Tag: Duitsland

  • Historische nederlaag voor SPD van bondskanselier Scholz

    Historische nederlaag voor SPD van bondskanselier Scholz

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » McDonald’s verlaat Rusland voorgoed

    » Meer dan 260 Oekraïense strijders geëvacueerd uit Marioepol

    Grote terugval SPD bij Duitse deelstaatverkiezingen 

    De Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) van bondskanslier Olaf Scholz heeft een historische nederlaag geleden, meldt Frankfurter Allgemeine Zeitung. De lokale verkiezingen in Noordrijn-Westfalen, als dichtbevolkte regio van het land, zeggen vaak veel over de rest van Duitsland. Op zondag 15 mei behaalde de CDU 35 procent van de stemmen, tegen 28 procent voor de sociaaldemocraten. Nooit eerder heeft de partij van de Olaf Scholz zo’n achterstand opgelopen in een van haar voormalige bolwerken.

    Het was een ‘bittere avond’ voor zijn partij, die zich ‘een sociaaldemocratisch decennium’ had voorgesteld na haar succes in de landelijke verkiezingen, benadrukte Frankfurter Allgemeine Zeitung.

    Lees ook:

  • De voorbeeldige culturele integratie van döner kebab

    De voorbeeldige culturele integratie van döner kebab

    Vijftig jaar geleden deed döner zijn intrede in Berlijn, sindsdien heeft het broodje vlees van het spit meer gedaan voor het interculturele contact in Duitsland dan welke politieke oproep dan ook. Socioloog Eberhard Seidel deed onderzoek naar de cultuurgeschiedenis van ieders favoriete dronken snack.

    Wie in de zomer van 1994 als jongere uit Franken vanwege een uitwisselingsprogramma voor het eerst naar Turkije reisde, zonder ooit in kebabhoofdstad Berlijn te zijn geweest, kende het woord ‘döner’ vooral uit een popsong van de Turkse superster Tarkan. In die tijd was ‘Hepsi senin mi?’ in alle clubs en bars te horen. Aan de rand van de dansvloer lieten we, cultureel geïnteresseerd als we waren, Tarkans verzuchting ‘Ah yanar döner’ door de lokale bevolking vertalen. De een legde het uit als ‘Je draait alsof je in brand staat’, een ander als ‘Het vuur draait’ of in ieder geval iets met draaien.

    Wat bedoeld werd was een bevallige vrouw, zoveel was duidelijk, en niet ‘draaiend gebraad’, zoals de letterlijke vertaling van döner kebab ongeveer luidt. Waar wij terechtkwamen was alleen shish kebab te krijgen, kleine spiesjes met stukjes gebraden vlees, of köfte. Eenmaal terug in worstprovincie Franken, bleven we in het weekend broodjes gyros halen bij de Griekse straatverkopers, dat was toen populair. Er was geen kebab, nergens.

    Wie dit vandaag de dag aan een twintigjarige vertelt, lijkt wel een getuige uit de tijd van de Merovingen [een dynastie van Frankische koningen die regeerden van de vijfde tot in de achtste eeuw]. Alleen al in Duitsland wordt dagelijks ongeveer 550 ton döner met ‘alles erop’ gegeten, en de omzet uit de verkoop van döner, dürüm döner en dönerboxen bedraagt vijf miljard euro. Dat is meer dan die van alle Duitse McDonald’s-filialen samen. Wie eten dat allemaal? Snelle enquête onder vrienden: niemand. Het zullen de anderen wel weer zijn.

    Turks-Duitse geschiedenis

    Wie zich afvraagt waar en wanneer de eerste kebab werd gegeten, belandt onvermijdelijk in een stuk Turks-Duitse geschiedenis. Het is vermakelijk om je hierin te verdiepen aan de hand van het lovenswaardige boek Döner. Eine türkisch-deutsche Kulturgeschichte van Eberhard Seidel.

    Socioloog en journalist Seidel wordt beschouwd als Duitslands spitdeskundige bij uitstek. Toen hij midden jaren zeventig naar Berlijn verhuisde, was hij kebabconsument van het eerste uur. In de loop der jaren observeerde hij de aanvankelijke euforie en zag hij de kwaliteit achteruitgaan. Hij sprak met pioniers, producenten en verkopers en zegt: ‘Het consumeren van kebab is als een bezoek aan een bordeel. Honderdduizenden doen het elke dag, maar degenen die de service verlenen krijgen geen erkenning vanuit de samenleving.’

    Het is niet moeilijk om een hekel aan kebab te hebben. Toen allerhande vleesschandalen door het land raasden, werd al snel naar een ‘kebabmaffia’ gewezen, ook al was het geknoei aantoonbaar de schuld van criminele Duitse vleesgroothandelaren. 

    In 2005 bedachten politie en media de term ‘kebabmoorden’, waaruit bleek dat vooroordelen in staat zijn rechtse misdaden te verdoezelen. Dat wat je bij jezelf niet graag onder ogen ziet, neem je al snel een ander kwalijk.

    Bedorven vlees, afgekeurde döner: wat je niet wilt zijn, dat eet je niet

    Op zijn vijftigste verjaardag, want zo oud wordt döner kebab tegenwoordig geacht te zijn, duiken weer teksten op over ‘bedorven vlees’ of troep in het brood, en dat maakt het er allemaal niet aantrekkelijker op, schreef journaliste Hatice Akyün. Dat ze zo’n afkeer heeft van döner zou ook kunnen komen doordat haar eerste Duitse vriend haar ‘mijn kleine kebabje’ noemde, zegt ze. Bedorven vlees, afgekeurde döner: wat je niet wilt zijn, dat eet je niet.

    Turkse academici hebben volgens Seidel een, jawel, ‘verstoorde verhouding’ met döner kebab. Dat is makkelijk te verklaren: ‘Döner kebab heeft interculturele contacten sterker bevorderd dan alle culturele initiatieven, verzoeningsfeesten en morele en politieke oproepen bij elkaar. Dat doet pijn, want het wijst hen op hun eigen beperkte betekenis.’ Döner kebab is cultuur.

    De vraag naar de oorsprong van döner, zegt Seidel, kan niet serieus worden beantwoord. Hij vindt het een vraag die kenmerkend is voor de spektakelmaatschappij. Die is tenslotte altijd ‘op zoek naar het beste, het origineelste, het oorspronkelijkste en uniekste om het dagelijks leven mee op te fleuren en zin te geven’. Maar gerechten en keukens ontwikkelen zich in een permanente uitwisseling tussen landen en culturen. Enig gevoel voor drama is Seidel niet vreemd: ‘Ik neem mijn hoed niet af voor één enkele persoon, maar voor de gehele generatie die aan de wieg heeft gestaan van de döner kebab.’

    Kjebab der Turken

    Al in het begin van de negentiende eeuw prees gastrosoof Carl Friedrich von Rumohr de ‘smaakvolle kjebab der Turken’, een schotel die verwant was aan de Arabische shoarma. Maar bijna een half pond vlees als fastfood was en is nog altijd ongebruikelijk in Turkije: volgens Seidel is de gemiddelde dagelijkse vleesconsumptie in Turkije met ongeveer 55 gram per hoofd van de bevolking slechts ongeveer een derde van wat in Duitsland wordt geconsumeerd. Kebab had de Duitsers nodig, en de Duitsers hadden kebab nodig.

    Daarvoor moest het draaiende spit in verticale positie worden gebracht. Twee koks in het Ottomaanse Rijk zouden dat in het midden van de negentiende eeuw onafhankelijk van elkaar hebben bedacht. Maar het was pas tijdens de economische crisis van de jaren zeventig van de twintigste eeuw dat het populairste fastfood van Duitsland pas op grote schaal werd geïntroduceerd: doordat buitenlandse werknemers niet meer werden aangenomen, werden veel ‘gastarbeiders’ werkloos. Sommigen wisten zichzelf en hun gezinnen te redden door een kebabzaak te beginnen. Meestal hadden ze geen gastronomische ervaring en noch enig benul van het slagersvak. Improvisatie was vereist, evenals een eigen netwerk, dat eerst moest worden gecreëerd. In ruil daarvoor hoefden zij in ieder geval niet langer te luisteren naar de xenofobe opmerkingen van hun voormalige afdelingshoofden.

    De eerste döner kebab in Berlijn, herinnert Seidel zich, was heerlijk. Maar al snel veranderde de yaprak-döner, die tot 1981 gangbaar was en bestond uit laagjes kalfs-, rund- of lamsvlees, in gehakt dat bijeen wordt gehouden door zetmeel en aangelengd met paneermeel en waterbindende difosfaten. Eigenlijk niet veel meer dan een ‘braadworstje aan het spit’. Het gevoel van aluminiumfolie tegen je tanden maakt op de een of andere manier ook deel uit van de typische kebabervaring.

    ‘Je krijgt de kebab misschien uit de volksbuurt, maar de volksbuurt nooit uit de kebab’

    De kiloknallerisering van de delicatesse, en dat is een beetje venijnig misschien, komt door de Berlijnse clientèle met zijn goedkoop-goedkoper-goedkoopstmentaliteit, gecombineerd met de gewenning aan smaakversterkers. Zo ontstond een aan de vrije markt voorbehouden wederzijdse versterking: het aandeel Duitse döner kebab-klanten steeg in de jaren tachtig tot tachtig procent, maar de döner kebab werd alsmaar slechter.

    En verbeterde weer. Tesla-baas Elon Musk antwoordde in de herfst van 2020 op de vraag wat hij het liefst eet in Duitsland: ‘Döner kebab.’ Hotel Adlon in Berlijn serveert sinds 2018 de ‘Turkse klassieker’ met truffelcrème. In München werd onlangs ‘Duitslands eerste ambachtelijke kebab’ geopend, in Neurenberg serveert een ‘Vegöner’ vleesloos gegrild eten, en in Wenen is er een biologische kebabzaak waar ecohedonisten reepjes geroosterde zalmforel of ‘blije kip’ kunnen bestellen. Allemaal döner, maar ook beter?

    Die nieuwe creatieve kebab is er alleen voor de hogere klasse, schrijft Seidel. Voor de armeren is kebab vanwege de fabelachtige prijs-kwaliteitverhouding al bijna vijftig jaar ‘een solide pijler in hun moeizame strijd om te overleven’. Of, zoals Tobias Becker het onlangs in Der Spiegel formuleerde: ‘Je krijgt de kebab misschien uit de volksbuurt, maar de volksbuurt nooit uit de kebab.’

    Dankbaarheid

    Veel Turken financierden met de grill niet alleen de studie van hun eigen kinderen. Toen zij als jonge ‘gastarbeiders’ bijdroegen aan het Duitse sociale stelsel betaalden ze mee aan het onderwijs van autochtone arbeiderskinderen. Ook dat, zo toont Seidel aan, maakt deel uit van de gemeenschappelijke dönergeschiedenis.

    Zijn boek presteert daarmee iets onverwachts: het vergroot het respect voor degenen die de döner kebab deels uit pure noodzaak hebben uitgevonden. Zijn verhaal over het ontstaan en het wel en wee van deze schotel is er voor iedereen die in dit land woont, of je nu wel of geen ‘migratieachtergrond‘ hebt. Een beetje dankbaarheid is op zijn plaats, of je er nu van houdt of niet.

    Naast alle sociaal-historische veranderingen die zich uitkristalliseren in de döner kebab, is er vanuit zuiver esthetisch oogpunt ook nog het rustgevende effect van de eindeloze dialoog tussen de productiehandelingen enerzijds, en die van de consumptie anderzijds. Tijdens de bereiding gedraagt een man – meestal is het een man – zich achter de toonbank als een dj met zwierige gebaren. Dan volgt de verorbering: het aandachtig verslinden van vlees dat eerder op een fallische spies werd samengevoegd en er vervolgens weer werd afgesneden om te eindigen met ‘alles erop, ook sambal’ in een warm, zacht broodje. Voedzaam en troostend.

    De wereld brandt, maar de kebab draait door.

    Eberhard Seidel, Döner. Eine türkisch-deutsche Kulturgeschichte (März Verlag 2022)

  • Frankrijk en Duitsland omzeilden embargo om wapens aan Rusland te verkopen

    Frankrijk en Duitsland omzeilden embargo om wapens aan Rusland te verkopen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU onthult plan voor ‘grootste verbod ooit’ op gevaarlijke chemische stoffen

    » Turkije veroordeelt Osman Kavala tot levenslange gevangenisstraf

    Na Krim-annexatie bleven EU-landen wapens leveren aan Rusland

    Frankrijk en Duitsland hebben Rusland bewapend met 273 miljoen euro aan militair materieel, dat nu waarschijnlijk wordt gebruikt in Oekraïne, zo blijkt uit een analyse van de Europese Unie die in handen is van The Telegraph. De twee landen stuurden onder andere bommen, raketten en geweren naar Moskou ondanks een EU-embargo op wapenzendingen naar Rusland, dat werd ingesteld in de nasleep van de annexatie van de Krim in 2014.

    De Europese Commissie zag zich deze maand gedwongen een maas in haar blokkade te dichten nadat was gebleken dat ten minste tien lidstaten voor bijna 350 miljoen euro aan militair materieel hadde verkocht aan het regime van Vladimir Poetin. Ongeveer 78 procent daarvan werd geleverd door Duitse en Franse bedrijven, aldus de Britse krant.

    Lees ook:

  • Van wolf tot lammergier – de comeback van wilde dieren in Duitsland

    Van wolf tot lammergier – de comeback van wilde dieren in Duitsland

    Ze golden als uitgestorven, maar duiken nu weer op. Veel door de mens uitgeroeide wilde dieren worden de laatste decennia fanatiek geherintroduceerd. Sommige slagen er zelfs in op eigen kracht terug te keren.

    Over soortbescherming hoor je bijna alleen slechte berichten. Op de wereldconferentie over biodiversiteit die op 11 oktober begint, zal het weer gaan over de razendsnelle verdwijning van dieren en planten, en over de vraag of en hoe die zich nog laat stoppen. Ook Duitsland is zwaar getroffen door soortensterfte. Maar er zijn ook voorbeelden van positieve ontwikkelingen. Best wat diersooren die verdwenen waren, zijn nu weer terug. Een overzicht van lammergier tot wolf.

    Lammergier of baardgier (Gypaetus barbatus). Sinds juni leven er weer twee lammergieren in Duitsland. De twee jonge vogels, ‘Bavaria’ en ‘Wally’, werden uitgezet in het Nationale Park Berchtesgaden. In de komende tien jaar zullen er elk jaar drie of vier volgen, in de hoop dat ze ooit gaan broeden. Met een spanwijdte van de vleugels van bijna drie meter behoren de lammergieren tot de grootste vliegende vogels die er zijn. 

    Er werd op ze gejaagd omdat men dacht dat ze vee, wild en zelfs kleine kinderen doodden

    Dat de vogels aan het begin van de twintigste eeuw in het hele alpengebied zijn uitgestorven had veel te maken met de angst van de mensen. Als ‘lammergier’ werd er op ze gejaagd omdat men ze toedichtte dat ze vee, wild en zelfs kleine kinderen wegsleepten en doodden. In werkelijkheid eten lammergieren uitsluitend aas, vooral beenderen van dode dieren, die ze van grote hoogte op de rotsen laten vallen om ze tot behapbare stukken te verkleinen. Tegenwoordig is het grootste gevaar voor de streng beschermde dieren dat ze zich vergiftigen met resten loodhoudende munitie in de dierkadavers die ze eten.

    Bearded vulture Gypaetus barbatus also known as the Lämmergeier Giants Castle KwaZulu Natal South Africa. 43179852440 Wikimedia 2
    © Lammergier

    Bever (Castor fiber). In de negentiende eeuw waren er nauwelijks nog bevers in Duitsland. Het kanaliseren van rivieren verwoestte hun habitat; bovendien werden de dieren bejaagd om hun vlees en hun pels. Slechts 190 exemplaren overleefden langs de Mittel Elbe. Een consequente bescherming en een hervestigingsprogramma hebben ertoe geleid dat er op dit moment weer ongeveer 40.000 bevers leven in Duitsland.

    Castor fiber vistulanus2 Wikipedia
    © Wikimedia Commons

    Bruine beer (Ursus arctos). De bruine beer geldt in Duitsland als uitgestorven sinds het laatste exemplaar in 1835 in de Alpen werd doodgeschoten. Maar sinds het jaar 2019 wordt weer een solitaire bruine beer gezien in Beieren, de laatste keer bij Garmisch-Partenkirchen. Het dier is waarschijnlijk vanuit het Italiaanse Trentino via Tirol Beieren ingekomen. Laten we hopen dat deze beer niet hetzelfde lot wacht als Bruno, die in het jaar 2006 uit Italië was gekomen. Bruno werd nog hetzelfde jaar dood geschoten omdat hij zich vaak in de buurt van huizen ophield en ook schapen en kippen doodde.

    Eland (Alces alces). Minstens tien elanden zwerven door Duitsland. De grootste herten ter wereld worden tot drie meter lang en hebben een schofthoogte van tot 2 meter 30. Rond het jaar 1940 verdwenen de laatste elanden uit Duitsland. Een van de hoofdoorzaken was het verdwijnen van hun leefgebieden. Elanden voelen zich het best thuis in vochtige gebieden zoals loof- of moerasbossen, waarvan er veel drooggelegd en bebouwd werden, of in akkers veranderd. 

    Hoeveel elanden op dit moment in Duitlsand leven is niet precies bekend, omdat de meldingen niet consequent worden geregistreerd. De meeste elanden zijn er in Brandenburg, maar ook in Mecklenburg-Vorpommern, Sachsen, Sachsen-Anhalt en Thüringen worden regelmatig elanden gespot. Veel van deze dieren zijn binnengekomen uit Polen. In Tsjechië zijn er ook elanden die af en toe de grens oversteken naar Beieren.

    A male moose takes a rest in a field during a light rainshower Wikimedia
    © Wikimedia Commons

    Grijze zeehond (Halichoerus grypus). Kegelrobben kunnen 2,5 meter lang en 330 kilo zwaar worden. Daarmee zijn ze de grootste in Duitsland levende roofdieren. Vissers beschouwen de robben als concurrenten, er werd meedogenloos op de dieren gejaagd, tot ze in het jaar 1920 vrijwel uitgeroeid waren. Daarna werden ze aan de Duitse kusten lange tijd niet meer gezien. Pas sinds de jaren negentig zijn ze dankzij jachtverboden en de vermindering van giftige stoffen in het milieu weer terug aan de stranden van de Noord- en de Oostzee. Sinds het jaar 2004 ook in het Greifswalder Bodden.

    Halichoerus grypus He3 Wikimedia 2
    © Wikimedia Commons

    Kraanvogel (Grus grus). Aan het begin van de jaren zeventig waren er vrijwel geen kraanvogels meer in Duitsland. Intussen broeden hier weer ongeveer 11000 paren van deze vogelsoort, die met een hoogte tot 1 meter 30 en een vleugelspanwijdte tot 2 meter 45 groter zijn dan witte ooievaars. Voordat kraanvogels paren, dansen ze met elkaar. Daarbij springen mannetjes en wijfjes met gespreide vleugels rond, en lopen in kringen en slingeren stukken van planten de lucht in. 

    Dat hun aantal in Duitsland al jaren achtereen stijgt, is het succes van beschermingsprogramma’s

    Behalve de vogels die hier broeden, vliegen er elk jaar zo’n 400.000 over Duitsland, op weg naar hun winterverblijven in Zuid-Europa en Noord-west Afrika. Vele van hen landen op verzamelplaatsen in het Noord-Duitse laagland om te rusten. Dat hun aantal in Duitsland al jaren achtereen stijgt, is het succes van beschermingsprogramma’s waarin de leefgebieden van de grote loopvogels worden hersteld: vochtige gebieden waar ze onder andere kikkers, kleine visjes, slakken en wormen kunnen vinden en hun jongen kunnen grootbrengen in een nest dat door water omringd en daardoor goed beschermd is.

    Common crane grus grus wikipedia 1
    © Wikimedia Commons

    Kortsnuitzeepaardjes (Hippocampus hippocampus). Met de zeegrasvelden verdween waarschijnlijk in de jaren dertig van de vorige eeuw ook het kortsnuitzeepaardje uit de Noordzee. De beenvissen hebben zeegras nodig om zich aan vast te klampen en niet door de stroming meegesleept te worden. Toen het zeegras werd vernietigd door een schimmel hadden de zeepaardjes geen plek meer waar ze konden leven.

    Door de warmere Noordzee overleven meer dieren waarschijnlijk de winter

    Sinds enkele jaren zijn er weer meer zeepaardjes in de Noordzee. Waar dat door komt, is niet helemaal duidelijk, want zeegrasvelden zijn er nog steeds niet. Twee fenomenen komen in aanmerking: enerzijds verspreidt zich sinds enige tijd Japans bessenwier, een invasief bruinwier, in de Noordzee en vormt dichte onderwaterwouden. Voor de zeepaardjes zouden die een vervanging voor het zeegras kunnen zijn. Anderzijds is het water van de Noordzee door de klimaatverandering warmer geworden. Daardoor overleven meer dieren waarschijnlijk de winter.

    Lynx (Lynx lynx). Ooit leefden er overal in de wouden van Duitsland lynxen. Maar al omstreeks 1850 waren de grote katten verdwenen. Mensen jaagden erop, en bovendien was het aantal van hun prooidieren sterk geslonken. Hoewel de omstandigheden intussen helemaal niet meer zo slecht zijn, heeft de lynx moeite met zijn terugkeer naar Duitsland. Ondanks meerdere hervestigingsprojecten stagneert het aantal lynxen. ‘Dat komt onder andere doordat de natuurlijke sterfte onder jonge dieren extreem hoog is,’ zegt Moritz Klose, die bij het WNF leiding geeft aan het programma voor de terugkeer van wilde dieren naar Duitsland en Europa. Minder dan een derde wordt twee jaar oud. Veel jonge dieren verhongeren omdat ze niet genoeg prooien vangen, andere sterven aan ziektes of worden overreden.

    In het Pfälzer Wald steunen nu zelfs de jagers de terugkeer van de lynx

    In Duitsland zijn er op dit moment drie lynxpopulaties, die stuk voor stuk met moeite werden opgebouwd. De oudste populatie leeft in Beieren en in het Oberpfälzer Wald, waar de dieren al in de jaren zeventig weer uitgezet werden. In 2006 volgde een project in de Harz, in 2016 een in het Pfälzer Wald. De projecten lopen niet allemaal even goed. ‘Aan de lynx wordt duidelijk hoe belangrijk het is om de bevolking er tijdig bij te betrekken,’ zegt Klose. In het Pfälzer Wald informeerden dierenbeschermers de bevolking lang voordat de dieren daadwerkelijk werden uitgezet, en maakten reclame voor de roofkatten. Daar steunen nu zelfs de jagers de terugkeer van de lynx. In het Bayerische Wald daarentegen werden de dieren in de jaren zeventig eenvoudig vrijgelaten. Ook daarom staan veel mensen daar sceptisch tegenover de lynx. Nergens worden zoveel dieren geschoten als daar, ondanks het verbod. 

    Lynx lynx 2 Martin Mecnarowski wikimedia 1
    © Wikimedia Commons

    Zeearend (Haliaeetus albicilla). Het wapendier van Duitsland werd in de negentiende eeuw beschouwd als een voedselconcurrent van de mens en zo fanatiek bejaagd dat de zeearend omstreeks 1900 zo goed als uitgestorven was. Toen de jacht aan het begin van de twintigste eeuw verboden werd, herstelde de populatie zich aanvankelijk, maar stortte in de jaren vijftig en zestig weer in. Het insecticide DDT hoopte zich op in vissen, en zo kregen de arenden het ook binnen. DDT maakte de eierschalen zo dun dat ze braken bij het broeden. Sinds DDT werd verboden, neemt het aantal zeearenden weer toe. Intussen leven er in Duitsland ongeveer zeshonderd broedparen, de meeste in Mecklenburg-Vorpommern.

    Steur (Acipenser). Nog in de negentiende eeuw zaten er veel steuren in de Noordzee, de Oostzee en in veel rivieren. Steuren zijn echte trekvissen die in de zee leven, maar om te paaien de rivieren in zwemmen om hun eitjes te leggen in zoetwater. Voor deze trektochten hebben ze rivieren nodig die niet gekanaliseerd zijn, waarin de weg niet versperd is door stuwen of waterkrachtcentrales. Ook scheepvaart en overbevissing hebben ertoe bijgedragen dat de vissen, die langer dan 3 meter kunnen worden, in Duitsland zijn uitgestorven. In 1969 werd het laatste exemplaar gevangen in de Eider.

    Of die projecten succesvol zijn zal pas blijken als de eerste volwassen steuren weer terugkeren in ‘hun’ rivier

    Sinds 2007 worden gekweekte jonge steuren uitgezet in de Oder – tot op heden meer dan twee miljoen. Een soortgelijk project loopt sinds 2008 in de Elbe. Of die projecten succesvol zijn zal pas blijken als de eerste volwassen steuren weer terugkeren in ‘hun’ rivier, om te paaien. Tussen beide gebeurtenissen ligt meer dan een decennium: mannelijke steuren worden pas op de leeftijd van twaalf jaar geslachtsrijp, de vrouwtjes pas op hun vijftiende.

    Acipenser oxyrhynchus Wikipediajpg 2
    © Wikimedia Commons

    Kaalkopibis (Geronticus eremita). De kaalkopibis is wereldwijd een van de ernstigst bedreigde vogelsoorten. De opvallende dieren met de lange, sikkelvormige snavel en de ruige veren in de nek waren in Duitsland en in heel Midden-Europa al in de zeventiende eeuw uitgestorven. De mens heeft die vogels, die als een delicatesse golden, gewoon opgegeten. Tegenwoordig bestaan er in Duitsland meerdere hervestigingsprogramma’s voor kaalkopibissen.

    De dieren vallen ook op door hun gedrag: als twee kaalkopibissen elkaar tegenkomen, dan leggen beide vogels de kop in de nek, buigen voor elkaar en begroeten elkaar met hese kreten. Een probleem is dat kaalkopibissen trekvogels zijn die de route naar hun winterkwartier normaal gesproken van hun ouders leren. Maar in de projecten worden ze door mensen grootgebracht. Er is een oplossing, maar die is extreem duur. Als hun opvoeders voor de dieren uit vliegen in een licht vliegtuigje en hun zo de weg wijzen, vliegen de jonge kaalkopibissen achter ze aan; hebben ze de vluchtroute eenmaal geleerd, dan vinden ze in het voorjaar de weg naar Duitsland op eigen kracht terug.

    Northern bald ibis Geronticus eremita Wikimedia 1
    © Wikimedia Commons

    Wilde kat (Felis silvestris). De Europese wilde kat leeft vooral in bossen. Hij is sterker dan de huiskat en heeft in verhouding tot het lichaam langere poten. De dieren zijn uiterst schuw; aan het eind van de 1negentiende eeuw waren ze zo goed als verdwenen uit Duitsland. De redenen daarvan zijn onduidelijk. Lange tijd gold de jacht als de voornaamste reden, maar volgens recentere inzichten zou ook een epidemie tot de verdwijning geleid kunnen hebben. Tegenwoordig leven er weer enkele duizenden exemplaren in Duitsland.

    Wisent (Bison bonasus). De laatste vrij levende wisent werd in 1927 geschoten in de Kaukasus; uit Duitsland waren de dieren al lang voordien verdwenen, vermoedelijk omstreeks het jaar 1700. Wereldwijd overleefden nog slechts 54 van deze reusachtige wilde runderen in gevangenschap. Met een lengte tot wel 3 meter en een schofthoogte tot 1 meter 95 zijn zij de grootste landzoogdieren van Europa. Enkele wisenthouders slaagden er samen in de dieren in het wild uit te zetten. Volgens de meest recente editie van het wisent stamboek van 2019 leven er wereldwijd 6244 wisenten in het wild. 

    De wisenten staan onder andere bij particuliere bosbezitters niet in een goed blaadje

    Ook in Duitsland werden in het jaar 2013 acht wisenten uitgezet: in het Roothaargebergte in Noordrijn-Westfalen. ‘Het project is echter geen groot succes,’ zegt Moritz Klose. De wisenten staan onder andere bij particuliere bosbezitters niet in een goed blaadje omdat ze ook scheuten van loofbomen eten, en vooral in de winter, als er geen gras is, de schors van bomen afschillen. Er leven momenteel zesentwintig dieren in het Rothaargebergte.

    Flachlandwisent Bison bonasus bonasus Wikimedia 2
    © Wikimedia Commons

    Wolf (Canis lupus). De wolf is een van de weinige terugkeerders die hun comeback in Duitsland op eigen kracht hebben gemaakt – helemaal zonder hervestigingsprojecten. Het was voldoende om de jacht op de dieren te verbieden. Nadat de wolven in het jaar 1990 in Duitsland een beschermde diersoort werden, trokken eerst enkele exemplaren vanuit Polen ons land in. In het jaar 2000 – bijna 150 jaar na de uitroeiing in Duitsland – kwamen op een oefenterrein van het leger in de Lausitz de eerste welpen ter wereld. Intussen leven in Duitsland 128 roedels, 35 wolvenparen en tien solitaire dieren.

    Meer dan driehonderd wolven zouden sinds het jaar 1999 zijn overreden

    Of de wolven verder beschermd moeten worden is omstreden onder de bevolking. Ze verscheuren vooral reeën, herten, wilde zwijnen en kleine gewervelde dieren – maar ook weidedieren als schapen en kalveren. Vanwege de conflicten tussen wolf en mens komt het steeds opnieuw voor dat wolven illegaal gedood worden. Volgens opgaven van het WNF zijn sinds de terugkeer van de wolf naar Duitlsand meer dan veertig exemplaren illegaal gedood. ‘Maar het grootste gevaar voor de wolf is het verkeer,’ zegt Moritz Klose. Meer dan driehonderd wolven zouden sinds het jaar 1999 zijn overreden. 

    Canis lupus Europe Canis lupus 2
    © Wikimedia Commons


    Lees ook:

  • Zeven jaar rundvlees eten, vier maanden autorijden – zo ziet een ton CO2 eruit

    Zeven jaar rundvlees eten, vier maanden autorijden – zo ziet een ton CO2 eruit

    Om de doelstelling van maximaal 1,5 graad opwarming halen, moet de jaarlijkse uitstoot van CO2 in het jaar 2050 zijn teruggebracht van 50 gigaton naar 10 gigaton. Dat betekent een vermindering van enkele tonnen CO2 per wereldbewoner. Maar hoe ziet een ton CO2 er in de praktijk uit?

    Hij mag in geen enkele ranglijst van uiterst irritante zomerhits ontbreken: Despacito, de Latin-popsong van de Puerto Ricaanse zanger Luis Fonsi en rapper Daddy Yankee. In 2017 handhaafde het nummer zich 83 kwellende weken lang aan de top van de Duitse hitlijsten. Het werd al ruim een miljard maal op Spotify gestreamd en de videoclip ervan werd op YouTube zelfs reeds meer dan zeven miljard keer aangeklikt. Afgezien van de esthetische kwaliteit van het nummer – Fonsi zingt over je langzaam uitkleden, ademen in je nek en fluisteren in je oor – was het afspelen van het nummer ook schadelijk voor het klimaat. Want streaming is niet alleen Netflix en Amazon Prime, het zijn ook muziekdiensten. Die verbruiken allemaal elektriciteit en stoten dus CO2 uit.

    Dit artikel gaat over de hoeveelheid koolstofdioxide die vrijkomt bij streaming, de aankoop van jeans of de handel in bitcoins. En het wil vooral ook een idee geven wat een ton CO2 in de praktijk is. Deze standaardmaat duikt immers telkens op in de discussie over de uitstoot van broeikasgassen. Zo werd er op de COP26-klimaatconferentie in Glasgow op gewezen dat de wereldwijde jaarlijkse uitstoot, op dit moment 50 gigaton CO2-equivalenten, tegen het jaar 2050 moet zijn teruggebracht tot 10 gigaton, willen we de doelstelling van maximaal 1,5 graad opwarming halen.

    Maar wacht eens even! Sliep daar niet net het woordje giga ertussen? Jazeker, maar deze prefix, die staat voor een miljard, kunnen we bij 8 miljard mensen op aarde weglaten als het gaat over de uitstoot van een enkel individu. De uitstoot per persoon ligt dus in de orde van grootte van enkele tonnen koolstofdioxide per jaar. Hoeveel precies, dat kun je terugvinden in de landenvergelijking tussen Duitsland en Rwanda.

    Kleine auto

    Een ton CO2– dat moet dus de richtwaarde in allerlei bijdragen zijn. Maar wat moeten we ons daarbij voorstellen? Veel mensen denken bij een ton misschien aan het gewicht van een auto. Maar personenauto’s wegen gemiddeld 1400 kilogram. Zelfs kleine auto’s wegen tegenwoordig vaak meer dan een ton. Maar ook ingeval van een voertuig die precies een ton weegt, helpt de vergelijking ons niet echt omdat je het gewicht ervan kunt voelen is als zo’n auto bijvoorbeeld over je voet rijdt. Kooldioxide daarentegen is een spoorgas, het is onzichtbaar, reukloos en goed voor slechts 0,04 procent van de lucht in onze omgeving.

    Misschien kan een blik op het volume van CO2 ons daarom helpen. Onder normale druk en bij nul graden Celsius neemt een ton zuiver CO2-gas ongeveer 500 kubieke meter ruimte in beslag. Dat is evenveel als er in een ballon met een diameter van 10 meter past. Met diezelfde hoeveelheid kunnen de kamers van een kleine eengezinswoning worden gevuld. Maar wanneer koolstofdioxide in de werkelijke wereld vrijkomt, vermengt het zich onmiddellijk met de bestanddelen van lucht: stikstof, zuurstof, enzovoort. Door zijn lage concentratie beslaat een ton CO2 onder normale omstandigheden een volume van ongeveer 1,25 miljoen kubieke meter in de omgevingslucht. Dat komt overeen met een luchtkolom van honderd kilometer hoogte en een grondoppervlak van 3,5 bij 3,5 meter – tenminste wanneer je de lage luchtdruk op grotere hoogte buiten beschouwing laat.

    Eén ton CO2 bevat het equivalent van 22.727 mol, dat is meer is dan tienduizend quadriljoen deeltjes

    Een uitstapje naar de scheikunde levert – weinig verrassend – vooral hoofdbrekens op: het CO2-molecuul bestaat uit een koolstofatoom dat als bij een sandwich aan beide zijden gebonden is aan een zuurstofatoom. So far, so good. Koolstofdioxide weegt 44 gram per mol, opgebouwd uit 12 gram voor het koolstofatoom, en 2 x 16 gram voor de beide zuurstofatomen. De mol, zo weten we van onze scheikundelessen, is de eenheid voor chemische hoeveelheid. Eén ton CO2 bevat het equivalent van 22.727 mol, dat is meer is dan tienduizend quadriljoen deeltjes. Oef.

    Deze welhaast oneindige hoeveelheid CO2-moleculen hebben een ding gemeen: ze absorberen straling bij twee banden in het spectrum, om preciezer te zijn in het infraroodbereik, dus warmtestraling – terwijl ze het zichtbare zonlicht grotendeels doorlaten. Deze absorptiebanden bevinden zich op een golflengte van circa 15 respectievelijk 4,3 micrometer. Daar wordt het molecuul aangezet tot vibratietrillingen; beide golflengten komen elk overeen met een bepaald type trilling. 

    De crux van absorptie door koolstofdioxide is dat het molecuul niet alleen warmtestraling absorbeert, maar deze ook weer afgeeft. En terwijl de opvallende, door de aarde gereflecteerde, warmtestraling op weg is richting de ruimte verspreidt de door de CO2-moleculen afgegeven straling zich alle richtingen op, dus ook terug naar de aarde. En dat veroorzaakt dan het broeikaseffect.

    Waterdamp is goed voor veruit het grootste deel van dit broeikaseffect. Waterdamp is geheel natuurlijk en zorgt ervoor dat we het op aarde doorgaans aangenaam warm hebben. Een aandeel koolstofdioxide in het broeikaseffect is ook normaal, maar in de laatste tweehonderd jaar, dus sinds de industriële revolutie, en met name in de afgelopen decennia, neemt de CO2-concentratie in de atmosfeer snel toe, van minder dan driehonderd deeltjes per miljoen (parts per million, ppm) gedurende de laatste 600.000 jaar tot meer dan vierhonderd ppm vandaag de dag. Als gevolg daarvan is de gemiddelde temperatuur op aarde met zo’n 1,2 graden Celsius gestegen en stijgt deze nog altijd verder.

    Vicieuze cirkel

    Niet alleen de lucht om ons heen bevat CO2, het slaat ook neer op de grond, in veen en in planten. Het zit zelfs in poolijs. Maar de koolstofrijke permafrostbodem van Siberië ontdooit. En wanneer veen niet vanzelf uitdroogt, helpen mensen graag een handje om er weiland van te maken. Ontdooiing of uitdroging geeft de in deze landschappen opgeslagen CO2 vrij, met verdere opwarming van de aarde tot gevolg. Een vicieuze cirkel.

    Dirk Notz van de Universiteit van Hamburg doet onderzoek naar het terugtrekken van het ijs in de Noordelijke IJszee. Samen met de Amerikaanse klimatoloog Juliene Stroeve publiceerde hij in 2016 een studie in het gerenommeerde tijdschrift Science. Daarin proberen zij de uitstoot van broeikasgassen te visualiseren aan de hand van de teruggang van het ijs. De uitkomst van hun studie: de uitstoot van een ton CO2 veroorzaakt het smelten van drie vierkante meter Arctisch zomerzeeijs. Misschien zijn deze drie vierkante meter ijs de meest tot de verbeelding sprekende vergelijkingswaarde voor een ton koolstofdioxide. Het is immers min of meer de ruimte die een ijsbeer inneemt.

    Zo ziet een ton CO2 er daadwerkelijk uit

    Vliegen

    Wie naar warm land wil vliegen, kan bijvoorbeeld kiezen voor Israël. De route van München naar Tel Aviv leent zich voor het in perspectief plaatsen van de emissies die deze vlucht met zich meebrengt: volgens de CO2-calculator van het Duitse Federaal Milieuagentschap komt het broeikaseffect van een retourvlucht overeen met ongeveer een ton CO2 – let wel: per persoon. Daarvan is echter maar een kleine veertig procent toe te schrijven aan CO2 als zodanig, de overige klimaatimpact is onder meer te wijten aan condensatiestrepen en ozonvorming.


    Streaming

    Op het eerste gezicht lijkt het een ongelofelijk verhaal: het al genoemde nummer Despacito zou als gevolg van YouTube-klikken en Spotify-streams evenveel elektriciteit verbruikt hebben als vijf Afrikaanse landen met elkaar in een jaar. Dat is althans de conclusie van een rapport van de Franse denktank The Shift Project. Het rapport vermeldt verder dat een half uur streamen evenveel koolstofdioxide veroorzaakt als zes kilometer autorijden. Maar deze cijfers berusten op nogal gewaagde veronderstellingen.

    Voor een ton koolstofdioxide via Netflix kun je drieëntwintig uur streamen

    In een paper uit 2020 komt het Duitse ministerie van Milieu namelijk tot heel andere conclusies: streaming veroorzaakt gemiddeld slechts vijf gram koolstofdioxide per uur. Wel is die waarde sterk afhankelijk van de transmissietechnologie. De verouderde gsm-technologie is met 90 gram CO2 per uur het meest problematisch. Daarentegen presteert een moderne glasvezelverbinding het best: maar circa twee gram CO2 per uur. Voor een ton koolstofdioxide via Netflix en andere streamingdiensten kun je bij een gemiddelde transmissiesnelheid dus 200.000 uur streamen. Dat komt overeen met een kleine drieëntwintig jaar zendtijd. Voor het bekijken van kattenvideo’s of series als Squid Game hoef je je dus niet te schamen, althans niet wanneer het de opwarming van de aarde betreft.


    Cruise

    In een ligstoel naar zonnige oorden varen, met een cocktail in je hand, starend naar het ruime sop je nergens zorgen over hoeven maken – veel Duitsers dromen van zo’n vakantie. Maar een cruiseschip produceert elke dag ongeveer 0,3 ton koolstofdioxide per passagier. Als deze over een budget van een ton CO2 zou beschikken moeten de cabines dus al na drieënhalve dag ontruimd worden, waarbij niet eens rekening is gehouden met de reis van huis naar de haven en terug. En die uitstoot zal nog weer duidelijk groter zijn, mocht er ook nog eens per vliegtuig worden gereisd.


    Crypto

    Ontsnappen aan het juk van de banken. Een decentraal betalingsmiddel, versleuteld, veilig en democratisch. Dat beloven cryptovaluta ons, ware daar niet de gigantische elektriciteitsbehoefte voor het minen van digitale munten. Blijkens een in het vaktijdschrift Joule gepubliceerde studie vergt een bitcoin-transactie tussen de 300 en 900 kilowattuur elektriciteit, een Forbes-rapport komt op 708 kWh. Met ongeveer 400 gram CO2 per kilowattuur in de Duitse elektriciteitsmix komt dat neer op 0,28 ton koolstofdioxide per transactie. Bij vier bitcoin-overschrijvingen per dag wordt de CO2-limiet van een ton dus al overschreden.


    Paketbezorging

    Inmiddels kunt u thuis zelfs levensmiddelen laten bezorgen tegen supermarktprijzen, onlinebusiness is booming. Momenteel worden er jaarlijks zo’n 4 miljard pakketten bezorgd, 11 miljoen zendingen per dag. Blijkens een studie van de Universiteit van Bamberg wordt een op de zes pakketten teruggestuurd. Een teruggestuurd pakket veroorzaakt 1,2 kilogram CO2. Dat betekent dat retourzendingen dagelijks 2200 ton koolstofdioxide veroorzaken. Anders gezegd: een stad van 37.000 inwoners retourneert elke dag zoveel goederen dat zij een ton CO2 produceert. Overigens is een autorit naar de goed verwarmde winkels van de binnenstad om daar te gaan shoppen niet per se klimaatvriendelijker.


    Duitsland en Rwanda

    Al met al produceren de Duitsers gemiddeld tien ton koolstofdioxide per hoofd van de bevolking, met inbegrip van consumptie. Daarmee staan ze er niet goed op. Een Rwandees stoot gemiddeld maar 0,09 ton CO2 uit. Terwijl de Duitsers dus net iets meer dan een maand nodig hebben voor de productie van een ton koolstofdioxide, heeft Rwanda diezelfde hoeveelheid nog niet eens na tien jaar helemaal bereikt. Wel heeft Duitsland blijkens een EU-rapport tussen 1990 en 2018 vooral in de bouwsector CO2 bespaard. De uitstoot kon daar met 36 procent worden verlaagd. Maar zelf wat vaker dingen achterwege laten zou toch ook mogelijk moeten zijn.


    Bomen

    Plant vandaag een boom en compenseer je CO2-uitstoot. Klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het ook: want één boom is niet genoeg. En verder gaat er een hoop tijd overheen, want een jonge boom bindt nog nauwelijks koolstofdioxide. Oude bomen breken CO2 dus het beste af. Een beuk heeft ongeveer 80 jaar nodig om via fotosynthese een ton CO2 om te zetten in zuurstof en organisch materiaal. Bovendien, hoe zwaarder het hout, hoe meer koolstofdioxide er in wordt opgeslagen. En wat vaak vergeten wordt: Als de boom uiteindelijk gekapt wordt en bijvoorbeeld in een schoorsteen wordt verbrand, ontsnapt alle CO2 weer in de lucht.


    Zuivel

    Don’t sleep on the Gouda! (In het Nederlands zoiets als: probeer Goudse kaas voordat het te laat is). In de sitcom How I Met Your Mother spoort Marshall Eriksen, gespeeld door Jason Segel, zijn vrienden aan te eten van de kaas die hij heeft aangesneden. Hun gezamenlijke spelletjesavond wordt echter een fiasco.

    Na vijf jaar zuivel eten zit de gemiddelde Duitser op een ton koolstofdioxide

    Ook de zuivel- en kaasindustrie promoot graag haar zogeheten gezonde, uit een perfecte wereld van boerderijen en grasland voortgekomen producten. De klimaatbalans van zuivelproducten, vooral die van boter en vetrijke kaassoorten zoals Gouda, is echter niet al te best. Een belangrijke oorzaak is het herkauwen van de melkkoeien. Daarbij worden grote hoeveelheden geproduceerd van het zeer krachtige broeikasgas methaan dat een veel sterker effect heeft dan koolstofdioxide. Om voer voor het vee te verbouwen wordt ook nog eens de grond bemest, met het eveneens voor het klimaat schadelijke lachgas als resultaat.

    Omgerekend naar CO2-equivalenten ontstaat er blijkens een analyse van het Instituut voor Energie- en Milieuonderzoek in Heidelberg 9 kilogram koolstofdioxide bij de fabricage van een kilo boter. Voor harde kazen is dat 6 kilogram. Elk jaar eet een Duitser gemiddeld zo’n 25 kilo kaas en 6 kilo boter. Dat komt neer op ruim 200 kilo CO2. Na vijf jaar zit hij dus op een ton koolstofdioxide.


    Internet

    Hoe klimaatvriendelijk is het internet eigenlijk? Aan deze vraag heeft Google in 2019 een rapport gewijd. Het gebruik van Google-diensten zou volgens het betreffende rapport dagelijks 8 gram CO2 per persoon vergen. Het gemiddelde verbruik omvat 25 zoekopdrachten, een uur Youtube-kijken en het bijhouden van een Gmail-account. Als je daar de 60 minuten streaming tegen 5 gram CO2 van aftrekt leert een ruwe schatting dat een keer klikken 0,5 gram CO2 oplevert. Bijgevolg zijn 2 miljoen klikken goed voor een ton koolstofdioxide. Dat wordt vooral veroorzaakt door het stroomverbruik van de datacenters. Zij vormen de ruggengraat van het internetbedrijf.


    New York

    Elke 0,6 seconde stoot de stad New York een ton koolstofdioxide uit. Om die uitstoot te concretiseren werd ooit een simulatie gemaakt van het effect wanneer er midden tussen de wolkenkrabbers ballonnen met een diameter van tien meter zouden verschijnen. Zo’n ballon heeft plek voor 500 kubieke meter gas – en dat komt overeen met het volume van een ton CO2. Na ongeveer elke halve seconde komt er op de video weer een bol bij. Net als bij Goethes tovenaarsleerling verschijnen er voortdurend nieuwe ballonnen, binnen een tijdsbestek van enkele dagen vullen deze ballonnen de diepe ravijnen tussen de wolkenkrabbers, als was het een reusachtig ballenbad. Na een jaar torent een gigantische hoop ballonnen uit boven het Empire State Building.


    Auto’s

    Bij grote Duitse bedrijven met een internationale uitstraling denk je al gauw aan BMW, Daimler of VW. De autofabrikanten vormen de motor van de Duitse economie, miljoenen mensen hebben hier en bij toeleveranciers een baan. En ook vanuit immaterieel oogpunt hecht de Duitser aan zijn voertuig. Want nog altijd straalt een Porsche uit dat je het gemaakt hebt. Daarom verbaast het ook niet echt dat de door de Groenen beoogde maximum snelheid het bij de coalitiebesprekingen niet heeft gehaald – zonder dat zij daar zelfs iets in ruil voor terugkregen. 

    De uitstoot van een elektrische auto’s is per kilometer maar een derde dan die van een benzineauto

    Vanuit ecologisch oogpunt zou dat echter wel degelijk hout hebben gesneden: blijkens een omvangrijk onderzoek van non-profitorganisatie icct stoot een personenauto met een benzine- of dieselmotor gemiddeld 250 gram CO2 per kilometer uit, dit inclusief de productie van de brandstof en het voertuig zelf. Maar hoe harder je rijdt, hoe meer broeikasgassen je produceert. Gemiddeld genomen kun je met het equivalent van een ton koolstofdioxide 4000 kilometer afleggen. Dat lijkt een flink eind maar is in werkelijkheid ongeveer de afstand die een automobilist gemiddeld in vier maanden aflegt. Daarentegen stoten elektrische auto’s per kilometer maar ongeveer een derde van diezelfde hoeveelheid koolstofdioxide uit, eveneens inclusief fabricage van de auto en productie van elektriciteit. Maar ondanks de CO2-beprijzing voor verbrandingsmotoren zijn elektrische auto’s goed voor nog geen een procent van alle op de Duitse wegen toegelaten personenwagens.


    Veengrond

    Een hectare veengrond bindt gemiddeld 700 ton koolstofdioxide. Als er 14 vierkante meter veengebied verloren gaat, bijvoorbeeld door turfwinning of drooglegging, komt er op termijn een ton CO2 vrij. Wereldwijd slaan wetlands 30 procent van de grondgebonden CO2 op. Door het vernatten van eerder drooggelegde moerasgrond en het aanleggen van nieuwe moerassen kan CO2 dus worden afgevangen. Maar het winnen van turf en het omzetten van veengebied in weiland leveren nog altijd een bijdrage aan de opwarming van de aarde. Naast koolstof komt hierbij methaan vrij, een bijproduct van het verrottingsproces van planten.


    Rundvlees

    Duitsers werken jaarlijks gemiddeld tien kilo rundvlees naar binnen, mannen twee keer zoveel als vrouwen. Dat lijkt veel, maar wie twee keer per maand een rundvleesburger eet, een keertje spaghetti Bolognese en een ander keertje chili con carne bestelt en zichzelf bij wijze van uitzondering op een biefstuk trakteert, komt al snel op een kilo rundvlees per maand. Bij een conventionele productie van 14 kilo CO2 per kilo rundvlees resulteert dat elk jaar in circa 140 kilo koolstofdioxide. Dat is ongeveer een twaalfde van de gemiddelde uitstoot door alle voedsel. Zeven jaar rundvleesconsumptie is dus goed voor ongeveer een ton CO2.


    Wetenschappelijk onderzoek

    Toponderzoek is dikwijls duur. Naast het salaris van onderzoekers en docenten valt er van tijd tot tijd een forse elektriciteitsrekening op de mat. Want in de laboratoria moeten de testresultaten worden gekoeld, de reagentia gecentrifugeerd en de computers bediend. Erg energie-intensief zijn grootschalige complexen zoals Cern, ’s werelds grootste onderzoekscentrum op het gebied van deeltjesfysica. Het instituut in de omgeving van Genève herbergt diverse deeltjesversnellers. Hier laat men elementaire deeltjes op elkaar botsen, in 2012 werd zo het Higgs-deeltje aangetoond. Bij Cern is vooral het koelen van de detectoren en het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen (f-gassen) voor het detecteren van deeltjes schadelijk voor het klimaat. Daarom heeft het instituut in 2018 zijn CO2-voetafdruk openbaar gemaakt: het totale complex stootte in een jaar tijd 223.800 ton kooldioxide-equivalenten uit. Dat betekent ongeveer elke tweeënhalve minuut een ton CO2.

    In de aanloop naar de COP26-klimaatconferentie in Glasgow bundelden toonaangevende laboratoria in Europa en de VS hun krachten. Ze willen gezamenlijk oplossingen ontwikkelen voor het verminderen van hun eigen uitstoot van broeikasgassen. Naast Cern hebben ook gerenommeerde instituten als Fermilab en de Europese ruimtevaartorganisatie Esa hiervoor getekend. Met elkaar willen zij werken aan best practices op het gebied van duurzaamheid.


    Kleding

    ‘Ik heb twee actieve broeken,’ zei stand-upcomedian Felix Lobrecht ooit in een optreden. Zo maakte de podcastmaker in een klap duidelijk dat de meeste Duitsers veel te veel kleding hebben die ze vaak niet eens dragen. Hun overige jeans – en dat beseffen ze pas als er verhuisd moet worden – liggen vergeten in een verre hoek van de kledingkast. Hoewel steeds meer mensen tweedehands kopen, beleeft de zogeheten fast fashion wereldwijd een hausse.

    Een aan de gevolgen van de textielproductie gewijd rapport van het Europees Milieuagentschap vermeldt dat tien procent van de wereldwijde uitstoot aan broeikasgassen toegeschreven kan worden aan de fabricage van kleding en schoenen. Met al hun shopactiviteiten maken de Duitsers het quotum van een ton koolstofdioxide in anderhalf jaar vol. De constant dalende prijs van kleding is een van de oorzaken voor de immense CO2-voetafdruk van de mode-industrie; zo bleef die prijs tussen 1996 en 2018 binnen de EU met 30 procent achter bij de inflatie, aldus het rapport. Gemiddeld gooit een inwoner van de EU jaarlijks 11 kilo kleding weg. Fabricage, aanlevering, afvalverwerking – dat alles drijft de CO2-teller op. Maar het grootste probleem is simpelweg de overvloed aan textiel. De eenvoudigste oplossing is dan ook: minder nieuwe spullen kopen.

    Lees ook:

  • Duitsland investeert 200 miljard euro in ‘transformatie’ van de economie

    Duitsland investeert 200 miljard euro in ‘transformatie’ van de economie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïense coronapatiënten mijden schuilkelders

    » Ex-premier van Bulgarije gearresteerd voor corruptie met EU-gelden

    Grote investeringen moeten economie vergroenen

    Duitsland trekt 200 miljard euro uit ‘om de transformatie van de economie, de samenleving en de staat’ tussen nu en 2026 te financieren, aldus de minister van financiën Christian Lindner, vorige week. De miljarden zijn onder meer bedoeld voor het tegengaan van klimaatverandering, voor investeringen in waterstoftechnologie en uitbreiding van het oplaadnetwerk voor elektrische voertuigen, bericht Reuters.

    De investeringen zijn bekendgemaakt op een moment dat Duitsland zijn inspanningen intensiveert om minder afhankelijk te worden van Russisch gas door de infrastructuur voor de invoer van vloeibaar aardgas (LNG) op te voeren en mogelijk meer gebruik te maken van kolengestookte elektriciteitscentrales.

    Lees ook:

  • Kan Europa echt zonder fossiele brandstoffen uit Rusland?

    Kan Europa echt zonder fossiele brandstoffen uit Rusland?

    De Verenigde Staten namen dinsdag het besluit om import van Russische energie te verbieden. Europa, dat voor energie zeer afhankelijk is van Moskou, aarzelt. ‘In recordtijd is het idee van een energie-embargo veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk.’

    ‘Wat een week geleden nog bijna ondenkbaar was, lijkt nu bijna onvermijdelijk’, schreef columnist Ambrose Evans-Pritchard van The Daily Telegraph afgelopen dinsdag, naar aanleiding van stemmen die sinds het weekeinde in het Westen opgaan om een embargo in te stellen op Russische fossiele brandstoffen, met als doel om Moskou te dwingen een einde te maken aan de oorlog in Oekraïne.

    Alleen olie is al goed voor 40 procent van de Russische staatsbegroting. Een embargo ‘zou voorkomen dat het Kremlin langer dan een paar weken kan doorgaan met een serieus offensief in Oekraïne’, en zou ‘de interne desintegratie van het regime van Vladimir Poetin op gang kunnen brengen’, aldus de columnist van het Britse conservatieve dagblad.

    ‘Het extreme idee van een energie-embargo is in recordtijd veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’

    Ook de Spaanse krant El País bevestigt dat het ‘extreme’ idee van een energie-embargo ‘in recordtijd is veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’. De krant wijst erop dat ‘energie voorzichtigheidshalve van de eerste economische sancties tegen Moskou was uitgesloten.’

    Het dagblad uit Madrid benadrukte maandag dat de Verenigde Staten tot nu toe het meest gemotiveerd zijn voor een boycot, ‘met een regering die bereid is om alleen te handelen, als Europa niet zou volgen’. En daar kreeg de krant gelijk in.

    Afgelopen zondag zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken nog te hopen met de Europeanen één front te kunnen vormen. Hij benadrukte dat de Verenigde Staten ‘zeer actief’ waren in besprekingen met de Europese Unie over een olie-embargo. Evans-Pritchard van The Telegraph bevestigde dat Washington de leiding had en naar oplossingen voor een embargo zocht:

    ‘Het Witte Huis stuurt missies naar Saoedi-Arabië en Venezuela om extra vaten olie te halen en dringt aan op een snelle overeenkomst in het nucleair overleg met Teheran om Iraanse olie weer op de markt te kunnen brengen. Alle gebruikelijke diplomatieke voorbehouden worden terzijde geschoven.’

    ‘De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland’

    The Wall Street Journal schreef afgelopen maandag nog dat het embargo ook kan worden opgelegd door middel van een ‘presidentieel decreet’, in de woorden van Bidens woordvoerster Jen Psaki, maar dat de Amerikaanse president de voors en tegens nog aan het afwegen was. ‘De president en zijn adviseurs willen vermijden een beslissing te nemen die de benzineprijzen voor Amerikanen verder zou kunnen doen stijgen’, aldus het Amerikaanse dagblad.

    Een dag later, op dinsdag, was de kogel door de kerk en had Joe Biden besloten tot een embargo op alle fossiele brandstoffen uit Rusland. Volkomen terecht, schreef The Wall Street Journal die dag in een hoofdredactioneel commentaar, ook al stelt de stap niet al te veel voor: ‘Het verbieden van de invoer van Russische energie gaat niet heel erg ver. De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland.’

    Europa

    In Europa liggen de zaken heel anders, merkte Deutsche Welle op: ‘Duitse, Britse en Nederlandse regeringsleiders zeiden maandag dat Europa te afhankelijk is van Russische energieleveranties om de import van de ene op de andere dag stop te kunnen zetten.’ De Duitse bondskanselier Olaf Scholz, die tijdens de eerste sanctieronde al heel wat moest slikken vanwege de blokkering van de Nord Stream 2-pijpleiding, benadrukte dat olie en gas uit Rusland ‘essentieel’ blijven voor Europa.

    ‘De Europese energievoorziening voor verwarming, vervoer, elektriciteit en industrie kan momenteel niet anders worden gewaarborgd’ dan door de invoer van Russische fossiele brandstoffen, aldus Scholz.

    De Britse premier Boris Johnson beveelt een ‘stapsgewijze’ aanpak aan, maar erkent dat de situatie ‘zeer, zeer snel’ verandert en dat opties die een paar weken geleden nog ondenkbaar waren, nu ‘op tafel’ liggen.

    ‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt’

    Joe Biden, Olaf Scholz en Emmanuel Macron zijn volgens BBC in ieder geval wel eensgezind en vastbesloten om de kosten van de invasie van Oekraïne voor Rusland te blijven opdrijven.

    Dat het Russische persagentschap Tass uit een heel ander vaatje tapt was te verwachten: ‘Het besluit van het Westen om de invoer van Russische olie te verbieden zal catastrofale gevolgen hebben voor de wereldmarkt, aldus de Russische vicepremier Alexander Novak tegen verslaggevers.’

    ‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt. Dat zal meer dan een jaar duren’, voegde hij eraan toe. Een verbod op Russische olie zal leiden tot een stijging van de prijzen voor brandstof, elektriciteit en verwarming in Europa en de Verenigde Staten, aldus Novak.

    ‘Volgens Novak is de hoogte van prijsstijgingen onvoorspelbaar, maar bedragen van “meer dan 300 dollar per vat” sluit hij niet uit’, aldus Tass.

    Dat lijkt rijkelijk overdreven, want de bank JP Morgan schat dat de prijs van een vat zich zal stabiliseren rond 185 dollar als Russische olie van de markt verdwijnt, aldus El País. Maandagavond lag de prijs van een vat rond de 120 dollar.

    Lees ook:

  • Westen kaapt artsen weg uit buitenland: ‘Over zes maanden zijn ze allemaal vertrokken’

    Westen kaapt artsen weg uit buitenland: ‘Over zes maanden zijn ze allemaal vertrokken’

    Rijke landen rekruteren in toenemende mate artsen en verpleegkundigen in arme landen, die daardoor het risico lopen dat de toch al kwetsbare gezondheidszorg verder destabiliseert. In Afrika doen ze daarom hun best gezondheidswerkers uit de diaspora terug te halen.

    Canada, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk staan bovenaan de lijst van landen die een groot gebrek aan verplegend personeel hebben en die daarom als nooit tevoren proberen om in andere landen personeel te rekruteren. Maar ook andere rijke landen, zoals Duitsland of Finland, die minder gewend zijn om een beroep te doen op buitenlandse artsen en verpleegkundigen, hebben onlangs wervingscampagnes gelanceerd die specifiek zijn gericht op de Filippijnen, op landen in Afrika, of in het Caribisch gebied.

    Dit schrijft Stephanie Nolan in een artikel voor The New York Times met als kop ‘Rijke landen lokken zorgmedewerkers uit lage-inkomenslanden om tekorten te bestrijden’. Het is een situatie die veel vragen oproept over de ethiek van deze wervingscampagnes en de weerklank die ze krijgen, zeker tijdens een pandemie. De ontwikkeling treft landen waarvan de gezondheidsstelsels al verzwakt zijn.

    Volgens Sinead Carbery, president van O’Grady Peyton International, een internationaal wervingsbureau, arriveren elke maand ongeveer duizend verpleegsters in de Verenigde Staten uit Afrikaanse landen, de Filippijnen en het Caribisch gebied.

    De Verenigde Staten trekken al langer verpleegkundigen uit het buitenland aan, maar de huidige vraag van Amerikaanse zorginstellingen is volgens Carbery de hoogste die ze in drie decennia heeft gezien. Naar schatting tienduizend staan buitenlandse verpleegkundigen van over de hele wereld op wachtlijsten voor sollicitatiegesprekken bij Amerikaanse ambassades, hopend op de vereiste visa om vacatures te kunnen vervullen.

    Verlies van gekwalificeerd personeel

    ‘Er vertrekt constant personeel’, zegt Lillian Mwape, directeur verpleging in een Zambiaans ziekenhuis. Haar mailbox loopt voortdurend vol met e-mails van recruiters die haar laten weten dat ook zij de mogelijkheid heeft om heel snel een visum voor de Verenigde Staten te krijgen.

    Officieel leidt Zambia te veel verpleegkundigen op en duizenden jonge afgestudeerden zijn werkloos. Maar het zijn de ervaren verpleegkundigen die het meest gewild zijn bij recruiters en die dus vertrekken. ‘Het zijn de meest gekwalificeerde verpleegkundige die we verliezen en die kunnen we niet echt vervangen’, aldus Lillian Mwape.

    De emigratie van in arme landen opgeleide gezondheidswerkers naar rijke landen is niets nieuws. Maar de stroom is sinds twee jaar geëxplodeerd, nu sommige landen versnelde procedures hebben ingevoerd voor het uitgeven van werkvisa en de erkenning van diploma’s, schrijft The New York Times.

    Zo heeft de Britse regering bijvoorbeeld in 2020 een ‘gezondheids- en zorgvisum’ gelanceerd, met verlaagde tarieven en snellere verwerking van aanvragen. Canada heeft de taalvereisten voor een permanente verblijfsvergunning versoepeld en het proces voor erkenning van kwalificaties voor internationaal opgeleide verpleegkundigen versneld. Japan biedt professionals in de ouderenzorg een snellere weg naar het verwerven van een permanente verblijfsvergunning. En Duitsland staat toe dat in het buitenland opgeleide artsen direct doorstromen naar assistent-artsposities.

    ‘Recruitmentbureaus onderhandelen rechtstreeks met verpleegkundigen die ze zeer voordelige voorwaarden bieden’

    Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat een land als de Filippijnen, dat al sinds lange tijd te veel verpleegkundigen opleidde om ze vervolgens naar het buitenland te kunnen sturen, vooral naar de Golfstaten, momenteel een gebrek heeft aan ziekenhuispersoneel.

    ‘Op mijn afdeling werken vijftien verpleegkundigen en de helft heeft een aanvraag in behandeling om in het buitenland te gaan werken’, zegt Mike Noveda, een ervaren verpleegster neonatologie in de Filippijnen die tijdelijk is overgeplaatst om covid-19-afdelingen te leiden in een groot ziekenhuis in Manilla. ‘Over zes maanden zijn ze allemaal vertrokken.’

    Wat de internationale werving van verplegend personeel betreft, hebben de lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2010 een gedragscode aangenomen. Dit gebeurde op instigatie van met name Afrikaanse landen, die zagen dat ter plaatse opgeleide artsen en verpleegkundigen in groten getale naar de Verenigde Staten of Groot-Brittannië vertrokken.

    ‘We moeten terugkeer naar het continent van Afrikaanse artsen bevorderen’

    Van bestemmingslanden wordt verwacht dat zij bepaalde initiatieven van herkomstlanden op het gebied van gezondheidszorg ondersteunen en aanvullende opleidingen opzetten om expats in staat te stellen met nieuwe vaardigheden naar hun land terug te keren. Maar sinds het begin van de pandemie hebben sommige recruiters een manier gevonden om dergelijke overeenkomsten te omzeilen.

    ‘Recruitmentbureaus komen binnen en onderhandelen rechtstreeks met verpleegkundigen die ze zeer voordelige voorwaarden bieden’, zegt Howard Catton van de International Nurses Organization. ‘De aangeworven professionals zijn niet van plan terug te keren naar hun thuisland. Integendeel: ze willen zich in het buitenland vestigen en hun gezin meenemen.’

    In theorie zou een land als Nigeria tweeënzeventigduizend gekwalificeerde artsen moeten hebben, maar volgens de Nigeriaanse senator Abba Moro waren er in 2021 slechts vijfendertigduizend in het land actief, aldus The Guardian. Desondanks gelooft John Nkengasong, directeur van de Africa Centers for Disease Control and Prevention (Africa CDC), dat hij gezondheidswerkers die nu in het buitenland werken, ervan kan overtuigen weer aan het werk te gaan in hun eigen land.

    Africa CDC heeft zeven werkgroepen ingesteld zodat Afrikaanse artsen en wetenschappers die in rijke landen werken, regelmatig advies van afstand kunnen geven. ‘Ze zijn erg behulpzaam geweest tijdens de pandemie. We moeten dit systeem formaliseren en terugkeer naar het continent bevorderen’, vindt Nkengasong.

    Investeren

    Om de exodus van medisch personeel te keren is het noodzakelijk dat Afrikaanse regeringen in actie komen. ‘Leiders op ons continent moeten investeren in het versterken van gezondheidssystemen. We hebben een zeer proactief programma nodig dat Afrikanen in de diaspora helpt om terug te keren. Een Ghanees of een Nigeriaan die in Londen woont, wordt niet op een ochtend wakker en zegt dan plotseling: ‘Ik ga voor een jaar terug naar mijn land. Ze hebben verantwoordelijkheden, een baan. Zo iemand moet geholpen worden met huisvesting en vervoer.’

    Africa CDC zal naar verwachting binnenkort aan de leden van de Afrikaanse Unie een reeks maatregelen voorstellen voor een regionaal gezondheidsverdrag dat tot doel heeft de reactie van het continent op de pandemie te coördineren. Er moeten met name mechanismen worden ingevoerd om de terugkeer en ondersteuning van expats aan te moedigen.

    Want ook al lijkt Afrika tot nu toe minder onder corona te hebben geleden dan andere continenten, het zal zich moeten voorbereiden ‘op de verschijning van andere varianten die moeilijker te behandelen zijn dan die waarmee we te maken hebben gehad’, waarschuwt John Nkengasong.

  • Vijf doden bij zware storm in Europa met Eunice op komst

    Vijf doden bij zware storm in Europa met Eunice op komst

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Colombia: inheemse gemeenschappen in juridisch gevecht met Coca-Cola om speciaal bier

    » Amazon verdubbelt salaris voor management en techmedewerkers

    Stormdoden in Polen en Duitsland

    Als gevolg van storm Dudley stierven er donderdag drie mensen in het Poolse Krakau, ook vielen er twee doden in Duitsland. De storm bereikte windsnelheden van 180 kilometer per uur, ontwrichtte trein- en luchtverkeer en zorgde ervoor dat honderdduizenden huizen zonder elektriciteit zaten. Deze incidenten komen aan de vooravond van de komst van een andere storm, Eunice.

    Terwijl voor Noord- en Noordwest-Frankrijk en vier provincies in het noordwesten van België en het grootste deel van Nederland code oranje geldt, heeft de Britse weerdienst donderdag een zeldzaam code rood afgekondigd. De Britse autoriteiten verwachten dat rukwinden een levensgevaarlijke snelheid van 160 kilometer per uur kunnen bereiken. De bosbeheerdiensten bereiden zich voor op de vernietiging van miljoenen bomen, aldus The Independent.

    Lees ook:

  • Olaf Scholz brengt bezoek aan Moskou om Poetin te ‘waarschuwen’

    Olaf Scholz brengt bezoek aan Moskou om Poetin te ‘waarschuwen’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ex-president Bolivia wordt niet onderzocht voor misdaden tegen de menselijkheid

    » Indiase miljardair wordt rijkste persoon van Azië met steenkoolimperium

    Scholz roept Rusland op tot dialoog

    De Duitse bondskanselier Olaf Scholz brengt vandaag een bezoek aan Moskou in een poging een diplomatieke oplossing te vinden om een oorlog in Oekraïne te voorkomen. Voorafgaand aan het bezoek verklaarde de kanselier dat hij de Russische president Vladimir Poetin zou ‘waarschuwen’ voor de nare gevolgen van een eventuele invasie, waaraan hij toevoegde dat het Westen bereid was ‘drastische en effectieve sancties’ op te leggen, aldus Deutsche Welle.

    Op maandag had Scholz tijdens een persconferentie in Kiev Rusland opgeroepen in te gaan op ‘handreikingen voor een dialoog’, terwijl minstens honderdduizend Russische troepen aan de grenzen van Oekraïne zijn gelegerd. Volgens de Verenigde Staten zijn deze aantallen de afgelopen dagen toegenomen.

    Lees ook:

  • Directeur Greenpeace wordt klimaatgezant voor de Duitse regering

    Directeur Greenpeace wordt klimaatgezant voor de Duitse regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wordt espresso in Italië een luxe voor de rijken?

    » Mexico wil ‘pauze’ in de betrekkingen met Spanje: ‘Wij willen niet bestolen worden’

    Een ‘personeelscoup’ op Buitenlandse Zaken

    Het mondiale klimaatbeleid van Duitsland zal in de toekomst worden vertegenwoordigd door een deskundige op het gebied van milieuvraagstukken. Vanaf maart zal het huidige hoofd van Greenpeace International, Jennifer Morgan, onderhandelen als speciale klimaatgezant van Duitsland, bericht Die Tageszeitung. De krant spreekt van een ‘personeelscoup’ van minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock.

    Morgan, een vijfenvijftigjarig Amerikaans staatsburger woonachtig in Duitsland, is een internationale milieu- en klimaatdeskundige met goede connecties en tientallen jaren ervaring. ‘Morgan heeft de afgelopen jaren de grote milieu- en klimaatconferenties bijgewoond, waarbij ze zowel buiten de poorten heeft gedemonstreerd als achter de schermen compromissen heeft gezocht’, schrijft Die Tageszeitung. Sinds april 2016 is zij uitvoerend directeur van Greenpeace International.

    Volgens Baerbock zou Morgan eerst gezant en daarna staatssecretaris bij Buitenlandse Zaken moeten worden. Voor deze baan moet de Amerikaanse echter Duits staatsburger worden. Die procedure loopt nog, aldus het Duitse dagblad.

    Lees ook:

  • Macron, Scholz en Duda zetten zich samen in om ‘een oorlog met Rusland te voorkomen’

    Macron, Scholz en Duda zetten zich samen in om ‘een oorlog met Rusland te voorkomen’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese Commissie gaat Polen korten wegens onbetaalde boete

    » VN: extreme armoede in Latijns-Amerika gestegen als gevolg van corona

    Regeringsleiders beloven ‘verstrekkende gevolgen’

    Dinsdagavond hebben de Franse president, de Duitse kanselier en de Poolse president in Berlijn blijk gegeven van hun eensgezindheid en hun gemeenschappelijke doelstelling om een oorlog met Rusland te voorkomen.

    Op een gezamenlijke persconferentie ter afsluiting van ‘twee dagen van allesomvattende diplomatie’ stonden Olaf Scholz van Duitsland, de Franse Emmanuel Macron, en Andrzej Duda uit Polen zij aan zij in Berlijn en ‘onderstreepten hun eenheid’ in de aanpak van Rusland, waarbij zij ‘verstrekkende gevolgen’ beloofden als het Oekraïne zou aanvallen, meldt The New York Times.

    Maar, ‘hoewel vooruitgang bij het de-escaleren van de crisis onzeker blijft’, hebben de drie regeringsleiders tijdens hun toespraken van elk vier minuten niet gespecificeerd ‘wat die gevolgen zouden zijn of welke andere maatregelen tot een de-escalatie van de spanningen zouden kunnen leiden’.

    Lees ook:

  • Duitsland: gezamenlijke coming out van katholieke lhbti’ers

    Duitsland: gezamenlijke coming out van katholieke lhbti’ers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Schrijver Maya Angelou is eerste zwarte vrouw op Amerikaanse munt

    » Na staatsgreep in Burkina Faso vragen demonstranten Rusland om hulp

    Katholieke lhbti’ers protesteren tegen discriminatie

    ‘Meer dan honderd werknemers van katholieke instellingen treden gezamenlijk naar voren als lhbti’ers. Zij willen de aandacht vestigen op een discriminerend systeem’, schrijft het Duitse nieuwsprogramma Tagesschau op haar website.

    In een documentaire van omroep ARD doen honderd queer katholieken voor het eerst publiekelijk verslag van hun ervaringen in de Katholieke Kerk en haar instellingen. Tegelijkertijd treedt een groep van honderdvijfentwintig gelovigen naar buiten onder de naam Out in Church, om te protesteren tegen de arbeidswetgeving en een niet-transparant systeem dat discriminatie van lhbti-werknemers toelaat. De kerk is de op een na grootste werkgever in Duitsland.

    ‘Wie voor de katholieke kerk of katholieke instellingen werkt, moet in zijn arbeidscontract instemmen met speciale bepalingen die diep in de privésfeer binnendringen en die queer, dat wil zeggen niet-heteroseksuele of cisgender personen, verbieden open te zijn over hun identiteit. Het homohuwelijk zou uiteindelijk tot ontslag kunnen leiden’, schrijft Tagesschau.

    Lees ook:

  • Duitsland kampt met tekort aan vakmensen

    Duitsland kampt met tekort aan vakmensen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaanse rechter: Rechtszaak om Facebook op te splitsen kan doorgaan

    » Colombia: Gevechten tussen oud-FARC-leden en ELN om grens met Venezuela

    Scholing is ondermaats, aldus vakbond

    Naast ‘klassieke’ redenen voor een tekort aan geschoolde arbeidskrachten, zoals een laag geboortecijfer en een te lage instroom van geschoolde migranten, kampt Duitsland met slechte beroepsopleidingen om vacatures te kunnen vervullen, schrijft Der Spiegel.

    ‘Hoogbegaafden worden met 60 miljoen ondersteund, het academisch onderwijs met 300 miljoen’, aldus voorzitter Hans Peter Wollseifer van de Ambachtskamer, een organisatie voor vakmensen. ‘Maar 600 ambachtelijke opleidingscentra worden overgeslagen terwijl dat juist “de universiteiten van het ambacht” moeten zijn. Zij hebben passende steun nodig’. Sommige scholen voor beroepsonderwijs verkeren volgens Wollseifer in een erbarmelijke toestand.

    ‘Klimaattransitie, energie-efficiëntie, e-mobiliteit, uitbreiding van laadstations en infrastructuur zijn alleen mogelijk met professioneel gekwalificeerde vakmensen’

    Duitsland heeft grote behoefte aan gekwalificeerd personeel want veel ambachtslieden gaan met pensioen en er is te weinig doorstroom vanuit opleidingen; vandaar de noodkreet van Wollseifer. Hij ziet de situatie nog nijpender worden rond de energietransitie: ‘Klimaattransitie, energie-efficiëntie, e-mobiliteit, uitbreiding van laadstations en infrastructuur zijn alleen mogelijk met professioneel gekwalificeerde vakmensen. We moeten alles op alles zetten om meer waardering voor het beroepsonderwijs te realiseren.’

    Lees ook:

  • Ook in Duitsland is vuurwerk dit jaar weer verboden

    Ook in Duitsland is vuurwerk dit jaar weer verboden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Airbnb en Expedia delen data over louche verhuurders

    » Europa steunt wapenembargo tegen Myanmar na bloedbad

    Rechter bevestigt verkoopverbod vuurwerken

    Het landelijke verkoopverbod op oudejaarsvuurwerk in Duitsland is bevestigd door de administratieve rechtbank in Berlijn, bericht Frei Presse. Daar diende een kort geding van vuurwerkverkopers omdat de zetel van het federale ministerie van Binnenlandse Zaken zich er bevindt.

    Het doel van het verbod is om het aantal gewonden door oneigenlijk gebruik van oudejaarsvuurwerk te verminderen

    Net als vorig jaar beoordeelden de rechters het verbod op vuurwerk tijdens de coronapandemie als proportioneel. Met het oog op de coronasituatie is het doel van het verbod om het aantal gewonden door oneigenlijk gebruik van oudejaarsvuurwerk te verminderen en zo de situatie in ziekenhuizen niet verder te verslechteren, aldus de rechters. Volgens hen tonen cijfers uit Berlijn van eind vorig jaar aan dat het verbod hiervoor geschikt is. Normaal gesproken worden op oudejaarsavond vijftig tot vijfenzeventig mensen opgenomen in het Marzahn-ziekenhuis in Berlijn, vorig jaar waren dat er slechts tien. Gezien de huidige zware last voor ziekenhuizen was snel handelen geboden, aldus de rechtbank, en daardoor was een wet voor het verbod niet vereist.

    Lees ook: