Tag: oorlog

  • Slechte timing, meneer Poetin!

    Slechte timing, meneer Poetin!

    Wat was er gebeurd als het Russische offensief in Oekraïne had plaatsgevonden toen Donald Trump nog Amerikaans president was? Volgens Joachim Käppner, veiligheidsexpert van Süddeutsche Zeitung, was de westerse reactie dan heel anders geweest.

    Ondanks alle verontwaardiging over de gruwelijkheden die Vladimir Poetin en zijn generaals nu op Oekraïne ten westen van Lviv loslaten, staan maar weinig mensen stil bij wat er had kunnen gebeuren als de Russische president anderhalf jaar eerder het bevel tot invasie had gegeven. Toen zat er geen Joe Biden in het Witte Huis die zou oproepen tot eenheid in de vrije wereld en die soldaten van de 82nd Airborne Division naar de oostgrens van de NAVO zou sturen ter afschrikking – overigens een zeer symbolisch gebaar als je bedenkt dat het deze divisie van parachutisten was die in 1944 het voortouw nam bij de herovering van Europa op de nazi’s. Anderhalf jaar geleden werden de VS nog geleid door een sinistere politieke clown die nu het ‘geniale’ en ‘briljante’ karakter van Poetin en zijn oorlog tegen een Oekraïens leger dat hopeloos in het nadeel is, bejubelt.

    Europa had vermoedelijk geen hulp van Donald Trump kunnen verwachten. Zonder de beschermende militaire suprematie van de Amerikanen zou de NAVO niet meer zijn dan een erfenis uit betere tijden, verworden tot een lege huls, zoals Trump de organisatie publiekelijk omschreef. En de vrijheid van het hele continent zou bedreigd worden zoals decennialang niet is gebeurd. Europa zou op zijn minst gedwongen zijn geweest de pax russica in het Oosten te aanvaarden. Trumpisme is niet alleen een ongekend gevaar voor ’s werelds oudste democratie, maar voor de gehele vrije wereld.

    Keerpunt

    De terugkeer van oorlog in het hart van Europa is een keerpunt zoals in 1953, 1956 of 1968, toen Sovjettanks het streven naar vrijheid in de satellietstaten van de USSR de kop indrukten. Of zoals in 1989, toen het tijdperk aanbrak van de illusie dat de gesel van oorlog niets meer was dan een herinnering aan het verleden. Of zoals in 1992, toen het Servische nationalisme en de verschrikkingen van de Balkanoorlog ons eraan herinnerden hoe dun het laagje vernis van de beschaving is.

    De oorlog van Poetin betekent dus een keerpunt, maar zijn timing is slecht. Joe Biden is misschien niet de sterkste president die de Verenigde Staten ooit hebben gehad, maar hij is ontegenzeggelijk een voorvechter van het trans-Atlantische bondgenootschap en heeft sinds het begin van zijn ambtstermijn in 2021 benadrukt dat een krachtig gemeenschappelijk optreden van democratieën fungeert als tegengif tegen populisme, autoritaire regimes en aanvallen op vrijheden.

    Zes maanden geleden trokken de laatste NAVO-troepen weg uit Kaboel en leek het trans-Atlantisch bondgenootschap op een dieptepunt te zijn beland. Vandaag laat het door de oorlog van Poetin weer zien wat het is: een levensverzekering voor democratieën in een wereld vol bedreigingen. Poetin kan Oekraïne met geweld veroveren en mogelijk een stuk van de voormalige Sovjet-Unie terugwinnen, maar hij kan ook het tegenovergestelde bereiken van wat hij wil.

    De gedestabiliseerde westerse wereld vindt haar kracht en haar waarden terug: menselijke waardigheid, grondrechten, vrijheid van meningsuiting

    Terwijl Poetin Europa tracht te verdelen en te ondermijnen, zorgt hij er juist voor dat de onderlinge banden verstevigd worden. De meeste Europese landen die zich na 1989 haastten om tot de NAVO toe te treden, zien nu hun voorgevoel bevestigd. Zelfs traditioneel neutrale landen als Zweden en Finland streven er inmiddels serieus naar om onder de beschermende paraplu van de alliantie te kunnen schuilen.

    De agressie van Poetin zou tot gevolg kunnen hebben dat de gedestabiliseerde westerse wereld haar kracht en haar waarden terugvindt: menselijke waardigheid, grondrechten, vrijheid van meningsuiting. Terwijl het rechts-populisme natiestaten oproept om allianties en instellingen als de NAVO en de Europese Unie te verwerpen, tonen de Russische tankcolonnes bij Kyiv ons de dwaasheid van deze voorstellen.

    Democratieën kunnen van hun fouten leren, zij hebben het vermogen om zichzelf te corrigeren

    De oorlog van Poetin is imperiale machtspolitiek die rechtstreeks uit de negentiende eeuw stamt, zonder rekening te houden met burgerslachtoffers aan Oekraïense kant of opoffering van de eigen soldaten. Veel mensen in Europa, vooral Duitsers met een post-nationalistische inslag, worden daardoor ruw wakker geschud. Sommige mensen zouden zich iets meer bewust mogen zijn van het geluk dat zij hebben om te kunnen leven in een vrij land waar zij hartstochtelijk hun eigen belangen kunnen nastreven en een modieuze autoritaire minachting voor open samenlevingen kunnen uitdragen. Innerlijke vrijheid, democratie en de rechtsstaat zijn niet zo vanzelfsprekend als wij zijn gaan geloven.

    Historicus Heinrich August Winkler presenteerde het Westen – opgevat als een geleidelijk gevormde gemeenschap van vrije staten waartoe Duitsland pas laat toetrad – als een ‘geheel van [sociale] verworvenheden dat uniek is in de wereldgeschiedenis’. Niet dat deze landen vrij zijn van gebreken of fouten, getuige de afwijking van de Trump-jaren of de – met het internationaal recht strijdige – invasie van Irak in 2003, die in het Midden-Oosten niet minder instabiliteit teweegbracht dan Poetin vandaag in Oost-Europa. Maar democratieën kunnen van hun fouten leren, zij hebben het vermogen om zichzelf te corrigeren, zoals de VS in 2020 hebben gedaan.

    Bundeswehr

    Voor Duitsland betekent dit dat het tijd is om de lippendienst die werd bewezen onder Angela Merkel waar te maken en de Bundeswehr weer in staat te stellen zijn echte taken te verrichten, namelijk een geloofwaardige afschrikkingsmacht zijn voor de verdediging van het land en het NAVO-gebied. Dit wil niet zeggen dat Berlijn er verkeerd aan heeft gedaan zo lang mogelijk de dialoog met Poetin aan te gaan; het land dat tachtig jaar geleden een vernietigingsoorlog tegen Rusland (en Oekraïne) ontketende, had de plicht dit te proberen, bovenal in het belang van het Russische volk.

    Duitsland is daar helaas niet in geslaagd. Als Europa’s grootste economie kan zij zich niet langer onttrekken aan haar toezegging – gedaan na de annexatie van de Krim in 2014 en vervolgens botweg genegeerd – om haar militaire uitgaven te verhogen tot 2 procent van het bbp om de immense gebreken van de Bundeswehr te herstellen [Olaf Scholz kondigde op 27 februari in de Bondsdag terecht aan dat hij zelfs verder zou gaan dan dit percentage]. Er is amper een andere manier om een gemeenschappelijke capaciteit tot afschrikking op te bouwen en een vrij Europa te verdedigen. Oekraïne ervaart nu wat er kan gebeuren als die ontbreekt.

  • Russisch jacht mag niet tanken

    Russisch jacht mag niet tanken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Uber sluit vrede met gele taxi’s in New York

    » Polio duikt voor het eerst in dertig jaar op in Malawi

    Lokale olieleveranciers weigeren schip te bevoorraden

    Het 68 meter lange superjacht Ragnar van de Russische oligarch Vladimir Strzjalkovski is gestrand in het Noorse havenstadje Narvik omdat lokale olieleveranciers weigeren het schip te bevoorraden, aldus The Huffington Post. Strzjalkovski is voormalig KGB-agent, voormalig onderminister van economie en oud-medewerker van Vladimir Poetin en verdiende zijn fortuin met de winning van nikkel. Hij kreeg in 2012 een gouden handdruk van 100 miljoen dollar toen hij na vier jaar aftrad als CEO van het mijnbouwbedrijf Norilsk Nickel.

    Strzjalkovski stond niet op de Europese lijst van oligarchen die zijn gesanctioneerd als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne, maar de lokale bevolking van Narvik besloot zelf maatregelen nemen. ’Waarom zouden we ze helpen?’ antwoordde olieleverancier Sven Holmlund op vragen van de Noorse omroep NRK. ’Laten ze maar naar huis roeien. Of een zeil gebruiken.’ Noorse politici hebben aangedrongen op confiscatie van het schip, maar volgens een regeringsfunctionaris is dat wettelijk onmogelijk zonder EU-richtlijnen.

    Lees ook:

  • Oekraïense draagbaby’s kunnen niet naar biologische ouders in buitenland

    Oekraïense draagbaby’s kunnen niet naar biologische ouders in buitenland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peruaanse ex-president Alberto Fujimori vervroegd vrijgelaten

    » Rusland betaalt zijn schulden en voorkomt wanbetaling

    Pasgeboren baby’s zitten zonder nationaliteit

    Door de oorlog in Oekraïne kunnen pasgeboren draagbaby’s niet door hun biologische ouders opgehaald worden, meldt The New York Times. De kinderen zijn geboren uit Oekraïense draagmoeders terwijl hun biologische ouders in het buitenland zijn.

    ‘We kunnen de baby’s niet in de steek laten’, zegt Loedmila Jasjenko, eenenvijftig jaar, een van de oppassen die in de kelder van de vruchtbaarheidskliniek BioTexCom zitten ondergedoken, tegen de Amerikaanse krant. Elders in Oekraïne zitten draagmoeders vast tussen de gevechten, terwijl stellen in het buitenland zich afvragen hoe ze met hun baby verenigd kunnen worden.

    Een draagmoeder verdient gemiddeld 13.000 euro per kind

    Oekraïne is een van de weinige landen met draagmoederschap voor buitenlandse stellen. Volgens schattingen staat het land wereldwijd op nummer één in deze sector. Oekraïense advocaten stellen dat er momenteel zo’n vijfhonderd draagmoeders voor buitenlandse koppels. Het is vooral door de armoede dat deze sector het zo goed doet. Een draagmoeder verdient gemiddeld ruim 15.000 dollar (13.000 euro) per kind. Oekraïne staat geen draagmoederschap toe voor koppels van hetzelfde geslacht of voor mensen die het geslacht van hun kind willen kiezen.

    Door de oorlog is de nationaliteit van de baby’s een ingewikkeld onderwerp geworden. Ook ontstaan er problemen rondom de voogdij, aangezien volgens de Oekraïense wet de biologische ouders aanwezig moeten zijn om de nationaliteit te bevestigen. Daarnaast is er nog de kwestie van hun veiligheid: hoe kan die gegarandeerd worden, en is dat überhaupt wel mogelijk?

    Lees ook:

  • ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    Duizenden Russen zijn de afgelopen weken hun land ontvlucht uit onvrede met het politieke klimaat of uit financiële noodzaak vanwege de zware sancties. De onafhankelijke Russische nieuwsorganisatie Meduza sprak met enkele achterblijvers. Wat zijn hun redenen om niet te vertrekken?

    Duizenden mensen zijn de afgelopen weken Rusland ontvlucht, in de hoop de binnenlandse politieke, sociale en economische gevolgen van de oorlog te ontlopen. Maar zij zijn in de minderheid: niet iedereen kan zo snel naar een nieuw land verhuizen, al zouden ze dat nog zo graag willen. Sommigen blijven in Rusland vanwege familie, anderen kunnen het zich niet veroorloven om te vertrekken, terwijl weer anderen uit principe blijven waar ze zijn.

    Screen Shot 2022 03 17 at 9.16.47 PM 1

    Kirill – Ingenieur, Moskou

    ‘Mijn familie en ik dachten erover om te emigreren maar zien dat uiteindelijk niet zitten. Wat heeft het voor zin om ergens heen te gaan waar we niet kunnen blijven? Het zou alleen maar moeilijker worden om terug te keren. Ik ben er niet klaar voor om ergens als een illegale immigrant te leven. Nog niet.

    Als we via de officiële weg ergens legaal zouden kunnen wonen, dan zou ik vertrekken. Ik denk dat dit land donkere tijden te wachten staan. Hopelijk maakt de Russische bevolking de laatste stuiptrekkingen van haar grote leider mee.’


    Tatjana – Werkt voor een IT-bedrijf, regio Perm

    ’Mijn ouders zijn bejaard en mijn partner werkt in overheidsdienst. Om die redenen kan ik niet weg. Bovendien denken we dat de Europese Unie binnenkort waarschijnlijk ook in een grote crisis zit, en dan zal het in Rusland makkelijker overleven zijn.

    Vanwege de russofobie die nu overal heerst, is het onveilig om nu buiten Rusland te wonen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat alles duur is geworden daar. De kosten voor levensonderhoud zijn zodra de migratie begon omhoog geschoten.’


    Elizaveta – Werkt in de pr en marketing, Angarsk

    ‘Ik heb overwogen om te vertrekken, en eigenlijk wil ik dat nog steeds. Ik ben dertig jaar oud en kom uit een kleine stad in Siberië. Ik begon net echt te leven in plaats van te overleven: ik had genoeg geld om lekker te eten, mooie spullen te kopen en met mijn man reizen te maken. En nu duwt mijn land mij terug de armoede in, terug naar de tijd toen reizen naar het buitenland alleen maar in onze verbeelding bestond.

    ‘Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland’

    Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland. Het past niet in mijn wereldbeeld. We blijven hier omdat we de voogdij over een kind hebben, en we op dit moment niet het recht hebben haar mee het land uit te nemen. Bovendien hebben we nog niet genoeg tijd gehad om te sparen voor een verhuizing. Maar we zijn begonnen met het leren van een vreemde taal. Zo kunnen we alvast een basis leggen.’


    Meduza & 360

    360 gaat samenwerken met de onafhankelijke Russischtalige nieuwssite Meduza.
    Sinds de Russische inval in Oekraïne hebben de autoriteiten Meduza afgesloten voor Russische internetgebruikers. Ook hebben veel buitenlandse correspondenten en media het land verlaten na een controversiële mediawet die het verspreiden van ‘nepnieuws’ sanctioneert met een gevangenisstraf die kan oplopen tot vijftien jaar. 360 breekt al jaren een lans voor onafhankelijke en vrije journalistiek. Met deze samenwerking wil 360 een platform bieden aan onafhankelijke en kritische geluiden uit Rusland, zodat ook de Nederlandse nieuwsvolger op de hoogte kan blijven van wat er speelt aan de Russische kant van het front.

    Aidar – Programmeur, Kazan

    ‘Ik heb me suf gedacht, en ik zal blijven twijfelen, ofwel tot ik vertrek, ofwel voor de rest van mijn leven. Er zijn verschillende redenen waarom ik blijf. Ik ben de oudste zoon en mijn broer werkt in het buitenland. Mijn ouders kunnen niet weg, tenminste niet op korte termijn. Het was niet meer dan logisch dat de jongste zoon naar een rijker land zou gaan om te werken, en dat de oudste zoon voorlopig bij onze ouders in dit totalitaire land zou blijven.

    De andere reden is mijn vriendin, hopelijk mijn toekomstige vrouw. Het is voor mij geen optie om weg te gaan terwijl zij hier achterblijft, en er zijn geen garanties als je in het buitenland bent. Ook niet als je hier blijft, trouwens. Als deze twee factoren niet meespeelden, zou ik vertrekken, zelfs zonder spullen en met een onzekere toekomst. Ik denk dat ik het in het buitenland best zou redden als ervaren programmeur, maar diezelfde garantie kan ik mijn dierbaren niet geven. Zij hebben me hier waarschijnlijk harder nodig.

    ‘Deelnemen aan een protestactie zou te gevaarlijk zijn’

    Ik zie niet voor me dat we in Rusland een comfortabel leven kunnen leiden. Een minder comfortabel leven in het buitenland lijkt me aantrekkelijker. Bovendien voel ik me elke dag dat de oorlog voortduurt indirect verantwoordelijk voor wat er gebeurt, en misschien ben ik dat ook wel: als burger ben je maar een klein beetje verantwoordelijk, maar niettemin verantwoordelijk voor wat jouw land aan het doen is. Deelnemen aan een protestactie en een gevangenisstraf riskeren, waardoor ik mijn dierbaren niet zou kunnen helpen of het land niet zou kunnen verlaten, zou te gevaarlijk zijn.’


    Elizaveta – Accountant, Moskou

    ‘Ik dacht eraan om weg te gaan toen ik nog studeerde – mijn seksuele geaardheid speelde een rol –, maar ik had de moed niet. En nu is die kans verkeken. Mijn moeder heeft een beroerte gehad, ik heb een puppy om voor te zorgen en ik ben blut. Om nog maar te zwijgen over mijn beroep, dat niemand in het buitenland zou interesseren.

    Ik denk dat er in de toekomst veel armoede in het land zal zijn door de hoge inflatie, werkloosheid en het sluiten van bedrijven. Wie arm is, zoals ik, zou dan wel eens van honger kunnen omkomen.’


    Alija – Werkt in een galerie voor moderne kunst, Moskou

    ‘Ik wil wel weg, maar mijn man niet. Hij denkt niet dat we in het buitenland werk zullen vinden zonder de taal te spreken of speciale vaardigheden te hebben. Dan is er ook nog de kwestie van mijn ouders en mijn oude, tweeënnegentigjarige grootmoeder, voor wie ik moet zorgen. Ik ben heel bang, maar mijn familie achterlaten kan ik niet. Ik denk dat het erg uit de hand gaat lopen: tirannieke wetshandhaving, armoede, banditisme, en misschien een burgeroorlog.

    ‘Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan’

    We hebben een vakantiehuisje in een dorp, en als alles in duigen valt, zullen we daarheen moeten verhuizen. Ik heb geen enkele mogelijkheid meer om me beroepsmatig verder te ontwikkelen en plezier te hebben in mijn werk. Dat is me afgepakt. Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan.’


    Alisa – Werkt in de dienstensector, Krasnodar

    ‘Ik denk er vaak over na om weg te gaan. Ik doe mijn uiterste best om een manier te vinden om mijn ouders mee te krijgen. Maar hoogstwaarschijnlijk blijf ik hier om dicht bij mijn dierbaren te zijn. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze achter te laten.

    Soms denk ik terug aan de verhalen van mijn vader, die vertelde hoe moeilijk het was in de jaren negentig. Nu voorzie ik een toekomst die veel erger is dan toen: veel mensen komen zonder werk te zitten, honger wordt een ernstig probleem en de criminaliteit zal de pan uit rijzen. We zitten op de Titanic, en die heeft net de ijsberg geraakt.’


    Nastya – Verkoopt producten op een markt, Moskou

    ‘Ik popelde om naar Georgië te gaan of naar een ander GOS-land [verbond van voormalige Sovjet-Unielanden]. Maar ik ben tweeëntwintig, die stomme leeftijd waarop ik wel een spaarpotje heb maar niet genoeg om alles te laten vallen en voor onbepaalde tijd naar een land te verhuizen waar ik niet kan werken.

    ‘Ik wil gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen’

    Ik ben ook bang om mijn grootmoeder en vader achter te laten, die in de Samara-regio wonen. Ik moet mijn oma gaan helpen om de meest noodzakelijke levensbehoeften in te slaan. Ik vrees dat haar pensioen niet genoeg is, of dat er een tekort aan producten zal zijn. Bovendien wil ik gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen. Vooral nu, nu het regime in Rusland bijzonder kwetsbaar is. Als we deze crisis overleven, kunnen we een nieuw Rusland opbouwen. Ik probeer er het beste van te maken en te doen wat ik kan.’


    Oleg – Werkt op een universiteit, Jelets

    ‘Ik heb nagedacht over weggaan. Ik weet niet hoe ik op morele wijze verder kan leven. Ik denk er nog steeds over na, maar… Ik heb hier een dochter, die bij mijn ex-vrouw woont. En hier is ook het graf van mijn moeder.’


    Jevgeni – Werkt in een autozaak, Vladivostok

    ‘Vijf jaar geleden besloot ik te blijven en sindsdien ben ik niet van gedachten veranderd. Even overwoog ik te vertrekken toen mijn vrienden meteen na 24 februari begonnen te praten over emigreren. In paniek sloot ik me aan bij enkele immigratiegroepen op internet. Ik had zelfs al een vliegticket naar Istanboel, voor begin maart. Ik had het al gekocht lang voordat dit allemaal gebeurde, wat een gelukkig toeval leek. Toch ben ik uiteindelijk niet in dat vliegtuig gestapt.

    ‘Ik maak vaak het grapje dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik’

    Ik heb in mijn leven al veel in het buitenland gewoond en heb genoeg ervaring opgedaan om te begrijpen hoezeer ik mijn thuis en mijn land waardeer. Ik hou echt van Rusland en de mensen hier. Ik heb hier geleerd wat vriendschap en liefde zijn, hier ben ik geworden wie ik ben, hier heb ik mijn belangrijkste waarden en de zin van mijn leven leren kennen, en daarom zal ik blijven. Ik denk dat vrijheid het waard is om voor te vechten. Ik maak vaak het grapje met mijn therapeut dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik.’


  • Nicholas Mulder: ‘Economie ondervindt dramatische gevolgen van sancties’

    Nicholas Mulder: ‘Economie ondervindt dramatische gevolgen van sancties’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische moeder roept Poetin op om geen dienstplichtigen in te zetten in Oekraïne

    » Britse justitie weigert hoger beroep van Julian Assange

    Sancties gevaar voor economie

    Nicolas Mulder, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Amerikaanse Cornell-universiteit en expert op het gebied van sanctiemaatregelen, voorspelt in The Economist dat het economisch isoleren van Rusland dramatische gevolgen zal hebben voor de wereldeconomie. Rusland is een toonaangevende leverancier van verschillende belangrijke grondstoffen en de sancties zullen het Westen daarom dwingen tot pijnlijke aanpassingen, omdat ze van invloed zijn ‘op het vermogen van Rusland om wereldwijd grondstoffen te leveren’, aldus Mulder. Het Russische aandeel is aanzienlijk. Wereldwijd komt het neer op 6 procent van de aluminiumproductie, 7 procent van de nikkelvoorziening, 12 procent van de productie van ruwe olie, 18 tot 19 procent van de tarwe en aardgasexport en een kwart van de kopervoorraad.

    ‘Egypte, Tunesië, Irak en Libanon hebben nu al te maken met stijgende prijzen door de sluiting van Oekraïense havens; sancties maken continuering van hun voedselvoorziening gevaarlijk afhankelijk van de beslissingen van westerse beleidsmakers’, stelt Mulder. ‘Financiële markten zullen steun van centrale banken nodig hebben om de afwezigheid van Russische deviezenoverschotten te compenseren op de valutamarkten.’

    Lees ook:

  • Russische moeder roept Poetin op om geen dienstplichtigen in te zetten in Oekraïne

    Russische moeder roept Poetin op om geen dienstplichtigen in te zetten in Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nicholas Mulder: ‘Wereldeconomie ondervindt dramatische gevolgen van sancties’

    » Britse justitie weigert hoger beroep van Julian Assange

    Marina Ivanova schreef een brief aan Poetin

    Marina Ivanova, een inwoonster van Sint-Petersburg, wier zoon in militaire dienst is, schreef een brief aan het Russische ministerie van Defensie en de regering van de president Poetin. Fontanka, een online nieuwsplatform gevestigd in Sint-Petersburg, publiceerde de brief.

    Poetin ontkende dat dienstplichtigen deelnemen aan de oorlog

    Ivanova schrijft dat haar zoon werd toegewezen aan een eenheid in de buurt van Moskou, maar later werd overgeplaatst naar de grens met Oekraïne. Nu ontvangt ze alleen nog maar sms’jes van hem. Ivanova schrijft dat, volgens haar zoon, dienstplichtigen worden overgehaald om contracten te ondertekenen om aan de oorlog deel te namen. In haar brief vraagt Ivanova om dienstplichtigen terug te sturen naar hun eenheid.

    Eerder schreef de onafhankelijke nieuwssite Meduza over dienstplichtigen die werden overgehaald om een contract te tekenen om naar Oekraïne te worden gestuurd. De Russische president Vladimir Poetin ontkende dat dienstplichtigen deelnemen aan de oorlog. Later erkende het ministerie van Defensie de deelname van dienstplichtigen aan ‘speciale operaties’ in Oekraïne, schrijft Meduza in een ander artikel.

    Lees ook:

  • Poetin: ‘NAVO realiseert zich niet welke gevolgen haar steun aan Oekraïne kan hebben’

    Poetin: ‘NAVO realiseert zich niet welke gevolgen haar steun aan Oekraïne kan hebben’

    Bij zijn eerste publieke optreden in lange tijd, tijdens een bezoek aan luchtvaartmaatschappij Aeroflot, legt de Russische president zijn beweegredenen uit voor de ‘speciale operatie’ in Oekraïne. Zakenkrant Kommersant doet opvallend evenwichtig verslag van de woorden van Vladimir Poetin.

    De Russische president Vladimir Poetin heeft zaterdag een aantal belangrijke uitspraken gedaan over het verloop van de ‘speciale militaire operatie’ in Oekraïne en de situatie in Rusland. Het staatshoofd vertelde onder meer waarom de Russische strijdkrachten zich niet beperkten tot Donbas en hij opdracht gaf om de legeronderdelen die kernwapens beheren in hogere staat paraatheid te brengen, wat er zou gebeuren als de Oekraïense autoriteiten niet instemden met de eisen van Rusland, en hoe groot de kans was dat de staat van beleg in Rusland zou worden ingevoerd.

    Zaterdag bezocht Vladimir Poetin het trainingscentrum van Aeroflot, waar hij vertegenwoordigers van de cockpitbemanning van Russische luchtvaartmaatschappijen ontmoette. Voor het eerst in lange tijd trad de Russische president op in het openbaar, omringd door de deelnemers aan het evenement in plaats van op een aanzienlijke afstand van hen.

    Een van de vrouwen vroeg Vladimir Poetin of een ‘speciale militaire operatie’ in Oekraïne vermeden had kunnen worden.

    Minsk-akkoorden

    Volgens hem had Moskou er alles aan gedaan om de gebeurtenissen in Oekraïne in lijn te brengen met de Minsk-akkoorden, maar wilde Kiev die niet nakomen. ‘Sinds 2014 zijn dertien- tot veertienduizend mensen om het leven gekomen! Meer dan vijfhonderd kinderen werden vermoord of verminkt,’ zei het staatshoofd, en hij verwijt het ‘beschaafde Westen’ dat het deze cijfers negeert.

    In juli 2021 schatte de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN het dodental van beide kanten tijdens het gewapende conflict in Donbas op ruim dertienduizend, onder wie vierduizend burgers. Tegelijkertijd merkte de afdeling op dat terwijl in 2014 een derde van de doden burger was, dat in de afgelopen jaren slechts vier tot vijf procent was.

    Vladimir Poetin werd ook gevraagd hoe waarschijnlijk het was dat de staat van beleg in Rusland zou worden ingevoerd. ‘De staat van beleg wordt alleen ingevoerd in overeenstemming met de wet bij presidentieel decreet, en moet worden bevestigd door de Federatieraad in geval van externe agressie, ook in specifieke gevallen van vijandelijkheden. Maar we bevinden ons niet zo’n situatie, en ik hoop dat die er ook niet zal komen,’ antwoordde Vladimir Poetin.

    ‘Aan deze operatie nemen alleen beroepsmilitairen deel’

    Ook kan er volgens Poetin een speciale bepaling worden ingevoerd bij presidentieel besluit en bij besluit van de Federatieraad in geval van grootschalige interne dreigingen. Op zijn beurt wordt de noodtoestand in de regel regionaal of in het hele land ingevoerd in geval van door de mens veroorzaakte rampen en natuurrampen. ‘Godzijdank is daar geen sprake van,’ aldus de president.

    Het staatshoofd beloofde ook dat Rusland geen dienstplichtigen en reservisten naar Oekraïne zal sturen. ‘Aan deze operatie nemen alleen beroepsmilitairen deel,’ benadrukte hij, ‘verder gaan we niemand inzetten bij deze militaire operatie.’ Volgens de president zal het Russische leger ‘alle taken aanpakken waar ze voor staan’. ‘Ik twijfel daar geen moment aan, het hele verloop van de operatie maakt het duidelijk: het gaat volgens plan, volgens schema, zoals de legerleiding het heeft bedacht,’ zei Vladimir Poetin.

    Vervolgens sprak hij voor het eerst over de scenario’s die de Russische autoriteiten in overweging hadden genomen voor het begin van de vijandelijkheden in Oekraïne. ‘We hadden op verschillende manieren kunnen handelen. Het was bijvoorbeeld mogelijk om de Donbas-republieken direct aan de linie te helpen, aan het front, zoals ze zeggen, en om ze te versterken met ons Russische leger,’ zei Poetin. ‘Maar gezien de roekeloze steun van het Westen, nationalisten en radicalen, zou er van die kant eindeloze materiële steun komen in de vorm van munitie, uitrusting, enzovoort.’

    ‘Andere weg’

    Daarom kozen de legerleiding en het ministerie van Defensie voor een in de woorden van Poetin ‘andere weg’. ‘Het eerste wat ze deden was de militaire infrastructuur vernietigen. Niet alles maar een deel: voornamelijk munitieopslagplaatsen, luchtmachtdoelen en luchtverdedigingssystemen,’ aldus het staatshoofd. Hij voegde eraan toe dat het elimineren van luchtverdedigingssystemen ‘enige tijd vergt’, omdat ‘ze moeten worden getraceerd en dan geraakt’. En hij zei: ‘Dit werk is praktisch voltooid.’

    Daarnaast had Vladimir Poetin het over de eis van de Oekraïense autoriteiten aan de NAVO om een ​​no-flyzone boven hun land in te stellen. ‘Nu horen we dat er een no-flyzone moet komen boven het grondgebied van Oekraïne. Het is onmogelijk om dit boven Oekraïne zelf te doen, het is alleen mogelijk boven het grondgebied van enkele buurlanden. Maar elke stap in die richting zullen wij beschouwen als deelname aan het gewapende conflict en dus een bedreiging voor onze militairen,’ waarschuwde de president. Vervolgens benadrukte hij nog eens: ‘We zullen het instellen van een no-flyzone onmiddellijk beschouwen als deelname aan het militaire conflict, ongeacht van welke organisatie (dat wil zeggen: de NAVO – Kommersant) ze lid zijn.’

    Bedenk dat de Oekraïense president Volodymyr Zelensky vrijdag de NAVO-lidstaten bekritiseerde vanwege hun onwil om een ​​vliegverbod boven zijn land in te voeren. ‘Daarop volgde was er een NAVO-top: een zwakke, verwarde top. Uit die top blijkt dat niet iedereen de strijd voor vrijheid voor Europa als prioriteit nummer één beschouwt… De NAVO heeft er bewust voor gekozen de lucht boven Oekraïne niet te sluiten,’ klaagde Zelensky. Volgens hem ‘hebben de NAVO-landen zelf het verhaal in de wereld geholpen dat het zogenaamd sluiten van de lucht boven Oekraïne directe agressie zal uitlokken’.

    Als een no-flyzone wordt ingevoerd, zal dat gepaard gaan met kolossale en catastrofale gevolgen’

    Ondertussen volgt uit de opmerking van Vladimir Poetin dat de vrees van NAVO-lidstaten niet ongegrond is. ‘Als aan deze eis gehoor wordt gegeven (de instelling van een vliegverbod boven Oekraïne Kommersant) zal dat gepaard gaan met kolossale en catastrofale gevolgen, niet alleen voor Europa, maar voor de hele wereld,’ waarschuwde Poetin. Volgens hem begrijpen de NAVO-landen, getuige hun roekeloze verklaringen, nog steeds niet wat hun acties tegen Rusland ‘kunnen betekenen en welke dreiging deze tot gevolg zou hebben’.

    ‘Kijk wat de Britse minister van Buitenlandse Zaken deed (Liz Truss – Kommersant), toen ze eruit flapte dat de NAVO bij het conflict betrokken zou kunnen raken,’ vervolgde president Poetin. ‘In dat geval zullen wij onmiddellijk besluiten om onze troepen in gereedheid te brengen’.

    Liz Truss maakte in een interview met Sky News inderdaad duidelijk dat de NAVO betrokken zou kunnen raken bij een conflict met Rusland, maar alleen als het niet bij Oekraïne stopt. ‘We vechten niet alleen voor Oekraïners, voor hun soevereiniteit en het recht op zelfbeschikking. Dit slepende conflict gaat over vrijheid en democratie in Europa. Als we Poetin in Oekraïne niet stoppen, worden andere landen bedreigd: de Baltische staten, Polen, Moldavië. En dit kan leiden tot een conflict met de NAVO, en dat willen we niet,’ zei ze.

    Afschrikkingstroepen

    Afgelopen zondag gaf Vladimir Poetin het bevel aan het leger om de afschrikkingstroepen, dat wil zeggen de strategische nucleaire strijdkrachten, ‘in hoge staat van paraatheid te brengen’. Hij rechtvaardigde zijn besluit vanwege de ‘onvriendelijke acties’ van westerse landen op economisch gebied, evenals hun ‘agressieve’ retoriek tegen Rusland. Het Witte Huis zei bij deze gelegenheid dat Vladimir Poetin reageert op ‘niet-bestaande bedreigingen om verdere agressie te rechtvaardigen’. En het VN-secretariaat waarschuwde dat de acties van Rusland ‘het risico op catastrofale misrekeningen vergroten’.

    Ondertussen stipte Poetin aan dat er opnieuw kernwapens kunnen komen in Oekraïne. ‘Nu praten ze (in Oekraïne – Kommersant) over het verwerven van kernwapens. We kunnen daar niet aan voorbijgaan!’ zei het staatshoofd. Hij herinnerde eraan dat Oekraïne relevante bevoegdheden heeft sinds de tijd van de Sovjet-Unie. ‘Deze zullen toenemen en van over de oceaan zal ook steun komen. En dan zullen ze zeggen dat we de nucleaire status niet erkennen,’ aldus Vladimir Poetin. ‘En vanaf dat moment, vanaf dat moment, zal het lot van Rusland totaal anders zijn. Want dan hoeven onze strategische tegenstanders niet eens meer ballistische intercontinentale raketten te hebben. Ze zullen ons onder schot houden met een nucleair wapen, dat is genoeg. Hoe kunnen we daar allemaal weerstand aan bieden?’ Volgens hem ‘is dit absoluut een reëel scenario, geen vergezochte onzin’.

    Kiev verzekerde dat dit niet betekende dat Oekraïne zou proberen een atoombom te maken.

    Opgemerkt moet worden dat Oekraïense functionarissen nu of eerder niet rechtstreeks hebben verklaard van plan te zijn kernwapens te maken. Ze spraken eerder hun spijt uit dat Oekraïne zijn kerwapens had ingeleverd in ruil voor veiligheidsgaranties in het kader van het Memorandum van Boedapest van 1994. Op 20 februari gaf Volodymyr Zelensky tijdens zijn toespraak op de Veiligheidsconferentie van München toe dat Kiev zich daar niet langer aan zou houden. Kiev verzekerde later dat dit niet betekende dat Oekraïne zou proberen een atoombom te maken.

    Experts zeggen ondertussen dat de Oekraïense capaciteiten op het gebied van het maken van kernwapens aanzienlijk zijn verminderd sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie, en dat Oekraïne vandaag niet in staat is om deze op eigen kracht te ontwikkelen. Ze wijzen er ook op dat het verlies van de kernwapenvrije status de betrekkingen van Oekraïne met westerse landen zou schaden en het land feitelijk in internationaal isolement zou brengen.

    Vladimir Poetin sprak ook veel over de maatregelen die de Russische autoriteiten van plan zijn te nemen om de economie te ondersteunen tegen de achtergrond van ongekende westerse sancties die zijn opgelegd na de start van de Russische ‘speciale operatie’. Volgens hem zou de uitweg uit de huidige situatie maximale economische vrijheid kunnen zijn voor bedrijven. Er zijn al een aantal besluiten genomen, de regering werkt aan uitbreiding van de steunmaatregelen, verkondigt de president.

    Lees ook:

  • Digitale reddingsactie Oekraïne

    Digitale reddingsactie Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Musk houdt traditie in stand

    » Gestegen winst voor Berlusconi

    Archivarissen wereldwijd zetten zich in om het internet van Oekraïne te behouden

    Met de Russische invasie van Oekraïne is de angst ontstaan dat als Poetin succesvol is, hij sites van de Oekraïense regering evenals culturele websites voor altijd zal laten wissen, schrijft Vice. Historisch gezien staan naties er immers om bekend in tijden van oorlog documenten te vernietigen, zeker als die kunnen worden gebruikt voor vervolging van oorlogsmisdaden. Daarom zijn archivarissen wereldwijd begonnen om het internet van Oekraïne te behouden en bandbreedte en schijfruimte te bieden voor het archiveren van de digitale geschiedenis van het land.

    Dat is nog niet zo gemakkelijk volgens Ian Milligan, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Universiteit van Waterloo. ‘Normaal wordt het gedaan door op de achtergrond te crawlen, zoals The Internet Archive dat twee keer per jaar probeert te doen.’ Maar bij grote conflicten ontbreekt het aan tijd en moeten er keuzes worden gemaakt. Daarom achten archivarissen, historici en cybersecuritywetenschappers het waarschijnlijk dat er uiteindelijk slechts een gefragmenteerd digitaal beeld zal overblijven van de daadwerkelijke crisis in Oekraïne.

  • Maartnummer | Grondeigendom

    Maartnummer | Grondeigendom

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Ivan Krastev over culturele misverstanden, Russische twijfels en de angst van Europeanen om te verdwijnen

    » Maffiosi verlaten cum laude de cel

    » Waarom mogen we eigenlijk grond bezitten?

    » Zijn we door corona betere mensen geworden?

    Betere mensen

    Redactioneel

    Van wie is grond en waarom? Die vraag wordt gesteld in een special van het Zwitserse Neue Zürcher Zeitung en is sinds een week weer extra relevant. Want grondbezit vergroot niet alleen ongelijkheid, het vormt ook een aanleiding voor de meeste oorlogen. In feite is het absurd om een vlag te planten en te zeggen: ‘Dit is van mij’, of om een streep door een land te trekken en te bepalen wie wat krijgt. Hadden we dat ingezien toen de eerste persoon in de geschiedenis beweerde dat grond van hem was, schreef Jean-Jacques Rousseau, dan had dat ons veel nood en ellende bespaard. Ook Adam Smith, die wel de vader van het kapitalisme wordt genoemd, wilde de handel in land niet aan de vrije markt overlaten. Maar het gebeurde, en de gevolgen kennen we allemaal.

    Net als die van erfenissen. Als de Duitse journalist Barbara Vorsamer een groot bedrag als verjaardagscadeau van haar vader krijgt, realiseert ze zich dat hij ‘geld te veel’ heeft en gaat ze op onderzoek uit. Wat betekent dit voor mij? Wat betekent het voor de samenleving? Tijdens haar queeste ontdekt ze onder andere dat vrijwel niemand zichzelf rijk vindt. Iedereen noemt wel de een of andere reden waarom hij dat niet zou zijn: je werkt er toch hard voor? Of: dat huis is lang geleden gekocht, toen het nog niet zo duur was. Blijkbaar gaat met rijkdom grote schaamte gepaard, maar er zijn niet veel mensen die daarnaar handelen.

    Aan intelligentie en ambitie blijkbaar geen gebrek; waar het aan ontbrak, was het juiste milieu

    Een van de gevolgen van ongelijkheid komt naar voren in het vrolijke artikel uit de nieuwe Italiaanse krant Domani, over maffiosi die hun celtijd benutten om te studeren en cum laude de gevangenis verlaten, terwijl ze daarvoor soms niet eens konden schrijven. Aan intelligentie en ambitie blijkbaar geen gebrek; waar het aan ontbrak, was het juiste milieu.

    Tekenend voor dat verguisde kapitalisme is ook dat een op de vijf Noord-Koreanen overweegt de grens over te gaan, terug ‘hun land’ in. Los van de voorstelbare heimwee naar het vertrouwde, zijn ze gedesillusioneerd door de arrogantie en het individualisme die ze tegenkomen in Zuid-Korea. ‘Zij hebben hun leven gewaagd om hierheen te komen en riskeren het vervolgens om weer weg te gaan. Dat zou een teken aan de wand moeten zijn’, schrijft Victoria Kim – en een zoveelste teken van hoe schadelijk de verdeling van land kan zijn.

    Nu de coronarestricties in veel Europese landen zijn opgeheven, worden we alweer geconfronteerd met de volgende crisis. Hebben we van de gebeurtenissen de afgelopen twee jaar dan in ieder geval iets geleerd? Zijn we misschien zelfs betere mensen geworden? Over die vragen laat de Mexicaanse arts en auteur Arnoldo Kraus zijn licht schijnen.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Cover LR

  • Russische beroemdheden en journalisten spreken zich uit tegen invasie

    Russische beroemdheden en journalisten spreken zich uit tegen invasie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hongkong zucht onder ergste coronagolf tot nu toe

    » Boris Johnson schrapt coronaregels

    Beroemdheden en journalisten verwerpen invasie

    Russische beroemdheden en journalisten spraken zich onmiddellijk uit na de invasie van Oekraïne. ‘Wij zullen nog vele jaren te maken hebben met de gevolgen van vandaag’, schreef socialite en voormalig presidentskandidaat Ksenia Sobtsjak. Journalisten van onder meer RBC, Novaja Gazeta, en Echoo Moskvi, maar ook van staatsmedia TASS en RT, onderschreven een antioorlogpetitie van Elena Tsjernenko van zakenkrant Kommersant, bericht The Moscow Times.

    Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van Novaja Gazeta en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede 2021, hekelde de waarschuwingen van Poetin tegen inmenging van buitenaf en herhaalde de oproep van de Oekraïense president Zelensky aan de Russen om op te staan tegen de oorlog. ‘De opperbevelhebber speelt met de “nucleaire knop” als een sleutelhanger. Is de volgende stap een nucleair salvo? Ik kan Poetins woorden over mogelijke vergelding op geen enkele andere manier interpreteren’, aldus Moeratov.

    Lees ook:

  • Gebroeders Klytsjko, oud-bokskampioenen, nemen de wapens op voor Oekraïne

    Gebroeders Klytsjko, oud-bokskampioenen, nemen de wapens op voor Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada keurt een vaccin op plantaardige basis goed

    » Zijn Elon Musk en zijn broer schuldig aan handel met voorkennis?

    Burgermeester van Kiev is bereid te vechten

    Voormalig bokskampioen zwaargewicht Vitali Klytsjko heeft gezegd dat hij samen met zijn broer en medewereldkampioen Volodymyr de wapens zal opnemen om te vechten in de ‘bloedige oorlog’ na de Russische invasie van hun thuisland Oekraïne, bericht The Guardian.

    ‘Ik heb geen andere keuze, ik moet dit doen. Ik zal vechten’

    Vitali Klytsjko, die sinds 2014 burgemeester is van de Oekraïense hoofdstad Kiev, zei dat hij bereid is om te vechten. ‘Ik heb geen andere keuze, ik moet dit doen. Ik zal vechten,’ vertelde de vijftigjarige, die in zijn bokstijd bekend stond als Dr. Ironfist, aan het Britse tv-programma Good Morning Britain.

    Vitali Klytsjko zei dat Kiev werd bedreigd en dat de belangrijkste prioriteit was om samen te werken met de politie en de strijdkrachten om de kritieke infrastructuur te ondersteunen, waaronder de toevoer van elektriciteit, gas en water. Ook verklaarde hij dat er meer burgers dan soldaten klaarstaan om Kiev te verdedigen.

    Lees ook:

  • Poetin: ‘Rusland wil Oekraïne niet bezetten.’ Biden: ‘Ongerechtvaardigde aanval’

    Poetin: ‘Rusland wil Oekraïne niet bezetten.’ Biden: ‘Ongerechtvaardigde aanval’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Marokko: vijf jaar gevangenisstraf voor journalist Soulaimane Raissouni

    » Nieuwe wet moet Italiaanse stranden weer vrij toegankelijk maken

    Oorlog in Oekraïne begonnen

    Russen werden donderdag wakker met het gezicht van Vladimir Poetin op hun televisieschermen. De Russische president sprak ten overstaan van zijn landgenoten, kort voor zes uur ’s ochtends in Moskou, de zin uit die iedereen vreesde: ‘Ik heb het besluit genomen om een speciale militaire operatie te lanceren’, meldt The New York Times.

    Poetin zei dat het zijn doel was ‘het land te demilitariseren, niet te bezetten’, en riep de Oekraïense soldaten op ‘onmiddellijk de wapens neer te leggen’, aldus het Amerikaanse dagblad. Hij zei ook dat hij handelde ‘nadat hij een verzoek om bijstand had ontvangen van de leiders van de pro-Russische separatistische gebieden’ in het oosten van het land.

    ‘Minuten na de toespraak van Poetin werden explosies gemeld in de buurt van de grootste steden van Oekraïne’

    De Amerikaanse president Joe Biden reageerde onmiddellijk en veroordeelde de ‘niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanval’ door Moskou, die ‘zal resulteren in catastrofaal lijden en verlies van levens’, aldus CNN. Biden heeft donderdag een ontmoeting met de leiders van de G7 en zal ’s middags de Amerikanen toespreken.

    ‘Minuten na de korte toespraak van Poetin werden explosies gemeld in de buurt van de grootste steden van Oekraïne, waaronder de hoofdstad Kiev’, meldde The Guardian. Een adviseur van het Oekraïense ministerie van Binnenlandse Zaken bevestigde kort daarna ‘het begin van de invasie’ van Oekraïne, waarbij ’raketten op Kiev werden afgevuurd’.

    Lees ook:

  • Taliban dreigen ‘sleutelstad‘ in te nemen | Bolivia krijgt Russische kernreactor

    Taliban dreigen ‘sleutelstad‘ in te nemen | Bolivia krijgt Russische kernreactor

    Taliban dreigen eerste provinciehoofdstad in te nemen

    In Afghanistan dreigt Lashkar Gah, de hoofdstad van de zuidelijke provincie Helmand, in handen van de taliban te vallen, meldt The New York Times. De opstandelingen rukken op naar het centrum van deze ‘sleutelstad’, ‘ondanks gecoördineerde Amerikaanse en Afghaanse luchtaanvallen in de afgelopen dagen’.

    Berichten uit de stad zijn ‘triest’, schrijft de krant: ‘Mensen ontvluchten hun huizen, een stadsziekenhuis is gebombardeerd en regeringsversterkingen arriveren nu pas, na dagen van vertraging’. Mochten ze erin slagen de stad in te nemen, ‘dan zou het de eerste provinciehoofdstad zijn die sinds 2016 in handen van de taliban valt’.

    Lees ook:


    Bolivia krijgt Russische kernreactor

    Het Russische atoomagentschap Rosatom heeft maandag de bouw hervat van een kernreactor voor het Centrum voor Onderzoek en Ontwikkeling van Nucleaire Technologie (CIDTN) van Bolivia bericht MercoPress. De reactor maakt deel uit van een civiel atoomenergieplan voor vreedzame doeleinden, dat wordt gesteund door het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie. De regeringen van Bolivia en Rusland ondertekenden in maart 2016 een overeenkomst voor de bouw van het nucleaire onderzoekscentrum, maar het project kwam in 2019 stil te liggen.

    De reactor in de stad El Alto, op 4.000 meter boven de zeespiegel, wordt de hoogste ter wereld. ‘Ongeëvenaard’, aldus het Russische persbureau Novosti.


    Edelstenen, hoe groter hoe beter

    Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.

    De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er zijn vochtinbrengende crèmes met kristallen, er is een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Victoria Beckham ontwierp een lijn broeken met geheime zakken voor kristallen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel welvarenden zaten een groot deel van het afgelopen jaar binnen, zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.

  • Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?

    Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen. 

    – Hamlet 

    We zijn allemaal gedoemd 

    ‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’ 

    Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer? 

    Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.

    Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar

    We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen. 

    De auteur

    De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.

    Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar. 

    Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’ 

    Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie

    De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven: 

    Conceptio culpa 

    Nasci pena 

    Labor vita 

    Necesse mori 

    ‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht. 

    Bijna onzichtbare gebeurtenis

    In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood. 

    De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje. 

    Magere Hein: Ik ben de dood. 

    Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood… 

    Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie. 

    Angela: Bedoelt u… om – 

    Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood. 

    Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.

    Debbie: Mag ik u iets vragen? 

    Magere Hein: Wat? 

    Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?

    Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse. 

    Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt? 

    Angela: Ik schaam me rot.

    Het komende eschaton

    Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden. 

    We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja. 

    Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie. 

    Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven

    Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven. 

    Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen. 

    Lees ook:

    De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.) 

    In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend: 

    En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 

    En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. 

    En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe. 

    En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! 

    En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8) 

    De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’. 

    Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36) 

    De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst. 

    Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid. 

    Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was

    Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden. 

    Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.

    Doemdagen

    Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’. 

    Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.

    In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog. 

    Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor

    Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor. 

    De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019. 

    Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden. 

    Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen

    Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten. 

    Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim? 

    Allen: Ja, hoe zal het zijn? 

    Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt. 

    Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?

    Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht. 

    Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?

    Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven… 

    Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden? 

    Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel… 

    Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?

    Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn? 

    Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.

    De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af: 

    Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul! 

    Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat! 

    Stilte. 

    Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch? 

    Miller: Ja. 

    Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben. 

    De statistieken van een calamiteit

    Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef: 

    ‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’ 

    Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’

    We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën. 

    Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen

    In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.

    Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw. 

    Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen

    Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken. 

    Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.

    Onvolledige gegevens

    Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.

    Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen. 

    Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.

    Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.

  • Colombiaanse kindsoldaten: ‘Oorlogsmachines’ of slachtoffers van een systeem van verwaarlozing?

    Colombiaanse kindsoldaten: ‘Oorlogsmachines’ of slachtoffers van een systeem van verwaarlozing?

    Hoewel al in 2016 de vrede werd getekend, blijft het geweld tussen de guerrillagroepen en het leger in Colombia voortduren. Bij een bombardement op een rebellenkamp kwamen minstens vier minderjarigen om. Het commentaar van de minister van Defensie riep verontwaardiging op.

    ‘Toen ze dertien was, verliet ze haar ouderlijk huis om zich bij de guerrilla aan te sluiten. Nu, op vijftienjarige leeftijd, ligt Yeimi Sofía Vega in een doodskist, vermoord tijdens een militaire operatie op bevel van haar eigen regering’, opent The New York Times een reportage over een bombardement van de Colombiaanse regering op een rebellenkamp.

    Bij de aanval, die op 2 maart plaatsvond, kwamen twaalf mensen om, waaronder ten minste vier minderjarigen. Een van hen was Yeimi Sofía. In het rebellenkamp zou zich een vooraanstaande dissidente FARC-leider schuilhouden die bekend staat onder de schuilnaam Gentil Duarte. Maar het kamp bleek voornamelijk bewoond door jongeren die door de groep waren gerekruteerd.

    Een ander bevestigd minderjarig slachtoffer is Danna Lizeth Montilla, zestien jaar. Haar vader, Jhon Albert Montilla, vertelde donderdag aan de plaatselijke krant El Tiempo dat zij bij familie in de afgelegen regio verbleef en mogelijk onder dwang door de rebellen was gerekruteerd.

    ‘Het komt regelmatig voor’, vertelde Montilla aan de krant. ‘Maar ik had nooit gedacht dat het mijn dochter zou overkomen.’

    Kwetsbaarste doelwitten

    Bijna vijf jaar nadat Colombia een historisch vredesakkoord tekende met de grootste rebellengroepering, de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), is het binnenlandse conflict nog lang niet voorbij.

    Lees ook:

    ‘Afgelegen plekken zoals Puerto Cachicamo [waar Yeimi Sofía vandaan komt] hebben nog steeds niet de scholen, klinieken en banen die de regering in het akkoord beloofde’, schrijft The New York Times. Duizenden dissidente FARC-strijders zijn teruggekeerd naar de strijd, of hebben hun wapens nooit neergelegd, en bevechten rivalen om de controle over drugsroutes en -markten. Massamoorden en gedwongen verhuizingen zijn weer aan de orde van de dag.

    ‘En jongeren – gevangen tussen een vaak afwezige staat, de agressieve rekrutering van gewapende groepen en de vuurkracht van het leger – zijn opnieuw de kwetsbaarste doelwitten van het conflict’, concludeert het New Yorkse dagblad.

    De rekrutering van minderjarigen in Colombia door gewapende groeperingen gaat nog steeds door, ondanks de pandemie, stelt ook de Colombiaanse krant El Tiempo. Dat blijkt uit onderzoek van de Colombiaanse ombudsman. Het grootste deel van de kinderen wordt geronseld door dissidenten van de FARC, die na het vredesakkoord van 2016 hun ‘strijd’ hebben voortgezet.

    Rekrutering van kinderen was aan de orde van de dag in de decennialange burgeroorlog in het Colombia. Nu doen de rebellen het opnieuw: ze hangen rond op dorpspleinen, plakken rekruteringsposters op, geven geld aan jongeren, charmeren de meisjes en overtuigen hen vervolgens om zich bij de strijd aan te sluiten, aldus NYT.

    ‘Oorlogsmachines’

    Het doelwit van het bombardement – de groep van Gentil Duarte – wordt door de militaire autoriteiten en Openbaar Ministerie beschuldigd van het ronselen van minderjarigen, alsmede van het plannen en uitvoeren van terroristische acties, drugshandel, illegale mijnbouw en intimidatie van de burgerbevolking. Ze worden bovendien beschuldigd van de ontvoering van en de moord op tweede luitenant Carlos Arturo Becerra vorig jaar, bericht El Tiempo in een ander artikel.

    De minister van Defensie, Diego Molano, gaf de rebellen de schuld van de omgekomen minderjarigen en wees erop dat zij degenen waren die kinderen tot doelwit van de regering maakten door hen om te vormen tot ‘oorlogsmachines’, bericht het Colombiaanse dagblad El Espectador.

    Deze uitspraak veroorzaakte een hoog oplaaiende discussie in de Colombiaanse samenleving, waarbij sommigen zeiden dat Molano misschien bot uit de hoek kwam maar wel gelijk had, en anderen beweerden dat het juist deze retoriek was – die kinderen uit arme gezinnen karakteriseert als vijanden van de staat, in plaats van slachtoffers van zijn beleid – die jongeren opnieuw in de armen van de guerrilla dreef, vat The New York Times samen.

    Een van de critici is Hollman Morris, journalist en politiek activist. Hij verklaarde op Twitter: ‘Ik geloof niet dat de onder dwang gerekruteerde kinderen “oorlogsmachines’ zijn, zij zijn slachtoffers van een onverschillige staat, zij zijn slachtoffers van een regering die heeft beloofd de vrede te verbreken, van een staat die hen, in deze vergeten regio’s, nooit een kans heeft gegeven.’

    Ook Montilla, de vader van Danna Lizeth, verklaart tegenover El Tiempo dat de ongevoelige opmerkingen van Molano weinig helpen. ‘Volgens de minister van Defensie zijn kinderen van dertien, veertien en zestien jaar gevormd tot “oorlogsmachines”’, zegt hij. ‘Het is heel triest dat kinderen zo worden genoemd.’

    Schandaal

    Het was niet de eerste keer dat kinderen werden gedood door een bombardement van de regering, schrijft The Guardian. Nadat bij een bomaanslag in augustus 2019 acht kinderen waren omgekomen, nam de toenmalige minister van Defensie, Guillermo Botero, ontslag. Niet alleen werden de doden gezien als zijn verantwoordelijkheid, ook werd hij ervan beschuldigd dat hij had geprobeerd de identiteit en de leeftijd van de omgekomen personen te verdoezelen.

    Het schandaal was een zware beproeving voor de pas geïnstalleerde president Iván Duque, een conservatief wiens partij fel gekant was tegen het vredesakkoord, schrijft The New York Times.

    Critici zeggen dat zijn strategie na het akkoord te veel gericht is op het uitschakelen van grote criminele leiders, en te weinig op het uitvoeren van sociale programma’s die de onderliggende oorzaken van de oorlog zouden moeten aanpakken.

    Zijn aanhangers hebben aangedrongen op geduld. ‘We kunnen 56 jaar oorlog niet ongedaan maken in slechts twee jaar’, aldus Miguel Ceballos, de hoge commissaris voor vrede onder Duque tegenover NYT.

    Maar de meest recente bomaanslag deed opnieuw kritische vragen rijzen over de verantwoordingsplicht in een land dat nog steeds worstelt met de gruweldaden die door alle partijen zijn begaan tijdens een bittere oorlog, die meer dan 260.000 mensen het leven heeft gekost en meer dan 7 miljoen mensen dwong hun huizen te ontvluchten. Wisten de autoriteiten dat er minderjarigen in het kamp waren? Was de aanval willens en wetens uitgevoerd?

    Legale aanval

    Het is onduidelijk of de bomaanslag van maart legaal was, zegt René Provost, professor in internationaal recht aan de McGill Universiteit, tegen NYT.

    Volgens het internationaal recht kunnen kinderen die zich aansluiten bij een gewapende groep strijders worden, en dus legaal worden aangevallen door regeringen.

    Maar het recht vereist ook dat staatsactoren onderzoeken of er minderjarigen aanwezig zijn bij een bepaald doelwit, en zo ja, alternatieve strategieën zoeken die de kinderen kunnen sparen, dan wel nagaan of de waarde van het doelwit groot genoeg is om de dood van minderjarigen te rechtvaardigen.

    De minister weigerde herhaaldelijk te zeggen of het leger wist of er minderjarigen in het kamp aanwezig waren

    In het meest extreme geval, als een regering er niet in slaagt de verantwoordelijken te onderzoeken en te straffen, kan een dergelijke zaak door het Internationaal Strafhof in behandeling worden genomen.

    In een interview met El Espactador verklaart minister Molano dat de aanval binnen de grenzen van het internationaal recht past.

    Hij weigerde herhaaldelijk te zeggen of het leger wist of er minderjarigen in het kamp aanwezig waren, eraan toevoegend dat het over het algemeen ‘zeer moeilijk’ is om de leeftijd te bepalen van mensen die aanwezig zijn bij een militair doelwit.

    Maar hij heeft ook verklaard dat de aanwezigheid van kinderen een dergelijke operatie niet noodzakelijkerwijs zou tegenhouden.

    ‘Waar criminelen als Gentil Duarte rekening mee moeten houden, is dat ze niet kunnen doorgaan met het rekruteren van jongeren en hopen dat dit het gebruik van het legitieme geweld van de staat zal beperken’, zegt hij tegen El Espectador. ‘Kinderen moeten worden beschermd wanneer dat gepast is, maar soms moet er ook geweld worden gebruikt.’

    Afwezigheid van de staat

    The New York Times ging langs bij de woonplaats van Yeimi Sofía, Puerto Cachicamo. Het dorp ligt aan de rivier de Guayabero, op het kruispunt van het Andesgebergte, het Amazonegebied en de uitgestrekte vlaktes van het land. ‘Een van de karakteristieke kenmerken is de bijna totale afwezigheid van de staat’, schrijft de krant.

    ‘Er zijn geen kinderen die naar school gaan omdat er geen leraren zijn. Er is niet eens een dokter. Als er iemand ziek is is, moet je naar San José del Guaviare [veertig kilometer verderop]’, verklaart Luz Amparo, de moeder van Yeimi Sofía in een interview met El Espectador.

    Veel inwoners zijn melkveehouders; sommige verbouwen of plukken coca, een van de weinige winstgevende gewassen in de afgelegen regio. ‘Wij zijn het voetvolk van de drugshandel’, zegt een boer tegen NYT.

    ‘Vóór het vredesakkoord had de FARC greep op deze regio en bestrafte kleine criminelen, hief belastingen en organiseerde werkploegen, dit alles onder de dreiging van geweld. Ze rekruteerden ook vaak jongeren. In 2016, toen de FARC het vredesakkoord ondertekende en demobiliseerde, vertrokken haar strijders in een vloot van boten op de Guayabero-rivier.

    ‘Geen wegen, geen scholen, geen gezondheidscentra en geen kansen’

    Maar drie maanden na het akkoord kwamen de FARC-dissidenten alweer terug, en werden dorpen volgehangen met rekruteringsposters. De beloofde steun van de regering bleef uit, zelfs de politie bleef weg, en ronselaars haalden gedesillusioneerde jongeren binnen met de keur aan mogelijkheden die zij beweren te bieden: toegang tot vuurwapens, computers én een missie.

    ‘Guaviare is een van die plattelandsgebieden in Colombia waar het enige wat men van de staat kent de geur van buskruit is; waar de inwoners zijn uitgesloten van de minimumrechten die een burger in een democratisch land ambieert: geen wegen, geen scholen, geen gezondheidscentra en geen kansen’, schrijft advocaat Gabriel Bustamante Peña in El Espectador.

    ‘Wat in het gebied wel welig tiert is illegaliteit en geweld; geweld dat hen dagelijks het zaad ontneemt waaruit vrede en gerechtigheid zou kunnen ontkiemen, zaad dat voor altijd de glimlach van onschuld verloor en in plaats daarvan het masker draagt van terreur, ontgoocheling en vergetelheid, zaad dat eens kinderen vormde en nu is veranderd in oorlogsmachines.’