Tag: gezondheid

  • Spanje: vrouw krijgt factuur van reddingsoperatie na verijdelde zelfmoordpoging

    Spanje: vrouw krijgt factuur van reddingsoperatie na verijdelde zelfmoordpoging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chinese miljardair gearresteerd in New York vanwege fraude

    » Meer dan twee ton natuurlijk uranium vermist in Libië, aldus nucleaire waakhond

    De vrouw wilde zelfmoord plegen vanwege geldproblemen

    Het zal je maar gebeuren: je onderneemt een zelfmoordpoging, wordt tegen je zin in door de brandweer gered en vervolgens krijg je een factuur met de kosten van de reddingsoperatie op de deurmat. Het overkwam een vrouw uit de Spaanse stad Alicante, schrijft El Mundo. Toen iemand uit haar omgeving in de gaten kreeg dat ze zelfmoord wilde plegen, belde die persoon het alarmnummer, waarop de brandweer werd ingeschakeld.

    De vrouw moest voor haar redding een rekening van 211 euro betalen, onder andere voor het laten uitrukken van acht brandweermannen, twee bluswagens en twee autoladders. Het wrangst is nog wel dat de vrouw uit het leven wilde stappen vanwege geldnood. Ze kon de factuur dan ook niet betalen.

    ‘Kwetsbare mensen worden onmenselijk behandeld, daardoor worden ze opnieuw slachtoffer’

    De vrouw heeft bezwaar aangetekend bij de afdeling Financiën van de gemeente Alicante, waarvan ze de brief met de factuur ontvangen had. Het gemeentehuis beloofde de zaak te heroverwegen en ervoor te zorgen dat ze het bedrag niet zou hoeven te betalen. Ook zou het protocol van de gemeente worden aangepast om herhaling van dit soort situaties in de toekomst te voorkomen.

    De politieke partij Unides Podem (‘Samen kunnen we het’) heeft het voorval aangegrepen om herziening van de fiscale regelgeving te eisen ‘om wrede sancties tegen kwetsbare mensen te voorkomen’. De regelingen zouden op dit moment nog geen onderscheid maken op grond van de financiële situatie en mentale gezondheid van mensen.

    ‘Kwetsbare mensen worden onmenselijk behandeld, aangezien ze nadat ze een bezwaar hebben ingediend tegen een factuur aan moeten tonen dat ze een laag inkomen hebben en gezondheidsverklaringen moeten laten zien. Daardoor worden ze opnieuw slachtoffer,’ aldus de coalitiepartij.

    Lees ook:

  • Verkoudheden zijn niet veranderd. Waarom lijken ze dan plotseling zo erg?

    Verkoudheden zijn niet veranderd. Waarom lijken ze dan plotseling zo erg?

    Sinds na ruim twee jaar de coronapandemie voorbij is, lijkt het alsof we vergeten zijn dat er zoiets als verkoudheid bestaat en alsof we er niet meer zo goed tegen bestand zijn. Hoe komt dat? En is verkoudheid wel echt zo onschuldig als het lijkt?

    De afgelopen weken wordt mijn dagelijks bestaan gekenmerkt door de melodie van de late winter: het gedruppel van smeltend ijs, het zachte geritsel van pas ontloken bladeren en natuurlijk het non-stoplawaai van niezen en hoesten.

    Het gesnotter en het geluid van kelen die worden geschraapt weerklinken in de lobby van mijn flatgebouw. Iedere keer als ik over straat loop zie ik waterige ogen en rode neuzen. Zelfs de Slack-app van mijn werk zit vol met ziekte-emoji’s en tussen miserabele collega’s gaan veelzeggende berichten rond over waarom ze zich zo belabberd voelen. ‘Het is geen corona,’ zeggen ze. ‘Ik heb het een miljoen keer getest.’ Ze benadrukken dat iets anders ervoor zorgt dat ze zich voelen als een gevulde, gekookte gans.

    Dat ‘iets anders’ zou wel eens de enigszins vergeten verkoudheid kunnen zijn. Een heleboel verwekkers van aandoeningen aan de luchtwegen – waaronder adenovirus, RSV, metapneumovirus, parainfluenza, coronavirussen en tal van rhinovirussen – zijn vervelend genoeg weer heel gewoon na drie jaar grotendeels uit de schijnwerpers te zijn verdwenen. Mensen hebben er last van. Het goede nieuws is dat er geen bewijs is dat verkoudheden nu echt objectief erger zijn dan voor de pandemie begon. Het minder goede nieuws is dat velen van ons na enkele jaren respijt van een stel virale ongemakken, vergeten zijn dat een verkoudheid ook echt vervelend kan zijn.

    Behoorlijk ellendig

    De meesten van ons vonden verkoudheid ooit – vóór 2020, om precies te zijn – de normaalste zaak van de wereld. Volwassenen lopen elk jaar gemiddeld twee tot drie van de meer dan tweehonderd bekende virusstammen op die de aandoening kunnen veroorzaken. Jonge kinderen kunnen er een half dozijn of meer van oplopen wanneer ze in en uit de kweekvijvers van ziektekiemen komen die kinderdagverblijven en scholen vormen. De ziektes komen vooral voor in de wintermaanden. Veel virussen gedijen goed bij lagere temperaturen en mensen zijn dan binnen bij elkaar om cadeautjes en hun adem uit te wisselen. Maatregelen als maskers en afstand houden dwongen tijdens de pandemie verschillende van deze microben naar een schuilplaats – maar sinds de maatregelen zijn versoepeld, keren ze langzaam terug.

    Voor de meeste mensen is dat niet zo erg. Verkoudheidssymptomen zijn meestal vrij mild en na een paar dagen ongemak verdwijnen ze doorgaans vanzelf. Het virus dringt de neus en de keel binnen, maar kan niet veel schade aanrichten en wordt al snel overwonnen. Sommige mensen merken niet eens dat ze besmet zijn, of verwarren de ziekte met een allergie: snotterig, loopneus en niet veel meer. De meesten van ons weten wel hoe het verloopt. ‘Soms is het gewoon een verstopte neus gedurende een paar dagen en even een beetje moe zijn, maar voor de rest voel je je prima,’ zegt Emily Landon, infectiearts aan de Universiteit van Chicago. We hebben lang de gewoonte gehad deze symptomen af te doen als gewoon een verkoudheid, niet hinderlijk genoeg om werk of school over te slaan of een mondkapje op te doen. (Spoiler: De deskundigen met wie ik sprak zijn er stellig van overtuigd dat we deze dingen allemaal juist wel moeten doen als we verkouden zijn.)

    Het algemene dogma inzake infectieziekten is altijd geweest dat verkoudheden niets voorstellen, althans in vergelijking met griep. Maar ‘minder erg dan griep’ zegt niet zo veel. Griep is een gevaarlijke ziekte die elk jaar honderdduizenden Amerikanen in het ziekenhuis doet belanden en die, net als corona, patiënten soms opzadelt met langdurige symptomen. Hoewel een verkoudheid over het algemeen minder ernstig is, kunnen mensen toch flink lijden onder hoofdpijn, uitputting en brandende keelpijn. Ogen gaan tranen, holtes raken verstopt en mensen worden wakker met het gevoel dat ze gekartelde scheermesjes hebben ingeslikt of hun hoofd is volgepompt met snel uithardend beton.

    Het komt ook vaak voor dat verkoudheidsverschijnselen langer dan een week duren, of zelfs twee – vooral hoesten kan lang aanhouden nadat de loopneus en de hoofdpijn al zijn verdwenen. Een verkoudheid kan in het ergste geval leiden tot ernstige complicaties, vooral bij zeer jonge en zeer oude mensen en mensen met een haperend immuunsysteem. Soms lopen verkouden mensen naast hun virale ziekte ook nog een bacteriële infectie op, een een-tweetje dat een bezoek aan de eerste hulp kan rechtvaardigen. ‘Het feit is dat een verkoudheid behoorlijk ellendig is,’ zegt Landon. ‘En dat is altijd zo geweest.’

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen

    Er is niets veranderd aan de gemiddelde ernst van verkoudheidssymptomen voor zover deskundigen weten. ‘Het is perceptie,’ zegt Jasmine Marcelin, arts infectieziekten aan de Universiteit van Nebraska Medical Center. Nadat het verkoudheidsvirus ons enkele jaren heeft overgeslagen ‘voelt het nu erger dan gewoonlijk’. Eerlijk gezegd was dit al een probleem voordat corona op het toneel verscheen. ‘Elk jaar zijn er patiënten die me bellen met “de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad”,’ zegt Landon. ‘Maar het is eigenlijk hetzelfde virus dat ze vorig jaar hadden.’ Deze neiging tot drama is nu misschien sterker, vooral omdat mensen sinds de pandemie elk snotje en kuchje onder de loep nemen.

    Maar dat neemt de kans niet weg dat sommige verkoudheden dit seizoen een beetje onaangenamer zijn dan normaal. Veel mensen die nu ziek worden, hebben net een aanval achter de rug van corona, griep of RSV – elk daarvan heeft de afgelopen herfst en winter miljoenen Amerikanen (vooral kinderen) besmet. Hun reeds beschadigde weefsels zijn misschien niet zo goed bestand tegen een nieuwe aanval van een virus dat verkoudheid veroorzaakt.

    Het is ook mogelijk dat immuniteit, of een gebrek daaraan, een kleine rol speelt. Veel mensen worden nu voor het eerst in meer dan drie jaar verkouden. Dat betekent dat de kwetsbaarheid van de bevolking groter is dan normaal in deze tijd van het jaar, waardoor virussen zich sneller verspreiden en sommige infecties mogelijk erger zijn dan anders. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen, zegt Roby Bhattacharyya, arts infectieziekten en microbioloog in het Massachusetts General Hospital. Niet alle verkoudheidsvirussen zorgen voor een goede immuniteit. Maar van veel van de virussen die dat wel doen, wordt aangenomen dat ze het lichaam aanzetten tot een relatief duurzame verdediging van een paar jaar of langer tegen echt ernstige infecties.

    De kwestie immuniteit is grotendeels betwistbaar voor veel virussen die momenteel de ronde doen, zegt Landon. Er zijn zoveel verschillende ziekteverwekkers die verkoudheid veroorzaken, dat recente blootstelling aan een ervan waarschijnlijk niet veel uithaalt tegen de volgende. Iemand kan een half dozijn verkoudheden oplopen in een periode van vijf jaar zonder twee keer hetzelfde type virus te zijn tegengekomen.

    Valse tweedeling

    Maar het is wel mogelijk dat ‘de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad’ in feite een veel gevaarlijker virus is, zoals SARS-CoV-2 of een griepvirus. Snelle thuistests voor het coronavirus geven vaak foute negatieve resultaten in de eerste dagen van de infectie, zelfs nadat symptomen al waarneembaar zijn. En hoewel we een griep soms aan de hand van symptomen kunnen onderscheiden van een verkoudheid, lijken de twee vaak behoorlijk veel op elkaar. De ziekte kan alleen definitief worden vastgesteld met een test, waar moeilijk aan te komen is.

    De pandemie heeft van onze perceptie van ziekte een valse tweedeling gemaakt: ‘Oh nee, het is corona’, of ‘Gelukkig, toch niet’. Corona is ongetwijfeld nog altijd ernstiger dan een gewone verkoudheid, met een grotere kans op ernstige ziekte of chronische, slopende symptomen die maanden of jaren kunnen aanhouden. Maar de ernst van de ziekte overlapt meer dan onze tweedeling doet vermoeden. Bovendien, zegt Marcelin, wat voor de ene persoon echt ‘gewoon’ een verkoudheid is, kan voor iemand anders een vreselijke strijd zijn die wekenlang duurt, of nog erger. Daarom is het, ongeacht waardoor je gezicht precies in een snotfabriek is veranderd, nog altijd belangrijk om je ziektekiemen voor jezelf te houden. De huidige uitbraak van verkoudheid is misschien niet ernstiger dan normaal. Maar hij hoeft ook niet groter dan noodzakelijk te worden.

    Lees ook:

  • Bijna de helft van Franse volwassenen is te zwaar

    Bijna de helft van Franse volwassenen is te zwaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Doden en honderden gewonden na nieuwe aardbevingen in Turkije en Syrië

    » Burkina Faso: minstens 51 soldaten gedood bij terreuraanval

    Aantal obesitasgevallen is in een kwarteeuw verdubbeld

    Uit een recent onderzoek van het Nationaal Instituut voor Gezondheid en Medisch Onderzoek (Inserm) en het academisch ziekenhuis van Montpellier blijkt dat bijna een op de twee Franse volwassenen momenteel lijdt aan overgewicht of obesitas. Tussen 1997 en 2020 is het aantal obesitasgevallen verdubbeld van 8,5 naar 17 procent, schrijft Le Figaro. Het onderzoek werd maandag gepubliceerd in het Journal of Clinical Medicine.

    Als ondergrens voor overgewicht wordt in het onderzoek een BMI van 25 of hoger aangehouden. Van obesitas is sprake wanneer het BMI 30 of hoger is. Obesitas kan het gevolg zijn van een bepaald eetpatroon, een genetische afwijking of te maken hebben met de leefomgeving. Ze verhoogt het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en verschillen vormen van kanker.

    Uit het onderzoek blijkt dat mannen vaker overgewicht hebben dan vrouwen

    Verder blijkt uit het onderzoek dat mannen vaker overgewicht hebben dan vrouwen, maar dat de verhoudingen andersom zijn als het gaat over obesitas. Het obesitaspercentage is bij vijfenzestigplussers meer dan dubbel zo hoog als bij jongeren tussen de achttien en vierentwintig, maar in deze laatste leeftijdscategorie is het obesitaspercentage sinds 1997 maar liefst meer dan vier keer zo hard toegenomen. Ook lijkt er een verband te bestaan tussen hoge obesitascijfers en bepaalde beroepen, zoals fabrieksarbeider, leidinggevende en manager.

    Hoewel de onderzoekers benadrukken dat verandering van leefstijl en meer beweging onmisbaar blijven, vragen ze ook aandacht voor het psychologische aspect van de ziekte en de noodzaak van therapie. In het ergste geval kan een maagverkleining uitkomst bieden. ‘Obesitas is een ziekte, geen gebrek aan wilskracht’, aldus een van de onderzoekers tijdens de perspresentatie van het onderzoek.   

    Lees ook:

  • India onderzoekt doden door hoestsiroop

    India onderzoekt doden door hoestsiroop

    » Onrust in Bolivia na arrestatie oppositieleider

    » Lula benoemt laatste ministers en voltooit kabinet

    18 Oezbeekse kinderen mogelijk overleden aan hoestdrank

    Autoriteiten in India zijn een onderzoek gestart naar het grote farmaceutisch bedrijf Marion Biotech. Volgens Hindustan Times zou er een verband zijn tussen hoestdrank van Marion Biotech en de dood van zeker achttien kinderen in Oezbekistan. Het is niet voor het eerst dat de hoestdrank van een Indiaas bedrijf in verband wordt gebracht met de dood van meerdere kinderen.

    Volgens experts uit Oezbekistan zitten er giftige stoffen in de drank, waaronder ethyleenglycol, een chemische stof die wordt gebruikt bij de productie van antivries. Het bedrijf heeft de productie van de hoestsiroop in afwachting van het onderzoek stopgezet. Daarnaast zijn er zeker zeven werknemers van het bedrijf ontslagen.

    Twee maanden geleden waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie al voor een andere Indiase hoestdrank, gemaakt door fabrikant Maiden Pharmaceuticals. Ook in hun siroop zou ethyleenglycol hebben gezeten, wat zou hebben gezorgd voor de dood van 66 kinderen in Gambia. De meeste slachtoffers waren onder de vier jaar oud. Het onderzoek naar deze zaak loopt nog.

    Lees ook:

  • De strijd tegen de pandemieën van de toekomst begint in dit Oegandese bos

    De strijd tegen de pandemieën van de toekomst begint in dit Oegandese bos

    Bwindi National Park is een van de epicentra van het onderzoek naar zoönosen. Door de groeiende bevolking in de regio en het opkomende toerisme komt contact met wilde dieren er steeds vaker voor. ‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak is onvermijdelijk.’

    Met medewerking van de Oegandese journalist Dicta Asiimwe

    Het gebeurde in Kenia in de jaren tachtig. De Franse ingenieur Charles Monet werkte in een van de westelijke suikerfabrieken van het land. Monet – de naam is een pseudoniem dat hem later werd gegeven door de schrijver Richard Preston – trok als natuurliefhebber in zijn vrije tijd graag naar afgelegen natuurgebieden in de omgeving. Bij een van zijn bezoekjes aan Mount Elgon, de grootste en oudste uitgedoofde vulkaan van Oost-Afrika, ging hij met zijn metgezel de grot van Kitum binnen, een ruimte die rijk is aan minerale zouten en waar vroeger olifanten en buffels rondzwierven. Wat Charles Monet niet wist, was dat in die grot, die nu voor het publiek gesloten is, ook een kolonie fruitvleermuizen leefde. 

    Tijdens de tocht haalde hij zijn been open aan een steen waarop resten zaten van de uitwerpselen van vleermuizen. Zo liep hij het marburgvirus op, een lid van de familie van de filovirussen, zoals ebola. Hij overleed een paar dagen later in een ziekenhuis in Nairobi. Zijn vrouw en het medisch personeel dat hem behandelde, werden besmet en stierven eveneens; de Franse ingenieur ging de geschiedenis in als patiënt nul van het marburgvirus. Wereldwijd begonnen wetenschappers te waarschuwen voor de risico’s van zoönosen: ziekten die kunnen worden overgedragen tussen dieren en mensen. Ze waarschuwden dat de mensheid steeds vaker aan deze ziekten zou worden blootgesteld vanwege het toenemende contact tussen mensen en wilde dieren, als gevolg van globalisering, bevolkingsgroei en economische ontwikkeling. 

    Vier decennia later en honderden kilometers verwijderd van de grot van Kitum, stelt Benard Ssebide, veterinair hoofd van de ngo Gorilla Doctors, de uitrusting samen die hij nodig heeft voor een noodgeval in het Bwindi Impenetrable Forest National Park van Oeganda. Enkele uren eerder hadden parkwachters hem laten weten dat een vijf jaar oude gorilla met zijn arm verstrikt zat in een strik die door stropers was uitgezet. Ssebide en zijn team verlaten het kamp rond vijf uur ’s morgens; zij zullen van de gelegenheid gebruik maken om meer te doen dan alleen het dier verzorgen. 

    Een tikkende tijdbom

    Met steun van de Amerikaanse National Institutes of Health lanceerde de Universiteit van Californië-Davis eerder dit jaar CREID, een wereldwijd netwerk van onderzoekscentra dat monsters verzamelt van in het wild levende dieren en mensen. De monsters worden geanalyseerd op pathogenen – virussen, bacteriën, schimmels en dergelijke, die van in het wild levende dieren op mensen kunnen overspringen – met als doel de verbetering van de preventie en de aanpak van pandemieën. 

    Bwindi National Park, dat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat, is een van de zestien locaties in Afrika die voor dit netwerk werden geselecteerd. Het is een uitgestrekt en ongerept woud waar toeristen uit de hele wereld naartoe komen om gorilla’s te zien. Door economische ontwikkeling groeide de bevolking rond het park aanzienlijk. 

    Naast het behandelen van de gewonde arm van de kleine gorilla, maken Ssebide en zijn team van de interventie gebruik om neus-, bloed- en speekselmonsters van het dier te nemen en diens gezondheidstoestand te analyseren. Monsters van primaten die in Bwindi leven (apen, bavianen en gorilla’s), maar ook van muggen en vleermuizen, worden geanalyseerd in een laboratorium van het EpiCentre for Emerging Infectious Disease Intelligence (EEIDI), in samenwerking met het veldteam van Gorilla Doctors. Het programma is gericht op enkele specifieke virussen die op de soorten actief zijn. In het geval van primaten gaat de aandacht vooral uit naar filovirussen zoals ebola en marburg. Bij muggen ligt de nadruk op de aanwezigheid van arbovirussen die verantwoordelijk zijn voor ziekten als dengue, gele koorts, chikungunya en zika; bij vleermuizen ligt de nadruk op de beroemde coronavirussen die covid-19 en het MERS-CoV (Middle East respiratory syndrome) veroorzaken.

    ‘De gezondheid van ons allen staat op het spel’

    Christine Johnson, hoofdonderzoeker van het EEIDI-project en coördinator van CREID, onderstreept dat Bwindi en het Virus Research Laboratory in Oeganda de eerste verdedigingslijn vormen tegen de uitbraak van een nieuwe pandemie. 

    ‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak [van een zoönose] is onvermijdelijk. Het doel van ons werk is zoveel mogelijk te leren over de ziekteverwekkers die we bij dieren aantreffen, zodat we zo goed mogelijk voorbereid zijn om verspreiding ervan op tijd te stoppen,’ zegt Johnson tijdens een videogesprek vanuit de Verenigde Staten.

    Het labonderzoek kan bijdragen aan toekomstige vaccins, nieuwe diagnostische tests en vooral kennis die inzicht verschaft in hoe een nieuw virus zich verspreidt en evolueert, voegt zij eraan toe. Als die route bekend is, kan de overdracht beter worden gestopt. 

    Het project in het Bwindi-woud is eigenlijk een druppel op een gloeiende plaat, maar wel van cruciaal belang. Het fungeert als model om datgene te leren en te herhalen wat in andere contexten is ontdekt. 

    ‘Idealiter zouden wij dit soort monitoring natuurlijk doen in alle risicogebieden waar mensen en wilde dieren samenleven, maar de middelen zijn beperkt. Daarom is Bwindi de basis voor de ontwikkeling van mogelijke besmettingsmodellen,’ aldus Johnson. 

    Ze benadrukt dat er behoefte is aan wereldwijd gecoördineerde samenwerking en financiering voor dit soort onderzoek: ‘De gezondheid van ons allen staat op het spel.’

    Onderbelicht probleem

    Haven Nahabwe is functionaris Volksgezondheid van het Bwindi Community Hospital, en tevens verantwoordelijk voor de uitvoering van de EEIDI-studie bij mensen. Hij legt uit dat er in dit gebied een ernstig probleem is met het diagnosticeren van ziekten, omdat er te weinig tests zijn. 

    ‘Als mensen koorts hebben, krijgen ze automatisch paracetamol of een behandeling tegen malaria voorgeschreven. Er wordt nooit gekeken naar een mogelijke virale of bacteriële infectie. Met ons programma proberen we te begrijpen wat de oorzaak van de koorts kan zijn.’

    Bwindi National Park ligt in een dichtbevolkte regio van Oeganda, waarin meer dan een miljoen mensen zijn geconcentreerd op slechts 4000 vierkante kilometer. Het grenst aan de Democratische Republiek Congo en Rwanda, en ligt op enkele uren rijden van steden als Goma en Kigali, die beide meer dan een miljoen inwoners tellen. Het constante verkeer van personen en goederen tussen de drie landen speelt zich voor een groot deel af buiten de controle van de gezondheidsautoriteiten. 

    Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is

    Het Bwindi Community Hospital, dat gerund wordt door een christelijke Amerikaanse ngo, moet een bevolking van ongeveer 350.000 bedienen. Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is, aldus Nahabwe.

    ‘Als ze ziek zijn, gaan ze meestal naar traditionele genezers. Als dat niet helpt, kiezen ze voor zelfmedicatie via de apotheker. Alleen als ze echt ziek zijn, komen ze naar het ziekenhuis, als ze het al kunnen betalen. Dat zorgt ervoor dat diegenen die naar onze praktijk komen een zeer slechte gezondheid hebben. Van de mensen die wij zien, heeft slechts 30 procent een ziektekostenverzekering.’ 

    Catherine Tumushabe heeft drie kinderen en was zwanger van haar vierde toen we haar ontmoetten. Ziektekostenverzekering voor haar familie betekent dat ze 25.000 Oegandese shilling per trimester (ongeveer 6 euro) moet betalen, maar dat heeft ze niet altijd. 

    ‘Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19’

    ‘Ik heb dit trimester kunnen betalen, maar ik was te laat, dus ik weet niet of ik naar het ziekenhuis kan om te bevallen. Ik weet niet of mijn aanvraag zal worden goedgekeurd,’ zegt ze. 

    Als haar situatie niet op tijd wordt geregeld, moet zij ongeveer 50.000 shilling (12 euro) betalen per ziekenhuisdag, wat betekent dat de familie een deel van de bezittingen moet verkopen om de rekening te betalen. De meeste mensen in deze regio hebben die mogelijkheid niet eens.

    Alufunsi Bifumbo woont in Kanungu en stamt af van een geslacht van traditionele genezers dat meer dan drie generaties teruggaat. Hij leerde van zijn voorouders hoe hij ziektes kan behandelen met kruiden die in het Bwindi National Park te vinden zijn. Het Frans dat hij spreekt, getuigt van zijn Congolese afkomst én van de poreusheid van de grenzen. 

    ‘Ik behandel mensen aan beide kanten van de grens. Als ik mijn familie in Congo bezoek, neem ik geneeskrachtige kruiden van hier mee. Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19; ik heb het zelf een paar maanden geleden opgelopen en ben genezen door te stomen met verschillende kruiden,’ zegt hij. 

    De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting toeneemt

    Om dat te demonstreren, roept hij zijn kleinzoon en vraagt hem drie verschillende planten uit de tuin te halen. Hij plukt de bladeren van de takken en plet ze in een vijzel. Dan dompelt hij ze onder in heet water om de stoom te produceren die, zegt hij, in staat is om corona te genezen.

    Traditionele genezers zijn zeer gerespecteerde figuren binnen de gemeenschappen, omdat zij over eeuwenoude kennis beschikken, maar zij kunnen ook katalysatoren zijn bij een epidemie. Bifumbo houdt zich echter aan het protocol dat door de autoriteiten is opgelegd voor het geval zich ebola voordoet: patiënten onmiddellijk verwijzen naar het Bwindi Community Hospital. Wel houdt hij een pleidooi voor zijn bekwaamheid om andere zoönosen te behandelen, zoals infecties van de luchtwegen of koortsen die niet gepaard gaan met bloedingen. 

    Voor de mensen die rond het park wonen en voortdurend aan besmettingen worden blootgesteld, zijn er weinig alternatieven naast het Bwindi Community Hospital. Het dichtstbijzijnde openbare gezondheidscentrum is Kayonza, op vijf uur lopen. Vanwege zijn reikwijdte moet het ziekenhuis in staat zijn patiënten op te nemen en een breed scala aan behandelingen aan te bieden. Maar er is gebrek aan middelen en personeel. Patiënten krijgen vaak paracetamol voorgeschreven of een doorverwijzing naar een privéziekenhuis, wat velen zich niet kunnen veroorloven. De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting en verdere uitbraken toeneemt.

    Onderzoek om te kunnen handelen

    John Kayiwa is het hoofd van EEIDI bij het UVRI, het Oegandese instituut voor onderzoek naar virussen. Hij coördineert de analyse van monsters die door het team van Gorilla Doctors worden verzameld en binnengebracht, om ziekteverwekkers in een vroeg stadium te kunnen identificeren. Daarna worden ze naar de Universiteit van Californië gestuurd, waar ze worden gesequencet om er een genetische kaart van te maken, zodat de ziekteverwekkers kunnen worden geïdentificeerd en gecatalogiseerd. 

    ‘Wanneer iemand met koorts negatief test op malaria kan het wel een maand duren voordat we hier in het lab het resultaat hebben. Daarom sterven patiënten soms zonder te weten wat ze hadden. Wanneer iemand positief test voor een besmettelijke zoönose, is het wel zo dat diens contacten prioriteit worden en we de resultaten al tussen de 24 en 48 uur later kunnen hebben, waarna we maatregelen kunnen treffen.’

    In 2009 zetten de VS onder Obama het PREDICT-project op, de voorloper van het CREID-netwerk. Het moest enige autonomie en capaciteitsopbouw bieden aan landen die het meest zijn blootgesteld aan uitbraken van zoönosen, waaronder Oeganda. Zo ontstonden de eerste pogingen om pandemische surveillance- en preventiesystemen op te zetten en te coördineren. Op basis van de verzamelde gegevens stelden stichtingen zoals The Global Virome Project rapporten op, waarin wordt geschat dat 75 procent van de toenemende infectieziekten bij mensen afkomstig is van dieren; en dat van de naar schatting 1,6 miljoen virussen die nog ontdekt zullen worden, er 700.000 zijn die mensen direct kunnen treffen. Er is nog een lange weg te gaan, aldus Kayiwa. 

    ‘Zoönosen, uitzonderingen als covid-19 daargelaten, hebben de neiging zich langzaam te verspreiden, maar dat mag natuurlijk geen rechtvaardiging zijn voor de lange aanlooptijden waarmee wij werken. Investeren in lokale testcapaciteiten moet het doel zijn.’

    Stijgende temperaturen kunnen het ontstaan van toekomstige pandemieën in de hand werken

    Nahabwe, het hoofd Volksgezondheid in Bwindi, voegt daaraan toe dat het verhogen van de investeringen in Afrikaanse gezondheidsstelsels een eerste stap is om blootstelling aan toekomstige uitbraken te kunnen verminderen. ‘Als we echt een nieuwe pandemie willen voorkomen, moet dit voor de internationale gemeenschap de hoogste prioriteit hebben.’ 

    Tel bij dit alles de klimaatcrisis op: uit verschillende onderzoeken, waaronder een studie die afgelopen april in het tijdschrift Nature verscheen, blijkt dat stijgende temperaturen het ontstaan van nieuwe ziekten en toekomstige pandemieën in de hand kunnen werken. Voorlopige studies tonen aan hoe de temperatuurstijging leidt tot een verandering van de habitat van bepaalde dieren, die gaan samenleven met andere soorten en met de mens. Daardoor wordt het onvermijdelijk dat zij naast nieuwe leefgebieden ook ziekten met elkaar zullen delen.

    Gedurende ons verblijf in Bwindi kregen we een glimp te zien van de veranderingen die in de nabije toekomst worden verwacht. Tijdens een van haar regelmatige uitstapjes om monsters te verzamelen, vond de Amerikaanse onderzoeker Jelica J. Joyner van het Gorilla Doctors-team een exemplaar van de Aedes aegypti, een type mug dat virussen overbrengt zoals knokkelkoorts, gele koorts, chikungunya en zika. De vondst was niet ongewoon, afgezien van het feit dat de mug zich amper een meter boven de grond bevond, terwijl dit insect zich gewoonlijk op een hoogte van 3 of 4 meter beweegt. Een subtiele verandering, maar een die voor Joyner wijst op de wetenschappelijke consensus dat klimaatverandering van invloed is op de habitat en zodoende op het risico van overdracht van virale ziekten.  

    Overdracht door toerisme

    Het Bwindi Impenetrable Forest National Park is een van de meest bezochte parken van Oeganda. Het genereert meer dan 60 procent van de inkomsten die het land uit ecotoerisme haalt, en volgens prognoses zal dat alleen maar stijgen. Bezoekers van over de hele wereld trekken naar dit kleine park van 330 vierkante kilometer om de laatste berggorilla’s van de planeet te zien. Hoewel het aantal berggorilla’s is gestegen tot iets meer dan duizend, waarvan meer dan de helft in Oeganda leeft, blijft het een bedreigde diersoort. De inspanningen om de soort in stand te houden en zijn omstandigheden te verbeteren zijn dan ook groot. 

    De mens deelt 98,25 procent van zijn DNA met deze primaten; de coronacrisis betekende een keerpunt in de relatie tussen de twee soorten, althans in Bwindi. Gezien de kwetsbaarheid van de gorilla’s voor corona, werden de veiligheidsprotocollen voor een bezoek aan de dieren verscherpt om mogelijke besmetting tot een minimum te beperken. Temperatuurcontroles, desinfectiemaatregelen en het gebruik van mondkapjes werden verplicht gesteld. 

    ‘Het nauwere contact tussen dieren en mensen in Bwindi is een gevolg van toerisme. Ziekten kunnen zich gemakkelijk verspreiden,’ zegt de Oegandese arts Gladys Kalema-Zikusoka, vicevoorzitter van de Afrikaanse Vereniging voor Primaten en oprichter van de plaatselijke ngo Conservation through Public Health [Natuurbehoud door Volksgezondheid].

    ‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kreeg’

    Toerisme, erkent Kalema-Zikusoka, is een complexe factor bij de preventie van pandemieën. Het is een risicofactor voor de wereldgezondheid omdat het voor nieuwe uitbraken van zoönosen kan zorgen, maar tegelijkertijd genereert het ook onmisbare inkomsten voor de instandhouding en bescherming van ecosystemen.

    Deze Oegandese arts is toonaangevend in de wereld van de natuurbescherming en kreeg voor haar werk in het nationale park diverse onderscheidingen, waaronder de Edinburgh Medal of Merit. Zij is ook bekend als pleitbezorger voor meer Afrikaanse stemmen in het mondiale debat over natuurbehoud. Na enkele jaren als dierenarts voor het Oeganda Wildlife Agency te hebben gewerkt, besloot zij in 2003 haar eigen organisatie op te richten om gorilla’s te beschermen vanuit wat toen een uniek perspectief was: het welzijn van lokale gemeenschappen. 

    ‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s [die zich verspreidde via de mens] toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kregen. We besloten dat we moesten pleiten voor een verbetering van hun welzijn. Niemand zag dit als een maatregel om het milieu te beschermen, behalve de mensen van Bwindi zelf.’

    In Bwindi werden stropers omgeschoold tot gorillaspotters

    Om het ecosysteem te beschermen, is het van essentieel belang dat de gemeenschap bij het proces wordt betrokken, benadrukt Kalema-Zikusoka. Dat in Bwindi werkgelegenheid werd gecreëerd in de toeristische sector en stropers werden omgeschoold tot gorillaspotters, heeft de bevolking gestimuleerd om het park met andere ogen te gaan bekijken. Het is van essentieel belang, zegt ze, om meer steun te geven aan de plaatselijke gezondheidscentra, die de eerste lijn tegen besmetting vormen. Het zijn Afrikaanse stemmen zoals de hare die theorieën over natuurbehoud hebben voorzien van een meer lokaal en een menselijker standpunt; plaatselijke gemeenschappen worden nu gezien al onmisbare actoren. 

    ‘Geloven in een wereld waarin geen conflict bestaat tussen mensen en wilde dieren vanwege een vermeende fysieke scheiding, is totaal onrealistisch. Coëxistentie moet mogelijk worden gemaakt, en dat kan door gemeenschappen te voorzien van sociale, economische en gezondheidsinstrumenten waarmee ze een waardig leven kunnen leiden. Als ze zich op eigen kracht kunnen redden, hebben ze het niet nodig om hun toevlucht te nemen tot stroperij of andere activiteiten die het ecosysteem kunnen schaden.’

    Dr. Kalema-Zikusoka lanceerde uiteenlopende initiatieven om het welzijn van de bevolking te verbeteren: van het opzetten van pluimveehandel en het bevorderen van vaccinatie voor werknemers in de toeristische sector, tot het voorstel dat gemeenschappen het vlees dat zij eten, moeten kunnen testen om te voorkomen dat zij zoönosen oplopen. 

    Tweesnijdend zwaard

    Toen Bwindi in de jaren negentig tot nationaal park werd uitgeroepen, ontstond een economisch centrum dat is blijven groeien. Door de constante bevolkingsgroei veranderden dorpen op korte tijd in steden; in februari 2021 gebeurde dat met Buhoma, bij de ingang van Bwindi. 

    Toen het gebied tot park werd verklaard, verkocht Gordon Kwikiriza houten beeldjes aan westerse toeristen die de mysterieuze gorilla’s kwamen bekijken. Vervolgens opende hij een winkel en ging hij in een hotel werken, totdat hij de hand wist te leggen op een van de iconische safarivoertuigen. Dat stelde hem in staat de maatschappelijke ladder verder te beklimmen. Kwikiriza maakt nu deel uit van de rijkere klasse in de regio. Het laatste project waarmee hij zijn brood hoopt te verdienen, is een nieuw, gezinsvriendelijk hotel bij de entree van het park. 

    ‘Buhoma zit midden in een toeristische hausse en die groei zal niet stoppen,’ zegt hij, staand op het terrein waar hij drie bungalows wil bouwen, op minder dan tweehonderd meter van de ingang van het Bwindi Impenetrable Forest. 

    Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan

    Bwindi heeft een eigenaardigheid ten opzichte van andere parken: gezien de hoge bevolkingsdichtheid in het gebied – met een jaarlijkse groei van drie procent, een van de hoogste op het continent – heeft het geen zogenaamde bufferzones, die bedoeld zijn om de leefgebieden van mens en dier af te bakenen om conflicten te vermijden of te verminderen. Het enige wat in plaats daarvan is voorgesteld, is om enkele gebieden te reserveren voor theeplantages: dat gewas is niet aantrekkelijk voor de wilde dieren van Bwindi omdat het geen voedselbron is. Vooralsnog verhindert dat de dieren niet om het park te verlaten en het groeiende aantal boerderijen en landbouwvelden te bereiken. 

    Ibrahim Byarugaba is zevenenvijftig jaar oud en woont in Kwenda, net buiten het park. Eind jaren negentig werd hij aangevallen door een gorilla terwijl hij zijn land tussen de Democratische Republiek Congo en Oeganda bewerkte. Zijn geval is niet uniek: in die tijd vonden er veel aanvallen plaats. Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan. Maar de ontmoetingen met dieren in het veld vinden nog steeds plaats.

    ‘We komen nog steeds olifanten, bavianen, apen en gorilla’s tegen. Ze eten alles op en vaak vernielen ze de boel compleet. Ze laten ons achter zonder eten voor onze kinderen, zodat we het schoolgeld kunnen betalen.’ 

    Wanneer een kind naar school gaat, wordt het risico van contact met dieren op het veld kleiner

    De boer bekritiseert het feit dat het Oegandese Wildlife Agency geen compensatie biedt voor dergelijke vernielingen en dat er voor de gemeenschap zware straffen staan op het verzamelen van brandhout, vruchten of andere hulpbronnen uit het bos: de jacht op een dier kan leiden tot elf jaar gevangenisstraf. 

    Zolang mensen en wilde dieren nog samenleven, is het voor het EEIDI-team vrijwel onmogelijk een nieuwe uitbraak van zoönose te voorkomen. Daarom vertrouwen zowel Johnson als dierenarts Ssebide op onderwijs als middel voor verandering. 

    ‘Mensen weten dat vleermuizen gastheer zijn van een hele rits aan ziekten. De eerste bijdragen uit de gemeenschappen voor een veilige oplossing waren voorstellen die neigden naar uitroeiing. We moesten didactisch materiaal maken op basis van de bijzonderheden van elke plek om uit te leggen dat dit geen optie was, aangezien [vleermuizen] essentieel zijn voor de instandhouding van het ecosysteem,’ zegt Johnson.

    Ssebide benadrukt dat preventie altijd bij voorlichting begint, al is het maar vanwege het simpele gegeven dat wanneer een kind naar school gaat, het risico van contact met dieren op het veld kleiner wordt.  

    ‘In plaats van de gewassen te bewaken, zit hij of zij dan te leren in een klaslokaal. Bij leden van de gemeenschap die naar school gaan, is de kans ook kleiner dat zij veel kinderen krijgen, wat de bevolkingsdruk zal doen afnemen. Met een betere opleiding kom je in aanmerking voor beter werk en zal je dus minder brandhout hoeven te sprokkelen in het bos of hoeven te stropen; er is dan meer geld voor andere brandstoffen of om voedsel te kopen. Voorlichting is immers het beste middel om eventuele toekomstige uitbraken te bestrijden.’

    Lees ook:

  • Deze invloed heeft extreme hitte op onze gezondheid en welzijn

    Deze invloed heeft extreme hitte op onze gezondheid en welzijn

    Nu ernstige hittegolven met angstaanjagende regelmaat grote delen van de wereld treffen, onderzoeken wetenschappers of we van leven in een hetere wereld sneller ziek zullen worden of zelfs doodgaan.

    Keuze uit het archief

    We zitten weer in de zomertijd, wat afgelopen week te merken was aan de temperaturen die ruim boven de twintig graden lagen. Deze toenemende hitte, die tot een wereldwijd fenomeen is uitgegroeid, roept de vraag op wat de gevaren zijn als we te veel aan deze warmte worden blootgesteld.
    Dit artikel van de NYT van twee jaar geleden loopt een aantal onderzoeken langs van wetenschappers die onderzocht hebben welke gevolgen de extreme temperaturen voor ons lichaam hebben. De uitkomsten van hun onderzoek liegen er niet om: overmatige hitte wordt in verband gebracht met meer criminaliteit, angst, depressie en zelfmoord, en mensen die vaak in de hitte werken verouderen veel sneller.

    Toen W. Larry Kenney, professor in de fysiologie aan de Pennsylvania State University, begon met zijn onderzoek naar schade bij mensen door extreme hitte, richtte hij zich op arbeiders van de door een ramp getroffen kerncentrale van Three Mile Island in 1979, waar de temperatuur was opgelopen tot 165 graden Fahrenheit, bijna 74 graden Celsius.

    In de daaropvolgende decennia onderzocht hij hoe hittestress mensen in specifieke, intense situaties beïnvloedt: voetballers, soldaten in beschermende pakken, langeafstandslopers in de Sahara. Maar de laatste tijd richt zijn onderzoek zich op een meer alledaags onderwerp, op gewone mensen die gewone, alledaagse dingen doen, in deze tijd waarin de aarde wordt geteisterd door klimaatverandering.

    Wetenschappers onderzoeken de vraag of het leven in een hetere wereld ons ziek zal maken of zal doden

    Hitteadviezen en waarschuwingen voor overmatige hitte waren maandag 13 juni van kracht in een groot deel van het oostelijke binnenland van de Verenigde Staten, na een weekend met recordtemperaturen in het zuidwesten van het land. Volgens de National Weather Service zou de hitte zich de komende dagen verder naar het noordoosten verplaatsen, naar de Mississippi Vallei, het westen van de Grote Meren en de Ohio Vallei.

    Nu ernstige hittegolven met angstaanjagende regelmaat grote delen van de wereld treffen, onderzoeken wetenschappers de vraag of we van leven in een hetere wereld sneller ziek zullen worden of zelfs doodgaan. Hun doel is om meer grip te krijgen op het aantal mensen dat zal worden getroffen door hitte-gerelateerde kwalen en de mate en frequentie van hun lijden. En om te begrijpen hoe we de meest kwetsbaren beter kunnen beschermen.

    Geen goede voorspellers

    Eén ding is zeker, zeggen wetenschappers: de hittegolven van de afgelopen twee decennia zijn geen goede voorspellers van de risico’s die ons de komende decennia te wachten staan. Het verband tussen broeikasgasemissies en broeierige temperaturen is nu al zo duidelijk dat sommige onderzoekers zeggen dat het binnenkort geen zin meer heeft om de vraag te stellen of de meest extreme hittegolven zo’n twee eeuwen geleden hadden kunnen plaatsvinden, voordat de mens de planeet begon op te warmen. Dat had namelijk niet gekund.

    Als de opwarming van de aarde niet wordt afgeremd, zal de heetste hittegolf die veel mensen ooit hebben meegemaakt, de nieuwe norm voor hun zomer worden, aldus Matthew Huber, klimaatwetenschapper aan Purdue University. ‘Het zal niet iets zijn waaraan je kunt ontsnappen.’

    Hittestress is het product van veel factoren: vochtigheid, zon, wind, hydratatie, kleding, lichamelijke conditie

    Wat voor wetenschappers moeilijker te bepalen is, aldus Huber, is op welke schaal deze klimaatverschuivingen de gezondheid en het welzijn van de mens zullen beïnvloeden. Dit geldt vooral voor ontwikkelingslanden, waar grote aantallen mensen er nu al onder lijden maar waar goede gegevens schaars zijn. Hittestress is het product van veel factoren – vochtigheid, zon, wind, hydratatie, kleding, lichamelijke conditie – en veroorzaakt zo’n scala aan schade dat het moeilijk is de toekomstige effecten met enige precisie te voorspellen.

    Huber zegt ook dat er nog niet genoeg onderzoek is gedaan naar hoe het is om fulltime te leven in een warmere wereld, in plaats van alleen af ​​en toe een brandende zomer te ervaren. ‘We weten niet wat de langetermijngevolgen zijn van elke dag opstaan, drie uur werken in bijna dodelijke hitte, zweten als een gek en dan weer naar huis gaan,’ zegt hij.

    Groeiende urgentie

    De groeiende urgentie van deze problemen trekt onderzoekers aan die zichzelf voorheen niet echt als klimaatwetenschappers hebben beschouwd, zoals Kenney. Voor een recente studie plaatsten hij en zijn collega’s jonge, gezonde mannen en vrouwen in speciaal ontworpen kamers, waar ze op een hometrainer moesten fietsen met lage intensiteit. Vervolgens voerden de onderzoekers de warmte en vochtigheid op.

    Zij ontdekten dat hun proefpersonen gevaarlijk oververhit raakten bij veel lagere ‘natteboltemperaturen’ – een maat die rekening houdt met zowel warmte als vochtigheid – dan werd verwacht op basis van eerdere theoretische schattingen van klimaatwetenschappers. In stoombad-achtige omstandigheden absorbeert ons lichaam sneller warmte uit de omgeving dan dat we kunnen zweten om onszelf af te koelen. En ‘we kunnen helaas niet veel meer zweten om op peil te blijven’, zegt Kenney.

    Hitte is klimaatverandering op zijn intiemst, want niet alleen landschappen, ecosystemen en infrastructuur, maar ook de diepste diepten van individuele menselijke lichamen worden verwoest.

    Slachtoffers van hitte sterven vaak alleen, in hun eigen huis. Afgezien van een hitteberoerte kan hitte ineenstorting van het hart- en vaatstelsel en nierfalen veroorzaken. Ze beschadigt onze organen en cellen en zelfs ons DNA. De schade neemt toe bij zeer oudere en jongere mensen, bij mensen met hoge bloeddruk, astma, multiple sclerose en andere aandoeningen.

    Overmatige hitte wordt ook in verband gebracht met meer criminaliteit, angst, depressie en zelfmoord

    Als het kwik hoog staat, zijn we minder effectief op het werk. Onze denk- en motorische functies worden aangetast. Overmatige hitte wordt ook in verband gebracht met meer criminaliteit, angst, depressie en zelfmoord.

    Persoonlijk

    De aanslag op het lichaam kan opmerkelijk persoonlijk zijn. George Havenith, directeur van het Environmental Ergonomics Research Center aan de Loughborough University in Engeland, herinnert zich een experiment van jaren geleden met een grote groep proefpersonen. Ze droegen dezelfde kleren en deden hetzelfde werk gedurende een uur, in een hitte van 35 graden en een vochtigheid van 80 procent. Maar aan het eind varieerde hun lichaamstemperatuur van 37,7 graden tot 39,2 graden Celsius.

    ‘Met veel van ons werk proberen we te begrijpen waarom de ene persoon aan de ene kant van het spectrum belandt en de andere aan de andere,’ zegt Havenith.

    Vidhya Venugopal, professor milieuhygiëne aan de Sri Ramachandra Universiteit in Chennai, India, bestudeert al jaren wat hitte doet met werknemers in de staalfabrieken, autofabrieken en steenovens van India. Velen van hen lijden aan nierstenen die worden veroorzaakt door ernstige uitdroging.

    ‘Toen bedachten we: warmte maakt mensen ouder’

    Een ontmoeting van tien jaar geleden is haar bijgebleven. Ze ontmoette een staalarbeider die al 20 jaar dagen van 8 tot 12 uur draaide in de buurt van een oven. Toen ze hem vroeg hoe oud hij was, zei hij 38 tot 40 jaar.

    Ze was ervan overtuigd dat ze het verkeerd begrepen had. Zijn haar was half grijs. Zijn gezicht was verschrompeld. Hij zag er niet jonger uit dan 55. Dus vroeg ze hoe oud zijn kind was en hoe oud hij was toen hij trouwde. De rekensom klopte. ‘Voor ons was dat een keerpunt,’ zegt Venugopal. ‘Toen bedachten we: warmte maakt mensen ouder.’

    Adelaide M. Lusambili, een onderzoeker aan de Aga Khan Universiteit in Kenia, onderzoekt de effecten van hitte op zwangere vrouwen en pasgeborenen in Kilifi County, aan de kust van Kenia. In deze gemeenschappen halen vrouwen water voor hun gezinnen, en dat kan betekenen dat ze urenlang in de zon moeten lopen, ook als ze zwanger zijn. Studies tonen een verband tussen blootstelling aan hitte en vroeggeboortes en ondergewicht bij baby’s

    De meest hartverscheurende verhalen, aldus Lusambili, zijn van vrouwen die lijden na de bevalling. Sommigen liepen grote afstanden met kinderen van een dag oud op hun rug, waardoor de baby’s blaren op hun lichaam en mond kregen en borstvoeding bemoeilijkt werd. Dit alles was genoeg, zegt ze, om zich af te vragen of de vooruitgang van Afrika bij het terugdringen van sterfte onder pasgeborenen en kinderen, is teruggedraaid door klimaatverandering.

    Airco’s

    Aangezien niet veel mensen toegang hebben tot airco’s, die op hun beurt de planeet opwarmen door het verbruik van enorme hoeveelheden elektriciteit, zullen samenlevingen duurzamere beschermingsmiddelen moeten vinden, zegt Ollie Jay, professor in hitte en gezondheid aan de Universiteit van Sydney.

    Jay bestudeerde hoe het lichaam reageert op het zitten in de buurt van een elektrische ventilator, het dragen van natgemaakte kleding en het afsponzen met water. Voor één project heeft hij een kledingfabriek uit Bangladesh nagebouwd in zijn laboratorium. Hij test daar goedkope manieren om veiligheid te creëren voor werknemers, bijvoorbeeld met groene daken, elektrische ventilatoren en regelmatige pauzes om water te drinken.

    De mens is enigszins in staat om zich aan te passen aan een warme omgeving

    De mens is enigszins in staat om zich aan te passen aan een warme omgeving. Onze hartslag daalt, er wordt meer bloed gepompt bij elke slag. Meer zweetklieren worden geactiveerd. Wetenschappers begrijpen echter voornamelijk hoe ons lichaam zich aanpast aan hitte in gecontroleerde laboratoriumomgevingen, maar niet in de echte wereld, waar veel mensen hun huizen en auto’s met airconditioning in en uit kunnen duiken, zegt Jay.

    Ook in het laboratorium vereist het opwekken van dergelijke veranderingen dat mensen wekenlang gedurende meerdere uren per dag aan oncomfortabele inspanning moeten worden blootgesteld, aldus Jay, die precies dat met zijn proefpersonen heeft gedaan.

    ‘Dat was niet bijzonder aangenaam,’ zegt hij. En niet echt een praktische oplossing voor het leven in een verstikkende toekomst, of, voor mensen op sommige plaatsen nu al, in een steeds benauwder wordend heden. Verdergaande veranderingen in het aanpassingsvermogen van het lichaam zullen alleen gebeuren op de tijdschaal van de menselijke evolutie.

    Venugopal raakt gefrustreerd als er over haar onderzoek naar Indiase arbeiders wordt gezegd: ‘India is toch een heet land, dus wat is precies het probleem?’

    Niemand vraagt wat er zo erg is aan koorts, terwijl een hitteberoerte het lichaam in een vergelijkbare toestand brengt. ‘Dat is de menselijke fysiologie,’ aldus Venugopal. ‘Die kun je niet veranderen.’

  • Polio duikt voor het eerst in dertig jaar op in Malawi

    Polio duikt voor het eerst in dertig jaar op in Malawi

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Uber sluit vrede met gele taxi’s in New York

    » Russische jacht mag niet tanken

    Ruim 23 miljoen jonge kinderen in Afrika ontvangen vaccinaties

    Ruim 23 miljoen jonge kinderen in zuidelijk Afrika krijgen vaccinaties tegen wilde polio aangeboden nu voor het eerst sinds 1992 een uitbraak van het virus is geconstateerd in Malawi, meldt The Guardian. In Lilongwe, de hoofdstad van Malawi, werden afgelopen zondag kinderen onder de vijf jaar ingeënt als onderdeel van onmiddellijke actie tegen de ziekte. De komende vier maanden zullen vaccins worden aangeboden aan kinderen elders in Malawi en in Mozambique, Tanzania, Zambia en Zimbabwe.

    Vorige maand registreerde Malawi het eerste geval van wilde polio in dertig jaar, en het eerste in Afrika sinds de regio in 2020 vrij werd verklaard van het inheemse, natuurlijk voorkomende poliovirus. Tot nu toe is er één geval ontdekt.

    ’Ter ondersteuning van Malawi en zijn buren handelen we snel om deze uitbraak een halt toe te roepen en de dreiging de kop in te drukken met effectieve vaccinaties’, aldus Matshidiso Moeti, regionaal directeur voor Afrika bij de Wereldgezondheidsorganisatie.

    Lees ook:

  • Resistente bacteriën zorgen wereldwijd voor 1,27 miljoen doden

    Resistente bacteriën zorgen wereldwijd voor 1,27 miljoen doden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ierse politie zoekt naar mannen die pensioen probeerden te innen met lijk

    » Moederbedrijf Facebook kampt met winstdaling en minder gebruikers

    Antibiotica minder effectief

    Miljoenen mensen sterven als gevolg van ooit behandelbare infecties door bacteriën die nu resistent zijn tegen antibiotica. Deze resistentie tegen antimicroben (AMR) vormt wereldwijd een kritieke bedreiging voor de gezondheid van mens, dier en milieu. Steeds meer artsen staan machteloos tegenover infecties zoals Streptococcus pneumoniae en Staphylococcus aureus, die vaak worden verspreid in de ziekenhuizen waar ze zelf werken. Vaak ontbreekt het clinici aan gegevens die nodig zijn om overheden aan te moedigen meer te investeren in interventies waarmee AMR kan worden beheerst, zoals infectiepreventie en -bestrijding, of betere diagnostiek. Dit blijkt uit een onderzoek dat vorige week is gepubliceerd in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet.

    AMR was in 2019 de directe doodsoorzaak in zeker 1,27 miljoen gevallen; veel meer dan erkende sterfgevallen door malaria en hiv/aids. Volgens het onderzoek drukt AMR extra op gezondheidsmedewerkers en is er dringend actie nodig om deze dreiging te beheersen, schrijft Statnews.

    Lees ook:

  • Een gezonde geest in een kunstmatig lichaam. Dit is hoe deze Russische miljonair de dood wil overwinnen

    Een gezonde geest in een kunstmatig lichaam. Dit is hoe deze Russische miljonair de dood wil overwinnen

    De steenrijke Rus Dmitri Itskov is ervan overtuigd dat we onsterfelijk kunnen worden door onze vleselijke lichamen in te ruilen voor artificiële exemplaren. ‘Dit is geen sciencefiction of utopie. Dit is een wetenschappelijke kwestie die kan worden gerealiseerd.’

    Keuze uit ons archief

    Volgens de oude Grieken kon je onsterfelijk worden door een heldendaad te verrichten. Tegenwoordig hangt langer leven vooral samen met geld. Zijn de leefgewoontes van de ‘gezondheidselite’ voor velen al onhaalbaar, voor medicijnen die ons verblijf op aarde moeten verlengen geldt dat in overtreffende trap. De Russische multimiljonair Dmitri Itskov beweert een oplossing te hebben voor arm én rijk: hij wil het menselijk bewustzijn verplaatsen naar kunstmatige lichamen.

    Dit artikel verscheen eerder in november 2014, # 67.

    Dmitri Itskov, een zacht pratende multimiljonair van 33, heeft grootse plannen. Daar kijkt u misschien niet vreemd van op. Ambitieuze projecten zijn tenslotte dagelijkse kost voor rijke Russische zakenlieden. Maar de ambities van Itskov hebben niets te maken met bedrijfsovernames, uitbreiding naar opkomende markten en zelfs niet met het omvormen van een kwakkelend voetbalelftal in een team van wereldformaat.

    Itskov wil de dood overwinnen. Hij wil eeuwig blijven leven, nieuwe werelden ontdekken en nieuwe ervaringen opdoen in een kunstmatig lichaam dat nooit moe of ziek wordt. Maar daar blijft het niet bij. Hij wil ook dat u, uw familie en alle anderen op de planeet hem vergezellen tijdens deze lange, lange rit.

    ‘Dit is geen sciencefiction of een of andere utopie,’ benadrukt Itskov als ik hem ontmoet in een Moskous restaurant op de tiende verdieping met uitzicht op het Kremlin. ‘Dit is een wetenschappelijke kwestie die kan worden gerealiseerd.’

    Om zijn overtuiging kracht bij te zetten heeft Itskov een aanzienlijk deel van zijn vermogen in onderzoekslaboratoria gestoken, verspreid over de hele wereld, waar een indrukwekkend keurkorps van in neurale interfaces, robotica en moleculaire genetica gespecialiseerde wetenschappers aan de ontwikkeling van ‘geavanceerde niet-biologische dragers’ werkt. Itskov denkt dat als alles volgens plan verloopt, het tegen 2035 mogelijk zal zijn om een individueel bewustzijn in een kunstmatige drager over te planten en daarmee het menselijk leven oneindig te verlengen.

    Hologrammen

    Tegen 2045 hoopt hij getuige te zijn van het wijdverbreide gebruik van geavanceerde, bewuste hologrammen die alleen door het denken worden gestuurd, zogeheten ‘avatars’, die de diepste kern van het menselijk bestaan zullen transformeren. Ruimtereizen zullen werkelijkheid worden, terwijl politiek, cultuur en religie zich gedwongen zullen zien om, in de woorden van Itskov’, ‘radicale’ veranderingen te ondergaan.

    ‘Het is mogelijk en noodzakelijk om het verouderingsproces en zelfs de dood te elimineren en de fundamentele grenzen van de fysieke en geestelijke mogelijkheden te overwinnen die momenteel worden bepaald door de beperkingen van het fysieke lichaam,’ verklaart zijn organisatie, Initiative 2045, stoutmoedig op haar website.

    De vrijgezelle en kinderloze Itskov vliegt ‘het grootste deel van het jaar’ de hele wereld over om steun en investeerders te werven. Hij heeft iets van een monnik, deze man met zijn frisse gezicht, zijn kortgeknipte blonde haar en een vage schaduw van baardstoppels.

    ‘Het is mogelijk om het verouderingsproces en de dood te elimineren’

    Hij spreekt zacht, met de zelfverzekerdheid van iemand die elke dag uren besteedt aan mediteren, yoga en ademhalingsoefeningen en die zich aan een streng dieet houdt zonder vlees, vis, koffie en alcohol.

    Van vlees krijgt hij een energie waar hij zich niet prettig bij voelt, zegt hij. Alcohol tast het bewustzijn aan zodat je de ware aard daarvan niet langer voelt. Zelfs ijswater is verboden omdat het de energie verlaagt. Maar wel draagt hij het liefst button-down overhemden en pakken van Burberry en sneakers van Louis Vuitton.

    Natuurlijk heb ik veel vragen voor Itskov, wiens antwoorden goed ingestudeerd en zelfs plausibel zijn. Hij is, voor degenen die misschien iets anders vermoeden, duidelijk niet gek.

    Itskovs project kan op de steun rekenen van de Dalai Lama

    De suggestie dat algehele onsterfelijkheid van de menselijke soort ernstige problemen als overbevolking en overvloedig energiegebruik nog verder zou doen toenemen, wimpelt hij af. ‘Kunstmatige lichamen zullen niet hetzelfde nodig hebben als mensen vandaag de dag,’ zegt hij me.

    ‘En mensen zullen op plekken kunnen wonen die nu nog ongeschikt zijn om te leven – een kunstmatig lichaam kan op planeten leven waar een biologisch lichaam niet op gebouwd is.’

    Hoewel zijn project visioenen van robotmensen oproept, gaat het er Itskov vooral om hoe onsterfelijkheid de geest zal veranderen. Hij ziet het eeuwige leven als een manier om het menselijk bewustzijn te transformeren en te verbeteren: hij wil de geest afscheiden van het veeleisende menselijk lichaam dat om eten, geneesmiddelen en onderdak vraagt, en de weg effenen voor een verhevener menselijke geest.

    Op een dag, voorziet hij, zullen we regelmatig ‘lichaamswinkels’ bezoeken waar we een lichaam uit een catalogus kunnen kiezen, om ons bewustzijn over te planten in een exemplaar dat bijvoorbeeld beter geschikt is voor een leven op Mars. Hij betreurt de obsessie met alles wat vleselijk is.

    ‘Waarom denken de mensen niet aan iets geraffineerders dan alleen maar eten, seks en kinderen?’ zegt hij. ‘Waarom gaan we niet voor een hoger doel leven dan het opvoeden van onze kinderen alleen? Ik probeer niet alleen een fysieke verandering bij de mensheid te bewerkstelligen, maar ook een geestelijke en spirituele verandering. Als we eeuwig zullen leven, moeten we dat wel op de juiste manier doen.’

    Maar zoiets is, opper ik, niet bepaald iets waar rijke Russische zakenlieden hun tijd en geld aan plegen te besteden. Itskov knikt. ‘Natuurlijk, als iemand niet van het eeuwige leven en de eeuwige ruimte droomt maar van een team dat de Champions League zal winnen, dan investeert hij in voetbal. Wat mijzelf betreft, ik heb altijd van ruimtevluchten gedroomd, al sinds mijn kinderjaren.’

    Prioriteiten

    Itskov, die werd geboren in Bryansk, een stadje op een kleine vierhonderd kilometer van Moskou, verdiende in het begin van deze eeuw een vermogen met zijn start-up New Media Stars. Maar na een decennium in de harde Russische zakenwereld verlegde hij drastisch zijn prioriteiten.

    ‘Mijn zakenpartners begrepen me niet, omdat ik veel minder aandacht aan het werk begon te besteden,’ lacht hij. ‘En mijn ouders dachten aanvankelijk dat ik gek was geworden. Maar nu hebben ze meer begrip voor het idee.’

    Ze zijn niet de enigen. Het plan van deze voormalige onlinemediamagnaat heeft de aandacht getrokken van gerespecteerde figuren bij Google, Harvard en de Universiteit van California in Berkeley, en sommigen van hen hebben gesproken tijdens Itskovs Global Future 2045-congres in Manhattan.

    In 2011 stopte hij als internetondernemer om zijn nieuwe project te leiden, wat hij doet vanuit zijn huis in Moskou.

    ‘We zullen steeds niet-biologischer worden totdat datgene wat door het niet-biologische deel wordt gedomineerd en het biologische deel zelf niet zo belangrijk meer zijn,’ voorspelde Ray Kurzweil, directeur Engineering bij Google en een belangrijk auteur over toekomstige ontwikkelingen, aan de vooravond van het congres.

    ‘Ik wil dat dit een speeltje wordt voor zowel rijk als arm’

    Itskovs project kan ook op de steun rekenen van een aantal vooraanstaande religieuze figuren, van wie de belangrijkste de Dalai Lama is. Itskov ontmoette de geestelijk leider van het Tibetaanse volk in 2012 in het noorden van India om over zijn project te spreken en die ontmoeting heeft duidelijk grote indruk gemaakt.

    ‘De Dalai Lama vertelde me dat er een bewustzijnsniveau is waarop we onafhankelijk van ons biologische lichaam kunnen bestaan, en dat we daar allemaal naar moeten streven,’ herinnert Itskov zich. ‘Hij sprak over een oeroude boeddhistische praktijk waarbij de geest door pure wilskracht van het ene biologische lichaam naar het andere wordt overgebracht.’

    Avatar

    Hoewel Itskov een groot fan is van sciencefiction, werd hij door het oosterse religieuze denken geïnspireerd tot het gebruik van het woord ‘avatar’ om zijn kunstmatige dragers van het menselijk bewustzijn te beschrijven.

    In het hindoeïsme verwijst de term naar de aardse reïncarnatie van de god Vishnu. Maar hij geeft ruimhartig toe dat hij ‘een even grote kick’ krijgt van de 3D-kaskraker met dezelfde naam die James Cameron in Hollywood het licht liet zien.

    ‘Ik heb me laten inspireren door Avatar,’ grijnst Itskov. ‘Dat was een soort mystieke ervaring voor me. We hadden ons project nog niet openbaar gemaakt, maar we waren ermee bezig. Ik voelde me geweldig toen ik de bioscoop verliet.’

    Andere invloeden liggen veel dichter bij huis. Itskov erkent dat hij in het krijt staat bij Nikolaj Fjodorov, een negentiende-eeuwse ascetische filosoof uit Moskou die ervan overtuigd was dat de wetenschap de dood uiteindelijk zou uitroeien. Fjodorov, door wie Tolstoj en Dostojevski zeiden beïnvloed te zijn, voorzag ook een nieuwe onsterfelijke mensheid die door de sterren zou reizen om nieuwe planeten te zoeken en te koloniseren.

    Fjodorovs ideeën bleven ook na zijn dood alom ingang vinden en werden overgenomen door een aantal invloedrijke figuren in de Sovjetmaatschappij. Niet de minste daarvan was Konstantin Tsjolkovski, die mede de aanzet gaf tot de Russische ruimtevaart en die als tiener bij Fjodorov had gestudeerd in Moskou. ‘De aarde is de wieg van de mensheid, maar de mensheid kan niet altijd in de wieg blijven liggen,’ zei Tsjolkovski.

    Onsterfelijkheidsknop

    Itskov lanceert deze maand wat hij en zijn Initiative 2045-team ‘de onsterfelijkheidsknop’ noemen, waarmee iedereen die een paar miljoen dollar over heeft een persoonlijk avatarproject kan bestellen. Maar hij verwerpt de kritiek dat zijn plan, als het slaagt, de mensheid in twee zeer verschillende klassen zou kunnen onderverdelen: de sterfelijken en de onsterfelijken.

    ‘Ik wil dat dit een speeltje wordt voor zowel de rijken als de armen,’ zegt hij na een ultrakorte pauze. ‘Het project van de onsterfelijkheidsknop geeft ons de kans de creatie van de technologie dichter bij de gewone man te brengen. Ik heb niet de middelen om alle stadia van het project zelf te realiseren. Maar het is mijn doel om ervoor te zorgen dat het voor iedereen betaalbaar en toegankelijk is.’

    Voordat ik hem verlaat, vraag ik me af of de kennelijk onverstoorbare Itskov ooit het gevoel heeft dat hij in een van de sciencefictionfi lms leeft die hij zo bewondert. Verbaast het hem wel eens dat zijn leven hierop is uitgelopen?

    Voor het eerst lijkt hij te schrikken van een vraag van mij. Dan verschijnt er weer een brede glimlach op zijn gezicht. ‘Toen ik voor het eerst naar Amerika ging,’ herinnert hij zich, ‘viel ik in slaap in het vliegtuig, en toen ik wakker werd dacht ik het volgende: Waar ben ik mee bezig? Ik reis naar Amerika om mensen te vertellen dat ze onsterfelijk zullen worden dankzij kunstmatige lichamen. Zullen ze me wel serieus nemen? Maar later, toen ik was uitgerust, besefte ik dat dit echt haalbaar is. Sindsdien heb ik geen enkele twijfel meer.’

    Een grote Russische excentriekeling of een echte pionier die op een dag al onze levens voorgoed zal veranderen? De komende decennia zullen het uitwijzen.

  • Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    De Tunesische regio Gabès, ooit een idyllisch gebied aan de Middellandse Zee, is gaandeweg geruïneerd sinds er in de jaren zeventig chemische industrie werd gevestigd. Het milieu op het land en in de zee is zwaar verontreinigd en bewoners kampen met gezondheidsklachten die uiteenlopen van ademhalingsproblemen tot kanker. Diezelfde bewoners eisen werk in de chemische fabrieken.

    Abdellah Nouri is al ruim twee jaar niet meer op zee geweest. Bij de visser uit de stad Ghannouch in de Tunesische kustregio Gabès, werd in 2018 kanker vastgesteld en zijn ziekte en de behandeling ervan hebben hem aan huis gebonden. Nouri vist al op de Middellandse Zee sinds zijn zeventiende. Hij gelooft dat zijn gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door vervuiling afkomstig van het nabijgelegen industriecomplex.

    ‘De industrie heeft mij, mijn gezondheid en mijn levensonderhoud vernietigd’, citeert de Tunesische journaliste Layli Foroudi Nouri in haar verslag over de desastreuze invloed van de chemische industrie op de regio Gabès aan de Tunesische Middellandse Zeekust. 

    ‘Zittend op de grond in zijn woonkamer wijst hij [Nouri] in de richting van een grote fabriek van het staatsbedrijf Groupe Chimique Tunisien (GCT), die ruw fosfaatgesteente verwerkt. Imposante schoorstenen blazen enorme wolken de lucht in en jaarlijks loost de fabriek miljoenen tonnen giftig zwart slib in de zee.’ 

    Fosfaatindustrie

    Ooit was het Tunesische Gabès, een gebied van ruim 7000 vierkante kilometer met 400.000 inwoners aan de Middellandse Zee, beroemd om zijn overvloedige zeeleven, granaatappelbomen, hennaplanten en dadelpalmen. Een ideaal gebied om te ontwikkelen voor toerisme, maar mogelijke plannen daartoe gingen definitief in rook op toen de regering in de jaren zeventig besloot dat Gabès het belangrijkste centrum van de Tunesische fosfaatindustrie moest worden. Fosfaat is essentieel voor de productie van meststoffen en conserveringsmiddelen.

    Een elektronisch display zou de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot

    Industriële vervuiling door GCT heeft de kustgemeenschappen van Gabès verwoest. Bewoners kampen in hoge mate met luchtwegaandoeningen en kanker en de oogsten van lokale akkerbouwers zijn karig geworden. In Gabès, de hoofdstad van de provincie, zou een elektronisch display de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot.

    Het bord is van GCT, met drie fabrieken de grootste vervuiler. Daarnaast zijn er in het gebied nog zo’n twintig zeer vervuilende particuliere fabrieken in bedrijf. Ze produceren onder meer aluminiumfluoride dat wordt gebruikt in metaalgieterijen, en fosfaatzout dat nodig is voor de productie van wasmiddelen en keramiek.

    GCT verwerkt jaarlijks 3,5 miljoen ton ruw fosfaat uit fosfaatgesteente, dat zo’n 160 kilometer verderop wordt gedolven, in de heuvels van de Gafsa. Het fosfaat wordt vervolgens met containerschepen geëxporteerd naar tientallen landen over de hele wereld. De chemische industrie biedt werk aan bijna 5000 mensen, waarvan 2800 werkzaam bij GCT.

    Hoewel het bedrijf dus voor broodnodige banen in het gebied zorgt, zijn de effecten van vervuiling desastreus. Het stuk strand tussen de stad Chott Salem en de industriële zone, die op minder dan anderhalve kilometer ligt, is bedekt met een dikke, zwarte laag fosforgips, een afvalproduct dat ontstaat tijdens de productie van fosforzuur. Uit een rapport van de Europese Unie uit 2018 blijkt dat GCT elk jaar ongeveer vijf miljoen ton daarvan in de Middellandse Zee dumpt.

    Fosforgips is licht radioactief en bevat zowel uranium als radium. Volgens een overheidsstudie uit 2012 is de visvangst aan de kust tussen 1997 en 2006 met meer dan dertig procent gedaald als gevolg van het chemische afval. In het rapport wordt vastgesteld dat het mariene ecosysteem ‘ernstig is beschadigd en dat een situatie is ontstaan die nu volledig onomkeerbaar is’.

    Ontmanteling

    Nouri zegt dat de lokale vissers een dramatische inkomensdaling hebben gezien. ‘Sinds de jaren negentig is hier niets meer. Vroeger nam je op één dag bijna zeventig kilo inktvis mee naar huis’. Volgens hem is de gemiddelde dagvangst nu gedaald tot drie kilo. Hij verhuurt zijn kleine boot inmiddels aan een visser uit een andere stad en betaalt zijn behandelingen tegen kanker met donaties van zijn buren. Hij mist zijn oude leven. ‘Mijn hart ligt op zee. Ik ben er kapot van.’

    Volgens natuurbeschermingsgroep BirdLife TunisiaAir heeft luchtverontreiniging gezorgd voor een afname van de vogelpopulatie. Onder de lokale bevolking circuleren geruchten over dalende vruchtbaarheidscijfers en frequente miskramen.

    ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote’

    Ondertussen houdt Moez Haddad, de secretaris-generaal van GCT, tijdens een telefoongesprek vol dat er geen bewezen schadelijke gevolgen zijn van het dumpen  van fosforgips in zee. ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote,’ beweert hij. Hij erkent wel dat GCT van plan is om in overeenstemming met internationale normen het dumpen ‘uit voorzorg’ te beëindigen. Gevraagd naar de hoge percentages kanker en ademhalingsproblemen bij inwoners in de regio Gabès, zegt hij dat ‘er geen officiële onderzoeken zijn die een oorzakelijk verband aantonen tussen gezondheidsproblemen en de effecten van Groupe Chimique Tunisien op het milieu.’

    In 2017 beloofde de Tunesische regering om de bestaande GCT-fabrieken te ontmantelen en te verhuizen naar een nieuwe locatie, ver weg van de woonwijken. Ook het dumpen van fosforgips in zee zou stoppen. Daarna werd het stil.

    Na de recente dood van vijf arbeiders bij een brand in een asfaltfabriek in de industriezone doen lokale milieuactivisten inmiddels opnieuw oproepen voor meer regelgeving en verhuizing van de fabrieken. ‘We zijn bang dat er van Gabès op een dag niets anders meer overblijft dan as’, zegt Haifa Bedoui, een activist van de lokale campagnegroep Stop Verontreiniging, tegen honderden mensen die zich hebben verzameld bij het kantoor van Mongi Thameur, de gouverneur van Gabès. Tijdens een bezoek na de brand erkende president Kais Saied de milieucrisis in de regio en beloofde hij een centrum voor kankerbehandeling voor de bewoners. De Tunesische regering zegt een onderzoek te zullen starten om de oorzaak van de brand vast te stellen.

    Langdurige gezondheidsproblemen

    De inwoners van Chott Salem en Ghannouch kunnen de vervuiling van de chemische fabrieken in hun huizen zien en ruiken. Traditionele huizen in de regio zijn gebouwd rond een open binnenplaats. Die gemeenschappelijke ruimte is bedoeld voor mensen om samen te komen en voor kinderen om te spelen. Nu zeggen ouders tegen hun zoons en dochters dat ze in hun slaapkamers moeten blijven.

    In 2017 werden negen leerlingen van een basisschool in Bouchema, een stad op iets meer dan anderhalve kilometer afstand van de fabrieken, naar het ziekenhuis gebracht met verstikkingsverschijnselen nadat gassen waren vrijgekomen bij de verwerking van zwavelzuur en ammoniumnitraat. De plaatselijke gouverneur wuifde zorgen van de bewoners weg als louter ‘paniek’.

    Dit terwijl lokale gezondheidswerkers patiënten behandelen die langdurige gezondheidsproblemen hebben die het gevolg lijken te zijn van de verontreiniging. Dr. Hamida Kwass, werkzaam op de afdeling Luchtwegaandoeningen van het regionale ziekenhuis Mohammed Ben Sassi in Gabès, zegt dat astma vooral voorkomt bij kinderen uit de stad Ghannouch. ‘De fabrieken staan bijna in hun huizen’, zegt ze.

    Kwass wil een studie uitvoeren naar luchtverontreiniging en de effecten daarvan op inwoners. ‘Er zijn vervuilende deeltjes uit de chemische industrie waarvan bekend is dat ze verband houden met een toename van luchtwegaandoeningen. Ze veroorzaken ziekte of zijn een verergerende factor.’

    Awatef Mansour, dertig, woont in Ghannouch en gaat elke maand ongeveer zes keer naar het regionale ziekenhuis. Haar drie kinderen van drie, zes en zeven jaar hebben allemaal astma. ‘Als de wind van richting verandert en uit de richting van het industrieterrein komt, hebben mijn kinderen ademhalingsproblemen.’ Ze merkte dat de gezondheidsproblemen van haar kinderen vorig jaar weg waren, toen ze met haar familie kort tijd in Zarzis woonde, een stad aan de kust op 130 kilometer afstand van de fabrieken. ‘Volgens de arts komen de allergieën door activiteiten op het bedrijventerrein.’

    Gebrekkige informatie

    Volgens Samir Aloulou, hoofd van de kankerafdeling van het Mohamed Ben Sassi-ziekenhuis, is de verspreiding van nasofaryngeale kanker schrikbarend hoog in Chott Salem en Ghannouch. Deze specifieke vorm van kanker, waar ook Nouri aan lijdt, tast het deel van de keel aan dat de achterkant van de neus met de mond verbindt. Aloulou is van mening dat het moeilijk is om een ‘honderprocentrelatie’ te leggen tussen de prevalentie van deze vorm van kanker en de chemische industrie. ‘Er is zeker verband tussen vervuiling en kanker, maar kanker heeft meerdere oorzaken. Behalve vervuiling spelen ook roken, voedsel en zwaarlijvigheid een rol’, zegt hij.

    ‘Er is een flagrant gebrek aan geloofwaardige informatie en data van de Tunesische autoriteiten’, aldus Mounir Majdoub, een econoom die meewerkte aan het EU-rapport uit 2018 over de luchtkwaliteit in de regio Gabès. Het rapport meldt dat verhoogde niveaus van deeltjes die gemakkelijk in de longen terecht kunnen komen verband houden met kanker en hart- en luchtweginfecties. ‘De conclusies van het rapport onthullen niet zozeer de daadwerkelijke gezondheidssituatie als gevolg van vervuiling, maar laten vooral zien dat er behoefte is aan gedegen studies’, zegt hij.

    ‘Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’

    Andere ziekten zijn gemakkelijker in verband te brengen met de chemische industrie. Rachid Ben Othman werkte vroeger als monteur voor Flourine Chemical Industries (ICF), een privébedrijf dat aluminiumfluoride produceert. Hij kan zijn elleboog maar gedeeltelijk krommen, verder buigen lukt hem niet. Hij lijdt aan fluorose, veroorzaakt door overmatige blootstelling aan fluor. ‘Het begon in mijn polsen en daarna in mijn ellebogen. Het is verkalking van de gewrichtsbanden. Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’.

    Othman werd zich in 2000 voor het eerst bewust van het probleem. Zijn gewrichten waren zo stijf dat hij ze niet volledig kon strekken of buigen. Het werd moeilijker om te werken en uiteindelijk ook te moeilijk om nog handschoenen aan te trekken. Maar pas in 2011 werd fluorose daadwerkelijk gediagnosticeerd.

    Hij zegt dat hij een van de weinige ICF-werknemers is die met succes een compensatie wist te eisen voor zijn handicap. Hij ontvangt nu 115 euro per maand en van zijn medische rekeningen wordt veertig procent voor hem betaald. Othman vermoedt dat sommige van zijn collega’s ook fluorose hebben. ‘Ze vertellen me over pijn in hun schouders, pijn hier en daar, verkalking. Ik ken de symptomen.’

    Taboe-onderwerp

    Behalve de inactiviteit van de overheid, laten ook organisaties die zouden moeten opkomen voor de veiligheid en het welzijn van werknemers het afweten. Leidinggevenden van de lokale afdeling van de Tunesische Algemene Vakbond (UGTT) zeggen het niet als hun taak te zien om zich uit te spreken over kwesties als volksgezondheid en vervuiling.

    Tijdens een gesprek over de omstandigheden in de regio met twee leiders van de regionale vakbond in Gabès en een manager van een van de GCT-fabrieken, lacht de laatste zachtjes en zegt: ‘Dat is een taboe-onderwerp.’ Een van de vakbondsleiders laat weten dat hij niet over vervuiling wil praten omdat de fabrieken hebben gezorgd voor de ontwikkeling van de regio en werkgelegenheid bieden aan duizenden mensen.

    Werkloosheid

    Hoewel Tunesië lange tijd een van ’s werelds grootste fosfaatexporteurs is geweest, is de industrie de afgelopen jaren gekrompen als gevolg van politieke instabiliteit en door frequente protesten van werkloze jongeren die banen eisen in de fosfaatmijnen.

    Volgens Habib Wahachi, adjunct-secretaris-generaal van de Gabès-afdeling van de UGTT, bedroeg de jaarproductie van Groupe Chimique Tunisien sinds de revolutie van 2010 gemiddeld minder dan een derde van wat het daarvoor was. Tunesië moest afgelopen oktober zelfs voor het eerst fosfaten importeren uit buurland Algerije.

    GCT heeft sinds 2017 geen nieuwe medewerkers meer aangenomen in de regio. De werkloosheid in Tunesië bedraagt momenteel 17,4 procent. Maar in Gabès is in totaal 24 procent werkloos en van de jongeren zit de helft zonder werk.

    Honderden jongeren uit Gabès blokkeerden van eind november tot december vorig jaar de industriezone in Ghannouch en het GCT-administratiegebouw in het stadscentrum van Gabès. Ze hekelden de vervuiling maar eisten tegelijkertijd banen in de fabrieken.

    ‘Geef me een baan zodat ik kan overleven. Wij zijn degenen die rechtstreeks door de verontreiniging worden getroffen’, stelde Youssef Hajej, een werkloze universitair afgestudeerde uit Ghannouch. Hij betoogde dat de GCT de lokale bevolking werk verschuldigd is ter compensatie van alle verwoestingen die het bedrijf heeft aangericht in de regio en de vernietiging van traditionele industrieën. ‘Ze vernietigen alles en het is dan ook normaal dat mensen hier vragen om daar in ieder geval een klein beetje van mee te kunnen profiteren.’

  • Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur | Podemos verlaat regering

    Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur | Podemos verlaat regering

    Hoofd Podemos vertrekt uit de regering

    Na de afgelopen jaren het politieke leven in Spanje op zijn kop te hebben gezet, sloeg Pablo Iglesias maandag de regeringsdeur dichtschrijft El País. Zijn plan is om te gaan deelnemen aan de regionale verkiezingen op 4 mei in Madrid. De leider van radicaal links en vicepresident van de Spaanse regering deelde dit mee aan de socialistische premier Pedro Sánchez.

    Iglesias, oprichter en nummer één van Podemos sinds de oprichting in 2014, gaf aan dat de huidige minister van Arbeid, Yolanda Díaz, hem zou vervangen als vicepresident van de regering en als kandidaat tijdens de volgende parlementsverkiezingen, gepland voor 2023.

    Zijn besluit komt iets meer dan een jaar na de vorming van de eerste coalitieregering in het land sinds het einde van de dictatuur van Franco. ‘Deze beslissing zal ingrijpende gevolgen hebben voor de politiek van Madrid en Spanje, niet alleen voor Podemos, maar voor alle partijen’, meent La Vanguardia.

    ‘Hij speelt hoog spel: Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’

    Volgens El Periódico vormt de beslissing van Iglesias een ‘risicovolle operatie die zal bijdragen aan een verdere polarisering van de Madrileense politiek, die al was aangewakkerd door de trumpistische standpunten van Isabel Díaz Ayuso. Ayuso, leider van de rechtse Volkspartij, verzocht vorige week samen met de liberale Ciudadanos-partij om vervroegde verkiezingen. Zij toonde zich dan ook ‘verheugd dat ze nu eindelijk in de topman van Podemos een geschikte kandidaat had gevonden om tegen te strijden’, aldus het Catalaanse ochtendblad, dat ‘een giftige verkiezingscampagne’ voorspelt ‘met populistische uitbarstingen aan beide kanten’.

    Volgens dagblad ABC is dit een ‘wanhopige poging om Podemos te redden van een ondergang’, aangezien de partij in de huidige formatie weinig voor elkaar heeft gekregen. Iglesias speelt hiermee hoog spel, aldus El Periódico; ‘Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’.


    Bolsonaro vervangt opnieuw de minister van Volksgezondheid

     De Braziliaanse president kondigde maandag aan dat hij generaal Eduardo Pazuello zou vervangen, die zojuist de bestelling van 138 miljoen doses had aangekondigd om een ​​nog te traag verlopende vaccinatiecampagne te versnellen. Zonder enige medische ervaring was hij aangesteld als interim-minister bij het ministerie van Volksgezondheid na het aftreden van oncoloog Nelson Teich midden mei, die net als zijn voorganger Luiz Henrique Mandetta kritiek leverde op de door Bolsonaro voorgestelde aanpak van de pandemie.

    ‘Het feit dat iemand sterren op zijn epauletten draagt, is geen garantie voor bekwaamheid (…). Generaals verliezen oorlogen. Pazuello verloor de zijne’, schrijft een columnist in O Globo,

    Pazuello wordt vervangen door Marcelo Queiroga, voorzitter van de Braziliaanse Vereniging voor Cardiologie. De benoeming van laatstgenoemde komt terwijl de epidemie in Brazilië blijft verslechteren. Ziekenhuizen zitten bijna aan hun maximale capaciteit en de afgelopen week werden dagelijks meer dan tweeduizend sterfgevallen geregistreerd.


    Mannelijke slachtoffers van seksueel geweld krijgen in Japan geen steun

    In 2017 werd in Japan de term ‘slachtoffer van verkrachting’ verbreedt tot mannen. Asahi Shimbun publiceerde een enquête onder mannen die seksueel geweld hebben ondergaan, om te kijken of zij zich inderdaad gesteund voelden.

    Hieruit kwam naar boven dat in een samenleving waar vrouwelijke slachtoffers al worstelen om toegang te krijgen tot de nodige hulp, het geweld dat mannen ondergaan taboe is, met als gevolg dat mannelijke slachtoffer vaak in isolement leven. ‘Omdat ik een man ben, wilden mensen nooit geloven dat ik slachtoffer was. Mijn hele leven heb ik deze vernedering alleen ondergaan’, zegt bijvoorbeeld een man van in de veertig, die op zijn dertiende herhaaldelijk werd verkracht door een studievriend.

    Een dertigtal psychiaters en psychotherapeuten weigerde hem te behandelen, met het argument dat ze weinig kennis hebben van mannelijke slachtoffers. Een van hen zei letterlijk: ‘Vergeet het maar. Ik zou je hebben behandeld als je een vrouw was, maar dat ben je niet.’

    Takehito Kurono, die groepstherapie organiseert voor mannelijke slachtoffers, onderstreept dat stereotypen over mannen het mannen vaak moeilijk maken om de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. ‘Volgens het cliché moeten ze sterk en zelfs ongevoelig zijn.’

    Overweldigd

    Momenteel is de ondersteuning die lokale autoriteiten bieden, vaak gericht voor vrouwen, al grotendeels ontoereikend, schrijft de krant. De 48 afdelingen van het land tellen nu minimaal één opvangcentrum voor slachtoffers van seksueel geweld. Of daar mannen terecht kunnen, verschilt per instelling. De centra zouden al ‘overweldigd’ zijn door het aantal vrouwelijke slachtoffers. ‘Om voor mannen te zorgen, zou je een speciale spreekkamer en een gespecialiseerde arts nodig hebben’, zegt een medewerker van een van de centra.

    ‘Betere steun voorkomt dat slachtoffers wegzinken in eenzaamheid. We hebben een grotere mobilisatie nodig vanuit de politiek’, verklaart Nobuki Yamaguchi, een psychotherapeut gespecialiseerd in de zorg voor mannen.


    Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur

    De vele meldingen tijdens de pandemie van jongeren met psychische klachten leidt tot een wereldwijde crisis die onmiddellijke aandacht vereist, volgens een nonprofitorganisatie die bijna vijftigduizend mensen in acht landen ondervroeg en een uitgebreid overzicht gaf van de impact van de pandemie op de geestelijke gezondheid, schrijft The New York Times.

    Meer dan een op de vier respondenten gaf aan te kampen met of het risico te lopen op klinische aandoeningen, en dat aantal steeg tot bijna een op de twee voor de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar, aldus het rapport, dat werd vrijgegeven door Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest.

    Het rapport, gebaseerd op gegevens verzameld uit een online, anonieme enquête waarvan de bevindingen maandag werden gepubliceerd, richtte zich op Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Veertig procent van de respondenten in de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar gaf aan zich verdrietig, somber of moedeloos te voelen en last te hebben van ongewenste, vreemde en obsessieve gedachten.

    Het rapport dringt er bij regeringen op aan zich te richten op beleid voor de gehele bevolking, in plaats van de huidige individuele benadering

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, zegt dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs. ‘Vooral sociaal isolement heeft een grotere impact gehad op jonge mensen, en velen van hen over de rand geduwd.’

    Andere studies hebben aangetoond dat de pandemie een onevenredig grote invloed heeft gehad op de geestelijke gezondheid van jongeren, vrouwen en mensen van kleur.

    Preventie

    Geestelijke gezondheidsdeskundigen waarschuwden al eerder voor de langetermijneffecten van de pandemie, waaronder waarschijnlijk een economische recessie en de psychologische gevolgen van langdurig sociaal isolement.

    De auteurs van het rapport, dr. Thiagarajan en Jennifer Newson, drongen er bij regeringen op aan zich te concentreren op beleid op het gebied van geestelijke gezondheid voor de gehele bevolking, in plaats van op individuele benaderingen, die nu vaak de voorkeur genieten.

    ‘Hoewel in de geestelijke gezondheidszorg de focus lag op zelfzorg via apps, therapie en andere programma’s, kunnen sociaal en economisch beleid en institutionele cultuur een grote rol spelen bij het verzachten van onze huidige geestelijke gezondheidscrisis en de preventie van toekomstige crises’, aldus het rapport.

  • Een kommetje van een half miljoen | Roken in Milaan verboden

    Een kommetje van een half miljoen | Roken in Milaan verboden

    Groeiende Koreaanse online voedselmarkt

    Door de coronapandemie is de onlinemarkt voor voedselbezorging in Zuid-Korea vorig jaar met bijna 80 procent gegroeid ten opzichte van 2019, zo blijkt uit cijfers van Statistics Korea, die Korea Herald publiceerde. De Koreaanse onlinemarkt voor voedselbestellingen bedroeg in 2020 17,4 biljoen won, € 12,88 miljard, een stijging van 78,6 procent ten opzichte van het jaar daarvoor.


    Singapore klimt uit het dal

    DBS, de grootste bank van Singapore, deed onderzoek naar geanonimiseerde klantaccounts en uit dinsdag gepubliceerde resultaten blijkt dat de stadstaat langzaam uit de door corona veroorzaakte recessie komt, schrijft South China Morning Post. Vorig jaar daalde de Singaporese economie met 5,4 procent, de ergste recessie sinds het eiland onafhankelijk werd in 1965. 

    Uit het onderzoek van DBS blijkt dat in de tweede helft van vorig jaar sprake was van inkomensverbetering en van een opleving van consumptieve bestedingen, vergeleken met april en mei 2020, toen in Singapore een lockdown gold.

    In mei noteerde ongeveer een kwart van de 1,2 miljoen DBS-klanten op hun salarisrekening een loonsverlaging van meer dan 10 procent, maar in december gold dat nog slechts voor een vijfde. Volgens Irivin Seah, econoom bij DBS, bereikte de arbeidsmarkt in oktober vorig jaar een dieptepunt met een werkloosheidspercentage van 4,8 procent. In december verbeterde dat tot 4,4 procent. In diezelfde periode verbeterde de verhouding tussen vacatures en werklozen voor het eerst sinds het vierde kwartaal van 2018.


    Kommetje van een half miljoen

    Een blauw en wit kommetje van porselein dat voor slechts $35 werd gekocht op een rommelmarkt in het Amerikaanse Connecticut, gaat een fortuin opleveren. Het wordt over twee weken geveild door Sotheby’s New York. Geschatte opbrengst: tussen de $300.000 en $500.000.

    Het kommetje uit de Chinese Mingdynastie heeft een doorsnede van slechts 16 centimeter, stamt uit het vijftiende-eeuwse Yongle-tijdperk en is uiterst zeldzaam, aldus ArtNews. Er zijn wereldwijd slechts zes vergelijkbare stukken bekend en die bevinden zich allemaal in de collecties van musea als het Victoria & Albert Museum, het British Museum, het National Palace Museum in Taipei en het National Museum of Iran. 

    Regina Krahl, specialist in keramiek uit het Verre Oosten, noemt de kom in de veilingcatalogus ‘in alle opzichten een typisch Yongle-product, gemaakt voor het hof, met een opvallende, onovertroffen combinatie van schitterend materiaal en schilderkunst met een licht exotisch ontwerp, kenmerkend voor keizerlijk porselein uit deze periode’.


    AstraZeneca stapt uit Moderna

    Met een aandelenpakket van 7,7 procent was het Brits-Zweedse farmaceutische bedrijf AstraZeneca de op een na grootste investeerder in het Amerikaanse biotechbedrijf Moderna. Maar volgens de Britse krant The Times heeft AstraZeneca dat belang nu verkocht voor meer dan een miljard dollar. Volgens de krant zetten de twee bedrijven hun samenwerking op andere gebieden gewoon voort. 

    Aangenomen wordt dat AstraZeneca met de verkoop zijn financiële positie wil versterken vanwege zijn beoogde grootste acquisitie ooit

    De waarde van Moderna-aandelen is in korte tijd fors gestegen vanwege de doorbraak in de ontwikkeling van het vaccin tegen corona. In tegenstelling tot het coronavaccin dat AstraZeneca in samenwerking met de Universiteit van Oxford produceert, verkoopt Moderna zijn vaccin tijdens de pandemie met winstoogmerk en het bedrijf verwacht in 2021 een omzet van $18,4 miljard te behalen door de verkoop van het vaccin. 

    Aangenomen wordt dat AstraZeneca met de verkoop zijn financiële positie wil versterken vanwege zijn beoogde grootste acquisitie ooit: de overname van Alexion, gespecialiseerd in zeldzame ziekten, voor $39 miljard. 


    Britten kopen Grieks vastgoed

    Volgens een recente studie van het Britse Astons, dat adviseert over investeringen in combinatie met verblijfsvergunningen, is Griekenland het meest populaire land voor Britten met een vermogen van meer dan £1 miljoen, €1,16 miljoen, meldt Ekathimerini. Van deze vermogende investeerders zegt 79 procent niet te zijn getroffen door brexit. Voor 68 procent is verbetering van de levenskwaliteit de primaire motivatie om te investeren in buitenlands onroerend goed.

    Een Griekse verblijfsvergunning garandeert visumvrij reizen naar alle Schengenlanden

    De populariteit van Griekenland berust volgens Astons op verschillende factoren. Investeren in Griekse vastgoed is betaalbaarder en veelbelovender dan in het VK. Bovendien kan met een relatief lage minimuminvestering van zo’n €250.000 binnen twee maanden al een verblijfsvergunning voor Griekenland worden geregeld. Bijkomend post-brexitvoordeel voor Britten: een Griekse verblijfsvergunning garandeert visumvrij reizen naar alle Schengenlanden. 

    Spanje en Antigua en Barbuda staan met 11 procent van de stemmen tweede op de wensenlijst van investeerders, gevolgd door Ierland met 8 procent en Italië, Portugal, Malta en Zwitserland met 6 procent.


    Rookverbod in Milaan

    Roken in parken en op veel andere openbare plekken in Milaan is voortaan verboden, schrijft de Romeinse nieuwssite ANSA. Op grond van nieuwe normen voor de luchtkwaliteit die in november werden goedgekeurd, is het ook verboden te roken bij onder meer bushaltes, in stadions, andere sportfaciliteiten en op begraafplaatsen. Roken is op deze plekken overigens nog wel toegestaan als rokers zich op minstens 10 meter afstand bevinden van anderen. Op 1 januari 2025 zal het verbod worden uitgebreid naar alle openbare ruimtes. 

    Van de geïndustrialiseerde steden in Noord-Italië heeft Milaan het meest te lijden van slechte luchtkwaliteit. Daarom worden er ook regelmatig autovrije zondagen afgekondigd.


    Peru staat eenmalig euthanasie toe

    Het Hooggerechtshof van Peru verleent de 43-jarige Ana Estrada toestemming om haar leven te beëindigen en heeft medische autoriteiten opgedragen daartoe een protocol op te stellen, meldt MercoPress. Het Hof zegt dat degene die Estrada helpt te sterven, niet de wettelijke gevangenisstraf van drie jaar zal krijgen. Overigens geldt het besluit alleen in deze zaak.

    Estrada, psychologe en activiste voor een waardige dood, lijdt al meer dan dertig jaar aan een ongeneeslijke ziekte waardoor bijna al haar spieren zijn verlamd. Ze kon haar beroep uitoefenen tot vier jaar geleden, sindsdien dwong de ziekte haar het grootste deel van de dag in bed te blijven.

  • De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?

    De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?

    Vorige week werd de 66-jarige ontwikkelingseconome Ngozi Okonjo-Iweala uit Nigeria aangesteld als directeur van de Wereldhandelsorganisatie WHO. Wereldwijd stonden politici, waarnemers en de pers te juichen omdat er eindelijk een zwarte, Afrikaanse vrouw aan het hoofd staat van een grote internationale instelling. Niet iedereen vindt die staande ovatie terecht.

    ‘Ngozi Okonjo-Iweala schrijft geschiedenis’, aldus France24 in een video-verslag over haar aanstelling. ‘Een goed gekwalificeerde nieuwe leider voor de WHO’, vindt Council on Foreign Relations. ‘Nigeriaanse krachtpatser wordt hoofd WHO’, aldus Financial Times. ‘Vrouw’, ‘zwart’, ‘Afrikaans’, ‘dapper’, ‘briljant’, ‘spijkerhard’: de aanprijzingen waren niet aan te slepen nadat bekend werd dat Okonjo-Iweala naar Genève kan vertrekken met de opdracht om de stroperige WHO vlot te trekken. 

    Kritiek moment

    ‘Zelfs voor een econoom komen er veel zeer grote getallen voor in het leven van Ngozi Okonjo-Iweala’, schrijft The Guardian in een portret. ‘Als voorzitter van Gavi, de alliantie voor vaccinatie van kinderen tegen dodelijke en slopende infectieziekten, zag ze toe op de jaarlijkse vaccinatie van miljoenen kinderen. Als algemeen directeur van de Wereldbank hield ze toezicht op $ 81 miljard (€ 66,8 miljard) aan activiteiten. Als minister van Financiën van Nigeria pakte ze de $ 30 miljard schuld van het meest bevolkte land van Afrika aan. En ze heeft 1,5 miljoen volgers op Twitter.’ 

    The Guardian somt ook nog een reeks van kleinere getallen op die ertoe doen, zoals ‘de twintig non-profitorganisaties die haar hebben benoemd in hun adviesraden; de grote banken en bedrijven die ze heeft geadviseerd; de tien eredoctoraten naast haar eigen doctoraat; een twintigtal onderscheidingen; tientallen belangrijke rapporten en boeken.’ En dan zijn er natuurlijk nog de prestigieuze lijsten waarop haar naam prijkt, zoals die van ’s werelds honderd machtigste vrouwen; ’s werelds honderd meest invloedrijke mensen en de tien meest invloedrijke vrouwen van Afrika, om maar enkele te noemen. 

    Haar aanstelling tot Directeur-Generaal van de WHO, ‘een positie die nog nooit eerder werd bekleed door een Afrikaan, noch door een vrouw’, geeft haar de leiding over een organisatie met een begroting van $ 220 miljoen en 650 personeelsleden en komt op een kritiek moment. Hervormingen zijn namelijk broodnodig, schrijft de krant. ‘Dit is het moment om alle ervaring aan te spreken die ze heeft opgedaan gedurende haar veertigjarige carrière. Gaat Okonjo-Iweala de klus klaren?’  

    Burgeroorlog

    Okonjo-Iweala was zes jaar oud toen Nigeria in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, aldus The Guardian. ‘Ze groeide op in een klein dorpje in Delta, de zuidelijke staat van het land. Haar ouders, beiden vooraanstaande academici, hadden beurzen gekregen om in Europa te studeren, dus zij en haar zes broers en zussen werden opgevoed door hun grootmoeder. Het leven was niet gemakkelijk. Tegen de tijd dat ze negen was, had Okonjo-Iweala leren koken en hout halen en verrichtte ze veel huishoudelijke taken.’

    Doordat er een burgeroorlog uitbrak tussen de separatistische staat Biafra en de Nigeriaanse centrale regering werd haar opleiding onderbroken en werd ze geconfronteerd met nieuwe ontberingen. Toen haar driejarige zusje chronisch ziek werd van malaria, was het Okonjo-Iweala die haar naar een dokterspraktijk vijf kilometer verderop droeg, waar ze zich door een menigte van zeshonderd mensen heen wurmde en door een raam klom om de behandeling te vragen die het leven van haar zusje zou redden. 

    ‘Ik at één maaltijd per dag. Er stierven kinderen. Daardoor heb ik heb geleerd heel zuinig te leven. Ik zeg vaak dat ik me zowel op een moddervloer als onder een donzen dekbed comfortabel kan voelen. Door wat we hebben meegemaakt, ben ik tot iemand geworden die het zonder spullen kan stellen.’

    Probleemvrouw

    Nadat de burgeroorlog tussen Nigeria en Biafra in 1970 eindigde, vertrok Okonjo-Iweala naar de VS om economie te studeren aan Harvard en MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Ze trouwde met haar jeugdliefde en ging in 1979 op vijfentwintigjarige leeftijd aan de slag bij de Wereldbank, waar ze gestaag opklom in de hiërarchie. Ze schopte het tot tweede in de rangorde en reisde de wereld over.

    Uiteindelijk vertrok ze in 2003 na vijfentwintig jaar bij de Wereldbank omdat ze werd gevraagd minister van Financiën van Nigeria te worden. Die functie vervulde ze twee keer en ze was korte tijd ook nog minister van Buitenlandse Zaken. Als minister van Financiën werd Okonjo-Iweala geconfronteerd met de enorme schulden van Nigeria en wachtte haar een keiharde strijd om economische hervormingen door te voeren. 

    ‘Toen ik minister van Financiën werd, noemden ze me Okonjo-Wahala, ofwel: Probleemvrouw’, zei ze in een interview met The Guardian in 2005. ‘Het betekent letterlijk zoiets als: Ik ben de hel. Maar het kan me niet schelen hoe ik genoemd wordt. Ik ben een vechter. Ik ben erg gefocust op wat ik doe en ik ben meedogenloos in wat ik wil bereiken, tot in het extreme. Als je me voor de voeten loopt, krijg je een schop.’

    Okonjo-Iweala pakte de schuldenberg van Nigeria aan door sceptische westerse mogendheden ervan te overtuigen hulp te verlenen. Gordon Brown, destijds premier van Groot-Brittannië, noemde haar ‘een briljante hervormer’, volgens The Guardian, ‘hoewel anderen minder waardering hadden voor de afspraken die ze met schuldeisers maakte. Sommige commentatoren wijzen erop dat ze veel van de beloften die ze aan Nigerianen deed over economische groei en het scheppen van banen niet is nagekomen.’

    ‘Ze kan heel vastberaden en brutaal zijn, misschien zelfs angstaanjagend voor sommige mensen, maar tegelijkertijd is ze altijd zichzelf. Het is een vrouw die ons aan het lachen maakt’, citeert The Guardian Ada Osakwe, een econome die in de Nigeriaanse regering met Okonjo-Iweala samenwerkte.

    Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen

    Nu met het aftreden van de regering-Trump de weerstand tegen haar benoeming is weggevallen, krijgt ze de leiding over de WHO. Daarmee komt ze onder een vergrootglas te liggen, want deze functie is niet alleen veel invloedrijker maar ook veel zichtbaarder dan alle andere posities die Okonjo-Iweala ooit bekleedde, aldus The Guardian.

    ‘De in Genève gevestigde organisatie heeft al decennialang te maken met bittere kritiek van alle kanten. De WHO was het primaire doelwit van de beweging die protesteerde tegen de schandelijkste gevolgen van het kapitalisme en globalisering, omdat ze daar als representant van wordt gezien. Meer recentelijk werd de WHO aangevallen door de VS omdat ze de problematiek van het Chinese staatskapitalisme niet heeft weten aan te pakken.’

    Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen en tegen hun relatieve gebrek aan invloed op de besluitvorming, vergeleken met rijkere staten. Vooral landbouwsubsidies zijn een specifiek twistpunt. ‘De WHO wist al jaren geen grote multilaterale handelsovereenkomst meer te sluiten en de hoop is tanende dat de organisatie overbevissing weet te beperken of de wildwest-praktijken rond e-commerce kan intomen.’ En dan is er volgens The Guardian natuurlijk ook nog eens de coronapandemie, die leidt tot worstelende economieën en groeiend protectionisme wereldwijd.

    ‘De WHO heeft een frisse blik nodig, een fris gezicht, een buitenstaander, iemand die in staat is om hervormingen door te voeren en die met de leden kan samenwerken’, zo zei Okonjo-Iweala onlangs in een interview met CNN. ‘Die ervoor kan zorgen dat de WHO uit haar gedeeltelijke verlamming geraakt.’

    De benoeming van Okonjo-Iweala is een ‘grote stap voor Afrika en een grote stap voor de wereld’, vindt Osakwe, de eerder geciteerde econome die met haar samenwerkte. ‘Zo’n opmerkelijk talentvolle vrouw die het roer overneemt van een instelling die opgeschud moet worden. Kijk maar naar wat er met de handel in de wereld gebeurt, zoals de strijd tussen de VS en China.’ Okonjo-Iweala, zo zegt Osakwe, ‘is in de loopgraven geweest’.

    Uiterste voorzichtigheid

    Ondanks al deze lof slaat Francisco Perez een andere toon aan op de website Africa is a Country. Perez noemt zichzelf activist voor een solidaire economie, is docent en onderzoeker en bezig zijn studie economie aan de Universiteit van Massachusetts in Amherst af te ronden. Hij is de directeur van het Centre for Popular Economics, dat pleit voor ‘economie gericht op mensen, niet op winsten’. Het is een non-profitcollectief van politieke economen die ‘economie van haar mystiek willen ontdoen en die bruikbare economische instrumenten ontwikkelen voor mensen die vechten voor sociale en economische rechtvaardigheid’. 

    In zijn artikel ‘Black faces in high places’ voor Africa is a Country, roept Perez links in Afrika op de benoeming van Ngozi Okonjo-Iweala met ‘uiterste voorzichtigheid’ te beschouwen. 

    ‘Ngozi Okonjo-Iweala, de voormalige minister van Financiën en Buitenlandse Zaken van Nigeria’, zo begint Perez, ‘was eerder in 2012 in de race om voorzitter van de Wereldbank te worden, maar de voormalige Amerikaanse president Barack Obama koos de Amerikaan Jim Yong Kim voor die functie. Gedurende haar campagne voor de Wereldbank, en later voor de WHO, onderstreepten veel commentatoren het belang van een zwarte Afrikaanse vrouw aan het hoofd van een grote internationale financiële instelling als “een bepalend moment voor Afrika, dat al lang zucht onder de laars van buitenlandse mogendheden en financiële instellingen”.’

    Maar pan-Afrikaans links moet dergelijke ‘identiteitspolitiek’ verwerpen als het louter om de representatie van identiteit gaat, vindt Perez. ‘Want als een zwarte Afrikaanse vrouw hetzelfde neoliberale beleid verdedigt dat de economische ontwikkeling van Afrika heeft belemmerd, dan is dat contraproductief.’

    ‘Samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank maakt de WHO deel uit van de “Onheilige Drie-eenheid” van internationale instellingen die het wereldwijde handels- en financiële systeem besturen ten voordele van grote multinationale ondernemingen en hun aandeelhouders en ten koste van ecosystemen en arbeiders wereldwijd’, schrijft Perez. ‘De WHO werd in 1995 opgericht op het hoogtepunt van het neoliberale triomfalisme na de Koude Oorlog. Als permanente organisatie verving de WHO het lossere General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Anders dan GATT kon de WHO gemakkelijker sancties opleggen aan landen die probeerden buitenlandse handel te beperken, door een mechanisme in het leven te roepen dat geschillen tussen staten beslecht. Onder Trump werd dat mechanisme eind vorig jaar overigens gesaboteerd.

    De GATT stond regeringen van Ontwikkelingslanden toe bescheiden vormen van bescherming in te voeren voor hun prille industrie en voor handelsbeperkingen die ontwikkelingsdoeleinden ten goede kwamen. Met de WHO wilden Amerikaanse en Europese regeringen deze mogelijkheden juist afzwakken en de principes van vrijhandel uitbreiden tot diensten en intellectueel eigendom. Een wereldwijde coalitie van arbeiders- en milieugroeperingen verraste de organisatie door met protesten de jaarlijkse bijeenkomst in Seattle in 1999 te verstoren.

    Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken?

    Ondanks de aanprijzing een ‘ontwikkelingsronde’ te zijn, in naam gericht op de behoeften van de armste landen, liep de laatste reeks van wereldwijde handelsbesprekingen spaak toen regeringen uit het Zuiden, onder leiding van India en China, zich verzetten tegen het verder openstellen van hun markten voor Noord-Amerikaans, West-Europees en Japans kapitaal. Ze drongen erop aan dat regeringen in het Noorden hun markten zouden openstellen voor de export van landbouwproducten uit het Zuiden door handelsbarrières te verkleinen en vooral door de enorme subsidies voor hun eigen agro-industrie aan banden te leggen’, aldus Perez. Dat leidt tot de vraag aan wiens kant het nieuwe hoofd van de WHO staat. 

    ‘Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken? Of juist aan het gevecht van zuidelijke regeringen om internationale handel ondergeschikt te maken aan hun prioriteiten voor hun eigen binnenlandse ontwikkeling? Nigeria heeft een reputatie van protectionisme, dusdanig dat voorstanders van een Afrikaanse continentale vrijhandelszone vrezen dat die er niet komt, en Okonjo-Iweala staat bekend als een orthodoxe econoom met een decennialange carrière bij de Wereldbank. Haar kandidatuur om voorzitter van de Wereldbank te worden, werd gesteund door onder meer The Economist en The Financial Times, die nu niet bepaald bekend staan als vrienden van Afrikaanse arbeiders en boeren.’

    Impopulair besluit

    ‘Het beleid van Okonjo-Iweala in Nigeria leidde tot woede bij links. Velen waren tegen haar eerste grote daad als minister van Financiën. Die betrof afspraken met de Club van Parijs, een groepering van westerse en Japanse crediteuren, om de buitenlandse schuld van Nigeria in 2003 te herstructureren. Ze onderhandelde over een vermindering van de Nigeriaanse schuld van zo’n $ 35 miljard naar $ 17,4 miljard, inclusief een onmiddellijke afbetaling van $ 12,4 miljard. Veel Nigeriaanse progressieven betoogden dat die schuld was ontstaan door corrupte militaire dictaturen, dat geldschieters wisten dat het geld zou worden gestolen en dat de bevolking van Nigeria daarom geen dollar terug zou moeten betalen. De schuld was verfoeilijk en had moeten worden afgewezen. De miljarden aan terugbetalingen hadden ten goede kunnen komen van leraren, verpleegsters en infrastructuur.’

    Ook tijdens haar tweede periode als minister van Financiën haalde Okonjo-Iweala de woede van links op haar hals, aldus Perez. ‘Ze werd in januari 2012 het publieke gezicht van het zeer impopulaire besluit om subsidies op brandstof af te schaffen, hetgeen leidde tot een verdubbeling van de transportprijzen van de ene op de andere dag en tot een scherpe stijging van de kosten voor levensonderhoud. Miljoenen Nigerianen meenden dat de brandstofsubsidie het enige voordeel was dat ze hadden van de enorme olierijkdom van hun land en ze vertrouwden er niet op dat hun politieke leiders geld zouden overhevelen naar sociale uitgaven, zoals ze beloofden. De afschaffing van de subsidies leidde tot een nationale staking en tot protesten van Occupy Nigeria, waaraan cultuurdragers als Seun Kuti, Wole Soyinka en Chinua Achebe deelnamen.’

    Niet veel vertrouwen

    Perez betoogt dat ‘zwart’, ‘Afrikaans’ en ‘vrouw’, niet per se een belofte inhouden. ‘In de decennia sinds het einde van het formele kolonialisme hebben veel Afrikanen op harde wijze geleerd dat leiders die eruitzien zoals zij en klinken zoals zij, weinig verschil maken als ze een beleid voeren dat de meesten van hen schaadt.

    De keuze voor Okonjo-Iweala om de WHO te leiden, doet er alleen toe als dat leiderschap beleidsruimte opent voor ontwikkelingslanden om een industrieel beleid te kunnen voeren. De hoop is dat een WHO-directeur uit het Zuiden meer sympathie zal hebben voor de uitdagingen die het mondiale handelssysteem aan perifere economieën stelt, maar de staat van dienst van Okonjo-Iweala wekt in dit opzicht niet veel vertrouwen.

    Hoewel het ‘herenakkoord’ tussen Amerika en Europa, dat regelt dat het hoofd van het IMF altijd een Europeaan is en het hoofd van de Wereldbank een Amerikaan, niet te rechtvaardigen is, moet pan-Afrikaans links aandringen op een rechtvaardiger mondiale economie, en niet simpelweg op meer ‘zwarte gezichten op hoge posten’.

  • Ouderdom wordt verleden tijd

    Ouderdom wordt verleden tijd

    Wat als ouderdom een ziekte was die te genezen is? Dat is het revolutionaire idee van een groep wetenschappers die strijdt voor de erkenning van ouderdom als ziekte, om zo financiering los te krijgen. Hun doel: veroudering vertragen en, waarom ook niet, de dood tarten.

    Keuze uit het archief

    Deze week maakte het statistiekbureau CBS bekend dat Nederland ruim 2500 honderdplussers telt, een sterke stijging ten opzichte van de vorige twee eeuwen.
    Dat mensen steeds ouder worden, is op het eerste gezicht goed nieuws. Maar wat als we ouderdom helemaal kunnen uitbannen? Dit wetenschappelijk artikel uit 2019 laat zien welke methoden wetenschappers aan het ontwikkelen zijn om het verouderingsproces te vertragen en wie weet de dood uiteindelijk af te schaffen of in ieder geval zo lang mogelijk uit te stellen.

    Cyclopen hadden maar één oog. Volgens de Griekse mythologie hadden deze reuzen hun andere oog met de god Hades geruild voor het vermogen om in de toekomst te kijken. Maar Hades had ze in de luren gelegd: het enige wat ze van de toekomst konden zien, was de dag waarop ze zouden sterven. De last van die kennis droegen de cyclopen hun hele leven met zich mee: de eindeloze kwelling om gewaarschuwd te zijn en er niets aan te kunnen doen.

    Al sinds het begin der tijden wordt ouderdom beschouwd als een onafwendbaar, niet te stuiten verschijnsel, iets natuurlijks. Bij het sterven van bejaarden spreekt men al eeuwenlang van ‘natuurlijke doodsoorzaken’, ook als ze aan erkende aandoeningen zijn overleden. De Romeinse arts Galenus schreef in de tweede eeuw na Christus al dat veroudering een natuurlijk proces is. En zijn opvatting dat je simpelweg van ouderdom kunt overlijden, bepaalt sindsdien ons denken. We beschouwen veroudering als de opeenstapeling van alle andere aandoeningen die met het klimmen der jaren vaker voorkomen: kanker, dementie, broosheid. Al levert die manier van denken ons maar één ding op: de wetenschap dat we ziek zullen worden en sterven. Geen mogelijkheid om daaraan iets te veranderen. We hebben nauwelijks meer macht over ons eigen lot dan de cyclopen.

    Maar een groeiend aantal wetenschappers begint vraagtekens te zetten bij ons hele idee van veroudering. Wat als je de dood wél kunt afweren – of zelfs voorkomen? Wat als het hele scala aan ziektes waarvoor we met het klimmen der jaren vatbaarder worden geen oorzaken zijn, maar slechts symptomen? Wat zou er veranderen als we veroudering zelf als ziekte classificeren?

    Pathologische aandoening

    David Sinclair, geneticus aan de geneeskundefaculteit van Harvard, is een van de voortrekkers van deze beweging. Volgens hem zouden we aftakeling niet moeten zien als een natuurlijk gevolg van ouderdom, maar als een opzichzelfstaande aandoening.

    Ouderdom is in zijn ogen gewoon een pathologische aandoening – en kan zoals alle aandoeningen dus ook met succes worden bestreden. Als we er anders tegen aankijken, zijn we beter in staat iets te doen aan het verschijnsel zelf, in plaats van alleen de aandoeningen te behandelen die ermee gepaard gaan. ‘Veel van de ernstigste ziekten van tegenwoordig zijn een gevolg van veroudering,’ zegt hij. ‘Het achterhalen van de moleculaire mechanismen van en remedies tegen ouderdom zou dus grote prioriteit moeten hebben. Als we ouderdom niet bij de wortel aanpakken, komt er een eind aan de lineair stijgende lijn van onze steeds hogere levensverwachting.’

    De vergrijzing is ‘de klimaatverandering van de gezondheidszorg’

    Een subtiele verschuiving in het beeld van ouderdom, met mogelijk grote gevolgen. De wijze waarop organisaties als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ziektes benoemen en classificeren, werkt door in de prioriteiten van overheden en andere instanties die het geld verdelen. Toezichthouders als de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) hebben heel strikte regels over de aandoeningen waarvoor elk medicijn is bedoeld, en waarvoor het dus mag worden voorgeschreven en verkocht. Veroudering staat nu niet op die lijst van aandoeningen.

    Volgens Sinclair moet ze daar wel op komen, omdat anders nooit de grote investeringen worden gedaan die nodig zijn om er remedies tegen te vinden. ‘De ontwikkeling van medicijnen die de belangrijkste ziektes zouden kunnen voorkomen en genezen, verloopt momenteel veel trager dan nodig is omdat we veroudering niet als medische aandoening erkennen,’ zegt hij. ‘Als ouderdom een behandelbare aandoening was, zou er meer geld naar onderzoek, innovatie en de ontwikkeling van geneesmiddelen gaan. Welk farmaceutisch of biotechbedrijf steekt geld in een remedie tegen veroudering, als die aandoening officieel niet bestaat?’ Het zou ‘de grootste markt van allemaal’ moeten zijn, zegt hij.

    Dat is precies wat anderen zorgen baart: zij vrezen dat de jacht op een lucratief ‘anti-ouderdomspilletje’ tot verkeerde maatschappelijke prioriteiten leidt. Zo ‘verander je de wetenschappelijke discussie in een commerciële of politieke discussie’, zegt Eline Slagboom, hoogleraar moleculaire epidemiologie in het Leids Universitair Medisch Centrum en gespecialiseerd in veroudering. Door ouderdom als de zoveelste behandelbare ziekte te beschouwen, verminder je de aandacht voor het belang van een gezonde levensstijl, zegt zij. Ze vindt dat overheid en zorg zich beter sterk kunnen maken voor de preventie van chronische ouderdomsziekten door mensen al op jongere leeftijd te stimuleren gezonder te leven. Anders geef je de boodschap af ‘dat we niets voor oudere mensen kunnen doen, tot ze het punt bereiken dat ze ziek worden of snel beginnen af te takelen, waarna ze een pilletje krijgen’.

    hh 43771660

    Foto 1: De oudste nog actieve dj ter wereld, Sumiko Iwanura alias DJ Sumirock (84), treedt op in New York ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Barbie. – © Nina Westervelt / REX.

    Foto 2: Ruth Flowers besloot op haar 68ste nog dj te worden, zonder enige ervaring. Nu is ze 72 en treedt ze over de hele wereld op in populaire discotheken. Vladimir Yakovlev fotografeerde voor de serie The Age of Happiness mensen op leeftijd die hun vrije tijd op een bijzondere manier doorbrengen. – © Vladimir Yakovlev / REX.

    Leeftijdsdiscriminatie

    Een ander veelgehoord bezwaar tegen de gedachte dat we ouderdom een ziekte moeten noemen, is dat je daarmee bijdraagt aan het stigma waar ouderen toch al onder lijden. ‘Leeftijdsdiscriminatie is momenteel de meest wijdverbreide vorm van discriminatie ter wereld,’ zegt Nir Barzilai, directeur van het Institute for Aging Research aan het Albert Einstein College of Medicine in New York. ‘Bejaarden liggen onder vuur. Mensen worden ontslagen omdat ze te oud zijn. Ouderen kunnen geen werk meer vinden. En tegen mensen die al zo veel problemen hebben, ga je dan zeggen: jij bent ziek, je hebt een aandoening? Daar hebben de mensen die wij proberen te helpen niets aan.’

    Niet iedereen is het ermee eens dat het stigmatiserend is. ‘Ik ben ervoor om ouderdom een ziekte te noemen,’ zegt Sven Bulterijs, medeoprichter van de Healthy Life Extension Society, een non-profitorganisatie in Brussel die veroudering als een ‘universele menselijke tragedie’ beschouwt, met oorzaken die kunnen worden opgespoord en bestreden om de levensduur van mensen te verlengen. ‘Je zegt toch ook niet dat het voor kankerpatiënten beledigend is om kanker een ziekte te noemen?’

    Maar Sinclair mag het dan hebben over de ‘lineair stijgende lijn’ van onze levensverwachting, de maximale levensduur van de mens blijft een twistpunt. De onderliggende vraag is: moeten we überhaupt sterven? Als we een middel vinden om veroudering als aandoening tegen te gaan en te overwinnen, zouden we dan eeuwen- of zelfs millennialang kunnen leven? Is er dan nog een grens aan? De natuur wekt de indruk dat eindeloos leven niet ondenkbaar is. De Pinus longaeva, een Noord-Amerikaanse den, is misschien wel het beroemdste voorbeeld van een plant die biologisch onsterfelijk wordt geacht. Die boom gaat wel dood als hij wordt omgehakt of door de bliksem wordt getroffen, maar als je hem ongemoeid laat, sterft hij niet van ouderdom. Er zijn exemplaren waarvan de leeftijd op vijfduizend jaar wordt geschat: alsof de tijd er gewoon geen vat op heeft. Het geheim van deze lange levensduur is vooralsnog een raadsel. En zo zijn er meer organismen, bijvoorbeeld in zee, die tekenen van biologische onsterfelijkheid lijken te vertonen.

    115 jaar

    Vanuit dat besef wordt vaak beweerd dat onze levensduur met de juiste aanpak drastisch kan worden verlengd. Maar een spraakmakende studie in Nature stelde in 2016 dat de grens voor onze levensduur rond de 115 jaar ligt. Die schatting is gebaseerd op wereldwijde statistieken waaruit blijkt dat de stijging van de levensduur boven de honderd begint af te vlakken, en dat het record van de langst levende mens al sinds de jaren negentig niet meer is gebroken. Al is er ook kritiek op de wijze waarop deze analyse werd uitgevoerd.

    Barzilai vindt het hoe dan ook nodig om iets tegen veroudering te doen. ‘We kunnen erover twisten of de grens bij 115 of 122 jaar ligt, of bij 110,’ zegt hij. ‘Maar nu overlijden we gemiddeld voor ons tachtigste, dus we laten zo’n 35 jaar liggen. Laten we eerst eens proberen die jaren aan onze levensverwachting toe te voegen, voordat we beginnen te praten over onsterfelijkheid of iets daartussenin.’

    Of ze nu denken dat ouderdom een behandelbare ziekte is of dat de levensduur van de mens een natuurlijke begrenzing heeft, de meeste deskundigen zijn het erover eens dat we anders met ouderdom moeten omgaan. ‘Als we niets doen aan de drastische stijging van het aantal ouderen, en manieren vinden om te zorgen dat ze gezond blijven functioneren, krijgen we grote problemen met levenskwaliteit en economische kosten,’ zegt Brian Kennedy, directeur van het Centre for Healthy Ageing en hoogleraar biochemie en fysiologie aan de Nationale Universiteit van Singapore. ‘We moeten manieren vinden om het verouderingsproces af te remmen.’

    De vergrijzing is ‘de klimaatverandering van de gezondheidszorg’, zegt hij. Een raak beeld. Net als bij de opwarming van de aarde moet de oplossing vooral worden gezocht in gedragsverandering: een ander dieet, een andere levensstijl. Maar ook net als bij de klimaatverandering lijkt een groot deel van de wereld zijn hoop vooral op de techniek te vestigen. Misschien krijgen we niet alleen een toekomst van geo-engineering, maar ook van ‘gero-engineering’.

    De groeiende roep om ouderdom tot ziekte te bestempelen wordt wellicht mede veroorzaakt door een verschuiving in de maatschappelijke opvattingen over ouderdom. Morten Hillgaard Bülow, medisch historicus aan de Universiteit van Kopenhagen, zegt dat er een verandering intrad in de jaren tachtig, toen de hele idee van ‘succesvol oud worden’ postvatte. Het begon met studies die waren opgezet en gefinancierd door de Amerikaanse MacArthur Foundation, waarin onderzoekers ingingen tegen de eeuwenoude stoïcijnse aanvaarding van ouderdom en verval, zoals Galenus die uitdroeg. Zij pleitten voor onderzoek naar manieren om veroudering tegen te gaan en de Amerikaanse regering vond dat, met het oog op de druk die de vergrijzing op de zorg zou leggen, een goed idee. Tegelijkertijd trokken ontwikkelingen in de moleculaire biologie de aandacht van onderzoekers. Zo kwam er meer geld beschikbaar voor onderzoek naar de aard en oorzaken van veroudering.

    screenshot 2019 12 11 at 17 35 06

    Biomarkers

    Professor Slagboom werkt in Leiden aan tests om te kunnen vaststellen wiens lichaam in een normaal tempo veroudert en wiens lichaam ouder is dan de leeftijd doet vermoeden. Remedies tegen ouderdom beschouwt zij als laatste redmiddel, maar inzicht in iemands biologische leeftijd is volgens haar wel nuttig voor de behandeling van ouderdomskwalen. Neem een man van zeventig met een licht verhoogde bloeddruk. Als hij de bloedsomloop van een tachtiger heeft, is die hogere bloeddruk waarschijnlijk nodig om het bloed naar zijn hersenen te krijgen. Maar heeft hij nog de fysiek van een zestiger, dan moet er waarschijnlijk iets aan worden gedaan.

    Biomarkers waaraan je de biologische leeftijd afmeet, zijn een populair instrument in verouderingsonderzoek, zegt Vadim Gladyshev van het Brigham and Women’s Hospital in Boston. Hij beschrijft veroudering als een opeenhoping van schadelijke veranderingen in het hele lichaam, variërend van de samenstelling van onze darmflora tot de mate van chemische verminking van ons DNA, de zogenaamde methylering. Zulke biologische effecten zijn meetbaar en kunnen dus ook worden gebruikt om de effectiviteit van geneesmiddelen tegen veroudering te testen. ‘Als we de ontwikkeling van die verschijnselen met het klimmen der jaren kunnen meten, kunnen we aan de hand daarvan de waarde van medische ingrepen in de levensduur beoordelen,’ zegt hij.

    Na twee decennia beginnen de resultaten zich af te tekenen. Onderzoek bij muizen, wormen en andere modelorganismen heeft aangetoond wat er in verouderende cellen plaatsvindt en heeft diverse manieren opgeleverd om de levensduur – soms spectaculair – te verlengen. De meeste onderzoekers hebben een bescheiden doelstelling en richten zich vooral op het vergroten van de health span: het aantal jaren waarin je gezond en onafhankelijk kunt functioneren. Ze beweren dat er vooruitgang wordt geboekt en dat er al potentiële pillen aan zitten te komen. Eén veelbelovend middel is metformine, een veelgebruikt medicijn tegen diabetes dat al jaren bestaat. Dierproeven wijzen uit dat het misschien ook kan helpen tegen broosheid, alzheimer en kanker. Bij gezonde mensen zou het de veroudering kunnen afremmen, maar bij gebrek aan officiële richtlijnen zijn artsen huiverig om het met dat doel voor te schrijven.

    Een groep onderzoekers, onder wie Barzilai van het Einstein College, probeert daar verandering in te brengen. Barzilai leidt het onderzoeksproject TAME (Targeting Aging with Metformin). Daarin wil hij het middel aan mensen in de leeftijd van 65 tot 80 geven, om te kijken of het kwalen als kanker, dementie, beroertes en hartaanvallen kan uitstellen. De financiering van dit onderzoek had veel voeten in de aarde, mede omdat het patent op metformine is verlopen, zodat farmaceutische bedrijven er minder aan kunnen verdienen. Maar Barzilai zegt dat ze inmiddels proefpersonen kunnen werven en in de loop van dit jaar met het onderzoek beginnen.

    Metformine maakt deel uit van een grotere groep geneesmiddelen, de zogenaamde mTOR-remmers, die de werking afremmen van een eiwit dat groei en celdeling stimuleert. Wetenschappers denken door afremming van dat eiwit het gezondheidseffect van verminderde calorie-inname te kunnen nabootsen. Bij dieren kan een lagere calorie-inname de levensduur verlengen. Men vermoedt dat het lichaam dan beschermende maatregelen neemt tegen het gebrek aan voedingsstoffen. De eerste tests bij mensen lijken uit te wijzen dat deze geneesmiddelen het immuunsysteem versterken en ouderen beter bestand maken tegen infecties. Andere wetenschappers onderzoeken waarom organen uitval vertonen als gevolg van celveroudering, de zogenoemde senescentie. Om afgetakelde cellen uit het omringende gezonde weefsel te verwijderen, vestigt men de hoop op senolytica. Dat zijn geneesmiddelen die de versleten cellen stimuleren om zichzelf te vernietigen, zodat ze door het immuunsysteem kunnen worden afgevoerd. Bij muizen blijken deze senolytica de veroudering af te remmen.

    Verouderde cellen zijn bij mensen verantwoordelijk voor een hele reeks aandoeningen, variërend van aderverkalking en staar tot Parkinson en artritis. Er worden al wat kleine proeven gedaan met de effecten van senolytica op mensen, al gaat het daarbij officieel niet om onderzoek naar een remedie tegen ouderdom als zodanig, maar tegen de erkende aandoeningen artritis en idiopathische longfibrose.

    Als we een middel vinden om veroudering te stoppen, zouden we dan millennialang kunnen leven?

    Het onderzoek naar die middelen onderstreept een centrale vraag over veroudering: is er één gemeenschappelijk mechanisme waardoor verschillende soorten weefsel veranderen en aftakelen? En zo ja, kunnen we dan geneesmiddelen vinden om dat onderliggende mechanisme te bestrijden, in plaats van wat David Sinclair van Harvard ‘reactievoetbal’ noemt: steeds afzonderlijke aandoeningen behandelen naarmate die zich voordoen?

    Sinclair denkt van wel, en hij denkt dat hij een verbluffende nieuwe manier heeft gevonden om de klok van onze aftakeling terug te draaien. In zijn boek Lifespan, dat dit jaar verschijnt, legt hij uit dat het onderzoek in zijn lab zich toespitst op epigenetica. In dat snelgroeiende vakgebied kijkt men niet naar de samenstelling van het DNA zelf, maar naar veranderingen in het functioneren van de genen en hoe die kunnen resulteren in fysiologische veranderingen, zoals ziekten. Sommige epigenetische mechanismen kunnen de cellen in het lichaam beschermen, door bijvoorbeeld schade aan het DNA te repareren. Maar ze worden minder effectief naarmate we ouder worden. Sinclair beweert deze verzwakte mechanismen bij oudere muizen weer terug op sterkte te hebben gebracht met behulp van gentherapie, en zegt dat hij ‘beschadigde oogzenuwcellen weer kan verjongen’, waardoor blinde oude muizen ineens weer kunnen zien.

    Het is een bekend refrein. Er zijn al veel wetenschappers geweest die met dierproeven dachten de bron van de eeuwige jeugd te hebben gevonden, om vervolgens te merken dat de resultaten in rook opgaan zodra ze het bij mensen proberen. Maar Sinclair is ervan overtuigd dat hij op het goede spoor zit. Hij zegt binnenkort in een wetenschappelijk tijdschrift resultaten te publiceren die zijn collega’s kunnen controleren.

    hh 43771708

    Foto 1: De 78-jarige Lloyd Kahn is op z’n 65ste begonnen met skateboarden. – © Vladimir Yakovlev / REX

    Foto 2: De 106-jarige Robert Marchand in 2018 in de Vélodrome National van Saint-Quentin-en-Yvelines, bij Parijs. Volgens een spraakmakende studie in Nature uit 2016 ligt de grens voor onze levensduur rond de 115 jaar. © Anthony Dibon / Icon Sport

    Grijs gebied

    Omdat ouderdom officieel geen ziekte is, bevindt het meeste onderzoek naar dit soort geneesmiddelen zich in een grijs gebied: officieel zijn ze niet bedoeld om veroudering tegen te gaan. Barzilais proef met metformine bijvoorbeeld, die nog het meest lijkt op een klinisch onderzoek naar een remedie tegen ouderdom, is net als de proeven met senolytica officieel niet als zodanig bedoeld. Hij onderzoekt alleen de effectiviteit in het bestrijden van ouderdomsgerelateerde aandoeningen. ‘En een van de bijwerkingen is dan dat je er misschien langer door leeft,’ zegt hij.

    Barzilai wil niet zeggen dat ouderdom als ziekte geclassificeerd moet worden, maar meent dat het de wetenschappelijke vooruitgang wel zou kunnen versnellen. In zijn onderzoek moet hij jarenlang wachten voor hij in kaart kan brengen of het aan zijn proefpersonen toegediende geneesmiddel bijdraagt aan de preventie van ouderdomskwalen.

    En omdat het effect van het middel waarschijnlijk vrij gering is, heb je grote aantallen proefpersonen nodig om iets te kunnen bewijzen. Als ouderdom een ziekte was, zou je gericht kunnen testen op zaken die sneller en goedkoper kunnen worden onderzocht. Bijvoorbeeld of een geneesmiddel de ontwikkeling van de ene naar de volgende ouderdomsfase afremt.De Healthy Life Extension Society is een van de organisaties die vorig jaar aan de WHO hebben gevraagd veroudering op te nemen in de nieuwe versie van de officiële International Classification of Diseases (ICD-11). De WHO heeft niet aan dat verzoek voldaan, maar heeft wel een code voor ‘ouderdomsgerelateerd’ toegevoegd, waarmee kan worden aangegeven dat ouderdom de kans op een bepaalde aandoening verhoogt.

    Wetenschappelijk kader

    Een andere groep wetenschappers wil veroudering bij de WHO aankaarten om een steviger wetenschappelijk kader voor onderzoek naar dit thema te creëren. Onder leiding van Stuart Calimport, voormalig adviseur van de Californische SENS Research Foundation voor ouderdomsonderzoek, is een gedetailleerd voorstel geschreven – dat wij hebben ingezien – om voor alle weefsels, organen en klieren in het lichaam aan te geven, bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 5, hoe vatbaar ze zijn voor veroudering. Zo’n indeling in verschillende stadia heeft al goede diensten bewezen bij de ontwikkeling van kankerbehandelingen. Het kan in theorie leiden tot de goedkeuring van geneesmiddelen waarvan is aangetoond dat ze de veroudering van cellen in een specifiek deel van het lichaam kunnen afremmen of tegenhouden.

    En het classificeren van ouderdom als ziekte kan nog een ander groot voordeel hebben. Volgens David Gems, hoogleraar biogerontologie aan het University College London, zou het een manier zijn om iets te doen tegen de kwakzalverij van anti-ouderdomsmiddeltjes. ‘Het zou ouderen beschermen tegen de stortvloed aan middeltjes waarmee hun geld wordt afgetroggeld door de anti-ouderdomsindustrie. Die fabrikanten mogen nu allerlei onzin uitkramen,’ zegt Gems. In februari moest de Amerikaanse FDA bijvoorbeeld nog waarschuwen dat injecties met bloed van jonge mensen – een behandeling die duizenden dollars kost en wereldwijd aan populariteit wint – geen enkel aantoonbaar nut heeft. Maar het verbieden van deze behandeling was niet mogelijk. Op deze manier ontsnappen bedrijven aan het strenge toezicht dat wel van toepassing is op remedies voor specifieke ziektes.

    De Singaporese overheid heeft net als de cyclopen een blik in de toekomst geworpen – en wordt daar niet vrolijk van. Deze eilandstaat zit in de voorhoede van de vergrijzing. Met de huidige trends zal de bevolking van Singapore in 2030 nog twee werkenden op iedere gepensioneerde tellen. (Ter vergelijking: de VS zal in 2030 nog steeds drie werkenden op iedere 65-plusser tellen.) Het land streeft dus naar een betere en gezondere levensavond voor zijn inwoners.Brian Kennedy van het Centre for Healthy Ageing bereidt daarom het eerste breed opgezette onderzoek naar behandelingen tegen veroudering voor. Op kleine groepjes vijftigers – vrijwillige proefpersonen – gaat hij tien tot vijftien mogelijke behandelingen uittesten. ‘Ik denk aan drie of vier geneesmiddelen en een paar voedingssupplementen, waarvan we het effect dan vergelijken met veranderingen in levensstijl.’

    Strategieën tegen de vergrijzing staan hoog op de agenda bij de Singaporese overheid en Kennedy wil een ‘testkader’ scheppen voor dit soort proeven op mensen. ‘We hebben met behulp van dierproeven al veel vooruitgang geboekt,’ zegt hij, ‘maar we moeten nu het effect op mensen gaan onderzoeken.’

    Krijgt het Verenigd Koninkrijk een menopauzeverlof?
    Moeten ondernemingen op dezelfde manier met de menopauze omgaan als met ziekte of zwangerschap? Twee Britse parlementariërs, de een van Labour, de ander van de Conservatives, pleiten daarvoor. Ze overwegen zelfs een wetsvoorstel in te dienen dat vrouwen in staat stelt hun werkritme aan te passen aan de hormonale veranderingen. Rachel Maclean van de Conservatieve Partij wil ‘dat vrouwen voortaan over vrije tijd beschikken of hun werkomstandigheden kunnen aanpassen om het hoofd te bieden aan bepaalde gênante symptomen als opvliegers of nachtelijk transpireren’, aldus The Guardian. Volgens deze linkse krant, die het initiatief eind augustus in een hoofdartikel steunde, ‘kreeg de kwestie, toen die onlangs in het Britse parlement werd besproken, massale bijval vanuit alle partijen, met name van mannen wier echtgenotes de overgang hebben meegemaakt en die het probleem dus begrijpen’. The Guardian schrijft dat ‘speciale wetgeving vrouwen in de menopauze en anderen gerust moet stellen’ en herinnert eraan dat ‘bijna 80 procent van de vrouwen wordt geconfronteerd met bepaalde overgangssymptomen, die zich voordoen op het moment dat de ovulatie stopt als gevolg van verminderde hormoonproductie. Een op de vier vrouwen kampt met ernstige symptomen, zoals angsten en depressies.’

    Regeneratieve geneeskunst verleidt Japan

    Antiverouderingsbehandelingen op basis van stamcellen beleven gouden tijden. Vooral in Japan, waar de zogeheten ‘regeneratieve’ geneeskunde sterk wordt aangemoedigd. Dit soort behandelingen repareert organen of kwetsuren met behulp van stamcellen die zich kunnen vernieuwen. In 2014 nam de Japanse regering twee wetten aan die het mogelijk maken dat het land ‘als eerste over dit soort behandelingen beschikt’, meldt een arts op de website Ronza. Japan probeert de voorsprong te behouden die het verkreeg toen Shinya Yamanaka, onderzoeker aan de Universiteit van Kyoto, in 2006 met een techniek kwam om iedere willekeurige cel genetisch te herprogrammeren en pluripotent te maken, dat wil zeggen in staat om zich eindeloos te vermenigvuldigen en tot verschillende celtypen te differentiëren; een ontdekking die hem in 2012 de Nobelprijs voor de Geneeskunde opleverde.‘Japan is momenteel toonaangevend op het gebied van innovatieve therapieën’, bevestigt Gil Van Bokkelen in het Amerikaanse tijdschrift Nature. Van Bokkelen is CEO van Athersys, een Amerikaans biotechnologiebedrijf dat in Japan onderzoek doet naar de behandeling van beroerten en ademhalingsziekten met behulp van stamcellen. Maar de zeer soepele Japanse regelgeving staat onder bepaalde voorwaarden ook toe dat behandelingen snel worden vercommercialiseerd zonder dat ze uitvoerig zijn getest. ‘Zonder reëel bewijs voor hun doeltreffendheid’, besluit het wetenschappelijk tijdschrift tot zijn spijt.

    Voor het recht om ouder te worden
    Tegenover de huidige tendens om ‘veroudering tegen elke prijs een halt toe te roepen’ stelt filosoof Elena Brizgalina, lid van de bio-ethische commissie van de Universiteit van Moskou, ‘het recht van het individu om ouder te worden’. ‘Veroudering is niet louter herleidbaar tot een biologisch proces. Er spelen ook culturele, sociale en persoonlijke aspecten een rol die te maken hebben met de aard van de mens,’ zegt ze in het tijdschrift Ogoniok. De consumptiemaatschappij speelt in op onze ‘angst om te lijden en ons verlangen om mooi te blijven’. Maar ‘deze houding werkt verbittering in de hand en beneemt het zicht op de diepere betekenis van het ouder worden’. Want ouder worden heeft voordelen: ‘Je krijgt meer kennis over jezelf en de wereld, begrijpt de zin van het leven beter, kunt ervaringen doorgeven. Het is een periode van hard weken, maar dan op geestelijk gebied. Het gevoel vrij te zijn, niet meer betrokken te zijn bij de dagelijkse wedloop, biedt dus nieuwe kansen.’

    screenshot 2019 12 11 at 17 32 48

  • 2. De vliegende vroedvrouwen van Nigeria

    2. De vliegende vroedvrouwen van Nigeria

    Hoewel Nigeria het rijkste land van Afrika is, gemeten naar het bruto binnenlands product, staat het op nummer vier van de lijst met het hoogste aantal vrouwen dat overlijdt bij de bevalling. Dat heeft te maken met Boko Haram, maar ook met een gebrekkige gezondheidszorg en traditionele kraamgewoontes. Stella Aneto wil daar iets aan wil doen.

    In de kleine medische kliniek met witgeverfde muren in Banki, een van de grootste kampen voor intern ontheemden in het noordoosten van Nigeria, veroorlooft vroedvrouw Stella Aneto zich zo heel nu en dan tussen de bevallingen door een korte pauze om even op adem te komen. Voordat ze het enige kraambed van de kliniek schoonmaakt met desinfecterend middel, werpt ze een blik in het logboek van de kliniek. Er zijn twee vrouwen die zojuist een kind op de wereld hebben gezet en er zijn minstens drie vrouwen bij wie de bevalling net op gang is gekomen. Ze geeft een assistent opdracht extra spullen voor een spoedingreep klaar te zetten. Bij bevallingen kan er van alles en nog wat misgaan, al helemaal in een gebied waar veelvuldig sprake is van kindhuwelijken, ondervoeding en malaria, en waar het voor een vroedvrouw niet ongebruikelijk is een achttienjarige bij te staan bij de geboorte van haar vierde kind.

    In een spartaanse kliniek zonder elektriciteit of stromend water, dik honderd kilometer van het dichtstbijzijnde ziekenhuis, is er een grote kans om in het kraambed te overlijden. Maar sinds Aneto een jaar geleden in de kliniek is begonnen, heeft ze nog niet één patiënt verloren. ‘Ik ben altijd bang voor complicaties,’ zegt ze. ‘Als er iets fout gaat, beschikken we niet over de juiste middelen om hulp te bieden.’ Aneto’s voornaamste doel is dan ook zorgen dat er niets fout gaat. En de enige manier om dat voor elkaar te krijgen, zegt ze, is door een goede voorbereiding. ‘Preventie komt hier neer op voorbereiding.’

    1549 vs. 3

    Nigeria is een riskante plek om te bevallen.

    In Nigeria sterven jaarlijks zo’n 58 duizend moeders in het kraambed en 240 duizend baby’s overlijden binnen 28 dagen na de geboorte. Hoewel Nigeria het rijkste land van Afrika is, gemeten naar het bruto binnenlands product, staat het op nummer vier van de lijst met het hoogste aantal vrouwen dat overlijdt bij de bevalling. De situatie is het ergst in het noordoostelijke deel van het land. Hier, in de staat Borna, het epicentrum van het gebied dat al decennia wordt geteisterd door de islamitische opstand onder leiding van Boko Haram, sterven jaarlijks meer dan 6500 baby’s aan aandoeningen die voorkomen hadden kunnen worden – twee keer zoveel als in de rest van het land, volgens cijfers van de Nigeriaanse overheid. Jaarlijks overlijden er tussen de 3500 en 4500 vrouwen aan oorzaken die verband houden met de bevalling.

    Nog voor de strijd oplaaide had deze chronisch ondervoede regio al te kampen met een hogere sterfte onder moeders en pasgeboren kinderen dan in de rest van het land, goeddeels als gevolg van een traditionele aanpak en een geschiedenis van politieke verwaarlozing. Toen Boko Haram zo rond 2012 terrein begon te winnen, ontvluchtte de helft van alle artsen de regio. Gezondheidscentra werden overvallen en geplunderd, waardoor met name zwangere tieners en vrouwen extra kwetsbaar waren. Met 1549 sterfgevallen op 100.000 levend geboren kinderen was de moedersterfte in het noordoosten bijna twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde van 814, volgens een onderzoek van de WHO. In Finland is het gemiddelde 3.

    Een vroedvrouw aan het werk in een klein gezondheidscentrum in Lagos dat wordt gesteund door het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties. – © Ruth McDowall for The Washington Post via Getty Images
    Een vroedvrouw aan het werk in een klein gezondheidscentrum in Lagos dat wordt gesteund door het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties. – © Ruth McDowall for The Washington Post via Getty Images

    UNICEF schat dat er nog maar een handvol verloskundig-gynaecologen is achtergebleven in het gebied rondom Maiduguri, de hoofdstad van de staat Borno en tevens de grootste stad van het noordoosten. Maar volgens Pernille Ironside, de UNICEF-vertegenwoordiger in Nigeria, bevallen er jaarlijks 250.000 vrouwen in de regio. Afgaande op globale statistieken verwacht zij dat er zonder hulp bij zo’n 50.000 van die vrouwen tijdens de bevalling levensbedreigende complicaties kunnen optreden. ‘In de meerderheid van deze gevallen is het overlijden absoluut te voorkomen,’ zegt Ironside. ‘Geen enkele moeder, waar ook ter wereld, zou hoeven meemaken dat zij tijdens de bevalling haar kind verliest of zelf het leven laat.’

    Deze getallen wijzen niet alleen op tragische tegenslag; het zijn ook sterke indicatoren van een gebrekkig nationaal gezondheidsstelsel. De kwestie speelde een belangrijke rol bij de presidentsverkiezingen, die uiteindelijk hebben plaatsgevonden op 23 februari. Voor Aisha Buhari, de vrouw van president Muhammadu die zich opnieuw verkiesbaar heeft gesteld, is het terugdringen van het aantal sterfgevallen bij de geboorte een prioriteit. ‘Als een land niet in staat is haar meest kwetsbare inwoners te beschermen tegen een dood die te voorkomen zou zijn geweest, zegt dat iets over de kracht van het systeem in bredere zin,’ aldus Sanjana Bhardwai, die zich namens UNICEF bezighoudt met de gezondheidssituatie in Nigeria. Nigeria probeert de situatie in het noordoosten te veranderen, met hulp van UNICEF.

    Aneto

    Aneto, een energieke dertigjarige met een bril met hoekige glazen en een stijlvol zwierige paardenstaart, is een van de vijftig vroedvrouwen die sinds september 2017 in dienst zijn genomen om in Borno aan de slag te gaan in de klinieken van de kampen voor intern ontheemden. De vroedvrouwen, meestal jonge vrouwen afkomstig uit heel Nigeria, werken in roulerende diensten: vier weken werken en dan een week vrij om naar huis te gaan. Aneto, die duizend kilometer verderop woont, in de staat Anambra, zegt dat ze meer tijd kwijt is met op en neer reizen dan ze thuis kan doorbrengen, maar dat ze het toch de moeite waard vindt omdat ze op deze manier de kans krijgt echt iets aan de situatie te veranderen.

    Ook het salaris is aantrekkelijk. Dankzij steun van UNICEF verdienen de vroedvrouwen die aan dit programma meedoen bijna twee keer zoveel als vroedvrouwen in een staatsziekenhuis. En terecht ook. Veel van de kampen bevinden zich in actieve oorlogsgebieden en zijn alleen toegankelijk via de lucht. Aneto, die vóór dit interview nog nooit in een vliegtuig had gezeten, was als de dood toen ze vertelde dat ze zich per helikopter zou moeten verplaatsen. Inmiddels is het voor haar net zoiets als een busritje. Waar ze moeilijker aan kon wennen is het geweervuur dat haar geregeld uit haar slaap houdt.

    Volgens de Verenigde Naties neemt Nigeria wereldwijd 19 procent van alle sterfgevallen in het kraambed voor zijn rekening, en bijna een tiende van de mondiale kindersterfte. Aneto vindt het pijnlijk om daarbij stil te staan, al die levens die verloren gaan, al helemaal omdat zij zich ervan bewust is dat met een beetje scholing en de juiste apparatuur, die percentages dichter in de buurt zouden kunnen komen van het Europese gemiddelde, dat met 16 sterfgevallen op 100.000 geboorten zo’n twee procent bedraagt van het Nigeriaanse percentage.

    Het kan enkele dagen kosten om een militair konvooi naar een ziekenhuis in Maiduguri te regelen, zeker wanneer er zwaar wordt gevochten

    Het leven in Banki zou makkelijker zijn als ze 3G op haar mobieltje zou hebben, zegt ze lachend, maar over het geheel genomen is er niet eens zulke heel geavanceerde technologie voor nodig om levens te redden. ‘We moeten gewoon zorgen dat vrouwen naar de kliniek komen, met enige regelmaat.’ Voor haar begint preventie met geregeld monitoren, zodat mogelijke problemen zich al in een vroeg stadium openbaren en kunnen worden opgelost voordat de vrouw in kwestie op de kraamtafel ligt. De aanbeveling van het Nigeriaanse ministerie van Gezondheid is om gedurende de zwangerschap vier keer een arts of verpleegkundige te bezoeken. In 2016 veranderde de WHO die aanbeveling van vier naar acht bezoekjes. Aneto wil haar patiënten minstens eens per maand zien en ze vindt het geen enkel punt als ze vaker komen. Zo kan ze zich ervan vergewissen dat ze hun malariapillen nemen en onder een klamboe slapen. Malaria is een van de belangrijkste oorzaken van vroeggeboorten, uterusrupturen en overmatig bloedverlies.

    In een afgelegen gebied als Banki, of de tientallen andere kampen voor intern ontheemden waar UNICEF medische klinieken heeft opgezet, is het nog belangrijker om mogelijke problemen zo snel mogelijk op het spoor te komen, aldus dokter Saidu Hassan, een verloskundig-gynaecoloog verbonden aan het Maternal and Newborn Health program van UNICEF. Medische evacuaties zijn weliswaar mogelijk, maar het kan enkele dagen kosten om een militair konvooi naar een ziekenhuis in Maiduguri te regelen, zeker wanneer er zwaar wordt gevochten. Als duidelijk is dat een zwangere vrouw specialistische zorg nodig heeft, kunnen vroedvrouwen haar ruim voordat ze is uitgerekend doorsturen naar de hoofdstad om complicaties te voorkomen, zegt Hassan. Maar ‘als een vrouw een inwendige bloeding krijgt in Banki en een bloedtransfusie nodig heeft, tja, dan is de kans groot dat ze het niet haalt.’ Een geoefende vroedvrouw kan niet alleen de bevalling zo begeleiden dat er minder kans is op inwendige bloedingen, maar ook tijdens de bevalling mogelijke problemen voorzien en in een vroeg stadium ingrijpen.


    Aneto is het bed nog aan het schoonmaken als Halima Musa, een vrouw van dertig, de verloskamer binnen komt strompelen, ondersteund door een paar medewerkers van de kliniek. Binnen enkele momenten klinkt het boze gehuil van een pasgeboren meisje – Musa’s zevende kind. Aneto is nog niet eens klaar met het wassen van het kind als Musa snel van de tafel moet om ruimte te maken voor Fanna Balama, een meisje van vijftien. Balama’s baby – haar eerste – komt al met haar hoofdje naar buiten en een andere vroedvrouw neemt het over. Aneto wist het zweet van haar voorhoofd en lacht. ‘Soms komen er zoveel vrouwen binnen dat het hier net de markt lijkt.’

    De aansporing om niet thuis te bevallen maar naar de kliniek te komen, begint zijn vruchten af te werpen in het noordoosten. De Banki-kliniek heeft in 2018 maar liefst 1271 baby’s ter wereld geholpen zonder dat er ook maar een vrouw in het kraambed is gestorven. Maar in het kamp zijn wel vrouwen overleden die het kind thuis hebben gebaard. ‘Thuisbevallingen zijn hier een serieus probleem,’ zegt Kellu Dauda, een achtentwintigjarige vroedvrouw in een kliniek in Ngala, dat ook aan de grens met Kameroen ligt. ‘Als je in een kliniek bevalt, kunnen wij iets doen als er problemen zijn. Als een vrouw inscheurt, kunnen wij haar hechten. Als er een bloeding is, kunnen wij daar iets aan doen. Als je thuis bevalt kan er van alles misgaan.’

    Zo’n tachtig procent van de vrouwen in het noordoosten van Nigeria bevalt nog altijd gewoon thuis, waar geen toegang is tot de voorzieningen die levensreddend kunnen zijn. Velen zijn afhankelijk van de hulp van traditionele bakers die het ongetwijfeld goed bedoelen maar die complicaties tijdens de geboorte soms alleen nog maar verergeren.

    Insmeren met koeienmest

    Vaak trekken ze de placenta naar buiten, waardoor de baarmoeder kan scheuren, in plaats van te wachten tot de placenta vanzelf naar buiten komt. Soms maken ongeschoolde bakers gebruik van vieze instrumenten om de navelstreng door te knippen waardoor de baby onbedoeld bloedvergiftiging krijgt of tetanus oploopt. De traditie om de navelstreng van het kindje in te smeren met koeienmest is ook niet erg bevorderlijk. Maar de traditionele bakers maken niet altijd traditionele fouten. Onlangs merkte Hassan dat sommige bakers hun klanten injecteren met oxycotine om de weeën op te wekken. Als dat middel verkeerd wordt toegediend kunnen de gevolgen fataal zijn.

    UNICEF heeft besloten niet de strijd aan te binden met de traditionele bakers, maar ze naar de klinieken in de kampen te halen, waar ze werk kunnen krijgen als assistent of schoonmaker en ondertussen worden opgeleid. Ze krijgen een beloning als ze zwangere vrouwen overhalen om naar de kliniek te komen, en als die vrouwen dan terugkeren met een gezonde baby, behoudt de baker haar status van vertrouwde figuur binnen de gemeenschap.

    De vroedvrouwen hebben alle hulp nodig die ze maar kunnen krijgen. Dauda houdt van haar werk, maar de omstandigheden zijn zwaar. In de kliniek in Ngala krijgt Dauda soms wel vijftig zwangere vrouw per dag binnen en ze kan elk moment worden opgeroepen voor een bevalling. Niets is zo mooi als helpen een kind op de wereld te zetten, zegt ze, maar aan de andere kant is niets zo erg als ’s nachts een vrouw moeten hechten met het licht van een mobieltje omdat er geen elektriciteit in de kliniek is.

    Het Nigeriaanse ministerie van Gezondheid zegt er alles aan te doen om de situatie voor zwangere vrouwen te verbeteren, niet alleen in het noordoosten maar in heel Nigeria. Maar de nood is groot en de middelen zijn zeer beperkt in een land waar de verhouding tussen medisch hulpverleners en aantal inwoners tot de slechtsten ter wereld behoort. Nigeria heeft maar twintig artsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen op tienduizend inwoners, minder dan de 23 die volgens de WHO noodzakelijk is om ‘een beduidend aantal zwangere vrouwen adequate hulp te bieden bij de geboorte.’ UNICEF is van plan om verspreid over het land vijfduizend vroedvrouwen op te leiden, maar voor Ironside ‘voelt dat soms als een druppel op een gloeiende plaat. Er gaapt zo’n enorme kloof als je kijkt naar de beschikbaarheid van medische dienstverlening in het algemeen; waar het feitelijk op neerkomt is dat de overheid veel meer moet investeren in gezondheidszorg en opleiding in het noordoosten, zodra de situatie weer veilig is.’

    Ze zaten in dezelfde Whatsapp-groep, maar Dauda kende geen van beide geëxecuteerde vroedvrouwen persoonlijk

    Los van dit alles is er de voortdurende dreiging van Boko Haram in het gebied. Op 1 maart 2018 zijn bij een aanval van opstandelingen in de nabijgelegen stad Rann elf mensen vermoord, onder wie twee hulpverleners en een UNICEF-arts. Er werden een verpleegster en twee vroedvrouwen van het Rode Kruis in gijzeling genomen. Toen er geen losgeld werd betaald hebben ze op 17 september een van de vroedvrouwen geëxecuteerd, en de ander een maand later. Op 6 december sloeg Boko Haram weer toe en legde de UNICEF-kliniek in Rann in de as. UNICEF heeft de aanvallen veroordeeld en opgeroepen om alle hulpverleners te beschermen.

    Ze zaten in dezelfde Whatsapp-groep, maar Dauda kende geen van beide geëxecuteerde vroedvrouwen persoonlijk. Hoewel ze bang is en haar familie erop aandringt dat ze weer naar huis komt, is ze niet van plan om te vertrekken. ‘Als wij er niet meer zijn, hoe moet het dan met al die zwangerschappen? Hoe moet het dan met al die baby’s? Zonder onze hulp zijn ze nog slechter af dan met Boko Haram.’

    Auteur: Aryn Baker
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Time Magazine
    VS | Weekblad | 2.348.566

    Time (gestileerd als TIME, ook wel Time Magazine) werd in 1923 opgericht als een publicatie met ‘lichtere en spannender geschreven’ stukken. Inmiddels worden er ook edities in Europa, Azië en Canada gemaakt en is er een speciale uitgave voor kinderen.