Tag: inflatie

  • Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Katoenboeren in Texas, de grootste katoenexporteur ter wereld, verloren vorig jaar bijna driekwart van hun oogst door hitte en droogte. Hierdoor steeg wereldwijd de prijs van basisproducten als tampons en luiers. Inflatie wordt zo steeds vaker aangejaagd door klimaatverandering.

    De berekeningen van het ministerie van Landbouw vorige maand toonden een verontrustend resultaat: het jaar 2022 was een ramp voor katoen in Texas, de staat waar de ruwe vezel wordt geteeld om te worden verwerkt in tampons, luiers, gaaskompressen en andere producten voor wereldwijd gebruik.

    Nooit eerder waren de verliezen zo groot. Texaanse boeren raakten 74 procent van hun aangeplante gewassen kwijt – bijna 2,4 miljoen hectare – aan de enorme droogte, die nog werd verergerd door klimaatverandering.

    Door die verliezen steeg de prijs van tampons in de Verenigde Staten het afgelopen jaar met 13 procent en die van katoenen luiers met 21 procent. Watjes van katoen werden 9 procent duurder en verbandgaas 8 procent. Dat ligt allemaal ruim boven de nationale inflatie van 6,5 procent in 2022, aldus gegevens van de marktonderzoeksbureaus NielsenIQ en The NPD Group. Dit voorbeeld laat zien dat klimaatverandering invloed heeft op de kosten van het dagelijks leven, zonder dat consumenten zich dat waarschijnlijk realiseren.

    In Pakistan hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield

    West-Texas is de belangrijkste bron van katoen voor de Verenigde Staten, de derde grootste producent en de grootste exporteur ter wereld. Dat betekent volgens economen dat de ineenstorting van de katoenoogst in West-Texas ook buiten de Verenigde Staten voelbaar zal zijn in winkels over de hele wereld.

    ‘Klimaatverandering is een verborgen aanjager van inflatie,’ zegt Nicole Corbett, vicepresident van NielsenIQ. ‘Naarmate extreem weer gevolgen blijft hebben voor gewassen en productiecapaciteit, zullen de kosten van eerste levensbehoeften blijven stijgen.’

    Aan de andere kant van de wereld, in Pakistan, ’s werelds zesde grootste producent van het zogeheten upland-katoen, hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield. De overstromingen ontstonden deels door klimaatverandering.

    Blik in de toekomst

    Het Texaanse katoen biedt ons een blik in de toekomst. Wetenschappers voorspellen dat de opbrengst in het zuidwesten zal blijven dalen onder invloed van hitte en droogte. Daardoor zullen de prijzen van veel essentiële producten verder stijgen. Volgens een studie uit 2020 is in Arizona de productie van katoen al verminderd en zal in die regio tussen 2036 en 2065 de opbrengst dalen met 40 procent.

    Katoen is ‘een graadmeter’, zegt Natalie Simpson, expert aan de Universiteit van Buffalo in logistiek van toeleveringsketens. ‘Als het weer het gewas destabiliseert, zie je bijna onmiddellijk de gevolgen. Dat geldt overal waar het geteeld wordt. Het aanbod waarvan iedereen afhankelijk is, zal er in de toekomst heel anders uitzien dan nu. Die trend is nu al zichtbaar.’

    Decennialang was de katoenoogst in het zuidwesten afhankelijk van water uit de Ogallala Aquifer, [waterhoudende grondlaag] die onder acht westelijke staten loopt en zich uitstrekt van Wyoming tot Texas. Maar de aanvoer van de Ogallala neemt af, mede als gevolg van klimaatverandering, aldus de 2018 National Climate Assessment, een rapport van dertien federale agentschappen. ‘Grote delen van de Ogallala Aquifer moeten nu worden beschouwd als een niet-hernieuwbare bron,’ aldus het rapport.

    Uit deze regio trokken in de jaren dertig meer dan twee miljoen mensen weg tijdens de Dust Bowl-stofstormen die werden veroorzaakt door ernstige droogte en slechte landbouwpraktijken. John Steinbeck beschreef het trauma in zijn beroemde epos The Grapes of Wrath, over een familie van katoenboeren die uit hun huis in Oklahoma werd verdreven. Mark Brusberg, meteoroloog bij het ministerie van Landbouw, moet de laatste tijd vaak aan deze roman denken. ‘Destijds leidde de Dust Bowl tot een massale migratie van landbouwers. Die trokken weg van een plek waar ze niet langer konden overleven, en bouwden een nieuw leven op,’ zegt Brusberg. ‘We moeten uitzoeken hoe we kunnen voorkomen dat dit opnieuw gaat gebeuren.’

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt’

    Uiteindelijk leefde de landbouwgrond boven de Ogallala weer op doordat boeren de Aquifer gebruikten om hun akkers te bevloeien. Maar nu hitte en droogte weer zijn toegenomen en de Aquifier slinkt, keren de stofstormen terug, zo blijkt uit de National Climate Assessment. Door klimaatverandering zullen in een groot deel van de Ogallala-regio de komende vijftig jaar de droogteperiodes langer en intenser worden, aldus het rapport. Barry Evans, een vierde generatie katoenboer in de buurt van Lubbock, Texas, heeft geen wetenschappelijk rapport nodig om hem dat te vertellen. Afgelopen voorjaar plantte hij 970 hectare katoen. Hij oogstte er slechts tweehonderd.

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt,’ zegt hij. ‘We hebben veel van de Ogallala Aquifer verloren en dat komt niet meer terug.’ Toen Evans in 1992 begon met het verbouwen van katoen kon hij ongeveer 90 procent van zijn velden irrigeren met water uit de Ogallala, vertelt hij. Nu is dat nog maar 5 procent en het wordt steeds minder. Hij plant het katoen in wisselteelt met andere gewassen en gebruikt nieuwe technologieën om het beetje kostbare vocht dat uit de lucht valt optimaal te kunnen gebruiken. Maar om zich heen ziet hij dat boeren het opgeven. ‘De achteruitgang van de Ogallala heeft veel mensen doen besluiten vervroegd met pensioen te gaan,’ zegt hij.

    Kody Bessent is algemeen directeur van Plains Cotton Growers Inc., dat boeren vertegenwoordigt die katoen verbouwen op 1,6 miljoen hectare in Texas. Volgens hem zou dat areaal normaal gesproken 4 of 5 miljoen balen katoen moeten produceren. Maar de productie voor 2022 wordt geschat op 1,5 miljoen balen – de kostenpost voor de regionale economie bedraagt daarmee ongeveer 2 tot 3 miljard dollar, aldus Bessent. ‘Dat is een enorm verlies,’ zegt hij. ‘Het is een tragisch jaar.’

    Geconcentreerd

    Anders dan Pima-katoen, een bekendere verwant, is het zogenoemde upland-katoen korter en grover. Het wordt ook veel meer verbouwd en vormt het hoofdbestanddeel van goedkope kleding en basisproducten voor huishouden en hygiëne.

    Upland-katoen wordt ook in de Verenigde Staten het meest geteeld en de oogst is vooral geconcentreerd in Texas. Dat is ongebruikelijk voor zo’n belangrijk handelsgewas. Andere gewassen zoals maïs, tarwe en sojabonen kunnen ook worden getroffen door extreme weersomstandigheden, maar zijn geografisch verspreid, zodat een ingrijpende gebeurtenis slechts een deel van het gewas treft, aldus Lance Honig, econoom bij het ministerie van Landbouw. ‘Daarom heeft deze droogte zo’n grote impact op de nationale oogst,’ vertelt Honig.

    ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument’

    Handelaar Sam Clay van Toyo Cotton Company uit Dallas, die upland-katoen inkoopt bij boeren en verkoopt aan fabrieken, vertelt hoe de tegenvallende oogst hem in het nauw heeft gedreven. ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument.’ Dat heeft hij zelf ook ondervonden. ‘Anderhalf jaar geleden kocht ik zes Wrangler-jeans voor 35 dollar per stuk. Nu betaal ik 58 dollar voor een broek.’

    Ten minste 50 procent van de denim in elke jeans van Wrangler en Lee is geweven van katoen uit de Verenigde Staten, en de kosten van dat bestanddeel kunnen meer dan de helft van het prijskaartje uitmaken, aldus Jeff Frye, onderdirecteur duurzaamheid van Kontoor Brands, dat eigenaar is van beide merken. Frye en anderen die in denim handelen, wijzen echter ook op andere factoren die de prijs hebben opgedreven, zoals het verbod op de invoer van katoen uit Xinjiang, hoge brandstofkosten en de complexe logistiek om materialen te transporteren.

    Persoonlijke verzorgingsproducten zoals tampons en gaasverband zijn het meest gevoelig voor stijgende grondstofprijzen. Dat komt omdat ze weinig arbeid of bewerking vergen zoals verven, spinnen of weven, aldus Jon Devine, econoom bij onderzoeks- en marketingbedrijf Cotton Incorporated.

    De prijs van Tampax, de tampongigant die jaarlijks wereldwijd 4,5 miljard doosjes verkoopt, begon vorig jaar snel te stijgen. In een gesprek in januari over verkoopcijfers zei Andre Schulten, financieel directeur van Procter & Gamble dat Tampax maakt, dat ook hij zich vanwege de stijgende kosten van grondstoffen gedwongen zag de prijzen te verhogen.

    Het zondagse winkelpubliek in een Walmart in Alexandria, Virginia, ontgaan deze stijgende prijzen niet. ‘De prijs van een gewone doos Tampax is gestegen van 9 naar 11 dollar,’ aldus Vanessa Skelton, consultant en moeder van een driejarige. ‘En dat zijn maandelijkse kosten.’

    ‘Er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas’

    Volgens katoenboeren kan Washington helpen door de steun te verhogen middels de landbouwwet, die dit jaar door het Congres wordt vernieuwd. Volgens Daniel Sumner, landbouweconoom aan de Universiteit van Californië in Davis, heeft de Amerikaanse belastingbetaler de afgelopen vijf jaar gemiddeld 1 miljard dollar per jaar bijgedragen aan subsidies voor oogstverzekeringen voor de Texaanse katoenboeren.

    Boeren zoals Evans zeggen meer geld te willen voor rampenbestrijdingsprogramma’s om de gevolgen van de toenemende droogte op te vangen, en voor bodembedekkende gewassen die het vocht vasthouden. Ze hopen ook dat de vooruitgang in genetisch gemodificeerde zaden en andere technologieën kan helpen het Texaanse katoen in stand te houden.

    Maar volgens sommige economen heeft het misschien geen zin om een gewas te blijven subsidiëren dat bij opwarming van de aarde in een aantal regio’s niet langer levensvatbaar is. ‘Sinds de jaren dertig zijn overheidsprogramma’s fundamenteel voor de katoenteelt,’ zegt landbouweconoom Sumner. ‘Maar er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas nu het klimaat verandert. Heeft het economisch gezien enig nut om in een landbouwwet te stellen dat West-Texas is gebonden aan katoen? Nee.’

    Op de lange termijn kan dit betekenen dat katoen niet langer het belangrijkste bestanddeel zal zijn voor allerlei producten zoals tampons en textiel, aldus Sumner, ‘en dat we bijvoorbeeld allemaal polyester gaan gebruiken’.

    Lees ook:

  • Japanse yen op laagste niveau sinds 1990

    Japanse yen op laagste niveau sinds 1990

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Strijd om Liz Truss op te volgen is begonnen, Johnson mogelijk kandidaat

    » Geen overeenkomst EU-leiders over prijsplafond voor gas

    Inflatie blijft vooralsnog beperkt in Japan

    De Japanse yen brak donderdag door de grens van 150 yen ten opzichte van de dollar, het laagste niveau in drie decennia. ‘Beleggers blijven alert op verdere interventie door de Japanse autoriteiten om de munt te ondersteunen‘, merkt Financial Times op. De laatste daling kwam toen de Bank van Japan zei dat ze een noodoperatie voor het opkopen van obligaties zou starten, waarbij ze 250 miljard yen (1,7 miljard euro) aan staatsschuld zou opkopen om de rente te drukken, ook al stijgt de langetermijnrente wereldwijd.

    ‘De yen heeft sinds het begin van het jaar meer dan 23 procent van zijn waarde ten opzichte van de dollar verloren als gevolg van de groeiende kloof tussen het ultralosse monetair beleid van de Bank van Japan en de aanscherping [van de kredietvoorwaarden] door de meeste andere grote centrale banken’, merkt de krant op.

    Ondanks een stijging van geïmporteerd voedsel en energie is de inflatie in Japan relatief laag gebleven in vergelijking met de VS en Europa. De kerninflatie, exclusief volatiele voedselprijzen, zal in september naar verwachting uitkomen op 3 procent, tegen 2,8 procent in augustus.

    Lees ook:

  • De wereldeconomie stevent af op recessie in 2023

    De wereldeconomie stevent af op recessie in 2023

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Perseverance vindt mogelijk organisch materiaal op Mars

    » Europees Parlement bestempelt Hongarije als ‘geen democratie meer’

    Renteverhogingen hebben negatief effect op economie

    De wereldeconomie stevent af op een recessie in 2023, concludeert een studie van de Wereldbank, geciteerd door The Wall Street Journal. Het onderzoek wijst op het effect van het beleid van de centrale banken om de inflatie tegen te gaan, met name de snelle stijging van de rente. ‘De wereldwijde groei vertraagt aanzienlijk en zal waarschijnlijk nog verder vertragen naarmate landen in een recessie terechtkomen’, waarschuwde David Malpass, de voorzitter van de instelling.

    Vorige maand waarschuwde Jerome Powell, de president van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, dat hij de rente zou blijven verhogen om de inflatie te beheersen, met het risico dat de werkloosheid zou toenemen. De economische groei in de VS is weliswaar vertraagd, maar is tot dusver redelijk bestand gebleken tegen de renteverhogingen van de Federal Reserve.

    Lees ook:

  • Sri Lankaanse economie staat ‘compleet op instorten’

    Sri Lankaanse economie staat ‘compleet op instorten’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bulgaarse regering moet na zes maanden al aftreden

    » Zorgverleners Maradona beschuldigd van doodslag

    Land hoopt op hulp IMF

    De minister-president van Sri Lanka zegt dat de economie in zijn land ‘compleet op instorten’ staat. Volgens The Wall Street Journal wil regeringsleider Ranil Wickremesinghe zijn medeburgers voorbereiden op onvermijdelijke bezuinigingsmaatregelen, die nodig zijn om hulp van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) te krijgen.

    Sri Lanka heeft te kampen met een inflatie van meer dan 50 procent en er zijn grote tekorten aan energie, voedsel en medicijnen. Ook zijn er scholen gesloten om gas te besparen.

    ‘Als we goedkeuring van het IMF krijgen, zal de wereld ons weer vertrouwen’

    Afgevaardigden van het IMF arriveerden maandag in Sri Lanka, zo meldt de Amerikaanse krant, om eventuele steun te bespreken. ‘Als we goedkeuring van het IMF krijgen, zal de wereld ons weer vertrouwen,’ zei de premier.

    Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het land geconfronteerd met een faillissement. Het risico dat de economische crisis over zal slaan naar naburige landen, blijft volgens de krant beperkt.

    Lees ook:

  • Gokken met graan: hoe westerse speculanten verdienen aan honger in Afrika

    Gokken met graan: hoe westerse speculanten verdienen aan honger in Afrika

    Amerikaanse en Europese handelaren proberen hoge winsten te behalen met tarwespeculatie. De wereldwijde voedselprijzen zijn dan ook nog nooit zo hoog geweest. Met als gevolg dat miljoenen mensen verhongeren.

    Egypte importeert het grootste deel van zijn tarwe. De explosie van de broodprijs in 2011 zorgde voor protesten die uiteindelijk de regering omver zouden werpen. In april van dit jaar kocht de Egyptische staat 350.000 ton tarwe voor 450 dollar per ton, 427 euro. In februari was dat nog 252 dollar voor tarwe van dezelfde kwaliteit.

    In die tussenliggende twee maanden viel Rusland Oekraïne binnen. Beide landen behoren tot ’s werelds belangrijkste graanproducenten. Sancties en oorlog betekenen minder graan. Maar andere landen zijn in het gat gesprongen en verbouwen nu meer graan. Dus er moeten andere factoren in het spel zijn die de prijs van graan en andere basisvoedingsmiddelen opdrijven.

    Onderzoek door de Europese non-profitorganisatie voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports, waar The Continent aan deelnam, wijst uit dat een van de belangrijkste oorzaken van de hoge voedselprijzen ongebreidelde speculatie is. Enkele investeerders hebben handig gebruik gemaakt van de mazen in de Europese en Amerikaanse wetgeving.

    Meer voedsel maar hogere prijzen

    Volgens de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, zijn de voedselprijzen gemiddeld een derde hoger dan vorig jaar. Ze liggen zelfs op het hoogste niveau sinds de organisatie in 1990 de gegevens begon bij te houden. Het Wereldvoedselprogramma verwacht dat hun voedselkosten dit jaar met 50 procent zullen stijgen. Alleen al in West-Afrika nemen die kosten dit jaar toe met 136 miljoen dollar.

    GettyImages 1395731677

    Een officier van het Oekraïense leger inspecteert een graanopslagplaats die door Russische troepen werd beschoten nabij de
    frontlinies van Cherson in Novovorontsovka, Oekraïne. – © John Moore/Getty Images

    Dit is de derde voedselprijzencrisis in vijftien jaar. Een stijging van de voedselprijzen met 1 procentpunt zorgt er volgens de Wereldbank voor dat het aantal mensen dat in extreme armoede leeft met zo’n 10 miljoen toeneemt. Opmerkelijk genoeg is de wereldvoedselproductie in diezelfde vijftien jaar juist toegenomen. Wereldwijd is er momenteel ongeveer een derde meer graan voorradig dan nodig is om iedereen te voeden. En dat ondanks politieke instabiliteit en klimaatverandering.

    Een aanwijzing voor wat er aan de hand is, komt van de Parijse markt voor maaltarwe, de grootste graanmarkt in Europa. In 2018 was ongeveer een kwart van de voedselcontracten op deze markt gericht op speculatie. Dat aantal is inmiddels verdrievoudigd tot driekwart.

    Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken

    Deze markten maken het mogelijk om de toekomstige voedselvoorraad nu al te verkopen. Gewoonlijk verwacht een boer aan het eind van het seizoen een bepaalde hoeveelheid tarwe te oogsten. Een molenaar gaat ermee akkoord om zijn graan tegen een bepaalde prijs te kopen. De boer krijgt geld en kan zo betalen voor kunstmest en alle andere zaken die hij nodig heeft voor het verbouwen van het graan. Uiteindelijk wordt de tarwe geleverd. Maar aan deze gang van zaken is een risico verbonden. Gewassen kunnen mislukken. Oorlogen kunnen uitbreken. Een recordoogst kan tot een prijsval leiden.
    Om dat risico te beheersen kan de molenaar zijn contract voor de hoeveelheid graan verkopen op de termijnmarkt, de markt voor zogenoemde futures. En daar kunnen speculanten opduiken: een investeerder die meteorologische patronen of vraagcycli bestudeert en die erop gokt dat de prijs zal stijgen tegen de tijd van de oogst, koopt dan het contract van de molenaar. Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken en hun inkomens minder wisselvallig te maken dan het weer.

    Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen
    Maar speculatie kan ook te ver gaan. Als er ‘buitensporig’ veel wordt gespeculeerd, kan de stijgende vraag van speculanten die proberen te profiteren van een voorspelde prijsstijging de prijzen van futures dermate doen stijgen dat deze niet meer worden bepaald door vraag en aanbod van het voedsel zelf. En omdat de prijzen van futures worden gebruikt als maatstaf voor de werkelijke tarweprijzen, heeft dit invloed op de prijs van levensmiddelen.

    Vraag en aanbod zijn dan niet langer de belangrijkste arbiters voor de prijs

    Dergelijke speculatie betekent dat een ander soort logica wordt losgelaten op de kosten van levensmiddelen. Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers zoals pensioenfondsen sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen. Volgens deskundigen betekent dit dat de prijs van futures wordt gedicteerd door hun investeringsbeslissingen, die niets te maken hebben met fundamentele marktontwikkelingen.

    Normaal gesproken wordt voedsel gekocht in de verwachting dat het daarna met winst kan worden doorverkocht. Hoe meer voedsel er is, hoe goedkoper het wordt en des te minder winst er wordt gemaakt. Dat betekent dat voedselprijzen geleidelijk van jaar tot jaar veranderen doordat droogte en overstromingen wereldwijd worden afgewisseld met recordoogsten. Maar door te veel speculatie van beleggers die voedsel als handelswaar beschouwen, verandert dat. Vraag en aanbod zijn dan niet langer doorslaggevend voor de prijs. In de afgelopen vijftien jaar heeft dit ertoe geleid dat de voedselprijzen schommelden, terwijl het mondiale aanbod ondertussen stabiel bleef.

    ‘Gokken op honger’

    In gesprek met het consortium van nieuwsredacties zei Olivier De Schutter, de speciale VN-rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten en medevoorzitter van het internationale panel van deskundigen inzake duurzame voedselsystemen, dat bepaalde fondsen ‘gokken op honger, waardoor de honger verergert’. Tussen januari en april werd ten minste 1,3 miljard dollar gestort in twee van die fondsen onder beheer van Teucrium en Invesco; 589 miljoen dollar daarvan kwam in de eerste week van maart binnen. Ter vergelijking: vorig jaar brachten ze 200 miljoen dollar op. De vraag naar aandelen in Teucrium explodeerde en The New York Times meldde dat er geen aandelen meer beschikbaar waren voor mensen die wilden meeprofiteren.

    Afgelopen oktober schreef de tarwefondsmanager van Teucrium op de website van het bedrijf: ‘Terwijl voedselinflatie de wereldeconomie negatief dreigt te beïnvloeden, kunnen goed geïnformeerde beleggers mogelijk profiteren van een trend van stijgende prijzen.’ In een rapport over voedselprijzen dat deze week werd gepubliceerd wijst het panel voor voedselsystemen van De Schutter erop dat de hoge prijzen worden opgedreven door ‘roofzuchtige financiers die weddenschappen afsluiten op voedsel’ en ‘gokken met voedselprijzen’.

    In reactie op de vragen van het consortium zei Teucrium slechts: ‘Investeringsstromen op het gebied van grondstoffen stimuleren de productie, de efficiëntie en de investeringen, wat uiteindelijk resulteert in een betrouwbaarder aanbod van basis(voedsel)producten en verminderde prijsschommelingen op termijn.’

    In Congo verkeren 21 miljoen mensen in een voedselcrisis en nog eens 7 miljoen in een noodsituatie

    Invesco wees extreem weer aan als aanjager van prijsschommelingen en zei: ‘Fundamentele economische factoren zoals marktvraag en aanbodvoorwaarden, bieden de meest consistente verklaring voor de recente prijsontwikkelingen van grondstoffen.’

    Deze week verscheen het zesde Global Report on Food Crises, een samenwerkingsverband van organisaties zoals het Wereldvoedselprogramma. Uit dit rapport blijkt dat van de 90 miljoen mensen in de Democratische Republiek Congo er bijna 21 miljoen zijn die kunnen worden geclassificeerd als ‘verkerend in een voedselcrisis’. Dat houdt in dat mensen maaltijden overslaan en al hun spaargeld moeten aanspreken om te kunnen eten. Nog eens 7 miljoen mensen verkeren in een noodsituatie, wat betekent dat mensen sterven van de honger. De verwachting is dat de stijgende voedselprijzen de honger dit jaar nog zullen verergeren, vooral in Noord-Nigeria, Burkina Faso, Niger, Kenia, Zuid-Soedan en Somalië.

    In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger
    Het effect van voedselspeculatie op de stijging van de voedselprijzen is niet volledig duidelijk, want de voornamelijk westerse markten die gokken met de mogelijkheid van mensen om hun gezin te voeden, zijn niet verplicht hun gegevens in detail te overleggen.

    Toen zich in 2007 een soortgelijke crisis rond de voedselprijzen voordeed, kwamen regelgevers in Europa en de Verenigde Staten in actie. Maar de industrie reageerde door intensief te lobbyen en rechtszaken aan te spannen. De regelgeving die aanvankelijk al zwak was, werd in 2020 nog verder afgezwakt. Het gevolg daarvan is dat voedsel duurder wordt en er weinig mogelijkheden zijn om dat tegen te gaan. In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger.

    Lees ook:

  • Sancties of niet, deze vrouw loodst Ruslands economie de oorlog door

    Sancties of niet, deze vrouw loodst Ruslands economie de oorlog door

    Voor de tweede keer in nog geen tien jaar tijd stuurt Elvira Nabjoelina de Russische economie door woelige wateren. Bronnen beweren dat het hoofd van de Centrale Bank ontslag wilde nemen na de invasie van Oekraïne, maar nu haalt ze alles uit de kast om de oorlogseconomie draaiende te houden.

    Elvira Nabjoelina stond in 2014 amper een jaar aan het hoofd van de Centrale Bank van Rusland toen ze werd geconfronteerd met een instortende roebel en stijgende inflatie. Ze dwong de bank het moderne tijdperk van economische beleidsvorming te betreden, door de rentevoeten fors te verhogen. Met die politiek riskante stap vertraagde ze de economie en legde ze de stijgende prijzen aan banden. Ze kwam internationaal bekend te staan als harde beleidsmaker.

    In de wereld van centrale bankiers, te midden van technocraten die de prijzen onder controle moeten houden en de financiële systemen stabiel, rees de ster van Nabjoelina doordat ze met orthodox beleid een woelige economie wist te controleren die vaak afhankelijk is van de olieprijs. In 2015 werd ze door het tijdschrift Euromoney uitgeroepen tot Centrale Bankdirecteur van het jaar. Drie jaar later zei Christine Lagarde, destijds hoofd van het Internationaal Monetair Fonds, dat Nabjoelina ‘centraal bankieren kon doen zingen’.

    Nu is het opnieuw aan Nabjoelinaom de Russische economie door een diepe recessie te loodsen en het financiële systeem, dat van de rest van de wereld is afgesneden, overeind te houden. Hiervoor werkte ze al jaren aan de de financiële verdediging van Rusland tegen de krachtige sancties die werden opgelegd als reactie op de geopolitieke agressie van president Vladimir Poetin.

    Ingrijpende maatregelen

    Ze zorgde voor de buitengewone opleving van de Russische munt, die binnen enkele dagen na de invasie van Oekraïne op 24 februari een kwart van zijn waarde verloor. De Centrale Bank nam ingrijpende maatregelen om te voorkomen dat grote sommen geld het land uit zouden stromen. Daarmee werd paniek op de markten voorkomen en een potentiële ineenstorting van het banksysteem voorkomen.

    Eind april benoemde het Russische parlement de achtenvijftigjarige Nabjoelina voor nog eens vijf jaar tot hoofd van de Centrale Bank, nadat Poetin haar voor een derde termijn had voorgedragen.

    ‘Ze is een baken van stabiliteit voor het Russische financiële systeem,‘ zegt Elina Ribakova, plaatsvervangend hoofdeconoom van het Institute of International Finance, een mondiale vereniging van financiële organisaties, gevestigd in Washington. ‘Haar herbenoeming is van grote betekenis.’

    Tijdens de vorige crisis wist Nabjoelina een catastrofe in een kans te veranderen. In 2014 werd Rusland opgeschrikt door een dubbele economische schok. De olieprijzen stortten ineen door stijgende productie in de VS en weigering van Saoedi-Arabië om de productie te verlagen. Daar bovenop kwamen economische sancties die werden opgelegd na de Russische annexatie van de Krim.

    ‘Ze is het schoolvoorbeeld van een moderne centrale bankier’

    De roebel kelderde. Nabjoelina greep niet naar traditionele middelen, zoals grote hoeveelheden deviezenreserves uitgeven om de wisselkoers te ondersteunen, maar richtte de aandacht van de bank op het beheersen van de inflatie. Ze verhoogde de rentevoeten tot 17 procent, en die bleven nog jarenlang relatief hoog.

    Het was een pijnlijke maatregel en anderhalf jaar lang kromp de economie. Maar halverwege 2017 bleek ze iets voor elkaar te hebben gekregen wat een paar jaar eerder nog ondenkbaar leek: de inflatie was gedaald tot onder de 4 procent, het laagste percentage sinds het Sovjet-tijdperk.

    ‘Ze is het schoolvoorbeeld van een moderne centrale bankier,‘ zegt Richard Portes, economieprofessor aan de London Business School, die op verschillende conferenties met Nabjoelina in een panel zat.

    ‘Ze deed wat ze moest doen,’ zegt hij, ook al was het politiek lastig. ‘Als je wilt zien hoe het alternatief werkt, hoef je alleen maar naar Turkije te kijken.’ Daar heeft jarenlange politieke inmenging in het beleid van de Centrale Bank de inflatie uit de hand laten lopen, tot 70 procent deze maand.

    Economisch brein van het land

    Onder leiding van Nabjoelina zette de Centrale Bank haar koers tot modernisering voort. De bank verbeterde de communicatie door belangrijke beleidsbeslissingen te plannen, richtsnoeren over het beleid te delen, samen te komen met analisten en in te stemmen met interviews. De Centrale Bank van Rusland werd beschouwd als het belangrijkste economische brein van het land en trok gerespecteerde economen uit de particuliere sector aan.

    Economen uit de hele wereld kwamen naar de jaarlijkse conferentie van de Centrale Bank in Sint-Petersburg en Nabjoelina woonde internationale bijeenkomsten bij, zoals het jaarlijkse symposium van de Federal Reserve in Jackson Hole in Wyoming en bijeenkomsten voor centrale bankiers die de Bank voor Internationale Betalingen in het Zwitserse Basel regelmatig organiseert.

    Nabjoelina wordt omschreven als innemend, doelgericht, altijd goed voorbereid, een voorstander van marktwerking (ondanks haar economische opleiding in het Sovjet-tijdperk) en liefhebber van geschiedenis en opera. Ze werd geboren in Ufa, een stad ruim 1100 kilometer ten oosten van Moskou, die bekendstaat om zijn zware industrie. Ze studeerde aan de Staatsuniversiteit van Moskou, een van de meest prestigieuze scholen van het land, en is getrouwd met een collega-econoom.

    Banken saneren

    Naast haar staat van dienst op het gebied van monetair beleid, oogstte Nabjoelina lof voor haar streven naar een grondige sanering van de bankensector. In haar eerste vijf jaar bij de bank trok ze zo’n vierhonderd bankvergunningen in, wat neerkomt op het sluiten van een derde van de banken in Rusland. Het was een poging om zwakke instellingen uit de weg te ruimen die in haar woorden ‘dubieuze transacties’ verrichtten.

    ‘Het bestrijden van corruptie in de bancaire sector is werk voor zeer moedige mensen,’ aldus Sergej Goerjev, een Russische econoom die het land in 2013 verliet en nu professor is aan Sciences Po in Parijs. In 2006 werd een ambtenaar van de Centrale Bank vermoord nadat hij een krachtige campagne was begonnen om banken te sluiten die verdacht werden van witwassen.

    Toch noemt Guriev haar aanpak gebrekkig, omdat die grotendeels was gericht op particuliere banken. Zo ontstond het morele probleem dat banken in staatshanden het gevoel kregen veel risico’s te kunnen nemen, omdat ze werden beschermd door de overheid, zegt hij.

    Maar de integriteit van Nabjoelina heeft hij nooit in twijfel getrokken, voegt hij eraan toe. Hij kent haar al vijftien jaar en ‘ze is nooit verdacht geweest van enige corruptie’.

    Nabjoelina zou ontslag willen nemen na de invasie in Oekraïne, maar Poetin zou dat niet hebben toegestaan

    Nabjoelina is al twee decennia een hooggeplaatste ambtenaar binnen het regime van Poetin. Voordat ze in juni 2013 directeur van de Centrale Bank werd, was ze iets meer dan een jaar zijn economisch hoofdadviseur. Daarvoor was ze al minister van Economische Ontwikkeling geweest toen Poetin premier was.

    ‘Ze heeft het vertrouwen van de regering en de president,’ zegt Sofya Donets, die van 2007 tot 2019 bij de Centrale Bank werkte en nu econoom is bij Renaissance Capital in Moskou. De afgelopen jaren was het overduidelijk dat allerlei beleidsvragen op financieel gebied werden gedelegeerd aan de Centrale Bank, voegt ze eraan toe.

    Nabjoelina bouwde dat vertrouwen op door de economie van Rusland bestand te maken tegen westerse sancties, vanwege de grote reikwijdte van in het bijzonder de Amerikaanse sancties. In 2014 sloten de Verenigde Staten veel grote Russische bedrijven uit van hun kapitaalmarkten. Die bedrijven hadden echter grote schulden in vreemde valuta, en de vraag rees hoe zij die zouden kunnen aflossen.

    Nabjoelina begon zo veel mogelijk Amerikaanse dollars uit de economie te persen, zodat bedrijven en banken minder kwetsbaar zouden zijn als Washington de toegang tot het gebruik van dollars in het land verder zou beperken.

    Ook zette ze de reserves van de bank, die uitgroeiden tot ruim 600 miljard dollar, om naar goud, euro’s en Chinese renminbi. Tijdens haar ambtstermijn daalde het aandeel van dollars in de bankreserves van ruim 40 procent naar ongeveer 11 procent, zo liet Nabjoelina vorige maand aan het parlement weten. Zelfs nu overzeese reserves van de bank door sancties zijn bevroren, heeft het land ‘voldoende’ reserves in goud en renminbi, vertelde ze het parlement.

    ‘Maar ik vind wel dat ze in feite Poetins oorlogseconomie ondersteunt’

    Andere bescherming tegen de sancties behelst een alternatief voor SWIFT, het wereldwijde uitwisselingssysteem voor banken, dat de afgelopen jaren werd ontwikkeld. Daarnaast veranderde de bank de betalingsinfrastructuur om transacties met creditcards in het land zelf te kunnen verwerken, zodat zelfs het vertrek van Visa en Mastercard minimale gevolgen zou hebben.

    In maart meldden Bloomberg News en The Wall Street Journal op basis van niet-geïdentificeerde bronnen dat Nabjoelina ontslag wilde nemen na de invasie in Oekraïne, maar dat Poetin dat niet toestond. De Centrale Bank ontkende deze berichten.

    De Canadese regering legde haar vorige maand sancties op omdat ze een ‘nauwe bondgenoot van het Russische regime’ zou zijn.

    Goerjev, die recentelijk geen contact heeft gehad met Nabjoelina, denkt dat ze misschien in functie is gebleven vanuit de angst dat door haar aftreden de inflatie uit de hand zou lopen en de Russen zwaarder getroffen zouden worden. ‘Maar ik vind wel dat ze in feite Poetins oorlogseconomie ondersteunt,’ voegt hij eraan toe. ‘Ze doet nu eigenlijk iets waar ze niet voor is aangesteld.’

    Oorlogseconomie

    Nadat Nabjoelina in bijna tien jaar tijd een reputatie wist op te bouwen door de inflatie te beteugelen en traditioneel monetair beleid in Rusland te introduceren, dwongen westerse financiële sancties na de invasie van Oekraïne haar er al snel toe haar voorkeursbeleid op te geven. Ze verhoogde de rente tot 20 procent – meer dan een verdubbeling –, paste strenge kapitaalcontroles toe om geldstromen het land uit te beperken, sloot de aandelenhandel op de beurs van Moskou en versoepelde de regels voor banken om te voorkomen dat kredietverlening vastliep.

    Die maatregelen riepen de aanvankelijke paniek een halt toe en deden de roebel weer opveren, maar de kapitaalcontroles werden slechts gedeeltelijk opgeheven.

    Met een gesloten economie komt Rusland nu in een steile recessie terecht. Op 29 april verlaagde de bank de rentevoet tot 14 procent. Dit toont aan dat de focus niet langer ligt op het bedwingen van financieel noodweer, maar vooral op het minimaliseren van de langdurige gevolgen van de sancties voor huishoudens en bedrijven. Nu de inflatie stijgt moeten bedrijven op zoek naar nieuwe toeleveringsketens, zonder geïmporteerde goederen.

    De inflatie is sterk gestegen en kan dit jaar oplopen tot 23 procent op jaarbasis, voorspelt de Centrale Bank. De totale economie zou met 10 procent kunnen krimpen.

    ‘Het is een zeer onzekere tijd,’ aldus Nabjoelina. 

    Lees ook:

  • De strijd van een Britse voedseljournalist tegen onjuiste inflatiecijfers

    De strijd van een Britse voedseljournalist tegen onjuiste inflatiecijfers

    Jack Monroe, bekend van recepten en voedingsblogs voor mensen met een klein budget, heeft de strijd aangebonden tegen inflatie. Althans, tegen de onjuiste berichtgeving daarover. Want arme huishoudens worden veel harder getroffen dan algemeen wordt aangenomen, aldus de journalist.

    Het is de afgelopen dertig jaar nog niet eerder voorgekomen en het einde lijkt nog niet in zicht: afgelopen december bedroeg de inflatie in het Verenigd Koninkrijk 5,4 procent. De prijsstijgingen treffen veel essentiële sectoren in het hele land: onder meer energie, vastgoed en voeding. ‘De grens van 5 procent, die door de Bank of England pas voor april werd verwacht, werd zes maanden ervoor al overschreden’, schrijft The New Statesman, ‘en ook in de VS bedraagt de consumentenprijsinflatie al meer dan 7 procent, het hoogste niveau in meer dan veertig jaar’.

    Deze hoge percentages zijn schrikwekkend, maar ze geven volgens voedseljournalist Jack Monroe geen volledig beeld van het effect van de stijgende prijzen. De drieëndertigjarige journalist, die in Groot-Brittannië bekend werd met haar recepten voor de kleine portemonnee, werd begin januari wakker in haar woonplaats Southend, luisterend naar Radio Four. Het programma Today meldde dat de inflatie vorig jaar met 5,4 proecnt was gestegen. Voor Monroe klopte er iets niet. ‘Dat cijfer van 5,4 procent begon me echt te irriteren omdat het niet representatief is voor mijn ervaring en voor de ervaringen van miljoenen andere mensen’, zei Monroe tegen The Sunday Times, die met haar sprak nadat ze er een tweet over had gepost die vervolgens leidde tot duizenden views en tot nog veel meer.

    344 procent

    Volgens haar berekeningen tast de inflatie de portemonnee van kansarme gezinnen veel sterker aan dan van meer gefortuneerden, zeker aan de kassa van de supermarkt. ‘Door de kosten voor haar recepten te vergelijken en met bewaarde kassabonnen ter ondersteuning, had Jack Monroe een overzicht van de laagste prijzen en van producten met een goede prijs-kwaliteitverhouding van alle grote supermarkten sinds 2012’, aldus het Londense weekblad. ‘Een jaar geleden kostte 500 gram pasta in haar plaatselijke supermarkt 29 pence, vergeleken met 70 pence vandaag; een stijging van 141 procent. De laagste prijs voor boontjes steeg met 45 procent, de prijs voor rijst steeg 344 procent. In haar stad Southend (ten oosten van Londen) kostte de inhoud van een winkelmandje in 2012 10 pond (12 euro). Tien jaar later moest voor diezelfde inhoud 17,11 pond (20,54 euro) worden neergeteld. ‘En dat terwijl de lonen en uitkeringen niet voldoende zijn gestegen om dit te compenseren’, aldus de blogger.

    Jack Monroe was destijds werkloos en woonde alleen met haar tweejarige zoon. ‘Ze moest het voor elkaar boksen om met een kleine beurs te koken’, schrijft The Sunday Times, en zo kreeg het idee van ‘bezuinigingsrecepten’ vorm, evenals haar strijd tegen voedselonzekerheid waarmee veel mensen in Groot-Brittannië moeten leven.

    ‘De reden dat de rijken zo rijk zijn, is dat ze er in feite in slagen om minder uit te geven’

    ‘Jack Monroe heeft geen ongelijk’, erkent The Financial Times. Volgens de krant maken de uitgaven van de rijkste huishoudens een onevenredig groot deel uit van de totale uitgaven in het VK. ‘Daarom berust het inflatiecijfer sterk op hun koopgedrag.’ Tegelijkertijd, aldus de krant, ‘is het logisch dat de armste huishoudens, die een groter deel van hun inkomen besteden aan noodzakelijke zaken als voedsel of energie, het moeilijker hebben om de stijging van de voedselprijzen te kunnen behappen.’ De voor april geplande stijging van de gasprijzen zal die neerwaartse spiraal alleen nog maar aanwakkeren, verwacht de krant.

    Monroe verwoorde het in The Observer zelf als volgt: ‘Een verzameling van zevenhonderd vooraf gespecificeerde goederen, waaronder lamsbout, slaapkamermeubels, een televisie en champagne, lijkt een bot en duister komisch instrument om de impact van gestegen supermarktprijzen in kaart te brengen, in een land waar twee en een half miljoen burgers in wanhopige omstandigheden zich in het afgelopen jaar gedwongen zagen om zich tot voedselbanken te wenden.’

    De laarstheorie

    Met haar tweets en de artikelen die in de pers aan haar analyse werden gewijd, trok Monroe de aandacht van het Office for National Statistics (ONS), de instantie die verantwoordelijk is voor de publicatie van de inflatiecijfers. ‘Ze werd uitgenodigd voor een gesprek’, aldus The Financial Times, ‘en vervolgens heeft de ONS besloten om zijn methode voor het berekenen van de prijsontwikkeling van verschillende voedingsmiddelen te herzien, door te kijken naar veel meer factoren.’ Tegelijkertijd besloot Monroe een eigen index te lanceren, genaamd Vimes Boots Index, met als doel om ‘de verraderlijke prijsstijging van de meest elementaire basisbehoeften in de supermarkt’, zo goed mogelijk vast te leggen, schreef ze in The Observer.

    De naam Vimes Boots Index, die ze aan haar index gaf, is rechtstreeks geïnspireerd op de geschriften van de Brit Terry Pratchett, een van haar favoriete auteurs. In zijn boek Men at Arms, lanceert de hoofdpersoon, Sam Vimes, een analyse van sociaal-economische ongelijkheid aan de hand van het voorbeeld van laarzen. Die analyse gaat ervan uit ‘dat de rijken het zich kunnen veroorloven om dure, duurzame laarzen te kopen, en daardoor op de lange termijn geld besparen in vergelijking met goedkope laarzen die snel verslijten’ en die daarom dus regelmatig moeten worden vervangen. ‘De reden dat de rijken zo rijk zijn, volgens Vimes, is dat ze er in feite in slagen om minder uit te geven.’

    Die theorie is tot op zekere hoogte van toepassing op kant-en-klaarmaaltijden die in verschillende Britse supermarkten worden aangeboden. De prijzen daarvoor, onbetaalbaar voor de armste huishoudens, ‘zijn min of meer stabiel gebleven’, aldus Jack Monroe. ‘Als zo’n maaltijd van 10 pond in hetzelfde tempo was gestegen als de goedkoopste rijst, zou die nu 44 pond kosten’, rekende ze voor in The Sunday Times. ‘En ik denk dat we dan in dit land een revolutie zouden zien, of iets wat daarbij dicht in de buurt zou komen.’

    Lees ook:

  • Wordt espresso in Italië een luxe voor de rijken?

    Wordt espresso in Italië een luxe voor de rijken?

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Directeur Greenpeace wordt klimaatgezant voor de Duitse regering

    » Mexico wil ‘pauze’ in de betrekkingen met Spanje: ‘Wij willen niet bestolen worden’

    Koffieprijs blijft stijgen

    De prijs van een espresso, de drank die dagelijks zo’n 5,5 miljoen Italianen op gang helpt, ligt onder vuur. Sinds jaar en dag schommelde de prijs rond de 1 euro, maar vorig jaar ging die op veel plekken naar 1,10 euro. Volgens sommige experts kunnen de kosten dit jaar verder stijgen tot wel 1,50 euro, aldus The Independent.

    Die inflatie is gedeeltelijk te wijten aan de pandemie, die ook de prijzen voor energie en andere boodschappen heeft beïnvloed. Maar ook klimaatverandering speelt een belangrijke rol. De stijgende kosten van espresso zijn namelijk het gevolg van hogere prijzen op de grondstoffenmarkt, voor zowel arabica- als robustabonen. Vorst, droogte, overstromingen en onvoorspelbare weerpatronen hebben de productie in landen als Brazilië en Vietnam, waar veel grondstoffen vandaan komen, geraakt en consumenten beginnen dat nu te voelen.

    Volgens Furio Truzzi van Assoutenti, een Italiaanse organisatie voor consumentenrechten, zullen hogere espressoprijzen ’een dagelijks ritueel transformeren tot een luxe voor de rijken’.

    Lees ook:

  • Thailand zucht onder stijgende voedselprijzen

    Thailand zucht onder stijgende voedselprijzen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Meer dan 10 miljard coronavaccins wereldwijd toegediend

    » Indringers maakten grote winst door fout op NFT-veilingsite

    Inflatie in Thailand

    Thailand zucht onder inflatie. Armere huishoudens zitten na twee jaar pandemie zonder geld en kleine bedrijven zagen hun winsten verdampen. Ondertussen hebben stijgende olieprijzen de kosten verhoogd in de toeleveringsketens, productielijnen en transportnetwerken voor belangrijke goederen zoals diervoeder. Sinds begin dit jaar steeg de prijs van varkensvlees ook nog eens met 40 procent door een uitbraak van varkensgriep. Daardoor kopen armere gezinnen meer kip, hetgeen de prijzen van pluimvee en eieren opdrijft, schrijf Al Jazeera.

    Met het Chinese nieuwjaar in aantocht op 1 februari, een periode waarin normaal gesproken fors geld wordt uitgeven waardoor de economie opleeft, houden gezinnen nu de hand op de knip.

    Lees ook:

  • Waarom inflatie toch goed is voor je portemonnee

    Waarom inflatie toch goed is voor je portemonnee

    Wees gerust. Inflatie is knap nadelig voor de 1 procent, maar helpt de rest. Waar het volgens deze journalist om gaat is het volgende: inflatiepaniek draait om klassenstrijd tussen crediteuren en debiteuren.

    Keuze uit het archief

    Nu we weer worden doodgegooid met hoge inflatiecijfers en voorspellingen van een recessie, kunnen we een artikel als dit goed gebruiken. Een van de lessen: we moeten vooral niet in paniek raken. En daar is ook geen enkele reden toe. Tenzij je tot de allerrijksten hoort – maar ook in dat geval zijn de zorgen maar relatief.
    Nu klinkt deze boodschap wel heel cru voor de velen die moeite hebben hun (gas)rekeningen te betalen. Maar de achterliggende theorie zet op zijn minst aan het denken. Want inderdaad: als grote mediabedrijven zich massaal op iets storten, is het een goed idee om even stil te staan bij wat er echt aan de hand is, en waarom.

    Het meestgelezen verhaal op de website van The New York Times op 10 november ging over inflatie en was beangstigend: ‘De inflatie piekte in oktober, waardoor in Washington de hoop vervloog dat de prijsstijgingen zouden vertragen’. The Washington Post opende met een even alarmerend bericht: ‘De prijzen zijn in oktober 6,2 procent gestegen vergeleken met vorig jaar, de grootste stijging in dertig jaar. De inflatie zet de economie onder druk.’

    Kort daarna maakten tv-zenders, die de Times en de Post doorgaans op de voet volgen, verschillende onnauwkeurige nieuwsitems. CNN had bijvoorbeeld al een slordig portret van een groot gezin in Texas dat de gevolgen van de inflatie voelt door de grote hoeveelheden melk die het koopt.

    Paniek over inflatie schept op een handige manier de voorwaarden om de macht van werkenden te verzwakken

    Als grote mediabedrijven zich massaal op iets storten, zoals in dit geval, is het een goed idee om even stil te staan bij wat er echt aan de hand is, en waarom. Waar het om gaat is het volgende: inflatiepaniek draait om klassenstrijd. Sterker nog, misschien is het wel de ultieme klassenstrijd: die tussen crediteuren en debiteuren. Het is een strijd die al sinds de oprichting van de Verenigde Staten aan de gang is.

    Dat komt doordat inflatie doorgaans goed is voor de meesten van ons, maar akelig voor mensen die grote mediabedrijven bezitten of die bijvoorbeeld grote mijnbedrijven hebben opgericht. En paniek over inflatie schept op een handige manier de voorwaarden om de macht van werkenden te verzwakken.

    De verhalen in de media over inflatie ontstonden nadat de inflatiecijfers voor oktober waren gepubliceerd door het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics (BLS), dat onder het ministerie van Arbeid valt. Het BLS stelde vast dat de prijzen van alle goederen in oktober met 0,9 procent waren gestegen. Met andere woorden, producten waarvoor je in september gemiddeld 10 dollar betaalde, kosten nu een afschrikwekkende 10,09 dollar. Ook zijn de prijzen nu over het algemeen 6,2 procent hoger dan een jaar geleden. Dus iets wat in oktober vorig jaar 10 dollar kostte, is nu 10,62 dollar waard. 

    Reële waarde

    De berichtgeving hierover van zowel de Times als de Post was misleidend. Door de kop van de Post – ‘De prijzen stegen in oktober met 6,2 procent vergeleken met vorig jaar’ – lijkt het alsof de prijzen met 6,2 procent stegen in oktober, met andere woorden: in één maand. Vergelijkbaar toonde de Times een grafiek waarin stond dat de prijzen stegen ‘met 6,2 procent in oktober’. Dat zou een groot probleem zijn. Maar gelukkig was dat niet het geval. 

    Waarom spreekt inflatie dan zo tot de verbeelding van de grote mediabedrijven? Dat is eenvoudig. Ten eerste vermindert inflatie de reële waarde van schulden. In 2020 hadden Amerikaanse gezinnen ongeveer 14,5 biljoen dollar aan schulden in de vorm van hypotheken, creditcards, studieleningen en andere zaken. Inflatie van 6,2 procent betekent dat de reële waarde van die 14,5 biljoen dollar nu nog maar 13,65 biljoen is in vergelijking met vorig jaar. Met andere woorden: de inflatie van het afgelopen jaar heeft in feite 850 miljard dollar aan vermogen verschoven van crediteuren naar debiteuren. En dat is veel geld. 

    De meeste mensen zijn een mengeling van crediteur (je hebt bijvoorbeeld een bankrekening) en debiteur (je hebt een hypotheek en studieleningen). Eigenlijk kun je stellen dat degenen aan de absolute top van de inkomensschaal een grote cheque van 850 miljard hebben uitgeschreven aan alle anderen. En je kunt wel bedenken dat die mensen aan de top daar niet blij mee zijn.

    Werknemers die loonsverhoging krijgen, hebben meer dollars om hetzelfde bedrag aan schulden af ​​te betalen

    Ten tweede gaat inflatie meestal samen met economische groei, waarbij de werkloosheidscijfers laag zijn en de werknemers de macht hebben om hogere lonen te eisen. Dat is wat er nu gebeurt: terwijl de prijzen het afgelopen jaar met 6,2 procent stegen, gingen de lonen van gewone mensen met 5,8 procent omhoog. Met andere woorden: de inflatie heeft nauwelijks invloed gehad op hun koopkracht. En met bijna driehonderd stakingen in de VS dit jaar gebruiken werknemers vaker dan ooit hun macht om beter betaald te krijgen. Inflatie kan een groot probleem zijn voor werknemers, als ze die niet gecompenseerd krijgen in hogere lonen, maar lijkt dat vandaag de dag dus onwaarschijnlijk.

    Bovendien had de gemiddelde Amerikaan de afgelopen tijd ongeveer 65.000 dollar aan schulden. En terwijl de inflatie de reële waarde van elke dollar aan inkomen verminderde – met andere woorden, de waarde ten opzichte van tastbare dingen – gebeurde hetzelfde met de reële waarde van elke dollar aan schulden. Werknemers die loonsverhoging krijgen, hebben meer dollars om hetzelfde bedrag aan schulden af ​​te betalen.

    Twee vliegen in één klap

    Voeg je deze twee dingen samen – verminderde waarde van activa en hogere lonen voor werknemers – dan begrijp je waarom de rijken die de VS runnen een bloedhekel hebben aan inflatie. Maar ze hebben de mogelijkheid twee vliegen in één klap te slaan. De Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, kan de rente verhogen. Dat zou de economie vertragen en de werkloosheid verhogen, waardoor de onderhandelingsmacht van de werknemers zou afnemen. Minder onderhandelingsmacht betekent lagere of geen loonstijgingen, wat zich uiteindelijk zal vertalen in minder inflatie.

    En daar is inflatiepaniek op gericht: op het creëren van een economie met hogere werkloosheid, lagere groei en meer bange werknemers. Of de Amerikaanse crediteuren dit kunnen bewerkstelligen valt nog te bezien, maar we moeten ons geen illusies maken over wat ze aan het proberen zijn. En we moeten ze zeker niet helpen. 

  • Inflatie in Polen bereikt hoogste punt in twee decennia

    Inflatie in Polen bereikt hoogste punt in twee decennia

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië: Frankrijk heeft verkeerde man gearresteerd voor moord Khashoggi

    » Chili kent gelijke rechten toe aan homohuwelijk

    Poolse inflatiecijfer stijgt al vijf maanden lang

    De inflatie in Polen bereikte in november 7,7 procent op jaarbasis. Het is de vijfde opeenvolgende maandelijkse stijging en het hoogste cijfer in meer dan twee decennia. De inflatie in Polen is de afgelopen twee jaar consequent een van de hoogste in de EU geweest en wordt met name gedreven door stijgende energie- en voedselprijzen, schrijft Notes from Poland.

    De voorlopige berekening die dinsdag werd gepubliceerd door GUS, het Poolse statistiekbureau, ligt boven de voorspelde 7,4 procent.

    De inflatie in november van 6,8 procent was 1,3 procentpunt hoger dan in oktober. Het is ook het hoogste cijfer sinds december 2000, toen de inflatie 8,5 procent bereikte. De energieprijzen stegen in november met 13,4 procent op jaarbasis en met 2,7 procent sinds oktober, grotendeels als gevolg van stijgende stookkosten. De brandstofprijzen stegen met 36,6 procent ten opzichte van november vorig jaar en met 2,2 procent ten opzichte van vorige maand. De effecten worden veroorzaakt door de wereldwijd stijgende olieprijzen en door de zwakke munt van Polen.

    Lees ook:

  • Inflatie in de VS bereikt hoogste punt in dertig jaar

    Inflatie in de VS bereikt hoogste punt in dertig jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Eerste vrouwelijke premier van Zweden treedt al na een paar uur af

    » Duitsland: SPD, Groenen en FDP verenigd door hun ‘geloof in vooruitgang’

    VS kampt met grootste prijstoename sinds 1990

    In oktober was de inflatie van prijzen in Amerika voor een groot aantal dagelijkse producten hoger dan verwacht. De inflatie bereikte volgens het Amerikaans ministerie van Arbeid zelfs het hoogste punt in meer dan dertig jaar, bericht CNBC. De CPI, de consumentenprijsindex die bestaat uit een pakket met producten variërend van benzine en gezondheidszorg tot boodschappen en huur, steeg met 6,2 procent ten opzichte van een jaar geleden. Dat is de grootste toename sinds december 1990. De reële lonen na inflatie zijn van september tot oktober met 0,5 procent gedaald, als gevolg van een stijging van de gemiddelde uurlonen met 0,4 procent die meer dan teniet werd gedaan door de stijging van de CPI, schrijft het Amerikaanse tv-station.

    Ondanks de tegenvallende cijfers zeggen Fed-voorzitter Jerome Powell en minister van Financiën Janet Yellen dat de huidige prijsdruk tijdelijk is en verband houdt met corona. Ze erkennen dat de inflatie hardnekkiger is dan verwacht, maar rekenen op normalisering in de loop van volgend jaar.

    Lees ook:

  • Filipijnen vrezen hoge olieprijs

    Filipijnen vrezen hoge olieprijs

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Klimaatcrisis treft Afrika

    » Wenen stript op OnlyFans

    ‘Wij zijn geen olieproducerend land’

    De huidige brandstofprijzen bedreigen het economische herstel van de Filipijnen na de pandemie. ‘Stijgende prijzen voor ruwe olie en de koers van de peso ten opzichte van de Amerikaanse dollar, kunnen van invloed zijn op de gewenste groei van het bruto binnenlands product voor de rest van het jaar’, aldus Vic Dimagiba, voorzitter van de Filipijnse consumentenorganisatie Laban Konsyumer en voormalig onderminister van Handel, geciteerd door Rappler in Manila. ‘Wij zijn geen olieproducerend land. De prijzen van ruwe olie en van alternatieven zoals steenkool zijn gestegen. De meeste van onze energiecentrales gebruiken kolen, dus de kosten lopen op.’ Olieprijzen zijn wereldwijd de afgelopen weken enorm gestegen door een aanbodtekort en herstel van de vraag. Goldman Sachs voorspelt tot het einde van het jaar olieprijzen tot 90 dollar per vat.

    Volgens minister van Financiën Carlos Dominguez komt de inflatiedoelstelling van de Filippijnen van 2 procent tot 4 procent in gevaar als de olieprijzen stijgen tot boven de 90 dollar. De gemiddelde inflatie van januari tot en met september bedroeg al 4,5 procent.

  • Algerije zucht onder hoge voedselprijzen | Biden: Rusland achter cyberaanval

    Algerije zucht onder hoge voedselprijzen | Biden: Rusland achter cyberaanval

    Algerije zucht onder hoge voedselprijzen

    Half april, aan het begin van de Ramadan, luidde Mustapha Zebdi, voorzitter van de Algerijnse Vereniging voor Consumentenbescherming (Apoce), al de noodklok over de stijgende voedselprijzen in Algerije. ‘In veel opzichten is deze Ramadan een van de moeilijkste in tijden. We bevinden ons nog steeds in een pandemie en in een moeilijke sociaal-economische situatie met een onstabiele markt.’ Zebdi had een vooruitziende blik, zo blijkt uit een bijdrage van columnist Kenza Adil, in TSA, een online nieuwsmedium uit Algerije. ‘We zien een nieuw scenario. Gewoonlijk stijgen de prijzen van groenten en fruit in Algerije aan het begin van de Ramadan en keren ze na de eerste week terug naar normaal niveau. Maar gedurende deze Ramadan heeft de opwaartse trend zich alleen maar voortgezet.’

    Op de markten in hoofdstad Algiers die Adil vorige week bezocht waren de prijzen allesbehalve gedaald. Sterker nog, schrijft Adil, de prijzen grenzen soms aan het onfatsoenlijke. Fruit is onbetaalbaar. Vers aangevoerde kersen worden verkocht voor bedragen tussen de 2.500 en 5.000 Algerijnse dinar (15 tot 30 euro) per kilo. Een kilo lokaal geteelde appels kost 900 dinar (5,50 euro), perziken gaan voor 750 dinar (4,60 euro) en nectarines voor 850 dinar(5,20 euro).

    ‘Mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren’

    De mensen die Adil op de markten spreekt, zijn vol ongeloof: ‘Ondanks alle beloftes van de overheid over prijsbeheersing, zijn de prijzen nog nooit zo absurd hoog geweest,’ zegt een zestigjarige. ‘Kijk nou. Alles is er, maar alleen de rijken kunnen hun manden vullen en mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren. Er is geen genade voor ons, zelfs niet tijdens de heilige maand! Ik kan alleen nog op God vertrouwen, dat is alles!’

    Op alle markten is het verhaal hetzelfde: er is een grote keuze uit groenten en fruit, maar die is onbetaalbaar voor grote lagen van de bevolking. Volgens een verkoper zijn het vooral buitenlanders die zijn producten kopen. ‘Die hebben meer koopkracht.’

    Lees ook:

    Het leed is te lezen in de ogen van de mensen die over de markt dwalen, schrijft Adil. Veel mensen kopen nu slechts zeer kleine hoeveelheden. ‘Vroeger was alleen het vlees te duur. Nu kunnen we onze mand niet eens met groenten vullen,’ zegt een man tegen hem. ‘En wat fruit betreft, zelfs het zogenaamde seizoenfruit is een luxe geworden.’ Een vrouw mengt zich in het gesprek: ‘Over welk fruit heb je het? De bananen die uit Ecuador komen, kosten evenveel als een kilo mispels die hier worden geproduceerd. Dit gaat nergens meer over!’

    ‘Sinds enkele maanden zijn de prijzen van alle consumentenproducten onderhevig aan aanzienlijke inflatie’, schrijft Adil. ‘Met ongekende prijsstijgingen bracht Ramadan de genadeslag toe aan de middelste lagen van de bevolking. Bij gebrek aan controle, gaven handelaren zich over aan hectische speculatie en ze legden hun dictaat op. Zullen deze idiote prijzen nu kalmeren na Ied al-Fitr [het Suikerfeest]?’ Algerijnen zullen na vandaag, als de Ramadan eindigt, antwoord krijgen op die vraag.


    Biden beschuldigt Rusland van cyberaanval

    De Amerikaanse president Joe Biden beschuldigt hackers, ‘gevestigd in Rusland’, van de recente cyberaanval op Amerikaanse pijpleidingen. ‘Op dit moment hebben onze inlichtingendiensten geen bewijs van Russische betrokkenheid’, zei de Amerikaanse president, maar ‘er zijn aanwijzingen dat actoren en eisers van ransomware zich in Rusland bevinden’.

    De federale politie zei eerder in een verklaring dat het Darkside-netwerk verantwoordelijk was voor de aanval vorige week op de netwerken van Colonial Pipeline, een van de grootste Amerikaanse beheerders van pijpleidingen, die bijna de hele oostkust van benzine en diesel voorziet, aldus CNN. Door veel experts wordt de criminele groep Darkside ervan verdacht onder een hoedje te spelen met Moskou.

    Om de infrastructuur te beschermen heeft Colonial Pipeline afgelopen vrijdag alle operaties stopgezet, waardoor de olievoorziening in het noordoosten van het land in gevaar komt. De situatie blijft ‘wisselvallig’, liet het bedrijf maandag weten. Het netwerk zal ‘gefaseerd’ worden heropend, met als doel de meeste activiteiten tegen het einde van de week weer te kunnen hervatten.

    Lees ook:


    Win-winsituatie als Groot-Brittanië de oorlog met Frankrijk verliest

    Columnist Ed Cumming betoogt op humoristische wijze in The Guardian dat Londen hoe dan ook verslagen tevoorschijn zal komen uit de visserij-oorlog met Parijs. Hij vindt dat aanbevelenswaardig.

    ‘Als deze week iets heeft aangetoond’, schrijft Cumming, ‘is het dat oorlog met Frankrijk een van de weinige dingen is die de steun van alle partijen geniet. Brexiteers zijn blij omdat ze vooral hunkeren naar gewapende conflicten met de arrogant frogs [‘frogs’ is de Britse scheldnaam voor Fransen]. Remainers zijn blij omdat ze altijd zeggen dat Brexiteers hunkeren naar een gewapend conflict met de arrogant frogs, en ze hunkeren naar gelijk, ook al strijden ze voor een verloren zaak.

    ‘In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid’

    Behalve dan geld krijgen van de overheid om niet te werken, was het de afgelopen jaren moeilijk om een ander idee te vinden dat door iedereen met zoveel enthousiasme wordt omarmd. In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid.

    Ik heb net zoveel zin in het conflict als ieder ander, tenzij je op het Isle of Wight woont, maar ik ben bang dat onze bewindvoerders niet goed hebben nagedacht over de implicaties. Want er zal maar één winnaar zijn: Frankrijk. Ondanks al het gepraat over overgave door de Fransen, kunnen er geen duidelijkere lessen uit de geschiedenis worden getrokken. Telkens als wij Frankrijk versloegen, in de Napoleontische of Zevenjarige Oorlogen, deden we dat met Duitse hulp. Als we het alleen probeerden te doen, moesten we naar huis rennen met onze bulldogstaartjes tussen de benen; tijdens de Honderdjarige Oorlog, de oorlog van 1778, de Normandische verovering. Ik weet niet zeker of mevrouw Merkel daar op zit te wachten.

    Hoop

    Er zullen enkele vroege momenten van hoop zijn. Onder leiding van Dominic Raab in volledige uitrusting met scheenbeschermers, zal de SAS [de Britse commandotroepen] met parachutes uit hun vliegtuigen springen en onze voorouderlijke drankmagazijnen aan de overkant van het Kanaal in beslag nemen. De burgers van Calais zullen onder dwang les burgers Anglais krijgen die ze in de jaren 90 zo grof hadden durven weigeren [Burger King sloot in 1997 negenendertig restaurants in Frankrijk wegens gebrek aan belangstelling].

    Maar het zal niet lang duren. Na verloop van tijd zal het Vreemdelingenlegioen door Oxford Street marcheren, terwijl hun generaals Mr. Bean-dvd’s en Oasis-albums plunderen uit het rokende wrak van winkelketen HMV. Rowan Atkinson zal uiteindelijk in de stijl van Saddam uit zijn bunker worden gehaald, en worden gedwongen om twintig uur per dag Mr. Bean-sketches op te voeren. De koningin zal worden verbannen naar Balmoral in de nieuwe onafhankelijke vazalstaat Schotland, en worden vervangen door marionet Arsène Wenger als overgangsleider. Als Macron uiteindelijk zijn nieuwe onderkomen aan Downing Street binnenstapt, zal hij meewarig zijn hoofd schudden over de verdorven extravagantie van het aanwezige behang, die laatste ademtocht van de huidige kwaadaardige en corrupte regering.

    Mijn familie is komen aanwaaien in 1066 en ik ben in tweestrijd. Ben ik blij dat we de oorlog met Frankrijk zullen verliezen? Het is moeilijk te zeggen. Volgens hun gewoonte zullen onze nieuwe leiders elke open plek van elk plukje gras ontdoen en het vervangen door dat rare roze grind waar ze zo geobsedeerd door zijn. Eton behoudt zijn naam, maar zal een nieuwe rol krijgen als Ecole Technocratique Nationale.

    Omdat onze vakantiesteden niet langer in staat zullen zijn zich te profileren in patriottische oppositie met hun Franse tegenhangers, zullen ze verlaten worden, met desastreuze gevolgen voor de huizenprijzen. Marmite- en baked beans-fabrieken zullen worden opgeblazen. In plaats van een Byzantijnse dans van samenzwering en interviews, zal de nieuwe serie van Line of Duty een zes uur durende versie worden van geile studenten die door agenten in elkaar worden geslagen. Nu Daft Punk is opgeheven, zal er geen hoofdact voor Glastonbury zijn. Koffie wordt ondrinkbaar en, vreemd genoeg, thee ook.

    ‘Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn’

    Maar het zal niet allemaal zo beroerd zijn. Frankrijk wordt soms omschreven als een paradijs dat wordt bevolkt door mensen die denken dat ze in de hel leven, het tegenovergestelde van Surrey, dus. Er zullen voordelen zijn: een gekookt ontbijt wordt verboden, en worden vervangen door een ontbijt op kamertemperatuur en lunch wordt verplicht. Pret a Manger wordt in beslag genomen door de staat, tijdelijk worden omgedoopt tot Ready to Eat en vervolgens met de grond gelijk gemaakt om anderen een kans te geven. Gekonfijte eend uit blik hoeft niet meer in de kofferbak van gezinsauto’s te worden gesmokkeld, maar zal in elke kiosk verkrijgbaar zijn.

    Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn. De prijs van Greggs worstenbroodjes zal door de staat worden gelimiteerd. Het zal geld kosten om op de snelwegen te rijden, maar ze zullen allemaal in uitstekende staat zijn.

    In plaats van onze politici te berispen voor buitenechtelijke escapades, worden we gedwongen ze te bejubelen en in plaats daarvan zullen we iedereen uitschelden die de fout maakte met hun geliefde te trouwen. Het zal onmogelijk zijn om een baan te krijgen, maar ook om ontslagen te worden. Iedereen zal minder werken, maar op onverklaarbare wijze productiever zijn. Iedereen gaat op 62-jarige leeftijd met pensioen, behalve machinisten die al op 52-jarige leeftijd met pensioen gaan. Alle ouders krijgen toegang tot goedkope kinderopvang. We zullen een volkslied hebben met een herkenbaar deuntje.

    Als we de oorlog met Frankrijk verliezen, is Engeland de winnaar.’

    Lees ook:

  • In Argentinië komt de crisis niet terug. Hij is nooit weggeweest

    In Argentinië komt de crisis niet terug. Hij is nooit weggeweest

    Of er een vloek op de Argentijnse economie rust, vraagt deze journalist zich af. Het land is al vijf keer van munt veranderd, lijdt onder torenhoge inflatie en is als gevolg van de mondiale crises de grootste debiteur van het Internationaal Monetair Fonds.

    In het rampjaar 2020 stortte de Argentijnse economie in. Uit officiële cijfers blijkt dat er sprake is van een krimp van 10 procent. Samen met die in Peru is dat de grootste van het hele Latijns-Amerikaanse continent – als we de Venezolaanse catastrofe buiten beschouwing laten.

    Toen de Argentijnse economie in 2002 in een vrije val terechtkwam, was de krimp maar een fractie groter, namelijk 10,9 procent. De inflatie is gigantisch (deze bedroeg de afgelopen twaalf maanden 38,5 procent en blijft toenemen), de peso wordt steeds minder waard en de reserves van de Centrale Bank bedragen nog geen 3 miljard dollar. Vier op de tien Argentijnen leeft in armoede. Op macro-economisch niveau is de situatie zeer alarmerend. 

    GettyImages 1228035184
    Vrijwilligers delen maaltijden uit in Buenos Aires. Door inflatie zijn de prijzen voor voedsel flink gestegen. – © Carol Smiljan / NurPhoto / Getty

    Maar Argentinië is gewend aan de cyclus van vallen en opstaan en aan een relatieve economische achteruitgang. Sinds 1921, nu precies een eeuw geleden, toen het een van de rijkste landen ter wereld was en het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking gelijk was aan dat van Frankrijk en Duitsland, kent het land een gemiddelde inflatie van 105 procent per jaar en moest het noodgedwongen vijf keer van munt veranderen: tot 1969 had je in Argentinië de peso moneda nacional, daarna kwam de peso ley (tot 1983), vervolgens kreeg je de peso argentino (tot 1985), die werd vervangen door de austral (tot 1991) en nu is de peso de Argentijnse munt. Sinds 1980 is Argentinië, als enige land ter wereld, tot vijf keer toe gestopt met het aflossen van zijn buitenlandse schuld. Er is geen land dat zo’n hoge schuld heeft bij het IMF, er moet 44 miljard dollar worden terugbetaald. 

    Uitstel van betaling

    Toen de peronist Alberto Fernández in december 2019 president werd stond het land er slecht voor. Weer kon Argentinië zijn schulden niet aflossen en het zat al drie jaar in een recessie. En toen, een paar weken later, was daar de pandemie. Minister van Economische Zaken Martín Guzmán moest op twee fronten tegelijk strijd leveren. Tijdens lange videovergaderingen met particuliere schuldeisers moest hij opnieuw onderhandelen over de af te lossen schulden. Hij sleepte er uitstel van betaling uit en wist de rente aanzienlijk te laten dalen. Dat gaf een beetje lucht. Nu probeert hij het IMF zover te krijgen dat ze ermee akkoord gaan om de terugbetaling van het geleende geld over een langere periode uit te smeren. 

    Op het andere front was het voor Guzmán nog ingewikkelder: hoe moest de overheid subsidie verlenen aan bedrijven en inwoners die vanwege corona hun activiteiten moesten stilleggen? Argentinië had immers geen toegang tot de kredietmarkten. De minister had geen andere keuze dan de geldpers te laten draaien.

    In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken

    In 2020 heeft de Argentijnse Centrale Bank meer dan 1,2 biljoen peso bij laten drukken (het geld werd door drukkerijen in Brazilië en Spanje gedrukt omdat de Argentijnse geldpersen al 24 uur per dag draaiden), met het risico dat de inflatie toeneemt. En dat lijkt nu het geval te zijn. Afgelopen januari zijn de prijzen met 4 procent gestegen.  

    Desondanks blijft het land doordraaien. Een goed voorbeeld van die continuïteit, ondanks alle tegenslagen die Argentinië in het verleden en momenteel moet trotseren, is Galfione y Cia, een garenfabriek die door Hugo Galfione in 1947 is opgericht, toen Juan Domingo Perón president van Argentinië was. Hugo’s kleinzoon, Luciano Galfione, is nu directeur van het bedrijf. De familie Galfione heeft onvoorstelbaar moeilijke tijden het hoofd weten te bieden, zoals na 2001 de hyperinflatie en de periode van de ruilhandel. Luciano Galfione betaalt maandelijks honderdvijftig salarissen uit, staat aan het hoofd van drie fabrieken en overleeft dankzij de binnenlandse markt. 

    Een verklaring voor de moeizame duurzame groei en de enorme inflatiedruk moet gezocht worden in de binnenlandse markt: de Argentijnse economie staat tamelijk los van de internationale handel. Je hoeft alleen maar naar Chili te kijken – een land met 19 miljoen inwoners, Argentinië telt 44 miljoen – om een idee hiervan te krijgen.

    Chili exporteert voor ongeveer 70 miljard dollar en importeert voor ongeveer 59 miljard dollar. Argentinië daarentegen exporteert voor iets meer dan 60 miljard, vooral graan en vlees, en importeert voor ongeveer hetzelfde bedrag. Galfione grapt: ‘Moet je eens zien hoe rijk het land zou zijn als het zich niks van de Argentijnen aan zou trekken.’

    In 1984, toen Argentinië een van de meest akelige dictaturen de rug kon toekeren, kwam econoom en Nobelprijswinnaar Paul Samuelson met een soortgelijke gedachte, zonder grappig te willen zijn: ‘Argentinië is het klassieke voorbeeld van een economie waar de relatieve stagnatie niet het gevolg is van het klimaat, de rassenongelijkheid, de malthusiaanse armoede of de technologische achterstand. Het lijkt wel of de samenleving en niet de economie ziek is.’ 

    Vorige regering

    De peronistische regering van Alberto Fernández houdt de vorige regering van de liberaal Mauricio Macri (2015-2019) verantwoordelijk voor de huidige crisis. Het klopt dat de peso 40 procent van zijn waarde verloor en dat de gigantische lening van het IMF grotendeels is weggevlogen in wanhopige pogingen het begrotingstekort te dichten en in speculaties (een groot deel van de 44 miljard dollar die Argentinië kreeg is naar het buitenland gegaan of verdwenen in kluizen).

    Toen tijdens de voorverkiezingen in augustus 2019 duidelijk werd dat de peronisten een comeback zouden maken kelderden de beurzen en devalueerde de peso met nog eens 38 procent. Om te voorkomen dat de boel zou instorten werd deviezencontrole van kracht. Maar Macri had op zijn beurt ernstige problemen geërfd van zijn voorgangster Cristina Fernández de Kirchner, de huidige vicepresident. 

    ‘De ene crisis stapelt zich op de andere,’ zegt Diego Sánchez-Ancochea, docent Politieke Economie aan de universiteit van Oxford. ‘Argentinië komt maar niet uit de crisis: in de jaren tachtig werd de staatsschuld groter, in de jaren negentig probeerde men via privatiseringen de problemen op te lossen, en met de crisis van 2001 en 2002 via wisselkoersen. Er worden maatregelen getroffen maar de structurele problemen worden nooit opgelost. De crisis komt niet terug, nee, de crisis is nooit weggeweest.’ 

    De crisis van de peso is chronisch. Decennia van hoge inflatie en waardevermindering van de peso plus het corralitotrauma van 2001-2002 (de bevriezing van bankrekeningen, waardoor de Argentijnen bijna een jaar lang niet bij hun geld konden; toen de maatregel werd opgeheven bleken hun dollartegoeden getransformeerd te zijn in gedevalueerde peso’s) hebben ervoor gezorgd dat Argentinië een land is met twee munten. Zo worden de prijzen op de vastgoedmarkt uitgedrukt in dollars. 

    Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’

    ‘De dollar is niet zomaar een variabele, maar een thermometer die aangeeft hoe het is gesteld met de economie en de politiek, en ook een instrument om geld te sparen,’ stelt Mariana Luzzi, die samen met Ariel Wilkis het boek El dólar, historia de una moneda argentina (‘De dollar, geschiedenis van een Argentijnse munt’) schreef. Argentinië zal nooit de hoeveelheid dollars kunnen genereren die het land nodig heeft, waardoor deviezencontrole  (particulieren mogen niet meer dan tweehonderd dollar per maand kopen) noodzakelijk is. Omdat er geen toerisme meer is, is het tekort aan dollarbiljetten nog nijpender geworden. De situatie is zo ernstig dat het verboden is om luxe auto’s en kostbare drank te importeren. 

    GettyImages 1227924848
    Bezorgers wachten op bestellingen in de hoofdstedelijke uitgaanswijk Abasto. – © Carol Smiljan / NurPhoto / Getty

    Spagaat

    Het lukt Argentinië maar niet om uit de spagaat te komen waar het sinds jaar en dag in gevangen zit. Enerzijds heb je de landbouwsector, de grote dollarmachine, met een uitstekende concurrentiepositie op de internationale markt en voorstander van vrijhandel. Anderzijds is er de industrie, die sinds het eerste bewind van Juan Perón (1946-1955) wordt gereguleerd door een bijna autarkisch protectionisme, dat is samen te vatten in wat de peronisten keer op keer herhalen: ‘Wij zorgen voor onszelf.’  

    Douglas Southgate, verbonden aan de Ohio State University en Latijns-Amerikadeskundige, poneert de volgende verklaring: ‘In Argentinië rust een uitzonderlijke vloek op de grondstoffen, die zijn oorsprong heeft in de agrarischesector. De landbouw, die een zeer gunstige internationale concurrentiepositie heeft, heeft relatief weinig werknemers nodig en de beste landbouwgrond is in handen van relatief weinig mensen. Hierdoor is deze sector een geliefd fiscaal doelwit voor politici die gekozen worden door mensen die in andere economische sectoren werken. De belasting van de Argentijnse landbouw heeft een chronisch slecht presterende nationale economie tot gevolg met frequente, ernstige crises.’ 

    In werkelijkheid is de landbouwsector direct of indirect goed voor meer dan twee miljoen arbeidsplaatsen. Dat is 14 procent van de werkende bevolking, terwijl de sector maar tien procent bijdraagt aan het bbp. De ware kracht van de landbouwsector – en de oorzaak van de conflicten die de sector heeft met het peronisme vanwege de belastingen en bronheffingen – zit hem in zijn sterke concurrentiepositie: van elke tien dollar die het land verdient aan zijn export, komt zeven dollar voor rekening van de landbouwsector. Zonder de landbouwexportindustrie zouden er nauwelijks deviezen het land binnenkomen. 

    Ondernemer Galfione heeft zijn eigen kijk op de zaak: ‘Mijn opa Hugo, de oprichter van ons bedrijf, had landbouwgrond in Santa Fe, Recreo, de duurste grond met de hoogste opbrengst, de sojagraanschuur van Argentinië. De man verkoopt in 1947 zijn landbouwgrond in Santa Fe en vertrekt naar Buenos Aires om een kousenfabriek op te zetten omdat volgens hem de industrie de toekomst is. Als ik hem nu zou spreken dan schoot ik hem overhoop. Maar alle gekheid op een stokje, hij had niet eens ongelijk, want elk ontwikkeld land heeft een krachtige industrie nodig.’ 

    Het probleem is dat Argentinië nooit een sterke industrie heeft gehad. 
    De overheid koos voor het model van importsubstitutie en begon halverwege de twintigste eeuw zelf allerlei soorten goederen te produceren zodat ze niet geïmporteerd hoefden te worden. Dit was het model dat destijds voor het hele continent werd aanbevolen door de Comisión Económica para América Latina y el Caribe (CEPAL) van de 
    Verenigde Naties om de economie te ontwikkelen en om de handelsbalans en de betalingsbalans in evenwicht te houden. De Argentijnse industriesector werd door de overheid beschermd en ontwikkelde zich zo verder totdat de dictatuur van 1976 brak met dit politieke beleid. ‘De militairen maakten een einde aan deze aanpak,’ aldus Luciano Galfione. 

    Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen

    Toen in 1976 de wereld gebukt ging onder een oliecrisis steeg het bbp in Argentinië naar 51 miljard dollar, dat van Zuid-Korea naar 30 miljard dollar. Vandaag de dag is de Argentijnse economie goed voor iets meer dan 80 miljard dollar, die van Zuid-Korea (dat sinds een halve eeuw zijn industrialisering heeft opgevoerd dankzij werkomstandigheden die grenzen aan slavernij en het manipuleren van wisselkoersen) bedraagt nu 1,4 biljoen dollar en is een exportkanon. 

    Wat is er in Argentinië gebeurd? Ondernemer Galfione legt het uit. In 2016 probeerde hij een project op te zetten waarbij hij met behulp van nanotechnologie kristalgaren met een speciale structuur kon maken dat bestand was tegen hitte, insecten en bacteriën. Hij had subsidie nodig die de overheid in de periode van Macri hem niet verleende. ‘Mijn machines kunnen zich meten met alle andere op de wereld en ik produceer op wereldniveau. Maar de kosten nekken me. China of India verkopen hun producten onder de kostprijs van de grondstoffen. Ik ben goedkoper dan Italië of Spanje, maar zij laten hun producten nu in het Oosten maken.’

    Er zijn ook nog andere problemen zoals de energie- en transportkosten: ‘De logistieke kosten rijzen de pan uit. Het is goedkoper om een container naar China te verschepen dan een vrachtwagen uit Catamarca naar Buenos Aires te laten komen.’ Het resultaat is een wijdvertakte industrie die over het algemeen maar moeilijk kan concurreren met het buitenland. 

    Aangezien er geen concurrentie is met het buitenland omdat er nauwelijks wordt geïmporteerd – de invoerrechten zijn hoog – behoren de producten tot de middenmoot. De hoogwaardige technologie in bepaalde sectoren (genetische manipulatie, kernenergie, farmaceutische industrie) volstaat niet om dit patroon te doorbreken en dan is er ook nog een niet-aflatende braindrain naar het buitenland. 

    Fundamenteel probleem

    ‘Er is een fundamenteel probleem: een gebrek aan consistentie in de macro-economische politiek,’ constateert Néstor Castañeda, verbonden aan het University College in Londen en lid van het Institute of the Americas. ‘De productiestructuur is niet in balans en heeft externe financiering nodig. Alles hangt af van buitenlandse deviezen. Telkens als de wereldhandel krimpt of de buitenlandse investeringen afnemen, is er een gebrek aan reserves. Dit is niet op te lossen.

    Aan de ene kant komt Argentinië zijn financiële verplichtingen niet na, waardoor de toegang tot de grote markten wordt ingeperkt; aan de andere kant is er een gebrek aan coördinatie tussen het valutabeleid, het fiscale beleid en het monetaire beleid. Tien jaar lang is er groei, dan stort de boel in en is het weer terug bij af.’  

    In 2027 zal het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt

    Men beschouwt de jaren tachtig vaak als het ‘verloren decennium’ van de Argentijnse economie. Er kwam een einde aan de dictatuur en met Raúl Alfonsín kwam de democratie maar ook de hyperinflatie. In 1989 stegen de prijzen met meer dan 3000 procent. In de garenfabriek maakte de vader van Luciano Galfione de balans op in kilo’s in plaats van in peso’s, want het was onmogelijk om de prijs van een product vast te stellen. Maar als je de macro-economische ontwikkelingen bekijkt, zijn er tientallen jaren verprutst, ook al werd er in de jaren negentig gemakkelijk geld verdiend toen onder president Carlos Menem de peso net zoveel waard was als de dollar. En ook al lukte het tijdens de gouden jaren van Néstor Kirchner (2003-2007) sterk te groeien met weinig inflatie dankzij de brute, door de vrije val van 2001-2002 opgelegde, bezuinigingen en dankzij de stijging van de sojaprijzen.  

    Econoom Martín Rapetti schat dat het bbp in Argentinië vandaag de dag nagenoeg gelijk is aan dat van 1974. Maar helaas is de ongelijkheid tussen rijk en arm veel groter. Bijna een halve eeuw vermorst. In een interview met dagblad Clarínschetst Rapetti een somber scenario: als je ervan uitgaat dat de Argentijnse economie in 2021 met 6 procent stijgt en jaarlijks gestaag doorgroeit met 4,5 procent, iets wat niet erg waarschijnlijk is, dan zal pas in 2027 het welvaartsniveau van 2011 worden bereikt.