Wanhoop niet, schrijft de auteur van Mannen leggen me altijd alles uit in reactie op de klimaatpaniek die ons dreigt te verlammen. Want de strijd is pas over als je denkt dat hij over is. ‘We kunnen nog steeds het gunstigste scenario nastreven in plaats van het ongunstigste.’
Keuze uit het archief
Sinds donderdag is de klimaattop COP28 in Dubai begonnen. Diplomaten en regeringsleiders uit 198 landen zijn aanwezig om met elkaar de toekomst van onze planeet te bespreken. Het belangrijkste agendapunt is het beoordelen of de wereld op schema ligt om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 te halen.
In dit artikel van The Guardian uit 2019 schrijft de Amerikaanse auteur Rebecca Solnit dat er geen reden is om bij de pakken neer te zitten vanwege de dreigende gevolgen van de klimaatcrisis. Aan de hand van de grote veranderingen die eerder in de geschiedenis tot stand zijn gebracht, betoogt ze dat we ook de klimaatcrisis een halt kunnen toeroepen als we ons ‘met alle passie, kracht en intelligentie die we in ons hebben inzetten voor het uitwerken van betere alternatieven. In plaats van af te wachten wat er gebeurt, kunnen we er zelf voor zorgen dat er iets gebeurt.’
Als reactie op de publicatie van het IPCC-rapport over de klimaatcrisis postte een bevriende stand-upcomedian op Facebook: ‘Klimaatverandering is gewoon angstaanjagend. Is er nog iets om optimistisch over te zijn?’
Veel van haar vriendinnen postten variaties als ‘we zijn verloren’ en ‘het is hopeloos’, wat hun wellicht het gevoel geeft dat ze in ieder geval íéts in deze overweldigende situatie onder controle hebben: de feiten. Dat hebben ze natuurlijk niet.
Ze zetten hun begrijpelijk grote zorgen over het nieuws om in de veronderstelling dat ze precies weten hoe de toekomst gaat uitpakken. Maar dat weten ze niet.
De toekomst ligt nog niet vast. Dat wil zeggen: klimaatverandering is de onweerlegbare realiteit van nu en de toekomst, maar de essentie van het rapport van IPCC (het Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN) is dat we nog steeds het gunstigste scenario na kunnen streven in plaats van het ongunstigste.
‘Als je een vrij iemand wil zijn, kom je niet op voor de mensenrechten omdat je succes zult hebben met die actie, maar omdat dat het enige juiste is om te doen’
Natan Sharansky, die negen jaar in een goelag heeft gezeten omdat hij had samengewerkt met Sovjetdissident Andrej Sacharov, herinnert zich wat zijn mentor heeft gezegd: ‘Ze willen ons laten geloven dat er geen kans is op succes. Maar het gaat er niet om of er wel of geen hoop op verandering is. Als je een vrij iemand wil zijn, kom je niet op voor de mensenrechten omdat je succes zult hebben met die actie, maar omdat dat het enige juiste is om te doen. We moeten het fatsoen in ere houden.’
Het fatsoen in ere houden betekent dat iedereen van ons die de middelen daartoe heeft serieuze maatregelen tegen klimaatverandering moet nemen of de huidige inspanningen nog moet vergroten.
Klimaatacties gaan over mensenrechten, omdat de klimaatverandering de kwetsbaarsten het eerst en het zwaarst treft – dat gebeurt al, met perioden van droogte, bosbranden, overstromingen, mislukte oogsten. Die verandering treft de talloze soorten en leefgebieden die van deze aarde zo’n prachtig en complex geheel maken, van de koraalriffen tot de kariboekuddes.
Bezorgdheid en ontzetting over de situatie staan die acties niet in de weg; je kunt klimaathelden kiezen ook al ben je somber gestemd
Nu beslissen we over hoe het leven er in 2100 uit zal zien voor de kinderen die nu worden geboren, en voor hun kleinkinderen, en de kleinkinderen van die kleinkinderen. Ze zullen het tijdperk vervloeken waarin de planeet werd verwoest en misschien zullen ze de herinnering koesteren aan hen die probeerden die verwoesting tegen te gaan.
Volgens het rapport moeten we het gebruik van fossiele brandstoffen in 2030 met 45 procent hebben verminderd; dan zijn die kinderen 12. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk. Actie ondernemen is de beste manier om crises en rechtenschendingen het hoofd te bieden, zowel voor je eigen geweten als voor de samenleving.
Bezorgdheid en ontzetting over de situatie staan die acties niet in de weg; je kunt klimaathelden kiezen ook al ben je somber gestemd. Er is geen garantie op succes – maar net zoals Sacharov en Sharansky zich waarschijnlijk niet konden voorstellen dat de Sovjet-Unie begin jaren negentig uit elkaar zou vallen, zo kunnen wij ook niet precies weten wat er zal gebeuren en hoe onze acties de toekomst mede zullen vormgeven.
Doorbraken
De verhalen over grote veranderingen in het verleden waar ik mijn hoop uit put, gaan vaak over kleine groepen waarvan de ambities aanvankelijk niet realistisch leken. Of ze nu streden tegen de slavernij in het Amerika van voor de burgeroorlog of opkwamen voor de mensenrechten in het Oostblok, die bewegingen groeiden exponentieel en veranderden het bewustzijn en brachten daarna instituties of regimes ten val.
Ook weten we niet welke technologische doorbraken, grootschalige maatschappelijke veranderingen of catastrofale ecologische gevolgen de komende twintig jaar zullen vormgeven. De wetenschap dat we dat niet weten biedt wellicht geen vertrouwen, maar is wel een krachtig middel tegen wanhoop, wat ook weer een vorm van zekerheid is. De toekomst is zo onzeker als die altijd is geweest.
Er zijn in de mondiale klimaatbeweging talloze bemoedigende ontwikkelingen gaande. Twaalf jaar geleden was de beweging klein, versnipperd en gematigd en waren de klimaataanbevelingen vooral bescheiden, met een te grote ‘spaarlampenfocus’ op de individuele moraal.
Maar de individuele moraal heeft alleen invloed als die wordt opgeschaald (en zelfs individuele daden zijn afhankelijk van collectieve beslissingen – ik heb thuis bijvoorbeeld honderd procent groene stroom omdat andere burgers onze amorele energiemaatschappij hebben gedwongen te veranderen, en het is voor mij nu makkelijker om de fiets te pakken omdat er in mijn stad overal fietspaden zijn aangelegd).
De beweging die heeft geageerd tegen pijpleidingen en het vervoer van brandstof per trein, tegen raffinaderijen en overlaadterminals, tegen fracking en het afgraven van bergtoppen, tegen investeerders, de politiek en justitie, en soms heeft gewonnen, laat zien wat er in twaalf jaar kan gebeuren. Sommige van de voorheen als onzinnig beschouwde eisen van klimaatactivisten zijn nu algemeen aanvaard en beleid geworden.
Er zijn nu zo veel projecten, van plaatselijke maatregelen om geleidelijk van fossiele brandstoffen af te stappen tot pogingen om de aanleg van pijplijnen tegen te houden (met enkele grote overwinningen, zoals het stoppen van de Trans Mountain-pijplijn in Canada, waartoe de rechter in augustus 2018 besloot), tot het proces tegen de Amerikaanse regering namens 21 jongeren die de overheid beschuldigen van het schenden van hun rechten en van het vertrouwen van de samenleving.
Bemoedigend
Wat ik ook heel bemoedigend en zelfs indrukwekkend vind, is hoe ingrijpend het mondiale energielandschap in deze eeuw al is veranderd. In het begin van de eenentwintigste eeuw waren duurzame energiebronnen kostbaar, inefficiënt en was de technologie nog niet voldoende ontwikkeld om aan onze energiebehoefte te voldoen.
In een revolutie die bijna even baanbrekend was als de industriële revolutie hebben de toepassing van wind- en zonne-energie alles veranderd; we hebben nu de technologische kennis om grotendeels van fossiele brandstoffen af te kunnen stappen. Toen was dat niet mogelijk, nu wel.
In juli 2018 besloot Californië dat in 2045 de elektriciteit 100 procent CO2-vrij gewonnen moet worden
Dat is verbluffend. En bemoedigend. In Costa Rica is 98 procent van de energie groen, fantastisch. Schotland sloot in 2016 zijn laatste kolencentrale en de totale uitstoot is daar nu de helft van wat die was in 1990. Texas gebruikt steeds meer energie gewonnen uit wind in plaats van uit kolen – op redelijke dagen ongeveer een kwart en op zeer gunstige dagende helft. Iowa wint al meer dan een derde van zijn energie uit wind omdat wind al rendabeler is dan fossiele brandstoffen, en er worden steeds meer windmolens gebouwd.
Steden en staten in de VS en elders stellen ambitieuze doelen om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen of om helemaal duurzaam te worden. In juli 2018 besloot Californië dat in 2045 de elektriciteit 100 procent CO2-vrij gewonnen moet worden.
Overal ter wereld vertellen dergelijke verhalen ons dat de transitie al aan de gang is. De schaal en de snelheid moeten omhoog, maar we staan vandaag in ieder geval niet helemaal aan het begin.
Actie ondernemen is de beste manier om crises en rechtenschendingen het hoofd te bieden
Het IPCC-rapport beveelt aan dat er op veel fronten dringend iets moet gebeuren – van hoe we voedsel produceren tot hoe we het land inrichten (meer bossen) tot hoe we energie genereren en gebruiken (en de niet zo sexy aanbeveling om zuinig met energie om te gaan). Het rapport noemt vier routes die ons vooruit moeten helpen, waarvan er drie afhankelijk zijn van nog niet ontwikkelde CO2-afvang en oplsagtechnologie en de vierde onder meer inhoudt dat we het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch reduceren en heel veel bomen planten.
De voornaamste hindernissen voor deze transitie zijn politiek; de energiemaatschappijen, de oliemaatschappijen en de regeringen die hier onbeschaamd mee verweven zijn. Ik sprak Steve Kretzmann, sinds lange tijd de directeur van de beleids- en actiegroep Oil Change International (waarvan ik bestuurslid ben), en hij vertelde over de twee punten waar klimaatacties zich op moeten richten: het veranderen van de consumptie en het veranderen van de productie.
Vechten
Het aanpakken van de productie wordt vaak vergeten, en plaatsen zoals Alberta in Canada scheppen graag op over hun energiebesparende projecten terwijl de energieproductie – in het geval van Alberta de teerzanden – een gevaar vormt voor de toekomst van de planeet. Het aanpakken van de productie betekent dat je moet vechten tegen enkele van de machtigste en meest meedogenloze bedrijven ter wereld en de regimes die hen beschermen en door hen worden beloond, of, zoals bij Rusland en Saoedi-Arabië en tot op zekere hoogte ook bij de VS, er onlosmakelijk mee verbonden zijn.
‘Hier moeten we reëel over zijn,’ zei Steve: ‘We hebben het over de olieindustrie en daar worden oorlogen om gevoerd. Er ligt daar veel politieke macht en veel mensen verdedigen die macht.’ Maar hij merkt ook op: ‘Zodra duidelijk wordt dat die macht substantieel en onomkeerbaar afneemt, spat die uit elkaar.’
Dat uit elkaar spatten kun je bespoedigen door te snijden in de gigantische subsidies, en door afstand te nemen van de oliemaatschappijen – tot op heden heeft de eens zo bespotte ‘divestment’-beweging er al voor gezorgd dat vele miljarden aan investeringen zijn teruggetrokken.
Zoals Damien Carrington het verwoordt: ‘De grote oliemaatschappijen zoals Shell hebben dit jaar [2018] desinvestering genoemd als een wezenlijke bedreiging voor hun bedrijf.’ Ook moeten we de productie van fossiele brandstoffen direct stoppen, met een rechtvaardige overgangsregeling voor de mensen die in die sector werken.
Vijf landen – Belize, Ierland, Nieuw-Zeeland, Frankrijk en Costa Rica – werken al aan een verbod op verdere exploratie en winning, en de Wereldbank deed de wereld in december 2017 opschrikken toen de bank aankondigde na 2019 te stoppen met de financiering van de winning van olie en gas.
December vorig jaar kondigde ook Denemarken aan om per 2050 te stoppen met de winning van olie en gas:
Omdat de komst van schone energie voor veel nieuwe banen zorgt – banen die geen zwarte longen veroorzaken en niet de leefomgeving vergiftigen – zijn er veel bijkomende voordelen. Fossiele brandstof is, nog afgezien van de koolstof die in de atmosfeer wordt gepompt, puur gif: van de kwik die de lucht verontreinigt als kolen worden verbrand en de bergen steenkoolas tot de giftige emissies en waterverontreiniging door fracking en de kwaadaardige chemicaliën die door raffinaderijen worden uitgestoten tot de fijnstof uit auto’s.
Het mondiale energielandschap in deze eeuw al ingrijpend veranderd
Over brandstof wordt vaak gesproken alsof we het gebruik daarvan moeten ‘opgeven’, alsof het om een verlies gaat, maar afzien van het gebruik van gif hoeft niet als een offer gezien te worden.
Het is niet alleen onze taak ons een beeld te vormen van de door de klimaatverandering veroorzaakte verwoesting en het immense verschil tussen een opwarming van 2 à 3 graden of van 1,5 graad, maar ook van de voordelen die de transitie naar duurzame energie met zich brengt. Het afnemen van de kwaadaardige macht van de oliemaatschappijen zou al een zeer ingrijpende verandering zijn, zowel politiek als ecologisch.
Ik weet niet precies of we zullen uitkomen waar we moeten zijn, of hoe we dat moeten doen, maar ik weet wel dat we ons met alle passie, kracht en intelligentie die we in ons hebben moeten inzetten voor het uitwerken van betere alternatieven. Wat we nodig hebben is een revolutie, en we kunnen beginnen met ons die ten doel te stellen en onze uiterste best te doen om hem te realiseren. In plaats van af te wachten wat er gebeurt, kunnen we er zelf voor zorgen dat er iets gebeurt.
Trouwens, de stand-upcomedian die ik eerder noemde: zij organiseert al benefietvoorstellingen ten bate van klimaatgroepen.
Epic Games, het bedrijf achter de populaire computergame Fortnite, heeft bij een recente investeringsronde circa 1 miljard dollar opgehaald, waarvan 200 miljoen dollar afkomstig is van PlayStation-maker Sony. Epic Games is daarmee in minder dan een jaar tijd bijna in waarde verdubbeld, van ongeveer 18 miljard dollar in juli 2020 tot bijna 30 miljard in april 2021, meldt Business Insider.
Coronasteun in verkiezingstijd
Andrej Plenković, de premier van Kroatië, heeft deze week laten weten dat er een akkoord is bereikt met vertegenwoordigers van gepensioneerden over covid-19-steun die eind april of begin mei aan senioren in het Balkanland zal worden uitgekeerd, schrijft het Brusselse Euractiv.
Geschat wordt dat zo’n 850.000 gepensioneerden een eenmalige uitkering zullen ontvangen en er wordt ongeveer 600 miljoen kuna (80 miljoen euro) uit de staatsbegroting voor vrijgemaakt. De steun is belastingvrij en mag niet worden ingehouden voor het innen van openstaande boetes en dergelijke.
In Kroatië is kritiek ontstaan over het tijdstip van dit besluit aangezien er over enkele weken lokale en regionale verkiezingen worden gehouden
‘We hebben ons uiterste best gedaan gegeven de huidige budgettaire situatie en we hopen dat deze eenmalige betaling onze gepensioneerden helpt om hun situatie enigszins te verlichten’, aldus Plenković na een ontmoeting met verenigingen van gepensioneerden.
In Kroatië is kritiek ontstaan over het tijdstip van dit besluit aangezien er over enkele weken lokale en regionale verkiezingen worden gehouden. Plenković zou de gepensioneerden hebben willen paaien. De premier ontkent echter stellig dat de eenmalige uitkering onderdeel is van zijn verkiezingscampagne.
Rijke Indiërs emigreren
Volgens Henley & Partners (H&P), een Brits adviesbureau voor vermogenden die van nationaliteit of residentie willen veranderen, staan miljonairs uit India bovenaan de lijst van rijke lieden die hun land willen verlaten. Zo’n vijfduizend Indiase miljonairs, ofwel 2 procent van het totale aantal vermogenden, hebben hun land in 2020 de rug toegekeerd, meldt de site van BBC.
Daarbij is vooral covid-19 een belangrijk drijfveer geweest om ‘hun leven en bezittingen te globaliseren’, zoals H&P dergelijke stappen omschrijft. ‘Deze klanten willen niet wachten op de tweede of derde golf van de pandemie. Ze willen vestigingspapieren hebben nu ze thuis moeten blijven. We noemen dit hun “verzekeringspolis” of Plan B’, aldus H&P.
De hoeveelheid aanvragen nam dusdanig toe dat H&P vorig jaar tijdens de lockdown zelfs een kantoor in India opende. Landen als Portugal, Malta en Cyprus die ‘gouden visa’ verlenen aan welgestelden die voldoende investeren, zijn volgens H&P favoriete bestemmingen van de Indiase rijken.
Azerbeidzjan bejubelt Erdogan
Toen de Turkse president Erdogan eind maart zijn land abrupt terugtrok uit de Istanboel Conventie, de baanbrekende internationale overeenkomst ter voorkoming en bestrijding van huiselijk geweld, was de impact daarvan niet alleen voelbaar in Turkije. Ook in Azerbeidzjan, dat op weg leek het verdrag te zullen ondertekenen, eisen conservatieven nu dat hun land het Turkse voorbeeld volgt.
Conservatieven spreken van westerse dwang die is bedoeld om traditionele familiewaarden te vernietigen
Regeringsgezinde media bejubelen de stap van Erdogan. Volgens Shahla Ismayil, hoofd van een ngo voor vrouwenemancipatie en gelijke rechten, was de regering van Azerbeidzjan al huiverig voor de Conventie, omdat die serieuze politieke, sociale en juridische stappen vereist. ‘De terugtrekking van Turkije voert Azerbeidzjan verder weg van dit proces’, citeert EurasiaNet.
De Istanboel Conventie is inmiddels een van de meest controversiële kwesties in de regio. Conservatieven spreken van westerse dwang die is bedoeld om traditionele familiewaarden te vernietigen. De Azerbeidzjaanse nieuwssite Publika noemtde Conventie van Istanboel het resultaat van ‘geopolitieke spelletjes rond de LGBT-kwestie’.
Zuid-Korea wil windenergie
Zuid-Korea wil binnen tien jaar het grootste offshore windmolenpark ter wereld bouwen als onderdeel van de Green New Deal die het land naar de energietransitie moet leiden, schrijft La Repubblica. Voor de aanleg in de wateren bij de zuidwestelijke punt van het schiereiland is een investering van 42,8 miljard dollar nodig. Het windmolenpark zal naar verwachting 8,2 gigawatt aan stroom op gaan leveren.
Industriële groei heeft Zuid-Korea tot een van de tien grootste energieverbruikers ter wereld gemaakt en twee derde van de Koreaanse energie is momenteel afkomstig van fossiele brandstoffen. Energie uit hernieuwbare bronnen vertegenwoordigde in 2019 slechts 6,5 procent van de totale productie en was bijna volledig afkomstig van kernenergie.
Het windmolenpark is een van de projecten die de regering van Moon Jae-in wil uitvoeren met de steun van de particuliere sector. De regering streeft naar nul CO2-uitstoot in 2050 en hoopt in 2030 al 20 procent aan schone elektriciteit te kunnen produceren.
Weer beperkingen in Catalonië
De regionale regering Catalonië in Spanje heeft vorige week nieuwe mobiliteitsbeperkingen aangekondigd in een poging de sterke stijging van het aantal coronabesmettingen in te dammen. Het aantal besmettingen steeg als gevolg van toegenomen sociale activiteit tijdens de paasdagen en zorgt voor toenemende druk op de ziekenhuizen.
De Catalaanse comarcas, administratieve gebieden waarin Spanje is ingedeeld, zijn nu tijdelijk afgegrendeld en niemand mag naar binnen of naar buiten zonder een gerechtvaardigde reden zoals werk of doktersbezoek. De maatregel loopt tot tenminste 19 april, waarna wordt bekeken of hij wordt opgeheven of gehandhaafd, afhankelijk van de epidemiologische situatie op dat moment, volgens El País.
Expositie in de Uffizi online
Een tentoonstelling van de Uffizi in Florence over de rol van vrouwen in het oude Rome is vanaf maandag digitaal te zien op de website van het museum. De expositie belicht het leven van vrouwen in de eerste twee eeuwen van het Romeinse rijk, vanaf het begin van de eerste eeuw tot de tweede helft van de tweede eeuw na Christus.
De expositie werd begin november geopend maar moest een dag later alweer worden gesloten vanwege corona. De presentatie werd daarna volledig gedigitaliseerd. Het is voor het eerst dat een expositie van de Uffizi op deze manier online kan worden bekeken, aldus het Romeinse persbureau ANSA.
De Braziliaanse Senaat startte deze week een onderzoek naar president Jair Bolsonaro’s aanpak van de bestrijding van het coronavirus. Senator Rodrigo Pacheco geeft aan dat de commissie zal gaan kijken naar de federale reactie op de gezondheidscrisis en welke middelen vanuit de overheid over de staten werden verdeeld.
‘De oprichting van deze parlementaire onderzoekscommissie betekent een tegenslag voor de regering van Bolsonaro, die haar nu probeert te ondermijnen’, schrijft Jornal do Brasil. Wel kan Bolsonaro de uitkomst volgens de krant mogelijk verzachten ‘door verklaringen van deelstaat- en gemeentelijke overheden te beïnvloeden’. De commissie krijgt een periode om de onderzoeksprocedures af te ronden en een eindrapport op te stellen dat in verband met mogelijke overtredingen zal worden doorgestuurd naar de officier van justitie, meldt Folha de Sao Paulo.
Deutsche Welle noemt de commissie ‘een politiek hoofdpijndossier voor Bolsonaro, die nu al te maken heeft met dalende populariteit in een land met een van de hoogste covid-19-sterftecijfers ter wereld’. Het dodental dat in Brazilië in verband wordt gebracht met het coronavirus is meer dan 350.000, na de VS het hoogste aantal ter wereld.
Het land heeft de situatie de afgelopen weken bovendien zien verslechteren, met dagelijkse sterfgevallen die soms oplopen tot vierduizend. De P.1-variant in het land lijkt ook jongeren meer te treffen.
‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen met hun bedienden thuis praten’
Ondertussen houdt Bolsonaro vol te doen ‘wat de mensen willen’. Zo zei hij in reactie op een rapport over de oprukkende honger tijdens de pandemie, dat hij wacht tot de bevolking ‘een signaal’ geeft om ‘actie te ondernemen’, meldt Correio Braziliense. De aanleiding was een onderzoek van de Food for Justice-beweging, waaruit blijkt dat zes op de tien Braziliaanse huishoudens vorig jaar tussen augustus en december kampten met voedseltekort; in totaal ging het om 125 miljoen Brazilianen.
De president heeft ook zijn woede getoond over het voorgestelde onderzoek en zowel wetgevers als rechters onder vuur genomen. Woensdag [13 april] zei hij dat het land een ‘kruitvat’ is en dat er ‘ernstige problemen’ zullen ontstaan als gevolg van maatregelen om het virus te beteugelen.
‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen, die beslissen, de periferie bezoeken, met de bevolking praten, met hun bedienden thuis praten, in plaats van ze verhinderen te werken’, aldus de Braziliaanse president.
Amerikaanse activisten in hongerstaking voor Jemen
Activisten dringen er bij de Amerikaanse president Joe Biden op aan om de steun aan de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in Jemen, waar miljoenen mensen honger lijden, stop te zetten.
Iman Saleh, coördinator van de activistengroep Yemeni Liberation Movement, heeft al zeventien dagen niets gegeten. De 26-jarige Jemenitische Amerikaan en haar jongere zus, Muna, kwamen eind vorige maand vanuit de Amerikaanse staat Michigan naar Washington om de aandacht te vestigen op de humanitaire crisis in Jemen, waar al zes jaar een oorlog woedt.
In hongerstaking gaan was een symbolische keuze, aldus Saleh tegen Al Jazeera, aangezien miljoenen Jemenieten te midden van het voortdurende conflict onder dreiging van wijdverbreide hongersnood leven.
‘We hebben het idee dat de wereld niet luistert naar wat er in Jemen gebeurt’, aldus Saleh. Aanvankelijk namen zes activisten deel aan de hongerstaking, nu zijn alleen zij en haar zus over. Ze leven van drinkwater en water met elektrolyten.
‘We willen door de wereld te laten zien wat het lichaam doormaakt als het verhongert (…) niet alleen aandacht en bewustzijn vestigen op wat er in Jemen gebeurt, maar mensen bovendien helpen de omstandigheden waar Jemenieten al jaren mee te maken hebben beter te begrijpen.’
Druk op Biden
De hongerstaking wordt gesteund door tientallen grassrootsorganisaties en krijgt veel steun van de internationale gemeenschap. ‘Beroemdheden als Mark Ruffalo en Noname en publieke figuren zoals Ilhan Omar, Rashida Tlaib en Marianne Williamson hebben hun steun aan de campagne van de stakers betuigd via Twitter’, schrijft Samidoun. Terwijl de hongerstaking voortduurt, neemt volgens de activistische site de druk op de regering-Biden om snel te reageren toe.
Een video waarin YLM een overzicht geeft van de eerste week van de hongerstaking, de missie en de situatie in Jemen.
The Washington Post publiceerde een ingezonden brief van Saleh, waarin ze eraan herinnert dat Biden in februari aankondigde een einde te zullen maken aan ‘alle Amerikaanse steun voor offensieve operaties in de oorlog in Jemen’. Noch Biden, noch het Congres hebben echter concrete stappen ondernomen om de steun te beëindigen, aldus Middle East Eye.
Saleh in The Post: ‘Voor de regering vereist dit slechts een pennenstreek en een reeks opdrachten aan het Amerikaanse leger. Wij geloven niet dat deze acties een einde zouden maken aan de oorlog in Jemen, maar het zou zeker een effectieve stap zijn om een onvoorstelbare hoeveelheid leed ter plaatse te verlichten.’
Weinig details vrijgegeven
De oorlog in Jemen brak eind 2014 uit toen de Houthi-rebellen er grote delen van het land in beslag namen, waaronder de hoofdstad Sanaa. Het conflict escaleerde in maart 2015, toen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten een door de VS gesteunde militaire coalitie samenstelden in een poging de regering van de door Riyad gesteunde president Abd-Rabbu Mansour Hadi te herstellen.
Amerikaanse wetgevers hebben een beroep gedaan op de regering om duidelijkheid te krijgen over haar plan, schrijft MEE, maar er zijn weinig details vrijgegeven.
De Muldrow-gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal
In wat bekend staat als een glaciale golf, verschoof de meer dan 60 kilometer lange Muldrow-gletsjer de afgelopen maanden maar liefst 30 meter per dag. Pieken duren over het algemeen slechts enkele maanden en worden vaak pas gedetecteerd als ze al voorbij zijn. Maar de Muldrow-gletsjer bevindt zich in het Denali National Park and Preserve waar regelmatig vliegtuigen overheen vliegen, zodat de verschuiving al in vroeg stadium is opgemerkt.
De Muldrow-gletsjer, die meestal langzaam beweegt en relatief gaaf is, vertoonde plotseling vele scheuren over bijna de gehele lengte van de gletsjer.
De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57
Wetenschappers zijn er nog niet in geslaagd de afwijkingen genoeg te bestuderen om volledig begrip te krijgen van waarom ze plaatsvinden en te peilen wat de mogelijke rol hierop is van klimaatverandering, die snel smeltende gletsjers in Alaska en elders kan beïnvloeden.
De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57, toen hij in een paar maanden tijd meer dan 6 kilometer vooruitbewoog en een nu met aarde en vegetatie bedekt gebied van ijs achterliet, schrijft Alaska Public.
Dave Schirokauer, teamleider van het Denali National Park Science and Resources, vloog onlangs de gletsjer op, en meldde dat de golf het oppervlak van de gletsjer heeft gekarnd, wat in juni naar verwachting zal resulteren in een grote hoeveelheid water.
De met degradatie bedreigde Duitse Bundesliga-club Schalke 04 heeft ook financiële problemen, meldt het Oostenrijkse Der Standard. De voetbalclub uit Gelsenkirchen leed in 2020 een verlies van zo’n 53 miljoen euro, bijna twee keer zo veel als het jaar ervoor, toen het verlies 27 miljoen euro bedroeg. De schulden van de club zijn vorig jaar gestegen tot 217 miljoen euro.
Musea tijdens corona
Is het veilig om een museum te bezoeken in verband met corona? Het Los Angeles County Museum of Art (LACMA) denkt van wel. Dat heeft alles te maken met de aanwezigheid van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningsystemen (HVAC) die zijn geïnstalleerd om kunstwerken te beschermen. Door de zeer strenge eisen die worden gesteld aan onder meer temperatuur en vochtigheidsgraad is het volgens het museum minder waarschijnlijk dat bezoekers worden blootgesteld aan ziektekiemen in de lucht.
‘Van alle maatregelen die LACMA implementeert, is HVAC waarschijnlijk de belangrijkste, na uiteraard afstand houden en gezichtsbedekking’, aldus een woordvoerder geciteerd door ArtNet News. In een gids die werd uitgegeven na het begin van de pandemie stelt ook de Amerikaanse Museum Vereniging: ‘Passende ventilatie kan de concentratie van virusdeeltjes in binnenruimtes helpen verminderen.’
Ook een woordvoerder van musea in San Francisco stelt bezoekers gerust: ‘Het ontwerp van onze luchtsystemen, die voorzien zijn van hoogwaardige filters om aan conserveringsbehoeften te voldoen, helpt ons ook om te voldoen aan de huidige ventilatierichtlijnen.’
1,5 miljoen euro per dag
Denise Coates, baas, oprichter en meerderheidsaandeelhouder van het Britse gokbedrijf Bet365, verdiende 492 miljoen in het boekjaar dat eindigde op 29 maart, schrijft BBC. En dat was nog niet alles, want ze ontving ook nog eens ruim 56 miljoen aan dividend.
Volgens Bet365 zijn de betalingen allemaal ‘gepast en eerlijk’
Ze ontving dus ruim 1,5 miljoen per dag en daarmee verdiende Coates meer dan de CEO’s van alle FTSE 100-bedrijven tezamen. Volgens Bet365 zijn de betalingen allemaal ‘gepast en eerlijk’, ook al daalde de omzet van het bedrijf het afgelopen jaar met 8 procent naar 3,28 miljard euro.
Coates, die twintig jaar geleden de Bet365-website in Stoke-on-Trent oprichtte, is al jarenlang de bestbetaalde baas in het Verenigd Koninkrijk. Ze is een van de rijkste vrouwen van Groot-Brittannië en een belangrijke filantroop, die miljoenen doneert via de Denise Coates Foundation. Haar jaarsalaris lag ruim vijftig procent hoger dan de 325 miljoen euro die ze in 2019 ontving.
Angstcultuur bij Nissan
Ravinder Passi, voormalig topadvocaat van Nissan Motor Co., leidde een intern onderzoek naar financieel wangedrag door voormalig CEO Carlos Ghosn. Nadat Passi twijfels had geuit over de integriteit van het onderzoek werd hij geconfronteerd met vergeldingsacties en werden zelfs zijn familieleden gevolgd door het bedrijf, aldus Al Jazeera. Passi, die voor het eerst sprak over de arrestatie van Nissans ex-voorzitter Ghosn en diens vlucht uit Japan, spreekt van een giftige bedrijfscultuur, vol angst, intrige en represailles voor degenen die uit de pas lopen.
‘Dit is echt niet normaal’, zei Passi over de surveillance van zijn familie. ‘Dit is een autobedrijf. Dit is niet de KGB.’ Ook topmanagers van Nissan zouden door beveiligingsteams zijn gevolgd.
Ghosn is ervan beschuldigd zo’n 120 miljoen euro te weinig aan inkomsten te hebben opgegeven, bedrijfsgeld te hebben misbruikt en miljoenen voor zichzelf te hebben weggesluisd. Hij is gevlucht naar zijn geboorteland Libanon, dat geen uitleveringsverdrag heeft met Japan.
Ophef over klimaatconferentie
De Britse regering wordt ervan beschuldigd COP26 in een ‘groenwasaangelegenheid’ te veranderen. COP26 is de 26e VN-klimaatconferentie die in november in Glasgow zal worden gehouden, schrijft The Scotsman uit Edinburgh.
Nadat Groot-Brittannië liet weten van plan te zijn om samen te werken met Reckitt kwamen boze reacties los. Reckitt, het bedrijf achter huishoudelijke producten als Dettol, Vanish en Air Wick, is door Alok Sharma, de voorzitter van COP26, zelfs de ‘belangrijkste partner’ van de komende conferentie genoemd. Sharma loofde de ‘duidelijke toewijding van het bedrijf aan de bestrijding van klimaatverandering’.
Een groot aantal milieugroeperingen twijfelt echter aan de groene reputatie van het bedrijf, aangezien het jaarlijks meer dan 134.000 ton palmolie verwerkt in zijn producten. Tot de leveranciers van het bedrijf behoren tientallen fabrieken die eigendom zijn van Wilmar International, ’s werelds grootste handelaar in palmolie. Wilmar is door onder meer Amnesty International beschuldigd van schendingen van mensenrechten en ontbossingsactiviteiten.
Viacom koopt Chilevisión
In afwachting van goedkeuring door de regering van Chili, breidt de Amerikaanse mediagigant ViacomCBS zijn rol in Latijns-Amerika uit met de aankoop van het Chileense tv-station Chilevisión dat in Santiago is gevestigd. Viacom bereikte deze week een akkoord met voormalig eigenaar WarnerMedia. Een overnamebedrag is volgens het Uruguayaanse MercoPress nog niet bekend gemaakt.
‘Latijns-Amerika is een van de snelst groeiende markten ter wereld en Chilevisión zal een belangrijke motor zijn voor de versnelling van onze streamingstrategie in de regio’, aldus Raffaele Annecchino, CEO van ViacomCBS.
WarnerMedia, destijds nog Time Warner Inc, kocht Chilevision in 2010 van de huidige Chileense president Sebastián Piñera voor circa 150 miljoen dollar.
Betogers eisen opening Italië
Voor het parlementsgebouw in Rome zijn demonstranten afgelopen dinsdag in botsing gekomen met de politie. De betogers riepen op tot beëindiging van de lockdowns en eisen heropening van winkels en restaurants.
Sommige demonstranten waren uitgedost als aanhangers van QAnon
‘Wij zijn ondernemers, geen delinquenten’, werd er geroepen, volgens de Romeinse nieuwssite ANSA. Onder de demonstranten bevonden zich leden van Italexit, een beweging die is gestart door Gianluigi Paragone, journalist en voormalig senator van de Vijfsterrenbeweging.
Paragone is een van de meest uitgesproken voorstanders van heropening in Italië. Ook werden veel aanhangers en politici van radicaal-rechts gesignaleerd. Sommige demonstranten waren uitgedost als aanhangers van QAnon die op 6 januari het Amerikaanse Congres bestormden.
De inwoners van het Japanse stadje Yahaba verdedigen in politieke debatten het standpunt van toekomstige burgers. En dat werkt, zegt de Britse filosoof Roman Krznaric. Er worden minder voorzichtige beslissingen genomen.
In zijn afscheidsrede in 1796 riep George Washington de Amerikanen op om ‘de last die de onze is geweest niet gewetenloos aan het nageslacht door te geven’. Hij had het over de staatsschuld, maar vandaag kan zijn waarschuwing ook gelden voor vele andere problemen en risico’s die aan de burgers van morgen worden overgelaten: van klimaatveranderingen en de gevaren van kunstmatige intelligentie tot het institutionele racisme dat van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven.
George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de miljarden mensen die na ons komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben
Of hij zich er nu van bewust was of niet, George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de vele miljarden mensen die na ons zullen komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben. Ze hebben geen rechten, en niemand vertegenwoordigt hen. Hun belangen kunnen niet concurreren met de dwingende noodzaak van presidentsverkiezingen of het hectische tempo van non-stopnieuws. En aangezien ze nog geen belichaamd bestaan hebben, hebben ze niet de middelen om directe acties uit te voeren.
Toch laten de burgers van morgen op zeer ingenieuze wijze hun stem horen.
Er is niets uitzonderlijks aan Yahaba, een Japans stadje met 27.000 inwoners, behalve het feit dat het een van de origineelste ervaringen uit de geschiedenis van de moderne democratie herbergt. Sinds 2015 nemen de inwoners er deel aan Future Design, een unieke vorm van participatieve democratie, waarbij ze worden uitgenodigd op openbare bijeenkomsten om te praten over projecten rond de toekomst van hun stad. Aanvankelijk verdedigen deelnemers hun eigen standpunt, maar dan, en daar wordt het interessant, trekken ze kleurrijke japonnen aan en stellen ze zich voor dat ze in 2060 leven.
Het verbazingwekkende is dat de inwoners, wanneer ze zich in hun soortgenoten van 2060 verplaatsen, veel minder voorzichtige maatregelen eisen, of het nu gaat om gezondheid of om de strijd tegen klimaatverandering. Dankzij Future Design hebben de inwoners van Yahaba aanvaard dat hun waterrekening met 6 procent is gestegen om een langetermijninvestering te kunnen maken in de infrastructuur, die nodig is voor een goed beheer van het water van de stad. Ze realiseerden zich dat het essentieel was voor hun kinderen en kleinkinderen.
De ervaring is zo’n succes dat de burgemeester van Yahaba in april 2019 een Bureau voor Toekomstige Strategieën opzette, zodat Future Design bij alle besluitvorming kan worden ingezet. De methode sloeg in Japan al snel aan en wordt inmiddels ook gebruikt in grote steden als Kyoto, Matsumoto en Suita.
Begin 2020 hebben inwoners van Uji, een stad ten zuiden van Kyoto, een burgervergadering opgericht naar het model van Future Design. Zelfs het Japanse ministerie van Financiën gebruikt ‘toekomstig design’ als een instrument om het kortetermijndenken, dat de implementatie van economische strategieën domineert, tegen te gaan.
‘Als we dit niet doen, is de continuïteit van ons bestaan in gevaar’
Voor een in Japan geboren beweging [die is gebaseerd op werk van de economische faculteit van Kochi-universiteit, in het zuiden van het eiland Shikoku], is de oorsprong van Future Design verrassend. ‘We werden geïnspireerd door de [Noord-Amerikaanse] Irokezen, die bij elke besluitvorming willen anticiperen op het welzijn van toekomstige zeven generaties’, zegt de grondlegger van de beweging, Tatsuyoshi Saijo, hoogleraar economie aan het Future Design Research Institute in Kochi.
Al worden mensen duidelijk verleid door onmiddellijke beloningen, onze hersenen weten beter dan we denken hoe ze voor de langere termijn moeten plannen en toekomstige mogelijkheden moeten overwegen. ‘Projecteren in de toekomst is niet gemakkelijk voor ons brein’, zegt Saijo, ‘maar er is nu een hele reeks neurowetenschappelijke onderzoeken die onthullen dat onze hersenen wel degelijk in staat zijn deze grote sprong in het onbekende te maken.’
Wereldwijde beweging
Voor Saijo is Future Design essentieel om de klimaatcrisis aan te pakken. De uiteindelijke ambitie is dat deze methode gestalte krijgt in een nieuw ministerie van de Toekomst, in de praktijk wordt gebracht op internationale topconferenties zoals de G20 en door steden en dorpen over de hele wereld wordt overgenomen. ‘We moeten sociale structuren ontwerpen die ons vermogen activeren om onszelf in de toekomst te projecteren’, zegt hij. ‘Als we dat niet doen, is de continuïteit van ons bestaan in gevaar.’
Future Design is slechts één voorbeeld van de snel groeiende wereldwijde beweging om een einde te maken aan de kortzichtige visie die het politieke leven teistert. Zo kent Wales een afgevaardigde voor toekomstige generaties, wiens rol het is de impact van overheidsbeleid op het welzijn van de burgers over dertig jaar grondig te bestuderen. Er wordt momenteel actief campagne gevoerd om voor het hele Verenigd Koninkrijk een eigen afgevaardigde te benoemen.
Overheden zullen zich altijd moeten concentreren op noodsituaties, zoals de coronacrisis, maar deze initiatieven laten zien dat het mogelijk is om de belangen van toekomstige generaties aan te pakken door middel van maatregelen die in het heden zijn geworteld. En ze raken aan een inzicht van Jonas Salk, de man die in 1955 het poliovaccin uitvond en zag hoe belangrijk het was om soms een stap terug te doen. ‘De belangrijkste vraag die gesteld moet worden’, schreef hij, ‘is de volgende: zijn wij goede voorouders?’
De regering van Puerto Rico heeft deze week 912 miljoen dollar toegezegd gekregen van de Amerikaanse overheid, schrijft ABC News. Dat bedrag is bedoeld voor verbetering van de onderwijssituatie op het eiland. Puerto Rico worstelt nog steeds met herstel na de orkanen Irma en Maria in 2017 en een reeks aardbevingen eind 2019 die tientallen scholen verwoestten of beschadigden.
Fraude in Moldavië
Op verzoek van justitie heeft het parlement van Moldavië deze week de immuniteit van twee parlementsleden opgeheven. Een van hen is Petru Jardan, plaatsvervangend leider van de Shor-partij. De ander, Denis Ulanov, behoort tot dezelfde partij die is vernoemd naar de voortvluchtige oligarch Ilan Shor, meldt Balkan Insight. Shor zou het meesterbrein zijn achter de verduistering van zeker een miljard dollar uit het Moldavische banksysteem via een reeks schimmige transacties tussen 2012 en 2014. Door de diefstal ging Moldavië bijna failliet.
De twee partijgenoten van Shor, die nu dus hun parlementaire onschendbaarheid kwijt zijn, worden eveneens verdacht van frauduleus handelen. Ulanov zou hand- en spandiensten hebben verleend tijdens het Moldavische bankschandaal en Jardan wordt verdacht van fraude in verband met de verlening van een concessie voor de internationale luchthaven van Chisinau in 2013. De regering droeg in dat jaar het beheer van de luchthaven voor 49 jaar over aan Avia Invest, een bedrijf dat Ilan Shor amper een maand voor de concessieverlening oprichtte.
Ieren kweken eigen voedsel
Bibliotheken in Ierland helpen mee om mensen te leren hun eigen voedsel te verbouwen. De stap is onderdeel van een nieuw initiatief om gezond eten aan te moedigen, schrijft RTÉ uit Dublin. De campagne, waarin de organisaties Healthy Ireland en Libraries Ireland samenwerken en die ‘Grow It Yourself’ (Kweek het Zelf) is genoemd, stelt 50.000 voedselkweeksets gratis beschikbaar. Met elk pakket kunnen rode bieten, wortelen, sla, erwten en tomaten worden geteeld en handleidingen voor het kweken ervan worden bijgeleverd. In het pakket zitten ook ansichtkaarten en cadeaukaartjes voor het geval mensen pakketten willen delen.
Deelnemers krijgen e-mails en filmpjes met tips en suggesties om het initiatief verder te verspreiden. De organisatoren hopen dat zo’n half miljoen mensen zullen profiteren van het zelf kweken. De tijd is er rijp voor volgens Michael Kell, de oprichter van Grow it Yourself, want door de pandemie is al een recordaantal mensen bezig met het verbouwen van eigen voedsel.
Afvalmaffiosi gearresteerd
De Guardia di Finanza, de financiële opsporingsdienst van Italië, heeft beslag laten leggen op goederen met een waarde van zo’n 10 miljoen euro. Het betreft volgens een opsomming van Nepalese dagblad Il Mattino 44 commerciële panden en woonhuizen, 13 hectare grond en 900.000 euro op lopende rekeningen in bezit van de broers Antonio, Nicola en Salvatore Vassallo, afvalondernemers in Caserta, ten noorden van Napels. In eerste aanleg zijn de drie broers veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor het veroorzaken van ernstige milieuschade middels de ‘maffia-methode’, lees: het dumpen van gevaarlijk afval op illegale stortplaatsen. Ze deden dit in opdracht van de Casalesi-clan, een machtig onderdeel van de Camorra.
De drie gearresteerden zijn broers van Gaetano Vassallo, ooit een van de belangrijkste organisatoren van het verhandelen en illegaal lozen van giftig afval, leidend tot ernstige bodemverontreiniging en vergiftiging van het water in de omgeving van Napels. Gaetano Vassallo is inmiddels spijtoptant en werkt samen met de Italiaanse justitie.
Zomers van zes maanden
Als de opwarming van de aarde in het huidige tempo doorgaat duren de zomers op het noordelijk halfrond in 2100 bijna zes maanden, zo blijkt uit een studie die is gepubliceerd in het tijdschrift Geophysical Research Letters, weergegeven door NBC News.‘Dit is de biologische klok voor elk levend wezen’, aldus de hoofdauteur van de studie, Yuping Guan van de Chinese Academie voor Wetenschappen. ‘Men spreekt over een temperatuurstijging van 2 of 3 graden, maar verandering van de seizoenen is veel makkelijker voor te stellen.’
Guan en zijn collega’s onderzochten de dagelijkse klimaatgegevens van 1952 tot 2011 en ontdekten dat de zomers in die periode groeiden van gemiddeld 78 tot 95 dagen. De lengte van de winters kromp van 76 naar 73 dagen, de lenteseizoenen van 124 naar 115 dagen en de herfst van 87 naar 82 dagen. De veranderingen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid, de landbouw en het milieu, waarschuwt Guan.
Patriottische producten
De hevige woordenwisseling die plaatsvond tussen Amerikaanse en Chinese topfunctionarissen tijdens de Alaska-top van vorige week heeft in China geleid tot de massale verkoop van T-shirts, hoodies, mokken, paraplu’s, tasjes, aanstekers, telefoonhoesjes en broeken met daarop patriottische teksten, schrijft AsiaOne.
Vooral twee citaten van Yang Jiechi, chef buitenlands beleid van China, blijken populair te zijn: ‘De VS zijn niet gerechtigd tot een neerbuigende toon tegen China. Chinezen accepteren dat niet.’ En: ‘Bemoei je niet met de interne politiek van China.’ Kopers zeggen tot aanschaf van de ‘patriottische producten’ te zijn overgegaan vanwege de ‘onbeleefde en onredelijke houding’ van de VS.
Lerarenstaking in Marokko
Deze week zijn leraren met een tijdelijk contract in Marokko drie dagen in staking gegaan uit protest tegen de manier waarop veiligheidstroepen optraden tegen collega’s die een week eerder demonstreerden in Rabat. Daarbij werden verschillende betogers gearresteerd, schrijft Middle East Monitor. Op sociale media worden video’s van het hardhandige optreden verspreid. De Marokkaanse autoriteiten verdedigen het optreden omdat de demonstratie was verboden.
‘Nieuwe aanvallen zullen het protest de komende dagen verder doen escaleren’, liet de nationale organisatie van tijdelijke leerkrachten weten. De leraren strijden al jaren voor vaste contracten binnen het Marokkaanse onderwijssysteem. Marokko telt naar schatting zo’n 100.000 leerkrachten met een tijdelijk contract.
Met hoogzwangere buik stommelde Zadie Smith tijdens Superstorm Sandy in het donker vijftien trappen af om een vriend te mailen over dit nieuwe bewijs van klimaatverandering. Hij behoort tot de ontkenners van het fenomeen; nu de effecten nog te overzien zijn, hebben we de luxe een heimelijk verlangen te koesteren naar de apocalyps. Voor generaties na ons, geldt dit niet.
Keuze uit ons archief
In 2014 schreef Zadie Smith deze prachtige klaagzang over klimaatverandering en de achteloze manier waarop we daarmee omgaan. Hoewel het onderwerp een stuk hoger op de agenda is beland, is haar essay nog onverminderd relevant en aangrijpend.
Dit artikel verscheen eerder op 10 april 2014 in nummer 55 van 360 Magazine.
Er zijn wetenschappelijke en ideologische termen om te beschrijven wat er met het klimaat gebeurt, maar er zijn nauwelijks persoonlijke woorden voor. Is dat verrassend? Mensen die in de rouw zijn nemen vaak hun toevlucht tot eufemismen, net als wanneer mensen zich schuldig voelen of zich schamen. De mistroostigste van alle eufemismen: ‘Zo gaat dat tegenwoordig.’
Een prachtige perelaar staat half onder water, verliest zijn greep op de aarde en valt om. De spoorlijn naar Cornwall spoelt weg; zo gaat dat tegenwoordig. We kunnen maar beter vergeten hoe het vroeger ging; de manier waarop de seizoenen elkaar opvolgden, met een ingetogen charme die alleen de dichters waardeerden. ‘Vroeger’ is een pijnlijke herinnering.
Proberen het stokje van een nog niet aangestoken vuurpijl in de koude, droge grond steken. De rijp op de besjes van de hulst bewonderen, onderweg naar school. Op tweede kerstdag een lange, verkwikkende wandeling maken in de winterse pracht. Voetbalgras dat knispert onder je voeten. Een beetje zon op Pancake Day en nog wat meer zon bij de paardenrennen van de Grand National. Koude regenbuien in april, de warmte van Wimbledon. Bruiloften in juli omdat het dan mooi weer is. De kleine kans om op het Glastonbury Festival wat zon te vangen. Nou ja, zeggen we tegen elkaar, in ieder geval is het nu in augustus nog stralend weer. En het is fijn voor de Schotten dat ze wat warmer weer krijgen als ze in september [2014; uiteindelijk stemde 55,3% tegen] onafhankelijk worden.
De Theems is al generaties lang niet meer dichtgevroren, en de droom van een witte kerst is een dickensiaanse hersenschim
Misschien wennen we nog wel aan dat nieuwe Engeland en vinden we het net als de jongeren en de verse immigranten vanzelfsprekend dat het in april tijd is voor de korte broek en sandalen, of dat het nieuwe jaar zich aankondigt met een Bijbelse zondvloed. Vlinders verschijnen op voor hen nieuw terrein, vogels komen eerder en vertrekken later – dat is misschien juist wel interessant, en nieuw, niet noodzakelijkerwijs slecht.
Misschien herinneren we ons het verleden verkeerd! De Theems is al generaties lang niet meer dichtgevroren, en de droom van een witte kerst is alleen maar een collectieve dickensiaanse hersenschim. En is dit trouwens niet altijd al een nat land geweest?
Zijwegen
Het is verbazingwekkend hoeveel zijwegen je in kunt slaan als je de vierbaanssnelweg wilt vermijden. Engeland is nooit zo nat geweest als onze beroemde romans suggereren of onze neven in Amerika denken. Het weer is veranderd, verandert nog steeds en daarmee raken allerlei ogenschijnlijk kleine dingetjes – los van treinsporen en huizen, bestaansmiddelen en mensenlevens – verloren. Het was makkelijk om ervan uit te gaan dat er in een hoekje van een of andere Londense tuin altijd wel een egel was die we konden oppakken zodat we onze kinderen konden laten zien hoe hij zich in onze handen ontrolde – of dat we als we gingen picknicken dikke hommels over de rand van een open jampotje konden zien kruipen.
Ieder land heeft zo zijn eigen versie van deze lokale treurnis. (En ieder land heeft zijn eigen discussie over wat de oorzaken zijn van het verlies. Klimaatverandering of auto’s? Klimaatverandering of gsm-masten?) Maar het is niet wenselijk dat je de kleine verliezen vermeldt, ze lijken eigenlijk het vermelden niet waard – niet wanneer je ze vergelijkt met de apocalyptische visioenen van klimaatwetenschappers en filmregisseurs. En dan zijn er aan de andere kant de mensen die vinden dat er helemaal niets aan de hand is.
Het valt niet mee om voortdurend de apocalyps in het achterhoofd te houden, vooral als je ’s morgens ook nog je bed uit wilt komen
Hoewel er vele bittere woorden zijn gevallen over de kinderlijke reactie van het publiek op de aanstaande noodsituatie, lijkt me die reactie niet erg verrassend. Het valt niet mee om voortdurend de apocalyps in het achterhoofd te houden, vooral als je ’s morgens ook nog je bed uit wilt komen.
Het probleem is dat er geen rekening mee wordt gehouden dat onze reactie grotendeels emotioneel bepaald is. Als dat niet zo was, zou het hele debat er anders uitzien. We kunnen ons bijvoorbeeld heel makkelijk een wereld voorstellen waarin de ontkenners geen ontkenners zijn, maar gewoon meedogenloze pragmatici, het soort mensen dat zegt: ‘Ik begrijp heel goed wat er gaat gebeuren, maar ik maak me geen zorgen om mijn kleinkinderen; ik maak me zorgen om mezelf, mijn aandeelhouders en de Chinese concurrentie.’ Er zijn inderdaad enkele mensen die zoiets zeggen, maar niet zo veel als je zou verwachten. Een andere reactie die voor de hand zou liggen is een die voortkomt uit een religieus gevoed milieubewustzijn, want van diegenen die het land als een prachtig geschenk van de Heer zien, kun je verwachten dat ze dat cadeau het fanatiekst verdedigen. Er zitten er wel een paar tussen die inderdaad zo argumenteren, maar ook daarvoor geldt dat het er minder zijn dan ik had verwacht.
Soortschaamte
Hoe het nu gaat is dat het bewijsmateriaal ‘geloofd’ of ‘ontkend’ wordt, alsof de wetenschappelijke artikelen lutherse geloofsstellingen zijn die aan een deur zijn vastgespijkerd. In Amerika is er zelfs een merkwaardige uitweg gevonden in de hiërarchie van Gods schepping. De redenering is dat omdat Hij mensen plaatst boven ‘dingen’ (boven dieren en planten en de zee), we met een gerust geweten al die dingen naar de verdommenis kunnen laten gaan.
Maar volgens mij is het niet alleen uit domheid dat we van een gewetenszaak een geloofszaak hebben gemaakt. Geloof heeft gewoonlijk een emotionele component; het is verhuld verlangen. Natuurlijk komt aan de kant van onze leiders veel van de politisering voort uit kwade trouw, cynisme en economische motieven, maar wij gewone burgers worden gedreven door het verlangen naar onschuld. Want beide partijen zijn vol schuld, vol zelfhaat – wat Martin Amis ooit ‘soortschaamte’ heeft genoemd –, en die projecteren we op de buitenwereld. Daardoor wordt het vuur in onze discussies aangewakkerd.
Tijdens de Superstorm Sandy ben ik met mijn enkele maanden zwangere lijf in het donker vijftien trappen af gelopen, alleen omdat ik dan wifibereik had en een klimaatverandering ontkennende kennis kon e-mailen over dit nieuwe bewijs van zijn stupiditeit.
Er is alleen een ‘polaire vortex’ voor nodig – een ijskoude luchtstroom die zorgt voor lagere temperaturen – om je inbox vol te krijgen met vrolijke verhalen over rechts georiënteerde familieleden – alsof het maar een spel is, waarbij het er alleen om draait of je dwaze oom in Florida ‘paniekzaaier’ dan wel ‘realist’ is. Terwijl in Jamaica, waar Sandy voor het eerst aan land kwam, de steeds vaker voorkomende tropische depressies, stormen, orkanen, aardverschuivingen en droogte voor de inwoners geen aanleiding is voor een ontologisch debat.
Weg, weg, weg. Maar nog niet helemaal
Zing een klaaglied voor al het weggespoelde! Voor de levenscycli, voor de zoutwatermoerassen, de huizen, de mensen – hele eilanden vol mensen. Weg, weg, weg. Maar nog niet helemaal. De apocalyps wordt voor het gemak altijd in de toekomst gesitueerd tenzij je toevallig op Mauritius, Jamaica of op een van de vele andere gevaarlijke plekken woont. Volgens recente rapporten zou, ‘als de mondiale emissie van broeikasgassen onveranderd doorgaat’, de toestand rond 2050 echt ernstig worden, vlak voor de zevende verjaardag van mijn kleindochter. (Toekomstige kleinkinderen worden er in dergelijke klaagzangen vaak bijgehaald.)
Soms is deze zich mondiaal herhalende klaagzang zo intens triest – en zo losstaand van elke poging tot zinnig handelen – dat je in die klaagzangers een fatalistisch links bewustzijn herkent, waarin, als je goed kijkt, een even pervers verlangen naar de apocalyps schuilt als in de door ons zogenaamd zo verachte godsdienstfanaten.
De laatste tijd zag je beide kanten iets meer oor hebben voor de optimistische argumenten van de technocraten. Op de een of andere manier praten we minder over bestrijden en omkeren en discussiëren we vaker over CO₂afvang en opslag, hogere zeeweringen, zonnecollectoren op het dak en andere maatregelen tegen naderend onheil. Beide kanten vinden elkaar in het falen. Ze zeggen tegen elkaar: ‘Ja, misschien hadden we enige tijd geleden het debat anders moeten voeren, maar nu is het te laat, nu moeten we roeien met de riemen die we nog hebben.’
Kleindochter
Dat zal mijn kleindochtertje van zeven vast heel eigenaardig vinden. Ik verwacht niet dat ze me vergeeft, maar het zou nuttig voor haar kunnen zijn om enig zicht te hebben in die manier van denken, om er iets van te kunnen begrijpen. Wat zal ik haar vertellen? Haar onderwijzers zullen haar al hebben uitgelegd dat wat er in 2014 met het weer gebeurde financieel en politiek gezien een ongemakkelijke waarheid was – maar dat is zelfs nu al overduidelijk. Als mensen mondiaal in beweging waren gekomen zou het misschien op de politieke agenda terecht zijn gekomen, ongeacht de kosten.
Dus zal ze willen weten waarom het zo lang duurde voordat zo’n mondiale beweging van de grond kwam. Wellicht zal ik tegen haar zeggen: ‘Je moet goed begrijpen dat we net een eeuw van relativisme en deconstructie achter de rug hadden, waarin we te horen hadden gekregen dat onze dierbaarste principes ofwel twijfelachtig waren ofwel gewoonweg berusten op wensdenken, en op vele terreinen van ons leven werd al van ons gevraagd te accepteren dat niets van wezenlijk belang is en dat alles verandert. Dit had ons een beetje de vechtlust ontnomen.
Daarbij is het ook belangrijk om te realiseren dat onze noodzakelijke levensvoorwaarden – de dingen die ons onvermijdelijk lijken – niet alleen door fysici en filosofen worden bediscussieerd, maar ook, irrationeel, bestaan in de hoofden van de rest van ons, op subintellectueel niveau misschien, maar we ervaren ze toch als vaststaande feiten.
Het klimaat was een van die feiten. We dachten niet dat dat kon veranderen. Dat wil zeggen, we wisten altijd wel dat we onze planeet aardig wat schade konden toebrengen, maar zelfs degenen met de meeste hybris hadden niet gedacht dat we ooit in staat zouden zijn om het ritme en karakter ervan fundamenteel te kunnen beïnvloeden, zoals een kind dat de hele dag naar haar vader heeft gegild toch niet verwacht dat hij op de keukenvloer gaat liggen huilen.’
Denkt u dat ik me daarmee vrijpleit bij mijn (ietwat irritante en kritische) toekomstige kleindochter? Ik maak me sterk.
De verschrikkelijke waarheid is dat we ons van oudsher intens aangetrokken voelen tot de apocalyps
Wat hebben we gedaan! Het is een Bijbelse vraag en we lijken niet in staat om te ontsnappen uit de vertrouwde – wezenlijk religieuze – cyclus van schaamte, ontkenning en zelfkastijding. Daarom (zo zal ik mijn kleindochter uitleggen) hielpen die apocalyptische scenario’s niet: de verschrikkelijke waarheid is dat we ons van oudsher intens aangetrokken voelen tot de apocalyps. Uiteindelijk kon ons denken pas echt op het juiste spoor worden gezet door het verlies van de vertrouwde dingen waar we zo van hielden.
Zoals toen de seizoenen op ons geliefde eiland veranderden, of toen de lichten uitgingen op de vijftiende verdieping, of de dag waarop ik begin juli samen met de eigenaresse, een vrouw van over de tachtig, haar tuin in liep en bij het zien van de verschroeide gele aarde en de verwelkte rozen en het horen van wat alleen echt oude mensen durven te bekennen – ‘zoiets heb ik mijn hele leven nog niet gezien’ – eindelijk mijn klaagzangen staakte over ‘Wat hebben we gedaan?’ en overging tot het praktische ‘Wat kunnen we doen?’
Eerder berichtten we al over Googles dreigement om Australië te verlaten, vanwege een wetsvoorstel van de regering dat eist dat nieuwsuitgevers voor hun inhoud worden betaald. Sindsdien, meldt Sydney Morning Herald, sloot het bedrijf miljoenencontracten met grote Australische uitgevers.
Zo niet Facebook. Als reactie op het voorstel verhindert het bedrijf persgroepen en gebruikers om nieuwsartikelen op het sociale netwerk in het land te delen of te bekijken. De Australische regering noemt de blokkade ‘autoritair’, de Sydney Morning Herald ‘onthutsend’.
De officiële reactie van Facebook luidt als volgt:
‘We staan voor een onaangename keuze: proberen te voldoen aan een wet die de realiteit van de relatie [tussen het netwerk en de uitgevers] negeert, of stoppen met het toestaan van nieuwsinhoud op onze diensten in Australië. Met een bezwaard hart kiezen we voor de tweede optie.’
Fakebook
Afgezien van de afname van het verkeer naar hun sites die de maatregel tot gevolg zal hebben, maken veel Australische media, zoals The Australian Financial Review, zich zorgen over het verdwijnen van betrouwbare informatie op het netwerk. De krant is van mening dat ‘Facebook de Australische waarheid opoffert (…) om te voorkomen dat er een duur wereldwijd precedent wordt geschapen’.
Volgens een rapport van de Universiteit van Canberra over digitaal nieuws in 2020 gebruikt 39 procent van de Australiërs Facebook om het nieuws te raadplegen en 49 procent om informatie over de covid-19-epidemie te verkrijgen.
‘Terwijl Australië zich voorbereidt op de lancering van het belangrijkste vaccinatieprogramma van ons leven, zullen de antivaxers, die zoals we hebben gezien verkeerde informatie op Facebook verspreiden, niet langer worden weersproken door een persbericht van lokale gezagsdragers’, aldus Financial Review.
Met al dit nepnieuws, waarschuwt ook The Australian, ‘wordt Facebook “Fakebook”’ en zorgt Mark Zuckerberg ervoor dat zijn ‘Australische gebruikers machteloos staan tegenover gevaarlijk nepnieuws’.
‘Vrijheid voor Pablo Hasél. Weg met Franco’s rechtssysteem’
Meer dan veertig mensen zijn gearresteerd na gewelddadige protesten in Madrid, Barcelona en Granada tegen de opsluiting van Pablo Hasél, meldde El Mundo woensdag (17 februari). In de Spaanse hoofdstad verzamelden honderden mensen zich ’s middags bij Puerta del Sol om de rapper te steunen, na zijn veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf vanwege tweets waarin hij de politie en de monarchie aanvalt. De ‘ongeoorloofde maar vreedzame’ demonstratie ontmondde tegen de avond in ‘een veldslag’.
In Barcelona verzamelden honderden mensen zich voor de tweede dag op rij, wat uitliep op ‘het verbranden van containers en het opzetten van barricades’.
El País sprak met enkele demonstranten. Jorge Gómez, 24, licht toe: ‘Er is een gebrek aan vrijheid van meningsuiting, alleen omdat Hasél vanzelfsprekende dingen heeft gezegd.’ [Hasél noemde voormalig koning Juan Carlos I een maffiabaas.] Gómez noemt de wetten die de rapper hebben veroordeeld ‘middeleeuws’. Julia Castro, 22, voert aan dat: ‘veel reggaetonliedjes denigrerende boodschappen over vrouwen bevatten en toch door miljoenen mensen worden gehoord, terwijl slechts een minderheid naar Hasél luistert.’
De kreet die het meest is gehoord op het centrale plein van Madrid is ‘Nazi’s overdag en politie ’s nachts’ en ‘Hier zijn de antifascisten’. Op spandoeken staat de slogan ‘Ontvoerd door de staat, iedereen op straat! Laten we zijn vrijheid heroveren!’ en ‘Vrijheid voor Pablo Hasél. Weg met Franco’s rechtssysteem’. Volgens het Spaanse dagblad begonnen de bijeenkomsten in feestelijke sfeer, met liedjes waarin de vrijlating van de Catalaanse rapper wordt geëist.
Ook Amnesty International veroordeelt de opsluiting van de rapper.
Pablo Hasél's imprisonment is an excessive and disproportionate restriction on his freedom of expression, but he is not alone in suffering the consequences of unjust laws. https://t.co/eN2rr75lyc
In het VK worden vrijwilligers ingeënt met het coronavirus
De Britse regering heeft besloten een experiment te financieren dat van plan is om ongeveer negentig vrijwilligers te ‘infecteren’ met covid-19 om informatie te verzamelen over de reactie van het immuunsysteem. De ethische instantie voor klinische proeven heeft groen licht gegeven voor het experiment. Over een paar weken zullen gezonde mensen tussen de 18 en 30 jaar door middel van druppels in de neus met het virus worden besmet.
Deze wereldprimeur roept enkele vragen op. Zoals: wat is een gepaste beloning als je ermee instemt te worden geïnjecteerd met een virus dat wereldwijd al 2,4 miljoen mensen heeft gedood? Het antwoord is volgens The Times 4000 pond (4600 euro). In het project is in totaal 33 miljoen pond geïnvesteerd.
Op middellange termijn hopen de onderzoekers de tests te kunnen voortzetten om nog ambitieuzere doelen te bereiken, legt professor Peter Openshaw van Imperial College London uit in TheGuardian. ‘Deze onderzoeken zijn uniek en kunnen ons in staat stellen om sneller vooruitgang te boeken, niet alleen bij het begrijpen van de ziekte, maar ook bij het vinden van geschikte behandelingen en vaccins’, aldus de wetenschapper. Deze hulp zou meer dan welkom zijn in een tijd waarin de verspreiding van nieuwe varianten de internationale wetenschappelijke gemeenschap zorgen baart.
Balans
Het wetenschappelijke Nature stelde al aan het begin van de pandemie de vraag of dergelijke ‘tests op mensen’ acceptabel zouden zijn. De media bevestigden vervolgens dat het noodzakelijk was ‘een redelijk evenwicht te vinden tussen de risico’s die deze mensen lopen en het belang dat deze inspanning vormt voor de gemeenschap. De onderzoeken brengen risico’s met zich mee, maar nemen ze ook weg.’
Zeeschildpadden worden in Texas gered van de kou
In Texas is een congrescentrum ingericht om de ‘laatste slachtoffers van het strenge winterweer op te vangen’, schrijft NBC News. Het gaat om duizenden door de kou verdoofde zeeschildpadden, die op het strand zijn aangespoeld.
De verdoving houdt in dat de schildpadden hun flippers niet meer kunnen bewegen en vanzelf komen bovendrijven. Ze weten dat ze moeten bewegen om te kunnen overleven, maar zijn niet in staat om hun lichaam daartoe aan te zetten, legt een medewerker van het centrum uit in een filmpje op CNN. Als gevolg daarvan worden ze levenloos.
Bewoners, van wie sommigen zelf geen warmte of basisvoorzieningen in hun eigen huis hebben vanwege het ongewoon koude weer, hebben de zeeschildpadden gered en naar het congrescentrum in een vakantieoord in het zuiden van Texas gebracht.
‘Zo ongeveer om de vijftien minuten komt er weer een pick-uptruck of SUV aanrijden’, zegt Ed Caum, uitvoerend directeur van de South Padre Island Convention and Visitors Bureau, geciteert door The Guardian.
Hij vertelt dat mensen soms een of twee zeeschildpadden meebrengen, soms meer. ‘Gisteren kwamen er soms ook aanhangwagens vol met vijftig tot honderd stuks.’ Tot nu toe zijn er meer dan 3500 zeeschildpadden ‘verzameld’; Caum is terughoudend met de term gered, want ‘we weten dat we er enkele gaan verliezen’.
Nu er opnieuw een koufront nadert, is niet bekend wanneer de zeeschildpadden weer het water in kunnen. De temperatuur in het gebied was op woensdagmiddag ongeveer 4 graden Celsius. De schildpadden kunnen pas teruggeplaatst worden in de Golf van Mexico als het kwik boven de 15 graden uitstijgt.
Eerder beschreef The Guardianal hoe de winterstorm de ongelijkheid in toegang tot elektriciteit vergroot onder Texanen; hoewel de staat de meeste elektriciteit produceert in de VS, ‘bevonden miljoenen kansarme inwoners zich de afgelopen weken in kou en duisternis’.
Slechts 24 uur na de militaire coup in Myanmar reageerde de Amerikaanse president Joe Biden maandag door te dreigen met herinvoering van sancties die de afgelopen tien jaar waren opgeheven. De nieuwe president riep op tot een gecoördineerde internationale reactie om de militaire junta te dwingen de macht af te staan.
Volgens o.a. The Washington Post is de Birmese crisis de eerste grote test voor de regering-Biden aangezien de Democraat tijdens zijn campagne heeft beloofd in internationale kwesties meer met bondgenoten te zullen samenwerken. De krant noemt de crisis in Myanmar ‘voor Biden een kans om zijn woord te houden’. Ook noemt de Post ‘het eventuele herstel van een dictatuur [in Myanmar] rampzalig voor de vrijheid in Zuidoost-Azië en een zegen voor China’.
In een analyse op de site van Foreign Policy vraagt Azeem Ibrahim, directeur van de Amerikaanse denktank Center for Global Policy, zich af of Beijing de staatsgreep heeft gesteund, nadat de hoge Chinese diplomaat Wang Yi vorige maand generaal Min Aung Hlaing van Myanmar ontmoette, die nu optreedt als interim. Als dit inderdaad het geval blijkt te zijn, is dit een teken van ‘een nieuwe ideologische verharding van de democratie door Beijing’, aldus Ibrahim. Ook hij noemt de gebeurtenissen eveneens ‘een kans voor de Verenigde Staten om hun rol als leider van de vrije wereld op te pakken, iets wat ze hard nodig hebben na vier jaar Trump’.
‘Welkom in het nieuwe normaal’
In Myanmar is de situatie ondertussen te vergelijken met die van 23 maart vorig jaar, toen de regering een lockdown afkondigde. Mensen verdringen zich voor de winkels om rijst, noedels, eieren, schoonmaakspullen en meer te kopen. Aanvankelijk was er geen telefoon- en internetsignaal, meldt The Myanmar Times, maar inmiddels is dat in vrijwel alle regio’s hersteld, behalve in Rakhine. ‘Omdat we geen idee hebben wat ons te wachten staat, moeten we zo veel mogelijk inslaan. Dat is het enige wat op dit moment telt,’ zegt een geïnterviewde.
Door de straten rijden auto’s waarvan de inzittenden met vlaggen zwaaien om te vieren dat het leger de macht weer heeft. ‘Welkom in het nieuwe normaal’, aldus het Myanmarese dagblad.
De Veiligheidsraad van de VN komt vanochtend (2 februari) in een spoedvergadering bijeen vanwege de ontwikkelingen in Myanmar. De Verenigde Naties vrezen in het bijzonder dat de staatsgreep door het leger de situatie van de 600.000 leden van de Rohingya-moslimgemeenschap die nog in het land aanwezig zijn, zal verergeren, aldus een woordvoerder van de VN.
Gewaarschuwd
Door het militaire optreden tegen deze minderheid in 2017 zijn meer dan 700.000 mensen naar Bangladesh gevlucht, waar ze in vluchtelingenkampen zijn gestrand. De VN en de westerse mogendheden beschuldigden het Myanmarese leger van etnische zuivering, maar het leger verwierp de beschuldigingen.
‘De vervolging van de Rohingya was al een teken van een mislukking van de grondwet’, merkt onderzoeker Rudabeh Sahid op in een analyse die op de NBC News-site is gepubliceerd. Deze stelde ‘het leger in staat een deel van hun macht te behouden en hun invloed uit te breiden’, zegt hij. ‘De internationale gemeenschap had dit moeten zien als een waarschuwing dat ze moest optreden als ze wilde dat Myanmar een democratie bleef.’
Grootste sneeuwstorm sinds maart 1888
Van Washington tot Boston, van Pennsylvania tot Maine werden gisteren (1 februari) tientallen miljoenen inwoners ingesloten in verband met een sneeuwstorm met windstoten tot 80 km/u. Reizen mag alleen als het hoogstnoodzakelijk is, luchthavens, scholen en anticovid-vaccinatiecentra zijn gesloten.
Volgens CNN lag in New York nog voordat de storm was gaan liggen een pak sneeuw van minstens 60 centimeter. Burgemeester Bill de Blasio riep de lokale noodtoestand uit om het werk van de sneeuwruimmachines, die door de hoofdstraten rijden, te vergemakkelijken.
Er wordt wel gesproken over de ‘grootste sneeuwstorm’ sinds maart 1888, toen de stad, die in het vroege voorjaar door het noodweer werd overvallen, tientallen doden en aanzienlijke materiële schade te betreuren had.
Demonstranten in Turkije gearresteerd na aanval Erdogan op LGBT-beweging
De Turkse autoriteiten hebben maandagavond (1 februari) demonstranten gearresteerd die het ontslag eisen van de door de regering aangestelde rector van de Boğaziçi Universiteit (Bosporusuniversiteit), Melih Bulu, en de vrijlating van andere studenten die deze week zijn gearresteerd nadat ze ervan werden beschuldigd in hun universiteit een schilderij te hebben opgehangen van een heilige plaats van de islam, versierd met LGBT-regenboogvlaggen.
De incidenten kwamen uren na een krachtige aanval van Erdogan op de LGBT-beweging, die hij beschuldigde van ‘vandalisme’. ‘De Bosporusuniversiteit is al lange tijd het doelwit van de president en zijn conservatieve aanhangers. Ze betreuren haar prestige en liberale neigingen’, schrijft de New York Times-correspondent in Turkije.
Verkiezingen Brazilië pakken gunstig uit voor Bolsonaro
De Braziliaanse parlementariër Rodrigo Pacheco (DEM, midden rechts) heeft de verkiezingen maandag 1 februari gewonnen met de steun van de Braziliaanse president. Jair Bolsonaro slaagde er ook in om nog een van ‘zijn’ kandidaten, Arthur Lira, naar voren te schuiven voor de Kamer van Afgevaardigden, wat de tweede helft van zijn mandaat en zijn mogelijke herverkiezing in 2022 zal vergemakkelijken.
‘Het Congres heeft de donkere kant van de politiek gekozen’
In Brazilië bepalen de voorzitters van de Kamer van Afgevaardigden en de Senaat de wetgevingsagenda. Daarnaast is het aan het hoofd van het Lagerhuis om te beslissen over de ontvankelijkheid van klachten over afzetting.
De Kamer van Afgevaardigden heeft 66 verzoeken tot afzetting van Jair Bolsonaro ontvangen, aangezien zijn beleid rondom de coronaepidemie rampzalig wordt geacht. Met ongeveer 225.000 doden is Brazilië het op meest getroffen land na de Verenigde Staten. ‘Het Congres heeft de donkere kant van de politiek gekozen’, concludeert de Braziliaanse krant O Globo.
In 2009 vergaderde de regering van de Maldiven onder water, in duikerspak. Daarmee wilde zij de aandacht vestigen op de stijging van de zeespiegel, die een groot gevaar vormt voor de eilandengroep. De Ierse auteur en VN-adviseur Robert Templer richt zich tot de Maldiviër in ballingschap, als het land al lang verzwolgen is door de Indische Oceaan.
Beste Maldiviër in ballingschap,
Ik weet niet waar ik deze brief naartoe moet sturen, omdat ik geen idee heb waar je je bevindt. Misschien woon je ergens in de krap bemeten hoogbouw op een van de kunstmatige eilanden voor de kust van Nieuw-Zeeland, als je een van de gelukkigen bent. Of misschien woon je in een drijfnat vluchtelingenkamp buiten Thiruvananthapuram, als je pech hebt. Ik weet in elk geval waar je niet bent: Shanghai, New York, Mumbai, Singapore, Ho Chi Minhstad, Rangoon. Die grote handelscentra, door de koloniale machten riskant aan het water gebouwd, zullen slechts enkele decennia na de Maldiven onder water zijn komen te staan.
Denk je vaak terug aan je oude huis? Voordat de golven je eilanden verzwolgen waren het prachtige oorden. Ze lagen zo plat in zee dat de hemel een enorm blauw gewelf was, dat zich bij zonsondergang vulde met torenhoge roze wolken. Het witte koraalzand was er zo puur dat zelfs het diepste water blauwtinten vertoonde die je nergens anders zag. Glinsterende zilverblauwe scholen vis zwommen over de riffen waaruit de eilanden in de loop van duizenden jaren waren verrezen.
Elk jaar zwermden reuzenmanta’s met een spanwijdte van ruim een meter de lagunes binnen om zich tegoed te doen aan de overvloed aan micro-organismen, waarbij het leek alsof ze van pure vreugde uit het water sprongen. Het koraal ging enkele tientallen jaren nadat ik dit schreef dood; het was zo kwetsbaar dat het de stijgende temperaturen en de zuurtegraad van het water niet overleefde.
Waterschaarste
Toen ik in 2019 een tijdje op jullie eilanden verbleef, waren de voortekenen al zichtbaar. In de stad Addu zag je waterplassen op straat, brakke witte poelen die maar niet opdroogden. Er was geen zoet water meer, want dat was verdrongen door het stijgende zeewater en vervuild geraakt.
Er viel steeds minder regen, waardoor het dunne laagje zoet water niet langer werd aangevuld. In de twintigste eeuw kon je nog bijna overal een put slaan en je had drinkwater. In Malé, ooit jullie hoofdstad, vestigden de mensen hun hoop op een ontziltingsinstallatie. Toen die door een brand werd uitgeschakeld, moesten er vanuit India flessen water worden ingevlogen. Er braken gevechten uit toen de mensen dachten dat de flessen opraakten.
Nu je door toedoen van het klimaat in ballingschap verkeert, heb je misschien Carbon Ideologies van William T. Vollmann gelezen, een tweedelige, 1500 pagina’s tellende brief voor iedere toekomstige aardbewoner over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen met de aarde. Je hebt je er misschien doorheen geworsteld, niet alleen vanwege de dikte, de ondoorgrondelijke tabellen en de oeverloosheid, maar ook omdat het zo pijnlijk moet zijn om te lezen.
Het laat zien dat we dom en zelfzuchtig waren, dat we weigerden te zien wat zich pal voor onze neus afspeelde, dat we de wetenschap afwezen en achter charlatans aanliepen. Het veroordeelde jullie tot dagen met temperaturen van in de 50 graden en elk jaar zware buien die anders eens in de duizend jaar voorkwamen. De meeste mensen hebben nog een land, een verbrand, geslonken land dat wordt geteisterd door branden en overstromingen, maar jij hebt er geen. Jullie zullen je eilanden op een gegeven moment hebben verlaten, met alleen nog een paar mensen op drijvende platforms die verankerd waren aan het dode koraal.
Heb jij nog steeds een paspoort? Bestaat je land nog in enigerlei vorm? Bestaat jullie grondgebied alleen nog uit ambassades? Wetenschappers begonnen al dat soort vragen te stellen. Zouden de Maldiven nog een land zijn met een zetel in de Verenigde Naties, een landnummer en een vlag, zodra ze geen grondgebied meer hadden en de bevolking niet meer in één gebied woonde? Wanneer hield een land eigenlijk op te bestaan?
Volgens de zogeheten Montevideo-conventie beschikt een staat over grondgebied waar het merendeel van de bevolking woont. Wanneer een staat iemand weigert te erkennen, wordt diegene stateloos burger, een categorie waar de wereld al mee worstelde lang voordat jouw land verdween. Maar wanneer je staat verdwijnt, ben je niet officieel stateloos, je bestaat alleen niet meer volgens het internationaal recht. Toen ik dit schreef, hadden we nog geen antwoord op de vraag wat jij bent. We waren er zelfs niet eens naar op zoek.
Vervullend toerisme
Aan het begin van de eenentwintigste eeuw nam jouw land een gewaagde gok. De Maldiven omarmden een vorm van toerisme die waarschijnlijk tot de meest kooldioxide uitstotende behoorde. Vliegtuigen van de allergrootste typen voerden bezoekers aan vanaf bestemmingen op gemiddeld zo’n tien uur vliegen. De toeristen werden met krachtige motorsloepen of draagvleugelboten naar resorts gebracht waar 24 uur per dag ontziltingsinstallaties en generatoren draaiden.
Al het eten werd geïmporteerd, grotendeels via de lucht. In het hoogseizoen waren er zo veel privévliegtuigen dat ze naar Colombo moesten uitwijken om te worden gestald. Het droeg allemaal bij aan de uitstoot van broeikasgassen die de oceaan opwarmden en deden uitzetten. De ongeveer honderd resorts, stuk voor stuk op een eigen eiland, boden elk een eigen mate van luxe om de gasten zich op een ongerept, verlaten eiland te laten wanen, tegen bakken geld én de hoge prijs van een enorme uitstoot aan broeikasgassen. Door villa’s à 65.000 dollar per nacht en onderwatersuites aan Russische oligarchen en Saoedische prinsen te verhuren, hoopte de bevolking genoeg geld binnen te halen om de eilanden op de een of andere manier te laten voortbestaan.
Het mislukte. Niet omdat er niet genoeg geld was, maar omdat het ontbrak aan de wil om het op een zinnige manier te besteden. Jullie land was het rijkste van Zuid-Azië, een soort gedroomd ontwikkelingsland, gemeten naar de groei van het bruto binnenlands product. Maar jullie hadden te veel corrupte politici, te veel inhalige oligarchen en te veel gewelddadige bendes, terwijl jullie inwoners eronder gebukt gingen dat ze in een van de drukste, volste landen ter wereld leefden. Het was alsof Malé elk moment tot stilstand zou kunnen komen doordat het overal zó druk was op straat dat brommers, mensen en bestelbusjes elkaar nauwelijks meer konden passeren. De Malediviërs, geduldig en terughoudend als altijd, zouden simpelweg voor altijd stil blijven staan.
Het ontbrak ons niet aan kennis; het kon ons gewoon niets schelen
De Maldiven, een land van vissers, boeren, koop- en zeelui die verspreid leven over 180 eilandjes (van de ongeveer duizend in totaal), kwamen razendsnel in aanraking met de moderniteit. In nog geen vijftig jaar werd het van een afgelegen, bijna onbekend land een oord waar toeristen met vier tegen een in de meerderheid waren tegenover de plaatselijke bevolking. De tsunami van Kerst 2004 spoelde over de eilanden heen, een waarschuwing van wat komen zou.
Velen zochten troost in het geloof. Steeds meer vrouwen bedekten het hoofd, steeds meer mannen bezochten de moskee. Pas in 2008 deed de democratie haar intrede, maar na tientallen jaren dictatuur bleek ze broos en weerspannig. De eerste door het volk gekozen president werd afgezet. Die erna manipuleerde de verkiezingen, bracht de vriendjes van de dictator opnieuw aan de macht en plunderde de staatskas. Door zijn inhaligheid en incompetentie leed hij algauw een verkiezingsnederlaag, waarna degenen die voor een opener, tolerantere samenleving waren weer aan de macht kwamen.
Corruptie
Maar het kwaad was al geschied. De corruptie had wortel geschoten. Degenen die economisch gezien de touwtjes in handen hadden, zaten ook achter de bendes, de drugs, de rechtspraak, de tv-zenders, de religieuze leiders en het parlement. De machinerie van het landsbestuur beschikte over alle tandwielen die nodig waren voor een moderne samenleving, maar ze grepen niet in elkaar en er gebeurde niets. Het bleek een onhaalbare kaart om tegelijkertijd het land te hervormen en de steeds grotere schuld aan China af te lossen.
En zo kwam het dat de Maldiven geen plan hadden om zich aan te passen aan de stijgende zeespiegel. Degenen aan de top kochten een uitwijkmogelijkheid in Londen, Colombo, Parijs of Sydney. Er verdween steeds meer geld naar het buitenland. Er werden enorme toeristenresorts gebouwd, die onder de aandacht werden gebracht van een wereldwijde elite die een vakantie wilde in schitterende afzondering, ver weg van de giftige dampen van Beijing of New Delhi. Malé werd een stad van eilanden en torens, de riffen van de Faafu-atol werden een kring van bruggen en steeds vollere eilanden.
Jullie religieuze leiders wuifden de milieuproblemen weg. God zou ze verhoeden. ‘Er zijn altijd evenveel vissen in zee geweest als er regendruppels op het water vallen,’ zei een van hen. Het land verbruikte elk jaar meer olie, de uitstoot nam toe, maar stelde nog altijd niets voor vergeleken bij de wereldwijde uitstoot. Jullie land was niet de oorzaak van de klimaatverandering. Dat was vooral het Westen, hoewel jullie leven aan het begin van de eenentwintigste eeuw werd gedicteerd door India, jullie beschermheer en naaste buur, en door China, jullie donorland, eigenaar van de resorts en goed voor de meeste toeristen.
Zeventig jaar voordat jullie eilanden onder water kwamen te staan, wisten we dat de klimaatverandering een verwoestende uitwerking zou hebben. In 1990 bracht het klimaatpanel van de Verenigde Naties zijn eerste rapport over de verandering uit, een behoedzaam geformuleerd wetenschappelijk compendium dat er bij alle landen op aandrong de uitstoot van kooldioxide te beperken. Sommige landen troffen ingrijpende maatregelen, maar door de mondiale stijging van de welvaart was de uitstoot in 2014 alsnog 60 procent hoger dan een kwarteeuw eerder.
Te abstract
Het ontbrak ons niet aan kennis; het kon ons gewoon niets schelen, of we beseften de gevolgen van onze daden niet. De communicatie was onderdeel van het probleem, naast de beperkingen van ons denken en de wens om maar niet over het onbekende te hoeven nadenken. Klimaatverandering werd wel een ‘hyperobject’ genoemd: een onderwerp dat te groot en te ingewikkeld was om te bevatten. Het zorgde allemaal voor een gevoel van machteloosheid dat leidde tot lusteloosheid. Vollmanns uitputtende opsomming van feiten over koolstof en de dodelijke gevolgen ervan waren een afspiegeling van de klimaatverandering zelf: te groot en te deprimerend om te overzien, te overweldigend en te angstaanjagend om je ermee bezig te kunnen blijven houden.
Maar zelfs het dunnere De onbewoonbare aarde van journalist David Wallace-Wells, een overzicht van de meest geavanceerde kennis over wat er tot 2019 allemaal was gebeurd, inclusief betrouwbare voorspellingen van wat ons nog te wachten stond, riep het verlangen op de ogen te sluiten voor de verschrikkingen. Halverwege het boek vroeg Wallace-Wells zich zelfs af of zijn lezers niet al waren afgehaakt.
Het ging ons op een abstracte manier aan het hart, maar niet genoeg om de reële problemen aan te pakken. We waren geobsedeerd door de stijging van de zeespiegel: iedereen wist dat jullie land ten dode was opgeschreven. Alleen al in 2017 verdween er op Antarctica 200 miljard ton ijs. Maar we hadden veel minder aandacht voor andere problemen die aan klimaatverandering werden toegeschreven: de steeds vaker voorkomende hittegolven die aan jong én oud het leven kostten, de slinkende oogsten en alarmerend lage voedingswaarde van gewassen, de stijgende temperaturen en steeds langere droogte die het aantal zelfmoorden onder Indiase boeren met elke graad verder opstuwden, de watertekorten die steden overal ter wereld troffen doordat het grondwaterpeil daalde en de 28.000 Chinese rivieren die in slechts tien jaar tijd zouden zijn verdwenen.
Het probleem was in zekere zin een gebrek aan verbeelding. Verschillende schrijvers wezen daarop, onder wie vooral Amitav Ghosh in zijn The Great Derangement. Hij beklaagde zich erover dat geen enkele fictieauteur zich succesvol met klimaatverandering bezighield. Maar zoals Wallace Wells opmerkte, barstte het in films en op tv van beelden over een grimmige toekomst: de ‘Winter Is Coming’-voorspelling uit Game of Thrones en de veel realistischer droogte van de vervolgen op Mad Max en Blade Runner. Maar die deden eerder dienst als afleiding dan als waarschuwing.
Geen film of roman kon de schaal van de klimaatverandering bevatten, die bovendien niet paste bij de conventies van de roman. Er was geen eenzame held en geen kans op verlossing, geen beweging die de wereld veranderde, geen duidelijke spanningsboog, geen pakkend verhaal over een betere toekomst. Een roman die uitweidde over het gegeven dat we al zo veel koolstof de atmosfeer in hadden gepompt dat we de aarde onherroepelijk veranderden, zou de aandacht van de lezers maar moeilijk kunnen vasthouden. Zelfs toen de wetenschap nog preciezer werd – de computermodellen werden in de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw veel beter – wendden we onze blik af.
Elk jaar leidden bitcoins tot evenveel uitstoot als een miljoen trans-Atlantische vluchten
Dus we wisten wat jullie te wachten stond, maar we konden ons er op de een of andere manier niet toe zetten om zelfs maar de schade te beperken. Al in 2018 was het waarschijnlijk te laat om de stijging van de temperatuur met 2 graden tegen te houden, want kooldioxide en methaan kunnen eeuwenlang in de atmosfeer blijven. Maar we hadden de rampzalige verdere stijging kunnen voorkomen. In plaats daarvan strompelden we onnadenkend voort als klimaatzombies die niet in staat waren de toekomst die we schiepen te overdenken.
Als we in 2000 waren begonnen, dan hadden we de uitstoot van kooldioxide kunnen beperken met een hanteerbare 3 procent per jaar om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. Als we in 2019 waren begonnen, zou dat 10 procent per jaar zijn geweest. Dat zou ons jaarlijks ongeveer 3 biljoen dollar aan investeringen in schone energie hebben gekost, zodat we de opwarming tot 1,5 graad zouden beperken. Dat is een enorm bedrag, maar nog altijd minder dan de ongeveer 5 biljoen per jaar aan subsidies voor fossiele brandstoffen.
Wallace-Wells becijferde dat de wereldwijde kooldioxide-uitstoot met 35 procent had kunnen worden beperkt, als de rijkste 10 procent van de wereldbevolking zijn uitstoot zou hebben beperkt tot het gemiddelde niveau in de Europese Unie. Ons gebrek aan politieke wil, in combinatie met leiders die publiekelijk elke poging om het probleem ook maar enigszins in te dammen belachelijk maakten, maakte dat onmogelijk. Als we op de weg zouden blijven die we waren ingeslagen, dan zou het vierhonderd jaar duren om de groene-energierevolutie tot stand te brengen die een einde zou maken aan fossiele brandstoffen, iets dat we binnen dertig jaar hadden moeten doen.
Niet alleen kleunden we politiek mis en waren we bevooroordeeld, we geloofden ook, heel dom, dat het dankzij de technologie wel goed zou komen. (‘Elon Musk zal ons redden, en zo niet, dan brengt hij ons met een raket naar een andere planeet!’) Terwijl we op onze techmessias zaten te wachten, begonnen we paradoxaal genoeg de wetenschap te wantrouwen. ‘Deskundigen’ wilden vlees eten verbieden en onze SUV’s vervangen door veel kleinere autootjes: koekblikken.
Bitcoins
We waren dommer dan dom. We waren roekeloos en vergoelijkend op een manier die je stuitend zult vinden. Iemand vond een nieuwe munteenheid voor speculanten en witwassers uit, de bitcoin. Om die te produceren, moesten hallen vol energievretende computers codes kraken, iets wat mining heet, ‘delven’, maar in feite een volledig kunstmatig proces was dat kon worden beheerst door het algoritme enigszins te herschrijven. De hoeveelheid energie die het kostte was verbijsterend: een munteenheid maken die geen enkel publiek doel diende, kostte evenveel energie als werd verkregen uit alle zonnepanelen die tot 2018 wereldwijd waren geïnstalleerd. Elk jaar leidden bitcoins tot de uitstoot van evenveel kooldioxide als een miljoen trans-Atlantische vluchten.
Met een verspilling op een dergelijke schaal leek het niet langer de moeite om de veranderingen in gang te zetten die we moesten doorvoeren. We zouden allemaal in elektrische autootjes kunnen gaan rijden en vegaburgers kunnen gaan eten, maar de voordelen zouden bij lange na niet opwegen tegen de uitbreiding van alleen al de kolenindustrie van India. China stortte aan het begin van de eenentwintigste eeuw in drie jaar tijd evenveel beton als de Verenigde Staten in de hele eeuw daarvoor. En dat gebeurde vooral om ervoor te zorgen dat de Communistische Partij de groei kon volhouden die ze nodig achtte om in het zadel te blijven. Alles wat we als individu hadden kunnen doen, werd totaal nutteloos door de beslissingen van het Politburo.
Elke poging om de uitstoot te verminderen of de opwarming tegen te gaan bracht kosten met zich mee die we niet konden opbrengen. Biobrandstof betekende dat er meer bos werd gekapt, waardoor de koolstof vrijkwam die erin lag opgeslagen. Zwaveldioxide in de atmosfeer brengen om de aarde te laten afkoelen, zoals dat bij vulkaanuitbarstingen gebeurt, betekende zure regen en nog meer verstoringen van het weer. Kooldioxide van kolencentrales afvangen zou betaalbaar zijn geweest als we een belasting op uitstoot hadden kunnen opleggen; het scheen politici iets nagenoeg onmogelijks toe.
Maar kooldioxide daadwerkelijk uit de atmosfeer halen met behulp van zogeheten negatieve-emissietechnologie klonk als toekomstmuziek: het kostte zo’n 1000 dollar per ton kooldioxide [in Nederland werd in 2017 zo’n 163 miljoen ton kooldioxide uitgestoten]. Door ons vermogen tot magisch denken zagen we over het hoofd wat Howard Herzog in zijn korte gids over koolstofopslag schreef: ‘De beste manier om CO₂ uit de lucht te halen is ervoor te zorgen dat die er niet in komt.’
Laatste generatie
Ik zat op een breed strand op het eiland Kinolhas, onderdeel van de Raa-atol, een gebied in het noorden van de Maldiven dat door de Verenigde Naties is uitgeroepen tot World Biosphere Reserve, naar bleek een zinloze aanduiding. Het was vroeg in de avond, de zon ging onder en gezinnen zaten op het witte zand. Op de Maldiven werd de warmte rond de evenaar altijd getemperd door de zee en de wind.
De temperatuur van lucht en water was perfect. Een catamaran lag zo’n honderd meter voor anker uit de kust, bij het onbewoonde ‘picknickeiland’ naast Kinolhas, waar de plaatselijke bewoners palmbladeren en kokosnoten vandaan haalden. Het Nederlandse gezin dat het schip had gehuurd was er gebakken rijst met tonijn komen eten en gaan snorkelen boven het rif. In de loop van duizenden jaren hadden papegaaivissen zich een weg door het koraal gevreten en het vermalen tot het talkachtige zand waaruit het eiland bestond; elke vis was goed voor zo’n half pond zand per dag.
Waarschijnlijk denk je met weemoed aan je oude vaderland terug. De Maldiven van vroeger waren zeker geen paradijs. Je had er werkloosheid, heroïneverslaving, corruptie en bekrompenheid. Saoedische geestelijken legden hun harde normen op aan mensen die hadden geleerd dat compromissen sluiten van groot belang was wanneer je op een eilandje op elkaars lip leefde. Maar laat in de middag op Kinolhas was het leven onweerstaanbaar loom en vredig.
Palmen en grote moringastruiken onttrokken de huizen op het eiland aan het zicht, waarvan de meeste een eind van het strand af waren gebouwd. De muren van koraal die de binnenplaatsen en de huizen tegen de wereld beschermden, waren fuchsiapaars en wit geschilderd. Een jongetje hielp zijn moeder de bougainvilles water te geven die in potten rond het huis stonden en werd natter dan de planten. Terwijl hun moeders stonden te praten, zaten de kinderen elkaar tussen de palmen achterna. Die kinderen zouden de laatste generatie zijn die deze wereld zou kennen.
In #117 publiceerden wij een voor de European Press Prize genomineerd artikel van oorlogsverslaggeefster Francesca Borri. Borri schreef dat de Maldiven minder paradijselijk zijn dan ze lijken. Het eilandenrijk telt het hoogste aantal Syriëgangers per hoofd van de bevolking, de doodstraf is heringevoerd, de sharia geformaliseerd en op het stelen van een mango staat een lange celstraf.
Tien jaar geleden verspreidden honderden miljoenen liters olie zich over de oceaanbodem in de Golf van Mexico. Het duurde maanden om de bron te dichten. Elf mensen en duizenden dieren kwamen om het leven. De olie vervuilt nog steeds het milieu. Wetenschapper Tim Kalvelage ziet overeenkomsten met fouten die nu gemaakt worden.
Er klopte iets niet: hoe kon het water zo snel weer zo schoon zijn? Bijna drie maanden lang waren honderden miljoenen liters olie over de oceaanbodem in de Golf van Mexico gestroomd en verspreid over enkele honderden kilometers vanaf de bron. Begin augustus, slechts drie weken nadat het lek was gedicht, waren zo goed als alle sporen weer gewist.
David Hollander, zeechemicus aan de Universiteit van Zuid-Florida, ging op zoek naar olie in DeSoto Canyon, een bijzonder visrijk gebied ten noordoosten van de plaats van het ongeval. ‘De olieconcentraties daalden heel snel, vooral door olie-etende bacteriën’, zegt Hollander. Maar micro-organismen alleen konden de snelle afname niet verklaren. ‘We hebben iets gemist.’ Het antwoord op zijn vraag lag diep in de zee verborgen.
De ramp had zich weken eerder voltrokken, toen op 20 april 2010 zo’n 60 kilometer voor de kust van de Amerikaanse staat Louisiana sprake was van een zogenaamde klapband [het ongecontroleerd vrijkomen van ruwe olie en / of aardgas uit een oliebron of gasbron nadat de drukregelsystemen hebben gefaald]. Modder en gas schoten vanaf een diepte van 1500 meter ongecontroleerd naar het zeeoppervlak, waar boorstation Deepwater Horizon zich bevond.
Het drijvende platform van het bedrijf Transocean had in opdracht van petroleumgigant BP enkele kilometers in het sediment van het Macondo-olieveld geboord. De onderkant van het boorgat werd vervolgens weer gesloten. Maar het cement dat door het uitvoerende bedrijf Halliburton werd gebruikt, kon de druk van de oliebron niet weerstaan. Bovendien trad de uitbarstingsbeveiliging op de zeebodem niet in werking – een meer dan 16 meter hoge hydraulische klep die in geval van nood de boorstangen moest dichtknijpen en het gat zou afsluiten.
Het gas veroorzaakte twee explosies in de machinekamers van de Deepwater Horizon, waarbij elf arbeiders omkwamen. Minder dan twee dagen later zonk het brandende boorplatform onder een dikke, zwarte rookwolk. ‘De boorpijp scheurde en de waanzin begon’, zegt Hollander.
De kracht van de zwarte fontein op de bodem van de Golf van Mexico was simpelweg te groot
Het zinken van Deepwater Horizon markeerde het begin van een olievlek die alle eerdere olievlekken overschaduwde. Het boorgat spuwde naar schatting 700.000 ton olie en gas in de diepzee. Talrijke pogingen om het lek op 1500 meter onder het zeeoppervlak te dichten, mislukten. BP probeerde eerst met behulp van duikrobots de uitblaasbeveiliging te activeren – zonder succes. Een stalen trechter van vier verdiepingen die over de kapotte boorpijp moest worden geschoven om de olie naar een boorschip te leiden, bevroor in de koude diepte. Ook andere pogingen mislukten, de kracht van de zwarte fontein op de bodem van de Golf van Mexico was simpelweg te groot.
Olieplatform Deep Horizon in de Golf van Mexico.
Pas op 15 juli, na 85 dagen, slaagde BP erin de oliestroom te stoppen. Eerder al waren technici erin geslaagd de boorpijp af te snijden en direct boven de defecte uitblaasbeveiligingen een nieuwe klep te installeren. Toen deze op 15 juli werd gesloten en bestand bleek tegen de druk, pompte BP zware modder door de pijp en verzegelde de oliebron met cement. Op 21 september 2010 verklaarde de Amerikaanse regering de Macondo-bron uiteindelijk voorgoed dood.
Maar de olie had zich in de drie maanden dat dit duurde over een oppervlakte van 150.000 vierkante kilometer verspreid. De vluchtige componenten verdampten in de atmosfeer en de autoriteiten verbrandden een deel van het glinsterende tapijt op het zeeoppervlak. Ondanks alle pogingen om de verspreiding in te dammen, vervuilde de olie ongeveer 2000 kilometer kustlijn. Met name de moerassen in het zuiden van Louisiana waren zwaar aangetast en sterk geërodeerd. Honderdduizenden zeevogels, zoals Azteekse meeuwen, jan-van-gent en bruine pelikanen, kwamen om in olie. Verschillende zeeschildpadden en dolfijnen vonden eveneens de dood of leden aan chronische vergiftiging. De autoriteiten sloten gedurende enkele maanden een derde van de wateren van de Golf van de VS af voor visserij.
Milieuschade
Tien jaar later is de Golf van Mexico gedeeltelijk hersteld: de vogelpopulatie is aanzienlijk toegenomen en hier en daar groeien moerasgrassen uit de grond. De olie is echter nog altijd aanwezig, zegt marien onderzoeker Nancy Rabalais van de Louisiana State University: ‘Als je op de kwelders loopt, spuit er op sommige plaatsen olie uit de gaten van de vioolkrabben.’
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), waarvan wordt vermoed dat ze kanker en misvormingen veroorzaken, zijn nog steeds sterk verrijkt aanwezig in de sedimenten. De gedecimeerde dolfijnenpopulatie lijdt onder de voortdurende vervuiling. De dieren worden vaker ziek en er komen meer miskramen voor. Het zal generaties duren voordat de zeezoogdieren zich herstellen.
De ramp kostte BP volgens The Guardian 65 miljard dollar aan opruimwerkzaamheden, compensatie en boetes; ongeveer een derde van de olie en tonnen chemicaliën belandde op de bodem van de oceaan. Dit kwam ook er geen kennis was van hoe de olie zich onder de extreme omstandigheden op een diepte van 1500 meter zou gedragen.
Om de verspreiding tegen te gaan, werden maatregelen genomen die nog nooit eerder waren genomen – en die de zaken alleen maar erger maakten
Steve Murawski, zeebioloog aan de University of South Florida en destijds hoofdadviseur van de Amerikaanse Fisheries Authority, ziet in de rampenbeheersing opvallende parallellen met de huidige coronapandemie: ‘De situatie werd volledig onderschat. BP en de Amerikaanse regering waren voorbereid op een tankerongeval, maar niet op een olielekkage in de diepzee. Er werd veel geïmproviseerd.’ Om de verspreiding van de olie tegen te gaan, werden maatregelen genomen die nog nooit eerder waren genomen – en die de zaken alleen maar erger maakten.
Twee weken na de uitbarsting verzamelde Murawski’s collega David Hollander watermonsters ruim 100 kilometer van het boorgat, van de bodem tot aan het zeeoppervlak. Het water zag er ogenschijnlijk schoon uit, maar op een diepte van ongeveer 1000 meter vonden hij en zijn collega’s moleculen die kenmerkend zijn voor ruwe olie, waaronder de mogelijk kankerverwekkende PAK’s. Blijkbaar bewoog een giftige wolk zich vanaf de bron door de Golf van Mexico.
‘Het hoofd van BP zei dat we gek waren: olie drijft!’ zegt Hollander. De wetenschapper was er echter van overtuigd dat deze olie afkomstig was uit het Macondo-veld en vroeg om een vergelijkingsmonster, een tiende van een milliliter, om dit te bewijzen. ‘Net als in de coronacrisis liepen wetenschappers destijds voorop.’
Hollander kreeg een heel vat olie afgeleverd bij zijn laboratorium. En ja, hij had gelijk: een bijna onzichtbare wolk van de fijnste oliedruppeltjes en in water oplosbare verbindingen uit het Macondo-veld golfde op in de diepzee. Een half jaar na het ongeval was de olie op meer dan 300 kilometer van het boorgat nog meetbaar. BP plaatste moest haar schattingen van de hoeveelheid lekkende olie drastisch corrigeren.
Een overvloed aan koolwaterstoffen zorgden ervoor dat de populatie olieafbrekende bacteriën explodeerde en het zuurstofgehalte in de diepte op sommige plaatsen met meer dan de helft afnam.
Vuile badrand
Restanten van de bacteriën sloegen als op een vuile badrand neer op de continentale helling. Huidige computersimulaties laten zien dat de giftige sluier op een diepte van 1000 meter zich aanzienlijk verder verspreidde dan de olie aan de oppervlakte: tot aan Texas en voorbij de Florida Keys de Atlantische Oceaan in.
‘De hoeveelheden lantaarn- en drakenvissen in de diepzee zijn enorm afgenomen in de nasleep van de olieramp’, zegt Steve Murawski. ‘Ze zijn tot op heden niet hersteld.’ Er is geen direct bewijs dat de vis het slachtoffer is geworden van de giftige wolk, maar het is de enige plausibele verklaring. Ook al omdat de onderzoekers hoge concentraties koolwaterstoffen in de vissen konden detecteren. Het is echter nog onduidelijk of de olie zelf fataal was, of slechts in combinatie met miljoenen liters dispergeermiddel.
In de strijd tegen de olievloed sproeide BP namelijk grote hoeveelheden rond van het dispergeermiddel Corexit, een mengsel van oppervlakteactieve stoffen, alcoholen en oplosmiddelen. Zelfs in de diepe zee. Een week na de uitbarsting bevestigde BP een slang aan het lek in de boorpijp en pompte bijna drie miljoen liter Corexit naar de plaats van de uitbarsting. Dit moest de olie opdelen in kleinere druppeltjes die langzamer stijgen en de bacteriën sneller afbreken. Voor BP zou er een positief neveneffect zijn geweest: de olievlek op het oppervlak zou minder groot worden, waarmee de ware omvang van de puinhoop zou worden verborgen – wat echter mislukte.
De verantwoordelijken gooiden duizenden tonnen chemicaliën in zee, die maandenlang in de Golf bleven circuleren
Het is bovendien de vraag of dit middel het verhoopte effect heeft gehad. Michael Schlüter, vloeistofmonteur aan de Technische Universiteit van Hamburg, en zijn team simuleerden de uitbarsting in het laboratorium onder diepzee-omstandigheden. ‘Onze tests tonen aan dat de olie veel kleinere druppeltjes vormde dan BP aannam, zelfs zonder Corexit.’ Omdat de olie en het gas die omhoogschoten onder enorme druk stonden, functioneerde de bovenkant van het boorgat letterlijk als een spuitbus.
De verantwoordelijken gooiden dus duizenden tonnen chemicaliën in zee, die vermoedelijk grotendeels niet het gewenste effect hadden, maar wel maandenlang in de Golf bleven circuleren. De effecten van het dispergeermiddel op de ecologie van de diepzee zijn tot dusverre nauwelijks onderzocht. Wel is bekend dat de olie-corexitmix zeer giftig is voor koudwaterkoralen die door de eeuwen heen op de zeebodem zijn gegroeid.
Sneeuwstorm
Even controversieel en gedenkwaardig voor de diepzeefauna was iets anders, ver verwijderd van de klapband: de gouverneur van Louisiana opende de sluisdeuren van de Mississippi om de olie weg te spoelen van de kust. Maar de actie veranderde in een fiasco: het zoete water van de rivier deed zoutgevoelige soorten zoals oesters massaal afsterven. Bovendien spoelde fijn sediment de Golf van Mexico binnen, wat een sneeuwstorm veroorzaakte.
Buiten in de golf bloeide het plankton. In aanwezigheid van olie en dispergeermiddel lieten de gestreste algen grote hoeveelheden kleverig slijm los. De kleimineralen uit de kwelders dienden als ballastmateriaal en lieten olieachtige algenvlokken massaal de diepte in sneeuwen. ‘Waar zich normaal gesproken slechts een millimeter sediment per jaar ophoopt’, zegt David Hollander, ‘stapelde zich nu een centimeter dikke laag op in een paar maanden.’
Zo werden kleine en grote diepzeebewoners begraven. Het overaanbod aan organisch materiaal was een feest voor bacteriën, die alle zuurstof op de oceaanbodem opslokten. Veel levende wezens kregen onder de vettige deken van sneeuw geen lucht meer om te ademen.
‘De Macondo-olie is pas uit het milieu verdwenen als hij diep begraven ligt’
Zeechemicus Hollander en zijn collega’s hadden in mei 2010 al de vele vlokken opgemerkt die als vers gevallen sneeuw de zeebodem bedekten. Dus onderzochten ze het sediment beter en ontdekten meer dan tien centimeter dikke afzettingen van in olie vastzittende algen en kleideeltjes. Zoals later bleek, had de strijd van de oliefanaat geleid tot een vervuilende sneeuwstorm die het leven op de bodem van de oceaan letterlijk verstikte. Dit verklaarde de snelle afname van olie op het wateroppervlak.
‘Het is niet meer te zien, maar het is nog steeds in de omgeving’, zegt Steve Murawski. Hij en David Hollander hebben sinds de ramp samen een tiental expedities in de Golf van Mexico ondernomen. Overdag werd aas aan haken gespietst en vislijnen uitgeworpen, en ’s nachts werden sedimentmonsters verzameld. Ze reisden de hele Golf af, tot aan Cuba en Mexico.
Hollander en zijn collega’s onderzochten ook de regio rond de plaats van het Ixtoc I-ongeval, ten westen van het schiereiland Yucatán in Mexico. Daar was in 1979 eveneens een klapband. Negen maanden lang stroomde olie op een diepte van 50 meter in zee, in totaal ongeveer 475.000 ton. Als je daar vandaag in de mangroven graaft, kom je al snel een laag sediment tegen waar vloeibare olie in zit, zegt Hollander. ‘De Macondo-olie is pas uit het milieu verdwenen als hij diep begraven ligt.’
Het team van Murawski ving duizenden vissen, en geen daarvan was vrij van olieresten
Dit blijkt ook uit de bevindingen van het team van Steve Murawski, dat vis onderzocht op olieresiduen zoals PAK’s. In het gebied rond het wrak van de Deepwater Horizon liepen deze aanvankelijk enkele jaren achter elkaar terug, waarna ze weer fors stegen. De verklaring is waarschijnlijk dat de olieachtige sedimenten weer omhoog komen nadat ze van de continentale helling zijn afgegleden.
Het herstel van het ecosysteem wordt ook beïnvloed door het feit dat de Golf lijdt onder chronische olievervuiling, lekkende boorgaten of kleine ongelukken die plaatsvinden op de talloze platforms. Het team van Murawski ving duizenden vissen, en geen daarvan was vrij van olieresten. Dat alleen al zegt veel over de enorme voetafdruk die de mensheid in de Golf van Mexico achterlaat.
Een vierdelige radioserie van de BBC over wat waarde eigenlijk is in tijden van kredietcrisis, coronacrisis en klimaatcrisis. De beste Afrikaanse boeken van 2020 volgens African Arguments & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, podcasts en radioshows die wij deze week zijn tegengekomen.
Wat is waarde?
Mark Carney, speciaal gezant van de Verenigde Naties voor het klimaat en financiën en voormalig gouverneur van de Bank of England, geeft een serie lezingen op de Britse zender BBC Radio 4 over wat waarde eigenlijk is. In vier afleveringen probeert hij een antwoord te geven op deze vraag en onderzoekt hij hoe ons idee van waarde van invloed is op de kreditcrisis, de coronacrisis en de klimaatcrisis.
Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Niet alleen vertelt Carney hoe waarde door de eeuwen heen steeds van gedaante verwisselde maar ook kijkt hij vooruit naar een postcoronawereld waarin financiële marktwaarde vermoedelijk scherp tegenover de waarde van het maatschappelijk welzijn komt te staan.’
Alles over Afrikaanse muziek
De Zuid-Afrikaan Sean Jacobs, universitair docent Internationale Betrekkingen aan The New School in New York, begon in 2009 met de site Africa is a Country. Het platform biedt boeiende en verrassende verhalen over Afrikaanse politiek, cultuur en samenleving, die vaak haaks staan op de manier waarop westerse media naar Afrika kijken. Sinds eind vorige maand is op de site ook het maandelijkse radioprogramma Africa Is a Country Radiote horen. Daarin duikt Chief Boima, muziekproducent, dj, schrijver en cultureel activist uit Sierra Leone, in de muziek en de culturele politiek van het Afrikaanse continent.
‘Africa Is a Country Radio levert een een heerlijke mix op van muziek en interviews met musici, historici en journalisten. Warme aanrader in deze barre maand waarin we niet naar de zon mogen reizen,’ aldus redacteur IJsbrand van Veelen.
Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda: ‘Vorig jaar tipten we ze al in ons magazine; de beste Afrikaanse boeken van het jaar, een overzicht van African Arguments, het onlinetijdschrift dat zich inzet voor een beter begrip van het continent. Dit jaar bevat de lijst weer veel voor ons onbekende namen en dus nieuwe zienswijzen.
Een goed voorbeeld is Traveling when black van Nanjala Nyabola. Geen reismemoires’, zoals ze zelf aanstipt, maar een reeks essays die ras, identiteit, privileges en migratie onderzoeken. “Hoe zwart zijn betekent dat men zich kan mengen in Haïti of Burkina Faso, maar tegelijkertijd discriminatie van de ergste soort ervaart en elders zelfs de dood riskeert. Dit zijn niet alleen haar verhalen, maar die van velen, die de lezer voortdurend uitdagen om vragen te stellen en de wereld vanuit verschillende perspectieven te bezien.” Laat dat nou net de missie van 360 zijn.’
De documentaire China’s Rebel City: The Hong Kong Protests van de South China Morning Post vertelt het verhaal over de pro-democratische protesten in Hongkong vanaf het de demonstraties tegen het uitleveringsverdrag met China in 2019 tot nu. Aan het woord komen activisten en pro-democratische politici, maar ook pro-Chinese regeringsadviseurs en de korpsleider van de politie van de stadstaat aan de Zuid-Chinese Zee.
‘Verplichte kost als je alles over de situatie in Hongkong wilt weten,’ tipt redacteur Joep Harmsen. ‘Het is heel bijzonder voor een documentaire over zo’n gepolariseerde kwestie dat de hoofdrolspelers van beide kampen aan het woord komen. Ook is het inspirerend om te zien hoe Hongkongers blijven strijden voor hun democratie die steeds verder wordt ingeperkt.’
Het valt niet meer te ontkennen: watertekorten, natuurbranden, een stijgende zeespiegel en extreem weer staan voor ieders deur. Strijdbaarheid is de sleutel, beweren klimaatactivisten. Wanhoop en verlamming slaan pas toe als we denken dat er niets meer aan te doen is.
Keuze uit het archief
Afgelopen week was het weer zover: klimaatactivisten gooiden soep over een schilderij om aandacht te vragen voor de klimaatverandering. Dit keer was de Mona Lisa de klos. Verder vonden er boerenprotesten plaats naar aanleiding van het plan van de EU om boeren meer milieuregels op te leggen.
Wat men ook van zulke acties vindt, één ding is zeker: er is dringend actie nodig om een dramatische ontwikkeling van het klimaatprobleem af te wenden, aldus David Wallace-Wells in zijn boek De onbewoonbare aarde, dat ruim vier jaar geleden uitkwam. Het boek schetst niet alleen rampzalige klimaatscenario’s, maar wijst ook een oplossing aan: tijdig actie ondernemen en niet bij de pakken neerzitten.
De onbewoonbare aarde, het nieuwe boek van David Wallace-Wells over de gevolgen van klimaatverandering voor de mens, begint met de zin: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger.’ Steden waar de extreme hitte het asfalt doet smelten en spoorlijnen kromtrekken. Grote delen van de aarde die na vijf graden opwarming continu met droogte kampen. En als de zeespiegel maar zes meter stijgt – een optimistisch scenario – komen gebieden waar nu 375 miljoen mensen wonen onder water te staan. Sommige van zijn apocalyptische verhalen zijn geen toekomstvoorspellingen, maar komen uit het recente verleden: eind 2018 grepen de bosbranden in Californië zo snel om zich heen dat evacués ‘langs exploderende auto’s moesten rennen terwijl hun schoenen aan het smeltende asfalt bleven plakken’.
De grote lijnen van het door Wallace-Wells geschetste beeld kunnen geen verrassing zijn voor iedereen die een beetje heeft opgelet. We stevenen af op – of bevinden ons eigenlijk al in – een tijdperk van watertekorten, natuurbranden, een stijgende zeespiegel en extreem weer. Wanneer zou de stad waar ik woon onder water lopen? Waar moet ik dan gaan wonen? Waar moeten mijn toekomstige kinderen wonen? Moet ik wel kinderen willen?
Maar Wallace-Wells benadrukt ook dat fatalisme uit den boze is. In een radio-interview op National Public Radio zei hij dat ‘elke honderdste graad opwarming verschil maakt’: we kunnen de opwarming niet volledig ongedaan maken, maar we hebben nog wel in de hand of het uitloopt op een toekomst die apocalyptisch is of ‘alleen maar beroerd’.
Enkele jaren geleden vroeg ik de klimaatactivist en schrijver Bill McKibben al eens hoe hij erin slaagde niet depressief te raken van al dat denken over de klimaatverandering. Hij zei dat strijdbaarheid de sleutel is. De wanhoop slaat pas toe als je denkt dat er niets meer aan te doen is. ‘Dit is de belangrijkste strijd in de geschiedenis van de mensheid, een strijd waarvan de uitkomst zal nagalmen op de geologische tijdsschaal, en die strijd moet nu worden geleverd,’ zei hij.
Mentale blokkades
In 2008 en 2009 zette de American Psychological Association (APA) een werkgroep op om de relatie tussen psychologie en klimaatverandering te onderzoeken. De uitkomst was dat mensen klimaatverandering wel belangrijk vonden, maar ‘geen gevoel van urgentie’ hadden. De werkgroep beschreef verschillende mentale blokkades die aan deze genoegzaamheid bijdroegen: onzekerheid over de ernst van de klimaatverandering, argwaan jegens de wetenschap en ontkenning van het menselijk aandeel in het probleem. Ondervraagden hadden de neiging de gevaren te bagatelliseren en te denken dat er nog genoeg tijd was om veranderingen door te voeren voordat de gevolgen echt merkbaar zouden worden.
Tien jaar later lijkt deze manier van denken al iets uit een ver verleden. Maar twee door de werkgroep beschreven mechanismen die mensen ervan weerhouden om in actie te komen, spelen nog steeds een cruciale rol: de macht der gewoonte en een gevoel van machteloosheid. ‘Ingesleten gedragspatronen zijn bijzonder moeilijk te veranderen’, schreef de werkgroep. ‘Mensen denken dat wat zij zelf doen nooit veel kan uithalen, dus doen ze maar niets.’
29% van de respondenten van een onderzoek uit 2018 is verontrust als het gaat om klimaatverandering
Ook Wallace-Wells schrijft in zijn boek dat ‘we ons het beste [lijken] te voelen bij een houding die wordt gekenmerkt door machteloosheid’. Nu de ernst van het klimaatprobleem steeds minder wordt betwijfeld, maken ontkennende reacties plaats voor al even verlammende gevoelens van paniek, angst en berusting. We beginnen de enorme gevaren van de klimaatverandering inmiddels aan den lijve te ondervinden en, zoals een psycholoog het tegen mij uitdrukte, ‘dan belanden we op het terrein van de psychologie, of we het leuk vinden of niet.’
John Fraser is een klimaatpsycholoog die zich heeft verdiept in burn-out en trauma’s bij mensen die zich inzetten voor het milieu. ‘We moeten meer doen dan mensen alleen maar de stuipen op het lijf te jagen met gruwelverhalen,’ zegt hij. Reacties op de klimaatverandering worden vaak beschreven als een breed spectrum, variërend van ontkenning en verdringing aan de ene kant tot grote verontrusting aan de andere.
En onze verontrusting groeit. In een onderzoek van Yale en de George Mason-universiteit werden Amerikaanse reacties op de klimaatverandering in 2009 onderverdeeld in zes categorieën: verontrusting, bezorgdheid, bedachtzaamheid, verdringing, twijfel en ontkenning. In 2009 toonde 18 procent zich verontrust, in 2018 was dat aantal gestegen tot 29 procent.
“De eerste stap is het gevoel dat het probleem oplosbaar is”
Fraser vindt dat je mensen beter kunt stimuleren dan verontrusten en meet zich daarom een onverwoestbaar positieve en oplossingsgerichte houding aan. ‘We zijn erin geslaagd om binnen een paar jaar spoorlijnen door heel Amerika te leggen, en om binnen een paar jaar mensen op de maan te zetten,’ zegt hij. En er zijn volop ideeën voor ambitieuze klimaatoplossingen. Installaties die CO2 uit de lucht halen zijn onmogelijk duur, maar ze bestaan. Sommigen pleiten ervoor om kernenergie weer te stimuleren. Voorstanders van de Green New Deal pleiten tegen de winning en subsidiëring van fossiele brandstoffen en voor drastische uitbreiding van het openbaar vervoer.
Uit Silicon Valley komen ideeën die meer technologisch dan politiek zijn: woestijnen onder water zetten om er algen te kweken die CO2 opnemen. Of een elektrochemisch procedé waardoor gesteente CO2 gaat opnemen. Naar mogelijke oplossingen wijzen is volgens Fraser de beste manier om over milieuproblemen te praten. ‘We moeten de hoop aanjagen,’ zegt Fraser. ‘De eerste stap naar een gezonde reactie is het gevoel dat het probleem oplosbaar is.’
‘Is het goed om doodsbang te zijn? Nee,’ zegt hij, ‘want dan blokkeer je alleen maar.’
Gezonde reactie
Margaret Klein Salamon, die na haar opleiding als klinisch psycholoog een actiegroep voor klimaatbewustwording heeft opgericht, is het daar helemaal niet mee eens. Volgens haar werkt angst niet verlammend, maar is het een noodzakelijke emotie die mensen helpt gevaren te onderkennen en in actie te komen. En gezien de huidige toestand van de aarde is grote angst niet meer dan logisch. ‘Het is belangrijk om bang te zijn voor dodelijke bedreigingen. Dat is een gezonde reactie,’ zegt ze. Volgens haar moeten mensen eerst van de omvang van het probleem zijn doordrongen, voordat ze worden geprikkeld tot verantwoord gedrag en de mentale vruchten kunnen plukken van het ‘leven met klimaatwaarheid’.
Salamon, zelf een kind van psychiaters, noemt therapie ‘een beetje een familiebedrijf’ en werkt aan een zelfhulpboek over het onderwerp, getiteld Transform Yourself with Climate Truth. Volgens haar is het niet zo gek dat mensen de waarheid over de klimaatcrisis niet aankunnen en allerlei afweermechanismen ontwikkelen. Ga maar na: wat wij nu nog een hittegolf noemen, is over twintig jaar waarschijnlijk de normale temperatuur.
In 2045 zullen meer dan 300.000 Amerikaanse woningen aan de zee ten prooi zijn gevallen. In 2100 zal alleen al in Amerika voor 1 biljoen dollar aan vastgoed verloren zijn gegaan. Hoe meer CO2 er in de lucht komt, hoe meer suiker en hoe minder andere voedingsstoffen er in gewassen zitten: in 2050 is groente een soort junkfood. En alles wat slecht is voor het klimaat, valt voor een groot deel samen met onze materialistische versie van een fijn leven: vlees, vliegreizen, airco. ‘Het hoort bij het menselijk bestaan dat we geregeld met tegenstrijdige belangen kampen.
In 2045 zullen meer dan 300.000 Amerikaanse huizen ten prooi zijn gevallen aan de zee
Daaruit ontstaan onze afweermechanismen,’ zegt Salamon. Ze houdt af en toe een telefonisch spreekuur waarop mensen kunnen inbellen om te praten over klimaatverandering en klimaatactivisme. Dan komen er allerlei emoties naar boven: schaamte en schuldgevoel, verdriet, paniek, machteloosheid en zelfs een soort ‘vrolijke vernielzucht’ bij mensen die boos zijn dat hun waarschuwingen zijn genegeerd. Salamon vindt het belangrijk dat we ook leren met de klimaatverandering om te gaan als een persoonlijk en emotioneel verschijnsel, niet alleen als wetenschappelijk fenomeen. Iedereen moet kunnen rouwen om zijn of haar toekomst, zegt ze, omdat die er anders zal uitzien dan we hadden gedacht. Met meer droogte en overbevolking, meer gevaar en minder luxe.
In oktober 2017 nam Wallace-Wells op de jaarlijkse conferentie van de Society of Environmental Journalists deel aan een paneldiscussie getiteld ‘Doem-denken: ethiek en doelmatigheid van de berichtgeving over doemscenario’s’. Daarin kwamen grofweg dezelfde twee keuzes aan bod: je lezers bang maken of hoop bieden. Wallace-Wells koos heel duidelijk voor het eerste en verwees daarbij naar iets wat de schrijver Ta-Nehisi Coates tegen hem had gezegd: ‘Dat mensen hoop nodig hebben, mag geen reden zijn om ze niet de waarheid te vertellen.’ Bovendien kan angst ook nuttig zijn, zei Wallace-Wells: de dreiging van gegarandeerde wederzijdse vernietiging dreef wereldleiders ertoe een eind te maken aan de Koude Oorlog, en uit angst voor kanker stoppen mensen met roken. ‘Het is iets te simplistisch om te denken dat alles wat eng is meteen ook verlammend werkt, en ik vind het ook een beetje betuttelend,’ zei hij.
Verzoenen
Ook in het panel zat de psycholoog en communicatiedeskundige Renee Lertzman, die het tijd vond om ‘korte metten te maken met de valse tegenstelling’ tussen vrees en hoop, of tussen waarheid en optimisme. Het probleem van de doemscenario’s is volgens haar niet per se dat ze beangstigend zijn, maar dat ze bijna als een film aan ons voorbijtrekken: we worden buiten de actie geplaatst en in de ‘politiek neutraliserende’ positie gemanoeuvreerd van ‘geprikkelde, opgehitste, bange toeschouwers’. In haar boek Environmental Melancholia schrijft ze dat onverwerkte rouwgevoelens over de ecologische verwoesting eraan bijdragen dat mensen niet in actie komen tegen de klimaatproblemen.
Dit ‘gestolde, onvolgroeide rouwproces’ werkt verlammend, schrijft ze. Lertzman vindt dat we over het klimaat moeten praten op een manier die mensen de ruimte geeft hun gevoelens te verwerken of althans onder ogen te zien. Alleen al door in het begin van het gesprek ruimte te laten voor een simpele verzuchting als ‘God, wat heftig’, zegt Lertzman, ‘maak je een heleboel energie vrij om te kunnen doorpakken naar een oplossingsgerichtere houding’. Het is een gangbare tactiek in de psychologie: eerst erkennen hoe moeilijk iets is, om er vervolgens dieper in te duiken. Het doet mij denken aan de tact van een goede arts die een nare boodschap moet brengen.
Er zijn volop ideeën voor ambitieuze klimaatoplossingen
Maar volgens Lertzman is het nog lastiger: omdat we zelf schuld dragen aan de klimaatcrisis, is het meer alsof je een nare diagnose te horen krijgt die het resultaat is van je eigen leef-gewoontes. Je krijgt niet alleen een sombere toekomst te verhapstukken, maar ook nog je eigen aandeel daarin. ‘We moeten ons ermee verzoenen dat onze manier van leven niet meer houdbaar is, en dat we zelf het roer moeten omgooien,’ zegt ze.
‘Wat heel goed werkt, is mensen het gevoel geven dat je ze uitnodigt en stimuleert om deel te nemen aan iets constructiefs, en ze een veilige sfeer bieden om te verwerken hoe ingrijpend het allemaal is,’ zegt Lertzman. Dat sluit aan bij Bill McKibbens advies dat activisme de enige remedie tegen klimaatangst is. Susan Clayton, hoogleraar sociale psychologie en milieustudies (en tien jaar geleden lid van de hierboven genoemde APA werkgroep over klimaatverandering), zegt ook zoiets: gezamenlijke inspanningen ten bate van het klimaat zijn volgens haar ook heilzaam voor de geest. ‘Het is net zoiets als bij de burgerrechtenbeweging,’ zegt ze. ‘Je samen ergens voor inzetten geeft kracht en bevestiging.’
Kinderachtig
In een indringend essay op de website Medium stelt Mary Annaïse Heglar, werkzaam bij de milieuorganisatie Natural Resources Defense Council, dat de klimaatbeweging nog veel van de burgerrechtenbeweging kan leren. Klimaatverandering mag dan misschien de eerste existentiële bedreiging vormen voor de hele mensheid, de Verenigde Staten vormen al eeuwenlang een existentiële bedreiging voor zwarte mensen. Over het doelbewuste geweld in de tijd van de segregatie schrijft ze: ‘Probeer te begrijpen hoe overweldigend en onontkoombaar dat toen moet hebben gevoeld. Besef dat er geen einde in zicht was. (…) Als zij kinderen op de wereld zetten, vreesden ze ook altijd voor hun toekomst.’
De bosbranden en overstromingen van ons veranderende klimaat zijn in de geschiedenis misschien nooit eerder voorgekomen, maar de dreiging van totale vernietiging wel: Wallace-Wells en Salamon noemen allebei het voorbeeld van hun voorouders, die de Holocaust hebben meegemaakt. Zo bezien is het niet alleen onhoudbaar maar ronduit kinderachtig om te vervallen in het soort stille klimaatontkenning waarbij je het fenomeen niet zozeer ontkent, als wel je kop ervoor in het zand steekt omdat het zo akelig is om over na te denken. Zoals Heglar schrijft: ‘Tegen zoiets vecht je niet omdat je denkt dat je kunt winnen. Je vecht omdat het moet.’
Halverwege De onbewoonbare aarde geeft Wallace-Wells de ‘moedige lezer’ een schouderklopje dat die zijn boek nog niet heeft weggelegd, ondanks de opsomming van ‘genoeg gruwelen om paniek te zaaien, ook bij de meest optimistische personen’. Zelf had ik een heftige fysieke reactie op het boek: mijn hart begon te bonzen toen ik las welke rampen ons allemaal te wachten staan. De tranen sprongen me in de ogen toen ik zijn tijdlijnen naast die van mijn eigen leven legde, of van mijn eventuele kinderen. Maar al lezend begon het na enkele dagen wel te wennen. Ik kon het steeds beter zuiver verstandelijk lezen, zonder dat meteen mijn vecht-of-vluchtreactie opspeelde. Dat gaf gek genoeg een gevoel van kracht.
Wallace-Wells schrijft dat de afgelopen eeuw van fossielebrandstofwinning en industrieel kapitalisme een manier van leven mogelijk heeft gemaakt waarvan ik de vruchten pluk. Dat dankzij dit systeem ‘miljarden mensen zich nu tot de middenklasse kunnen rekenen’. Toch is dat systeem toe aan radicale herziening. Moderne mensen hebben de neiging, schrijft hij, om menselijke systemen onaantastbaarder te wanen dan natuurlijke systemen: ‘Daarom komt het idee om het kapitalisme zo te verbouwen dat het uit de grond halen van fossiele brandstof niet meer loont, ons onhaalbaarder voor dan het idee om zwavel de lucht in te blazen, zodat we een rode hemel krijgen en de planeet een paar graden afkoelt.’ En daarom lijkt het misschien makkelijker, schrijft hij, om overal ter wereld fabrieken neer te zetten die CO2 uit de lucht moeten halen dan om gewoon een eind te maken aan de subsidiëring van fossiele brandstof.
Dat zijn de conflicterende waarheden die we met elkaar moeten verzoenen: dat een leefbare wereld onverenigbaar is met het gebruik van fossiele brandstof, en dat we de wereld waarin wij leven aan fossiele brandstof te danken hebben.
Het is een hele klus om onze economie te laten afkicken van fossiele energie, maar het is nodig. Het wordt moeilijk, maar niet zo moeilijk als het wordt om het hele scala aan rampen te overleven dat ons te wachten staat als we het niet doen. Dat is wat mij betreft de grote kracht van de manier waarop Wallace-Wells zijn verhaal brengt. We moeten zorgen dat we straks niet om de teloorgang van ons leefbaar klimaat rouwen, maar om het verlies van een eeuw lang argeloos autorijden en onbekommerd ontbossen, van de jaren van onbeperkt vlees eten en goedkoop vliegen en de gigantisch economische groei die daardoor mogelijk werd.
Hervorming van de fossiele economie zal een groot offer vergen, maar dat zinkt in het niet bij de offers die het alternatief met zich meebrengt. Het zal op allerlei hindernissen stuiten: de moeizaamheid van collectieve actie, wetenschappelijke onzekerheid, technologische uitdagingen, politieke mobilisatie en tal van andere problemen. Maar als je het niet doet, word je stapelgek.
Rachel Riederer is redacteur van The New Yorker en schrijft voornamelijk over klimaatverandering, milieu en natuur.
‘Klimaatopwarming is het grootste gevaar dat de mens ooit heeft gekend’, schrijft Jelmer Mommers. Maar hoe erg wordt het? Dat bepalen wij zelf.
Ik ben me twee keer kapotgeschrokken tijdens het schrijven van mijn boek Hoe gaan we dit uitleggen – Onze toekomst op een steeds warmere aarde.
De eerste schok kwam toen ik op een rij zette hoe onze planeet ervoor staat. Met de natuur gaat het ronduit slecht. Het tempo waarmee diersoorten uitsterven, ligt nu honderden malen hoger dan voor de komst van de mens. Een miljoen plant- en diersoorten zijn met uitsterven bedreigd.
De wereldwijde opwarming is een belangrijke oorzaak van die neergang en heeft tal van andere negatieve gevolgen. Sterker: de opwarming manifesteert zich als het grootste gevaar ooit voor talloze diersoorten én voor onze soort.
De aarde is nu al ruim een graad Celsius warmer dan vóór het begin van de industriële revolutie, toen de mens op grote schaal broeikasgassen begon uit te stoten. We stevenen af op een gevaarlijk hoge opwarming van 3 à 4 graden in 2100.
Zo’n opwarming zal onze aarde veranderen in een ruigere planeet, met meer en heviger weersextremen, een stijgende zeespiegel en steeds meer onleefbaar hete gebieden. Als de opwarming zich voortzet, dreigen we de komende eeuwen af te glijden naar een ‘hittetijd’, een aarde die in de woorden van één onderzoeksgroep ‘oncontroleerbaar en gevaarlijk is’.
Alternatieven
De tweede schok kwam toen ik op zoek ging naar alternatieven voor het pad waarop we ons nu bevinden. Deze keer was het meer een gevoel van verrukking. Ik kreeg weer hoop.
Want de techniek, de noodzaak, het geld, de economische voordelen – alle ingrediënten voor een snelle omwenteling zijn er. Wereldwijd is een beweging van miljoenen mensen in actie gekomen om echte duurzaamheid waar te maken. Nieuwe energiebronnen en nieuwe landbouwmethodes zijn in opkomst.
Dwars door alle oude verbanden en generaties heen ontstaat iets nieuws. Jongeren gaan in duizendtallen de straat op om meer actie te eisen van de politici. Duurzame alternatieven worden continu goedkoper en aantrekkelijker. Alles komt samen.
Dus ondanks de opwarming en de sterfte van diersoorten beschikken wij nog steeds over ons eigen lot. Ik kreeg enorm veel energie van die conclusie.
‘Hoe gaan we dit uitleggen’ ligt vanaf 4 juni in de boekwinkels.
Toch vind ik het moeilijk om die energie voortdurend vast te houden. Want kijk om je heen: de wereldeconomie en de politieke systemen die we de afgelopen eeuwen hebben opgebouwd, lijken onwrikbaar. De rechter heeft de Nederlandse overheid bijvoorbeeld al twee keer op de vingers getikt vanwege haar lakse klimaatbeleid, maar aan het slakkentempo waarin het kabinet maatregelen neemt, is niets veranderd. Ontkenners zingen hun oude liedje, en winnen soms zelfs verkiezingen met de boodschap dat we vooral niets aan het klimaat moeten doen.
Hoe houden we het hoofd boven water als er zo veel redenen voor hoop én wanhoop zijn? Zien we het gevaar onder ogen? Hoe gaan we ermee om? Waar liggen de mogelijkheden voor verandering?
De vier artikelen die ik op verzoek van 360 voor dit dossier heb geselecteerd uit de internationale pers geven antwoord op deze vragen. David Wallace-Wells beschrijft in het eerste artikel helder welke gevaren ons bedreigen. Jesse Barron laat in het tweede stuk zien dat investeerders en (olie)bedrijven hun uiterste best doen om te profiteren van de nieuwe klimaatwerkelijkheid. Opportunistisch, fascinerend en niet al te opbeurend.
Maar in het derde artikel beschrijft Rebecca Solnit waarom het nog veel te vroeg is om de hoop op te geven. Ze toont een glimp van de wereldwijde beweging en de nieuwe mogelijkheden die ook in mijn boek centraal staan. In het vierde stuk zoomt Kevin Baker in op de Green New Deal die vorm begint te krijgen in de VS. Terugblikkend op de New Deal van na de Grote Depressie durft Amerika weer groot te denken.
Twee jonge ondernemers willen CO2 uit de lucht halen en opslaan, tegen prijzen die consumenten kunnen betalen. Als dat lukt, dan kan dat grote gevolgen hebben voor de toekomst van de mensheid. Maar hoe verkoop je iets wat nooit eerder heeft bestaan, wat misschien nooit goedkoop zal worden, op een markt die er nog niet is?
Iets meer dan honderd jaar geleden verzamelde de Duitse wetenschapper Carl Bosch in Ludwigshafen een team technici om zich heen om te werken aan een nieuwe scheikundige techniek. Een andere Duitse scheikundige, Fritz Haber, had een jaar daarvoor een methode ontdekt om stikstof (N), uit de lucht te halen en te combineren met waterstof (H), en was er zo in geslaagd kleine hoeveelheden ammoniak (NH3) te produceren. Maar Habers methode was uiterst gevoelig, en vereiste hoge temperaturen en hoge druk. Bosch wilde een manier vinden om Habers ontdekking commercieel toepasbaar te maken – ‘op te schalen’, zoals we tegenwoordig zouden zeggen. Iedereen die de stand van de Europese industrie kende, kon zien dat dit een lastige opgave was: de technologie bestond gewoonweg niet.
In de volgende tien jaar wisten Bosch en zijn team echter een groot aantal technische en metallurgische obstakels te overwinnen. Hij noemde ze op in zijn aanvaardingstoespraak voor de Nobelprijs voor Scheikunde – die hij won omdat het Haber-Bosch-proces, zoals zijn onderzoek uiteindelijk heette, de wereld veranderde. Zijn doorbraak maakte het mogelijk om op industriële schaal ammoniak te produceren, en zo de wereld te voorzien van een overvloed aan goedkope kunstmest.
Wetenschapper en historicus Vaclav Smnil heeft Haber-Bosch ‘de belangrijkste uitvinding van de twintigste eeuw’ genoemd. Bosch was erin geslaagd om de beperkingen voor graanoogsten weg te nemen, en hij werd dan ook algemeen gezien als de man die ‘brood uit lucht’ maakte. Naar schatting heeft het werk van Bosch de afgelopen honderd jaar het leven van meer dan twee miljard mensen mogelijk gemaakt.
Van het begin af aan was het grote voordeel voor het Haber-Bosch-proces dat er al een markt voor bestond. Er was al veel vraag naar kunstmest, maar die moest voornamelijk komen uit beperkte natuurlijke hulpbronnen op afgelegen plekken – vogelpoep die van verre eilanden in de buurt van Peru werd geschraapt, bijvoorbeeld, of minerale stikstofafzettingen die uit de Chileense woestijn werden opgegraven. Synthetische ammoniak ging de concurrentie aan met bestaande producten en kon daardoor een bestaand innovatietraject volgen. Zoals ledlampen de tl- en gloeilampen hebben verdrongen (die op hun beurt weer de plaats van kerosinelampen en waskaarsen hadden ingenomen), neemt een nieuw product of proces vaak de plaats in van iets waar al vraag naar is. Als het beter of goedkoper is – en vooral als het beter én goedkoper is – komt het meestal als overwinnaar uit de concurrentiestrijd. Dat gold ook voor Haber-Bosch.
Het zou zomaar kunnen dat er nu opnieuw een gas, namelijk koolstofdioxide (CO2), uit de lucht kan worden gehaald voor commerciële doeleinden, en dat de verwijdering van dat gas grote gevolgen kan hebben voor de toekomst van de mensheid. Maar het is misschien nog te vroeg om dat met zekerheid te zeggen.
Direct air capture
Op een zonnige dag in oktober klim ik met technici van een Zwitsers bedrijf, Climeworks, naar het dak van een afval verbrandende energiecentrale in Hinwil, een dorp op zo’n halfuur rijden van Zürich. Voor ons zien we twaalf grote apparaten die lijken op uit hun krachten gegroeide voorlaadwasdrogers, opgestapeld in twee rijen van zes. Dit is een installatie voor een techniek die ‘direct air capture’ wordt genoemd, en die binnenkort moet gaan functioneren. Dan gaan deze apparaten via hun luchtfilter koolstofdioxide uit de lucht zuigen. Eenmaal afgevangen wordt de CO2 overgeheveld in grote tanks en per truck naar een plaatselijke bottelfabriek van Coca-Cola gebracht, waar het de prik in de limonade moet worden.
De apparaten verbruiken een grote hoeveelheid energie. Ze hebben elektrische ventilatoren die lucht naar binnen zuigen over speciale absorberende korrels die een verbinding aangaan met CO2; vervolgens wordt er bij tussenpozen hete lucht in geblazen, waardoor het gevangen gas weer vrijkomt uit het absorberende materiaal. De hele cyclus van afvangen en vrijgeven wordt geregeld door speciaal hiervoor ontworpen software. Climeworks heeft de apparaten op het dak van een energiecentrale geïnstalleerd om gebruik te kunnen maken van de CO2-neutrale elektriciteit en de warmte van de vuilverbranding. Enkele tientallen meters van de nieuwe installatie bevindt zich nog een oudere stapel van acht Climeworks-apparaten, die al meer dan een jaar op dit zelfde dak staan te zoemen. In dat jaar hebben ze zo’n duizend ton koolstofdioxide uit de lucht gevangen en die via een pijpleiding geleverd aan een enorme kas in de buurt, waar de CO2 dient om tomaten, avocado’s en veldsla te kweken. Tijdens een rondleiding door de kas laat bedrijfsleider Paul Ruser mij de proef op de som nemen. ‘Hier, probeer maar eens,’ zegt hij, terwijl hij me een knapperige, rijpe komkommer voorhoudt die hij van een plant naast zich heeft geplukt. Het is de lekkerste direct-air-capture-komkommer die ik ooit heb geproefd.
Deze dakinstallatie vertegenwoordigt een noviteit: Climeworks is de eerste direct-air-capture-onderneming in de geschiedenis die CO2 per ton wil gaan verkopen. Toen de oprichters van het bedrijf, Christoph Gebald en Jan Wurzbacher, een aantal jaren geleden de plannen voor hun bedrijf openbaarden, kregen ze een stortvloed van scepsis over zich heen. ‘Ik denk dat negen van de tien mensen kritisch reageerden,’ vertelt Gebald. ‘Eerst zei iedereen: “Dit gaat technisch nooit werken.” Nadat we in 2017 de grote installatie in Hinwil hadden gebouwd, konden we laten zien dat het technisch wél werkt. Maar toen zeiden ze: “Nou, economisch gaat het niet werken.”’
Voorlopig hebben deze sceptici gelijk: het bedrijf maakt geen winst. De kosten voor de bouw en installatie van de achttien collectoren in Hinwil, die in de eigen werkplaats in Zürich met de hand zijn geassembleerd, liggen tussen de 3 en 4 miljoen dollar, en dat is de belangrijkste reden waarom het de onderneming tussen de 500 en 600 dollar kost om een ton CO2 uit de lucht te halen. Ook al heeft Climeworks bij particuliere investeerders en via subsidies zo’n 50 miljoen dollar opgehaald, het bedrijf staat voor een even lastige opgave als Carl Bosch een eeuw geleden: hoe ver kan het de kosten omlaag brengen? En hoe snel kan het opschalen?
Gebald en Wurzbacher zijn ervan overtuigd dat ze commercieel voet aan de grond kunnen krijgen door hun dure CO2 te verkopen aan bedrijven in de landbouw- of drankensector. Niet alleen hebben deze bedrijven toch al CO2 nodig, maar bovendien willen sommige er kennelijk ook extra voor betalen, om zo hun producten als milieuvriendelijk te kunnen etaleren.
Toch vormen kassen en limonadeprik samen wereldwijd maar een kleine markt – waar misschien 6 miljoen ton CO2 per jaar valt af te zetten. En Gebald en Wurzbacher zijn niet aan het CO2-vangen begonnen met als doel om veldsla te verbouwen of prik in Fanta te stoppen. Ze verwachten de komende zeven jaar de kosten zo ver omlaag te kunnen brengen dat ze hun CO2 ook op lucratievere markten kunnen afzetten. Uit de lucht gevangen CO2 kan gecombineerd worden met waterstof en dan kun je er elke soort vervanging voor fossiele brandstof van maken die je maar wilt: geen brood uit lucht, maar brandstof uit lucht. Climeworks en een Canadees bedrijf, Carbon Engineering, werken nu al hard aan dit idee; de Canadezen hebben zelfs investeerders (onder wie Bill Gates) gevonden voor de productie in grote industriële complexen van synthetische brandstof uit in de lucht gevangen CO2.
Het uiteindelijk doel van direct air capture is echter niet om er een product van te maken – tenminste niet in de traditionele betekenis van het woord. Wat Gebald en Wurzbacher eigenlijk willen is grote hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer halen en voorgoed diep onder de grond stoppen, en deze service verkopen aan andere bedrijven en instellingen die hun uitstoot moeten verminderen. Door Climeworks gevangen CO2 is inmiddels al diep in rotsformaties onder IJsland geïnjecteerd; eind dit jaar wil de firma vijftig installaties in de buurt van Reykjavik in werking hebben om de operatie uit te breiden. Maar wanneer het zover is, betreedt het bedrijf onontgonnen economisch terrein – als leverancier van een dienst die wel dringend nodig lijkt als bijdrage aan een oplossing voor de klimaatverandering, maar die op dit moment geen vervanging biedt voor iets anders in het consumenten- of industriële landschap. Om het nog ingewikkelder te maken: een ton CO2 onder de grond is niet iets waar bij mensen of overheden veel vraag naar is. En dus bevinden bedrijven als Climeworks zich in een lastig parket: hoe verkoop je iets wat nooit eerder heeft bestaan, wat misschien nooit goedkoop zal worden, op een markt die er nog niet is?
‘Als je zou uitrekenen hoeveel de investeringen in wind- en zonne-energie hebben opgeleverd, zou de rest van je aandelenportefeuille daarbij in het niet vallen. Het is alsof je hebt geïnvesteerd in een vroege Apple’
Zelfs de grootste adepten zullen direct air capture geen wondertechnologie noemen. Vaker ziet men het als een oud idee dat nu radicaal wordt verbeterd voor nieuwe toepassingen: in onderzeeërs gebruikt men al minstens sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw ‘scrubbers’ om CO2 te verwijderen. Zeker is zelfs dat direct air capture beschouwd zal worden als een te dure mogelijkheid met een te bescheiden effect voor het verminderen van onze koolstofuitstoot. ‘Direct air capture kan alleen zinnig zijn als we alle andere dingen die we moeten doen, meteen doen,’ zegt de Californische energiedeskundige Hal Harvey, die onderzoek doet naar klimaatvriendelijke technologieën en beleidsmaatregelen. Harvey en anderen stellen dat we de grootste, snelste en goedkoopste vooruitgang in het uit de atmosfeer halen van koolstof kunnen boeken door geheel over te schakelen op hernieuwbare energie of stroom waarvoor weinig koolstof wordt verbruikt; door te kiezen voor elektrische voertuigen en door strengere regelgeving voor toegestane rijafstanden van auto’s en vrachtwagens die op gas rijden; en door meer energie-efficiënte gebouwen en apparaten verplicht te stellen. Kortom, miljoenen direct air capture-apparaten bouwen is op dit moment niet hét middel om vooruitgang te boeken op weg naar een wereld zonder CO2. Daarvoor moeten we in de eerste plaats stoppen met CO2 in de atmosfeer blazen.
Maar er is niet veel tijd meer om die koolstofuitstoot terug te dringen, de CO2-concentraties in de atmosfeer nemen nog steeds toe. Als alle landen van de wereld op dezelfde weg voort gaan, wordt het onmogelijk om de doelen uit de Parijse klimaatakkoorden van 2016 te halen, waarin is afgesproken dat de aarde niet meer dan 2 graden Celsius, of liever nog 1,5, mag opwarmen. En dat brengt een wereld vol ellende en economische problemen met zich. Nu al zijn de temperaturen in bepaalde regio’s met meer dan 1 graad Celsius gestegen, volgens een rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Deze temperatuurstijgingen hebben geleid tot een toename van droogteperiodes, hittegolven, overstromingen en verlies van biodiversiteit en maken de chaos die zou ontstaan bij een opwarming van nog 2 of 3 graden onvoorstelbaar. Nog een probleem is dat te lang voortgaan op het huidige emissiepad het risico meebrengt dat de ecosystemen van de aarde onherstelbare schade oplopen – een schade die met geen enkele technologische innovatie meer te herstellen is. ‘Natuurlijke systemen hebben geen achteruit,’ zegt Harvey. ‘Als ze gaan, gaan ze. Als we de toendra ontdooien, is het einde verhaal.’
Hetzelfde kun je zeggen voor de ijsplaten van Groenland en westelijk Antarctica, of van de koraalriffen. Deze natuurlijke hulpbronnen hebben een asymmetrie in hun opbouw: ze hebben zich in duizenden of miljoenen jaren gevormd, maar de afname kan binnen een paar decennia catastrofaal zijn.
Op dit moment ligt de wereldwijde CO2-uitstoot rond de 37 miljard ton per jaar en koersen we af op een temperatuurstijging van 3 graden Celsius in 2100. Willen we een klimaat behouden waarin mensen kunnen leven, dan zullen de landen van de hele wereld de CO2-uitstoot waarschijnlijk drastisch moeten verlagen ten opzichte van het huidige niveau – tot misschien 15 miljard of 20 miljard ton per jaar in 2030. Vervolgens moeten we, middels een ongekende inspanning van politiek en bedrijfsleven, zorgen dat de koolstofemissies rond 2050 zijn teruggebracht tot nul. Als je het zo bekijkt, lijkt wat Climeworks doet – duizend ton CO2 verzamelen op een dak in de buurt van Zürich – misschien op een poging om met één emmertje de oceaan leeg te scheppen.
Toch is het idee wel degelijk belangrijk. In het IPCC-rapport van vorig jaar stond dat een beperking van de opwarming tot 1,5 graden in 2100 misschien onhaalbaar is met alleen een snelle overschakeling op schone energie, elektrische auto’s en dergelijke. Misschien moeten we, om een leefbaar milieu te behouden, wel CO2 uit de atmosfeer halen. Zoals Wurzbacher het formuleert: ‘Tel je al die cijfers van het IPCC bij elkaar op, dan kom je uit op zo’n acht tot tien miljard ton – gigaton – CO2 die per jaar uit de atmosfeer gehaald moet worden, als we die 1,5 of 2 graden echt serieus nemen.’
Nu is het zo dat er al een naam is voor manieren waarop dit soort werk, het uit de atmosfeer halen van CO2, wordt gedaan: negatieve-emissie-technologieën, oftewel NET’s. Sommige NET’s, zoals bomen en planten, waren er al eerder dan wij, en verdienen dit etiket waarschijnlijk niet. Via fotosynthese halen onze bossen buitengewoon grote hoeveelheden koolstofdioxide uit de atmosfeer, en als we meer ons best zouden doen om leeggekapte gebieden te herbebossen, zouden we in de toekomst miljarden tonnen meer koolstof kunnen opnemen. Daarbij zouden we ook speciale gewassen kunnen telen om CO2 op te nemen en die dan verbranden om energie op te wekken, waarbij we de uitstoot van de energiecentrales afvangen en die onder de grond pompen, een proces dat bekendstaat als ‘Bioenergy with carbon capture and storage’, oftewel BECCS. Andere negatieve-emissietechnologieën zijn het zo manipuleren van akkerland of moerassige kustgebieden dat die meer koolstof uit de atmosfeer vasthouden en het vergruizen van minerale formaties zodat die sneller CO2 opnemen, een proces dat ‘versnelde verwering’ wordt genoemd.
Een miljard bomen planten
Negatieve emissies kun je zien als een vorm van tijdreizen. Al sinds de Industriële Revolutie produceren menselijke samenlevingen een overschot aan CO2: ze nemen koolstofvoorraden uit het binnenste van de aarde – in de vorm van kolen, olie en gas – en van boven de grond (voornamelijk hout) en sturen die dan de atmosfeer in door ze te verbranden. Nu is het noodzakelijk geworden om dat proces om te keren, dus om de CO2 uit de lucht te halen en die ofwel weer diep in de aarde op te slaan, ofwel vast te houden binnen nieuwe ecosystemen aan het aardoppervlak. Dit is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Alle negatieve emissie is moeilijk – zelfs bebossing of herbebossing,’ legt Sally Benson, hoogleraar in energiebronnentechniek aan Stanford, uit. ‘Het is geen kwestie van zeggen “Ik wil een boom planten.” Het gaat erom dat je zegt: “We willen een miljard bomen planten.”’ Niettemin bieden dit soort praktijken een glimpje hoop dat de toekomstige emissiedoelen haalbaar zijn. ‘We moeten erkennen dat we te lang hebben gewacht en daardoor bepaalde mogelijkheden hebben uitgesloten,’ zegt Princeton-wetenschapper Michael Oppenheimer, die onderzoek doet naar klimaat en beleid. Vandaar dat NET’s niet langer alleen maar interessante ideeën lijken; ze lijken noodzakelijk. De apparaten van Climeworks op dat dak doen per jaar wel het werk van zo’n 36 duizend bomen.
Afgelopen najaar publiceerden de National Academies of Sciences, Engineering and Medicine een uitgebreide studie over het verwijderen van koolstof. Volgens Princeton-hoogleraar Stephen Pacala, die de leiding had over het team van auteurs, hebben de diverse negatieve-emissietechnologieën allemaal eigen voor- en nadelen, en is een ‘portfolio-benadering’ – zet ze allemaal in en kijk dan welke de beste zijn – misschien de beste optie. Kunnen de kosten van direct air capture omlaag gebracht worden, dan ziet Pacala grote mogelijkheden in die techniek, zeker als de CO2-collectoren de emissies kunnen opvangen van economische sectoren die om technologische redenen langzamer de transitie naar koolstofneutraal kunnen maken dan andere. De commerciële luchtvaart, bijvoorbeeld, zal niet binnen afzienbare tijd op zonne-energie kunnen overstappen. Volgens Jennifer Wilcox, hoogleraar chemische techniek aan Worcester Polytechnic Institute in Massachusetts, zal direct air capture zo ook kunnen helpen de impact van verscheidene belangrijke industriële sectoren te verkleinen. ‘Bij het maken van ijzer en staal, cement en glas komen proces-emissies vrij,’ zegt ze. ‘Altijd als je die materialen maakt, is er een chemische reactie die CO2 uitstoot.’ Direct air capture zou zelfs de impact van de Haber-Bosch-processen voor het maken van kunstmest kunnen verkleinen; volgens schattingen neemt die industrie nu 3 procent van alle CO2-uitstoot voor haar rekening.
Pacala vergelijkt de uitdagingen waar Climeworks en Carbon Engineering nu voor staan met die van de industrieën van wind- en zonne-energie in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, toen die producten duur waren vergeleken met fossiele brandstoffen. Die industrieën konden niet overleven op alleen de vraag uit de private sector. Maar bepaalde beleidsmakers zagen grote voordelen voor het milieu en voor de maatschappij als deze sector over die horde wist te komen. Dankzij overheidsinvesteringen in onderzoek en belastingvoordelen konden de jonge industrieën uitbreiden. ‘Wind en zon zijn nu de goedkoopste vormen van energie op de juiste plekken,’ zegt Pacala. ‘Als je zou uitrekenen hoeveel die investeringen hebben opgeleverd, zou de rest van je aandelenportefeuille daarbij in het niet vallen. Het is alsof je hebt geïnvesteerd in een vroege Apple. Dus het is een spectaculair succesverhaal. En direct air capture is net zo’n soort verhaal, met als enige barrière dat het proces te duur is.’
De zestig medewerkers van Climeworks werken voor het merendeel op een groot industrieterrein in Zürich, in een laag gebouw waarvan het bedrijf twee verdiepingen huurt van een Duits luchtvaartbedrijf. De productiewerkzaamheden vinden plaats op de begane grond; boven bevinden zich de onderzoekslaboratoria, een kleine verzameling gedeelde kantoren, een keukentje in een gang en een zitruimte. Er hangt de sobere, nonchalante sfeer van een tech-start-up, afgezien van één ding: de muren zijn behangen met bovenmaatse foto’s van sleutelmomenten in de korte geschiedenis van Climeworks: de lompe vroege prototypes, de opening van de eerste fabriek in Hinwil die CO2 verzamelde voor de kas.
‘Het is een beetje bij toeval dat we in Zwitserland zijn gevestigd,’ zegt Wurzbacher. Hij en Gebald zijn allebei opgegroeid in Duitsland en hebben elkaar leren kennen toen ze allebei studeerden aan de E.T.H, de technische hogeschool in Zürich. ‘Op dag één, 20 oktober 2003, leerden we elkaar kennen,’ vertelt Gebald. ‘En op dag één besloten we dat we een bedrijf zouden beginnen.’ Hun ambitie was om ondernemer te worden, niet per se om een direct air capture-bedrijf te beginnen, maar allebei hadden ze belangstelling voor onderzoek naar hernieuwbare energie en het reduceren van emissies.
Nadat ze allebei hun masterproject hadden afgerond, besloten ze om een prototype van een direct air capture-apparaat te maken en een onderneming te starten. Allebei noemden ze zich directeur. Met steun van een aantal kleine subsidies werd Climeworks in 2009 officieel opgericht.
Zij waren niet de enigen die wilden proberen iets af te knabbelen van tientallen jaren CO2-uitstoot. Een Amerikaanse start-up, Global Thermostat, die op dit moment de laatste hand legt aan een eerste commerciële fabriek in Alabama, begon in 2010 met het ontwerpen van direct air capture-apparaten. En al vrijwel vanaf het begin zijn Gebald en Wurzbacher in een vriendschappelijke concurrentieslag verwikkeld met David Keith, de hoogleraar techniek van Harvard die rond dezelfde tijd in Canada zijn bedrijf Carbon Engineering is begonnen.
Het bedrijf van Keith richt zich op een andere direct air capture-technologie; hij gebruikt een proces met grotere hitte en een vloeibare oplossing om CO2 te vangen, waarvan hij vervolgens synthetische brandstoffen wil maken. Het grote voordeel van Climeworks is dat het al vroeg kleinere fabrieken kan bouwen, zegt Keith. ‘Daar ben ik stikjaloers op. Het komt doordat zij een modulair model gebruiken en wij niet.’
Aan de andere kant denkt Keith dat zijn bedrijf dichter bij de bouw van een grote fabriek is, die tegen lagere kosten koolstof kan vangen en substantiële hoeveelheden brandstof kan produceren. ‘Ik zie niet hoe zij daar tegenop kunnen.’ Gebald zegt te denken dat beide bedrijven succes zullen hebben, elk met hun eigen benadering. Voorlopig hebben de oprichters één ding gemeen: ze zijn ervan overtuigd dat de kosten om een ton koolstof te vangen binnenkort sterk zullen dalen.
Geen revolutie
Sommige buitenstaanders denken daar anders over. Howard Herzog van het Massachusetts Institute of Technology (M.I.T.), die jaren heeft gekeken naar de mogelijkheden voor deze apparaten, denkt bijvoorbeeld dat de kosten tussen de 600 en 1000 dollar per ton blijven liggen. De redenen waarom hij zo sceptisch is, zijn voor een deel zeer technisch en hebben te maken met de natuurkundige kant van het scheiden van gassen. Andere zijn makkelijker te begrijpen. Om een ton CO2 te verzamelen, moeten direct air capture-apparaten enorme hoeveelheden lucht door een filter of een oplossing laten stromen. Want hoe groot de mondiale impact van dat gas ook is, het maakt maar zo’n 0,04 procent van onze atmosfeer uit. Dat betekent dat voor dit proces heel veel energie en grote apparaten nodig zijn. Bij vergelijkbare industrieën die gassen scheiden heeft Herzog gezien dat bij de vertaling van de papieren plannen voor het vangen van CO2 naar concrete toepassingen veel verborgen kosten naar boven komen. ‘Hier is veel publiciteit over geweest, maar ik denk niet dat het een revolutie teweeg zal brengen,’ zegt hij. ‘Andere negatieve-emissietechnologieën zullen waarschijnlijk goedkoper blijken. Op zijn best kan direct air capture een bijrolletje spelen.’
Volgens de cijfers die David Keith en zijn collega’s bij Carbon Engineering vorig jaar naar buiten brachten, zou hun technologie voor het vangen van koolstof de kosten omlaag kunnen brengen tot slechts 94 dollar per ton, maar Herzog is niet overtuigd. Toch betoogt Keith tegenover mij dat twee investeerders in Carbon Engineering – Chevron Technology Ventures en een dochteronderneming van Occidental Petroleum – zijn cijfers uitputtend onder de loep hebben genomen en het erover eens waren dat het ondernemingsplan solide genoeg was om er aanzienlijke bedragen in te steken bij een investeringsronde van 60 miljoen dollar. De beide oprichters van Climeworks zeggen dat zij het eens zijn met de kosteninschattingen van Keith en voor hun eigen technologie een vergelijkbare dalende lijn voorzien.
Op dit moment streeft Climeworks ernaar om halverwege de jaren twintig 1 procent van de mondiale jaarlijkse CO2-uitstoot te kunnen verwijderen. Maar om dat doel te kunnen halen, als het al mogelijk is, moeten ze de kosten van direct air capture bijna met een factor tien terugbrengen en tegelijkertijd hun klantenkring behouden en zelfs substantieel uitbreiden. Wurzbacher en Gebald hebben plannen voor verscheidene generaties Climeworks-apparaten, waarin elk nieuw model een verlaging van de kosten belooft. ‘We hebben een routekaart – van 600 dollar omlaag naar 400 dollar, omlaag naar 300 en 200 dollar per ton,’ zei Wurzbacher. ‘Dit geldt voor de komende vijf jaar. Tot 200 dollar per ton weten we vrij goed wat we doen.’ Voorbij die 200 dollar wordt de route minder duidelijk, bedoelt hij. Of de kosten nog lager kunnen, hangt af van ‘nieuwe ontwikkelingen’ in technologie of fabricage.
De beide Climeworks-oprichters zeggen dat ze enorme kostenbesparingen verwachten te kunnen halen uit het opschalen van de productie – waardoor ze materialen goedkoper in het groot kunnen inkopen en geautomatiseerd apparaten kunnen bouwen met behulp van lopende banden in plaats van met de hand, zoals nu gebeurt. Verbeteringen in het ontwerp van de apparaten kunnen verdere kostenreductie opleveren.
‘Onderhoud is erg duur,’ zegt Wurzbacher. ‘Als we nu de filters in de collectoren willen vervangen, moeten we een kraan huren, en dat kost veel manuren. Bij de volgende generatie apparaten hebben we daarin veel verbetering gebracht: relatief kleine veranderingen in ontwerp zouden de kosten van onderhoud met een factor drie kunnen terugbrengen.’ Climeworks wil ook besparingen realiseren door verbeteringen van essentiële onderdelen, zoals het materiaal dat CO2 aan zich bindt. Op dit moment vereist de technologie van het bedrijf dat de temperatuur in de apparaten regelmatig wordt verhoogd naar zo’n 1000 graden Celsius, om de CO2 uit de absorberende stof te laten vrijkomen zodat die afgezogen en opgeslagen kan worden. Als dat te bereiken is bij een lagere temperatuur, zullen de collectoren minder energie gebruiken en kan de levensduur van de materialen langer worden, wat de kosten nog verder omlaag brengt.
De ambities voor massaproductie van het bedrijf lijken nog steeds erg hoog gegrepen. Om daadwerkelijk 1 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot te kunnen vangen zou Climeworks 250.000 direct air capture-installaties zoals die op het dak in Hinwil moeten bouwen. Dat zouden in totaal zo’n 4,5 miljoen CO2-collectoren zijn. Voor een bedrijf dat nog maar honderd collectoren heeft gebouwd (en veertien kleine installaties verspreid over Europa heeft staan), is dat een onthutsend groot aantal. De Climeworks-oprichters proberen hun product dan ook te zien zoals de auto-industrie dat zou doen – als een stuk in massa geproduceerde technologie en metaal, niet als de CO2 die ze hopen te verzamelen. ‘Wat wij doen is het scheiden van gassen,’ zei Wurzbacher, ‘en dat hoort traditioneel thuis in de procesindustrie, zoals olie en gas. Maar wij zien onszelf daar niet echt.’
De twee oprichters wijzen erop dat Toyota meer dan tien miljoen auto’s per jaar maakt. ‘Elke CO2-collector heeft ongeveer hetzelfde gewicht en dezelfde afmetingen als een auto – ruwweg twee ton, en ruwweg twee bij twee bij twee meter,’ zei Gebald. ‘En alle methoden die worden gebruikt om de CO2-collectoren te bouwen zijn heel goed te automatiseren. Dus hebben wij de auto-industrie voor ogen als voorbeeld voor hoe je dingen in grote hoeveelheden tegen lage kosten produceert.’ De twee mannen hebben al advies gevraagd bij Audi. Ze zijn zich er ook van bewust dat de auto-industrie haar methoden in de loop van honderd jaar heeft geperfectioneerd. Wil Climeworks ook maar enige impact hebben, dan heeft het bij lange na niet zo veel tijd.
Publieke goederen
In 1954 kwam econoom Paul Samuelson met een theorie waarin hij onderscheid maakte tussen ‘particuliere consumptiegoederen’ – brood, auto’s, huizen en dergelijke – en goederen die buiten de gebruikelijke wetten van vraag en aanbod bestaan. De moderne mondiale markten slagen er goed in een prijskaartje te hangen aan de particuliere goederen die we nodig hebben en willen. Maar het andere type goederen dat Samuelson beschreef en dat we nu ‘publieke goederen’ noemen, is iets waarvan iedereen profiteert maar dat niet op die manier wordt gekocht, verkocht of geconsumeerd. De definities van publieke goederen lopen uiteen, maar vaak gebruikte voorbeelden zijn vuurtorens, defensie en schone lucht.
Direct air capture kan ongetwijfeld particuliere consumptiegoederen opleveren, zoals koolzuur voor alcoholvrije dranken of brandstoffen. Wat de waarde van deze techniek zo moeilijk in te schatten maakt, is dat de leveranciers ervan met het begraven van CO2 voor een betere atmosfeer – en vrijwel zeker voor een betere toekomst – ook een publiek goed zouden creëren. ‘Als je alleen CO2 verzamelt en begraaft, is het probleem dat er nog geen markt is,’ zegt Julio Friedmann, een voormalig functionaris op het Amerikaanse ministerie van Energie, die nu aan de Columbia University werkt. ‘Waar het echt om gaat is dat je tegen betaling milieudienstverlening aanbiedt.’ En dat betekent, kort gezegd, dat het succes van direct air capture beperkt zou blijven tot de afmetingen van de markt voor particuliere goederen – prik in limonade, broeikasgas – tenzij overheden zouden besluiten om zich ermee te bemoeien en bij te dragen aan de financiering van het equivalent van verscheidene miljoenen (of meer) vuurtorens.
Die bemoeienis kan verschillende vormen hebben. Te denken valt bijvoorbeeld aan ruime subsidies voor onderzoek naar betere absorberende materialen, wat te vergelijken zou zijn met de overheidsinvesteringen waarmee lang geleden de industrieën voor zonne- en windenergie zijn gevoed. Maar hulp kan ook komen door uitbreiding van de al bestaande regelgeving. Een nieuwe en onduidelijke Amerikaanse belastingmaatregel, die bekendstaat als 45Q en vorig jaar is ondertekend door president Trump, biedt lastenverlichting voor bedrijven die CO2 opslaan in geologische formaties. Die verlichting komt ten goede aan olie- en gasmaatschappijen die CO2 de grond in pompen bij boorwerkzaamheden, en aan energiecentrales die uitstoot rechtstreeks afvangen uit hun schoorsteenpijp. Ook Climeworks zou ervan kunnen profiteren, mocht het bedrijf installaties openen in de Verenigde Staten, maar alleen als het erin slaagt om honderdduizend ton CO2 per jaar te verwijderen en begraven.
Ook kunnen overheden CO2 duurder maken. De oprichters van Climeworks geloven dat hun bedrijf alleen kan slagen op ‘klimaatimpact-schaal’, zoals zij het noemen, als de wereld aanzienlijke prijzen gaat rekenen voor emissies, in de vorm van een CO2-belasting of CO2-tarief. ‘Ons doel is het mogelijk te maken CO2 uit de lucht te vangen voor minder dan 100 dollar per ton,’ zegt Wurzbacher. ‘Niemand heeft een glazen bol, maar wij denken – en zijn er vrij zeker van – dat we zo tegen 2030 een mondiale gemiddelde prijs voor CO2 zullen hebben in de orde van 100 tot 150 dollar per ton.’ Dat is optimistisch gedacht, geeft hij toe; op dit moment hebben alleen nog maar enkele Europese landen vooruitgang geboekt met het vaststellen van een prijs voor CO2, en in de Verenigde Staten is de CO2-belasting onlangs in verkiezingen verworpen. Maar toch, als dat soort prijzen werkelijkheid zouden worden, zou dat op verschillende manieren de markt voor CO2-extractie stimuleren. Een bedrijf dat een product verkoopt of een proces gebruikt dat veel uitstoot oplevert – een luchtvaartmaatschappij bijvoorbeeld of een staalfabrikant – zou dan verplicht worden om bedrijven die CO2 verwijderen 100 dollar of meer per ton te betalen om hun uitstoot van CO2 te compenseren. Of een overheid zou de opbrengsten van de CO2-belasting kunnen gebruiken om bedrijven rechtstreeks te betalen voor het verzamelen en begraven van CO2. Bij gebrek aan een overheidsoptreden van betekenis, zou een miljardair die goed wil doen misschien al zijn geld kunnen stoppen in het vangen en begraven van CO2.
Als koolstof een fatsoenlijke prijs zou hebben, zouden toezichthouders wereldwijd een CO2-boekhouding moeten bijhouden om erop toe te zien dat direct air capture-apparaten evenveel CO2 opzuigen en begraven als uitstoters produceren. Omdat CO2-emissies zich snel met de atmosfeer vermengen, zou de locatie van de installaties er weinig toe doen, afgezien van de noodzaak om ze in de buurt van schone energiebronnen en geschikte gebieden voor onderaardse opslag te plaatsen. Met andere woorden: een direct air capture-installatie in IJsland zou evenveel CO2 kunnen opnemen als een Boeing 747 in Australië uitstoot, en zo de impact daarvan op het milieu teniet kunnen doen. En het proces van onderaards opslaan levert geen beperkingen op. ‘Het kost niet zo veel om CO2 de grond in te pompen,’ zegt Sally Benson van Stanford. Bedrijven slaan per jaar al zo’n 34 miljoen ton CO2 op in de bodem, op een aantal plekken over de hele wereld, meestal ten behoeve van het olieboorproces. ‘De kosten lopen uiteen van 2 tot 15 dollar per ton. Dus de grootste kostenpost hiervoor zijn de kosten van het vangen van CO2.’
‘Je vliegt naar Europa en de app vertelt je dat je zojuist 1,7 ton CO2 hebt verbrand. Wil je die verwijderen? Nou, dat kan Climeworks voor je doen. Klik hier’
In een denkbeeldige CO2-vrije toekomst, zouden de te verwachte inkomsten voor direct air capture-bedrijven enorm zijn. ‘Als we 100 tot 150 dollar per ton krijgen, zegt Wurzbacher, ‘dan is de markt vrijwel oneindig.’ Zo groot dat hij betwijfelt of zijn bedrijf alle potentiële klanten zou kunnen bedienen, zelfs al zou het een exponentiële expansie doormaken. Bij zulke lage prijzen zouden bedrijven mogelijk CO2-verwijdering in hun prijsstelling kunnen doorberekenen – of gedwongen kunnen worden om dat te doen – en dat zou leiden tot een explosie op de markt. ‘Christoph en ik zeggen altijd: als dit zich zo ontwikkelt als wij denken, zijn wij niet bezig met het oprichten van een bedrijf, maar van een hele bedrijfstak,’ zegt Wurzbacher. Hij noemt het werk in IJsland – een gezamenlijke inspanning die gedeeltelijk wordt gefinancierd door de Europese Unie – de eerste stap in de richting van die bedrijfstak. Op het ogenblik zuigt een enkele Climeworks-collector op een geothermisch veld in Reykjavik lucht binnen en haalt daar de CO2 uit; nadat het gas uit de filter van het apparaat is gespoeld, wordt het gemengd met water, waarbij het in feite warm prikwater vormt. Dan wordt de vloeistof geïnjecteerd in een basaltsteenlaag diep onder de grond. In zo’n twee jaar tijd mineraliseert de CO2, zodat het gas voorgoed ingesloten raakt.
Op het hoofdkantoor van Climeworks in Zürich vraag ik Valentin Gutknecht, manager business development, of hij de uitstoot waarvoor ik verantwoordelijk ben door mijn vlucht van de VS naar Zürich, in IJsland kan begraven. Hij heeft daarvoor een geschreven overeenkomst die hij kan uitprinten en aan mij kan geven. Maar dat is niet goedkoop, waarschuwt hij. De prijs ligt nu op zo’n 600 dollar per ton, wat inhoudt dat mijn vlucht zo’n 700 dollar extra gaat kosten. Maar ik ben bepaald niet de eerste die dit aan hem vraagt. Vorig weekend, zo vertelt Gutknecht, heeft hij negenhonderd e-mails met verzoeken om informatie binnengekregen. Veel daarvan zijn van potentiële klanten die willen weten hoe snel Climeworks hun CO2-uitstoot kan begraven, of hoeveel een collector hun zou kosten. Ik heb het gevoel dat ik hier een glimp opvang van wat eraan komt: een hele gemeenschap – niet groot genoeg om een verschil te maken, maar daarom niet minder gemotiveerd – die kennelijk bereid is extra te betalen om haar CO2-uitstoot te terug te draaien.
Later vertelt Wurzbacher me dat hij een ‘one click’-consumentenservice wil aanbieden, misschien over een jaar of twee, waarmee ze zouden uitbreiden wat ze nu al in IJsland doen voor individuele klanten en bedrijven. Op mijn telefoon zou ik dan een Climeworks-app kunnen installeren, legt hij uit, die wordt geactiveerd door de locatieservices op mijn mobiel. ‘Je vliegt naar Europa en de app vertelt je dat je zojuist 1,7 ton CO2 hebt verbrand. Wil je die verwijderen? Nou, dat kan Climeworks voor je doen. Klik hier. We verrekenen het met je creditcard. En dan krijg jij voor elke ton die je opslaat een steen van CO2.’ Hij leunt achterover en slaakt een zucht. ‘Dat is mijn droom.’
Hoe paradoxaal het ook klinkt, waarschijnlijk bieden synthetische brandstoffen een praktischere weg naar een zakelijke toekomst voor direct air capture. De enorme en constante vraag van de markt naar brandstof is de reden waarom Carbon Engineering zijn kaarten voor de toekomst op synthetische brandstoffen heeft gezet. Op dit moment verbrandt de wereld zo’n honderd miljoen vaten olie per dag. David Keith denkt dat de vraag naar brandstoffen voor transport in 2050 vrijwel zeker zal zijn veranderd door de overschakeling naar elektrische voertuigen. ‘Dus laten we zeggen dat je in 2050 nog zo’n vijftig miljoen vaten brandstof per dag moet leveren,’ zegt hij. ‘Dat is nog steeds een megamarkt.’
Volgens Steve Oldham, algemeen directeur van Carbon Engineering, hebben synthetische brandstoffen die worden gewonnen uit direct air capture een voordeel boven traditionele fossiele brandstoffen: ze kosten geen cent aan exploratie. ‘Wil je nu als splinternieuw bedrijf brandstof gaan produceren, dan krijg je te maken met enorme kosten voor het zoeken naar en winnen van fossiele brandstof,’ zegt hij. ‘Terwijl je onze installaties zo midden in Californië kunt bouwen, overal waar lucht en water is.’ Hij vertelt dat de eerste grootschalige fabriek van Carbon Engineering in 2022 in bedrijf moet zijn, en dan minstens vijfhonderd vaten brandstofgrondstof – het ruwe materiaal dat naar raffinaderijen gaat – per dag zal produceren.
Een illustratie van Climeworks over de werking van hun product. Klink eronder voor nadere toelichting.
Ook Climeworks voorziet een grote markt voor brandstoffen. In een stad vlak bij Zürich, Rapperswil-Jona, heeft het bedrijf in een kleine fabriek op de lokale technische universiteit een collector geïnstalleerd om methaan te produceren. In een ruimte met ongeveer het formaat van een scheepscontainer zuigt het Climeworks-apparaat via een luchtfilter CO2 binnen en stuurt die door een netwerk van leidingen, om het gas te combineren met waterstof, die met behulp van zonne-energie uit water is gehaald. Als ik er ben, zal het nog een paar weken duren voor de fabriek operationeel wordt, maar het methaan uit de installatie kan als vervanging voor benzine dienen in zo’n beetje elke auto, bus of vrachtwagen die toegerust is om op aardgas te rijden. Bij een grotere fabriek in Italië is Climeworks ingestapt in een consortium van Europese landen om synthetische methaan te produceren, die gebruikt zal worden door een lokale vrachtwagenvloot. Met een paar veranderingen en verfijningen kan dit proces aangepast worden voor diesel, benzine of vliegtuigbrandstof of het methaan zou rechtstreeks via pijpleidingen naar plaatselijke wijken kunnen worden getransporteerd als brandstof voor de fornuizen in particuliere woningen.
Vanuit economisch standpunt bekeken zouden producenten met deze synthetische brandstoffen gebruik kunnen maken van een enorme bestaande infrastructuur – raffinaderijen, benzinestations, auto’s, vliegtuigen, vrachtwagens, huizen, schepen – en zouden ze zo een product waar al vraag naar is, kunnen vervangen door iets wat duidelijk beter is. Maar de nieuwe brandstoffen zijn niet per se goedkoper. Carbon Engineering streeft ernaar om zijn product te leveren tegen een uiterste retailprijs van 1 dollar per liter, of 3,75 dollar per gallon (3,785 liter). Wat het product toch concurrerend zou maken zijn is de regelgeving in Californië, die nu bepaalt dat brandstofleveranciers brandstoffen moeten produceren met een lagere ‘koolstof-intensiteit’. Tot nu toe hield dit in dat benzine en diesel werden vermengd met een biobrandstof als ethanol, maar dat zou snel ook een synthetische brandstof uit opgevangen CO2 kunnen worden.
In een zich uitbreidende markt zouden synthetische brandstoffen vreemde effecten kunnen hebben. Aangezien ze worden gemaakt van uit de lucht gevangen CO2 en waterstof en bijna overal te fabriceren zijn, zouden ze kunnen zorgen voor een herschikking van de geopolitieke orde – door de macht te verkleinen van het handjevol landen dat nu de markten voor aardgas en olie beheerst. Het methaanproject in Rapperswil-Jona is met name toegesneden op de behoeften van Zwitserland, vertelt Markus Friedl, hoogleraar thermodynamica, die de leiding heeft over het project. Dat land moet nu bijna al zijn aardgas importeren en kan in de koudere maanden slechts beperkt energie opwekken uit hernieuwbare bronnen. Brandstoffen van opgevangen CO2 zouden, als ze goedkoop genoeg worden, een vorm van energieopslag kunnen zijn – geproduceerd in de zomer met behulp van zonne- of windenergie, en gebruikt in de winter – die minder kost (en een langere levensduur heeft) dan batterijen.
CO2-neutraal
Vanuit milieu-oogpunt bekeken zijn brandstoffen uit direct air capture niet de utopische oplossing. Deze brandstoffen zijn CO2-neutraal, niet CO2-negatief. Ze kunnen geen CO2 van ons industriële verleden wegnemen en die dan weer terugstoppen in de aarde. Als alle auto’s, vrachtwagens en vliegtuigen van het jaar 2050 op deze synthetische brandstoffen draaien in plaats van op traditionele fossiele brandstoffen, moeten hun CO2-emissies uit de lucht worden gehaald, gerecycled tot hetzelfde product dat ze oorspronkelijk hebben opgebrand, en die cyclus zou zich tot in het oneindige moeten herhalen, wil de uitstoot niet groter worden. Toch zouden deze brandstoffen wel voor een enorme verbetering kunnen zorgen. Transport – op dit moment de grootste bron van uitstoot in de Verenigde Staten – zou niet langer een netto CO2-uitstoter zijn. Even belangrijk is dat de techniek van de direct air capture zou kunnen opschalen en zo beter en goedkoper zou worden.
Een enorme uitbreiding kan ook enorme complicaties meebrengen. ‘Je zult echt heel grote uitdagingen tegenkomen als je op zo’n grote schaal gaat werken,’ zegt Glen Peters, onderzoeksdirecteur bij het internationaal centrum voor klimaatonderzoek Cicero in Oslo. ‘Als je één faciliteit voor CO2-opvang kunt inrichten, waar Carbon Engineering of Climeworks een grote fabriek kan bouwen, geweldig. Dat moet je vijfduizend keer doen. En wil je met direct air capture een miljoen ton CO2 vangen, dan heb je, alleen om die fabriek te laten draaien, een kleine energiecentrale nodig. Dus als je de komende dertig jaar één direct air capture-faciliteit per dag gaat bouwen om zo’n scenario uit te voeren, dan moet je daarbij ook elke dag een mini-energiecentrale bouwen.’ Het is ook zo dat je twee buitengewone problemen tegelijkertijd moet zien op te lossen, voegt Peters toe. ‘Om de 1,5 graden te halen, moeten we elke tien jaar onze uitstoot halveren.’ Dat zou betekenen dat landen als China en de Verenigde Staten overgehaald moeten worden om van het verbranden van kolen over te schakelen op het gebruik van hernieuwbare bronnen, juist op het moment dat we immense investeringen doen in negatieve-emissietechnologieën. En Peters wijst erop dat dit toch gedaan moet worden, ook als overheden een keus moeten maken die ten koste gaat van andere prioriteiten: gezondheidszorg, onderwijs, enzovoort.
Het streven om direct air capture halverwege deze eeuw of later te verhogen tot 10 miljard ton is zo’n herculische opgave dat er een industriële opschaling voor nodig is die de wereld nooit eerder heeft gezien,’ zegt Stephen Pacala van Princeton. En toch staat hij er niet pessimistisch tegenover. Blijkbaar vindt hij het nodig dat de federale overheid een begin maakt met substantieel onderzoek en investeringen in de technologie – om te zien hoe ver en snel daarin vooruitgang kan worden geboekt, zodat ze zo snel mogelijk klaar is. Bij Climeworks zeggen Gebald en Wurzbacher iets dergelijks. Zij benadrukken dat de discussie rond klimaatuitdagingen verder gaat dan de keus tussen schone energie en CO2-verwijdering. Ze zijn allebei nodig.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.