Tag: economie

  • De Chinese crisis is een schuldencrisis

    De Chinese crisis is een schuldencrisis

    Na jaren van voorspoed 
zit de klad in de Chinese economie. Lagere over
heden en particuliere bedrijven gaan gebukt onder schulden. Zelfs staatsbedrijven moeten zich zorgen gaan maken, want de regering lijkt haar handen van ze af 
te trekken.

    In 2015 heeft de Chinese economie een ‘stabiele groei’ van 6,9 procent gerealiseerd, tegen 7,3 procent in 2014. Maar de noodzaak tot hervorming blijft stijgen. In 2014 stonden de fabrieken in het kustgebied onder druk, die een voor een hun deuren sloten; nu voelt iedereen het in zijn portemonnee.

    In 2016 zal de Chinese economie, die wordt uitgehold door haar schuldenlast, absoluut manieren moeten zien te vinden om de kredietcrisis beter te beteugelen, de financiële risico’s te beperken, de investeringen rendabel te maken en ondertussen de onverkochte voorraden te slijten. Gezien de omvang van de problemen zal China daar niet altijd in slagen. Toch zal het alle vragen moeten beantwoorden.

    Het jaar 2015 stond vooral in het teken van de moeizame schuldaflossing. De torenhoge schulden die door het bedrijfsleven zijn aangegaan, en die hebben geresulteerd in 
de sluiting van tal van verwerkingsbedrijven in het kustgebied die insolvent waren geworden door de financiële crisis, raken nu ook een betrekkelijk groot aantal staatsbedrijven. In maart 2014 had de betalingsachterstand van Chaori, een fabriek van zonnepanelen die de rente over zijn schulden niet meer kon opbrengen, de markt al heimelijk verontrust.

    Een staalfabriek in Qingquan die in 2014 zijn deuren sloot. – © Kevin Frayer / Getty Images
    Een staalfabriek in Qingquan die in 2014 zijn deuren sloot. – © Kevin Frayer / Getty Images

    In april maakte Baoding Tianwei, een producent van elektrische apparatuur, op zijn beurt bekend de jaarlijkse rente over zijn obligatieleningen niet te kunnen voldoen. Dit was nog nooit voorgekomen bij een staatslening, en het incident 
werd dan ook als bijzonder symbolisch beschouwd: nu bleken ook staatsbedrijven wanbetalers te kunnen zijn.

    Na de instorting van de internationale grondstoffenprijzen in het vierde trimester moest Hidili International Development Limited op 3 november bekendmaken dat het zijn schulden niet kon voldoen. Hidili, een op de Kaaimaneilanden geregistreerd exploratiebedrijf met een beursnotering in Hongkong, heeft talrijke filialen in China.

    Kettingreactie

    Volgens Li Weijie, analist bij de China Securities Company, ‘kunnen de problemen bij Hidili een kettingreactie uitlokken in de reële Chinese economie, waar het aandeel van dubieuze vorderingen toeneemt. Talrijke midden- en kleinbedrijven die gelieerd zijn met Hidili riskeren een faillissement.’

    De schuldproblemen in de olie- en 
gassector weerspiegelen in het klein 
de problemen van het hele Chinese bedrijfsleven. Volgens de laatste gegevens van het Chinese ministerie van Financiën zijn de winsten van de staatsbedrijven in een jaar met 9,5 procent gedaald. In de eerste elf maanden van 2015 hebben de staatsbedrijven op het gebied van olie, petrochemie en bouwmaterialen hun winsten zien inzakken, terwijl de staal-, steenkool- en non-ferrometaalsector zelfs verliesgevend waren. Er is dus goede reden om aan te nemen dat een aantal daarvan als ‘zombiebedrijven’ moet worden beschouwd, die op sterven na dood zijn. Volgens econoom Stephen Green hebben de Chinese bedrijven met een te hoge schuldenlast twee opties: of ze worden failliet verklaard op verzoek van hun crediteuren, of ze blijven doordraaien en halen zich nog meer schulden op de hals, wat ten koste zal gaan van de financiële gezondheid van hun geldverstrekkers. Het is duidelijk dat een groot aantal staatsbedrijven tot de tweede categorie behoort.

    Sinds het jaar 2000 is de schuldenlast met ongeveer 50 procent toegenomen

    De centrale regering aarzelt niet meer om met de beschuldigende vinger naar deze zombiebedrijven te wijzen, evenals naar degene die kampen met productionele overcapaciteit; op deze laatste categorie is de ‘structurele hervorming van het aanbod’ gericht die momenteel in gang wordt gezet. In het geval van de zombiebedrijven die de hervorming van de economische structuur in de weg staan neigt men naar liquidatie of herstructurering. Dat is eveneens een onmisbare fase in de hervorming van de staatsbedrijven, een onderwerp dat sinds de jaren negentig tot op het bot is afgekloven.

    Desondanks is het risico bij de lagere overheden in 2015 nog groter geworden, wat het ministerie van Financiën ertoe heeft gedwongen hun schuldenlast ter waarde van 3 biljoen yuan [ongeveer 420 miljard euro] te saneren, voornamelijk door middel van herschikking. Als de schulden zo hoog oplopen kan er dus te veel geld uit het financiële systeem worden gehaald, en dat wordt zeer duur betaald. Dat geldt zowel voor bedrijven als lagere overheden.

    Maar als de lagere overheden zich 
eruit kunnen redden door middel van schuldoverdracht (aan de centrale overheid) en als de staatsbedrijven geherstructureerd of onder curatele gesteld kunnen worden, dan kan men zich afvragen wat er met particuliere bedrijven met te hoge schulden gebeurt.

    Trucks staan weg te roesten bij de verlaten staalfabriek in Qingquan. – © Kevin Frayer / Getty Images
    Trucks staan weg te roesten bij de verlaten staalfabriek in Qingquan. – © Kevin Frayer / Getty Images

    Die moeten zich helemaal zelf redden, aldus een bron uit de bankwereld. 
Ze hebben de situatie de afgelopen twee jaar lijdzaam moeten ondergaan. Volgens Liu Yuanchun van de Volksuniversiteit van Beijing moeten ze wachten tot de huidige ‘chirurgische ingreep’ is voltooid voordat hun problemen langzaam maar zeker kunnen worden opgelost. Ze maken dus moeilijke tijden door. In 2016 kunnen ze het nog zwaarder te verduren krijgen en zal het hele financiële systeem worden bedreigd, aldus Li Xunlei, hoofdeconoom van Haitong Securities.

    De tweede grote vraag waarvoor de Chinese economie zich gesteld ziet, is hoe het krediet kan worden beteugeld. Sinds het jaar 2000 is de schuldenlast met ongeveer 50 procent toegenomen. Daardoor worden de bedrijfswinsten en de openbare financiën uitgehold 
en gaat geld verloren dat anders aan nieuwe investeringen had kunnen worden besteed.

    Volgens een Amerikaanse studie uit 2015 zou het financiële risico van China overigens het gevolg zijn van 
de enorme schuldenlast van de staatsbedrijven, die geschat wordt op 78 biljoen yuan [ongeveer 11 biljoen euro]. Het goedkoopste geld leen je bij de bank. Maar om te kunnen lenen moet je garanties bieden, liefst van de kant 
van de staat. Om die reden worden de meeste bankleningen aan staatsbedrijven verstrekt en moeten de midden- en kleinbedrijven andere, kostbaardere kanalen aanboren, zoals schaduwbanken, die wat duurder zijn maar relatief betrouwbaar. Een laatste mogelijkheid is privékrediet, dat het kostbaarst en gevaarlijkst is.

    Het ontstaan van deze min of meer occulte kanalen na de financiële crisis van 2008 heeft gevolgen gehad die tot dan toe onbekend waren: het massaal afsluiten van leningen door lagere overheden, een sterke toename van de particuliere leningen en de opkomst van een systeem van schaduwbanken dat het krediet huizenhoog heeft opgedreven.

    Een specialist uit de financiële sector vat de situatie als volgt samen: waar het aanvankelijk de bedrijven waren die een beroep deden op de banken, zijn de plaatselijke bankfilialen al heel snel bedrijven gaan benaderen om ze leningen aan te smeren en hebben ze geprobeerd hun uitstaande tegoeden bij trustmaatschappijen onder te brengen.

    Virtuele economie

    Toen in 2011 de crisis in de particuliere leningensector uitbrak, zijn talloze 
privéondernemingen verdwenen. Dit valt voornamelijk te verklaren uit de aanscherping van het monetaire beleid in 2010 en het feit dat het privékapitaal de reële economie verruilde voor de onroerendgoedmarkt en de virtuele economie.

    Uiteindelijk zijn ook de leningen aan staatsbedrijven riskant geworden. 
Tussen eind 2010 en 2013 is de schuld van lagere overheden met 63 procent toegenomen, die op hun beurt minder bereid zijn geworden om garant te staan voor bedrijven. Tel daar de lagere groei bij op, en je begrijpt waarom de staatsbedrijven steeds minder in staat zijn hun verplichtingen na te komen. De financiële sector heeft alleen maar de positieve kant van de zaak gezien.

    Volgens Liu Yuanchun zijn de uitstekende resultaten van de financiële wereld niet zozeer te verklaren uit de structurele hervormingen en de verandering van de economische dynamiek (de concentratie op de binnenlandse vraag die sinds enkele jaren wordt aanbevolen), maar eerder uit het vermoedelijke wegsluizen van bepaalde winsten van de reële economie. Een onderzoek uit 2014 naar de winsten van beursgenoteerde Chinese bedrijven toont aan dat meer dan de helft voor rekening van de financiële sector komt. Terwijl het netto resultaat van de industrie maar met 3 procent toenam, steeg dat van de bancaire sector naar meer dan 9 procent; in het eerste semester van 2015 is de toegevoegde waarde van de industrie met maar 6 procent gestegen, en die van de gehele financiële sector met 17,41 procent.

    ‘Voor een wereldwijde economische opleving moeten de dienstensector en de financiële sector gelijke tred houden met de reële economie,’ onderstreept Liu Yuanchun.
    Op dit moment zijn de banken gedwongen voorzorgsmaatregelen te treffen. Meer dan 2 procent van hen zou niet aan zijn financiële verplichtingen kunnen voldoen vanwege het toenemende aantal dubieuze vorderingen. Halverwege 2014 verwachtte de Industriële Bank 25 à 40 procent te moeten afschrijven op zijn onroerendgoedportefeuille ten opzichte van 2013. Na de financiële crisis heeft men inderdaad in talloze regio’s aankopen goedgekeurd zonder eigen inbreng, maar vanaf 2013 dalen de onroerendgoedprijzen en is de economie duidelijk gaan haperen.

    CONTEXT 1: INVLOED POLITIEK

    #In Beijing worden economische beslissingen sterk beïnvloed door politieke factoren. De leiders van de Communistische Partij vrezen dat een hervorming hun legitimiteit ter discussie kan stellen. Bovendien heeft president Xi Jinping het laatste woord, en hij maakt zich zorgen over de plaats van China in de wereld. Ten slotte laten de hervormingen die bij de komst van Xi in 2012 werden aangekondigd lang op zich wachten. Veel rijke Chinezen emigreren. Het aantal stakingen is tussen 2014 en 2015 verdubbeld. Dit alles zal de manier beïnvloeden waarop Beijing zijn economie weer op poten hoopt te zetten.#

    De derde grote vraag waarvoor de Chinese economie zich gesteld ziet, is hoe gecontroleerd kan worden of er sprake is van productionele overcapaciteit. Li Xunlei heeft kortgeleden gerapporteerd wat een provinciale bestuurder hem meldde over de ‘structurele hervorming van het aanbod’ (die centraal staat in het beleid van de regering). Deze is zo lang uitgesteld dat er in feite sprake is van een ‘structurele verandering’, aldus de bestuurder. Daar ben ik het mee eens, schreef Li, want het verbeteren van het aanbod, het verhogen van de productiviteit en het beter aanwenden van human resources, kapitaal en techniek voor het bbp vereist een herstructurering.

    De economische situatie wordt steeds complexer: structurele problemen, productionele overcapaciteit, financiële risico’s, ongunstige markttendensen, dalende indicatoren… China heeft sinds 2008 afscheid moeten nemen van een groei van meer dan 10 procent en is in 2015 bij een nieuw keerpunt aangeland, een groei van minder dan 7 procent. Maar tijdens deze bewogen periode zijn de investeringen altijd een heel belangrijke motor geweest om tegenwicht te bieden aan neerwaartse druk.
    Toen de regering in 2008 een groot 
stimuleringspakket ter waarde van 4 biljoen yuan lanceerde, ging al het geld naar onroerend goed; nu gaat het naar stedelijke infrastructuur, zoals ondergrondse drinkwater- en rioolnetten. Deze verandering van oriëntatie zegt veel over de onvervangbare rol 
van publieke investeringen als economische stabilisator, ook al zijn die momenteel op consumptie gericht.

    Sociale huisvesting

    Om een halt toe te roepen aan de overproductie en de markt weer gezond te maken, zijn talloze aanpassingen binnen de bedrijven vereist. Volgens Guan Qingyou, hoofd van de financiële redactie van deze krant, moet eerst worden bezien hoe de faillissementswet kan worden toegepast (die dateert uit 2007 maar weinig wordt gebruikt), met aandacht voor de begeleiding van het personeel en de liquidatie van activa. Fusies van staatsbedrijven moeten worden bevorderd volgens technische of ecologische maatstaven.

    Ook pleit de econoom voor intensivering van de pogingen om onverkocht onroerend goed van de hand te doen door het financieren van sociale huisvesting voor minderbedeelde stedelingen en plattelandsbewoners. Daarnaast stelt hij voor om programma’s te ontwikkelen voor de vestiging van bejaardenhuizen en toeristencentra.
    Over de manieren waarop de situatie weer gezond kan worden gemaakt wordt veel gediscussieerd. Maar volgens Guan Qingyou moet er eerst van hogerhand een duidelijker plan worden ontwikkeld om de reële economie op een inventievere manier te herstructureren.

    Auteur: Li Xiaodan
    Vertaler: Peter Bergsma

    Jingji Guancha Bao
    China | dagblad | oplage 400.000
    ‘Economic Information Daily’, opgericht door het officiële agentschap Xinhua, besteedt aandacht aan structurele problemen die worden veroorzaakt door het hervormingsbeleid en de economische ontwikkeling van het land.

    CONTEXT 2: CONSUMPTIE

    In Beijing worden economische beslissingen sterk beïnvloed door politieke factoren. De leiders van de Communistische Partij vrezen dat een hervorming hun legitimiteit ter discussie kan stellen. Bovendien heeft president Xi Jinping het laatste woord, en hij maakt zich zorgen over de plaats van China in de wereld. Ten slotte laten de hervormingen die bij de komst van Xi in 2012 werden aangekondigd lang op zich wachten. Veel rijke Chinezen emigreren. Het aantal stakingen is tussen 2014 en 2015 verdubbeld. Dit alles zal de manier beïnvloeden waarop Beijing zijn economie weer op poten hoopt te zetten.

    CONTEXT 3: MINDER KOLEN EN STAAL

    100 à 150 miljoen ton ruwstaal minder
    Dat doel formuleerde premier Li Keqiang op 22 januari om de overcapaciteit te verminderen. Met 803 miljoen ton is de staalproductie in 2015 voor het eerst sinds 1981 gedaald, volgens de economische site Caijing Wang.
    Het equivalent van 4,24 miljard ton steenkool
    Dat is de hoeveelheid energie die in 2015 door China is verbruikt, een daling van 0,5 procent. De steenkoolconsumptie zou met 3,8 procent zijn gedaald.

    CONTEXT 4: CHRONOLOGIE

    2008 november De financiële crisis spaart ook China niet. Het land kondigt een stimuleringspakket van 4 biljoen yuan (ongeveer 550 miljard euro) aan.

    2009 Vanaf dit jaar worden honderden fabrieken gesloten en komen miljoenen gastarbeiders op straat te staan.

    2014 China sticht de Aziatische Investeringsbank voor infrastructuur om tegenwicht te bieden aan het IMF en de Wereldbank.

    2015 augustus Beijing devalueert de yuan binnen een week met bijna 5 procent. Op 24 augustus keldert de beurs met 8,47 procent. De wereldmarkt siddert.

    2016
    7 januari Voor de tweede keer binnen vier dagen keldert de beurs van Shanghai met 7 procent en wordt de handel in aandelen bevroren. Achtste devaluatie van de yuan sinds augustus (- 0,51 procent).

    19 januari De regering maakt bekend dat het bbp in 2015 met 6,9 procent is gestegen.

    26 januari Wang Baoan, chef van het Chinese Bureau voor de Statistiek – en verantwoordelijk voor de economische indicatoren van het land – wordt beschuldigd van corruptie.

    CONTEXT 5: GRILLIG WISSELKOERSBELEID

    De afgelopen zes maanden hebben investeerders zich verbaasd over het grillige Chinese wisselkoersbeleid, aldus The Wall Street Journal. Eerst was er in augustus een plotselinge devaluatie van de yuan en de aankondiging dat de spilkoers voortaan elke ochtend zou worden bepaald aan de hand van de slotkoers van de vorige dag. Daarna verankerde de Chinese bank de yuan niet langer alleen aan de dollar, maar ook aan andere deviezen. En op 7 januari werd de munt opnieuw gedevalueerd. ‘De fluctuaties van de yuan zijn het gevolg van marktschommelingen en hebben niets met devaluatie te maken,’ verzekerde de Chinese vicepresident Li Yuanchao. Maar de Financial Times schrijft: ‘De Chinese leiders mogen dan expliciet ontkennen dat ze aansturen op een sterke devaluatie, ze leggen niet uit hoe ze de koers willen stabiliseren terwijl er een grote kapitaalvlucht plaatsvindt en de economie stagneert. Door de strijd tegen corruptie en de zwakke plaatselijke investeringsmogelijkheden sluizen veel Chinezen hun geld het land uit. En deze tendens wordt versterkt door de vrees voor devaluatie.’

    Een renteverhoging om Chinezen in hun eigen land te laten investeren zou de economische groei alleen maar meer afremmen. De yuan nog verder laten dalen zou een enorme schok betekenen voor de wereldeconomie

    Resultaat: vorig jaar noteerde het land een netto kapitaalvlucht van meer dan 676 miljard dollar. Om zijn munt te steunen heeft de Chinese centrale bank zijn valutareserve voor bijna 700 miljard dollar moeten aanspreken. En ook al blijft er dan nog 3,3 biljoen dollar over, het is veel geld. Wat kan Beiijng doen? ‘Er zijn weinig aantrekkelijke opties’, erkent de Financial Times. Een renteverhoging om Chinezen in hun eigen land te laten investeren zou de economische groei alleen maar meer afremmen. De yuan nog verder laten dalen zou een enorme schok betekenen voor de wereldeconomie. Dus rest er maar één mogelijkheid: ‘Een strenger toezicht op de kapitaalmarkt totdat de situatie verbetert.’ Het probleem is dat China daarmee zou terugkomen op zijn recente liberalisering van de economie, die ertoe heeft geleid dat het IMF de yuan eind november heeft opgenomen in het exclusieve mandje van internationale valuta die de zogenoemde special drawing rights (SDR) vertegenwoordigen, een soort virtuele reservemunt. ‘Dat zou zeker gezichtsverlies voor China betekenen. Maar het zou daarmee wel de tijd krijgen om zijn financiële instellingen voor te bereiden op de vluchtigheid van de geldmarkt,’ concludeert The Economist.

    (Lambiek Berends)

  • 2. Koopt Russische waar

    2. Koopt Russische waar

    Volgens het Kremlin moeten Russische producten op den duur alle import uit het Westen gaan vervangen. Ook buitenlandse films en vakanties gaan in de ban. De Russen vinden het (schijnbaar) prima.

    De Russen leven in de vaste overtuiging dat het vaderland wordt omsingeld door de 
vijand. Dit idee heeft de natie zo aaneengesmeed dat machthebbers het niet hebben kunnen nalaten om mee te surfen op deze prachtige golf van patriottisch elan.

    Dus worden we geacht te kiezen voor de Krim en Sotchi in plaats van Turkije en Egypte, voor vaderlandse producten in plaats van import, en voor Russische films in plaats van westerse.

    Toerisme

    ‘Toeristische bestemmingen moeten worden gekozen in overeenstemming met de nieuwe filosofie van het Federale Toeristenbureau (AFT). Men moet zijn vakantie in Rusland doorbrengen,’ zo verduidelijkte de onderdirecteur van het AFT, Roman Skorom. Eerder verklaarde zijn superieur Oleg Safanov al dat ‘het strand als verplichte vakantiebestemming slechts een stereotype is dat de laatste jaren aan ons is opgedrongen, en dat we ons eigen hebben gemaakt.’

    Tal van opinieonderzoeken sterken schijnbaar de autoriteiten in hun opvatting: de Russen zijn in verpletterende meerderheid bereid om af te zien van Turkije en Egypte, de meest populaire bestemmingen voor groepsreizen (maar voortaan verboden*) ten bate van de badplaatsen in de buurt van Krasnodar en op de Krim.

    Er wordt op dit moment onderzocht of er geen heffing moet komen op het vertonen van buitenlandse filmproducties

    Maar ondanks die al te mooie cijfers moeten we niet over het hoofd zien 
dat driekwart van de Russen nog nooit een voet in het buitenland heeft gezet, en dus ook geen enkele moeite heeft om af te zien van iets wat ze nooit gekend hebben.

    Op grond van de cijfers van het afgelopen jaar voorziet het AFT dat de toeristenstroom naar het buitenland met 40 tot 50 procent zal afnemen. Het binnenlands toerisme evenwel zal met niet meer dan 10 tot 15 procent stijgen. In de praktijk zullen de Russen, inmiddels gewend aan een bepaald niveau van comfort voor een bescheiden prijs, zich in meerderheid richten op andere bestemmingen rond de Middellandse Zee, zo voorziet de Russische bond van reisbureaus. En over het aanbod van betaalbare en aantrekkelijke hotels in de badplaatsen aan de Zwarte Zee hoef je je ook niet veel illusies te maken, zo blijkt uit een snelle blik op de prijslijsten. In het vorige zomerseizoen zijn die tarieven inmiddels al met 30 procent gestegen.

    ‘Waarom zou ons belastingsysteem Hollywood moeten subsidiëren? Dat is onvoorstelbaar,’ zo wond minister van Cultuur Vladimir Medinski zich op. En dus zijn er quota ingesteld om het vertonen van films van Russische makelij te stimuleren in de bioscoopketens (dit uiteraard ‘met volle instemming’ van de bioscoopexploitanten). Er wordt op dit moment zelfs serieus onderzocht of er geen heffing moet komen op het vertonen van buitenlandse filmproducties.

    Een groentenverkoopster op een markt in Kaliningrad. – © Igor Zarembo / Getty Images
    Een groentenverkoopster op een markt in Kaliningrad. – © Igor Zarembo / Getty Images

    Maar in deze bedrijfstak laten onderzoeken hetzelfde beeld zien als in het toerisme. Als je de leeftijdsgroep van 
18 tot 35 jaar niet meetelt, legt ook hier het publiek een ongebreideld enthousiasme aan de dag voor de Russische cinema (waarbij we in aanmerking moeten nemen dat de helft van de Russen nauwelijks naar de bioscoop gaat).

    Hoe zit het nu echt? Volgens de cijfers in het Bulleten Kinoprakatchika (het blad van de Russische filmdistributeurs) van 1 november 2015 trokken Russische films samen 28.501 miljoen bezoekers, een daling van 7,34 procent ten opzichte van 2014. De recettes in de bioscopen voor de Russische films beliepen in die periode 6.596 miljard roebel, een daling ten aanzien van het vorige exploitatiejaar met 7,22 procent.

    Voeding

    ‘De belangrijkste uitdaging voor de Russische landbouw wordt de versnelde vervanging van importproducten. In de komende tien jaar zal de nationale voedselproductie voor 100 procent de importen moeten vervangen, dankzij de evolutie van de sector.’ Zo sprak onze minister van Landbouw, Aleksander Tkatsjev. Laten we even afzien van die ‘evolutie van de sector’, waarvan wordt verwacht dat die de groentekraampjes van een ruime sortering zal voorzien gedurende de ban op de import van producten uit de VS, de Europese Unie en andere landen die de sancties tegen Rusland hebben ondersteund. Ik wil niet eens weten hoe we ‘voor 100 procent’ de Russische behoefte aan voedingsmiddelen gaan dekken met producten die we hier vanwege het klimaat niet eens kúnnen verbouwen.

    Mij gaat het even om iets anders. Opiniepeilingen wijzen uit dat 73 procent van de consumenten achter het embargo op voedingsmiddelen uit het buitenland blijft staan 
(bron: VCIOM, het Russische nationale centrum voor opinieonderzoek). Die publieke opinie gaat nog veel verder: 90 procent zegt zelfs dat men in het geheel niets merkt van tekorten in de aanvoer. Terwijl de harde cijfers van de centrale bank toch duidelijk zijn: het aanbod van rundvlees is met 42 procent gedaald, dat van boter met 15 procent, van verse en diepvriesvis met 14 procent en van groenten en fruit met 10 procent. Althans, zolang er geen oorlog komt.

    Auteur: Vladimir Lavitski
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    • Egypte is een verboden bestemming sinds het neerhalen van een Russische Airbus op 31 oktober boven de Sinaï, 
een aanslag opgeëist door IS, en Turkije sinds het neerhalen van een Russisch gevechtsvliegtuig door de Turkse luchtmacht nabij de grens met Syrië 
op 24 november.

    Kommersant
    Rusland | oplage 114.000
    ‘De Zakenman’ was vanaf 1997 in handen van mediamagnaat Boris Berezovski, die door toedoen van Poetin zijn positie als zakenman en politicus kwijtraakte; het is dan ook een van de weinige kranten in Rusland met een kritische kijk op de regering. In 2006 overgenomen door een dochterbedrijf van energiegigant Gazprom.

  • Kom naar Portugal

    Kom naar Portugal

    In Europa schreeuwen lidstaten om beschermde buitengrenzen, of zelfs een onneembare muur om hun land. Portugal, daarentegen, zou juist graag vluchtelingen verwelkomen. Als die tenminste willen komen.

    Eén ding is zeker: vluchtelingen komen hier niet graag naartoe. Ondanks onze befaamde rust, onze hervonden economische groei en de schijnbare vooruitgang, hebben oorlogsvluchtelingen geen zin om in Portugal een nieuw leven op te bouwen. Er zijn hogere waarden in het geding.

    Een beetje onrustbarend is het wel, dat families die in gammele bootjes hun leven hebben gewaagd op zee en nu opeengepakt zitten in vluchtelingenkampen, toch niets van Portugal willen weten wanneer ze een enkele reis Lissabon aangeboden krijgen. Het vergt psychologisch inzicht om hun beweegredenen te begrijpen: voor wie alles op het spel heeft gezet is alleen het beste genoeg. Bijna allemaal verkiezen zij een verblijf in een opvangcentrum voor asielzoekers in een Midden-Europees land. Zij nemen voor zichzelf en voor hun kinderen de slechte levensomstandigheden, die in de wintermaanden alleen nog maar slechter zullen worden, op de koop toe. Schijnbaar is dat minder erg dan om in ons milde 
en zonnige klimaat te komen wonen. In ieder geval willen ze die stap niet zetten zolang de kans niet is verkeken om in een rijker noordelijk land onderdak te vinden. De keuze tussen lekker weer en een toekomst is snel gemaakt, en Portugal trekt daarbij aan het kortste eind. Onlangs kwamen de eerste berichten binnen: ‘De overgrote meerderheid van de asielzoekers op weg door Europa wil verder reizen naar Duitsland en Zweden.’ De televisie, de radio en de kranten pikten het thema op. De Serviço de Estrangeiros e Fronteiras [Dienst Vreemdelingen en Grenzen] erkent dat het met de opname van vluchtelingen niet erg wil vlotten.

    Hooguit vijftig

    Deels komt dat door allerlei bureaucratische rompslomp, maar ook (of vooral) omdat de vluchtelingen simpelweg weigeren om naar Portugal te reizen. Begin september kondigde de regering aan dat er bijna vijfduizend opgenomen zullen worden, maar in december zullen er hooguit vijftig vanuit Griekenland en Italië hiernaartoe komen. Vluchtelingen vertellen elkaar dat er in de noordelijke landen volop werk is en dat de levenstandaard er hoog is, terwijl men over Portugal eigenlijk weinig weet. Zo weinig, dat de Portugese ambassadeur in Griekenland, Rui Alberto Treno, 
naar een vluchtelingenkamp toog om vluchtelingen voor te lichten over wat hun na de aankomst op de Lusitaanse kusten* precies te wachten staat. Als een soort ambassadeur, die nu alleen geen buitenlandse investeerders moet aantrekken maar vluchtelingen moet overhalen om voor ons land te kiezen.

    Het idee om vluchtelingen te smeken om maar alsjeblieft naar ons land te komen is minder bizar dan het lijkt

    Het idee om vluchtelingen te smeken om maar alsjeblieft naar ons land te komen is minder bizar dan het lijkt, 
als de angst voor terrorisme en andere vooroordelen even opzij worden gezet. De geschiedenis leert dat het altijd voordelig is om migranten op te nemen. De voordelen zijn zowel direct als indirect. In het huidige geval is er zelfs een financiële prikkel aan verbonden, in de vorm van monetaire steun vanuit Europa. Voor elke migrant die besluit om naar Portugal te komen, ontvangt het land onmiddellijk 6000 euro, plus verdere steun tot in 2020. Als alle potentiële immigranten akkoord gaan – Portugal heeft zich bereid verklaard om 4754 mensen op te nemen – levert dit het land een bedrag van 28 à 70 miljoen euro op. Maar nog belangrijker dan deze financiële prikkels zijn de indirecte voordelen. Sinds mensenheugenis hebben landen baat gehad bij het opnemen van migranten. De Verenigde Staten, Canada, Brazilië, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland hadden nooit kunnen worden wat ze nu zijn zonder de komst van Italiaanse, Russische, Chinese, Japanse, Portugese, Indiase, Marokkaanse en talloze andere migranten.

    Het arme, verouderde en luie Portugal, dat de handen vol heeft aan de typische sociale en economische problemen waar landen met een negatieve demografische groei en een lage productiviteit mee kampen, heeft veel te winnen bij de komst van migranten. De gebeurtenissen die deze enorme vluchtelingenstroom op gang brachten zijn verschrikkelijk – de oorlog 
in Syrië en de ontwrichting van de Maghreb zijn heuse tragedies –, maar de families die nu mogelijk naar Portugal komen zijn voor ons zeker ook een kans. Als ze tenminste wíllen komen.

    • Ironisch bedoeld: met deze dichterlijke term wordt verwezen naar het roemrijke zeevaartverleden van het land. Lusitaans is een archaïsche aanduiding voor Portugees.

    Auteur: José Manuel Diogo
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Foto boven: © Getty

    Jornal de Notícias
    Portugal | oplage 102.000

    Oudste en een van de meest gelezen kranten van Portugal. Heeft met vier regionale edities een gedifferentieerd publiek. De toon is overwegend rechts.

  • Weg met de homo economicus

    Weg met de homo economicus

    De economische mens – rationeel, berekenend, uit op eigen voordeel – 
is al sinds Adam Smith de held van de aanhangers van de vrije markt. Maar volgens de Zweedse journaliste Katrine Marçal is het hoog tijd om afscheid te nemen van deze mannelijke creatie. In haar boek 
Je houdt het niet voor mogelijk breekt ze een lans voor een meer vrouwelijke kijk op economie, waarin ook plaats is voor emoties, altruïsme en zorgzaamheid. Een voorpublicatie.

    De schrijver van de boeken over Winnie de Poeh, A.A. Milne, merkte eens op dat vooral kinderen dol waren op verhalen over onbewoonde eilanden. Het idee om te stranden in een geïsoleerde wereld sprak op een bijzondere manier tot hun verbeelding.

    Milne meende dat dit was omdat het eenzame eiland het kind de meest effectieve mogelijkheid bood om te vluchten uit de werkelijkheid. Geen moeder, geen vader, geen broertjes en zusjes; geen sociale controle, plichten, conflicten of machtsspelletjes. Een heel nieuwe wereld. Helder en duidelijk. Je bent vrij en alleen, met slechts je eigen voetsporen in het zand. En vooral: het is een wereld waarin het kind zelf de macht kan opeisen.

    De troon bestijgen en zichzelf uitroepen tot zonnegod.

    Je kunt zeggen dat economen een beetje op kinderen lijken. Velen van hen zijn dol op Robinson Crusoe. De meeste mensen die economie hebben gestudeerd, hebben hun docent wel een versie van Daniel Defoe’s roman uit 1719 horen vertellen. Je kunt je natuurlijk afvragen wat een verhaal over een blanke, racistische man, die zesentwintig jaar in zijn eentje op een onbewoond eiland woont voor hij vriendschap sluit met ‘een wilde’, te zeggen heeft over moderne economieën.

    Maar dan heb je nog niet begrepen waar het in de economische wetenschap om draait.

    Daniel Defoe’s schipbreukeling wordt gezien als de ultieme economische mens. Crusoe is terechtgekomen op een onbewoond eiland zonder sociale codes en wetten. Er is niets wat de economie hindert en het eigenbelang kan ongestoord worden nagejaagd. Op Crusoe’s eiland is de economische impuls van de rest van de wereld afgescheiden en daarom is Crusoe voor economen een schoolvoorbeeld.

    Op de markt worden wij geacht anoniem te zijn. Daarom zou de markt ons vrijmaken. Het doet er niet toe wie je bent. Karaktereigenschappen en persoonlijke relaties spelen geen rol. Alleen je betaalvermogen is van betekenis. De keuzes die mensen maken, zijn vrij en onafhankelijk, we staan los van onze achtergrond of omgeving, als eenzame eilanden in een lege oceaan. Niemand beoordeelt ons en niemand houdt ons vast of tegen. Er zijn alleen begrenzingen van technische aard: het eindige aantal uren in een dag en de eindige voorraden natuurlijke hulpbronnen. Robinson Crusoe is vrij en zijn relaties met andere mensen zijn vooral gebaseerd op het nut dat ze voor hem kunnen hebben.
    Niet omdat hij slechts is, maar omdat dat rationeel is – zoals rationeel in dit verhaal wordt voorgesteld.

    Robinson Crusoe is hét voorbeeld van de economische mens

    In de roman wordt Robinson Crusoe in York in Groot-Brittannië geboren. Zijn vader is koopman en Robinson heeft twee oudere broers. De ene sterft in een oorlog en de andere verdwijnt. Robinson studeert rechten maar voelt zich niet erg aangetrokken tot het veilige bestaan van de Britse middenklasse. In plaats daarvan monstert hij aan op een schip naar Afrika. Na een aantal reizen komt hij uiteindelijk in Brazilië. Daar begint hij wat ten slotte een zeer succesvolle plantage zal worden. Robinson Crusoe wordt rijk. Maar Robinson Crusoe wil nog rijker worden. Er varen schepen naar Afrika om slaven te halen en hij gaat aan boord. Tijdens zijn laatste reis vergaat zijn schip en Robinson Crusoe spoelt als enige aan op een nabijgelegen onbewoond eiland.

    Hier begint het avontuur.

    © Roel Burgler / HH
    © Roel Burgler / HH

    Probleemoplossend vermogen

    Robinson leeft vele jaren in isolement, met slechts een paar dieren als gezelschap. ‘Wilden’ en kannibalen plunderen de stranden. In zijn logboek houdt hij in kolommen niet alleen bij over hoeveel geld en materieel hij beschikt, maar ook hoeveel geluk en pech hij heeft.
    Hij mag dan op een onbewoond eiland zijn – maar hij leeft.
    Hij mag dan geïsoleerd zijn van de anderen – maar hij verhongert niet.
    Hij mag dan geen kleren hebben – maar het klimaat is aangenaam.
    In iedere situatie berekent Robinson de winst. En hij is heel tevreden. Vrij van begeerte, jaloezie en trots. Vrij van andere mensen. Triomfantelijk schrijft hij dat hij kan doen en laten wat hij wil. Hij kan zich koning of keizer van het eiland noemen. Wat een feest! Vrij van afleiding en lichamelijke lusten richt hij zich op bezit en controle. Het eiland ligt daar om door hem veroverd te worden en de natuur is er om door hem getemd te worden.
    De roman over Robinson Crusoe wordt vaak verteld als illustratie van het probleemoplossend vermogen en de vindingrijkheid van de mens. Robinson kweekt mais, maakt aarden kruiken en melkt geiten. Hij maakt kaarsen van geitentalg en twijnt pitten van gedroogde brandnetels. Maar het is niet alleen Robinsons vindingrijkheid waarop het kleine eenmansmaatschappijtje is gebouwd. Hij gaat in totaal dertien keer naar het gestrande schip om materialen en werktuigen te halen. Die gebruikt hij om het eiland en op den duur ook andere mensen aan zich te onderwerpen.
    Die werktuigen en materialen zijn geproduceerd door anderen, ook al zijn ze nog zo ver weg. En Robinson is volledig van hun werk afhankelijk.
    Na vijfentwintig jaar op het eiland komt Robinson uiteindelijk in aanraking met een inboorling. Hij redt hem van de kannibalen en geeft hem de naam van de dag waarop ze elkaar hebben ontmoet. Vrijdags dankbaarheid kent geen grenzen. Hij houdt van Robinson als van een zoon en werkt voor hem als een slaaf. Vrijdag, die zelf een kannibaal is, verlangt wel naar mensenvlees maar verandert zijn eetgewoonten uit consideratie met Robinson. Bijna drie jaar brengen ze met elkaar door in wat de schrijver Daniel Defoe beschrijft als een staat van volkomen geluk. Ten slotte worden ze ontdekt en varen ze terug naar Europa.
    Na aankomst in Lissabon ontdekt Robinson dat hij ongelooflijk rijk is geworden. De plantage in Brazilië is tijdens zijn afwezigheid door zijn arbeiders gaande gehouden en heeft al die jaren dat hij weg was grote winsten gemaakt. Robinson verkoopt zijn aandeel, trouwt en krijgt drie kinderen. Daarna sterft zijn vrouw. Die serie gebeurtenissen – huwelijk, kinderen en dood – wordt in de roman met één enkele zin beschreven.
    En Crusoe gaat weer scheep.

    Alles moet gekocht, geruild en verkocht worden met een zo groot mogelijke winst

    Homo economicus

    De Ierse schrijver James Joyce beschreef Robinson Crusoe als de belichaming van de ‘mannelijke zelfstandigheid, onbewuste wreedheid, koppigheid, trage maar effectieve intelligentie, seksuele apathie en berekende zwijgzaamheid’.
    Robinson Crusoe leeft in afzondering, en economen houden ervan mensen af te zonderen. De op zijn onbewoonde eiland gestrande Robinson maakt het mogelijk na te denken over de manier waarop de mens zonder of los van zijn omgeving zou reageren. Dat is precies wat de meeste economische standaardmodellen doen. Ceteris paribus, oreert de hoogleraar economie enthousiast in het Latijn. ‘Het overige blijft gelijk.’ In een economisch model dat meerdere variabelen kent, moet je één enkele variabele isoleren – anders werkt het niet. Slimme economen zijn zich altijd bewust geweest van het probleem van deze redeneerwijze, maar zij vormt nog steeds de basis van ‘hoe een econoom moet denken’. Je moet de wereld kunnen vereenvoudigen om eraan te kunnen rekenen en men heeft ervoor gekozen om dat op Adam Smiths wijze te doen.
    In het boek schept Robinson Crusoe snel een economie. Hoewel er geen geld is op het eiland, koopt en ruilt hij naar hartelust – de waarde van goederen wordt bepaald door de vraag.
    Het principe dat de waarde van een goed wordt bepaald door de vraag, wordt ook verteld in de vorm van een verhaal over twee gestrande mannen.
    Stel je twee mannen op een onbewoond eiland voor: de ene heeft een zak rijst en de andere heeft tweehonderd gouden kettingen. Thuis op het vasteland had je met een gouden ketting een hele zak rijst kunnen kopen, maar nu zijn de mannen niet op het vasteland. Ze zijn gestrand en dat verandert de waarde van hun spullen.
    De man met de rijst kan plotseling alle gouden kettingen vragen voor één portie rijst. Misschien wil hij zelfs wel helemaal niet ruilen. Wat moet hij op het eiland met een gouden ketting? Economen zijn dol op dit soort verhalen, ze knikken en vinden dat ze iets ongehoord diepzinnigs hebben ontdekt over hoe mensen functioneren.
    In hun standaardmodellen is er namelijk nooit sprake van dat twee mensen op een verlaten eiland misschien wel met elkaar gaan praten of dat ze zich eenzaam voelen. Bang zijn. Elkaar nodig hebben. Na een tijdje te hebben gekletst, zouden ze erachter zijn gekomen dat ze als kind geen van beiden van spinazie hielden en dat ze ooms hadden die lange periodes aan de drank waren. Nadat ze daar een tijdje over hadden gepraat, hadden ze de rijst waarschijnlijk gedeeld. Het feit dat wij mensen op deze manier kunnen reageren, heeft dat geen economische betekenis?
    De mannen in het verhaal zitten niet zozeer vast op een onbewoond eiland, ze zitten vooral vast in zichzelf. Solistisch. Geïsoleerd. Onbereikbaar. Slechts door middel van handel en concurrentie in staat tot interactie met elkaar. Niet in staat de wereld om zich heen als iets anders te zien dan een reeks goederen. Alles moet gekocht, geruild en verkocht worden met een zo groot mogelijke winst.
    Robinson Crusoe is hét voorbeeld van de economische mens. Homo economicus wordt hij genoemd, en deze ligt ten grondslag aan alle bekende economische theorieën. De economische wetenschap meende dat de studie zich moest richten op het individu. Om die reden moest men een vereenvoudigd verhaal bedenken over hoe het individu zich gedroeg. Zo ontstond er een model van menselijk handelen dat het economisch denken sindsdien heeft bepaald. En bovendien is dit individu een ongehoord charismatische persoon.
    Wie economie studeert, moet een sprookje leren over een man die de wereld intrekt om zijn winst te maximaliseren. Onder de geldende omstandigheden en beperkingen. Hij wordt geacht een algemeen geldende, zij het vereenvoudigde, beschrijving te zijn van wat de mens is. Het gaat op voor zowel mannen als vrouwen, rijken als armen, ongeacht cultuur of religie, voeten of handen. De economische mens beweert in ieder van ons een puur economisch bewustzijn te beschrijven. Waardoor we wensen formuleren en die vervolgens proberen te vervullen.
    De economische mens is rationeel en wordt geleid door zijn verstand, hij doet niets wat hij niet hoeft te doen en als hij het toch doet dan is het om genot te verkrijgen of pijn te vermijden. Hij zal altijd pakken wat hij pakken kan, alles doen om te winnen, om degenen die in de weg staan te slim af te zijn of desnoods uit de weg te ruimen.
    De economische standaardmodellen zeggen dat wij in feite allemaal zo zijn. In elk geval voor zover wij voor economen relevant zijn. En daarom moet dát deel door economen bestudeerd worden. De meest fundamentele eigenschap van mensen is dat wij eindeloos veel willen hebben. Alles. Nu. Meteen. Maar dat kan niet. De eindeloze wensen van mensen worden begrensd door de beperkte hoeveelheid middelen op de wereld en door het feit dat ieder ander natuurlijk ook dingen wil hebben. Alles. Nu. Meteen. En als je niet alles kunt krijgen, dan moet je kiezen. Schaarste maakt keuze noodzakelijk.
    Keuze betekent alternatieve kosten, gemiste inkomsten van de niet-gekozen mogelijkheden. Kies je het ene pad, dan kun je niet tegelijkertijd ook het andere kiezen. De economische mens heeft bepaalde voorkeuren.
    Als hij liever tulpen wil dan rozen en liever rozen dan margrieten, dan kiest hij ook eerder tulpen dan margrieten. Bovendien is hij altijd rationeel – hij kiest de minst kostende weg om zijn doelen te bereiken.
    We bedenken wat we willen hebben en vervolgens komen we in actie om het te verkrijgen. We berekenen de kortst mogelijke afstand tussen A en B. We willen zo veel mogelijk tegen zo laag mogelijke kosten. 
Daar gaat het allemaal om. Je beslist wat je wilt en in welke volgorde. Vervolgens probeer je eraan te komen. Klaar voor de start … af. Dan begint het leven. En zo eindigt het trouwens ook. Goedkoop inkopen, duur verkopen.
    Het grote voordeel van de economische mens is dat hij voorspelbaar is. Daarom kun je alle problemen die hij ontmoet in elegante wiskunde uitdrukken. De mens als homo economicus is berekenbaar. Er is slechts eigenbelang en uit een dood universum kunnen we de natuurwetten van de samenleving afleiden.

    Je kunt zeggen dat economen een beetje op kinderen lijken
    © Roel Burgler / HH
    © Roel Burgler / HH

    Rationeel en egoïstisch

    Net als Robinson Crusoe was de economische mens een moderne mens die zich had vrijgemaakt van ouderwetse, irrationele onderdrukking. Net als Robinson Crusoe kon hij zichzelf redden, was er geen koning of keizer die hem kon voorschrijven wat hij moest doen. Hij was zijn eigen koning of keizer, hij was vrij en van niemand. Zo was de nieuwe mens, waarmee de economische wetenschap de moderne tijd betrad.
    De economische mens bepaalde zijn eigen leven en liet anderen hun leven bepalen. Hij was ongehoord competent. Domweg omdat hij mens was. Zijn 
superieure verstand maakte hem tot heer over zijn eigen wereld, en niet tot dienaar of ondergeschikte. Hij was vrij. Hij kon in iedere situatie bliksemsnel alle mogelijke alternatieven overzien en tegen elkaar afwegen. Zoals een schaker op wereldniveau doorkruiste hij met al zijn keuzemogelijkheden het bestaan. Zo was de menselijke natuur, zeiden de economen van de negentiende eeuw. Bovendien was de mens tolerant: de economische mens beoordeelde anderen niet op hun afkomst maar op hun (mogelijke) toekomst. Hij was bovendien nieuwsgierig en flexibel. Hij streefde er altijd naar het beter te krijgen. Meer te hebben. Meer te zien. Meer te beleven.
    Werken heeft geen intrinsieke waarde, vindt de economische mens, maar het is nodig om ergens te komen. Hij stelt doelen, komt in actie, vinkt ze af en gaat verder. Hij blijft nooit staan bij wat voorbij is, kijkt alleen maar vooruit. Wil hij jou hebben, dan doet hij er alles aan om jou te krijgen. Liegen, stelen, vechten, alles verkopen wat hij heeft. Hij is solistisch maar zijn solisme is wellustig. Hij doet altijd alles om zijn verlangens te bevredigen. Liever door af te dingen en te onderhandelen dan door geweld te gebruiken. Niet iedereen kan nu eenmaal tegelijk aan de trog. De goederen en diensten in de wereld zijn begrensd. Hij bewondert mensen die geslaagd zijn. Het gaat erom te krijgen wat je wilt. Het in je handen te houden en te zeggen: ‘Dit is van mij’.
    Aan het eind van de film zal hij altijd in zijn eentje wegrijden, de zonsondergang tegemoet.
    Emoties, altruïsme, zorgzaamheid komen niet in de economische standaardtheorieën voor. De economische mens kan een voorkeur hebben voor saamhorigheid of voor een bepaald gevoel maar het is slechts een voorkeur – net zoals je appels kunt prefereren boven peren. Soms wil hij iets voelen – vanwege de ervaring. Maar gevoelens zijn geen onlosmakelijk deel van hem. Voor de economische mens is er geen kindertijd, hij is van niets of niemand afhankelijk en er is geen maatschappij die hem beïnvloedt. Hij herinnert zich zijn eigen geboorte. Die was niet anders dan al het andere.
    Rationeel, egoïstisch en niet afhankelijk van zijn omgeving. Alleen op een eiland of alleen in de maatschappij, het maakt niet uit. Er bestaat geen samenleving, er zijn alleen individuen.
    Economie wordt dus de wetenschap van het ‘conserveren van liefde’. De samenleving wordt bijeengehouden door eigenbelang. Uit Adam Smiths onzichtbare hand wordt de economische mens geboren. De liefde kon worden bewaard voor de privésfeer. Het was belangrijk die apart te houden.
    Anders zou de honingpot weleens leeg kunnen raken.

    Wij zijn bezig de mannen te worden met wie we vroeger wilden trouwen

    Greed is good

    Bernard de Mandeville, een Nederlandse arts die in Engeland werkte, publiceerde in 1714 zijn beroemde fabel over bijen. Grinnikend beschrijft hij hoe zij, als iedere bij zelf doet wat zij wil, ook het beste resultaat voor de hele kast bereiken. Het eigenbelang dient het algemeen belang, zolang de bijen maar hun gang mogen gaan. Als je je ermee bemoeit, komt er geen honing. IJdelheid, jaloezie en hebzucht vergroten merkwaardig genoeg het geluk in de kast. Die lage gevoelens doen bijen harder werken. Zo krijgen we economische groei en blijft de honing altijd vloeien. Greed is good. Op eigenbelang kunnen we bouwen.
    Als iedereen egoïstisch handelt, vindt er een magische omwisseling plaats naar wat het beste is voor het geheel. Net zoals bij Smith. Ons egoïsme en onze hebzucht kunnen door de onzichtbare hand van de economie worden omgezet in harmonie en balans – een verhaal dat qua zingeving en vergiffenis niet onderdoet voor de diepste mysteriën van de Katholieke Kerk. Jouw hebzucht en egoïsme vormen eigenlijk jouw verzoening met andere mensen.
    ‘Amerika functioneert niet zonder diepgeworteld geloof – en het doet er niet toe welk’, zei president Dwight D. Eisenhower.
    Het idee dat de economie door een onzichtbare hand gestuurd werd, ontwikkelde zich tot de gedachte dat de markt ook een einde zou maken aan de geschiedenis. Als onze economische belangen steeds verder vervlochten zouden raken, zouden de primitieve conflicten van daarvoor niet langer nodig zijn. Je schiet je neef niet neer omdat hij moslim is als je gemeenschappelijke economische belangen hebt. Je rent niet naar je buurman om die te vermoorden omdat je dochter met hem naar bed is geweest als jouw bedrijf van hem afhankelijk is.
    De onzichtbare hand houdt je tegen.
    De bloedige gebeurtenissen van de twintigste eeuw hebben laten zien dat de mens niet zo eenvoudig in elkaar zit. Maar het is een goed verhaal. En de meeste mensen willen een goed verhaal niet nader onderzoeken.
    In elk geval niet grondig en vrijwillig.
    Het mechanisme van de markt zou wereldvrede en geluk voor iedereen kunnen produceren uit zoiets simpels als onze ordinaire smerige gevoelens. Het is dus niet zo vreemd dat we ons hebben laten verleiden. Exploitatie was niet langer persoonlijk. De vrouw die haar rug ruïneert voor 6 dollar per uur doet dat niet omdat iemand slecht is of haar daartoe heeft veroordeeld. Niemand is schuldig, niemand is verantwoordelijk. Het is gewoon de economie. En die is aangeboren. Die is in feite ons diepste wezen.
    Omdat wij allemaal als de economische mens zijn.

    Katrine Marçal

    Je houdt het niet voor mogelijk verscheen begin oktober bij De Geus.

    Wie is Katrine Marçal?
    Katrine Marçal (1983) is een Zweedse journaliste en woont in Londen. Op haar 22ste begon ze met schrijven voor het grote Zweedse dagblad Aftonbladet en op haar 25ste werd haar eerste boek gepubliceerd. Je houdt het niet voor mogelijk stond in Zweden op de shortlist voor de Augustprijs en werd bekroond met de Lagencrantzer Award.

    Ontmoet Katrine Marçal
    360 Magazine organiseert samen met De Balie en De Geus op 21 oktober een bijeenkomst met Katrine Marçal. Zij gaat in gesprek met schrijfster Myrthe Hilkens. Kaarten kunt u bestellen bij de kassa van De Balie. www.debalie.nl

    Foto’s
    Fotograaf Roel Burgler volgt Marjolein en gezin sinds 2010. Boven: Marjolein gebruikt een insectenzuigpompje om het gif van een wesp uit de voet van dochter Linda (4) te zuigen, voor de tent op de camping. Onder: Marjolein schilt aardappelen terwijl zoon Thomas op haar smartphone en laptop wilt spelen. Links: Marjolein werkt op haar laptop op een deken in het park. © Roel Burgler / HH