De nieuwe protectionistische koers van de Verenigde Staten kan enorme gevolgen hebben voor de Europese export. In Duitsland maakt vooral de autoindustrie zich zorgen.
Op 27 januari 1867, vrijwel exact honderdvijftig jaar geleden, neemt in het Zwabische stadje Heidenheim handwerksman Friedrich Voith de smederij over van zijn vader Johann Matthäus. Het duurt niet lang of hij werkt zich op tot fabrikant. Hij levert papiermachines aan het Russische tsarenrijk, bouwt in China de eerste waterkrachtcentrale en verscheept turbines naar de Amerikaanse Niagarawatervallen. In 1903 wordt in de waterkrachtcentrale daar de grootste turbine ter wereld in werking gesteld, gefabriceerd in het Zuid-Duitse heuvelland.
Tegenwoordig is Voith een trots familiebedrijf met 19.000 medewerkers in zestig landen. Het bedrijf maakte Heidenheim en omgeving welvarend en getuigt tot op de dag van vandaag van de zegeningen van de globalisering. Dankzij de ingenieurs valt Duitsland als wereldkampioen export bovendien maar moeilijk te onttronen. Op het jubileum vraagt de bij Voith aangestelde topman Hubert Lienhard zich bezorgd af hoe het met de vrije handel verder moet, nu er in het Witte Huis een man zit die het rad van de globalisering terug wil draaien.
Nu kunnen we ons afvragen of we niet onder een teveel aan Trump-hysterie gebukt gaan. Jullie doemdenkers moeten niet zo overdrijven, wat is nou 10 procent export meer of minder? Zo erg is dat toch niet?
America first, luidt het parool. Globalisering is alleen goed als het de VS ten goede komt, dus als het zorgt voor Amerikaanse arbeidsplaatsen en Amerikaanse winsten. Zo niet, dan trekt de president muren op. ‘Strafheffingen en handelsbeperkingen passen niet in de eenentwintigste eeuw,’ windt de topman van Voith, tevens voorzitter van de afdeling Azië-Stille Oceaan van het Duitse bedrijfsleven, zich op. En hij vraagt zich af wat velen zich dezer dagen afvragen: hoe zwaar kan Donald Trump de Duitse industrie schaden? Kunnen we het desnoods ook zonder Amerika af? En wat betekent dit alles voor onze welvaart?
Eerst maar eens de kale cijfers, en die zijn onheilspellend genoeg: Amerika is Duitslands belangrijkste handelspartner, elk jaar goed voor bijna 10 procent van de export. Trump heeft uit de grote aantallen fraaie Duitse limousines op straat de juiste conclusies getrokken: de Amerikanen zijn dol op Duitse producten, en niet zo’n beetje ook. Dat is geen nepnieuws en ook geen alternatief feit. De export naar de VS groeide de afgelopen tien jaar met 64 procent, gewild zijn Duitslands klassiek sterke kanten: auto’s, chemie, machinebouw – de bedrijfstakken die het land al tientallen jaren lang werk en welvaart garanderen.
Twee miljoen arbeidsplaatsen zijn alleen al van de auto-industrie afhankelijk. Die is goed voor 8 procent van Duitslands totale toegevoegde waarde. In geen enkel ander land is deze bedrijfstak zo dominant, een gevolg van de wereldwijde faam van de Duitse merken: driekwart van de productie is bestemd voor de export, en weer gaat Amerika aan kop. ‘Met alleen al de uitvoer van auto’s naar Amerika zijn 200.000 arbeidsplaatsen gemoeid’, rekent het Institut für Weltwirtschaft in Kiel voor. Maar als de exportindustrie lijdt, lijden ook de werknemers. Dan verdienen ze minder geld, geven ze minder uit, neemt de binnenlandse vraag af en komt er een neerwaartse spiraal op gang, waarschuwt Marcel Fratzscher, directeur van het Deutsches Institut für Wirtschaftsforschung (DIW).
Geen twijfel mogelijk, de Duitse economen zijn zeer bezorgd over wat de machtigste man ter wereld elke dag aan hatelijkheden over de wereldhandel twittert. ‘Onder president Trump dreigen we in een handelsoorlog met Amerika te belanden,’ zegt Fratzscher. Duitsland werkt op Trump als een rode lap, omdat het zo veel meer naar Amerika exporteert dan omgekeerd. De door Trump aangekondigde strafheffingen moeten eerst alleen voor Mexico gelden, maar daarna ook voor landen die een positief handelssaldo met Amerika hebben, China en Duitsland voorop.
Voor de schade die dat tot gevolg heeft, heeft Clemens Fuest, directeur van het IFO-Institut (IFO staat voor Information und Forschung), de cijfers paraat. In zijn somberste scenario lopen 1 miljoen arbeidsplaatsen in de Duitse exportindustrie gevaar, en verder 600.000 banen bij Amerikaanse bedrijven in Duitsland. ‘In geval van een escalatie met tegenmaatregelen vanuit Europa zijn die ook niet zeker,’ zegt Fuest. ‘Al met al worden 1,6 miljoen arbeidsplaatsen bedreigd wanneer de economische relaties met Amerika tot nul worden gereduceerd – voor Duitsland een horrorscenario.’
Het roept bij Dennis Snower, directeur van het Kielse Institut für Weltwirtschaft, zelfs herinneringen op aan de jaren twintig, toen handelsoorlogen de wereldeconomie in een afgrond stortten – met fatale gevolgen: ‘Uit deze bittere ervaring hebben we allemaal ons lesje geleerd – behalve Donald Trump,’ zegt Snower. ‘We leven in een tijd waarin de liberale wereldorde onder vuur ligt.’
Nu kunnen we ons afvragen of we niet onder een teveel aan Trump-hysterie gebukt gaan. Jullie doemdenkers moeten niet zo overdrijven, wat is nou 10 procent export meer of minder? Zo erg is dat toch niet?
‘Het is nog erger,’ antwoorden de experts. Feit is dat we met alleen de exportcijfers het Amerikaanse belang voor de Duitse economie fors onderschatten; in de handelsstatistieken komt maar een fractie naar voren van wat er op het spel staat. Zo’n 3500 Duitse ondernemingen hebben dochtermaatschappijen in Amerika, waar ze aan meer dan 620.000 mensen werk verschaffen. Die komen niet voor in de handelsbalans, maar het geld dat ze verdienen komt wel terecht bij het moederbedrijf in Duitsland – en bij de biotoop eromheen: adviseurs en juristen, bakkers, slagers, burgemeesters.
De wereld één fabriek
Traditiegetrouw onderhouden Duitsland en Amerika nauwe relaties, gegroeid in de afgelopen honderdvijftig jaar sinds beide landen Engeland als leidende wereldmacht begonnen uit te dagen. Johann August Roebling, een Thüringse ingenieur, ontwierp de Brooklyn Bridge in New York. Carl Laemmle, zoon van een joodse veehandelaar die niet ver van de Voiths opgroeide, stond mede aan de wieg van de filmindustrie in Hollywood. En omgekeerd stond autopionier Henry Ford keverbouwer Ferdinand Porsche al bij met raad en ingenieurs om de Volkswagenfabriek in Wolfsburg van de grond te tillen.
Vandaag de dag is elke onderneming van enig belang in Amerika aanwezig, zowel het beursgenoteerde bedrijf als de hidden champion uit de provincie. En om Trump te kalmeren, praten alle bestuurders van ondernemingen nu net als Voith-chef Lienhard: ‘In Amerika zijn we een zo goed als Amerikaans bedrijf.’ De Duitsers doen meer dan het meebrengen van hun producten, ze produceren ook ter plekke en doen er onderzoek. Voith alleen al op twintig plaatsen.
Hoe sterker de arbeidsdeling in de wereld is, hoe moeilijker het wordt om etiketjes op producten te plakken, zegt DIW-directeur Fratzscher: ‘Een Duits product dat voor honderd procent Duits is bestaat niet, zoals er ook geen echt Amerikaanse producten bestaan.’
In een geglobaliseerde wereld stuit het nationalisme op zijn grenzen, de zaak wordt snel absurd. ‘Tegenwoordig is de hele wereld één enkele fabriek, dan is het geen goed idee om muren op te trekken,’ zegt Dennis Snower, de Oostenrijks-Amerikaanse econoom uit Kiel. ‘Als het om economie gaat, dan is die vervlochten,’ wist Kurt Tucholsky al. Dan wordt het lastig uitwijken: waar moet die 10 procent export dan naartoe? Het gaat per slot van rekening om producten ter waarde van 114 miljard euro, die iemand anders moet betalen. Toen tijdens de financiële crisis de afzet aan auto’s in Zuid-Europa in een mum van tijd stagneerde, schakelde de industrie vliegensvlug om richting China. Dat zal met Trump moeilijk worden, als die tegelijkertijd de Chinese economie aanvalt. Naarmate hij daarin slaagt, treft hij ook de Duitse industrie.
Wanneer de exportinkomsten van China dalen – waar Trump onbetwist op uit is, ‘hebben Duitse concerns en middenstanders hier ook onder te lijden,’ zegt IFO-directeur Fuest. Het verband is simpel: ‘Als China in zijn fabrieken minder goederen voor Amerika produceert, heeft China ook minder behoefte aan machines uit Duitsland.’ Deze indirecte gevolgen van Trumps antivrijhandelspolitiek schatten economen nog ernstiger in dan de directe effecten. Wat overblijft is de hoop dat Trump zich inhoudt – in eigen Amerikaans belang.
Zondagseditie van een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.
CONTEXT: Vaarwel, verdragen
Donald Trump had tijdens de campagne zijn protectionistische voornemens duidelijk aangekondigd – en hij houdt woord. Nauwelijks had hij zich gevestigd in het Witte Huis, of de president, die trots het ‘America first’ verkondigt, haastte zich om op 23 januari de terugtrekking van de VS uit het Trans-Pacific Partnership (TPP) te ondertekenen, een vrijhandelsverdrag waarvan de tekst toch al in 2015 na harde onderhandelingen was ondertekend door twaalf landen in Azië en rond de Stille Oceaan.
Het nieuwe staatshoofd heeft trouwens ook al enkele malen zijn voornemen aangekondigd de onderhandelingen te heropenen over het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord NAFTA, met Canada en Mexico, dat sinds 1994 van kracht is.
Trump heeft het Amerikaanse bedrijfsleven tevens een drastische inperking van de regelgeving beloofd, naast een massale belastingverlaging. Hij spoort de Amerikaanse ondernemers aan hun activiteiten in het buitenland te repatriëren naar het eigen land en wil daartoe de importen vanuit Mexico met 20 procent gaan belasten. Die aankondiging kwam op dezelfde dag dat de Mexicaanse president Enrique Peña Nieto liet weten af te zien van zijn bezoek aan Washington, onderstreept Business Insider, een Duits-Amerikaanse website, gevestigd in New York.
Twee maanden nadat premier Modi plotseling alle biljetten van 500 en 100 roepie ongeldig verklaarde, wacht de Indiase economie nog steeds op een herstart.
De respijtperiode van vijftig dagen die premier Modi had ingesteld om de problemen rond de ongeldigverklaring (op 8 november 2016) van de bankbiljetten van 500 en 1000 roepie op te lossen, zijn verstreken zonder dat er veel verbetering is gekomen in het tekort aan contant geld. Economen beginnen zich nu zorgen te maken over de kortetermijninvloed op de groei van het bbp. ‘Vergeleken met de trends tot aan november is er in de productiesector en de dienstverlening geen sterke groei te zien. In de eerste helft van het fiscale jaar 2016-2017 ging het langzamer dan in dezelfde periode van het jaar daarvoor,’ zegt Shashanka Bhide, hoofd van het Madras Institute of Development Studies. ‘De tweede helft zal natuurlijk beïnvloed worden door de demonetisatie. Het is nu moeilijker te voorspellen wanneer er weer een opleving komt, want die is afhankelijk van een remonetarisering.’
Lagere groei
Vrije toegang tot contant geld is van cruciaal belang om zaken te kunnen doen, vooral in de informele economie. Deze maakt volgens de officiële schatting dertig procent uit van de Indiase economie [en volgens andere schattingen zestig procent]. De IHS Markit India Purchasing Managers’ Index (PMI) laat zien dat het aantal bestellingen in de dienstensector in november voor het eerst in zeventien maanden afnam, en wel het scherpst in meer dan drie jaar. Ook de groei van de industriële productie daalde vanwege de berichten over geldtekorten. Vóór de geldafschaffing heerste er optimisme over een opleving van de economie, na twee jaren van droogte. Omdat de regering streeft naar een economie die minder afhankelijk is van contant geld, is het ook noodzakelijk dat de digitale infrastructuur snel wordt verbeterd en uitgebreid.
Na de afschaffing van de biljetten van vijfhonderd en duizend roepie voorspelde Goldman Sachs dat India’s bbp-groei van 7,6 procent vorig jaar zou afnemen tot 6,8 procent in dit jaar. Daardoor zouden de binnenlandse activiteiten aanzienlijk worden beperkt, wat vervolgens invloed heeft op de groei van het bbp. S&P Global Ratings heeft de groeivoorspellingen ook bijgesteld naar 6,9 procent na een eerdere schatting van 7,9 procent. De demonetisatie viel voor veel sectoren, waaronder het toerisme, juist in het hoogseizoen tussen Diwali (het lichtfeest dat in de herfst wordt gevierd) en januari.
‘Als de liquiditeitscrisis wordt opgelost en de pijn niet langer duurt dan tot het derde en vierde kwartaal van dit fiscale jaar, dan zou de groei dichter in de buurt van de 8 procent kunnen komen,’ zei Dharmakirti Joshi, chef-econoom bij S&P’s Indiase dochtermaatschappij CRISIL. Joshi is een van degenen die optimistisch is over toekomstige groeiverwachtingen aangezien ‘het fiscale en monetaire beleid van de NDA (Nationale Democratische Alliantie)-regering de afgelopen tweeëneenhalf jaar heel verantwoordelijk is geweest’.
Sociaal wetenschapper G.K. Karanth meent dat de NDA-regeringsperiode tot nu toe, afgezien van de geldafschaffing, gedefinieerd kan worden als ‘vrij kalm’. Paradoxaal genoeg zijn het niet alleen de armen en de middenklasse die last hebben van Modi’s wisseltruc, maar ook de welgestelden. Dit is de enige voldoening voor de arme, gekwelde, ‘gewone’ man. ‘Er werd een soort sardonisch plezier ontleend aan het feit dat veel mensen met zwart geld problemen hadden om hun ongeldig verklaarde biljetten te wisselen. De verwachtingen voor de toekomst zijn nog steeds hooggespannen. De komende tweeëneenhalf jaar zijn bepalend voor de regering-Modi, omdat ze het resultaat van de demonetisatie moet aantonen,’ zegt Karanth.
‘Ik ben bang dat hij van plan is het drama te laten voortduren. Als iets mislukt, probeert hij de aandacht af te leiden door een andere zet te doen’
Terwijl de gewone man nog worstelde met de geldcrisis, kreeg hij de afgelopen maand nog meer slecht nieuws in de vorm van een verlaging van de socialezekerheidsuitkeringen en een stijging van de benzine- en dieselprijzen. Die laatste was een gevolg van de verhoging van de internationale prijzen, nadat de olieproducerende landen hadden afgesproken de productie vanaf 1 januari te beperken. Die stijging zal de regering van het van import-afhankelijke India onder druk zetten. Die had namelijk de lage wereldprijzen gebruikt om haar inkomsten te verruimen via hogere accijnzen. Terwijl corrupte lieden nieuwe manieren beramen om aan meer geld te komen, en de gewone man nog wacht op de winst van de wisseltruc, krijg je hoe langer hoe meer het gevoel dat er onder het huidige NDA-regime niet veel is veranderd.
Narendar Pani, professor aan het National Institute of Advanced Studies, vergelijkt Modi’s bewind met de regeerstijl van de vorige premier Indira Gandhi, die de nadruk legde op ‘standvastigheid’. ‘De NDA is al deze hele regeerperiode op zoek naar een groots idee dat meer geïdentificeerd zou worden met Modi dan met zijn partij. Die zoektocht gaat nog door. Er zijn al veel ideeën weggehoond, vooral dat van de geldafschaffing,’ aldus Pani.
Ontwikkelingseconoom Jayati Ghosh vergelijkt Modi ook met Indira Gandhi en voegt eraan toe: ‘Het is erger, want in tegenstelling tot Mrs. Gandhi raadpleegt Modi niemand en neemt hij geen adviezen aan. De demonetisatie is daar het grootste voorbeeld van. Ik ben bang dat hij van plan is het drama te laten voortduren. Als iets mislukt, probeert hij de aandacht af te leiden door een andere zet te doen.’
Dus of het nu gaat om plannen voor hogesnelheidstreinen [een samenwerking met Japan], voor het fabriceren van artikelen in India of voor slimme steden, in werkelijkheid is er nog weinig van terug te zien. Een recent rapport van de HSBC-bank wijst erop dat India in de komende tien jaar een tekort van twintig miljoen banen te wachten kan staan. Het rapport meldt tevens dat het werkloosheidscijfer in India omhooggeschoten is tot vijf procent in 2015-2016, het hoogste cijfer in vijf jaar. Dat is zorgelijk in een land waarin de helft van de bevolking onder de vijfentwintig jaar is.
Verkooppraatje
‘Het verkooppraatje van Modi’s uiterst succesvolle verkiezingscampagne speelde niet alleen in op het hindoenationalisme, maar ook op de hoop van een groot aantal burgers, voornamelijk uit de stedelijke middenklasse, dat er over de hele linie een versnelde ontwikkeling op gang zou komen. Maar op dit moment heerst er in grote delen van de maatschappij angst en onzekerheid, die grotendeels veroorzaakt zijn door overhaaste en wereldvreemde acties van de regering,’ zegt T.R. Raghunandan, adviseur van het Accountability Initiative.
Hoewel er door de regering veel nieuwe programma’s en beleidsmaatregelen zijn aangekondigd, worden er maar zelden succesvol nieuwe wegen ingeslagen. Voorbeelden hiervan zijn de verhoging van de belastinginkomsten van de Staten van 32 tot 42 procent, en het initiatief om de Planningcommissie af te schaffen [die in 2015 werd vervangen door een nieuw studie- en planningsorgaan]. Bovendien is de minister-president persoonlijk geïnteresseerd in de uitvoering van de ‘Schoon India’-campagne. De bezuinigingen op de uitgaven in de sociale sector – of het nu onderwijs, gezondheidszorg, landbouw of rurale werkvoorziening betreft – moeten worden verdoezeld door publiciteitscampagnes om het electoraat niet te laten afhaken.
Ontwikkelingseconoom Renana Jhabvala zegt: ‘De tweeëneenhalf jaar waarin de NDA nu regeert, straalden actie uit in vergelijking met het vorige regime omdat alle plannen, die al eerder klaarlagen, beter geïmplementeerd werden.’ Maar het kortwieken van ngo’s ‘is niet erg positief ontvangen omdat die maatregelen met argwaan worden bekeken’, zegt Jhabvala, die tevens nationaal coördinator van de ngo SEWA is. Ze is ook teleurgesteld door het gebrek aan vooruitgang in de implementatie van de Wet op de straatverkoop uit 2014. Die wet had veel kunnen betekenen voor de bescherming van arme mensen, in het bijzonder die in de steden, tegen de druk om smeergeld te betalen. Gezien de stap van de regering om zwart geld te bestrijden door de ongeldigverklaring van de twee bankbiljetten, is dit gebrek aan actie moeilijk verklaarbaar. Het wachten op ‘Achhe Din’ (Modi’s slogan ‘Goede dagen komen’) gaat door.
Een van de meest gelezen Engelstalige weekbladen van India. Onderscheidt zich van andere weekbladen door stevige kritiek op onder meer conservatieve hindoepartijen.
Het protectionisme is weer helemaal terug in de wereldeconomie. Duitse bedrijven die voor een groot deel afhankelijk zijn van de export, reageren door hun productie te verplaatsen naar het buitenland.
In 1834 vond Sebastian Staedtler in Neurenberg het moderne kleurpotlood uit. Hij was erin geslaagd, zo verkondigde hij trots, ‘roodkrijtpotloden te maken die wat kwaliteit betreft alle andere potloden ver achter zich laten’. Staedtler presenteerde zijn nouveauté op de wereldtentoonstelling in New York, en al snel leverde zijn bedrijf potloden tot in het Verre Oosten toe; een global player in de late biedermeierperiode.
Vandaag de dag is Staedtler in meer dan honderdvijftig landen vertegenwoordigd, rond de 80 procent van de productie is bestemd voor de export. ‘Wij zijn in grote mate aangewezen op vrije toegang tot buitenlandse markten,’ zegt de directeur van het bedrijf, Axel Marx. En die positie vindt hij zorgelijk, want sinds een tijdje stuiten Marx en zijn collega’s bij het zakendoen over de grens op muren, barrières en belemmeringen.
Hij ziet op veel plekken in de wereld dat regeringen hun nationale industrie beschermen tegen buitenlandse concurrentie: ‘In de laatste vier, vijf jaar is het klimaat erg verslechterd.’ En het zijn niet alleen invoerrechten − die de laatste tijd ook weer omhoog gaan − of leveringsbeperkingen door contingentering die problemen veroorzaken; aan zulke handelsbelemmeringen is Marx allang gewend. Landen doen het tegenwoordig steeds subtieler.
‘Het voelt alsof we aan het einde van een economisch tijdperk zijn aangeland’
Staedtler levert bijvoorbeeld passers aan Zuid-Korea. Dat was nooit een probleem. Maar van de ene dag op de andere werden passers door de instantie die over de invoer gaat op een andere manier geklasseerd. Voorheen werden ze door de ambtenaren als tekenmateriaal beschouwd, maar nu vallen ze opeens in de categorie ‘speelgoed’. Met verstrekkende gevolgen, want in Zuid-Korea mag in speelgoed praktisch geen lood zitten. Maar omdat in de messinglegering van de passers sporen van lood werden aangetroffen, staat de nieuwe classificering gelijk aan een importverbod. ‘Alsof kinderen op passers sabbelen,’ schampert Marx.
Door dergelijke grillige ingrepen in de internationale handel wordt veel Duitse exporteurs het leven zuur gemaakt. Tegenwoordig schrijven de autoriteiten tot in detail voor aan welke eisen ingevoerde goederen moeten voldoen: hoe ze verpakt moeten zijn, aan welke veiligheidsvoorschriften ze moeten voldoen. Ze bepalen bijvoorbeeld dat de brandbaarheid in een binnenlands laboratorium moet worden getest, ook als dat in Duitsland al is gebeurd. Dergelijke verplichtingen zijn irritant, vaak is het gewoon pesterij. Het zijn de nieuwe varianten van het protectionisme. En ze passen in een patroon.
De vrije invoer van goederen en diensten is al jaren op zijn retour. De wereldhandel verliest aan dynamiek en groeit intussen langzamer dan de economie zelf. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft de groeiprognose voor 2017 bijgesteld van 2,8 procent naar 1,7 procent. ‘De vooruitzichten zijn aan zienlijk verslechterd’, zegt WTO-directeur Roberto Azevêdo.
Het politieke tumult van de afgelopen tijd heeft de neergaande trend versterkt. De presidentsverkiezingen in de VS, de Brexit in Engeland, het Italiaanse referendum, de coup in Turkije en, bijna vergeten, de Russische oorlog in Oekraïne: alles wijst op afscherming van markten.
‘Het voelt alsof we aan het einde van een economisch tijdperk zijn aangeland,’ zo beschrijven topstrategen van Deutsche Bank in een studie de naderende kentering. Dat tijdperk begon in de jaren zeventig, toen door de komst van China de globalisering op gang kwam. Deze turbofase loopt nu op zijn eind en zal worden afgelost door een soort mercantilisme.
In het mercantilisme, uitgevonden ten tijde van het absolutisme in de zeventiende eeuw, doet de nationale staat er alles aan om de binnenlandse economie te versterken: de staat bevordert de export van eindproducten en brengt de import terug met behulp van beschermende maatregelen. En deze bekrompenheid zal naar het zich laat aanzien kenmerkend zijn voor het presidentschap van Donald Trump.
Trump wil alles bestrijden wat met de binnenlandse economie zou kunnen concurreren. Hij kondigt hogere invoerrechten aan en is van plan een aantal handelsakkoorden op te zeggen, want ‘die zuigen onze economie leeg’. Deze even xenofobe als arrogante houding maakt veel mensen die in de VS actief zijn of daar actief willen worden zeer onzeker.
Maren Handwerk uit Bremen had eigenlijk gepland om een dependance van haar bedrijf te openen in Atlanta. Maar sinds de verkiezing van Trump aarzelt ze. ‘We denken nu drie keer na of we die stap wel moeten zetten,’ zegt ze.
Haar ingenieursbureau CE-Con is gespecialiseerd in onderzoek naar de bedrijfszekerheid van machines. Met deze dienst doet ze goede zaken, vertelt ze, vooral in de VS. Maar nu vreest Handwerk dat daar allerlei problemen kunnen gaan ontstaan: het aantrekken van personeel bijvoorbeeld, of het verkrijgen van werkvisa. Daarom heeft ze het idee van een Amerikaanse vestiging voorlopig opgegeven. ‘Het veroveren van een buitenlandse markt is toch al niet eenvoudig,’ zegt ze.
Pure pesterij
De Verenigde Staten waren in 2015 Duitslands belangrijkste handelspartner, nog vóór Frankrijk. Duitsland exporteerde goederen ter waarde van 114 miljard euro naar Amerika, vijf keer zo veel als in 1980, vooral auto’s, machines, elektrotechnische producten en farmaceutica. Voor de Duitse economie is er dus een heleboel te verliezen.
‘Wat we bereikt hebben, mogen we niet lichtvaardig op het spel zetten door het speelveld aan de populisten over te laten,’ waarschuwt Carl Martin Welcker, de nieuwe voorzitter van de federatie van Duitse machine- en installatiebouwers. De machinebouwers verkopen driekwart van hun producten in het buitenland. ‘Om een geglobaliseerde wereld weer vol te zetten met handelsbarrières is de verkeerde weg, waarbij uiteindelijk iedereen verliest,’ zegt Welcker. Zijn appèl klinkt bijna als een smeekbede.
Duitse autofabrikanten en hun toeleveranciers hebben grote vestigingen in de VS, maar ook in Mexico. De onderdelen worden in het ene land gemaakt, en de auto’s worden in het andere land in elkaar gezet. Deze uitwisseling verliep dankzij het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag Nafta tot nog toe zonder problemen en zonder invoerrechten.
Maar nu komt deze winstgevende werkverdeling in gevaar. Vóór de verkiezingen noemde Trump Nafta ‘het slechtste handelsverdrag dat de VS ooit hebben ondertekend’. Als de nieuwe president het lidmaatschap zou opzeggen, dan zou het Mexicaanse rekensommetje voor de Duitse bedrijven in Mexico niet meer opgaan. Volgens een enquête onder de leden van de buitenlandse Kamer van Koophandel aldaar verwacht 83 procent van de ondernemers dat de keuze voor Trump negatieve gevolgen voor henzelf zal hebben.
Ook in China, die andere essentiële markt buiten de EU, voelt het Duitse bedrijfsleven zich niet meer zo welkom. Ondernemingen klagen dat ze niet op wet en recht kunnen vertrouwen en voelen zich benadeeld. Aan de nieuwe quota’s voor elektrische auto’s, die al in 2018 van kracht worden, kunnen de Duitse fabrikanten zo snel nauwelijks voldoen. En buitenlandse bedrijven mogen de winst die ze in hun Chinese vestigingen behalen nog maar beperkt meenemen naar huis. Ook dat is pure pesterij. Geen wonder dat de investeringsbereidheid afneemt.
Sinds de financiële crisis zijn ondernemingen terughoudend met het uitbreiden van hun internationale betrekkingen. Het wereldhandelsklimaat is ruwer geworden, de toon scherper, soms zelfs vijandig. En de regeringen bevorderen die nieuwe hardheid behoorlijk.
‘We zullen de historische fout van het protectionisme niet herhalen.’ Deze belofte van de G20-landen op hun bijeenkomst in Londen in 2009 is al lang vergeten. De ideeën van destijds om een economische wereldraad te installeren als controlegremium en om een ‘Handvest van het gezamenlijk ondernemen’ te formuleren zijn nooit gerealiseerd. Voorstellen die van bondskanselier Angela Merkel kwamen.
In plaats daarvan zijn de protectionistische tendensen sterk toegenomen. Een team economen uit Sankt Gallen en Londen registreert in de Global Trade Alert (GTA) nauwgezet alle acties waarmee regeringen de binnenlandse economie proberen te beschermen: met invoerrechten of quota’s, subsidies, premies of uitzonderingsmaatregelen. In de eerste acht maanden van 2016 telden de GTA-statistici in de G20-landen al 350 van dergelijke maatregelen; twee jaar geleden was dat nog maar de helft. En landen worden steeds inventiever bij de keuze van hun instrumenten.
Wie bijvoorbeeld textiel invoert in de VS, moet rekening houden met invoerrechten die heel verschillend uitpakken al naargelang het materiaal, de toepassing ervan en het gewicht. Voor een anorak geldt een invoerrecht van 9,4 procent voor het deel dat uit katoen bestaat. Als hetzelfde model van kunstvezel is vervaardigd, is het invoerrecht 27,7 procent, dus bijna drie keer zo hoog. Daarom moeten textielhandelaren de polyester anorak eigenlijk voor een veel hogere prijs verkopen, maar leg dat de klanten maar eens uit. Aan de andere kant belasten de Amerikanen katoenen producten onder andere met een extra cotton fee, een ander invoerrecht. En uitgerekend met de opbrengst daarvan betaalt de Amerikaanse katoenindustrie haar reclamecampagnes.
Het Amerikaanse systeem van invoerrechten is ‘in hoge mate gefragmenteerd en complex’, zegt Felix Ebner, de Brusselse chef van de algemene bond van de Duitse textiel- en mode-industrie. Omdat andere landen in hun regelgeving − bij certificering of technische standaards − bovendien eigen richtlijnen gebruiken, ter bescherming van consumenten, is er tot verdriet van Ebner internationaal ‘een grote lappendeken’ ontstaan.
Maar degelijke bureaucratische belemmeringen zijn altijd nog makkelijker te overkomen dan de moeilijkheden waarmee de Duitse textielindustrie in Rusland te kampen heeft. Die markt is, vergeleken met het topjaar, ingestort: de omvang is nu 40 procent lager. De EU-sancties sinds maart 2014 en de Russische reacties daarop hebben een bijzonder nadelige invloed op de export van beide landen. Rusland streeft in veel branches naar autarkie, bijvoorbeeld bij de productie van medicinale hulpmiddelen als injectiespuiten, canules en infusen.
Het ministerie van Handel en Industrie in Moskou publiceerde eind maart 2015 een lijst van 111 artikelen die Russische ziekenhuizen, indien enigszins mogelijk, dienen te kopen bij lokale producenten, in plaats van ze te importeren uit het buitenland. Voor katheters is de eis dat in 2020 nog maar 25 procent wordt geïmporteerd, in plaats van de huidige 90 procent. En als dat niet lukt moeten ze in elk geval uit landen afkomstig zijn die zich niet bij de sancties hebben aangesloten, zoals China of Turkije.
‘Als er lokale producenten zijn, vis je als global player altijd achter het net’
Ook aanbieders van Duitse medische technologie, zoals B. Braun Melsungen, hebben het moeilijk. Het concern, dat al meer dan twintig jaar in Rusland actief is met verkoop- en productieactiviteiten, constateerde dat buitenlandse bedrijven bij het verlenen van opdrachten inmiddels vaak worden uitgesloten. ‘Als er lokale producenten zijn, vis je als global player altijd achter het net,’ zegt Jörg Griesel, regionaal directeur voor Noordoost-Europa van Sparte Hospital Care. Het Hessische concern heeft daar de volgende consequentie uit getrokken: het brengt zijn activiteiten in Rusland niet terug, integendeel, juist uitbreiding van de productiefaciliteiten in Rusland staat op de planning. Als waardecreatie lokaal gebeurt, gelden de producten als ‘made in Russia’, zo beredeneren ze, en dan is er uit handelspolitiek oogpunt geen probleem.
Deze pacificerende strategie wordt door economen ‘lokalisering’ genoemd. ‘Op het ogenblik is dit de beste manier om met protectionistische tendensen om te gaan,’ zegt Christian Rödl, directeur van het Neurenbergse adviesbureau Rödl & Partner. ‘Met een eigen productiebedrijf heb je meestal de minste problemen.’
Dat goedlopende ondernemingen wereldwijd fabrieken neerzetten, is natuurlijk al tientallen jaren gangbare praktijk. Ze gaan onder buitenlandse vlag varen om te kunnen profiteren van de lagere personeels- en energiekosten, om valutarisico’s te vermijden en vooral omdat ze in de buurt van de markt en de klant willen zitten. Dat ze het doen uit handelspolitiek oogpunt is een nieuw aspect.
Ook potloodfabrikant Staedtler volgt deze strategie. Staedtler-chef Marx was recent in Ecuador. ‘Daar groeit uitstekend hout voor de potloodfabricage,’ zegt hij. In plaats van afhankelijk te zijn van toeleveranciers, zoals tot nu toe het geval was, wil Marx binnenkort hout gebruiken van zijn eigen plantage en het ruwe materiaal verwerken in een eigen zagerij waar er plankjes van worden gemaakt.
Op het moment laat Marx doorrekenen of het zinvol is een productiebedrijf in de Verenigde Staten op te zetten: Amerika is voor Staedtler de belangrijkste afzetmarkt. Hij loopt al jaren met dat idee rond, en door recente uitspraken van Trump is hij gesterkt om dat plan ook ten uitvoer te brengen. ‘Dan zijn we op alle omstandigheden voorbereid.’
Duidelijk is dat Duitse exportbedrijven ook op deze manier proberen aan protectionisme te ontkomen. De vraag is alleen of dit op een of andere manier ten koste gaat van de werknemers in Duitsland. Dat zou het oude vestigingsplaatsendebat uit de jaren negentig opnieuw doen opvlammen.
Dit is alweer het laatste nummer in 2016. Over twee weken stuurt deze wereld voor miljoenen euro’s vuurwerk de lucht in, en is het gesuis en geknal van munitie één keer dit jaar een feestelijk geluid.
De terugblikken worden nu koortsachtig geschreven, de lijstjes samengesteld en de foto’s geselecteerd. Het was wat je noemt een bumpy ride. Maar volgens het toonaangevende blad The Economist gaan we er in 2017 allemaal iets op vooruit. Dat ‘iets’ is dan voor de een iets meer van iets, en voor de ander iets meer van niets. Politieke onvrede, of onvrede met de politiek, vertaald in populistische oneliners, schijnt helemaal niet goed te zijn voor de economische groei, en toenemende onzekerheid leidt volgens het IMF tot een mondiale hand op de knip. Als je al een knip hebt.
Over een knip gesproken: van alle bekenden en onbekenden die de afgelopen maanden hun laatste adem uitbliezen, bracht de dood van Fidel Castro, zo eloquent beschreven door Alma Guillermopriet, bij mij een knip-gerelateerde herinnering terug.
Met verse dollars kon ze naar de “alles-1-dollar-winkel” in “el chopi”, de net geopende shopping mall even verderop. Ze had al een plastic schaal, twee paar pantoffeltjes, drie kaarsen, een haarknip en een flesje mierzoete parfum
Tijdens de período especial – een eufemisme voor de diepe crisis waarin Cuba in de jaren negentig was beland – logeerde ik bij de familie Cruz in Havana. Hun naar Mexico – waar ik destijds woonde – uitgeweken zoon Ricky had een enorme sporttas met cadeaus meegegeven. Ze trokken het plastic geval letterlijk uit elkaar. De babykleertjes vlogen in het rond. Veel te grote gymschoenen – maar wat hinderde dat nou, een paar proppen watten aan de voor- en achterkant en hup, trots de straat op. Moeder Gloria wachtte op haar knip, die steeds leeg heen en vol weer terug werd gestuurd. Met verse dollars kon ze naar de ‘alles-1-dollar-winkel’ in ‘el chopi’, de net geopende shopping mall even verderop. Ze had al een plastic schaal, twee paar pantoffeltjes, drie kaarsen, een haarknip en een flesje mierzoete parfum. Alles van zeer slechte kwaliteit. Wat maakte het uit, het kostte maar 1 dollar en het ging erom die dollars uit te kunnen geven. Want van kopen word je gelukkig, ook al is het maar even. Ricky stuurde meestal wel een knip mee, maar deze keer? Gloria stortte zich als laatste op de tas en trok met een felle ruk de bodem eruit. ‘De money, nada!’ riep ze woedend, de schommelstoel in de hoogste versnelling.
Voor haar en iedereen die naar een knip verlangt, hopen we dat The Economist het goed heeft, en dat de hernieuwde diplomatie met de VS in Cuba tot een lichte welvaartsstijging zal lijden.
The Economist doet het elk jaar. De Intelligence Unit van het vermaarde blad voorspelt nu ook weer hoe de wereld er volgend jaar economisch voor zal staan. Het is geen fake news, al zou je dat misschien denken met Jemen als snelst groeiende economie.
Grootste groeiers het komende jaar.
Van de belangrijkste wereldeconomieën komt alleen India, dankzij marktvriendelijke hervormingen, voor op de lijst van grootste groeiers in 2017. Aan kop gaat Jemen, op de knieën gebracht door een regionale oorlog-in-volmacht, maar met goede kansen op een groeispurt als er in 2017 een vredesovereenkomst wordt bereikt. Myanmar profiteert van zijn politieke en economische openstelling, na de overeenkomst tussen de militaire en burgerlijke machthebbers, terwijl de politieke stabiliteit in Ivoorkust buitenlandse investeringen zal aantrekken. Mongolië krijgt een duwtje in de rug door de prijsstijging van zijn delfstoffen, evenals Laos, dat nog een extra zetje krijgt door de investeringen in de infrastructuur.
Djibouti profiteert eveneens van verbeterde infrastructuur, vooral in de haven en de beide luchthavens. Nieuwe investeringsprojecten, ditmaal in de oliesector, helpen Ghana. Eenzelfde mengeling van investeringen en stijgende exporten zullen de Cambodjaanse economie stimuleren. Waterkrachtprojecten brengen aanzienlijke groei teweeg in Bhutan, hoewel dit niet de dubbele cijfers zullen zijn die de regering had beloofd.
Vooruitzichten voor 2017, tenzij anders vermeld. BBP in dollars, berekend naar de vooruitzichten voor de wisselkoers van de dollar in 2017 (tussen haakjes het BBP per inwoner, berekend naar koopkrachtpariteit of kkp). Inflatie: jaar- op-jaargemiddelden. Alle cijfers zijn afgerond.
Overeenstemming over marktgerichte economische hervormingen houden de centrum-rechtse coalitie in stand. De politiek zal zich richten op het verbeteren van de overheidsfinanciën, het aanwakkeren van de concurrentiekracht en de antiterreurbestrijding na enkele aanslagen en jaren van vergeefse inspanningen van de veiligheidsdiensten. De spanning tussen Franstaligen en Vlamingen duurt voort, maar het land blijft bijeen.
Premier Boiko Borisov zal moeite hebben zijn minderheidsregering overeind te houden, met partijen van centrum-links tot nationalistisch rechts, hij is dus gebaat bij een zwakke oppositie. De regering zal een pragmatisch programma voorstaan, gericht op versnelde groei en grotere doelmatigheid van de openbare diensten. De regering zal behoedzaam zijn op strengere belastingmaatregelen, nadat Borisovs vorige regering struikelde over protesten tegen bezuinigingen.
De minderheidsregering van de rechts-liberale partij Venstre (34 van de 179 parlementszetels) zal 2017 wellicht niet overleven, terwijl de rechts-populistische Dansk Folkeparti kan profiteren van de onvrede onder kiezers over de aanpak van het immigratievraagstuk. De sociaal-democraten (nu 43 zetels) zullen vermoedelijk echter aan het langste eind trekken bij vervroegde verkiezingen, maar dan zullen ze wel de DF van zich af moeten schudden. De nieuwe regering zal zich vooral moeten richten op het dichten van het gat in de begroting. De economische groei zal flauw zijn.
Let op: Het snijden in de uitkeringen aan asielzoekers moet de schatkist in 2020 een bedrag van 148 miljoen dollar opleveren, dat gebruikt zal worden om de belastingen te verlagen.
Angela Merkel treedt aan voor haar vierde termijn als bondskanselier na de verkiezingen, die uiterlijk in oktober worden gehouden, ondanks schade aan haar reputatie door een weinig populaire immigratiepolitiek. Ze zal opnieuw een Grosse Koalition leiden, maar met een kleinere meerderheid in de Bondsdag. Haar voornaamste taak zal zijn de EU in stand te houden, ondanks het vertrek van Groot-Brittannië, en ze zal tevens stevige voorwaarden moeten stellen aan het Britse vertrek, al was het maar om navolging af te schrikken. Aan het thuisfront zal het linkse deel van haar coalitie structurele, marktvriendelijke hervormingen afwijzen. De economische groei ligt boven het gemiddelde in de EU, maar beneden het peil van 2016.
Estland begint het jaar onder een nieuwe regering, na de nederlaag van haar voorganger bij een vertrouwensstemming in het parlement. De nieuwkomers, vermoedelijk onder aanvoering van de Centrumpartij van Juri Ratas, zullen een beleid voeren dat uitgaat van een open economie en op het Westen gericht zal zijn. De Russische sancties tegen landbouwproducten uit de EU zullen de economie nadelig beïnvloeden, maar de economische groei is alleszins redelijk.
Let op: Estland neemt in de tweede helft van 2017 het voorzitterschap van de EU op zich, als plaatsvervanger van het Verenigd Koninkrijk, dat aanvankelijk deze functie toebedeeld had gekregen (maar dat was vóór de Brexit…)
De extreemrechtse Finse Partij heeft de anti-Europese retoriek wat gematigd sinds ze in 2015 toetrad tot de regering, maar de daaropvolgende onvrede van haar kiezers zou wel eens een splitsing in de partij kunnen veroorzaken, waardoor de regering ten val kan worden gebracht. Gemeenteraadsverkiezingen in april 2017 zullen een graadmeter zijn voor de stemming onder de bevolking. De trage Europese groei en de Russische sancties zullen de economie afkoelen, hoewel deze een bescheiden groei blijft vertonen.
Het Front National zal het niet verder brengen dan de tweede ronde
De rechtse oppositie, verenigd in Les Républicains, zal onder leiding van de nieuwe president François Fillon na de verkiezingen in april/mei een regering gaan vormen. De regerende Parti Socialiste is buitengewoon impopulair, zeker na de ruk naar rechts halverwege de huidige regeringsperiode, die de linkervleugel deed klapwieken. Het extreem-rechtse Front National, dat door terreuraanslagen, Brexit en immigratievraagstukken de wind in de zeilen heeft, zal het niet verder brengen dan de tweede ronde van de verkiezingen. De Brexit zal de economische groei ook in Frankrijk muilkorven.
Let op: De voormalige minister van Economische Zaken, Emmanuel Macron, doet mee aan de presidentsverkiezingen als leider van zijn jonge beweging En Marche! Maar hij maakt geen schijn van kans.
De coalitie van Syriza met de rechts-populistische Onafhankelijke Grieken heeft een flinterdunne meerderheid in het parlement, en de weinig populaire hervormingen die de EU eist in ruil voor financiële steun kunnen dit verbond uiteendrijven, hetgeen nieuwe verkiezingen zou betekenen. De centrum-rechtse partij Nieuwe Democratie zou daarvan de vruchten kunnen plukken. Ondanks de snelle bezuinigingen, blijft zelfs een lauw herstel ver uit het zicht, en zou Griekenland wellicht zelfs de eurozone misschien moeten verlaten nog voordat het vertrek van Groot-Brittannië uit de EU is bezegeld.
De coalitieregering die wordt geleid door de conservatie partij Fidesz is bezig aan haar tweede termijn, zal haar politiek voortzetten die in toenemende mate naar rechts is opgeschoven om de concurrentie van de extreem-rechtse rivaal Jobbik de baas te blijven. Dat zal zowel de Europese instellingen als de internationale zakenwereld tergen, hoewel vastberaden pogingen om het gat in de begroting te dichten en de staatsschuld te delgen de kritiek zal verzachten. Economische groei zal toenemen als de regering de belastingen verlaagt en de uitgaven opvoert, voorafgaand aan de volgende verkiezingen die in april 2018 worden gehouden. De groei zal het Europese gemiddelde te boven gaan, maar Hongarije blijft nog steeds achter bij de jaren 2014-2015.
Let op: Hongarije is in juni gastheer van EuroHand 2017, een bijeenkomst gewijd aan onderzoek naar handtherapieën en handchirurgie.
De coalitie onder leiding van Fine Gael is een wankele minderheidsregering, waarin weerspiegeld wordt dat de bevolking genoeg heeft van de bezuinigingspolitiek die economisch herstel opleverde na de financiële crisis. De oppositiepartij Fianna Fáil zal haar handen aftrekken van het stilzwijgende non-agressiepact (dat de regering in staat stelde te overleven) zodra de peilingen een duidelijke meerderheid voor de partij aangeven, dus verkiezingen zijn in 2017 een mogelijkheid. De Brexit zal de relatie met Noord-Ierland, onderdeel van Verenigd Koninkrijk, ingewikkeld maken en zal wellicht doorwegen in de economie. De economische groei, ondersteund door het creatieve Ierse belastingregime voor buitenlandse bedrijven, zal wat inzakken na de torenhoge groei van de laatste jaren.
Het aftreden van premier Matteo Renzi na het verloren referendum over de herziening van de grondwet leidt tot algemene verkiezingen in 2017. Die politieke onzekerheid, gepaard met de zwakheid van het Italiaanse financiële systeem, met name het bankensysteem, en de gevolgen van de Brexit, zal de economische groei vrijwel doen verdampen.
Andrej Plenkovic van de Kroatische Democratische Unie werd premier van een centrum-rechtse coalitieregering na de verkiezingen van eind 2016. Met de sterke aandacht voor de economie en met weinig neiging om een rechts-nationalistische koers te varen, lijkt deze regering stabieler dan haar voorgangster. Het consumentenvertrouwen zal een bescheiden groei sterken, maar de economie zal onder de piek uit de jaren 2007-2008 blijven.
De centrum-rechtse coalitie, geleid door premier Maris Kucinskis, zal blijven varen op de sterk pro-Europese, fiscaal conservatieve koers. De betrekkingen met Rusland blijven gespannen sinds de Russische annexatie van de Krim. Het terugdringen van de economische afhankelijkheid van Rusland en het aanhalen van de banden met de NAVO blijven de hoofddoelen. De binnenlandse consumptie zal impulsen krijgen van hervormingen van het pensioenstelsel en de onofficiële economie.
Let op: De etnisch Russische Harmonie Centrumpartij blijft de grootste fractie in het parlement, maar ze blijft de macht ontzegd door de etnisch Letse meerderheid.
Bij de verkiezingen van oktober 2016 kwam de Litouwse Partij voor Boeren en Groenen verrassend als grootste uit de bus. Ongeacht de uitkomst van de onderhandelingen over een nieuwe coalitieregering, zal de steun voor een open economie en pro-westerse buitenlandse politiek overheersen. Net als in alle andere EU-lidstaten langs de Russische grens zullen defensie en diversificatie van gasleveranciers prioriteiten blijven. De economische groei zal door toenemende investeringen worden ondersteund.
De PVV zal het goed doen maar zal geen bereidwillige partners kunnen vinden
Verkiezingen in maart 2017 zullen een wijziging van de regering te zien geven met populistische partijen op de linker- en rechterflank die stemmen wegtrekken bij de partijen van de huidige ‘grote coalitie’ van het centrum. De extreem-rechtse PVV zal het goed doen maar zal geen bereidwillige partners kunnen vinden, zodat de onderhandelingen over de vorming van een nieuwe regering lang zullen duren, met een zwakke en gefragmenteerde regering als verwachte uitkomst. Het economisch herstel is stevig verankerd en zal een periode van politieke onzekerheid wel overleven.
Let op. Het FITC Amsterdam, in februari, betreft de toekomst van innovatie, ontwerp en ‘all the cool shit in between’ (volgens het officiële programma).
De centrum-rechtse minderheidsregering, met Conservatieven en de Fremskrittspartiet, een anti-immigratiepartij die voor het eerst regeringsmacht heeft, is licht favoriet om als winnaar uit de bus te komen bij de verkiezingen aan het eind van 2017. De regering is verzwakt door economische problemen en interne ruzies over immigratie, maar de centrum-linkse oppositie doet het niet veel beter in de peilingen. Lage prijzen voor olie en gas, die twee derde van de Noorse export uitmaken, zullen de economie remmen, maar de lage internationale rentestand helpt weer. De groei zal langzaam maar zeker zijn.
Opgejaagd door de Russische annexatie van de Krim en de onbesliste krachtmeting met door Rusland gesteunde separatisten in het oosten van het land, worstelt de regering van Oekraïne met bestuurlijke en economische hervormingen, maar het herstel vanuit een diepe recessie zal in 2017 zichtbaar worden. Economische stabiliteit zal de steun voor de benarde regering schragen en enige vaart brengen in de economische hervormingen, hoewel het uitroken van oligarchieën nog wel een generatie zal duren. Vervroegde verkiezingen zijn niet uitgesloten als de regering zal proberen de economische vooruitgang te borgen.
Let op: Oekraïne organiseert in 2017 het Eurovisie Songfestival, nadat dit jaar de zangeres Jamala het evenement won met een liedje waarin zij weeklaagde over de Russische agressie op de Krim.
De coalitieregering van de centrum-rechtse ÖVP en de centrum-linkse SPÖ zit haar termijn vermoedelijk wel uit, maar kiezers die ongeduldig worden door politiek geharrewar, stijgende werkloosheid en immigrantenstromen zouden naar de extreem-rechtse FPÖ kunnen uitwijken. Verkiezingen staan voor 2018 op de agenda, maar worden wellicht vervroegd, waarbij een door de FPÖ geleide coalitie garen zou kunnen spinnen. De economie zal achterblijven bij de Duitse, waaraan zij gekluisterd is.
Let op: Oostenrijk organiseert in maart de Speciale Olympische Winterspelen voor drieduizend geestelijk gehandicapte atleten uit 110 landen.
De regering, geleid door de partij Recht en Rechtvaardigheid, met formeel premier Beata Szydlo aan het hoofd, maar als werkelijke machthebber partijvoorzitter Jaroslaw Kaczynski, zal gaandeweg het liberale vernis wegkrabben dat over de politiek was gesmeerd in de jaren na de ineenstorting van het communisme. Er wordt gemorreld aan de rechtspraak, aan de veiligheidsdiensten en aan de media. De regering dreigt in een hooglopend conflict te geraken met haar Europese partners en een groot deel van het eigen electoraat. De conflicten die daaruit voortvloeien en de aanhoudende economische malaise maken mogelijk een voortijdig einde aan de huidige regering, maar nog niet in 2017.
De regering van de socialistische partij (PS) van premier António Costa krijgt steun van drie nog linksere partijen in het parlement, maar zal moeite hebben haar belofte gestand te doen om de bezuinigingsmaatregelen terug te draaien, die tijdens de crisis werden genomen. Dat ligt vooral aan het langzame herstel van de economische groei en aan de begrotingsvoorschriften van de EU. Niettemin blijft de PS meer in trek dan de centrum-rechtse oppositie. Bovendien is de steun voor de regering vanuit de linkse partijen in het parlement wederzijds, zodat er weinig kans is op voortijdige verkiezingen. De economie groeit langzaam.
Let op: Ondanks de roep om een einde aan de bezuinigingen zal de regering de pensioenleeftijd in januari verhogen tgmet een maand, tot 66 jaar en drie maanden.
Het zakenkabinet dat in 2015 tot stand kwam nadat de gekozen regering door felle demonstraties ten val was gebracht, zal worden vervangen na de algemene verkiezingen die op 16 december worden gehouden, waarschijnlijk door een brede maar zwakke coalitie, die een afspiegeling is van de wijdverbreide politieke onvrede onder de kiezers. De bureaucratie binnen het staatsapparaat heeft de proporties van een ongezonde zwelling aangenomen en de begroting vertoont een gapend gat. Maar de consumptiedrang maakt dat de economie van het land komend jaar vooralsnog sterker groeit dan in de rest van de EU.
Het regime van Vladimir Poetin gaat zijn achttiende jaar in en vertoont weinig tekenen van verzwakking
Het autoritaire, antiwesterse regime van Vladimir Poetin gaat zijn achttiende jaar in en vertoont weinig tekenen van verzwakking. De onvrede onder de bevolking smeult en het geringe economische herstel in 2017 na twee jaar van krimp zal weinigen ervan overtuigen dat er weer goede tijden zijn aangebroken. Maar de controle van het staatsapparaat, de zorgvuldige balans in de verdeling van de macht onder de elite en Poetins persoonlijke populariteit zorgen ervoor dat het huidige bewind zal standhouden. De levensstandaard gaat omlaag nu de bronnen worden gebruikt om het regime overeind te houden. De economische sancties van de EU als antwoord op de Russische agressie in Oekraïne zullen vanaf januari 2017 worden uitgebreid, terwijl de sancties van Russische zijde blijven gehandhaafd.
Let op: Het Reservefonds, een van beide potten geld voor slechte tijden, raakt in 2017 leeg, waardoor er nog verder in de uitgaven moet worden gesneden.
De Sloveense economie puft voort, en in 2017 kan de regering voor het eerst sinds enige tijd weer genieten van fiscale vrijheid, nadat zij sinds half 2016 onder curatele stond van de EU vanwege een buitensporig begrotingstekort. Maar er heerst onenigheid tussen de partijen van de centrum-linkse coalitie en het is niet onmogelijk dat de regering daaraan ten onder gaat, ondanks haar parlementaire meerderheid. Het programma tot privatisering van staatsbedrijven, hoewel bescheiden van omvang, is de steen des aanstoots en zal in het beste geval slechts langzaam vorderen.
Een onpraktische links-rechtscoalitie, aangevoerd door de centrum-linkse Smer-SD, houdt de blik gericht op de verbetering van het onderwijs en de gezondheidszorg en de bestrijding van de corruptie, hoewel vooruitgang op die gebieden langzaam is, vooral wat het laatste betreft. De economie zal overgaan van de afhankelijkheid van de buitenlandse vraag naar een wat steviger model van binnenlandse consumptie, maar de moeilijke demografie en externe factoren, waaronder de Brexit, drukken de economische groei.
Let op: Als premier Robert Fico na afloop van het Slowaakse voorzitterschap van de Europese Unie in januari aftreedt, zou het ontstane machtsvacuüm de val van de regering kunnen betekenen.
Mariano Rajoy, leider van de centrum-rechtse Volkspartij, kon aan het eind van het jaar eindelijk worden beëdigd als leider van een minderheidsregering, nadat de socialisten, de grootste oppositiepartij, hadden besloten zich van stemming te onthouden tijdens het voorafgaande debat. Rajoy, die een zakenkabinet had geleid sinds de verkiezingen van december 2015 een politieke patstelling hadden veroorzaakt, zal waarschijnlijk zijn termijn niet uitdienen, en ook de kansen op een samenhangend regeringsprogramma zijn gering. Niettemin zal de economie profijt kunnen trekken van hervormingen die al waren ingevoerd en die de politieke turbulentie wel kunnen doorstaan.
Let op: Spanje zou door de EU hard op de vingers getikt kunnen worden als het er niet in slaagt voor 2018 het begrotingstekort terug te brengen tot 3 procent.
Een brede coalitie van centrumpartijen is sinds 2013 aan de macht, en de deelnemende partijen zullen bij verkiezingen in oktober 2017 strijden om de hegemonie. ANO, de kleinste van de twee voornaamste coalitiegenoten, geleid door de zakenman Andrej Babis, lijkt in de peilingen de meeste kans te maken de volgende regering te leiden, met een marktgerichte en fiscaal conservatieve agenda. Het herstel van de economie, aanhangwagen van de robuuste Duitse markt, zal doorzetten, geholpen door een auto-industrie in de hoogste versnelling.
De mislukte staatsgreep in 2016 consolideerde op het oog de publieke steun voor de gematigd islamitische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling van president Recep Tayyip Erdogan en bood deze laatste een uitgelezen kans op een zuivering onder de tegenstanders van zijn regime. Erdogan zal zijn inspanningen verdubbelen om de greep van de staat op het openbare leven te verstevigen. Als hij daar geen akkoord over kan bereiken met de oppositie, zal hij wellicht geporteerd zijn voor vervroegde verkiezingen.
Let op: In de nasleep van de couppoging werd ongeveer een derde van ’s lands hoge officieren weggezuiverd. Dat maakt het niet gemakkelijker om een toch al complex militair-strategisch beleid voor binnen- en buitenland te voeren.
De eerstkomende jaren zullen worden gekleurd door de pogingen om na de Brexit een nieuwe relatie met Europa tot stand te brengen. De stemming ging niet over de voorwaarden van de uittreding, maar Londen hoopt op een overeenkomst waarbij de Britten deels vrije toegang houden tot de Europese markt terwijl het vrije verkeer van personen wordt ingeperkt. De economie moet worden gestimuleerd zodra de effecten van de uittreding voelbaar worden. Daartoe zullen belastingmaatregelen moeten worden genomen, want de mogelijkheden van de centrale bank zijn vrijwel uitgeput.
Let op: Elk compromis over de voorwaarden voor de Britse uittreding zal door de bevolking moeten worden goedgekeurd, hetzij in een nieuw referendum, hetzij door vervroegde verkiezingen. De harde kern van ‘uittreders’ zal zich hoe dan ook bedrogen voelen.
De minderheidsregering van de sociaal-democratische SAP en de Groenen is kwetsbaar, afhankelijk als zij is van de gedoogsteun van oppositiepartij Alliance. Maar vervroegde verkiezingen zijn niet waarschijnlijk, omdat die een kans zouden bieden aan de ultrarechtse SD, en dat wil geen van de gematigde partijen. De angst bij de kiezer voor immigratiestromen – de wortel van de populariteit van de SD – blijft een grote rol spelen, ondanks recente restricties in het beleid en hogere uitgaven voor de immigratiediensten. De Brexit zal de Zweedse export hinderen, maar de binnenlandse consumptie jaagt de economie aan.
De coalitieregering van vier partijen is er op grond van een referendum uit 2014 aan gehouden per 1 januari 2017 restricties aan te brengen in het immigratiebeleid, en dat zou het land in conflict kunnen brengen met de afspraken met de EU over de vrijheid van personenverkeer. Eind 2016 nam het Lagerhuis een als ‘licht’ bestempelde maatregel aan die problemen met Brussel zou moeten voorkomen. De gezamenlijke benadering van alle Zwitserse partijen van de economie betekent dat er op dat vlak niet veel drama te verwachten is. Hervormingen zullen vooral gericht zijn op het bewaren van het begrotingsevenwicht.
De Liberaal-Nationale coalitie kreeg bij de verkiezingen medio 2016 een tweede termijn, met een meerderheid van slechts één zetel in het Lagerhuis. De problemen zullen zich dus voordoen in het Hogerhuis, waar de regering de steun moet verwerven van de nogal stijfkoppige onafhankelijken. De verkiezingen dit jaar werden noodzakelijk toen beide huizen het niet eens konden worden over een reeks wetsvoorstellen – en gezien de versplintering in het parlement kan een herhaling niet worden uitgesloten. Maar de economie heeft niet veel last van de politiek: de investeringen in de mijnindustrie werpen hun vruchten af en de consument blijft uitgeven.
De regering van de Awami Liga heeft op wetgevend gebied vrij spel, nu de grootste oppositiepartij, de Nationalistische Partij van Bangladesh, de jongste verkiezingen heeft geboycot. De politieke oppositie heeft echter de straat opgezocht met stakingen en betogingen, en dat heeft het enthousiasme voor het zakendoen getemperd. Desondanks groeit de economie sterk, doordat de regering private investeringen aanmoedigt en de consumptie profijt trekt van de vooruitgang in het licht van de Sustainable Development Goals van de VN.
In de overgangsfase van een model waarin werd geïnvesteerd voor de export naar een model dat zich richt op binnenlandse consumptie loopt de economische groei vertraging op – maar noch de economische, noch de politieke hervormingen houden gelijke tred met deze omvorming. Dus blijven er problemen: deflatoire bubbels in de vastgoedsector moeten worden vermeden en een deel van het arbeidspotentieel moet naar elders verhuizen en/of worden omgeschoold. En dan resteert nog de opgave om enig pluralisme in zowel het politieke als het sociale landschap te injecteren. Maar al die hervormingen worden overschaduwd door het primaat van de Communistische Partij. Ten aanzien van het buitenland geldt dat de Chinese territoriale en economische invloed nog meer voelbaar zal worden nu de regering haar spierballen toont.
Let op: Partijvoorzitter Xi Jinping bouwt een gecentraliseerde en gepersonaliseerde machtsstructuur. Een herschikking van het Politburo geeft enige aanwijzing van hoe het verder zal gaan.
De economie profiteert van een periode van aanhoudende achterstallige groei. De regering van Rodrigo Duterte, halverwege 2016 gekozen met een sterk mandaat, zal trouw blijven aan de politiek die zijn vruchten afwerpt, daarbij inbegrepen de verbetering van de infrastructuur en het aantrekken van buitenlandse investeerders. Het snoeiharde optreden van de president tegen de misdaad, dat hij al beproefde tijdens zijn burgemeesterschap van de stad Davao, zal zijn beperkte doel wel bereiken, maar het tast de staatsinstellingen en de rechtsgang aan en kan economisch herstel in de weg zitten.
Het kiesstelsel veroorzaakt een ondervertegenwoordiging van de voorstanders van democratie en onafhankelijkheid in de Wetgevende Raad, het parlement van de voormalige Kroonkolonie. Maar deze groep kiezers groeit en de voorzitter van de Raad, Leung Chun-ying, die door Beijing werd aangesteld, is impopulair. De regering in Beijing heeft evenwel de meeste troeven in handen: er is weinig uitzicht op politieke hervormingen. Protesten op kleine schaal kunnen desondanks zorgen voor kleinschalige verstoringen van de economie, die zich herstelt van een zwak 2016. De afremmende economie op ‘het vasteland’ en de moeizame groei van de wereldhandel zullen een rol gaan spelen.
India kent een duurzame economische expansie, die alleen wordt overschaduwd door het besef dat het nog beter zou gaan als er meer werd geïnvesteerd en de infrastructuur op peil zou zijn. Deel van het probleem is dat de regering, gedomineerd door de Bharatiya Janata Partij van premier Narendra Modi, niet beschikt over een meerderheid in het Hogerhuis, en zo de macht ontbeert om haar economische programma door te voeren. Hervormingen gaan desondanks door – in 2017 wordt een omzetbelasting ingevoerd en wordt de faillissementswet aangescherpt – maar de aandacht van de regering zal in het tweede deel van haar termijn vooral uitgaan naar haar herverkiezing.
Na een wat hobbelig begin is het bewind van president Joko Widodo bezig aan een breed programma van marktgerichte hervormingen, zoals een eenvoudiger wetgeving rond grote infrastructurele projecten en snellere toekenning van vergunningen voor het zakenleven. Niettemin worden grote investeringen nog altijd gegijzeld door de bureaucratie en zijn ze daarmee onderhevig aan vertragingen. Dat lijkt niet te veranderen, zoals ook het mandaat van de president om de wijdverbreide corruptie aan te pakken een dode letter lijkt te blijven. Toch zal de economie worden aangewakkerd door de grote investeringen in de infrastructuur, de steun voor de productie van goederen na de snelle daling van de grondstofprijzen, en het aantrekken van buitenlands kapitaal.
De regering beschikt over tweederdemeerderheden in beide kamers van het parlement en zal wellicht veel tijd besteden aan het tot stand komen van een minder pacifistische grondwet, hoewel er geen garantie is dat als een dergelijke wet in het parlement wordt goedgekeurd, deze ook de instemming van de bevolking zal krijgen in een verplicht referendum. Ondanks de sterke positie van de coalitieregering onder premier Shinzo Abe zullen economische hervormingen aan drijvende kracht inboeten. Het pakket aan fiscale, monetaire en structurele hervormingen dat bekend staat als Abenomics blijft op tafel, maar de bedoelde oppepper voor de groei wordt het niet.
Nursultan Nazarbajev, leider van Kazachstan sinds de tijden van de Sovjet-Unie, is een garantie voor stabiliteit door een combinatie van hardheid en vriendjespolitiek. Maar door het ontbreken van een geloofwaardige oppositie en een duidelijke regeling voor de opvolging is die stabiliteit verankerd in de persoon van een 76-jarige, zonder garantie voor de periode na hem. Een scherpe daling van de inkomsten uit olie en een verzwakte munt hebben de binnenlandse vraag doen afnemen, en plannen voor hervormingen, inclusief privatisering, zullen in de lade blijven liggen ter wille van de bescherming van de werkgelegenheid en de inkomens.
Let op: Werkgevers moeten vanaf juli bijdragen aan een verplichte ziektekostenverzekering voor iedereen.
De termijn van de regerende coalitie Barisan Nasional (BN) duurt nog tot 2018, maar mogelijk worden halverwege 2017 al verkiezingen uitgeschreven. Premier Najib Razak staat onder druk om af te treden wegens malversaties in een staatsbedrijf. Zijn vicepremier Ahmad Zahid Hamidi zou het stokje kunnen overnemen als BN aan de macht blijft. De oppositie is zwak en de regering zal doorgaan met hervormingen die zijn bedoeld om Maleisië de status van een land met een hoog gemiddeld inkomen te geven. De lage olieprijzen kunnen dat proces vertragen. De economie groeit, maar langzamer dan in de voorbije jaren.
Let op: De hoofdstad Kuala Lumpur is in augustus toneel van de South East Asian Games, die samenvallen met de zestigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Maleisië.
De centrum-rechtse National Party is al drie termijnen aan het regeren onder leiding van de immens populaire John Key. In november 2017 zijn er opnieuw verkiezingen, maar dan zal de partij het zonder Key moeten doen. Die kondigde begin december 2016 onverwacht zijn aftreden aan wegens familieomstandigheden. Hij blijft vooralsnog wel lid van het parlement. De politiek zal vooralsnog gericht blijven op het bereiken van een fiscaal evenwicht, verbetering van de buitenlandse handel en het scheppen van banen voor degenen die nu van een uitkering leven. Aan de daling van de prijzen voor melk- en vleesproducten zal een einde komen, maar de prijzen zullen beneden het peil van de periode 2013-2014 blijven.
Let op: De lage rente heeft geleid tot een bubbel in de huizenverkoop, die de regering probeert te beteugelen om te voorkomen dat het politieke klimaat erdoor wordt aangetast.
Het politieke systeem kwam voor een vuurproef te staan toen president Islam Kerimov in september van dit jaar overleed aan een hersenbloeding. Premier Shavkat Mirziyoyev, die tot tijdelijk president werd benoemd, zal eind december op zijn sloffen de presidentsverkiezingen winnen, aangezien dat een staatsaangelegenheid is die niet helemaal voldoet aan de internationale standaard. Van het nieuwe bewind zijn geen grote politieke veranderingen te verwachten. De vooruitzichten op economische groei zijn bleekjes: de regionale crisis drukt de buitenlandse vraag en het betalingsverkeer, en de goederenprijzen op de wereldmarkt zijn laag.
De Pakistaanse Moslim Liga heeft een comfortabele meerderheid in het Lagerhuis, maar vindt een agressieve oppositie tegenover zich en is kwetsbaar voor beschuldigingen dat de regering bepaalde delen van het land voortrekt. Hoewel de regering werkt aan de verbetering van de infrastructuur en een goede handelsrelatie met China heeft opgebouwd, is zij minder succesvol bij het beveiligen van afgelegen gebieden. Het leger, dat toch al zeer zichtbaar is in het openbare leven, zal zijn invloed uitbreiden.
Let op: Terreuracties in stedelijke gebieden zullen mogelijk toenemen naarmate er vooruitgang wordt geboekt in de onderhandelingen met gematigde groepen van de taliban.
De People’s Action Party wist bij de verkiezingen van 2015 een einde te maken aan een lange neergang en zal doorgaan met maatregelen om haar herwonnen populariteit te verankeren met investeringen in sociale huisvesting, gezondheidszorg en openbaar vervoer. Ook de reputatie van de stadstaat als internationaal handelscentrum zal worden versterkt, met de uitbreiding van de havenfaciliteiten als prioriteit. In de coulissen wordt gewerkt aan de opvolging van premier Lee Hsien Loong, wiens gezondheid te wensen overlaat. De economie herstelt zich van een lichte aarzeling, veroorzaakt door een vermindering van de wereldhandel.
De regering van nationale eenheid, waarin de rivaliserende Verenigde Nationale Partij en de Sri Lanka Vrijheidspartij samenwerken, boekt aarzelend vooruitgang met een hervormingsprogramma dat werd opgesteld na de overwinning in de burgeroorlog met de Tamil-separatisten, en dat tot stand kwam onder auspiciën van het IMF. De uitdaging is de eenheid binnen de regering te bewaren tijdens het schrijven en laten goedkeuren van een nieuwe grondwet. De economie zal profiteren van een ‘vredesdividend’, en de maatregelen om de levensstandaard op te krikken zullen een aanzienlijke groei teweeg kunnen brengen.
De regering van de Democratische Partij van de Vooruitgang was het resultaat van de verkiezingen in 2016, waarbij de partij zowel het presidentschap als de meerderheid in het parlement in de wacht sleepte. Dat stelt haar in staat een ingewikkelde politieke agenda uit te voeren. In het binnenland gaat het om het stimuleren van strategische takken van de industrie en het verhogen van de levensstandaard van vooral jongeren. De gespannen relatie met China geeft evenwel weinig uitzicht op een zakelijke samenwerking met de ‘overburen’. De economische groei zal niet spectaculair zijn, maar wel beter dan in 2016.
Let op: Het Wereldcongres over Informatica en Technologie wordt in september 2017 gehouden in de hoofdstad Taipei.
Het leger zal de troonopvolging van kroonprins Vajiralongkorn zorgvuldig regisseren. Plannen van de legertop om het bewind weer in handen te geven van een gekozen regering zullen worden vertraagd omdat de militairen vooral zijn gespitst op stabiliteit. Het plan voor de economische ontwikkeling op de lange termijn, dat is ontwikkeld door een door het leger aangesteld burgerlijk bestuur, zal de economische politiek bepalen met een gematigde doch constante groei als doel.
Let op: Het soms bizarre gedrag van kroonprins Maha Vajiralongkorn heeft twijfels doen rijzen of hij wel in staat is in zijn vaders voetsporen te treden. Maar de legerleiding maakt zich meer zorgen over zijn sympathie voor de beweging van de Rode Hemden, die bij de staatsgreep in 2014 door het leger buitenspel werd gezet.
De eenpartijstaat heeft weinig te duchten van buitenaf, maar gevestigde belangen en ideologische meningsverschillen zijn bronnen van instabiliteit. Burgers uiten hun onvrede ook steeds openlijker, zeker als het gaat over de activiteiten van China in de Zuid-Chinese Zee. De regering zal voorzichtig moeten schipperen om enerzijds de burgers tevreden te stellen met een krachtig antwoord en anderzijds de commerciële banden met China niet te beschadigen. Al even voorzichtig moet het bewind vakbonden toestaan om te voldoen aan de bepalingen van het handelsverdrag TTP, maar het wil de arbeider ook niet een al te krachtige stem geven. De economie draait inmiddels op volle toeren.
Zuid-Korea bevindt zich aan het eind van 2016 in een politieke crisis rond president Park Geun-hye, het eerste vrouwelijke staatshoofd, die wordt beschuldigd (ook door haar eigen partij Saenuri) van corruptie en vriendjespolitiek. Park heeft voorgesteld in april af te treden, drie maanden voor het aflopen van haar termijn, maar de publieke reactie op de onthullingen is zo groot dat ook haar eigen partij op andere maatregelen zint. Het land werd economisch getroffen door het teruglopen van de wereldhandel, en er zijn fiscale maatregelen in voorbereiding om de binnenlandse vraag te stimuleren.
Premier Justin Trudeau en de regering van de Liberal Party zullen hun comfortabele parlementaire meerderheid gebruiken om institutionele en economische hervormingen door te voeren, die bedoeld zijn om de middenklasse en de oorspronkelijke bevolkingsgroepen te ondersteunen en de infrastructuur op het gebied van transport en huisvesting te verbeteren – dat laatste mede om de dreigende vastgoedbubbel door te prikken. De kosten van dit alles zullen doorschemeren in een oplopend begrotingstekort. Ten aanzien van het buitenland wordt het scheppen van een goede verstandhouding met de nieuwe Amerikaanse president een belangrijk punt.
Let op: De Liberalen willen het kiessysteem ten behoeve van de verkiezingen in 2019 veranderen, maar de voorstellen daartoe zullen in mei 2017 al moeten worden goedgekeurd door het parlement.
President Enrique Peña Nieto zal hard moeten werken om de structurele hervormingen door te voeren – op het gebied van energie, onderwijs en telecommunicatie – die eerder in zijn ambtstermijn werden goedgekeurd, maar de steun voor zijn regering is zwak. Peña Nieto’s politieke problemen worden gecompliceerd door de ondermaatse economische groei, een toename van de armoede en fiscale beperkingen, die voortvloeien uit de lage inkomsten uit de olie. De eeuwige strijd tegen institutionele corruptie en bedreiging van de openbare veiligheid verdwijnt ook niet: het aantal moorden stijgt, evenals het wijdverspreide martelen van gevangenen door de politie en het doden van mensen door veiligheidstroepen als onderdeel van de strijd tegen de drugskartels. En dan is er nog de teleurstelling bij de bevolking over een presidentschap dat zo veelbelovend leek.
Inkomensongelijkheid en de benarde situatie van de middenklasse overheersten de verkiezingscampagne, maar de Amerikanen – met inbegrip van degenen op de laagste sport van de ladder – hebben de laatste tijd een verrassend forse stijging van hun inkomen mogen verwelkomen. Werkgevers hebben in 2017 twee miljoen banen in de aanbieding, naast de veertien miljoen die sinds 2011 werden geschapen, waardoor voor veel buitengeslotenen de weg naar het arbeidsleven is heropend. Dat geeft de burger moed, maar ondernemingen die niet veel hebben geïnvesteerd zullen wachten op een teken van de nieuwe president en het Congres. Eén mogelijk punt van overeenstemming tussen beide partijen: uitgaven voor nieuwe infrastructuur om de verouderde en versleten wegen, bruggen en havens te verbeteren. Dit zou de ingezakte productiviteit een forse zet geven.
Economische verstoringen die zijn nagelaten door de regering van Cristina Fernández de Kirchner zorgen voor zware tijden en stellen het geduld van de kiezers op de proef, maar president Mauricio Macri zet door met enige steun van het parlement, dat door de oppositie wordt beheerst. De regering zal het tempo van de hervormingen bijstellen om de kiezers aan boord te houden, en een nieuw systeem van gezondheidszorg voor iedereen kan daarbij helpen. De ineengezakte economie zal weer gaan groeien.
Halverwege zijn derde termijn geniet de linkse president Evo Morales een aanzienlijke vrijheid van beleid dankzij een zwakke en verdeelde oppositie; sociale bewegingen, die teleurgesteld zijn in de resultaten van dat beleid, gaan echter de straat op om te protesteren. De export van aardgas heeft bijgedragen aan een sterke economische groei, en stijgende gasprijzen zullen deze in 2017 een nieuwe prikkel geven. De regering heeft ook de internationale reserves van het land weer aangevuld, en dat komt goed van pas, omdat het gapende gat in de lopende begroting niet vanzelf krimpt.
Michel Temer, beëdigd als president ter vervanging van Dilma Rousseff, die in 2016 werd afgezet, zal de resterende tijd uitdienen van de presidentiële termijn, die nog tot 2018 loopt. Met een op de markt gerichte politieke agenda tracht hij verstoringen die onder het bewind van Rousseff zijn opgetreden te corrigeren en de economie naar een duurzame groei te leiden. Na een heftige terugval in 2016 zal die economie weer bescheiden gaan groeien, nu het vertrouwen van bedrijfsleven en consument terugkeert.
Let op: Het onderzoek naar het schandaal rond financiële onregelmatigheden bij staatsoliemaatschappij Petrobras zou ook Michel Temer nog kunnen raken.
President Michelle Bachelet scoort slecht in de publieke opinie, maar aangezien de oppositie in het ongerede is geraakt, kan haar coalitiepartij Nueva Mayoría bij de verkiezingen in november 2017 een derde termijn in de wacht slepen. Voormalig president Ricardo Lagos is dan waarschijnlijk de kandidaat. De haperende economie, deels het resultaat van de lage prijzen voor de goederen die Chili exporteert, zal de ruimte voor politieke prioriteiten – zoals de verbetering van de pensioenen en de gezondheidszorg – beperken, maar mevrouw Bachelet zwoegt verder.
Er hing nog enige onzekerheid in de lucht over het akkoord met de FARC, maar na extra onderhandelingen lijkt de vijftigjarige guerrillaoorlog in Colombia nu toch echt voorbij. President Juan Manuel Santos kan zich dus weer aan andere taken wijden. De economie zal op de langere termijn profijt trekken van het akkoord, maar in 2017 zal ze nog te lijden hebben van de geringere inkomsten als gevolg van de prijsdaling van de meeste exportgoederen.
Let op: De gelovigen bidden voor een pauselijk bezoek. Paus Franciscus heeft een bezoek aan Colombia toegezegd, maar pas als het akkoord met de FARC is getekend.
De evolutie van de revolutie zal zich na de dood van Fidel heel voorzichtig gaan bewegen in de richting van een overdracht van de macht door de Generatie ’59. De eerste vicepresident, Miguel Díaz-Canel, lijkt de meest waarschijnlijke opvolger van Raúl Castro, maar pas in 2018. Liberaliserende hervormingen zullen geleidelijk terrein winnen, en de private sector zal een grotere bijdrage gaan leveren aan de economie. In 2017 zullen de zakelijke belangstelling en de toeristen uit de VS de klap verzachten van het inzakken van het toerisme uit Venezuela.
Let op: In de Cubaanse hoofdstad zal het bekendste exportproduct van het eiland, de sigaar, in februari worden gevierd tijdens het Festival del Habana.
De regering van de Alianza PAIS heeft het voordeel van een verdeelde oppositie en zal bij de verkiezingen in februari een volgende regeringsperiode veiligstellen. Rafael Correa, president sinds 2007, kan alleen aan het hoofd van de regering blijven als de grondwettelijke belemmering daarvoor wordt opgeheven, maar hij blijft hoe dan ook machtig en invloedrijk. Betogingen zijn onvermijdelijk, nu de regering de buikriem moet aansnoeren omdat de economie opnieuw zal krimpen.
President Horacio Cartes staat tegenover een agressieve oppositie, niet in de laatste plaats gevoerd door een dissidente vleugel van zijn eigen partij, de Partido Colorado; er is weinig kans dat hij vorderingen kan maken met zijn eigen agenda, die voorziet in administratieve hervormingen en investeringen in de infrastructuur. Samen met de grootste oppositiepartij zullen de dissidenten er alles aan doen om Cartes’ pogingen te blokkeren de grondwet, die niet in een tweede ambtstermijn voorziet, te wijzigen, in welk geval hij machteloos de verkiezingen van 2018 zal ingaan. De economie zal aantrekken, nu ook Brazilië en Argentinië hun problemen op dat vlak achter zich hebben gelaten.
De centrum-rechtse regering van de Peruanos Por el Kambio onder president Pedro Pablo Kuczynski heeft geen parlementaire meerderheid en moet, om wetten erdoor te krijgen, gokken op de verdraagzaamheid van een vijandige oppositie. Maar een brede consensus schraagt wel het liberale economische beleid dat heeft geleid tot een periode van sterke groei. Het einde van de hoge prijzen voor goederen geeft problemen, maar een druk programma van investeringen in de infrastructuur zal de groei in 2017 ondersteunen.
President Tabaré Vázquez wacht een taaie oppositie van uiterst linkse groepen uit zijn eigen partij, het Frente Amplio, die de voordelen van een duidelijke parlementaire meerderheid tenietdoen, en hij zal moeite hebben om vooruitgang te boeken met hervormingen van het onderwijs en de belastingen. Daarentegen zullen belasting- en prijsverhogingen het zorgwekkende gat in de begroting moeten opvullen. Het langzame herstel in Argentinië en Brazilië zal helpen om de groei iets te laten uitstijgen boven die van 2016.
Het presidentschap van Nicolás Maduro zal waarschijnlijk pas in 2018 zijn officiële einde bereiken, maar de vorm waarin het ter ziele gaat, ordelijk of gewelddadig, zal duidelijk worden wanneer de chaotische neergang van het land in 2017 in een versnelling komt. Consumptie en investeringen bevinden zich in een vrije val, in een economie die berust op goedgeefsheid uit de publieke sector en worstelt met olieprijzen die ver beneden de productiekosten liggen. Maar zelfs met een wisseling van leiderschap is enig economisch herstel op zijn vroegst pas mogelijk in 2018.
President Abdelaziz Bouteflika, aan het roer sinds 1999, heeft maar één bedreiging te vrezen voor zijn greep op de macht: zijn eigen gezondheid. Het wedijveren over de opvolging houdt de politieke elite bezig totdat het menens wordt. De dreiging van het militante islamisme van binnen en buiten de poreuze grenzen is een ander risico. De krachten die het regime steunen zullen de parlementaire verkiezingen in mei winnen, en spelen gewillig mee.
José Eduardo dos Santos, president sinds 1979, leidt zijn partij, de MPLA, naar de verkiezingen in augustus 2017, maar heeft beloofd dat hij in 2018 aftreedt. Zelfs als hij dat doet, zal hij nog steeds de macht blijven uitoefenen. Als de lage olieprijzen zorgen voor een inperking van de staatsuitgaven, die nodig zijn om de middenklasse tevreden te houden, zullen de protesten toenemen. Ze zullen schade toebrengen in het niet zo florissante zakenleven, maar weinig problemen veroorzaken voor het regime.
Nu president Paul Biya zich op de leeftijd van 85 jaar voorbereidt op zijn aftreden na de verkiezingen van 2018, richt hij zich op zijn opvolging. De macht blijft in handen van de Rassemblement Démocratique du Peuple Camerounais, die de voornaamste instituties in handen heeft. De regering zal geld lenen voor investeringen in de infrastructuur en de landbouw, om de lage olieprijs te compenseren en zo de groei in de economie te houden.
Kiezend voor een autoritair bestuur boven een pluralistische samenleving, heerst de regering van president Abdel-Fattah al-Sisi over toenemende ontevredenheid van het volk en een matte economie. Lage olieprijzen zullen de goedgeefsheid van de financiële supporters in de Golf op de proef stellen en de regering dwingen om eens wat verder te kijken. Het gebrek aan een georganiseerde oppositie, uit islamistische dan wel liberale hoek, helpt het regime om zijn greep op de macht te behouden.
De droogte van 2016 heeft de landbouw hard geraakt en een einde gemaakt aan een economische groeispurt die twaalf jaar heeft geduurd, maar nu de sector zich herstelt is een opleving is in de maak. De focus van de regering op problemen in de infrastructuur en het inrichten van industriecentra zal op den duur zorgen voor een duurzame groei, maar niet geheel volgens de ambitieuze voorspellingen. De heersende partij, het Ethiopisch Democratisch Revolutionaire Volksfront, zal haar greep op de macht behouden, voortdurend bestookt door tegenstanders uit gemarginaliseerde etnische groepen.
Let op: Ethiopië begint op 1 januari 2017 aan het tweejarige niet-permanente lidmaatschap van de Veiligheidsraad van de VN.
President Hassan Rohani wint bij verkiezingen in mei een tweede termijn, geholpen door de economische en politieke fall-out van het nucleaire akkoord. Als de sancties worden opgeheven en de olieprijzen nog altijd laag blijven, zal de regering op zoek gaan naar buitenlandse investeerders en expertise om de industriële productie zo snel mogelijk op te voeren. De economie zal daarop (en op de wat hogere olieprijzen) reageren met een sterke groei.
De regering van premier Haider al-Abadi werkt met de Koerden samen in de bestrijding van IS, maar bakkeleit met diezelfde Koerden over de controle op de export van olie uit Koerdisch gebied. De regering, gedomineerd door sjiieten, zal haar portie problemen krijgen met sektarische clusters door het hele land, maar de status-quo zal wel standhouden tot de verkiezingen in 2018. De kwetsbare economie zal groeien onder een programma waarin ook het IMF participeert.
De rechtse coalitieregering van premier Benjamin Netanyahu is onhandelbaar en instabiel, maar zal het jaar 2017 wel uitzitten, niet in het minst omdat de oppositie innerlijk verdeeld is. Het Palestijns-Israëlische conflict wordt overschaduwd door de andere problemen in de regio, en Israël zal van die kans gebruikmaken om zijn allianties te herschikken, zoals met Saoedi-Arabië in de rivaliteit met de gezamenlijke regionale rivaal Iran. De economische groei loopt in de pas met het tekort op de begroting.
Koning Abdullah staat bescheiden politieke hervormingen toe, voor zover die zijn machtspositie niet aantasten
Koning Abdullah staat bescheiden politieke hervormingen toe, voor zover die zijn machtspositie niet aantasten, die wordt geschraagd door een effectief veiligheidsapparaat. De staat krijgt geldelijke steun van bondgenoten in het Westen en de Golf. De overheid probeert het ondernemingsklimaat te verbeteren en de arbeidsmarkt te vergroten voor een arbeidspotentieel dat door de vluchtelingenstroom fors is gezwollen.
De verkiezingen in augustus worden gehouden aan de hand van nieuwe regels die de kans op gewelddadige ontsporingen moeten verkleinen. President Uhuru Kenyatta streeft naar een tweede ambtstermijn, gesteund door een nieuwe partij, de Jubilee Party, en bindt de strijd aan met de Coalitie voor Hervormingen en Democratie van oud-premier Raila Odinga. De verkiezingscampagne zal overheersen, maar een sterk stelsel van recente hervormingen zal de economie opstuwen.
Politieke afspraken die bedoeld zijn om evenwicht te brengen tussen de diverse politieke stromingen worden op hun deugdelijkheid beproefd bij machtsverschuivingen in de regio en het conflict in Syrië. De verkiezingen, sinds 2013 steeds weer uitgesteld en nu voorzien voor de maand mei, zullen opnieuw een instabiele coalitie opleveren, verdeeld langs sektarische lijnen (als het dus allemaal doorgaat). De centrale bank blijft de voornaamste factor in het economisch beleid, hoewel maatregelen die de instemming van het parlement behoeven liggen te verstoffen.
De strijd om de macht tussen de regering van nationale eenheid in Tripoli, erkend door de VN, en een zelfverklaard parallel bestuur met strategische steunpunten in het oosten van het land, vertoont nog geen tekenen van een eindstadium. De greep van beide partijen op delen van de levensbelangrijke olie-infrastructuur onthoudt elk van hen een stabiele bron van inkomsten, en het land een stevige economische basis. Als uitputting beide kanten ertoe dwingt in 2017 een overeenkomst uit te onderhandelen, kan de aandacht zich richten op het vestigen van enigerlei autoriteit over het opgedeelde nationale grondgebied en het onderdrukken van de activiteiten van IS
De regering van Abdelilah Benkirane zal politieke hervormingen doorvoeren die mogelijk zijn gemaakt door de opgepoetste grondwet van 2011, maar koning Mohammed IV blijft de feitelijke machthebber. Het economisch beleid richt zich op investeringen in de industriële exportsector, en de landbouw zal zich herstellen van een periode van grote droogte in 2016.
De oliesector heeft te kampen met onvriendelijke wetgeving en verstoringen in de belangrijke Nigerdelta door separatistische groepen, terwijl het gevoel van instabiliteit wordt aangewakkerd door langlopende spanningen over etnische en religieuze kwesties, nog afgezien van de activiteiten van de islamitische opstandelingen van Boko Haram in het noorden van het land. De economie zal uit de recessie van 2016 kruipen zodra de olieprijzen omhoog gaan, en het ondernemingsklimaat zal licht verbeteren.
Koning Salman bin Abdul-Aziz al-Saoed zal het nemen van besluiten in steeds grotere mate overlaten aan zijn zoon, Mohammad bin Salman al-Saoed, de tweede kroonprins. Deze lijkt brede hervormingen te willen doorvoeren die erop gericht zijn de economische groei op lange termijn zeker te stellen en het land minder afhankelijk te maken van de olie-export, terwijl onderwijl ook de macht van de koninklijke familie wordt gegarandeerd. Oplopende maar nog altijd lage olieprijzen zullen hun invloed hebben op de financiële huishouding.
Het wrede conflict in Syrië, een onhandelbare worsteling tussen strijdkrachten die trouw zijn aan president Bashar al-Assad en tientallen groepen opstandelingen die hem weg willen hebben, zal voortduren; krachten van buitenaf hebben slechts beperkte mogelijkheden om een einde te maken aan de strijd. Nog veel meer vluchtelingen zullen een gevaarlijke zoektocht naar veiligheid elders ondernemen.
Met een doelloze politiek en nog altijd in de greep van de 92-jarige Robert Mugabe, wacht de bevolking van Zimbabwe tot de natuur haar loopt neemt. Maar zelfs dan, met geen enkel duidelijk plan voor een overgang, lijkt stabiliteit nog niet in zicht. De economie zal zich in 2017 enigszins herstellen van de recessie die door droogte werd veroorzaakt en vervolgens terugkeren naar de ondermaatse prestaties van voordien.
Het lang dominante African National Congress likt zijn wonden na de slechte resultaten bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2016 en kan een forse uitdaging van de oppositie tegemoet zien bij de algemene verkiezingen van 2019. Onderwijl moeten de autoriteiten de discipline in het fiscale en begrotingsbeleid strikt handhaven om de inflatie binnen de perken te houden en de status van het land op het gebied van buitenlandse investeringen op de internationale markt te beschermen.
The Economist
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180
Instituut van de Britse journalistiek. Opgericht in 1843 door een Schotse hoedenfabrikant tegen ‘de onnozelheid’ die de vooruitgang in de weg stond. Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Voor 85 procent buiten het koninkrijk verkocht en voor de helft eigendom van de Financial Times.
Sinds de financiële crisis van 2008 strijden steeds meer studenten economie voor een hervorming van de lesprogramma’s, en meer aandacht voor alternatieve benaderingen. Maar het verzet van de gevestigde neoklassieke orde is hevig. Wie heeft er gelijk?
Voor een groep die heeft bijgedragen aan een verandering in het lesprogramma van de studie economie aan universiteiten overal in Engeland, had de Post-Crash Economics Society een allesbehalve gedenkwaardige start.
In november 2012 kwamen zeven studenten bijeen in een benauwd kamertje op de bovenste verdieping van de studentenvereniging van de Universiteit van Manchester. Ze zaten in een halve cirkel en luisterden naar de twee oprichters, die een korte powerpointpresentatie hielden waarin ze uitlegden wat er volgens hen mis was met de studie economie. Daarna werd er beleefd gediscussieerd tot iedereen de deur uit slenterde om aan de kerstvakantie te beginnen. Het was niet echt Parijs 1968.
De studenten hadden gereageerd op een e-mail met in de onderwerpregel: ‘Oproep aan alle econosceptici.’ ‘Midden in de grootste mondiale recessie in tachtig jaar,’ aldus de mail, ‘zetten overal ter wereld studenten vraagtekens bij de fundamenten van onze discipline.’
Verder vroegen de opstellers zich af of de economie zoals ze die gedoceerd kregen – vol wiskundige formules en abstracte modellen – wel toepasbaar was op de echte wereld. ‘In hoeverre kan economie een echte wetenschap worden genoemd?’ luidde een prikkelende vraag, verwijzend naar de neiging van academische economen om hun vergelijkingen en wiskundige identiteiten als ijzeren wetten te presenteren in plaats van als onvolmaakte pogingen om een model te maken van onvoorspelbare menselijke interacties. Lijkt economie eigenlijk niet meer op politicologie dan op natuurkunde, vroegen ze zich af.
Onder druk
De Post-Crash Economics Society stond niet alleen in deze opvatting. Ha-Joon Chang, een ontwikkelingseconoom die doceert aan de universiteit van Cambridge, herinnert zich dat studenten op zijn deur bonsden en riepen: ‘We zitten midden in de grootste financiële crisis sinds 1929 en onze hoogleraren geven college alsof er niets is gebeurd.’
In 2011 richtten studenten aan de universiteit de Cambridge Society for Economic Pluralism op, nadat ze aanwezig waren geweest op een feestje van de Marshall Society, de officiële economievereniging van Cambridge. Het feestje had als thema ‘casino’, was zwaar gesponsord door het bedrijfsleven, en de gasten nipten er champagne en spraken over een baan in de City. Volgens een medeoprichter van de Society for Economic Pluralism, doctoraalstudent Rafe Martyn, is het initiatief gericht op degenen ‘die economie studeren om de wereld te verbeteren in plaats van alleen maar hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten’. Vergelijkbare verenigingen als de Post-Crash Economics werden ook op andere campussen opgericht.
Het is nauwelijks verrassend dat na de ernstigste economische crisis sinds de beurskrach in 1929 en een zelfs nog langduriger gevoelde malaise, die overal in Europa en de VS tot politieke beroering heeft geleid, het beroep van econoom zwaar onder druk is komen te staan.
De economische ‘deskundigen’ die ons hadden verteld dat we voor eens en altijd de problemen met onze conjunctuurschommelingen hadden opgelost en die de toenemende ongelijkheid in de meeste ontwikkelde landen negeerden of zelfs roemden, bleken tekort te schieten in hun voorspellende en oplossende macht. Nog opvallender is de vastberadenheid van velen binnen de economische elite om hun positie te verdedigen.
Leden van de Post-Crash Economics Society aan Manchester University.
Toch hebben de studentenprotesten tegen de verwachting in effect gehad en de aanzet tot veranderingen gegeven. Sinds dit jaar bieden verscheidene universiteiten in Engeland programma’s aan die economie benaderen vanuit een breder perspectief. Tweedejaarsstudenten in Cambridge kunnen bijvoorbeeld een lesprogramma van dertig colleges volgen over de Geschiedenis en Filosofie van de Economie. Volgens cursuscoördinator Chang is dit het eerste programma met een dergelijke inhoud aan een Engelstalige universiteit in twintig jaar. In Londen bieden het Goldsmiths College en de University of Greenwich lesprogramma’s aan met een pluralistische inslag. Het University College London neemt deel aan het opensource- en interactieve programma Core (Curriculum Open-access Resources in Economics), waarin wordt geprobeerd de studie economie beter toepasbaar te maken op de echte wereld. Ook in Manchester worden breder georiënteerde modules geïntroduceerd, te laat en nog te beperkt voor de studenten die in 2012 aandrongen op veranderingen, maar desalniettemin wel een doorbraak. Post-Crash Economics heeft zich ontwikkeld tot Rethinking Economics, een officieel netwerk dat meer dan veertig studentengroepen verbindt die op campussen van Italië tot Canada en van China tot Brazilië aandringen op veranderingen in het lesprogramma.
‘Er is van alles gaande,’ vertelt Diane Coyle, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Manchester. ‘Bijna iedereen die economie doceert, accepteert dat na de crash het lesprogramma aan hervormingen toe was, hoewel ik begrijp dat het voor de studenten nog veel te langzaam gaat.’
De opstand tegen het lesprogramma heeft implicaties die verder reiken dan de academische wereld. De studenten van tegenwoordig zijn tenslotte de opgeleide economen van morgen, die onze economie runnen vanachter hun bureau bij de overheid, banken, multilaterale instellingen en denktanks. Wat studenten leren over hoe de economie werkt en hoe overheden het resultaat kunnen beïnvloeden zal een grote impact hebben op het toekomstige beleid over zoveel zaken, van belastingen en staatsuitgaven tot rentetarieven, minimumlonen, uitstoot van broeikasgassen en de handel.
Toch klagen de studenten op dit moment dat ze nog steeds worden geïndoctrineerd in de methodologie van een pseudowetenschap die gestoeld is op zogenaamde neoklassieke beginselen. The Econocracy [Manchester University Press] een boek dat in november uitkomt en waar onder anderen Joe Earle aan heeft meegewerkt, een van de oprichters van Post-Crash Economics, schetst een beeld van de reguliere economen als ware gelovigen in een grotendeels in diskrediet geraakte reeks aannames, die een parallel universum hebben uitgevonden met ‘goed gedefinieerde mechanische relaties tussen verschillende bewegende delen, verbonden door metaforische buizen, remmen en hefbomen: rentetarieven omhoog, meer bankleningen; belastingen omlaag, investeringen omhoog.’
De financiële crisis van 2008 werd volgens en student in 2011 tijdens zijn eerste jaar aan de Universiteit van Manchester niet één keer genoemd
De economen hebben volgens de studenten het ernstigst gefaald bij het verklaren, laat staan voorzien, van de financiële crisis van 2008. Die crisis, aldus Earle, werd in 2011 tijdens zijn eerste jaar aan de Universiteit van Manchester niet één keer genoemd. Zijn docenten bleken liever te geloven in een rationeel economisch systeem dat grotendeels zichzelf corrigeerde, een systeem dat automatisch zou terugkeren naar een staat van evenwicht.
Earle is zelfverzekerd, maar uiterst beleefd. Ik had met hem afgesproken in een café in Kentish Town, vlak bij waar hij is opgegroeid, en na afloop stuurde hij me een e-mail waarin hij zich ervoor verontschuldigde dat hij was vergeten om mij te bedanken voor de koffie met gebak. Hij lijkt me niet echt het type van de luis in de pels van het establishment. Tegen de tijd dat hij begon aan zijn studie filosofie, politicologie en economie, had hij er twee jaar opzitten bij The Big Issue [de Britse daklozenkrant], een baan waar hij in contact was gekomen met daklozen in heel Engeland. Hij begon op twintigjarige leeftijd met een veel breder perspectief aan de Universiteit van Manchester. De economie die hij daar leerde kennen leek niet echt bezig met de problemen van de echte wereld, zoals ongelijkheid en financiële stabiliteit. Die werd gedomineerd door elegante modellen waarin een rationele en representatieve beleidsvormer probeerde zijn nutsfunctie te maximaliseren binnen bepaalde restricties.
In The Econocracy staat een typische tentamenvraag voor de studie economie: ‘Laat je gedachten gaan over een twee-periode economie waarin een representatieve consument zijn/haar levensduur-nutsfunctie maximaliseert U (C1, C2) = u(C1) + ßu(C2), gegeven de levensduur-budgetrestrictie (1 + t)C1 + C2/R = W, waar 0 < ß < 1, W is de contante waarde van het levensinkomen na belasting, t is het btw-tarief en R = 1 + r, waar r de rentevoet is.’
Earles bezwaar tegen het herhaalde gebruik van zulke formulaire modellen is dat het een ‘gesloten systeem’ oplevert, immuun voor iedere kritische benadering. ‘Je krijgt een vernauwde manier van denken over economie gedoceerd als een bepaald stelsel van regels en wetten dat niet ter discussie gesteld en niet onderuit gehaald mag worden,’ zegt hij. Hij zou graag willen dat ‘politicologie en filosofie en ook ethiek’ weer werden ingevoerd in de studie economie door het te onderwijzen als een ‘beproefd’ multidisciplinair vak waarin verschillende benaderingen worden getest op scenario’s uit de echte wereld. Vroegere auteurs op het gebied van de economie, zoals Jeremy Bentham en John Stuart Mill, stelden ethiek centraal in de discussie.
Spontaan gedrag
Naast de neoklassieke school zou een pluralistisch curriculum ook denkrichtingen kunnen bevatten die het accent leggen op klassenverhoudingen of de psychologie van de mens. In plaats van het extrapoleren van één rationeel, optimaliserend instrument, zoals neoklassieke economen doen, zouden complexere modellen ‘spontaan gedrag’ kunnen onderzoeken, gebruikmakend van methoden uit de chaostheorie en de meteorologie.
In de praktijk voelen veel economen zich bedreigd door het binnendringen van hybride benaderingen in de omsloten schoonheid van hun wiskundig perfecte tuin. Pontus Rendahl doceert macro-economische theorie in Cambridge. Hij vindt het prima dat studenten worden geconfronteerd met economische geschiedenis en met ideeën die het neoklassieke denken in twijfel trekken. (Hij geeft de voorkeur aan de omschrijving ‘regulier’, omdat neoklassiek, net als neoliberaal, bijna een scheldwoord is geworden.) Hij waarschuwt echter voor de overstap naar een pluralistisch curriculum waarin verschillende denkrichtingen evenveel gewicht krijgen.
‘Pluralisme is een mooi gevonden woord,’ zegt hij. ‘Maar dezelfde redenering gebruiken de creationisten in de VS die zeggen dat natuurlijke selectie maar een theorie is.’ Omdat de reguliere economie ‘onwrikbare wetten’ heeft, zo betoogt hij, zou het verkeerd zijn om heterodoxe theorieën te onderwijzen alsof ze gelijk gewicht hebben. ‘Om dezelfde redenen vind ik ook dat er geen heterodoxe techniek of alternatieve geneeskunde zou moeten worden gedoceerd.’
Volgens Rendahl is de reguliere economie flexibeler dan de critici willen doen geloven. ‘Net zoals de economie in staat is geweest om de ideeën van John Maynard Keynes op te nemen, die het opvoeren van de overheidsuitgaven propageerde om de chronische onbalans tussen vraag en aanbod te corrigeren, zo kan de economie ook andere ideeën opnemen, zoals de gedragseconomie die zegt dat slecht beleid suboptimale nutsfunctie met zich meebrengt.
De macro-economie is “kapot”. Maar de micro-economie is nog solide en vaak verifieerbaar met behulp van data uit de echte wereld
Ook andere academische economen vinden dat studenten de problemen overdrijven. Angus Deaton, een winnaar van de Nobelprijs voor Economie die doceert aan de Universiteit van Princeton, vindt dat economie een vrijzinnige kerk is, maar wel een die kort gehouden moet worden. Hij geeft als voorbeeld Daron Acemoglu, een jonge superstar aan het Massachusetts Institute of Technology, die onder meer onderzoekt hoe instituties groei stimuleren of afremmen. ‘Hij is een heel goed voorbeeld van hoe dingen zouden moeten gaan: je houdt je bezig met geschiedenis, maar je weet genoeg van wiskunde om er ook een model van te maken. Het verbannen van de wiskunde is niet de oplossing,’ zegt hij. ‘Een model is de kruiscontrole of je eigenlijk wel weet waar je het over hebt.’
In Manchester verdedigt ook Diane Coyle de basismethodologie van de economie. Volgens haar halen de critici micro-economie, de studie van het gedrag van mensen en bedrijven, en macro-economie, de studie van economie als geheel, door elkaar. De macro-economie, zo geeft ze toe, is ‘kapot’. Maar de micro-economie is nog solide en vaak verifieerbaar met behulp van data uit de echte wereld.
Soms ontaardt de botsing der ideeën. Een wetenschapper die ik ontmoette op University College London sprak alleen op fluistertoon met me voor het geval dat collega’s haar kritiek op het curriculum zouden horen, ondanks de recente openstelling voor pluralistische ideeën. In Cambridge zegt Chang, die nooit een volledig professoraat heeft gekregen, vaak voor de grap dat zijn collega’s juist respect voor hem zouden moeten hebben als econoom omdat de markt hem gelijk heeft gegeven: zijn boeken verkopen veel beter dan die van hen. Ze reageren arrogant. Rendahl citeert een concurrent: ‘Wie zegt dat Chang over economie schrijft? Volgens die rekenmethode moet J.K. Rowling [de auteur van de Harry Potter -boeken] als de beste econoom ter wereld worden beschouwd.’
De cursus die Chang geeft over de geschiedenis en de filosofie van de economie laat studenten kennismaken met non-neoklassieke denkers en stimuleert ze om de methodologie van reguliere economen kritisch te benaderen vanuit het perspectief van andere academische disciplines. Het is een begin, maar volgens Chang is het lesprogramma nog niet genoeg veranderd. ‘Er zitten nog veel intellectuele fossielen, die zeggen dat er niets mis is,’ zegt hij.
De ideeën van de studenten slaan ook steeds meer aan in de buitenwereld. Robert Skidelsky, de biograaf van Keynes, is een aanhanger. Net als Andrew Haldane, de belangrijkste econoom bij de Bank of England. Ook hij denkt dat dingen langzaam aan het veranderen zijn. ‘Naar mijn gevoel varen we nu een iets andere koers. En in de loop van de tijd zal dat, heel geleidelijk, tot verbeteringen leiden.’
Earle van de Post-Crash Society zegt dat de studentenbeweging aan invloed wint, ook al is die verandering bescheidener dan hij zou willen. Het overkoepelende doel is volgens hem om de economie af te laten stappen van het idee dat die ‘de enige ware weg’ heeft gevonden. Ware neoklassieke gelovigen, die kritische heterodoxe economen handig wegzetten als charlatans, gedragen zich als ‘astronomen voor de tijd van Galileo’. Uiteindelijk moet de studie economie ‘pluralistischer, kritischer, liberaler’ worden, vindt hij, meer een verkenning van ideeën en minder een opleiding in het economische priesterschap.
Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000
Gezaghebbende krant voor de Londense City en de rest van de zakenwereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. Het in 1888 opgerichte dagblad wordt inmiddels in 23 landen gedrukt en heeft naast de Britse ook drie Europese, een Amerikaanse en een Aziatische editie.
Tien jaar geleden aapten Chinese hightechbedrijven slaafs Silicon Valley na. Maar die mentaliteit begint te veranderen. Steeds meer jonge uitvinders en ondernemers in China willen zélf het nieuwe Google of Apple bouwen.
De jonge programmeur had een idee en iedereen verklaarde hem voor gek. Meteen na zijn studie had hij werk gevonden als programmeur voor YY, een livestreamingbedrijf in Guangzhou, in de Chinese Parelrivierdelta. Elke maand zijn er meer dan honderd miljoen gebruikers die beelden van zichzelf streamen of naar streams van anderen kijken om samen te zingen, te gamen of complete shows te presenteren vanuit hun flatje in Beijing. Het publiek praat dan uitgebreid mee, via microfoon of tekstberichtjes. De programmeur vond dat YY iets nieuws moest proberen: een datingservice. Zijn idee was dat een presentator eenzame singles uitnodigt in een soort onlineontmoetingskamer en hen stimuleert om in gesprek te komen en zo misschien een partner te vinden.
De directie zag het niet echt zitten. ‘De directeur had het bijna afgeblazen,’ zegt hoofd Financiën Eric Ho op het hoofdkantoor van YY, waar drie verdiepingen gevuld zijn met verwoed tikkende programmeurs en designers. Weet je zeker dat je dit wilt doen, had de directeur gevraagd. Het is zo’n stom idee. Ik denk niet dat de mensen hier trek in hebben. Maar de programmeur was enthousiast en bleef aandringen, en dus lieten ze hem begaan: vooruit, probeer maar.
Amerikaanse houding
In China bestond dit type werknemer vroeger niet. Tien jaar geleden werd er geklaagd dat de hightechindustrie van het land gebrek had aan vernieuwers met lef. Je had natuurlijk wel razend winstgevende hightechbedrijven, maar die namen geen creatieve risico’s. Ze aapten gewoon Silicon Valley na. Baidu was een kloon van Google, Tencent een kopie van Yahoo! en JD een dubbelganger van Amazon. Jonge Chinese programmeurs hoorden tot de beste van de wereld, maar ze misten de gedrevenheid van een Mark Zuckerberg of een Steve Jobs. De Amerikaanse houding – vaak falen en snel falen om des te sneller bij een echte knaller uit te komen – was deze jongeren wezensvreemd. Zij vonden dat eng, gedrild als ze waren in een onderwijsstelsel dat nog zwaar leunt op stampwerk en de afstraffing van fouten. Eenmaal afgestudeerd verlangden ze niet naar een eigen bedrijf, maar naar een baan bij een grote, degelijke firma.
Die mentaliteit begint nu te verdwijnen, als gevolg van een welvaartsstijging die jonge technologiestudenten nieuw zelfvertrouwen schenkt. In 2000 behoorde krap 4 procent van de Chinese bevolking tot de middenklasse (gedefinieerd als mensen met een jaarinkomen van 9000 tot 34.000 dollar), maar in 2012 valt al twee derde van de bevolking in die groep. Binnen dezelfde periode is het aantal hogeropgeleiden verzevenvoudigd: vorig jaar hebben zeven miljoen Chinezen een universitaire studie voltooid.
‘We zien begintwintigers die bedrijven starten. Mensen die net zijn afgestudeerd, en zelfs een paar die met hun studie zijn gestopt,’ zegt Kai-Fu Lee, voormalig werknemer van Apple, Microsoft en Google, en nu een durfkapitalist die al tien jaar overal in zijn land jongeren helpt bij het opstarten van een bedrijf. In de grote steden stikt het bij broedplaatsen en hackerspaces inmiddels van de ambitieuze uitvinders en ondernemers. En die azen niet meer op een baan bij Google of Apple. Zij willen – net als hun tegenhangers in San Francisco – zelf het nieuwe Google of Apple bouwen.
Er wordt met geld gesmeten door mannelijke en vrouwelijke gasten die elkaar – en de presentator – virtuele cadeaus geven: ringen (1,55 dollar), kusjes (16 cent) en liefdesbriefjes (5 cent). Voor zo’n 1000 dollar kun je iemand een virtuele Lamborghini geven
Iedereen met een veelbelovend idee en enige ervaring kan aan geld komen. Durfkapitalisten hebben in 2014 een recordbedrag van 15,5 miljard dollar in Chinese start-ups gepompt. De jonge ondernemers worden hier dus bedolven onder het geld én onder de goede raad van hun superrijke weldoeners. (Al zinken deze investeringen nog in het niet bij de 48 miljard dollar die in 2014 in de VS aan durfkapitaal is uitgezet.) Zelfs de Chinese overheid, die toch weinig op heeft met vrije meningsuiting op het internet en een enorm digitaal censuurapparaat heeft opgetuigd, heeft een stimuleringsfonds van 6,5 miljard dollar ingesteld. Nu de groei van de economie stagneert, is de partij naarstig op zoek naar nieuwe manieren om banen te creëren.
YY voer wel bij het besluit om de ondernemende jonge programmeur de vrije hand te geven. De vorig jaar gelanceerde datingshow werd een grote hit en heeft al veel geld in het laatje gebracht. YY verdient niet aan reclame maar aan gebruikers, die virtuele cadeautjes kopen voor elkaar of voor de ‘sterren’ die online hun eigen leven streamen. Van elke aankoop strijkt YY 60 procent op, het resterende bedrag gaat naar de ontvanger van de gift. (Populaire livestreamers kunnen daarvan leven.)
Samen met Ho kijk ik op een laptop naar een datingevent dat net aan de gang is. Er wordt met geld gesmeten door mannelijke en vrouwelijke gasten die elkaar – en de presentator – virtuele cadeaus geven: ringen (1,55 dollar), kusjes (16 cent) en liefdesbriefjes (5 cent). Voor zo’n 1000 dollar kun je iemand een virtuele Lamborghini geven. In de eerste negen maanden bracht de datingshow 16 miljoen dollar op, en de opbrengst stijgt nog iedere maand. Vorig jaar kon YY een jaaropbrengst van 580 miljoen dollar rapporteren, en drie jaar na de beursgang bedraagt de beurswaarde 3 miljard dollar. Het nieuwe Silicon Valley bestaat al – het ligt in het oosten.
Bezoekers van een stand van livestreamingbedrijf YY. ‘Zelfs de Chinese overheid, die toch weinig op heeft met vrije meningsuiting op het internet en een enorm digitaal censuurapparaat heeft opgetuigd, heeft een stimuleringsfonds van 6,5 miljard dollar i
China’s technologische boom van eind jaren negentig leverde het land zijn eigen Web 1.0 op: eigen zoekmachines, mailprogramma’s en blogsites, nieuwsportals en de enorme onlinemarktplaats Alibaba. Destijds had China eigen kopieën van Amerikaanse bedrijven nodig, omdat Amerikaanse bedrijven China niet makkelijk binnenkwamen. Veel buitenlandse sites werden door de overheid geblokkeerd met een complex systeem van filters dat bekendstaat als de Great Firewall. Lokale bedrijven hadden sowieso een voorsprong op buitenlandse: zij hadden beter inzicht in de specifieke wensen van Chinese internetgebruikers in de eerste jaren van deze eeuw, toen goede internettoegang nog maar mondjesmaat verspreid was. Toen eBay tien jaar geleden bijvoorbeeld China probeerde te veroveren, mislukte dat deels doordat kleine bedrijven vaak nog geen computer of internetaansluiting hadden. Jack Ma, de oprichter van Alibaba, was zich daar terdege van bewust en stuurde daarom eerst een legertje vertegenwoordigers het land in om mkb’ers te leren hoe ze online konden gaan.
Die eerste golf leverde bedrijven op als Baidu en Alibaba, de ‘grote draken’ van de Chinese hightech, en creëerde net zulke internetmiljonairs als Microsoft in de jaren negentig. Deze succesvolle na-apers van Amerikaanse bedrijven effenden de weg voor de ‘kleine draken’: de creatieve start-ups van Web 2.0 die de laatste tien jaar zijn opgekomen. De grote draken zijn niet alleen hun grote voorbeeld maar hebben, nog belangrijker, de infrastructuur opgebouwd die de huidige hausse mogelijk maakt.
Een van de succesvolste bedrijven van deze tweede golf is Meituan, een onlinemarktplaats die handelaren in heel China in staat stelt klanten via de website of de mobiele app attent te maken op interessante aanbiedingen bij hen in de buurt. Bij een bezoek aan hun hoofdkantoor wanen we ons in een tropisch regenwoud: tussen de werkplekken staan grote planten en luchtbevochtigers blazen stoomwolkjes uit. Boven het hoofd van tientallen programmeurs hangt een lcd-scherm zo groot als een eettafel voor zes personen, met daarop het getal 8309: het aantal transacties dat die dag al via Meituan is afgesloten. De opbrengst van het bedrijf is in vijf jaar tijd gigantisch gegroeid. In 2014 genereerde het voor 7 miljard dollar aan transacties voor de 900.000 aangesloten bedrijven; eind 2015 zal dat waarschijnlijk 18,5 miljard dollar zijn.
De directeur van Meituan, de beminnelijke Wang Xing, is een ondernemer die verslaafd is aan het oprichten van creatieve start-ups. Hij had al Chinese klonen van Facebook en Twitter opgericht toen hem in 2008 opviel hoe goed Groupon het deed. Maar hij was inmiddels ook ervaren genoeg om de zwakke plek in dat businessmodel te zien: Groupon roomt bij elke transactie een groot deel van de winst af, tot wel 50 procent, en dat wekt wrevel bij de handelaren. Wang wilde juist dat Meituan de makkelijkste manier voor kleine handelaren zou worden om hun waar aan de man te brengen en contact met klanten te houden. Door een vaste provisie van slechts 5 procent te hanteren garandeert Meituan dat ook de handelaar bijna altijd iets aan een transactie verdient.
Dienstverlening en gemak
Wang heeft ook zijn eigen betalingssoftware laten ontwikkelen. Hij haalt zijn telefoon tevoorschijn om het te demonstreren. Programmeurs zijn overal in het land bij bioscopen langsgegaan om hun kassasystemen aan de app van Meituan te koppelen. Dat had veel voeten in de aarde, maar nu kunnen bioscoopgangers met de Meituan-app niet alleen een kaartje kopen maar zelfs hun stoel uitkiezen.
Inmiddels wordt een derde van alle bioscoopkaartjes in China via Meituan verkocht. Dat was een slimme zet, want dienstverlening en gemak is precies waar de stedelijke middenklasse van China steeds meer naar verlangt. De dienstensector was in 2013 verantwoordelijk voor 44 procent van alle bestedingen van de Chinese middenklasse. Dat cijfer zal volgens McKinsey stijgen tot 50 procent in 2022, naarmate jonge stedelingen steeds meer zaken via hun telefoon gaan bestellen, van massages tot afhaalmaaltijden.
Er zit ook nog veel groeipotentieel in de Chinese onlinehandel, want tal van alledaagse diensten zijn nog steeds niet online beschikbaar. Zo wordt 80 procent van de hotelkamers nog steeds niet via internet geboekt. Toch bestellen mensen graag online, niet alleen vanwege het gemak maar ook omdat het veel minder corrupt en ondoorzichtig is dan traditionele handel. Zoals Kai-Fu Lee uitlegt: ‘In de VS is de handel door eeuwenlange eerlijke concurrentie redelijk eerlijk en transparant geworden.’ Maar in China niet. Door de tussenhandel te omzeilen en met een waarderingssysteem te werken kunnen onlinebedrijven transacties nu betrouwbaarder maken, aldus Lee.
Heb je voor autoritjes in de VS twee grote spelers, Uber en Lyft, in Meituan moest je in de begindagen opboksen tegen naar schatting zo’n drieduizend rivalen, verspreid over het hele land
Maar op de korte termijn veroorzaakt de digitale goldrush vooral een manische concurrentiestrijd. Zodra er een nieuw gat in de markt wordt ontdekt, zijn er meteen tientallen of zelfs honderden ondernemers die erop duiken. Vergeleken daarmee is het concurrentieklimaat in de VS uitgesproken mild. Voor autoritjes heb je daar bijvoorbeeld maar twee grote spelers, Uber en Lyft. Maar Lee schat dat Meituan in de begindagen moest opboksen tegen zo’n drieduizend rivalen, verspreid over het hele land. Als je dat overleeft, kom je gehard uit de strijd.
En dat geldt nu ook voor Wang. Hij zit qua leeftijd tussen de nieuwe en de oude garde in en is als investeerder nu een mecenas voor jongeren met goede ideeën: de toekomstige kleine draken. Eén bedrijf waarin hij heeft geïnvesteerd is eDaijia, waarmee je een chauffeur kunt bestellen om je naar huis te laten rijden als je te veel gedronken hebt. ‘Ze domineren de markt in China en zijn vorig jaar begonnen in Seoel,’ lacht hij, ‘omdat dat volgens hen de stad met de meeste zuipschuiten ter wereld is.’
China beleeft dus een aanzienlijke bloei van creatieve webdiensten, maar het is vooral op het gebied van hardware dat het de VS kan aftroeven. Het land is al dertig jaar bezig om de grootste maakindustrie ter wereld op te bouwen. In kuststeden als Shenzhen en Guangzhou wemelt het nu van de elektronicaproducenten – van kleine ateliers met drie man personeel tot de enorme fabriekscomplexen van Foxconn met 30.000 werknemers waar de nieuwe iPhones worden gemaakt. Allemaal weten ze hoe je dingen moet maken, dus het was haast onvermijdelijk dat lokale ondernemers hier een grote rol in zouden spelen.
‘Het is in China makkelijker dan elders,’ zegt Robin Han, ‘omdat wij Shenzhen hebben.’ Han is de 32-jarige medeoprichter van Zepp Labs, een hardwarestart-up in Beijing die hoge ogen gooit in de sportwereld. Het bedrijf maakt een sensor die de beweging volgt van je golfclub, honkbalknuppel of tennisracket; met een bijbehorende iPhone-app kun je vervolgens je swing of slag verbeteren.
Han werd vijf jaar geleden door het ondernemersvirus gegrepen toen hij als promovendus voor Microsoft in Beijing werkte. Een baan bij zo’n groot bedrijf gaf wel zekerheid, maar voor hetzelfde geld zat je er jarenlang te zwoegen aan een project dat misschien wel nooit zou worden gerealiseerd. Je had het succes daar niet in eigen hand, vertelt hij me in het felverlichte kantoor van Zepp, waar een twintigtal programmeurs en designers achter toetsenborden zit.
Han zag dat telefoons van HTC en HP en de afstandsbediening van de Nintendo Wii met een gyroscoop werden uitgerust. Hij bedacht dat die techniek wel eens snel in prijs zou kunnen dalen naarmate meer grote bedrijven dat voorbeeld zouden volgen. Hij en zijn vriend Peter Ye (nu hoofd R&D van Zepp) houden van sporten en kwamen zo op het idee voor de swingsensor. Spelers kunnen hun beweging analyseren en vergelijken met die van profsporters. Coaches kunnen hiermee de training van een heel team analyseren, zelfs op afstand.
Han en Ye nemen me mee naar de kelder, waar ze een grote oefenkooi voor honkbal en golf hebben gebouwd. ‘We zijn hier uren bezig geweest om de werking van de sensoren met onze eigen swing te verbeteren,’ zegt Han. De muren zijn bezaaid met inslagen van afgezwaaide ballen. Hun prototype werkte zo goed dat het de aandacht trok van een vertegenwoordiger van Apple die in China op zoek was naar nieuwe producten voor de Apple Store. Voordat ze volledig voldeden aan alle strenge vormgevingseisen van Apple waren ze veertien prototypes verder, maar het is de moeite wel waard geweest: in 2012 werd de Zepp-sensor wereldwijd in de Apple Store gelanceerd, en inmiddels hebben ze al 300.000 afnemers.
Han en Ye zijn Zepp Labs begonnen met een beginkapitaal van 1,5 miljoen dollar en hebben met behulp van hun eigen contacten een goede fabriek voor de ontwikkeling van prototypes en de uiteindelijke massaproductie gevonden. Die laatste stap is altijd de moeilijkste geweest bij het opzetten van een productieproces in China: het vinden van een capabele fabriek à la Foxconn, met voldoende ervaring in het oplossen van ontwerpproblemen. Maar ook dat gaat de laatste jaren steeds makkelijker. Er zijn nu bemiddelaars tussen industrie en designers, zoals Highway 1, een programma van industriegigant PCH: dat speurt wereldwijd naar bedenkers van nieuwe gadgets en zoekt vervolgens topfabrieken die het aandurven om een product van een onbekend nieuw talent te produceren.
China heeft ook zijn eigen hackerspaces. De eerste hackerspace, XinCheJian in Shanghai, werd in 2010 mede opgericht door de Chinese internetondernemer David Li. Hij zag dat relatief goedkope apparatuur amateuruitvinders steeds beter in staat stelde om zelf gelikte prototypes van hun uitvindingen te produceren. Nu komen op XinCheJian uitvinders uit heel China samen met Chinese expats uit de hele wereld om te brainstormen en vervolgens excursies naar fabrieken te maken om inzicht te krijgen in het ecosysteem van China’s hardwareproductie. De leden betalen een maandelijkse contributie, net als bij de sportschool. In ruil daarvoor krijgen ze toegang tot de technische middelen van de hackerspace en advies van hun mede-uitvinders.
‘Ik spoor mensen altijd aan: maak snel een prototype, zoek partners voor de productie en zet een Kickstartercampagne op’
‘Ik spoor mensen altijd aan: maak snel een prototype, zoek partners voor de productie en zet een Kickstartercampagne op,’ zegt Li. We zitten aan een tafel in de hackerspace; achter hem zien we ruimtes vol draaibanken, allerhande elektrisch gereedschap en hele rijen 3D-printers. Eén recent product dat uit XinCheJian voortkomt, is de Wearhaus Arc-koptelefoon. Daarmee kun je de muziek waar je naar luistert draadloos streamen naar de koptelefoon van een vriend, zodat je tijdens het werken of studeren van dezelfde muziek kunt genieten. De eerste oplage van drieduizend stuks is al uitverkocht, een grotere tweede lading is in de maak.
De Chinese bedrijven kunnen geduchte concurrenten worden, maar het werkt twee kanten op: het wordt voor westerse ondernemers ook steeds makkelijker om in China voet aan de grond te krijgen. Ze gaan al geregeld naar hardware- en softwarebijeenkomsten in de kuststeden om lokale zakenpartners of geschikte fabrieken te vinden. China wordt in feite een mekka voor mensen met ideeën – zoals Silicon Valley dat een generatie geleden was.
Dat zag ik tegen het eind van mijn verblijf heel duidelijk geïllustreerd toen ik nog even langsging in hackerspace XinCheJian van David Li. Die was daar in gesprek met een start-upteam dat hij coacht, met onder meer de Nederlands-Italiaanse Lionello Lunesu en de Amerikaan Berni War. Ze bekeken hun laatste prototype, vers uit de fabriek bezorgd door een koerier. Het was een klein apparaatje dat meldingen van je computer of telefoon doorgeeft. Een soort Apple Watch, maar dan voor op je bureau in plaats van aan je pols. Li pakte het apparaat en streelde de gladde witte buitenkant. ‘Hetzelfde plastic dat ze voor de iPhone 5c gebruiken,’ zei hij. Grote grijns op het gezicht van de jonge ondernemers. Dat soort mogelijkheden heb je in de VS vaak niet. En daarom zitten ze hier.
Wired
Verenigde Staten | maandblad | oplage 750.000
Wired bericht in print en online over de verbanden tussen technologische ontwikkelingen en cultuur, politiek en economie. Absolute referentie voor internationale technologie. Spraakmakende covers, ongeëvenaarde inhoud.
De Grote Roerganger zelf heeft het ooit zo uitgelegd: ‘Wij denken te klein,’ zei hij. ‘Wij denken als een kikker die op de bodem van de put leeft. Kijkt de kikker omhoog, dan denkt hij dat de hemel even groot is als het stukje blauwe lucht dat hij vanuit zijn positie kan zien. Maar klimt hij omhoog, dan zal hij daar een heel ander idee van krijgen.’
Veertig jaar na de dood van voorzitter Mao is de kikker uit de put gekropen en heeft z’n voltallige familie – geen eenkindpolitiek – meegenomen. Mao’s economische theorieën liggen nog steeds op de bodem van de put, met onmiskenbaar resultaat. In 2020, zo luidt de voorspelling, zal China qua omvang van zijn economie de Verenigde Staten dik hebben ingehaald – Rusland en de Europese Unie zien heel erg in de verte alleen nog de achterlichten van het immense Aziatische land. Met een overschot op de betalingsbalans van bijna 400 miljard dollar in 2015 en een deviezenreserve van 3 biljard dollar kwaakt de kikker dat het een aard heeft en ook nog vanaf alle continenten, zoals blijkt uit ons dossier ‘China koopt de wereld’ in dit nummer.
Toch is het helemaal niet lang geleden dat de hongersnood 15 miljoen (het officiële cijfer) tot 43 miljoen (de schatting van westerse sinologen) Chinezen het leven kostte. En nog steeds is negen procent van de bijna anderhalf miljard Chinezen ondervoed (maar niet alleen in China). De inkomensverschillen zijn enorm (maar niet alleen in China). De verdeling van de welvaart kan in de toekomst uitgroeien tot een geweldig sociaal en politiek probleem (en niet alleen in China.)
In Brazilië is de energievoorziening vrijwel geheel in Chinese handen. Tot grote schrik van de Amerikanen brachten de Chinezen kortgeleden een bod uit op de Chicago Stock Exchange
Maar vooralsnog manifesteert China zich overal en op alle fronten. Beijing is een leidende handels- en ontwikkelings-partner in Afrika. Het ANC in Zuid-Afrika spiegelt zich aan de Communistische Partij van China, waarmee de voormalige anti-apartheidspartij ‘ideologische overeenkomsten’ meent te hebben. In Brazilië is de energievoorziening vrijwel geheel in Chinese handen. Tot grote schrik van de Amerikanen brachten de Chinezen kortgeleden een bod uit op de Chicago Stock Exchange.
En als franje aan het Chinese economische machtsvertoon dient de overname van de fine fleur van Europese voetbalclubs als Manchester City, AC Milan, Atlético Madrid, Inter Milan. En ADO Den Haag niet te vergeten.
De Chinezen komen niet, ze zijn er. En ze houden allesbehalve de hand op de knip. Want wie de blik alleen nog op de oneindige horizon heeft, ziet geen enkele bodem.
Ook de roemruchte voetbalclub AC Milan – waar ooit Gullit, Van Basten en Rijkaard speelden – is sinds kort in Chinese handen. En daar zal het niet bij blijven.
De recente overname van AC Milan door de Chinezen is geen op zichzelf staande actie van een groep particuliere investeerders, maar maakt deel uit van een zeer duidelijke strategie van de regering in Beijing, die achter alle grensoverschrijdende fusie- en overnameactiviteiten zit. Eenzelfde modus operandi wordt ook toegepast bij de talloze overnames van westerse bedrijven door Chinese organisaties.
Wie heeft er geïnvesteerd in AC Milan, Inter, Nice, Atletico Madrid, Aston Villa, Manchester City? Meneer Li, Suning, of Wanda misschien? In elk geval was de echte koper steeds ‘China Inc.’, dat als één man opereert, met toestemming van Beijing. Zo had men in het geval van AC Milan eerst te maken met meneer Bee, daarna met meneer Fosun, vervolgens met een Chinees consortium onder leiding van [de Italiaanse zakenmannen] Nicholas Gancikoff en Salvatore Galatioto, en ten slotte verscheen in de negentigste minuut nog het duo Li-Li (Li Han en Li Yonghong) ten tonele.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof er steeds een andere koper is, maar nee: alleen de pionnen zijn veranderd
Op het eerste gezicht lijkt het alsof er steeds een andere koper is, maar nee: alleen de pionnen zijn veranderd, de stromannen, zou je kunnen zeggen, de uitvoerders van het plan van Beijing. De namen van de nieuwe eigenaren blijken uiteindelijk totaal irrelevant te zijn. Ook de overnames van [bandenfabrikant] Pirelli en talloze andere zijn het werk van de centrale Chinese overheid, en niet door meneer Ren van [de groep] ChemChina.
In het verleden had China twee belangrijke motieven om actief te zijn in het buitenland: het was ten eerste op zoek naar expertise, knowhow en technologie, en ten tweede naar natuurlijke hulpbronnen. Het model is eenvoudig: toetreden tot het aandeelhouderschap van een westers bedrijf met de verlangde competenties, zelfs als het om een minderheidsbelang gaat, maar wel met een vertegenwoordiging in de raad van bestuur, zodat er enige invloed kan worden uitgeoefend op de markt- en operationele besluiten van het overgenomen bedrijf. De Chinese managers observeren in stilte, analyseren, en beslissen vervolgens over de bedrijfsvoering. Vaak is die gericht op het bevorderen van het openstellen van de Chinese markt voor de producten van het betreffende bedrijf, soms komen ze alleen maar om te leren en daarna te proberen het businessmodel toe te passen in industrieën in het eigen land.
Bij deze twee motieven is onlangs China’s wens gekomen om zijn reputatie en imago te verbeteren in kringen die internationaal meetellen, oftewel om zijn zogenaamde ‘soft power’ te vergroten. De Olympische Spelen in Beijing, de Shanghai World Expo en de vele daaraan gerelateerde manifestaties vormen de weerslag van deze wens. Ook de G20, die in september plaatsvond in Hangzhou, maakte deel uit van dit plan. Gedurende enkele maanden waren alle activiteiten in die stad erop gericht de G20 tot een succes te maken: de stad was een maand lang zwaar beveiligd, ondernemingen moesten noodgedwongen dicht blijven, straten werden vernieuwd, oude huizen werden gesloopt of gerenoveerd en parken werden nóg mooier gemaakt (Hangzhou is al een van de mooiste steden van China). Alles om de perceptie van het land in het Westen te verbeteren.
Zuid-Italiaanse trekjes
De golf aan investeringen in Europese voetbalclubs moet dus in deze context worden geplaatst, met doelstellingen die ergens tussen soft power en het zoeken naar expertise in zitten. China heeft besloten het WK voetbal te organiseren, en als Qatar erin slaagt het toernooi binnen te halen, zal dat Beijing zeker ook lukken; China wil zelfs een elftal in het leven roepen om daarmee dat WK ook te winnen. We weten dat veel Europese en Italiaanse voetballers en coaches (onder wie voormalig bondscoach Lippi) in China actief zijn of zijn geweest sinds het moment, jaren geleden, dat pionier Damiano Tommasi voor Tianjin speelde. AC Milan is slechts een halte in een traject dat zal leiden tot meer overnames van voetbalteams, ook uit de Serie B.
Voor degenen die willen meeliften op deze nieuwe golf van fusies en overnames kan, naast het kopen van aandelen van sportclubs die toekomstige targets zouden kunnen zijn, ook het openen van voetbalscholen in China zakelijk gezien een goed idee zijn. Het buitenlandse voetbal wordt nauwlettend gevolgd in China, en aan het grote enthousiasme van de Chinezen – dat beslist Zuid-Italiaanse trekjes vertoont – zal het niet liggen. Ze wachten nu tot ze die kwijt kunnen in een nieuw avontuur. Italië beschikt over alle kenmerken om deel uit te maken van deze Oriëntaalse voetbaldroom.
Auteur: Michele Geraci
Vertaler: Peter Bergsma
Michele Geraci is hoofd van de studierichting Chinese politieke economie en universitair docent Finance aan de Nottingham University Business School in China.
Het prachtige resultaat van de fusie tussen Il Sole en 24 Ore. Financieel gezond, mede dankzij het zondagse magazine. Economisch nieuws heeft de voorkeur.
Het Zuid-Afrikaanse ANC onderhoudt steeds warmere ideologische banden met China, iets wat het Westen zorgen baart. Maar volgens waarnemers zullen economische belangen altijd voorgaan.
De relatie tussen de Volksrepubliek China en Zuid-Afrika heeft zich de afgelopen jaren aanzienlijk verdiept, zoals wordt aangetoond door een aantal economische en politieke verklaringen. 2014 werd ‘het jaar van Zuid-Afrika in China’ genoemd. Dat werd vorig jaar gevolgd door ‘het jaar van China in Zuid-Afrika’. Nu is Zuid-Afrika opgewaardeerd tot China’s glorieuze ‘Alomvattende Strategische Partner’.
Het regerende ANC maakt er geen geheim van hoe het daarover denkt. Een discussiedocument van de Nationale Algemene Raad uit 2015 repte van een nieuwe ‘Koude Oorlog’, waarin het collectieve leiderschap van de Chinese Communistische Partij een leidend lichtpunt voor onze eigen strijd moet zijn.
Vanwege dergelijke verklaringen hebben waarnemers zich afgevraagd of de door het ANC geleide regering een geopolitieke draai naar China aan het maken is. Die gevoelens zijn versterkt doordat een bezoek van de Dalai Lama aan Zuid-Afrika tot drie keer toe vanwege bureaucratische rompslomp werd afgeblazen, en doordat de Chinese regering een ANC-opleidingsinstituut heeft gefinancierd.
Sinds 2010 is China Zuid-Afrika’s grootste handelspartner
De economische relatie van China met Zuid-Afrika bevestigt deze trend. Sinds 2010 is China Zuid-Afrika’s grootste handelspartner, met in 2013 een totale handelsomvang van 270 miljard rand [18 miljard euro]. De aankondiging tijdens de China-Afrika-top dat China nog eens 90 miljard rand [6 miljard euro] beschikbaar stelt voor Zuid-Afrika is opnieuw een bevestiging van de angst van sceptici dat het land zich telkens afhankelijker maakt van China.
Maar reacties op China’s investeringsbeloften zien meestal één belangrijk feit over het hoofd. Hoewel de Zuid-Afrikaanse regering zich zo misschien ideologisch afzet tegen haar traditionele westerse partners, zijn in economisch opzicht multilaterale relaties de nieuwe werkelijkheid.
Europa en de VS blijven belangrijke handelspartners. Directe buitenlandse investeringen uit die gebieden zijn veel groter dan die uit China. India is het enige BRICS-land – Brazilië, Rusland, India en China – dat in de top 5 van directe buitenlandse investeerders in Zuid-Afrika staat. Bovendien zijn inwoners van de VS, Groot-Brittannië en Duitsland nog altijd de belangrijkste buitenlandse bezoekers van het land.
Mensen die economisch gezien pragmatisch zijn ingesteld, krabben zich misschien op het hoofd over de vraag waarom de Zuid-Afrikaanse regering zich met China moet inlaten ten koste van afspraken met westerse partners. Maar dat is eigenlijk helemaal niet aan de hand. Zuid-Afrika mag dan op ideologisch niveau een draai maken, als het gaat om internationaal economische beleid is er niets veranderd. Volgens politicoloog Patrick Bond van de universiteit van KwaZulu-Natal mag de Zuid-Afrikaanse regering dan soms ageren tegen ‘de westerse imperialistische hegemonie’, tegelijk heeft het land zich diep verplicht aan de logica van de mondiale markt.
Trouwens, als het over internationale politieke economie gaat, is er niemand die ‘linkser lult en rechts vult’ dan de Chinezen zelf. De integratie van het land in het mondiale marktsysteem, de opkomst van een op consumptie gerichte middenklasse en de onophoudelijke jacht op buitenlandse grondstoffen om zowel de binnenlandse als de internationale consumptie op gang te houden, maken China tot een dominante speler in het wereldwijde kapitalisme. Het is ook veelzeggend dat de Chinese munteenheid, de renminbi, onlangs door het IMF is geaccepteerd als wereldmunt.
Logisch gevolg
China’s investeringen in Afrika zijn een logisch gevolg van dit proces, een feit dat veel Europeanen en Amerikanen, en zelfs Afrikanen, onverteerbaar schijnen te vinden. Niets maakt dit duidelijker dan de recente oprichting van de door Chinezen geleide Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB). Bij de nieuwe bank zijn de meeste grote mondiale spelers betrokken, inclusief Zuid-Afrika, maar opvallende afwezigen zijn Japan en de VS. De nieuwe bank overschaduwt nu al de BRICS Development Bank, die zich presenteerde als de grote verdediger van de belangen van het mondiale Zuiden.
De ambities van Zuid-Afrika en China hebben veel gemeen, als we China zien als een formidabele, mondiale marktspeler in plaats van simpelweg als een autoritaire eenpartijstaat. Beide landen zijn in hoge mate geïntegreerd in wereldwijde markten, terwijl ze tegelijkertijd ideologieën aanhangen die in wezen vijandig staan tegenover die markten. In dat opzicht maken ze deel uit van een breder post-Koude Oorlog economisch pragmatisme, waarin binnenlands en zelfs buitenlands beleid – of dat nu links of rechts is – ondergeschikt is aan de eisen van de markt.
Het kleine Britse broertje van de Australische The Conversation, opgericht door een groep journalisten, verwierf in de drie jaar dat ze bestaat al groot aanzien. The Conversation werkt met ‘open bronnen’ en wil mede op deze manier een frisse en onafhankelijke blik op het nieuws bieden. Op de site komen vooral onderzoekers en academici aan het woord.
In de Moldavische hoofdstad Chisinau wordt steeds openlijker gesproken over een unie met Roemenië, waar het economisch veel beter gaat.
Momenteel wordt in Moldavië opnieuw gedroomd van een unie met Roemenië, maar die droom ziet er heel anders uit dan vroeger. Toen ik kortgeleden terugkwam in de hoofdstad Chisinau, demonstreerde daar niet alleen net als elk jaar een brede burgerbeweging voor eenwording, maar was ook in politieke en economische kring de wil om hiernaar te streven duidelijk gegroeid.
De eenwordingsbeweging wil meer dan alleen het symbolische proces voltooien dat 98 jaar geleden begon, toen de Bessarabiërs (al sinds de veertiende eeuw de benaming van de bewoners van deze Roemeens sprekende streek) zich op 27 maart 1918 uitspraken voor een unie met Roemenië. Streefden de Bessarabiërs vroeger vooral uit angst voor het bolsjewisme een unie met Roemenië na, of omdat ze bang waren om opgeslokt te worden door Oekraïne (waar nu een burgeroorlog woedt) en daardoor hun Roemeense identiteit te verliezen, nu is de situatie volstrekt anders. De mensen hebben genoeg van de armoede en de corruptie en willen niet langer in een land wonen dat haar burgers geen welzijn kan bieden en hun geen enkel vertrouwen geeft in de toekomst. De nieuwe eenwordingsbeweging is allesbehalve romantisch en wil in de eerste plaats pragmatisch zijn, in zowel politiek, juridisch als economisch opzicht.
De mensen hebben genoeg van de armoede en de corruptie
Wie zijn nu eigenlijk deze Moldaviërs die massaal naar de hoofdstad stroomden om eenwording te eisen? Er waren veel leraren bij, maar ook bijvoorbeeld priesters en boeren. Roemenië wordt in Moldavië als een oudere zus beschouwd die het economisch voor de wind gaat, sinds ze deel uitmaakt van de Europese Unie en de NAVO. Het verschil tussen de twee staten laat zich het beste illustreren aan de hand van de wisselkoers tussen hun respectievelijke munten: een Roemeense leu is bijna vijf Moldavische lei waard.
Als je op straat mensen vraagt wat ze van Roemenië verwachten, mocht het inderdaad tot een unie komen, zijn ze vaak bang om er zich openlijk over uit te spreken. Sommigen kijken schichtig om zich heen, schijnbaar uit angst dat iemand hen zou kunnen horen. Degenen die wel verleid kunnen worden om zich uit te spreken, zeggen te hopen dat na eenwording de pensioenen en salarissen hoger zullen worden, of dat het banen zal brengen.
Een leraar uit de stad Floresti vertelt dat hij niet meer verdient dan 300 Roemeense lei (67 euro). Floresti, dat voorheen 12.000 inwoners telde, heeft de afgelopen tien jaar haar inwoneraantal zien kelderen met 38 procent. De uittocht ging vooral naar het buitenland, waar het vooruitzicht op werk lokte. Als het gesprek op een mogelijke eenwording komt, merkt de leraar op dat de Roemeenstaligen aan weerszijden van de rivier de Proet als twee druppels water op elkaar lijken: ‘We praten veel, maar doen bijna niets!’
De meest ontroerende ontmoeting van onze reis is die met Vera Teaca, op nog geen zeven kilometer van Tiraspol, de zogenaamde hoofdstad van Transnistrië (separatistische streek die zich in 1991 onafhankelijk verklaarde). Zodra ze hoort dat we uit Boekarest komen, kust ze me. Het gaat haar daarbij niet om mijn persoon, maar om wat ik vertegenwoordig: Roemenië. ‘In mijn dorp wonen veel Roemenen,’ vertelt ze, ‘iedereen heeft thuis wel een icoon staan van een heilige.’ Ernaast staan bij Vera twee portretten, van Mihai Eminescu en Ion Creanga, de twee grote nationale Roemeense schrijvers. Deze mevrouw heeft het niet over pensioenen of salarissen, maar praat over haar tuin…
Op 27 maart 2016 vierden tienduizenden mensen op het plein voor het nationale theater de 98ste verjaardag van de tijdelijke unie van Bessarabië en Roemenië: in vergelijking met de jaren ervoor een ongekend hoge opkomst. Maar in Chisinau mag dan steeds openlijker over een unie met Roemenië worden gesproken, Roemeense politici proberen het onderwerp juist zo veel mogelijk te vermijden. Als in interviews het thema toch zo nu en dan ter sprake komt, haasten ze zich om te zeggen dat het moment er nog niet rijp voor is. We maken ons dan ook geen illusies: terwijl de roep om eenwording in Chisinau steeds luider wordt, doet men er in Boekarest liever het zwijgen toe. Zoals gewoonlijk.
Krant van de intellectuelen en de middenklasse, opgericht in 1877. Vaart een liberale en onafhankelijke koers. Romania Libera is een van de drie best gelezen kranten van het land.
Het Amerikaanse grootwinkelbedrijf Walmart heeft zich te laat op het internet gestort en krijgt te maken met Duitse concurrentie. Het antwoord: betere spullen voor nog lagere prijzen, en wegwezen uit landelijke gebieden en kleine steden.
Linda McKinney schiet vol als ze het heeft over de sluiting van de megasupermarkt Walmart in McDowell County, West Virginia. Walmart was veruit de grootste leverancier van etenswaren aan de voedselbank die zij leidt en waarvan 11.000 inwoners gebruikmaken – ongeveer de helft van de bevolking in deze arme streek in het hart van het steenkoolgebied in de Appalachen.
Onlangs heeft een mijn meer dan honderd man ontslagen, en de sluiting van de vestiging van Walmart heeft ook nog eens honderdveertig banen gekost. ‘‘Als je door de stad rijdt, zie je veel lege gebouwen die staan te verkrotten,’ zegt McKinney.
Veel mensen weten niet hoe het is om te leven zonder een Walmart naast de deur
Die winkel is maar een van de 154 vestigingen die Walmart verspreid over de VS heeft gesloten, in een poging het hoofd te bieden aan de hevige concurrentie, de stagnerende groei van de omzet en de toenemende verschuiving naar online winkelen. Critici vinden het wrang dat Walmart zich terugtrekt uit rurale gebieden als McDowell County, omdat de komst van het bedrijf in de loop der jaren veel lokale winkels in kleine gemeenschappen de kop heeft gekost.
Op zich zullen de recente sluitingen weinig invloed hebben op Walmarts aanwezigheid in de VS: het gaat om minder dan 1 procent van het totale vloeroppervlak en het bedrijf gaat nieuwe winkels openen op andere locaties. Maar het einde van de megasupermarkt in Kimball in McDowell maakt deel uit van een groter verhaal over Walmart en het veranderende gedrag van de Amerikaanse consument. Ten eerste is de sluiting onderdeel van een radicale reorganisatie bij ’s werelds grootste winkelketen, omdat het bedrijf zich tegenwoordig moet aanpassen aan de nieuwe trends onder consumenten in plaats van dat het, zoals vroeger, die trends zelf dicteert. En het laat zien hoeveel invloed Walmart in de 54 jaar van zijn bestaan heeft gehad, niet alleen op het koopgedrag in de VS maar ook op de sociale structuur in landelijke gebieden en kleine steden in Amerika.
Concurrent
In het afgelopen boekjaar daalde de jaaromzet van Walmart voor het eerst sinds 1980. Ongeveer 140 miljoen klanten komen er iedere week nog over de vloer, maar die moet Walmart delen met meer concurrenten dan in het verleden. In 2010 deed 51 procent van de klanten van Walmart ook boodschappen bij andere goedkope winkelketens. In 2015 was dat aandeel volgens onderzoeksbureau Conlumino gestegen tot 70 procent. In dezelfde periode steeg het aantal Walmartklanten dat ook winkelde bij Amazon van 43 procent tot 63 procent. Walmart is goed voor 9,2 procent van de totale winkelomzet in de VS, en dat was 9,9 procent in 2009.
In voorstedelijke gebieden komt ook Aldi opzetten, een nu nog kleine maar snelgroeiende concurrent van Walmart. De Duitse supermarktketen wil in de VS de komende jaren zeshonderd winkels openen en komt dan op een totaal van tweeduizend. Het zit met zijn huismerk bij een aantal belangrijke producten, variërend van crackers tot pindakaas, nu al onder de prijs van Walmart.
Walmart volgt Aldi’s succes op de voet, zegt Laura Kennedy, analiste bij Kantar Retail. Dat is geen verrassing, gezien het pak slaag dat de tak van Walmart in Engeland kreeg van Aldi en diens eveneens Duitse concurrent Lidl, die ook ambities heeft naar de VS over te steken. Maar ook de betere supermarkten, zoals Kroger en Whole Foods, zijn erin geslaagd om hun huismerken in de buurt van het prijsniveau van Walmart te krijgen.
‘Het afgelopen jaar ging het om het verbeteren van onze winkels,’ zegt Greg Foran, directeur van Walmart VS. ‘Volgend jaar gaan we inzetten op onze prijzen, en ook het jaar daarna, en het jaar dáárna en het jaar dáárna.’ Dat zal de klant prettig vinden. Maar het zal de concurrenten hoofdpijn bezorgen, en investeerders zullen moeten wennen aan kleinere marges.
Amazon vormt verreweg de grootste bedreiging
Ook al knabbelen concurrenten wat af van Walmarts aandeel in de retailmarkt, toch vormt Amazon verreweg de grootste bedreiging. Walmart heeft zijn dominantie te danken aan al zijn innovaties, maar het bedrijf heeft zich te laat op de internetverkoop gestort. Walmart investeert nu miljoenen dollars om die achterstand in te halen. Evenals Amazon is het bedrijf drones aan het testen als middel om producten te bezorgen, en het heeft een mobiel betalingssysteem ingevoerd dat werd ontwikkeld bij de digitale afdeling in San Bruno, Californië. Maar de focus ligt op het integreren van de fysieke winkels in de internethandel, zodat klanten kunnen kiezen wat voor hen de meest efficiënte oplossing is.
Voorlopig geven de klanten de voorkeur aan het gemak van online bestellen en daarna het artikel afhalen bij een winkel, in plaats van zich aan te passen aan de bezorgtijden. En Walmart hoopt dat die klanten dan ook de winkel binnenwippen om nog meer artikelen te kopen. Deze methode past ook beter in Walmarts netwerk van distributiecentra dat is aangelegd rondom de winkelvestigingen.
Gezonde opties
Ook experimenteert het bedrijf met meer tekstborden in de winkels waarop klanten worden geïnformeerd over de ruimere sortering van de producten online. Walmart mag dan negen miljoen producten online beschikbaar hebben, maar Amazon – dat zowel een markt beheert als zelf verkoopt – heeft naar schatting honderden miljoenen producten. De concurrentie tussen de bedrijven die verkopen via Amazon houdt de prijzen laag.
De sector waarin voor Amazon nog een wereld te winnen valt, is die van vers voedsel, een terrein waarop Walmart zich sterk maakt. Levensmiddelen vormen 60 procent van de omzet – een grote verandering, want de winkel is ooit begonnen als algemeen warenhuis. Het gaat steeds meer ‘gezonde opties’ aanbieden bij de verse en verpakte voedselproducten en ook gaat het het biologische assortiment verder uitbreiden. In de winkels in Bentonville wordt een aantal ideeën getest, zoals de scanapparaten die klanten bij het winkelen kunnen gebruiken, waardoor de lange rijen bij de kassa’s verdwijnen.
Die investeringen, samen met de 2,7 miljard dollar aan salarisverhogingen en de 2 miljard dollar voor de internetverkoop, maken deel uit van het offensief van directeur Doug McMillon om Walmart klaar te maken voor de toekomst. Maar de vraag blijft of het allemaal wel snel genoeg gaat. ‘Het gaat nog langzaam. Het moet veel sneller,’ zegt Rajiv Lal, hoogleraar aan de Harvard Business School.
“Bestelknoppen” bij sociale media-apps zoals Pinterest en Facebook zijn waarschijnlijk nog maar het begin van het winkelen via sociale media
Ook nu het bedrijf stevig de concurrentie met Amazon heeft ingezet, hetgeen Walmarts beurswaarde heeft vergroot, komen er nieuwe bedreigingen uit de internethoek. ‘Bestelknoppen’ bij sociale media-apps zoals Pinterest en Facebook zijn waarschijnlijk nog maar het begin van het winkelen via sociale media, terwijl Google aan de weg timmert bij de internethandel door bezoekers van YouTube in staat te stellen artikelen te bestellen uit de videoreclames.
Tegelijkertijd zijn er goede redenen om aan te nemen dat de consumentenuitgaven niet erg snel zullen stijgen. De groei in de VS mag dan een klein lichtpuntje zijn in de sombere wereldeconomie, maar die groei is niet spectaculair en de middenklasse staat onder druk. Daarom is het voor Walmart zo belangrijk om een rijkere laag van de bevolking te lokken met een aantrekkelijker inrichting van de winkels en betere waar.
In de bergen van McDowell County worstelt de plaatselijke bevolking met de realiteit dat ze een uur moet reizen – en als het sneeuwt nog langer – om bij een grote supermarkt als Walmart te komen. Velen weten niet hoe het is om te leven zonder een Walmart ‘naast de deur’.
Dat onderstreept nog maar eens het feit hoe alomtegenwoordig het bedrijf is geworden sinds het begon in een ruraal gebied waarvan de bevolking in 1962 niet veel groter was dan in McDowell County nu. Op de drempel van de volgende halve eeuw van zijn geschiedenis moet Walmart investeerders ervan zien te overtuigen dat de grote investeringen inderdaad de beloofde resultaten zullen hebben. De 15 procent daling van de aandelenkoers in het afgelopen jaar laat zien dat het nog niet zover is.
De bewering dat een langdurig werkloze jarenlang niets heeft gedaan, is nogal boud. Neem Ella Haug, 44 jaar, die vijf kinderen opvoedde en opvoedt. Grotendeels alleen.
Als ze over de vader van de laatste drie kinderen spreekt, heeft ze het over ‘Herr Haug’. De man heeft zich zelden om hen bekommerd. Ella Haug (44) zit nu in een spreekkamer van het arbeidsbemiddelingsbureau in Neurenberg – felrood haar en een voor haar leeftijd sterk getekend gezicht.
Ze praat over haar arbeidsverleden.
Op het laatst waren het alleen nog 1 euro-jobs [baantjes voor uitkeringstrekkers, voor 1 euro per uur, bedoeld om ze aan het arbeidsproces te laten deelnemen]. Bleef ze weg omdat de achtjarige een astma-aanval had, dan dreigde de sociale dienst te korten op haar uitkering. Ze voelde zich een goedkope hulpkracht, met zinloze, tijdelijke bezigheden die tot niets leidden. Ze was niet meer in staat een beroep uit te oefenen, zoals zovelen van de 1 miljoen Duitsers die een jaar of langer werkloos zijn.
Ooit had Ella Haug een echte baan, waarin ze goed verdiende, en waar ze trots op was. Ze leidde het filiaal van een discounter. Dat was zeventien jaar geleden. Toen kwamen er nog drie kinderen, voor wie ze niet kon zorgen. Aan ‘Herr Haug’ had ze niets. Op zeker moment was ze te lang uit de running, waardoor geen bedrijf haar nog in dienst wilde nemen. Ze kwam terecht bij het postorderbedrijf Quelle, omdat weinig mensen zin hebben in nachtdiensten. Maar oma wilde na twee dagen niet meer bij de kleinkinderen overnachten. Ella wilde een vak leren, maar het arbeidsbemiddelingsbureau wilde geen opleiding voor haar betalen – vanwege haar onbetrouwbaarheid geloofde men niet dat zoiets een succes kon worden.
1 euro-jobs
Dus bleven alleen de 1 euro-jobs over, die bij haar slechts één gevoel losmaakten: ‘Je denkt: Dan kan ik net zo goed in de uitkering blijven.’ Daar liep het op uit: een Hartz IV-uitkering*, levenslang. Duur voor de samenleving, frustrerend voor haar. Het is een lot dat ze deelt met miljoenen Duitsers – en misschien wel doorgeeft aan haar kinderen. Oudgedienden onder de Neurenberger arbeidsbemiddelaars hebben cliënten wier ouders ze al zonder succes probeerden te helpen.
Dit leven, waarbij haar gezin meestal rondliep in gekregen, afgedragen kleren, wilde Ella Haug achter zich laten. In 2014 nam ze deel aan een proefproject van de deelstaat Beieren en de stad Neurenberg. Haar laatste echte baan lag toen al anderhalf decennium achter haar. Er bestaan tal van sociale projecten, maar dit project, ‘Perspectief voor gezinnen’, volgt een nieuwe logica. Bij langdurig werklozen is vaak sprake van meer dan één hindernis om een baan te krijgen. Gebrek aan opleiding, geringe kennis van het Duits, huiselijk geweld, drugs, passiviteit. Zo iemand aan een baan helpen lukt misschien alleen door intensieve begeleiding, door een opzet waarbij meerdere problemen tegelijk worden aangepakt en waarbij ook naar het hele gezin wordt gekeken.
Hoe noodzakelijk dat was in het geval van Haug, zag het gecombineerde team van arbeidsbemiddelaars en sociaal werkers snel in. Ze hadden een onbeduidend baantje voor haar gevonden, als een nieuw begin. Na een poosje gaf ze er de brui aan. Bij een tweede baantje idem dito. De ene keer viel de zoon van de trap, zegt ze, de andere keer ontsnapte er thuis hete stoom uit de gasoven, dat maakte de kinderen bang. Serieuze redenen misschien, maar ze bleef eenvoudig weg, zonder zich af te melden. Kwam dagenlang niet aan de telefoon. Ze kon of wilde niet werken, en tegelijkertijd schaamde ze zich daarvoor. Nu, twee jaar later, in de spreekkamer van het arbeidsbemiddelingsbureau, wil ze dat wel toegeven.
Het Duitse recht schrijft in zo’n geval voor dat de bemiddelaar moet korten op de Hartz IV-uitkering. Ella Haug kent dat. Maar sancties hielpen haar ook andere keren niet terug aan het werk.
Schäfer overtuigde de moeder om de puberende dochter een eigen kamer te geven. Haar naar bijles te sturen. En haar de hamster te beloven die ze zo graag wilde
In het gecombineerde team zit Andreas Schäfer, een sociaal werker. Hij ging ’s avonds gewoon langs bij de familie Haug. Hij trof een puberende dochter aan, die vaak uit haar vel springt, en twee andere kinderen met leermoeilijkheden die bijzonder onderwijs volgen en veel aandacht nodig hebben. ‘Als mevrouw Haug zich concentreerde op het ene kind, ging het fout met de andere,’ zegt de sociaal werker. ‘Mevrouw Haug was nog helemaal niet klaar voor een baan.’
Schäfer overtuigde de moeder om de puberende dochter een eigen kamer te geven. Haar naar bijles te sturen. En haar de hamster te beloven die ze zo graag wilde – maar alleen als ze zich meerdere maanden goed gedroeg. Toen de thuissituatie zich stabiliseerde, maakten de bemiddelaars het mogelijk dat Ella Haug de opleiding ging volgen die haar eerder was geweigerd. Ze leerde in een verzorgingstehuis ouderen te verzorgen. Gesprekken voeren, een valtraining. Ze hield het vol. Dat lukte alleen omdat ze de kinderen nu regels stelde.
Op 1 januari jongstleden kreeg ze een vaste aanstelling in het verzorgingstehuis. 1400 euro per maand. Het is haar eerste echte baan sinds zeventien jaar.
Tot voorbeeld dienen
In het project in Neurenberg, met zeshonderd gezinnen, hebben ze vaak te maken met langdurig werklozen die in het normale systeem buiten de boot vallen. Zoals Ella Haug. Zoals een Congolese vrouw die tien jaar zonder baan bleef. De normale arbeidsbemiddelaars voor moeilijke gevallen behandelen twee keer zoveel cliënten als in dit project en bekommerden zich weinig om deze vrouw. Als ze zich concentreren op makkelijkere cliënten, verbeteren ze hun score. Bemiddelaarster Gudrun Frank, die meer tijd heeft, ontdekte dat het bij de Congolese een kwestie van geschiktheid was. De dienst bood niets aan, en zijzelf durfde niets. Nu werkt ze als verzorgster en bloeit ze op.
‘De Neurenbergse opzet voorkomt Hartz IV-carrières en daarmee uitgaven en ouderdomsarmoede,’ zegt de Beierse minister van Sociale Zaken, Emilia Müller (CSU). ‘Ouders kunnen hun kinderen weer tot voorbeeld dienen.’ Müller heeft haar collega-ministers aangespoord om haar voorbeeld in de hele Bondsrepubliek te volgen. De sociale commissie van de Bondsraad stemde met 16 tegen 0 stemmen voor.
Als de Bondsregering die opzet in een wet vastlegt, kan elk arbeidsbemiddelingsbureau te werk gaan volgens het Neurenberger model. Gefinancierd door gemeenten en rijk. Maar daar zit de moeilijkheid. Het is duurder wanneer arbeidsbemiddelaars, zoals in het proefproject, maar half zoveel cliënten hebben. Emilia Müller brengt daartegen in: ‘Voor iedere uitgegeven euro komt minstens 4 euro terug.’ Zoals in de evaluatie van het project telt zij de lonen van de herintreders, de sociale premies en de belastingen bij elkaar op. 4:1. Maar pas op de lange termijn. Aanvankelijk zouden gemeenten en rijk meer geld moeten uitgeven.
Wellicht wordt het model nu aantrekkelijk omdat het vooral geschikt lijkt voor de grootste uitdaging waarvoor Duitsland juist nu staat: de integratie van miljoenen vluchtelingen.
Auteur: Alexander Hagelüken
Vertaler: Piet Meeuse
De Duitse variant van de bijstandsuitkering, genoemd naar Peter Hartz, de voorzitter van de commissie uit de Bondsdag die aan het begin van de eeuw wijzigingen in de Duitse sociale wetgeving voorbereidde.
Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.
Staan we aan de vooravond van een nieuwe crisis? Philip Aldrick van de Engelse Times is er bang voor. Maar volgens zijn landgenoot Roger Bootle (The Telegraph) zal het zo’n vaart niet lopen.
JA
De markt is in paniek. Economen, presidenten van centrale banken, politici, topbankiers en vooraanstaande mensen uit het bedrijfsleven mogen er dan van overtuigd zijn dat de fundamenten van de economie geen paniekverkopen rechtvaardigen, daar trekt de markt zich niets van aan.
De markt is bang voor, om met Rumsfeld te spreken, de ‘bekende onbekende zaken’ en de ‘onbekende onbekende zaken’. In een wereld waar niemand volledig de risico’s begrijpt, hebben overheden en centrale banken geen munitie meer en gaat angst zichzelf voeden. Geen enkele investeerder wil de laatst overgeblevene zijn. Dus gaan ze met z’n allen naar de uitgang en halen ondertussen het gebouw omver.
Er is veel om ons zorgen over te maken. De wereld ziet er tegenwoordig gevaarlijker uit dan ooit. De gezamenlijke mondiale schuld is in de acht jaar sinds 2007 van ongeveer 110.000 miljard dollar gestegen tot 140.000 miljard dollar, waarvan ongeveer de helft voor rekening komt van opkomende markten, terwijl het IMF schat dat de particuliere sector voor het exorbitante bedrag van 3300 miljard dollar heeft geleend.
De ontwikkelingslanden hebben een kwart van hun gezamenlijke schuld bij olie- en mijnbouwondernemingen, veelal in dollars. De olieprijs is sinds juni 2014 zeventig procent gedaald en de goederenprijs met vijfenveertig procent. Omdat de inkomsten dramatisch zijn teruggelopen, is de valutamarkt ook ingestort, waardoor die dollarschulden nog lastiger af te lossen zijn.
Al na een snelle blik op wat er in de markt gebeurt kun je zien dat dat argument geen steek houdt en dat het heel gevaarlijk kan uitpakken
Verliezen en betalingsproblemen zijn onvermijdelijk en zullen zich via de financiële markt afwentelen op de ontwikkelde landen. Hoe ernstig die gevolgen zullen zijn weet niemand, maar er wordt al openlijk gesproken over crises in Brazilië en Turkije. Dat zijn de ‘bekende onbekende zaken’.
Maar wat de handelaren echt schrik aanjaagt is wat hierna komt. Sinds Lehman Brothers hebben beleidsmakers, en centrale banken in het bijzonder, de wereld veranderd. De schuldenzeepbel van de opkomende markten werd deels verder opgeblazen in een bewuste poging meer krediet in de mondiale economie te stoppen door een kwantitatieve versoepeling en zeldzaam lage rentepercentages.
Omdat centrale banken probeerden de groei te stimuleren, hebben ze ook fundamenteel de manier veranderd waarop krediet wordt verstrekt. Met de invoering van strengere bankregels verplaatste het krediet zich naar ‘schaduwbanken’ – aan weinig regels gebonden vermogensbeheerders en hedgefondsen. ‘Sinds de crisis is bijna al het netto krediet afkomstig van de obligatiemarkten,’ aldus Mark Carney, de president van de Bank of England. Precies op het moment dat de obligatiemarkten met zestig procent explosief stegen tot 74.000 miljard, weerhielden nieuwe regels banken ervan zich op de markt te begeven, te bemiddelen tussen kopers en verkopers. Als een hedgefonds tegenwoordig assets van de hand wil doen, is het veel moeilijker om een koper te vinden. Ten gevolge daarvan kelderen de prijzen.
Market makers
In de huidige periode van lage rentes hebben de schaduwbanken zich met z’n allen op de zeer winstgevende assets gestort en daarmee een correlatierisico gecreëerd. De afgelopen tien jaar hebben beleggingsfondsen bijvoorbeeld hun aandeel in de snel toenemende junkbondmarkt verdubbeld tot dertig procent. De vrees bestaat dat ze tegelijkertijd hun geld zullen terugeisen, zodat de prijzen dramatisch zullen dalen, wat dan weer andere markten zal besmetten. Centrale banken maken zich zo veel zorgen dat ze er al over praten om te gaan optreden als ‘market makers in de rol van laatste redmiddel’. Dat idee is een uitbreiding van de traditionele rol als noodkredietverstrekker aan banken zoals Northern Rock en brengt met zich mee dat ze riskante assets zoals junkbonds op hun balans opnemen, wat ook risico’s voor de belastingbetaler betekent.
Voorlopig is dat nog theorie. Centrale banken zijn er niet op ingericht om als laatste redmiddel de markt op te gaan en dat maakt de handelaren nog benauwder. Als de markt vastloopt, en volgens handelaren zitten we daar niet ver vandaan, zullen centrale banken à l’improviste beleid moeten maken, net als in 2008.
Laten we de traditionele banken niet vergeten. Er zouden nieuwe regels moeten komen om de belastingbetaler te beschermen door verliezen af te wentelen op obligatiehouders (de markt weer). Deze week kwam Deutsche Bank in het oog van de storm terecht. Zouden politici echt de reusachtige Duitse leenbank failliet laten gaan? Deutsche Bank is zo groot dat de ineenstorting daarvan van Lehman een vingeroefening maakt. Dat zijn de ‘onbekende onbekende zaken’ – de stijging in de marktfinanciering, een liquiditeitsprobleem, nieuwe bail-inregels voor de banken en een theoretische noodoplossing.
Philip Aldrick is economieredacteur bij The Times. Tot 2013 vervulde hij diezelfde functie bij The Telegraph.
Nu hebben centrale banken een nieuwe verklaring, namelijk dat de natuurlijke rentevoet lager is dan ooit vanwege fundamentele veranderingen in de mondiale economie. Het is een excuus voor permanent lage, of zelfs negatieve rentes. Al na een snelle blik op wat er in de markt gebeurt kun je zien dat dat argument geen steek houdt en dat het heel gevaarlijk kan uitpakken. Negatieve rentes versmallen de marges van de bank, waardoor ze nog zwakker worden. En hoe kan een markt nog functionerend genoemd worden als investeerders 6500 miljard dollar lenen aan overheden?
Een redelijkere verklaring wordt wellicht gegeven door de Bank for International Settlements [Bank voor Internationale Betalingen], namelijk dat ‘rentecijfers dalen als de schuld toeneemt’. Door de rente steeds te verlagen, vergroten de centrale banken de problemen van de wereldeconomie door juist ‘de afhankelijkheid van het op schuld gebaseerde groeimodel dat aan de basis lag van de crisis’ te versterken. De markt maakt zich geen zorgen over de fundamenten. Ze zijn bezorgd dat als zich een probleempje voordoet, de vreemde nieuwe wereld die de centrale banken hebben gecreëerd, zo broos is dat die ineen kan storten.
The Times verscheen voor het eerst in 1785 onder de naam The Daily Universal Register, maar wijzigde die naam al drie jaar later. Het was lange tijd de krant van het Britse establishment met grote politieke invloed, zeer gedegen, wars van sensatie en met wereldwijd een faam van zeer grote betrouwbaarheid (al valt daar wel iets op af te dingen – zo hield de krant in 1920 het antisemitische schotschrift De Protocollen van Zion aanvankelijk voor een authentiek document). Maar de alom geroemde journalistieke integriteit liep onherstelbare schade op toen de krant in 1981 als prestigeobject in handen viel van de Australische krantenmagnaat Rupert Murdoch en diens News Corp. Voormalig hoofdredacteur Harold Evans schreef een journalistieke bijbel over de toen nog iconische krant, Good Times Bad Times.
NEE
Vaste lezers kennen mij niet als een toonbeeld van optimisme. Maar midden in dat allesoverheersende doemdenken over de vooruitzichten van de wereldeconomie ben ik weliswaar niet echt optimistisch, maar toch ook weer niet zo pessimistisch als de financiële markten zijn.
Hun doemdenken heeft de meeste commentatoren beïnvloed en zou een wereldwijde terugval kunnen veroorzaken in het vertrouwen in de echte economie, wat juist weer zou leiden tot dat waar de markten zich zo veel zorgen over maken.
Hebben de markten gelijk dat ze bezorgd zijn? Naar alle waarschijnlijkheid kijken ze op een kille, berekenende, rationele manier naar de toekomst. Zij laten zich niet meevoeren op de golven van emotie waar mensen zich in hun normale leven door laten leiden. Dat schrijven de financiële handboeken tenminste voor.
Toch weten we dat markten zich soms laten verleiden tot euforie. De vroegere voorzitter van de Fed, Alan Greenspan, heeft dat ooit hun ‘irrationele optimisme’ genoemd.
Ze reageerden irrationeel optimistisch op de techaandelen tijdens de internethausse en later reageerden ze irrationeel optimistisch op de Amerikaanse vastgoedmarkt en de solvabiliteit van derivaten en verscheidene vormen van financiële constructies om risico’s uit het financiële systeem weg te toveren.
Maar als de markten in staat zijn tot irrationeel optimisme zijn ze ook in staat tot irrationeel pessimisme. Dat is er volgens mij op dit moment aan de hand. Elk nieuwsbericht lijkt wel pessimistisch te worden geïnterpreteerd.
De wereldeconomie nog steeds tussen de twee en drie procent per jaar
Dus toen onlangs de Zweedse centrale bank de rentetarieven verlaagde in een poging de economie te stimuleren, werd dat geïnterpreteerd als een teken dat het nu echt heel slecht ging.
Hetzelfde geldt voor iedere verlaging van de olieprijs. Net toen we dachten dat we weer uit het dal van de jaren 2008-2009 omhoog aan het kruipen waren, kregen we te maken met een reeks misleidend negatieve signalen.
Waarop is het huidige doemdenken van de spelers op de markt en de commentatoren gebaseerd?
Ik vermoed dat het deels een reactie is op het feit dat ze niet op de financiële crisis en de daaruit voortvloeiende ineenstorting van de productie hebben kunnen anticiperen. En nu willen ze niet nog een keer verrast worden.
Maar als we op zoek gaan naar gefundeerde redenen voor het pessimisme in plaats van een psychologische analyse, denk ik dat de meeste mensen de problemen in China zullen noemen. Toch is het enige wat er in China gebeurt een verlaging van het groeitempo. Die vertraging heeft zich niet ontwikkeld tot een recessie en zoals het er nu naar uitziet, zal dat ook niet gebeuren. Sterker nog, verscheidene indicatoren wijzen erop dat de Chinese economie zich stabiliseert, zij het met een veel lager groeitempo dan enkele jaren geleden. Maar naast China, en deels ermee samenhangend, was er ook het probleem van de instorting van de olie- en goederenprijzen. Dat heeft ernstige schade toegebracht aan die bedrijven en die landen die dat produceren.
Zwakte
In principe zou het voordelen voor de consument moeten hebben opgeleverd, maar die voordelen zijn klein en zeer verspreid. Dus zelfs als al die voordelen bij elkaar opgeteld op hetzelfde bedrag uitkomen, hebben ze lang niet dezelfde impact. En er is een duidelijke symmetrie met betrekking tot solvabiliteit en kredietrisico.
Veel bedrijven en zelfs enkele landen zouden door de val van de olieprijzen in de afgrond gestort kunnen worden, maar nergens zal een bankroet worden afgewend door het feit dat het inkomen van de olieconsument licht gestegen is. Toch zorgen de lage olieprijzen voor veel landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, voor een stevige opleving.
Onlangs is een andere ingrediënt toegevoegd aan deze situatie: de gebleken zwakte van de grote banken. Die lijkt haar oorzaak te vinden in de nadelige consequenties van negatieve rentepercentages op de rentabiliteit van banken, in de consequenties die de banken ondervinden van die bedrijven en landen die verliezen hebben geleden door de val van de olie- en goederenprijzen, en de consequenties van de algehele zwakte van de wereldeconomie.
Hoewel het bancaire systeem in verscheidene landen zwak is, is er sinds de crash ook veel vooruitgang geboekt. Verder laten de geld- en kredietcijfers niet zien dat het systeem als geheel in een crisis is beland. Bovendien groeit de wereldeconomie nog steeds tussen de twee en drie procent per jaar. Dat is weliswaar lager dan de groeipercentages van voor de crash van 2008-2009. De totaalvraag is sindsdien niet sterk genoeg gegroeid om de wereldeconomie zich weer te laten herstellen naar een normaal niveau. Maar de redenen daarvoor zijn andere dan algemeen wordt aangenomen.
De Chinese terugval is maar één oorzaak, en voor Engeland zelfs niet zo’n belangrijke. De Britse export naar China groeit weliswaar snel, maar is nog klein. Ierland is voor ons een grotere markt dan China.
Roger Bootle is een Brits econoom. Hij schrijft een wekelijkse column in de Daily Telegraph, en publiceerde verschillende boeken.
Een belangrijke oorzaak van de zwakte in de wereldeconomie is de eurozone, waarvan het productieniveau nog steeds niet terug is op het peil van voor de crisis. Daartegenover zijn de productieniveaus van Engeland en de Verenigde Staten respectievelijk zeven en tien procent boven het peil van voor de crisis. De wereld zou er dus een stuk beter uitzien als het bbp van de eurozone dezelfde groei had vertoond als dat van de VS of van Engeland.
Ook al was er vorig jaar een groei van anderhalf procent – wat relatief een goed resultaat was –, nu lijkt die groei weer te slinken.
We weten allemaal waarom de eurozone zo zwak is. Het is een combinatie van de wurggreep op de zwakkere landen aan de randen van de EU veroorzaakt door een verlies aan concurrentiekracht, uitzonderlijk hoge schuldenniveaus en fiscale onmacht; de voortdurende neiging tot onderbesteding in Duitsland en Nederland; en de onmiskenbare structurele problemen in Frankrijk. De eerste twee zijn rechtstreeks het gevolg van de euro. Het wordt nu algemeen erkend dat de euro een economische ramp is voor Europa. Het wordt echter nog niet algemeen aanvaard dat de euro ook een belangrijke oorzaak is van de zwakte van de mondiale economie. De economie van de eurozone is groter dan die van China. Bovendien is het huidige overschot op de lopende rekening ook groter. Waarom benadrukken niet meer mensen de zwakte van de eurozone in plaats van die van China als de oorzaak van de kommer en kwel in de wereldeconomie?
Dit specifieke onderdeel van de wereldproblemen zal echter waarschijnlijk niet snel worden opgelost. Misschien heb ik mezelf met dit betoog ook wel in de gelederen der pessimisten geschaard.
Anti-Europees tot op het bot, strijdlustig en imagobewust, kortom: het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet. Samen met de Daily Mail is The Daily Telegraph, opgericht in 1855, de toonaangevende conservatieve krant van ‘Middle England’. De krant heeft als bijnaam ‘Torygraph’, vanwege haar hechte banden met de conservatieve partij.
Curry mag dan zijn uitgegroeid tot het Britse nationale gerecht, bij de curryrestaurants zit de klad erin. Kan een nieuwe generatie koks uitkomst bieden?
Om twaalf uur ’s middags begint de vertrouwde geur van verhitte kruiden en gekaramelliseerde uien op te stijgen uit het curryrestaurant Spice Rouge aan de hoofdstraat van Stevenage, terwijl het nog zeker zes tot zeven uur duurt voordat de avonddrukte begint. In de wit betegelde keuken, waar hygiënevoorschriften met plakband aan de muren hangen, is het gezellig vol: er is maar nauwelijks genoeg ruimte voor een fornuis met negen pitten, waarboven een paar pannen gestapeld staan, een friteuse, een kleine tandooroven, een werkblad en een gootsteen. Op planken boven het snijgedeelte staan plastic tubes met Patak’s kruiden.
Zes koks uit Bangladesh, allemaal uit het heuvelachtige, subtropische district Sylhet, staan in hun plaatselijke dialect te kletsen terwijl ze bezig zijn met het snijden van vier emmers uien (het is vrijdag en het curryrestaurant zal vanavond twee keer zo veel maaltijden serveren als normaal), een zak met tien kilo wortels en een kilo knoflook.
Dan begint de hoofdkok, de zesendertigjarige Abdul Kadir, met het belangrijkste karwei van de dag: het maken van de ‘basissaus’. Dit magische mengsel zit in een voorraadpot van tien liter die altijd op een hoek van het fornuis staat en is het geheime ingrediënt in vrijwel elke Britse curry. De saus is een mengsel van uien, wortels, knoflook, gember, kurkuma en andere specerijen en kan met een paar snelle handelingen omgetoverd worden tot madras, bhuna, vindaloo of een van de andere standaardgerechten in een curryrestaurant. Hij staat anderhalf uur te pruttelen en dan gaat het vuur uit en blijft de saus tot de avond staan rusten.
Door de zwakke Britse pond zijn de prijzen van de uit India geïmporteerde specerijen verdubbeld
Tegen drie uur in de middag is de hectiek van de voorbereidingen voorbij en trekken de koks zich terug in een appartement van zes kamers boven het restaurant, waar ze een paar uur kletsen, een dutje doen, computerspelletjes spelen of, als belijdende moslims, bidden. Tegen de tijd dat de eerste klanten het restaurant binnenkomen, is alles is klaargemaakt. Als dat niet zo was, zouden de koks nooit de stroom bestellingen kunnen verwerken.
Minder winstgevend
In het nep-Tudorgebouw van de Spice Rouge huisde vroeger de White Hart-pub, maar vijf jaar geleden werd het pand door Oli Khan overgenomen en verbouwd. Khan, ook afkomstig uit Sylhet, is een lange man, met dun, verzorgd sikje, dikke paarse stropdas en smetteloze Land Rover Discovery. Er zijn nog acht curryrestaurants in deze straat, maar Khan had de titel van National Curry Chef of the Year op zijn naam staan en zijn restaurant werd een succes.
Toch gingen de zaken afgelopen jaar slechter dan het jaar daarvoor en Khan maakt zich zorgen over de toekomst. De prijs van een curry, geliefd bij het Britse publiek, dat het echter altijd als een goedkope maaltijd heeft beschouwd, is in twintig jaar tijd nauwelijks veranderd, terwijl de kosten snel stijgen. Door de zwakke Britse pond zijn de prijzen van de uit India geïmporteerde specerijen verdubbeld. Spijsolie en rijst zijn duurder geworden en de personeelskosten blijven stijgen. ‘We zijn veel minder winstgevend. Onze winstmarge was vroeger 20 procent, nu nog maar 10 procent. Personeel is een groot probleem,’ zegt Khan.
Al zeker sinds de jaren veertig van de vorige eeuw is Groot-Brittannië verliefd op curry en in de jaren daarna zijn in het hele land, tot in de kleinste dorpjes, meer dan twaalfduizend curryrestaurants als paddenstoelen uit de grond geschoten. Vroeger hoefden de curryrestaurants alleen te concurreren met Chinese afhaalrestaurants, shoarmazaakjes en fish and chips-snackbars. De afgelopen tien jaar is er een snelle opkomst geweest van ketens als Pizza Express en Nando’s. Curryrestaurants zijn bijna allemaal familiebedrijven en vaak alleen ’s avonds open. In het weekend doen ze de meeste zaken. Ook kregen ze last van het imago dat ze vet en ongezond voedsel zouden serveren aan mannen vol bier.
Ondertussen heeft de trend om voor avontuurlijker voedsel te kiezen zich onder het Britse publiek verspreid, volgens Peter Backman, directeur van het bureau Horizons, dat de ontwikkelingen in de voedingssector bijhoudt. Gerechten uit het oostelijke Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten zijn vorig jaar populairder geworden, net als de Vietnamese keuken, ceviche en het Canadese gerecht poutine. ‘Mensen zijn op zoek naar iets nieuws, iets authentieks en opwindends. Wordt er dan ergens zoiets geopend, dan gaan ze daarheen, in plaats van naar waar ze voorheen altijd gingen eten, zoals curryrestaurants,’ zegt hij. ‘De meest vernieuwende en succesvolle spelers in de markt zijn vaak de ketens. Die hebben meer slagkracht op het gebied van marketing en kunnen de juiste plekken bemachtigen, wat voor een kleinschalig, onafhankelijk curryrestaurant lastiger is.’
Een bekende Indiase restauranthouder heeft, onofficieel, gezegd dat de curry’s van Marks and Spencer beter zijn dan die van de meeste curryrestaurants
De grootste curryverkoper van het land is nu pubketen JD Wetherspoon, maar steeds meer mensen blijven thuis om hun eigen vindaloorecept uit te proberen. Bovendien hebben consumenten dankzij het uitgebreide aanbod van supermarkten een grotere keus aan kant-en-klare maaltijden dan ooit: een bekende Indiase restauranthouder heeft, onofficieel, gezegd dat de curry’s van Marks and Spencer beter zijn dan die van de meeste curryrestaurants.
Er staat veel op het spel. Curryrestaurants bieden werk aan zo’n 100.000 mensen en hebben een jaarlijkse omzet van 4,2 miljard pond, volgens gegevens die vorig jaar verzameld zijn door Lord Karan Bilimoria, de bestuursvoorzitter van Cobra Beer en lid van de currycommissie van het Britse parlement, die de regering adviseert. ‘Het is crisis in de sector,’ zegt hij. ‘Veel restaurants gaan dicht en nog veel meer kunnen amper het hoofd boven water houden.’
Khan is behalve eigenaar van Spice Rouge ook vicevoorzitter van de Bangladesh Caterers Association (BCA), de grootste van de vele vakorganisaties die de currybedrijfstak zeggen te vertegenwoordigen. Ook de BCA gebruikt het woord ‘crisis’ en waarschuwt dat een derde van de curryrestaurants in het land binnenkort failliet dreigt te gaan. Khan gebruikt Stevenage als voorbeeld van wat er in het hele land gebeurt: ‘Vier jaar geleden waren er in Stevenage nog tweeëndertig curryrestaurants. Nu zijn het er nog achttien, denk ik. Veel zijn gesloten.’
Van vader op zoon
De hedendaagse Britse curryrestaurants hebben een smalle stamboom: 80 tot 90 procent van de eigenaren komt uit Sylhet, een stad van zo’n 500.000 inwoners in het oosten van Bangladesh, op de grens met de Indiase regio Assam. Sylhet staat niet bekend om zijn keuken: volgens Lizzy Collingham, schrijfster van Curry: A Biography, is de opvallendste specialiteit van de stad gedroogde puntivis.
Ook waren de mensen die uit Sylhet naar Groot-Brittannië kwamen geen koks: het waren oorspronkelijk zeelieden, ingehuurd als stokers op de Britse stoomschepen. In het Londense East End vestigde zich in de jaren veertig een kleine gemeenschap en enkele ondernemende Sylheti’s begonnen al snel een pension of café en lieten hun familieleden overkomen. ‘Ze serveerden vaak Engels eten, en daarnaast ook wat curry en uiteindelijk ontwikkelden ze zich tot curryrestaurants. In de jaren zestig kwamen er veel immigranten hierheen om in de textiel- of de autoindustrie te werken en in die tijd zag je een hausse aan Indiase restaurants,’ voegt ze eraan toe.
‘Dan zie je dat één persoon die een restaurant heeft, zijn familie inschakelt voor de bediening. Emigranten uit Sylhet komen vaak terecht in een familienetwerk. Daarna gaan ze weg om hun eigen restaurant te openen. Zo werkt het in India. De restaurants gaan over van vader op zoon.’
Maar wat in de jaren zeventig en tachtig een kracht was, is nu een zwakte. Eerstegeneratie-curryondernemers beginnen met pensioen te gaan, maar hun kinderen, die vaak een universitaire opleiding hebben, kiezen liever een ander beroep.
Zelfs Uber, het taxiappbedrijf, heeft volgens Khan schuld aan de moeilijkheden in de currysector. ‘Veel mensen in Londen zijn bij Uber gegaan, waaronder koks, tandoorimakers, kelners, bedrijfsleiders, zelfs restauranteigenaren,’ zegt hij. ‘We halen niet meer de winsten van vroeger en nu hebben veel mensen liever dat vrije leven.’
Mensen die niet uit Bangladesh komen, zijn ook niet happig op werk in deze sector. Khan vertelt dat hij in het verleden wel Oost-Europeanen in dienst heeft genomen, maar dat die snel weer vertrokken. ‘Het is heel simpel: ze willen dit werk gewoon niet doen,’ zegt hij.
Een 1,75 miljoen kostend ‘currycollege’ in 2012, bedoeld om Britse koks op te leiden, werd binnen een jaar alweer afgeblazen
Een 1,75 miljoen kostend ‘currycollege’ in 2012, bedoeld om Britse koks op te leiden, werd binnen een jaar alweer afgeblazen, omdat er niet genoeg deelnemers op af kwamen. Uitgangspunt voor de overheid bij de immigratieregelgeving was in die tijd dat ‘we geen mensen hoeven aan te trekken om werk te doen dat ook door Britse burgers gedaan kan worden, als ze de juiste opleiding en ondersteuning krijgen’. Minister van Financiën George Osborne herhaalde dat standpunt onlangs nog eens: ‘We eten allemaal graag een heerlijke Britse curry, maar we willen dat currykoks in Groot-Brittannië worden opgeleid.’
Volgens de BCA betekent de immigratiepolitiek van de regering ‘het einde van onze bedrijfstak’. Het ministerie van Binnenlandse Zaken publiceert geen gegevens over visa per bedrijfstak, maar het aantal werkvisa dat is verstrekt aan mensen uit Bangladesh is gedaald van 40.393 in 2009 tot 23.278 vorig jaar. Vanaf april dit jaar moeten restaurants aan een kok van buiten de EU een minimumsalaris betalen van 35.000 pond (43.226 euro), of 27.750 pond (34.272 euro) met kost en inwoning, om een visum te kunnen krijgen. Eerder al hadden overheidsmaatregelen ervoor gezorgd dat studenten uit Bangladesh, een belangrijke bron van flexibele arbeidskrachten in drukke weekenden, niet langer in curryrestaurants mogen werken.
Khan betaalt zijn koks nu tussen de 18.000 pond (22.230 euro) en 25.000 pond (30.876 euro) en klaagt dat alleen de meest succesvolle curryrestaurants deze nieuwe hobbel zullen kunnen nemen.
Er is geen landelijke currykampioen opgekomen die het hele Verenigd Koninkrijk bestrijkt. De grootste ketens zijn regionaal, zoals de Aahrah Group, die zestien restaurants heeft in Yorkshire, en de Harlequin Leisure Group, die onlangs vier van zijn veertien restaurants in Schotland heeft verkocht.
Het Indiase subcontinent kent geen traditie van grote restaurantbedrijven, zegt Lawrence Frederick, 41, bedrijfsleider van zes Londense vestigingen van Saravanaa Bhavan, een vegetarisch restaurant uit Chennai, dat overal ter wereld franchisenemers heeft. ‘Een succesvol Indiaas restauranthouder heeft één, hooguit twee restaurants,’ zegt hij.
Zonniger dan ooit
Het mag dan crisis zijn onder de Britse traditionele curryrestaurants, maar er is nog wel hoop voor het eten dat zij maken. Nieuwe bezorgdiensten als Just Eat en Deliveroo hebben volgens Peter Backman de kansen van curryrestaurants ten opzichte van de ketens verbeterd, omdat ze betere afzetmogelijkheden bieden. Ondertussen hebben de vooruitzichten voor nieuwe Indiase restaurants er nooit zonniger uitgezien, nu ondernemers proberen het gat te vullen tussen curryrestaurants en dure, luxueuze Indiase restaurants.
De grootste pizza- en hamburgerketens in het Verenigd Koninkrijk zijn opgezet door Britse ondernemers en niet door Italianen of Amerikanen. Maar bijna iedereen die in de currysector werkt, gelooft dat de band met het land van oorsprong een magisch ingrediënt blijft. ‘Dit is een kunst en je moet Indiaas zijn om die echt te doorgronden: hoe je de specerijen maalt en mengt, hoe je het juiste mengsel precies lang genoeg laat fermenteren,’ zegt Frederick bij Saravanaa Bhavan. ‘Indiaas eten vereist speciale vaardigheden,’ zegt Lord Bilimoria bij Cobra. ‘Daarvoor moet er een Zuid-Aziatische kok zijn. Je kunt niet zomaar iemand aannemen en die een recept laten volgen.’
Khan is het daar niet mee eens. ‘Curry zit mensen in het bloed. Mensen zijn er echt aan verslaafd,’ zegt hij. Curry, zo voorspelt hij, zal zich blijven ontwikkelen. ‘In onze bedrijfstak is iedereen welkom. Kom, en doe mee. Dit is nu Britse curry. Het is niet Bengaals of Indiaas, het is Brits en iedereen kan het.’
Financial Times Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000
Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.