Tag: klimaat

  • Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel standhoudt, ook al is dat ten nadele van de planeet.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Dossier2
     Kolen worden gelost uit een vrachtschip in de kolenterminal van de haven van Lianyungang, in de provincie Jiangsu, om te worden vervoerd.– © Getty Images

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Uitzonderlijk jaar

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen, en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Hardnekkige vraag

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Afrika als wingewest

    Investeringen in nieuwe projecten voor fossiele brandstoffen zouden moeten worden stopgezet om te helpen de opwarming van de aarde onder de 1,5°C te houden, maar westerse oliebedrijven richten zich doodleuk met volle kracht op Afrika.

    Dat bleek vorig jaar november in het Egyptische Sharm-el-Sheikh tijdens COP27, de VN-conferentie over klimaatverandering. Daar werd het rapport Who Is Financing Fossil Fuel Expansion in Africa? van de Duitse ngo Urgewald en een dertigtal Afrikaanse organisaties gepresenteerd. En wat blijkt? In 48 van de 54 Afrikaanse landen vinden exploratie- en exploitatieprojecten van recent ontdekte reserves plaats.

    ‘Twee derde van deze projecten wordt uitgevoerd door multinationals met hoofdkantoren buiten Afrika en de meerderheid is gericht op export om te kunnen voldoen aan westerse behoeften,’ aldus Heffa Schücking, de directeur van Urgewald. De verwachting is dat er tegen 2030 ongeveer 16 miljard extra vaten olie zullen worden geproduceerd, wat overeenkomt met twee jaar uitstoot in de Europese Unie. Het Franse TotalEnergies is met activiteiten in vijftien landen de grootste speler, en zal 14 procent van de toekomstige productie voor zijn rekening nemen, schrijft Le Monde.

    Ondertussen leiden deze miljardenprojecten Afrikaanse landen af van een transitie naar duurzame energie, aldus Amos Wemanya van de denktank Power Shift Africa. ‘En dat is slecht voor het klimaat en slecht voor de ontwikkeling van Afrika.’

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn.) Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Kredietbrieven 

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Dossier3
    In de rij om kolen te vervoeren van de China Energy Investment Corporation. – © Getty Images

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China, en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Verre van consequent

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Energiedichtheid

    Maak alles elektrisch en je bent van het probleem van fossiele brandstoffen af. Klinkt eenvoudig, maar de werkelijkheid is weerbarstiger, volgens denktank Brookings. Al was het alleen maar omdat lang niet alles zich zomaar laat elektrificeren. Neem elektrische voertuigen: die worden aangeprezen als vervanging van voertuigen op diesel en benzine, maar zijn lang niet geschikt voor alle toepassingen; bijvoorbeeld omdat bepaalde kwaliteiten van fossiele brandstoffen – zoals hun energiedichtheid– moeilijk zijn na te bootsen.

    Omdat elk voertuig zijn eigen brandstof moet vervoeren, spelen het gewicht en het volume ervan een belangrijke rol. Vooral in de transportsector is dat cruciaal. Ga maar na: per 450 gram bevatten fossiele brandstoffen ongeveer veertig keer zo veel energie als een geavanceerde batterij. De nadelen van het gewicht van batterijen worden enigszins gecompenseerd doordat elektromotoren veel efficiënter zijn dan verbrandingsmotoren en doordat ze mechanisch eenvoudiger zijn, omdat ze veel minder bewegende onderdelen bevatten. Maar een elektrisch voertuig is altijd nog zwaarder dan een vergelijkbaar voertuig op fossiele brandstof.

    Voor voertuigen die lichte ladingen vervoeren en vaak kunnen tanken, zoals personenauto’s, is dat niet problematisch. Maar voor de luchtvaart, de zeevaart of voor vrachtwagens die zware ladingen moet vervoeren over lange afstanden zonder te kunnen bijtanken, is het verschil in energiedichtheid tussen fossiele brandstoffen en batterijen – in elk geval voorlopig – nog een onoverkomelijk probleem.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Minder export, hogere prijzen

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’  

  • Minder spoor en meer snelwegen in Europa ondanks klimaatdoelen

    Minder spoor en meer snelwegen in Europa ondanks klimaatdoelen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Akkoord bereikt in Hollywood: staking scriptschrijvers waarschijnlijk voorbij

    » Middelbare scholiere in Saoedi-Arabië krijgt 18 jaar vanwege tweets

    Investeringen in het spoor blijven uit

    Europese regeringen hebben hun spoorwegennetwerk de afgelopen jaren systematisch ingekrompen, terwijl er juist is geïnvesteerd in de uitbreiding van het wegennetwerk, zo meldt The Guardian. Uit onderzoek van de Duitse denktanks Wuppertal Institute en T3 blijkt dat het aantal kilometer snelweg in Europa tussen 1995 en 2020 met 60 procent is toegenomen, terwijl de lengte van het spoor met 6,5 procent is afgenomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Giulio Mattioli, een transportonderzoeker aan de Technische Universiteit van Dortmund, zei hierover tegen de Britse krant: ‘De meeste Europese landen hebben het autogebruik aangemoedigd door grote hoeveelheden overheidsgeld te investeren in het uitbreiden van de snelweginfrastructuur.’ In het publieke en politieke debat, voegde Mattioli eraan toe, waren kleine investeringen in fietspaden en spoorwegen onderwerp van hevige discussie, terwijl investeringen in wegen als vanzelfsprekend werden beschouwd. ‘Dit moet absoluut veranderen als we de klimaatdoelstellingen in de transportsector willen halen.’

    Een handvol Europese landen heeft goedkopere kaartjes voor het openbaar vervoer geïntroduceerd om mensen aan te moedigen de overstap te maken. ‘Betrouwbaarheid van de dienstverlening en infrastructuurnetwerken zijn veel belangrijker. Ik denk dat we het minder over tarieven moeten hebben en veel meer over infrastructuur,’ aldus Mattioli.

    Lees ook:

  • Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel stand houdt, ook al is dat schadelijk voor planeet. De markt wil maar geen afscheid van de de vervuilende brandstof nemen.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    In 2020 meende het IEA nog dat de steenkoolconsumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Geoliede handelsmachine

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    De crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Blijvende vraag naar steenkool

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn). Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Transport

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Inconsequent beleid

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    Hardnekkige grondstof

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’

    Lees ook:

  • Kunnen we nog wel in de zomer op vakantie? ‘Het is te warm om naar het strand te gaan’

    Kunnen we nog wel in de zomer op vakantie? ‘Het is te warm om naar het strand te gaan’

    Dit jaar heeft het hele palet aan extreem weer – van bloedhitte tot branden, overstromingen, tornado’s en hagelstormen als gevolg van klimaatverandering – de plannen van reizigers wereldwijd in de war geschopt. Bevindt de zomervakantie zich op een keerpunt?

    Keuze uit het archief

    Het is de laatste jaren een vast zomerritueel aan het worden: hittegolven met temperaturen tot en boven de 40 graden. Afgelopen week was met name Zuid-Europa de klos. Zo werd het in El Granado in Spanje maar liefst 46 graden.
    De opwarming van de aarde heeft gevolgen voor het toerisme en de plaatsen waar mensen heen gaan, zo blijkt uit dit stuk van The New York Times van twee jaar geleden. Bij de keuze voor een vakantiebestemming geeft de hitte vaak de doorslag. ‘De cognitieve dissonantie van zomerreizen in een opwarmende wereld dringt zich steeds meer op.’

    De meeste reizigers konden er deze zomer op wachten: het onvermijdelijke oranje. Hele stroken kleurden feloranje en roodbruin op de weerkaarten wereldwijd. Vier warmtekoepels, van het zuiden van de Verenigde Staten tot Oost-Azië, gijzelden gelijktijdig miljoenen mensen. Inwoners van Phoenix moesten 31 dagen lang temperaturen van ruim 40 graden Celsius doorstaan. In Italië golden in zo’n tien steden waarschuwingen voor extreem weer. En in Zuid-Korea werden tijdens de wereldjamboree van de scoutingbeweging minstens 125 mensen in het ziekenhuis opgenomen wegens hittegerelateerde aandoeningen.

    In Florida liep het in juni zo uit de hand dat Jacki Barber, een vijftigjarige maatschappelijk werker, een strandtrip naar St. Augustine afzegde. De reden? ‘De watertemperatuur was boven de 30 graden.’ 

    Ze is eraan gewend dat orkanen, tropische stormen en zelfs de gebruikelijke zware onweersbuien haar plannen in de war sturen, vervolgt ze. ‘Maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit tegen iemand heb gezegd: Weet je wat? Het is te warm om naar het strand te gaan.’

    Toen de zomervakantieperiode dit jaar op zijn hoogtepunt was, had niet alleen de verzengende hitte invloed op de zorgvuldig gemaakte plannen. Ook branden, overstromingen, tornado’s en hagelstormen gooiden roet in het eten. Twintig centimeter regen veroorzaakte catastrofale overstromingen in Vermont. Tienduizenden mensen, onder wie duizenden toeristen, moesten Griekse eilanden vanwege bosbranden halsoverkop verlaten. (Premier Kyriakos Mitsotakis heeft de gedupeerde reizigers een gratis verblijf van een week aangeboden in 2024 – in de lente of de herfst.) En in Nederland werd het populaire muziekfestival Awakenings afgeblazen vanwege de voorspelling van hagel, bliksem en onweer.

    Reizen verlost je even van de realiteit, gunt je een adempauze

    Het weer op traditionele zomerbestemmingen bergt steeds meer gevaar in zich; men dient rekening te houden met grilligere omstandigheden, meer kans op dodelijke slachtoffers en hogere kosten. Volgens de National Oceanic and Atmospheric Administration heeft de VS sinds mei vier klimaatrampen gekend, met een schade van elk ruim een miljard dollar. De National Park Service schat dat de hitte sinds juni meer bezoekers het leven heeft gekost dan in een gemiddeld jaar. De indirecte tol valt vrijwel zeker hoger uit: een recent onderzoek heeft uitgewezen dat vorig jaar zomer in Europa door hittegolven 61.000 mensen zijn omgekomen.

    Zomerreizen zijn heel lang in trek geweest. Natuurlijk, de rijen op luchthavens zijn langer en hotelkamers zitten eerder vol, maar het is schoolvakantie, de zon schijnt en de stranden lokken. Reizen in de zomer overstijgt sociale klassen; of je nu naar de kermis gaat of naar Sardinië, je verzilvert kostbare vakantiedagen. Je krijgt een bruin kleurtje, je eet meer en geeft kwistiger geld uit. Reizen verlost je even van de realiteit, gunt je een adempauze.

    Maar ook al is de zomervakantie een hardnekkig cultureel fenomeen, de vraag is hoe praktisch uitvoerbaar dat nog is. Het spreekt in ieder geval een stuk minder vanzelf waar je naartoe gaat – voor de realiteit vluchten gaat een stuk minder makkelijk als de realiteit zeewater van boven de 30 graden behelst, of een uitslaande bosbrand.

    Groeiende sector

    Ondanks alle crises zal het totale aantal toeristen dat een landsgrens passeert naar verwachting 30 procent hoger liggen dan vorig jaar. Dat voorspelt de Intelligence Unit van The Economist. De Wereldorganisatie voor Toerisme meldt dat reizen naar Europa momenteel op 90 procent van het niveau van vóór de pandemie zitten.

    Toerisme is big business. Volgens de World Travel & Tourism Council presteerde de sector in 2019 ruim 40 procent beter dan het mondiale bruto binnenlands product. Datzelfde jaar had de bedrijfstak 333 miljoen mensen in dienst – oftewel 1 op de 10 banen wereldwijd. Toerisme is goed voor een dikke 10 procent van de wereldeconomie.

    Dus blijven ze voorlopig bestaan, die eindeloze rijen voor het Louvre, rond het Colosseum en op de trappen naar de Akropolis (die deze zomer al meerdere keren in de middaguren op slot ging). De bezoekers die daar en op andere bestemmingen wachten om binnen te mogen, laten zich niet snel afschrikken door hoge temperaturen. Ze hebben vluchten geboekt, voor kamers betaald, en hun beperkte tijd ingepland. Leslie Cafferty, woordvoerster van Booking.com, zegt dat het bedrijf geen signalen ziet dat mensen hun oorspronkelijke reisplannen op hun kop zetten of heroverwegen. 

    ‘Alles is afgestemd op het verlangen om de zon op te zoeken’

    Volgens Susanne Becken, hoogleraar duurzaam toerisme aan de Griffith University in Australië, zijn de huidige problemen gedeeltelijk te wijten aan hoe het toerisme de afgelopen vijftig jaar wereldwijd in de praktijk is gebracht. ‘Alles is afgestemd op het verlangen om de zon op te zoeken.’ Denk aan de luchthavens, accommodaties en andere dure projecten die louter bestaan om bezoekers van befaamde zonnige plekken te bedienen. ‘Zo hebben we een enorme infrastructuur opgebouwd rond de Middellandse Zee, Mexico, noem maar op.’

    Italië heeft bijna 1,1 miljoen hotelkamers in de aanbieding; Finland minder dan 65.000. Een veelzeggend verschil. Tientallen jaren van voorspelbaar reizen hebben een uitgesleten pad gebaand naar populaire bestemmingen, waardoor de meest voor de hand liggende oplossing voor een veranderend klimaat moeilijk te realiseren valt: ga gewoon eens een keer ergens anders naartoe.

    Toch is er verandering op til, los van de vraag of koelere bestemmingen daarop zijn toegerust. De Europese Commissie verwacht dat het toerisme op het continent – het meest bezochte ter wereld – ondanks de opwarming blijft groeien, maar dat de vraag zal verschuiven door hogere temperaturen, waardoor meer toeristen hun heil in Noord-Europa zullen zoeken in plaats van rond de Middellandse Zee. Zuidelijke regio’s zouden volgens één voorspelling zelfs bijna een tiende van hun huidige zomertoeristen verliezen.

    Gewijzigde plannen

    Sommige reizigers hebben hun reisgewoontes al veranderd. Miku Sekizawa wilde in augustus met haar gezin van Chicago naar Athene vliegen, maar ze ging twijfelen vanwege het weer. Ze is in verwachting, de baby komt in november, en ze heeft al een kind van twee jaar. ‘We hebben vorige week voor een andere reis gekozen nadat we ons realiseerden hoe warm het daar is. Hitte en zwangerschap tegelijk is geen pretje,’ aldus de 36-jarige accountant. Dankzij de gratis annuleringsvoorwaarden kon ze zonder financiële pijn de vluchten wijzigen en gaat het gezin nu naar Parijs, Straatsburg en Amsterdam.

    Bestemmingen waar gematigde temperaturen heersen hebben echter hun eigen klimaatproblematiek. Avery Baldwin, een 27-jarige tenniscoach uit Brooklyn, is zijn hele leven vaak te vinden geweest in een stadje in New Hampshire. Het gebied werd deze zomer door regen geteisterd. Uit een studie van de Universiteit van Massachusetts bleek dat er de afgelopen tien jaar elk jaar meer neerslag is gevallen in New Hampshire dan gemiddeld in de 20e eeuw.

    ‘Het weer is tegenwoordig zonder meer vaak onderwerp van gesprek,’ zegt Baldwin. De nattigheid maakt populaire activiteiten als wandelen gevaarlijker, waardoor mensen binnenblijven. ‘Je kunt nog altijd puzzelen,’ zegt hij. Toch is hij van plan deze zomer terug te keren.

    De nattigheid maakt populaire activiteiten als wandelen gevaarlijker, waardoor mensen binnenblijven

    Sommige overheden voeren een beleid om het toeristenverkeer om te leiden. China wil grote bergresorts bouwen als onderdeel van een programma dat ‘22-gradenbestemmingen’ heet – 22 graden Celsius is volgens China namelijk de optimale vakantietemperatuur. Doel is om binnenlandse toeristen uit steden als Shanghai en Beijing tijdens de heetste maanden naar de bergen te lokken. Dr. Becken, hoogleraar duurzaam toerisme, woonde een conferentie over klimaatverandering bij waarop de regering het initiatief onthulde. ‘Ze bouwen systematisch resorts in de bergen,’ zegt ze.

    Ook hotels, touroperators en dienstverleners hebben te maken met steeds instabielere omstandigheden, die hun verdienmodel op de tocht zetten en hun klanten frustreren.

    ‘De mensen die hier komen willen dingen doen,’ zegt Pierce McCully, eigenaar van Villa Trieste M in de Italiaanse stad Asolo. De villa ligt in de uitlopers van de Dolomieten, een gebied dat geliefd is bij wandelaars en fietsers. Deze zomer werd echter ontsierd door aanhoudende regenval en een hagelbui die zelfs internationale krantenkoppen haalde. Er ging een streep door ruim een kwart van de boekingen, en voor bezoekers die wel komen is er een grotere behoefte aan indoorvoorzieningen. ‘We wilden echt voorkomen dat we tv’s moeten ophangen,’ zegt McCully, ‘maar gasten die in een kamer vastzitten kunnen de minibar niet blijven plunderen.’

    Chris Kelly en Nina Rehfeld, die eigenaar zijn van Grand Canyon Journeys, een tourbedrijf in Arizona, zeggen dat ze voorzichtiger zijn geworden met het aanbieden van wandelingen in het Grand Canyon National Park en de nabijgelegen Antelope Canyon.

    Airconditioning aan

    ‘Dit jaar lijkt het ronduit gevaarlijk,’ zegt Nina Rehfeld. Twee vrouwen van in de zeventig hadden een wandeling geboekt door Antelope Canyon, maar bij 40 graden in de schaduw leek dat onverstandig. Chris Kelly nam ze daarom mee op een rondrit langs bezienswaardigheden, met de airconditioning aan.

    Jason Danoff biedt met Trail Lovers Excursions begeleide wandelingen en fietstochten aan, ook in Arizona. Vanwege de talrijke annuleringen is zijn omzet gedaald ten opzichte van vorig jaar. ‘Je wordt aan beide kanten geraakt, want je moet wél je gids blijven betalen en het annuleringsgeld terugstorten,’ zegt hij. Maar als het Amerikaanse Staatsbosbeheer onverwachts gebieden afsluit, of als een hittegolf de veiligheid van klanten in gevaar brengt, staat hij voor een voldongen feit. Ondertussen zijn de verzekeringskosten van Danoff met 60 procent gestegen. Hij streeft nu naar meer boekingen in het tussenseizoen, maar dat brengt ook risico’s met zich mee.

    ‘Je kunt een hoop geld uitgeven om het bezoek in pak ’m beet januari of februari op te krikken,’ zegt hij, ‘maar dan kan het wel eens meer dan vijftig dagen regenen en zit je met een enorme strop.’

    Om de hitte in Parijs te verzachten, heeft de Eiffeltoren luchtvernevelaars en waterstations geïnstalleerd voor de rij wachtenden, aldus Patrick Branco Ruivo, directeur-generaal van de toren. De kaartverkoop gaat nu ook vaker via een online reserveringssysteem, wat de wachttijden voor bezoekers verkort. 

    Dat is maar een voorbeeld. En heel veel zegt het niet. De reisindustrie is van nature gefragmenteerd: een keten van exploitanten — luchtvaartmaatschappijen, autoverhuurbedrijven, reisleiders, verzekeraars, hotels en restaurants, musea of culturele attracties — bedient toeristen en verdient aan ze, maar de neuzen wijzen zelden allemaal in dezelfde richting, om wat voor probleem het ook gaat.

    Dat blijkt ook uit een rapport dat in 2007 verscheen en werd uitgevoerd in opdracht van de Wereldorganisatie voor Toerisme, het VN-Milieuprogramma (UNEP) en de Wereld Meteorologische Organisatie. Aan bod komt een aantal academische studies over hoe lokale beleidsambtenaren en exploitanten inspelen op het risico van klimaatverandering. En die studies wijzen op ‘relatief geringe zorg en weinig aantoonbare strategische langetermijnplanning voor toekomstige veranderingen in het klimaat’.

    Sommige landen hebben rampenplannen uitgestippeld en agentschappen opgericht, speciaal voor reizigers

    Historisch gezien is een ministerie van toerisme vooral een marketingbureau met bescheiden onderzoeks- en investeringsmogelijkheden, zegt professor Becken. Ambtenaren krijgen de opdracht extra bezoekers te lokken en zich niet te laten afremmen door veiligheidsoverwegingen – afgezien van zeldzame gevallen in sommige rijke en door toeristen overspoelde bestemmingen als Amsterdam.

    Sommige landen – niet toevallig de landen die het afhankelijkst zijn van toerisme – hebben rampenplannen uitgestippeld en agentschappen opgericht, speciaal voor reizigers. De Bahama’s hebben tegenwoordig een Tourism Emergency Coordinating Committee om ervoor te zorgen dat de bedrijfstak adequaat kan reageren op een grote orkaan.

    Op dit moment vertrouwen veel landen op lokale overheden en vrijwilligers. In Italië ‘heeft elke regio zijn eigen systeem voor burgerbescherming en is elke burgemeester daarvoor verantwoordelijk’, zegt Pierfrancesco Demilito, woordvoerder van de Italiaanse Burgerbescherming. Die instelling helpt bij het toewijzen van middelen op nationaal niveau, maar ‘het is de burgemeester van Rome, of Florence of Venetië die bij noodsituaties door extreem weer beslist over maatregelen’.

    Om de toenemende warmte het hoofd te kunnen bieden zijn er meer gecoördineerde inspanningen op alle overheidsniveaus nodig, en misschien ook meer gespecialiseerde instanties.

    Disney-model

    Bij gebrek aan nationale of uniforme steun, valt de planning in handen van bedrijven met genoeg geld om op grote schaal middelen te verzamelen. ‘Disney is een schoolvoorbeeld van goed en effectief met grote aantallen mensen omgaan,’ zegt Daniel Scott, hoogleraar geografie en milieubeheer aan de Universiteit van Waterloo, in Canada. Hij suggereert dat de geïntegreerde resorts van Disney navolging verdienen als bedrijfsmodel, omdat daarin één enkele entiteit eigenaar is van de infrastructuur en op die manier bezoekerservaringen beter kan sturen.

    Het is onmogelijk om te weten hoe het verder moet. Maar de cognitieve dissonantie van zomerreizen in een opwarmende wereld dringt zich steeds meer op. Dramatische krantenkoppen en statistieken schreeuwen om een kritische blik op de aard van toerisme: wie ervan profiteert en wie eraan mag deelnemen. Meer mensen zullen persoonlijke en steeds moeilijkere beslissingen moeten nemen – en, zoals Jacki Barber, misschien worden gedwongen een minder aantrekkelijke maar comfortabelere optie te kiezen: ‘We zijn gewoon allemaal thuisgebleven, in een kamer met de airconditioning aan.’

    Lauren Sloss en Niki Kitsantonis droegen bij aan deze reportage.

  • Van de Griekse eilanden tot Amsterdam. Twee perspectieven op overtoerisme

    Van de Griekse eilanden tot Amsterdam. Twee perspectieven op overtoerisme

    Van noord tot zuid en oost tot west klagen bewoners over de ondraaglijke last van het toerisme. Terwijl gewone Grieken het zich niet meer kunnen veroorloven om hun snikhete steden te verlaten voor de schone lucht van de Griekse eilanden, denkt Amsterdam het probleem aan te kunnen pakken met de weinig gastvrije slogan ‘Stay Away’.

    Grieken hunkeren naar de Egeïsche eilanden, die onbetaalbaar zijn.

    Griekenland is afhankelijk van toerisme, maar veel Grieken hebben het gevoel dat datzelfde toerisme hun de mogelijkheid ontneemt om van geliefde plekken in eigen land te genieten. De eilanden in de Egeïsche Zee zijn bijvoorbeeld van oudsher een plek om te ontspannen, te zwemmen, te drinken en wilde seks te hebben. Naast deze aardse geneugten zijn het ook plekken van betovering en van metafysisch ontzag – door de eeuwen heen bezongen door Grieken en bezoekers uit het buitenland.

    De place to be in de jaren vijftig en zestig was Hydra (waar Leonard Cohen verbleef) en het nog kosmopolitischere Mykonos, de favoriet van de scheepsmagnaat Aristoteles Onassis, eigenaar van onder meer Olympic Airways. Beroemdheden, van Marlon Brando en Grace Kelly tot Brigitte Bardot en Jackie Kennedy Onassis, bezochten Mykonos en het eiland kreeg in 1971 een eigen vliegveld. Veel eilandbewoners en Griekse intellectuelen zien dat als het moment waarop de Griekse eilanden verpest werden. Bewoners zeggen in ieder geval al sinds de jaren negentig dat ze de winters, wanneer er geen toeristen zijn, de prettigste periodes vinden om er te zijn.

    Opeenvolgende Griekse regeringen beweren al jaren dat toerisme de motor van Griekenland is

    Opeenvolgende Griekse regeringen beweren al jaren dat toerisme de motor van Griekenland is. Het is niet zomaar een theorie of een wens: het gaat om beleid dat, hoewel het misschien niet nadrukkelijk wordt uitgedragen door de centrale regering, in praktijk wordt gebracht door particuliere toerismebureaus, door hotels, B&B’s en andere belanghebbenden. Ze worden in ieder geval aangemoedigd door de regering in Athene.

    31 miljoen bezoekers

    Na de economische ineenstorting van begin 2010 werd dat versterkt. In 2019 trok Griekenland ongeveer 31 miljoen bezoekers, tegenover 24 miljoen in 2015. Na de pandemie, toen de beperkingen door het coronavirus wegvielen, zagen sommige eilanden in de Egeïsche Zee een verbazingwekkend snel herstel van het toerisme. Aangezien de sector inmiddels goed is voor bijna 20 procent van het nationale bbp en één op de vijf banen, blijft de focus van de nationale economische strategie liggen op het verhogen van het aantal bezoekers.

    Maar het Griekse vakantieseizoen van 2023 zal door velen herinnerd worden als de hel, met de aanhoudende hittegolf in juli en de bosbranden op Evia, Corfu, Rhodos en andere eilanden waar sommige vakantieoorden veranderden in puin en as. Duizenden toeristen moesten vluchten of werden geëvacueerd. De schade aan de natuurlijke omgeving is groot – hoe hoog de kosten zijn voor de lokale gemeenschappen en het toerisme zal nog moeten worden berekend.

    Helse zomer

    Zal deze zomer met extreme temperaturen en bosbranden de idylle van de eilanden in de Egeïsche Zee voor de Grieken aantasten, terwijl de klimaatcrisis toeristen van elders tegelijkertijd dwingt om de aantrekkelijkheid van een zonvakantie te heroverwegen en in plaats daarvan bijvoorbeeld naar Denemarken of Ierland te gaan? Het valt te betwijfelen. De aantrekkingskracht van de kale, rotsachtige Cycladen, waar bomen schaars zijn en bosbranden zeldzaam, zou zelfs wel eens kunnen toenemen. Maar al vóór deze helse zomer was een goedkope, spontane augustusvakantie op de Griekse eilanden al onbereikbaar geworden voor veel gewone Grieken van het vasteland. 

    Alleen al de drie uur durende veerboot heen en terug kostte 600 euro

    Vorig jaar was een vakantie in augustus op het piepkleine en prachtige Koufonisi al nagenoeg onbetaalbaar voor een gezin van vier. Alleen al de drie uur durende veerboot heen en terug kostte 600 euro en een vijfdaagse vakantie in de eenvoudigste accommodatie moest minstens 2000 euro kosten.

    Erover klagen lijkt op ondankbaarheid, want Griekenland verdient veel geld aan het internationale toerisme, en het zal nu eenmaal zijn infrastructuur moeten verbeteren zoals een moderne staat betaamt. Maar als Grieken ervan uitgaan dat hun ‘recht’ om dicht bij huis frisse lucht in te ademen altijd zal blijven bestaan, dan hebben ze het mis. Het is een nostalgische gedachte geworden. Je kan het ook verlies noemen. Omdat de Egeïsche Zee iets biedt dat nergens anders te vinden is.

    Op Sifnos staat een piepklein oud kerkje dat Eftamartyros (de Zeven Martelaren) heet. Het staat op een kale rots, boven op een klif, geïsoleerd tegen de blauwe onmetelijkheid van de Egeïsche Zee.

    Het is er alsof je op een zeer persoonlijke pelgrimstocht bent

    Bij Eftamartyros, met zijn witte muren en blauwe koepel, ben je alleen met de zee, alleen met de lucht, alleen met de wind. Het is er alsof je op een zeer persoonlijke pelgrimstocht bent. De uitgestrektheid van ruimte, tijd, gevoel en reflectie heeft niet zozeer te maken met de landschappelijke schoonheid – het gaat veeleer om een betekenis die het zichtbare overstijgt.

    De Griekse dichter Odysseas Elytis was iemand die nadacht over de continuïteit van de Griekse taal door de eeuwen heen. Het modern-Griekse woord voor ‘zee’, zei hij, is thalassa, en dat is precies hetzelfde woord als in de tijd van Homerus werd gebruikt. Op plekken als Eftamartyros wordt dat gevoel van continuïteit van ruimte en tijd overgebracht door de uitgestrektheid van de zee. Het woord en het zeegezicht lijken oneindig; ze zijn van voor onze tijd en ze zullen er nog lange tijd zijn als wij niet meer bestaan. Ook zonder kennis van de Griekse taal is dit gevoel van permanentie er voor iedereen die naar de Egeïsche Zee wil luisteren en zich wil laten meevoeren door haar existentiële grootsheid. 

    Balans

    In een wereld die uit balans is, hebben we meer dan ooit de vrijheid nodig om onszelf van tijd tot tijd in de Egeïsche Zee te kunnen verliezen. Sommigen zullen daartoe nog steeds pogingen kunnen ondernemen – op voorwaarde dat ze een jaar van tevoren beginnen met het plannen van een verblijf in augustus en dat ze het feit accepteren dat ze de hoogste tarieven zullen moeten betalen. Omdat het de moeite waard is, ook als ze het zich niet kunnen veroorloven. 

    Welbeschouwd zullen Eftamartyros en het unieke gevoel erbij te horen en ernaar te verlangen altijd onbetaalbaar blijven.  

    – Elias Maglinis in The Guardian


    De toeristen zijn terug. Hoog tijd om te zeggen dat ze weg moeten blijven

    Ze staan grijnzend voor de poorten van Auschwitz voor een selfie. Ze duiken in de Trevifontein in Rome. Een man kerft zijn naam en die van zijn vriendin in een 2000 jaar oude bakstenen muur van het Romeinse Colosseum. Een Russische influencer wordt samen met haar man het land uitgezet omdat ze een naaktfoto van zichzelf heeft gepost voor een heilige 700 jaar oude banyanboom. Allemaal dragen ze bij aan klimaatverandering en aan de huidige hittegolf die een groot deel van Zuid-Europa teistert: transport van toeristen is verantwoordelijk voor 5 procent van de wereldwijde uitstoot en stijgt nog steeds. 

    Iedereen klaagt over toeristen. Maar nu, misschien wel voor het eerst, zijn een paar Europese steden – met Amsterdam voorop – begonnen er iets aan te doen. De kortstondige ervaring van rust tijdens de lockdowns zonder toeristen was de aanzet tot verandering. Gaandeweg beginnen steden zich te verzetten tegen het kapitalisme van het toerisme, en proberen ze de economische geschiedenis om te keren.

    In Barcelona steeg het aantal hotelgasten van 1,7 miljoen in 1990 naar 9,5 miljoen in 2019.

    Tussen 1998 en 2019 verdubbelde het officiële aantal aankomsten van internationale toeristen tot 2,4 miljard per jaar. Die stijging wordt toegejuicht door de lokale toeristenindustrie en de marketingafdeling voor toerisme van de overheid, maar de meeste inwoners van populaire steden moesten ondertussen lijdzaam toezien – hen was niets gevraagd. 

    De toename was vooral acuut in een paar Europese steden. Vanaf de jaren negentig, toen de meeste steden mooier en veiliger werden en goedkope vluchten en internationale treinverbindingen als paddenstoelen uit de grond schoten, werden korte tripjes naar deze plekken de norm. Stedentrips gaan het hele jaar door en nemen sneller toe dan traditionele ‘zon en strand’- of ‘rondreis’-vakanties, aldus Kerstin Bock van de Vrije Universiteit Berlijn. Om een extreem voorbeeld te noemen: in Barcelona steeg het aantal hotelgasten van 1,7 miljoen in 1990 naar 9,5 miljoen in 2019. Dat is exclusief de Airbnb’s, die woonruimte onttrekken aan de lokale woningmarkt.

    Moedige stap

    De vraag is: wat kunnen we eraan doen? Opzettelijk het toerisme terugdringen is een moedige stap, maar het is de vraag of dat haalbaar is in een wereld waarin miljarden nieuwe reizigers staan te trappelen. Maar als er één Europese stad vooroploopt in het afwijzen van toeristen, dan is het wel Amsterdam. De omstandigheden voor deze stad zijn er dan ook gunstig voor. Van 1995 tot 2019 groeide de regionale economie van Amsterdam met 132 procent. Relatief weinig daarvan kwam van toerisme: de drijvende krachten achter de groei waren informatie, communicatie (inclusief IT), financiële en zakelijke diensten. Die hausse zet nog steeds door en lokale bedrijven hebben het al moeilijk genoeg om personeel te vinden, ook zonder een overspannen toerismesector. 

    Veel restaurants, coffeeshops, bordelen en andere werkgevers moeten arbeidsmigranten importeren

    Veel restaurants, coffeeshops, bordelen en andere werkgevers moeten arbeidsmigranten importeren. Ondertussen wordt de grachtengordel – het centrum van Amsterdam waar de meeste toeristische bestemmingen liggen – vooral bewoond door rijke mensen die er niet op zitten te wachten dat hun nachten worden verstoord door lallende toeristen op bierfietsen. Inwoners willen ook andere winkelmogelijkheden dan op toeristen gerichte Nutella-winkels.

    De stad heeft geprobeerd om toeristen te spreiden. Maar dat heeft de trek naar de stad niet verminderd. Amsterdam verwelkomde (als dat de juiste term is) in 2010 5,3 miljoen hotelbezoekers. In 2019 waren dat er 9,2 miljoen, exclusief de miljoenen die in Airbnb’s overnachten.

    Maximum

    In 2021 stelde het stadsbestuur een maximum in van 20 miljoen bezoekers per jaar. Maar volgens prognoses wordt dat dit jaar al overschreden – vooral Chinese toeristen zijn nog maar net de pandemische beperkingen te boven. Als er niets wordt gedaan, zal het bezoekersaantal in 2024 waarschijnlijk hoger zijn.

    En dus komt Amsterdam in actie. De stad wil haar verouderde imago van goedkope pretstad afschudden en zich profileren als culturele bestemming. In de rosse buurt, waar bepaalde hotspots wekelijks door 900.000 voetgangers worden bezocht, hebben de autoriteiten honderden ramen van sekswerkers gesloten en moeten cafés en bordelen nu eerder sluiten (om drie uur ’s ochtends in plaats van om zes uur ’s ochtends). Het roken van wiet op straat is in het stadscentrum verboden. De stad hoopt ook een aantal hotels om te bouwen tot woningen en kantoren.

    De staat lijkt nu zelfs ook niet langer mee te werken aan de promotie van toerisme

    Een stad heeft beperkte mogelijkheden om toeristen te weren, maar in Nederland werkt de staat nu ook mee. Deze maand werd een rechtszaak gewonnen: om milieuredenen mag het aantal vluchten dat landt op Schiphol worden teruggedrongen. Een toerist die vanuit Keulen met de trein naar Amsterdam komt is misschien ‘duurzaam’, maar een toerist die vanuit Californië komt vliegen is dat niet.

    De staat lijkt nu zelfs ook niet langer mee te werken aan de promotie van toerisme. Het officiële internationale logo van Nederland – vroeger was dat een tulp naast het gebruiksvriendelijke maar onnauwkeurige woord ‘Holland’ (in feite is Holland alleen het westelijke deel van het land) – werd in 2019 veranderd in een soberder ‘NL Netherlands’, waarin alleen de golvende ‘L’ nog verwijst naar de tulp van voorheen. ‘Een traditioneel symbool met tulpen is te veel verbonden met toerisme en souvenirs,’ liet een van de ontwerpers van het logo weten.

    Stay away

    Voor wie nog twijfelt aan de wens van Amsterdam om veranderingen tot stand te brengen, is het zaak om eens te kijken naar de nieuwe reclamecampagne van de stad: ‘Stay Away’. De campagne is in eerste instantie gericht op jonge Britse mannen. Als een lid van die doelgroep googelt op een term als ‘vrijgezellenfeest Amsterdam’ krijgt hij wellicht de video te zien van een dronken man die wordt gearresteerd, voorzien van het motto: ‘Dus jij komt naar Amsterdam om de boel op stelten te zetten? Stay away.’

    Deze Stay Away-campagne is absoluut een primeur in de geschiedenis van toeristische marketing. Het zou zomaar het begin van een trend kunnen worden. 

    – Simon Kuper in Financial Times

  • Irak droogt uit – en dat komt niet alleen door klimaatverandering

    Irak droogt uit – en dat komt niet alleen door klimaatverandering

    Irak lijdt onder toenemende droogte. Behalve de klimaatcrisis, waardoor het water in rivieren en meren sneller verdampt, gaat de bevolking gebukt onder corruptie en regionale conflicten. Milieuactivisten in het land maken zich grote zorgen: ‘We staan op de rand van een catastrofe.’

    Soms gaat het sneller dan gedacht, en dat betekent niet altijd iets goeds. ‘Ik waarschuw al sinds 2004 voor een tekort aan water in Irak. Maar ik ging ervan uit dat het pas vanaf 2030 een probleem kon worden. Ik zat fout.’ De Iraakse milieuactivist Azzam Alwash maakt zich zorgen om zijn vaderland, dat lijdt onder langdurige droogtes en toenemende watertekorten. ‘We staan op de rand van een catastrofe,’ zegt hij aan de telefoon. Irak heeft eigenlijk altijd geprofiteerd van de vruchtbare bodem tussen de Eufraat en de Tigris. De twee rivieren zorgen voor ongeveer 98 procent van de watervoorziening. Ze voerden altijd voedingsstoffen en vochtigheid voor het land aan.

    De Tigris en de iets zuidelijker gelegen Eufraat ontspringen in Turkije, stromen door heel Irak en vloeien ten slotte ongeveer 200 kilometer voor de kust samen, in de buurt van de stad Basra. Aan het eind van de steeds uiterst droge zomers bevatten de beide rivieren het minste water. Desondanks stroomde tussen 1981 en 2010 in de laatste septemberdagen nog bijna 1000 kubieke meter water per seconde uit de monding in zee – meer dan bijvoorbeeld aan de monding van de Elbe [in de Noordzee].

    Maar sinds de millenniumwisseling drogen de voor Irak zo belangrijke levensaders op. Volgens de gegevens van de Copernicus Climate Change Services [van de EU] nemen de watervolumes duidelijk af. Dat ligt niet alleen aan de temperaturen die stijgen als gevolg van de klimaatcrisis, waardoor het water in meren en rivieren sneller verdampt. Ook de hoeveelheid neerslag is in de laatste decennia afgenomen. De droogte leidde vooral het afgelopen jaar tot verwoestende zandstormen.

    Slechts 60 procent heeft toegang tot drinkwatervoorziening

    In de rivierbeddingen, weiden, moerassen, meren en kanalen ontbreekt het aan water – met ingrijpende gevolgen, en niet alleen voor het milieu. ‘De gevolgen van de noodsituatie zouden ertoe kunnen leiden dat de regionale spanningen tussen Irak en de buurlanden verder toenemen,’ zegt Alwash. Turkije, Syrië en Iran betwisten Irak het water van de Eufraat en de Tigris. Ook die landen lijden onder de toenemende droogte; ze bouwen dammen in de bovenloop van de rivieren en leiden het water om in eigen gebied. Het Iraakse ministerie van Watervoorziening dreigde Iran in de afgelopen jaren al met een aanklacht bij het Internationaal Gerechtshof, vanwege de vermindering van de watertoevoer [via zijrivieren] uit dat land. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan maakte bij voorbaat duidelijk dat er voor hem geen verschil bestaat tussen de bescherming van het eigen water en die van het vaderland.

    In april zei de plaatsvervangende Iraakse minister van Milieu volgens berichten in de media dat de Eufraat en de Tigris op dit moment minder dan 30 procent van hun normale hoeveelheid water uit Turkije en Iran zouden ontvangen. Regeringsvertegenwoordigers uit de drie landen komen steeds weer bij elkaar om te onderhandelen over de toekomst van de watervoorziening. Onlangs heeft Turkije Irak voor een maand meer water uit de Ilisu-dam [in de Tigris] toegezegd. Maar het ontbreekt nog steeds aan oplossingen voor de lange termijn. Critici verwijten Turkije dat het zijn controle over het water tegenover Irak als drukmiddel zou gebruiken in politieke en economische kwesties.

    Beschadigd

    ‘Turkije en Iran spelen een grote rol, maar ook het slechte watermanagement is een probleem,’ zegt Mac Skelton, directeur van het Instituut voor regionale en internationale studies aan de Amerikaanse Universiteit van Irak in Suleimaniya, aan de telefoon. Meerdere oorlogen hebben de waterinfrastructuur van het land beschadigd. Het fragiele politieke systeem van het land doet de rest. Om sjiitische rebellen hun toevluchtsoord te ontnemen, legde Saddam Hoessein in het begin van de jaren negentig het vruchtbare marsland in het zuiden van het land droog. Bijna 90 procent van het oppervlak droogde uit, waardoor de bewoners hun middelen van bestaan kwijtraakten. Na de val van Saddam in 2003 staken activisten de dammen door en keerde het leven terug.

    Nu wordt het gebied door de gevolgen van de klimaatcrisis en de aanhoudende droogte opnieuw bedreigd. Volgens een bericht van de Verenigde Naties heeft slechts 60 procent van de Iraakse bevolking toegang tot een betrouwbare drinkwatervoorziening. ‘Dat is het resultaat van een sinds 2003 falende waterhuishouding, die niet in de laatste plaats wordt verergerd door de systematische corruptie in het land,’ zegt Skelton. Daar komt bij dat de Iraakse bevolking voortdurend groeit; de Eufraat en de Tigris moeten dus ook steeds meer mensen van water voorzien. Deze crisissituatie leidt regelmatig tot protesten, veel mensen in Irak zijn wanhopig.

    In het zuiden van het land dringt het zoute water uit de Perzische Golf stroomopwaarts naar het noorden, waar het rivieren en vruchtbare landbouwgebieden binnendringt. Het areaal voor het verbouwen van graan is duidelijk gekrompen, boeren verliezen hun vee en hun tarwe, en het water is vervuild. Steeds weer moeten duizenden mensen hun land verlaten en naar de grote steden verhuizen. Wie zich in het land inzet voor milieubescherming, moet vrezen voor represailles en ontvoeringen.

    Milieuactivisten

    Daar kan ook Azzam Alwash over meepraten: zijn vriend en collega Jassim al-Asadi van de ngo Nature Iraq werd in februari ontvoerd. Hij is niet de enige die sinds de massaprotesten van 2019 dit lot onderging. Doelwit van de ontvoeringen zijn vooral milieuactivisten, zoals blijkt uit een bericht van Human Rights Watch. Volgens de mensenrechtenorganisatie hangt dat samen met de algemene opstelling van de regering, die maatschappelijke organisaties in het land als een bedreiging beschouwt. Om veiligheidsredenen heeft Alwash na de ontvoering van zijn vriend dan ook besloten Irak te verlaten.

    De gevolgen van de droogte zijn even divers als catastrofaal. Alwash gaat ervan uit dat de temperaturen ook in 2023 tot boven de 50 graden zullen stijgen. Daarom hoopt hij dat de regionale machten een gezamenlijke oplossing zullen vinden. ‘Anders moeten de mensen hier binnenkort nog harder vechten om te overleven dan ze nu al doen.’

  • Europa zucht onder ongekende hittegolf

    Europa zucht onder ongekende hittegolf

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU ontmoet Latijns-Amerikaanse landen in Brussel

    » Rusland zet punt achter graandeal met Oekraïne

    Ook elders in de wereld is het deze week extreem heet

    Een groot deel van Europa kampt met een ongekende hittegolf, die onder meer heeft gezorgd voor zware bosbranden. Dat schrijft CNN. Zo zijn in Griekenland duizenden mensen geëvacueerd omdat de bosbranden aldaar moeilijk te controleren zijn. Ook kampen Spanje, Italië en Frankrijk met zeer hoge temperaturen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In meerdere Europese steden komt het kwik deze week boven de veertig graden uit, onder meer doordat warme lucht vanuit Afrika boven het Europese continent blijft hangen. Eerder deze maand werden al globale klimaatrecords gebroken, en ook op andere continenten zijn zeldzame temperaturen geregistreerd.

    Zo werd in Death Valley in Californië een temperatuur van bijna 52 graden gemeten, en kampen grote delen van Noord-Afrika en China met extreme hitte. De eerste week van juli werd door klimaatwetenschappers al bestempeld als de heetste week ooit op aarde.

    Lees ook:

  • Maandag was de heetste dag ooit gemeten op aarde

    Maandag was de heetste dag ooit gemeten op aarde

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Vluchtelingenstroom na militaire operatie door Israël in Jenin

    » Stoltenberg plakt jaar aan ambtstermijn als chef NAVO

    Wereldwijd werd het gemiddeld 17 graden

    Maandag 3 juli gaat voorlopig de boeken in als de heetste dag ooit op aarde, bericht The Guardian. De Amerikaanse National Centers for Environmental Prediction gaven aan dat het maandag wereldwijd gemiddeld 17,01 graden was, waarmee het record uit 2016 van 16,92 ruimschoots werd gebroken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Klimaatdeskundigen zeggen dat het nieuwe record een nieuwe bevestiging is van de toenemende opwarming van de aarde en dat het een kwestie van tijd is voordat het huidige record uit de boeken gaat. Experts stippen aan dat het op verschillende plekken in de wereld momenteel ongebruikelijk heet is.

    Zo is er sprake van een enorme hittegolf in het zuiden van de VS en kampt China met ongebruikelijk hoge temperaturen. Duizenden moslims die meedoen aan de hadj-bedevaart in Saoedi-Arabië raakten de afgelopen dagen bevangen door de hitte. Op verschillende plekken in Noord-Afrika werden temperaturen van ruim 50 graden gemeten en op Antarctica werd het in juli 8,7 graden, waarmee het warmterecord voor die maand werd verbroken.

    Lees ook:

  • Boomers als boosdoeners. Waarom we af moeten van generationeel hokjesdenken

    Boomers als boosdoeners. Waarom we af moeten van generationeel hokjesdenken

    De hokjes en de labels, generaties indelen in demografische groepen om ze daarna de schuld te kunnen geven van de woningnood of van klimaatschade: het leidt alleen maar tot ongekende verdeeldheid in de samenleving. Terwijl generaties juist veel overeenkomsten hebben.

    Het typeren van generaties heeft alles te maken met verdeeldheid. We worden in groepen ingedeeld op basis van de periode waarin we zijn geboren, en die periode krijgt vervolgens een pakkend label, dat het goed doet in de media, waarna alle aandacht uitgaat naar de veronderstelde conflicten tussen de verschillende groepen.

    We vinden het veel makkelijker om de schuld voor ongewenste veranderingen in de schoenen te schuiven van bepaalde generaties dan van willekeurig welke andere demografische groep. Zo hebben de babyboomers alle huizen ingepikt, alle rijkdom weggekaapt en de aarde verwoest; millennials zijn verantwoordelijk voor het einde van het huwelijk, de teloorgang van feestjes op kantoor en zelfs voor de ondergang van marmelade (sinds 2013 daalt de verkoop). 

    Ondertussen hebben de ouderen altijd al commentaar gehad op de jongeren: in 400 v.Chr. mopperde Socrates al over de jeugd met hun ‘slechte manieren, hun minachting voor gezag en hun gebrek aan respect voor ouderen’. Maar tegenwoordig beschikken we over de middelen om deze eeuwige vooroordelen op grote schaal uit te dragen.

    Misleidend

    Dat vormt een cruciaal element van wat inmiddels is uitgegroeid tot een generatiegekleurde cultuuroorlog. We worden bestookt met verhalen over een ‘woke’ generatie die is geobsedeerd door ‘safe spaces’ en die een ‘cancelcultuur’ cultiveert. Maar dat beeld is misleidend. Het is waar dat jonge mensen een andere kijk hebben op verschuivende sociale normen – maar dat is nooit anders geweest.

    Jongere generaties voelen zich gewoon beter op hun gemak bij nieuwe culturele opvattingen, omdat ze niet zijn opgegroeid met de oude opvattingen. Sterker nog, als je over een langere termijn kijkt naar trends, is het min of meer een constante dat de jongste generatie zich twee keer zo goed op haar gemak voelt bij de nieuwste culturele opvattingen dan de oudste generatie. In de jaren tachtig, toen de babyboomers jongvolwassenen waren, speelden kwesties als de rol van vrouwen op de werkplek en de acceptatie van homoseksualiteit; voor de jongeren van nu is het belangrijkste onderwerp vermoedelijk genderidentiteit, of de manier waarop we naar de geschiedenis kijken. De hete hangijzers verschillen, maar de generationele patronen vertonen griezelig veel overeenkomsten. 

    Het feit dat we nu zo’n ongekend grote kloof ervaren heeft meer te maken met de tijd waarin we leven dan met fundamentele generationele kenmerken.

    We hebben een ongekende toename gezien van de persoonlijke rijkdom bij ouderen

    Er zijn twee wezenlijke contextuele veranderingen die een verklaring kunnen bieden. De eerste is van economische aard. We hebben een ongekende toename gezien van de persoonlijke rijkdom bij ouderen, waarbij de babyboomers op kop lopen. Zoals blijkt uit een recent rapport van de Resolution Foundation [een Britse denktank], bezit deze oudere groep meer dan de helft van al het privévermogen, zeven keer zoveel als de millennials. Natuurlijk is rijkdom in grote mate gekoppeld aan levensloop, in die zin dat vermogen wordt opgebouwd met het ouder worden. Maar deze kloof is van een andere orde dan die in het verleden, en dat patroon zien we in veel landen terug. 

    Neem de Verenigde Staten: toen de babyboomers gemiddeld 45 jaar waren, hadden ze 42 procent van al het Amerikaanse privévermogen in handen. Toen generatie X diezelfde mijlpaal bereikte, was dat slechts 15 procent – en voor de millennials zal dit ongetwijfeld nog lager zijn. Dat is een ingrijpende nieuwe verdeling, het gevolg van historische ontwikkelingen en van de bescherming van de belangen van de boomers, door hun electorale gewicht.

    Clickbait

    Daarnaast kan ons toegenomen besef van een intergenerationele kloof niet los worden gezien van onze nieuwe informatieomgeving, die ongekende verdeeldheid zaait. Conflicten zijn clickbait, en de generationele groepen staan vaak in de frontlinie.

    Ik heb zonder het te weten een klein voorbeeld van die zogenaamde verdeeldheid in het leven geroepen met een onderzoek dat we in 2022 uitvoerden om na te gaan wat voor beeld de verschillende generaties in het Verenigd Koninkrijk van elkaar hebben. In een van de vragen kwam een opmerking aan de orde uit een interview met tv-persoonlijkheid Kirstie Allsopp, die leek te impliceren dat jongeren geen huis konden kopen omdat ze te veel geld uitgaven aan Netflix, sportschoolabonnementen, dure koffietjes en vakanties naar het buitenland. Het schokkende was dat de helft van het publiek het met Allsopp eens was – en nog schokkender: generatie Z was het er percentueel gezien net zozeer mee eens als oudere generaties.

    De huidige lichting jongeren heeft zich duidelijk een zeker zelfverwijt eigen gemaakt, terwijl het feit dat de huizenprijzen al decennialang de hoogte in schieten, de lonen stagneren en het veel lastiger is geworden om een hypotheek te krijgen veel logischere verklaringen zijn voor het geringe eigenhuisbezit.

    Maar de belangrijkste les school voor mij niet in de vraag of de bewering al dan niet klopte, het interessantste was de berichtgeving over onze opiniepeiling. De koppen waren stuk voor stuk variaties op ‘Boomers wijten het aan Netflix en afhaalmaaltijden dat jongeren geen huis kunnen kopen’, terwijl de boomers die mening niet in sterkere mate waren toegedaan dan wie ook. Nieuwssites weten als geen ander dat stukken waarin een generatiekloof wordt opgevoerd, zeker als boomers de boosdoener zijn, beter worden gelezen en meer worden gedeeld.

    Ondanks alle retoriek zijn we in werkelijkheid innig verbonden met de generaties onder en boven ons

    Hoe dan ook, ondanks alle geforceerde, overtrokken maar natuurlijk ook daadwerkelijke scheidslijnen is het onwaarschijnlijk dat het tot een echte breuk zal komen tussen de generaties, of dat de jongeren een politieke tegenaanval zullen inzetten. Dat komt deels doordat ze de neiging hebben hun sombere situatie aan zichzelf te wijten, maar er zijn ook nog andere redenen.

    Ondanks alle retoriek zijn we in werkelijkheid innig verbonden met de generaties onder en boven ons, vanwege onze familie. We houden van onze ouders en onze grootouders en we willen, voor een belangrijk deel uit eigenbelang, dat ze het kapitaal behouden dat ze hebben vergaard, en dat ze alle mogelijke steun blijven ontvangen – want anders blijft er minder voor ons over of draaien wij op voor de kosten. De ontstellende hoeveelheid kapitaal bij de oudste generatie zal uiteindelijk doorsijpelen naar beneden. Het probleem is alleen dat het ongelijk verdeeld zal zijn – en dat ondermijnt de gezamenlijke inspanning van jongere generaties om verandering te bewerkstelligen.

    Het gebrek aan woede en actiebereidheid onder jongeren is frustrerend voor diegenen onder ons die vinden dat er hoognodig een betere regeling tussen de generaties moet komen. Maar om dat voor elkaar te krijgen moeten er eerst twee reusachtige beleidskwesties worden aangepakt: de vraag hoe we kapitaal belasten, en de vraag hoe we de ontwrichte huizenmarkt weer vlot trekken. Vermogen en huisvesting zijn zo nauw verbonden aan de periode waarin je bent geboren, dat alleen radicale actie de keten van intergenerationeel privilege kan doorbreken. Maar gezien het gebrek aan wrok jegens diegenen in onze omgeving die daardoor zouden worden getroffen, is de kans op dergelijke actie niet groot. De ironie wil dat de verschillen tussen de generaties niet groot genoeg zijn, noch voldoende emotioneel beladen, om tot een eerlijkere uitkomst te leiden. We zullen dus een andere manier moeten zoeken om om dat voor elkaar te krijgen.

    Lees ook:

  • Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Door een groeiende behoefte aan grondstoffen staan ondernemingen in de rij om ertsen en metalen van de zeebodem te halen. Dat gaat uiteraard niet zonder ernstige milieuschade. Het team van wetenschapper Pedro Martínez Arbizu onderzoekt in hoeverre het leven in de diepzee zich kan herstellen.

    Tweeduizend kilometer uit de kust van Mexico glijdt de Sonne over de nachtzwarte Stille Oceaan. Het schip sleept een instrument achter zich aan dat is uitgerust met foto- en videocamera’s en vlak boven de zeebodem zweeft. Aan boord kijkt Lilian Böhringer van het Alfred Wegener Instituut in Bremerhaven gefascineerd naar de livebeelden uit een diepte van 4500 meter. De vlakke bodem is bezaaid met steenklompen zo groot als aardappelen. Op het eerste gezicht lijkt die vreemde wereld op een dood maanlandschap. Maar in het licht van de schijnwerper ontwaart de bioloog overal tekenen van leven in het zachte sediment: kruipsporen, wormgaten, de omtrek van een zeester die zich heeft ingegraven.

    Dan trillen er vreemdsoortige diepzeebewoners op haar beeldscherm. Een paar hebben een houvast gevonden op de stenen: anemonen die op bloemen lijken, fragiele koraalboompjes en sponzen op steeltjes, waaraan slangsterren zich vastklampen. Elke twintig seconden maakt de camera een foto van de bodemfauna. Böhringer vergroot het laatste snapshot. ‘Een prachtige zeekomkommer!’ roept ze enthousiast. Het bizarre wezen draagt een soort zeil op de rug en door het roze, bijna transparante lichaam schemert het spijsverteringskanaal. ‘In de diepzee zijn deze dieren bonter en veelsoortiger dan in de koraalriffen.’ Algauw zijn er ook witte, oranje en violette zeekomkommers te zien, stekelige worsten en buikige zeevarkens met beenstompjes.

    Sonne Expedition CCZ TimK 6
    De mangaanknollen op de bodem van de Stille Oceaan zijn miljoenen jaren oud. Ze worden gevormd door vulkanische processen en bevatten behalve mangaan en ijzer ook kostbaardere metalen zoals kobalt, nikkel en platina. – © Tim Kalvelage

    Geleidelijk verandert het uitzicht: de steenklompen zijn steeds meer bedekt met sediment, de levende wezens worden minder talrijk. Na een paar honderd meter is de zeebodem veranderd in een zandwoestijn. ‘We benaderen bijna het ontginningsgebied,’ zegt de onderzoekster na een blik op haar kaart met de positie van het schip. Kort daarna verschijnen op de bodem de anderhalve meter brede sporen van een tonnen zwaar rupsvoertuig. Op de doorploegde akker zitten een paar zee-egels. Een rood oplichtende garnaal zwemt door het beeld. Het gesteente is verdwenen en daarmee ook de dierenwereld die erop leeft.

    Op een diepte van 4000 tot 6000 meter over een oppervlak groter dan de EU ligt 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen

    In de herfst van 2022 is vanuit Californië in het noordoosten van de Stille Oceaan een expeditie vertrokken met het Duitse onderzoeksschip Sonne. Een team van 38 mensen wil onderzoeken welke schade de mijnbouw in de oceaan achterlaat. Anderhalf jaar geleden testte de Belgische onderneming Global Sea Mineral Resources (GSR) in deze regio een oogstmachine met de afmetingen van een maaidorser. Die werd ontwikkeld om ertsen te verzamelen van de zeebodem: mangaanknollen die in de loop van miljoenen jaren op de diepzeevlaktes zijn ontstaan. Ze bevatten felbegeerde metalen zoals kobalt, koper en nikkel, die van belang zijn voor nieuwe technologie. Maar de ontginning zou een nog nauwelijks onderzocht ecosysteem op grote schaal kunnen verwoesten.

    Maritieme eldorado

    De Clarion-Clipperton Zone (CCZ), een zeegebied tussen Hawaï en Mexico, is het maritieme eldorado. Op een diepte van 4000 tot 6000 meter ligt daar over een oppervlak groter dan de EU ongeveer 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen. De Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), een VN-organisatie, beheert deze reusachtige voorraden erts. Ze geeft licenties uit voor internationale wateren – tot dusver alleen voor de verkenning van de bodemschatten. Op dit moment werkt de autoriteit aan een reglement voor de ontginning. Deze Mining Code zou deze zomer goedgekeurd kunnen worden en meteen het startschot zijn voor de diepzeemijnbouw.

    Naast GSR behoort ook de Duitse Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffen tot de zeventien licentiehouders in de CCZ. De claims omvatten elk 75.000 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Beieren. In 2021 heeft GSR in het Belgische en het Duitse licentiegebied twee grote knollenvelden van ongeveer 30.000 vierkante meter geoogst en de klompen aan de rand van de testvelden overgeladen. Tegelijkertijd voerde het Europese onderzoeksproject MiningImpact, gecoördineerd door onderzoeksinstituut Geomar uit Kiel, een onafhankelijke milieustudie uit. Nu keren de wetenschappers met de Sonne terug om de gevolgen voor het ecosysteem te onderzoeken.

    Fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen

    ‘De soortenrijkdom in de CCZ is even groot als in de tropische regenwouden, vooral vanwege de mangaanknollen. Daarop vestigen zich veel dieren, die op hun beurt weer andere organismen aantrekken,’ vertelt expeditieleider Pedro Martínez Arbizu van het Duitse onderzoekscentrum naar mariene biodiversiteit in Wilhelmshaven, tijdens de tocht naar het Duitse licentiegebied. ‘Bij eerdere reizen hebben we honderden nieuwe soorten geregistreerd.’

    Mijnbouw in de diepzee zou hun leefruimte onherstelbaar beschadigen, vreest hij, omdat oogstmachines de knollen verwijderen en veel stof doen opwaaien. ‘De sedimentwolken verspreiden zich tot ver buiten het mijngebied,’ aldus de bioloog. ‘Filtreerdieren zoals sponzen worden onder de deeltjesregen begraven en zouden kunnen stikken.’

    Sonne Expedition CCZ TimK 5
    Met de onderwaterrobot zijn bewegingen op de zeebodem mogelijk met een precisie tot op de centimeter. Met de grijparm neemt het team proefmonsters op een experimenteerveld. – © Tim Kalvelage

    Voor de expeditie, die acht weken zal duren, werden containers vol meetinstrumenten en apparatuur om monsters te nemen ingeladen, waaronder miljoenen kostende hightechapparaten voor diepzeeonderzoek: een op afstand bestuurbare duikrobot met grijparmen en een torpedovormige autonome duikboot om de zeebodem mee in kaart te brengen.

    Haperingen

    Het begin van de reis verloopt moeizaam. Het coronavirus heeft zichzelf aan boord weten te smokkelen. De besmette mensen moeten zich isoleren in hun hutten. Voor de anderen geldt: mondkapjes dragen en afstand houden. Gegeten wordt er in ploegen – haastig en zwijgzaam. Bovendien hapert de techniek: de gps-lokalisering werkt niet goed, de instrumenten landen niet op de bedoelde coördinaten op de zeebodem. De duikrobot heeft een lek en als er een touw breekt, verdwijnen waardevolle instrumenten ongecontroleerd de diepte in.

    Maar onderzoekers en scheepsbemanning lossen de problemen op. Ook de verloren apparatuur kan met behulp van de duikrobot op de oceaanbodem worden gelokaliseerd en onbeschadigd worden geborgen. En na tien dagen klinkt het verlossende bericht van de kapitein door de luidsprekers: ‘Alle PCR-tests zijn negatief!’ Bij het avondeten is de stemming in de eetzaal uitgelaten.

    Nog 100 meter, 50… ‘Stop!’ zegt Martínez Arbizu. De matroos stopt de lier. Het apparaat schommelt nu enkele meters boven de bodem, op 4100 meter diepte. Op het beeldscherm zijn een paar plastic buizen te zien, en daaronder de zeebodem. Geen mangaanknollen te bekennen. De onderzoekers willen het door een dikke laag sediment bedekte gebied rondom de mijnlocatie onderzoeken. De lier loopt weer en de buizen boren zich in het sediment.

    Sonne Expedition CCZ TimK 3
    Sedimentmonsters worden op het schip gehesen. – © Tim Kalvelage

    Ruim een uur later is het apparaat terug aan dek. Meteen stelt een tiental wetenschappers de kostbare monsters veilig. Een tropische regenbui klettert op het scheepsdek. Een paar minuten later zijn de sedimentkernen al op weg naar de laboratoria. Ze moeten onder andere laten zien of door diepzeemijnbouw zware metalen uit de zeebodem vrijkomen en hoe de samenstelling van de bacteriële gemeenschap verandert.

    Het team van Martínez Arbizu speurt in het sediment naar dieren die nog geen millimeter groot zijn. Die vormen een groot deel van de diepzeefauna, volgens de bioloog. Op de werktafel voor hem ligt een plas modderig water. Het ruikt naar ethanol. Hij zeeft een sedimentmonster door een fijnmazige stalen zeef. De kleinste levende wezens die daarop achterblijven worden geconserveerd in alcohol en later in Duitsland geteld en gedetermineerd. ‘Het meest vinden we roeipootkreeftjes,’ zegt hij, ‘en draadwormpjes. Alleen al in het Duitse licentiegebied zijn er daarvan ongeveer tienduizend keer zoveel als sterren in onze Melkweg.’

    Oceaanschatten

    Sinds de eeuwwisseling groeit de belangstelling voor grondstoffen in de diepzee. Naast metaalrijke zwavelertsen en kobaltkorsten op onderzeese bergen zijn de knollenvelden bijzonder gewild. Al in de jaren zeventig werden er pogingen gedaan om ze te benutten, uit angst voor een tekort aan reserves aan land. Nu zijn de energietransitie en de digitalisering de grote aanjagers van de zoektocht naar de oceaanschatten. Mangaanknollen bevatten meerdere metalen die onontbeerlijk zijn voor elektrische auto’s, windmolens en smartphones. Experts schatten dat de hoeveelheid kobalt in de CCZ drie tot zes keer zo groot is als de wereldwijde reserves aan land.

    Voorstanders argumenteren dat diepzeemijnbouw niet alleen zou kunnen voorzien in onze groeiende behoefte aan grondstoffen, maar ook onze afhankelijkheid zou verminderen van politiek instabiele en ondemocratische staten. Bijvoorbeeld van Congo, waar ruim tweederde van alle kobalt ter wereld vandaan komt, en van China, dat dominant is bij de verdere verwerking van het metaal. Bovendien zouden de maatschappelijke en de milieukosten geringer zijn dan bij mijnbouw aan land, aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden, en minder giftig afval ontstaat.

    Sonne Expedition CCZ TimK 4
    Als diepzeegesteente wordt gewonnen, verliezen sedentaire dieren hun leefgebied. Als alternatief biedt Sabine Gollner op proef kunstknollen aan. – © Tim Kalvelage

    Wetenschappers waarschuwen daarentegen voor enorme schade aan het gevoelige ecosysteem door het oogsten van de knollen, die zo belangrijk zijn voor het overleven van veel soorten, door het opgewerveld sediment en het lawaai van oogstvoertuigen in de zeer stille diepzee en het slijk dat transportschepen terugstorten in zee. De traag groeiende fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen. Dat blijkt ook uit een experiment voor de kust van Peru, waar onderzoekers in 1989 een knollenveld omploegden. Bijna dertig jaar later waren de sponzen daar nog niet teruggekeerd.

    Diepzeemijnbouw heeft minder milieukosten aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden

    De kennis over de diepzeefauna en hun biotoop is nog heel onvolledig. Hoe oud worden de organismen en hoe groot is hun verspreidingsgebied? Hoe planten ze zich voort? Welke soorten hebben een sleutelpositie in het ecosysteem? Deze vragen moeten worden beantwoord om het risico van de diepzeemijnbouw serieus te kunnen inschatten. Anders sterven soorten uit voordat ze worden ontdekt.

    Desondanks wil de Internationale Zeebodemautoriteit in juli regels voor de diepzeemijnbouw goedkeuren. Reden voor die haast: Nauru, een klein eilandstaatje in de Stille Oceaan met een licentie in de CCZ, heeft in 2021 een beroep gedaan op een paragraaf in het internationale zeerecht. Volgens die paragraaf moet de autoriteit binnen twee jaar een reglement produceren. In de Mining Code moeten de toegestane grootte van de mijngebieden, de milieuvoorwaarden en de verdeling van de opbrengsten worden vastgelegd. Met de resultaten van de ontginningstest willen de onderzoekers aanbevelingen opstellen, bijvoorbeeld voor het aanwijzen van beschermde gebieden en voor milieucontroles.

    Sonne Expedition CCZ TimK 2
    Met de duikrobot verkennen de onderzoekers de zeebodem op ruim 4000 meter diepte. Na een succesvolle inzet wordt de robot weer op het achterschip van de Sonne gehesen. – © Tim Kalvelage

    De Sonne is intussen al vier weken onderweg op de Stille Oceaan. Dag en nacht gaan instrumenten het water in. ’s Nachts zie je vermoeide gezichten van onderzoekers die uit hun kooi zijn gebeld omdat er monsters aan dek komen. Tijdens nachtenlange sessies met de camera verkent Lilian Böhringer de zeebodem. Overdag werkt ze zich in het zweet in de fitnessruimte of geniet ze aan dek van het zonnige weer en maakt ze kruiswoordpuzzels. ’s Avonds haalt ze met een stralende blik zeekomkommers en andere diepzeedieren uit de verzamelbox van de duikrobot, als die weer aan dek komt.

    Prototype

    Bij het expeditieteam hoort ook een vertegenwoordiger van de industrie, François Charlet, die leiding geeft aan de grondstofverkenning van GSR in de CCZ. De geoloog heeft in 2021 al de milieustudie begeleid. Tijdens de dagelijkse meeting voor wetenschappers in de conferentieruimte – de Sonne is nu in het Belgische licentiegebied – laat hij een video zien van de ontginningstest. Te zien is hoe het oogstvoertuig de knollen en de bovenste sedimentlaag opzuigt. In technisch opzicht was de test een succes: ‘De Patania II heeft 90 procent van de knollen geoogst,’ zegt hij.

    De Patania II was slechts een prototype. De Patania III moet drie keer zo groot worden en in 2025 voor het eerst worden ingezet. Dan heeft GSR een ontginningstest gepland met een boorschip en een transportsysteem dat de knollen naar de oppervlakte brengt. Ook GSR meent dat mijnbouw in de diepzee minder verwoestend zal zijn dan aan land vaak het geval is. Op basis van wetenschappelijke inzichten zou men internationaal geldende regels overeen kunnen komen. ‘Wij willen feedback van het wetenschappelijk onderzoek om de mijnbouw zo milieuvriendelijk mogelijk vorm te geven,’ zegt Charlet. Dan zou men in 2028 kunnen beginnen, na verdere milieustudies en als er een milieumanagementplan is opgesteld. Mocht diepzeemijnbouw onverantwoord blijken, dan zal GSR geen licentie voor ontginning aanvragen.

    De concurrentie wil al snel beginnen met de knollenoogst. Kort voor de Sonne was The Metals Company met een boorschip naar de CCZ gevaren. Op basis van een overeenkomst met Nauru, Tonga en Kiribati neemt die Canadese onderneming deel in drie licentiegebieden. In oktober 2022 bracht het meer dan 3000 ton mangaanknollen naar de oppervlakte. De Internationale Zeebodemautoriteit had het plan voor de milieucontroles weliswaar bekritiseerd, maar uiteindelijk toch toestemming gegeven voor de test. Vanaf 2024 wil The Metals Company op industriële schaal gaan ontginnen.

    Zou de fauna van de knollenvelden zich daarvan herstellen? Zou ze daarbij geholpen kunnen worden? Diepzee-ecoloog Sabine Gollner van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel wil dat uitzoeken. In de container op het achterdek kijkt ze naar een wand vol beeldschermen. Voor haar zitten de piloot van de duikrobot en een collega die de grijparm bedient. Na de landing trekt de arm plastic frames uit een box, het ene na het andere, en plaatst deze op het spoor van het rupsvoertuig in het testgebied. Andere komen daarnaast. Aan het frame zijn knollen van klei bevestigd: een pottenbakker heeft er drieduizend voor haar gemaakt. ‘Het experiment moet antwoord geven op de vraag of sponzen, anemonen en koralen zich ook vestigen op kunstmatige knollen,’ zegt ze. ‘Zo ja, dan zouden ontgonnen gebieden daarmee hersteld kunnen worden.’ Maar de kosten zouden enorm zijn.

    Ecosysteem

    Al sinds 2021 worden zulke frames in het testgebied uitgezet. Een aantal daarvan wil de onderzoekster nu weer omhoog halen. Opnieuw strekt de duikrobot zijn grijparm uit. Een grenadiervis met grote ogen duikt kalmpjes op in het licht van de schijnwerper en verdwijnt weer in de duisternis. Later krabt Gollner in het laboratorium met een scheermesje de knollen schoon. Op Texel zal ze de biofilm analyseren. Het zou weleens vele jaren kunnen duren voordat er grotere organismen op de kunstmatige knollen groeien. In het gunstigste geval.

    Sonne Expedition CCZ TimK 1
    Expeditieleider Pedro Martínez Arbizu zoekt in sedimentmonsters naar de kleinste levende organismen. – © Tim Kalvelage

    Na bijna twee maanden op zee is er weer land in zicht. Kort voor Kerst bereikt het schip de Californische kust. In de tussentijd heeft de Duitse Bondsregering verklaard dat ze de diepzeemijnbouw voorlopig niet zal steunen. De risico’s en het ecosysteem van de diepzee moeten eerst beter worden onderzocht. De volgende reizen van de Sonne staan al gepland.

    Lees ook:

  • Noord-Californië blijft groen dankzij gezuiverd afvalwater

    Noord-Californië blijft groen dankzij gezuiverd afvalwater

    Jaarlijks wordt in het Californische Healdsburg 1,3 miljoen kubieke meter rioolwater voor hergebruik gezuiverd en vervolgens gratis verdeeld onder de gebruikers. Essentieel in een regio die kampt met droogte en watertekorten.

    Onder een schaduwrijke boom vol granaatappels wijst Brad Simmons vol trots op de boomgaard in zijn achtertuin. Het is eind 2022 in Healdsburg en deze gepensioneerde metaalbewerker, die al zevenenvijftig jaar in dit Californische plaatsje woont, heeft op het kleine lapje grond bij zijn bungalow niet alleen appel-, kersen- en perzikbomen, maar ook nog een perenboom, twee citroenbomen en een honderd jaar oude olijfboom staan. Die kleine boomgaard heeft natuurlijk veel water nodig, en dat wordt ieder jaar schaarser in deze staat, die ondanks de hevige regenval van rond de jaarwisseling nog steeds met historisch grote droogtes kampt. Toch hebben Simmons en veel van de andere twaalfduizend inwoners van dit wijnmakersstadje ten noorden van San Francisco alles er groen bij staan, terwijl het waterverbruik in de gemeente sinds 2020 gehalveerd is.

    Healdsburg beschikt namelijk over een bijzondere troef als het gaat om de bevloeiing van tuinen, bomen en wijngaarden: gratis, niet drinkbaar water afkomstig uit een speciale zuiveringsinstallatie voor de recycling van afvalwater. Volgens de gemeente recyclet die installatie elk jaar ruim een miljard liter rioolwater, iets meer dan de helft van het jaarlijkse waterverbruik. Dat gerecyclede water kan gebruikt worden voor irrigatie, in de bouw en bij andere toepassingen die geen drinkwaterkwaliteit vereisen. Dat verlicht de druk op de reservoirs en waterputten in de regio, stimuleert een grote groep gebruikers om bewuster met water om te gaan en verlaagt de hoeveelheid afvalwater die in de Russian River wordt geloosd.

    Reservoirs

    ‘Ik maak me voortdurend zorgen over watertekort,’ zegt Simmons, terwijl hij een tuinslang over het uitgedroogde gras van zijn tuin naar een enorme vierkante tank met duizend liter gerecycled water sleept. Die reservoirs ter grootte van een wasdroger zie je hier overal in de gemeente staan. ‘Dit is dus echt een uitkomst.’

    Momenteel wordt in Californië een kleine 900 miljoen kubieke meter water voor hergebruik gezuiverd, ofwel 18 procent van de totale jaarlijks hoeveelheid afvalwater. Maar de staat heeft hogere ambities voor zijn waterzekerheid: de nieuwe doelstelling is bijna een verdriedubbeling, tot 2,5 miljard kubieke meter in 2030. Dankzij initiatieven zoals het Clean Water State Revolving Fund van de Californische waterautoriteit en steun van de federale overheid, waaronder een subsidieprogramma van 750 miljoen dollar, staan er verschillende grote projecten op stapel. Zo wil Orange County de capaciteit vergroten van zijn zuiveringsinstallatie voor drinkwater, die nu al de grootste ter wereld is, om straks zo’n vijfhonderd miljoen liter rioolwater per dag te kunnen recyclen. Het Metropolitan Water District of Southern California wil voor 3,4 miljard dollar een nieuwe recycle-installatie bouwen die voor 19 miljoen gebruikers in de regio Los Angeles een duurzame bron van drinkwater moet worden.

    Alles staat er groen bij, terwijl het waterverbruik sinds 2020 gehalveerd is

    Maar voor gemeentes met minder inwoners of minder middelen kan een bescheiden aanpak net zo effectief zijn, zegt waterdeskundige Anne Thebo van het Pacific Institute in Oakland, een non-profit onderzoeksinstituut voor waterbescherming. ‘De lokale context kan gemeentes veel flexibiliteit bieden bij het opstellen van plannen voor hergebruik van water,’ meent zij. Landbouwgemeentes zijn daarbij in het voordeel, omdat water voor irrigatie vaak niet drinkbaar hoeft te zijn.

    Irrigatie

    Elke gemeente heeft keuzemogelijkheden bij de zuivering van rioolwater voor hergebruik, want ook water voor de irrigatie van bosbouw of gazons hoeft niet zo schoon te zijn als water dat gebruikt wordt voor de bevloeiing van gewassen als luzerne (alfalfa) of voedsel dat rauw gegeten wordt, zoals sla en aardbeien. Een goed plan voor hergebruik van water dat is toegesneden op de specifieke behoeften van een gemeente kan de waterportefeuille van een regio veelzijdiger maken en helpen voldoen aan de vraag. 

    Hergebruik was niet de eerste prioriteit van Healdsburg toen het in 2008 zijn waterzuiveringsinstallatie moderniseerde. De gemeente moest voldoen aan de milieuvoorschriften voor lozing in de Russian River, waaronder een strengere norm voor de aanwezigheid van voedingsstoffen en ziekteverwekkers. Voor 29,3 miljoen dollar werden membraanfilters en UV-licht voor het verwijderen van ziekteverwekkers toegevoegd aan een zuiveringsproces dat al filtratie en bacteriële zuivering omvatte. Met die extra maatregelen wordt het rioolwater nu bijna tot drinkwaterkwaliteit gezuiverd, zodat het schoon genoeg is voor lozing in het bijna vierduizend vierkante kilometer grote stroomgebied.

    Gratis maar niet drinkbaar

    Maar zelfs van zulk schoon water staan de regionale waterschappen lozing alleen toe in de periode van oktober tot half mei, als het waterpeil in de rivieren verhoogd is door de regenval en de kans op schadelijke gevolgen dus nog kleiner. In de resterende maanden van het jaar ‘moeten we zelf maar zien wat we ermee doen’, zegt Patrick Fuss, hoofd water- en afvalwaterbeheer van de gemeente. Dat werd de grote uitdaging en uiteindelijk ook de grote triomf van het waterbeleid van zijn stad: genoeg vraag creëren voor dat aanbod.

    In Californië is gebruik van gezuiverd afvalwater in de landbouw toegestaan, maar alleen met een vergunning die precies vastlegt waarvoor het wordt gebruikt, vooral om de veiligheid van het grond- en drinkwater te garanderen. De oorspronkelijke vergunning van Healdsburg bood ruimte voor zowel de irrigatie van wijngaarden als gebruik in huishoudens, tuinen en industrie. Toch was het jarenlang lastig om genoeg afnemers voor het gerecyclede water te vinden, aldus Fuss. Het is weliswaar gratis, maar niet drinkbaar en vergt daarom de aanleg van aparte leidingen, wat een kostbare grap kan zijn. Verder maakten sommigen zich nodeloos zorgen over de aantasting van hun kostbare druiven door mogelijke resten nitraat, mineralen en andere chemische stoffen. Daarom werd gerecycled water nog een tijdlang in de rivier geloosd. Tot de gemeente zich drie jaar geleden door de toenemende droogte genoopt zag de lozingsvoorschriften strikt te gaan handhaven. Met de nieuwe veelsporenaanpak wordt de hoeveelheid geloosd afvalwater verlaagd door betere waterbesparing, en wordt tegelijkertijd de vraag naar gerecycled water verhoogd.

    ‘De gebruikers zorgen wel dat wij geen loopje nemen met de voorschriften’

    Fuss heeft daarvoor mede de basis gelegd door actief bij de wijnboeren langs te gaan en deelnemers te werven voor de verlenging van de waterleiding om het hergebruikte water bij hen te krijgen. Verder heeft de gemeente de bouwsector verplicht tot het gebruik van gerecycled water, dat afgehaald kan worden bij twee vulstations. En toen vorig jaar overal in Californië het watergebruik aan banden werd gelegd, is Healdsburg juist begonnen met de levering van bijna tweeduizend liter gratis water per huishouden per jaar voor alle afnemers.

    GettyImages 1089435092

    Om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen is het volgens Fuss van cruciaal belang dat er een breed scala van gebruikers is. ‘We weten dat we bij droogte aan de regels kunnen voldoen, want de toestroom, de hoeveelheid afvalwater die we moeten zuiveren, is dan kleiner omdat mensen zuiniger met water omgaan, terwijl de vraag naar gezuiverd water juist groter is,’ zegt hij. In een jaar met veel of normale regenval is de situatie omgekeerd en zou het systeem snel overstromen als er niet voldoende tappunten waren.

    Beheer van de kwaliteit van geloosd afvalwater is een belangrijke drijfveer voor projecten voor hergebruik van water in Californië, zegt Thebo. En de gemene deler van geslaagde projecten lijkt het combineren van verschillende voordelen te zijn. ‘Dat is het hart van de samenwerking tussen gemeentes, telers, milieugroeperingen en de talrijke andere belanghebbenden. En dat is ook hoe je politici en de bewoners erbij betrekt.’

    Populair

    In Healdsburg lijkt het met die maatschappelijke betrokkenheid wel goed te zitten. Het programma van gratis aan huis bezorgd water is zelfs aan zijn eigen populariteit ten onder gegaan, doordat er op het hoogtepunt meer dan een kwart van de huishoudens gebruik van maakte. ‘Het was [financieel] onhoudbaar op de lange termijn,’ zegt gemeentelijk waterinspecteur Rob Scates, ‘maar het was goed voor de bekendheid.’ Bij de vulstations is het water nog steeds gratis verkrijgbaar en verschillende particuliere bedrijven bezorgen het voor een klein bedrag aan huis. (Simmons zegt dat hij eens in de twee weken veertig dollar betaalt voor een levering.)

    Maar de gemeente neemt geen risico. Om van afname verzekerd te blijven mag het water sinds kort ook gebruikt worden voor de irrigatie van weiden, commerciële boomgaarden en slachtvee. En er zijn plannen om, met dank aan een staatssubsidie van zeven miljoen dollar, het leidingnet (met paarse leidingen om aan te geven dat het geen drinkwater is) uit te breiden tot in de bebouwde kom, voor de bewatering van het stadsgroen. ‘Het raakt bekend dat de waterkwaliteit goed is en dat het een behoorlijk betrouwbaar systeem is,’ zegt Scates. De gebruikers ‘zijn er nu echt aan gehecht geraakt. Die zorgen wel dat wij geen loopje nemen met de voorschriften.’

    Dennis De La Montanya, eigenaar van De La Montanya Vineyards en een van de gebruikers van het eerste uur, is daar niet bang voor. Hij bevloeit de druiven waarmee hij zijn bekroonde pinot noir en chardonnay maakt al jaren met water uit de paarse leidingen. ‘Het heeft enorm bijgedragen aan de beschikbaarheid van water. En het belast het grondwater en de openbare watervoorziening niet,’ zegt hij. ‘Het is echt win-win.’ Dat tastbare resultaat demonstreert de waarde van de recycling van water, zegt Thebo: ‘Waterschaarste lijkt soms onoverkomelijke problemen op te leveren. Maar als mensen oplossingen zien waarvan ze de gevolgen in hun eigen leven ondervinden, wordt dat volgens mij een bron van collectieve trots.’

    Lees ook:

  • Levensbedreigende hitte kan tegen 2100 twee miljard mensen treffen

    Levensbedreigende hitte kan tegen 2100 twee miljard mensen treffen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië verlaagt olieproductie opnieuw om prijs te stuwen

    » De Zweedse krant Aftonbladet brengt het nieuws als rap

    Hitte bedreigt een vijfde van de mensheid

    Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7 graden Celsius. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5 graad – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29 graden en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25 graden.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven

    De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.

    Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graad, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.

    Lees ook:

  • ‘Vrije markt en duurzaamheid kunnen heel goed samengaan’

    ‘Vrije markt en duurzaamheid kunnen heel goed samengaan’

    Klimaatactivisten dringen aan op verboden, marktfanatici begrijpen de grenzen van de planeet niet. Hoog tijd voor een derde weg, vindt deze journalist van Frankfurter Allgemeine Zeitung: het ecoliberalisme.

    Wie zich rond de millenniumwisseling begon bezig te houden met de wereldwijde ecologische crisis, had niet kunnen vermoeden dat nu, twee decennia later, jongeren zich aan de weg vastplakken, schoolkinderen op vrijdag spijbelen en activisten kunstwerken ondergooien met aardappelsoep uit bezorgdheid over de planeet. Wat destijds een probleem in de verre toekomst leek, is nu een acute dreiging.

    De debatten erover zijn echter zo warrig, zo versnipperd en worden tussen zo totaal verschillende kampen gevoerd dat je je afvraagt of de partijen het eigenlijk wel over hetzelfde hebben. Team-Geheelonthouding en Team-Technologie houden voortdurend elkaars tekortkomingen tegen het licht. Midden in de grootste energiecrisis sinds het midden van de jaren zeventig subsidieert de staat eerst tankstations om gedragsveranderingen uit te stellen tot de toekomst. Even later wil zij de installatie van nieuwe oliegestookte verwarmingsinstallaties verbieden. En er is een culturele strijd losgebarsten over het einde van verbrandingsmotoren in auto’s.

    Het feit dat deze kwesties zo bitter worden uitgevochten, is het gevolg van volledig uiteenlopende visies op de wereldwijde milieucrisis en op wat geschikte instrumenten zijn om deze op te lossen. Velen die van het begin van de jaren zeventig de doctrine hebben omarmd dat de biosfeer door de menselijke activiteit tot een breekpunt wordt gedreven, zullen sympathieker staan tegenover strenge maatregelen. Voorstanders van vrijemarktoplossingen daarentegen onderschatten vaak de ernst van de overbelasting van natuurlijke putten van verontreinigende stoffen, zoals de atmosfeer en de oceanen. Milieuactivisten roepen om verboden, markteconomen bagatelliseren de milieuproblemen.

    Toch zou het eigenlijk andersom moeten zijn. Want in theorie en praktijk is een marktgerichte benadering efficiënter, goedkoper en effectiever gebleken om de doelstellingen van het economisch beleid te bereiken. Het vrije spel van de markt is dus zeker wel verenigbaar met het stellen van ecologische grenzen. Maar op een andere manier dan velen tot nu toe voor ogen hadden. Het is dringend tijd om duurzaamheid vanuit vrijheid te realiseren.

    Uitstervingen

    In maart 2021 oordeelde het Bundesverfassungsgericht dat de Duitse politiek bij het klimaatbeleid alleen vrijheidsbeperkende maatregelen mag nemen als dat noodzakelijk is om de aarde te redden. Maar vrijheid is om nog een andere reden cruciaal: duurzaamheid werkt alleen als genoeg mensen eraan meewerken. Noch dirigisme, noch marktgerichte laissez-faire zullen dit bereiken. Veelbelovender is de filantropische stroming van het ecoliberalisme.

    Nooit eerder in de menselijke geschiedenis moest een probleem zo groot als dat van de klimaatverandering in zo’n korte tijd worden opgelost. Om te begrijpen hoe ernstig het probleem is, is het de moeite waard om eens terug in de tijd te blikken, zoals ook de Amerikaanse wetenschapsjournalist Peter Brannen deed als onderzoek voor zijn boek The Ends of the World. Hij stelde zich ten doel om met de hulp van paleontologen op zoek te gaan naar de oorzaken van de vijf bekende massale uitstervingen van soorten op aarde in de afgelopen 445 miljoen jaar, van het uitsterven van de trilobieten tot en met het einde van de dinosauriërs in het Krijt.

    Meer dan ooit begrijpen we dat overexploitatie van grondstoffen en overbelasting van de oceanen en de atmosfeer het goede leven op aarde bedreigen

    Zijn bevindingen gaan radicaal in tegen een belangrijk argument van klimaatveranderingsontkenners. Zij beweren dat klimaatverandering altijd heeft bestaan en daarom niet zo erg is. Het klopt dat het klimaat ook in het verleden is veranderd. Maar dat heeft wel vijf keer het gevolg gehad dat er nauwelijks nog leven op aarde overbleef. Brannen concludeert dat bij elk van de vijf massa-extincties een verstoring van de tot dan toe bestaande koolstof-zuurstofkringloop een zeer grote rol heeft gespeeld, zo niet de doorslag heeft gegeven.

    De mensheid kon haar welvaart pas exponentieel vergroten toen ze manieren vond om de fossiele brandstoffen in de aardkorst te benutten. Zij zijn de sleutel tot de huidige bloei en tegelijkertijd het potentiële einde ervan. In korte tijd zijn zo veel van deze miljoenen jaren oude planten- en dierenresten verbrand dat nu een CO2-niveau in de atmosfeer is bereikt vergelijkbaar met dat vóór de vijf grote aardhistorische rampen.

    Hier komen de belangen van paleontologen, klimaatwetenschappers en economen op een productieve manier bij elkaar. De een erkent en definieert ecologische grenzen. De anderen vinden manieren om ze op een zinvolle manier na te leven. Met meer kennis dan begin jaren zeventig kunnen begrijpen we nu waarvoor onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) waarschuwden in hun sensationele rapport The Limits to Growth dat gericht was aan de Club van Rome: dat overexploitatie van grondstoffen en overbelasting van de oceanen en de atmosfeer het goede leven op aarde bedreigen. Wanneer de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering aanbeveelt de CO2-uitstoot tegen het midden van de eeuw tot nul te reduceren en staten zich daartoe laten verbinden, is dat een erkenning van een stelling die al veel te lang wordt betwist: de biofysische grenzen zijn bereikt.

    Degrowth

    Dat één onderzoeksgebied zich al ruim vijftig jaar bezighoudt met alle oorzaken en gevolgen van deze erkenning en toch nog een schimmig bestaan leidt, kan nauwelijks anders verklaard worden dan door de bekrompenheid van anderen. De ecologische economen rond Nicholas Georgescu-Roegen, Kenneth Boulding en Herman Daly waren er vroeg bij om ons te herinneren aan de materiële basis van economische activiteit. Door concepten van de thermodynamica op te nemen in de economische analyse konden zij aantonen hoe gevaarlijk onomkeerbare schade aan de planeet is.

    Zij stelden hun discipline open voor wetenschappelijke kennis en kregen een duidelijker beeld van de aanpak van de ecologische crisis. Ze zijn de enigen in de economie die consequent de biofysische grenzen hebben erkend als een beperking van de economische ontwikkelingsmogelijkheden. Dit heeft ervoor gezorgd dat ze nu aansluiting kunnen vinden bij klimaatwetenschappers, die deze grenzen vanuit een andere invalshoek benaderden.

    Ook al hebben sommige deskundigen geflirt met het idee van een selectieve inkrimping van de economie (‘degrowth’), de meerderheid van de ecologische economen is stevig verankerd in de vrijemarkttraditie van Adam Smith via David Ricardo tot John Stuart Mill. Hun voorwerk vormt ook de basis van de socialemarkteconomie die in Duitsland zo succesvol is geweest. In het tijdperk van biodiversiteit en klimaatcrises moet dit echter een orde zijn die biofysische grenzen respecteert. Want zonder begrenzing kunnen de temperatuurstijging en het uitsterven van soorten niet worden gestopt.

    In het ecoliberalisme is emissiehandel een goed instrument om vervuilende stoffen te beperken

    Daarom is er in deze onderzoekslijn veel sympathie voor een ‘cap and trade’-systeem, zoals dat in Europa is ingevoerd met de CO2-emissiehandel. Dit stelt een fysieke limiet aan de uitstoot van koolstofdioxidel; in de huidige concentraties een natuurlijke maar gevaarlijke vervuilende stof. Van handelsperiode tot handelsperiode worden de emissierechten verminderd, tot ze in 2050 tot de nul zijn teruggebracht. Dan zal de prijs van de CO2-uitstoot onbetaalbaar zijn en zal de uitstoot binnen de industrie, de energieproductie, het vervoer en de verwarming illegaal zijn. In het ecoliberalisme is emissiehandel een goed instrument om vervuilende stoffen te beperken. De staat stelt harde grenzen aan het gebruik, maar laat het aan de handelende personen en instellingen over om te beslissen hoe ze zich daaraan houden.

    Wie de huidige discussies over verbrandingsmotoren, olieverwarming en vleesconsumptie volgt, vindt daarin slechts een rudimentaire versie van dit idee terug. Bijna niemand houdt rekening met de ernstige veranderingen waartoe een CO2-prijs in combinatie met de handel in emissierechten zal leiden. Om te zien wat klimaatneutraliteit in het dagelijks leven betekent, loont het te experimenteren met de online calculators van het Federaal Milieuagentschap en het Wuppertal Instituut voor Klimaat, Milieu en Energie. Vandaag bedraagt de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen per inwoner in Duitsland elf ton, als de invoer wordt meegerekend. In slechts zeventwintig jaar moet de genoemde waarde van de grondstof die het meest cruciaal is voor onze welvaart, dalen tot nul ton.

    Om in zo’n korte tijd een volledige decarbonisatie te bereiken, zijn noch technische vooruitgang noch geheelonthouding voldoende. Als we de klimaatverandering met succes willen bestrijden, hebben we beide nodig, een mix van strategieën: minder gemotoriseerd particulier vervoer (onthouding), betere verwarmingssystemen en woningisolatie (vooruitgang), een ander dieet (onthouding), hernieuwbare energie in intelligente netwerken (vooruitgang).

    John Stuart Mill

    Het ecoliberalisme heeft een aantal voorvaders van wie we veel kunnen leren over de aanpak van klimaatverandering. John Stuart Mill veredelde de klassieke economische theorie in het midden van de negentiende eeuw. Hij volgde Adam Smith op, die eigenbelang beschouwde als de motor van economische ontwikkeling, maar als moraaltheoloog ethische deugden eiste van de mens. Mill was een vroege ecoloog. Hij onderkende het gevaar dat economische activiteit de natuur zou kunnen vernietigen. Hij geloofde in een stabiele toestand zonder verdere groei – ergens in de toekomst, na een lang proces van vooruitgang. Daarmee voorzag hij wat ons zou kunnen overkomen als het ecoliberalisme met harde ecolimieten wordt doorgevoerd. Het is onduidelijk wat er dan met de groei zal gebeuren. Die kan tot stilstand komen, of losgekoppeld worden van de milieuconsumptie. Op Smith en Mill volgde de Oostenrijkse Friedrich August von Hayek, die in Der Weg zur Knechtschaft van begin jaren veertig afstand nam van de toen wijdverbreide socialistische ideeën over de juiste aanpak.

    Hij maakte duidelijk dat een economie waarin de gedecentraliseerde kennis van alle marktdeelnemers is verwerkt, veel innovatiever is dan een centraal geplande economie. Bureaucraten konden nooit beter dan de uit alle informatie afgeleide prijs weten welke kant een ontwikkeling op ging. Dat dit in zijn tijd niet ter harte werd genomen, was voor Hayek een bewijs van de arrogantie van geleerden.

    Naar aanleiding van het besluit van EU-parlementariërs over wanneer verbrandingsmotoren of kolencentrales moeten worden afgebouwd, is het de moeite waard Hayek nog eens aan te halen. Vanuit thermodynamisch oogpunt is er veel voor te zeggen dat elektrische auto’s technisch efficiënter zijn dan auto’s die op e-brandstoffen rijden. Maar zou het niet beter zijn om door middel van een bindend reductiepad een grens te stellen voor het Europese verkeer en autofabrikanten vrij te laten om te beslissen of zij zich dure experimenten met waterstof en synthetische brandstoffen op andere continenten willen veroorloven? Wie weet of de investering van een fabrikant zal leiden tot de uitvinding van een processtap die de technologie vooruitbrengt.

    De derde ecoliberale pionier die moet worden genoemd is de Indiase econoom en filosoof Amartya Sen. Hij heeft een complex concept van vrijheid geschetst dat veel verder gaat dan de opvatting dat mensen helemaal vrij moeten zijn om te bepalen wat ze willen consumeren. In enkele zeer scherpzinnige lezingen en essays heeft Sen duidelijk gemaakt dat de mens alleen in harmonie met de natuur kan leven als hij zijn eigen behoeften niet centraal stelt in alle overwegingen – zoals de economische wetenschappen vaak meer normatief dan descriptief doen.

    Alternatieven

    Er zijn veel hindernissen op de weg naar een functionerend ecoliberalisme. Bijvoorbeeld de toenemende spanningen tussen sociale kampen, die worden aangewakkerd door de sociale media. In het regelgevingsvacuüm dat er nog altijd is, wordt de politiek vervangen door morele terechtwijzingen: individuele groepen beschuldigen anderen van hun nalatigheid ten aanzien van duurzaamheid. Tegelijkertijd mogen we bij de poging om vanuit vrijheid een concept van duurzaamheid te vinden niet opnieuw de fout maken die veel politici de afgelopen decennia maakten: doen alsof er geen alternatieven zijn. Natuurlijk is het spectrum breed. Het loopt vanaf het model van een aan de ecologische behoeften aangepaste oorlogseconomie, voorgesteld door de bestsellerauteur Ulrike Herrmann, tot en met een ecoliberale benadering met verantwoordelijke consumenten die ook zonder regelgeving wel beseffen wat er aan de hand is.

    Het ecoliberalisme heeft als voordeel dat het aantrekkelijker is dan deze alternatieven. Met het beprijzen van ecosysteemdiensten biedt het een aanpak om de dreigende uitsterving van soorten een halt toe te roepen. Het is verenigbaar met ideeën zoals de Transition Towns, die al twee decennia lang een grondstofbesparende levensstijl met sterke regionale netwerken uitproberen om indien mogelijk te leven alsof er geen olie meer beschikbaar zou zijn op aarde. En het laat ruimte om te zoeken naar de beste duurzame oplossingen voor die plaatsen waar mensen het meest geconfronteerd worden met de gevolgen ervan en erover kunnen meepraten: in hun eigen stad, in hun eigen dorp.

    De mens moet zijn onverzadigbare honger naar meer laten varen en de weg terugvinden naar de matigheid

    Kenneth Boulding, pionier van de ecologische economie, schetste ooit hoe groot de opgave van de omslag in duurzaamheid is: gedurende honderdduizend jaar, en vooral in de afgelopen tienduizend jaar, heeft de mensheid eigenschappen ontwikkeld die nodig waren om hem te ondersteunen in zijn expansie. Nu loopt het tijdperk van expansie echter ten einde. Daarom moeten zo snel mogelijk nieuwe instellingen en ideeën worden ontwikkeld.

    Of, om de woorden te gebruiken van twee andere pioniers van deze onderzoekstroming, de Heidelbergse economen Malte Faber en Reiner Manstetten: de mens moet zijn onverzadigbare honger naar meer laten varen en de weg terugvinden naar de matigheid. Dit is het laatste ontbrekende stukje van de puzzel voor duurzaamheid vanuit vrijheid. De mens moet laten zien dat hij de fundamenten van het leven op aarde wil beschermen en zijn economisch gedrag vrijwillig aan de regel van matigheid onderwerpen. Een indicator voor deze matigheid is de ecologische voetafdruk. Naast de politiek draagt ieder individu daarvoor verantwoordelijkheid.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Rechtenschendingen op theeplantages

    De wereldwijde thee-industrie worstelt niet alleen met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne maar ook met een ander probleem: schendingen van mensenrechten op de plantages, aldus de New Yorkse nieuwswebsite Quartz. Volgens het Britse Business & Human Rights Resource Centre (BHRRC) zijn ongeveer 13 miljoen arbeiders op theeplantages in India, Sri Lanka, Bangladesh, Kenia, Oeganda en nog 43 andere landen het slachtoffer van rechtenschendingen. De beschuldigingen omvatten schending van de vrijheid van vereniging, van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, loonbetalingen en aantasting van de levensstandaard.

    De productiekosten van thee zijn de afgelopen jaren gestegen, maar de prijzen zijn min of meer gelijk gebleven. ‘Beheerders van plantages proberen kosten te besparen in een steeds minder winstgevende sector. Daardoor is er sprake van een groeiende trend om gebruik te maken van tijdelijke contracten, koppelbazen en andere onzekere arbeidsomstandigheden,’ aldus het BHRRC-rapport. ‘Werknemers zijn daardoor kwetsbaarder voor allerlei vormen van misbruik, waaronder seksuele uitbuiting en schendingen van gezondheid en veiligheid. Het is moeilijker voor werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten.’ Bedrijven als Starbucks, Unilever, Marks & Spencer, Twinings, en het in Nederland gevestigde Ekaterra betrekken hun thee van plantages waar 47 van de 70 gesignaleerde mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden. Deze bedrijven tonen volgens het rapport ‘weinig betrokkenheid bij de leveranciers om de effecten voor werknemers te verzachten’.


    Crypto voor Fentanyl

    Fentanyl – een verslavende pijnstiller – werd in de crypto-economie dusdanig gevaarlijk geacht dat veel markten op het darkweb handel erin hebben verboden. Maar uit onderzoek van Elliptic en Chainalysis, die cryptocurrency traceren, blijkt dat Chinese chemische producenten ingrediënten voor fentanyl verkopen aan drugslabs overal ter wereld.

    Meer dan negentig Chinese chemische bedrijven verkopen de ingrediënten openlijk online en 90 procent zegt betaling in cryptocurrency’s te accepteren. Elliptic en Chainalysis traceerden transacties ter waarde van tientallen miljoenen dollars in de afgelopen vijf jaar. Volgens de bedrijven is dat slechts het topje van de ijsberg, schrijft maandblad Wired.

    Drogen Spritze Pulver fentanyl opiods
    Unsplash

    Levende nachtmerrie

    Het echtpaar dat op een dag verrast werd door een enorme Banksy-muurschildering op de zijkant van hun huis in Lowestoft, vertelde aan de Engelse boulevardkrant The Sun hoe zij in een ‘levende nachtmerrie’ terechtkwamen.

    Banksy schilderde een enorme zeemeeuw op de muur die naar beneden duikt om bouwafval uit een (echte) container te pikken. Realiseert de kunstenaar wel waar hij mensen onbedoeld mee opscheept? zei het echtpaar, dat 40.000 pond per jaar zou moeten gaan betalen voor onderhoud en bescherming tegen diefstal. In plaats daarvan besloot het de meeuw met muur en al te laten weghalen; het werk ligt opgeslagen in afwachting van de verkoop.

    ANP 435372890
    © ANP – JUSTIN TALLIS

    New York zinkt

    Op de 777 vierkante kilometer die New York beslaat, drukt 762 miljoen ton beton, glas en staal, aldus de United States Geological Survey (USGS). Dat enorme gewicht betreft de bouwmaterialen, maar niet de inrichting en het meubilair in alle gebouwen, noch de vervoersinfrastructuur en de 8,5 miljoen inwoners. Door de druk van de bovenliggende stad zakt de New Yorkse bodem met een à twee millimeter per jaar. En dat is zorgelijk, vooral als de bodemdaling wordt opgeteld bij de stijging van de zeespiegel. Die wordt geschat op drie tot vier millimeter per jaar, schrijft BBC Future.

    Over een paar jaar gaat dat problemen opleveren en niet alleen voor New York maar ook voor andere kuststeden met een groeiende bevolking, in de VS en elders in de wereld. Zo daalt Jakarta jaarlijks zelfs met twee tot vijf centimeter. Vermindering van het grondwatergebruik en andere manieren van vestigen, zoals in drijvende steden, zou voor oplossingen kunnen zorgen.


    Nieuws als rap

    Om jongeren te trekken verpakt het Zweedse dagblad Aftonbladet het nieuws in rapsongs: AI zorgt ervoor dat verhalen in rap-vorm op muziek worden gezet. Deze vorm is een van de resultaten van overleg met jongeren over meer prikkelende manieren om het nieuws te brengen, aldus adjunct-hoofdredacteur Martin Schori in zijn column. Aftonbladet testte het resultaat begin mei op duizend geselecteerde jonge gebruikers. De reacties waren positief, schrijft Schori, zowel van de proefpersonen als van de jongeren die met het oorspronkelijke idee kwamen. Verreweg het populairst bleek een rap te zijn over het bezoek van Beyonce aan Stockholm in het kader van haar wereldtournee.

    ‘We moeten oude conventies uitdagen en luisteren naar de nieuwsconsumenten van de toekomst,’ aldus Schori. ‘Behalve nieuws als rap gebruiken we AI inmiddels om video’s te ondertitelen en interviews te transcriberen, en meer tools zijn in ontwikkeling.’

    iStock 1217805754
    © Lorado – iStock

    Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen

    Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7°C. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5°C – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden. Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29°C en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25°C.

    De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.

    Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.

    gettyimages 1253520314 594x594 1
    © Getty Images NurPhoto / Contributor
  • Drinkwater wordt steeds schaarser, is ontzilten de oplossing?

    Drinkwater wordt steeds schaarser, is ontzilten de oplossing?

    Vanwege drinkwatertekorten bouwen veel landen fabrieken voor de behandeling van zeewater. Maar aan deze techniek zitten wel haken en ogen. Zo kost ontzilting veel energie en is ze ook nog eens slecht voor het milieu.

    ‘Na een februari die te boek staat als de droogste maand in dertig jaar is er alle reden om haast te maken met de omzetting van zeewater in drinkwater.’ Je zou verwachten dat dit commentaar afkomstig is van een krant uit een regio die bekendstaat om haar droogte, maar het komt uit The Times en gaat over de situatie in Engeland. Vanwege de klimaatverandering kan dat land niet langer alleen op zijn neerslag rekenen om zich van drinkwater te voorzien. Er zouden dan ook plannen zijn voor de bouw van acht ontziltingsfabrieken in het zuiden en oosten van Engeland.

    het pekelprobleem

    Volgens een rapport van de Wereldbank waarin de milieugevolgen van ontzilting worden onderzocht, zal als er niets wordt ondernomen om het proces duurzamer te maken, in 2050 240 kubieke kilometer pekel in het milieu terechtkomen, tegen 40 kubieke kilometer op dit moment. Dit soort water met een zeer sterk verhoogd zoutgehalte zal via rivieren, meren en vochtige zones in zee terechtkomen: een regelrechte ramp. ‘Als de pekel niet over enorme oppervlakken wordt verspreidt, draagt hij bij aan de afname van opgeloste zuurstof in het water waarin hij terechtkomt, wat funest is voor het zeeleven’, constateerde Yale Environment 360 al in een in 2019 verschenen artikel. Een ander probleem, naast de zoutconcentratie, is dat de afvalvloeistof heel dikwijls giftig is, omdat ze vermengd is met chemische stoffen die bedoeld zijn om de verontreiniging van de ontziltingsinstallatie tegen te gaan. Ze is dus totaal ongeschikt voor agrarisch of industrieel gebruik, en nog minder voor consumptie.

    Volgens South West Water, een onderneming die heel Devon en Cornwall van drinkwater voorziet en al een heel kleine ontziltingsfabriekje op Sicilië heeft, ‘is ontzilting een logische oplossing voor de regio, rekening houdend met het uitgestrekte kustgebied’.

    Andere landen die aan zee zijn gelegen constateren hetzelfde. Israël, voorloper op dit gebied, heeft zijn productie opgeschroefd van 505 miljoen kubieke meter ontzilt water in 2013 tot 750 miljoen in 2020, en mikt op 1,2 miljard kubieke meter vanaf 2030. Marokko, dat al elf ontziltingsstations telt, ‘is van plan zijn productie tot 2030 te verdrievoudigen’, aldus de Marokkaanse online krant Medias 24. Het transalpiene blad Panorama schrijft op zijn beurt dat ‘Italië zich moet voorbereiden op ontzilting’.

    ‘Ontzilting is een strategie die we al lange tijd voor ogen hebben, maar dat is niet zo makkelijk te realiseren,’ erkent Francesca Portincasa, algemeen directeur van Acquedotto Pugliese, in La Stampa. Haar bedrijf wil in Tarente een fabriek bouwen die ‘385.000 mensen dagelijks van water kan voorzien’. ‘Momenteel,’ voegt La Stampa eraan toe, ‘is het water dat uit dit soort installaties komt goed voor slechts 0,1 procent van de Italiaanse waterconsumptie.’ Het zal nog een hele tijd duren voordat het land Koeweit evenaart, waar 90 procent van het drinkwater uit ontziltingsfabrieken afkomstig is, of Saoedi-Arabië met 70 procent, of zelfs de Cycladen, waar volgens de Griekse krant I Kathimerini 51 procent van de bevolking ontzilt water drinkt. Maar overal op de wereld valt dezelfde tendens te bespeuren.

    In 2022 waren er wereldwijd 21000 stations voor ontzilting van zeewater actief, oftewel bijna twee keer zo veel als tien jaar eerder. En ‘alleen al in 2020 zijn er plannen aangekondigd voor meer dan 35 ontziltingsfabrieken in China, zes in de Filippijnen en zes in Taiwan’, zo staat te lezen in het afgelopen september gepubliceerde rapport ‘Geopolitiek op het gebied van zeewaterontzilting’ van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen.

    Volgens de auteurs ‘wordt ontzilting steeds meer als de belangrijkste oplossing beschouwd voor de toenemende waterstress, dat wil zeggen het verschil tussen de vraag naar water en de beschikbare hoeveelheid’. ‘Maar voor deze uiterst energieverslindende benadering worden over het algemeen fossiele brandstoffen gebruikt. Risico is dus dat de CO2-uitstoot zal toenemen, terwijl het Verenigd Koninkrijk ernaar streeft zijn uitstoot terug te brengen tot nul’, constateert The Times spijtig.

    La Stampa toont zich ronduit optimistisch: ‘Ontzilting mag dan een energieverslindend proces zijn, dankzij de technologische voortuitgang is het energieverbruik al drastisch beperkt. Tegelijkertijd zal er bij de ontwikkeling van deze installaties steeds meer duurzame energie moeten worden ingezet en zullen er milieuvriendelijker oplossingen moeten worden gezocht voor het pekelprobleem.’ – Courrier international


    En elders

    Griekenland. Lekken afdichten

    Gezien de voorspelde neerslagafname van twintig procent die voor de komende jaren wordt voorspeld, gevoegd bij de onafgebroken stroom zomertoeristen, moeten de Griekse eilanden zuiniger omspringen met hun water. Een van de beoogde oplossingen is verbetering van het leidingennet. ‘Het probleem van waterverlies is zeer groot en wordt in het zuiden van de Egeïsche Zee op 30 procent geschat!’ waarschuwt I Kathimerini. ‘Een van de belangrijkste maatregelen is het afdichten van de leidingennetten.’

    De Griekse krant herinnert eraan dat de benodigde technologie al voorhanden is, zoals camera’s om de leidingen te inspecteren. ‘Maar een algehele, centraal geleide planning is onontbeerlijk,’ aldus de krant, die eraan toevoegt dat er op alle eilanden kunst- en stuwmeren nodig zijn.

    België. Terug naar de bronnen

    Van oudsher telt Vlaams Brabant tal van kleine bronnen. Maar door de urbanisatie van deze provincie rond Brussel is een groot deel daarvan afgedekt en richting riolering geleid. ‘De verspilling van dit kostbare bronwater is moeilijk te accepteren, temeer omdat wij steeds vaker met droogte worden geconfronteerd,’ schrijft de Belgische krant De Standaard.

    Nog afgezien van het feit dat daardoor ook andere problemen ontstaan: het verzadigde rioolstelsel dreigt bij zware regenval te overstromen. Wat de zuiveringssystemen betreft, die worden minder effectief door de vermenging met afvalwater. Een door de Vlaamse overheid gesteund project wil daarom op vier plekken de bronnen weer openen om het water naar ondergrondse waterbekkens of waterlopen te leiden, waarvan de hele regio zou kunnen profiteren. ‘Als het werkt, zal deze pilot worden uitgebreid.’

    Zweden. Drie afvoerpijpen per huishouden

    In Helsingborg, een stad in het zuiden van Zweden, kan een nieuwe wijk op een innovatie bogen die op het moment van de lancering in 2021 als ‘een wereldwijd unicum’ werd gepresenteerd. Elk van de ongeveer 350 woningen is uitgerust met een afvoersysteem dat uit drie pijpen bestaat. De bedoeling is om minder schoon water te verspillen en het afvalwater beter te recycleren dan met een traditioneel afvoersysteem, legt de website van de publieke zender Sveriges Radio uit.

    Een van de drie pijpen is bedoeld voor ‘grijs’ water (douche, wastafel), een voor vacuümtoiletten (met een laag waterverbruik) en een voor voedingsresten, die van tevoren worden fijngemalen onder de gootsteen. Een zelfde aantal leidingen is verbonden met een behandelingsunit naast de gemeentelijke waterzuiveringsinstallatie. Het resultaat is water van drinkbare kwaliteit, niet-fossiele kunstmest en biogas.

    Irak. Bomen tegen de woestijn

    De Irakese regering heeft aangekondigd 5 miljoen bomen te willen planten om de droogte te bestrijden. Maar dat is ruimschoots onvoldoende, verklaart milieudeskundige Adel Al-Moukhtar tegenover de onafhankelijke website Al-Alam-Al-Jadid.

    ‘Het land heeft veertien miljard palmen en andere bomen nodig om een groene gordel te creëren waarmee we werkelijk de stofstormen kunnen bestrijden en de verwoestijning een halt kunnen toeroepen,’ zegt hij. Maar het project wordt bemoeilijkt door de verouderde staat van de irrigatiesystemen en door een alarmerende daling van het waterpeil van de twee grote rivieren van het land, de Eufraat en de Tigris.

    Kenia. Waterpolitie

    Afgelopen januari heeft de Keniaanse regering een speciale politiedienst in het leven geroepen ‘ter bestrijding van de toenemende mate van vandalisme en diefstal waardoor de waterreservoirs en het distributienetwerk worden getroffen’, aldus het dagblad The Star.

    Deze maatregel maakt deel uit van een restauratieprogramma van vervallen watertorens. In Nairobi bijvoorbeeld wordt de vraag geschat op 850 miljoen liter water per dag, tegen een dagelijkse productie van maar 525 miljoen, aldus het stedelijke waterleidingbedrijf.

    Lees ook: