Tag: EU

  • Het nieuwe Europese asielstelsel: ‘Moreel gezien twijfelachtig’

    Het nieuwe Europese asielstelsel: ‘Moreel gezien twijfelachtig’

    Afgelopen vrijdag trad het hervormde Europese asielstelsel in werking. Het migratiepact moet er onder meer voor zorgen dat er strengere regels gelden voor asielprocedures en dat asielbeleid in alle EU-landen in de kern gelijk is. Maar gaan de nieuwe regels niet te ver? 

    Nee: ‘Europa moet functioneren om te overleven’

    ‘De EU legt vluchtelingen nu nog meer restricties op – dat is moreel gezien twijfelachtig, maar uiteindelijk onvermijdelijk’, stelt Brussel-correspondent Josef Kelnberger in Süddeutsche Zeitung. Volgens hem versterkte de gastvrije koers van Angela Merkel de vreemdelingenhaat in Europa. Veel mensen kregen het gevoel dat migratie uit de hand liep en zorgde voor overbelaste scholen, woningnood, toenemende criminaliteit en identiteitsverlies. Om de rechtse partijen de wind uit de zeilen te nemen, wil inmiddels ook het politieke midden migranten ervan weerhouden om in een boot richting Europa te stappen. ‘Het nieuwe stelsel moet de burgers het gevoel geven: de EU wil de irreguliere migratie beteugelen, nog sterker dan voorheen, en dat doen we samen.’

    Het pact, dat onder andere moet zorgen voor strengere screening aan de buitengrenzen, kortere procedures en meer grip op doorreizen, moet ook leiden tot meer samenhang tussen de Europese regeringen. De landen aan de buitengrenzen van Europa, zoals Griekenland en Italië, nemen de verantwoordelijkheid voor de asielprocedures op zich en landen die minder druk ervaren ondersteunen hen daarbij. Het pact bindt de lidstaten aan gemeenschappelijke procedures en daarmee, aldus Kelnberger, aan gedeelde normen voor de behandeling van vluchtelingen.

    De morele rechtvaardiging voor hun beleid luidt: als migranten niet meer naar Europa komen, kunnen ze ook niet verdrinken

    Het migratiepact wordt aangevuld met verdere aanscherping van het asielrecht. Sommige zogenoemde ‘innovatieve ideeën’ schuren volgens Kelnberger met de waarden van de Europese identiteit, waaronder het respect voor de menselijke waardigheid. Afgewezen asielzoekers zouden binnenkort in uitzettingscentra in ‘veilige derde landen’ kunnen belanden zoals Oeganda of Rwanda. Het EU-recht maakt het zelfs mogelijk vluchtelingen daarnaartoe te sturen zonder dat er een asielprocedure in Europa aan voorafgaat.  Volgens de Brussel-correspondent zijn dit de gevolgen van het stemgedrag van de Europese kiezers.

    De morele rechtvaardiging voor hun beleid luidt: als migranten niet meer naar Europa komen, kunnen ze ook niet verdrinken. ‘Je kunt deze rechtvaardiging hypocriet en onmenselijk vinden, maar daarmee ga je voorbij aan de vraag hoe vluchtelingen kunnen worden opgevangen zonder dat de druk op huisvesting, zorg en onderwijs te groot wordt en het maatschappelijke draagvlak afneemt.’

    De weg die de EU inslaat ligt daarom voor de hand, concludeert hij. Te midden van de huidige wereldpolitiek moet Europa zijn burgers bescherming en orde kunnen bieden. Pas als dat gelukt is, denkt Kelnberger, ontstaat er ruimte voor een ander gesprek. ‘Over legale immigratie naar de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld. En misschien zelfs over een Europese reddingsmissie in de Middellandse Zee.’

    Josef Kelnberger is journalist en correspondent in Brussel voor de Duitse krant Süddeutsche Zeitung. Eerder werkte hij onder meer als sportverslaggever en politiek correspondent.


    Ja: ‘Onze politici kiezen voor de gemakkelijke weg door vluchtelingen, migranten en minderheden te demoniseren’

    ‘Regeringen in heel Europa – Spanje uitgezonderd – nemen maatregelen die ze vroeger als extremistisch zouden bestempelen. Het is niet alleen een droom die uitkomt voor extreemrechts, maar ook voor mainstream conservatieven en centrumlinkse politici zoals de Deense Mette Frederiksen’, schrijft EU-commentator Shada Islam in The Guardian. Het nieuwe migratiepact maakt het mogelijk om asielaanvragen buiten de EU te laten behandelen en uitgeprocedeerde migranten naar landen buiten de EU te sturen. Regeringen krijgen daarnaast uitgebreide detentiebevoegdheden – inclusief het recht kinderen vast te houden – en mogen uitzettingen versneld afhandelen. 

    De EU is zelfs bereid zaken te doen met de taliban. Voor het eerst bereidt het directoraat Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie zich voor op gesprekken in Brussel met een delegatie van Taliban-vertegenwoordigers uit Afghanistan. ‘Deze gesprekken zullen niet gaan niet over de systematische inperkingen van de vrouwenrechten. Nee, ze gaan over de gedwongen uitzetting van asielzoekers van wie het verzoek om bescherming in Europa is afgewezen – uitzetting naar een land waar terugkeerders willekeurig worden opgepakt, vastgehouden en gemarteld.’

    ‘Dit begint bij migranten, maar ik betwijfel of het daarbij blijft’

    De EU-commentator vreest dat dit nog maar het begin is. ‘Dit begint bij migranten, maar ik betwijfel of het daarbij blijft. De geschiedenis leert ons dat zodra politici mensen ervan weten te overtuigen dat bepaalde groepen minder rechten en minder empathie verdienen, iedereen uiteindelijk slachtoffer wordt.’ 

    Na jaren de EU van dichtbij te hebben gevolgd, zag Islam hoe het beleid is verschoven van migratiebeheer naar afschrikking en nu naar uitzetting – volgens haar een ander woord voor remigratie. Ze ergert zich aan de neiging van politici om hun strengste maatregelen te verbergen achter bureaucratisch jargon. ‘Deals waarbij geld wordt betaald voor het opvangen van migratie heten nu “partnerschappen”, uitzetting wordt “terugkeerbeheer” genoemd en degenen die gedwongen naar huis worden gestuurd, worden afgeschilderd als “criminelen”, “illegalen” of “irreguliere migranten”’, merkt ze op.

    Islam schrijft dat Europese samenlevingen inderdaad onder druk staan door ongelijkheid, woningnood en overbelaste publieke diensten. ‘Maar in plaats van deze problemen aan te pakken, kiezen onze politici voor de gemakkelijke weg door vluchtelingen, migranten en minderheden te demoniseren.’ Haar vertrouwen in de EU is behoorlijk geschaad. ‘Jarenlang geloofde ik dat de EU, ondanks haar tekortkomingen, altijd zou opkomen voor democratie, mensenrechten en onafhankelijke rechtspraak. Maar dat vertrouwen neemt met de dag af.’

    Shada Islam is een in Brussel gevestigde commentator op het gebied van EU-aangelegenheden. Ze leidt New Horizons Project, een bureau voor strategisch advies over Europees en internationaal beleid.

  • Ghana en de EU tekenen hun eerste partnerschapsovereenkomst 

    Ghana en de EU tekenen hun eerste partnerschapsovereenkomst 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Belarussisch president Loekasjenka brengt tweedaags bezoek aan Noord-Korea 

    » Iran heeft ‘geen intentie om te onderhandelen’. Trump beweert van wel 

    Ghana lijdt onder terroristisch geweld

    Ghana en de EU hebben hun eerste partnerschapsovereenkomst getekend om regionale onveiligheid, gerelateerd aan terrorisme, te bestrijden. ‘Dit markeert het begin van een nieuw tijdperk van strategische samenwerking tussen Brussel en Accra’, merkte de pan-Afrikaanse website Koaci woensdag op. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De overeenkomst, die dinsdagochtend in de Ghanese hoofdstad werd ondertekend door de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, Kaja Kallas, en de Ghanese vicepresident, Jane Naana Opoku-Agyemang, heeft tot doel de samenwerking te versterken op gebieden als terrorismebestrijding, het delen van inlichtingen en crisisbeheer. 

    Dit gebeurt terwijl West-Afrikaanse kustlanden, waaronder Ghana, proberen de verspreiding van geweld vanuit de Sahelregio te voorkomen, waar gewapende groeperingen die banden hebben met Al Qaida en Islamitische Staat de afgelopen jaren hun aanvallen hebben geïntensiveerd. Na de ondertekening op woensdag leverde de EU militaire uitrusting aan Ghana, waaronder bewakingsdrones, antidronewapens en motorfietsen.

  • VK: Labour wil onderzoek laten instellen naar donaties voor Reform UK 

    VK: Labour wil onderzoek laten instellen naar donaties voor Reform UK 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De EU gaat de term ‘plantaardige steak’ verbieden 

    » VS: Trump ontslaat zijn minister van Binnenlandse Veiligheid, Kristi Noem 

    De rechtse partij loopt voorop qua fondsenwerving 

    De anti-immigratiepartij van Nigel Farage ontving de meeste donaties in het laatste kwartaal van 2025, dankzij een donatie van 3 miljoen pond (3,4 miljoen euro) van Christopher Harborne, een in Thailand gevestigde cryptobelegger, zo blijkt uit gegevens van de Kiescommissie die donderdag zijn gepubliceerd. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In totaal heeft Reform UK meer dan 5,4 miljoen pond (6,2 miljoen euro) ontvangen, vergeleken met ongeveer 4 miljoen pond (4,6 miljoen euro) voor de Conservatieve Partij en 1,98 miljoen pond (2,3 miljoen euro) voor de regerende Labourpartij. Volgens The Independent heeft Labour de Kiescommissie gevraagd een onderzoek in te stellen naar de cryptodonaties van Reform UK. 

    Labour beweert dat Farages partij in het laatste kwartaal geen donaties heeft aangegeven, terwijl de eurosceptische leider eind oktober verklaarde dat hij ‘een paar’ donaties in deze vorm had ontvangen.

  • De EU gaat de term ‘plantaardige steak’ verbieden 

    De EU gaat de term ‘plantaardige steak’ verbieden 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Trump ontslaat zijn minister van Binnenlandse Veiligheid, Kristi Noem 

    » VK: Labour wil onderzoek laten instellen naar donaties voor Reform UK 

    Vegaworstjes en -hamburgers blijven wel zo heten

    Leden van het Europees Parlement en de lidstaten bereikten donderdag in Brussel een akkoord na wekenlange discussies, meldt de Frankfurter Zeitung. Rechtse Europarlementariërs en de vleesindustrie wilden termen als steak, hamburger en worst verbieden voor vegetarische producten, zogenaamd om veehouders te beschermen. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er werd een compromis bereikt waarbij de woorden steak, bacon en lever alleen voor vleesproducten gereserveerd blijven. Vegetarische hamburgers en plantaardige worstjes mogen hun naam voorlopig behouden. Het akkoord moet nog worden goedgekeurd door het Parlement en de zevenentwintig lidstaten. 

    De kwestie was onderwerp van intense onderhandelingen, aangezien plantaardige alternatieven een enorme groei doormaken, met name in Duitsland, de grootste markt voor deze producten in Europa. Supermarktketens Lidl en Aldi hadden er nadrukkelijk op aangedrongen om een ​​verbod op termen die onder consumenten ‘bekend’ zijn geworden, te vermijden.

  • Brazilië: Senaat ratificeert vrijhandelsakkoord tussen EU en Mercosur

    Brazilië: Senaat ratificeert vrijhandelsakkoord tussen EU en Mercosur

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oorlog in Oekraïne: Poetin laat twee Oekraïens-Hongaarse gevangenen vrij

    » De VS claimen al de overwinning: ‘Iran is verslagen en dat weten ze’

    Alleen Paraguay moet de overeenkomst nog ratificeren

    De Braziliaanse Senaat heeft woensdag unaniem de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie (EU) en de oprichtende staten van Mercosur (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay) geratificeerd. De overeenkomst, waarover sinds 1999 is onderhandeld, wacht nu op de handtekening van de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva, een van de grootste voorstanders ervan. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Senator Tereza Cristina verklaarde dat de overeenkomst ‘uniek is, niet alleen vanwege de omvang ervan, waarmee een van de grootste vrijhandelszones ter wereld wordt gecreëerd’, maar ook omdat zij de ‘overgang naar een nieuwe internationale dynamiek’ inluidt, aldus Folha de São Paulo

    Zonder de Verenigde Staten expliciet te noemen, benadrukte de senator dat ‘nationalisme en protectionisme in opkomst zijn, evenals het gebruik van economische en commerciële macht als politiek pressiemiddel’. De overeenkomst moet nog door Paraguay worden geratificeerd.

  • Wat is de winst van het EU-Mercosur-akkoord?

    Wat is de winst van het EU-Mercosur-akkoord?

    Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar het Mercosur-akkoord. Na meer dan een kwart eeuw onderhandelen hebben de Europese Unie en het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur een omvangrijk vrijhandelsakkoord ondertekend. De overeenkomst belooft nieuwe markten, maar roept felle tegenstand op van Europese boeren en krijgt bovendien een geopolitieke lading in een wereld die steeds verder polariseert. Wat betekent het EU-Mercosur-akkoord nu echt?

    Wat is het?

    De Europese Unie en het Mercosur-blok hebben zaterdag hun langverwachte handelsovereenkomst ondertekend, waarmee na meer dan vijfentwintig jaar onderhandelen een van ’s werelds grootste vrijhandelsakkoorden werd bezegeld. De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, en de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, woonden de ceremonie bij in Asunción, Paraguay, samen met de leiders van Mercosur uit Argentinië, Uruguay en gastland Paraguay. De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva, een belangrijke voorstander van het pact, was niet aanwezig en liet zich vertegenwoordigen door zijn minister van Buitenlandse Zaken.

    ‘Deze overeenkomst geeft een sterk signaal af aan de wereld,’ zei Von der Leyen tijdens de ceremonie, geciteerd door Politico. ‘Het akkoord weerspiegelt een duidelijke en weloverwogen keuze. We kiezen voor eerlijke handel in plaats van invoerheffingen. We kiezen voor een productief, langdurig partnerschap.’ De overeenkomst moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de nationale wetgevende instanties aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.

    Als de overeenkomst wordt geratificeerd, ontstaat een vrijhandelszone die meer dan 700 miljoen mensen in Europa en Latijns-Amerika omvat. Meer dan 90 procent van de invoerrechten op EU-exportproducten wordt geleidelijk afgeschaft, wat nieuwe markten opent voor Europese fabrikanten, met name in industriële sectoren. De Mercosur-landen zouden op hun beurt meer toegang krijgen tot de EU-markt voor landbouwproducten.

    In totaal genereren de landen van de EU en Mercosur een vijfde van het totale bruto binnenlands product (bbp) van de wereld. Op papier is dit een aanzienlijke markt, maar de twee blokken hebben onderling weinig handelsverkeer, merkt Le Monde op. ‘Mercosur is goed voor slechts 2,1 procent van de EU-uitvoer, ver achter Turkije, Noorwegen of zelfs Zuid-Korea.’

    ANP 547847355
    Leiders en vertegenwoordigers van de Europese Unie en Mercosur poseren na de ondertekening van het handelsakkoord. Asunción, 17 januari 2026. – © Luis Robayo / AFP

    De overeenkomst heeft dan ook het doel de handel tussen beide partijen te bevorderen. Brussel schat dat dankzij de verlaging van de douanebarrières tussen beide blokken het bbp van de EU tegen 2040 met 77,6 miljard euro (0,05 procent) en dat van Mercosur met 9,4 miljard euro (0,25 procent) zou kunnen stijgen. Maar volgens het Franse dagblad plaatsen veel economen hun vraagtekens bij deze cijfers, die zij als een overschatting beschouwen. 

    Waarom duurde het zo lang?

    De onderhandelingen tussen de EU en Mercosur begonnen in 1999, maar liepen vast door het aantreden van een reeks linkse leiders in Zuid-Amerika in de jaren 2000 en begin jaren 2010. Met de komst van meer marktgerichte presidenten in Argentinië in 2015 en Brazilië in 2016 vorderden de onderhandelingen en werd in 2019 een principeakkoord bereikt. Deze keer liep de ratificatie echter vast door tegenstand van Europese protectionisten.

    De overeenkomst leek ten dode opgeschreven toen de voormalige Braziliaanse president Jair Bolsonaro – een extreemrechtse ontkenner van klimaatverandering – tijdens zijn ambtstermijn van 2019-2023 in heel Europa een persona non grata werd. Uit bezorgdheid dat het pact ontbossing in het Amazonegebied zou aanwakkeren of klimaatnormen zou verzwakken, voegde de EU in 2023 strengere groene kaders toe. Die stap bracht de onderhandelingen bijna tot stilstand; de leiders van Mercosur reageerden verontwaardigd op wat zij zagen als Europese bemoeizucht, maar bereikten later een compromis, aldus Foreign Policy

    De landbouwlobby maakte zich echter veel zorgen. In Frankrijk blokkeerden boeren met hun tractoren snelwegen ten zuiden van Toulouse en de toegang tot de grootste containerhaven van het land in Le Havre. Ook in Ierland vonden nieuwe tractorkonvooien plaats uit protest tegen het pact. ‘Omdat boeren twee jaar geleden enig succes boekten met hun protesten tegen het EU-landbouwbeleid, kwamen ze nu opnieuw in opstand,’ constateert Süddeutsche Zeitung.

    De Commissie beloofde 45 miljard euro extra steun voor EU-boeren en temperde zo het verzet van landbouwsectoren en regeringen die bezorgd waren over goedkope import. ‘De Franse president Emmanuel Macron kwam als een van de grootste verliezers uit de bus. Ondanks aanhoudende pogingen om de overeenkomst te blokkeren of uit te stellen – onder druk vanuit de Franse landbouwsector – slaagde Parijs er niet in het akkoord van tafel te vegen’, aldus Foreign Policy. Italië steunde de overeenkomst uiteindelijk nadat het garanties en financieringsverplichtingen voor zijn eigen boeren had bedongen.

    ANP 547587209 1
    Boeren demonstreren met honderden tractoren tijdens een landelijke actiedag tegen het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Mercosur. Lyon, 15 januari 2026. – © Konrad K. / SIPA

    ‘De EU heeft dus opnieuw gereageerd op de protesten van de boeren en ingestemd met aanvullende beschermingsbepalingen. Als de markten instabiel worden door import uit Zuid-Amerika, zullen de hogere tarieven opnieuw worden ingevoerd. Deze beslissing heeft de Zuid-Amerikaanse landbouworganisaties ongetwijfeld ontstemd’, schrijft Süddeutsche Zeitung.

    Wat levert het uiteindelijk op?

    Deze vraag is moeilijk te beantwoorden, concludeert Le Monde, aangezien de overeenkomst waarschijnlijk veel onderling verweven ecologische, geopolitieke en economische gevolgen zal hebben, ‘waardoor het onmogelijk is om de impact van elk afzonderlijk element nauwkeurig in te schatten’.

    Vanuit economisch oogpunt zou de Europese industriële sector de meeste baat hebben bij de overeenkomst, aangezien deze een einde maakt aan de hoge invoerrechten op onder andere auto’s, machines en chemische producten. 

    Volgens El Mundo biedt de overeenkomst tussen Mercosur en de EU daarnaast handelsmogelijkheden die kunnen leiden tot meer industrie en hoogwaardige banen in de regio. ‘Het is ook een bron van handels- en investeringsmogelijkheden voor Europa, dat volgend jaar al meer dan 4 miljard euro aan invoerrechten zal besparen.’ In The Conversation schrijft Sergi Basco, universitair hoofddocent economie aan de Universiteit van Barcelona, echter dat ‘deze handelsovereenkomst geen grote economische effecten zal hebben’.

    Voor de Mercosur-landen gaat de overeenkomst met de EU minder over een plotselinge exportboom en meer over geopolitieke invloed. ‘De sterkere banden met Europa vormen een aanvulling op de banden met de Verenigde Staten en China; Zuid-Amerikaanse regeringen zullen niet gedwongen worden om een keuze te maken tussen de druk van Washington en de aantrekkingskracht van Beijing,’ analyseert Foreign Policy. Door Mercosur via een formeel pact aan de EU te binden, krijgt Mercosur bovendien weer een gezamenlijk doel en cohesie. ‘De overeenkomst versterkt ook de diplomatieke geloofwaardigheid van Brazilië, dat zichzelf als regionale leider ziet.’

    Voor Europa biedt de overeenkomst een gedeeltelijke bescherming in de wereldwijde strijd om zeldzame aardmetalen en andere cruciale grondstoffen. Brazilië alleen al controleert meer dan 20 procent van de wereldwijde reserves aan cruciale mineralen, waaronder zeldzame aardmetalen die essentieel zijn voor geavanceerde productie, schone energietechnologieën en militaire toepassingen. Argentinië en Bolivia beschikken over belangrijke lithiumreserves, die onder andere gebruikt kunnen worden voor het ontwikkelen van batterijen van elektrische voertuigen en eveneens belangrijk zijn voor de energietransitie. ‘Nu regeringen wereldwijd hun afhankelijkheid van China voor kritieke mineralen willen verminderen, is het vastleggen van de toegang tot Zuid-Amerikaanse toeleveringsketens niet alleen een commerciële, maar ook een strategische troef geworden’, schrijft het Amerikaanse tijdschrift.

    ANP 488660500 1
    Donald Trump geeft een toespraak tijdens een bijeenkomst van de Republikeinse voorverkiezingen in Des Moines, Iowa, op 15 januari 2024 – © Jim Watson / AFP

    ‘Op dit moment is de overeenkomst met Mercosur het beste antwoord op de uitgebreide versie van de Monroe-doctrine die Trump in de regio toepast’, schrijft El Mundo. Het akkoord creëert de grootste vrijhandelszone ter wereld, die door dezelfde waarden en normen zal worden geregeerd. 

    De overeenkomst is daarmee veel meer geworden dan alleen een handelsakkoord: het is een teken dat Europa en een groot deel van Zuid-Amerika strategieën nastreven om hun economische en strategische autonomie te vergroten in het licht van het protectionisme en de militaire dreigingen van de VS.

    Sterker nog, volgens El País was Donald Trump zelfs onmisbaar bij het nieuw leven inblazen van het handelsakkoord tussen de EU en Mercosur. ‘De Republikein was nog niet eens aangetreden toen EC-voorzitter Ursula von der Leyen in december 2024 op het vliegtuig stapte en naar Montevideo vloog om een principeakkoord te ondertekenen – het tweede – na onderhandelingen die al het hele decennium hadden geduurd.’ Het uitbreiden van handelsallianties met voorspelbare partners is een grote stap om de handelsafhankelijkheid van Europa van zijn voormalige grote partner te verminderen. 

    De afgelopen jaren heeft een golf van populisme en protectionisme – van de brexit tot de invoerheffingen van Trump – twijfel gezaaid over de toekomst van open markten. Veel analisten vreesden dat de wereld afstevende op ontkoppeling en rivaliserende economische blokken. De overeenkomst tussen de EU en Mercosur biedt een tegenwicht. ‘Ze toont aan dat zelfs in 2026 het mondiale noorden en het mondiale zuiden kunnen kiezen voor samenwerking in plaats van confrontatie’, schrijft Foreign Policy. ‘Het akkoord laat zien dat de onvoorspelbaarheid van Washington onbedoelde positieve effecten kan hebben: het stimuleert andere mogendheden om nieuwe allianties te smeden en te investeren in diplomatie.’ 

  • Staat de EU op instorten?

    Staat de EU op instorten?

    Volgens Brussel-correspondent Jan Diesteldorf beweegt Europa nog altijd vooruit, zoals blijkt uit het pas gesloten Mercosur-akkoord. Maar als je het aan politicoloog en redacteur Sabine Rennefanz vraagt, kan het weleens snel gedaan zijn met de EU.

    Ja: ‘De Europese Unie is vermoeid. Niet uiteengevallen, niet handelingsonbekwaam – maar vanbinnen uitgehold’

    ‘Hoe groter de druk van Trump en Poetin wordt, hoe harder men zich vastklampt aan het idee dat de EU Europa kan redden. Maar ik zie een vermoeide Unie, en dat geeft weinig vertrouwen’, schrijft Sabine Rennefanz in Der Spiegel.

    De zevenentwintig lidstaten zijn diep verdeeld. In Hongarije regeert Viktor Orbán, wiens ‘illiberale democratie al lange tijd geldt als blauwdruk voor aanvallen op de rechtsstaat’. In Polen, Italië, Slowakije en Tsjechië regeerden en regeren rechts-populisten die de EU niet als bondgenootschap zien, maar als een stoorfactor. En in Duitsland is een kanselierschap van Alice Weidel (AfD), wier partij openlijk flirt met een vertrek uit de EU, niet langer uitgesloten. 

    ‘Terugkijkend op het begin van de EU is de realiteit ontnuchterend,’ schrijft ze. Wat ooit begon als economisch project na de Tweede Wereldoorlog groeide uit tot een vredesproject dat welvaart, veiligheid en vrijheid beloofde. ‘Als Oost-Duitser sloot ik pas later aan. Maar ook in de jaren negentig was het idee nog altijd glashelder: dit Europa wilde meer zijn dan een markt.’ Maar al ruim twintig jaar spreekt niemand meer van een ‘ever closer union’. In plaats daarvan ontwikkelde de EU zich tot een economische ruimte ‘met starre voorschriften, democratische tekortkomingen en privileges voor de sterken en degenen met de grootste mond’.

    ‘Europa is er nog, maar het draagt niet meer’

    De Brexit in 2016 heeft deze omwenteling niet veroorzaakt, maar wel zichtbaar gemaakt. Het vertrouwensverlies begon volgens Rennefanz veel eerder. ‘Misschien al in 2004 en 2005, toen het project van een Europese grondwet mislukte. Tijdens de eurocrisis tussen 2010 en 2015 werd nog eens duidelijk hoe broos de Europese solidariteit was.’ De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble opperde in 2015 een tijdelijk vertrek van Griekenland uit de eurozone. ‘Europa was bereid een lid op te offeren. Dat ging ten koste van het vertrouwen – en gaf de populisten van links en rechts een impuls.’

    Europa moet zich staande houden te midden van de neo-imperialisten. Maar soevereiniteit ontstaat niet alleen uit herbewapeningsprogramma’s. ‘Ze komt voort uit politieke verbondenheid, uit vertrouwen – en uit de bereidheid om conflicten samen uit te vechten, in plaats van ze te moraliseren of eindeloos uit te stellen.’ 

    Het einde van de EU is niet langer een taboeonderwerp, ziet Rennefanz. ‘De Europese Unie is vermoeid. Niet uiteengevallen, niet handelingsonbekwaam – maar vanbinnen uitgehold. Technisch en contractueel functioneert ze nog wel. Maar ze overtuigt nauwelijks nog. Europa is er nog, maar het draagt niet meer.’ Lange tijd werd het einde van de EU als ondenkbaar beschouwd. ‘Vandaag is het vooral een onaangename gedachte waar niemand graag over praat. Het zou me niet verbazen als deze Europese Unie over tien jaar niet meer zou bestaan. Niet door een grote knal, maar door een sluipend verlies aan betekenis.’

    Sabine Rennefanz bekijkt in haar column in Der Spiegel ‘Neue Heimatkunde’ de Duitse politiek en samenleving onder andere vanuit het perspectief van haar Oost-Duitse afkomst. Ze is politicoloog en werd in 2012 bekroond met de Duitse Reporterprijs. Ze heeft verschillende boeken gepubliceerd, waaronder de roman Kosakenberg.


    Nee: ‘Anderen reageren met dreigementen, agressie en chantage; de Europeanen steken de hand uit’

    Het is volgens Brussel-correspondent Jan Diesteldorf in Süddeutsche Zeitung hoog tijd om een pijnlijk feit onder ogen te zien: de op regels gebaseerde internationale orde is in verval. ‘Deze wereldorde is misschien altijd al een kwetsbaar, keer op keer ondermijnd construct geweest, maar met Donald Trump in het Witte Huis stort ze echt in elkaar. Bovendien is er geen goede partij om het stokje van de VS over te nemen.’ De Europese Unie zal deze rol in de nabije toekomst ook niet kunnen vervullen: ze heeft te weinig macht, geen presidentiële beslissingsbevoegdheid en evenmin de nodige militaire slagkracht.

    ‘Toch is er hoop. De EU doet haar uiterste best om ten minste delen van deze orde te verdedigen. Anderen reageren met dreigementen, agressie en chantage; de Europeanen steken de hand uit en willen partners zijn.’ De handelsovereenkomst met de Zuid-Amerikaanse Mercosur-landen, die eind vorige week door de EU-lidstaten is goedgekeurd, is hier een goed voorbeeld van. Dit toekomstige partnerschap met de belangrijkste economieën van Zuid-Amerika is volgens Diesteldorf een geostrategische zet van groot belang. De vrijhandelszone tussen de 27 EU-lidstaten en Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay omvat ruim 700 miljoen mensen, een handelsvolume van 111 miljard euro en een jaarlijkse economische productie van 21 biljoen dollar.

    ‘Ondanks alle onenigheid geeft de EU niet op’

    Het heeft veel energie en geld gekost om tot een akkoord te komen. Er is namelijk 26 jaar onderhandeld. Uiteindelijk ging Italië overstag, waardoor er een meerderheid kwam. ‘Het ligt voor de hand om de onenigheid binnen de EU eens te meer als een zwakte te interpreteren. Ja, zevenentwintig onafhankelijke staten zijn het zelden eens.’ Maar dit is niet per se negatief, vindt hij. ‘Als je het van de andere kant bekijkt, is dit juist een bewijs van moed: ondanks alle onenigheid geeft de EU niet op, omdat ze deze kan overwinnen.’

    Het akkoord van het Mercosur-verdrag is dus ook symbolisch gezien van groot belang. ‘Enerzijds is er het zwakke Europa, dat zich zorgen maakt om Groenland en de NAVO omdat Trump het bij Denemarken behorende eiland “nodig” heeft, en dat ademloos toekijkt hoe dee Amerikaanse president het Venezolaanse staatshoofd ontvoert. Maar anderzijds is Europa het grootste handelsblok ter wereld, en juist daarin ligt zijn macht: betrouwbaarheid als tegenmodel voor agressieve machtspolitiek.’

    Jan Diesteldorf schrijft als correspondent in Brussel voor Süddeutsche Zeitung over het economische en financiële beleid van de EU.

  • Moet de EU haar digitale regelgeving versoepelen om concurrerend te blijven?

    Moet de EU haar digitale regelgeving versoepelen om concurrerend te blijven?

    Europa staat onder druk: om te kunnen concurreren met de VS en China wil de EU de AI- en privacywet versoepelen, maar critici vrezen voor de mogelijke gevolgen. Moet Europa zijn regels aanpassen of juist handhaven?

    Nee: ‘Het niet stoppen van schadelijke activiteiten die de democratie ondermijnen, zal het continent alleen maar beschadigen’

    De term ‘Brussel-effect’ werd in 2012 geïntroduceerd door Anu Bradford, expert internationaal handelsrecht aan Columbia University. Het begrip verwees naar de greep van de wetgeving van de Europese Unie op de wereldpolitiek. Door versnelde globalisering groeide Brussel uit tot de belangrijkste speler op het gebied van regelgeving en juridische procedures. ‘De omvang van haar markt en invloed overtuigde multinationals er destijds van dat ze er verstandig aan deden om de strenge EU-regels te handhaven. Die tijd lijkt nu voorbij’, concludeert Stéphane Lauer, columnist voor Le Monde

    Donald Trump richtte zich vanaf het begin van zijn tweede ambtstermijn op de regelgevende macht van de EU en beschuldigde de 27 lidstaten ervan Amerikaanse techbedrijven opzettelijk dwars te liggen. Hij heeft onophoudelijk opgeroepen tot de ontmanteling van de Digital Services Act (DSA) en de Digital Markets Act (DMA). ‘Deze wetten moeten voorkomen dat internetgiganten onze privacy schenden, de concurrentie verstoren en de informatieruimte naar hun hand zetten,’ legt Lauer uit. ‘Grote Amerikaanse techbedrijven zien Europese regels als obstakels voor hun bedrijfsmodel en hebben in Donald Trump hun sterkste pleitbezorger gevonden.’

    De Amerikaanse regering wil dat de EU de strenge techregels afschaft in ruil voor verlaging van de tarieven op Europese export. Tijdens een overleg op 24 november in Brussel verzocht de Amerikaanse minister van Handel, Howard Lutnick, nog om de ontmanteling van Europese digitale wetgeving in ruil voor een ‘mooie deal over staal en aluminium’. 

    ‘De “omnibuswet” lijkt een reactie te zijn op de druk van de Amerikaanse regering’

    Naast het Amerikaanse offensief is er een tweede ontwikkeling. De Europese Commissie blijkt namelijk bereid om op eigen initiatief de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de wet inzake kunstmatige intelligentie (AI) te versoepelen, om zo haar concurrentievermogen te verbeteren. Voorstellen hiertoe werden door de Europese Commissie op 19 november gedaan in het kader van de zogeheten ‘omnibuswet’. Met de nieuwe wet krijgen bedrijven meer ruimte om data te gebruiken voor de ontwikkeling van AI. Lauer is sceptisch. ‘Hoewel minder bureaucratie wenselijk is, lijkt de “omnibuswet” eerder een reactie te zijn op de druk van de Amerikaanse regering’, schrijft hij.

    De EU moet zich volgens de Franse columnist niet laten wijsmaken dat het een binaire keuze is: óf innovatie óf regulering. ‘Door deze tweedeling te accepteren, riskeert ze op beide fronten te verliezen. Het niet stoppen van schadelijke activiteiten die de democratie ondermijnen, zal het continent alleen maar beschadigen.’

    De inzet is hoog. Als Europa buigt voor Amerikaanse druk zou er definitief geen sprake meer zijn van het ‘Brussel-effect’. Lauers boodschap is helder: ‘Een digitale inhaalslag betekent niet dat de EU lukraak moet dereguleren of zich moet laten inzetten als pion van de internetgiganten.’

    Stéphane Lauer is een economisch journalist met dertig jaar ervaring bij het Franse dagblad Le Monde.


    Ja: ‘Europa riskeert permanent achter te lopen op de VS en China’

    ‘De EU-regelgeving heeft belangrijke bijdragen geleverd aan het waarborgen van gegevensprivacy en concurrentie in de technologiesector’, schrijft Financial Times in een redactioneel. ‘Maar met de AI-wet van 2024 is er een grens overschreden. De regels hebben geleid tot felle lobbyactiviteiten van grote technologiebedrijven en de Amerikaanse overheid. Bovendien brengen ze het concurrentievermogen van EU-bedrijven en start-ups in gevaar.  Europa riskeert hierdoor permanent achter te lopen op de VS en China in de race om de transformatieve technologie te ontwikkelen en te benutten.’

    Volgens de krant overschatte de EU aanvankelijk de risico’s van AI. ‘Er moet een goed evenwicht worden gevonden tussen beperkende regels en de vrijheid om innovatieve technologieën na te streven.’ Te veel regels beschermen gevestigde bedrijven tegen concurrentie, terwijl nieuwe spelers erdoor worden gehinderd. ‘Hoewel Big Tech regelmatig klaagt over de hoge kosten van naleving van de regelgeving, zijn de kosten voor grote bedrijven relatief beperkt. Voor kleine bedrijven kunnen de bedragen echter onbetaalbaar zijn.’

    ‘De belangrijkste motivatie is dat Europa een betere kans krijgt om te concurreren op het gebied van AI’

    De Europese Commissie stelt voor om de volgende fase van de AI-regels, voor systemen met ‘hoog risico’ in bijvoorbeeld de gezondheidszorg en kritieke infrastructuur, een jaar uit te stellen. Ook bestaande GPAI-systemen (General-Purpose AI) krijgen een jaar extra om zich aan te passen.

    De EU zou er volgens Financial Times verstandig aan doen om deze gelegenheid aan te grijpen voor een bredere herziening van haar AI-regels, teneinde deze flexibeler te maken. ‘Dat is geen geval van toegeven aan Donald Trump of Big Tech, al hopen sommige EU-functionarissen dat de nieuwe wet de Amerikaanse regering tevreden stelt en daardoor de druk op andere digitale wetten zal verlichten. De belangrijkste motivatie is dat Europa een betere kans krijgt om te concurreren op het gebied van AI.’

    Europa loopt flink achter op het gebied van vernieuwende start-ups. ‘De toegang tot kapitaal is te beperkt en de energiekosten zijn te hoog om de grootschalige infrastructuur van de VS na te bouwen.’ Volgens de krant levert het versoepelen van de regels dus alleen iets op als dit samengaat met bredere hervormingen.

    De redactieraad van Financial Times vertegenwoordigt het standpunt van Europa’s meest toonaangevende financiële en economische dagblad.

  • Sigaretten, alcohol en benzine financieren de Europese verzorgingsstaat

    Sigaretten, alcohol en benzine financieren de Europese verzorgingsstaat

    Belastingen op alcohol, tabak en brandstof leveren Europese overheden jaarlijks miljarden op. Maar nu er steeds minder mensen roken en alcohol drinken en de verbrandingsmotor verdwijnt, zoekt de EU naar nieuwe zonden om te belasten.

    Kun je nog gebukt gaan onder zondebesef op een continent dat zo goed als goddeloos is, zoals Europa vandaag de dag? Van prostitutie kijkt niemand meer op in België, waar prostituees inmiddels arbeidsbescherming genieten. Blowen is nota bene in Duitsland al toegestaan. Gokken in een loterij of met mobiele apps is praktisch nergens omstreden. Maar als je graag de druk van maatschappelijke afkeuring wilt ervaren, probeer dan eens een fles wijn te kopen in Zweden. Al sinds 1955 berust het monopolie op de verkoop van drank daar bij een staatsbedrijf dat met tegenzin alcohol verkoopt aan wie het dan koste wat kost wil hebben. Dat Systembolaget, zoals het heet (‘Systeembedrijf’), straalt aan alle kanten afkeuring uit. De filialen zijn schaars en op zondag gesloten. En als je dan een vestiging vindt, moet je er geen affiches van aantrekkelijke wijngaarden verwachten: het interieur houdt het midden tussen een Albanees overheidsloket en een apotheek. Nooit is er iets afgeprijsd en klantenkaarten kun je ook vergeten. De wijn wordt er niet gekoeld, want een klant mocht eens in de verleiding komen de fles ter plekke aan de mond te zetten. In de rij bij de kassa kom je als klant altijd langs een ‘spijtmand’, een stille wenk om alsnog iets van je voorgenomen aanschaf in de winkel te laten. In Zweden lijkt de weg naar de hel geplaveid met lauwe flessen sauvignon blanc.

    Rokers zijn allang gewend aan een prijsinflatie van sigaretten die doet denken aan de dagen van de Weimarrepubliek

    Dure flessen ook nog. Want niet alleen de winst van dit Systembolaget vloeit naar de schatkist, ook de forse accijnzen op alles wat er wordt verkocht. Zowel in winkels als in de horeca is drank hier schreeuwend duur: van alcohol word je in Zweden niet alleen lichter in het hoofd maar ook in je portemonnee. Vormen van zulke ‘gedragsbelasting’ zijn overal in Europa gemeengoed geworden, en het zijn fijne extraatjes voor de schatkist in elke verzorgingsstaat die tegen zijn grenzen aanloopt. Rokers zijn allang gewend aan een prijsinflatie van sigaretten die doet denken aan de dagen van de Weimarrepubliek. Een tiental Europese landen, waaronder Frankrijk en Polen, heft belasting op suikerhoudende dranken. Automobilisten met een voertuig dat rijdt op vervuilende benzine worden met energieheffingen om de oren geslagen. Met zulke ‘belastingen op zondig gedrag’ kunnen Europese politici twee van hun grootste hobby’s botvieren: de burgers betuttelen én de schatkist vullen. Helaas staan die twee doelstellingen wel op gespannen voet met elkaar, want hoe duurder de zonde, hoe minder zondaars.

    Europa heeft een bijzondere (en aanvechtbare) rechtvaardiging voor het heffen van belasting op de onzalige drie-eenheid drank, sigaretten en benzine: de door de overheid gefinancierde gezondheidszorg betaalt uiteindelijk de rekening voor de slechte leefgewoonten van de burgers, en de samenleving als geheel zal uiteindelijk de prijs betalen voor de benodigde aanpassing aan de opwarming van de aarde.

    Een harde schop

    Het terugdringen van dergelijke ‘externe kosten’ door middel van belastingheffing heeft een lange verleden, dat op zijn minst teruggaat tot de Britse heffingen op tabak in de zeventiende eeuw. In plaats van een zacht duwtje in de goede richting geven die heffingen de consument inmiddels een harde schop onder de kont. Ierse rokers tellen tegenwoordig 18 euro neer voor een pakje sigaretten, en tachtig procent daarvan gaat naar de staat. Op een fles wodka van Absolut wordt in Zweden 14 euro accijns geheven, meer dan de helft van de prijs in het Systembolaget. In Nederland heft de staat 0,79 eurocent accijns op elke liter benzine, meer dan het hele bedrag dat je in Amerika voor die liter bij de pomp betaalt. Drank en sigaretten leveren de verschillende Europese schatkisten jaarlijks ruim honderd miljard euro op, en de brandstofaccijnzen nog eens ruim twee keer zoveel: toch een paar procentpunten van het bbp die weer mooi meegenomen zijn. Voor sommige landen zijn die inkomsten onmisbaar: milieuheffingen en accijnzen zijn in Bulgarije goed voor ongeveer een tiende van de totale overheidsbegroting.

    Het nadeel van een belasting op zondig gedrag is dat de overheidsfinanciën eronder lijden als mensen hun leven beteren.

    Het aantal rokers en drinkers vertoont de afgelopen decennia een sterke daling. Het is maar de vraag of dat te wijten is aan de hoge heffingen of aan andere factoren. Jonge Europeanen blijven meer op het rechte pad dan hun ouders, ook wat betreft onbelaste zaken als seks en drugs. Maar het resultaat is dat de schatkistopbrengst uit roken en drinken als aandeel van het bbp de afgelopen tien jaar ongeveer met een vijfde is gedaald. De milieuheffingen zullen een nog groter gat in de overheidsbegrotingen achterlaten. Vanaf 2035 worden er in de Europese Unie geen auto’s met verbrandingsmotor meer verkocht. De EU heeft zich voorgenomen in 2050 tot netto nul CO2-uitstoot te komen. Dat zal de ministers van Financiën zorgen baren. De baten van de dalende verkoop van deze zondige middelen laten zich pas na vele jaren voelen, de begrotingspijn van de dalende inkomsten slaat meteen toe. 

    Heffingen op niet-gerecycled plastic vloeien nu al direct naar de schatkist van de EU

    En er kleven nog andere problemen aan het belasten van zondig gedrag. Zo worden de armen er onevenredig zwaar door getroffen, aangezien een groter aandeel van hun inkomen naar roken, drinken en gokken gaat en ze in oudere, benzineslurpende auto’s rijden. Verder zijn belastingen die maar door één land worden geheven gemakkelijk te omzeilen, zeker in de EU, waar burgers gewoon in een buurland met lagere accijnzen kunnen gaan winkelen om hun Marlboro’s, cognac en diesel in te slaan. En belastingen zijn nooit populair, maar de accijns op benzine strijkt burgers wel heel erg tegen de haren in. Het was een verhoging van de Franse brandstofaccijnzen die in 2018 tot de protesten van de gele hesjes leidde.

    En hoe zit het trouwens met het argument dat ongezonde gewoontes zoals roken juist goed zijn voor de schatkist? De Tsjechische tak van sigarettenboer Philip Morris stelde in 2001 zelfs dat rokers de staat geld bespáren: ze sterven immers jonger, en iedereen die vroegtijdig overlijdt kost de overheid geen geld meer aan pensioenen, zorg of huisvesting.

    Nu de inkomsten van bestaande belastingen op zondig gedrag teruglopen, zijn ministers van Financiën naarstig op zoek naar nieuwe accijnzen om dat gat mee te vullen. Na suikerhoudende dranken is straks misschien vlees aan de beurt voor een speciale belasting: methaan uitstotende koeien zijn de volgende slag in de strijd tegen de klimaatverandering. De EU barst van de ideeën over nieuwe zonden die kunnen worden belast, niet in de laatste plaats in de hoop daarmee zelf een deel van de eigen begroting te kunnen financieren. Heffingen op niet-gerecycled plastic vloeien nu al direct naar de schatkist van de EU. Op 16 juli heeft de Europese Commissie voorgesteld de accijnzen op tabak uit te breiden naar vapes, en ook een deel van de opbrengst van de verkoop van emissierechten direct ten goede te laten komen aan de EU.

    Verslaafd

    Waarom zou je het daarbij laten? Roken, drinken en de planeet laten overkoken zijn zonder meer slechte dingen. Maar beleidsmakers kunnen nog meer zonden op de lijst zetten die voor een belasting in aanmerking komen. Is er ook maar één Europeaan bij zijn volle verstand die erop tegen zou zijn om de inkomstenbelasting te verdriedubbelen van mensen die in het openbaar vervoer doodgemoedereerd naar filmpjes zitten te kijken zonder oordopjes in? Karel de Grote zou geen moeite hebben met een toeristenheffing voor influencers die een puik Parijs cafeetje ineens bombarderen tot het decor voor een Instagram-post. 

    En elektrische steps dan, ook bloedirritant. Het probleem met belasting heffen op verslavingen is dat politici er zelf maar al te makkelijk verslaafd aan raken.

  • De 1,2 biljoen euro die de EU moet gaan redden

    De 1,2 biljoen euro die de EU moet gaan redden

    De nieuwe EU-begroting voor 2028–2034 moet het continent wapenen tegen oorlog, klimaatcrisis en de opkomst van extreemrechts. Maar de onderhandelingen beloven zwaar te worden.

    In september 2023 kreeg de voormalige Italiaanse premier Mario Draghi het verzoek van Ursula von der Leyen om zich nog één keer voor Brussel in te zetten, namelijk door Europa weer concurrerend te maken. Na enige aarzeling stemde hij toe, en half juli kwamen zijn ideeën over concurrentievermogen centraal te staan toen Von der Leyen haar blauwdruk voor de volgende zevenjarige EU-begroting presenteerde.

    Het Meerjarig Financieel Kader (MFK), zoals dit omvangrijke langetermijnplan officieel heet, zal gelden van 2028 tot 2034. Het feit dat er twee jaar is uitgetrokken voor onderhandelingen over de inhoud, laat zien dat Von der Leyen zoals gebruikelijk een zware strijd met de nationale regeringen verwacht. Deze regeringen moeten unaniem instemmen met de inhoud. 

    De inzet kan nauwelijks hoger liggen. Het MFK‑voorstel zal de EU moeten financieren voor onder meer een handelsoorlog met Donald Trumps Amerika, een echte oorlog met Vladimir Poetins Rusland, toenemende concurrentie vanuit China, conflicten in het Midden‑Oosten, klimaatverandering, internationale migratie en de opkomst van extreemrechtse bewegingen met anti‑Brusselse agenda’s. 

    ‘We zijn op het punt gekomen dat we, zonder actie, óf onze welvaart, óf ons milieu, óf onze vrijheid zullen moeten opofferen’ 

    Zoals Draghi, de gerespecteerde grootmeester van de Europese economie, zei: ‘We zijn op het punt gekomen dat we, zonder actie, óf onze welvaart, óf ons milieu, óf onze vrijheid zullen moeten opofferen.’ 

    De huidige kernbegroting van de EU bedraagt zo’n €1,2 biljoen. Dat is bepaald geen klein bedrag. Toch komt het neer op slechts ongeveer 1 procent van het totale EU-bbp, vergeleken met 48 procent van dat van Duitsland en 57 procent van dat van Frankrijk. Gezaghebbende waarnemers als Draghi stellen dat de publieke investeringen op EU-niveau bij lange na niet toereikend zijn voor de uitdagingen die het continent voor zijn kiezen krijgt. 

    De vraag is dus: hoe groot moet het Brusselse budget worden? Sommige landen willen helemaal geen verhoging, terwijl andere opperen dat het EU‑budget moet worden verdubbeld. ‘Dit is de bandbreedte: nul tot verdubbeling. Mijn inschatting is dat je met een verhoging van minder dan de helft al veel kunt bereiken,’ zegt Jan Stráský, hoofdeconoom bij de OESO, tegen POLITICO. ‘Als 20 of 30 procent’ – wat het totale budget op zo’n 1,3 procent van het Europees bbp zou brengen – ‘goed wordt besteed, kan dat een enorme verbetering zijn.’ 

    Ambitieus

    Naast een groter budget raadt de OESO in een rapport aan om bestaande EU‑fondsen te hervormen; er zou meer nadruk moeten worden gelegd op defensie en een beter geïntegreerde elektriciteitsmarkt. Dat laatste zou de stroomkosten moeten verlagen om groei te stimuleren. 

    Een groter deel van de publieke uitgaven zou volgens de denktank naar Brussel moeten gaan om grensoverschrijdende infrastructuurprojecten te coördineren, zoals elektriciteitsverbindingen en gezamenlijke defensieprojecten. 

    Andere analisten stellen dat Brussel nog veel ambitieuzer moet zijn. Volgens Zsolt Darvas, een van de auteurs van een nieuwe studie van denktank Bruegel, moet het MFK‑budget ongeveer verdubbelen om onder meer de klimaattransitie te financieren en de schulden van de coronaperiode af te lossen. 

    ‘De Europese Unie staat onder toenemende druk om problemen met een steeds duidelijker Europees karakter op te lossen,’ concludeert de studie van Bruegel. ‘Maar het belangrijkste financiële instrument van de EU, de begroting, is blijven steken in het verleden.’ 

    Darvas stelt voor het budget te verhogen tot ongeveer 2 procent van het Europees bbp. 

    Zweden wil niet zomaar meegaan in het verhaal dat we nu een grotere begroting nodig hebben omdat er nieuwe problemen zijn’

    Sommige landen, waaronder Frankrijk, zijn het ermee eens dat het EU‑budget moet groeien. Andere landen, zoals Duitsland en Nederland, willen juist geen groei. ‘Zweden wil niet zomaar meegaan in het verhaal dat we nu een grotere begroting nodig hebben omdat er nieuwe problemen zijn,’ zegt ook de Zweedse minister voor EU‑zaken Jessica Rosencrantz tegen POLITICO. ‘We zullen binnen de bestaande begroting prioriteiten moeten stellen.’ Zweden is een van de landen die willen dat het MFK zich vooral richt op defensie en veiligheid. Sommige analisten wijzen er echter op dat EU-wetgeving het blok verbiedt om via de langetermijnbegroting directe militaire uitgaven te doen. ‘Hoe dat precies moet worden geformuleerd of weergegeven in de begroting, moeten we nog nader bekijken,’ aldus minister Rosencrantz. ‘Maar ik denk dat defensie, veiligheid, steun aan Oekraïne en ook concurrentievermogen de thema’s zijn waarop een nieuwe begroting zich zou moeten richten.’

    Ook Mario Draghi pleitte voor een radicale vereenvoudiging van de EU-begroting – een voorstel dat Ursula von der Leyen overnam in haar plan om de twee grootste uitgavenposten, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Cohesiefonds, samen te voegen tot één megafonds.

    Een tweede voorgestelde aanpassing is de oprichting van een Europees Concurrentiefonds, dat investeringscapaciteit moet creëren voor sleutel­sectoren en steun biedt aan onderzoek en ontwikkeling. Daarnaast stelt het voorstel de oprichting voor van een nieuw extern fonds, waarin ontwikkelingshulp en diplomatieke uitgaven worden gebundeld.

    Woedend

    Ook zijn sommige EU‑landen en politici nu al woedend over de hervormingen en hun impact op de financiering voor Europese boeren en economisch kwetsbare regio’s. 

    Het lastigst is het waarschijnlijk om te bepalen waar het geld überhaupt vandaan moet komen. Er woedt nu al een fel debat over de vraag of nieuwe vormen van zogeheten ‘eigen middelen’ – de inkomsten van de EU – moeten worden goedgekeurd als onderdeel van de nieuwe begroting, bijvoorbeeld door Brussel een groter aandeel te geven in bestaande belastingopbrengsten.

    Een veelgenoemd argument vóór nieuwe eigen middelen is dat dit de politieke spanningen over de bijdragen van verschillende landen kan verminderen. Nettobetalers zoals Duitsland, Nederland en Zweden storten meer in de pot dan ze terugkrijgen. Dat maakt het voor deze regeringen vaak moeilijker om aan hun eigen volk te rechtvaardigen dat het totale EU-budget omhoog moet. 

    Een van de manieren om geld te besparen is door te voorkomen dat ‘ook maar één euro’ naar een land gaat dat de democratische principes van de EU schendt, zegt Rosencrantz. Dat sluit aan bij de plannen van de Commissie voor het volgende MFK. 

    ‘Als je kijkt naar de geschiedenis, zie je dat er slechts zeer beperkte veranderingen zijn doorgevoerd’

    Het team van Von der Leyen werkt momenteel aan een nieuw systeem van ‘conditionaliteit’, dat strengere financiële sancties mogelijk moet maken voor landen als Hongarije (en eerder Polen), die volgens Brussel de democratische vrijheden ondermijnen die de EU als kernwaarde beschouwt. Maar aangezien elk EU-land, ook het Hongarije van Viktor Orbán, het volledige begrotingspakket moet goedkeuren, is het allerminst zeker dat zulke bepalingen uiteindelijk in de definitieve begroting worden opgenomen.

    In essentie raakt de vraag of landen moeten worden gestraft voor het schenden van de ‘rechtsstaat’ aan dezelfde fundamentele kwestie die als een schaduw over het hele begrotingsproces hangt: waar is de Europese Unie eigenlijk voor bedoeld? Hoeveel moeten de 27 lidstaten in dit tijdperk van wereldwijde crises gezamenlijk aanpakken? Wat hoort gecoördineerd te worden vanuit de glanzende torens in Brussel, en wat zouden de lidstaten zelf moeten bepalen?

    Uiteindelijk zullen de omvang en de reikwijdte van de nieuwe EU-begroting een weerspiegeling zijn van het collectieve antwoord op die vraag. ‘Als je kijkt naar de geschiedenis van de onderhandelingen over het MFK, zie je dat er slechts zeer beperkte veranderingen zijn doorgevoerd,’ aldus Darvas, een van de auteurs van het Bruegel-rapport. Volgens hem is het grootste risico voor de EU dat de unanimiteit ‘de ruimte voor hervorming ernstig beperkt’. ‘We hebben altijd te maken gehad met grote starheid,’ voegt hij toe. ‘Ik ben er niet van overtuigd dat dat deze keer wezenlijk anders zal zijn.’

  • Een race om de zeldzame metalen van Groenland 

    Een race om de zeldzame metalen van Groenland 

    De Europese Unie, voor mineralen en metalen nu nog afhankelijk van China, begint een charmeoffensief om de talrijke Groenlandse ­bodemschatten in handen te krijgen, zo blijkt uit een reportage in het Deense dagblad Politiken.

    Het lijkt misschien een cliché om te zeggen dat een bureaucratisch instituut als de Europese Commissie met een geopolitieke aardbeving te maken zou kunnen krijgen die ramen en vloeren doet schudden. Toch is dat precies wat er gebeurde toen Rusland in 2022 Oekraïne binnenviel. Het ging uiteraard allereerst om een militaire aanval op een Europees land, maar ook beseften tal van Europese landen opeens hoe afhankelijk ze waren van olie en gas uit Rusland. Ze vreesden dat als Poetin de kraan dicht zou draaien, duizenden Europese bedrijven lamgelegd ­zouden worden en miljoenen huishoudens in Europa zonder verwarming zouden komen te zitten. 

    Al snel na de invasie bleek dat de Europese landen het zonder Rusland konden stellen. Dit keer kwam Europa met de schrik vrij. Wel leerde Brussel de les dat Europa nooit meer afhankelijk zou mogen worden van dictators en autocraten.

    Momenteel dreigt zich een zelfde scenario te ontwikkelen, al gaat het nu niet meer alleen om olie en gas, maar ook om onder meer koper, lithium en magnesium. Veruit het grootste deel van de mondiale productie van mineralen en metalen die Europa in de toekomst nodig zal hebben voor de productie van windturbines en elektrische auto’s, maar ook van mobiele telefoons, computers en wapens, is vooralsnog afkomstig uit China.

    Grootmacht

    De Europese Commissie heeft daarom momenteel haar ogen gericht op Groenland [een autonoom eiland dat deel uitmaakt van EU-lidstaat Denemarken], waarvan de bodem niet minder dan 25 van de 34 mineralen en metalen bevat die de EU als de cruciaalste beschouwt voor haar technologische evolutie. ‘Groenland is een soort grootmacht als het gaat om kritieke grondstoffen,’ zei Jutta Urpilainen, voormalig Eurocommissaris voor Internationale Partnerschappen, half september tijdens haar bezoek aan de hoofdstad Nuuk.

    De EU heeft Groenland dus nodig, maar Groenland heeft kennelijk ook de EU nodig. Erik Jensen, minister van Financiën en Fiscaliteit in de Groenlandse regering, benadrukt tegenover Politiken dat het eiland zijn mijnbouwindustrie op grote schaal wil ontwikkelen. Daarmee zou de komende vijf tot tien jaar inderdaad een economische basis kunnen worden gelegd voor de onafhankelijkheid van Groenland. 

    ‘Groenland is een gigantisch land. Wij zijn er absoluut van overtuigd dat als we onze bodemschatten beter benutten, onze financiële situatie in de toekomst zal verbeteren. Het was geen grap dat Donald Trump ­tijdens zijn eerste termijn als president met het idee kwam om Groenland op te kopen,’ zegt Jensen, en hij voegt eraan toe: ‘Groenland is niet te koop, maar wel bereid om zaken te doen.’

    Verhuld dreigement

    Jensen zou graag zien dat buitenlandse bedrijven in ruil voor een deel van de toekomstige winst het risicokapitaal verstrekken dat nodig is voor de aanleg van mijnen, en dat Groenland zijn deel van de jackpot zal krijgen via vennootschaps- en inkomstenbelastingen en licentierechten. Dat zou een situatie creëren die voor alle partijen voordelig is. Maar zijn boodschap kan misschien ook worden opgevat als een verhuld dreigement. De Groenlandse regering is zich ervan bewust dat niet alleen de EU, maar de hele wereld inmiddels zit te springen om de grondstoffen die zich in de Groenlandse bodem bevinden.

    Toen de regering in Nuuk afgelopen februari haar nieuwe beleidsplannen op het gebied van buitenlandse betrekkingen, veiligheid en defensie presenteerde, sprong vooral in het oog dat Groenland van plan was zijn economie te diversifiëren. In het kader daarvan wilde het niet alleen zijn handelsrelaties met bijvoorbeeld de VS, Canada en de EU verder uitbouwen, maar ook die met China. Op een vraag naar deze nieuwe strategie antwoordt Jensen dat het de Groenlandse regering ‘niet uitmaakt of haar handelspartners blauw, geel of rood zijn’, zolang ze zich maar aan de Groenlandse wet houden. ‘Wij houden natuurlijk wel in de gaten met wie we samenwerken,’ voegt hij eraan toe. Naast zijn portefeuille als minister is Jensen voorzitter van een van de twee partijen in de Groenlandse regering, het sociaaldemocratische Siumut. 

    Noorwegen

    In Noorwegen wachten tegenstanders van de exploitatie van mineralen uit de zeebodem in spanning op de week van 13 tot 17 januari 2025. Dan zal een rechtbank in Oslo beslissen of het besluit van de centrumlinkse regering om die exploitatie toe te staan wettelijk geoorloofd is of niet. Volgens het Wereld Natuur Fonds is dat niet het geval. Het spande daarom een proces aan tegen de Noorse staat, dat in het buitenland met veel belangstelling werd gevolgd omdat het een van de eerste keren was dat er bezwaar werd aangetekend tegen exploratie van de zeebodem. Ondanks veelvuldige kritiek gaf het Noorse parlement groen licht voor dergelijke activiteiten in een enorm onderwatergebied. Maar hoe het vonnis in januari ook zal uitvallen, inmiddels heeft een parlementaire meerderheid op 1 december besloten dat er in 2025 geen exploratievergunningen zullen worden verleend aan energiemaatschappijen om in Noorwegen aan de slag te gaan. Een tegenvaller die de regeringspartijen tijdens de jongste begrotingsonderhandelingen hebben moeten incasseren.

    Naar de mening van voormalig Eurocommissaris Urpilainen heeft de EU meer te bieden dan China. Volgens een rapport van de Chinese denktank The Green Finance and Development Center heeft de regering in Beijing de afgelopen tien jaar zo’n 890 miljoen euro gestoken in de ontwikkeling van het Belt and Road Initiative, de nieuwe Zijderoute, met als doel de handelsbetrekkingen van China met de rest van de wereld uit te breiden. In het kader daarvan heeft China met name wegen, luchthavens, havens en spoorwegverbindingen gefinancierd in tal van landen die projecten van een dergelijke omvang niet zelf konden ondersteunen. Maar tegelijkertijd zijn deze investeringen aan strenge voorwaarden gebonden en wordt Beijing ervan beschuldigd dat het deze landen in Chinese marionetstaten heeft veranderd.

    De Europese Commissie kan niet rechtstreeks investeren in mijnbouwprojecten in Groenland, maar wel bankgaranties verstrekken voor de leningen die bedrijven zullen moeten afsluiten voor de aanleg van mijnen in Groenland. Ook kan de Commissie Groenland helpen om gespecialiseerde arbeidskrachten op te leiden die nodig zijn voor de exploitatie van de mijnen, zodat het land in de toekomst over genoeg competentie zal beschikken. Het idee is dat de EU op deze manier minder afhankelijk wordt van China en met nieuwe partners kan gaan samenwerken.

    Zullen Europese bedrijven in dat geval bereid zijn meer te betalen voor Groenlandse mineralen en metalen dan voor Chinese?

    Er zijn enkele onzekere factoren. Zo wijst Rasmus Leander Nielsen, hoofd van het Centrum voor buitenland- en veiligheidsbeleid van de Universiteit van Groenland, erop dat zijn land er tot nu toe niet in is geslaagd grote mijnbouwprojecten te realiseren. Bovendien kan de aanleg van een nieuwe mijn gemakkelijk tien tot twintig jaar vergen, omdat er eerst geologisch en ecologisch onderzoek moet worden verricht en er een hele reeks vergunningen moet worden verkregen. Om nog maar te zwijgen van de enorme investeringen. 

    Ook is het maar de vraag of mijnbouw in Groenland wel een goede zaak is. We hebben al gezien dat China in staat was de prijzen van mineralen en metalen te verlagen om onlangs geopende mijnen die buiten de zeggenschap van China vielen de loef af te steken. Op dezelfde manier heeft Beijing bijvoorbeeld de prijzen van Chinese elektrische auto’s verlaagd om zijn Europese concurrenten te verslaan. Als de mijnbouw in Groenland werkelijk doorgang vindt, is het dus voorstelbaar dat China de prijzen van grondstoffen zal verlagen. Zullen Europese bedrijven in dat geval bereid zijn meer te betalen voor Groenlandse mineralen en metalen dan voor Chinese? 

    Ten slotte werd de afgelopen jaren een groot mijnbouwproject in de buurt van Kvanefjeld in het zuiden van Groenland stilgelegd omdat de lokale bevolking bang was voor grootschalige ­uraniumvervuiling. Het is de vraag of Groenland over voldoende politieke stabiliteit beschikt om te garanderen dat de besluiten die momenteel worden genomen over vijf, tien of vijftien jaar nog steeds van kracht zijn. ‘Dat weet je maar nooit in een democratie,’ zei Urpilainen hierover. ‘Maar ik denk ook dat het hoog tijd wordt dat Groenland zijn economie gaat diversifiëren.’ 

  • Zo verspilt de EU haar technologiemiljarden

    Zo verspilt de EU haar technologiemiljarden

    Brussel geeft elk jaar meer dan 10 miljard euro uit om innovaties te stimuleren. Maar dat geld stroomt niet naar start-ups, het subsidieert oude bedrijven. Slechts een fractie ervan zou effectief worden besteed.

    Europa doet het momenteel goed op de beurs, maar dat ligt meer aan de onberekenbare politiek van Donald Trump dan aan de vooruitzichten van de EU-ondernemingen. Wie wat beter kijkt, beseft dat het continent waar het op technologische vooruitgang aankomt ver is achtergebleven bij de concurrentie. In de digitale economie domineren de tech-giganten uit de VS, van Google tot Microsoft. En in traditionele sectoren zoals de auto-industrie, chemische industrie en machinebouw is China Europa inmiddels voorbijgestreefd. Economen spreken van een technologieval, of preciezer: de mid-technologie-trap. 

    Daar zijn veel redenen voor, zoals de voormalige minister-presidenten van Italië Mario Draghi en Enrico Letta vorig jaar in twee lijvige rapporten aan de EU-commissie hebben voorgerekend. De EU-landen investeren te weinig, de kapitaalsector is onderontwikkeld en de interne markt is nog altijd gefragmenteerd. Dat klopt allemaal, zo laat een recent onderzoek zien van het ifo Institut in München en de Bocconi Universiteit in Milaan. Maar Brussel beschikt nog over een ander instrument, dat bovendien veel makkelijker is in te zetten. Als de EU de technologische achterstand wil inhalen, aldus de studie, moet ze vooral haar slecht functionerende innovatie- en technologiebeleid veranderen. ‘In plaats van ondernemingen’, zegt professor Daniel Gros van de Bocconi Universiteit, zou Brussel beter ‘ideeën kunnen financieren’.

    Oude industrieën

    Op dit moment gebeurt dus meestal het eerste. De miljarden kostende EU-programma’s die Brussel uitvoert onder de hoogdravende naam ‘Horizon’ richten zich voornamelijk op oude industrieën, worden vaak door een kleine kring van gevestigde concerns afgenomen en vloeien naar projecten die waarschijnlijk zonder dat geld ook wel waren doorgegaan. De manier waarop de EU onderzoek stimuleert, is vooral een vorm van gewone bedrijfsfinanciering geworden, staat in het rapport. Echt vernieuwende ideeën levert het nauwelijks op.

    Het gaat om enorme bedragen. In de afgelopen tien jaar heeft Brussel ongeveer 100 miljard euro in haar technologieprogramma’s gestoken. Maar wat dat vele belastinggeld heeft opgeleverd werd tot op heden nauwelijks systematisch onderzocht. Als eerste rekende het Duits-Italiaanse ­team van economen uit hoe sterk de Brusselse middelen bijdroegen aan de groei van de ontvangers – met een ontnuchterende uitkomst. Bij een groot deel van de projecten zijn ‘tijdens de periode van subsidiëring kleine positieve effecten’ opgemerkt, die echter niet van blijvende aard waren. Integendeel: sinds het begin van het eerste decennium van deze eeuw is het aandeel van bedrijven uit de EU in de wereldwijde high-techmarkten teruggelopen van 22 naar 11 procent.

    Dat lag niet in de laatste plaats, zo ontdekten de onderzoekers, aan de manier waarop de Horizongelden worden verdeeld. Een groot deel komt niet terecht bij kleine creatieve start-ups, maar bij gevestigde bedrijven ‘op een gemiddeld technologisch niveau’, waaronder grote autoconcerns, van VW en Mercedes Benz tot en met Stellantis. Nog kritischer is het oordeel over de miljarden die terechtkomen bij grote bedrijfsconsortia, waarin gemiddeld twintig, soms wel honderd, partijen uit meerdere EU-landen samenwerken. Zulke projecten worden vaak niet van onderaf ontwikkeld door de bedrijven zelf, maar van bovenaf gepland door commissies van EU-ambtenaren, waarbij nationale belangen regelmatig zwaarder wegen dan technologische vernieuwing.

    Een aanzienlijk deel van het geld belandt niet bij technologiebedrijven, maar bij consultancybureaus

    De economen noemen als voorbeeld een Horizon-project rond batterijen voor elektrische auto’s, dat zich van meet af aan beperkte tot vertrouwde technologieën en gangbare productiemethoden. Geen wonder, stellen ze, dat zulke projecten zelden tot echte innovaties leiden, maar hooguit tot ‘marginale verbeteringen van bestaande technologieën’.

    Sterker nog: een aanzienlijk deel van het geld belandt niet bij technologiebedrijven, maar bij consultancybureaus die gespecialiseerd zijn in het begeleiden van klanten door het woud aan Europese aanvraag- en verantwoordingsregels. Volgens de studie is de sterkste groei van de Horizon-programma’s dan ook ‘te vinden in de sector van consultancy en ondersteunende diensten’.

    Het rapport laat ook zien hoe het wél werkt. De technologiesubsidies van de EU blijken namelijk wel effectief wanneer ze terechtkomen bij kleine, onafhankelijke bedrijven. In zulke gevallen bespeurden de onderzoekers doorgaans ‘positieve, aanhoudende en significante’ effecten. Helaas gaat slechts 7,5 procent van de Horizon-gelden naar dit type ondernemingen. De conclusie van de studie is dan ook weinig vleiend: slechts een fractie van het totale subsidiegeld wordt daadwerkelijk ‘effectief besteed’. Het leeuwendeel vloeit naar ‘bedrijven die zich gespecialiseerd hebben in het verwerven van Horizonsubsidies’, ‘vaak dochterbedrijven van de grote concerns’ die deelnamen aan ‘tientallen plannen’, in enkele gevallen zelfs meer dan tweehonderd.

    Belemmeringen

    Deze studie legt de hardnekkige zwaktes van de EU onder een vergrootglas, die Europa al lange tijd belemmeren in de wereldwijde concurrentiestrijd: een verlammende bureaucratie, de invloedrijke lobby van gevestigde bedrijven en belangengroepen en de voortdurende dominantie van nationale belangen. Dat leidt vooral tot zo’n ongunstige uitkomst omdat de EU niet beschikt over een kapitaalmarkt als die van de VS, die graag investeren in innovaties. De publieke EU-subsidies zouden dat gebrek eigenlijk moeten opvangen, maar versterken het probleem.

    Als de EU-landen binnenkort over hun nieuwe begroting besluiten, doen ze er verstandig aan de conclusies van het rapport van de Duitse en Italiaanse economen ter harte te nemen: wie echte innovatie wil, moet niet blijven investeren in het oude, maar durven kiezen voor het nieuwe.

  • Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    Nog even en we zitten in hartje winter aan de Rivièra

    De wereldwijde temperatuurstijging zal onze vakanties drastisch veranderen. Niet alleen zullen we andere bestemmingen kiezen, ook de traditionele zomer als hoogseizoen staat onder druk.

    In 1975 scoorde zanger en presentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer?, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin men volgens Carrell nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:

    Ein Sommer, wie er früher einmal war,
    Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September
    Und nicht so nass und so sibirisch, wie im
    letzten Jahr

    Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden – een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden – en de plek die daarbij hoorde: het strand.

    Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022.

    De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder, en dit alles gebeurde nog voor de warme klimaatcyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte. Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat – het toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening – en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de pandemie heeft plaatsgemaakt voor een piek in het toerisme, tekent zich een nieuwe wereldkaart met vakantiebestemmingen af.

    Kusttoerisme

    Voorlopig prijken stranden nog prominent op de kaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, en in de Verenigde Staten is het segment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.

    Sommige strandbestemmingen, zoals de Malediven en delen van het Caribisch gebied, zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook langs de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen uiteindelijk zal overmannen. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.

    Geen strand is aangenaam bij 40 graden, of met bosbranden in de verte

    Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat ooit betere tijden heeft gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, die nu werden bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die er door Londense deelgemeenten werden gehuisvest.

    Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen (mits de Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken). Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol de rol van verlaten vakantiebestemming wel eens kunnen overnemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.

    Voorjaar

    Nog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste is het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal stellen zonder kinderen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen ruimte meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.

    De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40 procent van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens een gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS is het skiseizoen in de periode van 1982 tot 2016 al 34 dagen korter geworden, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.

    Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.

  • Geld, goud of grond. Welke investering is het meest crisisbestendig?

    Geld, goud of grond. Welke investering is het meest crisisbestendig?

    Wanneer oorlog en crisis dreigen, spelen bezorgde spaarders op zekerheid en gaan ze goud kopen. Maar de geschiedenis laat zien dat er andere, betere investeringen voorhanden zijn.

    Als Lena Klimek ’s avonds met haar man op de bank zit en ze in het nieuws weer eens horen over pantservoertuigen, drones en doden, stellen beiden zich het worstcasescenario voor. Waarheen kunnen ze vluchten als de oorlog in Oost-Europa zich zou uitbreiden naar Duitsland? Naar Nieuw-Zeeland? Naar de Caraïbische eilanden? Of toch naar familie in Spanje? Wat is ver genoeg en hoe zouden ze er kunnen komen? En vooral: hoeveel geld hebben ze daarvoor nodig? In welke vorm? Hoe beschermen ze hun vermogen?

    De zesenvijftigjarige schooldirecteur wil goed voorbereid zijn. De eerste stap: 7000 euro contant van de bank halen. Dat zou voldoende moeten zijn, meent ze, om de vlucht te betalen. Het is een gevoelig onderwerp voor haar, vertelt Klimek, die daarom liever niet met haar echte naam in de krant wil. We moeten haar niet verkeerd begrijpen, zegt ze; ze gelooft niet dat de wereld binnenkort vergaat. Ze is geen prepper. Maar een beetje voorbereiding lijkt haar gezien de toestand in de wereld wel op zijn plaats. ‘Sinds Trump weer aan de macht is, maak ik me voor het eerst van mijn leven zorgen over mijn veiligheid en die van mijn gezin,’ zegt Klimek. En over haar bezittingen.

    Aanleiding tot zorg gaven de nieuwsberichten de laatste tijd in overvloed: in Oekraïne sterven week in week uit mensen door Russische troepen en drones. Donald Trump wekt twijfel aan de VS als bondgenoot. In Duitsland wordt weer gediscussieerd over de dienstplicht. En de EU-commissie riep alle burgers op om een noodpakket voor minstens 72 uur in huis te halen. 

    Speelbal

    Twee derde van de mensen in Duitsland voelt zich een speelbal van grotere machten, met Trump aan de ene en Poetin aan de andere kant. Driekwart maakt zich zorgen om de veiligheid in Europa, zo meldde ARD-Deutschlandtrend onlangs. 

    Velen zijn ook bezorgd over de vraag hoe ze hun geld moeten investeren. Actuele cijfers van de Vereniging van Banken laten zien dat steeds meer Duitsers hun geld bewust steken in zaken die geacht worden crisisbestendig te zijn: vastgoed, contanten en goud.

    Maar stel je zo inderdaad je vermogen veilig voor onzekere tijden?

    Laten we de crisischeck beginnen met het meest voor de hand liggende: contant geld. Een kleine voorraad, die ook Klimek aanlegt, is vooral belangrijk voor de korte termijn. Met haar 7000 euro wil de schooldirecteur de eerste dagen doorkomen in geval van oorlog of een natuurramp, zodat ze het noodzakelijkste kan betalen: voedsel, water en misschien tickets.

    Ook het rijksbureau voor bescherming van de bevolking en hulp bij rampen zegt: contant geld hoort in het noodpakket. Overigens zijn de autoriteiten desgevraagd terughoudend met een aanbeveling over de hoogte van het bedrag. De Zweedse overheid is daarin concreter en raadt de bevolking, die niet dol is op contanten, aan om munten en biljetten ‘voor minstens een week’ in huis te hebben, ‘bij voorkeur in verschillende coupures’.

    In crisistijd aan contant geld komen is niet altijd eenvoudig. Toen in 2022 de oorlog uitbrak ontstonden er eerst in Oekraïne en later ook in Rusland zogeheten ‘bank-runs’, waarbij mensen probeerden hun bankrekeningen leeg te halen. Om het systeem tegen instorting te beschermen stellen banken op zulke momenten vaak limieten in: bij de staatsschuldencrisis in Griekenland, in 2015, konden de klanten bijvoorbeeld maar 60 euro per dag opnemen.

    Bij de staatsschuldencrisis in Griekenland, in 2015, konden de klanten maar 60 euro per dag opnemen

    Als de Deutsche Bundesbank gevraagd wordt of de verstrekking van contant geld in Duitsland ook in een crisis is gewaarborgd, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een grote stroomstoring, dan luidt het antwoord dat in alle bankfilialen ongeveer vijf maal zo veel contant geld aanwezig is als de mensen dagelijks opnemen. Bovendien beschikken ze over noodstroomaggregaten met brandstof voor drie dagen.

    Op middellange tot lange termijn lijkt het minder zinvol om grote hoeveelheden contant geld te bewaren: het verliest in de regel aan waarde door inflatie, en in onzekere tijden vaak aanzienlijk sneller dan anders. Daarom kopen mensen die hun vermogen zeker willen stellen contant geld in andere valuta, die ‘stabieler geacht’ worden, zegt Michael Eubel. Hij is expert in deviezen en edelmetalen bij de Bayern LB, en hij rekent daartoe op dit moment vooral de Zwitserse franken, Australische dollars, Noorse kronen en Amerikaanse dollars. Zoals navraag van Zeit Online bij andere banken laat zien, werden in Duitsland de laatste tijd niet merkbaar meer buitenlandse valuta aangevraagd dan anders.

    Bij een ander soort investering stijgt de vraag op het ogenblik echter onophoudelijk: goud. Dat is te zien aan de prijs per ounce. In januari van het jaar 2022, nog voor de Russische overval op Oekraïne, lag die op ongeveer 1600 euro. Nu bedraagt deze meer dan 2900 euro. Dat verbaast Ralph B. niet. Hij bewaart thuis op het platteland bij Zürich ongeveer 20 goudtabletjes van 1 tot 2 gram, die bij de huidige koers samen een waarde hebben van ruim 3000 euro. Uit angst voor inbrekers wil hij niet met zijn volledige naam genoemd worden. B. werkt als IT-expert bij een fintech-onderneming. In geval van nood wil de zesenvijftigjarige zijn goud als betaalmiddel gebruiken en eten kopen bij de boeren in de buurt en in de supermarkt. Zijn gedachte: ‘Als de crash eenmaal een feit is, heb je niks meer aan contant geld. Lees de dagboeken van onze grootouders maar.’ 

    Crisisvaluta

    Zijn grootmoeder heeft in de Tweede Wereldoorlog zelfs gouden oorringen geruild voor levensmiddelen. ‘Als er in de winkel niets meer te koop is, weten de boeren bij mij in de buurt snel hoeveel gram goud ze voor een varken kunnen vragen,’ aldus Ralph B. Vandaar de verdeling in stukjes van 1 of 2 gram. Van een grote baar goud is het immers moeilijker iets af te snijden. Alleen is die opdeling in kleine stukjes duurder. 

    B.’s verhaal klinkt overtuigend, maar volgens historicus Laura Rischbieter is er geen algemene aanbeveling uit af te leiden. Er zijn te weinig empirische bewijzen om te kunnen beoordelen of goud in het verleden over het algemeen als betaalmiddel kon worden ingezet. ‘Ik zou het daarom geen crisisvaluta willen noemen, maar eerder een instrument om waarde te behouden,’ zegt Rischbieter, die aan de Universiteit van Basel de geschiedenis van het kapitalisme doceert en onderzoekt.

    Waarde behouden, dat konden spaarders in het verleden meestal heel goed met goud. Tijdens de financiële crisis, de coronapandemie of de Oekraïne-invasie gold: als mensen zich zorgen maken, dan kun je erop rekenen dat de goudprijs recordhoogtes bereikt. Historicus Eva Maria Gajek onderzoekt aan het Max Planck Institut für Gesellschaftsforschung [maatschappelijk onderzoek] de vermogensgeschiedenis. ‘In de Tweede Wereldoorlog vormde goud voor Joodse emigranten die tijdig konden reageren een mogelijkheid om een deel van hun vermogen in veiligheid te brengen,’ beaamt Gajek.

    En dus heeft Ralph B. behalve zijn kleine goudtabletjes nog 3 ounce goud, net geen 100 gram, in een bankkluis gedeponeerd. De actuele waarde: bijna 10.000 euro. 

    Met grotere hoeveelheden goud rondlopen is simpelweg te riskant. Het kan kwijtraken of gestolen worden

    Goud is echter niet altijd even praktisch. B. moet in geval van nood snel naar zijn bankfiliaal, dat dan ook nog open moet zijn. Bovendien kost de kluis elke maand geld. Afhankelijk van de bank en de grootte van de kluis is dat maandelijks een bedrag van tussen de 10 en 35 euro, zegt Andreas Görler van de Berlijnse vermogensbeheerder Pruschke & Kalm. Je kan ook thuis een kluis maken, in de muur. Maar dat kost ook geld en dat kan om bouwtechnische reden niet in elke woning, aldus Görler. En met grotere hoeveelheden goud rondlopen is simpelweg te riskant. Het kan kwijtraken of gestolen worden.

    Het kan dan ook eenvoudiger zijn om het vermogen om te ruilen in de cryptomunt bitcoin – en in een zogeheten hardware-wallet op een USB-stick het land uit te brengen. Zo lukte het een Oekraïense vluchteling om ongeveer 40 procent van zijn vermogen in een bitcoinwallet naar Polen te brengen, zoals de Amerikaanse zender CNBC berichtte. Bitcoins hebben een paar voordelen. Je kunt ze niet alleen makkelijker over een grens brengen op een USB-stick, maar ook beter dan goudbaren verstoppen. Bovendien zijn crypto’s niet afhankelijk van banken, ze kunnen dus niet door de staat worden ‘bevroren’ en zijn nog beschikbaar wanneer hackers het Europese betaalsysteem lamleggen. 

    Maar betalen kun je met bitcoin of andere cryptovaluta slechts in enkele zaken en restaurants. ‘Daarom zijn ze niet echt geschikt als valuta voor noodgevallen,’ zegt vermogensbeheerder Görler. Uiteindelijk zou je toch weer toegang tot een bank nodig hebben. Ook wat betreft het veiligstellen van het eigen vermogen op lange termijn is Görler sceptisch; de koers van cryptovaluta is nogal veranderlijk. 

    Aandelen in crisistijd 

    En hoe zit het met aandelen in crisistijd? Steeds meer Duitsers nemen intussen met hun vermogen delen in bedrijven, meestal in de vorm van ETF’s (exchange-trades funds). Alleen: wie dringend brood nodig heeft, zal dat niet kunnen krijgen in ruil voor waardepapier. Bovendien kunnen de koersen door politieke onzekerheid snel instorten. De depots zijn tegenwoordig vaak alleen digitaal toegankelijk, wat het handelen kan bemoeilijken.

    Maar op enig moment, dat is althans de hoop, is elke crisis voorbij. Contant geld is dan minder waard, hetzij door inflatie hetzij door een geldhervorming. Goud heb je intussen misschien opgebruikt. En aandelen? Wie gespreid belegt in aandelen uit uiteenlopende landen en sectoren, zal op de lange termijn zien dat zijn portefeuille zich steeds herstelt, meent Rischbieter.

    Vermogensbeheerder Andreas Görler beveelt zijn klanten, ook degenen die door angst voor oorlog geplaagd worden, dan ook nog steeds waardepapieren aan. In de negenendertig jaar dat hij werkzaam is in de branche heeft hij met zijn klanten al vele crises doorstaan. ‘Het kan altijd gebeuren dat mensen in paniek hun beleggingen stopzetten, hun aandelen met verlies verkopen en alles in geld vastleggen,’ zegt hij. Maar gelukkig komt dat maar zelden voor. Meestal lukt het om de beleggers te kalmeren, vertelt Görler. Alleen wordt dat er niet makkelijker op nu we steeds sneller en vaker een stortvloed van slecht nieuws over zich heen krijgen.        

    In historisch opzicht is er één investering die zich in het bijzonder als crisisbestendig heeft bewezen: grondbezit

    In historisch opzicht is er één investering die zich in het bijzonder als crisisbestendig heeft bewezen: grondbezit, en in mindere mate ook bezit van het vastgoed dat op die grond staat. Gajek heeft er onderzoek naar gedaan. ‘Voor de Eerste Wereldoorlog was industrieel Bertha Krupp de rijkste persoon op de miljonairslijst van het Duitse keizerrijk,’ zegt ze. ‘Daarna heeft de adellijke familie van de Hohenzollerns de titel overgenomen.’

    De reden: de Hohenzollerns bezaten veel landerijen en hadden hun vermogen ondergebracht in familiestichtingen. Anders dan veel andere rijken die indertijd hun ‘vermogen destijds investeerden in industrie en handel’, zegt Gajek. Door de wereldoorlog verloren beleggingen in aandelen en leningen de helft van hun waarde, en ook de vastgoedprijzen kelderden drastisch. De waarde van het grondbezit bleef daarentegen grotendeels stabiel. Rischbieter plaatst één belangrijke kanttekening bij vastgoed als de veiligste investering in crisistijden: ‘Vastgoed is zo duur geworden dat lang niet iedereen zich nog een aankoop kan veroorloven.’ 

    Lena Klimek, de schooldirecteur uit Hamburg, ziet veel in de strategie van de Hohenzollerns. Nu overweegt ze om het ouderlijk huis op het platteland, dat ze eigenlijk wilde verkopen, toch te houden. Haar vader is ziek en ze wilde haar ouders eigenlijk dichterbij halen, ‘maar het huis staat op een perceel van 1000 vierkante meter. Misschien kunnen wij daar ook gaan wonen, en in geval van crisis ons eigen eten verbouwen.’ In dit huis ziet ze momenteel de grootste vorm van zekerheid: ‘Dat kan tenminste niemand stelen of wegslepen.’ 

  • In Narva is ‘de Russische dreiging alom aanwezig’

    In Narva is ‘de Russische dreiging alom aanwezig’

    De Estse stad Narva, die tegen de Russische grens aan ligt, is al meerdere keren aangewezen als de stad die Moskou als eerste zou kunnen aanvallen. ‘We zijn gewend aan provocaties.’

    De Derde Wereldoorlog zou kunnen uitbreken in deze Russischtalige uithoek in Estland die tussen twee vestingen ligt ingeklemd,’ aldus het gezaghebbende tijdschrift Politico enkele weken geleden. Steeds vaker hoor je om je heen dat Narva het volgende doelwit van Rusland zou kunnen worden als Moskou zou besluiten een NAVO-land aan te vallen. 

    Daar zijn verschillende redenen voor: de stad wordt slechts door een rivier van Rusland gescheiden. Bovendien spreekt de meerderheid van de vijftigduizend inwoners van Narva Russisch en is de helft van de stad in het bezit van een Russisch paspoort. De Russische president Vladimir Poetin zou er geen probleem mee hebben om zijn bekende riedeltje over de noodzaak om de Russische bevolking te beschermen te herhalen en onder dat voorwendsel Narva binnen te vallen. In 2022, kort na het begin van de grootschalige oorlog in Oekraïne, heeft Poetin zelfs de opmerking laten vallen dat Narva deel uitmaakt van Rusland.  

    Ongeveer een kwart van de inwoners van Estland zijn etnische Russen. De meesten van hen bezitten een Ests paspoort en hebben een nauwe band met het land. Het Kremlin weet echter als geen ander de onlusten tussen etnische groepen aan te grijpen als een argument om de Russische diaspora te beschermen. Dat heeft Rusland gedaan in Georgië en Moldavië, en onder dat voorwendsel is het land ook Oekraïne binnengevallen.  

    ‘De inwoners van Narva kijken naar Russische tv, ook al is dat officieel verboden‘

    Narva, de derde stad van Estland, ligt dichter bij Sint-Petersburg dan bij [de Estse hoofdstad] Tallinn. In een interview met Delfi vertelt burgemeester Katri Raik dat ‘Rusland slim te werk gaat bij het verspreiden van propaganda en provocaties: de inwoners van Narva kijken naar Russische tv, ook al is dat officieel verboden, en op die manier weet Rusland de stemmingen en opinies te beïnvloeden’. 

    De burgemeester van Narva vertelt openlijk op welke manier haar stad momenteel wordt bestuurd en hoe ze zich voorbereidt op een eventuele aanval. 

    Zowel in Estland als in Narva is ‘de Russische  dreiging alom aanwezig’, vertelt ze.  

    ‘De rivier de Narva scheidt de stad Narva van Rusland, daar ligt de grens. En de vesting van Narva en die van Jaanilinn (Ivangorod in het Russisch) zijn slechts 150 meter van elkaar verwijderd. Vandaar dat mensen zich afvragen of een nieuwe Russische aanval op Europa in Narva zal beginnen. We zijn niet bang. Estland is lid van de Europese Unie en van de NAVO. Narva is een Estse stad. Narva vormt de scheidslijn tussen het Oosten en het Westen, dat is het punt waar Europa begint,’ legt de Estse politica uit.

    Provocaties

    Tegelijkertijd erkent Raik dat de stad niet ontkomt aan provocaties, aangezien de Russen aan de overkant van de rivier graag patriottische evenementen organiseren om door iedereen gezien en gehoord te worden. ‘Sinds de afgelopen twee jaar worden er op de oevers van de Narva aan de Russische kant, aan de voet van de vesting van Ivangorod, openluchtconcerten gehouden die de aandacht van de wereld op de Russische provocaties hebben gevestigd. Die indrukwekkende concerten zijn natuurlijk vooral bedoeld om de oudere inwoners van Narva te vermaken en Estland te irriteren. Aan de andere kant van de grens reageerden mensen met een enorme poster met daarop de tekst “Poetin, oorlogsmisdadiger”. Op deze actie hebben ze zowel positieve als kritische reacties gehad. We moeten duidelijk maken dat Estland niet zal zwichten en met een eigen, evenwichtig antwoord zal komen. In het voorjaar gaan de Russen een nog groter concert organiseren, op 9 mei, als Narva de Dag van Europa viert,’ vertelt de burgemeester van Narva.  

    Op 9 mei vieren de Russen de overwinning [van de Sovjet-Unie op nazi-Duitsland] in de Grote Vaderlandse Oorlog [de Tweede Wereldoorlog], een dag die ze aangrijpen om propaganda te verspreiden en het Westen nog eens extra te jennen. Er zijn echter meer manieren waarop Moskou het Westen provoceert, aldus de burgemeester.  

    ‘Afgelopen zomer heeft Rusland op eigen houtje de boeien in de rivier de Narva weggehaald die bedoeld waren om de grens af te bakenen. Ook heeft er lange tijd een spionageballon in de lucht gehangen.’

    ‘Als ze eenmaal ons land zijn binnengevallen, is het al te laat’

    ‘Net als in 2023 gebeurde aan de grens tussen Rusland en Finland, heeft Rusland Somalische migranten en schaars geklede Syriërs naar de Estse grens laten komen, in het bijzijn van grenswachten die filmpjes van hen maken. De grens tussen Finland en Rusland was toen gesloten, terwijl de grensovergangen bij de Estse grens open waren. De grensovergang bij Narva is sinds februari 2024 gesloten voor voertuigen, maar mensen vergeten nogal makkelijk dat het Rusland was, en niet Estland, dat de grenssluiting in gang zette. Kortom, we zijn gewend aan provocaties,’ legt Raik uit. 

    Op de militaire basis in Tapa, ten oosten van Tallinn, zijn negenhonderd Britse soldaten aanwezig. Ook Frankrijk heeft er een klein aantal soldaten zitten. Mocht Rusland een aanval inzetten, dan is het echter niet erg waarschijnlijk dat de strijdkrachten van de NAVO en de 7700 Estse soldaten – in het geval van een oorlog zou hun aantal stijgen naar 43.000 – in staat zullen zijn om de aanval af te slaan. 

    Tallinn is bang dat Rusland, in het geval van een bevriezing van het conflict in Oekraïne, van de gevechtspauze gebruik zal maken om een kwetsbaar NAVO-land aan te vallen. ‘“Als ze eenmaal ons land zijn binnengevallen, is het al te laat,” verklaarde de Estse minister van Defensie Hanno Pevkur onlangs. We moeten ons waarschuwingssysteem aanscherpen en duidelijk maken dat we onmiddellijk zullen reageren zodra iemand voet op onze bodem zet,’ aldus Raik. 

    Bewakingsapparatuur

    Estse functionarissen leggen uit dat het de bedoeling is dat op iedere meter van de 338 kilometer die de grens tussen Estland en Rusland lang is bewakingsapparatuur komt te hangen, maar dat is nog niet zo eenvoudig te realiseren. De eerste 77 kilometers grenzen namelijk aan de rivier de Narva. Sinds afgelopen zomer de boeien zijn weggehaald, is het aantal pogingen om het land binnen te komen gestegen van 18 naar 96. Bovendien is het lastig om drones of smokkelaars te detecteren, aangezien Rusland op dit stuk land gps-signalen blokkeert. 

    Volgens de burgemeester bereidt de stad zich dus voor op een mogelijke Russische aanval. ‘In Narva is er een crisiscomité opgezet waar vertegenwoordigers van verschillende organisaties in zitten en dat wordt voorgezeten door de burgemeester. We werken nauw samen met de verschillende instanties en nemen deel aan oefeningen waar je leert hoe je in allerlei crisissituaties moet reageren, zoals oorlog en evacuaties,’ verklaart Raik. Mocht er een crisis uitbreken, dan is het volgens haar de prioriteit van Narva om de inwoners van de meest essentiële diensten te blijven voorzien, zoals water, centrale verwarming en elektriciteit. ‘Om de stroomvoorziening veilig te stellen, hebben we op verschillende plaatsen en in meerdere wijken van de stad generatoren geïnstalleerd,’ licht de burgemeester van Narva toe. 

    Dienstplicht

    Van de inwoners die Ests spreken, legt 89 procent de verantwoordelijkheid voor de oorlog in Oekraïne bij Rusland neer. Onder de Russischtaligen is dat slechts een derde, en 20 procent van hen vindt dat de VS verantwoordelijk zijn, vertelt Vaidas Matulaitis, een Litouwer die in Estland woont. 

    Volgens hem wees Estland al ruim voor Litouwen op het gevaar van de Russische dreiging. Al vanaf de eerste maanden van het conflict heeft de commandant van het leger gezegd dat mensen zich moeten voorbereiden op oorlog. Dat hebben ze ook gedaan. Al in de beginjaren van hun bestaan als onafhankelijk land [Estland werd in 1991 onafhankelijk] hebben de Esten besloten om de dienstplicht in stand te houden, daarom gaven ze meteen gehoor aan die oproep. 

    De Esten bouwen fortificaties langs de grens, ze overwegen de grens met Rusland helemaal dicht te gooien, de nationale verdedigingsstrategie is aangepast en de militaire aankopen zijn de laatste paar jaar fors opgeschroefd.