Tag: Europa

  • Waarom maken China en het Westen ruzie om grafiet?

    Waarom maken China en het Westen ruzie om grafiet?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar grafiet, een grondstof die cruciaal is voor de energietransitie. Waarom is grafiet het middelpunt geworden van de handelsoorlog tussen het Westen en China?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Waarom beperkt China de export van grafiet?

    ‘Het is zwart, glanzend en je wordt er erg vies van. Het is familie van steenkool en toch is het een essentiële bondgenoot in het proces om de wereld koolstofvrij te maken – wat nogal vreemd is, aangezien grafiet pure koolstof is. Het wordt al sinds de oudheid gebruikt voor het maken van potloden en inkt, maar nu is het een onmisbaar ingrediënt geworden in onder andere batterijen voor elektrische auto’s. Dus toen de Chinese regering op donderdag 19 oktober aankondigde dat ze de exportregels voor dit mineraal ging herzien, schudde de autowereld zijn hoofd’, schrijft Philippe Escande, economisch redacteur van Le Monde, in een analyse van de geopolitieke strijd om grafiet.

    Op 1 december gingen de Chinese exportbeperkingen op grafiet van kracht. Vanaf dat moment hadden Chinese exporteurs een vergunning nodig om de grondstof aan het buitenland te verkopen, aldus Global Times. Volgens het Chinese staatsmedium zijn de maatregelen bedoeld om ‘de nationale veiligheid en belangen van China te beschermen’ en ‘zal China zich blijven inzetten om de stabiliteit van wereldwijde industrieketens te beschermen’. Maar hoe heeft de rest van de wereld gereageerd op de Chinese exportrestricties van grafiet?

    The Washington Post spreekt van ‘een nieuw front’ in ‘de steeds feller wordende techoorlog tussen de VS en China’. Volgens de Amerikaanse krant zijn de Chinese maatregelen een reactie op nieuwe regelgeving in de Verenigde Staten die onder andere inhouden dat Amerikaanse bedrijven geen chips voor kunstmatige intelligentie meer aan China mogen leveren. 

    China gebruikt zijn dominantie op het gebied van bepaalde belangrijke grondstoffen om politieke druk uit te oefenen, zegt Jost Wübbeke, een expert in Chinees industrieel beleid, tegen The Washington Post. China is wereldwijd veruit de grootste producent van grafiet, merkt The Economist op. Negentig procent van het verwerkte grafiet is afkomstig uit het land. Eerder dit jaar, in juli, beperkte China de export van gallium en germanium, eveneens cruciale mineralen voor de energietransitie. 

    ANP 459202059
    In deze fabriek in het Chinese Hegang wordt grafiet verwerkt voor lithium-ionbatterijen. Grafiet is het belangrijkste bestanddeel van batterijen voor elektrische voertuigen (EV’s). – © (Xie Jianfei / Xinhua)

    ‘Deze oog-om-ooghouding als het aankomt op exportbeperkingen onderstreept hoezeer de concurrentie tussen de VS en China is toegenomen’, aldus WP. ‘China en de Verenigde Staten zijn al jarenlang verwikkeld in een rivaliteit over kwesties als Taiwan, de Zuid-Chinese Zee, de oorlog in Oekraïne en China’s staat van dienst op het gebied van mensenrechten. Nu de twee grootste economieën ter wereld met elkaar wedijveren om het leiderschap van de wereld, zijn ook exportbeperkingen en protectionistisch beleid van steeds grotere invloed op de broze relatie.’

    Volgens The Economist test China al jaren hoe het grafiet kan inzetten als economisch wapen. Zo zouden Chinese bedrijven na een diplomatieke ruzie met Zweden in 2020 al van de regering te horen hebben gekregen dat ze geen grafiet mochten leveren aan het Scandinavische land. ‘Sommige insiders vermoedden dat het informele verbod bedoeld was om de ontwikkeling van groene technologieën in Zweden tegen te houden’, aldus de Britse krant. 

    Waarom is grafiet zo belangrijk?

    Grafiet is een zachte vorm van koolstof die wordt gebruikt in bijna alle batterijen voor elektrische auto’s, halfgeleiders en kernreactoren, schrijft WP. Vooral in batterijen voor elektrische voertuigen (EV’s) is het essentieel: het negatief geladen gedeelte van een batterij, de anode, is gemaakt van grafiet, waarvoor nog geen alternatief bestaat. ‘Wat China met deze beslissing tegen het Westen zegt, is: we gaan jullie niet helpen met het maken van elektrische auto’s, jullie moeten je eigen manier maar vinden om dat te doen,’ zei Hugues Jacquemin, CEO van Northern Graphite, tegen Reuters.

    Doordat veel ontwikkelde economieën vol hebben ingezet op de overstap naar elektrisch rijden, stijgt de vraag naar grafiet snel. Volgens een rapport van het Internationaal Energieagentschap zal deze in 2040 al zes tot dertig keer zo groot zijn als in 2020. Hoe groot die vraag uiteindelijk wordt, hangt af van de richting waarin de batterij-industrie zich ontwikkelt en of er in de toekomst voor batterijen nog net zo veel grafiet nodig is.

    Het goede nieuws is dat grafiet vrijwel overal ter wereld kan worden gevonden, schrijft Philippe Escande van Le Monde. ‘Het (her)openen van mijnen kost echter tijd, vooral in westerse landen.’ Naast ‘natuurlijk’ grafiet uit mijnen kan het materiaal op een synthetische manier uit aardolie worden geproduceerd.

    ANP 465740477
    Een grafietraffinaderij in het Chinese Jixi. Negentig procent van de verwerkte grafiet ter wereld komt uit China. – © (Zhang Tao – Xinhua)

    Synthetisch grafiet is efficiënter, waardoor een batterij sneller oplaadt en langer meegaat. Maar de productie is duurder, schrijft The Financial Times. Ook komt bij de productie ervan meer CO2-uitstoot vrij, omdat deze nogal energie-intensief is. Ook van synthetisch grafiet is China momenteel de grootste producent; het land produceerde vorig jaar bijna 70 procent van de wereldwijde hoeveelheid. 

    Volgens The Washington Post zullen de Chinese exportbeperkingen niet alleen het Westen raken, maar ook de Chinese industrie stimuleren van eindproducten die grafiet bevatten, zoals magneten, batterijen, EV’s, zonnepanelen en windturbines. De toegang tot goedkoop grafiet zou Chinese bedrijven een voorsprong geven op de rest van de wereld.

    Hoe kan Europa de toegang tot grafiet veiligstellen?

    Met de ​​Critical Raw Materials Act heeft de Europese Commissie in maart een voorstel gedaan om de toegang tot kritieke grondstoffen zoals grafiet veilig te stellen. Toenmalig Eurocommissaris Frans Timmermans zei bij het indienen van het voorstel dat ‘Europa zijn eigen strategische beslissingen moet maken’, aldus Politico. Het doel van de wet is om Europa minder afhankelijk te maken van Chinese technologieën voor schone energie. 

    China stopt natuurlijk niet per direct met de verkoop van grafiet aan de rest van de wereld, schrijft El País. ‘Dat zou ten nadele zijn van binnenlandse anodefabrikanten zoals Shanshan en Shanghai Putailai New Energy, die al miljarden hebben toegezegd om fabrieken in Finland en Zweden te bouwen.’ 

    Maar Europa wil al in 2030 tenminste 40 procent van het geconsumeerde grafiet zelf verwerken, en 10 procent zelfs op Europese bodem delven, zo staat in de ​​Critical Raw Materials Act. Het delven van grafiet in Europa is alleen veel duurder, zegt Aiden Lavelle, CEO van mijnbouwbedrijf European Green Metals, tegen de Spaanse krant.

    ANP 477448434
    Grafiet kan ook gewonnen worden door batterijen te recyclen. Deze fabriek van Li-Cycle in het Duitse Sülzetal doet precies dat: batterijen recyclen. Ook andere kritieke mineralen zoals koper, nikkel en lithium kunnen uit batterijen worden gewonnen. – © (Klaus-Dietmar Gabbert / dpa)

    Volgens experts kan het vijf jaar of langer duren om nieuwe mijnen in Europa te openen. En de bouw van nieuwe grafietraffinaderijen zou ook veel voeten in de aarde hebben. Autofabrikanten die zich inzetten voor de groene transitie, zoals Volkswagen en Tesla, willen niet wachten tot Europa en de VS hun achterstand hebben ingehaald en wijken momenteel uit naar China, signaleert El País

    En andere manier om grafiet en andere kritieke grondstoffen te winnen, is recycling van onder meer gebruikte batterijen. Maar recycling van batterijen is ingewikkeld en alleen mogelijk met behulp van giftige chemicaliën, schrijft Süddeutsche Zeitung. Reshoring, oftewel de productie naar Europa verplaatsen, zal daarom gepaard gaan met hoge milieukosten ‘die tot nu toe in Europa onzichtbaar zijn gebleven’, aldus Politico.

    Volgens de nieuwe voorstellen van de Europese Unie kan aan de aanleg van energie-infrastructuur en strategische mijnbouw-, raffinage- en recyclingprojecten voorrang worden gegeven in het geval van juridische conflicten met bestaande wetgeving, zoals regels voor natuurbehoud en waterbescherming, aldus de politieke nieuwssite. ‘De industrie heeft hierop aangedrongen – met name als het gaat om het openen van nieuwe mijnen voor het winnen van kritieke grondstoffen – maar milieugroeperingen waarschuwen dat de stap schadelijk kan zijn voor Europa’s natuurlijke omgeving.’

    Europa staat dus voor een paradox: wil het onafhankelijk van China verduurzamen, dan moet het milieuschade op eigen bodem accepteren. Milieuschade die nu wordt uitbesteed aan andere landen. 

    Lees ook:

  • De overwinning van Wilders bevestigt de opmars van extreemrechts in Europa

    De overwinning van Wilders bevestigt de opmars van extreemrechts in Europa

    De uitslag van de Nederlandse parlementsverkiezingen laat zien dat populistische en extreemrechtse partijen opschuiven naar de politieke mainstream, schrijft Jon Henley in The Guardian.

    Keuze uit het archief

    Komende woensdag gaat heel Nederland naar de stembus in de hoop dat er nu een kabinet komt dat wél vier jaar meegaat. Ook dit keer gaat de PVV voorop in de peilingen, net als twee jaar geleden. Maar aangezien meerdere grote partijen regeren met de PVV hebben uitgesloten, gaat het opnieuw moeilijk worden om een stabiel kabinet te vormen.
    Dat voorspelde dit artikel van The Guardian al meteen na de verpletterende verkiezingswinst van Geert Wilders in 2023. Die voorspelling is in vervulling gegaan. Dat laat onverlet dat de opmars van populistische partijen een zorgelijke ontwikkeling is, aldus het Britse dagblad.

    De schokkende overwinning van Geert Wilders bij de Nederlandse parlementsverkiezingen bewijst de opkomst van populistische en extreemrechtse partijen in Europa, die – ondanks enkele tegenslagen – hun gestage opmars naar de mainstream voortzetten.

    Wilders won 37 zetels met zijn anti-islamitische Partij voor de Vrijheid (PVV). Dat is meer dan twee keer zoveel als in 2021. Maar er is geen garantie dat het hem zal lukken om een regering te vormen met een meerderheid in het Nederlandse parlement, dat uit 150 zetels bestaat.

    Het Nederlandse coalitieproces bestaat uit een eindeloze reeks compromissen en concessies met drie, vier of zelfs meer partijen. Dus zelfs als het Wilders lukt om een meerderheidskabinet te vormen, zullen zijn extreemste plannen – van een verbod op de koran tot een nexit-referendum – niet snel regeringsbeleid worden.

    Wel is de kans nu groot dat een radicaalnationalistische partij die al meer dan tien jaar door de politieke mainstream wordt buitengesloten, zich volgend jaar voegt bij de groep extreemrechtse partijen die in een groot deel van Europa oprukken.

    Een groot deel van centrumrechts in Europa is nu bijvoorbeeld net zo fel over immigratie als extreemrechts

    Die opmars is het resultaat van een reeks factoren. Lange tijd vormde het verzet tegen immigratie, de islam en de EU de kern van extreemrechts. Sinds kort zijn ook de rechten van minderheden, de zogenaamde oorlog tegen woke en de klimaatcrisis belangrijke thema’s geworden.

    Door de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne zijn de kosten van levensonderhoud enorm gestegen, wat de aantrekkingskracht van extreemrechts nog eens versterkt. De snelle, duizelingwekkende sociale en digitale veranderingen en een groeiend wantrouwen tegenover mainstreampolitici dragen er ook aan bij.

    Heel geleidelijk zijn extreemrechtse partijen op twee verschillende manieren genormaliseerd: centrumrechts heeft hun ‘eigen volk eerst’-praatjes overgenomen en is bereid geweest om coalitieafspraken te maken, terwijl extreemrechtse partijen sommige minder breed gedragen standpunten matigen.

    Een groot deel van centrumrechts in Europa is nu bijvoorbeeld net zo fel over immigratie als extreemrechts. Ondertussen proberen extreemrechtse partijen economische discipline uit te stralen, uiten ze minder scepsis tegenover de EU en nemen ze hun voormalige steunbetuigingen aan Rusland terug.

    Wilders heeft zijn overwinning te danken aan frustraties over immigratiebeleid en over de vele mainstreamcoalities die hem voorgingen. Zelf heeft hij nu zijn anti-islamitische taal wat afgezwakt, kennelijk in de hoop deel te kunnen nemen aan een coalitie.

    Of hij nu wel of niet de volgende Nederlandse regering zal leiden, zijn verkiezingsresultaat herinnert ons eraan dat bijna een derde van de Europeanen nu op populistische – extreemrechtse of extreemlinkse – partijen stemt, zoals The Guardian in september onthulde.

    Op het hele continent blijft de steun voor partijen buiten de gevestigde orde toenemen – waardoor de middenmoot steeds verder op de proef wordt gesteld.

  • Weinig resultaten bij top tussen Europa en China

    Weinig resultaten bij top tussen Europa en China

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS begint militaire oefeningen met Guyana

    » Denemarken keurt Koranwet goed, tegen koranverbrandingen

    Er werd over Oekraïne en het handelstekort gesproken

    China en de Europese Unie hebben donderdag tijdens hun eerste top in vier jaar tijd afgesproken dat de huidige handelsbetrekkingen evenwichtiger moeten worden, meldt Politico. Het is een magere stap en verder leek niets erop te wijzen dat meningsverschillen over andere kwesties worden opgelost.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er waren geen tekenen dat de EU enige vooruitgang had geboekt bij het overtuigen van China om zijn invloed op Rusland te gebruiken om een einde te maken aan de oorlog in Oekraïne, een onderwerp dat al langer voor spanningen tussen de EU en China zorgt. Over het handelstekort van China leken ook geen vorderingen te zijn gemaakt.

    De voorzitter van de Europese Raad, Ursula von der Leyen, zei dat de partijen hun onevenwichtige handelsbetrekkingen hebben besproken, van een gebrek aan toegang tot de Chinese markt en een voorkeursbehandeling voor Chinese bedrijven tot overcapaciteit in de Chinese productie. ‘Politiek gezien zullen de Europese leiders niet kunnen tolereren dat onze industriële basis wordt ondermijnd door oneerlijke concurrentie,’ zei ze.

    Lees ook:

  • De Europese pers over winst Geert Wilders: ‘Slecht nieuws voor Oekraïne’

    De Europese pers over winst Geert Wilders: ‘Slecht nieuws voor Oekraïne’

    Het eclatante succes van de PVV bij de verkiezingen in Nederland is niet aan de Europese pers voorbijgegaan. Er waait een gure, extreemrechtse wind door Europa, is de teneur.

    Keuze uit het archief

    Nederland zit sinds deze week weer zonder regering. Het duurde maar liefst zeven maanden om een kabinet te vormen, maar na elf maanden besloot Geert Wilders de stekker eruit te trekken. Net als de vorige regering viel ook dit kabinet over het thema migratie.
    Meteen na de verkiezingswinst van de PVV in november 2023 onderzocht 360 Magazine wat buitenlandse kranten en tijdschriften schreven over hoe Nederland onder Wilders eruit zou komen te zien. Het lijkt er vooralsnog op dat hun sombere voorspellingen grotendeels niet zijn uitgekomen.

    ‘Geert Wilders kan bli Europas nya mardröm,’ schrijft de Zweedse krant Sydsvenskan: Geert Wilders kan weleens de nieuwe nachtmerrie van Europa worden. ‘Want hij heeft dan misschien zijn anti-immigratieretoriek wat afgezwakt, er is geen indicatie dat hij hetzelfde zal doen met zijn kritiek op de EU.’ Volgens de krant zijn er weliswaar geen tekenen dat Nederlandse kiezers een Nexit willen, maar samen met andere extreemrechtse leiders zou Wilders de Europese dynamiek weleens radicaal kunnen veranderen.

    ‘Deze uitslag voorspelt weinig goeds voor de tot nu toe belangrijke rol van Nederland als stabielste vooruitstrevende democratie in Europa.’ Karin Schmidt van het Duitse televisieprogramma Tagesschau stelt dat Brussel zich moet wapenen tegen nog veel meer tegenstand, ‘want deze uitslag wekt een duister voorgevoel op over de uitkomst van de Europese verkiezingen van volgend jaar juni. Volgens peilingen kunnen rechts-populistische, eurosceptische partijen de overhand krijgen in het Europees Parlement.’

    ‘Slecht nieuws voor Oekraïne, vooral omdat Nederland de eerste was die F16’s leverde’

    Ook Bens Latkovskis van de Letse krant Neatkarīgā is somber: ‘De overwinning van Wilders in Nederland is reden tot zorg. Zijn anti-immigratie- en anti-islamretoriek, die ook de harten van veel rechtse Letten verwarmt, gaat gepaard met vijandigheid tegenover de EU, verzet tegen de steun aan Oekraïne en min of meer directe steun voor Poetin. De overwinning van Wilders versterkt alleen maar het kamp van Orbán, Fico en anderen. Maar dit gaat niet langer over Milei, Wilders, Orbán of Trump. We moeten het hebben over iets dat verder gaat: over de crisis van het politieke systeem, of zelfs de ineenstorting van de bestaande wereldorde.’

    Op nieuwssite Gazeta.ua maakt de Oekraïense politicoloog Viktor Andrusiv zich zorgen over de Nederlandse steun aan Oekraïne: ‘Het aantal gelijkgestemden van Orbán in de EU neemt toe. Nederland, waar Geert Wilders de verkiezingen won, sluit zich bij hem aan en hij is even populistisch, anti-Europees en anti-Oekraïens. Slecht nieuws voor ons, vooral omdat Nederland de eerste was die F16’s leverde.’

    Gematigde vreugde

    Het Poolse tijdschrift Krytyka Polityczna ziet gematigde vreugde bij extreemrechts in Polen: ‘Wilders’ grote comeback veroorzaakt euforie bij extreemrechts Europa, maar [de uiterst rechtse Poolse partij] Konfederacja is terughoudender. De partij staat weliswaar achter anti-immigratie eisen gericht tegen moslims, zoals het verbieden van moskeeën of de Koran, maar ziet tegelijk een fundamenteel probleem: Wilders wil ook minder Polen. En ondertussen staat hij zeer sympathiek tegenover Poetin en bekritiseert hij vaak de hulp aan Oekraïne.

    Dat Wilders niet alleen minder Polen wil, maar ook minder Roemenen en Bulgaren, signaleert Christo Rimpopow in het Bulgaarse weekblad Club Z: ‘Wilders is niet alleen tegen onze toetreding tot Schengen, maar heeft ook herhaaldelijk opgeroepen om Bulgarije en Roemenië uit te sluiten van de EU. In 2012 lanceerde hij een website waar Nederlanders konden praten over hun “problemen” met burgers uit verschillende Europese landen. Op de homepage stond: “Zorgen zij voor problemen? Of bent u uw baan kwijtgeraakt door een Pool, een Bulgaar, een Roemeen of iemand anders uit Centraal-Europa? We horen het graag.” Het ziet ernaar uit dat onze diplomaten binnenkort te maken krijgen met het wilde racisme van Wilders en medestanders die streven naar een “probleemloos” Nederland.’

    Europa-correspondent Jon Henley van The Guardian vat de ruk naar extreemrechts in Europa als volgt samen: ‘Van Helsinki tot Rome en van Berlijn tot Brussel stijgen extreemrechtse partijen gestaag in de peilingen. Ze beïnvloeden het beleid van traditioneel rechts om hun nativistische en populistische gedachtengoed te weerspiegelen, en ze bezetten ministerposten in coalitieregeringen.’

    ‘Van Helsinki tot Rome en van Berlijn tot Brussel stijgen extreemrechtse partijen gestaag in de peilingen’

    Zijn opsomming begint met de postfascistische partij van Giorgia Meloni, premier van de meest rechtse regering van Italië sinds de Tweede Wereldoorlog. In Finland maakt extreemrechts deel uit van de regeringscoalitie en de Zweedse coalitie krijgt gedoogsteun van extreemrechts, in ruil voor belangrijke concessies. In Oostenrijk ligt de FPÖ op voorsprong, minder dan een jaar voor de verkiezingen, en in Duitsland heeft de extreemrechtse AfD alleen de centrumrechtse CDU nog voor zich.

    Het extreemrechtse Rassemblement National van Marine Le Pen zou winnen als er nu presidentsverkiezingen werden gehouden in Frankrijk, en bij de verkiezingen in België in juni lijken extreemrechtse Vlaamse nationalisten te gaan winnen. ‘Geen wonder,’ schrijft Henley, ‘dat extreemrechtse leiders, van Le Pen tot Orbán uit Hongarije, Matteo Salvini uit Italië, Alice Weidel van de AfD en Tom Van Grieken van Vlaams Belang, zich haastten om Wilders te feliciteren.’

    De observatie van de Franse krant Le Monde dat ‘het origineel het altijd wint van de kopie’, sluit naadloos aan bij de analyse in The Guardian van politicoloog Cas Mudde, gespecialiseerd in politiek extremisme. Nederlandse partijen, aldus Mudde, hebben bijna 25 jaar lang extreemrechtse kiezers gepamperd, in de hoop extreemrechtse partijen de mond te snoeren. Dat is mislukt, en nu is een extreemrechtse partij de grootste van Nederland. ‘Misschien kan het land nu, ruim twintig jaar na de opkomst van Pim Fortuyn, eindelijk eens een eerlijke en open discussie beginnen over zijn extreemrechtse probleem.’

    Lees ook:

  • Polen kan weer lachen en dat is goed voor heel Europa

    Polen kan weer lachen en dat is goed voor heel Europa

    De rechts-populistische partij PiS verloor de Poolse parlementsverkiezingen en dat is volgens columnist Timothy Garton Ash niet alleen voor het land zelf veelbelovend. ‘Maar’, schrijft hij ook, ‘het is nog te vroeg om te juichen. Er liggen nog zware taken in het verschiet.’

    Was je op zondagavond 15 oktober in Polen geweest, dan had je een zeldzaam moment van politieke vreugde meegemaakt. Jonge kiezers stonden tot in de kleine uurtjes in de rij om de xenofobe, nationalistische populisten vaarwel te zeggen die hun land het verleden in hebben gesleurd. Om te bewijzen dat zelfs oneerlijke verkiezingen tegen alle verwachtingen in gewonnen kunnen worden. En om Polen een moderne Europese toekomst te geven. Mensen die om negen uur ’s avonds, toen de stembussen werden gesloten, nog in de rij stonden, mochten blijven wachten om toch te stemmen. Sommige rijen waren erg lang, dus brachten omwonenden warme drankjes om mensen die in de kou stonden te steunen. Een jongeman in Wroclaw, die maandag rond een uur ’s nachts werd geïnterviewd, zei vol te houden omdat dit de belangrijkste verkiezingen sinds 1989 waren.

    Op de dag van de verkiezingen liep ik naar een stembureau in Warschau met dezelfde oude vrienden die ik had vergezeld tijdens die historische stemming op 4 juni 1989. Tevreden kozen ze elk één naam uit de lange lijst van parlementskandidaten. En met evenveel plezier weigerden ze zelfs het stembiljet maar aan te nemen voor een referendum dat tegelijkertijd werd gehouden. Het was een referendum, dat – met belachelijk bevooroordeelde vragen over zaken als een vermeend ‘gedwongen herhuisvestingsmechanisme’ voor illegale immigranten, zogenaamd ‘opgelegd door de Europese bureaucratie’ – in feite pure verkiezingspropaganda was voor de regerende Recht en Rechtvaardigheid Partij (PiS). Mijn vrienden en ik wachtten vol spanning af wat er te gebeuren stond.

    Anna vertelde me dat waar ze in 1989 vooral hoop had gevoeld, dat nu vooral angst was. Haar dochter, in 1989 net zeven, maakte zich zorgen over wat de regerende partij, als ze nog een termijn zouden winnen, nog meer zou verzinnen om jonge geesten te vergiftigen en het onderwijs van haar zevenjarige dochter verder te ruïneren. Maar toen, vanaf de eerste exitpolls om 21.00 uur, veranderde angst in opluchting en daarna in vreugde.

    Genoeg

    Ondanks het feit dat de verkiezingen van 1989 maar half vrij waren, openden ze de deur naar democratie in Polen. En ondanks het feit dat de verkiezingen van 15 oktober in meerdere opzichten oneerlijk waren – niet in de laatste plaats vanwege de grove, leugenachtige propaganda die door alle door de staat gecontroleerde media werd verspreid – zouden ze het afglijden van Polen naar het soort electoraal autoritarisme van Viktor Orbán in Hongarije moeten stoppen.

    De recordopkomst van bijna 74 procent – volgens de laatste telling – was 10 procent hoger dan in 1989. De eerste schattingen wijzen erop dat kiezers onder de 29 jaar in groteren getale zijn komen opdagen dan kiezers boven de 60 jaar. Het lijkt erop dat jonge Polen eindelijk begrepen dat hun toekomst op het spel stond. Wat er verder ook gebeurt, dit was een groots democratisch moment. De mensen hebben gesproken en ze hebben gezegd dat ze een andere regering willen.

    De mensen hebben gesproken en ze hebben gezegd dat ze een andere regering willen

    Tenzij de huidige prognoses [op het moment van schrijven op maandagmiddag 16 oktober] er heel erg naast zitten, zullen de democratische oppositiepartijen een duidelijke parlementaire meerderheid hebben ten opzichte van PiS en haar potentiële partner, de woeste Konfederacja-partij, die een aanzienlijk aantal stemmen van jongeren dreigde te krijgen.

    Waarom heeft de oppositie gewonnen? Er is meer tijd nodig om dat volledig te begrijpen, en er hangt sowieso altijd een mysterieuze mist rond hoe en waarom miljoenen individuele mensen uiteindelijk beslissen om op het ene te stemmen in plaats van op het andere. Niettemin is te zien dat veel kiezers gewoon genoeg hadden van het corrupte, kleingeestige, achterlijke, obscurantistische bewind van de partij onder leiding van de 74-jarige Jaroslaw Kaczynski, die een soort wandelende bloemlezing van rancune is.

    Sommigen waren gealarmeerd door waarschuwingen van de oppositie dat de anti-Brusselse koers van de PiS weleens zou kunnen leiden tot een Polexit. Naast de toegenomen opkomst van jongeren stemden er bij deze verkiezingen voor het eerst meer vrouwen dan mannen. Een deel van hun motivatie lijkt te zijn ingegeven door de aanblik van een reactionaire, patriarchale partij die een van de strengste antiabortuswetten in Europa heeft opgelegd. Meer dan 600.000 Polen in het buitenland registreerden zich om te kunnen stemmen, ook al zal hun invloed op de werkelijke uitslag (onterecht) marginaal zijn.

    De van wrok vervulde Kaczynski heeft misschien nog een paar vuile trucjes achter de hand

    Donald Tusk, de leider van de grootste oppositiepartij, de Burgercoalitie, met als kern Burgerplatform dat hij begin jaren 2000 mede oprichtte, verdient alle lof. Ik moet bekennen dat ik sceptisch was toen de 66-jarige voormalige voorzitter van de Europese Raad besloot terug te keren naar de frontlinie van de Poolse politiek. Het voelde een beetje alsof Tony Blair het leiderschap van de Britse Labourpartij weer op zich zou nemen – en net als in het geval van Blair zijn er veel mensen die Tusk niet kunnen uitstaan. Maar hij vocht zich een weg door een spervuur van giftige scheldpartijen, waarbij hij er belachelijk genoeg zelfs van werd beschuldigd een Duitse kandidaat te zijn. Deze overwinning is in belangrijke mate de zijne.

    Ik reisde rechtstreeks naar Warschau vanuit Istanboel, waar mijn liberaal-democratische vrienden in een diepe depressie verkeren nadat een verenigde oppositie er eerder dit jaar niet in slaagde bij de verkiezingen president Recep Tayyip Erdogan te verslaan. In het voorjaar van 2022 zag ik hoe een verenigde oppositie in Hongarije het onderspit dolf tegen Orban. Ook in Polen drongen mijn vrienden en ik er bij de oppositie op aan om zich te verenigen – wat niet lukte. Toch zou uiteindelijk kunnen blijken dat het feit dat er drie verschillende oppositielijsten waren om uit te kiezen – de Burgercoalitie van Tusk, de Derde Weg (een combinatie van twee partijen die in grote lijnen aanvaardbaar zijn voor liberale rooms-katholieke kiezers) en Nieuw Links – uiteindelijk tot maximalisatie van oppositiestemmen heeft geleid.

    Het is nog vroeg. De van wrok vervulde Kaczynski heeft misschien nog een paar vuile trucjes achter de hand. President Andrzej Duda zal hem vrijwel zeker als eerste de kans geven om een regering te vormen, dus het kan nog maanden duren voordat de macht eindelijk in andere handen komt. En een oppositiecoalitie van zeer diverse partijen aan de macht zou weleens kwetsbaar kunnen zijn (denk aan Duitsland).

    DePiSisatie

    En dan is er nog de enorme uitdaging om de sluipende staatsgreep van PiS terug te draaien. Ik heb net een nieuw Pools woord geleerd: depisyzacja, ofwel dePiSisatie, naar analogie met decommunisatie [het afschaffen van overblijfselen uit het communisme]. Maar de PiS uit de Poolse staat halen zal een zware taak zijn. Het betekent de onafhankelijkheid van de rechtbanken herstellen, staatsmedia omvormen tot echte publieke media, de diepe politieke penetratie van de ambtenarij en staatsbedrijven ongedaan maken, de kiesdistricten herindelen zodat ze demografische veranderingen weerspiegelen, en nog veel meer. En dat allemaal terwijl Duda nog steeds uitgebreide vetorechten heeft. Herstel van EU-financiering zal helpen, maar niemand kent de werkelijke toestand van de Poolse overheidsfinanciën. En naast de deur woedt ook nog een oorlog in Oekraïne.

    PiS blijft de partij die het grootste deel van de stemmen kreeg. In de grote steden ging bijna de helft van de stemmen naar de oppositiepartijen en minder dan een kwart naar PiS, maar op het platteland was het andersom. Burgerplatform moet laten zien dat het heeft geleerd van zijn fouten in de jaren 2000 en de zorgen van het armere, conservatievere, rooms-katholieke, landelijke en kleinstedelijke Polen respecteren. En de oppositie moet de verleiding weerstaan om simpelweg wraak te nemen – een verleiding die prachtig wordt verbeeld in Andrzej Wajda’s verfilming van de klassieke negentiende-eeuwse Poolse komedie Zemsta [Wraak], waarin twee Polen die een kasteel delen elkaar proberen af te maken.

    Maar laten we ons geen zorgen maken over de dag van morgen. Het viel me vanochtend op dat de presentatoren op de onafhankelijke tv-zender TVN, die de oppositie steunt, nauwelijks konden stoppen met glimlachen – en eerlijk gezegd kan ik dat ook niet. De populistische nachtmerrie van Polen is bijna voorbij en heel Europa zal ervan profiteren.

  • Kaja Kallas: ‘We hebben een gevechtsklaar Europa nodig’

    Kaja Kallas: ‘We hebben een gevechtsklaar Europa nodig’

    Volgens de premier van Estland is het van groot belang de EU flink gaat investeren in defensie, omdat Europa volgens haar momenteel niet in staat zou zijn burgers te beschermen. ‘Onze defensie-industrie moet op oorlogssterkte gaan draaien.’

    Zestien maanden oorlog in Oekraïne hebben strategische kansen en uitdagingen aan het licht gebracht voor de trans-Atlantische veiligheid en de Europese defensie. Met de vergadering van de Europese Raad en de NAVO-top in Vilnius voor de deur is dit het moment om te zorgen dat onze defensie voldoet aan de eisen van de nieuwe veiligheidsrealiteit – want straks is het misschien te laat.

    Op aandringen van Estland heeft de EU onlangs besloten Oekraïne tussen nu en maart 2024 een miljoen artilleriegranaten te leveren. Die steun is van groot belang voor Oekraïne, een stap vooruit in het opvoeren van de Europese defensieproductie en een blijk van wat we met daadkracht en eensgezindheid kunnen bereiken. De Russische agressie heeft ons eraan herinnerd dat we samen moeilijke dingen voor elkaar kunnen krijgen. Maar als het gaat om de Europese gevechtsgereedheid, doen we nog niet genoeg.

    De voor een oorlog allesbepalende munitievoorraden en de ondersteunende capaciteiten van Europa voldoen niet aan de nieuwe veiligheidsrealiteit van het continent, en onze defensie-industrie heeft zich er niet snel genoeg op aangepast. We zijn maar zeer beperkt in staat tot het ondersteunen, in stand houden en snel opschalen van onze defensie. Het is onze verantwoordelijkheid als Europese leiders om hier snel verandering in te brengen, want zoals het er nu voorstaat kunnen we niet voldoen aan onze belofte om onze bevolking te beschermen en elke centimeter Europees grondgebied te allen tijde te verdedigen. 

    Maar hoe is het zover gekomen?

    Streefcijfers

    We kampen momenteel met de gevolgen van decennia van achterblijvende investeringen in de Europese defensie. Op het hoogtepunt in 2005 bedroegen de defensie-uitgaven van alle EU-landen samen 1,6 procent van het bbp, en we zijn nog steeds aan het herstellen van de flinke bezuinigingen in de jaren daarna. De afgesproken streefcijfers voor de defensie-uitgaven zijn voorlopig nog niet meer dan dat: een streven. Ook mondiaal bezien lopen de Europese defensie-uitgaven achter bij de rest van de wereld. Tussen 1999 en 2021 stegen de totale defensie-uitgaven van de EU-landen maar met 19,7 procent, terwijl de defensiebegroting van de VS met 65,7 procent steeg, die van Rusland met 292 procent en van China met 592 procent. Door de verschillen in koopkracht valt deze vergelijking nog verder uit in het voordeel van de laatste twee landen.

    Ook de inflatie en structurele kostenstijgingen dragen sterk bij aan onze beperkte nominale groei. Van elke euro die naar defensie gaat, wordt maar zo’n twintig cent besteed aan aanschaf en R&D – dus aan daadwerkelijke verbetering van onze verdedigingskracht. En hoe cruciaal munitie ook is voor onze paraatheid en afschrikking, slechts een fractie van de investeringen gaat daarheen. Serieuze verbetering van de Europese defensie blijft dus nog gevaarlijk ver buiten ons bereik.

    Europa moet zich instellen op de veiligheidsrealiteit van nu. De agressie van Rusland, dat voor het eerst in de geschiedenis oorlog voert in een buurland van de NAVO, leidt tot een drastische verhoging van de maatstaven waar onze defensie aan moet voldoen. Onze strategische capaciteit moet flink worden opgevoerd en onze defensie-industrie moet op oorlogssterkte gaan draaien. Wat wij nodig hebben, is een gevechtsklaar Europa dat in zijn eigen defensie voorziet. Alleen zo kunnen we een afschrikkingsmacht opbouwen die geloofwaardig genoeg is om een oorlog te voorkomen en een eind te maken aan de Russische geweldsspiraal.

    Al sinds het begin van de invasie zien we Rusland in Oekraïne in één dag hoeveelheden artilleriemunitie afvuren die gelijkstaan aan wat Europa maandelijks produceert. Capaciteit en uithoudingsvermogen zullen de uitkomst van deze oorlog bepalen. Precisieaanvallen, luchtafweergeschut en antitankwapens zijn allemaal van vitaal belang gebleken voor Oekraïne, maar om stand te kunnen houden heeft het land constant schreeuwende behoefte aan meer munitie. Daar moeten wij in onze defensieplannen rekening mee houden. We moeten bij het aanleggen van munitievoorraden niet langer rekenen in hoeveelheden voor dagen maar voor maanden. Tien dagen oorlogscapaciteit te land voor honderd brigades van Europese bondgenoten kost honderd miljard euro. En dat is alleen nog maar voor de pantserinfanterie. Europa moet van alle categorieën munitie die bepalend zijn voor de strijd de voorraden op peil brengen, en dat gaat biljoenen kosten.

    Ik weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het is om voor hogere defensie-uitgaven te pleiten

    Eerste vereiste hiervoor is een sterke technologische en industriële basis. Langdurige afnamecontracten van overheden kunnen Europese defensiebedrijven helpen hun productie en capaciteit op te voeren. Maar spoed is geboden. In 1933 bestond er in Estland niet genoeg politieke steun voor verhoging van de defensiebegroting, en een vertienvoudiging van die begroting in 1939 kwam te laat om ons nog te behoeden voor de daaropvolgende invasie en bezetting. De Europese Raad heeft in Versailles vorig jaar toegezegd meer te gaan investeren in defensie, met name in een aantal strategische tekortkomingen. Die belofte moet nu in daden worden omgezet.

    Als de bondgenoten volgende zomer in Washington het 75-jarig bestaan van de NAVO vieren, moeten wij Europeanen laten zien dat we niet alleen in ons denken een strategische omslag hebben gemaakt, maar ook in de praktijk. Ik weet uit ervaring hoe moeilijk het voor een democratisch gekozen leider is om voor hogere defensie-uitgaven te pleiten. In Estland trekken we de defensie-uitgaven op naar 3 procent van het bbp en verhogen we ook de belastingen. Maar Europa heeft vaker blijk gegeven van haar slagkracht. Zomaar twee voorbeelden: NextGenerationEU, het coronaherstelfonds van 806,9 miljard euro, en de 758 miljard waarmee de gevolgen van de energiecrisis worden verzacht. Nu is er weer behoefte aan een gezamenlijke strategische inspanning, ditmaal gericht op de gevechtsklaarheid van de Europese defensie. De EU moet haar belofte nakomen, leiderschap tonen en meer geopolitiek gewicht in de schaal gaan leggen. Waar het met individuele inspanningen niet lukt, moet met vereende krachten een stap vooruit worden gezet.

    Lees ook:

  • Tienduizenden deelnemers aan pro-Palestina-betogingen in Europa

    Tienduizenden deelnemers aan pro-Palestina-betogingen in Europa

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Veroordelingen in Iran voor journalisten die zaak-Amini versloegen

    » Schrijver Salman Rushdie ontvangt prestigieuze Duitse vredesprijs

    Onder meer in Londen, Parijs en Rome werd gedemonstreerd

    In meerdere Europese steden zijn dit weekend massale demonstraties gehouden om aandacht te vragen voor de situatie in de Gazastrook. Onder meer in Londen, Parijs, Berlijn, Rome en Brussel werd door tienduizenden mensen geprotesteerd. Vrijwel al deze protestmarsen verliepen gemoedelijk en zonder incidenten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De politie in Londen sprak volgens de BBC van ongeveer 100.000 mensen, die deelnamen aan een protestmars waarbij ze ‘Free Palestine’ scandeerden, spandoeken vasthielden en met Palestijnse vlaggen zwaaiden. De betoging eindigde op Downing Street, waar de officiële residentie van de Britse premier Rishi Sunak is gevestigd.

    Ondanks een demonstratieverbod van de Berlijnse politie trokken zaterdag enkele honderden pro-Palestijnse demonstranten ongehinderd door de straten van de Duitse hoofdstad. Tegelijkertijd verzamelden duizenden mensen in Berlijn zich bij een demonstratie om verzet tegen antisemitisme en steun voor Israël te tonen. In Parijs werd de eerste legale pro-Palestina-mars gehouden, nadat eerdere betogingen waren verboden door de autoriteiten.

    Lees ook:

  • Europese Politieke Gemeenschap voor derde keer bijeen

    Europese Politieke Gemeenschap voor derde keer bijeen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hond van president Biden moet Witte Huis verlaten

    » Bijna vijftig doden bij raketaanval Rusland op Oekraïne

    Ruim veertig landen zijn aanwezig in Granada voor de top

    Leiders van ruim veertig Europese landen die onderdeel vormen van de Europese Politieke Gemeenschap (EPG) zijn bijeengekomen in de Zuid-Spaanse stad Granada. Het is de derde keer dat de landen bijeenkomen. Uiteraard wordt er op de top gesproken over Oekraïne, schrijft Reuters, maar ook andere thema’s, zoals Nagorno-Karabach, worden besproken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    President Ilham Aliyev van Azerbeidzjan is echter niet aanwezig. Hij zegt dat er sprake is van ‘anti-Azerbeidzjaanse’ sentimenten, mede vanwege de aanwezigheid van de Franse president Emmanuel Macron, die aankondigde wapens naar Armenië te sturen. Zijn bondgenoot Recep Tayyip Erdogan uit Turkije komt ook niet.

    Met de EPG wil de Europese Unie landen die lid willen worden van de unie alvast betrekken in politieke dialogen, omdat het toelatingsproces tot de EU jaren kan duren. De vorige bijeenkomsten stonden met name in het teken van de oorlog in Oekraïne, maar tijdens deze top zullen aanzienlijk minder steunpakketten gepresenteerd worden.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: De lucht in Europa is ernstig vervuild & meer

    Wereldnieuws: De lucht in Europa is ernstig vervuild & meer

    Rouwtelefoon

    De Japanner Itaru Sasaki bouwde in 2010 in zijn tuin op een heuveltop een telefooncel met daarin een niet-aangesloten telefoon met draaischijf, om het nummer van een geliefd overleden familielid te kunnen draaien en te praten over zijn verdriet, meldt Atlas Obscura. Een jaar later werd Japan getroffen door een drievoudige ramp: een aardbeving gevolgd door een tsunami, die de kernramp van Fukushima veroorzaakte. Otsuchi, Sasaki’s geboorteplaats, werd getroffen door negen meter hoge golven, waarbij 10 procent van de inwoners om het leven kwam.

    Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht

    Sasaki stelde vervolgens zijn kaze no denwa (‘windtelefoon’) open voor het grote aantal mensen in de buurt dat rouwde om het verlies van een dierbare. Het nieuws over de rouwtelefoon verspreidde zich en vanuit het hele land ondernamen verdrietige mensen een tocht naar de telefoon. Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht, en de plek wordt nog altijd intensief gebruikt.

    WM1 1

    Hortus Maximus in Hongkong

    Studio Job, van de Nederlands-Belgische kunstenaar Job Smeets, is een samenwerking aangegaan met het gerenommeerde huis Hermès in Hongkong. Smeets maakte voor het luxe modemerk een etalage waarin een droomachtige oase te zien is. Het tableau moet leven in de betonnen jungle van de stad brengen en voorbijgangers stil laten staan bij deze excentrieke Hortus Maximus. Daarin staan dieren model als elegante boeren en zijn groenten van prijswinnende telers opgeblazen tot ontzagwekkende, Alice in Wonderland-achtige proporties. De mix van surreële, hoogwaardige afwerking kenmerkt het werk van de studio, dat wel vaker verwijst naar zowel het traditionele als het actuele, het organische en het kunstmatige.

    WN2

    Onlineonderwijs vanwege geweld

    In de door misdaad geteisterde Ecuadoraanse kustprovincie Guayas – en dan met name in Guayaquil, de grootste stad van het land – gaan scholen tijdelijk over op onlineonderwijs om leerlingen voor geweld te behoeden, aldus Mercopress. Het ministerie van Onderwijs liet op X (voorheen Twitter) weten dat ze van plan is gedurende enige tijd ‘het Onderwijscontinuïteitsplan [onderwijs op afstand] toe te passen in bepaalde onderwijsinstellingen’. Zodra de lessen weer worden hervat moet de steun van veiligheidstroepen ‘prioriteit zijn om de levens en het recht op onderwijs van leerlingen te beschermen,’ aldus het ministerie.

    Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000

    Confrontaties tussen rivaliserende bendes begonnen in 2020 met bloedbaden in de gevangenissen, maar het geweld is nu ook overgeslagen naar de straat. Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000. Experts vrezen dat dit eind 2023 zelfs op 40 per 100.000 zal uitkomen.


    Een Ross voor ruim 9 miljoen

    A Walk in the Woods, een olieverfschilderij van bomen rond regenplassen uit 1983, is te koop voor 9,85 miljoen dollar (9,26 miljoen euro), zo schrijft Hyperallergic. Dat is een hoop geld, maar het gaat dan ook om het eerste van duizend schilderijen die de Amerikaan Bob Ross (1942-1995) maakte tijdens zijn populaire tv-serie The Joy of Painting. De eerste aflevering van die serie, die elf jaar zou lopen onder Ross’ motto ‘Iedereen kan schilderen’, werd in 1983 uitgezonden. Een andere beroemde uitspraak van Ross is dat er geen fouten bestaan, maar alleen happy accidents, ‘gelukkige ongelukjes’. ‘Volgens Google Analytics is Bob Ross Andy Warhol en Pablo Picasso gepasseerd als meest gezochte kunstenaar op internet,’ aldus de eigenaar van Modern Artifact, de Amerikaanse galerie die het schilderij aanbiedt. ‘Dat is ongelooflijk indrukwekkend, vooral omdat er amper officiële marketing is en zijn originelen vrijwel niet te vinden zijn.’

    WN3

    VS overwegen enorme wapenleverantie aan Vietnam

    De Amerikaanse regering is volgens ingewijden in gesprek met Vietnam over de grootste wapenoverdracht in de geschiedenis tussen de twee voormalige vijanden, schrijft Reuters. De deal was afgelopen maand een belangrijk onderwerp van gesprek tussen Vietnamese en Amerikaanse ambtenaren in Hanoi, New York en Washington D.C. Er wordt gesproken over een overeenkomst die binnen een jaar rond zou kunnen zijn en waarin sprake is van de levering van onder meer Amerikaanse F-16 gevechtsvliegtuigen. Washington overweegt gunstige financieringsvoorwaarden voor deze dure levering aan Hanoi, dat krap bij kas zit. Het zou Vietnam kunnen helpen een einde te maken aan de traditionele afhankelijkheid van goedkopere wapens van Russische makelij. De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China. Vietnam en buurland China staan op gespannen voet met elkaar vanwege een slepend territoriaal geschil in de Zuid-Chinese Zee, hetgeen verklaart waarom Vietnam zijn maritieme verdediging wil versterken.

    De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China

    Sinds de opheffing van het Amerikaanse wapenembargo in 2016 bleef de export van Amerikaans materieel naar Vietnam beperkt tot schepen voor de kustwacht en trainingsvliegtuigen. Rusland leverde ongeveer 80 procent van het wapenarsenaal van het land. Vietnam geeft jaarlijks naar schatting 2 miljard dollar uit aan de aankoop van wapens en Washington hoopt dat het land op langere termijn een deel van dat budget zal verleggen naar wapens die worden gefabriceerd door de VS of door bondgenoten en partners, zoals Zuid-Korea en India.


    De lucht in Europa is ernstig vervuild

    Nagenoeg iedereen op het Europese continent woont in een gebied met een gevaarlijk niveau van luchtvervuiling, zo blijkt uit een onderzoek in opdracht van The Guardian. Een analyse van gegevens die werden verzameld met behulp van geavanceerde methoden – zoals gedetailleerde satellietbeelden en metingen door ruim 1400 meetstations – laat zien dat 98 procent van de mensen in Europa op plekken woont waar sprake is van zeer schadelijke fijnstofvervuiling die de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) overschrijdt. Bijna tweederde woont in gebieden waar de luchtkwaliteit meer dan twee keer zo slecht is als de WHO-richtlijnen voorschrijven. Noord-Macedonië is er het slechtst aan toe. Bijna tweederde van de inwoners van dat land woont in gebieden met meer dan vier keer de door de WHO acceptabel geachte hoeveelheid PM2,5 – kleine deeltjes met een doorsnee van nog geen 2,5 micrometer die door de lucht zweven en vooral worden geproduceerd door de verbranding van fossiele brandstoffen. Sommige ervan kunnen de longen of de bloedbaan binnendringen en zo bijna elk orgaan in het lichaam aantasten. Vier andere gebieden in Noord-Macedonië, waaronder de hoofdstad Skopje, blijken een luchtvervuiling te hebben die bijna zes keer zo hoog is als de toegestane norm.

    ‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid’

    Uit de analyse blijkt dat slechts 2 procent van de Europese bevolking in gebieden woont die binnen de gestelde limieten vallen. Experts zeggen dat PM2,5-vervuiling jaarlijks voor ongeveer vierhonderdduizend doden op het continent zorgt.

    ‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid,’ aldus Roel Vermeulen, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, die het team van onderzoekers leidde dat op het hele continent gegevens verzamelde. ‘We zien dat bijna iedereen in Europa ongezonde lucht inademt.’ Volgens Vermeulen zijn dit de beste gegevens die momenteel beschikbaar zijn. ‘Nu hebben we politici nodig die moedig en ambitieus zijn en de noodzakelijke stappen zetten om deze crisis aan te pakken.’

    WN4 1
    © Unsplash
  • Minder spoor en meer snelwegen in Europa ondanks klimaatdoelen

    Minder spoor en meer snelwegen in Europa ondanks klimaatdoelen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Akkoord bereikt in Hollywood: staking scriptschrijvers waarschijnlijk voorbij

    » Middelbare scholiere in Saoedi-Arabië krijgt 18 jaar vanwege tweets

    Investeringen in het spoor blijven uit

    Europese regeringen hebben hun spoorwegennetwerk de afgelopen jaren systematisch ingekrompen, terwijl er juist is geïnvesteerd in de uitbreiding van het wegennetwerk, zo meldt The Guardian. Uit onderzoek van de Duitse denktanks Wuppertal Institute en T3 blijkt dat het aantal kilometer snelweg in Europa tussen 1995 en 2020 met 60 procent is toegenomen, terwijl de lengte van het spoor met 6,5 procent is afgenomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Giulio Mattioli, een transportonderzoeker aan de Technische Universiteit van Dortmund, zei hierover tegen de Britse krant: ‘De meeste Europese landen hebben het autogebruik aangemoedigd door grote hoeveelheden overheidsgeld te investeren in het uitbreiden van de snelweginfrastructuur.’ In het publieke en politieke debat, voegde Mattioli eraan toe, waren kleine investeringen in fietspaden en spoorwegen onderwerp van hevige discussie, terwijl investeringen in wegen als vanzelfsprekend werden beschouwd. ‘Dit moet absoluut veranderen als we de klimaatdoelstellingen in de transportsector willen halen.’

    Een handvol Europese landen heeft goedkopere kaartjes voor het openbaar vervoer geïntroduceerd om mensen aan te moedigen de overstap te maken. ‘Betrouwbaarheid van de dienstverlening en infrastructuurnetwerken zijn veel belangrijker. Ik denk dat we het minder over tarieven moeten hebben en veel meer over infrastructuur,’ aldus Mattioli.

    Lees ook:

  • The Guardian: bijna iedereen in Europa ademt giftige lucht in

    The Guardian: bijna iedereen in Europa ademt giftige lucht in

    » Azerbeidzjan roept overwinning uit na korte maar dodelijke aanval

    » Onderzoekers vinden in Zambia oudste houten structuur ooit

    98 procent van de Europeanen leeft in vervuilde lucht

    Er is in Europa sprake van een ‘ernstige volksgezondheidscrisis’, zo schrijft The Guardian in een dinsdag gepubliceerd onderzoek. Vrijwel alle inwoners van Europa ademen volgens de Britse krant zeer ongezonde lucht in, waardoor zeker 400.000 mensen per jaar overlijden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Noord-Macedonië is volgens het onderzoek het land waar de inwoners de slechtste lucht inademen. Bijna twee derde van de mensen in het land woont in een gebied waar de luchtvervuiling meer dan vier keer richtlijn van PM2,5 is, een door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vastgestelde bovengrens. In Italië en veel Oost-Europese landen is de luchtkwaliteit eveneens zeer slecht.

    De gegevens zijn door The Guardian verzameld via gedetailleerde satellietbeelden en metingen van meer dan 1400 meetstations. 98 procent van de Europese inwoners bevinden zich op een plek waar de mate van luchtvervuiling boven de genoemde norm van de WHO ligt. Twee derde van alle Europeanen wonen op een plek waar de luchtkwaliteit twee keer hoger is dan de gestelde richtlijn.

    Lees ook:

  • NAVO: Rusland niet betrokken bij mogelijke drone-aanval op Roemenië

    NAVO: Rusland niet betrokken bij mogelijke drone-aanval op Roemenië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Frans hof houdt abajaverbod in stand

    » ‘Musk blokkeerde Oekraïense drone-aanval op Rusland’

    Eerder waren brokstukken ontdekt op Roemeens grondgebied

    Rusland zou niet doelbewust betrokken zijn geweest bij een drone-aanval op NAVO-land Roemenië. Dat zei NAVO-chef Jens Stoltenberg donderdag, meldt Radio Free Europe. Volgens Roemenië zijn er brokstukken gevonden vlak bij de grens met Oekraïne en kan een opzettelijke aanval door Rusland niet worden uitgesloten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Stoltenberg benadrukte wel dat het incident ‘het risico op incidenten en ongelukken aantoont’ dat Rusland neemt met zijn aanvallen, mede vanwege de ‘gevechten en luchtaanvallen dicht bij de NAVO-grenzen’. De Roemeense president Klaus Iohannis was daarentegen feller: hij riep op tot een dringend onderzoek om te kijken waar de brokstukken vandaan kwamen.

    Oekraïne beweerde eerder deze week dat Russische drones van Iraanse makelij op Roemeens grondgebied waren neergekomen tijdens een aanval op de Oekraïense haven Izmail op zondagnacht. Een aanval op een NAVO-lidstaat zou de NAVO in een direct militair conflict met Rusland kunnen slepen vanwege het gezamenlijke defensiepact van de alliantie.

    Lees ook:

  • Van de Griekse eilanden tot Amsterdam. Twee perspectieven op overtoerisme

    Van de Griekse eilanden tot Amsterdam. Twee perspectieven op overtoerisme

    Van noord tot zuid en oost tot west klagen bewoners over de ondraaglijke last van het toerisme. Terwijl gewone Grieken het zich niet meer kunnen veroorloven om hun snikhete steden te verlaten voor de schone lucht van de Griekse eilanden, denkt Amsterdam het probleem aan te kunnen pakken met de weinig gastvrije slogan ‘Stay Away’.

    Grieken hunkeren naar de Egeïsche eilanden, die onbetaalbaar zijn.

    Griekenland is afhankelijk van toerisme, maar veel Grieken hebben het gevoel dat datzelfde toerisme hun de mogelijkheid ontneemt om van geliefde plekken in eigen land te genieten. De eilanden in de Egeïsche Zee zijn bijvoorbeeld van oudsher een plek om te ontspannen, te zwemmen, te drinken en wilde seks te hebben. Naast deze aardse geneugten zijn het ook plekken van betovering en van metafysisch ontzag – door de eeuwen heen bezongen door Grieken en bezoekers uit het buitenland.

    De place to be in de jaren vijftig en zestig was Hydra (waar Leonard Cohen verbleef) en het nog kosmopolitischere Mykonos, de favoriet van de scheepsmagnaat Aristoteles Onassis, eigenaar van onder meer Olympic Airways. Beroemdheden, van Marlon Brando en Grace Kelly tot Brigitte Bardot en Jackie Kennedy Onassis, bezochten Mykonos en het eiland kreeg in 1971 een eigen vliegveld. Veel eilandbewoners en Griekse intellectuelen zien dat als het moment waarop de Griekse eilanden verpest werden. Bewoners zeggen in ieder geval al sinds de jaren negentig dat ze de winters, wanneer er geen toeristen zijn, de prettigste periodes vinden om er te zijn.

    Opeenvolgende Griekse regeringen beweren al jaren dat toerisme de motor van Griekenland is

    Opeenvolgende Griekse regeringen beweren al jaren dat toerisme de motor van Griekenland is. Het is niet zomaar een theorie of een wens: het gaat om beleid dat, hoewel het misschien niet nadrukkelijk wordt uitgedragen door de centrale regering, in praktijk wordt gebracht door particuliere toerismebureaus, door hotels, B&B’s en andere belanghebbenden. Ze worden in ieder geval aangemoedigd door de regering in Athene.

    31 miljoen bezoekers

    Na de economische ineenstorting van begin 2010 werd dat versterkt. In 2019 trok Griekenland ongeveer 31 miljoen bezoekers, tegenover 24 miljoen in 2015. Na de pandemie, toen de beperkingen door het coronavirus wegvielen, zagen sommige eilanden in de Egeïsche Zee een verbazingwekkend snel herstel van het toerisme. Aangezien de sector inmiddels goed is voor bijna 20 procent van het nationale bbp en één op de vijf banen, blijft de focus van de nationale economische strategie liggen op het verhogen van het aantal bezoekers.

    Maar het Griekse vakantieseizoen van 2023 zal door velen herinnerd worden als de hel, met de aanhoudende hittegolf in juli en de bosbranden op Evia, Corfu, Rhodos en andere eilanden waar sommige vakantieoorden veranderden in puin en as. Duizenden toeristen moesten vluchten of werden geëvacueerd. De schade aan de natuurlijke omgeving is groot – hoe hoog de kosten zijn voor de lokale gemeenschappen en het toerisme zal nog moeten worden berekend.

    Helse zomer

    Zal deze zomer met extreme temperaturen en bosbranden de idylle van de eilanden in de Egeïsche Zee voor de Grieken aantasten, terwijl de klimaatcrisis toeristen van elders tegelijkertijd dwingt om de aantrekkelijkheid van een zonvakantie te heroverwegen en in plaats daarvan bijvoorbeeld naar Denemarken of Ierland te gaan? Het valt te betwijfelen. De aantrekkingskracht van de kale, rotsachtige Cycladen, waar bomen schaars zijn en bosbranden zeldzaam, zou zelfs wel eens kunnen toenemen. Maar al vóór deze helse zomer was een goedkope, spontane augustusvakantie op de Griekse eilanden al onbereikbaar geworden voor veel gewone Grieken van het vasteland. 

    Alleen al de drie uur durende veerboot heen en terug kostte 600 euro

    Vorig jaar was een vakantie in augustus op het piepkleine en prachtige Koufonisi al nagenoeg onbetaalbaar voor een gezin van vier. Alleen al de drie uur durende veerboot heen en terug kostte 600 euro en een vijfdaagse vakantie in de eenvoudigste accommodatie moest minstens 2000 euro kosten.

    Erover klagen lijkt op ondankbaarheid, want Griekenland verdient veel geld aan het internationale toerisme, en het zal nu eenmaal zijn infrastructuur moeten verbeteren zoals een moderne staat betaamt. Maar als Grieken ervan uitgaan dat hun ‘recht’ om dicht bij huis frisse lucht in te ademen altijd zal blijven bestaan, dan hebben ze het mis. Het is een nostalgische gedachte geworden. Je kan het ook verlies noemen. Omdat de Egeïsche Zee iets biedt dat nergens anders te vinden is.

    Op Sifnos staat een piepklein oud kerkje dat Eftamartyros (de Zeven Martelaren) heet. Het staat op een kale rots, boven op een klif, geïsoleerd tegen de blauwe onmetelijkheid van de Egeïsche Zee.

    Het is er alsof je op een zeer persoonlijke pelgrimstocht bent

    Bij Eftamartyros, met zijn witte muren en blauwe koepel, ben je alleen met de zee, alleen met de lucht, alleen met de wind. Het is er alsof je op een zeer persoonlijke pelgrimstocht bent. De uitgestrektheid van ruimte, tijd, gevoel en reflectie heeft niet zozeer te maken met de landschappelijke schoonheid – het gaat veeleer om een betekenis die het zichtbare overstijgt.

    De Griekse dichter Odysseas Elytis was iemand die nadacht over de continuïteit van de Griekse taal door de eeuwen heen. Het modern-Griekse woord voor ‘zee’, zei hij, is thalassa, en dat is precies hetzelfde woord als in de tijd van Homerus werd gebruikt. Op plekken als Eftamartyros wordt dat gevoel van continuïteit van ruimte en tijd overgebracht door de uitgestrektheid van de zee. Het woord en het zeegezicht lijken oneindig; ze zijn van voor onze tijd en ze zullen er nog lange tijd zijn als wij niet meer bestaan. Ook zonder kennis van de Griekse taal is dit gevoel van permanentie er voor iedereen die naar de Egeïsche Zee wil luisteren en zich wil laten meevoeren door haar existentiële grootsheid. 

    Balans

    In een wereld die uit balans is, hebben we meer dan ooit de vrijheid nodig om onszelf van tijd tot tijd in de Egeïsche Zee te kunnen verliezen. Sommigen zullen daartoe nog steeds pogingen kunnen ondernemen – op voorwaarde dat ze een jaar van tevoren beginnen met het plannen van een verblijf in augustus en dat ze het feit accepteren dat ze de hoogste tarieven zullen moeten betalen. Omdat het de moeite waard is, ook als ze het zich niet kunnen veroorloven. 

    Welbeschouwd zullen Eftamartyros en het unieke gevoel erbij te horen en ernaar te verlangen altijd onbetaalbaar blijven.  

    – Elias Maglinis in The Guardian


    De toeristen zijn terug. Hoog tijd om te zeggen dat ze weg moeten blijven

    Ze staan grijnzend voor de poorten van Auschwitz voor een selfie. Ze duiken in de Trevifontein in Rome. Een man kerft zijn naam en die van zijn vriendin in een 2000 jaar oude bakstenen muur van het Romeinse Colosseum. Een Russische influencer wordt samen met haar man het land uitgezet omdat ze een naaktfoto van zichzelf heeft gepost voor een heilige 700 jaar oude banyanboom. Allemaal dragen ze bij aan klimaatverandering en aan de huidige hittegolf die een groot deel van Zuid-Europa teistert: transport van toeristen is verantwoordelijk voor 5 procent van de wereldwijde uitstoot en stijgt nog steeds. 

    Iedereen klaagt over toeristen. Maar nu, misschien wel voor het eerst, zijn een paar Europese steden – met Amsterdam voorop – begonnen er iets aan te doen. De kortstondige ervaring van rust tijdens de lockdowns zonder toeristen was de aanzet tot verandering. Gaandeweg beginnen steden zich te verzetten tegen het kapitalisme van het toerisme, en proberen ze de economische geschiedenis om te keren.

    In Barcelona steeg het aantal hotelgasten van 1,7 miljoen in 1990 naar 9,5 miljoen in 2019.

    Tussen 1998 en 2019 verdubbelde het officiële aantal aankomsten van internationale toeristen tot 2,4 miljard per jaar. Die stijging wordt toegejuicht door de lokale toeristenindustrie en de marketingafdeling voor toerisme van de overheid, maar de meeste inwoners van populaire steden moesten ondertussen lijdzaam toezien – hen was niets gevraagd. 

    De toename was vooral acuut in een paar Europese steden. Vanaf de jaren negentig, toen de meeste steden mooier en veiliger werden en goedkope vluchten en internationale treinverbindingen als paddenstoelen uit de grond schoten, werden korte tripjes naar deze plekken de norm. Stedentrips gaan het hele jaar door en nemen sneller toe dan traditionele ‘zon en strand’- of ‘rondreis’-vakanties, aldus Kerstin Bock van de Vrije Universiteit Berlijn. Om een extreem voorbeeld te noemen: in Barcelona steeg het aantal hotelgasten van 1,7 miljoen in 1990 naar 9,5 miljoen in 2019. Dat is exclusief de Airbnb’s, die woonruimte onttrekken aan de lokale woningmarkt.

    Moedige stap

    De vraag is: wat kunnen we eraan doen? Opzettelijk het toerisme terugdringen is een moedige stap, maar het is de vraag of dat haalbaar is in een wereld waarin miljarden nieuwe reizigers staan te trappelen. Maar als er één Europese stad vooroploopt in het afwijzen van toeristen, dan is het wel Amsterdam. De omstandigheden voor deze stad zijn er dan ook gunstig voor. Van 1995 tot 2019 groeide de regionale economie van Amsterdam met 132 procent. Relatief weinig daarvan kwam van toerisme: de drijvende krachten achter de groei waren informatie, communicatie (inclusief IT), financiële en zakelijke diensten. Die hausse zet nog steeds door en lokale bedrijven hebben het al moeilijk genoeg om personeel te vinden, ook zonder een overspannen toerismesector. 

    Veel restaurants, coffeeshops, bordelen en andere werkgevers moeten arbeidsmigranten importeren

    Veel restaurants, coffeeshops, bordelen en andere werkgevers moeten arbeidsmigranten importeren. Ondertussen wordt de grachtengordel – het centrum van Amsterdam waar de meeste toeristische bestemmingen liggen – vooral bewoond door rijke mensen die er niet op zitten te wachten dat hun nachten worden verstoord door lallende toeristen op bierfietsen. Inwoners willen ook andere winkelmogelijkheden dan op toeristen gerichte Nutella-winkels.

    De stad heeft geprobeerd om toeristen te spreiden. Maar dat heeft de trek naar de stad niet verminderd. Amsterdam verwelkomde (als dat de juiste term is) in 2010 5,3 miljoen hotelbezoekers. In 2019 waren dat er 9,2 miljoen, exclusief de miljoenen die in Airbnb’s overnachten.

    Maximum

    In 2021 stelde het stadsbestuur een maximum in van 20 miljoen bezoekers per jaar. Maar volgens prognoses wordt dat dit jaar al overschreden – vooral Chinese toeristen zijn nog maar net de pandemische beperkingen te boven. Als er niets wordt gedaan, zal het bezoekersaantal in 2024 waarschijnlijk hoger zijn.

    En dus komt Amsterdam in actie. De stad wil haar verouderde imago van goedkope pretstad afschudden en zich profileren als culturele bestemming. In de rosse buurt, waar bepaalde hotspots wekelijks door 900.000 voetgangers worden bezocht, hebben de autoriteiten honderden ramen van sekswerkers gesloten en moeten cafés en bordelen nu eerder sluiten (om drie uur ’s ochtends in plaats van om zes uur ’s ochtends). Het roken van wiet op straat is in het stadscentrum verboden. De stad hoopt ook een aantal hotels om te bouwen tot woningen en kantoren.

    De staat lijkt nu zelfs ook niet langer mee te werken aan de promotie van toerisme

    Een stad heeft beperkte mogelijkheden om toeristen te weren, maar in Nederland werkt de staat nu ook mee. Deze maand werd een rechtszaak gewonnen: om milieuredenen mag het aantal vluchten dat landt op Schiphol worden teruggedrongen. Een toerist die vanuit Keulen met de trein naar Amsterdam komt is misschien ‘duurzaam’, maar een toerist die vanuit Californië komt vliegen is dat niet.

    De staat lijkt nu zelfs ook niet langer mee te werken aan de promotie van toerisme. Het officiële internationale logo van Nederland – vroeger was dat een tulp naast het gebruiksvriendelijke maar onnauwkeurige woord ‘Holland’ (in feite is Holland alleen het westelijke deel van het land) – werd in 2019 veranderd in een soberder ‘NL Netherlands’, waarin alleen de golvende ‘L’ nog verwijst naar de tulp van voorheen. ‘Een traditioneel symbool met tulpen is te veel verbonden met toerisme en souvenirs,’ liet een van de ontwerpers van het logo weten.

    Stay away

    Voor wie nog twijfelt aan de wens van Amsterdam om veranderingen tot stand te brengen, is het zaak om eens te kijken naar de nieuwe reclamecampagne van de stad: ‘Stay Away’. De campagne is in eerste instantie gericht op jonge Britse mannen. Als een lid van die doelgroep googelt op een term als ‘vrijgezellenfeest Amsterdam’ krijgt hij wellicht de video te zien van een dronken man die wordt gearresteerd, voorzien van het motto: ‘Dus jij komt naar Amsterdam om de boel op stelten te zetten? Stay away.’

    Deze Stay Away-campagne is absoluut een primeur in de geschiedenis van toeristische marketing. Het zou zomaar het begin van een trend kunnen worden. 

    – Simon Kuper in Financial Times

  • Toestroom van Russen zet de verhoudingen in Georgië op scherp

    Toestroom van Russen zet de verhoudingen in Georgië op scherp

    Georgië kampt sinds het begin van de oorlog in Oekraïne met een enorme toestroom aan Russische emigranten. Hoofdstad Tbilisi zou er 110.000 nieuwe bewoners bij hebben gekregen uit een land dat nog altijd als de overheerser wordt gezien. Dat roept de nodige spanningen op.

    Dima Belysh staat met zijn oranje hoodie en groezelige witte sneakers in een verlaten amfitheater in een park. Het is november en hij is bezig met een 24 uur durende performance, gewijd aan zijn overhaaste vlucht vanuit Sint-Petersburg naar de hoofdstad van Georgië. Ik blijk de enige toeschouwer op dat moment te zijn, dus we hebben alle tijd om te praten.

    ‘Het is wrang,’ zegt hij. ‘Ik ben gevlucht van een plek waar ik me niet thuis voelde naar een plek waar ik niet welkom ben.’

    Hij heeft zich altijd openlijk uitgesproken tégen de oorlog in Oekraïne, maar buiten Rusland was er voor hem vrijwel geen toekomstperspectief – hij had maar weinig geld en hij sprak alleen Russisch. Dus in de begindagen, na de invasie van Oekraïne in februari 2022, bleef hij zitten waar hij zat. Maar toen de Russische president Vladimir Poetin eind september een algehele mobilisatie afkondigde, kon Dima niet anders dan het land verlaten, omdat hij anders het risico zou lopen te moeten dienen in een leger dat hij niet steunde en te vechten in een oorlog waar hij niet achter stond.

    Georgië was een voor de hand liggende keuze. Het was een van de weinige landen met een grens die nog open was voor Russen die zich geen vliegticket konden veroorloven. Tienduizenden Russen hadden dezelfde gedachte en de grenswachten in Larsi, een  kleine plaats in de Kaukasus, de enige grensovergang met Rusland, wisten niet wat hen overkwam.

    Belysh maakt deel uit van een immense stroom Russische emigranten die sinds het begin van de oorlog zijn neergestreken in Georgië – voornamelijk in Tbilisi, een stad met 1,2 miljoen inwoners. De cijfers zijn niet zo betrouwbaar, maar de overheid vermeldt dat er sinds het begin van de oorlog tot oktober 2022 al meer dan 110.000 Russen naar Georgië zijn gekomen. De toestroom legt een grote druk op de stad wat betreft huisvesting en infrastructuur, en vergroot de al langer bestaande politieke en culturele tweespalt.

    Uit angst

    De postsovjet-identiteit van de Georgiërs stoelt al eeuwenlang voor een belangrijk deel op de Russische overheersing – eind achttiende, begin negentiende eeuw vroegen Georgische koningen de Russen om bescherming, uit angst voor Perzische aanvallen. Niet alleen slaagden de Russen er niet in Georgië te beschermen tegen de Perzische agressie – Tbilisi werd in 1795 met de grond gelijkgemaakt – maar uiteindelijk lijfde Rusland Georgië domweg in en maakte het tot onderdeel van het Russische rijk. Dat was het startschot van twee eeuwen overheersing vanuit het noorden, waaraan pas een einde kwam in 1991, met de ineenstorting van de Sovjet-Unie.

    De Georgiërs hebben lange tijd volgehouden dat ze geen problemen hebben met de Russen zelf, maar met de Russische overheid. Met de inval in Oekraïne is dat onderscheid echter vrijwel geheel verdwenen. De vlucht van tienduizenden Russen die zichzelf beschouwen als slachtoffer van de eigen overheid valt precies in een tijd waarin Georgiërs meer dan ooit zijn geneigd de collectieve verantwoordelijkheid voor de oorlog in Oekraïne bij alle Russen te leggen. De massale migratie heeft de Georgiërs in beroering gebracht en roept lastige morele vragen op: wie geldt als slachtoffer? In hoeverre zijn burgers verantwoordelijk voor de daden van hun land? Waar zou onze sympathie moeten liggen?

    In hoeverre zijn burgers verantwoordelijk voor de daden van hun land?

    De inval in Oekraïne riep bij de Georgiërs bovendien een veelheid aan emoties op: medeleven met de Oekraïners en angst dat Rusland over niet al te lange tijd opnieuw de blik zal richten op Georgië, dat al eerder, namelijk in 2008, door de Russen werd binnengevallen. Als Rusland de strijd in Oekraïne wint, zouden de Georgiërs reden hebben om te vrezen dat het Kremlin zich voldoende gesterkt zou voelen om de klus uit 2008 te komen afmaken. Een andere vrees is dat Rusland, als het de oorlog verliest, het kleine en zwakke Georgië als een makkelijke troostprijs zou kunnen beschouwen.

    En dan is er nog de haat. Er verschenen teksten op muren, er werd gif verspreid op social media. Bezorgde burgers lieten een petitie rondgaan om een visumbeperking voor Russen in te stellen.

    Van een vriend hoorde ik over een Rus en een Georgiër die elkaar in een kroeg te lijf waren gegaan. Op een Telegramkanaal voor Russen in Tbilisi werd een anonieme opname geplaatst van iemand die (in het Russisch, maar met een Georgisch accent) dreigde Russen in elkaar te slaan. Mede gezien het feit dat het Kremlin de Russenhaat in Oekraïne opvoert als rechtvaardiging van de oorlog, is de sfeer in Tbilisi bijzonder gespannen.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.46.01
    © The Dial

    Een twintigjarige Russische mensenrechtenactiviste die in 2021 naar Georgië is geëmigreerd, probeerde via Airbnb en Booking.com een accommodatie te huren aan de Zwarte Zee-kust. Ze werd meermaals geweigerd omdat ze Russisch is. Iemand schreef: ‘Ga lekker terug naar Rusland om voor Poetin te vechten.’ Ze probeerde uit te leggen dat ze niet terug kon naar Rusland. ‘Ik was zo kwaad. Ik schreef: “Ik ben mensenrechtenactivist. Ik ben journalist, ik heb vrienden die zijn gemarteld”,’ vertelt ze. Hij wilde bewijzen zien dat ze echt werd vervolgd, en pas toen zei hij: ‘Nou ja, misschien mag je dan toch wel komen.’

    Hoewel Georgië twee eeuwen lang is overheerst door Rusland, hebben de huidige Georgische grieven tegen Rusland vooral te maken met Abchazië en Zuid-Ossetië, twee gebieden waar etnische minderheden wonen, respectievelijk de Abchazen en de Osseten. Beide gebieden hebben zich afgescheiden van Georgië tijdens onafhankelijkheidsoorlogen in de jaren negentig van de vorige eeuw; honderdduizenden etnische Georgiërs zijn het gebied ontvlucht. Deze zelfbenoemde regeringen worden nu gesteund door Rusland, dat in beide gebieden militaire bases heeft. Een veelgehoorde opmerking vandaag de dag is dat Rusland op die manier in feite 20 procent van Georgië ‘bezet’. (Op sommige muren valt tegenwoordig te lezen: ‘Weg met de bezetter’.) Georgiës poging om de controle over Zuid-Ossetië terug te krijgen leidde tot de oorlog van 2008, waarin Rusland niet alleen de Georgische krijgsmacht uit Zuid-Ossetië verdreef, maar ook kortstondig verder wist op te rukken, tot diep in Georgië, met hevige offensieven waarbij zelfs de oostelijk gelegen steden Gori en Poti werden bereikt. Volgens officiële berichten van beide kanten kwamen hierbij 224 Georgische en 162 Zuid-Ossetische burgers om het leven.

    De regerende partij in Georgië lijkt bezig met een balanceeract

    Veel Georgiërs zien de oorlog van 2008 en de Russische aanwezigheid in Abchazië en Zuid-Ossetië eenvoudigweg als de meest recente hoofdstukken in een eeuwenoud verhaal over Rusland dat de nationale ambities van Georgië dwarsboomt. (Die oorlog vond plaats enkele maanden na de belofte dat Georgië op termijn lid van de NAVO zou kunnen worden). De Russische invasie van Oekraïne wordt gezien als een vergelijkbare aanval op mensen die ze inmiddels als verwanten beschouwen. Een links tijdschrift is een campagne begonnen om de etnische zuivering van de Georgiërs in Abchazië te bestempelen als ‘genocide’. ‘Voor Boetsja was er Abchazië’, luidt de titel van die campagne.

    De regerende partij in Georgië lijkt bezig met een balanceeract. Het streven is zorgen dat het land gericht blijft op het Westen: internationale sancties tegen Rusland handhaven, samen optrekken met het Westen op het gebied van VN-resoluties, EU-lidmaatschap aanvragen. Maar uit de mond van een van de topambtenaren klinkt een heel ander geluid. De laatste tijd heeft men zich zorgvuldig onthouden van kritiek op Rusland en heeft men zich kritischer opgesteld ten aanzien van de Oekraïense regering, en zelfs antiwesterse samenzweringstheorieën verspreid. Dit tot grote woede van veel Georgiërs die willen dat de regering zich onomwonden achter Oekraïne schaart; oppositiepartijen en andere criticasters verwijten de regering een knieval te hebben gedaan voor Moskou.

    Onaangename verrassing

    Poetin kwam met een onaangename verrassing: Rusland trok het verbod in op directe vluchten naar Georgië, dat in 2019 was ingesteld, en maakte tevens een einde aan de visumbeperkingen voor Georgiërs die naar Rusland willen reizen. Vóór de oorlog van Rusland met Oekraïne zou deze maatregel in Georgië met gejuich zijn ontvangen, maar nu leek het een gifbeker, bedoeld om een wig te drijven tussen de Georgische regering en haar bondgenoten in het Westen. Met succes: Amerika en de EU waarschuwden dat Georgische bedrijven sancties riskeerden als Russische luchtvaartmaatschappijen toestemming zouden krijgen om op Georgië te vliegen. Georgië heeft evengoed doorgezet, met als argument dat het hervatten van het vliegverkeer economisch voordeel oplevert. Dit besluit kon rekenen op scherpe kritiek vanuit Washington en Brussel.

    De emigranten zitten klem tussen al het geharrewar. De regerende partij heeft geprobeerd de situatie te bagatelliseren door te benadrukken dat veel van de nieuwelingen in feite etnische Georgiërs zijn, en dat veel van hen Georgië enkel gebruiken als doorgangsstation op weg naar andere bestemmingen.

    Punt van discussie zijn Russen met banden met de oppositie, wie de toegang tot Georgië wordt geweigerd: sinds het begin van de oorlog zouden onder meer kritische journalisten, een advocaat van oppositieleider Alexei Navalny en een lid van de activistische groep Pussy Riot de toegang tot Georgië zijn geweigerd. Voor de Georgische oppositie is dit het bewijs dat de regering danst naar de pijpen van het Kremlin. Maar het is schimmig: ik heb veel Russen gesproken die denken dat de overheid mensen weert om te voorkomen dat Tbilisi een centrum wordt van Russische oppositieactiviteiten, wat de woede van Moskou zou kunnen wekken, maar tegelijkertijd valt het aantal Russische oppositieleden dat wordt geweerd in het niet bij het aantal mensen dat wordt toegelaten. Verschillende oppositiegroepen van verbannen Russische journalisten en activisten hebben zich zonder al te veel moeite in Tbilisi weten te vestigen.

    Alexander, die kort geleden in Georgië is komen wonen en die niet zijn volledige naam wil geven, leidt me langs alle anti-Russische graffiti in de wijk Vera, niet ver van waar ik woon. Hij heeft veel van zijn landgenoten horen beweren dat de graffiti afkomstig zijn van Russen, en hij probeert bewijs te verzamelen dat dat niet het geval is. Op de muur staat een variatie op de alomtegenwoordige tekst: ‘Poetin is een klootzak’. Maar hier werden een Russische ‘i’ en een Oekraïense ‘kh’ door elkaar gehaald op een manier die geen enkele moedertaalspreker van een van beide talen zou doen. Niet ver daarvandaan de klassieke tekst: ‘Dood aan het Russische oorlogsschip’. Die had ik al gezien: ‘Russisch’ is met één ‘s’ geschreven. Een foutje dat in beide talen makkelijk is gemaakt, aldus Alexander. Veelzeggender is de manier waarop sommige Cyrillische letters zijn geschreven. De Russische ‘y’ vertoont ongekend veel gelijkenis met de Georgische ‘kh,’ en de Russische ‘b’ met de Georgische ‘n’.  ‘Dit is duidelijk het werk van Georgiërs,’ zegt hij.

    De Georgiërs zelf hoeven er niet van overtuigd te worden dat de graffiti van eigen makelij zijn. 

    Veel van de Russen die ik heb gesproken zijn diep geschokt nu hun land zijn ware aard heeft laten zien, en voor velen heeft Rusland van het ene op het andere moment afgedaan. Collectief het boetekleed aantrekken lijkt de voornaamste reactie.

    ‘De Russen denken dat we nergens zijn zonder hen, maar zo is het niet’

    Russische ondernemingen in Tbilisi zijn veelal te herkennen aan de Oekraïense vlag en een poster met een QR-code om geld te doneren aan de Oekraïense strijdkrachten. Als er al wordt gesproken over het feit dat de Russische emigranten onheus worden behandeld, volgt steevast de nuancering: ‘Het stelt natuurlijk niets voor in vergelijking met wat de Oekraïners doormaken.’

    ‘De Russen denken dat we nergens zijn zonder hen, maar zo is het niet,’ zegt Zurab Chitaia. Hij heeft een ingewikkelde identiteit: met zijn Georgische vader en zijn Russische moeder is hij opgegroeid in Abchazië, maar daar sprak hij Russisch. Tijdens de oorlog in de jaren negentig zijn vrijwel alle etnische Geor­giërs verdreven uit Abchazië, en toen Chitaia tiener was, vluchtten zijn ouders met hem naar Moskou. Een paar jaar geleden is hij teruggekeerd naar Tbilisi, waar hij inmiddels een keten heeft van goedlopende cafés.

    Chitaia maakt een Russischtalige podcast over Georgië, bij wijze van tegenwicht voor de soms wel heel extreme pogingen om de inwoners van Tbilisi zo te intimideren dat ze geen Russisch meer durven te spreken. Maar hij zegt ook dat veel Russen onderschatten hoezeer de Georgiërs een hekel aan hen hebben. ‘Jonge Georgiërs hebben geen boodschap aan Rusland,’ zegt hij. ‘Ze hebben iets van: “Laat ons met rust, we kennen jullie niet, we hebben geen enkele positieve ervaring met jullie, we moeten jullie niet. We zijn zonder jullie opgegroeid en het enige wat we van jullie kennen zijn tanks, bommen en moordpartijen.” Onze ouders en grootouders waren gedwongen om zich tot Rusland te verhouden en zich op Rusland te richten. Maar wij niet.”’

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 12.46.21
    Toeristen staan in 2022 bij de douanecontrolepost Verkhni Lars tussen Georgië en Rusland.
    – © Getty Images

    Het feit dat Russen alleen maar hun paspoort hoeven te laten zien om Georgië binnen te komen, steekt veel Georgiërs. Behalve Rusland zijn er nog 94 andere landen waarvan de inwoners gebruik kunnen maken van het visumvrije laisser-fairebeleid van Georgië, maar door de toestroom van afgelopen jaar roepen de oppositiepartijen nu op tot een visumplicht voor Russen. De regering is hiertegen en beroept zich op de economische voordelen: in 2022 is het bnp met meer dan tien procent toegenomen en regeringsambtenaren schrijven dat deels op het conto van de Russische emigranten.

    Huisbazen en horecaondernemers gedijen bij de komst van tienduizenden klanten uit de middenklasse

    Maar de economische voordelen zijn ongelijk verdeeld. Huisbazen en horecaondernemers gedijen bij de komst van tienduizenden klanten uit de middenklasse. Ondertussen krijgen hardwerkende Georgiërs uit de arbeidersklasse te maken met de daaruit voortvloeiende inflatie. Nadat Poetin in mei aankondigde dat er weer directe vluchten zouden komen tussen Rusland en Georgië, laaide de visumdiscussie weer op, en dit keer bemoeide ook de Amerikaanse ambassade zich ermee; de ambassadeur zei dat Poetin de Russische aanwezigheid op de een of andere manier zou willen ‘gebruiken’ om zich te mengen in Georgië. En hoewel ze er een paar maanden eerder op had aangedrongen dat Georgië onderdak zou blijven bieden aan mensen ‘op de vlucht voor de Russische onderdrukking’, zei ze nu dat ‘veel Georgiërs zich zorgen maken over de honderdduizend Russen die afgelopen jaar naar Georgië zijn gekomen’.

    Wie in Tbilisi woont, krijgt te maken met verschillende graden van verantwoordelijkheid en slachtofferschap, wordt deel van een hiërarchie van daders, kolonisators en gekoloniseerden. In de ogen van veel activisten trekt de toestroom van Russen een wissel op de binnenlandse politiek en bemoeilijkt ze de pogingen om af te rekenen met de eigen geschiedenis van onderdrukking van kleinere landen. Er is een verhitte discussie gaande over de aanloop naar de oorlog uit de jaren negentig, maar duidelijk is dat een aanzienlijk deel van de verantwoordelijkheid bij Georgië ligt – een feit dat wordt verdoezeld door het narratief van een ‘Russische bezetting’. In dat narratief wordt ook het aandeel van de Abchazen en de Osseten ontkend – in grote lijnen hebben zij niet het idee dat ze bezet worden, en zien ze de steun van Rusland als een noodzakelijk kwaad dat bescherming biedt tegen het in hun ogen grotere gevaar van het Georgische nationalisme. Dergelijke nuances gaan steeds meer verloren in de hoogoplopende spanningen van vandaag de dag.

    ‘De oorlog van Rusland en Oekraïne heeft een verlammende uitwerking op het proces waarin wordt nagedacht over onze conflicten, en zo wordt het vrijwel onmogelijk onze eigen fouten te ontdekken en onder ogen te zien’, schrijft Anna Dziapshipa, een in Tbilisi woonachtige filmmaker met een Georgische en Abchazische achtergrond.

    Ondertussen duikt er steeds meer graffiti op, die ook steeds transformeren. Het is niet ongebruikelijk om boodschappen te zien die worden overgeschilderd, die worden veranderd, bijna als een publiek debat. ‘Fuck Russia’ wordt geregeld veranderd in ‘Fuck Putin’. Niet ver van mijn huis staat ‘Russians fuck off cunts’, en daar heeft iemand boven gezet ‘nationalists of all countries go fuck yourselves.’ Het begon met ‘Russians go home’, in het blauw, waarna iemand het laatste woord veranderde, met gele verf, zodat er nu (in de kleuren van de Oekraïense vlag) staat: ‘Russians go help.’ Onlangs is ook dat weer veranderd. Nu staat er: ‘Russians go to hell.’  

  • ‘Om onze afhankelijkheid van China te verminderen moeten we weer de fabriek in’

    ‘Om onze afhankelijkheid van China te verminderen moeten we weer de fabriek in’

    Als westerse landen minder afhankelijk van China willen worden, dan moeten ze de productie in eigen huis nieuw leven inblazen, schrijft de Zweedse veiligheidsexpert Elisabeth Braw. Maar waar gaan ze de arbeiders vandaan halen? Omscholing kan een oplossing bieden.

    Nu jonge experts zo warm lopen voor deglobalisering en voor haar jongere zusje de-risking [risicomijding door banken], trekken zelfs politiek leiders die vrijhandel voorstaan de conclusie dat westerse landen hun productieafhankelijkheid van China moeten verminderen. Hoe? Door productie in eigen huis nieuw leven in te blazen, of deze te verplaatsen naar bevriende landen. Maar wie gaat er werken in al die fabrieken die er dan in het Westen zullen verrijzen?

    Als het de westerse landen ernst is met friendshoring [handel drijven met en/of produceren in ‘bevriende’ of ‘vertrouwde’ landen om politieke risico’s te vermijden], zullen we weer veel meer met onze handen moeten gaan werken – zij het geholpen door robots. En ja, daar moeten ook academici aan te pas komen. 

    Vorige week presenteerde Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, haar voorstel voor een nieuwe economische veiligheidsstrategie ten behoeve van de Europese Unie. Het zou gaan om ‘een oefening in nieuw economisch denken’. Nationale leiders moeten zich nu buigen over de strategie die als uitgangspunt heeft dat ‘een economische macht als de EU meer aandacht dient te schenken aan de veiligheidsrisico’s in haar handels- en investeringsbeleid. Uitvoering van de strategie betekent dat de EU zich op het internationale toneel meer zal gedragen als de Verenigde Staten en Japan.’

    Wat is er tegen een strategie die de EU minder afhankelijk maakt van China en in één moeite door gekwalificeerde banen creëert?

    Dit betekent minder afhankelijkheid van China en meer productiebanen en raderen in de eigen toeleveringsketen. Klinkt goed. Wat is er tegen een strategie die de EU minder afhankelijk maakt van China en in één moeite door gekwalificeerde banen creëert, zoals de Amerikanen dat doen met hun anti-inflatiewet (Inflation Reduction Act)?

    Er zal een veel grotere behoefte ontstaan aan productiemedewerkers, én aan arbeiders van het soort dat onze economie nu al draaiende houdt, zoals machinisten, vrachtwagenchauffeurs – en zelfs mijnwerkers, als de EU ook de afhankelijkheid van door China bewerkte zeldzame mineralen wil verminderen.

    Het is alleen maar goed om dergelijke banen te creëren, banen die de binnenlandse productie stimuleren, maar… zo gemakkelijk gaat dat niet. Dat blijkt wel uit ontwikkelingen in de VS, dat Europa al een stap voor was op het gebied van globalisering, en nu een hele grote stap voor is wat betreft deglobalisering. Er zijn simpelweg niet genoeg arbeiders voor de banen die het Westen hoopt te creëren omwille van de nationale veiligheid en welvaartsgroei.

    Strategische rivalen

    In de Amerikaanse mijnbouwsector bijvoorbeeld is er ‘schaarste aan ingenieurs die arbeidslocaties opzetten, mijnwerkers die ruwe metalen winnen en vrachtwagenchauffeurs die ze verplaatsen voor verwerking – een extra kopzorg voor producenten die sowieso al moeite hebben om materialen te leveren voor elektrische auto’s, zonnepanelen en windparken,’ aldus The Wall Street Journal.

    Om te begrijpen wat de toekomst voor ons in petto heeft, is het nuttig de situatie in Duitsland te bekijken: dat land heeft al 100.000 onvervulde vacatures in de transportsector, en een tekort van nog eens 100.000 werknemers in productie- en installatiediensten – en dan hebben we het nog niet eens over vacatures in de gezondheidszorg, de horeca en het onderwijs.

    De belangrijkste reden dat westerse landen moeite hebben om al die beoogde nieuwe fabrieken van personeel te voorzien, is dat ze ooit de globalisering enthousiast omarmden

    Ondertussen is Tesla – dat onlangs een nieuwe fabriek in Brandenburg heeft gebouwd – bezig met de werving van 12.000 arbeiders om daar elektrische auto’s te bouwen. Aangezien er geen 12.000 arbeiders voor de auto-industrie beschikbaar zijn, leidt het bedrijf van Elon Musk nu leerlingen op en werft het mensen die ervaring hebben op andere terreinen en schoolt die om. Vorige week heeft bondskanselier Olaf Scholz een deal gesloten waarbij Intel een halfgeleiderfabriek in Maagdenburg zal opzetten. Waar het fabriekspersoneel vandaan moet komen is vooralsnog volkomen onduidelijk. 

    De belangrijkste reden dat westerse landen moeite hebben om al die beoogde nieuwe fabrieken van personeel te voorzien, is dat ze ooit de globalisering enthousiast omarmden. Andere landen zouden goederen produceren en zijzelf gingen zich richten op de diensteneconomie. Dat pakte erg goed uit, totdat duidelijk werd dat dergelijke landen strategische rivalen konden worden. En zo kwam het dat het Westen nu weer handarbeiders nodig heeft – zowel in fabrieken als voor het vervoeren van goederen over lange toeleveringsketens.

    Hard werken

    Ondertussen hebben westerse landen hun bevolking opgeleid voor een hoogwaardige diensteneconomie. In 1993 telde Duitsland bijvoorbeeld 1.775.661 universiteitsstudenten; dat aantal was in 2021 met liefst 66 procent gestegen. Westerse landen zitten nu dus opgescheept met te veel academisch geschoolde burgers die niet staan te trappelen om met hun handen te werken, en met te weinig mensen die bijvoorbeeld een vrachtwagen kunnen besturen of vuilnis willen ophalen – taken die zelfs in de hoogtijdagen van de globalisering noodzakelijk waren.

    Nu deze landen het fabriekswerk weer in ere willen herstellen, worden ze niet alleen geconfronteerd met een algeheel tekort aan handarbeiders, maar ook met een dreigend tekort aan werknemers in de groeiende productiesector. De Europese ontkoppeling van Russische energie is om deze reden in zwaar weer terechtgekomen: 900 Noorse booreilandwerkers – van wie er al te weinig zijn – hebben gedreigd in staking te gaan.

    Mensen die op school steeds te horen hebben gekregen dat de weg naar een comfortabel middenklassebestaan en sociale status via de universiteit leidt, zullen zich waarschijnlijk niet laten omscholen voor handarbeid. Want zoals de academisch geschoolden die het hebben geprobeerd kunnen beamen: dat is hard werken. Toen enkele leden van de Baader-Meinhof-groep [een terroristische organisatie in de Bondsrepubliek Duitsland] zich in de fabriek voegden bij de West-Duitse arbeiders – namens wie de groep beweerde haar gewapende revolutie te voeren – gaven ze er al na een paar dagen de brui aan.

    Maar er is veel gebeurd sinds zo’n vijfendertig jaar geleden de moderne globalisering in het Westen aanving. De banen die in deze landen eind jaren tachtig begonnen te verdwijnen behelsden grotendeels fysiek werk. De banen waaraan nu behoefte is, zijn in hoge mate technisch en vereisen veel expertise. Breng maar eens een bezoek aan een Duitse autofabriek, dan wordt dat meteen duidelijk.

    Scholen en universiteiten doen er goed aan studenten te helpen werkervaring op te doen in de productiesector

    Het is helemaal niet zo gek te stellen dat veel toekomstige productiebanen meer vaardigheden met zich meebrengen dan een hoop kantoorbanen waarvoor je een universitair diploma nodig hebt. Het is geen verrassing dat Tesla samenwerkt met lokale universiteiten om arbeiders op te leiden voor de fabriek in Brandenburg, of dat de staat Arizona – die halfgeleiderbedrijven wil aantrekken om de productie uit China over te nemen – niet alleen de krachten heeft gebundeld met bedrijven, maar ook met Arizona State University, waar een uitgebreid programma is ontwikkeld om mensen op te leiden voor de goedbetaalde banen die er nu aankomen.

    Arbeiders hadden altijd al meer vaardigheden dan universitair geschoolden hun toedichtten, en naarmate de productie technologisch gezien steeds verfijnder wordt, zullen die vaardigheden alleen maar toenemen. Zonder arbeiders die de machines kunnen bedienen om de geavanceerde goederen te produceren die nu te riskant zijn om in China te laten maken, kunnen we bij voorbaat afscheid nemen van het idee van friendshoring. We zouden er dan ook goed aan doen onze opvattingen over handmatig werk bij te stellen.

    Scholen en universiteiten doen er dus goed aan studenten te helpen werkervaring op te doen in de productiesector. En degenen die zo verstandig zijn de waarde en vaardigheden van productiewerk in te zien, zouden moeten overwegen zichzelf op dat gebied verdienstelijk te maken. Simpel gesteld: de fabrieksarbeider is terug van weggeweest – krachtiger dan ooit. Wat zou Karl Marx hebben gedacht van deze wending in het globaliseringsverhaal?