Tag: extreemrechts

  • De flirt van mijn kosmopolitische geliefde met extreemrechts

    De flirt van mijn kosmopolitische geliefde met extreemrechts

    Voor zijn afstudeerscriptie verdiept de Amerikaans-Joods-Chinees-Libanese vriend van de Finse Aura Saxén zich in de extreemrechtse populistische beweging de Identitairen. Gaandeweg zijn onderzoek krijgt hij steeds meer sympathie voor hun ideeën over de gevaren van migratie en de ondergang van de Europese cultuur.

    Sascha’s flirt met extreemrechts in Europa begon in een Californisch stadje vol Franse bakkers en poedels. Hij had zich ingeschreven voor een cursus tekenen naar de werkelijkheid en zou zich vermoedelijk nogal verloren hebben gevoeld tussen de ontelbare bejaarden in het groepje kunstliefhebbers als er niet nog een andere jongere deelnemer was geweest: een aantrekkelijke brunette, die samen met haar tweelingzus steampunkboeken schreef die ze in eigen beheer uitgaf. Na afloop van de cursus hielden ze geen contact, maar Sacha zag zo nu en dan video’s van de tweelingzus, Brittany Pettibone, voorbijkomen op zijn Facebook-pagina. Ze gaf lezingen aan universiteiten over het belang van traditionele waarden. Vanwege de vele studentenprotesten die dit uitlokte kon Brittany alleen spreken met politiebescherming.

    Een jaar of tien later dook ze ineens weer op in Sacha’s newsfeed. Ze sprak niet langer over traditionele waarden, maar over het project Defend Europe: een boot vol jonge, rechtse activisten die op de Middellandse Zee patrouilleerden met de bedoeling migrantenboten terug te sturen.

    Defend Europe was in het leven geroepen door de Identitairen, een groep zogeheten lumbersexuals: wit-nationalisten die erop zijn gebrand de ‘ware’ Europese cultuur te behouden. Ondanks die nadruk op Europa maken de Identitairen zich sterk voor het herstel van ‘authentieke’ nationale identiteiten, die ze afzetten tegen een gehomogeniseerde globale cultuur. Zij beschouwen immigratie als een wezenlijke bedreiging van lokale gebruiken, en als een ontwrichtend fenomeen dat ertoe leidt dat mensen zich niet langer thuisvoelen in hun eigen gemeenschap. Het kwam niet echt als een verrassing dat Brittany zich inliet met dit soort mensen. Ze sprak zich onomwonden uit vóór Donald Trump en had veel succes op internet met haar tirades tegen immigranten en feministen. Brittany en de Identitairen zaten op één lijn op vrijwel alle belangrijke punten: traditie, vaderland en de superioriteit van de blanke, christelijke beschaving.

    Zoals 30.000 jaar geleden

    Hoewel Defend Europe op de meeste vlakken maar weinig succes boekte, kreeg de beweging veel media-aandacht en zodoende stonden ook de Identitairen ineens vol in de belangstelling. Brittany hield er ook iets aan over: Martin Sellner, de gesoigneerde Oostenrijkse leider van de Identitairen, maakte steeds vaker zijn opwachting in haar video’s. Samen vertelden ze hun volgers hoe belangrijk het was om zowel de etnische als de culturele aspecten van de Europese identiteiten te behouden, zodat de Europese landen blijven ‘zoals ze dertigduizend jaar geleden waren’. Ook legden ze bijvoorbeeld uit waarom het een klap in het gezicht van de islam is om een croissant te eten. Binnen de kortste keren werd het stel van alle kanten opgeroepen om zoveel mogelijk kinderen op de wereld te zetten.

    Toen ik Sascha leerde kennen waren Brittany en Martin nog niet in beeld. Het begin van onze relatie was veel prozaïscher en ouderwetser dan bij Brittany en Martin; wij hebben elkaar leren kennen tijdens de studie. Sacha – omwille van de privacy heb ik zijn naam veranderd – stond erom bekend dat hij niet in staat was zijn trui uit te doen zonder zijn T-shirt mee te trekken, waardoor elk college begon met zijn blote bast. Wij vonden elkaar niet in een hartstochtelijk geloof in de superioriteit van de Europese cultuur, maar in ons gedeelde zwak voor Chris, de dromerige yogaleraar.

    Sascha vertelde me voor het eerst over Brittany, de Identitairen en Defend Europe toen we een brainstorm hielden over mogelijke onderwerpen voor onze afstudeerscripties. Hij was van mening dat het bestuderen van extreemrechts helemaal van deze tijd was, en heel belangrijk. Na enige tijd stuurde hij me enkele video’s van Brittany door, om me een beeld te geven van zijn onderzoek. Ik herinner me nog hoe mijn aanvankelijke geamuseerdheid plaatsmaakte voor ongemak toen ik vlak voor het slapengaan, in het donker, de video’s op mijn telefoon bekeek. Ik wist me niet goed raad met deze verontrustende mengeling van krankzinnigheid en kwaadaardigheid. Het was mij niet duidelijk of Brittany en Martin gewoon een stel internetmalloten waren of een power couple dat was voorbestemd om een eenheid te smeden tussen extreemrechts in Europa en Amerika.

    Sacha’s belangstelling voor de Identitairen was zuiver academisch van aard, zijn bewondering esthetisch

    Aanvankelijk leken het me gewoon malloten. Sacha en ik maakten grappen dat de Identitaire activisten – waarschijnlijk mensen die vanwege hun opvattingen buiten de maatschappij vielen – vermoedelijk in katzwijm waren gevallen toen Brittany en haar vriendin, Lauren Southern, langskwamen om te vertellen over de Defend Europe-campagne. We maakten ook veel grapjes dat Sacha zelf nogal onder de indruk was geweest van Brittany; als hij de kans had gekregen zou hij mij, een feministische Scandinavische kabouter met overwegend linkse opvattingen, zo hebben ingeruild voor een traditionele, ouderwetse schoonheid als Brittany.

    Sacha verloor zich meer en meer in de socialemedia-accounts van Sellner en Pettibone. Hun standpunten sijpelden door in onze gesprekken. Hij zei dingen als: ‘Multiculturalisme vormt een bedreiging voor de unieke nationale culturen en de sociale cohesie, en ondermijnt de Europese democratieën.’ Sacha praatte de Identitairen na en herhaalde bereidwillig dat ‘ongelimiteerde immigratie ondemocratisch is’, alsof er daadwerkelijk sprake was van ongelimiteerde immigratie.

    Aanvankelijk dacht ik nog dat hij voor de gein advocaat van de duivel speelde, in het beste geval gedreven door zijn frustratie over mensen aan de linkerkant van het politieke spectrum die waren geobsedeerd met vluchtelingen en wier geloof in een betere wereld zonder grenzen eerder naïef is dan weloverwogen. De argumenten waarvan de Identitairen zich bedienden waren een schoolvoorbeeld van het culturaliseren van ras, en ze verdraaiden heel bewust de Europese geschiedenis door nationale culturen als tijdloos en onveranderlijk voor te stellen. Dat doorzag Sacha natuurlijk ook wel – toch?

    Ik hield mezelf voor dat zijn reactie voor een deel was ingegeven door de steeds agressievere, politiek-correcte sfeer binnen de universitaire wereld, waar hij zich in Noord-Amerika zo aan had geërgerd. Ik hield mezelf voor dat hij de dingen die hij zei niet echt meende, maar dat hij gewoon heel erg opging in zijn onderzoek. Sacha’s belangstelling voor de Identitairen was zuiver academisch van aard, zijn bewondering esthetisch. Hij is iemand die heel snel wordt gegrepen door ideeën en hij zag natuurlijk ook wel hoe slim de Identitairen de historische retoriek van extreemrechts hadden aangepast aan deze tijd, hoe ze hun boodschap hadden verbonden aan de thema’s van de antiglobaliseringsbeweging, en zich niet zozeer sterk maakten voor politieke macht als wel voor culturele invloed.

    En dan was er nog Brittany’s uiterlijk. Onverteerbare opvattingen gaan er makkelijker in als ze worden gepresenteerd door zo’n aantrekkelijk stel. Brittany ziet eruit als een albasten pop. Martin draagt coltruien.


    Geen voorstander van genocide

    Maar op een gegeven moment hadden we steeds vaker van die discussies, en Sacha wilde niet zeggen dat hij het oneens was met de Identitairen. De grenzen tussen spot, advocaat van de duivel spelen, ironie en werkelijke waardering begonnen steeds meer te vervagen. Vastberaden om Sacha weer terug te leiden naar de goede kant van de geschiedenis maakte ik grapjes over etnisch zuivere landen en vroeg hem keer op keer wat hem in godsnaam zo aansprak aan de Identitairen. Dan beet Sacha me toe dat hij heus geen voorstander was van genocide en kwam hij aanzetten met obligate verhalen over vrijheid van meningsuiting, en dat we allemaal onze ogen sloten voor de reële, ernstige problemen die immigratie met zich meebracht.

    Bij deze ruzies kwam geen van beiden als winnaar uit de strijd. Wat ik het lastigst vond was dat ik dit soort dingen uit Sacha’s mond niet kon plaatsen. Hij heeft Amerikaanse Joods-Chinese en Libanese ouders en zelf heeft hij zowel een Frans als een Amerikaans paspoort. Hij is opgegroeid in New York, Parijs, Montreal, Londen en Praag. Hij was opvallend gecharmeerd van Emmanuel Macron, Europa’s glansrijke ambassadeur van de multiculturele samenleving. Sterker nog, we wilden allebei onze master halen in Europese cultuur, wat een veel bredere en diepere kennis vereist van begrippen als ‘Europa’ of ‘cultuur’ dan waar de Identitairen toe in staat zijn. Het was niet te bevatten dat de man van wie ik hield ineens dreigde me een rondleiding te geven door Aubervilliers, naar verluidt een no-gozone in Parijs, om te laten zien dat Frankrijk echt zijn identiteit was verloren.

    Ik begon mijn zoektocht naar verklaringen bij David Goodhart, een Engelse journalist en auteur van The Road to Somewhere. Goodharts voornaamste stelling is dat de grootste tweedeling in de wereld van vandaag de dag niet de tweedeling is tussen links en rechts, maar die tussen de ‘Anywheres’ – een hoogopgeleide elite die over de wereld reist en die overal thuis is – en de ‘Somewheres’ – mensen die érgens thuis zijn, wier identiteit is verbonden met hun (vaak geografische) wortels in een bepaalde gemeenschap. Het mag duidelijk zijn waar op deze scheidslijn Sascha en de Identitairen zich bevinden. Sacha, met zijn multiculturele achtergrond en een schat aan internationale ervaring, zou zichzelf ogenblikkelijk onder de Anywheres scharen, en zich allerminst verwant voelen met de Identitaire opvattingen van coherente etnische identiteiten die heel nauwkeurig worden toegekend aan bepaalde landen. Sacha weet als geen ander dat culturele verschillen vriendschap, vertrouwen of verbondenheid niet in de weg hoeven staan. Maar toch lag het allemaal niet zo eenvoudig.

    De politieke oplossingen die de Identitairen voorstaan mogen dan afkomstig zijn uit de bekende gereedschapskist van de extreemrechtse populisten, de Identiteiten praten vooral over vervreemding, eenzaamheid en gemeenschappen

    Pas later drong tot me door dat de discrepantie tussen Sacha en de Identitairen een van de belangrijkste redenen was dat hij zich tot hen voelde aangetrokken. Hij wilde niet zozeer hun oplossingen, hij wilde hebben wat zij hadden.

    Ondanks al zijn privileges – opleiding, reizen, aanraking met andere culturen – hunkerde Sacha naar het gevoel ergens bij te horen, geworteld te zijn, hij hunkerde naar een identiteit. Het argument van de Identitairen dat massa-immigratie gemeenschappen zou ondermijnen raakte bij hem een gevoelige snaar, juist omdat hij zich ontworteld en verloren voelde en omdat hij zelf zo graag deel wilde uitmaken van een gemeenschap. Hoewel ik net als Sacha veel over de wereld had gereisd kon ik niet echt relateren aan dat verlangen omdat ik, in tegenstelling tot Sacha, mijn hele jeugd in Finland had doorgebracht. Pas tegen het einde van mijn tienerjaren raakte ook ik in de greep van het peace-and-love-kosmopolitisme.

    Hoe dan ook, de diagnose die de Identitairen stelden aangaande de kwalen van Europa spraken Sacha veel meer aan dan ze mij ooit hadden aangesproken. De politieke oplossingen die de Identitairen voorstaan mogen dan afkomstig zijn uit de bekende gereedschapskist van de extreemrechtse populisten, de Identiteiten praten vooral over vervreemding, eenzaamheid en gemeenschappen – niet over welke banen de immigranten hebben ingenomen.

    Misschien koos Sacha niet hun kant omdat hij vond dat ze gelijk hadden, maar omdat ook hij het gevoel had dat onze geglobaliseerde wereld hem iets had afgenomen.
    Sellner beweert dat de huidige malaise en het gevoel van vervreemding het gevolg zijn van het feit dat we niet langer in kleine, homogene gemeenschappen leven waar iedereen elkaar kent, of, om Sellners woorden te gebruiken: dat globalisering en de multiculturele samenleving een ‘nieuwe mens hebben geschapen, die is ontworteld, die geen identiteit heeft, die geatomiseerd is’. Het probleem met deze thesis is dat deel uitmaken van een gemeenschap wordt gezien als een warm, vaag gevoel en niet als een politiek besluit, terwijl het in werkelijkheid beide is. De groep mensen met wie we als vanzelf verwantschap voelen kan inderdaad vrij beperkt zijn, en dat is ook precies de reden dat filosofen als Hannah Arendt – wiens term ‘geatomiseerd’ Sellner uit zijn verband trekt – de nadruk leggen op het kunstmatige construct van politieke gemeenschappen. Tegelijkertijd is het vaak makkelijker om een fysieke plek aan te wijzen als je oorsprong en je thuis, en daar een gevoel van geborgenheid aan te ontlenen. Het maakt het makkelijker om verhalen te vertellen over wie we zijn, wie ons accepteert en wie wij op onze beurt accepteren.

    Aan de oppervlakte gingen onze ruzies over de multiculturele samenleving en over het immigratiebeleid. Maar in de kern draaide het om de spanning tussen twee soorten identiteit: de lokale Somewheres en de kosmopolitische Anywheres. Mijn hoogopgeleide, bereisde partner, met zijn kosmopolitische achtergrond en opvoeding, voelde zich verwant met de Identitairen omdat Martin tekeergaat tegen de Anywhere-samenleving, terwijl Sacha worstelt met zijn eigen Anywhere-achtergrond.

    Anywheres of Somewheres

    Socioloog Richard Sennett heeft onderzoek gedaan naar wat hij noemt ‘de uitholling van het karakter’ van succesvolle individuen. De mensen die gedijen bij het mondiale kapitalisme veranderen geregeld van werkplek en moeten vaak verhuizen om hun plek aan de top te kunnen behouden, en daardoor wordt hun identiteit vooral bepaald door hun prestaties en minder door een gemeenschap of een bepaalde plek. Naar Goodharts idee zijn deze identiteiten transportabel en dus beter bestand tegen een verandering van omgeving. Maar volgens Sennett brengt deze verplaatsbaarheid ook een zekere kwetsbaarheid met zich mee. Een identiteit gebaseerd op prestaties verbrokkelt zodra je niet meer presteert. Daarmee komt de lat steeds hoger te liggen in onze moderne maatschappij, waarin een universitaire graad uitzicht biedt op een onbetaalde stageplek. Sacha was zich daar terdege van bewust, want terwijl vrijwel al mijn vrienden berooide kunstenaars zijn, waren de meeste van zijn vrienden advocaat of consultant geworden. We waren bijna afgestudeerd en hij had geen plannen voor de toekomst.

    In feite ging onze strijd niet over wat er mis was met de multiculturele samenleving. Het ging over de vraag of we Anywheres of Somewheres wilden worden.
    Misschien heeft Goodhart gelijk als hij zegt dat Europese samenlevingen zijn gemaakt voor, en worden geleid door Anywheres. Toch kan ik maar niet loskomen van de gedachte dat Sellners netwerk zijn bootreisje om ngo’s dwars te zitten heeft bekostigd, terwijl mijn netwerk me nauwelijks geld geeft om in buitenlandse restaurants een fooi te kunnen geven. De Anywhere-identiteit wordt geïdealiseerd in talloze artikelen in de trant van ‘vijftien dingen die je alleen kunt leren door in het buitenland te wonen’, maar ik betwijfel of lokale identiteiten echt zo machteloos zijn als het post-Brexit, post-Trump zelfonderzoek ons wil doen geloven. Beide fenomenen zijn geduid als de onvrede van de bevolkingsgroepen die aan het kortste eind hebben getrokken bij de globalisering en die zich in de steek voelen gelaten door de liberale elite. Hoewel velen zich kunnen vinden in deze verklaring, is dit niet de hele waarheid. Er is een sterke correlatie te zien tussen opleidingsniveau en stemgedrag, maar de correlatie met andere factoren die deze theorie zouden onderschrijven, zoals inkomen, is minder sterk. De verklaring veronderstelt ook dat opleidingsniveau en inkomen een indicatie vormen van hoe mensen zich verhouden tot een bepaalde plek. Met name de opvatting dat de Somewhere-identiteit en -waarden zijn voorbehouden aan de armen, terwijl een Anywhere-identiteit en dito wereldvisie automatisch zou betekenen dat iemand het ver zal schoppen binnen het mondiale kapitalistische systeem, lijkt wat al te simplistisch. Christobal Youngs onderzoek naar belastingontduiking door miljonairs laat zien dat dit fenomeen lang niet zo wijdverbreid is als mensen denken, omdat het uitgerekend de lokale gemeenschap is die mensen in staat stelt succes te boeken. En als Anywheres automatisch succesvol zouden worden, dan zou Sacha nu niet zeventig uur per week werken tegen het minimumloon, als geschiedenisleraar in een Engelse achterstandswijk, op een school met een veel te krap budget.
    Misschien dat het belang van een bepaalde plek de Anywheres onderscheidt van de Somewheres, maar niet de rijken van de armen, de geslaagden van de mislukkelingen, de machtigen van de machtelozen.

    Het gaat er hier niet om wie het hardst kan jammeren. Het is belangrijk om je dat te realiseren, want de kracht van het verhaal van de Identitairen schuilt voor een groot deel in het idee dat de Somewheres zouden zijn verraden door de Anywheres. Maar als er al sprake is van verraad, dan heeft dat niets te maken met de onverbrekelijke band tussen een individu en een bepaald land. Een Amerikaans-Chinese-Libanese Fransman in Engeland, een charismatische Franse president en al bijna even charismatische leider van extreemrechts in Oostenrijk – ze komen allemaal ergens vandaan. Ze wonen allemaal ergens. Ze willen zich allemaal ergens thuis voelen. De affiniteit die de kosmopolitische Sacha voelt met het extreemrechtse stel mag dan nog zo idioot lijken, het maakt wel duidelijk dat een gebrek aan wortels net zo makkelijk kan leiden tot innerlijke conflicten en verwarring als een ogenschijnlijk succesvol bestaan waarmee je op Instagram kunt scoren.

    Er zijn talloze redenen waardoor je je ontheemd kunt voelen in deze wereld. Misschien voel je je niet thuis in het land waar je bent geboren, of misschien heb je een baan gevonden in een ander land, of misschien sta je als Amerikaanse vrouw op het punt te gaan trouwen met een Oostenrijkse geliefde. Misschien is de fabriek gesloten waar een groot deel van de mensen uit je gemeenschap werkte, of misschien heeft er een vreselijke burgeroorlog gewoed in je land, waardoor de overheid en de terroristen nauwelijks nog uit elkaar te houden zijn. Wie niet de luxe heeft om ergens thuis te zijn, kan mogelijk een Somewhere-identiteit ontlenen aan andere mensen of aan zinvol werk. Zo ook zou Brittany, mocht ze op een gegeven moment met Martin meegaan naar Europa, zich thuis kunnen voelen bij Oostenrijkers die er vergelijkbare politieke opvattingen op na houden. Er is geen pasklare, universele oplossing voor al deze problemen. Het krampachtig bewaken van de nationale identiteit lijkt mij in elk geval niet de aangewezen weg.

    Martin en Brittany op hun beurt zien een Europa waar een “omvolking” plaatsvindt, een stille genocide op de witte bevolking

    Sacha en ik hebben onze geschillen niet op kunnen lossen. Zijn affaire met de Identitairen is zo’n anderhalf jaar geleden begonnen en we hebben het vorige maand voor het laatst gehad over de vraag of de problemen van immigratie bespreekbaar zijn binnen Europa. Hoewel hij mijn theorie nog altijd niet wil beamen, heb ik het idee dat ik het begin te begrijpen. We zijn het niet oneens over de kwesties zelf. Er mogen geen onschuldigen verdrinken. Ingrijpende maatschappelijke veranderingen moeten op democratische wijze tot stand komen. Over het algemeen varen samenlevingen wel bij een gevoel van verbondenheid. Maar we hebben een tegengesteld beeld van de wereld. Hij ziet een Europa waarin overheden zijn gegijzeld door een kosmopolitische elite die haar normen en waarden wil opleggen zonder instemming van de bevolking. Ik zie een Europa waar liberale natiestaten ondanks alles blijven zoeken naar een steeds striktere definitie van het begrip ‘conflictgebied’, om te rechtvaardigen dat migranten worden teruggestuurd. Als we ons hadden gerealiseerd dat beide beelden kloppen, hadden we misschien minder zonnige dagen verkwist aan geruzie over wie gelijk heeft.

    Martin en Brittany op hun beurt zien een Europa waar een ‘omvolking’ plaatsvindt, een stille genocide op de witte bevolking. Wat mij het meest beangstigt aan de Identitairen is dat hun waandenkbeelden worden overgenomen door een hele cast van acteurs. Toen Emmanuel Macron voorafgaand aan de verkiezingen dertien keer het woord ‘beschermen’ gebruikte in zijn Facebookbericht aan de burgers, waarin hij opriep tot een strengere bewaking van de Europese grenzen, dacht ik even dat Martin en Brittany hadden gewonnen. Hun andere fans zijn echter minder eerbaar dan Macron. De Christchurch-schutter, Brenton Tarrant, had zijn manifest ‘The Great Replacement’ genoemd, het zogeheten ‘omvolken’, en hij deelde de Identitaire bewondering voor Charles Martel. De Identitairen wijzen automatisch elke verantwoordelijkheid van de hand en beschuldigen de media van hypocrisie. Op een gegeven moment kwamen de autoriteiten erachter dan Tarrant vijftienhonderd dollar aan Sellner had gedoneerd. Een donatie staat natuurlijk niet gelijk aan samenwerking. Maar Martin kan onmogelijk beweren dat de ideologische overeenkomsten tussen hem en Tarrant zuiver op toeval berusten.

    Ik wens Brittany en Martin samen alle geluk van de wereld, maar ik wens hen absoluut geen succes op politiek terrein. Ik stel me voor dat we op een dag op een double date gaan en dat zij ons leren hoe we een geworteld, transnationaal en mobiel power couple kunnen worden, deel van een gemeenschap – net als zij.

    Auteur: Aura Saxén
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: Brittany Pettibone en Martin Sellner

    Are We Europe
    Europa | website | www.areweeurope.com

    Stichting Are We Europe (AWE) is opgericht als platform voor Europese storytelling. In Europa heerst toenemende onvrede en onzekerheid. Grenzen gaan dicht, en tegelijkertijd groeit er een generatie op die geen grenzen kent. AWE verzamelt en 
vertelt hun verhalen.

  • Islamofobie, een godsgeschenk voor fundamentalisten

    Islamofobie, een godsgeschenk voor fundamentalisten

    De term, gemunt door liberale westerlingen, beantwoordt aan de aspiraties van de islamisten en smoort ieder debat, benadrukt een Jemenitische jurist.

    Keuze uit het archief

    Zoals de term antisemitisme niet zelden klinkt als er sprake is van kritiek op Israël, zo valt het begrip islamofobie vaak wanneer moslims bekritiseerd worden. De Jemenitische jurist Hussein Al-Wadeï laat in dit artikel uit 2019 zien dat aan dit begrip een foutieve en fundamentalistische kijk op de islam ten grondslag ligt. Bovendien wekt de term de indruk dat discriminatie van moslims erger is dan de ongelijke behandeling van andere bevolkingsgroepen.

    De term ‘islamofobie’ deed in 1997 zijn intrede in het medialandschap en wordt sindsdien voortdurend gebruikt. De moslimwereld, die meestal wantrouwig staat tegenover alle westerse terminologie, heeft hem algauw overgenomen. Het eerste wat daarbij opvalt, is de volstrekt overeenkomstige kijk die westers rechts en moslimfundamentalisten op de islam hebben. We kunnen zonder overdrijving stellen dat de extreem-rechtse westerse islamofoob en de extreem-rechtse islamist op dit punt eender zijn.

    Volgens de definitie van de Bond van Britse Moslims wordt islamofobie bepaald door de gedachte dat de islam een verzameling onveranderlijke ideeën is, wars van iedere evolutie, volstrekt anders dan andere culturen en waardesystemen en inferieur aan de westerse cultuur. De islam is volgens die gedachte barbaars, irrationeel, machistisch, gewelddadig en agressief, werkt terrorisme in de hand en is uit op een botsing van beschavingen. Ook denkt een islamofoob dat de islam eerder een politieke ideologie is dan een religie, en dat het een instrument voor politieke overheersing is en een drijfveer voor militaire interventies.

    Wonderlijk genoeg denkt de overgrote meerderheid van de moslimfundamentalisten er precies zo over. Zij zijn van mening dat de islam een geheel van onveranderlijke ideeën vormt omdat ze graag herhalen dat hij ‘geldig is in alle tijden en op elke plek’, en dat iedere culturele invloed van buitenaf moet worden verworpen. Ze zijn uiteraard van mening dat niet de islam inferieur, barbaars, decadent en irrationeel is, maar dat dat juist voor de andere beschavingen geldt. Daarentegen zijn ze het eens met de islamofoben over de rol van de jihad, over het feit dat de islam ernaar streeft de wereld te overheersen en over de stelling dat het in de eerste plaats een politieke ideologie is. Dit laatste vormt zelfs de basis van hun kijk op de islam, omdat ze stellen dat ‘religie politiek is, dat politiek een religieuze plicht is en dat iedere letter van de Koran van een politieke orde is’.

    Dat alles is behoorlijk precair en toont aan hoe ongeschikt de term islamofobie is om de discussie te verhelderen. Bovendien is de notie koren op de molen van fascistische islamisten.

    Islamofoben en islamisten geloven dat de islam de wereld wil overheersen. – © Unsplash
    Islamofoben en islamisten geloven dat de islam de wereld wil overheersen. – © Unsplash

    De islamisten schermen niet alleen met de beschuldiging van islamofobie, maar kunnen daar nog ‘vijand van de islam’ aan toevoegen. Voor hen is dat een heel makkelijke manier om iedere roep om hervorming en alle verlichte ideeën van linkse en liberale moslims een halt toe te roepen.

    Maar voor sommige westerlingen zijn dergelijke oproepen tot hervorming eveneens uit den boze, omdat ze islamofobie in de hand zouden werken. Zij gaan iedere kritiek, iedere discussie over de situatie van vrouwen uit de weg. Maar dan zouden veel grote hervormers uit de moslimwereld ook als islamofoob moeten worden bestempeld, van Sayed Jamalludin Afghani, Mohammed Abdoe en Mohammed al-Tahir ibn Ashour tot Ali Abderraziq, Khaled Mohamed Khaled, Taha Hussein en Nasr Abu Zayd. Deze moslimhervormers van islamofobie betichten is even absurd als iedere Jood die kritiek heeft op het zionisme of het religieuze Joodse dogma als antisemiet beschouwen. De Britse intellectueel Fred Halliday heeft voorgesteld het woord ‘moslimfobie’ te gebruiken in plaats van ‘islamofobie’, omdat de haat tegen moslims is gericht en niet tegen de islam. Maar ook omdat het oproepen van haat jegens personen bij wet verboden is, terwijl kritiek op religies onder de door de wet gegarandeerde vrijheid van meningsuiting valt – ook al beschouwen de islamisten elke kritische of humoristische uiting als ‘heiligschennis’.

    Het voorstel van Halliday moet serieus worden genomen, maar gaat het daarbij niet om een vorm van xenofobie ten opzichte van buitenlanders?

    Waarom zou er een speciale categorie voor moslims moeten bestaan, een definitie naast andere vormen van racisme die zorgen voor opschudding in de Europese samenlevingen? Bestaat er geen solide wetgeving om iedere vorm van racisme te bestrijden?

    Deze term is bovendien problematisch omdat hij de moslims alleen maar vanuit het oogpunt van een onveranderlijke religieuze identiteit beschouwt en ervan uitgaat dat een moslim, of hij nu de Franse of de Britse nationaliteit bezit, alleen maar een moslim kan zijn. Een dergelijke excessieve en permanente nadruk op de religieuze identiteit maakt integratie nog moeilijker. Daar komt nog bij dat moslimgemeenschappen geneigd zijn zichzelf als slachtoffers te beschouwen, terwijl ze zich juist dubbel zo hard zouden moeten inspannen om te integreren.

    Islamofobie is een giftig cadeau van het liberale en progressieve Westen aan het islamistische fascisme. Het is een aan twee kanten snijdend mes om de moslims op te sluiten in hun exclusieve religieuze identiteit.

    In de Oxford Dictionary staat een merkwaardige definitie van islamofobie. Het zou gaan om een ‘obsessieve angst voor de islam, vooral als politieke kracht’. Maar de groeperingen die de politieke islam uitdragen, maken ook miljoenen moslims bang met hun totalitaire en gewelddadige boodschap. Moeten deze moslims dan ook als islamofoob worden beschouwd? De beschuldiging van islamofobie kan op zichzelf al een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting vormen. Men heeft het recht om iedere religie te bekritiseren, ook de islam, en des te meer als het gaat om religies die in het teken staan van autoritaire bedoelingen.

    Het discours over de islam neemt momenteel bijna dezelfde plaats in als vroeger het discours over het antisemitisme. Mensen die pro-Israël waren grepen toen dit discours aan om alle kritiek op het beleid van de Hebreeuwse staat ten opzichte van de Palestijnen te smoren. Op dezelfde manier probeert de politieke islam nu ieder kritisch discours te smoren over de islam versus de moderniteit. Maar als islamkritiek een blijk is van islamofobie, is kritiek op het christendom dan een blijk van ‘christianofobie’?

  • Einde van een tijdperk

    Einde van een tijdperk

    De plotse opkomst van een vijfde partij, de extreemrechtse Vox, heeft in Spanje gezorgd voor een politieke omwenteling, waardoor het nogal ingewikkeld wordt de autonome deelstaat Andalusië 
te besturen.

    Vox zorgt niet alleen voor nog meer verdeeldheid onder de rechtse stemmers, maar raakt het hele politieke krachtenveld in Spanje, dat voortaan uit vijf partijen zal bestaan. Een eenvoudige rekensom leert dat de politieke steun waar Susana Díaz (de socialistische president van Andalusië) 
traditiegetrouw van verzekerd was tot het verleden behoort. En als je deze verkiezingsuitslag afzet tegen de landelijke politiek is het niet aannemelijk dat de nieuwe politieke partijen – centrum-liberaal Ciudadanos en Adelante Andalucía (de Andalusische pendant van de ‘staatsprotestpartij’ Podemos) – de handen ineen zullen slaan, zodat Díaz nog een termijn kan volmaken in het presidentieel paleis San Telmo.

    Nadat de socialisten 36 jaar onafgebroken in Andalusië hebben geregeerd, wordt in de dichtstbevolkte regio van Spanje (8,4 miljoen inwoners), waar de socialisten van oudsher de meeste stemmen krijgen, het einde van een tijdperk ingeluid. Al kwamen de socialisten als winnaars uit de bus, deze desastreuze verkiezingsuitslag valt niet weg te moffelen: de 
partij van Díaz zakt van 47 naar 33 zetels. Omdat de socialisten al sinds de Transición (de vreedzame overgang van dictatuur naar democratie rond 1975) in Andalusië regeren, kunnen ze deze ondergang alleen zichzelf aanrekenen. De Andalusiërs hebben hun politieke beleid de rug toegekeerd.

    Aardverschuiving

    Bovendien blijkt uit de opkomst – de op twee na laagste sinds er regionale verkiezingen gehouden worden in Andalusië – dat het linkse electoraat 
lastig te mobiliseren is en dat het aantal rechtse stemmers duidelijk stijgt. Wat deze verkiezingen vooral laten zien is een belangrijke toename van het aantal conservatieve stemmers, en dat zal in heel Spanje zijn weerslag hebben. Andalusië, en dus heel Spanje, verschilt niet langer van de omringende landen. Met maar liefst 12 zetels en bijna 11 procent van de stemmen treedt de extreemrechtse Vox toe tot de democratische instituties.

    Waar de partij precies voor staat is nog onduidelijk, maar ze haakt aan bij het extreme nationalisme in Spanje en opkomende extreemrechtse politieke bewegingen in Europa als Rassemblement National van Marine Le Pen – die niet wist hoe snel ze de partijleider van Vox moest feliciteren – Matteo Salvini in Italië en Alternative für Deutschland. Vox is geen lokale partij, ze heeft nationale ambities. Haar toetreding tot het regionale parlement van Andalusië zal een stempel 
drukken op een jaar waarin regionale verkiezingen, gemeenteverkiezingen, Europese 
verkiezingen en wellicht landelijke verkiezingen worden gehouden.

    De vraag is of de partij alleen stemmen trekt van het door de politieke crisis 
in Catalonië aangewakkerde extreme nationalisme, of dat ook de rest van 
de kiezers die hun buik vol hebben van het Catalaanse procés gevoelig zullen zijn voor Vox. Het zou het meest 
radicale politieke antwoord zijn op de crisis in Catalonië. De conservatieve Partido Popular blijft de tweede partij en heeft de voorsprong waar Ciudadanos op mikte kunnen afremmen. Maar Ciudadanos zit de Partido Popular op de hielen, want de verkiezingen waren een behoorlijke aderlating voor de conservatieven, terwijl Ciudadanos 
als de derde grote partij uit de bus is gekomen (van 9 naar 21 zetels), en daarmee versterkt hun leider Albert Rivera zijn landelijke premierambities. De partij behoudt zijn positie in het centrum van rechts.

    Vox is geen lokale partij, ze heeft nationale ambities

    Adelante Andalucía heeft de ambities van haar politieke kopstukken en de hooggespannen verwachtingen niet waar kunnen maken. De stembusuitkomst was teleurstellend en de partij zal geen rol van betekenis kunnen 
spelen in de coalitieonderhandelingen.

    Met deze verkiezingsuitslag in Andalusië zal het lastiger zijn voor premier Pedro Sánchez om zijn politieke plannen uit te voeren. Bovendien zal zijn positie verzwakken doordat de socialisten zo veel stemmen hebben verloren. Daar komt bij dat er een duidelijke 
ruk naar rechts of zelfs extreemrechts te zien is. De conservatieve partijen 
zouden Vox niet moeten beschouwen als een nieuwe politieke partij in het politieke spectrum, maar als een 
ideologie die weinig respect heeft voor de rechtsstaat en haar instituties. Het slechtst denkbare scenario is dat het succes van Vox anderen op de gedachte brengt hetzelfde pad te volgen. Dat 
zou het ergste gevolg zijn van de 
aardverschuiving die zich in Andalusië heeft voorgedaan.

    Auteur: Alejandro Ruesga

    El País
    Spanje | dagblad | 
oplage 397.000

    Opgericht in 1976, is 
van doorslaggevende betekenis geweest voor de overgang van dictatuur naar democratie. 
Prachtige tabloidkrant 
met voortreffelijke journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Voet aan de grond voor extreemrechts in Spanje

    Voet aan de grond voor extreemrechts in Spanje

    Alleen Ierland en Portugal weten zich voorlopig gevrijwaard van de opmars van rechts-populisme in Europa, nu extreemrechts met Vox voor het eerst in decennia voet aan de grond in Spanje heeft gekregen.

    Veertig jaar nadat in Spanje 
de Grondwet werd ingevoerd heeft een extreemrechtse, nationalistische, centralistische, eurosceptische en anti-immigratiepartij twaalf zetels weten te bemachtigen tijdens de regioverkiezingen in Spanjes dichtstbevolkte autonome regio 
Andalusië, voorheen het bastion van 
de socialistische arbeiderspartij PSOE. Niet eerder lukte het een extreemrechtse beweging te worden gekozen in een regionaal parlement in Spanje.

    De partij volgt het spoor van andere Europese politieke bewegingen die zich kunnen vinden in de internationale alt-rightbeweging van Trump-ideoloog Steve Bannon. Daarbij horen het Rassemblement National van Marine Le Pen, de Lega Nord van 
Matteo Salvini en de Alternative für Deutschland. ‘Vox wordt meegesleurd in het populistisch momentum en dat levert de partij in ieder geval een hoop pure proteststemmen op. Ze hebben alleen geen bestuurservaring, zoals bijvoorbeeld de Lega in het noorden van Italië,’ zegt Jorge Palacio, als politicoloog verbonden aan de Universidad Rey Juan Carlos.

    Marine Le Pen was een van de eersten die Vox feliciteerden met de overwinning van de partij in Andalusië. In een tweet noemde ze Vox een ‘jonge en dynamische beweging’. Eigenlijk is het eerste grote succes van de extreemrechtse nationalisten te danken aan de Brexit op 23 juni 2016. Even leek het erop dat Marine Le Pen en Geert Wilders in 2017 de succesvolle vaandeldragers van extreemrechts zouden worden, maar beiden bleven halverwege steken en slaagden er niet in een radicaal andere wind te laten waaien.

    Taboes

    Dat lukte de Oostenrijkse 
Vrijheidspartij FPÖ wel in 2017, toen 
de naar rechts opgeschoven christen-democratische Volkspartij ÖVP van Sebastian Kurz een pact sloot met Heinz-Christian Strache. In Italië werd afgelopen voorjaar een tegennatuurlijk regeringspact gesloten door de extreemrechtse Lega van Matteo 
Salvini en de links-populistische Vijfsterrenbeweging van Luigi di Maio. Hoewel de populisten in Italië strikt genomen met Silvio Berlusconi de macht al grepen.

    Wat cultuur-maatschappelijke vraagstukken betreft (immigratie, angst voor verandering, het oproepen van een verleden waarin alles beter was) 
is de winst van Vox te vergelijken met wat er in andere Europese landen speelt. Toch is hun economische programma in grote lijnen traditioneel rechts. Evenals Spanje was Duitsland een van de landen waar extreemrechts geen voet aan de grond kreeg. Het 
verleden drukte zwaar op het land en een partij die rechtser was dan de CSU, een Beierse christen-democratische partij, gelieerd aan de CDU, was onmogelijk.

    De legendarische partijleider Franz-Josef Strauss verwoordde het zo: ‘Een rechtsere partij dan de Unie kan 
in Duitsland niet worden getolereerd.’ Met de komst van de AfD zijn die taboes verdwenen. De eerste keer dat de partij in september 2013 aan de landelijke verkiezingen deelnam, kreeg ze iets minder dan 5 procent van de stemmen. Vier jaar later komt ze met 92 zetels (12,7 procent) in de Bondsdag. Omdat Merkels CDU, de CSU en de SPD samen een coalitie vormen, is de rechts-populistische AfD de belangrijkste oppositiepartij.

    Afgelopen oktober deed AfD mee aan 
de verkiezingen in de twee deelstaten waar de partij nog geen zetel had: 
Beieren en Hesse. De CDU en de CSU verloren zo veel stemmen dat Merkel besloot zich op het partijcongres niet meer kandidaat te stellen als politiek leider van haar partij. ‘Vox en AfD gebruiken hetzelfde discours vol ogenschijnlijk coherente 
verhalen waarmee ze pretenderen de cultureel-maatschappelijke problemen te begrijpen.

    Samen zullen extreemrechtse partijen een belangrijk deel van 
de agenda bepalen

    Nog een overeenkomst tussen beide partijen is dat ze zich de nationale identiteit toe-eigenen en 
de rol van politieke vernieuwers aannemen,’ zegt Franco Delle Donne, coauteur van Faktor AfD. 
Wanneer extreemrechtse partijen de politieke arena betreden, staan hun tegenstanders voor een dilemma. Of 
ze bouwen een cordon sanitaire om zo’n partij heen omdat ze in hun ogen ondemocratisch is, bijvoorbeeld omdat ze een pro-naziverleden hebben (zoals bij de Zweedse Democraten) of ze werken samen, vaak met de bedoeling om de politieke ideeën van de partij af te zwakken of om te voorkomen dat ze zichzelf als slachtoffer presenteren.

    Wat ook vaak gebeurt, is dat andere partijen, of de extreemrechtse partijen nu worden buitengesloten of niet, besmet raken door hun discours en een deel van hun agenda overnemen. Dat 
is een gevaarlijk spel. Wie zich op hun terrein begeeft, zal uiteindelijk hun discours meer gewicht geven.

    Het succes van Vox hangt nauw samen met het verlies van de traditionele 
partijen. In de meeste landen in Europa hebben grote politieke partijen zoals de volkspartijen in Duitsland iets meer dan 40 procent van de stemmen, terwijl ze in de jaren negentig samen 
op 80 procent van de stemmen konden rekenen. In Duitsland wordt het cordon sanitaire strikt toegepast, bondskanselier Merkel wijst elk pact van 
de CDU, de CSU met de AfD resoluut af. De AfD zit in geen enkel deelstaatparlement. En op lokaal niveau is de partij alleen in Saksen van betekenis.

    Het valt nog te bezien of Annegret Kramp-Karrenbauer, de opvolger 
van Merkel bij de CDU, haar lijn zal vasthouden.

    Vox-aanhangers demonstreren tegen de Catalaanse onafhankelijkheid en tegen premier Pedro Sánchez. – ©  Getty  Images
    Vox-aanhangers demonstreren tegen de Catalaanse onafhankelijkheid en tegen premier Pedro Sánchez. – © Getty Images

    ‘Welkom in de echte wereld,’ zegt Jimmie Akesson, de flamboyante voorman van de Zweedse Democraten, een populistische anti-immigratie- en eurosceptische partij die in de wieg van de welvaartsstaat is opgebloeid.

    Ook in Zweden heeft men een cordon sanitaire gelegd om de Zweedse Democraten, die een fikse winst 
wisten te boeken tijdens de laatste verkiezingen en de sleutel in handen hadden voor de terugkeer van rechts in het centrum van de macht. Maar de liberalen en de centrumpartij 
wilden de Zweedse Democraten zelfs niet als gedoogpartij en formeerden uiteindelijk een rood-groene regering. Ofschoon Jimmie Akesson zijn partij heeft vernieuwd, weegt voor velen in Zweden het naziverleden van de partij te zwaar.

    Nadat in 2000 de Europese Unie fel ageerde tegen de regeringsdeelname van de FPÖ in Oostenrijk, regeren in Denemarken sinds 2001 diverse kabinetten met gedoogsteun van 
de Deense Volkspartij, wat een grote invloed heeft op de migratiepolitiek.

    In Noorwegen werd er in 2013 geëxperimenteerd met regeringsdeelname van extreemrechts. De conservatieven regeerden met de Progressieve Partij en deden dat nog een keer in 2017, al dalen ze nu in 
de peilingen. In Finland maakte de extreemrechtse partij sinds 2015 samen met twee andere partijen deel uit van een conservatief blok.

    Twee jaar later viel dat blok uiteen in twee facties. Timo Soini, voormalig leider van de Ware Finnen, bleef minister van Buitenlandse Zaken. Het is nog te vroeg om te weten of Vox evenveel succes zal hebben bij 
de landelijke verkiezingen, te verwachten is dat het de partij tijdens de Europese verkiezingen, net als in Andalusië, voor de wind gaat. Vox 
zal profiteren van het proportioneel kiesstelsel en meeliften met ervaren politiek leiders als Le Pen en Salvini. Samen zullen extreemrechtse 
partijen een belangrijk deel van de agenda bepalen.

    Auteur: Ana Alonso

    El Independiente.com
    Spanje | Elindependiente.com

    Spaanse website opgericht door voormalig directeur van het conservatieve dagblad El Mundo. Liberaal, streng en onafhankelijk, zoals de naam al doet vermoeden. Journalisten bezitten 51 procent van de aandelen van de site.

  • 3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    Radicale krachten verkneukelen zich over de problemen waarmee Emmanuel Macron momenteel wordt geconfronteerd. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei.

    Omwille van Europa heeft Emmanuel Macron onze steun nodig – niet onze hoon of haat. Een jonge, reformistische Franse president die een ‘Europese renaissance’ heeft beloofd, staat in zeer zwaar weer aan het roer van een land dat in hoog tempo lijkt af te glijden naar de positie van ‘De zieke man van Europa’. Het was veelzeggend dat de relschoppers afgelopen weekend het gelaat kapotsloegen van het beeld van Marianne – symbool van de Republiek – onder de Arc de 
Triomphe in Parijs.

    Nog geen drie weken geleden waren wereldleiders daar samengekomen om met Macron te vieren dat er honderd jaar geleden een einde was gekomen aan de Eerste Wereldoorlog. Als de gevoelens van 
verbittering waar Macron al vele malen voor heeft gewaarschuwd echt voet aan de grond krijgen in Frankrijk, dan zal dat gevolgen hebben voor het hele 
continent – niet alleen voor de politieke carrière van één iemand.

    Radicale groeperingen in heel Europa verkneukelen zich over de hachelijke positie waarin Macron zich bevindt met de gele hesjes. Van de hardline Brexiteers in Engeland (zowel in het linkse als in het rechtse kamp) tot aan Matteo Salvini, de extreemrechtse sterke man in Italië, om nog maar te zwijgen van de propagandamachine van Poetin: allemaal smullen ze ervan. Onlusten en chaos in liberale democratieën, daar gedijen deze extremisten bij. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei. Wat we nu in Frankrijk zien is een veeg teken, met consequenties die zich tot ver over de landsgrenzen uitstrekken.

    Terechte grieven

    Nog niet zo heel lang geleden heeft Macron zichzelf vol trots uitgeroepen tot de aartsvijand van zowel Salvini 
als de Hongaarse Viktor Orbán, twee leiders die hun politieke pijlen vooral richten op migranten, de oppositie en het rechtsstelsel. Macron is verzwakt, wordt in de verdediging gedrongen 
en raakt meer en meer geïsoleerd.

    De taferelen in Frankrijk van de afgelopen twee weken doen veel mensen denken aan de opstanden van mei 1968, maar welbeschouwd is een 
vergelijking met 6 februari 1934 meer op zijn plaats. Op die dag bestormden groepen extreemrechtse nationalisten de Franse hoofdstad, waarop een gewelddadige confrontatie met de politie volgde, met vijftien doden als gevolg. De gebeurtenissen van die dag zijn uitgegroeid tot een ontstaanslegende voor een bepaalde generatie extreemrechts in Frankrijk.

    Macron heeft zonder meer fouten gemaakt. De meeste demonstranten hebben terechte grieven, al geven ze daar niet erg coherent uiting aan. 
Ze zien zichzelf als de ‘onzichtbare burgers’ die met minachting worden behandeld door de Parijse elite, en nu zijn ze maar al te zichtbaar met hun lichtgevende vestjes. Ze hebben de publieke opinie achter zich.

    Een van de meest welbespraakte vertegenwoordigers van deze groep is Ingrid Levvasseur, een jonge verpleegster met twee kinderen, uit Normandië. Vorige week was ze op de televisie te zien en vertelde op aangrijpende wijze over de moeite die het haar kost om de eindjes aan elkaar te knopen, en over haar diepgewortelde gevoel van onrecht: ‘Sommige mensen zijn kwaad dat we de wegen blokkeren, maar je hoort ze niet klagen als ze uren in de file staan op weg naar de wintersport,’ zei ze 
met zachte stem.

    Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben

    Maar de onderstroom van de Franse crisis is nog grimmiger en wordt verwoord door een andere vertegenwoordiger van de gele hesjes, Christophe Chalençon, een smid uit de zuidelijke Vaucluse-regio. Chalençon is openlijk tegen moslims en hij heeft opgeroepen tot de installatie van een militair bewind – ‘want wat we nodig hebben is een echte bevelhebber, een generaal, een sterke man’. Ondertussen proberen extreemrechtse groeperingen als Action Française weer voet aan de grond te krijgen.

    De toezegging dat de belastingen 
uiteindelijk toch niet zullen worden verhoogd, komt waarschijnlijk ook te laat. Frankrijk kampt met drie grote zorgen. Er is de angst om in te boeten aan macht en aanzien; de angst voor de economische gevolgen van de globalisering en de angst om de ‘nationale identiteit’ te verliezen. Het land heeft ook te kampen met diepe, interne breuklijnen en het lijkt te veel gevraagd van een president om die in nog geen anderhalf jaar te repareren.

    Sociale groepen hebben het gevoel dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld: jong versus oud, werkenden versus werklozen, platteland versus stad, ongeschoold versus geschoold. Dergelijke verschillen bestaan in vele landen, maar in Frankrijk nemen ze existentiële proporties aan als gevolg van het ideaal van gelijkheid dat al vele eeuwen met de Republiek wordt geassocieerd. Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben.

    Vaffanculo-dagen

    Toen Macron zich in 2017 verkiesbaar stelde, beloofde hij ‘een revolutie’ (het was zelfs de titel van zijn campagneboek) om tegemoet te komen aan 
een breed gevoelde noodzaak tot 
vernieuwing en de behoefte om het Franse prestige nieuw leven in te blazen, niet in de laatste plaats op het Europese toneel.

    Inmiddels lijkt de president in het binnenland krachteloos, en zijn plannen voor Europa kunnen elk moment de laatste sacramenten toegediend krijgen. Zoals de verzwakte Angela Merkel weinig kon uitrichten om het Europese project weer vlot te trekken, zal een verzwakte Macron op het hele continent extremisten en populisten in 
de kaart spelen. De Le Pens, Orbáns en Salvini’s staan al te trappelen in de coulissen. Als we niet met oplossingen komen, bestaat er de kans dat de Europese verkiezingen in Frankrijk uitlopen op een referendum tegen Macron.

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen. Maar het is onvoorstelbaar gevaarlijk om dat te zien als een gunstige ontwikkeling voor Europa en de democratie in het algemeen. Het 
is alsof je hoopt op een zwaar treinongeluk omdat er dan een paar wagons kunnen worden vervangen. De sociale onvrede in Frankrijk is reëel en moet onder ogen worden gezien. Maar de krachten die garen zullen spinnen bij een algehele ravage en geweld op straat, zijn uitgerekend die krachten die ons in het ravijn zullen storten. 
Kijk maar naar de doodsbedreigingen aan het adres van de gele hesjes die hebben gezegd bereid te zijn met de regering om tafel te gaan zitten.

    Een paar jaar terug had een uitgeput en gespannen Italië zijn vaffanculodagen van protesten (met als boodschap aan het establishment: sodemieter op) waar de populistische Vijfsterrenbeweging zo sterk uit tevoorschijn is gekomen. Wat is er sindsdien gebeurd? Dit jaar is Italië in de greep gekomen van extreemrechts. De vaffanculodagen die 
Frankrijk nu doormaakt zullen tot een soortgelijk scenario leiden als er niet een paar nuchtere mensen opstaan om Macron op de een of andere manier te helpen iets van het vertrouwen te herwinnen. Het Europese democratische project en sociale rechtvaardigheid kunnen niet bestaan zonder een Europees, democratisch Frankrijk. Mariannes gelaat moet worden hersteld.

    Auteur: Natalie Nougayrède

    Natalie Nougayrède was directeur van Le Monde en werkt nu voor The Guardian. Verder is ze werkzaam geweest voor de krant Libération en de BBC.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde 
columnisten en journalisten. Altijd 
zeer kritisch ten opzichte van de 
overheid en andere instituten.

  • Kroniek van een aangekondigd verkiezingsdrama

    Kroniek van een aangekondigd verkiezingsdrama

    De Braziliaanse presidentsverkiezingen in 
oktober beloven een chaos te worden. Ex-president Lula zit in de gevangenis en veel andere populaire kandidaten zijn er niet. Extreem-rechts zou 
kunnen profiteren.

    Met nog zes maanden te gaan voor de meest turbulente presidentsverkiezingen sinds het einde van de militaire dictatuur in 1984, zit een groepje medewerkers, sommigen met een koksmuts op, te roken voor de deur van Dalva e Dito, een restaurant met een Michelinster waarvan de chef-kok, Alex Atala, tot de topkeukenmeesters van São Paulo behoort.

    ‘Op wie gaan jullie stemmen?’ ‘Het zijn allemaal zakkenvullers, maar stemmen is verplicht, dus ik stem blanco,’ antwoordt José Edson dos Santos, een kelner van 33. ‘Ik stem op Lula, hij heeft ervoor gezorgd dat mensen als ik naar de universiteit kunnen,’ zegt de 21-jarige Lino Aparecido, assistent-kok en leerling aan de koksschool. ‘Maar Lula is veroordeeld voor diefstal!’ roept Dos Santos verontwaardigd uit. ‘Iedereen steelt, dat is de mens eigen,’ antwoordt Aparecido kalm. ‘En Bolsonaro?’ vragen wij. Jair Bolsonaro is de extreem-rechtse kandidaat die in de peilingen op de tweede plaats staat, achter Lula. ‘Met Bolsonaro en zijn bandieten wordt het helemaal een puinhoop,’ antwoordt de 38-jarige parkeerwachter Luis Fernández Oliveira.

    In Dalva e Dito kost het gerecht pato no tucupi (eend in cassavesoep) 119 real (33 euro), een bedrag waarvoor deze mannen drie dagen moeten werken, met elke dag twee uur reizen, heen en weer van de buitenwijken naar het centrum van de miljoenenstad. Ze zijn het erover eens dat zij in hun portemonnee niets merken van het economisch herstel waarover de media dagelijks berichten.

    President Michel Temer en zijn minister van Financiën, Henrique Meirelles, hebben onlangs hun kandidatuur bekendgemaakt, in de hoop munt te slaan uit de economische groei die dit jaar tot wel 3 procent kan oplopen. Maar het economisch herstel is het meest ongelijke in de geschiedenis van dit land, waar de ongelijkheid toch al tot de grootste van de wereld behoort. Zelfs Miriam Leitão, die in haar dagelijkse column in O Globo onvermoeibaar pleitte voor het aftreden van Dilma Rousseff ten gunste van Temer, erkent dat ‘het onwaarschijnlijk is dat het aarzelende begin van het economisch herstel de kandidaten die laag in de peilingen staan vooruit kan helpen’. Temer staat nog maar op 6 procent van de stemmen.

    ‘De mensen zijn op zoek naar een centrum-rechtse outsider die achter de hervormingen van de arbeidsmarkt en de pensioenen staat en die tegelijk de corruptie wil aanpakken. Maar die kandidaat bestaat niet’

    In 2018 is het teleurgestelde Braziliaanse electoraat op zoek naar kandidaten die geen banden hebben met het door en door corrupte politieke apparaat. Maar geen enkele kandidaat kan rekenen op een overwinning zonder de steun van de traditionele politieke partijen, die over zendtijd beschikken naar rato van het aantal zetels dat ze in het parlement hebben, en die de 100 tot 200 miljoen real (30 tot 60 miljoen euro) op tafel kunnen leggen die een verkiezingscampagne in een zo groot land als Brazilië kost. ‘We zijn op het punt gekomen dat de morele dimensie een cruciale factor is geworden in de politiek: corruptie is hét onderwerp,’ zegt Jorge Chaloub, een politicoloog van de Federale Universiteit van Juiz de Fora. ‘De mensen zijn op zoek naar een centrum-rechtse outsider die achter de hervormingen van de arbeidsmarkt en de pensioenen staat en die tegelijk de corruptie wil aanpakken. Maar die kandidaat bestaat niet.’

    Geraldo Alckmin, kandidaat voor de linkse Sociaal-Democratische Partij (PSDB) en gouverneur van de staat São Paulo, is de favoriet van het ondernemersestablishment. Hij wil echter maar niet hoog in de peilingen komen. Zelfs zijn partijgenoot, ex-president Fernando Henrique Cardoso, heeft hem verweten dat hij zich te veel identificeert met de internationale investeerders aan de Avenida Paulista [het financiële centrum van São Paulo]. ‘De kandidaat die de markten vertegenwoordigt, gaat verliezen,’ aldus Cardoso.

    Tegenstanders van Lula maken een selfie met de extreemrechtse kandidaat Jair Bolsonaro. – © Eraldo Peres / HH
    Tegenstanders van Lula maken een selfie met de extreemrechtse kandidaat Jair Bolsonaro. – © Eraldo Peres / HH

    Bolsonaro, een extreem-rechtse ex-militair, is de kandidaat die het best is toegerust om stem te geven aan de volkswoede tegen de politieke kaste. Zijn delirische pleidooi voor een zerotolerancebeleid tegen de misdaad, of het nu in de favela’s van Rio is of in het Braziliaans Congres, vindt weerklank bij het publiek. Bij een enquête gaf ruim 50 procent van de ondervraagden aan dat ze het eens zijn met het motto van de extreem-rechtse kandidaat: ‘De beste bandiet is een dode bandiet.’ De campagne wordt steeds gewelddadiger en de door het land toerende verkiezingskaravaan van Lula is al beschoten door vermoedelijke aanhangers van Bolsonaro. Niettemin blijven veel stemmers twijfelen tussen Lula en Bolsonaro, een teken van de chronische verwarring die in Brazilië heerst na het echec van de regeringen met de Arbeiderspartij (PT), onder leiding van Dilma Rousseff en Lula zelf. De makke van Bolsonaro is dat hij niet de financiële steun van een partij heeft.

    Van de kandidaten die wel over financiën en een electorale infrastructuur beschikken, heeft alleen Lula een solide aanhang. Een op de drie stemmers zegt op hem te gaan stemmen. Zijn troef is zijn beleid in de vette jaren 2003-2010, toen hij door middel van overheidssubsidies het minimumsalaris verhoogde en ervoor zorgde dat honderdduizenden jongeren uit arme families konden gaan studeren. Maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat Lula aan de verkiezingen zal kunnen deelnemen.

    Temer heeft een poging gedaan stemmen bij Bolsonaro weg te kapen met zijn omstreden besluit het federale leger in de favela’s van Rio in te zetten. Maar het is heel goed mogelijk dat de oorlog in de favela’s juist stemmen oplevert voor links. Niet voor Lula, maar voor de PSOL, de Socialistische Vrijheidspartij waarvoor Marielle Franco actief was. Franco, gemeenteraadslid van Rio en tevens mensenrechtenactiviste, werd onlangs vermoord nadat ze campagne had gevoerd tegen de aanwezigheid van het leger in de favela’s.


    Als Lula niet meedoet aan de verkiezingen, zal veel afhangen van de vraag of hij erin slaagt zijn persoonlijke aanhang over te dragen aan een andere kandidaat van links. De interessantste keuze zou Ciro Gomes zijn, die een outsider is maar ook in het linkse kamp geldt als een gezaghebbende intellectueel. Bovendien komt hij uit het noordoosten van Brazilië, het electorale thuisland van Lula, wiens stemmen essentieel zijn voor een mogelijke herovering van de macht door links.

    Er is echter een probleem. Gomes beseft heel goed dat de PT een paria is geworden voor het electoraat uit de middenklasse, en recentelijk heeft hij de partij van Lula dan ook aangevallen. Net als Bolsonaro heeft hij stemmen aan de basis gewonnen door zich te keren tegen het vermolmde politiek apparaat, maar daarmee heeft hij tegelijk de grote politieke partijen, die onmisbaar zijn voor een overwinning, van zich vervreemd. Lula, even uitgeslapen als altijd, zei in een interview met dagblad Folha de São Paulo: ‘Laten we er niet omheen draaien: op rechts kan niemand de presidentsverkiezingen winnen zonder de steun van de PSDB, en op links kan niemand ze winnen zonder de steun van de PT.’

    Auteur: Andy Robinson
    Vertaler: Jos den Bekker

    Openingsbeeld: Voormalig president Lula met aanhangers op 7 april, vlak voor hij werd gearresteerd. – © Victor Moriyama / Getty Images

    La Vanguardia
    Spanje | dagblad | oplage 197.000

    Sinds 1881 in handen van de familie Godó. ‘De Voorhoede’ is de vierde krant van Spanje, maar met Barcelona als thuishaven de nummer één van Catalonië.

  • Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Met drie presidentskandidaten, tientallen gouverneurs, honderden congresleden en miljoenen volgelingen krijgt de evangelische beweging steeds meer politieke invloed in Latijns-Amerika.

    Onlangs waren de ogen van heel de wereld gericht op de begrafenis van Billy Graham, een van de invloedrijkste predikers van de twintigste eeuw. In het Capitool in Washington bewezen de meest vooraanstaande figuren van het land hem de laatste eer, terwijl op sociale media mensen van de statuur van Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama ‘de predikant van de Verenigde Staten’ hun laatste groet brachten.

    Het massaevenement waarmee zijn afscheid gepaard ging, vormt het bewijs dat het meer dan zeventig jaar lang prediken van het woord van God in 185 landen zijn vruchten heeft afgeworpen. Niet alleen neemt het aantal volgelingen van de evangelische beweging nog steeds toe, maar ook op andere terreinen worden de evangelisten belangrijker en invloedrijker, met name in de politiek.

    Latijns-Amerika is een van hun belangrijkste bolwerken. In deze regio is het katholicisme zijn vijfhonderd jaar oude geloofsmonopolie in slechts drie decennia kwijtgeraakt. Twintig procent van de Latijns-Amerikanen is evangelist, de grens tussen wat van God is en wat van de keizer vervaagt steeds meer. Tot de beweging behoren presidenten als Jimmy Morales (Guatemala) en presidentskandidaten als Fabricio Alvarado (Costa Rica), Jair Bolsonaro (Brazilië) en zelfs Javier Bertucci (Venezuela). En hoewel alle ogen op deze grote namen zijn gericht, ligt de werkelijke macht van de evangelische beweging vooral bij de burgemeesters, ministers, afgevaardigden, congresleden, adviseurs en andere hoge overheidsfunctionarissen.

    Door het groeiende aantal evangelisten in Latijns-Amerika is de religieuze beweging een belangrijke politieke speler geworden. In Peru, Ecuador, Colombia, Venezuela, Argentinië en Panama is meer dan vijftien procent van de bevolking evangelist, in Brazilië, Costa Rica en Puerto Rico twintig procent en in landen van Midden-Amerika zoals Guatemala, Honduras en Nicaragua zelfs veertig procent.

    Al vormen ze in geen enkel Latijns-Amerikaans land een meerderheid, vanwege het gemak waarmee evangelisten hun populariteit weten om te zetten in stemmen zijn ze van grote politieke waarde. Zoals Javier Corrales, politicoloog en docent aan het Amherst College (Massachusetts), uitlegt: ‘Evangelisten zijn uiterst gedisciplineerd en gehoorzaam, ze gaan regelmatig naar de kerk (ze luisteren dus naar politieke boodschappen), ze roeren zich in de traditionele media en op sociale media én ze zijn enorm bedreven in het mobiliseren van mensen.’

    Daarom jagen presidentskandidaten op hun stem. In Brazilië, een land met 42 miljoen evangelisten, speelde de alliantie (én breuk) van oud-president Dilma Rousseff met de evangelische kerk Iglesia Universal del Reino de Dios een cruciale rol bij haar overwinning en daaropvolgende afzetting. En in Chili bewees het feit dat Sebastián Piñera vier predikanten als campagneadviseurs had dat hij dit deel van het electoraal aan zich wilde binden tijdens de presidentsverkiezingen van 2017.

    Conservatieve allianties

    Toch beperkt de invloed van de evangelisten zich niet tot hun electorale potentieel. Ze veranderen de politiek in Latijns-Amerika met een agenda die meer wegheeft van een moreel dan van een politiek project.

    In Costa Rica belandde evangelist, presentator en zanger Fabricio Alvarado Muñoz bovenaan in de peilingen toen het Inter-Amerikaans hof voor de Mensenrechten (CIDH) zich uitsprak vóór het homohuwelijk. Alvarado beloofde vervolgens om het CIDH niet langer te erkennen, en op deze manier het gezin en het leven te beschermen. Dat leverde hem nog eens een flinke sprong in de peilingen op. Zijn beoogde vicepresident, Francisco Prendas, moest onlangs [na felle reacties uit de LHTB-beweging] zijn excuses aanbieden omdat hij had gezegd dat hij nooit een homoseksueel op een hoge post zou benoemen aangezien hij de meerderheid van de bevolking niet voor het hoofd wilde stoten. [Nadat hij de eerste ronde had gewonnen, werd Fabricio Alvarado op 1 april verslagen door zijn rivaal en naamgenoot Carlos Alvarado Quesada. Maar intussen wordt het politieke debat nog steeds gedomineerd door het homohuwelijk.]

    Het grote aantal evangelische partijen, presidentskandidaten en stemgerechtigden geeft een nieuwe impuls aan de conservatieve beginselen van andere politieke en religieuze groeperingen in Latijns-Amerika. Onderwerpen als abortus, gelijke rechten voor man en vrouw binnen het huwelijk en de slecht gemunte term ‘genderideologie’ hebben evangelisten en katholieken verenigd in een gezamenlijke strijd.
    Met leuzen als ‘handen af van onze kinderen’ stroomden duizenden gelovigen, die zulke vrijheden zien als een bedreiging, de straten op van Colombia, Paraguay, Ecuador, Peru, Mexico en Chili. De enorme druk die hiermee werd uitgeoefend vertaalde zich vrijwel meteen in maatregelen op overheidsniveau: in Paraguay is een docentenhandboek ter preventie van vrouwenmishandeling op school geschrapt. Hun enorme invloed betaalt zich politiek uit. Bijvoorbeeld in Colombia, waar het Nee-kamp triomfen vierde tijdens het referendum [over vrede met guerrillabeweging FARC].


    De relatie tussen politiek en geloof wordt steeds nauwer. Terwijl conservatieve partijen weer opleven en nieuwe kiezers winnen voor hun politieke programma’s, winnen de evangelisten electoraal terrein door parlementaire fracties te vormen en allianties te smeden met conservatieve partijen, aldus Andrew Chesnut, hoofd Catholic Studies aan de Virginia Commonwealth University [in de VS].

    Het meest in het oog springende voorbeeld van zo’n alliantie is de omstreden kandidatuur van Jair Bolsonaro voor het presidentschap van Brazilië. Bolsonaro is oud-militair en hoewel hij publiekelijk nooit heeft verklaard evangelist te zijn, wordt zijn politieke boodschap, die aanschuurt tegen rechtsextremisme, gesteund door de christelijke Partido Social Cristiano. Met uitspraken als: ‘Gays zijn het gevolg van drugsgebruik’, ‘Je verdient het niet eens verkracht te worden’, en ‘De vergissing van de dictatuur was dat er gemarteld werd in plaats van gedood’, wist Bolsonaro de tweede plek te veroveren in de peilingen, achter president Lula, die vleugellam is vanwege corruptieschandalen.

    In Brazilië, het grootste land van Latijns-Amerika, is de opmars van de evangelisten het meest zichtbaar. Ze kunnen er intussen bogen op negentig congresleden, het burgemeesterschap van Rio de Janeiro (de meest kosmopolitische en multiculturele stad van het land) en rond de veertienduizend nieuwe kerken per jaar. En hun economische positie is gigantisch. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Forbes overstijgt het opgetelde vermogen van de vijf rijkste Latijns-Amerikaanse predikers de 1,5 miljard dollar.

    De steeds sterkere aanwezigheid van het geloof in de politiek vormt een grote uitdaging voor de democratieën in Latijns-Amerika. ‘Het is niet altijd zo, maar áls ze invloed willen uitoefenen op de manier waarop we ons gedragen kunnen ze met hun extreme opvattingen over zonde en moraal de vijand worden van de vrije gedachte, de privacy en de vrije wil,’ aldus politicoloog Corrales. ‘We moeten hun macht niet onderschatten en niet vergeten dat de evangelisten achter de verbijsterende overwinning van Donald Trump zaten.’

    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Openingsbeeld: Een evangelische kerk in Porto Vehlo, Brazilië. – © Mario Tama/Getty

    Semana
    Colombia | weekblad | oplage 180.000

    Alberto Camargo was tweemaal president van Colombia. Tussendoor richtte hij dit tijdschrift op. Het ging in 1961 ter ziele maar werd opnieuw gelanceerd. Semana geldt als een van de beste bladen uit Latijns-Amerika. Onafhankelijk en altijd goed geïnformeerd.

  • Bulgaarse patriotten zingen een toontje lager

    Bulgaarse patriotten zingen een toontje lager

    In Bulgarije kreeg extreemrechts een plekje in de regering. Een goede zet, vindt website Club Z. ‘Hun kiezers zien nu dat luidruchtige verkiezingsbeloftes één ding zijn, en politiek een ander.’

    In het parlement staat Volen Siderov, leider van de extreemrechtse partij Ataka, op en zingt uit volle borst het Europese volkslied: de Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven. Enkele minuten daarvoor heeft hij gestemd voor de vorming van Borisov III, het derde kabinet van aftredend premier Bojko Borisov. Een prowesterse regering die zich krachtig achter de Euro-Atlantische waarden schaart en die de markteconomie als enig ontwikkelingsmodel beschouwt. Enkele dagen daarvoor heeft Volen Siderov zelfs zijn handtekening onder dit programma geplaatst, preluderend op deze coalitie die Bulgarije de komende vijf jaar zal leiden.

    Ja, Volen Siderov, uitgerekend hij. Hij die pleitte voor uittreding van Bulgarije uit de Europese Unie en de NAVO, die eiste dat zijn land op het wereldtoneel de kant van Rusland zou kiezen en die beloofde dat hij buitenlandse bedrijven zou nationaliseren zodra hij aan de macht kwam. Maar nu het zover is, is er geen enkele kans dat hij zijn verkiezingsbeloften zal nakomen. En dat geldt ook voor zijn twee collega’s van de nationalistische en conservatieve alliantie Verenigde Patriotten, Krassimir Karakatsjanov en Valeri Simeonov.

    De ongeveer 320.000 Bulgaren die bij de laatste parlementsverkiezingen op hen hebben gestemd, waardoor ze de op twee na grootste partij werden (na de conservatieven en de socialisten), voelen zich nu dus regelrecht bedonderd. Zelden zijn de kiezers van het land zo schaamteloos voorgelogen.

    Ze beloofden verlaging van de btw en de medicijnprijzen, verplicht onderwijs in patriottisme op de scholen en herinvoering van de militaire dienst

    Evenals andere partijen hadden de Patriotten voor de verkiezingen hun programma gepresenteerd. Ze beloofden verlaging van de btw en de medicijnprijzen, verplicht onderwijs in patriottisme op de scholen en herinvoering van de militaire dienst. Ook beloofden ze dat ze de ‘speculanten’ zouden verbieden en dat ze geen enkele asielzoeker meer zouden toelaten. Voor de verkiezingen beloofden Siderov en co dat Bulgarije van niemand meer instructies zou aanvaarden. Niet van Washington, Brussel of Ankara, en evenmin van Moskou, waarbij ze voor de toekomst van het land een soort Wit-Russisch model schetsten. Ten slotte drongen de Patriotten aan op opheffing van de sancties tegen Rusland wegens de annexatie van de Krim – maar nu hoor je ze daar niet meer over.

    Traditioneel sluiten kleinere coalitiepartners in Bulgarije compromissen – maar een dergelijke verloochening van verkiezingsbeloften is in de recente geschiedenis van het land nooit vertoond. Misschien dat al de Bulgaren die op de Patriotten gestemd hebben zich een beetje minder bedonderd zouden voelen als ‘hun mannen’ enkele belangrijke posten hadden gekregen, waardoor ze iets van hun ideeën hadden kunnen uitvoeren.

    Maar ook in dat opzicht worden ze teleurgesteld: de nieuwe minister van Economische Zaken, Emil Karanikolov, is officieel naar voren geschoven door de xenofobe partij Ataka van Volen Siderov, maar nader onderzoek leert dat hij eigenlijk uit de school komt van de premier.

    Dat geldt ook voor zijn collega van Milieu, Neno Dimov. Krassimir Karakatsjanov, de leider van de nationalistische partij VMRO, heeft wel het ministerie gekregen waar hij zijn zinnen op had gezet, namelijk het ministerie van Defensie, maar in een land dat lid is van de NAVO sluit deze post ieder patriottisch avontuur en ander spektakel uit: Bulgarije moet zich aan zijn verplichtingen houden en daarmee uit.

    Het derde lid van de bende, Valeri Simeonov, die het Nationaal front voor het heil van Bulgarije leidt, heeft de prestigieuze post van vicepremier gekregen, maar nader onderzoek leert dat het niet echt een ministerspost is – hij is minister zonder portefeuille.

    Kiezersbedrog en twee erebaantjes

    Daar komt de deelname van de Patriotten dus op neer: kiezersbedrog en twee erebaantjes. Natuurlijk voeren de Patriotten aan dat ze gestreden hebben voor de verhoging van het pensioen naar 300 lev [150 euro]; ze hebben bereikt dat het minimumpensioen is verhoogd naar 200 lev en dat deze maatregel per 1 oktober in werking treedt. De rest is leugen en hypocrisie.

    Tot slot een constatering. Die hele regeringsdeelname van extreemrechts is uiteindelijk toch goed nieuws. Ten eerste weet iedereen nu dat het merendeel van de verkiezingsbeloften van Siderov en co onzin was waar geen enkele serieuze regering zich aan zou hebben gehouden. Ten tweede is het een uitstekende les voor hun kiezers, want luidruchtige verkiezingsbeloftes zijn één ding, politiek is heel wat anders.

    Auteur: Ivan Bedrov
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Volen Siderov, leider van de extreemrechtse Ataka-partij, viert Bevrijdingsdag in So a op 3 maart. – © Jodi Hilton / HH

    Club Z
    Bulgarije | clubz.bg

    Gemaakt voor de Bulgaarse intelligentsia en voor hen die baat hebben bij goed financieel nieuws. Geliefd platform voor schrijvers en chroniqueurs van naam.

  • 2. ‘We moeten een herhaling van de jaren dertig voorkomen’

    2. ‘We moeten een herhaling van de jaren dertig voorkomen’

    Yanis Varoufakis is bepaald geen fan van de huidige EU, die hij een mislukte federatie noemt. Maar als Groot-Brittannië de unie verlaat, opent dat volgens de voormalige Griekse minister van Financiën de deur voor xenofoben, nationalisten en tegenstanders van democratische soevereiniteit.

    Het allereerste Duitse woord dat ik leerde was ‘Siemens’. Dat stond als logo op onze robuuste koelkast uit de jaren vijftig, onze wasmachine, onze stofzuiger – op bijna ieder apparaat in mijn ouderlijk huis in Athene. De reden voor die specifieke trouw aan dat Duitse merk was mijn oom Panayiotis. Een germanofiele elektro-ingenieur, die vanaf halverwege de jaren vijftig tot eind jaren zeventig directeur was van Siemens 
in Griekenland.

    In de vroege ochtend van 21 april 1967 rolden op bevel van vier legerkolonels tanks door de straten van Athene en andere grote steden, en was ons land 
al snel gehuld in een dikke mist van neofascistische treurnis. Dat was de dag waarop de wereld van mijn oom instortte. Anders dan mijn vader, die eind jaren veertig met enkele jaren concentratiekamp had geboet voor 
zijn linkse ideeën, was Panayiotis wat tegenwoordig een neoliberaal wordt genoemd. Fanatiek anticommunistisch, wantrouwend ten opzichte van de sociaaldemocratie, had hij de Amerikaanse interventie gesteund in de Griekse burgeroorlog in 1946. Met zijn politieke ideeën en zijn positie als directeur van Siemens Griekenland behoorde hij tot de naoorlogse heersende klasse in Griekenland. Toen troepen van de staatsveiligheidsdienst of hun stromannen linkse demonstranten in elkaar sloegen en zelfs een briljant parlementslid, Grigoris Lambrakis, vermoordden, keurde hij dat schoorvoetend goed, onaangenaam maar noodzakelijk.

    De grote invloed van de Amerikaanse veiligheidsdiensten in de Griekse politiek in 1965 vond Panayiotis een aanvaardbare ruil: Griekenland had enige soevereiniteit aan westerse mogendheden overgedragen in ruil voor de bescherming tegen de dreiging van het Oostblok dat aan Griekenlands noordgrens lag. Op die grauwe dag in april werd zijn leven 
op zijn kop gezet. Hij kon simpelweg niet verdragen dat ‘zijn’ mensen het parlement ontbonden, de grondwet opschortten en potentiële dissidenten (inclusief rechtse democraten) interneerden in voetbalstadions, politiebureaus en concentratiekampen.

    Ondergronds

    Dat leidde bij hem tot een razendsnelle, bijna komisch aandoende radicalisering. Enkele maanden nadat de kolonels de macht hadden gegrepen, sloot hij zich aan bij een ondergrondse beweging, Democratische Verdediging, die voornamelijk bestond uit liberalen uit de elite zoals hij – hoogleraren, advocaten en zelfs een toekomstig premier. Ze plaatsten bommen in Athene, waarbij ze ervoor zorgden 
dat er geen slachtoffers vielen, om te laten zien dat de kolonels niet alles onder controle hadden.

    Enkele jaren leek Panayiotis – zelfs voor zijn eigen moeder – een van de vele intellectuelen die zich gedeisd hielden, zich niet met anderen bemoeiden. Niemand wist van zijn dubbelleven.

    Ik herinner me nog steeds het krakende geluid van een radio, verborgen onder een rode deken in het midden van de woonkamer. Iedere avond, om een uur of negen, kropen mijn vader en moeder samen onder de deken – en na de gedempte jingle waarmee het programma begon, gevolgd door de stem van de Duitse omroeper, reisde mijn zesjarige fantasie van Athene naar Midden-Europa. Deutsche Welle, de Duitse internationale radiozender, werd de dierbaarste bondgenoot van mijn ouders tegen de staatspropaganda: een venster op het democratische Europa.

    De reden voor die rode deken was de chagrijnige oude buurman Gregoris, van wie bekend was dat hij banden had met de geheime politie en graag mijn vader bespioneerde. Hoe vreemd het nu ook mag klinken, het luisteren naar de Deutsche Welle kwam op de lange lijst te staan van activiteiten waarop straffen stonden, die varieerden van intimidatie tot marteling. Nadat mijn ouders Gregoris hadden betrapt toen die in onze achtertuin rondsloop, namen ze geen enkel risico meer.

    Enkele jaren later kregen we via de Deutsche Welle te horen waar Panayiotis en zijn collega’s mee bezig waren geweest: er werd bekendgemaakt dat ze allemaal waren gearresteerd. Al een paar uur nadat een lid van de Democratische Verdediging bij toeval was opgepakt, werd de rest van de beweging ook opgerold. De politie hoefde alleen maar de agenda van de eerste man te lezen, want daarin stonden alle namen en adressen van zijn kameraden. Martelingen, de krijgsraad en lange gevangenisstraffen – in sommige gevallen de doodstraf – volgden.

    Yanis Varoufakis met zijn Nemesis: de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble. – © Krisztian Bocsi / Getty
    Yanis Varoufakis met zijn Nemesis: de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble. – © Krisztian Bocsi / Getty

    Een jaar nadat Panayiotis was opgepakt, versoepelde de militaire politie die hem vasthield zijn isolatieregime, door toe te staan dat ik als tienjarige één keer per week bij hem op bezoek mocht. Onze toch al sterke band werd hechter door de gesprekken die we daar voerden als jongens onder elkaar, en die hem wat afleiding bezorgden. Hij vertelde me over apparaten die ik nog nooit had gezien (computers noemde hij ze), vroeg naar de nieuwste films, beschreef zijn lievelingsauto’s. In afwachting van mijn bezoekjes bouwde hij met lucifers en ander materiaal dat hij van de bewakers mocht hebben modelvliegtuigjes voor mij. Vaak had hij daarin een boodschap voor mijn tante verborgen, of voor mijn moeder, en soms zelfs voor zijn collega’s bij Siemens. Lange tijd na zijn dood vond ik op zolder bij mijn ouders nog een lucifermodel van een Stuka-duikbommenwerper. En daar stond het, een enkel woord gericht tot niemand in het bijzonder: kyriarchia. Soevereiniteit.

    Bezoek aan Berlijn

    Het was bijna vijftig jaar na die avonden onder de rode deken dat ik in februari 2015 als Griekse minister van Financiën mijn eerste officiële bezoek aan Berlijn bracht. Mijn eerste bezoekadres was het ministerie van Financiën, voor een ontmoeting met de legendarische dr. Wolfgang Schäuble. Voor hem en zijn paladijnen was ik een lastpak. Onze linkse regering was gekozen op een programma dat, op zijn zachtst gezegd, niet zo goed paste in kanselier Merkels plannen om de eurozone op orde te houden. Ons succes was inderdaad een nachtmerrie voor Berlijn. Als wij erin zouden slagen er een nieuwe overeenkomst uit te slepen om de eindeloze recessie te stoppen die ons land in haar greep hield, zou die Griekse linkse ‘ziekte’ zich natuurlijk gaan verspreiden.

    Toen ik van Berlijns luchthaven Tegel dichter bij het oude hoofdkwartier van Goerings ministerie van Luchtvaart kwam – waar nu het ministerie van Financiën zetelt – vroeg ik me af of mijn gastheer zich zou kunnen voorstellen dat mijn hoofd vol zat met jeugdherinneringen waarin Duitsland een belangrijke vriend was. Eenmaal in het gebouw werden mijn assistenten en ik snel in een grote lift geleid. De lift kwam uit op een lange kille gang aan het einde waarvan de belangrijke man zat te wachten in zijn rolstoel. Mijn uitgestoken hand negeerde hij, en hij ging me resoluut voor zijn kantoor in. Hoewel mijn relatie met Schäuble in 
de loop der maanden hartelijker werd, stond die geweigerde hand symbool voor wat er mis is met Europa. Het was het symbolische bewijs dat Europa enorm was veranderd in de halve eeuw die sinds de tijd van de rode deken was verstreken.

    Voor mijn ouders was de Deutsche Welle een venster op democratisch Europa

    Een week na mijn ontmoeting in Berlijn ontmoetten Schäuble en ik elkaar opnieuw, maar nu aan de lange rechthoekige tafel van de Eurogroep, het beleidsbepalende orgaan van de eurozone waarin de ministers van Financiën zitting hadden, plus de vertegenwoordigers van de trojka – de ECB, de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds. Toen ik namens onze regering had gepleit voor een wezenlijke heronderhandeling over het zogenaamde ‘Griekse economische programma’, dat voornamelijk door 
de trojka was bedacht, verbijsterde dr. Schäuble me met een reactie die iedere democraat de rillingen op de rug zou moeten bezorgen: ‘Verkiezingen mogen niet het economische programma van een staat veranderen!’

    Tijdens een pauze in die tien uur 
durende vergadering, waarin ik mijn uiterste best had gedaan om enige economische soevereiniteit terug te winnen voor mijn murw gebeukte parlement en ons lijdende volk, probeerde een andere minister van Financiën me te troosten: ‘Yanis, je moet begrijpen dat geen enkel land tegenwoordig nog soeverein is. Vooral niet zo’n klein en bankroet land als het jouwe.’ Die redenering is waarschijnlijk de verderfelijkste denkfout die het publieke debat in onze moderne liberale democratieën heeft vergiftigd. Het betekent in feite dat soevereiniteit passé is, behalve voor de VS, China of misschien Poetins Rusland. In dat geval kun je net zo goed je land weggeven aan een transnationale statenbond waarin je eigen parlement klakkeloos de besluiten van de bond goedkeurt. Het interessante is dat dit argument niet alleen geldt voor kleine bankroete landen als Griekenland, gevangen in een slecht ontworpen eurozone. Diezelfde giftige wijsheid wordt tegenwoordig verkondigd in Engeland – waarschijnlijk als doorslaggevend 
argument om in de EU te blijven.

    Het probleem ontstaat zodra het onderscheid tussen soevereiniteit en macht vervaagt. Soevereiniteit gaat over wie rechtmatig besluiten neemt namens het volk, terwijl macht het vermogen is om die besluiten op te leggen aan de wereld eromheen. IJsland is een heel klein land; maar de bewering dat IJslands soevereiniteit een illusie is omdat het land te klein is om die macht te hebben, is net zoiets als de bewering dat een arm iemand zonder politieke invloed net zo goed zijn stemrecht kan opgeven.
    Om het iets anders te formuleren: kleine soevereine staten zoals IJsland kunnen keuzes maken binnen de bredere beperkingen die de natuur en de rest van de mensheid voor hen hebben gecreëerd. Hoe beperkt die keuzes ook zijn, de burgers van IJsland behouden de absolute autoriteit om hun gekozen vertegenwoordigers verantwoording af te laten leggen voor de beslissingen die ze hebben genomen (binnen de externe beperkingen van het land), en om ieder stuk wetgeving in te trekken waar die vertegenwoordigers in het verleden toe hebben besloten.

    Britse tegenstanders van een Brexit betogen op de campus van Northumbria University in Newcastle upon Tyne. 
– © Ian Forsyth / Getty
    Britse tegenstanders van een Brexit betogen op de campus van Northumbria University in Newcastle upon Tyne. 
– © Ian Forsyth / Getty

    Een statenbond zoals de EU kan natuurlijk tot onderling gunstige afspraken komen, zoals een militair defensief verbond tegen een gemeenschappelijke vijand, samenwerking tussen nationale politiediensten, open grenzen, de instelling van een vrijhandelszone. Maar zo’n bond kan nooit legitiem de soevereiniteit van een van de lidstaten opheffen of terzijde schuiven op basis van de beperkte macht die het toebedeeld heeft gekregen van de soevereine staten die overeen zijn gekomen in zo’n bond te participeren. Daar zou tegen ingebracht kunnen worden dat de EU over onberispelijke democratische geloofsbrieven beschikt. De Europese Raad bestaat uit de regeringsleiders, de Eurogroep uit de ministers van Financiën van de eurozone. Al die vertegenwoordigers zijn natuurlijk democratisch gekozen. Verder is er ook nog het gekozen Europese Parlement. Maar die redenering laat zien hoe diep de Europese waardering van de grondbeginselen van de liberale democratie is gezonken. Ook hierbij begaat men de cruciale vergissing om politieke autoriteit te verwarren met macht.

    Een parlement is soeverein – ook al betreft het geen machtig land – als het de uitvoerende macht kan ontslaan. Dat is in de EU niet mogelijk. Hoewel de leden van de Europese Raad en de Eurogroep van ministers van Financiën gekozen politici zijn, die in theorie verantwoording schuldig zijn aan hun nationale parlement, hoeven de Europese Raad en de Eurogroep zelf geen verantwoording af te leggen aan welk parlement dan ook, dus aan geen enkele kiezer in de EU.

    De Eurogroep, waar voor Europa de belangrijkste economische beslissingen worden genomen, is een orgaan dat zelfs niet eens bestaat in de Europese wetgeving, dat geen notulen bijhoudt van zijn procedures en hecht aan de vertrouwelijkheid van het overleg. Het orgaan handelt, om met Thucydides te spreken, op basis van het motto ‘de sterken doen wat hun goeddunkt en de zwakken moeten daaronder lijden’. Het is een structuur die is ontworpen om iedere soevereiniteit die wordt ontleend aan de burgers van Europa uit te sluiten.

    Ik heb Schäuble een keer voorgehouden dat wij, als de gekozen vertegenwoordigers van een continent in crisis, niet kunnen buigen voor niet-gekozen bureaucraten; we hebben de plicht om overeenstemming te bereiken. Hij antwoordde dat het naar zijn mening het belangrijkste is dat we de bestaande ‘regels’ respecteren. En omdat die regels alleen kunnen worden uitgevoerd door technocraten, moest ik met hen gaan praten. Telkens als ik probeerde de regels ter discussie te stellen die duidelijk niet uitgevoerd konden worden, was steevast de reactie: ‘Maar het zijn de regels!’

    Corruptie

    Er is een reden dat ik dit artikel begon met het verhaal van mijn oom Panayiotis. Dat komt door een vraag die me door een journalist werd gesteld tijdens de persconferentie na mijn eerste ontmoeting met dr. Schäuble, over een schandaal dat enkele jaren daarvoor was losgebarsten, toen uit een Amerikaans onderzoek bleek dat een zekere Michalis Christoforakos, een opvolger van mijn oom bij Siemens, Griekse politici omkocht om voor Siemens overheidscontracten binnen te halen. Toen de Griekse justitie de zaak begon te onderzoeken, verdween de man meteen naar Duitsland, waar de rechter zijn uitlevering voorkwam.

    ‘Minister,’ zei de journalist, ‘hebt u 
druk uitgeoefend op uw Duitse collega dr. Schäuble om Christoforakos uit te leveren aan Griekenland ter ondersteuning van het Griekse anticorruptiebeleid?’ ‘Ik ben ervan overtuigd,’ antwoordde ik, ‘dat de Duitse overheid het belang ervan inziet om onze gekwelde staat bij te staan in de strijd tegen 
corruptie. Ik vertrouw erop dat mijn collega’s in Duitsland het belang ervan inzien dat er nergens in Europa met twee maten wordt gemeten.’ Enigszins aangeslagen mompelde Schäuble dat zijn ministerie daar niet over ging.

    In het vliegtuig terug naar Athene dwaalde ik in gedachten af naar eind jaren zeventig. Nadat hij uit de gevangenis was vrijgelaten, keerde Panayiotis terug aan het roer van Siemens Griekenland. Hij was gelukkig in die baan, vertelde hij steeds, en trots op zijn werk. Totdat hij niet meer trots was en woedend ontslag nam. Ik weet nog dat ik vroeg waarom. Hij vertelde dat hij door zijn superieuren in Duitsland onder druk werd gezet om smeergeld te betalen aan Griekse politici en er zo voor te zorgen dat Siemens zijn dominante positie in Griekenland kon behouden.

    Moeten we het uiteenvallen van onze mislukte confederatie versnellen? Nee!

    In het noorden van Europa heerst de ontroerende opvatting dat Europa 
bestaat uit mieren en sprinkhanen – alle vlijtige mieren leven in het noorden, terwijl de spilzieke sprinkhanen zich op geheimzinnige wijze in het zuiden hebben verzameld. De werkelijkheid is veel genuanceerder. Een machtig corruptienetwerk heeft zich over al onze landen verspreid – en de instorting van het democratische controlesysteem, deels te wijten aan onze afnemende soevereiniteit, heeft mede ertoe bijgedragen dat dat netwerk aan ons gezicht was onttrokken.

    Als de legitieme politieke autoriteit zich terugtrekt, leidt dat tot bruut geweld, apathie en demonisering van de zwakkeren. Eind juni 2015 had de ECB onze banken gesloten, was onze regering verdeeld, diende ik mijn ontslag in als minister en capituleerde mijn premier voor de trojka. Met de verplettering van de Atheense lente werd het al gewonde Griekenland een ernstige klap toegediend. Het was ook de nederlaag van het idee van een verenigd, humanistisch, democratisch Europa.

    Onze unie valt uiteen. Moeten we het uiteenvallen van een mislukte confederatie versnellen? Als je, zoals ik, van mening bent dat zelfs kleine landen hun soevereiniteit kunnen behouden, houdt dat dan in dat een Brexit het logische gevolg is? Mijn antwoord is 
een nadrukkelijk ‘Nee!’ Als Engeland 
en Griekenland niet al in de EU zaten, zouden ze er zeker buiten moeten blijven. Maar als je er eenmaal in zit, is het van cruciaal belang om je te realiseren welke consequenties een vertrek heeft. Of je het nu leuk vindt of niet, we zijn ingebed in de Europese Unie, die verschrikkelijk instabiel is geworden en 
al uiteenvalt als een klein, noodlijdend land als Griekenland vertrekt, laat staan een belangrijke economie als Engeland. Moeten de Grieken of de Britten zich daar zorgen over maken? Ja, want in de maalstroom die op 
een uiteenvallen van die frustrerende federatie volgt zullen we allemaal verzwolgen worden – een postmoderne herhaling van de jaren dertig.

    Grieken protesteren tegen een bezoek van Angela Merkel aan Athene in 2012. – © Milos Bicanski / Getty
    Grieken protesteren tegen een bezoek van Angela Merkel aan Athene in 2012. – © Milos Bicanski / Getty

    Het is een grote vergissing om te veronderstellen – of je nu voor- of tegenstander van een vertrek uit de EU bent – dat die EU ‘ver van ons bed’ ligt. Een vertrek van Engeland uit de EU ondermijnt het voortbestaan van de unie. Griekenland en Engeland hebben dezelfde drie opties. De eerste twee zijn inwilliging van de eisen van Brussel of vertrek, beide even rampzalig. Beide leiden tot dezelfde dystopische toekomst: een Europa dat alleen geschikt is voor hen die gedijen in tijden van een grote depressie – de xenofoben, de ultranationalisten, de tegenstanders van democratische soevereiniteit. Alleen de derde optie blijft nog over: in de EU blijven om een grensoverschrijdend verbond van democraten te vormen, wat Europa in de jaren dertig niet is gelukt, maar wat onze generatie nu moet proberen, om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.

    Is dat niet een utopie? Natuurlijk! Maar niet meer dan het idee dat de huidige EU ten onder zal gaan aan zijn antidemocratische hybris en de flagrante incompetentie die wordt aangewakkerd omdat er geen verantwoording hoeft te worden afgelegd. Of het idee dat de Britse of Griekse democratie weer tot leven gewekt kan worden in de boezem van een natiestaat waarvan de soevereiniteit nooit hersteld zal worden binnen een door Brussel gecontroleerde markt. Net zoals in het begin van de jaren dertig kunnen Engeland en Griekenland niet uit Europa ontsnappen door een mentale of wetgevende muur op te richten om zich achter te verstoppen. Of we verenigen ons om te democratiseren, of we lijden onder de consequenties van een pan-Europese nachtmerrie.

    Auteur: Yanis Varoufakis
    Vertaler: Paul de Bruijn

    De Griekse econoom Yanis Varoufakis 
(55) stond als minister van Financiën 
zes maanden in het middelpunt van de eurocrisis. Onlangs verscheen bij uitgeverij De Geus zijn boek Hoe Europa de stabiliteit in de wereld bedreigt.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

    Yanis Varoufakis, toen nog minister van Financiën, op weg naar Downing Street voor een vergadering met zijn Britse collega George Osborne. – © Jason Alden / Getty
    Yanis Varoufakis, toen nog minister van Financiën, op weg naar Downing Street voor een vergadering met zijn Britse collega George Osborne. – © Jason Alden / Getty

    Yanis Varoufakis

    ‘Ik zou ook wel graag eens de draai om de oren zien die Brussel krijgt als de uitslag van het Britse referendum de heer Juncker, mevrouw Merkel en… de heer Cameron niet zou bevallen,’ zei Yanis Varoufakis onlangs in een interview met de Britse krant The Guardian. De econoom Varoufakis (Athene, 1961), gespecialiseerd in speltheorieën, werd in januari 2015 minister van Financiën in Griekenland. Maar zes maanden later nam hij alweer ontslag, nadat het hem niet was gelukt om tot een akkoord te komen met de Europese Commissie, de ECB en het IMF over de verlenging van de programma’s voor de herfinanciering van de Griekse schulden.

    Ondanks zijn hevige kritiek op de Europese instellingen richtte hij in februari 2016 de Democracy in Europe Movement 2025 (DiEM25) op, met het devies: ‘Of de Europese Unie democratiseert, of zij gaat ten onder.’ 
‘Ons criterium is een pan-Europese democratische beweging,’ zei hij in het interview in The Guardian. ‘Zo niet, dan keren we terug naar een postmoderne versie van de jaren dertig.’

    KRANTENCITATEN

    Daily Mail, 4 februari
    ‘Wie spreekt er namens Engeland?’ vraagt de tabloid zich af, die doorgaans fel gekant is tegen de Europese Unie. De krant toont zich vooral verontrust over ‘de tsunami van migranten’ in de toekomst. Het nieuwe akkoord dat premier Cameron namens het Verenigd Koninkrijk met Brussel heeft bereikt om de Britten gerust te stellen ‘verandert daar helemaal niets aan’.

    New Statesman, 26 februari 2015
    ‘Boris slaat terug’: de Londense burgemeester is niet alleen een formidabele troef voor de pro-Brexit-campagne, maar ‘hij plaatst zich ook op de eerste rij om het voorzitterschap van de Conservatieve Partij over te nemen zodra Cameron zou aftreden’, meent het weekblad.

    The Spectator, 27 februari
    ‘Brexit ontketend’, kopt het Britse weekblad, dat voorziet dat ‘het referendum over de Europese Unie zich tegen Mister Cameron zal keren en hem te pakken zal nemen’.

    The Sun, 9 maart
    ‘De koningin steunt een Brexit’, verheugt de conservatieve tabloid zich, een fervent voorstander van het Britse vertrek uit de Europese Unie. De krant verwijst naar een gesprek dat de vorstin zou hebben gehad met de pro-Europese voormalige vicepremier Nick Clegg, waarin zij zou hebben gezegd: ‘Ik begrijp Europa niet’, daaraan toevoegend dat de unie zich ‘in de verkeerde richting’ beweegt.

    The Times, 22 april
    ‘Keer de Europese Unie de rug niet toe, zegt Obama tegen Groot-Brittannië.’ Tijdens zijn bezoek aan Londen op 22 april houdt de Amerikaanse president een pro-Europese toespraak, die de voorstanders van een Brexit in het verkeerde keelgat schiet.

  • Front National, sans gêne

    Front National, sans gêne

    Het Front National wist nergens een meerderheid te halen bij de regionale verkiezingen in Frankrijk, maar behaalde wel het hoogste aantal stemmen ooit. Ook steeds meer hoogopgeleiden sluiten zich aan bij de partij van Marine Le Pen en schamen zich daar niet meer voor.

    De tijd dat de Franse elite zich en bloc afzette tegen het Front National (FN) lijkt voorbij. Tal van hogere functionarissen, aangetrokken door de lonkende macht, hebben de stap gezet. Zelf noemen ze het ‘uit de kast komen’. Eerder deden ze geheimzinnig over hun voorkeur voor een partij die weigert zichzelf als extreem-rechts te bestempelen maar die door de meerderheid van de Franse elite als extremistisch, xenofoob, weerzinwekkend en strijdig met de republikeinse waarden wordt beschouwd.

    De eerste ronde van de regionale verkiezingen betekende een aardverschuiving. Die was al begonnen tijdens de Europese verkiezingen in 2014 en de departementale verkiezingen afgelopen maart. 
En nu eindigde het FN in zes regio’s als koploper en blijkt het aanhang te verwerven bij steeds meer lagen van de Franse samenleving, inclusief de elite.

    Uit de kast

    Zoals bij Philippe Lottiaux, die in 2013 ‘uit de kast kwam’. Hij was altijd al meer rechts dan links geweest, maar hij werd steeds rechtser uit bezorgdheid over de immigratie en de invloed van Europa op de Franse economie. ‘Ik kon niet meer lijdzaam blijven toezien,’ aldus deze hoogopgeleide man van 49. Hij werkte bij de gemeente Parijs, toen nog geleid door de socialistische burgemeester Bernard Delanoë, en hield zijn politieke voorkeur wijselijk voor zich. Maar in maart 2014 prijkte hij plotseling op de lijst van Rassemblement Bleu Marine (RBM), een coalitie van rechtse en extreem-rechtse partijen die was gevormd op initiatief van Marine Le Pen. ‘Toen ik de volgende maandag op kantoor kwam, keken sommigen me vreemd aan. Maar anderen gaven me heimelijk gelijk. Mijn superieuren gaven me te verstaan dat ik beter zo spoedig mogelijk ontslag kon nemen. Dat kwam me goed uit.’ Lottiaux zegde zijn baan bij de gemeente vaarwel om gemeentesecretaris van Levallois-Perret te worden in het departement Île de France.

    We krijgen bergen cv’s van mensen met een uitstekende opleiding

    Intussen is het FN een partij geworden die uitzicht biedt op een politieke carrière, aldus Remi Rayé, de parlementair medewerker van Marion Maréchal-Le Pen. ‘We krijgen bergen cv’s van mensen met een uitstekende opleiding en goede bestuurlijke banen. Er zitten zelfs een paar topmensen tussen.’

    Hervé de Lépinau, advocaat en gemeenteraadslid van Carpentras, herinnert zich nog dat Jean-Marie Le Pen zijn kleindochter lanceerde in de Vaucluse met het oog op de parlementsverkiezingen van 2012. Toen de 22-jarige Marion in Carpentras arriveerde, had het FN daar maar één gemeenteraadslid. In die tijd was het nog riskant om op te komen voor het FN, aldus De Lépinau: ‘Winkeliers raakten klanten kwijt, ambtenaren werden gedwarsboomd. Zelf heb ik als advocaat ook klanten verloren.’ Op initiatief van Marine Le Pen begon men zich in de Vaucluse actief op het werven van het hogere kader te richten. Zo kwam Philippe Lottiaux in beeld. Als politicus, bestuurder en kunstliefhebber was hij een ideale kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen van Avignon, waar hij in de eerste ronde 30 procent van de stemmen binnenhaalde en inmiddels raadslid van de oppositie is.

    Philippe Lottiaux. – © Front National
    Philippe Lottiaux. – © Front National

    Het FN verzoent zich dus steeds meer met de hogeropgeleiden waar oprichter Jean-Marie zo’n afkeer van had. Niet alleen Lottiaux en De Lépineau zijn daar voorbeelden van, ook mannen als Florian Philippot, de rechterhand van Marine Le Pen, of Philippe Martin, haar politiek adviseur die vroeger voor [oud-premier] Alain Juppé werkte.

    Als belangrijkste arbeiderspartij van Frankrijk heeft het FN al veel aanhang bij de middenklasse en de jongeren. 
Nu moet het het hogere kader zien aan te spreken. Ondanks enkele meningsverschillen tussen tante Marine en nichtje Marion over gezinsplanning 
en de eurozone, blijft de partij aandringen op het sluiten van de grenzen, het stopzetten van de immigratie en het uittreden uit de EU en de NAVO. Maar tegelijkertijd heeft het FN zijn imago weten te veranderen in dat van een genormaliseerde, verjongde, glimlachende, betrokken partij die op zoek 
is naar nieuw electoraat. De economische crisis en het gebrek aan hervormingsgezindheid van de traditionele politieke partijen helpen daarbij een handje. Op het Front National stemmen is geen reden meer voor gêne of schuldgevoelens.

    Auteur: Marion Van Renterghem
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | oplage 345.000

    Links-liberaal dagblad. In 1944 opgericht nadat Duitse troepen Parijs verlieten. Journalisten die voor de krant werken zijn ook aandeelhouder.

    (Foto boven – © James Rhodes/Flickr Creative Commons)