De 79-jarige Braziliaanse president ligt ‘onder observatie’ op de intensive care van een ziekenhuis in São Paulo, zoals zijn arts dinsdag uitlegde. De operatie, die ‘zonder complicaties’ werd uitgevoerd, maakte de ‘drainage van een bloeduitstorting als gevolg van een bloeding in de hersenen’ mogelijk. Lula heeft ‘geen bijwerkingen’, maar moet 48 uur op de intensive care blijven en zou volgende week uit het ziekenhuis ontslagen moeten worden, aldus het medische team.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De bloeding houdt verband met een val in zijn badkamer in oktober. Met minder dan twee jaar te gaan voor de volgende presidentsverkiezingen, heeft Lula’s operatie de vraag opgeworpen over zijn politieke toekomst, aldus Folha de São Paulo.
‘Lula, die al sinds de oprichting in 1980 de leider is van de PT [Arbeiderspartij], heeft nog nooit iemand naar voren geschoven die hem naar verluidt zou kunnen opvolgen,’ aldus het Braziliaanse dagblad. Zijn gezondheidsproblemen herinneren hem eraan ‘hoe precair de politieke positie van links is’ in Brazilië, concludeert de krant.
Sommige producten hebben ten onrechte een gezond imago, terwijl andere lang niet zo ongezond zijn als wordt beweerd. Tijd voor een nuchtere discussie over gezond eten, vindt hoogleraar Giles Yeo van de Universiteit van Cambridge.
In de turbulente wereld van dieet en voeding werd het afgelopen jaar verhit gediscussieerd over de nadelen van sterk bewerkt voedsel, bekend onder de Engelse benaming ultra-processed foods (UPF’s). Niet alleen in de media, ook in wetenschappelijke kringen – en dat is uitzonderlijk – werd hierover driftig gedebatteerd. Dus hoe zit het nou écht met UPF’s? Zijn die inderdaad zo schadelijk voor de gezondheid als velen beweren? En hoe vind je als consument, gewapend met deze informatie, je weg in de supermarkt?
Het bewerken van voedsel, zoals koken, fermenteren, inmaken, zouten en roken, doen we al sinds mensenheugenis. Deze bereidings- en conserveringsmethoden verminderden de kans op voedselvergiftiging, verbeterden de benutting van voedingsstoffen en zorgden voor een constante bron van calorieën bij de wisselende beschikbaarheid van vers voedsel door het jaar heen. Ze waren van cruciaal belang voor het overleven en welvaren van onze soort.
Maar UPF’s zijn een heel ander verhaal – die komen tot stand via industriële processen die we thuis niet na kunnen doen. Hieronder vallen ongeveer alle soorten frisdrank, ijs, koekjes, margarine, gebakjes, ontbijtgranen, bouillonblokjes, zuigelingenmelk en voorverpakt fabrieksbrood.
Ze zijn goedkoop om te produceren en met hun lange houdbaarheidsdatum makkelijk te bewaren en te transporteren. De prijs van deze producten ligt laag en ze worden dan ook vooral gekocht en geconsumeerd door klanten met een kleine portemonnee. In het Verenigd Koninkrijk halen we ongeveer de helft van onze calorieën uit UPF’s, en de alomtegenwoordigheid van deze producten in onze winkels verdient een nuchtere discussie.
Gezondheidsrisico’s
Ondertussen is het een interessant gegeven – vind ik althans – dat sommig sterk bewerkt voedsel niet alleen ontkomt aan een negatief imago, maar zelfs lijkt te worden geassocieerd met een verstandige manier van eten.
Het scala aan plantaardige zuivelalternatieven en nepvleesvarianten en vele andere sterk bewerkte ‘premium’-voedingsmiddelen die worden aangeboden in duurdere supermarkten en restaurants, zijn daar een voorbeeld van. Deze voedingsmiddelen zijn gespaard gebleven voor de kritische blik waaraan de rest van de UPF’s worden onderworpen. Maar wat de mate van bewerking betreft is er echt geen verschil tussen crème fraîche van havermelk en roomijs van koemelk, of tussen een bevroren hamburger van rundvlees en eentje van soja-eiwit.
In havermelk zitten olie, emulgators en andere additieven, en vegaburgers hebben een hoog suiker-, zout- en vetgehalte; zo bekeken zou je ze zelfs als junkfood kunnen beschouwen. En toch wordt in de discussie over UPF’s vrijwel nooit de vraag gesteld waarom sommige van deze producten als ongezonder te boek staan dan andere.
Er is volop bewijs dat de consumptie van te veel UPF’s in verband kan worden gebracht met een slechtere gezondheid. Een in het British Medical Journal gepubliceerde metastudie van 45 verschillende onderzoeken, uitgevoerd onder in totaal bijna 10 miljoen mensen, heeft onlangs verbanden aangetoond met 32 gezondheidsrisico’s, waaronder vroegtijdig overlijden, kanker, psychische problemen, luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, maag-darmproblemen en stofwisselingsziekten.
De smaak daargelaten is supermarktbrood niet slechter voor je gezondheid dan zo’n luxebrood van een yuppenbakkerij
Dat is niet verwonderlijk als je kijkt naar de bestanddelen van UPF’s. In de meeste daarvan zitten weinig eiwitten en vezels, en ze hebben een hoog suiker-, zout- en vetgehalte. Maar de manier waarop we het tegenwoordig over UPF’s hebben, is op geen enkele manier bevorderlijk. De term bestrijkt een ontzettend breed gamma van voedingsmiddelen: van producten die in de fabriek bijna geheel zijn opgebouwd uit basisingrediënten tot minimaal bewerkte voedingsmiddelen met enkele additieven, zoals een natuurlijke yoghurt met een klein beetje UPF-jam.
Ik begrijp dat je meer gezondheidsrisico’s loopt als je te veel eet uit de eerste categorie. Maar in de tweede categorie bevindt zich ook supermarktbrood, en een groot deel van de ingenomen UPF-calorieën is hieruit afkomstig. Je kunt natuurlijk naar een yuppenbakkerij gaan en een ambachtelijk gebakken zuurdesembrood kopen, dat veel duurder en ook veel lekkerder zal zijn dan een supermarktbrood. Maar brood is in principe gewoon meel, zout, water en gist. De smaak daargelaten is supermarktbrood niet slechter voor je gezondheid dan zo’n luxebrood.
Onnauwkeurig
Ik ben een fervent voorstander van gezonder eten in een poging de huidige stroom dieetgerelateerde ziekten te stuiten, en er zijn veel voedingsmiddelen waarvan we ongetwijfeld een stuk minder zouden moeten eten. Allereerst is het verstandig om te letten op de voedingswaarde van ons eten; we moeten ervoor zorgen genoeg eiwitten en vezels binnen te krijgen, en iets minder suiker, zout en verzadigde vetten. Om dat voor iedereen haalbaar te maken, zou de gezondere keuze ook de goedkopere en makkelijkere moeten worden – zo is het nou eenmaal.
Ik vrees dat het concept UPF te onnauwkeurig is om te bepalen hoe gezond of ongezond een bepaald voedingsmiddel is en, erger nog, dat het momenteel wordt gebruikt om de eetgewoonten van andere mensen af te kraken. Ondertussen prijst de elite zichzelf gelukkig met het eten van voedsel dat even sterk bewerkt is, maar een betere pr heeft.
Zweden is met een rokerspercentage van 5,6 procent het Europese land waar het minst gerookt wordt en hard op weg om het eerste rookvrije land van Europa te worden. Maar het lijkt erop dat met die cijfers enigszins wordt gesmokkeld.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vierde op 31 mei de Werelddag zonder tabak. Op dat moment was Zweden – dat het laagste percentage rokers in de Europese Unie telt – dicht bij de status ‘rookvrij’, een definitie die geldt voor een bevolking met minder dan 5 procent dagelijkse rokers.
Veel deskundigen schrijven het lage percentage van Zweden toe aan tientallen jaren van antirookcampagnes en -wetgeving. Anderen wijzen op de prevalentie van snus, een rookloos tabaksproduct dat elders in de EU verboden is maar dat in Zweden verkrijgbaar is als alternatief voor sigaretten. Wat de reden ook is, de mijlpaal van 5 procent is binnen bereik.
Slechts 6,4 procent van de Zweden boven de vijftien jaar rookte dagelijks in 2019. Dat is het laagste percentage in de EU en ligt volgens statistiekbureau Eurostat ver onder het gemiddelde van 18,5 procent in het blok van 27 landen. Uit cijfers van het Zweedse Bureau voor de Volksgezondheid blijkt dat het percentage rokers sindsdien is blijven dalen, tot 5,6 procent vorig jaar.
‘We houden van een gezonde manier van leven, ik denk dat dat de reden is,’ zegt Carina Astorsson, die in Stockholm woont. Roken heeft haar nooit geïnteresseerd, voegt ze eraan toe. ‘Ik houd niet van de geur en ik ben zuinig op mijn lichaam.’
Gezondheidsvoordelen
De gezondheidsbewuste Zweden lijken de risico’s van roken goed te begrijpen, en dat geldt ook voor de jongere generaties. Twintig jaar geleden rookte bijna 20 procent van de bevolking, wat toen wereldwijd een laag percentage was. Sindsdien hebben maatregelen om roken te ontmoedigen – zoals een rookverbod in restaurants – het aantal rokers in heel Europa omlaaggebracht.
Frankrijk zag tussen 2014 en 2019 een recorddaling van het aantal rokers, maar dat succes bereikte een plateau op het hoogtepunt van de pandemie, die wordt aangewezen als een van de oorzaken van de stress die mensen ertoe aanzette om te gaan roken. Ongeveer een derde van de mensen in de leeftijdscategorie van 18 tot 75 jaar in Frankrijk verklaarde in 2021 te hebben gerookt – een lichte stijging ten opzichte van 2019. Ongeveer een kwart rookt dagelijks.
Zweden is verder gegaan dan de meeste andere landen met het uitbannen van sigaretten en zegt dat dit heeft geresulteerd in een reeks gezondheidsvoordelen, waaronder een relatief laag aantal gevallen van longkanker. ‘We waren vroeg met het beperken van roken in openbare ruimtes – eerst op schoolpleinen en naschoolse opvang, en later in restaurants, openluchtcafés en openbare gelegenheden zoals busstations,’ zegt Ulrika Årehed, secretaris-generaal van de Zweedse Kankerbestrijding. ‘Tegelijkertijd hebben belastingen op sigaretten en strenge beperkingen op de marketing van deze producten een belangrijke rol gespeeld.’ Ze voegt eraan toe dat ‘Zweden er nog niet is’, en dat het percentage rokers in achtergestelde sociaaleconomische groepen hoger is.
Het is steeds zeldzamer om mensen te zien roken in dit land van 10,5 miljoen inwoners. Roken is verboden bij bushaltes, op treinperrons en bij de ingangen van ziekenhuizen en andere openbare gebouwen. Net als in het grootste deel van Europa is roken in cafés en restaurants niet toegestaan, maar sinds 2019 geldt het rookverbod in Zweden ook voor zitgedeeltes buiten.
Op de avond van 30 mei zaten de terrassen van Stockholm vol met mensen die genoten van eten en drinken in de laat ondergaande zon. Van sigaretten was geen spoor te bekennen, maar op sommige tafels stonden wel blikjes snus. Tussen de biertjes door drukten sommige gasten kleine zakjes met de vochtige tabak onder hun bovenlip.
De WHO merkt wel op dat meer dan 20 procent van de volwassen bevolking in Zweden tabak gebruikt
Zweedse producenten van snus hebben hun product lange tijd aangeprezen als een minder schadelijk alternatief voor roken en eisen de eer op voor het dalende aantal rokers in het land. Maar Zweedse gezondheidsautoriteiten zijn huiverig om rokers te adviseren over te stappen op snus, dat een ander zeer verslavend nicotineproduct is. ‘Ik zie geen reden om twee schadelijke producten tegenover elkaar te zetten,’ zegt Årehed. ‘Het is waar dat roken schadelijker is dan de meeste andere producten, inclusief snus. Maar ook met snus zijn er veel gezondheidsrisico’s.’ Sommige onderzoeken brengen snus in verband met een verhoogd risico op hartaandoeningen, diabetes en met vroeggeboorten bij gebruik tijdens de zwangerschap.
Zweden zijn zo dol op hun snus – een verre neef van Amerikaanse diptabak – dat ze een uitzondering eisten op het EU-verbod op rookloze tabak toen ze in 1995 toetraden tot de Unie. ‘Het is een deel van de Zweedse cultuur en het Zweedse equivalent van Italiaanse parmaham of andere culturele gewoonten,’ zegt Patrik Hildingsson. Hij is woordvoerder van Swedish Match, de belangrijkste Zweedse producent van snus, die vorig jaar werd overgenomen door tabakgigant Philip Morris. Volgens hem zouden beleidsmakers de tabaksindustrie moeten aanmoedigen om minder schadelijke alternatieven voor roken te ontwikkelen, zoals snus en e-sigaretten. ‘Er zijn nog steeds 1,2 miljard rokers in de wereld. Zo’n honderd miljoen mensen in de EU roken dagelijks. Ik denk dat er een grens is aan hoever we kunnen gaan met beleidsregels,’ zegt hij. ‘Je zult de rokers een reeks andere, minder schadelijke alternatieven moeten bieden.’
De WHO zegt dat Turkmenistan, met een tabaksgebruik van minder dan 5 procent, voorligt op Zweden als het gaat om het uitbannen van roken. Maar de WHO voegt eraan toe dat dit grotendeels komt door het feit dat daar bijna niet gerookt wordt door vrouwen. Van de mannen rookt 7 procent.
De WHO schrijft het dalende percentage rokers in Zweden toe aan een combinatie van ontmoedigingsmaatregelen – zoals voorlichtingscampagnes en een verbod op reclame – en ondersteuning voor mensen die willen stoppen met roken. De WHO merkt wel op dat meer dan 20 procent van de volwassen bevolking in Zweden tabak gebruikt, als je snus en soortgelijke producten meetelt. Dat komt neer op het wereldwijde gemiddelde.
Wie weet morgen
‘Overschakelen van het ene schadelijke product op het andere is geen oplossing,’ schrijft de WHO in een e-mail. ‘Door een zogenaamd minder schadelijke variant van het roken te promoten, probeert de tabaksindustrie mensen te misleiden wat betreft de inherent gevaarlijke aard van deze producten.’
Tove Marina Sohlberg, onderzoeker aan het departement Volksgezondheid van de Universiteit van Stockholm, zegt dat het antirookbeleid in Zweden heeft geleid tot de stigmatisering van roken en rokers die uit openbare ruimten zijn verjaagd naar achtertuinen en speciale rookzones. ‘We geven aan rokers signalen af dat het niet wordt geaccepteerd door de samenleving,’ zegt ze.
Paul Monja, een van de weinige overgebleven rokers in Stockholm, zegt, terwijl hij op het punt staat om een sigaret op te steken, na te denken over zijn gewoonte. ‘Het is een verslaving waar ik op een gegeven moment mee wil stoppen,’ zegt hij. ‘Vandaag nog niet, wie weet morgen.’
Meer dan driehonderd miljoen Chinezen roken. De regering moedigt verslaving aan in plaats van die te bestrijden, omdat roken een hoop geld in het laatje brengt. Ondanks de toezeggingen van de overheid en de bewustwording van de gezondheidsrisico’s bestaat het tabaksimperium nog steeds.
Weer een nieuwe lichting studenten aan de Bachelor Tabakwetenschap rookt binnenkort de eerste sigaretten in de collegezaal. Docenten van de Landbouwuniversiteit in Kunming, in het zuidwesten van China, zorgen voor asbakken en aanstekers.
Een jaar geleden begon de eenentwintigjarige Min Li hier met haar studie. ‘In het eerste semester bezochten we de velden, oogstten we tabak en plantten we nieuwe tabaksplanten op de heuvel achter de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze over de campus loopt. Haar echte naam geeft ze liever niet. Het gaat hier immers over sigaretten, oftewel: over het echt grote geld.
Deze universiteit in de provincie Yunnan neemt elk jaar circa honderdveertig nieuwe studenten aan en leidt de nieuwe lichting op voor de sigarettenindustrie in de Volksrepubliek. Hier leren ze om sigaretten machinaal te produceren en hoe ze tabak moeten planten en verwerken.
Terwijl roken in West-Europa en in de VS nagenoeg taboe is, zijn sigaretten in China nog alomtegenwoordig. Men lijkt zich er nauwelijks van bewust dat ze dodelijke ziekten kunnen veroorzaken. Het is normaal om een topmerk als Chunghwa of Panda cadeau te doen aan de gastheer van een feestje, een leraar na de examens of als nieuwjaarsgeschenk voor een portier. Op bruiloften worden pakjes van het merk ‘Dubbel Geluk’ uitgedeeld. Bruid en bruidegom gaan van tafel tot tafel om de sigaretten aan te bieden. Longen vol rook voor een lang, gelukkig huwelijk.
Op de derde verdieping van het Tabaksinstituut is een museum ingericht. Achter een met ijzer beslagen deur liggen honderden pakjes sigaretten in vitrines. In een hoek staat een waterpijp, op de vergadertafel staat een enorme kristallen asbak en aan de muren hangen foto’s van staatsoprichter Mao Zedong met een sigaret in zijn hand en natuurlijk van Deng Xiaoping, de patriarch van de hervorming – een kettingroker die er graag een opstak tijdens het eten.
Oorlogsschepen
Aan het begin van de jaren tachtig richtte Deng het staatsbedrijf China National Tobacco Corporation op, een monopolist die 96 procent van alle sigaretten in het land verkoopt. Op de wereldmarkt heeft het bedrijf een aandeel van ongeveer 46 procent: China Tobacco is veruit het grootste tabaksbedrijf ter wereld. Het verkoopt ook farmaceutische producten en mineraalwater, doet autoreparaties en heeft een eigen reclamebureau. Maar bovenal controleert dit wijdvertakte conglomeraat de teelt, inkoop, productie en distributie van tabak. Het is een staat in een staat, een organisatie die onderzoek aan de universiteit in Yunnan ondersteunt, boeren op het land betaalt en geld inzamelt voor het bewind in Beijing. De regering van de op een na grootste economie ter wereld financiert zichzelf met de verslaving van haar bevolking. Aan de kosten die daaruit voortvloeien wordt geen aandacht besteed.
ROKEN IN ZWEDEN
Zweden telt het laagste percentage rokers in de EU en is dicht bij de status ‘rookvrij’: een definitie die geldt voor een bevolking met minder dan 5 procent dagelijkse rokers, schrijft de Britse online krant The Independent. Slechts 6,4 procent van de Zweden boven de 15 rookte dagelijks in 2019. Dat is het laagste percentage in de EU en ligt ver onder het gemiddelde van 18,5 procent in het EU-blok van 27 landen. Het percentage rokers is sindsdien blijven dalen, tot 5,6 procent vorig jaar.
Vooral de jongere generaties lijken doordrongen van de risico’s van roken en het is inmiddels zeldzaam om een van de 10,5 miljoen inwoners te zien roken. Maatregelen om roken te ontmoedigen hebben het aantal rokers in heel Europa omlaaggebracht, maar Zweden is verder gegaan. Zo is roken verboden bij bushaltes, op treinperrons en bij ingangen van ziekenhuizen en andere openbare gebouwen. Net als in het grootste deel van Europa is roken in cafés en restaurants niet toegestaan, maar sinds 2019 geldt er ook een rookverbod voor zitgedeeltes buiten. Het aantal gevallen van longkanker in Zweden is inmiddels dan ook relatief laag. Overigens zijn Zweden wel dol op hun snus – een verre neef van Amerikaanse diptabak.
De handel in rook levert meer op dan de inkomstenbelasting, blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van Der Spiegel, het onderzoeksplatform The Examination en het Chineestalige nieuwsportaal Initium Media. Bij elkaar opgeteld brachten winst en belastingen van het bedrijf ongeveer 213 miljard dollar in het laatje van de staat. Dat is ongeveer 7 procent van alle overheidsinkomsten en bijna evenveel als het defensiebudget van de Volksrepubliek – vanwege deze vergelijking grappen sommige Chinezen als ze een sigaret opsteken dat ze ‘de overheid helpen oorlogsschepen te bouwen’.
Via Tabaksmonopolie Beheer – zijn regelgevende pendant, met kantoren in elke uithoek van China – controleert China Tobacco de complete toeleveringsketen van tabak. Op papier lijken de twee organisaties afzonderlijke entiteiten, maar de regelgevende instantie en het tabaksbedrijf zijn in praktijk één en dezelfde onderneming. Ze hebben dezelfde leiding, hetzelfde personeel en hetzelfde hoofdkantoor in Beijing.
De bureaucraten van Tabaksmonopolie Beheer stellen quota vast voor boeren, geven vergunningen af aan honderdduizenden sigarettenverkopers en bepalen welke truckers tabaksproducten mogen vervoeren. Ambtenaren vervolgen sigarettenvervalsers en leggen regels op aan de groeiende e-sigarettenindustrie in het land, die wordt gedomineerd door de particuliere sector.
In Beijing en Shanghai is de afgelopen jaren een rookverbod ingesteld in openbare gebouwen en restaurants om de indruk te wekken dat er iets wordt gedaan voor de volksgezondheid. Maar buiten de grote steden wordt er nog steeds volop gerookt. Neem Chongqing: deze metropool aan de Yangtze wilde zich aansluiten bij het bescheiden rijtje Chinese steden die roken in het openbaar hebben verboden. In augustus 2020 bracht Zhang Jianmin, hoofd Tabaksmonopolie Beheer, een bezoek aan de burgemeester en de lokale voorzitter van de Communistische Partij.
In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is
Toen de nieuwe antirookwet van Chongqing een maand later werd aangenomen, bevatte deze een belangrijke uitzondering waar het bedrijf om had gevraagd: roken werd in aangewezen gebieden toegestaan in restaurants, hotels en ‘uitgaansgelegenheden’ zoals bars en karaokeclubs. In een memo die het bedrijf in juni verstuurde, stond dat ‘controle op roken’ een acceptabel doel is, maar een ‘rookverbod’ niet. In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is.
Studenten aan het Tabaksinstituut in Kunming horen iets soortgelijks. Maar praten ze in de seminars ook over de schadelijke aspecten van roken? Komen verslaving, hartaanvallen of kanker aan de orde? Student Min Li zegt: ‘Sommigen van ons maakten zich er zorgen over, maar we hebben begrepen dat de tabaksproductie een belangrijke bijdrage levert aan de lokale economie en belastinginkomsten. Onze professoren praten over de sociale impact van de tabaksindustrie en benadrukken de voordelen ervan. De tabaksteelt is een belangrijke bron van inkomsten en heeft gezinnen uit de armoede geholpen.’ Haar eigen familie verbouwde vroeger tabak. Overal in China is roken normaal, zegt ze.
‘De meesten van mijn mannelijke medestudenten roken. Ze beginnen doorgaans op de middelbare school, zo rond hun veertiende of vijftiende.’ Vrouwen roken zelden; ook Min Li is een niet-roker. De Wereldbank schat dat bijna de helft van alle volwassen mannen in de Volksrepubliek rookt, tegenover minder dan twee procent van de vrouwen. ‘De meeste mensen zijn zich bewust van de schadelijke gezondheidseffecten van tabak, maar ze zijn vrij om te beslissen of ze willen roken of niet,’ meent Min Li. ‘Uiteindelijk is het een persoonlijke keuze.’
Elk jaar sterven er in China meer dan een miljoen mensen aan tabakgerelateerde oorzaken. Noch de regering in Beijing, noch China Tobacco hebben schriftelijke vragen hierover beantwoord.
DE TABAKSLOBBY RICHT ZICH OP AFRIKA
Sigarettenfabrikanten zien vooral Afrika als dé afzetmarkt voor de toekomst. De bevolking van het continent groeit jaarlijks met 2,4 procent, en zal naar verwachting in 2050 zijn verdubbeld. Terwijl de afzetmarkt voor tabak in geïndustrialiseerde landen krimpt, worden in Afrika aanzienlijke groeicijfers verwacht, schrijft o.a. Neue Zürcher Zeitung. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) daalde het aantal rokers in de laatste twintig jaar wereldwijd tot ongeveer 1,3 miljard, maar in Afrika steeg het aantal rokers van 64 tot 73 miljoen.
Er is dus al sprake van een opwaartse trend. Veel tabaksfabrikanten springen daarop in en doen dat lang niet altijd netjes. De BBC zond in 2015 een programma uit over de Brit Paul Hopkins, die – na dertien jaar in Kenia te hebben gewerkt voor tabaksconcern British American Tobacco (BAT) – klokkenluider was geworden. ‘BAT koopt mensen
om, en ik organiseerde dat,’ ver- telde hij. ‘Als de regels overtreden moeten worden, dan doen ze dat.’ Hopkins toonde documenten die bewijzen dat het concern via hem illegale betalingen deed aan ver- tegenwoordigers van een antitabakscampagne van de WHO. Vorig jaar maakte de BBC documenten openbaar die aannemelijk maken dat er door medewerkers van Bri- tish American Tobacco smeergeld is betaald aan de Zimbabwaanse regeringspartij ZANU-PF.
Het bedrijf zwijgt ook over zijn uitbreidingsplannen. Sinds de jaren negentig heeft China Tobacco wereldwijd dochterondernemingen opgericht: in Zuid-Amerika, Afrika en Europa. In Zwitserland is het een onopvallend bedrijf dat ooit tabaksmerken registreerde maar dat verder alleen in het handelsregister lijkt te bestaan. Ook in Duitsland was het een tijdlang geregistreerd.
In Roemenië krijgt de groep wel voet aan de grond; ongeveer honderdveertig kilometer ten zuiden van Boekarest heeft een dochteronderneming een eigen fabriek geopend. De sigaretten die daar geproduceerd worden, worden legaal verkocht en je ziet ze nu steeds vaker in belastingvrije winkels op luchthavens. Soms worden ze ook gesmokkeld, naar Italië bijvoorbeeld. Uit documenten en verhoren van het Openbaar Ministerie blijkt dat gangsters maandenlang met een werknemer van China Tobacco overlegden hoe ze de tabaksaccijns zouden kunnen ontduiken.
Gewend
Het is zes uur ’s ochtends, maar de zon staat nog niet boven de velden van Yuxi, ongeveer honderd kilometer ten zuiden van de provinciehoofdstad Kunming. Boerin Zheng Guicun, 55, is al vroeg op, zoals elke zomerdag van juli tot september.
De kachel bepaalt haar tempo. Naast een stapel kolen heeft ze een veldbed staan. Om de paar uur pookt ze de kachel op zodat de temperatuur niet daalt in dit drooghuis, waar ze rij na rij tabaksbladeren heeft opgehangen, als overhemden aan een waslijn. Tabak heeft een temperatuur van 49 graden nodig om goed te kunnen drogen: het vocht verdampt en de groene plant verandert in een bundel sterk ruikende en rimpelige geelbruine bladeren. Het goud van Zheng Guicun.
Tabak domineert het leven van haar familie. Haar man werkt in een door de staat gerund inkoopstation voor tabaksbladeren, haar oudste zoon verkoopt kunstmest voor de tabaksplanten in de stad. Een jongere zoon droogt ook tabak namens China Tobacco.
De provincie Yunnan in het zuidwesten van China aan de grens met Vietnam is voor tabak wat Beieren is voor bier. In 2021 werd hier bijna 850.000 ton tabak geproduceerd: ruim 14 procent van de wereldwijde teelt. Zheng Guicun oogst al dertig jaar; ze bezit 8000 planten op een perceel in de bergen, op drie kilometer van het dorp. In de zomer rijdt ze om de paar dagen naar haar veld en laadt dan de tractor vol. Dan begint het opnieuw: drogen, 49 graden, kolen scheppen en die tabaksgeur. ‘Ik hou er niet van. Maar ik ben eraan gewend geraakt.’
Tegen de herfst zal ze ongeveer anderhalve ton tabak gefermenteerd hebben. ‘Voor elke kilo krijg ik ongeveer 30 yuan.’ Ze verdient 45.000 yuan per jaar, het equivalent van 5700 euro. ‘Als je arbeidskosten, huur en transport ervan aftrekt, blijft er niet veel over.’ Zelf rookt ze niet. ‘Ik verdien mijn inkomen met de tabaksteelt, het is mijn levensonderhoud,’ zegt ze. ‘Maar roken is slecht voor je gezondheid. Bovendien weet ik hoeveel kunstmest we gebruiken, chemisch en organisch, alles wat voorhanden is. En dan zijn er nog de pesticiden. Je moet er niet aan beginnen.’
Nadat ze haar verschrompelde bladeren aan China Tobacco heeft geleverd, worden die een tweede keer gedroogd, fijngehakt en dan in sigarettenhulzen gestopt. Het is heel goed mogelijk dat er ooit ‘Hongtashan’ op zo’n pakje sigaretten komt te staan, een merk uit Yuxi. Bijna iedereen in China kent Hongtashan, de berg met de rode pagode.
SIGARETTEN UIT ZWITSERLAND
Naast chocolade, horloges en kaas maakt Zwitserland nog een ander succesvol exportproduct: sigaretten. In 2016 produceerde Zwitserland 34,6 miljard sigaretten, waarvan driekwart bestemd was voor de export. Sigaretten vormen dus een stabiele inkomstenbron voor de Zwitserse economie, vergelijkbaar met de export van kaas (578 miljoen Zwitserse frank) of chocolade (785 miljoen Zwitserse frank). De voornaamste exportbestemmingen zijn Japan, Marokko en Zuid-Afrika. Onderzoek van de actiegroep Public Eye toont aan dat vrijwel alle Zwitserse sigaretten voor Marokko zwaarder, verslavender en giftiger zijn dan die in eigen land of Frankrijk worden verkocht.
Zo is er een groot verschil tussen de nicotinewaarden van Zwitserse sigaretten die in Marokko of in Zwitserland worden verkocht: uit testen blijkt dat er 1,28 mg nicotine zit in een Camel van Zwitserse makelij die wordt verkocht in Marokko, tegenover 0,75 mg in Camels voor de Zwitserse markt. Ook koolmonoxide, dat de hoeveelheid zuurstof in het bloed doet afnemen, verschilt sterk: Winston Blues voor Marokko bevatten 9,62 mg per sigaret tegenover 5,45 mg in de voor Zwitserland bestemde sigaretten van hetzelfde merk. Een Camel Light in Casablanca blijkt – ondanks de geruststellende toevoeging ‘light’ – ronduit schadelijker dan het roken van een ‘gewone’ Camel in Lausanne. Is dit alles kwade opzet om rokers in Marokko verslaafd te maken? Nee hoor, zegt de tabaksindustrie, ‘consumenten over de hele wereld hebben nu eenmaal andere voorkeuren’.
Eind jaren vijftig werd een sigarettenfabriek van China Tobacco aan de voet van de pagode uit de Yuan-dynastie geopend. Alleen was de pagode toen nog niet rood, maar wit. Als blijk van trouw aan de Communistische Partij gaf een kaderlid in de fabriek toen opdracht om het eeuwenoude gebouw de kleur van het socialisme te geven. De kleur van de overwinning.
Vanaf de berg heb je goed uitzicht op de sigarettenfabriek, die bestaat uit moderne gebouwen met staal en glas. Je ziet heftrucks rondrijden, vrachtwagens worden geladen. Voor de hoofdingang rijzen acht slanke, metalen pilaren op van tien, twaalf meter hoog: het zijn gigantische sigaretten. Op de heuvel vlak naast de pagode bevindt zich het bedrijfsmuseum. Een bezoek voelt als een reis terug in de tijd naar de jaren vijftig: fraai uitgelichte sigarettenpakjes liggen in de vitrines en aan de muren hangen foto’s. Audrey Hepburn, met een sigarettenpijpje. Winston Churchill met een sigaar.
‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen’
In de collectie van de fabriek ontbreekt Xi Jinping. Er is geen enkele foto van hem, hoewel hij elders voortdurend overal zichtbaar is, op televisie, in de kranten. Er zijn ook geen citaten of aforismen van hem te zien. Een ruimte zonder Xi is een zeldzaamheid in China. Maar Xi rookt niet.
In 2012, toen hij nog vicepresident was, kreeg hij Microsoft-oprichter Bill Gates op bezoek. ‘Tijdens die ontmoeting zei Gates tegen Xi dat China het ontmoedigen van tabak serieuzer zou moeten nemen,’ vertelt Ray Yip, destijds hoofd van de Gates Foundation in Beijing. Xi antwoordde destijds aan Gates: ‘Ik ben het met je eens – het is niet goed voor het land.’ Zelf had hij ook gerookt, maar ‘was er twintig jaar geleden mee gestopt’.
Xi vertelde aan Gates dat de economische kosten en de schade voor de volksgezondheid door roken in China aanzienlijk waren, zo herinnert Yip zich. Tijdens een bijeenkomst liet Gates zich fotograferen met Peng Liyuan, de vrouw van Xi. Beiden droegen een felrood sweatshirt met daarop in witte Chinese karakters: ‘Passief roken? Ik zeg nee.’ Toen de twee afscheid van elkaar namen, deed Xi een belofte: ‘Wat het roken betreft, zal ik op het juiste moment ingrijpen.’ Het was zijn afscheidsboodschap, aldus Yip. Maar hij hield zich niet aan zijn woord.
Voordat Xi in 2013 president werd, had hij de leiding over de Centrale Partij Universiteit in Beijing. Met zijn goedkeuring schreef een team onderzoekers van die universiteit destijds een rapport van 239 pagina’s over de strategie van China om het roken van sigaretten te beteugelen. In krachtige bewoordingen, die ongebruikelijk zijn voor de hoogste gezondheidsfunctionarissen van China, noemden de auteurs tabak ‘een giftig product’. Maar ze gaven ook eerlijk toe: ‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen.’ En dat, zeiden ze, is ‘de belangrijkste reden waarom de overheid niet veel vooruitgang boekt op het gebied van tabaksontmoediging’.
Experts van de Hogeschool van de Partij riepen destijds op tot ingrijpende hervormingen, waaronder het scheiden van de commerciële tak van het bedrijf van de regulerende tak en het beëindigen van het staatsmonopolie. Ontmanteling van het systeem, kortom.
Maar het imperium bestaat nog steeds, en het is nog net zo machtig als voorheen.
Iedereen zou zich prettig moeten voelen in zijn eigen lichaam. Om die gedachte aan te moedigen is de bodypositivity-beweging opgericht. Een prachtig ideaal, maar in de praktijk onhaalbaar, schrijft Tobias Haberl. ‘Bodypositivity heeft de druk op ons lichaam nog verder opgevoerd.’
Toen ik voor het eerst over de bodypositivity-beweging hoorde, was ik meteen om. Uit puur egoïsme, want als elk lichaam mooi kan zijn, dan zeker ook het lichaam waarmee ik al tientallen jaren in de knoop zit. Dan hoefde ik me niet meer af te vragen of mijn wimpers te kort zijn (als ik ze überhaupt heb) en hoefde ik in het openluchtzwembad mijn grote teen niet beschermend te buigen over de teen ernaast, de digitus pedis II, omdat de nagel ervan me sinds mijn geboorte doet denken aan de klauw van een slechtvalk, de reden waarom ik nooit teenslippers heb gedragen.
Als elk lichaam mooi is kon ik opgelucht ademhalen, en miljoenen onzekere tieners ook. Tegelijkertijd waren de perfecte mensen, met hun stralende teint en hoge jukbeenderen, niet langer in het voordeel – niet bij sollicitatiegesprekken, niet bij het flirten en ook niet op Instagram. Eigenlijk zou er niet langer zoiets bestaan als schoonheid, omdat die alleen nog maar zou functioneren als positieve uitzondering op de regel. Zelfs mijn digitus pedis II zou niet meer belachelijk worden gemaakt: als standaardschoonheid niet meer bestaat, kun je er immers ook niet meer van afwijken.
Een tijdlang was ik blij met modellen met rondingen en met de snelle opkomst van de 140 kilo wegende Amerikaanse Grammy-winnares Lizzo (‘I like being fat, and I’m beautiful and I’m healthy’). Dik en dun, naast elkaar en met elkaar, een choreografie van diversiteit: ik vond het leuk en ongedwongen. Natuurlijk, beroemdheden en bedrijven promoten bodypositivity niet alleen uit idealisme, maar ook met een strategisch motief. Maar dat is altijd het geval bij emancipatiebewegingen, en bovendien is het te billijken als miljoenen mensen zich daardoor niet langer buitengesloten hoeven te voelen.
Dat was allemaal een tijdje geleden. Nu schaam ik me behoorlijk dat ik ooit viel voor een idee dat toch nooit kan werken. Niet in onze wereld, met een systeem dat profiteert van mensen die zich overgeven aan consumptie om zich minder tekortgedaan te voelen. Iedereen mooi? Zo’n vorm van esthetisch socialisme kun je niet politiek opleggen, zeker niet met hashtags en tweets. Het zou een vernieuwing van het hele systeem vereisen, inclusief een spirituele bewustzijnsverandering die, laten we eerlijk zijn, nou niet echt in de lucht hangt.
Bodypositivity is een modieus begrip dat past bij de tijdgeest
Ondertussen doet bodypositivity me denken aan wereldvrede: een prachtig idee dat helaas niet werkt. Een eervolle maar hopeloze poging om uit verkeerd begrepen mededogen een wereld die niet is zoals we zouden willen te verzachten, door impopulaire, deels evolutionair-biologische waarheden te negeren en alle verschillen die er tussen mensen bestaan te ontkennen. Bodypositivity is een modieus begrip dat past bij de tijdgeest en dat onvoorwaardelijke trouw vereist – een gebed om genezing, een slogan, een utopie.
Het zou allemaal niet zo erg zijn als iets erop zou wijzen dat het werkt, maar dat is dus niet het geval. Af en toe duikt er een mollige persoon op in een reclamefilmpje, en laatst liep er op straat een zelfverzekerde jonge vrouw voorbij in een naveltruitje dat haar bleke buik en harige navel prijsgaf, maar als opzichtige uitzonderingen op de regel lijken zulke fenomenen het schoonheidsideaal van begin eenentwintigste eeuw – slank, fit, haarloos – eerder te bevestigen dan af te zwakken.
Waarom zijn de magere modellen anders massaal terug op de catwalks? Waarom werd slechts 0,6 procent van de 9137 outfits tijdens de modeweken van dit voorjaar gepresenteerd door plussize modellen? Waarom hebben de vrouwelijke influencers bij wie alles om hun uiterlijk draait (en die het meest met hun billen lopen te pronken) de meeste volgers? Waarom is het zo dat je, als je op YouTube het zoekwoord ‘yoga’ intypt, ervan uit moet gaan dat er een soort geheime regel bestaat dat alleen schaars geklede schoonheidskoninginnen aan yoga mogen doen? En waarom laten steeds meer mensen delen van hun wangen uit hun gezicht snijden om er in het dagelijks leven eindelijk uit te zien als hun gefilterde versie op Instagram?
Schoonheidsnorm
Hoe ideologisch verblind moet je zijn, hoe vatbaar voor zelfbedrog, om naast al die cosmetische ingrepen en al die sterren, influencers, youtubers, talkshowhosts en gastvrouwen die aan de schoonheidsnorm voldoen, naar de dikke kunstschaatser in de reclame voor maandverband te wijzen en dan te beweren: bodypositivity? Top!
Inmiddels haak ik af als iemand me iets wil vertellen over bodypositivity. Dat zijn overigens meestal stedelingen uit de mediawereld die gevaarlijk dicht bij het gangbare schoonheidsideaal komen, mensen die bewust eten en sporten en er oogverblindend uitzien. ‘Morele zelfexpressie’, heet dat volgens Philipp Hübl, hoogleraar filosofie aan de Universiteit voor de Kunsten in Berlijn. ‘Deze mensen koesteren luxeovertuigingen. Ze zijn solidair met mensen met overgewicht om moreel aan de juiste kant te staan, maar zelf leven ze gezond en hoeven ze de negatieve gevolgen van hun genereuze houding niet aan den lijve te ondervinden.’
Voetbalvrouw en influencer Cathy Hummels, bijvoorbeeld, werpt zich momenteel op als ambassadrice voor bodypositivity door met haar kunstmatige (!) borsten te pronken in de Playboy. Of neem Heidi Klum, die de mollige 23-jarige Vivien Blotzki alleen maar tot ‘Germany’s Next Topmodel’ kon kronen omdat haar eigen (uiterlijke) onberispelijkheid haar de macht geeft om ook mollige lichamen goed te keuren. De rollen zijn duidelijk: degene die voldoet aan de schoonheidsnorm spreekt en de mollige zegt: dank je, Heidi!
Zijn zwaarlijvige mensen met gezondheidsproblemen ermee geholpen als zwaarlijvigheid wordt gemodelleerd tot norm of zelfs tot ideaal?
Op Instagram presenteren bijzonder aantrekkelijke mensen de laatste tijd gretig hun vermeende gebreken, zoals piepkleine vetkussentjes, littekentjes of levervlekjes. ‘Ze doen dit om zichzelf te beschermen tegen kritiek, omdat perfectie als onaantrekkelijk wordt gezien,’ zegt Hübl. ‘Deze mensen staan bovenaan de ladder van aantrekkelijkheid, maar hopen door minimale afwijkingen van het ideaal te tonen sociaal gezien ook wat op te klimmen.’ Ze construeren een lijdensverhaal om hun eigen zelfontplooiing des te helderder te laten stralen. En als de non-binaire publicist Hengameh Yaghoobifarah zichzelf publiekelijk beschrijft als ‘dik en arrogant’, is dat natuurlijk omdat die een bepaalde reactie verwacht.
Helaas hebben de meeste zwaarlijvige mensen uit milieus met onderwijsachterstanden nog nooit van bodypositivity gehoord, maar lijden ze wel aan hart- en vaatproblemen, hoge bloeddruk of slechte knieën. Helpt het die mensen als een paar activisten beweren dat mensen met overgewicht geen probleem hebben met hun dieet, maar slachtoffer zijn van een patriarchaal-kapitalistische samenleving, of van seksistische artsen? Helpt het hen als zwaarlijvigheid door een verkeerd begrepen moraliteit wordt gemodelleerd tot norm, of zelfs tot ideaal? Een paar maanden geleden pleitte een gastcommentator in The New York Times er zelfs voor dat kinderartsen dikke kinderen en hun ouders niet moesten aanmoedigen om af te vallen, omdat dat zou kunnen leiden tot een lager zelfbeeld, angst en depressie.
Denkfout
De Canadese politicoloog Eric Kaufmann spreekt van een denkfout – hij noemt het de fallacy of composition– wanneer maatschappelijke problemen (zoals obesitas) worden verdoezeld of weggewuifd door ze te ‘emotionaliseren’ en te stigmatiseren als aanval op het individu. Het gevolg is dat belangrijke sociaal-politieke debatten worden versimpeld of in de kiem gesmoord om individuen te beschermen tegen discriminatie. Er is toch echt een verschil tussen het beledigen van een zwaarlijvig persoon en het serieus nemen van zwaarlijvigheid als maatschappelijk verschijnsel met grote gevolgen voor de gezondheid.
Op dit moment lijkt het alsof we één stap vooruit en drie stappen terug doen. Een paar mensen doen hun uiterste best om de soevereiniteit op te eisen over de interpretatie van wat mooi wordt gevonden, terwijl een meerderheid, geplaagd door zelftwijfel, een enorme druk voelt om nog slanker, fitter en mooier te worden. ‘De bodypositivity-beweging heeft de druk op ons lichaam nog verder opgevoerd,’ zegt kunstwetenschapper Jörg Scheller, die al jaren onderzoek doet naar de politieke dimensie van het lichaamsbeeld. ‘Want de dwang tot zelfoptimalisatie blijft, maar er wordt ons tegelijk gevraagd om tevreden of zelfs gelukkig te zijn met ons eigen lichaam.’
Elke trend lijkt een hobby van het kapitalisme, dat nu ook in een woke variant bestaat
Op tv zijn dikke mensen nog steeds geen nieuwslezers, maar vooral deelnemers aan afslankshows – alsof het objecten zijn die bewonderd moeten worden. Mediawetenschapper Kathrin Karsay zegt: ‘Mensen met overgewicht worden vaker dan voorheen getoond in series en films, maar dan meestal als “dik, lui en onsuccesvol” of anders in de oppervlakkige rol van grappige of onhandige dikke vrouw.’ Een paar activisten roepen ‘big is beautiful’, terwijl duizenden tieners ondertussen alles leren over booty lifts en fillers, als ze niet bezig zijn met body checking op TikTok. De oude idealen blijven werken. Elke – zelfs subversieve – trend lijkt gewoon weer een hobby van het kapitalisme, dat nu dus ook in een woke variant bestaat. En wie de maatschappij wil veranderen, moet altijd rekening houden met mensen die helemaal niet veranderd willen worden.
Natuurlijk moeten we blijven streven naar het onmogelijke, en dan vooral naar een samenleving met zo min mogelijk discriminatie, maar koste wat het kost een ideologie doordrukken terwijl de ineffectiviteit ervan elke dag opnieuw openlijk aan het licht komt? Net zoals mensen al duizenden jaren dromen van vrede, lijkt een wereld zonder schoonheidsidealen – en dus ook zonder modedictaten, eetstoornissen en een manipulatieve cosmetische industrie – ondenkbaar. Zeker, soms zijn mollige modellen in trek en soms magere of atletische. Soms grote borsten en dan weer kleine, nu eens strakke broeken en dan weer wijde. Maar alles, en dan nog liefst gelijktijdig, even cool? Dat werkt helaas niet, want de cyclus van verlangen en frustratie moet in stand worden gehouden.
Omslag
‘Het principe is niet veranderd,’ zegt Scheller. ‘Met dit verschil: nu worden diversere lichaamsbeelden te gelde gemaakt.’ Als het uiterlijk geen rol meer speelt, kan er niets meer worden verkocht. Maar omgekeerd geldt dat er steeds meer kan worden verkocht als een merk erin slaagt meer mensen te vertegenwoordigen. Er is geen sprake van een omslag in het denken. Een eenmaal ingebracht implantaat zal hoogstwaarschijnlijk een paar jaar later weer worden verwijderd (en mogelijk in een aangepaste vorm ooit opnieuw worden ingebracht). Zelfs feministisch auteur Laurie Penny schrijft: ‘Als alle vrouwen op aarde morgenochtend wakker zouden worden en zich echt lekker en sterk in hun lichaam zouden voelen, dan zou de wereldeconomie van de ene op de andere dag instorten.’
In een competitieve samenleving is het ene altijd goed en het andere minder goed. Vanaf het moment dat de sociale media tevreden mensen gingen aanzetten tot narcistisch gedrag, is het verlangen om speciaal te zijn en de behoefte om zich op subtiele manieren van anderen te onderscheiden niet af- maar toegenomen. Verbetering zonder gelijktijdige verslechtering lijkt ondenkbaar. Er bestaat nauwelijks een discipline waarin we niet met elkaar concurreren of elkaar beoordelen. Wie zingt er mooier? Wie leeft er moreel beter? Wie kookt er beter? Wie vliegt er minder vaak? Wie heeft meer volgers, likes, vierkante meters? En nu dus ook: wie kan het best onbekommerd dik zijn?
Het principe is hetzelfde gebleven, er is alleen een categorie aan toegevoegd. We zijn geobsedeerd door ons lichaam, worden bestookt met ranglijsten en zenuwslopende vergelijkingen, positieve en spottende commentaren, likes en dislikes, duimpjes omhoog, duimpjes omlaag. De ijdelheidsmarkt wordt steeds verraderlijker, genadelozer en voyeuristischer. En wie zich nog niet goed heeft verstopt, wordt meedogenloos gescand en gesorteerd. Hoe groot is de kans dat we deze logica uitgerekend bij uiterlijkheden, die – in tegenstelling tot cognitieve prestaties – zo makkelijk in het voorbijgaan beoordeeld kunnen worden, zouden negeren?
Hoezeer we het ook proberen, het maakt ons wel degelijk uit hoe mensen eruitzien
Mensen lijken zo makkelijk hiërarchieën te creëren dat er geen alternatieven bij hen opkomen, ook niet als ze zelf aan de onderkant van zo’n hiërarchie staan. Dat komt vooral doordat de industriële samenleving is veranderd in een dienstenmaatschappij. Daarin hebben mensen via online- en offlineontmoetingen permanent de mogelijkheid om de sociale status van de ander af te lezen aan zijn of haar bewegingen en lichaam. Of we het nu leuk vinden of niet, ons uiterlijk is altijd een projectievlak en een investering in de eigen persoonlijkheid geweest, en vandaag nog meer dan vroeger. De Britse socioloog Catherine Hakim spreekt van ‘erotisch kapitaal’, dat (samen met economisch, cultureel en sociaal kapitaal) onze sociale waarde bepaalt. Mooie mensen krijgen betere cijfers, hogere salarissen, minder strenge straffen en sneller een huis, en maken gemakkelijker vrienden. Dat is allemaal oneerlijk en we kunnen onszelf inbeelden dat het anders is, maar daarmee staan we wel buiten de realiteit.
Op datingsites worden potentiële seks- en levenspartners met algoritmische precisie gefilterd op lengte, gewicht, postuur en oog- en haarkleur. De meeste vrouwen zijn op zoek naar lange mannen, de meeste mannen naar vrouwen met lange benen. Ze zijn allemaal op zoek naar mensen met een gave huid, iets wat in alle culturen als ideaal wordt beschouwd. Cultureel gezien kunnen we het lelijke fascinerend vinden – denk bijvoorbeeld aan de schilderijen van Otto Dix – maar toch zijn we niet vrij in onze smaak, want die is biologisch-evolutionair gevormd. Hoezeer we het ook proberen, het maakt ons wel degelijk uit hoe mensen eruitzien, er zijn vooroordelen en no-go’s. Of ken je soms een vrouwelijke presentator met ernstige acné?
Erotisch kapitaal
Op dit moment hangt Duitsland vol met posters van Calzedonia. Twee superinfluencers presenteren de nieuwe bikinicollectie: Pamela Reif, 27 jaar, 1 meter 65, 50 kilo, afgetraind. En Farina Opoku, 32 jaar, 1 meter 76, 84 kilo, mollig. Op het eerste gezicht is dit een voorbeeld van bodypositivity, want de campagne bewijst dat een lichaam dat niet aan de standaard voldoet ook mooi kan zijn, en zelfs gebruikt kan worden om geld te verdienen. Maar in feite lijken de twee vrouwen erg op elkaar. Terwijl de ene het ideale lichaam van begin eenentwintigste eeuw heeft, wijkt de andere daar slechts in één aspect van af: haar gewicht. Al het andere is onberispelijk: perfecte huid, glanzend haar, stralende ogen, hartvormige mond. De twee vrouwen vertegenwoordigen geenszins de twee uitersten van de schaal der aantrekkelijkheid. Integendeel, ze hebben allebei een enorm erotisch kapitaal. De ene omdat ze standaardmooi is, de andere omdat ze nog steeds standaardmooi is, maar dan in combinatie met een paar goed geproportioneerde kilo’s te veel.
Maar hoe zit het met de gebochelden, de scheefgezakten en kromgegroeiden, degenen met pukkels en littekens, de mensen met flaporen, afgekloven vingernagels en moedervlekken waar haar uit groeit? Waarom zijn bijna alle plussize modellen vrouw? Hoe zit het met dikke mannen? Denken mensen dat mannen minder last hebben van hun uiterlijk? En waarom wordt in karikaturen van Donald Trump en Boris Johnson ook vaak de draak gestoken met hun uiterlijk? Omdat het mag van de politieke tegenstander?
De oplossing is om voor eens en voor altijd op te houden over lichamen te praten, omdat het niet uitmaakt hoe je eruitziet
Ik denk niet dat we veel verliezen als de bodypositivity-beweging haar momentum verliest, waar het momenteel op lijkt. De eerste activisten propageren al een nieuwe beweging. Na rijp beraad denken ze te begrijpen dat het probleem niet schuilt in een onrealistisch schoonheidsideaal, maar in het feit dat mensen überhaupt hun eigenwaarde aan hun lichaam koppelen. Het is dus geen oplossing om dikke mensen per se mooi te vinden; de oplossing is om voor eens en voor altijd op te houden over lichamen te praten, omdat het niet uitmaakt hoe je eruitziet.
Er is al een term en een hashtag voor: #bodyneutrality. En hoewel ik het er in grote lijnen mee eens ben, blijf ik sceptisch. Weer een nieuwe strategie voor empowerment? Weer nieuwe campagnes, activisten, slogans en poses? Wordt weer alles anders terwijl alles hetzelfde blijft? ‘Mensen kunnen niet neutraal zijn over hun lichaam,’ zegt kunstwetenschapper Scheller. ‘We verlangen naar lichamen, vinden ze aantrekkelijk of afstotelijk. Een belangeloos genoegen is een utopie.’
De natuur is oneerlijk. Intelligentie, gezondheid, schoonheid zijn ongelijk verdeelde grootheden. Je kunt doen alsof dat niet zo is, je kunt jezelf wijsmaken dat we er gewoon anders over moeten praten om deze valse streek te compenseren. Maar je kunt ook proberen – en dat zou de meest empathische en veelbelovende strategie zijn – om kinderen op te voeden tot zelfverzekerde mensen, met een realistische kijk op hun lichaam en hun maatschappelijke beperkingen, ter voorbereiding op het feit dat ze niet perfect zijn, net zoals de wereld waarin ze leven niet perfect is.
Het is onmogelijk om zonder tegenslagen door het leven te gaan; daarmee leren omgaan kan een diep menselijke ervaring bieden die leidt tot groei en misschien zelfs tot transformatie in iets wat op karakter lijkt. Dat zou pas echte zelfempowerment zijn. Natuurlijk is daar meer voor nodig dan wat tweets en hashtags. Het vereist liefde, zorg, geduld en oprechtheid, en mensen die die idealen niet misbruiken of rondbazuinen, maar ze als vanzelfsprekend naleven. Ook als er niemand kijkt.
We staan niet machteloos tegenover een nieuwe pandemie, maar dan moeten we wel snel in actie komen, aldus klimaatjournalist John Vidal. ‘De enige manier om de gezondheid van mens en planeet langdurig op peil te houden is de verstoring van de natuur tot een minimum terugbrengen.’
Keuze uit het archief
Een nieuwe ziekte houdt de wereld in de ban: het hantavirus. De uitbraak begon aan boord van het cruiseschip Hondius, waar meerdere passagiers aan het virus bezweken. In Nijmegen moesten twaalf personeelsleden van het Radboud UMC in quarantaine na in contact te zijn geweest met een patiënt met hantavirus.
Voor de deskundigen komt de mogelijk nieuwe pandemie niet uit de lucht vallen. Klimaatjournalist John Vidal schreef drie jaar geleden in The Guardian al over het hantavirus. In zijn artikel pleit hij ervoor niet zozeer de symptomen als wel de onderliggende oorzaken van een eventuele pandemie aan te pakken: het landbouwbeleid, klimaatopwarming en de veranderde relatie tussen mens en dier.
Toen hij op internet voor acht dollar die leuke brandmuis kocht voor zijn dochters zesde verjaardag, wist de zakenman uit São Paulo niet beter of het beestje was gegarandeerd vrij van ziektes en afkomstig van een erkend fokker. In werkelijkheid was het gevangen op de uitgestrekte suikerrietvelden die in Brazilië zijn aangeplant voor de productie van de biobrandstoffen waarmee het gebruik van fossiele brandstoffen moet worden teruggedrongen. Die akkers waren na de zoveelste hittegolf weer eens overspoeld met muizen.
De muis had wel een keer in de vinger van zijn dochtertje gehapt, maar daar maakte niemand een drama van, en zes dagen later vertrok vader op reis naar Europa. Tegen de tijd dat hij in Amsterdam aankwam, was zijn dochtertje al met hoge koorts, spierpijn en ademhalingsproblemen in het ziekenhuis opgenomen en voelde hij zich ook niet zo lekker. Dat was het begin van een van de ergste pandemieën in de geschiedenis, die meer slachtoffers eiste dan corona, sars en de Spaanse griep bij elkaar.
Binnen een week waren er al driehonderd mensen besmet en na een maand lagen wereldwijd driehonderdduizend mensen naar adem te happen. Na acht maanden waren er naar schatting al twintig miljoen mensen overleden en een miljard mensen besmet. Dit was corona op anabolen. Aan corona overleed 1 procent van de mensen die besmet waren, maar dit nieuwe hantavirus muteerde net zo snel als de omikronvariant en kostte een op de drie van de besmette personen het leven. Dit was ‘ziekte X’, de in 2018 door deskundigen van de Wereldgezondheidsorganisatie bedachte naam voor een onbekende en extreem schadelijke ziekte waar nog geen medicijn of vaccin tegen bestaat en die honderden miljoenen levens zou kunnen eisen.
Niet machteloos
Tot zover is dit fictie. Ziekte X is nog een hypothetische ziekte. Maar men is het er in de wetenschap wel over eens dat er iets dergelijks aan zit te komen. Dat hoeft geen hantavirus te zijn. Het kan ook een griepvirus zijn, een coronavirus zoals covid-19, of de terugkeer in krachtiger gedaante van een oude moordenaar zoals tyfus, tuberculose of de pest. Zo’n virus kan op de mens overspringen via een hamster, een vleermuis, een kip of een teek. Het kan gebeuren in een pelsdierfokkerij in Noorwegen of bij een varkenshouder in Mexico. Het kan ontstaan in een door mensen verstoord bos, in een Amerikaans wapenlaboratorium of op een Britse boerenmarkt. Het kan nog decennia duren voordat het gebeurt, maar met de klimaatverandering, de nieuwe ecologische wereldsituatie, de hypermobiliteit van de mens en de steeds grotere bevolkingsconcentraties van zowel mensen als dieren is een volgende grote pandemie onvermijdelijk.
Pandemieën kosten veel meer levens en geld dan oorlogen
Pandemieën kosten veel meer levens en geld dan oorlogen, en toch maakt geen enkele nationale overheid of internationale instantie momenteel plannen om iets te doen aan de onderliggende oorzaken van corona of van het feit dat de uitbraken van grote nieuwe infectieziekten als aids, ebola, het Marburg-virus, de vogelgriep, sars, mers, mpox en het Nipah-virus allemaal in de afgelopen vijftig jaar plaatsvonden. Overheden en bedrijven geven meer prioriteit aan een betere bestrijding van de symptomen met vaccins en technologie dan aan het aanpakken van de oorzaken van de ziektes.
Toch staan we niet machteloos. We weten dat de volgende grote pandemie hoogstwaarschijnlijk een zoönose zal betreffen (een ziekte die is overgesprongen van dier op mens) en verband zal houden met de staat van het milieu en de wijze waarop de mens overal ter wereld zijn leefomgeving manipuleert, verandert en beschadigt. Intensieve ontbossing, het droogleggen van waterrijke gebieden, bodemuitputting, de instorting van de biodiversiteit en de groei van uitgestrekte, verarmde steden creëren samen de ideale omstandigheden voor virussen om sneller te ontstaan en te evolueren en gemakkelijker van de ene soort naar de andere over te springen.
Zes lessen
Corona heeft ons geleerd dat het niet mogelijk is de evolutie van ziektes tegen te houden of ons er volledig voor af te sluiten. Maar er zijn minstens zes dingen die we wel kunnen doen om de kans op een pandemie te verkleinen en de ernst van een eventuele uitbraak te verminderen.
Ga anders denken over de relatie tussen mens en dier. Sinds 1970 hebben bij welhaast elke grote uitbraak van een ziekte dieren een grote rol gespeeld. In die betrekkelijk korte tijd zijn er zo’n vijfhonderd nieuwe zoönosen ontstaan, waaronder mers, de vogelgriep, ebola, het marburgvirus, lassakoorts, het Nipah-virus, het zikavirus, corona en aids. Nooit eerder hebben zoveel mensen zo dicht op de ziekteverwekkers van andere diersoorten geleefd.
Hervorm de landbouw. Nooit eerder hebben we zoveel dieren in de intensieve veehouderij gehouden: jaarlijks worden er meer dan zeventig miljard geslacht. De wereldwijde voedselproductie is momenteel afhankelijk van enorme hoeveelheden genetisch identieke kippen, runderen en varkens die in enorm intensieve, overbevolkte, krappe en volstrekt onnatuurlijke omstandigheden worden gehouden. Het groeiende gevaar is dat intensieve veehouderijen een ziektefabriek worden, waar infectieziekten zoals griepvirussen ontstaan en krachtiger worden, totdat extreem schadelijke varianten zich onder de dieren verspreiden en zelfs op de mens overspringen.
We moeten de verstoring van de natuur minimaliseren en zorgen dat we minder in contact komen met de ziektes van andere soorten
Herstel ecosystemen. In de afgelopen dertig jaar zijn bossen, watergebieden en bodemstructuren onder druk van de voedselproductie wereldwijd sneller veranderd dan ooit tevoren, zijn er grotere hoeveelheden fossiele brandstoffen en andere delfstoffen aan de aarde onttrokken dan ooit tevoren en is de wereldwijde handel en het verkeer van mensen sterker toegenomen dan ooit tevoren. Door houtkap, verstedelijking en bevolkingsgroei zijn ecosystemen verbrokkeld en is een ideale situatie geschapen voor het ontstaan en de verspreiding van nieuwe ziektes. We moeten de verstoring van de natuur minimaliseren en zorgen dat we minder in contact komen met de ziektes van andere soorten.
Beperk de uitstoot van broeikasgassen. De opwarming van de aarde verhoogt de kans op nieuwe ziektes en heeft invloed op waar die ontstaan en zich verspreiden. Als temperaturen stijgen, de regenval toeneemt of droogte en hittegolven langer duren, veranderen de levensomstandigheden. De insecten, vleermuizen, teken en andere dieren die dragers zijn van ziektes als malaria, riftdalkoorts, cholera en dengue zullen zich daardoor wijder verspreiden. De klimaatverandering drijft dieren nu al naar nieuwe gebieden doordat hun natuurlijke habitat wordt vernietigd. Zo belanden ze in nieuwe omstandigheden, waarin soorten die nooit eerder met elkaar in contact kwamen naast elkaar leven en ziektekiemen uitwisselen. Als de opwarming geen halt wordt toegeroepen, zal niet alleen de mens daaronder lijden, maar zullen er tal van nieuwe ziektes opduiken, op onverwachte plaatsen.
Leg laboratoriumproeven aan banden. Over de oorzaak van covid-19 lopen de meningen uiteen, maar het risico op een pandemie die in een laboratorium ontstaat is reëel en groeit ieder jaar. Wereldwijd wordt in duizenden laboratoria van bedrijven, universiteiten en overheidsinstanties nu medisch en militair onderzoek uitgevoerd met de gevaarlijkste bacteriën en virussen ter wereld. De zoektocht naar nieuwe vaccins en manieren om gevaarlijke ziekteverwekkers te beteugelen is een miljardenindustrie. Het risico op een pandemie die voortkomt uit controversieel ‘gain-of-function’ onderzoek (waarbij een virus voor militaire of medische doeleinden doelbewust gevaarlijker wordt gemaakt) is hoog.
Als we ons beperken tot het met vaccins en technologie bestrijden van eenmaal uitgebroken epidemieën, laten we de kans lopen om te voorkomen dat ze zich überhaupt voordoen
Hou meer controle op mogelijke ziekte-uitbraken. Van nieuwe uitbraken en mutaties van infectieziekten komen we niet meer af. Maar wie erdoor getroffen wordt en waar het plaatsvindt, daar hebben wij nu wel zelf invloed op. Zeker in grote steden is een goede gezondheidszorg de beste manier om nieuwe uitbraken van een ziekte vroeg te signaleren, te achterhalen welke stammen zich verspreiden, daarop te testen en de verspreiding een halt toe te roepen. Maar daarvoor moeten alle landen echt werk maken van het uitroeien van de armoede in de wereld. Dat is voor het rijke noorden misschien wel de beste garantie tegen toekomstige pandemieën.
Het is nu net zo onmogelijk om het risico op infectieziekten volledig uit te bannen als twintig jaar geleden. Maar als we ons beperken tot het met vaccins en technologie bestrijden van eenmaal uitgebroken epidemieën, laten we de kans lopen om te voorkomen dat ze zich überhaupt voordoen. De enige manier om de gezondheid van mens en planeet langdurig op peil te houden is de verstoring van de natuur tot een minimum terugbrengen en te zorgen dat wij zo weinig mogelijk in contact komen met de ziekteverwekkers van andere soorten.
Voor veel vrouwen gaat de menopauze gepaard met opvliegers, stemmingswisselingen en hersenmist. Is hier niet wat aan te doen? Wetenschappers onderzoeken of ze met middelen die de veroudering van de eierstokken vertragen de gezondheid van vrouwen kunnen verbeteren.
Stel je eens voor dat vrouwen nooit de menopauze zouden bereiken, die gevreesde mijlpaal op middelbare leeftijd. Of dat ze die zouden kunnen uitstellen of zelf zouden kunnen beslissen wanneer de overgang begint. Vrouwen zouden dan langer vruchtbaar kunnen blijven en meer keuze hebben wanneer ze een gezin willen stichten. Ze zouden niet hoeven te worstelen met symptomen als opvliegers, stemmingswisselingen en hersenmist in de bloei van hun carrière en gezinsleven.
Nog belangrijker, vrouwen zouden langer en gezonder kunnen leven. Hoewel de menopauze – een volledig jaar zonder menstruatiecyclus – wordt geassocieerd met het einde van de vruchtbaarheid, markeert die ook een andere ingrijpende maar minder erkende verandering. Wanneer de eierstokken stoppen met functioneren en de afgifte van belangrijke hormonen afneemt, versnelt de biologische veroudering bij vrouwen, waardoor het risico op tal van gezondheidsproblemen toeneemt.
‘De menopauze is de grootste versneller van verouderingsziekten bij vrouwen over de hele linie, of het nu gaat om hartaandoeningen en beroertes, auto-immuunziekten, osteoporose of cognitieve achteruitgang,’ zegt Piraye Yurttas Beim, oprichter en CEO van biotechstart-up Celmatix. Dit bedrijf richt zich op het verbeteren van de gezondheid van de eierstokken. ‘Het is het einde van de functie van een belangrijk orgaan in ons lichaam, en we moeten het net zomin normaliseren als tandbederf, artrose of cognitieve achteruitgang.’
Onontkoombaar onderdeel
Beim maakt deel uit van een kleine maar groeiende groep wetenschappers – voornamelijk vrouwen –, die het idee betwisten dat de menopauze een onontkoombaar onderdeel is van ouder worden. Ze wijzen op onderzoek dat aantoont dat vrouwen die op latere leeftijd in de overgang komen, minder gezondheidsrisico’s lopen en langer leven in vergelijking met degenen die er op jongere leeftijd mee worden geconfronteerd. Onderzoek toont ook aan dat vrouwen minder lijden aan chronische ziekten in vergelijking met mannen – totdat ze de middelbare leeftijd en de menopauze bereiken.
‘Dat de menopauze onvermijdelijk is zit zo ingebakken in ons denken, alsof het gewoon iets is wat móét gebeuren,’ zegt Zev Williams, universitair hoofddocent aan de Columbia University en expert op het gebied van gezondheid en vruchtbaarheid van vrouwen. Williams leidt een onderzoek naar veroudering van de eierstokken. Yousin Suh, professor Reproductieve wetenschappen aan deze universiteit, zegt dat haar eigen ervaring met symptomen van de menopauze, zoals hersenmist en slaapproblemen, haar motiveerde om met Williams aan het onderzoek te werken. ‘Ik werd gestimuleerd door mijn eigen ellende.’
Alle inspanningen om de menopauze uit te stellen of te stoppen zijn gericht op het verbeteren van de gezondheid van vrouwen op de langere termijn. Sommige hebben ook tot doel de vruchtbaarheid te verbeteren, in de hoop dat het voor vrouwen makkelijker wordt om op wat latere leeftijd op natuurlijke wijze zwanger te kunnen worden. Vrouwen die na hun vijfendertigste hun vruchtbaarheid willen behouden, hoeven zich dan niet te bekommeren over het invriezen van hun eicellen voor later. En vrouwen van midden tot eind veertig hebben dan misschien een reële kans om een gezond kind ter wereld te brengen zonder vruchtbaarheidsbehandelingen; emotioneel zware trajecten die tienduizenden dollars kosten en vaak niet werken.
Door het vertragen of elimineren van de tikkende vruchtbaarheidsklok zouden vrouwen hun jaren tussen dertig en veertig meer kunnen ervaren zoals mannen. Ze zouden in staat zijn om hun carrière met volle kracht na te streven en van hobby’s te genieten, zonder de druk om een partner te vinden en een baby te krijgen vóór de biologische deadline.
Bij mannen loopt de veroudering van het voortplantingssysteem relatief synchroon met veroudering van de rest van het lichaam
Naast vruchtbaarheid kunnen de gevolgen voor de gezondheid van vrouwen op middelbare leeftijd ingrijpend zijn: geen opvliegers meer die tijdens een werkvergadering moeilijk te verbergen zijn. Geen hormoongerelateerde stemmingswisselingen of hersenmist meer. Minder vrouwen zouden elke nacht wakker liggen omdat ze vechten tegen jarenlange hormoongerelateerde slapeloosheid. Het belangrijkste is dat slopende ziekten als hartaandoeningen en dementie vrouwen pas later in het leven of überhaupt minder vaak kunnen treffen.
Natuurlijk zijn er ook aspecten van de menopauze die veel vrouwen verwelkomen, zoals de afwezigheid van de maandelijkse menstruatie of het ontbreken van zorgen over ongewenste zwangerschap. En sommige artsen zijn er nog steeds niet van overtuigd dat het uitstellen van de menopauze een waardevol doel is en vinden dat er meer onderzoek moet worden gedaan. ‘Het is nogal gewaagd om te zeggen dat we de menopauze zouden moeten voorkomen en dat dat al onze kwalen zou genezen,’ zegt Stephanie Faubion, directeur van Mayo Clinic Women’s Health en medisch directeur van de North American Menopause Society. Ze waarschuwt tegen het overschatten van bewijs dat de gezondheid hierdoor zou verbeteren. Het feit dat een natuurlijke menopauze op latere leeftijd wordt geassocieerd met een lager risico op bijvoorbeeld hartaandoeningen, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het kunstmatig uitstellen ervan dat risico zou verlagen.
De meeste vrouwen komen in de overgang als ze in de veertig of vijftig zijn – de gemiddelde leeftijd is eenenvijftig jaar. De menopauze wordt voorafgegaan door de perimenopauze, die drie tot tien jaar kan duren en wordt gekenmerkt door onregelmatige menstruaties en schommelende hormonen die veel symptomen met zich meebrengen.
De menopauze treedt in wanneer de eierstokken van een vrouw geen follikels meer hebben. Dat zijn kleine vochtzakjes die elk één eicel bevatten, omgeven door cellen die de eierstokken ondersteunen. De meeste meisjes hebben bij de geboorte gemiddeld een miljoen eicellen; in de puberteit daalt dat aantal tot ongeveer 300.000. Daarna sterven ongeveer duizend eicellen per maand af. Meestal komt er elke maand één rijpe eicel vrij voor mogelijke bevruchting. Honderden andere eicellen komen vrij uit de reserve van de eierstokken, maar uiteindelijk breken ze af en sterven ze voordat ze rijpen en de kans krijgen om te springen.
De meeste pogingen om de menopauze uit te stellen of te beëindigen richten zich op het vertragen van de snelheid waarmee de follikels en eicellen van een vrouw verloren gaan. Bij mannen loopt de veroudering van het voortplantingssysteem relatief synchroon met veroudering van de rest van het lichaam, dus is er geen sprake van een plotselinge en dramatische verandering in hormonen. Maar bij vrouwen verouderen de eierstokken sneller dan andere organen.
Lager risico
Eierstokken produceren via hun ondersteunende cellen ook hormonen die essentieel zijn voor het behoud van de algehele gezondheid van vrouwen. De bekendste hiervan zijn oestrogeen en progesteron, maar eierstokken produceren ook veel andere hormonen die chemische boodschappen over lange afstanden door het lichaam sturen. Oestrogeen en progesteron reguleren niet alleen de menstruatiecyclus en spelen een belangrijke rol bij zwangerschap, ze helpen ook bij het reguleren van andere aspecten van de gezondheid, zoals de hersen- en hartfunctie.
‘Er zijn tientallen, zo niet honderden stofjes die door de eierstokken worden gemaakt en naar de rest van het lichaam worden gestuurd,’ zegt Jennifer Garrison, assistent-professor aan het Buck Institute for Research on Aging in Marin County, Californië. Als dat stopt, zegt ze, ‘leidt dat in wezen tot die opeenvolging van gevolgen voor de gezondheid’.
Onderzoek heeft herhaaldelijk een verband aangetoond tussen vrouwen die later de menopauze bereiken en een langere, gezondere levensduur. In 2005 concludeerde een studie in het tijdschrift Epidemiology dat met elk jaar dat de leeftijd waarop de menopauze optreedt stijgt, het sterftecijfer met 2 procent daalt. Vrouwen die na hun vijfenvijftigste de menopauze bereiken, leven gemiddeld twee jaar langer dan vrouwen waarbij dat al voor hun veertigste gebeurt. Een meta-analyse uit 2016 in JAMA Cardiology toont aan dat vroegtijdige menopauze bij vrouwen jonger dan vijfenveertig jaar wordt geassocieerd met een verhoogd risico op hartaandoeningen en sterfte. Een studie uit 2021 in het tijdschrift BMC Cardiovascular Disorders ontdekte dat vrouwen die voor hun vijftigste de menopauze bereikten, een hoger risico hadden op een beroerte en overlijden. En een meta-analyse van vorig jaar van tweeëntwintig studies concludeerde dat een latere menopauze wordt geassocieerd met een lager risico op dementie.
Er is steeds meer bewijs dat rapamycine veroudering in de eierstokken van muizen vertraagt
Mensen zijn een van de weinige zoogdieren die halverwege hun leven in de overgang komen. Andere langlevende zoogdieren zijn geëvolueerd om een grotere voorraad eitjes aan te maken of om de snelheid waarmee ze eitjes verliezen te vertragen, zodat ze bijna tot het einde van hun leven baby’s kunnen blijven krijgen. De bekendste theorie over de evolutie van de menopauze halverwege de levensduur bij de mens is de ‘grootmoederhypothese’, die stelt dat een deel van de lasten van moeders werd verschoven naar grootmoeders, die voedsel verzamelden om hun kleinkinderen te helpen overleven. Zo werd de levensduur van de mens in het algemeen verlengd. Een andere hypothese is dat de menopauze mogelijke conflicten tussen potentiële oudere moeders en jongere moeders over middelen voor hun kinderen wegneemt. Een derde theorie is dat de menopauze halverwege het leven is ontstaan om riskante bevallingen op latere leeftijd te voorkomen en om de kans te vergroten dat moeders lang genoeg leven om hun kinderen op te voeden.
‘Je niet meer kunnen voortplanten en dan nog een groot deel van je leven voor je hebben, is echt ongebruikelijk,’ zegt Deena Emera, evolutiebioloog bij het Buck Institute. ‘Er zijn waarschijnlijk goede redenen waarom onze voorouders in de overgang kwamen en zich niet meer konden voortplanten. Maar die voordelen zijn er nu niet meer.’
Tweede puberteit
Onderzoekers die de menopauze hopen terug te dringen, proberen vooral de snelheid waarmee vrouwen hun eicellen verliezen te vertragen. Sommigen onderzoeken of bestaande geneesmiddelen die worden gebruikt om andere aandoeningen te behandelen, zouden ook de veroudering van de eierstokken kunnen vertragen. Bij Columbia University begonnen onderzoekers Williams en Suh onlangs een klinische test met een lage dosis rapamycine (een medicijn bij niertransplantatie dat ook breder wordt bestudeerd als antiverouderingsmiddel) bij vijftig vrouwen in de premenopauze, om te zien of dat de veroudering van eierstokken zou kunnen vertragen. Er is steeds meer bewijs dat rapamycine veroudering in de eierstokken van muizen vertraagt.
Aan de Northwestern University ontdekte Francesca Duncan, mededirecteur van het Centre for Reproductive Science, enkele jaren geleden dat het weefsel rond de follikels verstijft met het ouder worden, waardoor de gezondheid van de eicellen wordt bedreigd. Ze wil nu zien of een medicijn dat is goedgekeurd voor de behandeling van longziekten kan helpen om deze ontwikkeling te voorkomen. ‘Je behoudt dan zowel de hormoonfunctie voor een langere periode als de vruchtbaarheid,’ zegt ze.
Anderen werken aan nieuwe therapieën om de achteruitgang van de eierstokken tegen te gaan. Gameto, een biotechbedrijf uit New York, maakt gebruik van celtechnologie. Het doel is om de gezondheid van vrouwen te verbeteren zonder de vruchtbaarheid te verlengen, zegt dr. Dina Radenkovic, medeoprichter en CEO. Onderzoekers van Gameto maken uit stamcellen cellen die de eierstokken ondersteunen en hopen de chemicaliën die ze produceren te kunnen toedienen met behulp van een onderhuids apparaat dat momenteel wordt getest op muizen. Het apparaatje zou de ingrijpende verstoring van signalen tussen de eierstokken en andere organen kunnen verminderen, die vaak optreedt tijdens de menopauze.
Nieuwe biotechbedrijven werken ook met het hormoon AMH, dat het verval van de reserves in de eierstokken van een vrouw regelt; licht verhoogde niveaus van dat hormoon zouden ervoor zorgen dat minder eicellen verdwijnen. Oviva Therapeutics, gevestigd in New York, ontwikkelt een recombinante vorm (een combinatie van cellen met verschillende DNA-fragmenten) van AMH om deze signalen te verhogen. ‘Het idee is dat je het tijdstip van de menopauze vooruit kunt schuiven door het moment uit te stellen waarop die lage drempelwaarde van eicellen wordt bereikt,’ zegt CEO en medeoprichter Daisy Robinton.
Robintons doel is om vrouwen controle te geven over de menopauze, net zoals anticonceptie hun meer controle geeft over voortplanting. ‘Ik zou graag willen dat vrouwen een keuze hebben over hoe ze de menopauze ervaren en wanneer die optreedt,’ zegt ze. Oviva heeft haar recombinant AMH getest op dieren en voert geavanceerde preklinische studies uit om een aanvraag in te kunnen dienen bij de Amerikaanse Food and Drug Administration. Vervolgens kunnen klinische studies met mensen worden gestart. Het hormoon kan als dagelijkse injectie worden toegediend, maar het bedrijf probeert ook een pil te ontwikkelen.
‘Waarom ontwikkelen we dit medicijn alleen voor vrouwen die chemo ondergaan of die risico lopen op een vervroegde menopauze?’
Bij Celmatix, de start-up die is opgericht door Piraye Yurttas Beim, proberen onderzoekers een zogenaamde activator van het AMH-hormoon te ontwikkelen. Een vrouw zou een medicijn kunnen nemen om het verlies van follikels en eicellen in haar reserve te verminderen en zo haar eierstokken optimaal gezond te houden, en vervolgens met het middel kunnen stoppen als ze meer eicellen wil vrijmaken en proberen zwanger te worden.
Beim begon met het doel een behandeling te ontwikkelen die moest voorkomen dat vrouwen die chemotherapie ondergingen vroegtijdig in de menopauze terecht zouden komen. Maar op een avond een paar jaar geleden grapte ze op een avondje uit met haar man dat hij zich vast kon verheugen op haar aankomende perimenopauze, die ze beschreef als haar ‘tweede puberteit’ vanwege de hormooneffecten en mogelijke stemmingswisselingen. ‘Hoe lang gaat dat duren?’ vroeg hij haar. ‘Nou, gemiddeld zo’n acht jaar,’ antwoordde ze. ‘Is daar niets aan te doen?’ riep hij uit.
‘Tijdens dat diner met hem die avond kreeg ik mijn “aha-moment”,’ zegt Beim. ‘Waarom ontwikkelen we dit medicijn alleen voor vrouwen die chemo ondergaan of die risico lopen op een vervroegde menopauze? Waarom zou ik of welke vrouw dan ook überhaupt in de overgang komen?’
Peter Jakubowicz kreeg een hartaanval tijdens een ijshockeywedstrijd in Oregon en stierf in het harnas. Alleen duurde zijn dood maar 20 seconden. Herinneringen heeft hij niet, maar op liveopnames ziet hij zichzelf ineenklappen en plat op z’n gezicht vallen.
Op 7 november 2022 ging ik dood. Eerst had ik het niet in de gaten. Ik kreeg pas door wat er aan de hand was toen een stem me uit de diepten van het niets vroeg of ik wist waar ik was. Met veel moeite lukte het me die ene lettergreep te produceren: ‘Nee.’ De stem antwoordde: ‘Je ligt op de intensive care. Je hebt een hartaanval gehad tijdens je ijshockeywedstrijd gisteravond. Een speler van het andere team heeft je leven gered.’ Ik herinnerde me niet dat ik de avond ervoor een wedstrijd had gespeeld. Het laatste wat ik me herinnerde… Ik kon me niet herinneren wat ik me als laatste herinnerde. Ik had geen idee hoe een hartaanval voelde. Verdere vragen hoorde ik niet. Er was alleen duisternis en de stem van mijn grootvader die een deuntje zong: ‘In de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier…’ De stem kreeg iets dreigends, Luke Skywalker die in de Joker was veranderd, en toen zakte ik weg. Zelfs toen ik besefte dat ik in een kunstmatig verlichte kamer lag, had ik nog lange tijd het gevoel dat ik me helemaal alleen in het donker bevond.
Mijn dood voltrok zich tijdens een amateurijshockeywedstrijd in het Winterhawks Skating Center in Beaverton, Oregon. Al mijn vitale functies – ademhaling, hartslag, beweging, het vermogen om waar te nemen en herinneringen aan te maken – lieten me in de steek. Toen ik weer bijkwam, raakte ik geobsedeerd door de tijd die ik kwijt was, wat er met me was gebeurd en waar ik was beland. Ik ontdekte meer dan me lief was. Dit is het vergeten verhaal van mijn vergeten dood.
Ik werd vliegensvlug naar het Legacy Emanuel Medical Center in Portland gebracht en kwam net na middernacht op de IC terecht. Ik was buiten bewustzijn toen ik op het ijs klapte en kwam ook bewusteloos aan in het ziekenhuis. De artsen stelden een acute hartingreep uit omdat ze dachten dat mijn hersenen bezig waren af te sterven en ik nooit meer zou bijkomen. De eerste aantekeningen in het medisch dossier zijn schokkend: ‘Patiënt speelde ijshockey toen hij plotseling dood bleef. Een ambulancebroeder uit het andere team paste reanimatie en defibrillatie toe. Deze patiënt is er ongelooflijk slecht aan toe en loopt extreem veel risico op een levensbedreigende achteruitgang in meerdere orgaanstelsels waarvan sommige al tekenen van falen vertonen.’ De officiële diagnose luidde een ‘STEMI in de dalende kransslagader links (LAD)’. Een STEMI is zo’n hartinfarct dat je liever niet krijgt. Het staat ook wel bekend als een ‘massieve hartaanval’.
Hypoxie
Ik was in shock, mijn lever begaf het, ik kreeg geen lucht. De dokters waren gespitst op mijn ‘non-verbale’ toestand. Het woord ‘hypoxie’ dook alarmerend vaak in de aantekeningen op. Ik kreeg een beademingsbuis ingebracht. Een verpleegster noteerde dat ik geen wilsbeschikking had en geen familie of vrienden om te raadplegen over de vraag of de stekker eruit moest.
Mijn hartstilstand werd veroorzaakt door een bijna altijd fatale volledige afsluiting van de kransslagader. Maar de testen wezen uit dat mijn hersenen gek genoeg wel functioneerden. Via de lies werd een stent geplaatst om de falende slagader te helpen: ‘Prognose niet veel over te zeggen’.
Ik kroop als een hoofd zonder romp uit een konijnenhol waar ik mijn zelfbewustzijn was kwijtgeraakt
Vreemd genoeg reageerde mijn lichaam nog steeds nergens op. ‘Algeheel beeld: rustig, geen pijn of ongemak.’ Bijna negen uur na het infarct begon ik onvoorstelbaar genoeg ‘te reageren op opdrachten’. Ik herinner me helemaal niets van dit alles. Iets elementairs in mij hield stand, een spoor van de gedachten die normaal door mijn flipperkastbrein en uit mijn mond stroomden. Ik ontwaakte niet alleen in een verontrustende duisternis, maar kreeg het gevoel dat ik een diep gat was gevallen. Ik werd gewekt door stemmen maar zag niemand praten. Ik zag alleen maar zwart – niet het ontbreken van licht, maar het ontbreken van alles. Ik deed mijn uiterste best om terug te komen en probeerde iedere keer steeds langer bij te blijven. Ik kroop als een hoofd zonder romp uit een konijnenhol waar ik mijn zelfbewustzijn was kwijtgeraakt.
Toen mijn levensvonk terugkeerde, ervoer ik mijn lichaamsdelen los van elkaar. Ik zweefde tussen bewustzijn en vergetelheid. Hooguit zag ik vertrouwde gezichten die weer uiteenvielen voor ik ze kon thuisbrengen en ik hoorde dat deuntje dat veranderde in een remix van Trent Reznor. Ik zat onder de kalmeringsmiddelen.
De stem stelde meer vragen, die ik naar tevredenheid beantwoordde, zodat ik van de beademing werd gehaald.
Mijn ex bracht onze twee kinderen (een meisje van veertien en een jongen van vijftien, allebei ijshockeyers) bij me. Ik herinner me hun bezoek niet. Mijn zoon zei dat mijn haar als in een tekenfilm overeind stond. Ik zei steeds dat ik niets kon zien en vroeg waarom het licht uit was. Het licht was aan, zei hij.
Geen herinneringen
Op een gegeven moment zag ik slangen en buisjes uit mijn borst, armen en lies steken, overblijfselen van de noodingrepen. De verpleegkundigen en artsen die me behandelden waren voor mij een waas. Er was één opvallende aantekening die steeds terugkeerde: ‘Patiënt vraagt wanneer hij weer kan ijshockeyen.’
Ik begreep wat er was gebeurd, maar had geen herinneringen die het verhaal konden staven. Ik greep instinctief naar mijn telefoon om mijn moeder te bellen. Misschien kon zij een paar sluimerende herinneringen bij me wakker maken. Vlak voordat ik op ‘pap en mam’ drukte, schoot me te binnen dat mijn moeder tien dagen voor míjn dood was doodgegaan. Een week geleden had mijn vader kort gebeld om te zeggen dat ze was overleden. Botte pech en moeilijke tijden waren er de oorzaak van dat ik mijn moeder de laatste jaren van haar leven niet in Massachusetts had opgezocht. Een jaar geleden, de laatste keer dat ik haar sprak, had ze niet geweten wie ik was. Ik hing op en begon te huilen.
Mijn moeder stierf na een reeks toevallen. Ze werd herhaaldelijk gereanimeerd en steeds weer aan haar lot overgelaten tot ze opnieuw naar de intensive care moest. Ze herstelde, maar werd nooit beter. Ik wilde niet eindigen als mijn moeder. Ik wilde over het ijs flitsen zoals Sidney Crosby.
Door stom geluk was er iemand die mensen van ‘weduwemakers’ kon redden
De artsen zeiden dat mijn hart ernstig en merkbaar beschadigd zou zijn. In het beste geval zou ik een defibrillator geïmplanteerd krijgen. De duisternis kwam terug. Er werden nog twee stents in de weerspannige slagader geplaatst. Ik kreeg te horen dat ik een hartonderzoek zou krijgen voordat ze besloten wat er verder moest gebeuren, misschien nog meer ingrepen. De dag erna vertelde een arts me verbaasd dat mijn hart normaal functioneerde. Geen littekenweefsel, geen onregelmatige bloedstroom. Ze was de enige arts die haar oordeel niet van tevoren klaar leek te hebben.
Widowmaker is een informele naam voor dit soort hartaanvallen, vanwege de geringe overlevingskans. Je hebt 5 procent kans op overleving als je er een buiten het ziekenhuis krijgt. Ik bevond me laat op de avond op een ijshockeybaan. Door stom geluk was er 10 meter van mij vandaan iemand die mensen van ‘weduwemakers’ kon redden. Ik raakte geobsedeerd door de lacune van 72 uur in mijn langetermijngeheugen en probeerde me voor te stellen wat er gebeurd was. Ik herinner me niets van de wedstrijd of de gebeurtenissen erna. Toen schoot me iets te binnen: de ijsbaan maakte van alle wedstrijden opnames. Ik was ineens ziekelijk opgewonden. Ik had lang genoeg geleefd om mezelf te zien sterven.
Ik, maar niet ik
Keek ik, dan raakte ik misschien overstuur, maar deed ik het niet, dan zat ik met een schimmig verhaal van het kloterigste dat me ooit was overkomen. De eerste dood waarvan ik getuige was, zou die van mijzelf zijn, in een film. De avond dat ik naar huis mocht, legde ik de hand op de liveopnames van de wedstrijd en bekeek ze op mijn laptop.
Het beeld is korrelig. Tijdens de hele video hoor je een zachte mechanische ruis. De stemmen van de spelers echoën alsof ze door een metalen buis gaan. De meeste woorden kan ik niet verstaan. Het andere team, in het roze, heeft zojuist gescoord.
Er is precies twaalf en een halve minuut zuivere speeltijd geweest wanneer het gebeurt. Een man schaatst naar het midden van het ijs. De rechtsvoor van het team in het grijs, de speler met rugnummer 37, heeft precies mijn speelstijl. Ik ben duizelig terwijl ik naar mijn laptop kijk: het aanhoudende effect van alle verdovingsmiddelen die ik heb geslikt. Deze arme jongen – ik, maar niet ik – staat op het punt onderuit te gaan. Hij moet zich opstellen voor de face-off, maar hij houdt zich niet aan het scenario. Hij brengt zijn rechterhand naar zijn kooi, klapt ineen en valt in slow motion plat op z’n gezicht. Hij probeert niet eens zijn val te breken.
Na een minuut of tien is het met je gedaan. De ambulancedienst had negen minuten nodig om bij me te komen nadat ik tegen het ijs was geklapt
De andere spelers kijken naar de roerloze rechtsvoor en vragen of hij in orde is. Een stem doorbreekt het geruis op de achtergrond: ‘We hebben een arts nodig.’ Het voelt helemaal fout. Ik heb me losgemaakt van de bijna-ik die deze hartaanval in de meeste van de denkbare werelden niet overleeft. Ik kán die rechtsvoor met zijn falende hart niet zijn. Ik dwing mezelf om mijn ongeloof op te schorten en stel me voor dat ik het wel ben, maar dan in een film.
Mijn dood voltrekt zich plotseling. Ik neem de tijd op. Een speler van het andere team, met rugnummer 12, schaatst op mij af. Amper 25 seconden na mijn val meet hij mijn hartslag in mijn hals. Ik bekijk deze beelden keer op keer. Na een paar minuten zonder zuurstof zijn je hersenen hoogstwaarschijnlijk onherstelbaar beschadigd. Na een minuut of tien is het met je gedaan. De ambulancedienst had negen minuten nodig om bij me te komen nadat ik tegen het ijs was geklapt.
Nr. 12 reanimeert me. Op het beeld lijken zijn bewegingen soepel, vloeiend. Hij drukt mijn borst naar beneden en laat hem weer opkomen, en dat herhaalt hij snel achter elkaar, op z’n knieën, terwijl zijn schaatsen elke keer dat hij mijn rubberen borstpantser neerdrukt van het ijs komen. Een man in gewone kleren komt aanrennen over het ijs en helpt bij de reanimatie. De rechtsvoor wordt op een brancard gelegd en naar de uitgang van de ijsbaan gereden. Ik zie voor het eerst duidelijk een gezicht, dat van de brug van de neus tot de kin is bedekt met een zuurstofmasker om de mond tot ademen te dwingen. Het lichaam is bewegingloos, de ogen zijn gesloten; het gezicht is onmiskenbaar het mijne. Ik ben dood. Ik verdwijn door de opening van de boarding in het niets.
Na mijn hartstilstand
Twee weken na mijn hartstilstand speelde ik weer ijshockey, in de hervatting van de wedstrijd die vanwege mijn schijnbare dood was gestaakt.
Een paar spelers waren bezorgd. Gaat goed, zei ik. Mijn arts vond het prima – ik zou hoogstens een beetje pijn in mijn ribben hebben door de reanimatie. Ook had ik steeds een flesje nitroglycerine-pillen bij me. Een verpleegkundige had me uitgelegd dat ik een pil onder mijn tong moest leggen als ik dacht dat ik een hartaanval had. Ik had nog steeds geen idee hoe een hartaanval voelde, maar ik hield het spul bij de hand. Als iemand in mijn buurt ooit het gevoel had dat hij een hartaanval kreeg, kon ik diegene een pilletje geven.
Derek, de tweede held uit de film, een EHBO’er, kwam naar me toe. ‘Ik hoop dat je weet hoe zeldzaam het is dat iemand zoiets overleeft. Je bent een uniek geval,’ zei hij. ‘We hebben je tot twee keer toe teruggehaald. Je was paars. Je was weg. Ik ben echt verrast je te zien.’ Ik probeerde hem onhandig te bedanken.
IJshockeyen was mijn enige sociale vertier. Ik heb geen goede vrienden en maak moeilijk nieuwe. De wedstrijden brachten het plezier terug dat ik als kind beleefde op de bevroren vijvers en de kunstijsbanen in onbekende stadjes in New England en de staat New York. Een weduwemaker zou mij niet weerhouden van een potje ijshockey.
Ik was totaal niet bang, misschien omdat mijn geheugen was gewist
Ik was totaal niet bang, misschien omdat mijn geheugen was gewist. Liever denk ik dat het kwam omdat ik een ijshockeyer ben. Ik ging neer met rugnummer 37, hetzelfde nummer als Patrice Bergeron, de taaiste speler ooit.
Bij de warming-up schaatste ik precies over de plek waar ik mezelf had zien vallen. We wonnen 5-1 en ik scoorde één keer, van een afstandje, waarbij ik verdekt stond opgesteld achter nr. 12.
Na de wedstrijd stelde ik me voor aan nr. 12: Steve, al dertig jaar ambulancebroeder bij de Tualatin Valley Brandweer- en Ambulancedienst, en de eerste held op de video. Ik kon geen woord uitbrengen. Hij was de man die zo snel en professioneel had gezorgd dat mijn hersens weer zuurstof kregen, en ik wilde hem vertellen hoe dankbaar ik hem daarvoor was. ‘Bedankt dat je m’n leven hebt gered,’ bracht ik met moeite uit. Snel bracht ik het gesprek op mijn nieuwe favoriete onderwerp: de gebeurtenissen rond mijn dood.
‘Dat is niet iets wat je wilt onthouden, hoor. Je zag er trouwens beroerd uit,’ zei hij. Ik had mijn reanimatie als film gezien, maar maakte me plotseling zorgen over degenen die haar in het echt hadden gezien.
Ik bleef de hele tijd buiten bewustzijn, wat hoogst ongewoon is
‘Reanimatie is een hardhandig gebeuren,’ zei Steve. ‘We drukken uit alle macht op je borst. Daar komt geen zachtzinnigheid aan te pas. Als je reanimeert, plet je het hart tussen het borstbeen en de ruggengraat zo veel mogelijk om te zorgen dat het bloed blijft stromen. Daar heb je aan te danken dat je in zo’n goede gezondheid verkeert, omdat wij zorgden dat er voedingsstoffen en zuurstof naar je hersenen bleven gaan.’
Hij zei dat mijn hersens waarschijnlijk maar 15 of 20 seconden geen zuurstof hadden gekregen. Ik bleef de hele tijd buiten bewustzijn, wat hoogst ongewoon is. ‘Ik was verbaasd dat de reanimatie werkte. Kennelijk stonden de sterren goed die dag.’ Twee van de ambulancebroeders die me in vliegende vaart naar het ziekenhuis hadden gebracht, klommen na de wedstrijd uit hun rode wagen bij de ingang van de ijsbaan en kwamen eveneens naar me toe. Iemand maakte een foto van hen met Steve en mij. Toen we weggingen, mompelde ik iets over mijn moeder proberen te bellen. Steve zei dat ik altijd hém mocht bellen.
Staren in de afgrond
Na verloop van tijd kreeg ik er genoeg van iedereen te vertellen wat me was overkomen. Een paar mensen vroegen of ik een wit licht of een ander teken van genade of voorzienigheid had gezien. Nee, ik staarde (letterlijk) in de afgrond, hoorde een deuntje, zag mezelf in een film sterven, werd gered door twee ijshockeyspelers, en ik voelde de duisternis nog steeds, zei ik. Dat was niet wat ze hadden gehoopt te horen. Mensen reageerden vreemd, aarzelend. Misschien beschouwde het land der levenden me als beschadigd en wilde me niet opnieuw toelaten. Ik bleef de telefoon oppakken om mijn dode moeder te bellen, het lukte me maar niet om die eigenaardige gewoonte te doorbreken. Ik deed mijn best om werk te vinden en overleefde door overdag als freelancer schrijf- en redactiewerk te verrichten en ’s nachts in een computeronderdelenfabriek te werken.
Ik vond niemand die bij benadering zo lang morsdood was geweest als ik
Ik vertelde verder niemand over mijn hartaanval of mijn verblijf in de vergetelheid. Omdat mijn zoon mijn aanhoudende angst voor het donker opmerkte, hing hij kerstlichtjes voor mijn slaapkamerraam. Ik keek vaak naar de foto van mij en Steve en de twee ambulancebroeders. Ik moest soms zomaar huilen. Ik verzamelde verhalen van mensen die een hartaanval hadden overleefd en degenen die hen hadden geholpen. Ik vond niemand die bij benadering zo lang morsdood was geweest als ik, die niet morsdood was. Ik was verbijsterd. Was ik uniek, een medisch wonder? Waarom ik? Ik hoop dat mijn flipperkastbrein het waard was om gered te worden.
Mijn herinneringen werden met een dosis geluk, ketamine, fentanyl, midazolam en propofol gewist. Ik heb de angst en de pijn die andere overlevenden plagen doorstaan en ben herrezen zonder dat mijn verstand of ijshockeyslag eronder hebben geleden. Ik realiseer me dat mezelf zien sterven bevrijdend is geweest, zoiets als kijken naar de dood van mijn stand-in, die later werd gemonteerd tot een nieuwe versie van mijzelf.
Ik ben nog altijd onrustig, maar ik ben er. Bij de play-offs dit seizoen heb ik mijn team, de Boston Bruins, onderuit zien gaan, maar mijn hart is in orde. De video van mijn wedstrijd zal ik blijven bekijken. Het is mijn memento mori. Hij herinnert me eraan hoe onwerkelijk het is om in leven te zijn, helemaal dankzij Derek en Steve.
Op het ijs is mijn gemiddelde aantal gescoorde punten dit seizoen 1,75 per wedstrijd.
De wetenschap begrijpt (nog) niet helemaal hoe het kan dat tatoeages overleven, terwijl ons immuunsysteem aan één stuk door z’n uiterste best doet om de geïnkte indringer te vernietigen. Maar misschien wordt ons immuunsysteem juist wel versterkt door tatoeages.
In 2018 betaalde ik iemand een paar honderd dollar om in rap tempo verschillende naalden in de huid van mijn rechterpols te zetten. Het voelde alsof ik werd belaagd door een cavalerie van microscopisch kleine krabbetjes. Bij iedere prik werd er zwarte inkt geïnjecteerd, die geleidelijk het patroon aannam van dubbele aanhalingstekens. Het was mijn eerste tatoeage en waarschijnlijk niet mijn laatste.
In de duizenden jaren dat tatoeages inmiddels bestaan, is er weinig veranderd. De praktijk houdt nog steeds in dat er wonden worden gekerfd tot permanente geïnkte figuren die ons esthetisch bevallen. Veel omtrent tatoeëring blijft echter mysterieus: wetenschappers zijn er nog steeds niet helemaal achter waarom bepaalde tatoeages snel vervagen en andere zichtbaar blijven terwijl ze geacht worden te verdwijnen, of hoe ze op licht reageren. Maar een van de grootste en minst bestudeerde raadsels is wel hoe tatoeages überhaupt overleven. Ons immuunsysteem doet aan één stuk door z’n uiterste best om ze te vernietigen. Hebben we eenmaal door waarom dat niet lukt, dan zegt dat misschien iets over een van de belangrijkste functies van ons lichaam, ook als we de huid onbeklad laten.
Aanval
Wanneer een tatoeage in de huid wordt aangebracht, beschouwt het lichaam dat als een aanval. De huid is de ‘eerste barrière’ van het immuunsysteem; hij is royaal voorzien van snel handelende verdedigingscellen die onmiddellijk in actie kunnen komen als hij wordt geschonden, zegt Juliet Morrison, viroloog aan de Universiteit van Californië in Riverside. Eerste instructie aan zulke cellen: alles wat vreemd is onderscheppen en vernietigen, zodat het herstel kan beginnen.
Die missie is over het algemeen heel succesvol – met als gevolg dat brandwonden genezen, littekens langzaam vervagen en korstjes afvallen – behalve om de een of andere reden als er inkt in het spel is. De deeltjes in pigmenten zijn log en moeilijk voor de enzymen in een afweercel om af te breken. Dus als inkt wordt ingeslikt door afweercellen zoals in de huid woonachtige macrofagen – die hun leven wijden aan het verslinden van ziektekiemen, dode cellen en andere rommel in een piepklein stukje lichaam – kan die veranderen in een microscopische versie van gom. De pigmentdeeltjes nestelen zich in de ingewanden van de macrofagen en weigeren afgebroken te worden. Wanneer inkt zichtbaar is op de oppervlakte van het lichaam, is die niet gewoon verweven met huidcellen, maar schijnt die dwars door de buik van macrofagen die hem niet kunnen verteren.
Sandrine Henri, immunoloog aan het Immunologiecentrum van Marseille-Luminy in Frankrijk, heeft samen met haar collega’s ontdekt dat de voorliefde van macrofagen voor inkt kan helpen verklaren waarom tatoeages zo hardnekkig blijven zitten, zelfs als de cellen dood zijn. Aan het eind van zijn leven, dat een paar dagen tot een paar weken duurt, begint een macrofaag uiteen te vallen en laat hij de pigmenten in zijn binnenste los. Maar zodra dat gebeurt wordt de inkt weggegrist en opgeschrokt door een andere macrofaag die, slechts een paar micrometer verderop – nog niet de breedte van een mensenhaar, de rol van zijn voorganger min of meer overneemt.
Na een tijdje worden de randen van tatoeages soms wat minder scherp, naarmate de inkt van cel naar cel gaat. Bovendien kan een deel van het pigment worden afgevoerd naar lymfeklieren. Die grotere afweercentra zijn normaal gesproken gebroken wit. Maar bij zwaar getatoeëerde mensen kunnen ze uiteindelijk ‘de kleur van inkt’ krijgen, zegt Gary Kobinger, immunoloog aan het Galveston National Laboratory van de Medische Universiteit van Texas. Doorgaans blijft de inkt echter zitten waar hij zit, in de macrofagen. Volgens Henri wordt deze eindeloze estafette van opname, afstoting en heropname gezien als een deel van de verklaring waarom het zo moeilijk is om tatoeages weg te laseren.
Consequenties
Wetenschappers zijn er nog niet zeker van of de inktophoping in de macrofagen consequenties heeft. ‘Wat nu als we ze op die manier dwingen om zorg te dragen voor vreemde pigmentklonten, in plaats van de immuniteit te bewaken?’ vroeg Morrison zich af toen ik haar sprak. Verstopte macrofagen zijn misschien wel minder goed in staat om gevaarlijker spul op te nemen, zoals ziektekiemen. Uit een vorig jaar gepubliceerde studie bleek dat tatoeagepigment wellicht invloed heeft op de proteïnen die ze produceren en de signalen die ze naar andere cellen sturen. Het zou ook kunnen dat de cel te hevig of te zwak begint te reageren op onbekend materiaal, en dat daardoor het immuunsysteem potentieel wordt benadeeld als een nieuwe tatoeage ontstoken of geïnfecteerd raakt of een allergische reactie teweegbrengt.
Infecties bij tatoeages zijn zeldzaam – ze komen in hooguit 5 of 6 procent van de gevallen voor – en als ze zich voordoen, zijn ze meestal bacterieel van aard. Maar in heel zeldzame gevallen kunnen liefhebbers van bodyart een gevaarlijk virus oplopen, zoals hepatitis C. Gelukkig gaat het met de meeste getatoeëerde mensen ‘gewoon goed’, zeker met de modernste hygiënemaatregelen, zegt Danielle Tartar, dermatoloog aan de Universiteit van Californië in Davis.
Henri maakt zich in elk geval geen zorgen. Het immuunsysteem is veelzijdig en vult zijn cellen constant aan; doet zich een grotere aanval voor, dan zijn de cellen die zich met inkt bezighouden waarschijnlijk in staat versterking in te roepen om de dreiging af te wenden. En het is ook heel goed mogelijk dat de macrofagen slechts tijdelijk in de war zijn door de inkt die ze hebben opgeslokt, en daarna weer een nieuwe balans vinden.
Er is trouwens meer aan de hand met het immuunsysteem dan cellen die dol zijn op inkt. Een paar jaar geleden voegde een groep onderzoekers onder leiding van Jennifer Juno, immunoloog aan de Universiteit van Melbourne, tatoeage-inkt toe aan een vaccin; ze wilden zien waar de injectievloeistof bij muizen en makaken uiteindelijk terechtkwam. Uit niets bleek dat afweercellen ‘niet vrolijk’ werden van de pigmenten of het loodje legden, vertelde Juno me. Evenmin leek de inkt de goede werking van het vaccin in de weg te staan.
Personen die zich vaak laten tatoeëren lijken hogere doses van bepaalde afweermoleculen, inclusief antilichamen, in hun bloed te hebben
Het toebrengen van kleine beschadigingen aan de huid – door een expert met steriele, hypoallergene kledij en materialen – hield nabije afweercellen zelfs scherp. Recente studies wijzen uit dat macrofagen en andere zogeheten natuurlijke afweercellen wellicht in staat zijn om kortstondig enkele van hun eerdere confrontaties met andersoortig vreemd materiaal te onthouden en derhalve beter te reageren op toekomstige aanvallen. (Dit is uiteraard precies waar het bij vaccinatie om gaat, maar vaccins richten hun pijlen op aangepaste afweercellen, die veel vatbaarder zijn voor het proces.) Het is ook mogelijk – al wordt dit nog niet door data ondersteund – dat het leren samenleven met tatoeage-inkt afweercellen helpt om hun reactie op andere substanties te bepalen en misschien zelfs auto-immuunaanvallen te onderscheppen, zegt Tatiana Segura, biomateriaaldeskundige aan de Duke-universiteit. ‘Als je lichaam een tatoeage überhaupt verdraagt, betekent het dat het immuunsysteem zich heeft aangepast,’ zegt María Daniela Hermida, dermatoloog in Buenos Aires.
Om meer inzicht te krijgen in de effecten van tatoeages op de immuniteit verrichtte Christopher Lynn, antropoloog aan de Universiteit van Alabama, diepgaand onderzoek naar zwaar getatoeëerde mensen in verschillende delen van de wereld. Hij en zijn collega’s ontdekten dat personen die zich vaak laten tatoeëren hogere doses van bepaalde afweermoleculen, inclusief antilichamen, in hun bloed lijken te hebben dan mensen bij wie zelden inkt wordt geïnjecteerd. Misschien, zei Lynn toen ik hem sprak, krijgt het immuunsysteem bij frequente tatoeage een regelmatige, lichte training en blijven bepaalde stukjes van ons verdedigingsarsenaal er gezonder door.
Maar meer antilichamen is niet hetzelfde als betere immuniteit, en onderzoekers hebben tot nu toe geen idee hoelang zulke effecten aanhouden, zegt Saranya Wyles, dermatoloog aan de Mayo Kliniek. En omdat Lynn en zijn collega’s geen klinische proef hebben gedaan waarbij ze sommige personen lieten tatoeëren en andere niet, kunnen ze niet echt bewijzen dat de stapel antilichamen een direct gevolg is van een tatoeage. Het kan zijn, vertelde Lynn, dat mensen met van nature hogere doses van bepaalde afweermoleculen meer geneigd zijn veel tatoeages te nemen, omdat ze niet zo snel slecht reageren. In dat geval zouden tatoeages eerder een lakmoesproef voor het lichaam zijn – wat in bepaalde opzichten klopt met de culturele hang naar bodyart in veel culturen: pronken met je pijntolerantie. Hoe dan ook, Lynn waarschuwt dat tatoeëren zelfs in het best denkbare scenario zijn grenzen zal hebben.
Inspiratiebron
Los van de vraag of tatoeages op zichzelf de immuniteit verhogen, vormen ze wellicht een inspiratiebron voor de technologie die daar wel toe in staat is. Kobingers team is niet het enige dat met de techniek van tatoeagenaalden in de weer is bij het toedienen van injecties, met de bedoeling ze krachtiger, efficiënter en draaglijker te maken. In de huidige praktijk worden de meeste vaccins ver onder de huid toegediend, in de spieren, die niet rijk gezegend zijn met afweercellen. Het proces kost tijd en er zijn behoorlijk grote doses nodig om echt effect te hebben. De huid daarentegen is ‘een formidabele plek om vaccins toe te dienen,’ zei Kobinger toen ik hem sprak. ‘De cellen zijn al ter plekke, en er is een onmiddellijke reactie.’
Een techniek om in de huid te vaccineren, de zogenaamde ‘intradermale’ manier, bestaat al en wordt gebruikt bij injecties tegen pokken, hondsdolheid en, sinds kort, apenpokken. De toediening van intradermale vaccins vereist echter nogal wat training – en als naalden hun doel missen, kan de effectiviteit van de injectie enorm kelderen. Door tatoeagenaalden en vaccinflacons te combineren, kun je die valkuilen in theorie omzeilen, zei Kobinger. Met een steeds verfijndere technologie, aldus Kobinger, hebben mensen op een dag wellicht minder injecties van een bepaalde hoge dosis nodig, en dat bespaart tijd, geld, inspanning en ongerief. Er komt geen inkt aan te pas. Maar misschien hebben deze naalden wel de kans een blijvende indruk op ons te maken.
Een nieuwe generatie gepensioneerden wil niet meer voldoen aan wat van hen verwacht wordt. Op de kleinkinderen passen ze graag, maar alleen als het hun uitkomt. Cryptogrammen oplossen, zij niet. Het Portugese weekblad Visão ging op zoek naar deze seenagers.
Vol ongeduld op je pensioen wachten om met de pantoffels aan voor de tv te kunnen hangen, op je kleinkinderen te passen of uren met vrienden te kaarten in het buurtpark? Ho ho, hen niet gezien. De vijfenzestigplussers die het werkzame leven achter zich hebben gelaten moeten niets hebben van deze clichés, die hun altijd maar weer worden opgeplakt.
Natuurlijk, de kortingstarieven voor openbaar vervoer en theaters zadelen hen op met het etiket ‘senioren’ en alles wijst erop dat ze aan hun oude dag zijn begonnen. Maar toch herkennen ze zich daar niet in, lichamelijk noch geestelijk. Want deze zestigers zijn opeens bevrijd van de last van grote verantwoordelijkheden (werken, kinderen grootbrengen) en zijn nog altijd jong van geest, terwijl ze twee onmiskenbare voordelen hebben ten opzichte van de jeugd: geld, en niemand die hun zegt hoe laat ze thuis moeten zijn.
Plezier
De beste seks voor de rest van hun leven
‘De meeste zondagochtenden, nadat hij samen met zijn vrouw Anne een kop koffie heeft gedronken en wat fruit heeft gegeten, gaat David naar de slaapkamer, slikt een viagra, trekt de beddensprei recht en neemt een douche, en als hij klaar is voegt Anne zich bij hem.’ De matras is ingedeukt onder de last van de jaren. Zestig jaar huwelijk. Een actief leven. Drie kinderen. Een paar keertjes overspel. Daarna pensioen, eindelijk vrije tijd om nieuwe activiteiten te ontdekken. En hun lichaam, opnieuw. Het Amerikaanse echtpaar, tachtigers, doet onverbloemd hun seksleven uit de doeken in The New York Times. Een taboeonderwerp, ongemakkelijk.
‘Psychologen omzeilen het en bejaardenhuizen negeren het liever,’ verzucht het linkse dagblad. Bij velen neemt de seksualiteit in de loop van de tijd af, komt ze tot stilstand. ‘Maar degenen die volhouden, geven zich er vaker aan over,’ constateert de NYT. ‘Volgens een studie van het New England Journal of Medicine zegt een kwart van de 75- tot 85-jarigen het afgelopen jaar seks te hebben gehad. En van dat kwart verklaarde de meerderheid twee à drie keer per maand intiem te zijn geweest.’ De last van de jaren noopt tot aanpassing. Vaarwel missionarishouding. Erotische massage en spelletjes nemen het over. ‘Ze laten hun telefoon in de keuken en de hond aan de andere kant van de slaapkamerdeur. Ze strelen elkaar, ze knuffelen.’ Dit soort getuigenissen, hoopt journalist Maggie Jones, kan de samenleving een andere kijk geven op het plezier van ouderen. Een ander soort seksualiteit, ongedwongener. ‘Ze zijn minder bang om hun verlangens te delen. Ze hebben geen tijd meer om zich ergens druk over te maken.’ Alleen nog om te genieten.
Kortom, ze zijn vrij. Dit zijn seenagers, senioren en teenagers tegelijk, oftewel ouderen met nog altijd een puberale inborst. Economisch gezien worden ze ook wel aangeduid als de ‘ski-generatie’, afgeleid van het Engelse spending your kids’ inheritance.
En vooral blijven ze nog altijd leren. Nieuwsgierigheid is geen slechte eigenschap, het is een recept om het leven te verlengen. Lichaam en geest in beweging houden is onontbeerlijk, zo houdt de wetenschap ons bij herhaling voor. Dat wordt mooi geïllustreerd door Isabel, die de erfenis van haar kinderen er helemaal niet doorheen jaagt, want in Portugal, waar de pensioenen laag zijn, heeft lang niet iedereen iets na te laten.
Isabel Martins (69) heeft een gezondheid die te wensen overlaat (er is vier jaar geleden darmkanker bij haar vastgesteld) en ze heeft nooit veel geld gehad. Op haar zestigste is ze gestopt met haar baan als onderwijzeres, maar een seenager werd ze pas echt toen ze er niet langer in berustte dat ze ‘dik, lelijk en futloos’ was; ze verhuisde naar Lissabon en werd lid van de vereniging A Avó Veio Trabalhar [‘Oma komt werken’]. ‘Deze vereniging is allesbehalve een bejaardensoos. We zijn een groep vrouwen die samen allerlei handwerk doen; we maken traditionele dingen, maar dan overgoten met een modern sausje. Niemand heeft het over ziekte en zeer, en af en toe maken we een reisje. We zijn een keer gaan kamperen in Porto Covo, net een stel schoolmeiden,’ lacht Isabel.
Optredens
De seenager is ook lid geworden van de batucada-band Nice Groove, die elke woensdag repeteert in Carcavelos. ‘Ik ben de oudste van het stel,’ zegt ze en ze pakt haar smartphone erbij om ons filmpjes van hun optredens te laten zien. Daarna neemt ze een slok van haar cocktail en draait zich om naar de muzikanten die die avond spelen in de bar van haar zoon Francisco (35), in het hartje van de uitgaanswijk Cais do Sodré in Lissabon.
‘Ik heb altijd van uitgaan gehouden, een glaasje drinken, dansen,’ zegt Isabel. ‘Maar na de geboorte van Francisco interesseerde dat me minder. Ik werd een huismus. Nu houdt niets me meer tegen.’ Behalve misschien soms het gebrek aan gezelschap, al zijn er vanavond de vrienden van haar zoon. ‘Bejaarden gaan niet meer uit. Ik ben dus aangewezen op jongeren.’ Als je haar zo ziet, helemaal in het rood en oranje gestoken, met bijpassend haar, kun je moeilijk geloven dat ze ooit minder fit is geweest.
Op korte termijn heeft ze een paar reisjes gepland (‘Ik heb zin om naar Nederland, Parijs en Italië te gaan’), en daarna wil ze weer wat gaan bijverdienen door op markten sieraden te verkopen die ze van antieke knopen maakt.
Actieve senioren
In de toekomst zouden actieve senioren als Isabel minder moeite moeten hebben om gezelschap te vinden. Volgens een rapport van het Portugese statistiekbureau INE zal het percentage 65-plussers in Portugal in de periode 2008-2060 bijna verdubbelen van 17,5 tot 32,3 procent, en zullen er in 2060 op elke jongere drie ouderen zijn.
Portugal is niet het enige land dat zo vergrijst. Volgens de VN zal de wereldbevolking in 2030 voor 46 procent uit 60-plussers bestaan, wat neerkomt op 1,4 miljard mensen. Maar Portugal kampt met een zeer vaste levenscyclus, die chronologisch in drie grote stadia is onder te verdelen: opleiding, werk en pensioen. ‘Dat is een kunstmatig model waarin iemand van de ene op de andere fase overgaat, terwijl het verouderingsproces juist geleidelijk verloopt,’ zegt demograaf Maria João Valente Rosa, hoogleraar aan de faculteit Sociale en geesteswetenschappen van de Nieuwe Universiteit van Lissabon.
‘De chronologische leeftijd is sterk bepalend voor wat anderen verwachten, en voor de deuren die geopend blijven’
Ondanks alle wetenschappelijke vooruitgang en de verbetering van de gezondheid en levenskwaliteit van zestigplussers, ‘is de chronologische leeftijd sterk bepalend voor wat anderen van ons verwachten, en voor de deuren die voor ons geopend blijven, zowel op het gebied van werk en opleiding als van vrijetijdsbesteding’, aldus Valente Rosa. ‘Er wordt vaak meteen naar het geboortejaar gekeken, en daarmee worden de betrokkenen, maar ook de hele maatschappij tekortgedaan.’ Als auteur van boeken over veroudering, waaronder Um tempo sem idades [‘Een tijd zonder leeftijd’], stelt ze voor de blik niet langer te richten op de jaren die geweest zijn, maar op de tijd die voor ons ligt.
Volgens António Fonseca, als psycholoog en onderzoeker verbonden aan de Katholieke Universiteit van Portugal in Porto, ‘zijn de stereotypen over ouderen niet langer geldig, omdat de huidige bevolking heel erg heterogeen is. Sommige zestigers of zeventigers zijn zeer actief, en andere invalide. Sommige kopen spullen via internet, terwijl andere al moeite hebben met een pinautomaat.’
Een van de manieren waarop in Portugal de clichés onderuit worden gehaald, is het project Lata 65, dat senioren in staat stelt zich uit te leven in straatkunst in de wijk Beato in Lissabon. Als we haar vragen naar de die dag aanwezige seenagers, wijst Lara Seixo Rodrigues, een van de initiatiefnemers, naar Almerinda Lopes Bento, een voormalig lerares Engels. Al is ‘voormalig’ niet helemaal van toepassing, want Almerinda geeft nog altijd les aan de seniorenuniversiteit in Seixal. ‘Ik heb altijd al willen leren tekenen en schilderen, en dat doe ik nu aan de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze met een potlood de contouren aanbrengt van wat ze de volgende dag op het fresco zal schilderen. Dit weekend is er een graffitiworkshop.
Analyse
Verenigd Koninkrijk is gerontocratie geworden
‘Een diepe generatiekloof deelt het Verenigd Koninkrijk in tweeën’, constateert maandblad The Critic bezorgd. Aan de ene kant de gepensioneerden, aan de andere kant generatie Z. En de millennials. ‘Tot op zekere hoogte zijn wij geen democratie meer, maar een gerontocratie’, durft het conservatieve maandblad zelfs te beweren. Een blik op het beleid van de Tories sinds ze bijna dertien jaar geleden aan de macht kwamen volstaat om te zien hoezeer het land uit balans is.
‘Verblind door een politieke kortetermijnvisie in een verouderende samenleving’ koos premier David Cameron (2010-2016) er destijds voor om de gepensioneerden stroop om de mond te smeren; zij waren onmisbaar ‘voor het behoud van sleutelposities in het parlement’, aldus het blad. Ontheffing van kijk- en luistergeld hier, gratis ov-abonnement daar. ‘De relatie van Cameron met 60-plussers kwam niet voort uit maatschappelijke overwegingen, maar was een vorm van cliëntelisme’, constateert journalist Mike Jones tot zijn spijt. En bij gebrek aan nieuwe ideeën zijn zijn opvolgers, van Theresa May tot Rishi Sunak, blindelings in zijn voetsporen getreden. ‘Met als resultaat dat de Conservatieve leiders zich liever richten op het uitdelen van douceurtjes aan gepensioneerden dan op de ontwikkeling van de economie in het algemeen. Tegelijkertijd stemmen de afgevaardigden voor belastingverhogingen waar de jongere generaties buitensporig hard door worden getroffen.’ De millennials ‘betalen een hoge prijs voor de pensioenen van ouderen, terwijl een op de vier gepensioneerden in theorie miljonair is, dankzij de prijs van onroerend goed die in dertig jaar tijd explosief is gestegen’, foetert The Critic.
Een jaar geleden liet Almerinda, die heel erg van lezen houdt, haar eerste tatoeage zetten: een boek, uiteraard. Omdat ze niet meer werkt en dus alle tijd heeft om te lezen (vorig jaar zeventien boeken) en omdat de pandemie het einde betekende van de leesclub waarvan ze lid was, besloot ze er zelf een op te richten, op de universiteit.
‘Ik ga graag uitdagingen aan. Je kunt niet zomaar zeggen dat iets je niet lukt, je moet doorzetten,’ aldus de vrouw met het korte haar, die er ingetogen en jeugdig uitziet in haar spijkerbroek met blauw-witte streepjestrui. ‘Buiten het werk is er van alles te doen en te leren, waarmee je de gebaande paden kunt verlaten en niet in een sleur vervalt. Ik beperk me niet tot mijn huis en mijn gezin,’ zegt Almerinda, die een man en een zoon van eenenveertig heeft. Reizen (recentelijk nog Londen, Bilbao en Madeira, en binnenkort Dublin) is ook een vast onderdeel in het leven van deze seenager.
Dynamiek
Een ander bewijs van de dynamiek van deze generatie: de cursus ondernemerschap voor 45-plussers die de Universiteit van Porto kortgeleden in het leven heeft geroepen, bezwijkt bijna onder zijn eigen succes. ‘We hebben al meer dan zevenhonderd inschrijvingen, en ook voor de volgende edities stromen de aanmeldingen al binnen. Het bewijs dat er een hele nieuwe generatie van mensen op hogere leeftijd bestaat die actiever, nieuwsgieriger en toekomstgerichter is,’ zegt Elísio Costa, coördinator van Porto4Ageing, een competentiecentrum van de Universiteit van Porto dat zich richt op actief en gezond oud worden. ‘Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen.’
’Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen’
Want na ons zestigste hebben we nog alle recht en reden om naar de toekomst te kijken, bevestigt de wetenschap. Dank is daarbij verschuldigd aan de Amerikaanse geneticus Fred Gage, die het idee dat onze hersenen niet zouden regenereren doorprikte: in 1998 toonde hij aan dat we ook op volwassen leeftijd nog nieuwe neuronen blijven aanmaken.
De hersenen beschikken over een groot aanpassingsvermogen en er zijn manieren om de aftakeling ervan tegen te gaan: zo kan 40 procent van de dementiegevallen worden voorkomen, of in elk geval vertraagd. Ook moet de bloeddruk in de gaten worden gehouden, want het staat vast dat hoge bloeddruk tot vermindering van de cognitieve vermogens kan leiden en het risico op bepaalde vormen van dementie vergroot.
Kwaliteit van leven
En daarnaast moeten we voor onszelf zorgen. Om op gevorderde leeftijd een goede kwaliteit van leven te behouden moeten we naar de mening van de wetenschap bepaalde principes in acht nemen: gezond eten (veel fruit en groente, weinig vet en suiker), de calorie-inname beperken om overgewicht te voorkomen, zorgen voor een goede nachtrust, regelmatig sporten (zonder daarbij tot het uiterste te gaan), een actieve rol in de directe omgeving blijven vervullen en positieve sociale betrekkingen blijven onderhouden. Volgens een onderzoek van de medische faculteit van de Harvard-universiteit, waarbij 120.000 mensen van rond de dertig betrokken waren, kan het op jonge leeftijd naleven van deze leefgewoonten – bij voorkeur vóór het vijftigste levensjaar (hoe eerder, hoe beter) – de levensverwachting met twaalf à veertien jaar verlengen. Het niet in acht nemen van de regels, daarentegen, verhoogt het risico op kanker en hart- en vaatziekten.
Levensverwachting
‘De levensverwachting is sterk toegenomen,’ constateert Nuno Marques, cardioloog en voorzitter van het Portugese Verouderingsobservatorium, dat in maart 2022 werd opgericht. ‘Maar we moeten actiever werken aan de verbetering van de kwaliteit van leven, door levenslang in te zetten op ziektepreventie, bevordering van een gezonde levensstijl en betere herstelmogelijkheden.’
Muziek
In Leeds ‘zal het oude punkers worst wezen’
‘Het zal me worst wezen wat de mensen van me denken,’ laat Alison Dunne zich ontvallen tegenover The Guardian. Op haar 58ste is de Britse toegetreden tot een radicaal, vrijgevochten collectief in Leeds, in het noorden van Engeland. Een verzameling punkgroepen voor ‘ouwe besjes’, in het kader van het project Unglamourous Music, begin 2022 gelanceerd door Ruth Miller, inwoner van de stad. ‘Het is zeker geen ding voor lieve omaatjes die willen kennismaken met punk. We gaan echt los,’ waarschuwt Dunne, artiestennaam Fish. Binnen enkele maanden is het collectief erin geslaagd twaalf verschillende groepen op te richten, die afgelopen maart allemaal hebben opgetreden tijdens een concert in het kader van de Internationale Vrouwendag. Muzikale ervaring is niet vereist.
‘Wat telt, is zin om los te gaan,’ constateert het Londense dagblad enthousiast. Fish, een voormalige theaterproducent, geeft volmondig toe dat ze ‘amper een ukelele kan bespelen’. Maar Miller prijst zich gelukkig, want de songs ‘zijn geweldig’. ‘De mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding die voor een vrouw van zekere leeftijd passend worden geacht, zijn nogal beperkt,’ constateert de zestiger spijtig. ‘Als je bijvoorbeeld van muziek houdt, verwachten ze dat je bij een koor gaat. Maar wij hebben veel te melden over alles wat ons woest maakt.’ Deze rebelse mentaliteit, die strookt met de geschiedenis van Leeds, de bakermat van de postpunkbeweging, dringt door in de teksten van The Verinos, de groep van de oprichtster: ‘Raise your eyebrows, we don’t care/ ’Cos we’re not gonna do the things we’re supposed to do, oh yeah’.
Gualdino is zevenenzeventig jaar en doet sinds zijn drieëndertigste aan sport. We ontmoeten hem samen met dertig anderen, onder wie veel senioren, die zich elke zaterdagmorgen verzamelen voor een wandeltocht van acht à tien kilometer door het bosrijke Monsanto-park in Lissabon, onder leiding van een docent lichamelijke oefening. ‘Ik heb er duidelijk baat bij, vooral als ik me lichamelijk moet inspannen, zoals in de tuin,’ zegt Gualdino, die sinds zijn pensionering fanatiek is gaan tuinieren. Luís van negenenzeventig waardeert ook de prettige sfeer: ‘Bewegen is belangrijk voor mijn manier van leven en mijn kijk op het leven.’
‘We moeten ons concentreren op deze gewonnen jaren,’ benadrukt psycholoog Daniela Craveiro. ‘Op papier zijn we momenteel getuige van een grote breuk in het traditionele beeld van de levenscyclus.’ En het is belangrijk dat we ons nuttig blijven voelen. ‘Ook na het pensioen blijven we actief, het is geen tijd meer die alleen maar beperkt blijft tot vrijetijdsbesteding. We moeten volop bij de samenleving betrokken blijven. Dat is bovendien goed voor de gezondheid, en een manier om eenzaamheid en depressie tegen te gaan.’
Niets meer te hoeven
Een perfect voorbeeld hiervan is Isabel Cristina (62). Sinds het nest leeg is weet deze vrouw, die twee dochters van 32 en 29 heeft en een kleinzoontje, niet meer van ophouden. Eigenlijk wist ze dat daarvoor ook al niet, omdat ze voor haar werk veel moest reizen om modecollecties uit te zoeken die ze vervolgens in Portugal verkocht. Zes jaar geleden besloot ze gas terug te nemen en kocht ze een huis in Grenoble, waar ze inmiddels de helft van het jaar doorbrengt.
Ze heeft geleerd om te genieten van het uitzicht op de bergen, haar moestuin te verzorgen, veel te lezen en wandelingen door de natuur te maken. Maar wat ze het fijnst vindt, is de spontaniteit, niets meer te hoeven, vrij te zijn om te gaan en staan waar ze wil, zonder dat iets haar daarvan weerhoudt. Isabel Cristina is nog altijd graag in het gezelschap van anderen en maakt het nog steeds graag laat. ‘Maar toch ga ik vroeg naar bed, anders kost het me drie dagen om bij te komen van een avond uit,’ zegt ze geamuseerd met een sigaret in haar ene hand en een glas Martini in de andere.
Op de voorpagina
‘Het pensioen: droom of nachtmerrie?’
Niet alleen in Frankrijk wordt het nieuws beheerst door pensioenen. Op 19 maart wijdde ook het Duitse weekblad Die Zeit zijn voorpagina aan deze levensfase, ‘die een beetje lijkt op de kinderjaren, maar dan met een zekere financiële onafhankelijkheid en zonder ouders’ die ons een handje helpen. Een moment dat door veel werkenden wordt gezien als ‘het hoogtepunt van hun carrière’ en waarvan de noodzaak nauwelijks ter discussie staat. Toch, constateert het linkse blad, gaat de weg van een gepensioneerde lang niet altijd over rozen. Na een eerste ‘wittebroodsfase’ neemt de tevredenheid van de gepensioneerden dikwijls af, waarschijnlijk omdat het niet meevalt om je dagen zonder werk door te komen. ‘Niet iedereen vindt voldoening in het schrijven van een roman of het passen op de kleinkinderen.’
Een vriend van haar, Jaime Pereira Gomes (64), omringt zich het liefst met andere mensen. De wetenschap geeft hem gelijk: vrienden hebben is goed voor je gezondheid. Hij heeft van zijn 26ste tot zijn 62ste als IT’er in de bancaire sector gewerkt, zonder Lissabon ooit te verlaten. ‘Maar twee jaar geleden had ik er genoeg van, ik vond het niet leuk meer.’ Toen heeft hij zijn huis verkocht en de balans opgemaakt: er bleef genoeg over om het uit te zingen tot zijn pensioengerechtigde leeftijd van 66 – hij heeft twee kinderen, twee stiefkinderen, vier kleinkinderen en drie ex-vrouwen, maar geen financiële verplichtingen meer.
Koning van de dansvloer
‘Dansen is mijn favoriete bezigheid, ik ben de koning van de dansvloer!’ zegt hij lachend. Een jaar geleden heeft Jaime al zijn schepen achter zich verbrand om in São Roque te gaan wonen, in het binnenland van Brazilië, samen met zijn nieuwe Braziliaanse vrouw en haar drie kinderen. Hij woont in een boerderij en houdt zich bezig met tuinieren, gymnastiek, yoga, pilates en andere, ‘wat spirituelere’ activiteiten. Hij moet deze maand naar Lissabon voor de verjaardag van een van zijn kleinkinderen; daarna zullen ze van de gelegenheid gebruikmaken om door Europa te reizen – zonder verplichtingen, maar vol enthousiasme.
Rapamycine heeft bij ratten de kans op leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd
‘De huidige oude dag heeft niets meer te maken met het clichébeeld van vroeger, toen ouders, kinderen en kleinkinderen allemaal harmonieus en solidair met elkaar onder één dak woonden en elkaar hielpen,’ zegt psycholoog António Fonseca. En een van de grote problemen is huisvesting. Fonseca is behalve onderzoeker ook auteur van het boek Envelhecimento em casa e na comunidade [‘Thuis oud worden te midden van je naasten’], waarin hij het eigen huis benoemt als de beste plek om ouder te worden. ‘Dat is de meest natuurlijke oplossing, waar je als mens de zeggenschap behoudt over de dynamiek van alledag, over je autonomie en je privéleven. Het is een plek die verbonden is met je identiteit; heel belangrijk als je ouder wordt, want je verliest al zo veel andere dingen,’ aldus de psycholoog. ‘Als ik het heb over oud worden in eigen huis en in de eigen omgeving, dan denk ik meer in het algemeen aan een leven waarin iemand sociaal actief blijft. Een eenzaam leven is niet beter dan een leven in een instelling.’
Ook zien nieuwe woonvormen het daglicht, voorlopig nog zelden in Portugal maar vooral elders in Europa en in de Verenigde Staten. Een voorbeeld is cohousing, waarbij generatiegenoten ieder hun eigen zelfstandige woning hebben, maar elkaar ook kunnen ontmoeten in de gemeenschappelijke ruimte. ‘Daarmee verklein je de kans op eenzaamheid en houd je langer het gevoel dat je controle hebt over je eigen woonplek; en bovendien zitten er nog financiële voordelen aan ook,’ aldus Fonseca.
Therapeutisch effect
Om eenzaamheid onder ouderen te voorkomen heeft het gemeenschapscentrum van Vermoim/Sobreiro in de gemeente Maia, dat deel uitmaakt van een keten van Portugese katholieke gezondheidscentra, naast andere activiteiten ook een zangkoor. ‘Dat is geen therapie in de eigenlijke zin van het woord, maar het heeft wel een therapeutisch effect. Het maakt veel emoties los,’ zegt António Miguel Teixeira, die leiding geeft aan dit koor, dat Cor da Voz is gedoopt. Wanneer het koor begint te zingen – traditionele gezangen, Portugese liedjes en eigen composities – is het alsof je de zorgen ziet wegvliegen, de ogen beginnen wat meer te stralen. ‘Sommige van onze koorleden leidden hiervoor een heel eenzaam bestaan en hebben een ware verandering doorgemaakt.’
Maatschappij
Duitsland beziet oud worden in een nieuw licht
In Duitsland proberen gepensioneerden ‘nieuwe manieren van leven’ te bedenken, meldt Der Spiegel. Thuishulp wordt er binnenkort beperkt wegens gebrek aan personeel. De babyboomers moeten zich dus voorbereiden op ‘een instorting van de zorg’ die zich aankondigt voor hun oude dag. ‘En zelfs als ze geen zorg nodig hebben, zullen de boomers andere sociale relaties moeten aanknopen dan hun voorgangers’, vanwege het hoge scheidingspercentage en de geografische afstand die hen dikwijls scheidt van hun kinderen.
‘Al deze veranderingen dwingen de senioren ertoe hun oude dag in een ander licht te bezien,’ aldus het weekblad uit Hamburg. Temeer omdat ze, wanneer ze stoppen met werken, ‘vaak een betere conditie hebben dan de gepensioneerden uit voorgaande generaties’. Originele initiatieven, zoals de oprichting van ‘plurigenerationele huizen’ of partnerschappen van kinderdagverblijven en verenigingen die strijden tegen dementie, komen steeds vaker voor. Het doel: jongeren en ouderen met elkaar in contact brengen, om sociaal isolement te bestrijden en senioren in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven.
In Sobreiro, een arme wijk van Maia, heeft het centrum veel gedaan om de banden tussen de bewoners onderling aan te halen. ‘Hier is iedereen gelijk en leren mensen van elkaar,’ zegt directeur Mário Figueiredo. De 78-jarige Domingos Vasconcelos, gepensioneerd leraar, herinnert zich een repetitie van Cor da Voz waarbij de koorleden met elkaar over gewoonten en tradities spraken. ‘Er was een vrouw bij die in het begin heel timide was, maar naarmate ze meer aan het woord was steeds verder leek te groeien.’
De 69-jarige Maria José Teixeira werkte jarenlang als kok in het gemeenschapscentrum. Doordat ze altijd het koor hoorde zingen, kreeg ze zin om zich erbij aan te sluiten als ze eenmaal met pensioen zou gaan. ‘Ik ben geen type dat thuis gaat zitten niksen,’ zegt ze. Ze zong al in het koor van haar kerk, en om haar stem samen met die van anderen te laten klinken is voor haar een bron van ‘vrede, vreugde en liefde’. Het centrum biedt ook andere activiteiten, zoals workshops kunstnijverheid en cognitieve stimulatie, en wedstrijdjes boccia, een Portugese variant van jeu de boules.
Maatgerichte oplossingen
In Portugal lijdt helaas maar liefst 71,4 procent van de 65-plussers aan een chronische ziekte of een langdurige kwaal. Bij het verouderingsproces zijn heel veel variabelen in het spel: naast de levensstijl en bronnen van stress spelen ook genetische, epigenetische en omgevingsfactoren een belangrijke rol. ‘Het is een terrein dat we op een multidisciplinaire manier moeten aanpakken en waarbij we, om doeltreffend te zijn, naar diverse en maatgerichte oplossingen moeten kijken; het effect van deze factoren verschilt namelijk per persoon,’ zegt Nuno Marques, arts bij het Portugese Verouderingsobservatorium.
De onderzoekers zijn op zoek naar het geheim van de eeuwige jeugd, waarbij je niet moet denken aan een facelift, maar aan remedies die het verouderingsproces werkelijk kunnen vertragen: bijvoorbeeld het voorkomen van bepaalde leeftijdsgebonden aandoeningen die worden veroorzaakt door cardiologische of neurologische degeneratie.
Vorig jaar is een team van de Universiteit van Cambridge erin geslaagd om huidcellen die bij een 53-jarige vrouw waren afgenomen met dertig jaar te verjongen, dankzij een methode van cellulaire herprogrammering die verwant is aan de methode die werd gehanteerd bij Dolly, het eerste gekloonde schaap. De wereld stond versteld van deze verjongingskuur, die ons de huid van toen we twintig waren belooft terug te geven. Maar de belangrijkste vraag is of deze ontdekking ook kan worden toegepast op andere weefsels van het organisme.
Verandering van perceptie
Het onderzoek naar veroudering zal ongetwijfeld tot controverses leiden, maar het brengt momenteel al tal van gerenommeerde wetenschappers in beweging. En ook grote investeerders uit de technologische sector laten van zich horen; zo heeft Google geld gestoken in het gespecialiseerde laboratorium Calico Life Sciences, en ondersteunt Amazon-baas Jeff Bezos het onderzoeksbedrijf Altos Labs. Het zegt veel over de verandering van perceptie: veroudering wordt niet langer gezien als een natuurlijk proces, maar als een ziekte die behandeld kan worden, en misschien wel genezen. In het stadium van klinisch onderzoek zijn er al nieuwe verjongingskuren die de aandacht trekken vanwege de resultaten bij cellen of proefdieren.
2,1 miljard grootouders over 25 jaar
The Economist schat dat het aantal opa’s en oma’s in 2050 ongeveer 22 procent van de wereldbevolking zal bedragen. ‘Dat zou iets meer zijn dan het aantal kinderen onder de vijftien,’ schrijft het Britse weekblad, dat zich verbaast over het gebrek aan universitaire belangstelling voor deze categorie van de mensheid. ‘We hebben twee onderzoekers moeten vragen een schatting te maken op basis van de VN-cijfers, aangepast aan de demografie en de familiestructuren in elk land.’ De gemiddelde leeftijd van opa’s en oma’s verschilt sterk per wereldregio, van 53 in Oeganda tot 72 in Japan. Deze intree van ‘het grootoudertijdperk’, zoals het liberale blad het noemt, ‘zal vergaande consequenties hebben en zou, dankzij het oppassen op de kinderen, tot een grootschalige sociale revolutie kunnen leiden: de toetreding van meer vrouwen tot de arbeidsmarkt’. Soms, geeft The Economist toe, ‘ten koste van het persoonlijk leven van de ouderen’.
Zo blijkt metformine, dat wordt gebruikt bij de behandeling van diabetes type 2, veelbelovend voor de verjonging van cellen en weefsels. Quercetine, dat in sommige vruchten en groenten zit en al wordt verkocht als voedingssupplement, is bij dieren doeltreffend gebleken voor het vertragen of voorkomen van bepaalde aandoeningen; proeven bij mensen laten nog op zich wachten. Rapamycine, een immunosuppressivum dat bij mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan wordt gebruikt om afstoting te voorkomen, heeft bij ratten van middelbare leeftijd de kans op een leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd. Nu moet de wetenschap alleen nog de bijwerkingen van al deze moleculen onder controle zien te krijgen, om te voorkomen dat er gezonde cellen worden aangevallen.
De wetenschap, zo weten we, heeft tijd nodig. Omdat er tot dusver nog geen wondermiddel is gevonden, kun je je voorlopig maar het best aan de volgende twee regels houden: vermijd alles wat slecht is voor je gezondheid en blijf vooral zo lang mogelijk doen wat je leuk vindt.
Steeds meer jonge mensen krijgen de diagnose kanker. Wetenschappers weten niet zeker waarom. ‘Dit zijn mensen die gewoon door zouden moeten kunnen gaan met hun leven… carrière maken, kinderen krijgen.’
Paddy Scott kreeg in 2017 hevige buikpijnen, maar de mogelijkheid van kanker kwam niet bij hem op. De Britse expeditiefotograaf en filmmaker, die zich voor zijn werk vaak in barre en gevaarlijke omstandigheden begaf, was pas vierendertig jaar oud en trots op zijn fysieke conditie.
Zijn huisarts verwees hem door naar het ziekenhuis voor een darmscopie. Vervolgens vroeg de arts die het onderzoek uitvoerde of hij mee wilde doen aan een proef met een nieuwe bloedtest om tumoren op te sporen. Die uitnodiging vond hij vreemd. ‘Ik herinner me dat ik dacht: Ik zal wel tot een soort “controlegroep” behoren die geen tumoren heeft,’ zegt Scott. Later kreeg hij het vreselijke nieuws dat hij darmkanker in een vergevorderd stadium had, die was uitgezaaid naar zijn lever.
De ervaring van Scott is geen uitzondering meer. In de afgelopen dertig jaar is het aantal gevallen van ‘kanker op jonge leeftijd’ bij mensen onder de vijftig sterk toegenomen. De toename is zo groot dat vooraanstaande epidemiologen voorstellen het een epidemie te noemen.
Analyse door Financial Times van gegevens van het Institute for Health Metrics and Evaluation van de University of Washington School of Medicine laat zien dat in de afgelopen drie decennia het aantal gevallen van kanker in de G20-groep van geïndustrialiseerde landen voor 25- tot 29-jarigen sneller is gestegen dan voor elke andere leeftijdsgroep. De stijging bedroeg 22 procent tussen 1990 en 2019. De cijfers voor 20- tot 34-jarigen in deze landen liggen nu op het hoogste niveau in dertig jaar. Daarentegen is het aantal gevallen in oudere leeftijdsgroepen – boven de 75 – gedaald ten opzichte van de piek rond 2005.
Gedurende meer dan zes jaar van slopende behandelingen – met dank aan de door de Britse belastingbetaler gefinancierde NHS (National Health Service) – zag Scott deze verandering met eigen ogen. ‘Ik was altijd bekend op de afdeling, omdat ik de jongste was. Maar laatst zat ik bij de chemo met een man die ik schatte op eind twintig. Het lijkt erop dat de ziekte dramatisch toeneemt bij jongere mensen,’ zegt hij.
Zorgwekkend
Onderzoekers hebben geen definitieve verklaring waarom mensen in de bloei van hun leven duidelijk kwetsbaarder lijken te zijn voor de ziekte dan hun leeftijdsgenoten in eerdere generaties.
Zij denken dat er misschien aanwijzingen te ontdekken zijn in de soorten kanker die jongeren treffen. Onder 15- tot 39-jarigen is het aantal gevallen van darmkanker in de G20-landen tussen 1990 en 2019 met zeventig procent toegenomen, vergeleken met een toename van 24 procent onder alle vormen van kanker, zo blijkt uit het onderzoek van Financial Times.
Uit een analyse van de American Cancer Society op basis van nationale gegevens over de incidentie (het aantal voorkomende gevallen) van kanker en sterfte eraan blijkt dat dit jaar 13 procent van de gevallen van darmkanker en 7 procent van de sterfgevallen zich zullen voordoen bij mensen onder de vijftig jaar.
Michelle Mitchell, CEO van Cancer Research UK (CRUK), zegt dat leeftijd nog steeds de grootste voorspeller is van het risico op kanker: ongeveer 90 procent van alle kankersoorten treft 50-plussers en de helft 75-plussers. Maar de toename in jongere leeftijdsgroepen is niettemin ‘een belangrijke verandering die we willen begrijpen’. CRUK is een gezamenlijk onderzoeksinitiatief gestart met het Amerikaanse National Cancer Institute (NCI) om meer te weten te komen over de oorzaken van kanker op jonge leeftijd.
De trend heeft economische, klinische en sociale gevolgen. Voor oncologen in de frontlinie wordt de toename van dergelijke gevallen een onontkoombaar en zorgwekkend aspect van hun werk. Shahnawaz Rasheed, de chirurg die verantwoordelijk is voor de behandeling van Scott in de Royal Marsden, een gerenommeerd oncologisch ziekenhuis in Londen, herinnert zich dat hij een paar jaar geleden in een periode van twee weken vier vrouwen van onder de veertig opereerde. Een andere recente patiënt was een superfitte, internationale sporter van in de dertig.
Diagnoses bij jongvolwassenen komen hard aan bij artsen zoals Rasheed. Het maakt zijn vastberadenheid om antwoorden te vinden alleen maar groter. ‘Dit zijn mensen die gewoon door zouden moeten kunnen gaan met hun leven… carrière maken, kinderen krijgen,’ zegt hij. ‘Het breekt mijn hart.’
Mensen die in de jaren zestig werden geboren, behoorden tot de eerste generatie die van jongs af aan werd blootgesteld aan gemoderniseerde voeding
Wetenschappers die op zoek zijn naar inzichten raken er steeds meer van overtuigd dat de veranderingen in voeding en levensstijl die halverwege de vorige eeuw begonnen, op zijn minst een deel van de oorzaak zijn.
Frank Sinicrope, oncoloog en gastro-enteroloog (gespecialiseerd in maag- en darmaandoeningen) aan de Mayo Clinic in de Verenigde Staten, verdiept zich in het bijzonder in darmkanker op jonge leeftijd. Hij zegt dat de incidentie van de ziekte duidelijk is toegenomen onder mensen die in of na de jaren zestig geboren zijn. De toename van jongere mensen die de laatste jaren bij hem komen voor behandeling is ‘behoorlijk alarmerend’, zegt hij.
De voeding en de levensstijl waaraan kinderen op jonge leeftijd worden blootgesteld, spelen waarschijnlijk een rol bij de toename, zegt hij. Hij wijst erop dat obesitas bij kinderen ‘de afgelopen dertig jaar steeds vaker voorkomt en steeds problematischer is geworden’. Er is echter geen enkele factor die dit verklaart, voegt hij eraan toe.
Terwijl ze onderzoeken of er een verband is met voeding, richten onderzoekers zich op de mogelijkheid dat veranderingen in het microbioom – de pakweg honderd biljoen microben die in ons leven, voornamelijk in de darmen – de vatbaarheid voor kanker vergroten. Aangenomen wordt dat het microbioom een sleutelrol speelt in de algehele gezondheid, waaronder de spijsvertering en het immuunsysteem, maar ook bescherming biedt tegen bacteriën die ziekten veroorzaken en helpt bij de productie van cruciale vitaminen.
Er wordt aangenomen dat de consumptie van voedsel met veel verzadigd vet en suiker de samenstelling van het microbioom zodanig kan veranderen dat het de gezondheid schaadt. Hoewel deze veranderingen mensen van alle leeftijden treffen, vinden onderzoekers het opvallend dat het aantal gevallen van kanker op jonge leeftijd rond 1990 begon te stijgen. Mensen die in de jaren zestig werden geboren, behoorden tot de eerste generatie die van jongs af aan werd blootgesteld aan gemoderniseerde voeding, alsmede aan veranderingen in levensstijl en de omgeving die in de jaren vijftig de norm werden in de wereld waar meer geld voorhanden was.
‘Bacteriële vingerafdruk’
Kanker ontwikkelt zich vaak in de loop van tientallen jaren. Mensen kunnen jarenlang een langzaam groeiende tumor hebben. Dus voor twintigers, dertigers en veertigers die gediagnosticeerd worden ‘kan een deel van de blootstelling aan risicofactoren hebben plaatsgevonden toen ze nog een baby waren – of zelfs in de baarmoeder’, zegt professor Shuji Ogino. Hij is epidemioloog aan de Harvard TH Chan School of Public Health die deel uitmaakt van het CRUK/NCI-onderzoek.
Het feit dat de grootste toename in kanker bij jongeren zich voordoet in maagdarmvarianten – dikke darm, de slokdarm, de maag, alvleesklier, galwegen, lever en galblaas – ondersteunt de hypothese dat er een verband is met voeding.
Sommige andere kankersoorten die steeds vaker bij jongere mensen voorkomen, zoals borstkanker, nierkanker, baarmoederkanker en de bloedkanker myeloom, worden mogelijk beïnvloed door zowel obesitas als door de conditie van het microbioom, ook al is er geen duidelijk verband met het spijsverteringsstelsel, aldus Ogino. Daarnaast kunnen antibioticagebruik en medicijnen in het algemeen het microbioom van een individu beïnvloeden; dit wordt ook wel de ‘bacteriële vingerafdruk’ genoemd.
Ogino wijst erop dat in de tweede helft van de twintigste eeuw het aantal beschikbare medicijnen voor de behandeling van verschillende aandoeningen aanzienlijk is toegenomen. Nieuwe medicijnen tegen obesitas zijn een recent voorbeeld. ‘Maar het blijft onbekend wat ze allemaal op de lange termijn voor effect zullen hebben,’ zegt Ogino.
Het verband met het microbioom is nog steeds indirect, benadrukt hij. Hij wijst op andere veranderingen die zich ook vanaf de jaren vijftig hebben voorgedaan: een levensstijl met minder beweging, veranderingen in slaappatronen en herhaalde blootstelling aan fel licht ’s nachts, waardoor het slaapritme en de stofwisseling beïnvloed worden. ‘Al deze veranderingen vinden gelijktijdig plaats, dus het is moeilijk om een schuldige aan te wijzen. Er zijn waarschijnlijk meerdere boosdoeners,’ zegt hij.
Een groter gezin – wat meestal leidt tot een langere periode van borstvoeding – en voor het eerst bevallen op jonge leeftijd zijn factoren waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen borstkanker
De toename van het aantal gevallen in rijke westerse landen lijkt inmiddels een late, maar duidelijke weerklank te vinden in armere landen waar deze maatschappelijke veranderingen tientallen jaren later plaatsvonden. Het onderzoek van Financial Times toont aan dat het aantal kankergevallen onder 15- tot 39-jarigen tussen 1990 en 2019 aanzienlijk sneller steeg in landen met een gematigder inkomen, zoals Brazilië, Rusland, China en Zuid-Afrika (inclusief India ook wel de BRICS-landen genoemd), dan in landen met een hoog inkomen: het gaat om 53 versus 19 procent.
Valerie McCormack is epidemioloog en bestudeert ziektepatronen bij kanker in landen met lage en middeninkomens, waar vooral infectieziekten lange tijd voor de grootste gezondheidslast zorgden. Ze suggereert dat er in de BRICS- en andere ontwikkelingslanden een aantal factoren is dat de percentages van niet-overdraagbare ziekten, waaronder kanker, zou kunnen verhogen. Vrouwen in deze landen krijgen over het algemeen minder en op latere leeftijd kinderen, wat betekent dat ze gedurende een kortere periode van hun leven borstvoeding geven in vergelijking met vorige generaties. Een groter gezin – wat meestal leidt tot een langere periode van borstvoeding – en voor het eerst bevallen op jonge leeftijd zijn factoren waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen borstkanker.
‘Deze veranderingen hebben veel voordelen voor vrouwen, maar ze zorgen wel voor een groter risico op borstkanker,’ zegt McCormack, die plaatsvervangend hoofd epidemiologie omgeving en levensstijl bij het International Agency for Research on Cancer, onderdeel van de World Health Organization. Ook de toename van roken en alcoholgebruik in sommige ontwikkelingslanden, vooral bij mannen, ‘verkleint de kloof in kankerrisico’ tussen rijke en armere landen, terwijl het gebruik van meer westerse voeding, obesitas en minder lichaamsbeweging een rol speelt bij de toename van het aantal gevallen van kanker in de dikke darm, voegt McCormack eraan toe.
Maar, waarschuwt ze; ‘Hoewel deze epidemiologische veranderingen en veranderingen in levensstijl zullen bijdragen aan stijgende percentages van specifieke kankersoorten’, is het onwaarschijnlijk dat ze het volledige verhaal vertellen. ‘Sommige stijgingen zijn zo recent dat er nog geen onderzoek is gedaan om alle mogelijke factoren precies vast te stellen,’ zegt ze.
Maatschappelijke gevolgen
De toename van kanker op jonge leeftijd is niet alleen een probleem voor de gezondheidszorg, het is ook een probleem voor economieën. Volgens onderzoekers lopen degenen die de ziekte overleven een groter risico op langdurige aandoeningen als onvruchtbaarheid, hart- en vaatziekten en secundaire kankers. Hierdoor kan de gezondheidszorg in de toekomst duurder uitvallen.
Simiao Chen is hoofd van de onderzoekseenheid voor volksgezondheid en economie aan het Heidelberg Institute of Global Health en adjunct-professor aan het Beijing Union Medical College. Ze leidde een team dat eerder dit jaar berekende dat de geschatte wereldwijde kosten van kanker van 2020 tot 2050 25,2 biljoen dollar zouden bedragen op basis van stabiel gebleven prijzen uit 2017. De onderzoekers concludeerden dat dit ‘overeenkomt met een jaarlijkse druk van 0,55 procent op het wereldwijde bruto binnenlands product’.
‘Als kanker op jongere leeftijd de trend is, dan zal de economische last veel groter worden omdat we mensen verliezen in de beroepsbevolking die bijdragen aan economische groei,’ aldus Chen. Overlevenden van kanker krijgen misschien niet hun eerdere productiviteitsniveau terug, zegt ze. ‘Dus dat zal zowel de kwantiteit als de kwaliteit van arbeid verminderen.’
Omdat kanker op jonge leeftijd steeds vaker voorkomt, vinden sommige artsen dat de leeftijd waarop mensen in aanmerking komen voor screening moet worden verlaagd. Nu vinden dat soort preventieve onderzoeken veelal pas vanaf beduidend latere leeftijd plaats.
In Engeland krijgen patiënten bijvoorbeeld testen voor darmkanker toegestuurd wanneer ze zestig worden. Vorige maand stelde de Amerikaanse Preventive Services Task Force, een onafhankelijk orgaan dat bestaat uit nationale deskundigen, voor om de leeftijd voor borstscreening te verlagen naar veertig jaar. In 2021 stelde dezelfde groep dat darmscreening zou moeten beginnen bij vijfenveertig jaar.
Aangezien zorgstelsels overal ter wereld worstelen met een tekort aan medische middelen – dat nog is verergerd door de coronapandemie – kan het moeilijker zijn om overheden te overtuigen om fondsen vrij te maken voor noodzakelijke uitgaven. Een ‘nationale dialoog’ over prioriteiten kan nodig zijn, gezien het stijgende aantal mensen onder de vijftig dat kanker krijgt, zegt Rasheed, de chirurg van de Royal Marsden.
‘Jongere mensen zijn soms langs vijf of zes artsen geweest voordat ze worden doorverwezen’
Sommige wetenschappers zeggen verschillen te hebben ontdekt in de moleculaire structuur van kankers bij jongere mensen, wat wijst op een mogelijke behoefte aan specifieke behandelingen voor deze groep. Tomotaka Ugai, docent aan de Harvard Medical School die het onderzoek leidde naar de toename van kanker op jonge leeftijd dat in 2021 de internationale aandacht vestigde op deze trend, zegt dat voor veel kankersoorten als borstkanker, dikkedarmkanker, baarmoederkanker, multipel myeloom, alvleesklierkanker en prostaatkanker ‘op jonge leeftijd agressievere klinische kenmerken hebben’.
Een verwante vraag is of de oorzaken van kanker op jonge leeftijd anders zijn dan die van gevallen die op oudere leeftijd worden gediagnosticeerd. ‘We nemen aan dat veel risicofactoren tussen gevallen van kanker op jonge en latere leeftijd overlappen, maar we weten niet of ze volledig overeenkomen. Er is dus meer onderzoek vereist,’ zegt Ugai.
Sommige artsen zijn van mening dat aandacht voor het feit dat kankers bij jongere mensen vaak al een verder gevorderd stadium hebben bereikt voordat ze worden gediagnosticeerd, net zo belangrijk is. Ze geloven dat artsen alert moeten zijn op kanker bij twintigers of dertigers, omdat deze gevallen niet langer als uitzonderlijk moeten worden beschouwd.
Rasheed geeft regelmatig lezingen aan huisartsen over het belang van het vroegtijdig herkennen van indicaties van kanker. Hij zegt dat studies hebben aangetoond dat jongere mensen ‘soms langs vijf of zes artsen zijn geweest voordat ze worden doorverwezen voor specialistisch onderzoek, diagnose en behandeling’. Dezelfde symptomen bij iemand die dertig jaar ouder is zouden waarschijnlijk onmiddellijk alarmbellen hebben doen rinkelen. De vertraagde diagnose kan ook duiden op een gebrek aan bewustzijn onder jongere mensen over symptomen waar ze op moeten letten, suggereert hij.
‘Ik heb veel horrorverhalen gehoord en gezien over jongere mensen die, tegen de tijd dat ze in het ziekenhuis belanden, een behoorlijk vergevorderde of uitgezaaide ziekte hebben. Misschien was er een kans geweest om de kanker eerder te vinden en te behandelen,’ zegt hij.
Scott herinnert zich dat, nadat zijn huisarts hem had doorverwezen naar een ziekenhuis in het centrum van Londen voor onderzoeken, ‘ze blijkbaar te horen kreeg: “Dit is niet dringend, hij is vierendertig, hij verkeert duidelijk in zeer goede gezondheid.” Maar de huisarts bleef aandringen en uiteindelijk kreeg ze me er toch tussen.’
Epidemiologische ijsberg
De vraag die onderzoekers en artsen bezighoudt, is of de toename van het aantal gevallen in de afgelopen decennia het topje is van een veel grotere epidemiologische ijsberg. In hun onderzoeksartikel waarschuwen Ugai en zijn collega-onderzoekers voor de mogelijkheid dat kinderen, adolescenten en jonge volwassenen gedurende hun hele leven een hoger risico op kanker hebben dan oudere generaties.
En misschien stopt het niet bij kanker. Dezelfde risicofactoren kunnen hen kwetsbaarder maken voor aandoeningen zoals diabetes en darmontsteking, aldus de wetenschappers. Dat zou een blijvend hogere chronische ziektelast in de toekomst betekenen, tenzij er actie wordt ondernomen om gezondere manieren van leven en eten te stimuleren en de voedselproductie en -distributie te hervormen.
Terwijl roken, een belangrijke oorzaak van kanker, de afgelopen decennia in veel delen van de wereld is afgenomen, zijn obesitas, lichamelijke inactiviteit en andere risicofactoren toegenomen, merkt Ugai op. ‘Er is dus een wisselwerking, maar het blijft speculeren of het aantal gevallen van kanker op jonge leeftijd in de nabije toekomst zal blijven toenemen,’ zegt hij.
Voor jonge mensen zoals Scott, die voorheen gezond en fit waren, kan kanker de ultieme tegenslag zijn, een gevoel van botte pech. Maar Scott probeert om te gaan met zijn diagnose en verzet zich tegen de vraag ‘Waarom ik?’ Hij is begonnen met een master milieubeleid en -politiek en werd elf maanden geleden vader toen zijn partner Hen beviel van hun zoon Osprey.
Maar het is onvermijdelijk om na te denken over hoe het ook had kunnen zijn. ‘Ik heb tien jaar geprobeerd om door te breken in het maken van natuurfilms. En net toen ik met de behandeling tegen kanker begon, kreeg ik aanbiedingen die ik moest afslaan. Ik kan het niet helpen dat ik soms denk: Hoe had mijn leven eruitgezien als dit allemaal niet was gebeurd?’
In Sub-Sahara-Afrika is de levensverwachting spectaculair gestegen dankzij succesvolle bestrijding van infectieziekten. Maar niet-overdraagbare aandoeningen worden zelden gediagnosticeerd of behandeld.
Hannah Wanjiru had jarenlang last van duizelingen en hoofdpijn. Pas na zes dure doktersafspraken werd hoge bloeddruk vastgesteld en kon ze medicijnen nemen. Intussen was ze twee jaar en verschillende flauwtes verder. In diezelfde periode kreeg haar man, David Kimani, een andere arts. Die stelde de diagnose diabetes, wat voor het echtpaar net zo onverwacht was.
Met een andere ziekte waren ze misschien beter af geweest. Niet ver van hun kleine appartement in de hoofdstad van Kenia is een openbaar ziekenhuis waar gratis behandelingen voor hiv en tuberculose worden gegeven. Hun wijk – met lage inkomens – hangt vol posters die gratis hiv-preventiediensten aanbevelen.
Dergelijke initiatieven zijn er niet voor hoge bloeddruk of diabetes, of voor andere ziekten zoals kanker en chronische ademhalingsaandoeningen. In Kenia en een groot deel van Sub-Sahara-Afrika is de gezondheidszorg – en de internationale donaties waarvan ze deels afhankelijk is – sterk gericht op de behandeling van besmettelijke ziekten zoals hiv en malaria.
‘Als ik mijn bloedsuiker laat testen, moet ik soms de hele dag wachten. Ik val dan bijna flauw in de rij,’ aldus Kimani.
Dankzij de succesvolle bestrijding van hiv, tuberculose en andere dodelijke infectieziekten en de uitbreiding van basisvoorzieningen heeft Sub-Sahara-Afrika de afgelopen twintig jaar een buitengewone stijging van de levensverwachting gezien. Een verlenging van tien jaar, zo meldde de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs. Het is de grootste stijging ter wereld.
‘Maar de dramatische toename van hypertensie, diabetes en andere niet-overdraagbare ziekten en het gebrek aan gezondheidszorg rondom deze ziekten werken deze verbeteringen tegen’, zo stelt de WHO in een rapport over Afrikaanse gezondheidszorg. De organisatie waarschuwt hierin dat de stijging van de levensverwachting vóór het einde van het volgende decennium alweer teruggedraaid kan zijn.
Niet-overdraagbare ziekten zijn nu goed voor de helft van de ziekenhuisbedden in Kenia en meer dan een derde van de sterfgevallen. Die percentages komen min of meer overeen met de rest van Sub-Sahara-Afrika, waar mensen er bovendien op jongere leeftijd dan elders in de wereld door worden getroffen.
‘Vaccinatieprogramma’s lopen goed, en hiv-programma’s ook – maar diezelfde mensen zullen op jonge leeftijd sterven aan niet-overdraagbare ziekten,’ aldus dokter Gershim Asiki. Als onderzoeker bij het African Population and Health Research Center, een onafhankelijke organisatie in Nairobi, richt hij zich op de aanpak en preventie van de aandoeningen in kwestie.
Diagnose
De medicijnen en benodigdheden die Wanjiru (44) en Kimani (49) nodig hebben, kosten elke maand ruim 55 euro – een groot deel van het inkomen dat hun kleine buurtwinkel opbrengt, vertelt Wanjiru terwijl ze in haar woonkamer een kopje thee drinkt. Allebei slaan ze hun medicatie over in de maanden dat ze schoolgeld moeten betalen voor hun vier kinderen.
‘Eerst krijg ik hoofdpijn en voel ik me zwak, en dan voel ik me gestrest, omdat ik weet dat ik medicijnen moet kopen in plaats van eten voor mijn gezin,’ aldus Kimani.
Het komt hier maar zelden voor dat controles op aandoeningen als hoge bloeddruk regelmatig worden uitgevoerd. Het aantal diagnoses is laag, en vaak is alleen in gespecialiseerde centra in stedelijke gebieden zorg te krijgen. Mensen zijn niet bekend met de kwalen: iedereen herkent malaria, maar slechts weinig mensen weten dat wazig zicht of uitputting een gevolg is van hoge bloeddruk. Veel zorgverleners weten ook niet waar ze op moeten controleren.
Toen Asiki’s organisatie een paar jaar geleden in een arme gemeenschap in Nairobi willekeurige controles uitvoerde, ontdekten onderzoekers dat een kwart van de volwassenen hoge bloeddruk had. Tachtig procent van hen was daar echter niet van op de hoogte. Van degenen die het wel wisten, hield minder dan drie procent hun bloeddruk op peil met medicijnen.
Iedereen herkent malaria, maar weinig mensen weten dat wazig zicht en uitputting gevolg zijn van hoge bloeddruk
Slechts een fractie van het Keniaanse gezondheidsbudget wordt besteed aan niet-overdraagbare ziekten. Die fractie bedroeg elf procent in 2017 en 2018 – de meest recente cijfers in het strategisch plan van de regering. Bovendien zijn die middelen meestal bestemd voor dure curatieve diensten zoals bestralingsmachines in kankerklinieken en nierdialysecentra. ‘Ondertussen krijg ik mensen over de vloer die kanker in stadium vier hebben en een heel kleine overlevingskans, omdat ze maar geen diagnose kunnen krijgen,’ zegt Asiki.
Volgens Catherine Karekezi knippen politici graag lintjes door voor nieuwe kankercentra maar zien ze geen politiek voordeel in een screeningprogramma voor de lange termijn. Karekezi is uitvoerend directeur van de Keniaanse afdeling van internationale patiëntenorganisatie Non Communicable Disease Alliance.
‘Tachtig procent van de sterfgevallen door niet-overdraagbare ziekten in dit land is te voorkomen,’ aldus Karekezi. ‘We kunnen de oorzaken voorkomen, en als je de aandoening eenmaal hebt, kunnen we voorkomen dat er verdere complicaties ontstaan.’
Maar, zo vertelt ze, in plaats daarvan worden mensen op steeds jongere leeftijd ziek en ontwikkelen ze ernstige complicaties, waardoor ze soms niet kunnen werken. ‘Het economisch actieve deel van de bevolking wordt getroffen,’ zegt ze.
Het komt veel voor dat mensen op hun vijftigste aan een niet-gediagnosticeerde hartziekte of aan de complicaties van diabetes sterven, wat vervolgens wordt toegeschreven aan ‘ouderdom’. Er zijn geen goede mechanismen om doodsoorzaken nauwkeurig mee op te sporen, wat betekent dat noch het publiek noch beleidsmakers de ware omvang van het probleem bevatten, aldus Asiki.
In tegenstelling tot hiv-medicatie en -zorg, die gewoonlijk gratis is en gesubsidieerd wordt door internationale donoren, komt de behandeling van diabetes of hoge bloeddruk gewoonlijk voor eigen rekening. De kosten zijn vaak schrikbarend hoog, aldus dokter Jean-Marie Dangou, die het programma voor niet-overdraagbare ziekten van het regionale kantoor van de WHO in Afrika coördineert.
‘In de Democratische Republiek Congo kost de behandeling van hypertensie maandelijks twee derde van het gemiddelde gezinsinkomen,’ vertelt hij. ‘Voor een gezin is dat absurd. Toch komt het best veel voor.’
Annah Mutindi (42) gaf al het geld dat ze als bediende in een kledingwinkel in Nairobi had opgespaard uit aan doktersbezoeken en tests. Totdat in januari 2021 werd vastgesteld dat de pijnlijke knobbel in haar borst kanker was. Ze kreeg een behandeling van twaalf tweewekelijkse chemokuren voorgeschreven. In principe had ze die tegen minimale kosten kunnen krijgen in een groot openbaar ziekenhuis in het centrum van de stad, maar de behandeling was almaar niet op voorraad.
In plaats daarvan moest ze wachten tot haar familie en vrienden om de paar weken 340 euro bij elkaar konden schrapen, zodat ze de behandelingen een voor een kon betalen, verspreid over de daaropvolgende negen maanden.
‘Ik was in shock toen ze me vertelden dat het kanker was, want ik drink nooit alcohol en ik eet gezond,’ zegt Mutindi over haar diagnose. ‘Ze zeiden dat het misschien door omgevingsfactoren kwam.’
Stijging
Het aandeel van de sterfgevallen die door niet-overdraagbare ziekten veroorzaakt worden, neemt in de hele regio toe. Dit gebeurt het snelst in de dichtstbevolkte landen van het continent, aldus Dangou. In Ethiopië bijvoorbeeld bedroeg sterfte door dergelijke aandoeningen vorig jaar 43 procent van alle sterfgevallen. In 2015 was dat nog maar 30 procent. In Congo vond een vergelijkbare stijging plaats.
Het is duidelijk dat een deel van deze stijging wordt veroorzaakt door de snelle verstedelijking en een toenemend sedentaire levensstijl. Een andere factor is dat er meer tabak, alcohol en bewerkt voedsel worden genuttigd.
De regering van Kenia heeft lang gewacht met ontmoedigingsbeleid. En alle drie de industrieën hebben machtige lobbyorganisaties die erop gericht zijn wettelijke maatregelen zoals belasting op suikerhoudende dranken tegen te houden. Kenia is een belangrijke tabaksproducent en de tabaksindustrie blijft de regering erop wijzen op de hoeveelheid banen die ze biedt, vertelt Asiki.
Het is natuurlijk ook zo dat mensen domweg langer leven door de succesvolle strijd tegen infectieziekten. Maar andere oorzaken, zoals mogelijke genetische factoren en een correlatie met blootstelling aan infectieziekten, worden minder goed begrepen.
Het blijft een mysterie waarom niet-overdraagbare ziekten in deze regio zo snel en bij relatief jonge mensen toenemen. Overheden doen weinig om te onderzoeken hoe dat komt.
‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend’
Het jarenlang innemen van de antiretrovirale geneesmiddelen die hiv bestrijden, kan leiden tot een hoger risico op hartziekten. Stadsbewoners hebben bovendien vaker te maken met luchtvervuiling en milieuvergiftiging. Sommige kampen bovendien met stress, doordat ze wonen in een wijk waar geweld en onveiligheid aan de orde van de dag zijn. Al deze factoren spelen volgens Asiki mee, maar we weten nog weinig over het cumulatieve effect.
Dokter Andrew Mulwa heeft de leiding over de programma’s voor preventie en gezondheidsbevordering van het Keniaanse ministerie van Volksgezondheid. Hij geeft aan dat de regering zich zorgen maakt over de forse stijging van het aantal niet-overdraagbare aandoeningen, maar dat het lang duurt om diagnostisering en behandeling in plattelandsgebieden mogelijk te maken.
‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend, allemaal in dezelfde instelling,’ aldus Mulwa.
Slechte voeding beïnvloedt de toename van niet-overdraagbare ziekten op meerdere manieren – een fenomeen dat Asiki ‘het dubbele nadeel van ondervoeding’ noemt. Deze regio kent zowel het grootste aantal onvolgroeide kinderen ter wereld als het snelst groeiende percentage zwaarlijvigen.
In huishoudens met lage inkomens komen vaak zowel ondervoede kinderen voor als volwassenen die zwaarlijvig zijn. De kinderen missen eiwitten en voedingsstoffen die essentieel zijn voor hun groei; de obesitas is het gevolg van goedkoop, vet en energierijk straatvoedsel, dat vaak beter betaalbaar is dan groente en het gas dat nodig is om thuis te koken.
‘Het kan zijn dat je te veel slecht voedsel eet maar toch onvoldoende voedzaam voedsel binnenkrijgt,’ aldus Asiki. ‘Het lichaam slaat overtollige energie op als vet – maar uiteindelijk lijdt het alsnog aan schaarste.’
Hij denkt dat de regering zo traag is geweest met het organiseren van screeningprogramma’s omdat ze de omvang van het probleem niet aankon.
‘Plotseling besef je: ik heb niet genoeg medicijnen voor hypertensie, ik heb niet genoeg medicijnen om mensen met kanker te behandelen,’ zegt Asiki. ‘Als je screent, kies je behandelbare gevallen. Maar hebben we wel de middelen om ze te behandelen?’
In zowel Afrika als Azië dreigt een rijsttekort – geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde. Maar naast slachtoffer is rijst, een belangrijke voedingsbron voor 60 procent van de wereldbevolking, ook een aanjager van klimaatverandering.
Volgens een Indonesische legende schonk de godin Dewi Sri rijst aan het eiland Java. Cassave was tot dan toe de belangrijkste voeding, maar omdat ze medelijden had met de Javanen vanwege die saaie cassave, leerde ze hun hoe ze rijstzaailingen konden laten groeien in weelderige, groene rijstvelden. In India zou de hindoegodin Annapurna een soortgelijke rol hebben gespeeld en in Japan was deze voorbehouden aan Inari. In heel Azië wordt aan rijst een goddelijke – en meestal vrouwelijke – oorsprong toegekend.
Die mythologisering is begrijpelijk. De zaden van de grasplant Oryza sativa (bekend als Aziatische rijst) zijn rijk aan zetmeel, en al duizenden jaren vormen ze het belangrijkste voedingsmiddel van het continent. Azië is goed voor 90 procent van zowel de wereldproductie als de wereldconsumptie van rijst. Aziaten halen er ruim een kwart van hun dagelijkse calorieën uit. De VN schatten dat een gemiddelde Aziaat 77 kilo rijst per jaar consumeert – meer dan de gemiddelde Afrikaan, Europeaan en Amerikaan bij elkaar. Honderden miljoenen Aziatische boeren zijn afhankelijk van de rijstteelt, en de meesten verbouwen het gewas op een klein lapje grond. Maar er vertonen zich barsten in de rijstkom van de wereld.
Zowel in Afrika als in Azië stijgt momenteel de wereldwijde vraag naar rijst, terwijl de opbrengst stagneert. Grond, water en arbeid die nodig zijn voor de rijstproductie worden schaarser. Klimaatverandering is een nog grotere bedreiging. Het wordt steeds warmer, waardoor de gewassen verdorren, en er vinden vaker overstromingen plaats, die de rijst vernietigen. De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat rijstvelden veel van het krachtige broeikasgas methaan uitstoten. Zo is het gewas dat als voeding voor 60 procent van de wereldbevolking dient, een bron van onzekerheid en een bedreiging geworden.
Stijgende vraag
Het probleem wordt verergerd door de stijgende vraag. In 2050 zullen er 5,3 miljard mensen zijn in Azië tegenover 4,7 miljard nu, en 2,5 miljard in Afrika tegenover 1,4 miljard nu. Volgens een studie in het tijdschrift Nature Food zal deze groei de vraag naar rijst met 30 procent doen toenemen. Alleen in de rijkste Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, beconcurreren brood en pasta het monopolie van rijst als basisvoedsel.
Toch neemt de groei van de rijstproductiviteit in Azië af. Volgens gegevens van de VN steeg de opbrengst het afgelopen decennium met gemiddeld slechts 0,9 procent per jaar, tegenover ongeveer 1,3 procent in het decennium daarvoor. De daling was het sterkst in Zuidoost-Azië, waar het stijgingspercentage daalde van 1,4 procent tot 0,4 procent – Indonesië en de Filipijnen voeren al veel rijst in. Als de opbrengsten niet stijgen, zullen deze landen steeds afhankelijker worden van andere om hun 400 miljoen inwoners te voeden, aldus de studie in Nature Food.
De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat ze methaan uitstoot
Jarenlang hield de productie gelijke tred met de stijgende vraag dankzij het aanhoudende effect van de groene revolutie, die in de jaren zestig begon. Om slechte oogsten te voorkomen, ontwikkelden wetenschappers van het Internationaal Instituut voor Rijstonderzoek (IRRI), gevestigd op de Filipijnen, een variëteit, IR8, die het goed doet in combinatie met kunstmest en irrigatiesystemen. China had net een hongersnood achter de rug terwijl India zich juist op de rand van een hongersnood bevond. IR8 heeft toen op grote schaal levens gered.
Toen IR8 zich over Azië verspreidde – van de Filippijnen tot Pakistan – nam de rijstopbrengst toe. De grotere productiviteit maakte rijst aantrekkelijker om te verbouwen, waardoor er ook meer middelen voor werden uitgetrokken. De zorg om voedselzekerheid nam af en stelde Aziatische regeringen in staat zich te concentreren op industrialisatie en economische groei.
Het IRRI heeft nieuwe rijstvariëteiten ontwikkeld die iets van dit succes zouden kunnen herhalen. Ze leveren meer op, zijn klimaatbestendiger en hebben minder water nodig. Toch lijkt het moeilijker dan in de jaren zestig om aan de groeiende vraag te voldoen. Verstedelijking en meedogenloze verkaveling slokken veel land op. Tussen 1971 en 2016 werd een gemiddeld landbouwbedrijf in India meer dan de helft kleiner, van 2,3 tot 1,1 hectare.
Het wordt daardoor steeds moeilijker om winst te maken met de productie, vooral ook als de arbeidskrachten schaars zijn. Zaden planten in keurige rijen, zaailingen herplanten en oogsten is slopend werk, waaraan steeds meer Aziatische arbeiders weten te ontkomen. Water – ook een belangrijke factor – wordt schaarser. Op veel plaatsen is de bodem uitgeput en zelfs vergiftigd doordat er overmatig gebruik is gemaakt van kunstmest en pesticiden.
De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land
Geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde als rijst, aldus wetenschappers van het IRRI. Uit een studie uit 2004 bleek dat een stijging van de minimumtemperatuur met 1°C zorgt voor een daling van de opbrengst met 10 procent. De stijging van de zeespiegel, een ander gevolg van de opwarming, zorgt nu al voor toename van het zoutgehalte in laaggelegen gebieden van de Mekong-delta, waardoor de rijstopbrengsten daar afnemen. Massale overstromingen vorig jaar in Pakistan, de op drie na grootste rijstexporteur ter wereld, vernietigden naar schatting 15 procent van de oogst.
Rijst draagt bij aan de opwarming van de aarde en is een feedback loop die vaak over het hoofd wordt gezien. Door irrigatie van de rijstvelden krijgt de grond geen zuurstof, zodat de groei van methaan-uitstotende bacteriën wordt bevorderd. En zo is de rijstproductie verantwoordelijk voor 12 procent van de totale uitstoot van methaan en 1,5 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Deze aantallen zijn vergelijkbaar met de luchtvaart. De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land.
Glucose
Een ander toenemend probleem is de voedingskwaliteit van rijst. De korrel bevat veel glucose – wat bijdraagt aan diabetes en obesitas – en weinig ijzer en zink, twee belangrijke micronutriënten. In Zuid-Azië kan de grote aanwezigheid van diabetes en ondervoeding worden teruggevoerd op een te grote afhankelijkheid van rijst.
Het aanpakken van al deze problemen is ingewikkeld. Ging de eerste groene revolutie over productiviteit, zegt Jean Balié, directeur-generaal van het IRRI, de volgende moet gaan over ‘systemen in plaats van oplossingen op plant- of perceelniveau’. Een beter rijstbeleid en betere variëteiten dus.
De meeste zorgen over productiviteit en het milieu zijn het gevolg van slechte of verouderde overheidsmaatregelen. Deze verstoren de markten en belemmeren stimulansen voor verandering. Neem Sandeep Singh uit Bassi Akbarpur, een klein dorp in de Noord-Indiase deelstaat Haryana. Hij verbouwt rijst maar eet liever roti, een brood gemaakt van tarwe. Dat gewas is veel geschikter voor het hete, droge klimaat van Haryana. Toch dwingen stimuleringsmaatregelen van de regering Singh tot wisselteelt van rijst en graan.
India koopt rijst van boeren tegen een gegarandeerde prijs, die vaak boven de marktprijs ligt. De oogst wordt aan de armen verkocht tegen een gesubsidieerde prijs, zodat de rijstconsumptie bevorderd wordt. Ook meststoffen en water worden gesubsidieerd. Dergelijke maatregelen komen overal in Azië voor. De meeste werden ingevoerd in tijden van aanhoudende voedselonzekerheid, toen diabetes en het milieu nog veel minder zorgen baarden dan nu.
Het is moeilijk om aan beleid te tornen dat al decennialang steeds strakker wordt doorgevoerd. De boeren zijn bovendien goed voor vele stemmen – overheden durven ze niet tegen zich in het harnas te jagen. De regerende Bharatiya Janata Party van India, die er prat op gaat harde maar noodzakelijke maatregelen door te voeren, ondervond dat aan den lijve toen zij zich in 2021 gedwongen zag landbouwhervormingen terug te draaien als gevolg van boerenprotesten.
Vietnam presenteerde onlangs een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen
Hoewel er niet één oplossing is voor de groeiende rijstcrisis, zijn er vele kleinere oplossingen. In delen van Azië waar de opbrengst laag is, zoals Myanmar en de Filipijnen, is het mogelijk de productiviteit te verhogen door meer kunstmest en pesticiden te gebruiken, zonder dat het milieu ernstige schade wordt toegebracht.
Wetenschappers van het IRRI en andere onderzoeksinstellingen hebben rijstvariëteiten ontwikkeld die bestand zijn tegen overstromingen, droogte en hitte. Ze hebben ook voedzamere soorten ontwikkeld. Deze veranderingen, gecombineerd met innovaties in de teelt zoals direct zaaien – een manier van planten die minder water en arbeid vergt – kunnen milieuschade beperken en de opbrengst verhogen.
Experimenten in heel Azië bevestigen dit. Boeren in Bangladesh die Sub1 verbouwden, een rijstsoort die tolerant is voor overstromingen, behaalden 6 procent hogere opbrengsten en 55 procent meer winst, volgens een studie die in 2021 werd gepubliceerd in het tijdschrift Food Policy. Een studie van veldproeven in Global Food Security toont dat rassen die resistent zijn tegen droogte een opbrengstvoordeel van 0,8-1,2 ton per hectare behalen.
Het is nog een uitdaging ervoor te zorgen dat verbeterde zaden en methoden op grote schaal ingang vinden. Veel boeren weten niet dat ze bestaan, anderen zijn huiverig iets nieuws te proberen. Uit een landelijk onderzoek onder rijstboeren in India in 2017 en 2018 bleek dat slechts 26 procent werkte met nieuwe rassen, hoewel deze al sinds 2004 beschikbaar zijn.
Regeringen kunnen een belangrijke rol spelen door de voordelen van nieuwe rassen en methoden onder de aandacht te brengen. Vietnam heeft onlangs het voortouw genomen met de aankondiging van een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen. Het land ziet dit als een middel om op arbeid te besparen en efficiëntie te verhogen. Een essentiële stap die voorkomt dat emissiebeperking een extra last op de boeren legt, zegt Bjoern Ole Sander, klimaatwetenschapper bij het IRRI.
Ook een bottom-upbenadering is belangrijk. Landbouwvoorlichters kunnen een grote rol spelen bij kennisoverdracht, maar ze worden vaak veronachtzaamd door beleidsmakers. De meeste overheidsuitgaven voor landbouw gaan naar subsidies en irrigatie en komen ten goede aan rijkere boeren met grotere stukken grond.
Diversifiëren
Regeringen zullen ook veel meer moeten doen om mensen minder afhankelijk te maken van rijst. Op verzoek van India heeft de VN 2023 uitgeroepen tot het jaar van de gierst. India hoopt boeren en consumenten te overtuigen van dit gewas, dat veel voedzamer is dan rijst of tarwe en veel minder water nodig heeft. Ook Indonesië promoot het. Momenteel zullen enkel gezondheidsbewuste hipsters in Delhi een biryani van gierst verkiezen boven een biryani van rijst. Maar waar de elite vooroploopt, volgt vaak de massa. Als de afzetmarkt groter wordt, zal dat eerst enkele boeren over de streep helpen en zullen uiteindelijk zelfs de meest fervente rijsttelers omschakelen of diversifiëren.
Door de eerste groene revolutie werd een Aziatische catastrofe afgewend. Vandaag de dag is de situatie dan misschien minder precair, maar in sommige opzichten is de uitdaging groter. Landen zullen meer moeten produceren met minder middelen en met veel meer zorg voor het milieu. En dat vereist een ‘echte groene revolutie’, aldus IRRI-baas Balié.
De beloning zou ongekend groot kunnen zijn. Duurzamere teelt en hogere opbrengsten kunnen de boeren een hoger en stabieler inkomen opleveren. Dat kan hen motiveren zich aan te passen aan de klimaatverandering, terwijl ze er minder aan bij hoeven dragen. Dat succes, dat nu nog niet verzekerd is, kan de voedselzekerheid voor Aziaten – en voor de wereld – helpen garanderen.
Microbiologen maken zich zorgen dat opwarming van de aarde gevaarlijke schimmels resistent zal maken.
The Last of Us, een postapocalyptische televisiethriller, sloot onlangs het eerste seizoen af met een verbluffende finale. Maar als medicus en superfan van horror vond ik het begin van de serie opmerkelijker: een presentator van een talkshow uit de jaren zestig vraagt twee epidemiologen wat hen ’s nachts wakker houdt. ‘Schimmel,’ antwoordt een van hen.
De epidemioloog maakt zich zorgen over Ophiocordyceps, een bestaande soort die het lichaam en het gedrag van mieren overneemt. Fast forward naar het centrale, fictieve gegeven van de serie: een mutatie van deze schimmel, die ontstond onder invloed van de opwarmende aarde, veroorzaakt een pandemie. Die nieuwe soort infecteert mensen en verandert hen in vraatzuchtige, zombie-achtige wezens wier lichaam wordt overgenomen door paddenstoelen.
Schimmelepidemieën komen bij mensen bijna nooit voor, deels omdat een schimmel zelden van mens op mens wordt overgedragen, laat staan dat er zombies uit voortkomen. Veel waarschijnlijker is dat de volgende pandemie van een virus komt. Maar dat nieuwe bedreigingen van de gezondheid waarschijnlijker worden door klimaatverandering, is niet zo’n gek idee. Kan een in het milieu alomtegenwoordige schimmel veranderen in een voor mensen dodelijke ziekteverwekker? Ja, dat kan.
Schimmelpathogenen
Wetenschappers zoals ik vrezen dat klimaatverandering en vernietiging van het ecosysteem invloed hebben op ziekteverwekkende schimmels – oftewel schimmelpathogenen. De kans wordt groter dat ze besmettelijker worden en zich over grotere afstanden verspreiden, waardoor ze meer mensen bereiken. Candida auris bijvoorbeeld – een gist dat resistent is tegen medicijnen en dat dodelijk kan zijn voor gehospitaliseerde patiënten – heeft volgens sommige wetenschappers onder invloed van warmte het vermogen ontwikkeld om mensen te infecteren. Op 20 maart zei het Centers for Disease Control and Prevention (CDC – de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM) dat Candida auris ‘zorgwekkend’ is en zich in ‘een alarmerend tempo’ heeft verspreid in zorginstellingen.
Maar internationale pogingen om wereldwijd de bescherming van de gezondheid te verbeteren houden zelden rekening met schimmelpathogenen. Hoewel de risico’s toenemen, zijn we niet goed voorbereid en nemen we onvoldoende preventieve maatregelen. Er bestaan geen schimmelvaccins, diagnose is ingewikkeld en duur en er zijn niet genoeg geneesmiddelen om schimmelinfecties te bestrijden. En zolang de overheid geen onderzoek financiert om schimmelziekten beter aan te pakken en om de omgevingsfactoren die ze aanwakkeren te veranderen, blijven we kwetsbaar.
Voor veel planten en dieren zijn schimmels een plaag. Fusariumverwelking, die bananenplanten verwoest en waarvoor nauwelijks behandeling bestaat, verspreidt zich wereldwijd en vormt een grote bedreiging voor de bananenindustrie, die een waarde van miljarden dollars vertegenwoordigt. Een infectie die bekendstaat als het witteneussyndroom doodde miljoenen vleermuizen in Noord-Amerika. Negentig soorten amfibieën stierven uit door chytridiomycose, een vreselijke ziekte waardoor kikkers hun huid verliezen.
Mensen zijn grotendeels gevrijwaard gebleven van schimmeluitbraken. Dat komt doordat hun bloed 36,5 graden is, te warm voor veel schimmels om te overleven. Maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Uit een studie van januari in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences blijkt dat hitte voor een evolutionaire groeispurt heeft gezorgd van de Cryptococcus deneoformans, een schimmel die mensen kan infecteren: bepaalde genetische mutaties zijn vervijfvoudigd. Dat betekent meer mogelijkheden om gevaarlijke aanpassingen te ontwikkelen, zoals hittetolerantie en resistentie tegen geneesmiddelen. In een ander laboratoriumonderzoek werd een schimmelsoort gekweekt en verwarmd waarvan bekend is dat hij insecten doodt. Binnen vier maanden konden twee stammen zich voortplanten bij 36 graden, terwijl de limiet eerst nog bij ongeveer 32 graden lag.
Schimmels, de slimste opportunisten in de natuur, gebruiken verstoringen in hun voordeel
Sommige microbiologen menen dat door klimaatverandering de schimmelevolutie in de natuur al aan het versnellen is. Hun theorie is dat door de opwarming van de aarde bepaalde stammen van Candida auris bij hogere temperaturen kunnen overleven. Deze gist brak door de warmtebarrière die voorheen de verspreiding beperkte, zodat die nu het vermogen heeft om warmbloedige vogels te besmetten – en vervolgens mensen die met deze vogels in aanraking komen.
Een veranderend klimaat kan ook de overdracht van schimmelziekten doen toenemen. De micro-organismen zijn overal: op het aanrecht, in de achtertuin en in de lucht die we inademen. Systemische schimmelinfecties treden gewoonlijk op bij mensen met een slecht werkend immuunsysteem – kankerpatiënten, mensen die orgaantransplantaties hebben ondergaan en anderen – die sporen uit hun omgeving hebben ingeademd. Maar ook regionale uitbraken onder gezonde mensen baren steeds meer zorgen: overstromingen, wervelstormen en de rook van bosbranden creëren omstandigheden waarin schimmels gedijen en zich kunnen verspreiden.
Het klinkt tegenstrijdig, maar ook droogte heeft dat vermogen. In het Amerikaanse zuidwesten is de aarde uitgedroogd door lange periodes zonder regen, met stofstormen als gevolg. Gevallen van Valley fever, ooit een zeldzame aandoening van de luchtwegen die wordt veroorzaakt door in de grond voorkomende schimmelsporen, zijn sinds 1998 bijna vertienvoudigd. De schimmel heeft zich inmiddels ook verspreid naar nieuwe gebieden, waaronder de staat Washington.
Opwarming van de planeet maakt mensen ook kwetsbaarder. Zo leidt verminderde opbrengst van gewassen tot ondervoeding. Hittestress veroorzaakt nierziekten. Tegelijkertijd verhogen ontbossing, onvoldoende veiligheidsmaatregelen op boerderijen en commerciële handel in wilde dieren het risico van zogenaamde spillovers: virussen zoals ebola springen over van dieren op mensen. Schimmels, de slimste opportunisten in de natuur, gebruiken dergelijke verstoringen in hun voordeel. We zagen dit in de jaren tachtig, toen tegelijk met hiv – een virus dat ontstond door overloop – schimmelinfectie toenam. We hebben het ook recenter gezien, toen een unieke schimmelziekte duizenden mensen in India trof die immuniteit-onderdrukkende steroïden hadden gekregen als onderdeel van hun behandeling tegen corona.
1,5 procent
In oktober vorig jaar stelde de Wereldgezondheidsorganisatie voor het eerst een lijst op met ‘prioritaire schimmelpathogenen’. ‘Schimmelpathogenen vormen een grote bedreiging voor de volksgezondheid’, aldus de organisatie. De lijst is een belangrijk symbolisch gebaar, maar biedt artsen niet wat ze echt nodig hebben, namelijk betere bestrijdingsmiddelen. Er bestaan geen goedgekeurde vaccins tegen schimmelinfecties. Wereldwijd hebben veel landen onvoldoende capaciteit om bepaalde veelvoorkomende schimmelziekten te diagnosticeren. Zelfs in New York, waar ik patiënten behandel, kan het weken duren voordat de schimmelinfectie gediagnosticeerd is. Erger nog, veel schimmelpathogenen zijn nu al resistent tegen de weinige antischimmelmiddelen die er zijn.
Voor een deel gaat het om een technische uitdaging: het is lastig om antischimmelmiddelen te ontwikkelen die niet ook onze cellen vernietigen. Maar we kunnen geen geneesmiddel ontwikkelen als we het niet proberen – en op dit moment is het onderzoek dat naar schimmels gedaan wordt rampzalig. Om een voorbeeld te geven: cryptokokken meningitis, een schimmelinfectie, doodt meer mensen dan bacteriële meningitis veroorzaakt door Neisseria meningitidis, en toch is er voor deze laatste aandoening meer dan drie keer zoveel onderzoeksgeld beschikbaar.
Schimmelpathogenen staan gewoon niet op de radar van overheidsfondsen – slechts 1,5 procent van alle financiering voor onderzoek naar infectieziekten gaat naar deze ziekteverwekkers. Aangezien potentiële winsten beperkt zijn, zijn ook farmaceutische bedrijven weinig gemotiveerd om te investeren in onderzoek en ontwikkeling op dit gebied.
Om de leemte op te vullen moeten volksgezondheidsinstanties hun steun voor de studie naar schimmelziekten verhogen, zoals ze onlangs ook deden voor Valley fever. Ook de Amerikaanse Biomedical Advanced Research and Development Authority (BARDA), die via publiek-private samenwerking vaccins en geneesmiddelen helpt ontwikkelen voor volksgezondheidscrises, zal er een prioriteit van moeten maken. Geen van de 83 initiatieven op de lijst van medische tegenmaatregelen die de website van BARDA vermeldt, is gericht op schimmelpathogenen. BARDA heeft wel aangekondigd de ontwikkeling van nieuwe antischimmelmiddelen te steunen.
Deze tijd vraagt ook om nederigheid. In de jaren zestig dachten sommige prominente experts ten onrechte dat infectieziekten een afnemende bedreiging vormden. Maar de natuur zit vol verrassingen. Van 2012 tot 2021 deed ik bij CDC onderzoek naar uitbraken. Mijn collega’s en ik onderzochten ebola, hondsdolheid, pokken- en coronavirussen, en we konden van dichtbij zien hoe op de meest gruwelijke en onverwachte manieren ziekten ontstonden als gevolg van de wijze waarop mensen omgaan met dieren en het milieu. Hoe verwoestend deze ziekten zijn ontdekken we vaak pas als we ons midden in een regelrecht rampscenario bevinden. Tot nu toe is slechts 5 procent van de naar schatting 1,5 miljoen schimmelsoorten geïdentificeerd: misschien zijn schimmels wel de grote blinde vlek van de volksgezondheid.
Onze gezondheid is afhankelijk van een delicaat ecologisch evenwicht. Dat evenwicht bewaren, door af te stappen van fossiele brandstoffen om zo klimaatverandering te vertragen, natuurverlies te stoppen en virale spillovers te voorkomen, is misschien wel onze beste hoop om een ware schimmelhorrorshow te voorkomen.
De zesentachtigjarige Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi is woensdag opgenomen op de intensive care van een hartchirurgieafdeling in Milaan vanwege een longinfectie die hem ernstige ademhalingsproblemen opleverde. ‘De toestand van de voorzitter van Forza Italia baart veel zorgen’, vat La Stampa samen. Familieleden hebben hem reeds bezocht. ‘Silvio’s toestand is stabiel. Hij is een kei, hij komt er ook deze keer wel doorheen,’ verzekerde zijn broer Paolo na zijn bezoek.
Deze nieuwe medische noodsituatie komt bovenop de talrijke gezondheidsproblemen van Berlusconi
Hij kwam rond twaalf uur ’s middags aan bij het Milanese San Raffaele-ziekenhuis, werd onderzocht en vervolgens onmiddellijk overgebracht naar de intensivecareafdeling. Zijn toestand werd omschreven als ‘fragiel’, maar San Raffaele heeft nog geen medisch rapport uitgegeven of verdere details verstrekt, schrijft La Gazzetta dello Sport.
Deze nieuwe medische noodsituatie, ‘gekoppeld aan een longinfectie die niet is opgelost’, komt bovenop de talrijke gezondheidsproblemen van Berlusconi. Zo onderging hij in 2016 een openhartoperatie en in 2019 een operatie om een darmobstructie te behandelen.
Corriere della Serabracht vanmorgen naar buiten dat de ex-premier zou lijden aan leukemie. De longproblemen zouden complicaties zijn van deze ernstige vorm van bloedkanker. Veel Italiaanse nieuwssites hebben dit bericht overgenomen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.