Tag: klimaat

  • Grens van 1,5 graad opwarming overschreden na heetste januari ooit

    Grens van 1,5 graad opwarming overschreden na heetste januari ooit

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ecuador legaliseert euthanasie

    » Azerbeidzjan: president Aliyev herkozen voor vijfde termijn

    ‘Waarschuwing voor de mensheid’, aldus wetenschappers

    Voor het eerst in de geschiedenis heeft de opwarming van de aarde de temperatuur van 1,5 graden Celsius over een periode van 12 maanden overschreden. Dat bericht Al Jazeera. De Copernicus Climate Change Service (C3S) van de Europese Unie bracht donderdag naar buiten dat deze ‘historische’ grens is bereikt. Het klimaatagentschap noteerden de temperaturen tussen februari 2023 en januari 2024 om het hoogste wereldwijde temperatuurgemiddelde in twaalf maanden ooit te registreren. Wetenschappers spreken van een ‘waarschuwing voor de mensheid’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Stormen, droogte en bosbranden teisterden de planeet toen klimaatverandering, samen met het weerfenomeen El Niño dat het oppervlaktewater in het oosten van de Stille Oceaan opwarmt, van 2023 het warmste jaar op aarde maakte in de wereldwijde metingen die teruggaan tot 1850. De extremen hebben zich in 2024 voortgezet, aldus C3S, waarmee de opwarming van 1,52 graden Celsius over het hele jaar een feit is.

    Wetenschappers zeggen echter dat de wereld de cruciale doelstelling van 1,5 graden opwarming, die is vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs en die wordt gemeten over een periode van tientallen jaren, nog niet definitief heeft overschreden. De wereld heeft ook de heetste januari ooit achter de rug, een voortzetting van een reeks van uitzonderlijke hitte gevoed door klimaatverandering, aldus C3S.

  • Er moet meer tijd, geld en aandacht komen voor de afvang en opslag van CO₂

    Er moet meer tijd, geld en aandacht komen voor de afvang en opslag van CO₂

    Afvang en opslag van CO₂ zijn volgens experts van cruciaal belang voor het tegengaan van klimaatverandering, maar nu nog moeilijk te realiseren. Er is daarom grote vraag naar innovatieve technologieën die hierbij kunnen helpen.

    De aarde is zelfredzaam, oeroud en voortdurend ten prooi aan verandering. Alles wat op en onder het aardoppervlak gebeurt maakt deel uit van een eindeloze cyclus. Dat betekent dat tegenover elke verandering waarbij grondstoffen worden verbruikt een andere verandering moet staan die diezelfde grondstoffen weer aanvult. De basiselementen van het leven, zoals koolstof en stikstof, bewegen op die manier kringloop door levende wezens, door zeeën, land en lucht. Zelfs de aardkorst wordt gerecycled. Nieuwe aardkorst wordt aangemaakt waar tektonische platen van elkaar wegdrijven (meestal in het midden van de oceaan) en gesmolten gesteente uit de aardmantel eronder naar boven komt om het gat op te vullen. Oude aardkorst wordt vernietigd waar twee platen tegen elkaar aan duwen en een van de twee onder de andere schuift en in de aardmantel terug wordt gedrukt. Al miljarden jaren malen de raderen van deze grote cyclus langzaam rond. Maar een enkele keer hapert er iets. De rotsachtige pieken in het oosten van het Arabisch schiereiland zijn daar een voorbeeld van.

    Geologen hebben op het Arabisch schiereiland vooral oog voor het uitgestrekte sedimentatiebekken van de Perzische Golf en de landen daaromheen. In dat bekken is diep in de aarde organisch materiaal onder hitte en grote druk ingekookt tot onmetelijke hoeveelheden olie en gas die weer langzaam naar boven zijn gesijpeld en nu in steenlagen niet ver onder de oppervlakte zitten. Winstgevend gesteente om te onderzoeken. Helaas heeft de ontginning van dit en ander brandstofrijk gesteente elders op aarde het klimaat danig verstoord. In Dubai, een stad die met de opbrengst van die bodemschatten is gebouwd, kwamen de regeringen van de wereld op 30 november onderhandelen over maatregelen tegen het verstoorde klimaat, op de 28ste conferentie (COP28) over de uitvoering van het klimaatverdrag van de VN.

    Al is onze CO2-productie nog zo hoog, de biologische koolstofkringloop blijft een stuk omvangrijker

    Maar wie geïnteresseerd is in haperingen in de plaattektoniek, moet naar het Hadjargebergte in het oosten. In een vroeg stadium van de botsing tussen de Arabische en de Euraziatische plaat is een stuk oceaanbodem tussen de twee platen vast komen te zitten, wat er normaal gesproken toe zou leiden dat dit deel van de aardkorst terug in de mantel wordt geduwd. Maar in dit geval is het gesteente niet omlaag maar omhoog geduwd, als een houtkrul uit de schaaf van een timmerman. Daardoor is die zeebodem, overwegend basalt, plus een deel van de mantel waarop die had gerust, van de verwante steensoort peridotiet, nu aan de lucht blootgesteld. De zeebodem is mettertijd gebergte geworden.

    Zoals alle bergen zijn ook deze ten prooi aan erosie, eveneens een onderdeel van de grote kringloop. Door de erosie wordt er continu nieuw gesteente aan de lucht blootgesteld, en dat gesteente onttrekt CO2 aan die lucht in een proces dat chemische verwering wordt genoemd. Als de basische mineralen in het gesteente in contact komen met regen- en grondwater dat licht verzuurd is door de daarin opgeloste CO2, doet zich een reactie voor waaruit carbonaten zoals kalksteen ontstaan. Vooral het peridotiet in het Hadjargebergte is vatbaar voor deze verwering. Dat donkere gesteente is er doorschoten met witte kalksteenaders.

    Chemische verwering is niet de snelste vorm van natuurlijke CO2-opslag. De fotosynthese waar planten op het land en algen en bacteriën in zee hun energie uit halen, werkt op veel grotere schaal en onttrekt jaarlijks ruim driehonderd keer zoveel CO2 aan de atmosfeer. Maar die blijft er niet lang aan onttrokken. Op een tijdsschaal van dagen tot eeuwen wordt die CO2 weer teruggegeven aan de lucht door de planten zelf, de dieren die ze eten en de bodem waarin ze vergaan. De geologische koolstofcyclus verloopt een stuk trager. Carbonaatgesteente zoals dat in het Hadjargebergte blijft honderden miljoenen jaren stabiel.

    Verduurzamingsstrategie

    Tot voor kort was ADNOC, de nationale oliemaatschappij van de Verenigde Arabische Emiraten, in haar geologisch denken vooral gericht op het omhooghalen van olie en gas uit het rijke sediment van de Perzische Golf. Maar inmiddels denken ze ook aan de mogelijkheid om CO2 in de aarde terug te stoppen, en wel in het peridotiet van het Hadjargebergte. In de heuvels boven Fujairah, een stad aan de Golf van Oman, werkt ADNOC met de Omaanse startup 44.01 aan een test met een fabriek die CO2 diep in het gesteente moet injecteren, op zo’n manier dat het daar tot carbonaat versteent. Musabbeh Al Kaabi, hoofd Koolstofarme Oplossingen bij ADNOC, ziet de investering van zijn bedrijf in deze snelle steenvorming als onderdeel van een brede verduurzamingsstrategie van de olie-industrie, een strategie die ervoor moet zorgen dat de industrie zijn ‘onmisbare grondstof zo duurzaam mogelijk’ kan leveren.

    Het experiment in Fujairah is een van de nieuwe pogingen die wereldwijd worden ondernomen om een andere verstoring in de grote wereldwijde kringlopen ongedaan te maken: de verplaatsing van fossiele brandstoffen door de mens van hun stille rustplaats onder de grond naar de reuring van de dampkring. Als gevolg van de activiteiten van de mens heeft zich daar al grofweg een triljoen ton aan CO2 opgehoopt. En die hoeveelheid groeit jaarlijks met net geen 20 miljard ton. Om een indruk te krijgen van de schaal kun je dit vergelijken met andere planetaire kringlopen: die groei gaat zo’n zestig keer sneller dan dat het gesteente van de aarde CO2 aan de lucht onttrekt met chemische verwering, en ongeveer een tiende zo snel als er nieuwe biomassa wordt aangemaakt door fotosynthese. Dat een onbedoeld neveneffect van onze industrie in zijn koolstofflux überhaupt enigszins vergelijkbaar is met de processen die al het leven op aarde mogelijk maken, is buitengewoon.

    Het lijkt misschien ook geruststellend: al is onze CO2-productie nog zo hoog, de biologische koolstofkringloop blijft een stuk omvangrijker. Kan die niet simpelweg vergroot worden om dat beetje extra te absorberen dat wij produceren? Nee, helaas. De biologische koolstofkringloop is omvangrijk, maar ook uitgebalanceerd. De snelheid waarmee CO2 uit de lucht wordt gehaald door fotosynthese stemt bijna precies overeen met de snelheid waarmee de andere processen van het leven op aarde CO2 aan de dampkring teruggeven. Sinds die natuurlijke uitstoot vermeerderd werd met de CO2 van fossiele brandstoffen, heeft de fotosynthese manmoedig geprobeerd die toename bij te benen en er zoveel mogelijk van op te slurpen. Maar de aarde kan die hoeveelheid niet aan. Fotosynthese kan maar ongeveer een derde van de uitstoot van onze industrie en landbouw verwerken.

    Wat uit de aarde is gehaald kan er ook weer terug in worden gestopt om de balans te herstellen

    Door de ophoping van CO2 in de dampkring is de temperatuur van de aarde al met circa 1,2 graden gestegen. Die stijging zal doorgaan tot er een eind komt aan die ophoping, dat wil zeggen tot onze jaarlijkse toevoeging aan de CO2 in de dampkring min of meer tot nul is teruggebracht. Daarom hebben alle regeringen van de wereld op de klimaatconferentie van Parijs in 2015 afgesproken om daarnaar te streven.

    Dat betekent vooral dat de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen moet worden teruggedrongen. Maar de uitstoot van sommige sectoren, zoals de oceaanscheepvaart, sommige soorten landbouw en verschillende industriële processen, lijkt niet binnen afzienbare tijd te verhelpen. In het akkoord van Parijs stond dan ook dat stabilisatie niet per se een kwestie van nul uitstoot hoeft te zijn: het kan ook bereikt worden door middel van ‘een evenwicht tussen antropogene emissies (…) en verwijdering’ van CO2 uit de atmosfeer. De categorie ‘moeilijk terug te dringen’ uitstoot van broeikasgassen zou gecompenseerd mogen worden met opvang van CO2 die zich al in de atmosfeer bevindt. Met het project in Fujairah wil men een van de manieren demonstreren waarop wat uit de aarde is gehaald er ook weer terug in kan worden gestopt om de balans te herstellen.

    Netto nul

    Dat is de logica van ‘netto nul’. In 2015 had nog maar één land netto nul als doel van zijn economisch beleid geformuleerd: Bhutan. Dat heeft inmiddels navolging gekregen van 101 landen die samen goed zijn voor net iets meer dan tachtig procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Uit rechtse hoek klinkt steeds luider protest tegen deze ‘netto nul’-doelstellingen, met als argument dat maatregelen om de uitstoot terug te dringen te duur of hinderlijk of allebei zijn. Terwijl zij die de opwarming van de aarde sinds de industriële revolutie onder de twee graden willen houden, zoals in het Parijs-akkoord is afgesproken, weten dat de stappen die worden gezet om netto nul te bereiken nog lang niet ambitieus genoeg zijn. Zoals uit het voor COP28 gepubliceerde Emissions Gap Report van het milieuprogramma van de VN blijkt, bereikt geen van de G20-landen met zijn maatregelen tegen uitstoot het tempo dat nodig is om hun ‘netto nul’-doelstelling te halen.

    Veel minder zorgen maakt men zich over het achterblijven van de doelstellingen voor afvang van CO2. Weinig politici die naar netto nul zeggen te streven, beseffen hoe belangrijk de afvang en opslag van CO2 daarbij is. En van de weinigen die dat wel beseffen, zijn er maar weinig die inzien hoe groot de opgave is. Zelfs als de uitstoot met 90 procent wordt teruggedrongen, komen er nog altijd zoveel broeikasgassen de atmosfeer in dat het opvangen van genoeg CO2 om het evenwicht te herstellen een enorme klus wordt. Willen we een redelijke kans maken om de opwarming onder de twee graden te houden, zo wijst onderzoek van het Intergovernmental Panel on Climate Change uit, dan zou het verstandig zijn om te streven naar 5 miljard ton extra afvang van CO2 uit de atmosfeer per jaar. Volgens een rapport van een internationaal team wetenschappers uit 2023 is er in 2020 2,3 miljoen ton aan CO2 duurzaam opgeslagen (de aanplant van bossen niet meegerekend, omdat die ook nauwelijks verder kan worden opgeschaald), ofwel ongeveer twee duizendste van de doelstelling voor 2050. De installatie bij Fujairah heeft in de proeffase een capaciteit van maar duizend ton per jaar.

    Nieuwe vormen van duurzame opslag moeten veel sneller worden opgeschaald dan nu gebeurt

    Nieuwe vormen van duurzame opslag moeten veel sneller worden opgeschaald dan nu gebeurt. En ze moeten vertrouwen winnen. Veel van de mensen die beseffen dat afvang en opslag van CO2 nodig zijn, blijven niettemin sceptisch over de technologie, niet in de laatste plaats omdat die door de olie-industrie gepropageerd wordt. Al Kaabi’s visie van een wereld die vrij is om ‘op de meest duurzame wijze’ olie te blijven gebruiken en produceren is niet populair bij mensen die vinden dat het nodig is om met het gebruik van alle fossiele brandstoffen te stoppen. En de voor COP28 gekozen locatie onderstreept dat pijnpunt.

    Een van de redenen waarom oliemaatschappijen hierin vooropgaan, is dat zij expertise hebben met de opslag en winning van vloeistoffen in de aardkorst. Bovendien hebben ze diepe zakken, en de opslag van CO2 lijkt voorlopig een kostbare aangelegenheid te worden. De voor de hand liggende manier om dit efficiënt te financieren is via de markt. Maar geen van de bestaande CO2-markten kan deze taak aan. Dat betekent dat de ‘netto-nul’-strategie die het grootste deel van de wereld heeft omarmd niet alleen afhankelijk is van technologieën voor afvang en opslag van CO2 die nu nog in de kinderschoenen staan, maar ook van de vorming van een CO2-economie die dit economisch rendabel maakt. Het klimaatbeleid stelt dat mensen, hun regeringen en hun economie in de grote kringlopen van de planeet kunnen en moeten worden geïntegreerd. De grote vraag is alleen nog hoe dan moet gebeuren.

    Vijay Vaitheeswaran is adviseur duurzaamheid en innovatie voor het World Economic Forum (WEF) in Davos. Hij is te horen op NPR en de BBC, schrijft voor vooraanstaande dagbladen en trad op als spreker bij TED-talks, Aspen Ideas en AAAS-conferenties.

  • Rijkste 1 procent op aarde stoot meer CO2 uit dan armste 66 procent

    Rijkste 1 procent op aarde stoot meer CO2 uit dan armste 66 procent

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » E-bikes beter voor het milieu dan elektrische auto‘s

    » Watertekort belangrijk thema in Mexicaanse verkiezingen

    Klimaatschade voornamelijk in ontwikkelingslanden

    De rijkste 1 procent op aarde zorgt voor meer CO2-uitstoot dan de armste 66 procent, aldus The Great Carbon Divide, een rapport van The Guardian, Oxfam en het Stockholm Environment Institute. Het is het grootste onderzoek naar mondiale klimaatongelijkheid tot nog toe. Volgens het rapport was een ‘vervuilerselite’ van 77 miljoen mensen – onder wie miljardairs, miljonairs en mensen met een salaris van meer dan 130.000 euro per jaar – verantwoordelijk voor 16 procent van alle CO2-uitstoot in 2019.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met behulp van een formule voorsterftecijfers – die uitgaat van wereldwijd 226 extra sterfgevallen voor elke miljoen ton CO2 – is berekend dat de uitstoot van de rijkste 1 procent in de komende decennia verantwoordelijk zal zijn voor de hitte gerelateerde dood van 1,3 miljoen mensen. Onevenredig veel mensen die in armoede leven worden getroffen: 91 procent van de sterfgevallen als gevolg van extreem weer doet zich voor in ontwikkelingslanden, volgens de VN.

  • Vrouwen op de Balkan komen in opstand voor het behoud van de natuur

    Vrouwen op de Balkan komen in opstand voor het behoud van de natuur

    In Servië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina en Slovenië pikken vrouwen het niet langer hoe rivieren en bossen in hun regio worden vervuild. Een strijdbare generatie komt nu in opstand tegen de milieuverontreiniging en klimaatverandering.

    Dappere vrouwen uit het Bosnische Kruščica hebben meer dan vijfhonderd dagen gewaakt bij de rivier om de bouw van miniwaterkrachtcentrales tegen te gaan. Ook in Kraljevo (Servië) strijden vrouwen voor het behoud van hun rivieren. In Kroatië werpen ze zich op voor het behoud van het milieu en de publieke ruimte tegen de exploitatie door onder andere de toeristische sector.

    De vrouwen in Kruščica hadden met de mannen geruild die normaal gesproken nachtdiensten voor hun rekening namen, omdat ze verwachtten dat de politie hen niet zou aanvallen. Rond vijf uur ’s ochtends arriveerde er een speciale eenheid. ‘Ze zeiden dat we opzij moesten gaan en als we dat niet deden, ze het bevel hadden ons in het water te gooien. Een paar minuten later begonnen ze met hun schilden op ons in te slaan. Op onze armen, benen… Vreselijk. Overal gekerm, gegil,’ vertelt Amela Zukan.

    Trauma’s

    De trauma’s van die nacht dragen de vrouwen nog altijd met zich mee. Sommigen zijn ziek geworden en dragen hun verwondingen als een ereteken. Maar ze zijn nog even vastberaden. Natuurlijke rijkdommen zijn onze laatste verdedigingslinie, zeggen ook andere vrouwen die in Servië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina en Slovenië op de barricades staan voor de natuur.

    ‘Als de donkerste scenario’s uitkomen, krijgen we te maken met extreme droogte, watertekorten en steeds frequentere overstromingen,’ zegt Zukan, die benadrukt dat de kwetsbaren en gemarginaliseerden, de armen en zieken, mensen in ontwikkelingslanden, meer te lijden hebben onder de klimaatverandering. De bijeenkomsten van bewoners in Kruščica begonnen aanvankelijk spontaan, toen deze tweeduizend zielen tellende gemeenschap lucht kreeg van de plannen voor de bouw van een miniwaterkrachtcentrale.

    Ze hebben ons misleid, bestolen, verdeeld, wat al erg genoeg is

    Het protest had succes. ‘We hebben heel wat mensen wakker weten te schudden, veel mensen zagen dat we onze rivier met succes hebben verdedigd en zijn onze methode zelf gaan toepassen. Wij strijden vandaag niet alleen maar voor ónze rivier, maar voor alle rivieren in Bosnië en Herzegovina en daarbuiten, in de hele regio,’ zegt Zukan. Dat beaamt ook natuuractivist Bojana Minović uit het Servische Kraljevo, die strijdt voor het behoud van de bergrivieren in haar streek. ‘Ze hebben ons misleid, bestolen, verdeeld, wat al erg genoeg is. Deze waanzin begon al in de oorlog: de sluiting van de fabrieken, het wegvallen van verschillende sociale, maatschappelijke en economische zekerheden. En te midden van dat alles storten ze zich nu ook nog eens op onze natuurlijke rijkdommen,’ zegt ze.

    Minović merkt op dat het groot kapitaal tot in alle poriën van de maatschappij is doorgedrongen. Ze omschrijft hoe alles tegenwoordig jong, flitsend en strak moet zijn. De goede oude bergrivieren voldoen niet langer aan de standaarden, ze zijn niet Instagram-waardig. De mensen zwemmen niet meer in de Ibar [een van de rivieren rondom Kraljevo], ‘maar alleen nog in zwembaden, omdat het daar mooier, toegankelijker is.’ Minović vertelt dat er langs de bergrivieren zwembaden worden opgetuigd.

    ‘En zo’n stomme Ibar, waar opa’s vroeger in hun socialistische onderbroek zwommen, vinden we niks meer aan’

    ‘Alles moet nieuw, aantrekkelijk, mooi en leuk zijn. We willen dat alles comfortabel en toegankelijk is. ‘En zo’n stomme Ibar, waar opa’s vroeger in hun socialistische onderbroek zwommen, vinden we niks meer aan.’ Het is een vorm van prestige geworden om badhuizen te bezoeken, die inmiddels de helende mineraalwaterbronnen bij Vrnjačka Banja bedreigen. De badhuizen ‘leveren namelijk mooie kiekjes op voor Instagram, net als de zwembaden dat doen: cocktails, muziek, jonge, gezonde en strakke lijven.’

    In haar werk wordt Minović ook geconfronteerd met de maatschappelijke kant van de ecologische problemen. Daarbij noemt ze twee belangrijke factoren: naast de schade aan de natuur vindt er ook een verarming van de bevolking plaats. ‘Hier zegt men dat de grond rondom de bergrivieren schraal is. Armer dan arm, onbruikbaar. En dus dalen de grond en het bos in waarde. Daardoor wordt het makkelijker deze natuurlijke hulpbronnen te verkopen,’ zegt ze.

    Het gaat hier om economisch achtergestelde regio’s waar de verkoop van stukken bos of welke vorm van natuurlijke hulpbronnen dan ook voor sommige mensen vaak een laatste redmiddel is. ‘Degenen die stukken bos bezaten, kapten die om hun kinderen naar school te kunnen sturen, om voor eten te zorgen, om te overleven, om hun kinderen de mogelijkheid te geven hier weg te gaan,’ zegt Minović.

    Pas wanneer een investeerder de aarde helemaal omwoelt en de veiligheid zichtbaar in gevaar komt na een overstroomde weg door een lekkende dijk, of als de forel uit de rivieren verdwijnt, pas dan zien ze de gevolgen in van al die bouwprojecten in en rondom hun bergrivieren. Maar de bewoners zeggen ook dat ze hun huizen moeten verwarmen en dus het bos moeten verkopen om te kunnen leven. Ook Minović ziet de teloorgang van het ecosysteem, de klimaatverandering, de buitengewoon zachte winters, de afnemende neerslag in de steeds warmer wordende zomers.

    ‘Ik weet echt wel wat winter is, hoe vier jaargetijden eruitzien,’ verzucht ze. Dat klimaatverandering overal is doorgedrongen en niet meer te negeren valt, vindt ook Irena Burba, een klimaatactivist die al zestien jaar bij de Kroatische ngo Groen Istrië werkt en actief deelnam aan talloze sociale en klimaatprotesten, zoals destijds in Lungomare en Plomin. ‘In ons werk merken we dat de aanval op het publieke domein en de publieke ruimte ieder jaar intensiveert,’ zegt ze.

    Baai van Lapad

    Irena Woelle is een Sloveense designer en activist die actief is op het snijvlak van milieu, maatschappij en cultuur. Ze houdt zich bezig met thema’s als stedelijk tuinieren en urbane imkerijen, maar ze zet zich ook in tegen fracking, glyfosaat, jachttoerisme en de ontgroening van het stadsbeeld. In een van haar projecten, getiteld Ik ben toch niet zo gek om daarheen te gaan, legde ze de link tussen het kapitalisme en het patriarchaat, die volgens haar veel gelijkenissen vertonen en langs dezelfde lijnen opereren.

    Brandpunt was de baai van Lapad, geschilderd door de uit Dubrovnik afkomstige schilder Flora Jakšić, die op haar zeventiende, tegen haar wil in, werd uitgehuwelijkt en vervolgens tien jaar in een gewelddadig huwelijk opgesloten zat.

    Gedurende haarleven was Flora’s huis een toonaangevend centrum voor schilderkunst in Dubrovnik; ze liet in haar testament opnemen dat Vila Flora aan de baai van Lapad een plek moest worden waar kunstenaars konden exposeren en hun vakanties konden doorbrengen. Van de baai van Lapad is niet veel meerover: een en al beton, kitsch en asfalt. De titel van het project is ontleend aan het antwoord van een jonge moeder aan haar partner, die voorstelde om met hun kind in de snikhete, verbouwde baai van Lapad te gaan zwemmen.

    Met haar initiatief om het centrum van Rijeka gezonder en leefbaarder te maken door het Matija Vlačić Flacius-plein om te dopen tot Theeplein, wilde Woelle geneeskrachtige kruiden op het plein laten planten. Daarmee hoopte ze de in vergetelheid geraakte kennis omtrent de helende werking van planten en hun gebruik bij de bestrijding van kwaaltjes nieuw leven in te blazen. ‘Publieke ruimtes worden mateloos ingepikt,’ zegt Woelle. ‘We kunnen niet eens meer een wandeling maken door onze eigen steden, omdat alles is geprivatiseerd; overal zijn cafés en restaurants die er in feite alleen maar zijn voor toeristen.’

    Ook Burba benadrukt de desastreuze gevolgen van het leunen op toerisme. ‘De stranden worden op illegale wijze opgespoten en de kust wordt almaar verder ingelijfd. Hotelketens en campings dijen almaar uit. Er blijft steeds minder ruimte over voor de inwoners. Er zijn wel een miljoen winkelcentra,’ zegt ze.

    ‘De leefbaarheid is bij ons flink verslechterd door het grenzeloze toerisme’

    De publieke ruimte raakt in het gedrang. ‘De leefbaarheid is bij ons flink verslechterd door het grenzeloze toerisme,’ zegt Burba. ‘In de zomer staan er ellenlange files, waardoor je amper toegang hebt tot bepaalde diensten, zoals de eerste hulp. We hebben een enorm afvalprobleem, de hoeveelheid afval die wordt geproduceerd kunnen we simpelweg niet op een adequate manier verwerken.’ ‘Mensen zijn vaak pas bereid te reageren als er een probleem in hun achtertuin ontstaat, maar we zagen dat er in het geval van Lungomare ook veel mensen in opstand kwamen vanwege de emotionele binding met het gebied,’ zegt Burba.

    Ze zagen in dat er al zoveel is gecommercialiseerd, dat ze bereid waren te strijden voor dat laatste strookje publieke ruimte. ’Niet veel anders was het in Kruščica. Alle inwoners verdedigden de rivier ‘met hart en ziel’, aldus Zukan. Weer of geen weer. Voor ons was het net alsof we naar ons werk gingen. Iedereen was verplicht zijn eigen dienst te draaien,’ zegt ze. ‘Zonder de inwoners was de rivier allang vernietigd. Nu is het weer een prachtige plek, die alle aandacht dubbel en dwars waard was.’

  • Doorbraak op eerste dag klimaattop met goedkeuring nieuw herstelfonds

    Doorbraak op eerste dag klimaattop met goedkeuring nieuw herstelfonds

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » NYT: Israël was al een jaar op de hoogte van plannen Hamas

    » Russische Hooggerechtshof: lhbt-activisme is extremisme

    Arme landen moeten hulp krijgen bij klimaatrampen

    Op de COP28 is donderdag een onverwachte doorbraak geboekt met de goedkeuring van een nieuw herstelfonds waarmee arme landen moeten worden geholpen klimaatrampen te bestrijden. Dat meldt The Guardian. COP28-voorzitter Sultan Ahmed al-Jaber sprak van een ‘positief signaal naar de wereld’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met de oprichting van het fonds, gelijk op de eerste dag van de twee weken durende COP28-conferentie, kregen landen de mogelijkheid om het fonds tijdens de conferentie nog te spekken. Zo werd 100 miljoen dollar toegezegd door de Verenigde Arabische Emiraten, zeker 51 miljoen dollar door Groot-Brittannië, 17,5 miljoen dollar door de Verenigde Staten en 10 miljoen dollar door Japan. Later zegde de Europese Unie 245,39 miljoen dollar toe, waaronder 100 miljoen dollar van Duitsland.

    Het schadefonds is iets waar armere landen al jaren op aandringen. Volgens experts kan de doorbraak helpen om andere compromissen te smeden tijdens de top. Toch zijn er bij sommige arme landen vragen, bijvoorbeeld over hoe het herstelfonds wordt gefinancierd als het geld op is en hoe het geld in het fonds verdeeld wordt.

    Lees ook:

  • ‘Het is tijd voor een nieuw klimaatpopulisme’

    ‘Het is tijd voor een nieuw klimaatpopulisme’

    Journalist Andy Beckett betoogt dat het tijd is ’om te laten zien met welke puinhoop de superrijken ons en de planeet hebben opgezadeld’. Een nieuw klimaatpopulisme moet de egoïstische rol van de rijken benadrukken en hun bevoorrechte positie blootleggen.

    In Groot-Brittannië en ver daarbuiten hebben antimilieuactivisten een nieuw favoriet argument. Omdat ze de klimaatcrisis niet langer kunnen ontkennen, zijn ze van ontkenning overgestapt op klassenstrijd. Nu beweren ze dat milieubeleid en groene innovaties – van elektrische auto’s tot warmtepompen en van lage-emissiezones tot milieubelasting – onbetaalbaar zijn voor de arbeidersklasse en een deel van de middenklasse, maar dat ze desondanks toch worden opgelegd door een onaantastbare elite, bestaande uit politici, bureaucraten en rijke ‘woke kapitalisten’.

    De meeste mensen die deze argumenten in de rechtse media naar voren brengen, hebben zich nooit veel aangetrokken van de financiële problemen van wat ze zo vroom ‘de gewone mensen’ noemen. Maar modern rechts staat erom bekend dat het schaamteloos van koers kan veranderen. Nu de kosten van levensonderhoud zijn gestegen, heeft de antigroene boodschap aan kracht gewonnen.

    Het klimaatpopulisme wint ook aan kracht door een alliantie met sommige superrijken, zoals Rishi Sunak, die extra redenen hebben om zich te verzetten tegen milieubeleid. Vanwege hun frequente vliegreizen, meerdere huizen en overdadige consumptie, hebben ze verreweg de grootste koolstofvoetafdruk, en dus hebben ze het meest te verliezen als hun levensstijl klimaatvriendelijk moet worden. Zij die alleen electorale berekening zien in het antigroene beleid van Sunak, missen bijna zeker diens diepere beweegredenen.

    De opkomst van de democratie vroeg om een meer populair conservatisme. Sindsdien hebben allianties tussen de rijken en sommige angstige, financieel bedreigde groepen uit de arbeidersklasse en middenklasse, het rechtse gedachtegoed in stand gehouden. Deze coalities gebruikten dezelfde basisargumenten tegen noodzakelijke hervormingen als de antigroene beweging nu doet: te hoge kosten en te veel praktische problemen, om maar te zwijgen van de ontwrichtende invloed die verandering op de samenleving heeft. En ondertussen wordt de status-quo hetzij als stabiel en duurzaam afgeschilderd, hetzij als de minst slechte optie.

    Vermijden

    Dergelijke geruststellingen verhullen echter iets belangrijks dat potentieel explosief is: namelijk dat de rijken de klimaatcrisis langer kunnen vermijden dan de rest van ons. Als het in het ene land ondraaglijk warm wordt, kunnen ze gemakkelijker naar een ander land verhuizen. Of ze kunnen zich terugtrekken in privéruimtes met airconditioning. In zijn boek Vertical uit 2016 laat Stephen Graham zien hoe de toenemende segregatie van steden zorgt voor ‘apartheids-atmosferen’: ondergrondse complexen en torens met gezuiverde lucht voor elitebewoners – enclaves die de steeds onaangenamer wordende buitenwereld buitensluiten. Ondertussen zorgen deze moderne kastelen ervoor dat voor alle anderen de wereld onleefbaarder wordt door de warmte die hun airconditioning uitstoot.

    Hoe kan de macht van deze diepgewortelde antigroene lobby worden overwonnen? Milieuactivisten en linkse politici kunnen een stap in de goede richting zetten door een nieuw soort klimaatpopulisme creëren, waarin de rol van de rijken in de klimaatcrisis duidelijker en breder wordt neergezet. ‘Huishoudens met hoog energieverbruik zijn zelden het onderwerp geweest van academische studies of beleidsinitiatieven,’ aldus het tijdschrift Energy Research & Social Science, ‘terwijl juist zij over een enorm potentieel beschikken om hun milieu-impact te verminderen.’ Vorig jaar schreef het tijdschrift Nature Sustainability dat ’s werelds rijkste 1 procent sinds 1990 verantwoordelijk is voor 23 procent van de wereldwijde emissiegroei, terwijl ‘in rijke landen de uitstoot van lage- en middeninkomensgroepen afnam’.

    ’s Werelds rijkste 1 procent is sinds 1990 verantwoordelijk voor 23 procent van de wereldwijde emissiegroei

    Een nieuw groen populisme dat dit egoïsme benadrukt en veroordeelt, kan een wig drijven tussen de meer en minder bevoorrechte delen van de antiklimaatcoalitie. Mensen die zich zorgen maken of ze zich een groener leven kunnen veroorloven, zullen zich dan realiseren hoe weinig ze eigenlijk gemeen hebben met de privéjetklasse. Of zoals een Labour-activist mij half voor de grap voorstelde, na de verkiezingsnederlaag van zijn partij in Uxbridge en South Ruislip vorige maand: belasting op helikopters om een betere sloopregeling te financieren, was een mooiere manier geweest om een ultra-lage emissiezone aan de kiezers te verkopen.

    Sommigen beweren dat de klimaatcrisis te ernstig is om te politiseren. In The Times van vorige week bekritiseerde Keir Starmer ‘degenen op zowel links als rechts die de crisis willen zien als een ideologische identiteitskwestie. In één opzicht heeft hij gelijk. Klimaat is universeel en vraagt om oplossingen op dezelfde schaal: samenwerking binnen en tussen landen in plaats van jarenlange verdeeldheid terwijl de situatie verslechtert.

    Aan de andere kant moeten we wel op een politieke manier naar de klimaatcrisis kijken. Het gaat over hoe een eindige hulpbron – de hoeveelheid uitgestoten koolstof die de planeet kan verdragen – moet worden verdeeld over verschillende belangen. De huidige antigroene beweging is zelden helemaal eerlijk over haar motieven. Het is moeilijk om openlijk te zeggen dat je je niet bekommert om de toekomst van de planeet op de lange termijn omdat je die toch niet meer zal meemaken, of omdat je het profijt op de korte termijn belangrijker vindt. Dus worden er in plaats daarvan respectabel klinkende argumenten aangevoerd over de betaalbaarheid van klimaatbeleid.

    Verzet

    Het verzet tegen dit beleid moet worden gezien voor wat het is: een uiterst politieke poging om de rijken en andere grote uitstoters van koolstof te vrijwaren van het brengen van offers. Publieke figuren van de beweging gaan tekeer tegen groene maatregelen en zijn stiekem misschien wel blij dat een groot deel van de bevolking hun beleid lijkt te steunen. Maar net als tijdens de pandemie worden wij geacht onszelf beperkingen op te leggen en zo te helpen een wereldwijde crisis te bestrijden, terwijl een minderheid onder ons vrolijk feest blijft vieren.

    Om een succesvolle proklimaatpolitiek te creëren, is ook een positief element nodig – een belofte dat het leven in bepaalde opzichten beter wordt met minder uitstoot. De Amerikaanse regering is bezig met het vinden van de juiste manier om dat te zeggen. ‘President Biden ziet klimaatactie als een kans om de [energie]kosten voor alle Amerikanen te verlagen, om goedbetaalde, door vakbonden gesteunde banen voor werknemers te creëren en de cumulatieve effecten van vervuiling op achtergestelde gemeenschappen aan te pakken,’ schreef zijn energieadviseur John Podesta vorig jaar. Het kapitalisme van fossiele brandstoffen is zo schadelijk voor maatschappij en milieu dat het mogelijk moet zijn om kiezers te winnen voor alternatieven.

    Met hetzelfde vertrouwen zal Labour een soortgelijk beleid moeten promoten. Het is vaak moeilijker om doortastend te zijn na een lange periode zonder macht dan wanneer je aan de macht bent. Toch moet de partij zich realiseren dat het afzwakken of uitstellen van klimaatbeleid om een compromis te sluiten met de antigroene lobby een gedoemde exercitie is. Want tegen de tijd dat die lobby heeft geaccepteerd dat een groenere wereld geen extravagantie of complot is maar een noodzaak – als ze dat ooit al zal doen – is het waarschijnlijk al te laat.

  • Wat staat er op het spel bij de klimaattop COP28 in Dubai?

    Wat staat er op het spel bij de klimaattop COP28 in Dubai?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de COP28, de klimaattop die plaatsvindt van 30 november tot en met 12 december. Waar draait deze internationale conferentie om?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is COP28 en waarom is het belangrijk?

    Tienduizenden mensen van over de hele wereld komen deze week naar Dubai voor de jaarlijkse conferentie van de Verenigde Naties over klimaatverandering, die plaatsvindt van 30 november tot en met 12 december. De Verenigde Arabische Emiraten (VAE), een belangrijke olieproducent, is dit jaar gastheer van de top. 

    COP staat voor Conference of Parties, de algemene, besluitvormende vergadering van alle partijen die een internationale conventie bezoeken, in dit geval de 198 landen die het klimaatverdrag van 1992 hebben ondertekend. Diplomaten van deze landen komen sinds 1995 elk jaar bijeen. Het is dus de achtentwintigste keer dat de klimaattop wordt gehouden.

    Verscheidene wereldleiders, met een wisselende staat van dienst op het gebied van klimaat, hebben toegezegd aanwezig te zijn, schrijft The Washington Post. Onder andere de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva, die beloofde de ontbossing van het Amazonewoud een halt toe te roepen, en de Britse premier Rishi Sunak, die onlangs de klimaatdoelstellingen van het Verenigd Koninkrijk heeft uitgesteld vanwege zorgen over de hoge kosten. Ook Paus Franciscus, die vorige maand waarschuwde dat ‘de wereld waarin we leven instort’, heeft bevestigd COP28 te zullen bijwonen. De Britse koning Charles III verzorgt de openingstoespraak. 

    ANP 457399202
    De Britse minister-president Rishi Sunak spreekt tijdens de COP27 in de Egyptische stad Sharm El-Sheikh op 7 November 2022. Sunak heeft onlangs de klimaatdoelstellingen van het Verenigd Koninkrijk uitgesteld vanwege zorgen over de hoge kosten. – © Khaled Elfiqi / EPA

    Van de Chinese president Xi Jinping wordt verwacht dat hij de top overslaat, hoewel vicepremier Ding Xuexiang en de Chinese klimaatonderhandelaar Xie Zhenhua wel van plan zullen zijn deel te nemen. Vanwege de aanhoudende oorlog in Oekraïne zal de Russische president Vladimir Poetin waarschijnlijk evenmin aanwezig zijn. De Amerikaanse president Joe Biden neemt niet deel aan de top.

    Wereldleiders moeten ‘ophouden met treuzelen en beginnen met handelen’ als het aankomt op het terugdringen van de CO2-uitstoot, waarschuwde Simon Stiell, de hoogste klimaatfunctionaris van de VN. Door de snel stijgende temperaturen dit jaar loopt iedereen het risico op een klimaatramp, aldus Stiell in een interview met The Guardian. Geen enkel land hoeft zich volgens hem immuun te wanen voor een catastrofe. 

    Voorafgaand aan de klimaattop waarschuwden de VN in een rapport dat de wereld op weg is naar een ‘helse’ opwarming van de aarde van 3 graden Celsius. ‘Temperatuurrecords zijn door het dak gegaan in 2023 en intensievere hittegolven, overstromingen en droogtes hebben over de hele wereld levens geëist en dorpen, steden en landbouwgrond verwoest. Dit als gevolg van een temperatuurstijging van 1,4 graden sinds eind negentiende eeuw. Wetenschappers zeggen dat er nog veel ergere dingen volgen als de temperatuur blijft stijgen’, schrijft de Britse krant in een ander artikel.

    Wat staat er deze keer op de agenda?

    Het belangrijkste agendapunt is het beoordelen of de wereld op schema ligt om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 te halen, de zogeheten ‘Global Stocktake’. De inventarisatie vindt om de vijf jaar plaats en ‘tot nu toe hebben diplomaten elke keer geconcludeerd dat de wereld er flink naast zit’, aldus The Washington Post

    ‘Het neteligste agendapunt wordt gevormd door de onderhandelingen over een nieuw fonds om arme landen te compenseren voor “verlies en schade” – VN-jargon voor de verwoestingen veroorzaakt door de opwarming van de aarde’, schrijft de Amerikaanse krant. Op de top van vorig jaar in het Egyptische Sharmel-Sheikh bereikten de rijke landen een historische overeenkomst om zo’n fonds op te richten. Maar sindsdien zijn ze er niet in geslaagd om het eens te worden over welke landen aan het fonds moeten bijdragen en hoeveel. Zo zeggen rijkere landen die zich pas later hebben ontwikkeld dan het Westen, zoals China, dat zij minder hebben bijgedragen aan de wereldwijde opwarming en dus minder hoeven bij te dragen. 

    De Zimbabwaanse klimaatactivist Sidney Chisi roept rijke landen in een ingezonden brief op de website van Al Jazeera dan ook op om hun verantwoordelijkheid te nemen. ‘In het Mondiale Zuiden maakt men zich voortdurend zorgen dat rijke landen en internationale bedrijven zullen aandringen op beleid dat hen in staat stelt om hun bedrijfsvoering onveranderd te laten, waardoor armere landen, die het minst verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, er het zwaarst door getroffen zullen worden.’ Grote vervuilers uit rijke landen moeten volgens Chisi niet de kans krijgen om op de klimaattop hun belangen voorop te stellen. 

    ANP 484930374
    Dubai is er klaar voor om de tienduizenden bezoekers van COP28 te ontvangen. Een van de prangende zaken die op de agenda staat, is een nieuw fonds voor arme landen die schade ondervinden van klimaatverandering. – © Peter Dejong / AP Photo

    Analisten verwachten ook dat de onderhandelaars het niet eens zullen worden over de vraag of de slotovereenkomst van COP28 moet oproepen tot het uitfaseren van fossiele brandstoffen, de belangrijkste veroorzaker van de opwarming van de aarde. Grote olieproducerende landen zullen zich hier waarschijnlijk tegen verzetten en aandringen op het belang van CO2-opslag, een technologie die koolstofdioxide uit vervuilende installaties opzuigt en diep onder de grond opslaat. ‘Veel klimaatactivisten zien deze technologie als een valse oplossing, die de levensduur van de infrastructuur voor fossiele brandstoffen nog tientallen jaren verlengt’, schrijft The Washington Post.

    Ook voedselproductie is een belangrijk punt. Volgens schattingen zou een derde van de wereldvoedselproductie in gevaar kunnen komen als de temperaturen blijven stijgen, schrijft The Observer. Landbouw draagt ook in grote mate bij aan de crisis: methaan – een krachtig broeikasgas – is afkomstig van vee; stikstof – een ander broeikasgas – is afkomstig van kunstmestgebruik, en er komen enorme hoeveelheden CO2 vrij wanneer bossen, moerasland en veengronden worden omgezet in landbouwgrond.

    Toch ontbrak het onderwerp voedsel grotendeels in eerdere COP’s, schrijft klimaatredacteur Fiona Harvey van de Britse zondagskrant. ‘Deze keer zal de leiders worden gevraagd een speciale voedselverklaring [over het streven naar duurzame voedselproductie] te ondertekenen, die aan het begin van de conferentie wordt uitgegeven. Een paar dagen later zal de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN uiteenzetten hoe de wereld een groeiende bevolking volgens haar kan voeden zonder buiten de temperatuurgrens van 1,5 graden te treden.’

    Waarom is er zo veel kritiek op organisator VAE?

    Waarom is een oliekoninkrijk gastheer van COP28?’ Die vraagt stelt ook The Washington Post. De Verenigde Naties roteert de locatie van de COP’s elk jaar tussen vijf regio’s: Afrika, Azië en de Stille Oceaan, Oost-Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en West-Europa. Dit jaar was het de beurt aan de Aziatisch-Pacifische groep om te hosten. In 2021 werd door alle deelnemende landen ingestemd met de Verenigde Arabische Emiraten als gastheer voor COP28. Sultan Ahmed Al-Jaber – minister van Industrie en Geavanceerde Technologie van de VAE maar ook directeur van de Abu Dhabi National Oil Company – zal de besprekingen leiden.

    ANP 485006496
    Voorzitter van COP28 Sultan Ahmed Al-Jaber (rechts) en Sjeik Mohammed bin Zayed Al-Nahyan (midden), president van de Verenigde Arabische Emiraten, en Reem Al-Hashimy (links), staatssecretaris voor internationale samenwerking, ontmoeten elkaar woensdagochtend voordat COP28. – © Kamran Jebreili / AP Photo

    Deze dubbele rol wordt bekritiseerd als belangenverstrengeling, schrijft klimaatredacteur Damian Carrington van The Guardian. Temeer omdat uit gelekte documenten in handen van de Britse krant blijkt dat de gastheer van COP28 van plan is om tijdens klimaatbijeenkomsten met andere landen deals voor zijn nationale olie- en gasbedrijven te promoten.

    Ook mensenrechtenactivisten zijn kritisch op de rol van de Verenigde Arabische Emiraten als gastland. Zo schrijven advocaten Rhys Davies en Ben Keith in The Economist dat het slecht gesteld is met de mensenrechten in het olierijke koninkrijk. ‘De vrijheid van meningsuiting wordt ernstig beknot. Afwijkende meningen, of ze nu de vorm aannemen van online activisme of van vreedzame protesten, worden beantwoord met onverbloemde repressie. De zaak van Ahmed Mansoor, een blogger en mensenrechtenactivist uit de VAE die sinds 2017 gevangenzit voor zijn activisme, illustreert een groter, systemisch probleem: de intolerantie van de staat tegenover kritiek.’

    De Britse briefschrijvers vinden het dan ook ‘problematisch’ dat het land gastheer is van de klimaattop: ‘De essentie van COP28 is het aanpakken van de grootste problemen die klimaatverandering met zich meebrengt, en dit vereist een open dialoog, inclusiviteit en respect voor fundamentele rechten. Door de conferentie te houden in een land waar andersdenkenden vaak het zwijgen wordt opgelegd, wordt een tegenstrijdige boodschap uitgedragen, die de geloofwaardigheid en doeltreffendheid van de resultaten zeker zal ondermijnen.’

    Lees ook:

  • Veel jonge mensen willen een groen beroep – maar de realiteit valt tegen

    Veel jonge mensen willen een groen beroep – maar de realiteit valt tegen

    Veel jonge afgestudeerden willen zich in hun werk inzetten voor een duurzame wereld. Maar de praktijk blijkt weerbarstig: ‘Het klimaat is belangrijk, maar we blijven natuurlijk wel een bedrijf.’

    Ze zijn verantwoordelijk voor de duurzame ontwikkeling van een bedrijf of voor de afdeling MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Of ze zijn consultant ecologische transitie, of verantwoordelijk voor het verminderen van de CO2-uitstoot van een bedrijf, projectmanager biodiversiteit of data-analist ESG [Ecologische, Sociale en Governance aspecten]. Ze sporen in de media bedrijven aan hun koers te veranderen of foute bedrijven de rug toe te keren, en zijn op zoek naar verandering van binnenuit. Dat doen ze in zogenoemde ‘groene’, ‘MVO’- of ‘positieve impact’-banen, die de laatste jaren een hoge vlucht hebben genomen. Het gaat om een stijging van 21 procent tussen 2019 en 2021, volgens een onderzoek uit 2022. Maar het uitvoeren van dit ‘zinvolle’ werk verloopt niet altijd zonder moeilijkheden, strijd of soms zelfs ontgoocheling. 

    Enkele tientallen jonge professionals reageerden op een oproep van Le Monde om hun ervaringen te delen. Ze vertelden over de aanvankelijke passie voor hun beroep, maar ook over frustraties en concessies, trage besluitvorming en wel erg kleine triomfen.

    Waarden

    ‘Ik had beter moeten weten op grond van het sollicitatiegesprek,’ zegt Julien (die net als de andere geïnterviewden om anonimiteit vroeg). ‘Toen ik zei dat de strijd tegen klimaatverandering belangrijk voor me was, antwoordde de hr-manager met een glimlach: “Natuurlijk, voor ons ook! Maar we blijven natuurlijk wel een bedrijf…”.’ 

    Nadat hij was afgestudeerd als ingenieur en onderzoekservaring had opgedaan, ontdekte deze Parijse dertiger ‘de geweldige wereld van de groene technologie’. In 2021 begon hij een adviesbureau dat gespecialiseerd is in dataverwerking om de duurzame ontwikkeling in bedrijven te ondersteunen, met name door het uitvoeren van CO2-audits. ‘Ik wil niet werken voor een bedrijf dat alleen maar bezig is met dom en vervuilend kapitalisme. Liever iets wat een beetje meer in het algemeen belang is, snap je,’ aldus de datawetenschapper.

    Hij is niet de enige. Uit onderzoek van Toluna-Harris Interactive onder 2000 jongeren tussen de 18 en 30 jaar, dat in juni werd uitgevoerd voor het collectief Pour un réveil écologique [Voor een ecoligisch ontwaken], blijkt dat meer dan acht van de tien ondervraagden het belangrijk vindt om een baan te hebben waarin het milieu een rol speelt en die nut heeft voor de samenleving. Zeven op de tien zeggen zelfs niet te solliciteren bij een bedrijf dat onvoldoende rekening houdt met het milieu.

    Maar voor Julien valt het werk, ondanks de ‘goede sfeer met collega’s, trainingen over klimaatverandering en een verbod op wegwerpbestek in de kantine’, nogal tegen. ‘Ik heb gemerkt dat de verwachtingen van de bedrijven die ons advies inschakelen soms vrij laag zijn en dat we vaak te weinig feedback krijgen over wat ze daadwerkelijk met onze rapporten doen. Soms wordt er zelfs helemaal niets mee gedaan – terwijl ze er wel graag goede sier mee maken dat ze een cool, verantwoordelijk bedrijf hebben ingehuurd.

    Hij voelt zich er slecht bij bedrijven die werkzaam zijn in de oliesector te certificeren vanwege hun milieubeleid. Ook voelt het niet goed dat bepaalde studies die hij ‘bullshit’ noemt vanuit de overheid worden gefinancieerd. ‘Ik had geen zin om daar nog langer aan mee te doen.’ Dus stopte Julien na anderhalf jaar bij zijn adviesbureau om zich aan te sluiten bij een grote, ‘meer geëngageerde’ start-up op het gebied van de deeleconomie. Daar is hij als datawetenschapper nu veel gelukkiger, omdat hij ‘werkt in overeenstemming met zijn waarden’.

    Vier van de tien ondervraagde jongeren hebben het gevoel dat hun bedrijf lippendienst bewijst aan het milieu

    Degenen die betrokken zijn bij duurzame ontwikkeling of maatschappelijk en milieuverantwoord ondernemen, geven aan dit soort opmerkingen regelmatig te horen van jonge mensen aan het begin van hun carrière, wanneer ze de realiteit ontdekken van hun vermeende droombaan. Maar echte teleurstellingen ‘zijn toch vrij zeldzaam, omdat deze banen over het algemeen echt zinvol zijn’, volgens Caroline Renoux, directeur van Birdeo, een wervingsbureau dat gespecialiseerd is in banen met een maatschappelijke impact. Haar rol is om de ‘misverstanden en valkuilen’ weg te nemen.

    Een van de moeilijkheden is de vermeende greenwashen van bepaalde bedrijven, die zich slechts voor de vorm in zouden zetten voor het klimaat om zo mee te profiteren van de groeiende maatschappelijke drive. Soms trekken ze om die reden bewust jonge mensen aan. Vier van de tien ondervraagde jongeren in de recente Toluna-Harris Interactive-enquête hebben het gevoel dat hun bedrijf enkel lippendienst bewijst aan het milieu. Omgekeerd zegt een aantal door Le Monde ondervraagde professionals, die overtuigd zijn van de grotere betrokkenheid van hun bedrijf, dat ze moe worden van de verdenkingen dat hun bedrijf aan greenwashing doet.

    Verwachtingen

    Maar als het erop aankomt het kaf van het koren te scheiden, om ‘te kiezen tussen een bedrijf dat alleen maar aan de regels wil voldoen of een dat juist een meer geëngageerde aanpak wil volgen’, zijn net afgestudeerden tijdens hun sollicitatie vaak ‘niet duidelijk over hun waarden, wensen en wat ze bereid zijn te accepteren’, zegt Caroline Renoux. Ze moeten ook oppassen dat ze ‘een bedrijf niet verwarren met een ngo of een stichting. Want een bedrijf moet zowel voldoen aan zijn rendementsdoelstelling als aan sociale of milieudoelstellingen. En dat verloopt natuurlijk nooit zonder spanningen.’

    Wanneer de noodzaak van economische groei conflicteert met de noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen, de impact van CO2 of het gebruik van water te verminderen, kunnen waardeconflicten en cognitieve dissonantie optreden.

    Jonge mensen die in ‘junior’-posities terechtkomen, met weinig invloed binnen het bedrijf, ‘zien al snel de tegenstrijdigheden in waarmee ze te maken krijgen en waaraan ze moeten wennen’, voegt Fabrice Bonnifet toe. Hij is hoofd duurzame ontwikkeling van de Bouygues-groep en voorzitter van het Collège des directeurs de développement durable (C3D), een organisatie waarin de hoofden duurzame ontwikkeling van veel bedrijven zich hebben verenigd. ‘We krijgen regelmatig van jonge mensen te horen dat ze gedesillusioneerd zijn,’ zegt hij. ‘Ze werken in MVO-functies maar vinden dat er niet naar ze wordt geluisterd, en bespeuren bij hun gesprekspartners niet de mate van urgentie die ze zelf ervaren.’

    De jonge professionals die wij hebben geïnterviewd lieten weten ook moeilijk overweg te kunnen met de manier waarop met tijd wordt omgegaan. ‘We zijn ons bewust van de ecologische noodsituatie. We zien dat de klimaatverandering versnelt en we weten dat we nu moeten handelen. Maar alles gaat zo langzaam,’ zegt Morgan (25), die sinds twee jaar verantwoordelijk is voor de bescherming van wetlands bij een grote fabrikant van transportinfrastructuur. Hij schetst een situatie die ook veel andere professionals ervaren. ‘Onze werkzaamheden, die relatief nieuw zijn, botsen standaard met die van andere diensten binnen het bedrijf die al lange tijd geld opleveren. Wij krijgen dus zelden voorrang. Het duurt maanden, soms jaren voordat beslissingen worden genomen en uitgevoerd. Je moet geduld hebben. En je moet accepteren dat de milieumaatregelen die je er met moeite doorheen krijgt, zeker in het begin slechts “compenserend” zijn voor activiteiten die voor de rest weinig veranderen…’  Het is een traagheid die hij ook ondervond bij de overheidsinstellingen waarvoor hij in het verleden werkte.

    ‘Je moet ook leren genieten van deze permanente oefening in diplomatie’

    Nu de tijd begint te dringen, ‘moet je over uithoudingsvermogen beschikken en positief blijven – dat is bijna onderdeel van je functieomschrijving,’ zegt Alexandra (27). Ze is hoofd duurzame transformatie voor een groot cosmeticaconcern en gepassioneerd over haar werk. ‘Je moet ook leren genieten van deze permanente oefening in diplomatie ten overstaan van mensen die minder overtuigd zijn dan jij,’ voegt Guillaume (26) toe, die bij de kamer van koophandel en industrie in de regio Parijs bedrijven adviseert over ecologische transitie. In plaats van mensen die ‘soms klimaatsceptisch’ zijn te wijzen op de noodsituatie, probeert hij hen bijvoorbeeld ‘te laten zien hoe ze geld kunnen besparen door hun milieu-impact te verminderen’.

    Om zijn ongeduld tegen te gaan, evenals het gevoel dat hij te veel concessies doet aan zijn eigen waarden, doet hij, net als andere geïnterviewde jongeren, naast zijn baan ook vrijwilligerswerk. Zo initieert hij muurschilderingen over het klimaat, neemt hij deel aan klimaatmarsen, zamelt hij afval in et cetera. Het helpt om plezier in zijn werk te behouden en niet ondergedompeld te raken in de klimaatangst, die vaak op de loer ligt.

  • Wereldnieuws: Roemenië en Bulgarije in Schengen? & meer

    Wereldnieuws: Roemenië en Bulgarije in Schengen? & meer

    Hete peper

    Pepper X, een kleine, rimpelige geelgroene peper geteeld in de VS, is nu officieel de heetste chilipeper ter wereld, volgens Guinness World Records. Dat schrijft NPR. Ed Currie van PuckerButt Pepper Company in South Carolina ontving de Guinnessprijs in het programma Hot Ones op YouTube. Om de intensiteit van Pepper X te meten, werd de Schaal van Scoville gebruikt. Die werd bedacht in 1912 en meet de concentratie van capsaïcinoïden, de stoffen in pepers die de scherpe smaak geven.

    ‘Pepper X geeft niet zo’n branderig gevoel in je keel als de Reaper, maar dat komt later als de pijn begint’

    Een gemiddelde jalapeño telt 2000 tot 8000 Scoville Heat Units (SHU), een serranopeper tussen de 10.000 en 23.000. Maar dan de Pepper X: die heeft er gemiddeld 2.693.000. De vorige recordhouder, de Carolina Reaper – ook geteeld door Currie – heeft er gemiddeld 1,64 miljoen. ‘De Scoville-schaal is logaritmisch, dus Pepper X is drie keer zo heet als een Reaper,’ aldus Currie. ‘Pepper X geeft niet zo’n branderig gevoel in je keel als de Reaper, maar dat komt later als de pijn begint.’

    ap23285505309991 custom 8ed54b7f298a5e46e4d9935fef56601d0becf33d s1100 c50 1

    Roemenië en Bulgarije in Schengen?

    Dat kan spannend worden: de toetreding tot Schengen van Roemenië en Bulgarije zou begin december opnieuw in stemming kunnen worden gebracht. Dat is volgens Euronews in ieder geval de wens van Spanje, dat dit half jaar het roulerende voorzitterschap van de Raad van de EU bekleedt en ook de politieke agenda bepaalt.

    Toelating van nieuwe leden tot het Schengengebied, waar geen grenscontroles zijn, vereist unanieme goedkeuring van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ), waarin de ministers van Binnenlandse Zaken van de lidstaten zijn verenigd. De laatste JBZ-bijeenkomst onder Spaans voorzitterschap vindt plaats op 5 en 6 december. Fernando Grande-Marlaska, de Spaanse waarnemend minister van Binnenlandse Zaken, zei op 19 oktober dat Spanje hoopt dat de toetreding van beide landen ‘in december werkelijkheid zal worden’ en voor Spanje ‘een prioriteit’ is.

    ‘Laten we ze dus eindelijk binnenbrengen – zonder verder uitstel’

    Roemenië en Bulgarije zijn nog niet toegelaten tot het Schengengebied, ook al zegt de Europese Commissie al sinds 2011 dat beide landen aan alle Schengencriteria voldoen. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen deed in september dan ook opnieuw een oproep tot lidmaatschap: ‘Ze hebben het bewezen: Bulgarije en Roemenië maken deel uit van ons Schengengebied. Laten we ze dus eindelijk binnenbrengen – zonder verder uitstel.’ Maar Oostenrijk ligt dwars. Het land zegt dat het aanhoudend hoge aantal onwettige grensoverschrijdingen aan de buitengrenzen van de EU, geschat op ongeveer 232.350 in de eerste acht maanden van 2023, voldoende reden is om verdere uitbreiding van Schengen te vertragen.

    Een toenemend aantal lidstaten, zoals Oostenrijk, Duitsland, Polen en Tsjechië, hebben tijdelijke grenscontroles ingevoerd om de stroom asielzoekers die in frontlijnstaten aankomen en later naar het noorden trekken, in te dammen. ‘Ons standpunt is dat het Schengensysteem als geheel niet werkt en daarom staan we niet open voor uitbreiding ervan,’ zei de Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken Gerhard Karner in augustus.

    grens Roemenie moldavie ANP 14648258 1024x716 1

    Het probleem van de erven Berlusconi

    De erven Berlusconi hebben een probleem, aldus The Guardian. Behalve de miljarden die hij naliet met zijn imperium, is er de vraag wat te doen met zijn enorme collectie nagenoeg waardeloze schilderijen van naakte vrouwen en Madonna’s, die voor 800.000 euro per jaar liggen opgeslagen in een enorm pakhuis tegenover zijn huis in Arcore bij Milaan. De voormalige minister-president, die in juni op 86-jarige leeftijd overleed, vergaarde de collectie, die wel 25.000 schilderijen telt, in de laatste jaren van zijn leven; het merendeel kocht hij via nachtelijke shoppingprogramma’s op televisie.

    Vittorio Sgarbi, voormalig medewerker van het ministerie van Cultuur, kunstcriticus en goede vriend van Berlusconi, zegt dat de dwangneurose om kunst te kopen via tv-programma’s serieus begon in 2018 als gevolg van ‘slapeloze nachten’. Berlusconi spendeerde zo’n 20 miljoen euro aan wat Sgarbi omschrijft als een verzameling kladderwerk: zijn focus leek eerder te liggen op kwantiteit dan op kwaliteit.


    Funflatie

    Amerikanen worden getroffen door funflatie, zo schrijft The Wallstreet Journal. Dat woord wordt gebruikt om de enorme kostenstijging te beschrijven van entertainment, uiteenlopend van concerten tot een bezoek aan pretparken en sportwedstrijden. De stijging was vorig jaar groter dan de prijsstijgingen van bijvoorbeeld voedsel en benzine volgens het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics, dat consumentengedrag analyseert. Als de prijsstijgingen in dit tempo doorgaan, zullen Amerikanen dit jaar zo’n 95 miljard dollar uitgeven aan entreebewijzen. Dat is 23 procent meer dan vorig jaar en 12,5 procent meer dan in 2019, het laatste jaar voor de pandemie.

    De gemiddelde ticketprijs voor de honderd grootste Amerikaanse tournees is sinds 2011 met bijna 100 procent gestegen

    Vooral de kosten voor livemuziek zijn enorm gestegen. Muziekmanagers schrijven dit toe aan marketing op sociale media en de mondialisering van popmuziek dankzij streaming. De gemiddelde ticketprijs voor de honderd grootste Amerikaanse tournees is sinds 2011 met bijna 100 procent gestegen.

    hristina satalova Yx8X7oTrdqI unsplash 1

    Klimaateducatie

    De staat New Jersey heeft als eerste in de VS een Office of Climate Education opgericht. De staat is al pionier op het gebied van onderwijs over klimaatverandering, en wil met dit officiële bureau voor klimaatonderwijs kennis en het bewustzijn onder studenten en docenten vergroten, zo schrijft The Planetary Press. ‘Tijdens enkele van de ergste klimaatgerelateerde gebeurtenissen waarmee ons land ooit te maken heeft gehad, is New Jersey proactief in de strijd tegen klimaatverandering. Onderwijs vormt de basis van deze inspanningen,’ aldus gouverneur Phil Murphy. ‘Met dit initiatief bevorderen we niet alleen het milieubewustzijn, maar bereiden we onze jongeren ook voor op het innoveren, leiden en vormgeven van effectieve oplossingen voor een groenere wereld.’

    Onder Amerikaanse jongeren groeit de vraag naar uitgebreider onderwijs over klimaatverandering

    Het bureau gaat staatsscholen ondersteunen bij het implementeren van de New Jersey Student Learning Standards for Climate Change Education. Met dat programma eiste New Jersey in 2020 als eerste staat in de VS van scholen dat leerlingen worden onderwezen over klimaatverandering. Daarnaast heeft het nieuwe bureau tot doel studenten te ondersteunen en voor te bereiden op toekomstige banen die zullen ontstaan door de transitie naar een groene economie. Onder Amerikaanse jongeren groeit de vraag naar uitgebreider onderwijs over klimaatverandering, en ook naar opleidingen die hun kansen bieden om zich voor te bereiden op groene banen. Ruim 86 procent van de leraren en 84 procent van de ouders in de VS steunt voorlichting over klimaatverandering – desondanks is onderwijs in klimaatwetenschap in de meeste staten een bron van controverse.


    Betonnen lotuswortels

    Het ontwerpbedrijf Reef Design Lab is bezig het leven onder water te regenereren. Dat doen ze door betonnen op lotuswortels lijkende organische vormen gemengd met lokaal gewonnen gerecyclede schelpen in zee te laten zakken. Onderzocht is dat na verloop van tijd deze modules verdere erosie kunnen helpen voorkomen en een leefbare omgeving scheppen voor bijvoorbeeld mosselen en oesters. Elk exemplaar weegt ongeveer 1800 kilo, zodat het bestand is tegen zware golven, en is gemaakt van herbruikbare bekisting en gegoten in een energiezuinig betonmengsel met gerecyclede schelpen, waaronder oesters. Ook met duikers is rekening gehouden, de gaten zijn groot genoeg om doorheen te zwemmen.

    reef design lab emu erosion mitigation units recycled shells concrete designboom ban kopie 2
  • Links Europa moet vuist maken tegen dubbele rechtse moraal, aldus Frans Timmermans

    Links Europa moet vuist maken tegen dubbele rechtse moraal, aldus Frans Timmermans

    De Nederlandse politicus en voormalig EU-commissaris Frans Timmermans noemt de ommezwaai op klimaatgebied van landen als Engeland ‘verbijsterend’. In een interview met The Guardian vertelt hij hoe hij bouwt aan een groene toekomst in een gefragmenteerd politiek landschap. 

    Frans Timmermans, de politicus die zijn hoge positie bij de EU heeft opgegeven om mee te doen aan de Nederlandse verkiezingen, roept alle progressieve partijen in Europa op om zich te verenigen tegen de ‘verbijsterende’ ondermijning van de klimaatdoelen door rechts. De voormalige vicevoorzitter van de Europese Commissie voert nu de gezamenlijke lijst van GroenLinks en de PvdA aan en is van mening dat links zich moet mobiliseren tegen het streven van radicaal-rechts om klimaatmaatregelen als ‘onbetaalbaar’ weg te zetten. Hij gaf The Guardian een van zijn eerste campagne-interviews en zei daarin dat het Verenigd Koninkrijk een van de eerste landen was waarvan de regering terugkomt op haar klimaatbeloften. 

    De Britse premier Rishi Sunak zwakte de klimaatplannen van zijn regering vorige maand danig af met de mededeling dat het verbod op de verkoop van nieuwe diesel- en benzineauto’s vijf jaar wordt uitgesteld en ook de afschaffing van gasboilers minder snel zal worden ingevoerd. ‘Het grote gevaar is nu dat rechts gaat zeggen, en Sunak is daar een goed voorbeeld van: we kunnen ons geen klimaatbeleid veroorloven, het is te duur, vooral voor mensen met een smalle beurs,’ zegt Timmermans. ‘Het is vrij verbijsterend om te zien dat politici die meestal weinig oog hebben voor mensen met lage inkomens zich ineens wel sterk voor hen maken nu dat in hun strijd tegen het klimaatbeleid past,’ vindt hij. ‘Daar zitten duidelijk economische belangen achter. Het gevaar voor links, voor progressieve partijen, is dat deze tegenstelling tussen sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid door rechts wordt uitgebuit en bij links verdeeldheid kan zaaien.’

    ‘Het grote gevaar is nu dat rechts gaat zeggen: we kunnen ons geen klimaatbeleid veroorloven’

    Timmermans wil de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2030 hebben teruggebracht met 65 procent (meer dus dan de 55 procent die de EU zich ten doel stelt) en hij denkt dat het bedrijven en consumenten alleen maar in verwarring zal brengen als klimaatmaatregelen nu weer worden afgezwakt. Net als het Verenigd Koninkrijk heeft ook Zweden onlangs aangekondigd in zijn klimaatbeleid te gaan snijden, en in Duitsland wordt geklaagd over de kosten van het isoleren van gebouwen. Maar Timmermans’ scherpste kritiek geldt de beleidsvoornemens van Sunak. Hij waarschuwt dat de Conservatieve Partij ‘door de radicalen lijkt te worden overgenomen’. Uitstel van het verbod op benzineauto’s is volgens hem een schijnbesparing. ‘Ik hoop dat we onze burgers ervan kunnen overtuigen dat hoe langer je wacht met het nemen van klimaatmaatregelen, hoe duurder ze worden en hoe moeilijker het zal zijn om nog te veranderen,’ zegt hij.

    Historisch dieptepunt

    De populaire sociaaldemocraat en oud-minister, die vermaard is om zijn talenkennis en sinds kort met een grijze baard rondloopt, werd vrij recent tot lijsttrekker uitgeroepen en op slag stond de nieuwe fusiepartij bovenaan in de peilingen. Op dit moment moet hij maar twee partijen voor zich laten: de centrumrechtse VVD van de huidige premier Rutte en het pas opgerichte Nieuw Sociaal Contract van de ‘gematigde outsider’ Pieter Omtzigt. Maar het vertrouwen in de politiek bevindt zich op een historisch dieptepunt. Mede dankzij de kritiek van Omtzigt in de Kamer viel het vorige kabinet Rutte in 2021 over een schandaal waarbij duizenden ouders, vaak mensen met een dubbele nationaliteit, onterecht van fraude met kindertoeslagen waren beschuldigd. En het land betaalt momenteel een ereschuld van 22 miljard euro aan de provincie Groningen, waar 85.000 woningen zijn beschadigd door de decennialange gaswinning. 

    Timmermans heeft net een rondgang van vijf weken door het land gemaakt en beloofd de bureaucratie terug te dringen en te streven naar meer vertrouwen tussen burger en overheid. ‘Als iemand die uit een mijnstreek komt, sta ik nog steeds versteld [van Groningen]. Want in de mijnstreek hadden we precies hetzelfde probleem, dat woningen schade opliepen, maar daar werd meteen iets aan gedaan,’ zegt hij. Een recent schandaal waarbij de fiscus zich bij fraude-onderzoek schuldig bleek te hebben gemaakt aan etnisch profileren, waarvan de minister van Financiën achteraf heeft erkend dat het een vorm van ‘institutioneel racisme’ was, wordt door Timmermans genoemd als een andere reden voor het gebrek aan vertrouwen in de Nederlandse politiek. Hij vindt het ‘vreselijk, vreselijk pijnlijke’ onthullingen en erkent dat het ‘een hele tijd zal duren’ voordat het vertrouwen bij de kiezer is hersteld.

    Ruttes huidige vierpartijenkabinet is in juli weliswaar gevallen over ‘onoverbrugbare’ verschillen van mening over de asielproblematiek, maar volgens Timmermans zal immigratie in de aanloop naar de verkiezingen op 22 november geen splijtzwam worden. ‘Onbeheersbare migratie is een van de factoren die bijdragen aan de onzekerheid in onze samenleving, dus daar moet links net zo goed als rechts een aanpak voor vinden,’ zegt hij. ‘We hebben een verantwoord migratiebeleid nodig, en dat begint met onze internationale overeenkomsten.’ En hij neemt het Verenigd Koninkrijk weer op de korrel, waar minister van Binnenlandse Zaken Suella Braverman in een populistische toespraak vorige week waarschuwde voor een ‘orkaan’ van massa-immigratie: ‘Wij zijn Braverman niet. Dat zijn onze grondbeginselen. Dat is waar de hele westerse democratie om draait.’

    Veerkracht

    Zijn verkiezingsprogramma belooft een verhoging van het minimumloon en meer tegemoetkomingen aan de lage inkomens, meer belasting op vervuiling en op de winsten van bedrijven, een nieuw toptarief voor de inkomstenbelasting, een extra ‘miljonairsbelasting’ en hardere aanpak van belastingontduiking. Maar hij heeft ook voorstellen die de gewone burger in de portemonnee zullen raken, zoals de geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Hij beseft dat dit weerstand kan oproepen: ‘Op sommige mensen werkt klimaatbeleid als een rode lap, ze winden zich daar enorm over op, en in de rechtse media word ik al heel lang als “klimaatpaus” weggezet.’ Maar hij zegt te staan voor een ‘betere samenleving’. ‘Er heerst een diep gevoel van onrechtvaardigheid in onze samenleving, en we moeten het vraagstuk van de herverdeling aanpakken,’ meent hij. ‘Dat zal ook tot meer zelfvertrouwen leiden. Onze mentaliteit van “er is niks wat wij niet kunnen oplossen, want wij zijn Nederlanders” is omgeslagen in “er is niks wat wij kunnen oplossen, want wij zijn Nederlanders”.’

    ‘Als je geen vertrouwen meer hebt in je eigen veerkracht, wordt alles een probleem’

    Deze Monty Python-fan, gekleed in een keurig hemd en jasje met daaronder een spijkerbroek en sneakers, schreef na brexit een verdrietige liefdesbrief aan Groot-Brittannië en ziet nog steeds grote overeenkomsten tussen dat land en Nederland. ‘Om het te zeggen zoals mijn kinderen zouden doen: we zijn onze swag kwijt,’ zegt hij. ‘Herinneren jullie je de tijd van Cool Britannia nog? Niemand heeft het daar nog over. Maar als je trots bent op je land, heb je ook meer veerkracht. Als je geen vertrouwen meer hebt in je eigen veerkracht, wordt alles een probleem.’ De kracht van verenigd links, het bouwen aan een groene toekomst in een gefragmenteerd politiek landschap, is zijn oplossing voor dat probleem. ‘Een van de redenen dat ik weer de nationale politiek in ben gegaan,’ zegt hij, ‘is dat we nu een kans hebben om tot een beweging in de andere richting te komen.’

  • Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Om de uitputting van de aarde te voorkomen en de klimaatverandering af te remmen, moeten we minder vlees en meer plantaardig voedsel eten. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de gastronomische sector en de beleidsmakers, betoogt Lucia Reisch.

    De catastrofale gevolgen van de klimaatverandering dienen zich al aan: Europa wordt door dodelijke hittegolven geteisterd en de poolkappen smelten, de aangroei van het zee-ijs heeft op Antarctica een historisch dieptepunt bereikt. Is er ook iets wat wij daar persoonlijk aan kunnen doen? Het antwoord is driewerf ja. Vooral wat we eten maakt heel veel uit. De leus ‘koeien zijn de nieuwe steenkool’ klinkt misschien overtrokken, maar is in wezen waar. Bijna een derde van alle uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van voedselsystemen, en alleen al rundvlees is verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van de veehouderij en voedselproductie.

    Bovendien worden de voetafdruk van dierlijk voedsel en de daaruit voortvloeiende kosten om de uitstoot terug te dringen niet weerspiegeld in de prijs. Onderzoek toont aan dat mens en planeet baat zouden hebben bij een overstap op plantaardige voeding of op minder milieuvervuilend dierlijk voedsel zoals kip of vis. In een gezamenlijk rapport van onder meer de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF werd onlangs gesteld dat voor een duurzaam en gezond voedingspatroon de voedselsystemen grondig op de schop moeten – en snel. Ook het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft aangetoond dat vergroening van de voedselsystemen een grote bijdrage kan leveren aan de strijd tegen de opwarming van de aarde.

    Je kunt de voedselkeuze van mensen beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken

    In de gedragswetenschap is onderzocht op welke manieren mensen op alle punten in de keten beïnvloed kunnen worden in de keuzes die ze maken: van boeren die moeten besluiten wat ze gaan verbouwen tot detailhandelaren die kunnen overschakelen op de verkoop van duurzamer voedsel en consumenten die eten bestellen in een restaurant. In de VS zit vooral bij die laatste doelgroep veel potentieel, aangezien Amerikanen gemiddeld zes keer per week buiten de deur eten.

    Het is aangetoond dat je de voedselkeuze van mensen kunt beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken, bijvoorbeeld door plantaardige opties prominenter en in ruimere mate aan te bieden. Deze vorm van beïnvloeding stuit ook op betrekkelijk weinig weerstand, terwijl regels en verboden doorgaans betuttelend worden gevonden en een heffing op specifieke producten als vlees en suiker nadelig uitpakt voor de armen.

    Nudging

    Het zou dus een echte gamechanger kunnen zijn om plantaardig voedsel meer centraal te stellen op het menu van restaurants, cafés en kantines. Door het veranderen van de context waarin mensen hun eigen keuze maken, kun je ze met behoud van hun keuzevrijheid toch een duwtje in de goede richting geven (nudging). Maar zo’n verandering moet niet op zichzelf staan. Die moet onderdeel zijn van een bredere verandering van alle aspecten van het voedselsysteem waarmee de consument in aanraking komt, en daarin moeten industrie en detailhandel een grote rol spelen. Overal waar consumenten keuzes maken, kunnen op basis van gedragsonderzoek wijzigingen worden ingevoerd.

    Politici zullen misschien liever grote klimaatbeloften doen, wetten tegen voedselverspilling aannemen of het bedrijfsleven tot duurzame keuzes oproepen, en soms hameren ze er zelfs op dat ‘mensen zelf moeten bepalen wat ze eten’. Maar ze kunnen de detailhandel stimuleren om zijn geavanceerde arsenaal aan marketingtechnieken in te zetten om duurzame en gezonde voedingskeuzes (of zoals het tegenwoordig heet: een ‘planetary health diet’) aantrekkelijker, betaalbaarder, toegankelijker en sociaal breder aanvaard te maken. Dat zou al een grote stap zijn in de richting van verlaging van de uitstoot van broeikasgassen.

    Beleidsmakers mogen hun kiezers natuurlijk nooit manipuleren, al is het voor nog zo’n goed doel. Maar krachtige instrumenten om gedrag te beïnvloeden werken ook als ze volledig transparant zijn. En op basis van inzichten uit consumentenonderzoek en de economische en gedragswetenschappen kan beleid tegen klimaatverandering worden ontworpen dat de emoties, gewoonten, denkpatronen, sociale normen en voorkeuren van mensen centraal stelt. De kritiek op nudging – met name dat het weinig effect heeft en andere, nuttigere middelen overschaduwt – snijdt meestal geen hout. Beleidsmakers streven naar een verantwoorde toepassing, en overal ter wereld wordt door steden als New York en Kopenhagen en andere regio’s keuzearchitectuur ingezet om bij te dragen aan de verandering van voedselsystemen. Dankzij de kracht van suggestie en de neiging van mensen om inspanning te mijden en de weg van de minste weerstand te kiezen is het tot standaard verheffen van de vegetarische optie een van de beste middelen om gedrag te veranderen.

    Standaardoptie

    Als plantaardig eten eenmaal de standaardkeuze wordt en vlees de ‘andere’ optie is, daalt de vleesconsumptie. Uit een systematische analyse van vijftien onafhankelijke interventiestudies die zijn gepubliceerd tussen 2012 en 2020 en uitgevoerd in uiteenlopende situaties in zes Europese landen en de Verenigde Staten bleek dat zo’n ingreep steeds leidde tot een aanzienlijke verlaging van het aantal consumenten dat voor vlees koos, variërend van 53 tot 87 procent. Uit een Deens onderzoek bleek dat ruim 84 procent van de 300 deelnemers achter de keuze stonden om een vegetarische lunch tot standaardoptie te maken. En er zijn sterke aanwijzingen dat deze methode in diverse situaties de voedselkeuze kan beïnvloeden. Voortbouwend op eerder onderzoek voert mijn eigen El-Erian Institute of Behavioral Economics and Policy aan de Universiteit van Cambridge nu een vergelijkbaar veldexperiment uit in dertien van onze mensa’s.

    Gezien deze resultaten is het dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken in restaurants, supermarkten, scholen en kantoren. De non-profitorganisatie Better Food Foundation heeft een hele reeks tips en ideeën voor hoe je dit kunt aanpakken. Meatless Monday was bijvoorbeeld een actie die wereldwijd aansloeg en door veel mensen en organisaties werd gedragen. Ook de woordkeuze op een menu is van belang: door een gerecht niet ‘vegetarisch’ maar ‘planetair’ of ‘plantaardig’ te noemen, breng je beter over dat het ook een duurzame keuze is.

    Het is dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken

    Het veranderen van voedselsystemen als een vorm van klimaatactie kan beginnen met beleidsveranderingen van bovenaf. Vanuit die gedachte hebben activisten, mensen uit het veld, beleidsmakers en onderzoekers op de VN Voedseltop in New York twee jaar geleden samen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 geformuleerd. Maar bij de implementatie van die doelen moeten beleidsmakers oog houden voor de rol die de menselijke factor in de voedselkeuze speelt. Gelukkig slaan partijen uit allerlei sectoren nu de handen ineen om nieuwe beleidsinstrumenten uit te testen en nieuwe normen en keuzefuiken te bedenken. Want dat consumenten moeten overstappen op meer plantaardig voedsel om de broeikasuitstoot van de voedselsystemen te verminderen, staat buiten kijf. Samen met andere beleidsinstrumenten die tot gedragsverandering leiden, kan een centrale plaats van plantaardig voedsel op het menu leiden tot een flinke daling van de vleesconsumptie met behoud van keuzevrijheid. Zo kunnen we straks allemaal een actievere rol spelen in het behoud van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde en het afremmen van klimaatverandering.

  • Greta Thunberg aangehouden tijdens klimaatprotest in Londen

    Greta Thunberg aangehouden tijdens klimaatprotest in Londen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden bezoekt Israël terwijl spanning in regio stijgt

    » Van der Sloot bekent moord op Holloway in rechtbank in VS

    Ze werd opgepakt vanwege het verstoren van de openbare orde

    De Zweedse activiste Greta Thunberg is aangehouden tijdens een Fossil Free protest in Londen. Dat schrijft The Guardian. Thunberg was met andere activisten aanwezig buiten het InterContinental Hotel op Park Lane, waar directeuren van oliemaatschappijen vergaderden. De demonstranten probeerden de toegang tot het hotel te blokkeren, waarna ze werd gearresteerd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op beelden op sociale media was te zien hoe de 20-jarige activiste door politieagenten werd weggeleid en achter in een politiebus werd gezet. In een verklaring zei de politie dat ze de Wet Openbare Orde had overtreden. In totaal werden twintig klimaatactivisten opgepakt, meldde de Londense politie.

    Het protest van Fossil Free London was georganiseerd op de eerste dag van het driedaagse Energy Intelligence Forum – voorheen de Oil and Money Conferentie – waar bazen van Shell en Total zouden spreken. ‘Achter deze gesloten deuren sluiten politici zonder ruggengraat deals en compromissen met lobbyisten van destructieve industrieën – de fossiele brandstof industrie,’ zei Thunberg over het forum. ‘Daarom moeten we directe actie ondernemen om dit te stoppen en dit geld uit de politiek te schoppen.’

    Lees ook:

  • Weerstand tegen klimaatacties in Duitsland neemt toe. ‘Protest is altijd ongemakkelijk’

    Weerstand tegen klimaatacties in Duitsland neemt toe. ‘Protest is altijd ongemakkelijk’

    Klimaatactivisten van Letzte Generation – het Duitse Extinction Rebellion – vinden niet bij iedereen de steun die nodig is om de politieke blokkade op klimaatregelingen op te heffen. Volgens Simon Teune ‘verstoren ze de illusie dat je je leven kunt blijven leiden zoals voorheen’. Der Spiegel sprak met de Duitse socioloog.

    Letzte Generation heeft verschillende keren haar strategieën veranderd. Eerst waren de protesten gericht tegen automobilisten, daarna tegen eigenaren van privévliegtuigen en andere rijken. Nu protesteert de groep vooral in Beieren, waar binnenkort deelstaatverkiezingen worden gehouden. Hoe verstandig is deze aanpak?

    ‘Het doel van de groep is een fundamenteel ander klimaatbeleid. Om dat te bereiken proberen ze verschillende strategieën uit, en het is eigenlijk moeilijk te voorspellen welke acties uiteindelijk het effectiefst zullen zijn. Het is zeker zinvol om vooral te mikken op de grootste veroorzakers van klimaat­verandering. De superrijken produceren door hun levensstijl en investeringen bijzonder veel uitstoot die schadelijk is voor het klimaat.

    Europa1 Simon Teune
    Socioloog en promovendus Simon Teune doet aan de Technische Universiteit in Berlijn onderzoek naar protestbewegingen. 

    Het feit dat de activisten zich richten op een deelstaat waar in de herfst verkiezingen worden gehouden, valt te beschouwen als een poging om al bestaande publieke aandacht te gebruiken voor de eigen agenda. Het uitproberen van verschillende strategieën kun je ook opvatten als reactie op een uitputtingseffect.’

    Wat bedoelt u?

    ‘De straatblokkades bezorgen Letzte Generation niet meer zo veel aandacht als in het begin. En ze brengen kosten met zich mee: financiële, maar vooral mentale kosten. De demonstranten hebben geld nodig voor rechtszaken en advocaten. En het is enorm belastend om tegenover boze en soms gewelddadige automobilisten te staan. Sommige demonstranten zijn getraumatiseerd door die reacties of door gewelddadig politieoptreden.’

    Toch heeft Letzte Generation veel tegenstanders die eigenlijk voorstanders zouden kunnen zijn. In talrijke opiniepeilingen vindt een meerderheid van de respondenten dat klimaatverandering een van de dringendste problemen van dit moment is. Tegelijkertijd wijst een groot aantal mensen het protest af. Hoe valt dat te rijmen?

    ‘De kritiek op de protesten van Letzte Generation staat symbool voor hoe we als samenleving omgaan met de klimaatcrisis als geheel. De media en de politiek verklaren het klimaatprotest – en niet de klimaatcrisis – tot het probleem. We weten allemaal dat het om een enorme uitdaging gaat en dat we allemaal vrij machteloos tegenover het probleem staan. Letzte Generation maakt dat conflict zichtbaar.’

    Wat wordt door dat protest dan precies zichtbaar?

    ‘Het onthult de beangstigende stilstand in de politiek over een kwestie die cruciaal is om te overleven. Het wekt de indruk dat delen van de huidige rood-geel-groene coalitie en de oppositie een duurzaam klimaatbeleid zo lang mogelijk willen uitstellen, terwijl de wetenschap duidelijk zegt dat er nog maar weinig tijd is om de klimaatcrisis met effectieve maatregelen te verzachten. De liberale FDP is zelfs tegen minimale oplossingen zoals een snelheidslimiet. De bondskanselier toont geen leiderschap en maakt ook niet duidelijk dat we moeten overschakelen op de crisismodus. Een brede parlementaire meerderheid steunt nog steeds subsidies voor fossiele energie. 

    ‘Het feit dat de regering wegkijkt is moeilijk te accepteren, en dat komt tot uiting in de protesten van Letzte Generation’

    Als de regering eerlijk zou zijn, zou ze mensen moeten voorbereiden op het feit dat we niet kunnen doorgaan met leven zoals we tot nu toe hebben gedaan. We zien nu al dat klimaatverandering leidt tot conflicten over water en land, tot honger en vluchtelingenstromen. Een consistent klimaatbeleid zou betekenen dat we een gemeenschappelijk perspectief ontwikkelen voor een noodzakelijke transformatie, waardoor we ook anders gaan praten over nieuwe manieren van verwarming, of over verbrandingsmotoren. Het feit dat de regering wegkijkt is moeilijk te accepteren, en dat komt tot uiting in de protesten van Letzte Generation.’

    Maar je ziet nu al dat veel mensen de verplichting om op middellange termijn een nieuw verwarmingssysteem te installeren erg ingrijpend vinden – de veranderingen gaan voor hen te snel.

    ‘ Ik denk dat dat maar ten dele waar is. Er is een maatschappelijke meerderheid voor een beter klimaatbeleid. De suggestie dat het voor mensen ‘te snel’ zou gaan, is ook een strategie om dingen te vertragen. Maar ook hier ligt de verantwoordelijkheid bij de overheid. Zij moet eerlijker communiceren dat wat nu nog een onredelijke eis lijkt, een kans is om een catastrofale ontwikkeling in de nabije toekomst te voorkomen.’

    In hoeverre zijn mensen volgens u bereid om hun eigen leven te veranderen?

    ‘De demonstranten verstoren de illusie dat je uiteindelijk op de een of andere manier je leven kunt blijven leiden zoals voorheen, namelijk zonder extra beperkingen. Dat gevoel van verstoring is bedreigend, en verklaart ook de scherpte van het debat. Het komt niet vaak voor dat demonstranten worden beledigd of aangevallen. Ondertussen gebeurt dat wel vaak met leden van Letzte Generation.

    ‘Ze worden geschopt en van straat getrokken omdat ze velen een spiegel voorhouden’

    Ze worden geschopt en van straat getrokken omdat ze velen een spiegel voorhouden en hun eigen dilemma laten zien. Want veel mensen weten heel goed dat hun leven moet veranderen omdat ze parasiteren op de toekomst. We geven niet toe aan de bijbehorende gevoelens van schuld en schaamte. Het is gemakkelijker om ons af te reageren op degenen die ons herinneren aan onze eigen tekortkomingen.’

    Vergeleken met sommige acties vorig jaar, toen er aardappelpuree naar een schilderij werd gegooid, zijn de protesten ook intenser geworden. Minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser zei in juni dat sinds begin 2022 maar liefst 580 strafbare feiten zijn toegeschreven aan Letzte Generation. Is het protest aan het radicaliseren?

    ‘Ik zie geen tendensen tot radicalisering. Letzte Generation heeft verschillende vormen van protest uitgeprobeerd die ontwrichtend zijn en die niet genegeerd kunnen worden. De demonstranten richten hun pijlen op democratisch gekozen instellingen. Hoewel ze een radicaal ander klimaatbeleid en een fundamenteel andere manier van zakendoen eisen, is het protest niet gewelddadig en vormt het geen bedreiging voor de democratie, noch staat het buiten de grondwet. Integendeel, de klimaatbeweging is juist positief over de grondwet. 

    Het populaire begrip ‘klimaat-RAF’ is een verdraaiing van de werkelijkheid

    Het populaire begrip ‘klimaat-RAF’ is een verdraaiing van de werkelijkheid. Er zijn geen delen van de klimaatbeweging die vinden dat leden van de regering met geweld uit de weg geruimd moeten worden – in tegenstelling overigens tot bewegingen aan de rechterflank. Maar de klimaatbeweging verschilt ook van andere sociale groeperingen omdat de dynamiek in de klimaatcrisis snel gaat. Als deze regering met deelname van de Groenen nu al niet in staat is om adequaat op de crisis te reageren, kan dat ertoe leiden dat klimaatactivisten op een gegeven moment fundamenteel beginnen te twijfelen aan democratische instellingen.’

    Zijn protesten zoals die van Letzte Generation überhaupt een effectief middel om politieke druk te genereren?

    ‘Je kunt Letzte Generation bekritiseren omdat ze een te simpele voorstelling van politiek uitdragen. De veronderstelling dat je politieke beslissingen min of meer direct kunt beïnvloeden door de druk op te voeren, is te eenvoudig. Maar de protesten vervullen zeker een belangrijke functie, in die zin dat ze de ‘business as usual’-houding verstoren. Het feit dat dit soort wanhopige protesten überhaupt tot stand komt, heeft te maken met een gebrek aan politiek leiderschap in het klimaatbeleid. De vergiftigde atmosfeer die hierdoor is ontstaan maakt het moeilijk om de crisis democratisch aan te pakken.’

    Bedoelt u dat de geschillen over het klimaatbeleid de democratie in gevaar brengen?

    ‘De behandeling van Letzte Generation is een schoolvoorbeeld van wat in de academische wereld ‘morele paniek’ wordt genoemd: sommige media en ook sommige politici wekken de indruk dat een bepaalde groep de morele orde van de samenleving bedreigt. Letzte Generation is misschien lastig of vervelend, maar door ze te criminaliseren of als potentiële staatsvijanden neer te zetten, wordt de ruimte voor maatschappelijk debat kleiner. Dat is problematisch voor een democratie.’

    Een van de beschuldigingen van de kant van critici is dat de protesten illegaal zijn omdat ze niet worden aangemeld als echte demonstraties.

    ‘: Dat is precies de logica van burgerlijke ongehoorzaamheid in een liberale rechtsstaat: iemand heeft een politieke, moreel gerechtvaardigde zorg die niet wordt aangepakt binnen de bestaande instellingen, en is bereid om in beperkte mate regels te overtreden om daar aandacht voor te vragen. En is ook bereid om de straf voor deze overtredingen te accepteren. Democratieën zijn voortgekomen uit burgerlijke ongehoorzaamheid. De grote verworvenheden van de arbeidersbeweging, zoals eerlijkere lonen, zijn tot stand gekomen door illegale stakingen; ook vrouwenkiesrecht werd met militante middelen verworven. Maar protest is altijd ongemakkelijk.’

    De klimaatbeweging Fridays for Future heeft zich herhaaldelijk gedistantieerd van de acties van Letzte Generation. Waarom zijn zij – en andere klimaatactivisten – niet solidairder met Letzte Generation? Ze strijden tenslotte voor hetzelfde doel.

    ‘Er is solidariteit, maar ook een strategische afstand. Op dit moment kan niemand die de kant van Letzte Generation kiest op een positieve reactie rekenen. Het is op dit moment sowieso moeilijk om mensen te mobiliseren. De klimaatbeweging heeft veel bereikt: een groot deel van de mensen erkent nu de uitdaging van de klimaatcrisis en ook organisaties als de kerken en de vakbonden pleiten openlijk voor verandering.

    ‘Tegelijkertijd worden klimaatprotesten gecriminaliseerd. Dat frustreert veel mensen enorm’

    Maar de Duitse regering heeft op de klimaatstakingen van Fridays for Future – die tot de grootste protesten in de geschiedenis van de Bondsrepubliek behoren – gereageerd met een ontoereikende klimaatbeschermingswet. Tegelijkertijd worden klimaatprotesten gecriminaliseerd. Dat frustreert veel mensen enorm.’

    Welke mogelijkheden zijn er dan nog over om politieke druk uit te oefenen?

    ‘Er zal nog steeds druk van de straat komen, met massaprotesten en spectaculaire acties. Daarnaast blijft de klimaatbeweging werken aan verbreding van de discussie. Als verenigingen en organisaties die politiek dicht bij de FDP of de CDU en CSU staan zich zouden uitspreken voor een ander klimaatbeleid, zou het beeld aanzienlijk veranderen.’

    Zou dat bijvoorbeeld de Federatie van Duitse Industrieën kunnen zijn?

    ‘Als in die gelederen het besef zou doordringen dat ook hun economische modellen worden bedreigd door de klimaatcrisis, is er een kans dat de politieke blokkade in het klimaatbeleid wordt opgeheven. Het is geen voor de hand liggende gedachte, maar de klimaatcrisis heeft tot nu toe al voor heel wat verrassingen gezorgd. In Frankrijk waren er in maart gewelddadige betogingen rond de aanleg van bassins voor grondwater – een andere vitale hulpbron die al lange tijd wordt bedreigd door onze manier van leven. Nog maar een paar jaar geleden hadden weinigen verwacht dat er hier in Europa om water gevochten zou kunnen worden.’

    Lees ook:

  • Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea proberen hun energiegebruik te verminderen door hun kunstwerken op een andere manier te bewaren en te vervoeren. De grootste winst valt echter te behalen bij de gasten: 99 procent van de CO2 die het Louvre uitstoot, wordt veroorzaakt door de bezoekers.

    Alle toevoer afsnijden! Water, gas, elektriciteit! Afgelopen lente heeft het Maison des arts de Malakoff in het departement Hauts-de-Seine zijn energiegebruik uit eigen beweging volledig stilgezet: geen enkele expositie meer, een radicale stop van vijf maanden. ‘We hadden al veel milieumaatregelen genomen, zoals het opvangen van regenwater, het planten van een boomgaard en het installeren van andere verlichting,’ vertelt directeur Aude Cartier. ‘We moeten de milieuangst omzetten in initiatieven die mensen mobiliseren en de wereld veranderen in plaats van haar te versomberen, en onze instellingen kunnen daarbij een rol spelen.’

    Lampen op zonne-energie, emmers water in de wc’s… Aude Cartier en haar team hebben elk onderdeel van het dagelijks leven een nieuwe invulling gegeven. In de vorm van sculpturen, een broodoven in de tuin, fermentatieworkshops voor het maken van miso, kombucha en kimchi, het middels allerlei acrobatische toeren kweken van paddenstoelen en het voeren van talloze discussies over morgen.

    Niet alle Franse musea en kunstencentra gaan zo ver, maar aandacht voor het milieu is onontkoombaar sinds de coronapandemie. De klimaatrampen van 2022 hebben alles nog in een stroomversnelling gebracht. Er is geen groot museum meer zonder duurzaamheidsadviseur. Doel, volgens het collectief Les Augures dat de groene transitie in de beeldende kunst begeleidt, is ‘het reduceren van de negenduizend ton CO2 die een gemiddeld museum jaarlijks uitstoot, de voetafdruk van achthonderd Fransen’. In Malakoff heeft het collectief een maximaal aantal gegevens verzameld, variërend van de wijze waarop bezoekers naar het museum komen tot de psychologische impact die bepaalde veranderingen hebben op het team. Alles is geïnventariseerd en geanalyseerd, ‘om te kunnen bepalen wat werkt en wat niet, en om ook anderen van onze bevindingen te laten profiteren’, legt Aude Cartier uit.

    ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen‘

    Want dat is het grootste struikelblok. ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen, het valt buiten hun competentie en stelt ze voor een aantal heel uiteenlopende uitdagingen,’ onderstreept Fanny Legros, die drie jaar geleden Karbone Prod heeft opgericht, een ander bureau dat zich in procesbegeleiding op dit gebied heeft gespecialiseerd.

    Een toekomstig museum dat 100 procent duurzaam is? Daarvoor moet je het verbruik van een vrachtauto kunnen berekenen, expert worden op het gebied van isolatie, de herkomst van de vis in je restaurant kunnen vermelden, op de hoogte zijn van het Franse decreet van 2019 dat bepaalt dat het energieverbruik van openbare gebouwen in 2030 met 40 procent verminderd moet zijn, in 2040 met 50 procent en in 2050 met 60 procent, je bezoekers aansporen om op de fiets te komen, de levenscyclus van de bekleding van je banken achterhalen, een toekomst bedenken voor afgedankte vloerbedekking. Een duizelingwekkende hoeveelheid uiteenlopende expertises.

    Recycling

    ‘Maar we hebben geen keus: binnen enkele jaren zal Frankrijk het klimaat van Andalusië hebben,’ benadrukt Sandra Patron, die een voortvarend actieplan heeft gelanceerd voor het Musée d’Art Contemporain in Bordeaux dat ze sinds 2019 leidt. ‘Ons hoofdgebouw? Het is binnenkort misschien te warm om daar exposities te houden. Maar we verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is. De vragen die voorliggen zijn even fascinerend als beangstigend. En hoe meer je op de zaken vooruitloopt, des te intelligenter de antwoorden.’ Patron zet vooral in op recycling: komende herfst zal Bordeaux een ondergrondse recyclinginstallatie in gebruik nemen die het ‘afval’ van de culturele instellingen van de stad zal inzamelen en herverdelen. Een prijzenswaardig initiatief dat is gestart door de Réserve des arts de Pantin in het departement Seine-Saint-Denis en sinds 2020 ook in Marseille is gerealiseerd. In 2022 heeft de organisatie 722 ton materiaal ingezameld bij tal van grote en kleine musea en kunstenaars; 520 ton daarvan is weer in gebruik genomen door de 13.000 aangeslotenen. Vooral hout, maar ook metaal, textiel, leer. Een succes dat helaas wordt bedreigd: omdat de Réserve binnenkort moet verhuizen wordt wanhopig naar een nieuwe locatie gezocht, terwijl er nog nooit zo’n groot beroep op de organisatie is gedaan. Want veel instellingen hebben zich met name op het meest voor de hand liggende afvalitem gestort: expositiepanelen. Deze worden voor elke tentoonstelling op maat gemaakt en belandden voorheen systematisch in de afvalcontainer. Maar dat is nu verleden tijd.

    ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt’

    En verder? De musea wisselen steeds meer ervaringen uit, maar ieder voor zich blijft de regel. Frankrijk kent geen equivalent van de in het Verenigd Koninkrijk opgerichte Gallery Climate Coalition, waarbij momenteel 800 musea aangesloten zijn, van PS! in New York tot Barbican in Londen, die tussen nu en 2030 hun CO2-uitstoot willen halveren en streven naar 0 procent afval. Het enige aangesloten Franse museum is het Musée Picasso in Parijs.

    ‘Frankrijk loopt een beetje achter, want het ontbreekt ons aan gegevens over de werkelijke voetafdruk van de cultuursector, die geen deel uitmaakt van de koolstofarme strategie die de overheid voorstaat,’ zegt Fanny Legros spijtig. Karbon Prod en Augures hebben daarom de handen ineengeslagen om een instrument voor dataverzameling te ontwikkelen waarvoor ze de financiering op korte termijn hopen rond te krijgen; een tiental Franse musea zou als ‘bêtatesters’ fungeren. ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt en dat er meetinstrumenten komen voor elk afzonderlijk geval,’ aldus Legros. 

    Permacultuur als model

    Intussen voltrekt de facelift zich zo goed en zo kwaad als het gaat: de exposities worden langer, er wordt vaker een beroep gedaan op plaatselijke collecties, koolstofboekhouding vindt steeds meer ingang. Maar dat volstaat in de ogen van Guillaume Désanges niet voor een duurzaam ontwikkelingsbeleid: de directeur van het Palais de Tokyo in Parijs wil verder gaan en permacultuur, een duurzame landbouwmethode, als model gebruiken. ‘Natuurlijk moeten we de koolstofuitstoot beperken, maar we moeten vooral weer ontdekken dat het nodig is om dingen anders te doen. Wij gaan prat op onze vrolijke, creatieve nederigheid. Voor ons is duurzaamheid geen gespreksonderwerp, maar het uitgangspunt van de manier waarop we werken.’

    Dankzij sponsorgelden heeft het Palais de Tokyo het bureau Utopies in de arm kunnen nemen voor het opstellen van een koolstofboekhouding. In 2021 heeft het museum 7200 ton CO2 uitgestoten, constateert het rapport. Oftewel 16 kilo per bezoeker, twee keer zo veel als het Gugenheim in Bilbao. Drie kwart daarvan wordt veroorzaakt door de bezoekers van exposities, die voor het overweldigende merendeel uit het buitenland komen. Een situatie die op nationale schaal aangepakt zou moeten worden: van de 4 miljoen ton CO2 die het Louvre uitstoot wordt 99 procent veroorzaakt door de bezoekers.

    Voor het overige beschikt het Palais de Tokyo nog over de nodige manoeuvreerruimte, verzekert de directeur. Doel is 42 procent minder CO2-uitstoot in 2030. Eerst genomen beslissing in de zomer van 2023 was de sluiting van de glazen zaal op de begane grond, die tijdens grote hitte onbruikbaar is. De tienduizend vierkante meter met airco koelen is ondenkbaar. Het hele parcours is herzien: vanuit de frisse tuinen komt men binnen via het souterrain en de expositie van Laura Lamiel wordt omsloten door dikke muren. ‘Deze initiatieven helpen om het cynisme te doorbreken van de kunstwereld, waar veel over duurzaamheid wordt gesproken zonder werkelijk te beseffen wat er aan de hand is. Maar het belangrijkste is dat we een opwaartse spiraal creëren,’ vervolgt Guillaume Désanges. ‘Het Palais is een levend ecosysteem dat niet als monocultuur mag worden gebruikt, maar waar de gebruiksintensiteit varieert en er soms ruimte onbenut blijft.’

    Op het programma van dit duurzame Palais staat een intensievere dialoog met andere instellingen en het afwijzen van ‘concurrentiestrategieën zodat de artistieke en intellectuele inbreng voorrang krijgt. Altijd haantje de voorste zijn? Die logica is zijn doel voorbijgeschoten. Wij houden ons liever aan de tijd van de kunstenaars.’ En ook aan hun vergroeningstempo, dat ze zichzelf inmiddels heel vaak opleggen. Zo heeft Davide Balula het project Artists Commit gelanceerd, dat de voetafdruk van een expositie haarfijn wil analyseren.

    Grote oceaanstomer

    Bij musea met oude kunst speelt deze aandrang minder. Hoe kunnen we deze grote oceaanstomers een draai laten maken? ‘Bij al onze projecten houden we de energietransitie in het oog; daar staan we met onze teams dagelijks bij stil,’ verzekert Virginie Donzeau, directielid van het Musée d’Orsay.

    ’s Winters één graad minder, ’s zomers één graad meer: eind 2021 heeft Orsay een plan aangenomen voor een haarfijne afstelling van verwarming en airconditioning, aldus Donzeau. Resultaat is dat de energiekosten in de winter van 2022 met 16 procent zijn gedaald. Er zal onder geen beding een beroep worden gedaan op de uitzonderingsclausule voor monumenten die in het energiedecreet van 2019 is opgenomen: voor 2024 wordt gemikt op een daling van het energiegebruik met 25 procent, en voor 2050 met 60 procent, conform de eisen die het decreet stelt aan alle openbare gebouwen van meer dan duizend vierkante meter. ‘Ons gebouw, een spoorstation uit de negentiende eeuw dat aan vier windrichtingen is blootgesteld, is onze grootste uitdaging, maar we zien die complicatie ook als een kans,’ verzekert Donzeau.

    In alle tentoonstellingszalen is inmiddels ledverlichting aangebracht, en de andere ruimtes zullen binnenkort volgen. De renovatie van de entree zal het verbruik ook doen dalen. Er wordt zelfs aan gedeeltelijke geothermie gedacht. ‘De daling van de CO2-uitstoot die in 2022 is gerealiseerd heeft ons een beetje verrast,’ vervolgt ze, ‘want die is nogal contra-intuïtief. Als je de bezoekers niet meetelt komen de exposities zelf pas op de vierde plaats qua energieverbruik, na het gebouw, de winkelactiviteiten en de horeca.’ Transporteurs bewegen tot verduurzaming van hun wagenpark, met verzekeraars onderhandelen om een of twee kunstwerken meer in dezelfde vrachtwagen of hetzelfde vliegtuig te mogen vervoeren, elk detail wordt onder de loep genomen om de uitstoot van broeikasgassen tussen nu en 2030 met 30 procent te verminderen.

    Het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is, blijft een knelpunt

    Origineler is nog dat het museum een project heeft geïnitieerd voor vergroening van de oevers van de Seine in Argentueil in het departement Val d’Oise, naar voorbeeld van de impressionistische doeken waarop het destijds nog ongerepte landschap staat afgebeeld.

    Maar er blijft een knelpunt, namelijk het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is. Zelfs de International Council of Museums breekt zich daar het hoofd over: ‘Sommige normen voor preventieve conservering dateren van dertig jaar geleden. Zijn die nog valide en werkbaar in de huidige tijd?’ Sandra Patron gaat nog verder: ‘Kun je nog werken in koelcellen conserveren à raison van 15.000 euro per jaar? Je moet verder durven denken, zelfs als dat in strijd is met de regels.’

    Lees ook:

  • Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Welvarende landen zouden lagelonenlanden substantiële financiering moeten aanbieden om af te stappen van fossiele brandstoffen. De Keniaanse president William Ruto stelde een nieuwe ‘groene wereldbank’ voor, een doordacht plan dat vraagt om zorgvuldige bestudering.

    In een interview met Financial Times tijdens de Top voor een Nieuw Mondiaal Financieringspact, afgelopen juni in Parijs, deed de Keniaanse president William Ruto een oproep om een ‘groene wereldbank’ op te richten die ontwikkelingslanden zou helpen de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten, zonder de toch al onhoudbare schuldenlast nog verder te verzwaren. Als rijke landen serieus van plan zijn klimaatverandering aan te pakken en vrede en welvaart te bevorderen in Afrika en de rest van de ontwikkelingswereld, moeten ze dit doordachte en belangrijke voorstel in overweging nemen. 

    Tot voor kort waren de overvloedige natuurlijke hulpbronnen en goedkope arbeidskrachten van ontwikkelingslanden hun enige onderhandelingstroeven. Maar de klimaatverandering heeft lagelonenlanden een betere onderhandelingspositie gegeven en de dynamiek van de relaties tussen Noord en Zuid veranderd. Ontwikkelingslanden laten zich niet langer dwingen enorme schulden aan te gaan voor de financiering van hun vergroening, vooral niet wanneer er goedkopere alternatieven voorhanden zijn.

    Hypocrisie

    De voortdurende pogingen van welvarende landen om lagelonenlanden ertoe over te halen een hogere waarde toe te kennen aan duurzame energiebronnen dan zijzelf hebben gedaan, zijn tot mislukken gedoemd. Hoewel de aansporingen in enkele gevallen succes hebben gehad, mede dankzij de dalende kosten van zonne- en windenergie, vinden ontwikkelingslanden het vaak veel rendabeler om in de voetsporen van geavanceerdere landen te treden en in te zetten op fossielebrandstoftechnologieën.

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd. Jarenlang hebben zij ontwikkelingslanden het gebruik van fossiele brandstoffen ontraden en leningen voor de ontwikkeling van gas- en olieprojecten onthouden, vooral als die bestemd waren voor binnenlands gebruik. Maar sinds de Russische invasie zetten Europese leiders Afrikaanse landen onder druk om de productie van gas te verhogen, zodat het in de vorm van vloeibaar aardgas naar Europa kan worden verscheept. Duitsland heeft zelfs zijn kolencentrales heropend. Bovendien hebben Europese huishoudens en bedrijven precies hetzelfde soort enorme energiesubsidies gekregen waarvoor Afrikaanse landen in onder meer het jaarrapport over 2022 van het Internationaal Energieagentschap op de vingers werden getikt.

    Aanklacht tegen oliebedrijven

    Californië is niet alleen een belangrijke producent van olie en gas, maar wordt ook geteisterd door de gevolgen van klimaatverandering, met bosbranden, overstromingen, verzengende hitte en tropische stormen. Volgens The New York Times vindt de staat het nu welletjes. In navolging van zeven andere staten heeft de openbaar aanklager op 15 september een rechtszaak aangespannen tegen vijf van ’s werelds grootste oliemaatschappijen: Exxon Mobil, Shell, BP, ConocoPhillips en Chevron.

    Zij worden verantwoordelijk gehouden voor tientallen miljarden dollars aan schade, en misleiding van het publiek door de risico’s van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het OM van Californië wil dat de beklaagden een fonds oprichten waaruit toekomstige schade door klimaatgerelateerde rampen kan worden betaald.

    Terwijl Europese regeringen deze initiatieven beschouwen als een gerechtvaardigde reactie op buitengewone omstandigheden, zijn ze voor ontwikkelingslanden, waar elektriciteitsrantsoenering zelfs in vredestijd de regel is, moeilijk te verteren. De Verenigde Staten brengen het er niet veel beter van af. Toen de benzineprijzen de pan uit rezen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, verzekerde de Amerikaanse president Joe Biden dat hij alles in het werk zou stellen om de prijzen te laten dalen. Biden deed zelfs een beroep op Saoedi-Arabië om meer olie op te pompen, ondanks de eerdere bedenkingen van zijn regering tegen dat land en de leider ervan, kroonprins Mohammed bin Salman.

    Naast Ruto’s voorstel voor een groene bank zijn er ook andere manieren geopperd om ontwikkelingslanden te voorzien van de financiële middelen die nodig zijn om de overstap op schone energie te kunnen voltooien. Een voorbeeld daarvan is het voorstel van diverse gezaghebbende figuren om buitenlandse investeerders minder kwetsbaar te maken voor wisselkoersrisico’s in ontwikkelingslanden. Dit voorstel is echter ondoordacht. 

    Prioriteit

    Gezien het feit dat een groot deel van het wisselkoersrisico een soeverein kredietrisico behelst, kan het niet alleen met financiële instrumenten worden weggenomen. De belangrijkste dreiging voor wisselkoersen is tenslotte de sterke prikkel voor regeringen die krap bij kas zitten om de schuld door inflatie te laten wegsmelten. Het subsidiëren van een enorme schuldenstijging in ontwikkelingslanden is geen oplossing voor de opwarming van de aarde, maar een recept voor een nieuwe schuldencrisis. Bij klimaatfinanciering voor lagelonenlanden moeten schenkingen de prioriteit krijgen, en niet leningen.

    Hoewel instellingen die volgens het systeem van Bretton Woods werken een belangrijk doel dienen, zijn hun financiële en bestuurlijke structuur, evenals hun bestaande middelen, ontoereikend. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank verschaffen voornamelijk leningen en niet de onvoorwaardelijke schenkingen die ontwikkelingslanden nodig hebben. Bovendien zijn de bestuursmechanismen van deze instellingen ingesteld op het bevoordelen van rijke landen die leningen verstrekken. Om ontwikkelingslanden over te halen de strijd tegen klimaatverandering aan te gaan, moeten ze een grotere rol krijgen in het formuleren van een mondiaal beleid. Ook moet de voorgestelde financiering omvangrijk zijn.

    Wereldbank

    Een andere oplossing die ik de afgelopen jaren heb bepleit, is de oprichting van een wereldbank voor CO2-beprijzing die technologische transitie kan ondersteunen, onbevooroordeelde rapporten kan publiceren over de opwarming per land (bijvoorbeeld door het monitoren van CO2-compensatieprogramma’s) en grootschalige hulp kan financieren. In een recent artikel heb ik voorgesteld deze nieuwe instelling te financieren door het onherroepelijk doneren van tienjarige obligaties. Maar vlieg- en transportbelastingen, zoals voorgesteld door Ruto, zijn een alternatief dat zeker kan worden onderzocht .

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten. Idealiter wordt hij zodanig gestructureerd dat hij in belangrijke mate onafhankelijk kan opereren, een van de redenen waarom het schenken van obligaties door rijke landen een aantrekkelijke financieringsoptie zou zijn.

    Hoewel organisaties als de U.S. International Development Finance Corporation enkele klimaatprojecten hebben gelanceerd, zijn die te gering van omvang om de opwarming effectief aan te pakken. Over het algemeen hebben rijke landen hun bestaande klimaatfinancieringstoezeggingen bij lange na niet gehaald, en ze lijken niet erg warm te lopen voor het faciliteren van nog meer technologische transitie. Bovendien nemen de zorgen over de haalbaarheid van een goede oplossing toe vanwege de kans dat voormalig president Trump, een berucht klimaatontkenner, in 2024 opnieuw in het Witte Huis belandt. (Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat vóór 1972 maar weinigen hadden voorzien dat de fervente anticommunist Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen.)

    Veel te lang hebben rijke landen ontwikkelingslanden de les gelezen over klimaatverandering, terwijl ze hun advies zelf in de wind sloegen. Hopelijk leiden innovatieve voorstellen als Ruto’s groene wereldbank tot een constructiever, rechtvaardiger debat.