Tag: Poetin

  • Rusland stevent af op politieke crisis

    Rusland stevent af op politieke crisis

    Welke kant gaat Rusland op? Krijgt het land meer democratie of schiet het in een totalitaire kramp? Duidelijk is in elk geval dat het huidige systeem op ontploffen staat, schrijft mensenrechtenactivist Lev Ponomariov.

    Onafhankelijke deskundigen hadden het al voorspeld: de economische crisis, die voornamelijk wordt veroorzaakt door de gedaalde olieprijs, een agressieve buitenlandpolitiek, internationale sancties en Russische contrasancties, zal in 2016 nog niet voorbij zijn. En inderdaad neemt de inflatie toe, dalen de ambtenarensalarissen, zijn de bejaardenpensioenen te laag geworden om de basisbehoeften van te kunnen betalen en wordt de kloof tussen de rijken en de armen, waarvan er steeds meer zijn, alsmaar groter. De overheid blijkt niet in staat te zijn om deze problemen aan te pakken. Dat belooft een golf aan maatschappelijke protesten op te leveren.

    Keuze uit het archief

    Op vrijdag 7 oktober ontving de Russische burgerrechtenorganisatie Memorial, samen met de Oekraïense organisatie Center for Civil Liberties en de Belarussische mensenrechtenactivist Ales Bialiatski, de Nobelprijs voor de Vrede. Lev Ponomariov was betrokken bij de oprichting van Memorial en zet zich al decennia in voor de bescherming van de mensenrechten in het land van Vladimir Poetin. In 2016 publiceerde Moskovskij Komsomolets, de op een na grootste krant van Rusland, een opiniestuk van de mensenrechtenactivist.

    Het land begint wakker te worden. Om dat te constateren hoef je alleen maar te kijken naar de manier waarop maatschappelijke organisaties zich organiseren in de strijd tegen bepaalde illegale besluiten van de autoriteiten – bijvoorbeeld tegen de stedelijke verdichting en het opheffen van groenstroken ten gunste van Moskouse projectontwikkelaars. Daarbij gaat het niet alleen om het recht van de Moskovieten op gezonde lucht, maar meer in het algemeen om het recht van burgers 
om tegen willekeur te strijden. Deze kwestie is onlangs aan de orde geweest in de Mensenrechtenraad van het Kremlin [een adviesraad van Poetin].

    Waaraan het ook te merken is: parlementsleden, economen en ondernemers komen steeds openlijker met kritiek. De voornaamste informatiekanalen blijven voor politieke tegenstanders ontoegankelijk, maar het lukt ze wel om hun stem te laten horen via sommige media die nog vrij kunnen opereren en via de sociale netwerken. Opvallend genoeg zijn de afwijkende geluiden soms ook afkomstig van 
regeringsleden en deskundigen die dicht bij de macht staan.

    De spanning zal alleen maar verder oplopen met de komende electorale cyclus van parlementsverkiezingen in 2016 en presidentsverkiezingen in 2018. Die vormen een cruciale test, zowel voor de regering als voor de samenleving. Wat kunnen we verwachten en waarop moeten we voorbereid zijn? Net als mijn activistische collega’s streef ik in deze roerige tijden diepgaande veranderingen na, maar dan wel zonder bloedvergieten. Want aan bloedige scenario’s is geen gebrek. Verblind door de macht van de grote getallen voorspellen sommigen voor 2017 zelfs een nieuwe gewapende revolutie.

    Regering

    Maar met welke krachten hebben we op dit moment te maken? Allereerst is er de regering. Die heeft als doel: zichzelf beschermen. Daarvoor is er de keuze uit twee strategieën. Enerzijds kun je uit angst voor een ‘oranjerevolutie’ steeds repressiever worden. Sinds 2012 zijn 
er wetten aangenomen die allerlei vrijheden en protestvormen inperken. De zaak Ildar Dadin, de eerste man in de geschiedenis van post-Sovjet-Rusland die vreedzaam demonstreerde en om die reden in de gevangenis belandde, 
is hiervan een duidelijk voorbeeld. Verder zal binnenkort een wet worden aangenomen die de veiligheidsdiensten meer ruimte geeft om gewapend of met geweld tegen burgers op te treden. 
Tegelijk worden er maatregelen genomen om maatschappelijke organisaties uit besluitvormingsorganen te verwijderen: via diverse amendementen zijn de commissies van toezicht op de gevangenissen opgeheven. De wet op de ‘buitenlandse agenten’ die al langere tijd van kracht is, heeft ervoor gezorgd dat tientallen, zo niet honderden ngo’s moesten stoppen. Het aantal strafrechtelijke vervolgingen wegens ‘extremisme’ neemt sterk toe. Daarbij gaat het in feite niet om echte oproepen tot geweld, maar vooral om kritiek, zelfs al is het maar een like of het delen van een bericht op de sociale media.

    Maar omdat wel duidelijk is dat repressie alleen onvoldoende is om de protesten te smoren, probeert de regering anderzijds ook de meest actieve delen van de oppositie te manipuleren. Ze doen alsof ze via zogenaamde vernieuwing van de elites de corruptie bestrijden. Dat biedt wettelijk enige manoeuvreerruimte aan bepaalde critici die zowel door het Kremlin als door de oppositie worden gesteund, maar door het radicale deel van de oppositie worden gehekeld. Toch ligt het volgens mij allemaal niet zo simpel. Want als het aantal critici onder de sympathisanten van de regering en binnen het Kremlin groot genoeg wordt, dan zou er een kritische massa kunnen ontstaan die de situatie mogelijk zelfs doet kantelen. Laten we niet vergeten dat het Democratisch Platform van de CPSU [de Communistische Partij van de Sovjet-Unie] in soortgelijke omstandigheden is ontstaan en vervolgens een beslissende rol speelde in de vreedzame democratische revolutie aan het eind van de jaren tachtig.

    Werkneemsters van een Russische borstelfabriek. De overheid blijkt niet in staat de economische problemen op te lossen. – © Sergey Maximishin / HH
    Werkneemsters van een Russische borstelfabriek. De overheid blijkt niet in staat de economische problemen op te lossen. – © Sergey Maximishin / HH

    Aan de andere kant staat de oppositie, die momenteel in twee hoofdstromingen verdeeld is. De ene stroming wil dat Rusland een open Europees land blijft, dat bereid is tot samenwerking met zijn westerse buurlanden en tot het bevorderen van de democratie op zijn grondgebied. De andere stroming hangt het idee aan dat Rusland zijn problemen kan oplossen door een totalitaire staat met een gesloten economie te worden en door de geldpers aan te zetten als dat nodig is om de op de wapensector draaiende industrie te steunen. Daarmee zou meteen ook het corruptieprobleem zijn opgelost. Want uiteraard wordt door de angst voor het executiepeloton de corruptie dan uitgeroeid 
of in ieder geval sterk verminderd. Grosso modo was dit ook het plan dat de coupplegers van het Staatscomité voor de Noodtoestand in 1991 hadden uitgebroed. Wat een prachtige gelegenheid om wraak te nemen voor hun mislukte coup. Maar dan zou Rusland wel 
veranderen in een soort Noord-Korea.

    Er zijn al veel maatregelen genomen om het land te isoleren, maar of het definitief die kant op gaat is niet zeker. De regering schuift de beslissing voor zich uit en speelt een gevaarlijk spel. Enerzijds versterkt het Kremlin het isolationisme en beschermt het de corrupte bovenlaag. De overgrote meerderheid van de bevolking is zorgvuldig op dit scenario voorbereid, doordat men compleet wordt gehersenspoeld, met name via de televisie: ‘de vijand is overal’, dat werk. Anderzijds krijgen we via diezelfde televisie beelden voorgeschoteld van Poetin in gesprek met Kerry en horen we daarbij dat Amerika een ‘partner’ van Rusland is. Vervolgens kondigt de minister van Economische Zaken aan dat de Amerikaanse banken zouden kunnen deelnemen in toekomstige privatiseringen. De regering doet alsof ze met haar tijd meegaat en weet zo een aantal tegenstanders over de streep te trekken om het beleid van Vladimir Poetin te steunen.

    De oppositie is verdeeld in een “westerse” en een isolationistische stroming

    Voor mij en vele anderen is wel duidelijk dat er geen enkele substantiële verbetering mogelijk is zonder het 
politieke systeem omver te werpen. 
En dat zal alleen gebeuren als de mensen de straat opgaan. Het besef begint al bij ze door te dringen ‘dat dit geen leven is’, ze eisen verandering. Dit doet erg denken aan de situatie aan het eind van de jaren tachtig, toen de hervormingsgezinde krachten binnen de CPSU terrein begonnen te winnen. Dat was destijds het echte begin van de perestrojka. Omdat er tegenwoordig twee tegenovergestelde richtingen binnen de oppositie zijn, zal de toekomst van Rusland worden bepaald door de stroming die de publieke opinie voor zich weet te winnen. Het Kremlin geeft natuurlijk alle steun aan de isolationistische stroming.

    Het komt er dus op neer dat een politiek-economische crisis onvermijdelijk is. De huidige leiders van Rusland zullen moeten aftreden. Ze moeten nu kiezen met wie ze willen samenwerken om de overgang zo pijnloos mogelijk te laten verlopen, zowel voor henzelf als voor het land. Mochten de democraten aan de macht komen, dan moeten de onttroonde politieke leiders niet worden vervolgd, dat is in een democratie niet gebruikelijk. Voorlopig heeft vooral de antidemocratische oppositie, die ijvert voor ‘de harde hand’ en ‘de eigen Russische weg’, voordeel van het beleid van het Kremlin. Maar met onttroonde leiders zal die natuurlijk weinig consideratie hebben.
    Rusland heeft op zijn pad dus nog heel wat lastige hobbels te nemen. Maar dat pad is voor alle Europese landen lang en moeilijk geweest. En ook Rusland verdient het om even welvarend te worden als zij.

    Auteur: Lev Ponomariov
    Vertaler: Tess Visser

    Moskovski Komsomolets
    Rusland | dagblad | oplage 1.160.000

    Naar het sensationele neigend dagblad waar tussen de lichte en soms schunnige onderwerpen belangrijk nieuws is te vinden.

    lev ponomaryov

    Wie is Lev Ponomariov?

    Lev Ponomariov werd in 1941 geboren in Tomsk. Hij was democratisch afgevaardigde van 1990 tot 1996, in 1988 betrokken bij de oprichting van burgerrechtenorganisatie Memorial, lid van de oppositiebeweging Een Ander Rusland en directeur van mensenrechtenorganisatie Za Prava Tsjeloveka. Die laatste is door de Russische minister van Justitie onlangs op de lijst van ‘buitenlandse agenten’ gezet, op grond van de in 2013 aangenomen Russische wet op ngo’s die ‘politiek actief zijn en geld uit het buitenland ontvangen’.

  • Hoe Rusland in Syrië zijn positie als militaire wereldmacht bevestigde

    Hoe Rusland in Syrië zijn positie als militaire wereldmacht bevestigde

    De militaire escalatie van Vladimir Poetin in Syrië was wreed en nietsontziend. Het was een showcase van Ruslands militaire macht. Met als doel: een nieuwe machtsrelatie met het Westen.

    Uit het archief

    De Russische militaire tactiek in Syrië, waar het land Assad te hulp schoot, lijkt steeds meer een voorbode te zijn van de wrede aanvallen in Oekraïne. Ook in Syrië deinsde Rusland er niet voor terug om burgerdoelen te bombarderen.

    Als Aleppo valt zal de gewelddadige oorlog in Syrië een geheel nieuwe wending krijgen, met verstrekkende gevolgen, niet alleen voor de regio maar ook voor Europa. De meest recente aanval van de regering op de belegerde stad in het noorden van Syrië, waarbij nog eens tienduizenden mensen op de vlucht zijn geslagen, is ook beslissend voor de betrekkingen tussen het Westen en Rusland. Ruslands luchtmacht speelt een sleutelrol in het conflict. Als de anti-Assadrebellen, die sinds 2012 een deel van Aleppo in handen hebben, worden verslagen, resten in Syrië alleen nog het regime van Assad en Islamitische Staat. Dan is alle hoop vervlogen dat er ooit nog een overeenkomst gesloten zal worden waarin de Syrische oppositie een rol krijgt toebedeeld. En dat is een uitkomst waar Rusland al veel langer op uit is – de achterliggende reden van het besluit van Moskou, vier maanden terug, om over te gaan tot militair ingrijpen.

    Aleppo zal voor een groot deel bepalend zijn voor de verdere ontwikkelingen

    Het valt nauwelijks toeval te noemen dat de bombardementen op Aleppo, het symbool van de anti-Assadopstand, uitgerekend begonnen op het moment dat in Genève vredesbesprekingen werden gevoerd. Die vredesbesprekingen liepen dan ook al snel vast. De Russische militaire escalatie, bedoeld om het Syrische leger te steunen, moest voorkomen dat een heuse Syrische oppositie zeggenschap zou krijgen over de toekomst van het land. De plannen die het Westen en de Verenigde Naties hadden voorgesteld moesten worden gedwarsboomd. Dit was volkomen in tegenspraak met het feit dat Moskou zich had gecommitteerd om te zoeken naar een gemeenschappelijke, politieke aanpak om einde te maken aan de oorlog. De naschokken zullen wijd en zijd voelbaar zijn. Als de Europeanen in 2015 íéts duidelijk is geworden, dan is het wel dat ze de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten niet buiten de deur kunnen houden. En als Europa iets heeft geleerd van het conflict in Oekraïne van 2014, dan is het dat Rusland niet bepaald een vriend van Europa is. Het is een revisionistische mogendheid die tot militaire agressie in staat is.

    Twee mannen met een dode baby, slachtoffer van de recente bombardementen op Aleppo. – © Reuters
    Twee mannen met een dode baby, slachtoffer van de recente bombardementen op Aleppo. – © Reuters

    Dominante positie

    Sterker nog, nu de toekomst van Aleppo op het spel staat, maken de gebeurtenissen – meer dan ooit sinds het uitbreken van de oorlog – duidelijk dat er direct verband is tussen de Syrische tragedie en de in strategisch opzicht verzwakte positie van Europa en het Westen als geheel. Dat het conflict op die manier naar buiten doorsijpelt is een effect dat Rusland niet alleen nauwlettend in de gaten houdt, maar ook in de hand werkt. Dat de instabiliteit zich verspreidt over Europa past uitstekend binnen het streven van Rusland om zich een dominante positie te verwerven door alle twijfels en tegenstellingen uit te buiten in de landen die Rusland als zijn vijand beschouwt.

    Aleppo zal voor een groot deel bepalend zijn voor de verdere ontwikkelingen. Een nederlaag voor de Syrische oppositiegroepen zal IS nog meer sterker in het idee dat zij als enige opkomen voor de soennitische moslims – terwijl IS de bevolking terroriseert in de gebieden die het in zijn macht heeft. De situatie vertoont vele wrange kanten, niet in de laatste plaats gelegen in het feit dat de strategie van het Westen in de strijd tegen IS stoelde op het idee om de lokale Syrische oppositietroepen op de grond te versterken, zodat zij uiteindelijk de jihadistische opstandelingen zouden kunnen verdrijven uit het bolwerk Raqqa. Als uitgerekend de mensen die de grondtroepen hadden moeten vormen om deze klus te klaren in Aleppo worden omsingeld en genadeloos in de pan worden gehakt, op wie kan het Westen dan terugvallen? Rusland heeft van begin af aan volgehouden dat het IS bestrijdt, maar in Aleppo helpt Rusland bij het verslaan van de Syrische groeperingen die in het verleden effectief zijn gebleken in de strijd tegen IS.

    Als er al ooit twijfels bestonden over het oogmerk van Vladimir Poetin in Syrië, dan zijn die volledig weggenomen door de recente militaire escalatie rond deze stad. Vladimir Poetin past in Syrië precies dezelfde strategie toe als in Tsjetsjenië: zware militaire aanvallen op stedelijke gebieden, teneinde alle opstandelingen te doden of te verdrijven. De betrekkingen tussen de Syrische machtsstructuur en de Russische geheime dienst gaan ver terug – tot in het Sovjettijdperk. Net zoals onder het bewind van Poetin de Tsjetsjenen die mogelijk een rol zouden kunnen vervullen bij vredesbesprekingen letterlijk uit de weg werden geruimd, gooit nu Assad alle politieke tegenstanders op een hoop, onder de noemer ‘terrorisme’. En aangezien er in Tsjetsjenië nooit sprake is geweest van een overeenkomst (enkel van een regelrechte oorlog en totale verwoesting, totdat het Kremlin zijn eigen Tsjetsjeense leider installeerde), behoort ook in Syrië een overeenkomst met de oppositie voor Poetin niet tot de mogelijkheden.

    Een onontploft Russisch explosief in de buurt van Aleppo. – © Getty Images
    Een onontploft Russisch explosief in de buurt van Aleppo. – © Getty Images

    Macht

    Maar de strategische belangen van Rusland gaan nog veel verder. Poetin wil opnieuw zijn macht vestigen in het Midden-Oosten, maar uiteindelijk is het hem om Europa te doen. Het beslissende moment vond plaats in 2013, toen Barack Obama na een gifgasaanval afzag van luchtaanvallen op Assads militaire bases. Dat zette Poetin ertoe aan om op het Europese continent de westerse standvastigheid nog eens extra op de proef te stellen. Poetin werd destijds duidelijk verrast door de volksopstand in Oekraïne, maar hij wist al snel zijn macht te herstellen met de inzet van geweld en de annexatie van grondgebied. Hij had – terecht – de inschatting gemaakt dat zijn hybride oorlog in Oekraïne niet door het Westen kon worden voorkomen. Het Russische beleid in Oekraïne heeft het veiligheidsevenwicht in het Europa van na de Koude Oorlog dan ook op zijn grondvesten doen schudden, en Poetin zou graag zien dat Rusland munt slaat uit de nieuwe machtsverhoudingen.

    Als Europa iets heeft geleerd van het conflict in Oekraïne, dan is het dat Rusland niet bepaald een vriend is

    De militaire betrokkenheid van Rusland in Syrië plaatst de NAVO voor een groot dilemma, nu een van de belangrijkste leden in de frontlinies staat. De betrekkingen tussen Turkije en Rusland staan al maanden onder grote spanning. Inmiddels heeft Moskou Turkije openlijk gewaarschuwd geen troepen naar Syrië te sturen om Aleppo te beschermen. Hoe de Turkse leider daarop zal reageren is ook al een vraagstuk dat de Europese leiders hoofdpijn bezorgt.

    Dit alles speelt zich af in een tijd waarin de Europese regeringsleiders als nooit tevoren de samenwerking zoeken met Ankara, teneinde het vluchtelingenprobleem het hoofd te bieden. Als Turkije gaat dwarsliggen op de Midden-Oostenflank van de NAVO dient dat de Russische belangen. Evenzeer zal een nieuwe uittocht van vluchtelingen Rusland in de kaart spelen. De vluchtelingencrisis heeft diepe kloven geslagen in het continent en rechtse, populistische partijen spinnen er garen bij – en veel van die partijen zijn Ruslands politieke bondgenoten in het verzet tegen het project Europa. De vluchtelingencrisis zet belangrijke Europese instituties onder druk – het gevaar van een Brexit is toegenomen (wat Rusland alleen maar zal toejuichen) – en de vluchtelingencrisis ondergraaft de positie van Angela Merkel, de drijvende kracht achter de Europese sancties tegen Rusland.

    Natuurlijk is het overtrokken om te zeggen dat Poetin dit van begin af aan heeft voorzien. Hij heeft de ontwikkelingen willen sturen, maar ondertussen wordt hij er ook door meegesleept. Rusland is niet verantwoordelijk voor het uitbreken van de burgeroorlog in Syrië, noch heeft het de hand gehad in alle gebeurtenissen in Oekraïne. Maar het cynisme waarmee Rusland het spel speelt zou in het Westen en de Verenigde Naties meer alarmbellen moeten doen rinkelen dan nu het geval is.

    Poetin mag zichzelf graag neerzetten als een man van orde, maar zijn beleid heeft alleen maar gezorgd voor meer chaos, en daar moet Europa een steeds hogere prijs voor betalen. Om het Russische regime tot een andere handelswijze aan te zetten is meer nodig dan alleen optimisme. In Aleppo voltrekt zich een humanitaire ramp. Het is van het grootste belang dat we de verbanden zien tussen het uitzichtloze lot van deze stad, de toekomst van Europa, en het Rusland dat hier dreigend boven hangt.

  • 2. Koopt Russische waar

    2. Koopt Russische waar

    Volgens het Kremlin moeten Russische producten op den duur alle import uit het Westen gaan vervangen. Ook buitenlandse films en vakanties gaan in de ban. De Russen vinden het (schijnbaar) prima.

    De Russen leven in de vaste overtuiging dat het vaderland wordt omsingeld door de 
vijand. Dit idee heeft de natie zo aaneengesmeed dat machthebbers het niet hebben kunnen nalaten om mee te surfen op deze prachtige golf van patriottisch elan.

    Dus worden we geacht te kiezen voor de Krim en Sotchi in plaats van Turkije en Egypte, voor vaderlandse producten in plaats van import, en voor Russische films in plaats van westerse.

    Toerisme

    ‘Toeristische bestemmingen moeten worden gekozen in overeenstemming met de nieuwe filosofie van het Federale Toeristenbureau (AFT). Men moet zijn vakantie in Rusland doorbrengen,’ zo verduidelijkte de onderdirecteur van het AFT, Roman Skorom. Eerder verklaarde zijn superieur Oleg Safanov al dat ‘het strand als verplichte vakantiebestemming slechts een stereotype is dat de laatste jaren aan ons is opgedrongen, en dat we ons eigen hebben gemaakt.’

    Tal van opinieonderzoeken sterken schijnbaar de autoriteiten in hun opvatting: de Russen zijn in verpletterende meerderheid bereid om af te zien van Turkije en Egypte, de meest populaire bestemmingen voor groepsreizen (maar voortaan verboden*) ten bate van de badplaatsen in de buurt van Krasnodar en op de Krim.

    Er wordt op dit moment onderzocht of er geen heffing moet komen op het vertonen van buitenlandse filmproducties

    Maar ondanks die al te mooie cijfers moeten we niet over het hoofd zien 
dat driekwart van de Russen nog nooit een voet in het buitenland heeft gezet, en dus ook geen enkele moeite heeft om af te zien van iets wat ze nooit gekend hebben.

    Op grond van de cijfers van het afgelopen jaar voorziet het AFT dat de toeristenstroom naar het buitenland met 40 tot 50 procent zal afnemen. Het binnenlands toerisme evenwel zal met niet meer dan 10 tot 15 procent stijgen. In de praktijk zullen de Russen, inmiddels gewend aan een bepaald niveau van comfort voor een bescheiden prijs, zich in meerderheid richten op andere bestemmingen rond de Middellandse Zee, zo voorziet de Russische bond van reisbureaus. En over het aanbod van betaalbare en aantrekkelijke hotels in de badplaatsen aan de Zwarte Zee hoef je je ook niet veel illusies te maken, zo blijkt uit een snelle blik op de prijslijsten. In het vorige zomerseizoen zijn die tarieven inmiddels al met 30 procent gestegen.

    ‘Waarom zou ons belastingsysteem Hollywood moeten subsidiëren? Dat is onvoorstelbaar,’ zo wond minister van Cultuur Vladimir Medinski zich op. En dus zijn er quota ingesteld om het vertonen van films van Russische makelij te stimuleren in de bioscoopketens (dit uiteraard ‘met volle instemming’ van de bioscoopexploitanten). Er wordt op dit moment zelfs serieus onderzocht of er geen heffing moet komen op het vertonen van buitenlandse filmproducties.

    Een groentenverkoopster op een markt in Kaliningrad. – © Igor Zarembo / Getty Images
    Een groentenverkoopster op een markt in Kaliningrad. – © Igor Zarembo / Getty Images

    Maar in deze bedrijfstak laten onderzoeken hetzelfde beeld zien als in het toerisme. Als je de leeftijdsgroep van 
18 tot 35 jaar niet meetelt, legt ook hier het publiek een ongebreideld enthousiasme aan de dag voor de Russische cinema (waarbij we in aanmerking moeten nemen dat de helft van de Russen nauwelijks naar de bioscoop gaat).

    Hoe zit het nu echt? Volgens de cijfers in het Bulleten Kinoprakatchika (het blad van de Russische filmdistributeurs) van 1 november 2015 trokken Russische films samen 28.501 miljoen bezoekers, een daling van 7,34 procent ten opzichte van 2014. De recettes in de bioscopen voor de Russische films beliepen in die periode 6.596 miljard roebel, een daling ten aanzien van het vorige exploitatiejaar met 7,22 procent.

    Voeding

    ‘De belangrijkste uitdaging voor de Russische landbouw wordt de versnelde vervanging van importproducten. In de komende tien jaar zal de nationale voedselproductie voor 100 procent de importen moeten vervangen, dankzij de evolutie van de sector.’ Zo sprak onze minister van Landbouw, Aleksander Tkatsjev. Laten we even afzien van die ‘evolutie van de sector’, waarvan wordt verwacht dat die de groentekraampjes van een ruime sortering zal voorzien gedurende de ban op de import van producten uit de VS, de Europese Unie en andere landen die de sancties tegen Rusland hebben ondersteund. Ik wil niet eens weten hoe we ‘voor 100 procent’ de Russische behoefte aan voedingsmiddelen gaan dekken met producten die we hier vanwege het klimaat niet eens kúnnen verbouwen.

    Mij gaat het even om iets anders. Opiniepeilingen wijzen uit dat 73 procent van de consumenten achter het embargo op voedingsmiddelen uit het buitenland blijft staan 
(bron: VCIOM, het Russische nationale centrum voor opinieonderzoek). Die publieke opinie gaat nog veel verder: 90 procent zegt zelfs dat men in het geheel niets merkt van tekorten in de aanvoer. Terwijl de harde cijfers van de centrale bank toch duidelijk zijn: het aanbod van rundvlees is met 42 procent gedaald, dat van boter met 15 procent, van verse en diepvriesvis met 14 procent en van groenten en fruit met 10 procent. Althans, zolang er geen oorlog komt.

    Auteur: Vladimir Lavitski
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    • Egypte is een verboden bestemming sinds het neerhalen van een Russische Airbus op 31 oktober boven de Sinaï, 
een aanslag opgeëist door IS, en Turkije sinds het neerhalen van een Russisch gevechtsvliegtuig door de Turkse luchtmacht nabij de grens met Syrië 
op 24 november.

    Kommersant
    Rusland | oplage 114.000
    ‘De Zakenman’ was vanaf 1997 in handen van mediamagnaat Boris Berezovski, die door toedoen van Poetin zijn positie als zakenman en politicus kwijtraakte; het is dan ook een van de weinige kranten in Rusland met een kritische kijk op de regering. In 2006 overgenomen door een dochterbedrijf van energiegigant Gazprom.

  • 3. Ruslands grootheidswaan

    3. Ruslands grootheidswaan

    Waarom blijven de Russen in overgrote meerderheid achter de politiek van Poetin staan, terwijl ze daarvoor zo moeten afzien?

    Eind 2015 vond er een historische gebeurtenis plaats in het kader van de wereldwijde strijd tegen IS: het Groothertogdom Luxemburg verdubbelde zijn militaire contingent in het Midden-Oosten – in plaats van één vechten er nu twee soldaten mee. Dit land met een bevolking die even groot is als het inwonertal van Jaroslavl of Machatsjkala blaast zijn partijtje mee in de wereldpolitiek. Het noemt zich een ‘groot’hertogdom. Het is net als wij. Ook wij blazen ons partijtje mee in de wereldpolitiek en ook wij noemen ons groot. Alleen ligt het gemiddelde inkomen in Rusland onder de 12.000 dollar terwijl het in Luxemburg meer dan 100.000 dollar is.

    Waar ik naartoe wil is dit: het is de moeite waard om te doorgronden waarom sinds twee jaar een overweldigende meerderheid – of beter gezegd een overweldigde meerderheid – van de Russen zo opgewekt en zelfs vol vuur instemt met onze buitenlandse politiek. Waarom ze zo staan te juichen bij de afbrokkelende stabiliteit, het instorten van de economie, de daling van de roebel en de inkomens, de inflatie met dubbele cijfers en de onmogelijkheid om op vakantie te gaan waarheen ze maar willen – voor zover ze dat kunnen – in ruil voor één, niet al te groot schiereiland dat voor Russen niet eens ontoegankelijk was.

    Geen gewoon land

    Het antwoord hierop moeten we misschien voor een deel zoeken in de twee historische, van generatie op generatie doorgegeven fundamentele angsten, die twee Russische fobieën waardoor we niet in staat zijn om ons land als ons huis te zien, ik bedoel als een plek die aangenaam is en toegesneden op onze behoeften, en niet als een soort wapen dat angst bij de anderen moet oproepen.

    Grote nationale angst nummer één is dat Rusland een ‘gewoon land’ wordt. Rusland wil per se een grootmacht zijn. Nationale angst nummer twee is de angst voor verandering. Daarom durven we onze leiders niet te vervangen, nog los van hoe wreed of absurd hun handelwijze ook is. Daardoor is er bij ons geen sprake van een geleidelijke ontwikkeling, van een geregelde afwisseling van stabiliteit en verandering. Bij ons verandert alles radicaal en in één klap. Van tijd tot tijd overkomt ons waar we zo bang voor zijn. Revoluties ontstaan vaak onverwacht, juist vanwege de panische angst voor verandering en niet omdat we die zo graag wilden.

    In zijn vijfentwintigjarige post-Sovjetbestaan is Rusland blijven hangen in een infantiele fase vol pubercomplexen

    Deze beide angsten verbinden volk en machthebbers, al leven ze in volledig gescheiden werelden. En zowel voor het volk als voor de machthebbers geldt dat een land alleen dan een grootmacht is als het in staat is een gebied van zijn buurman in te nemen of iemand op duizenden mijlen afstand te kapot te maken – wie en waarom is van secundair belang. Een gewoon land zijn, zelfs als dat het beste onderwijssysteem ter wereld, excellent wetenschappelijk onderzoek en een bijzondere cultuur heeft – om van goede wegen, kwalitatief goede ziekenhuizen en onderhouden verwarmingsbuizen nog maar te zwijgen –, dat vinden we gezeur en daar malen we niet om. Maar de toekomst van de wereld bepalen of, wat vaker voorkomt, de hele planeet tergen, dat is een andere zaak.

    Omdat we goed zijn in lijdzaamheid, ook al heeft dat op het leven van gewone mensen vaak een absurde en gewoonweg destructieve uitwerking, zijn we bereid om af te zien. Als je niet voor je huis wilt zorgen en je bent bang om van leider te wisselen, wordt lijdzaamheid automatisch een belangrijke eigenschap. Je moet het alledaagse ongerief en de machtswillekeur verdragen en je hoofd laten volstoppen met allerlei nieuwe mythische prestaties die onze grootsheid aan de wereld moeten tonen. En we beoordelen onze leiders gewoonlijk op hoe goed ze anderen hun tanden kunnen laten zien.

    Al hebben we formeel een systeem van verkiezingen, onze leiders zijn net als ouders. In die zin dat je ze niet voor het kiezen hebt. Het is overduidelijk dat in ons land en ook binnen gezinnen geen liefdevolle sfeer heerst, maar macht en lijdzaamheid op een eigenaardige manier worden verheerlijkt. ‘Wie zijn kinderen liefheeft, kastijdt ze’, ‘blijf elkaar verdragen, dan volgt de liefde wel’, zeggen ze bij ons. Ook dit komt voort uit onze beide grootste nationale angsten.

    Die lijdzame houding van de Russen zal dus voorlopig niet verdwijnen. Ondertussen gaat het wel fout met de economie, doordat niemand zich daarom bekommert. Of met de oorlog, die zich al te lang voortsleept en die bij gebrek aan duidelijke overwinningen tot algehele apathie leidt. Als de leiders niet af te zetten zijn en ze toch het land niet leiden, dan is het geen wonder dat er sprake is van nationale ontwrichting wanneer ze om normale, fysieke redenen of gewoon vanwege de totale ontwaarding van de roebel worden vervangen. We zijn dan echt verbijsterd: alles leek toch prima te gaan en opeens moeten we weer bij nul beginnen met de opbouw van de staat.

    Constant beledigd

    In 2016 herdenken we dat het vijfentwintig jaar geleden is dat de Sovjet-Unie uiteenviel en het Russische Gemenebest van Onafhankelijke Staten op de wereldkaart verscheen. Een kwart eeuw. Dat is de tijd die een mens nodig heeft om echt volwassen te worden. Maar in zijn vijfentwintigjarige post-Sovjetbestaan is Rusland blijven hangen in een infantiele fase vol pubercomplexen. Het heeft zich nog niet van de Sovjet-Unie weten te bevrijden, noch in mentaal, noch in economisch opzicht. We voelen ons constant beledigd en beledigen zelf ook.

    We hebben onze plaats in de wereld nog niet gevonden. We hebben onze economie niet opgebouwd. Onze inkomsten, zowel die 
van de miljardairs als die van de huisvrouwen, halen we nog steeds uit de verkoop aan het buitenland van olie en gas uit putten die ten tijde van de Sovjets zijn geslagen, en van wapens die in de Sovjetperiode zijn ontwikkeld. We blijven maar vinden dat ‘het land zijn boeren moet voeden’ en dat het ‘aan de overheid is om te beslissen’. Over het algemeen denken we in de eerste persoon meervoud, en zeggen we nooit ‘ik’.

    Een ‘normaal’ land zijn waarin de mensen en hun levens belangrijker worden gevonden dan de staat met zijn ‘belangen’, is niet iets om bang voor te zijn of je voor te schamen. Als een verandering door volk en regering worden gedragen, en als diezelfde regering niet bang is voor een wisseling van de wacht, als die verandering plaatsvindt op een logische en geleidelijke manier en niet als een laatste reanimatiepoging na een zoveelste ramp, dan is dat niet erg, maar juist goed. En voor wie echt niet zonder trots op zijn land kan leven: roven wat een ander toebehoort of schieten op wie ons aanvalt zal daarbij niet helpen.

    Auteur: Semen Novoprudski
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Gazeta.ru
    Rusland | gazeta.ru
    De Russische nieuwssite met een liberaal profiel onderscheidt zich door zijn snelle reactievermogen ten opzichte van de actualiteiten en zijn brede verslaggeving van zowel Russisch als internationaal nieuws. Met regelmaat publiceert het blad ook bijdragen van bekende opinieleiders. Heldere, moderne vormgeving.

  • Minidossier: leven onder Poetin

    Minidossier: leven onder Poetin

    Rusland zucht steeds zwaarder onder de sancties als gevolg van de verstoorde relatie met het Westen. De middenklasse komt nauwelijks meer rond, en binnenlandse producenten kunnen de weggevallen import niet opvangen. Waarom blijven de Russen dan toch achter Poetin staan?

    1. Het onbezorgde leventje is voorbij

    2. Koopt Russische waar

    3. Ruslands grootheidswaan

  • 1. Het onbezorgde leventje is voorbij

    1. Het onbezorgde leventje is voorbij

    De Russische middenklasse wordt keihard getroffen door de economische crisis. Toch is er volgens journaliste Jevgenia Pichtsjikova ook sprake van opluchting: mensen hoeven tenminste niet meer de schijn op te houden.

    Zoals we allemaal weten zet Moskou de toon, in woord en gebaar. En zoals gewoonlijk doet Moskou één ding, maar zegt het iets anders. In de straten van de stad schittert de feestverlichting, en de 
verschillende buurten lijken een 
wedstrijd te houden om welke straat door al die lampjes het best zichtbaar 
is vanuit de ruimte.

    Maar wat Moskou zegt, klinkt heel anders. In de gesprekken op straat hoor je iets van opluchting doorklinken, omdat het niet meer nodig is om weelde tentoon te spreiden. Het gaat over koopjes, over wat de dingen kosten, over hoeveel geld anderen tegenwoordig nodig hebben om rond te komen. Niemand heeft het nog over de dollarkoers, want daar is hij toch te hoog voor. De dollar heeft het huis verlaten.

    Vrij wanhopig

    Ik speur het internet af op zoek naar commentaar over de prijsverhogingen. Er is weinig keus meer: de enige plekken waar je tegenwoordig je mening kwijt kunt zijn Vkontakte [het grootste Europese sociale netwerk, met 280 miljoen gebruikers], Odnoklassniki [een soort Schoolbank] en Facebook. 
De gebruikers van deze sites zitten zelden op een lijn over wat dan ook, maar er komen toch een paar gesprekken voorbij waaruit blijkt dat alle drie de gemeenschappen het op één punt 
roerend eens zijn. Een groep moeders heeft het bijvoorbeeld op Vkontakte over een artikel uit The Village, waarin de auteurs proberen te berekenen 
‘hoeveel geld er nodig is om nog hetzelfde zorgeloze leventje te leiden als vorig jaar’. Uit dit soort artikelen kun 
je opmaken dat de middenklasse vrij wanhopig is.

    Een onbezorgd leventje laat zich natuurlijk niet in geld uitdrukken, maar het artikel doet toch een poging: 146.600 roebel (1764 euro) voor een alleenstaande hipster. Een antwoord laat niet lang op zich wachten: ‘Ik moet met mijn gezin rondkomen van 50.000 roebel, doe ik iets fout?’ Waarop blijkt dat de jonge vrouwen niet bepaald zachtzinnig 
met elkaar omgaan. Een andere jonge moeder reageert als een echte neokapitalistische havik op deze hartenkreet: ‘Ja, je doet alles fout: zoek een betere baan, doe je best, kies een goede man; ik heb mijn MBA gedaan terwijl 
er een kleine op komst was’, enzovoort… Heeft ze gelijk?

    Er is een einde gekomen aan vijftien jaar geldzucht, die afschuwelijke geldzucht die mensen kapotmaakt maar waar toch iedereen aan meedoet

    Op zich zit er natuurlijk wel wat in. Tot een maand of twee geleden zouden de andere deelneemsters aan de discussie deze felle dame haar zwakkere gesprekspartner rustig aan stukken hebben laten scheuren. Maar het lijkt alsof er een omslagpunt bereikt is; de discussiegroepen zijn somber gestemd. De groep moeders, die meestal rustig foto’s van grote bloemboeketten uitwisselt of klaagt over luie kindermeisjes, vormt een front tegen de vrouw met haar MBA en verzoekt haar vriende
lijk om haar tirades ergens anders te gaan houden.

    Even later volgen twee coming-outs 
op rij. Een getrouwde vrouw en moeder bekent dat ze vlak voor nieuwjaar ontslagen is, een andere geeft toe dat ze 
al twee maanden zonder succes geprobeerd heeft om het appartement van haar man te verhuren, dat het echtpaar zich niet meer kan veroorloven. ‘Maar op zich gaat het prima,’ voegen de vrouwen er monter aan toe: ‘We komen er wel. Net als iedereen slaan we ons er wel doorheen.’

    Het thema van de huishoudportemonnee, dat tot voor kort nooit een onderwerp van discussie was, geeft aan dat er in de afgelopen maanden iets wezenlijk veranderd is: er is een einde gekomen aan vijftien jaar geldzucht. Aan die afschuwelijke geldzucht, die mensen kapotmaakt maar waar toch iedereen aan meedoet.

    Een bord in St. Petersburg toont de laatste wisselkoersen. Amerikaanse dollars zijn voor de Russen niet meer te betalen. – © Alexander Demianchuk / HH
    Een bord in St. Petersburg toont de laatste wisselkoersen. Amerikaanse dollars zijn voor de Russen niet meer te betalen. – © Alexander Demianchuk / HH

    Twee jaar geleden vond er een drama plaats in de stad K. Een pasgetrouwde jonge man en vrouw doodden elkaar met een schaar. Allebei waren ze mooi en erg rijk. Maar toen kregen ze ruzie en vochten ze urenlang met elkaar. Iemand heeft de man achter het raam zijn bebloede hand op zien heffen. Zijn jonge echtgenote was toen al dood: ze was vijftien keer met een schaar in haar rug gestoken. De ruzie ging erover dat meneer weigerde om parels voor zijn echtgenote te kopen; haar vriendin had opgeschept met de hare. Mevrouw kon vlak voor ze stierf nog snel één enkel woord op het parket schrijven: ‘gierigaard’.

    Het is waargebeurd, je kunt het opzoeken op Google. Een beter symbool voor de geldzucht van onze tijd is er niet. Iemand die steeds meer wil, meer 
spullen, meer geld, meer genot, zo iemand is onbevredigbaar.

    Opluchting

    De prijzen zijn inmiddels verdubbeld en ze houden niet op met stijgen. Dat veroorzaakt enorm veel leed en het vormt ook steeds meer een geestelijke beproeving. Vooral de middenklasse heeft door de crisis haar manier van leven moeten veranderen. Het is vrijwel onmogelijk geworden om je kinderen in het buitenland te laten studeren of om er te gaan wonen als je je geld in Rusland verdient (door er te werken of onroerend goed te verhuren). Sommigen hebben zelfs helemaal geen werk meer.

    Er wordt gezegd dat de ‘rijken’ en de ‘armen’ hun levensstijl nog niet drastisch hebben hoeven wijzigen. Zij moesten vooral bezuinigen. Maar iedereen heeft wel zijn manier van denken moeten veranderen. Een nadere blik op deze mentaliteitsverandering leert wat deze crisis zo ‘discreet’ maakt. 
Psychologe Ludmilla Petranovskaja schreef dat de economische problemen de mensen een gevoel van opluchting geven: eindelijk hoeven ze niet langer het vermoeiende spel van de bourgeoisie mee te spelen.

    Als je om je heen kijkt begrijp je wat ze bedoelt. Een jaar geleden al was deze opluchting goed merkbaar, toen de roebel kort na nieuwjaar 
voor het eerst in duikvlucht ging. 
De wachtenden in de rij bij de pinautomaat of bij de kassa van elektronicazaken slaakten een zucht van verlichting. Alsof ze bevrijd waren van hun eenzaamheid, schuldgevoelens, hun angst om te falen.

    Zoals de dood ons bevrijdt van de angst voor de dood, bevrijdt de armoede ons van 
de angst voor de armoede

    Er wordt wel gezegd dat ons land zijn vrijheid heeft ingeruild voor stabiliteit. Maar is dat nog steeds zo? Momenteel wisselen we eerder juist onze stabiliteit weer in voor vrijheid. We beleven de tweede grote vertrouwensbreuk tussen de staat en het volk (al denken velen dat staat en volk nog steeds een hechte eenheid vormen). Het volk wordt opnieuw een gemeenschap. Net zoals de dood ons bevrijdt van de angst voor de dood, bevrijdt de armoede ons van 
de angst voor de armoede.

    Uiteindelijk werken de magische woorden ‘dat is niet mijn schuld, 
ik kan er ook niets aan doen’ en ‘tja, daar hebben wij geen invloed op’ absoluut bevrijdend. En met de 
herwonnen vrijheid krijgt men ook weer zin om te leven. De zin van het leven is, als vanouds, óverleven. Een archaïsche familiezin is terug van weggeweest, een die lak heeft aan de staat en haar besognes – maar tegelijkertijd soms loyaal is aan de macht. Het is een waardestelsel dat de maatschappij minder transparant maakt dan ze lijkt. De dagen na nieuwjaar zijn de rustigste van het hele jaar. Ze markeren de transitie naar een nieuw tijdperk.

    Auteur: Jevgenia Pichtsjikova
    Vertaler: Tess Visser

    Gazeta.ru
    Rusland | gazeta.ru
    De Russische nieuwssite met een liberaal profiel onderscheidt zich door zijn snelle reactievermogen ten opzichte van de actualiteiten en zijn brede verslaggeving van zowel Russisch als internationaal nieuws. Met regelmaat publiceert het blad ook bijdragen van bekende opinieleiders. Heldere, moderne vormgeving.

  • Het nieuwe Duitslandgevoel. ‘We zijn een ontzettend goed volk’

    Het nieuwe Duitslandgevoel. ‘We zijn een ontzettend goed volk’

    Was de briljante 7-1-overwinning van het Duitse voetbalelftal op de Brazilianen een afspiegeling van het Duitsland van nu? Niet helemaal misschien, maar dat onze oosterburen in een goede flow zitten, staat buiten kijf. ‘We mogen weer trots zijn op ons land, zonder die bijsmaak.’

    Keuze uit het archief

    Na een glorieuze voetbaloverwinning op Brazilië in 2014, schreef Der Spiegel een jubelend stuk over ‘het Duitslandgevoel’; Duitsland was weer trots op zichzelf, en met recht. Acht jaar later, als de in dit artikel tevens gevierde Merkel inmiddels is vervangen door kanselier Olaf Scholz, bevindt het land zich in een lastige spagaat tussen een van oudsher loyale houding tegenover de Russen, en de morele verplichting Oekraïne aan wapens te helpen. Toen voormalig Bondspresident Joachim Gauck een grotere betrokkenheid bij de wereld eiste, werd ook hij door een linkse politicus voor ‘walgelijke oorlogshitser’ uitgemaakt. Hoort deze houding eveneens bij dat nieuwe Duitslandgevoel?

    De 61-jarige Christine Meier ligt in bikini op een strandbedje op het eiland Sylt. Ze heeft op drie na alle wedstrijden van het WK voetbal gezien, de meeste in haar volkstuin in Berlijn. ‘We dragen kettingen en hoedjes in de Duitse kleuren, sommigen schminken zich ook, er zijn gebakjes, antipasti, of ik maak een zwart-rood-gele pastasalade.’ Ze is trots op het succes van het Duitse elftal. ‘De mensen in het buitenland kijken naar ons. Ze willen nu weten hoe we leven, wie we zijn.’ Duitsland presenteert zich als een fair land, zegt ze. ‘We zijn een ontzettend goed volk.’

    Dat was twee dagen na de 7-1-overwinning van Duitsland op Brazilië [op 8 juli 2014]. De oude voetbaltovenaars waren van hun magische krachten ontdaan en de Duitsers moesten zich afvragen of ze echt zo lichtvoetig waren als de wedstrijd deed vermoeden en zo geweldig als de uitslag suggereerde. Christine Meier vindt van wel.

    Het was maar een van de zeven wedstrijden op het WK, de andere liepen niet zo geweldig. Maar vaak zijn het juist op zichzelf staande gebeurtenissen, momenten in het bestaan van landen waarop mensen de oren spitsen en zich afvragen: is dat hoe we zijn?

    Voetbal heeft de Duitsers dat soort momenten bezorgd. Tot 2006 zagen ze zichzelf vooral als tobberige natie. Maar in dat jaar vierden ze een vrolijk WK-feest in eigen land. Tot 2010 zagen ze zichzelf vooral als onbeholpen natie, wat zich ook weerspiegelde in het voetbal. Maar in dat jaar speelden de Duitse voetballers op het WK in Zuid-Afrika bij tijd en wijle als dartele veulens. Duitsland bezorgde de wereld momenten van schoonheid, en de wereld verbaasde zich en beleefde plezier aan de Duitsers. De halve finale van 2014 borduurde daarop voort. De Mannschaft speelde gedecideerd, ongedwongen en volwassen.

    hetnieuweduitslandgevoel02

    Klaus Hollweger en zijn vrouw Helga zitten op de delicatessenafdeling van het Berlijnse warenhuis KaDeWe naar de mensen te kijken die langs de schappen lopen. Kaviaar, doorregen steaks. De 78-jarige Hollweger woont in Thüringen.

    Als Hollweger over het Duitse voetbal praat, spert hij zijn ogen wijd open achter zijn bril en vormt hij zijn mond tot een rondje. ‘Oooh,’ zegt hij, ‘voor mij laat het WK zien hoe mooi het is in een verenigd land te leven. Nu kunnen we samen trots zijn op ons nationale elftal.’ Hij is ontroerd. ‘Het gaat zo goed met ons land, het is hier allemaal zo mooi en nieuw, net als bij ons thuis in Weimar,’ zegt Klaus Hollweger.

    Toni Kroos was op dit WK het brein van het elftal. Weet iemand waar hij vandaan komt? Maakt dat wat uit? Kroos is geboren in Greifswald, hij is Oost-Duitser, maar dat speelt geen rol. Toen Michael Ballack in 2004 aanvoerder van het nationale elftal werd, werd daar nog een punt van gemaakt. Een Oost-Duitser, nou ja zeg. Kroos is daarentegen een Duitser uit Greifswald.

    In de politiek zijn er ook dat soort momenten van reflectie. Op 6 juni van dit jaar was bondskanselier Angela Merkel aanwezig bij de feestelijkheden ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de landing in Normandië. De staatshoofden en regeringsleiders van de voormalige geallieerden hadden haar uitgenodigd. Hun landen waren destijds de overwinnaars, de Duitsers waren teruggedrongen en West-Europa kon worden bevrijd.

    Maar wie stond er in het middelpunt op die jubileumdag? Angela Merkel. Vanaf maart was de crisis in Oekraïne aan het escaleren en de wereld keek naar haar. Zou zij erin slagen Vladimir Poetin tot rede te brengen? Niet echt, maar desondanks kwam Merkel bijna zeventig jaar na het einde van de oorlog over als een wereldleider. De mensen wreven zich de ogen uit.

    Het Duitsland van 2014 is een heel ander Duitsland dan dat van 1984, een ander Duitsland dan dat van 1994, een ander Duitsland dan dat van 2004. Twee relatief nieuwe indrukken komen samen: ongedwongenheid en gewicht.

    Anders gezegd: er is een nieuw Duitslandgevoel.

    De gesteldheid van een natie blijkt uit twee componenten: de situatie in het binnenland en de verhouding met andere landen. Normaal gesproken vloeit het tweede voort uit het eerste. Daarom zouden we ons moeten afvragen: waar komt die ongedwongenheid vandaan? En hoe presenteren de Duitsers zich aan de wereld? We vragen het hunzelf, in de dagen na de 7-1-overwinning.

    Toni Kroos was het brein op het WK, dat hij Oost-Duitser is speelt geen rol

    De Duitsers waren lange tijd verkrampt omdat hun land in tweeën was gedeeld. Ze wisten niet eens wie ze waren. Duitsers? Ergens wel, maar andere Duitsers dan die achter de Muur? West-Duitsers, Oost-Duitsers, DDR-burgers. West-Duitsers zeiden ook bewust: Europeanen.

    De Bondsrepubliek en de DDR waren zeldzaam definitieve provisoria. Vrijwel iedereen ging ervan uit dat de deling permanent zou zijn, maar de conservatieven in het westen moesten wel benadrukken dat het doel van eenheid niet zou worden opgegeven, absoluut niet, nooit. En de linkse partijen moesten wel zeggen dat er geen eenheid mocht komen, want dan zouden de Duitsers een Derde Wereldoorlog ontketenen, zeker weten, onherroepelijk.

    Zo beet men zich vast in een virtueel debat, en toen kwam plotseling de eenheid en beet men zich nog steviger vast. De Duitsers bouwden een Muur in hun hoofd. Oost-Duitsers klaagden over het verdwijnen van arbeidsplaatsen, veiligheid, gemeenschappelijkheid. West-Duitsers klaagden over het wegvloeien van miljarden voor de opbouw van het Oosten.

    Nu ziet dat er anders uit. Natuurlijk valt er nog altijd wel iets te klagen, maar over het geheel genomen is de eenwording geslaagd. De Derde Wereldoorlog is niet uitgebroken, steden als Leipzig, Dresden en Jena bloeien, en zelfs met Mecklenburg-Vorpommern gaat het de goede kant op. Sommige ouderen verlangen misschien nog wel terug naar de knusheid van de DDR of West-Duitsland, maar de jongeren leven heel vanzelfsprekend in hun vaderland.

    De Duitsers zijn een volk geworden, zijn Duitsers geworden. Voorvoegsels kunnen worden weggelaten. Dat maakt ze een stuk losser.

    Immigratieland

    De 47-jarige Bajram Avdijaj is 22 jaar geleden vanuit Albanië naar Duitsland geëmigreerd. Nu staat hij achter een kraam met groente en fruit op de Viktualienmarkt in München, de meest internationale plek van de stad.

    Avdijaj zegt dat hij niets met sport heeft, net zoals hij ook helemaal zonder religie is opgevoed. Een patriot is hij ook niet echt, maar hij merkt wel hoe de mensen om hem heen veranderen. ‘Maar dat mag toch ook, of niet?’

    Hij is half Albanees, half Duitser, ‘vanuit het gevoel,’ zegt hij. Hoewel, sinds die avond van de halve finale is hij misschien een beetje meer Duitser dan Albanees. ‘Desondanks ben ik voor Argentinië. Ik weet niet, Messi is gewoon de beste, geniaal. Maar die Argentijnen slaan altijd zo veel kruisjes, vier, vijf keer achter elkaar, daar moet je van houden, zoiets hebben de Duitsers gewoon niet. Die doen wat er gedaan moet worden. Er wordt niet gebeden op het veld. Dat helpt uiteindelijk ook niet. Je moet zien wat er gebeurt, dat is het. Dat is Duits. Dat ligt me meer.’

    ‘Duitsland ontwikkelt zich meer en meer tot een modern immigratieland,’ schreef de Neue Zürcher Zeitung in juni. Ook daarin is iets wezenlijks veranderd.

    Wie is Duitser? Wie mag er Duitser zijn? Dubbel paspoort of niet, greencard? Deze onaangename discussies zijn decennia lang gevoerd. De Bondsrepubliek maakte het mensen die geen ‘Duits bloed’ hadden moeilijk om hiernaartoe te komen of zelfs Duitser te worden. Als je anders bent dan ik, dan hoor je er niet bij. Een enorm krampachtig gedoe.

    De acceptatie van mensen met een migratieachtergrond is toegenomen

    En nu: immigratieland. Volgens cijfers van de OESO stond Duitsland in 2012 op plaats twee voor wat betreft duurzame immigratie, na de VS. Circa 400.000 mensen wilden zich voor langere tijd in Duitsland vestigen. En dat mogen ze, de drempels zijn verlaagd. ‘De islam hoort inmiddels ook bij Duitsland,’ zei de toenmalige Bondspresident Christian Wulff in 2010, en na die uitspraak gaat er niemand meer terug.

    Immigratie en integratie blijven evenwel lastige onderwerpen. Die Union [CDU/CSU] is nog steeds niet aan de gedachte gewend dat Duitsland een immigratieland is, en met vluchtelingen zou je bovendien wat liberaler kunnen omgaan. Aan de andere kant zou menige migrant beter zijn best kunnen doen om te integreren.

    hetnieuweduitslandgevoel03

    Maar men beweegt naar elkaar toe. In een studie van het Berlin-Institut für Bevölkerung und Entwicklung met de titel ‘Nieuw potentieel – Over de toestand van de integratie in Duitsland’ staat dat de maatschappelijke acceptatie van mensen met een migratieachtergrond is toegenomen. En deze passen op hun beurt hun leefwijze langzamerhand aan die van autochtone Duitsers aan.

    Onlangs nam het gymnasium Graues Kloster in Berlijn afscheid van zijn geslaagden. De vertegenwoordigster van de ouders maakte zich in haar toespraak sterk voor een ‘Buntes’ [kleurrijk] Kloster, omdat er op deze school vrijwel geen kinderen van immigranten zijn. Zelfs in dat bolwerk van homogeniteit is iets gaande. Ene Otto von Bismarck ging hier ooit naar school. In 1871 stichtte hij het Duitse Rijk.

    Dus we zijn een volk, en wel een kleurrijk volk. Ook dat maakt losser. Voor het Duitse elftal zijn migranten toch al onmisbaar.

    Burkhard Kieker stond paf toen hij afgelopen dinsdag de Grand Khaan in het centrum van Ulaanbaatar binnenliep. Het was tegen vier uur ’s nachts, maar desondanks verdrongen zich honderden Mongolen voor de beeldschermen in de kroeg. De meesten hadden hun wangen zwart-rood-geel geverfd. Na het eindsignaal vielen ze Kieker en zijn gezelschap om de hals en gaven een rondje. ‘We waren de sterren van de avond,’ aldus Kieker. ‘Vroeger werden Duitse voetballers hier beschouwd als tanks die linea recta op hun doel af rolden, tegenwoordig worden ze gevierd als een soort kunstenaars.’

    Kieker is vertrouwd met juichverhalen. Als hoofd Toerisme van Berlijn heeft hij een van de leukste banen ter wereld. Hij moet zijn stad in andere landen verkopen, maar dwepen is daarbij niet nodig. Van Berlijn hoeft hij niemand te overtuigen.

    Berlijn is de metropool van het lossere Duitsland. Zonder Berlijn zou Duitsland nog altijd een provinciaal land zijn. Dat is verbazingwekkend, want de Berlijner staat nu niet bepaald bekend als wereldburger.

    Maar hier heeft Duitsland zichzelf in de vroege jaren negentig genegeerd en een sprong in het coole diepe gewaagd.

    Zonder Berlijn zou Duitsland nog altijd een provinciaal land zijn

    Na de val van de Muur was het oosten van de stad enige tijd vrijwel niet aan regels gebonden. Veel jonge West-Duitsers waagden de stap en verwierven er samen met jonge Oost-Duitsers nieuwe vrijheden. Er werd niet gevraagd naar vergunningen of huurovereenkomsten, je ging gewoon wonen en dansen waar je wilde. Het was goedkoop, er was veel ruimte. Men stond open voor het andere en anderen, een openheid die de hele wereld omvatte. En die kwam dan ook.

    Vooral de feestvierders kwamen, en Berlijn werd de partyhoofdstad van de wereld. Dat trok kunstenaars en steeds meer toeristen, die niet allemaal langs de portiers van technoclub Berghain komen, maar in Berlijn willen zijn geweest en zich huppelend en springend voor de Brandenburger Tor laten fotograferen. Ze ervaren Berlijn als een stad van ongedwongenheid.

    Dat geldt ook voor de Duitsers. Berlijn straalt af op mensen. Ook Bielefelders en Würzburgers nemen iets van het levensgevoel van de metropool met zich mee naar huis. De oorspronkelijke ongeregeldheid is weliswaar verdwenen en gecommercialiseerd, maar er is nog een beetje van over, op nieuwe, snel wisselende plekken. Berlijn is een belangrijk onderdeel van het nieuwe Duitslandgevoel.

    En wie een heel bijzondere vorm van de Duitse ongedwongenheid wil ervaren, moet eveneens naar Berlijn reizen. Het liefst met het vliegtuig over Schönefeld, want dan is vanuit de lucht een mooi groot luchthavengebouw te zien, fonkelnieuw en leeg. Al ruim twee jaar geleden stond de opening ervan gepland. Falende ingenieurs, een hoofd technische dienst dat wordt verdacht van corruptie, verspilling van miljarden. Is dat hoe we zijn? Ja, zo zijn we ook.

    Adolf Hitler

    Klaus Richter zit in de SchillerGarten in Dresden. Naast een gaslantaarn onder de kastanjebomen staat een groot beeldscherm; in de miezerregen zitten een paar mensen zich te vervelen bij de halve finale Nederland-Argentinië. Vroeger was Friedrich Schiller hier stamgast. Het Schiller-Institut beschrijft zijn houding tegenover de wereld als volgt: in zijn werken maakte hij duidelijk ‘dat de mens hogere plichten heeft dan zijn persoonlijke voorkeuren, dat hij patriot moet zijn en wereldburger, wat geen contradictie is omdat het belang van een natie nooit mag indruisen tegen het belang van de wereld’.

    Is Klaus Richter een patriot? Peinzend staart hij in zijn bier. Natuurlijk is hij blij als de Duitsers in de finale staan, zegt hij. Maar hij zou nooit gaan rondrijden met vlaggetjes op zijn auto. ‘Je kunt in Duitsland niet zo ontspannen omgaan met de symbolen van het land als in de VS of andere landen.’ De geschiedenis van het land is daarvoor te ambivalent, vindt hij.

    Daar is hij weer. Adolf Hitler wandelt door Duitse straten, belt aan bij mensen of slentert over de Fanmeile en heeft het met Duitse supporters over de kansen op een ‘Endsieg’. Hij draagt het bekende uniform en heeft natuurlijk een klein snorretje. In werkelijkheid is het een acteur. Hij speelt Hitler in de verfilming van de bestseller Er ist wieder da, waarin Hitler terugkeert naar de Duitsers.

    Was hij ooit weg dan? De Duitse bedruktheid had voor een groot deel te maken met het naziverleden. Geen enkel ander volk heeft de wereld zulke gruwelijkheden aangedaan, geen enkel ander volk heeft zich zo schuldbewust en intensief met de geschiedenis van zijn misdaden beziggehouden. Dat was nodig om te begrijpen wat er Duits aan was en dus opnieuw zou kunnen gebeuren. Dat was nodig om signalen af te geven aan de wereld dat men het heeft begrepen. Maar het zorgde ook voor een zelfverduistering, die niet alleen voor Duitsers moeilijk te verdragen was. Soms ook voor anderen.

    Deze debatten worden nog altijd gevoerd. Niets houdt Duitsers méér bezig dan een terugkeer van Hitler, in welke vorm dan ook. Een hakenkruis op de huid van een Russische zanger in Bayreuth: groot debat. Een roeister van de Duitsland Acht die een relatie heeft met een neonazi: groot debat. Een regelrecht schandaal is het dat de Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) jarenlang migranten kon vermoorden zonder de aandacht te trekken van politie en justitie.

    Ook anderen houden ons graag gevangen in onze geschiedenis. Zelfs de halve finale tegen Brazilië, dat feest van schoonheid en ongedwongenheid, bewoog mensen ertoe de nazitijd in herinnering te roepen. ‘De Duitsers zijn een vreemd land binnengetrokken en hebben het commando overgenomen. Hoe verrassend’, twitterde ene Binyamin Appelbaum. Rob Delaney schreef: ‘Duitsland, ontspan. Het zijn geen Polen.’

    Hitler is geen grap, maar je kunt er wel weer een paar over hem maken. Ook als Duitser, zoals Timur Vermes, wiens boek Er ist wieder da een bestseller is.

    Herinneren betekent vandaag de dag niet: niet lachen, niet vrolijk kunnen zijn. De Duitsers hebben zich voor een groot deel bevrijd van de zelfverduistering. Dat was voor het eerst goed zichtbaar tijdens het WK 2006 in Duitsland, toen ze de wereld een heerlijk voetbalfeest voorschotelden. Herinneren gaat nu gepaard met ontzetting en droefheid, maar zonder totaal te verkrampen.

    De 28-jarige Philipp Stültgens werkt als kok op Sylt. Op zijn vrije woensdagavond is hij met vrienden naar de haven gekomen om voetbal te kijken. Het succes van het Duitse elftal maakt hem trots, zegt Stültgens. ‘Op ons elftal en op ons land.’ Typisch Duits betekent voor hem: veel inzet tonen, de wil om naar voren te gaan. ‘We zijn niet voor niets wereldkampioen export.’ Of hij zichzelf typisch Duits vindt? ‘Nou ja, ijverig ben ik wel.’

    Ook Duitse deugden dragen bij aan de Duitse ongedwongenheid. Dankzij ijver, discipline en volgzaamheid groeit de welvaart, die op zijn beurt het leven licht maakt en het humeur bevordert.

    Duitsland beleeft een klein wirtschaftswunder in de zomer van 2014. Meer dan 42 miljoen werkenden, nog nooit hadden zo veel mensen een baan. De lonen zijn sterk gestegen en vanwege de lage rente is het niet lonend om het geld op een spaarrekening te laten verkommeren. De Duitsers gaan winkelen tot hun armen uitrekken van de zware tassen. En winkelen kan gelukkig maken.

    Doorlopend stellen de economische voorspellers hun prognoses naar boven bij: dit en komend jaar zou de economie met meer dan 2 procent kunnen groeien. Voor een gevestigde volkseconomie is dat een goed cijfer.

    Duitsland profiteert ervan dat het land al rond de millenniumwisseling de update voor de eenentwintigste eeuw heeft geïnstalleerd. Het model van het gezapige kapitalisme, waarbij de winkels op zaterdag al om twee uur ’s middags sloten en je het op zondag zonder verse broodjes moest doen, is verleden tijd.

    De economie en de maatschappij hebben zich aangepast, wat vooral betekent: geflexibiliseerd. De bedrijven hebben hun processen ingesteld op efficiëntie en hun productengamma aangepast op de behoeften van de opkomende industrielanden.

    ‘Ook de Hartz-hervormingen en het gezond verstand van de sociale partners hebben bijgedragen aan de positieve ontwikkeling,’ zegt Clemens Fuest, leider van het Zentrum für Europäische Wirtschaftsforschung. Voor veel werknemers was een zekere arbeidsplaats belangrijker dan sterke loonstijgingen met de kans op ontslag. Jarenlang stegen de reële lonen in geen enkel Europees land zo bescheiden als in de Bondsrepubliek.

    Duitsland lijkt zo tevreden met alles dat het de status-quo het liefst zou willen invriezen

    In 2003 doorbrak bondskanselier Gerhard Schröder de sociale consensus. Tot dan toe gaf de staat aan zijn burgers, en wat hij eenmaal had gegeven, nam hij niet terug. Schröder was de eerste die werklozen flink liet inleveren. Dat zorgde voor een slechte sfeer in het land, maar tegelijkertijd bleek dat Duitsland te hervormen was. De mensen volgden hun vakbonden, volgden Schröder, zij het morrend. Een grote opstand bleef uit.

    Zijn opvolgster heeft het nu goed. De groei geeft Angela Merkel de mogelijkheid cadeautjes uit te delen. Dat doet ze dan ook kwistig: extra pensioenverhogingen, oudertoeslag, geld voor kinderzorg, pensioen vanaf 63 jaar, pensioenopbouw tijdens de zorg voor een kind. Er is geen economische reden om daar zorgelijk over te doen, althans nu niet. Toekomstige generaties zullen ervoor moeten opdraaien.

    Andere redenen zijn er wel, maar alleen voor mensen die vinden dat democratie levendig moet zijn en leeft van de strijd tussen standpunten. Merkel ziet dat anders, zij heeft althans de spanning uit de Duitse democratie gehaald. Ze probeert in alle rust met haar coalitie te regeren, zorgt niet voor opwinding met onredelijke politieke of economische eisen en krijgt daarvoor veel waardering van de Duitsers.

    Ze worden niet gehinderd door de politiek en maken zich hooguit regionaal druk omdat er een station wordt gebouwd of een elektriciteitsmast wordt geplaatst. Duitsland wekt momenteel de indruk dat het zo tevreden is met alles dat het de status-quo het liefst zou willen invriezen. Geen nieuwe infrastructuur, geen nieuwe kanselier en zo min mogelijk politiek. Een nieuwe biedermeiertijd lijkt te zijn aangebroken.

    Soevereine staat

    De 47-jarige Dagmar Donabauer zit op woensdagavond om half tien ’s avonds in muziekcafé Spectacel in Inning am Ammersee, vlak voor het begin van de tweede halve finale. Ze is personeelsconsulente in Gilching. Ze heeft het over ‘wij’ en ‘ons’ als ze over het nationale elftal praat.

    Voor Donabauer is ‘in 2006 plotseling alles veranderd, tijdens het WK. Toen begonnen de mensen, en ook ik, pas echt door te krijgen dat ze trots mochten zijn op hun land, zonder die bijsmaak. Toen konden we de vlag laten zien, dat was de ommekeer, en de wereld vond het prima dat we met onze vlaggen zwaaiden, men zag het niet langer als nationalistisch.’ Het taboe ‘om openlijk blij te zijn voor Duitsland was doorbroken,’ zegt ze.

    Dagmar Donabauer is Oostenrijkse. Er moet echt een hoop zijn veranderd aan de rol van Duitsland in de wereld dat Oostenrijkers zo enthousiast kunnen raken over het Duitse voetbal.

    Helmut Kohl heeft ooit in één zin de verhouding tussen Duitsland en de Europese Unie gedefinieerd: ‘Elke voor Europa uitgegeven mark is goed besteed geld.’ Angela Merkel is daar niet zo euforisch over.

    Kohl en zijn voorgangers zagen de Bondsrepubliek niet in de eerste plaats als individueel land, maar als onderdeel van bondgenootschappen. De vroegere kanseliers moesten de voormalige paria van de wereld eerst terugleiden naar de wereldgemeenschap, en dat deden ze via Europa en de NAVO. De West-Duitsers hadden belang bij een versmelting met het Westen, en tegelijkertijd bij een goede relatie met de landen van het Warschaupact. Dit alles gebeurde onder toezicht en de nucleaire paraplu van de Amerikanen. Tot 3 oktober 1990 was de Bondsrepubliek niet echt een soevereine staat.

    Angela Merkel heeft een heel ander Duitslandgevoel. Er is eenheid en daarmee soevereiniteit. Er is economische bloei, waarbij Frankrijk en de zuidelijke partners van de EU een slecht figuur slaan. De nazitijd, die zij zelf niet heeft meegemaakt, is weer een paar jaar langer geleden. Het Duitse imago in de wereld is verbeterd, wat ook te maken heeft met de voetbalfeesten sinds 2006.

    De Duitse ongedwongenheid gaat gepaard met een sterker zelfbewustzijn. We tellen weer mee, deel 2. Deel 1 werd gemarkeerd door de Duitse overwinning op het WK van 1954 en het Wirtschaftswunder. Nu zijn de Duitsers ook politiek zelfbewust. Wat doen ze daarmee?

    Merkel voert in Brussel een politiek van nationaal belang en haar Duitsers vinden dat goed. Nationaal belang betekent in dit geval: de eigen welvaart behouden en uitbouwen. Ze denkt bovendien expansief. Ze wil dat de andere Europeanen hun economie even efficiënt en effectief inrichten als de Duitsers. Ze spoort hen aan tot hervormingen, opdat Europa als geheel een sterke positie in de wereldeconomie zal gaan innemen. Daaruit vloeit politieke invloed voort, die Merkel weer voor de Duitsers en hun exportmogelijkheden wil gebruiken. Want in Europa mag de Bondsrepubliek groot zijn, wereldwijd is het land klein.

    Een Duitse kanselier die expansief denkt? Ook op dat punt is er een hoop veranderd. Het is alleen mogelijk omdat Merkel haar doelen in stilte en met terughoudendheid nastreeft. Anders zouden haar collega’s in Europa zich heviger verzetten dan tot nog toe. Ze streeft een nuchter nationalisme na, zonder pathos, zonder symboliek, zonder doordrammen, maar wel nadrukkelijk.

    Veiligheid

    Hendrik Groβe Lefert zit de dag voor de wedstrijd tegen Brazilië in de lobby van het hotel in Belo Horizonte waar de Mannschaft verblijft. Het hoofd Veiligheid van de Duitse voetbalbond DFB is afgetraind en heeft zijn donkere overhemd wijd openstaan. Hij heeft veel zorgen op dit WK. Zo kon de Duitse selectie het basiskamp alleen per veerboot bereiken. Groβe Lefert heeft er samen met de lokale autoriteiten in Porto Seguro voor gezorgd dat duikers van de Braziliaanse politie voor elke tocht van de veerboot het water op bommen afzochten. Er is niets gevonden.

    In de eerste week van het toernooi was hem gemeld dat iemand op het strand een drone wilde laten opstijgen, vertelt het hoofd Veiligheid. Later bleek dat een reclamebureau er een schip mee wilde fotograferen.

    Veiligheid is een bijzonder thema voor Duitsers. Sinds de eenwording en sinds de wereld hen weer vertrouwt, verwachten de VN, de NAVO, de Amerikanen en de Fransen dat ze ook wat betreft veiligheid verplichtingen op zich nemen, zo mogelijk met het leger. Maar op dat gebied willen de Duitsers geen leidende rol spelen, Merkel noch de burgers.

    Bondspresident Joachim Gauck werd voor “walgelijke oorlogshitser” uitgemaakt

    De inzet in Afghanistan is al te veel gevraagd, in Libië wilden ze niet actief zijn, in Mali en in de Centraal-Afrikaanse Republiek nemen ze taken op zich waarbij Duitse soldaten nauwelijks iets hoeven te riskeren. De Duitsers hebben genoeg van oorlog.

    Ze zijn er ook niet meer zo zeker van of ze wel volledig bij het Westen willen horen. Bij een recente enquête van de Körber-Stiftung vond 56 procent van de Duitsers dat in de toekomst meer met de Amerikanen zou moeten worden samengewerkt. Maar 53 procent zei hetzelfde over de Russen.

    Tijdens de crisis in Oekraïne heeft de Duitse regering goed nagedacht over wat men zou doen als de Russen een van de Baltische NAVO-landen zouden aanvallen. Een van de opties was zich op militair vlak afzijdig houden, ondanks het bondgenootschap. Daarmee zou de westerse alliantie op losse schroeven komen te staan. Waar natuurlijk vrijwel niemand daadwerkelijk op uit is.

    De Amerikanen maken het de Duitsers echter moeilijk om aan hun kant te staan. Twee vermoedelijke spionnen zijn onlangs ontmaskerd: een brutaliteit van de Amerikanen, die daarmee een bondgenoot vernederen.

    Het politieke profiel van Duitsland ziet er momenteel als volgt uit. Wat de binnenlandse politiek betreft zijn de Duitsers buitengewoon tevreden. Ze worden in de watten gelegd door de coalitie van Merkel en zien vrijwel geen reden om ruzie met elkaar te maken. Op het gebied van de buitenlandse politiek ontbreekt de oriëntatie en daarom is alles omstreden. Vroeger speelde de Bondsrepubliek de rol van de beste Europeaan en de beste vriend van de VS. Dat is verleden tijd. Maar hoe het nu verder gaat?

    Toen Bondspresident Joachim Gauck een grotere betrokkenheid bij de wereld eiste, werd hij door een linkse politicus voor ‘walgelijke oorlogshitser’ uitgemaakt. Veel Duitsers zouden het liefst een pijnontwijkende houding aannemen, het geld in eigen zak houden, de eigen soldaten ontzien. Zo kan de ongedwongenheid worden behouden. Maar egoïstisch is het ook.

    Nieuwe biedermeiertijd, nuchter nationalisme, egoïstische houding: wat geeft dat voor een totaalbeeld? Geen 7-1, dus niet de pure schoonheid. Van een ontspannen Duitse natie is nog geen sprake, eerder van een lossere natie. Ze wordt langzamerhand zichzelf, maar heeft nog moeite met haar plaats in de wereld. Moet het een stil hoekje zijn? Of een leidende positie, passend bij de omvang en de welvaart van het land? Hier ontbreekt een bondscoach die een duidelijke lijn uitstippelt.

    De 50-jarige Markus Werner werkt al 28 jaar als reddingszwemmer in Westerland op Sylt. Hij ontmoet zijn landgenoten tijdens de weken dat ze erg ontspannen zouden moeten zijn, maar hij vindt ze niet ontspannen. Nu eens komt de wind uit de verkeerde richting, dan weer is het zand niet fijn of het water niet warm genoeg. Maar dat verandert allemaal tijdens een WK, zegt Werner. De mensen hebben dan ‘een reden om de mondhoeken omhoog te trekken’. Eigenlijk, vindt Markus Werner, zou er twee keer per jaar een WK moeten zijn.

    Goed idee.