Tag: klimaat

  • Waarom bomen planten de slechtste maatregel is tegen de wereldwijde ontbossing

    Waarom bomen planten de slechtste maatregel is tegen de wereldwijde ontbossing

    In het licht van de klimaatverandering pleiten internationale instanties voor simpele remedies zoals bomen planten en oerwouden beschermen. Alleen ligt dat in werkelijkheid iets ingewikkelder.

    Bomen planten is goed. Dat idee is zo diepgeworteld en voelt zo simpel en intuïtief aan, dat het heel gemakkelijk te verkopen is. De klimaatcrisis en de urgente noodzaak om oplossingen daarvoor te vinden, hebben deze boodschap versterkt met een heel eenvoudige logica: bossen nemen CO2 op. Toch moet je simpele antwoorden op ingewikkelde problemen doorgaans wantrouwen, ook als die antwoorden rechtstreeks uit wetenschappelijk onderzoek lijken voort te komen. 

    In 2019 wilde men aan de hand van een in Science gepubliceerd artikel demonstreren dat bomen planten enorm veel potentieel had tegen klimaatverandering. De auteurs concludeerden in feite dat dit de doeltreffendste maatregel was die je kon nemen. Het artikel deed echter veel stof opwaaien want andere deskundigen wezen op zeer grote fouten in de berekeningen en de conclusies. Het gerenommeerde tijdschrift moest correcties publiceren, maar het artikel werd niet ingetrokken en wordt nog steeds vaak aangehaald om bepaalde beleidsmaatregelen te verdedigen. Het is bijvoorbeeld de eerste referentie die de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) aanhaalt in een rapport uit juli 2021 over milieuprestaties in Afrika.

    Savanne

    ‘In het Science-onderzoek wordt ervan uitgegaan dat gebieden waar geen bomen staan, per definitie gedegradeerd zijn. In Europa en bepaalde delen van Noord-Amerika kan dat zeker het geval zijn. Door ons klimaat en onze bodems hadden er bomen kunnen groeien in gebieden die door menselijke activiteiten zijn ontbost. Maar het is zinloos die logica los te laten op de hele wereld,’ legt Víctor Resco de Dios uit aan de rubriek ‘Teknautas’ van de krant El Confidencial. Hij is hoogleraar Bosbranden en Klimaatverandering aan de universiteit van Lleida (Spanje). Internationale agentschappen ‘zijn van plan bos te gaan aanplanten in delen van Afrika die nu savanne en grasland zijn, en dat al miljoenen jaren zijn,’ vertelt hij. ‘Hoewel je het op het eerste gezicht niet zou denken, is de biodiversiteit van deze Afrikaanse ecosystemen heel groot. En in het kader van klimaatverandering is het belangrijkst dat zich daar in de bodem zeer hoge concentraties koolstof bevinden die zich daar miljoenen jaren lang hebben opgehoopt.’ Wat gebeurt er als je daar bos gaat aanplanten? ‘Iedere verstoring van de bodem, bijvoorbeeld het klaarmaken van de grond voor een aanplant, zou een toename van de CO2-uitstoot tot gevolg hebben omdat de koolstof die daar is opgeslagen, dan vrijkomt,’ legt de deskundige uit.

    Afgezien van het feit dat sommige activiteiten contraproductief kunnen zijn, is het in het algemeen dan wel goed om bomen te planten om klimaatverandering tegen te gaan? Dertig procent van de CO2-uitstoot wordt geabsorbeerd door terrestrische ecosystemen, grotendeels dankzij grote bosmassa’s zoals het Amazonegebied. Denken dat meer bomen meer koolstof opnemen, is dus een logische conclusie. Maar uit sommige gegevens blijkt dat die aanname niet altijd opgaat. Hoewel er in de tropen sprake is van enorme ontbossing, is het bosareaal op de wereld de afgelopen dertig jaar toegenomen met 2,3 miljoen vierkante kilometer. Dat is de omvang van Algerije, het op negen na grootste land ter wereld. De leegloop van het platteland in de ontwikkelde landen is een van de belangrijkste oorzaken van die toename. Toch neemt paradoxaal genoeg het vermogen van terrestrische ecosystemen om uitstoot op te nemen, af.

    ‘Meer bos staat niet gelijk aan meer CO2-opslag’

    ‘Dat gegeven vertelt ons dat meer bos niet gelijkstaat aan meer CO2-opslag,’ zegt Resco de Dios. Voordat nieuw bos een koolstofopslagfunctie kan vervullen om te helpen tegen klimaatverandering, is tijd nodig. En bovendien: ‘Als je bos niet onderhoudt — wat vaak het geval is — kan het afbranden,’ en dat heeft precies het tegenovergestelde effect omdat het CO2-uitstoot veroorzaakt. Wat betreft geplande herbebossing zoals in het geval van de Afrikaanse savanne: ‘Elke boomaanplant vergroot op zich de CO2-uitstoot omdat de grond wordt bewerkt en daardoor de in de bodem aanwezige CO2 vrijkomt. Bovendien brengt het andere beperkingen met zich mee die in het huidige scenario ook voor problemen kunnen zorgen omdat bomen water verbruiken. Ook is bij herbebossing naderhand bosbeheer nodig.’ De expert van de universiteit van Lleida legt uit dat normaal gesproken altijd meer bomen worden geplant dan nodig is omdat niet alle zaailingen goed aanslaan. Dat betekent dus dat het bos later ‘gedund’ moet worden om bepaalde boompjes te verwijderen zodat het nieuwe bos minder dicht wordt. Maar in de praktijk wordt nauwelijks 5 procent van de nieuwe aanplant achteraf gecontroleerd met als resultaat dat ‘je te maken krijgt met gestreste bossen die kwetsbaar zijn voor bosbrand. Ook in Spanje kennen we daar voorbeelden van.’

    ‘Het algemene uitgangspunt dat het aanplanten van bomen klimaatverandering oplost, klopt niet en is zelfs gevaarlijk. Het geeft grote bedrijven een vrijbrief om de hoeveelheid uitstoot te produceren die ze maar willen en te claimen dat ze die compenseren met herbebossing,’ licht hij toe. Je kunt dat niet zo gemakkelijk tegen elkaar wegstrepen omdat ‘het probleem van klimaatverandering is ontstaan als gevolg van het feit dat we de gigantische concentraties CO2 in de geologische lagen van de aarde waren opgeslagen, verbruiken in de vorm van olie en andere brandstoffen. Hoeveel bomen we ook planten, dat kunnen we nooit meer terugdraaien.’ 

    Het enige wat echt kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering is stoppen met uitstoten

    Het enige wat echt kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering is stoppen met uitstoten. Maar de politiek en bedrijven staan vaak andere soorten maatregelen voor die beter vallen bij het grote publiek. Herstelmaatregelen kunnen helpen, maar alleen als die lokaal worden uitgevoerd. Ook is herbebossing maar één van de hersteltechnieken, aldus de onderzoeker. De heraanplant van bos waarmee het [in Spanje] is gelukt de ecosystemen in de Sierra Espuña (Murcia) en in de streek van Poblet (Tarragona) te herstellen, zijn een succesverhaal. ‘In sommige gevallen is het raadzaam bepaalde typen ecosystemen of habitats die door menselijk toedoen zijn aangetast, terug te brengen naar hun natuurlijke staat. Maar claimen dat dit tegen klimaatverandering gaat helpen, is iets heel anders,’ aldus Resco de Dios. 

    ‘Tot nu toe werd op sommige fora beweerd dat massaal herbebossen een afdoende oplossing was voor klimaatverandering, maar wetenschappers tonen aan dat dit niet het geval is,’ benadrukt ecoloog Fernando Prieto, eigenaar van de blog Observatorio de la Sostenibilidad (Observatorium van de duurzaamheid). ‘Nieuw bos aanplanten als zodanig heeft vaak geen zin als je geen rekening houdt met het waarom, waar, wanneer, met welke soorten, welk beheer en welke vervolgactiviteiten bij deze maatregel komen kijken,’ zegt hij. Zonder deze overwegingen kun je het tegenovergestelde effect krijgen. ‘In Spanje zijn bijvoorbeeld grote arealen herbebost met erg weinig verschillende boomsoorten met als resultaat dat die bossen gemakkelijk in brand vliegen. Als we koolstof opvangen maar die op deze manier gewoon weer vrijkomt, versnellen we die processen juist nog meer,’ voegt hij eraan toe.

    Bovendien heeft herbebossing vaak een negatief effect op de biodiversiteit, vooral wanneer grote stukken land ononderbroken worden beplant met maar één boomsoort. ‘Bestaande bossen in stand houden heeft veel meer zin dan die eerst te kappen voor hout of mijnbouw en daar vervolgens nieuwe bos aan te planten, met name omdat veel tijd nodig is voordat dat echt een bos is geworden met een volwaardige flora en fauna,’ aldus Prieto.

    De mens elimineren

    In dit kader waarschuwt Resco de Dios ook tegen wat volgens hem een andere misvatting is: het idee dat het behoud van vermeend ongerepte gebieden klimaatverandering tegengaat, iets dat op internationale fora ook erg populair is. De ‘Protecting Our Planet Challenge’ die afgelopen september door de Algemene Vergadering van de VN is gelanceerd, heeft bijvoorbeeld tot doel 30 procent van onze planeet te beschermen. Dat klinkt goed, maar het houdt het opkopen van land in om de menselijke aanwezigheid daar te elimineren, inclusief de inheemse bevolking. ‘Onderdeel van dit narratief is dat de mens de natuur zou vernietigen. In bepaalde gevallen klopt dat, maar je kunt dit niet generaliseren. Het is belangrijk in te zien dat maagdelijke ecosystemen een fabeltje zijn van de collectieve verbeelding,’ verzekert de deskundige van de Universiteit van Lleida. In Europa zou maar minder dan 1 procent van het bosareaal kwalificeren voor een dergelijke status en ook op de rest van de wereld is het veel schaarser dan je denkt. ‘Vroeger dachten we dat regenwouden volledig natuurlijk waren, maar uit onderzoek blijkt dat de invloed van de inheemse bevolking veel groter is dan eerder werd gedacht. Met andere woorden: de biodiversiteit die wij kennen is het resultaat van de interactie tussen mens en milieu, een co-evolutie die al duizenden jaren aan de gang is,’ zegt hij. 

    Toch is onder druk van natuurbeschermingsorganisaties bij sommige volken al een ravage aangericht. Toen grote nationale parken zoals de Serengeti werden gecreëerd, zijn bijvoorbeeld de Masai die in Kenia en Tanzania leven, van hun land verdreven. Daarom moet net als bij de kwestie van herbebossing, elk geval afzonderlijk en per gebied worden bekeken, aldus Fernando Prieto: ‘Generieke oplossingen werken niet en brengen ook veel grotere risico’s met zich mee dan niets doen. Dat andere streken in de wereld beter behouden zijn gebleven dan Europa en dat je kunt proberen die oerbossen in stand te houden, is zeker belangrijk,’ zegt Prieto, ‘maar je moet goed bekijken wat het doel ervan precies is.’

    ‘Sommigen noemen dit een nieuwe vorm van kolonialisme en zelfs milieuracisme’

    Over veel beleid op het gebied van bosbouw bestaat volgens hem nog steeds geen wetenschappelijke consensus en volgens veel deskundigen hebben zulke beleidsmaatregelen geen solide basis. Zo heeft het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES, een panel dat vergelijkbaar is met het panel dat de klimaatverandering analyseert maar dan toegespitst op biodiversiteit) in zijn recentste rapport veel maatregelen opgenomen die gericht zijn op behoud, maar ‘wordt met bijna met geen woord gerept over de kwestie van beschermde gebieden, noch wordt genuanceerd dat deze gebieden moeten worden beheerd,’ merkt de deskundige op. 

    In zijn visie betekent het elimineren van de mens in de meeste gevallen het weghalen van mensen die fundamenteel zijn voor het behoud van ecosystemen. ‘Sommigen noemen dit een nieuwe vorm van kolonialisme en zelfs milieuracisme. Wat wij doen vanuit Europa en de VS is de invloed die andere volkeren hebben gehad, minimaliseren. Wij denken dat een handjevol inheemse volken nooit iets hebben kunnen veranderen,’ zegt hij. En de uitkomst daarvan is niet per se positief, zoals blijkt uit voorbeelden meer in de buurt: ‘In Spanje zijn ecosystemen gelijksoortiger geworden door de oprichting van Nationale Parken,’ vertelt hij. Kleine verstoringen door activiteiten zoals begrazing die een bijdrage leverden aan een toename van de biodiversiteit, zijn verdwenen. Zowel klimaatverandering als de biodiversiteitscrisis waarmee de planeet te kampen heeft, zijn volgens de onderzoeker van de universiteit van Lleida ‘ernstige problemen die we moeten aanpakken met een pakket aan maatregelen. Je kunt daar niet zo maar een aanpak uitpikken die goed binnen je straatje past vanwege je ideologie, je zakelijke belangen of omdat het resoneert met je intuïtie. Het gaat erom wetenschappelijke consensus te vinden,’ stelt hij.

  • Directeur Greenpeace wordt klimaatgezant voor de Duitse regering

    Directeur Greenpeace wordt klimaatgezant voor de Duitse regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wordt espresso in Italië een luxe voor de rijken?

    » Mexico wil ‘pauze’ in de betrekkingen met Spanje: ‘Wij willen niet bestolen worden’

    Een ‘personeelscoup’ op Buitenlandse Zaken

    Het mondiale klimaatbeleid van Duitsland zal in de toekomst worden vertegenwoordigd door een deskundige op het gebied van milieuvraagstukken. Vanaf maart zal het huidige hoofd van Greenpeace International, Jennifer Morgan, onderhandelen als speciale klimaatgezant van Duitsland, bericht Die Tageszeitung. De krant spreekt van een ‘personeelscoup’ van minister van Buitenlandse Zaken Annalena Baerbock.

    Morgan, een vijfenvijftigjarig Amerikaans staatsburger woonachtig in Duitsland, is een internationale milieu- en klimaatdeskundige met goede connecties en tientallen jaren ervaring. ‘Morgan heeft de afgelopen jaren de grote milieu- en klimaatconferenties bijgewoond, waarbij ze zowel buiten de poorten heeft gedemonstreerd als achter de schermen compromissen heeft gezocht’, schrijft Die Tageszeitung. Sinds april 2016 is zij uitvoerend directeur van Greenpeace International.

    Volgens Baerbock zou Morgan eerst gezant en daarna staatssecretaris bij Buitenlandse Zaken moeten worden. Voor deze baan moet de Amerikaanse echter Duits staatsburger worden. Die procedure loopt nog, aldus het Duitse dagblad.

    Lees ook:

  • Amsterdam loopt voorop in de strijd tegen junkpost

    Amsterdam loopt voorop in de strijd tegen junkpost

    Amsterdam bespaart 6000 ton papier en 700 vuilnisrondes per jaar met een opt-insysteem voor folders. De resultaten zijn zo indrukwekkend dat andere steden en landen het voorbeeld willen volgen.

    Skye Neville is dol op stripboeken, maar de elfjarige fronst haar voorhoofd als ze in haar dorp in Wales haar favoriet voor de Zoom-camera houdt. ‘Kijk!’ zegt ze dringend. ‘Dit tijdschrift kreeg ik dubbel verpakt in plastic en bij dit andere kreeg ik gratis plastic speelgoed zoals deze lelijke, rode kikker. Het is onvergeeflijk om in deze tijd plastic rotzooi cadeau te doen.’

    Vorige winter besloot ze er iets aan te doen: ze schreef een brief aan de uit-gever van Horrible Histories [een reeks stripboeken voor kinderen over geschiedenis]. ‘Ik legde hem verschillende opties voor, zoals bijvoorbeeld een verpakking gemaakt van aardappelzetmeel.’ Toen de uitgever haar probeerde af te wimpelen met het antwoord dat kinderen dol zijn op gratis plastic speeltjes, begon ze een onlinepetitie, die meer dan 65.000 handtekeningen opleverde. Als gevolg daarvan verdween het blad uit de schappen van Waitrose, een van de grootste supermarktketens in het Verenigd Koninkrijk. Zelfs het parlement van Wales ging in op haar verzoek en overweegt nu een verbod op plastic verpakkingen en cadeautjes. ‘Ik kon natuurlijk gewoon mijn abonnement op het tijdschrift opzeggen,’ zegt Neville, ‘maar ik hou van lezen. Ik wil alleen niet al dat ongewenste plastic ontvangen.’

    80% van de kinderen is tegen plastic cadeautjes

    De kwestie ligt haar na aan het hart. Nevilles vader is de plaatselijke postbode in Fairbourne. Hun huis ligt op maar honderd meter van de kust waar ze bijna dagelijks al het plastic afval opruimt, en Fairbourne is een van de eerste Britse dorpen dat overspoeld zal worden door het stijgende zeewater. Wetenschappers schatten dat de huizen daar over twintig jaar waarschijnlijk onder water komen te staan, dus bewoners denken als eersten aan de gevaren van klimaatverandering.

    Toen de Britse media Nevilles petitie oppikten en een peiling hielden onder hun lezers, bleek 80 procent van de kinderen tegen plastic cadeautjes te zijn en slechts 20 procent voor. De vraag waar het om gaat is: mogen consumenten beslissen over wat er in hun brievenbus valt? Diverse landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, zijn momenteel wetsontwerpen aan het voorbereiden om plastic tijdschriftverpakkingen te verminderen of te verbieden. Bovendien hanteren veel Europese landen, evenals Canada en Australië, een ‘opt-outsysteem’: een sticker op de brievenbus waarschuwt postbodes dat ze geen bulkpost mogen bezorgen.

    Nee-Nee-sticker

    Het is een goed begin, maar minder dan 27 procent van de Duitsers maakt gebruik van zo’n Nee-Nee-sticker, hoewel 83 procent desgevraagd zegt geen junkpost te willen ontvangen. ‘Het deugt niet dat mensen moeite moeten doen om iets wat ze sowieso niet willen níét te ontvangen,’ zegt Sebastian Sielmann, initiatiefnemer van ‘Laatste Advertentie’, een Duitse petitie tegen junkpost. Om dat aan te pakken, begon Amsterdam in 2018 met een ‘opt-insysteem’, en veel andere Nederlandse steden volgden dit voorbeeld. In plaats van een Nee-Nee-sticker op de deur te moeten plakken, keerde Nederland het systeem om. Om wel junkpost te ontvangen, moet je een Ja-Ja-sticker op de deur plakken.

    Slechts 23 procent van de Nederlandse huishoudens heeft een Ja-Ja-sticker op de deur

    Slechts 23 procent van de Nederlandse huishoudens heeft zo’n sticker. Iedereen die niet zo’n sticker heeft en toch ongewenste post ontvangt, kan de gemeente bellen, waarna de afzender een boete van 500 euro krijgt. Het resultaat is dat Amsterdam 6000 ton papier en 700 vuilnisrondes per jaar bespaart. Deze hoeveelheden tonen aan hoeveel er bespaard zou kunnen worden in een groot land zoals de VS, waar consumenten jaarlijks meer dan 100 miljard junkpoststukken ontvangen, wat de dood van 2,6 miljoen bomen betekent.

    De resultaten van Amsterdam zijn zo indrukwekkend dat andere steden en landen het voorbeeld willen volgen. Frankrijk heeft al wetgeving opgesteld en in Duitsland heeft de nieuwgekozen regering gunstig gereageerd op Sielmanns petitie om het Nederlandse Ja-Ja-model te introduceren. De non-profitorganisatie Deutsche Umwelthilfe (DUH) berekende dat er alleen al in Duitsland jaarlijks 535.000 ton CO2 , 42 miljard liter water, 4,3 miljard kilowattuur aan energie en 1,6 miljoen ton hout worden verspild aan de productie en verscheping van een onvoorstelbare 28 miljard reclamefolders.

    Over het algemeen accepteert 80 procent van de mensen in de meeste situaties de standaardconditie. Daarom betaalt Google jaarlijks zo’n 15 miljard dollar om de vooraf ingestelde standaardzoekmachine op Apple-computers te zijn. Dat is de reden waarom in Oostenrijk, waar iedereen een orgaandonor is tenzij hij of zij aangeeft dat niet te willen, 99 procent van de mensen toestemming geeft om te doneren. Zelfs Audi besefte dat het bedrijf duurdere auto’s kon verkopen door het standaardmodel uit te rusten met extraatjes waar kopers niet vooraf voor hebben gekozen, in plaats van ze te laten kiezen voor extraatjes bij een goedkoper model. Bovendien vereist het Nee-Nee-systeem voor junkpost consequenties voor overtredingen. 

    Vuilnisbak

    Marketingbureaus en postdiensten, die veel verdienen aan bulkpost, zijn vaak tegen het Ja-Ja-systeem. In Nederland zijn advertentiebureaus zelfs naar de rechter gestapt om het Ja-Ja-plan tegen te houden, maar de Partij voor de Dieren, die het initiatief nam voor het plan, hield vol en won bij de rechter.

    Het National Bundesverband Druck und Medien startte een campagne getiteld ‘De waarden van advertentiepost’ waarin werd geclaimd dat 94 procent van de ontvangers hun junkpost ook werkelijk lezen. Maar managementexpert Stefan Gäth, hoogleraar aan de Universiteit van Giessen, spreekt dit tegen en schat dat 85 tot 90 procent van de junkpost ongelezen in de vuilnisbak belandt. Volgens DUH-directeur Barbara Metz zouden we makkelijk meer dan een half miljoen ton CO2  kunnen besparen door ongewenste folders tegen te houden. 

    Binnenkort komt er een nieuw digitaal systeem waarbij mensen online of telefonisch kunnen aangeven of ze wel of niet folders en huis-aan-huisbladen willen ontvangen.

  • Australië belooft 1 miljard dollar om het Groot Barrièrerif te beschermen

    Australië belooft 1 miljard dollar om het Groot Barrièrerif te beschermen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rapport: corruptie wereldwijd gegroeid tijdens corona

    » Noordwest-Arkansas lokt techpersoneel met bitcoin en gratis fiets

    Regering wil natuur én toerisme beschermen

    De Australische regering gaat 1 miljard Australische dollar, omgerekend 630 miljoen euro, uittrekken om het Groot Barrièrerif te beschermen. Het extra geld werd vrijdag aangekondigd door de Australische premier Scott Morrison.

    ‘Het besluit komt in een verkiezingsjaar, waarin de federale regering probeert tienduizenden banen in het toerisme te beschermen en haar groene geloofwaardigheid te versterken’, schrijft The Sydney Morning Herald. Door klimaatverandering heeft de ‘internationaal belangrijke bestemming’ te lijden gehad onder ‘langdurige ernstige verbleking’.

    Lees ook:

  • Manchester onder vuur vanwege energieslurpende reclameborden

    Manchester onder vuur vanwege energieslurpende reclameborden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje: oudste man ter wereld overlijdt op 112-jarige leeftijd

    » Oud-gijzelaar Ingrid Betancourt doet gooi naar het Colombiaans presidentschap

    Boosheid om reclameschermen

    De gemeente van het Britse Manchester ligt onder vuur vanwege nieuwe hightechreclameschermen. De schermen blokkeren trottoirs en gebruiken per stuk net zoveel elektriciteit als drie huishoudens. Volgens gegevens die naar buiten kwamen via de Britse Wet Openbaarheid Bestuur, verbruikt elk van de 86 digitale reclameborden 11.501 kWh elektriciteit per jaar. Dat zijn nogal pijnlijke cijfers voor een gemeente die in 2019 de klimaatnoodtoestand uitriep, schrijft The Guardian. Maar de reclamezuilen brengen nu eenmaal geld in het laatje. Reclamebureau JCDecaux betaalt de lokale overheid 2.4 miljoen pond, bijna 2,9 miljoen euro, per jaar aan huur, plus nog eens 2,8 procent van de inkomsten uit elke advertentie.

    ‘Het plaatsen van reclameborden op de weg zou niet voldoen aan verkeersveiligheidscriteria’

    Met een hoogte van drie meter en breedte van één meter worden de schermen vervloekt omdat ze veel stoepruimte innemen in een stad die ooit beloofde voorrang te geven aan voetgangers. Gevraagd waarom de borden geen ruimte konden innemen van auto’s in plaats van voetgangers, zei een gemeentewoordvoerder: ‘Het plaatsen van reclameborden op de weg zou niet voldoen aan verkeersveiligheidscriteria.’

    Lees ook:

  • Lokaal verzet tegen groene energie: ‘Ik heb het recht mijn werk te beschermen’

    Lokaal verzet tegen groene energie: ‘Ik heb het recht mijn werk te beschermen’

    Groene energie stuit op dezelfde problemen als fossiele brandstoffen eerder: protesten vanuit de gemeenschap, vooral vanwege een bedreiging van de inkomsten. Wereldwijd lopen projecten hierdoor aanzienlijke vertraging op.

    Projecten voor wind- en zonne-energie vereisen grote land- en wateroppervlakken, tot ongenoegen van plaatselijke boeren en vissers. Ze stuiten in toenemende mate op protesten waarmee ook fossiele-brandstofbedrijven jarenlang zijn geconfronteerd. Franse vissers hebben onlangs geprotesteerd tegen de aanleg van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark voor de kust van Bretagne.

    Afgelopen juni omsingelden dertig plaatselijke vissersboten een torenhoog offshore installatieschip voor de kust van Bretagne om de aanleg tegen te houden van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark dat zal worden gerund door de Spaanse elektriciteitsmaatschappij Iberdrola SA. De vissers slaagden erin het schip te verjagen, wat heeft geleid tot een gerechtelijk onderzoek op last van Ailes Marines, de Franse poot van Iberdrola. De vissers zeggen dat ze zich tegen het project zullen blijven verzetten omdat het hen in hun levensonderhoud bedreigt door de verstoring van het visbestand en hun toegang daartoe.

    ‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal’

    In bredere zin onderstrepen hun protesten een wereldwijd almaar toenemend probleem voor energiemaatschappijen en regeringen die de productie van duurzame energie willen opvoeren: groene-energieprojecten vereisen grote land- en wateroppervlakken en vormen daarmee een potentiële bedreiging voor de inkomsten van boeren en vissers. Het resultaat is dat op uiteenlopende locaties als Massachusetts, Zuid-Korea en Colombia de installatie van groene-energievoorzieningen met hetzelfde soort gemeenschapsbezwaren worden geconfronteerd als vroeger de producenten van fossiele brandstoffen.

    Machtige tegenstanders

    De protesterende groeperingen hebben met een scala van machtige tegenstanders te maken. Overal ter wereld zetten regeringen zich in voor de ontwikkeling van duurzame energie om de uitstoot van CO2 te verminderen. En aandeelhouders en rechters oefenen steeds meer druk uit op bedrijven om te investeren in groene energie. Zo bepaalde afgelopen mei een Nederlandse rechter dat Shell mede verantwoordelijk is voor de klimaatverandering en kreeg het bedrijf het bevel zijn CO2-uitstoot uiterlijk in 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019. Enkele uren later verwierf bij Exxon Mobil een Amerikaans hedge fund dat een klein belang in de oliegigant heeft en wil dat deze zich meer op duurzame energie richt, zetels in de raad van bestuur van het bedrijf.

    Ook hebben de protesterende groeperingen het aan de stok met milieubewegingen, die vaak enigszins controversiële projecten steunen, zoals het windmolenpark voor de kust van Bretagne. Diezelfde regio werd in 1978 geconfronteerd met het scheuren van de romp van de mammoettanker Amoco Cadiz, een van de grootste olielekken uit de geschiedenis. ‘In die tijd zag ik vanuit mijn huis de enorme olievervuiling op het strand. Dat was voor mij de druppel,’ zegt Denez L’Hostis, erevoorzitter van France Nature Environnement, een koepel van Franse milieugroeperingen. Hij is voorstander van het Bretonse windmolenpark. ‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal,’ zegt hij.

    Volgens de Bretonse vissers zal het project schadelijk zijn voor ruim zevenhonderd hectare sint-jakobsschelpgronden en kan het lawaai van het park veel vis- en schelpdiersoorten uit het gebied verdrijven. Daardoor worden volgens hen drieduizend banen bedreigd.

    Volgens een woordvoerder van Ailes Marines kan de visserij doorgang blijven vinden in het gebied van het windmolenpark en heeft het bedrijf een budget van tien miljoen euro om eventuele vangstvermindering tijdens de bouw te compenseren. Ook zal het bedrijf de windmolenparken op grotere afstand van de sint-jakobsschelpgronden plaatsen en wordt het oorspronkelijk voorziene aantal van 100 windturbines teruggebracht naar 62. Daarmee zou vangst van sint-jakobsschelpen maar met 1,5 procent afnemen ten opzichte van het huidige niveau.

    Mede-eigenaar

    Maar de vissers willen dat het plan van tafel gaat. ‘Ik ben een voorstander van duurzame energie,’ zegt Jonathan Thomas, een van de protesterende vissers. ‘Maar ik heb het recht om mijn werk te beschermen, en dit project zal funest zijn voor de zeebodem.’

    Offshore windmolenparken ondervinden overal op de wereld verzet van vissers, met verschillend resultaat. In de VS hebben vissers die vangstverlies vrezen bezwaar aangetekend tegen de bouw van het 2,8 miljard dollar kostende windmolenpark voor de kust van Martha’s Vineyard in Massachusetts. Maar in mei is er federale toestemming gegeven voor het project, dat het eerste grootschalige windmolenpark in de VS zal zijn, en de bouw zal naar verwachting binnen een jaar beginnen. Volgens een woordvoerder van de ontwikkelaar van het park, Vineyard Wind LLC, is de omvang ervan teruggebracht en is na overleg met de visserijsector geld opzijgezet voor verlies van apparatuur of inkomsten.

    In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden

    In Zuid-Korea heeft de visserij bezwaar aangetekend tegen plannen van de regering om kolencentrales door windmolenparken te vervangen. Minstens dertig projecten zijn door de protesten met vele jaren vertraagd.

    Ook op het vasteland zijn projecten op het gebied van zonne-energie en geothermie vertraagd of zelfs geschrapt na protesten van boeren en anderen. Windmolenprojecten in Colombia en Mexico zijn herhaaldelijk tegengehouden – door middel van rechtszaken, betogingen en sabotage – door plaatselijke autochtone bevolkingsgroepen die zeiden dat ze onvoldoende werden gecompenseerd voor het verlies van hun voorouderlijke land. In 2017 werd de bouw van een windmolenpark in Kenia gestaakt nadat betogers een van de windmeetmasten hadden vernield en aannemers zich om veiligheidsredenen hadden teruggetrokken.

    In veel gevallen krijgt de plaatselijke bevolking een aandeel in duurzame-energieprojecten. Zo zijn Zuid-Koreaanse boeren in regio’s waar windmolenparken zijn gebouwd in totaal voor 30 procent eigenaar van alle windmolenparken in het land, wat volgens schattingen van de regering jaarlijks maar liefst 230 miljoen euro aan dividend kan opleveren. Dit model is op meer systematische basis ingevoerd in Denemarken, waar 75 procent van alle windturbines die het land telt in particuliere handen is. In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden en vormt het dividend daarvan een aanzienlijke bijdrage aan de pensioenpot.

    ‘Onze ervaring is dat gemeenschappen zich minder snel tegen projecten zullen verzetten als ze mede-eigenaars zijn en betrokken bij het runnen ervan,’ zegt Molly Walsh, student duurzame energie bij Friends of the Earth Europe, een netwerk van Europese milieugroeperingen. ‘Wanneer ze op deze manier betrokken zijn, kunnen plaatselijke gemeenschappen zelfs zo ver gaan dat ze de projecten niet alleen accepteren maar actief steunen.’

    Lees ook:

  • Januarinummer | Generatie Z

    Januarinummer | Generatie Z

    »  Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » De klimaatgeneratie in hun eigen woorden

    » Thomas Piketty: ‘Overweeg een herverdeling van het erfgoed’

    » Waarom de hel van Squid Game bij Koreaanse kijkers veel minder afgrijzen wekt

    » Inflatie is goed voor je

    2022

    Redactioneel

    De conferentie van het Nexus Instituut, met wie 360 ook dit jaar een (online)samenwerking had, ging in 2021 over hoop. Centraal stond de vraag waar wij die in de toekomst op moeten richten. Na ongeveer een uur waarin de Republikein aan tafel fouten van de VS erkende maar vond dat er ook veel goed was gegaan, de oprichter van Volt! hem eraan herinnerde dat de wereld groter was dan Amerika en de Pakistaanse Nadia Harhash opkwam voor vrouwen, nam Patti Smith, die tot dan toe zwijgend had geluisterd, het woord. Ze bedankte de sprekers voor hun mooie bijdragen maar had twee thema’s gemist: het klimaat, en de jeugd – ze zijn eigenlijk nauwelijks los van elkaar te zien. Waar iedereen zijn eigen waarheid had verkondigd, sprak zij dé waarheid: de jeugd is de toekomst, en dus onze hoop.

    ‘Ook al ben je arm of kom je uit een afgelegen plattelandsdorp, je hebt ook macht’

    Het openingsverhaal, waarin twintig leden van generatie Z – geboren na 1996 – aan het woord komen over wat zij doen voor een betere wereld, is in dit opzicht een bemoedigende boodschap. Van de rechtszaak van de Australische Anjali Sharma, waarin werd geoordeeld dat het de plicht van de minister is om kinderen voor milieuschade te be-hoeden, tot de Ierse Fionn Ferreira die uitvindingen doet om microplastics uit leidingwater te filteren. De Filippijnse Marinel Ubaldo verwoordt mooi de achterliggende gedachte: ‘Ook al ben je arm (…) of kom je uit een afgelegen plattelandsdorp, je hebt ook macht. Je kunt altijd protesteren tegen bedrijven en politici die bijdragen aan de klimaatverandering.’ The Economist beaamt dat individuele acties wel degelijk verschil maken – al is het alleen al vanwege een ‘geleidelijk opgebouwd momentum’; als mensen meegaan in het ene, zullen ze het andere ook sneller ondersteunen, normen verschuiven, en zo creëer je het voor verandering onmisbare draagvlak.

    Over hoe zeer onze normen van buitenaf worden bepaald, schrijft de Indiaas-Britse filosoof Amia Srinivasan met betrekking tot een heel ander thema: seks. Ze verkent in het titelessay van haar bundel Het recht op seks de gedachte dat wat wij aantrekkelijk vinden louter wordt bepaald door cultuur, beeldvorming en omgeving, waarbij ook ras en klasse onvermijdelijk meespelen. Ze beweert nadrukkelijk niet dat er zoiets bestaat als recht op seks, maar laat ons stilstaan bij de vraag in hoeverre we zelf verantwoordelijk zijn voor het in stand
    houden van bepaalde machtsverhoudingen.

    Aan het einde van de conferentie zong Smith haar ‘People Have the Power’ voor het publiek, dat uit volle borst meezong. Even hadden we allemaal hoop – en macht. We wensen u een mooi nieuw jaar toe.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Cover203 LR 2 1
  • Thomas Piketty: ‘Voer een progressieve erfbelasting in’

    Thomas Piketty: ‘Voer een progressieve erfbelasting in’

    Bij de aanpak van klimaatverandering moet rekening worden gehouden met economische, sociale én genderongelijkheid, schrijft Thomas Piketty naar aanleiding van het Wereld Ongelijkheidsrapport 2022. Hij doet alvast een voorstel: ‘Op zijn minst zouden de fiscale cadeautjes aan de meest vermogenden moeten stoppen.’

    Wat leert ons het nieuwe Wereld Ongelijkheidsrapport 2022 van Oxfam Novib, dat deze week is gepubliceerd? Deze vrucht van de samenwerking van een honderdtal onderzoekers uit alle continenten die om de vier jaar verschijnt, geeft inzicht in de grote ongelijkheidsbreuklijnen op de wereld. Naast de inmiddels welbekende constatering dat de inkomensongelijkheid de afgelopen decennia is gestegen, zijn er drie belangrijke noviteiten aan te wijzen, die betrekking hebben op de ongelijkheid qua vermogensverdeling, gender en klimaat.

    Laten we beginnen met de vermogensverdeling. Dankzij het voorwerk van Luis Bauluz, Thomas Blanchet en Clara Martínez-Toledano hebben de onderzoekers systematische gegevens kunnen verzamelen die het mogelijk maken de vermogensverdeling in alle landen wereldwijd te vergelijken, van de laagste tot de hoogste inkomensklasse. De algehele conclusie is dat de hyperconcentratie van vermogen, die tijdens de pandemie nog eens is verergerd, voor alle regio’s van de wereld geldt. Wereldwijd bezat de armste 50 procent in 2020 amper 2 procent van het totale privé-eigendom (onroerend goed, beroepsactiva en financiële vaste activa, na aftrek van schulden) terwijl de rijkste 10 procent 76 procent van het totaal bezat.

    Latijns-Amerika en het Midden-Oosten spannen qua ongelijkheid de kroon, gevolgd door Rusland en Sub-Saharaans Afrika, waar de armste 50 procent amper 1 procent bezit van alles wat er te bezitten valt, terwijl de rijkste 10 procent tegen de 80 procent aan schurkt. In Europa is de situatie wat minder extreem, maar is er ook geen reden om de vlag uit te steken: de armste 50 procent bezit 4 procent van het totaal, tegen 58 procent voor de rijkste 10 procent.

    Rijkdom verdelen

    Tegen deze constatering kun je op verschillende manieren aankijken. Je kunt geduldig wachten tot groei en marktwerking de rijkdom verdelen. Maar aangezien meer dan twee eeuwen na de industriële revolutie het deel dat in bezit is van de armste 50 procent in Europa nauwelijks 4 procent bedraagt en in de Verenigde Staten 2 procent, moet je daarvoor waarschijnlijk wel erg geduldig zijn. Je kunt ook zeggen dat de huidige situatie de best mogelijke is en dat iedere poging om de rijkdom te verdelen economisch riskant zou zijn. Een weinig overtuigend argument. In Europa bedroeg het deel dat in bezit was van de rijkste 10 procent tot 1914 80 à 90 procent van het totale vermogen. Dat is in ruim een eeuw gedaald tot minder dan 60 procent, voornamelijk dankzij de 40 procent van de bevolking die tussen de rijkste 10 procent en de armste 50 procent in zit. Deze middenklasse is in staat geweest woningen te kopen en bedrijven te beginnen, wat een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de welvaart in de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 en de oliecrisis in 1973.

    Lees ook:

    Wat kun je doen om deze langzame ontwikkeling in de richting van gelijkheid, die historisch gezien onlosmakelijk verbonden is met een evolutie naar een grotere welvaart, te laten voortduren? Idealiter zou je een herverdeling van het erfgoed moeten overwegen. Op zijn minst zouden de fiscale cadeautjes aan de meest vermogenden moeten stoppen en moet er werk worden gemaakt van een herziening van de grondbelasting, die erg zwaar en onrechtvaardig is voor mensen die hun eerste schreden op de weg naar bezit zetten. Deze belasting zou je moeten omvormen tot een progressieve belasting op het nettovermogen.

    Vrouwen hebben minder toegang tot dezelfde banen en arbeidsuren als mannen

    De tweede les van het Wereld Ongelijkheidsrapport 2022 heeft betrekking op de genderongelijkheid. Dankzij de door Theresa Neef en Anne-Sophie Robillard verzamelde gegevens kunnen we nu meten hoe het aandeel van vrouwen in het totale arbeidsinkomen zich wereldwijd heeft ontwikkeld. We kunnen eruit opmaken hoe groot de ongelijkheid tussen man en vrouw nog altijd is: wereldwijd toucheerden vrouwen in 2020 amper 35 procent van het totale arbeidsinkomen, en mannen dus 65 procent. In 1990 was het aandeel van vrouwen 31 procent en in 2000 33 procent. We zien dus enige vooruitgang, maar het gaat uiterst langzaam. In Europa bedroeg het aandeel van vrouwen in 2020 38 procent, dus bij lange na niet de helft.

    Deze indicator geeft een minder rooskleurig maar juister beeld van de werkelijkheid dan een vergelijking per functie. Hij legt genadeloos bloot dat vrouwen minder toegang hebben tot dezelfde banen en arbeidsuren als mannen, met name vanwege voortdurende vooroordelen en discriminatie en de geringe inspanningen die overheden zich getroosten om banen waarin vrouwen het sterkst vertegenwoordigd zijn (met name in de zorg, de detailhandel en de schoonmaakbranche) beter te structureren. De geringe vooruitgang die de afgelopen decennia wereldwijd is geboekt, weerspiegelt bovendien het groeiende aandeel zeer hoge salarissen – die voor het overgrote deel door mannen worden verdiend – in de totale loonsom. In bepaalde regio’s, zoals China, valt zelfs een verlaging te constateren van het aandeel van vrouwen in het totale arbeidsinkomen. Deze gegevens roepen om veel voortvarender maatregelen dan tot dusver zijn genomen.

    We kunnen constateren dat de armste 50 procent vrijwel overal verantwoordelijk is voor een relatief redelijk uitstootniveau

    De derde noviteit van het Rapport heeft betrekking op de ongelijkheid op klimaatgebied. Maar al te vaak beperkt het klimaatdebat zich tot een vergelijking van de gemiddelde CO2-uitstoot per land en de ontwikkeling daarvan in de loop der tijd. Dankzij het werk van Lucas Chancel beschikken we nu over gegevens over de verdeling van de uitstoot binnen individuele landen en de verschillende regio’s van de wereld. We kunnen constateren dat de armste 50 procent vrijwel overal verantwoordelijk is voor een relatief redelijk uitstootniveau, in Europa bijvoorbeeld van 5 ton per inwoner. Over eenzelfde periode gemeten bedraagt de gemiddelde uitstoot van de rijkste 10 procent 29 ton, en die van de allerrijkste 1 procent 89 ton. De conclusie spreekt voor zich: het klimaatprobleem wordt niet opgelost als we iedereen over één kam scheren. Om de sociale en klimatologische gevaren die haar ondermijnen het hoofd te bieden, zal de planeet meer dan ooit rekening moeten houden met de vele ongelijkheidsbreuklijnen die haar doorkruisen.

    Lees ook:

  • Waarom we niet langer in de val van techniek moeten trappen

    Waarom we niet langer in de val van techniek moeten trappen

    Het antwoord op de schadelijke bijwerkingen van ons digitaliseringsenthousiasme is keer op keer: méér technologie. Het is hoog tijd voor een nieuw beeld van onszelf en van de natuur.

    De mens is een dier, en dus kwetsbaar. Als dieren maken we deel uit van natuurprocessen waaraan we ons moeten aanpassen. Die processen kunnen we weliswaar door wetenschap en techniek beïnvloeden, maar de gedachte dat we ze volledig zouden kunnen doorgronden en zelfs controleren is een gevaarlijke illusie. Zo heeft de pijlsnelle natuurwetenschappelijke en technologische vooruitgang sinds de industrialisering er mede aan bijgedragen dat we in dit tijdperk van de klimaatcatastrofe onze hoop al te letterlijk zien wegspoelen.

    De technologisering van onze leefwereld heeft niet alleen een verbetering van onze leefomstandigheden tot gevolg, maar grijpt ook diep in in natuurprocessen, zonder dat we de gevolgen kunnen overzien. Steeds opnieuw worden we door deze gevolgen overrompeld, waarna we de ongewenste schadelijke bijwerkingen van de moderniteit besluiten te compenseren door de technologisering nog eens te versnellen. Kortom: we zitten vast in een vicieuze cirkel waar we uit moeten zien te raken.

    Surrogaatwerkelijkheden

    In de afgelopen decennia zijn onzichtbaar smeulende brandhaarden veranderd in rampscenario’s die ons dagelijks leven op angstaanjagende wijze vormgeven. De algemene infrastructuurcrisis, die zich op allerlei manieren over heel Duitsland verspreidt, is – in combinatie met de merkbare effecten van klimaatverandering – uitgegroeid tot een tragische overstromingsramp [afgelopen zomer] die ook nog eens samenvalt met een pandemie die nog lang niet voorbij is. En zo komen de verschillende crisisfenomenen die zich de afgelopen decennia hebben opgehoopt tot een complexe meervoudige crisis in botsing met onze illusies over de werkelijkheid. De meest fundamentele illusie is de misvatting dat wij de gigantische problemen waarmee we als kwetsbare dieren te maken hebben door middel van technologie zouden kunnen verhelpen.           

    De vlucht in digitale surrogaatwerkelijkheden is deel van het probleem en brengt juist catastrofale gebeurtenissen voort. Wie meent het luchtalarm te kunnen vervangen door waarschuwingsappjes, of van een corona-app verwacht dat die een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het beëindigen van de pandemie, is slachtoffer van deze wereldvreemde vergissing. 

    Like na like, klik na klik, tweet na tweet dragen we bij aan de klimaatcatastrofe

    Like na like, klik na klik, tweet na tweet dragen we bovendien bij aan de klimaatcatastrofe omdat ook data CO2 uitstoten, om maar te zwijgen van de hardware van smartphones en tablets die voor ontelbare onlinemeetings en als tijdverdrijf worden ingezet en vandaag al het elektronisch afval van morgen vormen.

    Het is daarom hoog tijd om ons natuur- en mensbeeld radicaal te herzien. Een eerste stap in de juiste richting is de erkenning dat natuurwetenschappelijke modellen nooit toereikend zullen zijn om de werking van de natuur in en buiten ons helemaal te begrijpen.

    Bescheidener

    Het gevaarlijke idee dat we de huidige smeulende crisishaarden technocratisch zouden kunnen uitdoven, verergert de crises. ‘Technocratie’ staat voor de gedachte dat de wetenschap (een term waarmee ten onrechte meestal slechts naar een paar natuur- en technische wetenschappen wordt verwezen) aanbevelingen doet aan de politiek, die deze dan implementeert in haar beleidsterreinen. Maar wat de wetenschap ontdekt over de manier waarop de natuur functioneert, is nooit voldoende om politieke of zelfs ethische beslissingen op te baseren.  

    We staan in de eenentwintigste eeuw allang op een keerpunt in de moderne tijd. Het komt er nu op aan ons begrip van de verhouding tussen mens en natuur radicaal te herzien. De manier waarop we over de natuur denken moet bescheidener worden. De grote menselijke bijdrage aan de klimaatverandering is het resultaat van onze dwangmatige pogingen tot onderwerping van de natuur; de brute sociaaleconomische ongelijkheid op onze planeet is de uitkomst van een meedogenloze industrialisering en een puur economisch georganiseerde globalisering; de veelgeprezen digitalisering bevordert de klimaatverandering en zorgt bovendien voor een crisis van de democratie, omdat ze nieuwe vormen van verval van de openbaarheid veroorzaakt – zoals nepnieuws en sociale netwerken –, die dankzij de heersende aandachtseconomie het democratische zelfbestuur aantasten. Dat zien we niet alleen in de VS, maar ook in Duitsland.

    Het beeld dat ik hier schets is geen cultuurpessimisme; het gaat om een veranderbare stand van zaken

    Natuurlijk is er op zichzelf niets tegen natuurwetenschappelijke en technologische vooruitgang. Integendeel, we hebben er onder meer alternatieve vormen van energie en vaccins aan te danken. Maar wanneer de energietransitie halfslachtig wordt uitgevoerd en vaccins niet globaal op de juiste manier – dus ethisch doordacht – verdeeld worden, verslechtert opnieuw juist die situatie die we door snelle vooruitgang onder controle probeerden te krijgen.

    Transformatie

    Het beeld dat ik hier schets is geen cultuurpessimisme; het gaat om een veranderbare stand van zaken. Dat we inzetten op technocratie in plaats van op ethisch doordachte eigen verantwoordelijkheid van de mensen op alle niveaus van de samenleving (individu, familie, gemeenschap, bondsland et cetera) is een misstand die is ontstaan door een gebrek aan inzicht en kan worden verholpen.

    Wat wij nodig hebben is niets minder dan een volledige transformatie van onze samenleving. Deze moet niet langer door wetenschap en techniek worden bestuurd, maar vanuit de ethisch-filosofische reflectie over wie wij als mensen zijn en in de toekomst willen zijn. Dat veronderstelt dat we ons bewust worden van ons dier-zijn. Nooit zullen we in staat zijn alle ziekten en levensrisico’s te elimineren; nooit zullen we een infrastructuur en een maatschappijvorm kunnen realiseren die tegen alles bestand is. Op elk moment in ons leven is vrijwel alles in beweging zodat de stand van zaken steeds opnieuw moet worden bekeken, doordacht en aangepast om overeind te blijven. Wij kunnen alleen overleven als we ons bestaan voortdurend reorganiseren. 

    Wij zijn en blijven zolang we als soort bestaan gebonden aan de analoge werkelijkheid

    Dat in Duitsland de infrastructuur al enkele decennia op instorten staat onder druk van een versnelde moderniteit, is niet op te lossen met de kreet ‘digitalisering’. De verwoeste spoorwegen, bruggen en straten in het Ahrdal, de snelwegen, het railsysteem en, niet te vergeten, de geruïneerde schoolgebouwen waarin we onze kinderen op onverantwoordelijke wijze opleiden voor een leven vol verantwoordelijkheden – daar is een tablet niet tegen opgewassen. Het leven laat zich niet digitaliseren, wij zijn en blijven zolang we als soort bestaan gebonden aan de analoge werkelijkheid.

    Toekomstproject

    Daarom is duurzaamheid en niet digitalisering het toekomstproject waaraan we met z’n allen moeten werken. Analogisering in plaats van digitalisering. Concreet betekent dit dat we onze doelstelling – zowel individueel als collectief – moeten richten op dat wat bestaat, en hoe we vanaf daar uit kunnen breiden. In plaats van permanente revolutie vereist dit doordachte renovatie en voortdurende evaluatie, waarbij we afgaan op de natuurlijke omstandigheden zoals die in de loop van miljoenen jaren op onze planeet zijn ontstaan. De infrastructuur van onze steden en onze bewegingspatronen moeten zich aanpassen aan de reële behoeften van de mens als dier, wiens habitat (waartoe niet alleen de aarde zelf behoort, maar evengoed de in de loop van vele miljoenen jaren ontstane atmosfeer) we eenvoudigweg niet onder controle hebben.

    De destructieve hoge snelheid van de moderne tijd moet worden vervangen door een consequent onthaaste levensvorm, die niet van bovenaf wordt opgelegd, maar van onderaf ontstaat. Daartoe hebben we een nieuwe Verlichting nodig, die voor iedereen toegankelijk is.

    Om ware duurzaamheid te bereiken, moeten we werken aan onze kwaliteit van leven.  Onze maatstaven moeten veranderen. In plaats van kwantitatieve, meetbare, economische criteria moet kwaliteit van leven in onze democratische zelforganisatie centraal komen te staan. Wat we nodig hebben is een plek waar we goed en graag leven, in plaats van een land waarvan de infrastructuur en bureaucratie ons dagelijks bedreigen, overbelasten en deprimeren. De staat mag geen controleapparaat zijn dat buiten onze zelfbeschikking om opereert, maar moet door iedereen worden ervaren als iets wat we met onze kleine en grote beslissingen mede vormgeven, ook buiten verkiezingstijd om. Democratische zelfwerkzaamheid moet dagelijks gepraktiseerd worden. Binnen een democratie is politiek geen zaak van politici, maar van de soevereiniteit die ons allemaal op elk moment van ons leven toebehoort.

    De nieuwe Verlichting kan alleen plaatsvinden als het tijdperk van het leven aanbreekt, zoals filosoof Corine Pelluchon dat noemde [‘Les Lumières à l’âge du vivant’]. Het leven is onberekenbaar, maar het is mooi. De schoonheid van het leven is de bron van de zin, die in het leven zelf verscholen ligt. Wij ervaren die als de kwaliteit van leven, die onlosmakelijk verbonden is met onze dierlijke natuur. Daarom is het nu tijd om een politiek gericht op levenskwaliteit na te streven, waarin mens als dier centraal staat.

    Lees ook:

  • Waarom schone energie niet afhankelijk moet worden van vieze kopermijnen

    Waarom schone energie niet afhankelijk moet worden van vieze kopermijnen

    Terwijl de wereld langzaam overschakelt naar windenergie en elektrische auto’s, neemt de vraag naar koper navenant toe vanwege de uitstekende geleidende eigenschappen. Maar het delven van koper zorgt voor veel milieuoverlast.

    Corky Stewart is een gepensioneerde geoloog die met zijn vrouw op het platteland woont in Grant County in New Mexico, ongeveer anderhalve kilometer ten noorden van de uitgestrekte Tyrone-kopermijn. ‘We wonen hier nu drie jaar en we hebben vier keer een explosie gehoord,’ zegt Stewart over de mijn. Hij vindt dat niet zozeer onredelijk, aangezien het mijnbouwbedrijf eigenaar is van het terrein en het recht heeft om daar te doen wat het wil.

    Maar toen hij het pand kocht, wist hij niet dat het bedrijf aanvraag zou doen voor een nieuwe groeve, de Emma B, op slechts 800 meter van de bronnen waarvan hij en zijn vrouw afhankelijk zijn voor drinkwater. ‘Als ze op de een of andere manier ook onze watertoevoer gaan gebruiken en daarmee onze watervoorziening zouden uitputten, dan worden onze huizen waardeloos,’ zegt Stewart.

    ‘We doen geen poging om te voorkomen dat die groeve wordt gerealiseerd,’ zegt hij. ‘Het enige wat we vragen, is een toezegging dat alles netjes wordt geregeld ten aanzien van onze watervoorziening.’ Maar de mijn, eigendom van het bedrijf Freeport-McMoRan, weigert volgens Stewart om hen die zekerheid te geven. Freeport-McMoRan heeft niet gereageerd op meerdere verzoeken van New Mexico In Depth en The Guardian om te reageren.

    Stijgende vraag

    De uitbreidingsplannen van het bedrijf hangen samen met de verwachting dat de VS gaan investeren in schonere energiebronnen dan fossiele brandstoffen, waardoor de wereldwijde vraag naar koper zal stijgen. Koper geleidt elektriciteit, buigt gemakkelijk en is recyclebaar, en daarmee is het een cruciaal materiaal voor de meeste vormen van hernieuwbare energie, van wind- en zonne-energie tot elektrische voertuigen. Maar als die ‘schone energie’ afhankelijk wordt van de winning van metalen zoals koper, kan de omgeving worden vervuild.

    Freeport-McMoRan roemt de vele duurzame maatregelen die het bedrijf heeft genomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, maar het lijdt geen twijfel dat koperwinning aanzienlijke risico’s inhoudt voor omliggende gemeenschappen en een bedreiging vormt voor allerlei zaken, uiteenlopend van de watervoorziening en de luchtkwaliteit tot belangrijke locaties voor inheemse culturen.

    Mijnbedrijven graven enorme gaten in de grond, die tot onder de grondwaterspiegel reiken. Zware machines stuwen stof op waardoor de lucht vervuild raakt. Er worden chemicaliën gebruikt om het mineraal uit erts te logen en water dat daaraan wordt blootgesteld, is voor altijd verontreinigd. Sommige projecten, zoals de Tyrone-mijn van Freeport, zullen continu water moeten blijven pompen, zelfs als er geen koper meer te vinden is, om te zorgen dat verontreinigd water uit de mijn niet terugvloeit naar de grondwaterspiegel.

    De vraag naar koper zal naar schatting met 350 procent groeien in 2050, indien de wereld overschakelt op schone energie

    Volgens Chris Berry, een onafhankelijk analist die zich bezighoudt met energiemetalen, is het streven naar schone energie een belangrijke reden voor de toegenomen vraag naar koper, die naar schatting met 350 procent zal groeien in 2050, indien de wereld overschakelt op schone energie. Tussen 2019 tot 2020 is de prijs in de VS al bijna verdubbeld. Dat komt deels omdat de rol van koper in de transitie naar schone energie niet genoeg kan worden benadrukt.  ‘We zullen het elektriciteitsnet echt opnieuw moeten gaan ontwerpen om het schoner, groener en efficiënter te maken. En dat vereist veel meer koper en kopermijnen.’

    Deze realiteit stelt milieuactivisten zoals Allyson Siwik, directeur van het Gila Resources Information Project, een lokale milieuorganisatie in Grant County, voor problemen.

    Lees ook:

    ‘We proberen natuurlijk over te stappen naar een economie met schone energie,’ stelt Siwik. ‘Daar zijn we uiteraard groot voorstander van.’ Ze voegt er echter aan toe: ‘De toename van de wereldwijde vraag naar deze metalen is wel zeer verontrustend voor mij. Het zijn de gemeenschappen in de frontlinie, zoals wij hier in Grant County, die de prijs betalen voor de toegenomen exploratie en uitbreiding van de mijnbouw.’

    De enorme kopermijnen van Chino en Tyrone die eigendom zijn van Freeport-McMoRan, liggen verscholen in landelijke gebieden van Grant County in het zuidwesten van New Mexico en hebben daarom niet de aandacht van Santa Fe, de hoofdstad van de staat. New Mexico staat nationaal gezien op de derde plaats wat koperproductie betreft, en de mijnen bieden werk aan meer dan dertienhonderd mensen. Naarmate de vraag naar koper toeneemt, kan de lokale werkgelegenheid groeien. En daar gokt Freeport-McMoRan op.

    Het winnen van metalen is nu winstgevender is dan ze te recyclen

    In het jaarverslag van 2020 schat het bedrijf dat de vraag naar koper de komende vijf jaar zal verdubbelen als gevolg van de toename van elektrische voertuigen en hernieuwbare technologie.

    ‘Er is toenemende interesse om koper te ontginnen in zowel bestaande als nieuwe mijnen, om zo de energietransitie te ondersteunen,’ bevestigt Holland Shepherd. Hij is manager van het mijnbouwprogramma van het ministerie van Energie, Mineralen en Natuurlijke Hulpbronnen van de staat New Mexico. Zo wil mijnbouwbedrijf Themac Resources in Sierra County de Copper Flat-mijn opnieuw in gebruik nemen.

    Die mijn was begin jaren tachtig kort in bedrijf, maar stopte omdat de prijzen daalden. Themac Resources heeft een mijnbouwvergunning voor twaalf jaar aangevraagd, waarvoor ook voldoende waterrechten moeten worden verworven om de regelgevende instanties van de staat tevreden te stellen. Daarover maken bewoners van het nabijgelegen dorp Hillsboro zich zorgen.

    ‘We zijn voor al ons water afhankelijk van bronnen hier in de stad,’ zegt Gary Gritzbaugh, die al vijfentwintig jaar in Hillsboro woont en voorzitter is van de Hillsboro Mutual Domestic Water Consumers Association. Deze kleine watervereniging bedient tachtig tot negentig klanten en bestaat al meer dan een halve eeuw. ‘Het is een goed systeem,’ zegt hij, maar hij is bezorgd dat de mijn hun bronnen zal uitputten of vervuilen, ook al proberen ingenieurs van het mijnbouwbedrijf de stad gerust te stellen dat verontreinigd water uit de mijn de watervoorziening van Hillsboro niet zal bereiken.

    Voor milieuactivisten die achter vermindering van CO2-uitstoot staan, zijn er geen gemakkelijke oplossingen voor de bedreiging die de winning van koper en andere essentiële mineralen vormt voor gemeenschappen zoals Hillsboro of voor plattelandsbewoners zoals Stewart.

    Recycling

    Noah Long, regiodirecteur van het klimaat- en schone-energieprogramma bij de Natural Resources Defense Council, zegt dat als een energietransitie uitblijft de gevolgen desastreus zullen zijn, en dat sommige gevolgen al zichtbaar zijn. ‘We kunnen het ons niet veroorloven om te wachten,’ meent hij. Maar hij merkt ook op dat er behoefte is aan adequate regulering van mijnen, evenals aan het hergebruik en recyclen van batterijen van elektrische voertuigen.

    Een markt voor het recyclen van dergelijke batterijen, die zo’n tien jaar mee kunnen, kan helpen de vraag naar koper te verminderen en de mijnbouwactiviteiten te beperken in gebieden als New Mexico, waar kopererts overvloedig aanwezig is.  

    ‘We moeten overschakelen naar een beleid dat duidelijke prikkels creëert voor recycling,’ vindt ook Aimee Boulanger, directeur van het Initiative for Responsible Mining Assurance. Ze wijst erop dat het winnen van metalen nu winstgevender is dan ze te recyclen.

    Het recyclen van batterijen voor elektrische voertuigen staat nog in de kinderschoenen

    Vorig jaar werd in de VS naar schatting 35 procent van het koper gerecycled en aan ongeveer een derde van de totale wereldwijde vraag wordt voldaan met gerecycled koper. Maar het recyclen van batterijen voor elektrische voertuigen staat nog in de kinderschoenen. Die batterijen bevatten koper, nikkel, kobalt en lithium; hiervan zijn kobalt en nikkel meestal terug te winnen voor nieuwe batterijen, maar lithium en koper worden opgevangen voor gebruik in andere producten, of gaan verloren tijdens het proces.

    Toen loodzuurbatterijen in 1859 in beeld kwamen, werden ze zelden gerecycled, maar nu kunnen ze gemakkelijk worden afgebroken voor hergebruik. Dat zou een blauwdruk kunnen zijn voor batterijen voor elektrische voertuigen. China heeft al voorlopige regelgeving die fabrikanten aanmoedigt om voorzieningen te treffen voor het inzamelen en recyclen van gebruikte batterijen. Ook de EU heeft een wet in de maak die is gericht op duurzaamheid van batterijen.

    Als elektrische voertuigen het alternatief zijn voor olieslurpende auto’s, dan moet hun ecologische voetafdruk, van de winning van grondstoffen die nodig zijn voor de productie tot het beheer van afval van dat proces, in ogenschouw worden genomen, vindt Boulanger. ‘We moeten eraan werken om die impact te verminderen.’

    Het is ook belangrijk om autofabrikanten en elektronicabedrijven aan te moedigen om samen te werken met leveranciers die op verantwoorde wijze mineralen winnen, zeggen milieuactivisten. Maar uiteindelijk zullen dergelijke mijnen nooit 100 procent veilig zijn volgens Siwik, die zich onlangs bij inheemse stammen en milieugroeperingen heeft aangesloten om de Amerikaanse regering op te roepen om mijnbouwregulering te herzien.

    ‘We moeten de maximale hoeveelheid milieubescherming eisen, met mijnen die zo veilig mogelijk zijn.’ Dat betekent het veilig opslaan van voorraden, voorkomen dat giftige stoffen het grondwater binnendringen, de gevolgen voor de luchtkwaliteit verminderen en ook ervoor zorgen dat mijnen land teruggeven zodra een bepaald mijngebied opgebruikt is. Daarnaast moeten autofabrikanten en elektronicabedrijven worden aangemoedigd om samen te werken met leveranciers die op een verantwoorde manier mineralen winnen.

    Verantwoorde mijnbouw

    Siwik wil dat voor het beoordelen van mijnbouwpraktijken de standaard wordt gebruikt die is opgesteld door het Initiative for Responsible Mining Assurance (IRMA). Het IRMA werd onafhankelijk opgesteld en wijkt af van de normen die worden gehanteerd door de mijnbouwindustrie. Het IRMA kijkt onder meer naar sociale en ecologische verantwoordelijkheid, zakelijke integriteit en ‘de langetermijnplannen voor een positief nalatenschap’ om de prestaties te meten. Resultaten, beoordeeld door een onafhankelijke auditor, bevatten details over mijnbouwactiviteiten, bezochte faciliteiten en interviews die de auditors hebben gehouden met bedrijfsvertegenwoordigers.

    Deze openbare controle omvat ‘alles, van de bescherming van de rechten van inheemse volkeren, tot biodiversiteit en water en tot de gezondheid en veiligheid van werknemers’, aldus Boulanger. Het IRMA heeft al soortgelijke openbare audits uitgevoerd bij een platinamijn in Zimbabwe en een lood-zinkmijn in Mexico. Bedrijven als Tiffany’s, BMW en Ford hebben zich al gecommitteerd aan verantwoorde inkoop, dus als een mijn deel wil uitmaken van hun toeleveringsketens, zullen ze zich aan deze hoge standaard moeten houden, zegt Boulanger. Maar milieuactivisten vrezen dat de grote kopermijnen in New Mexico terughoudend zullen zijn om dergelijke normen te accepteren.

    ‘Zij zijn degenen die een expert betalen en als je wilt dat een expert iets zegt, kun je hem daarvoor gewoon betalen’

    Vorig jaar liet Freeport-McMoRan weten een andere standaard, het Copper Mark Responsible Production Framework, te zullen hanteren. Dat is speciaal ontworpen voor de koperindustrie en is ontwikkeld door de International Copper Association, een invloedrijke handelsgroep. Copper Mark luistert niet naar getroffen gemeenschappen, arbeidsorganisaties, niet-gouvernementele organisaties of mensenrechtenorganisaties, zoals het IRMA dat wel doet. Maar Copper Mark brengt wel rapporten uit op basis van duurzaamheidsnormen. Volgens Holland Shepherd van de staat New Mexico is er niets mis met Copper Mark.

    Gemeenschappen die worden getroffen door mijnactiviteiten staan juist sceptisch tegenover gegevens en rapporten die door de industrie zelf worden verstrekt.

    Zo is plattelandsbewoner Corky Stewart uit Grant County niet overtuigd als het bedrijf hem verzekert dat vervuild water van de geplande Emma B-mijn zijn waterputten niet zal bereiken. ‘Het is de mijn die de gegevens levert, toch?’ zegt hij. ‘Zij zijn degenen die een expert betalen en als je wilt dat een expert iets zegt, kun je hem daarvoor gewoon betalen.’

    Zodra vergunning wordt verleend voor de Emma B-mijn, is een rechtszaak de enige toevlucht die ingezetenen zoals Stewart nog hebben in het geval van waterverontreiniging. En dat vergt aanzienlijke financiële middelen, zegt hij. ‘Ik kan het me niet veroorloven om een eigen hydrologiebedrijf, advocaten, enzovoort in te huren.’

    Lees ook:

  • Europees landbouwbeleid: een ‘mislukte’ groene hervorming

    Europees landbouwbeleid: een ‘mislukte’ groene hervorming

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oorverdovende stilte in de Chinese media rondom tennisster Peng Shuai

    » VS: Droogte zorgt voor andere kijk op waterzuivering

    De Groenen en klimaatbewuste boeren zijn teleurgesteld

    Het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) dat dinsdag door het Europees Parlement is goedgekeurd, is bedoeld om de landbouw te ‘vergroenen’. Maar het heeft de parlementsleden van de Groenen en boeren die de strijd tegen de klimaatverandering willen aangaan, grotendeels teleurgesteld. ‘Het bereikte compromis is bij lange na niet in staat om de beloofde klimaatdoelstellingen te halen’, aldus Der Tagesspiegel, dat zei dat Europa heeft ‘gefaald’ in zijn landbouwhervorming.

    ‘Lidstaten hebben de speelruimte om het beleid naar eigen inzicht ten uitvoer te brengen’

    De hervorming, die van toepassing zal zijn vanaf januari 2023, omvat premies voor boeren die deelnemen aan veeleisender milieuprogramma’s, milieuvriendelijker technieken gebruiken of het dierenwelzijn helpen verbeteren. De lidstaten zullen tussen 2023 en 2027 gemiddeld 25 procent per jaar van de rechtstreekse betalingen aan deze ‘ecoregelingen’ moeten besteden, met de mogelijkheid om in de eerste twee jaar slechts 20 procent uit te geven, schrijft Courrier International.

    Elk land moet tegen eind 2021 ook een ‘strategisch plan’ opstellen waarin het gedetailleerd uiteenzet hoe het de EU-middelen gaat gebruiken. Brussel zal ook moeten nagaan of het nationale landbouwbeleid in overeenstemming is met de doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen (Green Deal) en om het gebruik van pesticiden tegen 2030 met 50 procent te verminderen, waarbij een kwart van de grond voor biologische landbouw wordt gereserveerd.

    ‘Is dit wishful thinking?’ vraagt de Belgische krant Le Soir zich af. ‘Deels omdat de lidstaten de speelruimte hebben om het beleid naar eigen inzicht ten uitvoer te brengen’, aldus de Belgische krant.

    Lees ook:

  • China en VS verrassen op klimaattop met gezamenlijk akkoord

    China en VS verrassen op klimaattop met gezamenlijk akkoord

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Merkel roept Poetin op in te grijpen bij crisis Pools-Belarussische grens

    » Zuid-Koreaanse professor geeft college in bad

    Verklaring biedt hoop op een ambitieus slotakkoord

    Het is een ‘onverwachte verzoening’ die ‘zou kunnen doorwerken in de slotbesprekingen’, merkt Le Soir op. Als ’s werelds grootste uitstoters van broeikasgassen hebben China en de Verenigde Staten woensdag tijdens COP26 in Glasgow een verrassende klimaatovereenkomst aangekondigd: de twee belangrijkste wereldmachten hebben aangekondigd ‘krachtigere maatregelen te nemen om de ambities in de jaren 2020 te verhogen’, waarbij de landen opnieuw bevestigen zich te zullen inzetten voor een wereldwijde temperatuurstijging die beperkt blijft tot ‘ruim onder’ de 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, en indien mogelijk tot 1,5 graden.

    Beijing en Washington beloven ook financiële steun voor arme landen om zich aan te passen aan het veranderende klimaat en hun uitstootdoelen te halen.

    ‘China en de VS spraken voor het eerst sinds lange tijd als bondgenoten in de strijd tegen de opwarming van de aarde’

    ‘Dit pact tussen ’s werelds twee grootste vervuilers verraste de duizenden deelnemers’ aan COP26, merkt The New York Times op. China en de Verenigde Staten spraken woensdag voor het eerst sinds lange tijd ‘als bondgenoten in de strijd tegen de opwarming van de aarde’, schrijft het Amerikaanse dagblad. De krant betreurt echter dat het akkoord ‘details mist’ over hoe de twee landen het in de praktijk willen aanpakken.

    Voor Matt McGrath, milieucorrespondent van BBC, doet de gezamenlijke verklaring de hoop twee dagen voor het einde van COP26 stijgen. In de woensdag gepresenteerde overeenkomst ‘erkennen beide landen dat er een enorme kloof gaapt tussen de inspanningen die de landen tot dusver hebben geleverd om de uitstoot te beperken, en wat volgens de wetenschap nodig is. De bereidheid om die kloof te dichten maakt een sterke overeenkomst hier in Glasgow mogelijk’, aldus de journalist.

    Lees ook:

  • Groot deel Amerikanen twijfelt over oorzaken klimaatverandering

    Groot deel Amerikanen twijfelt over oorzaken klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nicaragua: Ortega wint als ‘farce’ bestempelde presidentsverkiezingen

    » Volgens Greta Thunberg is COP26 nu al ‘een mislukking’

    45 procent denkt niet dat de mens grotendeels verantwoordelijk is

    Dit jaar werd gekenmerkt door enorme bosbranden in de VS en zware overstromingen in Europa en Azië. Experts brengen die natuurrampen in verband met de klimaatcrisis, maar veel Amerikanen worstelen met de vraag waarom deze crisis zich precies voordoet. Dat blijkt uit een peiling die werd gehouden in opdracht van VICE News, The Guardian en Covering Climate Now, een week voordat COP26, de conferentie over klimaatverandering in Glasgow, begon.

    8,3 procent gelooft helemaal niet in opwarming van de aarde

    Uit de gegevens blijkt dat klimaatverandering een belangrijke kwestie is voor kiezers in de VS, na gezondheidszorg en sociale programma’s. Voor ondervraagden met een universitair diploma en Democratische kiezers staat klimaatverandering zelfs op de eerste plaats, schrijft ViceNews. Maar ook al gelooft 69,5 procent van de respondenten dat opwarming van de aarde een feit is, er bestaat verdeeldheid over de oorzaak. 45 procent denkt niet dat de mens grotendeels verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde, maar dat die ontstaat door ‘natuurlijke veranderingen in het milieu’ of ‘andere’ oorzaken. 8,3 procent gelooft helemaal niet in opwarming van de aarde.

    Lees ook:

  • President eilandstaat Palau hekelt gebrek aan klimaatactie

    President eilandstaat Palau hekelt gebrek aan klimaatactie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese Unie loopt achter op het gebied van microchips

    » David Beckham wordt cultureel ambassadeur van Qatar

    ‘U kunt net zo goed onze eilanden bombarderen’

    Tijdens de VN-klimaattop COP26 in Glasgow waarschuwde president Surangel Whipps Jr. van Palau voor de dramatische gevolgen van de klimaatcrisis voor de archipel in het westelijk deel van de Stille Oceaan. Zoals de lokale krant Pacific Island Times berichtte, zei de president:

    ‘Wij zien de brandende zon die ons aan ondraaglijke hitte blootstelt, de zee die opwarmt en ons overspoelt, de krachtige winden die ons omverblazen, onze hulpbronnen die in rap tempo uitgeput raken en onze toekomst die ons ontglipt. Ik zal eerlijk zijn, er is niets waardigs aan een langzame, pijnlijke lijdensweg. U kunt net zo goed onze eilanden bombarderen, in plaats van ons eindeloos te laten lijden en ons aan een langzaam, onverbiddelijk einde te tegemoet zien gaan.’

    Als de zeespiegel blijft stijgen, dreigen de eilanden in de Stille Oceaan onder water te lopen

    Surangel Whipps Jr. riep wereldleiders op om meer geld uit te trekken voor de aanpak van klimaatproblemen. Aangenomen wordt dat tussen 500 miljoen en een miljard mensen gevaar lopen door de stijging van de zeespiegel als gevolg van de opwarming van de aarde en het smeltende ijs. Dit is het geval voor de bewoners van de Palau-archipel en voor een groot deel van de eilanden in de Stille Oceaan. Als de zeespiegel blijft stijgen, dreigen de eilanden in de Stille Oceaan onder water te lopen. Ook koraalriffen dreigen vernietigd te worden, schrijft Courrier International.

    Lees ook:

  • Waarom veel bedreigde landen afwezig zijn op COP26

    Waarom veel bedreigde landen afwezig zijn op COP26

    Opmerkelijk genoeg ontbreken op de klimaattop COP26 in Glasgow, die zondag is begonnen, veel van de landen die als eersten grote risico’s lopen door klimaatverandering. Redenen voor hun afwezigheid lopen uiteen van geldgebrek tot gebrekkige organisatie door COP26.

    Eilandstaten in de Stille Oceaan spelen vaak een grote rol op VN-klimaatconferenties. De toespraken en samenwerkingsverbanden van leiders van landen die dreigen te verdwijnen onder de stijgende zeespiegel, tonen wat er daadwerkelijk op het spel staat. Om voor de hand liggende redenen dringen deze leiders ook het hardst aan op ambitieuze klimaatovereenkomsten die hun kwetsbare landen zullen beschermen. Desondanks zal een derde van de kleine eilandstaten en gebieden in de Stille Oceaan geen mensen afvaardigen naar COP26, de klimaattop die nog tot 12 november duurt, aldus Jocelyn Timperley in haar artikel voor Wired UK.

    Dit is voornamelijk het gevolg van de quarantaineverplichtingen waarmee ze te maken zouden krijgen bij terugkeer naar hun grotendeels coronavrije landen. Persbureau Reuters meldde dat slechts vier leiders van deze eilanden, Fiji, Papoea-Nieuw-Guinea, Tuvalu en Palau, COP26 zullen bijwonen.

    Catastrofaal

    Laaggelegen eilanden in de Stille Oceaan worden geteisterd door de klimaatcrisis en dan niet alleen door stijgende temperaturen en veranderende weerpatronen, maar vooral door de stijgende zeespiegel die ertoe kan leiden dat hele landen onder water kunnen komen te staan.

    COP26 wordt gezien als een evenement met een bijzonder hoge inzet omdat de conferentie de deadline markeert voor de tweede ronde van nationale klimaattoezeggingen, die om de vijf jaar worden gedaan. Het is dus een cruciaal moment voor het intensiveren van de klimaatambities. De huidige klimaattoezeggingen zullen deze eeuw voor een temperatuurstijging van 2,7 graden Celsius zorgen volgens de VN, ruim boven de doelstelling van anderhalve graad van het akkoord van Parijs, die al catastrofaal zal zijn voor veel eilanden in de Stille Oceaan.

    Eilanden in de Stille Oceaan zullen weliswaar vertegenwoordigers hebben op de conferentie, maar de afwezigheid van hogere regeringsvertegenwoordigers is onwenselijk. Dit zijn overigens niet de enige belangrijke mensen die op COP26 zullen ontbreken. Covid-19-beperkingen, lange visumprocedures, stijgende hotelprijzen en veranderend quarantainebeleid hebben ervoor gezorgd dat veel potentiële afgevaardigden thuis zijn gebleven. Als gevolg hiervan hebben de plannen van COP-voorzitter Alok Sharma om van de conferentie ‘een inclusieve top’ te maken ‘waar alle stemmen worden gehoord’ een schrille bijklank gekregen.

    ANP 440059708 1
    De Angolese president João Lourenço spreekt tijdens COP26. – © Adrian Dennis / Pool Photo via AP

    Saleemul Huq, directeur van het International Centre for Climate Change and Development in Bangladesh, merkt op dat de meeste landen die voorheen op de rode lijst van het Verenigd Koninkrijk stonden – en wiens inwoners dus in verplichte quarantaine moesten –, de armste ontwikkelingslanden waren. Hoewel het VK nu de meeste landen van de rode lijst heeft gehaald, wat zeker heeft geholpen om de conferentie te kunnen bijwonen, ‘zullen velen het nog steeds niet halen’, zegt hij.

    De warrige beslissingen van het VK met betrekking tot de rode lijst hebben het voor sommigen nog moeilijker gemaakt. Als reactie op aandringen van maatschappelijke organisaties bood het VK aan om de kosten van een verplichte vijfdaagse quarantaine volledig te dekken. Dit aanbod kwam nadat het vereiste quarantaineverblijf in hotels al eerder was teruggebracht van tien naar vijf dagen voor COP26-aanwezigen.

    Toen het VK begin oktober 47 landen van de rode lijst schrapte, hadden velen al vliegtickets gekocht, en moesten ze dus alsnog vijf extra dagen accommodatie betalen ter vervanging van de quarantaineperiode. Dat zegt Alejandro Aleman, coördinator van de Latijns-Amerikaanse tak van het invloedrijke non-profitnetwerk Climate International Network (CAN).

    Twee derde van de leden van Latijns-Amerikaanse organisaties die normaal gesproken zouden deelnemen, zijn er niet bij

    ‘Ten minste vier organisaties van CAN Latijns-Amerika die ik ken, hebben hun deelname geannuleerd omdat ze zich die extra dagen niet konden veroorloven’, zegt Aleman. Hij schat dat ongeveer twee derde van de leden van Latijns-Amerikaanse maatschappelijke organisaties die normaal gesproken zouden deelnemen aan VN-klimaatbesprekingen, er niet bij zijn bij COP26.

    Dan zijn er ook nog vertragingen geweest met visa voor afgevaardigden. Maria Aguilar, advocaat bij de Colombiaanse non-profit Ambiente y Sociedad, zegt dat ze op 27 juli een visum aanvroeg om COP26 bij te wonen, dat pas op 20 oktober arriveerde, een dag voor haar vlucht. ‘Dus mijn hele planning was onzeker’, zegt ze. ‘Ik kon nog bellen en reageren omdat ik Engels spreek en een creditcard bij de hand had, maar ik kan me voorstellen dat mensen die dat allemaal niet hebben veel meer problemen ervaren.’

    Een gebrek aan participatie van het maatschappelijk middenveld uit landen die kwetsbaar zijn voor klimaatverandering zal een aanzienlijke impact hebben op de resultaten van de conferentie, denkt Aleman. CAN Latijns-Amerika is bijvoorbeeld een voorstander van een vergoeding voor verlies en schade door klimaatverandering, zoals het verlies van huizen of land, tot ‘pijler van de onderhandelingen’ te maken, iets waar veel rijke landen zich krachtig tegen hebben verzet.

    Begin september kwam de kritiek op COP26 tot een hoogtepunt toen CAN opriep om de conferentie uit te stellen, met het argument dat ‘een veilige, inclusieve en rechtvaardige wereldwijde klimaatconferentie’ nu onmogelijk was. De UK COP26 Coalition, die de oproep steunde, zei dat er geen tijd meer was om een ‘normale en inclusieve’ conferentie te organiseren.

    Maar veel kwetsbare landen waren het daar niet mee eens en voerden aan dat COP26, die vanwege de pandemie al een jaar vertraging had opgelopen, ondanks de problemen door moest gaan. Aguilar vindt ook dat het uitstellen van COP26 geen optie was. ‘We zien al dat uitstel vanwege covid-19, waardoor klimaatactie is vertraagd, verdere schade heeft veroorzaakt’.

    Rijken en machtigen

    Ondertussen zijn veel van de rijkste landen met grote delegaties aanwezig op COP26. De VS, traditioneel een zeer machtige speler bij VN-besprekingen, zullen naar verluidt dertien kabinetsleden en hoge regeringsfunctionarissen sturen naast tientallen andere afgevaardigden. Volgens Politico werden de organisatoren van de conferentie overspoeld met aanvragen van rijken en machtigen die aanwezig willen zijn. ‘Mijn gevoel is dat de kloof in participatie tussen de machtige landen en de kwetsbaren groter wordt’, zegt Aleman.

    De Chinese president Xi Jinping woont de conferentie niet bij, maar de leider van van ’s werelds grootste vervuiler heeft er ongetwijfeld voor gezorgd dat berichten over zijn eisen en wensen zullen worden doorgegeven. Zowel koningin Elizabeth als de paus hebben hun aanwezigheid om medische redenen geannuleerd. En de Europese Unie heeft, hoewel ze nog steeds veel afgevaardigden stuurt, de opdracht gegeven om sociale evenementen op de conferentie te vermijden vanwege het toenemende aantal coronagevallen in het VK, wereldwijd gezien het op één na hoogste aantal na de VS.

    Conferenties als COP26 zijn zeker niet de enige plekken voor klimaatactie, maar er worden belangrijke beslissingen genomen en ze bieden cruciale kansen voor degenen die het meest worden getroffen door klimaatverandering om hun stem te laten horen. ‘Nu de wereld op weg is om binnen ongeveer tien jaar meer dan anderhalve graad warmer te worden, kan niemand zich het veroorloven dat de landen die het meeste risico lopen afwezig zijn’, concludeert Timperley haar artikel.