd als zodanig te herkennen,’ zegt hij. Miljoenen Amerikanen hebben de afgelopen jaren bijvoorbeeld te maken gehad met bosbranden, stroomuitval en een stijging van de verzekeringspremies – zaken die hun dagelijks leven en hun politieke ideeën beïnvloeden, of ze die nu wel of niet bewust toeschrijven aan klimaatverandering. Het is echter ook vermeldenswaardig dat allerlei extreemrechtse politieke partijen in Europa de klimaatverandering wel erkennen, en een harde aanpak van immigratie voorstaan als oplossing.

    Sommige academici hebben gewaarschuwd dat autoritaire staten, ongehinderd als ze zijn door democratisch toezicht of zorgen over mensenrechten, beter in staat zouden kunnen zijn dan liberale democratieën om doortastend te reageren op de bedreigingen die klimaatverandering met zich meebrengt. Zo heeft China meer faciliteiten voor hernieuwbare energie gebouwd dan welk ander land dan ook, maar deed het dit door gebruik te maken van dwangarbeid en door elke vorm van tegenspraak die de groene ontwikkeling zou kunnen vertragen te onderdrukken.

    Redding

    Het redden van de liberale democratie zou dus een kwestie kunnen zijn van bewijzen dat ze tegen de situatie opgewassen is. In de VS hebben sommige deskundigen betoogd dat het afschaffen van de filibuster om de Senaat democratischer te maken, het schrappen van het schuldenplafond om ambitieuze klimaatuitgaven mogelijk te maken en het aannemen van federale wetgeving om het stemrecht in het hele land te versterken een lange weg zouden zijn om autoritaire trends in de VS te keren. Anderen hebben gepleit voor hogere belastingen voor de rijken, om de gevoelens van toenemende ongelijkheid aan te pakken die sommige kiezers in de richting van populistische sterke mannen drijven.

    Het klimaatactivisme zou ook gebruik kunnen maken van de neiging van mensen om zich te identificeren met de eigen groep wanneer ze worden geconfronteerd met de bedreigingen die klimaatverandering met zich meebrengt – een eigen groep die zich kenmerkt door gedeelde waarden zoals sociale rechtvaardigheid en zorg voor het milieu, in plaats van door nationaliteit, ras of religie. ‘Als het waar is dat de dreigende klimaatverandering het collectief denken en handelen stimuleert,’ aldus Fritsche, dan is het mogelijk ‘dat mensen in het geval van dreigende klimaatverandering eerder bereid zijn om mee te doen aan gezamenlijke actie voor het klimaat en voor milieubescherming, als ze dit zien als normatief voor hun groep, voor hun land, voor hun generatie.’

    McCarthy dringt er bij mensen die zich zorgen maken over zowel klimaatverandering als autoritarisme op aan om de neiging te weerstaan de afbraak van de democratie te zien als onvermijdelijk naarmate de aarde verder opwarmt. ‘Doemdenken en nihilisme zijn politiek gezien een verschrikkelijke richting. Het is duidelijk een zichzelf vervullende stellingname,’ zegt hij. ‘Hoe erg het ook gesteld is met onze politiek en hoe moeilijk de dingen er op dit moment ook uitzien, politiek gaat uiteindelijk over wat mensen samen besluiten te doen.’

    ‘De toekomst is niet in beton gegoten,’ voegt hij eraan toe. ‘De toekomst is wat we ervan maken.’

  • Hoe WhatsApp de politiek hervormt

    Hoe WhatsApp de politiek hervormt

    Tegenwoordig domineren smartphones en apps de politieke communicatie. Dit heeft geleid tot nieuwe uitdagingen voor transparantie en ethiek. ‘Of het nu gaat om immigratiebeleid, inflatiebeleid of Israëlbeleid, de hamvraag zal zijn welke WhatsApp-groep de leiding heeft.’

    De uitoefening van openbaar gezag is altijd mede vormgegeven door de beschikbare technologieën. Van de drukpers tot de telegraaf, van radio tot e-mail, nieuwe uitvindingen drukten hun stempel op de manier waarop beslissingen worden genomen en door wie. Dit patroon zet zich voort in het tijdperk van de smartphone, die onmisbaar lijkt te zijn in het professionele leven van de hedendaagse ambtenaren en politici. ‘Je kunt tegenwoordig niet meer zonder,’ merkte de toenmalige premier Boris Johnson op tijdens de covid-19-pandemie, ‘ik moet in contact blijven met mensen.’ Zijn stijl van communiceren zou aan het licht komen toen Dominic Cummings zijn berichten lekte, waaronder een bericht waarin hij de minister van Volksgezondheid tijdens de pandemie Matt Hancock beschreef als ‘totaal f***ing kansloos’. Latere onthullingen uit die periode wekken de indruk dat het land wordt bestuurd via WhatsApp.

    Groot-Brittannië staat hierin niet alleen. De bezorgdheid over de macht van appjes reikt tot ver buiten de landsgrenzen. In Brussel hangt de schaduw van ‘Pfizergate’ boven de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni. Het schandaal gaat terug tot een artikel in The New York Times van april 2021, waarin werd beweerd dat de covid-vaccindeal van de EU met Pfizer tot stand was gekomen door een reeks berichten en telefoontjes tussen haar en de directeur van het bedrijf. ‘Die persoonlijke diplomatie speelde een grote rol in een deal,’ zei de krant. Het gerucht van één-op-éénonderhandelingen over zo’n belangrijke kwestie leidde tot oproepen, met name van de Europese Ombudsman, om de berichten openbaar te maken. Het verzuim van de Commissie om dit te doen leidde ertoe dat de ombudsman concludeerde dat er sprake was van wanbeheer, en er lopen nog altijd rechtszaken tegen de EC.

    Kritische discussies over bestuur door middel van berichten spitsen zich vooral toe op toegankelijkheid. Ambtenaren, zo lijkt het, doen belangrijke zaken op een manier die nauwelijks transparant zijn voor het publiek. Deze zorgen zijn terecht. Dat IM-diensten in handen zijn van grote particuliere bedrijven is een ander deel van het probleem. En dan zijn er nog de veiligheidskwesties die aan de orde zijn gesteld sinds president Barack Obama zijn Blackberry meenam naar het Witte Huis. 

    Maar het gaat er ook om hoe belangrijke beslissingen op het moment zelf worden genomen. Als discussies zich verplaatsen van de vergaderzaal naar de virtuele ruimte van de chatgroep, begeven ze zich in een wereld van verhoogde informaliteit en vage ethische grenzen.

    Gênante details

    Laten we eens kijken naar bepaalde kenmerken van de technologie. In tegenstelling tot een fysieke vergadering is communicatie via berichten een vorm van interactie zonder vast begin of einde. Gesprekken beginnen op initiatief van één partij en worden gekenmerkt door snelle reacties. Een voorbeeld in Spanje op het hoogtepunt van de pandemie maakte de risico’s duidelijk. De burgemeester van Madrid, José Luis Martínez-Almeida, zou in een korte WhatsApp-uitwisseling rond 1 uur ’s nachts op 24 maart 2020 overeenstemming hebben bereikt over medische benodigdheden. Eén raadslid werd uitgesloten omdat hij zijn telefoon niet controleerde, anderen klaagden dat overhaast tot de overeenkomst was gekomen. Gênante details over het overleg kwamen al snel aan het licht: bij de deal was een familielid van de burgemeester betrokken, de leveringen waren te duur en er werden exorbitante commissies in rekening gebracht, redenen waarom het contract werd gehekeld als ‘oplichting’ ten koste van de stad. Almeida gaf toe dat het een vergissing was, maar verdedigde de acties van de raadsleden in een tijd waarin het zo moeilijk was om aan schaarse middelen te komen. Een anticorruptiezaak tegen de leveranciers werd later door de rechtbank onderzocht.

    Het spontane karakter van instant messaging betekent dat de betrokkenen vaak uit een andere activiteit worden gehaald of op een informeel moment worden benaderd. Deze manier van communiceren is direct en afleidend. Natuurlijk hangt veel af van hoe de technologie wordt gebruikt. Niet iedereen sms’t in zijn pyjama of kijkt tegelijkertijd tv, maar je weet het simpelweg niet van elkaar.

    Instant messaging stelt leiders bovendien in staat zich los te maken van de ondersteunende ambtenaren en ambtenaren die hun acties zouden kunnen reguleren. Lastige individuen kunnen buitengesloten worden en vertrouwde adviseurs of favoriete verslaggevers kunnen worden binnengehaald. Bedrijfsbelangen kunnen zich laten gelden. De technologie is zeer geschikt om hiërarchieën te omzeilen en invloedrijke schaduwnetwerken creëren, vaak zonder dat dat wordt opgemerkt. Degenen die in een fysieke omgeving aan de deur zouden worden tegengehouden, kunnen in een virtuele omgeving ‘in de kamer’ zijn, afwezigen die in persoon zouden opvallen, worden gemakkelijker over het hoofd gezien.

    De standaardreactie van ambtenaren is om te zeggen dat op deze manier niets belangrijks wordt beslist. In haar antwoord aan de Europese Ombudsman in de zomer van 2022 verklaarde de Europese Commissie het volgende: ‘Vanwege hun kortstondige en vluchtige aard bevatten sms- en instantberichten over het algemeen geen belangrijke informatie met betrekking tot beleid, activiteiten en besluiten van de Commissie.’ Je kunt je een spectrum van gebruiksmogelijkheden van messaging voorstellen: als het nemen van beslissingen de ene pool vormt, kan de andere worden gekarakteriseerd als ‘onschuldig geklets’, met een reeks praktijken in het grijze gebied daartussenin (informatie delen, overleggen, meningsvorming, cultiveren van contacten, privékritiek op collega’s). Maar we hebben genoeg gezien om te weten dat niet alles aan die onschuldigere kant valt. Op deze manier worden wel degelijk belangrijke beslissingen voorbereid en genomen.

    Als de technologie ondanks de risico’s toch wordt omarmd, dan laat dat iets zien over de prioriteiten van de machthebbers

    Dergelijke technologieën hebben het vervagen van grenzen tot gevolg – tussen het formele en het informele, tussen verschillende instellingen, en tussen de zaken van de overheid en de wereld daarbuiten. De politiek is altijd afhankelijk geweest van rituelen om de scheiding tussen ambten en personen te versterken. Of het nu gaat om de kroon van een monarch of de inrichting van een parlement, kledingvoorschriften en de inrichting van een ruimte dienen om gewicht te geven aan een situatie en deelnemers bewust te maken van een breder belang. Sommige rituelen kunnen gerepliceerd worden in gemediatiseerde communicatie, maar de meeste niet. Degenen die elkaar op deze manier, zijn verstoken van de contextuele aanwijzingen die elders bedoeld zijn om hun ontmoeting te depersonaliseren. Gezelligheid troef.

    Het regeren via instant messaging is emblematisch voor iets breders – voor een wereld waarin belangrijke politieke beslissingen informeel worden genomen en de macht geconcentreerd is in de handen van sleutelfiguren en de netwerken die zij vormen. We hebben de neiging om over politiek te denken in termen van droge instellingen en bureaucratische logica, maar dit beeld kan behoorlijk misleidend zijn. Van binnenlands tot buitenlands beleid is er een breder verhaal van de ‘de-institutionalisering’ van macht, naarmate ambtenaren handelen met persoonlijke discretie en vertrouwensbanden de formele definitie van rollen overrulen. Zo ziet de vorming van een heersende elite eruit. Lockdowns hebben deze trend misschien een bijzondere impuls gegeven, maar de patronen zullen waarschijnlijk blijven bestaan. Of het nu gaat om immigratiebeleid, inflatiebeleid of Israëlbeleid, de hamvraag zal zijn welke WhatsApp-groep de leiding heeft.

    Valkuilen

    Hoeveel hiervan is echt nieuw? In de politiek heerst al lang de zorg dat de belangrijke gesprekken in de wandelgangen worden gevoerd, waar geen openbare notulen worden gemaakt. Je kunt ervan uitgaan dat instant messaging deels aantrekkelijk is omdat het de gezagsdragers in staat stelt te doen wat ze al geneigd zijn te doen. Dus hoeveel waarde moeten we hechten aan de technologie? Is het gewoon de nieuwste manier om te doen wat al lang gedaan wordt en dus ook zonder deze middelen gedaan kan worden?

    Eén manier waardoor de technologie zich onderscheidt, is dat ze deze gedragspatronen beter traceerbaar maakt. Berichten kunnen worden verwijderd, wat een gevoel van controle kan geven, maar niemand kan er zeker van zijn dat ze niet inmiddels zijn gekopieerd of gedeeld door hun gesprekspartner(s). Er bestaat, zoals we hebben gezien, een groot potentieel voor lekken – met soms rampzalige gevolgen.

    Uiteraard is het gebruik van deze technologie handig. Het kan ook sociaal en psychologisch lonend zijn; deel uitmaken van een ‘inner circle’ kan prestige betekenen, de kans om je superieur te voelen ten opzichte van de buitenwereld. Maar de traceerbaarheid van de berichten betekent dat er duidelijke risico’s aan verbonden zijn. Want wanneer ze onder de aandacht van het publiek komen – wanneer kranten verhalen kunnen publiceren over de ‘persoonlijke diplomatie’ van een ambtenaar – veroorzaken ze ontevredenheid en reputatieschade. Von der Leyen was eerder betrokken bij een schandaal in Duitsland dat te maken had met de transparantie van haar mobiele telefoongebruik toen ze minister van Defensie in Berlijn was. Hoewel ze werd vrijgesproken van verantwoordelijkheid in dat eerdere geval, zal ze niet onwetend zijn geweest van de valkuilen van messaging.

    Als de technologie ondanks de risico’s toch wordt omarmd, dan laat dat iets zien over de prioriteiten van de machthebbers. Informele methoden zijn aantrekkelijk omdat de betrokkenen meer geïnteresseerd zijn in het behalen van tastbare ‘resultaten’ dan in het naleven van de democratische regels. Ze vinden dat het genoeg is om dingen gedaan te krijgen, de manier waarop maakt niet veel uit. Politicologen maken onderscheid tussen de legitimiteit van goede resultaten en die van goede methoden – tussen output en procedurele legitimiteit. Het overwicht van instant messaging weerspiegelt de dominantie van de eerste over de tweede.

    Maak één technologie transparant en er zal worden overgestapt op andere technologieën die hetzelfde mogelijk maken

    De legitimiteit van de output heeft altijd centraal gestaan bij transnationale instellingen. Dit komt overeen met de centrale rol van technocratie in instellingen zoals de EU, waar een instrumentalistische, oplossingsgerichte visie centraal staat in het openbaar gezag. In de loop der tijd is deze visie echter ook centraal komen te staan in het gezag in de nationale context. De verzwakking van partijen, en van georganiseerde ideologische politiek in het algemeen, heeft ertoe geleid dat vertegenwoordigers zichzelf minder definiëren op basis van normatieve verbintenissen dan op basis van hun vermogen om besluitvaardig op te treden. In het besef dat een aanzienlijk deel van hun electoraat zich aangetrokken voelt tot technocratische, populistische of ‘techno-populistische’ stijlen van politiek bedrijven die zonder bemiddeling het algemeen belang nastreven, kunnen ook zij ongeduldig worden met procedures en erop gebrand zijn hun probleemoplossend vermogen te tonen. Op de lange termijn hangt die aanspraak op legitimiteit af van het behalen van goede resultaten, maar in eerste instantie hangt het gewoon af van resultaten – beslissingen die kunnen worden aangehaald als teken van activiteit.

    Dit heeft gevolgen voor een eventuele poging tot inperking. Hervormers pleiten meestal voor een betere regulering van de technologie. De Europese Ombudsman heeft verschillende aanbevelingen gedaan: dat instant messages erkend worden als EU-documenten, bewaard worden als archiefdocumenten en beschikbaar zijn voor inspectie wanneer er verzoeken voor publieke toegang worden gedaan. Er bestaan strengere regels voor het gebruik van communicatietechnologie op gebieden zoals financiële regulering, wat suggereert dat ze kunnen worden opgesteld als de politieke wil er is.

    Dergelijke stappen gaan er echter aan voorbij dat de technologie aansluit bij de bredere aantrekkingskracht van onregelmatige manieren van regeren. Maak één technologie transparant en er zal worden overgestapt op andere technologieën die hetzelfde mogelijk maken. Positieve verandering zou betrekking moeten hebben op het veranderen van de bredere voorwaarden die ongepast gebruik van de technologie aantrekkelijk maken, met name het opnieuw in evenwicht brengen van de normen van legitimiteit waaraan ambtenaren worden gehouden. In plaats van een technocratische nadruk op outputs alleen, zou dit betekenen dat er een nieuw bestuursmodel moet komen waarin bredere participatie en controle gewaardeerd worden. Het zou betekenen dat grondwettelijke mechanismen worden versterkt en dat leiders meer worden gebonden aan democratische instellingen en organisaties die hen kunnen straffen voor hun overtredingen.

    Regeren via berichtgeving maakt de neigingen van de hedendaagse politiek extremer en beter traceerbaar, maar vormt niet de kern van het probleem. Het zal niet worden tegengehouden door regels, noch door al dan niet moedwillig lekken. Alleen structuren die minder discretionaire macht overlaten aan het individu zullen iets structureels kunnen veranderen aan het probleem.

  • ‘Algemene verkiezingen zijn een aanfluiting voor de democratie’

    ‘Algemene verkiezingen zijn een aanfluiting voor de democratie’

    De mankementen van een gekozen volksvertegenwoordiging vragen om een ander politiek systeem. Alternatieven, die prima uitvoerbaar zijn, worden volgens George Monbiot tegengehouden door machthebbers die vooral goed zijn in zelfpromotie en campagne voeren in plaats van problemen aanpakken.

    Alles hangt ervan af, maar er verandert weinig. Weken- of maandenlang domineren verkiezingen het nationale leven. Mediaberichten en openbare gesprekken worden gemonopoliseerd door heftig gesteggel en verwoede speculaties. Al het andere – beleidsvorming, probleemoplossing, de logica zelf – komt tot stilstand. Het zal niemand verbazen dat, wanneer de waanzin voorbij is, bijna geen van onze problemen zijn opgelost.

    Verkiezingen zijn een middel om conflicten te maximaliseren en democratie te minimaliseren. Partijen winnen terrein door verdeeldheid en woede te zaaien, vaak rond triviale kwesties die ze in hun voordeel laten spelen. Maar terwijl de grote spelers bezig zijn met lobby’en en de miljardenpers paaien, zijn ze het rampzalig genoeg vaak helemaal eens als het aankomt op veel belangrijkere kwesties, zoals bezuinigingen, geprivatiseerde openbare diensten, de enorme ongelijke verdeling van rijkdom en de zich ontvouwende genocide in Gaza. De meesten die om verkiezingen roepen manipuleren, leiden je af van waar het echt om gaat en liegen.

    Gemeenschappen worden tegen elkaar opgezet: kijk hoe de Tories een beroep doen op hun oudere basis door jongeren te behandelen als een probleem dat moet worden opgelost, momenteel door middel van de nationale dienstplicht. De verschillende partijen reduceren onze complexe keuze tot een zwart-witkwestie; soms, zoals bij de verkiezingen van 2019, tot een slogan van drie woorden (Get Brexit Done). Grote vraagstukken, zoals de milieucrisis, de rijke 1 procent, de mogelijkheid dat het voedselsysteem faalt of de heroplevende dreiging van een kernoorlog, blijven onopgelost en worden over het algemeen niet genoemd. Het enige wat ons na die ene, tien seconde durende actie een keer in de vijf jaar rest is rustig afwachten. Uiteindelijk eindigen we, in ons zogenaamde representatieve systeem, met een zeer niet-representatief parlement en een constant gevoel van teleurstelling.

    Alternatieven

    Zoals kapitalisme aantoonbaar het tegenovergestelde is van markten, zo kunnen we algemene verkiezingen zoals we ze nu kennen zien als het tegenovergestelde van democratie. Zoals in het openbare debat zo vaak gebeurt worden de concepten met elkaar verward. Verkiezingen zijn geen democratie en democratie is geen verkiezingen.

    Eerdere samenlevingen erkenden dit onderscheid. Aristoteles en Montesquieu merkten  (respectievelijk) op dat verkiezingen ‘oligarchische’ en ‘aristocratische’ heersers voortbrachten. Na de Amerikaanse en Franse revoluties kozen de ontwerpers van de nieuwe politieke systemen verkiezingen als een manier om te voorkomen dat de meerderheid, die ze niet vertrouwden, al te veel inspraak in de macht zou krijgen. Sommigen van hen, zoals John Adams, James Madison, Antoine Barnave en Boissy D’Anglas protesteerden tegen het angstaanjagende concept van democratie en drongen erop aan dat de gekozenen een aparte klasse zouden vormen, die zich van het volk onderscheidde als een ‘natuurlijke aristocratie’ van wijze, deugdzame en bekwame mensen. Inmiddels kunnen we wel bepalen hoe goed dat heeft uitgepakt.

    In het Verenigd Koninkrijk werd ons politieke model vastgelegd in de achttiende eeuw, toen democratie een vies woord was en het parlement op het volk neerkeek met een mengeling van angst en minachting. Toch bleef het na de invoering van het algemeen kiesrecht vrijwel ongeschonden. Waarom blijven we mensen kiezen die qua inkomen, vermogen, belangen en psychologie enorm verschillen van ons? Omdat het systeem daarop ontworpen is.

    Er zijn veel alternatieven, die prima uitvoerbaar zijn maar worden tegengehouden door machthebbers die vastberadenheid zijn om de controle te behouden. In eerdere columns heb ik het volksvertegenwoordigingsmodel van Murray Bookchin genoemd, dat is geïmplementeerd in Rojava in het noordoosten van Syrië. Beslissingen worden hier genomen vanuit lokale gemeenschappen, in plaats van vanuit een verafgelegen centrum. Ook noemde ik het zeer succesvolle participatieve budgetteren in Porto Alegre, in het zuiden van Brazilië, dat ervoor zorgde dat geld daar terechtkwam waar het het hardst nodig was, in plaats van bij bevoorrechte groepen. Maar het gaat me er niet om voor te schrijven welke vorm deliberatieve, participatieve democratie moet aannemen. Er zijn tientallen mogelijkheden, die prima kunnen werken.

    Gewone burgers nemen snel hun verantwoordelijkheid, informeren zichzelf, luisteren respectvol en streven naar consensus

    In het uitstekende boek Tegen verkiezingen van David Van Reybrouck toont hij zich voorstander van loting: het kiezen van leden van politieke organen door loting. Zo verliep een groot deel van het politieke leven in het oude Athene en in Venetië, Florence en andere Europese steden in het tweede millennium. Vandaag de dag kunnen algoritmes worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de resultaten van de loterij een goede afspiegeling zijn van de samenleving.

    Wacht even, zeg je. Wat als incompetente, corrupte, roekeloze, egoïstische mensen zonder expertise in machtige posities terechtkomen? Dat zal ongetwijfeld gebeuren. Maar deliberatieve processen [waarbij informatievergaring, overleg en de uitwisseling van argumenten centraal staan] bezitten de buitengewone eigenschap dat ze de betrokkenen transformeren. Ze werken in de praktijk dus beter dan in theorie. Gewone burgers nemen snel hun verantwoordelijkheid, informeren zichzelf, luisteren respectvol en streven naar consensus. Hun beslissingen zijn meestal eerlijker, groener, moediger en meer inclusief dan die van verkozen kamers.

    Elk argument hiertegen gaat in grotere mate op voor een gekozen vertegenwoordiging. Incompetent, corrupt, roekeloos, zelfzuchtig? Breek me de bek niet open. Degenen die door het lot worden gekozen, van wie de selectie dus niet kan worden beïnvloed door geld of lobbyen, zijn daar waarschijnlijk beter tegen bestand. Geen expertise? Onze vertegenwoordigers zijn zeker experts, maar meestal in zelfpromotie en campagne voeren. Zoals keer op keer blijkt, zijn de meesten niet in staat om onze problemen aan te pakken.

    Snobisme

    Veel van de kritiek op de participatiedemocratie is gericht op de klassen. Men kan er niet op vertrouwen dat de arbeidersklasse zelf nadenkt; ze moet gestuurd worden door verlichte beschermers. Dit snobisme loopt helemaal van Edmund Burke, in Bespiegelingen over de revolutie in Frankrijk, tot Karl Marx, in Het communistisch manifest.

    We zouden geen enkele verandering in ons politieke systeem moeten accepteren zonder bewijs dat het werkt. Maar dat bewijs is er steeds meer, aangezien regeringen volksvergaderingen en grondwettelijke conventies inzetten om kwesties op te lossen die te verdeeld, complex of langdurig zijn voor het heersende systeem. Als deze goed zijn ingericht, blijken ze zeer effectief te zijn in het oplossen van problemen die gekozen vertegenwoordigers niet aankunnen. Ierland gebruikte burgergroepen om de debatten over het homohuwelijk en abortus op te lossen en doorbrak daarmee de schijnbaar hardnekkige verdeeldheid in een grotendeels katholieke natie. Frankrijk heeft een burgervergadering ingesteld om zich een weg te banen door de complexe en politiek gevoelige kwestie van stervenshulp.

    Tussen 2021 en 2023 werden honderdzestig nieuwe volksvergaderingen opgericht om moeilijke problemen op te lossen. Veertig van deze organen zijn nu permanent. Ze helpen bijvoorbeeld bij de aanpak van dakloosheid in Parijs, stadsplanning in Lissabon en klimaatbeleid in Brussel. In het Duitstalige deel van België vormt een burgerraad de tweede kamer van het regionale parlement.

    Een volgende stap, die ook Van Reybrouck en anderen voorstellen, kan zijn om dit model gangbaar te maken en één parlementaire kamer, zoals het Hogerhuis of de Amerikaanse Senaat, te vervangen door een volksvergadering. Zo zou een volledig participatief systeem kunnen ontstaan, grotendeels gebaseerd op loting, waarin iedereen evenveel mogelijkheid heeft om mee te beslissen over de zaken die ons leven bepalen. Geef je om democratie? Dan moet je hopen dat er een einde komt aan de huidige verkiezingen.

  • Hoe Nayib Bukele El Salvador (en de rest van Latijns-Amerika) voor zich wint

    Hoe Nayib Bukele El Salvador (en de rest van Latijns-Amerika) voor zich wint

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar El Salvador, waar president Nayib Bukele dit weekend op overweldigende wijze werd herkozen. Dat ging niet helemaal grondwettelijk, maar toch is Bukele een voorbeeld voor leiders in de regio. Hoe komt dat?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Waarom is Bukele zo populair in El Salvador?

    ‘Nayib Bukele, ’s werelds coolste dictator, is herkozen als president van El Salvador’, kopte Time Magazine op maandag. Ruim 83 procent van de inwoners van het Centraal-Amerikaanse land zou op de president hebben gestemd. De 42-jarige Bukele kan zich opmaken voor zijn tweede termijn, hoewel de grondwet dat verbiedt.

    Bukele mag dus niet herkozen worden, stelde zich toch verkiesbaar, en een overweldigende meerderheid van de inwoners van El Salvador lijkt hem te steunen. Volgens Time komt die steun door de aanpak van criminaliteit door Bukele. ‘Onder een noodtoestand die in maart 2022 werd ingevoerd, heeft de regering meer dan 76.000 mensen gearresteerd – meer dan 1 procent van de bevolking van het Centraal-Amerikaanse land. De aanval op de criminele bendes heeft geleid tot beschuldigingen van wijdverspreide mensenrechtenschendingen en een gebrek aan een eerlijk proces, maar het geweld is afgenomen in een land dat nog maar een paar jaar geleden bekend stond als een van de gevaarlijkste ter wereld.’

    Verschillende Salvadoranen vertellen in een reactie aan persbureau AFP hoe groot de rol van Bukele in de aanpak van bendes is geweest. ‘We noemen dit vrede, rust en vrijheid… het is iets waarvan ik nooit had gedacht dat ik het zou meemaken’, zegt Alvaro Perez tegen het persbureau. Nelson Rivas, een dakloze man van 63, bedankt Bukele voor het feit dat hij ’s nachts kan slapen. ‘Godzijdank hebben we een president gevonden die alle gebieden heeft opgeschoond van bendes. Als ik op straat slaap voel ik me alsof ik in een paleis ben. Er gebeurt niets, niemand valt ons lastig.’

    ANP 490290957
    Bukele spreekt zijn aanhangers toe nadat hij de winst in de presidentsverkiezingen heeft opgeëist. – © Rodrigo Sura / EPA

    BBC Mundo citeert de regering van El Salvador, die trots is op de successen die ze hebben geboekt in de strijd tegen de machtige drugsbendes in het land. ‘Volgens gegevens van de overheid was 2023 het veiligste jaar in de geschiedenis van het land, met een gemiddelde van 0,4 moorden per dag. El Salvador had het op een na laagste aantal moorden van de landen in Noord-Amerika, net onder Canada, en het laagste aantal in Latijns-Amerika. Acht op de tien inwoners geloven dat El Salvador veiliger is of zeggen niet langer een klimaat van angst waar te nemen.’

    Bukeles populariteit maakte de verkiezingen van afgelopen weekend een weinig spannende race, zo blijkt wel uit de berichtgeving van CNN nog tijdens de stembusgang. ‘Stemmen worden geteld in El Salvador, waar de overwinning van de president zo goed als zeker is’, schrijft de Amerikaanse zender. ‘Bukele ondervond weinig georganiseerde oppositie en heeft een van de positiefste beoordelingen in de regio, met peilingen boven de 70 procent in onafhankelijke onderzoeken.’

    Welke keerzijde zit er aan zijn succes?

    ‘De verkiezing is een weerspiegeling van Bukeles onverschilligheid voor democratische normen: de grondwet van El Salvador verbiedt presidenten uitdrukkelijk om zich voor een tweede termijn kandidaat te stellen. Maar vorig jaar maakte een machtige rechtbank, bemand door bondgenoten van Bukele, de weg vrij voor zijn herverkiezing voor nog een termijn van vijf jaar’, schrijft NPR over de verkiezingen. Maar liefst zes artikelen in de grondwet van El Salvador verbieden een herverkiezing. Maar nadat Bukele en zijn partij Nuevas Ideas de opperrechters in het land lieten vervangen door aan de partij loyalere rechters, kon die grondwet zo worden geïnterpreteerd dat hij wél kon meedoen.

    Daarnaast is het de vraag of Bukele wel daadwerkelijk 83 procent van de stemmen kreeg tijdens de verkiezingen. Deutsche Welle schrijft dat de voorzitter van de Hoge Kiesrechtbank in El Salvador wil dat de stemmen worden herteld. De uitslag zou zijn gebracht op basis van 5 procent van de getelde stemmen en zeker 30 procent van de stemmen zou mogelijk dubbel zijn meegenomen, door een falend elektronisch stemsysteem.

    Zondag waren er niet alleen verkiezingen voor het presidentschap, er werd ook gestemd voor het parlement. Het aantal zetels in het parlement werd eerder onder Bukele teruggeschroefd, en van de overgebleven 60 zetels lijken 58 zetels in handen van de partij Nuevas Ideas van Bukele terecht te komen. ‘Tegenstanders vrezen dat de macht van Bukele zich zal ontwikkelen tot een autoritair bewind (…), doordat hij de grondwettelijke termijnen zal kunnen afschaffen’, schrijft Voice of America.

    ANP 490464885 1
    Een bewaker begeleid een vermeend bendelid in het Detentiecentrum tegen Terrorisme (CECOT) in San Vicente, de grootste gevangenis van Latijns-Amerika. De gevangenis is onderdeel van Bukeles strijdplan om het bendegeweld aan te pakken. Mensenrechtenorganisaties zeggen dat de situatie in de gevangenissen slecht is en mensen vastzitten zonder proces. – © Alex Pena / Anadolu

    Félix Ulloa, vicepresident van El Salvador, die evenals Bukele werd herkozen op zondag, sprak in aanloop naar de verkiezingen duidelijke taal tegenover The New York Times. ‘Tegen de mensen die zeggen dat de democratie wordt ontmanteld, is mijn antwoord ja – we ontmantelen haar niet alleen, we schaffen haar af, we vervangen haar door iets nieuws.’ Volgens Ulloa was de democratie vóór Bukele ‘verrot, corrupt en bloederig’.

    Maar Bukele laat niet alleen in de politiek zijn sporen na, schrijft The Guardian. ‘Bukele heeft de rechtsstaat ook op andere manieren uitgehold, bijvoorbeeld door soldaten in te zetten om het parlement te bezetten en wetgevers te intimideren, en door onafhankelijke mediakanalen die zijn regering hebben bekritiseerd, voortdurend aan te vallen.’ Sinds hij in maart 2022 de noodtoestand in El Salvador heeft uitgeroepen om het bendegeweld aan te pakken, zijn willekeurige arrestaties, martelingen en het doden van gevangenen aan de orde van de dag.

    En ook zijn aanpak van geweld is niet het enige antwoord, schrijft El País. ‘Het geweld in El Salvador is geworteld in historische sociale ongelijkheden die niet kunnen worden aangepakt door louter repressie. Het probleem onderdrukken lost het niet op. Als de oorzaken van dat probleem er nog steeds zijn, zal het vroeg of laat weer de kop opsteken, misschien in een andere gedaante, maar toch, om ons eraan te herinneren dat het in feite nooit is weggeweest.’

    Wat betekent zijn herverkiezing voor het land en de rest van Latijns-Amerika?

    El Faro vat de aankomende periode in een scherp commentaar samen. ‘Technisch gezien wordt El Salvador vanaf 1 juni 2024 een dictatuur, wanneer Bukele een tweede termijn aanvaardt die ongrondwettelijk is, zonder een instelling die hem dat kan beletten. In de praktijk werden de noodzakelijke elementen om zijn dictatuur te vormen al op 1 mei 2021 ingevoerd, toen zijn Assemblee een staatsgreep pleegde op de rechterlijke macht [door opperrechters te vervangen] en Bukele de controle over het hele staatsapparaat overnam.’

    Leonor Arteaga, directeur bij de Due Process of Law Foundation, kijkt in The Dialogue vooruit naar de tweede termijn van Bukele en wat deze betekent voor El Salvador. ‘We zullen waarschijnlijk een stijging zien in het onderuithalen van het werk van mensenrechtenverdedigers, intimidatie van onafhankelijke journalisten en mensen die een afwijkende mening verkondigen, en het verbergen en manipuleren van openbare informatie – tekenend voor een land zonder democratische rechtsstaat’, zo zegt Arteaga.

    ANP 490291799
    © Alex Pena / Anadolu

    Ondanks deze doembeelden blijft Bukele een voorbeeld in de regio, vanwege zijn nietsontziende aanpak van de misdaad – ondanks de mensenrechtenschendingen die daarbij plaatsvonden. ‘De internationale gemeenschap juicht een autoritair model toe dat zogenaamd werkt in El Salvador (…), ook al worden wetten er niet gerespecteerd. En het grote probleem is dat dit autoritarisme navolging krijgt op het continent’, zegt Cesar Fagoaga, hoofdredacteur van Factum Magazine tegen Confidencial.

    Veel landen in Latijns-Amerika kampen met drugsgerelateerd bendegeweld en tijdens verkiezingscampagnes is veiligheid steevast het belangrijkste thema. Vanwege zijn harde aanpak van misdaad is Bukele daardoor uitgegroeid tot een rolmodel in de regio, schrijft The Economist. ‘Nog geen enkel land heeft de Bukele-formule in zijn geheel overgenomen, maar verschillende landen hebben er delen van geleend’, schrijft de krant. ‘Honduras kondigde in november de noodtoestand af om bendes aan te pakken en is van plan een gevangenis te bouwen op een eiland voor de kust. Ook Jamaica riep de noodtoestand uit om bendes in zijn hoofdstad de kop in te drukken.’ Ook in Guatemala, Haïti en Ecuador geldt Bulele voor met name rechtse politici als voorbeeld.

    Americas Quarterly schrijft zelfs over ‘Nayib Bukeles groeiende lijst vanLatijns-Amerikaanse bewonderaars’, en noemt ook politici in Peru, Chili en Costa Rica. Oftewel, in het merendeel van Latijns-Amerika krijgt Bukele volop waardering.

    ‘Er is een groeiende afkeer van de basisprincipes van democratie en mensenrechten, die in de ogen van veel mensen gefaald hebben, en steeds meer steun voor autoritair populisme’, zegt mensenrechtenonderzoeker Tyler Mattiace, Amerika-onderzoeker tegen de Washington Post. De krant schrijft: ‘Zowel in ontwikkelingslanden als in ontwikkelde landen worden democratieën op de proef gesteld. Opiniepeilingen tonen een toenemende publieke apathie van kiezers, vooral jongeren, en een groeiende afstand tot de idealen van de liberale democratie.’

  • Zit de wereld in een democratische recessie?

    Zit de wereld in een democratische recessie?

    Twee miljard mensen – ongeveer de helft van de volwassen wereldbevolking – kunnen dit jaar gaan stemmen. Maar aan de fundamenten van de democratie wordt wereldwijd gerammeld. ‘Democratie bestaat niet alleen uit verkiezingen. Er komt zoveel meer bij kijken.’

    Er zal bij het stemhokje geen fanfare staan om hem op te wachten. Het nageslacht zal de naam van de kiezer misschien wel nooit te weten komen. Maar in de vroege ochtend van 7 januari zal een inwoner van Bangladesh de eerste stem uitbrengen in de beladen nationale verkiezingen van zijn land en daarmee de meest intense twaalf maanden van democratie in gang zetten die de wereld heeft gekend sinds het idee meer dan 2500 jaar geleden werd gemunt.

    Zo’n twee miljard mensen, ongeveer de helft van de volwassen wereldbevolking, zullen in 2024 de kans krijgen om te stemmen, meer in één jaar dan ooit tevoren. Onder de ruim zeventig staten die verkiezingen houden bevinden zich acht van de tien landen met de grootste bevolking. Een eerbetoon, zou je kunnen zeggen, aan de kracht van een idee, aan de democratie en aan de verbreiding van politieke vrijheid.

    Het zou bemoedigend zijn om te denken dat historici 2024 zullen zien als een mijlpaal in de lange reis die de democratie heeft afgelegd, van de rumoerige debatten op het stadsplein van het klassieke Athene via het denken van achttiende-eeuwse filosofen tot een steeds rechtvaardiger en billijker wereld.

    Maar dat lijkt onwaarschijnlijk. Deze verkiezingen vinden plaats tegen de achtergrond van een over de hele wereld toenemend illiberalisme, een verzwakking van onafhankelijke instituties in een aantal grote democratieën en een latent wantrouwen onder jongeren over het nut van verkiezingen. ‘Er waart een tijdgeest rond, en die is niet democratisch’, zegt Larry Diamond, een hoogleraar aan de Stanford-universiteit die meer dan tien jaar geleden de term ‘democratische recessie’ bedacht.

    De verkiezingsnederlaag in oktober van de Poolse partij Recht en Rechtvaardigheid, die jarenlang de rechtsstaat ondermijnde en van de staatsomroep een spreekbuis van de regering maakte, herinnerde eraan dat de democratie nog lang niet is uitgeput. Over het lot van een groot aantal leiders zal dit jaar worden beslist, in oudere democratieën zoals de VS en het Verenigd Koninkrijk en ook in jongere, zoals Taiwan, waar de verkiezingen van januari enorme gevolgen hebben voor de veiligheid in de wereld.

    Maar over het algemeen laten onderzoeken een teruggang zien in de democratische geest, na een hoogtepunt in de tien jaar na het einde van de Sovjet-Unie en de apartheid in de jaren negentig. De kwaliteit van de democratie voor de gemiddelde wereldburger is in 2022 terug op het niveau van 1986, volgens het V-Dem Institute, dat de gezondheid van democratieën beoordeelt aan de hand van vijf criteria: electoraal, liberaal, participatief, deliberatief en egalitair.

    EEN GREEP UIT DE VERKIEZINGEN IN 64 LANDEN DIT JAAR:

    INDONESIË
    Op 14 februari kiest Indonesië een nieuwe president. Al decennialang is het vooral een race tussen familieclans. Joko Widodo mag zich na twee termijnen van vijf jaar niet opnieuw verkiesbaar stellen.

    IJSLAND
    In IJsland, bekend om de beste gendergelijkheid in de wereld, moet ook een nieuw staatshoofd worden gekozen, op 1 juni; een soort gekozen koning(in).

    RUSLAND
    Dat Poetin in het zadel blijft, staat zo goed als vast, ook al wil voormalig Doema-lid Boris Nadezjdin het in maart tegen hem opnemen.

    Uit het Global State of Democracy Initiative van het Zweedse International Institute for Democracy and Electoral Assistance bleek dat 2023 het zesde opeenvolgende jaar was waarin de democratie in de helft van alle landen afnam, de langdurigste terugval sinds het begin van de metingen in 1975.

    Kevin Casas-Zamora, het hoofd van het instituut en voormalig vicepresident van Costa Rica, noemt vier factoren: ‘de perceptie dat democratieën maar moeizaam en traag tegemoetkomen aan maatschappelijke eisen’, het gevoel dat corruptie ‘ongestraft’ door kan gaan, ‘extreem hoge niveaus van maatschappelijke angst, die ertoe leiden dat autoritaire figuren met open armen worden ontvangen’ en de afname van de morele autoriteit van het Westen in de nasleep van de invasie van Irak, de financiële crisis en de verkiezing van Donald Trump, zaken die het westerse pleidooi voor democratie hebben verzwakt. ‘Dit alles heeft er meer en meer voor gezorgd dat mensen er de brui aan geven,’ zegt hij. 

    Verkeert de democratie in een crisis? Of hebben de democratie, haar instellingen en haar mentaliteit altijd tijd nodig gehad om zich te ontwikkelen?

    De moeilijkheden zullen dit jaar tot uiting komen in vier verschillende verkiezingsculturen. De eerste is die van een tirannieke groep waartoe onder meer Belarus, Rusland en Rwanda behoren, waar machthebbers tegenstanders gevangenzetten en schijnverkiezingen houden die uitmonden in een meerderheid van 90 procent of meer. Een tweede groep bestaat uit performatieve democratieën zoals Iran, Tunesië en Bangladesh, waar de leiders de oppositie nog net toestaan om mee te doen – maar niet om te winnen.

    De terugkeer van Trump zou de kernfundamenten van de Amerikaanse democratie op de proef stellen

    Op het derde en vierde niveau staat echter het meest op het spel. Op het derde niveau, dat dit jaar de meeste kiezers omvat, dreigt de democratie op een subtielere manier te worden uitgehold. Het scenario is hier dat leiders aan de macht komen door middel van daadwerkelijk vrije en eerlijke verkiezingen, maar vervolgens onliberaal beleid gaan voeren, zoals in Hongarije onder Viktor Orbán. In India, Indonesië en Mexico zullen miljoenen mensen dit jaar enthousiast gaan stemmen, maar de democratie en sommige instellingen om die in stand houden staan er onder druk.

    Op het vierde niveau bevinden zich de oudere democratieën, waar het centristische establishment wordt bedreigd door verdere winst van populisten bij de stembusgang. De anti-islam-extremist Geert Wilders won in november de verkiezingen in Nederland en extreemrechts zal in juni naar verwachting in een groot deel van de EU steun krijgen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement.

    Maar wat de democratie de meeste schade zou toebrengen, is de herverkiezing van de demagoog Donald Trump bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november. Decennialang is Amerika het belangrijkste arsenaal en de waarborg van de vrije wereld geweest, ook al heeft het een oogje toegeknepen bij de excessen van sommige bondgenoten. De terugkeer van Trump in het Witte Huis zou de kernfundamenten van de Amerikaanse democratie op de proef stellen, zegt Larry Diamond, hoewel hij gelooft dat ze per saldo intact zouden blijven. Hij stelt dat het ook wereldwijd de autocratie zou aanmoedigen, die overal ter wereld al aan een opmars bezig is.

    Populisme

    ‘Het populisme neemt toe’, zegt hij. ‘Het liberaal-democratische Westen is objectief zwakker en heeft minder vertrouwen in zijn democratische waarden. We hebben echt onze vastberadenheid verloren. Er is een enorm vacuüm ontstaan, dat wordt opgevuld door kwaadwillenden die knagen aan de essentie van de democratie en die het op de een of andere manier voor elkaar krijgen om net zo slecht te regeren als ze zelf willen.’ 

    Wanneer Zuid-Afrika halverwege dit jaar naar de stembus gaat, is het dertig jaar geleden dat Nelson Mandela en het Afrikaans Nationaal Congres een einde maakten aan de witte overheersing, door een overweldigende meerderheid te behalen in de eerste verkiezingen voor alle etniciteiten in het land. De media, het maatschappelijk middenveld en de rechtbanken hebben de democratische vlam brandend gehouden, en het ANC scherp. Dit jaar heeft de partij voor het eerst concurrentie te duchten.

    Maar Zuid-Afrika is een van de belangrijke landen op het derde niveau van verkiezingsculturen, waar onafhankelijke instellingen onder druk staan en waar de verkiezingen van dit jaar impliciet twee grote vragen opwerpen. Zijn vrije verkiezingen, hoezeer ze ook op prijs gesteld moeten worden, een ontoereikende graadmeter voor de gezondheid van een democratie? En moet de echte beproeving daarna nog komen?

    ‘Democratie bestaat niet alleen uit verkiezingen. Er komt zoveel meer bij kijken’, zegt Kholood Khair, oprichter van Confluence Advisory, een denktank die in Khartoem gevestigd was voordat in april de Soedanese burgeroorlog uitbrak. ‘Een van onze fouten is dat we denken dat democratie iets is wat klaar is, in plaats van iets waar je hard voor moet werken. Het is niet alleen een worsteling om democratie te creëren, maar ook om haar in stand te houden.’

    De sleutel tot een succesvolle democratie is de brede acceptatie van een verscheidenheid aan politieke standpunten

    Een andere sleutel tot een succesvolle democratie is de brede acceptatie van een verscheidenheid aan politieke standpunten. De negentiende-eeuwse Franse politiek filosoof Alexis de Tocqueville schreef over het risico dat de democratie zou kunnen leiden tot de tirannie van de meerderheid. Zijn waarschuwing blijkt terecht in het geval van een aantal opkomende machten die dit jaar verkiezingen houden, en dan met name dat van de grootste democratie ter wereld: India.

    Premier Narendra Modi en zijn hindoe-nationalistische partij Bharatiya Janata (BJP) zullen in mei naar verwachting een derde opeenvolgende overwinning behalen, profiterend van een bloeiende economie en een grote populariteit. Maar ondertussen is er sprake van intolerantie jegens minderheden en worden onafhankelijke media onder druk gezet, wat vaak achter de schermen gebeurt via het belastingbeleid en door rechtbanken buitenspel te zetten.

    ‘De electorale democratie is nog steeds erg sterk [in India],’ zegt Pratap Bhanu Mehta, een wetenschapper en voormalig progressief commentator. ‘Modi is echt populair. Veel mensen zien dit eerder als een moment van versterking dan van ontkrachting van de democratie.’ Mehta benoemt in het bijzonder hoe het beleid van de BJP bevrijdend is geweest voor armere vrouwelijke kiezers, door bijvoorbeeld de toegang tot sanitaire voorzieningen te verbeteren en geld direct naar de bankrekening van vrouwen over te maken.

    Toekomst

    Hij maakt zich echter op twee vlakken zorgen over de toekomst. Het eerste betreft de druk die subtiel wordt uitgevoerd op de media en de rechtbanken. ‘De willekeur rond burgerlijke vrijheden is groter geworden, en dat komt tot uiting in het verlies van onafhankelijkheid van het Hooggerechtshof en de rechterlijke macht,’ zegt hij. Het tweede gaat over pluralisme, en dan in het bijzonder over tolerantie jegens minderheden. ‘Er is een culturele beweging gaande die zich sterk maakt voor de culturele suprematie van het hindoeïsme,’ zegt hij. ‘En dat soort nationalistische politiek dreigt India te veranderen in een etno-nationalistische meerderheidsstaat.’

    Ook Indonesië houdt dit jaar vrije verkiezingen, en ook dit land ziet zich geconfronteerd met vragen over de toestand van de democratie. De felbevochten verkiezingen in februari zullen laten zien hoever het land met de op drie na grootste bevolking ter wereld is gekomen sinds de omverwerping van autocraat Soeharto, 25 jaar geleden. Joko Widodo, de president die na tien jaar aftreedt, geniet het astronomische populariteitscijfer van 80 procent dankzij zijn stabiele beheer van de economie, en hij speelt een goed democratisch spelletje.

    Maar zijn critici wijzen op de verzwakking van het anticorruptieorgaan in de afgelopen jaren. De recente opkomst van zijn oudste zoon als running mate van de belangrijkste kandidaat om hem op te volgen, lijkt erop te wijzen dat hij een dynastie in gedachten heeft.

    Ook in Mexico is de situatie niet eenduidig. De verkiezingen in juni vormen een democratische mijlpaal, aangezien de twee belangrijkste presidentskandidaten vrouw zijn, wat betekent dat het land dit jaar zijn eerste vrouwelijke leider zal krijgen. Maar de vertrekkende president, de linkse populist Andrés Manuel López Obrador, heeft de onafhankelijkheid van de democratische instellingen aangetast en dringt nu aan op een grondwetswijziging om de elf rechters van het Hooggerechtshof via algemene verkiezingen te laten verkiezen. Zijn critici vrezen dat zijn beschermeling Claudia Sheinbaum, kandidaat van de regerende Morena-partij en koploper in de peilingen, op deze voet verder zal gaan als zij wordt verkozen.

    ‘Onze democratie staat nog in de kinderschoenen,’ stelt Jorge Castañeda, een voormalig Mexicaans minister van Buitenlandse Zaken die nu werkt als docent aan de New York-universiteit en aan Sciences Po in Parijs. ‘Het is een werk in uitvoering. Onze eerste echte verkiezingen waren in 2000 [die een einde maakten aan de 71-jarige periode waarin de toenmalige regeringspartij aan de macht was]. López Obrador heeft een zwak doelwit als hij de onafhankelijkheid van gerechtelijke en onafhankelijke instanties probeert te vernietigen die de afgelopen dertig jaar zijn opgebouwd. Die hebben niet de middelen, de esprit de corps of een geschiedenis om op terug te kijken.’

    ‘Wat de mondiale democratie geen goed doet, is de partijdigheid en de hypocrisie van democratische staten’

    Een andere factor is dat in een tijd waarin de Verenigde Staten met China concurreren om de steun van de wereld en immigratie een belangrijk Amerikaans verkiezingsthema is, Washington niet meer zo luid van zich laat horen als de democratie ergens achteruitgaat als in de periode 1990-2010, toen het de enige supermacht was. Amerika is opvallend stil geweest over de druk die López Obrador uitoefent op de rechtbanken.

    ‘Wat de mondiale democratie geen goed doet, is de partijdigheid en de hypocrisie van democratische staten,’ zegt de Soedanese analist Khair. ‘Kijk maar hoe de VS en het VK de eenpartijstaat van Paul Kagame in Rwanda onvoorwaardelijk steunen. In het land zelf ziet niemand het verschil tussen het standpunt van de VS en dat van China.’

    Misschien wel de opvallendste bevinding in peilingen over democratie is dat jongere kiezers steeds toleranter staan tegenover autocratie. Bezorgdheid over klimaatverandering, frustratie over het falen van vorige generaties om dat probleem aan te pakken en onzekerheid over de toekomst in een tijd van snelle technologische veranderingen hebben vooral in het Westen bijgedragen aan een ontevredenheid over de status quo.

    Steun

    ‘De steun voor de democratie onder jongeren bevindt zich momenteel in een vrije val,’ zegt Casas-Zamora. ‘Ik heb het gevoel dat jongeren politiek willen bedrijven rond een specifieke strijd waarin ze geloven. Als je een strijder bent voor één specifieke zaak, hoef je geen compromissen te sluiten. Maar de kunst van het compromissen sluiten vormt de basis van het bedrijven van politiek. Je moet je ervan bewust zijn dat je ook dingen moet inleveren. Voor jongeren riekt dat naar het verliezen van je puurheid.’

    Opiniepeilingen wijzen erop dat dit een thema zal zijn bij de verkiezingen voor het Europees Parlement, in juni. Het belooft ook een belangrijke factor te worden bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De stem van de jongeren zal van vitaal belang zijn voor de herverkiezingscampagne van president Biden, die met zijn trouwe steun aan Israël in de oorlog in Gaza grote aantallen jonge Democraten van zich heeft vervreemd.

    De Argentijnse verkiezingen in november waren een waarschuwing aan het adres van de zittende machthebbers over de onvrede onder de jeugd. De winnaar, Javier Milei, de buitenissige libertair, sloeg aan bij jongeren die gefrustreerd waren door het beleid van de gevestigde partijen, in het bijzonder de peronisten die de afgelopen vier decennia grotendeels aan de macht waren. ‘Veel jongeren [in Argentinië] hechten weinig waarde aan democratie,’ zegt Camila Crescimbeni, een voormalig afgevaardigde voor de conservatieve PRO-partij. ‘Ze hebben het gevoel dat die faalt, dat die hun geen kansen geeft.’

    In grote delen van Afrika heerst een soortgelijke stemming. Een golf van militaire staatsgrepen, zeven in de afgelopen drie jaar, weerspiegelt deels de ergernis over de resultaten van verkiezingen. Uit opiniepeilingen blijkt dat jongeren steeds gedesillusioneerder raken.

    ‘Achter de recente staatsgrepen in de westelijke Sahel zat een hoop ontevredenheid,’ zegt Khair. ‘Mensen wilden een andere regering. Daarom zagen we met name onder jongeren veel steun voor junta’s. Het idee dat verkiezingen gelijkstaan aan democratie is onderuitgehaald. We moeten ons richten op het idee dat mensen rechten en plichten hebben.’

    Ministers in democratisch gekozen regeringen klagen dat het zo moeilijk is om beleid te maken en beslissingen te nemen als alles wat ze doen bijna in realtime onder de loep wordt genomen op sociale media. Maar als er één les is voor democratieën waarin onliberale figuren om de macht strijden, dan is het wel dat het, zoals altijd, hun plicht is om hun beloften waar te maken. 

    Erika Mouynes, oud-minister van Buitenlandse Zaken van Panama en nu een Harvard-fellow die zich bezighoudt met goed bestuur, vindt dat democratieën op de een of andere manier participatiever moeten worden – met een impliciete knipoog naar het klassieke Griekse stadstaatsysteem, waarin burgers de macht hadden.

    De gedachte dat democratie minder efficiënt is in het aanpakken van crises dan autocratie, is onjuist

    ‘Mensen verliezen niet hun geloof in democratische waarden,’ zegt ze. ‘Het is eerder zo dat een steeds groter deel van de bevolking onverschillig wordt doordat ze niet zien dat het politieke systeem in hun voordeel werkt. In een nieuwe digitale wereld zijn er meer mogelijkheden om burgers direct te betrekken.’ 

    Casas-Zamora gelooft nog steeds in de opleving van de geest van democratie door middel van uitingen van burgeractie, zoals rond de controversiële hervormingen van de rechterlijke macht in Israël vóór de oorlog in Gaza, of de mobilisatie van het maatschappelijk middenveld in Thailand vóór de laatste verkiezingen. De gedachte, voegt hij eraan toe, dat democratie minder efficiënt is in het aanpakken van crises dan autocratie, is onjuist.

    ‘De reden waarom de prestaties van de democratie er tijdens de pandemie uiteindelijk beter uitzagen dan die van de autocratie, is structureel van aard. Democratieën zijn in staat om van koers te veranderen. Autocratische systemen kunnen effectief zijn in het omgaan met crises, maar ze zijn erg broos omdat de kans op fouten groter is.’ Ergens in 2024 zal Maia Sandu, de president van Moldavië, een van de kleinste en zwakste democratieën van Europa, strijden voor herverkiezing. Ze heeft zware jaren achter de rug, waarin ze het opnam tegen door Moskou gesteunde antidemocratische krachten, maar ze deinst er niet voor terug om te verdedigen wat volgens haar het juiste is. ‘Het is nog steeds een kwetsbare democratie,’ zei ze vorig jaar tegen FT. ‘Maar we hebben ervoor gevochten. Hoe meer democratieën we in de wereld hebben, des te beter het is voor iedereen.’ Een boodschap die in grote delen van de wereld weerklinkt, van Bangladesh tot Amerika.

  • Ook in democratische landen worden mensen ingedeeld op huidskleur of afkomst

    Ook in democratische landen worden mensen ingedeeld op huidskleur of afkomst

    In democratische landen worden mensen nog altijd getagd, gelabeld of bestempeld op basis van hun huidskleur of afkomst. In Mexico is het palet wel erg uitgebreid. ‘Hoe leggen we deze figuren uit dat er witte Latijns-Amerikanen, Duitsers met een donkere huid en Europese moslims bestaan?’

    ‘Kom binnen, güerita, wat zal het zijn, wat is er van je dienst?’ Het woord güera/o wordt niet in alle landen gebruikt, maar in het mijne, Mexico, worden er blonde personen of personen met een witte huid mee bedoeld. De enige uitzondering zijn de marktkooplieden, die de gewoonte hebben iedere vrouw güerita (‘blondje’) te noemen, of ze er nou uitziet als een Barbie met platinablond haar of een chocoladekleurige huid heeft. Ik neem aan dat deze gewoonte oorspronkelijk een vorm van vleierij was, want eeuwenlang, en nog steeds, worden mensen met een lichte huid gezien als mensen met macht, als bazen en eigenaren. Als je op de markt in Mexico deel uitmaakt van de clientèle ben je dus vanzelf güerita

    Deze merkwaardige uitzondering daargelaten beschikt de Mexicaanse kleurenwaaier, net als die in andere landen van Latijns-Amerika, over enkele hulpmiddelen om onze kleurverschillen aan te geven, waarbij de lichte huid, die wij ‘wit’ noemen, altijd als vertrekpunt geldt. Wie over een lichte huid beschikt is güera/o, al ben je óók güera/o als je al dan niet geverfd blond haar hebt. En van wit naar boven – of naar beneden, het is maar hoe je het bekijkt – beschrijven de mensen zichzelf aan de hand van bepaalde schakeringen: je kunt een gezonde roze, een tarwekleurige, een kastanjebruine of een gebronsde huidskleur hebben. Het woord moreno wordt doorgaans afgezwakt met de toevoeging ‘licht’. Met de donkere huid heeft men meer moeite, vandaar dat de verkleinvorm wordt gebruikt: de pasgeboren baby is morenito; net iets donkerder en het wordt prietito, en alleen iemand met een heel donkere huid is mulato. In bepaalde kringen, met name als je behoort of wilt behoren tot een sociaal-economische of culturele middenklasse of bovenlaag, typeren maar weinigen zichzelf als moreno of ‘zwart’. Nu ja, in grappen en beledigingen komt het woord ‘zwart’ veelvuldig voor.

    Ik ben opgegroeid in een geschoold arbeidersgezin in het Mexico van de jaren zeventig en ging dus op de markt door voor güerita, op school – een nonnenschool met veel meisjes uit Spaanse gezinnen – voor wit, en bij de kapper voor kastanjebruin. Eigenlijk ben ik het een noch het ander, ik ben wit noch güera: ik heb donker kastanjekleurig haar en een kaneelkleurige huid. Maar in de denkbeeldige klasse uit mijn kindertijd en jeugd was ik een wit Mexicaans meisje dat op een particuliere school zat, een buitenlandse naam had en bovendien Engels sprak. 

    Brown, white en latina

    Om te profiteren van die twee laatste eigenschappen pakte ik in 2004 mijn biezen en ging in de Verenigde Staten wonen. Eenmaal in Los Angeles duurde het geen jaar voor het tot me doordrong dat ik helemaal niet was wat ik dacht dat ik was en dat ik ook nog eens van alles was waarvan ik me niet bewust was. Al stond het in mijn Mexicaanse paspoort – in die tijd werd in je paspoort je huidskleur vermeld –, wit was ik niet, want in de VS is white voorbehouden aan Angelsaksische Noord-Amerikanen. Ik was niet güera, wat dat staat gelijk aan blonde, en ik heb mijn haar nooit willen blonderen. Ik had niet langer een buitenlandse naam – al bleven ze hem bij Starbucks verkeerd spellen – en wat ik beschouwde als een behoorlijk goed niveau Engels viel vies tegen, want één ding is films zonder ondertiteling begrijpen, schrijven over het uitgavenbudget van Californië is andere koek. Wat nog het meeste indruk op me maakte was dat het feit dat ik Mexicaans was niet zo belangrijk leek, want toen ik in de Verenigde Staten kwam, veranderde ik prompt in ‘brown’ en in ‘latina’: Brown, immigrant, latina, who writes in Spanish and speaks English with a funny heavy accent.’

    Yup, that was me.

    Terwijl ik bezig was me een nieuwe identiteit aan te meten, had ik vooral moeite om de vinger achter het etiket ‘latina’ te krijgen. Strikt genomen is iedereen latino – voornamelijk mensen afkomstig uit Europa en Midden- en Zuid-Amerika – die een van het Latijn afgeleide taal spreekt. Spanjaarden, Italianen en Fransen zijn dus latinos, en natuurlijk ook Mexicanen, Colombianen, Argentijnen en Peruanen. En omdat we met zovelen zijn kwam iemand op het idee om de latinos van het Amerikaanse continent onder één noemer te brengen en ons Latijns-Amerikanen te noemen. Tot zover is het min of meer duidelijk. Het wordt pas problematisch als het etiket daadwerkelijk wordt gebruikt.  

    Alle hispanos zijn latinos, maar niet alle latinos zijn hispanos

    In het dagelijks leven van de Verenigde Staten gebruikt men ‘latino’ voor iedereen die uit een Latijns-Amerikaans land afkomstig is. De bepaling ‘Amerikaans’ wordt uiteraard weggelaten, want degenen die in de VS wonen beschouwen alleen zichzelf als Amerikanen. (Bolívar draait zich om in zijn graf.) ‘Latino’ wordt ook gebruikt als synoniem voor ‘brown’: je bent ‘moreno’, je bent ‘latino’. En het wordt door elkaar gehaald met ‘hispano’, wat de benaming is voor degenen die afkomstig zijn uit landen die het Spaans als officiële taal hebben: alle hispanos zijn latinos, maar niet alle latinos zijn hispanos. Op officiële papieren vallen beide categorieën onder het kopje ‘etnische groepering’. 

    Wat het kopje ‘race’ betreft bieden genoemde formulieren vier opties: wit, zwart, Aziatisch of Native American, die laatste om de inheemse volkeren van het continent aan te duiden. Wat een onzin, opnieuw. Want ik ben niet wit, maar ook niet zwart of een van de andere opties. Als het om kleur gaat past brown me het best. Maar brown geldt als synoniem van latino, wat een etnische categorie is. Toen ik in 2010 mijn bedenkingen kenbaar maakte aan de mensen van het Census Bureau, opperden ze om Race: white. Ethnicity: latinain te vullen. Maar hoor eens: in dit land ben ik zelfs op de markt niet white

    Nationalisme en witte suprematie

    Als het voorgaande niet genoeg is om iemand in zijn identiteit te laten verstrikken, zal ik je vertellen wat me overkwam toen ik na 17 jaar Verenigde Staten besloot in Spanje te gaan wonen. Het eerste wat ze vragen als ze horen waar ik vandaan kom, is wat ik vind van de Amerikaanse politiek. Ik zou kunnen antwoorden: van welke van de 35 landen van Amerika? Ik doe het niet, want ik weet best wat ze bedoelen: Amerikanen, dat zijn de inwoners van de VS (Bolívar draait zich nog eens om). Ze zeggen toch dat zij, de Spanjaarden, Amerika, de Amerikanen dus, hebben ‘veroverd’? Denken ze soms dat Hernán Cortés tot Manhattan is gekomen? Maar het mooiste komt nog: als met ‘Amerikanen’ de inwoners van de Verenigde Staten worden bedoeld, wat zijn wij dan? Het antwoord: latinos. In Spanje gebruiken de Spanjaarden, dus de oorspronkelijke latinos die ons een Latijnse/Romaanse taal hebben opgelegd, het woord ‘latino’ om ons, de Mexicaanse, Ecuadoriaanse of Peruaanse immigranten, aan te duiden. En de Spanjaarden? Dat zijn witte Europeanen. 

    Het punt is dat deze Europeanen die Spaans spreken, en in veel gevallen niet blond zijn en ook geen blauwe ogen hebben, als ze in de Verenigde Staten aankomen, etiketten krijgen opgeplakt als immigrant, latino, en in sommige gevallen brown. Ook al zijn ze geboren in Europa. Ook al beheersen ze het Engels. Kunt u zich de verwarring voorstellen?

    Welkom in mijn wereld.

    Aan welke kant van de Atlantische Oceaan je je ook bevindt, nationalisme en witte suprematie plegen de troef van de kleurenkaart te spelen: zeg me hoe donker je huid is en ik zal je zeggen hoe weinig je waard bent voor je land en je samenleving. Dat is hetzelfde in Mexico ten aanzien van de inheemse bevolking uit Oaxaca of van immigranten uit Honduras of Haïti, en in de Verenigde Staten als er sprake is van Mexicanen, Midden-Amerikanen of Afro-Amerikanen, en in Spanje als er mensen ten Zuiden van de Sahara, moros oftewel Noord-Afrikanen of zigeuners in het spel zijn: in het dagelijks leven word je onophoudelijk geconfronteerd met uitingen van latent of expliciet, niet-aflatend, heftig racisme, waarin het wemelt van de etiketten. En dat in landen die er prat op gaan tot het democratische deel van de wereld te horen.

    Hoe kunnen we de diversiteit begrijpen als het onszelf al zo’n moeite kost om te weten wat wij zijn?

    Ik schrijf dit vanuit Barcelona, een paar uur na de Spaanse verkiezingscampagne die uiteindelijk in de media werd gedomineerd door een racistische belediging aan het adres van een zwarte voetballer, die ‘aap’ werd genoemd. Na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen bleken rechts en extreemrechts in het hele land belangrijke winst te hebben geboekt, zowel wat het aantal zetels als het aantal gemeenten betreft. Heel wat leden van die partijen zinspelen heimelijk of zelfs openlijk op hun witte huid of Europese afkomst als een van de waarden die hun programma voorstaat. 

    En hier wordt het opnieuw ingewikkeld. Hoe leggen we deze figuren uit dat er witte Latijns-Amerikanen, Duitsers met een donkere huid, Europese moslims, latinos die Spaans noch Amerikaans zijn of niet-nationalistische witten bestaan, als het ons soms moeite kost de anderen én onszelf te zien als zwarte Latijns-Amerikanen, als Noord-Amerikanen die Spaans spreken, als Latijns-Europeanen, als niet-witte Spanjaarden, als niet-Noord-Amerikaanse Amerikanen, als Native Americans? Hoe kunnen we de diversiteit begrijpen en recht doen als het onszelf al zo’n moeite kost om te weten – of te accepteren – wat wij zijn? 

  • ‘In een gezonde democratie moeten ook ngo’s verantwoording afleggen’

    ‘In een gezonde democratie moeten ook ngo’s verantwoording afleggen’

    Sinds het Europese corruptieschandaal van vorig jaar wil de Europese Commissie de richtlijnen voor parlementariërs én ngo’s aanscherpen. Niet alle ngo’s zijn blij met verscherpt toezicht, maar de enorme Brusselse ngo-sector moet transparantie zien als een kans om het vertrouwen van de burger te herstellen, schrijft journalist William Nattrass.

    Na het Europese corruptieschandaal rond Qatar dat eind vorig jaar losbrak, gaat de discussie nu steeds meer over de mate waarin dit te wijten is aan de enorme Brusselse ngo-sector. Er gaan conservatieve stemmen op dat het nu hoog tijd is om strengere eisen aan ngo’s te stellen op het gebied van transparantie. Wie toch al sceptisch is over de bedoelingen van zulke organisaties, kan zich immers geen beter voorbeeld van hypocrisie wensen dan dat een organisatie met de naam Fight Impunity (‘Bestrijd straffeloosheid’) het middelpunt blijkt te zijn van een internationaal omkopingsnetwerk. Vanuit links wordt tegengeworpen dat een of twee rotte appels nu als excuus worden gebruikt om de hele mand verdacht te maken. Maar dat is niet alleen een zwak argument, het gaat ook voorbij aan de kansen die strengere voorschriften bieden.

    In het licht van Qatargate probeert de Europese Commissie de eisen op het gebied van transparantie en verantwoording in deze sector nu te vergroten met nieuwe regelgeving over de inzage die ngo’s moeten geven in financiering afkomstig van buiten de EU. Maar de ngo’s komen meteen in het geweer tegen iedere poging nieuwe rapportageverplichtingen op te leggen. Daarbij wijzen ze erop dat de EU met twee maten meet. Nog maar enkele weken geleden spraken EU-politici immers hun zorgen uit over het Georgische wetsvoorstel dat organisaties en burgers die meer dan twintig procent van hun financiering uit het buitenland krijgen, zou verplichten om zich als ‘buitenlandse agent’ te laten registeren. En volgens verschillende organisaties zouden de plannen van de Commissie ook ngo’s in de EU kwetsbaar maken voor onderdrukking. Nick Aiossa, hoofd beleid en belangenbehartiging van Transparency International, zegt zich zorgen te maken dat strengere rapportage-eisen voor ngo’s ‘misbruikt zullen worden door extreemrechtse partijen, waarvan er al een paar aan de macht zijn. Orbán in Hongarije, Meloni in Italië, ik bedoel: dat zijn geen fans van ngo’s.’

    Problematisch

    Maar als argument tegen het EU-plan is dit problematisch. De bewering dat rechtse krachten misbruik zullen maken van deze nieuwe regelgeving, past in een verhaal waarin rechts wordt afgeschilderd als vijand van het maatschappelijk middenveld. En dat komt gevaarlijk dicht bij een partijpolitieke stellingname – iets waar elke niet-politieke organisatie die recht wil hebben op beïnvloeding van de beleidsvorming zich beter verre van kan houden. Daarbij is het nogal solipsistisch om te beweren dat strengere regelgeving voor ngo’s ondemocratisch is. De ngo’s maken een gevaarlijke denkfout als ze menen dat hun eigen vrijheid om zich aan toezicht te onttrekken de grondslag van democratie is. In een democratische samenleving zou het juist vanzelfsprekend moeten zijn dat er strenge transparantie-eisen gelden voor organisaties die invloed uitoefenen op het beleid.

    Wel is het zo dat nieuwe regels niet zo’n grote druk op de organisaties mogen leggen dat het ngo’s met weinig financiering in hun functioneren belemmert. Uitgangspunt van strengere regelgeving zou het inzicht moeten zijn dat er een grote verscheidenheid aan ngo’s bestaat, en de erkenning dat die niet allemaal op dezelfde manier kunnen worden behandeld. De EU zou haar nieuwe transparantie-eisen dus moeten beperken tot dat kleine deel van de ngo’s dat over een mate van organisatorische steun beschikt die als politiek significant kan worden gezien. Het kan niet al te moeilijk zijn om de criteria daarvoor vast te stellen, aangezien de EU regelmatig ngo’s raadpleegt over beleidsvragen, rapportages over de stand van de rechtsstaat in de lidstaten en andere kwesties waarbij kritisch gekeken moet worden naar potentiële politieke voorkeuren of verborgen belangen van de adviseurs, of die nu afkomstig zijn van bronnen binnen of buiten de EU.

    Bij organisaties die een actieve inbreng willen hebben in het beleid, doet het ertoe wat hun motieven zijn

    De linkse fracties in de EU wijzen er graag op dat er in Brussel meer gelobbyd wordt door het bedrijfsleven dan door ngo’s – al hebben de ngo’s over het algemeen meer succes in het bereiken van hun beleidsdoelen. En ze verwijten de conservatieven dat zij ngo’s nu onevenredig zwaar onder vuur nemen om de aandacht af te leiden van de mate waarin het bedrijfsleven zijn stempel op het EU-beleid drukt. Maar als het om bescherming van de democratie gaat, slaat deze kritiek de plank mis. De doelstellingen van lobbyisten uit het bedrijfsleven zijn over het algemeen scherper omlijnd dan die van ngo’s, en het zijn geen doelen zoals de handhaving van democratische beginselen of bescherming van de mensenrechten, die vaak sterk gepolitiseerd raken. In sommige opzichten zijn commerciële belangen intrinsiek transparanter dan niet-commerciële. Niemand zal bijvoorbeeld denken dat lobbyisten van Meta of Google principieel belangeloos zijn in hun gesprekken met de EU – en dat wordt meegenomen in de beoordeling van hun beleidsadviezen.

    Anderzijds is de gedachte dat het ontbreken van winstoogmerk een organisatie minder partijdig maakt juist een grondslag voor de invloed van de ngo-sector. Die gedachte gaat alleen voorbij aan de mogelijkheid dat bij gebrek aan commerciële belangen andere, minder doorzichtige motieven een rol kunnen gaan spelen – of het nu gaat om de ideologische prioriteiten van een rijke geldschieter, de gezamenlijke politieke opvattingen van de leden van een ngo, of simpelweg de verwerving en het behoud van politieke relevantie. Bij organisaties die een actieve inbreng willen hebben in het beleid, doet het ertoe wat hun motieven zijn. En al is het niet in het algemeen belang om hun rol aan banden te leggen, zeker na Qatargate moeten we er wel gerust op kunnen zijn dat die organisaties net zo open en transparant zijn in hun verantwoording als ze van de rest van de samenleving eisen.

    Politiek getouwtrek

    Dat is met name van cruciaal belang omdat ngo’s, of ze dat nu leuk vinden of niet, nu al onderwerp zijn geworden van politiek getouwtrek– zoals het verhitte debat tussen links en rechts over de consequenties van Qatargate wel laat zien. Populistische bewegingen schilderen ngo’s af als instrumenten van internationale partijen die nationale belangen dwarsbomen. Zij moedigen kiezers aan om ze te zien als partijdige actoren met een agenda die tegen de wensen van democratisch gekozen vertegenwoordigers indruist. Verzet tegen nieuwe transparantie-eisen zal sommigen alleen maar bevestigen in hun verdenking dat ngo’s vrij boven de Europese democratische instellingen willen zweven zonder verantwoording te hoeven afleggen.

    Zo bezien biedt dit debat een kans: door strengere transparantieregels te omarmen kunnen ngo’s sceptische burgers misschien geruststellen, vooral in landen waar de argwaan groot is, zoals Hongarije en Italië. De ngo’s zouden de huidige voorstellen dus moeten zien als een gelegenheid om de kritiek van hun tegenstanders te ontkrachten. Maximale openheid, transparantie en verantwoording bieden ngo’s de kans om het vertrouwen onder burgers te herstellen, wat van vitaal belang is voor hun functioneren, en daarmee het functioneren van een gezonde democratische samenleving. Die kans moeten ze grijpen.

    Lees ook:

  • De Braziliaanse oud-president Bolsonaro is veroordeeld. Is zijn politieke rol nu voorbij?

    De Braziliaanse oud-president Bolsonaro is veroordeeld. Is zijn politieke rol nu voorbij?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Vandaag kijken we naar de veroordeling van de Braziliaanse oud-president Jair Bolsonaro door het electoraal hof in Brazilië. Bolsonaro mag tot 2030 geen publiek ambt meer bekleden, maar is zijn rol daarmee uitgespeeld?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Waarom is Jair Bolsonaro veroordeeld?

    ‘Vandaag heb ik een dolksteek in de rug gekregen,’ zei de Braziliaanse oud-president Jair Bolsonaro op 30 juni, volgens CNN Brasil. Enkele uren daarvoor had Bolsonaro van het hoogste electorale hof in het land te horen gekregen dat hij voor acht jaar geen publiek ambt meer mocht vervullen. Vijf van de zeven opperrechters in het tribunaal stemden voor zijn veroordeling en beslechtten daarmee zijn politieke lot.

    Hoewel Bolsonaro volgens Agencia Brasil aankondigde in beroep te gaan, zeggen onafhankelijke experts dat de politieke loopbaan van Bolsonaro zo goed als voorbij is. In 2030, als Bolsonaro weer mag meedoen, is hij vijfenzeventig, en de oud-president kampt met een kwakkelende gezondheid als gevolg van een mesaanval tijdens zijn eerste presidentiële campagne en een zware corona-infectie. Maar waarom werd de president veroordeeld door het electorale hof?

    Jair Bolsonaro verloor in 2022 nipt de presidentsverkiezingen van zijn aartsrivaal Lula. Al maanden voor de verkiezingen was Bolsonaro, in het Westen vaak vergeleken met de Amerikaanse oud-president Donald Trump, bezig met het zaaien van twijfel over de verkiezingsuitslag. Hij richtte zich vooral op het elektronische stemsysteem, dat al jarenlang wordt gebruikt in Brazilië en dat volgens waarnemers waterdicht is.

    ANP 472836293
    Bolsonaro staat de pers te woord na zijn veroordeling door het electoraal hof op 30 juni. – © Sergio Lima / AFP

    De zaak die afgelopen weken diende in het electorale hof richt zich op een gebeurtenis die drie maanden voor de verkiezingen plaatsvond. Bolsonaro riep diplomaten en ambassadeurs van meerdere landen naar zijn presidentiële residentie en fulmineerde urenlang over het systeem en de fraude die ermee gepleegd zou kunnen worden. De PT, de politieke partij van de huidige president Lula, spande vervolgens een rechtszaak aan wegens machtsmisbruik.

    De opperrechters in het electorale hof gingen mee met die aanklacht. Zo zei Andre Ramos Tavares volgens Folha de São Paulo dat de actie van Bolsonaro ‘rampzalige gevolgen voor de democratie’ had. Maar los van de verbanning uit de politiek in Brazilië, wat zijn de gevolgen van de veroordeling voor Bolsonaro zelf?

    Wat betekent het vonnis voor Bolsonaro’s toekomst?

    De advocaten van Bolsonaro gaven al snel aan in beroep te gaan tegen de veroordeling. Dat beroep is echter weinig kansrijk, aangezien het eerst beoordeeld moet worden door de president van het electorale hof, Alexandre de Moraes. De Moraes was, zoals website UOL schrijft, ‘Bolsonaro’s belangrijkste doelwit tijdens diens aanvallen op de rechterlijke macht’. Een rivaal van Bolsonaro moet dus beoordelen of het beroep gegrond is.

    ANP 468218984
    Bolsonaro is nog steeds zeer populair in Brazilië en zijn aanhang noemt de veroordeling een ‘heksenjacht’. – © Miguel Schincariol / AFP​

    ‘Het was de ergste politieke nederlaag die hij in vierendertig jaar als politicus heeft geleden – maar het zou slechts het begin kunnen zijn van een mogelijk zeer pijnlijke reeks rechtszaken’, schrijft The Brazilian Report. ‘Bolsonaro wordt geconfronteerd met meer dan zeshonderd rechtszaken, variërend van vermeende verkiezingsmisdrijven tot gezondheidsovertredingen tijdens de pandemie en strafrechtelijke onderzoeken.’ Met andere woorden, Bolsonaro wacht nog een hoop vonnissen.

    Een van de zaken die tegen Bolsonaro lopen, draait om de bestorming van de het Plein van de Drie Machten in de Braziliaanse hoofdstad Brasilia op 8 januari. Aanhangers van Bolsonaro bestormden onder meer het Congres en richtten grote vernielingen aan, nadat ze wekenlang hadden opgeroepen om in opstand te komen tegen de verkiezingsuitslag, aangespoord door een enorme golf fake news die de ronde deed op sociale media.

    Bij het Hooggerechtshof, waar de eerder genoemde De Moraes ook in zit, loopt volgens Folha de São Paulo een onderzoek naar zogeheten ‘digitale milities’ die Bolsonaro hielpen met het verspreiden van nepnieuws en desinformatie tijdens zijn ambtstermijn. Volgens De Moraes is Bolsonaro ‘een van de meesterbreinen’ achter de aanval op 8 januari, en onderdeel van een ‘criminele organisatie’. Bij een veroordeling kan Bolsonaro een jarenlange gevangenisstraf krijgen en nóg langer worden uitgesloten van de politiek.

    Daarnaast lopen er vier andere zaken bij het Hooggerechtshof, opgesomd door persbureau AFP:

    –   Een onderzoek naar inmenging in onderzoeken van de federale politie, om zo familieleden te beschermen tegen beschuldigingen van corruptie.

    –   Het verspreiden van desinformatie over covid-19.

    –   Het lekken van geheime informatie over een politieonderzoek naar een hackaanval op de Braziliaanse verkiezingsautoriteit.

    –   Het verspreiden van desinformatie over het stemsysteem in Brazilië.

    Bolsonaro kan hier veertig jaar celstraf voor krijgen. Maar is zijn rol helemaal uitgespeeld? Zal hij een politieke martelaar worden? En hoe zit het met zijn opvolging?

    ANP 468643464
    Michelle Bolsonaro, de opvolger van Jaïr Bolsonaro? – © Isaac Fontana / EPA

    Wat betekent dit voor het politieke landschap in Brazilië?

    De koning is dood, leve de koning! Al voorafgaand aan de uitspraak van het electorale hof op 30 juni schreef The Guardian over de mogelijke opvolging van Bolsonaro, en dat zijn politieke rivalen niet eens stonden te springen om zijn veroordeling. ‘Sommigen vrezen dat de beslissing de voormalig president sterker kan maken, zodat hij zich, net als Trump of Boris Johnson, kan voordoen als een politiek martelaar die wordt vervolgd door een heksenjacht of een kangoeroerechtbank’, schreef de krant. ‘Anderen geloven dat het op een zijspoor zetten van Bolsonaro rechts zou kunnen helpen.’

    Bolsonaro gebruikte trumpiaanse taal door de vele rechtszaken tegen hem af te doen als ‘een heksenjacht’ en de ruim 49 procent van de stemgerechtigde Brazilianen die bij de verkiezingen voor hem stemden denken daar ongeveer hetzelfde over. Er kan dus politieke munt geslagen worden uit zijn veroordeling, zo ziet de partij van Bolsonaro, die in het Congres nog steeds de grootste is. De opvolgers van de oud-president staan te trappelen.

    Allereerst de machtige Bolsonaro-clan zelf. Behalve naar de zonen van Bolsonaro – Eduardo, Flávio en Carlos, alle drie succesvol in de politiek en het zakenleven – wordt er met argusogen gekeken naar de groeiende populariteit van Michelle Bolsonaro, de vrouw van de oud-president en dus de voormalige first lady van Brazilië. Americas Quarterly schrijft: ‘Michelle Bolsonaro lijkt steun te genieten onder de gewone Brazilianen, van wie velen zich de nadruk van haar man op “het verdedigen van de familie” goed herinneren en haar zien als een potentieel minder controversieel figuur’.Maar ook Michelle is niet wars van schandalen: zo zou ze giften van de Saoedische regering niet hebben aangegeven en voor zichzelf hebben gehouden, waaronder een diamanten ketting. Een andere veelgenoemde opvolger van Bolsonaro is de gouverneur van São Paulo, Tarcísio de Freitas. Zijn kansen kunnen nog oplopen, aangezien de naam Bolsonaro de komende maanden verder besmet kan raken, gezien de vele rechtszaken die er nog lopen. Een rol als kingmaker is volgens Le Monde nog wel weggelegd voor Bolsonaro. Meer achter de schermen, maar met net zoveel macht: Brazilië is nog niet van Jair Bolsonaro af.

    Lees ook:

  • Yuval Noah Harari: ‘AI is in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken’

    Yuval Noah Harari: ‘AI is in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken’

    AI heeft het besturingssysteem van de menselijke beschaving gehackt, wat de loop van de menselijke geschiedenis zal veranderen, aldus historicus en denker Yuval Noah Harari. ‘Als ik een gesprek met iemand voer en niet weet of het een mens is of een AI, dan betekent dat het einde voor de democratie.’

    De angst voor kunstmatige intelligentie (AI) heeft de mensheid sinds het allereerste begin van het computertijdperk achtervolgd. Eerst richtte deze angst zich op machines die fysieke middelen gebruikten om mensen te doden, tot slaaf te maken of te vervangen. Maar de afgelopen paar jaar zijn er nieuwe AI-tools opgedoken die het overleven van de menselijke beschaving vanuit onverwachte hoek bedreigen. AI is inmiddels in staat om taal te manipuleren en te genereren, of het nu is met woorden, geluiden of beelden, en heeft daarmee het besturingssysteem van onze beschaving gehackt.

    Bijna de hele menselijke cultuur bestaat uit taal. Mensenrechten zitten bijvoorbeeld niet in ons DNA. Het zijn culturele artefacten, die we hebben gecreëerd door het vertellen van verhalen en het schrijven van wetten. Goden zijn geen fysieke realiteiten, maar culturele artefacten die we hebben gecreëerd door het verzinnen van mythen en het schrijven van heilige geschriften.

    Ook geld is een cultureel artefact. Bankbiljetten zijn gewoon kleurige stukjes papier, en momenteel bestaat meer dan negentig procent van het geld niet eens meer uit bankbiljetten, maar uit digitale informatie in computers. Geld ontleent zijn waarde aan de verhalen die bankiers, ministers van Financiën en cryptogoeroes ons erover vertellen. Sam Bankman-Fried, Elizabeth Holmes en Bernie Madoff waren niet zo goed in het creëren van werkelijke waarde, maar ze waren allemaal uiterst kundige verhalenvertellers.

    Wat zou er gebeuren als een niet-menselijke intelligentie beter wordt in verhalen vertellen, melodieën componeren, tekeningen maken en wetten en heilige geschriften schrijven dan de gemiddelde menselijke intelligentie? Wanneer mensen het over ChatGPT en andere nieuwe AI-tools hebben, denken ze vaak aan scholieren die AI gebruiken om hun opstellen te schrijven. Wat zal er met het schoolsysteem gebeuren als kinderen dat doen? Maar dit soort vragen gaat voorbij aan het algehele beeld. Vergeet opstellen. Denk aan de volgende Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2024, en probeer je de impact van AI-tools voor te stellen waarmee op massale schaal politieke content, nepnieuws en heilige geschriften voor nieuwe cultussen kunnen worden gecreëerd.

    Alwetend orakel

    De afgelopen jaren heeft de QAnon-cultus zich uitgeleefd in anonieme onlineberichten, de zogenaamde ‘q-drops’. Volgers verzamelden, vereerden en interpreteerden deze q-drops als een heilige tekst. Hoewel voor zover wij weten alle eerdere q-drops door mensen werden opgesteld, en bots alleen maar hielpen om ze te verspreiden, zouden we in de toekomst de eerste cultussen in de geschiedenis kunnen zien waarvan de heilige teksten door een niet-menselijke intelligentie zijn geschreven. Religies hebben de hele geschiedenis lang beweerd dat hun heilige boeken van een niet-menselijke bron afkomstig waren. Dat zou spoedig de werkelijkheid kunnen worden.

    Op een prozaïscher niveau zouden we weldra langdurige onlinediscussies over abortus, klimaatverandering of de Russische invasie in Oekraïne kunnen voeren met entiteiten die we aanzien voor mensen, maar die in werkelijkheid AI zijn. Addertje onder het gras is dat al onze pogingen om een AI-bot op andere gedachten te brengen volstrekt zinloos zullen zijn, terwijl de AI haar boodschappen zo loepzuiver kan afstemmen dat de kans groot is dat we ons erdoor laten beïnvloeden.

    Dankzij haar taalbeheersing zou AI zelfs intieme relaties met mensen kunnen aangaan en de kracht van de intimiteit kunnen gebruiken om onze meningen en ons wereldbeeld te veranderen. Hoewel er geen enkele aanwijzing is dat AI over een eigen geweten of eigen gevoelens beschikt, hoeft ze alleen maar een emotionele band met mensen te kweken om op intieme voet met ze te geraken. In juni 2022 beweerde Blake Lemoine, een softwareontwikkelaar van Google, publiekelijk dat de AI-chatbot Lamda, waaraan hij werkte, gevoelens had ontwikkeld. Deze controversiële bewering kostte hem zijn baan. Het interessantst aan het voorval was niet Lemoines bewering, die vermoedelijk onwaar was, maar zijn bereidheid om zijn lucratieve baan op het spel te zetten ten behoeve van de AI-chatbot. Als AI mensen zo ver kan krijgen dat ze hun baan op het spel zetten, waar kan ze hen dan nog meer toe verleiden?

    In een politiek gevecht om het hoofd en hart van mensen te winnen, is intimiteit het meest efficiënte wapen, en AI is inmiddels in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken. We weten allemaal dat de strijd om de aandacht van mensen het afgelopen decennium in toenemende mate in de sociale media is gevoerd. Met de nieuwe generatie AI-tools wordt deze strijd van aandacht naar intimiteit verlegd. Wat gebeurt er met de menselijke samenleving en de menselijke psychologie wanneer AI in het strijdperk treedt tegen AI om intieme neprelaties met ons te kweken, die vervolgens kunnen worden gebruikt om ons ervan te overtuigen dat we op bepaalde politici moeten stemmen of bepaalde producten moeten kopen?

    Mensen zouden één enkele AI-adviseur als een alwetend orakel op ieder gebied kunnen gaan gebruiken

    Zelfs zonder het kweken van ‘nepintimiteit’ zouden de nieuwe AI-tools al een immense invloed hebben op onze meningen en ons wereldbeeld. Mensen zouden één enkele AI-adviseur als een alwetend orakel op ieder gebied kunnen gaan gebruiken. Geen wonder dat Google doodsbang is. Waarom zou ik nog op zoek gaan als ik het gewoon aan het orakel kan vragen? De nieuws- en reclame-industrie zou ook doodsbang moeten zijn. Waarom nog een krant lezen als ik gewoon aan het orakel kan vragen me het laatst nieuws te vertellen? En wat hebben advertenties voor zin als ik gewoon aan het orakel kan vragen wat ik moet kopen?

    En zelfs deze scenario’s weten het totaalbeeld niet echt te schetsen. We hebben het hier over het mogelijke einde van de menselijke geschiedenis. Niet het einde van alle geschiedenis, alleen van het door mensen gedomineerde deel daarvan. Geschiedenis is de interactie tussen biologie en cultuur; tussen enerzijds onze biologische behoefte aan dingen als eten en seks en anderzijds onze culturele scheppingen als religies en wetten. Geschiedenis is het proces waarmee wetten en religies eten en seks vormgeven. 

    Wat zal er met de loop van de geschiedenis gebeuren als AI de cultuur overneemt en verhalen, melodieën, wetten en religies gaat creëren? Eerdere hulpmiddelen als de drukpers en de radio hielpen de culturele ideeën van mensen te verspreiden, maar ze hebben nooit uit zichzelf nieuwe culturele ideeën gecreëerd. Met AI is het wezenlijk anders gesteld. AI kan geheel nieuwe ideeën creëren, een geheel nieuwe cultuur.

    De komende decennia zouden we weleens in de dromen van een buitenaardse intelligentie verzeild kunnen raken

    Aanvankelijk zal AI vermoedelijk de menselijke prototypes imiteren waarop ze in haar kinderjaren heeft geoefend. Maar met elk jaar dat verstrijkt zal de AI-cultuur onversaagd meer terreinen gaan verkennen waar nog geen mens ooit is geweest. Al duizenden jaren lang leven mensen in de dromen van andere mensen. De komende decennia zouden we weleens in de dromen van een buitenaardse intelligentie verzeild kunnen raken.

    De angst voor AI achtervolgt de mensheid pas de afgelopen decennia. Maar duizenden jaren lang is de mens achtervolgd door een veel grotere angst. We hebben altijd oog gehad voor de manier waarop verhalen en beelden onze geest kunnen manipuleren en illusies kunnen scheppen. Bijgevolg is de mens al sinds onheuglijke tijden bang in een wereld van illusies verstrikt te raken.

    Illusies

    In de zeventiende eeuw vreesde René Descartes dat een boze geest hem misschien in een wereld van illusies verstrikte en alles schiep wat hij zag en hoorde. In het oude Griekenland schreef Plato zijn beroemde ‘Allegorie van de Grot’, waarin een groep mensen zijn leven lang geketend in een grot zit, met uitzicht op een blinde muur. Een scherm. Op dat scherm zien ze diverse schaduwen geprojecteerd. De gevangenen zien de illusies die ze daar waarnemen voor de werkelijkheid aan.

    In het oude India verkondigden boeddhistische en hindoeïstische sages dat alle mensen verstrikt waren in de Maya, de wereld van illusies. Wat we normaliter voor de werkelijkheid aanzien zijn vaak slechts verzinsels van onze eigen geest. Vanwege hun geloof in deze of gene illusie kunnen mensen hele oorlogen voeren, anderen doden en bereid zijn ook zelf gedood te worden.

    De AI-revolutie confronteert ons met de boze geest van Descartes, met de grot van Plato, met de Maya. Als we niet oppassen, kunnen we verstrikt raken achter een gordijn van illusies, dat we niet kunnen wegrukken en waarvan we de aanwezigheid misschien niet eens vermoeden.

    De vraag die momenteel voorligt is hoe we ervoor kunnen zorgen dat de nieuwe AI-tools voor goede doelen worden aangewend en niet voor slechte

    Natuurlijk kan de nieuwe macht van AI ook voor goede doelen worden aangewend. Daar zal ik verder niet over uitweiden, want dat doen de ontwikkelaars ervan zelf al genoeg. Het is de taak van historici en filosofen zoals ik om op de gevaren te wijzen. Maar AI kan ons zeker ook op talloze manieren helpen, van het ontdekken van nieuwe middelen tegen kanker tot het vinden van oplossingen voor de ecologische crisis. De vraag die momenteel voorligt is hoe we ervoor kunnen zorgen dat de nieuwe AI-tools voor goede doelen worden aangewend en niet voor slechte. Daarvoor moeten we eerst begrijpen waar deze tools werkelijk toe in staat zijn.

    Sinds 1945 weten we dat kerntechnologie goedkope energie kan genereren ten bate van mensen, maar ook de menselijke beschaving fysiek te gronde kan richten. We hebben de hele internationale orde opnieuw vorm gegeven om de mensheid te beschermen en ervoor te zorgen dat kerntechnologie voornamelijk ten goede zou worden aangewend. Nu krijgen we te maken met een nieuw massavernietigingswapen dat de ondergang kan betekenen voor onze geestelijke en maatschappelijke wereld.

    We kunnen de nieuwe AI-tools nog steeds aan een systeem van regels onderwerpen, maar dan moeten we wel snel zijn. Waar kernwapens niet in staat zijn krachtiger kernwapens uit te vinden, is AI in staat tot het ontwikkelen van AI die exponentieel krachtiger is. De eerste cruciale stap is het eisen van rigoureuze veiligheidscontroles voordat krachtige AI-tools tot het publieke domein worden toegelaten. Zoals een farmaceutisch bedrijf geen nieuwe medicijnen mag vrijgeven voordat de bijwerkingen op zowel de korte als de lange termijn zijn getest, zouden techbedrijven geen nieuwe AI-tools moeten mogen vrijgeven voordat die gegarandeerd veilig zijn. Er zou een soort keuringsdienst van waren voor nieuwe technologie moeten komen, en wel gisteren.

    Zal het vertragen van de inzet van AI voor openbare doeleinden er niet toe leiden dat democratieën achter gaan lopen op gewetenloze autoritaire regimes? Integendeel. Het ongereguleerd inzetten van AI zou sociale chaos veroorzaken, wat voordelig zou zijn voor autocraten en funest voor democratieën. Democratie is een vorm van gesprek, en voor gesprekken is taal nodig. Wanneer AI de taal hackt, kan het ook ons vermogen vernietigen om zinvolle gesprekken te voeren, en daarmee de democratie.

    De eerste regulering die ik zou willen voorstellen is de verplichting voor AI om te melden dat ze een AI is

    We hebben net kennisgemaakt met een buitenaardse intelligentie, hier op aarde. Veel weten we er nog niet van, behalve dat ze onze beschaving te gronde kan richten. We moeten een halt toeroepen aan het onverantwoordelijk inzetten van AI-tools in de openbare ruimte, en AI reguleren voordat ze ons reguleert. En de eerste regulering die ik zou willen voorstellen is de verplichting voor AI om te melden dat ze een AI is. Als ik een gesprek met iemand voer en niet weet of het een mens is of een AI, dan betekent dat het einde voor de democratie.

    Deze tekst is gegenereerd door een mens.

    Toch?

    Lees ook:

  • Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Griekenland is in één jaar maar liefst achtendertig plaatsen gezakt op de internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen en staat nu het laagst van alle Europese landen. Journalist Stavros Malichudis, die zelf door de inlichtingendienst in de gaten werd gehouden, weet wel hoe dat komt.

    Laten we een spelletje doen: pak een pen of potlood en een stuk papier. Ik weet dat je het niet zult doen. Maar ik meen het. Geef het een kans: pak een pen of potlood en een stuk papier.

    Zit je klaar? Laten we doen van wel. Bedenk nu welke vijftien bedrijven de meeste invloed hebben op je dagelijks leven en schrijf ze op. Neem bijvoorbeeld de bedrijven waar je op een gewone dag het meest mee in aanraking komt.

    Ik begin wel: Cosmote (mobiele telefoon). Vodafone (vaste lijn). De Piraeus Bank (geld). E-food en Wolt (eten). Public en Plaisio (loop ik tegenaan zodra ik mijn huis uit kom). OPAP (ik kom langs de eerste vestiging van dit kansspelbedrijf nog voor ik tegen de Public en Plaisio aanloop). Athenian Brewery, Olympic Brewery, Coca-Cola (grote kans dat ik tijdens een zakelijke afspraak of ’s avonds in een bar een van deze merken bestel). Aegean Airlines. Hellenic Petroleum. Energiebedrijf DEI. Mytilineos. En natuurlijk de bouwbedrijven: Ellaktor, GEK Terna en opnieuw Mytilineos.

    Bedenk nu wanneer je voor het laatst een programma van een publieke of commerciële omroep hebt gezien dat onderzoek deed naar een van deze bedrijven. Wanneer heb je voor het laatst een reportage gezien – over arbeidsovereenkomsten waar het niet zo nauw mee wordt genomen, over een vermoedelijke voorkeursbehandeling van de staat, over een eventueel oneerlijke houding tegenover kleine spelers op de markt – op een groot mediakanaal?

    Rotte appels

    Waarschijnlijk is dat heel lang geleden. Wat is hier aan de hand? In Griekenland kom je waar je ook kijkt rotte appels tegen. Kan het zo zijn dat op magische wijze alleen de belangen van de grote spelers onaangetast blijven? Hebben alleen andere bedrijven last van de kwalen waarvan we allemaal op de hoogte zijn?

    Noteer nu eens welke van deze bedrijven je weleens hebt zien adverteren op grotere media, of welke de evenementen sponsorden die je hebt bezocht.

    Lijkt alles nu niet ineens een stuk duidelijker?

    Voor bedrijven in Griekenland dient adverteren bij mediakanalen één doel: een afhankelijkheidsrelatie creëren. Voor veel Grieken is dat natuurlijk niets nieuws, maar het is interessant om te zien hoe buitenlandse bedrijven zich aan deze realiteit aanpassen.

    In september 2021 ontstond er ophef over e-food, het Duitse bedrijf dat pizza, souvlaki en zelfs boodschappen thuisbezorgt. Toen een ongelukkig bericht uitlekte waarin bepaalde bezorgers werden geïnformeerd dat ze niet langer in loondienst zouden werken, en dat ze ofwel verder konden gaan als freelancer of e-food vaarwel konden zeggen, werden de bezorgers op sociale media massaal gesteund.

    ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    De media besteedden niet alleen veel aandacht aan het nieuws, maar ook aan de eisen en acties van de werknemers. Door deze publiciteit daalde de rating van het bedrijf in een paar uur tot één ster – en werden de ontslagen teruggedraaid.

    Tijdens die eerste dagen, toen ik het enthousiasme zag waarmee de binnenlandse media de kwestie maar bleven behandelen, vroeg ik me iets af. Kort daarna wist een bron die goed op de hoogte was mijn vraag te beantwoorden: nee, e-food adverteerde niet bij de binnenlandse mediakanalen. Aangezien het zakenmodel van e-food gericht is op internetgebruikers – die terwijl ze naar een YouTubefilmpje of posts van hun vrienden op Facebook kijken vroeg of laat wel iets zullen bestellen – werd adverteren op radio en tv niet nodig gevonden voor de groei van het bedrijf. Dit verklaarde deels de ongekende vrijheid waarmee de mediakanalen zich tegen het bedrijf richtten.

    In het tussenliggende jaar heeft e-food zijn les geleerd: tegenwoordig adverteert het bedrijf op grote landelijke tv- en radiozenders. Daarmee heeft het zijn eigen beschermingscontract getekend en voorkomen dat de pers, en daarmee de consument, zich met toekomstige misstanden zal bemoeien.

    Gezakt

    In 2022 stond Griekenland op plek 108 van de 180 landen op de jaarlijkse internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen (VZG). Het was achtendertig plaatsen gezakt ten opzichte van het jaar ervoor en stond nu het laagst van alle Europese landen.

    Sinds de dag dat de lage plek op de index bekend werd gemaakt, is er in Griekenland iets eigenaardigs aan de hand. Een deel van de oppositie gedraagt zich alsof de uitkomst onverwacht was, bijna alsof het woord ‘Griekenland’ voor hen tot vorig jaar gelijkstond aan persvrijheid. Dit terwijl de regering niet alleen het rapport maar ook de instantie die het publiceert geheel in twijfel trekt.

    Inspelend op de inlandse neiging om ngo’s te wantrouwen (volgens de peilingen wantrouwen Griekse burgers ngo’s het meest van alle instituties) verwijst de regering denigrerend naar Verslaggevers Zonder Grenzen als ‘een ngo’, terwijl de premier het rapport als ‘rotzooi’ heeft bestempeld.

    Het is moeilijk te begrijpen waarom de rechtsvorm ‘non-profitorganisatie’ bepalender zou zijn voor de kwaliteit van het jaarlijkse rapport, dat wereldwijd van belang wordt geacht, dan bijvoorbeeld het feit dat VZG onderscheiden is door het Europees Parlement. In plaats van de index te erkennen wordt er in Griekenland gewezen op de Afrikaanse landen die hoger op de lijst staan en wordt er gevraagd: hoe is het mogelijk dat Griekenland het slechter doet dan die landen?

    Op een internationaal journalistiek congres dat in 2022 in Athene werd georganiseerd gaf Pavol Szalai, die bij de journalistieke non-profitorganisatie iMedD verantwoordelijk is voor de Balkanlanden en de EU, een antwoord dat met applaus werd ontvangen. Hij zei dat we nu eindelijk eens moeten ophouden met het als vanzelfsprekend beschouwen dat er in Afrikaanse landen minder persvrijheid heerst dan in Europese landen.

    In november 2021 werd onthuld dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst

    Szalai lichtte toe dat Griekenland vandaag de dag alle problemen in zich verenigt die je in andere Europese landen aantreft. ‘Er is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord, waar journalisten willekeurig in de gaten worden gehouden en waar mensen die verslag doen van de immigrantenkwestie worden aangevallen en geïntimideerd. Ook zijn er veel SLAPP-gevallen [acroniem voor het door middel van rechtszaken intimideren van journalisten], is er politiegeweld, heerst er een gebrek aan onafhankelijkheid van publieke nieuwsmedia – en zo kan ik nog wel even doorgaan,’ zei hij.

    Internationale journalistieke organisaties (naast VZG) en buitenlandse Europarlementariërs blijven onvermoeibaar opheldering eisen over de moord op Giorgos Karaivaz [een Griekse onderzoeksjournalist die was gespecialiseerd in de georganiseerde misdaad en in april 2021 in Athene werd doodgeschoten]. En dat is het eerste wat er zou moeten gebeuren, wil de regering het imago van het land verbeteren. Maar ruim anderhalf jaar later is er, ondanks de aanvankelijke aankondigingen, geen enkele vooruitgang geboekt.

    Het directe gevolg van deze ongekende gebeurtenis – de moord op een misdaadverslaggever op klaarlichte dag – is het vermoeden dat zoiets opnieuw kan gebeuren.

    Als er geen haast wordt gemaakt met de opheldering van de moord op een vooraanstaande journalist, die zelfs bij de bewoners van het meest afgelegen Griekse dorp bekend was door zijn dagelijkse televisieoptredens, wat valt er dan te verwachten als er iets met een van ons zou gebeuren?

    In november 2021 onthulde een reportage in [de Griekse krant] Efimerida ton Syntakton dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst, in het kader van een reportage voor Solomon.

    Onder toezicht

    We weten niet waarom ik onder toezicht kwam te staan. Aanvankelijk werd het ontkend, terwijl maanden later bleek dat het omwille van de ‘nationale veiligheid’ was gebeurd (net als jaarlijks minstens vijftienduizend andere burgers overkomt). Uit het gepubliceerde document kwam naar voren dat de geheime dienst in die periode interesse had in een reportage waaraan we werkten, over een twaalfjarige vluchteling uit Syrië die opgesloten zat in een kamp op Kos.

    Daarop volgde een verklaring van de Journalistenbond van Atheense Dagbladen. Ook de Buitenlandse Persvereniging en internationale journalistenverenigingen kwamen met verklaringen. Er werden vragen gesteld in het Europees Parlement en internationale media die als betrouwbaar bekendstaan kwamen met reportages.

    Toen de zaak meer bekendheid kreeg, maakte ik met mijn collega’s bij Solomon de volgende afspraak: we zouden ons niet overhaast tot linkse media of kanalen van de oppositie wenden, die uit principe of uit opportunisme belangstelling voor de zaak zouden tonen. In plaats daarvan zouden we wachten en andere media de kans geven een kwestie te belichten die in strijd is met vrijheden die in de grondwet verankerd zijn.

    We wachten nog steeds.

    Het is merkwaardig: de nieuwswebsites in Griekenland hebben journalisten in dienst die op een werkdag per persoon soms wel vijfentwintig verschillende nieuwsberichten moeten plaatsen. Maar nergens werd het nodig gevonden om tien minuten vrij te maken en een werknemer een nieuwsbericht van honderd woorden te laten tikken over de verklaring van onze vakbond – of toch ten minste over het feit dat een collega-journalist in de gaten werd gehouden.

    Journalist Thanasis Koukakis bleek te worden afgeluisterd met de spyware Predator

    De impact van het volledig verzwijgen van een gebeurtenis door de media is enorm: het betekent dat de gebeurtenis voor de lezers nooit heeft plaatsgevonden.

    Dit werd nog duidelijker in het geval van Thanasis Koukakis, een redacteur economie die voor Griekse en buitenlandse media als Financial Times bankschandalen onderzoekt. Hij bleek niet alleen onder toezicht te staan van de Griekse inlichtingendienst, maar ook te worden afgeluisterd met de spyware Predator. Ondertussen paste de regering decennia oude wetgeving zo aan dat hij niet meer te weten kon komen waarom dit heeft plaatsgevonden.

    Ondanks de informatie die hierover naar buiten kwam, werd ook hiervan amper verslag gedaan. Heel weinig mediakanalen zonden een nieuwsbericht uit over het feit dat een van hun collega’s, iemand die ze kenden, in de gaten werd gehouden.

    Onderzoeksjournalist Eliza Triantafillou van journalistencollectief Inside Story, die samen met Reporters United ruim een half jaar wijdde aan de onthulling van het schandaal dat vandaag de dag in binnen- en buitenland bekend is als Predator Gate, maakte een heel relevante opmerking. Volgens haar zagen de Griekse media zich gedwongen te erkennen (en hun publiek ervan op de hoogte te stellen) dat er daadwerkelijk iets aan de hand was toen het afluisteren van Nikos Androulakis aan het licht kwam – want hoe kun je verzwijgen dat een verkozen Europarlementariër en leider van de derde politieke partij van het land werd bespioneerd?

    Overheidsagentschap

    Wil een nieuwsbericht in Griekenland kans maken om het grote publiek te bereiken, dan moet het worden geplaatst door het Atheens-Macedonische Persbureau (AMNA), het enige overheidsagentschap. Het bedrijfsmodel van honderden websites in het hele land is gebaseerd op de reproductie van de berichten van AMNA; ze hebben verder weinig tot geen eigen nieuws. Misschien wel acht van de tien nieuwsberichten die we dagelijks op het internet lezen zijn afkomstig van dit persbureau.

    Onmiddellijk na zijn verkiezing in juli 2019 plaatste premier Kyriakos Mitsotakis, als een van zijn eerste handelingen, AMNA, de publieke omroep ERT en de nationale inlichtingendienst EYP onder zijn toezicht.

    Zijn besluit om EYP onder zijn directe verantwoordelijkheid te plaatsen is omstreden, omdat de lijst met journalisten, burgers en instanties die vermoedelijk onder toezicht van de geheime dienst staan almaar langer wordt. Maar het besluit van de premier om de publieke omroep en AMNA onder zijn verantwoordelijkheid te plaatsen, kan als geheel onnodig worden beschouwd. Beide overheidsinstellingen hebben immers altijd de belangen van de zittende regering behartigd, in plaats van de belangen van het publiek dat ze financiert.

    Dit is vandaag de dag nog steeds zo. Wanneer buitenlandse media als The Guardian en Le Monde de goed gedocumenteerde resultaten publiceren van maandenlang onderzoek naar de pushbacks van vluchtelingen door Griekenland, houdt AMNA zich stil. Maar wanneer diezelfde media korte reisreportages publiceren waarin ze de stranden van een Grieks eiland ophemelen, neemt het persbureau een heel andere houding aan en plaatst het een nieuwsbericht dat vervolgens door honderden websites wordt overgenomen.

    Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over hun eigen land

    Een voorbeeld waaruit het unieke vermogen van het overheidsagentschap blijkt om gebeurtenissen buiten de journalistiek te houden, waardoor ze schijnbaar niet hebben plaatsgevonden, is het interview van Washington Post-journalist Lally Weymouth met de premier. Toen AMNA het interview had vertaald en geherpubliceerd, ontbraken de momenten waarop de journalist Mitsotakis het vuur na aan de schenen had gelegd door hem op te roepen een door zijn regering ingevoerde problematische wet tegen nepnieuws in te trekken. De Griekse lezers hebben nooit meegekregen dat iets dergelijks had plaatsgevonden, hoewel Mitsotakis het jaar daarop zelf ook toegaf dat de regering de wet verkeerd had ingeschat.

    Maar het meest verhelderende voorbeeld van de rol van AMNA brengt ons weer bij Verslaggevers Zonder Grenzen en de manier waarop het staatspersbureau de jaarlijkse index bekendmaakte. Het was op zijn zachtst gezegd een hele uitdaging om de index in Griekenland te presenteren zonder te vermelden dat Griekenland nu op de laatste plek in Europa stond.

    Maar het is de redacteurs van AMNA toch gelukt. En zo kwam het dat de Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over die in hun eigen land.

    In de winter van 2019 zaten er in Griekenland circa 2500 onbegeleide minderjarige vluchtelingen vast onder erbarmelijke omstandigheden. De toenmalige minister van Burgerveiligheid, Michalis Chrisochoidis, stuurde een brief naar zijn Europese ambtgenoten waarin hij een plan voorstelde om de minderjarigen naar rato te verdelen over alle EU-landen. Het plan van de Griekse minister stuitte op de onverschilligheid van andere regeringen, maar waar het hier om draait is de inhoud van de brief en de uitkomst van de poging om die te achterhalen.

    Investigate Europe, een pan-Europees journalistenteam, vroeg de brief op bij de achtentwintig Europese regeringen. De helft daarvan reageerde. Hoewel het naar buiten brengen van de zaak in het belang van Griekenland kon zijn, weigerden de Griekse autoriteiten de brief vrij te geven. 

    De houding van bijvoorbeeld Finland daarentegen getuigt van een compleet andere bestuurscultuur. De brief werd er niet alleen vrijgegeven, de betreffende e-mail was zelfs ondertekend door een stagiair bij het verantwoordelijke ministerie.

    Toegang krijgen tot openbare gegevens heeft heel wat voeten in aarde

    Het verwerven van toegang tot openbare gegevens heeft in Griekenland heel wat voeten in aarde. Instellingen en diensten behandelen deze gegevens bijna als hun persoonlijke geheimen. Wij, journalisten die deelnemen aan internationale onderzoeken, moeten onze collega’s er continu van overtuigen dat het geen kwestie is van luiheid dat we geen toegang kunnen krijgen tot gegevens die zij in hun eigen land moeiteloos (vaak binnen een dag!) verkrijgen.

    Datajournalistiek is in het buitenland al jaren in opkomst, en er bestaan teams die zich specialiseren in aanvragen voor toegang tot openbare informatie. Dat geen van de grote media in Griekenland een dergelijke afdeling heeft, is tekenend. Zo’n afdeling zou namelijk nutteloos zijn.

    Deze kwesties hebben niet alleen maar betrekking op de huidige regering. Maar alleen een regering kan een kader bieden waarin redacteurs zichzelf niet censureren omdat ze weten dat een reportage de eigenaar van het mediakanaal waarvoor ze werken, of de adverteerders, in het verkeerde keelgat zal schieten. Alleen een regering kan de grondvesten leggen waardoor de grote spelers niet langer buiten schot blijven – en voor nationale media zorgen die het publiek informeren en niet het imago van de regering van dat moment dienen.

    Klokkenluiders

    En alleen een regering kan wetten maken om klokkenluiders te beschermen wanneer dat in het algemeen belang is. Hoewel hier EU-richtlijnen voor bestaan, blijft Griekenland weigeren deze in het nationale recht op te nemen. De regering volstaat met de herhaalde mededeling dat ‘er niets aan de hand is met de persvrijheid in Griekenland’, en benadrukt dat de persvrijheid in de grondwet verankerd ligt. De regering weigert het bestaan van deze kwesties te erkennen.

    Door te weigeren ze onder ogen te zien, ontzegt de regering burgers het recht om vrij van deze kwesties te leven. Het is dan ook veel doeltreffender wanneer de persvrijheid ondermijnd kan worden zonder bloedvergieten of conflicten, wanneer de persvrijheid in theorie gewaarborgd wordt en alleen stilletjes wordt betwist. Wanneer journalisten weten dat er in ons land bepaalde verhalen, onderwerpen en domeinen bestaan ‘waar je simpelweg niet aankomt’.

    Lees ook:

  • De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De Salvadoraanse president wordt vanwege zijn harde optreden tegen bendegeweld ervan beschuldigd de mensenrechten te schenden en de democratie af te breken. Maar in de regio is zijn mano dura-aanpak voor velen een voorbeeld.

    Volgens critici heeft Nayib Bukele, de president van El Salvador, zich ontwikkeld tot een meedogenloze hardliner, die eerlijke rechtsgang en andere civiele bescherming met voeten treedt. Maar in Latijns-Amerika heeft hij met zijn gemilitariseerde optreden tegen bendes een fanclub verworven die maar blijft groeien. Prominente politici en doorsneeburgers tonen bewondering voor zijn beleid. Niet alleen in aangrenzende landen, maar ook in het verder gelegen Peru en Chili. Ze wensen dat hun eigen land een soortgelijke aanpak volgt.

    Na de mano dura – de aanpak met harde hand die escaleerde toen Bukele afgelopen maart de uitzonderingstoestand afkondigde – is het aantal moorden in El Salvador teruggedrongen en keerde relatieve veiligheid terug in steden en dorpen die jarenlang door geweld werden geteisterd. Maar daarmee is ook het recht op een eerlijk proces nagenoeg verdwenen voor degenen die ervan worden beschuldigd lid van een bende te zijn. Ongeveer zestigduizend Salvadoranen werden in minder dan een jaar tijd gevangengezet. De regering van Bukele werd het doelwit van berispingen en sancties van de VS en is door mensenrechtenorganisaties veroordeeld. Maar in veel delen van Latijns-Amerika zijn de reacties een stuk positiever.

    Bukele is bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land

    In het door geweld geteisterde Guatemala en Honduras hielden burgers pro-Bukele-demonstraties en tijdens het bezoek van de Salvadoraanse president aan die landen werd hij toegejuicht. De minister van Veiligheid van Costa Rica, Jorge Torres, riep zijn regering op om Bukele na te volgen. Rodolfo Hernández, de bij de presidentsverkiezingen van Colombia nipt werd verslagen, reisde vóór de verkiezingen af naar San Salvador, om het beleid van Bukele uit eerste hand te observeren. Rafael López Aliaga, burgemeester van de Peruaanse hoofdstad Lima en rechtse presidentskandidaat, beloofde een ‘Bukele-strategie’ om de stedelijke criminaliteit aan te pakken. Zelfs in het verre Chili, waar de criminaliteit sterk toeneemt, waren pro-Bukele-demonstraties een veelbesproken onderwerp op sociale media.

    Critici van Bukele in Latijns-Amerika daarentegen zijn opmerkelijk dun gezaaid. De Ecuadoriaanse president Guillermo Lasso, die door critici onder druk werd gezet om zich uit te spreken over de verslechterende veiligheidssituatie in eigen land, vond dat Bukele te ver was gegaan. Hij klonk als een roepende in de woestijn. Niet zo gek, want een recente opiniepeiling laat zien dat Bukele bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land.

    Weldoener

    De soft power van Bukele – ongewoon voor een president van zo’n klein land – is de vrucht van jarenlange diplomatieke arbeid. Al voordat hij in 2019 president werd gaf hij aan dat hij de banden met zijn buurlanden wilde aanhalen, maar zijn echte kans kwam daarna. Het lanceerplatform werd de pandemie, die de doodsklok luidde voor zittende presidenten in de hele regio.

    Om zijn internationale imago te promoten profiteerde hij van de relatief doeltreffende – zij het draconische – reactie van zijn regering op de pandemie. In mei 2021 schonk zijn land 34.000 vaccins aan juichende menigtes in Honduras, waar een tekort was ontstaan door corruptie en incompetentie. Nadat verwoestende orkanen de regio troffen, stuurde zijn regering ook medische noodhulp naar Honduras en Guatemala en bood zij aan om Nicaraguaanse artsen in dienst te nemen die waren ontslagen omdat ze kritiek hadden geuit op de dictatuur van Daniel Ortega. Net als zijn jeugdidool Hugo Chávez lapte Bukele de presidentstermijnen aan zijn laars en zuiverde hij de rechterlijke macht in eigen land. Ondertussen cultiveerde hij het imago van weldoener in het buitenland, om zijn regering te beschermen tegen kritiek.

    In 2023 lijkt Bukele dat script te herhalen, alleen exporteert hij nu zijn veiligheidsbeleid. De Salvadoraanse minister van Veiligheid, Gustavo Villatoro, vertelde eind vorig jaar aan de Hondurese El Heraldo dat de Salvadoraanse autoriteiten sinds afgelopen maart regelmatig bijeenkomen met hun Guatemalteekse en Hondurese collega’s om informatie uit te wisselen over het gaan en staan van verdachte bendeleden die de grens oversteken. Een bendeleider die werd gezocht voor een reeks moorden werd in december door Guatemala overgedragen aan El Salvador, en de Hondurese president Xiomara Castro stuurde militaire politie naar de grens met El Salvador om te voorkomen dat verdachte criminelen die zouden oversteken. ‘Wat we in El Salvador hebben bereikt, is haalbaar voor alle landen,’ zei Villatoro na een bijeenkomst in februari waar de ministers van Veiligheid van Mexico, de Dominicaanse Republiek en verschillende Centraal-Amerikaanse landen besloten tot coördinatie van hun strategie tegen bendes.

    De trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador zouden Bukele de wind uit de zeilen kunnen nemen

    Ideologie lijkt niet te bepalen welke buitenlandse volgelingen zich aansluiten bij Bukele. Castro, die als links politicus campagne voerde met de bedoeling het misbruik door de veiligheidstroepen van Honduras aan banden te leggen, noemde Bukele een lichtend voorbeeld. Castro heeft in zestien van de achttien departementen van het land de permanente uitzonderingstoestand uitgeroepen – massale aanhoudingen laten nog op zich wachten. De conservatieve Zury Ríos, waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze dit jaar de aan kop zal gaan bij de presidentsverkiezingen in Guatemala, prijst op sociale media het veiligheidsbeleid van Bukele en heeft banden gesmeed met zijn getrouwen.

    Porfirio Chica, een Salvadoraanse mediastrateeg die nauw heeft samengewerkt met Bukele, vertelde Americas Quarterly dat Ríos hem tweemaal heeft geraadpleegd over de politieke strategie in het kader van de komende verkiezingen. Hij merkt daarbij op dat Bukele de soevereiniteit van zijn buren altijd strikt heeft gerespecteerd. De invloed van het veiligheidsbeleid van Bukele reikt nog veel verder. In januari verklaarde de Salvadoraanse vicepresident Félix Ulloa dat regeringsambtenaren een ontmoeting hadden met de Haïtiaanse premier Ariel Henry. Hij wil in Port-au-Prince een agentschap vestigen om een strategie te ontwikkelen tegen bendes in Haïti.

    De ideeën en retoriek van Bukele verspreiden zich nog steeds snel, maar het is niet duidelijk hoe ver hun invloed werkelijk reikt. Verschillende krachten zouden hem de wind uit de zeilen kunnen nemen – bijvoorbeeld de trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador. Het IMF voorspelt dat deze tegen 2027 – mede gevoed door de dure campagne tegen bendegeweld en de populistische economische hervormingen – 97,5 procent van het bbp zal bedragen. De regering zal de uitgaven moeten beperken, want dat politie en soldaten gratis gaan patrouilleren, is onwaarschijnlijk.

    Diversiteit

    De diversiteit van Midden-Amerika, die voor landen al vaker een sta-in-de-weg is geweest om onderling te integreren, is een ander potentieel obstakel. De regeringen in Guatemala en Honduras hebben te maken met een groter, geografisch diverser gebied en met andere betrokken maatschappelijke organisaties. Die zien het waarschijnlijk niet zitten om de agressievere handhavingsmethode van Bukele te kopiëren. In Costa Rica, en wellicht ook in de Dominicaanse Republiek en Panama, kan het relatief sterke rechtssysteem een rem zijn, als daar de aanpak van Bukele wordt geïmiteerd. Ook burgers zelf kunnen zich ertegen verzetten. Bukele heeft zich weliswaar gepresenteerd als een moderne Francisco Morazán – de negentiende-eeuwse onafhankelijkheidsstrijder die een groot deel van Midden-Amerika verenigd wilde houden – voor anderen doet hij juist denken aan Operatie Condor.

    De zoektocht van Bukele naar soft power in Latijns-Amerika is vooralsnog te succesvol om hem nu al af te schrijven. Gewelddadige criminaliteit, de voedingsbodem voor zijn soort beleid, is vrijwel overal in Latijns-Amerika een groot probleem. Zowel burgers van Chili en Ecuador, waar het altijd rustig is geweest, als die van chronisch gewelddadige landen zoals Haïti, Honduras en Colombia, hebben conventioneel veiligheidsbeleid al te vaak zien mislukken. Voor velen is de aantrekkingskracht van Bukele juist zijn radicale aanpak van misdaad. Mano dura-presidenten in de regio die hem voorgingen – zoals Antonio Saca van El Salvador of Otto Perez Molina van Guatemala – lijken vergeleken met hem voorzichtig en gezagsgetrouw. Vooralsnog nemen de ambtsgenoten van Bukele er nota van.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-gebeurt-er-allemaal-in-el-salvador/
  • Biden roept Netanyahu op democratische waarden te respecteren

    Biden roept Netanyahu op democratische waarden te respecteren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kim Jong-un voert dreigementen van nucleaire aanval op

    » Aanhoudende onrust in Frankrijk na opmerkelijke actie Franse regering

    Biden spreekt zijn zorgen uit in telefoongesprek met Netanyahu

    ‘Democratische waarden moeten een pijler blijven van de relatie tussen de VS en Israël,’ aldus president Biden zondag tijdens een telefoongesprek met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Er klinkt een verhulde waarschuwing aan Netanyahu in door vanwege zijn controversiële plan om het rechtssysteem van Israël te herzien, schrijft The Washington Post.

    Tijdens het telefoongesprek uitte Biden ‘zijn bezorgdheid’ over Netanyahu’s plan. De Amerikaanse president ‘onderstreepte zijn overtuiging dat democratische waarden altijd een kenmerk van de Amerikaans-Israëlische relatie zijn geweest en moeten blijven, dat democratische samenlevingen worden versterkt door de scheiding der machten en dat fundamentele veranderingen alleen moeten worden nagestreefd wanneer een zo breed mogelijk deel van de bevolking erachter staat’, aldus het Witte Huis in een persbericht.

    Tegenstanders waarschuwen dat de wetswijzigingen het democratische systeem van Israël zullen ondermijnen

    Met de voorgestelde wijzigingen wil Netanyahu de Knesset, het Israëlische parlement, controle geven over de benoeming van rechters. Ook wil hij de rechterlijke toetsing van wetgeving afschaffen en het parlement in staat stellen beslissingen van het Hooggerechtshof weg te stemmen.

    De voorstellen hebben geleid tot massale demonstraties. Tegenstanders waarschuwen dat de wetswijzigingen het democratische systeem van Israël zullen ondermijnen, omdat de rechterlijke macht dan niet langer beschermd zal zijn tegen de grillen van het politieke systeem.

    Biden, die gedurende zijn ruim vijftig jaar lange politieke carrière een trouwe supporter van Israël is geweest en een langdurige relatie met Netanyahu heeft, heeft de Israëlische premier opgeroepen tot een ‘compromis over de voorgestelde justitiële hervormingen dat in overeenstemming is met de genoemde democratische beginselen’, meldt het Witte Huis.

    Lees ook:

  • Yuval Noah Harari: ‘Netanyahu, stop met je staatsgreep of wij stoppen het land’

    Yuval Noah Harari: ‘Netanyahu, stop met je staatsgreep of wij stoppen het land’

    Al wekenlang demonstreren Israëliërs tegen de plannen van de rechtse regering om het Hooggerechtshof buitenspel te zetten. Historicus Yuval Noah Harari is een van hen. ‘De regering is bezig met een antidemocratische staatsgreep.’

    We bevinden ons midden in een historische orkaan. Deze orkaan wekt geen woede of haat op, maar angst. We slapen ’s nachts niet, we zijn gewoon doodsbang. En dat is prima. Er zijn momenten in de geschiedenis dat angst de verstandigste reactie is. Er zijn momenten in de geschiedenis dat angst nodig is om aan te zetten tot actie.

    We hebben nu een uitstekende reden om bang te zijn en we hebben een uitstekende reden om te handelen. Laat niemand u voor de gek houden: wat deze regering uitvoert is geen hervorming van het rechtssysteem, maar een antidemocratische staatsgreep. Dit is precies hoe een staatsgreep eruitziet.

    Coups worden niet altijd uitgevoerd met tanks in de straten. Veel staatsgrepen in de geschiedenis werden achter gesloten deuren uitgevoerd met pen en papier, en tegen de tijd dat de mensen begrepen wat er op die papieren stond was het te laat voor verzet.

    ‘Vertrouw ons’

    In de geschiedenis waren er talloze dictaturen van mensen die aanvankelijk met legale middelen aan de macht kwamen. Het is een oude truc: eerst gebruik je de wet om macht te verkrijgen, dan gebruik je je macht om de wet aan te passen. Als je de wetten die deze regering nu aan het opstellen is in hun geheel bekijkt, hebben ze één simpele betekenis (en je hoeft geen doctor in de rechten te zijn om dat te begrijpen): als ze worden aangenomen, zal de regering de macht hebben om onze vrijheid volledig te vernietigen.

    Dan kunnen eenenzestig leden van de Knesset [het Israëlische parlement, met honderdtwintig leden] elke racistische, onderdrukkende en antidemocratische wet aannemen die zij bedenken; eenenzestig leden van de Knesset kunnen het kiesstelsel zo veranderen dat we het regime niet meer kunnen vervangen. Wanneer wij de leiders van deze staatsgreep vragen wie de regering dan in toom houdt en fundamentele mensenrechten beschermt, dan hebben zij slechts één antwoord: ‘Vertrouw ons’.

    Premier Netanyahu, minister van Justitie Levin, parlementslid Rothman, voorzitter van de grondwetcommissie, wij vertrouwen jullie niet! Jullie verscheuren het contract dat onze samenleving vijfenzeventig jaar lang op de een of andere manier bij elkaar heeft gehouden, en jullie verwachten vertrouwen van ons?

    We vertrouwen jullie niet, omdat we heel goed weten wat jullie willen. Jullie willen onbeperkte macht. Jullie willen ons de mond snoeren en ons vertellen hoe te leven, wat te eten, wat te dragen, wat te denken en zelfs van wie te houden.

    Wij Israëliërs zijn koppig, we zijn vrijgevochten en niemand is er ooit in geslaagd ons de mond te snoeren

    Maar jullie begrijpen niet met wie jullie te maken hebben. Van Israëliërs kan je geen goede slaven maken [de slavernij van de oude Hebreeërs is een kernonderdeel van de Joodse heilige teksten dat vooral op het feest van Pesach wordt herdacht]. Wij Israëliërs zijn koppig, we zijn vrijgevochten en niemand is er ooit in geslaagd ons de mond te snoeren. Wij zullen niet toestaan dat jullie van Israël een dictatuur maken.

    Dus wat gaat er de komende weken gebeuren?

    De regering zal blijven proberen haar dictatoriale wetten door te voeren. Ze zal ons ook ‘anarchisten’ en ‘verraders’ blijven noemen, en extreme gebeurtenissen uitbuiten of zelfs initiëren om verzet te onderdrukken. Aan onze kant zullen wij blijven protesteren. En we zullen ervoor zorgen dat de rechters van het hooggerechtshof zowel de steun als de vastberadenheid van de bevolking hebben om deze dictatoriale wetten te schrappen.

    En wat als de regering weigert de uitspraak van het hooggerechtshof te accepteren? Dan belanden we in een constitutionele crisis, op onbekend terrein, zonder duidelijke regels en wetten. Van wie zal de politie orders aannemen – van de regering of van het hof? Van wie krijgen de Shin Bet en de Mossad bevelen? Aan wie zullen de Israel Defence Forces [IDF, de Israëlische strijdkrachten] gehoorzamen? En de allerbelangrijkste vraag: wat zullen de burgers doen?

    De opiniepeilingen zijn duidelijk: een grote meerderheid van de Israëli’s steunt de acties van de regering niet. Maar peilingen houden dictaturen niet tegen. De geschiedenis leert ons dat jullie, de burgers, de laatste en belangrijkste verdedigingslinie zijn in elke democratie.

    Geen tweede kans

    Een democratie is een overeenkomst, die voorschrijft dat burgers de besluiten van de regering moeten respecteren, op voorwaarde dat de regering de fundamentele vrijheden van burgers respecteert. Als de ene partij de afspraak verbreekt, hoeft de andere partij haar deel niet na te komen. Wanneer een regering probeert een dictatuur in te stellen, mogen burgers zich verzetten.

    Dit is een historische test voor de burgers van Israël, en als we falen, krijgen we geen tweede kans. We moeten ons nu oprichten – of de rest van ons leven ons hoofd naar beneden houden. We moeten nu onze stem verheffen – of de rest van ons leven onze mond houden. Dit is het moment om te protesteren, te schreeuwen én om stil te staan.

    Als universitair docent hoop ik bijvoorbeeld dat, zolang deze antidemocratische staatsgreep voortduurt, alle academische instellingen in Israël gaan staken. We moeten natuurlijk onze studenten blijven steunen in deze onrustige tijden, maar dit is het moment om alle reguliere cursussen stop te zetten, en alleen les te geven over democratie, mensenrechten en vrijheid.

    Hebben sommigen van ons moeite met een officiële staking? Ik ben ervan overtuigd dat wij Israëli’s creatieve manieren zullen vinden om te vertragen en bevelen te negeren. Ieder van ons kan een kleine spaak in het wiel van deze antidemocratische staatsgreep steken.

    Het is waar dat jullie vierenzestig vingers in de Knesset hebben, maar dat betekent niet dat jullie die vingers overal in mogen steken

    Aangezien ik de microfoon heb gekregen, wil ik, als typische Israëli, van de gelegenheid gebruik maken om enkele persoonlijke boodschappen over te brengen. Aan Esther Hayut, opperrechter van het hooggerechtshof en aan Gali Baharav-Miara, de procureur-generaal: aan u is een van de moeilijkste en belangrijkste missies in de geschiedenis van Israël toevertrouwd. Dit is een grote verantwoordelijkheid, maar ook een groot voorrecht. Dit is uw moment om geschiedenis te schrijven. Aarzel niet en deins niet terug: bescherm onze vrijheid.

    Aan president Herzog en de leiders van de oppositiepartijen: bescherm onze vrijheid en sluit geen compromissen. Als een tijger ons komt verslinden, kunnen we niet onderhandelen over een compromis waarbij de tijger slechts de helft van ons lichaam opeet. Aan reserve IDF-soldaten die overwegen iets te doen – dien geen dictators! Jullie hebben een contract met de Israëlische democratie, niet met degenen die haar willen begraven.

    Aan de IDF, de Shin Bet, de Mossad en de Israëlische politie – als het moment van de waarheid komt, maak dan de juiste keuze. Ga de geschiedenis in als beschermers van burgers en niet als dienaren van despoten.

    Tegen alle demonstranten die hier vanavond zijn gekomen en tegen degenen bij de tientallen andere protesten in heel Israël wil ik alleen maar zeggen dat ik van jullie hou.

    En last but not least wil ik een duidelijke boodschap van ons allen overbrengen aan Netanyahu, Levin, Rothman en hun collega’s – het is waar dat jullie vierenzestig vingers in de Knesset hebben, maar dat betekent niet dat jullie die vingers overal in mogen steken. Blijf met je handen van onze vrijheid af.

    Stop de staatsgreep – of wij stoppen het land.

    Yuval Noah Harari is historicus en auteur van Sapiens, Homo Deus en Unstoppable Us.

    Deze tekst sprak Yuval Noah Harari uit tijdens een prodemocratische demonstratie in Tel Aviv op 4 maart.