Tegenstanders van de Brexit voorspelden ‘koopspijt’ als Groot-Brittannië in een recessie zou belanden. Maar die bleef uit, schrijft Larry Elliott. En de meeste mensen gingen gewoon door met hun leven.
We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: het moment waarop je thuiskomt en beseft dat je die nieuwe trui helemaal niet wilde hebben en hem eigenlijk ook niet kon betalen. Dat heet koopspijt, en het was een idee dat de tegenstanders van een Brexit troost gaf toen ze probeerden bij te komen van de schok na het referendum over de Britse lidmaatschap van de Europese Unie in juni 2016.
Wat de Brexit betreft betekende koopspijt dat mensen die vóór het vertrek uit de EU hadden gestemd daar snel spijt van zouden krijgen omdat de economie onmiddellijk in een diepe recessie zou geraken, zoals het ministerie van Financiën in de aanloop naar het referendum had voorspeld. Project Angst was eigenlijk Project Realiteit, werd gezegd, en het zou niet lang duren eer de voorstanders van Brexit zouden aandringen op een kans om zich alsnog te bedenken.
Er waren ongetwijfeld mensen die, ondanks de onmiskenbare zwakke plekken in het Europese project, oprecht dachten dat er nooit iets goeds zou kunnen voortkomen uit een Brexit, en dat vooral de armen en kwetsbaren die vóór een vertrek hadden gestemd, het meest zouden lijden onder de onvermijdelijk geachte funeste gevolgen. Maar die koopspijt-theorie had een snobistische en hatelijke ondertoon, namelijk dat het plebs te stom was om te beseffen waar het vóór stemde.
Geen armageddon
Toch was de kans altijd klein dat er om die redenen een tweede referendum gehouden zou worden, en dat is ook niet gebeurd. We zijn nu anderhalf jaar verder en er zijn weinig tekenen te bespeuren van koopspijt. Dat komt gedeeltelijk doordat mensen om complexe redenen voor blijven of vertrekken stemden. Het referendum heeft nooit alleen om de economie gedraaid, en achteraf gezien was het een strategische blunder van de voorstanders van het lidmaatschap van de EU om het alleen te hebben over de consequenties van de uitslag voor het bruto binnenlands product en de huizenprijzen.
Een andere reden waarom er geen koopspijt is ontstaan, is dat het land – of liever gezegd: dat deel van het land (verreweg het grootste) dat niet geobsedeerd is door de Brexit – gewoon is doorgegaan met wat het altijd deed. Er zijn Brexit-fanatici, er zijn anti-Brexit-fanatici, en daartussenin zijn er miljoenen mensen die in juni 2016 om een beslissing werd gevraagd, die beslissing hebben genomen, en nu verwachten dat de democratie weer zijn loop heeft. Ze denken niet meer aan de Brexit, net zoals ze tussen twee verkiezingen in ook niet aan de politiek denken.
De koopspijt-strategie vereiste dat het Verenigd Koninkrijk in een recessie zou storten, maar daar is het land niet eens bij in de buurt gekomen. De economie was slap – vooral in vergelijking met die van andere grote, ontwikkelde landen – maar om koopspijt te genereren zou die sterk hebben moeten krimpen en hadden de werkloosheidscijfers omhoog moeten schieten. Met een equivalent van 2009 – toen de economie met meer dan 4 procent kromp – zou dat wellicht gebeurd zijn. Maar in plaats daarvan groeit de economie maar iets minder hard dan op de lange termijn was voorspeld en is de werkloosheid sinds 42 jaar niet meer zo laag geweest. Het uitblijven van een economisch armageddon heeft alleen het gebrek aan vertrouwen in deskundige voorspellers vergroot.
De eerste helft van 2017 was na het referendum de meest hachelijke periode voor de economie. De inflatie steeg snel vanwege de devaluatie van het pond na de keus voor een Brexit, maar zelfs toen was de groei gemiddeld nog 0,3 procent per kwartaal. Sindsdien gaat het weer iets beter, en nu de factoren die inflatie in de hand werken minder actief zijn, blijft dat in 2018 waarschijnlijk zo doorgaan. De verwachtingen voor de mondiale economie zijn naar boven bijgesteld, en dat is een steun voor Britse exporteurs van productiegoederen en diensten. Het enthousiasme op de beurzen kan voor een deel doorgeprikt worden, maar we kunnen er zeker van zijn dat 2018 niet weer een 2009 zal worden. Het tij van de mondiale economie is rondom het tijdstip van het Brexit-referendum gekeerd, en die opleving zal nog wel even standhouden.
Er zijn een paar redenen voor die veranderde stemming. Langdurige stimulering in de vorm van een ongekend lage rente en de vergroting van de geldvoorraad, die bekendstaat als ‘kwantitatieve verruiming’, is een van de factoren. Een andere is de verbeterde financiële positie van de banken.
Een derde factor is het natuurlijke ritme van de conjunctuur, hetgeen betekent dat zelfs behoedzame bedrijven moeten gaan investeren omdat hun bestaande apparatuur het begeeft of verouderd is. Om al die redenen ontstond er weer een vechtersmentaliteit. Bedrijven die overeind waren gebleven tijdens de Grote Recessie zagen dat de dingen eerder beter dan slechter gingen. Ze waren het zat om te zeuren.
Dat betekent niet dat de wereld als door een wonder veranderd is en dat alle problemen die ons de afgelopen tien jaar achtervolgden plotseling zijn verdwenen. Verre van dat. Die grote structurele problemen – het aangaan van te grote schulden om de consumptie te bevorderen, de tien jaar waarin de productiviteit niet is gegroeid, de toegenomen inkomensongelijkheid – zijn niet verdwenen en worden alleen maar verhuld door een krachtige, conjuncturele opleving. Een periode van solide groei schept een gunstiger klimaat waarin enkele van die zwakke punten kunnen worden verbeterd. Het staat nog te bezien of die kans wordt benut.
Dat geldt vooral voor Groot-Brittannië, waar de bedroevende productiviteit hét grote probleem van de afgelopen tien jaar is geweest. Als de groei in productie per hoofd van de bevolking sinds 2008 was doorgegaan in de richting van vóór de recessie, dan zou de levensstandaard inmiddels met 20 procent zijn gestegen. Zelfs volgens de meest pessimistische voorspellingen voor de invloed van de Brexit op de lange termijn wordt niet verwacht dat die even kostbaar zal zijn.
De verdedigers hebben er zo lang op gehamerd hoe vreselijk de Brexit zal uitpakken, dat ze vergeten zijn oplossingen te bedenken
Dat brengt ons bij het laatste probleem van de koopspijt-theorie: de verdedigers hebben er zo lang op gehamerd hoe vreselijk de Brexit zal uitpakken, dat ze vergeten zijn oplossingen te bedenken om iets te doen aan de redenen waaróm mensen tegen het EU-lidmaatschap stemden: lage lonen, onzekerheid over hun baan, het gevoel dat er niet naar hen werd geluisterd. Voorstanders van het EU-lidmaatschap grepen zich vast aan elke flard negatief nieuws over de economie – hoe onbeduidend ook – in de hoop dat het tot een ommezwaai zou leiden. Maar ze waren niet in staat om met een plan te komen dat de structurele, economische problemen van Groot-Brittannië zou oplossen, problemen die er al voor 23 juni 2016 waren en die zullen blijven bestaan, of het resultaat van het referendum nu wel of niet alsnog zou worden verworpen.
Het voortdurend blijven benadrukken van de negatieve gevolgen van de Brexit, zonder met oplossingen te komen voor het chronische tekort op de betalingsbalans van Groot-Brittannië, de noord-zuidkloof en het vertrouwen op de door schulden in stand gehouden groei, heeft de indruk gewekt dat sommige ‘blijvers’ een stevige recessie zouden verwelkomen omdat die de kiezers tot bezinning zou brengen.
Maar die blijvers winnen er niets bij als ze het slechte economische nieuws overdrijven. Misschien zou het beter zijn als ze erop wijzen dat de eurozone in 2017 de verwachtingen van de mondiale economie nog overtrof, en dat Mario Draghi als president van de Europese Centrale Bank de aangeboren gebreken van de euro geweldig wist weg te moffelen. De economie van het Verenigd Koninkrijk zal het in 2018 beter doen dan werd verwacht. Dat zulks deels het resultaat is van een sterkere eurozone, is een van die tegenstrijdigheden van het leven.
Auteur: Larry Elliott
Vertaler: Tineke Funhoff
Larry Elliott is economieredacteur van The Guardian.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.
Met Sebastian Kurz en Emmanuel Macron staat in Europa een nieuwe generatie politici aan het roer. Zij verschillen fundamenteel van hun voorgangers, schrijft de Duitse journalist Sidney Gennies.
Vroeger zou zoiets onmogelijk zijn geweest. Zo’n Sebastian Kurz die met een niet afgemaakte rechtenstudie binnen vijf maanden zijn partij ÖVP overneemt, overhoophaalt en er ook nog de parlementsverkiezingen in Oostenrijk mee wint – en kanselier wordt. Op zijn eenendertigste! De jongste regeringsleider ooit in de EU. Hoe kan dat?
Jonge politici wachten niet meer tot eerbiedwaardige partijcommissies het besluit nemen dat hun tijd gekomen is. Er is een nieuw tijdperk aangebroken. En eigenlijk is het verbazingwekkend dat dat in de politiek zo laat gebeurt.
Kurz is ondanks zijn jonge leeftijd een ervaren staatsman. Hij heeft als minister van Buitenlandse Zaken met succes positie gekozen tegenover Angela Merkel en bijna in zijn eentje de sluiting van de Balkanroute voor vluchtelingen doorgezet.
Dat hij de coup waagde door de ÖVP in mei voor de keus te stellen ‘zoals ik het wil of helemaal niet’, een greep naar het partijvoorzitterschap deed en nieuwe verkiezingen eiste, was dus geen jeugdige onbezonnenheid die goed voor hem heeft uitgepakt. Het was berekenend en Sebastian Kurz is niet de eerste. In Frankrijk heeft de 39-jarige Emmanuel Macron in even korte tijd iets dergelijks voor elkaar gekregen. Een half jaar voor de presidentsverkiezingen van 2017 lanceerde hij zijn beweging En Marche – en won. De twee zullen niet de laatsten van deze generatie zijn die de macht zoeken en weten te grijpen.
SEBASTIAN KURZ – Kanselier van Oostenrijk, 32 jaar
▶ In functie sinds december 2017
▶ Österreichische Volkspartei (ÖVP)
▶ De jongste in deze functie
Beroepservaring: 2009 Voorzitter van de jongerenafdeling van de ÖVP op 23-jarige leeftijd 2010 Lid van de gemeenteraad van Wenen 2011 Staatssecretaris 2013 Minister van Buitenlandse Zaken Juli 2017: Gekozen tot leider van de ÖVP, die in oktober de algemene verkiezingen wint
Het succes van de jongeren geeft blijk van de crisis waarin de zogenaamde volkspartijen verkeren, die tegenwoordig overal in Europa blij mogen zijn als ze nog eenderde van hun land vertegenwoordigen. En van de behoefte van de kiezers die daarvan is af te lezen, namelijk die aan echte, voel- en zichtbare verandering. Maar aan die behoefte konden bijvoorbeeld in de VS ook de samen bijna honderdvijftig jaar oude Donald Trump en Bernie Sanders voldoen.
Het succes van de jongeren getuigt daarom eerder van het zelfvertrouwen van een nieuwe generatie politici. Toen Sebastian Kurz op zevenentwintigjarige leeftijd net minister van Buitenlandse Zaken was geworden, heeft hij eens op een vraag naar zijn voorbeelden geantwoord dat hij die niet had. En misschien is dat ook wel symptomatisch voor een generatie die is opgegroeid in de wetenschap dat niets zo hoeft te blijven als het is. Die is opgegroeid met Mark Zuckerberg, die – slechts twee jaar ouder dan Kurz – giganten als Microsoft en Apple passeerde en met Facebook een website neerzette die de wereld helemaal opnieuw met elkaar verbond. Een wereld waarin muzikanten niet meer hopen te worden ontdekt door producers, maar hun liedjes meteen op YouTube zetten. En waarin ondernemers hun businessplan niet aan een bank voorleggen, maar op Kickstarter zetten om aan startkapitaal te komen.
De generatie start-up heeft nu haar intrede gedaan in de grote politiek. Dat betekent meer innovatie, meer flexibiliteit, meer kansen, maar ook minder zekerheid, minder planbaarheid, minder controle
De generatie start-up heeft nu haar intrede gedaan in de grote politiek, met alles wat daarmee samenhangt. Dat betekent meer innovatie, meer flexibiliteit, meer kansen, maar ook minder zekerheid, minder planbaarheid, minder controle.
Met de plannen van Emmanuel Macron om de arbeidsmarkt te dereguleren en het pensioenstelsel te hervormen krijgt Frankrijk een voorproefje van wat dat kan gaan betekenen. En Sebastian Kurz heeft weliswaar de verkiezingen gewonnen met de belofte van een harde lijn in de vluchtelingenkwestie, maar hoe hij die wil nakomen zonder Oostenrijk binnen Europa te isoleren, valt nog te bezien. Voor beiden geldt:
dat ze aan de macht hebben weten te komen betekent alleen dat het anders wordt, niet noodzakelijkerwijs beter.
Degelijke kwaliteitskrant. Opgericht in 1945 in Berlijn, waar zich nog altijd het merendeel van de lezers bevindt.
Sebastian Kurz, een man met haast
Met zijn 31 jaar is de nieuwe Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz een model van politieke voorlijkheid. Hij meldt zich in 2004 als 17-jarige bij de Jonge Oostenrijkse Christen-Democraten (JVP) en wordt voorzitter van die club in 2009. In 2011 wordt hij als 24-jarige staatssecretaris voor Integratie en twee jaar later minister van Buitenlandse Zaken.
In mei 2017 haalt hij het stoute stukje uit en werpt zich op tot leider van de Österreichische Volkspartei (ÖVP), als de voorzitter van die partij, Reinhold Mitterlehner, tevens vicekanselier in de regeringscoalitie, na geharrewar binnen de coalitie met de sociaal-democraten van de SPÖ en binnen zijn eigen partij, al zijn politieke functies neerlegt. Kurz wordt met 98,7 procent van de stemmen gekozen tot zijn opvolger. Hij weet voorwaarden te bedingen waaronder hij het vrijwel geheel voor het zeggen krijgt en verwerft bovendien de steun van een belangrijk deel van de Oostenrijkse haute finance en de industriëlen. Bij de algemene verkiezingen in oktober 2017 wordt de ÖVP met 31,7 procent de grootste partij.
De sleutels tot het succes van Kurz zijn, naast zijn leeftijd, zijn verzet tegen de migratiepolitiek van Angela Merkel en zijn taalgebruik, dat aanschurkt tegen dat van de rechts-radicale FPÖ, waarmee hij in december 2017 een regeerakkoord sluit. Op 18 december wordt Kurz – die volgens het Weense weekblad Profil mikt op een conservatief beleid, politieke moed en persoonlijke bescheidenheid – officieel kanselier. Met zijn 31 jaar is hij de jongste regeringsleider binnen de EU.
Sinds Europa afspraken heeft gemaakt met Libië is het aantal Afrikaanse migranten in Italië aanzienlijk gedaald. Maar volgens de Ierse commentator Patrick Smyth is de deal moreel dubieus.
Italiaanse functionarissen hebben melding gemaakt van een scherpe afname van de aantallen migranten en vluchtelingen die vanuit Libië over de centrale Middellandse-Zeeroute naar hun kust komen.
Eindelijk eens goed nieuws? Of een probleem dat deels is opgelost ten koste van een moreel gecompromitteerd Europa? De daling, die zich heeft voorgedaan nadat de oostelijke Middellandse-Zeeroutes naar Griekenland waren afgesloten dankzij de EU-deal met Turkije, was welkom nieuws voor de Europese hoofdsteden, die bang waren voor de volgende ronde politiek pijnlijke verzoeken om vluchtelingen op te nemen teneinde de ‘last te delen’.
Er ligt inderdaad al een nieuw verzoek van de VN aan de EU op tafel om zo’n veertigduizend vluchtelingen vanuit Libië, Egypte, Niger, Ethiopië en Soedan toe te laten – een poging om een legale weg te creëren om de EU binnen te komen.
Het omkopen van milities komt in Libië al lang voor en dateert uit de tijd van Moammar al-Qadhafi, die er niet afkerig van was om Italië te chanteren en de stroom migranten over de Middellandse Zee naar believen aan en uit te zetten
Maar wat is de prijs van Italiës ogenschijnlijke succes? Er circuleren beweringen, die ook weer heftig ontkend worden, dat Rome Libische warlords en milities heeft omgekocht die banden hebben met mensensmokkelaars en niet afgeschrikt worden door het feit dat vluchtelingen in ‘concentratiekampen’ worden opgesloten waar ze verkracht en gemarteld worden en honger lijden.
Tot kort geleden boden milities in de steden ten westen van Tripoli, van waaruit de meeste migranten vertrekken, bescherming aan groepen smokkelaars. Veel van die groepen hebben recentelijk flinke geldbedragen, wapens en boten ontvangen via de weinig betrouwbare, door de VN gesteunde nationale eenheidsregering in Tripoli. Dat geld werd opgebracht door Italië, deels namens de EU – het is niet duidelijk of Italië de groepen ook direct heeft betaald. Maar de leider van de belangrijkste militie, Ahmed Dabbashi, gaf tegenover de The Times toe dat Tripoli hem voertuigen, boten en salarissen had beloofd in ruil voor samenwerking.
Het omkopen van milities komt in Libië al lang voor en dateert uit de tijd van Moammar al-Qadhafi, die er niet afkerig van was om Italië te chanteren en de stroom migranten over de Middellandse Zee naar believen aan en uit te zetten. Maar als strategie om ‘vrede te kopen’ heeft het nog nooit succes gehad, en de gerespecteerde denktank van de ICG (Internationale Crisis Groep) waarschuwt dat dergelijke tactieken ‘bij toeval facties kunnen versterken die zich onttrekken aan supervisie door de regering’ en pogingen om de vrede te herstellen in het verwoeste land zullen tegenwerken.
De EU nam deel aan patrouilles voor de Libische kust met haar marineoperatie (EU Navfor Med), die bekendstaat als Operatie Sophia, om levens te redden op zee en mensensmokkel tegen te gaan. Hun taak is bemoeilijkt door de eis van de Libische kustwacht, die zogenaamd meewerkt, dat Sophia-schepen negentig nautische mijlen uit de kust moeten blijven – de logica hierachter: als je het vluchtelingen te gemakkelijk maakt om gered te worden, moedig je ze alleen maar aan. De kustwacht is ook beschuldigd van mishandeling, zoals het schieten op hulpverleners die proberen migranten te redden.
Het probleem is dat het beleid van de EU, die uit wanhoop gekozen heeft voor een strategie gebaseerd op het bij de bron tegenhouden van de stroom migranten in plaats van eindeloos meer opvangcentra te creëren in Italië en Griekenland, moreel dubieus, om niet te zeggen politiek contraproductief lijkt in de context van de steun aan een vredesproces in Libië.
De EU heeft de financiering en training van de kustwacht op zich genomen. Veel leden daarvan zijn ‘hervormde’ milities, die niet bepaald doordrongen zijn van mensenrechten en ook niet afkerig zijn van omkoperij. Ze heeft miljoenen gepompt in anti-migratieprojecten in landen als Niger en Nigeria, waar ze ook aanzienlijke sommen heeft betaald aan smokkelaars om ze ‘om te scholen voor niet-criminele activiteiten’.
De EU heeft er te laat bij Tripoli op aangedrongen om iets te doen aan de gruwelijke omstandigheden in de kampen. Om kritiek te ondervangen heeft ze de financiering verhoogd van de VN-instanties voor migratie (IOM) en vluchtelingen (UNHCR), zodat ze kunnen proberen de situatie van migranten binnen Libië te verbeteren.
Economisch onstabiel
De ICG is ook bezorgd over wat de groep als een aanzienlijke fout in de EU-benadering ziet: ‘Het zuidwesten van Libië is de ontbrekende schakel in het actieplan van de EU, aangezien het gebied, dat de Fezzan heet, een essentiële factor is in het migratieprobleem.’ Het is de plek waar de grote meerderheid van de vluchtelingen van bezuiden de Sahara het land binnenkomt, maar dat wordt door de Unie genegeerd.
‘Libië blijft politiek stuurloos en economisch onstabiel,’ waarschuwt de ICG ook. ‘Het is de hoogste tijd voor verzoening tussen en stabilisatie van de rivaliserende facties in het land. De zwakke regering, geleid door premier Fayez al-Sarraj, loopt het risico om niet meer dan een agent te worden die door de EU of een van haar lidstaten wordt ingezet om aan te sturen op een Europese – in plaats van een Libische – agenda, zoals het beteugelen van migratie. Als er geen Libische belangen worden nagestreefd, zal deze regering binnen Libië steeds meer gewantrouwd worden.’
De beslissing om Europa’s zuidelijke open deur te sluiten, heeft ons – en ik bedoel ons allemaal – slechts met moeilijke, moreel twijfelachtige keuzen opgezadeld.
Opgericht in 1859. Stond in zijn beginjaren bekend als spreekbuis van de protestantse nationalisten, later als spreekbuis van de Unionisten en onderging nog later, na de deling van het eiland in de Ierse Vrijstaat en Noord-Ierland, nog een koersverandering; tegenwoordig geldt hij als gematigd liberaal/sociaaldemocratisch.
De afgelopen tien jaar emigreerden miljoenen Oost-Europeanen naar West-Europa. Als de trend zich voortzet dreigt een demografische ramp.
In een recente videoboodschap adviseerde de Poolse regering haar burgers om een voorbeeld te nemen aan het voortplantingsgedrag van konijnen. Op humoristische toon werden de mensen aangespoord om evenveel nakomelingen te produceren als de dieren, zich op dezelfde manier voort te planten (‘zonder stress’) en dit te doen ‘in de frisse buitenlucht’.
De kleurrijke video is niet de enige manier waarop de Poolse regering het geboortecijfer wil opkrikken. Via het programma 500Plus, het paradepaardje van premier Beata Szydlo, worden hoge toeslagen verstrekt voor het krijgen van baby’s: zo’n 117 euro per maand voor het tweede en alle volgende kinderen. ‘Kinderen zijn de beste investering in de toekomst, maar ze kosten ook geld,’ verklaarde Szydlo. Ze voegde eraan toe dat ‘ondersteuning van gezinnen een prioriteit is voor de regering’. Alleen al dit jaar is er 5 miljard euro voor dit programma uitgetrokken.
Zo blijft regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid zich inzetten voor een hoger geboortecijfer, dat zo belangrijk is voor het land. Hoewel Polen een van de meest katholieke landen is van Europa, en abortus er verboden is, is het vruchtbaarheidscijfer, met slechts 1,32 kind per vrouw, het op een na laagste van de EU. Gecombineerd met de massale emigratie van Polen – hun aantal in de rest van de EU wordt geschat op 2,5 miljoen (waarvan 1 miljoen alleen al in het VK) –, staat Polen mogelijk een demografische ramp te wachten. Volgens een studie van Eurostat zou de Poolse bevolking, als de huidige trend zich voortzet, over twee generaties afnemen van de huidige 40 miljoen tot 30 miljoen inwoners.
Ook veel andere landen zullen te maken krijgen met een vergelijkbare en vaak nog ergere demografische crisis. Warschau doet nog zijn best om een ramp af te wenden (niet alleen door het geboortecijfer te stimuleren, maar ook door de afgelopen twee jaar meer dan 1 miljoen werkvisa aan Oekraïeners af te geven), maar voor andere Oost-Europese landen is het al te laat. In Bulgarije is de bevolking afgenomen van 9 miljoen inwoners in 1990 tot 7 miljoen in 2017. De grote meerderheid van de Bulgaren die vertrokken zijn voor een beter leven, meestal in het westen van de EU, bestaat uit jongeren. Het lot van Roemenië is amper beter te noemen: van de circa 20 miljoen Roemenen zijn er 3 miljoen naar het Westen getrokken om er te gaan werken.
Grootste probleem van de EU
Voor twee Baltische staten is de situatie het meest dramatisch. In Letland zijn er nog maar twee miljoen inwoners over van de 2,5 miljoen in 1990. De verhouding Letten/Russen in Letland is vrijwel ongewijzigd, omdat de Russen in Letland ook emigreren. In Litouwen is het aantal inwoners gedaald van 3,7 miljoen naar 3,3 miljoen. ‘Zeventig procent van de mensen die naar het buitenland vertrekken, heeft een opleidingsniveau dat hoger is dan het secundair onderwijs en bijna twee derde is jonger dan dertig jaar,’ aldus Audra Sipaviciene, Litouws migratiedeskundige.
‘Deze grote trek van het Oosten naar het Westen en de ontvolking in de nieuwe lidstaten is misschien wel het grootste probleem waar de EU mee kampt, belangrijker nog dan de illegale immigratie,’ verklaart een hoge Tsjechische diplomaat. ‘Het is trouwens misschien wel de reden waarom het Verenigd Koninkrijk de Unie verlaat. Een paradoxaal besluit voor een lidstaat die als eerste zijn grenzen opende voor de massale immigratie uit de nieuwe lidstaten.’
In 2030 zal de EU de oudste bevolking ter wereld hebben, met een gemiddelde leeftijd van 45 jaar, tegenover 33 jaar wereldwijd. Volgens Brussel zal de situatie in landen als Letland en Bulgarije ‘bijzonder dramatisch’ zijn. De Tsjechische Republiek vormt een uitzondering. De bevolking neemt naar verwachting niet af omdat de economische emigratie er minimaal is.
Belangrijkste informatieve dagblad van het land. Het blad is voortgekomen uit het officiële orgaan van de Jonge Socialisten, ‘Jong Front’, heeft een kleine revolutie doorgemaakt (dnes betekent ‘vandaag’) en pretendeert een onafhankelijke en democratische krant te zijn en een ‘luis in de pels’.
De Pool Ryszard Florek is de op een na grootste dakramenfabrikant ter wereld. Al jaren voert hij een verbitterde strijd met de Deense marktleider Velux over oneerlijke concurrentie. Dat Brussel hem hierin niet steunt beschouwt hij – en met hem de rest van Polen – als een groot onrecht.
Hij ging nooit meer naar Brussel, had hij boos geroepen, en er een stroom verwensingen aan toegevoegd. Zelfs het woord ‘maffia’ viel. Maar nog geen vier weken later staat Ryszard Florek opnieuw in de aankomsthal van Zaventem. Een gedrongen man, midden zestig, weinig haar, weinig nek. Zijn toch al kleine ogen staan deze morgen nog wat slaperig, hij ziet er afwisselend vermoeid en strijdvaardig uit.
Midden in de nacht is Florek thuis in het Poolse Nowy Sacz opgestaan. Zijn vrouw heeft twee boterhammen voor hem gesmeerd, daarna is hij in anderhalf uur met de auto naar Krakau gereden, daarvandaan naar Frankrijk gevlogen en uiteindelijk naar Brussel. Veel moeite, alleen maar om een vrouw te ontmoeten over wie hij zegt: ‘Ik vertrouw haar niet.’
Ergens moeite voor moeten doen heeft hem nooit afgeschrikt, Florek is een man van de lange termijn. En had hij echt kunnen weigeren toen de EU-commissaris voor Mededinging hem voor een gesprek uitgenodigde? Margrethe Vestager is een van de machtigste vrouwen van de EU, en Florek heeft haar nodig. Of hij haar nu wel of niet vertrouwt. Daarom heeft hij zijn eerdere voornemen laten varen en is hij weer naar Brussel gekomen. De afgelopen jaren was hij hier al vier keer. ‘Dit is echt de laatste keer,’ zegt hij bezwerend.
Oneerlijke concurrentie
Florek is ondernemer. In het zuiden van Polen heeft hij een fabriek voor dakramen, Fakro, met 3400 werknemers de op een na grootste dakramenfabriek ter wereld. Na Velux, veruit de grootste speler op deze kleine, zeer gespecialiseerde markt. Al jaren voeren Fakro en Velux een verbitterde strijd. Om marktaandeel, winst, oneerlijke concurrentie, mogelijk om spionage.
En niet in de laatste plaats gaat het over Europese cohesie. Want Fakro is een paradepaardje uit de nieuwe EU-landen, terwijl Velux uit het oude deel van de EU komt. De groep behoort tot de Deense VKR-holding, haar hoofdkantoor staat in Hørsholm, ten noorden van Kopenhagen. Het gevecht tussen de twee ondernemingen laat zien hoe snel de oude kloof tussen Oost en West weer kan opensplijten. Het verklaart ook waarom de huidige Poolse regering zo’n succes heeft met haar agressieve anti-Europese stemmingmakerij.
Florek verwijt zijn concurrent dat deze misbruik maakt van zijn dominante positie en oneerlijke methodes gebruikt om Fakro te bestrijden. Daarom heeft hij vijf jaar geleden bij de EU een klacht ingediend vanwege oneerlijke concurrentie. Zijn hoop was dat de EU hem zou bijspringen en voor gerechtigheid zou zorgen, en dat ze hem zou compenseren voor de ongelijkheid tussen de opkomende onderneming uit het Oosten en de dominante reus uit het Westen. Maar de Commissie heeft nog steeds niets besloten, en hoe langer het onderzoek duurt, des te bozer Florek wordt – op Velux, zijn nare concurrent, op de EU, en op Margrethe Vestager, de commissaris voor Mededinging die hij vandaag voor het eerst ontmoet.
Ryszard Florek komt uit Tymbark, een klein plaatsje in het zuiden van Polen, niet ver van de Slowaakse grens. Zijn vader was meubelmaker, zijn ouders hadden daarnaast een kleine boerderij. Dat was mogelijk omdat de communisten hier, ver van Warschau, oogluikend toestonden dat de mensen privé grond bezaten. Enthousiast vertelt Florek hoe hij als kind op het land van zijn tante appels ging plukken, die in kisten verpakte en daarna verkocht: ‘Mijn eerste onderneming!’ Na de val van het communisme heeft de regio enkele zeer succesvolle middelgrote bedrijven voortgebracht: een ijsfabriek, een vleesfabrikant, een specialist in garagedeuren. En natuurlijk Florek, de dakramenkoning. Je moet je deze streek een beetje voorstellen als Baden-Württemberg: een broedplaats van zelfbewuste middenstanders. ‘De mensen werken hier harder dan elders,’ zegt Florek.
Buitenlandse investeerders daarentegen hebben zich hier tot nu toe nauwelijks laten zien. Het landschap is prachtig, maar Nowy Sacz en Tymbark zijn nog altijd moeilijk te bereiken. Traag slingert de weg zich door het heuvelachtige land dat aan de Karpaten grenst; het maanzaad bloeit, appels hangen te rijpen. Overal langs de weg staan kerken en kruisen. Politiek is de streek stevig op de hand van regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS). De enige ondernemingen uit het Westen die de weg hiernaartoe hebben gevonden, zegt Frolek, zuigen geld weg in plaats van te investeren: ‘Lidl en [de Duitse drogisterijketen] Rossmann helpen niet om de economie te ontwikkelen, ze romen haar alleen af.’ Recht tegenover zijn fabriek heeft de Duitse supermarkt een filiaal geopend.
Het bedrijfsterrein ligt aan de rand van Nowy Sacz. Ter ere van de komst van de Duitse verslaggever heeft Florek de zwart-rood-gouden vlag laten hijsen. In de entreehal staat op een witte, marmeren sokkel een gouden plaquette met de Poolse adelaar, een onderscheiding van de president. Florek vertelt: in 1977 mocht hij voor het eerst naar het Westen, hij was toen voorzitter van de academische sportbond aan de Technische Universiteit van Krakau. Een vriend zorgde voor een stage in Hannover. Daar zag de aankomend ingenieur dat wat zijn verdere leven zou bepalen: dakramen. Die waren tot dan toe in het Oosten onbekend, het communisme stopte de daken dicht met karton. Terug in Polen richtte Florek zijn eerste bedrijf op, een meubelfabriek, maximaal tien werknemers mocht hij aanstellen. Machines haalde hij uit Duitsland: een niet meer gebruikte kegelsnijder, een vierzijdige schaafmachine. Investeringen voor een toekomst die snel zou beginnen.
Het begrip wereldmarkt moet je met een korreltje zout nemen, want lang niet elk klimaat en type woning is geschikt voor dakramen. Meer dan de helft wordt in Duitsland en Frankrijk verkocht
In 1990, na de val van het IJzeren Gordijn, was Floreks grote moment aangebroken. Hij was 38, een man in zijn beste jaren, hij had ervaring en was ambitieus. Met open armen begroette hij de nieuwe, aanvankelijk ongebreidelde vrijheid: ‘In die tijd was alles toegestaan wat niet verboden was.’ In zijn garage ontwikkelde Florek het eerste dakraam. Samen met een partner richtte hij Fakro op. Zijn vrouw deed de boekhouding. Al snel waren de garage en de oude meubelmakerij te klein. Florek kocht het huidige terrein aan de rand van stad. De verkoopcijfers gingen snel omhoog, de inhaalvraag in Oost-Europa was groot. En stap voor stap waagde Fakro zich ook in het Westen. In 1997 produceerde hij voor het eerst meer dan honderdduizend dakramen.
Ryszard Florek is een van degenen die in Oost-Europa bleven maar het kapitalisme snel omarmden. Ongetwijfeld een van de ‘winnaars van de Wende’ – tot Velux op het toneel verscheen.
Eerlijk gezegd bestond Velux allang. De Deense ingenieur Villum Kann Rasmussen was er in 1941 in geslaagd iets te doen waarvan veel ondernemers alleen maar konden dromen: hij had een product uitgevonden en korte tijd later een bedrijf opgericht, waarvan de naam voortaan identiek was met het product. Dakramen en Velux zijn voor veel mensen hetzelfde. Al even sterk is de positie van het bedrijf. De Europese Commissie gaat ervan uit dat de Denen met hun dakramen in 2012 een wereldmarktaandeel van 72 procent hadden. Velux heeft zeventien fabrieken in negen landen, wereldwijd heeft de VKR-holding meer dan 14.000 werknemers. Het begrip wereldmarkt moet je overigens met een korreltje zout nemen, want lang niet elk klimaat en type woning is geschikt voor dakramen. Meer dan de helft wordt in Duitsland en Frankrijk verkocht.
De markt in Oost-Europa was nog niet open, of Velux breidde uit naar Polen. In 1990 openden de Denen een kantoortje in Warschau. Toen Fakro net begon, was de westerse concurrent al aanwezig. In 1993, zegt Florek, attaqueerde Velux voor de eerste keer: de wereldmarktleider verlaagde de prijs van zijn standaardramen met 30 procent. De Poolse markt was voor Velux bijzaak, maar voor Fakro van levensbelang. ‘Dat was de eerste slag,’ zegt Florek. ‘Toen begreep ik dat het niet makkelijk zou worden en dat we zelf moesten groeien.’ Een paar jaar later kwam de tweede slag: Velux verplaatste een groot deel van zijn productie naar Polen. Voor Florek stond dit gelijk aan een oorlogsverklaring, maar voor de managers in Hørsholm was het een voor de hand liggend besluit: de productiekosten, vooral de lonen, waren in Oost-Europa een fractie van die in het Westen. Tel daarbij op dat Polen over enorme bossen beschikt. Polen beschikte dus niet alleen over goedkope arbeidskracht, maar ook over een massa grondstoffen.
Het Westen dat het Oosten uitbuit: een verhaal dat in de Midden- en Oost-Europese landen tot op de dag van vandaag veel weerklank vindt en ook door de regering in Warschau graag wordt gebruikt. Die zou een deel van de economie het liefst ‘herpoloniseren’. Daarom heeft ze de op een na grootste bank van het land, een dochter van Unicredit, genationaliseerd. En ze heeft een ‘supermarktbelasting’ ingevoerd die uitsluitend op grote, buitenlandse detailhandelsketens is gericht. ‘We zijn niet principieel tegen buitenlandse investeringen. Maar kapitaal heeft altijd een paspoort,’ is de onderbouwing van Piotr Glinski, plaatsvervangend minister-president, voor het wantrouwen in buitenlandse beleggers en de poging van zijn regering om binnenlandse ondernemingen te beschermen. Aan de extra belasting voor zeer grote supermarkten heeft de EU-commissaris voorlopig een einde gemaakt.
Velux heeft zich door deze vaderlandslievende koers niet laten afschrikken. Het Deense concern heeft nu vier productievestigingen in Polen, bijna uitsluitend voor de export. Daar, op de markt in Frankrijk, Duitsland en Rusland, wordt geconcurreerd. Van de oorspronkelijk bijna 25 fabrikanten van dakramen zijn er nog maar een handvol over. Velux heeft ook zijn bedrijf willen kopen, vertelt Florek, dat was in 1999. Maar de Pool wees dat af. Daarop is de strijd geëscaleerd.
David en Goliath
In dit debat beschouwt Florek zichzelf als de Poolse David die tegen de Deense Goliath vecht. Maar in plaats van zijn slinger te gebruiken, vertrouwde Florek op de belofte die de EU voor zijn land betekende: bindende regels en gelijke rechten voor toegang tot de interne Europese markt. In zijn ogen beschikt de EU over een geweldige macht. Inderdaad wordt de mededingingsautoriteit in Brussel over de hele wereld gevreesd, en Margrethe Vestager, de EU-commissaris, heeft daar haar aandeel in geleverd door de Amerikaanse internetgigant Google onlangs tot een recordboete van 2,2 miljard euro te veroordelen. Want tot de regels voor de binnenlandse markt hoort een apart hoofdstuk. ‘Ondernemingen die de markt beheersen’ mogen hun positie niet misbruiken, bijvoorbeeld door kleine ondernemingen met dumpprijzen uit de markt te drukken. Maar de mededingingsautoriteit moet wel kunnen bewijzen dat het om misbruik gaat: lage prijzen zijn niet per definitie verboden.
Tien jaar geleden heeft de Europese Commissie de klachten tegen Velux voor het eerst onderzocht. Ze zag er toen, bij gebrek aan bewijs, van af om in te grijpen. Maar Florek is niet iemand die snel opgeeft en makkelijk grenzen accepteert. Het terrein waarop hij in de loop der tijd zijn bedrijf heeft opgebouwd ligt langs een spoorlijn, een lastig obstakel. Desondanks heeft Florek verder gebouwd: een tunnel van honderd meter lang en vijf meter breed verbindt het oude en het nieuwe fabrieksterrein. Volgens Florek is het ‘de eerste privétunnel van het land’.
Zomer 2102 begint hij opnieuw en dient bij Brussel een tweede mededingingsklacht in. De opsomming van de vergrijpen die Florek zijn concurrent ten laste legt, is lang. Velux zou in het geheim prijsafspraken hebben gemaakt met de vakhandel. Door ontoelaatbare exclusiviteitsafspraken werden bouwmarkten en dakdekkersbedrijven gedwongen om geen Fakro-ramen meer in te zetten. Met een goedkoop merk, Rooflite, heeft Velux zogenaamd geconcurreerd, maar alleen om Fakro uit de markt te drukken. En helemaal bizar: om zijn Poolse concurrent in diskrediet te brengen zou Velux deze goedkope ramen hebben voorzien van een warrige, onbegrijpelijke montagehandleiding in het Pools. ‘De dakdekkers moesten denken: Poolse rotzooi!’ zegt Florek boos.
Fabro-fabriek in Polen. – Fabro
Florek en zijn juristen hebben 184 gevallen van misbruik verzameld, het originele klaagschrift telt 300 pagina’s. De bijlagen beslaan nog eens 1100 pagina’s: documenten, cijferreeksen, getuigenverklaringen. Een voormalig werknemer van Velux verklaart bij notariële akte dat hij nog nooit voor een bedrijf heeft gewerkt dat zo tegen concurrenten te werk ging als Velux. Op de afleveringsbon voor een bouwmarkt staat: ‘Om te voorkomen dat Fakro-ramen worden gebruikt, bieden wij u Velux-ramen aan, waarbij we het prijsverschil door middel van een creditnota zullen vergoeden.’ Naar de mening van Florek zijn de bewijzen eenduidig en zijn de vergrijpen tegen het mededingingsrecht openlijk zichtbaar. De Commissie kan zo beslissen. Maar de Commissie beslist niet. Ze onderzoekt.
Dus doet Fakro er nog een schepje bovenop, stuurt meer documenten, nog meer bewijs. Drie juristen van de onderneming en een advocatenkantoor in Krakau houden zich ermee bezig. Ook huurt Florek een Duitse advocaat in. Wellicht, hoopt hij, worden Duitsers in Brussel serieuzer genomen dan Polen. Bovendien hopen de rechtsgedingen tussen de firma’s zich op. Inbreuken op patenten, merkenrecht, voorlopige beschikkingen: meestal is de Deense onderneming de klagende partij. Advocaten van Fakro vergaderen met experts van de Europese Commissie, en in juli 2013 gaat Florek voor het eerst zelf naar België. ‘Wat moeten we doen als Brussel niet naar ons luistert?’
In de eerste jaren na de toetreding van Polen tot de EU stijgt de omzet van Fakro nog, maar sinds enige tijd stagneert de verkoop van dakramen. In Duitsland, een van de belangrijkste afzetmarkten, zit het Poolse bedrijf al jaren in de rode cijfers. Florek zegt: ‘We zouden zo tweeduizend nieuwe mensen kunnen aannemen, als Velux ons niet zo tegenwerkte.’ Behalve dakramen produceert Fakro ook schuiftrappen, een markt waarop de Denen zich niet begeven.
In december 2015 krijgt Florek eindelijk een brief. ‘Betreft: zaak AT.40026 − Velux’. Afzender is Johannes Laitenberger, directeur-generaal van de Brusselse mededingingsautoriteit. In 25 kantjes legt Laitenberger ‘namens de Commissie’ uit dat de EU tot nu toe niet voldoende aanknopingspunten heeft gevonden om een zaak tegen Velux te openen. Onder verwijzing naar Europese verdragen schrijft hij dat de Commissie slechts ‘beperkte middelen’ ter beschikking heeft en daardoor niet in staat is ‘bij ieder mogelijk vergrijp tegen het Europese mededingingsrecht een onderzoek te beginnen’. Ze moet ‘prioriteiten stellen’.
De brief is een eerste waarschuwing, er ligt nog geen besluit. Maar Florek is sprakeloos. Uitgerekend de zogenaamd almachtige Commissie, die geweldige Brusselse machinerie die het tegen Google opneemt, zou niet genoeg middelen hebben om de zaak van een Poolse middenstander op te pakken? Drieënhalf jaar heeft hij zitten wachten, en nu legt een directeur-generaal hem uit dat zijn verzoek geen prioriteit heeft. De ondertoon die hij meent te horen is nog moeilijker te verdragen dan het vooruitzicht dat zijn klacht misschien wordt afgewezen. ‘Het gaat niet over onze levensstandaard, daar zorgen we zelf wel voor,’ zegt hij, ‘maar we willen gelijke kansen en gelijke rechten! We willen geen witte neger zijn!’ We, dat zijn de Midden- en Oost-Europeanen.
Afrekening
Het antwoord dat zijn advocaten opstellen lijkt op een afrekening. Ze verwijten de Commissie een ‘gebrek aan integriteit’, de Brusselse ambtenaren zouden ‘onbetrouwbaar’ handelen, ze zijn ‘onverschillig’, ‘oppervlakkig’ en ‘unfair’. De autoriteit veronachtzaamt haar taak en benadeelt kleinere bedrijven, vooral uit de nieuwe lidstaten, die juist extra bescherming nodig hebben. Want de westerse concurrentie heeft tenslotte tientallen jaren voorsprong.
Door deze reactie wordt de klacht definitief tot een politieke kwestie. En de woede van Florek verandert het gebruikelijke perspectief volledig: terwijl de Europese Commissie de regering in Warschau voorhoudt dat die de rechtstaat ontmantelt, verwijt Florek de Brusselse autoriteit juist dat die het vertrouwen in het recht ondermijnt. ‘Dit is niet de Unie die we willen. Nu hebben we alleen Kaczynski nog’. Jaroslaw Kaczynski, voorzitter van de PiS, geldt in Warschau als de sterke man. Voor de meeste mensen in de westelijke EU-landen werkt hij als een rode lap. Florek weet dat heel goed, hij provoceert opzettelijk.
Florek is geen aanhanger van de Poolse regeringspartij, hij heeft er nooit op gestemd. Maar in dit gevecht is elke ondersteuning welkom. En zijn verwijten passen prima in het verhaal dat de Poolse regering vertelt: de Europese Unie staat aan de kant van de grote concerns en de oude lidstaten. ‘Veel kleine landen hebben al moeten meemaken dat hun belangen in de EU met voeten werden getreden,’ zei Witold Waszczykowski, de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, onlangs in een interview. Florek rekent voor dat het grootste deel van de winst en de waarde-creatie die Velux met zijn dakramen uit Polen realiseert, naar Denemarken gaat.
Om zijn verwijten tegen de Europese Commissie te onderbouwen heeft Florek een onderzoek laten uitvoeren. Het heeft als titel: ‘(On)eerlijke concurrentie: Worden bepaalde landen door het Europese mededingingsrecht bevoordeeld?’ Een Poolse denktank heeft de mededingingszaken van de afgelopen jaren geanalyseerd en komt tot een verrassende conclusie. Sinds de toetreding van de Midden- en Oost-Europese landen heeft de Brusselse beschermer van de vrije concurrentie ‘nooit de kant van een onderneming uit de nieuwe lidstaten gekozen’, als die een klacht had ingediend tegen een onderneming uit de oude EU. In maart, bij zijn tot nu toe laatste bezoek aan Brussel, heeft Florek het rapport overhandigd. Naast hem zat Ryszard Legutko, Europarlementariër voor de PiS. ‘Het is bedroevend en schokkend dat ondernemingen uit het zogenaamde nieuwe Europa niet op gelijke behandeling kunnen rekenen,’ zei Legutko. Fakro is er een ‘stuitend voorbeeld’ van.
In Brussel worden de verwijten beslist van hand de gewezen. ‘Een van de fundamentele principes van ons onderzoek is onpartijdigheid,’ zegt Margrethe Vestager. Dat betekent ‘dat we alle ondernemingen gelijk behandelen, of ze nu Europees zijn of uit het buitenland komen, of ze uit het oosten, het westen, het noorden of het zuiden van Europa komen.’ Nooit, en dat is heel belangrijk voor haar, heeft de Commissie zich aan de zijde van een onderneming geschaard, zoals in de studie wordt geformuleerd. ‘Wij staan aan de kant van de feiten en van de wet, en aan die van de Europese consument.’ Inderdaad is het onderzoek dat Florek in Brussel presenteerde slechts gebaseerd op een klein aantal gevallen. Er zijn sinds 2006 slechts vier zaken door de Commissie onderzocht waarbij een onderneming uit Oost-Europa een West-Europese onderneming verweet dat ze misbruik maakte van haar dominante marktpositie.
‘We betalen lokale belastingen, we geven meer dan vierduizend mensen werk, we investeren en we ontwikkelen een keten van toeleveranciers. Dat is allemaal pure meerwaarde’
Niet ver van het vliegveld van Warschau, gemakkelijk bereikbaar voor zakenreizigers, ligt The Park: zes splinternieuwe kantoorgebouwen, veel glas, veel grind, met praktische hokjes voor rokers ertussenin. Carlsberg, Goodyear, IBM, het internationale kapitaal dat in Polen opereert heeft hier zijn bruggenhoofd. In een van de gebouwen op de eerste verdieping bevindt zich het bureau van Jacek Siwinski. Sinds vier jaar is hij directeur van Velux Polen; daarvoor heeft hij lang voor een Duitse firma gewerkt.
Siwinski vraagt begrip voor het feit dat hij niet in detail op de beschuldigingen van Fakro kan ingaan. Het enige wat hij erover kwijt wil, is dit: ‘Alles waarvan Fakro ons beticht is ongegrond en niet gebaseerd op feiten.’ Siwinski weet ook dat daarmee niet alles gezegd is. Nu Floreks verwijten in steeds bredere kring aandacht trekken − zelfs de plaatsvervangend minister-president heeft zich erover uitgesproken − dreigt de Deense onderneming in Polen imagoschade te lijden. Ook Velux heeft daarom onderzoek laten doen, eveneens door een Pools instituut. In vijftig pagina’s worden het belang van de onderneming en het nut van buitenlandse investeerders voor de Poolse economie beschreven.
We lezen het volgende. In de afgelopen vijf jaar heeft Velux in Polen 138 miljoen euro geïnvesteerd. Op de vier vestigingen werken intussen meer dan vierduizend werknemers, en zelfs het management bestaat vrijwel uitsluitend uit Polen. Daarmee werken er meer Polen bij Velux dan bij Fakro. Tot de eigenaardige aspecten van dit debat hoort dat in zekere zin Polen tegen Polen worden opgezet. Kostenefficiency was bij het besluit over de vestigingsplaats ook belangrijk, geeft directeur Siwinski toe, ‘maar inmiddels gaat het veel meer over kwaliteit’. Poolse arbeiders zijn goed opgeleid, het Poolse hout is uitstekend.
Klopt het, zoals Florek beweert, dat de belasting en de winst vooral naar Denemarken vloeien? ‘Wij doen hetzelfde als lokale ondernemingen,’ antwoordt Siwinski. ‘We betalen lokale belastingen, we geven meer dan vierduizend mensen werk, we investeren en we ontwikkelen een keten van toeleveranciers. Dat is allemaal pure meerwaarde.’ Waar en hoeveel belasting Velux betaalt, verklapt hij niet.
Maar een woordvoerder van de onderneming uit Hørsholm stuurt ongevraagd twee artikelen op uit een Deense krant, in Engelse vertaling. De Deense politie heeft een onderzoek ingesteld naar een voormalig medewerker van Velux op verdenking van industriële spionage, zo luidt het bericht. Via een Duitse tussenpersoon zou hij Fakro documenten met inside-informatie hebben aangeboden. Florek bevestigt dat hij inderdaad met de tussenpersoon heeft gebeld, maar zegt dat hij nooit documenten heeft ontvangen. Ook de Deense onderzoekers hebben zich nog niet bij hem gemeld. Hij vermoedt ‘een nieuwe provocatie van Velux. Die Denen zijn rovers.’
Voor het hoofdkantoor van de Europese Commissie in Brussel wapperen 28 EU-vlaggen, een voor elke lidstaat. Een obelisk herinnert aan Robert Schuman, de ‘voorvechter van het verenigde Europa’. Ryszard Florek draagt een grijze aktetas; voor het gesprek met Margrethe Vestager wordt hij begeleid door drie juristen en een voormalig parlementslid dat nu voor Poolse firma’s lobbyt. De commissaris moet beslissen: ofwel haar autoriteit begint formeel een zaak tegen Velux, maar dan moeten de ambtenaren wel tamelijk zeker zijn van hun zaak, of ze wijst Floreks klacht af en speelt zodoende de EU-kritische krachten in Polen in de kaart. Dat Vestager zelf uit Denemarken komt en daardoor vooringenomen kan zijn, maakt de zaak er niet eenvoudiger op.
Onrecht
Mededingingszaken worden in Brussel uiterst discreet behandeld zolang er nog geen besluit is genomen. Florek ontmoet de commissaris op de tiende verdieping van het hoofdkantoor van het commissariaat, waar ze kantoor houdt. Een van de Poolse juristen moet tijdens het gesprek tolken, want Florek spreekt wel vloeiend Duits maar geen Engels. De commissaris en twee medewerkers zitten tegenover de Fakro-delegatie.
Van tevoren heeft Florek aantekeningen gemaakt. Hij wil de commissaris nog eens de situatie van zijn bedrijf schetsen, maar hij wil vooral vertellen wat hij verwacht – van Europa, van de mededingingsautoriteit, van Vestager. Tot slot wil hij de bedrijfsresultaten van Fakro in Duitsland laten zien, die steeds slechter zijn geworden omdat Velux, naar zijn idee, unfair te werk gaat. ‘Wat moet ik doen?’ wil hij haar tot slot vragen. Maar de commissaris heeft een ander doel. Zij moet Florek erop voorbereiden dat ze hem mogelijkerwijs moet teleurstellen.
De mededingingsautoriteit van de EU mag dan veel macht hebben, er werken maar achthonderd mensen. Dat is niet veel als je de grootste economie ter wereld wilt reguleren. De ambtenaren in Brussel moeten fusies controleren, staatshulp toetsen, het mededingingsrecht handhaven. Alleen al het [Duitse] Bundeskartellamt heeft 375 medewerkers, bijna de helft van dat in de EU, voor die paar nationale zaken. Het almachtige Brussel lijkt alleen van veraf een reus: hoe dichterbij je komt, hoe kleiner hij wordt. De Commissie moet daarom voor ieder individueel geval de afweging maken: hoe waarschijnlijk is het dat een onderneming heeft gezondigd tegen het mededingingsrecht? En, wat vaak over het hoofd wordt gezien: hoe waarschijnlijk is het dat dat vergrijp ook bewezen kan worden? ‘De Commissie moet haar zaken zo goed onderbouwen dat ze de toetsing door de rechters van de EU kan doorstaan,’ zegt Vestager nadrukkelijk.
Aan de ene kant de emoties en belangen van een hartstochtelijk ondernemer, aan de andere kant de koele – vaak al te koele – ratio van de Brusselse autoriteit. In het kantoor van de commissaris stuiten die twee vanmiddag op elkaar. In Vestagers visie zou er al veel gewonnen zijn als Florek een beetje tot bedaren kon worden gebracht. En als hij ermee zou willen stoppen de EU in Polen als maffia te blijven aanduiden, zelfs als de Commissie uiteindelijk niet in zijn voordeel beschikt. Het gesprek duurt bijna twee uur, veel langer dan verwacht. Ongebruikelijk weinig spraakzaam haast Florek zich na afloop naar Zaventem. Heeft hij gelijk gekregen? Is de man uit Polen groot onrecht aangedaan? Of heeft hij zich vergaloppeerd?
Ongetwijfeld speelt Velux het keihard. Of de Denen in strijd handelen met de regels voor de binnenlandse markt is voor een buitenstaander nauwelijks te zien. Maar de verwijten van Florek gaan veel verder dan hetgeen waarvoor Vestager verantwoordelijk is. De economische achterstand die de ‘nieuwe’ landen dertien jaar na hun intrede in de EU nog steeds hebben, kan ook door het mededingingsrecht niet worden opgeheven. Maar de strijd van Florek weerspiegelt een stemming die overal in Midden- en Oost-Europa heerst: het gevoel tweederangs Europeanen te zijn. Zijn aanklacht is niet alleen van belang voor Fakro, zegt Florek: ‘Heel Oost-Europa wacht op het resultaat.’
De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.
De Tsjechisch-Japanse politicus Tomio Okamura, een nationalist en verklaard tegenstander van de EU en immigratie, was een verrassende winnaar bij de parlementsverkiezingen in oktober. Wie is hij?
Hij wilde president worden van de Tsjechische Republiek. Hij wil de radio en de televisie nationaliseren. Hij wil directe democratie en accepteert niet dat iemand hem de mond snoert. Hij heeft een bloedhekel aan de media maar verschijnt er veelvuldig in. Hij is half-Japans en half-Tsjechisch, wijst de islam radicaal af en is tegen iedere vorm van immigratie.
Hij is voorzitter van de partij Vrijheid en Directe Democratie (SPD), die hij oprichtte nadat hij uit de Dageraad-partij was gezet, die hij eveneens had opgericht. Tomio Okamura en zijn SPD zorgden voor een verrassing bij de parlementsverkiezingen in oktober door de op drie na grootste partij te worden (10,64 procent van de stemmen, 22 zetels). Dit resultaat verschaft Okamura een machtspositie aangezien Andrej Babis, met 29 procent van de stemmen de winnaar van de verkiezingen, hem nodig heeft voor een toekomstige coalitieregering.
Okamura werkte in Japan als vuilnisman. Dankzij hard werken werd hij later miljonair in Tsjechië, het land waar hij naar eigen zeggen nog steeds last heeft van racistische pesterijen. Hij werd in 1972 geboren in Tokio als zoon van een Tsjechische moeder en een Japanse vader, als jongste van drie zonen. Na zijn kindertijd voornamelijk te hebben doorgebracht in Japan, maakte hij zijn lagere school af in Tsjecho-Slowakije. Toen zijn moeder ziek werd, bracht hij met een van zijn broertjes enige tijd door in een weeshuis. Hij vertelt dat hij er werd gepest, wat een verklaring zou kunnen zijn voor het gestotter waar hij tot zijn tweeëntwintigste last van had.
Okamura volgde een middelbare chemieopleiding alvorens op zijn achttiende terug te keren naar Japan, waar hij niet verder ging studeren. Hij kon in het land van zijn vader alleen een baan vinden als vuilnisman, en vervolgens als popcornverkoper in een bioscoop. Omdat hij zich naar eigen zeggen gediscrimineerd voelde en geen toekomst zag in Japan, vertrok hij opnieuw naar Tsjechië.
Bedwelmd door succes
Daar stort hij zich met succes in het toerisme en begint zijn eigen reisbureau, dat zich voornamelijk richt op Japanse toeristen. Hij is mede-eigenaar van winkels met Japanse producten en een softwarebedrijfje, en wordt ook actief in het restaurantwezen. In 2012 maakt hij gebruik van zijn contacten in de media om zich kandidaat te stellen voor de Senaatsverkiezingen. Bedwelmd door zijn succes besluit hij vervolgens deel te nemen aan de presidentsverkiezingen. Als blijkt dat hij niet genoeg handtekeningen heeft verzameld, gaat hij in beroep bij de hoogste bestuursrechter.
In 2013 richt Tomio Okamura Dageraad op, een partij voor directe democratie. Hij wordt verkozen tot partijvoorzitter en wordt gekozen in het parlement. Okamura schreef verschillende boeken waarin hij naast verhalen over zijn persoonlijke leven advies geeft over de manier waarop je een gelukkig leven kunt leiden: hoe geld te verdienen, hoe te slagen in het leven of macht te vergaren. Het eerste boek, met zijn gezicht op het omslag, heeft als titel De Tsjechische droom. Deze boeken, de auteur komt er rond voor uit, zijn geïnspireerd door de boeken van Donald Trump, voor hem liefkozend ‘Donald’.
Het bewijs dat het hem financieel voor de wind gaat, is het feit dat hij de op twee na rijkste volksvertegenwoordiger van het land is, na miljardair Andrej Babis en de aristocraat Karel Schwarzenberg. Maar het is eveneens geld dat zijn imago van integer zakenman, dat hij zorgvuldig koestert, het meest bezoedelt. Na zijn succes bij de verkiezingen van 2013 vloeiden er miljoenen kronen in de partijkas van Dageraad. Maar in diezelfde periode werd er iedere maand een bedrag van 1 miljoen Tsjechische kronen [ca. 39.000 euro] overgemaakt van de partij naar een rekening van Okamura, zogenaamd als vergoeding voor marketingactiviteiten en media-adviezen. De politicus had geen verklaring voor deze naar klassieke verduistering riekende praktijken, en werd uitgesloten van de politieke partij waar hij oprichter van was. Okamura verweerde zich en zei dat er in zijn partij een coup was gepleegd. Nadat het schandaal enkele maanden had geduurd, trad Okamura zich terug en verliet hij de partij die geen toekomst meer had en die financieel onherstelbaar beschadigd was. De kwestie is des te pijnlijker omdat een van de campagneslogans van de partij bij de laatste verkiezingen nu juist was dat politiek leiders hoofdelijk aansprakelijk moeten worden gesteld, zowel materieel als strafrechtelijk.
Twee jaar geleden richtte Okamura, met de retoriek van de man die door zijn naasten was verraden maar toch onverdroten beleef vechten voor een betere toekomst voor alle eerlijke Tsjechen, de partij Vrijheid en Directe Democratie op. Hij bouwde zijn campagne op door zich te presenteren als de model-Tsjech die zijn land verdedigt tegen migranten en tuig. Tot grote verrassing van de meeste mensen kwamen Okamura en zijn horde heethoofden, die zich vooral onderscheiden doordat ze schaamteloos absurde uitspraken doen zonder dat ze in staat zijn tot enige vorm van zelfkritiek, in het parlement terecht.
De belangrijkste thema’s van Okamura zijn patriottisme, nationale trots, directe democratie (Okamura laat zich lovend uit over een ‘regering van iedereen’ en over het communisme als een idee dat door ‘de mensen’ is gecorrumpeerd), aanscherping van de immigratiewetten en zero tolerance ten aanzien van groepen die zich zogenaamd niet aanpassen. Als euroscepticus stelt hij de natiestaat voorop en gaat hij prat op zijn ideologische verwantschap met Marine Le Pen.
Als iemand anders zijn woorden tegen hem gebruikt, smelten de waarden waar hij zich op zegt te beroepen – moed, persoonlijke motivatie, je aan je woord houden – plotseling als sneeuw voor de zon
Okamura verdedigt graag het beginsel van gelijke rechten. Hij legt de nadruk op ‘gewone’ mensen – waar hij zelf bij zegt te horen – die altijd aan het kortste eind trekken, met name ten opzichte van alle minderheden. Van succesvolle miljonair wordt hij plotseling een ‘kleine’, ‘gewone’ en ‘eerlijke’ Tsjech.
Maar als iemand anders zijn woorden tegen hem gebruikt, smelten de waarden waar hij zich op zegt te beroepen – moed, persoonlijke motivatie, je aan je woord houden – plotseling als sneeuw voor de zon. Dan dient hij een aanklacht in. Zo klaagde hij vijf jaar geleden een journaliste, die alleen had gewezen op een verklaring waarin hij stelde dat hij ‘op zoek was naar de definitieve oplossing van het Roma-probleem’, aan wegens smaad.
Okamura aarzelt ook niet om zijn eigen familie, die niet erg te spreken is over zijn opvattingen, aan te pakken. Hij wil niets weten van zijn oudere broer Hayato, die heeft aangegeven dat hij de familie wil zuiveren van de naam van Tomio en die zich kandidaat heeft gesteld voor de christen-democratische partij. Tegelijkertijd zegt Okamura dat er niets boven familie gaat. Tijdens de bekendmaking van de resultaten van de jongste verkiezingen dwong hij zijn zoon voor de camera’s naast hem te komen staan. De jongeman, student aan de filmacademie, distantieerde zich echter meteen van zijn vader en diens ideeën.
Tomio Okamura heeft het vaak over familie. De ondersteuning van het traditionele gezin en ‘eerlijke mensen’ maakt deel uit van het programma van de SPD. Maar wat deze woorden betekenen weet alleen Okamura zelf. Hij gedraagt zich al sinds jaar en dag als een playboy die geen haast heeft een gezin te stichten, en omringt zich het liefst met meisjes die een flink stuk jonger zijn dan hij. Momenteel stoomt hij zich klaar voor de rol waarvan hij al jaren droomt: die van politicus waar je rekening mee moet houden. Of hij er nu wel of niet in slaagt de aandacht van het publiek op zich te vestigen, u kunt er zeker van zijn dat hij, als het weer mislukt, zal zeggen dat het komt door onze racistische vooroordelen.
Auteur: Adéla Knapová
Vertaler: Dirk Zijlstra
Gedoodverfd premier Babis: steenrijk en omstreden
Andrej Babis (63), met zijn partij ANO de grote winnaar van de Tsjechische parlementsverkiezingen van oktober 2017 en daarmee de gedoodverfde nieuwe regeringsleider, is niet geheel onomstreden. Tegen deze voormalig minister van Financiën lopen diverse onderzoeken wegens malversaties. Bovendien doen hardnekkige geruchten de ronde dat hij tijdens het communistische bewind een informant was van de Tsjechische geheime dienst StB en tevens medewerker van de Russische KGB.
De naam van de partij die Babis in 2011 oprichtte, Ontevreden Burgers in Actie, dekt de lading perfect. Het succes ervan stoelt op de recente golf van populisme in Oost-Europa. Zo ontevreden zal Babis overigens zelf niet zijn: zijn vermogen wordt door Forbes geraamd op 4,1 miljard dollar. Hij wordt weliswaar onveranderlijk ‘de Tsjechische Donald Trump’ genoemd, maar de Amerikaanse president loopt nog altijd een miljard bij hem achter.
Babis is overigens geen Tsjech: hij werd in de Slowaakse hoofdstad Bratislava geboren uit Slowaakse ouders, maar hij studeerde economie in Praag. Hij was jarenlang ook braaf lid van de communistische partij in zijn geboorteland en schopte het tot een van de leidende figuren van het staatsconglomeraat Petrimex. In 1993, na de val van het communistische bewind en de ‘fluwelen scheiding’ tussen Tsjechië en Slowakije, kwam hij aan het hoofd te staan van Agrofert, de landbouwtak van Petrimex. Later bleek het bedrijf ineens op zijn naam te staan. Agrofert is de op drie na grootste onderneming van Tsjechië. Babis heeft er ook zijn recente aankopen in ondergebracht: de belangrijkste uitgeverij van het land en twee kranten.
Eind oktober sprak de Kroatische premier Andrej Plenkovic de wens uit dat zijn land binnen zeven à acht jaar zal toetreden tot de gemeenschappelijke Europese munt. Maar niet alle Kroaten zitten daarop te wachten.
JA
Eindelijk, we mogen beginnen met de procedure voor deelname aan de euro. Dat is goed nieuws voor Kroatië, misschien wel het beste nieuws sinds de toetreding tot de Europese Unie. Het is vooral dankzij de Europese Unie en de NAVO dat er nog iets van orde heerst in ons land. Sommigen maken zich zorgen over het verlies van onze monetaire soevereiniteit, maar dat is niet nodig. Degenen die zo trots met de Kroatische vlag zwaaien, zijn juist degenen die ons land hebben verkwanseld.
Alles wat maar enige waarde bezat, van telefoonmaatschappijen tot de olie-industrie, is al verkocht aan de Duitsers, Hongaren en anderen. Welke waarde heeft een nationale munt nog van een land dat in de uitverkoop is gedaan?
Laten we het liever hebben over de voordelen die de invoering van de euro kan brengen. De kosten van valutatransacties behoren voortaan tot het verleden. Exporterende bedrijven hoeven zich geen zorgen meer te maken over wisselkoersen, want alle prijzen zullen voortaan in euro’s worden berekend. Als je wilt exporteren kun je je gang gaan: van schommelende wisselkoersen heb je geen last meer!
‘De invoering van de euro zal ons verder helpen integreren in de Europese familie waar we bij horen’
Ook kunnen we onze prijzen en salarissen beter vergelijken met die in andere landen. Iedereen kan nagaan wat iets kost in een Kroatische winkel, in een Sloveense, of online, en dan de voordeligste keuze maken. Natuurlijk zullen winkeliers klagen, maar ze hoeven alleen maar hun prijzen aan te passen aan de Duitse, of de regering te vragen om de btw en andere belastingen te verlagen… Het afschaffen van de kuna lost ook allerlei problemen in de bankensector op: er zal nog maar één soort banktegoeden bestaan, in euro’s. Misschien kunnen we dan ook eens informeren waarom Kroatische banken drie keer zoveel rente berekenen als Duitse. En tot slot zal de invoering van de euro een zegen zijn voor onze belangrijkste economische sector, het toerisme.
Kroatië is allang grotendeels ‘geëuroïseerd’: banken bieden eurorekeningen aan, het grootste deel van de spaartegoeden is in euro’s en grote bedragen drukken we meestal in euro’s uit. Zelden hoor je iemand zeggen dat hij een tweedehands Volkswagen voor 67.000 kuna [ca. 8800 euro] heeft gekocht, of een appartement voor 9500 kuna [ca. 1250 euro] per vierkante meter. Met de invoering van de euro wordt deze gangbare praktijk om in euro’s te rekenen eindelijk officieel. Het is ons in de 27 jaar sinds Kroatië onafhankelijk werd niet gelukt een economische opleving te creëren en zo onze nationale munt te versterken. Kroatië staat voor niet geringe opgaven, maar onoverkomelijk zijn ze zeker niet. De invoering van de euro zal ons verder helpen integreren in de Europese familie waar we bij horen. Misschien zal de euro ons helpen begrijpen waarom andere Europese landen ons voorbijstreven en kunnen we onze kracht herwinnen.
Index | Zagbreb
Index is een populaire Kroatische nieuwssite die wordt gerund door oprichter Matija Babic. De site biedt nieuws over politiek, economie, sport en showbizz, en onthulde verschillende schandalen.
NEE
Nee
De regering en de centrale bank zijn een publiek debat begonnen over toetreding tot de euro. De [conservatieve] HDZ-partij ontwijkt daarbij handig de heikele kwestie van het verlies van onze monetaire soevereiniteit en presenteert de afschaffing van de nationale munt als een zaak van politieke en economische vooruitgang. De officiële lijn is dat ons land na toetreding tot de euro bij de machtigste landen in de eurozone zal gaan horen.
De eurozone bevindt zich in een crisis en elk van de eurolanden laat heel verschillende groeipercentages zien. Het gemeenschappelijke monetaire beleid pakt voor sommige landen goed uit, voor andere helemaal niet. Voor de landen die de Europese Unie hebben opgericht is dit beleid op maat gesneden, maar voor landen die zich er recenter bij aansloten betekent het een lijdensweg.
Dit roept belangrijke vragen op. Lijkt de Kroatische economie wel genoeg op die van het gemiddelde euroland? Lukt het ons land om met het huidige groeitempo binnen vier à vijf jaar een eventuele achterstand in te halen? En wat gebeurt er als Kroatië toetreedt zonder er klaar voor te zijn? Het grootste risico is nog wel dat het tot een herhaling van het Griekse scenario komt. Voor ons noch voor de andere eurolanden is het prettig als zij ons te hulp moeten schieten. De eurozone is al zo verzwakt door de Griekse crisis en door de ernstige problemen van andere eurolanden.
‘Als we nu de euro invoeren, gaan we failliet’
Momenteel is de economische groei van Kroatië een van de laagste in de Europese Unie. De bestedingen vormen de belangrijkste motor van groei in het land. Ook het bbp behoort tot de allerlaagste – alleen in Bulgarije en Roemenië ligt het nog lager. De econoom Ljubo Jurcic wees erop dat onze salarissen tot de laagste in de Europese Unie behoren, dat de werkloosheid hoog is en de productiviteit gering. ‘Dat is de reden dat Kroaten zo massaal hun land verlaten’, schrijft hij. ‘Als we nu de euro invoeren, gaan we failliet. Om dat te vermijden, zouden we drie keer zoveel moeten gaan produceren, want dat is nodig om de productiviteit in de buurt te krijgen van die van de rest van de eurozone.’
De econoom schat dat Kroatië tien jaar lang een jaarlijks groeicijfer van 7 procent moet halen om aan de voorwaarden voor deelname aan de euro te voldoen. ‘De invoering van die munt komt de rijken absoluut ten goede, ze zijn er dan ook erg voor, net als de financiële sector. Maar wat betekent het voor de toekomst van de 300.000 Kroaten van wie de bankrekening geblokkeerd is, voor de 400.000 gepensioneerden en voor al diegenen met een laag inkomen? Zij zouden er alleen maar armer op worden.’
Auteur: Aneli Dragojevic Mijatovic
Vertaler: Valentijn van Dijk
Nivo List | Rijeka
Novi List is het oudste Kroatische dagblad, met een regionale en nationale editie. De krant staat bekend om zijn uitstekende commentaren en heeft een centrum-linkse signatuur.
De Duitse historica en filosofe Ulrike Guérot weet het zeker: er moet een Europese Republiek komen. Dan is uiterlijk in 2045 het politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers verwezenlijkt.
Iedereen kraakt de Europese Unie af, niemand lijkt nog van haar te houden. Mevrouw Guérot, u gelooft stoïcijns in een vreedzaam, verenigd Europa. Legt u eens in de lengte van een tweet uit wat u wilt.
Ulrike Guérot: Eén markt, één munt, één Europese democratie, dat wil zeggen een gemeenschap van staatsburgers, waarbinnen iedere burger in Europa dezelfde rechten heeft.
U heeft begin dit jaar het boek Der neue Bürgerkrieg. Das offene Europa und seine Feinde gepubliceerd. Bent u echt van mening dat er al sprake is van burgeroorlog?
Het begrip burgeroorlog heeft mij theoretisch sterk bezig gehouden. Ik wilde in het boek laten zien dat we ons niet in een proces van renationalisatie bevinden, maar in een heel ander proces.
In wat voor proces dan?
We zetten burgers tegenover elkaar. En dat komt doordat we in de EU wel één markt en één munt hebben, maar geen democratie.
Omdat het in Europa ontbreekt aan een uniform sociaal systeem worden de burgers economisch tegen elkaar uitgespeeld. Bedoelt u dat met burgeroorlog?
Het gaat nog verder. De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben schrijft dat er burgeroorlog heerst wanneer het politieke lichaam uiteenvalt en er geen enkele groep meer aanspraak kan maken op vertegenwoordiging van het politieke lichaam in zijn geheel.
Kunt u een voorbeeld geven?
Bij de Brexit is het al zichtbaar: wie is nou de Britse natie, zij die voor de Brexit zijn of zij die ertegen zijn? Het land valt uiteen. Dat wilde ik analyseren om het argument te weerleggen dat Europa zich in een proces van renationalisatie bevindt. Want het klopt niet. Eerder beleven we een splijting van naties. Niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in Oostenrijk, in Frankrijk of in Polen.
Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik; Met deze EU komt het niet meer goed
De Zeit heeft geschreven dat u uw levensverzekering zou hebben ingezet om de EU te redden. Hoe werd u zo’n Europa-activist?
Aanvankelijk was er gewoon niemand die geld in mijn project wilde steken. Maar ik moet bij het begin beginnen. Het was 2012, het hoogtepunt van de Europese crisis. Er werd fel geprotesteerd tegen Europa en de Europese centrale bank, EU-vlaggen werden verbrand. Op dat moment stortte voor mij persoonlijk iets ineen.
Waarom?
Duitsland, Frankrijk, Europa – dat was vanaf 1992 zowel mijn privéleven als mijn beroep. Ik heb voor Lamers en later voor Jacques Delors, de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, gewerkt. The ever closing union, de unie die steeds nauwer aaneengroeit, dat was mijn ding, daarvan was ik vijfentwintig jaar lang overtuigd. En toen begreep ik: C’est fini, het functioneert niet langer.
Pas toen, van de ene op de andere dag?
Natuurlijk heb ik in de jaren nul ook wel gemerkt dat het niet meer zo gemakkelijk ging, zeker na het Franse nee tegen de Europese Grondwet in 2005. Toen kwam de financiële crisis en daarna de eurocrisis. In het begin dacht ik nog: Dat lukt ons wel. In 2010 begon de Griekse crisis. Met Duitsland ging het steeds beter, maar de anderen gleden af. Alles werd ineens heel onaangenaam. Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik: Met deze EU komt het niet meer goed.
Wat gebeurde er destijds op die top?
Het werd duidelijk dat er een fiscale noch een politieke unie zou komen. Ondanks alle intentieverklaringen werd de vicieuze cirkel van bank- en staatsschulden niet doorbroken.
Hoe reageerde u daarop?
Voor de grap heb ik toen briefkaarten laten drukken met de tekst: ‘The European Republic is under construction’. Ik sleepte die briefkaarten altijd met me mee en liet ze overal achter. Daarna schreef ik mijn eerste teksten over Europa als republiek. Na het ochi, het Griekse nee bij het referendum in februari 2015, merkte ik dat de mensen op mijn bijdragen begonnen te reageren. Ik kreeg de eerste uitnodigingen om te spreken over ‘Europa als republiek’. En toen ging het ineens snel. Ik ontving veel reacties, kreeg het contract voor mijn boek en uitnodigingen bij de vleet. Tegenwoordig heb ik gemiddeld negentig uitnodigingen per maand, waaronder ook heel prestigieuze, zoals voor de Europagroep van het wereldeconomisch forum van Davos. Het stadium van uitgelachen en genegeerd worden heb ik dus al achter me.
Toen de idee van de republiek in 2015 echt begon aan te slaan, merkte ik dat ik het in mijn eentje niet zou redden. Ik wilde voor de republiek iets van een start-up oprichten, het European Democracy Lab, simpelweg omdat er zo veel belangstelling was. Bij verschillende stichtingen vroeg ik om geld, maar ving ik bot. Dus heb ik 25.000 euro van mijn levensverzekering genomen en in het Gorki-theater een ruimte afgehuurd. Die plek betekent heel veel voor mij. Na de Maartrevolutie van 1848 schreef de Pruisische Nationale Vergadering er zijn eerste democratische grondwet. Ertegenover wordt op dit moment een slot gebouwd, het Hohenzollernslot. Stel je dat eens voor! Alsof het Duitsland van 2017 op een slot zit te wachten. Voor mij is het heel belangrijk dat ik aan de overkant mijn boodschap publiek maak: hier komt de Europese Republiek van de grond!
Beschikt uw Lab momenteel over voldoende middelen?
Tot nu toe was het krap, hoewel er een kleine eerste subsidie was. Voor de komende vijf jaar ziet het er nu beter uit, dan kan ik rekenen op projectgelden.
Welke projecten wilt u in de komende vijf jaar oppakken?
Wij gaan werken aan de rol van regionale parlementen binnen de EU en tevens in 2019 bij de verkiezingen voor het Europese parlement een campagne opzetten voor Europese kiesrechtgelijkheid.
Welke instituties zou uw republiek kennen?
In mijn concept zijn er twee kamers. In de eerste – het Europese huis van afgevaardigden – zitten de Europese volksvertegenwoordigers die door heel Europa in een en dezelfde stembusgang worden gekozen. Naar de tweede kamer sturen de Europese regio’s hun senatoren. De president van Europa wordt rechtstreek gekozen.
U zou de Europese Raad afschaffen?
Absoluut, hij is immers bij uitstek verantwoordelijk voor het nationale moment in de EU. In de Raad zitten de regeringsleiders van de individuele EU-staten. Die regeringsvertegenwoordigers hebben in de eerste plaats verplichtingen tegenover hun eigen land. Ze zullen geen besluiten treffen die goed zijn voor alle Europeanen, maar misschien niet zo goed voor hun eigen land. Deze nationale opeenhoping van macht doet Europa zelden goed.
In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet
Zou er in de Europese Republiek nog plaats zijn voor een nationaal staatsburgerschap?
Dat is een heel belangrijk punt. In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet.
Hoe groot is de kans dat er zoiets als een Europees staatsburgerschap gerealiseerd wordt?
Moeilijk te zeggen, het zou wel een complete doorbraak betekenen. Wanneer er Britten zijn die burger van de Unie zouden willen blijven, met alle concrete rechten die daarbij horen, is de idee van de republiek niet langer virtueel. En ik zou de eerste zijn om de volgende dag bij het Europese gerechtshof aan de telefoon te hangen met de boodschap: zo’n Europees staatsburgerschap wil ik ook.
De idee van de republiek klinkt logisch. Wie zijn uw tegenstanders?
Wel eigenlijk iedereen die vanuit een nationale of een EU-context naar Europa kijkt, zoals nationale of Europese ambtenaren en parlementariërs, maar ook journalisten van nationale media. Die kunnen nog geen afscheid nemen van de natiegedachte omdat ze financieel afhankelijk zijn van de natiestaat. Toen ik me met de idee van de republiek ging bezighouden, merkte ik dat de kringen waarin ik voor die tijd beroepsmatig vertoefde – de Europese denkfabrieken rond de EU – mij opeens uit de weg gingen. Dat was mijn grootste teleurstelling. Uitgerekend diegenen die betaald werden om Europa te maken, gingen de discussie uit de weg. Maar in plaats daarvan was ik ineens terug te vinden op Duitse theaterpodia, op de kunstbiënnale in Moskou of in de schouwburg van Wenen om over de republiek te spreken. De discussie die ik wilde voeren sloeg aanvankelijk in de reëel politieke ruimte niet aan, maar in de creatieve, progressieve, kunstzinnige ruimte des te meer. Dat was, om het maar eens pathetisch te zeggen, voor mij de mooiste tijd.
Waarom?
Ik heb begrepen dat politiek niet alles is. De maatschappij is veel meer, er zijn kerken, geëngageerde jongeren, vakbonden en kunstenaars die belangstellend luisteren. Enkele jaren was ik als een kleinkunstenaar met de republiek op tournee. En toen kreeg ik ineens weer uitnodigingen uit de reëel politieke ruimte. Maar daarvoor was nodig dat ik een omweg maakte via de kunstzinnige ruimte. Wat heel mooi was, omdat deze mensen gewoon hipper en opener zijn.
Wie zijn uw bondgenoten?
Vooral jonge mensen, maar ook oudere die de oorlog nog hebben meegemaakt. En heel concreet bijvoorbeeld regioparlementen en -regeringen. Jean-Claude Juncker heeft als voorzitter van de Europese Commissie in maart vijf hervormingsscenario’s voor de EU gepresenteerd. Hij heeft ook de regio’s gevraagd zich uit te spreken. Bij dat proces ben ik nu officieel betrokken, als hoogleraar of expert, zowel in Oostenrijkse regio’s als in een aantal Duitse deelstaten. Maar om op de tegenstanders terug te komen: het zijn natuurlijk ook degenen die niet bereid zijn te betalen.
Wie, de grote concerns?
De Duitse of beter gezegd de Europese exportindustrie heeft natuurlijk geen belang bij een Europese werkloosheidsverzekering. Zij zou meer moeten betalen voor een Europa dat ze op dit moment afroomt zonder de Europese burgers er iets voor terug te geven.
Wat zou het doel zijn van uw republiek?
Dezelfde leefomstandigheden voor elke Europese burger. Zoals dit voor Duitsland in de Duitse grondwet is vastgelegd. Het streven naar convergentie is eigenlijk ook al opgenomen in het verdrag van Maastricht.
Is dat niet illusoir? Het oosten en het rijke zuiden van Duitsland hebben immers evenmin dezelfde leefomstandigheden.
Essentieel is dat de Duitse burgers gelijk zijn voor de wet. Ze krijgen dezelfde uitkering bij werkloosheid, hebben dezelfde verzekering tegen ziektekosten en een uniform cao-stelsel, zodat burgers niet met elkaar om hun loon hoeven te concurreren. Dat moet in de toekomst ook voor de eurozone gelden. Maar u heeft natuurlijk gelijk, er zijn nog altijd verschillen tussen West- en Oost-Duitse pensioenen. Essentieel is echter dat een gelijkstelling op termijn juridisch is vastgelegd. Daarom zien we in de Bondsdag ieder jaar weer een debat over het verder optrekken van de pensioenen in het oosten naar het westelijke niveau.
Hoe wilt u dit op Europees vlak realiseren?
Dat zal niet van vandaag op morgen gaan. Maar het einddoel zou nu al bindend kunnen worden vastgelegd. We zouden bijvoorbeeld een driefasenplan kunnen ontwikkelen, zoals dat ook bij de invoering van de euro is gebeurd.
In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen
Hoe ziet uw spoorboekje eruit?
Uiterlijk in 2025 hebben we kiesrechtgelijkheid – one man, one vote – voor elke Europese burger; uiterlijk 2035 belastinggelijkheid en uiterlijk 2045 eenzelfde toegang tot sociale rechten. Dan zou het algemene politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers zijn verwezenlijkt. Voor de eurozone is dit voorstelbaar, omdat we economisch helemaal niet zo van elkaar verschillen. De eigenlijke verschillen bestaan immers niet tussen landen. Brandenburg is net zo arm als Andalusië. Met Hessen en Lombardije daarentegen gaat het goed. Het gaat dus niet om Italië versus Duitsland, maar om centrum versus periferie en om stad versus land. Daarom zouden we de economische verschillen in Europa niet meer langs nationale grenzen moeten benaderen. We zouden Europa op zijn kop moeten zetten en vanuit de burgers en de regio’s moeten gaan denken.
Maar hoe wilt u dat verwerkelijken?
Die vraag wordt mij vaak gesteld. Dan zeg ik altijd heel ontspannen: ‘In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen.’
Wat gebeurt er als de Europese Republiek er niet komt?
Als we de Europese democratie niet met een duidelijk tijdplan snel een impuls geven, zullen we wat we op dit moment hebben waarschijnlijk niet kunnen vasthouden. Mevrouw Merkel vergist zich met haar ‘wanneer de euro mislukt, mislukt Europa’. Die uitspraak is eerder andersom: als de euro blijft zoals hij is, mislukt de Europese democratie. En dat is precies wat we nu meemaken. Ze is nu al mislukt in Polen en Hongarije. Zuid-Europa is nog altijd politiek en sociaal fragiel. En dat geldt ook voor Frankrijk, wanneer het Emmanuel Macron nu niet lukt. Ik ben bang dat het juist in Duitsland aan bewustzijn ontbreekt hoe erg de dingen in veel andere Europese landen eigenlijk al zijn.
Hoe staan de partijen tegenover uw voorstellen?
Op dit moment heeft nog geen enkele grote partij de Europese Republiek in haar program opgenomen. Maar mijn argument is structureel, niet partijpolitiek. De republiek is er voor iedereen.
Ook de republiek verhindert niet dat kiezers de verkeerde mensen aan de macht te brengen.
Maar ze zou wel voorkomen dat de euro- of de vluchtelingencrisis binnen Europa wordt misbruikt om nationale staten tegen elkaar uit te spelen. En ze zou voorkomen dat de verliezers van de moderniteit overal misbruikt worden door nationale elites.
U denkt dat Europa dat vreedzaam voor elkaar krijgt?
De geschiedenis leert dat grote politieke breuken zelden zonder bloedvergieten zijn verlopen. Behalve in 1989 toen het socialistische oosten van Europa ineenstortte. Dan zouden we de Europese republiek toch ook vreedzaam voor elkaar moeten kunnen krijgen.
Auteur: Susan Boos
Historica en filosoof Ulrike Guérot (1964) werkte twintig jaar van haar leven als politiek adviseur voor de Europese Unie. In 2012 voorspelde ze het einde van diezelfde unie. Ze richtte het European Democracy Lab op met als doel ideeën te vergaren en te ontwikkelen over een nieuw Europees politiek systeem, de ‘Republiek Europa’.
De Deense eurocommissaris van mededinging Margrethe Vestager geldt als de schrik van Silicon Valley sinds ze megaboetes uitdeelde aan Apple en Google. De Financial Times strikte haar voor een lunchinterview.
Margrethe Vestager schuift over de leren bank aan het hoektafeltje naar me toe en gaat naast me zitten. Onze knieën raken elkaar bijna in een rechte hoek. Ze glimlacht. Ik kijk naar het mes met de vork en het aquavitglas er keurig tegenover, en naar de houten stoel waar ze niet op is gaan zitten. Onze tafel, in een knus restaurant in Kopenhagen, biedt ruim plaats aan vier personen; wij nemen slechts plaats in voor anderhalf. Zo moet het voelen, denk ik, om door ’s werelds sluwste antitrusthandhaver klem te worden gezet.
Met die ervaring bevind ik me in goed gezelschap. Nog geen drie jaar geleden stapte de 49-jarige Vestager van de Deense politiek over naar de Europese Commissie. Toch heeft ze nu al de EU-records verpulverd voor het onttakelen van kartels, het uitdelen van boetes en het innen van achterstallige belasting. Waarschijnlijk heeft niemand in de democratische wereld zo veel macht – en is niemand er zozeer toe bereid die te gebruiken – als de eurocommissaris voor mededinging. Vraag het maar aan Tim Cook van Apple (dat Ierland 13 miljard pond aan achterstallige belasting moest betalen), aan Sundar Pichai van Google (dat een boete van 2,4 miljard pond kreeg voor misbruik van zijn marktpositie) of aan de vrachtwagenfabrikanten, farmaceuten en financiële topmannen die het met Vestager aan de stok kregen. Haar besluiten kunnen eventueel pas jaren later door de rechtbank worden teruggedraaid.
Haar legendarische onverzettelijkheid gaat gepaard met huiselijke persoonlijke trekjes. Het levert krantenprofielen van Vestager op die lezen als de sage van Vikingkoningin Margrethe III, bedwingster van Silicon Valley, gesel van belastingontduikers, temster van superego’s uit het bedrijfsleven, breister van olifanten (die ze aan regeringsmedewerkers geeft en die soms grote oren hebben als aansporing om beter te luisteren) en vermaard kaneelbroodjesbakster.
Het is allang duidelijk dat Vestager zich als politicus aan de zwaartekracht onttrekt. Ze is afkomstig uit een kleine partij uit een klein land en voerde ooit campagne onder de lekker antipopulistische slogan: ‘Luister naar de economen. Dat doen wij ook.’ Vestager, scherp en hoffelijk, vormde de inspiratie voor de populaire Deense tv-serie Borgen, die volgens haar bewonderaars bleek afstak tegen de werkelijkheid. Maar in de Verenigde Staten geldt ze als belichaming van de politieke tegenwind die Silicon Valley bedreigt. Daar beschouwen velen haar als de laatste in een lange reeks Europese bemoeials die het goede oude Amerikaanse bedrijfsleven de voet dwars zetten. Vorig jaar vatte Cook die andere kijk op haar werk fijntjes samen: ‘Alleen maar politiek gelul.’
Smørrebrød
We zitten in de Kronborg, een tot restaurant omgetoverde kelder, bekend om zijn smørrebrød: sneeën roggebrood die rijkelijk zijn belegd. Het is een prima plek om op een regenachtige middag in Kopenhagen te schuilen. De balken aan het plafond zijn donker, de muren wit, op lichtgroene versieringen na.
Vestager is er op haar gemak. Ze heeft een bordeauxrode jurk en een zwart gebreid vestje aan en een gouden halsketting om. Haar staalgrijze haar zit keurig in model. Het personeel is er maar wat trots op de voormalige vicepremier te mogen ontvangen. Een dertigtal vrouwen die aan de tafeI tegenover ons een verjaardag vieren, werpen steeds nieuwsgieriger blikken. Waarschijnlijk kennen ze haar nog van de coalitieregering uit 2011-2015 van Helle Thorning-Schmidt, een sociaaldemocrate die het niet aan flair ontbrak. Thorning-Schmidt vervreemdde haar kiezers bijna onmiddellijk van zich door zich te laten gelden als een belastinghavik. De belangrijkste oorzaak: Vestager, een kleine coalitiepartner met een flinke vinger in de pap van het beleid. Ze wist wat ze wilde en harkte het grotendeels binnen. De relatie verzuurde op slag. Vestager zegt dat ze tegenwoordig op veel betere voet staat met de ‘geweldige’ Thorning-Schmidt. ‘Maar de rúzies die we hebben gehad…’
Het was een onwaarschijnlijk machtige positie voor de leider van een sociaalliberale nichepartij – liefkozend de caffè-lattepartij genoemd – met als electoraal hoogtepunt 15 procent van de stemmen… in 1968. Maar tijdens de coalitiegesprekken ging Vestager er met de winst vandoor. Ik breng het verschil ter sprake tussen de situatie nu en Vestagers eerste lunch met Thorning-Schmidt, een jaar of twintig geleden in een café verderop. Bij het afscheid gaf Vestager Thorning-Schmidt haar telefoonnummer: ‘Misschien komt het nog een keer van pas.’ Thorning-Schmidt noteerde het, maar gaf het hare niet. Vestager was zeker niet belangrijk genoeg? ‘O ja!’ zegt Vestager. ‘Dat was ik helemaal vergeten. Dat is wel heel lang geleden.’
Ik kijk op de kaart in de hoop dat een van de negen haringvariaties er beter op is geworden sinds ik voor het laatst heb gekeken. Ik ben geen liefhebber. We nemen allebei de dagschotel: ‘Sol over Gudhjem’, gerookte haring met rauwe eidooier.
Vestager groeide op in het stationsplaatsje Ølgod (‘Biergoed’), niet ver van de vlakke, door weer en wind geteisterde westkust van Jutland. Haar ouders waren lutherse predikanten en politiek actief. Die kerkelijke achtergrond deelt ze met de Duitse Angela Merkel, de Britse Theresa May en de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, en ik vraag of er sprake is van een patroon.
‘In Denemarken zeggen ze dat predikantenkinderen de ergste zijn,’ zegt ze met een lach. ‘Die moeten zich wel afzetten. Omdat het er bij ons thuis helemaal niet zo religieus aan toeging, had ik weinig om me tegen af te zetten. Als er één ding belangrijk is – ik weet niet veel van de verschillende gezindten – dan is het dat je je voor anderen inzet.’
Volgens Vestager struikelde ze zowat de politiek binnen. ‘Eind jaren tachtig stelde ik me verkiesbaar voor het parlement, alleen maar omdat ik wist dat ik toch geen kans maakte om te worden gekozen,’ zegt ze. Het betrof een zetel waar haar moeder zich ooit kandidaat voor had gesteld. ‘Ik was erg verlegen toen ik jong was, maar nieuwsgierig naar wat het inhield.’
Op haar vijfentwintigste deelde Vestager het partijvoorzitterschap terwijl ze een baan had op het ministerie van Financiën. Op haar negentwintigste werd ze, zonder te zijn gekozen, minister van Onderwijs en Godsdienstige Zaken. ‘Ik besefte niet dat ik jong was, ik dacht er niet over na, dus was er niet bang voor,’ zeg ze. ‘Had ik het wel beseft, dan zou ik doodsbenauwd zijn geweest. Het was ontzettend zwaar. Als ik het over mocht doen, dan zou ik het heel anders aanpakken.’
Vestagers politieke persoonlijkheid heeft ze tot op zekere hoogte te danken aan de dieptepunten die ze aan de top beleefde. Haar eerste jaren als partijleider waren verschrikkelijk, met slechte peilingen omdat ze zo gereserveerd en afstandelijk overkwam. ‘Ze is als volwassene geboren!’ riep een collega destijds denigrerend uit. Vestager besloot dat het tijd werd zich aan te passen. Ze besefte dat als ze het toch anders moest aanpakken, ze net zo goed kon gaan staan voor waar ze in geloofde. Na een hap haring legt ze uit dat ze ‘andere kanten van zichzelf naar voren schoof, en weer andere misschien een beetje terugdrong’. Het was een vorm van beheerste authenticiteit die haar voormalige spindoctor de vergelijking met een oester ontlokte: verleidelijk en eerlijk, maar zo open als ze zelf wil zijn.
Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om “rechtvaardigheid” te prediken
Iedereen die Vestagers kantoor in Brussel bezoekt snapt wat dat betekent. Het is een meesterlijk ingerichte kamer vol curiosa en snuisterijen. Je vindt er een gipsen middelvinger (gekregen van een vakbond die tegen bezuinigingen protesteerde), een straatnaambordje met ‘Vestervej’ erop en foto’s van het winderige vlakke land van Jutland waar ze opgroeide. Aan elk voorwerp kleeft een bijzonder verhaal, maar ze lijken weinig prijs te geven over Vestager.
Vestager is vermaard om de ‘vergadertechniek’ waarmee ze de grote ego’s der aarde met beide benen op de grond zet. Ze weet wat ze wil en gaat zonder aantekeningen de bijeenkomst in. Ze schenkt koffie voor haar gasten in. Ze vertrok geen spier toen Cook in 2016 tekeerging tegen haar belastingonderzoek, dat hij met steeds grotere stemverheffing vergeleek met de Venezolaanse rechtspraak. Directeuren van Gazprom kregen te horen dat ze hun entourage moesten inkrimpen zodat iedereen aan tafel paste, met als gevolg dat driekwart van de delegatie op de gang moest blijven. Een aanwezige beweert dat Vestager de bijeenkomst ondanks herhaalde seintjes een kwartier liet uitlopen. Bij het naar buiten gaan zag het gezelschap dat Jack Lew, destijds de Amerikaanse minister van Financiën, zich in de wachtkamer zat op te vreten.
Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om ‘rechtvaardigheid’ te prediken. In een bekend geworden toespraak verwees ze naar Luther, Adam en Eva en de hebzucht die aan de basis ligt van monopolistisch gedrag. Ze vindt de kritiek duidelijk misplaatst. ‘Ik heb de 95 stellingen van Luther niet aan mijn deur genageld; ik werk met het Europese mededingingsrecht. Maar wie je ook bent en wat je ook doet, je kunt altijd nadenken over hoe je het doet.’
Wat dat betreft tekent het haar dat ze de reuzen van Silicon Valley uitdaagde: Google, Apple, Facebook en Amazon. Alle vier hebben ze openlijke aanvaringen met Vestager gehad, en ze is van Berlijn tot Washington geprezen omdat ze ze heeft aangepakt. Maar ze krijgt ook het verwijt dat haar interventies (vooral op belastinggebied) niet zozeer juridisch als wel politiek zijn gemotiveerd. Sommigen kunnen het niet uitstaan dat ze zo overtuigd is van haar gelijk. Ik vraag haar of haar welhaast koninklijke voorrecht – als aanklager, rechter, jury én beul – niet te groot is. Ze wuift mijn bezwaar weg en zegt dat de rechtbanken, juristen en media er zijn ‘om haar eerlijk te houden’. ‘En ik heb sterk het gevoel dat ze dat ook doen,’ voegt ze eraan toe.
Het rumoer in het restaurant wordt een tikje minder. Naast ons worden cadeautjes uitgepakt, onze borden worden weggehaald. Ik kies een andere aanpak. Er woedt een academische discussie over de vraag of de aloude antitrustmiddelen – en de orthodoxie van de Chicago School, met de nadruk op nadelige prijseffecten voor consumenten – de spectaculaire veranderingen in maatschappij en economie kunnen bijbenen. Met andere woorden: goedkope producten vragen misschien een hoge prijs, terwijl door concurrentie ingegeven fusies (bijvoorbeeld in de landbouwwereld) om milieuredenen wellicht een slecht idee zijn. Ik vraag of ze, idealiter, geen bredere opdracht zou willen om zich sterk te maken voor een bredere opvatting van consumentenwelzijn.
Haar antwoord is diplomatiek: de principes van het Europese recht zijn breed genoeg. ‘Ook de consument moet zich realiseren dat hij uiteindelijk altijd betaalt. Je betaalt hoe dan ook, zonder dat je alle cijfers van je creditcard intoetst,’ zegt ze. ‘Tot op zekere hoogte zijn sommige firma’s ouderwetse reclamebedrijven in een nieuw jasje. Ze doen fantastische dingen. Hun innovaties hebben onze samenleving veranderd. Dat neemt niet weg dat ze nog steeds een verantwoordelijkheid hebben. Als je dominant bent in de markt, heb je een speciale verantwoordelijkheid.’
Het is een verwijzing naar Google, een bedrijf dat ze op het matje riep omdat het zijn dominante positie misbruikte om zijn eigen zoekresultaten te bevoordelen. Als Google straks geen onderscheid meer maakt, maar de klantbeleving er slechter op wordt, is ze dan nog steeds tevreden? ‘Wie ben ik om daarover te oordelen?’ antwoordt ze. ‘Op zichzelf is het goed als je iets te kiezen hebt.’
Vrachtwagenkartel
De zaken die ze tegen technologiereuzen aanspande trokken de aandacht, maar louter vanuit het oogpunt van consumentenwelzijn bezien vallen ze in het niet bij haar ontmanteling van het vrachtwagenkartel. Dat hanteerde niet alleen vaste prijzen, maar dwarsboomde ook de technologie om de uitstoot te verminderen. Een klokkenluider heeft vergelijkbare aantijgingen gedaan jegens autofabrikanten die onder één hoedje spelen. Had de commissie eerder moeten ingrijpen? Ze noemt de auto-onderdelenkartels die het afgelopen decennium zijn bestraft.
‘Het houdt maar niet op,’ zegt ze met opgetrokken wenkbrauwen. ‘In dat opzicht staat het al tijden bij ons op de agenda, maar het emissieschandaal is niet echt een antitrustkwestie. Misschien is het milieufraude, zoiets… We zien misschien een autokartel door de vingers waarin schijnbaar hecht wordt samengewerkt. We gaan ernaar kijken, maar hebben al heel wat middelen in die sector gestoken.’
Aan haar termijn komt een einde op het hoogtepunt van haar loopbaan. Volgens sommige collega’s zou ze dolgraag directeur van het Internationaal Monetair Fonds worden. Anderen zien graag dat ze de nieuwe commissievoorzitter wordt. Maar liberalen krijgen bijna nooit een topfunctie, en zij komt ook nog eens uit een land zonder euro dat in Europees verband vaak zijn eigen weg kiest. ‘In een andere wereld wordt een sociaalliberaal misschien ergens de baas van,’ schertst ze. Het klinkt althans als een grap, maar helemaal zeker ben ik er niet van.
Ze werpt een laatste blik op het roggebrood en daar gaat ze, alleen de motregen in. Ik kijk naar haar halfopgedronken koffie en haar keurig opgevouwen servet, en denk na over wat een klein land groot maakt.
Auteur: Alex Barker
Vertaling: Nico Groen
Financial Times
Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 448.000
Gezaghebbende krant voor de Londense City en de rest van de zakenwereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. Het in 1888 opgerichte dagblad wordt inmiddels in 23 landen gedrukt en heeft naast de Britse ook drie Europese, een Amerikaanse en een Aziatische editie.
De muur rond de autoritaire eenpartijstaat Eritrea brokkelt af. Trump in het Witte Huis en de oorlog in Jemen, aan de overzijde van de Rode Zee, helpen daarbij een handje. Aartsrivaal Ethiopië kijkt met argusogen toe.
Twee recente, maar volstrekt verschillende gebeurtenissen, zullen op een dag wellicht gelden als symbolische keerpunten voor Eritrea, een autoritaire eenpartijstaat, alom bekend als het geïsoleerdste land van Afrika. De eerste gebeurtenis betrof de bloedige botsing aan de grens met Ethiopië, een jaar geleden, die herinneringen opriep aan de verwoestende tweejarige oorlog die in 1998 tussen de twee aartsvijanden uitbrak. Bij dit oplaaien van de strijd vielen honderden doden.
De tweede gebeurtenis was een wetenschappelijk congres, een maand later, in de Eritrese hoofdstad Asmara – de eerste bijeenkomst van dien aard in vijftien jaar. De deelnemers aan het congres waren hogelijk verbaasd over de relatieve vrijheid waarmee in de beruchte politiestaat over de meest uiteenlopende onderwerpen – van vrouwenrechten tot buitenlandbeleid – kon worden gedebatteerd. ‘Je zou het een politieke gebeurtenis kunnen noemen,’ zegt Harry Verhoeven, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Georgetown University in Qatar. ‘Het was voor regionale begrippen al uitzonderlijk, maar voor Eritrea helemaal.’
Welbeschouwd zijn deze ogenschijnlijk tegenstrijdige aangelegenheden twee lijnen in hetzelfde verhaal: Eritrea doorbreekt schoorvoetend het isolement waarin het land al tien jaar verkeert, en rivaal Ethiopië probeert aan die verschuiving het hoofd te bieden.
Sancties
Het congres toonde in elk geval aan dat Eritrea voorzichtig naar buiten treedt. Het grensconflict was een teken dat buurland Ethiopië bang is dat het zijn dominante positie in de regio kwijtraakt als Eritrea wordt gerehabiliteerd. Samen laten de twee gebeurtenissen zien dat de zeventienjarige toestand van ‘geen vrede én geen oorlog’ zijn einde nadert.
In april kondigde Ethiopië aan dat het land aan een nieuw beleid ten opzichte van het buurland werkt. Nog niet alle details zijn bekend, maar één ding is duidelijk: de regering in Addis Abeba erkent dat haar strategie om Eritrea na het einde van de grensoorlog in te tomen – in 2009 formeel bekrachtigd door een wapenembargo van de VN – is mislukt. Voor het eerst in jaren wordt er in Addis Abeba serieus over een koerswijziging gesproken.
Het sanctiebeleid van de Verenigde Naties is afhankelijk van de steun van de internationale gemeenschap, maar die steun brokkelt geleidelijk aan af. De sancties waren altijd al controversieel omdat Eritrea in een regio vol bad guys als enige tot boeman werd bestempeld. Binnen de VN is inmiddels een groeiende consensus dat er geen duidelijke grond meer is voor de sancties: er is geen bewijs dat Eritrea de islamitische terreurgroep Al-Shabaab in Somalië nog steeds steunt. En hoewel het land wel achter andere gewapende oppositiegroepen in de regio – met name in Ethiopië – blijft staan, is het daarin geen uitzondering: omringende landen doen dat eveneens. Ethiopië kan de versoepeling – of opheffing – van de sancties hooguit tegenhouden tot eind 2018, wanneer de termijn van Addis Abeba als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad afloopt.
Spanningen tussen Eritrea en buurland Djibouti, die in juni een hoogtepunt bereikten na het besluit van Qatar om zijn blauwhelmen uit het betwiste grensgebied terug te trekken, zouden Ethiopië op de korte termijn in de kaart kunnen spelen. Maar op de lange duur zal het nog niet meevallen de andere VN-leden ervan te overtuigen de status-quo te handhaven nu de steun van de Verenigde Staten dreigt weg te vallen. Met het vertrek van president Barack Obama – en vooral van diens nationale veiligheidsadviseur Susan Rice, die zich onverbiddelijk opstelde tegenover het Eritrese regime – is Washington waarschijnlijk minder geneigd Eritrea in het strafbankje te laten zitten. ‘Rice liet de Eritreeërs geen enkele speelruimte,’ zegt Bronwyn Bruton, adjunct-directeur van het Africa Center van de Amerikaanse denktank Atlantic Council. ‘Alle Afrikaanse dictators wrijven zich in de handen nu Donald Trump in het zadel zit.’
Eritrea heeft op meer fronten de wind in de rug. De oorlog in Jemen – op nog geen 150 kilometer afstand, aan de overkant van de Rode Zee – heeft onder de Golfstaten een stormloop veroorzaakt op ‘bedrijfsruimte’ langs de Eritrese kust, de ideale plek om troepen te stationeren. De Verenigde Arabische Emiraten bijvoorbeeld huren al sinds 2015 de haven van Assab, waar de VAR een militaire basis bouwen. In Jemen zelf vechten naar verluidt vierhonderd Eritrese soldaten voor de door de Saoedi-Arabië geleide coalitie, en dat levert Eritrea olie en geld op.
En door de migratiecrisis heeft de Europese Unie, die de stroom van vluchtelingen en migranten uit Afrika wanhopig probeert in te dammen, tegen wil en dank toenadering gezocht. Van 2014 tot 2016 bestond het leeuwendeel van de Afrikaanse vluchtelingen uit Eritreeërs – en dat levert president Isaias Afewerki, die al sinds 1993 aan de macht is, een aardige som geld op. In 2015 zegde de EU een hulppakket van 200 miljoen euro toe, geld dat overigens nog moet worden uit–betaald. Dit bedrag komt boven op de beloofde hulp om het functioneren van het justitiële apparaat en de veiligheidsdiensten te verbeteren zodat mensensmokkel effectiever kan worden aangepakt.
Individuele Europese landen en humanitaire organisaties laten hun neus ook weer zien. Zo is Duitsland weer begonnen met technische hulpprogramma’s, terwijl het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking van plan is een kantoor te openen in Asmara. Amerikaanse functionarissen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die het land jaren hebben gemeden, hervatten voorzichtig diplomatieke bezoekjes. ‘De muur die de Ethiopiërs zorgvuldig rond Eritrea hadden opgebouwd is danig aan het afbrokkelen,’ zegt Martin Plaut, auteur van het boek Understanding Eritrea. ‘En iedereen staat ineens te dringen om vriendschapsbanden aan te knopen.’
President Afewerki is nog altijd gebaat bij de huidige situatie – en dat verklaart waarom het land in een permanente staat van oorlog wordt gehouden
Eritrea zelf is ook druk bezig zich aan zijn status van paria te ontworstelen. Asmara probeert buitenlandse investeerders te paaien, met name in de mijnbouwsector. In een poging meer buitenlandse investeerders te trekken heeft de regering in de haven van Massawa een vrijhandelszone ingesteld. Ook heeft ze kleine, maar symbolische stappen gezet om haar slechte naam op gebied van mensenrechten op te vijzelen. Tussen mei 2015 en mei 2016 kregen vijftig buitenlandse journalisten toegang tot het land, aldus Atlantic Council. En de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, kreeg onlangs toestemming voor een bezoek aan een gevangenis.
Addis Abeba beziet al deze ontwikkelingen met argusogen. Het vooruitzicht dat Eritrea zijn invloed in het gebied rond het Rode Zee uitbreidt, bevalt Ethiopië, gefrustreerd doordat het zelf geen toegang heeft tot de zee, allerminst. De regering vreest ook dat de Eritrese president Afewerki zijn verbeterde financiële positie zal gebruiken om de steun aan het gewapende verzet in Ethiopië op te schroeven in een tijd waarin de noodtoestand, afgekondigd na maandenlange onrust, onverminderd voortduurt. En het grootste schrikbeeld voor Ethiopië is dat het wordt ingesloten door vijandige regimes.
Analisten zijn het er niet over eens wat het nieuwe Ethiopische beleid met betrekking tot Eritrea nu eigenlijk zal behelzen. Sommigen voorspellen dat de aloude strategie alleen maar in een nieuw jasje wordt gestoken: het land zal, net als nu, harde grenzen afbakenen en er geen misverstand over laten bestaan dat er een militair antwoord volgt als die grenzen worden geschonden. Anderen vragen zich af of de Ethiopische regering geheime bilaterale gesprekken overweegt – misschien zelfs het aanbod zich terug te trekken uit het grensplaatsje Badme, dat al vijftien jaar lang illegaal wordt bezet door Ethiopische troepen. Maar ook oorlog, met als doel het regime in Asmara omver te werpen, wordt niet uitgesloten, hoewel dat niet zeer waarschijnlijk lijkt omdat Ethiopië daarmee zijn hand kan overspelen en de greep op het gebied ten noorden van de grens zou kunnen kwijtraken.
Het Afrikaanse Noord-Korea
Eritrea heeft weliswaar de verdiende bijnaam ‘het Afrikaanse Noord-Korea’, maar het heeft geen beschermheer als China die het land kan dwingen aan de onderhandelingstafel plaats te nemen. President Afewerki is nog altijd gebaat bij de huidige situatie – en dat verklaart waarom het land in een permanente staat van oorlog wordt gehouden.
Berichten dat de Eritrese troepen na het vertrek van de Qatarese blauwhelmen betwist gebied aan de grens met Djibouti hebben bezet, maken duidelijk dat Eritrea de regio nog altijd verder kan ontwrichten. Maar hoewel het land inmiddels minder geïsoleerd is dan voorheen, is het nog steeds veel zwakker dan Ethiopië, dat nu aan zet is. ‘Het is een gevaarlijk spel waarbij voor beide partijen veel winst te behalen valt,’ zegt Verhoeven. ‘Maar ik ben voorzichtig optimistisch.’
Foreign Policy
Verenigde Staten, tweemaandelijks tijdschrift, oplage 106.000
Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.
In Bulgarije kreeg extreemrechts een plekje in de regering. Een goede zet, vindt website Club Z. ‘Hun kiezers zien nu dat luidruchtige verkiezingsbeloftes één ding zijn, en politiek een ander.’
In het parlement staat Volen Siderov, leider van de extreemrechtse partij Ataka, op en zingt uit volle borst het Europese volkslied: de Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven. Enkele minuten daarvoor heeft hij gestemd voor de vorming van Borisov III, het derde kabinet van aftredend premier Bojko Borisov. Een prowesterse regering die zich krachtig achter de Euro-Atlantische waarden schaart en die de markteconomie als enig ontwikkelingsmodel beschouwt. Enkele dagen daarvoor heeft Volen Siderov zelfs zijn handtekening onder dit programma geplaatst, preluderend op deze coalitie die Bulgarije de komende vijf jaar zal leiden.
Ja, Volen Siderov, uitgerekend hij. Hij die pleitte voor uittreding van Bulgarije uit de Europese Unie en de NAVO, die eiste dat zijn land op het wereldtoneel de kant van Rusland zou kiezen en die beloofde dat hij buitenlandse bedrijven zou nationaliseren zodra hij aan de macht kwam. Maar nu het zover is, is er geen enkele kans dat hij zijn verkiezingsbeloften zal nakomen. En dat geldt ook voor zijn twee collega’s van de nationalistische en conservatieve alliantie Verenigde Patriotten, Krassimir Karakatsjanov en Valeri Simeonov.
De ongeveer 320.000 Bulgaren die bij de laatste parlementsverkiezingen op hen hebben gestemd, waardoor ze de op twee na grootste partij werden (na de conservatieven en de socialisten), voelen zich nu dus regelrecht bedonderd. Zelden zijn de kiezers van het land zo schaamteloos voorgelogen.
Ze beloofden verlaging van de btw en de medicijnprijzen, verplicht onderwijs in patriottisme op de scholen en herinvoering van de militaire dienst
Evenals andere partijen hadden de Patriotten voor de verkiezingen hun programma gepresenteerd. Ze beloofden verlaging van de btw en de medicijnprijzen, verplicht onderwijs in patriottisme op de scholen en herinvoering van de militaire dienst. Ook beloofden ze dat ze de ‘speculanten’ zouden verbieden en dat ze geen enkele asielzoeker meer zouden toelaten. Voor de verkiezingen beloofden Siderov en co dat Bulgarije van niemand meer instructies zou aanvaarden. Niet van Washington, Brussel of Ankara, en evenmin van Moskou, waarbij ze voor de toekomst van het land een soort Wit-Russisch model schetsten. Ten slotte drongen de Patriotten aan op opheffing van de sancties tegen Rusland wegens de annexatie van de Krim – maar nu hoor je ze daar niet meer over.
Traditioneel sluiten kleinere coalitiepartners in Bulgarije compromissen – maar een dergelijke verloochening van verkiezingsbeloften is in de recente geschiedenis van het land nooit vertoond. Misschien dat al de Bulgaren die op de Patriotten gestemd hebben zich een beetje minder bedonderd zouden voelen als ‘hun mannen’ enkele belangrijke posten hadden gekregen, waardoor ze iets van hun ideeën hadden kunnen uitvoeren.
Maar ook in dat opzicht worden ze teleurgesteld: de nieuwe minister van Economische Zaken, Emil Karanikolov, is officieel naar voren geschoven door de xenofobe partij Ataka van Volen Siderov, maar nader onderzoek leert dat hij eigenlijk uit de school komt van de premier.
Dat geldt ook voor zijn collega van Milieu, Neno Dimov. Krassimir Karakatsjanov, de leider van de nationalistische partij VMRO, heeft wel het ministerie gekregen waar hij zijn zinnen op had gezet, namelijk het ministerie van Defensie, maar in een land dat lid is van de NAVO sluit deze post ieder patriottisch avontuur en ander spektakel uit: Bulgarije moet zich aan zijn verplichtingen houden en daarmee uit.
Het derde lid van de bende, Valeri Simeonov, die het Nationaal front voor het heil van Bulgarije leidt, heeft de prestigieuze post van vicepremier gekregen, maar nader onderzoek leert dat het niet echt een ministerspost is – hij is minister zonder portefeuille.
Kiezersbedrog en twee erebaantjes
Daar komt de deelname van de Patriotten dus op neer: kiezersbedrog en twee erebaantjes. Natuurlijk voeren de Patriotten aan dat ze gestreden hebben voor de verhoging van het pensioen naar 300 lev [150 euro]; ze hebben bereikt dat het minimumpensioen is verhoogd naar 200 lev en dat deze maatregel per 1 oktober in werking treedt. De rest is leugen en hypocrisie.
Tot slot een constatering. Die hele regeringsdeelname van extreemrechts is uiteindelijk toch goed nieuws. Ten eerste weet iedereen nu dat het merendeel van de verkiezingsbeloften van Siderov en co onzin was waar geen enkele serieuze regering zich aan zou hebben gehouden. Ten tweede is het een uitstekende les voor hun kiezers, want luidruchtige verkiezingsbeloftes zijn één ding, politiek is heel wat anders.
Gemaakt voor de Bulgaarse intelligentsia en voor hen die baat hebben bij goed financieel nieuws. Geliefd platform voor schrijvers en chroniqueurs van naam.
In naam van het vrije verkeer van goederen liet Brussel in Europa een markt voor ‘geneutraliseerde’ wapens opbloeien, waarvan terroristen als Amedy Coulibaly dankbaar gebruikmaakten. Ondanks diverse waarschuwingen is de wet niet veranderd, constateerde de Franse onderzoekswebsite Mediapart.
Even na één uur ’s middags op vrijdag 9 januari 2015 wandelt een man in een warm donsjack met een capuchon met bontkraag over het trottoir voor de Hyper Cacher, de joodse supermarkt in de Parijse wijk Porte de Vincennes. Al lopend hangt hij een GoPro-camera voor zijn buik. De man blijft voor de ingang staan. De deur gaat open, hij verroert zich niet. Uiteindelijk zet hij de sporttas die hij over zijn schouder droeg op het asfalt, zoekt erin en haalt er een eerste kalasjnikov uit om beter bij de tweede te kunnen. Hij houdt het gebogen magazijn tegen zijn dij en de wijsvinger van zijn rechterhand gaat naar de trekker terwijl zijn linker de sporttas weer om zijn schouder hangt. Daarna richt Amédy Coulibaly zich weer op met zijn gezicht naar de Hyper Cacher. Hij mikt met de loop van zijn pistoolmitrailleur op het interieur van de winkel en haalt voor de eerste keer de trekker over.
Yohan Cohen (20), die bezig is winkelwagentjes weer bij de ingang te zetten, grijpt de metalen stang van de parkeerplek voor de wagentjes vast en valt dan brullend van de pijn op de grond. Een kogel heeft zijn wang doorboord. De moordenaar gaat het supermarktje binnen en vuurt zijn kalasjnikov diverse keren af. Een tweede kogel belandt in de buik van de werknemer van de Hyper Cacher, die zijn werkgever smeekt hem te helpen. ‘Patrice, kom gauw, ik heb zo’n pijn…’
Het wapen dat Yohan Cohen heeft gedood, het eerste en jongste van de vier slachtoffers van de Hyper Cacher, is een VZ-58 van het Tsjechische merk Ceska Zbrojovka. Alleen al dit geweer zou symbool kunnen staan voor de Europese wapenwetgeving die al tien jaar ernstig tekortschiet in naam van het vrije verkeer van goederen, zoals blijkt uit een onderzoek van de European Investigative Collaborations (EIC), een groep van negen media, waaronder Mediapart.
Hoe ziet het leven van een dood zaaiend wapen eruit, vanaf het moment dat het de fabriek verliet tot het bloedbad dat het aanrichtte in 2015 in Parijs? Op deze vraag heeft de EIC antwoord willen geven met zijn eerste onderzoek, dat iets meer dan drie maanden geleden is gestart.
Binnen de Europese Unie zijn naar schatting tachtig miljoen wapens met een vergunning in omloop. Maar de wettige levenscyclus van een wapen kan gemakkelijk worden verlengd om er een misdadig werktuig van te maken. De kalasjnikov die Coulibaly in staat heeft gesteld Yohan Cohen te executeren en die dateert van 1964, meer dan een halve eeuw geleden, is daar een van. Onder de verschillende lagen verf hebben de politiemensen de stempels aangetroffen van de firma Kol Arms, die momenteel in Slowakije is gevestigd. Net als de overgrote meerderheid van de wapens – geweren of pistolen – waarmee de terroristen in januari en november 2015 hun bloedbaden hebben aangericht, was de VZ-58 van Coulibaly afkomstig uit de wapenvoorraden van het Oostblok.
De overheden daar zijn er in alle jaren sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie niet in geslaagd deze wapens te vernietigen of onklaar te maken. Een buitenkansje voor de zwarte markt en, uiteindelijk, voor criminelen en terroristen, zoals het grote publiek heeft kunnen zien in de film Lord of War (2005), het waargebeurde verhaal van de wapenhandelaar Viktor Bout. In de EU zouden momenteel minstens vijfhonderdduizend verloren of gestolen wapens circuleren, volgens de Europese autoriteiten.
‘Alarmwapens’
De VZ-58 waarmee Yohan Cohen is vermoord, met het serienummer 63622, werd ongevaarlijk geacht nadat het in 2014 in Slowakije was geneutraliseerd zodat er alleen nog maar losse flodders mee konden worden afgevuurd – wat de specialisten een ‘alarmwapen’ noemen. In Slowakije behoort dit type wapens tot de categorie D, wat betekent dat ze vrijelijk kunnen worden aangeschaft door iedere volwassene. Ze zijn verkrijgbaar in wapenwinkels of, voor een paar honderd euro, bij internetbedrijven die ze vervolgens versturen per post.
In de politiearchieven zijn er legio voorbeelden. Bij het ontmantelen van een illegale wapenhandel in een Parijse voorstad eind 2012 stuitte de politie op berichten (onder pseudoniem) op sites voor jagers en scherpschutters. De handelaren boden bij opbod materiaal aan, compleet met foto’s, en maakten soms zelfs reclame met het hoofd van een klant. ‘Binnenkort krijg ik Glocks 17, 3e generatie’, beloofde een van hen. De zeldzame en veelgevraagde AK 47’s gingen als warme broodjes. ‘Je zal nog even moeten wachten want ze vliegen de deur uit en de AK die ze hadden was al gereserveerd. Je hoort van me zodra ik er een heb’, meldde een handelaar spijtig volgens een familielid van een jihadist die samen met Chérif Kouachi en Amédy Coulibaly gevangenzat voor een ander vergrijp. Een andere handelaar beloofde: ‘De AK’s zullen er vóór de kerst zijn.’
‘Deze handel is in Frankrijk volstrekt illegaal, maar in de praktijk gemakkelijk’, onderstreepte het laboratorium van de technische recherche in Parijs, dat het arsenaal van Coulibaly heeft geanalyseerd, op 20 januari 2015 in een rapport. De remilitarisering van een alarmwapen is voor een kenner kinderspel. Van onschuldig verandert het weer in dodelijk. En hoewel talloze gespecialiseerde diensten de afgelopen jaren bij de Europese autoriteiten aan de bel hebben getrokken, houdt de regelgeving van de EU nog altijd geen rekening met dit gevaar. Niet alleen rept de Europese richtlijn voor de controle op wapens uit 2008 met geen woord van de problematiek van alarmwapens, ook heeft de Europese Commissie in 2010 besloten de reikwijdte van die richtlijn te beperken.
In een rapport van de Commissie van 27 juli 2010 staat ook te lezen dat het illegaal ombouwen van alarmwapens, waarvoor de Europese autoriteiten al waren gewaarschuwd, ‘gerelativeerd dient te worden gezien het tamelijk grote aantal alarmpistolen dat binnen de Unie aanwezig is’. Ruim baan dus voor het vrije verkeer van goederen zonder het veiligheidsrisico op een objectieve manier te wegen: ‘Er zijn derhalve weinig aanwijzingen dat een Europese harmonisatie van nationale wetgeving (…) het functioneren van de interne markt zal verbeteren door het vrije verkeer van goederen aan banden te leggen, of door concurrentievervalsing tegen te gaan.’ Resultaat is het chronisch (en dramatisch) ontbreken van reglementaire harmonisatie tussen de EU-landen onderling.
In 2013 drongen sommige politiediensten er desondanks nog sterker op aan de dreiging onder ogen te zien. De Slowaakse overheid verspreidde in september van dat jaar een in het Engels gestelde poster over de risico’s van het weer ombouwen van alarmwapens tot echte wapens – het document is momenteel toegevoegd aan de bewijslast voor het gerechtelijk onderzoek naar de aanslagen van januari 2015. Het land zag zich geconfronteerd met een toenemende remilitarisering van geneutraliseerde wapens, een fenomeen dat zich volgens de Slowaakse politie ook in toenemende mate bij andere EU-leden voordoet. In 2013 maakten de eerste geneutraliseerde Slowaakse wapens hun opwachting in Frankrijk, met name in de regio Marseille, aldus een rapport van de Franse technische recherche.
Op 21 oktober 2013 publiceerde de Europese Commissie een nieuw rapport dat het probleem ditmaal onder ogen leek te zien: ‘De wetshandhavingsdiensten binnen de Unie maken zich zorgen over het feit dat geneutraliseerde vuurwapens worden gereactiveerd en verkocht voor criminele doeleinden, en dat alarmpistolen en luchtdrukgeweren tot illegale en dodelijke wapens worden omgebouwd.’ Wat had deze waarschuwing voor wettelijke consequenties? Geen enkele.
De handel gaat door. En bloeit, dankzij het gebrek aan harmonisatie tussen de verschillende Europese wetgevingsinstanties. In 2013 vertelde een handelaar die gespecialiseerd was in remilitarisering tegen Mediapart dat hij niets moest hebben van wapens die volgens de strikte Franse richtlijnen waren geneutraliseerd: ‘Ik heb ze gehad, er is van alles aan veranderd wat voor het blote oog niet zichtbaar is, het is praktisch onmogelijk om ze weer operationeel te krijgen.’ Maar onklaar gemaakte wapens uit Spanje, Oostenrijk en Duitsland waren een zegen voor illegale wapenhandelaren. Daar was alleen de loop van dichtgelast. ‘Sommigen gaan hun wapens in Spanje kopen of in de vroegere Oostbloklanden, want die zijn makkelijker te remilitariseren’, bevestigt een Franse politiefunctionaris.
In de zomer van 2014 werden in de Parijse regio wapens van Slowaakse origine – zoals dat van Coulibaly – ontdekt tijdens een onderzoek dat niet specifiek op terrorisme was gericht. In deze zelfde periode is op de site van het Slowaakse bedrijf AFG (dat ons niet te woord wil staan) de VZ-58 van Coulibaly aangeschaft door een extreemrechtse ex-militair uit de regio Lille, Claude Hermant.
Hoe verbazingwekkend dat ook lijkt, er valt op Europese schaal geen enkele belangrijke wetsherziening te bespeuren na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher
Hermant, die verdacht werd van handel in gedemilitariseerde wapens, was ook een betaalde politie-informant. Hij bevestigde tegenover de rechters dat hij de kalasjnikov had aangeschaft en doorverkocht die na de dood van Coulibaly in diens arsenaal werd aangetroffen. Maar nadat de VZ-58 was verkocht aan een tussenpersoon in de zware misdaad, een zekere Samir L., ging het spoor algauw verloren, zodat men nog altijd niet zeker weet bij wie Coulibaly het heeft aangeschaft.
De waarschuwingen van de Europese instituties werden intussen steeds dringender. In juni 2014, zes maanden voor de golf aanslagen van januari, waarschuwde een door de Commissie geïnitieerde studie naar een mogelijke verbetering van de wapenwetgeving: ‘De tijdens deze studie verzamelde gegevens wijzen erop dat de veiligheid van Europese burgers op diverse manieren wordt bedreigd, en dat er bepaalde juridische en administratieve obstakels zijn om Europese wetgeving in werking te stellen. Wij bevelen een aantal maatregelen aan om de regels voor bepaalde types wapens aan te scherpen, zoals alarmwapens.’
Een maand eerder, in mei 2014, moest het directoraat-generaal voor Handel en Industrie van de Europese Commissie tijdens een vergadering met een groep experts op het gebied van wapenhandel ronduit toegeven dat de wapenrichtlijn ‘op een principe van minimale harmonisatie was gebaseerd’.
Maar hoe verbazingwekkend dat ook lijkt, er valt op Europese schaal geen enkele belangrijke wetsherziening te bespeuren na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher. Alleen in Slowakije is op 1 juli 2015 een wet van kracht geworden die bepaalt ‘dat gedeactiveerde wapens niet meer op internet mogen worden gekocht’, aldus Petar Lazarov, woordvoerder van het Slowaakse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Na iedere aanschaf van een gedeactiveerd wapen dient men voortaan over een aankoopbewijs te beschikken, en er zijn nieuwe standaardtechnieken geïntroduceerd om de mogelijkheid te beperken dat ze weer functioneel worden gemaakt’, voegt hij eraan toe.
Jaroslav Nad, defensie-expert bij de Slowaakse veiligheidspolitie, bevestigt dat deze maatregelen zijn bedoeld ‘om het risico te beperken dat deze wapens voor criminele of terroristische doeleinden worden gebruikt’. Maar twee belangrijke knelpunten zijn niet weggenomen: aan de ene kant heb je geen enkele vergunning nodig om een gedeactiveerd wapen te kopen – een aankoopbewijs volstaat –, en aan de andere kant blijft wapenhandel via internet legaal ‘voor houders van een wapenvergunning of mensen die bevoegd zijn om in wapens en ammunitie te handelen’.
Wetsherziening
Het heeft tot de 130 doden van de Parijse aanslagen in november 2015 moeten duren, in de Bataclan, op de terrassen en in Saint-Denis, voordat de Europese Commissie, de enige instantie die een gemeenschappelijk en doeltreffend kader kan bieden om dit fenomeen te beteugelen, serieus werk maakte van een herziening van de wet.
In een voorstel voor een nieuwe richtlijn voor de controle op wapens dat vijf dagen na de aanslagen van 13 november werd gepresenteerd, wordt onomwonden erkend dat de problematiek van alarmwapens ‘onvoldoende helder omschreven is in de regelgeving van de Unie’. De bekentenis in de tekst doet de haren ten berge rijzen: ‘De huidige richtlijn is niet van toepassing op alarmwapens.’ Verderop: ‘Informatie (…) duidt erop dat transformeerbare alarmwapens uit derde landen onbelemmerd toegang kunnen krijgen tot het grondgebied van de Unie, bij gebrek aan uniforme of gemeenschappelijke regels.’ De Commissie bevestigt – eindelijk – dat het ‘van wezenlijk belang is om het probleem op te lossen’, gezien ‘het grote risico dat alarmwapens tot echte vuurwapens kunnen worden getransformeerd, alsook het bewijs dat getransformeerde wapens tijdens enkele terroristische acties zijn gebruikt’.
‘Wij zullen niet langer tolereren dat de georganiseerde misdaad toegang heeft tot wapens voor militair gebruik en daarmee handel drijft in Europa,’ beloofde Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie. Maar voorlopig heeft nog geen enkele wetsherziening het licht gezien, en een woordvoerder van de Europese Unie kan niet zeggen wanneer daarover gestemd zal worden.
Ondertussen lijkt niet iedereen zich bewust van het probleem. ‘Er zijn lobbyisten die druk uitoefenen op Europarlementariërs om de reikwijdte van de toekomstige wapenrichtlijn te beperken en zeggen dat de controle op wapenaankopen alleen maar eerlijke mensen zal treffen, terwijl de terroristen hun gang kunnen blijven gaan. Maar de mazen in de wet zijn al lange tijd bekend’, foetert een anonieme Franse politiefunctionaris die gespecialiseerd is in wapenhandel.
De terroristen zelf zeggen tegen wie het maar horen wil dat ze geen enkele moeite hebben om aan wapens te komen. Dat verklaarde bijvoorbeeld een zekere Reda Hame, een uit Syrië teruggekeerde jihadist, afgelopen augustus tegenover functionarissen van het Franse directoraat-generaal voor de Binnenlandse Veiligheid (DGSI). ‘“Abou Omar” zei dat het geen enkel probleem zou zijn om aan wapens en ander materieel te komen. Ik hoefde maar te vragen wat ik nodig had, in Frankrijk of in Europa. Volgens mij hebben ze hele arsenalen.’ ‘Abou Omar’ is het strijderspseudoniem van Abdelhamid Abaaoud, de coördinator van de aanslagen van 13 november.
Fabrice Arfi, Karl Laske en Matthieu Suc behoren tot het European Investigative Collaborations Network, waarin een aantal vooraanstaande Europese kranten en tijdschriften samenwerken: onder meer L’Espresso,El Mundo,Mediapart,Der Spiegel,Le Soir en Politiken.
Mediapart is een onlinemagazine dat door journalisten wereldwijd met argusogen wordt gevolgd, omdat het op eigen kracht (zonder advertenties) rendabel is geworden. Opgericht door Edwy Plenel, toen hij geen hoofdredacteur van Le Monde kon worden.
Nog voor de uitslag van de Nederlandse verkiezingen waagde Ivan Krastev al een voorspelling: de anti-EU-partijen in Europa zullen niet overwinnen. Met dank aan Donald Trump.
‘De Europese Unie is dood, maar ze weet het nog niet,’ verklaarde Marine Le Pen, leider van het Front National, onlangs. De voornaamste nieuwsmedia namen meteen afstand van haar uitspraak, maar veel mensen vragen zich af of 2017 misschien het laatste jaar van de Europese eenheid zou kunnen zijn. Europese leiders voelen zich alsof ze elk moment de strop van de beul om hun hals kunnen krijgen.
In veel delen van Europa maken mensen zich ongerust dat de populistische golf niet gekeerd kan worden. Het oude continent wordt verscheurd door bittere tegenstellingen die zijn veroorzaakt door de euro en migratiecrises. De unie zit klem tussen het revisionistische Rusland en president Trumps America First, en is gedemoraliseerd door Groot-Brittanniës schokkende keuze voor een Brexit.
Bovendien zouden de komende verkiezingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Tsjechië en, hoogstwaarschijnlijk, Italië het naoorlogse Europese project de das om kunnen doen. De Europese economie leeft op, maar tegelijk neemt het gevoel van onveiligheid toe. Uit een peiling van het Britse bureau YouGov in januari bleek dat 81 procent van de Fransen, 68 procent van de Britten en 60 procent van de Duitsers verwachtte dat er dit jaar een grote terroristische aanval zou plaatsvinden in hun land.
Dus: zal de Europese Unie in 2017 uiteenvallen?
De verkeerde gok van 2017
Waarschijnlijk niet. Net zoals arrogantie en zelfverzekerdheid de Europese elites blind hebben gemaakt voor de mogelijkheid van een Brexit, kunnen mensen nu, gehinderd door wanhoop en een modieus fatalisme, niet voorzien welke kant het zal uitgaan. Een weddenschap afsluiten op de instorting van de Europese Unie zou weleens de verkeerde gok van 2017 kunnen zijn.
Het ziet er op dit moment naar uit dat Amerika, wederom, de redder van Europa zal zijn. Sommige Europeanen steunen het feit dat Trump afstand neemt van de traditionele bondgenoten van zijn land, anderen verafschuwen het. Maar beide groepen zijn nerveus geworden door wat ze in de eerste maand van de nieuwe Amerikaanse regering hebben zien gebeuren. Europeanen zijn niet bang voor Trump omdat hij bereid is muren te bouwen (Europa loopt wat dat betreft op hem vooruit) en ook niet omdat ze zo dol zijn op globalisering (velen hebben er een afkeer van). Hij jaagt Europeanen schrik aan omdat hij president Chaos is. Hij gedraagt zich als een personage uit een kinderboek – de man die op zijn paard sprong en in alle richtingen tegelijk galoppeerde.
Marine Le Pen veranderde ineens van een meelevende radicaal in een heilige strijdster tegen de twee “totalitarismen” van onze tijd: de islam en globalisering
Maar wat Trump tot de redder van de Europese Unie zou kunnen maken, is niet alleen de verontwaardiging die hij opwekt in de risicomijdende middenklassen, maar ook het radicaliserende effect dat zijn overwinning heeft op de populistische partijen hier. De populisten waren al lang voor de Amerikaanse verkiezingen in opkomst. In diverse landen slaagden ze erin een aanzienlijk aantal stemmen te trekken door naar het politieke centrum te laveren. Zo werden ze, voor sommigen, een levensvatbaar alternatief voor de status-quo.
Maar sinds de overwinning van Trump hebben zijn Europese zielsverwanten die benadering laten vallen en besloten om weer te radicaliseren en de winnende strategie van zijn campagne te imiteren. Ze gooiden hun moeizaam aangeleerde matigheid overboord en keerden terug naar een bozere toon en een apocalyptischer wereldbeeld. Marine Le Pen veranderde ineens van een meelevende radicaal in een heilige strijdster tegen de twee ‘totalitarismen’ van onze tijd: de islam en globalisering.
De electorale nederlaag van Norbert Hofer, de kandidaat van extreem-rechts, bij de Oostenrijkse presidentsverkiezingen in december, is misschien het beste voorbeeld van het Trump-effect op de Europese politiek. Door de overwinning van Trump werd extreem-rechts in Europa agressiever en arroganter, terwijl tegelijkertijd de bereidheid van zwevende kiezers om radicale alternatieven uit te proberen afnam.
Net zoals Barack Obama’s gejubel over de Europese Unie de aanhangers ervan niet heeft geholpen, bewijst Trumps anti-EU-retoriek de populisten geen dienst. Europese elites grijpen dit moment aan om de onafhankelijkheid van Europeanen te verdedigen en op te komen voor hun nationale belang. Zo maakt Trumps revolutie ruimte voor een EU-vriendelijk nationalisme.
Tot voor kort waren het extreem-rechts en extreem-links die vraagtekens zetten bij de mate waarin de Europese Unie afhankelijk is van de Verenigde Staten. Nu pleiten pro- Europeanen voor een Europees leger en een onafhankelijke Europese buitenlandse politiek. Vorige maand omschreef Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad, in een open brief aan de leiders van de 27 lidstaten het Amerika van Trump als een existentiële bedreiging van de Europese Unie, samen met Rusland, China en de radicale islam.
Wat 2017 anders maakt dan vorig jaar, en waarom de Europese Unie een goede overlevingskans heeft, is dat de verwachtingen van het publiek zijn veranderd. Nu zijn we er niet alleen van overtuigd dat het ondenkbare wel degelijk realiteit kan worden (Brexit, president Trump), maar we verwachten het ook. We wachten erop dat Geert Wilders de volgende premier van Nederland wordt. We nemen aan dat Marine Le Pen de volgende president van Frankrijk zal zijn. En we speculeren erop dat er een einde komt aan bondskanselier Angela Merkels ambtsperiode.
Dat zou allemaal kunnen – maar hoogstwaarschijnlijk gebeurt het niet. Als het ergste vermeden wordt, zou dat het Europese project juist nieuwe, broodnodige politieke energie kunnen geven. De geschiedenis leert ons dat overleven in tijden van crisis de ultieme bron van legitimiteit is. Het is eerder het vermogen van de Europese Unie om in 2017 te overleven dan het vermogen van de Unie om zichzelf te hervormen, dat de Europeanen ervan zal overtuigen dat eenheid niet tot het verleden behoort.
Auteur: Ivan Krastev
Vertaler: Tineke Funhoff
Ivan Krastev is voorzitter van het Center for Liberal Strategies, staflid van het Institute for Human Sciences in Wenen en columnist van The New York Times.
De Krant der kranten. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium. Het motto ‘All the news that’s fit to print’ wordt sinds 1896 bewaakt door de familie Ochs Sulzberger. De gedrukte oplage is onder de 1 miljoen gedaald maar de website trekt meer dan 30 miljoen bezoekers per maand.
Vrijwel elke internationale krant schreef over ‘het verlies van de PVV’. Anne Applebaum maakt zich meer zorgen over de neergang van de sociaal-democratie – volgens haar een ontwikkeling die van grote invloed zal zijn op het electoraat in heel Europa.
Als je in de Engelstalige wereld woont, bezie je de rest van de wereld algauw door een populistische bril. Geen wonder: we zijn dagelijks bezig met het drama van de Brexit en het presidentschap van Trump, waarin in beide gevallen een hoofdrol is weggelegd (in wisselende maten) voor slechtgemanierde mannen met een slecht kapsel, aanvallen op deskundigen en immigranten en minachting voor nationale en internationale instituties die decennia lang voor vrede hebben gezorgd en de welvaart hebben bevorderd. Als we naar andere landen kijken, zijn we vanzelfsprekend op zoek naar diezelfde fenomenen.
Om die reden hebben de verkiezingen in Nederland, waarvan de Engelstalige wereld gewoonlijk niet wakker ligt, dit jaar ongekend veel aandacht getrokken. Want daar stond, midden op het politieke toneel, Geert Wilders. Een Nederlandse politicus die al heel wat jaren meeloopt – hij werd voor het eerst in het parlement gekozen in 1998 en zijn partij heeft al eerder gedoogsteun aan een kabinet verleend – en die zich allengs heeft ontwikkeld tot een slechtgemanierde man met een slecht kapsel die erin slaagde de populistische fakkel op te pakken en naar Den Haag te dragen. Een vriend van Stephen K. Bannon en Nigel Farage.
Wilders maakte dit jaar zijn opwachting op de Republikeinse Nationale Conventie in Washington, juichte de Brexit toe en deed zichtbare pogingen om zich aan te sluiten bij wat een internationale trend leek.
Uiteindelijk zal de teloorgang van Oud Links, en het verhaal van zijn vervangers, misschien wel belangrijker blijken te zijn dan de opkomst van “Nieuw Extreem-rechts”
Toen hij hoog in de peilingen stond, leek het er even op dat Wilders’ Partij voor de Vrijheid de grootste fractie zou worden in een sinds lange tijd sterk verdeeld Nederlands parlement. Maar een uitzonderlijk hoge opkomst zorgde voor een heel ander resultaat. Wilders behaalde een lichte winst en heeft nu 20 van de 150 Kamerzetels. Maar van een populistische triomf was geen sprake. De centrum-rechtse partij van de premier blijft de grootste in het parlement en de overgrote meerderheid van de kiezers heeft de voorkeur gegeven aan partijen die in de Europese Unie willen blijven.
Omdat we Nederland door een populistische bril bezien, is het grotere verhaal ons ontgaan: de ineenstorting van de centrum-linkse Partij van de Arbeid, die ook van betekenis is voor heel Europa en het electoraat in bijna alle landen zal beïnvloeden. Hoewel de langzame neergang van de sociaal-democratie in sommige landen tijdelijk is bezworen door centristen als Tony Blair, is die al een feit sinds het eind van het communisme de droom van een door de staat geleide economie verstoorde en economische veranderingen de vakbonden ondermijnden, evenals de solidariteit van de arbeidersklasse die door die bonden werd bevorderd.
Linkse kiezers
Overal op het Europese continent zijn gedesillusioneerde voormalige linkse kiezers in de armen van xenofoben gedreven, vooral omdat velen daarvan – met name Marine Le Pen in Frankrijk, maar ook de Oostenrijkse FPÖ en de Poolse Partij voor Recht en Rechtvaardigheid – nu pleitbezorgers zijn van wat je ‘marxisme light’ zou kunnen noemen of, als je minder beleefd bent, nationaal-socialisme: elementen daarvan zijn renationalisatie van de industrie, handelsbelemmeringen en versterking van de verzorgingsstaat. Maar er zijn ook linkse spijtoptanten die een andere weg hebben gevolgd. Sommigen steunen liberalen zoals Emmanuel Macron in Frankrijk, of groenen zoals Alexander Van Der Bellen, de president van Oostenrijk. Bij de Nederlandse verkiezingen nam de steun voor sociale en economische liberalen, evenals voor de groenen, spectaculair toe.
Uiteindelijk zal de teloorgang van Oud Links, en het verhaal van zijn vervangers, misschien wel belangrijker blijken te zijn dan de opkomst van ‘Nieuw Extreem-rechts’. Deze Populistische Internationale heeft echter ontegenzeglijk beter begrepen dat de dramatische gevolgen van internet, sociale media en automatisering, evenals van de economische globalisering, betekenden dat het democratische Westen nieuwe politieke partijen met nieuwe filosofieën nodig had. Haar antwoord was negatief, boos en in sommige gevallen gekenmerkt door ondemocratische radicale nostalgie; verwerping van het heden ten gunste van een revolutionaire terugkeer naar een geïdealiseerd en volledig wit verleden, waar iedereen werk had.
Er zouden ook andere antwoorden kunnen zijn. Veel gedesillusioneerde kiezers kunnen ook voor positieve plannen worden gemobiliseerd. Misschien zullen ze zich aangetrokken voelen tot nieuwe partijen, of nieuwe leiders, die een visioen van een betere toekomst bieden in plaats van een onbereikbaar verleden. In de Engelstalige wereld is dat de laatste tijd niet zo goed gelukt. Maar dat betekent niet dat het onmogelijk is.
Anne Applebaum schrijft voor The Washington Post en Slate en is auteur van meerdere boeken over Oost-Europa. Voor Gulag: A History kreeg ze de Pulitzer Prize.
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.
Het nationalisme van het Hongaarse regime is een schaamlap voor corruptie en neoliberalisme, aldus een Hongaarse columnist.
De huidige critici van de Europese Unie willen dat de natiestaten terugkeren. Viktor Orbán heeft dit een prioritaire doelstelling genoemd in zijn jaarlijkse toespraak [uitgesproken op 10 februari jl.] Culturele en economische soevereiniteit is altijd al zijn belangrijkste stokpaardje geweest. Aan de ene kant zou de natiestaat volgens hem kunnen zorgen voor culturele homogeniteit. Aan de andere kant zou de natiestaat de onderlinge concurrentie tussen landen op het gebied van belastingen en lonen bevorderen. Maar waarom zou een van deze twee benaderingen nu uitgerekend voor Hongarije gunstig zijn?
Wie honderd jaar na de ineenstorting van de Habsburgse monarchie, die de multiculturele vrede op wonderbaarlijke wijze had weten te bewaren, in Midden-Europa tot iedere prijs zou willen terugkeren naar de natiestaat of naar etnische homogeniteit, heeft niets begrepen van de geschiedenis. En ook niet van het heden. De natiestaat van Viktor Orbán is weliswaar handig, want het lukt om Audi en Mercedes aan te trekken met lage lonen en karige arbeidsvoorwaarden. Maar het wordt veel minder efficiënt wanneer je het salaris van een Duitse werknemer in Ingolstadt afzet tegen een Hongaarse arbeider die in Györ zwoegt.
Dan verliest het kader van de natiestaat zijn aantrekkelijkheid ten opzichte van een pan-Europese benadering. Het is geen toeval dat een natiestaat als Ierland Apple toestond om de fiscus te tillen. In die kwestie waren noch Orbán, noch Le Pen, noch Heinz-Christian Strache [de leider van de Oostenrijkse FPÖ] verontwaardigd over een multinational die de regels van het oude continent en zijn burgers met voeten trad. Het was de Europese Commissie die in actie kwam. De extreem-rechtse partijen, de ridders van de natiestaat, zijn vooral degenen die, achter hun façade van xenofobie, hun eigen arbeiders uitleveren aan de grillen van de globalisering zodra ze een hoge positie hebben bereikt.
De beste truc van het nationalisme is de kiezers ervan te overtuigen dat ze zich moeten laten leiden door hun onderbuikgevoelens, als leden van een gedroomde nationale gemeenschap, in weerwil van rationele belangen
Het verbaast dus niet dat groeperingen die de EU op de korrel nemen en er zelfs van gruwen – van de Lega Nord en de FPÖ tot Fidesz – pleiten voor een neoliberaal beleid tegen armoedzaaiers wanneer ze regeren. Het is per slot van rekening heel eenvoudig om Brussel ervan te beschuldigen te hebben bijgedragen aan de daling van de koopkracht en de algehele sociale malaise.
Viktor Orbán denkt helemaal niet aan de arbeider in Györ wanneer hij de natiestaat ophemelt. Hij denkt vooral aan de corruptie, die veel lastiger aan het licht kan worden gebracht in een staat die potdicht zit, en aan de multinationals die hij paait met belastingverlagingen. Het werk van Ulrich Beck (Duitse socioloog, 1944-2015) toont goed aan dat nationalistische retoriek een comfortabele schaamlap is voor de kwalijke gevolgen van corruptie en neoliberalisme.
De beste truc van het nationalisme is de kiezers ervan te overtuigen dat ze zich moeten laten leiden door hun onderbuikgevoelens, als leden van een gedroomde nationale gemeenschap, in weerwil van rationele belangen. De arbeider uit het noordoosten van Engeland zou eigenlijk moeten rebelleren tegen de Tories, die zijn positie aanzienlijk hebben verzwakt en hebben bijgedragen aan de stijging van de werkloosheid. Maar hij balt zijn vuist tegen Brussel, omdat hij zijn oren laat hangen naar het UKIP-verhaal tegen het sociale Europa, waar hij in deze barre tijden toch echt veel baat bij zou hebben.
Wie de natiestaat in Hongarije bij hoog en bij laag steunt, en dus de grootste pleitbezorger van belastingparadijzen is, blijft de plaatselijke arbeiders afschepen met lage lonen om deze gokstrategie vol te houden die ons onderscheidt van andere landen. Zou dat op termijn echt voordelig zijn voor het land?
Rechts-conservatief Hongaars dagblad. De krant is gelieerd aan de regerende Fidesz-partij van Viktor Orbán en is altijd kritisch over de linkse oppositiepartij MSZP.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.