Tag: oorlog

  • Paus Franciscus vergelijkt Oekraïne met Rwanda

    Paus Franciscus vergelijkt Oekraïne met Rwanda

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: Slechte slaap belemmert pogingen om gewichtsverlies te behouden

    » Eerste zwarte en openlijk lesbische woordvoerder in Witte Huis

    Interview met paus over oorlog in Europa

    In een interview met Corriere della Sera vergelijkt paus Franciscus Oekraïne met Rwanda. ‘Praten over wat er in het hart van Europa gebeurt, kwelt hem. (…) Er klinkt pessimisme door in zijn woorden‘, aldus Corriere della Sera.

    Paus Franciscus, geboren als Jorge Mario Bergoglio, vertelde dat hij Vladimir Poetin een bericht had gestuurd dat hij bereid was om naar Moskou te komen. ‘Ik moet eerst naar Moskou [voordat hij naar Kyiv zou gaan]. Eerst moet ik Poetin ontmoeten. Maar ik ben een priester, wat kan ik doen? Ik ben bang dat hij deze ontmoeting nu niet kan en wil aangaan,‘ vertelde de paus. ‘Maar hoe kun je niet proberen iets tegen al die wreedheid te doen? Vijfentwintig jaar geleden hebben we hetzelfde meegemaakt in Rwanda,‘ voegde hij eraan toe.

    Gevraagd naar de oorsprong van het conflict, vraagt Franciscus zich hardop af of ‘het geblaf van de NAVO voor de deur van Rusland‘ de woede van de Russische president kan hebben uitgelokt.

    Lees ook:

  • Wapenstilstand afgekondigd in staalfabriek Marioepol om burgers te evacueren

    Wapenstilstand afgekondigd in staalfabriek Marioepol om burgers te evacueren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Infantino: FIFA heeft arbeidsmigranten WK Qatar ‘waardigheid en trots’ gegeven

    » Colombia: drugshandelaar Otoniel aan Verenigde Staten uitgeleverd

    Russisch staakt-het-vuren voor evacuatie staalfabriek

    Rusland heeft verklaard dat het vanaf donderdag 5 mei een staakt-het-vuren zal afkondigen om meer evacuaties van burgers uit de staalfabriek Azovstal mogelijk te maken, aldus The BBC. De staalfabriek Azovstal in Marioepol vormt het laatste bastion van Oekraïens verzet in de strategische havenstad.

    Het Russische leger heeft aangekondigd dat de routes uit de centrale open zullen zijn van 8 tot 18 uur Moskouse tijd op 5, 6, en 7 mei. Gedurende deze tijd zullen de Russische strijdkrachten hun activiteiten staken en eenheden terugtrekken tot op veilige afstand, aldus een verklaring van het ministerie van woensdagavond 4 mei.

    ‘Ik ben trots op mijn soldaten die bovenmenselijke inspanningen leveren om de vijandelijke druk in te dammen’

    Maar volgens de commandant van het Azov-regiment, die door de BBC werd geciteerd omdat hij niet in staat was de informatie te verifiëren, gingen de gevechten woensdagavond gewoon door. In een korte videoboodschap, geplaatst op Telegram, zei Azov-commandant Denis Prokopenko: ‘Ik ben trots op mijn soldaten die bovenmenselijke inspanningen leveren om de vijandelijke druk te doen afnemen… De situatie is uiterst precair.’

    Ondertussen blijkt uit nieuwe analyses dat maar liefst zeshonderd mensen zijn omgekomen toen Rusland in maart een theater in Marioepol bombardeerde. De aanval zou het grootste verlies aan mensenlevens hebben veroorzaakt sinds het begin van de invasie.

    Lees ook:

  • Haast om noodanticonceptie in Oekraïne te krijgen na toename meldingen verkrachting

    Haast om noodanticonceptie in Oekraïne te krijgen na toename meldingen verkrachting

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hoop op vrijstelling patent Covid-vaccins na akkoord binnen Wereldhandelsorganisatie

    » Nieuwe aanval van Al-Shabaab in Somalië

    Duizenden morningafterpillen onderweg naar Oekraïne

    Er wordt hard aan gewerkt om noodanticonceptie zo snel mogelijk in Oekraïense ziekenhuizen te krijgen, nu het aantal meldingen van verkrachting na de Russische invasie blijft stijgen. De International Planned Parenthood Federation (IPPF) heeft ongeveer 2880 pakjes van de medicijnen, ook bekend als de morning-afterpil, naar Oekraïne gestuurd. Een netwerk van vrijwilligers heeft donaties van de medicijnen verzameld en aan ziekenhuizen geleverd, aldus The Guardian.

    ‘Het tijdschema voor de behandeling van slachtoffers van seksueel geweld is echt essentieel,’ zei Julie Taft van de IPPF. ‘Als een vrouw binnen vijf dagen na een gebeurtenis wordt gezien, dan moet ze de medicatie automatisch kunnen krijgen.’ Taft geeft aan dat de IPPF ook medische abortuspillen stuurt, die tot 24 weken zwangerschap gebruikt kunnen worden.

    Noodanticonceptie was altijd op grote schaal beschikbaar in Oekraïne, maar door de oorlog is de toelevering gestopt, zijn zorgverleners op de vlucht en is het aantal seksuele aanrandingen flink gestegen, waardoor de behoefte alleen maar groter wordt.

    ‘De gemelde gevallen van geweld, waaronder verkrachting, zijn waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg’

    ‘Er is vraag naar noodanticonceptie, maar zeer zelden vanuit ziekenhuizen in het westen van het land. Het zijn vooral de ziekenhuizen in het oosten, in Charkov, Marioepol, die regio’s,’ zei Joel Mitchell van Paracrew, een humanitaire hulporganisatie die voedsel en medische apparatuur levert aan Oekraïne. Het is niet duidelijk hoeveel van de ontvangers van de medicatie slachtoffers van seksueel geweld zijn.

    Jamie Nadal van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA) geeft aan dat in een crisissituatie de gemelde gevallen van geweld, waaronder verkrachting, waarschijnlijk ‘slechts het topje van de ijsberg’ zijn.

    Lees ook:

  • Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Expansieplannen van Erdogan in Afrika

    » Italië: Nogmaals 14 miljard euro steun om stijgende energieprijzen hoofd te bieden

    Ook Russische paviljoen op Biënnale van Venetië blijft leeg

    Vorig jaar opende GES-2, een enorm kunstcentrum dat de Italiaanse architect Renzo Piano ontwierp in een voormalige elektriciteitscentrale dicht bij het Kremlin als de Moskouse variant van Tate Modern. Het centrum, met een oppervlak van 54.400 vierkante meter, heeft momenteel een probleem: er is geen kunst, aldus The Guardian. ‘We kunnen niet doen alsof het leven normaal is,’ zegt Evgeny Antufiev, een Russische kunstenaar die zijn werk uit GES-2 weghaalde kort nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen op 24 februari. ‘We moeten een einde maken aan de illusie dat de dingen weer worden zoals ze waren voor de oorlog. Cocktails drinken bij kunstopeningen terwijl mensen worden vermoord, voelt crimineel.’ 

    Samen met oligarch Leonid Mikhelson, die de miljoenen dollars voor het centrum financierde, bezocht Vladimir Poetin vorig jaar de openingstentoonstelling van de IJslandse kunstenaar Ragnar Kjartansson. Kjartansson en andere Russische en buitenlandse kunstenaars distantieerden zich van GES-2 toen duidelijk werd dat het museum zich niet zou uitspreken tegen de Russische invasie.

    ‘Kunstenaars zullen in hun werk ofwel protesteren tegen de oorlog, ofwel hun mond houden’

    Ook het nationale paviljoen van Rusland op de Biënnale van Venetië, die 23 april opende, zal leeg blijven. Daags nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen, verklaarden twee Russische kunstenaars dat zij hun land niet zouden vertegenwoordigen in het paviljoen, en ook de in Litouwen geboren tentoonstellingsmaker Raimundas Malašauskas stapte op. 

    De Russische kunstverzamelaar en columnist Marat Gelman vreest dat naarmate de oorlog zich voortsleept, alleen nog Russische kunstenaars in Europa welkom zullen zijn die openlijk tegen de oorlog protesteren. ‘Kunstenaars zullen in hun werk ofwel protesteren tegen de oorlog, ofwel hun mond houden. Ik geloof niet dat er ruimte zal zijn voor een compromis.’ Vladimir Poetin zei eind vorige maand van mening te zijn dat Rusland ook verwikkeld is in een culturele strijd met het Westen. Hij vergeleek de behandeling van de Russische cultuur in het buitenland met het verbranden van ‘ongewenste literatuur’ door nazi-Duitsland.

    Lees ook:

  • De angst van Rusland: aan deze grenzen dreigen nieuwe fronten te ontstaan

    De angst van Rusland: aan deze grenzen dreigen nieuwe fronten te ontstaan

    De wapenstilstand die vanaf 2020 gold in Nagorno-Karabach tussen Armenië en Azerbeidzjan is recent door de Azeri’s geschonden. Daardoor groeit in Rusland de vrees dat het troepen zal moeten inzetten in gevoelige regio’s die onder Russische verantwoordelijkheid vallen. Een scenario waar Oekraïne op hoopt.

    Het grootste deel van de Russische strijdkrachten is momenteel in Oekraïne om versterking te bieden aan de ‘speciale operaties’. En daarvan heeft Azerbeidzjan geprofiteerd. Eind maart begonnen Azerbeidzjaanse troepen voor het eerst sinds het staakt-het-vuren waartoe in 2020 was besloten een klein offensief in Nagorno-Karabach. Met succes, want Rusland heeft momenteel geen tijd voor enige vorm van vredeshandhaving.

    Het dorp waar het om draait heet in het Armeens Parukh. De Azeri’s, die het Farukh noemen, vielen het op 24 en 25 maart binnen, en hebben zich verschanst op een nabijgelegen heuvel om het gebied beter in de gaten te kunnen houden. De leiding van de niet-erkende republiek Nagorno-Karabach kondigde op 25 maart aan dat de vijand een aanval op haar grondgebied had uitgevoerd met Bayraktar-drones. Die drones werden twee jaar geleden ook al gebruikt, maar zijn inmiddels bekend als een van de belangrijkste wapens van de Oekraïners in hun verzet tegen de Russische inval.

    Russische generaals ten einde raad

    Het Westen juicht het gebruik van deze Turkse Bayraktars in Oekraïne toe, omdat ze de tanks van de bezetter op verantwoorde wijze vernielen. Maar in Karabach wordt er met afgrijzen naar gekeken. En die verdeling symboliseert hoe complex de huidige internationale betrekkingen liggen, en maakt duidelijk dat er nieuwe bondgenootschappen en conflicten ontstaan. De ontreddering onder de Russische generaals is ondertussen groot; zij weten niet langer tot wie ze zich kunnen wenden en wie er klaar staat om Rusland een mes in de rug te steken. Het is voor hen een moeilijke situatie – en daarvoor is Rusland in de eerste plaats zelf verantwoordelijk.

    De bezetting van het dorp werd uiteindelijk bevestigd door Jerevan en Bakoe. De Armeniërs spraken van agressie, terwijl de Azeri hun actie een hergroepering noemden. Hoewel de Armeniërs zelfs verscheidene doden aan beide zijden meldden, grepen de Russen niet in en lieten ze de Azeri’s het dorp zonder slag of stoot innemen.

    Het dorp ligt in een gebied dat door Russische vredeshandhavers wordt gecontroleerd

    Toch is dit een serieus probleem. Het dorp ligt in een gebied dat door Russische vredeshandhavers wordt gecontroleerd; zij moeten ervoor te zorgen dat de twee partijen niet weer tegenover elkaar komen te staan. Ook zijn ze er verantwoordelijk voor dat de grens, die na het staakt-het-vuren van 9 november 2020 werd vastgesteld, niet wordt verplaatst.

    Maar de Russen hebben wel wat anders aan hun hoofd. Het Armeense ministerie van Buitenlandse Zaken wendde zich vergeefs tot Moskou met het verzoek de orde in Nagorno-Karabach te herstellen: ‘Wij verwachten dat de Russische strijdkrachten maatregelen nemen om de onmiddellijke terugtrekking te bewerkstelligen van Azerbeidzjaanse strijdkrachten die een gebied zijn binnengedrongen dat onder Russische verantwoordelijkheid valt.’

    Hoewel het Russische ministerie van Defensie erkent dat Azerbeidzjan de overeenkomst heeft geschonden, reageerde het met een vage oproep aan beide partijen om de vredesakkoorden te respecteren.

    Moskou bekommert zich niet om een vredesmissie, aangezien alle beschikbare strijdkrachten in Oekraïne nodig zijn

    Bakoe [de hoofdstad van Azerbeidzjan] antwoordde dat de Armeniërs hysterisch deden, dat niemand iets bezet had en dat het slechts ging om een tactische hergroepering van Azerbeidzjaanse troepen. In feite hebben de Russen niets gedaan om hen tegen te houden. Meer in het algemeen toont dit voorval aan dat Moskou zich op dit moment niet bekommert om een vredesmissie, aangezien alle beschikbare strijdkrachten in Oekraïne nodig zijn. Het is geenszins de bedoeling om nu verwikkeld te raken in een gewapend conflict in de zuidelijke Kaukasus.

    Toen de Veiligheidsraad van Nagorno-Karabach op 26 maart het Russische ministerie van Defensie vroeg om het aantal troepen in de regio uit te breiden, werd duidelijk dat Rusland dat niet van plan is. ‘Deze vraag moet aan onze soldaten worden gesteld‘, reageerde Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov, die als het om de oorlog in Oekraïne gaat vaker namens het leger spreekt.

    Tweede front

    Turkije, de voornaamste bondgenoot van Azerbeidzjan, wordt er door sommige pro-Kremlinmedia van beschuldigd opzettelijk een tweede front te hebben geopend in Karabach. Dat zou niet alleen in hun eigen voordeel zijn, maar tot doel hebben Oekraïne te helpen. Ankara stuurt zijn Bayraktar-drones immers naar beide fronten, zo luidt de redenering.

    ‘Bovendien is Turkije lid van de NAVO’, benadrukte Tsargrad TV, dat eraan herinnert dat Rusland niet alleen tegen Oekraïne vecht, maar tegen het hele Westen. ‘Dit is echt niet het juiste moment voor kleine lokale conflicten’, aldus het nationalistische Russische tv-kanaal.

    Vandaar dat de Zuidelijke Kaukasus Moskou momenteel veel zorgen baart. Iets dergelijks is in Karabach niet meer voorgevallen sinds de herfst van 2020. Er is regelmatig sprake geweest van wapengekletter, waarbij de ene partij de andere de schuld gaf. Maar niet eerder lanceerde Azerbajdzjan een tegenaanval ondanks de aanwezigheid van Russische soldaten. Karabach is weliswaar bijna 600 kilometer verwijderd van Vladikavkaz, de dichtstbijzijnde grote Russische stad, maar rust in de regio is momenteel van het grootste belang voor Moskou.

    Vooralsnog hebben de Oekraïners hun hoop gevestigd op Karabach

    Rusland zit sowieso niet te wachten op gewapende conflicten elders. Niet aan de Tadzjieks-Afghaanse grens, die geen Russische grens is maar toch door Russische grenswachten wordt bewaakt, en ook niet in Abchazië en Zuid-Ossetië, de Georgische gebieden die door het Russische leger worden bezet. En al helemaal niet in Transnistrië, een autonome regio binnen de internationaal erkende grenzen van Moldavië, waar een plaatselijke Russische ‘vredeshandhavingseenheid’ als het ware een openluchtmuseum uit het Sovjettijdperk in stand houdt.

    In Kyiv juicht men daarentegen het ontstaan van andere fronten toe. Vooralsnog hebben de Oekraïners hun hoop gevestigd op Karabach. In Georgië, dat zij rechtstreeks hebben benaderd, is hun nogal gedurfde verzoek in die richting niet goed onthaald.

    De secretaris van de Oekraïense Nationale Veiligheids- en Defensieraad, Oleksy Danilov, verklaarde zelfs dat als Georgië en Moldavië militaire operaties zouden starten met het doel de bezette gebieden Zuid-Ossetië, Abchazië en Transnistrië op de Russen te heroveren, de uitkomst van de oorlog in Oekraïne een uitgemaakte zaak zou zijn.

    Want Rusland kan het zich niet veroorloven zijn bezettingsmacht in de voormalige Sovjetrepublieken aan te spreken om ze in te zetten in Oekraïne. Veel deskundigen, waaronder Russen, zijn van mening dat Rusland niet opgewassen zal zijn tegen een oorlog op meerdere fronten – die het land in het verleden zelf heeft gecreëerd om zijn militaire en politieke invloed uit te breiden.

    Riskante strategie

    Maar noch Tbilisi, noch Chisinau [de hoofdsteden van respectievelijk Georgië en Moldavië] zijn voorlopig van plan van de situatie te profiteren, omdat zij dit niet in hun belang achten. Georgië heeft zich zelfs niet aangesloten bij de sancties tegen Rusland en Russische burgers kunnen gewoon Georgisch grondgebied betreden. Hoewel Georgië gedeeltelijk door Rusland is bezet, is het land geen bondgenoot van Oekraïne geworden.

    Rusland is daarom overgegaan op een nogal riskante strategie. Op Russischtalige sociale media zijn inmiddels video’s verschenen waarop te zien is hoe troepen die in Zuid-Ossetië en Abchazië gelegerd waren, naar het westen trekken. Die informatie is bevestigd door de onderzoeksjournalistieke website Russia Insider en door The Washington Post, die bronnen uit het Pentagon citeren. Het exacte aantal soldaten en materieel dat de Russen uit de Kaukasus terugtrekken is onbekend. Manschappen en materieel zullen aan het Oekraïense front worden toegevoegd, waarschijnlijk via de Krimbrug en het bezette schiereiland, om daarna deel te nemen aan de gevechten in Zuid-Oekraïne.

    Ondertussen maken Russische media melding van toenemende spanningen aan de Tadzjieks-Afghaanse grens, die wordt bewaakt door Russische grenswachten en soldaten van de 201e Divisie, die in Tadzjikistan zijn gestationeerd. Islamisten zouden een conflict willen uitlokken in de regio Gorno-Badachsjan (de oostelijke autonome provincie van Tadzjikistan). Deze informatie zou afkomstig zijn van een geheim rapport van de buitenlandse inlichtingendienst en werd zeer recentelijk verspreid op Russischtalige sociale netwerken.

    Uiteraard kan niet al deze informatie door onafhankelijke bronnen worden geverifieerd. Maar het vooruitzicht van dit mogelijke nieuwe front wordt vanuit Kyiv niettemin met enige hoop gevolgd.

    Lees ook:

  • Dit zijn Poetins vrienden in het Midden-Oosten

    Dit zijn Poetins vrienden in het Midden-Oosten

    Waar het Westen Rusland financiële sancties oplegt, geniet het Kremlin grote invloed en steun in het Oosten. Zo onderhouden de Verenigde Arabische Emiraten innige geostrategische en ideologische relaties met Moskou.

    In een snelle reactie op de Russische agressie jegens Oekraïne hebben de NAVO- en EU-bondgenoten een reeks strenge sancties tegen Moskou uitgevaardigd. Zo hopen ze het Kremlin de toegang tot financiële markten en wereldwijde ondersteunende netwerken te ontzeggen. Maar ook al doen deze westerse sancties ongetwijfeld pijn, ze gaan voorbij aan de grote invloed en steun die het Kremlin geniet in het Oosten. Een van de krachtigste aanjagers van de autoritaire Russische koers zijn de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) geweest. Het financiële knooppunt Dubai is een soort Club Med geworden voor despoten en hun rijkdommen.

    De sterke mannen, op wie het regime van Poetin steunt, hebben de Emiraten gebruikt als wijkplaats voor witwasactiviteiten

    De afgelopen tien jaar heeft Abu Dhabi zich ontwikkeld tot een van de belangrijkste strategische partners van Moskou, ook buiten het Midden-Oosten. De Russen en Emirati bundelen niet alleen hun invloed en informatienetwerken om antirevolutionairen in de Arabische wereld te mobiliseren, maar ook om antiliberalen in het Westen een steuntje in de rug te geven. De sterke mannen (siloviki), op wie het regime van Poetin steunt, hebben de Emiraten gebruikt als wijkplaats voor hun witwasactiviteiten. De staatsinvesteringsfondsen van de Emiraten hebben op hun beurt miljarden geïnvesteerd in strategische Russische activa: energie, petrochemie, logistiek en defensie.

    Het is dus niet zo gek dat de VAE het Kremlin ook na de aanval op Oekraïne onvoorwaardelijk blijven steunen. Op hetzelfde moment dat de liberale wereld de Russische handelwijze veroordeelde, trok Bin Zayed voor overleg naar Moskou om de bilaterale samenwerking te versterken. Aan de oorlog maakte hij weinig woorden vuil. In oktober 2021 sprak de presidentieel adviseur van de VAE, Anwar Gargash, over een ‘dreigende Koude Oorlog’ waarin Abu Dhabi neutraal wilde blijven. Het land koos echter alsnog partij door zich van stemming te onthouden in de motie van de VN-Veiligheidsraad die de Russische agressie veroordeelde. Naast geostrategische en economische belangen, delen Rusland en de VAE een diepe ideologische vrees voor maatschappelijke mobilisatie en democratische transitie. Ruslands fobie voor de ‘kleurenrevoluties’ die pro-Russische dictators van hun sokkels trokken, vindt weerklank in Abu Dhabi, dat na de Arabische Lente de voornaamste contrarevolutionaire macht in de Arabische wereld is geworden.

    Ondermijning

    De pogingen van Rusland om in Oost- en Centraal-Europa de democratie te ondermijnen zijn door de VAE gekopieerd in Egypte, Libië, Syrië en Jemen. In Egypte speelde Abu Dhabi een belangrijke rol bij het organiseren van een contrarevolutie rond de Tamarod-beweging. Dit leidde tot een staatsgreep van sterke man Sisi in 2013. In Libië lijken de VAE de Wagner Group, een schimmig Russisch huurlingen-leger, te hebben gefinancierd, met de bedoeling de door de Emirati gesponsorde sterke man Haftar te helpen om de regering in Tripoli, die steun krijgt van de VN, omver te werpen. In Syrië heeft Abu Dhabi aangestuurd op een genormaliseerde verhouding met het bewind van Bashar Assad, een bond-genoot van het Kremlin. Resultaat: ondermijning van de Amerikaanse sancties tegen Damascus.

    De VAE verstrekten in 2014 leningen aan Frankrijks extreemrechtse partij Front National, dat ook financiële steun kreeg van Rusland

    Het gezamenlijk front van Rusland en de VAE voor autoritaire stabiliteit gaat echter verder. De invloeds- en informatienetwerken van Moskou en Abu Dhabi maken allebei ook gebruik van rechts-populistische angsten in het Westen voor migratie en voor de islam. De VAE verstrekten in 2014 leningen aan Frankrijks extreemrechtse partij Front National, dat ook financiële steun kreeg van Rusland. De lobby van de Emiraten in Brussel is vooral gericht op eurosceptisch extreemrechts, dat een natuurlijke affiniteit heeft met Rusland – een band die het Kremlin stimuleert.

    De ingrijpendste bundeling van informatiemacht uitte zich misschien wel in de avances richting de  Amerikaanse presidentskandidaat Trump in 2016 en 2017. De Russische bemoeienis met de Amerikaanse presidentsverkiezingen was tot daaraan toe – tijdens een inmiddels beruchte bijeenkomst op de Seychellen hadden de VAE ook nog eens geprobeerd een soort achter-kamertjesoverleg op te zetten tussen de inkomende regering-Trump en Rusland. Door zijn persoonlijke betrokkenheid werd de sterke man van de VAE, Mohammad bin Zayed, onderwerp van het Mueller-onderzoek, waardoor hij nu een beetje een paria is geworden die de Verenigde Staten sindsdien mijdt. 

    Terwijl de westerse partners van de Emiraten op dit moment hun uiterste best doen de afbrokkelende liberale orde te stabiliseren, zal Abu Dhabi die waarschijnlijk verder ondermijnen. De assertieve kleine staat heeft de afgelopen tien jaar boven zijn macht gepresteerd, mede dankzij het opkomende Oosten. Rusland en China zien de VAE als belangrijkste partner in een dreigende nieuwe Koude Oorlog. Ideologisch gezien zijn de neo-autoritairen van het Oosten de meest geschikte partners voor Abu Dhabi, aangezien er aan hun steun weinig voorwaarden verbonden zijn, en zij nooit zullen aandringen op liberalisering.

    Belangrijk knooppunt

    De VAE zijn een belangrijk knooppunt geworden voor de omzeiling van westerse sancties. Ondanks een extreem streng sanctiebewind tegen Iran, verdienen in de VAE gevestigde bedrijven geld door Iran te helpen olie de internationale markt in te sluizen. Nadat de Verenigde Staten sancties aan Venezuela oplegden, hielpen bedrijven in de VAE het Latijns-Amerikaanse land olie naar buiten te smokkelen. In Syrië hebben de VAE actief gelobbyd voor opheffing van de Amerikaanse sancties tegen het Assad-regime, omdat die normalisatie in de weg stonden.

    Poetins politieke intimi hebben een fijnmazig mondiaal netwerk geweven van bedrijven en lege bv’s die invloed uitoefenen en toegang verschaffen. Sommige van deze netwerken hebben al gebruikgemaakt van de mogelijk-heden die de VAE als witwascentrale bieden. Russische oligarchen en bondgenoten van Poetin bezitten 76 stuks vastgoed in de VAE, die elk vele miljoenen waard zijn. Sommigen van hen zijn toen de westerse sancties van kracht werden al per privéjet of jacht naar Dubai uitgeweken.

    Het zou vreemd zijn als de VAE Poetins netwerken niet zouden helpen om toegang te krijgen tot financiële markten

    Poetins vertrouweling in investerings- en financiële zaken, Kirill Dmitriev, heeft nauwe persoonlijke banden met Mohammad bin Zayed. Het Russian Direct Investment Fund (RDIF), dat onder leiding staat van Dmitriev, participeert in het investeringsfonds Mubadala van Abu Dhabi. De huidige westerse sancties tegen Rusland vertonen hiaten die kunnen worden uitgebuit. Het zou vreemd zijn als de VAE Poetins netwerken niet zouden helpen om toegang te krijgen tot financiële markten en investeringen.

    Met de oorlog in Oekraïne doet het Kremlin weer een poging de wereldorde van na de Koude Oorlog te herscheppen. De met zichzelf worstelende liberale westerse orde wordt op de proef gesteld. Dit is niet alleen een oorlog over de toekomst van de Europese veiligheidsstructuur, maar ook een oorlog waarin grote strategische narratieven en waarden in het geding zijn. Narratieven en waarden die de liberale, westerse wereld afzetten tegen modern oosters autoritarisme. 

    Oostelijke kamp

    Deze nieuwe koude oorlog is nu heet geworden. Hij laat zien hoe de huidige multipolaire wereld westerse partners en tegenstanders voor keuzes stelt die waarschijnlijk op basis van aantrekkingskracht en soft power zullen worden gemaakt. De VAE, die zich voordoen als een westerse partner, mikken steeds meer op het oostelijke kamp. Het narratief van een nieuwe autoritaire orde dat Rusland en China verspreiden, lijkt het aantrekkelijkst voor een land dat de contrarevolutie in de Arabische wereld heeft geleid, en nu klaar is om zijn tentakels elders uit te slaan. 

  • Taiwanezen gaan massaal op cursus zelfverdediging uit angst voor oorlog

    Taiwanezen gaan massaal op cursus zelfverdediging uit angst voor oorlog

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Science: klimaatopwarming heeft massa-extinctie oceaanleven tot gevolg

    » Californië start groot onderzoek naar ‘misleiding’ plasticindustrie

    Taiwanezen bereiden zich voor op invasie

    In Taiwan is het ‘trending’ om workshops ‘zelfbescherming tijdens een oorlog’ voor burgers te organiseren, schrijft Al Jazeera. Dat is een gevolg van de Russische invasie in Oekraïne, die de Taiwanezen eraan herinnert dat China en Taiwan in een gelijkaardige machtsverhouding verwikkeld zijn. In het conflict dat teruggaat tot de jaren veertig van de vorige eeuw, heeft Beijing zich voorgenomen om Taiwan, dat het als een afgescheiden provincie beschouwt, ooit weer met de Volksrepubliek te verenigen, hetzij vreedzaam, hetzij met geweld. Sindsdien bevinden de twee landen zich in een precaire status quo.

    Taiwanezen zijn gewend zich voor te bereiden op natuurrampen en grote ongelukken, wat Taiwan tot een ‘crisisgerichte samenleving’ maakt, aldus The Guardian. Nu ligt de focus bij veel burgers echter bij een eventuele invasie door het communistische China. Enoch Wu, een opkomende figuur in de regerende Democratische Progressieve Partij van Taiwan, heeft een proefprogramma ontwikkeld voor weerbaarheidstraining voor burgers, schrijft The Guardian. De workshops worden geleid door de non-profitorganisatie Forward Alliance en worden ondersteund door de onofficiële aanwezigheid van de VS in Taiwan, het American Institute, aldus de Britse krant. Tot nu toe waren er twee workshops met elk ongeveer 120 deelnemers.

    Al enige tijd worden er ook lezingen georganiseerd, schrijft Al Jazeera, waar niet alleen basisvaardigheden worden uitgelegd, maar waar het publiek ook leert waar zich de schuilkelders bevinden (er zijn er 117 duizend in Taiwan) en wat er in een overlevingspakket moet zitten.

    Lees ook:

  • Waarom de Verenigde Arabische Emiraten massaal wapens inkopen

    Waarom de Verenigde Arabische Emiraten massaal wapens inkopen

    Abu Dhabi breidt zijn militaire capaciteit uit en versterkt zijn macht in het Midden-Oosten door historische contracten te sluiten met Frankrijk en Zuid-Korea, en te onderhandelen met Israël.

    De recente aanvallen op de VAE door raketten en drones van de sjiitische Houthi-rebellen uit Jemen toonden weer aan hoe kwetsbaar deze stadstatenfederatie in de Golf van Perzië is. Haar economie steunt op een uitgebreide energie-infrastructuur, internationale knooppunten in de vorm van enorme luchthavens en grotendeels buitenlandse arbeidskrachten.

    De VAE zitten in de door Saudi-Arabië geleide militaire coalitie die vecht tegen de Houthi’s in Jemen. Ze hebben een van de krachtigste luchtverdedigingssystemen in de regio. Deze bestaat voornamelijk uit Amerikaanse wapens, zoals de wat oudere HAWK-raket, de effectievere Patriot PAC-3-raket en het THAAD-luchtverdedigingssysteem dat voor het eerst dit jaar in gevechtshandelingen werd gebruikt en een Houthi-raket vernietigde. Deze raketbatterijen beschermen luchthavens, olie- en gasinstallaties en militaire bases. Hoewel dit een prima verdedigingssysteem is, lukt het de Houthi’s nog steeds om er bressen in te slaan, zoals in Abu Dhabi, waar ze de luchthaven en een brandstofdepot beschadigden, waarbij drie mensen om het leven kwamen.

    Van de VN naar het voorzitterschap van Interpol

    Als teken van hun toenemende invloed op het internationale toneel, bezetten de Verenigde Arabische Emiraten sinds begin dit jaar als niet-permanent lid een zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die ze zullen behouden tot eind 2023. Het land heeft zich in 1971 aangesloten bij de VN en ook al een Veiligheidsraadszetel bezet in de periode 1986-1987, aldus de Saoedische krant Arab News. In oktober 2021 waren de Emiraten al in de Mensenrechtencommissie van de VN gekozen. En in november van datzelfde jaar haalde het land het voorzitterschap binnen van Interpol. Dat wordt sindsdien bekleed door Ahmed Naser Al-Raisi. De benoeming van deze voormalige inspecteur-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Emiraten leidde tot nogal wat polemiek vanwege verdenkingen van marteling. Sinds vorige week wordt er in Parijs onderzoek naar hem gedaan inzake ‘marteling’ en ‘barbaarse praktijken’.

    Oorlog in Jemen

    De VAE kunnen meer van dergelijke aanvallen verwachten, gezien hun hernieuwde betrokkenheid bij de oorlog in Jemen, waarbij volgens schattingen van de Verenigde Naties al zo’n 377.000 doden vielen. De door Iran gesteunde Houthi’s verliezen weliswaar terrein op milities die steun krijgen van de VAE, maar de tegenaanvallen van de Houthi’s noodzaken de VAE hun gelaagde luchtverdedigingssysteem te versterken met nieuwe en zeer effectieve wapens van uiteenlopende leveranciers. Zo hopen ze de bevoorradingsproblemen waar Saoedi-Arabië momenteel mee kampt te vermijden. Het koninkrijk heeft het afgelopen jaar zo veel Houthi-raketaanvallen afgeweerd dat het nu een nijpend tekort heeft aan Patriot-raketten. Versnelde leveringen uit de Verenigde Staten zijn mogelijk niet voldoende om deze leemte op te vullen. 

    Koorddansersdiplomatie

    Sinds 2011 spelen de Verenigde Arabische Emiraten ‘al een krachtpatsersrol in het Midden-Oosten, waarbij ze niet aarzelden krachtige militaire middelen in te zetten om de gevolgen van de Arabische Lente de kop in te drukken’, meldt Mohammed Barhouma op de site Sada. Maar tegenwoordig lijken ze vastbesloten ‘communicatie, diplomatie en bemiddeling te laten prevaleren om problemen met hun regionale rivalen en tegenstanders te vermijden’. Ze liggen niet openlijk meer overhoop met Qatar en hebben zich verzoend met Turkije door middel van een bezoek van Mohammed bin Zayed aan Ankara in november 2021, gevolgd door een bezoek van de Turkse president aan Abu Dhabi in februari 2022. Maar vooral bemiddelen ze als ware ‘koorddansers’ tussen twee landen die elkaars gezworen vijanden zijn, namelijk Israël en Iran. Ze cultiveren hun vriendschaps- en partnerschapsbanden met Israël en werken tegelijkertijd aan een minder gespannen relatie met Iran. Aan het met name door de Amerikanen gedecreteerde embargo tegen Iran hebben ze toch al nooit echt meegedaan, aangezien dat land hun op vier na grootste exportmarkt is voor niet-aardolieproducten.

    Wapendeals

    In hun streven naar een gelaagde luchtverdediging hebben de VAE gekozen voor de aankoop van voornamelijk Zuid-Koreaanse en Israëlische raketten, al is het grootste deel van de wapens nog steeds van Amerikaanse makelij. De HAWK-raket, die stamt uit 1959, is na een groot aantal upgrades nu vrijwel definitief verouderd. Hij ruimt het veld voor Zuid-Koreaanse luchtdoelraketten voor de middellange afstand (Cheongung 2) evenals bestaande Patriot-batterijen.

    De verkoop aan de VAE van deze geavanceerde raketten, inclusief bijbehorende radars, levert Zuid-Korea 3,5 miljard dollar op

    De verkoop aan de VAE van deze geavanceerde raketten, inclusief bijbehorende radars, levert Zuid-Korea 3,5 miljard dollar op. Nooit eerder sloot het land zo’n grote wapendeal. Beloften van nauwe samenwerking bij de ontwikkeling van raketten maken deel uit van de overeenkomst. De Cheongung 2-raket is gedeeltelijk afgeleid van de zeer effectieve Russische S-400, heeft een bereik van veertig kilometer en kan meerdere doelen tegelijk aanvallen. Hij is bovendien zeer goed bestand tegen elektronische storing.

    Ondanks de omvang van de Zuid-Koreaanse deal, zou Israël het meest kunnen profiteren van de wapenbehoefte van de VAE. De Emiraten voeren besprekingen met Israël over de aankoop van de Barak 8- of van de Spyder-luchtverdedigingsraketsystemen. De eerste Zuid-Koreaanse wapens komen pas in 2024; de VAE zien de Israëlische systemen als een tussenoplossing.

    Een beeld scheppen van een modern land 

    ‘Het mooiste gebouw op aarde opent zijn deuren,’ juichte de VAE-site Al-Ain op 22 februari jongstleden. Het betreft het Museum van de Toekomst, ‘een architectonisch icoon dat laat zien dat de Verenigde Arabische Emiraten klaar zijn voor de uitdagingen van de toekomst’. Het voegt zich bij andere ‘toonaangevende gebouwen’ van de hand van sterarchitecten, zoals het Louvre in Abu Dhabi van de Fransman Jean Nouvel, het Nationaal Museum van de Brit Norman Foster of een toekomstig Guggenheim-filiaal van de Amerikaan Frank Gehry. De VAE herbergen ook enkele gerenommeerde buitenlandse universiteiten, zoals de Sorbonne, American University en de London Business School. Om hun soft power te consolideren en een beeld te scheppen van een modern land hebben ze het burgerlijk huwelijk voor niet-moslims ingevoerd en het weekend, dat in de meeste moslimlanden op vrijdag begint, naar zaterdag en zondag verplaatst.

    Barak 8

    De geavanceerde Barak 8 is ook gekocht door het Indiase leger. Azerbeidzjan zou een Barak 8 hebben gebruikt om een ​​geavanceerde Iskander-raket neer te schieten, die door Armenië was afgevuurd in de oorlog die in 2020 tussen de twee landen woedde. De raket heeft een groter bereik dan zijn Zuid-Koreaanse tegenhanger en kan meerdere doelen tegelijk vernietigen.

    De VAE zijn in gesprek met Israël om de Iron Dome te kopen

    De meeste ballistische raketten van de Houthi’s zijn succesvol onderschept, maar met hun met explosieven volgeladen drones lukt het hen nog wel vaak om doel te treffen. Om dit gat in hun luchtverdediging te dichten, zijn de VAE ook in gesprek met Israël om de Iron Dome te kopen. Dit systeem, dat Israël zelf gebruikt om projectielen uit de Gazastrook te neutraliseren, biedt een extra verdediging tegen langzamere, laagvliegende drones en kruisraketten. Daarnaast betekent een verdieping van de veiligheidssamenwerking dat de twee landen steeds meer inlichtingen met elkaar zullen delen. De VAE, met hun nieuwe, geavanceerde, gelaagde raketverdediging, zouden een waarschuwingssysteem voor mogelijke raketaanvallen vanuit Iran op Israël kunnen opzetten. Israël wint dan kostbare tijd voor de lancering van zijn eigen onderscheppingsraketten.

    De VAE wenden zich niet alleen tot andere landen om hun honger naar wapens te stillen. Door miljarden te spenderen aan onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s heeft de federatie van stadstaten haar eigen defensie-industrie een oppepper gegeven. 

    In 2021 lanceerde Halcon, een leverancier van precisiegeleide wapens in Abu Dhabi, zijn nieuwe luchtverdedigingssysteem SkyKnight. Het is ontworpen om helikopters, onbemande luchtvaartuigen (UAV’s, Unmanned Aerial Vehicles) en raketten te vernietigen. Het is gemaakt om doelen op korte afstand (tot tien kilometer) te onderscheppen. Samen met de Iron Dome en het bestaande Russische Pantsir-luchtverdedigingssysteem, levert het een indrukwekkend gelaagd verdedigingsnetwerk op.

    Een militaire industrie

    De Verenigde Arabische Emiraten ‘gaan over op plaatselijke wapenproductie om hun nu nog grotendeels van koolwaterstof afhankelijke economie te diversifiëren en minder aangewezen te zijn op buitenlandse leveranciers’, meldt financieel persbureau Bloomberg. Daartoe hebben de VAE enkele miljarden euro’s in hun defensie-industrie geïnvesteerd, met opmerkelijk resultaat.

    Het in 2019 opgerichte bedrijf Edge, gespecialiseerd in ‘autonome technologie’ en ‘slimme projectielen’, is een van de paradepaardjes van de defensie-industrie van de VAE. In 2020 was de holding, die is gevestigd in Abu Dhabi en vijfentwintig ondernemingen telt, goed voor 1,3 procent van de mondiale wapenverkoop en bezette daarmee de tweeëntwintigste plaats op de wereldranglijst van defensieondernemingen, aldus Bloomberg. Edge heeft zich razendsnel ontwikkeld tot een succesvolle exporteur. Het dochterbedrijf Halcon heeft in 2021 een nieuw luchtafweersysteem voor de korte afstand (10 kilometer) gelanceerd, SkyKnight geheten, dat is bedoeld voor het onderscheppen van helikopters, drones en raketten. En het heeft bevestigd projectielen voor het afweersysteem SkyKnight te hebben verkocht aan het Duitse defensiebedrijf Rheinmetall AG.

    Geavanceerd systeem

    De Emiraten beschikken over een van de meest geavanceerde luchtverdedigingssystemen in de Golfregio. Met deze nieuwe moderne wapens zullen ze elke beschermingslaag verbeteren en hiaten in vorige systemen dichten, waardoor groepen of landen er veel moeilijker doorheen kunnen breken. En door een intensiever gebruik van Saoedische en Amerikaanse sensorinformatie zijn inkomende raketten en drones sneller te herkennen en te vernietigen.

    De VAE streven niet alleen naar versterking van hun luchtverdediging. De kleine maar goed opgeleide luchtmacht krijgt een enorme impuls, getuige de in december aangekondigde aankoop van tachtig geavanceerde Franse multifunctionele Rafale-gevechtsvliegtuigen. Kosten: 18 miljard dollar, waarmee de grootste Franse wapendeal ooit een feit is.

    Volgens het International Institute for Strategic Studies (IISS) bezitten de Emiraten 156 gevechtsvliegtuigen. Als daar 80 zeer effectieve Rafales bij komen, neemt de gevechtskracht van de VAE aanzienlijk toe, waardoor de machtsverhoudingen in de regio nog verder in hun voordeel uitvallen. Hierdoor zullen de Emiraten hun robuuste buitenlandse beleid en de oorlog in Jemen kunnen voortzetten, in de wetenschap dat hun kwetsbaarste plekken, steden en luchthavens een stuk beter beschermd zijn tegen aanvallen van Houthi’s.

  • Zo schuift Nayib Bukele de mensenrechten in El Salvador aan de kant

    Zo schuift Nayib Bukele de mensenrechten in El Salvador aan de kant

    Carlos Pérez Ricart van het CIDE, de Commissie voor Waarheidsvinding en Historische Opheldering, vraagt zich hardop af hoe ver de staat mag gaan om de geweldscrisis het hoofd te bieden. ‘Is Bukele het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur?’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werd Nayib Bukele met duidelijke cijfers herkozen als president van El Salvador. Hij is in eigen land uiterst populair vanwege zijn meedogenloze strijd tegen de bendes die de bevolking voorheen terroriseerden. Buiten El Salvador is zijn imago wat minder rooskleurig: sinds hij in maart 2022 de noodtoestand heeft uitgeroepen om het bendegeweld aan te pakken, zijn willekeurige arrestaties, martelingen en het doden van gevangenen aan de orde van de dag.

    In dit artikel van Sinembargo van april 2022 legt Carlos Pérez Ricart van het CIDE, de Commissie voor Waarheidsvinding en Historische Opheldering, uit wat de opkomst van leiders zoals Bukele betekent. ‘Wat er in El Salvador gebeurt, lijkt niet zozeer een erfenis van het verleden, maar een beeld van wat ons in de toekomst te wachten staat.’ 

    Op het Twitteraccount van de president is een fotoverzameling te vinden: honderden afbeeldingen van getatoeëerde mannen. Allemaal zonder hemd en met vastgebonden handen; niemand die lacht. Sommigen staan met hun gezicht naar de muur, anderen kijken strak in de camera. Van de meesten zien we amper hoe hun rug zich ongemakkelijk kromt naar de knieën. Het zijn gevangenen; ze zijn zojuist gearresteerd. Op hun lichaam zie je de sporen van de klappen en zweepslagen die hun zijn toegediend: door het leven en door de politie.

    De video’s op het Twitteraccount van de president zijn nog schokkender: personen die lange tijd gehurkt moeten staan in afwachting van hun beurt om te worden kaalgeschoren, kennelijke oproerkraaiers, in een kleine ruimte opeengepakt. Er staan summiere aanduidingen bij de beelden, 280 lettertekens, die niet voldoende zijn om de vreselijke hitte, de strontlucht en het zweet waarmee de opsluiting gepaard gaan te beschrijven. 

    Op het Twitteraccount wordt ‘de oorlog verklaard aan de gangsters’

    Het gaat hier om het Twitteraccount van de populairste president van Latijns-Amerika, Nayib Bukele, de opperbevelhebber van het leger van El Salvador. Op het account wordt ‘de oorlog verklaard aan de gangsters’ en de ‘noodtoestand’ uitgeroepen in het kleinste land van Midden-Amerika. Het gaat hier om het drukst bezochte account over Latijns-Amerikaanse politiek, waar honderden aspirant-tirannen op het hele continent zich met bewondering aan vergapen. 

    De tweets van de laatste week geven een inkijkje in de relatie tussen Bukele en de bendes in zijn land. Niet dat ze het hele verhaal vertellen, daarvoor is een bezoek aan het kranten- en tijdschriftenarchief nodig. Nauwelijks kwam Bukele in juni 2019 aan de macht of hij begon een reeks geheime onderhandelingen met drie van de belangrijkste straatbendes (maras) van het land, de Mara Salvatrucha-1, Barrio 18 Revolucionario en Barrio 18 Sureños, berucht om hun tatoeëringen. Bukele beloofde verbetering van de gevangenisomstandigheden van de bendeleiders in ruil voor de toezegging dat hun criminele cellen het aantal moorden terug zouden brengen en dat ze de partij van de president electoraal zouden steunen. 

    De regering heeft het bestaan van zulke onderhandelingen altijd ten stelligste ontkend; niettemin is er een flink aantal door de nieuwssite El Faro opgeduikelde geluidsopnames, foto’s, geschriften en getuigenissen die onze bewering staven.

    Akkoorden

    Het werkte. De akkoorden tussen de regering van El Salvador en de straatbendes vormen de meest voor de hand liggende verklaring voor de daling van het aantal moorden in het land. Werden er voor de wapenstilstand gemiddeld tien mensen per dag vermoord, de laatste maanden staat het cijfer op iets minder dan drie. Een enorm succes voor een land dat tot voor kort werd beschouwd als het gewelddadigste ter wereld.

    Zoals dat meestal gaat met dit soort experimenten functioneerde het pact… tot het ophield te functioneren.

    Op zaterdag 26 maart werden er zestig moorden gepleegd in El Salvador. Volgens de eerste artikelen die hierover beginnen te verschijnen bereikte duizenden gangstergroeperingen in alle hoeken en gaten van El Salvador hetzelfde bevel. De boodschap bestond uit één enkel woord: ‘Adelante’ (Voorwaarts). Het was het begin van wat uiteindelijk zal worden aangeduid als de gewelddadigste dag uit de moderne geschiedenis van het land (en dat wil wat zeggen).

    Wat ging er mis? Was de regering een van haar beloftes niet nagekomen? Werd de wapenstilstand opgeheven en is wat wij het weekend van 26 maart hebben gezien slechts een voorproefje van een criminele explosie zonder weerga? We weten het niet. Uit de eerste berichten valt in ieder geval op te maken dat de meeste slachtoffers toevallige passanten waren: bakkers, kooplieden, surfers. De stop die een poos op de moorden had gezeten is er weer af. 

    Nayib Bukele

    President Nayib Bukele van El Salvador is een spektakelpoliticus die graag zijn toevlucht zoekt tot ophef en grilligheden. Dat zie je wel vaker bij naar autocratie neigende leiders: veel aandacht voor het imago.

    Presidente Bukele cropped

    In dat licht moet waarschijnlijk ook de videoboodschap worden gezien die hij op 5 juni 2021 overbracht tijdens een conferentie in Miami over cryptocurrencies en bitcoin. ‘Mijn naam is Nayib Bukele, ik ben de president van El Salvador,’ begon hij. Vervolgens legde hij in het Engels uit dat mensen vaker hun lot in eigen hand moeten nemen en dat hij daarom bitcoin tot officiële munteenheid van zijn land zou maken. ‘Welkom in de toekomst.’ 

    El Salvador, het armste land van Latijns-Amerika, bekend om zijn koffie en de hoogste moordcijfers ter wereld. Een land waar zeventig procent van de inwoners niet eens een bankrekening heeft. Dat zou opeens voorop gaan lopen in de financiële revolutie? 

    Bukele liet er echter geen gras over groeien. Kort na zijn videotoespraak nam het Salvadoraanse parlement met een versnelde procedure een nieuwe wet aan, en sinds een half jaar is bitcoin nu het officiële betaalmiddel, naast de Amerikaanse dollar, die in 2001 als nationale munt werd ingevoerd. 

    Iedereen die dat wil, zou zijn boodschappen of belastingen nu moeten kunnen betalen met bitcoin. De regering belooft zoveel nieuwe banen en investeringen dat er een aparte stad voor gebouwd zal moeten worden: Bitcoin City. En ze gaan natuurlijk zelf ook cryptomunten minen, met computers die worden aangedreven door groene geothermische energie, afkomstig uit vulkanen.

    Maar het slaat allemaal nog niet echt aan. Veel Salvadoranen zijn ontevreden over de bitcoinwet en ze beschuldigen Bukele van gokken met staatsmiddelen. Toen de overheid geldautomaten liet neerzetten waar je dollars en bitcoins kunt wisselen, staken demonstranten ze in brand. Sindsdien staan er zwaarbewapende soldaten naast. Digitaal betalen in het land lukt vooralsnog bijna nergens.

    Noodtoestand

    Bukele’s reactie – een mengeling van geschiedschrijving via de media en harde hand – liet niet op zich wachten. Diezelfde 26 maart nog, om acht uur ’s avonds, gaf hij op eigen gezag de Nationale Assemblee bevel in het hele land de noodtoestand af te kondigen. Een paar uur later al waren de eerste individuele basisrechten (het recht op vrijheid van meningsuiting en op samenscholing) opgeschort. De dagen erna werd een reeks hervormingen goedgekeurd die de politie de bevoegdheid gaven om zonder gerechtelijke toestemming telefoons af te tappen en de termijn dat iemand zonder voor de rechter te zijn geleid kan worden vastgehouden te verlengen van drie naar vijftien dagen. Andere maatregelen waren het instellen van gevangenisstraffen tot wel zestig jaar voor bendeleden en de mogelijkheid minderjarigen tot wel tien jaar van hun vrijheid te beroven. Er werd een raad van anonieme rechters ingesteld om deze gevallen af te handelen, een constructie die de weg vrijmaakt voor allerhande vormen van misbruik. 

    Alle nieuwe maatregelen gingen vergezeld van dreigementen aan het adres van rechters die ‘delinquenten bevoordelen’ met hun vonnissen en die de politie ‘niet hun werk laten doen’. Slachtoffers van de theatrale vertoning van Bukele waren ook de ngo’s die ‘angelitos’ (engeltjes) ‘beschermen’ en ‘romantisch afschilderen’ en zelfs het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten, een orgaan dat ‘bendeleden verdedigt’ en waaruit Bukele nu heeft gedreigd zich terug te trekken.

    ‘Ik zweer bij God dat ze geen hap rijst meer krijgen, en dan eens kijken hoelang ze het volhouden’

    Wat volgde was het verbale geweld op Twitter: dreigementen om de maaltijden in de gevangenissen te schrappen (‘Ik zweer bij God dat ze geen hap rijst meer krijgen, en dan eens kijken hoelang ze het volhouden’), geen sanitaire benodigdheden meer te verstrekken, de opdracht om leden van vijandige bendes in dezelfde cel te stoppen. ‘Ze zullen op de grond slapen en ze zullen zelf het leed ondergaan dat zij het volk hebben aangedaan,’ aldus Bukele. Toen de noodtoestand negen dagen van kracht was meldde de regering de arrestatie van bijna zesduizend vermeende bendeleden. Het gaat om massa-arrestaties, waarbij het er niet toe doet of er belastend bewijs is. 

    Het is moeilijk te voorspellen hoe dit zal aflopen. Zoals meestal het geval is met dit soort ontwikkelingen die in het teken staan van improvisatie en machtsmisbruik, roepen ze meer vragen dan antwoorden op.

    Voorbeeldfunctie  

    Mag de staat zijn voorbeeldfunctie opgeven om een crisis van deze omvang het hoofd te bieden? Stel dat de middelen effectief zijn, dan nog kun je je afvragen wat de prijs is als staatsinstellingen de gewelddadige praktijken van degenen die zij vervolgen overnemen. Hoeveel jaar achteruitgang betekent dit voorstel van de president van El Salvador wel niet? Wat kunnen de pers, de oppositie en de rest van de bevolking van de staat verwachten als met zo veel gemak de individuele vrijheden opzij worden geschoven? 

    Vanuit een ruimer perspectief bezien: loopt El Salvador voorop met een politiek programma dat de mensenrechten negeert en een beleid bepleit waarin de onafhankelijkheid van de rechtspraak met voeten wordt getreden? Is dat niet – met wat kleine veranderingen – dezelfde weg die Guatemala nu gaat?

    Hebben we hier te maken met het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur?

    Tot slot moeten we serieus stilstaan bij de vraag wat het leiderschap van Bukele inhoudt. Hebben we hier te maken met het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur? In hoeverre is het onvermogen van de regeringen in deze regio om een structurele oplossing te vinden voor de geweldsproblematiek de reden van het echec? Er is geen keus: of we beginnen eindelijk te zoeken naar een samenhangend antwoord op deze vragen, of we zijn gedoemd op dit heilloze pad verder te gaan.

    Het is de hoogste tijd om het te hebben over wat nu in El Salvador aan de hand is. We moeten dat kleine land goed onder de loep nemen, want wat daar gebeurt lijkt niet zozeer een erfenis van het verleden – een typisch teken van onderontwikkeling –, maar een beeld van wat ons in de toekomst te wachten staat. Een heel somber beeld. 

    Lees ook:

  • Deze jonge Myanmarezen verruilen de stad voor de jungle om hun vrijheid te bevechten

    Deze jonge Myanmarezen verruilen de stad voor de jungle om hun vrijheid te bevechten

    Meer dan een jaar nadat het leger van Myanmar de volledige macht greep – waarbij meer dan zeventienhonderd burgers om het leven kwamen – woedt er een oorlog in het land. Tienduizenden jonge stadsbewoners hebben de wapens opgepakt. The New York Times ging langs bij een rebellenkamp in de jungle.

    Op een heuveltop in de jungle, zo’n anderhalve kilometer van de frontlinie in het oosten van Myanmar, laat een voormalig manager van een banketzaal zijn wijsvinger langs de trekker van een automatisch geweer glijden. Een tandarts vertelt hij hoe larven uit de ontstoken kogelwond van een jonge strijder heeft gehaald. Een marketingmanager vertelt over de aangepaste commerciële drones die ze gebruikt om de vijand te bestoken.

    Meer dan een jaar nadat het leger van Myanmar de volledige macht in handen kreeg door een coup te plegen – waarbij de gekozen leiders van het land gevangen werden gezet, meer dan zeventienhonderd burgers om het leven kwamen en er minstens dertienduizend werden opgepakt – woedt er een oorlog in het land, waarbij enkele onverwachte partijen het strijdtoneel hebben betreden. Aan de ene kant is er een militaire junta die, afgezien van een korte tussenpauze van semidemocratisch bestuur, al een halve eeuw met grof geweld regeert. Aan de andere kant zijn er tienduizenden jonge stadsbewoners die de wapens hebben opgepakt, die colleges, videogames en glitternagellak hebben verruild voor een leven (en mogelijke dood) in de jungle.

    Onlangs hebben verslaggevers van The New York Times een bezoek gebracht aan een kamp in het regenwoud van oostelijk Myanmar, waar zo’n drieduizend leden van een onlangs gevormde militie verblijven in geïmproviseerde hutten van bamboe of teerdoek. Ze leveren vrijwel elke dag strijd. Terwijl ze in aantal maar een fractie vormen van een van de grootste staande legers van Zuidoost-Azië, zijn deze Generatie-Z-krijgers erin geslaagd dit leger, dat al lange tijd een schrikbewind voert, te ontregelen. En het conflict blijft maar escaleren, ook nu de woede van de wereld zich richt op andere verwerpelijke daden, zoals de Russische invasie in de Oekraïne. 

    ‘Ik vecht omdat ik niet accepteer dat de militairen de macht hebben gegrepen‘

    Momenteel is het leger van Myanmar, ook wel de Tatmadaw genoemd, allesbehalve in staat zijn greep op het land te verstevigen. De Tatmadaw ziet zich gedwongen om op tientallen fronten strijd te leveren, niet alleen in de grensgebieden in de buurt van India, China en Thailand, maar ook in de dorpen en steden in het binnenland. Vrijwel dagelijks vinden er schermutselingen plaats, waarbij ook slachtoffers vallen. ‘Ik vecht omdat ik niet accepteer dat de militairen de macht hebben gegrepen, en ik accepteer niet dat ze ons de democratie willen afnemen,’ zegt een vroedvrouw in een stad in het zuiden van Myanmar. Net als zovele anderen wil ze niet met haar naam in de krant om haar familieleden thuis niet in gevaar te brengen.

    Sneeuwwitje, zoals haar nom de guerre luidt, is vorig jaar mei naar een gebied getrokken dat wordt gecontroleerd door een bewapende etnische groepering die al tientallen jaren strijdt voor autonomie. Sindsdien heeft ze van de etnische rebellen en deserteurs uit het leger geleerd hoe je een geweer moet laden, hoe je zelf een handgranaat in elkaar kunt zetten en hoe je op het slagveld triage toepast. ‘Onze generatie heeft idealen,’ zegt ze. ‘We geloven in vrijheid.’ Haar driejarige zoontje blijft in de stad. Hij weet niet waar zijn moeder naartoe is, zegt ze. Sneeuwwitje aait een puppy die door het kamp scharrelt en bij verschillende strijders op schoot terechtkomt. ‘Iets om van te houden,’ zegt ze.

    ‘Wij zijn al die tijd gehersenspoeld, maar sommigen van ons zijn nu ontwaakt’

    In reactie op aanvallen van burgermilities, die samen optrekken met etnische rebellengroepen, is de Tatmadaw een tegenoffensief begonnen. De Tatmadaw voert luchtaanvallen uit, brandt dorpen plat en terroriseert mensen die zich verzetten tegen zijn greep naar de macht. ‘De Tatmadaw doet niets anders dan moorden,’ zegt Ko Thant, die vertelt dat hij kapitein was voordat hij vorig jaar deserteerde uit de 77e Lichte Infanterie Divisie. Sindsdien heeft hij honderden burgers getraind in gevechtstechnieken. ‘Wij zijn al die tijd gehersenspoeld, maar sommigen van ons zijn nu ontwaakt.’

    Verzet

    Het verzet tegen de militaire coup van februari 2021 begon met miljoenen mensen die de straat op gingen, overal in Myanmar, in grote en kleinere steden. Door het hele land werd geweldloos gedemonstreerd voor een terugkeer van de gekozen leiders – op slippers, hoge hakken of, in het geval van de boeddhistische monniken, op blote voeten. Binnen enkele weken verviel de Tatmadaw tot het oude scenario. Sluipschutters van het leger schakelden de demonstranten uit met een gericht schot door het hoofd.

    Sommige jonge mensen, die volwassen waren geworden in het decennium van hervormingen in Myanmar, zagen weinig heil in de boodschap van geweldloos verzet van de doorgewinterde pleitbezorgers van de democratie. Ze wilden terugvechten. ‘Als de vijand je wil vermoorden, bereik je niets met geweldloze protesten,’ zegt Naw Htee, een maatschappelijk werkster die militiesergeant is geworden. ‘We moeten onszelf verdedigen.’ Ze wijst naar stukken van mortiergranaten en naar artilleriescherven, het oorlogspuin dat is neergedaald over het junglekamp waar ze woonde. Een jonge man zit ineengedoken naast haar, op zijn schouder een kartelige wond van een vuurgevecht een maand eerder.

    Er zijn inmiddels honderden burgermilities in Myanmar, losjes georganiseerd in het volksbevrijdingsleger, de People’s Defence Force. Elke militie zweert trouw aan een schaduwregering vanuit de bevolking, de Nationale Eenheidsregering, die na de staatsgreep is opgericht. Sommige bataljons worden geleid door afgezette wetgevers. De Nationale Eenheidsregering zegt meer dan dertig miljoen dollar te hebben ingezameld voor de oorlogsinspanningen, merendeels donaties van burgers. Die geldstroom heeft geleid tot een merkwaardige ongelijkheid. Terwijl veteranen van gewapende etnische groeperingen strijden met oude geweren die bij elkaar worden gehouden met duct tape, lopen er bij de People’s Defense Force mensen te pronken met nieuwe wapens, met een peperduur vizier, hoewel er over het algemeen nog steeds een tekort aan wapens is.

    Voor stadskinderen met fijne handjes is het niet niks om te overleven in een door malaria geteisterde en van slangen vergeven jungle, laat staan om niet ten prooi te vallen aan Tatmadaw-sluipschutters, mortiergranaten en luchtaanvallen. ‘De People’s Defence Force in de jungle, dat zijn mensen die hun leven hebben gegeven voor het land, en ik heb uitzonderlijk veel respect voor hen,’ zegt U Yee Mon, een voormalig dichter die nu minister van Defensie is in de Nationale Eenheidsregering.

    Niet één land heeft de Nationale Eenheidsregering erkend

    Sommige van de jonge strijders waren op de vlucht voor een arrestatiebevel omdat ze hadden deelgenomen aan de protesten na de coup. Vluchten was min of meer hun enige optie. In een mensenrechtenrapport van 15 maart beschuldigden de Verenigde Naties de militaire junta ervan in de nadagen van de putsch oorlogsmisdaden te hebben gepleegd tegen de eigen bevolking.

    Maar afgezien van wat financiële sancties en woorden van afkeuring, heeft de internationale gemeenschap weinig gedaan om de junta van Myanmar te straffen. Niet één land heeft de Nationale Eenheidsregering erkend, al bestaat deze regering voor een groot deel uit gekozen politici. Zonder al te veel hoop op hulp van buitenaf heeft de schaduwregering aansluiting gezocht bij de etnische groeperingen die gebieden in handen hebben in de grensstreken van Myanmar. Samen hebben ze een zogeheten ondergrondse spoorlijn gevormd om jonge mensen in veiligheid te brengen – en om ze de eerste beginselen van oorlogsvoering bij te brengen.

    Geen kogelvrij vest

    Op een ochtend rukt een groep verzetsstrijders, geen van allen ouder dan 26, op naar de loopgraven aan de frontlinies in het oosten van Myanmar. Ze ontwijken de geïmproviseerde landmijnen die ze hebben geplaatst om hun terrein te verdedigen, aangezien de legerposten zo dichtbij zijn. Hun ademhaling is gejaagd. Een van de strijders struikelt over een tak en zijn slipper ketst met een knal tegen zijn voet. Een aantal militieleden draagt een kogelvrij vest, maar zonder de harde, ballistische platen die eventueel hun leven zouden kunnen redden. 

    ‘Ik kan niet zo goed tegen bloed,’ zegt Ko Kyaw, een negentienjarige student, die een kogel in zijn hand houdt. ‘Ik word er duizelig van.’ Een paar uur laten bestoken een paar Tatmadaw-aanvalshelikopters de loopgraven van de rebellen, al zijn de schuttersputjes verlaten omdat de rebellen lucht hadden gekregen van de ophanden zijnde aanval. Vrijwel elke nacht nemen Tatmadaw-sluipschutters alles onder vuur wat ze maar in het oog krijgen: de gloed van een mobieltje van iemand die misschien even op Facebook keek, of de opgloeiende askegel van een joint.

    Diezelfde dag worden, in het noorden, een docent en een medicijnenstudent gedood die zich bij het verzet hadden aangesloten. De een krijgt een kogel van een sluipschutter in het hoofd, de ander wordt geveld door een mortiergranaat. Volgens de Nationale Eenheidsregering zou de People’s Defence Force, die samen optrekt met de meer ervaren strijders van de etnische milities, tussen juni 2021 en februari 2022 zo’n negenduizend Tatmadaw-soldaten hebben gedood. (Volgens de schaduwregering zijn er zo’n 300 militiestrijders gesneuveld in de strijd.) Een woordvoerder van het Myanmarese leger zegt dat het feitelijke dodental lager ligt, en dat de aantallen van de schaduwregering niet kunnen worden bevestigd. Maar militaire bronnen hebben toegegeven dat de Tatmadaw zich zorgen maakt over het toegenomen aantal slachtoffers.

    Gedeserteerd

    De gewonde verzetsstrijders worden behandeld in een kliniek in de jungle, met operatietafels van bamboe en een medische post die is opgetrokken uit gevlochten bamboe. Ko Mon Gyi, een militielid, ligt op een houten platform, zijn been in het verband vanwege een schotwond die hij een maand eerder heeft opgelopen in de strijd. Die dag zijn er nog acht strijders gewond geraakt.

    Aung San Suu Kyi is een omstreden figuur. Als dochter van een van de helden van de onafhankelijkheidsstrijd van Myanmar blijft ze in het binnenland ongekend populair. Internationaal gezien heeft haar reputatie een behoorlijke deuk opgelopen nadat ze in zee is gegaan met dezelfde generaals die haar eerder hadden afgezet.

    De coup maakte een einde aan een korte periode van quasidemocratie. In 2011 voerde de Tatmadaw enkele hervormingen door en organiseerde verkiezingen. In 2016 kwam Aung San Suu Kyi aan de macht als Adviseur van Staat, waarmee ze de facto het staatshoofd werd. Voorafgaand aan de coup had er een omstreden verkiezing plaatsgevonden. De partij van Aung San Suu Kyi won 83 procent van de beschikbare zetels. De aan het leger gelieerde partij leed een verpletterende nederlaag, maar weigerde zich neer te leggen bij de verkiezingsuitslag.

    Zes jaar

    Aung San Suu Kyi kreeg een lange gevangenisstraf. De afgezette leider is tot nog toe veroordeeld tot zes jaar, maar er lopen nog talloze aanklachten tegen haar. De Verenigde Naties, buitenlandse regeringen en de advocaten van Aung San Suu Kyi hebben die aanklachten afgedaan als politiek gemotiveerde aantijgingen.

    Het regime treedt hard op tegen afwijkende meningen. Een rechtenorganisatie die onderzoek doet in Myanmarese gevangenissen liet in maart weten dat de militaire junta die na de coup de macht heeft gegrepen momenteel tienduizend politieke gevangenen vasthoudt, en voegt eraan toe dat velen van hen zijn gemarteld en onder mensonterende omstandigheden vastzitten. ‘Zodra ik ben opgeknapt, ga ik weer vechten,’ zegt hij. ‘Dat is mijn taak.’

    ‘Het zijn robots die niet zelfstandig kunnen denken’

    De kliniek wordt geleid door een arts die bijna tien jaar bij de Tatmadaw heeft gezeten. Als legerarts heeft dokter Drid, zoals hij zichzelf noemt, Tatmadaw-soldaten behandeld die gewond waren geraakt in de strijd tegen de etnische rebellen die nu onderdak bieden aan zijn bataljon van de People’s Defence Force. ‘Ik geloof in mensenrechten en democratie,’ zegt dokter Drid. ‘Dat is waar de Tatmadaw voor zou moeten vechten, wat ze zou moeten beschermen.’ De stem van de voormalig legerarts breekt even en zijn handen trillen als hij vertelt over de dag, nu een jaar geleden, dat hij huis en haard verliet en deserteerde. Hij vertelde zijn familie niet waar hij naartoe ging uit angst dat de Tatmadaw wraak op hen zou nemen; sommige familieleden van gedeserteerde soldaten zijn gevangengezet en gemarteld. Zijn kind weet misschien niet beter dan dat hij in de strijd is omgekomen, zegt hij. ‘Het zijn lafaards,’ zegt hij over de gewapende troepen waar hij zich op zijn vijftiende bij had aangesloten. ‘Het zijn robots die niet zelfstandig kunnen denken.’

    Quasidemocratie en de Tatmadaw

    Een militaire staatsgreep. Na een militaire staatsgreep op 1 februari 2021 werd Myanmar gegrepen door onrust. Vreedzame demonstraties voor democratie maakten plaats voor opstanden tegen de Tatmadaw, het lokale leger, dat de burgerlijke leider van het land, Daw Aung San Suu Kyi, verdreef.

    Aung San Suu Ky is een omstreden figuur. Als dochter van een van de helden van de onafhankelijkheidsstrijd van Myanmar blijft ze in het binnenland ongekend populair. Internationaal gezien heeft haar reputatie een behoorlijke deuk opgelopen nadat ze in zee is gegaan met dezelfde generaals die haar eerder hadden afgezet.

    De coup maakte een einde aan een korte periode van quasidemocratie. In 2011 voerde de Tatmadaw enkele hervormingen door en organiseerde verkiezingen. In 2016 kwam Aung San Suu Kyi aan de macht als Adviseur van Staat, waarmee ze de facto het staatshoofd werd.

    Voorafgaand aan de coup had er een omstreden verkiezing plaatsgevonden. De partij van Aung San Suu Kyi won 83 procent van de beschikbare zetels. De aan het leger gelieerde partij leed een verpletterende nederlaag, maar weigerde zich neer te leggen bij de verkiezingsuitslag.

    Aung San Suu Kyi kreeg een lange gevangenisstraf. De afgezette leider is tot nog toe veroordeeld tot zes jaar, maar er lopen nog talloze aanklachten tegen haar. De Verenigde Naties, buitenlandse regeringen en de advocaten van Aung San Suu Kyi hebben die aanklachten afgedaan als politiek gemotiveerde aantijgingen.

    Het regime treedt hard op tegen afwijkende meningen. Een rechtenorganisatie die onderzoek doet in Myanmarese gevangenissen liet in maart weten dat de militaire junta die na de coup de macht heeft gegrepen momenteel tienduizend politieke gevangenen vasthoudt, en voegt eraan toe dat velen van hen zijn gemarteld en onder mensonterende omstandigheden vastzitten

    Ondenkbaar verleden

    Voor Myanmars jongere generatie betekende de coup een terugkeer naar een vrijwel ondenkbaar verleden, zonder Facebook en buitenlandse investeringen. Onder een eerdere legerleiding was Myanmar een van de meest geïsoleerde landen ter wereld. Sinds de putsch heeft de nieuwe junta, onder leiding van senior generaal Min Aung Hlaing, alle social media verbannen, de economie te gronde gericht en een heel land weer naar de rand van de afgrond gevoerd. ‘De generaals hebben ons onze toekomst afgenomen,’ zegt Ko Arkar, die tot aan de coup werkzaam was als kok in een hotel in Yangon, de grootste stad van Myanmar.

    Voorheen was hij de hele dag bezig met het trekken van heldere runderbouillon en het bereiden van de perfecte medium-rare steak. Nu patrouilleert hij aan de frontlinie, samen met een netwerkengineer, iemand die in een kledingfabriek werkte en iemand die op de Southeast Asian Games een medaille heeft gewonnen met zeilen. Ook andere generaties jonge Myanmarezen hebben geprobeerd vanuit de jungle het militaire regime omver te werpen. Dat was in 1962, na de eerste coup van het leger, en vervolgens in 1988, nadat de Tatmadaw de massale demonstraties had neergeslagen – in een Myanmarese versie van het bloedige neerslaan van het Tiananmenprotest. Een kleine 35 jaar geleden vluchtten studenten en intellectuelen naar dezelfde bossen als waar zich nu de People’s Defence Force schuilhoudt.

    Ook zij zochten aansluiting bij de etnische rebellen die al tientallen jaren strijden voor zelfbestuur. Na enkele jaren viel die door studenten geleide gewapende beweging uiteen. De etnische groeperingen die hun onderdak boden kwamen tot de ontdekking dat de studenten en hun kompanen het idee van etnische gelijkheid niet zo hoog in het vaandel hadden staan als zij hadden gehoopt. De militairen bleven aan de macht.

    Dit keer is het verzet beter georganiseerd en beter gefinancierd. Het heeft de energie weten te kanaliseren van jonge mensen verspreid over het hele land, die zowel in stedelijke als landelijke omgevingen strijd leveren. En het verzet onderhoudt nu warmere banden met gewapende etnische groeperingen, zoals de groepen die de Karen-minderheid vertegenwoordigen, die verwikkeld is in een van de langstlopende burgerconflicten ooit. ‘We weten hoe slecht de Tatmadaw is omdat de soldaten onze mensen vermoorden en onze vrouwen verkrachten,’ zegt Saw Bu Paw, een bataljonscommandant van de Karen National Liberation Army, een van de tientallen etnische rebellengroepen. ‘De coup heeft iedereen in het land duidelijk gemaakt hoe slecht ze zijn.’

    Onderzoekers van de Verenigde Naties hebben gezegd dat de manier waarop het leger omgaat met enkele van de etnische minderheden in Myanmar, het stempel draagt van genocide. Onlangs hebben de Verenigde Staten de Tatmadaw-campagne tegen de Rohingya-moslimminderheid ook bestempeld tot genocide. Hoewel er geen harde gegevens zijn, lijkt op basis van alle verhalen het aantal Tatmadaw-deserteurs een stijgende lijn te vertonen. Zelfs vóór de coup waren de soldaten overbelast en onderbetaald. ‘Wie wil er nu nog soldaat worden?’ zegt dokter Wai, een andere Tatmadaw-arts die is gedeserteerd en zich heeft aangesloten bij de People’s Defence Force in de jungle. ‘Het is een beschamende baan.’

    ‘Doden is een zonde, maar niet in een rechtvaardige oorlog’

    Elke oorlog is smerig, en ook de rebellen worden beschuldigd van wreedheden. In de steden hebben leden van de People’s Defence Force een reeks moordpartijen en bombardementen uitgevoerd die de vraag opriep of er misschien persoonlijke rekeningen worden vereffend onder het mom van de strijd voor democratie. Maar ondertussen blijft het verzet groeien, en trekt het de meest onwaarschijnlijke leden aan.

    John Henry Newman, die door het leven gaat onder zijn doopnaam, studeerde tot vorig jaar aan het rooms-katholieke seminarie in Yangon. Zijn vingers, die in het verleden veelvuldig een bidsnoer beroerden, hebben inmiddels keer op keer de trekker van een geweer overgehaald. Tijdens gevechten vorig jaar in december in Myanmar was de vijand zo dichtbij, zegt hij – hij heeft geschoten, maar hij weet niet of zijn kogels iemand hebben geraakt. ‘Doden is een zonde,’ zegt hij, ‘maar niet in een rechtvaardige oorlog.’

  • Wereldbeeld: Odessa verwijdert Russischtalige borden

    Wereldbeeld: Odessa verwijdert Russischtalige borden

    De Oekraïense havenstad Odessa is zwaar getroffen door Russische raketaanvallen. Genoeg reden voor de gemeente om Russischtalige borden te verwijderen uit het straatbeeld.

    Na een Russische raketaanval op Odessa heeft de gemeente opdracht gegeven de Russische spelling van de namen van Odessa’s zustersteden op dit monument in de Oekraïense havenstad te ontmantelen.

    Na de Tweede Wereldoorlog zorgde de Neue Ostpolitik van Willy Brandt voor een versoepeling van de relaties met Oost-Europese communistische staten. Daar is weinig sprake meer van nu het Kremlin naar alle waarschijnlijkheid een landbrug probeert te slaan naar het door Moskou geannexeerde schiereiland de Krim, en ‘toegang tot Transnistrië’ wil, een pro-Russische regio in Moldavië.

    ANP 447115607
    © Stepan Franko / EPA

  • ‘De oorlog in Oekraïne herinnert ons eraan wat de gevolgen van een illiberale dictatuur zijn’

    ‘De oorlog in Oekraïne herinnert ons eraan wat de gevolgen van een illiberale dictatuur zijn’

    De problemen waarvoor de hedendaagse liberale samenlevingen staan zijn niet begonnen met Poetin en zullen ook niet met hem eindigen, schrijft The End of History-auteur Francis Fukuyama. De liberale verworvenheden van de westerse wereld worden zowel door extreme krachten op rechts als op links bedreigd.

    De gruwelijke Russische invasie van Oekraïne op 24 februari wordt gezien als een kantelpunt in de wereldgeschiedenis. Velen zien hierin het definitieve einde van het tijdperk na de Koude Oorlog, het terugdraaien van het ‘verenigde en vrije Europa’ waarvan we dachten dat het na 1991 was ontstaan, of zelfs het einde van het ‘einde van de geschiedenis’.

    Ivan Krastev, een scherpe duider van de gebeurtenissen ten oosten van de Elbe, schreef recent in The New York Times dat ‘we nu allemaal leven in de wereld van Vladimir Poetin’, een wereld waarin de rechtsstaat en democratische rechten worden vertrapt door pure kracht.

    Het staat buiten kijf dat de Russische aanval ook ver buiten de grenzen van Oekraïne consequenties heeft. Poetin heeft duidelijk gemaakt dat hij zo veel mogelijk van de voormalige Sovjet-Unie in ere wil herstellen, Oekraïne bij Rusland wil inlijven en een invloedssfeer wil scheppen die alle Oost-Europese staten omvat die vanaf de jaren negentig lid zijn geworden van de NAVO.

    Hoewel we nog niet kunnen zeggen hoe deze oorlog zal verlopen, is het al wel duidelijk dat Poetin niet in staat is al zijn doelen te bereiken. Hij ging uit van een snelle en makkelijke overwinning, en verwachtte dat de Oekraïners hem zouden binnenhalen als bevrijder. In plaats daarvan stak hij zijn hand in een wespennest, en tonen Oekraïners van alle rangen en standen een ongekende mate van onverzettelijkheid en nationale eenheid. Zelfs als Poetin Kyiv weet in te nemen en president Volodymyr Zelensky afzet, zal hij op lange termijn nooit in staat zijn een woedende natie van meer dan veertig miljoen mensen met zijn leger te onderdrukken. En hij zal te maken krijgen met een democratische wereld en een NAVO die verenigd zijn en paraat staan als nooit tevoren, en nu al sancties hebben ingevoerd die de Russische economie hard raken.

    De huidige crisis heeft laten zien dat we de bestaande liberale wereldorde niet als vanzelfsprekend moeten beschouwen

    Tegelijkertijd heeft de huidige crisis laten zien dat we de bestaande liberale wereldorde niet als vanzelfsprekend moeten beschouwen. We moeten er voortdurend voor strijden. Als we niet op onze hoede zijn kan hij elk moment weer verdwijnen. De problemen waarvoor de hedendaagse liberale samenlevingen staan zijn niet begonnen met Poetin en zullen ook niet met hem eindigen. Zelfs als hij in Oekraïne wordt gedwarsboomd, zullen we voor ernstige uitdagingen komen te staan. Het liberalisme ligt nu al geruime tijd onder vuur, zowel van rechts als van links. Het Freedom House merkt in het rapport Freedom in the World over 2022 op dat er voor het zestiende jaar op rij sprake is van een wereldwijde afname van vrijheid. Vrijheid is niet alleen afgenomen door de opkomst van autoritaire mogendheden als Rusland en China, maar ook door populistische, illiberalistische en nationalistische tendensen in landen die al lange tijd democratisch zijn, zoals de VS en India.

    Liberalisme

    Liberalisme is een leer uit de zeventiende eeuw die poogt geweld in te perken door minder te verwachten van de politiek. Het liberalisme erkent dat we het over de belangrijkste zaken niet eens zullen worden – bijvoorbeeld welke religie je moet aanhangen –, en dat we ook medeburgers met een andere visie dan de onze moeten tolereren.

    Dit doet het liberalisme door de gelijke rechten en de waardigheid van individuen te respecteren, via de rechtsstaat en een constitutionele regering die de macht van moderne staten controleert en in evenwicht houdt. Tot die rechten behoren het recht op eigendom en vrije handel, zodat het klassieke liberalisme vaak in verband wordt gebracht met grote economische groei en welvaart in de moderne wereld.

    Veel van die fundamenten liggen nu onder vuur. Populistische conservatieven verzetten zich heftig tegen de open en diverse cultuur die bloeit in liberale samenlevingen. Ze verlangen terug naar een tijd waarin iedereen dezelfde religie aanhing en dezelfde etniciteit had. Het liberale India van Gandhi en Nehru wordt op dit moment door Narendra Modi, de premier van India, omgevormd tot een intolerante hindoestaat. In de VS wordt in sommige Republikeinse kringen wit nationalisme ondertussen openlijk gevierd. Populisten verzetten zich fel tegen wettelijke en grondwettelijke restricties: Donald Trump weigerde de uitslag van de verkiezingen in 2020 te erkennen en een gewelddadige meute probeerde die uitslag ongedaan te maken door het Capitool te bestormen. Het grootste deel van de Republikeinen verwierp deze machtsgreep niet, maar schaarde zich achter Trumps grote leugen.

    De liberale waarden tolerantie en vrijheid van meningsuiting zijn ook door links op de proef gesteld. Veel progressieven menen dat liberale politiek, met al haar gedebatteer en het zoeken naar consensus, te traag is en jammerlijk heeft gefaald in de bestrijding van de economische en etnische ongelijkheid die zijn ontstaan ten gevolge van de globalisering. Veel progressieven hebben zich bereid getoond de vrijheid van meningsuiting en een behoorlijke rechtsgang in te perken in naam van sociale rechtvaardigheid.

    Antiliberaal rechts en links delen een wantrouwen in de wetenschap en deskundig onderzoek. Op links      bestaat er sinds het twintigste-eeuwse structuralisme via het postmodernisme tot aan de hedendaagse kritische theorie een redeneertrant die de autoriteit van de wetenschap in twijfel trekt. De Franse denker Michel Foucault betoogde dat schimmige elites wetenschappelijke taal gebruikten om hun onderdrukking van gemarginaliseerde groepen als homoseksuelen, geesteszieken of gevangenen te verhullen. Dat wantrouwen in de objectiviteit van de wetenschap is nu overgewaaid naar extreemrechts, waar het conservatieve zich steeds meer uit in scepticisme over vaccins, de gezondheidszorg en deskundig onderzoek in het algemeen.

    Intussen heeft ook de technologie bijgedragen aan het ondermijnen van de wetenschap. Aanvankelijk werd het internet bejubeld omdat het mensen in staat stelde hiërarchische gatekeepers, uitgevers en      traditionele media te omzeilen. Maar deze nieuwe wereld bleek een enorme keerzijde te hebben toen      minder goedbedoelende partijen, van Rusland tot QAnon-complotdenkers, de nieuwe vrijheid misbruikten voor het verspreiden van desinformatie en haattaal. Deze trends werden op hun beurt weer in de hand gewerkt door het eigenbelang van de grote internetplatforms, die geen baat hadden bij betrouwbare informatie maar bij het ‘viral gaan’ van berichten of video’s.

    Neoliberalisme

    Hoe zijn we in deze situatie verzeild geraakt? In de halve eeuw die volgde op de Tweede Wereldoorlog bestond er een brede en groeiende consensus over zowel het liberalisme als de liberale wereldorde. De economie groeide razendsnel en de armoede nam af naarmate meer landen profiteerden van een wereldwijde, open economie. Daartoe behoorde ook China, dat weer kon meekomen in de moderne wereld doordat het bereid was in zowel binnen- als buitenland te spelen volgens de regels van het liberalisme.

    Met de jaren veranderde de interpretatie van het klassieke liberalisme echter en ontstonden er tendensen die uiteindelijk zelfondermijnend bleken. Op rechts veranderde het economisch liberalisme van de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog gedurende de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw in wat soms wel ‘neoliberalisme’ wordt genoemd. Liberalen zien het belang van vrije markten, maar onder invloed van economen als Milton Friedman en de Chicago School werd de markt aanbeden en de staat steeds meer gedemoniseerd als vijand van economische groei en individuele vrijheid. Hoogontwikkelde democratieën begonnen vanuit deze neoliberale ideeën de welvaartsstaat en overheidscontrole terug te snoeien, en gaven ontwikkelingslanden onder de noemer van de Washington-consensus het advies om vooral hetzelfde te doen. Door bezuinigingen in het sociale domein en op overheidsuitgaven verdwenen de buffers die individuen beschermden tegen de grillen van de markt, wat de afgelopen twee generaties heeft geleid tot een grote toename van ongelijkheid.

    Liberalisme wordt het meest gewaardeerd als mensen ervaren hoe het is om te leven in een illiberale wereld

    Hoewel een deel van deze bezuinigingen gerechtvaardigd was, werden ze tot in het extreme doorgevoerd. Zo leidden ze bijvoorbeeld tot deregulatie van de Amerikaanse financiële markten in de jaren tachtig en negentig, met als gevolg dat deze destabiliseerden. Uiteindelijk had dit de kredietcrisis van 2008 tot gevolg. De enorme hang naar efficiëntie leidde tot het outsourcen van banen, wat ten koste ging van de arbeidersklasse in rijke landen. En zo werd de basis gevormd voor de opkomst van het populisme in de jaren tien van onze eeuw.

    Rechts koesterde economische vrijheid en dreef dat ideaal door tot onhoudbare extremen. Links richtte zich daarentegen op individuele keuze en autonomie, zelfs als dat ten koste ging van sociale normen en de gemeenschap. In deze visie was geen ruimte voor traditionele culturen en religieuze instituties. Tegelijkertijd begonnen critici te betogen dat het liberalisme zelf een ideologie was die het eigenbelang van zijn aanhangers verhulde, of dat nu mannen, Europeanen, witte mensen of heteroseksuelen waren.

    Zowel op rechts als op links werden fundamentele liberale ideeën tot in het extreme doorgevoerd, waardoor de waarde van het liberalisme zelf werd uitgehold. Het verlangen naar economische vrijheid verwerd tot een antistaatsideologie en het verlangen naar persoonlijke autonomie uitte zich in een ‘woke’ progressief wereldbeeld waarin diversiteit hoger werd aangeslagen dan een gedeelde cultuur. Deze verschuivingen begonnen vervolgens hun eigen tegenreactie voort te brengen, waarbij links de groeiende ongelijkheid aan het kapitalisme toeschreef, en rechts het liberalisme beschouwde als een aanval op traditionele waarden.

    Iliberalisme

    Liberalisme wordt het meest gewaardeerd als mensen ervaren hoe het is om te leven in een illiberale wereld. De leer kwam in Europa op na honderdvijftig jaar van onophoudelijke godsdienstoorlogen die volgden op de protestantse Reformatie. En het liberalisme werd herboren in de nasleep van de verwoestende nationalistische oorlogen in het Europa van begin twintigste eeuw. In de vorm van de Europese Unie werd er een liberale orde geïnstitutionaliseerd en door de VS werd er een nog bredere, wereldwijde orde met vrije handel en investeringen tot stand gebracht. Deze kreeg een flinke boosterinjectie tussen 1989 en 1991, toen het communisme ineenstortte en de mensen die eronder hadden geleefd ineens de mogelijkheid kregen hun eigen toekomst vorm te geven.

    Inmiddels zijn we een generatie verwijderd van de val van de Muur, en worden de voordelen van het leven in een liberale wereld door velen als vanzelfsprekend beschouwd. De herinneringen aan verwoestende oorlogen en totalitaire dictaturen zijn vervaagd, vooral bij jongeren in Europa en Noord-Amerika. In deze nieuwe wereld werd de EU, die er wonderwel in is geslaagd oorlogen in Europa te voorkomen, door velen op rechts als tiranniek gezien, terwijl conservatieven volhielden dat overheidsbesluiten als de plicht om mondkapjes te dragen en de oproep tot vaccineren tegen corona vergelijkbaar waren met de manier waarop de joden werden behandeld door Hitler. Zoiets is alleen mogelijk in een veilige en zelfgenoegzame samenleving die nooit een echte dictatuur heeft ervaren.

    Bovendien kan het liberalisme voor veel mensen oninspirerend zijn. Een leer die bewust de politieke verwachtingen tempert en oproept tot tolerantie voor uiteenlopende opvattingen, slaagt er vaak niet in degenen tevreden te stellen die een sterke gemeenschap verlangen, gebaseerd op religieuze opvattingen, een gedeelde etniciteit of stevige culturele tradities.

    In die leegte zijn illiberale autoritaire regimes gesprongen. Die van Rusland, China, Syrië, Venezuela, Iran en Nicaragua hebben weinig met elkaar gemeen, behalve dat ze de liberale democratie verachten en hun eigen autoritaire macht willen behouden. Ze hebben een netwerk van wederzijdse steun opgezet, waardoor bijvoorbeeld het verachtelijke regime van Nicolás Maduro in Caracas kan voortduren, zelfs al is ten gevolge daarvan meer dan een vijfde van de Venezolaanse bevolking in ballingschap gegaan.

    Midden in dit netwerk bevindt zich het Rusland van Poetin, dat wapens, adviseurs, inlichtingen en militaire steun levert aan praktisch elk regime, hoe slecht ook voor de eigen bevolking, dat zich verzet tegen de VS of de EU. Dit netwerk reikt tot in het hart van de liberale democratieën zelf. Rechtse populisten spreken hun bewondering uit voor Poetin, te beginnen met de voormalige Amerikaanse president Trump die Poetin een ‘genie’ en ‘zeer bekwaam’ noemde na diens invasie van Oekraïne. Populisten als de Franse Marine Le Pen en Éric Zemmour, de Italiaanse Matteo Salvini, de Braziliaanse Jair Bolsonaro, de leiders van het Duitse AfD en de Hongaarse Viktor Orbán hebben allemaal blijk gegeven van sympathie voor Poetin, een ‘sterke’ leider die vastberaden optreedt om traditionele waarden te verdedigen, zonder zich te bekommeren om onbenulligheden als wetten en grondwetten. De liberale wereld heeft de afgelopen twee generaties gezorgd voor een omvangrijke toename in gendergelijkheid en tolerantie jegens homoseksuelen, wat sommigen op rechts ertoe heeft bewogen om mannelijke kracht en agressie als deugden op zich te aanbidden. 

    De onuitgelokte Russische agressie heeft ons er op de meest indringende wijze aan herinnerd wat de gevolgen van een illiberale dictatuur zijn

    Om die reden gaat de huidige oorlog in Oekraïne ons allemaal aan. De onuitgelokte Russische agressie en de beschieting van de vreedzame Oekraïense steden Kyiv en Charkov hebben ons er op de meest indringende wijze aan herinnerd wat de gevolgen van een illiberale dictatuur zijn. Het Rusland van Poetin wordt niet gezien als een staat met legitieme klachten over de uitbreiding van de NAVO, maar als een rancuneus, wraakzuchtig land dat van plan is de hele Europese orde van na 1991 terug te draaien. Of beter gezegd, het is een land met één leider die geobsedeerd is door wat hij beschouwt als een historisch onrecht dat hij probeert recht te zetten, ongeacht de schade voor zijn eigen volk.

    De heldenmoed van de Oekraïners die zich inzetten om hun land te verdedigen en wanhopig vechten tegen een veel grotere vijand, heeft mensen over de hele wereld geïnspireerd. President Zelensky wordt gezien als een voorbeeldig leider, die zich moedig toont ondanks dat hij letterlijk onder vuur ligt, en een bron van eenheid voor een voorheen verscheurde natie. De eenzame positie van Oekraïne heeft op zijn beurt een opmerkelijke golf van internationale steun opgewekt. Over heel de wereld zijn steden getooid met blauw-gouden Oekraïense vlaggen en is materiële steun toegezegd. 

    De NAVO is – geheel tegen het plan van Poetin in – sterker dan ooit, ook Finland en Zweden overwegen nu toe te treden. De meest opmerkelijke verandering heeft zich voorgedaan in Duitsland, dat voorheen juist de grootste bondgenoot van Rusland was. Met zijn aankondiging dat Duitsland het      defensiebudget gaat verdubbelen en bereid is wapens te leveren aan Oekraïne, heeft bondskanselier Olaf Scholz tientallen jaren van Duits buitenlandbeleid teruggedraaid en zijn land vol overgave in de strijd tegen Poetins imperialisme geworpen. 

    Hoewel het niet voor de hand ligt dat Poetin zijn uiteindelijke doelstelling van een Groot Rusland zal behalen, hebben we nog een lange en ontmoedigende weg voor de boeg. Poetin heeft nog niet alle militaire macht waarover Rusland beschikt ingezet. De verdedigers van Oekraïne zijn uitgeput en raken door hun voedsel- en munitievoorraden heen. Er zal een wedloop ontstaan tussen Rusland, dat zijn eigen troepen bevoorraadt, en de NAVO, die het Oekraïense verzet probeert te steunen. Terwijl Rusland de strijd verhevigt, lijden Oekraïense steden onder willekeurige beschietingen waardoor ze tragisch genoeg gaan lijken op plaatsen als Grozny in Tsjetsjenië, dat in de jaren negentig soortgelijke Russische bombardementen onderging. Daarnaast bestaat het gevaar dat naarmate de roep om een no-flyzone toeneemt, de gevechten escaleren en er rechtstreekse botsingen tussen de NAVO en Rusland plaatsvinden. Maar het zijn de Oekraïners die de gevolgen van Poetins agressie zullen dragen, en zij zijn het die namens ons allen zullen vechten.

    De beproevingen voor het liberalisme zullen zelfs niet ten einde komen als Poetin verliest. China staat al in de coulissen te wachten, net als Iran, Venezuela, Cuba en de populisten in westerse landen. Maar de wereld zal dan wel hebben ingezien wat de waarde van een liberale wereldorde is, en dat die alleen kan    blijven bestaan als we ervoor strijden en elkaar steunen. Meer dan enig ander volk hebben de Oekraïners laten zien wat echte moed betekent en dat de geest van 1989 voor hen nog steeds in leven is. Voor de rest van ons was die geest ingeslapen, maar wordt hij nu weer gewekt.

  • Wat gaat de wederopbouw van Oekraïne kosten – en kan het land er beter van worden?

    Wat gaat de wederopbouw van Oekraïne kosten – en kan het land er beter van worden?

    Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer schade er wordt aangericht en hoe moeilijker het herstel wordt. ‘Toetreding tot de EU zou kunnen bijdragen aan het slagen van de wederopbouw.’

    Na afloop van die verschrikkelijke oorlog was het land totaal verwoest. Luchtaanvallen hadden de industriële infrastructuur in puin gelegd en de grote steden waren platgebombardeerd, ten koste van veel mensenlevens. Russische soldaten hadden het oosten bezet en joegen met hun geweld miljoenen op de vlucht. Maar de economie van West-Duitsland beleefde na 1945 een wonderbaarlijk herstel – het wordt niet voor niets het wirtschaftswunder genoemd.

    De vergelijking gaat in veel opzichten mank. Oekraïne was niet de aanstichter van de oorlog waardoor het momenteel wordt verwoest. Het kan nog als overwinnaar uit deze strijd komen, en zelfs als dat niet lukt zal het niet zo volledig in puin liggen als Duitsland destijds. Maar de wederopbouw wordt wel een enorme klus. De door Poetin ontketende oorlog heeft niet alleen al duizenden levens gekost en miljoenen mensen op de vlucht gedreven (7,1 miljoen binnen Oekraïne, 4,6 miljoen naar het buitenland), maar ook geleid tot de vernietiging van woningen en ziekenhuizen, havens en bruggen. En aangezien het eind van de gevechten nog niet in zicht lijkt, zal die verwoesting voorlopig doorgaan.

    De elektriciteitsconsumptie, een graadmeter voor economische activiteit, ligt ongeveer een derde lager dan vorig jaar

    Het Centre for Economic Policy Research (CEPR), een netwerk van economen, schat op basis van gegevens over de schade aan onroerend goed, cijfers over de kapitaalkracht van het land en historische vergelijkingen dat de totale kosten van de wederopbouw tussen de 200 en 500 miljard euro zullen bedragen. Het hoogste bedrag is ruim drie keer zo hoog als het bbp van Oekraïne voor de oorlog, het laagste ongeveer viermaal zoveel als het jaarlijkse EU-budget voor internationale hulp.

    Hoe langer de oorlog duurt, hoe hoger de schade oploopt en hoe verder de voor het herstel vereiste economische veerkracht wordt uitgehold door de krimp van de economie. De elektriciteitsconsumptie, een redelijk betrouwbare graadmeter voor economische activiteit, ligt ongeveer een derde lager dan vorig jaar.

    Productie stopgezet

    De denktank Vienna Institute for International Economic Studies (WIIW) schat dat de direct door de oorlog getroffen regio’s samen goed zijn voor zo’n 29 procent van de Oekraïense productie, en dat de economische activiteit daar min of meer tot stilstand is gekomen. Volgens een rapport van de Oekraïense centrale bank heeft 30 procent van de bedrijven in het land de productie volledig stopgezet en heeft nog eens 45 procent zijn productie verlaagd. De Wereldbank gaat ervan uit dat het bbp dit jaar met 45 procent krimpt.

    Dat wordt een enorme uitdaging. Maar de manier waarop de wederopbouw straks vorm krijgt en de hervormingen die daarbij komen kijken zijn net zo belangrijk als de hoeveelheid geld die ermee gemoeid is. In principe kan met dat geld meer worden gedaan dan alleen het herstellen van de Oekraïense staat zoals die voor de oorlog was. En dat zou mooi zijn, want die staat functioneerde slecht en kende veel corruptie. Maar om ervoor te zorgen dat de wederopbouw Oekraïne een meer open en dynamische economie oplevert, moet er nog veel veranderen.

    Het begrotingstekort alleen al voor maart bedraagt 2,5 miljard euro

    Op dit moment probeert de regering vooral te redden wat er te redden valt. Met ruim zes miljard euro aan leningen en financiële hulp uit het Westen houden ze het hoofd nu ternauwernood boven water. In een interview voor Financial Times zei de Oekraïense minister van Financiën dat het begrotingstekort alleen al voor maart 2,5 miljard euro zal bedragen, en voor april en mei voorzag hij maandelijkse tekorten van 4,5 tot 6,5 miljard.

    Desondanks krijgen verschillende sectoren van de economie overheidssteun. De boeren krijgen 20 miljard hryvnia (625 miljoen euro) voor de inkoop van zaden en andere productiemiddelen voor het huidige seizoen. Fabrikanten kunnen steun aanvragen voor de verhuizing van hun fabriek binnen het land. En omdat Rusland de belangrijkste exportroute via de Zwarte Zee blokkeert, werkt de regering met de EU aan verbetering van het handelsverkeer over land.

    Hoe dan ook zal de economie na de oorlog flink gekrompen zijn, terwijl het land wel voor grote uitdagingen komt te staan. Zo zullen her en der landmijnen en andere explosieven geruimd moeten worden. Al voor de invasie van 24 februari had het Oekraïense ministerie van Defensie becijferd dat het 650 miljoen euro zou kosten om de in 2014 door Rusland binnengevallen Donbas-regio mijnenvrij te maken. Dat bedrag zal nu natuurlijk nog veel hoger uitvallen, maar de baten van het ruimen van de mijnen zijn ook aanzienlijk.

    Rijk aan landbouwgrond

    Oekraïne is rijk aan landbouwgrond en waarschijnlijk wel in staat om zijn mensen van voedsel te voorzien. Onderdak is een ander verhaal. Een door de Kyiv School of Economics ontwikkelde teller voor de schade aan vernietigde woningen staat inmiddels al bijna op 27 miljard euro. Herstel van de infrastructuur en industriële faciliteiten zal nog meer kosten, evenals de problemen die worden veroorzaakt door de terugval in productie, gebrek aan onderhoud en het wegvallen van investeringen in het vastgoed dat de oorlog doorstaat.

    In een studie van het WIIW uit 2020 werd geconcludeerd dat dit type waardevermindering na de invasie van de Donbas 60 procent uitmaakte van de in totaal op 8 miljard euro geschatte verliezen aan infrastructuur als gevolg van die oorlog. Als je een navenant percentage optelt bij de door de Kyiv School of Economics geschatte 46 miljard euro aan schade als gevolg van de huidige verwoesting van energiecentrales, fabrieken, bruggen en wegen, lijkt de Oekraïense premier Denys Sjmyhal er ineens niet meer zo ver naast te zitten met zijn recente schatting van 110 miljard euro als de totale kosten van de wederopbouw.

    De regering heeft al een herstelfonds opgezet en de ministeries komen met voorstellen over wat er hersteld moet worden. Maar met de gekrompen economie en de enorme schuldenlast die de regering al heeft zal het geld daarvoor voornamelijk van buiten moeten komen. Van diverse kanten, ook door het hoofd van de centrale bank, is geopperd om bevroren Russische tegoeden hiervoor in te zetten. Verder zal het moeten komen van westerse regeringen, internationale organisaties en private investeerders. 

    Het probleem is dat de Oekraïense economie heel lang door boeven is gedomineerd. De OESO denkt dat Oekraïne met zijn procedures voor aanbestedingen sinds 2014 wel meer concurrentie mogelijk maakt, maar helemaal koosjer gaat het er nog niet aan toe. Het IMF heeft er herhaaldelijk (vorig jaar nog) op aangedrongen dat de regering meer werk maakt van de rechtsstaat en de corruptiebestrijding. En bij zo’n wederopbouw zal het om veel grotere aanbestedingen gaan. Het CEPR heeft raamovereenkomsten aangeraden, langdurige contracten waarin bedrijven beloven de overheid een bepaald product voor een vaste prijs te leveren, zodat het voor zowel de centrale als gemeentelijke overheden makkelijker wordt om op betrouwbare en transparante wijze zaken in te kopen.

    Economische achterstand

    Allicht bestaat er zorg over waar het wederopbouwgeld straks terechtkomt, want de economische achterstand van het land is groot. In 2019 was het bbp per hoofd van de bevolking lager dan in elk van de 27 EU-lidstaten: nog niet de helft van dat in Bulgarije, nog geen kwart van dat in Polen. Omgerekend was het zelfs lager dan bij de val van de Sovjet-Unie – een ontluisterende blijk van het langdurig achterwege blijven van hervormingen (al speelde de oorlog in Donbas ook een rol). Veel van de 1500 staatsbedrijven in Oekraïne zijn nauwelijks winstgevend of maken verlies. Om van de wederopbouw een succes te maken wordt politieke steun voor moeilijke hervormingen van cruciaal belang. Het kan helpen dat de regering het als een kans ziet om de economie moderner en concurrerender te maken, met goedkopere en groenere energie en meer ICT.

    In de vijftien jaar na de Poolse EU-toetreding is het Poolse bbp per hoofd van de bevolking met meer dan 80 procent gestegen

    Het verleden leert dat verdere integratie met Europa kan bijdragen aan het welslagen van een wederopbouw. Dat bleek jaren geleden in West-Duitsland, en ook de snelle groei van Polen wordt vaak aan die integratie toegeschreven: in de vijftien jaar na de Poolse EU-toetreding in 2004, een periode waarin het land meer dan 160 miljard euro aan steun ontving, is het Poolse bbp per hoofd van de bevolking met meer dan 80 procent gestegen.

    Oekraïne was al in toenemende mate op het Westen gericht. Het aandeel van de export dat naar de EU ging steeg van zo’n 30 procent in 2014 naar 36 procent in 2020, terwijl het aandeel Russische export daalde van 18 naar 5,5 procent. Hervormingen kun je stimuleren door ze tot voorwaarde te maken van verdere integratie in Europese markten en toeleveringsketens – op het pad naar EU-lidmaatschap bijvoorbeeld. ‘Het mooie van toelating [tot de EU] is dat het binnen de Oekraïne een consensus zou opleveren over het eindpunt van een pijnlijk hervormingsproces en zo de richting van de hervormingen zou borgen,’ stelt Beata Javorcik van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

    Dat zal allemaal niet makkelijk worden. Voor de hervorming van vastgeroeste instellingen moet de politieke wil aanwezig zijn. Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer schade er wordt aangericht en hoe moeilijker de wederopbouw wordt. En alle geld ter wereld kan het oorlogsleed niet goedmaken. Maar al lijkt Oekraïne nu een onwaarschijnlijke kandidaat voor een wirtschaftswunder, als de wederopbouw verstandig wordt gepland en uitgevoerd, kan het land daarmee een betere en robuustere toekomst tegemoetzien.

  • Westplaining: hoe linkse opiniemakers het verhaal van het Kremlin overnemen

    Westplaining: hoe linkse opiniemakers het verhaal van het Kremlin overnemen

    Jeffrey Sachs, Varoufakis en Naomi Klein maken zich volgens deze auteur schuldig aan ‘gedachteloze propaganda’. ‘Ze hanteren een opvatting van het begrip soevereiniteit die opvallend veel lijkt op die van Rusland.’

    Door de Russische aanval op Oekraïne te wijten aan de oostelijke uitbreiding van de NAVO, herhalen enkele prominente figuren van het westerse politieke links gedachteloos de propaganda van het Kremlin. Anderen onthullen gedachteloos hun ware houding ten opzichte van Oost- en Centraal Europa: even neerbuigend en postkoloniaal als die van de imperialisten die ze zo gretig bekritiseren.

    Naomi Klein, die zo briljant de door Amerika geleide poging om Irak te ‘bevrijden’ heeft beschreven in de context van de westerse belangen omtrent olie in het Midden-Oosten, en die zo meeleefde met de Irakezen die aan de ‘shockdoctrine’ waren blootgesteld, prees onlangs Phyllis Bennis’ ‘uitstekende analyse’ van de oorlog in Oekraïne. Volgens Bennis moet men, om de aanval van Poetin op Oekraïne te begrijpen, teruggaan naar 1997, toen Washington ‘de NAVO onder druk zette om naar het Oosten uit te breiden, waardoor een veiligheidsgarantie werd verbroken die de VS na de Koude Oorlog aan Rusland hadden gegeven’. 

    Amerika zou geen wapens naar Oekraïne moeten sturen, want dat zou het militair-industrieel complex enkel ten goede komen

    Ze noemt de NAVO een ‘anachronistische alliantie’ die aan Rusland is opgedrongen, waardoor Rusland NAVO-troepen in zijn directe omgeving als een bedreiging beschouwt. Daarom, zelfs als de oorlog in Oekraïne ‘ongerechtvaardigd’ is, is deze niet ‘niet-uitgelokt’ – Rusland werd simpelweg door de VS die richting in geduwd. Amerika zou geen troepen en wapens naar Oekraïne moeten sturen, want dat zou het militair-industrieel complex enkel ten goede komen. Het moet de sancties ook niet aanscherpen, want die leveren gewoonweg geen resultaat op. De reactie op het conflict moet diplomatie zijn.

    Dus de NAVO en de VS moeten gezamenlijk besluiten om zware wapens en raketten terug te trekken van de Russische grens en in het openbaar erkennen wat de NAVO voor zichzelf allang heeft erkend: dat Oekraïne in de nabije toekomst niet zal toetreden tot de militaire alliantie.’

    Maar hoe zit het met Oekraïne? Moet het gewoonweg accepteren dat een buurland zijn territoriale integriteit heeft geschonden, zijn bevolking vermoordt en zijn steden verwoest? Wie kan het wat schelen? Niet die auteur van de ‘uitstekende analyse’, noch Naomi Klein. Na een overweldigend kritische reactie – Adrian Zandberg, een prominent linksgeoriënteerd lid van het Poolse parlement, nam de auteur van The Shock Doctrine haar ondraaglijke naïviteit en Angelsaksische arrogantie kwalijk – verwijderde Klein de tweet.

    NAVO

    Owen Jones, columnist van The Guardian, podcaster en activist, die welsprekend de belangen van de arbeidersklasse verdedigt, fanatiek islamofobie en transfobie aan de kaak stelt en (regelmatig) de trieste ondergang van Boris Johnsons regering voorspelt, deelde een soortgelijke analyse met de wereld, geschreven door Jeffrey Sachs. 

    Ook Sachs is van mening dat de VS moeten verzekeren dat ze Oekraïne niet tot de NAVO zullen toelaten. Vooral omdat ‘het uitbreiden van het convenant naar het oosten na de ineenstorting van de USSR onnodig, roekeloos en provocerend was’. Echte vrienden van Oekraïne, redeneert Sachs, zouden tot een compromis tussen de VS en de NAVO met Rusland moeten oproepen – ‘een compromis dat de legitieme veiligheidsbelangen van Rusland respecteert en tegelijkertijd de soevereiniteit van Oekraïne 
    volledig ondersteunt’.

    Het creëren van een ‘neutrale bufferzone’ tussen Rusland en het Westen is een uitstekend idee

    Jones tweette het opiniestuk van Sachs en voegde eraan toe dat het creëren van een ‘neutrale bufferzone’ tussen Rusland en het Westen een uitstekend idee is. Toegegeven, na vele kritische reacties kwam hij tot inkeer en verontschuldigde hij zich voor zijn ‘extreem domme, gevoelloze en simpelweg foute’ tweet. Vervolgens begon hij te waarschuwen voor het nucleaire conflict dat ons te wachten staat als het Westen betrokken zou raken bij de oorlog in Oekraïne.

    Hypocrisie

    Dezelfde waarschuwingen worden herhaald door een andere prominente linkse columnist, namelijk Bernie Sanders’ voormalige speechschrijver David Sirota, die, tot groot genoegen van Poetin, Amerikanen beschuldigt van hypocrisie: ‘Het is moeilijk om te zien dat de mensen die met hun leugens Amerika ertoe aanzetten honderdduizenden Irakezen te vermoorden, nu doen alsof ze belang hechten aan het internationaal recht en onschuldige levens.’

    ‘De enige hoop op een vreedzame oplossing is een NAVO-verklaring dat Oekraïne niet zal toetreden tot het bondgenootschap’

    Een andere hoogvlieger van het westerse politieke links, Yanis Varoufakis, de voormalige Griekse minister van Financiën, die zo overtuigend het recht van Griekenland verdedigde om soevereine beslissingen te nemen over zijn toekomst, roept al meer dan een week dat ‘de enige hoop op een vreedzame oplossing een NAVO-verklaring is dat Oekraïne niet zal toetreden tot het bondgenootschap’.

    The Guardian publiceerde op zijn beurt een artikel van Ted Galen Carpenter, een expert gelieerd aan het libertaire Cato Institute – een denktank die wordt gefinancierd door de gebroeders Koch, sponsors van rechts Amerika. Carpenters verhaal dat de aanval op Oekraïne is toe te schrijven aan het ‘arrogante en toondove’ beleid van de NAVO, en dat de ‘vriendschappelijke’ waarschuwingen van Rusland werden genegeerd, sluit naadloos aan op het narratief van het Kremlin. Carpenter suggereert dat Moskou inderdaad recht heeft op de Baltische staten; ze maakten immers niet alleen deel uit van de USSR, maar ook van het Russische Rijk. ‘De schokkend arrogante bemoeienis van het kabinet-Obama’ zou op zijn beurt hebben geleid tot de val van een pro-Russische president in 2014. Vervolgens bracht deze houding Rusland ertoe de Krim te annexeren, uit angst voor zijn veiligheid. ‘We betalen nu de prijs voor de kortzichtigheid en arrogantie van het buitenlandse beleid van Amerika,’ besluit hij.

    Branko Marcetic waarschuwde in de belangrijkste uitlaatklep van het jonge Amerikaanse extreemlinkse Jacobin dat ‘de CIA sinds 2015 in het geheim anti-Russische groeperingen in Oekraïne traint. Alles wat we tot dusver weten wijst erop dat neonazi’s extreemrechtse terroristen over de hele wereld inspireren.’ En in februari klaagde hij dat ‘progressieve wetgevers de crisis in Oekraïne hebben moesten temperen in een wereld die nog steeds besmet is met de na 2016 virale cocktail van 
    anti-Russische hysterie en McCarthy-achtige beschuldigingen’.

    Soevereiniteit

    De benadering van (sommige) westerse linkse experts ten aanzien van de oorlog in Oekraïne toont niet alleen hun verregaande mildheid tegenover Rusland, maar ook een opvatting van het begrip soevereiniteit – of in ieder geval de soevereiniteit van Oekraïne en heel Oost- en Centraal Europa – die opmerkelijk veel lijkt op die van het Kremlin.

    Het Westen is schuldig omdat het Rusland heeft uitgelokt. Maar welke zonden het ook heeft begaan, het heeft hoe dan ook recht op onafhankelijkheid – het is tenslotte ondenkbaar dat iemand beslissingen zou nemen voor de VS, Canada of het VK. De mensen die door het Westen worden onderdrukt – Irakezen, Afghanen, Palestijnen en inheemse bevolkingen – hebben dit recht ook en verdienen het des te meer vanwege eeuwenlange koloniale onderdrukking. Oost- en Centraal-Europa daarentegen – een beetje wild, een beetje barbaars, een beetje tussen een jongere broer en een provinciale oom in, het mythische land Bordurië, Zubrowka, Ruritanië – kan worden opgeofferd. Het is niet voor het eerst dat dat zou gebeuren, en het zal ook niet de laatste keer zijn.

    Het gebied van Oost- en Centraal-Europa is slechts een pion op het geopolitieke schaakbord

    Volgens deze logica waren het niet de Oekraïners die in 2014 besloten dat ze dichter bij de Europese Unie dan de Euraziatische Unie stonden – het waren de VS die een staatsgreep pleegden, ogenschijnlijk in een maatschappelijk vacuüm. Of de Oost- en Midden-Europese staten zich bij de NAVO wilden aansluiten, is allerminst van belang: hun toelating tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie was duidelijk een vergissing, want hoe zouden ze ooit aan de verplichtingen kunnen voldoen? Het zou veel beter zijn om het bij een ​​‘bufferzone’, een niemandsland, te laten. Het gebied van Oost- en Centraal-Europa is slechts een pion op het geopolitieke schaakbord, zonder enige zeggenschap over zijn eigen toekomst. 

    En hoewel zo’n cynische en botte benadering aan de rechterzijde van het politieke spectrum geen verrassing zou zijn, is het onbegrijpelijk dat politiek links, dat meestal zo gevoelig is voor andermans leed en het recht op een eigen identiteit verdedigt, dezelfde houding aanneemt. Blijkbaar kunnen sommige van zijn vertegenwoordigers geen twee simpele dingen tegelijk: ze zijn niet in staat én het Amerikaanse imperialisme aan de kaak te stellen én het Russische imperialisme te zien voor wat het is. Nou, Rusland heeft een scala aan methoden en een lange traditie van inspirerende dienstbare idioten om uit te putten. 

  • De Oekraïense vrouwen die bleven om te vechten

    De Oekraïense vrouwen die bleven om te vechten

    In Oekraïne vechten tienduizenden vrouwen – met het geweer en met hun smartphone. In tegenstelling tot de mannen hadden zij het land kunnen verlaten. Wat drijft hen?

    Soms poseert ze tijdens een zonsondergang, soms in het bos. Ze zit met gekruiste benen tussen de struiken en lacht naar de camera. Haar selfies gaan vaak vergezeld van blauw-gele harten of de Oekraïense vlag. Soms zet ze er korte teksten in het Engels bij. Haar berichten zijn een ‘dagboek van haar herinneringen’, aldus haar profiel.

    Er is dus eigenlijk niets ongewoons aan het Instagram-account van Yuliya. Behalve dan dat ze op de meeste foto’s een Oekraïens legeruniform en een geweer draagt.

    Yuliya is twintig jaar oud en komt uit Ivano-Frankivsk, een stad die 130 kilometer ten zuiden van Lviv ligt. Acht maanden geleden ging ze in dienst, vertelt ze, en werd ze opgeleid tot hospik. Sinds februari behandelt ze gewonde soldaten aan het front. Waar precies, dat kan ze om veiligheidsredenen niet zeggen. Ook communiceert ze tegenwoordig alleen nog maar schriftelijk. Anders is het te onveilig, geeft ze aan.

    Vrouwenoorlog

    Yuliya is een van de minstens dertigduizend vrouwen die momenteel vechten aan Oekraïense zijde. Volgens officiële cijfers is vijftien procent van de Oekraïense soldaten vrouw. Als alle vrijwilligers worden meegeteld is dat aantal waarschijnlijk ruim twee keer zo groot.

    Het aandeel vrouwen in de Duitse strijdkrachten is ongeveer 13 procent, in het Poolse leger 7,5 procent, in Rusland 4,2 procent.

    Sinds 24 februari, toen de Russische invasie begon, spelen deze vrouwen een centrale rol in de oorlog van Rusland tegen Oekraïne. Als strijders, verplegers of helpers aan het front. Maar ook op dat andere slagveld, dat in deze oorlog voor het eerst zo’n essentiële rol inneemt: het digitale. Je zou kunnen zeggen dat deze oorlog ook een vrouwenoorlog is.

    Maar wat is de reden dat zoveel vrouwen bleven om te vechten? In tegenstelling tot mannen tussen de 18 en 60 jaar hebben ze toestemming het land te verlaten. Velen zien daar echter van af en nemen in plaats daarvan de wapens op. Wat drijft hen?

    ‘Op het moment dat een vrouw het leger ingaat, geeft ze ook een signaal af over genderrollen’

    Gerhard Kümmel is militair socioloog bij de Duitse Bundeswehr, waar hij onder meer onderzoek doet naar integratie van vrouwen in het leger. Allereerst ziet hij bij hen dezelfde motivatie als bij mannen die ten strijde trekken: verbondenheid met het land, gemeenschapszin, patriottisme. Maar er is meer. ‘Mogelijk speelt er ook een emancipatie-aspect mee,’ zegt Kümmel aan de telefoon. ‘Op het moment dat een vrouw het leger ingaat, geeft ze ook een signaal af over genderrollen.’ Al is het maar omdat vrouwen dan taken op zich nemen die lange tijd als typisch mannelijk werden gezien.

    Dat geldt ook voor Yuliya. Als hospik moet ze dag en nacht klaar staan om voor haar kameraden te zorgen, zegt ze. In het ziekenhuis waar ze werkt verschijnen onophoudelijk soldaten met uiteenlopende verwondingen, soms zeer ernstige. Op het slagveld is ze nog niet ingezet. Vooralsnog.

    Kan daar verandering in komen? ‘Ja, elk moment,’ antwoordt ze resoluut. Heeft ze er ooit aan gedacht de oorlog te ontvluchten? ‘Ik ben niet van plan het land te verlaten. Niet in vredestijd, en niet in tijden van oorlog.’

    ‘Oorlog is altijd slecht en brengt alleen maar dood en verdriet. Maar nu verdedigen we onszelf’

    Om te begrijpen waarom zoveel vrouwen net als Yuliya zijn vechten in Oekraïne, is het van belang om naar de specifieke situatie te kijken, zegt Kümmel. ‘Oorlog is altijd een noodsituatie,’ aldus de militair socioloog. ‘Mensen ontwikkelen defensieve neigingen als het eigen land of de eigen gemeenschap wordt aangevallen.’

    En Oekraïne is niet pas sinds 24 februari in oorlog. ‘Rusland heeft ons aangevallen, onze territoria ingenomen, onze steden verwoest en burgers gedood,’ zegt Yuliya. ‘Oorlog is altijd slecht en brengt alleen maar dood en verdriet. Maar nu verdedigen we onszelf.’

    Toen ze twaalf jaar oud was, in 2014, besloot ze om het leger in te gaan. Een paar maanden eerder, in december 2013, had de toenmalige Oekraïense regering onverwacht aangekondigd geen associatieverdrag met de Europese Unie te zullen ondertekenen. Als gevolg daarvan braken in Kyiv de zogenoemde Euromaidan-protesten uit: honderdduizenden Oekraïners demonstreerden maandenlang tegen de pro-Russische president Viktor Janoekovitsj en voor een Europagezinde koers van hun land.

    Medio februari 2014 escaleerden de protesten en kwam het tot rellen en straatgevechten. Er vielen meer dan honderd dodelijke slachtoffers, meer dan driehonderd mensen raakten gewond. ‘Dat was het moment waarop ik besloot dat ik de vrijheid van Oekraïne actief wilde verdedigen,’ aldus Yuliya.

    Keerpunt

    De protesten in Kyiv waren volgens Kostiantyn Fedorenko een keerpunt voor veel Oekraïners. De socioloog, die opgroeide in Oekraïne, doet onderzoek aan het Centrum voor Oost-Europese en Internationale Studies in Berlijn. ‘Voor die tijd had het leger een slechte reputatie en werd bijna niemand vrijwillig soldaat,’ zegt Fedorenko.

    Maar na achtereenvolgens het geweld op de Maidan, de Russische annexatie van de Krim begin maart 2014 en het uitbreken van de oorlog in de Donbas-regio, groeide het Oekraïense leger snel, zegt hij. En bij de bevolking groeide de populariteit van het leger. ‘De mensen hebben een vechtlust ontwikkeld,’ zegt hij. ‘Sindsdien maken ook steeds meer vrouwen deel uit van het leger.’ Sommige van die vrouwen vechten nu, zo’n acht jaar later, met wapens.

    De vrouwen in het Oekraïense leger zijn niet alleen vanwege hun diensten aan het front essentieel voor de oorlogsvoering van het land, aldus Fedorenko. Ook hun bijdrage aan wat velen een informatieoorlog noemen is van groot belang.

    Wat gebeurt er? Waarom? En met welke kant sympathiseert de internationale gemeenschap? ‘Doordat ze veel oprechtheid en emotie hebben getoond, hebben de Oekraïners de eerste fase van deze oorlog duidelijk gewonnen,’ zegt Fedorenko.

    Met hun grote bereik hebben jonge vrouwen als Yuliya daar een cruciale bijdrage aan geleverd. Meer dan 15.000 mensen volgen haar op Instagram. Haar berichten krijgen vaak enkele duizenden likes en worden wereldwijd verspreid. Ze zijn belangrijk omdat ze de boodschap overbrengen ‘dat niet alleen mannen bij deze oorlog betrokken zijn, maar de gehele samenleving,’ aldus Fedorenko.

    Foto’s plaatsen op Instagram is gewoon haar hobby. Net zoals ze graag aan sport doet of boeken leest.

    Bijdragen als die van Yuliya en andere vrouwen vergroten volgens hem al dan niet bewust de sociale cohesie. ‘Mensen zien gemeenschappelijke waarden waarover ze het eens kunnen zijn,’ aldus Fedorenko. ‘Dat motiveert weer anderen om in beweging te komen.’

    Yuliya denkt daar allemaal niet over na, zegt ze. Ze heeft geen agenda met haar berichten of met haar bereik. Foto’s plaatsen op Instagram is gewoon haar hobby. Net zoals ze graag aan sport doet of boeken leest. En oorlog beheerst nu nou eenmaal haar dagelijks leven.

    Zijn er aspecten aan het Oekraïense leger die maken dat zij als vrouw structureel anders wordt behandeld? Yuliya ontkent dat stellig. Er zijn aanzienlijk meer mannen in haar eenheid, zegt ze. Maar er is absoluut geen onderscheid merkbaar. ‘We worden verenigd door het gemeenschappelijke doel om ons vaderland te verdedigen.’

    In haar laatste bericht poseert Yuliya in uniform in het bos. Ze staat zijwaarts voor de camera en staart recht voor zich uit. Haar gezicht is tot aan haar neus bedekt door een sjaal, en ze houdt een aanvalsgeweer vast. Eronder staat: ‘Oekraïne geeft niet op’.

    Lees ook: