Tag: EU

  • 3. UKIP is voor de geschiedenisboekjes

    3. UKIP is voor de geschiedenisboekjes

    De rol van UKIP lijkt na de Brexit uitgespeeld. Maar de partij heeft een moeilijk te overschatten rol gespeeld.

    Dit had het moment moeten zijn waarop de sputterende UKIP-trein weer ging rijden. Sinds de Britten voor de Brexit stemden leek de voorheen rebelse partij stuurloos, met een boodschap die niet meer strookte met de realiteit in het Verenigd Koninkrijk van na het referendum.

    De tussentijdse verkiezingen van 23 
februari in [het kiesdistrict] Stoke-on-Trent Central, een arbeidersbolwerk waar naar schatting 65 procent van de stemmers voor de Brexit koos, vormden voor de nieuwe partijleider van UKIP, Paul Nuttall, een uitgelezen mogelijkheid voor een comeback. Maar zelfs in deze ideale omstandigheden en ondanks de aanwezigheid van de meest impopulaire Labour-leider aller tijden, Jeremy Corbyn, slaagde UKIP er niet in het resultaat van 2015 te verbeteren. Met bijna 25 procent van de stemmen ging de partij maar twee procentpunten vooruit, terwijl Labour de race met een marge van 2500 stemmen royaal won.

    Desalniettemin zal het UKIP-verhaal de politicologiehandboeken ingaan als een klassiek geval van een populistische ruk naar rechts. UKIP wordt alom belachelijk gemaakt vanwege het onvermogen stemmen in zetels om te zetten, maar ondertussen zijn veel van hun standpunten, van de Brexit en de steun voor grammar schools tot de roep om een nieuw immigratiesysteem (dat vorig jaar in zijn geheel werd overgenomen door de Conservatieven Michael Gove en Boris Johnson), onderdeel geworden van de mainstream. In de toekomst zullen politieke historici melkmuil UKIP de verdiende betekenis toekennen: een partij die Groot-Brittannië richting de Brexit stuurde en het land hiermee duidelijk een geheel ander pad op duwde.

    Nigel Farage zal de geschiedenis ingaan als de belangrijkste politicus van het huidige tijdperk

    De liberale elite heeft alle reden om een grondige hekel aan UKIP te hebben, want de partij heeft op succesvolle wijze een einde gemaakt aan alles wat hun lief was, van het EU-lidmaatschap tot het behoud van vrij verkeer van personen in de hele Unie. Voormalig UKIP-leider Nigel Farage zal de geschiedenis ingaan als de belangrijkste politicus van het huidige politieke tijdperk.

    UKIP heeft ook nog steeds een harde kern die op de partij stemt, zoals bleek uit het feit dat in Stoke een kwart van de stemmen werd vergaard en in landelijke opiniepeilingen steevast een aandeel van 10 procent wordt behaald. Bij de volgende algemene verkiezingen, in 2020, zou het UKIP-merk ook nog wel eens tussen de 5 en 15 procent van de zetels in het land kunnen behalen, waardoor de weg naar de overwinning voor de andere partijen lastiger wordt. Die aantallen zijn alleen te klein om in dit meerderheidsstelsel iets te bereiken en maken duidelijk wat het huidige plafond voor UKIP is, of wellicht steeds is geweest.

    Kleurrijke zonderlingen

    Als UKIP net als de Liberal Democrats een doorgewinterde campagneorganisatie was geweest, had het nu kunnen investeren in lokale verkiezingen en terug naar de basis kunnen gaan om een bredere boodschap te ontwikkelen. UKIP heeft nooit echt begrepen hoe belangrijk straatpolitiek is, en de partij bekommerde zich ook nooit wezenlijk om een breder beleid. Wat de zaken nog verergert, is dat UKIP het met het formeel verlaten van de EU in 2019 zal moeten stellen zonder de zo geliefde verkiezingen voor het Europees Parlement, dat vanwege het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging kleine partijen veel meer kans op zetels biedt. De Europese verkiezingen van 2014 leverden UKIP 24 EP-leden op. Het wordt hierdoor voor de jonge partij ook steeds moeilijker om zichtbaar te blijven en bovendien lopen ze ook de inkomsten mis. Hoelang kun je de ware gelovigen zonder salaris en met sombere vooruitzichten aan je binden? Nu ziet het ernaar uit dat het zelfbenoemde ‘volksleger’ een laatste stelling heeft ingenomen. In de toekomst zal deze chaotische en kleurrijke cast van zonderlingen, die de Britse politiek korte tijd in de ban hield, worden herinnerd vanwege het blijvende effect op onze vaderlandse geschiedenis.

    Auteur: Matthew Goodwin
    Vertaler: Martinette Susijn

    Openingsbeeld: De nieuwe UKIP-leider Paul Nuttall (midden). – © Finbarr Webster / HH

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

    CONTEXT: UKIP: de ‘partij met de zwavelige reputatie’

    ‘UKIP is dood’, constateert The Times zonder omhaal. Zoals blijkt uit de nederlaag eind februari bij de tussentijdse verkiezingen in Stoke-on-Trent, toch een pro-Brexit-bastion, 
‘is de partij niet meer de motor van maar de rem op het populisme’, schrijft de conservatieve krant. Als UKIP de politiek van de Conservatieven wil beïnvloeden, met name ten aanzien van Brexit, kan het zich beter gaan gedragen als een pressiegroep.

    De krant herinnert eraan dat UKIP voortdurend te maken heeft gehad met ‘disfunctioneren op belangrijke momenten, leden met een twijfelachtige reputatie, schandalen en interne ruzies’.

    Het heeft UKIP ook geen goed gedaan dat de huidige partijleider, Paul Nuttall, onder vuur is komen te liggen omdat hij zijn levensloop nogal heeft opgeleukt. ‘De biografie van Nuttall op zijn website is een warrig mengsel van overdrijvingen, halve waarheden en hele leugens’, benadrukt The Guardian.

    Bovendien wordt de partij vanwege zijn tegen immigratie gerichte programma door een deel van de publieke opinie geassocieerd aan de British National Party, de partij van neofascistisch extreem-rechts, die geen zetel heeft in het parlement. ‘Het is onjuist in UKIP de opvolger te zien van de BNP, maar het is een feit dat de doorbraak van UKIP de British National Party overbodig heeft gemaakt’, aldus The Times. Dat heeft tot gevolg dat ‘die kwalijke reuk altijd rond UKIP is blijven hangen. Het beeld van “een nette BNP” kleeft de partij nog altijd aan, evenals haar eigen zwavelige reputatie’.

  • Als Le Pen wint, overleeft Europa het niet

    Als Le Pen wint, overleeft Europa het niet

    Volgens de Ierse commentator Conor Brady zou een verkiezing van Marine Le Pen veel ernstiger zijn voor de EU dan de Brexit. ‘De Fransen hebben een eeuwenoude gewoonte om de gevestigde orde eruit te gooien.’

    Keuze uit het archief

    De Franse politica Marine Le Pen, de leider van de extreemrechtse partij Rassemblement National, werd deze week veroordeeld tot vier jaar celstraf en vijf jaar onverkiesbaarheid. Ze zou miljoenen euro’s aan geld van de Europese Unie hebben verduisterd. Het vonnis houdt in dat ze de presidentsverkiezingen van 2027 aan zich voorbij moet laten gaan.
    Extreemrechts uitte felle kritiek op het vonnis en sprak van een heksenjacht. Er zullen echter ook genoeg mensen zijn die blij zijn met de veroordeling. Een van hen is de Ierse commentator Conor Brady. In dit artikel van The Sunday Times uit 2017 legt hij uit waarom een verkiezing van Marine Le Pen ernstige gevolgen zou hebben voor heel Europa.

    Frankrijks keuze voor een nieuwe president kan in Ierland minstens zulke verregaande consequenties hebben als het Brexit-referendum in het Verenigd Koninkrijk. De Fransen, die geteisterd worden door terrorisme, een futloze economie en een in hoge mate criminele politieke klasse, zijn gedemoraliseerd en ongerust. Experts zijn het erover eens dat Marine Le Pen, leider van het Front National, waarschijnlijk niet in het Elysée zal komen. Weliswaar wordt verwacht dat ze de eerste ronde zal winnen, maar om ook in de tweede ronde te zegevieren heeft ze meer dan 50 procent van de stemmen nodig.



    Toch kunnen we niet optimistisch zijn, want de conduitestaat van deskundigen en opiniepeilers is niet al te best, en de verkiezingen zijn pas over een tijdje. De peilingen werden al aan het wankelen gebracht na de onthulling dat de vrouw van François Fillon, de kandidaat van de Republikeinen, jarenlang is betaald uit publieke fondsen voor werk dat ze niet deed.

    Zonder het Verenigd Koninkrijk is de Unie simpelweg een kleiner economisch gebied. Zonder Frankrijk zou ze een deel van haar ziel missen

    Er zijn twee totalitaire ideologieën die volgens Le Pen de cultuur en de soevereiniteit van haar land ‘dreigen weg te vagen’: de mondiale financiële sector en de radicale islam. Ze wil dat het Franse nationalisme weer opbloeit en zegt dat de euro afgeschaft en de economie ‘bevrijd’ moet worden van 
de tirannie van de Europese Unie.
    Ze spreekt bewonderend over het Britse besluit om uit de EU te stappen, Als ze verkozen wordt, zegt Le Pen, zal ze de Fransen door middel van een referendum ook de kans bieden om te vertrekken. ‘De belangrijkste factor die alle dominostenen van Europa zal laten omvallen, is de Brexit.’

    De EU kan het stellen zonder het Verenigd Koninkrijk, dat nooit deel 
uitmaakte van het oorspronkelijke plan, evenmin als Ierland. Zelfs als er vorig jaar juni was gekozen om in de 
EU te blijven, zou de door premier 
David Cameron bedongen deal inhouden dat het VK een lossere status kreeg. In 1967, toen de Britten – en Ieren – belangstelling voor het lidmaatschap toonden, waarschuwde generaal De Gaulle voor de ‘ingewortelde vijandigheid’ van Groot-Brittannië jegens een nieuw Europa dat gebaseerd was op een Frans-Duits economisch partnerschap. Hij dreigde Frankrijk terug te trekken uit de ‘gemeenschappelijke markt’ van vijf landen als anderen erop stonden Groot-Brittannië toe te laten.

    Maar de huidige EU zou een Franse ‘exit’ niet overleven. De economische samenhang en de maatschappelijke 
en politieke bestaansreden van de 
Unie zou fataal ondermijnd worden. 
De voorloper van de Unie, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, werd in 1952 opgericht om de industriële krachten van de traditionele vijanden en grootste economieën van Europa, Frankrijk en Duitsland, te bundelen. Maar het waren de door de Fransen gekoesterde principes van gelijkheid, maatschappelijke rechtvaardigheid 
en individuele vrijheden die de waarden van de latere EEG grotendeels inspireerden en die weerspiegeld werden in instituties en maatschappelijk beleid. Algemene gezondheidszorg, rechtvaardigheid, toegang tot het onderwijs voor iedereen en sociale steun aan allen liggen diep verankerd in de Franse politieke cultuur, en verstevigen op hun beurt de idealen van de EU. Zonder het Verenigd Koninkrijk is de Unie simpelweg een kleiner economisch gebied. Zonder Frankrijk zou ze een deel van haar ziel missen.

     Aanhangers van Marine Le Pen op een bijeenkomst in Châteauroux. – © HH
    Aanhangers van Marine Le Pen op een bijeenkomst in Châteauroux. – © HH

    Als Le Pen gekozen zou worden, en als ze het Franse lidmaatschap van de EU op de proef zou stellen met een referendum, dan zou het resultaat, volgens recente peilingen, beide kanten op kunnen gaan. De peilingen verschillen van elkaar. Maar één onderzoek van de in Washington gevestigde Bertelsmann Foundation wees uit dat slechts 53 procent van de Franse kiezers in de Unie zou willen blijven. Dat is bepaald geen onoverbrugbare marge.



    Als Frankrijk uit de EU zou treden en de euro, de voornaamste economische spil van de Unie, afgeschaft zou worden, zou Duitsland een gemeenschappelijk handels- en douanegebied willen handhaven met enkele andere bestaande leden, in het bijzonder de Beneluxgroep. Maar het is waarschijnlijk dat over het hele continent tariefmuren 
en economische beperkingen zouden worden ingesteld, omdat landen zich haasten hun industrie en werkgelegenheid te beschermen. De impact op de Ierse export zou rampzalig zijn. De werkloosheid zou omhoogschieten. De fundamenten van Ierlands economische model zouden onder druk komen te staan.

    Korte metten

    Dit is allemaal niet erg waarschijnlijk, maar dat waren de Brexit en de overwinning van Donald Trump ook niet. En Le Pen weet behendig in te spelen op de vele oorzaken van de huidige onrust onder het publiek: angst voor islamitisch terrorisme, immigratie, werkloosheid (de jeugdwerkloosheid bedraagt op dit moment 26 procent), industriële achteruitgang en wrok tegen de politieke en bureaucratische elite.

    De voornaamste Franse politici hebben telkens weer niet voldaan aan de verwachtingen van het Franse volk. Dat heeft een grote afkeer van president François Hollande. Nicolas Sarkozy staat waarschijnlijk een aanklacht wegens fraude te wachten. Fillon heeft goed voor zijn familieleden gezorgd, ten koste van de belastingbetalers.

    Beloften om de immigratie te beperken, de levensstandaard te verhogen, werk te scheppen en voorrang te geven aan de eigen natie boven een of ander abstract ideaal van Europese eenheid lijken in dat soort omstandigheden heel aanlokkelijk. En de Fransen hebben een eeuwenoude gewoonte om de gevestigde orde eruit te gooien. Historisch gezien zijn ze vaak aangetrokken door l’appel du vide, de lokroep van de leegte. Als ze geloven dat het ancien régime onherstelbaar tekort is geschoten, maken ze er snel en kwaadaardig korte metten mee.

    De Gaulle begreep zowel de positieve als de negatieve kanten van het sterke zelfbewustzijn van zijn land. ‘Als liefde voor je eigen volk vooropstaat,’ zei hij, ‘is dat patriottisme. 
Als haat jegens andere mensen vooropstaat, is het nationalisme.’ Europa moet hopen dat patriottisme de overhand heeft wanneer de Fransen in april en mei naar de stembus gaan.

  • Dossier: Redden de Europese dijken het?

    Dossier: Redden de Europese dijken het?

    Franse verkiezingen cruciaal voor EU.

    Toen bleek dat de PVV in Nederland niet de grootste partij was geworden, haalde men in Brussel opgelucht adem: het populistische gevaar was afgewend. Maar met de naderende verkiezingen in Frankrijk en Duitsland liggen alweer nieuwe dreigingen op de loer. Ook in veel andere Europese landen is de euroscepsis groot

    1. De anti-Europese Unie

    2. Als Le Pen wint, overleeft Europa het niet

    3. UKIP is voor de geschiedenisboekjes

    4. Orbán droomt van een gesloten staat

    5. Context: De situatie in Europa

    Openingsbeeld: Geert Wilders neemt een selfie met Marine Le Pen, terwijl Frauke Petry (AfD, rechts) in de verte staart. – © Michael Probst / HH

  • Griekenland uit de euro! Of wacht…

    Griekenland uit de euro! Of wacht…

    In een café op Kreta bespreken de stamgasten of Griekenland niet beter kan terugkeren naar de drachme.

    Het loopt tegen het einde van de middag in een dorp aan de zuidkust van Kreta. In het kaféneio [een café waar vooral mannen komen] zit een groep vrienden in gedachten verzonken om een houtkachel. Ik kom binnen samen met Christoforos, een boerenzoon die na zijn informaticastudie naar Londen vertrok en daar inmiddels vijf jaar werkt. Op het moment dat we binnenkomen, besluit een leraar juist zijn betoog: ‘Dat is het beste, gewoon geen geld meer uitgeven. Een paar jaar lang alleen nog olijven en droog brood eten, dan zien we misschien nog ooit licht aan het eind van de tunnel. Laten we eindelijk uit de euro stappen, zodat we weer met geheven hoofd kunnen lopen en onze kinderen een toekomst geven.’

    Veel mensen denken er momenteel net zo over als deze leraar: door uit de euro te stappen, zullen we het vast een paar jaar heel moeilijk krijgen, maar daarna zal er een opleving komen en zal er meer werk en welvaart zijn. Eens horen hoe het gesprek in dit kaféneio verder gaat. Wat er gezegd wordt, is zeer leerzaam.

    Niet genoeg

    Christoforos: Iedereen hier ziet in dat het de eerste jaren moeilijk zullen zijn. Maar waarom denk je dat daarna met de drachme het leven beter zal worden?

    Pavlos (hotelhouder): Christoforos, we leven hier van het toerisme en van de olijven. Zodra we de drachme terug hebben, wordt onze economie concurrerender, omdat het voor toeristen dan goedkoper wordt om hiernaartoe te komen …

    Christoforos: Waarom zijn producten, zoals toerisme, in drachmen concurrerender? Wat duur is, zijn lonen. U wilt dus graag geld verdienen in euro’s, dankzij de toeristen, en uw personeel in drachmen uitbetalen? Verdient u nog niet genoeg?

    Hotelhouder: God, de salarissen zijn het probleem niet! Die zijn ook veel lager geworden trouwens. Maar met de drachme zal al het andere veel goedkoper worden.

    Christoforos: O ja? Stroom voor de airconditioning? Olie voor verwarming? Televisies? Meubels? Spullen van IKEA? Turkse lakens en gordijnen? Rundvlees, mayonaise, koffie, whisky?

    Hotelhouder: Nee, dat wordt allemaal geïmporteerd. Ik heb het over wat wij hier produceren: olie, tomaten, kaas…

    Manolis (Boer 1): Ja, daar heb je genoeg aan. Met de euro is het leven onbetaalbaar geworden. We werken dag en nacht op het land en toch hebben we aan het eind van de maand niet genoeg over om van te leven. Maar we moeten de eurozone op de juiste manier verlaten, zonder onze subsidies te verliezen. Daar leven we hier van, want de productie van olie levert te weinig op. Alles wat we verdienen gaat op aan kunstmest, bestrijdingsmiddelen en brandstof. Alleen door de subsidies houden we nog wat over om van te leven.

    Christoforos: Als ik het goed begrijp, zou je je olie goedkoper aan de hotelhouder verkopen als we weer de drachme invoeren? Nu verdien je er tachtig euro mee, waarvan vijftig euro opgaat aan geïmporteerde producten als kunstmest en dergelijke, de dertig euro die overblijft kun je in je zak steken. Als we een andere munt nemen krijg je er minder voor en hou je nog maar twintig euro over. Met dat geld kun je dan misschien meer peterselie kopen, maar minder televisies, mobiele telefoons, benzine en auto’s. Uiteindelijk ben je slechter af.

    ‘We gaan ervoor zorgen dat geïmporteerde producten weer duurder worden, net als vroeger. Weet je nog met de bananen?’

    Mihalis (Boer 2): Nee hoor, we zouden onze olie niet goedkoper aan de hotelhouder leveren.

    Christoforos: Waarom zou de hotelhouder jouw tomaten dan nog kopen? Er zijn zat goedkope tomaten uit Nederland en België te koop.

    Boer 2: Nee, je begrijpt me niet, we gaan ervoor zorgen dat geïmporteerde producten weer duurder worden, net als vroeger. Weet je nog met de bananen?

    Christoforos: In dat geval kun je de Europese Unie en je subsidies vergeten; net als nieuwe infrastructuur en wegen trouwens.

    Dimitri (Boer 3): Zonder twijfel, kameraden: niet duurder en niet goedkoper. We verkopen onze spullen voor dezelfde prijs, maar betalen er minder belasting over. Het komt door de belastingen en de bezuinigingsmaatregelen. Die hebben ons bij de strot.

    Christoforos: Is dat het probleem? De belastingen? Waarom verlagen we die dan niet en blijven in de euro? Weet je waar tachtig procent van het belastinggeld naartoe gaat? Naar salarissen en pensioenen. De schuldeisers van Griekenland vinden het prima.

    Boer 1: Ah nee hè, dat niet. Van mijn pensioen als boer moeten ze afblijven!

    Christoforos: Als ik je dus goed begrijp, Dimitri, verkoop je voor lagere prijzen, krijg je minder binnen en betaal je minder belasting. Wie gaat dan de pensioenen van je ouders en van je tante betalen?

    Myron (Belastinginspecteur): We verlagen de rente op de schuld!

    Keuze

    Christoforos: Weet je wel dat we nu nog de rente over leningen betalen die we onder Charilaos Tricoupis [premier van 1882-1895] afgesloten hebben?! Als we de drachme weer invoeren, betalen we misschien minder rente, maar worden we arm. We betalen nu minder dan acht procent van de staatsinkomsten aan rente. Spanje, Italië, Kroatië en Portugal betalen veel meer.

    Boer 3: Christoforos, jij bent naar een ander land vertrokken, maar wij zijn hier gebleven. Wij betalen een hoop belasting aan Athene, maar alleen in het noorden van het land worden vliegvelden en wegen aangelegd. Met ons geld. De toestand van onze lokale vliegvelden is belabberd en onze wegen zijn levensgevaarlijk.

    Belastinginspecteur: Om de olijvenpers draaiende te houden, hebben we contant geld nodig. Als we onze eigen munt hebben, kunnen we geld drukken en de markt weer in beweging krijgen, zodat de economie weer gaat draaien.

    Christoforos: Als het zo simpel was, was er geen honger in de wereld. De waarde van een bankbiljet is precies gelijk aan wat je ervoor betaald hebt. Kijk naar Argentinië. Dat land heeft zijn eigen munt, maar geen banken meer.

    Inspecteur: Hebben wij wel banken dan?

    Christoforos: Daar heb je gelijk in! Sinds vijf of zes jaar zijn hier inderdaad ook geen banken meer. Maar de keus is om in de eurozone te blijven, afhankelijk te blijven van onze schuldeisers totdat onze banken er weer bovenop zijn, of de sprong te wagen en recht op een failliet af te stevenen.

    ‘Dat we geen banken hebben, heeft ook een positieve kant, want daardoor kunnen we ook geen leningen meer afsluiten’

    Kostis (Winkelier): Dat we geen banken hebben, heeft ook een positieve kant, want daardoor kunnen we ook geen leningen meer afsluiten. Die wurgen ons! Toen alles nog goed ging, sloten we ze bij bosjes af, en nu zitten we ermee. De banken dreigen ons alles af te pakken, we kunnen het hoofd niet meer boven water houden.

    Christoforos: Dat snap ik, Kostis, maar als we terugkeren naar de drachme, dan worden de banken genationaliseerd. Dan ben je geen geld meer schuldig aan de bank maar aan de staat. Dat is nog erger, want dan heb je helemaal geen bescherming meer.

    Boer 1: Volgens mij zouden we er met een eigen munt zo weer bovenop zijn.

    Christoforos: Ik zie nog steeds niet hoe de drachme je helpt om meer olie te produceren. De enige die daar iets mee opschiet is de hotelhouder, want die is dan minder kwijt aan salarissen, zodat onze kinderen uiteindelijk minder gaan verdienen. Toen ik het café binnenkwam, mijn beste landgenoten, zeiden jullie dat jullie best een decennium of zo op wilden offeren, de tijd die nodig is om over te schakelen op de drachme en weer betere vooruitzichten te krijgen. Maar nu ik jullie heb aangehoord, besef ik dat ik geen enkel overtuigend argument heb gehoord. Niets zegt mij dat het over tien, twintig of dertig jaar beter zal zijn. Denk goed na over wat je je kinderen aandoet, want misschien blijven ze hun hele leven op je foeteren om de ongelukkige keuze die je gemaakt hebt.

    Auteur: Giorgos Stratopoulos
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Protagon
    Griekenland | protagon.gr

    Protagon is in 2010 opgericht door o.a. journalist Stavros Theodorakis, die in 2014 ook To Potami oprichtte, de neoliberale partij die datzelfde jaar nog zes zetels haalde in de verkiezingen voor het Europese Parlement. De site plaatst opiniestukken, analyses en reportages over politiek, economie, cultuur en samenleving, en is vooral geliefd bij intellectuelen.

    Beeld: © HH

    CONTEXT: 42 procent wil drachme terug

    Al maanden bevinden Brussel en Athene zich in een patstelling, waardoor het schrikbeeld van een Grexit weer terug is – een uittreding van Griekenland uit de eurozone. In juli zou Griekenland een nieuwe uitbetaling krijgen uit het steunfonds van 86 miljard. De schuldeisers eisen echter een extra pakket hervormingen, van het belastingsysteem, de pensioenen en de arbeidsmarkt. Op maandag 20 februari, bij de vergadering van de ministers van Financiën van de eurozone, bleek Athene eindelijk bereid tot concessies.

    De Atheense krant I Kathimerini herinnert eraan dat de regering aanvankelijk de poot stijf hield: ‘De uitdaging is nu om deze draai uit te leggen aan de kiezer, die zich opnieuw bedrogen voelt.’ Volgens een door het dagblad geciteerde opiniepeiling wil 45 procent van de Grieken in de eurozone blijven en denkt 42 procent dat het leven beter wordt als het land de drachme weer invoert.

  • 3. Bloederige Brexit?

    3. Bloederige Brexit?

    Volgens de Britse commentator Gideon Rachman zal de Brexit nog veel harder worden dan sommigen voorspellen. ‘Het wordt een treinongeluk.’

    Dus wat gaat het worden: een ‘harde’ of een ‘zachte’ Brexit? Geen van beide misschien. Er is een derde mogelijkheid waar weinig over wordt gesproken maar die steeds waarschijnlijker wordt: een ‘treinongeluk-Brexit’. In dat scenario slagen het VK en de EU er niet in om een akkoord over de scheiding te bereiken en breekt Groot-Brittannië simpelweg los van de EU – met chaotische gevolgen voor de economische en diplomatieke betrekkingen.

    De harde en zachte versie van de Brexit hebben verschillende standpunten tegenover immigratie en de interne markt van de EU – maar ze hebben ook één wezenlijke overeenkomst. Ze gaan ervan uit dat het de EU en het VK zal lukken om in redelijkheid uit elkaar te gaan.
    Toch is er alle reden om te verwachten dat zo’n keurig geregelde scheiding onhaalbaar zal blijken en dat er in plaats daarvan een treinongeluk gaat gebeuren. De redenen hiervoor zijn zowel van procedurele als van politieke aard.

    Op het procedurele vlak is het probleem dat de onderhandelingen te gecompliceerd zijn om binnen de afgesproken tijd afgerond te kunnen worden. Groot-Brittannië en de EU moeten een web van juridische, economische en handelsrelaties dat in de loop van meer dan veertig jaar is gesponnen, nu uithalen en opnieuw ordenen. Maar als Groot-Brittannië eenmaal artikel 50 in werking heeft gesteld en formeel zijn vertrek aankondigt, hebben de twee partijen nog maar twee jaar de tijd om een nieuw akkoord te bereiken en te ratificeren.

    Zo te zien blijft de Britse regering hopen dat de EU wel tot rede zal komen – de rede die in Londen is bepaald

    Volgens een van de meest ervaren krachten in Brussel is dat onhaalbaar. ‘Wij hebben gewoon niet het ambtelijke apparaat om dat voor elkaar te krijgen,’ zegt hij. ‘En de EU is er niet voldoende op gefocust.’ De Britse ambassadeur bij de EU is tot datzelfde oordeel gekomen; sir Ivan Rogers [die vorige week aftrad] heeft de ministerraad gewaarschuwd dat er wel tien jaar nodig zijn om de onderhandelingen over een nieuw handelsakkoord met de EU af te ronden.

    Stel dat er aan beide kanten heel veel goede wil bestond, dan konden die onderhandelingen ongetwijfeld versneld worden. Maar daar komt de politiek om de hoek kijken. Aan beide kanten van het Kanaal sluimert nu al heel wat onwil. De Britten hopen dat de gemoederen wel zullen bedaren wanneer de gesprekken eenmaal echt beginnen. Maar de kans is groter dat het tegendeel zal gebeuren. Tijdens het onderhandelingsproces zal pas echt duidelijk worden hoe diep de kloof is tussen de opvattingen van beide kanten. Daarmee zal de onderlinge verbittering snel toenemen – en kunnen de gesprekken wel eens onherroepelijk uit de rails lopen.

    De lont in het kruitvat is dan waarschijnlijk de inschatting door de EU van de Britse financiële verplichtingen na de Brexit, die alles omvatten, van het geld dat al voor het budget van de Unie bestemd was tot de pensioenen van voormalige bureaucraten. Volgens schattingen in Brussel krijgt het VK een rekening gepresenteerd van 50 tot 60 miljard pond.

    Dat bedrag zal in het VK hoogstwaarschijnlijk een storm van verontwaardiging wekken. De eerste reactie zal zijn om de financiële eisen van de EU te beschouwen als een slechte grap of een onhandige poging tot chantage. Maar de Europese Commissie, die de onderhandelingen leidt, is strikt formalistisch en zal haar berekening kunnen rechtvaardigen. Ze zal niet gemakkelijk toegeven.

    Verharding

    Een pragmatisch antwoord van Britse kant zou dan zijn om te onderhandelen over een lager bedrag en vervolgens de betalingen over tientallen jaren te spreiden, zodat er verder onderhandeld kan worden wat echt cruciaal is: de toekomstige handelsrelatie met de EU. Maar de kans is groot dat voorstanders van de harde lijn in Mays Conservatieve Partij en de Britse media het de regering onmogelijk zullen maken om iets te accepteren wat ook maar enigszins in de buurt komt van de financiële eisen uit Brussel.

    Als gevolg daarvan zal Groot-Brittannië eenvoudigweg de onderhandelingstafel verlaten, waarna de zaak beoordeeld moet worden bij het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. Het kan jaren duren voor dat hof tot een beslissing komt. Maar ondertussen tikt de klok door. Zolang Groot-Brittannië en de EU in de internationale gerechtshoven tegenover elkaar staan, is het onmogelijk om enige vooruitgang te boeken in de onderhandelingen over de Brexit. De woede tegenover de EU die dankzij deze financiële discussie in Groot-Brittannië nog extra wordt aangeblazen, maakt het voor het VK intussen onmogelijk om van koers te veranderen en van een Brexit af te zien. Aan Europese kant treedt dan een vergelijkbare verharding van standpunten op. En dat zorgt er waarschijnlijk voor dat de EU weigert de periode van twee jaar voor de onderhandelingen met het VK te verlengen.

    Eén Britse minister meent zelfs dat de Europeanen “nog steeds in de emotionele fase” verkeren

    Dat zou betekenen dat de Brexit na twee jaar een feit wordt, op de meest abrupte en schadelijke manier die maar mogelijk is: met het Britse lidmaatschap van de EU dat gewoonweg afloopt. De gevolgen van zo’n treinongeluk zouden rampzalig zijn voor de Britse economie. Fabrikanten, ook de zo belangrijke auto-industrie, krijgen dan te maken met tarieven tot wel tien procent op de export naar de EU. Door de nieuwe douanebeperkingen raken pan-Europese transportketens verstoord, bezwijken havens onder de papierwinkel. De Britse dienstensector, die een veel groter deel van de economie voor zijn rekening neemt dan de maakindustrie, komt ook voor grote problemen te staan. Met name de financiële sector raakt zijn onmisbare ‘passporting rights’ kwijt die alle Britse instellingen moeten hebben om zaken te kunnen doen in de EU.

    Zo te zien blijft de Britse regering hopen dat de EU wel tot rede zal komen – de rede die in Londen is bepaald. Eén Britse minister meent zelfs dat de Europeanen ‘nog steeds in de emotionele fase’ verkeren. Helaas laat de EU zich niet alleen leiden door emotie, maar ook door politieke berekening, en de kans is niet groot dat dat een fase blijkt te zijn.

    Een hoge Britse ambtenaar hield me een meer realistische opvatting voor. ‘Het wordt een bloederige toestand,’ zei hij. ‘Maar we zullen gewoon moeten doorbeuken om naar de overkant te komen.’ Ik moest lachen om dat zeer Britse beeld van heldenmoed in oorlogstijd. Het is alleen jammer dat deze oorlog zo zinloos en zelfvernietigend is.

    Auteur: Gideon Rachman

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • Als Europeaan ben je een tweederangsburger

    Als Europeaan ben je een tweederangsburger

    Het Europese burgerschap stelt weinig voor, en die situatie gaat al terug tot het oude Rome, schrijft Quartz -journalist Kabir Chibber. ‘Keizer Hadrianus zou niet gek hebben opgekeken van de verhoudingen in onze wereld.’

    Hoe verhoudt een stam zich tot de vreemdeling? Als je hem heel slecht behandelt, zal hij wegblijven. Als je hem heel goed behandelt, welke voorrechten geniet je dan nog als oorspronkelijke inwoner? Europa is veel verder gegaan dan zoeken naar een oplossing voor dit dilemma: momenteel vindt in Europa het grootste sociaalwetenschappelijke openluchtexperiment van de afgelopen twintig jaar plaats. In een culminatie van alle pogingen om na millennia van oorlogen een verenigd Europa te smeden, heeft de EU in 1993 niet alleen zichzelf in het leven geroepen, maar ook zonder al te veel ophef het geheel nieuwe concept van het Europees staatsburgerschap het licht doen zien – en zonder al te veel inhoudelijke discussie.

    Het Verdrag van Maastricht stelt het Europees burgerschap ‘boven het burgerschap van de Lid-Staten. Burger van de Unie is eenieder die de nationaliteit van een Lid-Staat bezit.’ Niet iedereen in de EU realiseert zich dat, maar het is wel zo. Het burgerschap van de EU brengt een aantal rechten met zich mee, waaronder de tot dan toe ongekende mogelijkheid om voor onbeperkte tijd waar dan ook in de EU te werken en te wonen. Dat betekent een juridische gelijkstelling met de burgers van de betreffende Lid-Staat, op alle vlakken behalve het actieve kiesrecht bij landelijke verkiezingen.

    Er zijn dus twee soorten vreemdelingen in de EU-Lid-Staten: de Europeaan en de niet-Europeaan. Sterker nog, de Europese immigrant beschouwt zichzelf helemaal niet als immigrant. Hij ziet zichzelf als een Europeaan – met dezelfde rechten als de lokale bevolking. Dat kan tot merkwaardige situaties leiden. In de nasleep van het referendum waarbij is besloten dat het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zal treden, vertelde Labour-kamerlid Stella Creasy over de campagnetijd in haar Londense kiesdistrict: ‘Walthamstow is er altijd trots op geweest een smeltkroes te zijn, maar nu zag ik een Somalische vrouw tekeergaan tegen een Hongaarse vrouw. Ze schreeuwde dat haar dochter geen werk kon vinden, 
en dat de Hongaarse moest oprotten naar haar eigen land.’

    In dit voorbeeld heeft iedereen een andere kijk op de zaak. Het van oorsprong Engelse Kamerlid zag twee buitenlanders tegen elkaar schelden. De Somalische vrouw zag hoe alle offers die ze de loop der jaren had gebracht om te zorgen dat haar dochter een echte Britse zou kunnen worden, teniet werden gedaan door een buitenlander. En de Hongaarse vrouw zag zichzelf vermoedelijk als een Europese in Europa, die werd uitgescholden door een buitenlandse. De meeste Europeanen in Engeland hadden waarschijnlijk het idee dat ze woonden in een land vol mensen die zichzelf ook als Europeaan beschouwden. Het feit dat een meerderheid vóór de Brexit heeft gekozen, toont aan dat dit allesbehalve het geval was. Dat heeft grote gevolgen, niet alleen voor het Europese project, maar voor iedereen die zich afvraagt wat burgerschap betekent in een wereld waarin allerlei stammen door elkaar heen leven.

    Onbekend fenomeen

    Immigranten die zichzelf niet als zodanig beschouwen, zijn eigenlijk een onbekend fenomeen in de geschiedenis, aangezien er vrijwel altijd toestemming nodig is geweest om je in het land van een ander te vestigen. Vóór 1708, het jaar waarin in Engeland de Foreign Protestants Naturalization Act werd aangenomen – teneinde onderdak te kunnen bieden aan de Franse Hugenoten die werden vervolgd door de katholieken – kon een buitenlander alleen staatsburger van het Verenigd Koninkrijk worden door directe tussenkomst van het parlement of door een verzoekschrift aan de koning. (Het hele idee van het ‘Verenigd Koninkrijk’ was betrekkelijk nieuw – de unie met Schotland was nog maar net twee jaar oud.) Door de nieuwe wetten (die in 1711 weer werden herroepen) werd het voor het eerst mogelijk om op legale wijze dezelfde rechten te verkrijgen als iemand die in het land was geboren. De reden die werd aangevoerd voor deze historische maatregel was dat ‘de aanwas van mensen een middel is om de rijkdom en de macht van een land te vergroten.’

    De economische drijfveren om naturalisatie toe te staan zijn in de afgelopen driehonderd jaar niet echt veranderd. Nadat in 1993 de EU in het leven is geroepen, is het aantal mensen dat naar het Verenigd Koninkrijk is geëmigreerd verdrievoudigd – van 75.400 in 1995 tot 223.000 in 2004, aldus Will Somerville in Immigration under New Labour. Die ontwikkeling is voor een groot deel te danken aan Tony Blairs New Labour-regering (1997-2007), die de deur openzette voor geschoolde immigranten.

    Maar het gold niet alleen voor de Maastricht-burgers van Europa; ook het aantal werkvergunningen voor immigranten van buiten de EU verdrievoudigde. De grootste verandering vond plaats in 2004, toen het Verenigd Koninkrijk zich als slechts een van de drie Lid-Staten verzette tegen beperkingen voor de acht Oost-Europese landen die zich dat jaar bij de EU aansloten. De overheid voorspelde dat er hooguit 13.000 Europeanen per jaar naar het Verenigd Koninkrijk zouden komen. In minder dan twee jaar kwamen er bijna 580.000 – waarvan ongeveer twee derde afkomstig uit Polen, volgens Sommerville. ‘Na 2004 volgde de grootste toestroom van immigranten in de Engelse geschiedenis, met als gevolg de snelste bevolkingsaanwas ooit’, schrijft historicus Robert Tombs.

    Nadiya Hussain (r.), winnaar van The Great British Bake O , beschouwt Engeland als thuis. Maar wat betekent het precies om Brits of Europeaan te zijn? – © Ray Tang / HH
    Nadiya Hussain (r.), winnaar van The Great British Bake O , beschouwt Engeland als thuis. Maar wat betekent het precies om Brits of Europeaan te zijn? – © Ray Tang / HH

    Zelfs nu nog kiest het Verenigd Koninkrijk ervoor om meer mensen van buiten Europa toe te laten dan mensen van binnen Europa. In tegenstelling tot de Europese immigranten komen de niet-Europese immigranten meestal het land binnen met een werkvergunning, die hun alleen het recht geeft in het Verenigd Koninkrijk te wonen zolang ze werk hebben. Ze hebben geen recht op een uitkering en als ze hun baan verliezen, raken ze hun verblijfsvergunning kwijt. Om meer rechten te verkrijgen, moeten ze een naturalisatieprocedure volgen. Een vereiste is dat ze een aantal jaar in het Verenigd Koninkrijk hebben gewoond, en sinds 2005 moeten ze ook een inburgeringstoets doen en een taaltoets (in Engeland is op een van de negen scholen Engels niet langer de moedertaal van het merendeel van de kinderen) en ze moeten een ceremonie bijwonen.

    Dit alles geldt niet voor inwoners van de EU. Die mogen zo lang ze willen in Engeland blijven en net zo veel of zo weinig nemen als ze maar willen: ze mogen werken zonder dat ze Engels te hoeven leren. Ze mogen ook hun gezin laten overkomen – met of zonder werk. Na drie maanden kunnen ze aanspraak maken op een uitkering. Ze mogen vrij in- en uitreizen; ze hoeven zich niet te conformeren aan vernederende visumaanvragen en grenscontroles.

    Er zijn momenteel 2,3 miljoen EU-arbeiders in Engeland – waarvan meer dan een miljoen afkomstig uit Oost-Europa. De Polen hebben de Indiërs ingehaald als grootste immigrantengroep. Maar hun omstandigheden zijn volkomen anders. Tussen 1998 en 2015 kwamen elk jaar opnieuw de meeste naturalisatieaanvragen voor rekening van Indiërs en Pakistani, afgaande op de cijfers van het Engelse ministerie van Binnenlandse Zaken. In het eerste decennium van deze eeuw werden er jaarlijks nog geen 20.000 aanvragen voor het Engelse staatsburgerschap gedaan door inwoners van alle Europese landen bij elkaar.

    Waarom zou hij zijn best moeten doen een Engelsman te worden en naar “Engelse tv” te kijken, terwijl hij zijn eigen taal en cultuur heeft? Dat is nergens voor nodig. De EU heeft Europeanen het recht van burgerschap verleend zonder enige verplichting

    Laatst kwam er een monteur bij mij thuis, in Londen, omdat er iets met mijn internetverbinding was. Hij vroeg of ik ook het televisiepakket van het bedrijf had. Dat had ik niet, en hij ook niet. ‘Thuis kijk ik via de schotel – naar de Poolse tv,’ zegt hij. ‘Ik kijk niet naar Engelse programma’s, omdat ik geen Engelsman ben.’ Daar valt niet tegenop te redeneren. Hij is een inwoner van Polen – en van Europa. Hij kan zich in elk van de (voorlopig nog) achtentwintig landen van Europa vestigen. Waarom zou hij zijn best moeten doen een Engelsman te worden en naar ‘Engelse tv’ te kijken, terwijl hij zijn eigen taal en cultuur heeft? Dat is nergens voor nodig. De EU heeft Europeanen het recht van burgerschap verleend zonder enige verplichting.

    Wat is dan de waarde van de manier waarop het al honderden jaren gaat – migratie door middel van naturalisatie? En daarbij gaat het niet alleen om juridische assimilatie, wat belangrijk is, maar ook om iets ongrijpbaarders als sociale en culturele integratie – een ouderwets streven om deel uit te gaan maken van een bepaalde stam. Engeland kent een lange traditie, die teruggaat tot de Hugenoten, waarin immigranten worden geaccepteerd en opgenomen in het Britse bestaan.

    Wanneer dat lukt, levert dat veel op – al kost het meestal enkele generaties om een Benjamin Disraeli [Britse premier van Joodse komaf] of een Zadie Smith [Engelse schrijfster met een Jamaicaanse moeder en een Engelse vader] voort te brengen. Nadiya Hussain is de dochter van immigranten uit Bangladesh, die in de jaren zestig van de vorige eeuw naar Engeland zijn gekomen en een afhaalrestaurant zijn begonnen. Ze draagt een hoofddoek en ze is uitgehuwelijkt. Los daarvan is ze de op een na bekendste moslim van het land [de bekendste is Zayn Malik, voormalig lid van boyband One Direction] nadat ze een bakwedstrijd op televisie heeft gewonnen – een programma dat wekelijks meer dan tien miljoen kijkers trekt. Veel Britser kan haast niet.

    Over de racistische opmerkingen die ze weleens naar haar hoofd geslingerd krijgt, zei Hussain onlangs: ‘Ik vind het fantastisch om Engels te zijn en ik vind het fantastisch om hier te wonen en dit is mijn thuis en dat zal het altijd blijven. Ongeacht al het andere wat mijn identiteit bepaalt, is dit mijn thuis. En ik wil dat mijn kinderen daar trots op zijn, en ik wil niet dat ze deze ballast meekrijgen.’

    Acteurs kruipen in de rol van Romeinse soldaten tijdens een herdenking van de Muur van Hadrianus in 2016. De 117 kilometer lange muur werd tussen 122 en 128 na Chr. gebouwd om de Romeinse noordgrens te beschermen. – © Ian Forsyth / Getty
    Acteurs kruipen in de rol van Romeinse soldaten tijdens een herdenking van de Muur van Hadrianus in 2016. De 117 kilometer lange muur werd tussen 122 en 128 na Chr. gebouwd om de Romeinse noordgrens te beschermen. – © Ian Forsyth / Getty

    Wat het precies betekent om ‘Brits’ te zijn, is nog altijd niet helemaal uitgekristalliseerd, ondanks alle stappen die sinds 1708 zijn gezet. Hoe kunnen we dan verwachten dat we allemaal ineens ‘Europeaan’ zijn geworden?

    Het probleem van het Europees burgerschap is dat er wel een Europees burgerschap bestaat, maar geen Europese identiteit. De EU heeft al haar energie gestoken in de economische kansen die de interne migratie bood, zonder te proberen een gevoel van verbondenheid te creëren. En dat leidt tot dingen als de Brexit.

    De ironie wil dat er na het referendum meer gelijkheid zal zijn tussen de Europeanen en de niet-Europeanen in Engeland. In de toekomst moeten ze allemaal een werkvergunning hebben om te mogen blijven. En met de toenemende angst over de hele wereld dat de Brexit misschien slechts de eerste stap is in een lange, aanhoudende reeks terugslagen van de globalisering, vragen veel mensen in Europa een paspoort voor zichzelf en hun kinderen aan in het land waar ze wonen. Ze komen tot de ontdekking dat naturalisatie misschien weleens de oplossing zou kunnen zijn voor hun post-Brexitzorgen.

    Maar wat betekent het dan eigenlijk om Europeaan te zijn? Minder dan ooit in brede kring werd gedacht. Veel boze Europeanen die in Londen wonen realiseerden zich tijdens de Brexit-campagne ineens hoe loos hun burgerschap was, toen bleek dat ze niet mochten deelnemen aan het referendum in het land waar ze al vele tientallen jaren woonden. Immer een buitenlander, zelfs thuis.

    Oude Rome

    Het burgerschap van Europeanen komt in werkelijkheid veel dichter in de buurt van het soort tweederangs burgerschap dat zijn oorsprong vindt in het oude Rome. Nadat Rome in 338 voor Christus een opstand had onderdrukt, kregen de inwoners van de naburige plaatsen in Latium en Campania iets toegekend wat ons vertrouwd in de oren klinkt: burgerschap zonder stemrecht (civitas sine suffragio), ook wel ‘Latijnse rechten’ genoemd.

    Mary Beard noemt het in SPQR, haar geschiedenis van Rome, ‘een verzameling rechten die waarschijnlijk al sinds mensenheugenis werden gedeeld door de Latijnse steden en die later een formele uitwerking kregen voor gemengde huwelijken met Romeinen, wederzijdse rechten om contracten te sluiten, de vrijheid om te reizen, enzovoort. Het was een soort middenweg tussen volledig burgerschap en de status van een buitenlander, of een hostis.’

    Deze Latijnse rechten verwaterden geleidelijk toen Rome alleenheerser werd. Men kreeg het burgerschap toegekend wanneer men Rome op wat voor wijze dan ook diende: in het leger, of als ambtenaar. Daarnaast kon slaven het burgerschap worden verleend nadat ze hun vrijheid hadden verkregen. Maar dat alles was een voortvloeisel uit het feit dat Rome een keizerrijk werd – en een dictatuur.

    Misschien valt er een les te leren voor de EU – die door Brexiteers geregeld wordt verweten een nieuw Rome te zijn –, namelijk dat het gezag in sterke mate gecentraliseerd zal moeten worden om tot een echt Europees burgerschap te komen. Anderzijds kwam het Romeinse Keizerrijk als eerste met het concept van vrij reizen door Europa. Het Romeinse rijk was een plek waar mensen, als nooit tevoren op zo’n enorme schaal, een huis konden bouwen, een vermogen konden vergaren en zelfs hun laatste rustplek konden vinden op duizenden kilometers van de plek waar ze waren geboren’, schrijft Beard.

    Voor wie denkt dat globalisering iets van de laatste tijd is: in een van die graven ligt een arbeider, Barates, die zich aan het einde van zijn leven in Engeland bevond, op zesenhalfduizend kilometer van zijn huis in Palmyra, in Syrië. Zijn vrouw, Regina, was geboren in Noord-Londen. Hun graven bevinden zich in het noorden van Engeland, niet ver van de resten van de Muur van Hadrianus, die in 120 na Christus is gebouwd als scheiding tussen het Romeinse Engeland en Schotland.

    Daaruit blijkt in ieder geval dat Engeland al heel erg lang buitenlanders verwelkomt, maar tevens muren bouwt om hen te weren.

    Auteur: Kabir Chibber
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Quartz
    Verenigde Staten | qz.com

    Deze ‘web-app’ werd in 2012 opgericht door onlinefanaten die met dit nieuwsportal in willen spelen op de nieuwe wereld, ontstaan na de wereldwijde financiële crisis. De redactie hecht aan eigentijdse criteria als transparantie en vernieuwing en wil de ‘voordelen van een vrij toegankelijk web combineren met de elegantie van een applicatie’. Gericht op economie en technologie.

  • 4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    Volgens The Sunday Times is Groot-Brittannië na de Brexit en de overwinning van Trump de ideale kandidaat om een verbindende rol te spelen tussen Amerika en Europa.

    De uitverkiezing van Donald Trump gaat tegen alle bekende patronen in en het is geen wonder dat de wereld zich nu afvraagt wat het volgende is dat we uit Washington kunnen verwachten. Trumps overwinning was voor Amerikaanse-verkiezingenwatchers nog geen ‘Dewey verslaat Truman’-moment, maar het scheelde niet veel [de foutieve kop ‘Dewey verslaat Truman’ verscheen op 3 november 1948 op de voorpagina van de Chicago Daily Tribune, het was Truman die verrassend de verkiezingen gewonnen had]. De peilingbureaus, die vaak zeer geavanceerde methodes gebruiken, hadden een duidelijke overwinning voor Hillary Clinton verwacht.

    De deskundigen zaten er dus naast met de verkiezingsuitslag, en nu is de kans groot dat ze die ook nog verkeerd interpreteren. Het is belangrijk dat de overwinning van Trump niet wordt gezien als het begin van het einde van de vrijhandel, open markten en globalisering, net zo min als de stem voor de Brexit op 23 juni dat was. Volgens sommigen verkeert de liberale wereldorde nu in het grootste gevaar sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Dit klinkt mooi dramatisch, maar het is een onjuiste opvatting van de politieke gebeurtenissen van 2016.

    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters
    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters

    We moeten niet vergeten dat deze presidentsverkiezingen tussen twee kandidaten gingen die geen van beiden aantrekkelijk werden gevonden – Trump was voor genoeg mensen het beste van twee kwaden.

    Trump heeft gewonnen omdat hij, anders dan Clinton, direct tot de Amerikaanse arbeidersklasse sprak, die te lang door de politieke elite is genegeerd. ‘Make America great again’ was een even krachtige leus als ‘Taking back control’ voor de ‘vertrek’-campagne in Groot-Brittannië. De kiezers in de Rust Belt die op Trump hebben gestemd, verwachtten niet dat hij de verouderde staalfabrieken en gesloten kolenmijnen weer zal openen, maar zagen in Trump iemand die hun pijn verwoordde.

    Maar zelfs daar ligt het plaatje genuanceerder. Trump wist kiezers met een laag inkomen aan zijn kant te krijgen, maar de meerderheid daarvan steunde Clinton. De Democraten verliezen het contact met hun traditionele machtsbasis in de arbeidersklasse, maar ze zijn die niet kwijtgeraakt. En de verkiezingsuitslag was ook niet per se een protest tegen stagnerende inkomens.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag

    Wat de globalisering betreft heeft de Amerikaanse verkiezingsuitslag ons geleerd dat mensen ervan overtuigd moeten zijn dat de open markten in hun voordeel zijn en niet alleen in dat van grote bedrijven, en dat mensen niet houden van de open grenzen en ongebreidelde immigratie waarmee globalisering gepaard gaat. Politici die dat gegeven negeren, zoals Hillary Clinton, krijgen klappen.

    Dit is nergens zichtbaarder dan in de Europese reactie op de overwinning van Trump. Europese Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker sloeg zoals altijd de verkeerde toon aan. ‘We moeten de nieuwe president leren wat Europa is en hoe het werkt,’ zei hij, en hij voorspelde dat er twee jaar verloren zullen gaan terwijl Trump ‘op rondreis is door een wereld die hij niet kent’. Angela Merkel, die met haar ‘open-deurimmigratiebeleid een van de ergste vergissingen uit de recente geschiedenis heeft begaan (bijna even erg als haar weigering om David Cameron tegemoet te komen op het punt van immigratie), zei dat ze alleen met Trump wil samenwerken op basis van ‘de waarden van democratie, vrijheid en respect voor de wet en de waardigheid van alle mensen, ongeacht afkomst, huidkleur, religie, sekse, seksuele geaardheid of politieke overtuiging’.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag. Misschien komt dat nog, binnenkort, bij de presidentsverkiezingen in Oostenrijk, het constitutioneel referendum in Italië en de parlementsverkiezingen volgend jaar in Frankrijk en Duitsland. Als een meerderheid dan zijn proteststem laat horen, is die niet noodzakelijkerwijs gericht tegen de globalisering, maar tegen politieke elites die de onvrede onder het volk negeren.

    Het juiste pad

    Hier kan Groot-Brittannië een rol spelen. Het is belangrijk onze banden met de VS te koesteren, zonder ze te overdrijven. Theresa May kan op enige goede wil uit Washington rekenen, als premier van een land dat voor een Brexit koos en Trump daarmee in zijn eigen verkiezingscampagne van inspiratie voorzag. Het is belangrijk te beseffen dat Groot-Brittannië wel de EU verlaat, maar niet Europa en dat het zijn rol als brug naar Amerika kan blijven vervullen.

    Die rol moet zijn om aan beide kanten te blijven hameren op de noodzaak van open markten en economische samenwerking. Misschien zal de regering-Trump wel voelen voor een handelsakkoord tussen Groot-Brittannië en Amerika, maar de effecten daarvan gaan verloren als de nieuwe president elders voor protectionisme kiest. Hij heeft iemand nodig die hem op het pad zet van antidumpingmaatregelen en het aanpakken van oneerlijke handelspraktijken, en niet op het pad van een algemene aanval op de vrijhandel.

    Even urgent is dat Trumps kennelijke gebrek aan enthousiasme voor de NAVO en zijn terechte klacht dat Europa daarin niet genoeg bijdraagt, een open uitnodiging zijn aan de oorlogszuchtige Vladimir Poetin. Slechts vier EU-landen, namelijk Groot-Brittannië, Polen, Griekenland en Estland besteden 2 procent of meer van hun bnp aan defensie. Dat moeten meer landen gaan doen, en het is aan Theresa May om deze landen dat duidelijk te maken.

    Misschien is dat wel de belangrijkste brug die er gebouwd moet worden. Onze relatie met de VS, speciaal of niet, kan de komende jaren weer behoorlijk belangrijk worden.

    Vertaler: Annemie de Vries

    The Sunday Times
    Zuid-Afrika | zondagskrant | oplage 504.000

    De populairste zondagskrant van Zuid-Afrika. Stond ooit als conservatief te boek, maar is in de afgelopen jaren een steeds liberalere koers gaan varen.

  • Kan het Turkije van na de staatsgreep nog door één deur met Europa?

    Kan het Turkije van na de staatsgreep nog door één deur met Europa?

    Volgens de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev heeft de Turkse regering grote fouten gemaakt in de nasleep van de recente coup. Maar ook de EU reageerde verkeerd. Het is nu zaak om te zorgen dat de relatie niet volledig ontspoort.

    Toen ik een paar dagen geleden aan boord stapte van een Turkish Airlines-vlucht naar Ankara, overhandigde een stewardess me een gelikt uitziende brochure over de mislukte staatsgreep van 15 juli. Daarin werd het Turkse volk geprezen om zijn bezielde verdediging van de democratie en werd de Gülen-beweging, die voor de staatsgreep verantwoordelijk werd gesteld, afgeschilderd als een duistere religieuze samenzwering die je eerder in een roman van Dan Brown zou verwachten.

    De patriottische brochure was een voorbode van wat ik tijdens mijn bezoek aan het land veelvuldig te horen zou krijgen van Turkse ministers, onafhankelijke journalisten en oppositieleiders. Deze totaal verschillende mensen, vaak afkomstig uit tegengestelde politieke kampen, waren het over één ding roerend eens: de poging tot staatsgreep op 15 juli was totaal onverwacht (in een land dat tijdens recente decennia al vier staatsgrepen te verduren had gekregen) en om die reden zwaar traumatisch. En stuk voor stuk gaven ze de gülenisten de schuld.

    De hoop op aansluiting bij de Europese Unie lijkt voorgoed vervlogen

    Hun verbazing verklaart mede waarom een slecht voorbereide staatsgreep, die al leek te eindigen voordat hij goed en wel begonnen was, zulke schokgolven in het land teweeg kon brengen. Heel even hadden de Turken het angstige idee in een bloedige burgeroorlog te worden meegesleurd. Bovendien reageerde het Westen met een combinatie van een halfslachtige veroordeling van de coupplegers en een afwachtende realpolitik.

    Maar hoewel de Turken redenen hebben om boos te zijn vanwege de westerse reactie, is ook het officiële verhaal van Ankara niet van tendentieuze oogkleppen gespeend. Daarin wordt de schuld volledig bij de kwalijke invloed van de religieuze leider Fethullah Gülen gelegd, terwijl de steun voor de staatsgreep veel breder was. Als je de AK-partij mag geloven, zijn de gülenisten verantwoordelijk voor het politieoptreden tegen de betogers in het Taksim Gezi Park in 2013 en voor het neerschieten van een Russisch vliegtuig boven de Turks-Syrische grens, afgelopen herfst. Sommigen betichten hen er zelfs van dat ze achter het Turkse verzet tegen een gezamenlijke Amerikaans-Turkse militaire operatie tegen IS in Syrië zitten.

    Onderscheid

    Evenmin heeft de Turkse regering de moeite genomen om uit te leggen waarom ze, toen de kloof met de gülenisten ontstond, de waarschuwingen van journalisten en oppositieleiders in de wind heeft geslagen dat de Gülen-beweging in staatsinstellingen infiltreerde, de controle over een belangrijk deel van het rechtssysteem naar zich toe trok en vals bewijs fabriceerde om haar vijanden in diskrediet te brengen en gevangen te zetten.

    Dit alles heeft de regering er niet van weerhouden om een gigantische, zelfdestructieve zuivering uit te voeren, waarbij zo’n tienduizend mensen zijn gearresteerd, honderdduizend mensen zijn ontslagen en voor een kleine tien miljard euro aan bezittingen in beslag is genomen, getallen die niet alleen mensenrechtenactivisten zorgen baren maar ook buitenlandse investeerders.

    De woede van de regering is begrijpelijk, net als haar behoefte om de staat voor coupplegers te vrijwaren. Maar er zou onderscheid gemaakt moeten worden tussen degenen die deelnamen aan de staatsgreep en degenen die alleen maar tot de Gülen-beweging behoren.

    Neem het geval van de Bank Asya. In 2014 zette de regering deze bank, die eigendom was van aan de gülenisten gelieerde zakenlieden, de duimschroeven aan. Gülen ondernam een reddingspoging en vroeg zijn volgelingen hun geld op de Bank Asya te zetten, en ook om geld bij andere banken te lenen en dat bij de bank van de beweging te investeren. Veel gülenisten deden dat. Nu probeert de regering de mensen te identificeren die gehoor hebben gegeven aan de oproep van Gülen, en hen als staatsvijanden te bestempelen; in juli werd de vergunning van de bank ingetrokken.

    Zoals ik tijdens mijn reis heb kunnen constateren, heeft het onvermogen – of de weigering – van de regering om een dergelijk onderscheid te maken al diepe sporen nagelaten in de Turkse samenleving. In een normale democratie zouden rechtbanken over zulke kwesties oordelen. Maar omdat de gülenisten het rechtssysteem op veel niveaus domineerden, en omdat ze allemaal zijn weggezuiverd, ontbreekt het de nieuwe en resterende rechters aan de legitimiteit en, naar mijn mening, aan de wil om de regering het hoofd te bieden. Hetzelfde geldt voor de media: in een vergiftigde sfeer waarin alle kritiek op de zuiveringen als een verdediging van de gülenisten wordt uitgelegd, zijn maar weinig journalisten bereid het achterste van hun tong te laten zien.

    Recep Erdogan met Jean-Claude Juncker. – HH
    Recep Erdogan met Jean-Claude Juncker. – HH

    Tegelijkertijd betekent het feit dat de Europese leiders zich niet krachtig tegen de staatsgreep hebben uitgesproken, en zich niet solidair hebben verklaard met Turkije, dat de Europese Unie haar morele geloofwaardigheid in Turkije heeft verspeeld, net op het moment dat haar stem het hardste nodig is. In een land waar toch al scheef werd aangekeken tegen het idee van aansluiting bij de Europese Unie, lijkt de hoop daarop voorgoed vervlogen door de staatsgreep en de gevolgen daarvan.

    Natuurlijk moet Turkije, of het nu lid wordt of niet, blijven samenwerken met de Europese Unie en vice versa – op het gebied van vluchtelingen, van terrorisme, van veelomvattende kwesties zoals regionale vrede en stabiliteit. Zoiets zal niet eenvoudig zijn. Maar het is duidelijk dat er stappen genomen moeten worden.

    Europa moet stoppen met de valse aantijging dat Turkije alleen maar drie miljoen vluchtelingen heeft opgenomen (en hen voedt en hun kinderen onderwijs probeert te geven) om hen tegen Europa te kunnen gebruiken. Evenzo moeten de Turken stoppen met doen alsof elke kritiek vanuit Europa een teken is dat Europa anti-islam of pro-Gülen is.

    De afgelopen jaren zijn de Europees-Turkse betrekkingen in een giftige mengeling van gemeenschappelijke belangen, gemeenschappelijke frustraties en klinkklare hypocrisie verzonken. Laten we hopen dat de gemeenschappelijke belangen het zullen winnen van de gemeenschappelijke frustraties, en dat de klinkklare hypocrisie niet zal omslaan in onverbloemde rancune.

    Auteur: Ivan Krastev
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Joseph Stiglitz: ‘De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht’

    Joseph Stiglitz: ‘De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht’

    In zijn nieuwe boek veegt Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz de vloer aan met de euro. Om de muntunie te redden zou het volgens hem goed zijn als sommige landen de eurozone verlaten.

    Keuze uit het archief

    Met ingang van 1 januari 2026 is Bulgarije toegetreden tot de eurozone. Daarmee hebben nu 21 van de 27 EU-landen de euro als betaalmiddel. Maar is dat wel zo positief? Niet als je het aan de econoom en analist Joseph Stiglitz vraagt. In dit interview van Le Monde van tien jaar geleden legt hij uit waarom de eurozone gebaat is bij minder leden.

    Een hoog werkloosheidscijfer, lage groei, groeiend populisme: volgens Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz draagt de euro schuld aan de ergste kwalen van de eurozone van dit moment. Als er niets verandert, voorspelt hij, zal de eenheidsmunt de lidstaten in een impasse drijven. In zijn onlangs verschenen nieuwe boek, De euro. Hoe de gemeenschappelijke munt de toekomst van Europa bedreigt, bespreekt hij welke hervormingen de muntunie mogelijk zouden kunnen redden. Daarbij schuwt hij het taboe niet van een ‘scheiding in goed overleg’ tussen de Unie en sommige lidstaten.

    U beschrijft de euro als een economische mislukking. Welke fouten hebben we gemaakt?

    ‘De weeffouten in de eenheidsmunt zitten er al in sinds de invoering. In 1992 dacht Europa dat een muntunie, waarbinnen de landen hun eigen economie niet meer via wisselkoersen en het renteniveau konden beïnvloeden, kon werken als de regeringen hun overheidsfinanciën maar op orde hielden en de inflatie in toom hielden. Ze voerden strenge begrotingsregels in en riepen een centrale bank in het leven die de prijzen moest bewaken. De markt, dachten ze, zou het evenwicht wel bewaren. Maar ze hadden het mis. De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht, maar in plaats daarvan tot verdeeldheid en ongelijkheid geleid. En toen de crisis toesloeg, ging het van kwaad tot erger.’

    ‘De Europese begroting moet veel ambitieuzer worden dan de huidige’

    Waarom?

    ‘Tijdens de crisis konden de zuidelijke eurolanden hun munt niet meer devalueren om hun export aan te jagen en zo hun economie te ondersteunen. In plaats daarvan moesten ze, om toch nog concurrerend te blijven, snijden in de salarissen, terwijl de werkloosheid explodeerde. Jonge hogeropgeleiden hadden geen andere keus dan massaal te emigreren, wat deze landen van hun kostbaarste bezit beroofde. Gedwongen door hun strakke begrotingen stopten deze regeringen vervolgens met nog in infrastructuur en onderwijs te investeren en trokken daarmee een wissel op hun toekomstige groei. Deze vicieuze cirkel moet hoognodig worden doorbroken.’

    De eurozone heeft sinds het uitbreken van de crisis haar instellingen versterkt, vooral door het invoeren van een bankenunie. Is dat niet voldoende?

    ‘Jawel. Maar de derde pijler van die bankenunie, het depositogarantiestelsel, is er bijvoorbeeld nog niet. Sommige landen schrikken ervoor terug om het in te voeren. Maar hoe langer de eurozone wacht met het doorvoeren van dergelijke noodzakelijke hervormingen, hoe groter het risico op een nieuwe crisis wordt. En als die er komt, zullen landen sneller de eurozone verlaten.’

    Wat zou er allereerst moeten gebeuren?

    ‘De bankenunie compleet maken en een garantiestelsel voor overheidsschulden invoeren. Maar ook moet er een Europees solidariteitsfonds komen ter bevordering van de stabiliteit, dat landen helpt die in een recessie dreigen te raken. Er bestaat momenteel ondersteuning voor landen die zich aansluiten bij de Europese Unie. Waarom zou je die landen opeens niet meer ondersteunen als ze eenmaal binnen zijn? Tot slot is het essentieel om de begrotingsregels te versoepelen, zodat landen niet langer gedwongen worden om tijdens een recessie in hun toekomstige uitgaven te snijden.’

    U roept op om de overheidsuitgaven te verhogen. Waar moet dat geld vandaan komen?

    ‘Je kunt niet heen om een veel ambitieuzere Europese begroting dan de huidige. De inkomsten daarvoor zouden kunnen komen uit een kleine progressieve belasting voor particulieren en bedrijven. Dat zou een dubbel voordeel bieden: er komen Europese belastinginkomsten binnen, en tegelijk wordt er geharmoniseerd hoe er nu in de verschillende lidstaten mee omgegaan wordt. Dat zou ook helpen om de fiscale concurrentie, waar vooral Ierland en Luxemburg zich schuldig aan maken, terug te dringen. Verder maakt een Europese belastinggrondslag de uitgifte van Europese obligaties geloofwaardiger.’

     


    Europese obligaties uitgeven op het moment dat regeringen zo weinig vertrouwen in elkaar hebben klinkt utopisch…

    ‘Het argument van het gebrek aan vertrouwen tussen landen is een slecht excuus. Je kunt prima zulke obligaties uitschrijven, zolang je maar regels opstelt die budgetoverschrijdingen beperken en verstandig beheer van de overheidsfinanciën door lidstaten garanderen.’

    Wat is het probleem met de Europese Centrale Bank?

    ‘Het mandaat van de bank – ervoor zorgen dat de inflatie niet boven de grens van twee procent uitkomt – is te zwak. Dat heeft tot enorme fouten geleid, zoals in 2011, toen die op het hoogtepunt van de crisis het rentetarief verhoogde. De missie van de ECB zou moeten worden uitgebreid met groei en werkgelegenheid, waarbij een grote flexibiliteit mogelijk moet zijn om van moment tot moment te reageren. Op dit moment zou bijvoorbeeld de prioriteit moeten liggen bij het omlaag brengen van de werkloosheid.’

    U heeft het over de mogelijkheid van een ‘scheiding in goed overleg’ tussen lidstaten. Hoe zou die in zijn werk gaan?

    ‘Een vertrek uit de eurozone van een lidstaat zou, zolang het maar goed geregeld is, relatief pijnloos kunnen verlopen. Daarbij zijn meerdere scenario’s denkbaar. Als Duitsland uittreedt, dan daalt voor de andere lidstaten de euro vanzelf in waarde, wat hun export een impuls zou geven. Duitsland zou in dat geval profiteren van zijn sterkere munt, waardoor de schuldenlast – die dan nog steeds in euro’s is – vermindert. Als een land als Griekenland de eurozone verlaat, stort meteen de waarde van de nationale munt in – waardoor dat land veel concurrerender wordt. De hoogte van de overheidsschuld, nog steeds in euro’s, zou daarentegen door het plafond gaan. Een herstructurering van de schuld wordt dan onvermijdelijk: maar als dit goed uitonderhandeld wordt, levert het geen al te grote problemen op. Het voorbeeld van Argentinië laat zien dat het een land, wanneer het van zijn schuldenlast bevrijd is en zijn wisselkoers weer zelf kan bepalen, economisch opeens voor de wind kan gaan.’

    Maar Argentinië zit juist aan de grond!

    ‘Vanaf het moment dat Argentinië zichzelf in 2002 failliet verklaarde en weer vanaf nul begon, maakte het een sterke groei door, van wel acht procent per jaar. Die hield aan tot 2008. De problemen waar het land nu in zit hebben te maken met het rampzalige economisch beleid dat daarna is gevoerd.’

    Wordt een land dat de eurozone verlaat niet altijd onmiddellijk door speculanten aangevallen?

    ‘De eurozone wordt inderdaad voortdurend door speculanten bedreigd. Als bij het referendum over de grondwetswijziging in Italië van dit najaar het Nee gaat winnen, dan zullen speculanten de verzwakte banken van dat land waarschijnlijk genadeloos aanvallen. Maar er bestaan instrumenten om ze tegen zulke aanvallen te beschermen, bijvoorbeeld door de kapitaalpositie van deze banken te controleren. Dat deed IJsland in 2008 om zijn munt te beschermen, en de economie van dat land staat er nu goed voor.’

    ‘Contant geld is zoiets twintigste-eeuws! In veel landen, vooral in Noord-Europa, is het al bijna helemaal verdwenen’

    U vindt dat wanneer Griekenland de eurozone verlaat, het land een elektronische munt zou moeten voeren. Gaat dat werken, in een land waar contant geld nog koning is?

    ‘Contant geld is zoiets twintigste-eeuws! In veel landen, vooral in Noord-Europa, is het al bijna helemaal verdwenen. Consumenten betalen contactloos, bedrijven boeken geld over… Gewoontes op dat vlak veranderen razendsnel. De overgang naar een elektronische munt in Griekenland, net als in heel Europa, zou de traceerbaarheid van financiële transacties een stuk eenvoudiger maken. Dat beperkt de mogelijkheden van fraude en belastingontwijking.’

    De Brexit is een eerste test hoe een scheiding zou kunnen verlopen. Hoe kan een Britse uittreding uit de Europese Unie het beste worden geregeld?

    ‘Er bestaat het risico dat men de scheiding voor Groot-Brittannië erg pijnlijk zal willen maken, zodat het Britse voorbeeld andere landen zal afschrikken die met het idee van uittreding spelen. Maar dat zou betekenen dat de Europese Unie verder door angst bijeengehouden wordt in plaats van door solidariteit. Dat zou een erg slecht signaal afgeven. De Europese leiders kunnen beter een nieuwe vorm van economische integratie met de Britten zoeken, waarbij aan ieders belangen gedacht wordt en waar iedereen van profiteert. Gebeurt dat niet, dan eindigen we allemaal als verliezer.’

    Naast een scheiding in goed overleg noemt u ook de mogelijkheid van een ‘flexibele euro’. Hoe zou die functioneren?

    ‘Het idee zou zijn om in de muntunie een pauze in te lassen, zodat er tijd is om hervormingen door te voeren die de levensvatbaarheid van de eenheidsmunt vergroten. Er worden dan tijdelijk binnen de eurozone drie of vier homogene groepen van landen gecreëerd, die ieder een andere euro gebruiken, elk met een andere wisselkoers. Zodra de hervormingen zijn doorgevoerd, gaan ze weer over op dezelfde munt, maar dit keer onder voorwaarden waarbij aan de welvaart van alle landen is gedacht.’

  • 1. Wat maakt Trump, Le Pen en Wilders zo sterk? Onze arrogantie

    1. Wat maakt Trump, Le Pen en Wilders zo sterk? Onze arrogantie

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen op Trump en co. Eigen schuld, dikke bult.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is. Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.


    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?


    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    © Studio Odilo Girod
    © Studio Odilo Girod

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het
    verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

    Auteur: Elisabeth Raether m.m.v. Bernd Ulrich
    Vertaler: Izaak Hilhorst

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.