Tag: gezondheid

  • Onderzoek: DNA-test kan sterke troef zijn in de strijd tegen borstkanker

    Onderzoek: DNA-test kan sterke troef zijn in de strijd tegen borstkanker

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ghana: parlement keurt draconische anti-lhbtiq-wet goed

    » Libanon veroordeelt Israëls ‘gevaarlijke en ongekende escalatie’

    De test kan patiënten voor chemotherapie behoeden

    ‘Miljoenen mensen met borstkanker zouden chemotherapie kunnen vermijden’, meldt de BBC, onder verwijzing naar een veelbelovende wetenschappelijke studie van University College London met vierduizend patiënten boven de veertig jaar in het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Australië en Thailand.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een nieuwe DNA-test, Prosigna, kan patiënten identificeren die wel en niet op de behandeling zullen reageren. ‘De internationale studie concludeerde dat meer dan twee derde van de deelnemers de bijwerkingen van chemotherapie niet hoeft te ondergaan’, aldus het Britse medium.

    Deze bijwerkingen omvatten vermoeidheid, haaruitval en misselijkheid. Na vijf jaar was de overlevingskans van patiënten die dankzij de test geen chemotherapie nodig hadden, bijna 94 procent.

  • Zuid-Afrikaans lab gaat nieuwe hiv-behandeling voor Afrika produceren

    Zuid-Afrikaans lab gaat nieuwe hiv-behandeling voor Afrika produceren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël: nieuw rapport over 7 oktober legt seksuele gruweldaden van Hamas bloot

    » VS: neonazi krijgt vijftien jaar cel wegens het aanzetten tot geweld tegen Joden

    De behandeling vermindert het risico op hiv-overdracht met 99,9 procent

    Lenacapavir, een injecteerbare behandeling die slechts twee keer per jaar hoeft te worden toegediend, zal zo snel mogelijk in Zuid-Afrika worden geproduceerd, zo maakte de internationale gezondheidsorganisatie Unitaid dinsdag bekend tijdens de Frans-Afrikaanse top Africa Forward in Nairobi.

    Er is een aanbesteding uitgeschreven voor het laboratorium dat een generieke versie van dit medicijn zal produceren. Deze beslissing zal de soevereiniteit van het Afrikaanse continent op het gebied van gezondheid verbeteren, aldus Philippe Duneton, directeur van Unitaid.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Studies tonen aan dat deze veelbelovende behandeling het risico op hiv-overdracht met 99,9 procent vermindert. ‘Ondanks deze vooruitgang is er geen garantie dat hiv-negatieve mensen het ook daadwerkelijk zullen gebruiken’, waarschuwt dr. Katherine Gill in de Zuid-Afrikaanse krant Sunday Times.

    Om echt een verschil te maken, moet lenacapavir ‘binnen de gemeenschappen zelf worden verspreid, en niet alleen in klinieken’, benadrukt ze.

  • Hantavirus: symptomen ontdekt bij een Franse passagier van de MV Hondius

    Hantavirus: symptomen ontdekt bij een Franse passagier van de MV Hondius

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin: oorlog in Oekraïne ‘loopt ten einde, maar de situatie blijft ernstig’

    » Midterms VS: Democraten in Virginia lijden juridische nederlaag

    De symptomen ontwikkelden zich aan boord van een vliegtuig

    Een van de vijf Franse passagiers die zondag van het cruiseschip MV Hondius, het epicentrum van een dodelijke hantavirusuitbraak, werden geëvacueerd, vertoont symptomen van de ziekte. De Franse premier Sébastien Lecornu gaf ’s avonds aan dat ‘deze Franse staatsburger symptomen ontwikkelde aan boord van een chartervlucht’ van Tenerife, op de Spaanse Canarische Eilanden, naar Parijs, aldus de BBC.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De vijf geëvacueerden van de MV Hondius werden daarom ‘onmiddellijk in strikte isolatie geplaatst tot nader order’, aldus Lecornu. Deze Franse burgers ‘behoren tot de meer dan negentig toeristen die zondag van het Nederlandse schip werden gerepatrieerd, dat voor zonsopgang voor anker was gegaan bij de Canarische Eilanden’, meldt de Britse omroep.

  • VS: federale rechter schort herziening van het vaccinatiebeleid op

    VS: federale rechter schort herziening van het vaccinatiebeleid op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chili: president Kast begint met de bouw van grensbarrières

    » Talloze doden en gewonden na Pakistaanse luchtaanvallen op Kaboel

    De beslissing zal vrijwel zeker worden aangevochten

    Een rechter in Massachusetts blokkeerde maandag, in ieder geval tijdelijk, een aantal wijzigingen die minister van Volksgezondheid Robert Kennedy Jr. had aangebracht in de vaccinatieaanbevelingen en -schema’s. Hij oordeelde dat de Amerikaanse overheid de wetenschappelijk onderbouwde methoden die normaal gesproken worden gebruikt om dergelijke beslissingen te rechtvaardigen, had ‘genegeerd’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het Adviescomité voor Vaccinatiepraktijken (ACIP) was met name gestopt met het aanbevelen van het hepatitis B-vaccin voor alle pasgeborenen, tegen het advies van veel zorgprofessionals in. Dit is een ‘zware klap voor het gezondheidsbeleid van de regering-Trump’, aldus The New York Times.

    ‘De beslissing van rechter Murphy, die door de vorige Democratische president Joe Biden in het federale hof werd benoemd, zal vrijwel zeker in hoger beroep worden aangevochten’, voegt de krant eraan toe.

  • Onderzoek: AI-tool helpt bij het detecteren van borstkanker

    Onderzoek: AI-tool helpt bij het detecteren van borstkanker

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: één op drie aardbewoners belemmerd door opwarmend klimaat

    » Uitreiking Ig Nobelprijs verhuist naar Europa wegens ‘onveilige’ VS

    De detectie kan met meer dan 10 procent worden verbeterd

    Volgens de resultaten van een nieuwe studie kan de detectie van borstkanker met meer dan 10 procent worden verbeterd door het gebruik van een AI-tool, schrijft de BBC. De evaluatie werd uitgevoerd door de Universiteit van Aberdeen in het kader van een project van NHS Grampian, een dependance van de Schotse Nationale Gezondheidsdienst (NHS).

    Het team onderzocht hoe de AI-software zorgverleners kon ondersteunen bij de routinematige borstkankerscreening van meer dan tienduizend vrouwen, die vervolgens ook sneller op de hoogte konden worden gesteld van de resultaten. Yvonne Cook uit Aberdeen, een vrouw van in de zestig, deed mee aan het AI-onderzoek. Haar borstkanker werd ontdekt en vervolgens behandeld. ‘Ik voel me ongelooflijk gelukkig’, zegt ze tegen de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De AI-tool, genaamd Mia, is ontwikkeld door medisch technologiebedrijf Kheiron. De tool kan potentiële kleine en moeilijk te detecteren afwijkingen op mammografieën signaleren die met het blote oog over het hoofd kunnen worden gezien. De studie naar borstkankerscreening, die dinsdag in het tijdschrift Nature Cancer werd gepubliceerd, toonde aan dat de detectie met 10,4 procent kan toenemen.

    Het onderzoek wees ook uit dat de tool de werkdruk van het personeel kan verlagen en de tijd die nodig is om de getroffen vrouwen te informeren kan verkorten. Het onderzoeksteam omschreef de bevindingen als ‘enorm belangrijk’, omdat vroegtijdige detectie vroegtijdige behandeling mogelijk maakt en daarmee de kans op een succesvolle behandeling vergroot.

    De bevindingen van de studie zullen nu verder worden uitgewerkt in een vervolgonderzoek naar het gebruik van AI bij borstkankeronderzoek op locaties in het Verenigd Koninkrijk, aldus de Britse nieuwszender.

  • Onderzoek: vegetarisme verlaagt risico op bepaalde kankersoorten

    Onderzoek: vegetarisme verlaagt risico op bepaalde kankersoorten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bill Clinton houdt vol geen weet te hebben van de misdaden van Epstein

    » Trump geeft zijn regering opdracht geen gebruik meer te maken van Anthropic

    Bij andere kankersoorten lopen vegetariërs juist meer risico

    Vegetariërs hebben een aanzienlijk lager risico op vijf soorten kanker, zo blijkt uit een baanbrekend onderzoek naar de rol van voeding. Het onderzoek, gebaseerd op gegevens van meer dan 1,8 miljoen mensen die jarenlang werden gevolgd, toonde aan dat vegetariërs 21 procent minder risico lopen op alvleesklierkanker, 12 procent minder op prostaatkanker en 9 procent minder op borstkanker in vergelijking met vleeseters. Deze kankersoorten zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van alle kankersterfgevallen in het Verenigd Koninkrijk, aldus The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vegetariërs hebben ook 28 procent minder risico op nierkanker en 31 procent minder risico op multipel myeloom, aldus de studie die is gepubliceerd in het British Journal of Cancer. Hoewel vegetarisme over het algemeen beschermend lijkt te zijn, ontdekten de wetenschappers ook dat mensen die een vegetarisch dieet volgen bijna twee keer zoveel risico lopen op de meest voorkomende vorm van slokdarmkanker, plaveiselcelcarcinoom, in vergelijking met vleeseters. Dit zou te wijten kunnen zijn aan een tekort aan essentiële voedingsstoffen zoals B-vitaminen bij vegetariërs, suggereerde het team.

    Veganisten hebben een 40 procent hoger risico op darmkanker vergeleken met vleeseters. Dit kan te wijten zijn aan de lage gemiddelde inname van calcium (590 mg per dag, vergeleken met de Britse aanbeveling van 700 mg per dag) en een lagere inname van andere voedingsstoffen. De onderzoekers gaven aan dat er meer onderzoek nodig is om vast te stellen of vleesconsumptie problematisch is of dat er iets specifieks in vegetarische diëten zit wat het kankerrisico verlaagt. Het antwoord zou kunnen verschillen afhankelijk van het type kanker, schrijft The Guardian.

  • Onderzoek: zingen biedt niet alleen mentale, maar ook fysieke voordelen

    Onderzoek: zingen biedt niet alleen mentale, maar ook fysieke voordelen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Minneapolis weer in rouw nadat ICE opnieuw een Amerikaan doodschiet

    » Israël start grootschalige operatie om laatste dode gijzelaar terug te vinden

    Zingen in groepsverband versterkt zelfs het immuunsysteem

    Zingen blijkt een breed scala aan voordelen te bieden, vooral in groepsverband. Het kan mensen dichter bij elkaar brengen, ons lichaam voorbereiden op de strijd tegen ziekten en zelfs pijn verlichten, schrijft de BBC. Psychologen zijn al lange tijd gefascineerd door de manier waarop samen zingen de sociale cohesie versterkt. Volslagen vreemden kunnen ongewoon hechte banden smeden na een uur samen zingen, aldus onderzoek.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zingen heeft ook fysieke voordelen voor de longen en de luchtwegen. Zo gebruiken sommige onderzoekers zang om mensen met longaandoeningen te helpen. Ook verbetert zingen de hartslag en bloeddruk. Zingen in groepen of koren blijkt zelfs het immuunsysteem te versterken, iets wat luisteren naar muziek niet voor elkaar krijgt.

  • De verrassende waarheid over seizoensgebonden depressie

    De verrassende waarheid over seizoensgebonden depressie

    Het wordt algemeen aangenomen dat we neerslachtig zijn in de winter. Maar sommige onderzoekers zetten vraagtekens bij de psychologische effecten van de seizoenen.

    Velen van ons voelen zich opgewekt als de zomertijd weer ingaat, omdat na maandenlange neerslachtigheid door de koude winter de lente weer aanbreekt. Toch? Het verhaal is dat we de winter hebben doorstaan met als beloning een fonkelende aanloop naar de zomer. De gedachte aan de winter als een seizoen met donkere, deprimerende, koude dagen die mensen ternauwernood overleven, lijkt immer aanwezig. Die gedachte wordt in stand gehouden door artikelen over hoe je de ‘winterblues’ te lijf kunt gaan. Lichttherapie is een miljardenindustrie en in het noordwesten van de VS (waar ik woon) wordt er zelfs afgeteld naar wat wij ‘De Grote Duisternis’ noemen.

    Sommige onderzoekers zetten hier echter hun vraagtekens bij en stellen de psychologische effecten van de winter ter discussie. Ze vragen zich af of we niet inmiddels zo vaak hebben gehoord dat de winter vreselijk is voor onze psyche, dat we daar ondubbelzinnig in zijn gaan geloven. Het begrip seasonal affective disorder [seizoensgebonden affectieve stoornis] – of liever nog de pakkende afkorting SAD – is zo populair dat het in alledaagse gesprekken wordt gebruikt.

    ‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek’

    Steve LoBello, psycholoog en onderzoeker aan de Auburn University in Montgomery, wilde vaststellen wat de landelijke omvang is van SAD – een jaarlijkse depressie die strikt de cyclus van de seizoenen volgt, meestal optreedt in de herfst en de winter en weer afneemt in de lente en de zomer. Om te zien of depressies seizoensgebonden zijn, analyseerden LoBello en zijn team de gegevens van een onderzoek naar gedragsrisicofactoren door het CDC, de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM. Honderdduizenden Amerikanen worden jaarlijks voor dat onderzoek gevraagd naar hun gezondheid en welzijn, en het bevat een aparte vragenlijst met betrekking tot depressie en angst.

    ‘We verwachtten dat het aantal gevallen in de winter zou toenemen en in het vroege voorjaar zou afnemen, maar vonden daarover niets in de gegevens,’ aldus LoBello over de studie die in 2016 werd gepubliceerd. ‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek.’ Ze vonden ook geen correlatie tussen een zware depressie en de breedtegraad (of uren daglicht) van de respondent. LoBello publiceerde een paar jaar later, in 2018, een andere studie waarin zelfs geen correlatie werd gevonden tussen milde depressie en de seizoenen. Toch domineert het idee dat we in de winter allemaal meer kans lopen om verdrietig en depressief te worden. Volgens LoBello is die gedachte meer gebaseerd op folklore dan op wetenschap.

    SAD betrad de wereld van de psychologie door een artikel uit 1984 waarin een Amerikaans onderzoek onder 29 patiënten wordt beschreven. Deze patiënten hadden zich na een advertentie in de krant vrijwillig aangemeld voor het onderzoek en werden vooraf gescreend zodat alleen diegenen deelnamen die al gediagnosticeerd waren met een ernstige affectieve stoornis. De meesten van hen hadden een bipolaire affectieve stoornis en lieten weten dat ze gedurende ten minste twee voorgaande winters een depressie hebben gehad die in de lente of de zomer afnam.

    Al snel werd de specificatie ‘seizoensgebonden’ toegevoegd aan het hoofdstuk over affectieve stoornissen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Tevens werden er criteria vastgesteld voor de diagnose SAD: iemand moet tijdens een bepaald seizoen lijden aan een zware depressie, die depressie moet verdwijnen tijdens een ander seizoen en dat patroon moet zich minstens twee jaar lang herhalen. Naar schatting lijdt tegenwoordig 4 tot 6 procent van de Amerikaanse bevolking tijdens de wintermaanden aan SAD – een kleiner percentage van de SAD-gevallen wordt veroorzaakt door de zomer. Deze percentages stemmen niet overeen met hoe gemakkelijk mensen de term op zichzelf toepassen.

    ‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist slaperig maakt’

    De vraag hoe de seizoenen onze hersenen beïnvloeden is net als bij andere psychologische onderzoeken gecompliceerd en zeer uiteenlopend. Veel studies suggereren dat er voor sommige mensen enig verband bestaat tussen de seizoenen, blootstelling aan licht en symptomen van depressiviteit. Andere studies betwisten deze bevindingen. Zo is er een literatuuronderzoek uit 2008 van een team in Noord-Noorwegen dat zelfs in die extreme winteromgeving ‘geen correlatie kon vinden tussen depressieve symptomen en de hoeveelheid omgevingslicht’. Nationale gezondheidsdiensten in Zweden en Groot-Brittannië hebben gemeld dat het bewijs voor lichttherapie bij de behandeling van depressieve stoornissen niet overtuigend is. Dat wil niet zeggen dat niemand in de winter vanwege het weer depressieve symptomen ervaart, maar het is moeilijk om vast te stellen dat er voor de hele bevolking een verband bestaat tussen winter en een slecht humeur.

    Zeker is in ieder geval dat niet ieders stemming en cognitie op dezelfde manier worden beïnvloed door de seizoenen. Hoewel langere, warmere dagen algemeen worden beschouwd als een soort volksremedie tegen neerslachtigheid, melden sommige mensen die in een klimaat leven waar de zon altijd schijnt dat ze zich niet lekker voelen door de afwezigheid van de winter. Kate Sedrowski, een 42-jarige bergbeklimmer en schrijver, groeide op in Michigan en studeerde in Boston voordat ze naar Los Angeles verhuisde. ‘Het ontbreken van seizoenen – en dan vooral van de winter – voelde voor mij gewoon niet goed,’ laat ze weten per e-mail. ‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist zo slaperig als een luiaard maakt. De korte dagen in de winter dwingen me om het daglicht te benutten om dingen voor elkaar te krijgen, voordat ik me kan ontspannen en overgeven aan de winterslaap als het donker wordt.’ Sedrowski, die nu in Golden in Colorado woont, zegt dat ze in de koude wintermaanden vol sneeuw de meeste energie heeft.

    Sommige mensen ontdekken zelfs een ander soort productiviteit in de winter. De koelere, zuidelijke winter is nu Muriel Vega’s favoriete tijd van het jaar. Zij heeft als inwoner van Atlanta absoluut niet te lijden van strenge winters, maar is opgegroeid in een tropisch land waar het altijd zonnig en warm was. Vega vindt het prettig dat de hitte en de constante sociale verplichtingen onderbroken worden. ‘De winter is een heel bijzondere tijd om binnen te blijven,’ zegt de 36-jarige productmanager. De zomer staat meestal bol van de uitjes met vrienden, dagen op het strand en bezoeken aan het park, maar in de winter kan ze op andere manieren productief zijn. Dan besteedt ze meer tijd aan haar gezin, aan lezen en huiselijke dingen als schoonmaken en uitgebreid koken.

    Tromsø

    Hersenonderzoekers besteden ook aandacht aan de vraag of de winter ons mentaal slomer maakt. Timothy Brennen, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Oslo en gespecialiseerd in geheugen en cognitie, onderzoekt of verschillen tussen de seizoenen leiden tot verandering in cognitieve activiteit zoals herinnering, attentie of reactiesnelheid. Hij koos voor zijn onderzoek Tromsø in Noorwegen. Dat ligt boven de poolcirkel en twee maanden per jaar komt de zon er helemaal niet boven de horizon uit. Het maakt de stad bij uitstek geschikt voor dit soort onderzoek. ‘De meeste testen laten geen verschil in prestatie zien tussen zomer en winter, en als ze dat wel doen, suggereren vier van de vijf zelfs dat de winter voordelen heeft’, schrijft Brennen in zijn artikel. Toch schrijven velen van ons slaperigheid of gebrek aan geestelijke productiviteit toe aan een seizoensgebonden depressie. Als we allemaal echt depressief zouden zijn in de winter, aldus Brennen, ‘dan zou dat enorme gevolgen moeten hebben voor de samenleving. Maar dat is niet zo.’

    De seizoenen beïnvloeden ons leven wel degelijk, verduidelijkt Brennen, maar steeds meer onderzoeken tonen aan dat de meesten van ons in de winter geen grote psychologische effecten ervaren zoals depressie en cognitieve sloomheid, ook al denken we van wel. Wakker worden op donkere winterochtenden kan bijvoorbeeld moeilijker zijn dan wakker worden in de zomer. ‘Maar suf zijn nadat je bent ontwaakt uit een diepe slaap heeft niets te maken met depressie,’ zegt hij. Je voelt in dergelijke gevallen de effecten van een verstoring van je slaapcyclus. Of je voelt de verleiding van een knus, warm bed op een koude ochtend.

    We kunnen ons ongemakkelijk voelen bij lagere temperaturen of bij gevaarlijke weersituaties zoals sneeuwstormen. Ook kunnen we grapjes maken dat we het hele seizoen een winterslaap zouden willen houden. Maar ons zenuwstelsel en ons leven staan niet zomaar stil. Sommige van de drukste reisweekenden vinden plaats tijdens de wintervakantie. Veel mensen trekken in januari en februari naar de bergen om te skiën, snowboarden of sleeën. De winter kan zeker donker zijn en lastig om door te komen, maar voor de meesten van ons heeft het seizoen geen ernstigere effecten dan dat.

  • Een bezoek aan de luxe vastenkliniek van de elite

    Een bezoek aan de luxe vastenkliniek van de elite

    Sjeiks en aristocraten, managers en politici en zelfs Hollywoodsterren: de vastenkliniek Buchinger Wilhelmi aan het Bodenmeer is een bedevaartsoord voor de rijken en superrijken.

    Zwarte chocolade. Een klein stukje. Dat is haar grootste wens, zegt een oudere dame met een aristocratische uitstraling. Met trage passen loopt ze over het terrein. Daar beneden golft het Bodenmeer zachtjes. De dame heeft wekenlang bijna niets gegeten en daar veel geld voor betaald.

    De Buchinger Wilhelmi-vastenkliniek is een opmerkelijke plek. De sfeer op het complex houdt op het eerste gezicht het midden tussen [de Duitse televisieseries] Bergdoktor en Traumschiff. Het is er stil als in een klooster: spreken vervalt bijna onvermijdelijk in gefluister. Het is er allesbehalve spartaans en luxueuzer dan in de meeste tophotels. Rijken en superrijken, mooie en niet meer zo mooie mensen zijn hier om aan te sterken. Ze mediteren en lezen, doen aan lichte sporten en lange wandelingen, lepelen bouillon en nippen thee.

    Soms lijkt het er zo gezond, gepolijst en schoon dat je verwacht dat iemand weldra de dubbelzinnigheid ervan blootlegt. Dit zou met een beetje fantasie ook het decor kunnen zijn van een misdaadserie op Netflix, waarin de heilzame façade van het therapeutische vasten instort en met elke volgende slok vruchtensap de afgrond van het afzien duidelijker zichtbaar wordt.

    Mal

    Leonard Wilhelmi belichaamt deze ideale wereld als geen ander. Hij is de vierde generatie die het familiebedrijf leidt, en als je hem ontmoet krijg je het gevoel dat de erfgenamen van de Buchinger Wilhelmi onthoudingsdynastie uit een mal komen. Zo perfect past hij in zijn rol. Hij groeide hier op en nam de kliniek over van zijn ouders. Hij kreeg het vasten mee met de moedermelk, zogezegd.

    Ooit maakte hij zijn huiswerk in de kliniek. Om de hoek, een paar honderd meter heuvelopwaarts, ging hij naar school. Zoals het toeval en de ongeschreven wet van het Duitse familieondernemerschap het wilden, was die school hét Duitse elite-internaat bij uitstek: kasteel Salem. Hij woonde er ook, ondanks de nabijheid van zijn ouderlijk huis.

    Zijn ouders stuurden hem tussendoor ook nog twee jaar naar een elite-internaat in Schotland. Hij studeerde bedrijfskunde in Sankt Gallen, aan de dichtstbijzijnde, internationaal goed aangeschreven universiteit. Maar als je naar hem luistert was hij nooit zo’n turbokapitalist, maar eerder iemand met geweten en hersens. ‘Ik vond managementconsultancy en investment banking niet creatief,’ zegt hij over zijn studententijd aan de andere kant van het Bodenmeer.

    Toch maakte hij carrière, bij een telecommunicatieconcern en ook bij een managementadviesbureau. Daarnaast richtte hij een sociale onderneming op voor gehandicapten die appelsap produceren. Maar hij nam altijd de tijd om zijn rust te nemen, zegt hij. ‘Ik had de neiging om eerder te vasten dan antibiotica te nemen.’ Hij liet zijn medestudenten kennismaken met vasten en overtuigde hen van het Tupperware-systeem dat de familie Wilhelmi toepast om hun ochtendmuesli efficiënt en gedisciplineerd te bereiden. Zelf eet hij meestal pas rond elf uur, omdat intervalvasten een lange pauze tussen avondeten en ontbijt vereist. Als je hem vraagt of hij nooit uit deze ideale wereld heeft willen breken, kijkt hij je met grote donkere ogen aan: hij heeft er nooit enige reden toe gehad.

    Wilhelmi vervult vele functies. Hij is tegelijkertijd abt van het vastenklooster, directeur, manager van het hotel en van de kliniek en familieondernemer. ’s Avonds geeft hij soms lezingen en de meeste gasten ontvangt hij persoonlijk.

    Deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed

    Het is een illustere omgeving. De namen van een gravin en verschillende andere aristocraten die belang lijken te hechten aan hun blauwe bloed en ook namen van buitenlandse politici zijn te vinden op de naambordjes die de plaats van de gasten aangeven in de eetzaal van de vastenkliniek. Deze schijnbare tegenstelling van ‘eetzaal’ en ‘vasten’ wordt in de stijl van de jaren vijftig opgelost. De welgestelde gasten worden teruggevoerd naar de tijd waarin de kliniek werd opgericht: wie toch iets wil eten omdat het vasten te inspannend is, krijgt bijvoorbeeld een carpaccio van rode biet of gegrilde savooiekool voorgeschoteld.

    Niet zelden bevinden zich beroemdheden onder de gasten: zelfs Hollywoodsterren komen naar Überlingen of naar de tweede Buchinger-kliniek in het Spaanse Marbella, die Wilhelmi’s grootouders in de jaren zeventig openden en die nu door zijn neef wordt geleid. Ook Saoedische sjeiks, gestreste managers of politici met lijfwachten vasten volgens de Buchinger-regels: Josef Ackermann herstelde hier van de stress die hij ervoer door het najagen van rendement en Eckart von Hirschhausen van de beproevingen van het talkshowcircuit.

    Vasten-kok Hubert Hohler, al sinds geruime tijd coryfee in zijn vakgebied en door menige superrijke vereerd als goeroe, is speciaal ingevlogen voor de luxe catering. Hij vertelt over zijn mountainbiketocht in gezelschap van een tv-dokter en vraagt zich dan plots af of hij daarmee niet een ijzeren wet van de kliniek overtreedt: niet spreken over de gasten. Want deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed.

    Als er televisieploegen komen om verslag te doen van de geheimen van het vasten, zijn er elke keer klachten, zegt Wilhelmi. Tegelijkertijd is publiciteit nodig. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat artikelen over de kliniek aan het begin van het jaar verschijnen – wanneer mensen nog zo veel geloof hechten aan hun goede voornemens dat ze er ook geld aan willen spenderen – en kort voor de vastentijd voorafgaand aan Pasen. Een pr-adviseur die al lang in het vak zit, cultiveert het imago van de vastenclan.

    Jaarsalaris

    Afzien heeft zijn prijs. Het kortste vastenprogramma duurt volgens de brochure tien dagen en kost tussen de 3550 en 24.850 euro, afhankelijk van de kamer. Wie achtentwintig nachten wil blijven is minstens een kleine auto kwijt (9940 euro), maar kan ook aanzienlijk meer dan een gemiddeld jaarsalaris neertellen (69.580 euro). Die suite heeft dan wel een eigen sauna, een jacuzzi, een regendouche, een kleedkamer en natuurlijk uitzicht op het meer. Vasten, maar vorstelijk.

    Dit alles is voor Wilhelmi slechts ogenschijnlijk een tegenstelling. ‘In welke omgeving wordt een mens weer gezond?’ vraagt hij retorisch. In dit bijna kloosterachtige complex met reguliere zorg? Of in een gewoon ziekenhuis dat alleen maar diepvriesmaaltijden voorschotelt?

    De gezondheidswijsheden van Wilhelmi, zijn kok of zijn hoofdarts hebben steeds weer hetzelfde effect. Enerzijds voel je je schuldig dat je je lichaam mishandelt met stoffen die in de vastenwereld als gif worden beschouwd. En ook omdat het je niet vaak genoeg lukt om voor jezelf de strengheid en discipline op te brengen die deze kliniek uitstraalt. Aan de andere kant is hun overtuigde – zelfs autoritaire – benadering wel erg streng. Koffie met muesli is een zonde, zegt chef Hohler, alsof het een vanzelfsprekendheid is. En dan begint hij een voordracht over de vitaminen in muesli en het looizuur in koffie, terwijl de meeste mensen slechts geïnteresseerd zijn in de cafeïne.

    De familie Wilhelmi is nogal terughoudend als het over haar economische situatie gaat. Het aardse verstoort de schoonheid. Maar in de geconsolideerde jaarrekening in de Bundesanzeiger is de belangrijkste informatie te vinden, al is die niet heel recent. De kliniek kwam in 2021 samen met die in Marbella, die ongeveer een derde kleiner is dan die in Überlingen, uit op een winst van een kleine vijf miljoen euro, na een min van een kleine driehonderdduizend euro in het coronajaar 2020. De familie Wilhelmi haalde daarmee bijna het niveau van voor de pandemie in 2019, toen ze een winst boekten van ruim zes miljoen euro. Ze mikten vorig jaar op een winst van ongeveer zeven en een half miljoen euro. De omzet bereikte in 2021 met ruim vierenveertig miljoen euro bijna de waarde van voor de pandemie. Ze hoopten daar in 2022 overheen te gaan. De klinieken hebben samen zo’n vijfhonderdvijftig mensen in dienst.

    Opgeruimd

    Wilhelmi wil verder uitbreiden en zijn bijdrage leveren aan de dynastie. Zijn overgrootvader, de arts Otto Buchinger, richtte de kliniek op. Zijn grootouders breidden uit naar Marbella, vergrootten het kameraantal en ontwikkelden therapieën. Zijn ouders werkten aan de wetenschappelijke basis. Nu is het aan hem om een nalatenschap te scheppen: hij heeft een ‘vastenbox’ ontwikkeld waarmee klanten thuis kunnen vasten. ‘Zo blijven we het hele jaar door met elkaar in contact.’

    Het programma duurt vijf dagen en de box bevat onder meer verschillende soorten thee, soepen, olie en een meetlint. De inhoud is goed voor meer dan twee keer zo veel calorieën per dag als het strenge regime in Überlingen toestaat; daar komt het neer op 250 kilocalorieën per dag. Er zit een app bij die video’s bevat over meditatie en medische lezingen. De box kost 199 euro.

    Economisch gezien mogen ze de pandemie dan lang achter zich hebben gelaten, ze zien de naweeën ervan nog regelmatig bij hun patiënten. ‘Af en aan behandelen we long covid,’ zegt Wilhelmi. Hij is ervan overtuigd dat vasten daarbij helpt, wat hij verklaart aan de hand van ontstekingsparameters en de activiteit van de mitochondriën. Patiënten boeken ook vaker een psychotherapeut. Wilhelmi heeft speciaal daarvoor nieuwe specialisten aangesteld.

    Zijn relatie met andere medewerkers is opmerkelijk. De hoofdarts, chef Huber en de masseur werken al tientallen jaren in de kliniek. ‘Leo’, zoals ze hem noemen, kennen ze al sinds hij als klein kind tussen de vastende clientèle speelde. Is het niet vreemd dat die jongen nu hun baas is? O nee, geen probleem, zeggen ze. En hun vriendschappelijke omgang oogt inderdaad niet als een toneelstukje voor de pers, maar eerlijk en harmonieus. Dit is de opgeruimde wereld van het therapeutische vasten.

    Het is alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus

    De kliniek in Überlingen heeft ongeveer twee keer zoveel medewerkers als kamers. De meeste medewerkers die je op het terrein ziet zijn jong en sportief, zoals je van een goed hotel mag verwachten. Jonge mensen uit de regio doen hier vakantiewerk. Deze medewerkers zorgen voor de grijzende gasten die hun baantjes trekken in het zwembad, fitnessoefeningen doen met uitzicht op het Bodenmeer of mediteren in de gebedsruimte.

    Dertig jaar geleden hadden gasten nog het gevoel dat ze in hun doen en laten werden beperkt als ze naar de kliniek kwamen, zegt Wilhelmi. Nu beschouwen ze een verblijf hier als een investering in zichzelf. Een psychische aandoening als burn-out behoort tot een van de vier diagnosegroepen waarin de kliniek haar gasten indeelt. Wilhelmi noemt ook het metabool syndroom, dus hart- en vaatziekten en ontstekingsziekten. Ziekten die moeilijk te genezen zijn, zoals multiple sclerose, Parkinson of kanker, vallen onder het kopje ‘veelbelovend’ – een gebied dat nog in ontwikkeling is. Met het vasten hopen ze een bijdrage te leveren aan de genezing.

    De methode die de Buchinger Wilhelmi-kliniek hanteert staat historisch gezien niet ver af van andere alternatieve geneeswijzen die in het zuidwesten van Duitsland populair zijn. Wilhelmi’s overgrootvader Otto Buchinger, die door een vastenkuur van zijn artritis genas, was eerst quaker en daarna streng katholiek en wilde de patiënten in zijn kliniek tot inkeer brengen. Wilhelmi zelf noemt hem een oerdwarsdenker uit een breder spiritueel milieu, waarin bijvoorbeeld ook Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, actief was.

    Wilhelmi neemt afstand van dat milieu, maar ook weer niet te veel. De esoterie die veel van deze bewegingen kenmerkt, past niet echt in de elitaire vastenkliniek van nu. Het is koorddansen, zegt hij. Hij noemt zijn aanpak complementaire in plaats van alternatieve geneeskunde en hij benadrukt dat wordt samengewerkt met zorgverzekeraars en dat de kliniek gecertificeerd is. Zijn streven naar wetenschappelijke erkenning blijkt ook uit zijn woordkeuze. Als hij bijvoorbeeld zegt ‘Vasten is de grootste niet-farmacologische interventie’, dan klinkt hij als een arts.

    Tegelijkertijd zegt hij ook dat sommige natuurlijke geneeswijzen wonderen doen. Er staan nog altijd dikke homeopathische boekwerken in de bibliotheek van de kliniek. De hoofdarts zegt niets met antroposofie te hebben, maar ze zweert bij Kneipp en natuurgeneeskunde en is sceptisch over de motieven van de farmaceutische industrie, die voor van alles geneesmiddelen probeert te maken en blij is met veel diabetici. Het is een beetje alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus of, in zakelijke termen uitgedrukt, geen enkele klantengroep van zich wil vervreemden.

    En/en

    Het is een strategie van zo min mogelijk aanstoot geven, een voortdurend en/en. Daarin past ook de omgang van Wilhelmi met de traditie, die hij benadrukt waar hij maar kan. Zo staat er een standbeeld in de tuin: Otto Buchinger tijdens een van zijn geliefde wandelingen met zijn teckel. En bij de ingang en in het trappenhuis van de kliniek hangen familiefoto’s uit verschillende decennia, waarop alle mooie, gezonde familieleden van Wilhelmi te zien zijn. De meeste vrouwen zijn blond, de donkerharige mannen tonen Spaanse invloed. Ze zien eruit als de familie in een Spaanse telenovela [een uit Latijns-Amerika afkomstig televisiegenre].

    Aan de andere kant, zo zegt Wilhelmi, doen ze niets ‘enkel omdat Otto Buchinger het heeft gezegd’. En daarom streven ze, ondanks de associatie met natuurgeneeskunde en het Demeter-voedsel dat in overeenstemming met de maanstanden wordt gekweekt, naar wetenschappelijke erkenning. De kliniek werkt samen met wetenschappers van de Charité [een van de grootste universitaire ziekenhuizen van Europa in Berlijn] en publiceert studies in wetenschappelijke tijdschriften. Al die onderzoeken hebben één ding gemeen: ze zijn betaald door de Wilhelmi-familie. Aan onderzoek geven ze een bedrag uit van zeven cijfers per jaar, zegt Leonard Wilhelmi. De onderzoeksafdeling, opgebouwd door zijn moeder, telt zeven vaste medewerkers.

    Is dat eigenlijk niet gewoon een succesvolle marketingcampagne? Wilhelmi verwerpt dat. ‘Wij doen dit niet vanwege commerciële doeleinden.’ Ze willen ‘de pioniers van het vasten’ blijven en conclusies kunnen trekken als iets niet werkt, zegt hij. De kliniek is met zes- tot zevenduizend gasten per jaar het grootste onderzoekslaboratorium voor therapeutisch vasten ter wereld.

    Maar zouden ze ook onderzoeksresultaten publiceren waaruit blijkt dat vasten niet werkt? De erfgenaam van de vastendynastie geeft een ontwijkend antwoord. ‘Tot nu toe heeft het altijd gewerkt,’ zegt hij met vriendelijke glimlach. Hij gelooft hoe dan ook dat er duidelijk bewijs is: ‘We beschikken over een stroom aan wetenschappelijke documentatie. Het wordt steeds moeilijker om de werking van vasten te ontkennen.’

  • Aantal sterfgevallen door kanker zal wereldwijd sterk toenemen tegen 2050

    Aantal sterfgevallen door kanker zal wereldwijd sterk toenemen tegen 2050

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Midden-Oosten: Trump komt met nieuw plan voor toekomst van Gaza

    » Colombia: drieëntwintig mijnwerkers levend uit een ingestorte mijn gehaald

    De meeste patiënten wonen in minder welvarende landen

    Zonder voldoende maatregelen en financiering zou het aantal nieuwe kankergevallen wereldwijd de komende 25 jaar met ongeveer 61 procent kunnen toenemen tot 30,5 miljoen en zou het jaarlijkse aantal sterfgevallen met bijna 75 procent kunnen stijgen tot 18,5 miljoen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo luidt de conclusie van een nieuwe evaluatie die is gepubliceerd in The Lancet en is uitgevoerd in het kader van Global Burden of Disease, een onderzoeksprogramma dat de dodelijkheid en schadelijke gevolgen van ernstige ziektes en de risicofactoren onder verschillende bevolkingsgroepen onderzoekt.

    De onderzoekers roepen op tot meer preventie en behandeling, met name in minder welvarende landen. De meerderheid van de patiënten woont momenteel in landen met een laag of gemiddeld inkomen.

  • Onderzoek: sociale contacten bevorderen een gezonde ouderdom

    Onderzoek: sociale contacten bevorderen een gezonde ouderdom

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland: steeds meer economen zijn het oneens met de lijn van het Kremlin

    » Trump: ‘Met Europese en NAVO-steun kan Oekraïne de oorlog winnen’

    Eenzaamheid kan het stresshormoon cortisol verhogen

    Wetenschappers van de Amerikaanse Northwestern University bestuderen al sinds 2000 ‘super-agers’, tachtigplussers met een even goed geheugen als iemand van twintig à dertig jaar jonger. Ze willen weten hoe zij ontkomen zijn aan de cognitieve achteruitgang en geheugenstoornissen die met ouderdom gepaard gaan, aldus The New York Times.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ze ontdekten dat super-agers ondanks hun verschillen allemaal dit gemeen hebben: ze hechten groot belang aan sociale relaties en hebben vaak een extravert karakter. Sociale contacten helpen de hersencapaciteit op peil te houden, aldus de wetenschappers.

    Eenzaamheid kan daarentegen de hoeveelheid van het stresshormoon cortisol verhogen, wat op den duur kan leiden tot chronische ontstekingen. Die kunnen op hun beurt hersencellen beschadigen en zelfs het risico op dementie verhogen.

  • Coca-Cola trekt een spoor van verwoesting door Mexico. ‘Goedkoper dan water’

    Coca-Cola trekt een spoor van verwoesting door Mexico. ‘Goedkoper dan water’

    Door de vrijhandelsovereenkomst uit 1994 werd de consumentenmarkt in Mexico overstroomd met ultrabewerkte levensmiddelen uit de VS. Dat heeft niet de welvaart gebracht die beloofd was, maar woekerende diabetes en een obesitaspandemie.

    De halve familie van Cecilia Acero is overleden aan diabetes. Haar opa Mario van vaderskant, haar oma Toñita van moederskant en in 2022 na zes martelende jaren van dialyse op achtenzestigjarige leeftijd als laatste haar vader Raúl. Als ze het vertelt, breekt Cecilia’s stem. De tranen springen haar in de ogen, die schuilgaan achter een grote bril met een dik, zwart montuur. Ze is veertig, een antropoloog met donkere krullen en een vriendelijk gezicht. We hebben afgesproken in het kantoor van haar wetenschappelijkonderzoeksinstituut in het noordwesten van de oude koloniale stad San Cristóbal. Door het raam hebben we uitzicht op het berglandschap van de Sierra Madre de Chiapas, bedekt met altijdgroene pijnbomen.

    ‘Hier zeggen ze dat Coca-Cola goed voor je is,’ zegt ze. ‘Je knapt ervan op, het houdt je wakker en helpt tegen hoofdpijn. Voor mijn vader was cola een soort medicijn.’ In het weekend speelde hij keyboard in een band en in de pauzes dronk hij altijd Coca-Cola, elke avond zeker acht glazen, schat Cecilia. Een glas van 250 milliliter bevat 27 gram suiker, wat gelijkstaat aan bijna negen suikerklontjes. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het Zwitserse Bureau voor Voedselveiligheid en Diergeneeskunde en de Duitse Obesitasvereniging mag de dagelijkse dosis eigenlijk niet meer dan 50 gram bedragen, anders bestaat op langere termijn het risico van diabetes en ernstige hart- en vaatziekten.

    ‘s Ochtends was Raúl moe en dronk hij zijn eerste coke om op gang te komen voor zijn werk op de administratie van een school. Voor de lunch nam hij vaak een twee-liter gezinsfles mee, die hij voor het grootste deel zelf opdronk. Toen zijn gezicht, buik, handen en voeten begonnen op te zwellen, kon het probleem niet langer worden genegeerd. In die tijd begon Cecilia Acero met haar onderzoek naar diabetes. Ze wilde begrijpen waarom de lijdensweg van haar grootouders zich herhaalde bij haar vader, waarom mensen met diabetes type 2 in de deelstaat Chiapas zich zo weinig om hun gezondheid bekommerden. Ze bleef haar vader aanspreken op zijn eet- en drinkgewoonten: ‘Anders ga je langzaam maar zeker dood en moeten wij je verplegen.’ Maar zijn verslaving aan de donkere, zoete drank was uiteindelijk sterker.

    ‘Geef hem toch een colaatje’

    Voor Cecilia Acero was het moeilijk te verdragen. Pas toen zijn nieren het begaven, begon hij zijn drinkgewoonten te veranderen. Daar werd hij vaak humeurig van. Als er vrienden op bezoek kwamen, zeiden ze: ‘Geef hem toch een colaatje.’ Zijn toestand verslechterde zozeer, dat hij zich in december 2021 nauwelijks nog kon bewegen. Het was duidelijk dat het zijn laatste kerst zou worden. Op kerstavond kreeg hij zijn laatste glas Coca-Cola, dat maakte nu toch niet meer uit.

    Toen haar vader begraven was, overwoog Cecilia Acero met haar onderzoeksproject te stoppen. Als ze het niet eens voor elkaar kreeg een familielid te redden, wat had het dan voor zin? Maar collega’s herinnerden haar eraan dat ze haar onderzoek ook begonnen was om een maatschappelijke verandering tot stand te brengen. Dus ze zette door. Op haar laptop zit een sticker met de tekst: ‘¡Fuera Coca- Cola!’: ‘Weg met Coca Cola!’

    Dit verhaal speelt zich af in een streek in het zuiden van Mexico, waar meer Coca-Cola wordt gedronken dan waar ook ter wereld; waar je makkelijker aan een fles van de suiker- en cafeïnehoudende drank komt dan aan een slok drinkwater en waar Coca-Cola door zijn agressieve marketing intussen zo alomtegenwoordig is, dat het zelfs onderdeel van religieuze rituelen is geworden.

    247 Coca Cola truck
    Een grote vrachtwagen wordt volgeladen met Coca-Cola in een winkelcentrum in Merida, Yucatan. – © Getty Images

    Terwijl de markt voor frisdrank in de westerse industrielanden krimpt (VS, Zwitserland) of stagneert (Duitsland), drinken Mexicanen er jaar na jaar meer van. Bijna twee derde van de consumptie per hoofd van de bevolking staat op het conto van Coca-Cola Original met het rode etiket. In Chiapas, waar het berglandschap in het grensgebied met Guatemala overgaat in dicht tropisch regenwoud, drinken de mensen nog aanzienlijk meer frisdrank. Volgens een veel geciteerde studie zou dat in het hoogland dagelijks 2,25 liter per hoofd van de bevolking zijn. Hoe kan dat? En wat zijn de gevolgen?

    San Cristóbal is bij bezoekers uit de hele wereld populair. De stad van 220.000 inwoners ligt in een vallei op een hoogte van ruim 2100 meter en is omgeven door heuvels die je in de schemering nauwelijks kunt onderscheiden van de wolken die daar omheen hangen. De stenen huizen in het centrum zijn gebouwd in Spaans-koloniale stijl, de balkons zijn versierd met kunstig bewerkte smeedijzeren balustrades en bloemen. Bijna alles hier heeft kleur: de gevels van de kerken, de kleding van de inheemse bevolking, de bonen op de markt. De enorme macht van Coca-Cola is de meeste van de bijna honderdduizend toeristen die San Cristóbal in 2024 bezochten waarschijnlijk niet eens opgevallen. Zo diep is het corporate design van een van de bekendste merken ter wereld in het collectieve onderbewustzijn verankerd.

    Als je vanuit het centrum naar de rand van de stad loopt en er goed op let, zie je het op elke straathoek. Forse rode trucks staan aan de kant van de weg om pallets Coca-Cola, sap, water en melk van FEMSA, de grootste drank- producent van Mexico, af te leveren bij de negentien Oxxo-supermarkten, die eveneens eigendom zijn van Coca-Cola, en bij restaurants en kleine kruideniers. Op de gevels van die bedrijven prijken reclameborden van Coca-Cola, sommige gevels zijn rood-wit geschilderd en voorzien van het karakteristieke logo dat de boekhouder en eerste reclameman van Coca-Cola, Frank Mason Robinson, in 1886 in Atlanta heeft ontworpen. In de winkels staan rode koelkasten met het Coca-Colalogo, waarin frisdrank de meeste ruimte inneemt, met voorop Coca-Cola, dat verkrijgbaar is in blikjes en flessen tot drie liter.

    RFK pakt de voedings­ richtlijnen aan

    Gezondheidsminister Robert F. Kennedy Jr. staat op het punt om met zijn ‘Make America Healthy Again’ (MAHA)-agenda de Amerikaanse voedingsrichtlijnen grondig te herzien.
    Het vijfjaarlijkse richtlijnenrapport, dat normaal nogal lijvig en complex is, zou onder zijn leiding flink worden ingekort, volgens The Atlantic; mogelijk tot slechts een beknopte vierpaginaoproep: ‘Eet onbewerkt voedsel; eet wat goed voor je is.’ (‘Eat whole food; eat the food that’s good for you.’) De invloed reikt ver; deze richtlijnen bepalen wat er in scholen, het leger en andere federale programma’s wordt gegeten, en sturen de voedingsindustrie. Onder Kennedy’s aansturing zou nadrukkelijk worden ingezet op het beperken van kunstmatige kleurstoffen, ultrabewerkt voedsel en zaadoliën, terwijl meer ruimte ontstaat voor volle zuivel en minder bewerkte ingrediënten. Ondanks zijn controversiële reputatie, bijvoorbeeld als antivaccinactivist, hebben Kennedy’s beleidsambities op het gebied van voeding momenteel de meeste kans van slagen.

    De winkeliers krijgen de koelkasten gratis, maar die zijn dan alleen voor de verkoop van Coca-Cola-producten bestemd. Ze zijn voorzien van een zendertje, zodat ze kunnen worden gelokaliseerd en niet privé kunnen worden gebruikt. In Chiapas moet dat een aantrekkelijk aanbod zijn, want het maandelijkse inkomen bedraagt hier ongeveer 5300 peso (238 euro), een derde onder het landelijke gemiddelde. Meer dan 75 procent van de inwoners van San Cristóbal leeft onder de Mexicaanse armoedegrens, in veel dorpen in de hooglanden zelfs bijna 100 procent. De economie van de regio is kleinschalig en informeel en voornamelijk gebaseerd op de verbouw en verkoop van maïs, bonen en koffie.

    Het verhaal hoe Coca-Cola in deze plattelandsomgeving voet aan de grond kreeg, kan misschien het best beginnen bij een twee meter hoge betonnen muur in het zuiden van de stad. Daarop zijn twee inmiddels door de regen wat verbleekte afbeeldingen geschilderd. Als twee bladzijden van een boek laten ze zien dat er in dit verhaal een ervoor en een erna is, misschien ook wel een utopie en een dystopie. Op de ene muurschildering is in lichte, vriendelijke kleuren een heuvel geschilderd waaruit bronwater stroomt dat in een rivier uitkomt. We zien een kolibrie, een vlinder en mensen in harmonie met de natuur. Op de andere muurschildering daar pal naast valt meteen de iconische glazen Coca-Cola-fles op, met daarin een rode fabriek. De fles staat in een verdord, in donkere tinten geschilderd landschap. Een man met hoge hoed zit op een vulinstallatie geld te tellen, terwijl een uitgemergelde bedelaar tussen een grafzerk, vuilnis en mestzakken iets eetbaars zoekt.

    Als je het moment zou moeten kiezen waarop de bladzijde in dit verhaal is omgeslagen, is dat vermoedelijk de jaarwisseling van 1993-1994. In de vroege ochtend van 1 januari kwamen er een paar duizend guerrillastrijders uit de bergen, die San Cristóbal en vijf andere steden in Chiapas bezetten. Het waren Maya-groepen, waaronder veel vrouwen en jongeren, gewapend met Kalasjnikovs, oude karabijnen en speelgoedgeweren, hun gezichten verborgen onder zwarte bivakmutsen. Ze bezetten het stadhuis, verwoestten overheidsgebouwen, overvielen een militaire basis bij San Cristóbal en kondigden aan dat ze zouden doormarcheren naar de hoofdstad om de regering omver te werpen.

    Rechten inheemse volken

    Het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (EZLN) is in 1983 opgericht door een kleine groep marxisten en inheemse bewoners van het tropische regenwoud van Chiapas. In de traditie van Latijns-Amerikaanse guerrillagroepen keerden ze zich tegen koloniale uitbuiting en het neoliberale economische model. Ze streefden naar een samenleving waar iedereen toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en werk heeft en waarin de rechten van inheemse volken worden gerespecteerd. Op die eerste dag van 1994 trad het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA) tussen de VS, Canada en Mexico in werking, wat de aanleiding was voor de opstand van de Zapatisten. Zij vreesden dat het de kleine inheemse boeren nog verder in de armoede zou storten.

    Een van hun leiders was subcomandante Marcos, iemand die graag pijp rokend en te paard poseerde. Hij bewonderde Che Guevara en Foucault en verwierf zich met zijn strijdvaardige en literaire toespelingen en zijn met ironie doorspekte communiqués een zekere faam bij de wereldpers. Hij zei destijds tegen buitenlandse verslaggevers: ‘Het vrijhandelsakkoord is het doodvonnis voor de inheemse bevolking van Mexico.’ De toenmalige president Carlos Salinas was er daarentegen van overtuigd dat het verdrag het land van de derde naar de eerste wereld zou brengen.

    Drie decennia later kunnen we stellen dat dat voor de mensen in Chiapas vooralsnog maar zeer gedeeltelijk is gerealiseerd: door NAFTA is de buitenlandse handel van Mexico weliswaar aanzienlijk toegenomen en zijn er in de industrie in het noorden ook banen gecreëerd, maar tegelijkertijd zijn in het zuiden in de landbouw, die binnen de vrijhandelszone niet concurrerend was, aanzienlijk meer banen verloren gegaan. Het loonniveau bleef laag. Wel werd de consumentenmarkt overstroomd met ultrabewerkte levensmiddelen uit de VS. En dat had gevolgen: terwijl in 1992 volgens de WHO bijna 16 procent van de bevolking te dik was, was dit percentage in 2022 tot 36 procent gestegen. De Mexicanen hadden gehoopt op welvaart en kregen een obesitasepidemie.

    Ambivalente relatie

    Omdat de regering in januari 1994 onmiddellijk duizenden soldaten naar Chiapas stuurde en de luchtmacht inheemse dorpen liet bombarderen, trokken de Zapatisten zich na twaalf dagen met geringe verliezen terug in de bergen. Twee jaar later kwamen ze met de regering een wet overeen waarin het recht op autonomie voor de inheemse bevolking werd vastgelegd. Deze wet is echter nooit aangenomen, onder meer omdat het dan moeilijker zou worden op inheems grondgebied concessies voor de winning van grondstoffen te verlenen.

    Desondanks hebben de Zapatisten tot nu toe in zo’n duizend dorpen een structurele basis gelegd voor democratisch zelfbestuur, waar de Mexicaanse staat niet intervenieert. Hun relatie met Coca-Cola is echter al die jaren ambivalent gebleven. Er zijn berichten dat de rode vrachtwagens gedurende de opstand als enige de frontlinies mochten passeren. Ook tijdens hun ‘encuentras’ werd het toonbeeld van Amerikaans cultureel imperialisme geschonken, wat de aanwezige buitenlandse linkse revolutionairen hoofdschuddend bezagen.

    Eveneens in 1994 werd in de westelijke uitlopers van San Cristóbal een vulinstallatie voor Coca-Cola in gebruik genomen. Dat was een belangrijk onderdeel van de expansie van het Amerikaanse concern in Mexico. Reeds het jaar daarvoor had het voor 195 miljoen dollar 30 procent van de softdrinkdivisie van de Mexicaanse drankproducent FEMSA gekocht en het aandeel van de dochteronderneming naar de beurs gebracht. Dit was de opmaat voor miljardeninvesteringen in de reclame, distributie en bedrijfsovernames waarmee het concern Latijns-Amerika wilde veroveren. Het okerkleurige fabriekscomplex waarachter de uitgedoofde en met dicht groen overdekte vulkaan Huitepec tegen de hemel boven Chiapas afsteekt, is met een imposant stalen hekwerk beveiligd. In een persbericht uit 2023 noemde Coca-Cola de bottelarij van FEMSA de meest efficiënte ter wereld. Waar vroeger meer dan twee liter water nodig was om 1 liter Coca-Cola te produceren, zou dat in San Cristóbal slechts 1,17 liter zijn. Maar deze cijfers, afkomstig van het bedrijf zelf, laten buiten beschouwing dat frisdrank niet onder laboratoriumomstandigheden wordt geproduceerd.

    De bottelarij pompt dagelijks 1.3 miljoen water op

    Als we naar de voetafdruk van water kijken – dat wil zeggen het verbruik en de vervuiling van zoet water in de gehele productieketen – kost de productie van een halve liter Coca-Cola 170 tot 310 liter water. Terwijl het concern zich erop laat voorstaan dat het in San Cristóbal de laatste tijd slechts 82 procent van het water verbruikt dat het mag oppompen, komt in de huizen in de stad het grootste deel van de dag geen water uit de kraan. En als dat wel gebeurt, kun je het beter niet drinken.

    Dit is misschien wel de grootste tegenstrijdigheid in het verhaal. Wie daar met de directie over wil spreken, wordt bij de ingang vriendelijk teruggestuurd door een medewerkster in een roze veiligheidsvest: tot hier en niet verder. Het Coca-Cola-imperium is gebaseerd op franchise: een bottelaar koopt een licentie, produceert volgens de voorschriften uit de VS de drank en distribueert die op een regionaal beschermde markt. Sinds 1896 is Coca- Cola in Mexico verkrijgbaar, de eerste bottelarij werd in 1926 geopend in de havenstad Tampico. Tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-Stad, met Coca-Cola als hoofdsponsor, was het land al uitgegroeid tot de op twee na grootste markt, na de VS en Duitsland. Twee jaar later dreigde de net gekozen president Luis Echeverría van de Socialistische Eenheidspartij PRI het Amerikaanse concern te boycotten als het zijn geheime recept, dat tegenwoordig in een kluis in het World of Coca-Cola Museum in Atlanta ligt, niet zou vrijgeven voor de Mexicaanse bottelaars. Een delegatie van Coca-Cola slaagde er echter in Echeverría van zijn voornemen af te brengen.

    Dat was vooral te danken aan Vicente Fox, die in 1964 als verkoper bij Coca-Cola was begonnen, en die hij aanvankelijk ook zelf distribueerde, was voor hem een stimulerend middel in de strijd tegen de destijds nog machtiger rivaal Pepsi.

    Binnen negen jaar klom hij op tot CEO van Coca-Cola Mexico en introduceerde hij de agressieve verkoopmethodes waarmee het Pepsi binnen de kortste keren had ingehaald. Toen hij zijn functie in 1979 neerlegde en terugging naar de hacienda van zijn familie, had hij de omzet met bijna 50 procent vergroot. Twee decennia later zou Fox terugkeren op het grote toneel, opnieuw ten faveure van het drankconcern. Bij de presidentsverkiezingen van 2000 stelde hij zich kandidaat voor de conservatieve Nationale Actie Partij PAN, waarbij hij niet alleen profiteerde van het feit dat de Mexicanen de 71 jaar durende alleenheerschappij van de PRI en de zwakke economie van het land beu waren, maar ook dankzij een donatie in de campagnekas van, inderdaad, Coca-Cola.

    Water

    In zijn zesjarige ambtstermijn – herverkiezing is volgens de grondwet verboden – installeerde Fox een goed geoliede draaideur tussen zijn regering, de ministeriële bureaucratie en zijn vroegere werkgever, waardoor meer dan tien personen werden gesluisd die in de loop der jaren de politieke besluitvorming ten gunste van Coca-Cola beïnvloedden. Cristóbal Jaime Jáquez, onder Fox algemeen directeur van Coca-Cola Mexico, werd benoemd tot directeur van de Nationale Watercommissie Conagua. Onder hem verdrievoudigde het aantal waterconcessies voor dochterondernemingen van Coca-Cola. De bottelarij in San Cristóbal kreeg toestemming dagelijks 1,3 miljoen liter water op te pompen zonder dat er noemenswaardige heffingen of belastingen naar de stad of de deelstaat vloeiden.

    Water is in Mexico een gevoelig onderwerp. In de grondwet van 1917 werden alle natuurlijke hulpbronnen tot staatseigendom verklaard en in 2012 werd daar het recht op toegang tot voldoende, schoon en makkelijk toegankelijk water aan toegevoegd. Wat echter tot vandaag de dag ontbreekt, zijn concrete bepalingen hoe dat in praktijk moet worden gebracht. De staat, die tijdens de regeringsperiodes van de PRI voortdurend op de rand van faillissement balanceerde en verlamd was door corruptie, is er in grote delen van het land niet in geslaagd een betrouwbare watervoorziening te realiseren. In de periode van economische openstelling van Mexico mislukten ook publiek-private partnerschappen op dit gebied.

    Multinationale concerns sprongen in het gat, kregen concessies, haalden water uit de bodem en stopten het in flessen. Na een ernstige choleraepidemie in 1991, die in heel Zuid- en Midden-Amerika twaalfduizend mensen het leven kostte, profiteerden zij bovendien van de zorgen van Mexicanen over hun gezondheid. Zo ontstond in een paar jaar tijd de grootste markt voor flessenwater ter wereld. In 2024 verbruikten de Mexicanen 262 liter gebotteld water per hoofd, in Duitsland en Zwitserland is dat nog niet de helft. Naar schatting controleren Coca-Cola, Pepsi en Danone met hun mineraalwater samen ongeveer 80 procent van de markt.

    Britse suikertaks blijkt effectief

    Sinds 2018 zorgt de Britse suikertaks ervoor dat fris- dranken minder suiker bevatten en consumenten hun inname fors hebben teruggeschroefd.
    De Britse sugar tax (formeel de Soft Drinks Industry Levy, SDIL) is in maart 2016 aangekondigd en in april 2018 ingevoerd als onderdeel van de strijd tegen obesitas. De heffing geldt op frisdranken met toegevoegde suikers: dranken met 5-8 g per 100 ml worden belast met 18 p (pence) per liter (ca. 21 eurocent), dranken met 8 g of meer met 24 p per liter. De opbrengsten zouden aanvankelijk naar sportprogramma’s op basisscholen gaan.
    Al vóór de invoering pasten vele fabrikanten hun recepten aan om de belasting te vermijden; meer dan de helft van de frisdranken werd hervormuleerd, aldus The Guardian. Toen de heffing eenmaal van kracht was, daalde het suikergehalte in frisdranken aanzienlijk –met bijna 29 procent tussen 2015 en 2018. Consumenten reageerden ook: kinderen verkleinden hun inname van suikerhoudende dranken met ongeveer de helft en bij volwassenen was dat een derde.
    Een studie gepubliceerd in het Journal of Epidemiology and Community Health meldt dat het dagelijk suikerverbruik daalde met circa 4,8 g bij kinderen en 10,9 g bij volwassenen binnen een jaar na de invoering van de belasting. De daling werd vooral bewerkstelligd door de hervorming van producten terwijl consumenten overschakelden op minder suikerhoudende dranken; er was geen aanwijzing dat suiker elders werd gecompenseerd.

    Eigenlijk is er in de deelstaat Chiapas genoeg natuurlijk water. Anders dan in grote delen van het land, waar momenteel als gevolg van El Niño voor de tweede keer in vijftien jaar extreme droogte heerst, is in de zuidelijkste deelstaat van Mexico tijdens de regentijd constant veel water gevallen. Het hoogland van Chiapas beschikt over een van ’s werelds grootste grondwaterreserves, maar de mensen hebben daar niets aan. Zij hebben alleen toegang tot oppervlaktewater – en dat is vervuild. San Cristóbal wordt doorkruist door sloten met groene alg, rottende drek en plastic afval. Zij zorgen ervoor dat huishoudelijk afvalwater ongezuiverd in de Amarillo en de Fogótico terechtkomt, rivieren die belangrijk zijn voor de watertoevoer van de stad, maar waar regelmatig coli- en andere bacteriën uit menselijke en dierlijke uitwerpselen in worden aangetroffen. Naast zware metalen uit het lekwater van de nabijgelegen vuilstortplaats.

    Plannen voor de bouw van rioolwaterzuiveringsinstallaties in de stad liggen er al jaren, maar ze zijn gestrand, mede door verzet van de bevolking, die nu niets betaalt voor afvalwaterzuivering en bang is voor extra kosten. San Cristóbal is de afgelopen vijftig jaar extreem gegroeid. Omdat daardoor ook de wetlands vlak buiten de stad, die water opsloegen en filterden, de een na de ander verdwenen, is de waterhuishouding volkomen ontwricht. Als je leidingwater drinkt of gebruikt om te koken, kan dat diarree, darmontsteking of nierfalen veroorzaken, wat ook toeristen op pijnlijke wijze moeten ondervinden. Bij een enquête in 2023 onder huishoudens was maar 7 procent van de bevolking van Chiapas van mening dat hun water drinkbaar is.

    Weer heel anders is het in het droge seizoen, wanneer vanwege de verouderde en lekkende leidingen overdag geen druppel water uit de kraan komt. Inwoners vertellen dat ze ’s nachts, wanneer er een paar uur wel water uit de leidingen komt, opstaan en water in emmers opvangen om het in elk geval te kunnen gebruiken om de was te doen, schoon te maken en zich te wassen. De meeste huishoudens zijn gedwongen kilometers te lopen naar niet-besmette bronnen of om van hun geringe inkomen water te kopen bij tankwagens.

    Coca-Cola FEMSA op zijn beurt betaalt vrijwel niets voor het water dat het oppompt en daarmee, al dan niet onder toevoeging van suikersiroop, zijn flessen vult. De twee bottelconcessies die het concern heeft, kosten elk een belachelijke 2600 peso per jaar, omgerekend 117 euro. Voor het water zelf moet het 10 cent per duizend liter betalen. Niet dat er tegen dit oneerlijke systeem niet is geprotesteerd: in 2017 demonstreerden 1500 mensen bij de fabriek en drie jaar later eiste de burgemeester van San Cristóbal dat de waterconcessie van Coca-Cola FEMSA zou worden ingetrokken. Maar Conagua weigerde: de diepe waterputten zouden geen enkele invloed hebben op de watervoorziening van de bevolking uit oppervlaktewater.

    Toekomstige generaties

    Valentina is nog altijd verontwaardigd als ze aan de motivering van de federale autoriteiten denkt. Zelfs als nu het grondwater niet wordt gebruikt, is het belangrijk als plan B wanneer de klimaatcrisis Chiapas treft. ‘De mensen die nu deze beslissingen nemen, zijn dan dood. Maar jonge mensen zoals wij en toekomstige generaties zullen eronder lijden,’ zegt de jonge vrouw met haar lange bruine haar en een kleine tatoeage op haar onderarm. Door klimaatverandering worden voor de regio tegen 2050 vaker extreme weersomstandigheden verwacht. Met de regens is er al veel veranderd, ze komen onverwachter en zijn heviger geworden, waardoor er vaker overstromingen zijn. Valentina kent de gevolgen van klimaatverandering en heeft deelgenomen aan een VN-conferentie over biodiversiteit. Uit angst voor represailles wil ze niet dat haar echte naam in de krant wordt gebruikt.

    Op een ochtend bespreekt ze met een kleine groep activisten in een achterzaaltje van een café in San Cristóbal hoe de macht van Coca-Cola FEMSA kan worden gebroken. Ze zijn het eens dat de gemeenteraad het goed heeft gedaan door het aanbod van het concern een waterzuiveringsinstallatie te bouwen tweemaal af te wijzen, ook omdat onduidelijk bleef wie verantwoordelijk zou zijn voor de exploitatie en het onderhoud. ‘Door zo’n cadeau aan te nemen, zouden we oneerlijke spelregels hebben geaccepteerd,’ zegt Valentina. ‘Het zou dan lijken alsof ons protest schandalig was.’ Ze kennen de practies van Coca-Cola FEMSA: om zich te wapenen tegen kritiek betaalt het nu eens voor een gemeentelijke watertank, dan weer voor een opvangsysteem voor regenwater. Voor Valentina is één verhaal symptomatisch: een paar jaar geleden liet Coca-Cola FEMSA met veel publiciteit duizenden bomen planten, die vervolgens geen water kregen en dus verdroogden. De activisten protesteren inmiddels niet alleen meer tegen de vercommercialisering van het grondwater, ze proberen mensen ook voor te rekenen welke kosten hun Coca-Cola-verslaving op lange termijn met zich meebrengt.

    247 Coca Cola motorfiets1
    Een motorrijder verlangt tijdens zijn lunchpauze dorstig naar een glas Coca-Cola. In Mexico heeft 70 procent van de volwassenen en een derde van de kinderen en jongeren overgewicht. Meer dan een op de tien volwassen Mexicanen lijdt aan diabetes. Om deze trend een halt toe te roepen is sinds oktober 2020 het labelen van ongezonde voeding verplicht. – © Getty Images

    Al tijdens het presidentschap van Vicente Fox waren er steeds meer signalen dat er met de gezondheid van de Mexicanen iets mis was. Niet alleen het percentage mensen met obesitas nam toe, ook het aantal diabetici en hun mortaliteit schoot omhoog. Wetenschappers ontdekten dat de Maya-bevolking een verhoogde genetische aanleg had voor diabetes type 2. In Chiapas kwam daar de bijzonder ongunstige combinatie van armoede, ondervoeding en obesitas nog bij. Met de gebrekkige medische zorg – 30 tot 40 procent van de diabetici weten niets van hun ziekte en bij twee derde is de bloedsuikerspiegel niet goed ingeregeld – zorgde dat voor ‘de perfecte bom’, zoals Alejandro Calvillo, directeur van de Mexicaanse consumentenbond, het ooit noemde. In nog geen twee decennia steeg het aantal sterfgevallen ten gevolge van diabetes in Chiapas met 219 procent.

    Antropologe Cecilia Acero wilde weten waarom de mensen, inclusief haar vader, er zo slecht in slagen hun eetgewoonten te veranderen. ‘Met name ouderen willen niet aan een dieet,’ zegt ze. ‘Ze willen niet worden gezien als zieken, of als mensen die zich geen pleziertje gunnen.’ Vooral mannen vinden het moeilijk hulp te accepteren. Hoe gevaarlijk suikerziekte kan zijn, bleek in het eerste coronajaar toen in de deelstaat vergeleken met het jaar ervoor het officiële aantal sterfgevallen ten gevolge van diabetes aanzienlijk steeg. Want diabetici waren door hun verzwakte immuunsysteem niet alleen vatbaarder voor het coronavirus, maar ook belast met negatieve emoties. ‘Die mensen waren bang, konden niet naar de dokter en zaten eenzaam thuis. Daardoor ging bij velen van hen de bloedsuikerspiegel sterk omhoog,’ zegt Acero. Stress en angst kunnen inderdaad het verloop van de ziekte beïnvloeden of zelfs veroorzaken. Veel Mexicanen lijden echter onder de misvatting dat hun levensstijl er geen invloed op heeft.

    Club de Diabéticos

    Dat dacht de zeventigjarige Amelia García ook, totdat ze lid werd van de Club de Diabéticos, die bijeenkomt op de binnenplaats van het gemeentelijke gezondheidscentrum van San Cristóbal. Ze draagt elegante zwarte kleren met gouden oorbellen, haar nagels blauw gelakt. Samen met een twintigtal andere senioren doet García kniebuigingen en draait ze met haar heupen, waarna ze dansen op Y.M.C.A. Als de vrouwen elkaar met applaus belonen, laat ze haar rauwe maar hartelijke lach horen. De eigenaardige dorst begon bij haar nadat haar zus was overleden aan een hersentumor. Toen de dokter haar bloedsuiker mat, bedroeg die 360 milligram per deciliter, terwijl 100 normaal is. Amelia García dacht dat de diabetes door haar verdriet was veroorzaakt en deed dus niets aan haar eetgewoontes. Ze was gewend veel vlees te eten en elke dag minstens één fles Coca-Cola te drinken. ‘Het gemene was dat water mijn dorst niet kon lessen,’ zegt ze, ‘maar frisdrank wel.’

    Het is goed mogelijk dat ze toen al een tijd diabetes had. Meestal begint het onschuldig, met vermoeidheid of kleine infecties. Het belangrijkste symptoom – een te hoge bloedsuikerspiegel, veroorzaakt door een tekort aan het hormoon insuline – blijft vaak onopgemerkt. Als daar grote dorst en vaak moeten plassen bijkomen, is de ziekte al gevorderd. Steeds meer organen worden aangetast: ogen, zenuwstelsel of het weefsel van de voeten. Je kunt blind worden, er kan een been geamputeerd moeten worden of je kunt, zoals de vader van Acero, je nierfunctie verliezen. Een hoge bloedsuikerspiegel leidt bovendien vaak tot vetafzetting in de bloedvaten, wat een hartinfarct of beroerte kan veroorzaken.

    Toen Amelia García zich realiseerde dat ze moest stoppen met vet eten en cola drinken, moest ze huilen. Daarop nam ze haar lot in eigen hand en sloot zich, inmiddels een kwart eeuw geleden, aan bij de diabetesgroep. Hun bijeenkomsten beginnen met een voordracht.

    Dokter José Maria Gómez tekent lichaamscellen op het bord om de stofwisseling uit te leggen en vraagt aan de groep: ‘Waarmee zijn de cellen met elkaar verbonden?’ ‘Kauwgom,’ zegt een vrouw lachend. ‘Fout’, zegt de arts: ‘Siliconen natuurlijk.’ Iedereen lacht. Dan vraagt hij: ‘Welke levensmiddelen zijn met het oog op diabetes slecht voor ons?’ De vrouwen antwoorden bijna in koor: ‘La Coca.’

    Economische gevolgen van obesitas

    Obesitas is allang geen individueel gezondheidsprobleem meer, maar een economische bedreiging van mondiale proporties, schrijft El País.
    Volgens de World Obesity Atlas 2023 zullen de wereldwijde kosten van overgewicht in 2035 oplopen tot 4,32 biljoen dollar per jaar – bijna 3 procent van het mondiale bbp. Daarmee is obesitas economisch even ontwrichtend als de coronapandemie in 2020. In 2019 lag de rekening nog op 2,19 procent van het mondiale bbp, maar zonder krachtig ingrijpen stijgt dat percentage naar 3,29 procent in 2060. De schade zit niet alleen in medische behandelingen, maar ook in productiviteitsverlies: ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuim, vroegtijdige pensionering en zelfs voortijdige sterfte dragen allemaal bij.
    Tegenover dit groeiende probleem zoeken overheden naar effectieve beleidsinstrumenten. Suikertaksen gelden als veelbelovende maatregel. Het VK voerde in 2018 een succesvolle belasting op frisdranken in (zie kader p. 16). In Latijns-Amerika, waar de obesitascrisis flink toeneemt, heeft Colombia in 2023 de meest ambitieuze gezondheidsbelasting van het continent ingevoerd: een heffing van 10 procent op ultrabewerkte producten, oplopend tot 20 procent in 2025.
    De redenering is dubbel: hogere prijzen ontmoedigen consumptie van ongezonde voeding, terwijl de belastingopbrengsten direct ingezet kunnen worden voor preventie en gezondheidszorg.

    Amelia Garcia’s bloedsuikerspiegel is inmiddels stabiel 100. Ze eet veel groenten, weinig vlees en drinkt alleen nog ongezoete drank. Ook haar zeven kinderen heeft ze het belang van gezonde voeding bijgebracht – tot nu toe heeft geen van hen diabetes. Zelfs haar man, die vroeger elke dag acht tot tien flessen cola dronk, is daarmee gestopt. Toch blijven ze in hun winkel in Cruztón, iets buiten San Cristóbal, cola verkopen. García heeft daar geen slecht geweten van, iedereen moet zelf uitmaken wat hij of zij eet. Soms verkopen ze wel honderd flessen tegelijk, als het dorpshoofd een bijeenkomst organiseert. En het komt voor dat Coca-Cola FEMSA gratis drank laat uitdelen: als compensatie dat elke ochtend vanaf drie uur vrachtwagens door het dorp denderen om Coca-Cola naar de bergdorpen te brengen. ‘De inheemse bevolking drinkt het namelijk nog veel meer,’ zegt García.

    Tijdens een rit door de bergen ten noorden van San Cristóbal rijden we door nevelwoud en passeren graslanden en maïsvelden. Langs de kant van de weg sjouwen inheemse vrouwen jerrycans op hun hoofd naar hun dorpen, waar geen waterleiding is maar wel winkels met koelkasten vol Coca-Cola. Op reclameborden staat in de taal van de inheemse bevolking: Drink je Coca-Cola-water. En: Breng de lege fles terug. Ook zie je hier kleine kinderen al aan flessen lurken.

    Agressieve marketing

    Marcos Arana beziet dit al een tijdlang met zorg. Hij is arts en directeur van een opleidingscentrum om de gezondheidsvoorlichting aan de inheemse kleine boeren te verbeteren. Tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van het moederbedrijf van Coca-Cola in april 2023 heeft hij het woord gevoerd namens een kritische vereniging van aandeelhouders. In zijn verklaring wenste hij de huidige CEO van de Coca-Cola Company, de Amerikaan James Quincey, een goede morgen, waarna hij een onderzoek naar borstvoeding aanhaalde waaruit blijkt dat een derde van de inheemse kinderen al Coca-Cola te drinken krijgt voordat ze één jaar oud zijn. In de hooglanden van Chiapas, waar in veel dorpen meer dan 40 procent van de volwassenen analfabeet is, dringt de agressieve marketing van het concern door tot in de privésfeer. Ze kunnen kleine leningen of commissies krijgen als ze via hun familienetwerk Coca-Cola verkopen. Ariana is ervan overtuigd dat de strategie lijkt op de praktijken van de georganiseerde drugshandel.

    Coca-Cola’s verovering van de bergdorpen begon in 1962, toen Salvador López Tuxum, een inheems dorpshoofd, de eerste vergunning verwierf om het in San Juan Chamula te verkopen Hij kwam te paard naar San Cristóbal om de flessen op te halen. In hetzelfde decennium doken de eerste reclameborden op met afbeeldingen van Coca-Cola drinkende inheemse mensen in traditionele kledij. Twee artsen uit de hooglanden vertellen ons dat ze zich nog kunnen herinneren dat in de dorpen gratis cola werd uitgedeeld. Tot een jaar of tien geleden was in de dorpswinkels een fles cola goedkoper dan een fles mineraalwater.

    Tot een jaar of tien geleden was in de dorpswinkels een fles cola goedkoper dan een fles mineraalwater.

    In de hooggelegen gemeente Chamula, waar we langskomen, heeft Coca-Cola bewust of onbewust een marketingstunt gepleegd. Daar werd de drankonderdeel van de religieuze rituelen van de plaatselijke bevolking, die zich Chamula’s noemt en tot de Maya-gemeenschap van de Tzotzil wordt gerekend. Het gebied werd in de zestiende eeuw door de Spanjaarden veroverd en met geweld gekerstend. In San Juan Chamula hebben de conquistadores een kerk gebouwd en Johannes de Doper tot beschermheilige uitgeroepen. Op iconen wordt hij vaak afgebeeld met een lam om zijn rol als voorloper van Christus te benadrukken. In het stadje lopen schapen vrij rond, ze worden niet gemolken of geslacht, omdat ze als heilige dieren worden gezien. Alleen hun wol wordt gebruikt om kleding te weven en hun mest voor de maïs- en groententeelt. Als een schaap doodgaat, wordt het begraven.

    Ook het autonoom bestuurde San Juan Chamula is een bijzondere plaats. Terwijl veel inheemse gemeentes in de deelstaat Chiapas zich zo goed mogelijk tegen de invloed van de georganiseerde misdaad verzetten, is hier de laatste paar jaar het eerste indigene kartel van Mexico ontstaan. De Motonetos controleren de handel in mensen, wapens, drugs en porno in het gebied. Usb-sticks met films waarop ook minderjarige inheemse vrouwen seksueel worden misbruikt, zijn in de straten van San Cristóbal te koop voor omgerekend zes euro. Tegelijkertijd verzetten ze zich uit alle macht tegen invloed van buiten. Veel Chamula’s weigeren naar het ziekenhuis te gaan. Baby’s worden met oude Mayakennis vaak thuis geboren. Als ze ziek zijn, vertrouwen inheemse bewoners op geneeskrachtige kruiden of de werking van rituelen.

    Voedsel voor de goden

    De Iglesia de San Juan Bautista ziet er van buiten net zo uit als talloze andere katholieke kerken in Mexico. Binnen is fotograferen verboden, waardoor menig toerist al een dag in de cel heeft doorgebracht. De Maya’s geloven dat camera’s de macht hebben hun ziel te stelen. Inmiddels lijkt het verbod onderdeel van een toeristisch concept, en tegelijkertijd moet het een zeer intieme ruimte beschermen. Binnen verlicht een zee van minstens tienduizend kaarsen het schip van de kerk. Ze staan op tafels langs de zijmuren voor de heiligenbeelden en op de met dennentakken belegde grond. Hun geur vermengt zich met de zoetige wierookwolken. De kaarsen verbruiken aan één stuk door de zuurstof uit de warme, zware lucht. Aan het plafond hangen lappen stof, kroonluchters en bossen bloemen. Vooraan bij het koor staat een beeld van Johannes de Doper.

    Overal op de grond zitten groepen inheemse mensen bij sjamanen die in het Tzotzil bezweringsformules mompelen. Uit meegebrachte tassen steken de koppen van kippen, die gehypnotiseerd lijken door de kaarsen, de dampen en de rook. Dan grijpt een van de genezers een kip, maakt er rondgaande bewegingen mee boven de brandende kaarsen en strijkt ermee over de persoon die van een spirituele ziekte moet worden genezen of wiens ziel van demonen moet worden bevrijd. Daarna laat hij de kip op de grond zakken, zet zijn voet op haar kop en breekt haar nek. Het dier wordt vastgehouden tot het niet meer fladdert. Deze offerhandeling wordt zo verheven en lucide uitgevoerd, dat het haast iets vredigs heeft. Binnen deze moeilijk te bevatten liturgie van rituelen ontdekken we Coca-Cola-flessen. De drank wordt op de grond rond de brandende kaarsen uitgegoten, maar ook in bekers aan alle deelnemers aan het ritueel geschonken. Wat heeft die hier te zoeken?

    Met de zegen van sjamanen werd alcohol in rituelen verruild voor frisdrank

    Agustín de la Cruz is de kerkopzichter en probeert het ons uit te leggen. Hij draagt een poncho van schapenvacht en heeft een slecht gebit, zoals veel mensen in Chamula. De la Cruz houdt van Coca-Cola, vroeger dronk hij tien flessen per dag. Maar hij kreeg maagpijn en moest vaak overgeven. Anders dan zijn vrouw heeft hij nooit diabetes gekregen.

    ‘Coca-Cola is voor ons niet heilig,’ zegt hij. ‘Ook dat verhaal over het boeren is onzin.’

    Water als handelswaar

    Van de heuvels rond Lima tot de drukke straten van Karachi is het beeld vergelijkbaar: waar de overheid tekortschiet en infrastructuur hapert, grijpen handelaren hun kans.
    In de sloppenwijken van Lima kost een emmer water vaak meer dan in de villa’s van de stad. Bewoners zonder aansluiting op het waterleidingnet zijn aangewezen op particuliere tankwagens die op onregelmatige tijden verschijnen en woekerprijzen rekenen, schrijft Le Monde in een indringende reportage. Terwijl de middenklasse onbeperkt de kraan kan opendraaien, betalen de armsten tot tien keer zoveel
    voor een basisbehoefte. Het contrast pijnlijk; ‘In een stad waar het recht op water formeel bestaat, druppelt de ongelijkheid dagelijks uit de kraan.’ Ook in Karachi wordt water tot handelswaar gemaakt, schrijft The Guardian. Daar beheerst een ‘watertankermaffia’ de distributie: corrupte netwerken die leidingwater aftappen en tegen hoge prijzen verkopen aan huishoudens zonder officiële aansluiting. Inwoners zijn afhankelijk van een illegaal systeem waarin schaarste een verdienmodel is geworden. ‘Wat in essentie een publieke voorziening moet zijn, verandert zo in een private markt waar burgers gegijzeld worden’, aldus de Britse krant.
    In Lima hebben bewoners zich verenigd in wijkcomités om samen water in te kopen en druk uit te oefenen op de overheid, terwijl internationale banken helpen bij de aanleg van nieuwe leidingen, wat veel tijd kost. In Karachi proberen activisten en media de watertankermaffia te ontmaskeren en belooft de lokale politiek hervormingen, maar corruptie en traag bestuur blijven het systeem verlammen.

    Op internet staan talloze berichten over deze kerk. Reisjournalisten en bloggers schrijven herhaaldelijk dat de inheemse bevolking cola drinkt om door te boeren boze geesten uit hun lichaam te verdrijven. ‘Soms spellen buitenlandse gidsen je dat op de mouw om hun verhalen interessanter te maken. En toeristen geloven alles,’ zegt De la Cruz.

    Eeuwenlang hebben in Chiapas spanningen geheerst tussen de katholieke veroveraars en de inheemse bevolking, wier religieuze praktijken zijn gebaseerd op spirituele ideeën over het geloof en op magie. Steeds weer moesten er compromissen worden gesloten die uiteindelijk leidden tot dit unieke syncretisme. Vroeger werd bij de rituelen pox gedronken, een sterke drank gemaakt uit suikerriet, tarwe en maïs. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen evangelische groeperingen uit de VS en Engeland naar het hoogland om de Maya-gemeenschappen te bekeren en er sociaal werk op te zetten. Ze maakten de inheemse bevolking duidelijk dat alcohol ongezond en satanisch is en dronkenschap in de kerk ongepast. Zo vond met de zegen van de sjamanen aanvankelijk plaatselijke limonade haar weg in de rituelen. Niet koolzuur was doorslaggevend, maar de zoetige geur van de drank die als voedsel voor de goden diende, zegt De la Cruz. En zo maakte de interventie van een paar missionarissen voor Coca-Cola de weg vrij naar de inheemse geloofspraktijk.

    In de jaren zeventig braken er conflicten uit tussen religieuze groeperingen en werden duizenden protestantse inheemse bewoners met geweld verdreven uit plaatsen als San Juan Chamula, ook omdat de katholieke leiders niet wilden afzien van hun inkomsten uit de verkoop van alcohol en Coca-Cola. En zo valt er nu in de supermarkten van Chamula een soort tweede syncretisme te bewonderen. Kleuren en logo hebben de winkels schaamteloos gejat van de Oxxofilialen van Coca-Cola-bottelaar FEMSA, net als hun naam: Osso. Binnen is er Coca-Cola. En zelfgestookte suikerrietbrandewijn.

    247 Coca Cola distributeur
    San Juan Chamula is een traditioneel dorp met een grote inheemse populatie. Coca-Cola is er integraal onderdeel van de lokale cultuur. – © Getty Images

    ‘Pas toen Coca-Cola onderdeel was geworden van de rituelen kreeg de drank zijn maatschappelijke status. Sindsdien wordt het bij elke gelegenheid gedronken, ook bij religieuze en politieke evenementen als bruiloften,’ zegt Jaime Page. Wanneer we via Zoom met de arts, antropoloog en promotor van Cecilia Acero spreken, is hij net uit een van de bergdorpen terug in San Cristóbal. Page is niet alleen expert op het gebied van de inheemse cultuur, hij heeft hen ook herhaaldelijk ondervraagd over hun drinkgedrag. In een van zijn onderzoeken werd voor het eerst het cijfer van 2,25 liter frisdrank per persoon per dag in de hooglanden van Chiapas genoemd. Hier wordt het even spannend: Page zegt het cijfer van de website van Coca-Cola FEMSA te hebben, waar het later weer van is verwijderd.

    De drankenproducent bestrijdt dat. Na wat heen en weer gepraat kunnen we een afspraak maken met twee pr-dames in een restaurant in Mexico-Stad. Uit dit gesprek – waarbij we kip met mole poblano (een chocolade-chilisaus) eten en cola drinken – mogen we niet citeren, maar achteraf sturen ze ons een ver- klaring waarin ze zich baseren op een overheidsstatistiek waaruit zou blijken dat per huishouden 420 peso aan drank, waaronder alcohol, wordt uitgegeven. Volgens dezelfde statistiek bedraagt de consumptie van frisdrank per hoofd van de bevolking 1,8 liter. Niet per dag, maar per maand. Dit ten hemel schreiende verschil strookt niet met onze indrukken ter plaatse en ook niet met een persbericht van Coca-Cola FEMSA van november 2023. Daarin verkondigde het bedrijf dat het zijn omzet in Latijns-Amerika, waarvan het de helft in Mexico realiseert, sinds de beursgang in 1993 vervijftienvoudigd had. De koers van het aandeel is de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld.

    Verbod op scholen

    Het getal dat Jaime Page noemt, is daarentegen ook op websites van de overheid gepubliceerd, wat in elk geval een teken is dat de invloed van frisdrank op de gezondheidscrisis in het land op de politieke agenda is gekomen. Toen het aantal diabetesdoden in 2016 voor het eerst de grens van 100.000 overschreed, riep de regering de nationale noodtoestand uit. Twee jaar eerder had zij al een belasting op suikerhoudende dranken ingevoerd van 5 cent per liter; in vergelijking met Chili of Engeland relatief laag, omdat de Coca-Cola Company voor Mexico onderzoek had medegefinancierd waarin de effectiviteit van een belasting en de invloed van frisdrank op obesitas in twijfel werd getrokken. In tegenstelling tot wat wetenschappers dringend adviseerden, worden de belastinginkomsten niet voor preventieve zorg gebruikt.

    Het was dan ook een verrassing toen de huidige president Claudia Sheinbaum na haar aantreden politieke veranderingen aankondigde. Ze verklaarde dat de toegang tot water een van de topprioriteiten van haar presidentschap zou worden en kwam met een nationaal waterplan, waarvan ook een herziening van alle concessies voor particuliere bedrijven deel uitmaakt. Coca-Cola FEMSA probeert momenteel een internationaal gerespecteerd certificaat voor verantwoord watergebruik voor de bottelarij in San Cristóbal te krijgen.

    ‘Que me vas a hacer, Claudia’: Wat maak je me nou, Claudia

    In april 2025 is een verbod op de verkoop van frisdrank en snoep op scholen van kracht geworden. Wel 40 procent van de kinderen en jongeren in Mexico wordt inmiddels als obees beschouwd, waarmee ze de diabetespatiënten van morgen zijn. Coca-Cola heeft zijn suikerhoudende dranken al uit basisscholen weggehaald. Wellicht is een verkooppunt daar ook helemaal niet meer nodig. In een TikTok-video die met 1,4 miljoen likes viraal ging, is een twaalfjarige scholier ergens in Mexico te zien die van een literfles Coca-Cola geniet. In de zijvakken van zijn rugzak heeft hij nog twee van die flessen. ‘Que me vas a hacer, Claudia’ is in de video te lezen: Wat maak je me nou, Claudia (de president).

    ‘De mensen willen gewoon Coca-Cola drinken,’ zegt ook Jaime Page, die denkt dat Sheinbaum daar niet veel aan zal veranderen. In de zinnen die hij in de camera van zijn computer spreekt, klinkt bittere woede door: ‘Soms denk ik dat we te maken hebben met een etnocidale politiek. Het is blijkbaar beter wanneer de inheemse bevolking sterft.’

    Zo ver gaat Cecilia Acero niet. ‘Ik ben behoorlijk kwaad op Coca-Cola. Maar niemand houdt je een pistool tegen je hoofd om dat spul te drinken,’ zegt ze. Sinds haar vader diabetes kreeg, drinkt Acero bijna geen Coca-Cola meer. Toen ze het op een warme dag aangeboden kreeg, nam ze een slok en vond het best verfrissend. Eén keer per jaar, op de traditionele Día de Muertos (Allerzielen), versieren de mensen in San Cristóbal, net als overal in Mexico, hun familiealtaren op begraafplaatsen of thuis met kaarsen en bloemen. Ze brengen dan voor de doden dingen mee waar die tijdens hun leven van hielden. Dus koopt Cecilia Acero dan een fles Coca-Cola om op het graf van haar vader te zetten.

    INHOUD VAN DRANKEN (per 200 ml)

    Kraanwater:
    0 kcal
    Calcium: 14 mg
    Magnesium: 3 mg
    Natrium: 2 mg
    Kalium: minder dan 1 mg
    Chloride: 2 mg

    Vruchtensap:
    88 kcal
    Suiker: 20 g
    Vit. B1: 0,02 mg
    Vit. B3: 0,28 mg
    Vit. B6: 0,05 mg
    Vit. C: 20 mg
    Bètacaroteen: 0,2 mg
    Kalium: 300 mg
    Fosfor: 30 mg
    Magnesium: 20 mg

    Energiedrank:
    Suiker: 21,6 g
    Cafeïne: 80 mg
    Vit. B3: 1,6–8 mg
    Vit. B6: 0,25 mg
    Vit. B12: 0,5 μg
    Natrium: 127 mg
    Chloride: 180 mg

    Cola:
    Suiker: 21 g
    Cafeïne: 20 mg
    Fosfor: 20 mg

    Vitaminewater:
    8,25 kcal
    Suiker: 6 g
    Vit. C: 40 mg
    Vit. B12: 0,2 μg

    IJsthee:
    Suiker: 15 g
    Cafeïne: 6 mg
    Vit. B3: 0,9 mg
    Vit. B6: 0,1 mg
    Calcium: 10 mg

    Koffie:
    4 kcal
    Eiwit: 0,2 g
    Kalium: 96 mg
    Magnesium: 6 mg
    Fosfor: 2 mg
    Chloride: 2,6 mg
    Cafeïne: 90 mg

    VAN GEZOND NAAR ONGEZOND

    1. Kraanwater: geen calorieën, geen suiker, mineralen.
    2. Koffie: positieve effecten, maar let op cafeïne.
    3. Thee/ijsthee zonder suiker. (Industriële ijsthee minder goed.)
    4. Vruchtensap: veel vitaminen, maar ook veel suiker.
    5. Cola en energiedranken: veel suiker, veel risico’s.

  • ‘Plasticcrisis’ veroorzaakt elk jaar 1,5 biljoen aan gezondheidsschade

    ‘Plasticcrisis’ veroorzaakt elk jaar 1,5 biljoen aan gezondheidsschade

    Dinsdag start een zesde VN-top over een wereldwijd plasticverdrag

    De wereld kampt met een ‘ernstige, groeiende en onderbelichte plasticcrisis’ die jaarlijks minstens 1,5 biljoen dollar aan gezondheidsschade veroorzaakt. Dat meldt The Guardian op basis van een nieuw rapport in medisch tijdschrift The Lancet. Plasticproductie is sinds 1950 meer dan 200 keer toegenomen en dreigt tegen 2060 bijna te verdrievoudigen. Vooral wegwerpplastic, zoals flessen en voedselverpakkingen, is sterk in opmars. 

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Plastic vormt in elke fase een gevaar voor mens en milieu, aldus het rapport, van de winning van de fossiele brandstoffen waarvan plastic wordt gemaakt tot de productie, het gebruik ervan en afvalverwerking. Het leidt tot luchtvervuiling, blootstelling aan giftige stoffen en opname van microplastics in het lichaam. Deze deeltjes zijn aangetroffen in bloed, hersenen, placenta’s en moedermelk. Plasticvervuiling kan zelfs zorgen voor meer ziekteverspreidende muggen, omdat water dat in weggegooid plastic blijft staan een goede broedplaats vormt.

    Het rapport verscheen kort voor de zesde en vermoedelijk laatste onderhandelingsronde voor een wereldwijd, juridisch bindend plasticverdrag. De VN-top start dinsdag in Genève, Zwitserland.

  • Onderzoek: plastic veroorzaakt honderdduizenden doden per jaar

    Onderzoek: plastic veroorzaakt honderdduizenden doden per jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël: regering ziet af van plannen om veiligheidschef te ontslaan

    » Canada: liberalen behalen net geen absolute meerderheid in het parlement

    Plastics veroorzaken onder andere hartziekten

    Dagelijkse blootstelling aan DEHP, een specifiek ftalaat dat in veel huishoudelijke artikelen van plastic voorkomt, ‘zou in 2018 alleen al wereldwijd verantwoordelijk kunnen zijn geweest voor ruim 356.000 sterfgevallen door hartziekten’, aldus onderzoek dat dinsdag in het tijdschrift The Lancet eBioMedicine is gepubliceerd. Volgens de auteurs van het onderzoek vertegenwoordigt dit ‘meer dan 13 procent van de wereldwijde sterfte door hartziekten in 2018 onder mannen en vrouwen tussen de 55 en 64 jaar’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Driekwart van de sterfgevallen vond plaats in het Midden-Oosten, Zuid- en Oost-Azië en de Stille Oceaan. Mensen in landen met een hoog inkomen worden minder aan deze stoffen blootgesteld. De onderzoekers benadrukken dat er ‘al decennia’ verbanden zijn gelegd in onderzoeken tussen gezondheidsproblemen en blootstelling aan ftalaten ‘in cosmetica, schoonmaakmiddelen, oplosmiddelen, plastic buizen en insecticiden’.

  • Steeds meer mensen zijn op zoek naar de eeuwige jeugd

    Steeds meer mensen zijn op zoek naar de eeuwige jeugd

    Longevity-aanhangers doen er alles aan om het verouderingsproces te vertragen. Wat zijn de voordelen daarvan en wat zou het betekenen als iedereen honderd wordt?

    Onder zijn bleke huid zijn de spierbundels goed te zien. Over zijn borst, rug en benen lopen rode striemen van de laserbehandeling. Zijn gezicht lijkt een masker. Iedere dag wordt hij tussen vier en zes uur ’s ochtends wakker, neemt hij zijn temperatuur op en gaat hij drie tot vijf minuten onder een speciale daglichtlamp van 10.000 lumen zitten. En na eerst melatonine te hebben ingenomen, beëindigt hij zijn dag stipt om acht uur ’s avonds op een matras met precies de juiste temperatuur. Als het tijd is om naar bed te gaan, kondigt hij dat aan met de zin ‘Sleep mode is now engaged’, de slaapmodus wordt ingeschakeld. Alles in naam van de wetenschap, zegt hij. Om zijn miljoenen volgelingen een leidraad te geven bij hun zoektocht naar de eeuwige jeugd. We hebben het hier over Bryan Johnson.

    Achter zijn strak geregisseerde levensstijl gaat een in wezen eenvoudig inzicht schuil: niet ieder lichaam veroudert even snel. De een begint al op zijn zestiende kaal te worden, maar loopt op zijn achtenzeventigste nog marathons. Een ander heeft midden twintig al rugklachten en een te hoge bloedsuikerspiegel. Omdat de verschillen zo in het oog lopen, spreken mensen graag van een ‘biologische leeftijd’. En die wordt niet meer alleen berekend in dagen, maanden en jaren, maar afgeleid uit een veelheid aan variabelen, die we grotendeels zelf kunnen beïnvloeden met discipline, medische hulp en wellicht Johnsons leidraad.

    Mensen hebben zich altijd al afgevraagd – en in de eenentwintigste eeuw meer dan ooit – of we het verouderingsproces niet kunnen tegenhouden of wie weet zelfs terugdraaien. Onder de noemer ­longevity, wat zo veel betekent als ‘een lang leven’, is een heel industrieel en cultureel apparaat ontstaan dat zich daaraan wijdt. En de voorvechters ervan zijn populairder dan ooit.

    De discipelen van de langlevendheid zijn niet allemaal even fanatiek in het nastreven van hun doelen

    De discipelen van de langlevendheid zijn niet allemaal even fanatiek in het nastreven van hun doelen. Aan de ene kant staan de wat meer gematigden: een los verband van influencers en ondernemers die gezonde en minder gezonde producten, coaching en tricks & tips voor een lang leven in de aanbieding hebben. Neem Kati Ernst en Kristine Zeller, die met hun podcast Lifestyle of Longevity hoog in de Duitse podcasthitlijsten staan. Of Michael Greger, een Amerikaanse voedingsdeskundige en schrijver van populaire hand- en kookboeken als How Not to Die en, recenter, How Not to Age [veel van zijn boeken zijn ook in het Nederlands vertaald]. Een kleine lifehack van Greger: bessen en groenvoer eten. 

    En dan heb je de radicalere vertegenwoordigers van deze beweging. Die zijn niet tevreden als ze met een gezonde levensstijl negentig of honderd worden, maar willen het verouderingsproces meteen helemaal tegenhouden of omkeren. Zo hebben we de zwaar bebaarde en al even controversiële Engelse wetenschapper en pionier van de in Duitsland actieve Partij voor academisch medisch verjongingsonderzoek, Aubrey de Grey. En dus Bryan Johnson, de zesenveertigjarige Amerikaanse multimiljonair met zijn strakke dagindeling.

    Op het eerste gezicht lijkt het paradoxaal dat de podcasts, boeken, videodagboeken en TikTok-kanalen van longevitygoeroes juist nu zo populair zijn: ons beeld van de toekomst is zelden zo negatief geweest. Wij, mensen in de geïndustrialiseerde landen, associëren nadenken over de toekomst eerder met achteruitgang, verlies van welvaart en de existentiële dreiging van de klimaatcrisis dan met rooskleurige vergezichten. Veel van ons geloven niet dat de politiek met een collectieve krachtsinspanning de vele crises kan afwenden. Kun je nog wel kinderen op de wereld zetten? vragen sommigen zich af. Waarom streven zo veel mensen ondanks zulke sombere scenario’s naar een langer leven? Een poging tot verklaring begint met een blik in de achteruitkijkspiegel, en met de vraag hoe ouder worden zo waanzinnig veel angst kan oproepen.

    Ouderenzorg

    In 1922 schreef en ensceneerde George Bernard Shaw zijn vijfdelige theaterreeks Back to Methuselah (Terug naar Metusalem), waarin hij een utopie van het ouder worden creëert. De late levensfase als een periode van wijsheid en volwassenheid. In de gegroefde gezichten van ouderen ziet hij mensen die de langetermijn­ontwikkelingen in onze samenleving als geen ander kunnen overzien. Wat een fraaie vooruitzichten!

    Niet toevallig voelde de destijds vijfenzestigjarige Shaw de behoefte om in het Engeland van begin twintigste eeuw een lans te breken voor de senioren, want hun vooruitzichten verslechterden zienderogen. De oorzaak daarvan was een nieuwe wet: in 1908 traden de Engelsen in de voetsporen van het Duitse Rijk en introduceerden ze de Old Age Pensions Act, een eerste pen­sioenwet. In 1948 volgde de pensionering op vijfenzestigjarige leeftijd. Daarmee was de ouderenzorg onderdeel geworden van de nationale verdelingspolitiek en stond ze derhalve centraal in het politieke debat over de inzet van beperkte middelen.

    De Engelse econoom Richard Titmuss en zijn vrouw, maatschappelijk werker Kay Titmuss, zagen in de loop van de twintigste eeuw de perceptie van ouderen als ‘probleem’ steeds sterker worden zodra het geboorte­cijfer daalde. En dat was in Engeland tussen de twee wereldoorlogen het geval. Het gevolg was, zoals literatuurwetenschapper Karen Chase het verwoordt, dat in een maatschappij waar de beschikbare middelen zogenaamd schaars waren, de behoeften van ouderen als ‘een buitensporige vraag’ en ‘monstrueuze verlangens’ werden beschouwd.

    Leven of dood?

    De grens tussen die twee vervaagt door wetenschappelijke doorbraken.

    Wetenschappers slagen er steeds vaker in om de traditionele grenzen tussen leven en dood te doorbreken. Een team onderzoekers van Yale wist varkenshersenen vier uur na de dood weer tot activiteit te brengen. Door een kunstmatige bloedcirculatie ­herstelden de hersencellen zich, ­reageerden bloedvaten op medicijnen en vertoonden neuronen elektrische activiteit.

    Ook blijkt uit onderzoek van het Massachusetts General Hospital, dat werd beschreven in New Scientist, dat de helft van de comapatiënten die ‘hersendood’ leken, toch nog op vragen kon reageren in een MRI-scanner. Ze konden zelfs simpele opdrachten opvolgen, knijpen in een hand bijvoorbeeld.

    Daarnaast experimenteert een ­ziekenhuis in Pennsylvania met het tijdelijk ‘dood maken’ van patiënten om hun leven te redden. Bij ernstig gewonde patiënten wordt het bloed vervangen door een koude zoutoplossing, waardoor artsen twee uur de tijd krijgen om levensreddende ­operaties uit te voeren.

    Deze ontwikkelingen vallen samen met een vooruitgang in cryogene technieken. Honderden mensen ­liggen wereldwijd ingevroren in vloeibare stikstof, in afwachting van mogelijke toekomstige reanimatie. Met name de techniek van vitrificatie, waarbij lichaamsvloeistoffen worden vervangen door een soort antivries, boekt vooruitgang. Bij konijnen is al aangetoond dat organen dit proces kunnen overleven.

    Wat ooit als onomkeerbaar werd beschouwd, blijkt steeds meer een grijs gebied te worden. Deze wetenschappelijke doorbraken roepen fundamentele vragen op over wat we beschouwen als de grens tussen leven en dood. Ze hebben ook praktische implicaties, bijvoorbeeld voor orgaandonatie en beslissingen rond levensondersteuning. Het debat hierover raakt niet alleen de medische wereld, maar ook filosofische en religieuze instanties, waaronder het Vaticaan, schrijft New Scientist.

    Deze geschiedenis herhaalt zich. Ook in Duitsland wordt nu eindeloos gediscussieerd over pensioenen die alle perken te buiten zouden gaan, verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, tekorten in de zorg en het te lage geboortecijfer. Tegelijkertijd laten statistieken zien dat onze ouderen de afgelopen veertig jaar steeds ongelukkiger en eenzamer zijn geworden. Wie wil er onder deze omstandigheden oud worden? Niemand. De obsessie waarmee jonge en middelbare longevity-fans hun lijf in vorm houden alsof ze aan een levenslange marathon meedoen, herbergt ook de angst om tot een last te worden: voor hun familie, voor zichzelf, voor de verzorgingsstaat.

    Ironisch genoeg kunnen hun inspanningen, voor zover ze al succesvol zijn, het demografische verdelingsconflict zelfs verergeren. Als er op een gegeven moment een hele generatie is ontstaan van met groene smurrie en bessen gevoede, fitnesshorloges dragende pensionado’s aan wier tijd op aarde maar geen eind wil komen, kan niemand meer om de fundamentele vraag heen hoe de rijkdom waar we iedere dag voor werken verdeeld moet worden. Dan kun je wachten op ruzies waarin ook de dan stokoude ‘longevitisten’ tot mikpunt worden.

    Afname fysieke arbeid

    Ach, wat zou het zalig en geruststellend zijn als Shaws beeld van de oude wijzen waar was, en we ons erop konden verheugen gezellig in een schommelstoel te zitten en een paar van onze befaamde levenswijsheden te debiteren. Heel wat mensen zouden relaxter tegen het verouderingsproces aankijken. Maar het voorrecht dat ooit alleen onze voorvaderen toekwam – heel veel te weten en die kennis te kunnen doorgeven – is vandaag de dag niet veel meer waard. Een oud recept voor pannenkoeken of de geschiedenis van voorbije oorlogen en geavanceerde beschavingen: elke zoekmachine spuugt het binnen een paar seconden uit. Niemand hoeft nog iets aan zijn overgrootvader of de dorpsoudste te vragen. Integendeel, vandaag de dag zijn zij degenen die vragen moeten stellen omdat ze het touchscreen van de zelfbedieningskassa niet begrijpen, of omdat buskaartjes alleen nog online verkrijgbaar zijn.

    De late twintigste eeuw kent nog een ander aspect dat ons helpt de huidige obsessie met levensverlenging te begrijpen: het verhaal over de afname van fysieke arbeid. Het aandeel van de werknemers in de productiesector neemt in Europa en de Verenigde Staten af. Terwijl in de jaren vijftig een op de drie mensen in de industrie werkte, is dat nu niet eens meer een op de tien. Waar ooit fabrieken stonden, lagen opeens stoffige, braakliggende terreinen waarop kantoortorens groeiden. Het menselijk lichaam, destijds afgebeuld, moe en ten slotte kapot van het zware werk, wordt tegenwoordig eerder onder- dan overbelast. Juist die onderbelasting schept ruimte voor afslankprogramma’s en rondjes hardlopen op de vroege ochtend.

    ‘Wij zijn mensen,’ zegt Kristine Zeller in haar longevity-podcast, ‘die de dingen graag meten.’ Dus iedereen die zich op het longevitypad begeeft, begint zo veel mogelijk actuele gegevens over het eigen lichaam te verzamelen. Steeds meer mensen gebruiken wearables, ­draagbare apparaten zoals fitnessarmbanden en smartwatches, om belangrijke lichaamsfuncties te tracken. De bloedsuikerspiegel wordt geregistreerd, terwijl je slaapt wordt van minuut tot minuut je ademhaling gemeten en je vitamines worden bijgehouden om voedingssupplementen correct te kunnen doseren. Longevity-experts noemen dit KPI’s, key performance indicators. Deze oorspronkelijk bedrijfskundige indicatoren worden normaal gesproken gebruikt om de capaciteitsbenutting en de prestaties van een bedrijf weer te geven.

    Typisch geluid

    Het is het typische geluid van de ­longevity-industrie: door jezelf allerlei beperkingen op te leggen, door te sporten en de juiste supplementen in te nemen, streef je een soort langetermijnbelegging na die ooit, in een latere levensfase, rendement zou moeten opleveren in de vorm van een paar extra jaren zonder gezondheidsproblemen. Daarbij bestaat altijd een zeker risico dat je verkeerd gokt. Want onzekere factoren als ziekte, een ongeval of allebei kunnen roet in het eten gooien.

    Het is niet verwonderlijk dat succesvolle voorvechters van een lang leven een vergelijkbare achtergrond hebben: het zijn allemaal goed opgeleide academici in leidinggevende functies. Ernst en Zeller van Lifestyle of Longevity zijn ondernemers die eerder bij Zalando en McKinsey werkten. Aubrey de Grey had als wetenschapper een eigen laboratorium en Bryan Johnson verdiende zijn miljoenen door het techbedrijf dat hij eerder had opgebouwd te verkopen.

    Ook een blik op de publicaties van hedendaagse auteurs biedt een verklaring voor de langlevenhype. Hun diagnose: de focus op het eigen lichaam vult een leemte. Midden jaren tachtig, zo herinnert Annie Ernaux zich in haar roman De jaren, verdween niet alleen het katholicisme uit het leven van alledag, maar verplaatste ook de hoop zich ‘van dingen die men wilde bezitten naar het in stand houden van het lichaam en het streven naar eeuwige jeugd’.

    Als we gezond willen blijven, moet het ook goed gaan met onze ziel

    Ook politicoloog Robert Putnam, schrijver Nicolas Mathieu en historicus Anton Jäger laten zien hoe deze leemte zich een plaats heeft veroverd in het centrum van de samenleving. Kerken, politieke partijen en andere massaorganisaties die vroeger niet alleen het dagelijks leven structureerden, maar en passant ook belangrijke zingevingskwesties beantwoordden, hebben aan betekenis ingeboet. Het gevoel dat hogere machten de dingen wel ten goede zullen keren is verleden tijd. Logisch dat mensen zich bezinnen op hun lichaam en hun gewoontes, als dat het laatste is dat nog veranderbaar lijkt.

    Maar alle pogingen om de angst voor het ouder worden tegen te gaan met fitness­armbandjes en cholesteroltracking kunnen niet verhullen dat het, als we gezond willen blijven, ook goed moet gaan met onze ziel. Daarom moeten we als samenleving nadenken over de betekenis van samen en waardig ouder worden. We hebben behoefte aan een nieuw perspectief op de verdeling van de welvaart, waarin kinderen, ouderen en zieken niet meteen als een liability worden beschouwd.

    En tot slot zou ook een frisse kijk op de verhalen van ouderen op zijn plaats zijn. We hebben natuurlijk alle kennis van de wereld in onze broekzak, maar wie kan de echte verhalen vertellen over leven, lijden en liefde, of over de tijd vóór de digitalisering? Dat zijn de ouderen onder ons. Luister naar ze en verheug je erop ooit een van hen te worden. Wat zou het een feest zijn om dan de fitnesstrackers van onze pols te rukken en in het ijsbad te springen – niet meer omdat we bang zijn voor de dood, maar uit levensvreugde.