Tag: EU

  • Commentator Sylvie Kauffman: ‘Als Macron een oorlogseconomie wil, is transparantie cruciaal’

    Commentator Sylvie Kauffman: ‘Als Macron een oorlogseconomie wil, is transparantie cruciaal’

    De voortvarende strategische ommezwaai die de Franse president Emmanuel Macron inzake Oekraïne maakte, heeft hoge verwachtingen gewekt in Kyiv. Nu alleen nog de middelen verschaffen die bij zo’n engagement horen, vindt Sylvie Kauffman, commentator bij Le Monde.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Na afloop van twee dagen overleg met zijn collega-ministers van Buitenlandse Zaken wilde David Cameron bij het verlaten van het gebouw van de NAVO in Brussel, voordat hij in de auto stapte, in een video die 4,5 miljoen keer is bekeken op X, graag uitleggen ‘wat er nu moet gebeuren’. Het fiasco van brexit heeft de zelfverzekerdheid van de Britse ex-premier, die nu minister van Buitenlandse Zaken is, duidelijk niet aangetast. Met de flair van een autoverkoper kondigt hij de maatregelen aan die nodig zijn om de Oekraïense oorlogsinspanningen te blijven steunen. ‘We moeten meer doen,’ zei hij met nadruk.

    Dat is simpel en direct. Wat de militaire hulp aan Oekraïne betreft volgen de Britten sinds 2014, toen de gewapende Russische agressie begon, een behoorlijk constante lijn. Londen zegt 60.000 Oekraïense soldaten te hebben getraind. De Franse opstelling is wat gecompliceerder geweest.  Eerst kozen de Fransen de weg van onderhandelingen, die de Duitse kanselier Angela Merkel en president François Hollande voerden met hun Russische en Oekraïense partners in de periode waarin het conflict zich beperkte tot de Donbas. Het doel was een oorlog, een grootschalige oorlog, te vermijden. Dat was ook het doel van de dialoog die Emmanuel Macron vanaf 2019 onderhield met Vladimir Poetin. Dat heeft allemaal niets uitgehaald. Op 24 februari 2022 heeft Poetin, die genoeg had van het onderhandelen, een grootschalige oorlog ontketend om Oekraïne te veroveren.

    Berlijn en Parijs moesten van strategie veranderen. Kanselier Olaf Scholz sprak van een Zeitenwende, een keerpunt in de geschiedenis, en heeft uit die breuk de consequenties getrokken.  De Franse president is meermalen van koers veranderd; hij heeft zich uitgesproken voor uitbreiding van de EU met Oekraïne en Moldavië; hij heeft toenadering gezocht tot de landen van Midden- en Oost-Europa die al twee decennia waarschuwden voor de Russische dreiging, zonder dat ernaar werd geluisterd. In tegenstelling tot Washington en Berlijn bepleitte hij de toetreding van Oekraïne tot de NAVO. En sinds het begin van dit jaar volgt hij een veel hardere lijn tegenover Rusland, dat, zo zegt hij, niet alleen Oekraïne, maar Europa aanvalt. We moeten dus niets meer uitsluiten om deze dreiging het hoofd te bieden, zelfs niet het sturen van ‘onze’ troepen.

    Morele crisis

    Deze daadkrachtige opstelling heeft veel hoop gewekt in Oekraïne, waar men een flinke morele crisis doormaakt vanwege de verpletterende kracht van de Russische wals en de problemen van de Westerse bondgenoten om op te schalen en meer macht te ontplooien. Washington verwijt Kyiv dat het veel te weinig jonge soldaten mobiliseert. Kyiv repliceert: ‘Wat voor zin heeft het jonge rekruten te mobiliseren als we ze niet kunnen bewapenen?’ Het vertrouwen van de Oekraïeners in de Verenigde Staten, waar de beloofde hulp van 60 miljard dollar (55 miljard euro) zes maanden lang geblokkeerd werd, is ernstig geschaad. In dat sombere landschap verschijnt dan een enthousiaste Franse leider die met bloemrijke taal schudt aan de Europese boom, op het gevaar af zich te vervreemden van zijn traditionele partners – en de Oekraïeners beginnen te dromen.

    ‘Na de fase van de angst, die van de empathie en die van de solidariteit gaan de Fransen nu een onverwachte fase in: die van de moed,’ oordeelt Aljona Getmansjoek, analist bij het New Europe Center in Kyiv. ‘De geschiedenis heeft laten zien dat Frankrijk de betekenis kent van de woorden “leiderschap” en “moed”, voegde Rostyslav Ogrysko, een hoge functionaris van het Oekraïense ministerie van Buitenlandse Zaken, eraan toe op 4 april, tijdens een conferentie van het Institut Français des relations internationales in Parijs. Moe van het steeds maar moeten herhalen waarom zijn land Patriot-raketten nodig heeft voor de luchtverdediging suggereert defensieminister Dmytro Koeleba ‘beter te luisteren naar Emmanuel Macron’.

    Zij het dat… de Oekraïeners, de Balten en de Polen off the record allemaal bezorgd dezelfde vraag stellen: ‘Maar is deze strategische wending menens?’ Ze willen er graag in geloven, maar de geschiedenis heeft hen al eerder teleurgesteld; ze zijn al eens eerder in de steek gelaten. ‘Die vastberadenheid moet gepaard gaan met de middelen die erbij horen,’ merkt Aljona Getmansjoek verstandig op.

    Daar wringt de schoen. Die fameuze ‘oorlogseconomie’, zoals president Macron het op 13 juni 2022 noemde tijdens de defensiebeurs Eurosatory in Villepinte, lijkt er nog altijd niet te zijn. Om deze indruk te ontkrachten, die versterkt wordt door de defensie-industrie, die bevestigt van de staat geen nieuwe bestellingen te hebben ontvangen die op een oorlogseconomie zouden wijzen, heeft Macron op donderdag 11 april de belangrijkste CEO’s van de defensie-industrie uitgenodigd in Bergerac in de Dordogne, waar hij de eerste steen legde van Eurenco’s nieuwe munitiefabriek. In het jargon van het Elysee spreekt men niet van een ‘oorlogseconomie’ maar van een ‘economie van verdediging en versterking van onze soevereiniteit’. Misschien is dat beter, want de definitie die het Elysee dinsdag gaf van ‘oorlogseconomie’ – ‘meer en sneller produceren’ – is een beetje beknopt.

    Financiering

    Wie ‘oorlogseconomie’ zegt of zelfs ‘defensie-economie’, zegt ook: ‘budget’, ‘middelen’, ‘geld’, kortom: financiering. Nu Frankrijk een ernstige crisis van de overheidsfinanciën doormaakt, moet openheid van zaken worden gegeven over de budgettaire beslissingen die een dergelijke oorlogseconomie vergt. Een maximalistische politieke aanpak kan geen genoegen nemen met een minimalistische economische of militaire aanpak.

    Vladimir Poetin, die in Rusland een grootschalige oorlogseconomie heeft ingevoerd, hoeft zich het hoofd niet te breken over een eerlijk verhaal. Maar de Europese leiders zijn ertoe verplicht. Zij zijn dat verplicht aan hun kiezers. Ze zijn het ook verplicht aan de Oekraïeners en de andere Oost-Europeanen die nu op hen vertrouwen zonder dat hun ooit is uitgelegd waarom men tot 24 februari 2022 de verkeerde weg heeft gevolgd.  

  • De Europese Unie laat zich leiden door angst

    De Europese Unie laat zich leiden door angst

    Bang dat Oekraïne verliest én bang dat Rusland wordt verslagen, bang voor migranten, Gaza en Trump – gedreven door angst maakt de EU slechte keuzes op Europees en internationaal niveau.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Op het wereldtoneel heeft Europa niet meer de macht van weleer, toen er een liberale internationale orde bestond die draaide om de macht van de VS en waarin internationale samenwerking floreerde. Inmiddels is die tijd voorbij en is de wereld een andere richting ingeslagen. Sommige kenmerken van het oude systeem leven voort, maar tegengestelde krachten zoals nationalisme, protectionisme en unilateralisme worden allemaal sterker. 

    Europa probeert zich aan deze nieuwe wereld aan te passen, maar om in de huidige tijd macht te kunnen uitoefenen, moet de EU niet alleen zichzelf radicaal anders bezien, maar ook radicaal anders te werk gaan. Dit heeft tot veel zelfonderzoek geleid. Zoals de Franse president, Emmanuel Macron, in zijn laatste toespraak aan de Sorbonne-universiteit toegaf, moet de EU zich aanpassen, wil ze de tand des tijds doorstaan. De EU is, in zijn woorden, ‘sterfelijk’. 

    Dit besef bezorgt Europa grote kopzorgen, zo niet regelrechte angst. En het is deze angst waaruit de slechte keuzes voortkomen die Europese landen en de EU op dit moment maken.

    Neem de inconsistente Europese houding ten aanzien van de Russische invasie van Oekraïne. Waar de Amerikaanse politiek draait om heldendom en overwinning, en de bereidheid om Oekraïne te steunen toeneemt als de Oekraïners goed presteren op het slagveld, lijkt in Europa bijna het omgekeerde het geval. Als Oekraïne er slecht voor staat of aan de verliezende hand is, zijn Europese regeringen eerder geneigd om bij te springen. Uit bezorgdheid over een Oekraïense nederlaag en de gevolgen daarvan voor de veiligheid van het continent, komt Europa in actie, biedt ze iets meer militaire hulp, stemt ze in met het gebruik van rente uit bevroren Russische tegoeden om Oekraïne te steunen, overweegt ze zelfs troepen te sturen, zoals Macron herhaaldelijk heeft voorgesteld.

    Maar doet Oekraïne het goed, zoals in 2022 met de succesvolle tegenoffensieven in Charkiv en Cherson, dan laait in Europa de angst op voor een Russische nederlaag en het risico dat die tot een nucleair armageddon of de ineenstorting van Rusland zal leiden. Zonder te willen afdingen op de politieke, economische en militaire steun die Europese regeringen Oekraïne hebben geboden – en de miljoenen vluchtelingen die EU-landen hebben opgevangen –, heeft deze angst ervoor gezorgd dat er vaak te laat en te weinig militaire hulp kwam. Angst speelt een grote rol bij het lastige parket waarin Oekraïne verkeert – het mag niet winnen maar ook niet verliezen –, wat ervoor zorgt dat de oorlog langer duurt en ontelbare levens kost.

    Europa is niet alleen bang voor deze landen, ze staat letterlijk doodsangsten uit

    Angst verklaart ook voor een groot deel de Europese houding ten aanzien van Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Waar angst zich in het geval van Oekraïne vertaalt in overdreven voorzichtigheid en terughoudendheid, uit die zich tegenover de landen ten zuiden van de Middellandse Zee in het volledig afzien van buitenlands beleid. Europa is niet alleen bang voor deze landen, ze staat letterlijk doodsangsten uit. De Europese vergrijzing zou moeten leiden tot een rationeel debat over het bevorderen van legale migratie, maar in plaats daarvan sluit de EU, voortgejaagd door angst, onethische deals met landen in de regio, die een zak geld krijgen in ruil voor de belofte om migratie naar Europa een halt toe te roepen. De recente deals van de EU met regimes in Tunesië, Egypte, Mauritanië en Libanon zijn hier het bewijs van. Voor alle duidelijkheid: het verleden was niet perfect. Zoals de president van de Democratische Republiek Congo, Félix Tshisekedi, onlangs onomwonden in een interview zei: Afrikaanse leiders zijn het opgeheven vingertje van westerse democratieën allang beu en werken liever samen met Rusland en China.

    Dubbele moraal

    Bovendien gaan er achter die mooie woorden over rechtvaardigheid en eerlijkheid altijd materiële belangen schuil. Migratie tegen willen gaan en tegelijkertijd oneerlijke deals sluiten op het gebied van handel en de winning van grondstoffen is niets nieuws. En bij elke crisis worden de zelfzuchtigheid en de dubbele moraal van Europa bevestigd: denk maar aan het ongegeneerde opkopen van vaccins tijdens de pandemie of de veel te lage klimaatfinanciering voor Afrika.

    Maar in het verleden bestond in ieder geval nog een – zij het magere en incoherente – ambitie om invloed uit te oefenen en Afrikaanse landen te helpen door middel van ontwikkelings- en buitenlands beleid. Nu komt het beleid botweg neer op transactionalisme, waarbij Europese landen en EU-instellingen hun Afrikaanse tegenhangers benaderen alsof ze CEO’s zijn die zakendeals sluiten. De ‘geld voor (geen) migranten’-aanpak is geen buitenlands beleid. Het is het terzijde schuiven van buitenlands beleid.

    Angst speelt een nog grotere rol met betrekking tot het Midden-Oosten, met name in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Het is moeilijk uit te leggen waarom Europese regeringen ervoor kiezen om geen invloed uit te oefenen, terwijl ze wel veel invloed zouden kúnnen hebben. De EU is al decennialang een belangrijke handelspartner van Israël, en na de VS is Duitsland Israëls grootste militaire leverancier. De EU is ook de grootste hulpdonor van de Palestijnen. Toch is er niet de minste aanwijzing geweest dat de EU deze pressiemiddelen wilde gebruiken. En daar komt angst weer om de hoek kijken. Angst, in dit geval, voor Israëlische beschuldigingen van antisemitisme. Die gaan inmiddels zo ver dat ze elke vorm van kritiek op Israël of uiting van antizionisme kunnen omvatten.

    Angst ligt ten grondslag aan de voortdurende Europese verdeeldheid over de oorlog in Gaza

    Angst ligt ten grondslag aan de voortdurende Europese verdeeldheid over de oorlog in Gaza, waarbij sommige landen, zoals Duitsland, om evidente historische redenen gevoeliger zijn voor dergelijke beschuldigingen dan andere. Over het algemeen verklaart dat de onwil om vraagtekens te zetten bij de onvoorwaardelijke steun voor Israël, wat de huidige Israëlische regering ook doet. Niemand betwist dat de Israëlische oorlog in Gaza een humanitaire ramp heeft veroorzaakt. Als Israël de grondinvasie van Rafah doorzet, vrezen velen dat de ramp genocidale proporties aanneemt. Maar afgezien van loze woorden wijst niets erop dat Europa van plan is hier ook maar iets tegen te doen.

    Kijken we dus oostwaarts, dan heeft de Europese angst geleid tot onnodige terughoudendheid en uitstelgedrag; kijken we zuidwaarts, dan heeft ze Europa als politieke gemeenschap aangezet tot het laten varen van een buitenlands beleid. Ook de blik westwaarts wordt vertroebeld door angst, nu Europa in afwachting van de Amerikaanse verkiezingen in de rats zit over de terugkeer van Trump. Deze angst werkt verlammend. De terugkeer van Trump is heel goed mogelijk, maar in plaats van voorbereidingen te treffen, doet Europa aan wensdenken.

    Openlijk erkennen dat de EU niet het eeuwige leven heeft, zoals Macron heeft gedaan, is voor Europa de juiste stap om haar houding ten opzichte van de rest van de wereld nog eens tegen het licht te houden. Om Franklin D. Roosevelt te citeren: ‘Het enige wat we moeten vrezen, is de angst zelf.’ Door te zwichten voor FDR’s ‘vage, redeloze, ongerechtvaardigde angst die de vereiste inspanningen om achteruitgang om te zetten in vooruitgang, bij voorbaat verlamt’ riskeert Europa dat haar sterfelijkheid een selffulfilling prophecy wordt. 

  • Wat zij zeggen over de erkenning van de Palestijnse staat door Ierland, Spanje en Noorwegen

    Wat zij zeggen over de erkenning van de Palestijnse staat door Ierland, Spanje en Noorwegen

    Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over de erkenning van de Palestijnse staat door Ierland, Spanje en Noorwegen? ‘Idealiter had de tweestatenoplossing vóór de erkenning van de staat Palestina moeten komen.’

    Hoofdredactioneel commentaar

    The Irish Times

     ‘Hoewel Ierland in 1980 de eerste EU-lidstaat was die het idee van een Palestijnse staat onderschreef, heeft het lang geduurd om dit streven om te zetten in daadwerkelijke erkenning. De aankondiging van [premier] Micheál Martin in het Ierse parlement dat Ierland en verschillende EU-bondgenoten dit zullen doen, is een welkome en diplomatieke erkenning van de realiteit van Palestijns zelfbestuur op de Westelijke Jordaanoever, en een gepaste politieke vermaning voor Israël.’


    Hoofdredactioneel commentaar

    El Español

     ‘[Eerder] heeft El Español in twijfel getrokken of de houding van de [Spaanse] regering het resultaat is van een geopolitieke positie in plaats van electoraal opportunisme gericht op de Spaanse kiezers. (…) De invloed van Spanje in het Midden-Oosten is minimaal, zowel wat betreft Israël als de Arabische landen. (…) De erkenning van een Palestijnse staat zou worden gezien als een stimulans voor de uitroeiing van Israël door Iran en zijn proxy’s in de regio. Als een “prijs” zonder dat daar iets tegenover staat voor de slachting van 7 oktober.


    Francesca Basso – correspondent Brussel

    Corriere della Sera

    ‘De meeste EU-landen zijn voorstander van de “twee volkeren-twee staten”-oplossing. Maar de tegenstand van de Israëlische premier Netanyahu draagt bij aan de verdeeldheid binnen de Unie, die moeite heeft om met één stem te spreken als het gaat om Israël vanwege de verschillende gevoeligheden, zoals ook duidelijk werd na de verzoeken van het Internationaal Strafhof (ICC) om arrestatiebevelen uit te vaardigen tegen Netanyahu, zijn minister van Defensie Gallant en de belangrijkste leiders van Hamas.’


    Hoofdredactioneel commentaar

    Aftenposten

    ‘Het besluit is in overeenstemming met wat lange tijd het officiële standpunt van Noorwegen is geweest: dat de Palestijnen recht hebben op een eigen staat. Noorwegen gelooft ook dat er geen vrede in het Midden-Oosten kan zijn zonder een tweestatenoplossing. De premier gelooft dat erkenning de gematigde krachten in Palestina en Israël en degenen die zich inzetten voor een tweestatenoplossing versterkt. Maar idealiter had de tweestatenoplossing vóór de erkenning van de staat Palestina moeten komen.’

  • Yanis Varoufakis: ‘Ik mis de tijd waarin pro-Europeanen de EU nog bejubelden’

    Yanis Varoufakis: ‘Ik mis de tijd waarin pro-Europeanen de EU nog bejubelden’

    Al lang voor de Russische inval in Oekraïne was het Europese idee van een gezamenlijke welvaart aan het afbrokkelen. De Griekse econoom en voormalig minister van Financiën Yanis Varoufakis trekt zijn wenkbrauwen op over de koers van eurofielen.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Europa is onherkenbaar veranderd. Vroeger werd de Europese Unie door voorstanders van Europese eenwording altijd geroemd als een vredesproject, het ideaal van een ‘schitterend’ kosmopolitisme tegenover nationalisme dat, zoals de Franse president Mitterrand het in 1995 nogal dramatisch verwoordde, ‘gelijkstaat aan oorlog’. Maar al lang voor de Russische inval in Oekraïne was de klad gekomen in die eurofiele visie van een vreedzaam pad naar gezamenlijke welvaart. De metamorfose van de EU is door de Russische invasie hooguit versneld.

    Josep Borrell, hoofd buitenlandse zaken van de EU, liet ons van die verschuiving van kosmopolitisme naar etnoregionalisme al iets merken toen hij de EU beschreef als een prachtige ‘tuin’ die bedreigd wordt door de niet-Europese ‘jungle’ buiten haar grenzen. En recentelijker hebben de Franse president Macron en de voorzitter van de Europese Raad Charles Michel de Europeanen niet alleen opgeroepen om zich op oorlog voor te bereiden, maar belangrijker, om voor de economische groei en technologische vooruitgang van de EU vooral te kijken naar de wapenindustrie. Nu ze Duitsland en de andere zogenaamd zuinige landen niet van het nut van een echte begrotingsunie kunnen overtuigen, vallen ze vertwijfeld terug op het bepleiten van een oorlogsunie.

    Cruciaal moment

    Dit is een cruciaal moment in de bewogen geschiedenis van de EU. Even afgezien van de luidruchtige minderheid van eurosceptici betrof het grootste verschil van inzicht in de Europese politiek een meningsverschil binnen het eurofiele kamp over de te kiezen koers: de keuze tussen het inslaan van een hamiltoniaans pad (Europese schulddeling, wat de ontwikkeling naar federalisering zou versnellen) of verdergaan op de ingeslagen weg van een intergouvernementele unie (geleidelijke marktintegratie). Regeringen van overschotlanden waren altijd voorstander van de laatste optie, terwijl landen met tekorten allicht eerder neigden naar een hamiltoniaanse oplossing, die zo permanent op de lange baan werd geschoven.

    De eurocrisis legde bloot hoe onmogelijk het is om vol te houden dat schulden, banken en belastingen nationaal kunnen zijn terwijl de munt transnationaal is en de markten geïntegreerd zijn. De EU koos er helaas voor om alleen het hoogst noodzakelijke te doen voor het behoud van de euro, en bleef zo achter met het slechtste van twee werelden: een enorm ineffectieve pseudo-begrotingsunie (zonder goed instrument om de staatsschuld bij te sturen, zoals in de VS) en een Europese Centrale Bank die zich keer op keer genoopt ziet de eigen regels te overtreden (en daarvoor steeds creatievere uitvluchten verzint). Het ergst van al is misschien nog dat het gammele politieke proces waarmee gemeenschappelijke gelden en lasten worden verdeeld, elk greintje democratische legitimiteit ontbeert.

    Decennialang hebben sommigen van ons campagne gevoerd voor een Europese Green New Deal. Omdat een federale unie op de afzienbare termijn niet haalbaar was, stelden we manieren voor om federale financiële instrumenten na te bootsen (bijvoorbeeld de uitgifte van eurobonds door de ECB) en zo via de Europese Investeringsbank jaarlijks minimaal vijfhonderd miljard euro op te halen voor een investeringsfonds in groene technologie. In plaats daarvan goochelden de beleidsmakers met vage alternatieven zoals het tot mislukken gedoemde plan-Juncker en een herstelfonds tijdens de pandemie, dat een gemeenschappelijke schuld creëerde zonder goed gemeenschappelijk doel.

    Europese bewindslieden willen helaas niet inzien hoe nutteloos oude recepten in nieuwe verpakkingen zullen zijn

    Daardoor zit de Europese economie nu in het slop. Door te kiezen voor een strategie van vlees noch vis (geen begrotingsunie, maar ook geen volstrekte nationale zelfstandigheid op het gebied van de begroting en het centralebankbeleid) veroordeelde de EU zichzelf tot twee decennia van minimale investeringen en heeft ze niet de technologieën kunnen ontwikkelen die Europa nodig heeft: groene technologie (waarmee Europa op zijn eigen voorwaarden zou kunnen stoppen met Poetins goedkope gas) en cloudkapitaal. De VS en China, de huidige monopolisten in cloudkapitaal, dat nieuwe instrument voor de accumulatie van rijkdom, dringen Europa bovendien een nieuwe Koude Oorlog op, met catastrofale gevolgen voor de toegang van de Duitse industrie tot de Chinese exportmarkten.

    Europese bewindslieden willen helaas niet inzien hoe failliet het Europese bedrijfsmodel is en hoe nutteloos oude recepten in nieuwe verpakkingen zullen zijn. Zo denkt Duitsland zijn concurrentiekracht weer op te vijzelen met energiesubsidies en loonmatiging.

    Het gevaar van dit debat is dat het afleidt van Europa’s werkelijke probleem: dat Duits industrieel kapitaal niet langer de overschotten accumuleert waarmee energiesubsidies voor krimpende industrieën gefinancierd kunnen worden. In deze context is het niet mogelijk om met welke loonmatiging dan ook (zoals toenmalig kanselier Gerhard Schröder die ooit wist af te dwingen) de concurrentiepositie te versterken van een auto-industrie die niet in staat is de batterijtechnologie of de algoritmen te produceren waarmee fabrikanten van moderne elektrische voertuigen reële nieuwe waarde aan hun product toevoegen.

    Slechten van grenzen

    Dus wat nu? Michel lijkt onze voorstellen voor eurobonds en voor het verstevigen van de positie van de Europese Investeringsbank uit de prullenbak van de recente Europese geschiedenis te hebben gevist. Alleen wil hij de nieuwe kredieten niet gebruiken voor het subsidiëren van groene technologie of cloudkapitaal, maar voor een nieuwe wapenindustrie die volgens hem ‘een krachtig middel zal zijn om onze technologische, innovatieve en industriële positie te versterken’.

    Meent Michel dat nou serieus? Hoe moet de Europese Investeringsbank leningen terugverdienen aan de defensie-industrie, die per definitie onproductief is? Wat gebeurt er als onze magazijnen straks vol liggen met munitie en raketten? 

    Verstandige eurofielen kunnen dus maar beter hopen dat het plan van Michel net zo’n zachte dood sterft als dat van Juncker. 

    Ik mis de tijd waarin pro-Europeanen de EU nog bejubelden – hoe hypocriet soms ook – als een project voor het slechten van grenzen en het stimuleren van openheid, verscheidenheid en tolerantie. In plaats van een diverse democratische federatie die aantrekkelijk is voor de mensen buiten haar grenzen, wordt nu gestreefd naar een wit, christelijk rijk dat wordt afgeschermd met dure raketwerpers en hoge hekken die onder stroom staan. Dit is een Europa waar jongeren niet trots op kunnen zijn en dat de rest van de wereld niet serieus zal nemen.  

    Yanis Varoufakis is voormalig Grieks minister van Financiën, leider van de partij MeRA25 en hoogleraar economie aan de Universiteit van Athene.

  • Thomas Piketty: ‘Mogelijke toetreding van Oekraïne vraagt om herdefiniëring van de EU’

    Thomas Piketty: ‘Mogelijke toetreding van Oekraïne vraagt om herdefiniëring van de EU’

    De Franse econoom en hoogleraar Thomas Piketty ziet de mogelijke toetreding van Oekraïne tot de EU als een kans om de Unie te hervormen. In plaats van verdere liberalisering en marktwerking bepleit hij een hervorming in dienst van de rechtsstaat en het democratisch pluralisme.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev, die hun deskundig licht laten schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Is de mogelijke toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie (EU) een goed idee? Ja, als die tenminste gepaard gaat met een herformulering van het Europese project. Het zal aanleiding moeten zijn om de EU te herdefiniëren als een politieke gemeenschap in dienst van de rechtsstaat en het democratisch pluralisme en om afstand te nemen van de economische religie van vrijhandel en concurrentie als oplossing voor alle problemen, een religie die het Europese bouwwerk nu al decennia lang domineert.

    Als de verdediging van Oekraïne tegen Rusland van vitaal belang is, dan is dat allereerst om politieke en democratische redenen. In tegenstelling tot zijn Russische buurman respecteert Oekraïne de principes van parlementaire democratie, democratische bestuurswisseling, scheiding der machten en een vreedzame oplossing van conflicten.

    De toetreding van Oekraïne tot de EU moet aanleiding zijn voor het formuleren van strenge normen die garant staan voor alle vormen van pluralisme, zowel wat betreft de electorale organisatie (met eindelijk ambitieuze wetgeving inzake de financiering van campagnes en partijen) als wat betreft regels voor de media (met solide garanties voor redactionele onafhankelijkheid en een reële zeggenschapsverdeling tussen journalisten, burgers en publieke en particuliere aandeelhouders).

    Europa presenteert zich graag als een vrijwel perfecte democratische club, een lichtend voorbeeld voor de wereld. Maar hoewel de electorale democratie er in bepaalde opzichten verder ontwikkeld is dan in andere delen van de wereld, is de institutionele grondslag ervan niet minder broos en onvolledig.

    Er moet een harde kern worden gevormd van landen die bereid zijn strengere normen in te voeren op sociaal, fiscaal en milieugebied

    Het is niet genoeg om de transparantie in Kiev te verdedigen en opnieuw aan de kaak te stellen dat Oekraïense oligarchen de politieke dienst uitmaken tijdens verkiezingen en in de media; ook de macht van Franse, Duitse, Italiaanse, Poolse en Maltese oligarchen moet worden ingeperkt en in de hele EU moeten nieuwe, democratischere, pluralistischere en egalitairdere vormen van politieke participatie worden bevorderd waarin geld en privébelangen geen rol meer spelen.

    Het instellen van ambitieuzere democratische normen in Europa moet er ook toe leiden dat er afstand wordt genomen van de economische religie van vrijhandel en concurrentie die al sinds de Akte van 1986 en het Verdrag van Maastricht van 1992 moet doorgaan voor een Europese filosofie.

    Als we willen voorkomen dat de toetreding van Oekraïne tot de EU leidt tot nieuwe schade op sociaal en milieugebied, met name vanwege de toegenomen concurrentie in de sectoren landbouw en industrie, dan is het onvermijdelijk dat er tegelijkertijd op twee fronten actie wordt ondernomen. Allereerst moet in deze vergrote EU zo snel mogelijk een harde kern worden gevormd van landen die in meerderheid bereid zijn strengere normen in te voeren op sociaal, fiscaal en milieugebied. Dat kan bijvoorbeeld door een Europese assemblee op te richten van landen die voorstander zijn van een verdergaande integratie. Ook andere oplossingen zijn denkbaar, op voorwaarde dat daarbij maar een klein aantal positief ingestelde landen betrokken is en er geen blokkades kunnen worden opgeworpen door andere landen.

    Eigen voorwaarden

    Vervolgens is het onvermijdelijk dat, in afwachting van de vorming van zo’n harde kern en om de acties te bestendigen, elk land weer de middelen krijgt om eigen voorwaarden te stellen bij de handel met andere landen, ook met zijn Europese partners.

    Een buitengewoon duidelijk voorbeeld is fiscale dumping. Behalve dat de met de OESO en de EU uitonderhandelde vennootschapsbelasting van 15 procent op alle mogelijke manieren kan worden ontdoken, is die belachelijk laag. Omdat er alleen unaniem tot een aanpassing kan worden besloten, zal dat niet snel gebeuren.

    De eenvoudigste manier om deze situatie te doorbreken is door middel van eenzijdige actie. Als een land als Frankrijk bijvoorbeeld vindt dat een adequate winstbelasting (laten we zeggen) 30 procent bedraagt, dan kan het heel goed besluiten dat over goederen en diensten die worden geïmporteerd uit landen met een lager tarief, het verschil moet worden bijbetaald. Het EU Tax Observatory heeft berekend dat zo’n maatregel Frankrijk 39 miljard euro zou opleveren, een aardig bedrag om in gezondheidszorg, onderwijs of openbaar vervoer te steken.

    De voorstanders van veralgemeniseerde belastingdumping zullen roepen dat er sprake is van protectionisme, maar de werkelijkheid is volstrekt anders: het gaat er alleen maar om dat ondernemingen die goederen en diensten naar Frankrijk exporteren hetzelfde tarief betalen als ondernemingen die in Frankrijk zelf gevestigd zijn, wat al veel eerder als een minimale voorwaarde voor eerlijke handel had moeten worden aangemerkt.

    Alleen als er nieuwe sociale en economische manoeuvreerruimte wordt gecreëerd zal de publieke opinie instemmen met verdere EU-uitbreiding

    Dezelfde logica geldt voor normen op het gebied van volksgezondheid of CO2-uitstoot. Laten we in dit verband niet vergeten dat de beoogde opbrengst van het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens, dat in 2022 door de EU is ingevoerd, tot 2027 amper 14 miljard euro zal zijn, oftewel minder dan 0,5 procent van de invoerrechten die worden geheven over alle goederen die van buiten Europa in de EU worden geïmporteerd (en nauwelijks meer dan 2 procent van de invoerrechten over de totale Chinese import). Laten we er geen doekjes om winden: om een significante impact te hebben op de handelsstromen tussen Europa en de rest van de wereld moeten deze bedragen met een factor tien of twintig worden vermenigvuldigd. Ook hier zullen alleen eenzijdige acties de huidige impasse kunnen doorbreken.

    Alleen als er nieuwe sociale en economische manoeuvreerruimte wordt gecreëerd zal de publieke opinie instemmen met verdere EU-uitbreiding, omdat die dan zal zijn gestoeld op gedeelde democratische waarden en niet op een liberale economische religie waarvan vooral de allerrijksten profiteren en die de lagere en middenklasse steeds meer vervreemdt van het Europese ideaal. 

    Thomas Piketty is hoogleraar aan de École des hautes études en sciences sociales (EHESS) en de École d’économie in Parijs.

  • Wolfgang Streeck: ‘De EU is te heterogeen om top-down bestuurd te worden’

    Wolfgang Streeck: ‘De EU is te heterogeen om top-down bestuurd te worden’

    De EU zal alleen standhouden als ze de democratische staten hun soevereiniteit teruggeeft. Want een federaal Europa is onbereikbaar en de aanhoudende onduidelijkheid ondraaglijk, betoogt socioloog Wolfgang Streeck.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev. Tot en met 6 juni komt er elke dag een artikel online waarin een van hen hun deskundig licht laat schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Als het nu, vlak voor de verkiezingen voor een nieuw Europarlement, niet het goede moment is om ons af te vragen wat het einddoel is – haar finalité, zoals de Fransen zeggen – van de ever closer union among the peoples of Europe, zoals ze het in Brussel graag noemen, wanneer dan wel? Dit zou eigenlijk de vraag aller vragen moeten zijn, zowel in Brussel als in de hoofdsteden van Europa.

    En hoewel deze vraag op de een of andere manier altijd en overal boven de vergadertafels hangt, wordt hij met inmiddels verbazingwekkende virtuositeit buiten de deur gehouden. Want elke poging die vraag ter sprake te brengen, zou een eind kunnen maken aan het catastrofale zelfbedrog van de EU-Europeanen: namelijk dat iedereen zich bij de EU hetzelfde zou voorstellen en wel precies datgene wat men zich zélf voorstelt.

    Als je om pragmatische redenen een riskant probleem buiten beschouwing laat omdat je vindt dat dit nog niet aan de orde is, dan mag dat een vorm van hoogstaande politiek-diplomatieke kunst zijn, maar die werkt alleen zolang niemand het kartel van zwijgers doorbreekt en niemand er in de alledaagse praktijk last van heeft. Wat de EU betreft is dat echter een gepasseerd station door het optreden van meer of minder ‘rechtse’ straatvechters die recht voor zijn raap aan de leiders van het ‘Europese project’ vragen waar ze eigenlijk naartoe willen.

    Bij zo veel kabaal vasthouden aan de gevestigde praktijk lijkt een fatale vergissing: op pragmatisch vlak, omdat zo het groeiende ressentiment alleen maar wordt aangemoedigd, en op democratisch vlak, omdat een democratie beschadigd raakt als haar politieke klasse zich bij de gestelde vragen eensgezind in stilzwijgen hult.

    Met het oog op het gewicht van Duitsland in de EU, waar de regering Scholz tegenwoordig openlijk aanspraak maakt op een leidende, zo niet dé leidende rol, lijkt het noodzakelijk met name de Duitse visie op de Europese finalité onder de loep te nemen. 

    In feite komt de Duitse visie neer op een soort federalistische centrale staat, een ‘verenigd Europa’, waarin de Europese landen – gedreven door een uit het Duitse federale model bekend automatisme om te centraliseren dat alle plechtige beloften om te decentraliseren tenietdoet – steeds meer veranderen in federale staten die hun nationale soevereiniteit grondwettelijk of gewoonterechtelijk overdragen aan de federale regering. 

    Achterhaald

    Het probleem is wel dat deze visie niet alleen door geen enkele andere lidstaat wordt gedeeld, maar dat ze door de ontwikkelingen in de afgelopen dertig jaar ook hopeloos achterhaald is. Ook dat kan natuurlijk worden verzwegen, wat in de verkiezingsprogramma’s van de partijen in het Duits-Europese blok dan ook wordt gedaan. Dat leek een tijdje goed te gaan, namelijk zolang het enige tegengeluid kwam van de tot algemene vijand van staat en samenleving gepromoveerde AfD met haar niet erg snuggere dexitproject. 

    Inmiddels is dat veranderd, nu de BSW (Bündnis Sahra Wagenknecht) een Europees verkiezingsprogramma heeft gepresenteerd dat de media, die zichzelf een anti-eurosceptische positie hebben opgelegd, moeilijk kunnen negeren, ook al is niet uitgesloten dat ze daar toch in slagen. Het zou echter opnieuw een gemiste kans zijn om in Duitsland de discussie over de Europese politiek up-to-date te brengen.

    Willen we dat voorkomen dan moeten we allereerst rekening houden met het feit dat – in ieder geval sinds de monetaire unie en de toetreding van de meer naar het oosten gelegen landen – buiten Duitsland iedereen zich er terdege van bewust is dat het Duitse integratieconcept is mislukt. Vandaag de dag peinst geen enkele EU-lidstaat er nog over zijn nationale soevereiniteit op te geven. In werkelijkheid zelfs Duitsland niet, dat zich een soeverein geïntegreerde EU voorstelt als een opgeschaald (West-)Duitsland, en evenmin Frankrijk, dat zich zijn ‘soevereine Europa’ voorstelt als een horizontale uitbreiding van de Franse staat en zich dat volgens de eigen traditie ook niet anders kán voorstellen. 

    Uiteindelijk is dit te wijten aan het feit dat de huidige EU veel te heterogeen is om enig Europees land, met inbegrip van Luxemburg, ermee te laten instemmen dat zijn soevereiniteit opgaat in een geïntegreerde Eurostaat. Het Duits-Europese ideaal van een federale staat die automatisch steeds hechter wordt, is simpelweg onverenigbaar met de enorm toegenomen diversiteit van de staten en samenlevingen die in de EU zijn samengebracht.

    De EU is van 6 naar 27 leden gegroeid en na brexit van 28 naar 27 gekrompen. Een korte analyse van het panorama laat zien hoe diep de scheuren in de EU zijn die de weg naar een Europese integratie à la Duitsland blokkeren. 

    In het zuiden, in Italië, zit ondanks het feit dat dit land al tientallen jaren lid is van de Europese en de Monetaire Unie, een premier in het zadel die in Duitsland als neofascist wordt beschouwd – na het spectaculaire falen van een hele reeks door ‘Europa’ gezonden saneerders, van Monti tot Draghi, de Super Mario van Brussel, Goldman Sachs en Frankfurt. In de landen in het oosten blijkt dat het transplanteren van het naoorlogse West-Europese systeem van democratische instituties makkelijk tot grote conflicten leidt en ook niet van buitenaf kan worden doorgedrukt.

    Een heterogeen complex als de EU kan zowel technisch als politiek niet top-down worden bestuurd

    In het noorden blijven Denemarken en Zweden buiten de monetaire unie en Noorwegen buiten de EU, en in het westen is een van de grootste Europese landen, het Verenigd Koninkrijk, al vertrokken vanwege de onverenigbaarheid van zijn politiek en grondwet met het standaardmodel van de EU. Frankrijk, de nu op een na grootste lidstaat, wordt binnenkort wellicht geregeerd door een andere vermoedelijke neofascist. Frankrijk is trouwens nu al niet meer beschikbaar voor de veelgeroemde Frans-Duitse ‘tandem’ als regeringscentrum van een geïntegreerd Europa.

    Aan het einde van zijn kanselierschap heeft Helmut Kohl voorspeld dat het Verenigd Koninkrijk binnen afzienbare tijd zou toetreden tot de monetaire unie en dat dan snel kon worden overgegaan tot een politieke unie. Dit was een gigantische misser, evenals Wolfgang Schäubles levenslange hoop dat de Franse force de frappe en Duitslands nuclear sharing van de Amerikaanse kernwapens die op zijn grondgebied zijn gestationeerd op een of andere manier zouden kunnen opgaan in een nog te vormen geïntegreerde Europese kernmacht.

    Dat een heterogeen complex als de EU zowel technisch als politiek niet top-down kan worden bestuurd, bleek al toen Merkel en Sarkozy zogenaamd als oplossing voor de financiële crisis van 2008 de Duitse en Franse banken moesten redden zonder daaruit een bankenunie te kunnen laten ontstaan. Een paar jaar later, tijdens de coronapandemie, slaagde de Europese Commissie er niet in vaccins aan te schaffen en bij open binnengrenzen uniforme maatregelen af te dwingen. Daardoor moesten de lidstaten snel ieder voor zich maatregelen nemen om de eigen bevolking te beschermen.

    Het speciale herstelfonds van 750 miljard euro – achteraf bestempeld als wederopbouwhulp en om de verdragen te omzeilen gefinancierd met schulden – heeft niets teweeggebracht. In elk geval niet in Italië, waarop het eigenlijk gericht was en waar het nationale wederopbouwprogramma in Brusselse stijl had moeten worden uitgevoerd door de voor dit doel weer van stal gehaalde Mario Draghi. Draghi’s ambtstermijn als premier van een coalitie van alle politieke partijen eindigde na iets meer dan een jaar met zijn aftreden. Desondanks wordt nu onverdroten gesproken over een herstart van het fonds. 

    Eigen maatregelen

    Een ander beleidsterrein waarop de EU niet in staat blijkt de belangen van de lidstaten met elkaar in overeenstemming te brengen, is en blijft de immigratie. Hier ziet de ene lidstaat na de andere zich gedwongen eigen maatregelen te nemen; van ‘oplossingen’ te spreken zou overdreven zijn. Dit geldt ook voor Duitsland, dat de EU eigenlijk wilde gebruiken om te voorkomen dat het zich op nationaal niveau met dit probleem zou moeten bezighouden.

    Toen zich ook nog de oorlog in Oekraïne begon af te tekenen, werd de EU uitgesloten van de beslissende onderhandelingen tussen Rusland en de VS in de herfst en winter van 2021-2022 en was ze niet in staat de akkoorden van Minsk, waarover Duitsland, Frankrijk, Rusland en Oekraïne hadden onderhandeld, een kans te geven. Na het uitbreken van de oorlog werd de EU vervolgens, op basis van haar veronderstelde expertise op het gebied van economisch beleid en internationale economische betrekkingen, door de Verenigde Staten en de NAVO verplicht om economische sancties tegen Rusland te implementeren. Een jaar later bleek de Russische (oorlogs)economie te zijn gegroeid, terwijl West-Europa en met name Duitsland in een recessie belandden.

    Ze hebben geleerd de EU te gebruiken als arena voor hun op nationale belangen gerichte politiek en voor onzichtbare achterkamertjesdeals

    Waarom houden de lidstaten – of liever, hun politieke klassen – desondanks vast aan de EU, recent zelfs de rechtsbuitens Meloni en Le Pen? In de eerste plaats omdat ze hebben geleerd de EU te gebruiken als arena voor hun op nationale belangen gerichte politiek en voor onzichtbare achterkamertjesdeals in de institutionele wirwar van het EU-systeem. In de tweede plaats omdat de schijnwereld van de EU-superstaat zich er uitstekend voor leent nationale problemen en de verantwoordelijkheid voor het oplossen daarvan naar boven af te schuiven en, omgekeerd, zich van bovenaf maatregelen te laten dicteren die zonder hulp van buiten- en bovenaf niet aan het electoraat te verkopen zijn. En in de derde plaats omdat de welkome ondoorzichtigheid van het Brusselse institutionele complex het lange tijd mogelijk heeft gemaakt bij het publiek hoop te wekken op een geleidelijke maar continue vooruitgang in de richting van een geïntegreerde superstaat waarin alles beter wordt: een gloednieuwe, ideale, op maat gemaakte staat.

    Aan dit soort spelletjes moet een realistisch vernieuwde Europese politiek een eind maken. Als de instituties van de EU worden misbruikt voor verkapte, op nationale belangen gerichte politiek wordt het politieke cynisme bevorderd en de democratische geloofwaardigheid van de staten geschaad. Als verantwoordelijkheden worden afgeschoven op een democratisch ontoegankelijke en technocratisch incompetente pseudocentrale regering, dan verergert dat de problemen alleen maar. In plaats van hooggestemde verwachtingen van een geheel andere toekomst is er behoefte aan realistische politiek in het heden, binnen het raamwerk van instituties die democratisch verantwoordelijk kunnen worden gehouden. 

    Eerlijk zijn

    De belangrijkste opgave is eerlijk te zijn en de centrale rol van de natiestaten in het Europese staatsbestel te erkennen in plaats van te betreuren. En om geen ‘Europese oplossingen’ te eisen waar die niet bestaan. Om het ‘democratisch tekort’ te verhelpen, zouden we de Europese rol van de parlementen van de lidstaten moeten versterken in plaats van stereotiep te blijven roepen om meer bevoegdheden voor een Europees Parlement dat dat niet is en niet kan zijn. 

    Al met al is het zaak het subsidiariteitsbeginsel dat in de EU-verdragen is vastgelegd serieus te nemen en de illusoire hoop te laten varen op een geïntegreerd superbeleid met gestandaardiseerde superoplossingen in een Europese superstaat naar het voorbeeld van de Europese, en dan vooral de Duitse natiestaat, maar dan groter, mooier en maagdelijker. Precies dat is de strekking van het programma van de BSW. 

    En daarna? Voortbouwend op een compromisloze, op ervaring gebaseerde kritiek komt het BSW-programma uit bij een nieuwe EU, een niet-hiërarchische, niet-imperiale, egalitaire gemeenschap van staten als kader en platform voor vrijwillig deelnemende landen, die elk op nationaal niveau verantwoording afleggen, met probleemoplossende partnerschappen, met samenwerking in plaats van integratie en met inachtneming van soevereiniteit en democratie. Begrippen daarvoor bestaan al lang: Europe à la carte, het Europa van vader- of moederlanden, het Europa van de variabele geometrie – om even begrijpelijke als doorzichtige redenen allemaal verworpen door de Brusselse centralisten. 

    Als deze begrippen meer willen worden dan de slogans die ze nu zijn, moet Ursula von der Leyen haar hoop opgeven ooit een Europese superregeringsleider te worden. De EU zou dan geen eindstation voor ambities zijn, maar een projectenbank en adviesbureau voor samenwerking tussen de lidstaten, ondersteuner in plaats van chef, hoedster van de diversiteit aan belangen en levensstijlen in Europa in plaats van producent van top-downstandaardisatie. 

    GettyImages 1238524425
    Ursula von der Leyen hield een toespraak over de Europese veiligheid en de militaire dreiging van Rusland. – © Getty Images

    Een EU die op deze manier vernieuwd en, wellicht, politiek gered wordt, zou bijvoorbeeld weten dat Duitsland een ander immigratieregime nodig heeft dan Griekenland; dat Polen zijn eigen familierecht wil en moet ontwikkelen, zoals ook Duitsland in het verleden heeft gedaan, in plaats van dat geleidelijk van bovenaf opgelegd te krijgen; dat Italië een industriebeleid nodig heeft dat past bij zijn economie in plaats van een economie te moeten creëren die past bij de Europese interne markt; en dat Frankrijk een fiscaal beleid nodig heeft dat past bij de rol van de staat in de Franse politieke economie, enzovoort. 

    Een verandering in deze richting kan vanzelfsprekend niet het resultaat zijn van een Great European Reset. Wat je niet top-down kunt besturen, kun je ook niet top-down hervormen. Want de EU is in feite gestructureerd zoals ze is om haar integratie onomkeerbaar te maken. Als daarmee geen vooruitgang wordt geboekt, blijft ze gewoon steken, zoals dat nu al lang het geval is. Deze organisatie is achterhaald en gebaseerd op de absurde veronderstelling dat democratische staten onderworpen kunnen worden aan hiërarchische controle door een internationale bureaucratie. Om haar nieuw leven in te blazen is geen groots masterplan nodig, maar een aandringen op decentralisatie en het terugbrengen van de democratische verantwoordelijkheid naar waar die thuishoort: het niveau van de staten binnen het Europese huis. Desnoods via subversieve actie van lidstaten, zoals in het BSW-programma wordt voorgesteld, of volgens het beproefde Franse voorbeeld. 

    Dit sluit niet uit dat een eventuele crisis overal zo veel puin achterlaat dat een grote schoonmaak onvermijdelijk is.

    Dit sluit niet uit dat een eventuele crisis – en die kan ieder moment ontstaan, bijvoorbeeld doordat de Europese Monetaire Unie het zonder Europese politieke en dus ook zonder fiscale unie moet stellen – overal zo veel puin achterlaat dat een grote schoonmaak onvermijdelijk is.

    Militaire alliantie

    De laatste hoop op een gecentraliseerd en geïntegreerd Europa is voorlopig dat de EU parallel aan een langlopende oorlog in Oekraïne wordt omgevormd tot een militaire alliantie, als de Europese pijler van de NAVO of – in een Trumpiaans noodscenario – zelfs als vervanger van de NAVO, met Rusland als externe katalysator en, zoals het ernaar uitziet, onder Duitse leiding: de EU als oorlogsproject. Maar als het al zover komt, dan kan ook dit zomaar halverwege blijven steken, want de geopolitieke uitgangspunten en geostrategische ambities van landen als Polen, Duitsland en Frankrijk zijn te verschillend en de te verwachten risico’s en kosten te hoog, vooral voor het tot leidende én betalende macht uitverkoren Duitsland. 

    Natuurlijk worden vrede en veiligheid in Europa sowieso niet bereikt door een bipolaire verdeling van het Euraziatische continent langs Ruslands westgrens, gepaard aan een ongebreidelde wapenwedloop. Wel nodig is een pan-Euraziatisch veiligheidsregime, gebaseerd op gelijke soevereiniteit van alle deelnemende staten, bijvoorbeeld in een gereanimeerde OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa), ondersteund door wapenbeheersingsovereenkomsten en een breed instrumentarium dat vertrouwen wekt. Alleen op deze manier zou de EU weer het vredesproject kunnen worden dat ze al zo lang pretendeert te zijn. 

    Dit artikel wordt ook gepubliceerd in de Nederlandse Jacobin (jacobin.nl), opgericht in 2022 door Hannah van Binsbergen. 

  • Rechts verlangt terug naar het Europa van rokende schoorstenen

    Rechts verlangt terug naar het Europa van rokende schoorstenen

    Van Vox tot Rassemblement National en Fratelli d’Italia – Europees rechts lanceert beschuldigingen van ‘klimaatterrorisme’. Ze stellen daartegenover een ‘alternatief’ ecologisme, waarin de industrie alle ruimte krijgt.

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev. Tot en met 6 juni komt er elke dag een artikel online waarin een van hen hun deskundig licht laat schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Jaren geleden was de oude Jean-Marie Le Pen, oprichter van het Franse extreemrechtse Front National, van mening dat klimaatverandering een idiote obsessie was van een minderheid van ‘bobo’s’, oftewel salonsocialisten. Inmiddels zouden we zeggen: radical chic. In de loop van de tijd hebben klimaatveranderingen zich echter alom gemanifesteerd en zijn de bewijzen bruut aan ons opgedrongen. En veel traditionele partijen hebben het probleem inmiddels in zoverre erkend dat de voormalige christendemocratische kanselier Angela Merkel, die zichzelf graag ‘klimaatkanselier’ noemde, zelfs kon pochen dat ze de voormalige Amerikaanse president George W. Bush had overtuigd van de risico’s van een catastrofe. Al aan de vooravond van de vorige Europese verkiezingen geloofde 77 procent van de kiezers in de klimaatverandering en was bovendien van mening dat het thema als prioriteit moest worden beschouwd. Inmiddels zouden conservatieven of progressieven het dan ook niet meer in hun hoofd halen om de internationale inspanningen om de klimaatopwarming tegen te gaan, zoals het akkoord van Parijs, een halt toe te roepen. 

    Om zich toch van de mainstream af te keren, veranderde extreemrechts van strategie. Daarbij verloor het zijn natuurlijke vijand, de milieuactivist, geen moment uit het oog. Hetzelfde Front National, enige tijd geleden door Marine, de dochter van Jean-Marie, hernoemd tot Rassemblement National, stopte met de ontkenning van de verwoestende gevolgen van klimaatverandering of met het verspreiden van hoaxes die maar al te duidelijk antiwetenschappelijk zijn (zoals dat het klimaat periodiek verandert, in de loop van miljoenen jaren, alleen niet door toedoen van de mens, maar gewoon uit zichzelf). Net als andere extreemrechtse partijen in Europa is Marine Le Pen van toon veranderd. Ze heeft er een maatschappelijk probleem van gemaakt. 

    Zogenaamde ‘elite’

    Marine le Pen, het Spaanse Vox, de Oostenrijkse FPÖ, het Poolse Recht en Rechtvaardigheid, het Hongaarse Fidesz en de Duitse AfD hebben in hun militante antimilieupolitiek alle de kans aangegrepen om in te gaan tegen traditionele partijen en luid te verkondigen dat de keuzes die een zogenaamde ‘elite’ maakt ten koste gaan van het ‘volk’, dat offers brengt doordat voor veel geld zogenaamd overdreven doelstellingen worden nagestreefd. Deze propaganda werkt ook heel goed tegen de Europese Unie, die verantwoordelijk is voor het bedenken en naleven van de Green Deal, en het bestrijden van de opwarming van de aarde bovenaan haar prioriteitenlijst heeft gezet. 

    Europees rechts lanceert dus beschuldigingen van ‘klimaatterrorisme’ zonder onderscheid te maken tussen de Europese Commissie, de Groenen, Fridays for Future of de activisten die zich vastlijmen op snelwegen of in musea. Ze stellen daartegenover een ‘alternatief’ ecologisme, dat ons moet beschermen tegen een vermeende internationale, milieuactivistische samenzwering die het algemeen welzijn en de nationale soevereiniteit zou willen vernietigen.

    Onlangs nog haalde Giorgia Meloni in een recent interview met Il Messaggero uit naar ‘ideologisch ecologisme’

    Groene partijen en ecologen vormen het perfecte doelwit omdat ze vijanden zouden zijn van de portemonnee, van de belangen van de werknemers en die van de traditionele Europese industrie. Onlangs nog haalde Giorgia Meloni in een recent interview met Il Messaggero uit naar ‘ideologisch ecologisme’ en beloofde ze meer aandacht voor ‘het territorium’. Het achterliggende idee is dat degenen die het milieu nu beschermen dit doen ten koste van de burgers, wier koopkracht en levensstandaard achteruitgaan. Erg origineel is dit idee niet. Kijk maar naar Vox, dat de noodzaak van energie-autarkie en een herindustrialisatie van Spanje propageert. Of naar Marine Le Pen, die in naam van een ‘ecologisch patriottisme’ het nucleaire quotum van Frankrijk wil verhogen tot 81 procent (het ligt nu op 70 procent), ervoor pleit de ontwikkeling van alternatieve, hernieuwbare brandstoffen stop te zetten en een verlaging eist van de btw op brandstof om zo het boze gelehesjeselectoraat aan haar kant te krijgen. Of de AfD, wiens slogan ‘Red diesel’ de Duitsers ervan moet overtuigen dat het hart van hun industrie, de automobielindustrie, wordt bedreigd door klimaatpaniek, een gevaar waartegen deze partij als enige op de bres springt. Ondanks de kleine nuances in de (verwarrende) theorieën die ten grondslag liggen aan hun woeste antimilieubeleid, hebben de Europese rechtse partijen alle tot doel de terechte angst voor een mogelijke catastrofe om te smeden in heimwee naar het oude Europa, inclusief rokende schoorstenen. En daarmee sluiten ze een weddenschap met de toekomst.  

  • Pawel Świeboda: ‘Door toe te treden tot de EU is het Polen gelukt om van een vloek een zegen te maken’

    Pawel Świeboda: ‘Door toe te treden tot de EU is het Polen gelukt om van een vloek een zegen te maken’

    Als Polen niet was toegetreden tot de EU zou het land zich volgens politicoloog Paweł Świeboda in niemandsland bevinden, ergens tussen Europa en Rusland. ‘Maar onze ligging in het centrum van Europa bleek onze troef te zijn.’

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev. Tot en met 6 juni komt er elke dag een artikel online waarin een van hen hun deskundig licht laat schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Met welke gebeurtenis in de Poolse geschiedenis kan onze toetreding tot de EU worden vergeleken?

    Pawel Świeboda: Het is een gebeurtenis van hetzelfde kaliber als de belangrijkste mijlpalen in de Poolse geschiedenis. Een van de keerpunten in onze geschiedenis, iets wat ooit op dezelfde lijst terecht zal komen als het congres van Gniezno, de Unie van Lublin of het herwinnen van de onafhankelijkheid. Misschien is de vergelijking met 1918 wel het treffendst: we hebben meer te zeggen gekregen over de vormgeving van onze toekomst. De Poolse geschiedenis werd overheerst door veldslagen, oorlogen en delingen, maar sinds twintig jaar verwezenlijken we onze belangen op vreedzame wijze, door middel van maatschappelijke ontwikkeling.

    Na honderden jaren van allerlei nederlagen werden we onderdeel van de geslaagde landen.

    Door toe te treden tot de EU is het ons gelukt om van een vloek een zegen te maken. Onze ligging in het centrum van Europa bleek onze troef te zijn, waarbij de nabijheid van Rusland en Belarus vandaag de dag natuurlijk een grotere uitdaging is dan in 2004.

    Het lijkt me dat als we niet tot de EU waren toegetreden, we in de Chinese of Russische invloedssfeer zouden liggen.

    Gezien onze verregaande afkeer van Rusland zouden we ons waarschijnlijk in de Chinese invloedssfeer bevinden of ons wagen aan geopolitieke experimenten, waarbij we verschillende allianties zouden uitproberen. Een dergelijk model probeert Groot-Brittannië na brexit te verwezenlijken, alleen heeft dat land een andere traditie en positie.

    Wie heeft er meer profijt gehad van de toetreding van Polen? Wij of Europa?

    Er zijn modellen die laten zien hoeveel het bbp van de EU is gestegen dankzij de uitbreiding met Centraal-Europa, maar veel belangrijker is dat de EU met de toelating van nieuwe landen heeft laten zien dat ze geopolitieke macht heeft en in staat is om landen en hun economieën te transformeren. De uitbreiding met Centraal-Europa was een soort kleine globalisering, waarmee de EU haar verhouding tot de rest van de wereld onderzocht. De EU kon nu een deel van haar productie verplaatsen van risicogebieden naar veilige gebieden. Polen profiteert hier nog steeds van als integraal onderdeel van Duitse en westerse toeleveringsketens. Wij hebben investeringen en banen, en de West-Europese industrie heeft meer veiligheidsgaranties dan wanneer ze haar productie in afgelegen delen van de wereld zou moeten vestigen. In de EU is er dus sprake van een uitbreiding van de zone van stabiliteit.

    Je zou cynisch kunnen zeggen dat de EU door haar uitbreiding naar het oosten een bufferzone heeft gekregen die haar scheidt van Rusland.

    Westerse landen hebben enorme belangen in Polen. We hebben veiligheidsgaranties van onze NAVO-bondgenoten. We zijn dus meer een oostelijke flank van het Westen dan een bufferzone. Dat waren we geweest als Polen niet was toegetreden tot de EU. Dan hadden we het alleen moeten redden.

    ‘Om onderdeel te worden van de club moesten we alles accepteren wat in de EU was bedacht, met alle voor- en nadelen’

    Als we zo’n spectaculair succes zijn in de EU, waar komt het fenomeen van de polexit dan vandaan? Nog niet zo lang geleden werd er in regeringskringen serieus gesproken over het verlaten van de EU.

    Het polexit-debat werpt een schaduw op onze twintig jaar in de EU. De eerste helft van die periode waren we een pro-Europees land en de tweede helft stond Polen op zijn zachtst gezegd sceptisch tegenover de toekomst van de EU. Ik denk dat dit verlangen naar een polexit voortkwam uit de behoefte om ons af te reageren na te hebben ervaren wat de toetreding tot de EU werkelijk inhield. Want let wel, het was een volledige aanpassing aan regels die door anderen waren gemaakt. Om onderdeel te worden van de club moesten we alles accepteren wat in de EU was bedacht, met alle voor- en nadelen, waarbij we hooguit onderhandelden over overgangsperiodes die ons in staat stelden bepaalde dingen te spreiden. Dit was de logica van de uitbreiding. Het polexit-debat werd aangewakkerd door een sterk gevoel van eigenwaarde. Rechtse politici probeerden op basis hiervan in Polen scepsis over de EU te zaaien, maar gelukkig bleef de samenleving hier grotendeels immuun voor.

    Economen hebben berekend dat er de afgelopen twintig jaar 161,7 miljard euro aan EU-gelden naar Polen is gevloeid. Hebben we dit geld goed besteed?

    Met geld van EU-fondsen is een enorm aantal indrukwekkende infrastructuurprojecten gerealiseerd. We hebben nu een netwerk van snel- en autowegen dat bijna tien keer zo lang is als toen we lid werden van de EU; in totaal ongeveer 5000 kilometer. We hebben drinkbaar kraanwater van zeer goede kwaliteit. Het lijdt geen twijfel dat de toetreding tot de EU een sprong voorwaarts was. Natuurlijk wordt vooruitgang tegenwoordig niet alleen afgemeten aan de lengte van snelwegen en moeten er steeds meer middelen worden uitgetrokken voor de ontwikkeling van menselijk kapitaal en kennis. We hebben de afgelopen twee, drie jaar aanzienlijke vooruitgang geboekt en goede projecten gerealiseerd, maar het is voor ons nog steeds gemakkelijker om EU-geld te besteden aan de ontwikkeling van infrastructuur. We moeten beseffen dat de economie nu investeringen vraagt in strategische technologieën, waarin we niet al te sterk zijn.

    Zijn de Polen mentaal al in het Westen? Twintigers zeker, maar de oudere generatie?

    Ik denk dat de Poolse samenleving in wezen al deel uitmaakt van het Westen. De Polen hebben over het algemeen niet meer de complexen die twintig jaar geleden een probleem vormden. Een deel van ons vergelijkt zich nog steeds vooral met niet-westerse Europese landen, maar de mentale barrières zijn grotendeels overwonnen. Dat is ook een enorm succes. Het is veelzeggend dat er de afgelopen twee, drie jaar meer landgenoten zijn teruggekeerd uit het buitenland dan er zijn vertrokken.

    Het zag ernaar uit dat Polen met sterke instituties tot de EU zou toetreden, maar zodra de partij Recht en Rechtvaardigheid aan de macht kwam, werd begonnen met het verwoesten van de democratie. Had men zich hiertegen beter kunnen weren?

    Als iemand me twintig jaar geleden had gevraagd waarover ik me meer zorgen maakte, over de economie of over de instellingen, dan had ik geantwoord: over hoe onze economie het zou redden. Op dat moment was de concurrentiekloof tussen Polen en de vijftien oude lidstaten nog enorm, maar de instanties waren vrij goed voorbereid op het lidmaatschap. Helaas bleken ze niet bestand tegen het enorme politieke offensief. De paradox is dat de lidstaten dankzij de beschermende paraplu van de EU veel meer speelruimte hebben voor allerlei foute experimenten met de democratie. Het EU-lidmaatschap is een soort garantie voor de financiële markten dat er ondanks de politieke beroering niets ergs kan gebeuren met de economie. Als gevolg daarvan hebben we sinds 2020, dat wil zeggen tijdens de tweede helft van de PiS-regering, in Polen de grootste toestroom van buitenlandse investeringen in onze geschiedenis kunnen noteren! Oftewel, het EU-lidmaatschap gaf de regeringen van Morawiecki en Orbán de vrijheid om de rechtsstaat te verwoesten, en de EU-instellingen hadden weinig invloed op wat er werkelijk gebeurde in Polen of Hongarije.

    ‘We bleken een land te zijn dat heel ferm voor zijn belangen opkomt, wat niemand in de EU, denk ik, had verwacht’

    Orbán heeft zijn maffiastaat met EU-geld opgebouwd.

    Dat is toch onvoorstelbaar! Het is moeilijk te accepteren dat de EU niet in staat is om mechanismen te vinden die dergelijk pathologisch handelen kunnen beperken. Er moet binnen de EU beter worden nagedacht over hoe de instellingen van de lidstaten kunnen worden beschermd tegen snode plannen van politici.

    Wat was het grootste fiasco gedurende deze twintig jaar?

    Dat afstand werd genomen van de rechtsstaat en dat er tegen ons EU-procedures ter bescherming van de democratie werden gestart. Zo ver had het nooit mogen komen. 

    Ik maak me zorgen over het gebrek aan prioriteit voor hoogwaardige technologie en de ontwikkeling van de wetenschap, maar ik zou dit eerder beschouwen als een teleurstelling dan als een fiasco. 

    Hoe is de EU de afgelopen twintig jaar veranderd?

    We zijn toegetreden onder het motto van een ‘solidair Europa’. We bleken echter een land te zijn dat heel ferm voor zijn belangen opkomt, wat niemand in de EU, denk ik, had verwacht. Onder onze invloed is de EU dus pragmatischer en flexibeler geworden. 

    Een neveneffect van de toetreding van Polen en Hongarije tot de EU is ook de afkeer van verdere uitbreiding. Het Kaczyński-Orbánsyndroom?

    De ervaringen die de EU heeft gehad met de regeringen van PiS en Fidesz zijn zeker niet bevorderlijk voor het ontwikkelen van steun voor dit proces. Vandaag de dag berekenen de regeringen van alle EU-landen of ze zich door toelating van een bepaald land geen vergelijkbare of nog grotere problemen op de hals halen. Als gevolg daarvan vordert de uitbreiding met een slakkengang. Helaas hebben Kaczyński en Orbán de politieke klasse in Europa ontmoedigd om de EU aanzienlijk uit te breiden.

    Zal Polen over twintig jaar nog deel uitmaken van de EU? Zal die dan nog bestaan?

    Het zal de EU goed vergaan en Polen zal dan deel uitmaken van de eurozone, ofwel van de harde kern. Ze zal in haar eigen tempo voortgaan. Over twintig jaar zal de EU even vloeibaar zijn als vandaag, om Zygmunt Bauman te parafraseren. Het zal een gebied van voortdurende compromissen zijn. Paradoxaal genoeg zal Polen in zo’n EU beter op z’n plaats zijn, omdat wij er tenslotte voor hebben gezorgd dat ze zo is geworden.  

    Paweł Świeboda (1972) is politicoloog en econoom. Hij heeft deelgenomen aan de toetredingsonderhandelingen als adviseur van president Aleksander Kwaśniewski en later als directeur van de EU-afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Later was hij onder andere een van de adviseurs van de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker. Momenteel is hij verbonden aan de in Brussel gevestigde denktank European Policy Centre.

  • Wilders’ regeringsdeelname plaatst Europese politici voor dilemma

    Wilders’ regeringsdeelname plaatst Europese politici voor dilemma

    Geert Wilders’ politieke succes in Nederland heeft ook impact op de Europese politiek, stelt Süddeutsche Zeitung. ‘Sinds deze week zit er een groot gat in de brandmuur tegen rechts.’

    Tot deze week kende de Europese verkiezingscampagne één bepalend moment. Het was een uitspraak van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen tijdens het debat van de belangrijkste Europese kandidaten eind april in Maastricht: ze was bereid om in de toekomst samen te werken met rechtse partijen in de zoektocht naar meerderheden in het Europees Parlement. Het aanbod was vooral gericht op de Italiaanse regeringsleider Giorgia Meloni en haar partij Fratelli d’Italia. De concurrentie gebruikte haar besluit om hun campagnethema te smeden: Europa heeft een brandmuur tegen rechts nodig!

    Sinds deze week zit er een groot gat in de brandmuur. In Nederland is de rechtse Geert Wilders erin geslaagd om als winnaar van de verkiezingen een coalitieregering te vormen – en dit was alleen mogelijk omdat de liberale VVD-partij van de vorige regeringsleider Mark Rutte zich inliet met Wilders. Een alliantie tussen de Europese Volkspartij (EVP), waartoe Ursula von der Leyen als CDU-politica behoort, en Giorgia Meloni’s Fratelli komt nu in een ander, milder daglicht te staan. En vooral Emmanuel Macron, de Franse president, heeft als leidende kracht in het Europese liberale kamp nu een probleem.

    Wankelen

    Vorige week nog ondertekende Valéry Hayer, Macrons vertegenwoordiger in het Europees Parlement, samen met de sociaaldemocraten, de groenen en links een document gericht tegen Ursula von der Leyen. Het draagt de titel ‘Verdediging van de democratie’ en roept op om niet samen te werken met extreemrechtse, radicale partijen. Hayer heeft nu verklaard dat ze de Nederlandse coalitie ‘volledig’ afkeurt.

    De gevolgen van het geschil voor de Europese politiek zijn nog onvoorspelbaar. In het uiterste geval kan het leiden tot een splitsing van de liberale fractie in het Europees Parlement (‘Renew’). Ruttes partij behoort tot dezelfde Europese groepering als de Duitse FDP. De sterkste kracht in ‘Renew’ zijn echter de volgelingen van Macron. De Europese Groenen hebben de liberalen al opgeroepen om de volgelingen van Rutte eruit te schoppen.

    Hoe verdeelder het liberale kamp is, hoe groter de invloed van Meloni in de Europese politiek zal worden. In de vorige zittingsperiode steunden de liberalen het programma van de Commissievoorzitter samen met de EVP en de sociaaldemocraten. Volgens de peilingen zal deze informele alliantie na de verkiezingen wankelen. Meloni daarentegen kan rekenen op sterke winst.

    Dit zal waarschijnlijk niet het laatste twistpunt zijn tussen de EU en de nieuwe Nederlandse regering

    Om de reikwijdte van het conflict rond Geert Wilders te begrijpen, is het de moeite waard om naar de politieke kaart van de EU te kijken. Wilders is van een ander kaliber dan Meloni. Zijn PVV-aanhang in het Europees Parlement behoort tot dezelfde politieke groepering (‘Identiteit en Democratie’) als het Rassemblement National van Marine Le Pen, de FPÖ en de AfD. Het is het kamp van de verklaarde vijanden van de EU; ze liggen puur dwars in het parlement.

    Meloni’s mensen daarentegen maken deel uit van de ‘Europese Conservatieven en Hervormers’ (ECR), een heterogene, nationaal conservatieve, EU-sceptische groep. De Fratelli hebben geholpen om met een centrumrechtse meerderheid belangrijke wetten aan te nemen, waaronder de grote hervorming van de Europese asielwetgeving.

    Het is precies deze hervorming waar Wilders zich met zijn nieuwe regering niet aan wil onderwerpen. Het legt namelijk de plicht tot Europese solidariteit vast, althans als principe. Een land dat geen vluchtelingen opneemt volgens een EU-quotum moet op zijn minst compensatie betalen. De Nederlandse regering zal gebruikmaken van een opt-outclausule, zegt Wilders, die in Nederland de ‘strengste asielwet ooit’ wil opstellen. De Commissie heeft al verklaard dat zo’n clausule niet bestaat. Europees recht is Europees recht.

    Dit zal waarschijnlijk niet het laatste twistpunt zijn tussen de EU en de nieuwe Nederlandse regering. Wilders heeft toegezegd op belangrijke punten de lijn van de EU te volgen. De regering trekt zich niet terug uit het Europese klimaatbeleid en belooft Oekraïne te blijven steunen in zijn verdediging tegen Rusland. Ze staat echter ‘zeer kritisch’ tegenover de uitbreiding van de EU, het grote thema van de komende jaren.

    De debatten rond Wilders laten zien hoe moeilijk het in Europa is geworden om rechts af te bakenen. Voor het verkiezingskamp van Ursula von der Leyen komt het nieuws uit Nederland als een opluchting. Haar partijleider Manfred Weber, die nauwe contacten onderhoudt met Giorgia Meloni, benadrukt dat de ‘brandmuur’ van de EVP overeind blijft. Extreemrechtse allianties op Europees niveau zijn uitgesloten.

    In de Nederlandse coalitie zitten echter ook de partij van voormalig christendemocraat Pieter Omtzigt en de Boerenpartij. Beide hebben aangekondigd zich te willen aansluiten bij de Europese Volkspartij. De EVP heeft aangekondigd dit na de Europese verkiezingen af te handelen.

  • Ook Russen gaan in Georgië de straat op tegen de ‘Russische wet’

    Ook Russen gaan in Georgië de straat op tegen de ‘Russische wet’

    Russische emigranten hebben zich in Georgië aangesloten bij het protest tegen het omstreden wetsvoorstel omtrent ‘buitenlandse agenten’, dat de toetredingskansen van Georgië tot de EU op het spel zet. ‘Ik kan niet anders dan naar buiten gaan. Mijn morele kompas eist het.’

    Anton graait in zijn rugzak en haalt er een plastic bril en een dun stoffen gezichtsmasker uit, dat moet dienstdoen als bescherming tegen traangas en pepperspray.

    Die nacht, net als de nacht ervoor, was de vierendertigjarige Russische emigrant en zelfbenoemde politiek activist van plan om tot het aanbreken van de dag samen met Georgische demonstranten buiten te blijven om solidariteit te tonen tegen wat hij ziet als een mogelijke ‘dictatuur’ in Russische stijl. Die zou in Georgië kunnen ontstaan als het parlement van het land een controversieel wetsvoorstel over ‘buitenlandse invloed’ zou goedkeuren.

    In een interview met Moscow Times op donderdagavond in het centrum van Tbilisi vertelt Anton, die zijn achternaam niet wil noemen uit angst problemen te krijgen met de Georgische autoriteiten, dat hij van plan is door te gaan tot de protesten voorbij zijn.

    ‘Ik kan niet anders dan naar buiten gaan,’ zei hij. ‘Mijn morele kompas eist het.’ 

    Elke avond sluit hij zich aan bij tienduizenden Georgiërs die nu al meer dan twee weken in het hele land de straat op gaan om te protesteren tegen wetgeving die organisaties die meer dan 20 procent van hun financiering uit het buitenland halen, verplicht om zich te identificeren als ‘buitenlandse agenten’. De regerende Georgische Droom-coalitie beweert dat dergelijke wetgeving een noodzakelijke transparantiemaatregel is, maar critici zeggen dat het een facsimile is van repressieve wetten in Rusland.

    Mooie toekomst

    Ook veel andere leden van de omvangrijke Russische diasporagemeenschap in Tbilisi hebben tegen het wetsvoorstel gedemonstreerd. Ondanks mogelijke juridische risico’s in de toekomst willen ze zich verzetten tegen deze maar al te vertrouwde sporen van autoritarisme.

    De aanhoudende protesten hebben een ongemakkelijke vraag opgeroepen: is dit de tijd en plaats om je uit te spreken? De meningen hierover lopen uiteen. Degenen die het wel doen, houden zich toch liever gedeisd.

    Veel mensen in de diasporagemeenschap kiezen er ook voor om gewoon weg te blijven, zegt Alexander, een zesendertigjarige Russische emigrant in Tbilisi die alleen zijn voornaam wil gebruiken omdat hij bang is voor mogelijke represailles van de Russische autoriteiten.

    ‘Het is ingewikkeld,’ verwoordt hij zijn eigen gedachten over het bijwonen van de protesten als een Russische burger. ‘Ik wil geen bedrieger zijn voor het Georgische volk.’ 

    Toch werd hij nieuwsgierig toen een Georgische vriend hem vroeg of hij eerder deze week een demonstratie wilde bijwonen. Aanvankelijk ging hij alleen om te observeren, zei hij, maar hij liet zich uiteindelijk toch meeslepen in de emotie van het moment.

    ‘Het is een soort collectieve overtuiging dat Georgië een mooie toekomst in de Europese Unie verdient,’ zegt hij over de stemming tijdens het protest. Het lijkt erop dat de demonstraties nog wel even doorgaan en Alexander is van plan te blijven deelnemen.

    Toch weten hij en anderen dat ze mogelijk juridische problemen riskeren. Georgië heeft een liberaal toegangsbeleid voor buitenlanders, waaronder Russen, die een jaar in het land mogen verblijven zonder visum. Maar hun toegang hangt soms af van de grillen van de autoriteiten, die hen op elk moment de toegang kunnen weigeren.

    En dan hebben we het nog niet eens over de voortdurende angst van Russen voor de veiligheid van hun geliefden thuis als ze zichtbaar actief zijn in de politiek, zelfs als ze in het buitenland zijn.

    De Georgiërs lijken Russische emigranten te verwelkomen – zelfs aan te moedigen – om deel te nemen

    Moskou lijkt de protesten in het Zuid-Kaukasische land dan ook nauwlettend in de gaten te houden. ‘Georgië is ons buurland. Het is in ons belang dat de situatie in Georgië stabiel en voorspelbaar is,’ vertelde Kremlinwoordvoerder Dmitri Peskov begin april aan verslaggevers.

    De voorzitter van de Staatsdoema, Vjatsjeslav Volodin, herhaalde de retoriek van de Georgische Droom in een duidelijke poging om de demonstranten in diskrediet te brengen. Hij schreef op 18 april op Telegram dat ‘[degenen] die zich verzetten tegen de goedkeuring van de wet duidelijk handelen in het belang van een andere staat, en niet bepaald in het belang van hun eigen land’.

    Toch lijken de waarschuwingen uit Moskou weinig invloed te hebben op de beslissing van Russische emigranten om de protesten bij te wonen.

    Bij een demonstratie voor het Georgische parlementsgebouw op 20 april ontvouwde een groep Russische vrouwen een paars spandoek met een eenvoudige boodschap in het Engels: ‘Deze wet is aangenomen in Rusland’, verwijzend naar Ruslands eigen ‘buitenlandse agenten’-wet uit 2012.

    Ze hadden ook borden bij zich waarop de verwoestende effecten van de wet werden gehekeld. ‘Daarom hebben een miljoen Russen [het land] verlaten,’ stond op een bord. ‘Daarom duurt de oorlog [in Oekraïne] nu al twee jaar,’ stond op een ander.

    Een van de deelnemers aan die demonstratie was Ekaterina, dertig, die ons eveneens verzocht haar achternaam niet te gebruiken. Ze vertelt dat ze vooral deelnam om duidelijk te maken hoe soortgelijke wetgeving mensen in andere landen, waaronder Rusland, heeft geschaad.

    ‘Ik begrijp heel goed hoe Georgiërs zich voelen bij de mogelijkheid dat hen dit overkomt,’ zei ze. ‘En ik wil hen echt steunen.’

    De Georgiërs zelf lijken Russische emigranten te verwelkomen – zelfs aan te moedigen – om deel te nemen.

    ‘Fuck Ruzzia’

    Toen hem tijdens de demonstratie van donderdag werd gevraagd of hij vond dat Russen de aanhoudende demonstraties in Georgië moesten bijwonen, zei de twintigjarige demonstrant Archil Tumanisjvili dat hij vond van wel. ‘Als ze zijn gevlucht voor het Russische regime, dan wel,’ zei hij. ‘Anders betekent het dat ze dit land alleen maar gebruiken als schuilplaats.’

    Russen hebben een koud onthaal gekregen in Georgië sinds ze massaal de grens overstaken nadat het Kremlin in september 2022 een ‘gedeeltelijke’ militaire mobilisatie aankondigde.

    Zelfs op de belangrijkste protestlocatie langs Tbilisi’s hoofdstraat Rustaveli Avenue wemelt het van de signalen van anti-Russisch sentiment. Op muren en trottoirs staat ‘Fuck Ruzzia’. Ook hebben Georgiërs de slogan ‘Nee tegen de Russische wet!’ overgenomen als hun belangrijkste boodschap tijdens de demonstraties.

    Ekaterina vertelt dat ze vorig jaar één moment van anti-Russisch sentiment heeft meegemaakt tijdens protesten tegen een eerdere versie van de ‘buitenlandse invloed’-wet – die de Georgische Droom na massale demonstraties weer op de lange baan schoof –, maar dat de stemming onder de Georgiërs dit keer allesbehalve vijandig is.

    ‘Ook als ze horen dat we Russisch spreken, zoeken ze gewoon toenadering,’ zegt ze. Ze voegt eraan toe dat ze denkt dat sommige Russische emigranten vinden dat het niet aan hen is om zich te bemoeien met de interne aangelegenheden van een ander land.

    Maar op basis van haar ervaring denkt ze dat ‘Georgiërs die komen protesteren niet zullen zeggen dat wij geen moreel recht hebben om samen met hen op Rustaveli te staan’. Ze voegt eraan toe: ‘Maar dat is wel wat de Russen vinden.’

  • EU pakt Meta aan met nieuw onderzoek naar ‘verslavende’ algoritmen

    EU pakt Meta aan met nieuw onderzoek naar ‘verslavende’ algoritmen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije legt Koerdische leiders zware straffen op

    » VS: aantal doden door overdosis voor het eerst in vijf jaar gedaald

    Brussel richt pijlen op sociale mediagigant vanwege zogenaamde ‘rabbitholes’

    De Europese Commissie heeft zojuist een tweede onderzoek geopend naar Meta en beschuldigt het bedrijf van het mogelijk ‘stimuleren van verslavend gedrag bij kinderen’ door middel van zogenaamde rabbitholes. Dat meldt Politico. Dat wil zeggen dat de website van het bedrijf linkjes bevat waarmee je naar een andere pagina van de website kunt doorklikken. Facebook en Instagram, beide eigendom van Meta, zouden ook onvoldoende effectieve tools hebben om de leeftijd van gebruikers te verifiëren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘We willen dat jonge mensen een veilige en bij hun leeftijd passende online ervaring hebben’, zegt een woordvoerder van de groep, eraan toevoegend dat er al zo’n vijftig instrumenten en beleidsregels zijn ontwikkeld.

    Politico wijst erop dat de onderzoeken van de commissie kunnen leiden tot boetes die oplopen tot 6 procent van de jaarlijkse inkomsten van Meta.

  • Europa betaalt andere landen om zijn grenzen te bewaken

    Europa betaalt andere landen om zijn grenzen te bewaken

    Onder druk van extreemrechts grijpt de EU, in aanloop naar de verkiezingen van dit jaar, naar draconische maatregelen om de migratie in te dammen. ‘De prioriteiten van de EU zijn duidelijk: het aantal emigranten uit Tunesië tot een minimum beperken, ongeacht de humanitaire schade.’

    Verstopt achter hoge cactussen die een olijfgaard afschermen in het kleine Tunesische stadje Jebiniana, schuilen ongeveer driehonderd mensen onder geïmproviseerde plastic schuilplaatsen, wachtend om de Middellandse Zee over te steken en Europa binnen te komen. Een van hen is Aruna, een 39-jarige Sierra Leonees die vorig jaar aankwam. Hij heeft al een zware reis van 5000 kilometer door de Sahara overleefd. Maar hij is nog steeds in gevaar. 

    Het kustgebied rond de haven van Sfax – op iets minder dan 190 kilometer van het Italiaanse eiland Lampedusa – is het doelwit geworden van een gewelddadig optreden van de Tunesische autoriteiten, die jaarlijks miljoenen euro’s subsidie ontvangen om de EU te helpen migratie te beteugelen.

    Aruna werd naar eigen zeggen door agenten van de Tunesische nationale garde in een bus gesleurd en samen met zeventig andere mensen naar de Algerijnse grens gereden, waar ze de groep om twee uur ’s nachts zonder voedsel of water achterlieten. Het kostte hem dertien dagen om terug te keren naar het kamp, waarbij hij zich overdag verstopte en ’s nachts op gezwollen voeten liep, om herenigd te worden met zijn zevenjarige zoon, tienerbroer en andere familieleden. 

    Oogje toeknijpen

    Het gezin behoort tot de duizenden mensen uit landen in Afrika die bereid zijn om een van de dodelijkste routes naar Europa te nemen om te ontsnappen aan conflicten en armoede. In 2023 kwamen ongeveer 292.000 mensen illegaal de EU binnen, zonder toestemming om binnen te komen of te blijven – het hoogste cijfer sinds 2016, volgens de Internationale Organisatie voor Migratie van de VN.

    De migratiegolf, die Europa al tien jaar lang dwingt tot het zoeken naar oplossingen, stelt nu de waarden en het engagement van de EU om de mensenrechten te beschermen op de proef. Onder druk van extreemrechtse partijen, die met een anti-immigratieticket campagne voeren voor de Europese parlementsverkiezingen van juni, heeft de EU steeds draconischer maatregelen genomen om asielzoekers en migranten af te schrikken. 

    Europese landen versterken hun grenzen met hekken, versnellen asielprocedures in gesloten centra en besteden asielprocedures uit aan een reeks landen aan de rand van Europa, waaronder het autoritaire Tunesië. Maar kan dit controversiële beleid het probleem oplossen – en tegen welke prijs?

    Experts hebben de EU, die onlangs ook overeenkomsten heeft getekend met Mauritanië en Egypte, ervan beschuldigd een oogje dicht te knijpen voor de daaruit voortvloeiende mensenrechtenschendingen. ‘De prioriteiten van de EU zijn duidelijk: het aantal emigranten uit Tunesië tot een minimum beperken, ongeacht de humanitaire schade,’ zegt Romdhane Ben Amor, woordvoerder van het Tunesische Forum voor Economische en Sociale Rechten (FTDES).

    De overeenkomst tussen de EU en Tunesië is illustratief voor het compromis. Het aantal mensen op zee dat door de Tunesische autoriteiten wordt onderschept, is vorig jaar verdubbeld tot 81.000, zegt de FTDES. Twee derde van de 105 miljoen euro die in het kader van de overeenkomst is toegezegd, gaat naar grensbeheer, zo blijkt uit cijfers van de FT. In totaal zal de EU tot 2027 naar verwachting 278 miljoen euro besteden aan migratie in Tunesië.

    Maar de Tunesische autoriteiten hebben de afgelopen maanden ook duizenden migranten en asielzoekers gearresteerd en met geweld afgevoerd naar Algerije en Libië, wat in strijd is met het internationale en humanitaire recht, volgens Europese diplomaten, internationale humanitaire medewerkers en ngo’s. Verschillende mensen die door de FT zijn geïnterviewd, zeggen dat ze willekeurig zijn gearresteerd en naar grensgebieden zijn gestuurd; sommigen zeggen dat ze in Libische gevangenissen zijn opgesloten.

    Kali, die vanuit Nigeria naar Jebiniana is gekomen, vertelt dat hij door de Tunesische nationale garde aan de Libische autoriteiten is verkocht nadat hij in oktober 2023 op zee was onderschept. ‘Ze overhandigden [een] envelop in ons bijzijn,’ voegt hij eraan toe. Hij en veertig anderen werden naar een gevangenis in de buurt van Tripoli gebracht en gedwongen om elk 700 euro te betalen om te worden vrijgelaten.

    Internationale functionarissen hebben bevestigd dat er afzonderlijke beschuldigingen van mensenhandel tegen de Tunesische autoriteiten zijn ingebracht. Het Tunesische ministerie van Buitenlandse Zaken noemt beschuldigingen dat het land de rechten van migranten heeft geschonden ‘ongegrond’.

    ‘Dit is het dilemma waarmee de EU wordt geconfronteerd. Aan de ene kant heeft ze uitzonderlijk hoge grondrechtenstandaarden,’ zegt Emily O’Reilly, de EU-ombudsman die onafhankelijke onderzoeken leidt naar de administratie van het blok. ‘Aan de andere kant wordt ze geconfronteerd met de zeer omstreden migratiekwestie.’

    Het strengere migratiebeleid werd voor het eerst getest in de nasleep van 2015 en 2016, toen een recordaantal mensen asiel aanvroeg in de EU. Velen van hen waren op de vlucht voor de Syrische burgeroorlog.

    De plotselinge komst van meer dan 2 miljoen mannen, vrouwen en kinderen zorgde voor overbelasting van zuidelijke landen zoals Italië en Griekenland, waar de meeste illegale migranten voor het eerst aankomen. Migranten zijn verplicht zich te registreren voor asiel in het land waar ze voor het eerst de EU binnenkomen, volgens de zogenaamde Dublin-regels van het blok. Tegelijkertijd klaagden rijkere landen zoals Duitsland dat migranten naar het noorden trokken zonder zich te laten registreren, en beschuldigden ze de zuidelijke landen ervan daarbij de andere kant op te kijken. 

    In plaats van haar inspanningen te verminderen, is de EU haar buitengrenzen steeds verder aan het versterken om mensen af te schrikken

    Om de druk te verlichten sloot de EU in 2016 een overeenkomst met Turkije, dat ermee instemde Syrische vluchtelingen die op weg waren naar Europa te huisvesten in ruil voor 6 miljard euro. In 2021 kwam daar nog eens 3 miljard euro bij.

    Politici hebben de regeling geprezen als een succes – volgens de IOM daalden illegale aankomsten in het blok met 50 procent tussen 2016 en 2017. ‘Je hebt niet veel [meer bewijs] nodig om overtuigd te zijn,’ zei bijvoorbeeld de Griekse minister van migratie Dimitris Kairidis. De EU-fondsen hebben bijgedragen aan grensbeheer, maar ook aan gezondheidszorg, onderwijs en geldtransfers voor migranten in Turkije. In de grensprovincies ‘wordt erkend dat Europese hulp hen helpt het hoofd boven water te houden’, zegt Nikolaus Meyer-Landrut, hoofd van de EU-delegatie in Turkije.

    Sindsdien heeft de EU haar inspanningen om de kwestie uit te besteden geïntensiveerd. De overeenkomst met Tunesië is een van de vele ‘louche deals die het verkeer van mensen, van wie velen bescherming nodig hebben, proberen te beperken’, zegt Catherine Woollard van de European Council on Refugees and Exiles (ECRE).

    Een ander voorbeeld is de overeenkomst tussen Italië en Libië uit 2017, waarbij de EU fondsen toezegde om migratie te beperken, waaronder 59 miljoen euro om de Libische kustwacht te versterken. Maar de opsluiting, onderwerping en marteling van migranten en asielzoekers in Libische gevangenissen is goed gedocumenteerd. In 2023 beschuldigde een VN-rapport de Libische autoriteiten van mogelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

    Europese diplomaten en internationale humanitaire medewerkers vertelden FT dat de opsluiting van migranten in Libië doorgaat en dat minstens zevenduizend mensen die in Tunesië zijn onderschept, daar sinds afgelopen zomer naartoe zijn gebracht. ‘Welke informatie hebben we nog meer nodig om de financiering op te schorten?’ vraagt Tineke Strik, EU-wetgever voor de Groenen, die stelt dat de steun van de EU aan derde landen de unie ‘medeverantwoordelijk’ maakt voor de schendingen van de rechten.

    In plaats van haar inspanningen te verminderen, is de EU haar buitengrenzen steeds verder aan het versterken om mensen af te schrikken. Na jarenlang getouwtrek bereikte het blok in december overeenstemming over een gedenkwaardige hervorming van zijn gemeenschappelijk asiel- en migratiesysteem, maar zonder de Dublin-regels ingrijpend te herzien. In plaats daarvan zullen meer aanvragen worden behandeld in gesloten centra aan de grens, die volgens actievoerders de facto detentiecentra zijn.

    Hulporganisaties vrezen dat dit zal leiden tot meer detentie, ook van kinderen, bij belangrijke grensovergangen

    Hulporganisaties vrezen dat dit zal leiden tot meer detentie, ook van kinderen, bij belangrijke grensovergangen. ‘Het is een voortzetting van [de] belofte om migratie koste wat kost te stoppen,’ zegt Anissa Thabet, coördinator menselijke mobiliteit voor Oxfam Noord-Afrika.

    Een ander idee dat de centrumrechtse Europese Volkspartij (EVP) van de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, voorstelt in haar verkiezingsprogramma is dat ‘iedereen die asiel aanvraagt in de EU ook kan worden overgebracht naar een veilig derde land’ om daar het asielproces te doorlopen en bescherming te krijgen. Het lijkt op de plannen van Italië om asielzoekers die op volle zee zijn onderschept naar Albanië te sturen, waar ze hun asielbeslissing afwachten voordat ze terugkeren naar Italië – als ze succesvol zijn. Deze aanpak prees Von der Leyen als ‘out-of-the-box denken’.

    Maar beide plannen zijn een echo van het huidige voorstel van het VK om asielzoekers naar Rwanda te sturen, dat werd verworpen door het Hooggerechtshof van het VK omdat het in strijd zou zijn met de internationale wetgeving. EU-ombudsman O’Reilly voorspelt dat de EU met ‘dezelfde moeilijkheden’ te maken zal krijgen. Volgens Von der Leyen zijn de plannen ‘volledig in overeenstemming met onze verplichtingen onder EU- en internationaal recht’.

    Er zijn nog andere manieren waarop overeenkomsten met derde landen averechts kunnen werken. In Turkije, dat een economische crisis doormaakt, heeft president Recep Tayyip Erdoğan zijn standpunt over immigratie aangescherpt omdat veel Turken vinden dat in het land de grens van het aantal vluchtelingen is bereikt. Volgens gegevens van de overheid wonen er momenteel ongeveer 3,1 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije, een land met ongeveer 85 miljoen inwoners, terwijl dat er in 2021 nog 3,7 miljoen waren.

    Mahmut Kacan, een mensenrechtenadvocaat, zegt dat Turkije een ‘opendeurbeleid’ voerde toen in 2011 de onrust in Syrië uitbrak, maar dat dit ‘nu volledig is veranderd’.

    Van, een bruisende stad vlak bij de grens van Turkije met Iran, is een frontlijn geworden in Erdoğans poging om illegale migranten te weren. De Turkse autoriteiten worden ervan beschuldigd nieuwkomers, voornamelijk Afghaanse vluchtelingen die het talibanregime ontvluchtten na de machtsovername in 2021, met geweld het land uit te zetten. Mohammed, een Afghaanse vluchteling die mensensmokkelaar is geworden, zegt dat hij heeft gezien hoe Turkse grenswachten mensen terug de besneeuwde bergen in duwden zonder hen asiel te laten aanvragen.

    Kacan zegt dat ‘100 procent’ van de migranten die aan de grens worden aangehouden, wordt teruggestuurd naar Iran. Zelfs degenen die wel in Turkse asielcentra terechtkomen ‘kunnen plotseling in Iran belanden’ voordat ze een aanvraag kunnen indienen. ‘Hun asielaanvragen worden niet wetmatig behandeld,’ voegt hij eraan toe.

    De Turkse regering reageerde niet op een verzoek om commentaar. 

    Mustafa, een andere Afghaanse vluchteling, is een van degenen die zich in Turkije konden vestigen. ‘De mensen hier behandelen ons niet slecht,’ zegt hij. Maar zijn familie heeft geen andere hulp gekregen dan die van de staat.

    Verschillende andere vluchtelingen die door de FT werden geïnterviewd, gaven ook aan dat ze niet hadden kunnen profiteren van door de EU gefinancierde niet-gouvernementele organisaties of humanitaire programma’s.

    Vraagtekens

    Nu extreemrechtse partijen in heel Europa in kracht toenemen, geloven conservatieve partijen zoals de EVP van Von der Leyen dat een harder immigratiebeleid de oplossing is om hen tegen te houden.

    Vorig jaar won Geert Wilders met zijn extreemrechtse Partij voor de Vrijheid de parlementsverkiezingen in Nederland met een hard anti-migratie- en anti-islamstandpunt. De extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD) staat tweede in Duitsland en Marine Le Pens Rassemblement National (RN) leidt de peilingen in Frankrijk. Deze winst zou de extreemrechtse groep Identiteit en Democratie (ID) naar de derde plaats kunnen stuwen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni.

    Maar critici van het beleid wijzen erop dat het uitbesteden van de problemen met immigratie slechts een kortetermijnoplossing is die de EU ook kwetsbaar maakt voor chantage. Erdoğan heeft vluchtelingen bijvoorbeeld herhaaldelijk gebruikt als onderhandelingstroef om meer geld en concessies van Europa los te krijgen. In 2020 ‘opende hij de poorten’ naar Europa, waardoor duizenden Syrische vluchtelingen probeerden de Griekse grens over te steken. Als reactie daarop zette Griekenland traangas en echte kogels tegen hen in.

    De Griekse minister Kairidis geeft toe dat het een ‘moeilijke vergelijking’ is, maar ziet geen alternatief. ‘Het heeft geen zin om te verbergen dat we het niet per se hebben over regimes die vergelijkbaar zijn met de onze, maar we moeten realistisch zijn,’ zegt Kairidis. Hij verdedigt de EU-overeenkomst met Egypte, die in maart werd ondertekend en waarin minstens 200 miljoen euro is opgenomen voor migratie. ‘Samen kunnen we veel betere resultaten bereiken tegen de smokkelaars,’ voegt hij eraan toe.

    De IOM van de VN heeft ook vraagtekens gezet bij de effectiviteit van de samenwerking van de EU met derde landen. Alleen focussen op grenzen ‘leidt uiteindelijk tot een groot verlies aan levens en blootstelling aan geweld en uitbuiting’, stelt Amy Pope, de directeur-generaal van de IOM. Regeringen moeten ook ‘kijken naar wat mensen drijft om te verhuizen’ en ‘zich bezighouden met de gemeenschappen waar migranten vandaan komen’.

    Veel mensen – bijvoorbeeld uit Afrikaanse landen – hebben te maken met hoge drempels en vertragingen om een visum voor Europa te krijgen, zegt ze, en illegale migratie ondersteund door smokkelaars is momenteel de ‘meest effectieve manier’ voor mensen om te migreren. Tegelijkertijd hebben verschillende Europese landen, waaronder Italië en Griekenland, initiatieven genomen om een beperkt aantal legale migranten aan te trekken om cruciale gaten in hun arbeidsmarkt te dichten.

    Ironisch genoeg vormden Tunesiërs vorig jaar de op een na grootste groep mensen die het centrale deel van de Middellandse Zee overstaken en in Italië aankwamen. Na een staatsgreep in 2021 draaide president Kais Saied de democratische overgang die sinds de Arabische Lente van 2011 aan de gang was, terug en kampt het land met een diepe economische crisis.

    Tunesië zelf is ook niet uitgerust om mensen van elders op te vangen, omdat het geen functionerend asiel- of migratiesysteem heeft. Vorig jaar werden duizenden migranten uit landen ten zuiden van de Sahara, die eerder informeel waren geïntegreerd, door burgers en autoriteiten uit stedelijke centra verjaagd nadat Saied in februari een opruiende toespraak had gehouden waarin hij waarschuwde dat immigratie de ‘demografische samenstelling’ van het land veranderde.

    Tienduizenden migranten en asielzoekers in Tunesië zijn in het ongewisse gelaten, zonder de mogelijkheid om legaal een woning te vinden of te werken. Vrijwillige terugkeer van migranten uit Tunesië naar hun thuisland, gefaciliteerd door de IOM, is vorig jaar met 45 procent gestegen, maar dat is geen optie voor mensen die vrezen voor conflicten en vervolging.

    ‘Heel Tunesië is veranderd in een detentiecentrum voor migranten,’ zegt Romdhane Ben Amor van de FTDES. ‘Je kunt niet werken, je kunt je niet verplaatsen, je bent beroofd van alle rechten.’ Vrijwillige terugkeer of de oversteek over de Middellandse Zee zijn de enige opties, voegt hij eraan toe.

    Veel migranten in het kamp in Jebiniana en elders zijn vastbesloten om ondanks de risico’s hun reis te voltooien

    Het Tunesische ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat ‘personen die op zee worden onderschept of zich in een onregelmatige situatie bevinden, worden behandeld in overeenstemming met de nationale wetgeving en de internationale verplichtingen van Tunesië’, maar voegt eraan toe dat Tunesië ‘de impliciete vestiging van clandestiene migranten op zijn grondgebied niet zal accepteren’.

    De Europese Commissie zegt dat ze ‘de situatie van migranten in Tunesië en aan de grenzen met Algerije en Libië op de voet volgt’. Ze voegt eraan toe: ‘De EU blijft zich inzetten om met Tunesië samen te werken op het gebied van migratie, onder meer om te zorgen voor bescherming van migranten en vluchtelingen en een waardige terugkeer van illegale migranten naar hun land van herkomst, met volledige eerbiediging van de mensenrechten.’

    Ambtenaren en hulpverleners zeggen huiverig te zijn om druk uit te oefenen op de Tunesische autoriteiten omdat ze de relatie niet in gevaar willen brengen en vrezen dat de autoriteiten het aantal vertrekkende migranten weer zullen laten toenemen. 

    Terwijl Tunesië het optreden tegen migranten heeft geïntensiveerd, is het aantal migranten dat vanuit Libië vertrekt dit jaar gestegen. Libië is opnieuw het belangrijkste land voor illegale migranten die richting Europa vertrekken.

    Maar veel migranten in het kamp in Jebiniana en elders zijn vastbesloten om ondanks de risico’s hun reis te voltooien. Aruna werkte vroeger als bewaker op een lokale hogeschool in Sierra Leone, maar werd gedwongen om te vluchten nadat zijn vrouw was doodgeschoten door veiligheidstroepen tijdens een protest tegen de regering in Waterloo, ooit een toevluchtsoord voor Afrikanen die bevrijd waren van de slavernij.

    Het huis dat hij achterliet biedt hem niet langer veiligheid, zegt hij. ‘Ik wil naar Europa om mijn leven te redden.’

  • ‘Europa heeft een Eurocommissaris voor Bewapening nodig’

    ‘Europa heeft een Eurocommissaris voor Bewapening nodig’

    Nationale defensieaanbestedingen – zoals in Nederland met de nieuwe onderzeeboten – zijn onnodig inefficiënt, schrijft hoogleraar Guntram Wolff. Het wordt tijd dat Europa gezamenlijk wapens gaat inkopen.

    De situatie in Oekraïne is zeer zorgwekkend: terwijl de Russische troepen blijven oprukken, lijkt Europa niet in staat om Kyiv de hulp te bieden die het nodig heeft. En hoewel de Duitse bondskanselier Olaf Scholz in februari nog beweerde dat ‘zonder veiligheid al het andere niets is’, blijven de wapenleveranties onvoldoende. Verandering laat lang op zich wachten.

    In Europa blijft de productie van munitie achter omdat politieke leiders na het begin van de grootschalige oorlog in februari 2022 hier geen prioriteit aan gaven. Ondertussen krijgt president Biden in de Verenigde Staten steeds moeilijker steun in het Congres voor militaire hulp aan Oekraïne – een situatie die alleen maar erger wordt met Donald Trump als president.

    En toch gaven Europese landen — zowel EU-leden als Navo-bondgenoten — in 2022 in totaal 350 miljard dollar uit aan defensie. Dit betekent dat de Europese defensie-uitgaven al veel groter zijn dan die van Rusland. Rusland heeft als doel om de uitgaven voor defensie dit jaar op te voeren tot 30 procent van de begroting. Aangezien de Russische begroting ongeveer 390 miljard dollar bedraagt, betekent dit dat zelfs met een oorlogseconomie de Russische uitgaven voor defensie in 2024 slechts een derde van die van Europa zullen bedragen; rond de 120 miljard dollar.

    De Europese defensieindustrie is gefragmenteerd en wapensystemen zijn vaak incompatibel

    Waarom zijn de Europese defensie-uitgaven dan onvoldoende? Allereerst moet worden benadrukt dat niet alle Europese landen Oekraïne in dezelfde mate helpen. Terwijl de recente aankondiging van Denemarken dat het zijn volledige artillerievoorraad aan Kyiv zal overdragen indrukwekkend is, blijven andere landen achter.

    Daarnaast is er een dieper, structureel probleem. De Europese defensieindustrie is gefragmenteerd, wapensystemen zijn vaak incompatibel en de geproduceerde hoeveelheden zijn klein, waardoor de productie relatief inefficiënt en duur is.

    Ook zijn aanbestedingen in veel landen bureaucratisch en loodzwaar. Neem Duitsland: het afgelopen decennium probeerde het met weinig succes de aanbestedingsafdeling van de Bundeswehr te hervormen. Er werkten in 2010 8500 medewerkers; momenteel zijn dat er 11.000 — een enorme stijging sinds de Koude Oorlog, toen méér materiaal werd aangeschaft door aanzienlijk minder medewerkers.

    Tegen deze achtergrond veroorzaakte Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, opschudding tijdens de Veiligheidsconferentie van München in februari met een voorstel: een EU-commissaris voor Defensie. Aangezien die waarschijnlijk toch niet het bevel over de krijgsmacht zal voeren, kan Von der Leyen beter een EU-commissaris voor Defensieaankopen aanwijzen.

    Het vaccininkoopprogramma geldt als voorbeeld van zo’n gezamenlijke inkoop. Tijdens de coronapandemie stonden de EU-lidstaten hun soevereiniteit voor de inkoop van vaccins af aan de Europese Commissie. Deze kreeg een budget en kocht centraal in. Hierdoor kon de EU snel en in grote hoeveelheden vaccins veiligstellen én deze eerlijk verdelen. Het vergrootte de onderhandelingsmacht en verhinderde dat lidstaten elkaar beconcurreerden.

    Of dit model ook geschikt en haalbaar is voor defensie blijft een cruciale vraag. Er was veel moed nodig om de gezondheid van de eigen bevolking in handen van de Europese Commissie te leggen — een echte overdracht van soevereiniteit. In het geval van bewapening zal dit nog uitdagender zijn. De relatie tussen wapenfabrikanten en regeringen is zeer nauw, en is de afgelopen decennia verder versterkt.

    De existentiële dreiging waarmee we ons geconfronteerd zien, helpt hopelijk de geesten rijp te maken

    Een betere analogie voor het instellen van een gemeenschappelijk defensieinkoop is ons bankwezen. De relatie tussen overheden en banken is in de loop der eeuwen gegroeid. Het bankwezen is tot kerngebied van de nationale soevereiniteit geworden. En toch besloot de EU op het hoogtepunt van de financiële crisis een bankenunie te creëren. Zij had geen keus: door de verregaande omhelzing tussen de overheden en de financiële sector was de eurozone kwetsbaar geworden.

    De bankenunie is echter nooit helemaal voltooid. Overheden vonden het moeilijk om de koppeling tussen binnenlandse financiering en garanties voor banken en de eigen schatkist te verbreken.

    Net zoals bij de bankenunie zal er waarschijnlijk ook grote weerstand bestaan tegen het europeaniseren van de defensieinkoop. De onderlinge strijd zal aanzienlijk zijn en de obstakels voor integratie zullen niet gemakkelijk worden overwonnen. En hoewel sommige van de zorgen legitiem zullen klinken, zullen de meeste vooral bureaucratische van aard zijn.

    De existentiële dreiging waarmee we ons geconfronteerd zien, helpt hopelijk de geesten rijp te maken. Het is voor iedereen duidelijk dat ons huidige inkoopmodel niet alleen duur, gefragmenteerd en bureaucratisch is, maar bovenal niet voldoet om de Russische dreiging het hoofd te bieden.

    Het is tijd om serieus — en snel — na te denken over het verbeteren van de Europese defensiecapaciteiten, zodat we ook Oekraïne beter kunnen helpen. Een Eurocommissaris voor Bewapening is precies wat we nodig hebben.

    Guntram Wolff is directeur van de Deutsche Gesellschaft für Auswartige Politik, en hoogleraar aan de Willy Brandt School of Public Policy in Erfurt.

  • Hoe is Europa veranderd, 20 jaar na de grootste uitbreiding van de EU ooit?

    Hoe is Europa veranderd, 20 jaar na de grootste uitbreiding van de EU ooit?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week blikken we terug op de geschiedenis van de Europese Unie aan de vooravond van de verkiezingen op 6 juni. Twintig jaar geleden vond de grootste uitbreiding van de EU in haar geschiedenis plaats. Maar liefst tien landen werden in één klap lid van de Europese Unie. Welke invloed heeft dat gehad op het verband? En hoe zijn deze landen door hun lidmaatschap veranderd?

    Hoe heeft de uitbreiding de nieuwe lidstaten economisch veranderd? 

    ‘De “big bang” van 2004 is een van de zeldzame historische beloften die later ook echt werden ingelost. De grote uitbreidingsronde met acht [Midden- en] Oost-Europese landen, Malta en Cyprus maakte de EU sterker, vreedzamer en Europeser. Het plan heeft gewerkt’, schrijft Andreas Ernst in een commentaar in Neue Zürcher Zeitung.

    Op 1 mei 2004 presenteerden de leiders van tien nieuwe lidstaten van de Europese Unie hun vlaggen aan Pat Cox, toenmalig voorzitter van het Europees Parlement. De EU groeide van vijftien naar vijfentwintig lidstaten na de toetreding van Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije en Slovenië. Afgezien van Cyprus en Malta waren dit allemaal voormalig communistische landen die tot 1989 gericht waren op de Sovjet-Unie. 

    Het blok telt nu 27 landen – Kroatië trad, na Bulgarije en Roemenië, het meest recent toe, in 2022. Het Verenigd Koninkrijk koos er in 2016 voor om te vertrekken; de Brexit. De tien nieuwe lidstaten van 2004 vertegenwoordigden een bevolkingstoename van 20 procent en het EU-grondgebied nam met bijna hetzelfde percentage toe. Het totale bbp groeide met ongeveer 9 procent, terwijl het bbp per hoofd van de bevolking daalde, somt Euronews op. 

    ‘Hoewel de toenmalige nieuwkomers nog steeds netto-ontvangers zijn van financiële voordelen van de unie, hebben alle lidstaten profijt gehad van de uitbreiding van de interne markt. Duitsland, de macht in het centrum, heeft het meest geprofiteerd’, aldus Ernst in NZZ

    Kaartje EU
    De verschillende fasen van de uitbreiding van de Europese Unie in kaart gebracht. – © Neue Zürcher Zeitung

    Aanvankelijk waren er in West-Europa veel gemengde gevoelens over de uitbreiding naar het oosten, aldus Ernst. ‘In alle landen gingen stemmen op die waarschuwden voor een toestroom van Oost-Europese migranten die banen en woonruimte zouden afpakken van de lokale bevolking.’ Maar ‘de aanvankelijke zorgen over negatieve effecten op de arbeidsmarkt en de lonen in de oude lidstaten werden niet bewaarheid’, aldus Süddeutsche Zeitung.

    Integendeel, de uitbreiding heeft de EU als geheel veel voorspoed gebracht. In de afgelopen twintig jaar is de economie van de EU met 27 procent gegroeid, waarbij de landen die in 2004 zijn toegetreden een aanzienlijke economische groei lieten zien die boven het EU-gemiddelde lag. Tussen 1994 en 2004 is de handel tussen oude en nieuwe lidstaten bijna verdrievoudigd en tussen de nieuwe lidstaten vervijfvoudigd. De landen in Midden- en Oost-Europa groeiden gemiddeld met 4 procent per jaar vanaf het begin van het toetredingsproces tot de wereldwijde financiële crisis in 2008, vat Euractiv de economische verworvenheden van de EU-uitbreiding samen. Volgens Financial Times zijn de nieuwe lidstaten zelfs door de gedeelde Europese markt en EU-fondsen verandert in ‘grootmachten op het gebied van productie en export’.

    Wel leidde het vrije verkeer van personen tot een uitstroom van de bevolking en braindrain in Midden- en Oost-Europa, die de laatste jaren gedeeltelijk wordt teruggedraaid door de verbeterde economische situatie aldaar. De migratie van Oost-Europeanen naar het westen was ook een factor die speelde bij de Brexit en dus veroorzaakte dat de EU een zwaargewicht kwijtraakte. 

    Wat is de politieke houding van de nieuwe lidstaten binnen de EU?

    De toetreding tot de EU ging voor de nieuwe lidstaten niettemin gepaard met grote socialeaanpassingskosten, aldus Ernst in NZZ. ‘Het transformatieproces bestond vaak uit het simpelweg imiteren van het westerse model. De samenlevingen moesten politieke en economische hervormingen doorvoeren die werden bevolen en gecontroleerd door ongekozen bureaucraten uit Brussel en managers van internationale kredietbanken. Met lokale tradities en manieren van doen werd geen rekening gehouden.’

    Ernst vervolgt: ‘Dit leidde tot wrevel en antiliberale reacties. Niet doordat de Oost-Europeanen rouwden om hun autoritaire verleden en mentaal “er nog niet klaar voor waren”, zoals westerse commentatoren schreven. Het was het gebrek aan alternatieven voor de ingeslagen weg, zoals de aanjagers beweerden, die veel mensen tegenstond.’

    De uitbreiding veranderde ‘meer dan West-Europeanen hadden verwacht, maar minder dan Oost-Europeanen hadden gehoopt’

    Toch beschouwen Midden- en Oost-Europeanen de toetreding ook als een succes en een aanwinst. In Estland is 81 procent van de bevolking voorstander, in Polen 63 procent en zelfs in Hongarije, waar de regering-Orbán lange tijd elke gelegenheid heeft aangegrepen om de EU te bestempelen als een ‘koloniale macht’, is 54 procent van de bevolking voor de EU. 

    Volgens de Hongaarse Ferenc Lazló, universitair docent Europese geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht, veranderde de uitbreiding ‘de unie meer dan West-Europeanen hadden verwacht, maar minder dan Oost-Europeanen hadden gehoopt’. Hoewel er weinig sprake was van verdringing op de arbeidsmarkt in West-Europa door Oost-Europeanen werd er wel veel overlast ervaren van werknemers uit het voormalige Oostblok en hadden Oost-Europeanen verwacht dat ze sneller op het welvaartsniveau van het westen zouden zouden zitten. Dit uit zich in politieke wrevel tussen oost en west, zo schrijft Lazló in New Eastern European.

    Donald Tusk Ursula von der Leyen 2023
    De Poolse premier Donald Tusk en de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen schudden elkaar de hand op 15 december 2023. Sinds de verkiezingsoverwinning van Tusk in oktober 2023 vaart Polen een pro-Europese koers. – © Europese Unie​

    Ook heeft de uitbreiding het politieke zwaartepunt van de EU verder naar het oosten verplaatst. Bijna een op de twee lidstaten van de EU is een voormalig communistisch land, terwijl deze landen maar een vijfde van de totale Europese bevolking huisvesten en zelfs een nog kleiner deel van het totale bbp. Elke lidstaat heeft een zetel in de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie, samen met het parlement de belangrijkste machtsorganen. In Europees Parlement zijn de zetels echter verdeeld op basis van inwonersaantallen, waardoor Oost-Europese landen zich altijd hebben verzet tegen een grotere rol van het democratisch verkozen parlement, stelt Lazló.

    Een van de grootste dwarsliggers in de EU is het Hongarije van premier Viktor Orbán, dat zich herhaaldelijk, naast tegen Europese integratie, heeft verzet tegen steun aan Oekraïne.

    ‘Hoewel het land er sinds 2004 economisch enorm op vooruit is gegaan, is het tot op de dag van vandaag een netto-ontvanger van betalingen uit Brussel’, aldus Süddeutsche Zeitung. In 2021 bijvoorbeeld, voordat de betalingen grotendeels werden bevroren vanwege het geschil over de rechtsstaat, ontving Hongarije 6 miljard euro uit Brussel terwijl het 1,7 miljard euro aan de EU-begroting afdroeg. ‘In haar aanvallen op Brussel neigt de Fidesz-regering echter voorbij te gaan aan het feit dat 78 procent van de Hongaarse export naar de EU gaat en dat economische integratie aanzienlijk bijdraagt aan het voortbestaan van het land.’

    Kiran Patel, historicus aan de Universiteit van München en expert op het gebied van EU-integratie, zei tegen de Duitse krant ‘dat Orbán er de voorkeur aan heeft gegeven de mogelijkheden die de EU haar leden biedt te misbruiken om zijn eigen macht uit te breiden en de regelgeving van de EU uitsluitend gebruikt om zijn eigen belangen veilig te stellen’.

    Door de Russische aanval op Oekraïne konden ‘de stemmen van de Oost-Europese landen in één klap niet meer genegeerd worden’

    Een lichtpuntje is Polen, dat onder de vorige PiS-regering in de clinch lag met de Europese Unie, maar nu onder het leiderschap van Donald Tusk een voortrekkersrol aanneemt in Europa. De EU heeft Polen dan ook beloond voor haar pro-Europese koers door de in 2017 in gang gezette procedures tegen Warschau wegens schendingen van de rechtsstaat stop te zetten, waardoor vele miljarden uit Europese fondsen vrijkomen voor het land, aldus Neue Zürcher Zeitung.

    Door de Russische aanval op Oekraïne konden ‘de stemmen van de Oost-Europese landen in één klap niet meer genegeerd worden’, stelt Ernst in de Zwitserse krant. ‘Want het werd duidelijk dat bijvoorbeeld de Polen, Esten, Letten en Litouwers al veel eerder begrepen wat nu ook de Duitsers en Fransen beseffen: dat Europa meer moet zijn dan een markt, namelijk een defensieve markt. De oorlog heeft het zwaartepunt van Europa ver naar het oosten verschoven. Niemand zal meer beweren dat Europeanen daar als tweederangsburgers leven.’

    Moet de EU verder uitbreiden?

    Andere Europese landen staan in de rij om lid te worden, met negen landen die als erkende kandidaat-lidstaten meedingen naar het lidmaatschap: Servië, Montenegro, Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië, Albanië, Turkije, Oekraïne, Georgië en Moldavië.

    Om toegelaten te worden tot het verband moet elke kandidaat zich inspannen om zich de waarden en wetten van de EU eigen te maken. Vorig jaar kregen de zes landen van de Westelijke Balkan – de vijf kandidaat-lidstaten plus Kosovo – als opstap naar volledig lidmaatschap van de unie een groeiplan voorgelegd en kregen ze toegang tot delen van de interne markt van de EU in ruil voor substantiële hervormingen.

    carl campbell bMd0hMm0lzY unsplash
    In het Berlaymontgebouw in Brussel zetelt de Europese Commissie. – © Carl Campbell / Unsplash

    Twee weken geleden zei de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, dat de EU groter moet worden of anders het risico loopt dat zich een ’nieuw IJzeren Gordijn’ vormt langs haar oostflank, bericht Euronews, daarmee verwijzend naar de dreiging van Russische expansie door de oorlog in Oekraïne. 

    De opmerking komt op het moment dat de oorlog tussen Rusland en het toetredende land Oekraïne verhevigt. ‘Het is uiterst gevaarlijk een onstabiel buurland te hebben met een gebrek aan welvaart of aan economische ontwikkeling. Het is in ons  gemeenschappelijke belang – van kandidaat-lidstaten én van de EU – om vooruitgang te boeken, om te versnellen,’ aldus Michel.

    Het door oorlog verscheurde Oekraïne en buurland Moldavië deden hun aanvraag om lid te worden van de EU binnen enkele weken na de grootschalige inval van Rusland in februari 2022 en verwierven in recordtijd de status van kandidaat-lidstaat. De EU stemde ermee in om eind 2023 toetredingsonderhandelingen met Oekraïne te beginnen. Om lid te worden, moet het land de strijd tegen corruptie opvoeren, een uitgebreide lobbywet aannemen en de hervorming van het wettelijke kader voor nationale minderheden afronden.

    ‘De volgende uitbreidingsronde (met Oekraïne en de Westelijke Balkan) zal nog sterker worden gemotiveerd door het veiligheidsbeleid dan de “big bang” van 2004. En ze zal het karakter van de EU, haar spelregels en zelfs haar identiteit nog meer veranderen. 2004 heeft al laten zien dat de integratie van nieuwe leden meer inhoudt dan een uitbreiding, het gaat eerder om een soort heroprichting’, concludeert Andreas Ernst.

    Of de EU zelf klaar is om uit te breiden, is nog maar de vraag. Globus twijfelt daar sterk aan. ‘Formeel gezien is uitbreiding van de EU mogelijk, maar in de praktijk is het nauwelijks haalbaar, omdat de EU al te groot is om effectief te kunnen functioneren binnen het huidige juridische kader.’ Het Kroatische dagblad pleit daarom voor de afschaffing van het vetorecht, waardoor besluiten met een meerderheid kunnen worden genomen, zonder dat individuele lidstaten dwarsliggen.

  • Europese Commissie opent onderzoek naar Facebook in aanloop naar verkiezingen

    Europese Commissie opent onderzoek naar Facebook in aanloop naar verkiezingen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Internationaal Gerechtshof kiest kant van Duitsland in zaak tegen Nicaragua

    » Man met zwaard doodt tiener in Londen

    Brussel is bang voor beïnvloeding door Rusland

    De Europese Commissie heeft dinsdag een onderzoek aangekondigd naar de manier waarop Meta in de aanloop naar de Europese verkiezingen van juni omgaat met politieke advertenties op haar Facebook- en Instagram-platforms. Dat meldt Politico. De EU is bang voor Russische pogingen om de publieke opinie te manipuleren tijdens deze verkiezingen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Commissie zei dat men vermoedde dat de moderatie van advertenties door Meta ‘onvoldoende’ was. EU-commissaris voor de interne markt Thierry Breton zei dat het onderzoek bedoeld was ‘om ervoor te zorgen dat er effectieve maatregelen worden genomen, met name om te voorkomen dat de kwetsbaarheden van Instagram en Facebook worden uitgebuit door buitenlandse inmenging’.

    Men wees op het besluit van Meta om het digitale hulpmiddel CrowdTangle te sluiten, dat van groot belang wordt geacht voor het aanpakken van online desinformatie. Brussel zegt dat het bedrijf vijf werkdagen de tijd heeft gehad om uit te leggen hoe het de risico’s na de sluiting van CrowdTangle probeert aan te pakken.