Schönbohm onderhield contacten met Russische bedrijf
De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser heeft dinsdag het hoofd van het nationale cybersecurity-agentschap BSI, Arne Schönbohm, ontslagen, zo heeft Der Spiegel uit veiligheidskringen vernomen. Later werd dit bevestigd door een woordvoerder van Binnenlandse Zaken.
Schönbohm werd uit zijn functie als hoofd van het nationale cyberbeveiligingsagentschap BSI gezet nadat media hadden gemeld dat hij banden had met mensen die betrokken zijn bij Russische inlichtingendiensten. Faeser was naar verluidt bezorgd over Schönbohms voortdurende contacten met een vereniging genaamd de Cyber Security Council of Germany, bericht Deutsche Welle.
De organisatie kwam onder vuur te liggen nadat Rusland Oekraïne binnenviel, vanwege de connectie van een van haar leden met het Kremlin, aldus DW. Cybersecuritybedrijf Protelion werd afgelopen weekend uit de raad gezet. Tot maart heette het bedrijf Infotecs en was het een dochteronderneming van zijn Russische naamgenoot. Het zou zijn opgericht door een voormalig lid van de Russische inlichtingendienst ,die een onderscheiding heeft ontvangen van president Vladimir Poetin.
De Iraanse autoriteiten hebben negen Europeanen gearresteerd tijdens straatprotesten, bericht BBC. Deze door het regime als spionnen aangemerkte Europeanen zouden een rol hebben gespeeld bij de demonstraties die het land de afgelopen twee weken hebben opgeschud, beweert het inlichtingenministerie. De arrestanten komen uit Frankrijk, Zweden, Duitsland, Polen, Italië en Nederland. Waar zij zijn gearresteerd is niet bekend.
BBC wijst erop dat Iran ‘buitenlandse vijanden’ deels de schuld geeft van de chaos die het land in zijn greep houdt sinds de dood van Masha Amini, een tweeëntwintigjarige vrouw die onder onduidelijke omstandigheden stierf nadat ze was gearresteerd door de zedenpolitie. Ten minste tachtig mensen werden gedood tijdens de demonstraties die volgden op haar verdwijning, volgens de Noorse organisatie Iran Human Rights. In Zahedan, nabij Pakistan en Afghanistan, zijn vrijdag bij nieuwe botsingen naar verluidt negentien mensen omgekomen, onder wie een kolonel van de Islamitische Revolutionaire Garde.
Democratie is niet gewoon een staatsvorm, maar een manier van leven. De school moet een plek worden om na te denken in plaats van na te praten, stellen deze Duitse filosoof en pedagoog.
In de recente geschiedenis van de mensheid was er zelden sprake van zo’n grote opeenstapeling van uitdagingen: klimaatcrisis, de coronapandemie, en nu de oorlog in Oekraïne. Zowel de mensheid als de politiek verkeert in een crisistoestand, die alle landen ter wereld treft en de politiek ernstig op de proef stelt. En die problemen treffen eveneens de verschillende staatsvormen. In dictaturen als China of Rusland wordt anders omgegaan met crises dan in democratieën als Zwitserland of Duitsland – en zo worden de gebeurtenissen van nu ook een vuurproef voor politieke systemen.
Hoeveel globale samenwerking tussen verschillende staatsvormen is er nodig om deze wereldwijde crises de baas te worden? Momenteel is men geneigd de voorkeur te geven aan deglobalisering, zodat de uitwisseling tussen dictaturen en autocratieën wordt stopgezet. Dat is een gevaarlijke trend die de wereld uiteindelijk misschien weer in twee blokken opdeelt, waarbij de grens in het oosten midden door Europa zal lopen en mogelijk een nieuwe Koude Oorlog ontstaat, die elk moment kan escaleren tot een hete nucleaire oorlog.
Vergissing
In een crisis moet een democratie onder moeilijke omstandigheden zien te functioneren, waarbij ze zelf in crisis kan raken. Dit kan aan de hand van de drie genoemde problemen verduidelijkt worden: maatregelen om de CO2-uitstoot te beperken brengen – in de vorm van prijsstijgingen en vermindering van welvaart en mobiliteit – het draagvlak onder de bevolking in gevaar. Tijdens de coronapandemie nam het aantal complotdenkers flink toe. Aanvankelijk ontstond de beweging uit scepsis en legitieme kritiek, maar het anti-overheids- en antidemocratische sentiment werd steeds groter.
Ook de Oekraïne-oorlog verdeelt de samenleving, bijvoorbeeld over de vragen welke mate van solidariteit Oekraïne kan opeisen en hoe de oorlog tot een einde kan worden gebracht.
Uit de verschillende kampen is regelmatig te horen dat het tegengestelde standpunt niets met democratie te maken heeft. Tegengestelde meningen worden derhalve beschouwd als ‘aanval op de democratie’. Dit fenomeen, het discrediteren van de tegenpartij, krijgt bijna dagelijks een podium in talkshows, zodat je je als toeschouwer de vraag stelt: is dat dan democratie?
Eén misverstand is inderdaad wijdverbreid: velen menen dat er al sprake is van democratie wanneer er om de zoveel jaar gestemd wordt, en de verkiezingen openbaar, discreet en vrij zijn. Dat is een gevaarlijke vergissing.
Voorwaarde van democratie is de principiële vrijheid en gelijkheid van alle burgers
Het begrip democratie is tot op heden vaag. Dat komt onder andere doordat het ondanks alle kritiek een positieve inhoud heeft, zodat er binnen een breed spectrum van politieke praktijken aanspraak op gemaakt. De communistische staten in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie omschreven zichzelf na de Tweede Wereldoorlog als ‘volksdemocratieën’. Zelfs het project van de afbraak van democratische rechten in Hongarije wordt ‘illiberale democratie’ genoemd. Om deze willekeur in het gebruik van het begrip tegen te gaan, is in Angelsaksische discussies de niet-onproblematische uitdrukking ‘liberale democratie’ gangbaar geworden.
Kenmerkend voor een democratie in engere zin is de garantie van individuele rechten en de geïnstitutionaliseerde solidariteit in de vorm van sociale maatregelen in een verzorgingsstaat. In deze opvatting berust democratie op een enkel principe, namelijk de collectieve zelfbeschikking onder de antropologische premissen van vrijheid en gelijkheid. Dat betekent in essentie dat alle burgers met de heersende orde moeten kunnen instemmen. Alleen wanneer aan die voorwaarden voldaan is, ontwikkelt zich vanuit het principe van de collectieve zelfbeschikking een democratische orde. De garantie van individuele rechten en vrijheden is dus geen inperking van het democratiebegrip, maar een onvervangbaar, essentieel en wezenlijk deel van elke democratische orde.
Democratie is niet alleen een staatsvorm, het is een manier van leven
Democratie is derhalve een politieke orde waarmee allen in kunnen stemmen. Voorwaarde daarvoor is de principiële vrijheid en gelijkheid van alle burgers. Consensus is niet het doel van democratische besluitvorming; de democratische besluitvorming berust veeleer op regels en instituties die een normatieve orde tot uitdrukking brengen. Aangezien met betrekking tot deze regels en instituties verschil van mening mogelijk is, wordt de voor een democratie onontbeerlijke consensus in bijzondere gevallen naar een hoger niveau verplaatst. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij conflicten over de grondwet, die worden opgelost met een voor een grondwetswijziging vereiste meerderheid. Het is dus niet, zoals meestal wordt aangenomen, alleen de mening van de meerderheid die beslissend is voor de democratie, maar het is deze hogere consensus over de grondwet die een democratie draagt. Hierin komen de grondprincipes van vrijheid en gelijkheid tot uitdrukking.
Deze principes moeten een maatschappelijke sfeer van wederzijds respect en erkenning doen ontstaan, ongeacht verschillen in cultuur, religie, etniciteit of leefstijl. Een samenleving waarin mensen opstaan en de bus verlaten omdat een persoon met een andere huidskleur naast ze is gaan zitten, is niet democratiefähig. Democratie is niet alleen een staatsvorm, het is een manier van leven. Als de civiele grondslagen van de democratie wegslijten, is ze als institutioneel bouwwerk in gevaar.
De rol van het onderwijs
De in crisis verkerende democratie kan en moet dus ook lering trekken uit de huidige crises. Het belangrijkste daarbij is dat ze zorgdraagt voor de democratische vaardigheden van de mensen. Daartoe behoort bijvoorbeeld een discussiecultuur die in de genoemde tv-programma’s vaak ontbreekt. Maar het veronderstelt ook een kritisch-constructieve houding ten aanzien van de media in het algemeen, die alleen al door de keuze van thema’s, medewerkers, zendtijd enzovoort bevooroordeeld kunnen zijn. Het zou naïef zijn die keuze als toevallig of triviaal af te doen.
De afnemende interesse in professionele journalistiek is een probleem vanuit democratietheoretisch en onderwijskundig perspectief. Veel mensen halen hun informatie tegenwoordig niet meer uit de krant, maar liever van de sociale media, die vanwege big data bijzonder vatbaar zijn voor bubbelvorming en een gebrek aan nuance. Voor een debatcultuur is dit schadelijk, voor een democratie mogelijk catastrofaal.
Een school binnen een democratie moet een democratische school zijn
Onderwijs kan op dit gebied op drie manieren een belangrijke rol spelen. Ten eerste moet de schoolorganisatie zo zijn ingericht dat deze aansluit op een democratie. Een school binnen een democratie moet een democratische school zijn. Deze gedachte is door [de Amerikaanse filosoof, psycholoog en pedagoog] John Dewey indringend geformuleerd en ontwikkeld in het begrip ‘embryonic society’. De school moet de mogelijkheden en de grenzen van de democratie zichtbaar maken, een democratische leefruimte worden. Kinderen en jongeren moeten in die omgeving ervaren en leren wat democratie betekent, gehoord worden, zich kunnen uiten en meewerken aan de vormgeving van de school. Hierbij moeten we niet bezwijken voor een utopie: medezeggenschap is niet hetzelfde als zelfbeschikking. Hoe belangrijk en zinvol het ook is om iedereen van een school bij beslissingen te betrekken, vanuit het oogpunt van de democratische theorie moet medezeggenschap worden opgevat als collectieve zelfbeschikking, en als zodanig moeten hierbij de vrijheid en gelijkheid van allen worden gerespecteerd.
Vervolgens is het, wat het onderwijs betreft, een vereiste dat actuele thema’s worden behandeld. Het is bijvoorbeeld niet best dat kinderen en jongeren buiten de school nog altijd meer leren over duurzaamheid dan op school zelf. Maar hoe kan aan zulke problemen aandacht besteed worden als het lesprogramma op scholen al zo overvol is? Het is hoog tijd voor een curriculum waarin onderdelen worden geschrapt en aangepast aan een menselijker begrip van onderwijs. Alleen op die manier kan er tijd en ruimte worden gemaakt om actuele kwesties te behandelen.
Projectonderwijs is hiervoor het meest geschikt. Een week lang wordt er gewerkt aan een kernprobleem, waarbij vanuit de verschillende vakken en vanuit interdisciplinair perspectief een sleutelprobleem behandeld wordt. De opgedane inzichten worden vervolgens samen besproken en ter discussie gesteld. Bij een dergelijke aanpak leren kinderen om niet zomaar klakkeloos na te praten maar eerst en vooral zelf na te denken. En zo worden leerlingen opgevoed in de democratie.
Perspectiefwisseling als principe
Ten derde kan in de les gebruik worden gemaakt van dilemmadiscussies. Dat is een methode waarbij veel aan de kaak kan worden gesteld en die veel effect heeft. Het gaat daarbij niet alleen om het vertolken van de eigen positie, maar ook om het begrip van andermans mening, ja zelfs om het formuleren van tegenargumenten. Zo wordt verandering van perspectief een onderwijsprincipe, en dat is fundamenteel voor een democratie.
Zeker, met onderwijs alleen worden de grote uitdagingen van deze tijd niet opgelost, maar zonder onderwijs ook evenmin. Onderwijs is beslissend binnen een democratie. Een uitholling van de democratie, zoals we die vanwege de wereldwijde problemen momenteel om ons heen waarnemen, kan met de juiste educatieve inspanningen worden verholpen.
Bedrijf wordt gewaardeerd op maximaal 75 miljard euro
Porsche wordt op 29 september aan de beurs genoteerd. Met een aandelenkoers tussen 76,50 en 82,50 euro wordt de legendarische autofabrikant, eigendom van de Duitse Volkswagen Groep, gewaardeerd op maximaal 75 miljard euro.
Volkswagen zal 12,5 procent van het kapitaal van zijn dochteronderneming naar de beurs brengen, in de hoop tot 9 miljard euro te genereren. Het Duitse concern heeft aangegeven dat ‘het bijna de helft van de opbrengst van de verkoop zal gebruiken om een speciaal dividend uit te keren aan zijn aandeelhouders, terwijl de rest door de fabrikant zal worden gebruikt om de overgang naar elektrische rijden te financieren’, aldus Financial Times.
De bever is terug, tot vreugde van natuurliefhebbers. Maar er bestaan ook geschillen met deze nieuwe buurman, zoals in de Duitse hoofdstad Berlijn. ‘De bever helpt mee het park vorm te geven, maar dan niet volgens de maatstaven van historische monumentenzorg.’
Hij is punctueel. Om stipt half acht zal te voorschijn komen, laat Derk Ehlert weten. De mobiele telefoon geeft 19.32 uur aan, en warempel, er verschijnt een pakketje bont in het water, eerst de kop en ogen, dan de snuit, met een stok erin. De bever staat nu op, zegt Ehlert. Hij heeft de hele dag geslapen.
Wij staan op een brug in Berlijn, met achter ons de karpervijver en Schloss Charlottenburg, waarvan de gevel door het avondlicht Toscaans aandoet. Een paar jaar geleden stond Angela Merkel daar ergens te toasten op het afscheid van Barack Obama. Vandaag kijken we er naar een bever.
De bever zwemt een zijarm in, werkt zich door het water en maakt kleine boeggolfjes. Sturend met een brede staart – pardon, een troffel, zoals deskundigen het achtereind noemen. Ehlert zegt dat deze zo’n anderhalf jaar oud is, een halfvolwassene, wat betekent dat hij zijn laatste rondjes hier in de slotgracht maakt. Beverouders zijn streng. Na twee jaar gooien ze hun kroost eruit, en eist het nieuwe kroost de vrijgekomen ruimte op.
Derk Ehlert (55) een man met een sikje en een pet die vaak naar de verrekijker om zijn nek grijpt, weet dit soort dingen. Hij is verteller van duizend-en-een dierenverhalen en legt op de radio uit waarom spinnen onze flats binnen kruipen: omdat het daar warm is. Officieel is Ehlert de natuuradviseur van de Senaat, officieus is hij een faunafluisteraar die ‘de mensen van de hoofdstad wil interesseren voor de natuur’, met rondleidingen door Berlijn.
Aanpassing
De bever klimt aan land op een weiland, sleept zich een paar meter voort, krult zich op en begint te kauwen op gras en stengels. Hij werpt een korte blik op de toeschouwers die op een paar passen afstand staan, en gaat dan verder met kauwen.
Niet vergeten: we zijn in Berlijn, een metropool met 3,8 miljoen mensen, met voelbare vierentwintiguurs hectiek, met honderdduizenden mensen die zich soms bij de Brandenburger Tor verdringen om naar voetbal te kijken. Maar de hoofdstad wordt ook wel de Berlijnse jungle genoemd, met twintigduizend dier- en plantensoorten. Een toevluchtsoord voor leven dat het omringende platteland ontvlucht om te ontsnappen aan landbouwgif, monocultuur en jagers. En zo verschijnen er wasberen op Kurfüsterdamm, otters in Treptow en lopen er enkele duizenden vossen en wilde zwijnen rond in de stad.
Berlijn is een gedekte tafel; de dieren hoeven niet te jagen. Ze leven van het afval van mensen. Voor de bever, die in ieder geval vegetarisch is, misschien zelfs veganistisch (daar twisten deskundigen nog over) en die zo’n kilo groen per dag eet en meer dan honderdvijftig plantensoorten en zestig houtgewassen op zijn menu heeft staan, is de Spree een paradijs. Veertig procent van de stad bestaat uit weiland, bos, water, hagen, parken, gazons en velden. Eet smakelijk!
Er leven meer dan honderd bevers in Berlijn
Maar het lawaai dan? En de mensen? Geen probleem: aanpassing, zegt Ehlert.
Er leven meer dan honderd bevers in Berlijn. Zelfs in Mitte, tegenover Museumsinsel, zat er laatst een aan een boom te knagen. Het dier verspreidt zich ook in Hamburg, München en Dresden. In Duitsland leven vijfenveertigduizend bevers, waarvan alleen al vijfentwintigduizend in Beieren. De komende vijftien jaar kunnen dat er in het hele land twee keer zoveel zijn, zegt bioloog en beverdeskundige Gerhard Schwab: ‘Veel geschikte watermassa’s zijn nog niet bevolkt’.
Castor fiber zwermde ook uit naar de Loire, Bretagne, Toscane, Zürich, Wenen, Londen, en zelfs naar het stralingsgebied bij de Oekraïense kernreactor in Tsjernobyl. De Engelsen reiken prijzen uit aan bevers, zoals onlangs op de wereldberoemde Chelsea Flower Show. Midden in Londen werd op een oppervlakte van tien bij vijftien meter een stukje wildernis gepresenteerd, compleet met een beekje en een vochtige weide en met afgeknaagde twijgen en takken die speciaal waren aangevoerd uit het graafschap Devon, driehonderd kilometer verderop. De organisatie Rewilding Britain wilde laten zien hoe mooi een bever een landschap kan maken en kreeg daarvoor een gouden medaille.
De aftredende premier is zo gecharmeerd van het knaagdier dat hij het tot staatsaangelegenheid heeft gemaakt. Op het laatste Tory-partijcongres hief Boris Johnson de slogan ‘Build Back Beaver’ aan, waarmee hij bedoelde dat de dieren het gehavende platteland van Groot-Brittannië moeten opkalefateren, gesteund door vele miljoenen ponden uit de landbouwbegroting. Of de Britten de liefde van Johnson voor de dieren delen is onduidelijk. Volgens The Times kon hij zelfs zijn eigen familie niet overtuigen van de heilzame werking van de bever. Hij wilde zijn vader een beverpaar schenken voor diens boerderij, maar uiteindelijk kregen ze ruzie over waar de dieren uitgezet moesten worden.
Te geliefd
De bever knaagt weer. Nog niet zo lang geleden was hij bijna uitgestorven in Midden-Europa; slechts enkele honderden overleefden aan de monding van de Rhône en de Elbe tussen Dessau en Roßlau, waar de regering van de DDR ze al vroeg als beschermd aanmerkte. In de jaren zestig werden bevers uitgezet in Beieren en nu dringen ze vanuit het zuiden en oosten het land binnen.
Eeuwenlang was de bever gewoon te geliefd. Vanwege zijn vacht, vlees en staart. De katholieke kerk droeg daaraan bij door het zoogdier doodleuk uit te roepen tot een vis die tijdens de vastentijd mocht worden gegeten. Daarnaast levert de bever castoreum, ofwel bevergeil, een afscheiding die doet denken aan een mengsel van ‘penetrante mannenparfum, okselzweet en rotte vis’, aldus schrijver Bettina Balàka. De Romeinen kenden er al magische krachten aan toe. Wat de bever door zijn achterste blaast om zijn territorium mee af te bakenen, eindigt in parfums of voedsel, althans in de VS. IJs zou er meer naar vanille of aardbei door smaken. Een scheet omzetten in geld; kapitalisme in een notendop.
Eigenlijk is de bever een burgermannetje. Hij werkt voortdurend aan zijn huisvesting en dammen en leeft monogaam. Maar het is ook een evolutionair wonder. Hij kan zich in het water oriënteren met zijn snorharen, heeft tot drieëntwintigduizend haren op één vierkante centimeter pels (bij mensen zijn dat er driehonderd) en zijn tanden bevatten ijzer en slijpen zichzelf.
De laatste tijd wordt de bever ook beschouwd als een klimaatheld
De bever houdt van comfort. Gaat niet graag aan land en zwemt liever naar zijn voedsel, zodat hij dammen bouwt om waterwegen naar bomen te creëren. Het bouwen van dammen zit in zijn genen. Zweedse onderzoekers ontdekten dat zelfs in gevangenschap geboren bevers dammen bouwen.
De laatste tijd wordt de bever ook beschouwd als een klimaatheld. Hij bouwt zijn burchten bijvoorbeeld als natuurlijke nul-op-de-meterwoningen: hij dicht ze af met modder, legt er houtsnippers in en verwarmt ze met lichaamswarmte, zodat het binnen tussen de zes en negen graden is, zelfs in de winter. En waar hij bouwt, herstelt het landschap zich. Er ontstaan vijvers en meren, komen vissen, vogels, libellen en kikkers. Wetenschappers noemen de bever een ‘sleutelsoort’: Castor houdt ecosystemen in stand.
Doordat hij water de ruimte geeft, sijpelt het langzamer weg, stijgt het grondwaterpeil, wordt zware regen beter geabsorbeerd en dendert overstroom regenwater niet de vallei binnen. Sinds er bevers in de Ourthe leven, overstroomt de rivier in Zuid-België minder vaak, zo blijkt uit een studie. ‘De bever brengt ook een stuk natuur terug,’ zegt Derk Ehlert in Berlijn.
Geliefd en gevreesd
Het is wel een beetje onhandig dat hij de natuur ook terugbrengt naar plekken waar die niet gewenst is. De sporen die hij nalaat: aangevreten appelbomen, uitgeholde beschermingsdijken, geplunderde maïs- en bietenvelden. Onlangs legde een bever in verschillende steden in Canada het internet en de mobiele telefonie plat doordat een gevelde boom een glasvezelkabel vernielde. Het herstel duurde acht uur.
Zodoende is de bever zowel geliefd als gevreesd: hij wordt beschouwd als een eco-ingenieur of als een onruststoker in bont. Hij komt het milieu ten goede, maar schaadt het individu.
Thorsten Schildwächter staat op zijn balkon in Mühlheim bij Offenbach in het Rijn-Maingebied. Driehonderd vierkante meter paradijselijke tuin met een rieteiland en pioenrozenstruiken strekken zich uit onder zijn balkon. Aan de andere kant van de tuin groeien struiken en bomen, en de Rodau, een zijrivier van de Main, kronkelt ertussendoor. Maar de idylle is bedrieglijk. Schildwächter (45) voert een existentiële strijd. Het is een vriendelijke man met een getraind lichaam die over zichzelf zegt: ‘Ik ben een optimist.’ Maar een bever doet hem twijfelen aan zijn capaciteiten.
Schildwächter maakte wel vaker zware regenval mee, maar sinds ongeveer tweeënhalf jaar zijn de plassen hardnekkig; zijn tuin staat om de paar maanden onder water, tot wel twintig centimeter. Toen zijn kelder een keer vol kwam te staan, kocht hij een pomp. Hij opent een laptop en grafieken en rapporten van deskundigen verschijnen. Door de dam van een bever steeg het grondwater, wat normaal goed is, maar slecht voor Schildwächter en zijn buren. Want nu ontbreekt de hydrologische gradiënt: regen loopt niet weg en de tuin verandert in een vijver.
‘In de stad houden de meeste mensen van de bever. Op het platteland zien ze hem vaak als lastpak’
We zijn niet gewend aan dieren die tegen onze wil het landschap veranderen. Maar de Franse denker René Descartes wist het al: ‘Wij mogen niet aannemen dat alle dingen zijn geschapen omwille van ons.’ Hoe men Castor fiber beoordeelt is dan ook een kwestie van perspectief. Dat is tenminste wat Manfred Krauß zegt: ‘In de stad houden de meeste mensen van de bever. Op het platteland zien ze hem vaak als lastpak.’
Krauß is een oudere heer met lang, zilverkleurig haar en zongebruinde wangen. In Berlijn is hij bevermanager, in dienst van de Senaat. Hij stelt tuineigenaren gerust wanneer zij klagen over omgevallen berkenbomen. In veel deelstaten werken adviseurs zoals hij, de meeste in Beieren. Ze laten zien hoe bomen en akkers kunnen worden beschermd met gaas en elektrische hekken en ze regelen hulpgeld voor slachtoffers. Als de schade te groot is, kunnen dammen worden vernield en in Beieren en Brandenburg mogen dieren zelfs worden gedood. Elders is dat verboden.
In Beieren sterven elk jaar ongeveer tweeduizend bevers op legale wijze. Het vlees mag niet worden verkocht, maar jagers mogen het wel gebruiken om vrienden en familieleden blij te maken. Iemand die privé vaak bever serveert, is herbergier Jürgen Füssl in Altenstadt in de Oberpfalz. Hij is enthousiast: ‘Dit is heel goed vlees, van biokwaliteit.’
Maar veel dieren worden ook illegaal gedood. Alleen al in Schwandorf in de Oberpfalz heeft een ‘bevermoordenaar’ (aldus boulevardkrant Bild) zeven dieren gedood; ook in Thüringen en Berlijn sloegen sommige mensen woedend op het knaagdier in.
Waterwoestijn
Thorsten Schildwächter zou het nooit zo rabiaat aanpakken. Hij houdt van bevers, maar hij wil een oplossing voordat hij in een waterwoestijn terechtkomt. Tot nu toe trotseerde de bever de autoriteiten. Maar nu is door de dam een waterput overstroomd en kan de drinkwatervoorziening in gevaar komen. Schildwächter hoopt op een ontheffing: ‘De dam moet weg.’
‘De bever doet ons afvragen hoe serieus we natuurbehoud nemen,’ zegt Krauß, de bevermanager. Moeten in de stad echt alle stukken grond die grenzen aan het water bebouwd worden? Moeten landbouwers wel het deel van hun velden bewerken dat direct aan water grenst? Krauß zegt: ‘Iedereen weet dat de grond in Brandenburg te droog is. We doen er te weinig aan. De bever zou kunnen helpen, als we het maar lieten gebeuren.’
In Schloss Charlottenburg heeft men met het knaagdier leren leven, mede dankzij de achtenvijftigjarige Andrea Badouin, die als tuinier al tientallen jaren verantwoordelijk is voor vierenvijftig hectare paleisgrond. Zij moet driehonderd jaar tuincultuur beschermen tegen insecten, droogte en bevers, haar meest sluwe tegenstander. In een Gator-bedrijfswagentje knettert ze over de paden. Ze wijst naar de overblijfselen van hazelnootstruiken, naar aangevreten haagbeuken en eiken. De bever heeft drie oude wilgen om zeep geholpen. Badouin komt niet meer van hem af. Ze zou het hele park aan de oever van de Spree moeten afrasteren, alle soortgenoten van tevoren moeten vangen, ze moeten laten herplaatsen, en dan nog zou ze er niet zeker van zijn dat er zich geen bevers zouden vestigen.
Natuurlijk is de bever vervelend. Maar mensen zijn nog vervelender
Ze troost zich met het feit dat bevers geen dammen bouwen, want het waterpeil is stabiel, en ze probeert oude bomen te beschermen door kokos- en plastic matten en draadrekken aan te brengen. Ze is verbaasd over hoe goed de dieren zijn in het overwinnen van allerlei obstakels. ‘De bever helpt ook mee het park vorm te geven, maar dan niet volgens de maatstaven van historische monumentenzorg.’
Natuurlijk is de bever vervelend. Maar mensen zijn nog vervelender. Mensen die een pizza op het grasveld in het park bestellen en daar elke week dertien kliko’s met vuilnis achterlaten. Mensen die de bevers opjagen, nesten van de rietzanger vertrappen, wilde eenden verjagen. En er zijn de vogelaars, van wie er tientallen uit Nedersaksen zijn gekomen om een havik te observeren in het park van Schloss Charlottenburg. Maar als ze hun vele telelenzen op het nest richten, vlucht de roofvogel, voorgoed.
Soms wil Badouin de bever afleiden door elzenstruiken langs de oevers te laten groeien, zodat hij iets te eten heeft en niet aan de beuken knaagt, maar dat zorgt voor ruzie. Veel bezoekers zeggen: ‘Ik wil geen elzenstruiken zien, ik wil de vijver met karpers zien. Die verdomde bever interesseert me niet.’
Het moge duidelijk zijn: niet de bever is het probleem, maar de mens.
De Duitse bondskanselier Olaf Scholz heeft maandag de hoop op een nucleair akkoord met Iran in de ‘nabije toekomst’ gebagatelliseerd tijdens een persconferentie in Berlijn die werd bijgewoond door de Israëlische premier Yair Lapid. ‘Het is tijd voor een dialoog met de Amerikanen en Europeanen (…) om een geloofwaardige militaire dreiging tegen Iran op tafel te leggen en Iran in de richting van een betere overeenkomst te duwen,’ reageerde de Israëlische regeringsleider.
Een lid van de Israëlische delegatie, sprekend op voorwaarde van anonimiteit, vertelde The Times of Israel dat zijn land ‘informatie aan de Europeanen heeft doorgegeven waaruit blijkt dat Teheran tijdens de onderhandelingen heeft gelogen’. Iran vond op zijn beurt de verklaring van Olaf Scholz ‘niet constructief’ en verklaarde zich bereid te blijven samenwerken met het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA).
Stockholm in plaats van Rome? Oktober in plaats van juli? Toeristen in Europa zullen waarschijnlijk hun vakanties aanpassen vanwege de stijgende temperaturen. Het continent wordt door klimaatonderzoekers aangemerkt als een ‘hot spot’ voor ernstige zomerse hitte.
Afgelopen week vielen er in een aantal landen meerdere doden als gevolg van de extreem hoge temperaturen. Zo bezweken in Griekenland verschillende toeristen – waaronder een presentator van de BBC – aan de hitte, terwijl er bij de hadj in Mekka al minstens duizend doden gevallen zijn.
Dit artikel van The New York Times van de zomer van twee jaar geleden wijst een trend aan die onder toeristen zichtbaar begint te worden: het uitstellen van een vakantiereis of het wijzigen van een bestemming in verband met extreme hitte. Steeds vaker kiezen mensen voor een vakantie die buiten de zomermaanden valt. ‘De hitte zal een grote rol gaan spelen in het bepalen waarheen we gaan, wanneer we gaan en of we gaan,’ aldus een klimaatexpert.
Het was midden juli, hoogseizoen voor zomervakanties, en het nieuws uit Europa zag er slecht uit. Vanwege een door hitte veroorzaakt ‘defect aan het oppervlak’ was de landingsbaan op de Londense luchthaven Luton kortstondig gesloten. Treinen in heel Groot-Brittannië waren vertraagd of werden geannuleerd wegens oververhitte sporen. Meer dan twee dozijn weerstations in Frankrijk registreerden de hoogste temperaturen ooit. En natuurbranden laaiden op in toeristische gebieden in Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië en Griekenland, onder meer vlakbij Athene.
‘Als je van het centrum van de stad naar buiten keek, zag je de Acropolis en daarachter kon je in de verte een rode waas zien,’ zegt Peter Vlitas, onderdirecteur van Internova Travel Group, die in Athene was tijdens bosbranden die de brandweer inmiddels onder controle heeft.
Vlitas voegt eraan toe dat hij de rook vanuit zijn hotel kon ruiken en dat hij soms zijn deur moest sluiten om te voorkomen dat fijne as zijn kamer binnenwaaide. Maar het leven in Athene, zegt hij, ging gewoon door.
‘De tavernes zitten ’s avonds vol en de taxichauffeurs hebben het druk, wat altijd een goede indicatie is,’ zegt Vlitas, die nog steeds in Athene is. ‘Griekenland ervaart wat de rest van Europa ook ervaart: een recordaantal toeristen.’
De zomerse reiskalender van Europa begint zich uit te breiden met koelere maanden
Na meer dan twee jaar uitstel van hun vakanties, zijn reizigers niet geneigd om reizen te annuleren, ook niet vanwege weersomstandigheden die voor krantenkoppen zorgen. Maar verschillende mensen in de sector spreken van een toenemend aantal reizigers dat, rekening houdend met hoge temperaturen, van bestemming verandert, dagschema’s aanpast of hun reis voor een maand of twee uitstelt.
Gezien het tempo en de ontwikkeling van klimaatverandering, zullen dergelijke aanpassingen de komende jaren waarschijnlijk steeds vaker voorkomen – en steeds noodzakelijker worden. Dat geldt met name voor reizen naar Europa, een regio die door klimaatonderzoekers wordt omschreven als een ‘hot spot’ voor ernstige zomerse hitte, waar hittegolven volgens de voorspellingen in de toekomst langer, frequenter en heviger zullen zijn.
Ondanks de hoge toeristencijfers van deze zomer zijn er al subtiele tekenen dat de hitte veranderingen in de hand werkt die in de toekomst wel eens de norm zouden kunnen worden. De zomerse reiskalender van Europa begint zich uit te breiden met de kalmere (en koelere) maanden april, mei, september en oktober, terwijl veel reizigers hun reisroutes verleggen naar het noorden en in de richting van de kust.
Veranderde reisplannen
Karen Magee, onderdirecteur en algemeen manager van In the Know Experiences, zegt dat haar reisbureau sinds medio juli van klanten de vraag begon te krijgen of hun reisplannen konden worden aangepast, rekening houdend met de warmte.
‘Dat was nieuw,’ zegt Magee. ‘Ik kan niet herinneren dat mensen eerder belden en zeiden: “Misschien slaan we Rome over en kiezen we voor een stad die makkelijker toegang tot het strand biedt.” Of ze hebben bijvoorbeeld hun verblijf in de stad ingekort en ervoor gekozen om iets eerder naar het platteland te gaan dan ze hadden gepland.’
Dolev Azaria, de oprichter van Azaria Travel, hielp een familie die op het laatste moment besloot de eerste vijf dagen van hun vakantie in Amsterdam door te brengen in plaats van in Rome, alleen maar om de hitte te vermijden. Andere klanten schrapten hun plannen voor Toscane en boekten om naar Sicilië, waar ten minste een mediterraan briesje zou zijn.
Steden als Kopenhagen en Amsterdam komen naar voren
‘Het doel is om een klant te verplaatsen van een oververhitte stad naar een plek bij het water,’ zegt Azaria. ‘Dan komen steden als Kopenhagen en Amsterdam naar voren, bestemmingen die onze klanten oorspronkelijk misschien niet zouden hebben gekozen.’
Azaria zegt dat ze tot nu toe nog geen volledige annuleringen heeft gehad. ‘Er is zoveel opgehoopte vraag. We zijn in deze zomer eigenlijk de uitgestelde reizen van de afgelopen twee jaar aan het organiseren.’
Vooruitblikkend naar volgend jaar houdt Azaria rekening met een verlengd zomervakantieseizoen. ‘We zien al dat de zomer zich echt uitstrekt tot het einde van september, zelfs tot half oktober,’ zegt ze.
Reizigers die misschien overwegen om aanspraak te maken op hun verzekering vanwege de extreme hitte, zullen ontdekken dat annuleringsverzekeringen weinig mogelijkheden bieden tot restitutie. Zo maakten klanten van reisadviseur en oprichter van Pyxis Guides Jude Vargas zich zorgen over de hitte tijdens een aanstaande familiereis naar Portugal, maar ze gingen uiteindelijk wel.
‘Ze maakten zich zorgen over hun kinderen,’ zegt Vargas. ‘Maar ze realiseerden zich dat ze eraan vastzaten.’
Het is onwaarschijnlijk dat reisverzekeringen reizigers zullen dekken die een reis annuleren als gevolg van een hittegolf, zegt ook Dan Drennen, directeur verkoop en marketing bij Travel Insurance Center. De enige polis die in een dergelijk scenario van toepassing zou kunnen zijn, is een ‘annuleringsverzekering om welke reden dan ook’, aldus Drennen. Hij voegt eraan toe dat een dergelijke verzekering meestal zo’n veertig procent duurder is dan een normale dekking en over het algemeen maximaal 75 procent van de totale reiskosten vergoedt. Hij raadt reizigers aan om onderzoek te doen en met een adviseur te overleggen voordat ze een verzekering nemen, zodat ze weten wat er wordt gedekt en wat niet.
‘Mensen nemen aan dat deze verzekeringen in alles voorzien, maar dat doen ze dus niet,’ aldus Drennen.
Aanpassingen onderweg
Mensen met reisplannen kunnen een aantal praktische stappen doen om met de hitte om te gaan. Vargas hielp haar klanten om hun reizen in de middag te verzetten naar de koelere avonduren, maar omdat het dit reisseizoen zo druk is, kunnen lastminuteplekken moeilijk te vinden zijn. Ze beveelt ook aan om te reizen met een spuitfles met een ventilator eraan, een draagbaar apparaat dat ze omschrijft als ‘een redder in nood, zeker als je kinderen hebt’. Gebruik van een paraplu als parasol kan ook helpen. Vooruitkijkend naar volgend jaar voegt ze toe dat ze zich zal gaan richten op reizen in maanden als mei en oktober.
Héctor Coronel Gutiérrez, directeur toerisme van de gemeente Madrid, adviseert bezoekers die hoogzomer naar zijn stad komen om groene gebieden op te zoeken, waaronder het Madrid Río-park, met veel schaduwrijke plekken en een zone met fonteinen waar kinderen in het water kunnen spelen. Hij voegt eraan toe dat juli en augustus weliswaar heet zijn, maar dat de stad dan over het algemeen rustiger is dan in mei en juni, zodat het makkelijker is om mensenmassa’s te vermijden.
Het is ook gemakkelijk om in Spanje airconditioning te vinden, hoewel Amerikaanse bezoekers de gebouwen warmer zouden kunnen vinden dan ze gewend zijn. In een poging om het energieverbruik te verminderen, kondigde de Spaanse regering eerder deze week aan dat winkelcentra, bioscopen, luchthavens en andere locaties hun thermostaat niet langer op temperaturen onder 27 graden Celsius mogen instellen.
‘Oorden die gewend zijn aan absurde hitte, zoals Spanje, hebben hun levensstijl eraan aangepast’
Schrijver en touroperator Rick Steves, die onlangs terugkeerde uit Spanje, zegt dat reizigers Madrid in de zomer wel eens comfortabeler zouden kunnen vinden dan steden als Londen, Parijs of Frankfurt, waar hoge temperaturen en dus airconditioning niet de norm zijn.
‘Oorden die gewend zijn aan absurde hitte, zoals Spanje, hebben hun levensstijl eraan aangepast – ze houden een siësta, er zijn trottoirs met canvas luifels erboven zodat mensen schaduw hebben terwijl ze rondlopen en ze hebben restaurants die zo zijn ingericht dat ze mensen koelte bieden,’ aldus Steves.
Naast praktische stappen zoals het gebruik van zonnebrandcrème en veel water drinken adviseert Steves reizigers om kaartjes voor musea vooraf te boeken om te voorkomen dat ze in de hitte in de rij moeten staan. Hij sluit zich aan bij Vargas met het advies om in de toekomst voor reizen het voor- en naseizoen te overwegen: dat wordt door zijn bedrijf nu gedefinieerd als april en oktober en niet langer als mei en september.
CO2-uitstoot
‘Dit is een periode van aanpassing, waarin we ons voorbereiden op verergering van de gevolgen van klimaatverandering,’ aldus Steves, die wijst op de ironie van reizigers die klagen over hogere temperaturen terwijl ze wel op vluchten met een grote CO2-uitstoot naar Europa stappen. Hij vindt dat reisorganisaties moeten investeren in klimaatbewustzijn, klimaatvriendelijke landbouw en soortgelijke initiatieven om de uitstoot van reizen naar Europa te verminderen. CO2-compensatie is een andere optie, maar deskundigen zijn het er in het algemeen over eens dat die programma’s alleen niet voldoende zijn om de volledige CO2-kosten van onze vluchten te dekken.
Zelfs als we vandaag alle broeikasgasemissies zouden stoppen, is een bepaalde hoeveelheid extra opwarming al ingebakken in het systeem, zegt Rebecca Carter, die als hoofd klimaatadaptatie werkt bij het World Resources Institute, een denktank gevestigd in Washington D.C. Maar we zijn niet gestopt met de uitstoot van broeikasgassen: de uitstoot van kooldioxide neemt toe en de aarde warmt sneller op dan ooit tevoren.
De intense hitte van deze zomer ‘is geen toevalstreffer’, zegt Carter, ‘maar eerder het begin van een trend waarvan we meer zullen gaan zien’.
Het bewijs ervan in Europa is duidelijk: in de historische weerstatistieken van Groot-Brittannië (die teruggaan tot 1884) dateren de tien warmste jaren allemaal uit deze eeuw. In Duitsland is het gemiddelde aantal ‘warme dagen’ per jaar (dagen met temperaturen van 30 graden Celsius of meer) sinds de jaren vijftig aanzienlijk gestegen. En wetenschappers berekenden in Frankrijk dat de gemiddelde temperaturen in de noordoostelijke stad Straatsburg nu ongeveer gelijk zijn aan die in de jaren zeventig in Lyon, dat bijna vijfhonderd kilometer zuidelijker ligt.
Carter voegt eraan toe dat klimaatverandering zich zal blijven manifesteren in de vorm van hittegolven en andere extreme weersomstandigheden, die de reislogistiek zullen verstoren. Ze wijst er bijvoorbeeld op dat vliegtuigen niet gecertificeerd zijn om boven bepaalde temperaturen te vliegen en dat door die limiet in het verleden al vluchten aan de grond zijn gehouden. Maar als het aankomt op individuele reisbeslissingen zal veel neerkomen op persoonlijke tolerantie voor hitte.
‘De hitte zal een grote rol gaan spelen in het bepalen waarheen we gaan, wanneer we gaan en of we gaan,’ zegt Carter.
Wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen aspiratie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt bij het kruispunt op het Museumsinsel in Berlijn. ‘Het is volslagen idioot hier.’
Vanaf de Ebertsbrücke tussen de Tucholskystraße en de zuidelijke oever van de Spree heb je een schilderachtig uitzicht op Berlin-Mitte. Naar het oosten toe strekt zich een adembenemend panorama uit. Amateurfotografen zijn gek op deze plek.
Bij zonsondergang staan er tientallen met hun camera’s in de aanslag. Het Bode-Museum, het Museumsinsel, dat werelderfgoed is, en de televisietoren van Berlijn worden dan door de avondzon in een unieke gloed gehuld, zoals je meestal alleen op ansichtkaarten ziet. Beneden glinstert de Spree in het laatste restje daglicht. Op geen enkele andere plek is de meest opwindende stad van Duitsland op dit tijdstip zo mooi.
De verkeerssituatie leidt al meer dan dertig jaar tot woede, afschuw, machteloosheid en onverschilligheid
Maar schijn bedriegt. Want deze plek, vooral het kruispunt aan de zuidkant van de brug die de Torstraße moet verbinden met de prachtige boulevard Unter den Linden, wordt door Berlijners gehaat. De verkeerssituatie hier roept al meer dan dertig jaar woede, afschuw, machteloosheid of onverschilligheid op en leidt soms zelfs tot tranen en pijn.
‘Wij zijn één Berlijn’ luidt de fantasieloze reclameslogan van Berlijn, bedoeld om de hoofdstad te bevrijden van het groezelige imago een ‘mislukte stad’ te zijn. Maar wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen ambitie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt op dat kleine kruispunt tussen Am Weidendamm, Kupfergraben en Geschwister-Scholl-Straße.
Het is zeven uur ’s morgens op een gewone woensdag. Over een paar minuten barst de storm op het kruispunt los. Nu ziet het er nog overzichtelijk uit. Een eenzame kraai zit op de versleten stalen relingen. Die zorgen er in theorie voor dat voetgangers op alle hoeken van het kruispunt de rijbaan alleen maar kunnen oversteken door een omweg van een paar honderd meter te maken. Om precies te zijn gaat het om 152 meter massieve, buikhoge stalen leuningen die in beton zijn gegoten. En deze stalen relingen, hoe onbeduidend ze ook mogen lijken, zijn exemplarisch voor een geschiedenis van ongelukken, ambtelijk falen en slordigheden.
De brug
Op de brug is de chaos nu begonnen. Terwijl verderop in de Geschwister-Scholl-Straße een gestreste chauffeur in een Ford Ka luid toetert en ‘Lazer op!’ roept naar een jonge fietser, is het al weer zover. Een ongeluk. Vanuit de Tucholskystraße kwam een jonge vrouw in stevige pas aangelopen. Ze wilde over het trottoir van de Ebertsbrücke richting Unter den Linden lopen. Even stond ze in verwarring voor de stalen reling, maar na een onhandige sprong staat ze nu plotseling op de rijweg. Een aanstormende fietser probeert te remmen. Zijn verse remspoor voegt zich bij de vele andere op het asfalt. Te laat. De uitwijkmanoeuvre eindigt met een knal tegen de reling.
De man ligt als een insect op het wegdek en grijpt naar zijn arm. Een druppel bloed druipt van zijn elleboog op de weg. De jonge vrouw helpt de man overeind. Terwijl de twee bij de reling staan, het hoofd schuddend en nogal geschrokken, maakt een familie uit Los Angeles gebaren aan de overkant van de straat, ook hoofdschuddend. Onderweg van de Friedrichstraße naar het Pergamon Museum hebben ze besloten niet over de reling te springen. In plaats daarvan kiezen ze voor een 169 meter lange omweg langs de hekken. De veiligere, maar moeilijkere weg.
We zien een man met een zonnebril, een beige trenchcoat en klassieke herenschoenen, die behendig over de reling klimt en doelgericht over de rijbaan langs geparkeerde auto’s richting Unter den Linden loopt. We spreken hem aan. Zijn naam is Fabian von Ritter, hij is advocaat insolventierecht en legt deze route minstens drie keer per week af. Hij rekent ons voor: met minstens 180 keer oversteken per jaar is hij in de vijf jaar dat hij in de Tucholskystraße woont al zeker 900 keer over de reling gesprongen. Voor zijn werk. Daarbovenop, zegt hij, deed hij dat privé nog eens 500 keer. Dat zijn minstens 1400 sprongen over de reling.
‘Het is volslagen idioot hier’
Als het regent en hij schoenen met leren zolen draagt, gaat hij soms onder de reling door, want ‘dan is het te gevaarlijk om eroverheen te springen’. Von Ritter laat ons precies zien waar hij zijn sprong maakt. ‘Dit is waar de pro’s het doen. Hier is de middelste sport van de reling iets lager,’ zegt hij. ‘Dat maakt het makkelijker voor de gewrichten.’ We zien dat de leuningen niet uit één stuk bestaan. Hier en daar, zo lijkt het, zijn er later onderdelen toegevoegd, getuige de onafgewerkte lasnaden. Een man in een blauwe overall wijst geërgerd naar de tegenoverliggende hoek Am Weidendamm/Geschwister-Scholl-Straße: ‘Tien jaar geleden was daar nog een opening in het hekwerk.’
In de loop van ons onderzoek zal duidelijk worden dat de man gelijk heeft. Waarom voetgangers inmiddels deze beperking is opgelegd, is op dit moment voor de betrokkenen onduidelijk. We vragen de advocaat in de regenjas naar zijn mening. ‘Het is volslagen idioot hier,’ zegt Von Ritter. Hij ziet hier regelmatig ongelukken. Een week geleden maakte een oude vrouw die terugkwam van een bezoek aan het kerkhof een zware val en brak haar arm.
Von Ritter zegt allang aan deze toestand gewend te zijn, maar het is voor hem onbegrijpelijk dat in de dertig jaar sinds de bouw van de provisorische brug niemand op het idee is gekomen de situatie voor de bewoners te verbeteren: ‘Vooral omdat onze voormalige bondskanselier Angela Merkel hier slechts honderd meter verderop aan de Kupfergraben woont. Alleen al het feit dat dit zich onder haar ogen afspeelt, zet me aan het denken en maakt me boos.’
Provisorische brug
Sleutelwoord: provisorische brug. Om te begrijpen waarom deze oversteekplaats zo gevaarlijk is, is het de moeite waard een blik te werpen op de turbulente geschiedenis van deze plek. We leren dat in 1820 een zekere heer Ebert, die destijds de grond aan de oevers van de Spree bezat, de brug aanlegde om tol te kunnen vragen. Aanvankelijk stond hier een eenvoudige houten jukbrug, die later door de stad werd vervangen door een prachtige stenen brug naar een ontwerp van Karl Friedrich Schinkel. Toen hier in de jaren dertig ondergronds de huidige S2-spoorlijn werd aangelegd, werd de Schinkelbrug in 1937 vervangen door een stalen brug.
Bijna alle Berlijnse bruggen over de Spree werden in het voorjaar van 1945 opgeblazen door de Wehrmacht als onderdeel van Hitlers Nero-bevel – bedoeld om te voorkomen dat het Rode Leger zou oprukken. Dat lot trof ook de Ebertsbrücke. Tot 1946 kon de S2 niet rijden omdat door het opblazen van de brug de tunnel eronder was beschadigd en volgelopen met water. Gedurende de DDR-tijd was er ruim veertig jaar lang helemaal geen Ebertsbrücke. Uiteindelijk werd in 1992 een noodbrug over de Spree aangelegd, steunend op twee elektriciteitsmasten. Deze vorm van de brug is nog altijd in gebruik.
Toen in 1992 de Weidendammer Brücke tussen Friedrichstadtpalast en station Friedrichstraße gerenoveerd moest worden, werd het verkeer omgeleid over de nieuwe tijdelijke Ebertsbrücke. Maar wat was bedoeld als een tijdelijke oplossing, is nu al meer dan dertig jaar permanent. En zo zijn waarschijnlijk de relingen in kwestie verschenen. Het onheil kon beginnen.
We hebben een afspraak met Roland Stimpel voor een korte rondleiding door de buurt. Stimpel, ronde nikkelen bril, T-shirt en witte krullen à la Rainer Langhans [een bekende Duitse activist, acteur, schrijver en filmmaker], kent de buurt goed, want hij woont in de Planckstraße, één straat verderop. En nog belangrijker voor ons onderzoek: Stimpel is een professional. Hij is bekend van Der Tagesschau [het Duitse achtuurjournaal] in zijn hoedanigheid als woordvoerder van de Duitse vereniging voor voetgangersverkeer (Fuss e.V.) en dus als ‘Duitslands belangrijkste pleitbezorger voor voetgangers’.
In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is
‘In 1986 waren die relingen er nog niet.’ Dat vertelde zijn kwieke buurvrouw van tachtig hem. Waarom zijn ze er eigenlijk? vragen we ons af. We kijken rond met Roland Stimpel. We onderzoeken samen de leuningen, kijken een tijdje naar het verkeer. In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is.
We zien een enorme wooncontainer voor bouwvakkers van drie verdiepingen die het voetpad verspert, helemaal aan het einde van de reling. Kennelijk goedgekeurd door het stadsdeelbestuur. Doordeweeks worden hier tot aan de kruising auto’s geparkeerd door Poolse arbeiders die aan de andere kant van de Spree op een van de grote bouwterreinen rond het oude telegraafkantoor aan het werk zijn. Achter de container zit een grote kuil in het trottoir. Al weken liggen hier stroomkabels bloot. Niet ongevaarlijk.
En niet alleen de leuningen bij de kruising zijn een curiositeit. Tegenover het Bode-Museum, een paar honderd meter naar het oosten, zien we gaten van vijf meter lang waar de prachtige balustrades uit de keizertijd langs de Spree ooit met grof geweld zijn afgebroken. Die plekken werden later opgevuld met stukken lelijk groen tuinhek. Waarom?
Een inwoner weet het antwoord. In de extreem strenge winter van 1979/80 had het in Berlijn zo hard gesneeuwd dat de straten in heel Oost-Berlijn met zwaar materieel werden schoongeveegd. De sneeuw belandde in de Kupfergraben, waar deze vijf meter hoog werd opgetast. Ambtenaren besloten dat de sneeuwmassa’s gewoon met bulldozers door de oude hekken geduwd konden worden, maar met de bevroren sneeuwmassa’s werden hele stukken reling gewoon mee de Spree in geduwd. Hoewel die later door duikers zijn geborgen, werden ze niet teruggeplaatst. Blijkbaar was het Berlijnse bestuur ook vóór de val van het communisme niet ideaal.
‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden’
Maar goed, terug naar ons kruispunt. Een jonge vrouw op een Ferrari-rode scooter rijdt voorbij. Ze vertelt dat door de grote container en het hekwerk de voorrangsregels hier niet echt inzichtelijk zijn. Iedereen doet maar wat hij wil, zegt ze. Als je een ongeluk wilt vermijden, kun je maar het beste stapvoets rijden. ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden.’
Wij zetten onze wandeling met Stimpel van Fuss e.V. voort en houden de rondzwervende toeristen en voorbijgangers in de gaten. ‘Deze hoek is volkomen absurd. Iedereen probeert hier over te steken, vooral degenen die hier onbekend zijn,’ zegt Stimpel. Sommigen klimmen over twee relingen, anderen over drie, sommigen lopen 100 meter over de rijweg. ‘Iedereen probeert op de een of andere manier langs dit volstrekt ongeplande verkeerspunt te komen. Hier is geen seconde over nagedacht. Waarom is het in dertig jaar bij niemand opgekomen die relingen weg te halen en de stoepranden gewoon te verlagen?’ vraagt Stimpel zich af.
Een typische Berlijnse straathoek
Helaas is dit een typische Berlijnse straathoek, zegt Stimpel. De burgers zijn eraan gewend geraakt dat de politiek geen verantwoordelijkheid neemt. ‘Hier ben je op jezelf aangewezen. In Berlijn zijn het altijd de mensen die de meeste hulp en bescherming nodig hebben, mensen in een rolstoel, met een kinderwagen, of oude en zieke mensen, die de sjaak zijn. Het gebeurt hier zo vaak dat de zwaksten het moeten ontgelden.’
En inderdaad: terwijl een gepensioneerde in zijn elektrische karretje nog dapper diagonaal over de kasseien (à la Via Appia) op het kruispunt rijdt, begeleid door woest getoeter van auto’s, hebben drie leerkrachten van een dertigkoppige klas van een speciale school uit Bad Dürkheim in Rijnland-Palts hun handen eraan vol hun geestelijk en lichamelijk gehandicapte leerlingen veilig van A naar B te brengen. In een lange rij staan de bange kinderen op de rijweg, met één hand aan de reling, terwijl ze er in kleine groepjes overheen worden geleid.
‘Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven’
Vanaf de overkant van de straat beziet de 85-jarige Oost-Berlijnse Marianne Irler de problemen van de groep. ‘Ik moet hier regelmatig oversteken om bij de dokter in de Geschwister-Scholl-Straße te komen,’ zegt de vermoeide gepensioneerde met gebloemde blouse en rollator. ‘In de Tucholskystraße kom ik de stoepranden al niet meer op. Ik wil gewoon de straat oversteken, maar dat kan dus niet.‘ In plaats daarvan moet ze een omweg van 86 meter maken. ‘En op mijn leeftijd,’ zegt ze, ‘ben ik al zo uitgeput van het lopen dat ik de kracht niet meer heb om me erover op te winden. Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven.’
Een licht gedeukte Opel Zafira van de Berlijnse politie komt de hoek om. We spreken de bebaarde agent en zijn blonde collega aan. Officieel en onder hun echte namen, mogen ze ons geen informatie geven, maar anoniem kunnen ze wel iets zeggen. Al met al is het goed geregeld, zegt de officier terwijl zijn collega knikt. ‘Een reling is als een verkeersbord. Die geeft duidelijk aan dat je eromheen moet. Eroverheen springen is verboden.’ Iedereen moet zich eraan houden, en wie dat niet doet begaat een overtreding.
Wij wijzen de politie erop dat deze reling voor geen van de voorbijgangers zin heeft en dus gewoon wordt genegeerd. Het ijskoude antwoord: ‘Het maakt me niet uit wat mensen ervan vinden, regels zijn regels.’ Wij staan nogal perplex en vragen ons af of het oude adagium ‘de politie, uw vriend en helper’ nog steeds geldt in het moderne Berlijn. Wat zou Marianne Irler hierop te zeggen hebben?
Poolse bouwvakkers
Pas laat op de avond komt alles zodanig samen dat we ons een duidelijk beeld kunnen vormen. We ontmoeten twee Poolse bouwvakkers (precies, die uit de wooncontainer) die over de brug schuifelen met emmers verf. We vragen hun als vakmannen om hun oordeel. Ze zeggen dat het vrij duidelijk is waarom alle mensen hier ondanks het verbod over de reling springen. ‘Deze reling is niet van Pruisische degelijkheid,’ zegt er een. ‘De lasnaden zijn slecht, de verbindingspunten slordig, en alles is krom en scheef,’ voegt de ander toe. Ze schudden hun hoofd. En geen van beiden kan zich voorstellen dat dit het werk van een Duitse overheidsinstelling is. ‘Berlijn is veel chaotischer dan Warschau,’ lacht de eerste. ‘Niets doet het,’ vult de tweede aan.
We hebben genoeg gezien. Tijd voor navraag bij de bevoegde Berlijnse autoriteiten. En omdat je in Berlijn nooit precies weet wie wáárvoor verantwoordelijk is, moeten we onze e-mails met vragenlijsten wijd rondstrooien. Wij geven de autoriteiten een redelijke termijn van 72 uur om te antwoorden. Al snel hebben we in de gaten welke afdeling waarschijnlijk niet verantwoordelijk is. Binnen 25 minuten ontvangen we een vriendelijke afwijzing van het Departement voor Stedelijke Ontwikkeling. Iedere Berlijner hunkert naar zo’n snel antwoord van de autoriteiten wanneer er iets moet worden opgehelderd.
‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand niet is verholpen in dertig achtereenvolgende jaren’
Beetje bij beetje druppelen de antwoorden binnen. Bij het ter perse gaan hadden wij van de Berlijnse politie nog geen informatie ontvangen over ongevallenstatistieken. We vernemen dat het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumentenbescherming en Klimaatbescherming verantwoordelijk is voor de brug. Het zegt: ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand, met relingen die een voetpad blokkeren, in dertig achtereenvolgende jaren niet is verholpen.’
Stadsdeelkantoor Berlin-Mitte is verantwoordelijk voor het kruispunt. Om precies te zijn: gemeenteraadslid voor Verkeer Almut Neumann van de Groenen zei bij haar aantreden eind 2021 in een YouTube-video: ‘Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om goed werk te leveren voor u.’ En verder: ‘Ik wil grotere verkeersveiligheid (…), vooral voor kinderen en ouderen, door veilige kruispunten, meer ruimte op de trottoirs, beschermde fietsstroken en voetgangerszones.‘
Het officiële antwoord
We geloven het raadslid op haar woord. Maar waarom zijn die relingen er dan? Het omvangrijke officiële antwoord van de autoriteit: ‘Als gevolg van bouwtechnische beperkingen door de brugconstructie zorgt hoogteverschil aan de zuidkant voor een structureel ongebruikelijk en daardoor onvoorspelbaar trede-effect voor voetgangers in het gebied direct naast de rijbaan, dat zonder passende beschermende maatregelen een hoog risico op ongevallen zou betekenen en ook in strijd zou zijn met de in Berlijn geldende beginselen van toegankelijkheid.’
En verder: ‘Aangezien het verlagen of ombouwen van stoepranden op alle vier de hoeken van het kruispunt momenteel niet mogelijk is vanwege de hierboven uiteengezette structurele omstandigheden en beperkingen, bestaat het risico dat met name medeburgers met beperkte mobiliteit op deze punten struikelen en zich bezeren; het is daarom moeilijk om deze oversteekplaats als zodanig zonder beveiliging aan te bieden aan weggebruikers die willen oversteken.’
Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden
Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden. Maar waarom was de reling dan open tot ten minste 2008, zoals te zien is op Google Streetview? We zoomen in. Aan de zuidkant van de kruising zijn zelfs kleine treden ingebouwd om het ‘hoogteverschil’ te overbruggen, waardoor men er gemakkelijk zonder leuningen kan lopen. Bovendien zouden volgens de logica van het stadsdeelbestuur dan bijna alle trottoirs aan de oevers van de Spree van leuningen moeten worden voorzien (zoals erg populair was in de DDR, die niet bekendstond om haar liberale principes). In tegenstelling tot wat de autoriteiten beweren, zijn de stoepranden daar – de Berliner Zeitung heeft het met een liniaal nagemeten – soms wel tien centimeter hoger dan op het kruispunt.
En in de aangrenzende Tucholskystraße in het noorden zou dan ook een reling moeten worden aangebracht bij de oversteekplaats bij de twee trappen naar de oevers van de Spree. Want ook hier is veel bedrijvigheid en staan veel voorbijgangers verward om zich heen te kijken. Hier zijn de stoepranden zelfs tot acht centimeter hoger dan bij het kruispunt. Kortom, de relingen op het kruispunt hebben wat ons betreft geen enkele zin.
Volgens het gemeenteraadslid is de afzetting op de Ebertsbrücke ‘bizar, en als voorbijganger heb ik me er in het verleden eerlijk gezegd aan geërgerd’, maar ‘de situatie structureel aanpassen is zeer complex vanwege de structurele beperkingen van het brugsysteem en lijkt niet haalbaar op korte of middellange termijn’.
Is dat echt zo? We vragen het aan iemand die het zou moeten weten. Bernhard Strecker is de bekendste bruggenbouwer van Berlijn. De 82-jarige speelde een belangrijke rol bij het in oude luister herstellen van veel bruggen in Berlijn-Mitte die in 1945 door de Wehrmacht waren opgeblazen. Strecker ontwierp onder meer de noordelijke Monbijoubrücke, die direct naast de Ebertsbrücke ligt, en de Neue Friedrichsbrücke naar Museumsinsel, en hij is voor de hoofdstad het meest competente aanspreekpunt in zaken die de Ebertsbrücke betreffen. Al jaren vraagt hij de autoriteiten en met name de stadsdeelburgemeester om de ‘verschrikkelijke toestand’ rond de Ebertsbrücke te verhelpen.
‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost’
Door de lastige verkeerssituatie onder de brug is het niet mogelijk om de huidige brug te vervangen door een ‘prachtige overbrugging’, aangezien de aanleg de steunmuren van de onderliggende S-Bahn-tunnel zou kunnen beschadigen. Dat laat onverlet dat het na ruim drie decennia hoog tijd is dat het bovengrondse gebied eindelijk eens goed wordt aangepakt. De stadsdeelburgemeester mag zich niet langer achter de brug verschuilen, zegt hij. ‘Het zijn allemaal slappe excuses,’ mompelt Strecker. ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost.’
Actie ondernemen
Mevrouw Neumann, de eerste verantwoordelijke ambtenaar sinds de bouw van de brug in 1992, kondigt in een e-mail aan dat zij nu eindelijk actie zal ondernemen. ‘Persoonlijk kan ik me bijvoorbeeld voorstellen dat de relingen worden verwijderd. In plaats daarvan kunnen we met waarschuwingsborden en andere markeringselementen wijzen op de aanwezigheid van hoogteverschillen. Maar dat moeten we eerst rustig bespreken.’ Ook zij wil een ‘oplossing die redelijk snel kan worden uitgevoerd’.
In Berlijn kan ‘redelijk snel’ dertig jaar betekenen
De Berliner Zeitung vreest echter dat ‘redelijk snel’ in het Berlijns een eufemisme is voor nog eens dertig jaar nietsdoen en biedt daarom graag nu al hulp aan. Wij stellen graag drie redacteuren ter beschikking die gedurende twee dagen op z’n minst de verwijdering van de relingen voor hun rekening kunnen nemen. De kosten voor het stadsdeel zijn overzichtelijk. Bij bouwmarkt Hellweg koop je een haakse slijper voor minder dan 100 euro. Een zak cement om de gaten te vullen kost 3,29 euro en bij Robben & Wientjes kun je een vrachtwagen huren voor 44 euro per dag. Ook de kosten voor de catering zijn te overzien: bij bakkerij Backmühle in de Tucholskystraße kost een filterkoffie 1,70 euro en een half broodje vlees slechts 1,50 euro.
En omdat de redactie van de Berliner Zeitung niet bestaat uit boeven en de relingen eigendom zijn van het stadsdeelbestuur, hebben we ook uitgezocht waar het overtollige staal heen kan. We hebben een expert het gewicht van de 152 meter lange stalen buizen laten schatten. Die kwam op vier tot vijf ton staal. De schrootprijzen zijn op dit moment niet slecht. Door het hekwerk te verkopen aan bijvoorbeeld de schroothandel in Marzahn-Hellersdorf tegen de huidige dagprijs van 1,45 euro per kilo V2A-staal, kan het stadsdeel tussen de 5800 en 7250 euro verdienen.
Dat geld zou mevrouw Neumann dan weer kunnen steken in de door haar gewenste verkeersverbeteringen in de hoofdstad, zoals pop-upfietspaden en houten zitjes en banken voor de nieuwe voetgangersgebieden die geleidelijk aan overal in Berlin-Mitte de vele parkeerplaatsen moeten gaan vervangen.
Hoewel de twee Poolse arbeiders beweren dat zij de stoepranden op de kruising binnen een week verwijderd hebben, zal er de komende jaren waarschijnlijk geen bevredigende oplossing komen voor Marianne Irler met haar rollator. Zal ze het nog meemaken? Het is onduidelijk, want bij het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumenten en Klimaatbescherming krijgen we off the record te horen: ‘Stoepranden zijn heilig’. Het verplaatsen van stoepranden of zelfs het verlagen ervan vereist een moeizaam en langdurig planningsproces. Op korte termijn kan er niets worden gedaan.
In de loop van ons onderzoek hebben wij natuurlijk ook een verzoek gestuurd aan onze voormalige bondskanselier, die in het zicht van het knooppunt Am Kupfergraben woont. Wij wilden weten of zij zelf door de relingen wordt beperkt en of de situatie haar stoort. De ex-kanselier liet onze vragen echter onbeantwoord, ook al bevinden de obstakels zich pal op weg naar haar favoriete Edeka-supermarkt op station Friedrichstraße (naast de Hit-Ullrich-supermarkt op Mohrenstraße 69). Of mevrouw Merkel een omweg om de afzettingen maakt, er moedig overheen springt of onder de buizen door duikt, blijft dus vooralsnog onbekend.
Widodo: ‘Stel voedsel en kunstmest vrij van sancties’
Volgens de Indonesische president Joko Widodo is Vladimir Poetin bereid de zeeroute te openen voor de export van tarwe uit Oekraïne. Widodo ontmoette de Russische president donderdag in Moskou, zo meldt Nikkei Asian Review. Poetin zei dat Rusland ‘er klaar voor is om volledig te voldoen aan de vraag van landbouwproducenten uit Indonesië en andere bevriende staten naar stikstof, fosfaat, kunstmeststoffen en andere landbouwgrondstoffen’.
De Indonesische leider was aan het begin van de week ook te gast bij de G7-top in Duitsland en had een ontmoeting met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Widodo, de huidige voorzitter van de G20-landen, had gezegd dat hij de wereldwijde voedselcrisis wilde bespreken met de leiders van Rusland en Oekraïne. Beide landen zijn topleveranciers van tarwe op de wereldmarkt, terwijl Rusland ook een topexporteur van meststoffen is.
Widodo waarschuwt dat 2 miljard mensen in ontwikkelingslanden de dupe kunnen worden van een rijstcrisis
Tijdens de G7-top had Widodo al gewaarschuwd dat 2 miljard mensen in ontwikkelingslanden de dupe kunnen worden van een rijstcrisis als gevolg van de gebrekkige toevoer van kunstmest. Hij drong er bij de G7-leiders op aan dat voedsel en kunstmest vrijgesteld zouden worden van sancties.
Rusland blokkeert de Zwarte Zee en verhindert de export van Oekraïense, hoewel Poetin zelf de verstoring toeschrijft aan de westerse sancties.
Vanaf juni heeft de Duitse regering de prijs voor een maandabonnement op de regionale trein verlaagd naar 9 euro. Deze journalist van Stern reisde per boemeltrein het hele land door. ‘In elke regionale trein zou je tijdens de spits een betrouwbare opiniepeiling kunnen houden.’
Om 3:10 uur ’s nachts, na een rit van twintig uur, ben ik in Heide. En ik ben de pineut. ‘Ongelooflijk!’ roept een blonde vrouw met een bril. ‘Verbijsterend!’ schreeuwt een jonge kerel met een staartje. ‘Laat hij ons hier zomaar achter!’ schreeuwt een andere vrouw.
De conducteur is een man met weinig haar in een bordeauxrood uniform van ontwerper Guido Maria Kretschmer. Een kleur die belooft: ik breng je naar je bestemming, misschien niet op tijd, misschien niet met alle comfort, maar maak je geen zorgen, we komen er wel.
Maar zo was het dus niet.
Daarnet, in de trein, hoorde ik nog hoe hij via de mobiele telefoon zijn exitstrategie besprak met het hoofdkantoor. Eerst vermoedde ik nog niets, ik dacht dat hij waarschijnlijk zou uitstappen en door een nieuwe collega zou worden vervangen.
Absurde taferelen
Maar toen kwam Heide en moesten we allemaal uitstappen. De conducteur liet via de omroepinstallatie voor een laatste keer zijn conducteursgebrabbel op ons neerdalen; wij die de voorgaande drie uur opgesloten hadden gezeten in de wagons, tussen dronken provincialen die liedjes zongen, op stoelhoezen bevlekt met etensresten en in complete, stilstand op een enkelspoor. Eerst was er dreiging van een zelfmoord in de buurt van Pinneberg. En nu, op dit nachtelijke uur, was de brug waar de trein overheen moest helaas niet langer toegankelijk. Er stond buiten al wel een vervangende trein te wachten.
Maar er was maar één taxi. De conducteur liep ons voorbij. Hij mompelde iets over vlak na vieren. En stapte in.
De blonde vrouw met de bril was de eerste die doorhad wat er gebeurde. Ze rende achter hem aan en trok het portier open. Hij trok het weer dicht. Mensen gingen voor de auto staan, in een poging te verhinderen dat hij wegreed. Absurde taferelen, men zou denken dat het ging om een politicus die op de vlucht sloeg voor een woedende menigte, kort nadat hij had laten weten dat de nationale begroting dit jaar op zou gaan aan Guido Maria Kretschmer-uniformen. De motor startte. En weg was hij.
Ik noteer: ‘Niets brengt mensen in Duitsland zo snel samen als woede over de Deutsche Bahn’
Ons achterlatend, gestrand op een plek waar zelfs conducteurs niet gestrand willen zijn. Achtergelaten in Nergenshuizen, ergens in Sleeswijk-Holstein. ‘Idioot!’ zegt de vrouw met de bril. ‘Aso,’ zegt de andere.
‘Ik word zo opgehaald door mijn vriendin,’ zegt de jonge vent met het staartje. Hij vraagt de vrouwen of ze een lift willen. Ik noteer: ‘Niets brengt mensen in Duitsland zo snel samen als woede over de Deutsche Bahn.’ Zou dat het belangrijkste inzicht van deze reis zijn?
Een ochtend eerder, meer dan duizend kilometer zuidelijker. In Oberstdorf, waar de bergen met de zon worstelen om de hemel, begint mijn wonderlijke en tegenstrijdige experiment: in een keer het hele land door, maar dan wel met de RE, de Regionale Express. Van het zuidelijkste station naar het noordelijkste, van de Alpen naar de Noordzee. In 23 uur, twee minuten en met acht overstappen.
Sinds 1 juni kunnen Duitsers met een 9-eurokaartje door de deelstaten reizen, maar ook door het hele land. Het is een uitnodiging om deze republiek opnieuw te ontdekken, misschien ook wel een dwingende aansporing. De ontsluiting van de provincies en de grote belofte dat alles beter zal worden met en in de trein. Voor weinig geld kun je met de regionale trein zo veel, zo lang en zo ver reizen als je wilt.
Maar is dat eigenlijk wel wat je wilt?
RE 17, Oberstdorf-Neurenberg
Vrijdagochtend, 7:03 uur. Hiernaast, in de vierzitter, een dialoog die je nergens anders hoort en die misschien ook wel nergens anders wordt gevoerd dan in de Regionale Express. Twee jongens, de ene in cargobroek en met zwarte pet, de andere met montuurloze bril. Op tafel ligt een wiskundeboek.
Zwarte pet: ‘“Maak een vergelijking.” Bro, waar gaat dit over?’
Montuurloze bril: ‘Geen idee, bro.’
Pet: ‘Als we dit niet doen, moeten we nablijven.’
Bril: ‘Ik zweer je, vandaag kan ik niet nablijven. Ik wil gaan zuipen.’
Een paar zitplaatsen verder kijkt een grijsharig pensionadohoofd uit het raam, misschien bezorgd, misschien onverschillig. En meteen is er dat RE-gevoel: de Regionale Express is een heel bijzondere sociotoop. Nee, niet waar: is een heel gewone sociotoop. Want omvat de som van de passagiers niet per definitie het zogenaamde nationale gemiddelde? Pendelende accountmanagers, studenten, zwervers zonder vervoersbewijs, vrijgezellenfeestclubjes, leraren, malle vakantiegangers op weg naar het vliegveld, de federale minister van Economie. In elke regionale trein zou je tijdens de spits een betrouwbare opiniepeiling kunnen houden.
De conducteur komt langs en groet niet alleen de passagiers maar ook God
De conducteur komt langs en groet niet alleen de passagiers maar ook God, die blijkbaar ook met de RE reist, iets waar niemand van opkijkt hier in Beieren.
Natuurlijk zou je haar willen vragen wat zij zoal met zich meedraagt in haar conducteurstas. Ze zou kunnen zeggen dat er taxibonnen, ongevallenformulieren, een eerstehulpdoos en een fles water in zitten. Tijdens een babbeltje zou ze zeggen dat ze haar collega’s op de ICE helemaal niet benijdt, dat zij zesentwintig jaar stewardess bij Air Berlin is geweest en dat ze echt genoeg heeft meegemaakt in de wereld van het langeafstandsreizen. En dat zij tegenwoordig graag langzamer reist, dat zij echt van haar nieuwe baan houdt. Behalve tijdens het Oktoberfest, want dan moet ze soms zelf de schnaps-bewustelozen de trein uit slepen. Ze zou ook nog zeggen dat ze niet weet hoe het zal gaan uitpakken met dat kaartje van 9 euro, want kijk maar: treinen hebben geen oneindig aantal zitplaatsen. Maar ja, de persdienst van de Deutsche Bahn heeft geweigerd interviews toe staan met haar medewerkers.
En dat werkt natuurlijk niet. Want daardoor is niets van dit alles echt gevraagd.
Neurenberg Hauptbahnhof
Overstaptijd 1 uur, 53 minuten. Dat biedt de kans om iets te gaan bekijken, maar alles wat je ziet is: Neurenberg. Wandel door het stadscentrum van peperkoek, alles zeer bruin en zeer zoet, en je beseft hoe slecht deze reis is voorbereid. Dus óp naar de winkel waar ze altijd op alles zijn voorbereid: Kaufhof. Als we dan toch naar de zee gaan, had ik al bedacht, laten we het dan goed doen, compleet met een duik. Ik vraag de fotografe de lelijkste zwembroek voor me uit te zoeken en ze toont me een model dat eruitziet alsof iemand op Google ‘signaalkleuren’ heeft ingetikt en het eerste resultaat onmiddellijk op een stuk textiel heeft afgedrukt.
RE 14, Nürnberg-Saalfeld (Saale)
Een man met een grote bril gaat naast me zitten, mobiele telefoon in de hand. Wees eerlijk, in dit soort situaties kan je als buurman nu eenmaal niet niet naar zijn scherm gluren: met zijn vriendin heeft hij meer dan tien berichten lang alleen in emoji’s gecommuniceerd.
In de andere hand heeft hij iets ondefinieerbaar stinkends dat hij duidelijk van plan is te gaan eten. Impulsief maak ik in mijn hoofd een top drie van het meest walgelijke medetreinreizigersvoedsel:
3. Gehaktbroodje
2. Bifi
1. De eigen vingernagels
Tegen de tijd dat een andere heer zijn sandalen uittrekt en als vanzelfsprekend zijn voeten op de stoel legt, dient een nieuwe nummer 1 zich aan.
RB 23, Saalfeld (Saale)-Neudietendorf
Een paar oude dames; tatoeages van Böhse-Onkelz [een Duitse punkband]. Met een dikke rode viltstift heeft een meisje ‘Abi 22’ op haar voorhoofd geschreven. Met dezelfde stift heeft iemand een penis op haar decolleté getekend. Het ruikt naar goedkope parfum. Twee vrouwen praten over de zomervakantie.
Vrouw 1: ‘Ik wil naar Dubai.’
‘Hoezo dat?’
Vrouw 1: ‘Nou, ik heb altijd al eens op een kameel willen rijden.’
Mijn mobiele telefoon geeft ‘Edge’ aan, ofwel: hopeloos bereik. En zo voelt het hier ook.
RE 1, Neudietendorf-Göttingen
Bomen, heuvels, dorpen schuiven voorbij, en huizen waarin vast wel iemand woont, maar desondanks ziet alles eruit als een decor voor verkiezingsspotjes van de christendemocratische CDU. Je zit er eigenlijk op te wachten tot de wolken letters beginnen te vormen en in de lucht komt te staan ‘Voor ons geweldige land’. Of: ‘Samen sterk voor ons vaderland’. Het is het druk en heet in de trein. Er is geen enkele zitplaats vrij, er is zelfs geen plek bij de stangen om je aan vast te houden. Ondertussen zit er maar één man in een grijs pak in de eerste klas. Eerste klas in de Regio Express, dat is zoiets als rijden met een Porsche in Gelsenkirchen.
RE 2, Göttingen-Hannover
Ik dommel in. Wat eigenlijk geen slechte slogan zou zijn voor de regionale trein in Nedersaksen.
RB 38, Hannover-Buchholz in der Nordheide
Ik heb mijn aansluiting gemist omdat ik te lang in gesprek was met Chris. Hij vertelde me dat hij was bedrogen door zijn vriendin. Gisteren. Dat ze hem uit de flat had geschopt. Nu heeft hij geen werk en slaapt hij voorlopig bij een vriend. ‘Maar de grootste Scheisse is dit,’ zei Chris, en hij liet zijn onderarm zien waarop stond ‘Sophie, 02.08.2021’. Dat was het. Meer hoefde hij niet te zeggen. Het was duidelijk: dat was de grootste Scheisse.
De RE’s, dat waren treinen voor mensen zoals Chris en ik, mensen die weg wilden
Ik werd onvermijdelijk teruggeworpen naar mijn jeugd. Ik kom uit het Ruhrgebied en daar stopt de Regionale Express op alle stations van mijn puberteit. Ik ging naar Duisburg voor mijn eerste liefde, naar Oberhausen voor mijn eerste feestje met alcohol, naar Dortmund voor de universiteit. En toen ging ik weer terug, met een gebroken hart, schoenen onder de kots, slechte cijfers.
Voor mij was de ICE Intercity Express een trein voor mensen die ergens heen wilden, van A naar B.
De RE’s, dat waren treinen voor mensen zoals Chris en ik, mensen die weg wilden. Van A naar B-eduidend minder Scheisse.
RE 4, Buchholz in der Nordheide-Hamburg-Harburg
In de trein: een gepensioneerde, half mens, half reistas; een praktischejassengezin waarvan de dochter zegt dat ze graffiti cooler zou vinden als het zou mogen van de politie. En drie gasten in Boss, Prada en Gucci die in discussie zijn over hoe je een hond in een gevecht kan laten winnen.
RE 6, Hamburg-Altona-Husum
Geplande reistijd: twee uur en zes minuten. Desondanks zal deze reis vijf uur duren; het is de reis waarop de conducteur ons aan het eind achterlaat. Maar eerst stoppen we na tien minuten. En wachten. En wachten. Wachten.
Een oefening in diplomatie door een ouder echtpaar uit Elmshorn:
Zij: ‘Ik bedoel, er zijn ergere dingen.’
Hij: ‘Er zijn nog veel ergere dingen.’
Zij: ‘Maar toch heb ik het nu wel gehad.’
‘Ik rij over het algemeen niet, ik heb mijn principes’
Eerst achter mij, dan naast mij, zit Marc, geel hesje, platte pet. Omdat we niets anders te doen hebben, maken we kennis. Marc, 44, geschoold als timmerman, was eerst postbode, toen meubelmaker bij Quelle en is nu assistent-chef bij Kaufland. Hij is al vijfentwintig uur wakker, want had vandaag vroege dienst en is daarna rechtstreeks van het magazijn in Bamberg op de trein gestapt voor zijn vakantie in Denemarken. Waarom niet met de auto, Marc?
‘Ik rij over het algemeen niet, ik heb mijn principes.’ Die kan hij niet zomaar overboord gooien. De deuren zijn op slot.
‘Het enige wat me hier nu stoort is dat ik niet mag roken,’ zegt Marc. Dat kan hij, kunnen wij, later in Heide, ’s nachts in de open lucht. Plotseling verschijnt er een bus in de duisternis, als vervanging van de trein. We stappen in, verdwaasd door de nacht. Tour de Trance, voorlaatste etappe. In Husum stapt Marc uit.
RE 6, Husum-Sylt
Ten slotte de route waarop, zo was dezer dagen vaak te lezen, binnenkort anarchie en chaos zullen uitbreken als linkse groepen dit eiland van de rijken zullen binnenvallen vanwege het 9-eurokaartje. Maar nu zitten er alleen mensen in de trein die op Sylt werken en die het zich niet kunnen veroorloven er te wonen.
Op het strand achter Westerland loopt een eenzame jogger. Ik trek mijn signaalkleurige zwembroek aan en ren, terwijl het twaalf graden is, de Noordzee in. Als geamuseerde uitsmijters duwen de golven me terug naar het strand. Ik voel mijn lichaam helemaal niet en tegelijkertijd overal.
Was het die 9 euro waard? Ik droog me af, haal mijn mobieltje uit mijn zak en boek een reis terug naar huis. Met de ICE.
Tien aanbevolen regionale treintrajecten
1. Hamburg-Sylt
Dan rol je Hamburg uit, verder op weg naar het noorden, en denk je bij jezelf: Idioot hoe vlak het land hier is. En hoe rustig en vredig de stadjes langs de Marschbahn zijn. Deze trein stopt ook in kleinere steden, achter de deur begint de provincie. Tijdens de rit over de Hindenburgdamm, die het vasteland van Sleeswijk-Holstein met het eiland Sylt verbindt, is het uitzicht op het wad en de Noordzee waanzinnig. Einde van de lijn: het strand van Westerland.
2. Stralsund-Sassnitz
Ook aan de Oostzeekust is het mogelijk om via een spoordijk over te steken naar een eiland: de trein rijdt in noordoostelijke richting van Stralsund naar Rügen, langs de haven van Altefähre, verder door het binnenland van het eiland naar de Jasmund Bodden, en ten slotte naar de rand van Nationaal Park Jasmund. En al bij het naderen van het eiland besef je: Rügen heeft zoveel meer te bieden dan alleen krijtrotsen.
3. Dresden-Schmilka
Aan de ene kant een beboste helling, aan de andere kant een lange, rustige rivier: dit is de weg door het dal van de Elbe tot diep in Saksisch Zwitserland. Als je aan de linkerkant van de trein zit, heb je het beste uitzicht op het water en de rotsen van zandsteen. Zelfs de beroemde rotsformatie Bastei is door het raam te zien, evenals mooie stadjes als Pirna en Bad Schandau. Ook leuk: met de veerboot over de Elbe naar Schmilka-Hirschmühle.
4. Gera-Weischlitz
De spoorlijn langs de Weißen Elster verrast vanwege de weelderige natuur en het wilde, romantische landschap. Uitstappen is de moeite waard, bezienswaardigheden als het Untere Schloss in Greiz, de houten brug in Wünschendorf en de Pirkstuwdam liggen dicht bij de route. De Elstertalbahn, die in 1875 werd geopend, voert onderweg langs dertig stations, door acht tunnels en over dertig grote bruggen.
5. Freilassing-Berchtesgaden
Grazende koeien, sappige weiden, besneeuwde bergtoppen en daarboven de cirkelende steenarend: wie met de trein over de hoogste bergen van Duitsland rijdt, ziet een landschap uit een prentenboek aan zijn raam voorbijtrekken. Het is in totaal 34 kilometer van het station in Freilassing tot aan de rand van het Berchtesgaden Nationaal Park. Aan het eind wacht een duik in de nabijgelegen Königssee.
6. Radolfzell-Lindau
De uitzichten op de 74 kilometer lange Bodenseegürtelbahn zijn divers. Het wonderschone landschap omvat Duitslands grootste binnenwater, de Bodensee, maar ook wijngaarden, weiden, mooie dorpjes en kasteel Salem. Op een heldere dag zijn de besneeuwde toppen van de Alpen aan de horizon te zien. Stel de terugreis even uit en neem de tijd om het eilandstadje Lindau op je gemak te verkennen.
7. Freiburg-Donaueschingen
Dit is de tegenhanger van de Marschbahn van Hamburg naar Sylt. Deze route voert soms steil bergopwaarts; tussen Himmelreich en Hinterzarten moet de Höllentalbahn bijvoorbeeld een hoogteverschil van 430 meter afleggen. Ook de rest van het 76 kilometer lange traject, met negen tunnels en vele bruggen, laat zien waartoe de techniek 140 jaar geleden al in staat was. Bijzonder indrukwekkend is het 224 meter lange viaduct van Ravenna.
8. Bingen-Koblenz
Een landschap ‘als de droom van een dichter‘, noemde Heinrich von Kleist het. En in het midden daarvan een spoorlijn die 70 kilometer door het Unesco Werelderfgoed Boven-Midden-Rijndal voert. Je komt ook langs de rots de Loreley, aldus beschreven door Heinrich Heine in 1824: Die Lore-Ley vertelt het verhaal van een droomvrouw op de rots die alle mannen het hoofd op hol brengt als ze haar gouden krullende lokken kamt en een betoverend lied zingt. En vandaag? ‘This is Germany’s landscape at its most dramatic’, aldus de Lonely Planet.
9. Koblenz-Trier
Drink and Drive maar dan anders: als je een goede Moezelwijn meeneemt op deze route, geniet je optimaal; terwijl buiten de wijngaarden aan je voorbijtrekken, proef je binnen het eindproduct. Terwijl de trein en de rivier in perfecte harmonie door het dal van de Moezel kronkelen hoeven reizigers zich geen zorgen te maken over hun promillage.
10. Dortmund-Keulen
En dan is het klaar met het landschappelijke gedweep. Het tijd voor het stedelijke. Elke tien minuten een andere stad, met daartussen een industrieel landschap dat in de loop der eeuwen is gegroeid. Het is een goed idee om onderweg uit te stappen om Bochum, Essen of Duisburg te verkennen. Aan het einde van de route rolt de trein over de Rijn, richting de Dom van Keulen. Wat een finale!
Frankrijk, Italië, Duitsland en Roemenië ’steunen de onmiddellijke toekenning van de status van kandidaat-lidstaat voor Oekraïne’, zei Emmanuel Macron donderdag in Kyiv, waar hij op bezoek was samen met zijn Italiaanse en Duitse ambtgenoten. Na gesprekken met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky heeft de Franse president ‘ook toegezegd wapens te blijven sturen, om de Oekraïense oorlogsinspanningen te steunen’, meldt Financial Times.
‘Het Oekraïense volk verdedigt elke dag de waarden van democratie en vrijheid’
‘Het Oekraïense volk verdedigt elke dag de waarden van democratie en vrijheid, die aan de basis liggen van het Europese project, van ons project. We mogen niet treuzelen en dit proces vertragen’, aldus de Italiaanse premier Mario Draghi. Het besluit van de zeventwintig lidstaten, dat met unanimiteit moet worden genomen, zal volgen tijdens de Europese top op 23 en 24 juni.
Olaf Scholz, de bondskanselier van Duitsland, benadrukte dat hij en zijn EU-collega’s naar Kyiv waren gekomen met een ‘duidelijke boodschap (…) dat Oekraïne bij de Europese familie hoort’. Ook de Roemeense president Klaus Iohannis maakte de reis per trein van Polen naar Kyiv. Een dag eerder was hij gastheer geweest voor Macron, die naar Roemenië was gereisd om de Franse NAVO-troepen te bezoeken.
De verwachting is dat de Franse president Emmanuel Macron en zijn Duitse en Italiaanse ambtgenoten, Olaf Scholz en Mario Draghi, vandaag aankomen in de Oekraïense hoofdstad. Daar zullen zij naar verwachting namens de Europese Unie steun betuigen aan het door oorlog verscheurde Oekraïne, bericht La Stampa. Aan het einde van een lange reis met de nachttrein maken de ‘drie leiders van de drie grote Europese landen’ zich op om getuige te zijn van ‘het schandaal van de onmenselijkheid van de Russische invasie’, merkt het Italiaanse dagblad op.
‘Verwacht wordt dat Zelensky er bij zijn bezoekers op zal aandringen meer wapens te sturen’
De verwachte reis, die om veiligheidsredenen nog niet is aangekondigd, komt een dag voordat de Europese Commissie een aanbeveling moet doen over de status van Oekraïne als kandidaat-lidstaat van de EU, iets waar een aantal Europese naties, waaronder Nederland, zich weinig enthousiast over hebben getoond, aldus The Guardian. Het bezoek aan Kyiv zou het eerste zijn voor de leiders van de drie belangrijkste EU-landen sinds de Russische invasie in Oekraïne op 24 februari begon.
Volgens La Stampa zullen de drie regeringsleiders een ontmoeting hebben met Volodymyr Zelensky en zullen ze de Oekraïense president verzoeken de onderhandelingen met Rusland te starten voor een nieuw Minsk-akkoord om het conflict te stoppen. ‘Verwacht wordt dat Zelensky er bij zijn bezoekers op zal aandringen meer wapens te sturen om zijn zwaar beproefde leger te helpen de Russische indringers het hoofd te bieden’, schrijft The Guardian.
De Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Israël hebben bij het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) een resolutie ingediend waarin zij Iran bekritiseren wegens het gebrek aan medewerking bij het toezicht op zijn installaties. ‘Het Westen had tot nu toe afgezien van deze stap omdat het vond dat het de besprekingen [om de vastgelopen nucleaire deal met Iran uit 2015 te redden] kon schaden’, merkte Al Jazeera op. Waarschijnlijk zal woensdag over de resolutie worden gestemd.
De westerse onvrede ontstond na twee recente IAEA-rapporten. Volgens het eerste rapport heeft Iran 43 kilogram met 60 procent verrijkt uranium geproduceerd. Als Iran besluit deze hoeveelheid te verrijken tot 90 procent, zou het theoretisch genoeg materiaal hebben voor één kernbom. In het tweede rapport staat dat Iran de vragen van het IAEA over drie niet eerder aangegeven nucleaire installaties niet grondig heeft beantwoord. Iran heeft beide rapporten ‘niet eerlijk en evenwichtig’ genoemd, meldt de Qatarese nieuwssite.
Iran hekelt de ‘infiltratie door de vijanden van Iran’ in het internationale atoomagentschap
Mohammad Eslami, het hoofd van de Atomic Energy Organization of Iran (AEOI), en andere hoge ambtenaren hebben zich afgevraagd of de wereldwijde atoomwaakhond politiek gecompromitteerd is, nu westerse mogendheden, gesteund door Israël, een resolutie voorstellen om Iran te berispen vanwege zijn nucleaire programma. Volgens Eslami moet het IAEA een einde maken aan de ‘infiltratie door de vijanden van Iran’ in haar organisatie.
De meer dan negentig jaar oude Duitse filosoof vreest dat de emoties de bovenhand gaan voeren in de steun van Europa aan Oekraïne en roept op tot rationeel beleid. ‘Het Westen staat voor een dilemma: een nederlaag voor Oekraïne of de escalatie van een beperkt conflict tot een derde wereldoorlog.’
Keuze uit het archief
Het was een veelbewogen week: de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk gaven Oekraïne toestemming om langeafstandsraketten op Russisch grondgebied af te vuren, wat nieuwe dreigementen van het Kremlin uitlokte. Verder heeft de oorlog in Oekraïne de grens van duizend dagen overschreden. De vraag hoe lang het conflict nog zal duren en hoe het moet worden opgelost, wordt met de dag nijpender.
In dit artikel uit Süddeutsche Zeitung, dat twee maanden na het begin van de Russische invasie werd gepubliceerd, beschrijft de 95-jarige Duitse filosoof Jürgen Habermas het immense dilemma waar Europa voor staat: laten we ons chanteren door de nucleaire retoriek van Poetin zodat hij zijn gang kan blijven gaan, of zetten we de steun aan Oekraïne voort met het gevaar dat het conflict uitgroeit tot een wereldoorlog?
Na zevenenzeventig jaar zonder oorlog en drieëndertig jaar na het beëindigen van een weliswaar bedreigde vrede die alleen behouden bleef door de ‘zekerheid van wederzijdse vernietiging’, zijn de aangrijpende beelden van een oorlog terug. Vlak voor onze deur en door Rusland willekeurig ontketend. Als nooit tevoren wordt ons dagelijks leven beheerst door de aanwezigheid van deze oorlog in de media. Een Oekraïense president die alles weet van de kracht van beelden, zorgt voor boodschappen die diepe indruk maken. Dagelijks vinden nieuwe beelden van rauwe verwoesting en schokkend leed een zichzelf versterkende echo in de westelijke sociale media. Het nieuwe van de publiciteit en het gecalculeerde effect van de onvoorspelbare oorlogsgebeurtenissen op de publieke opinie maken op ons ouderen misschien nog meer indruk dan op jongeren die aan de media gewend zijn.
Maar kundige enscenering of niet, het zijn feiten die ons niet onberoerd laten, en ook het besef dat deze oorlog zo dichtbij is, draagt daaraan bij. Zo neemt bij de toeschouwers in het Westen de ongerustheid bij elke dode, de schok bij elke moord toe, en wordt de verontwaardiging bij elke oorlogsmisdaad groter, evenals de wens daar iets tegen te ondernemen. De rationele achtergrond waartegen deze emoties in het hele land opwellen, is de vanzelfsprekende stellingname tegen Poetin en de Russische regering, die deze grootscheepse aanvalsoorlog hebben ontketend en met hun systematisch mensonterende wijze van oorlogvoeren het humanitaire volkenrecht schenden.
Hevige controverse
Ondanks deze unanieme reactie neigen de regeringen van de westerse alliantie tot een gedifferentieerde aanpak. En is er in Duitsland, aangewakkerd door de pers, een hevige controverse ontstaan over aard en omvang van de militaire hulp aan het bedreigde Oekraïne. De eisen van het onschuldig bedreigde Oekraïne, dat de politieke misvattingen en het verkeerde beleid van vorige Duitse regeringen zonder aarzelen in morele chantage omzet, zijn even begrijpelijk als de emoties, het medeleven en de behoefte om te helpen die bij ons allemaal worden opgewekt, vanzelfsprekend zijn.
En toch heb ik grote problemen met de zelfverzekerdheid waarmee de moreel verontwaardigde aanklagers optreden tegen een bedachtzame en terughoudende Bondsregering. In een interview in Der Spiegel vat de Bondskanselier zijn beleid samen in de zin: ‘Het leed dat Rusland in Oekraïne veroorzaakt, bestrijden we met alle middelen die ons ter beschikking staan, maar zonder dat er een oncontroleerbare escalatie ontstaat, die onmetelijk leed op het hele continent en misschien zelfs in de hele wereld tot gevolg heeft.’ Door het besluit van het Westen in dit conflict niet als oorlogsdeelnemer te interveniëren, is een risicodrempel ontstaan die een onbeperkte betrokkenheid bij het bewapenen van Oekraïne uitsluit. Dat is weer scherp in beeld gekomen door het sluiten van de rijen met de bondgenoten door onze regering tijdens het overleg in Ramstein, en ook door het hernieuwde dreigement van Lavrov om kernwapens te gebruiken. Wie in weerwil van die drempel de Duitse Bondskanselier op agressief zelfbewuste toon toch steeds verder in die richting wil duwen, begrijpt het dilemma niet – of ziet dat over het hoofd – waarvoor het Westen door deze oorlog is gesteld; want het Westen heeft met het ook moreel gefundeerde besluit om geen partij in deze oorlog te worden zichzelf de handen gebonden.
Wie garandeert dat een escalatie nog gestopt kan worden?
Het dilemma dat het Westen dwingt tot een risicovolle afweging tussen twee kwaden is duidelijk: een nederlaag van Oekraïne of een escalatie van een beperkt conflict tot een derde wereldoorlog. Enerzijds heeft de Koude Oorlog ons geleerd dat een oorlog tegen een kernmogendheid redelijkerwijs niet meer ‘gewonnen’ kan worden, althans niet door middel van militair geweld binnen het beheersbare tijdsbestek van een hooglopend conflict. Het nucleaire dreigingspotentieel heeft tot gevolg dat de bedreigde partij, of die nu zelf kernwapens heeft of niet, de hoe dan ook ondraaglijke vernietiging als gevolg van het gebruik van militair geweld niet kan beëindigen met een overwinning, maar hooguit met een compromis dat beide partijen in staat stelt het gezicht te redden. Geen van beide partijen hoeft dan een nederlaag te accepteren waarbij ze als verliezer het veld verlaat. De onderhandelingen over een staakt-het-vuren, die momenteel nog parallel lopen met de gevechten, zijn een uitdrukking van dit inzicht; op deze manier kunnen ze elkaar voorlopig als mogelijke onderhandelingspartner blijven zien. Het is waar dat het dreigingspotentieel van Rusland ervan afhangt of het Westen Poetin in staat acht massavernietigingswapens te gebruiken. Maar in feite heeft de CIA de afgelopen weken al gewaarschuwd voor het actuele gevaar van zogenaamde ‘kleine’ kernwapens (die blijkbaar alleen zijn ontwikkeld om een oorlog tussen kernmogendheden weer mogelijk te maken). Dat geeft de Russische kant een asymmetrisch voordeel ten opzichte van de NAVO, die vanwege de apocalyptische omvang van een wereldoorlog – met deelneming van vier kernmogendheden – geen oorlogspartij wil worden.
Nu is het Poetin die beslist wanneer het Westen de door het volkenrecht bepaalde drempel overschrijdt en het de westerse militaire steun aan Oekraïne ook formeel beschouwt als oorlogsdeelname. Met het oog op het risico van een ten koste van alles te vermijden wereldconflict, laat de onbepaaldheid van dit besluit geen ruimte voor een riskant spelletje poker. Zelfs als het Westen cynisch genoeg zou zijn om het risico van de ‘waarschuwing’ met een van deze ‘kleine’ kernwapens in te calculeren, dat wil zeggen in het ergste geval op de koop toe te nemen, wie garandeert dan dat een escalatie nog gestopt kan worden? Wat blijft is een speelruimte voor argumenten die in het licht van de noodzakelijke vakkennis en al de vereiste, niet altijd openbaar beschikbare informatie zorgvuldig moeten worden afgewogen om gefundeerde beslissingen te kunnen nemen. Het Westen, dat immers al vanaf het begin door het opleggen van drastische sancties geen twijfel heeft laten bestaan over zijn de facto deelname aan de oorlog, moet dus bij elke volgende stap van de militaire steun zorgvuldig overwegen of het daarmee niet ook de onbepaalde, want van Poetins definitiemacht afhankelijke, grens overschrijdt van een formeel deelnemen aan de oorlog.
Russische roulette
Anderzijds kan het Westen zich door deze asymmetrie niet naar believen laten chanteren en dat weet de Russische kant ook. Als het Westen Oekraïne gewoon aan zijn lot zou overlaten, zou dat niet alleen uit politiek en moreel oogpunt een schandaal zijn, het is ook niet in zijn eigen belang. Want dan kan het erop wachten tot het dezelfde Russische roulette opnieuw moet spelen in het geval van Georgië of Moldavië. En wie is de volgende? Zeker, de asymmetrie die het Westen op lange termijn in een impasse kan brengen, bestaat alleen zolang het om goede redenen terugschrikt voor het risico van een nucleaire wereldoorlog. Bijgevolg wordt het argument weerlegd dat men Poetin niet in een hoek moet drijven omdat hij dan tot alles in staat is, omdat juist deze ‘politiek van de angst’ de tegenstander de vrije hand geeft om het conflict stap voor stap te laten escaleren (Ralf Fücks in de SZ). Maar ook dit argument bevestigt alleen hoe moeilijk berekenbaar de situatie is. Want zolang wij om goede redenen vastbesloten zijn ter bescherming van Oekraïne niet de volgende oorlogspartij te zijn, moeten aard en omvang van de militaire steun ook vanuit dat gezichtspunt beoordeeld worden. Wie zich op rationeel verantwoorde wijze tegen een ‘politiek van de angst’ keert, beweegt zich al binnen de argumentatiespeelruimte van de politiek verantwoorde en weloverwogen benadering waar kanselier Olaf Scholz terecht aan vasthoudt.
Het gaat daarbij om het in acht nemen van een naar onze mening voor Poetin aanvaardbare interpretatie van een juridisch gedefinieerde grens die we onszelf hebben opgelegd. De verhitte tegenstanders van de lijn van de regering zijn inconsequent als ze de implicaties van een door hen niet betwiste fundamentele beslissing ontkennen. Het besluit om niet deel te nemen, betekent niet dat het Westen Oekraïne up to the point of immediate involvement moet overlaten aan het lot van een strijd met een superieure tegenstander. De westelijke wapenleveranties kunnen uiteraard een gunstige invloed hebben op het verloop van een strijd die Oekraïne vastbesloten is voort te zetten, ook al gaat dat ten koste van grote offers. Maar is het geen vroom zelfbedrog zijn kaarten te zetten op een Oekraïense overwinning in deze door de Russen ontketende moorddadige oorlog zonder zelf de wapens op te nemen? Oorlogszuchtige retoriek gaat niet goed samen met de toeschouwersloge van waaruit ze zo eloquent wordt voorgedragen, want ze ontkracht niet de onvoorspelbaarheid van een tegenstander die wel alles op één kaart zou kunnen zetten. Het dilemma van het Westen is dat het grondbeginsel om vast te houden aan de integriteit van de Europese staatsgrenzen aan een zelfs tot nucleaire escalatie bereide Poetin alleen duidelijk kan worden gemaaktdoor Oekraïne een zichzelf beperkende militaire steun te verlenen, die de rode lijn van een door het volkenrecht gedefinieerde oorlogsdeelname niet overschrijdt.
Onze toonaangevende media verspreiden wilde speculaties
De koele afweging van een zichzelf beperkende militaire hulp wordt verder bemoeilijkt door de inschatting van de motieven die de Russische zijde tot haar kennelijk verkeerd gecalculeerde besluit hebben bewogen. De concentratie op de persoon van Poetin leidt tot wilde speculaties, die onze toonaangevende media nu uitdragen als in de beste dagen van de speculatieve Kremlinologie. Het nu overheersende beeld van een vastberaden revisionistische Poetin, moet op zijn minst naast een rationele inschatting van zijn belangen worden geplaatst. Ook al beschouwt Poetin de ontbinding van de Sovjet-Unie als een grote vergissing, dan nog kan het beeld van de losgeslagen visionair die met de zegen van de Russisch-Orthodoxe Kerk en onder invloed van de autoritaire ideoloog Aleksandr Doegin het stapsgewijze herstel van het Groot-Russische Rijk als zijn politieke levenswerk ziet, moeilijk de hele waarheid over zijn karakter zijn. Maar op zulke projecties is wel de wijdverbreide veronderstelling gebaseerd dat de agressieve bedoelingen van Poetin verder reiken dan Oekraïne, namelijk tot Georgië en Moldavië en daarna tot de NAVO-leden in de Baltische staten en tenslotte tot ver op de Balkan.
Tegenover de karakterschets van een door waanzin gedreven historische nostalgicus staan zijn sociale mobiliteit en de carrière van een in de KGB gevormde, rationeel calculerende machtswellustige, die door de draai naar het Westen van Oekraïne en door de politieke verzetsbeweging in Belarus gesterkt is in zijn ongerustheid over het politieke protest in de steeds liberaler denkende kringen in zijn eigen samenleving.
Gefrustreerde reactie
Vanuit deze optiek zou Poetins herhaalde agressie eerder gezien moeten worden als een gefrustreerde reactie op de weigering van het Westen over zijn geopolitieke agenda te onderhandelen. En dan met name over de internationale erkenning van zijn met het volkenrecht strijdige verovering van een geneutraliseerde ‘gordel’ die ook Oekraïne zou moeten omvatten. De baaierd van speculaties vergroot alleen de onzekerheid over een dilemma dat ‘tot uiterste voorzichtigheid en terughoudendheid noopt’ (aldus de conclusie van een leerzame analyse van Peter Graf Kielmansegg in FAZ van 19 april 2022).
Maar hoe valt dan het verhitte binnenlandse debat te verklaren over kanselier Scholz’ herhaaldelijk bevestigde beleid van solidariteit met Oekraïne, zoals dat in samenspraak met de EU- en NAVO-partners tot stand is gekomen? Om de zaken te ontwarren, laat ik het geschil buiten beschouwing over een voortzetting van het beleid van detente tegenover een onberekenbaar geworden Poetin, dat tot het einde van de Sovjet-Unie en ook nog daarna succes had maar nu een dure fout is gebleken; en ook de fout van Duitse regeringen zich mede onder economische druk afhankelijk te maken van de goedkope invoer van Russische olie. Over het korte geheugen van de huidige controverses zullen ooit de historici oordelen.
Anders is het gesteld met het debat dat zich, onder de veelzeggende naam van een ‘nieuwe Duitse identiteitscrisis’, nu al bezighoudt met de gevolgen van het ‘keerpunt in de geschiedenis’, en dat aanvankelijk nuchter betrekking had op de Duitse Ostpolitik en de defensiebegroting. Want dit debat, dat vooral is ontstaan door voorbeelden van de verbazingwekkende bekering van vredelievende geesten, moet een historische verandering inluiden van de door rechts steeds weer openlijk veroordeelde en inderdaad moeizaam genoeg bevochten naoorlogse Duitse mentaliteit, en daarmee ook van het einde van een op dialoog en vredeshandhaving gerichte Duitse politiek.
Baerbock is de tot icoon geworden minister van Buitenlandse Zaken
Deze interpretatie is nauw verbonden met het voorbeeld van de groep jongeren die is opgevoed om gevoelig te zijn voor normatieve vragen en om hun emoties niet te verbergen en die het hardst roepen om meer engagement. Ze geven de indruk dat de volkomen nieuwe realiteit van de oorlog hen uit hun pacifistische illusies heeft weggerukt. Dat doet ook denken aan de tot icoon geworden minister van Buitenlandse Zaken, die onmiddellijk na het begin van de oorlog haar ontsteltenis met geloofwaardige gebaren en belijdenisretoriek een authentieke indruk verleende. Niet dat ze daarmee niet ook stond voor het medeleven en de impuls om te helpen die onder een groot deel van onze bevolking leven. Maar ze personifieerde bovendien op overtuigende wijze de spontane identificatie met het onstuimig moraliserende aandringen van de Oekraïense leiding, die vastbesloten is de oorlog te winnen. Daarmee raken we de kern van het conflict tussen degenen die empathisch maar onverwachts het perspectief overnemen van een natie die vecht voor haar vrijheid, haar recht en haar leven, en degenen die uit hun ervaringen met de Koude Oorlog een andere lering hebben getrokken en – net als overigens degenen die bij ons op straat protesteren – een andere mentaliteit hebben ontwikkeld. De ene groep kan zich een oorlog alleen voorstellen met als uitkomst een overwinning of een nederlaag, de andere weet dat oorlogen tegen een kernmogendheid niet meer in de traditionele betekenis ‘gewonnen’ kunnen worden.
Grofweg vormen de meer nationaal dan postnationaal gevormde mentaliteiten van bevolkingen de achtergrond voor hun verschillende houdingen tegenover oorlog in het algemeen. Dat verschil wordt duidelijk wanneer we het bewonderde, heroïsche verzet en de vanzelfsprekende opofferingsgezindheid van de Oekraïense bevolking vergelijken met wat we van ‘onze’, laten we veralgemeniserend zeggen, West-Europese bevolkingen in een vergelijkbare situatie zouden kunnen verwachten. Onze bewondering is een mengeling van een zekere verbazing over de zekerheid van de overwinning en de ongebroken moed van de soldaten en de voor de strijd opgeroepen lichtingen, die verbeten hun vaderland verdedigen tegen een militair superieure vijand. In het Westen daarentegen vertrouwen we op beroepslegers die we betalen, zodat we wanneer dat nodig is niet onszelf gewapenderhand hoeven te verdedigen maar door beroepsmilitairen verdedigd worden.
‘Van oorlog kun je alleen leren dat je vrede moet sluiten’
Deze post-heroïsche mentaliteit heeft zich, als ik dat zo te generaliserend mag zeggen, in de tweede helft van de twintigste eeuw in West-Europa onder de nucleaire paraplu van de VS kunnen ontwikkelen. Met het oog op de mogelijke verwoestingen van een atoomoorlog zijn de politieke elite en de overgrote meerderheid van de bevolking tot het inzicht gekomen dat internationale conflicten in principe alleen door diplomatie en sancties opgelost kunnen worden, en dat in geval van het uitbreken van een militair conflict de oorlog zo snel mogelijk moet worden bijgelegd, omdat die naar menselijke maatstaven, gezien het moeilijk te berekenen risico van een dreigend gebruik van massavernietigingswapens, niet meer in klassieke zin met een overwinning of nederlaag kan worden beëindigd. ‘Van oorlog kun je alleen leren dat je vrede moet sluiten’, zegt Alexander Kluge.
Die oriëntatie impliceert geen fundamenteel pacifisme, dus vrede tot elke prijs. De oriëntatie om zo snel mogelijk een einde te maken aan destructie, mensenoffers en decivilisatie is niet hetzelfde als de eis een politiek vrij bestaan op te offeren louter om te overleven.
De scepsis tegen het middel oorlogsgeweld vindt op het eerste gezicht zijn grens bij de prijs van een autoritair gesmoord leven: een bestaan waaruit zelfs het bewustzijn dat gedwongen normaliteit en een zelfbepaald leven met elkaar in strijd zijn, is verdwenen.
De door de rechtse interpreten van de nieuwe tijd toegejuichte bekering van onze vroegere pacifisten verklaar ik uit de verwarring van die twee gelijktijdig botsende, maar historisch ongelijktijdige mentaliteiten. Deze markante groep deelt het vertrouwen van de Oekraïners in de overwinning en doet met grote vanzelfsprekendheid een beroep op het geschonden internationale recht. Na Boetsja deed prompt de slogan ‘Poetin naar Den Haag!’ de ronde. Dit geeft de algemene vanzelfsprekendheid aan van de normatieve maatstaven die wij tegenwoordig op internationale betrekkingen toepassen, dus van de daadwerkelijke mate waarin de verwachtingen en humanitaire gevoeligheden van de bevolking op dat terrein zijn veranderd.
Opgewonden identificatie
Op mijn leeftijd kan ik een zekere verbazing niet verhelen: hoe diep moet de bodem van de culturele vanzelfsprekendheden waarop onze kinderen en kleinkinderen nu leven zijn omgeploegd, als zelfs de conservatieve pers oproept tot vervolging door een Internationaal Strafhof dat noch door Rusland en China, noch door de VS wordt erkend. Helaas verraden zulke realiteiten ook de nog steeds hol klinkende bodem van een opgewonden identificatie met de steeds scheller klinkende morele aanklachten tegen de Duitse terughoudendheid. Niet dat de oorlogsmisdadiger Poetin het niet verdient voor zo’n rechtbank te staan, maar hij bezet nog steeds een zetel met vetorecht in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en hij kan zijn tegenstanders met kernwapens dreigen. Over een einde aan de oorlog, althans een staakt-het-vuren, moet nog met hem onderhandeld worden. Ik zie geen overtuigende rechtvaardiging voor de eis om een beleid dat – bij de martelende en elke dag ondraaglijker aanblik van de slachtoffers – het toch goed gefundeerde besluit niet aan deze oorlog deel te nemen, de facto op het spel zet.
De bondgenoten moeten elkaar geen politiek-mentale verschillen verwijten die verklaard kunnen worden uit ongelijktijdige historische ontwikkelingen; ze moeten die als feiten ter kennis nemen en er bij hun samenwerking op een intelligente manier rekening mee houden.
Maar zolang deze perspectiefvormende verschillen op de achtergrond blijven, veroorzaken ze – zoals in het geval van de reactie van de afgevaardigden op de morele terechtwijzingen van de Oekraïense president in zijn videotoespraak tot de Bondsdag – alleen maar emotionele verwarring: een chaos van half doordachte instemmende reacties, van louter begrip voor het perspectief van de ander en van het zelfrespect dat geboden is. Het verwaarlozen van de historische verschillen in de waarneming en interpretatie van oorlogen leidt niet alleen, zoals in het geval van de botte afwijzing van de Duitse Bondspresident, tot verstrekkende fouten in de omgang met elkaar. Erger nog, het leidt tot een wederzijds misverstand over wat de ander werkelijk denkt en wil.
De EU zal alleen politiek slagvaardig kunnen zijn als ze ook militair op eigen benen kan staan
Dit besef plaatst ook de bekering van de voormalige pacifisten in een ontnuchterend licht. Want zowel de verontwaardiging als de afschuw en het medelijden, die de motieven achter hun onlogische eisen zijn, worden immers niet verklaard door het verwerpen van de normatieve oriëntatie waarover de zogenaamde realisten zich altijd vrolijk hebben gemaakt. Maar eerder door een veel te pregnante interpretatie van juist die beginselen.
Ze hebben zich niet tot realisten bekeerd, maar lopen bijna over van realisme: zeker, zonder morele gevoelens geen morele oordelen; maar het generaliserende oordeel corrigeert van zijn kant ook de beperkte reikwijdte van de van dichtbij gestimuleerde gevoelens.
Het is geen toeval dat de aanjagers van de Zeitenwende juist de linkse en liberale mannen en vrouwen zijn die tegenover een drastisch veranderde constellatie van grote mogendheden – en in de schaduw van trans-Atlantische onzekerheden – serieus werk willen maken van een dringend noodzakelijk inzicht: een Europese Unie die haar sociale en politieke levensvorm niet van buitenaf wil laten destabiliseren, noch van binnenuit wil laten uithollen, zal politiek alleen slagvaardig kunnen zijn als ze ook militair op eigen benen kan staan. De herverkiezing van Macron geeft even respijt. Maar eerst moeten we een constructieve uitweg uit ons dilemma zien te vinden. De hoop dat dat zal lukken, komt tot uiting in de voorzichtige formulering dat Oekraïne de oorlog niet mag verliezen.
Jürgen Habermas, geboren in 1929, is een van de invloedrijkste filosofen van onze tijd.
Nu de energieprijzen de pan uit rijzen, heeft het Duitse parlement heeft een plan goedgekeurd dat de reiskosten in het land in de komende drie maanden zal verlagen, aldus Deutsche Welle. Het parlement heeft afgelopen vrijdag zijn handtekening gezet onder een plan voor een maandabonnement van 9 euro, dat vanaf 1 juni voor drie maanden zal lopen. Dit omvat het openbaar vervoer in heel Duitsland met alle vormen van stads- en streekvervoer. Ter vergelijking: de 27 euro die reizigers betalen voor het ticket over de periode van negentig dagen is ongeveer half keer zo duur als het goedkoopste maandkaartje voor de binnenste zones van Berlijn, meldt de Duitse krant.
Het ticket, ‘9 voor 90’ genaamd, is een reactie op de Russische invasie in Oekraïne, die heeft bijgedragen aan de stijging van de toch al hoge energieprijzen. Het ticket maakt deel uit van een groter pakket financiële steunmaatregelen en moet het benzineverbruik verminderen en klimaatneutraal reizen met het openbaar vervoer bevorderen.
Het wetsvoorstel van de federale regering voorziet in 2,5 miljard euro om het programma te financieren.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.