Tag: gaza

  • Verenigde Staten spreken opnieuw veto uit over staakt-het-vuren in Gaza

    Verenigde Staten spreken opnieuw veto uit over staakt-het-vuren in Gaza

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee aanhoudingen voor dodelijke schietpartij na Super Bowl

    » Rusland bestempelt Radio Free Europe/Radio Liberty als ‘ongewenst’

    Het is de derde keer dat de VS een veto over Gaza uitspreken

    De Verenigde Staten hebben dinsdag hun veto uitgesproken over VN-resolutie waarin een onmiddellijk humanitair staakt-het-vuren werd geëist in de oorlog tussen Israël en Hamas in de Gazastrook. Dat meldt Al Jazeera. De stemming in de vijftien leden tellende VN-Veiligheidsraad was dertien tegen een, met een onthouding van het Verenigd Koninkrijk.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De stemming weerspiegelt volgens Al Jazeera de brede steun voor het beëindigen van de meer dan vier maanden durende oorlog . Het was het derde veto van de VS tegen een resolutie van de Veiligheidsraad waarin een staakt-het-vuren in Gaza werd geëist. Volgens de Amerikaanse regering zou de resolutie de pogingen om een deal te sluiten tussen de strijdende partijen belemmeren.

    ‘We geloven nog steeds niet dat dit het juiste moment is voor een algemeen staakt-het-vuren dat Hamas de controle laat behouden en de verantwoordelijkheid voor het vrijlaten van de gijzelaars wegneemt,’ zei John Kirby, woordvoerder van de Nationale Veiligheidsraad van het Witte Huis, na de stemming. Dit terwijl de resolutie een oproep tot de ‘onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de gijzelaars’ bevatte.

  • Israëlische veiligheidstroepen bevrijden twee gijzelaars in Rafah

    Israëlische veiligheidstroepen bevrijden twee gijzelaars in Rafah

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hongaarse president Katalin Novák treedt af

    » Centrumrechtse Alexander Stubb wint presidentsverkiezingen in Finland

    Beide gijzelaars hebben ook de Argentijnse nationaliteit

    Israëlische veiligheidstroepen hebben zondagnacht twee gijzelaars bevrijd die gevangen werden gehouden door Hamas in Gaza. Dat schrijft Haaretz. De nachtelijke operatie, gezamenlijk uitgevoerd door het Israëlische leger, de binnenlandse veiligheidsdienst (Shin Bet) en de politie, vond plaats in Rafah, in het zuiden van de Gazastrook.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De twee voormalige gijzelaars, Louis Norberto Har (70) en Fernando Marman (60), hebben de Israëlische en Argentijnse nationaliteit en zijn ‘in goede gezondheid‘, aldus het dagblad. De Argentijnse president Javier Milei bedankte Israël voor de operatie. Van de 250 gijzelaars die op 7 oktober door Hamas werden ontvoerd, werden er 105 in november vrijgelaten tijdens de zesdaagse wapenstilstand. Volgens de Israëlische autoriteiten worden er nog 132 gijzelaars vastgehouden in Gaza, van wie er 29 zijn overleden.

  • In dit vluchtelingenkamp zijn generaties Palestijnen hun toekomst zijn kwijtgeraakt

    In dit vluchtelingenkamp zijn generaties Palestijnen hun toekomst zijn kwijtgeraakt

    Sinds in 1948 700.000 Palestijnen werden verdreven van hun land, leven velen in barre omstandigheden in vluchtelingenkampen zoals Shatila in Beiroet. Is dit de grimmige toekomst die de mensen in Gaza nu tegemoetgaan?

    Vorig jaar nam Kamal zijn oudste zoon Hassan mee naar een mensensmokkelaar. Kamal had een besluit genomen: hij moest en zou een manier vinden om zijn eenentwintigjarige zoon weg te krijgen uit vluchtelingenkamp Shatila in het zuiden van Beiroet, waar drie generaties van zijn familie hun hele leven hadden doorgebracht. ‘Ik wilde dat hij wegging, niet vanwege de financiële situatie – godzijdank gaat het goed met ons – maar ik stuurde hem weg om te ontsnappen aan het leven in dit kamp,’ vertelde Kamal me onlangs. ‘Er is hier geen toekomst voor de jongeren.’

    Kamal, een man van achter in de veertig met brede schouders, een hoekige kaak en donker krullend haar, is een redelijk welgestelde zakenman binnen de verarmde grenzen van Shatila. Hij heeft een kleine winkel waar hij mobiele telefoons en cosmetica verkoopt. Toch moest hij, om aan de 5000 dollar te komen die de smokkelaar eiste, een flink bedrag lenen en daarnaast al zijn spaargeld uitgeven. Kamal vertelt zijn verhaal gehaast, de zinnen buitelen over elkaar heen. Zijn gezicht is ingevallen en hij heeft donkere kringen rondom zijn ogen. Hij ziet er uitgeput uit.

    Claustrofobisch

    Hassan begon zijn reis naar Europa in mei 2023. Eerst vloog hij naar Caïro, daarna werd hij door de woestijn naar Libië gereden. Op dat moment belde Hassan zijn vader en vertelde hem dat hij en de andere migranten in een schuur werden vastgehouden, terwijl ze wachtten op de boot die hen naar de overkant van de Middellandse Zee zou brengen. ‘Ik belde de smokkelaar en zei dat hij mijn zoon naar een hotel moest brengen en dat ik extra zou betalen,’ herinnert Kamal zich. Na tien dagen in het hotel te hebben doorgebracht, laadde de smokkelaar de vluchtelingen in een vissersboot met Italië als bestemming.

    Terwijl we praten, zit Kamal met een paar vrienden, ongemakkelijk neergestreken op kleine plastic krukjes in een donker steegje zo smal dat elke keer als er een scooter voorbij raast, de mannen hun knieën tegen hun borst moeten optrekken en opzij moeten draaien. De zon schijnt boven Beiroet, maar er sijpelt weinig licht naar de plek waar Kamal zit. Er staan geen muren om vluchtelingenkamp Shatila heen. Geen prikkeldraad, wachttorens of controleposten, althans niet meer, die verhinderen dat mensen het kamp binnenkomen of verlaten. Maar een mix van draconische wetten, discriminatie en vooroordelen heeft ervoor gezorgd dat Shatila net zo claustrofobisch aanvoelt als elk kamp dat wél omringd wordt door hoge betonnen muren.

    Voor Kamal was de reis van zijn zoon de zoveelste episode in een vluchtelingensaga die bijna acht decennia geleden begon. Net als zijn ouders voor hem en zijn kinderen na hem, is Kamal een staatloze Palestijnse vluchteling wiens leven in elkaar is gestort in de steegjes van Shatila. Hetzelfde geldt voor de vrienden die bij hem zitten.

    Op de muren rondom deze mannen is de geschiedenis zichtbaar in de vorm van verflagen en graffitislogans. De gesjabloneerde afbeelding van de Rotskoepel en honderden portretten van oude leiders, van Yasser Arafat en de militanten uit de jaren zeventig met hun lange bakkebaarden, tot een jongere generatie strijders in gevechtstenue – allemaal gedood en gevierd als ‘helden en martelaren’ die door de volgende generatie nagevolgd moeten worden – tot de foto’s van Abu Ubaida, de huidige militaire woordvoerder van Hamas.

    In een tijd waarin extreemrechtse leden van de Israëlische regering openlijk oproepen om de bevolking van Gaza te verdrijven en naar buurlanden of verder weg te sturen, hoeven we ons niet eens voor te stellen hoe het leven zou zijn voor de meeste van deze Palestijnen die gedwongen in ballingschap moeten gaan. We weten het al. Deze verdrijving heeft al eens eerder plaatsgevonden. Om te zien hoe die grimmige toekomst eruit zou kunnen zien, hoef je alleen maar naar Shatila te kijken.

    In het begin vormden zich clusters van tenten, en soms hele kampen, rond traditionele leiders en dorpsoudsten

    De woorden ‘vluchtelingenkamp’ roepen het beeld op van een paar honderd tenten, een provisorische omgeving om een bevolking in nood in onder te brengen. Shatila is met zijn ruim veertienduizend inwoners – sommige schattingen lopen op tot dertigduizend – meer een kleine stad binnen een stad. Het staat hier al meer dan zeventig jaar. In de afgelopen tien jaar is de bevolking explosief gestegen. Syriërs die de burgeroorlog ontvluchtten, straatarme Libanezen, Ethiopiërs, Eritreeërs en arbeidsmigranten uit Bangladesh hebben allemaal onderdak gevonden in het kamp, dat nu een dichtbevolkte sloppenwijk is.

    Ingeklemd tussen een grote snelweg en een stadion, niet ver van het centrum van Beiroet, kan het kamp zich alleen maar verticaal uitbreiden. Nieuwe flats zijn precair op elkaar gestapeld, elke flat iets groter dan de flat eronder en samen vormen ze gebouwen met meerdere verdiepingen waarvan de ramen op de bovenste verdieping die aan de andere kant van de steeg kussen. Uit de balkons schieten trappen omhoog en er steken balken uit die onderdoorgangen creëren.

    Gedurende het grootste deel van de geschiedenis waren de Palestijnse inwoners van het kamp afgezonderd van de rest van Beiroet. Maar de recente economische ineenstorting in Libanon heeft ervoor gezorgd dat de stad nu voor de deur van Shatila ligt. De hoofdstraat met zijn kraampjes waar groente en fruit, schoenen, kleding en keukengerei worden verkocht, is goedkoper dan welke plek in Beiroet dan ook. Tijdens een recent bezoek leek het alsof elk beschikbaar hoekje tussen gebouwen op straatniveau was omgetoverd tot een kruidenierswinkel of een plek voor karretjes die snoep verkochten aan schoolkinderen, die schreeuwden en lachten terwijl ze zich tussen de brommers door manoeuvreerden, hun Unicef-schooltassen op hun schouders op en neer deindend.

    De oorsprong van het kamp gaat terug tot 1949, toen een groep Palestijnse vluchtelingen zijn tent opsloeg op een braakliggend terrein aan de rand van Beiroet. Binnen enkele weken hadden meer gezinnen, voornamelijk uit Galilea, zich hier gevestigd en het Internationale Comité van het Rode Kruis erkende het als een van de zeventig kampen voor de ongeveer honderdduizend Palestijnse vluchtelingen die naar Libanon waren gevlucht en door de dorpen in het zuiden waren getrokken, of per boot in Beiroet waren aangekomen.

    Een kleine minderheid van de nieuwkomers – die uit de middenklasse of met goede connecties – kreeg het Libanese staatsburgerschap aangeboden; de rest, waaronder arme boeren zoals Kamals grootvader, werd in kampen ondergebracht. Tegen die tijd was de staat Israël veilig in het grootste deel van historisch Palestina, nadat het de krakkemikkige Arabische legers – die zich verzetten tegen de oprichting van Israël – had verslagen en de verdrijving van meer dan zevenhonderdduizend mensen had voltooid met een exodus die bij de Arabieren bekend kwam te staan als de Nakba, oftewel de catastrofe. De beelden van de lange karavanen met mensen, verdreven uit hun voorouderlijke steden en dorpen door de opkomende Israëlische staat, marcherend naar hun bestemming als staatloze vluchtelingen, bepakt en bezakt terwijl ze de handen van kinderen vasthielden, zouden in het collectieve geheugen gegrift staan, niet alleen bij de Palestijnen, maar in de hele regio.

    In het begin vormden zich clusters van tenten, en soms hele kampen, rond traditionele leiders en dorpsoudsten. Voor zover de ontheemding en ballingschap dat toelieten, waren deze kampen een reproductie van de gemeenschappen thuis. Na verloop van tijd, toen deze vluchtelingenkampen zich uitbreidden, werden het getto’s en sloppenwijken. Hun voortbestaan getuigde van het historische onrecht dat hun inwoners was aangedaan. Toch werden de kampen als zodanig een opslagplaats van herinneringen die een Palestijnse nationale identiteit in ballingschap in stand hield en vereeuwigde.

    Onder controle

    Toen de eerste golf Palestijnse vluchtelingen arriveerde, vormden ze ongeveer 10 procent van de totale Libanese bevolking. Het Libanese politieke en veiligheidsapparaat vreesde dat de nieuwkomers het machtsevenwicht in de sektarische staat zouden verstoren en een gevaar zouden vormen voor de maronitische christelijke dominantie. De inlichtingendienst van het leger kreeg de opdracht om de vluchtelingenkampen ‘onder controle te houden’ door middel van strenge bewaking, intimidatie en repressie.

    Bijna twintig jaar lang leefden de meeste Palestijnse vluchtelingen in Libanon in armzalige krotten van stenen en houten planken, met zinken golfplaten en canvas daken. Aanvankelijk stonden sommige vluchtelingen wantrouwig tegenover elk permanent onderkomen dat gebouwd werd door het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA), omdat ze er vast van overtuigd waren dat hun ballingschap tijdelijk van aard was. Maar zelfs toen ze dit idee hadden opgegeven, verhinderden de Libanese autoriteiten dat cruciale bouwmaterialen zoals cement de kampen binnenkwamen. Ze wilden niet dat de vluchtelingen iets zouden bouwen wat de indruk kon wekken dat ze er permanent wilden blijven. Dit beleid was zogenaamd bedoeld om ‘de vluchtelingen aan te moedigen om terug te keren’ – alsof ze daar gewoon even voor konden kiezen. Ook legde Libanon strenge beperkingen op aan de basale arbeidsrechten van de vluchtelingen – en dat doet het nog steeds. Het enige beschikbare werk buiten de kampen was tijdelijk ongeschoold werk, waarbij uitbuiting schering en inslag was.

    In de jaren zestig – en vooral na 1967, toen Israël Egypte, Jordanië en Syrië versloeg in de zesdaagse oorlog – verschoof de strijd voor ‘de bevrijding van Palestina’ van de corrupte en ineffectieve Arabische regimes naar Palestijnse revolutionaire organisaties zoals Fatah en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.

    Deze facties, die ogenschijnlijk samenwerkten onder de paraplu van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, maar vaak onderlinge ruzies hadden en de bevelen uitvoerden van hun corrupte Arabische regimesponsors, vonden in een nieuwe generatie vluchtelingen die geboren waren in de sloppenwijken van de ballingschap – gemeden, veracht en afgezonderd van de samenleving om hen heen – gedreven jongeren die klaarstonden om het onrecht van de Nakba ongedaan te maken en die ernaar verlangden terug te keren naar een thuisland dat ze nooit hadden gezien.

    In de vluchtelingenkampen in Libanon vervingen deze facties de traditionele relaties door patronagenetwerken op basis van partijtrouw, en langzaamaan werden de Palestijnen – die misschien wel de minst sektarische van alle Arabische volkeren waren – meegezogen in het moeras van de sektarische Libanese politiek. Vanzelfsprekend sloten ze zich aan bij de linkse en voornamelijk islamitische partijen die de maronitisch-christelijke dominantie aanvochten.

    Suhaila kon haar eigen huis alleen nog herkennen aan een deel van de keukenmuur dat ze blauw had geverfd

    Ondertussen vonden de maronitische christelijke partij Phalange en andere rechtse christelijke organisaties een bondgenoot in de Israëli’s. In de Libanese burgeroorlog, die duurde van 1975 tot 1990, werden de Palestijnen gewoon een andere gewapende factie, zij het de sterkste. En het was in deze periode dat de naam Shatila – en het naburige Sabra – symbool kwam te staan voor een van de ergste wreedheden die tijdens de oorlog begaan zijn.

    Tijdens mijn bezoek aan Shatila in november vorig jaar ontmoette ik een vrouw, Suhaila, die zich nog levendig herinnerde wat er in september 1982 gebeurde: milities die verbonden waren aan de Phalange-partij raasden, onder het toeziend oog van hun Israëlische militaire bondgenoten, drie dagen lang door de steegjes van het kamp, waarbij ze honderden burgers afslachtten en verkrachtten, waaronder veel vrouwen en kinderen, terwijl de Israëlische soldaten stonden toe te kijken. (Tegen die tijd hadden Palestijnse strijders onder leiding van Yasser Arafat de stad verlaten, onder de voorwaarden van een door de VS gesponsorde deal die een einde maakte aan maandenlange Israëlische bombardementen op Beiroet). ‘We zaten thuis toen we mensen hoorden schreeuwen: “Ze zijn hier, ze zijn het kamp binnengekomen,”’ herinnert Suhaila zich, terwijl ze in haar kleine en opgeruimde woonkamer zit. Een geur van wasmiddel en verse Turkse koffie vult de kamer.

    ‘Mijn schoonmoeder, die bij ons logeerde, zei tegen mijn man dat hij eens een kijkje moest nemen om erachter te komen wat er aan de hand was. Het geschreeuw werd luider en ik volgde hem naar buiten. Ik zag een vrouw naar ons toe rennen en een kind achter zich aan slepen. Ze schreeuwde: “Ze hebben mijn man in een vat verbrand en zijn neef doodgeschoten.” Het kind schreeuwde en toen zag ik dat ze haar ingewanden in haar hand hield – haar buik was opengesneden.’

    Suhaila en haar familie vluchtten en vonden veiligheid in een aangrenzende wijk. Toen ze een paar dagen later terugkeerden naar het kamp, brachten journalisten en het Rode Kruis de omvang van het bloedbad aan het licht. ‘Toen ik terugkwam in ons huis zag ik messen op de vloer liggen. Ze waren schoon, maar ik werd hysterisch en begon te schreeuwen, ook al waren het gewoon onze keukenmessen,’ zei Suhaila lachend. Ze meldde zich aan bij het Rode Kruis en ging dagenlang van huis tot huis om lijken en ledematen te verzamelen.

    Ze schenkt koffie in en vervolgt haar oorlogsverhalen over bombardementen en belegeringen door de christenen, de sjiieten, de Syriërs en zelfs door andere Palestijnse facties. Ze lacht opnieuw en zegt dat al haar zonen en dochters in ondergrondse schuilkelders zijn geboren tijdens een of ander gevecht.

    Een van die gevechten vond plaats in 1986, aan het begin van een zes maanden durende belegering door sjiitische Amal-troepen op instigatie van hun Syrische meesters. Tijdens een zwaar bombardement werd Suhaila’s oudste zoon van negen aan stukken gereten door een artilleriegranaat. ‘We hebben geen graf voor hem, want hij is samen met anderen begraven in een massagraf, in de hoofdmoskee,’ zegt Suhaila. ‘Telkens als ik langs die moskee kom, houd ik de deur dicht en bid ik voor hem.’

    Tegen het einde van de belegering was bijna elk gebouw in Shatila met de grond gelijk gemaakt. Suhaila kon haar eigen huis alleen nog herkennen aan een deel van de keukenmuur dat ze blauw had geverfd.

    In de woonkamer zit een vriend van haar jongste zoon, die midden twintig is, te luisteren naar Suhaila die haar oorlogsherinneringen vertelde. Na afloop, beneden in het steegje voor het gebouw, buigt hij zijn hoofd, drukt zijn lange, borstelige baard tegen zijn borst en zegt op lage, bijna onhoorbare toon, alsof Suhaila hem vanuit haar appartement op de zesde verdieping kan horen: ‘De oude mensen hebben het altijd maar over de geschiedenis van de oorlog. Goed, ze hebben geleden, maar wat er nu in het kamp gebeurt, is erger dan welke oorlog ook. Jonge mannen sterven door drugs. Een hele generatie vergooit haar leven vanwege de verdovende middelen en de armoede.’ Hij heeft een magere en tengere lichaamsbouw en vermoeide ogen. Hij zegt dat hij zijn dagen verslijt met drie flutbaantjes en nog steeds niet rond kan komen.

    Hij steetk een sigaret op en om zijn verhaal kracht bij te zetten leidt hij ons door een doolhof van donkere steegjes, nauwelijks breed genoeg voor één persoon, en komt tot stilstand voor een winkel met een groot kaal raam. Een rij van een half dozijn waterpijpen omzoomt de deur als een erewacht. Binnen staan twee banken in een hoek en er hangt een groot tv-scherm aan de smoezelige muur ertegenover. Op de ene bank zitten drie tienerjongens, gekleed in het zwart, die er stoer proberen uit te zien. Op de andere zit een magere jongeman. Zijn gezicht is vaal in het felle neonlicht. De meeste van zijn tanden ontbreken en de rest is zwart en verrot. Hij zakt wat dieper weg in de versleten sofa, spreidt zijn twee uitgemergelde armen, leunt met zijn hoofd naar voren en zegt tegen me: ‘Ik ben drieëntwintig en heb al twee jaar in de gevangenis doorgebracht,’ alvorens er trots aan toe te voegen: ‘Mijn naam staat op de lijst van gezochte personen bij elk controlepunt van hier tot aan de Beqaa[-vallei].’

    De jongens, die tussen de dertien en zeventien jaar oud zijn, kijken met ontzag naar hem op.

    ‘We kunnen je hier in het kamp aan alle soorten drugs helpen, en ze zijn veel goedkoper dan in Beiroet,’ gaat de man verder: coke, MDMA, heroïne, hasj en allerlei soorten pillen. De duurdere soorten zijn voor de mensen die in de stad wonen. De arme kinderen in de kampen beperken zich tot de goedkopere en krachtigere synthetische middelen. ‘Wat kunnen we anders doen? Er is hier geen werk. Kijk naar die jongens – zodra ze het kamp verlaten worden ze lastiggevallen door het leger en de politie, dus we blijven hier gewoon zitten,’ vertelt de dealer me.

    Hij zegt dat hij maar een middelmatige dealer is en alleen zakendoet met vrienden en kennissen en dat dat meestal is om zijn eigen drugs te betalen. ‘Een vriend komt naar me toe, zegt dat-ie coke of hasj wil, ik geef het hem en ik krijg zelf een extraatje.’ Hij zegt dat hij ongeveer duizend dollar per week verdient. Zowel zijn kapitaal als zijn winst bedraagt vijfhonderd dollar, die hij dan verdeelde met een van de ‘facties’. ‘Ze nemen de helft van mijn winst als hun deel, 250 voor hen en 250 voor mij.’

    ‘Wie zijn dat?’ vraag ik.

    ‘De gewapende facties die het kamp regeren. Je moet met een factie samenwerken voor bescherming, het maakt niet uit welke. Zonder hun bescherming kun je hier geen zaken doen. En het zijn niet alleen de Palestijnen die hierbij betrokken zijn. De Libanese veiligheidstroepen zitten allemaal in deze business. Hoe denk je dat de drugs hier komen, helemaal vanuit de Beqaa of Syrië? Er staan tientallen controleposten langs de weg. We krijgen zelfs dingen geleverd via het vliegveld.’

    Oude strijd

    Hij legt zijn handelswaar naast zich neer: een paar plastic zakjes gevuld met wit poeder. ‘We hebben zo veel hasj als je wilt,’ zegt hij. Uit een zak aan de binnenkant van zijn jas haalt hij een klein papieren hoorntje. Hij opent het om een kleine hoeveelheid van een lichtgroene, kruidachtige drug met de naam salvia te onthullen en begint een joint te rollen. ‘Dat is wat we hier roken – het is goedkoop en zorgt ervoor dat je alles om je heen vergeet.’

    Niet ver van de winkel staan een paar mannen – veelal oud, met grijzende baarden, met munitiebanden strak om hun dikke buik en met oude kalasjnikovs in de hand – op wacht bij het hoofdkwartier van hun factie, dat versierd is met de vlag van de factie en de ooit zo verafgode martelaren. Gezamenlijk gaan deze facties over de veiligheid van de kampen, die buiten de jurisdictie van de Libanese staat vallen. Net als hun geweren zijn ze overblijfselen van de oude strijd. Tegenwoordig lijken ze uitsluitend te bestaan om beschermingsgeld te verzamelen.

    In Shatila zijn overal tekenen van ellende te zien. In een kleine kamer op de begane grond zit een rouwende, in het zwart geklede, oudere vrouw rechtop op haar bed naar een kale muur te staren. Een buurvrouw vertelt me dat haar enige zoon van vijfentwintig twee weken geleden is overleden. Hij had complicaties gekregen door een mislukte blindedarmoperatie, maar, zo werd mij verteld, geen enkel ziekenhuis wilde hem opnemen omdat hij en zijn moeder de operatie niet konden betalen. Vlakbij zit een andere vrouw in haar kleine kamertje dat al tjokvol staat met twee stapelbedden, waar een klein groepje kinderen onder dunne dekens ligt te bibberen. Het zijn de kinderen van haar zoon, die een paar jaar geleden door rebellen in Syrië is vermoord.

    Op de hoofdweg grazen twee koeien en een paar schapen tussen het afval, hun vacht zwart van het vuil, terwijl twee kleine kinderen rustig aan het spelen zijn met een klein stuk plastic speelgoed dat ze in een van de vuilniszakken hebben gevonden. In de verte gaat ook een man door het vuilnis, op zoek naar voedsel.

    Te midden van de neerslachtigheid en ellende in het kamp zijn er ook sprankjes hoop. In een kelder loopt een jonge vrouw met haar haar in een knotje tussen de rijen van twintig kinderen door om samen met hen hun huiswerk door te nemen. ‘De UNRWA-scholen zitten zo vol dat de kinderen geen goed onderwijs krijgen. Wij zijn hier vrijwilliger om hen te helpen studeren’, zegt ze, en ze voegt eraan toe dat ze in haar laatste jaar sociale wetenschappen aan de universiteit zit. ‘We hebben geen andere keuze dan te studeren.’

    In elke straat zijn de littekens van vroegere oorlogen te zien

    In elke straat zijn de littekens van vroegere oorlogen te zien – van de ontbrekende arm van de oude jager die tomaten verkoopt tot de gevels van gebouwen die door zwaar geweervuur zijn weggehakt. Deze littekens zijn nooit geheeld, en de trauma’s van de bewoners werden niet aangepakt, maar generatie na generatie alleen maar opnieuw aangewakkerd – meer wreedheden, meer onderdrukking en steeds weer nieuwe beelden van ‘martelaren’, boven op de oude. Deze nieuwe martelaren behoren tot een jongere generatie mannen, die niet gedood werden in de kampen of in de oorlogen van Libanon, maar op de Westelijke Jordaanoever, in Gaza en Israël.

    Naast een graffiti van de laatste woorden van de achttiendejarige Ibrahim al-Nabulsi, een strijder die twee jaar geleden in Nablus omkwam bij een Israëlische aanval – ‘Niemand mag zijn wapen neerleggen’ – gooit een groep jonge schoolkinderen hun schooltassen op de grond en gaat in de rij staan. Een van hen draagt grote militaire laarzen en een kakibroek en heeft zijn gezicht in een keffiyeh gewikkeld. Hij geeft een bevel en marcheert met zijn troep jonge jongens door de steeg. De tijd dat de kampen over aanzienlijke militaire kracht beschikten, is al lang voorbij. Maar onder de namen van de Hezbollah-strijders die gevallen zijn in de aanhoudende confrontaties langs de zuidelijke grens van Libanon met Israël, bevinden zich enkele Palestijnen die tot Hamas behoren, die uit de kampen zijn gerekruteerd. ‘Ze zijn getraind door Hezbollah en staan onder hun militair bevel,’ vertelde een Hamas-functionaris me in Beiroet.

    Er hingen ook andere foto’s van overleden jonge mannen rondom het kamp, maar dat waren niet degenen die waren gestorven in de strijd tegen Israël. Een paar foto’s hingen tussen de gebouwen te wapperen boven de groentekraampjes. Ze lieten de gezichten zien van degenen die de kampen waren ontvlucht om een nieuw leven te zoeken, maar verdronken toen hun boot zonk in de Middellandse Zee.

    Kamals zoon, Hassan, was een van deze mannen. Zijn laatste telefoontje naar zijn vader kwam in de nacht van 13 juni. Hij vertelde Kamal dat ze op de vissersboten werden geladen. De boot, die op weg was naar Italië, kapseisde in Griekse wateren. De Griekse kustwacht heeft tientallen opvarenden gered, maar negenenzeventig mannen en vrouwen kwamen om en nog veel meer worden vermist.

    Hassans lichaam is nooit gevonden, maar Kamal denkt dat hij nog ergens levend rondloopt. ‘Zijn vriend die bij hem was, vertelde me dat hij hem de hele nacht heeft zien zwemmen. Ik weet zeker dat hij ergens in Griekenland is. Zolang ik zijn lichaam niet zie, blijf ik geloven dat hij leeft en dat hij op een dag bij ons terug zal komen.’

    De smokkelaar, wiens boot kapseisde, runt nog steeds zijn bedrijf vanuit hetzelfde appartement in Beiroet.

    Sommige namen zijn veranderd.

  • Wat zij zeggen over de uitspraak van het ICJ over de oorlog in Gaza

    Wat zij zeggen over de uitspraak van het ICJ over de oorlog in Gaza

    Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over de uitspraak van het ICJ over de oorlog in Gaza? ‘De pessimist in mij vermoedt dat er in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever niet snel iets zal veranderen.’

    Benjamin Netanyahu – minister-president van Israël

    Reuters

    ‘Zoals elk land heeft Israël het recht om zichzelf te verdedigen. De verachtelijke poging om Israël dit fundamentele recht te ontzeggen is een flagrante discriminatie van de Joodse staat. De beschuldiging van genocide aan het adres van Israël is niet alleen vals, maar ook schandalig, en fatsoenlijke mensen overal ter wereld zouden deze moeten verwerpen. Op 7 oktober heeft Hamas de gruwelijkste daden tegen het Joodse volk begaan sinds de Holocaust. Onze oorlog is tegen de terroristen van Hamas, niet tegen Palestijnse burgers.’


    Ministerie van Buitenlandse Zaken Zuid-Afrika

    Reuters

    ‘Vandaag is een beslissende overwinning voor de internationale rechtsorde en een belangrijke mijlpaal in de zoektocht naar gerechtigheid voor het Palestijnse volk. Er is geen geloofwaardige basis voor Israël om te blijven beweren dat zijn militaire acties volledig in overeenstemming zijn met het internationaal recht, inclusief het Genocideverdrag. Zuid-Afrika hoopt oprecht dat Israël de toepassing van dit vonnis niet zal dwarsbomen, maar het in plaats daarvan volledig zal naleven, zoals het verplicht is te doen.’


    Christine Kensche – Midden-Oostencorrespondent

    Welt

    ‘Israël heeft geen genocidale intenties. Het is Hamas dat van genocide droomt. Dat viel burgers aan en martelde, verkrachtte en vermoordde hen systematisch. Maar Hamas zit niet in de beklaagdenbank, hoewel het alle internationale wetten overtreedt. Als Israël oorlogsmisdaden heeft begaan, zal het terecht worden gestraft. Maar Hamas hoeft niet voor het Internationaal Gerechtshof te verschijnen. En zo draagt deze uitspraak bij aan de publieke perceptie dat het opnieuw Israël is dat de enige schuldige is in deze oorlog.’


    Andrew Mitrovica – columnist

    Al Jazeera

    ‘De optimist in mij hoopt dat deze uitspraak het einde van de moorddadige waanzin bespoedigt en de snelle terugkeer teweegbrengt van Israëliërs die door Hamas worden vastgehouden. De pessimist in mij vermoedt dat er in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever niet snel iets zal veranderen. Het afslachten van onschuldige burgers zal doorgaan. En ondanks de uitspraak van het ICJ zal een groot deel van de wereld vandaag en morgen Israëls moedwillige belegering en slachting van Gaza toestaan, net als het gisteren deed.’

  • VN-medewerkers beschuldigd van helpen bij aanval van Hamas

    VN-medewerkers beschuldigd van helpen bij aanval van Hamas

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU verlengt sancties tegen Rusland met 6 maanden

    » Voormalig premier van Pakistan Imran Khan krijgt tien jaar celstraf

    Verschillende landen schorten financiering UNRWA op

    Israëlische functionarissen hebben bewijs gepresenteerd dat volgens hen werknemers van de UNWRA in Gaza in verband brengt met de aanval op Israël onder leiding van Hamas op 7 oktober. Dat schrijft The New York Times. De UNRWA is een hulporganisatie van de Verenigde Naties die zich richt op Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten. De beschuldigingen staan in een dossier dat aan de regering van de Verenigde Staten is overhandigd en waarin de beschuldigingen tegen twaalf medewerkers in detail worden beschreven.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, zei zondag geschrokken te zijn door de beschuldigingen, en voegde eraan toe dat negen van de twaalf beschuldigde medewerkers zijn ontslagen. Daarnaast vroeg Guterres de landen die hun financiering voor de UNRWA hadden opgeschort, waaronder Nederland en de Verenigde Staten, hun beslissing te heroverwegen. De UNRWA is een van de grootste werkgevers in Gaza en heeft 13.000 mensen, voornamelijk Palestijnen, in dienst.

    De organisatie helpt bij het coördineren van de distributie van hulpgoederen die – hoe mondjesmaat ook – elke dag aankomen in het zuiden van Gaza, en haar scholen bieden onderdak aan meer dan een miljoen Gazanen. Nu er in de Gazastrook gewaarschuwd wordt voor hongersnood, het gezondheidssysteem ineen is gestort en de Palestijnse bevolking massaal op de vlucht is geslagen, wordt het werk van de UNRWA belangrijker dan ooit geacht.

  • Ondanks de oorlog zwemmen Palestijnse en Israëlische tieners samen

    Ondanks de oorlog zwemmen Palestijnse en Israëlische tieners samen

    De jongeren van zwemclub Groot-Jeruzalem hielden zich nooit bezig met de verschillen en onderling bleef politiek onbesproken. De oorlog bracht daar verandering in. ‘In het zwembad is het onmogelijk om te zien wie een Jood is en wie een Arabier.’

    Geen politiek in het zwembad. Aan deze ongeschreven regel hielden de Israëlische en Palestijnse tieners van zwemclub Groot-Jeruzalem zich altijd. Ze wonen in andere wijken van Jeruzalem, maar zes middagen per week komen ze samen in de sportschool om te trainen in een deel van het zwembad dat speciaal voor hun team gereserveerd is. Na twee uur baantjes trekken gaan ze samen in de jacuzzi, waar ze een paar minuten lol trappen voordat ze weer naar huis gaan.

    Ze doen alles samen: zwemmen, naar het strand gaan, barbecueën. De beste van de Joodse zwemmers vertegenwoordigen Israël op internationale wedstrijden. De beste zwemmers uit Oost-Jeruzalem doen met een Palestijns team mee aan wedstrijden in de Arabische wereld. ‘We zien het team niet als een groep van Israëli’s en Palestijnen,’ zei Avishag Ozeri (16), een Israëlische zwemster die leerde zwemmen van een Palestijn uit Oost-Jeruzalem, onlangs tijdens een training. ‘Het is raar om daar überhaupt over te praten.’

    Maar toen kwam 7 oktober. Eerst de aanval van Hamas, vervolgens de Israëlische bombardementen op Gaza plus een reeks interacties via sociale media, en werd de onuitgesproken regel van het team op de proef gesteld.

    Mensen onder elkaar

    De zwemmers trainen bij het sportcentrum van de YMCA, een christelijke non-profitorganisatie die openstaat voor mensen van alle religies, in het hart van Joods West-Jeruzalem. Emanuel May is al jaren vrijwillig de coach van het team.

    May (70) is een ervaren en zachtaardige coach. Hij groeide op in een boerencollectief, ook wel bekend als een kibboets. Hoewel hij zwemkampioenen heeft getraind, zegt hij dat het nooit zijn passie is geweest om winnaars op te leiden. Eenheid creëren onder jonge mensen in Jeruzalem, daar is het hem om te doen. Want in Jeruzalem komen Israëli’s en Palestijnen dagelijks met elkaar in contact. Ze zien elkaar voortdurend in winkels en restaurants, op scholen en universiteiten, maar het slepende conflict heeft hen verdeeld. ‘Waar het hier om gaat, is samen zwemmen, gewoon als mensen onder elkaar,’ aldus May.

    Vier jaar geleden trok het team, dat een klein budget tot zijn beschikking heeft, de aandacht van Shai Doron, de voorzitter van de Jeruzalemstichting. Die organisatie wordt gesteund door filantropen van over de hele wereld. Ze heeft als missie om de stad met bijna een miljoen inwoners tot een fijnere plek te maken. Een prioriteit daarbij is het overbruggen van religieuze en culturele verschillen.

    Als de oorlog in Gaza voorbij is, ‘gaan de vierhonderdduizend Palestijnen in Oost-Jeruzalem niet weg,’ zegt Doron. ‘En de Joden gaan ook niet weg.’ Hij erkent dat er spanning is in Jeruzalem – in het bijzonder op de plek die joden de Tempelberg en moslims het Edele Heiligdom noemen. Voor beide groepen is het een heilige plek, omdat zich daar de Westelijke Muur en de Al-Aqsamoskee bevinden. Jeruzalem kan ‘een voorbeeld zijn op het gebied van gemeenschappelijkheid en coëxistentie’, meent Doron.

    De Jeruzalemstichting ondersteunde de zwemmers van Groot-Jeruzalem met een kleine subsidie. Wat Doron aansprak, was dat ‘zwemmen mensen op de meest natuurlijke manier samenbrengt’. In het zwembad ‘is het onmogelijk om te zien wie een Jood is en wie een Arabier. Je kunt iemand niet identificeren aan de hand van symbolen zoals een keppel of een hijab. Iedereen is zo goed als naakt.’

    Bij de YMCA krijgen de jongere Israëlische en Palestijnse kinderen apart zwemles, omdat ze niet dezelfde taal spreken. Zodra ze ongeveer acht of negen zijn en in het Hebreeuws en Engels kunnen communiceren, beginnen ze samen te trainen. De beste zwemmers worden lid van Groot-Jeruzalem.

    Shams Srour (14), een Palestijnse, zegt dat precies dat haar doel is: ‘Ik wil meedoen aan wedstrijden en ik voel me hier erg op mijn gemak,’ zegt ze. ‘Ik train al met Joden sinds ik klein ben. Het is normaal.’

    Verwerken

    De aanvallen van 7 oktober hebben die vanzelfsprekendheid op de proef gesteld. Het team is het gebeuren nog steeds aan het verwerken.

    Op die dag staken terroristen van Hamas uit de Gazastrook de grens over. Volgens de Israëlische autoriteiten doodden de terroristen meer dan twaalfhonderd Israëlische burgers en soldaten, namen ze meer dan tweehonderd mensen in gijzeling en verwondden ze talloze anderen. Op video’s is te zien hoe ze dorpen bestormen, huizen in brand steken, van dichtbij op burgers schieten en jagen op festivalgangers bij een openluchtconcert. De meeste instellingen in Israël, waaronder de sportschool, sloten onmiddellijk hun deuren toen de nationale noodtoestand werd uitgeroepen.

    De volgende dag plaatste Mustafa Abdu (18), een van de islamitische zwemmers van Groot-Jeruzalem, een foto op Instagram. Op de foto is een engelachtig, ongeïdentificeerd Palestijns kind te zien dat wordt gedragen door mannen met een gepijnigde uitdrukking op hun gezicht. Het kind is gehuld in een witte doek die moslims gebruiken voor overledenen. Boven de foto staat de tekst: ‘Waar waren de mensen die opriepen tot menselijkheid toen wij werden vermoord?’ Mustafa zette er ook in blokletters een onderschrift bij: ‘Als je niet oppast, zorgen de kranten ervoor dat je onderdrukte mensen haat en de mensen die onderdrukken, liefhebt.’

    De zwemmers in het team volgen elkaar op Instagram. Avishag weet nog dat ze geschokt was toen ze de berichten zag. Ze ging er niet mee naar haar ouders of iemand anders, maar belde onmiddellijk een andere teamgenoot, Shira Chuna (16), om haar te vertellen hoe verontwaardigd ze was. Daarna stuurde ze Mustafa een sms die ze later met The New York Times deelde: ‘Musta, weet je hoe erg de situatie in Israël op dit moment is? Ik respecteer je en dit is een oprechte vraag.’

    Daarop vraagt Mustafa of Avishag denkt dat alle Palestijnen moordenaars zijn, zoals sommige mensen op sociale media denken. ‘Musta, ik heb nooit gezegd dat jij dat bent’, schrijft Avishag terug. ‘Het is de beweging van Hamas. En mijn mensen zijn vermoord door de Hamas.’

    Ze schrijft dat kinderen, oudere mensen en hele families afgeslacht of ontvoerd werden. ‘Ik heb video’s gezien die nooit meer uit mijn gedachten zullen verdwijnen’, schrijft ze hem. Ze biedt aan om ze door te sturen als hij dat wil, maar raadt hem af om ze te bekijken.

    ‘Av,’ schrijft hij terug, ‘ten eerste, wij zijn niet de moordenaars. Israël valt ons al heel lang aan. Dat weet iedereen.’

    ‘Wat???’ vraagt ze. ‘Met alle respect, dat is niet waar.’

    Mustafa: ‘Wij hebben het altijd mis en jullie hebben altijd gelijk.’

    ‘Dat zei ik niet’, reageert Avishag. ‘Op dit moment heeft Hamas ongelijk.’

    Als Shira ziet wat hij heeft geschreven, krijgt ze het gevoel dat ‘ze onze vriendschap hebben verraden’

    Ze zegt nog eens dat hij het haar moet laten weten als hij de video’s wil zien. Ze wil haar punt bewijzen, maar ook hun vriendschap behouden. Ze sms’t hem: ‘Ik wil even checken: zijn we oké?’ Hij reageert met een hartje op haar bericht en typt ‘Si’, in het Spaans. Ze geeft zijn bericht ook een hartje. Het lijkt erop dat ze tot een ietwat ongemakkelijke vrede zijn gekomen, hoewel ze daar pas zeker van kunnen zijn als ze weer samen zwemmen.

    In de dagen erna voert Israël een reeks luchtaanvallen op Gaza uit en zorgt het land ervoor dat de twee miljoen mensen die opeengepakt zitten in de smalle strook land tussen Israël en Egypte verstoken zijn van voedsel, brandstof en andere voorraden. Hamas blijft raketten afvuren op Israël. Een invasie van het Israëlische leger is ophanden.

    Op 11 oktober post een ander Palestijns lid van het zwemteam iets op Instagram. ‘De overwinning van Allah is nabij’, luidt zijn post. (Deze zwemmer wilde niet meewerken aan dit artikel.) Als Shira ziet wat hij heeft geschreven, krijgt ze het gevoel dat ‘ze onze vriendschap hebben verraden. Ik heb ze altijd zo vertrouwd.’

    Ze had altijd goede relaties met haar Palestijnse buren. Toen ze geboren werd, gaf een Palestijnse vriend van haar vader geld aan haar familie, een traditioneel gebruik onder moslims. Als Shira haar ouders vertelt over de Instagramberichten, antwoorden ze dat ze, gezien de beladen geschiedenis tussen de twee gemeenschappen, ‘niet verbaasd zou moeten zijn’.

    Als teamcoach May hoort over de posts van Mustafa en de andere zwemmer, neemt hij onmiddellijk contact met hen op. Beiden verwijderen de berichten onmiddellijk. ‘Ik heb ze verwijderd omdat ik respect voor hen heb,’ vertelt Mustafa begin november na een training. ‘Ik wil niet over de oorlog praten. Ik wil gewoon over zwemmen praten.’

    Een beetje eng

    Tegen de tijd dat de zwemmers van Groot-Jeruzalem zich op 16 oktober weer in het zwembad melden, is het aantal Palestijnen die zijn gedood door Israëlische bombardementen in Gaza opgelopen tot drieduizend en het stijgt nog altijd in hoog tempo. De wreedheden van Hamas galmen na binnen de Israëlische samenleving. Maar zou het conflict de twee zwembanen in de YMCA bereiken?

    ‘Ik heb mezelf opgedragen me normaal te gedragen,’ zegt Alex Finkel (17). ‘Buiten is het een beetje eng, maar ik ben opgegroeid met Palestijnen. Ik doe alle dingen die wat we altijd al deden, en dat is het.’

    Voorafgaand aan de training organiseert May een teamvergadering. ‘Niemand hier steunt terreur,’ zegt hij tegen zijn zwemmers. ‘We kiezen geen partij.’ In het zwembad schakelen de tieners over op de hoogste versnelling. Ze trainen keihard om de gemiste trainingen in te halen. Maar tussen de trainingen door wordt er niet geplaagd, gegrapt of gekletst. Er hangt een beladen sfeer.

    Toch is er nog steeds sprake van de sterke band die de zwemmers in de loop der jaren hebben opgebouwd. Verschillende zwemmers vertellen dat de stemming een dag later opklaarde. De spanning lijkt verdwenen, of in ieder geval verminderd. Vorige week was het in het zwembad zoals gewoonlijk onmogelijk om Israëlische van Palestijnse zwemmers te onderscheiden. Ze dragen allemaal een zwembril en een badmuts. Ze doen de vrije slag en schoolslag en praten zoals altijd opgewekt met elkaar. Alex plaagt Mustafa omdat hij hem heeft verslagen met de vlinderslag. Op een gegeven moment, als Avishag niet lang genoeg wacht met zich afzetten tegen de muur, raakt ze per ongeluk Mustafa’s tenen aan met haar vingers. Mustafa draait zich om en schenkt haar een gespeeld verontwaardigde blik. Avishag glimlacht speels.

    Kort nadat het Israëlische leger eind oktober de Gazastrook binnentrok, hoort Shira dat haar neef, een soldaat, is gedood. Twee dagen ervoor werd hij eenentwintig. Ze komt een paar dagen niet naar zwemtraining. Als Shira weer verschijnt, komt Mustafa naar haar toe om zijn medeleven uit te spreken. ‘Ik voelde dat het hem echt aan het hart ging,’ zegt ze. Na de training kwam Mustafa uit het zwembad, zette zijn paarse badmuts af en ging met de rest van het team mee naar de jacuzzi. ‘Dit is mijn tweede familie,’ zegt hij. ‘Als we een probleem hebben, lossen we het op als team.’

  • Leidt de Rode Zee-crisis tot een breder conflict in het Midden-Oosten?

    Leidt de Rode Zee-crisis tot een breder conflict in het Midden-Oosten?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de Rode Zee, waar Houthi-rebellen uit Jemen vrachtschepen aanvallen die een band hebben met Israël, vanwege de oorlog in Gaza. Kan dit escaleren tot een groter conflict?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Waarom vallen Houthi-rebellen vrachtschepen aan?

    Kort na het door Hamas aangerichte bloedbad in Israël op 7 oktober verklaarde Houthi-leider Abdulmalik Al-Houthi zijn steun aan Hamas en zei hij dat zijn troepen ‘met honderdduizenden tegelijk klaarstonden om zich bij het Palestijnse volk aan te sluiten en de confrontatie met de vijand aan te gaan’. ‘Dat was misschien overdreven’, oordeelt The Guardian.

    De betrokkenheid van de Houthi’s bleef aanvankelijk beperkt tot raket- en drone-aanvallen die grotendeels werden onderschept door het Amerikaanse en Israëlische leger. Maar op 19 november gebruikten Houthi-strijders een helikopter om in de Rode Zee een vrachtschip te kapen dat eigendom was van een Israëlische zakenman. De Houthi’s ontvoerden de bemanning en zeiden dat alle schepen die banden hadden met Israël ‘een legitiem doelwit zouden worden voor gewapende troepen’. Sindsdien zijn er minstens zeventien aanvallen geweest op schepen die volgens de Houthi’s banden hebben met Israël of zijn bondgenoten, meestal zonder succes.

    De Houthi’s zijn een gewapende militie die een tak van de sjiitische islam vertegenwoordigt, het zaidisme. Ze verdreven de regering in een staatsgreep in 2014, wat leidde tot een militaire interventie onder leiding van Saoedi-Arabië en een catastrofale burgeroorlog, die volgens schattingen van de VN 377.000 doden en 4 miljoen ontheemden tegen het einde van 2021 tot gevolg had.

    ANP 484335529 1
    Op 19 november gebruikten Houthi-strijders een helikopter om in de Rode Zee een vrachtschip te kapen dat eigendom was van een Israëlische zakenman. – © Yahya / Arhab / EPA

    De Houthi’s wonnen de oorlog. Een staakt-het-vuren in april 2022 leidde tot een aanzienlijke afname van het geweld, de gevechten zijn grotendeels opgehouden. De Houthi’s hebben nu het grootste deel van het noorden van het land in handen en hebben de leiding over de Rode Zee-kust. Cruciaal is dat de Houthi’s worden gesteund door Iran als onderdeel van de langdurige vijandigheid met Saoedi-Arabië van dit land, aldus Le Monde. De VS hebben onlangs informatie vrijgegeven waaruit volgens hen blijkt dat Iran betrokken is bij de operaties tegen de commerciële scheepvaart in de Rode Zee.

    Veel Jemenieten zien de operaties als een legitiem middel om druk uit te oefenen op Israël en zijn bondgenoten ter verdediging van Palestijnse burgers. Volgens Süddeutsche Zeitung zijn de aanvallen op de Rode Zee een goede gelegenheid voor hen om zich aan de bevolking te presenteren als echte aanhangers van de Palestijnse zaak. De Houthi-militanten geloven ook dat aanvallen in de Rode Zee hen een belangrijkere rol op het wereldtoneel kunnen opleveren, synoniem met Jemen als geheel. Zo zouden ze hun eigen onderhandelingspositie versterken in de vredesbesprekingen met de door de VN erkende regering van Jemen, die gesteund wordt door Saoedi-Arabië.

    Waardoor zou het conflict kunnen escaleren?

    De VS hebben bescherming geboden aan schepen die door de Rode Zee varen en een multinationale marinecoalitie gevormd ‘om het basisprincipe van de vrijheid van scheepvaart te handhaven’. Maar president Joe Biden heeft gezegd een directe militaire confrontatie met de Houthi’s te willen vermijden, uit angst voor een escalatie.

    Zondag overschreden Amerikaanse zeestrijdkrachten voor het eerst die grens door alle bemanningsleden van drie Houthi-boten te doden die een containerschip hadden aangevallen. ‘Een actie die een nieuw niveau van escalatie in het Midden-Oosten zou kunnen betekenen’, schrijft Süddeutsche Zeitung. Want in reactie daarop is op maandag een Iraans oorlogsschip de Rode Zee binnengevaren, bericht Al Jazeera


    Het regime in Teheran is de belangrijkste financier en wapenleverancier van Hezbollah, dat 150.000 raketten heeft gelanceerd op Israël vanuit Zuid-Libanon – en ook van de Houthi-rebellen. Beide groepen maken deel uit van de ‘as van verzet’ tegen Israël en beide zijn toegewijd aan ‘de vernietiging van de Joodse staat’.

    ANP 487234517
    De VS hebben oorlogsschepen naar de Rode Zee gestuurd om het vrachtverkeer te beschermen. – © U.S. Navy / Jeremy R. Boan / ABACAPRESS.COM

    ‘De aanval van zondag was misschien een keerpunt’, schrijft ook Süddeutsche Zeitung. De VS en het VK overwegen om de Houthi-bases in Jemen rechtstreeks te bombarderen als de aanvallen niet stoppen. ‘Aanvallen op doelen in Jemen zouden een duidelijke militaire rechtvaardiging hebben. Maar ze zouden ook een duidelijk politiek risico met zich meebrengen: dat de aanvallen in de Arabische en islamitische wereld zouden worden geïnterpreteerd als deelname van het Westen, en in het bijzonder de VS, aan de Gaza-oorlog aan de kant van Israël’, schrijft Al Jazeera. De Houthi’s zeggen immers dat hun aanvallen op schepen in de Rode Zee bedoeld zijn om Israël ertoe te brengen de oorlog te beëindigen.

    Als de VS uiteindelijk besluiten om doelen in Jemen aan te vallen, zullen de spanningen met Iran toenemen en ‘ontstaat het risico van een bredere confrontatie die Biden zo graag heeft willen vermijden’, aldus The Guardian.

    Wat zijn de gevolgen van de Rode Zee-blokkade?

    Volgens de International Chamber of Shipping passeert 12 procent van de wereldhandel via de Rode Zee, die een kortere weg langs Afrika biedt via het Suezkanaal, schrijft Al Jazeera. Veel Amerikaanse, Europese en Aziatische rederijen gebruiken het kanaal vanwege de aanvallen helemaal niet meer en schakelen over op de route rond Kaap de Goede Hoop. Deze duurt echter ongeveer twee weken langer en dat kan leiden tot extra brandstofkosten oplopend tot een miljoen dollar voor grote schepen, aldus Süddeutsche Zeitung. Met alle economische gevolgen vandien.

    Voor het financieel noodlijdende Egypte betekenen de aanvallen van de Houthi’s een aanzienlijk verlies aan inkomsten uit het Suezkanaal, deviezen die het land dringend nodig heeft. ‘Desondanks is er tot nu toe geen woord van kritiek gekomen uit Caïro’, merkt de krant uit Beieren op. Van de Arabische landen heeft tot nu toe alleen Bahrein militaire steun toegezegd aan de door de VS geleide operatie om vrachtschepen op de Rode Zee te beschermen. ‘De meesten vinden dat de economische gevolgen niet opwegen tegen het risico om als verdediger van Israël te worden gezien’, analyseert The Guardian.

    ANP 485629298
    Een boot met Houthi-strijders verlaat de haven van Al-Salif aan de Rode Zee. – © Yahya / Arhab / EPA

    ‘De Houthi’s lijken zich niet te laten afschrikken’, concludeert de Britse krant. Onlangs verklaarden ze dat ze, tenzij er humanitaire hulp in Gaza wordt toegelaten en Israël zijn aanvallen staakt, niet zullen stoppen met het lastigvallen van de scheepvaart, ‘zelfs al slagen de Verenigde Staten erin om de hele wereld te mobiliseren’. ‘Het Witte Huis en het Pentagon lopen nu op hete kolen’, schrijft Al Jazeera. ‘Als ze niets doen, zal de Rode Zee-route snel sluiten, wat de Amerikaanse, Europese en Aziatische economieën aanzienlijke schade zal toebrengen. Als de halve maatregelen die ze nu voorstellen – alleen vrachtschepen escorteren zonder doelen aan land aan te vallen – er niet in slagen om een veilige doorgang te garanderen, dan leiden ze bovendien gezichtsverlies omdat ze er niet in zijn geslaagd een economische neergang te voorkomen. Maar als de VS zich uiteindelijk gedwongen zien om toch aan te vallen, zal het land direct hebben bijgedragen aan een gevaarlijke escalatie, die moeilijk in te dammen zal zijn.’

  • Beeldbanken verkopen AI-beelden over Gaza zonder te vermelden dat ze niet echt zijn

    Beeldbanken verkopen AI-beelden over Gaza zonder te vermelden dat ze niet echt zijn

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Roemenië en Bulgarije bereiken akkoord met Oostenrijk over toetreding Schengen

    » Britse pensionado’s in Spanje kampen met eenzaamheid

    Problematische AI-beelden

    Gebombardeerde huizen, vernielde voertuigen, puin op straat. In die chaos lopen twee kinderen in warm avondlicht. Het is een foto die zó genomineerd kan worden voor een persprijs, ware het niet dat hij door AI is gegenereerd. Hoewel Gaza niet expliciet wordt vermeld in de beschrijving van de afbeelding, komt hij bij een zoekopdracht op de site met stockfoto’s van Adobe als een van de eerste naar voren bij het trefwoord ‘Gaza’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het beeld van de twee kinderen is gemaakt door de Iraanse kunstenaar Meysam Azarneshin, die op Adobe Stock nog veel meer werken aanbiedt. Twee daarvan kwamen terecht op de website van het Duitse leger en in een publicatie van het Oostenrijkse ministerie van Defensie, aldus Neue Zürcher Zeitung. Bij de beelden staat niet dat ze met behulp van AI gegenereerd zijn, terwijl dat volgens richtlijnen van Adobe Stock wel zou moeten. Kennelijk handhaaft het bedrijf de eigen regels niet, en het wil ook geen persvragen beantwoorden. Hetzelfde geldt voor Alamy dat, anders dan Adobe Stock, naast stockfoto’s ook echte persfoto’s aanbiedt.

    Sinds de aanval van Hamas op Israël wordt online een grote hoeveelheid onbetrouwbare informatie over het conflict verspreid. Het wordt steeds moeilijker om te zeggen wat waar is en wat niet, vooral als het gaat om AI-afbeeldingen, die steeds vaker rondgaan.

    Het wordt steeds moeilijker om te zeggen wat waar is en wat niet, vooral als het gaat om AI-afbeeldingen

    Het is steeds eenvoudiger om ze te maken, en ze verkopen op Adobe Stock kennelijk beter dan echte foto’s. Volgens informatie van Stockperformers, een analyseportaal voor stockfotografen, verdienen kunstenaars op Adobe Stock gemiddeld 17 cent per maand per AI-afbeelding, vier keer zoveel als het gemiddelde. Toch is het de vraag of het verstandig is om ze te gebruiken, zo merkte Amnesty International in april. Dengo postte AI-afbeeldingen op sociale media ter illustratie van een rapport over politiegeweld in Colombia en vermeldde erbij dat de beelden door AI waren gecreëerd. Desondanks werd Amnesty beschuldigd van valse informatie, omdat de afbeeldingen de waarheid van het rapport geweld aan zouden doen.

    Lees ook:

  • Wie gaat Gaza besturen als de oorlog voorbij is? 

    Wie gaat Gaza besturen als de oorlog voorbij is? 

    Amerikaanse en Arabische diplomaten buigen zich over de vraag hoe het verder moet met de Gazastrook. Maar ook zij tasten vooralsnog in het duister. Israël blijft voorlopig op niets anders gericht dan op de militaire operatie.

    Wie zal het bestuur voeren over Gaza, over de puinhopen, de rouwende en noodlijdende bevolking, wanneer de wapens eenmaal zwijgen? Het is, paradoxaal genoeg, zowel een vruchteloze als een onontbeerlijke exercitie om in tijden van oorlog na te denken over de ‘day after’. Hoe kun je een strategie voor wederopbouw uitzetten als de omvang van de verwoestingen nog niet te overzien is? Hoe ontwikkel je bruikbare ideeën over een post-Hamas-bestuur terwijl Israël zijn doel – vernietiging van de veelvormige islamistische beweging – nog lang niet heeft bereikt? Toch proberen vooral de Verenigde Staten en de Arabische landen nu al een toekomstscenario te bedenken. Vooralsnog blinkt het uit in vaagheid. En de Europeanen spelen in dit alles nauwelijks een rol.

    De kwestie van de ‘day after’ stond centraal in het overleg dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken op 4 en 5 november voerde met diverse belanghebbenden in het Midden-Oosten. Zijn Arabische gesprekspartners, en ook Sameh Shoukry, de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken, vonden dat voorbarig. Alle aandacht moest wat hen betrof gericht blijven op de totstandbrenging van een staakt-het-vuren in Gaza, waar Israëlische bombardementen volgens het door Hamas gecontroleerde ministerie van Gezondheid al meer dan tienduizend levens hadden geëist, en volgens het Pentagon ‘duizenden’. Washington bepleitte slechts een humanitaire pauze, maar daarmee namen de Arabische leiders geen genoegen. Zij verdenken de Amerikanen ervan het over de lange termijn te willen hebben om tijd te winnen en Israël zo de gelegenheid te bieden zijn militaire operatie af te maken. 

    De Israëlische hardliner

    De Israëlische militair strateeg en hardliner Eitan Shamir vertelde The New Statesman dat Israël nu in Gaza opereert ‘als een python’: eerst Gaza-Stad omsingelen ‘en dan beginnen met knijpen’. Het bezwaar dat daarmee alle Palestijnen worden geraakt en niet alleen Hamas, wuift hij weg. De bevolking in Gaza was ruim van tevoren gewaarschuwd, vindt hij, en: ‘Hamas heeft als expliciete doctrine dat de bevolking hun schild is. Ze geven niets om de bevolking, maar willen die gebruiken en dan roepen dat Israël oorlogsmisdaden begaat.’

    Shamir denkt niet dat Israël Gaza zal bezetten. ‘Hamas zal – net als IS, net als Al-Qaida – niet van de aardbodem verdwijnen. Het is een diepgewortelde ideologie, en slechts één tak van de Moslimbroederschap, die wijdverbreid is in de regio. Maar je moet ervoor zorgen dat Hamas Gaza niet controleert.’

    Shamir maakt een vergelijking met nazi-Duitsland. ‘Als je bij de gemeente wilde werken, moest je lid van de nazipartij zijn. Hetzelfde geldt in Gaza. Ons punt is om de militaire capaciteit van Hamas te vernietigen. En uiteindelijk biedt de egalisering van Gaza – net als destijds die van Duitsland – ook kansen. Ik geloof dat we een Marshallplan nodig hebben voor het Midden-Oosten na deze oorlog. De vrije wereld vecht op meerdere fronten: in Oekraïne, in Taiwan en nu in Gaza. Het is deel van een mondiale strijd.’

    Voor door de wol geverfde diplomaten in de regio roept het post-oorlogdebat sowieso onaangename herinneringen op: tientallen voor Syrië bedachte oplossingen leverden in twaalf jaar burgeroorlog niets bruikbaars op, noch politiek, noch op het gebied van veiligheid.

    Voorlopig blijft Israël op niets anders gericht dan op de militaire operatie. Premier Netanyahu weet dat de uitkomst van deze oorlog zijn eigen lot zal bepalen. Hij weigert toekomstplannen te schetsen en probeert te voorkomen dat hij zich vervreemdt van zijn extreemrechtse, brandgevaarlijke politieke bondgenoten, van wie hij zich afhankelijk heeft gemaakt. ‘Op dit moment zijn we niet in staat de contouren van een militaire overwinning te schetsen, noch de nasleep ervan,’ erkent een hoge Israëlische functionaris. ‘En daar storen de Amerikanen zich aan.’

    Vooruitzicht

    De Israëlische minister van Defensie, Yoav Gallant, de commissie Buitenlandse Zaken van de Knesset weten dat Israël de Gazastrook na de oorlog niet langdurig zal controleren. Wel zal het leger zijn vrijheid van optreden geheel behouden en het gebied blijven binnenvallen als het dat nodig acht, zoals dat met regelmaat op de Westelijke Jordaanoever gebeurt.

    Nu al stellen militairen op zijn minst een maandenlange aanwezigheid in Gaza in het vooruitzicht. Dat zou nodig zijn om de enclave te ‘stabiliseren’ na een eerste fase van gevechten. Een van de mogelijkheden is om daarna gemilitariseerde bufferzones vol mijnen in de Gazastrook te creëren, direct grenzend aan Israël. Dus geen herbezetting van Gaza, wel een inkrimping van het grondgebied.

    De vraag is wat er, onder deze omstandigheden, voor internationale aanwezigheid moet komen, afgezien van de VN-agentschappen. Een interventiemacht, een multinationale macht, vredestroepen: al deze opties zijn de revue gepasseerd. De Arabische wereld zou een belangrijke rol moeten spelen. Hussein Ibish, onderzoeker aan het Arab Gulf States Institute in Washington D.C., heeft er weinig vertrouwen in. ‘Ik zie geen Arabische landen of zelfs de VN bereid om Israël de helpende hand toe te steken. Want als de Israëli’s zelf lang in de Gazastrook blijven, kan het verzet van Hamas weer groeien en zich richten tegen wie er maar in het gebied aanwezig is.’

    Het Witte Huis heeft de inzet van Amerikaanse troepen uitgesloten, en geen enkel ander westers land lijkt daar wél trek in te hebben. Wat de Arabische landen betreft, ‘durft geen van alle als eerste nee te zeggen,’ aldus een westerse bron. Zelfs Egypte, dat van 1948 tot 1967 baas was over de Gazastrook en als enig Arabisch land nog over lokale tussenpersonen beschikt, wil het bestuur over de enclave niet op zich nemen, noch een deel van de bevolking in de Sinaï opvangen. Caïro vreest vooral dat dit zou worden opgevat als een bezetting.

    De VS willen het perspectief op een tweestatenoplossing nieuw leven inblazen, met of zonder Netanyahu

    De regering-Biden beseft wat de beperkingen zijn van een louter op veiligheid gerichte aanpak, en weet dat de Amerikaanse steun aan Israël dit land ook isoleert. In ruil voor militaire en politieke ondersteuning willen de Verenigde Staten het perspectief op een tweestatenoplossing nieuw leven inblazen, met of zonder Netanyahu. Deze toekomst is alleen voor te stellen, zo zei Antony Blinken tijdens een verrassingsbezoek aan Irak op 5 november, als ‘Palestijnse stemmen daarbij centraal staan. De Palestijnse Autoriteit vertegenwoordigt die stemmen, dus die moet een voorname rol spelen.’ De Palestijnse president Mahmoud Abbas had hem kort daarvoor in Ramallah verzekerd dat hij bereid was ‘de volledige verantwoordelijkheid op zich te nemen binnen het raamwerk van een alomvattende politieke oplossing voor de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Gazastrook’.

    Voor Jordanië is dat laatste een eis; het land ziet zich daarbij gesteund door Saoedi-Arabië, dat onder bepaalde voorwaarden financiële ondersteuning belooft. Amman ziet steun aan de Palestijnse Autoriteit en president Abbas als enige mogelijkheid, ook al is hij impopulair en bezit hij amper legitimiteit. Het land vreest dat milities anders het machtsvacuüm kunnen opvullen, of dat Israël de scheiding handhaaft tussen enerzijds de Westelijke Jordaanoever, bestuurd door de Palestijnse Autoriteit, en anderzijds Gaza, onder het regime van Mohammed Dahlan. Deze voormalige veiligheidschef van de Palestijnse Autoriteit bekleedde die functie ook voordat Hamas in 2007 de macht greep. 

    Dahlan, geboren in Khan Younis in het zuiden van de Gazastrook, is in de loop der jaren namelijk een gezworen vijand geworden van Abbas. Hij woont tegenwoordig in ballingschap in Abu Dhabi en onderhoudt warme banden met de Verenigde Arabische Emiraten. Dahlan probeerde terug te keren in de Palestijnse politiek door te onderhandelen met mogelijke opvolgers van Abbas, onder wie Marwan Barghouti, een verbindende figuur die sinds 2002 in Israël gevangenzit. ‘Mohammed Dahlan wordt door de Emiraten genoemd als alternatief, en ook de Amerikanen fluisteren zijn naam,’ zegt Rana Sabbagh, een onafhankelijke journalist, gevestigd in Amman. De Saoedi’s zouden daarentegen geen enkel vertrouwen in hem hebben.

    Scenario’s

    Er zijn nog meer scenario’s voor het toekomstige bestuur van de enclave. Abbas heeft een ervan al uitgesloten: de onmiddellijke terugkeer van de Palestijnse Autoriteit, omdat het dan zou lijken alsof die Gaza ‘in Israëlische tanks’ zou binnenrijden. Een andere oplossing zou een interim-regering kunnen zijn, bestaande uit Palestijnse technocraten onder auspiciën van de VN. Of dat model toekomst heeft, valt nog te bezien.

    Hoe verder?

    Muhammad Dahlan, voormalig veiligheidschef van de Palestijnse Autoriteit, wordt vaak genoemd als toekomstige leider van de Palestijnen. Maar in gesprek met The Economist ontkent hij die rol te ambiëren.

    Dahlan is uitstekend ingevoerd: hij groeide op in een vluchtelingenkamp in Gaza met een groot deel van de huidige Hamas-leiding, maar heeft ook vrienden (én vijanden) op de Westelijke Jordaanoever en bij de Israëli’s, en hij staat dicht bij Mohammed bin Zayed, de heerser van Abu Dhabi, het emiraat waar hij nu woont.

    Dahlan ziet na de huidige oorlog een overgangsperiode van twee jaar in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever voor zich, onder leiding van technocraten. Dat moet tot hereniging van de Palestijnse gebieden leiden na meer dan tien jaar strijd. Daarna wil hij parlementsverkiezingen waaraan alle Palestijnse politieke facties moeten kunnen deelnemen, inclusief Hamas. Want volgens Dahlan is het ook na deze oorlog onmogelijk om Gaza te besturen zonder instemming van die organisatie: ‘Hamas zal niet verdwijnen.’ In het parlementaire systeem dat Dahlan voor ogen staat vervangt een premier het huidige presidentschap van Abbas, want het is een ‘illusie’ dat één man de Palestijnse kwestie kan oplossen: ‘De tijd van de helden is voorbij.’

    De huidige oorlog maakt hem paradoxaal genoeg hoopvol: ‘Wie had het drie maanden geleden over de Palestijnse zaak? Niemand… Nu heeft iedereen het over ons lijden.’

    Volgens Sabbagh hebben de Amerikanen en enkele Arabische partners Mahmoud Abbas gevraagd zijn opvolging voor te bereiden, teneinde de legitimiteit van de Palestijnse Autoriteit te herstellen. De voormalige Palestijnse premier Salam Fayad pleitte in het tijdschrift Foreign Affairs voor een hervorming van de PLO en de Palestijnse Autoriteit. De politieke vleugel van Hamas moet daarin dan ook vertegenwoordigd zijn, zonder de gewapende tak. De politieke leider van Hamas, Ismail Haniyeh, leek daar wel oren naar te hebben; op 1 november verklaarde hij dat de islamistische beweging bereid is een vrede te aanvaarden die gebaseerd is op de tweestatenoplossing.

    Maar stel nu dat de oorlog geen ondubbelzinnige uitkomst heeft? In een artikel op de website van de prestigieuze denktank Carnegie Endowment for International Peace toont Nathan Brown, politicoloog aan de George Washington-universiteit en kenner van de Arabische wereld, zich tamelijk pessimistisch over de ‘day after’. Hij vreest dat de intensieve strijd zal overgaan in een ‘slepend gewapend conflict van lage intensiteit’, en dat de kans op constructieve politieke regelingen klein is. ‘Er is een gerede kans dat de militaire tak van Hamas zijn dominantie binnen de organisatie zal vergroten,’ schrijft hij, ‘en dat die elk naoorlogs bestuur dat de beweging op de korrel neemt, ziet als een handlanger van Israël dat hem wil elimineren.’ 

  • Netanyahu: drie voorwaarden voor beëindiging oorlog in Gaza

    Netanyahu: drie voorwaarden voor beëindiging oorlog in Gaza

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Vliegtuig dat vier dagen werd vastgehouden door Frankrijk landt in India

    » Oekraïne voert droneaanval op Russisch oorlogsschip uit

    De Israëlische premier zegt dat de oorlog nog niet voorbij is

    De Israëlische premier Benjamin Netanyahu heeft in een opiniestuk in The Wall Street Journal uiteengezet wat zijn visie is op de oorlog in Gaza en wat er moet gebeuren voordat deze beëindigd zal worden. ‘Hamas moet worden vernietigd, Gaza moet worden gedemilitariseerd en de Palestijnse samenleving moet worden gederadicaliseerd’, schrijft hij in dat stuk.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De woorden van Netanyahu werden op dinsdag herhaald door Herzi Halevi, de stafchef van de Israel Defense Forces (IDF), die zei dat de oorlog in Gaza waarschijnlijk nog vele maanden zal duren en dat het leger de operaties in het zuiden en centrale deel van Gaza uitbreidt.

    Die intensivering en uitbreiding was dinsdag zichtbaar, toen Israëlische troepen Palestijnse vluchtelingenkampen in centraal Gaza bombardeerden. Ook werden nieuwe oproepen tot grootschalige evacuatie gedaan, wat erop zou wijzen dat het leger van plan is om het grondoffensief uit te breiden naar een nieuw deel in Gaza.

    Lees ook:

  • In het Midden-Oosten staat veel op het spel voor de Verenigde Staten

    In het Midden-Oosten staat veel op het spel voor de Verenigde Staten

    Hoe de Amerikaanse president Joe Biden zich gedraagt in de oorlog tussen Israël en Hamas is niet alleen bepalend voor de toekomst van het Midden-Oosten, maar ook voor die van de VS en voor het mondiale machtsevenwicht.

    Terwijl Israëlische soldaten en masse wachtten op het bevel om Gaza binnen te vallen, stuurde de Amerikaanse marine twee vliegdekschepen om Israël te ondersteunen. Deze moeten voorkomen dat Hezbollah en zijn sponsor Iran het in hun hoofd halen een tweede front te openen bij de Libanese grens. Geen ander land zou tot zoiets in staat zijn. De schepen zijn 200.000 ton zware staaltjes van Amerikaans machtsvertoon, op een moment dat in een groot deel van de wereld wordt gedacht dat de Amerikaanse macht tanende is.

    De komende maanden zal blijken of dat denkbeeld klopt. De inzet is moeilijk te overschatten. Op 20 oktober sprak president Joe Biden van ‘een buigpunt’. Hij waarschuwde dat het even belangrijk was om de terreur van Hamas een halt toe te roepen als de Russische agressie jegens Oekraïne. Over het Chinese dreigement om Taiwan binnen te vallen zweeg hij wijselijk. 

    Complexe en vijandige wereld

    Toch is de situatie nog gevaarlijker dan Biden doet voorkomen. Buiten hun landsgrenzen zien de Verenigde Staten zich geconfronteerd met een complexe en vijandige wereld. Voor het eerst sinds de jaren zeventig, toen de Sovjet-Unie begon te stagneren, stuiten de VS op serieuze, georganiseerde tegenstand, onder leiding van China. Binnenlands kampt het land met een ontwricht politiek systeem en een steeds isolationistischer opererende Republikeinse Partij. Dit moment is niet alleen bepalend voor de toekomst van Israël en het Midden-Oosten, maar ook voor die van Amerika en de wereld.

    De buitenlandse dreiging is drieledig. Allereerst is er de chaos die Iran in het Midden-Oosten creëert, en Rusland in Oekraïne. Agressie en instabiliteit stellen de politieke, financiële en militaire middelen van de VS zwaar op de proef. Als Rusland zijn gang kan gaan in Oekraïne, zal het conflict zich verder over Europa verspreiden. Door het bloedvergieten zouden mensen in het Midden-Oosten kunnen radicaliseren en zich tegen hun regering kunnen keren. Doordat Amerika in oorlogen verwikkeld raakt, wordt het een gemakkelijk doelwit voor beschuldigingen van oorlogshitserij en hypocrisie. Dit alles ondermijnt het idee van een wereldorde.

    Financiering

    Zowel voor- als tegenstanders betogen dat het een illusie is dat Hamas zal verdwijnen. Maar een van de dingen die aangepakt zou kunnen worden is de financiering van de organisatie. De Süddeutsche Zeitung spreekt haar verbazing uit over het feit dat de Duitse regering nu pas wil voorkomen dat overheidsgeld terechtkomt bij terroristen: ‘In de begroting voor 2024 staat dat federale fondsen niet mogen worden gebruikt “om terroristische activiteiten te financieren” en niet mogen worden toegekend aan partijen die terroristische organisaties steunen. Dat roept natuurlijk de vraag op: o, maar was dat tot nu toe dan wel het geval?’ Kennelijk. En dat terwijl ‘geld zuurstof is voor terrorisme’, aldus de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell na de aanslagen van 9/11.

    Er gaan aanzienlijke bedragen van Iran en Qatar naar de Gazastrook en dus naar Hamas, en dat gebeurt blijkbaar al jaren met goedkeuring van de Israëlische regering. Volgens SZ meldde de Israëlische krant Ha’aretz in 2019 dat Qatar sinds 2012 ongeveer 1 miljard dollar aan Gaza heeft geschonken, met goedkeuring van Israël. En Majed Al-Ansari, adviseur en woordvoerder van de Qatarese minister van Buitenlandse Zaken, zei onlangs tegen de Duitse krant Die Welt: ‘Wij maken niets over naar Gaza. Al het geld dat we aan Gaza geven gaat naar Israëlische banken en wordt door de Israëli’s nagetrokken.’

    Een tweede dreiging is complexiteit. Een groep landen, waaronder India en Saoedi-Arabië, stelt zich steeds coöperatiever op maar jaagt tegelijkertijd fanatiek zijn eigenbelang na. Anders dan Iran en Rusland willen zulke landen geen chaos, maar ze zijn evenmin bereid naar het pijpen van Washington te dansen. En waarom zouden ze ook? Voor Amerika wordt het zo steeds moeilijker een supermacht te zijn. Neem bijvoorbeeld de Turkse spelletjes met het Zweedse NAVO-lidmaatschap, waaraan pas na zeventien maanden moeizaam touwtrekken een eind lijkt te zijn gekomen.

    De derde dreiging is de grootste. China koestert ambities om een alternatief te creëren voor de in mondiale instituties verankerde waarden. Het wil begrippen als democratie, vrijheid en mensenrechten aanpassen aan zijn eigen voorkeur voor ontwikkeling boven individuele vrijheid en nationale soevereiniteit boven universele waarden. China, Rusland en Iran hebben een losjes gecoördineerd samenwerkingsverband: Iran levert drones aan Rusland en olie aan China, Rusland en China hebben Hamas – een klant van Iran – diplomatieke dekking gegeven binnen de VN.

    Deze dreigingen worden verergerd door de politieke ontwikkelingen in de eigen hoofdstad Washington

    Deze dreigingen worden verergerd door de politieke ontwikkelingen in de eigen hoofdstad Washington. Republikeinse politici nemen op het gebied van handel en buitenlandse betrekkingen opnieuw hun toevlucht tot het isolationisme dat hun partij voor de Tweede Wereldoorlog omarmde. Dit gaat verder dan Donald Trump en roept de vraag op of Amerika nog als supermacht kan opereren als een van zijn partijen volstrekt lak heeft aan het idee van mondiale verantwoordelijkheden. Vergeet niet dat er Pearl Harbour voor nodig was om de VS in 1941 aan de oorlog te laten deelnemen.

    Om te zien hoe dit Amerikaanse belangen kan schaden, hoeven we alleen maar naar Oekraïne te kijken, dat Make America Great Again-Republikeinen niet langer van wapens en geld willen voorzien. Zelfs met de meest bekrompen vorm van eigenbelang valt zoiets niet te rijmen. De oorlog biedt Amerika de mogelijkheid om Vladimir Poetin uit te schakelen en te voorkomen dat China Taiwan binnenvalt zonder dat het zijn eigen troepen in gevaar brengt. Het aan zijn lot overlaten van Oekraïne, daarentegen, kan een Russische aanval op de NAVO uitlokken die veel meer Amerikaanse levens en middelen zou kosten en voor vriend en vijand een teken zou zijn dat de VS geen betrouwbare bondgenoot meer zijn. Als isolationistische Republikeinen het in de kwestie-Oekraïne laten afweten, is het maar de vraag hoe het met de VS zal aflopen bij een terugkeer van Trump in het Witte Huis.

    Hinderpalen

    Dit zijn enorme hinderpalen. Maar de Verenigde Staten beschikken tegelijkertijd ook over enorme krachten. Een ervan is hun militaire gewicht. Het land heeft niet alleen de twee voornoemde vliegdekschepen naar het Midden-Oosten gestuurd, maar levert ook wapens, gevoelige informatie en expertise aan Israël, net als aan Oekraïne. China heeft de begroting voor het Volksbevrijdingsleger in allerijl verhoogd, maar de VS hebben het afgelopen jaar net zo veel aan defensie uitgegeven als de tien navolgende militaire grootmachten samen, en de meeste daarvan kan het land tot zijn bondgenoten rekenen.

    Ook het economische gewicht van de VS is indrukwekkend. Met 5 procent van de wereldbevolking is het land goed voor een kwart van de economische wereldproductie, en dat aandeel is de afgelopen vier decennia onveranderd gebleven, ondanks de opmars van China. Deze krant maakt zich zorgen over de inefficiëntie en het sluipende protectionisme van het industriebeleid van Biden, maar we twijfelen niet aan de technologische spierkracht van de VS en de onderliggende dynamiek – vooral niet als je die afzet tegen China, waar het doel van economische groei steeds duidelijker ondergeschikt is gemaakt aan het maximaliseren van de invloed van de Communistische Partij.

    Misleidende informatie door sociale media

    Na de aanval van Hamas en tijdens de daaropvolgende Israëlische bombardementen op Gaza, werd op platforms als Facebook, X en YouTube een niet-aflatende stroom van desinformatie en ongewenste informatie verspreid, variërerend van wanstaltig tot misleidend.

    Hoogleraar Mediastudies Taylor Owen, oprichter van het Centre for Media, Technology and Democracy in Montreal, betoogt in een gesprek met het Canadese tijdschrift The Walrus dat dat het gevolg is van de wijze waarop sociale media zijn vormgeven. ‘De tools die we gebruiken om ons over de wereld te informeren en over de wereld te praten, creëren perverse prikkels,’ zegt hij. ‘De gebeurtenissen rond Gaza laten heel goed zien dat deze prikkels leiden tot onwenselijk gedrag. We zijn niet de beste versie van onszelf als we dit soort onlineplekken opzoeken om te gaan discussiëren.’

    Het zou heel goed kunnen dat sociale media daarmee hun eigen graf graven: ‘Als je mensen vraagt of ze vinden dat het gebruik van sociale media een beter begrip geeft van de wereld, zeggen ze steeds vaker dat ze er juist boos, ongedurig of onzeker van worden. Dat is vooral te zien op X, maar ook op YouTube: kijk daar eens in de nasleep van een gebeurtenis zoals de aanslag van Hamas, en wat zie je? Mensen die tegenover elkaar staan en ruziemaken, extremen die boven komen drijven door het systeem van algoritmen.

    Een andere onderschatte kracht van de Verenigde Staten is hun weer opgeleefde diplomatie. De oorlog in Oekraïne heeft de waarde van de NAVO bewezen. In Azië hebben de VS het trilaterale vredespact AUKUS in het leven geroepen en hun betrekkingen met tal van landen verstevigd, waaronder Japan, de Filipijnen en Zuid-Korea. In Foreign Affairs legde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur Jake Sullivan onlangs uit hoe landen die hun eigenbelang najagen nog altijd essentiële partners kunnen zijn. Voorbeeld is India, dat een steeds grotere rol speelt in de Amerikaanse veiligheidsplannen voor Azië, ook al wil het land zich onder geen beding aansluiten bij enig bondgenootschap.

    Bejaarde supermacht

    Wat betekent dit alles voor de Verenigde Staten, die Israël stevig in hun armen sluiten om een oorlog op grotere schaal te voorkomen? Volgens sommigen wordt een bejaarde supermacht opnieuw het Midden-Oosten in gezogen, na bijna vijftien jaar lang te hebben geprobeerd daar weg te komen. Maar deze crisis is niet zo allesoverheersend als destijds de oorlogen in Afghanistan en Irak. En Bidens formulering is beter: dit is inderdaad een buigpunt, dat zal moeten uitwijzen of Amerika zich kan aanpassen aan een complexere en dreigender wereld.

    Het land heeft nog altijd veel te bieden, vooral als het zich samen met zijn bondgenoten inzet voor het verbeteren van de veiligheid en het openhouden van de handelslijnen. De Amerikaanse waarden, hoe onvolmaakt die ook tot uitdrukking worden gebracht, trekken nog steeds mensen van over de hele wereld aan, iets wat je van het Chinese communisme niet kunt zeggen. Als Biden erin slaagt de crisis in Gaza te bezweren, zou dat goed zijn voor de VS, goed voor het Midden-Oosten en goed voor de wereld. 

  • Geen kerstfeest in Bethlehem dit jaar

    Geen kerstfeest in Bethlehem dit jaar

    Bethlehem is sterk afhankelijk van religieus toerisme maar vanwege de oorlog zijn er dit jaar geen buitenlandse pelgrims aanwezig. Het Israëlische leger heeft de toegang tot de stad afgesloten en leiders van de christelijke kerken lieten vanuit Jeruzalem eerder al weten dat er dit jaar geen kerstfestiviteiten zullen zijn.

    Na meer dan twintig jaar blijft het schot in de rug van het beeld van de heilige Hiëronymus, een herinnering aan de Tweede Intifada, onopgemerkt. De honderden katholieken die de zondagse mis bijwonen in de Geboortekerk in Bethlehem, op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, besteden geen aandacht aan de kogel. Het zijn inwoners die zich niet kunnen verplaatsen vanwege de oorlog. Ze maken deel uit van de 10 procent christenen die de Palestijnse bevolking telt. Zij hebben geen behoefte aan reisleiders, hotels en souvenirs in plaatselijke winkels. En buitenlandse pelgrims – de belangrijkste bron van inkomsten voor Bethlehem met zijn 30.000 inwoners – zijn door het conflict tussen Israël en Hamas uit het gebied verdwenen.

    De stad was pas net weer wat opgekrabbeld na de pandemie. ‘6 oktober was de laatste dag waarop ik toeristen begeleidde. De dag erna sloot het Israëlische leger de toegang af. Toeristen bleven in Jeruzalem om vervolgens terug te keren naar hun eigen land,’ zegt gids Ramsi Al Saadi (36), verwijzend naar de vooravond van het begin van de oorlog.

    Directe gevolgen

    De vooruitzichten voor een mogelijke vrede op korte termijn zijn somber. De leiders van de christelijke kerken lieten op 10 november vanuit Jeruzalem weten dat er dit jaar geen kerstfestiviteiten zullen zijn. ‘Ondanks onze herhaalde oproepen voor een humanitair staakt-het-vuren en een einde aan het geweld, gaat de oorlog door,’ deelden ze in een officiële verklaring mee. Die beslissing is gemaakt vanwege de duizenden onschuldige burgers die zijn gedood of gewond zijn geraakt en degenen die huis en werk zijn kwijtgeraakt of lijden onder de economische crisis.

    ‘De missen en gebeden zullen doorgaan, omdat ik denk dat ze meer dan ooit nodig zijn, maar er zullen geen feesten of gezangen zijn,’ bevestigt pater Rami Asakrieh, een Jordaanse franciscaanse pastoor in de katholieke kerk van Bethlehem. Reisleider Ramsi Al Saadi is zich ervan bewust dat het zonder lichtjes, versieringen, geschenken, straatactiviteiten en vooral zonder toeristische groepen moeilijker zal worden om te overleven. Hij heeft geen exacte cijfers, maar hij weet zeker dat de werkloosheid die vóór het conflict al 20 procent bedroeg, nu de pan uit is gerezen. Op een plek als Palestina, waar voortdurende spanning heerst, moet je voorbereid zijn, zegt hij. ‘Ik kan rondkomen omdat ik wat spaargeld heb. We zijn hier gewend aan oorlog en zijn ons er altijd van bewust dat zoiets hier kan gebeuren,’ zegt de reisleider.

    De weg van Jeruzalem naar Bethlehem, amper tien kilometer, is sinds 7 oktober afgesloten door Israëlische troepen. Dat was de dag van de Hamas-aanval die zo’n twaalfhonderd doden eiste op Israëlisch grondgebied, en waarbij ruim tweehonderd mensen in Gaza werden gegijzeld. Om de Geboortekerk te bereiken, moet je nu meer dan het dubbele aantal kilometers afleggen en de stad vanuit het zuiden benaderen, via een legercontrolepost die niet altijd open is. De bezetting en blokkade, die de bevolking van de Westelijke Jordaanoever al tientallen jaren half geïsoleerd houdt, is nu nog veel strenger. Dat heeft directe gevolgen voor de inwoners van Bethlehem en de omliggende dorpen, die elke dag met een speciale vergunning naar hun werk in Jeruzalem pendelen.

    ‘Ik denk dat ze dit jaar niet eens de kerstboom zullen opzetten’

    Sommigen, zoals Jack Abdallah, die een restaurant runt in de wijk Sheikh Jarrah in Jeruzalem, waar ook zijn drie kinderen naar school gaan, hebben een drastische beslissing moeten nemen – die lang niet voor iedereen is weggelegd. Hij heeft zijn huis in het dorp Beit Yala, net buiten Bethlehem, verlaten en is met het hele gezin verhuisd naar het huis van zijn moeder in de oude stad van Jeruzalem. ‘We wonen nu met z’n zessen op 31 vierkante meter, maar ik kan in ieder geval het restaurant openhouden en mijn kinderen kunnen naar school blijven gaan,’ zegt Abdallah. Op zondagen maken ze meestal een uitstapje naar hun huis in Beit Yala. Onderweg bezoeken ze de Geboortekerk.

    Een stroom Palestijnse gelovigen loopt door de grot onder de kerk waar een zilveren ster de  volgens de overlevering exacte plek van Jezus’ geboorte aangeeft. Ze knielen zonder hun beurt te hoeven afwachten. Pater Rami Asakrieh loopt ondertussen treurig rond, denkend aan de rijen die hier, op een van de meest bezochte christelijke plaatsen in het Heilige Land, tot 7 oktober stonden.

    Voor de tempel mijmert Mahmoud Suleiman, zestig jaar en vader van acht kinderen, over hoe het was. Hij verkoopt niet eens de helft van de souvenirs waarmee hij tot vorige maand nog zijn brood verdiende. Hij opent de kofferbak van zijn auto waarin alle merchandise van Bethlehem en Jeruzalem ligt: koelkastmagneten, tassen, portemonnees… 

    ‘Ik denk dat ze dit jaar niet eens de kerstboom zullen opzetten,’ voorspelt hij, en hij wijst naar het midden van het populaire Kribbeplein. Enkele tientallen meters verderop, in een winkel voor religieuze voorwerpen zonder klanten, slaagt de man die er de leiding heeft nauwelijks in zijn misnoegen te onderdrukken. ‘Ik heb er niks over te zeggen,’ zegt hij, omringd door kerststalfiguren gemaakt van Palestijns olijfhout. ‘Kijk maar om je heen. Dat zegt genoeg.’

    Grote baas

    ‘We tonen ons graag veerkrachtig ten opzichte van de koloniale bezetting,’ zegt George Rishmawi lachend, een enthousiaste ondernemer en leider van het Palestinian Heritage Trail initiatief, dat al twaalf jaar wandelroutes organiseert die de Camino de Santiago moeten evenaren. Hij organiseert groepswandelingen om het bewustzijn over de Palestijnse geschiedenis, cultuur en identiteit te vergroten in een gebied dat wordt gecontroleerd door het Israëlische leger en dat wordt geteisterd door Joodse kolonisten die proberen hun land en manier van leven af te pakken.

    Bij de mis in de Geboortekerk zijn ook twee dozijn kinderen aanwezig, allemaal gekleed in hetzelfde sweatshirt. Ze noemen zichzelf het Leger van God, een beweging die twee of drie maanden geleden is geïmporteerd uit Libanon. Ze pronken met een logo bestaande uit een Bijbel, witte vleugels en een kruis. ‘Onze missie als minderheid is het verdedigen van onze kerken en ons land en het steunen van elkaar,’ zegt Samir Ballout, een eenentwintigjarige universiteitsstudent.

    De oudste van de groep is de vijftigjarige Mike Kanawati. Als hij als leider wordt aangewezen, wijst hij naar de hemel en zegt: ‘De grote baas is daarboven.’ De kalasjnikov die achter zijn linkeroor is getatoeëerd, vertelt hij, is een herinnering aan zijn tijd tussen 1995 en 1998 als lid van de Praetoriaanse Garde van de Palestijnse president Yasser Arafat, beter bekend als Force 17. Kanawati verdient zijn geld nu in het toerisme en lijdt, net als zovelen in Bethlehem, onder de economische crisis als gevolg van de oorlog. ‘Het is verschrikkelijk, een ramp,’ zegt hij als hij de religieuze viering verlaat.

    De ongeveer vijftigduizend christenen vertegenwoordigen ongeveer 1 procent van de Palestijnse bevolking. Ze zijn voornamelijk verspreid over Bethlehem, Ramallah, Jeruzalem en, in sommige gevallen, ook Gaza. De helft van hen is orthodox en ongeveer 40 procent is katholiek. In het gebied rond Bethlehem, inclusief het naburige Beit Yala, Beit Sahur en vluchtelingenkamp Aida, bedraagt het aantal christenen 11 procent. In deze nederzetting, waar duizenden mensen opeengepakt leven in de schaduw van de tien meter hoge betonnen muur die door Israël is opgetrokken, heerst een voortdurende spanning. De laatste dode, een tiener, viel er twee dagen eerder. De zondag erna betuigden tientallen mensen hun condoleances aan de familie. De straten hangen vol met posters met het gezicht van de jongen.

    Maar het zwaartepunt van de huidige oorlog ligt in Gaza, waar al meer dan elfduizend mensen zijn gedood tijdens de Israëlische militaire operatie. De Gazastrook ligt hemelsbreed zo’n 60 kilometer van Bethlehem, en daar wordt de meeste schade toegebracht aan de economie. Het geweld gaat echter ook niet voorbij aan de Westelijke Jordaanoever, waar ten minste 185 Palestijnen werden gedood in wat de grootste geweldsuitbarsting is sinds de Tweede Intifada (2000-2005).

    De oorlogsblokkade die Israël de Palestijnen heeft opgelegd, heeft paradoxaal genoeg geleid tot een verdubbeling van het aantal plaatselijke parochianen die de vieringen in de Geboortekerk bijwonen, zegt pater Asakrieh. De kerk zat vol met piekfijn uitgedoste families tijdens de zondagse mis van 11 uur, die in het Arabisch werd opgedragen door verschillende priesters. De Jordaanse franciscaan is enorm populair en veel mensen komen hem begroeten. Kinderen knuffelen zijn bruine habijt terwijl het koor vanaf het altaar halleluja’s zingt.

    ‘We bespeuren een grotere spiritualiteit; mensen zijn bang voor de toekomst, bang voor hun land en bang voor hun kleintjes,’ zegt de monnik, rondlopend op het terrein dat in 2002 meer dan een maand lang het wereldnieuws haalde. In die tijd verbleven meer dan honderd Palestijnen en verschillende geestelijken zonder voedsel, water of elektriciteit in de door Israëlische troepen belegerde Geboortekerk voordat er een akkoord werd bereikt. Een van de vele schoten die in die dagen werden afgevuurd, is het schot dat de rug van de heilige Hiëronymus trof.

    Lees ook:

  • De oorlog in Gaza heeft volgens Hamas 20.000 levens geëist

    De oorlog in Gaza heeft volgens Hamas 20.000 levens geëist

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Macron ontkent dat omstreden immigratiewet een overwinning is voor extreemrechts

    » Argentinië: Milei kondigt massale deregulering van de economie aan

    Israël: Geen wapenstilstand voordat Hamas is ‘geëlimineerd’

    Hamas beweerde woensdag dat er bij Israëlische militaire operaties in Gaza sinds het begin van de oorlog ten minste twintigduizend mensen zijn gedood, waaronder achtduizend kinderen. Richard Brennan, regionaal directeur noodsituaties van de Wereldgezondheidsorganisatie, zei tegen de BBC dat hij deze slachtofferaantallen betrouwbaar acht. ‘Het cijfer van twintigduizend vertegenwoordigt bijna 1 procent van de 2,2 miljoen inwoners van Gaza’, voegt de Britse publieke omroep eraan toe.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De BBC sprak militaire experts ‘die de grote verscheidenheid aan bommen die door Israël werden gebruikt (…) beschreven als een directe bijdrage aan de omvang van het dodental in dit conflict’. Door de hoge bevolkingsdichtheid in Gaza, waar meer dan 5700 mensen per vierkante kilometer wonen, hebben de bommen een extra verwoestend effect.

    Woensdag sloot Israël opnieuw een staakt-het-vuren uit voordat Hamas, die sinds 2007 in Gaza aan de macht is en door de Verenigde Staten, de Europese Unie en Israël als terroristische organisatie wordt geclassificeerd, ‘geëlimineerd’ zou zijn. ‘Degenen die denken dat we gaan stoppen, hebben geen voeling met de realiteit,’ herhaalde premier Benjamin Netanyahu. Hamasleider Ismail Haniyeh, die zijn basis heeft in Qatar, reisde woensdag naar Caïro voor besprekingen met Egyptische functionarissen over ‘een tijdelijke wapenstilstand van een week in ruil voor de vrijlating door Hamas van veertig Israëlische gijzelaars‘, vertelde een bron dicht bij Hamas aan AFP.

    Lees ook:

  • De oorlog in Gaza ontvouwt zich ook op Instagram

    De oorlog in Gaza ontvouwt zich ook op Instagram

    Palestijnen die vastzitten in de enclave documenteren hun schrijnende ervaringen met de Israëlische luchtaanvallen en grondinvasies op Instagram. Hun berichten zijn intiem en rauw, en worden door miljoenen volgers bekeken.

    De oorlog in Gaza ontvouwt zich op je mobiele telefoon. Palestijnen die vastzitten in de belegerde enclave leggen hem vast met hun mobiel en vertellen erover. Ze beheersen de Engelse taal en hebben veel volgers op Instagram. Terwijl Israël en Egypte de meeste journalisten de toegang tot Gaza hebben ontzegd, leggen deze Palestijnen de verwoestingen door de Israëlische luchtaanvallen en grondinvasie vast in verhalen en reportages. Hun berichten zijn intiem en rauw – ze tonen beelden die reguliere media misschien te schokkend vinden om te publiceren.

    Ze maken de oorlog mee die ze verslaan: ze overleven bombardementen, krijgen voedsel en water op rantsoen en moeten schuilen in ziekenhuizen. Het zijn geen neutrale waarnemers, en in hun gepassioneerde berichten pretenderen ze dat ook niet te zijn. Ze worden er door sommigen zelfs van beschuldigd propagandist te zijn voor Hamas, dat Gaza bestuurt.

    Als reactie op de aanvallen van Hamas op 7 oktober begon Israël met intensieve bombardementen in Gaza, die volgens het ministerie van Volksgezondheid van Gaza aan meer dan 10.500 mensen het leven hebben gekost, waaronder meer dan 4300 kinderen. Experts van de VN hebben verklaard dat ‘voor het Palestijnse volk ernstig gevaar van genocide dreigt’. Volgens het Committee to Protect Journalists zijn er minstens 33 Palestijnse medewerkers van de media gedood in Gaza. Toch blijven Palestijnen in Gaza de wrede oorlog documenteren, en miljoenen volgers over de hele wereld vormen hun publiek.

    Motaz Azaiza

    Als Motaz Azaiza (24) op 7 oktober in slaap valt is het 4 uur ’s ochtends. Hij is nog tot laat bezig geweest met de bewerking van een video voor een VN-agentschap waar hij als parttimeproducer voor werkt, en heeft daarna naar een herhaling van Friends gekeken. Twee uur later wordt hij wakker door het geluid van explosies en hij rent naar het dak, waar hij boven zich een spervuur van raketten ziet. Er zijn geen waarschuwingen geweest, en ook geen vuurgevechten die normaal gesproken de komst van een totale oorlog aankondigen. De oorlog is begonnen terwijl hij sliep.

    Strijders van Hamas waren door de barrières gebroken die Gaza van Israël scheidden en hadden soldaten en inwoners van nabijgelegen gemeenschappen aangevallen. Volgens Israëlische functionarissen waren er ongeveer 240 mensen gegijzeld en ongeveer 1400 mensen, voornamelijk burgers maar ook enkele soldaten, in Israël gedood. Als reactie daarop begon Israël een grootschalige oorlog tegen Hamas, waardoor Azaiza en 2 miljoen anderen onder vuur zijn komen te liggen in Gaza, een kruitvat na tientallen jaren van conflict.

    Azaiza, die al vier oorlogen heeft meegemaakt, pakt zijn camera en gaat naar buiten, waar hij een wereld betreedt die op instorten staat. Gewapende Palestijnse mannen zoeven voorbij in een Israëlische militaire jeep met drie gevangenen, van wie twee in uniform, waarmee ze paraderen voor de bewoners, is zijn commentaar. Azaiza herinnert zich de angst in de ogen van een van de gevangenen. Hij filmt de scène en uploadt de video naar zijn 24.000 volgers op Instagram. ‘Ik wist niet eens wat ik moest voelen’, herinnert hij zich. ‘We wisten niet dat deze Jeep zo’n ramp zou ontketenen.’

     ‘Ik post video’s van mijn dagelijks leven net zoals celebrities dat doen’

    Azaiza behaalde zijn bachelor Engelse vertaling aan een universiteit in Gaza en heeft een passie voor reisfotografie. Hij scherpte zijn vaardigheden aan met het vastleggen van de pracht en gruwelen van Gaza. Maar door de oorlog in Gaza is hij nu oorlogscorrespondent in het socialemediatijdperk. Inmiddels heeft hij 13 miljoen volgers op Instagram.

    Azaiza documenteert het effect van de Israëlische bombardementen op een manier die typerend is voor zijn generatie: rauwe beelden, gefilmd in selfiestijl en geüpload als stories. Dankzij zijn Engels heeft hij een wereldwijd bereik. ‘Ik post mijn verhalen gewoon zoals ieder ander,’ zegt hij. ‘Ik post video’s van mijn dagelijks leven net zoals celebrities dat doen.’ Maar zijn video’s zijn heel anders. Op 9 oktober filmt Azaiza zichzelf huilend nadat hij een explosie heeft overleefd. ‘Het raakte iets in me,’ zegt hij. ‘Ik was getraumatiseerd en daarom huilde ik minutenlang.’

    Op 11 oktober vertelt hij dat hij enkele van zijn beste vrienden heeft verloren bij een aanval op hun huis. Daarna worden leden van zijn familie gedood. Op 22 oktober staat hij bij de dode lichamen van dode baby’s. ‘We leven nog,’ zegt hij op 23 oktober terwijl hij over puinhopen loopt. ‘In het begin wist ik niet wat ik deed of wat ik moest verslaan,’ zegt hij. ‘Ik wilde het gewoon vastleggen en mensen vertellen dat we hier zijn. Dat ik hier ben.’

    Zijn verslaggeving en roem eisen hun tol. Hij kan zich moeilijk concentreren, is uitgeput door wat hij allemaal heeft gezien en vreest voor zijn veiligheid. Hij is getuige geweest van de dood van collega’s, zag hoe hun huizen als gevolg van de luchtaanvallen zijn ingestort. Hij vertelt dat hij vrienden uit het puin heeft gehaald. ‘Gisteren sliep ik thuis. Met één been op bed en één been op de vloer,’ zegt Azaiza. ‘Ik weet niet of ik moet blijven of weggaan. Mijn moeder is radeloos.’

    Op 4 november plaatst Azaiza een video waarin hij laat weten dat hij niet langer in Gaza-Stad is en dat het te riskant zou zijn om terug te keren vanwege de omsingeling door Israëlische troepen. Hoewel hij heeft beloofd door te gaan met het documenteren van de oorlog, wijst hij zijn volgers op zijn begrenzingen: ‘Ik ben geen superman.’

    ‘Ik heb het gevoel dat mijn lichaam op instorten staat,’ zegt hij in de camera. ‘Ik zou willen dat ik alles kon verslaan, maar ik zal in plaats daarvan proberen te verslaan wat ik kan, zonder mijn leven te riskeren.’

    Hind Khoudary

    Om verslag te doen van de gewonden en doden die in een ziekenhuis in Gaza-Stad arriveren, verlaat Hind Khoudary aan het begin van de oorlog haar huis. Ze realiseert zich niet dat het de laatste keer zal zijn. Terwijl ze aan het werk is, beveelt Israël de evacuatie van inwoners uit het noorden van Gaza en haar familie sluit zich aan bij de honderdduizenden Palestijnen die naar het zuiden vluchten. Khoudary (28) blijft om de oorlog te documenteren, maar kan niet naar huis terug nadat haar buurt is gebombardeerd.

    Ze heeft in de afgelopen zestien jaar vier van de vijf oorlogen tussen Israël en Hamas meegemaakt. Dit keer is ze dakloos geworden en ze beschikt niet over voldoende kleding. De verslaggeving over het toenemende aantal slachtoffers houdt haar bezig, maar na een week over rokende puinhopen en vloeren vol bloed te hebben gelopen, kan ze de geur van haar sokken niet meer negeren. Het is een opluchting als een andere journalist haar een schoon paar geeft.

    ‘Het was alsof hij me een iPhone gaf, of een MacBook – iets wat ik voor Kerstmis zou wensen,’ zegt ze. Khoudary is freelancejournalist voor Anadolu Agency, een Turkse nieuwsdienst. In het verleden was ze doelwit van Hamas, maar werd ze ook door Israël vanwege haar kritische berichten met argusogen bekeken. Ze doet verslag in vloeiend Engels, is vaak een van de weinige vrouwelijke verslaggevers op de plek van een aanslag en ze documenteert de eindeloze taferelen van verwoesting.

    ‘Er is geen front- of achterlinie in Gaza,’ zegt ze. ‘Het is allemaal frontlinie. ‘We zijn allemaal afgestompt geraakt en hebben allemaal een olifantshuid gekregen – is het een luchtaanval? Oh, oké, een luchtaanval,’ zegt ze. ‘We reageren niet meer.’

    ‘Fysiek gaat het prima. Maar psychologisch zeker niet,’ zegt Khoudary met krakende stem in de telefoon

    Khoudary beschrijft wat er ooit was waar nu puinhopen zijn: een salon, een kinderspeelplaats, een trouwzaal. Ze deelt video’s van haar leven in oorlogstijd: lege schappen, begrafenissen, gezinnen die onderdak zoeken. Zij en haar team leven van dadels om besmet voedsel te vermijden en slapen in een kantoor waar ze neerzijgt op haar rugzak. Sinds Israël met een ‘volledige belegering’ bezig is, is water schaars. ‘Ik ben officieel uitgedroogd’, schrijft ze  op 4 november op het sociale media platform X.

    Khoudary leeft nu gescheiden van haar familie – haar man, moeder, drie broers en vijfjarig neefje – maar is vastbesloten om haar volgers op de hoogte te blijven houden. ‘Mensen willen luisteren. Mensen willen lezen,’ zegt ze. ‘Daardoor voel ik een grote verantwoordelijkheid.’

    Al eerder stond Khoudary in de schijnwerpers. Hamas arresteerde haar in 2019 en beschuldigde haar van spionage omdat ze had gesproken met mensen die waren gearresteerd tijdens demonstraties tegen de stijgende kosten van levensonderhoud. Het jaar daarop verscheen ze in The New York Times vanwege een Facebook-post waarin ze Palestijnse activisten berispte omdat die contact hadden gelegd met Israëliërs, via Zoom. Ze tagde daarin ook functionarissen van Hamas. Critici beschuldigden haar ervan het leven van de activisten in gevaar te brengen. Ze verwijderde het bericht, ontkende dat ze Hamas steunde en herinnerde haar critici eraan dat ze door Hamas gevangen was gezet. Maar ze versterkte haar politieke standpunt: naar de vijand toe bewegen noemde ze op Facebook een ‘zonde’.

    Nu springt Khoudary in het oog omdat ze de onzekerheden documenteert waarmee zij en anderen in deze wrede oorlog mee te maken hebben. Op 3 november staat ze voor een ziekenhuis als het dichtbevolkte gebied wordt opgeschrikt door een explosie. Op video’s zijn minstens een half dozijn lichamen in plassen bloed te zien, en schreeuwende kinderen. Volgens het Israëlische leger was het doelwit een ambulance ‘die werd gebruikt door een terroristische cel van Hamas’, een bewering die niet onafhankelijk geverifieerd kon worden.

    ‘Fysiek gaat het prima. Maar psychologisch zeker niet,’ zegt Khoudary met krakende stem in de telefoon.

    Zij en Motaz Azaiza hebben veel vrienden verloren in deze oorlog, waaronder de fotojournalist Roshdi Sarraj, die op 22 oktober in zijn huis werd gedood. Ook de families van hun collega’s zijn niet gespaard gebleven. Wael al-Dahdouh, hoofd van Al Jazeera Arabic in Gaza, verloor zijn vrouw, zoon, dochter en kleinzoon bij een aanval. Na een aanval op hun huis huilde Mohammed Alaloul, cameraman voor de nieuwsagency Anadolu, bij de lichamen van zijn vier kinderen, vier broers en zussen en drie neven.

    Op 17 november zegt Khoudary op Instagram dat zij en andere journalisten Gaza-Stad zijn ontvlucht uit angst voor hun leven, en zich hebben aangesloten bij de drommen Palestijnen die te voet naar het zuiden vluchten voor de beschietingen en explosies, terwijl Israëlische troepen dichter bij het centrum van de stad komen. Ze heeft geen idee hoe zij en haar collega’s de persoonlijke impact van deze oorlog unnen verwerken nadat ze hun telefoons en camera’s hebben neergelegd. ‘We zijn sprakeloos en verdoofd,’ zegt ze. ‘Het voelt alsof onze zielen zijn uitgeschakeld.’

    Noor Harazeen

    Na een maand oorlog kan Noor Harazeen nog steeds niet bevatten wat er op 7 oktober is gebeurd.

    De avond ervoor bevond ze zich in het gezelschap van vrienden in een hotel met uitzicht op de Middellandse Zee. Daarna hielp ze haar tweeling Sara en Bassam (5) met hun huiswerk en bracht ze naar bed. De aanval op Israël verrast Harazeen (34), maar ze begrijpt al snel de ernst ervan en gaat naar haar werk als tv-correspondent bij CGTN, een Chinees netwerk.

    Tijdens de uitzendingen straalt ze het zelfvertrouwen uit van een doorgewinterde oorlogsverslaggever. Op 8 oktober duikt ze weg als boven haar gevechtsvliegtuigen naderen, maar ze gaat er niet vandoor. Enkele dagen daarna onderbreekt een presentator haar live-uitzending en spoort haar aan om dekking te zoeken voor wat beschietingen in de buurt lijken te zijn.

    Als moeder is veiligheid Harazeens grootste prioriteit. Dus heeft ze de moeilijke beslissing genomen om met haar man en tweeling naar het zuiden te vluchten. Haar ouders weigerden te vertrekken uit angst voor een tweede ‘Nakba’, de vlucht van 700.000 verdreven Palestijnen tijdens de oprichting van de staat Israël. ‘Het ergste is dat je je waardigheid verliest,’ zegt Harazeen. ‘Ik knuffelde mijn kinderen en duwde ze met dekens en kussens en al in de auto, niet wetend wat ons te wachten stond.’

    ‘Ik kon geen woorden vinden om dat tafereel uit te drukken toen ik voor de camera stond.’

    Ze doet nog steeds verslag voor haar netwerk en ze post updates over de oorlog. In één bericht laat ze haar volgers weten dat ze haar ouders, die onderdak hebben gevonden in een ziekenhuis in Gaza-Stad, al twintig dagen niet heeft kunnen zien. In een ander bericht beschrijft ze dat ze hen niet telefonisch kon bereiken omdat het netwerk platligt.

    Harazeen verhuisde met haar ouders van de Verenigde Arabische Emiraten naar Gaza voordat de burgeroorlog plaatsvond tussen Palestijnse facties in 2007, die leidde tot de overname van Gaza door Hamas. Gedurende zestien jaar onderbraken oorlogen vervolgens haar leven. Ze had haar hoop gevestigd op Gaza-Stad en opende in 2019 een cosmeticawinkel in een sjieke wijk. Ze schilderde hem roze en noemde hem ‘Rouh’, wat ziel betekent. Het gebouw staat er nog. Vooralsnog.

    Tegenwoordig verblijft Harazeen in een appartement met ongeveer twintig mensen, waar ze een matras deelt met haar man en tweeling. Ze leven voornamelijk van tonijn uit blik en moeten naar een koffiezaakje om naar de wc te gaan. Maar ze brengt het grootste deel van haar tijd door in een ziekenhuis, waar ze verslag doet van de gewonden daar. En ze post berichten op haar Instagram-pagina, waar ze in minder dan drie weken 100.000 volgers kreeg, mede vanwege haar Engels. ‘Arabieren weten al wat er gebeurt,’ zegt ze. ‘Daarom vind ik dat ik Engels moet spreken.’

    Haar video’s gaan over de jongste slachtoffers, met indringende beelden van gewonde pasgeborenen, getraumatiseerde peuters en angstige kinderen. Ze herinnert zich 15 oktober nog levendig. De meeste slachtoffers die ze in een ziekenhuis ziet, zijn kinderen, zegt ze. Sommigen missen hoofden of armen, anderen liggen in stukken. ‘Het was een van de moeilijkste dagen voor mij,’ zegt Harazeen. ‘Ik kon geen woorden vinden om dat tafereel uit te drukken toen ik voor de camera stond.’

    Telkens als ze een gewond kind ziet, denkt ze aan haar eigen kinderen. Ze maakt zich zorgen om hun veiligheid en hun toekomst. Maar ze hoopt dat haar beroep hen zal inspireren. ‘Ik wil dat ook zij de verantwoordelijkheid dragen die het met zich meebrengt om kind in Gaza te zijn – en hoop dat ze op een dag de stem van Gaza zullen vertegenwoordigen.’

  • Human Rights Watch: Israël begaat oorlogsmisdaad door Gaza voedsel te ontzeggen

    Human Rights Watch: Israël begaat oorlogsmisdaad door Gaza voedsel te ontzeggen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Het Witte Huis noemt Trumps opmerkingen over immigranten ‘fascistisch’

    » Het Vaticaan staat zegenen van partners van hetzelfde geslacht toe

    HRW roept wereldleiders op zich uit te spreken

    Volgens Human Rights Watch (HRW) begaat Israël een oorlogsmisdaad door de Palestijnen in Gaza de toegang tot voedsel, water en andere basisbehoeften te ontzeggen. Dat schrijft Al Jazeera. De Israëlische regering reageerde op de verklaring en beschuldigde HRW ervan een ‘antisemitische en anti-Israëlische’ organisatie te zijn.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De mensenrechtenorganisatie citeert verklaringen van Israëlische functionarissen, interviews met overlevenden, rapporten van hulporganisaties en satellietbeelden om aan te tonen dat Israël bezig is ‘om Palestijnen doelbewust te beroven van levensmiddelen’. ‘Wereldleiders zouden zich moeten uitspreken tegen deze afschuwelijke oorlogsmisdaad, die verwoestende gevolgen heeft voor de bevolking van Gaza,’ voegde Omar Shakir, directeur Israël en Palestina bij Human Rights Watch, eraan toe.

    De woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Israël, Lior Haiat, zei in reactie op de verklaring tegen AFP: ‘Human Rights Watch (…) heeft de aanval op Israëlische burgers en het bloedbad van 7 oktober niet veroordeeld en heeft geen recht om te veroordelen wat er gaande is in Gaza als ze een oogje dichtknijpen voor het lijden en de mensenrechten van Israëli’s.’