Tag: Europa

  • Duitsland gaat steun aan Oekraïne in 2025 halveren

    Duitsland gaat steun aan Oekraïne in 2025 halveren

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: 47.000 doden door hitte in Europa in 2023

    » Elon Musk maakt een einde aan activiteiten van X in Brazilië

    Duitsland is na de VS de grootste donor aan Oekraïne

    De regering van Olaf Scholz, die op zoek is naar bezuinigingen, gaat geen ‘extra hulp’ begroten bovenop de 4 miljard euro die in de begroting van volgend jaar is gereserveerd voor steun aan Kyiv. Dat schrijft Frankfurter Allgemeine Zeitung. Dit jaar bedraagt de hulp van Berlijn, na Washington de grootste donor, 8 miljard euro.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit is het gevolg van bezuinigingsmaatregelen. Hoewel materiaal dat al is goedgekeurd meestal nog wel wordt geleverd, zullen extra aanvragen van het ministerie van Defensie op verzoek van bondskanselier Olaf Scholz niet meer worden goedgekeurd. Volgens FAZ is dit een besluit van de sociaaldemocratische bondskanselier Scholz en de liberale minister van Financiën Christian Lindner, die laatste wil koste wat kost bezuinigen om te voldoen aan de ‘schuldenrem’, een grondwettelijke regel die is bedoeld om te voorkomen dat de staat te veel schulden aangaat.

    Uit documenten waarover de krant uit Frankfurt beschikt, blijkt dat minister Lindner geen abrupte stopzetting van de fondsen voor Oekraïne verwacht. Het geld moet echter niet langer uit de federale begroting komen, maar uit bevroren tegoeden van de Russische centrale bank. De bondgenoten van Oekraïne hebben ongeveer 300 miljard dollar in beslag genomen na de grote aanval van Poetin, en de G7-staten besloten op hun top in Italië van afgelopen juni om de opbrengst van dit geld te gebruiken om een lening van 50 miljard dollar voor Kyiv te financieren. Lindner verwacht nu dat Oekraïne dit geld zal kunnen gebruiken ‘om een aanzienlijk deel van zijn militaire behoeften te dekken’.

  • Onderzoek: 47.000 doden door hitte in Europa in 2023

    Onderzoek: 47.000 doden door hitte in Europa in 2023

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland gaat steun aan Oekraïne in 2025 halveren

    » Elon Musk maakt een einde aan activiteiten van X in Brazilië

    Europa past zich aan aan hitte: minder doden dan in 2022

    ‘De verzengende temperaturen van de afgelopen zomers hebben ernstige gevolgen voor de gezondheid’, schrijft El País. Meer dan 47.000 mensen in Europa stierven in 2023 als gevolg van de hitte, volgens een onderzoek van ISGlobal in Barcelona dat vorige week is gepubliceerd in Nature Medicine.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er wordt voorspeld dat de klimaatverandering de situatie de komende jaren zal verergeren, ’maar er is goed nieuws: we passen ons aan’, aldus de Spaanse krant. Volgens hetzelfde onderzoek zouden dezelfde temperaturen aan het begin van deze eeuw 80 procent meer sterfte hebben veroorzaakt. Dit noemen de auteurs ’hittekwetsbaarheid’, iets wat de afgelopen decennia geleidelijk is afgenomen.

    De onlangs gepubliceerde studie herhaalt vergelijkbaar onderzoek dat vorig jaar uitkwam, waarin werd geschat dat tijdens de zomer van 2022 meer dan 60.000 sterfgevallen plaatsvonden in Europa als gevolg van hitte, wat neerkomt op de hoogste hittegerelateerde sterfte in het afgelopen decennium. De zomer van 2023 is de op één na hoogste met de op één na hoogste temperaturen gemeten in Europa (wereldwijd was de zomer van 2023 de warmste ooit).

  • Is de Europese Green Deal bij de laatste verkiezingen weggestemd?

    Is de Europese Green Deal bij de laatste verkiezingen weggestemd?

    De tegenstanders van de Europese Green Deal hebben bij de afgelopen verkiezingen veel meer stemmen gewonnen. De meest fervente voorstanders hebben massaal verloren. Wat betekent dit voor de huidige klimaatbeschermingsmaatregelen?

    Na de afgelopen verkiezingen is iedereen die klimaatbeleid als een van de belangrijkste kwesties van de EU beschouwt in een katerige stemming. In heel Europa bagatelliseren rechtse partijen de klimaatverandering of ontkennen ze die zelfs helemaal en voeren ze campagne om klimaatbeschermingsmaatregelen en milieuregelgeving te vertragen en te verhinderen. De rechtse populisten, zoals de Duitse AfD en het Franse Rassemblement National van Marine Le Pen, zijn het weliswaar niet altijd met elkaar eens, maar dat heeft weinig te maken met hun meningsverschillen over milieu- of klimaatbeleid. In geval van twijfel, zoals de stemmen van rechts de afgelopen jaren hebben laten zien, stemmen ze meestal samen tegen klimaatbescherming

    Dit speelde echter nauwelijks een rol in de afgelopen zittingsperiode. De meerderheid steunde de Europese eco- en klimaattransitie, die werd geïnitieerd door de conservatieve EC-voorzitter Ursula von der Leyen. In januari 2020 stemden 482 van de 713 Europarlementariërs in het EU-parlement voor de Green Deal, die Von der Leyen eerder had omschreven als een Europese ‘maanlanding’. Europarlementariërs stemden er dus met een duidelijke meerderheid voor dat de Europese Unie haar economieën tegen 2050 moet omzetten naar CO₂-vrije industrieën, elektriciteits- en warmteopwekking, elektrische auto’s en klimaatvriendelijke bouw en landbouw.

    Conservatieven, sociaaldemocraten en groenen trokken toen samen op – dit alles in de nasleep van klimaatprotesten in heel Europa en de verwoestende gevolgen van droogte in veel landen.

    Dat is nu aan het veranderen. Hoewel de rechtse populisten geen meerderheid hebben, hebben ze wel winst geboekt, maar in sommige gevallen minder dan aanvankelijk werd gedacht. Toch zouden ze nu goed kunnen zijn voor ongeveer een kwart van de zetels in het nieuwe parlement. Daarnaast moet de Conservatieve Fractie (EVP) misschien vertrouwen op de rechtse eurosceptische ECR-Fractie (Europese Conservatieven en Hervormers) voor de herverkiezing van Ursula von der Leyen – ervan uitgaande dat de sociaaldemocraten en Groenen niet meespelen. Waarnemers denken dat dit politiek gezien duur zou kunnen uitpakken. De valuta: compromissen over toekomstige klimaat- en milieubesluiten.

    Niet alleen de zetels, maar ook de stemming is veranderd sinds 2019. Hoewel de Green Deal en het ‘Fit for 55’-wetgevingspakket zijn opgesteld door Ursula von der Leyen, staan veel conservatieven er niet meer 100 procent achter. Dit is bijvoorbeeld te zien in de CDU/CSU-campagne tegen het verbod op verbrandingsmotoren – dat wil zeggen het verbod op nieuwe registraties van diesel- en benzineauto’s vanaf 2035.

    Waarnemers zien daarom het grootste probleem niet direct in de winst van rechts, maar in de wankele conservatieven: ‘Ze moeten stoppen met het afkraken van de Green Deal en deze verder ontwikkelen,’ zegt Lutz Weischer van de organisatie Germanwatch bijvoorbeeld. Als de conservatieven de kant van de rechtspopulisten kiezen, zullen ze een krappe meerderheid hebben. Alleen al vanwege het imago zal dit waarschijnlijk niet altijd gebeuren – maar het is ook zeker dat het moeilijker zal worden om de meerderheid te behalen voor nieuwe ambitieuze klimaat- en milieubeschermingsprojecten.

    Relatief veilig

    De volgende grote projecten zouden kunnen worden geschrapt of afgezwakt door het nieuwe EU-parlement:

    • Verbod op verbrandingsmotoren vanaf 2035: de verordening die daadwerkelijk is aangenomen, kan worden heropend, er kan opnieuw over worden onderhandeld of ze kan helemaal worden geschrapt.
    • Verordening inzake natuurherstel: deze is bedoeld om beschadigde ecosystemen te herstellen, ook om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen. Het parlement heeft deze al aangenomen, zij het in afgezwakte versie. De staatshoofden en regeringsleiders blokkeren momenteel echter de uitvoering ervan. Er wordt daarom gevreesd dat de verordening zal worden heropend en dat sommige passages opnieuw zullen worden geformuleerd. Dan zou de verordening weer door het nieuwe parlement moeten, of ze zou ook volledig ongedaan gemaakt kunnen worden.
    • Invoering van emissiehandel voor vervoer en gebouwen vanaf 2027 (ETS II): tot nu toe bestaat er in Europa alleen certificatenhandel voor emissies van energiebedrijven, binnenlandse vluchten en bepaalde industriële bedrijven (ETS I). ETS II is bedoeld om emissies van wegvervoer, gebouwen en bepaalde industriële brandstoffen vast te leggen, te beperken en langzaam te verminderen. Dit zou de verwarmingskosten en brandstoffen duurder kunnen maken. Dit klimaatbeschermingsinstrument is eigenlijk ook al lang rond. Onder druk van het Parlement zou de EU-Commissie het echter kunnen terugdraaien of herzien.
    • Nieuwe klimaatdoelstelling voor 2040: in februari 2024 stelde de EU-Commissie voor om de uitstoot van de lidstaten in 2040 met 90 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Dit is nog niet besloten en zal de komende jaren waarschijnlijk ook moeilijk worden.
    • Hervorming van de chemicaliënverordening van de EU: de EU-Commissie wilde de meest schadelijke chemicaliën in consumentengoederen verbieden. Dit betreft ook zogenaamde eeuwigdurende chemicaliën zoals PFAS (geperfluoreerde en polygefluoreerde alkylverbindingen). Ook hiervoor zal waarschijnlijk geen meerderheid worden gevonden.

    Sommigen hopen dat de belangrijkste regelgeving al sinds 2019 van kracht is. ‘De koers is ook al uitgezet voor de handel in emissierechten,’ zegt Ottmar Edenhofer, hoofdeconoom bij het Potsdam Institute for Climate Impact Research. Hoewel de emissiehandel voor transport en gebouwen kan worden verzwakt door een te laag prijsplafond vast te stellen, moeten de lidstaten nog steeds aan hun klimaatverplichtingen voldoen. De politieke drempels voor een dergelijke afzwakking via prijzen zijn echter relatief hoog. ‘Ik denk daarom dat de Green Deal relatief veilig is.’

    De EU heeft in ieder geval goed gebruikgemaakt van de ‘window of opportunity’ om een aantal mijlpalen zoals emissiehandel redelijk waterdicht te maken. Toch kunnen de klimaatbeschermingsmaatregelen worden geannuleerd of ‘slechts’ worden afgezwakt. Veel experts vrezen dat de Green Deal op zijn minst gedeeltelijk zal worden afgebroken.

    ‘Toch weiger ik fatalistisch te zijn,’ verklaarde Laurence Tubiana, voormalig Frans klimaatdiplomaat en nu hoofd van de European Climate Foundation, maandag na de verkiezingen. ‘Er is geen oplossing voor de crisis in de kosten van levensonderhoud, veiligheid of concurrentievermogen zonder een ecologische ommekeer.’

    Het alternatief voor herstructurering is eigenlijk altijd uitstel. Overigens is dit heel duidelijk te zien in andere landen, zoals de VS. Tijdens het Trump-tijdperk is in een paar jaar tijd veel klimaatbeleid afgebroken, dat nu weer moeizaam moet worden opgebouwd.

  • Hoe je meer mensen in een legeruniform krijgt

    Hoe je meer mensen in een legeruniform krijgt

    De dreiging van een Russische invasie in Europa spookt en doet discussies oplaaien over de herinvoering van de dienstplicht. Volgens The Economist kan militaire dienstplicht in sommige landen zinvol zijn, maar is het niet de enige oplossing.

    In Europa wordt de militaire dienstplicht heroverwogen. Waarom? De mogelijkheid dat Oekraïne de oorlog verliest, hangt ons boven het hoofd, evenals Donald Trumps dreigement dat hij, bij een eventuele herverkiezing, de NAVO zal verlaten. Boris Pistorius, de Duitse minister van Defensie, zegt dat Europa voor het einde van dit decennium klaar moet zijn voor een oorlog. Volgens hem was het afschaffen van het jaar dienstplicht voor schoolverlaters in 2011 een ‘vergissing’. Generaal Patrick Sanders, opperbevelhebber van het Britse leger, vraagt om de mobilisatie van gewone burgers.

    Er zijn verschillende manieren om de dienstplicht vorm te geven: bijvoorbeeld door burgers van alle leeftijden oproepbaar te maken, mobilisatie via lotingen te laten plaatsvinden of een vaste periode in te stellen voor jonge mensen die net van school komen. Het verplicht stellen van militaire dienst wordt overwogen omdat veel rijke landen moeite hebben om genoeg mensen te werven voor hun beroepslegers. Sommige landen kijken bewonderend naar de noordelijke en Baltische lidstaten, die allemaal een bepaalde vorm van dienstplicht kennen, waarvoor veel steun onder de bevolking bestaat. Zweden had de dienstplicht in 2011 afgeschaft, maar heeft die in 2018 weer ingevoerd.

    Zouden andere landen het voorbeeld van de Zweden moeten volgen? Kort door de bocht: nee, nog niet. Bij het vormgeven van een leger moet zowel rekening worden gehouden met de geografische ligging van een land als met de beoogde manier van vechten. In landen met een relatief kleine bevolking die dicht bij Rusland liggen, zoals Estland en Finland, bestaat veel steun voor de dienstplicht en is de militaire training gericht op de zogenaamde ‘stekelvarkenstrategie’ tegen een invasie. In dit soort landen heerst een sterk saamhorigheidsgevoel. Om vergelijkbare redenen staat de dienstplicht in Israël, waar de nationale veiligheid voortdurend wordt bedreigd, niet ter discussie (al is er wel verontwaardiging over het feit dat het ultraorthodoxe deel van de bevolking is vrijgesteld van dienst). Ook in Taiwan en Zuid-Korea bestaat de militaire dienstplicht, omdat deze staten zich eveneens dicht bij oorlogszuchtige machten bevinden.

    Maatregelen

    De inwoners van de meeste andere rijke landen voelen zich nog niet direct bedreigd. Om de dienstplicht daar succesvol te kunnen invoeren, zouden de redenen ervoor duidelijk moeten worden uitgedragen en breed worden erkend. En dat is niet het geval in landen als Groot-Brittannië en Frankrijk, waar niet zo voor de hand ligt wat dienstplichtigen zouden kunnen betekenen in een modern, technologisch geavanceerd leger. Bovendien zou elk land ‘in het geval van een crisis’ binnen dertig dagen een volledige divisie (30.000 man plus zwaar geschut) moeten kunnen opstellen als de NAVO hierom vraagt. Dan zouden grote aantallen dienstplichtigen juist belemmerend kunnen werken.

    Omdat het oproepen van jonge mensen voor militaire dienst een ernstige inbreuk op hun vrijheid vormt, is voor dit beleid een breed maatschappelijk draagvlak nodig. Zelfs in Oekraïne, dat in acuut gevaar verkeert, bleek het deze maand een netelige kwestie om de leeftijdsgrens voor mobilisatie van 27 naar 25 jaar te verlagen. Het is duidelijk dat er iets moet worden gedaan aan de problemen die de meeste krijgsmachten in Europa ervaren bij het rekruteren van beroepsmilitairen en het opbouwen van bekwame reservetroepen, maar ze kunnen grotendeels worden opgelost door middel van maatregelen in plaats van dwang.

    ‘Oudere generaties klagen soms over het gebrek aan ruggengraat bij jonge mensen die het leger niet in willen’

    Ten eerste kan worden overwogen het loon van soldaten te verhogen. Oudere generaties klagen soms over het gebrek aan ruggengraat bij jonge mensen die het leger niet in willen. Maar de grootste obstakels voor rekrutering zijn de lage lonen en ongunstige arbeidsvoorwaarden, aangezien werkzoekenden veel andere opties hebben. Defensiebegrotingen groeien, maar ze stijgen niet snel genoeg. De afspraak van de NAVO-lidstaten om 2 procent van hun bbp te spenderen aan defensie zal niet genoeg zijn om de hogere lonen plus nieuwe uitrustingen te financieren. Er zou ook meer moeten worden geëxperimenteerd, bijvoorbeeld met een eenjarige proefperiode waarin de dienstplicht kan worden gecombineerd met een universitaire studie of een andere opleiding. En hoewel over het onderwerp veel is gepraat, hebben weinig legers hard genoeg hun best gedaan om vrouwen te rekruteren en seksuele intimidatie tegen te gaan.

    Ten tweede is er meer steun vanuit de samenleving nodig, zodat ook mensen worden aangetrokken met de specialistische vaardigheden die vereist zijn in noodsituaties. Behalve in te zetten op meer vrijwilligers voor uitbreiding van het beroepsleger, zouden krijgsmachten hun reservetroepen kunnen aanvullen door militairen die het leger verlaten tot halverwege de veertig elk jaar enkele trainingsdagen te laten volgen. Op die manier zou Groot-Brittannië indien nodig wel 300.000 reservisten kunnen mobiliseren. In Frankrijk en Duitsland zou het zelfs om meer mensen gaan, aangezien deze landen een groter leger hebben.

    In deze spannende tijden zouden landen altijd een plan achter de hand moeten hebben om, in het ergste geval, een nog veel bredere mobilisatie te kunnen organiseren. Om de gevaarlijkste vijanden af te schrikken moet je paraat staan voor een oorlog die je liever niet uitvecht – zoals de dappere Oekraïners maar al te goed weten.

  • Wilders’ regeringsdeelname plaatst Europese politici voor dilemma

    Wilders’ regeringsdeelname plaatst Europese politici voor dilemma

    Geert Wilders’ politieke succes in Nederland heeft ook impact op de Europese politiek, stelt Süddeutsche Zeitung. ‘Sinds deze week zit er een groot gat in de brandmuur tegen rechts.’

    Tot deze week kende de Europese verkiezingscampagne één bepalend moment. Het was een uitspraak van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen tijdens het debat van de belangrijkste Europese kandidaten eind april in Maastricht: ze was bereid om in de toekomst samen te werken met rechtse partijen in de zoektocht naar meerderheden in het Europees Parlement. Het aanbod was vooral gericht op de Italiaanse regeringsleider Giorgia Meloni en haar partij Fratelli d’Italia. De concurrentie gebruikte haar besluit om hun campagnethema te smeden: Europa heeft een brandmuur tegen rechts nodig!

    Sinds deze week zit er een groot gat in de brandmuur. In Nederland is de rechtse Geert Wilders erin geslaagd om als winnaar van de verkiezingen een coalitieregering te vormen – en dit was alleen mogelijk omdat de liberale VVD-partij van de vorige regeringsleider Mark Rutte zich inliet met Wilders. Een alliantie tussen de Europese Volkspartij (EVP), waartoe Ursula von der Leyen als CDU-politica behoort, en Giorgia Meloni’s Fratelli komt nu in een ander, milder daglicht te staan. En vooral Emmanuel Macron, de Franse president, heeft als leidende kracht in het Europese liberale kamp nu een probleem.

    Wankelen

    Vorige week nog ondertekende Valéry Hayer, Macrons vertegenwoordiger in het Europees Parlement, samen met de sociaaldemocraten, de groenen en links een document gericht tegen Ursula von der Leyen. Het draagt de titel ‘Verdediging van de democratie’ en roept op om niet samen te werken met extreemrechtse, radicale partijen. Hayer heeft nu verklaard dat ze de Nederlandse coalitie ‘volledig’ afkeurt.

    De gevolgen van het geschil voor de Europese politiek zijn nog onvoorspelbaar. In het uiterste geval kan het leiden tot een splitsing van de liberale fractie in het Europees Parlement (‘Renew’). Ruttes partij behoort tot dezelfde Europese groepering als de Duitse FDP. De sterkste kracht in ‘Renew’ zijn echter de volgelingen van Macron. De Europese Groenen hebben de liberalen al opgeroepen om de volgelingen van Rutte eruit te schoppen.

    Hoe verdeelder het liberale kamp is, hoe groter de invloed van Meloni in de Europese politiek zal worden. In de vorige zittingsperiode steunden de liberalen het programma van de Commissievoorzitter samen met de EVP en de sociaaldemocraten. Volgens de peilingen zal deze informele alliantie na de verkiezingen wankelen. Meloni daarentegen kan rekenen op sterke winst.

    Dit zal waarschijnlijk niet het laatste twistpunt zijn tussen de EU en de nieuwe Nederlandse regering

    Om de reikwijdte van het conflict rond Geert Wilders te begrijpen, is het de moeite waard om naar de politieke kaart van de EU te kijken. Wilders is van een ander kaliber dan Meloni. Zijn PVV-aanhang in het Europees Parlement behoort tot dezelfde politieke groepering (‘Identiteit en Democratie’) als het Rassemblement National van Marine Le Pen, de FPÖ en de AfD. Het is het kamp van de verklaarde vijanden van de EU; ze liggen puur dwars in het parlement.

    Meloni’s mensen daarentegen maken deel uit van de ‘Europese Conservatieven en Hervormers’ (ECR), een heterogene, nationaal conservatieve, EU-sceptische groep. De Fratelli hebben geholpen om met een centrumrechtse meerderheid belangrijke wetten aan te nemen, waaronder de grote hervorming van de Europese asielwetgeving.

    Het is precies deze hervorming waar Wilders zich met zijn nieuwe regering niet aan wil onderwerpen. Het legt namelijk de plicht tot Europese solidariteit vast, althans als principe. Een land dat geen vluchtelingen opneemt volgens een EU-quotum moet op zijn minst compensatie betalen. De Nederlandse regering zal gebruikmaken van een opt-outclausule, zegt Wilders, die in Nederland de ‘strengste asielwet ooit’ wil opstellen. De Commissie heeft al verklaard dat zo’n clausule niet bestaat. Europees recht is Europees recht.

    Dit zal waarschijnlijk niet het laatste twistpunt zijn tussen de EU en de nieuwe Nederlandse regering. Wilders heeft toegezegd op belangrijke punten de lijn van de EU te volgen. De regering trekt zich niet terug uit het Europese klimaatbeleid en belooft Oekraïne te blijven steunen in zijn verdediging tegen Rusland. Ze staat echter ‘zeer kritisch’ tegenover de uitbreiding van de EU, het grote thema van de komende jaren.

    De debatten rond Wilders laten zien hoe moeilijk het in Europa is geworden om rechts af te bakenen. Voor het verkiezingskamp van Ursula von der Leyen komt het nieuws uit Nederland als een opluchting. Haar partijleider Manfred Weber, die nauwe contacten onderhoudt met Giorgia Meloni, benadrukt dat de ‘brandmuur’ van de EVP overeind blijft. Extreemrechtse allianties op Europees niveau zijn uitgesloten.

    In de Nederlandse coalitie zitten echter ook de partij van voormalig christendemocraat Pieter Omtzigt en de Boerenpartij. Beide hebben aangekondigd zich te willen aansluiten bij de Europese Volkspartij. De EVP heeft aangekondigd dit na de Europese verkiezingen af te handelen.

  • Europa betaalt andere landen om zijn grenzen te bewaken

    Europa betaalt andere landen om zijn grenzen te bewaken

    Onder druk van extreemrechts grijpt de EU, in aanloop naar de verkiezingen van dit jaar, naar draconische maatregelen om de migratie in te dammen. ‘De prioriteiten van de EU zijn duidelijk: het aantal emigranten uit Tunesië tot een minimum beperken, ongeacht de humanitaire schade.’

    Verstopt achter hoge cactussen die een olijfgaard afschermen in het kleine Tunesische stadje Jebiniana, schuilen ongeveer driehonderd mensen onder geïmproviseerde plastic schuilplaatsen, wachtend om de Middellandse Zee over te steken en Europa binnen te komen. Een van hen is Aruna, een 39-jarige Sierra Leonees die vorig jaar aankwam. Hij heeft al een zware reis van 5000 kilometer door de Sahara overleefd. Maar hij is nog steeds in gevaar. 

    Het kustgebied rond de haven van Sfax – op iets minder dan 190 kilometer van het Italiaanse eiland Lampedusa – is het doelwit geworden van een gewelddadig optreden van de Tunesische autoriteiten, die jaarlijks miljoenen euro’s subsidie ontvangen om de EU te helpen migratie te beteugelen.

    Aruna werd naar eigen zeggen door agenten van de Tunesische nationale garde in een bus gesleurd en samen met zeventig andere mensen naar de Algerijnse grens gereden, waar ze de groep om twee uur ’s nachts zonder voedsel of water achterlieten. Het kostte hem dertien dagen om terug te keren naar het kamp, waarbij hij zich overdag verstopte en ’s nachts op gezwollen voeten liep, om herenigd te worden met zijn zevenjarige zoon, tienerbroer en andere familieleden. 

    Oogje toeknijpen

    Het gezin behoort tot de duizenden mensen uit landen in Afrika die bereid zijn om een van de dodelijkste routes naar Europa te nemen om te ontsnappen aan conflicten en armoede. In 2023 kwamen ongeveer 292.000 mensen illegaal de EU binnen, zonder toestemming om binnen te komen of te blijven – het hoogste cijfer sinds 2016, volgens de Internationale Organisatie voor Migratie van de VN.

    De migratiegolf, die Europa al tien jaar lang dwingt tot het zoeken naar oplossingen, stelt nu de waarden en het engagement van de EU om de mensenrechten te beschermen op de proef. Onder druk van extreemrechtse partijen, die met een anti-immigratieticket campagne voeren voor de Europese parlementsverkiezingen van juni, heeft de EU steeds draconischer maatregelen genomen om asielzoekers en migranten af te schrikken. 

    Europese landen versterken hun grenzen met hekken, versnellen asielprocedures in gesloten centra en besteden asielprocedures uit aan een reeks landen aan de rand van Europa, waaronder het autoritaire Tunesië. Maar kan dit controversiële beleid het probleem oplossen – en tegen welke prijs?

    Experts hebben de EU, die onlangs ook overeenkomsten heeft getekend met Mauritanië en Egypte, ervan beschuldigd een oogje dicht te knijpen voor de daaruit voortvloeiende mensenrechtenschendingen. ‘De prioriteiten van de EU zijn duidelijk: het aantal emigranten uit Tunesië tot een minimum beperken, ongeacht de humanitaire schade,’ zegt Romdhane Ben Amor, woordvoerder van het Tunesische Forum voor Economische en Sociale Rechten (FTDES).

    De overeenkomst tussen de EU en Tunesië is illustratief voor het compromis. Het aantal mensen op zee dat door de Tunesische autoriteiten wordt onderschept, is vorig jaar verdubbeld tot 81.000, zegt de FTDES. Twee derde van de 105 miljoen euro die in het kader van de overeenkomst is toegezegd, gaat naar grensbeheer, zo blijkt uit cijfers van de FT. In totaal zal de EU tot 2027 naar verwachting 278 miljoen euro besteden aan migratie in Tunesië.

    Maar de Tunesische autoriteiten hebben de afgelopen maanden ook duizenden migranten en asielzoekers gearresteerd en met geweld afgevoerd naar Algerije en Libië, wat in strijd is met het internationale en humanitaire recht, volgens Europese diplomaten, internationale humanitaire medewerkers en ngo’s. Verschillende mensen die door de FT zijn geïnterviewd, zeggen dat ze willekeurig zijn gearresteerd en naar grensgebieden zijn gestuurd; sommigen zeggen dat ze in Libische gevangenissen zijn opgesloten.

    Kali, die vanuit Nigeria naar Jebiniana is gekomen, vertelt dat hij door de Tunesische nationale garde aan de Libische autoriteiten is verkocht nadat hij in oktober 2023 op zee was onderschept. ‘Ze overhandigden [een] envelop in ons bijzijn,’ voegt hij eraan toe. Hij en veertig anderen werden naar een gevangenis in de buurt van Tripoli gebracht en gedwongen om elk 700 euro te betalen om te worden vrijgelaten.

    Internationale functionarissen hebben bevestigd dat er afzonderlijke beschuldigingen van mensenhandel tegen de Tunesische autoriteiten zijn ingebracht. Het Tunesische ministerie van Buitenlandse Zaken noemt beschuldigingen dat het land de rechten van migranten heeft geschonden ‘ongegrond’.

    ‘Dit is het dilemma waarmee de EU wordt geconfronteerd. Aan de ene kant heeft ze uitzonderlijk hoge grondrechtenstandaarden,’ zegt Emily O’Reilly, de EU-ombudsman die onafhankelijke onderzoeken leidt naar de administratie van het blok. ‘Aan de andere kant wordt ze geconfronteerd met de zeer omstreden migratiekwestie.’

    Het strengere migratiebeleid werd voor het eerst getest in de nasleep van 2015 en 2016, toen een recordaantal mensen asiel aanvroeg in de EU. Velen van hen waren op de vlucht voor de Syrische burgeroorlog.

    De plotselinge komst van meer dan 2 miljoen mannen, vrouwen en kinderen zorgde voor overbelasting van zuidelijke landen zoals Italië en Griekenland, waar de meeste illegale migranten voor het eerst aankomen. Migranten zijn verplicht zich te registreren voor asiel in het land waar ze voor het eerst de EU binnenkomen, volgens de zogenaamde Dublin-regels van het blok. Tegelijkertijd klaagden rijkere landen zoals Duitsland dat migranten naar het noorden trokken zonder zich te laten registreren, en beschuldigden ze de zuidelijke landen ervan daarbij de andere kant op te kijken. 

    In plaats van haar inspanningen te verminderen, is de EU haar buitengrenzen steeds verder aan het versterken om mensen af te schrikken

    Om de druk te verlichten sloot de EU in 2016 een overeenkomst met Turkije, dat ermee instemde Syrische vluchtelingen die op weg waren naar Europa te huisvesten in ruil voor 6 miljard euro. In 2021 kwam daar nog eens 3 miljard euro bij.

    Politici hebben de regeling geprezen als een succes – volgens de IOM daalden illegale aankomsten in het blok met 50 procent tussen 2016 en 2017. ‘Je hebt niet veel [meer bewijs] nodig om overtuigd te zijn,’ zei bijvoorbeeld de Griekse minister van migratie Dimitris Kairidis. De EU-fondsen hebben bijgedragen aan grensbeheer, maar ook aan gezondheidszorg, onderwijs en geldtransfers voor migranten in Turkije. In de grensprovincies ‘wordt erkend dat Europese hulp hen helpt het hoofd boven water te houden’, zegt Nikolaus Meyer-Landrut, hoofd van de EU-delegatie in Turkije.

    Sindsdien heeft de EU haar inspanningen om de kwestie uit te besteden geïntensiveerd. De overeenkomst met Tunesië is een van de vele ‘louche deals die het verkeer van mensen, van wie velen bescherming nodig hebben, proberen te beperken’, zegt Catherine Woollard van de European Council on Refugees and Exiles (ECRE).

    Een ander voorbeeld is de overeenkomst tussen Italië en Libië uit 2017, waarbij de EU fondsen toezegde om migratie te beperken, waaronder 59 miljoen euro om de Libische kustwacht te versterken. Maar de opsluiting, onderwerping en marteling van migranten en asielzoekers in Libische gevangenissen is goed gedocumenteerd. In 2023 beschuldigde een VN-rapport de Libische autoriteiten van mogelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

    Europese diplomaten en internationale humanitaire medewerkers vertelden FT dat de opsluiting van migranten in Libië doorgaat en dat minstens zevenduizend mensen die in Tunesië zijn onderschept, daar sinds afgelopen zomer naartoe zijn gebracht. ‘Welke informatie hebben we nog meer nodig om de financiering op te schorten?’ vraagt Tineke Strik, EU-wetgever voor de Groenen, die stelt dat de steun van de EU aan derde landen de unie ‘medeverantwoordelijk’ maakt voor de schendingen van de rechten.

    In plaats van haar inspanningen te verminderen, is de EU haar buitengrenzen steeds verder aan het versterken om mensen af te schrikken. Na jarenlang getouwtrek bereikte het blok in december overeenstemming over een gedenkwaardige hervorming van zijn gemeenschappelijk asiel- en migratiesysteem, maar zonder de Dublin-regels ingrijpend te herzien. In plaats daarvan zullen meer aanvragen worden behandeld in gesloten centra aan de grens, die volgens actievoerders de facto detentiecentra zijn.

    Hulporganisaties vrezen dat dit zal leiden tot meer detentie, ook van kinderen, bij belangrijke grensovergangen

    Hulporganisaties vrezen dat dit zal leiden tot meer detentie, ook van kinderen, bij belangrijke grensovergangen. ‘Het is een voortzetting van [de] belofte om migratie koste wat kost te stoppen,’ zegt Anissa Thabet, coördinator menselijke mobiliteit voor Oxfam Noord-Afrika.

    Een ander idee dat de centrumrechtse Europese Volkspartij (EVP) van de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, voorstelt in haar verkiezingsprogramma is dat ‘iedereen die asiel aanvraagt in de EU ook kan worden overgebracht naar een veilig derde land’ om daar het asielproces te doorlopen en bescherming te krijgen. Het lijkt op de plannen van Italië om asielzoekers die op volle zee zijn onderschept naar Albanië te sturen, waar ze hun asielbeslissing afwachten voordat ze terugkeren naar Italië – als ze succesvol zijn. Deze aanpak prees Von der Leyen als ‘out-of-the-box denken’.

    Maar beide plannen zijn een echo van het huidige voorstel van het VK om asielzoekers naar Rwanda te sturen, dat werd verworpen door het Hooggerechtshof van het VK omdat het in strijd zou zijn met de internationale wetgeving. EU-ombudsman O’Reilly voorspelt dat de EU met ‘dezelfde moeilijkheden’ te maken zal krijgen. Volgens Von der Leyen zijn de plannen ‘volledig in overeenstemming met onze verplichtingen onder EU- en internationaal recht’.

    Er zijn nog andere manieren waarop overeenkomsten met derde landen averechts kunnen werken. In Turkije, dat een economische crisis doormaakt, heeft president Recep Tayyip Erdoğan zijn standpunt over immigratie aangescherpt omdat veel Turken vinden dat in het land de grens van het aantal vluchtelingen is bereikt. Volgens gegevens van de overheid wonen er momenteel ongeveer 3,1 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije, een land met ongeveer 85 miljoen inwoners, terwijl dat er in 2021 nog 3,7 miljoen waren.

    Mahmut Kacan, een mensenrechtenadvocaat, zegt dat Turkije een ‘opendeurbeleid’ voerde toen in 2011 de onrust in Syrië uitbrak, maar dat dit ‘nu volledig is veranderd’.

    Van, een bruisende stad vlak bij de grens van Turkije met Iran, is een frontlijn geworden in Erdoğans poging om illegale migranten te weren. De Turkse autoriteiten worden ervan beschuldigd nieuwkomers, voornamelijk Afghaanse vluchtelingen die het talibanregime ontvluchtten na de machtsovername in 2021, met geweld het land uit te zetten. Mohammed, een Afghaanse vluchteling die mensensmokkelaar is geworden, zegt dat hij heeft gezien hoe Turkse grenswachten mensen terug de besneeuwde bergen in duwden zonder hen asiel te laten aanvragen.

    Kacan zegt dat ‘100 procent’ van de migranten die aan de grens worden aangehouden, wordt teruggestuurd naar Iran. Zelfs degenen die wel in Turkse asielcentra terechtkomen ‘kunnen plotseling in Iran belanden’ voordat ze een aanvraag kunnen indienen. ‘Hun asielaanvragen worden niet wetmatig behandeld,’ voegt hij eraan toe.

    De Turkse regering reageerde niet op een verzoek om commentaar. 

    Mustafa, een andere Afghaanse vluchteling, is een van degenen die zich in Turkije konden vestigen. ‘De mensen hier behandelen ons niet slecht,’ zegt hij. Maar zijn familie heeft geen andere hulp gekregen dan die van de staat.

    Verschillende andere vluchtelingen die door de FT werden geïnterviewd, gaven ook aan dat ze niet hadden kunnen profiteren van door de EU gefinancierde niet-gouvernementele organisaties of humanitaire programma’s.

    Vraagtekens

    Nu extreemrechtse partijen in heel Europa in kracht toenemen, geloven conservatieve partijen zoals de EVP van Von der Leyen dat een harder immigratiebeleid de oplossing is om hen tegen te houden.

    Vorig jaar won Geert Wilders met zijn extreemrechtse Partij voor de Vrijheid de parlementsverkiezingen in Nederland met een hard anti-migratie- en anti-islamstandpunt. De extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD) staat tweede in Duitsland en Marine Le Pens Rassemblement National (RN) leidt de peilingen in Frankrijk. Deze winst zou de extreemrechtse groep Identiteit en Democratie (ID) naar de derde plaats kunnen stuwen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni.

    Maar critici van het beleid wijzen erop dat het uitbesteden van de problemen met immigratie slechts een kortetermijnoplossing is die de EU ook kwetsbaar maakt voor chantage. Erdoğan heeft vluchtelingen bijvoorbeeld herhaaldelijk gebruikt als onderhandelingstroef om meer geld en concessies van Europa los te krijgen. In 2020 ‘opende hij de poorten’ naar Europa, waardoor duizenden Syrische vluchtelingen probeerden de Griekse grens over te steken. Als reactie daarop zette Griekenland traangas en echte kogels tegen hen in.

    De Griekse minister Kairidis geeft toe dat het een ‘moeilijke vergelijking’ is, maar ziet geen alternatief. ‘Het heeft geen zin om te verbergen dat we het niet per se hebben over regimes die vergelijkbaar zijn met de onze, maar we moeten realistisch zijn,’ zegt Kairidis. Hij verdedigt de EU-overeenkomst met Egypte, die in maart werd ondertekend en waarin minstens 200 miljoen euro is opgenomen voor migratie. ‘Samen kunnen we veel betere resultaten bereiken tegen de smokkelaars,’ voegt hij eraan toe.

    De IOM van de VN heeft ook vraagtekens gezet bij de effectiviteit van de samenwerking van de EU met derde landen. Alleen focussen op grenzen ‘leidt uiteindelijk tot een groot verlies aan levens en blootstelling aan geweld en uitbuiting’, stelt Amy Pope, de directeur-generaal van de IOM. Regeringen moeten ook ‘kijken naar wat mensen drijft om te verhuizen’ en ‘zich bezighouden met de gemeenschappen waar migranten vandaan komen’.

    Veel mensen – bijvoorbeeld uit Afrikaanse landen – hebben te maken met hoge drempels en vertragingen om een visum voor Europa te krijgen, zegt ze, en illegale migratie ondersteund door smokkelaars is momenteel de ‘meest effectieve manier’ voor mensen om te migreren. Tegelijkertijd hebben verschillende Europese landen, waaronder Italië en Griekenland, initiatieven genomen om een beperkt aantal legale migranten aan te trekken om cruciale gaten in hun arbeidsmarkt te dichten.

    Ironisch genoeg vormden Tunesiërs vorig jaar de op een na grootste groep mensen die het centrale deel van de Middellandse Zee overstaken en in Italië aankwamen. Na een staatsgreep in 2021 draaide president Kais Saied de democratische overgang die sinds de Arabische Lente van 2011 aan de gang was, terug en kampt het land met een diepe economische crisis.

    Tunesië zelf is ook niet uitgerust om mensen van elders op te vangen, omdat het geen functionerend asiel- of migratiesysteem heeft. Vorig jaar werden duizenden migranten uit landen ten zuiden van de Sahara, die eerder informeel waren geïntegreerd, door burgers en autoriteiten uit stedelijke centra verjaagd nadat Saied in februari een opruiende toespraak had gehouden waarin hij waarschuwde dat immigratie de ‘demografische samenstelling’ van het land veranderde.

    Tienduizenden migranten en asielzoekers in Tunesië zijn in het ongewisse gelaten, zonder de mogelijkheid om legaal een woning te vinden of te werken. Vrijwillige terugkeer van migranten uit Tunesië naar hun thuisland, gefaciliteerd door de IOM, is vorig jaar met 45 procent gestegen, maar dat is geen optie voor mensen die vrezen voor conflicten en vervolging.

    ‘Heel Tunesië is veranderd in een detentiecentrum voor migranten,’ zegt Romdhane Ben Amor van de FTDES. ‘Je kunt niet werken, je kunt je niet verplaatsen, je bent beroofd van alle rechten.’ Vrijwillige terugkeer of de oversteek over de Middellandse Zee zijn de enige opties, voegt hij eraan toe.

    Veel migranten in het kamp in Jebiniana en elders zijn vastbesloten om ondanks de risico’s hun reis te voltooien

    Het Tunesische ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat ‘personen die op zee worden onderschept of zich in een onregelmatige situatie bevinden, worden behandeld in overeenstemming met de nationale wetgeving en de internationale verplichtingen van Tunesië’, maar voegt eraan toe dat Tunesië ‘de impliciete vestiging van clandestiene migranten op zijn grondgebied niet zal accepteren’.

    De Europese Commissie zegt dat ze ‘de situatie van migranten in Tunesië en aan de grenzen met Algerije en Libië op de voet volgt’. Ze voegt eraan toe: ‘De EU blijft zich inzetten om met Tunesië samen te werken op het gebied van migratie, onder meer om te zorgen voor bescherming van migranten en vluchtelingen en een waardige terugkeer van illegale migranten naar hun land van herkomst, met volledige eerbiediging van de mensenrechten.’

    Ambtenaren en hulpverleners zeggen huiverig te zijn om druk uit te oefenen op de Tunesische autoriteiten omdat ze de relatie niet in gevaar willen brengen en vrezen dat de autoriteiten het aantal vertrekkende migranten weer zullen laten toenemen. 

    Terwijl Tunesië het optreden tegen migranten heeft geïntensiveerd, is het aantal migranten dat vanuit Libië vertrekt dit jaar gestegen. Libië is opnieuw het belangrijkste land voor illegale migranten die richting Europa vertrekken.

    Maar veel migranten in het kamp in Jebiniana en elders zijn vastbesloten om ondanks de risico’s hun reis te voltooien. Aruna werkte vroeger als bewaker op een lokale hogeschool in Sierra Leone, maar werd gedwongen om te vluchten nadat zijn vrouw was doodgeschoten door veiligheidstroepen tijdens een protest tegen de regering in Waterloo, ooit een toevluchtsoord voor Afrikanen die bevrijd waren van de slavernij.

    Het huis dat hij achterliet biedt hem niet langer veiligheid, zegt hij. ‘Ik wil naar Europa om mijn leven te redden.’

  • Hoe is Europa veranderd, 20 jaar na de grootste uitbreiding van de EU ooit?

    Hoe is Europa veranderd, 20 jaar na de grootste uitbreiding van de EU ooit?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week blikken we terug op de geschiedenis van de Europese Unie aan de vooravond van de verkiezingen op 6 juni. Twintig jaar geleden vond de grootste uitbreiding van de EU in haar geschiedenis plaats. Maar liefst tien landen werden in één klap lid van de Europese Unie. Welke invloed heeft dat gehad op het verband? En hoe zijn deze landen door hun lidmaatschap veranderd?

    Hoe heeft de uitbreiding de nieuwe lidstaten economisch veranderd? 

    ‘De “big bang” van 2004 is een van de zeldzame historische beloften die later ook echt werden ingelost. De grote uitbreidingsronde met acht [Midden- en] Oost-Europese landen, Malta en Cyprus maakte de EU sterker, vreedzamer en Europeser. Het plan heeft gewerkt’, schrijft Andreas Ernst in een commentaar in Neue Zürcher Zeitung.

    Op 1 mei 2004 presenteerden de leiders van tien nieuwe lidstaten van de Europese Unie hun vlaggen aan Pat Cox, toenmalig voorzitter van het Europees Parlement. De EU groeide van vijftien naar vijfentwintig lidstaten na de toetreding van Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije en Slovenië. Afgezien van Cyprus en Malta waren dit allemaal voormalig communistische landen die tot 1989 gericht waren op de Sovjet-Unie. 

    Het blok telt nu 27 landen – Kroatië trad, na Bulgarije en Roemenië, het meest recent toe, in 2022. Het Verenigd Koninkrijk koos er in 2016 voor om te vertrekken; de Brexit. De tien nieuwe lidstaten van 2004 vertegenwoordigden een bevolkingstoename van 20 procent en het EU-grondgebied nam met bijna hetzelfde percentage toe. Het totale bbp groeide met ongeveer 9 procent, terwijl het bbp per hoofd van de bevolking daalde, somt Euronews op. 

    ‘Hoewel de toenmalige nieuwkomers nog steeds netto-ontvangers zijn van financiële voordelen van de unie, hebben alle lidstaten profijt gehad van de uitbreiding van de interne markt. Duitsland, de macht in het centrum, heeft het meest geprofiteerd’, aldus Ernst in NZZ

    Kaartje EU
    De verschillende fasen van de uitbreiding van de Europese Unie in kaart gebracht. – © Neue Zürcher Zeitung

    Aanvankelijk waren er in West-Europa veel gemengde gevoelens over de uitbreiding naar het oosten, aldus Ernst. ‘In alle landen gingen stemmen op die waarschuwden voor een toestroom van Oost-Europese migranten die banen en woonruimte zouden afpakken van de lokale bevolking.’ Maar ‘de aanvankelijke zorgen over negatieve effecten op de arbeidsmarkt en de lonen in de oude lidstaten werden niet bewaarheid’, aldus Süddeutsche Zeitung.

    Integendeel, de uitbreiding heeft de EU als geheel veel voorspoed gebracht. In de afgelopen twintig jaar is de economie van de EU met 27 procent gegroeid, waarbij de landen die in 2004 zijn toegetreden een aanzienlijke economische groei lieten zien die boven het EU-gemiddelde lag. Tussen 1994 en 2004 is de handel tussen oude en nieuwe lidstaten bijna verdrievoudigd en tussen de nieuwe lidstaten vervijfvoudigd. De landen in Midden- en Oost-Europa groeiden gemiddeld met 4 procent per jaar vanaf het begin van het toetredingsproces tot de wereldwijde financiële crisis in 2008, vat Euractiv de economische verworvenheden van de EU-uitbreiding samen. Volgens Financial Times zijn de nieuwe lidstaten zelfs door de gedeelde Europese markt en EU-fondsen verandert in ‘grootmachten op het gebied van productie en export’.

    Wel leidde het vrije verkeer van personen tot een uitstroom van de bevolking en braindrain in Midden- en Oost-Europa, die de laatste jaren gedeeltelijk wordt teruggedraaid door de verbeterde economische situatie aldaar. De migratie van Oost-Europeanen naar het westen was ook een factor die speelde bij de Brexit en dus veroorzaakte dat de EU een zwaargewicht kwijtraakte. 

    Wat is de politieke houding van de nieuwe lidstaten binnen de EU?

    De toetreding tot de EU ging voor de nieuwe lidstaten niettemin gepaard met grote socialeaanpassingskosten, aldus Ernst in NZZ. ‘Het transformatieproces bestond vaak uit het simpelweg imiteren van het westerse model. De samenlevingen moesten politieke en economische hervormingen doorvoeren die werden bevolen en gecontroleerd door ongekozen bureaucraten uit Brussel en managers van internationale kredietbanken. Met lokale tradities en manieren van doen werd geen rekening gehouden.’

    Ernst vervolgt: ‘Dit leidde tot wrevel en antiliberale reacties. Niet doordat de Oost-Europeanen rouwden om hun autoritaire verleden en mentaal “er nog niet klaar voor waren”, zoals westerse commentatoren schreven. Het was het gebrek aan alternatieven voor de ingeslagen weg, zoals de aanjagers beweerden, die veel mensen tegenstond.’

    De uitbreiding veranderde ‘meer dan West-Europeanen hadden verwacht, maar minder dan Oost-Europeanen hadden gehoopt’

    Toch beschouwen Midden- en Oost-Europeanen de toetreding ook als een succes en een aanwinst. In Estland is 81 procent van de bevolking voorstander, in Polen 63 procent en zelfs in Hongarije, waar de regering-Orbán lange tijd elke gelegenheid heeft aangegrepen om de EU te bestempelen als een ‘koloniale macht’, is 54 procent van de bevolking voor de EU. 

    Volgens de Hongaarse Ferenc Lazló, universitair docent Europese geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht, veranderde de uitbreiding ‘de unie meer dan West-Europeanen hadden verwacht, maar minder dan Oost-Europeanen hadden gehoopt’. Hoewel er weinig sprake was van verdringing op de arbeidsmarkt in West-Europa door Oost-Europeanen werd er wel veel overlast ervaren van werknemers uit het voormalige Oostblok en hadden Oost-Europeanen verwacht dat ze sneller op het welvaartsniveau van het westen zouden zouden zitten. Dit uit zich in politieke wrevel tussen oost en west, zo schrijft Lazló in New Eastern European.

    Donald Tusk Ursula von der Leyen 2023
    De Poolse premier Donald Tusk en de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen schudden elkaar de hand op 15 december 2023. Sinds de verkiezingsoverwinning van Tusk in oktober 2023 vaart Polen een pro-Europese koers. – © Europese Unie​

    Ook heeft de uitbreiding het politieke zwaartepunt van de EU verder naar het oosten verplaatst. Bijna een op de twee lidstaten van de EU is een voormalig communistisch land, terwijl deze landen maar een vijfde van de totale Europese bevolking huisvesten en zelfs een nog kleiner deel van het totale bbp. Elke lidstaat heeft een zetel in de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie, samen met het parlement de belangrijkste machtsorganen. In Europees Parlement zijn de zetels echter verdeeld op basis van inwonersaantallen, waardoor Oost-Europese landen zich altijd hebben verzet tegen een grotere rol van het democratisch verkozen parlement, stelt Lazló.

    Een van de grootste dwarsliggers in de EU is het Hongarije van premier Viktor Orbán, dat zich herhaaldelijk, naast tegen Europese integratie, heeft verzet tegen steun aan Oekraïne.

    ‘Hoewel het land er sinds 2004 economisch enorm op vooruit is gegaan, is het tot op de dag van vandaag een netto-ontvanger van betalingen uit Brussel’, aldus Süddeutsche Zeitung. In 2021 bijvoorbeeld, voordat de betalingen grotendeels werden bevroren vanwege het geschil over de rechtsstaat, ontving Hongarije 6 miljard euro uit Brussel terwijl het 1,7 miljard euro aan de EU-begroting afdroeg. ‘In haar aanvallen op Brussel neigt de Fidesz-regering echter voorbij te gaan aan het feit dat 78 procent van de Hongaarse export naar de EU gaat en dat economische integratie aanzienlijk bijdraagt aan het voortbestaan van het land.’

    Kiran Patel, historicus aan de Universiteit van München en expert op het gebied van EU-integratie, zei tegen de Duitse krant ‘dat Orbán er de voorkeur aan heeft gegeven de mogelijkheden die de EU haar leden biedt te misbruiken om zijn eigen macht uit te breiden en de regelgeving van de EU uitsluitend gebruikt om zijn eigen belangen veilig te stellen’.

    Door de Russische aanval op Oekraïne konden ‘de stemmen van de Oost-Europese landen in één klap niet meer genegeerd worden’

    Een lichtpuntje is Polen, dat onder de vorige PiS-regering in de clinch lag met de Europese Unie, maar nu onder het leiderschap van Donald Tusk een voortrekkersrol aanneemt in Europa. De EU heeft Polen dan ook beloond voor haar pro-Europese koers door de in 2017 in gang gezette procedures tegen Warschau wegens schendingen van de rechtsstaat stop te zetten, waardoor vele miljarden uit Europese fondsen vrijkomen voor het land, aldus Neue Zürcher Zeitung.

    Door de Russische aanval op Oekraïne konden ‘de stemmen van de Oost-Europese landen in één klap niet meer genegeerd worden’, stelt Ernst in de Zwitserse krant. ‘Want het werd duidelijk dat bijvoorbeeld de Polen, Esten, Letten en Litouwers al veel eerder begrepen wat nu ook de Duitsers en Fransen beseffen: dat Europa meer moet zijn dan een markt, namelijk een defensieve markt. De oorlog heeft het zwaartepunt van Europa ver naar het oosten verschoven. Niemand zal meer beweren dat Europeanen daar als tweederangsburgers leven.’

    Moet de EU verder uitbreiden?

    Andere Europese landen staan in de rij om lid te worden, met negen landen die als erkende kandidaat-lidstaten meedingen naar het lidmaatschap: Servië, Montenegro, Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië, Albanië, Turkije, Oekraïne, Georgië en Moldavië.

    Om toegelaten te worden tot het verband moet elke kandidaat zich inspannen om zich de waarden en wetten van de EU eigen te maken. Vorig jaar kregen de zes landen van de Westelijke Balkan – de vijf kandidaat-lidstaten plus Kosovo – als opstap naar volledig lidmaatschap van de unie een groeiplan voorgelegd en kregen ze toegang tot delen van de interne markt van de EU in ruil voor substantiële hervormingen.

    carl campbell bMd0hMm0lzY unsplash
    In het Berlaymontgebouw in Brussel zetelt de Europese Commissie. – © Carl Campbell / Unsplash

    Twee weken geleden zei de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, dat de EU groter moet worden of anders het risico loopt dat zich een ’nieuw IJzeren Gordijn’ vormt langs haar oostflank, bericht Euronews, daarmee verwijzend naar de dreiging van Russische expansie door de oorlog in Oekraïne. 

    De opmerking komt op het moment dat de oorlog tussen Rusland en het toetredende land Oekraïne verhevigt. ‘Het is uiterst gevaarlijk een onstabiel buurland te hebben met een gebrek aan welvaart of aan economische ontwikkeling. Het is in ons  gemeenschappelijke belang – van kandidaat-lidstaten én van de EU – om vooruitgang te boeken, om te versnellen,’ aldus Michel.

    Het door oorlog verscheurde Oekraïne en buurland Moldavië deden hun aanvraag om lid te worden van de EU binnen enkele weken na de grootschalige inval van Rusland in februari 2022 en verwierven in recordtijd de status van kandidaat-lidstaat. De EU stemde ermee in om eind 2023 toetredingsonderhandelingen met Oekraïne te beginnen. Om lid te worden, moet het land de strijd tegen corruptie opvoeren, een uitgebreide lobbywet aannemen en de hervorming van het wettelijke kader voor nationale minderheden afronden.

    ‘De volgende uitbreidingsronde (met Oekraïne en de Westelijke Balkan) zal nog sterker worden gemotiveerd door het veiligheidsbeleid dan de “big bang” van 2004. En ze zal het karakter van de EU, haar spelregels en zelfs haar identiteit nog meer veranderen. 2004 heeft al laten zien dat de integratie van nieuwe leden meer inhoudt dan een uitbreiding, het gaat eerder om een soort heroprichting’, concludeert Andreas Ernst.

    Of de EU zelf klaar is om uit te breiden, is nog maar de vraag. Globus twijfelt daar sterk aan. ‘Formeel gezien is uitbreiding van de EU mogelijk, maar in de praktijk is het nauwelijks haalbaar, omdat de EU al te groot is om effectief te kunnen functioneren binnen het huidige juridische kader.’ Het Kroatische dagblad pleit daarom voor de afschaffing van het vetorecht, waardoor besluiten met een meerderheid kunnen worden genomen, zonder dat individuele lidstaten dwarsliggen.

  • Groot-Brittannië blinkt uit in het integreren van migranten

    Groot-Brittannië blinkt uit in het integreren van migranten

    De deportaties naar Rwanda van de Britse premier Rishi Sunak zijn berucht; toch beweert The Economist dat het Verenigd Koninkrijk meer migranten telt dan bijvoorbeeld de VS. Nog verrassender is dat het land ook goed zou zijn met het assimileren van elders geborenen.

    Het idee van Groot-Brittannië als immigratieland lijkt misschien contra-intuïtief. De Britse burgers stemden in 2016 voor het verlaten van de Europese Unie nadat hun een strengere controle op de instroom van mensen uit Europa was beloofd. Onlangs streden politici in het parlement over een wetsvoorstel dat het makkelijker maakt om asielzoekers naar Rwanda te verschepen, zonder hun smeekbeden aan te hoeven horen – de laatste in een reeks onliberale wetten die bedoeld zijn om ‘de boten tegen te houden’.

    Het land pocht ook niet over de migranten die het heeft. Hebben andere plaatsen grote immigratiemusea, zo trekt het museum in de haven van New York elk jaar miljoenen toeristen, het kleine Migratiemuseum van Groot-Brittannië, dat niet door de staat maar door enkele notabelen werd opgericht, bevindt zich in het Lewisham Shopping Centre in Zuid-Londen, tussen een discount- en een schoenenwinkel.

    Toch telt Groot-Brittannië inmiddels een groter aandeel in het buitenland geboren inwoners dan Amerika. Een op de zes inwoners kwam ter wereld in een ander land. Het aandeel stijgt doordat de conservatieve regering, die zich zo inspant om de boten tegen te houden, de deur heeft opengezet voor arbeiders, studenten en slachtoffers van autoritaire regimes, zoals Hongkongers en Oekraïners. Vorig jaar dreven minder dan 30.000 mensen het Kanaal over; de langetermijnimmigratie bedroeg vorig jaar tot juni 2023 1,2 miljoen.

    Verrassend

    Nog verrassender is het feit dat het land zo goed is in het assimileren van immigranten. Politici klagen dat Groot-Brittannië mensen uit arme landen binnenlaat om ondergeschikt werk te doen, en studenten die alleen een visum willen om pizza’s te kunnen bezorgen. Het multiculturalisme heeft gefaald, zeggen ze: te veel immigranten leiden een parallel leven in gesegregeerde buurten. Onzin: Groot-Brittannië blinkt erin uit migranten vooruit te helpen op economisch, sociaal en cultureel gebied. Het land is (in ieder geval in dit opzicht) een voorbeeld voor de rest van de wereld.

    In veel landen hebben zelfs geschoolde immigranten moeite om een baan te vinden. In de EU ligt de arbeidsparticipatie van in het buitenland geboren volwassenen met een diploma die geen onderwijs meer volgen tien procentpunten lager dan die van autochtonen met een diploma. In Groot-Brittannië is het verschil slechts twee punten en hebben laagopgeleide in het buitenland geboren mensen twaalf punten meer kans om te werken dan hun in Groot-Brittannië geboren leeftijdsgenoten.

    Zelfs immigranten die vastzitten in een saaie baan weten dat hun kinderen het meestal goed doen op school. In Engeland hebben tieners die Engels niet als eerste taal spreken meer kans om goede cijfers te halen voor wiskunde en Engels in nationale GCSE-examens [General Certificate of Secondary Education] dan autochtone Engelstaligen. De PISA-tests van de OECD, een club van rijke landen, laten zien dat immigranten en hun kinderen in een groot deel van Europa slecht presteren. In Duitsland haalden immigrantenkinderen 436 punten voor de laatste wiskundetoets, tegen 495 punten voor autochtonen. In Groot-Brittannië deden ze het iets beter dan autochtonen.

    Britten als geheel zijn relaxter geworden, vooral sinds de brexit-stemming

    Dat Groot-Brittannië zich zou opdelen in getto’s is een mythe. Binnen elke etnische groep is de segregatie gestaag afgenomen sinds de volkstelling in 1991 deze begon bij te houden. Niet in traditionele smeltkroezen zoals Birmingham en het centrum van Londen groeit de allochtone bevolking het snelst, maar in rustige buitenwijken en kleine steden. En ook binnen die steden vormen buitenlanders geen clusters.

    Het is waar dat immigratie onderwerp blijft van heftige politieke debatten. Dat komt waarschijnlijk doordat de mensen die er echt een hekel aan hebben, bereid zijn hun stemgedrag alleen op deze kwestie te baseren. Britten als geheel zijn relaxter geworden, vooral sinds de Brexit-stemming. Ze maken zich minder druk. De hoogste politieke functies in Groot-Brittannië, Schotland en Londen worden allemaal bekleed door kinderen van immigranten, allemaal van Zuid-Aziatische afkomst. De eerste ministers van Noord-Ierland en Wales zijn in het buitenland geboren.

    Groot-Brittannië kan niet van elke migrant en elk migrantenkind een goed opgeleid, productief lid van de samenleving maken. Het worstelt met geïmporteerde vooroordelen en agressief islamisme, een probleem dat helaas vaak van eigen bodem komt. Asielzoekers passen zich niet zo goed aan als anderen, misschien omdat de overheid hen in hotels propt en verhindert te werken terwijl ze alle tijd nemen om hun zaak te behandelen. 

    Ook is de staat niet goed in bureaucratie. Het ministerie van Binnenlandse Zaken is beroemd om zijn incompetentie. Het vertraagt assimilatie zelfs door hoge kosten te rekenen voor naturalisatie – de kosten zijn sinds 2000 verzesvoudigd.

    Ruimdenkend

    Er zijn ook nog enkele voordelen aan Groot-Brittannië die andere landen niet kunnen bieden. Het land ligt ver van een oorlogsgebied, dus het krijgt relatief weinig ongenode vluchtelingen, en er wordt toevallig een taal gesproken die veel mensen een beetje spreken. Maar er zijn vooral twee verklaringen voor het succes die voor anderen makkelijk te kopiëren zijn.

    De eerste is de flexibele arbeidsmarkt van Groot-Brittannië. Vergeleken met de rest van Europa is het aannemen en ontslaan van personeel er eenvoudig, zelfs wanneer mensen een vast contract hebben. Dat helpt immigranten om economisch voet aan de grond te krijgen, wat al het andere gemakkelijker maakt. Het xenofobische credentialisme is er bovendien zwakker. Een ongewoon kenmerk van Groot-Brittannië is dat immigranten met buitenlandse kwalificaties bijna precies dezelfde arbeidsparticipatie hebben als mensen met binnenlandse kwalificaties. In de meeste Europese landen is dat verschil groot; in Griekenland bedraagt het zelfs een verbazingwekkende 25 procentpunten.

    Het andere voordeel van het land is de houding van de bevolking. Britten zijn ruimdenkend. Slechts 5 procent zei in de World Values Survey dat ze er bezwaar tegen zouden hebben om naast een immigrant te wonen (en migrantenkinderen zeggen minder vaak gepest te worden op school dan autochtone kinderen). Britten zijn niet snel geneigd tot discriminatie maar koesteren daartegenover wel hoge verwachtingen. In tegenstelling tot andere Europeanen willen ze graag dat migranten de taal leren, diploma’s halen, de cultuur overnemen en burgers worden. Daarmee speelt waarschijnlijk mee dat Groot-Brittannië nooit gastarbeiders heeft gehad. Politici elders zouden er verstandig aan doen om niet te voorspellen dat de nieuwkomers die het heeft toegelaten op een dag naar huis zullen gaan, zoals Angela Merkel, toen bondskanselier van Duitsland, in 2016 deed.

    Groot-Brittannië heeft zich de laatste tijd niet van zijn beste kant laten zien. Het heeft de rest van Europa een grote dienst bewezen door te laten zien wat het kost om de EU te verlaten. Maar op het gebied van integratie spant het koninkrijk de kroon.

  • Xi Jinping bezoekt Europa voor het eerst in vijf jaar

    Xi Jinping bezoekt Europa voor het eerst in vijf jaar

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Drie vermiste westerse toeristen in Mexico doodgeschoten

    » Israël verbiedt Al Jazeera vanwege ‘propaganda voor Hamas’

    Naast Frankrijk bezoekt Xi Hongarije en Servië

    De Chinese president Xi Jinping is voor het eerst in vijf jaar in Europa. Bloomberg schrijft dat Xi zal proberen een wig te drijven tussen Europa en de Verenigde Staten en Europese landen meer naar China te laten kijken. De Chinese leider heeft drie landen uitgekozen om te bezoeken – Frankrijk, Servië en Hongarije – die allemaal, in meer of mindere mate, problemen hebben met de manier waarop de VS de wereld probeert in te delen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Voor Europa zal het bezoek de relaties met zowel China als de VS op de proef stellen. De Chinees-Franse betrekkingen ‘hebben een model opgeleverd voor de internationale gemeenschap van vreedzame co-existentie en win-win-samenwerking tussen landen met verschillende sociale stelsels’, zei Xi in een verklaring die kort na zijn aankomst in Parijs werd uitgegeven.

    Hij heeft zijn aankomst bij zijn tweede halte, Servië, getimed om samen te vallen met de vijfentwintigste verjaardag van het dodelijke NAVO-bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado tijdens de Kosovo-oorlog. Die vergissingsaanval op 7 mei 1999, waarvoor het Witte Huis zich verontschuldigde, kostte drie Chinese journalisten het leven en leidde tot protesten rond de Amerikaanse ambassade in Peking.

  • In Zwitserland is cocaïne snuiven een volkssport geworden

    In Zwitserland is cocaïne snuiven een volkssport geworden

    Europa neemt meer cocaïne in beslag dan ooit tevoren en toch zijn de autoriteiten niet bij machte om de bloeiende handel te stoppen. Volg de reis van het witte poeder vanuit Zuid-Amerika, via Antwerpen en Rotterdam naar een gebruiksruimte voor verslaafden in Zürich.

    Er wordt seks verkocht, op tv worden pornofilms vertoond en de dames van de bediening zijn halfnaakt. Sommige klanten zijn al niet meer in staat om seks te hebben; ze kwamen toch al niet daarvoor naar het bordeel, maar voor iets beters. Ze zijn hier voor crack, gekoppeld aan seksuele opwinding. Dit is de heetste rush die ze kennen, beter dan welk orgasme dan ook. En daarom blijven ze er een dag, twee, misschien zelfs drie dagen, tot ze helemaal uitgeput zijn van euforie, hun krediet op is, hun rekening zo’n vijf cijfers bedraagt en de week die voor hen ligt niet langer vooruit kan worden geschoven. Dan gaan ze er stilletjes vandoor. Ze gaan naar huis of terug naar kantoor, in afwachting van de volgende crack- of cocaïneorgie, over een paar weken. Of ze belanden in de verslavingstherapie, bij specialisten als Thilo Beck, waar ze klagen over hoe deprimerend het is om een normaal leven te leiden met normale seks.

    Seks verkoopt goed, cocaïne nog beter. Het verhaal dat verslavingsspecialist Beck ons vertelt over bordelen in Zürich en drugsgebruik, is een druppel op een gloeiende plaat van een gigantische cocaïnegolf die Europa momenteel overspoelt. Het stimulerende poeder is zuiverder, goedkoper en gemakkelijker verkrijgbaar dan ooit tevoren. In de straten van Zürich heeft de stof een zuiverheidsgraad tot 90 procent, terwijl vroeger 30 of 40 procent de norm was. En toch kost een gram nog steeds amper 100 Zwitserse frank (116 dollar), terwijl consumenten er vroeger 400 frank of zelfs meer voor betaalden. Als je deze gram in tien lijntjes verdeelt, kun je high worden voor 10 frank, wat goedkoper is dan menig drankje aan de bar. Cocaïne is veranderd van een luxedrug voor rijke, knappe en belangrijke mensen in een populaire drug die iedereen zich kan veroorloven en die overal verkrijgbaar is, volgens experts die de plaatsen delict en politieonderzoeksdossiers kennen.

    Van leerling tot gepensioneerde

    Je kunt coke op straat kopen, per post laten opsturen of bestellen via Telegram, Instagram of zelfs TikTok. Een koerier bezorgt het dan gratis – een soort Uber-dienst voor snuiven. En alle beroepen, klassen, geslachten en leeftijdsgroepen doen mee aan het snuiven en dealen – van bankiers en bakkers tot bouwvakkers. Van de meest verslaafde drugsgebruiker tot gestresste kantoormedewerkers, studenten en de gewone feestganger in het weekend. Van de professionele dealer tot de bedrijfsleider wiens mkb problemen heeft en de familieman die een renovatie van zijn huis moet financieren. Van tieners tot mensen van midden veertig en gepensioneerden.

    Volgens een onderzoek uit 2018 snuiven en roken de Zwitsers in totaal vijf ton cocaïne per jaar, ter waarde van ongeveer 500 miljoen frank [zo’n 515 miljoen euro]. En ook al ontbreken er precieze, nieuwe gegevens over de consumptie ervan, er zijn veel aanwijzingen dat het aantal gebruikers tegenwoordig nog groter is: de hoeveelheid cocaïneresten in het afvalwater van de grote steden van Zwitserland neemt toe; Zürich, Basel en Genève staan ergens bovenaan de top 10 van Europa wat betreft residugehaltes. De politie neemt steeds meer cocaïne in beslag en therapeuten moeten steeds meer gebruikers behandelen. En in de contact- en opvangcentra van Zürich hebben verslaafden die cocaïne koken met zuiveringszout of ammoniak en het vervolgens roken als crack of freebase, hun consumptie de afgelopen drie jaar met een kwart verhoogd.

    Uitgeholde ananassen

    Cocaïne is in opkomst. Ja, het is haast alsof de late negentiende eeuw weer is teruggekeerd. Cocaïne was een populair goedje, dat eerst werd aanbevolen aan morfineverslaafden en vervolgens aan verveelde dames uit de hogere klasse, voordat het de doorbraak van het drankje genaamd Coca-Cola ontketende. Het enige verschil is dat de stof nu illegaal is. En de handel is een eldorado voor de georganiseerde misdaad, op welk gebied Europa nu de VS heeft vervangen als marktleider. Op het oude continent is de vraag tegenwoordig groter, de prijs hoger en de smokkel gemakkelijker. Voor de Zuid-Amerikaanse kartels betekent dit meer winst met minder risico, dus verschepen ze hun goederen liever naar Europa.

    Kristian Vanderwaeren, een Belgische douanedirecteur, staat op wacht bij het grootste toegangspunt tot de Europese markt en weet niet of hij blij of bezorgd moet zijn. In 2023 onderschepten hij en zijn team 116 ton cocaïne in de haven van Antwerpen – een nieuw record, zoals elk jaar sinds 2014. Veel dat douanebeambten kunnen het verbranden van het materiaal niet bijhouden – het blijft soms dagenlang opgeslagen. ‘Helaas zijn wij de grootste importeur van cocaïne,’ zegt Vanderwaeren.

    Cocaïne wordt op talloze creatieve en bijna onvoorstelbare manieren Europa binnengesmokkeld. De drug komt aan in onderzeeërs, vastgemaakt aan scheepsrompen, verstopt in uitgeholde ananassen of geïmpregneerd in textiel.

    De meest voorkomende methode is echter nog steeds wat Vanderwaeren de rip-on/rip-off-variant noemt: een bende breekt een normale container open in de haven van vertrek in Zuid-Amerika, verstopt de cocaïne erin en stuurt het naar Europa zonder medeweten van de eigenlijke exporteur. Zodra de lading in de haven van bestemming is aangekomen, breken andere bendes de container open en stellen het materiaal veilig, hetzij in de haven of na inklaring buiten. Transporteurs nemen vervolgens de drugslading over en sturen deze op weg naar de landen van bestemming, waaronder Zwitserland.

    Dit is vaak zo eenvoudig als het klinkt. Elk jaar komen er 12 miljoen vrachtcontainers aan in Antwerpen, waaronder 350.000 uit Zuid-Amerika, veel daarvan met bederfelijke goederen die snel vervoerd moeten worden. Tot nu toe heeft de douane slechts 2 procent van de containers kunnen scannen en controleren op drugs. Dus als men veel verstuurt, kan men er nog steeds veel doorheen sluizen – er worden verliezen van 10 tot 15 procent ingecalculeerd, die gemakkelijk kunnen worden gecompenseerd met een marge van meer dan 1000 procent. Hieronder vallen ook steekpenningen van tienduizenden euro’s om havenmedewerkers of douanebeambten op het juiste moment de andere kant op te laten kijken, een specifieke container te laten aanwijzen of de digitale afhaalcode te laten onthullen. En als corruptie niet helpt, nemen lokale bendes graag hun toevlucht tot geweld en chantage om lokale werknemers tot medewerking te dwingen. ‘Als we niet uitkijken, hebben we binnen tien jaar een narcostaat in Antwerpen’, waarschuwt Vanderwaeren.

    Daarom is België nu aan het ‘upgraden’. Er komen honderd nieuwe banen bij in de haven en er worden veertien extra scanners aangeschaft. ‘Over een paar jaar,’ zegt Vanderwaeren, ‘wil ik alle containers uit risicolanden kunnen controleren.’

    Het plan en de recente successen hebben echter een keerzijde: hoe meer drugsdealers worden tegengewerkt, hoe harder ze terugvechten, tegen elkaar en tegen de staat. Aanvallen en schietpartijen nemen al jaren toe in België. Tijdens onderzoeken stuitte de politie op martelkamers die door lokale bendes werden gerund en de voormalige Belgische minister van Justitie moest zich wekenlang op een geheim adres schuilhouden uit angst te worden ontvoerd. Het is een spiraal van geweld, waarbij gewapende bendes tot het uiterste gaan. Ze hebben al verschillende keren geprobeerd om onder bedreiging van een vuurwapen in beslag genomen cocaïne die nog niet verbrand kon worden uit de haven te stelen.

    ‘Zover mogen we het niet laten komen.’ Aan de rand van Bern ontvangt het plaatsvervangend hoofd van de federale recherche gasten in een eenvoudige vergaderruimte op het hoofdkantoor van de federale politie. Zijn naam mag niet in de media verschijnen om zijn veiligheid te garanderen – de reden hiervoor staat in matrixvorm vermeld op een bord achter hem. Het toont de verschillende hiërarchieën in de drugshandel, met runners onderaan, kleine en grote distributeurs verder omhoog, dan importeurs en ten slotte, rood omlijnd, de georganiseerde misdaad. Dat is de tak die de ervaren politieman en zijn collega’s in het vizier hebben en waar partners uit Nederland en België hem dringend voor waarschuwen. ‘Je moet nu investeren in de strijd tegen de georganiseerde misdaad,’ vertellen ze hem. ‘Anders loopt het met jullie net zo af als met ons.’

    Het plan en de recente successen hebben echter een keerzijde: hoe meer drugsdealers worden tegengewerkt, hoe harder ze terugvechten, tegen elkaar en tegen de staat

    Niet dat de onderzoeker die tip nodig had. In zijn werk heeft hij snel oude, vermeende zekerheden moeten herzien: nee, als het gaat om internationale drugshandel is Zwitserland niet alleen een toevluchtsoord en een financieel centrum, het is ook volledig betrokken bij de operationele kant van de zaak en het is een van de meest aantrekkelijke markten in Europa.

    Dit werd duidelijk toen de Belgische drugsdealer Flor Bressers twee jaar geleden in Zürich werd gearresteerd. Terwijl hij op de vlucht was voor de autoriteiten, vond de zesendertigjarige, ook wel bekend als de ‘vingersnijder’, onderdak in Zürich en Rüschlikon bij zijn vriendin. Hij had een valse identiteit gebruikt en beheerde nog altijd zijn bedrijf. Onderzoekers beschuldigden hem van het importeren van tonnen cocaïne in Europa en het leveren van grote hoeveelheden ervan aan Zwitserland. Hij investeerde en gaf zijn winsten uit in het land; alleen al zijn vriendin gaf in twee jaar tijd 2,5 miljoen frank [ruim 2,6 miljoen euro] uit aan luxe goederen en appartementen.

    Bressers opereerde op een niveau waar de federale politie zich voornamelijk op richt – als tussenpersoon. Dit zijn de professionals in de georganiseerde misdaad die de cocaïnehandel organiseren in naam of voor rekening van grote criminele groepen en tegen betaling van provisie, in principe als een volkomen normale economische activiteit.

    De tijd dat een kartel of maffia de handel van teelt tot straatverkoop in handen had, is voorbij. Tegenwoordig functioneert de cocaïnehandel via een toeleveringsketen die gebaseerd is op een arbeidsverdeling met vele schakels: de producenten en lokale kopers in Zuid-Amerika, de kartels die de drugs per ton klaarmaken voor export en de tussenhandelaren die het transport organiseren. Deze huren op hun beurt bendes in die de Europese havens controleren, evenals transporteurs en kopers voor de grote steden. En ze hebben contact met advocaten, accountants en bankiers die helpen om de winsten wit te wassen. Iedereen die aan deze toeleveringsketen kan bijdragen, doet zaken. En de criminele groepen erachter, zoals de Italiaanse ‘Ndrangheta of de Albanese maffia, werken samen over families, etnische groepen en landsgrenzen heen – beter dan de politie.

    Dit werd drie jaar geleden duidelijk, toen Europese onderzoekers erin slaagden de versleutelde communicatiedienst Sky ECC, die werd gebruikt voor internationale drugshandel, te kraken. Ongeveer drieduizend gebruikersprofielen waren op korte of lange termijn actief in het Zwitserse mobiele netwerk en alleen al op basis van deze zaak lopen er momenteel meer dan veertig onderzoeken in Zwitserland. De herkomst van de verdachten lijkt op een eliminatieronde voor het Europees kampioenschap voetbal: Serviërs, Albanezen, Duitsers, Turken, Zwitsers, Nederlanders en nog veel meer – allemaal verenigd op hetzelfde chatplatform. De routes waarlangs cocaïne Zwitserland bereikt zijn net zo divers – vanuit de havens aan de Oostzee en de Middellandse Zee, vaak via koeriers of vrachtwagens. Het wordt ook vervoerd per passagiersvliegtuig, verstopt in luchtvracht of in de magen van slikkers die tot een kilo vervoeren in vingercondooms.

    Lichtschakelaar

    ‘Het is als een lichtschakelaar. Je rookt en wordt onmiddellijk euforisch, creatief en je raakt volledig gefocust.’ Het is een ijzige ochtend in december en het contact- en inloopcentrum op het Zeughausplein in Zürich ziet er een beetje uit als een slaperig festivalterrein: een cirkel van tenten en containers met toiletten, douches, recreatie- en gebruiksruimtes zijn allemaal met elkaar verbonden door houten loopbruggen. Frank (naam veranderd) komt uit een tent waar verslaafden ongestoord kleine hoeveelheden heroïne en cocaïne met elkaar kunnen ruilen. Frank vertelt hoe hij hier terecht is gekomen: eerst waren het gewoon joints, toen freebasing voor de kick en later, toen hij bij de bank werkte, heroïne, totdat het gewoon niet meer ging. Frank is nu vijfentwintig jaar verslaafd. Op dit moment heeft hij zijn verslaving tenminste enigszins onder controle, zegt hij, dankzij het heroïneprogramma en de contactcentra. Je kunt zien dat het niet altijd zo is geweest.

    Die ochtend is hij daar om te freebasen. Hij meldt zich bij de gebruiksruimte. Al snel wordt hij gebeld door een medewerker. Hij mag naar binnen en heeft nu 30 minuten om zijn cocaïne te koken en te roken aan een van de kleine tafeltjes. Frank kan zich niet voorstellen dat hij ooit van de drug zal afkomen. ‘Als het moment van de laatste inhalatie nadert, volgt meteen ook de gedachte aan de volgende. Het houdt nooit op,’ zegt hij.

    In zekere zin is Frank de laatste schakel in de toeleveringsketen van de internationale drugshandel, die zowel aan het begin als aan het eind veel mensen laat lijden, voor velen daartussenin een klein inkomen oplevert en in het midden voor enkelen buitensporige winsten oplevert. Frank staat ver af van deze profiteurs, zowel sociaal als fysiek. De cocaïne die hij in de straten van Zürich koopt, wordt daar niet gedistribueerd door criminele organisaties en er is ook geen Zürichse cocaïnekoning. Sterker nog, met enige overdrijving; dealen is een volkssport geworden. ‘De handel gaat dwars door de maatschappij heen,’ zegt Beat Rhyner, hoofd van Specialized Investigations bij de stadspolitie van Zürich.

    Het zijn vooral lokale criminelen die de drugs bestellen via tussenpersonen in Nederland of België. Zij ontvangen de drugs tegen vooruitbetaling en geven ze meteen door aan hun distributeurs in Zürich. Van daaruit sijpelt het handelswaar onmiddellijk naar beneden via ingewikkelde netwerken. Wat er op dit moment binnenkomt, wordt door Stefan Nebl, plaatsvervangend hoofd van de narcoticagroep van de stadspolitie, omschreven als een ‘episch overaanbod’. Een aanwijzing hiervoor is dat de politie vorig jaar dubbel zoveel cocaïne in beslag nam en 2 miljoen frank in contanten confisqueerde.

    Er zijn aanwijzingen dat nieuwe groepen crackcocaïne gaan gebruiken, zoals jonge mannen met een migratieachtergrond

    Maar hoeveel cocaïne de politie ook in beslag neemt in België, Bern of Zürich, op straat verandert er niets. Ondanks alle successen en records blijft het aanbod hoog en de prijzen stabiel, op een laag niveau. In het beste geval, wanneer een makelaar zoals Bressers wordt gearresteerd, hapert de machine even voordat hij op hetzelfde tempo doorgaat, zelfs in Zwitserland.

    ‘Er is vorig jaar iets gebeurd, maar we weten nog niet precies wat,’ zegt adjunct-directeur van de Zwitserse Verslavingsstichting Frank Zobel, een prominent expert op het gebied van de Zwitserse drugswereld. Wat Zwitserland in 2023 meemaakte met betrekking tot cocaïne en vooral crack was ongewoon, zegt hij. Dat sterke en snel verslavende crack in de mode is, is niets nieuws, voegt hij eraan toe. Maar plotseling is het gebruik openlijk zichtbaar geworden, en niet alleen in hotspots als Genève of Zürich, maar ook in kleinere steden als Chur, Solothurn, Brugg of Lugano. Het wordt vaak gebruikt door bekende verslaafden, zoals Frank in de wijk Kreis 4 in Zürich. Maar er zijn ook aanwijzingen dat nieuwe groepen crackcocaïne gaan gebruiken, zoals jonge mannen met een migratieachtergrond, zegt hij. ‘We weten nog steeds niet genoeg over wie deze mensen zijn,’ zegt Zobel, ‘maar bij mij gaan de alarmbellen al rinkelen.’

    De federale overheid heeft dit ook gemerkt. In november riep het Federale Bureau voor Volksgezondheid experts van kantons, steden en gespecialiseerde instanties bijeen voor een vergadering. ‘Het is een nieuwe situatie die we serieus moeten nemen,’ zegt Simona De Berardinis, hoofd van de Nationale Verslavingsstrategie. Toch is het bewezen verslavings- en drugbeleid van het land met zijn vier pijlers van preventie, therapie, schadebeperking en repressie nog steeds effectief, zegt ze. Ze zouden kunnen helpen om open drugscènes met hun ellende en geweld te voorkomen en de precaire situatie van gebruikers te verbeteren, voegt ze eraan toe. Nu is het zaak om de recent getroffen steden te ondersteunen door te laten zien hoe je deze pijlers in de praktijk toepast, zodat ook zij beschermde ruimten voor consumptie kunnen creëren. En we zullen de situatie in de zomer zeker in de gaten moeten houden, zegt ze. ‘We weten niet wat we kunnen verwachten.’

    Niemand weet het zeker, maar de voorspelling is dat er nog meer van het witte poeder zal komen. Europol verwacht dat de stroom cocaïne verder zal toenemen. En dat ondanks het feit dat de EU drugshandel al heeft aangemerkt als een van haar grootste bedreigingen voor de veiligheid en afgelopen najaar een breed opgezet actieplan tegen drugshandel heeft gelanceerd. ‘We lossen dit probleem op Europees niveau op of het gebeurt helemaal niet,’ aldus de Belgische douanedirecteur Vanderwaeren.

    De politie in Bern en Zürich zal haar Europese collega’s proberen te helpen en anders de zaken van kleine en grote handelaars in eigen land verstoren – tenminste voor zover de veiligheid en openbare orde worden gehandhaafd. ‘We oefenen overal druk uit, op straat, bij tussenpersonen en importeurs, zodat de situatie niet escaleert,’ zegt de Zürichse onderzoeker Rhyner. Rhyner en zijn collega’s hebben echter al lang niet meer de illusie dat ze met deze maatregelen de illegale drugshandel kunnen stoppen. Ze moeten nu genoegen nemen met het feit dat ze kunnen zeggen: ‘Als je vijf jaar lang dealt in Zürich, loop je een groot risico dat je wordt gearresteerd.’

    Het probleem is echter dat de volgende persoon dan alweer klaarstaat om het stokje over te nemen.

  • Zo moet Europa onderhandelen met Donald Trump

    Zo moet Europa onderhandelen met Donald Trump

    De controversiële ex-president gaat aan kop in de peilingen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hoog tijd dus dat Europa zich voorbereidt op een nieuwe regering-Trump. ‘Hij wil in een onderhandeling altijd een overwinning behalen’, stelt politiek commentator Janan Ganesh.

    Omdat hij hierbij geen godslasterlijke of zelfs al te opruiende taal gebruikte, heeft de meest veelzeggende uitspraak die Donald Trump heeft gedaan sinds hij zijn ambt heeft neergelegd, de aandacht van de wereld niet lang vastgehouden. Toen hem afgelopen zomer in een interview op Fox News werd gevraagd of hij Taiwan met geweld zou verdedigen, verkondigde hij dat het eiland, dat fortuin maakt met halfgeleiders, ‘onze zaken heeft afgepakt’.

    Een non sequitur? Misschien. Een vulgaire opmerking aangezien het bij een dergelijk conflict om leven en dood zou gaan? Dat ook. Maar wat een inzicht geeft dit in een geest. Als het een filmdialoog was, zouden we de schrijfstijl prijzen, de geweldige ‘show, don’t tell’-regel waarmee hier zijn karakter wordt geschetst.

    Trump, de koploper voor de Republikeinse presidentsnominatie [inmiddels hebben alle tegenkandidaten hun kandidatuur ingetrokken], is ‘transactioneel’ ingesteld, in een mate die zelfs zijn naaste waarnemers moeilijk kunnen doorgronden. En niet op een al te gewiekste manier. Hij leeft in een wereld van voor David Ricardo, zo niet voor Adam Smith, waarin rijkdom wordt gezien als een taart waar landen om strijden. Meer voor jullie betekent minder voor ons.

    Als de VS een tekort hebben op hun lopende rekening met China, is dat ipso facto een verlies. Als de VS een onevenredig deel van de rekening van de NAVO betalen, zijn ze sukkels. Ongeacht wat Amerika er allemaal voor terugkrijgt. (Als Vladimir Poetin collectieve defensieregelingen had op een ander continent, zou alt-right dat toejuichen als sterke strategische zet en niet wegzetten als belasting.) Om met Trump af te rekenen, moet je eerst inzien dat er niet valt te tornen aan zijn nulsomvisie op de dingen.

    Prijs

    Deze houding brengt Europa in een slechtere én een betere positie dan sommigen denken. Trump zou bereid zijn om het continent voor een dollar te verkopen. Maar hij kan er ook toe worden overgehaald om het voor een dollar níét te doen. Als het continent meer uitgeeft aan defensie – en daar heeft het een begin mee gemaakt – dan valt zijn belangrijkste bezwaar tegen de NAVO weg. Met andere woorden, als Trump moppert over ‘delinquente’ bondgenoten, bedoelt hij niet iets breders of diepers of groters. Hij uit hiermee geen minachting voor het Westen dan wel bewondering voor roofzuchtige dictators. Die zienswijzen, als hij die al heeft, zijn slechts bijzaak bij zijn eeuwige overtuiging dat Amerika wordt opgelicht.

    De uitdaging voor grote denkers in het Trump-tijdperk is te accepteren dat ze te maken hebben met iemand die is ondergedompeld in een wereld van rekeningen en facturen. Als die mentale staat kan worden doorbroken, wordt hij al minder afschrikwekkend. Trump heeft – op een niet-corrupte wijze – een prijs.

    Het andere wat je over Trump moet onthouden, is dat hij in een onderhandeling de overwinning wil behalen. En om dat te bereiken, dringt hij niet op al te moeilijke voorwaarden aan. In 2018 nam hij genoegen met een herziene versie van het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord – waarbij hij sommige eisen inwilligde en andere liet varen –, in plaats van er meteen uit te stappen.

    In 2020 ondertekende hij wat hij een ‘historisch’ handelsbestand met China noemde. In ruil voor wat? Een niet-afdwingbare toezegging van Xi Jinping om 200 miljard dollar extra aan Amerikaanse goederen te kopen. Zijn amour propre snijdt aan twee kanten en zet hem ertoe aan om ruzies te beginnen, maar ook om ze te beslechten op voorwaarden die hij als de zijne kan presenteren. Het is eigenlijk moeilijk te zeggen wat hem meer krenkt: om in een deal het onderspit te delven, of te worden gezien als iemand die niet in staat is de deal naar zijn hand te zetten.

    De politieke klasse, die opgeleid is in ideeën, gebruikt grote termen voor een man die in wezen een vrek is

    Zou Trump, in het geval van een aanval op de NAVO, de bondgenoten verdedigen? Aangezien er in vijfenzeventig jaar maar één keer een beroep is gedaan op artikel 5, waarin het principe van collectieve verdediging is vastgelegd, is deze vraag vrijwel onmogelijk te beantwoorden. Een praktischere vraag is hoe we kunnen voorkomen dat hij de NAVO in de tussentijd verlaat, onderfinanciert of ondermijnt met zijn retoriek. Het antwoord is om hem op zijn woord te geloven en ons te richten op de kwestie van het geld. Want nogmaals: die woorden zijn geen codetaal voor een diepere boodschap.

    Een financieel gebaar zou meer uit kunnen halen (‘Kijk eens wat ik van de Europeanen heb gekregen’) dan zijn uiterlijke onverzettelijkheid doet vermoeden. ‘Transactioneel’ is gewoon een mooi woord voor ‘onderhandelbaar’. Trump is zo’n beetje de slechtste president die het NAVO-tijdperk heeft gekend, maar een ideologische antiliberaal en kremlinofiel, waaraan in de rechtervleugel van de VS geen gebrek is, zou zich nog eerder van het bondgenootschap afkeren.

    In een van de grote Washingtonfilms, Being There, lezen mensen belangrijke gedachten in de uitspraken van een simpele man. Trump is niet simpel van geest, maar zowel zijn aanhangers als zijn vijanden leggen een filosofisch gewicht op hem – als redder van het christendom dan wel fascist uit de jaren dertig – dat misplaatst is. Zijn belangen liggen niet op een abstract niveau.

    Zelfs zijn wrok tegen China is beperkter, want meer gericht op handel, dan die van een groot deel van het huidige Washington. De politieke klasse, die heeft geleerd in ideeën te denken, gebruikt grote termen – ‘autoritair’ dit, ‘isolationistisch’ dat – voor een man die in wezen een vrek is. De hoofdregel van onderhandelen met Trump is dat niemand er slechter in is dan een intellectueel.

  • Kan de trein ooit het vliegtuig verslaan in Europa? 

    Kan de trein ooit het vliegtuig verslaan in Europa? 

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar het Europese spoor. De trein is een duurzaam alternatief voor het vliegtuig, maar een treinreis van het ene Europese land naar het andere is duurder, trager en ingewikkelder dan een vlucht. Komt hier ooit verandering in?

    Zijn mensen bereid om de trein te pakken? 

    Spanje en Frankrijk hebben een beperkt verbod op korteafstandsvluchten ingevoerd, Nederland, Denemarken en Frankrijk hebben plannen voor hogere belastingen op vliegen doorgezet en de Nederlandse regering overweegt om het aantal vluchten op Schiphol te verminderen. Veel Europese regeringen zijn inmiddels van mening dat korte vluchten moeten worden ontmoedigd, aldus Financial Times. De trein zou een alternatief kunnen zijn, maar is Europa wel te bereizen via het spoor? 

    De reiziger staat in ieder geval te springen om betere internationale treinverbindingen. ‘Voor langeafstandsreizen zitten de treinen vol – en we hebben meer vraag dan aanbod. Dit geldt zowel voor dag- als voor nachttreinen’, aldus Alberto Mazzola, uitvoerend directeur van de Community of European Railway and Infrastructure Companies, een in Brussel gevestigde samenwerking van nationale spoorwegmaatschappijen, tegen The New York Times. De Amerikaanse krant spreekt zelfs van een ‘spoorwegrenaissance’.

    Mazzola schrijft de stijgende vraag toe aan de bezorgdheid van passagiers over het klimaat en aan de toenemende prijsconcurrentie tussen treinen en vluchten. Op Thetrainline.com bijvoorbeeld, een populair platform voor treinboekingen in Europa, begint een treinreis heen en terug tussen Parijs en Genève eind januari bij 63 euro, inclusief bagage. Op Google Flights is het goedkoopste retourticket 148 euro, exclusief kosten voor ingecheckte bagage of luchthaventransfers.

    ‘Het grote probleem is het gebrek aan infrastructuur,’ vertelt Mazzola tegen The Times. Volgens de Italiaan zijn treinstations het grootste knelpunt, gevolgd door de capaciteit op de spoorlijnen zelf. Regeringen, waaronder die in Duitsland en Frankrijk, doen grote investeringen in infrastructuur, voegt hij eraan toe, hoewel het enkele jaren kan duren voordat deze projecten vruchten afwerpen.

    simon tartarotti jdMPM oQz5E unsplash
    Sinds 25 mei 2021 rijdt er weer een dagelijks een nachttrein van het Oostenrijkse spoorbedrijf ÖBB op het traject Amsterdam, München, Innsbruck en Wenen onder de naam Nightjet. – © Simon Tartarotti / Unsplash

    ‘Maar passagiers zijn er klaar voor’, vervolgt de Amerikaanse krant. In de hele Europese Unie is het passagiersvervoer per spoor tussen 2021 en 2022 met 50 procent gestegen tot bijna 245 miljard afgelegde kilometers – slechts 5 procent minder dan in 2019, vóór corona. Op basis van feedback van spoorwegexploitanten uit heel Europa verwacht Mazzola dat de trend zich zal voortzetten wanneer de gegevens van 2023 worden gepubliceerd.

    Hoewel daar verandering in lijkt te komen, is op veel trajecten de trein nog steeds duurder dan het vliegtuig. Toch lijkt dat voor steeds meer jonge mensen geen drempel om de trein te verkiezen boven het vliegtuig, aldus Le Monde. Die krant sprak met de Parisienne Chiara Pellas, die als ze haar broer in Denemarken bezoekt, altijd de trein neemt: ‘Ja, het duurt langer en het kost me iets meer – ik betaal ongeveer 300 euro voor een retourticket. Maar zo kan ik mijn duurzame geweten verzoenen met mijn verlangen om te reizen,’ zegt Pellas tegen de Franse krant.

    ‘Tekenend voor dit nieuwe tijdperk’, vervolgt Le Monde, is dat ‘de 30.000 treinkaartjes om vrij te reizen tussen Frankrijk en Duitsland die in juni werden uitgedeeld aan Franse 18- tot 27-jarigen binnen enkele uren op raakten [ook voor Duitse jongeren waren er 30.000 kaartjes beschikbaar]; verder steeg het aantal verkochte InterRail-passen in Frankrijk, waarmee je gedurende een bepaald aantal dagen onbeperkt in Europa kunt reizen, in 2022 met 127 procent ten opzichte van 2019. Daarnaast is bovendien het DiscoverEU-programma van de Europese Commissie opgezet, dat InterRail-passen aanbiedt aan Europese jongeren van achttien jaar.’ 

    Hoe staat het ervoor met het Europese spoornet?

    Nieuwe treinverbindingen schieten door de groeiende vraag als paddenstoelen uit de grond. Nightjet, onderdeel van het Oostenrijkse ÖBB, begon in december met een slaaptrein tussen Berlijn en Parijs, terwijl de Franse spoorwegexploitant SNCF dezelfde maand begon met een nachtdienst tussen Parijs en Aurillac, in het midden van Frankrijk. Er rijden ook al slaaptreinen tussen Parijs en Wenen en Parijs en Nice. En de Italiaanse spoorwegmaatschappij Trenitalia is onlangs begonnen met een wekelijkse hogesnelheidsverbinding tussen Rome en Pompeii.

    ‘Europese regeringen hebben hun spoorwegen ingekrompen, terwijl ze geld hebben gestoken in de uitbreiding van hun wegennet’

    Andere nieuwe Europese verbindingen zijn onder andere een nachttrein tussen Brussel en Praag, die eind maart komt, en een nachttrein tussen Brussel en Bratislava, die eind dit jaar of begin volgend jaar wordt verwacht. Trenitalia werkt ook aan een hogesnelheidsdienst tussen Parijs en Barcelona, met een mogelijke verbinding naar Madrid, en aan een rechtstreekse verbinding tussen Milaan en Ljubljana; voor beide diensten is nog geen startdatum vastgesteld.

    Dat de trein in de lift zit, is nog maar vrij recent. ‘Europese regeringen hebben hun spoorwegen “systematisch” ingekrompen, terwijl ze geld hebben gestoken in de uitbreiding van hun wegennet’, schrijft The Guardian over de investeringen van Europese landen in het spoor in de periode 1995-2020. De lengte van snelwegen in Europa is tussen 1995 en 2020 met 60 procent toegenomen, terwijl het aantal kilometer spoor met 6,5 procent is gekrompen, zo blijkt uit onderzoek van de Duitse denktanks Wuppertal Institut en T3 Transportation. Voor elke euro die overheden uitgaven aan de aanleg van spoorwegen, gaven ze 1,6 euro uit aan de aanleg van wegen.

    daniel abadia Njq3Nz6 5rQ unsplash
    Een internationale trein van Deutsche Bahn staat klaar om te vertrekken op station Berlin Hauptbahnhof. – © Daniel Abadia / Unsplash

    Uit het rapport blijkt dat de EU, Noorwegen, Zwitserland en het VK tussen 1995 en 2018 1,5 biljoen euro hebben uitgegeven om hun wegennet uit te breiden, maar slechts 0,93 biljoen euro om hun spoorwegnet uit te breiden. In de vier daaropvolgende jaren (2018-2021) daalde het gemiddelde verschil in investeringen in spoorwegen en wegen van 66 procent naar 34 procent. In die periode investeerden zeven landen meer in spoorwegen dan in wegen – Oostenrijk, België, Denemarken, Frankrijk, Italië, Luxemburg en het VK – terwijl de rest, waaronder Nederland, meer uitgaf aan wegen dan aan spoorwegen.

    De Europese Rekenkamer, die het EU-beleid beoordeelt, zei in een rapport uit 2018 dat er ‘geen realistisch langetermijnplan van de EU voor hogesnelheidstreinen’ was, schrijft Financial Times. In een later rapport voegde de Rekenkamer eraan toe dat van de 54 miljard euro die nodig was voor acht grensoverschrijdende ‘megaprojecten’ op het gebied van treinvervoer, de EU slechts 3,4 miljard euro had uitgegeven. ‘Het kernnetwerk zal waarschijnlijk niet operationeel zijn tegen 2030’, concludeerde het rapport, ‘hoewel er sindsdien inspanningen zijn geleverd om de uitrol te verbeteren‘, voegt Financial Times eraan toe. 

    Hoe kan het spoor verbeterd worden?

    ‘Terwijl de luchtvaart een zeer concurrerende markt is met frequente prijzenoorlogen, wordt het spoor nog steeds gedomineerd door staatsbedrijven die hun binnenlandse prioriteiten vaak laten prevaleren boven inspanningen om de internationale connectiviteit te verbeteren’, aldus de zakenkrant. Internationale reizen met de trein zijn vaak duurder dan hetzelfde traject met het vliegtuig. Voor de Duitse toerismeprofessor Wolfgang Strasdas is dit de kern van het probleem: ‘Het is werkelijk schandalig: het milieuvriendelijke alternatief is duurder dan de optie die schadelijk is voor het milieu,’ zegt hij tegen Süddeutsche Zeitung.

    ‘We moeten het minder over tarieven hebben en veel meer over infrastructuur’

    Strasdas, die duidelijk voorstander is van treinreizen op middellange afstanden, zou graag zien dat de prijzen voor vervoermiddelen de werkelijke kosten op het gebied van klimaat en milieu weerspiegelen. ‘Dan zouden we de situatie hebben zoals die zou moeten zijn: namelijk dat reizen met de trein altijd goedkoper is dan vliegen.’

    ‘De kosten zijn niet het enige probleem dat meer per spoor reizen in de weg staat’, aldus FT. ‘Een veel groter probleem is dat het netwerk gewoon niet de connectiviteit biedt waar reizigers om vragen.’ Giulio Mattioli, een transportonderzoeker aan de Technische Universiteit van Dortmund, sluit zich daarbij aan. ‘De populariteit van de Duitse tickets van 9 en 49 euro [afgelopen zomer konden Duitsers tijdelijk vrij reizen voor 9 eur per maand, inmiddels is dat verhoogd naar 49 euro] hebben bij velen de indruk gewekt dat mensen zouden overstappen op het openbaar vervoer als het goedkoper zou zijn. Maar serviceniveaus en infrastructuurnetwerken zijn veel doorslaggevender bij de keuze  voor een bepaald vervoersmiddel. Dus ik denk dat we het minder over tarieven moeten hebben en veel meer over infrastructuur.’

    ANP 470229111
    Passagiers aan boord van de nieuwe nachttrein die sinds 2023 rijdt tussen Berlijn, Amsterdam en Brussel. Het is het eerste traject van het Nederlandse bedrijf European Sleeper. – © Eva Plevier / ANP

    Zelfs als rekening wordt gehouden met de tijd die nodig is voor het reizen naar en het inchecken op luchthavens, zijn vluchten momenteel bijna altijd sneller dan treinen. ‘Er zijn ongeveer zes routes in Europa waar treinreizen concurrerend zijn. De rest van Europa is onze speeltuin,’ aldus Michael O’Leary, CEO van luchtvaartmaatschappij RyanAir, tegen Financial Times.

    Brussel hoopt daar verandering in te brengen. De Europese Commissie heeft zich ten doel gesteld om het hogesnelheidsverkeer per spoor tegen 2030 te hebben verdubbeld en tegen 2050 te hebben verdrievoudigd. De Europese Green Deal, die het blok verplicht tot het bereiken van een CO2-uitstoot van netto nul in 2050, bepaalt dat de uitstoot van broeikasgassen door transport met 90 procent moet worden verminderd.

    Philippe Citroën, directeur-generaal van de Union des Industries Ferroviaires Européennes (Unife), een organisatie van de spoorwegindustrie, zegt tegen de zakenkrant dat het verbeteren van de internationale spoorwegverbindingen de enige manier is waarop de industrie kan concurreren met de luchtvaart. Bas Eickhout, Europarlementariër namens GroenLinks, zegt eveneens tegen FT dat de EU, net als op andere gebieden van de groene transitie, achterop dreigt te raken als ze nu niet begint te investeren. ‘Kijk naar de investeringen die China en Japan doen met echt snelle treinen,’ zegt hij. ‘Europa moet investeren, maar ook werkelijk al die nationale regeringen bij elkaar krijgen [en] hen dwingen om met een Europese spoorwegstrategie te komen, want daar is nu nog geen sprake van.’

  • Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Bij de komende Europese verkiezingen zal het landbouwbeleid een cruciale rol spelen. Boeren vinden dat ze veel moeten inleveren omwille van het klimaat, en dat terwijl Europa wereldwijd vooroploopt in de groene transitie.

    Op een bord bevestigd op een van de tractoren die de Brandenburger Tor in Berlijn belegeren, staat: ‘Geen boerderijen, geen voedsel, geen toekomst’. Dat is de reactie van de boeren op het beleid dat  Europa volgens hen moet veranderen in een uitgestrekte agrarische woestijn, overwoekerd met wild gras en woeste bossen. En dat allemaal om het dictaat uit te voeren van de ‘Farm to Fork’-strategie, die de kern vormt van de Green Deal voor Europa. Maar volgens de demonstranten is er zonder landbouw geen voedsel en zonder voedsel geen toekomst.

    De laatste golf van boerenprotesten begon in Saksen, trok door Berlijn en over de Champs-Élysées, zwol vervolgens aan in Nederland en bereikte zijn hoogtepunt bij het Berlaymontgebouw, het Brusselse hoofdkwartier van de Europese Commissie met Ursula von der Leyen als voorzitter.

    De eurocraten mogen dan het verhaal ophangen dat de protesten in Duitsland, Frankrijk en Nederland worden veroorzaakt door ‘lokale’ factoren, de leider van de Duitse boeren, Joachim Rukwied, denkt daar heel anders over: ‘We willen dat Olaf Scholz ons de belastingsteun voor diesel [voor landbouwvoertuigen] teruggeeft en de voertuigbelasting op tractors afschaft. Maar we willen ook dat Europa terugkomt op de Farm to Fork-strategie en stopt met het straffen van de boeren.’

    Verkiezingen

    In juni kiezen de Europese burgers de leden van het Europees Parlement. Bij die verkiezingen zal de landbouw een belangrijke rol spelen: de machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland. Dit is al gebeurd in Nederland, en het gaat ook gebeuren in Duitsland, waar de CDU altijd de partij van het platteland is geweest, maar waar in het hele oosten – het epicentrum van deze protestbeweging – Alternative für Deutschland in de peilingen ver voorligt op alle andere partijen.

    De machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland

    De kwestie van de boeren zal ook in Frankrijk een belangrijk thema zijn. Daar moet de regering beloften doen om te voorkomen dat de boeren massaal overlopen naar Marine Le Pen. 

    De Franse boeren laten flink van zich horen. Ze hebben dan ook aardig wat redenen gevonden om Europa te haten: het keurslijf dat het hun oplegt, de traagheid van de GLB-subsidies [Gemeenschappelijk landbouwbeleid], de invoer van producten van buiten Europa die zwaar drukken op de prijzen en de gunsten die de Europese Commissie volgens hen verleent aan supermarkten en multinationals.

    Opkomst van rechts

    In vrijwel heel Europa is er op het platteland sprake van een hang naar rechts en wordt er geprotesteerd. Zoals in Hongarije, waar Viktor Orbán inspeelt op het ongenoegen van graanboeren die de import uit Oekraïne willen blokkeren, net als in Slowakije en Polen. Maar het verzet leeft ook sterk in België, waar de beweging die openlijk het Europese veeteeltbeleid aanvecht al sinds maart haar stem laat horen. Hetzelfde geldt voor Nederland, waar op last van de voormalige regering-Rutte en in overleg met Brussel 30 miljoen runderen, varkens en kippen moeten worden afgemaakt en 11 200 boerenbedrijven moeten sluiten.

    Volgens een nieuwe peiling van Europe Elects zal deze tractorrevolutie zwaar wegen bij de stembusgang: de groene partijen zouden nog slechts 49 zetels in het Europees Parlement overhouden, tegenover 74 op dit moment. Maar de grootste klap zullen ze ongetwijfeld in Duitsland, in hun eigen bastion, moeten incasseren: de Duitse Groenen zullen waarschijnlijk dalen van 24 procent naar 13 procent van de stemmen. Zoals Melanie Vogel, de covoorzitter van de Europese Groene Partij, onlangs zei op het partijcongres in Wenen: ‘Het grootste politieke risico voor de Groenen is de opkomst van rechtse coalities in de regering van de lidstaten.’ 

    Misschien komt dat doordat het groene dogma een beetje te ver lijkt te zijn doorgeschoten. Dat is ook de mening van een groene hardliner die nu probeert zijn zetel te redden: Cem Özdemir, de Duitse minister van Landbouw. Hij was de eerste die het zei: je kunt geen 300 hectare bewerken met elektrische tractoren, dus je kunt niet zonder diesel. En: we kunnen geen Europa willen dat importeert in plaats van produceert. Maar zijn belangrijkste strijd is ongetwijfeld die voor de jaarlijkse rotatie van graangewassen.

    Volgens GLMC-norm 7 (Goede landbouw- en milieuconditie) mag, om de biodiversiteit te bevorderen, eenzelfde gewas – zoals tarwe – niet meer dan twee jaar achter elkaar op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd. Kort gezegd betekent dit dat Duitsland zal moeten stoppen met het verbouwen van miljoenen hectaren tarwe per jaar, net als Frankrijk, de grootste producent van zachte tarwe in de Europese Unie, en Italië, de grootste producent van harde tarwe in Europa. Als gevolg hiervan zullen we onze import moeten verdubbelen uit landen die zich niet aan dezelfde regels houden als wij.

    Volgens GLMC-norm 7 mag eenzelfde gewas niet meer dan twee jaar achtereen op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd

    Bij deze verplichting om met de gewassen te variëren komt nog de Farm to Fork-strategie, die voorschrijft om 10 procent van de landbouwgrond niet langer te gebruiken voor akkerbouw, een kwart van de grond te gebruiken voor biologische landbouw, het gebruik van pesticiden te halveren en het gebruik van kunstmest tegen 2030 met 20 procent te hebben verminderd en tegen 2050 geheel te hebben afgeschaft. Allemaal doelstellingen die de Europese landbouw ernstig in gevaar dreigen te brengen.

    De weg die Europa inslaat is dus bijzonder riskant, en dat wordt ook bevestigd door een dossier van Divulga. Dit grote Europese landbouwonderzoekscentrum heeft de schattingen van drie vooraanstaande onderzoeksinstituten gebundeld – het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Unie, de Wageningen Universiteit in Nederland en het Amerikaanse ministerie van Landbouw – die de impact van de Farm to Fork-strategie op de landbouwproductie van Europa hebben bestudeerd. Volgens het onderzoek stevent Europa af op een daling van de graanproductie met 10 à 20 procent, een stijging van de import van citrusvruchten met 93 procent en een stijging van de maïsimport van ruim 209 procent. De prijzen zullen volgens het onderzoek ook enorm omhooggaan: het voorziet een stijging van 24 procent voor rundvlees, 43 procent voor varkensvlees en 42 procent voor olie en wijn. En als klap op de vuurpijl: een exportdaling van 30 procentpunt.

    Nog geen 1 procent

    Vanaf een tractor gezien gaat het de verkeerde kant op met Europa. En dat alles in naam van het veronderstelde terugdringen van de broeikasgassen. Maar het is een feit dat de uitstoot van de Europese landbouw slechts 10,4 procent bedraagt van de totale uitstoot van Europa, dat op zijn beurt verantwoordelijk is voor ongeveer 9 procent van de totale uitstoot van de planeet. Willen we de Europese landbouw dan lamleggen om op te treden tegen nog geen 1 procent van de wereldwijde uitstoot?

    Felice Adinolfi, professor aan de Universiteit van Bologna en directeur van Divulga, is pessimistisch: ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw.’ En de cijfers geven hem gelijk. Brazilië is onze grootste leverancier van agrovoedingsmiddelen (ter waarde van 9 miljard euro in één jaar), gevolgd door de Verenigde Staten (6 miljard euro) en China (2,6 miljard euro). Deze drie landen zijn samen goed voor 27 procent van de wereldwijde landbouwemissies, die van 1990 tot 2019 met 15 procent zijn gestegen. Europa is de enige die zijn uitstoot heeft verminderd, met 18,5 procent.

    ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw’

    Adinolfi en zijn collega’s luiden daarom de noodklok: ‘De verzamelde gegevens vertellen ons dat het verbouwen van een hectare soja of het produceren van een kilo vlees in Europa vandaag de dag veel duurzamer is dan waar ook ter wereld. Daarom zijn wederzijdse milieu- en sociale verplichtingen essentieel als het Europese initiatief om de klimaatcrisis te bestrijden zijn vruchten wil afwerpen, en geen boemerangeffect wil hebben.’ Maar de negatieve gevolgen zijn er, en die zijn al duidelijk zichtbaar.

  • Thomas Piketty: ‘Zonder duidelijk doel loopt de Europese Unie vast’

    Thomas Piketty: ‘Zonder duidelijk doel loopt de Europese Unie vast’

    Met de dood van Jacques Delors eind 2023 slaat Europa een bladzijde om in zijn geschiedenis. Tijd dat we een kritische balans opmaken en lessen trekken voor de EU-verkiezingen in juni, schrijft Thomas Piketty.

    De Europese Akte (1986) met vrij verkeer van goederen en diensten, de Europese richtlijn (1988) over de liberalisering van kapitaalstromen, het Verdrag van Maastricht (1992): het is een understatement om te zeggen dat het Europa dat we nu kennen in de tijd van Jacques Delors, toen voorzitter van de Europese Commissie, is gevormd. Vooral het Verdrag van Maastricht is fundamenteel. Het vormde de Europese Economische Gemeenschap om tot één Unie. En het introduceerde één gemeenschappelijke munt: de euro werd in 1999 van kracht in de financiële sector en in 2002 beschikbaar voor particulieren.

    De daaropvolgende Europese Grondwet (2005) werd per referendum verworpen in Nederland (61,54 procent tegen) en Frankrijk (54,67 procent tegen). Het werd vervolgens met parlementaire middelen alsnog ingevoerd in de vorm van het Verdrag van Lissabon (2007), maar het kende eigenlijk geen grote nieuwigheden – het verdrag consolideerde vooral enkele cruciale besluiten die al tussen 1986 en 1992 waren genomen. Het begrotingsverdrag van 2012 scherpte criteria aan inzake schulden en tekorten, wederom zonder centrale innovatie.

    Verwaarloosde kwestie

    Wie wil begrijpen wat er op het spel stond in de Europese onderhandelingen die tussen 1985 en 1995 zijn gevoerd, leest het naslagwerk dat Rawi Abdelal in 2007 publiceerde (Capital rules. The construction of global finance). Gebaseerd op tientallen diepgaande interviews met de belangrijkste politieke spelers en hoge Europese functionarissen uit die tijd, in het bijzonder Jacques Delors, analyseert Abdelal met finesse de toekomstvisies en de onderhandelingsmarges van alle betrokken partijen.

    Samenvattend kunnen we stellen dat de Franse socialisten destijds erop gokten dat de euro en de Europese Centrale Bank (ECB), een machtige federale instelling die haar beslissingen bij meerderheid van stemmen neemt, uiteindelijk de creatie van een Europese publieke macht mogelijk zou maken. Die zou in staat zijn om de economische krachten effectiever te reguleren dan de linkse regering die sinds 1981 in Frankrijk aan de macht was.

    Om dit resultaat te bereiken, gaven de Franse socialisten gehoor aan de centrale eis van de Duitse christendemocraten. Die pleitten voor een liberalisering van de kapitaalstromen zonder enige publieke regulering, én zonder enige gemeenschappelijke belastingheffing. Een cruciale kwestie, die grotendeels werd verwaarloosd door François Mitterrand en Jacques Delors tijdens de onderhandelingen. Daarmee was de basis voor een compromis gelegd.

    Meederheidsbesluiten

    Dertig jaar later zijn de resultaten van deze innovaties genuanceerd. Enerzijds speelde de ECB een centrale rol bij het voorkomen van een ineenstorting na de financiële crisis van 2008 en de coronapandemie. Na aanvankelijke fouten tijdens de Griekse crisis, stelden meerderheidsbesluiten de ECB in staat om nationale veto’s – met name Duitsland – terzijde te schuiven, om snel en effectief aanzienlijke bedragen te mobiliseren om de Europese economie te stabiliseren en de crisis terug te dringen.

    ‘De Europese regels voor vrij verkeer van kapitaal bleken zo extreem dat zelfs het IMF ervoor terugschrok’

    Niemand weet wat er zou zijn gebeurd zonder gemeenschappelijke munt. Het is duidelijk dat de euroloze Scandinavische landen het niet zo slecht hebben gedaan. Toch stelt geen enkele geloofwaardige politicus vandaag een terugkeer naar de Franse franc of Nederlandse gulden voor.

    Aan de andere kant begrijpt iedereen dat geldschepping niet alle problemen oplost. Centrale banken zijn vooral bereid om banken en bankiers te redden, in plaats van investeringen in onderwijs, gezondheidszorg of het klimaat toe te staan. Daarmee dragen ze bij aan het concentreren van de rijkdom, aangezien de rijksten profiteren van de groei van aandelenmarkten die mogelijk gemaakt is door aandelenterugkoop, terwijl de inflatie het spaargeld van de armsten wegvaagt.

    Parlementaire unie

    De Europese regels voor vrij kapitaalverkeer uit 1992 bleken zo extreem en destabiliserend dat zelfs het IMF na de Aziatische crisis van 1997 en de crisis van 2008 besloot bepaalde controles op kapitaal voor kortetermijnstromen opnieuw in te voeren. De Europese regels dragen daarnaast bij aan het verergeren van belastingdumping: eindeloze verlagingen van bedrijfsbelastingen, ontwikkeling van belastingparadijzen en structurele onderbelasting van miljardairs en multimiljonairs.

    Hoe moeten we nu omgaan met dit complexe, Europese erfgoed? Ten eerste moeten we tot doel stellen dat zich binnen de EU een harde kern van landen vormt, die bij meerderheid besluiten kan nemen over belastingtechnische, begrotings- en milieu-aangelegenheden. Zelfs als deze ‘Europese Parlementaire Unie’ niet onmiddellijk het levenslicht ziet, moet zij een centraal doel blijven om naar te streven.

    Landen zullen, in afwachting van het vinden van een compromis, substantiële unilaterale maatregelen moeten nemen om intra-Europese en buiten-Europese fiscale, sociale en ecologische dumping tegen te gaan. Dit zal complexe maar overkomelijke crises veroorzaken, maar dit is onvermijdelijk als we aan de huidige blokkades willen ontsnappen.

  • Waarom Europese militaire leiders waarschuwen voor oorlog

    Waarom Europese militaire leiders waarschuwen voor oorlog

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Europa, waar verschillende ministers van Defensie en militaire leiders waarschuwen dat de NAVO betrokken zou kunnen raken bij een oorlog met Rusland.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat zeggen Europese politici en legerleiders?

    Europese defensieministers en militaire leiders luiden de noodklok nu er een reële kans bestaat dat de NAVO-sceptische Donald Trump tot de volgende president van de VS zal worden gekozen – en dat Rusland misschien niet zal worden verdreven of verslagen in Oekraïne, schrijft The Guardian. ‘Deze koortsachtige stemming heeft geleid tot toenemende waarschuwingen dat Europa betrokken kan raken bij een oorlog met Rusland, ook al is Rusland op dit moment verwikkeld in een strijd met Oekraïne.’

    Rusland zou binnen vijf jaar na de oorlog in Oekraïne een NAVO-land kunnen binnenvallen, schrijft The New York Times. Althans, dat is volgens functionarissen en experts de tijd die Moskou nodig heeft om zijn leger opnieuw op te bouwen en te bewapenen.

    ‘We hebben altijd vermoed dat die mogelijkheid de enige existentiële bedreiging voor ons is’, zei majoor-generaal Veiko-Vello Palm, de commandant van de belangrijkste landmachtdivisie van het Estse leger, over een mogelijke Russische invasie tegen de Amerikaanse krant. ‘De afgelopen jaren hebben heel duidelijk gemaakt dat de NAVO als militaire alliantie niet klaar is om grootschalige operaties uit te voeren – wat in eenvoudiger gezegd betekent dat veel NAVO-militairen niet klaar zijn om tegen Rusland te vechten.’ 

    Ook de Duitse minister van Defensie Boris Pistorius waarschuwt in een interview met Der Tagesspiegel voor een mogelijke oorlog met Rusland. ‘We horen bijna dagelijks dreigementen van het Kremlin – onlangs nog tegen onze vrienden in de Baltische staten. We moeten er dus rekening mee houden dat Vladimir Poetin op een dag zelfs een NAVO-land kan aanvallen. (…) Onze experts verwachten een periode van vijf tot acht jaar waarin dit mogelijk zal zijn.’

    ANP 486627937
    De Duitse minister van Defensie Boris Pistorius bezocht op 18 december Duitse militairen in Litouwen. Pistorius waarschuwt voor een oorlog met Rusland in de komende vijf tot acht jaar. – © Kay Nietfeld / dpa

    De Nederlandse admiraal Rob Bauer, voorzitter van het militaire comité van de NAVO, zei onlangs tijdens een NAVO-bijeenkomst in Brussel dat NAVO-landen waakzaam moeten zijn voor oorlog en ‘het onverwachte moet verwachten’, bericht Politico. Volgens Bauer is het ‘geen vaststaand gegeven dat we in vrede leven’ en is dit ‘de reden (…) dat we ons voorbereiden op een conflict met Rusland’. 

    Grant Shapps, de Britse minister van Defensie, gebruikte nog krachtiger taal en stelde dat het vredesdividend van de Koude Oorlog voorbij was en dat het VK en zijn bondgenoten ‘van een naoorlogse naar een vooroorlogse wereld gaan’, waarbij idealisme moet plaatsmaken voor ‘hardvochtig realisme’. Hij stelde dat het tijd was voor herbewapening, om zo Europa te kunnen beschermen tegen ‘Poetins woede’.

    Wat betekent de onzekere steun van de VS?

    Het lijkt er steeds meer op dat het Amerikaanse Congres een nieuw militair hulppakket voor Oekraïne ter waarde van 61 miljard dollar niet zal goedkeuren, nu de Republikeinen in ruil voor hun steun meer geld voor een strenger grensbeleid eisen. ‘Experts vrezen dat zonder Amerikaanse steun [voor Oekraïne] Rusland geleidelijk de bovenhand zal krijgen’, schrijft The Guardian.

    Tegelijkertijd lijkt Trump de Republikeinse presidentskandidaat te worden en maakt hij volgens peilingen zelfs kans om opnieuw zijn intrek te nemen in het Witte Huis. In Europa bestaat de vrees dat hij de steun aan Oekraïne nog verder zal inperken en zelfs uit de NAVO zal stappen, zoals hij al in 2018 dreigde, als andere landen hun eigen militaire uitgaven niet verhogen. 

    Met het oog op de mogelijke terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis riep Manfred Weber, leider van de Europese Volkspartij, in een interview met Politico op om zich voor te bereiden op oorlog zonder steun van de Verenigde Staten en om een eigen nucleaire verdedigingslinie op te bouwen. De NAVO is momenteel sterk afhankelijk van Amerikaanse kernkoppen, die gestationeerd zijn op zes militaire luchtmachtbases in België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije. In Europa bezitten alleen het Verenigd Koninkrijk, dat geen EU-land meer is, en Frankrijk eigen kernwapens.

    ANP 488859957
    De Nederlandse admiraal Rob Bauer, voorzitter van het militaire comité van de NAVO, zei onlangs tijdens een NAVO-bijeenkomst in Brussel dat NAVO-landen waakzaam moeten zijn voor oorlog. – © Olivier Hoslet / EPA

    Maar Europa worstelt om een verenigd front te vormen tegen Poetin. Morgen, op donderdag 1 februari, begint een EU-top in Brussel waarbij een overeenkomst moet worden gevonden over een steunpakket van 50 miljard euro aan Oekraïne. De Hongaarse premier Viktor Orbán, die vaker dwarsligt als het gaat om steun voor Oekraïne, heeft al aangekondigd dat hij het plan gaat veto’en. 

    Ondertussen kampt Oekraïne dit jaar met een financieel tekort van meer dan 40 miljard dollar, aldus The Wall Street Journal. De financiering van de VS en de EU zou naar verwachting ongeveer 30 miljard dollar daarvan dekken. Het geld is nodig om de overheid draaiende te houden en wordt gebruikt om salarissen, pensioenen en subsidies aan de bevolking te financieren. ‘Uitstel van militaire hulppakketten zou een klap zijn voor de Oekraïense strijd op het slagveld, die is vastgelopen na een mislukt tegenoffensief’, aldus de zakenkrant.

    Lukt het Europa om zijn defensie te versterken?

    Of Hongarije ook daadwerkelijk zijn veto tegen steun aan Oekraïne inzet, is nog maar de vraag. In een uitgelekt document ingezien door Financial Times blijkt dat mocht Orbán dwars blijven liggen, ‘EU-leiders publiekelijk zullen dreigen om alle EU-financiering aan Boedapest permanent stop te zetten met als doel de markten schrik aan te jagen, een run op de forint [de valuta van Hongarije] te veroorzaken en de kosten van leningen de hoogte in te jagen’, aldus de Britse krant.

    Nu Polen niet meer geleid wordt door de rechtse PiS, staat de nieuwe centrumlinkse regering niet achter Orbán, schrijft Al Jazeera. Daardoor is het mogelijk dat alle EU-leden unaniem stelling nemen tegen Hongarije om het land te dwingen in te stemmen met het steunpakket. 

    ANP 488916536
    Op woensdag begon de grootste NAVO-oefening sinds het begin van de Koude Oorlog: Steadfast Defender 2024. – © Sascha Steinach / IMAGO

    Ook op nationaal niveau voeren Europese landen hun defensiebudget op. Vorig jaar haalden 9 van de 29 Europese NAVO-leden de NAVO-norm om 2 procent van het bruto binnenlands product aan defensie te besteden, tegenover slechts twee landen in 2014, toen de NAVO de drempel vaststelde. Naar verwachting zal dit jaar ongeveer de helft de norm behalen, aldus The Wall Street Journal in een ander artikel. Het Nederlandse ministerie van Defensie heeft gezegd dat de militaire uitgaven dit jaar 2 procent van het bbp zullen bedragen. Vorig jaar was dat 1,7 procent.

    Hoe de beoogde grotere militaire macht moet worden ingezet, wordt op dit moment onderzocht. Op woensdag begon de grootste NAVO-oefening sinds het begin van de Koude Oorlog. Steadfast Defender 2024, zoals de oefening genoemd wordt, loopt tot mei en tijdens deze operatie wordt gekeken hoe Amerikaanse en Europese troepen kunnen samenwerken in landen die grenzen aan Rusland en op de oostflank van de alliantie voor als er een conflict zou oplaaien, aldus Reuters. De oefening zal plaatsvinden in onder meer Polen, de Baltische Staten en Duitsland en er doen zo’n 90.000 militairen aan mee. 

    Volgens defensiespecialist Rajan Menon in een opinieartikel in The New York Times heeft Europa geen enkele reden te vrezen dat het niet in staat is zichzelf te verdedigen tegen Rusland. ‘Vergelijk je Europa en Rusland met elke maatstaf die gewoonlijk wordt gebruikt om macht te meten, dan blijkt Europa veruit superieur.’