Tag: demonstraties

  • 3. Een beetje meer vrijheid

    3. Een beetje meer vrijheid

    Volgens de onafhankelijke nieuwswebsite Mada Masr verdient Sisi nog een kans. Het is beter om langzaam meer vrijheden te bevechten, dan in een burgeroorlog à la Syrië te belanden.

    De nieuwe mobilisatie waarvan we getuige zijn laat zich samenvatten met de slogan ‘vrijheid, vrijheid’. Zeker, de aanleiding was de affaire rond de eilanden Tiran en Sanafir. Maar toen de betogers zeiden dat er nationaal grondgebied verdedigd diende te worden, ging het eerder om het verdedigen van de straat, waar men weer wilde kunnen lopen zonder gearresteerd te worden, of het voetbalstadion, waar men vrije toegang toe wilde hebben, of het stukje grond, dat men tegen speculanten wilden beschermen die samenspannen met een corrupte bureaucratie. Kortom, het ging minder om het verdedigen van de soevereiniteit van deze twee eilanden waarvan, om eerlijk te zijn, maar weinigen tot voor kort hadden gehoord, dan om de levensvrijheid op ons grondgebied.

    Een Syrisch scenario

    Ook al tonen degenen die het regime steunen tekenen van ontevredenheid, toch moeten die niet als revolutionair worden beschouwd. Want hun gehechtheid aan stabiliteit, hun angst voor de ineenstorting van de staat en hun vraagtekens bij het bestaan van een geloofwaardig alternatief zijn reëel en kunnen niet zomaar van tafel worden geveegd. De gemeenschappelijke sociologische belangen waarop het huidige regime stoelt zijn te belangrijk om niet serieus te worden genomen. Wanneer aanhangers van het regime vragen: ‘Wat is het alternatief dat jullie voorstellen?’, en wanneer ons gezegd wordt: ‘We willen geen Syrisch of Iraaks scenario’, dan moeten we die opmerkingen ter harte nemen. Anders dreigt het democratische kamp geïsoleerd te raken van de rest van de samenleving.

    Sommigen begonnen al te dromen van een nieuwe revolutie. Ze zeiden dat het huidige regime verdeeld was en op het punt stond om te vallen. Maar er is niets ergers dan gokken op de interne verdeeldheid binnen het regime. Want daardoor worden de militanten tot eenvoudige instrumenten getransformeerd in handen van deze of gene machtsclan. Het werkelijke doel is momenteel om gewoon meer vrijheid te scheppen. En om gevangenen vrij te laten. De werkelijke strijd bestaat erin het regime ervan te overtuigen dat repressie een te zware wissel trekt.

    Auteur: Mohamed Naïm

    Mada Masr
    Egypte | madamasr.com

  • 2. Veiligheid alleen volstaat niet

    2. Veiligheid alleen volstaat niet

    Alle autoritaire regimes die Egypte heeft gekend, hoe repressief ze ook waren, hadden altijd een minimaal politiek doel voor ogen. Het huidige regime niet.

    De demonstraties op maandag 25 april zijn verhinderd. De ordetroepen zijn erin geslaagd de optochten in de straten van Cairo uiteen te jagen, en in mindere mate ook in de provincie. De politie-interventie was krachtig, maar er zijn geen doden gevallen. Kortom, al met al konden de politiemensen hun missie als volbracht beschouwen, maar misschien hebben ze zich het volgende afgevraagd: ‘Goed, en wat gaan we nu doen, effendi?’ [‘Effendi’ is een Egyptische eretitel, half eerbiedig, half spottend.]

    De veiligheidsdiensten hebben altijd een belangrijke rol gespeeld onder alle ondemocratische regimes die elkaar in Egypte zijn opgevolgd. Maar ze zijn nooit de enige machtsbasis geweest. De leiders hebben altijd gezorgd voor een politiek plan dat de meerderheid van de bevolking kon verleiden.

    Ironie

    Op die manier verwierf Gamal Abdel Nasser (president van 1952 tot 1970) steun bij de bevolking, hoe repressief zijn regime ook was. Hetzelfde gold voor zijn opvolger Anwar Al-Sadat (1970-1981). Vervolgens zorgde ook Hosni Moebarak (1981-2011) ervoor banden te onderhouden met de belangrijke en minder belangrijke families van het land. Hij beheerste bovendien de kunst de oppositie een zekere ruimte te laten.

    De breuk voltrok zich tijdens de parlementsverkiezingen van november 2010, toen het regime plotseling besloot iedere vorm van onafhankelijke politieke meningsuiting te verbieden. Dat luidde het eind in van het regime, en het begin van de revolutie die Moebarak enkele maanden later zijn presidentschap zou kosten.

    Het hebben van een politiek plan stelt de machthebber in staat zich minder op de ordetroepen te verlaten. Maar als de machthebber het politieke terrein verlaat, wordt de leegte opgevuld met grootscheepse repressie.

    Op dit moment is er geen enkele figuur binnen het regime die met de jeugd kan praten

    Op dit moment is er geen enkele figuur binnen het regime die met de jeugd kan praten. De enigen die nog uit naam van het huidige bewind spreken zijn demagogische journalisten die complottheorieën voeden. En de ironie van de geschiedenis wil dat terwijl de regeringsgezinde media de zogenaamde complotten van sommige andere landen aan de kaak stellen, het bewind zelf er prat op gaat steun van diezelfde landen te genieten.

    Toen Nasser in de jaren 1950 zei dat de Verenigde Staten een complot tegen Egypte smeedden, ging hij tot het uiterste en verbrak alle bilaterale betrekkingen. Toen hij zei dat Europa een complot tegen ons smeedde, was hij bereid een oorlog te beginnen tegen Frankrijk en Groot-Brittannië tijdens de Suezcrisis in 1956. Maar het huidige bewind, dat niet in staat is te bewijzen dat het onschuldig is aan de dood van de Italiaanse student Giulio Regeni, weet niets beters te verzinnen dan deze zaak als een westers koloniaal complot af te schilderen!

    Het zou een enorme vergissing zijn te geloven dat het volstaat om de openbare veiligheid van het land te bewaren. Want veiligheid is niet genoeg voor de presidentiële slogan ‘Leve Egypte!’.

    Auteur: Amr Al-Shobaki

    Al-Masry Al-Youm
    Egypte | dagblad | oplage 200.000

    Het eerste nummer van de ‘Hedendaagse Egyptenaar’ kwam in 2004 uit en koos de kant van de oppositie tegen het regime-Moebarak. De populaire krant is eigendom van een aantal zakenlieden. Sinds 2009 is er een Engelstalige website van dezelfde redactie: Egypt Independent.

  • 1. Strijd achter gesloten deuren

    1. Strijd achter gesloten deuren

    Protesten in Cairo tegen president Sisi werden snel de kop ingedrukt. Maar uit de steun voor de demonstranten, de nerveuze reactie van het regime én de kritiek in de pers, blijkt dat er weer iets broeit in het land.

    Begint het Egyptische regime van de kook te raken? Dat vragen de jongeren zich af na de golf van arrestaties, om niet te zeggen razzia’s, die enkele dagen voor 25 april plaats- vond in alle cafés in het centrum van Cairo waar jongeren tussen de achttien en dertig regelmatig komen.

    De oproepen om te demonstreren op 25 april, de verjaardag van het vertrek van de laatste Israëlische soldaat uit de Sinaï, waren steeds talrijker geworden. Men wilde het regime ter verantwoording roepen voor het ‘verkwanselen’ van de eilanden Tiran en Sanafir in de Rode Zee, die waren teruggegeven aan Saoedi-Arabië. Deze datum was dus gekozen om het patriottisme van president Abdul Fatah al-Sisi, die daar in de drie jaar dat hij aan de macht is veelvuldig misbruik van heeft gemaakt, te overtreffen.

    Volgens anonieme bronnen die werden geciteerd door de onafhankelijke krant Al-Shourouk had de president bevel gegeven alle betogingen te voorkomen. De officiële pers ontkende dit onmiddellijk. Maar zelfs een onafhankelijke krant zou zulke informatie nooit hebben durven publiceren zonder groen licht van een hoge instantie binnen het regime.

    Volgens sommigen duidt dat op een ‘strijd om invloed tussen verschillende afdelingen van de veiligheidsdienst’, met name tussen de inlichtingendienst en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Met andere woorden, een strijd achter gesloten deuren waarvan het grote publiek alleen de naschokken voelt.

    Je hoefde maar een dikke bos haar, een Che Guevara-baard en een schoudertas met een laptop te hebben om in de ogen van de ordetroepen voor een gevaarlijke revolutionair door te gaan

    Op vrijdag 22 april leefde de veiligheidsobsessie zich dus uit op het centrum van Cairo, en vervolgens op andere steden, met de arrestatie van iedereen die van revolutionaire sympathieën werd verdacht. Je hoefde alleen maar een dikke bos haar, een Che Guevara-baard en een schoudertas met een laptop te hebben om in de ogen van de ordetroepen voor een gevaarlijke revolutionair door te gaan.

    De getuigenissen van degenen die naderhand zijn vrijgelaten komen op meerdere punten overeen: de politieagenten bekeken hun gezichten nauwkeurig om ‘revolutionaire neigingen’ te bespeuren en onderzochten hun mobiele telefoons op sporen van politiek activisme. Het confisqueren van mobiele telefoons om de virtuele publieke ruimte te reguleren, de laatste ruimte die rest om meningen uit te wisselen, staat symbool voor een autoritaire manier van handelen die sinds de jaren zestig gelijk is gebleven. Het Egyptische regime blijft geloven dat straatprotesten het werk zijn van een of andere ‘geheime cel’ (of een kwaadaardige vijfde colonne) en dat je slechts die hoeft te ontmaskeren om iedereen het zwijgen op te leggen. Daarom neemt de Egyptische staat wraak door tal van militanten in de gevangenis te zetten. Militanten die alleen maar het topje van de ijsberg zijn, want eigenlijk zou de staat volgens die redenering miljoenen Egyptenaren moeten arresteren.

    Maar er gebeurt wel degelijk iets in Egypte. Iets redelijkers en minder onnozels dan in 2011, tijdens de ‘Egyptische Lente’. Iets wat minder van een groots revolutionair elan getuigt dan van de wil om de politieke obstakels te slechten. En hoewel de officiële pers volhardt, net als aan de vooravond van de revolutie in 2011, in het publiceren van officiële communiqués, blijven de sociale netwerken de repressie trotseren en de namen publiceren van gearresteerde personen, waar de officiële pers slechts spreekt van ‘de arrestatie van enkele verdachten’.

    Auteur: Ahmed Nada

    Beeld bovenaan: Betoging tegen de overdracht van twee Egyptische eilandjes aan Saoedi-Arabië. – © HH

    Al Modon
    Libanon | almodon.com

    Begin 2013 opgericht om de gedachte van de Arabische Lente te verdedigen tegenover religieuze en militaire tirannie.

    CONTEXT: Herrie binnen het regime

    Deze crisis duidt op heftige conflicten binnen het regime. Dat wordt al duidelijk als je alleen maar kijkt naar de manier twaarop de media er verslag van doen. We weten dat alle media verbonden zijn aan een veiligheidsdienst binnen de staat. Dus als bekende journalisten van de gevestigde televisiekanalen iemand uitnodigen die de regering vrijwel van hoogverraad beschuldigt, betekent dat dat verschillende clans binnen het regime het elkaar moeilijk proberen te maken. Elke clan vecht om de gunsten van het publiek. Ook is duidelijk dat het land op een kruispunt is aangeland. Daar zal iets nieuws uit voortkomen. Sommige gezichten zullen van het toneel verdwijnen en andere zullen er terugkeren door alleen maar vanuit de coulissen aan de touwtjes te trekken en te wachten tot ze de vruchten van hun inspanningen kunnen plukken. Er broeit iets, dat is wel zeker. Wat niet zeker is, is hoe het kamp van de revolutie en de democraten daarvan zal profiteren.

  • Doorgeschoten politieke correctheid

    Doorgeschoten politieke correctheid

    Volgens de conservatieve Wall Street Journal zijn de studentenprotesten een bedreiging voor het recht op vrije meningsuiting.

    Het oproer aan Yale University en de Universiteit van Missouri zich heeft uitgebreid naar andere campussen, van Californië tot New Hampshire. De klachten van de studenten en hun roep om ‘een veilige plek’ [safe space] variëren, maar de kwaal is dezelfde: faculteiten en bestuurders die rassen- en genderdiversiteit boven alle andere waarden stellen, inclusief de vrijheid van meningsuiting.

    De rondgang begint bij Yale, waar het een paar weken geleden tot een uitbarsting kwam nadat een faculteitslid opperde dat het niet aan het bestuur was om uit te maken wat een passend kostuum voor Halloween is. In betere tijden zou ze op elk campusfeestje gratis bier hebben gekregen, maar dit keer leidde het tumult ertoe dat een student de socioloog van Yale uitschold omdat ze ‘gevoelloos’ zou zijn.

    De reactie? ‘Ik heb me nog nooit tegelijkertijd zo ontroerd, uitgedaagd en bemoedigd gevoeld door onze gemeenschap,’ schreef bestuursvoorzitter Peter Salovey van Yale in een brief aan de hele universiteit. Hij beloofde een centrum dat onderzoek zou doen naar ‘ras, 
etniciteit en andere aspecten van sociale identiteit’, meer aandacht voor deze onderwerpen, meer training in het onderkennen van racisme op wat ongetwijfeld een van de meest rassengevoelige plekken op aarde is. Salovey beloofde 50 miljoen dollar in te zetten voor diversificatie van zijn universiteit – en je kunt er donder op zeggen 
dat hij geen intellectuele diversificatie bedoelde.


    Het is ook hommeles in Missouri, waar studenten de bestuursvoorzitter wegjoegen vanwege beschuldigingen dat hij rassenincidenten op de campus niet adequaat zou hebben opgelost. Groepen studenten van naar schatting honderd andere universiteiten volgden hun voorbeeld, allemaal omdat er sprake zou zijn van systematische rassen‑
ongelijkheid. Een dieptepunt was de universiteit in Dartmouth, waar demon‑
stranten de bibliotheek bestormden 
en andere studenten voor racistische onderdrukkers uitmaakten omdat ze liever wilden studeren. Bestuursvoorzitter Phil Hanlon zou de oproerkraaiers moeten wegsturen wegens overtreding van de gedragscode van de universiteit en hen moeten vervangen door enkelen van de duizenden afgewezen gegadigden die de doelstellingen van een universiteit misschien wel onderschrijven.

    Studenten willen de Amerikaanse geschiedenis herschrijven als die niet aansluit bij de huidige politieke mores

    Maar wel heel bont maakte Princeton University het. Daar drongen studenten het kantoor van de bestuursvoorzitter binnen en eisten dat de universiteit iedere verwijzing naar wijlen president Woodrow Wilson zou schrappen, omdat deze een racist was die de segregatie steunde. Wilson was bestuursvoorzitter van Princeton voordat hij opklom tot het Witte Huis. De huidige bestuursvoorzitter van Princeton, Christopher Eisgruber, beloofde naast andere concessies een discussie in gang te zetten over de nalatenschap van Wilson. Vroeger waren universiteiten trots op de prestaties van hun alumni, maar nu willen studenten de Amerikaanse geschiedenis herschrijven als die niet aansluit bij de huidige politieke mores. Maar als men ziet op welk een gepolitiseerde manier Amerikaanse geschiedenis tegenwoordig wordt onderwezen, kan men dit vak misschien maar beter schrappen. Eisgruber moest zich schamen dat hij de kapers van zijn campus hun zin heeft gegeven.

    Studenten in Missouri gingen in hongerstaking. – © Michael B. Thomas / Getty Images
    Studenten in Missouri gingen in hongerstaking. – © Michael B. Thomas / Getty Images

    De voorbeelden zijn eindeloos, met een speciale oneervolle vermelding voor de Smith University: daar verhinderden studenten journalisten om verslag te doen van de demonstraties als ze niet op voorhand bereid waren dat ‘op een positieve manier’ te doen. ‘Journalisten en media die een neutraal standpunt innemen, schaden onze strijd,’ aldus een organisator tegenover een nieuwszender in Massachusetts.

    De capitulerende bestuursvoorzitters zeggen allen pal te staan voor ‘de vrije en open uitwisseling van ideeën’ – om Salovey van Yale te citeren. Misschien moet hij Orwell eens herlezen. De demonstranten en hun vrienden binnen de media zeggen dat bezorgdheid over de vrijheid van meningsuiting een tactiek is om hun het zwijgen op te leggen en de aandacht af te leiden van klachten over rassendiscriminatie. Maar juist dankzij een samenleving die vrijheid van meningsuiting garandeert, kan iedereen zijn klachten uiten. Er zijn maar weinig betere tactieken om 
mensen het zwijgen op te leggen dan een dreigende meute.

    De progressievelingen van na 1960 
die tegenwoordig de universiteiten besturen, roemden in hun hoogtij‑
dagen de vrijheid van meningsuiting, dus waarom doen ze dat ook nu dan niet? Wellicht omdat het opkomen 
voor het Eerste amendement op de Amerikaanse grondwet de erkenning inhoudt dat de westerse beschaving, die de luxe van het leven op de campus heeft voortgebracht, het verdedigen waard is.

    Vertaler: Peter Bergsma

    The Wall Street Journal
    VS | oplage 2.000.000

    Van Dow Jones & Co. Lezers zijn voor 60 procent topmanagers van gemiddeld 55 jaar, met een gemiddeld inkomen van $ 191.000.

    BEGRIPPENLIJST

    Safe space
    ‘De gedachte achter de safe spaces is dat iedereen, met welke identiteit dan ook, recht heeft op een tolerante omgeving om zich te kunnen gedragen naar eigen aard’, zo vat The Guardian het samen. Het idee 
is ontstaan in kringen van de 
LHBT-beweging. Het gaat erom 
alles te vermijden wat sommige leden van een gemeenschap zouden kunnen opvatten als gewelddadig, ook verbaal of symbolisch.

    Trigger Warnings
    Een waarschuwing vooraf die betrekking heeft op een gevoelig onderwerp, waarbij sommige 
leerlingen zich ongemakkelijk zouden kunnen gaan voelen, of dat bij hen pijnlijke herinneringen zou kunnen wekken. Het gaat soms 
om onschuldige zaken als het werkwoord ‘schenden’ in de betekenis van ‘een wet schenden’.

    Microagressie
    Elk gezegde, elke uitdrukking of verbale agressie, vaak herhaald, 
die een persoon of groep denigreert of omlaaghaalt.

    ‘Let op je woorden’
    In september wijdde The Atlantic het omslagverhaal aan de vrijheid van meningsuiting op de universiteit. In een lang artikel onderschreef het blad de stelling dat ‘politieke correctheid bezig is het onderwijs te ruïneren’. Volgens The Atlantic vragen studenten steeds vaker van de docenten om ‘microagressie’ ten koste van alles te vermijden. De docenten dienen vooraf te waarschuwen dat zij een gevoelig onderwerp gaan aansnijden waarbij studenten zich slecht op hun gemak zouden kunnen gaan voelen of dat bij hen pijnlijke herinneringen zou kunnen wekken. Volgens de schrijvers van het artikel – een sociaal psycholoog en een advocaat gespecialiseerd in onderwijs – is deze tendens om studenten overmatig in bescherming te nemen gevaarlijk. Jonge Amerikanen worden erdoor belemmerd een kritische geest te ontwikkelen en om te gaan met nieuwe ideeën.

  • 4. Wat de bestuurskamer kan leren van de straat

    4. Wat de bestuurskamer kan leren van de straat

    Zoals op iedere klimaattop wemelt het in Parijs van de NGO’s en andere maatschappelijke organisaties. Maar hoe effectief zijn hun inspanningen? Een analyse van Dhananjayan Sriskandarajah, secretaris-generaal van CIVICUS: World Alliance for Citizen Participation.

    Klimaatbijeenkomsten zoals die in Parijs worden door velen gezien als een uitgelezen kans om de mondiale beleidsagenda te beïnvloeden. In het ontwikkelingswerk spenderen we elk jaar honderden uren, duizenden dollars en een heleboel koolmonoxide om in gesprek te raken met mondiale bestuursinstanties. Maar als je even stilstaat bij het resultaat van al deze moeite, moet je je wel afvragen of het dat allemaal waard is; of het onze kostbare en schaarse middelen waard is, en onze al even kostbare en schaarse tijd.

    Neem de gesprekken over de Post-2015 millenniumdoelstellingen. Anders dan bij de eerste millenniumdoelstellingen, die in besloten kring plaatsvonden, wordt de ‘civil society’, het maatschappelijk middenveld, nu toegelaten en krijgt het, volkomen terecht, alle gelegenheid om de agenda te beïnvloeden. Tot nu toe heeft het maatschappelijk middenveld miljoenen uren geïnvesteerd in pogingen om deze nieuwe doelstellingen vorm te geven. Maar 
als al deze moeite, alle kostbare tijd 
en het geld dat we hieraan besteden, iets meer oplevert dan een andere 
formulering hier en daar, zal ik aangenaam verrast zijn.

    Dat wil niet zeggen dat ons werk op dit gebied gespeend is van goede bedoelingen. Maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat we maar al te vaak genoegen moeten nemen met uiterst 
beperkte interacties met mondiale bestuursinstanties, die op hun beurt steeds minder in staat zijn om de complexe mondiale uitdagingen van de eenentwintigste eeuw het hoofd te bieden.

    We zijn ons tevreden gaan stellen met het kleinste stoeltje aan tafel

    Zoals we betogen in ons State of Civil Society-rapport van 2014, wordt het maatschappelijk middenveld weliswaar regelmatig uitgenodigd voor overleg, maar in de context van een intergouvernementeel systeem waar staten vrijwel volledig de dienst uitmaken, hebben we maar weinig kans om de werkelijke agenda te beïnvloeden. Zelfs tussen de staten onderling bestaan enorme verschillen in invloed: de rijkste landen en bedrijven hebben buitenproportioneel veel macht bij het bepalen van internationale agenda’s en normen. Met een complex arsenaal aan gevestigde geopolitieke belangen die allemaal om voorrang strijden – en het systeem vaak laten vastlopen – lijkt de stem van het maatschappelijk middenveld op het nauwelijks hoorbare gefluister van een kind dat getuige is van een verhitte ruzie onder volwassenen.

    En net als een kind zijn we ons tevreden gaan stellen met het kleinste stoeltje aan de tafel, het plastic stoeltje dat van zolder is gehaald. In het georganiseerde maatschappelijk middenveld zijn we veel te veel gaan vertrouwen op ruimten waar we zijn ‘uitgenodigd’ in plaats van dat we ze zelf hebben ‘geïnstigeerd’, om het onderscheid te citeren dat voor het eerst door professor Alan Fowler werd gemaakt.

    Een in het oog springende actie: voor aanvang van de klimaattop plaatsten demonstranten honderden paren schoenen op de Place de la République. – © Takver / Flickr Creative Commons
    Een in het oog springende actie: voor aanvang van de klimaattop plaatsten demonstranten honderden paren schoenen op de Place de la République. – © Takver / Flickr Creative Commons

    Toen ik in september een presentatie gaf bij de Algemene Vergadering van de VN in New York, bevond ik me ontegenzeglijk in een ruimte waar ik was uitgenodigd, op een bijeenkomst geïnitieerd en gecontroleerd door een bestuursinstantie, in dit geval de VN. Maar op datzelfde moment namen duizenden mensen deel aan de klimaatmars in de straten van New York: gewone burgers, bedrijven, vakbonden, religieuze afgevaardigden en milieugroeperingen, die allemaal klimaatrechtvaardigheid eisten. Zij waren buiten en ik was binnen. De hamvraag was: wie oefende de meeste druk uit op de wereldleiders, wiens boodschap kreeg de meeste aandacht, wie wist de agenda misschien een klein beetje te ontregelen?

    Natuurlijk voelden we ook in mijn vergaderzaal de druk van de burgers, die cruciale aanzet tot sociale en politieke verandering. Maar mijn collega’s en ik, die de geëigende paden bewandelen, ontregelden niets; we zorgden er zelfs vaak voor dat we vrij gemakkelijk konden worden genegeerd. Maar duizenden mensen die een mars door het centrum van New York houden en overal op de wereld hun solidariteit betuigen, tja, dat valt moeilijker te negeren. Dat 
is een krachtige boodschap.

    Demonstrant in Londen met een boodschap voor de klimaattop in Parijs. – ©  Alisdare Hickson / Flickr Creative Commons
    Demonstrant in Londen met een boodschap voor de klimaattop in Parijs. – © Alisdare Hickson / Flickr Creative Commons

    Ik ben ervan overtuigd dat bewegingen zoals de klimaatmars – bewegingen die niet wachten op een uitnodiging maar die zelf in actie koment totdat hun eisen worden gehoord – voor een ommekeer zouden kunnen zorgen. Want de effectiefste manier om hervormingen af te dwingen bij onze mondiale instituties 
is ongetwijfeld het herstellen van het machtevenwicht tussen overheid en volk.

    Het is onze uitdaging, als georganiseerd burgerlijk middenveld, om op een nieuwe en radicale manier contact te leggen tussen deze spontane massaprotesten en de mondiale bestuursinstanties; tussen mij in de vergaderzaal en de demonstranten op straat.

    Auteur: Dhananjayan Sriskandarajah
    Vertaler: Peter Bergsma

    Dhananjayan Sriskandarajah (1975) 
is secretaris-generaal van CIVICUS: World Alliance for Citizen Participation. Daarvoor was hij de jongste directeur ooit van de Britse, 140 jaar oude ngo Royal Commonwealth Society.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | oplage 332.000

    Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten, en een van de koplopers op het gebied van crowdsourcing in de journalistiek.

  • Waarom de studentenprotesten een keerpunt zijn voor Zuid-Afrika

    Waarom de studentenprotesten een keerpunt zijn voor Zuid-Afrika

    De recente demonstraties van Zuid-Afrikaanse studenten gaan over veel meer dan een verhoging van het collegeld. Ze laten zien dat ook de nieuwe zwarte politieke elite moet oppassen dat zij het contact met de samenleving niet verliest.

    Het was de eenendertigste president van Amerika, Herbert Hoover, die ooit spottend zei dat ‘jongeren gezegend zijn omdat zij de nationale schuld zullen erven’.

    Die opmerking maakte hij een paar jaar nadat Franklin Roosevelt hem in 1932 van een herverkiezing had afgehouden. Hoover kreeg toentertijd de schuld in de schoenen geschoven voor de Grote Depressie, die samenviel met het begin van zijn ambtstermijn.

    Het citaat kwam in me op toen ik de minister van Financiën, Nhlanhla Nene, hoorde aankondigen dat de regering 200 miljoen rand [ruim 13 miljoen euro] opzij had gezet voor ‘voorbereidende werkzaamheden’ 
aan het Zuid-Afrikaanse kernenergieproject.

    Dat voorgestelde project – waarvan president Jacob Zuma de spil vormt – zal naar verwachting inderdaad miljoenen rand gaan kosten – één biljoen als we sommigen mogen geloven. Dat geld zullen we ergens moeten lenen.

    Op het moment dat Nene dit eind oktober aankondigde in zijn begrotingsspeech, hadden duizenden gefrustreerde studenten zich verzameld bij de hekken van het parlement om te eisen dat naar hen zou worden geluisterd. Nene repte met geen woord over de crisis die letterlijk voor de deur stond.

    In wat nu al een historisch moment is, baanden de studenten zich een weg over het parlementsterrein, en kwamen zelfs helemaal tot aan de deuren van het Lagerhuis waar Zuma, zijn kabinet en andere parlementariërs bijeen waren om naar Nene’s verklaring over het budgetbeleid te luisteren. In het Lagerhuis deed iedereen alsof er buiten niets aan de hand was, afgezien van de Economic Freedom Fighters [EFF, de partij van de voormalige president van de ANC-Jeugdliga, Julius Malema]. Zij werden weggestuurd omdat de partij eiste dat over de studentenprotesten zou worden gesproken.

    Ondertussen eisten de studenten dat de minister van Hoger Onderwijs, Blade Nzimande, naar buiten zou komen om te spreken over hun eis de voor 2016 voorgestelde verhoging van het collegegeld met 6 procent te bevriezen. De daaropvolgende taferelen – schermutselingen, stungranaten en arrestaties – hoef ik niet nog eens te beschrijven.

    gettyimages 493987154

    Keerpunt

    De gebeurtenissen van 21 oktober vormden een keerpunt in het politieke debat in het Zuid-Afrika van na de apartheid. Voor het eerst sinds 1994 daagden studenten de heersende elite uit, en ze verstoorden de maatschappelijke orde op een nog nooit vertoonde wijze.

    Als ze hadden gewild, hadden ze het Lagerhuis kunnen binnenvallen, maar ik betwijfel of ze dat van plan waren. Het symbolisch uitdagen van de heersende macht en de status quo was 
voldoende. En het spreekt ook voor de studenten dat ze zich afkeerden van politieke opportunisten die probeerden de legitieme strijd tegen de verhoging van het collegegeld uit te buiten voor politiek gewin.

    Leiders van de [liberale] Democratische Alliantie en de EFF werden uitgejouwd toen ze probeerden een slaatje te slaan uit de situatie.

    Zelfs het ANC, dat pas laat besefte dat het verkeerd bezig was en de situatie probeerde te redden door Blade Nzimande alsnog naar buiten te sturen om de studenten voor het parlement toe te spreken, was niet welkom. Het was te laat. Zijn poging om hen via een luidspreker te bereiken, werd overstemd door demonstranten die ‘Blade must fall’ schreeuwden [naar het voorbeeld van de slogan #RhodesMustFall, waarmee studenten strijden voor het weghalen van een standbeeld van de koloniaal Cecil Rhodes bij de universiteit van Kaapstad]. Zijn zesprocentvoorstel werd ronduit afgewezen door de studenten. Eerder had Nzimande journalisten laten weten dat de protesten niet op een ‘crisis’ wezen.

    Het lijkt erop dat het ANC zich weer in eenzelfde positie bevindt als in 1976, toen het te laat in de gaten had dat zich een politieke vloedgolf over het land verspreidde – studentenopstanden die men niet in de greep had en waar men geen invloed op kon uitoefenen.


    Wantrouwen

    Nzimande en andere ANC-kopstukken behandelen de studenten net zoals de toen in ballingschap levende ANC-leiders de jonge Steve Biko [een van de kopstukken in de strijd tegen de apartheid]: met wantrouwen. Pas na de opstand in Soweto vroeg het ANC de jonge Thabo Mbeki contact te maken met mensen als Biko. Dat is nooit gebeurd, want Biko werd in 1977 vermoord.

    De taferelen in het parlement hebben de positie van het ANC, dat zichzelf toch profileert als de stem van het volk, op ernstige en gewelddadige manier ondermijnd. Het was beschamend.

    Door politieke invloed van buitenaf 
van de hand te wijzen, hebben de protesterende studenten de boodschap af-gegeven dat zij zichzelf zullen bevrijden. Niet dat ze apolitiek zijn – een groot aantal van hen maakt deel uit van verschillende politieke organisaties – maar ze hebben duidelijk ge-maakt dat ze een gemeenschappelijke strijd voeren voor toegang tot onderwijs, en er niet op uit zijn om op een makkelijke manier een politiek punt te scoren.

    In een land met een maatschappij die zo ongelijk is als de onze, waren dergelijke protesten al een hele tijd te verwachten. De studenten voeren strijd voor hun toekomst en die van dit land. Per slot van rekening zijn zij het die dit land en zijn schuld zullen erven.


    Toekomstige leiders

    Bij afwezigheid van een substantiële bijdrage van de private sector aan de verbetering van het onderwijs, moet de regering zichzelf een serieuze vraag stellen. Wil zij toekomstige generaties belasten met de schuld van een ambitieus kernenergieproject – waarvan slechts weinigen in de regeringspartij veel kennis lijken te hebben – of zou het verstandiger zijn een deel van het geld te steken in de opleiding van de toekomstige leiders van het land? Al 
in het volgende financiële jaar zal de staatsschuld stijgen tot naar verwachting 49,8 procent van het bruto binnenlands product.

    Wat ook het resultaat van de protesten zal zijn – de invoering van een onderwijsbelasting, een tijdelijke opschorting van de collegegeldverhoging of meer staatssubsidie voor universiteiten – het is duidelijk dat de dingen nooit meer hetzelfde zullen worden.

    Sibusiso Ngalwa