Tag: EU

  • ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    Eind december brandde vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië af. Nog steeds is er geen opvang voor zo’n 2.500 vluchtelingen die zijn gestrand op weg naar de EU. En dat terwijl op twintig kilometer afstand kamp Bira ligt, dat leeg is en heel goed tijdelijk kan worden gebruikt.

    De roestige stapelbedden zijn bedekt met een paar centimeter sneeuw; over de weinige spullen die het vuur hebben doorstaan vliegt een zwerm vogels. Op 23 december werd het vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië door een brand in de as gelegd. In het kamp zaten duizenden mensen die de afgelopen maanden door Kroatië, Slovenië en Italië de toegang [tot de Europese Unie] waren geweigerd. De tentstokken staan nog overeind en zijn ondanks de dikke mist te onderscheiden. Een sneeuwstorm woedt door de resten van het kamp.

    De voornamelijk uit Pakistan en Afghanistan afkomstige vluchtelingen staan in de rij voor een maaltijd, de enige van de dag, verzorgd door het lokale Rode Kruis en een groep Turkse vrijwilligers. Ze hullen zich in het enige wat ze hebben: dekens en sjaals. Sommige dragen geen ander schoeisel dan slippers. ‘Het vriest een paar graden en volgende week wordt het nog kouder, maar het lijkt niemand wat te kunnen schelen,’ zegt de 26-jarige Ashfaq Ahmed uit Kasjmir. Vandaag lukte het hem niet om een van de voedselpakketten – met honing, yoghurt en tonijn – te bemachtigen die de vrijwilligers uitdelen.

    Ongeschikt

    Ook al kwam het invallen van de winter en de sneeuwval hier in Bosnië niet als een verrassing, toch lukte het voor het derde jaar op rij niet om duizenden migranten onderdak te bieden. De officiële vluchtelingenkampen zitten overvol. Op dezelfde dag dat de brand het kamp in Lipa in de as legde, kondigde de Internationale Organisatie voor Migranten (IOM) aan het te zullen sluiten. Het was ongeschikt bevonden om mensen in te huisvesten, aangezien er geen water, geen kookgelegenheid en geen elektriciteit was.

    Toch werden de migranten niet naar andere opvanglocaties verplaatst en wie op eigen houtje wilde vertrekken, werd teruggestuurd door de politie. Uit de nabijgelegen stad Bihać werden de vluchtelingen angstvallig door de autoriteiten geweerd. In 2020 reisden ongeveer 16.000 personen door Bosnië; meer dan 10.000 bleven daar steken. Deels kwam dat door de coronacrisis en de sluiting van de grenzen, deels doordat buurlanden hen niet toelieten. Slechts 6300 van de gestrande vluchtelingen kregen een plek in een officieel vluchtelingenkamp.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld’

    Na de brand in Lipa verslechterde de situatie nog verder. Voor zo’n zevenhonderd mensen zette het leger in allerijl verwarmde tenten op naast het oude kamp, maar voor 350 anderen was er geen plek. Zij moesten zich behelpen met zelfgemaakte constructies in Lipa of hun heil zoeken in houten hutten verspreid over het bos. Behalve deze groep leven nog eens 2500 mensen buiten de officiële opvanglocaties in de regio Una Sana, in verlaten huizen en in sloppenwijken. De vluchtelingen in Lipa probeerden na de brand te redden wat ze konden: de stapelbedden dekten ze af met plastic zeil. Zelfs de containers met wc’s en douches zijn nu als slaapplaats in gebruik.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld. Zonder water, zonder elektriciteit, zonder verwarming, zonder een stap te kunnen zetten,’ zegt de Pakistaan Mohamed Yasser uit Gujarat. Hij heeft een gelige wollen deken omgeslagen als bescherming tegen de vrieskou en de ijskoude wind, maar de huid van zijn gezicht heeft zichtbaar te lijden.

    Yasser is nu anderhalf jaar in Bosnië en al meermaals probeerde hij om via bospaadjes Kroatië te bereiken. Keer op keer werd hij staande gehouden door de politie, mishandeld, beroofd en vervolgens teruggestuurd. Hoe het de komende dagen verder moet weet hij niet, in ieder geval durft niemand in deze sneeuwstorm zijn geluk op de bospaadjes te beproeven. ‘Begin januari zijn we vier dagen in hongerstaking gegaan, maar dat haalde niets uit. We hebben hier zieken, maar er is niet eens een dokter en in de stad laten ze ons niet toe,’ gaat Yasser verder. Hij laat me de enige waterbron van het kamp zien, een leiding die uit de grond steekt en waar water van twijfelachtige kwaliteit uit komt.

    Lees ook:

    Op een bordje staat dat het geen drinkwater is. ‘Toch drinken we het, want we hebben geen keus,’ legt hij uit. Er komt een jongen aangelopen die twee plastic flessen vult.

    Onder het plastic zeil hebben Yasser en de anderen een vuur gemaakt met hout dat ze van de vrijwilligers hebben gekregen. Ze hangen een waterketel boven de vlammen voor thee, maar al snel vult de lucht zich met een donkere, scherpe rook die het ademen onmogelijk maakt. ‘Mijn familie in Pakistan heeft veel geld geïnvesteerd om me naar Europa te krijgen. Ik ben de enige die de reis heeft gemaakt, dus ik kan niet terug. Maar ik had nooit verwacht om in deze situatie terecht te komen,’ vertelt hij terwijl hij zijn handen en voeten warmt bij het vuur.

    ‘De vluchtelingen hebben overal behoefte aan: dekens, slaapzakken, eten. Door de kou is de situatie erg moeilijk geworden,’ zegt ook Melek Sevda Mustafić, een vrijwilliger van de Bosnische organisatie Mfs-Emmaus.

    Geen alternatief

    Het kamp Lipa ligt op twintig kilometer van de stad Bihać, op het enige stuk grond dat de gemeente afgelopen april tijdens de eerste coronagolf ter beschikking stelde. Net als het kamp in Vučjak, dat in december 2019 werd gesloten, werd ook Lipa niet geschikt geacht om zoveel mensen te huisvesten. Op 23 december, de dag dat het had moeten sluiten, was er nog geen alternatief voorhanden.

    ‘Er is in Bosnië te weinig opvangcapaciteit. De afgelopen maanden is er op internationaal niveau onderhandeld om nieuwe centra te openen, maar daar is niets uitgekomen. En het absurde is dat op twintig kilometer van Lipa het kamp Bira ligt, dat heel goed kan worden gebruikt om deze situatie het hoofd te bieden, in ieder geval tijdelijk. Het kamp kan plek bieden aan meer dan duizend mensen, alleen wil de gemeente Bihać het niet opnieuw openen [nadat het in september was gesloten] omdat ze geen vluchtelingen in de stad willen,’ vertelt Nicola Bay, president van de Danish Refugee Council (DRC). ‘Dus zitten hier mensen buiten in de kou terwijl goede opvangcentra dicht zijn en het de komende weken wel tien graden onder nul kan worden.’

    Lees ook:

    Door de pandemie zitten er meer migranten klem in het land dan anders. ‘Er lag een voorstel om een opvangcentrum te openen in Tuzla, maar dat hebben de Bosnische autoriteiten geblokkeerd. De centra in Sarajevo zitten overvol en één ervan is op 8 januari afgebrand. Al is er geld van de Europese Unie, er ontbreekt een langetermijnstrategie. De crisis verergert door het invallen van de winter, maar nog steeds ontbreekt de wil om iets aan de situatie te doen. Als er jaar na jaar zo’n achtduizend mensen in Bosnië verblijven, dan is dat geen plotselinge migratiecrisis, maar een probleem dat je met een rationele aanpak prima kunt oplossen,’ vindt Bay.

    Het land is al jarenlang een belangrijke schakel van de Balkanroute (waarlangs sinds 2018 zo’n 65.000 mensen passeerden). Toch sloten de lokale autoriteiten kampen in plaats van nieuwe te openen. Op 6 januari zei de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Josep Borrell tegen de Bosnische autoriteiten dat zij ‘hun verantwoordelijkheid moeten nemen’. Zijn woordvoerder Peter Stano liet weten dat ‘wij de afgelopen twee jaar 90 miljoen euro hebben geschonken voor centra, apparatuur, medische en sociale bijstand’ en dat het nu dus ‘hoog tijd is om in actie te komen en niet langer met mensenlevens te spelen’.

    ‘Zestig procent gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie’

    In werkelijkheid ligt de zaak gecompliceerder. Het weigerachtige beleid van de landen van de Europese Unie langs de Balkanroute heeft grote gevolgen voor het douanebeleid van niet-EU-landen zoals Bosnië. ‘Alleen al onze organisatie heeft 15.000 afwijzingen geregistreerd door de Kroatische politie. Zestig procent van deze mensen gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie,’ vervolgt Bay. ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht.’

    Coronacrisis

    De coronacrisis bracht voor de vluchtelingen in Bosnië een verdere verslechtering van hun levensomstandigheden met zich mee. ‘Door het sluiten van de grenzen en de eerste lockdown konden veel minder mensen de route volgen,’ legt Sylvia Maraone van Ipsia-Acri-Caritas uit, een organisatie die hulp biedt in de kampen in de regio. ‘Tijdens de eerste lockdown hadden veel mensen die zoals het heet de game speelden (poogden de grens over te steken) daar succes mee, omdat er minder controle was. Toen in de zomer de grenzen weer opengingen waren er meer vluchtelingen, maar werden zij ook vaker teruggestuurd aan de Italiaanse, Sloveense en Kroatische grens. Voor Bosnië betekende dat extra moeilijkheden aan het begin van de tweede lockdown in de herfst’, vervolgt Maraone. Volgens haar is er in de Bosnische vluchtelingenkampen geen covid-19-uitbraak geweest, maar het ontbrak aan elke vorm van medische controle.

    ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht’

    ‘Kroatische politie’, blijft de achttienjarige Afghaan Zabiullah Khan herhalen, terwijl hij de verwondingen laat zien die de knuppels van de Kroatische politie op zijn kuiten achterlieten. Bij Triëst werd hij teruggestuurd naar Slovenië, van daar naar Kroatië, waar hij eveneens werd weggestuurd, om te eindigen in het kamp in Lipa.

    De dolende vluchtelingen hebben nachtmerries over de Kroaten. Hun wreedheid staat voor hen symbool voor de Europese grens, een wreedheid waarvan ze de tekenen op hun huid dragen. Langs de langste landsgrens van de EU patrouilleren agenten met pistolen, knuppels, nachtkijkers, thermoscanners en drones. En ondanks alle aanklachten van vluchtelingen, ngo’s, vrijwilligers en officials van de Verenigde Naties in de loop van de afgelopen vier jaar, toont Brussel zich ongevoelig voor het systematisch geweld van de Kroatische politie, wat de Europese Unie tot handlanger maakt.

    Lees ook:

    Op 20 november maakte de Europese ombudsman Emily O’Reilly bekend een onderzoek in te zullen stellen naar mogelijke medeplichtigheid van de Europese Commissie bij de schending van de rechten van migranten en vluchtelingen in Kroatië. Het onderzoek werd geopend na een rapport van Amnesty International en andere organisaties die langs de route actief zijn.

    De ombudsman wil weten hoe het geld besteed is dat Zagreb van Brussel ontving om de migrantenstromen in goede banen te leiden. Ook wil zij weten of de Kroatische mensenrechtenschendingen wel goed worden geregistreerd. Brussel dient voor 31 januari te antwoorden, onderwijl wijst de regering in Zagreb elke verantwoordelijkheid van de hand.

    De douane van Triëst en Gorizia stuurde tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor

    In werkelijkheid worden vluchtelingen vaak meerdere keren achtereen teruggestuurd, te beginnen bij de Italiaanse grens. Volgens een onderzoek door het tijdschrift Altraeconomia stuurde de douane van Triëst en Gorizia tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor. Veel van hen werden vervolgens ook Slovenië en Kroatië uitgezet, om te eindigen in Bosnië. Het onderzoek is voortgezet door het Italiaanse netwerk RiVolti ai Balcani, dat klachten optekent van migranten langs de route.

    ‘Toen we eenmaal met veel moeite waren aangekomen in Italië, identificeerden ze ons, namen zelfs digitale vingerafdrukken, maar stuurden ons toen meteen weer terug naar Slovenië,’ vertelt Khan, die er nog een interessant detail aan toevoegt. ‘De tolk zei dat je vijf- à zeshonderd euro moet betalen om in Italië te mogen blijven, maar dat geld hebben we niet.’ Vanuit Slovenië werd Khan naar Kroatië gebracht, waar ze hem alles afnamen: ‘Ze pakten mijn geld af, mijn schoenen, kleren, riem, rugzak en sloegen me. Daarna werd ik hiernaartoe gebracht. Nu sneeuwt het, het is koud, we hebben geen geld, geen eten, geen kleren. Iedereen is ons vergeten.’

  • Hoe vaccinpolitiek Europa uiteendrijft

    Hoe vaccinpolitiek Europa uiteendrijft

    Rusland, China en Israël proberen onderlinge vaccindeals te sluiten met Europese landen om zo het gezamenlijke aankoopbeleid van de Europese Unie te ondermijnen, waarschuwen verschillende Europese commentatoren.

    Geconfronteerd met het trage vaccinatietempo in Europa, hebben verschillende EU-lidstaten besloten zich tot andere partners te wenden, zoals Israël, Rusland of China. Deze zware klap voor de Europese solidariteit ondermijnt de vaccinatiestrategie van de EU, aldus de Belgische krant L’Echo in een commentaar.

    ‘Eendracht maakt macht als het leidt tot doeltreffend beleid, dat is de raison d’être van de Europese club. (…) Het is dan ook begrijpelijk dat, als dat doeltreffende beleid in twijfel wordt getrokken, deze eenheid begint te barsten’, schrijft El País in een redactioneel commentaar.

    En reden voor twijfel is er genoeg. De Europese Unie heeft het moeilijk in de vaccinatiestrijd. Europese bedrijven, zoals BioNTech of CureVac, produceren vaccins, maar deze worden vooral in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Israël gedistribueerd door farmaceutische reuzen die hun besluitvormingscentra niet in Europa hebben, aldus L’Echo. ‘Intussen zullen de coronamaatregelen en de gevolgen ervan waarschijnlijk nog maanden aanhouden.’

    Servië

    Het eerste Europese land dat begon te flirten met China was geen lidstaat van de Europese Unie, maar het aangrenzende Servië, schrijft het Poolse weekblad Polityka. Toen president Aleksandar Vucic zag dat de EU geen oog had voor het Slavische land, besloot hij direct contact op te nemen met Beijing.

    En met succes. In de eerste twee maanden van 2020 heeft China 1,5 miljoen doses van het Sinopharm-vaccin naar Servië gestuurd, genoeg om de twee benodigde doses aan 10 procent van de 7 miljoen inwoners toe te dienen. En deze maand zal nog een levering van zeker een half miljoen vaccins volgen. Ook het Russische Spoetnik V-vaccin is al geleverd aan het Balkanland.

    Voor deze overwinning klopt Vucic zichzelf opzichtig op zijn borst, schrijft Polityka: ‘“Als je ziet hoeveel we voor de vaccins hebben betaald, wil je een monument voor mij oprichten”, vatte hij in ware trumpiaanse stijl samen, dodelijk serieus en zonder een spoor van bescheidenheid.’

    Het partnerschap tussen Servië en China zou, als je kijkt naar de bredere geopolitieke context, geen verrassing moeten zijn, volgens Polityka. Zowel Beijing als Moskou proberen al jarenlang hun invloed uit te breiden in dit Balkanland. Het was slechts een kwestie van tijd voordat hun vaccins daar beschikbaar zouden komen.

    ‘Deze vaccin-geopolitiek, soms uitgevoerd ten nadele van hun eigen bevolking, zal China en Rusland in staat stellen hun invloed in de wereld te versterken’

    ‘Maar het is gevaarlijk dat de Europese Unie – dat verlamd is door gebrek aan daadkracht, door landen die op eigen houtje vaccins aankopen en vertragingen in de levering – niet over de capaciteit of middelen beschikte om hulp te bieden aan landen in haar directe nabijheid, zoals Servië’, schrijft het Poolse weekblad.

    Ook L’Echo vreest hoe Rusland en China, bij gebrek aan daadkracht van de EU, hun invloed in de wereld versterken: ‘Intussen scoren Rusland en China punten door hun vaccin over de hele wereld te exporteren en zelfs aan de armste landen aan te bieden. Maar dat heeft altijd een prijs. Deze vaccin-geopolitiek, soms uitgevoerd ten nadele van hun eigen bevolking, zal hen in staat stellen hun invloed in de wereld van morgen te versterken.’

    Hongarije en Slowakije

    De echte politieke dreiging is de levering van Sinopharm en Spoetnik V aan EU-lidstaten, schrijft Polityka. De Hongaren waren de eersten die het Russische en Chinese vaccin bestelden. En er zijn genoeg andere gegadigden. Op 31 januari zei de Duitse minister van Volksgezondheid Jens Spahn dat hij ‘open’ stond voor vaccins uit Rusland en China, aldus het Poolse weekblad. Duitse lokale politici herhaalden zijn woorden en beweerden dat de Europese en Amerikaanse voorraden die door de EU zijn besteld niet voldoende zijn om het hele continent te vaccineren.

    De Tsjechen overwegen ook om bij Sinopharm te kopen, aldus Polityka. Het land is recentelijk zwaar getroffen door de pandemie – gekeken naar het aantal nieuwe besmettingen per 100.000 inwoners belandt Tsjechië in februari op de eerste plaats in de wereld. Bovendien is de Tsjechische president Miloš Zeman enthousiast over het Spoetnik V-vaccin, hoewel premier Andrej Babiš eerst nog de goedkeuring van de EMA wil afwachten.

    ‘Hebben we echt farmaceutische goedkeuring nodig voor Spoetnik? Is het niet genoeg dat het staatshoofd ervoor instaat?’

    Het openlijke enthousiasme van Zeman voor Spoetnik V brengt de hele vaccinatiecampagne in diskrediet, schrijft de Tsjechische krant Seznam Zprávy: ‘Zeman werpt zich op als expert. Hij roept dingen als: “Hebben we echt farmaceutische goedkeuring nodig voor Spoetnik? Is het niet genoeg dat het staatshoofd ervoor instaat?” (…) De president schaadt het vertrouwen van de mensen in de hele vaccinatiecampagne. Zijn opmerking dat het vaccin van AstraZeneca veel slechter is dan dat van Spoetnik klinkt als sabotage van het huidige vaccinatiebeleid.’

    Het Tsjechische dagblad ziet dit als teken van de vergaande invloed van Rusland op de president van het land: ‘Twee van Zemans ergste trekken worden hier gecombineerd: onbewezen zaken of zelfs nepnieuws veranderen in feiten, en het behartigen van de belangen van Rusland. Zijn opmerkingen werden onmiddellijk opgepikt door de officiële Russische media.’

    ‘Matovič heeft toegegeven dat hij de doses in het geheim heeft moeten kopen, zodat niemand hem kon tegenhouden’

    Slowakije is na Hongarije het tweede land in de EU dat kiest voor het Spoetnik V-vaccin, dat niet is goedgekeurd door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), schrijft Polityka. Het contract met Moskou betreft 2 miljoen doses – genoeg om meer dan 20 procent van de bevolking in te enten – en werd lange tijd geheimgehouden. De regering in Bratislava, die door de coronacrisis steun verloor en aanvallen van de oppositie moest afweren, kon niet langer wachten op leveringen volgens EU-afspraken, aldus Polityka.

    De Slowaakse krant Sme vreest dat het toedienen van een vaccin dat niet goedgekeurd is door het EMA zal leiden tot nog meer verwarring in het Oost-Europese land: ‘Het is triest dat premier Igor Matovič zich aansluit bij Viktor Orbán, die de pandemie op cynische wijze politiseert. Spoetnik V moet de tragische situatie oplossen die is ontstaan door het falende coronabeleid. Matovič hoopt dat Spoetnik zijn redding zal zijn. De komende dagen zullen meer vragen dan antwoorden opleveren. Wie moet worden ingeënt met een vaccin dat in Europa niet is goedgekeurd? Zal het mogelijk zijn de Spoetnik-vaccinatie te weigeren? Krijgen degenen die met de Spoetnik zijn ingeënt een Europees vaccinatiebewijs?’

    De krant voegt eraan toe: ‘Matovič heeft toegegeven dat hij de doses in het geheim heeft moeten kopen, zodat niemand hem kon tegenhouden. Hoe tragisch kenmerkend voor de situatie waarin Slowakije zich bevindt.’

    Ook de regeringspartners van premier Igor Matovič stellen vraagtekens bij de aankoop van het Spoetnik V-vaccin, meldt Euronews. Vooral het feit dat Matovič de vaccins in het geheim kocht, kan mogelijk leiden tot een breuk in de coalitie van het Centraal-Europese land.

    Beloftes

    Zowel de Hongaren als Slowaken wachten dus niet op de goedkeuring van het EMA. Toen Orbán werd gevraagd naar de mogelijke repercussies van de EU, leken die hem niet veel te kunnen schelen. Zoals de premier op de radio zei, gelooft hij niet dat ‘Britse, Amerikaanse of Europese specialisten meer gekwalificeerd zijn dan Hongaarse’ in het beoordelen van de effectiviteit van vaccins, aldus Polityka. ‘De Europese Unie beloofde injecties, ze heeft de belofte niet waargemaakt. We moeten het zelf oplossen,’ voegde de Hongaarse premier daaraan toe.

    Vandaag (4 maart) maakt het EMA bekend dat de versnelde beoordeling van het Spoetnik V-vaccin er gaat komen, meldt de Süddeutsche Zeitung. Het agentschap in Amsterdam heeft aangekondigd dat het is begonnen met een zogenaamde ‘rolling review’. Als het vaccin positief wordt beoordeeld, kan de producent, het Gamaleja-Instituut voor Epidemiologie en Microbiologie dat valt onder het Russische ministerie van Volksgezondheid, officieel een aanvraag om goedkeuring indienen bij de Europese Unie. De beoordeling gaat waarschijnlijk enkele maanden duren.

    ‘Het meest interessante is dat de EU tot dusverre geen kritiek heeft geuit op de vaccin-afvalligen’

    Ook Polen overweegt om het Sinopharm-vaccin aan te kopen, aldus Polityka. De Poolse premier Andrzej Duda en de Chinese president Xi Jinping bespraken onlangs deze mogelijkheid, en de Poolse president ‘was verheugd te horen dat Beijing bereid was de door China geproduceerde vaccins in te zetten als wereldwijd publiek goed’.

    Over eventuele leveringen van het Chinese vaccin aan Polen is niets bekend. Maar minister van Volksgezondheid Adam Niedzielski verklaarde dat zonder Europese goedkeuring het Chinese vaccin niet naar Poolse burgers zal gaan, schrijft Polityka.

    ‘Het meest interessant is nog dat de EU tot dusverre geen kritiek heeft geuit op de vaccin-afvalligen en waarschijnlijk niet weet hoe ze hiertegen moet optreden. Hoewel de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, alle vaccinfabrikanten uitnodigde om EMA-goedkeuring aan te vragen, zette ze vraagtekens bij de effectiviteit van Spoetnik V (zonder wetenschappelijk bewijs te leveren). De chaos wordt ook verergerd door de Franse president Emmanuel Macron, die op zijn beurt twijfelt aan de soepele werking van AstraZeneca’, analyseert Polityka.

    ‘Nogmaals, op EU-niveau is er geen eensgezinde strategie om de pandemie aan te pakken’, schrijft het Poolse weekblad. ‘Als Hongarije, Slowakije en andere landen die vaccins gebruiken zonder goedkeuring van het EMA, niet door Brussel worden gestraft of zelfs maar bekritiseerd, zal dat een nieuwe klap zijn voor Von der Leyen en de Europese solidariteit. Het was de bedoeling dat er één gezamenlijk aankoopbeleid zou komen, maar achter de schermen werd er op individuele basis onderhandeld. Nu koopt elke staat elk vaccin dat hij kan bemachtigen. De ene mislukking volgt na de andere voor de Europese Unie’, aldus Polityka.

    Driekoppige alliantie

    Ook Israël, dat wereldwijd vooroploopt met vaccineren, gaat allianties aan met Europese landen buiten de EU om. Denemarken en Oostenrijk gaan samen met het Midden-Oosterse land een ‘vaccinatie-alliantie’ beginnen, meldt de Oostenrijkse krant Kurier. Het zou gaan om zogenoemde tweedegeneratievaccins, die bescherming moeten bieden tegen nieuwe varianten.

    ‘De EU kan het niet voor elkaar krijgen, we moeten het heft in eigen handen nemen – dat is het signaal dat Oostenrijk en Denemarken afgeven’, schrijft de Süddeutsche Zeitung.

    De Deense krant Politiken neemt fel stelling tegen het verbond met Israël. ‘Denemarken mag geen coronavaccins van Israël kopen. (…) In plaats van zich te laten omkopen met vaccins, zou Mette Frederiksen deze gelegenheid moeten aangrijpen om Benjamin Netanyahu duidelijk te maken dat Denemarken de Palestijnen niet vergeten is, en geen vaccins zal aanvaarden die eigenlijk naar hen zouden moeten gaan. Ook bij pandemieën moeten er grenzen zijn aan nationaal eigenbelang – ook al lijkt het erop dat Israël die uit het oog heeft verloren’, concludeert het Deense dagblad.

    Pas op

    L’Echo blikt terug op hoe het Europese vaccinatiebeleid ooit begon: ‘Op het hoogtepunt van de crisis begon men te dromen van Europese en zelfs mondiale samenwerking bij de productie van een vaccin dat de meest geavanceerde technologieën van de eenentwintigste eeuw in dienst van de mensheid zou stellen.’

    Toch lijkt veel van het optimisme dat hieraan ten grondslag lag, uitgedoofd. ‘Nationaal egoïsme, geostrategische reflexen, het onvermogen van politici om een visie te ontwikkelen die verder reikt dan hun achterban, of gewoonweg twijfels over de vaccins, verhinderen dat deze droom werkelijkheid wordt’, analyseert L’Echo. ‘Het is echter nooit te laat om een dergelijke eenheid tot stand te brengen, door een bredere industriële samenwerking en door de aandacht te richten op succesvolle voorbeelden’, besluit de Belgische krant.

    ‘De verleiding om er afzonderlijk uit te komen is de kiem van andere toekomstige crises, van wrok en verdeeldheid. Pas op’, waarschuwt El País.

  • Premier Draghi: Super Mario of wolf in schaapskleren?

    Premier Draghi: Super Mario of wolf in schaapskleren?

    De kersverse premier Draghi kreeg gisteren (17 februari) het vertrouwen van de Italiaanse Senaat, vandaag krijgt hij naar alle waarschijnlijkheid ook het Parlement achter zich. Terwijl een groot deel van de Italiaanse pers de komst van de voormalige voorzitter van de ECB met enthousiasme begroet, is niet iedereen blij met een liberale technocraat als hoofd van de regering.

    Woensdagochtend (17 februari) gaf de nieuwe Italiaanse premier Mario Draghi een toespraak waarin hij zijn program voor het land uiteenzette. Dezelfde dag stemde het Senaat met een overweldigende meerderheid (262 voor en 40 tegen) voor zijn regering van nationale eenheid.

    Vandaag, donderdag, wacht een tweede stemming in de Kamer van Afgevaardigden, die Draghi ook naar verwachting glansrijk zal winnen, aangezien hij een brede coalitie van partijen van over het hele politieke spectrum achter zich heeft. Niets lijkt Super Mario nog in de weg te staan om het land voortvarend te leiden, constateert de Italiaanse pers, die haast unaniem verheugd is met de daadkrachtige toon van de oud-ECB-voorzitter in zijn eerste toespraak als premier.

    ‘De woorden die premier Mario Draghi in de Senaat heeft uitgesproken, luiden het afscheid in van een tijdperk dat door de pandemie, met zijn noodlottige uitwerking, al ten grave was gedragen’, schrijft Corriere de della Serra in een hoofdredactioneel commentaar.

    ‘Dat was een tijdperk van anti-europrotesten, van vage ideeën over het vertrek van Italië uit de Europese Unie, van strijd tegen Frankrijk en Duitsland, van dromen over een gelukzalige “degrowth” [een wereld waarin productie en consumptie worden teruggebracht] en van klimaatontkenners. Gemakkelijke en denkbeeldige antwoorden op complexe problemen die niet konden worden opgelost met Italiaans navelgestaar.’

    ‘Laten we hopen dat Draghi “een land zal nalaten dat de dromen van onze kinderen waarmaakt”’

    Ook zakenkrant Il Sole 24 Ore is verheugd over de nieuwe wind na jaren van politiek gesteggel en een in zichzelf gekeerd Italië. ‘Een passage [uit de toespraak] die het verdient te worden onderstreept is (…) wanneer Draghi verwijst naar de trots om Italiaan en pro-Europeaan te zijn, omdat de keuze voor de euro “onomkeerbaar” is, maar ook omdat “wij een grote economische en culturele macht zijn”.’

    Dat vergeten we volgens de krant maar al te vaak, maar Draghi benadrukt dit juist. ‘We moeten trotser, rechtvaardiger en genereuzer zijn ten opzichte van ons land’, en erkennen ‘dat vele anderen ons benijden omdat we vaak vooroplopen in de wereld, om de grote rijkdom van ons sociaal kapitaal, om de vele vrijwilligers in het land’.

    Het dagblad voorspelt dan ook een succesvolle regeringsperiode van Draghi. ‘De voorwaarden voor succes zijn aanwezig, te beginnen met een internationaal netwerk, van de Verenigde Staten tot Duitsland. (…) Laten we hopen dat hij weet hoe hij Italië door deze moeilijke tijd moet loodsen om de jongeren, onze kinderen, zoals hij gisteren zei, “een land na te laten dat in staat is hun dromen waar te maken”.’

    Het katholieke dagblad Avvenire (Toekomst) is vooral blij dat de nieuwe premier in zijn Senaatstoespraak naar de toekomst kijkt. ‘Mario Draghi had het gisteren in de Senaat niet over miljarden euro’s. Want, veel meer dan de financiële, is de echte schuld die vandaag moet worden ingelost, die tussen generaties. De verantwoordelijkheid van het heden is te weten hoe vaardigheden, energie en middelen te verenigen en te beheren om een betere samenleving en een betere planeet te garanderen aan hen die vandaag jong zijn of nog op de wereld moeten komen. Het is deze “schuld aan de toekomst” die de minister-president als centraal punt in zijn regeringsprogramma poneerde. Een schuld die tegelijkertijd sociaal, ecologisch en van menselijke aard is.’

    Terugkeer van de elite

    ‘Is dit de terugkeer van de elite?’ vraagt Franse krant L’Opinion zich af nu de oud-ECB-voorzitter en ‘het archetype van de gehate Europese technocraat’ aan het roer van Italië staat. Draghi geniet zelfs de steun van populistische partijen als Lega, van Matteo Salvini, en de Vijfsterrenbeweging, van Luigi Di Maio – de twee vicepremiers van het vorige kabinet.

    ‘De omslag ligt niet in het onvermogen van de populisten om te regeren’, schrijft L’Opinion. ‘Het is eerder de wijdverspreide aanvaarding van het idee dat een briljante vertegenwoordiger van de geglobaliseerde macht samen met hen kan regeren. (…) Draghi is meer politiek dan men zou denken, geholpen door de 200 miljard euro van de Europese Unie, zou hij de democratische crisis kunnen tegengaan door het respect voor andermans mening in ere te herstellen.’

    ‘Heel Europa heeft er belang bij dat Draghi met succes transformeert van verrader tot redder’

    De regering-Draghi zou, volgens L’Opinion, vanwege zijn standpunten zelfs een voorbeeld voor de rest van Europa zijn. ‘Tegen de technocratie, waarvoor maar al te vaak geen alternatief is. Tegen de populistische partijen zelf, die hun tegenstanders snel als vijanden van het volk bestempelen, met een gevaarlijke polarisatie als gevolg. Heel Europa heeft er dus belang bij dat Draghi met succes transformeert van verrader tot redder.’

    Establishment

    Het linkse dagblad Il Fatto Quotidiano heeft minder vertrouwen in de mooie beloften uit Draghi’s toespraak. Met hem als premier koos president Sergio Matarella ‘niet alleen voor “de beroemdste Italiaan ter wereld”, wiens gênante koor al dagen slaafs zijn lof zingt. Nee, hij koos ook een symbool van het internationale establishment dat de wereld de afgelopen decennia heeft geregeerd en gemaakt tot wat zij is.’

    Van 1991 tot 2001 was Draghi al de hoogste ambtenaar van het Italiaanse ministerie van Financiën. ‘Tien noodlottige jaren’, oordeelt Il Fatto Quotidiano, waarin ‘Draghi leiding gaf aan het privatiseringsproces van Italiaanse overheidsbedrijven, dat in plaats van het verminderen van het begrotingstekort en het verbeteren van de dienstverlening, heeft geleid tot de oprichting van particuliere monopolies met nauwe politieke banden.’

    ‘Het probleem is dat een niet-gekozen regering de handen vrij heeft om een “sociaal bloedbad” aan te richten’

    Het dagblad is ook weinig positief over Draghi’s voorzitterschap van de ECB: ‘[In die periode] ondertekende hij in 2011 de beroemde geheime brief waarin hij de Italiaanse regering dringend verzocht om de lonen en arbeidsvoorwaarden aan te passen aan de behoeften van de bedrijven, en de overheidssector uit te kleden (met een oproep tot lagere lonen).’

    Dat Draghi nu de Italiaanse economie gaat stimuleren met sociale maatregelen, noemt Il Fatto Quotidiano ‘de mythe van een keynesiaanse Draghi’. ‘Maar niemand gelooft deze vrome illusie: het werkelijke bedrag dat van het Europees herstelplan naar Italië zal gaan, is veel lager dan wordt beweerd, en zijn agenda gaat meer over het behoud van werkgelegenheid. Het probleem is dat een niet-gekozen regering, die dus niets te maken heeft met het streven naar democratische consensus, de handen vrij heeft om een “sociaal bloedbad” aan te richten’, analyseert de krant.

    ‘Een buitengewone tijd (…) vereist de omverwerping van een failliet systeem. Draghi zal dat niet voor elkaar krijgen.’

    De aanstelling van Draghi is tekenend voor het verval van de nationale politiek in Europa

    Volgens filosoof Lorenzo Marsili ligt er een gevaar in het zogenaamde apolitiek profiel van Draghi, waarmee de ‘normaliteit’ in de Italiaanse politiek zou terugkeren, schrijft The Guardian. ‘Maar wat is dat “normaal” waar Italië zo naar verlangt? In het grootste deel van Europa is dat een beeld van langzaam verval, waar business-as-usual leidt tot groeiende ongelijkheid, aantasting van democratie en milieu en een dramatisch verlies van elke greep op de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw’, aldus Marsili.

    De aanstelling van Draghi is tekenend voor het verval van de nationale politiek in Europa, aldus Marsili. ‘Geen enkele van de verzwakte Europese natiestaten is in staat om op eigen kracht een transformerend beleid te voeren: om multinationals aan banden te leggen, de economie CO2-neutraal te maken of de exorbitante rijkdom van een kleine elite aan te pakken, die tijdens de pandemie alleen maar verder uit de hand is gelopen.’

    Maar als Draghi, zoals hij ook in zijn toespraak benadrukte, zorgt voor een Europese oplossing, ziet Marsili potentie voor échte verandering, schrijft hij in The Guardian. ‘De man van “whatever it takes”, de “redder” van de euro, weet beter dan de meesten dat alleen een echte economische en politieke unie de Europese staten in staat kan stellen hun collectieve soevereiniteit over hun lot terug te krijgen’, stelt Marsili.

    Toch lijkt dat de Italiaanse filosoof onwaarschijnlijk: ‘Een buitengewone tijd […] vereist de omverwerping van een failliet systeem. Draghi zal daar niet in slagen. En het risico van een hernieuwde nationalistische reactie is reëel.’

    Draghi’s politiek programma

    Het Italiaanse weekblad Internazionale vatte de belangrijkste punten uit de toespraak van Draghi van 17 februari samen:

    Europa en de euro. ‘De euro is onomkeerbaar (…). Zonder Europa is er minder Italië.’

    Het vaccinatieplan. ‘Onze eerste uitdaging is om het vaccin snel en efficiënt te distribueren.’

    Hervorming van de gezondheidszorg. ‘Het is noodzakelijk om het netwerk van basisdiensten te versterken en uit te breiden […]. Ziekenhuizen zullen worden belast met acute, postacute en revalidatiezorg. Via zorg op afstand moet het huis de belangrijkste plaats van zorg worden.’

    Scholen. ‘Snel terugkeren naar een normaal lesrooster; de in 2020 verloren lesuren inhalen; investeren in de opleiding van onderwijzend personeel. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan technische opleidingen.’

    Gelijkheid man en vrouw. ‘De genderkloof in de arbeidsparticipatie in Italië behoort nog steeds tot de hoogste in Europa (…) De regering zal zich concentreren op een socialezekerheidsstelsel dat vrouwen in staat stelt evenveel energie aan hun carrière te besteden als hun mannelijke collega’s, zodat de keuze tussen gezin of werk niet hoeft te worden gemaakt.’

    Next Generation EU. ‘We zullen ongeveer 210 miljard euro beschikbaar hebben over een periode van zes jaar. De strategische doelstellingen zijn: de productie van energie uit hernieuwbare bronnen, lucht- en waterverontreiniging terugdringen, een snel spoorwegnet, energiedistributienetwerken voor elektrische voertuigen, de productie en distributie van waterstof, digitalisering, breedband- en 5G-communicatienetwerken.’

    Klimaatcrisis. ‘Er is behoefte aan structureel beleid dat innovatie vergemakkelijkt, toegang van groene bedrijven die kunnen groeien door toegang tot kapitaal en krediet, en een expansief monetair en fiscaal beleid dat investeringen vergemakkelijkt en vraag creëert voor de nieuwe duurzame activiteiten.’

    Toerisme. ‘Sommige groeimodellen zullen moeten veranderen. Ondernemingen en werknemers in de toeristische sector moeten worden geholpen om de door de pandemie veroorzaakte ramp te boven te komen, maar we moeten culturele steden, plaatsen en tradities behouden, dat wil zeggen, niet verkwanselen.’

    Immigratie. ‘Een andere uitdaging wordt de onderhandeling over het nieuwe asiel- en migratiepact, waarin wij zullen streven naar een evenwicht tussen de verantwoordelijkheid van de landen van eerste binnenkomst en daadwerkelijke solidariteit. Van cruciaal belang zal ook de uitwerking zijn van een Europees terugkeerbeleid voor degenen die geen recht hebben op internationale bescherming, naast de volledige eerbiediging van de rechten van de vluchtelingen.’

  • Politiek en lobbyisme: de draaideur van Brussel

    Politiek en lobbyisme: de draaideur van Brussel

    De afstand tussen EU-ambtenaren en 35.000 lobbyisten in Brussel is schrikbarend klein. Sterker nog, na een functie voor de EU te hebben vervuld, stapt een fors aantal ambtenaren over naar de lucratieve lobbywereld. De EU prijst zichzelf vanwege ‘transparante’ regelgeving op dit gebied, maar ophef rond voormalig EU-commissaris Günther Oettinger roept de vraag op of die tevredenheid terecht is. 

    ‘De EU heeft een autoriteit voor ethiek nodig!’, is de kop boven een artikel dat financieel redacteur Harald Schumann eind januari voor de Duitse krant Der Tagesspiegel schreef.

    Volgens Schumann zijn EU-politici te zelfgenoegzaam over het feit dat de activiteiten van lobbyisten in Brussel geregistreerd dienen te worden en daardoor dus redelijk controleerbaar zouden moeten zijn. Hij verwijst in dit verband naar een uitspraak van Katharina Barley, vicevoorzitter van het EU-parlement: ‘Wat transparantie omtrent lobbyen betreft, gaat de EU resoluut voorwaarts.’

    In eerste instantie begrijpt Schumann die uitspraak. ‘Commissarissen en hoge parlementariërs volgen inderdaad een mooi principe. Iedereen die met hen over een project wil praten, moet met naam en budget worden vermeld in het officiële lobbyregister. Zonder inschrijving kan er geen afspraak volgen, althans niet officieel. Bovendien moeten vergaderingen in toegankelijke databases worden ingevoerd. Wie zich te eenzijdig informeert, kan onder druk komen te staan‘, aldus Schumann. De procedure klinkt prima, maar, zegt Schumann, er is sprake van schone schijn.

    35.000 lobbyisten

    ‘Deze zogenaamd schone omgang met het leger van ongeveer 35.000 lobbyisten heeft een vuile keerzijde’, schrijft de Duitse journalist. ‘Voor honderden EU-functionarissen, commissarissen en parlementariërs is de afstand die ze tot lobbyisten houden slechts show. In werkelijkheid staan ze zo dicht bij elkaar dat ze na het vertrek uit hun ambt maar al te graag overstappen om hun kennis te gelde te maken.’ 

    Volgens Schumann zijn na 2014 maar liefst 185 EU-parlementsleden overgestapt van het parlement naar een baan bij lobbykantoren. Van de 27 commissarissen die in 2014 aftraden, zijn er 13 ingehuurd door lobbyagentschappen en bedrijven.

    Veel verontwaardiging was er over de nieuwe functie van voormalig Commissievoorzitter José Manuel Barroso. Na zijn vertrek trad hij aan als directeur bij de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Al tijdens zijn voorzitterschap bleek hij ‘buitengewoon vruchtbare ontmoetingen’ met Goldmans topmanager Blankfein te hebben gehad, zonder die te melden.

    ‘Wat echt verwerpelijk is, is de schade aan de democratie’

    De Europese Commissie eist een wachttijd van twee jaar, zodat topfunctionarissen kunnen ‘afkoelen’ om belangenconflicten te vermijden. Maar ook die maatregel is niet serieus te nemen, volgens Schumann, zoals blijkt uit de activiteiten van voormalig EU-commissaris Günther Oettinger. 

    Oettinger, een Duitse CDU-politicus, was van 2010 tot 2019 EU-commissaris en tekende na zijn vertrek arbeidscontracten met niet minder dan dertien bedrijven en verenigingen. Daarvoor ontving hij speciale toestemming van de zittende Commissie onder leiding van partijvriendin Ursula von der Leyen, op voorwaarde dat hij niet zou lobbyen.

    Maar de groene Europarlementariër Daniel Freund vindt de gang van zaken ongeloofwaardig. Volgens hem staan slechts ‘zeven van de nieuwe werkgevers van Oettinger vermeld in het lobbyregister’.

    Schumann concludeert dat het probleem van de nauwe band tussen de hoogste ambtenaren met de ‘geldmachtigen’ niet alleen de mogelijke manipulatie van wetgeving betreft. ‘Wat echt verwerpelijk is, is de schade aan de democratie.’ Want de overstap van politiek naar lobbyisme wekt volgens hem de verkeerde indruk dat politiek kan worden gekocht, ‘en daardoor worden kiezers naar de antidemocraten van rechts gedreven’.

    Oettinger

    Drie weken na het artikel van Schumann bevestigt de Oostenrijkse krant Die Presse hoe schimmig de lobbywegen van oud-Commissaris Günther Oettinger zijn. Afgelopen weekend publiceerde de krant een artikel met als kop ‘Kritik an Oettinger-Job für Tabaklobby’ (‘Kritiek op Oettingers baan voor de tabakslobby’). Kern van de zaak is dat Oettinger sinds begin van dit jaar voor een lobbybureau werkt waarvan de grootste klant het tabaksbedrijf Philip Morris is.

    ‘De wisselwerking tussen tabaksregulering en lobbywerk levert opnieuw problemen op voor de Europese Commissie’, zo schrijft Die Presse. ‘Emily O’Reilly, de EU-ombudsman, roept Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, op om zorgvuldig te controleren of Günther Oettinger, de Duitse EU-commissaris tot 2019, zich aan de afspraken houdt en niet lobbyt voor het tabaksbedrijf Philip Morris.’

    Volgens de krant zullen binnenkort drie belangrijke EU-wetten die de tabaksmarkt reguleren door de Commissie worden herzien. De eerste richtlijn betreft de grensoverschrijdende verkoop van tabaksproducten aan particulieren. De tweede is gericht op de minimumaccijnzen op sigaretten. Naar verwachting zal de derde richtlijn de productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten betreffen, te denken valt aan afschrikwekkende afbeeldingen op verpakkingen en het verbod op gearomatiseerde sigaretten. De herzieningen zullen volgens O’Reilly met argusogen worden gevolgd door de tabakslobby.

    Problematisch

    Precies daarom zijn de dertien recent goedgekeurde banen van Oettinger volgens de Ombudsman zo problematisch. De voormalige minister-president van de deelstaat Baden-Württemberg, die in 2010 EU-commissaris voor energiebeleid werd, daarna voor de digitale economie en als laatste voor begroting en personeel, kreeg op 11 november vorig jaar toestemming van de Commissie om aan de slag te gaan bij communicatie- en lobbybureau Kekst CNC als ‘global consultant’. 

    Hij aanvaardde deze functie op 1 januari van dit jaar. O’Reilly waarschuwt Von der Leyen in een brief: ‘Aangezien Philip Morris International de grootste klant is van dit adviesbureau, dat is opgenomen in het EU-transparantieregister, kunt u begrijpen dat het publiek er zeker van moet kunnen zijn dat de Commissie alle noodzakelijke maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de verplichtingen worden nagekomen om toe te zien op de naleving van de voorwaarden die de voormalige commissaris zijn opgelegd.’

    Oettinger maakte bekend dat de nieuwe functie hem ‘de kans zal geven om ervaring en kennis door te geven aan adviseurs en klanten’

    In de praktijk is dit echter onmogelijk, volgens Die Presse, zeker als Oettinger ervoor zorgt dat hij geen schriftelijke sporen nalaat die op een schending van zijn niet-lobbyplicht zouden kunnen wijzen. Het is volgens de krant overigens duidelijk dat Kekst CNC hem vooral heeft ingehuurd vanwege zijn specifieke ervaring. Oettinger windt daar ook geen doekjes om, want hij maakte zelf op de website van het bureau bekend dat de nieuwe functie hem ‘de kans zal geven om ervaring en kennis door te geven aan adviseurs en klanten’.

    Als antwoord op vragen van Die Presse verwees een woordvoerder van de EU-commissie naar de restricties waaronder Oettinger de baan heeft mogen aannemen. ‘De Commissie zal de Ombudsman antwoorden, net als in alle andere gevallen’, voegde de woordvoerder eraan toe.

    Geen roker

    Ook de politieke website Politico besteedde dit weekeinde aandacht aan het geval-Oettinger, en voegt nog meer informatie toe aan het verhaal. Volgens Politico vermeldde het EU Transparantie Register dat Kekst CNC in 2019 tussen de € 200.000 en € 299.999 aan inkomsten ontving van tabaksgigant Philip Morris.

    De site wijst op informatie die Oettinger aan de Commissie heeft verstrekt om deel te mogen uitmaken van de adviesraad van Kekst CNC. Volgens Oettinger helpt de adviesraad ‘de wereldwijde reputatie en zichtbaarheid van Kekst CNC te verbreden en te verbeteren bij opinieleiders en besluitvormers’. Daarnaast ondersteunt de raad ‘activiteiten voor bedrijfsontwikkeling’, volgens Oettinger.

    ‘In haar brief van 11 februari aan de voorzitter van de Commissie Ursula von der Leyen’, zo schrijft Politico, ‘herinnert Ombudsman Emily O’Reilly eraan dat de EU als deelnemer aan het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie “zich heeft verbonden het volksgezondheidsbeleid te beschermen tegen de tabaksindustrie”.’ 

    Oettinger vertelde Politico desgevraagd dat zijn werkzaamheden ‘niets met tabak te maken zullen hebben’. ‘Ik ben geen roker’, zo liet de Duitse politicus weten, eraan toevoegend dat hij geen contact heeft gehad met Philip Morris en ook ‘geen ambitie’ heeft om in de toekomst in contact met het bedrijf te treden. ‘Ik ben perfect op de hoogte van mijn beperkingen en mijn verplichtingen.’

    Thomas Empt, algemeen directeur van Kekst CNC, valt hem daarin bij: ‘We willen geen commentaar geven op de brief van de Ombudsman, maar we willen wel benadrukken dat het voor ons bedrijf van het grootste belang is om de Gedragscoderegels voor voormalige leden van de Europese Commissie strikt te volgen.’

    Hongarije

    Hoe zuiver op de graat Oettinger zal blijken, valt nog te bezien, maar enige waakzaamheid lijkt op z’n plaats, gezien zijn eerdere activiteiten. Volgens Politico liet het Staatsblad van Hongarije een jaar geleden weten dat de Hongaarse premier Viktor Orbán Oettinger heeft aangewezen als covoorzitter van een nieuw op te richten Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid, die de Hongaarse regering adviseert over innovatie en onderzoek. Deze controversiële wetenschapsraad is opgericht door de premier zelf.

    Als covoorzitter zou Oettinger samenwerken met de Hongaarse minister van Innovatie en Technologie László Palkovics, die de instelling leidt. Oettinger zou het enige niet-Hongaarse lid in de raad zijn.

    Volgens critici is de raad onderdeel van de inspanningen van de Hongaarse regering om strengere controle uit te oefenen op de academische sector, bijvoorbeeld door financiering in te houden voor onderzoekers die tegen het beleid van Orbán zijn.

    ‘Het is vreselijk dat een voormalig EU-commissaris geloofwaardigheid verleent aan een regime dat de onafhankelijkheid van de wetenschap aanvalt’

    Met name linkse en groene leden van het Europees Parlement beschuldigen Oettinger ervan de ambities van Orbán te legitimeren om wetenschap onder controle van de regering te krijgen. De Hongaarse regering weerspreekt dat en stelt dat het doel is de wetenschapssector van het land innovatiever te maken.

    Dat Hongaarse verweer is niet bijster geloofwaardig. De beschuldigingen van gebrek aan academische vrijheid in Hongarije zijn de afgelopen jaren toegenomen, vooral sinds de gerenommeerde Centraal-Europese Universiteit, gefinancierd door de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros, naar Wenen moest verhuizen vanwege beperkingen die werden opgelegd door de Hongaarse autoriteiten.

    Oettinger is zich ondertussen van geen kwaad bewust. Aan Politico liet hij weten dat hem niet was verteld hij een vergoeding zou krijgen voor de baan en dat hij ‘de agenda van bijeenkomsten wil vormgeven en bijdragen aan discussies’, om de wetenschap in Hongarije een impuls te geven.

    ‘Wetenschap, innovatie en onderzoek moeten een zorg zijn voor heel Europa en moeten daarom ook beter worden gepromoot in de afzonderlijke landen’, aldus Oettinger. ‘De afgelopen jaren heb ik Europa altijd bekritiseerd omdat het niet genoeg aan onderzoek doet. We moeten 3 procent van ons bruto nationaal product in onderzoek steken, in plaats daarvan zitten we constant op 2 procent.’

    ‘Erg vergezocht’

    De groene Europarlementariër Daniel Freund kijkt er anders tegenaan. ‘Het is vreselijk dat een voormalig EU-commissaris geloofwaardigheid verleent aan een regime dat de onafhankelijkheid van de wetenschap aanvalt’, zei Freund vorig jaar. ‘En dat in een situatie waarin ngo’s en journalisten zwaar onder druk staan, er schaamteloze corruptie is in het land, er een artikel 7-procedure tegen Hongarije loopt en Orbáns regeringspartij Fidesz is geschorst uit zijn partijfamilie, de Europese Volkspartij’ – nota bene de Europese partij waar Oettingers CDU deel van uitmaakt.

    Oettinger wijst die kritiek af. ‘De naam zegt het al: de Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid heeft een adviserende rol, maar neemt geen beslissingen’, was zijn commentaar. ‘Vrijheid van wetenschap en onderwijs is altijd erg belangrijk voor me geweest. Daarom accepteer ik deze kritiek niet. Het is erg vergezocht.’

    Volgens Kontext: Wochenzeitung was de EU er twee maanden geleden nog niet uit of Oettinger de klus in Hongarije mag aannemen: ‘De Europese Commissie is nog steeds aan het piekeren of ex-commissaris Günther Oettinger de controversiële premier van Hongarije, Viktor Orbán, kan bijstaan als hoofd van zijn nieuwe Innovatieraad.’

    Wellicht speelt bij het geaarzel mee dat Oettinger eerder ook al onder vuur is komen te liggen vanwege zijn nauwe banden met Orbán. In 2016, toen hij commissaris voor digitale economie was, gebruikte hij de privéjet van een pro-Russische Duitse zakenman die voor de Hongaarse regering werkte om naar een diner met Orbán te vliegen. Volgens Oettinger gebeurde dat omdat er op dat moment geen commerciële vlucht was om hem op tijd naar het diner in Boedapest te brengen. De Europese Commissie accepteerde zijn uitleg destijds.

    Of de Commissie in Oettingers onschuld blijft geloven bij de beslissing over zijn Hongaarse baan, valt nog te bezien. Margarida Silva van Corporate Europe Observatory, een nonprofitorganisatie die de connectie tussen EU-beleid en lobbyisten in de gaten houdt, zei vorig jaar: ‘Er zijn zorgen dat deze nieuwe baan op de een of andere manier het resultaat zou kunnen zijn van de betrokkenheid van Oettinger, als Europees commissaris, bij beslissingen die van invloed waren op de Hongaarse regering. Mocht dit het geval blijken te zijn, dan zou dit een onderzoek vereisen door OLAF’, het fraudebestrijdingsbureau van de EU.

  • Afrikanen leven niet alleen om te sterven. Een reactie op The New York Times

    Afrikanen leven niet alleen om te sterven. Een reactie op The New York Times

    Als de berichtgeving over Afrika alleen maar bedoeld is voor lezers die een glimp willen opvangen van ‘hoe anders de andere helft leeft’, schrijft Mamka Anyona voor African Arguments, verliezen we de kans op echt internationalisme.

    Als ik niet al bekend was met de notoire reductionistische berichtgeving van de westerse media over het Globale Zuiden, dan zou ik versteld hebben gestaan ​​van het artikel in The New York Times dat op 4 januari werd gepubliceerd onder de kop ‘Een continent waar de doden niet worden geteld’. De centrale stelling daarin is dat de lage sterftecijfers door covid-19 in ‘Afrika’ komen doordat Afrikanen hun doden niet rapporteren.

    Het artikel suggereert dat het werkelijke sterftecijfer in landen op het continent van alles kan zijn, van de officieel gerapporteerde cijfers tot de zeer hoge aantallen die Europa en de Verenigde Staten melden. Dit impliceert dat in ‘Afrika’ de dood zo gewoon is, dat als ongeveer 1 op de 1000 mensen – het huidige officiële sterftecijfer door covid-19 in de VS – binnen een paar maanden zou sterven aan een voorheen onbekende ziekte, dat onopgemerkt en ongeregistreerd zou kunnen blijven.

    Rapportage noch analyse

    Het uitgangspunt van het artikel is verbluffend. Het noch een rapportage noch een analyse, aangezien het bewijs overwegend anekdotisch is. De kop is bizar en hekelt een heel continent, terwijl in de tekst slechts 3 van de 54 Afrikaanse landen aan bod komen. De onderliggende veronderstelling is dat als rijke landen hebben geleden, Afrika erger moet hebben geleden. En als dat niet het geval is, dan moet dat komen doordat het lijden onzichtbaar is gemaakt door een voor Afrika kenmerkende incompetentie.

    Deze weergave van het continent zal ook velen verbazen die hebben gezien hoe landen in respectievelijk Afrika en het Westen op de pandemie hebben gereageerd. Toen ik bijvoorbeeld eind januari 2020 naar Kenia vloog, waren op de luchthaven al protocollen voor temperatuurcontrole en contactopsporing in werking gezet. Tot in maart 2020 opereerden luchthavens in Europa en de VS daarentegen nog grotendeels zoals normaal.

    Het artikel biedt geen enkel bewijs dat de melding van sterfgevallen in Afrika minder nauwkeurig zou zijn dan waar dan ook

    Ik had deze winter een soortgelijke reiservaring. Toen ik met mijn gezin van Nairobi naar Tanzania wilde reizen, hadden we een negatieve testuitslag nodig om toegang te krijgen. Ik belde het National Influenza Center en een paar uur later kwam een ​​professional naar mijn huis om, gehuld in een volledig beschermend pak, onze monsters te verzamelen.

    Dit stond in schril contrast met mijn ervaring toen ik een maand eerder van New York naar Kenia was gereisd. In de VS kostte het moeite de benodigde PCR-test te doen. Toen dat eindelijk lukte, werd ik geholpen door een verpleegkundige wier enige bescherming tegen de honderden mogelijk besmette personen die ze elke dag onderzocht een ​​chirurgisch mondkapje was.

    Hoewel deze ervaringen anekdotisch zijn, kunt u zich mijn ontsteltenis voorstellen bij het lezen van het artikel in The New York Times.

    In mijn eigen land, Kenia, is het niet mogelijk om ‘dierbaren thuis in de tuin te begraven’, zoals het artikel suggereert

    Gezien de nieuwigheid van het coronavirus is het een gegeven dat elk land wereldwijd met hetzelfde probleem wordt geconfronteerd: hoe spoor je sterfgevallen als gevolg van covid-19 op, hoe classificeer en registreer je ze? Er wordt algemeen aangenomen dat het werkelijke sterftecijfer overal hoger is dan momenteel wordt gerapporteerd. Hoewel het artikel in de NYT impliceert dat gegevens die zijn verzameld door landen in Afrika zonder het internationale stempel van goedkeuring onbetrouwbaar zijn, biedt het geen enkel bewijs dat de melding van sterfgevallen in Afrika minder nauwkeurig zou zijn dan waar dan ook.

    Het verbeteren van bevolkingsregistratiesystemen is wereldwijd een grote uitdaging. Tussen landen bestaan echter enorme onderlinge verschillen. Sommige, zoals Egypte, Zuid-Afrika en de Seychellen, hebben een verplicht algemeen registratiesysteem; andere, zoals Nigeria en Niger, blijven achter, zoals het artikel terecht vermeldt.

    In mijn eigen land, Kenia, is het niet mogelijk om zonder een begrafenisvergunning ‘dierbaren thuis in de tuin te begraven’, zoals het artikel suggereert. Kenia bouwt bovendien aan een verplicht gedigitaliseerd systeem waarin de gegevens van alle inwoners worden vastgelegd, een project dat geavanceerder en ambitieuzer is dan dat van veel landen met een hoog inkomen.

    Dit laat ook zien dat officiële overlijdensregisters niet de enige manier zijn om ziekte​​uitbraken op te sporen. Overheidsfunctionarissen beschikken ook over andere middelen om afwijkende sterftepatronen te herkennen, waaronder bewakingssystemen die ongebruikelijke gebeurtenissen melden. Deze rapportage laat bijvoorbeeld zien hoe de ebola-uitbraak in 2014 werd getraceerd tot aan patiënt nul in het afgelegen dorp Gueckedou, in het zuidoosten van Guinee.

    Serieuze analyse

    Wat nog belangrijker is, is dat zelfs zonder adequate tests, diagnose en rapportage sterftecijfers als gevolg van covid-19 op een schaal zoals we die in westerse landen zagen, in elk van de 54 landen van Afrika reden tot ongerustheid zouden zijn. Afrikanen leven niet alleen om te sterven!

    De kwestie die in het artikel in The New York Times wordt aangesneden, vraagt om een serieuze analyse: welke factoren dragen bij aan de ziekte- en sterftecijfers als gevolg van covid-19 in Afrikaanse landen? Waarom verschillen die van eerdere voorspellingen? Er zal een genuanceerd antwoord komen, gebaseerd op bewijs dat steeds veelvuldiger uit vroege wetenschappelijke analyses naar voren komt.

    Demografie – de jeugdige bevolking van Afrika – speelt hierbij wellicht een grote rol, maar deze wordt in het artikel slechts terloops genoemd. Effectieve tegenmaatregelen van regeringen kunnen eveneens veel verklaren, maar die worden volledig buiten beschouwing gelaten.

    Veel landen hebben in een vroeg stadium strikte lockdowns ingevoerd. Innovaties op het gebied van detectie, beheer en toeleveringsketens hebben de reactie van landen verbeterd. Rwanda gebruikt robots om te helpen bij de diagnose. Andere landen maken gebruik van robuuste gezondheidszorgsystemen om de gemeenschap essentiële zorg te kunnen blijven bieden.

    Een ongekende samenwerking op het hele continent, onder leiding van de Afrikaanse Unie, heeft ook bijgedragen

    Een ongekende samenwerking op het hele continent, onder leiding van de Afrikaanse Unie, heeft ook bijgedragen aan het versterken van testen, ziektebeheer, bevoorrading en momenteel de voorbereiding op vaccinatie.

    Deze en vele andere positieve verhalen halen nauwelijks de krantenkoppen in de reguliere westerse berichtgeving. Zoals Nanjala Nyabola opmerkt in de Boston Review: ‘Misschien zorgt de schaduw die het westerse imperialisme nog altijd op het continent werpt, voor de luie neiging om Afrika te bezien door de lens van de rampzalige ervaringen van de Verenigde Staten en Europa, waardoor de aanname wordt versterkt dat Afrika het Westen nabootst (…) in plaats van dat het zijn eigen traject volgt, op basis van regionale en nationale omstandigheden.’

    Applaus

    Landen in Afrika blijven lijden onder de directe en indirecte gevolgen van de pandemie. Sommige leiders hebben slecht werk geleverd bij het beheersen van de epidemie en elk land heeft te maken met ernstige sociaal-economische beperkingen. Maar mocht je dan toch willen generaliseren, dan zou een applaus voor een goed uitgevoerde klus gepaster zijn.

    Zolang de berichtgeving over Afrika en andere delen van het Globale Zuiden zich richt op een publiek dat hunkert naar een glimp van hoe anders de andere helft leeft (of sterft), zullen dergelijke artikelen blijven verschijnen. Wat met deze imperialistische visie verloren gaat, is niet te overzien. De waardigheid van de mensen van een heel continent. Grondige analyse en de vergelijking van verschillende benaderingen om mondiale problemen op te lossen. Het vermogen om van elkaar te leren. De kans om onszelf te zien als onderdeel van een geheel, eerder soortgelijk in onze menselijkheid dan onderling verschillend. En de mogelijkheid tot echt internationalisme.

    Openingsbeeld: voertuigen staan op donderdag 7 januari 2020 in de rij bij een drive-thrutestlocatie in het Zuid-Afrikaanse Pretoria.

  • Vijftien ideeën voor de wereld na corona

    Vijftien ideeën voor de wereld na corona

    Het coronavirus heeft onze wereld (tijdelijk) fundamenteel veranderd. Nu is er eindelijk hoop dat we de pandemie onder controle krijgen. En dan? Willen we gewoon doorgaan zoals voorheen, of de kans grijpen dingen te heroverwegen? GEO vroeg 15 deskundigen welke verbeterpunten zij zien.

    1. Kunnen we de crisis als kans aangrijpen?

    Geschiedenis – Historicus Mischa Meier ziet de coronapandemie als perspectief voor de herinrichting van ons samenleven.

    De coronacrisis vertoont alle kenmerken van situaties waarin samenlevingen fundamenteel veranderen als gevolg van een dreiging die als existentieel wordt ervaren. Noch financiële crises, noch vluchtelingengolven, noch terroristische aanslagen noch milieurampen vertonen deze kenmerken. Het zijn eerder oorlogen, revoluties en epidemieën die een dergelijke ingrijpende verandering teweegbrengen.

    Kenmerken van zulke situaties: ze raken iedereen zonder uitzondering en maken iedereen onrustig. De vaste routines van een samenleving staan gedurende een langere periode onder druk. Mensen verliezen hun vertrouwen in het handelen van hun medemens en het geloof in een zekere toekomst. Er ontstaat een dominante vorm van communicatie, de taal is moreel geladen.

    Een voorbeeld van dat laatste waren de de foto’s van de doodskisten en vrachtwagens uit Bergamo in het voorjaar. De communicatie werd emotioneel en moreel, soms zelfs religieus. Ook dat is een kenmerk dat in de hele geschiedenis terugkomt.

    De dreiging verliest zijn kracht naarmate de samenleving effectieve manieren vindt om deze te bestrijden. Op deze manier krijgen mensen een nieuw gevoel van veiligheid en onderdrukken of vergeten ze de dreiging geleidelijk, ook al is die er misschien nog steeds.

    De pest brak voor het eerst uit in 541 na Christus en veranderde alles. Maar langzamerhand raakte de ziekte in de vergetelheid

    Een voorbeeld uit de geschiedenis: de pest brak voor het eerst uit in 541 na Christus en veranderde alles. Maar langzamerhand raakte de ziekte in de vergetelheid, hoewel er door de eeuwen heen regelmatig plaatselijke uitbraken waren. Iets soortgelijks gaan we met het coronavirus meemaken: pas als we leren accepteren dat het virus bedreigend is maar niet weggaat, kunnen we ons leven echt reorganiseren.

    Zoals in iedere crisis zijn er winnaars en verliezers, zoals we nu ook al zien als we kijken naar de economische gevolgen. Om kansen op verandering te benutten moeten wij – ook wij historici – heel bewust en zorgvuldig nadenken over hoe we individueel reageren – en wat voor gevolgen dat heeft voor onze toekomst.

    Wanneer mensen zich bedreigd voelen, wordt één ding plotseling buitengewoon relevant: identiteit. Mensen gaan als individu en als collectief nadenken over bij wie ze horen, en ook: bij wie niet. Dat kan leiden tot conflicten. In wezen gaat het om de herstructurering van sociale machtsverhoudingen. Dat is tegelijkertijd ook onze kans, daaraan moeten we actief helpen vorm te geven.

    2. Onze steden zullen bloeien

    Stedelijke planning – Meer ruimte voor voetgangers: de pandemie versnelt verandering, zegt Christoph Koch, die o.a. onderzoek deed naar de toekomst van mobiliteit in Amsterdam.

    Hoe minder mensen dagelijks naar de binnenstad gaan om te werken of te winkelen, hoe minder kantoorruimte er nodig is en hoe goedkoper de huren op de lange termijn zullen zijn. Nieuwe toepassingen in de binnensteden zijn dus niet alleen mogelijk, maar ook noodzakelijk. De coronapandemie laat zien dat omwentelingen die ondenkbaar leken, ineens haalbaar zijn. Meer woonruimte in het stadscentrum, meer ruimte voor cultuur in plaats van warenhuisketens. Nu hebben we ideeën nodig die deze verandering vormgeven.

    Onze steden zijn nog steeds verdeeld: werken en winkelen in het centrum, wonen in de periferie. Als dit verandert, verandert ook het verkeer. De routes worden korter, wat het gebruik van fietsen en elektrische scooters bevordert. Speelstraten, meer fietspaden en 30km/uur-zones, zoals Parijs vanaf 2021 over de hele linie wil invoeren, krijgen een steeds breder draagvlak. Daarnaast neemt de behoefte aan groene recreatiegebieden in de steden toe.

    Als we deze gelegenheid goed aangrijpen, zullen onze binnensteden over een paar jaar vriendelijker, bewoonbaarder en drukker zijn.

    3. Een nieuw thuisgevoel

    Toerisme – Reizen over lange afstanden worden steeds zeldzamer, wat de klimaatbescherming ten goede komt, zegt reisverslaggever Gunnar Herbst.

    Corona heeft het over-the-toptoerisme tot stilstand gebracht en ons laten zien hoe het ook kan. Minder vaak reizen, langer ter plaatse blijven, naar bestemmingen in de buurt gaan, met de bus en trein reizen en korte vluchten vermijden.

    Geen goedkope hotels huren die hun personeel uitbuiten, geen all-inclusive ketens, maar restaurants, winkels en musea bezoeken om de lokale bevolking te ondersteunen. Dat alles helpt om reizen duurzamer te maken. De pandemie heeft aangetoond dat het mogelijk is. Nu moeten we doorzetten.

    4. Een groter gevoel van vrijheid

    Werkomgeving – Velen die tijdens de coronacrisis konden blijven werken, zijn thuiswerken als het nieuwe normaal gaan beschouwen – en als een model voor de toekomst.

    Kantoormeubelfabrikant Sedus Stoll merkt al jaren verandering. Het bedrijf bestaat al bijna 150 jaar. In het verleden bestonden bestellingen voor 85 procent uit tafels, stoelen en kasten. Rond de millenniumwisseling was dat 70 procent, nu 50.

    In plaats daarvan zorgt het voormalige stoelenbedrijf nu ook voor banken, akoestische elementen, spraakcellen: ‘communicatieapparatuur’. Sedus bouwt bijvoorbeeld ook sensoren in kantoorapparatuur. De app kan worden gebruikt om werkplekken te reserveren en na te gaan wie welke gebruikt. Perfect in tijden van corona.

    Series als The Office presenteren het kantoor als een soort kooi voor medewerkers.

    Zo ontstaat langzaam het ‘flexkantoor’. Wellicht wordt het straks normaal om ongeacht de locatie een aanvraag in te dienen: één keer per maand een paar honderd kilometer reizen is beter dan vijftig kilometer pendelen per dag.

    De historische redenen voor het kantoor zijn verdwenen, zegt ook de Londense auteur Philip Ross. ‘Het kantoor heeft een nieuwe bestemming nodig om te overleven.’

    5. Herwaardering van de natuur

    Milieubescherming – Mensen ontdekken hoe dicht ze bij de natuur kunnen zijn. Dat vraagt ook om extra bescherming van onze leefomgeving.

    De behoefte om de stad uit te gaan is tijdens corona bij de meesten toegenomen. ‘Het besef dat je voorlopig niet ver kunt reizen, biedt ruimte voor reflectie’, zegt Christian Buer van Heilbronn University. Hij spreekt van een nieuwe ‘ervaring van je eigen rust en stilte’ en is ervan overtuigd dat degenen die zich ‘gast’ gaan voelen van de natuur daar bevrediging van ondervinden.

    We moeten natuurbezoekers aanspreken, informeren, sturen – maar niet als indringers behandelen

    Maar waar mensen massaal naar het platteland trekken, zijn conflicten onvermijdelijk. Wordt de druk op de natuur te groot? Holger Belz, die het Archezentrum runt, maakt zich geen zorgen. ‘De natuur is kwetsbaar, maar dat betekent niet dat mensen buitengesloten moeten worden’, zegt hij. ‘We moeten bezoekers aanspreken, informeren, sturen – maar niet als indringers behandelen. We willen dat ze de natuur beleven.’

    6. Onze gezondheidssystemen zullen leren van de pandemie

    Zorg – Prof.dr. Monika Klinkhammer-Schalke, voorzitter van het Duitse netwerk voor gezondheidsonderzoek, ziet vier belangrijke verbeterpunten voor de branche.

    Beschikbaarheid van gegevens. De pandemie roept op medisch vlak vele vragen op: zijn er minder patiënten naar de dokter gegaan? Werd kanker later ontdekt, verminderde dat de overlevingskansen van de getroffenen? Wat is het effect van het uitstellen van operaties?

    Er zijn al veel gegevens beschikbaar, bijvoorbeeld in onderzoek, in kankerregisters of bij zorgverzekeraars. Nu moeten we een manier vinden om de verschillende bronnen snel en in overeenstemming met de gegevensbeschermingsregels met elkaar te verbinden en te evalueren.

    Netwerken. Daarnaast is het van belang dat medische professionals, gespecialiseerde verenigingen en verenigingen beter netwerken – nationaal en internationaal. Een positief voorbeeld: voor een anesthesieonderzoek staken aan het begin van de pandemie dertig universitaire ziekenhuizen over de hele wereld de koppen bij elkaar om ideeën uit te wisselen over de methode om covid 19-patiënten te intuberen. Het verliep vlot omdat alle betrokkenen vooraf waren verbonden.

    Betere samenwerkingen. Er wordt wel geroepen om minder ziekenhuizen: grote topcentra in plaats van kleine, regionaal georiënteerde klinieken. Maar Klinkhammer-Schalke deed veel onderzoek naar de kwaliteit van leven van kankerpatiënten en zag hoe belangrijk het voor patiënten is om vrienden en familie aan hun zijde te hebben. Om de kwaliteit van de behandeling in kleinere ziekenhuizen te waarborgen, moet de samenwerking met de topcentra worden versterkt.

    Betere betaling. Er zijn veel te weinig verplegers. Om knelpunten in het aanbod te voorkomen en meer mensen voor zorgberoepen te laten kiezen, moeten de salarissen omhoog. Daaraan moeten zowel de overheid als zorgverzekeraars bijdragen.

    7. We hechten meer waarde aan kwaliteit

    Economie – Groeiend bewustzijn van duurzaamheid: corona zal ons winkelgedrag blijvend veranderen, voorspelt econoom Thomas Straubhaar.

    De verkoop op onlineplatforms en bij bezorgdiensten neemt enorm toe. We zien ook dat veel mensen hun huis opnieuw inrichten. Dat leidt tot een toename van bestellingen van met name duurzame consumptiegoederen; kopers zijn meer geïnteresseerd in kwaliteit.

    Huidige en toekomstige generaties zullen steeds minder accepteren dat bepaalde producten in verband worden gebracht met kinderarbeid

    Online kopen wordt momenteel niet geassocieerd met milieuvriendelijk gedrag, maar daar zal verbetering in komen. Online winkelen maakt het gemakkelijker om producten te vergelijken. Er zullen minder verkeerde aankopen worden gedaan en retouren worden verzonden en er zullen intelligente, collectieve leveringen plaatsvinden bij knooppunten in de wijk en in de buurt.

    Big data helpt bovendien om meer overeenstemming te bereiken tussen wat klanten echt willen en wat providers kunnen leveren. Ook wat kwantiteit betreft leiden data-analyses tot een grotere nauwkeurigheid van vraag en aanbod.

    Op middellange en lange termijn zal duurzaamheid minder worden afgedwongen door het consumentengedrag van individuen en steeds meer door de algemene stemming. Huidige en toekomstige generaties zullen steeds minder accepteren dat bepaalde producten in verband worden gebracht met kinderarbeid of slecht zijn voor het klimaat en het milieu.

    En deze trend wordt versneld door corona.

    8. Achteraf zullen we dankbaar zijn

    Filosofie – Corona biedt kans op een zinvoller leven, zegt filosoof Wilhelm Schmid.

    Corona bood een remedie tegen het rusteloze leven dat velen van ons leidden. Inzichten werken immers het beste als we geen theorie volgen, maar leren uit de praktijk.

    We kregen de kans om na te denken over wat ‘leven’ eigenlijk is. Nu kunnen we onze ideeën hierover aanpassen aan het echte leven.

    Velen dachten dat het alleen om het ‘goede leven’ ging, waarin alles altijd positief is en naar wens verloopt

    Velen dachten dat het alleen om het ‘goede leven’ ging, waarin alles altijd positief is en naar wens verloopt. We moesten gelukkig zijn, wat er ook gebeurde. Zonodig offerden we er relaties voor op. Geen ruimte voor anderen die ons van ons geluk af dreigen te houden! Geen begrip ook voor onze eigen imperfecties.

    Deze ideologie van autonomie weerhield ons ervan een zinvol leven te leiden. Wat niet altijd hetzelfde is als een gelukkig en goed leven. Want in het echte leven moet je accepteren dat de dingen niet altijd gaan zoals we graag willen.

    Autonomie is een goede zaak; het maakt mensen zelfverzekerd en zelfvoorzienend. Ideologie is dat niet; het is blind

    Autonomie is een goede zaak; het maakt mensen zelfverzekerd en zelfvoorzienend. Ideologie is dat niet; het is blind. De ideologie van autonomie deed ons geloven dat er geen grenzen zijn aan onszelf. Niets mocht ooit ons ego beïnvloeden – anderen niet, de omstandigheden niet, de samenleving niet, zeker de staat niet of een virus dat onzichtbaar is en daarom niet lijkt te bestaan.

    Maar door corona moesten we inbinden – de een meer dan de ander. Dat doet denken aan de beoefening van ascese; het horrorconcept van de autonome levensgenieter die gewend is om op elk moment te nemen wat hij maar wil.

    Toch is ascese ook bevorderlijk voor de volgende extase: hoe heerlijk smaakt de wijn dan, hoe fantastisch is de seks! Vandaar dat we dankbaar mogen zijn voor de periode die weldra achter ons ligt. We hebben een idee gekregen van wat de zin van het leven zou kunnen zijn.

    9. Wetenschap stijgt in aanzien

    Wetenschap – Ondanks alle gevolgen van de huidige situatie biedt de coronapandemie de wetenschap een enorme kans. GEO-hoofdredacteur Jens Schröder ziet nu al een toenemende waardering voor onderzoek.

    Zelden is er een situatie geweest waarin zoveel mensen het werk van wetenschappers zo nauwlettend hebben gevolgd.

    Vooraanstaande onderzoekers bereiken een miljoenenpubliek met podcasts waarin ze de voortgang van kennis becommentariëren. Talkshow kunnen nauwelijks nog zonder wetenschappelijk geschoolde gasten. Media worstelen zich een ​​weg door de nieuwste onderzoeksresultaten, waarbij ze op de vaak dunne lijn tussen noodzakelijke vereenvoudiging en ontoelaatbare versimpeling balanceren. Meningsverschillen worden zichtbaar, over de betekenis van onderzoeken en over hoe nieuwe bevindingen worden vertaald in regels die voor iedereen zouden moeten gelden, al loopt niet iedereen evenveel risico.

    Voor veel mensen is het de eerste keer dat ze een wetenschappelijk proces zo diepgaand meemaken. Ze zien het risico op fouten en doodlopende wegen, maar ook dat fouten worden ontdekt door een constructieve discussie tussen de experts.

    Corrigeer elkaar, maak ruzie, stel veel vragen, maak fouten

    Het is zeker niet gebruikelijk dat wetenschappelijke bevindingen zo serieus worden genomen. Neem bijvoorbeeld de risico’s van opwarming van de aarde door CO2-emissies. Waarschuwingen van de jongere generatie over klimaatbescherming zijn vaak niet serieus genomen. Maar wie heeft gezien hoe de curve van coronabesmettingen kan worden afgevlakt, kan zich dat wellicht ook beter voorstellen voor de curve van CO2-emissies.

    Een extreme situatie als de coronapandemie kan de weg bereiden voor nieuwe inzichten. Alle betrokkenen bewegen zich op niet eerder gebaande paden. Corrigeer elkaar, maak ruzie, stel veel vragen, maak fouten. Ruzie is in de wetenschap – als het goed is – geen twist. Het is als het ware een vorm van kwaliteitsborging. Ook dat is een les die we dit jaar konden leren.

    10. De pandemie verscherpt ons realiteitsbesef

    Cultuur – Nieuwe vormen, nieuwe ideeën: corona zet aan tot creativiteit. Toch ziet theaterregisseur Karin Beier weinig reden tot optimisme.

    Als de pandemie ons iets kan leren, is het een aangescherpt realiteitsbesef: nederigheid ten opzichte van de immense kwetsbaarheid van onze samenleving, kennis van onze eigen verantwoordelijkheid, het in twijfel trekken van alles wat normaal is.

    Dat geldt ook voor de microkosmos van het theater. We zitten midden in de crisisbeheersing, we moeten leven van ons werk, alle medewerkers veiligstellen en blijven improviseren. Dat maakt de nodige creativiteit los.

    We hebben oplossingen ontwikkeld voor problemen, die ook in de toekomst bepaalde mogelijkheden bieden: we veranderen minder vaak van repertoire, zodat de technologie niet constant opnieuw hoeft te worden opgebouwd. We zochten het publiek steeds vaker op via digitale kanalen.

    Maar digitale formats kunnen alleen overbruggen en aanvullen. Theater behoeft direct contact. Het is een van de weinige openbare ruimtes waarin maatschappelijk relevante vraagstukken – inclusief het destructieve en utopische potentieel van de pandemie – gethematiseerd worden en op artistieke wijze tastbaar gemaakt. Live en met toeschouwers.

    En is dit verlangen om zo snel mogelijk terug te keren naar pre-corona-omstandigheden niet even goed voelbaar in de politiek, in het bedrijfsleven, in de hele samenleving?

    11. Onze kijk op jongeren verandert

    Samenleving – ‘We maken deel uit van een radicale verandering, veroorzaakt door een natuurramp’, zegt socioloog en sociaal psycholoog Harald Welzer. In deze omwenteling legt het virus kwetsbaarheden bloot die al aanwezig waren. Maar de pandemie laat ook nieuwe ontwikkelingen zien.

    We hebben gezien dat onze democratie werkt en stabiel is, zelfs in tijden van crisis. De overgrote meerderheid van de burgers bleek open te staan ​​voor feitelijke argumenten. De bereidheid om samen te werken met de regering is een krachtig hulpmiddel voor democratie.

    En hierin is een speciale rol weggelegd voor de jeugd. Jongeren werden tijdens de pandemie ten onrechte als onverantwoordelijk weggezet. In plaats daarvan hebben ze een hoge mate van solidariteit getoond met de risicogroepen, ook al behoren ze daardoor tot degenen die het hardst door de pandemie worden getroffen.

    Vóór Corona veranderde de oudere generatie nauwelijks hun consumptie- en reisgedrag, maar van de jongeren werd automatisch verwacht dat ze de ouderen beschermden

    Vóór Corona veranderde de oudere generatie nauwelijks hun consumptie- en reisgedrag, al liggen alle feiten over klimaatverandering op tafel. Maar van de jongeren werd automatisch verwacht dat ze de ouderen beschermden – wat ze ook deden.

    Nu is het tijd om solidair terug te zijn, bijvoorbeeld door af ​​te zien van onnodig consumentisme, ten gunste van de mogelijkheid tot leven en overleven in de eenentwintigste eeuw.

    12 Corona helpt ons in de strijd tegen klimaatverandering

    Wereldwijde opwarming – Corona is een uitdaging die ons zou kunnen leren hoe we die nog grotere uitdaging – klimaatverandering – kunnen aangaan, zegt politicoloog Kira Vinke.

    Onze aanpak van de pandemie onthult op indrukwekkende wijze dat we in staat zijn om te handelen, als individuen en als collectief. Dat we profiteren van het implementeren van de aanbevelingen van de wetenschap. En dat individueel gedrag direct invloed heeft op het verloop van een mondiale dreiging.

    De dreiging van een virus is concreet, terwijl velen klimaatverandering niet als onmiddellijke dreiging zien. Toch kan op sommige plekken al worden waargenomen dat mensen sterven door toenemende hittegolven, overstromingen en stormen. Om dergelijke noodsituaties te voorkomen – zo leert de coronacrisis ons – kunnen we niet wachten tot het probleem bij ons op de stoep staat.

    Het goede nieuws is dat er nog zoveel ongerepte wildernis en zo veel bedreigde gebieden zijn die we effectief kunnen beschermen

    Het is essentieel om preventief te handelen.

    Het goede nieuws is dat er nog zoveel ongerepte wildernis en zo veel bedreigde gebieden zijn die we effectief kunnen beschermen. De financiële middelen en ook de technische oplossingen zijn beschikbaar. Maar de belangrijkste vereiste blijft een drastische vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

    Zowel corona- als de klimaatcrisis zijn vooral gebaat bij een principe dat elke functionerende samenleving bijeenhoudt: solidariteit.

    13. Eindelijk digitaal onderwijs op school

    Onderwijs – Afstandsonderwijs in lockdown: voor onderwijsonderzoeker Nele Hirsch was dit slechts een voorproefje van de school van de toekomst.

    Corona heeft geleid tot meer openheid voor digitalisering. Leraren die er nog nooit mee in aanraking waren geweest, kregen bijscholing. Dit biedt de mogelijkheid om modern onderwijs te bevorderen en te verankeren in scholen.

    Het gaat niet alleen om de overgang van analoog naar digitaal, maar van geïsoleerd tot verbonden: welke ervaringen hebben docenten, studenten en scholen gehad? Wat werkte wel en niet? Waar moet het heen? Hoe moeten de lessen er concreet uit komen te zien?

    Deze ontwikkeling maakt docenten allesbehalve overbodig

    Deze ontwikkeling maakt docenten allesbehalve overbodig. Ze moeten veel meer concepten ontwikkelen, ze moeten leeromgevingen ontwerpen. Leerlingen moeten individueel worden begeleid. Dat is tijdrovend. We hebben meer leraren nodig, meer tijd om bij te scholen, meer ruimte om kinderen individueel te ondersteunen. Up-to-date onderwijs kost geld.

    Als de politiek daar niet op reageert, is dat fataal.

    14. De verplichte onderbreking helpt om prioriteiten te stellen

    Ervaring – Stephan Adelmund verloor de facto zijn baan door corona – en ontdekte de luxe van plotseling tijd hebben.

    ‘Ik had een evenementenbureau, een muziekschool, een strandclub en een online winkel.

    Als zanger van de band Knallfrosch Elektro speelde ik 100 concerten per jaar. Ik racete zo snel dat ik niet meer wist hoe het was om niet onder druk te staan.

    Toen kwam de pandemie. Alles viel plat. Ik had bang kunnen zijn. In plaats daarvan voelde ik opluchting. Ik kon afwegen welke dingen goed voor me waren en welke ballast. Ik stelde mezelf de vraag: welke materiële luxe heb ik echt nodig, en waar is de grotere luxe van gewoon tijd?

    Muziek maken is goed voor mij, dat moest blijven. Maar ik heb mijn evenementenbureau ontbonden. Mijn grote huis voelde als een last. Ik heb het vakantiehuis van mijn ouders gerenoveerd en ben verhuisd naar 30 vierkante meter.

    Nu weet ik: het waren de kleine dingen die mijn leven onnodig moeilijk maakten. Misschien lijkt het makkelijk om ergens afstand van te doen. Voor mij was de hindernis dat ik patronen moest doorbreken waar ik al decennia lang aan gewend was. Ik was verrast dat mijn nieuwe leven in alle opzichten gezonder aanvoelde.’

    15. Europa komt sterker uit de crisis

    Politiek – De pandemie heeft veel mensen in hun levensonderhoud gestoord. Maar de economie is overeind gebleven en de EU heeft bewezen te kunnen handelen.

    Deze crisis is ingewikkelder dan eerdere economische crises. In dergelijke noodsituaties grijpt meestal de staat in, zodat de cyclus gaande blijft. Hij staat garant voor leningen, deelt geld uit zodat mensen blijven consumeren, zodat bedrijven nieuwe machines kunnen kopen et cetera. Maar nooit in de geschiedenis van de moderne industriële samenleving was de staat gedwongen om delen van de economie stil te leggen.

    Sinds het begin van de crisis is het doel geweest om de economie, dus de oude wereld, weer zo snel mogelijk op gang te krijgen en de schade te beperken. Het gaat niet om minder of duurzamer, maar om überhaupt verder te kunnen.

    The Economist omschreef de wereld tijdens de pandemie als ‘90 procent-economie’: een economie zonder luchtvaart en toerisme, zonder evenementen, cultuur en gastronomie. Tien procent minder klinkt niet eens zo erg, maar er zitten miljoenen banen in deze tien procent – in restaurants, bioscopen, theaters, muzikanten, fitnesstrainers, obers en koks.

    Hier wordt een blauwdruk gecreëerd voor toekomstige crises. Europa is machtiger geworden

    Veel landen hebben hun reddingspakketten zo ontworpen dat grote sommen geld naar nieuwe technologieën, digitalisering en klimaatbescherming stromen. Een derde van het pact van 1,8 miljard euro is bestemd voor klimaatbescherming. Hiervan maakt 750 miljard euro deel uit van het ‘corona-reddingspakket’: een historische prestatie die, ook al blijft het een omstreden beslissing, de EU op lange termijn zal veranderen. Hier wordt een blauwdruk gecreëerd voor toekomstige crises. Europa is machtiger geworden.

    Elders hebben zich drie belangrijke veranderingen voorgedaan, of ze doen zich momenteel voor: enerzijds komt het land waarin de pandemie begon naar voren als de winnaar – de economie in China is allang hersteld. Ten tweede: de krachtige technologieplatforms (Google, Facebook, Amazon) zijn nog krachtiger geworden.

    De derde grote verschuiving betreft de rol van de staat: in deze crisis treedt de staat niet alleen op als redder, maar als actor die steeds dieper doordringt in industrieën en bedrijven door middel van leningen en investeringen.

  • Brussel bereidt zich voor op ‘plan B’

    Brussel bereidt zich voor op ‘plan B’

    De EU-top van donderdag en vrijdag moet het Pools-Hongaars tegen het rechtsstaatmechanisme breken. Europese commentatoren staan vrijwel unaniem achter de strenge opstelling van de EU.

    ‘Europa is in nood’, opent het commentaar van Der Tagespiegel. Het veto van Polen en Hongarije tegen het financiële pakket van de EU ter waarde van ruim 1800 miljard euro, bedreigt de slagkracht van de EU. Als de regeringleiders op de EU-top van donderdag en vrijdag geen overeenstemming bereiken, zal de EU zich voor het eerst in dertig jaar met een noodbegroting moeten behelpen. Geld voor onderzoek en infrastructuur kan dan niet meer worden uitbetaald. Het pakket bestaat uit de meerjarenbegroting 2021-2027 van bijna 1100 miljard euro en het coronaherstelfonds van 750 miljard euro.

    De Süddeutsche Zeitung is dan ook van mening dat ‘Merkel zich van haar strenge kant moet laten zien’. De Duitse bondskanselier heeft vanwege het Duitse voorzitterschap van de Europese Raad de leiding tijdens de EU-top. Merkel heeft altijd geprobeerd om eenheid te bewaren in de EU, maar als het gaat om ‘de democratie en de rechtstaat, is een klassiek Europees compromis uitgesloten’, aldus het Münchense dagblad.

    Druk

    Maar de EU heeft genoeg middelen om de dwarsliggende landen onder druk te zetten, aldus SZ. ‘Het is mogelijk om het coronaherstelfonds op te starten zonder Polen en Hongarije. Vooral Polen zou dit geld pijnlijk missen. Beide landen zouden er bovendien onder lijden als de EU met een noodbegroting komt. (…) Het is terecht dat Brussel nu openlijk dreigt met “Plan B” en eist dat de twee regeringen nog vóór de top stoppen te dreigen met een veto. Hoe geloofwaardiger de druk van Brussel is, des te moeilijker zal het voor Polen en Hongarije worden om te bepalen of ze werkelijk bereid zijn de prijs voor hun veto te betalen ten koste van hun eigen volk.’

    Manfred Weber, voorzitter van de Europese Volkspartij, verklaart tegen Bloomberg dat hij het veto van Polen en Hongarije ‘onverantwoordelijk’ vindt.

    Het Poolse weekblad Polityka verwacht dat Polen eerder zal buigen dan Hongarije. ‘Het blijft de centrale vraag of Viktor Orbán wordt gedreven vanuit een ideologisch principe [namelijk dat de EU niets te zeggen heeft over de Hongaarse rechtsstaat], in welk geval een veto nauwelijks te vermijden is, of dat hij vooral wil voorkomen dat er consequenties volgen wanneer wordt ontdekt dat er met EU-middelen is gefraudeerd. Polen wordt beschouwd als een minder harde noot om te kraken. In zijn huidige vorm zou het ‘geld in ruil voor controle op de rechtsstaat’-plan aanvaardbaar zijn voor de PiS-regering, aangezien de EU-fondsen in ons land min of meer correct worden beheerd.’

    © Wikipedia
    Merkel en Orbán op het congres van de Europese Volkspartij in 2015. – © Europese Volkspartij / Wikipedia

    Voor de Hongaarse onafhankelijke anticorruptieorganisatie K-Monitor is het evident dat Orbán aan zijn veto vasthoudt uit angst voor de aanpak van fraude in Hongarije. ‘Ik ben er vrij zeker van dat dit een van de redenen is waarom Orbán zijn veto uitsprak over het wetsvoorstel,’ zegt Sandor Lederer tegen Le Monde. Lederer is de directeur van K-Monitor en heeft zich de laatste jaren gericht op de vastgoedactiviteiten van familieleden van Orbán. Een van de verdachte vastgoedprojecten die met Europees geld werden gefinancierd, is een voetbalstadion met 4500 zitplaatsen in het Hongaarse dorp Felcsut, dat maar 1800 inwoners telt en het geboortedorp is van Orbán. [Lees hierover ook dit artikel uit 360: De roekeloze voetbalobsessie van Viktor Orbán.]

    ‘Wij, als inwoners van een land waarvan de politici vaak in de clinch liggen met Brussel, moeten het hier niet mee eens zijn’

    De Tsjechische kwaliteitskrant Hospodárske Noviny is kritisch over het ultimatum van de EU. Zij vreest dat wanneer de EU doorzet met een alternatief herstelplan en een noodbegroting zonder Polen en Hongarije, er een precedent wordt geschapen voor het uitsluiten van landen. En dat kan ook gevolgen hebben voor Tsjechië. ‘Wij, als inwoners van een land waarvan de politici vaak in de clinch liggen met Brussel’, schrijft de krant in een commentaar, ‘moeten het daar niet mee eens zijn. (…) Als er deze keer sprake is van een plan voor 25 landen zonder Polen en Hongarije, kan Tsjechië de volgende keer om wat voor reden dan ook eveneens worden buitengesloten.’

  • May, kijk eens naar 
het Noorse model

    May, kijk eens naar 
het Noorse model

    In Downing Street wordt steeds vaker gekeken naar het Noorse model, nu het er (vooralsnog) naar uitziet dat premier Theresa May haar deal niet door het Lagerhuis zal krijgen.

    Ruim twintig jaar geleden werd Noorwegen verscheurd door een referendum dat de 
uitslag van de brexit weerspiegelt: 52 procent van de kiezers wees het lidmaatschap van de Europese Unie af. Bedrijven, politieke partijen en zelfs hele gezinnen werden in twee kampen verdeeld: 
een dat vond dat overheersing door Brussel een 
gruwel was en een dat graag deel uitmaakte van het succesverhaal van het naoorlogse West-Europa.

    ‘We besloten tot een nationaal compromis dat beide kampen als plan B hadden,’ zegt Espen Barth Eide, parlementslid van de Noorse arbeiderspartij en 
voormalig minister van Buitenlandse Zaken. 
‘Destijds zei iedereen in het [pro-Europese] ja-kamp dat het beter was dan niets, terwijl het nee-kamp zei dat het beter was dan een volledig EU-lidmaatschap.’

    Dat compromis hield in dat Noorwegen buiten de 
EU bleef, maar wel deel zou blijven uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER), een club rijke landen die toegang hebben tot de markt van de EU. De prijs: ze moeten voldoen aan de meeste EU-regels, waaronder vrij verkeer van personen en goederen. Noorwegen draagt bovendien een forse 670 miljoen euro bij aan de Europese begroting. Als Groot-
Brittannië het voorbeeld van Noorwegen zou volgen, zou het de EU naar rato een bedrag van 2,7 miljard euro betalen.

    Industrieën die van nationaal belang zijn voor 
Noorwegen, zoals landbouw en visserij, vallen niet onder de regeling. En omdat het land geen deel 
uitmaakt van de douane-unie, kan het vrijhandelsovereenkomsten met landen buiten Europa sluiten. Het betekent wel dat er wordt gecontroleerd aan de grens met EU-lidstaat Zweden, met ingewikkelde regels voor de herkomst van personen en producten. Zoiets zou onverenigbaar zijn met de Britse wens 
in de Brexit-onderhandelingen om een harde grens met Ierland te voorkomen.

    Lobbyisten en ‘wetsuitvoerders’

    Juridische kwesties worden afgehandeld door het 
hof van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA), dat in de meeste gevallen EU-jurisprudentie volgt, maar onafhankelijk opereert van het Europese Hof van
 Justitie. Dat ‘EER/EVA-tweezuilenmodel’, in het 
Verenigd Koninkrijk bekend als het ‘Noorse model’, 
is in Londen steeds vaker onderwerp van discussie, nu Labour en het Hogerhuis er bij de regering op aandringen een oplossing voor de brexit te vinden die de impasse met Brussel doorbreekt.

    Critici zeggen dat het EER/EVA-lidmaatschap de kernleden – Noorwegen, Liechtenstein en IJsland – louter tot lobbyisten en ‘wetsuitvoerders’ reduceert, die hun tijd verdoen 
in de schaduw van de macht in plaats van zelf aan tafel te zitten. Maar Eide zegt dat de regeling Noorwegen sinds het referendum van 1994 tot een 
eenheid heeft gesmeed en het land 
tot een Scandinavisch succesverhaal heeft gemaakt. ‘Ik zou het zo weer 
verdedigen en verwacht dat we het zo zullen blijven doen.’

    ‘Als Groot-Brittannië een betere deal krijgt, dan willen wij die ook’

    Buiten Oslo neemt de onvrede over 
het EER-model echter toe. Een reeks controversiële EU-wetten op het gebied van bankieren, de bescherming van data en energie heeft geleid tot een roep om de banden met het EER-blok door te snijden. Helle Hagenau, een belangrijk lid van de 23.000 man sterke pressiegroep ‘Nee tegen de EU’ slaat haar ogen ten hemel als ze de uitspraak krijgt voorgelegd dat de EER 
de Noorse soevereiniteit intact laat. ‘Flauwekul. Onze soevereiniteit wordt bijna elke dag ondermijnd. We zijn 
in de val gelopen,’ zegt de geharde euroscepticus, die in 1994 het anti-
EU-kamp aanvoerde.

    Hoewel er zorgen bestonden dat migratie naar de EU de lonen en de werkomstandigheden zou aantasten, benadrukt Hagenau dat soevereiniteit voor de meeste Noren een veel belangrijker punt was. ‘De EER is totaal ondemocratisch,’ zegt ze. ‘Je mag niet één wet voorstellen, alleen maar ja of nee zeggen. Er wordt telkens gezegd dat het belangrijk is om aan tafel te zitten. Nou, wij staan op de gang. We houden de Brexit-onderhandelingen nauwlettend in de gaten, want als Groot-Brittannië een betere deal krijgt, dan willen wij die ook.’

    De Noorse bedrijven, die meer dan 80 procent van hun goederen naar de interne markt van de EU exporteren, kijken er heel anders tegenaan. Wat 
Tore Myhre betreft, hoofd internationale betrekkingen van de NHO, Noorwegens grootste handelsorganisatie, is minder soevereiniteit een prima prijs voor een bloeiende economie die zich mag verheugen 
in hoge lonen, een hoge levensstandaard en lage werkloosheid.

    ‘De EER-regeling is een enorm succes en van groot belang voor Noorse bedrijven,’ aldus Myhre. Volgens hem is er, anders dan bij de brexit-aanhangers, weinig animo voor vrijhandelsovereenkomsten buiten Europa, want de EU-standaard los-laten zou Noorwegens substantieel grotere aandeel in de EU-markt op het spel zetten. ‘Wij willen die hoge EU-standaard en gaan daar niet aan tornen met andere vrijhandelsovereenkomsten. Daarom zullen we nooit zo’n overeenkomst met de VS sluiten.’

    De Noorse premier Erna Solberg (l) zit naast 
de Britse premier Theresa May in de Noorse parlementszaal in Oslo, waar May eind oktober was uitgenodigd voor een congres ter bevordering van de samenwerking tussen 
de noorderlanden en hun buren. – © H
    De Noorse premier Erna Solberg (l) zit naast 
de Britse premier Theresa May in de Noorse parlementszaal in Oslo, waar May eind oktober was uitgenodigd voor een congres ter bevordering van de samenwerking tussen 
de noorderlanden en hun buren. – © H

    Myhre verwerpt de bewering van Nee tegen de EU 
dat de EER Noorwegen tot een vazalstaat heeft gedegradeerd. ‘Het is juist goed dat de EER Noorwegen 
het recht geeft zich al vroeg met het werk van de Europese Commissie te bemoeien. Daardoor hebben we invloed op de wetgeving en kunnen we belangrijke kwesties aan de Commissie voorleggen.’ Eide heeft als voormalig minister van Buitenlandse Zaken veel ervaring in het kruisen van de degens met de eurocraten en is het daarmee eens. ‘Tot op zekere hoogte voeren we onze eigen strijd,’ zegt hij. ‘Als het om citrusfruit gaat, kan de EU doen wat ze wil, want dat raakt ons niet. Maar gaat het om gas, dan willen we meepraten. Dan moeten we snel en slim opereren en aan het begin van de onderhandelingen beter beslagen ten ijs komen dan de andere partij.’

    EER-leden hebben het recht elke EU-richtlijn die ze niet bevalt af te wijzen, maar Noorwegen heeft dat nooit gedaan. Het zou anders het risico lopen de toegang tot de EU-markt te verliezen. Zou het Verenigd Koninkrijk lid worden van de EER en ruzie krijgen over bijvoorbeeld een bankenrichtlijn, dan zou 
afwijzing daarvan betekenen dat het land belangrijke voordelen zou verspelen, zoals het recht om diensten en producten in de EU te verkopen. In 2011 weigerde Noorwegen bijna een Europese richtlijn voor de 
postdienst, maar een nieuwe regering kwam op het standpunt terug.

    Het betekent allemaal dat onbekend is wat de 
gevolgen zijn van verzet tegen EU-wetgeving, en 
dat maakt de Noorse overheid argwanend over toetreding van Groot-Brittannië tot de EER. ‘De vraag is of je een olifant als Boris Johnson in de porseleinkast van de EER wilt,’ zegt Nick Sitter, hoogleraar aan de Norwegian Business School. ‘Het zou de katalysator voor een crisis kunnen zijn.’

    De verschillen tussen Groot-Brittannië en Noorwegen gaan verder dan hun houding tegenover Europese integratie. Migratie vanuit de EU naar Noorwegen is hoog, vooral vanuit Oost-Europa. In 2017 woonden 
er 97.000 Polen en 37.000 Litouwers in het land. Maar anders dan het Verenigd Koninkrijk is Noor-wegen er niet op gebrand de migratie terug te 
dringen. Als gevolg van het lage geboortecijfer van het land zijn er talloze banen te vervullen, vooral in de dienstensector.

    ‘Er bestaat geen echte antipathie tegen Polen en Litouwers,’ zegt Eide. ‘De Noren verzetten zich tegen de invloed die ze op de arbeidsmarkt uitoefenen, 
niet tegen hun aanwezigheid zelf.’ De overheid 
probeert illegale werknemers uit te bannen met een ID-kaartensysteem voor risicovolle sectoren, zoals 
de bouw.

    Vrij verkeer

    Intussen stelt een hoog minimumloon in bepaalde sectoren, zoals 197 Noorse kronen (ruim 16 euro) voor bouwvakkers, vakbonden gerust die zich zorgen maakten over goedkope arbeid. Sommige gastarbeiders in Noorwegen sturen hun toeslagen naar Oost-Europa, maar de overheid maakt zich daar niet druk om, omdat het gaat om een relatief laag bedrag.

    In theorie kan Noorwegen gebruikmaken van een vrij onbekende juridische bepaling in het EER-verdrag die het vrije verkeer van werknemers beperkt, iets wat de warme belangstelling heeft van de vele voorstanders van een ‘zachte Brexit’.

    Maar Ulf Sverdrup, directeur van het NUPI (Norwegian Institute of International Affairs), betwijfelt of Noorwegen dan wel Groot-Brittannië zich erop zal kunnen beroepen. ‘Die clausule is voor uitzonderlijke omstandigheden en er wordt nauwelijks gebruik van gemaakt,’ zegt hij. Alleen Lichtenstein heeft een keer een beroep gedaan op deze zogeheten noodremclausule, met als argument dat de 37.000 inwoners de massale immigratie niet aankonden. Volgens Sverdrup heeft Noorwegen helemaal niet de behoefte om een einde te maken aan het vrije personenverkeer, zelfs al zou dat mogen.

    ‘Migratie is hier iets 
positiefs. Buitenlandse werknemers kwamen toen de economie de pan 
uitrees en hebben de kansen voor bedrijven vergroot, terwijl de overheid toezicht houdt op de arbeidsmarkt en optreedt tegen sociale dumping.’ Eide wijst erop dat EER-leden binnen het EU-beleid van vrij verkeer zelf invloed op de arbeidsmarkt kunnen uitoefenen zolang ze zich aan de regels houden. ‘Er is best ruimte,’ zegt hij. 
‘Je kunt de wetgeving letterlijk nemen, zeggen dat het gaat om vrij verkeer 
van arbeid en niet van personen, en iemand uitzetten als hij niet binnen drie maanden een baan heeft gevonden en zichzelf financieel niet kan bedruipen.’

    Bijna een kwart eeuw nadat Noorwegen ervoor koos om zich bij de EER aan te sluiten, zou een krappe meerderheid in het land volgens recente peilingen vóór het behoud van de EER-regeling stemmen, mocht daar morgen een referendum over worden gehouden. Dat cijfer lijkt te wijzen op een duurzaam draagvlak. Maar Nee tegen de 
EU gelooft dat wanneer de Brexitonderhandelingen Groot-Brittannië een betere deal zouden opleveren, een Noorse meerderheid voor uittreding uit de EER zou zijn, iets wat Brexit-onderhandelaar Michel Barnier en 
zijn team in Brussel niet is ontgaan.

    ‘De politieke elite wil niets liever 
dan dat we tot de EU toetreden,’ zegt Morten Harper, onderzoeksleider van Nee tegen de EU. ‘Er is een gebrek aan democratie. Tot nu toe heeft de EU 11.000 wetsartikelen aangenomen, maar er zitten er elk jaar een paar 
tussen die we niet zouden hebben gekozen als we het zelf voor het zeggen hadden.’ En met een waarschuwing aan het adres van Groot-Brittannië vergelijkt hij het Noorse model met een kaasschaaf, die de nationale 
wetgeving plakje voor plakje uitholt. ‘Eén plakje is zo erg nog niet. Maar als je alles wegsnijdt, kun je net zo goed 
in de EU blijven.’

    The Daily Telegraph
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 840.000

    Anti-Europees tot op het bot, 
strijdlustig en imagobewust, 
kortom: het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.

  • Brexit breekt de Britten op

    Brexit breekt de Britten op

    Theresa May heeft nog vier maanden om een deal uit de Brexit-onderhandelingen te slepen waar de Britten achter staan. Dat lijkt een schier onmogelijke taak te worden. De Leave-stemmers willen iets wat niet kan, en de oppositie weigert met alternatieven te komen.

    Dus eindelijk hebben de onderhandelingen over de Brexit tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie een overeenkomst opgeleverd [die op 25 november is getekend door de 27 resterende Europese lidstaten]. Het is een compromis dat in de verste verte niet tegemoetkomt aan de hoge verwachtingen van juni 2016, toen de Britten ervoor kozen uit de EU te stappen. Het zal Groot-Brittannië lange tijd binden aan de douane-unie en de interne markt van de EU. Niks roemrijke vlucht naar de onafhankelijkheid: Groot-Brittannië wordt een satelliet die rondjes draait om de planeet Europa en moet gehoorzamen aan wetten waarover het niets te zeggen heeft.

    Het is een oefening in schadebeperking, geen moedige breuk met het recente verleden. Maar de vraag is of het Britse politieke stelsel met deze minst kwade uitkomst kan leven. Theresa May heeft de overeenkomst aan haar kabinet voorgelegd en zal er in Westminster een parlementaire meerderheid voor moeten zien te vinden. Zal het verdeelde politieke establishment een manier vinden om dit complexe, ambigue en teleurstellende noodzakelijke kwaad te slikken? Tot nu toe wijst niets erop dat het gemakkelijk zal worden.

    Achtbaanrit

    Lady Bracknell uit The Importance of Being Ernest van Oscar Wilde ging nog net niet zover om te zeggen dat het een kwestie van pech is wanneer een regering haar verstand verliest, maar dat het op slordigheid begint te lijken wanneer dat ook voor de oppositie geldt. Ze zou daar echter rotsvast van overtuigd zijn geweest als ze de Brexit zou hebben meegemaakt. De Brexit-route die de Britse regering tot nu toe heeft afgelegd, doet denken aan een achtbaanrit: op elke uitzinnige vlaag van optimisme volgt een ijzingwekkend steile afdaling naar de wanhoop.

    Het is gemakkelijk om May en haar bitter verdeelde Conservative Party er de schuld van te geven dat met nog maar vier maanden te gaan een deal is gesloten waarvan nog lang niet zeker is of die doorgaat. Gemakkelijk omdat het volledig terecht is: de Tories hebben hun land in de grootste crisis na de Tweede Wereldoorlog gestort en lijken niet in staat tot geloofwaardig, coherent en collectief leiderschap.

    Maar wat de crisis nog erger maakt, is dat het ontbreekt aan wat je normaal gesproken in een parlementaire democratie zou verwachten: dat de belangrijkste oppositiepartij een helder alternatief biedt voor de falende, zwabberende regering. De leden van Labour zijn in overgrote meerderheid tegen de Brexit: in september wees een peiling uit dat 86 procent een tweede referendum wil.

    In een recent, groot onderzoek van Channel 4 News zei 75 procent van de Labour-achterban de nauwe banden van het Koninkrijk met de EU te willen behouden. Uit onderzoek blijkt dat in het oude, industriële thuisland van de partij, waar arbeiders zich in 2016 krachtig uitspraken vóór de Brexit, de opinie verschuift in de richting van een nieuw referendum.
    Maar Labour-leider Jeremy Corbyn zei vorige week tegen de Duitse krant Der Spiegel dat Artikel 50 (de in maart 2017 door May aangehaalde bepaling in het Europese Verdrag op grond waarvan een lidstaat de Unie mag verlaten) onherroepelijk is en dat zijn partij ‘moet proberen te begrijpen waarom mensen voor een vertrek hebben gestemd’.

    Hij werd bijna onmiddellijk tegengesproken door zijn woordvoerder Buitenland, Emily Thornberry, en zijn woordvoerder Brexit, Keir Starmer, die allebei volhielden dat een tweede referendum nog steeds mogelijk is. De breuklijn binnen de partij is intussen even duidelijk zichtbaar als die binnen de Tories.

    Welk lid wil de verantwoordelijkheden en de kosten van een lidmaatschap voor zijn rekening nemen als de faciliteiten gratis toegankelijk zijn voor niet-leden?

    Labour wordt net als de Tories bijeengehouden door niet veel meer dan een fantasie. Officieel luidt het standpunt van de partij dat ze de Brexit steunt, maar zich zal verzetten tegen elke deal met de EU die niet ‘precies dezelfde voordelen oplevert als we op dit moment als lid van de interne markt en de douane-unie hebben’. Dat is óf zeer misleidend óf – en waarschijnlijker – een leugen. De EU kan een niet-lidstaat niet ‘precies dezelfde voordelen’ geven als de leden.

    In dat geval zou ze ophouden te bestaan. Welk lid wil de verantwoordelijkheden en de kosten van een lidmaatschap voor zijn rekening nemen als de faciliteiten gratis toegankelijk zijn voor niet-leden? De Labour-leiding weet dat ongetwijfeld ook, maar houdt de illusie in stand om met twee monden te kunnen spreken: de Brexit steunen, maar May veroordelen omdat ze er niet in is geslaagd een resultaat uit de onderhandeling te slepen dat praktisch onmogelijk is.

    Dus wat is hier aan de hand? Uit het recente onderzoek van Channel 4, het grootste in zijn soort sinds het Brexit-referendum, blijkt dat het Verenigd Koninkrijk er op dit moment met een meerderheid van 54 tegen 46 procent voor zou hebben gestemd om binnen de EU te blijven. Daaruit blijkt op zijn minst dat een groot aantal kiezers tegen de Brexit is, gezien de eis dat elke deal die de onderhandelingen (al dan niet) opleveren aan het volk moet worden voorgelegd. Hoe is het mogelijk dat het Britse politieke stelsel niet in staat lijkt de burgers in tijden van een nationale crisis duidelijke alternatieven te bieden?

    Je zou dat aan slecht leiderschap kunnen wijten, en daarvan is er meer dan genoeg. Maar er is veel meer aan de hand. Het grote probleem is openheid. Om twee belangrijke kwesties – allebei pijlers onder de Brexit – wordt met een grote boog heen gelopen. Ze blijven onbesproken omdat het dé grote tegenstellingen binnen de crisis zijn. De EU heeft bij herhaling haar frustratie laten blijken over het onvermogen van de Britten om precies te verwoorden wat ze willen.

    Maar het gaat hier niet om een kwestie van slecht onderhandelen. De technocraten van de Britse regering kunnen niet precies zeggen wat ze willen, omdat ze niet het achterste van hun tong willen laten zien. Achter de Brexit gaan twee kwesties schuil die niet bij naam mogen worden genoemd.

    In Noord-Ierland loopt een student langs een anti-Brexit-billboard. De grens tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland is een heet hangijzer in de onderhandelingen. – © Getty Images
    In Noord-Ierland loopt een student langs een anti-Brexit-billboard. De grens tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland is een heet hangijzer in de onderhandelingen. – © Getty Images

    De Brexit wordt treffend samengevat in de briljante slogan van de Leave-campagne van 2016, Take back control [‘Pak de zeggenschap terug’]. Die ís zo briljant omdat hij soepel langs twee bijzonder ongemakkelijke vragen manoeuvreert: wat houdt ‘zeggenschap’ eigenlijk in? En wie zou die moeten krijgen?

    Een ander woord voor ‘zeggenschap’ is ‘wetgeving’. De fundamentele aantrekkingskracht van de Brexit is dat de Britten zich daarmee bevrijden van de vele wetten die hun door Brussel zouden zijn opgelegd en voortaan zichzelf mogen besturen. Ze willen graag eigen baas zijn over milieu, voedselveiligheid, mededinging en monopolies. Inderdaad gaat de EU over veel van die kwesties, en dat de Britten er zelf over willen beslissen is heel goed verdedigbaar. Om die reden hebben de meeste mensen voor de Brexit gestemd en verwachten ze autonomie.

    Maar daar draait de Brexit helemaal niet om. De ware agenda van de harde brexiteers gaat niet over eigen wetgeving, maar over minder wetgeving. Dominic Raab, de inmiddels afgetreden Brexit-minister, droomt niet van zelfregulering, maar van de voltooiing van het deregulerende, neoliberale project dat in 1979 in gang werd gezet door Margaret Thatcher.

    De fantasie achter de Brexit is een ‘open’ en ‘geglobaliseerd’ Groot-Brittannië, bevrijd van de ketenen van EU-wetgeving, met ruimere milieu-, gezondheids- en arbeidsregels, waarmee de weg wordt geplaveid voor een nieuw, gouden tijdperk van roofzuchtig hyperkapitalisme. Ook dat is heel goed verdedigbaar, hoewel abject. Alleen vinden de meesten Leave-stemmers niet dat de Brexit daarover zou moeten gaan. En die kloof maakt het onmogelijk om te zeggen wat ‘de Britten’ willen: ze willen verschillende dingen.

    Daar komt het tweede onderwerp waarover niet mag worden gesproken om de hoek kijken: het Engelse nationalisme

    Vraag twee is wie die ‘zeggenschap’ zou moeten krijgen. Waaruit bestaat, met andere woorden, ‘het volk’ dat de macht zou moeten terugkrijgen? En daar komt het tweede onderwerp waarover niet mag worden gesproken om de hoek kijken: het Engelse nationalisme. De Brexit is deels een reactie op een ontwikkeling die al sinds de millenniumwisseling speelt. Met het Goedevrijdagakkoord uit 1998 zette Noord-Ierland een stap in de richting van bestuurlijke zelfstandigheid, terwijl Schotland hetzelfde deed met de instelling van een eigen parlement in 1999. Als gevolg daarvan zijn de Engelsen in korte tijd heel anders tegen hun nationale identiteit gaan aankijken.

    Ze voelen zich niet zozeer Brits als wel Engels. Geen enkele grote politieke partij laat zich daarover uit, terwijl onderzoek aantoont dat de Engelsen steeds meer vervreemd raken van de overheid in Londen. De Brexit, vooral een Engels verschijnsel, is voor een deel een uiting van die frustratie. Om het (bot) met Anthony Barnett te zeggen, in zijn boek T_he Lure of Greatness: England’s Brexit and America’s Trump_ uit 2017: ‘Omdat ze Groot-Brittannië niet konden verlaten, kozen de Engelsen voor het op één na beste en zeiden ze tegen de EU dat ze kon oprotten.’

    Niet de ‘onzen’

    Er is overtuigend bewijs voorhanden dat de Engelsen die voor de Brexit stemden over het algemeen niets om het Verenigd Koninkrijk geven en vooral niet om Noord-Ierland. Toen Leave-stemmers en Conservatieven onlangs in een enquête over de toekomst van Engeland werd gevraagd of ‘mislukking van het vredesproces in Noord-Ierland’ als prijs ‘de moeite van het betalen waard is’ om met de Brexit ‘de zeggenschap terug te krijgen’, was maar liefst 83 procent van de Leave-stemmers en 73 procent van de Conservatieve kiezers in Engeland het daarmee eens.

    Dat is geen hersenloze wreedheid, er spreekt een diepe overtuiging uit dat de Noord-Ieren niet ‘de onzen’ zijn, dat wat ‘daar’ gebeurt niet ‘onze’ verantwoordelijkheid is. Uit het onderzoek van Channel 4 blijkt iets vergelijkbaars. Toen Leave-stemmers werd gevraagd wat ze ervan zouden vinden als Noord-Ierland als gevolg van de Brexit ‘het Verenigd Koninkrijk zou verlaten en zich aansluit bij Ierland’, antwoordde 61 procent dat ze daar ‘niet erg bezorgd’ of ‘helemaal niet bezorgd’ over waren.

    Dat mag onthutsend zijn, het is ook een duidelijke boodschap. Het probleem is alleen dat geen van beide grote partijen die onder ogen wil zien. Een van de plaagstootjes van de geschiedenis is dat deze Engelse nationale revolutie, want dat is de Brexit, ertoe heeft geleid dat de Noord-Ierse Democratic Unionist Party, een ultra-unionistische splinterpartij, voor het machtsevenwicht in Westminster zorgt en Theresa May – nog – in het zadel houdt.

    En zo komt het dat de Leave-stemmers al afscheid van het Verenigd Koninkrijk hebben genomen terwijl May het (in dit geval met steun van Labour) in alle toonaarden de liefde verklaart: ‘Ik zal er altijd voor vechten onze kwetsbare, dierbare unie in stand te houden en te versterken.’ De toekomst van het Verenigd Koninkrijk is nu zelfs een belangrijk onderdeel geworden van de onderhandelingen met de EU. Elke einddeal wordt uiterst complex.

    Dat komt vooral doordat de Britten geen afspraken willen over een harde grens in Ierland waardoor Noord-Ierland zal afwijken van de rest van het Verenigd Koninkrijk. Er valt geen heldere Brexit te formuleren zolang het gevecht voor een kwestie waar de Leave-stemmers niets om geven tot heilig doel is verklaard. Zoals Lady Bracknell al zei: ‘De draaikonterij over de kwestie is absurd.’

    Auteur: Fintan O’Toole

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte bijdragen van grote schrijvers en journalisten als 
J.M. Coetzee, Orhan Pamuk en eerder 
Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • Salvini’s 
perfecte storm

    Salvini’s 
perfecte storm

    De Italiaanse regering bevindt zich in woelige wateren. De Europese Commissie heeft haar 
begrotingsvoorstel afgekeurd, maar het volk zegt no tegen wijziging ervan. Wat is nu de juiste koers?

    In een schitterende film van Wolfgang Petersen van bijna twintig jaar geleden, The Perfect Storm, niet toevallig een titel die dezer dagen vaak wordt aangehaald, krijgt een stel vissers, gewend om op ruige zee te varen, na een exceptionele vangst te maken met een banaal mankement: de ijs-machine die onmisbaar is voor het koelen van de vis in het ruim gaat kapot.

    Dan moeten ze kiezen tussen een zekere koers die hen veilig en wel, maar met een bedorven lading, terug naar de haven zal brengen, en een 
kortere maar gevaarlijkere route, met kans op zeer zwaar weer. Ze kiezen voor de tweede optie en lijden schipbreuk.

    Hun ervaring als zeelieden die bekend zijn met de grilligheden van 
de zee, de liefde voor hun op de wal achtergebleven familie en ook de 
simpele drang tot zelfbehoud had hen moeten doen besluiten de veiligere route te nemen. Maar hun honger naar inkomsten uit de enorme lading vis 
in hun ruim jaagt hen de dood in.

    Metafoor

    Een dergelijke metafoor is – zonder overdrijving – precies van toepassing op het lot van Italië, nadat de Europese Commissie onlangs via een noodprocedure heeft besloten het Italiaanse begrotingsvoorstel af te keuren. Om dat in te zien, hoeven we geen doemdenkers te zijn (of antidoemdenkers, wat in het onderhavige geval bijna 
hetzelfde is). We dienen wel goede 
zeelieden te zijn en de juiste koers te vinden, in de woelige wateren waarin we ons bevinden.

    Het is de eerste keer dat een regering het hoofd moet zien te bieden aan weerstand van de autoriteiten in Brussel. De laatste die daarmee te maken kreeg – zonder evenwel dit punt te bereiken – was Matteo Renzi in 2015; en ook zijn verzet tegen het onflexibele ‘Europa van de cijfers achter de komma’ was tevergeefs. 
Toen de toenmalige [Italiaanse] 
premier echter werd geconfronteerd met de mogelijke consequenties van zijn pogingen te tornen aan de onbuigzaamheid van zijn gesprekspartners, wijzigde hij van koers en kwam hij tot een akkoord, al moest hij zijn eigen doelen daarvoor deels bijstellen.

    Europa zal wel drie keer nadenken voor het Italië failliet zou laten gaan

    Matteo Salvini en Luigi Di Maio – en mét hen premier Giuseppe Conte en minister van Economische Zaken 
Giovanni Tria, die weliswaar trachten ruimte voor dialoog met de EU te vinden, maar daarin worden belemmerd door het Italiaanse ‘nee’ ten aanzien van elke aanpassing van het begrotingsvoorstel – lijken even onverzettelijk als de vissers uit de film van Petersen.

    Ze hebben hun ruim vol 
vissen, pardon, stemmen, en menen het nog verder te kunnen vullen door zich hard op te stellen tegenover een Europa waarvan, volgens de peilingen, de impopulariteit in de publieke opinie tot grote hoogte is gestegen. Ze houden daarom vast aan de uitgezette koers. Voor hoelang? En bovenal: waar zal 
dat ons brengen?

    Laten we eens trachten ons dat voor stellen, op basis van de luttele betrouwbare gegevens in deze ongewisse situatie. Het is weliswaar niet 
de eerste keer dat we rekening moeten houden met een inbreukprocedure, maar het is wel de eerste keer, sinds het begrotingspact in 2012 van kracht is geworden, dat de regering geen gevolg geeft aan de richtlijnen van de Commissie en de regels openlijk trotseert.

    Als Italië er vóór half november geen blijk van geeft dat het de begroting heroverweegt, zullen de Europese autoriteiten ons sancties opleggen die, net als de recente afkeuring, wellicht sneller komen dan verwacht. De boete kan dan wel oplopen tot 10 miljard euro, oftewel 0,5 procent van het bbp.

    De Italiaanse vicepremier Matteo Salvini is fel gekant tegen compromissen met de Europese Commissie – © Getty Images
    De Italiaanse vicepremier Matteo Salvini is fel gekant tegen compromissen met de Europese Commissie – © Getty Images

    Salvini en zijn ‘me ne frego’ (‘kan me geen bal schelen’) kennende, zou Italië ook kunnen weigeren die boete te betalen, en dan zou de Commissie als antwoord beslag kunnen leggen op de waarde ervan, namelijk door het bedrag in mindering te brengen op de structuurfondsen die ze verplicht is Italië toe te kennen.

    Salvini – maar 
ook Di Maio, want op dit punt doen ze inmiddels niet voor elkaar onder – zou dan kunnen weigeren de contributie aan de EU te betalen die Italië, net als de andere 27 leden, verplicht is elk jaar te storten. En vervolgens zou, als de situatie volkomen escaleert, een 
vertrek uit Europa en uit de eenheidsmunt een concrete mogelijkheid 
worden.

    Soliditeit

    Maar de antidoemdenkers geloven 
niet in dat vooruitzicht. Ze zeggen, net als Salvini en Di Maio, dat Italië gezond is omdat de grote hoeveelheid particuliere spaargelden van de Italianen het land soliditeit verleent. Dat zou ook blijken uit de spread [het renteverschil met veilige Duitse leningen] die wel stijgt, maar niet al te veel. Ze zeggen ook dat Europa, voordat het een land als Italië failliet zou laten gaan, wel drie keer zou nadenken, omdat het samen met ons te gronde zou kunnen gaan. En dat in het ergste geval [ECB-voorzitter] Mario Draghi, of zelfs 
Vladimir Poetin, ons wel te hulp zal schieten.

    Maar Draghi kan dat zeker niet; en hij beëindigt met ingang van januari ook het programma dat voorziet in het gedwongen opkopen van staatsobligaties. En wat Poetin betreft, waarom zou hij ons in hemelsnaam te hulp moeten schieten, gezien het feit dat de crisis in Italië – eindelijk, vanuit zijn optiek – de stabiliteit van heel Europa zal aantasten. Intussen heeft de aangekondigde apocalyps, met een spread die schommelt rond de 300 punten, ons al 5 miljard extra gekost: de op de staatsschuld te betalen rente. En dat zijn geen voorspellingen; dat 
is helaas de realiteit.

    Auteur: Marcello Sorgi

    La Stampa
    Italië | dagblad | 400.000

    De belangrijkste krant van de 
Fiat-groep, leunt tegen het 
establishment aan. De grote foto’s op de voorpagina hebben de krant diverse prijzen opgeleverd.

  • 1. Bondgenootschappen à la carte

    1. Bondgenootschappen à la carte

    NAVO, Comecon, Europese Unie, Warschaupact: het zijn straks begrippen uit het verleden. De allianties die vandaag de dag worden gesmeed, berusten niet meer op politieke ideologieën, maar op commerciële belangen.

    ‘Het anti-Sovjetcement dat ons tijdens de Koude Oorlog bij elkaar hield is allang verdwenen. Momenteel hebben we een liefdeloos huwelijk waarin de twee partijen onder hetzelfde dak blijven wonen zonder dat er nog sprake is van een werkelijke band.’ Zo beschreef Richard Haass, voorzitter van de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations en belangrijk beschouwer van de buitenlandse politiek van Amerika, in een recent artikel op de website van Project Syndicate de relatie tussen Turkije en de Verenigde Staten. Een beeld dat gemakkelijk valt te veralgemeniseren. De aard en het doel van bondgenootschappen, partnerschappen en belangengroeperingen zijn bepalend geworden voor de toekomst van het internationale systeem. Daaruit zullen de principes voortvloeien waarop het buitenlands beleid van grote mogendheden is gebaseerd.

    In feite hebben de Verenigde Staten geen reden om te klagen over de nieuwe werkelijkheid waarin de wereld zich bevindt. Het is juist Washington dat destijds twijfels uitte over de aard van de bondgenootschappen die als gevolg van de Koude Oorlog waren ontstaan. Tijdens een gesprek met tv-presentator Larry King in december 2001 zei de toenmalige minister van Defensie Donald Rumsfeld: ‘Er bestaat niet maar één coalitie. Er zijn verschillende coalities. Landen doen wat ze kunnen. Landen helpen zoveel ze kunnen. En dat is de benadering die omarmd zal moeten worden. Ik zal u zeggen waarom: het ergste wat je kunt doen is een coalitie over een missie laten beslissen. Het is de missie die de coalitie moet bepalen.’

    Rumsfeld sprak over de strijd tegen het terrorisme, een thema dat na 11 september 2001 alle andere issues van de Amerikaanse politieke agenda had gevaagd. Maar de commentatoren hadden zich onmiddellijk afgevraagd of het Pentagon niet van plan was de facto een eind te maken aan de relaties die werden bepaald door de NAVO en over te stappen op gelegenheidsbondgenootschappen. Hun ongerustheid was gegrond, want de minister van Defensie dacht inderdaad dat de tijd waarin men ‘als een verenigd front optrok’ voorbij was en dat de Verenigde Staten hun partners voortaan van geval tot geval zouden kiezen naargelang hun doelstellingen. De verdeeldheid die zich het jaar daarop in het Atlantisch bondgenootschap manifesteerde over de interventie in Irak (Frankrijk en Duitsland waren daar fel tegen gekant) hebben de door Rumsfeld geschetste tendens schijnbaar versterkt. Daarna verliep de inval in Irak zo rampzalig dat Rumsfeld moest aftreden en men weer van zijn ideeën over de relatie tussen de Verenigde Staten en hun bondgenoten is afgestapt.

    Trans-Atlantische retoriek

    George W. Bush heeft tijdens zijn tweede ambtsperiode de gebruikelijke trans-Atlantische retoriek, zoals gemeenschappelijke waarden, weer van stal gehaald, net als zijn opvolger Barack Obama. Toch is het zaadje dat Donald Rumsfeld had geplant ontkiemd, temeer omdat Washington steeds meer moeite had met de verdeling van de financiële lasten van de NAVO, die voor 75 procent door de Verenigde Staten werden gedragen. Onder Donald Trump, die niet de reputatie heeft zachtzinnig te werk te gaan, is het pas echt tot een uitbarsting gekomen: als bondgenoten hun steentje niet bijdragen, wat schiet je er dan mee op? Ook al kent de neiging om ‘in marmer gehouwen’ bondgenootschappen af te schaffen al een lange geschiedenis, ze is momenteel in een nieuw stadium beland. Rumsfeld bedoelde dat de Amerikanen weer de vrijheid moesten krijgen om de ‘menukaart’ te bestuderen en daarvan het gerecht te kiezen dat ze het liefste wilden. Maar wat Richard Haass beschrijft is de vrijheid om gerechten te kiezen die gisteren nog niet eens als garnituur werden beschouwd.

    Turkije is daarvan een goed voorbeeld. Recep Tayyip Erdogan gedraagt zich alsof de NAVO niet meer bestaat. De diepgaande meningsverschillen die Turkije heeft met zijn Europese bondgenoten en met Amerika zijn systematisch geworden. Het politieke model van Turkije beantwoordt niet langer, zelfs niet formeel, aan de criteria van moderne democratieën die voorwaarden zijn om tot een westers bondgenootschap te behoren. Het gevolg is dat Turkije vervangende partners zoekt, zoals Rusland, Iran en China, en overweegt zich aan te sluiten bij de Shanghai-samenwerkingsorganisatie [een veiligheidspact uit 2001 tussen Rusland, China, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan en, sinds 2017, India en Pakistan] en de BRIC-landen [Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, oftewel 40 procent van de wereldbevolking]. Het politieke model van ‘diversificatie’ dat Erdogan in het leven wil roepen, wordt momenteel zwaar op de proef gesteld. Turkije maakt een ernstige economische en financiële crisis door die het gevolg is van de sancties van Amerika. Op zoek naar steun heeft Turkije zich daarom tot Rusland en China gewend, verklaarde tegenstanders van Amerika, zoals Rusland tot voor kort ook een tegenstander van Turkije was. Duitsland heeft de internationale gemeenschap opgeroepen Turkije financieel te steunen, omdat Berlijn in het geval van een economische crisis een migratiegolf vreest. Duitsland is zelf bijna in een openlijke economische oorlog verwikkeld met de VS, zijn belangrijkste bondgenoot. En ga zo maar door.

    De presidenten Erdogan, Rouhani en Poetin houden een persconferentie na de drielandentop tussen Turkije, Iran en Rusland in Teheran, 7 september 2018. © Getty Images
    De presidenten Erdogan, Rouhani en Poetin houden een persconferentie na de drielandentop tussen Turkije, Iran en Rusland in Teheran, 7 september 2018. © Getty Images

    Het anti-Sovjetcement waarover Richard Haass schreef, had een sterk bindende werking. Het was niet alleen bedoeld om het hoofd te bieden aan een gemeenschappelijke militaire dreiging. De wereld was in ideologische en strategische blokken verdeeld, in twee systemen waarbinnen onenigheden tussen bondgenoten werden opgelost met een zekere doeltreffendheid, ook wel minnelijke schikking genoemd. De dreiging van buitenaf was te groot om de eenheid te laten verstoren door onderlinge conflicten.

    ‘Er bestaat niet maar één coalitie. Er zijn verschillende coalities. Die benadering moet omarmd worden’

    Toen het oude systeem verdween, kwamen er al gauw weer belangenconflicten aan de oppervlakte, vaak op zuiver economische gronden. Toen de globalisering in volle gang was, onder auspiciën van de Verenigde Staten, had vrijwel iedereen daar baat bij – niet in dezelfde mate, maar voldoende om meningsverschillen op een beschaafde manier op te lossen. Momenteel, nu een steeds groter aantal inwoners van westerse mogendheden niet langer genoegen neemt met de verdeling van de rijkdom, nu de ‘wereld zonder grenzen’ steeds gevaarlijker lijkt, worden de principes voor economische samenwerking opnieuw geëvalueerd.

    De slogan ‘America First’ is daar een perfect voorbeeld van. Het gaat in de eerste plaats om de economie, maar alles houdt ermee verband. De drastische sancties die aan concurrenten worden opgelegd (in sommige gevallen politieke bondgenoten), of om preciezer te zijn de nieuwe voorwaarden die hun voor een partnerschap worden opgelegd, verstoren het beeld van een evenwichtig bondgenootschap dat is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden.

    Stormram

    Trump speelt op dit nieuwe toneel de rol van stormram. Zijn opvolger, wie het ook zal zijn, zal alle fouten op zijn lompe voorganger kunnen afschuiven en de Europeanen kunnen verleiden met zijn verfijnde manieren. In wezen echter vindt de basale benadering van Trump veel weerklank in Amerikaanse politieke kringen: onze bondgenoten dienen geen voorrechten te genieten die alleen maar bestaan bij de gratie van door ons verstrekte garanties. Maar deze overwegend economische benadering tast de fundamenten van de NAVO aan.

    Het lot van de gaspijpleiding Nord Stream 2, waardoor Russisch gas via de Oostzee naar Europa zal worden gepompt en waarover momenteel gesteggeld wordt, zal aan de ene kant de toekomst van de trans-Atlantische gemeenschap bepalen, en aan de andere kant de relatie EU-Rusland. Tijdens een persconferentie in Helsinki, na afloop van zijn ontmoeting met Poetin, verklaarde Trump: ‘Wat die gaspijpleiding betreft, daar gaan we mee concurreren.

    Ik weet niet zeker of de belangen van Duitsland daarmee het best zijn gediend, maar dat moeten ze zelf maar beslissen. Wij verkopen ook vloeibaar gas, we moeten concurreren met die gaspijpleiding en dat zullen we doen ook, ook al hebben ze enkele voordelen. Ik heb Angela Merkel flink de waarheid gezegd over deze kwestie.’ Helderder kon het niet worden verwoord, zonder dat er gewezen werd op de gevaren van de afhankelijkheid van één leverancier, de energieveiligheid van Europa, de toekomst van de Oekraïne et cetera.

    We stevenen af op een impasse, vergelijkbaar met de situatie met Iran. De Europese Unie heeft het opzeggen door de VS van het nucleaire akkoord met Iran scherp veroordeeld en verklaard vastbesloten te zijn haar verplichtingen na te komen.
    Maar de grote ondernemingen beginnen zich al uit Iran terug te trekken vanwege hun afhankelijkheid van de Amerikaanse markt. In het geval van de Nord Stream 2 is de situatie hetzelfde. Alle partners van het project aan Europese zijde zijn multinationals met grote belangen in de Verenigde Staten.

    De VS kan zijn bondgenoten 
laten capituleren, maar dat zal 
de alliantie er niet sterker op 
maken

    Schijn van daadkracht

    Zaken zijn zaken, maar de politieke kant van de zaak is verbazingwekkender. Duitsland, de grootste partner van de VS in Europa, wordt openlijk onder politieke druk gezet om af te zien van een project waaraan het veel belang hecht, vooral in economisch opzicht. Bulgarije heeft vier jaar geleden hetzelfde meegemaakt toen de regering daar na een bezoek aan Sofia van een delegatie Amerikaanse senatoren onder leiding van John McCain aankondigde zich terug te trekken uit het gaspijpleidingproject South Stream. Maar Bulgarije is een klein en erg afhankelijk land, terwijl er in het huidige geval druk wordt uitgeoefend op een van de politieke en economische leiders van de EU.

    Wat doe je in zo’n geval? Dat is de vraag. De schuchtere verklaringen over het versterken van de Europese strategische autonomie, bepleit door Emmanuel Macron, of de aankondiging van de oprichting van alternatieve organisaties zoals een Europese pendant van het netwerk Swift, op aandringen van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas, lijken voorlopig alleen nog maar boodschappen die bij de Europese kiezer de schijn van daadkracht moeten wekken.
    De Verenigde Staten beschikken over de middelen om hun bondgenoten te laten capituleren, maar dat zal de alliantie er niet sterker op maken. Het idee dat je alleen maar op jezelf kunt rekenen is al een wezenlijk onderdeel van de Europese retoriek.

    De NAVO, en in bredere zin de trans-Atlantische gemeenschap, is destijds als overwinnaar uit de Koude Oorlog gekomen en lange tijd als een voorbeeldig blok gepresenteerd, dat model zou moeten staan voor de oprichting van andere bondgenootschappen. Als daar al een kloof in is ontstaan, terwijl het bestaat uit historisch en cultureel homogene landen, dan kun je je nog moeilijker voorstellen dat landen met een uiteenlopendere bagage stabielere bondgenootschappen zullen kunnen vormen.

    Het vredesproces Astana [een samenwerkingsverband van Rusland, Turkije en Iran dat bedoeld is om een uitweg te vinden uit het Syrische conflict] is een voorbeeld van een nieuw soort partnerschap dat vrijwel op het ideologische erfgoed van Rumsfeld is gebaseerd: namelijk niet op sinds lang bestaande gemeenschappelijke waarden en overeenkomstige belangen, maar op de noodzaak om een concreet probleem op te lossen. We hoeven niet de illusie te koesteren dat er sympathie en vertrouwen heersen tussen Turkije, Rusland en Iran, maar ze delen de overtuiging dat zonder hun interactie de situatie in Syrië nog erger zou zijn voor iedereen. Een basis die solide is gebleken.

    Ander voorbeeld: de Russisch-Chinese relaties. Nogal moeilijk te definiëren. Zeker is dat het niet om een bondgenootschap gaat: de twee partijen zijn te zeer aan hun vrijheid gehecht om zichzelf beperkingen op te leggen ter wille van een bondgenoot. Het is ook geen exclusieve relatie: Rusland en vooral China zou niet willen dat hun toenadering ten koste van andere verplichtingen zou gaan. Het is een partnerschap dat op een subtiele mengeling van relaties op verschillende gebieden berust, zonder een overeenkomstige kijk op waarden. Maar de logica van de ontwikkeling van de twee staten leidt ertoe dat ze hun acties steeds meer coördineren met het oog op hun belangen. Het gaat alleen maar om belangen, om pure berekening, en niet om sentimenten.

    Nabije toekomst

    Het analyseren van de verschillende vormen van interactie is niet alleen een speculatieve exercitie. De actuele gebeurtenissen zullen de bondgenootschapskaart drastisch veranderen. 
De beslissingen over de Nord Stream 2; de tussentijdse verkiezingen in de 
Verenigde Staten in de context van een verwoede politieke strijd om het verzet tegen Trump te testen (niet zozeer tegen zijn persoonlijkheid als wel 
zijn beleid, dat openlijk op handel is gericht); de laatste fase van het gewapende conflict in Syrië; de spanningen rond Idlib, het laatste Syrische bolwerk in handen van de rebellen, die alleen kunnen worden opgelost door een duidelijke herdefinitie van de aanwezige krachten; de ontwikkeling van een nieuwe boodschap aan het adres van de wereld door China; de herdefinitie van het politieke en partijenlandschap van Europa, in de eerste plaats veroorzaakt door de migrantencrisis; de onzekere positie van Groot-Brittannië na de Brexit… Deze kwesties spelen niet in een verre toekomst, maar ergens in de komende maanden.

    De nieuwe aard van de politieke 
partnerschappen ligt vooral gevoelig voor Rusland, dat zich in de voorhoede van deze veranderingen bevindt. Sinds de pijnlijke val van het Oostblok en de Sovjet-Unie gelooft Rusland niet echt meer in bondgenootschappen, ook al heeft het land zich lange tijd ingezet voor het herstel van de organisaties 
die onder zijn vlag opereerden.

    De tijd heeft echter laten zien dat het creëren van multilaterale structuren om je prestige te behouden of gemeenschappelijke waarden te fabriceren, naar 
het voorbeeld van VS en NAVO, geen garantie is voor succes. En wat de onder druk bezegelde partnerschappen betreft met degenen die afhankelijk zijn van de baas (politiek of economisch), die leiden tot wankele 
constructies waarbij de ‘kleintjes’ voortdurend op zoek zijn naar een andere oplossing.

    De massale vlucht van vroegere politieke en militaire bondgenoten naar het kamp van de vroegere vijand heeft grote woede bij Rusland gewekt, maar de Russische kijk op dingen heeft zich ontwikkeld. De politicoloog Sergei Karaganov heeft dat mooi verwoord aan de hand van de hypothese dat de val van het Sovjetblok ‘Rusland onschatbare geostrategische voordelen heeft opgeleverd. Het verlies van onbetrouwbare en kostbare bondgenoten aan West-Europa heeft Rusland van een enorme last verlost. Het hoeft niet langer de republieken van de voormalige Unie te subsidiëren, waar de levensstandaard hoger was in de Sovjettijd en waarvan de inwoners inmiddels vaak naar Rusland emigreren om werk te vinden.’

    Het idee dat Rusland geen bondgenoten zou hebben, blijft rondzingen. Zelfs in Rusland zelf, maar dat is vooral een kwestie van onverschilligheid. Want op het moment dat de multilaterale organisaties en bondgenootschappen vrijwel overal vleugellam zijn, lijkt Rusland zich ‘psychologisch’ beter te gedragen dan andere landen. Een ongebruikelijke en oncomfortabele situatie voor de welvarendste spelers op het internationale toneel. Rusland is bereid relaties aan te knopen om direct overeenkomstige belangen te dienen en concrete problemen op te lossen zonder te pretenderen bondgenootschappen ‘voor het leven, tot de dood ons scheidt’ te sluiten. Dat is in de huidige wereld een voordeel.

    Auteur: Fjodor Loekjanov

    Fjodor Loekijanov (51), een Russische journalist en politicoloog, werkte jarenlang als buitenlandspecialist voor Russische kranten voordat hij in 2002 het blad Rossia v Globalnoï Politiké oprichtte. Hij is tevens voorzitter of bestuurslid van een aantal Russische denktanks en stichtingen op het gebied van de buitenlandse politiek.

    Rossia v Globalnoï Politiké
    Rusland | kwartaalblad | globalaffairs.ru

    In november 2002 opgericht door Fjodor Loekjanov, een Russische journalist en politicoloog die jarenlang werkte als buitenlandspecialist voor Russische kranten. Hij richtte het blad op om de Russische politieke en economische elite te laten meepraten op het wereldtoneel. De Engelse versie heet Russia in Global Affairs.

  • Niet nóg een EU-referendum

    Niet nóg een EU-referendum

    De politieke chaos rond de Brexit houdt aan in Groot-Brittannië. De huiskrant van de Tories is van mening dat parlementariërs met een oplossing moeten komen – en als ze dat niet kunnen, is het tijd voor nieuwe verkiezingen.

    We verkeren in een uitzichtloze constitutionele crisis. Het referendum van 2016 heeft krachten losgemaakt die lastig 
te bedwingen zijn. De wil van het volk heeft die van de volksvertegenwoordiging overstemd en het parlement weet nu niet goed hoe het daarmee om moet gaan. Dat dilemma is verscherpt door verkiezingen waarin de regeringspartij haar meerderheid verloor, zodat 
premier May de Brexit die zij zelf voor ogen had, niet meer door het Lagerhuis kan krijgen. De vraag is nu hoe we uit deze janboel kunnen komen, zonder ons staatsbestel helemaal op de helling te zetten.

    Sommige staatsrechtgeleerden menen dat het antwoord een nieuw referendum is. Volgens hen kan deze impasse alleen worden doorbroken door het volk opnieuw te raadplegen. Zo schreef hoogleraar Vernon Bogdanor van de Universiteit van Oxford onlangs dat ‘het dilemma dat het volk heeft 
opgeworpen met de uitkomst van het referendum in 2016 en de verkiezingen van 2017, alleen door het volk kan 
worden opgelost met een nieuw referendum’. De People’s Vote-campagne voor zo’n referendum heeft deze zomer aan kracht gewonnen, terwijl tegelijkertijd de angst groeit dat Mays Brexit-plan, hoe dat er ook uit zal zien, dit najaar nooit een parlementaire meerderheid zal 
krijgen. Voor een ‘no deal’ is ook geen steun, en in dat geval zou May zich genoopt zien af te treden, omdat ze dan de centrale taak van haar regering niet heeft weten te volbrengen.

    Is een tweede referendum dan de enige uitweg? Velen zijn er fel op tegen: het volk heeft zich toch al uitgesproken? Moeten we de Britse stemmers naar de stembus blijven sturen totdat de ‘juiste’ uitslag er een keer uitrolt, zoals in Ierland en Denemarken? Ja, zeggen de voorstanders van een nieuw referendum: nu we aan den lijve hebben ondervonden hoe gruwelijk het allemaal is, en aan de rand van de afgrond hebben gestaan, laat het volk nu nog maar een keer zeggen wat het wil. Hierbij moet worden aangetekend dat Nigel Farage en andere Leave-aanhangers vooraf een tweede referendum eisten als het eerste met een kleine marge zou worden beslist – omdat zij toen nog dachten dat ze zouden verliezen. Juist het Remain-kamp zei destijds heel stellig ‘eruit is eruit’, omdat het overtuigd was van zijn overwinning. Die rollen zijn nu omgedraaid.

    Is een tweede referendum dan de enige uitweg? Velen zijn er fel op tegen: het volk heeft zich toch al uitgesproken? Moeten we de Britse stemmers naar de stembus blijven sturen totdat de ‘juiste’ uitslag er een keer uitrolt, zoals in Ierland en Denemarken? Ja, zeggen de voorstanders van een nieuw referendum: nu we aan den lijve hebben ondervonden hoe gruwelijk het allemaal is, en aan de rand van de afgrond hebben gestaan, laat het volk nu nog maar een keer zeggen wat het wil. Hierbij moet worden aangetekend dat Nigel Farage en andere Leave-aanhangers vooraf een tweede referendum eisten als het eerste met een kleine marge zou worden beslist – omdat zij toen nog dachten dat ze zouden verliezen. Juist het Remain-kamp zei destijds heel stellig ‘eruit is eruit’, omdat het overtuigd was van zijn overwinning. Die rollen zijn nu omgedraaid.

    Het referendum van 1975

    Veel voorstanders van een nieuw referendum waren bovendien blij toen [ondernemer] Gina Miller via de rechter afdwong dat de premier toestemming moest vragen aan het parlement om artikel 50 in gang te zetten. Toch willen zij die beslissingsbevoegdheid 
nu weer afnemen van het parlement en teruggeven aan het volk. Als het eerste referendum democratisch was, zeggen ze, zou een tweede referendum dat 
ook zijn.

    Al is het natuurlijk geen tweede referendum dat ze willen, maar een derde. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen het referendum van 1975 al zijn vergeten of denken dat het ging over de vraag of we tot de gemeenschappelijke markt moesten toetreden: het ging over de vraag of we erin moesten blijven. Het parlement had twee jaar daarvoor al bij wet tot toetreding besloten. Het referendum van 1975 was 
de eerste landelijke volksraadpleging in het Verenigd Koninkrijk en daarmee een belangrijke breuk met 
de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. Dat is ook de reden waarom de Conservatieven er destijds tegen waren. In een toespraak in het Lagerhuis in april 1975 stelde Margaret Thatcher de vraag wat er precies werd bedoeld met ‘overtuigende steun van het volk’.

    1. Voorstanders in 1975 van wat de Brexit is gaan heten. 2. Het referendum van 1975 was de eerste landelijke volksraadpleging in het VK en daarmee een belangrijke breuk met de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. 3. Premier Harold Wilson in g
    1. Voorstanders in 1975 van wat de Brexit is gaan heten. 2. Het referendum van 1975 was de eerste landelijke volksraadpleging in het VK en daarmee een belangrijke breuk met de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. 3. Premier Harold Wilson in g

    En ze vroeg zich af wat men wilde: ‘Referenda voor elke belangrijke nieuwe wet? Dan hadden we nu geen antidiscriminatiewet, was alle immigratie stopgezet, was abortus nog steeds verboden en zou de doodstraf nog worden uitgevoerd. Ik verwacht 
dat we die kant opgaan als we dit eerste referendum houden zonder stil te staan bij de betekenis van de eis dat elke wet overtuigende steun vergt, wat 
normaliter wordt opgevat als de steun van het Huis.’

    Het was de bedoeling dat het referendum van 1975 eenmalig zou zijn. Als we referenda blijven houden, wordt het moeilijk om niet af te glijden naar directe democratie. Zoals Thatcher zei: waarom dan geen referenda voor andere kwesties waarbij de mening van het parlement niet in de pas loopt met die van de meerderheid van het volk? Moeten politieke kwesties voortaan worden beslist met een telefoonstemming, zoals bij Strictly Come Dancing? Sommige mensen 
vinden dat misschien een aantrekkelijk idee. Ik niet.

    Parlementaire machteloosheid later dit jaar zal de roep om een nieuw referendum versterken. Bij Labour ligt het idee sinds het laatste partijcongres op tafel, al blijft de partij er tegenstrijdige signalen over afgeven. Brexit-woordvoerder Keir Starmer week af van de officiële partijlijn door met zoveel woorden 
te zeggen dat de keuze om in de EU 
te blijven aan het volk moet worden voorgelegd.

    Voorstanders van een referendum die beweren dat ze het Brexit-besluit 
respecteren, dat ze alleen maar willen dat het volk over de inhoud van de Brexit-deal mag stemmen, moeten erkennen dat ze eigenlijk de uitkomst van het eerste referendum willen terugdraaien. Ze willen het debat over EU-lidmaatschap heropenen. De gedachte dat dit een eind zal maken aan de ontstane verdeeldheid, slaat natuurlijk nergens op.

    Dit behoort een parlementaire democratie te zijn, geen veredelde spelshow

    Een nieuw referendum biedt geen enkel soelaas voor onze staatsrechtelijke crisis, integendeel: als het de 
uitkomst van het eerste referendum terugdraait, zou dat een ramp zijn voor ons staatsbestel, onze representatieve democratie en het gezag van ons 
parlement. Het zou grote woede wekken bij miljoenen Leave-kiezers. En we hoeven maar naar het gehakketak op Labours partijcongres te kijken om te beseffen 
hoe moeilijk het alleen al zou worden om overeenstemming te bereiken over welke vraag nu precies aan het volk moet worden voorgelegd.

    Zelden is er in de Britse geschiedenis zo veel onzekerheid geweest over hoe de nabije politiek toekomst eruitziet. Maar het zou van slappe knieën getuigen om het besluit daarover nu weer aan het volk te laten. De parlementariërs moeten dit oplossen. En als het huidige parlement daartoe niet in staat is, moeten er nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven. Mensen die zeggen dat dit de EU-kwestie niet zal oplossen, bedoelen eigenlijk dat het de Brexit niet zal terugdraaien. Maar dat besluit is nu eenmaal genomen en ook een nieuwe regering zal zich verplicht zien de EU te verlaten. Labours woordvoerder van Financiën John McDonnell en vakbondsleider Len McCluskey zeiden dat ook op het partijcongres. Als Labour de Brexit echt wil terugdraaien, moet de partij dat expliciet in haar verkiezingsprogramma zetten en proberen daarmee een meerderheid in het parlement te winnen om dat te bereiken. Veel succes daarmee. Maar zo hoort het in dit land wel te gaan. Dit behoort een parlementaire democratie te zijn, geen veredelde spelshow. Onze flirt met het referendum is uitgelopen op een regelrechte ramp. Laten 
we nooit meer een referendum houden.

    Auteur: Philip Johnston

    The Daily Telegraph
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 840.000

    Anti-Europees tot op het bot, 
strijdlustig en imagobewust, kortom: 
het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.

  • Voor een hongerloon Europa door

    Voor een hongerloon Europa door

    Het rommelt in de transportsector. Vrachtwagenchauffeurs klagen over slechte arbeidsomstandigheden en marktinflatie. Over de West-Europese snelwegen rijden Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs ver onder West-Europees minimumloon en soms weken achtereen.

    Het onderwerp staat op de agenda van de Europese Unie, maar de vraag is hoe hoog. ‘De sector heeft behoefte aan duidelijke regels, die rechtvaardig zijn en stroken met de aard van de activiteit,’ bepleitte enkele maanden geleden de Europese commissaris van Transport Violeta Bulc. Desondanks lijkt de herziening van het sociaal statuut voor vrachtwagenchauffeurs niet klaar te zijn voor de Europese verkiezingen van mei 2019. Begin juli hebben de leden van het Europees Parlement diverse teksten verworpen, waardoor een gemeenschappelijk standpunt nog altijd op zich laat wachten.

    De afgevaardigden bestrijden het feit dat chauffeurs op internationale routes als ‘tijdelijke arbeidskrachten’ worden beschouwd en eisen regels die de beroepsgroep beter beschermen. Het herzieningsproject waarmee de Europese Commissie in mei 2017 is begonnen, stuit op weerstand. Enerzijds bij lidstaten als Frankrijk, die zich zorgen maken over de concurrentie van transporteurs uit landen met minder hoge kosten. Anderzijds bij Oost-Europese lidstaten, gesteund door Spanje en Portugal, die de beoogde maatregelen te kostbaar vinden voor hun transportondernemingen.

    1. Niet langer een droombaan

    2. Saksen komt in actie

    Beeld: Een vrachtwagenrustplaats aan de A2 in Magdeburg, Duitsland. – © Klaus-Dietmar Gabbert / dpa-Zentralbild / dpa Photo via Newscom

  • Op Malta is het 
business as usual

    Op Malta is het 
business as usual

    Een halfjaar na de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia zijn de opdrachtgevers nog altijd niet gepakt. Niet verwonderlijk, vindt men op het eiland: het kan bijna iedereen geweest zijn.

    Op een zaterdagavond in januari trekken naar schatting 110.000 mensen – meer dan een kwart van de bevolking – naar Valletta, de kleine parel van een hoofdstad, om te vieren dat de stad zichzelf een jaar lang Culturele Hoofdstad van Europa 2018 mag noemen. ‘De nationale trots bereikt een historisch hoogtepunt,’ aldus premier Joseph Muscat.

    Het doet er niet toe dat de stad deze eer moet delen met Leeuwarden, een provinciestad in Nederland. Het doet er niet toe dat landen bij toerbeurt aan bod komen. Het doet er niet toe dat veel van het culturele aanbod die avond gerecycled is. Het doet er niet toe dat de trots verdampte toen mensen soms wel drie uur moesten wachten op de bus naar huis. En het doet er niet toe dat het amper drie maanden geleden was dat het eiland werd opgeschrikt door de ernstigste vorm van reputatieschade ooit: de spectaculaire moord, met een autobom, op de prominentste journaliste van het eiland, Daphne Caruana Galizia.

    Cliëntelisme

    Dat paste niet in het plaatje van Muscat. Malta beleeft bijzondere tijden. Het is het kleinste land in de EU, zowel qua bevolking als qua grondgebied (kleiner dan de provincie Utrecht). Het is ook (veruit) de dichtstbevolkte lidstaat en de bevolking groeit nog steeds. Het eiland verandert bovendien het snelst binnen de EU.

    In 1964 werd Malta onafhankelijk van Groot-Brittannië. De charmes van het eiland waren, uh, niet echt verfijnd te noemen: de hotels waren excentriek, de stranden vuil, de Katholieke Kerk deelde de lakens nog uit, de keuken was beïnvloed door de Royal Navy. Maar het klimaat was betrouwbaar; de mensen innemend, vindingrijk en veerkrachtig, zoals ze hadden bewezen in de oorlog. En zoals de plaatselijke uitdrukking luidt: il-maltin jafu idawru lira – Maltezers kunnen geld verdienen.

    De Maltese politiek is fascinerend: altijd rauw, soms gewelddadig. De Arbeiderspartij en de christendemocratenachtige Nationalisten konden rekenen op een soort stammentrouw: meer Feyenoord-Ajax dan links tegen rechts. En vriendendiensten horen er op zo’n klein eiland bij, vooral omdat de meeste banen overheidsbanen zijn. Dat werd nog versterkt door de enkelvoudige overdraagbare stem (‘single transferable vote’), die de concurrentie tussen de kandidaten van dezelfde partij bevordert. Je wordt verkozen als je iedereen kent. ‘Er is altijd cliëntelisme geweest. Arme mensen die druk uitoefenen op politici om een baan te krijgen of een promotie,’ aldus Henry Frendo, professor moderne geschiedenis aan de universiteit van Malta.

    ‘Het is een ongelukkig systeem voor ons,’ zegt Arnold Cassola, oprichter van de Groene Partij op Malta, die niet zozeer in de verdrukking is geraakt als wel is verstikt. ‘En voor het land, zou ik zeggen. Politici kunnen baantjes vergeven. Ze kunnen het voetbalteam sponsoren, een klarinet doneren aan de plaatselijke muziekband of geld geven voor het dorpsfeest.’

    Maar als een kandidaat wint, is hij de baas (‘the winner takes it all’). De premier benoemt iedereen, van de opperrechter, de politiecommissaris tot de schouwburgdirecteur. Loyaliteit is essentieel, competentie optioneel. ‘Het enige verschil met de middeleeuwen is dat we de vrouwen van de tegenpartij niet meer verkrachten,’ zegt Cassola.

    Joseph Muscat werd partijleider van de Arbeiderspartij in 2008, toen hij 34 was. ‘Hij was erg modern, erg capabel, erg charismatisch,’ volgens Christian Peregin, redacteur van website Lovin Malta. Hij was voor de scheiding, homorechten, een minder strenge censuur, allemaal gebieden waar de paus vroeger de dienst uitmaakte. Uiteindelijk omarmde Muscat ook de EU waartoe Malta in 2004 was toegetreden ondanks nukkige bezwaren van de Arbeiderspartij, die toen in de oppositie zat. Het land profiteerde, maar de Nationalisten niet: in 2013 behaalde Muscat een grote overwinning. ‘De vorige regering was vermoeid en werd beschouwd als corrupt,’ zei Peregin. ‘Muscat had energie. En hij gaf die energie door aan zijn regering.’

    “De regering is niet pro-business. Zij ís business”

    Net als zijn Britse evenknie, Tony Blair, moest Muscat afrekenen met de angst dat de Arbeiderspartij het kapitaal zou afschrikken. Maar in tegenstelling tot Blair benoemde hij een zakenman als stafchef: Keith Schembri. ‘Dat is een van de redenen dat deze regering presteert,’ aldus Victor Vella, redacteur van de krant It-Torca, die eigendom is van de vakbond. ‘Er zitten mensen in die dingen voor elkaar kunnen krijgen.’ Dat verklaart nog niet waarom Schembri, die multimiljonair is, dat werk zou willen doen. ‘De regering is niet pro-business,’ zegt priester Joe Borg, ‘zij ís business.’

    En de goede tijden hielden maar aan. Het toerisme groeide, omdat Malta een streepje voor had op de ‘gevaren’ van de Noord-Afrikaanse kusten. Onlinegokbedrijven bleven toestromen, tientallen. En dan die alleszeggende term ‘financiële diensten’. In de omvlaggingsbusiness – waarin voorschriften worden ontdoken door rederijen die hun koopvaardijschepen in het buitenland registreren – staat Malta op de zesde plaats, met bijna 90 miljoen registerton, vlak achter de wereldleiders Panama en Liberia. Het eiland ligt niet offshore in overdrachtelijke zin. Het maakt deel uit van de EU, dus is alles, ook de lage vennootschapsbelasting, transparant en legaal. Schijnbaar.

    Toch brengen de tweetalige plaatselijke kranten elke dag sappige verhalen over corruptie die verder gaan dan voetbalclubs of klarinetten. Maar wat er ook aan het licht wordt gebracht, de Maltezers lijken er hun schouders over op te halen. Behalve dan over het feit dat Malta’s meest vasthoudende journaliste is vermoord.


    De buitenlandse pers heeft Daphne Caruana Galizia onmiddellijk heilig verklaard, wat begrijpelijk was. In Malta waren zelfs haar aanhangers genuanceerder. De laatste tijd hield Daphne (altijd gewoon Daphne) haar eigen onmisbare blog bij, Running Commentary. Dit was erg jammer, want ze zou enorm veel baat gehad hebben bij een goede redacteur. Haar laatste bijdrage staat nog steeds op de site. Hij geeft blijk van een ijzingwekkende scherpzinnigheid: ‘Overal waar je kijkt zitten schurken. De situatie is hopeloos.’ Maar de kop luidt: ‘Die schurk Schembri was vandaag in de rechtbank te beweren dat hij geen schurk was.’ Wat een indruk geeft van haar ongebreideldheid.

    Er zijn drie mannen gearresteerd op verdenking van de moord op Daphne, met overtuigende bewijzen. Maar iedereen weet dat het huurmoordenaars waren. Door wie ze betaald werden is niet duidelijk, voor een deel omdat het iedereen geweest had kunnen zijn.

    Wat we wel weten is dat zowel Schembri als Konrad Mizzi, de meest invloedrijke minister van Muscat, enkele dagen na de verkiezingsoverwinning van de Arbeiderspartij in 2013 Panamese bedrijven hebben opgericht. Een derde account kon, volgens Daphne, in verband worden gebracht met Muscats echtgenote. Afgelopen zomer besloot een furieuze Muscat dat de bevolking maar moest stemmen over zijn eerlijkheid en schreef hij vervroegde verkiezingen uit. Hij won en zijn meerderheid was vrijwel ongewijzigd. En hij zou morgen weer winnen: Daphne was niet de enige die vond dat de nieuwe oppositieleider waardeloos is – die de staat bovendien nog duizenden euro aan achterstallige belastingen verschuldigd is.

    Streng tegen het VK

    Incompetentie, of erger, is nog steeds wijdverbreid in het politieapparaat. En God is ook niet meer almachtig. De Maltese kerk ontsnapte ternauwernood aan schandalen over seksueel misbruik, maar nog maar de helft van de mensen woont de mis bij, en niet zoals vroeger bijna iedereen.

    Begin 2017, toen Muscat afstevende op zijn herverkiezing, maakte hij goede sier met het EU-voorzitterschap dat Malta toen bij toerbeurt bekleedde – net zoals Valletta nu Culturele Hoofdstad van Europa is. In die hoedanigheid was hij bijzonder streng tegen het VK. Daarbij dringen twee gedachten zich op. De eerste was dat hij geen keus had: een voormalige Britse kolonie kon zich amper toegeeflijk tonen als het om de Brexit ging. De andere was dat hij een reden had om kwaad te zijn. Malta’s succes is gebaseerd op het gebruik van differentiële belastingen om bedrijven aan te trekken. Dat zou in het gedrang komen door de lang gekoesterde Frans-Duitse droom van belastingharmonisering. Wie was de grootste tegenstander van dat idee? Juist, het VK, dat er straks niet meer zal zijn om bezwaren te uiten.

    En er zijn andere dreigingen. Een delegatie van het Europees Parlement was gechoqueerd door de manier waarop Malta de moord op Daphne behandelt. De agressieve verkoop van paspoorten uit de Schengenzone aan mensen met een dubieus inkomen wekt ook onrust in Brussel en Straatsburg. En er is een groeiend gevoel dat Malta de kluit belazert. In het VK kennen ze maar één artikel van het Verdrag van Lissabon, en dat is artikel 50. Elders worden steeds meer mensen zich bewust van een andere verdragsbepaling, namelijk artikel 7, op grond waarvan de rechten van het EU-lidmaatschap kunnen worden opgeschort. Polen en Hongarije zijn vanzelfsprekend doelwit, maar Malta wordt ook zenuwachtig. En het heeft daartoe alle reden. Als je de veerboot neemt van Sliema naar Valletta zie je de basiliek boven de borstwering uittorenen, een van Europa’s prachtige panorama’s. Maar als je terugkeert naar het nieuwe Sliema zie je een goedkope versie van Dubai of Singapore dat gebouwd wordt op een krakkemikkige fundering. De trots van Muscat kan voor een diepe val komen.

    Auteur: Matthew Engel
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Inwoners van Malta demonstreren tegen de moord op journalist Daphne Caruana Galizia in oktober 2017. – © Getty Images

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 34.000

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • Gibraltar vreest de Brexit

    Gibraltar vreest de Brexit

    In het Britse Gibraltar heeft de naderende Brexit de altijd sluimerende angst voor Spanje weer aangewakkerd. Maar één ding is zeker: ‘We zijn en blijven Brits. We zullen overleven.’

    Op het menubord van het café om de hoek van het regeringsgebouw van Gibraltar staan niet alleen dagschotels – onder meer gebakken kaas-en-chorizoballetjes en Schotse egg-and-chips – maar ook adviezen: ‘Keep calm en eet Britse fish-and-chips’, lezen we op een bord bij de deur. ‘Keep calm en drink tinto de verano’, raadt een ander aan.

    Er werden veel comfort food-schotels en wijnspritzers besteld toen de zon op 24 juni 2016 boven de Rots opkwam. Maar de vreugde en opluchting waarmee het nieuws werd begroet dat 96 procent van de kiezers in Gibraltar zich had uitgesproken voor het EU-lidmaatschap, zakten in naarmate de referendumnacht langer duurde. ‘Het werd langzaam duidelijk dat het elders niet dezelfde kant uitging,’ herinnert vicepremier dr. Joseph Garcia zich met gevoel voor understatement. ‘We zitten in een positie waarin we niet willen zitten,’ aldus Garcia. ‘Wij vertrekken ook [uit de EU], en we willen nu een zo goed mogelijke deal sluiten.’

    Een winkelstraat in Gibraltar, waar men het liefst wil dat alles bij het oude blijft. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty Images
    Een winkelstraat in Gibraltar, waar men het liefst wil dat alles bij het oude blijft. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty Images

    Gibraltar liet er geen gras over groeien: eind 2016 presenteerde het een rapport over de economische effecten van het vertrek uit de EU, en recentelijk sloot het een overeenkomst met de Britse regering over de toegang tot de Britse markt voor zijn sectoren ‘financiële diensten’ en ‘onlinekansspelen’.

    Omdat naar schatting twintig procent van de autoverzekeringen in het VK wordt verkocht door verzekeraars in Gibraltar, en zestig procent van alle inzetten op onlinekansspelen wordt afgesloten bij bedrijven op de Rots, heeft de overeenkomst de belangrijkste Brexit-angsten wat getemperd.

    ‘Het is een geruststelling dat alles nu is uitgekristalliseerd, en dat we onze klanten kunnen vertellen dat alles gewoon doorgaat,’ zegt Christian Hernandez, voorzitter van de Kamer van Koophandel van Gibraltar.

    Minder zeker is wat er met de grens gaat gebeuren. De grensovergang werd in 1969 op bevel van Franco gesloten en werd pas weer geopend in 1985, toen Spanje zich voorbereidde op toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap.

    Enkele uren nadat de resultaten van het Brexit-referendum bekend werden, stelde de toenmalige Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, José Manuel García-Margallo, dat Spanje een hard standpunt zou innemen in de Brexit-onderhandelingen. Volgens hem had de uitslag het vooruitzicht om de Spaanse vlag te zien wapperen boven het lang betwiste gebied dichterbij gebracht.

    ‘Wij zullen nooit een soevereiniteitsprijs betalen voor toegang tot een markt,’ reageerde de premier van Gibraltar, Fabian Picardo. ‘Gibraltar zal nooit Spaans zijn, noch in zijn geheel, noch gedeeltelijk.’

    ‘Onze angst is dat Spanje, zodra we niet meer worden beschermd door het EU-recht, gebruik zou kunnen maken van de grens en erg lastig zou kunnen doen’

    Margallo is intussen vertrokken en vervangen door een gewiekstere carrièrediplomaat, Alfonso Dastis. Die heeft uitgesloten dat de grens wordt gesloten. Onlangs zei Dastis dat Spanje hoopte vóór oktober met Groot-Brittannië een bilaterale overeenkomst over Gibraltar te sluiten om een overgangsovereenkomst over de Brexit niet in de weg te staan.

    ‘We willen de besprekingen tussen de Europese Unie en het VK niet gijzelen,’ zei hij tegen Reuters.

    Maar toch blijven mensen zich zorgen maken. ‘Onze angst is dat Spanje, zodra we niet meer worden beschermd door het EU-recht – als EU-burgers vallen we onder het vrij personenverkeer –, gebruik zou kunnen maken van de grens en erg lastig zou kunnen doen,’ aldus Garcia. ‘We weten niet welke mate van doorstroming er zal zijn aan de grens. Wij willen een frictieloze grens, of eentje die zo frictieloos mogelijk is.’

    De regering van Gibraltar hamert erop dat handhaving van de huidige situatie het best zou zijn voor de mensen aan weerszijden van de grens. Garcia wees erop dat dertienduizend mensen – onder wie achtduizend Spanjaarden – dagelijks de grens met Gibraltar passeren om er te werken.

    En, wat nog belangrijker is, al het bouwmateriaal komt uit Spanje. Deze factoren, samen met de uitgave van jaarlijks 500 miljoen euro aan Spaanse goederen en diensten, maken Gibraltar tot de op een na grootste werkgever in het naburige Andalusië, na de regionale overheid.

    Altijd Brits

    Garcia en Picardo hebben bijeenkomsten gehad met Spaanse politici, vakbonden en Kamers van Koophandel om het belang van een zachte grens te benadrukken, evenals van ‘een verstandige, ordelijke en zorgvuldig gemanagede Brexit’.

    Maar als de huidige goede betrekkingen verzuren en als Spanje zijn veto gebruikt om Gibraltar uit te sluiten van een Brexit-deal tussen de EU en het VK, sluit de regering [van Gibraltar] niet uit dat de rechten en privileges van de Spanjaarden en andere EU-burgers die in het gebied wonen en werken worden herroepen.

    Een ‘harde’ grens en een scherpe controle van grensarbeiders zou desastreus zijn voor de Spaanse stad La Línea de la Concepción, die is opgeleefd door de handel met Gibraltar. ‘La Línea is een tafel met maar drie poten,’ zegt Juan José Uceda van de vereniging van Spaanse werknemers in Gibraltar. ‘Twee ervan vormen samen de economie van Gibraltar, met de handel en de banen. Als die afbreken, stort de tafel in elkaar.’

    De grens ‘is altijd mikpunt geweest van de woede van de Spaanse regering over Gibraltar,’ voegt hij eraan toe. ‘In La Línea maken de mensen zich nu zorgen dat de stad weer in het slop zou raken zoals toen Franco de grens sloot. Dan zouden we weer in 1969 zitten en daar is iedereen bang voor. Er is geen ander werk hier, voor niemand, jong of oud.’

    Anderen zijn minder ongerust over de komende maanden en jaren. ‘Als je de grenzen dichtgooit, komen er rellen,’ aldus Alex Park, eigenaar van de Victoria Tavern in de hoofdstraat. ‘Natuurlijk zou één man ervoor kunnen zorgen dat Gibraltar vastloopt, als ze iedere auto gaan controleren. Maar de afgelopen maanden ging het prima.’

    Park geeft toe dat er onzekerheid is – ‘what will be, will be’ – en plaatst vraagtekens bij de toezeggingen van Madrid aan Andalusië: ‘Het is altijd een lastige regio geweest.’
    Maar over één ding is hij kristalhelder: ‘Over onze soevereiniteit wordt niet onderhandeld. We zijn Brits en we zullen altijd Brits blijven. Die vlag zal nooit worden gestreken. We zijn Britser dan de Britten en we zijn echte overlevers.’

    Auteur: Sam Jones
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766

    Onafhankelijk kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.