Tag: Poetin

  • ‘We beginnen de ernst van fake news pas een beetje te begrijpen’

    ‘We beginnen de ernst van fake news pas een beetje te begrijpen’

    Fake News is de schuld van het internet, de Russen en Donald Trump, toch? Zo simpel is het niet, zegt de Britse journalist Matthew d’Ancona, die er een boek over schreef. ‘De mondialisering heeft de aard van ons bestaan veranderd.’

    Er is momenteel zo veel te doen over fake news dat het wel een moeras lijkt. Hoe vinden we daarin onze weg?

    ‘Allereerst moet je, zoals altijd, de term definiëren. Voor mij betekent “fake news” het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie voor politieke of commerciële doeleinden. Het slaat zeker niet op nieuws dat me niet bevalt of waarmee ik het niet eens ben, of analyses die me ergeren. Maar in een heel interessant voorbeeld van wat psychologen het “spiegeleffect” noemen heeft Trump de term vrijwel geannexeerd om de media aan te duiden die kritiek op hem hebben. En de mensen zijn de term “fake news” gaan gebruiken om media aan te duiden waarvan de artikelen hun niet bevallen of waarmee ze het niet eens zijn.

    Je kunt het ook “post-waarheid” noemen, de mantel die alles bedekt. De post-waarheid begint op het moment dat leugens niet belangrijk meer zijn of wanneer de consumenten van die leugens ermee onder één hoedje spelen, wanneer de emotionele weerklank van die beweringen belangrijker is dan hun feitelijke juistheid. Ik denk dat de term “post-waarheid” het afgelopen jaar zo veel succes heeft gehad vanwege twee specifieke en overweldigende gebeurtenissen, de Brexit en de verkiezing van Trump. Die hebben een zeer sterke emotionele weerklank gevonden, die belangrijker lijkt dan het steekspel van feitelijke beweringen.’

    Het is fascinerend om de resultaten te zien die je krijgt als je de term ‘fake news’ googelt. Of het nu om de gebeurtenissen in Myanmar gaat of om het Equifax-schandaal, het is bijna choquerend. Het is alsof zowel links als rechts zich ervan bedient om hun respectievelijke identiteit te bewaren. Zou het kunnen dat als je maar lang genoeg beweert dat iets fake news is, het vanzelf fake news wordt?

    ‘Tja, dat is me nogal een vraag. Het eerste wat we moeten benadrukken is dat het rampzalig zou zijn als we dit probleem aan de politiek overlieten en als politici de termen “fake news” en “post-waarheid” zouden gaan gebruiken om hun eigen programma erdoor te drukken. Daarvoor staat er veel te veel op het spel. Het is in een liberale maatschappij oneindig veel belangrijker de waarde en het primaat van de waarheid te beschermen dan te weten of we een linkse of rechtse regering hebben. Dat is fundamenteel. Daarom denk ik dat we een stapje terug moeten doen en ons moeten afvragen waarom de informationele ecosfeer veranderd is. Dat heeft niet echt te maken met rechts of links. Natuurlijk is er een groot debat gaande over de relatie tussen de opkomst van populistisch rechts en dit probleem, maar naar mijn mening zijn de oorzaken veel algemener. Er spelen talrijke factoren mee, maar ik denk dat er twee hoofdfactoren zijn.

    De eerste is dat we een afnemend vertrouwen zien in de bestaande instituties. Het eclatantste voorbeeld was de financiële crisis van 2008/2009, waardoor wereldwijd het vertrouwen verdween in de banken die sinds het einde van de Koude Oorlog de wereldorde hadden ondersteund. Die schokgolf is momenteel in de hele wereld voelbaar. Maar er bestaat in de media en elders een tendens om te denken dat, omdat het acht of negen jaar geleden is gebeurd, de crisis ten einde is en de recessie verleden tijd. Het wordt tijd voor iets anders. Maar het was zo’n ingrijpende gebeurtenis dat de gevolgen naar mijn mening nog altijd enorm zijn.

    We zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander

    De tweede factor is de digitale revolutie. In het begin, toen rond 2004 het zogeheten “Web 2.0” zijn intrede deed en steeds meer mensen supersnel internet kregen, werd gedacht dat de tweede fase van de internetrevolutie wereldwijd een verbindende factor zou vormen. En dat is natuurlijk ook gebeurd: de obstakels bij het verspreiden van informatie zijn weggenomen, mensen kunnen overal ter wereld met elkaar communiceren, we hebben een ongeëvenaarde toegang tot informatie. Maar deze revolutie heeft ook een tegengesteld effect gehad: ze heeft mensen in hokjes geduwd waarin iedereen dezelfde overtuigingen is toegedaan. Er treedt een soort balkaniseringseffect op. Mensen kruipen bijeen in sociale of ideologische bubbels. En essentieel daarbij is dat dit fenomeen niet te wijten is aan een onvolkomenheid in het web. In feite zijn de algoritmen van de sociale netwerken juist voor dat doel ontworpen: om ons altijd meer te geven van wat we willen, waarvan we houden, en ons in contact te brengen met mensen die we aardig vinden. Dat is een erg plat voorbeeld, maar uiterst belangrijk voor de manier waarop de geloofssystemen zich momenteel vermengen en groeien.’

    Een van de dingen die me fascineren in het fakenewsprobleem is dat de indruk wordt gewekt dat links de waarheid in pacht heeft – we moeten die waarheid absoluut terugveroveren, wij zijn er de bewakers van en als we haar laten ontsnappen zullen de rechtse en conservatieve krachten ermee doen wat ze willen.

    ‘Nou, om terug te echoën wat u zegt, ik denk dat rechts gelijk heeft wanneer het betoogt dat echokamers als Antifa en SJW (Social Justice Warriors) even venijnig zijn. Probeer bijvoorbeeld maar eens op de sociale media een zinnig gesprek te beginnen over transgenders en zie hoe je bestookt wordt met stompzinnige opmerkingen als: “Geen enkele mannelijke cisgender heeft het recht een mening te verkondigen over transgenderisme.” Dat is de keerzijde van de medaille: we zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander. Ik kan me moeiteloos een links populisme voorstellen dat de precieze tegenhanger is van het fenomeen-Trump.

    Ik zie heel goed dat sommige mensen ons proberen wijs te maken dat de progressieve elite het begrip waarheid weer in haar macht probeert te krijgen, maar het gaat om een veel groter fenomeen. De vraag is in feite de volgende: willen we doorgaan met een systeem van informatie-uitwisseling, diepgaande analyse en feitenonderzoek, of willen we ons in een onmetelijk emotioneel moeras storten waar we zullen worden gebombardeerd met digitale beweringen en waar we bijeen schuilen in defensieve bubbels waarin het democratisch discours geen enkele betekenis meer heeft? Dat laatste lijkt me nog veel angstaanjagender.

    Een van de dingen waar degenen die echt betrokken zijn bij dit fundamentele debat over de post-waarheid naar mijn mening voortdurend op moeten blijven hameren om het in het hoofd van de mensen te laten doordringen, is precies wat u betoogt: we kunnen niet simpelweg zeggen dat de progressieve elite iedereen de mond probeert te snoeren. We kunnen het fenomeen niet afdoen als een poging om de fabuleuze vrijheid en variëteit die het internet ons biedt te verstikken. Dat zou rampzalig zijn.

    Om te beginnen is er geen enkele kans dat zoiets gebeurt; daar is het veel te laat voor. Zelfs als je veronderstelt dat een progressieve elite daarop uit zou zijn, zou het haar niet lukken. En we zijn dat stadium in elk geval allang voorbij.

    De vraag die we ons nu moeten stellen, is de volgende: is het, in het licht van de technologische en institutionele werkelijkheid van dit moment, nog mogelijk de waarheid als het belangrijkste uitgangspunt te beschouwen?’

    © GaryDoak/HH
    © GaryDoak/HH

    Ik vind het fascinerend hoe sommige regeringen, zoals die van Rusland, hun voordeel doen met fake news. Zal dit fenomeen om zich heen grijpen, als dat al niet is gebeurd?

    ‘De precieze omvang van het fenomeen kennen we niet. Er spelen duidelijk twee belangrijke factoren mee: allereerst de uiterst geraffineerde strategieën waarmee Rusland informatie manipuleert, zowel langs menselijke als langs geautomatiseerde weg, maar ook het ontstaan van bedrijven die in staat zijn fenomenale hoeveelheden informatie aan de sociale netwerken te onttrekken, informatie die vervolgens verkocht wordt om tijdens verkiezingscampagnes te worden gebruikt. Je hoeft maar naar Cambridge Analytica te kijken, een bedrijf dat is gespecialiseerd in electoraatsprofielen en is opgericht door miljardair Robert Mercer, een goede vriend van Steve Bannon, om te zien wat voor rol zulke bedrijven hebben gespeeld bij het Brexit-referendum en bij de verkiezingen in Amerika en andere landen.

    We beginnen nu pas doordrongen te raken van de ernst van het probleem, van het feit dat er enorm veel universitair en journalistiek onderzoek nodig is en dat dat er snel moet komen omdat dit alles zich nu, op dit moment afspeelt. We moeten eerst de manier analyseren waarop het zich voltrekt, de omvang van het probleem bepalen en daarna een beetje gas terugnemen en bedenken hoe we dit fenomeen aan regels kunnen onderwerpen zonder inbreuk te maken op de vrijheid van meningsuiting. Dat wordt een bijzonder hachelijke onderneming, want het ergste resultaat zou een ministerie van Waarheid zijn. Dat zou nog erger zijn dan de huidige status quo. Het idee dat een overheidsinstantie voor ons zou gaan bepalen wat waar is en wat niet is precies het tegengestelde van wat een moderne democratische orde zou moeten zijn.

    Als het doemdenken en de morele afkeer ons tot overregulering zouden dwingen, zouden we met een ongelooflijk verkrampt systeem komen te zitten waarin alle energie van het web teniet zou worden gedaan door een paniekerige autoritaire reactie. We moeten tussen deze twee klippen door zien te manoeuvreren.’

    Dus het is allemaal de schuld van het web?

    ‘Nee, helemaal niet, want het web is alleen maar een doorgeefluik. De technologie heeft een dominante rol gespeeld, maar alleen omdat de aard van het menselijk bestaan is veranderd. We leven in een gemondialiseerd bestel en hoezeer de mensen zich daar ook tegen proberen te verzetten, onze grenzen worden steeds poreuzer. We vermengen ons als soort en worden economisch en cultureel steeds afhankelijker van elkaar. Natuurlijk, als je de internetkabels zou weghalen zou er geen Twitter of Facebook meer zijn waarmee informatie met de snelheid van het licht kan worden verspreid. Maar er is een bepaalde soort-zoekt-soorttendens: op momenten van extreme spanning en grote veranderingen zoeken mensen het gezelschap van anderen met dezelfde denkbeelden. Op die manier vinden ze andere uitdrukkingsvormen die misschien minder heftig zijn, maar die wel bestaan. Daarom wijs ik ouderwetse reacties op dit probleem af: ik denk dat het internet een positieve uitwerking heeft gehad en dat als het niet zou bestaan, er aan het eind van de Koude Oorlog wel iets overeenkomstigs zou zijn uitgevonden. Het ontstaan van een wereld die niet langer in de ban zou zijn van wederzijdse angst voor vernietiging zou in elk geval een enorme invloed hebben gehad op de manier waarop we ons gedragen als soort. En dat is ook gebeurd. Een van de gevolgen is dat alles ter discussie wordt gesteld, en dat is absoluut essentieel.

    We hebben een stadium bereikt waarin iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft – en dan niet alleen maar in het domein van de politiek. Ik denk dat de opkomst van pseudowetenschappen, het herleven van complottheorieën en het ontkennen van de holocaust en dergelijke daar allemaal verband mee houden. Die moet je als één geheel zien. Een van de dingen die ik in mijn boek duidelijk heb willen maken is dat mijn standpunt absoluut niet politiek gemotiveerd is, of in elk geval niet ingegeven door politieke hokjesdenkerij: het is een epistemologisch standpunt over de manier waarop we omgaan met kennis en informatie en waarop we de waarheid beoordelen. Dat heeft niets te maken met links of rechts.’

    Mensen zijn niet alleen sterker geneigd zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar menen ook recht te hebben op een op maat gemaakte waarheid

    Ik heb de indruk dat door het fenomeen van desinformatie het belang van het individu toeneemt. Vroeger had je alleen maar de staat en jijzelf, en tegen de staat kon je niets terugzeggen, terwijl we nu dankzij het internet en de technologie in staat zijn om ons uit te drukken, waarbij we niet alleen de waarheid verkondigen, maar om het even wat.

    ‘U legt de vinger op de zere plek. Ik ben het honderd procent met u eens. Toen ik in 1991 journalist werd, moest je over een eigen drukkerij of zender beschikken om je standpunt kenbaar te maken. De enigen die het systeem tartten waren piratenzenders en radioprogramma’s op cd. Maar tegenwoordig kan iedereen zijn standpunt bijna voor niets over het voetlicht brengen. Dat is een goede zaak als je in de vrijheid van de mens gelooft, maar het betekent ook dat mensen niet alleen sterker geneigd zijn zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar ook recht menen hebben op een op maat gemaakte waarheid. Dat is begrijpelijk, maar tegelijkertijd is het een sociale onmogelijkheid omdat de waarheid een verbindende kracht bezit. Het is uiteindelijk de erkenning van onveranderbare feiten die een samenleving mogelijk maakt. Als we allemaal solipsisten zouden zijn, zouden we niet kunnen functioneren. Nu begeven we ons op het terrein van de sciencefiction, maar als iedereen in “alternative facts” zou geloven, om de onsterfelijke formule van Trumps woordvoerder Kellyanne Conway te citeren, of in een volledig alternatief universum, zou iedere sociale interactie onmogelijk zijn.

    Dus u heeft gelijk, we hebben nu de mogelijkheid om een volstrekt persoonlijke werkelijkheid te creëren, en we moeten realistisch zijn over de gevolgen die dat kan hebben.’

    Dit gesprek doet denken aan beelden uit Mad Max. Bent u een aanhanger van de dystopie? Hoe zal het er volgens u over tien jaar uitzien?

    ‘Nee, ik ben niet dystopisch. Ik denk dat alles op zijn pootjes terechtkomt. Laten we zeggen dat ik dit boek heb willen schrijven om iedereen wakker te schudden, omdat ik me zorgen maakte over wat ik als de ernstigste weerslag van Brexit en Trump beschouwde. Volgens velen vormden die twee gebeurtenissen alleen maar een verstoring van de natuurlijke orde en zou die natuurlijke orde zich uiteindelijk weer herstellen, anders zouden we in uw woestenij van Mad Max belanden. Maar ik denk dat het zo helemaal niet werkt. Ik denk dat het in de geschiedenis vaak is voorgekomen dat mensen voor dezelfde extreme uitdagingen werden gesteld als wij nu, en dat je daarvoor niet moet terugdeinzen.

    Ik ben een optimist: we zullen spectaculaire veranderingen meemaken in de manier waarop we omgaan met de technologische reuzen, in de manier waarop we het manipuleren van informatie doorzien, bijvoorbeeld door Rusland, zoals u noemde, maar ook door mensen als Robert Mercer. Ik denk dat er veranderingen komen die afzonderlijk misschien onbeduidend lijken, maar die als je ze bij elkaar optelt belangrijke gevolgen zullen hebben.’


    Welke concrete stappen kunnen we zetten?

    ‘Sommige stappen zijn heel eenvoudig, maar desondanks nog niet gezet. Waarom geven we kinderen vanaf vijf jaar geen digitaal onderwijs, als volwaardig schoolvak? Ik heb het niet over internetveiligheid, maar over de manier waarop je het web op een intelligente en kundige manier kunt gebruiken. Dat zou echt een stap vooruit zijn. Ik denk dat tech-giganten aan strengere regelgeving zullen worden gebonden. Wanneer we meer van hen weten, zullen er maatregelen worden genomen tegen figuren als Mercer en zal de internationale diplomatie die ter harte nemen. Voorlopig staan we nog maar aan het begin. De kranten schrijven erover, de veiligheidsdiensten doen onderzoek maar het probleem heeft in het internationale discours nog niet het belang dat het naar mijn mening uiteindelijk zal krijgen.

    Er is tenslotte geen oplossing die van bovenaf kan worden opgelegd. Dat is de kern van het probleem en niemand weet of de mensen bereid zijn te accepteren dat democratie een recht is dat ook plichten met zich meebrengt. Hoe zullen de mensen, nu we hun de krachtigste informatietools uit de geschiedenis ter beschikking hebben gesteld, die tools willen gebruiken? Meestal gebruiken ze die voor doeleinden die niets te maken hebben met waar we hier over spreken: om te weten wat er vanavond op de televisie komt, of om iets te kopen op Amazon. Maar wat hun informatieconsumptie op het gebied van de belangrijke dingen des levens betreft, zullen ze moeten besluiten of die hun aan het hart gaan. Het gevaarlijkste van deze hele geschiedenis is in mijn ogen de infantilisering van de burger. Wil de burger zich al dan niet als volwassene gedragen? Op die vraag bestaat geen eenvoudig antwoord.’

    We hebben niet echt rolmodellen op dit gebied.

    ‘Nee, daar heeft u gelijk in. Alle grote retoriek uit het verleden betekende een uitdaging voor de burger. Of je nu naar Lincoln en Martin Luther King kijkt of naar John F. Kennedy en zelfs homoactivist Harvey Milk, al die grote verdedigers van de burgerrechten hadden met elkaar gemeen dat ze betrokkenheid eisten van degenen tot wie ze zich richtten.

    Op dit moment lijkt onze voorkeur naar amusement uit te gaan – het verontrustendste aan Trump is mijns inziens dat hij in wezen een entertainer is die politiek tot entertainment heeft gedegradeerd. Wat in zijn ogen het belangrijkst is zijn de kijkcijfers – u heeft gezien hoe hij de Emmy Awards neersabelde omdat ze geen goede kijkcijfers hadden, hij heeft Arnold Schwarzenegger bekritiseerd omdat die lagere kijkcijfers had dan hijzelf met zijn The Celebrity Apprentice. Wat hem het meest heeft dwarsgezeten sinds hij president is, is volgens mij het idee dat er bij de inauguratie van Barack Obama in 2009 meer mensen aanwezig waren dan bij die van hem. De politiek dreigt op dit moment eenvoudigweg een tak van de showbusiness te worden, en dat is angstaanjagend.

    Maar het is niet onontkoombaar. Als we de afgelopen achttien maanden iets hebben geleerd, dan is het dat niets onvermijdelijk is. We leven in roerige tijden, en daar moeten we gebruik van maken. Dit is een geweldige kans voor mensen met goede bedoelingen om gezamenlijk actie te ondernemen, maar dan moeten ze dat wel doen. Er is geen hogere macht die dit probleem zal oplossen – de mensen moeten het zelf doen.’


    Uw opmerking dat ‘iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft’ laat me nog steeds niet los.

    ‘Toch is dat zo. De vraag is, om uw gedachtegang over te nemen, of mensen meer bereid zijn zich aan hun ofwel tribale ofwel geïndividualiseerde idee van de waarheid vast te klampen of dat ze de waarde erkennen van dingen die waar zijn omdat ze nu eenmaal waar zijn. En dat hoeft niet per se een offer te zijn, omdat je geen beleid op het gebied van gezondheidszorg of welke vorm van sociale organisatie dan ook kunt ontwikkelen zonder een algemeen aanvaard idee van de waarheid. Dat bestaat niet. Dus hoe aantrekkelijk het ook mag lijken om te zeggen: “Ze kunnen de pot op, ze mogen geloven wat ze willen maar wij hebben tenminste onze eigen versie van de waarheid”, die vlieger gaat gewoon niet op.’

    Vertaler: Peter Bergsma

    Het kudde-instinct

    Als bepaalde informatie maar vaak genoeg gelezen en gedeeld wordt op de sociale netwerken, hoef je niet te controleren of die klopt, want dat heeft vast iemand anders al gedaan, toch? Zo denken velen van ons erover, volgens een studie die is verschenen in Proceeding of the National Academy of Sciences (PNAS). Met andere woorden, ‘als groep zijn we minder geneigd de feiten te verifiëren’, schrijft de Harvard Business Review. ‘Zoals dieren in de natuur zich veilig voelen in een kudde, zo voelen wij ons veilig in een menigte,’ zegt Gita Johar van Columbia University, die het onderzoek heeft geleid, tegen Science. ‘Als je datzelfde instinct toepast op de informatie die we tot ons nemen via de sociale netwerken, leidt het tot het minder checken van feiten.’ Daarom heeft fake news de neiging online om zich heen te grijpen, aldus de studie.

    In # 114 publiceerde 360 een dossier over fake news. Hier leest u het terug.

    52 Insights
    52-insights.com

    De website 52 Insights werd in 2015 opgericht en wil mensen informeren over de ingrijpende veranderingen die plaatsvinden in de wereld. Dit doet men door het wekelijks publiceren van interviews met schrijvers, onderzoekers, creatieven, uitvinders en anderen die ons leven veranderen.

  • Vergeleken met Russiagate was Watergate kinderspel

    Vergeleken met Russiagate was Watergate kinderspel

    Een vergelijking tussen de Rusland-affaire en Watergate is gauw gemaakt, schrijft commentator Andrew Cohen. Maar de huidige zaak is veel ernstiger.

    De 31 pagina’s tellende federale aanklacht tegen Trumps voormalige campagneleider Paul Manafort en zijn zakenpartner Rick Gates – wegens witwassen, bankfraude en valsheid in geschrifte – markeert het einde van het begin van het diepgaande onderzoek dat speciale aanklager Robert Mueller heeft ingesteld naar de banden van Trumps campagneteam met Rusland. Het voorlezen van de aanklacht op maandagochtend 30 oktober – 51 weken nadat Donald Trump tot president werd gekozen en slechts een paar uur nadat hij had getwitterd dat hij van het onderzoek walgde – betekende dat de fase voorbij is waarin bijna al het nieuws over de kwestie afkomstig was van anonieme bronnen, die allemaal een eigen draai aan het verhaal probeerden te geven. Nu is de fase aangebroken waarin we in elk geval specifieke aantijgingen over crimineel gedrag tot ons kunnen nemen. De advocaten zullen zich namens hun cliënten ontpoppen tot demagogen. En het fascinerende verhaal, waarvan de afloop ongewis is, neemt telkens een nieuwe wending.

    Zo ook die maandag. Het belangrijkste nieuws was niet de tenlastelegging, maar de bekendmaking van de details van een strafvermindering die een andere voormalige campagnemedewerker van Trump, George Papadopoulos, had gekregen in ruil voor een schuldbekentenis. Zijn verklaring brengt de campagne rechtstreeks in verband met de vuile spelletjes die de Russen met Hillary Clinton hebben gespeeld. Erger nog – althans bezien vanuit het perspectief van het Witte Huis – is dat Papadopoulos al maanden zijn medewerking aan Muellers onderzoek verleent. Dat betekent dat federale onderzoekers veel meer weten over hoe het werkelijk zit met de openlijk toegegeven samenzwering tussen de campagneleiding en de Russen. Wat weet Papadopolous precies, sinds wanneer weet hij het en aan wie heeft hij het verteld? Een foto waarop hij op 31 maart 2016 met Trump en minister van Justitie Jeff Sessions aanzit tijdens een bespreking over de buitenlandpolitiek logenstraft de mededeling van het Witte Huis, later die maandag, dat hij een randfiguur is, een ‘vrijwilliger’ die aan de campagne meewerkte. In mum van tijd riekte het in Amerika ineens naar doofpot en complot.

    Watergate

    De vergelijking met Watergate is gauw gemaakt. Een Republikeinse president die van het padje af is. De foute types met wie hij zich heeft omringd. De vuile spelletjes. Het ondermijnen van de democratische normen. De onverschrokken journalisten die de zaak tot op de bodem willen uitzoeken. Een rechtszaak die gewoon doorloopt terwijl er nieuwe feiten naar buiten komen en Congresleden nog bezig zijn met hun onderzoek. Na ruim 45 jaar is ons beeld van de Watergate-affaire echter bepaald door de afloop, niet door hoe ze begon. Het is een rond verhaal met, achteraf bezien, een onvermijdelijke uitkomst: een schurkachtige president die oneervol aftrad. Maar zo dachten onze ouders en grootouders er in juni 1972 helemaal niet over, toen de ‘derderangsinbraak’ aan het licht kwam, of in januari 1973, toen het proces tegen de inbrekers begon. Voor hen was die tijd net zo vaag en verwarrend als deze voor ons.

    Daarom is elke vergelijking met Watergate ook zo oppervlakkig. Nog afgezien van de overduidelijke feitelijke verschillen tussen de verhalen (zo zijn de aantijgingen van een Russisch complot veel ernstiger), zijn de wetgeving, de politiek en de journalistiek nu zo anders dat het geen zin heeft om te denken dat alles zich zo zal voltrekken als toen. Hoe complex Watergate ook was, het is kinderspel vergeleken met datgene waar Mueller en zijn team mee te maken hebben. Hoe gemeen de gebeurtenissen destijds ook waren, en hoezeer ook door partijpolitiek bepaald, ze zijn vreemd ouderwets vergeleken met het giftige klimaat rondom het huidige schandaal. De mogelijkheid van een afzettingsprocedure is nog niet van de baan, maar het proces wordt zelfs nog partijdiger dan in 1974.

    President Nixon vertrekt per helikopter nadat hij zijn aftreden bekend heeft gemaakt. – © Bill Pierce
    President Nixon vertrekt per helikopter nadat hij zijn aftreden bekend heeft gemaakt. – © Bill Pierce

    Zelfs de timing verschilt – en misschien wel totaal – van wat we begin jaren zeventig hebben gezien. Er zaten 208 dagen (ruim zes maanden) tussen de datum van de inbraak in het hoofdkwartier van de Democratische Partij en het begin van het proces tegen de mannen die de inbraak namens het Witte Huis hadden gepleegd. Dat leek misschien lang, maar is niets vergeleken bij waar we nu mee te maken hebben. Het lijkt me sterk, gezien de aard van de huidige federale rechtszaken, dat er binnen een half jaar een proces tegen Manafort en Gates komt. Waarschijnlijk duurt het een jaar of langer, als het al op een proces uitdraait, en niet op een strafverminderingsdeal. Of dat in het voor- of nadeel van de president werkt weet niemand.

    Wat we wel weten is dat Mueller anders dan zijn voorganger kan rekenen op weerstand in het Congres, of op z’n minst op pogingen om de boel te traineren. Dat wil zeggen: tot aan de tussentijdse verkiezingen van half november 2018. Na de verkiezingen van 1972 telde het Huis van Afgevaardigden vijftig Democraten meer dan Republikeinen. De Senaat was met zesenvijftig tegen vierenveertig zetels in handen van de Democraten. Zelfs toen, met een Republikein in het Witte Huis, duurde het maanden voordat het Congres uit zijn lethargie ontwaakte en het schandaal besloot te onderzoeken. Op dit moment zijn de Republikeinen de baas in zowel het Huis als de Senaat. Maar dat is maar het halve verhaal. Door gerommel in kiesdistricten en doordat ambtsdragers bang zijn om tijdens een voorverkiezing door een Trump-aanhanger te worden uitgedaagd, zitten er veel minder duiven in de beide huizen dan in 1972 en hebben veel minder wetgevers in staten en districten oog voor beide partijen. 2016 heeft alleen maar tot polarisatie geleid. Nu al zien we welke gevolgen dat heeft voor het onderzoek van Mueller.

    Elke analyse van elke ontwikkeling in de naderende rechtszaken stelt miljoenen mensen bloot aan bizarre vormen van bedrog en achterbakse spin

    Het is niet verwonderlijk dat Trump, net als Nixon, het gemunt heeft op degenen die zijn bondgenoten gerechtelijk onderzoeken. Nixon was net zo onbesuisd, paranoïde en autoritair. Het verschil is dat Nixon zijn woede binnenskamers hield (zij het dat die op band werd vastgelegd), terwijl Trump publiekelijk op Twitter tekeergaat. Het is trouwens niet alleen Trumps persoonlijke afkeer van Mueller; het Witte Huis voert een georkestreerde campagne om de voormalige FBI-directeur de voet dwars te zetten.

    Ook een groot verschil met vroeger, en iets wat de komende processen maar al te gemakkelijk belemmert, is dat steeds meer politici vijandig staan tegenover Muellers onderzoek. Het Congres bemoeide zich niet met het onderzoek naar Watergate; de hoorzittingen behoren tot de grootste wapenfeiten van het overheidsorgaan. Deze keer doen veel Republikeinen in het Congres er alles aan om het onderzoek van Mueller te dwarsbomen door twijfel te zaaien aan zijn geloofwaardigheid, de verhoren te torpederen en de aandacht voor de president te verleggen naar de kandidaat die hij versloeg, die geen publieke functie meer bekleedt. En hoe zit het met de voorgestelde bescherming van de speciale aanklager door het Congres, mocht Trump besluiten hem af te zetten? Ik moet het wetsvoorstel daarvoor nog zien.

    Een ander verschil met de periode 1972-1974 is dat de tot machtige commissievoorzitters benoemde Republikeinse houwdegens in het Congres, zoals Devin Nunes (afgevaardigde voor Californië) en Trey Gowdy (voor South Carolina), net doen alsof ze eerlijk opereren uit naam van een wetgevende macht die dient ter controle van de haperende uitvoerende macht. Maar net als de vele senatoren die zich al jaren voordoen als ‘het recht in eigen persoon’ – onder wie Charles Grassley – zijn ze publiekelijk de partijdige mening toegedaan dat Trump het voordeel van de twijfel geniet, en niet Mueller. Dat verschilt fundamenteel van de rol die het Congres speelde tijdens de Watergatecrisis en zal waarschijnlijk niet veranderen zodra de Democraten het in het Congres of in een van beide huizen weer voor het zeggen krijgen. Wat uiteraard sowieso de komende veertien maanden niet zal gebeuren.

    Het zullen veertien lange, naargeestige maanden worden, waarin met elkaar wedijverende verhalen in de media over objectieve feiten het land zullen blijven verdelen. Ooit kregen de meeste Amerikanen hun landelijke nieuws via drie tv-netwerken, van de radio en uit kranten die niet vanwege ‘nepnieuws’ en ‘alternatieve feiten’ door het slijk werden gehaald. Maar tussen nu en de tussentijdse verkiezingen kijken miljoenen Amerikanen naar Fox News of lezen ze verhalen op Breitbart en krijgen een totaal ander beeld van de werkelijkheid dan de rest. Elke analyse van elke ontwikkeling in de naderende rechtszaken stelt miljoenen mensen bloot aan bizarre vormen van bedrog en achterbakse spin.

    Toeristen bij het Witte Huis lezen het nieuws over het aftreden van de president. – © Getty
    Toeristen bij het Witte Huis lezen het nieuws over het aftreden van de president. – © Getty

    Eind jaren negentig deed ik van a tot z verslag van de soap rond de poging om Bill Clinton af te zetten. Achteraf zie je hoe snel het van kwaad tot erger is gegaan: van Watergate tot Whitewater en van de Lewinsky-affaire tot ‘Russiagate’, met zijn stupide naam. Voor Clinton begonnen de problemen aan het begin van het internettijdperk, toen hij zowel in de beide huizen als in het Congres tegenover een Republikeinse meerderheid stond. Toch bleef hij grotendeels overeind dankzij publieke steun, zelfs toen de omvang van zijn wangedrag duidelijk werd. Trump betreedt met steun van de beleidsmakers, maar met weinig steun van het publiek, een nieuwe fase in een mediatijdperk waarin hij zich in 140 tekens rechtstreeks tot zijn achterban richt. De vernietigende partijdigheid en de manipulatie door de media uit de Clinton-tijd waren mijlenver verwijderd van het Watergate-tijdperk, zoals de afzettingsprocedure tegen Clinton mijlenver verwijderd is van het Ruslandonderzoek. Het gaat duidelijk de verkeerde kant op met dit land.

    En dus zal Mueller het met zijn team moeten opnemen tegen een vijandig gezind Witte Huis met een president die bereid lijkt het volledige democratische bestel kapot te maken om er zelf zonder kleerscheuren vanaf te komen. De speciale aanklager en zijn collega’s zullen partijdige inmenging van het Congres moeten afweren die erop is gericht het bewijs dat in de rechtszaal wordt gepresenteerd onschadelijk te maken. Mueller zelf wordt het doelwit van propagandisten die zich voordoen als journalisten.

    Het land moet intussen rekening houden met de reële mogelijkheid dat de president Mueller zal ontslaan nog voordat Manafort en Gates voor de rechter zullen komen.

    We hebben hier niet te maken met een herhaling van Watergate. Wat nu speelt is een veel ernstiger bedreiging van de republiek.

    Auteur: Andrew Cohen
    Vertaler: Nico Groen

    Andrew Cohen is redacteur bij The Marshall Project, medewerker van The Atlantic, fellow bij het Brennan Center for Justice en juridisch commentator voor de programma’s 60 Minutes en CBS Radio News.

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • Wat wil Poetin nu in het Midden-Oosten?

    Wat wil Poetin nu in het Midden-Oosten?

    Rusland heeft eigenlijk niets te zoeken in Syrië, betoogt deze Israëlische commentator. ‘Het gaat Poetin vooral om status, maar iedereen ziet dat die schijn is.’

    Wat heeft Rusland precies te zoeken in Syrië? Wie die vraag stelt, kan rekenen op een aantal standaardantwoorden. Moskou is vastbesloten de dreiging van het islamitisch fundamentalisme uit te roeien voordat het de moslimminderheid in Rusland – 7 procent van de bevolking – bereikt. Of: door tegen IS te vechten, hoopt Poetin de aandacht van het Westen af te leiden van zijn manoeuvres in Oekraïne. Of: Moskou moest het regime van Bashar Assad overeind houden om de Russische marinebasis in de Syrische havenstad Tartoes te redden.

    Maar wat Poetin in de eerste plaats beoogde, was een herstel van de Russische status van grote speler in het Midden-Oosten. Hij wilde de wereld laten zien dat Rusland nog net zo’n grootmacht is als in de goede oude tijd van de Koude Oorlog.

    Anderhalf jaar later is de balans voor Rusland niet zonder meer gunstig. Zeker, het regime van Assad is van de ondergang gered. En Rusland heeft nu niet alleen Tartoes: er is een luchtmachtbasis bij Latakia bijgekomen. Aan de andere kant heeft het Westen zich weinig bereid getoond tot een verlichting van de sancties die Rusland zijn opgelegd vanwege de inval in Oekraïne. Uit de bomaanslag op 4 april in de metro van Sint-Petersburg blijkt dat de dreiging van islamitisch extremisme nog niet is geweken. En ten slotte heeft de verrassende Amerikaanse raketaanval op Syrië een einde gemaakt aan de toenadering tussen Moskou en het Witte Huis van Trump.

    Poetin heeft zeker winst geboekt als het gaat om het imago van Rusland als grootmacht. Anders dan de stuurloze Amerikanen heeft Rusland aangetoond dat het zijn vrienden te hulp schiet zonder vervelende vragen te stellen over mensenrechten en democratie, zelfs niet over het gebruik van chemische wapens.

    Voor de dictators en monarchen van de regio lijkt Moskou een veel geschiktere bondgenoot en begunstiger dan Washington. Toch zijn er weinig tekenen dat zij dit ook werkelijk vinden. 
Ik vermoed dat ze inzien hoezeer Moskous status als grootmacht schijn is.

    Een Russisch konvooi bij Latakia in Syrië. – © Sergei Bobylev / Getty
    Een Russisch konvooi bij Latakia in Syrië. – © Sergei Bobylev / Getty

    Rusland stelt belang in het Midden-Oosten, maar heeft er geen belangen. Echte belangen beginnen met jongens en meisjes in nette pakken met aktetassen vol contracten om dingen te bouwen en te verkopen. Daarna komen pas de generaals, de oorlogsschepen en luchtmachtbases om dat alles te beschermen. Handel en investeringen zijn wat grootmachten als de VS, Europa of China naar een regio als het Midden-Oosten lokt. Militaire betrokkenheid vloeit daaruit voort.

    Poetin heeft het paard achter de wagen gespannen, en hij heeft niet eens een behoorlijk paard. De waarheid is dat Rusland een onderontwikkelde economie heeft, die de wereld weinig meer kan bieden dan wapens, nucleaire technologie, energie en tarwe.

    Deze beperkingen in aanmerking genomen, heeft Rusland het niet slecht gedaan. Als graanexporteur streefde het de VS vorig jaar voor het eerst in decennia voorbij, en is het op dit gebied nu hoofdleverancier van Egypte. Tussen 2006 en 2015 bracht de Russische wapenverkoop aan het Midden-Oosten en Noord-Afrika een kleine 12 miljard euro op, twee keer zoveel als in het decennium ervoor.

    Ja, Rusland heeft ook overeenkomsten gesloten om kerncentrales in Egypte, Jordanië en Iran te bouwen. Russische energiebedrijven zijn actief in Egypte en Irak. Het klopt dat Rusland wapendeals heeft met Egypte en zelfs in de Golfregio een voet tussen de deur heeft gekregen. Maar dat heeft weinig te maken met de kwaliteit van Russisch wapentuig in de Syrische burgeroorlog en veel meer met de westerse aarzeling om wapens te verkopen aan tirannieke regimes. Overigens is de nucleaire deal van Moskou met Egypte economisch niet levensvatbaar. En nu blijkt zelfs dat Egypte geen kernenergie nodig heeft, na de vondst van grote aardgasvelden voor de Egyptische kust. Het is moeilijk voor te stellen dat de machten in het Midden-Oosten de voorkeur zullen geven aan Russische energiebedrijven boven hun technologisch geavanceerdere westerse concurrenten.

    Auteur: David Rosenberg
    Vertaler: Carl Stellweg

    Ha’aretz
    Israël, dagblad, oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • 4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    Volgens politicoloog Tanil Bora vertoont het regime van de Turkse president Erdogan veel overeenkomsten met dat van andere conservatieve nationalisten als Viktor Orbán en Vladimir Poetin.

    Gelooft u, in het licht van de huidige debatten over de grondwetsherziening, dat we na het kemalisme [de ideologie van Atatürk, stichter van het moderne Turkije] nu in het tijdperk van het erdoganisme zijn aangeland?

    Het erdoganisme is een concept van westerse politicologen, dat om die reden wordt bekritiseerd en bespot door Turkse conservatieven. Het erdoganisme als ideologie en manier van regeren is gebaseerd op een persoonlijkheidscultus en alleenheerschappij. Het is een concept dat de nadruk legt op de ideologische en intellectuele kneedbaarheid van het regime, in die mate dat alleen de zeggenschap en de willekeur van de machthebber werkelijk van belang zijn. Dit concept stelt ons in staat het huidige Turkse regime te vergelijken met dat van Orbán in Hongarije, Andrzej Duda in Polen of Poetin in Rusland, die evenzeer het product zijn van onze tijd. De meeste van deze leiders zijn conservatieve nationalisten, maar ook ‘sterke mannen’, populisten die de scheiding der machten ter discussie stellen en zich rechtstreeks tot het volk richten door de politieke partijen, de democratische regels en de traditionele reguleringsmechanismen te omzeilen; ze zetten de mechanismen van de representatieve democratie naar hun hand. Ze doen alsof ze hun legitimiteit rechtstreeks aan het volk ontlenen en weigeren de macht te delen, onder het voorwendsel dat de natie ondeelbaar is en de volkssoevereiniteit onvervreemdbaar.

    Anders dan autocratische regimes uit de twintigste eeuw handhaven deze regimes een parlement, een burgermaatschappij en een rechtsapparaat, die ze echter wel uitkleden…

    Ja. De instituties worden uitgekleed naargelang de omstandigheden. Ze verliezen hun onafhankelijkheid en worden instrumenten van de macht of ontwikkelen zich op zo’n manier dat ze hun naam niet langer waardig zijn. Dat is een zeer hedendaags kwaad. De eenentwintigste eeuw maakt een autoritaire ontwikkeling door die aan het fascisme herinnert. Het erdoganisme is de plaatselijke exponent van deze ontwikkeling.

    De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien

    Hoe zou u de betrekkingen tussen het erdoganisme en het islamisme definiëren?

    Het islamisme speelt deels een rol in deze ratjetoe maar het is niet het enige element. Het erdoganisme steunt op een zeer uitgebreid nationalistisch repertoire dat zich uitstrekt van het onkerkelijke nationalisme tot het racistische nationalisme van extreem rechts. We treffen er ook een neo-Ottomaanse tendens in aan die verband houdt met het islamisme maar daar niet toe kan worden beperkt, evenals de gebruikelijke etatistische, op veiligheid gerichte ideologie die erg pregnant blijft. Maar het islamisme is natuurlijk een belangrijke en structurele factor.

    De scheiding der machten wordt opnieuw ter discussie gesteld. Hoe verhoudt het erdoganisme zich tot die scheiding?

    Het uiten van kritiek op maatschappij of politiek geldt momenteel in Turkije als een strafbaar feit en een oproep tot separatisme. De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien, als een poging om zout in onze wonden te strooien of de publieke opinie te verdelen. De scheiding der machten wordt als een voorbeeld daarvan gezien. Als je hen mag geloven, betekent alleen het praten over die scheiding al dat je het land verdeelt en het terrorisme in de kaart speelt. De islamistische stroming in Turkije heeft altijd een probleem gehad met de scheiding der machten, maar er zijn twee verschillende tendensen te bespeuren.

    De eerste beschouwt de Turkse variant als veel te streng en pleit voor een ‘werkelijke scheiding’ met een universele strekking, geïnspireerd door de Angelsaksische landen waar men veel gematigder en respectvoller oordeelt over godsdiensten. De tweede tendens is van mening dat de scheiding der machten volstrekt onverenigbaar is met de islam. Deze laatste tendens wint terrein in Turkije maar ze heeft nog niet gewonnen. Naar mijn mening zijn beide richtingen vertegenwoordigd in de islamistische beweging en in de gelederen van de AKP. Hun gemeenschappelijke strategie bestaat erin dat ze de manoeuvreerruimte van de onkerkelijken willen beperken, zoals de laatsten hun best hebben gedaan de manoeuvreerruimte van de islamisten te beperken voordat de AKP aan de macht kwam.

    Streeft het erdoganisme ernaar een natie op te bouwen?

    Natuurlijk. Alle nationalistische ideologieën proberen het volk het beeld op te leggen dat ze van dat volk hebben. Zowel Erdogan als de AKP heeft zijn eigen definitie van het volk, zoals iedereen weet gebaseerd op de praktiserende en conservatieve soennitische meerderheid, die als loyaal wordt gezien en als exponent van het ‘echte land’. Ook de Koerden werden tot op zekere hoogte als een integraal onderdeel van deze meerderheid beschouwd. Tegenwoordig blijven ze stilzwijgend deel uitmaken van het nationale pact, maar worden ze opnieuw gewantrouwd en als een probleem gezien. Kortom, aan de ene kant zou er een werkelijke natie ontstaan, een volk in de meest organische zin van het woord, en aan de andere kant zouden we ‘de anderen’ krijgen, degenen die alleen voor de vorm tot de natie behoren omdat ze daar toevallig staatsburger van zijn. Uitdrukkingen als ‘ons volk’, die op consensus lijken te berusten, hebben in werkelijkheid tot doel een scheiding aan te brengen tussen het ‘echte’ volk en de anderen.

    Tanil Bora.
    Tanil Bora.

    Gaat het erom een vijandbeeld te creëren?

    Absoluut. Als je het volk definieert door het tot deze wezenskenmerken terug te brengen, wordt iedereen die niet in de matrijs past gemarginaliseerd. Deze criminalisering houdt verband met dat nieuwe populistische autoritarisme waarover we het eerder hadden. Dat zit in het DNA van het populisme. Het volk en de natie worden teruggebracht tot een formule, tot een identiteitskenmerk. Deze globale identiteitsformule laat geen enkele plaats aan bloedgroepen, aan afkomst, aan alternatieve keuzes. Deze hartstocht voor uniformiteit en homogeniteit verhindert de opkomst van een reëel pluralisme.

    Dat doet me denken aan de islamistische leider Necmettin Erbakan, van wie de stichters van de AKP zich afscheidden om hun eigen partij te beginnen. Hij had altijd de mond vol van ‘ons volk’. De nationalisten op rechts wilden hem dwingen duidelijk te maken wat hij daarmee bedoelde en wezen erop dat hij nooit over het ‘Turkse volk’ sprak. In feite probeerde Erbakan onder bedekte termen onmin te zaaien in de moslimgemeenschap.

    Wat te denken van de houding van de AKP en Erdogan ten aanzien van het Koerdische probleem? We hebben gezien hoe de AKP bijeenkomsten organiseerde met Koerdische vlaggen en openlijk de term ‘Koerdistan’ gebruikte, maar op andere momenten gewoon ontkende dat er zoiets als een Koerdische kwestie bestond…

    Sinds haar ontstaan doet de AKP alsof ze in staat is de Koerdische kwestie te regelen en heeft ze inderdaad blijk gegeven van een gematigdheid en een souplesse die ongekend zijn voor een rechtse Turkse partij. Als we de vraag naar de juistheid en het democratische of antidemocratische karakter even buiten beschouwing laten, moeten we erkennen dat het aanbieden van een islamitische identiteit een bijdrage heeft geleverd aan de oplossing van de Koerdische kwestie. De AKP heeft blijk gegeven van een groot aanpassingsvermogen zonder zich in het islamitische kader te laten opsluiten. Het is een partij die veel kiezers in de Koerdische regio heeft weten aan te spreken. Maar sindsdien heeft er een complete ommekeer plaatsgevonden.

    We kunnen ons dus afvragen wat de echte AKP is. Is dat de AKP van voor of van na de ommekeer ten aanzien van de Koerdische kwestie?

    Ik zou er een lief ding voor over hebben om in het hoofd te kunnen kijken van al diegenen binnen de AKP die zich voorstander hebben verklaard van een oplossing van de Koerdische kwestie, of dat nu in naam van de islam was of van de democratie. Je zou ze graag over het onderwerp willen horen, maar ze doen er liever het zwijgen toe. Gaat het niet om het belangrijkste probleem in het huidige Turkije? Er is in dit land geen vrijheid van gedachte of publieke opinie meer. Om tal van redenen kunnen deze mensen zich niet langer uitspreken.

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken

    Wat vindt u van de Democratische Volkspartij HDP [een linkse partij die is voortgekomen uit de Koerdische politieke beweging]?

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken. De leden van de HDP zijn vorig jaar ernstig bekritiseerd omdat ze geen duidelijk standpunt innamen op het moment dat de onenigheden tussen het Turkse leger en de PKK weer begonnen. Ik begrijp die kritiek, maar hun hardnekkige pogingen om de Turkse politiek democratischer te maken ondanks de meedogenloze repressie, de voortdurende beschuldigingen en het isolement waarin ze zijn gedwongen vind ik absoluut opmerkelijk.

    En hoe denkt u over de Republikeinse [sociaaldemocratische] Volkspartij CHP? Daar is een probleem bij de partijleiding.

    Dat komt vooral doordat de partij het niet eens kan worden over fundamentele problemen. Omdat de CHP zich niet kan losmaken van haar etatistische cultuur, wordt ze in de richting van een bepaalde vorm van conservatisme geduwd. Iedereen op links houdt vast aan zijn eigen militante overtuigingen en heeft daarom moeite een ander publiek aan te spreken. Jullie bij Cumhuriyet weten als geen ander hoe treurig het is gesteld met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Elk standpunt kan binnen enkele secondes ongeloofwaardig worden gemaakt met een lawine van laster, beledigingen en pogingen tot intimidatie. De mensen staan enorm onder druk en zoeken hun heil bij elkaar. Ze leven van dag tot dag. Maar je kunt geen politiek bedrijven zonder dat je probeert andere bevolkingsgroepen aan te spreken en je thuishonk verlaat om andere terreinen te verkennen.

    Auteur: Kemal Göktas
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: De Bosnische basketballer Indira Kaljo kreeg van FIBA toestemming om tijdens de wedstrijden haar hoofddoek te dragen. De reguliere Turkse media besteedden uitgebreid aandacht aan haar. – © Elif Ozturk / Anadolu Agency / Getty

  • Tijd voor een cordon sanitaire rond Orbán

    Tijd voor een cordon sanitaire rond Orbán

    De Hongaarse premier Viktor Orbán is dikke vrienden met Vladimir Poetin, en hij wil populistisch rechts in Europa gaan leiden. Website Napi.hu roept de Europese conservatieven op om hier een stokje voor steken.

    Keuze uit het archief

    De Hongaarse premier stond deze week weer volop in het nieuws omdat hij tijdens een top van Europese regeringsleiders de toetredingsgesprekken met Oekraïne wilde blokkeren en zijn veto heeft uitgesproken over een financieel steunpakket aan het door oorlog geteisterde land.
    Volgens dit artikel uit 2017 hoeven we daar niet vreemd van op te kijken. De tegenstem van Orbán past in een patroon dat al jarenlang zichtbaar is: Hongarije zoekt toenadering tot Rusland en wil een Europa waarin het populisme de scepter zwaait, aldus analyticus Sandór Komócsin.

    Op 2 februari ontving Hongarije voor de tweede keer in twee jaar de Russische president Vladimir Poetin op zijn grondgebied [de vorige keer was op 17 februari 2015]. ‘Geen enkel land in Europa schurkt zo tegen hem aan sinds de annexatie van de Krim in het voorjaar van 2014, en Viktor Orbán heeft sinds 2013 jaarlijks een persoonlijk onderhoud met hem,’ aldus politicoloog Péter Krekó, lid van de Hongaarse denktank Political Capital en gastprofessor aan de Universiteit van Indiana.

    De Hongaarse minister-president is bondgenoot nummer één geworden in Poetins diplomatie jegens de lidstaten van de Unie. Tot nu toe onderdrukte Orbán zijn ‘poetinofilie’ op het Europese politieke toneel, maar sinds Donald Trump in het Witte Huis zit, gooit hij het over een andere boeg. In een toespraak eind januari op een forum in Brussel dat was georganiseerd door de Konrad Adenauer-stichting, pleitte Orbán voor een algehele herziening van de Russisch-Europese betrekkingen.

    Péter Szijjártó, zijn minister van Buitenlandse Zaken, sloot zich naadloos bij hem aan toen hij in een recent interview met Reuters verklaarde dat de sancties die Brussel had afgekondigd om Rusland te veroordelen wegens de invasie van de Krim simpelweg zinloos waren. Hij zei ook dat de Amerikaanse pressie die tot nu toe was uitgeoefend naar aanleiding van de nauwer aangehaalde banden tussen Boedapest en Moskou, ongetwijfeld zou afnemen nu de regering-Trump was geïnstalleerd.

    Schimmige voorwaarden

    De belangrijke akkoorden die de afgelopen jaren zijn gesloten tussen beide hoofdsteden, hebben de politiek-economische afhankelijkheid van Hongarije ten opzichte van Rusland vergroot. Het akkoord over de uitbreiding van de kerncentrale Paks [ondertekend in 2014 met een Russische lening van 10 miljard euro, inmiddels geherwaardeerd op 12 miljard euro] is een van de meest frappante voorbeelden hiervan. De schimmige voorwaarden van het akkoord doen twijfels rijzen over de transparantie en voeden vermoedens van corruptie. De onderhandelingen op 2 februari gingen ook over de verlenging van het langetermijncontract voor Russische gasleveranties, een onderwerp dat naar verwachting een cruciale rol gaat spelen in de volgende parlementsverkiezingen in 2018. Als de Hongaarse regering probleemloos kan blijven profiteren van het Russische gas zonder al te ingrijpende gevolgen voor de financiën, kan ze proberen de kiezers te verleiden met een nieuwe verlaging van hun energierekening.

    De Hongaars-Russische vriendschap beperkt zich niet tot het politiek-economische terrein. Procureur-generaal Péter Polt begaf zich onlangs naar Moskou om een eventueel samenwerkingsverband op te zetten met zijn Russische collega’s. Volgens het officiële verslag ging het om verdediging van gezamenlijke belangen en corruptiebestrijding. Maar deze nobele intenties laten onverlet dat de regering-Orbán stelselmatig het Russische voorbeeld volgt om buitenlandse ngo’s op de korrel te nemen.

    Hoewel ook andere landen, zoals Cyprus, Griekenland of Slowakije, het goed met Rusland kunnen vinden, volgt alleen het Hongarije van Viktor Orbán het Russische model werkelijk op bijna alle terreinen na. Zowel ideologisch, economisch als bestuurlijk zijn de overeenkomsten verbluffend. En de overwinning van Trump heeft niet alleen tot gevolg dat Orbán nu openlijk kan uitkomen voor zijn goede banden met Poetin. Ook het populisme van bepaalde eurosceptische groeperingen heeft nu vrij spel.

     Vladimir Poetin (l.) en Viktor Orbán tijdens hun gezamenlijke persconferentie op 2 februari. – © Getty
    Vladimir Poetin (l.) en Viktor Orbán tijdens hun gezamenlijke persconferentie op 2 februari. – © Getty

    In oktober 2016 wilde Orbán een discussie met de voorzitter van de Oostenrijkse rechts-populistische FPÖ, Heinz-Christian Strache, maar moest daarvan afzien onder druk van de Europese Volkspartij [EVP, fractie van christen-democratische en conservatieve partijen in het Europees Parlement]. De Hongaarse leider denkt dat de Europese elites die nu aan de macht zijn, verjaagd zullen worden door de woede van het volk, zodat ‘eerlijke’ politici, zoals Marine Le Pen, Geert Wilders en Strache, het nieuwe Europa dat hij opeist en waarvan hij de aanvoerder wil zijn, zullen leiden.

    Volgens de analyse van Péter Krekó is Amerika sterk genoeg om het presidentschap van Trump te overleven, maar is Europa veel minder bestand tegen de harde kritiek die het van alle kanten ondervindt. De EVP heeft een bijzondere verantwoordelijkheid en zou een cordon sanitaire moeten aanleggen om interne bedreigingen te neutraliseren. Sommige deskundigen raden de EVP aan de partij van Viktor Orbán uit te sluiten, maar Europees rechts is van mening dat een dergelijk initiatief meer schade zou berokkenen dan dat het nut zou hebben.

    Een van de zeldzame successen van de EVP is dat zij Orbán heeft laten inbinden met betrekking tot de herinvoering van de doodstraf. De EVP moet duidelijke grenzen stellen om te voorkomen dat Orbán doorgaat met het destabiliseren van de gematigde conservatieven. De warme ontvangst van Poetin in Boedapest is hier een perfect voorbeeld van, want die druist in tegen de wil van de EVP. Als de EVP niet krachtig stelling neemt, zullen de klassieke partijen de populistische koers kiezen die de Hongaarse regering al sinds 2010 volgt.

    CONTEXT: Waarom de Russen nog aanmoedigen?

    Bevestiging van toegezegde kredieten voor de Hongaarse kerncentrale Paks, renovatie van orthodoxe kerken in Boedapest, intensivering van gezamenlijk ruimteonderzoek, ‘verdediging van de christelijke wortels’ in Syrië en afstemming van de standpunten over Oekraïne… De ontmoeting tussen Orbán en Poetin op 2 februari kende geen verrassingen. De kleine linkse partij Együtt, die tegen de Hongaars-Russische romance is, had haar militanten opgeroepen fluitconcerten te geven bij het parlement. De overgrote meerderheid van de plaatselijke waarnemers uitte ernstige kritiek op de komst van wat zij beschouwen als een ongemakkelijke vriend – ook ter rechterzijde.

    ‘Waarom zouden we de Russische arrogantie nog moeten aanmoedigen? Het kille cynisme van Poetin toont aan dat hij de broek aanheeft in deze relatie,’ schrijft Bálint Ablonczy in weekblad Heti Válasz. Péter Magyari van de oppositiesite 444.hu doet het nog eens dunnetjes over: ‘Poetin wil de hele wereld laten zien dat een NAVO– en EU-lidstaat de rode loper voor hem uitrolt, gewoon om deze organisaties van binnenuit te verzwakken. Orbán is de belangrijkste bondgenoot in deze ondermijningsoperatie.’

    ‘Poetin is geen klootzak, geen dwaze dictator, noch een Nero,’ werpt politicoloog Dávid Szabó tegen op het regeringsgezinde 888.hu. ‘Volgens mij slokt hij Hongarije helemaal niet met huid en haar op. Moskou is een regionale grootmacht die bruggenhoofden wil bouwen in zijn omgeving, met name in de EU. Ik vind het de normaalste zaak van de wereld.’

  • 5. De schuldige? Ons economische model

    5. De schuldige? Ons economische model

    Wie Vladimir Poetin de schuld geeft van nepnieuws snapt het niet, aldus internet­ scepticus Evgeny Morozov. Het zijn onze eigen democratieën die volwassen moeten worden.

    Beweringen dat Rusland achter de politieke aardverschuivingen van 2016 zit, gaan voorbij aan de ondermijnende invloed van digitaal kapitalisme.

    De democratie komt om in nepnieuws. Zo luidt de nieuwste, geruststellende conclusie van de mensen die in 2016 aan het kortste eind hebben getrokken, bij de Brexit, de Amerikaanse verkiezingen of het Italiaanse referendum. Kennelijk delven al die serieuze, eerlijke en ouderwets verstandige volwassenen het onderspit bij verkiezingen dankzij een gevaarlijke epidemie van nepnieuws, internetmemes en grappige YouTube-filmpjes.

    Dat verklaart de recente golf van aangedragen oplossingen: het verbieden van internetmemes (een voorstel van de regerende partij in Spanje); commissies van experts in het leven roepen om het waarheidsgehalte van nieuws te beoordelen (een oplossing die is aangedragen door de Italiaan die de leiding heeft over de antitrustmaatregelen); centra opzetten om nepnieuws tegen te gaan, en ondertussen media als Twitter en Facebook beboeten voor het verspreiden ervan (een aanpak die is voorgesteld door de Duitse overheid).

    Deze laatste maatregel zal Facebook aangrijpen om zich krachtig uit te spreken vóór de vrijheid van meningsuiting – hetzelfde Facebook dat onlangs een foto heeft verwijderd van het standbeeld van een naakte Neptunus in Bologna, omdat het aanstootgevend zou zijn! Luidt de nepnieuwscrisis de ondergang in van de democratie? Of is het domweg het gevolg van een diepere, meer structurele malaise die al veel langer speelt?

    Beleidsmakers komen met nog meer maatregelen van het soort waarmee men de kiezers in eerste instantie van zich heeft vervreemd: meer expertise, meer centralisatie, meer regulatie

    Het valt nauwelijks te ontkennen dat er sprake is van een crisis, maar of die crisis het gevolg is van nepnieuws of van iets heel anders is een vraag die elke democratie zich zou moeten stellen. Onze elites willen er niet aan. Hun nepnieuwsverhaal is zelf nep: het is een oppervlakkige verklaring voor een complex, structureel probleem, waarvan zij het bestaan hardnekkig blijven ontkennen. Het gemak waarmee mainstream instituties, van regerende partijen tot denktanks tot media, hebben besloten dat ‘nepnieuws’ het perspectief vormt van waaruit ze de om zich heen grijpende crisis willen beschouwen, zegt veel over hun rigide wereldbeeld.

    De grootste dreiging voor de westerse samenleving van vandaag de dag is niet zozeer de opkomst van onverdraagzame democratieën in het buitenland als wel de hardnekkige onvolwassenheid van de democratie in eigen land. Deze onvolwassenheid, waarvan de elite vrijwel dagelijks getuigt, manifesteert zich in twee vormen van ontkenning: het ontkennen van het feit dat de meeste problemen waarmee we momenteel kampen een economische achtergrond hebben, en het ontkennen van het feit dat de professionele expertise ernstig is uitgehold.

    Morele paniek

    De eerste vorm manifesteert zich wanneer een fenomeen als de Brexit of de overwinning van Trump voornamelijk wordt toegeschreven aan culturele factoren als racisme of de onwetendheid van de kiezers. De tweede vorm gaat voorbij aan het feit dat de diepe frustratie van velen over de bestaande instituties niet zozeer voortkomt uit onwetendheid over hoe die functioneren, maar juist uit het feit dat men daar maar al te zeer vertrouwd mee is.

    Beleidsmakers zijn verblind door deze twee vormen van ontkenning en komen met nog meer maatregelen van het soort waarmee men de kiezers in eerste instantie van zich heeft vervreemd: meer expertise, meer centralisatie, meer regulatie. Maar omdat men niet in staat blijkt te denken in termen van politieke economie, zullen onvermijdelijk de verkeerde dingen worden gereguleerd.

    De morele paniek over nepnieuws laat zien hoe deze twee vormen van ontkenning de politiek veroordelen tot een eeuwige onvolwassenheid. Door de weigering te onderkennen dat de crisis rondom nepnieuws economische wortels heeft, richt iedereen zijn pijlen maar wat graag op het Kremlin – en niet op het businessmodel van het digitale kapitalisme, dat domweg niet levensvatbaar is.

    Maar het lijkt toch zonneklaar dat buitenlandse inmenging – of Rusland er nou achter zit of een andere regering – onmogelijk op een dergelijke schaal viraal nieuws kan verspreiden? Er zijn altijd al merkwaardige bewegingen geweest die nepnieuws hebben verspreid. Wat zij ontbeerden om hun waanzinnige theorieën te doen postvatten, was niet de politieke en financiële rugdekking van Rusland, maar de krachtige digitale infrastructuur van onze moderne tijd, die ruimhartig wordt gefinancierd door onlineadvertising.


    Het probleem schuilt niet in nepnieuws, maar in de snelheid en het gemak waarmee dat wordt verspreid. Het dankt zijn bestaan goeddeels aan het hedendaagse digitale kapitalisme, waardoor het ongekend winstgevend is om onware maar klikwaardige verhalen te verzinnen en in omloop te brengen. Om de nepnieuwscrisis echt aan te pakken zou het establishment een van de bovengenoemde vormen van ontkenning moeten afzweren en zich moeten mengen in de politieke economie van communicatie. Maar wie is bereid om onder ogen zien te dat het de afgelopen dertig jaar uitgerekend de politieke partijen zijn geweest, zowel centrumlinks als centrumrechts, die Silicon Valley hebben gekoesterd, die de telecommunicatie hebben geprivatiseerd en die zich betrekkelijk afwachtend hebben opgesteld waar het de antitrustwetgeving betreft?

    We moeten zorgen dat onlineadvertising – met zijn perverse klik-en-deelmechanisme – een minder centrale rol gaat spelen in onze manier van leven, werken en communiceren

    De enige oplossing voor het probleem van nepnieuws, waarbij het probleem op waarde wordt geschat en de elite niet te veel macht in handen krijgt, is een volledige herbezinning op de grondvesten van het digitale kapitalisme. We moeten zorgen dat onlineadvertising – met zijn perverse klik-en-deelmechanisme – een minder centrale rol gaat spelen in onze manier van leven, werken en communiceren. Tegelijkertijd moeten we meer beslissingsbevoegdheid overhevelen naar de burgers – en het weghalen bij ondernemingen en experts die eenvoudig zijn te corrumperen.

    Dat betekent dat we een wereld moeten construeren waarin Facebook en Google niet al te veel macht kunnen uitoefenen en waarin ze geen monopolie hebben op het ontwikkelen van oplossingen. Een ontzagwekkende taak die om volwassen democratieën vraagt. Helaas geven de bestaande democratieën, die gevangenzitten in verschillende vormen van ontkenning, er de voorkeur aan de schuld bij anderen te leggen en de problemen meer en meer af te wentelen op Silicon Valley.

    Auteur: Evgeny Morozov
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Is Donald Trump uit op een nieuwe Conferentie van Jalta?

    Is Donald Trump uit op een nieuwe Conferentie van Jalta?

    Sinds Trumps belofte om een handelsoorlog met Beijing te beginnen en te streven naar een betere samenwerking met Moskou draait de internationale politiek nu om de driehoek Verenigde Staten-China-Rusland.

    Keuze uit het archief

    De afgelopen tijd is in toenemende mate duidelijk geworden dat de Verenigde Staten onder Donald Trump Europa links laten liggen en meer naar Rusland toe bewegen. Dit is slecht nieuws voor de EU en Oekraïne, maar volgens dit archiefstuk van de Russische propagandist Pjotr Akopov is deze keuze vanuit Amerikaans perspectief wel te begrijpen. China, dat goede vrienden is met Rusland, vormt namelijk een bedreiging voor de VS. Akopov legt uit wat Trump van plan is met deze radicale ommekeer in het Amerikaanse buitenlandbeleid. Het artikel uit 2017 van de Russische online krant Vzglyad had vandaag geschreven kunnen zijn.

    In de Amerikaanse pers klinkt al de roep om een ‘nieuwe Conferentie van Jalta’ waarop de regels voor een nieuwe wereldorde moeten worden bepaald. Maar naast de Verenigde Staten en Rusland zou in deze trojka, anders dan in 1945, in plaats van Groot-Brittannië China moeten aanschuiven. In de ogen van de Amerikanen zou Rusland zo van een regionale macht opnieuw een allesbepalende wereldmacht worden, ook al heeft het land niet langer die vanzelfsprekende status die het in 1945 had. Destijds bezat Moskou het machtigste leger ter wereld en werd het gezien als de grote winnaar in een wereldoorlog. Tegenwoordig zien de Noord-Atlantische elites Rusland als een opstandig land dat ze graag hadden willen buitensluiten. Maar hun pogingen het land te isoleren zijn mislukt en nu is het tijd om hun Ruslandpolitiek te herzien. De crisis waarin de westerse elites nu verkeren, die manifest geworden is door de overwinning van Trump, biedt een goede gelegenheid om de hele strategie van de Amerikaanse geopolitiek radicaal te herzien.

    Nieuwe trojka

    Tegelijk is ook zonneklaar dat de Amerikaanse elites, ondanks Trumps isolationistische plannen, blijven geloven in mondialisering en beslist niet bereid zijn om die op te geven. Die mondialisering zal worden herzien, aangepast, gecamoufleerd of zelfs omgedoopt tot ‘antimondialisering’ om maar te zorgen dat de Verenigde Staten de status van wereldleider behouden. Er zal natuurlijk niet meer gesproken worden van een Amerikaans georiënteerde of een unipolaire wereld, en evenmin van een Noord-Atlantische wereldorde. Ook zullen de Verenigde Staten bescheidener worden en hoffelijker. Zo zullen Trumps oprechte verlangen ‘to make America great again’ en zijn daadwerkelijke bereidheid om een eind te maken aan de Amerikaanse militaire inmenging in andermans zaken samenkomen met de ‘levensvatbare geopolitieke concepten’ uit de koker van de mondialisten in het Amerikaanse establishment.

    Een van die concepten werd onlangs geschetst door Zbigniew Brzezinski, voormalig nationaal veiligheidsadviseur van het Witte Huis en vooraanstaand denker over de Amerikaanse buitenlandse politiek. De 88-jarige Brzezinski werd door de televisiezender MSNBC geïnterviewd over de risico’s die een toenadering van Trump tot Rusland mogelijk met zich meebrengen: ‘Die risico’s zijn overduidelijk, dus daarbij moet je voorzichtig en behoedzaam te werk gaan. Maar over het geheel genomen zou toenadering tot Rusland een goede zaak zijn.’ Hij vervolgt dan: ‘Ten eerste is Rusland niet langer een communistisch land. Dat moeten we goed begrijpen. Maar de transformatie naar de democratie is nog niet klaar. En er heerst nog veel verbittering, ook tegenover ons. Het is een land in transitie. Als wij het intelligent aanpakken, dan denk ik dat we misschien kunnen helpen om die af te ronden op een manier dat het land een belangrijk en constructief lid van de internationale gemeenschap wordt. Ik denk dat onze rol in de wereld, ook al is die niet langer dominant, doorslaggevend zal blijven. Amerika is onmisbaar bij de vorming van een grote coalitie om wereldwijde problemen op te lossen. Zo’n coalitie, met daarin natuurlijk de Verenigde Staten, China en een Rusland in transitie, zou een prominente rol kunnen spelen.’

    Brzezinski oppert dus de vorming van een nieuwe trojka, al is het wel onder de voorwaarde dat Rusland ook echt ‘de overgang naar de democratie’ maakt. Deze nuancering is van weinig betekenis omdat iets dergelijks niet over China wordt gezegd, terwijl naar Amerikaanse maatstaven Beijing op democratisch gebied overduidelijk ver achterloopt op Moskou. De reden hiervoor is simpel. China is economisch zo sterk dat voorwaarden stellen aan zijn plaats bij de Grote Drie onmogelijk is. Terwijl Rusland in de ogen van Brzezinski en de westerse elites zwak is. En ook al is de handelsblokkade tegen ons land mislukt vanwege een slechte inschatting van de relatie tussen de geopolitieke pressiemiddelen van Rusland en zijn economisch belang, de kijk op de plaats en de rol van Moskou is nog niet helemaal bijgesteld.

    (V.l.n.r.) De Britse premier Winston Churchill, de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en de Russische leider Jozef Stalin in Jalta in 1945.
    (V.l.n.r.) De Britse premier Winston Churchill, de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en de Russische leider Jozef Stalin in Jalta in 1945.

    Zeker, het Rusland van Poetin wordt nu wel gezien als een van de grote spelers op het internationale toneel. Maar de illusie dat onze politiek te beïnvloeden is, leeft nog voort. Want in de opmerking over de ‘overgang naar de democratie’ schuilt in wezen de hoop dat Rusland kan worden opgenomen in de westerse wereld door het in ideologisch opzicht afhankelijk te maken van de ‘avant-garde van de internationale gemeenschap’ (omdat het er niet toe gedwongen kan worden). Nog belangrijker: als Rusland echt democratisch wordt, zou het in de driehoek VS-Rusland-China dichter bij de VS dan bij China komen te staan. Wat meteen ook een mogelijke coalitie tussen China en Rusland zou dwarsbomen (die overigens al een feit is).

    Het idee van een nieuwe Grote Drie is een antwoord van de VS op de strategische toenadering tussen Moskou en Beijing. Doordat de Amerikanen probeerden Rusland via een blokkade te treffen, waren ze blind voor wat toch overduidelijk was: de druk vanuit het Westen dreef Rusland juist richting Azië en versterkte de Russisch-Chinese samenwerking. Die is vanaf 2012, 2013 steeds inniger geworden (na de vorming van de tandem Poetin-Xi Jinping), dus op dat moment hebben de VS de boot gemist en vervolgens het toenaderingsproces door eigen toedoen nog versterkt.

    De laatste twee jaar hebben zowel Henry Kissinger als Zbigniew Brzezinski (de twee invloedrijkste Amerikaanse strategen) blijk gegeven van ongerustheid over de ophanden zijnde toenadering tussen Beijing en Moskou. Kissingers denkbeeld, dat hij in de jaren zeventig van de vorige eeuw in praktijk bracht bij de verzoening tussen China en de VS, houdt in dat de Amerikaanse betrekkingen met Rusland en China beter zijn dan die tussen die twee laatste landen onderling. Dit model werkte in de jaren zeventig bij de Chinees-Russische breuk. Eind jaren tachtig normaliseerden Moskou en Beijing hun betrekkingen, maar toen stond de Sovjet-Unie al op uiteenvallen. In de jaren negentig was de wereld volgens de Amerikanen unipolair geworden en was Rusland niet langer een land om rekening mee te houden, terwijl China wel een mogelijk, maar twijfelachtig gevaar vormde.

    Twee aan elkaar grenzende landen waarvan het ene zich via het oosten en het andere via het westen tegen de Verenigde Staten verzet

    In het eerste decennium van deze eeuw heeft Rusland zijn kracht en ambities hervonden en is China explosief gegroeid, maar voor Washington was een ongewoon grote toenadering tussen Beijing en Moskou nog steeds geen reëel gevaar. Het zag Rusland niet als een land dat in staat was om zijn tegenhangers te tarten. Zelfs niet na 2008 en het begin van de wereldwijde financiële crisis, toen Rusland zich bereid toonde de post-Sovjetwereld te verdedigen.

    Bovendien gingen de Verenigde Staten uit van de grote afhankelijkheid van China op het gebied van de handel en meenden ze met Beijing te kunnen onderhandelen.
    In 2009 stelden de Verenigde Staten aan China voor om samen de ‘Grote Twee’ te vormen. Beijing wees dat plan af, overtuigd van de hypocrisie van de Amerikanen. Vervolgens richtten de VS zich op het Pacifisch gebied, wat China opvatte als obstructiepolitiek tegen het Hemelse Rijk. Juist daarom zag Beijing na het begin van de Oekraïnecrisis zijn toenadering tot Rusland als een strategische stap voorwaarts: twee aan elkaar grenzende landen waarvan het ene zich via het oosten en het andere via het westen tegen de Verenigde Staten verzet.

    Trumps overwinning en zijn openlijke oproep om een handelsoorlog tegen China te beginnen en met Rusland tot een betere samenwerking te komen maken de onderlinge relaties binnen de driehoek Verenigde Staten-China-Rusland tot centrale kwestie in de wereldpolitiek. Overigens valt zowel vanuit het oogpunt van de Russische als vanuit dat van de Chinese nationale belangen aan deze situatie niet te tornen: Moskou en Beijing zullen hun strategisch partnerschap niet opgeven. Mogelijk zal Rusland zijn betrekkingen met de VS verbeteren, maar die zullen nooit zo nauw worden als die met China.

    Toch denken de Amerikanen nog enige speelruimte te hebben. Vanwege hun belangen zouden de Amerikaanse mondialisten Rusland graag losweken van China, terwijl het Trump als voorstander van een sterke staat beter zou uitkomen om echt overeenstemming te bereiken door met China en Rusland gunstige, voor een ‘in zichzelf gekeerd Amerika’ nuttige betrekkingen te sluiten.

    Met Rusland zal Trump eerst besprekingen beginnen over oorlog en vrede in het Midden-Oosten en daarna over de invloedssferen in Europa en de post-Sovjetruimte, en met China over een herziening van de economische betrekkingen en de handelsrelaties. Maar binnen het format van de ‘grote trojka’ kunnen echt wereldomvattende kwesties aan de orde komen, zoals het mondiale financiële systeem, de regels voor de internationale handel, de organisatie van de internationale defensie en veiligheid. Kortom, een nieuwe wereldorde.

    Rest nog de vraag of Trump daarvoor sterk genoeg is. Want Poetin en Xi Jinping zijn er allang klaar voor.

  • Poetin is de naam

    Poetin is de naam

    Een dorpje in Zuid-Servië heeft besloten zich om te dopen tot Poetinovo. Het initiatief moet de ontvolkte regio nieuw elan geven.

    Adzinci, een gehucht bij het plaatsje Gajtan, in het kanton Medveda… Over het algemeen lopen verhalen over afgelegen dorpjes aan de rand van Servië niet goed af. Meestal wordt erover gesproken in de verleden tijd: ‘Ooit was er in het kanton een dorp…’

    Maar de bewoners van Adzinci hebben besloten het noodlot te tarten. In hun gevecht om het dorp te laten voortbestaan op de kaart van Servië, aarzelden ze niet om zich in de sferen van de hogere politiek te begeven. En ze mikten hoog – wat amper verbazing mag wekken, want het dorp ligt op 1000 meter hoogte. Op een dag besloten ze de naam van hun gehucht te veranderen, en het nieuwtje gaat nu de hele wereld rond. Die keuze illustreert eerder de tekortkomingen van de politiek dan die van de bewoners van het dorp. Er was dus eens een dorpje Adzinci dat werd omgedoopt tot… Poetinovo.

    Een nieuw naambordje wijst de weg naar Poetinovo. – © Darko Vojinovic / HH
    Een nieuw naambordje wijst de weg naar Poetinovo. – © Darko Vojinovic / HH

    Het eerste diplomatieke contact tussen Adzinci en Rusland gaat terug tot de tijd waarin mr. Petronijevic, de beroemde Belgraadse advocaat, die in het dorp is geboren, Russische vrienden begon uit te nodigen in zijn buitenhuis. ‘Onder de gasten waren danseressen, journalisten… en toen, op een dag, begon iemand, ik geloof een van mijn neven, over de naam van ons dorp. Hij had het idee om Adzinci om te dopen tot Poetinovo,’ vertelt Zoran Delibasic. ‘Het was grappig! Het idee sloeg aan en verspreidde zich snel.’

    Om vermoedens dat de dorpsbewoners gemanipuleerd zouden zijn te weerleggen wordt uitgelegd hoe het idee is ontstaan. ‘We hebben er lang over nagedacht. Ons dorp droeg de naam van een Turkse hadji die in de negentiende eeuw in deze contreien had verbleven. Een bezetter, dat ging niet. Het besluit werd na maandenlange beraadslagingen genomen. We hebben een bord met de nieuwe naam laten maken: Poetinovo. Mr. Petronijevic is toen met een Russische journalist gekomen die alles gefilmd heeft en online heeft gezet. Daardoor zijn er ook andere journalisten op afgekomen, tot ons aller vermaak. Er is een dorp in Syrmië (in het noorden van Servië) dat al jarenlang Putinci heet, maar niemand die er aandacht aan schenkt,’ aldus Miroslav Petrovic.

    De bewoners van Adzinci hebben meer gevoel voor humor dan dat ze nou zo pro-Poetin zijn of russofiel, ondanks het feit dat sommige dorpsbewoners T-shirts dragen met de beeltenis van Poetin. ‘Als we geweten hadden dat Trump zou winnen, hadden we misschien een andere naam gekozen. Maar er zijn meer dorpjes in de streek: die kunnen zich altijd nog laten omdopen tot Trumpovo!’ grapt Zoran Delibasic.

    e hebben hem horen zeggen dat het besluit om het dorp om te dopen zou zijn genomen door twee mannen, omdat er niet meer inwoners waren. Maar ’s zomers zijn we hier toch met vijfentwintig man, of zelfs vijfendertig

    Maar dan moet je wel een dorp zien te vinden dat nog niet ontvolkt is, en dat is nog niet zo makkelijk. In Adzinci brengen maar twee families de winter door. De voorzitter van de gemeenteraad van Gajtan bevestigt dat er bijna niemand meer woont. Een zware dreun voor de trots van de inwoners van Poetinovo. ‘Hij weet niet waar hij het over heeft. We hebben hem horen zeggen dat het besluit om het dorp om te dopen zou zijn genomen door twee mannen, omdat er niet meer inwoners waren. Maar ’s zomers zijn we hier toch met vijfentwintig man, of zelfs vijfendertig, van alle leeftijden. Het is pure jaloezie, want geen enkel huis is hier ouder dan vijftien jaar en er worden nu weer vier nieuwe gebouwd. Wij waren de eersten in deze streek met straatverlichting. Hij zegt dat we alleen een bord hebben neergezet, maar vergeet dat we de hele zomer hebben overlegd,’ aldus Miroslav Petrovic.

    Het is gemakkelijk om vanuit Belgrado de spot te drijven met deze dorpsruzies. Maar het aanleggen van waterleidingbuizen en het oprichten van enkele lantaarnpalen in de dorpen in de Medveda is te vergelijken met de lancering van satellieten vanuit het kosmodroom van Bajkonoer! En dat komt door de verantwoordelijke politici in Belgrado. Je moet je er dus niet over verbazen dat Adzinci zich heeft omgedoopt tot Poetinovo en hoopt te profiteren van zijn nieuwe naam. ‘De mensen denken dat het nieuws Poetin zou kunnen bereiken en dat hij het dorp zelfs zou kunnen helpen. Waar het eigenlijk aan schort is een goede weg om Adzinci te bereiken,’ aldus Zoran Delibasic.

    Het zou kunnen dat Poetin een weg laat aanleggen, maar voor de rest zijn de inwoners van Adzinci gewend hun eigen boontjes te doppen. Dat gold met name voor het bord met de naam van het dorp. ‘Vijf of zes jaar geleden hebben we zelf een nieuw bord met de naam “Adzinci” neergezet, want het oude bestond niet meer. Dat was in de tijd dat mensen werden aangemoedigd met vervroegd pensioen te gaan en te profiteren van sociale plannen. De mensen die afkomstig waren uit deze streek begonnen terug te keren. Met hun uitkeringen hebben ze hun huizen gerenoveerd en elektriciteit aangelegd. Elk huis heeft een badkamer,’ zo wordt gemeld.

    ‘Vroeger woonden hier in de streek wel vijfduizend mensen; tegenwoordig telt Gajtan niet meer dan honderdvijftig zielen. Er waren twee scholen, nu is er nog maar één leerling,’ vertelt Miroslav Petrovic, die zo de vinger op de zere plek van de afgelegen regio’s van Servië legt: de ontvolking. Maar de inwoners van Adzinci laten het er niet bij zitten. Vroeger was het agrarisch gebied. Nu wordt 90 procent van de percelen niet meer bewerkt. Is er geen veeteelt? Geen probleem! Het ontbreekt de inwoners van Adzinci niet aan ondernemingsgeest.

    ‘We zitten hier in bergachtig gebied, ideaal om veeteelt te ontwikkelen. We zijn een soort fabriek in de open lucht. Het is ook een regio met veel thermale bronnen. Dat opent perspectieven voor thermaal toerisme. Als we een beter wegennet zouden hebben, zouden we bereikbaar kunnen zijn vanuit de bestaande badplaatsen, met name Prolom Banja en Sijarinska Banja, en toeristen kunnen ontvangen, hun onze plaatselijke specialiteiten en dranken aanbieden,’ legt Zoran Delibasic uit.

    In Adzinci – of Poetinovo, wat maakt het uit – ontbreekt het de mensen niet aan initiatieven. Hoefden ze er nou maar niet de wereldpolitiek bij te halen om hun plaatselijke problemen op te lossen…

    Auteur: Marko Lovric
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    NIN
    Belgrado | weekblad | oplage 30.000

    Prominent weekblad uit voormalig Joegoslavië heeft zich heruitgevonden. Nu het meest serieuze Servische magazine.

  • Propagandaoorlog EU-Rusland

    Propagandaoorlog EU-Rusland

    Het Europees Parlement heeft genoeg van de Russische propaganda. Onlangs werd een resolutie aangenomen ter bestrijding van Russische media ‘die een bedreiging vormen voor de Europese waarden’.

    De leden van het Europees Parlement in Straatsburg hebben onlangs gedebatteerd over maatregelen tegen het informatiebeleid dat door pro-Kremlin-media wordt gevoerd. Verder is er een ontwerpresolutie in stemming gebracht (en op 23 november aangenomen) waarin de Russische media worden bestempeld als bedreiging voor de traditionele Europese waarden. Dat zou vertaald moeten worden in politieke en financiële ondersteuning van de propagandainstrumenten van het oude continent.

    Uit gesprekken met vertegenwoordigers van het Europees Parlement blijkt dat Europa het informatie-instrumentarium van het Kremlin zou hebben onderschat. In het dertig bladzijden tellende verslag dat betrekking heeft op propaganda en contrapropaganda wordt benadrukt dat Moskou ‘met de Russische annexatie van de Krim en de door Rusland gevoerde hybride oorlog in het Donetsbekken’ de confrontatie met de Unie heeft geïntensiveerd en een propagandaoorlog is begonnen om ‘de samenhang in het buitenlands beleid van de EU’ te ondermijnen.

    Bedreiging

    Volgens het document heeft het informatiebeleid van het Kremlin een belangrijke invloed op de publieke opinie, niet alleen in Rusland, maar ook binnen de EU. Die invloed wordt echter voornamelijk uitgeoefend op de landen die deel uitmaken van de belangensfeer van het Oostelijk Partnerschap, namelijk Georgië, Azerbeidzjan, Oekraïne, Moldavië, Wit-Rusland en Armenië. De nationale media in deze landen zijn vaak zwak en kunnen geen weerwerk bieden tegen de machtige Russische media, aldus het verslag.

    De auteurs benadrukken dat de propaganda een bedreiging is geworden voor de territoriale integriteit van de EU, alvorens over te gaan tot een nogal curieuze beoordeling van het mediabeleid van het Kremlin: ‘De Russische regering heeft gebruikgemaakt van een groot aantal instrumenten en hulpmiddelen, zoals speciale stichtingen (Russkiy Mir), meertalige tv-kanalen (Russia Today), pseudonieuwsagentschappen en multimediadiensten (Sputnik), grensoverschrijdende sociale en religieuze groepen – aangezien het regime zichzelf wil presenteren als de enige ware beschermer van de traditionele christelijke waarden.’

    Deze strategie maakt deel uit van een campagne om de Europese Unie te destabiliseren en te verdelen, zo concludeert het document. Het verslag gaat niet uitsluitend over Rusland, want er wordt ook voor gepleit om de propaganda van Islamitische Staat tegen te gaan. Deze analogie heeft geleid tot protest van het EP-lid Javier Couso Permuy (fractie Europees Unitair links, Spanje), die het ‘onverantwoord’ vindt om Rusland als een even grote bedreiging aan te merken als IS.

    Vladimir Poetin tijdens zijn eindejaarstoespraak in Moskou in 2015. – © Maxim Zmeyev / Reuters
    Vladimir Poetin tijdens zijn eindejaarstoespraak in Moskou in 2015. – © Maxim Zmeyev / Reuters

    ‘Het Kremlin investeert veel geld in de ontwikkeling van media en andere structuren om de mensen te hersenspoelen en desinformatie te verspreiden, om er zo voor te zorgen dat het Europees beleid de Russische belangen dient,’ aldus Petras Austrevicius, EP-lid voor de fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa. ‘Het doel is Europa te laten ontsporen, door de mensen te vertellen dat de Europese waarden niet deugen en dat de EU Rusland alleen maar schade wil berokkenen zonder te weten wat er gebeurt.’

    Het antwoord op de Russische propaganda moet volgens Austrevicius bestaan uit financiële en politieke ondersteuning van structuren die de leugens van de Russische media aan het licht brengen. Er worden werkgroepen opgezet zoals EastStratCom, dat belast is met de analyse van de desinformatie. Bovendien zouden er, zoals EP-lid Couso Permuy heeft aangegeven, Russischtalige Europese media moeten worden opgezet om de media van het Kremlin weerwerk te bieden. Zij moeten journalisten ontmaskeren die voor bepaalde media werken en directe beschuldigingen van desinformatie inbrengen tegen vertegenwoordigers van de Russische pers. Met andere woorden: op de Russische propaganda wil Europa reageren met propaganda.

    ‘In Tsjechië en Slowakije zijn sinds 2014 meer dan honderd pro-Kremlin-websites opgezet’

    Voor de oprichter van de Oekraïense website Stopfake.org, Jevgen Fedchenko, gaat het erom dat het Europees Parlement het bestaan erkent van het fenomeen ‘propaganda van het Kremlin’, en dat het dit kan evalueren. Volgens hem moet er permanent gesurveilleerd worden, onder meer door een lijst op te stellen van betrokken organisaties en journalisten, en door te achterhalen hoe deze propaganda buiten de Russische grenzen wordt gefinancierd.

    Volgens Fedchenko zou het tevens nuttig zijn om samen te werken met bedrijven als Facebook, Google en Twitter, om ‘het opduiken van propaganda-inhoud te beperken, of het op zijn minst te signaleren, zodat het publiek weet waar het om gaat. Hetzelfde geldt voor de adverteerders: er moet worden uitgelegd waarom hun reclameboodschappen niet moeten worden verspreid via dat soort media.’

    Olga Irisova, analiste bij het Pools-Russische Centrum voor Dialoog en Begrip, wijst erop dat er al lange tijd gewacht wordt op de start van een actieve Europese campagne: ‘Het Kremlin heeft zich zowel direct (met Russia Today en Sputnik) als indirect (met de zogenaamde ‘trollen’ en ‘deskundigen’ die de boodschap van het Kremlin in lokale media verspreiden) in het Europese medialandschap geïnstalleerd. Zo zijn er bijvoorbeeld in Tsjechië en Slowakije sinds 2014 meer dan honderd pro-Kremlin-websites opgezet.’

    De hoofdredactrice van Russia Today, Margarita Simonjan, heeft recentelijk haar beklag gedaan over ‘deze curieuze vrijheid van meningsuiting, die erin bestaat enkele afwijkende stemmen onder de duizenden Europese media aan te vallen’. Irisova antwoordt dat de pro-Kremlin-media hun best doen de liberale waarden als zodanig in diskrediet te brengen. Dat is de reden dat de mensen er voortdurend aan moeten worden herinnerd dat vrijheid te verkiezen is boven het ontbreken van vrijheid. De deskundige benadrukt dat de strategie van de EU er weliswaar op gericht moet zijn het informatiebeleid van het Kremlin tegen te werken, maar dat het tevens het liberale gedachtegoed moet stimuleren bij Europeanen die zijn begonnen zich daarvan af te wenden.

    Auteur: Aleksej Gorbatsjov

    Nezavisimaya Gazeta
    Rusland | dagblad | 
oplage 42.000

    Nieuws en achtergronden op het gebied van o.a. politiek, geschiedenis en cultuur. Gaat een kritische benadering niet uit de weg.

  • 3. Open brief uit Rusland

    3. Open brief uit Rusland

    Vriendschap tussen de VS en Rusland? Vergeet het maar.

    Geachte mijnheer de 45e president van de 
Verenigde Staten,

    Voor het eerst bevond mijn land zich zo ongeveer in het centrum van uw presidentsverkiezingen. Wat heeft u er niet allemaal over gezegd, u en uw tegenstander! Natuurlijk moeten we niet alles letterlijk nemen wat er tijdens verkiezingscampagnes wordt geopperd, vooral niet in Amerika. Maar al te pittige uitspraken kunnen de winnaar soms tijdens zijn ambtstermijn nog lang blijven achtervolgen.

    De wereld verandert snel, en op onomkeerbare wijze. Het zou naïef zijn om te denken dat de gebeurtenissen op het wereldtoneel gestuurd worden vanuit Moskou of Washington. U lijkt dat in te zien, aangezien u zich niet met alles lijkt te willen bemoeien en ook niet altijd het Amerikaanse belang vooropstelt. Maar u zegt ook dat Amerika zijn kracht moet laten zien en respect moet afdwingen. Die twee houdingen zijn lastig met elkaar te verenigen.

    Als rechtgeaard zakenman heeft u altijd benadrukt dat u als president ‘de beste deals’ zou sluiten. Wat dat betreft staan u twee verrassingen te wachten. In de eerste plaats valt er in de politiek niet over alles een deal te sluiten. Ten tweede, waar het in zaken gewoon is om de onderhandelingstafel te verlaten als de uitkomst je niet bevalt en dan maar een andere zakenpartner te zoeken, is dat in de politiek niet mogelijk.

    Rusland proberen te veranderen heeft geen zin. Rusland volgt zijn eigen logica, en als die misschien heel anders is dan die van de VS, betekent dat niet dat die geen recht van bestaan heeft

    Rusland en de VS hebben weinig met elkaar gemeen. Hun wereldbeeld, prioriteiten, waarden, de staatsvorm en de samenleving: alles verschilt hemelsbreed van elkaar. Deze verschillen zijn diepgeworteld in de wezensaard van de twee grootmachten.

    Om die reden is het verstandig ons geen illusies te maken over een al te hechte vriendschap tussen onze staten, of zelfs maar over de mogelijkheid van een bondgenootschap. Rusland proberen te veranderen heeft geen zin. Rusland volgt zijn eigen logica, en als die misschien heel anders is dan die van de VS, betekent dat niet dat die geen recht van bestaan heeft. U hoeft niet te verwachten dat Rusland samen met u zal optrekken tegen China of Iran. Als Rusland zich op het Oosten richt, is dat niet omdat het land ruzie heeft met het Westen, maar omdat dat dat geostrategisch noodzakelijk is.

    We zullen met onze tegenstellingen moeten leren leven, ze niet uit de hand laten lopen en de risico’s ervan temperen. We moeten leren om elkaar te respecteren, al zijn we het vaak oneens, een dialoog aan te gaan om de bedreigingen het hoofd te bieden waar we aan blootstaan. Vooral moeten we ons elk op onze binnenlandse aangelegenheden blijven richten, want daar bevinden zich de grootste uitdagingen.

    Auteur: Fjodor Loekianov
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Rossiya v global’noy politiké
    Rusland | tweemaandelijks | oplage onbekend

    Russische tegenhanger 
van het Amerikaanse 
Foreign Affairs.

  • 3. Voorkom confrontatie in Syrië

    3. Voorkom confrontatie in Syrië

    De spanning tussen Rusland en de VS is gevaarlijk hoog opgelopen, schrijft de Russische politicoloog Fjodor Loekianov. Een militair treffen in het Syrische luchtruim moet koste wat kost worden vermeden.

    Begin september schreef ik dat Moskou en Washington terug waren gekeerd ‘naar het lang vervlogen tijdperk waarin de twee landen de belangrijkste kwesties van de internationale politiek onderling konden regelen’. Dat was ietwat overhaast en daarvoor vraag ik de lezers om vergiffenis. Het presidentschap van Obama is intussen ten einde, en de spanning tussen Rusland en de Amerikanen is dermate hoog opgelopen dat er God weet wat kan gebeuren. Ik hoopte vergeefs dat de Amerikaanse president aan het eind van zijn regeerperiode vrijelijk beslissingen zou kunnen nemen en zijn termijn graag met constructieve akkoorden zou willen besluiten.

    De crisis in Syrië had op zich de aanleiding kunnen zijn voor een voorbeeldige samenwerking, weliswaar niet uit onderlinge sympathie, maar wel vanuit het besef dat de twee landen zonder elkaar niets kunnen beginnen. In plaats daarvan bleek die tot een verkilling van de onderlinge relatie te leiden. Diplomatieke oplossingen hebben definitief plaatsgemaakt voor militaire logica. De wapens spreken en ondanks alle discussies van de laatste jaren over de terugkeer van de ‘geest van de Koude Oorlog’, waren we daar toch niet meer aan gewend. Al sinds begin jaren tachtig was in de politieke arena de tactiek van de ‘laatste waarschuwing’ niet meer zo overheersend. Ook zagen we al heel lang niet meer bedreigingen over en weer elke hoop op een diplomatieke oplossing overstemmen. Noch tijdens het Russisch-Georgische conflict in 2008, noch aan het begin van de crisis in Oekraïne was de situatie zo ernstig.

    Al met al doen de gebeurtenissen vermoeden dat het lot van de wereld opnieuw in handen ligt van de regeringen van de twee vroegere supermachten. De ‘dialoog’ wordt ook nu via de luidsprekers gevoerd, en geen van beide partijen is bereid om knopen te ontwarren of ze door te hakken.

    In een gespannen periode als deze vormen misverstanden een groter gevaar dan de aloude “bolsjewistische onbuigzaamheid”, omdat ze kunnen leiden tot verkeerde inschattingen en funeste beslissingen

    Hoe heeft het zover kunnen komen? Dat is een andere, bijzonder lastige vraag. Zeker is dat deze situatie al vóór de burgeroorlog in Syrië is ontstaan en helaas nog voort zal duren wanneer die ten einde is. De lijst met wederzijdse verwijten blijft maar groeien en beide partijen benadrukken dat hun geduld bijna op is. Diplomatieke taal wordt allang niet meer gebezigd, de omgangsvormen zijn ouderwets hard.

    Wat valt hiertegen te doen? Allereerst moeten de oorlogsretoriek en het wapengekletter ons geen angst inboezemen. Soms helpen die bij het vermijden van een directe confrontatie. In een gespannen periode als deze vormen misverstanden een groter gevaar dan de aloude ‘bolsjewistische onbuigzaamheid’, omdat ze kunnen leiden tot verkeerde inschattingen en funeste beslissingen. Toch is het zorgwekkend als militairen volledig de toon van officiële mededelingen bepalen. Hun taak is het om met proportionele middelen op militaire dreigingen te reageren. Maar bij een conflict tussen grootmachten (en dat zijn we bijna) gaat het om een ingewikkeld samenspel van omstandigheden en belangen, waarin een groot aantal factoren moet worden meegewogen.

    Nieuwe kwetsbaarheden

    In een wereld waarin de internationale relaties veranderd zijn ten opzichte van die van de Koude Oorlog, is dat des te sterker het geval. Er zijn nieuwe kwetsbaarheden ontstaan, op veel gebieden zijn we tot meer in staat dan vroeger, op andere juist minder. Het idee om weer een Russische legerbasis op Cuba te openen, hoe aantrekkelijk misschien ook, heeft bijvoorbeeld meer symbolische dan praktische waarde; de kosten ervan zouden niet opwegen tegen de baten. Waarschijnlijk zal geprobeerd worden om Rusland met sancties op de knieën te krijgen. Onder valse voorwendselen zullen de sancties harder en langduriger worden, totdat Rusland er wellicht onder bezwijkt, zoals dat ook tussen 2010 en 2015 met Iran gebeurde.

    Als rechtvaardiging daarvoor zullen ‘oorlogsmisdaden’ in Syrië genoemd worden, of door de staat ‘georkestreerde’ cyberaanvallen, evenals het mislukken van de akkoorden van Minsk [inzake de burgeroorlog in Oekraïne]. En dit zal nog maar het topje van de ijsberg zijn, de lijst wordt ongetwijfeld nog veel langer. Het is vooralsnog niet duidelijk of Europa de Verenigde Staten hierin zal volgen. De Europese Unie is verdeeld, zowel de lidstaten onderling als de bevolking binnen deze landen. De discussie die sinds kort in Duitsland wordt gevoerd, zal de verschillen tussen de lidstaten nog verder versterken. Misschien kan een besluit tot nieuwe sancties nog worden vermeden, maar de versoepeling die twee maanden geleden nog werd verwacht zal er niet gaan komen. Recente uitspraken van de Franse regering doen vermoeden dat we er niet op hoeven rekenen dat het beleid van Europa wezenlijk zal verschillen van dat van de Verenigde Staten.

    De eerste Russische luchtaanval boven Aleppo tegen ISIS en Al-Nusra Front, 16 augustus 2016. – © TASS  TASS via Getty Images
    De eerste Russische luchtaanval boven Aleppo tegen ISIS en Al-Nusra Front, 16 augustus 2016. – © TASS TASS via Getty Images

    Dit alles staat op korte termijn te gebeuren, zij het misschien niet onmiddellijk. Koste wat kost moet een directe militaire confrontatie tussen het Russische en Amerikaanse leger in het Syrische luchtruim worden vermeden. Ook moet worden onderzocht of met de huidige proxy war [oorlog bij volmacht, waarbij de grootmachten zelf niet tegen elkaar vechten] de beoogde doelen wel kunnen worden bereikt. Met andere woorden, hoever willen de Verenigde Staten en hun bondgenoten gaan om de Syrische oppositie te steunen? Een koude oorlog is vooral gevaarlijk in het beginstadium, wanneer de ‘rode lijnen’ nog niet vastliggen. Het is zorgelijk dat er opnieuw naar dit paradigma wordt gegrepen. Het belangrijkste is nu om te voorkomen dat de allerergste scenario’s bewaarheid worden.

    Auteur: Fjodor Loekianov
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Rossia v Globalnoj Politike
    Rusland | oplage onbekend

    Opgericht in november 2002 en bedoeld als tegenhanger van het prestigieuze Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs. ‘Rusland in de wereldpolitiek’ heeft de ambitie een internationaal erkend Russischtalig tijdschrift over internationale betrekkingen te zijn. Het werd opgericht door onder andere de Raad voor Defensiebeleid en Russische Veiligheid en het tijdschrift Izvestia.

    CONTEXT – Poetins ultimatum

    Het Russische parlement, de Doema, keurde op 16 oktober jl. het wetsontwerp goed waarin wordt voorzien in het stopzetten van de uitvoering van het akkoord met Washington over de verwerking van overschotten aan plutonium met een militaire bestemming. Dat is de manier waarop Vladimir Poetin zijn ‘breuk’ met de Amerikanen gestalte gaf, schrijft het blad Expert, dat dicht bij het Kremlin staat.

    De Russische president heeft in een officieel document de voorwaarden vastgelegd waaronder Moskou de uitvoering van het akkoord wil hervatten.

    Tot die voorwaarden behoren – afgezien van een plan van uitvoering van het akkoord waar de Amerikanen zich volgens het Kremlin niet aan houden – het verlagen van het aantal strijdkrachten van de NAVO in Oost-Europa, het opheffen van de Magnitski-wet (die toegang tot het Amerikaanse grondgebied ontzegt aan hoge Russische functionarissen die verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van de Russische advocaat Sergej Magnitski in 2009), het opheffen van alle andere sancties en, nogal bijzonder, schadeloosstelling voor de schade die Rusland heeft geleden door zijn tegenmaatregelen (dat wil zeggen voor de schade aangericht aan Rusland door het Russische embargo op producten uit het Westen, als antwoord op de westerse sancties).

  • 2. Hoofdbrekens voor Trump

    2. Hoofdbrekens voor Trump

    In zijn verkiezingscampagne sprak Donald Trump lovende woorden over Vladimir Poetin. Maar als president zal hij harde noten moeten kraken met zijn Russische collega.

    Met zijn nucleaire wapengekletter en brutale militaire optreden zet Vladimir Poetin alle gangbare regels in de Amerikaans-Russische betrekkingen overboord en plaatst hij de Verenigde Staten voor een gevaarlijk dilemma. De nieuwe Amerikaanse president Trump erft een gespannen verhouding met Rusland, waarbij Washington in zijn pogingen Poetin een halt toe te roepen voornamelijk heeft gefaald. Deze maand besloot Moskou zich terug te trekken uit een historisch akkoord over de vernietiging van plutonium voor kernwapens en werd bekend dat het raketten heeft geplaatst in Kaliningrad, aan de Oostzee: twee berichten die onderstrepen hoe Poetins Rusland op geheel nieuwe en onvoorspelbare wijze de spierballen laat rollen.

    Het baart zowel Amerikaanse als Europese functionarissen steeds meer zorgen dat Poetin zo makkelijk de militaire confrontatie zoekt en zijn kernwapenarsenaal betrekt bij discussies die daar volgens het Westen helemaal niets mee te maken hebben. Dat maakt het razend lastig voor de VS en hun Europese bondgenoten om een passend antwoord te vinden op Poetins brutale tactieken, die de afgelopen jaren varieerden van annexatie van de Krim tot luchtsteun voor het Syrische regime en vermeende pogingen om de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden. ‘Het voelt heel erg alsof we een onrustige en gevaarlijke fase in onze bilaterale relatie ingaan,’ zegt Julianne Smith, oud-adviseur van vicepresident Biden en bij het Pentagon ooit verantwoordelijk voor het NAVO-beleid. ‘Trump komt voor een paar belangrijke strategische keuzes te staan,’ aldus Smith.

    Verschillende functionarissen en oud-ambtenaren zijn het erover eens dat Trump in de omgang met dit herrijzende Rusland zal moeten kiezen uit verschillende onaangename en riskante opties. Een verzoenende opstelling om tot een akkoord over Oekraïne te komen kan de spanningen op korte termijn verminderen maar draagt het risico in zich dat het Poetin alleen maar brutaler zal maken. Een hardere lijn draagt het gevaar van escalatie in zich, met het risico van een militaire confrontatie in Syrië of de Baltische staten.

    Rusland is de laatste jaren steeds agressiever in zijn nucleaire beleid, door dreigende taal uit te slaan in discussies over het kernwapenarsenaal en de mogelijkheden voor de inzet daarvan te verruimen

    Sinds Obama’s pogingen om de verhouding met het Kremlin te ‘resetten’ zijn mislukt en Poetin in 2012 weer president werd, heeft Rusland er steeds meer een handje van om kwesties die niets met elkaar te maken hebben toch op elkaar te betrekken. Vaak weigert het zelfs samen te werken bij kwesties waarin beide landen gedeelde belangen hebben, louter om de druk op Washington in andere geschillen op te voeren. Heel anders dan de jaren zeventig, toen tijdens de detente tussen Amerika en het Oostblok beide mogendheden zich strikt aan bepaalde grenzen en ongeschreven regels hielden. Met name besluiten over kernwapens werden toen altijd losgekoppeld van andere kwesties en conflicten. Sinds de inval in de Krim in 2014 en de eenzijdige interventie in Syrië in 2015 heeft het Kremlin die benadering verlaten.

    Dat is een definitieve breuk met het verleden, waarin ruzies over regionale brandhaarden altijd los werden gezien van het overleg over wapenproliferatie. Toen het Kremlin onlangs het verdrag uit 2009 over de vernietiging van plutonium voor kernwapens opzegde, zei het erbij dat het deze stap zou heroverwegen als de VS hun militaire aanwezigheid langs de Russische grens zouden terugschroeven, alle sancties tegen het land zouden opheffen en Moskou financieel zouden compenseren voor de door die sancties veroorzaakte economische schade. Amerikaanse functionarissen zijn teleurgesteld over die Russische stap en ontsteld over wat zij als een verontrustend gedragspatroon zien. Een hoge regeringsfunctionaris noemde de berichten over plaatsing van Iskander-raketten in de Baltische enclave Kaliningrad ‘de laatste van een hele reeks verklaringen en maatregelen die doen betwijfelen of het Rusland ernst is met de vermindering van de hoeveelheid gevaarlijke nucleaire stoffen en daardoor de lange weg naar ontwapening ondermijnen’.


    Rusland is de laatste jaren steeds agressiever in zijn nucleaire beleid, door dreigende taal uit te slaan in discussies over het kernwapenarsenaal en de mogelijkheden voor de inzet daarvan te verruimen. In een opiniestuk in de krant Rossijskaja Gazeta in 2012 gaf Poetin als presidentskandidaat hoog op van de strategische rol van kernwapens in Ruslands buitenlandpolitiek. Hij zinspeelde zelfs op de mogelijkheid om ze in te zetten in een conventionele oorlog. Na zijn aantreden kwam hij met een plan voor de modernisering van Ruslands nucleaire strijdkrachten. In maart van dit jaar verklaarde Poetin dat hij op het punt heeft gestaan kernwapens in paraatheid te brengen toen het lot van de Krim in het geding was. Toen de Russische staatstelevisie hem vroeg of hij bereid zou zijn geweest in dat conflict kernwapens in te zetten, zei hij: ‘We waren er klaar voor. In het overleg met mijn collega’s heb ik gezegd dat de Krim historisch bij ons hoort. Er wonen Russen, die zijn in gevaar, en die kunnen we niet in de steek laten.’

    
Volgens de VS overtreedt Rusland een in 1987 door Reagan en Gorbatsjov gesloten verdrag tegen wapenproliferatie. Daarin beloofden beide landen alle vanaf de grond gelanceerde ballistische en kruisraketten met een bereik van 500 tot 5000 kilometer af te schaffen. Het was een belangrijke stap in de beëindiging van de Koude Oorlog en legde de basis voor verder overleg over vermindering van het aantal kernwapens. In 2010 heeft Rusland nog een nieuw START-verdrag getekend, maar alle pogingen van Obama om over verdere terugdringing van kernwapens te onderhandelen zijn sindsdien afgeketst. Het verdrag loopt af in 2021, en zonder nieuw akkoord zou alle vooruitgang van de afgelopen 25 jaar verloren kunnen gaan. Poetins regering werkt ook al niet meer mee aan het in de jaren negentig opgestarte overleg over de veiligstelling van radioactief materiaal. In maart weigerde Rusland de nucleaire top in Washington bij te wonen.

    In het streven naar goede betrekkingen heeft de regering-Obama steeds de gulden middenweg tussen confrontatie en compromis gezocht, vanuit de gedachte dat het intomen van Rusland op het wereldtoneel strategisch geduld vereist

    Die hardere opstelling op nucleair gebied gaat gepaard met een steeds agressievere inzet van conventionele troepen. Sinds de crisis in Oekraïne scheren Russische gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers vaak rakelings langs de grenzen van het luchtruim van de NAVO en de VS of vliegen ze hinderlijk dicht langs Amerikaanse vliegtuigen en oorlogsschepen. Russische vliegtuigen schenden ook geregeld het luchtruim van landen als Finland en Zweden, die niet bij de NAVO zijn aangesloten maar wel meedoen aan de EU-sancties tegen Moskou. In maart 2015 zei de Russische ambassadeur in Kopenhagen dat Deense oorlogsschepen het ‘doelwit van Russische kernraketten’ zouden worden als er geavanceerde radarapparatuur op werd geïnstalleerd.

    Waar Rusland door de VS en de NAVO wordt afgeschilderd als internationale provocateur, beschuldigt Moskou de VS ervan in Ruslands achtertuin ‘staatsgrepen’ aan te wakkeren door democratiegezinde regeringen te steunen en het nucleair evenwicht te verstoren met raketschilden. Het is waar dat de VS in 2002 het ABM-verdrag over antiballistische raketten hebben opgezegd. Russische functionarissen vinden de plaatsing van Amerikaanse antiraketsystemen in Oost-Europa een provocatie en wijzen dat aan als oorzaak van het vastgelopen ontwapeningsoverleg. Moskou verwijt de NAVO en de VS roekeloos gedrag, verwijzend naar de grotere inzet van Amerikaanse tanks en troepen in Ruslands buurlanden en oefeningen met B-2-bommenwerpers dicht bij de Russische grens.

    In het streven naar goede betrekkingen heeft de regering-Obama steeds de gulden middenweg tussen confrontatie en compromis gezocht, vanuit de gedachte dat het intomen van Rusland op het wereldtoneel strategisch geduld vereist. Zo koos men na de invasie in Oekraïne en de annexatie van de Krim voor economische sancties in plaats van militaire actie. Maar de sancties, die Europa verdelen en geld kosten, hebben Ruslands ‘groene mannetjes’ niet verdreven en de Krim niet kunnen teruggeven aan Oekraïne. ‘We moeten een samenhangend beleid tegenover Rusland ontwikkelen,’ aldus een westerse diplomaat.

    ‘We kwamen, we zagen, hij stierf’

    Het vinden van een manier om de oplopende spanningen met Rusland te verminderen wordt een taak voor de nieuwe Amerikaanse regering. In Syrië werd Obama in 2015 overrompeld door de Russische inzet van artillerie en luchtmacht, waardoor de strijd kantelde in het voordeel van Assad. Door die interventie bepaalt Rusland nu de agenda in Syrië, waar Washington drastisch aan invloed heeft ingeboet en niet veel mogelijkheden meer heeft voor militair ingrijpen. Toen de voorzitter van de Joint Chiefs of Staff, generaal Joseph Dunford, door de Senaat werd gevraagd naar de mogelijkheid om in Syrië een no-flyzone in te stellen, zei hij dat ‘we dan oorlog moeten voeren tegen Syrië en Rusland’.

    Hillary Clinton pleitte in haar verkiezingscampagne herhaaldelijk voor een no-flyzone of een ‘veilige zone’ voor Syrische burgers. Ze trad nooit in detail over wat dat precies moest behelzen, maar haar adviseurs stelden dat de VS bijvoorbeeld een Syrisch vliegtuig zouden kunnen neerhalen, om Rusland zo te dwingen tot een duidelijke keuze: Assad verdedigen of samenwerken met Washington. Bij haar pleidooi voor een no-flyzone ging Clinton steeds voorbij aan de aanwezigheid in Syrië van het geavanceerde Russische luchtafweersysteem S400, dat ingezet zou kunnen worden tegen Amerikaanse toestellen die zo’n no-flyzone moeten opleggen.

    Het Kremlin zou een no-flyzone waarschijnlijk als een directe bedreiging voor de eigen troepen in Syrië beschouwen, zeker na wat er in Libië is gebeurd toen Clinton nog minister van Buitenlandse Zaken was. Toen de Veiligheidsraad in 2011 instemde met een no-flyzone in Libië, onthield het Rusland van president Medvedev zich van stemming. Clinton zou de Russen toen hebben verzekerd dat de actie niet was bedoeld om Gaddafi ten val te brengen. Maar vervolgens bleek de luchtsteun van de NAVO de Libische rebellen flink te helpen en dook er een video op van een lachende Clinton die de dood van Gaddafi omschreef als: ‘We kwamen, we zagen, hij stierf.’

    Het Kremlin voelde zich door de Amerikanen bedrogen. Volgens deskundigen hebben die interventie en de dood van Gaddafi Poetin ertoe gebracht om zich weer kandidaat te stellen voor het presidentschap.

    Vladimir Poetin en de Servische president Tomislav Nikolic tijdens een militaire parade in Belgrado. – © Vasily Maximov / Reuters
    Vladimir Poetin en de Servische president Tomislav Nikolic tijdens een militaire parade in Belgrado. – © Vasily Maximov / Reuters

    In de Amerikaanse verkiezingscampagne heeft Trump, heel anders dan Clinton, juist een verzoenende toon jegens Rusland aangeslagen. Clinton heeft vraagtekens gezet bij Trumps zakelijke relaties met Russische investeerders en zijn secondanten ervan beticht dat ze Moskouse propaganda napraten. In oktober spuide Trumps buitenlandadviseur Carter Page in een artikel op de pro-Russische website Sputnik kritiek op de Verenigde Staten vanwege hun ‘inmenging’ in de binnenlandse aangelegenheden van Ruslands buurlanden, waaronder Oekraïne. Volgens Page heeft Washington ‘geen enkel oog voor de Russische belangen’. Trump heeft herhaaldelijk opgeroepen tot hechtere samenwerking met het Kremlin in de strijd tegen IS in Syrië, maar laat verder weinig los over de manier waarop hij met Rusland zou willen omgaan.

    Soms doen de huidige problemen weer denken aan de jaren zeventig. Maar toen hadden beide mogendheden een verstandhouding die hun rivaliteit enigszins in toom hield. Volgens Henry Kissinger, de architect van de onder de presidenten Nixon en Ford tot stand gebrachte detente, ‘ontwikkelde zich een idee van strategische stabiliteit waarin beide landen zich konden vinden terwijl hun rivaliteit op andere gebieden onverminderd doorging’. Die ‘strategische stabiliteit’ en het daaruit resulterende evenwicht zijn sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verdwenen. Rusland voelt zich bedreigd en vernederd door de uitbreiding van de NAVO en de EU in Midden- en Oost-Europa. Het was ook woedend over de door Amerika geleide militaire interventies in Servië en later Irak – allemaal zonder volledig mandaat van de VN-veiligheidsraad.

    Ruslandexperts verschillen met elkaar van mening over de manier waarop Poetin het beste kan worden aangepakt. En geen enkele westerse regering lijkt duidelijk voor ogen te hebben hoe de oud-KGB’er op verschillende afschrikkingstactieken zal reageren, of waar hij met zijn land precies naar streeft. ‘We zien welke tactieken hij nu hanteert en hoe hij zich wereldwijd in verschillende brandhaarden mengt,’ zegt Julianne Smith. ‘Maar we weten niet precies hoever hij daarin wil gaan.’

    Auteurs: Dan De Luce en Reid Standish
    Vertaler: Frank Lekens

    Foreign Policy
    Verenigde Staten |tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • Dossier: Poetins nieuwe Koude Oorlog

    Dossier: Poetins nieuwe Koude Oorlog

    Hoe reageert Donald Trump op de Russische provocaties?

    Bij zijn aantreden wacht de nieuwe Amerikaanse president Trump een pikante confrontatie met Vladimir Poetin, de man over wie hij lovende woorden sprak. Nooit immers sinds de val van de Berlijnse Muur was de spanning tussen het Westen en Rusland zo groot.

    Poetin zorgt voor onrust op de Balkan en in de Baltische staten, dreigde met het inzetten van kernwapens en zou hebben geprobeerd de Amerikaanse verkiezingen (in het voordeel van Trump) te beïnvloeden. De Russische politicoloog Fjodor Loekianov waarschuwt voor een confrontatie in Syrië, de Financial Times voor een cyberoorlog. 

    1. Het woord ‘oorlog’ valt weer in Sarajevo

    2. Hoofdbrekens voor Trump

    3. Voorkom confrontatie in Syrië

    4. De gevaren van een cyberoorlog

    5. Een heel ander soort Koude Oorlog

    6. Stop de domme provocaties tegen Rusland

    © Illustraties: Tammo Schuringa

  • Stop de domme provocaties tegen Rusland

    Stop de domme provocaties tegen Rusland

    Volgens de bekende Britse journalist en polemist Rod Liddle is het Westen op een onnozele manier bezig om Rusland en Poetin zwart te maken. En vergeet het daarbij even de eigen fouten in Oekraïne, Syrië en Irak.

    Keuze uit het archief

    Deze week ging de oorlog in Oekraïne zijn vijfde jaar in. Er is al heel wat geschreven over de oorzaken en implicaties van dit conflict. In veel analyses ontbreekt echter de zelfreflectie, aldus journalist Rod Liddle. Het Westen draagt er met zijn eenzijdige kritiek op Rusland alleen maar aan bij dat het wederzijdse vijanddenken en de oorlogsretoriek in stand worden gehouden, betoogt hij in dit opiniestuk uit 2016.

    Al een paar weken vraag ik me af wat goedkoper zou zijn: een kelder uitgraven en een geigerteller en jodiumpillen kopen, of emigreren naar Nieuw-Zeeland. Je kunt me een angsthaas noemen, maar de kant die we opgaan bevalt me helemaal niet. Ik heb alleen de laatste jaren van de Koude Oorlog bewust meegemaakt, maar voor zover ik me kan herinneren toonden beide kanten, wij en zij, meestal wel een zekere mate van redelijkheid en gezond verstand.

    Ik heb liever dat een politicus pragmatisch is dan charismatisch, en als je me zou vragen wie mijn favoriete Russische politicus is, zou mijn antwoord dan ook altijd zijn: Brezjnev. Liever Brezjnevs grijze, verstikkende onverschilligheid en detente, dan Chroesjtsjov in zijn rol van onberekenbare boer die met de vuist op tafel slaat.

    Als Reagan in die tijd voor een microfoon aankondigde: ‘Over vijf minuten beginnen we met bombarderen’, snapte iedereen dat hij een grapje maakte. Als er nu een idioot parlementslid opkrabbelt en eist dat we Russische vliegtuigen gaan neerschieten, snapt iedereen dat hij geen grapje maakt, maar gewoon stompzinnig en gevaarlijk bezig is. Alleen, dit is een oorlogszuchtige stompzinnigheid die snel om zich heen grijpt. Elke dag schakelt de anti-Ruslandretoriek een tandje hoger. Soms komt die retoriek vanuit onze krijgsmacht, die zich misschien beter op haar gemak voelt met een vijand die ze begrijpt dan met allerlei bendes nihilistische, jihadistische gekken. Dan worden we gewaarschuwd dat de Russen Iskander-raketten in de buurt van de Baltische kust stationeren, om Letland, met zijn grote Russische minderheid, en Polen te bedreigen. En dan vertellen de tabloids ons elke dag dat Russische straaljagers telkens weer langs onze kust op en neer vliegen. Alsof ze dat niet al zeventig jaar doen. En alsof wij niet al zeventig jaar hetzelfde doen bij hen.

    Elke dag schakelt de anti-Ruslandretoriek een tandje hoger

    Van een krijgsmacht kun je dit soort zaken verwachten, neem ik aan. Maar als er ook politici aan boord klauteren, word ik echt ongerust. Want het is ónze kant die me bang maakt – niet de hunne. Boris Johnson, onze minister van Buitenlandse Zaken, riep als een clowneske ayatollah mensen op om te gaan demonstreren bij de Russische ambassade. Hiermee reageerde Boris op de inderdaad barbaarse luchtaanval van de Russen en het Syrische regeringsleger op Aleppo. Een week later ongeveer begon het Westen met chirurgische precisie in het laatste Iraakse IS-bolwerk, Mosul, mensen met echt volle baarden eruit te pikken en aan flarden te bombarderen, waarbij de fatsoenlijke, democratisch ingestelde burgers ter plaatse heel menselijk en barmhartig werden gespaard en natuurlijk zonder een schrammetje het bombardement overleefden.

    Slikken mensen die onzin? De VN en het Internationale Comité van het Rode Kruis hebben gewaarschuwd dat door de glorieuze inname van Mosul meer dan een miljoen mensen op de vlucht zullen slaan – en waarschijnlijk honderden mensen zullen omkomen. Maar als dat gebeurt, is het niet de schuld van de coalitie, het is de schuld van IS, of van wraakzuchtige sjiitische Iraakse soldaten, of van de bloeddorstige peshmerga. Wij hebben niks gedaan, chef.

    Wat de coalitie doet in Syrië en Irak, is net zo onsamenhangend en verkeerd als alle andere dingen die we de afgelopen tijd in het Midden-Oosten hebben gedaan – van de invasie in Irak en de steun aan de opstanden van de enigszins imaginaire ‘Arabische lente’ tot de rampzalige en domme interventie in Libië. Wat wij uit naam van een dwaas, goedbedoeld, liberaal evangelisme hebben gedaan, heeft veel meer levens gekost dan we op het conto van de Russen en Vladimir Poetin kunnen bijschrijven. In Syrië en Irak vechten we om mensen te ondersteunen die niet echt bestaan: de goedwillende, gematigde mensen, niet de jihadisten, maar ook niet Assad. Ze zijn op de vingers van één hand te tellen.

    © Tammo Schuringa
    © Tammo Schuringa

    Een tijdje geleden sprak ik iemand die voor de vluchtelingen in die twee ongelukkige landen werkt en die zeker geen vriend is van het Assad-regime. Wat zou nu het beste scenario zijn, vroeg ik hem. ‘Dat Rusland en Assad zo snel mogelijk winnen. Dan worden de minste burgers gedood.’ Maar wij doen wat we kunnen om die uitkomst te voorkomen, en verlengen zo de oorlog.

    Toen in de uitermate lichtgelovige westerse media de strijd om de bevrijding van Mosul werd aangekondigd, zei Vladimir Poetin te hopen dat de coalitie haar best zou doen om het aantal burgerslachtoffers als gevolg van de militaire acties te beperken; maar hij zei ook dat hij begreep dat een oorlog winnen soms onschuldige levens kost en dat hij niet zou gaan stampvoeten of iedereen zou oproepen om te gaan demonstreren bij de dichtstbijzijnde Amerikaanse of Britse ambassade.

    Kort nadat hij zijn verklaring had afgelegd, kondigden de Russen en de Syrische regering – uit humanitaire overwegingen – een staakt-het-vuren af in en rond Aleppo, zodat burgers zich via zes goed bewaakte corridors in veiligheid konden brengen. Dus terwijl de luchtmacht en de artillerie van de coalitie Mosul bombardeerden, kondigde Poetin zijn staakt-het-vuren af. En misschien is ook dat een reden voor de anti-Russische razernij van onze regering en de zwakke, angstige Amerikaanse regering – Poetin is sluw. Hij wint op zijn sloffen de propagandaoorlog.

    Jachtseizoen

    Het jachtseizoen op al wat Russisch is, is nu al een tijdje geopend. Hun atleten spelen vals en worden uitgesloten van sportevenementen. De onze slikken ondertussen prestatieverhogende medicijnen tegen de astma die ze anders de winst in de Tour de France zou kosten. De VS beschuldigen Poetin ervan dat Rusland een cyberoorlog voert om de presidentsverkiezingen te beïnvloeden. Maar moeten we soms geloven dat de VS géén geheime cyberoorlog voert?

    En dan is er Russia Today, dat nu naar de frontlinie is gedrongen. De Britse bank NatWest, grotendeels staatseigendom, heeft in serieuze, plechtige bewoordingen aangekondigd de bankrekeningen van deze in Groot-Brittannië gevestigde, door Rusland gefinancierde zender te zullen bevriezen. Verdomd, dat hebben we met de Pravda nooit gedaan. NatWest moest inbinden toen Russia Today – niet geheel ten onrechte – over beperking van de vrijheid van meningsuiting klaagde en dreigde dat de bankrekeningen van de BBC-poot in Rusland bevroren zouden worden. Onze regering ontkende glashard de hand te hebben gehad in het oorspronkelijke besluit van NatWest – ja hoor – en een woordvoerder van premier Theresa May voegde daar nogal onhandig aan toe: ‘Als je het breder bekijkt: willen we voorkomen dat er onjuiste informatie wordt verspreid? Ja, natuurlijk willen we dat.’

    Dus het is nogal duidelijk, nietwaar? De regering is hier wel degelijk direct bij betrokken. We proberen een zender dwars te zitten en liefst kapot te maken, omdat die iets uitzendt waar onze regering het niet mee eens is. Ik dacht altijd dat dat iets van de Russen was, dissidenten de mond snoeren? En toch, Russia Today mag dan standaard Poetins wandaden goedpraten, hun nieuwsuitzendingen onthullen soms een waarheid die anders verborgen zou zijn gebleven. Dan is het probleem niet dat ze desinformatie verspreiden, maar dat Russia Today juiste informatie verspreidt die de Britse overheid slecht uitkomt. Is de zender onbevooroordeeld, is hij onpartijdig, biedt hij altijd nuance en wederhoor? Nee, nee en nog eens nee. De BBC wel?

    We negeren onze eigen wandaden tegenover de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting

    Sommige Britten, vooral mannen van ongeveer mijn leeftijd, hebben een zekere neiging om Vladimir Poetin te bewonderen, voornamelijk vanwege zijn daadkracht en ultraconservatisme. Het Westen blijft tobben, maar Poetin treedt op – en misschien vergeven we hem daarom zijn homofobe oprispingen (of prijzen hem er zelfs om).

    Ik ben geen lid van deze ontluikende Britse fanclub. Het is gemakkelijk om daadkracht te tonen als je niet gehinderd wordt door democratie – zoals Poetin. Die is volgens mij amoreel, meedogenloos en oorlogszuchtig. En ik weet niet hoe diep zijn vreemde machismo van de-man-die-naakt-met-een-beer-worstelt gaat, of in hoeverre dat voor de show is. Dit is mijn zorg: wij provoceren en provoceren, we verdraaien de feiten tot ze in ons straatje passen, we demoniseren Poetin en zijn land op een oorlogszuchtige, eenzijdige manier en we negeren onze eigen wandaden tegenover de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting – in Oekraïne, in Syrië en in Irak.

    Ik hoop vurig dat Poetins oorlogszucht alleen maar een act is op het internationale toneel, en dat hij bij lange na niet zo dom is als Boris Johnson. Aan die hoop klamp ik me vast, voordat ik die tickets naar Wellington boek. Want het zou best ijdele hoop kunnen zijn. En het zou kunnen dat hij verder wordt gedreven dan hij kan verdragen.

    Voor een deel hebben we Poetin natuurlijk zelf geschapen. Je kunt een land niet in vijf of zes korte jaren zijn imperium, zijn politieke systeem en reden van bestaan, zijn industrie, zijn banen, zijn geld, zijn prestige en status in de wereld afnemen, en niet verwachten dat daarvoor iets terugkomt, een bepaalde hunkering naar het leven van vroeger, het verlangen naar een Stalin-light. Een hunkering naar Poetin. Het is een gemiste kans dat we Rusland halverwege de jaren negentig niet met liefde hebben overladen en niet hebben uitgenodigd om lid te worden van de NAVO. Het gevolg is dat we nu een antwoord moeten vinden op Poetin. En dat lukt ons niet. We verliezen het aan alle kanten.

  • Wanneer de waarheid er niet meer toe doet

    Wanneer de waarheid er niet meer toe doet

    Dat politici liegen, dat waren we wel gewend. Maar de schaamteloze manier waarop Trump en Poetin het doen is nieuw, schrijft de Russische intellectueel Peter Pomerantsev. ‘We leven in een maatschappij waarin het politici en media niet meer uitmaakt of ze de waarheid vertellen of niet.’ 

    Keuze uit het archief

    De ongekende verkiezingswinst van de PVV in Nederland past in een patroon dat over de hele wereld zichtbaar is: extreemrechtse en populistische leiders grijpen de macht nadat het politieke midden geen oplossingen kon vinden voor de vele crises. Eerst waren het de VS, Brazilië, Italië, Slowakije en Argentinië, nu is Nederland aan de beurt.
    Een reden voor de populariteit van het populisme is volgens Peter Pomerantsev in een artikel in Granta uit 2016 dat we in een tijdperk en maatschappij leven waarin feiten er niet meer toe doen. ‘Je kunt nu alle gekte die je voelt eruit gooien en dan is het prima. En een publiek dat al een decennium zonder feiten leeft, kan zich nu koesteren in een volledig anarchistische bevrijding van de geloofwaardigheid’, aldus Pomerantsev. Woorden die tot nadenken stemmen na een verkiezingscampagne in Nederland die volgens alle deelnemers over ‘de inhoud’ moest gaan, maar waarin vooral feiten, cijfers en woorden van anderen verdraaid werden. Tot zover ‘het eerlijke verhaal’.

    Terwijl zijn leger schaamteloos de Krim annexeerde, verscheen Vladimir Poetin op de televisie en vertelde de wereld doodleuk dat er geen Russische soldaten in Oekraïne waren. Dat was natuurlijk een leugen, maar hij zei er vooral mee dat de waarheid niet belangrijk is. Wanneer Donald Trump zomaar beweert dat hij duizenden moslims in New Jersey heeft zien juichen toen de Twin Towers omlaag kwamen, of dat de Mexicaanse regering met opzet ‘slechte’ immigranten naar de VS stuurt, en bedrijven die zich met het controleren van feiten bezighouden 78 procent van zijn uitspraken als onwaar aanmerken, maar hij toch kandidaat voor het presidentschap van Amerika wordt, dan lijkt het erop dat feiten er niet meer veel toe doen in the land of the free.

    Het is duidelijk dat we in een ‘post-feiten’ of ‘post-waarheid’-maatschappij zonder waarheid leven. Een maatschappij waarin politici en media niet alleen liegen – dat hebben ze altijd gedaan – maar waarin het ze ook niet uitmaakt of ze de waarheid vertellen of niet.

    Technologie

    Hoe heeft het zover kunnen komen? Komt het door de technologie? Door economische globalisering? Is het de culminatie van de geschiedenis van het denken? Er schuilt een puberaal genot in om de last van feiten van je af te schudden – die zware symbolen van opleiding en gezag, die ons herinneren aan onze plaats en onze beperkingen – maar waarom doet deze rebellie zich juist nu voor?

    Velen geven de schuld aan de technologie. Het informatietijdperk heeft niet gezorgd voor een nieuwe tijd waarin de waarheid wordt gesproken, maar maakt juist mogelijk dat leugens zich razendsnel verspreiden in wat techneuten ‘digitale bosbranden’ noemen. Tegen de tijd dat een factchecker een leugen heeft ontdekt, zijn er alweer duizenden nieuwe gecreëerd, en door de enorme omvang van de ‘cascades van desinformatie’ is de onwaarheid niet meer te stuiten. Het enige wat telt is dat de leugen clickable is en dat wordt bepaald door de mate waarin die leugen inspeelt op bestaande vooroordelen van mensen. Algoritmen die zijn ontwikkeld door bedrijven als Google en Facebook zijn gebaseerd op eerdere zoekopdrachten en clicks, dus met elke nieuwe zoekopdracht en elke volgende klik ziet men de eigen vooroordelen bevestigd. Sociale media, die nu voor de meeste Amerikanen de belangrijkste bron van nieuws vormen, lokken ons in echokamers van gelijkgestemden en geven ons alleen wat we aangenaam vinden – of dat nu waar is of niet.

    Misschien heeft de technologie ook subtielere invloeden op onze verhouding met de waarheid. De nieuwe media met hun talloze schermen en streams maken de realiteit zo gefragmenteerd dat deze niet meer te bevatten is, en zo stuwen ze ons, of laten ze ons ontsnappen, naar virtuele realiteiten en fantasieën. Door deze fragmentatie, in combinatie met de desoriëntatie van de globalisering, gaan mensen verlangen naar een veiliger verleden, en zo ontstaat nostalgie. ‘De eenentwintigste eeuw wordt niet gekenmerkt door de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden,’ schreef de overleden Russisch-Amerikaanse filoloog Svetlana Boym, ‘maar door de toename aan nostalgie (…) nostalgische nationalisten en nostalgische kosmopolieten, nostalgische natuurbeschermers en nostalgische metrofielen [liefhebbers van steden] wisselen pixelvuur uit in de blogosfeer.’

    Zo verkopen de legers internettrollen van Poetin dromen over de herrijzenis van het Russische Rijk en de Sovjet-Unie; Trump twittert over ‘Make America Great Again’; Brexiteers hunkeren op Facebook naar een verloren Engeland; de virale gruwelvideo’s van IS verheerlijken een mythisch kalifaat. Zoals Boym betoogde: restauratieve nostalgie streeft er ‘met paranoïde vastberadenheid’ naar om het verloren vaderland opnieuw op te bouwen, ziet zichzelf als ‘waarheid en traditie’, heeft een obsessie voor indrukwekkende symbolen en ‘vervangt kritisch denken door emotionele binding’. ‘In extreme gevallen kan deze nostalgie een schijnvaderland creëren, waarvoor mensen bereid zijn te sterven of te doden. Ondoordachte nostalgie kan monsters baren.’

    Als alle feiten zeggen dat je geen economische toekomst hebt, waarom zou je dan feiten willen horen?

    De vlucht in technofantasieën heeft veel te maken met economische en sociale onzekerheid. Als alle feiten zeggen dat je geen economische toekomst hebt, waarom zou je dan feiten willen horen? Als je in een wereld leeft waarin een kleine gebeurtenis in China leidt tot verlies aan banen in Lyon, waarin je regering kennelijk geen macht heeft over de gebeurtenissen, dan verdwijnt het vertrouwen in oude gezagsinstituties – politici, wetenschappers, de media. En dat leidt tot de bewering van Brexit-leider Michael Gove dat de Britten ‘genoeg hebben van deskundigen’, tot Trumps tirades tegen de ‘lamestream’-media en tot de bloei van sites voor ‘alternatief nieuws’ op internet.

    Paradoxaal genoeg blijk uit een onderzoek van Northeastern University dat mensen die de ‘mainstream’-media niet vertrouwen, meer geneigd zijn onjuiste informatie te geloven: ‘Het is verrassend dat consumenten van alternatief nieuws, die juist proberen de “massamanipulatie door mainstreammedia” te vermijden, het meest ontvankelijk zijn voor valse beweringen.’ Gezonde scepsis eindigt in een zoektocht naar onwaarschijnlijke complotten. Poetins door het Kremlin gecontroleerde televisie ziet achter alles een Amerikaanse samenzwering, en volgens sommige elementen in de Brexit-campagne was er sprake van een Duits-Frans-Europees complot tegen Groot-Brittannië.

    ‘Objectieve verslaggeving bestaat niet,’ beweren Dmitri Kiseljov en Margarita Simonyan, die aan het hoofd staan van Poetins propagandanetwerken, als hen wordt gevraagd om de redactionele uitgangspunten te verklaren waarbinnen aan samenzweringstheorieën evenveel waarde wordt gehecht als aan wetenschappelijk onderzoek. RT, de internationale zender van het Kremlin, beweert dat het ‘een alternatief standpunt’ biedt, maar in de praktijk betekent dit dat de hoofdredacteur van een uiterst rechts blaadje een even geloofwaardige studiogast wordt gevonden als een onderzoeker van de universiteit, en zo wordt een leugen even geschikt bevonden voor uitzending als een feit. Donald Trump speelt eenzelfde spel door ongefundeerde geruchten voor te stellen als redelijke, alternatieve meningen, en door verzinsels, zoals dat Obama moslim is of dat Ted Cruz in het geheim een Canadees paspoort heeft, te brengen onder de dekmantel van ‘veel mensen zeggen dat…’

    Dit gelijkstellen van waarheid en vervalsing wordt gevoed door een alomtegenwoordig laat-postmodernistisch relativisme dat de afgelopen dertig jaar van de wetenschappelijke wereld is doorgesijpeld naar de media en vandaar naar de rest van de wereld. Hierin wordt het credo van Nietzsche, ‘Er bestaan geen feiten, alleen interpretaties’, zo opgevat dat elke versie van gebeurtenissen gewoon een ander verhaal is, waarin leugens verontschuldigd kunnen worden als ‘een alternatieve kijk’ of ‘een mening’, omdat ‘alles betrekkelijk is’ en ‘iedereen zijn eigen waarheid heeft’ (en op internet is dat ook zo).

    © Paul Faassen
    © Paul Faassen

    Volgens Maurizio Ferraris, een van de oprichters van de beweging New Realism en een van de meest overtuigende critici van het postmodernisme, maken we nu de culminatie mee van twee eeuwen denken. De Verlichting streefde er oorspronkelijk naar het onderzoeken van de wereld mogelijk te maken door het recht om de werkelijkheid te definiëren weg te halen bij een goddelijke autoriteit en over te dragen aan de individuele rede. Het ‘Ik denk dus ik ben’ van Descartes plaatste de zetel der kennis in de menselijke geest. Maar als het enige wat je kunt kennen je geest is, dan ‘is de wereld mijn voorstelling’, zoals Schopenhauer stelde.

    Aan het eind van de twintigste eeuw gingen de postmodernisten nog verder, door te beweren dat ‘er niets is buiten de tekst’ en dat al onze ideeën over de wereld komen van de machtsstructuren die ons zijn opgelegd. Dit heeft geleid tot een syllogisme dat Ferraris zo formuleert: ‘Alle realiteit blijkt een constructie van macht te zijn, en dat maakt die realiteit zowel verwerpelijk (wanneer we met “Macht” de macht bedoelen die ons overheerst) als kneedbaar (wanneer we met “macht” bedoelen “in onze macht”).’

    Het postmodernisme zag zichzelf oorspronkelijk als emanciperend, een manier om mensen te bevrijden van de onderdrukkende vertellingen waaraan ze waren blootgesteld. Maar, zegt Ferraris, ‘de komst van het mediapopulisme toonde een afscheid van de realiteit dat helemaal niet emanciperend was’. Als de realiteit oneindig kneedbaar is, dan kon Berlusconi, die zo veel invloed op Poetin heeft gehad, terecht zeggen ‘Snap je dan niet dat iets – een idee, een politicus of een product – niet bestaat als het niet op televisie is?’ Dan kon de regering-Bush een oorlog die gebaseerd was op onjuiste informatie legitimeren. ‘Als we handelen, scheppen we onze eigen werkelijkheid,’ zei een adviseur van Bush, waarschijnlijk Karl Rove, tegen The New York Times in een citaat dat Ferraris als voorbeeld neemt, ‘en terwijl jullie die werkelijkheid bestuderen – op jullie eigen, grondige wijze – zullen wij weer handelen, en zo weer nieuwe werkelijkheden scheppen.’

    ‘De Remain-campagne kwam steeds met feiten, feiten, feiten, feiten, feiten. Dat werkt gewoon niet. Je moet emotioneel contact leggen met mensen’

    En wat nog erger is: door te zeggen dat alle kennis (onderdrukkende) macht is, nam het postmodernisme de basis weg van waaruit je tegen de macht kon redeneren. Het poneerde dat ‘omdat rede en intellect vormen zijn van overheersing, bevrijding gezocht moet worden via gevoelens en het lichaam, die van nature revolutionair zijn’.

    Het verwerpen van op feiten gebaseerde argumenten en kiezen voor emoties wordt een onderwerp op zichzelf. De politieke echo hiervan kunnen we horen in de redenering van Arron Banks, de oprichter van de campagne om de EU te verlaten: ‘De Remain-campagne kwam steeds met feiten, feiten, feiten, feiten, feiten. Dat werkt gewoon niet. Je moet emotioneel contact leggen met mensen. Dat is het succes van Trump.’ Ferraris ziet de wortel van het probleem in het antwoord van filosofen in de achttiende eeuw op de opkomst van de wetenschap. Naarmate de wetenschap het interpreteren van de werkelijkheid overnam, werd de filosofie antirealistischer, om zo een ruimte te houden waarin ze nog een rol kon spelen.

    Koude Oorlog

    In mijn pogingen de wereld te begrijpen waarin ik ben opgegroeid en waarin ik leef – een wereld die in mijn geval werd bepaald door Rusland, de EU, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten – hoef ik niet zo ver terug te gaan om een tijd te vinden waarin feiten ertoe deden. Ik weet nog dat feiten verschrikkelijk belangrijk leken tijdens de Koude Oorlog. Zowel Sovjet-communisten als westerse democratische kapitalisten vertrouwden op feiten om te bewijzen dat hun ideologie de juiste was. Vooral de communisten hadden er een handje van de feiten in hun voordeel te draaien – maar uiteindelijk verloren ze toch, omdat ze hun verhaal niet langer konden volhouden. Als ze op een leugen werden betrapt, reageerden ze woedend. Het was belangrijk om als consciëntieus beschouwd te worden.

    Waarom waren feiten voor beide partijen belangrijk? Allebei probeerden ze, ten minste officieel, het bewijs te leveren voor een idee van rationele vooruitgang. Ideologie, verhaal en het gebruik van feiten gingen hand in hand. Des te meer, zoals mediaondernemer en activist Tony Curzon Price me heeft uitgelegd, omdat gezag en leiderschap in oorlogstijd belangrijk zijn voor je veiligheid. Je kijkt tegen leiders op vanwege – en zij overtuigen je met – de feiten.

    Toen kwamen de jaren negentig. Er was geen vooruitgang meer om naar te streven, er viel niets meer te bewijzen. Feiten raakten gescheiden van politieke verhalen. Dat verschafte wel een zeker geluk: het was een tijd van hedonisme en ecstasy, van een lichthoofdigheid waarin we de feiten van onze bankrekening konden negeren en zo veel schulden konden maken als we wilden. Zonder feiten en ideeën werden de nieuwe meesters van de politiek spindoctors en politieke technologen.

    In Rusland werd de traditie van het tsarisme en de KGB om politieke marionettenbewegingen te vormen gecombineerd met westerse pr-trucs, en zo ontstond een Potemkin-democratie waarin het Kremlin alle vertellingen en alle partijen manipuleerde, van uiterst links tot uiterst rechts. Dit begon in 1996, toen neppartijen en nepnieuws werden gebruikt om president Jeltsin te redden, en het werd vervolgens een model van ‘virtuele politiek’ dat in heel Eurazië werd nagevolgd (Paul Manafort, de spindoctor van Trump, werkte in 2005 in de wereld van het Kremlin om Poetin-adept president Janoekovitsj van Oekraïne te helpen kneden).

    In Groot-Brittannië werd het zichtbaar in de spectaculaire carrière van Alastair Campbell, een niet-verkozen persvoorlichter, die zo invloedrijk werd geacht dat de meest succesvolle politieke satire van die tijd hem de vertegenwoordiger van de macht in het land maakte. In de VS begon het met de Eerste Golfoorlog, door Baudrillard beschreven als een pure media-uitvinding, vervolgens kwam het gedoe rond Bill Clinton en daarna de Tweede Golfoorlog en het legendarische ‘Wij scheppen de werkelijkheid’ van Rove.

    Maar hoe cynisch ze ook waren, de spindoctors en politieke technologen probeerden tot dan toe nog steeds een illusie van de waarheid te geven. Hun verhaal moest geloofwaardig zijn, ook al waren de feiten mager. Toen de werkelijkheid ze inhaalde – het publiek kreeg de illusie van Moskou door, de verhalen over Irak bleken niet waar en de aandelenmarkten stortten in – was één reactie om de hakken in het zand te zetten, te ontkennen dat feiten er überhaupt iets toe doen, je op de borst te kloppen omdat je niets om die feiten geeft.

    Dit heeft veel voordelen voor heersers – en is een opluchting voor kiezers. Poetin hoeft geen overtuigender verhaal te hebben, hij hoeft alleen maar duidelijk te maken dat alle anderen liegen, het morele gezag van zijn tegenstanders te ondermijnen en zijn mensen te laten geloven dat er geen alternatief voor hem is. ‘Wanneer Poetin schaamteloos liegt, wil hij dat het Westen erop wijst dat hij liegt,’ zegt de Bulgaarse politiek wetenschapper Ivan Krastev (zie 360 Magazine #104). ‘Dan kan hij terugwijzen en zeggen: Maar jullie liegen ook.’ En als iedereen liegt dan mag het, of het nu over je persoonlijke leven is of over een invasie in een ander land.

    Dit is een (duister) genoegen. Je kunt nu alle gekte die je voelt eruit gooien en dan is het prima. Het enige wat Trump doet is mensen het plezier gunnen om vuil te mogen spuiten, het genot van pure emotie, vaak woede zonder enige redelijkheid. En een publiek dat al een decennium zonder feiten leeft, kan zich nu koesteren in een volledig anarchistische bevrijding van de geloofwaardigheid.