Tag: religie

  • Vaticaan: eerste dag van het conclaaf levert nog geen nieuwe paus op

    Vaticaan: eerste dag van het conclaaf levert nog geen nieuwe paus op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: nieuwe regering verscherpt haar migrantenbeleid

    » Macron wil sancties voor Syrië ‘geleidelijk opheffen als het land stabiliseert’

    De pausverkiezing neemt vrijwel altijd meerdere dagen in beslag

    Woensdag rond 21.00 uur stegen donkere rookslierten op uit de schoorsteen op het dak van de Sixtijnse Kapel, waar 133 kardinalen bijeen zijn om in het diepste geheim de opvolger van Franciscus te kiezen. Dat betekent dat er nog geen nieuwe paus verkozen is. Deze zwarte rook is ‘geen verrassing’, merkt La Repubblica op: ‘Het is praktisch onmogelijk voor een conclaaf om de paus bij de eerste poging te kiezen.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De eerste ronde is vooral een gelegenheid om de krachten te peilen die aan het werk zijn. ‘Vanaf dan zullen de kardinalen, afgezonderd van de rest van de wereld, strategieën en allianties bepalen om overeenstemming te bereiken over wie de volgende paus wordt’, legt het Italiaanse dagblad uit.

    De kardinalen komen daarom vandaag opnieuw bijeen voor een tweede conclaafdag achter gesloten deuren, met twee stemrondes in de ochtend en twee in de middag. Als de witte rook verschijnt ‘in de eerste helft van de dag, zal dat zeer waarschijnlijk betekenen dat de favoriet Pietro Parolin is gekozen’, verzekert de krant.

  • Israël vaardigt dienstplichtorders uit voor 7000 ultraorthodoxe Joden

    Israël vaardigt dienstplichtorders uit voor 7000 ultraorthodoxe Joden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: coalitie-Scholz stort in, vervroegde verkiezingen in zicht

    » VS: Kamala Harris geeft nederlaag toe in toespraak

    De dienstplicht van ultraorthodoxe Joden ligt zeer gevoelig

    Het doel van deze oproepen voor tweeëndertig maanden verplichte militaire dienst voor mannen is om de ’rekruteringsdoelen te halen‘, aldus het leger, op een moment dat de strijdkrachten onder druk staan na meer dan een jaar oorlog in Gaza.

    De dienstplicht van ultraorthodoxe Joden is een zeer gevoelige kwestie in het land: deze geestelijken, die ongeveer 14 procent van de Joodse bevolking van Israël uitmaken, zijn vrijgesteld van de dienstplicht omdat ze zich wijden aan het bestuderen van de heilige teksten van het Jodendom.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Deze regel werd ingevoerd bij de oprichting van de staat in 1948. Maar in juni maakte het Hooggerechtshof een einde aan deze regel. De terughoudendheid van de ultraorthodoxen ten opzichte van militaire dienst heeft deels te maken met de angst dat het hen zal verhinderen hun religie te beoefenen, legt Israel Hayom uit.

    ’De huidige strategie van het Israëlische leger is erop gericht om deze opvattingen te bestrijden door middel van een dialoog met religieuze leiders en door het creëren van infrastructuren die zijn aangepast aan de religieuze gebruiken van deze gemeenschap,‘ aldus de nieuwssite.

  • Religieuze diplomatie

    Religieuze diplomatie

    De Moskee van Algiers, het grootste gebedshuis van heel Afrika en het op twee na grootste ter wereld, is een belangrijke hoeksteen in de Arabische religieuze politiek.

    Tijdens een grootse ceremonie arriveerde de Algerijnse president Abdelmadjid Tebboune in Oost-Algiers. De colonne auto’s kronkelde door de heuvelachtige hoofdstad en kwam voor de Grote Moskee van Algiers tot stilstand. Tebboune stapte uit met een kachabia (een traditionele overjas van kamelenhaar, gedragen op het Algerijnse platteland) om zijn schouders gedrapeerd en onthulde voor het oog van talloze goedgekeurde televisiecamera’s een zwarte gedenkplaat met gouden inscriptie ter inwijding van het monumentale gebedshuis.

    Het is vast en zeker geen toeval dat de Grote Moskee uitgerekend in een verkiezingsjaar eindelijk in gebruik is genomen als gebedshuis. Het religieuze megaproject werd vijf jaar geleden al voltooid; het moest destijds dienen als hoeksteen van de verkiezingscampagne van oud-president Abdelaziz Bouteflika, voordat deze door de democratiseringsbeweging Hirak gedwongen werd om op te stappen. Toch zijn er nog altijd Algerijnen die de Grote Moskee ‘Bouteflika’s Moskee’ noemen. Het is het grootste gebedshuis van heel Afrika en het op twee na grootste ter wereld, na de twee heiligste moskeeën in Mekka en Medina. De bouw kostte een slordige 960 miljoen dollar en het gebouw biedt plaats aan 120.000 gelovigen. De 265 meter hoge minaret kijkt uit over de Baai van Algiers en domineert de skyline van de stad.

    Hoogtepunt

    In de Maghreb zijn dit soort monumentale bouwwerken vaak bedoeld om de herinnering aan narcistische leiders levend te houden. De Tunesische oud-president Zine al-Abidine Ben Ali liet in 2003 de El-Abidine-moskee in Tunis verrijzen (na de Arabische Lente officieel omgedoopt tot de Malik Ibn Anas-moskee). In Casablanca drukte Koning Hassan II zijn stempel op de kustlijn met een naar hem vernoemde moskee, het grootste gebedshuis van het continent voordat deze door de Grote Moskee van de eerste plek werd verstoten. Onder de huidige heerser, koning Mohammed VI, heeft Marokko ‘moskeediplomatie’ aangewend om zijn invloedssfeer te vergroten en de culturele banden met Centraal- en West-Afrika aan te halen. Deze strategie gaat terug tot 1964, toen Hassan II de Grote Moskee van Dakar aan Senegal schonk. In de jaren tachtig kregen Gabon en Mauritanië ieder hun eigen Hassan II-moskee, de moskee van Nouakchott werd zelfs voorzien van een Marokkaans cultureel centrum.

    Tijdens de ramadan dit jaar bereikte de diplomatie een hoogtepunt: vlak na elkaar werden er twee Mohammed II-moskeeën geopend, een op 29 maart in Conakry, de hoofdstad van Guinee, en de ander op 5 april in de Ivoriaanse hoofdstad Abidjan. De Guinese president Bah Oury, die de grootse opening namens generaal Mamady Doumbouya bijwoonde, verklaarde: ‘Dit is niet de eerste keer dat Marokko, op initiatief van de koning, ons land steunt met infrastructurele projecten, donaties of culturele activiteiten die de aloude banden tussen dat deel van Noord-Afrika en dit deel van West-Afrika versterken.’ De gloednieuwe bouwwerken, volledig gefinancierd door Marokko, zijn uitgerust met tal van voorzieningen, waaronder winkelcentra en bibliotheken. De gevels zijn versierd met Marokkaanse ornamenten, het traditionele handwerk van ambachtslieden, ‘vanuit het koninklijke streven om het West-Afrikaanse landschap te verrijken met de Marokkaanse cultuur en beschaving’, aldus Bah Oury.

    Deze religieuze diplomatie gaat verder dan de bouw van moskeeën, ze omvat ook initiatieven als het Mohammed VI Instituut voor de Opleiding van imams, dat een gematigde interpretatie van de islam voorstaat. Jaarlijks worden er zevenhonderd tot duizend studenten uit Afrika, de Arabische wereld en Europa opgeleid. Met sommige landen, waaronder Senegal, is overeengekomen dat al hun imams alleen aan dit instituut worden opgeleid. De Marokkaanse autoriteiten zeggen dat ze met deze religieuze investeringen de banden tussen Marokko en zijn Afrikaanse partners willen verstevigen, maar het valt niet te ontkennen dat het koninkrijk haar soft power ook gebruikt om extremisme te beteugelen door een ‘tamme’ en ‘regeringsvriendelijke’ versie van de religie te exporteren naar West-Afrikaanse landen met een moslimmeerderheid.

    In Algerije hebben ‘zawiyahs’ een verreikende invloed, vooral op het platteland

    Waar de Marokkaanse religieuze diplomatie deel uitmaakt van het buitenlandse beleid, is die van Algerije weliswaar net zo politiek, maar meer naar binnen gericht. Het is dan ook geen toeval dat de Algerijnse autoriteiten Mohamed Mamoune El Kacimi El Hassani aan het hoofd van de Grote Moskee van Algiers hebben gesteld. De tachtigjarige, die eerder het befaamde Zawiyet El Hamel in Bou Saâda leidde, werd daarmee in één klap het gezicht van de Algerijnse islam. In Algerije hebben ‘zawiyahs’ [soefi-ordes of soeficentra die dienen als gebeds- of ontmoetingsplaats, school, klooster of mausoleum] een verreikende invloed, vooral op het platteland. Ze ontvangen regelmatig donaties van bezoekers, die er rituelen uitvoeren en de lokale soefi-heilige eren.

    Vanwege hun grote invloed werden talloze zawiyahs tijdens de Franse overheersing gesloten, wat ertoe bijdraagt dat veel politici geloven dat ze deel uitmaken van het nationale weefsel van het land, en ze blijven ook fungeren als moreel kompas. Aan sommige zawiyahs zijn zowel buitenlandse als Algerijnse studenten verbonden, zodat hun invloed tot over de grenzen reikt. ‘Sommige soefi-ordes hebben buitenlandse vertakkingen, met name in de Maghreb en de Sahel,’ vertelt een Algerijnse onderzoeker die anoniem wenst te blijven. ‘Deze netwerken kunnen gebruikt worden om spirituele kennis door te geven, banden tussen gemeenschappen aan te knopen en culturele en religieuze uitwisselingen te bevorderen. Soms fungeren de zawiyahs als centra van informele politieke macht.’

    Verkiezingen

    Het wordt algemeen aangenomen dat de steun van invloedrijke zawiyahs de kansen van een presidentskandidaat vergroot. Zo vond de aftrap van Tebbounes campagne in 2019 plaats met een bezoek aan de zawiyah van sjeik Belkebir in Adrar, in het zuidwesten van Algerije. Hij was de derde presidentskandidaat die een soeficentrum bezocht, wat aanleiding was voor de Nationale Onafhankelijke Verkiezingscommissie (ANIE) om alle kandidaten erop te wijzen dat het verboden was om gebedshuizen voor verkiezingscampagnes te gebruiken. Desondanks sprak de Nationale Unie van Zawiyahs een maand voor de verkiezingen haar steun uit aan Tebboune. Eerder had de vereniging oud-president Bouteflika gesteund. ‘Presidentskandidaten bezoeken een zawiyah om een soort zegen te ontvangen. Ze willen zich verzekeren van de steun van grote delen van de samenleving die de oren naar hun zawiyah-leiders laten hangen,’ zegt de Algerijnse onderzoeker.

    Als tegenprestatie riep Tebboune 15 september uit als nationale imamdag. Op die dag, in het jaar 2000, overleed sjeik Sidi Mohamed Belkebir, de leider van de zawiyah die Tebboune tijdens zijn campagne bezocht. Hoewel Tebboune zijn kandidatuur voor de vervroegde presidentsverkiezingen van september 2024 nog niet officieel heeft aangekondigd, is het zeer waarschijnlijk dat elke kandidaat die meedoet aan de presidentsverkiezingen op een gegeven moment zal proberen zawiyahs te bezoeken en de politiek van religie te benutten. 

  • India: minstens 116 mensen komen om in stormloop

    India: minstens 116 mensen komen om in stormloop

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Orbán roept in Kyiv op tot een staakt-het-vuren in Oekraïne

    » VS: Joe Biden geeft toe dat hij stond te slapen tijdens debat met Trump

    Mensen raakten in paniek door een zware stofstorm

    In India zijn maandag ten minste 116 mensen, waaronder 7 kinderen, omgekomen bij een stormloop op een religieuze bijeenkomst in Hathras, zo’n 150 kilometer ten zuidoosten van New Delhi, meldt het Indiase NDTV. Volgens de autoriteiten werden de gelovigen bij het verlaten van de bijeenkomst getroffen door een zware stofstorm die paniek veroorzaakte, met het gevolg dat ze elkaar verdrukten en mensen in het massale gedrang om het leven kwamen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Duizenden mensen woonden de bijeenkomst bij, die ‘georganiseerd was ter ere van een lokale goeroe’, aldus een getuige die geciteerd wordt door de Indiase zender. Tragische gebeurtenissen tijdens religieuze evenementen komen vaak voor in India. In 2008 vielen er 224 doden en meer dan 400 gewonden bij een stormloop bij een tempel in Jodhpur, in het noorden van het land.

  • VS: staat Louisiana eist dat de Tien Geboden in scholen worden opgehangen

    VS: staat Louisiana eist dat de Tien Geboden in scholen worden opgehangen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Secretaris-generaal Hezbollah waarschuwt Israël en Cyprus voor conflict

    » Verenigd Koninkrijk: Stonehenge-monument beklad door milieuactivisten

    De burgerrechtengroep Aclu kondigde meteen juridische stappen aan

    Woensdag werd Louisiana de eerste Amerikaanse staat ‘die eist dat de Tien Geboden worden opgehangen in klaslokalen van openbare scholen’, meldt CBS News. De wet, ondertekend door de Republikeinse gouverneur Jeff Landry, gaat van kracht in 2025 en geldt voor alle openbare onderwijsinstellingen, van kleuterscholen tot universiteiten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De burgerrechtengroep Aclu kondigde onmiddellijk aan de zaak voor de rechter te brengen, met de bewering dat de wet ‘duidelijk ongrondwettelijk’ is en ‘indruist tegen de scheiding van kerk en staat’.

    ‘Het eerste amendement belooft dat we allemaal zelf mogen beslissen welke religieuze overtuigingen we aanhangen en in praktijk brengen, zonder druk van de overheid. Politici hebben het recht niet om de religieuze doctrine van hun eigen voorkeur op te leggen aan leerlingen en gezinnen op openbare scholen’, liet de groep weten in een gezamenlijke verklaring.

  • Op het eiland Bozcaada leefden Turken en Grieken samen – totdat de toeristen kwamen

    Op het eiland Bozcaada leefden Turken en Grieken samen – totdat de toeristen kwamen

    Op Bozcaada, een eiland in het noordoosten van de Egeïsche Zee, verbouwden Turken druiven die door Grieken geoogst werden. Die saamhorigheid dreigt verloren te gaan onder invloed van het toerisme, schrijft de kleindochter van een oorspronkelijke bewoner.

    De laatste veerboot van de dag vertrekt uit de haven van het stadje Geyikli. Sommige passagiers zijn deze aprilavond op het nippertje aan boord gegaan, onderweg naar hun huis op het eiland Bozcaada. Met iedere kilometer die we dichterbij komen, tekent het silhouet aan de horizon zich duidelijker af. Eerst zie je het hoogste punt, de Göztepe-heuvel, dan het machtige fort, waar vóór de Ottomanen al Perzen, Romeinen, Byzantijnen, Genuezen en Venetianen hebben geregeerd, en even later kijk je uit over de huisjes, die achter de haven met de vissersboten oplichten in het roze licht van de ondergaande zon.

    Mijn opa moet twaalf zijn geweest toen hij voor het eerst op het eiland kwam. Het was begin jaren zestig. Veerboten waren er nog niet. Een kapitein die op het eiland woonde voer de lokale bevolking met zijn motorboot in weer en wind heen en weer tussen hun huis en het vasteland. Op dit kleine Turkse eiland in het noordoosten van de Egeïsche Zee, 7 kilometer van het vasteland van de provincie Çanakkale, zag je haast nooit vreemdelingen.

    Denemarken

    De exquise eentonigheid van het bestaan

    Een groot aantal Denen heeft moeite om Omo aan te wijzen op de kaart. Dit eiland van 4,5 vierkante kilometer, dat 152 inwoners telt, ligt in het zuidwesten van Seeland, de regio waartoe ook Kopenhagen behoort. Het kost vijftig minuten varen om er te komen, een tocht die journalist Alexander Vissing van dagblad Politiken onderneemt om vroegere buren te bezoeken die uit de hoofdstad zijn vertrokken. Na hun pensionering zijn Hannah en Steffen Glismann ‘gevallen voor de charme van Omo, net als ik’, bekent Vissing.

    Op zoek naar een rustiger leven raakte het stel op slag verliefd op een huis dat samen met een klein café-restaurant, Loen genaamd, te koop stond. Zodoende zijn ze nu horecaondernemers. Wat bevalt deze ex-arts en zijn vrouw hier zo goed? ‘De gastvrijheid, de onderlinge betrokkenheid en de hulpvaardigheid.’ En zoals een toevallig passerende buurman opmerkt: ‘Hier maak je niets mee, want er gebeurt niets. Je bereikt gewoon een staat van weldadige rust.’

    Tegenwoordig is dat wel anders. Sinds het eiland via Instagram bekendheid heeft gekregen als een ver van het massatoerisme gelegen vakantiebestemming, waar je aan ongerepte turquoise baaien je verlangen naar rust en vrijheid kunt stillen, wil opeens iedereen naar Bozcaada. Wat mijn opa ervan zou hebben gevonden? Ik kan het hem niet meer vragen. Zijn vader stuurde hem er ooit naartoe omdat hij een lastig ventje was en bij zijn familie daar wel tot inkeer zou komen. Van de schoonheid van het eiland is hij zich altijd bewust gebleven en daar had hij alle reden toe: Bozcaada is een stukje grond van nog geen 37 vierkante kilometer, niet ver van de Dardanellen, grotendeels bedekt met wijngaarden, omringd door de zee en tegelijkertijd een plek van mythen en sagen. Vanaf de Göztepe kun je in noordoostelijke richting op het vasteland vaag de heuvel Hisarlık zien liggen – de plaats waar ooit Troje zou hebben gelegen. Volgens Homerus verstopten de Griekse krijgers zich op Tenedos – de mythologische, Griekse naam van het eiland – nadat ze het houten paard voor de poorten van Troje hadden neergezet. Als de Trojaanse oorlog ooit heeft plaatsgevonden, moet je hiervandaan hebben kunnen zien hoe de stad tot de grond toe afbrandde.

    Christenen en moslims

    Zoals altijd als ik op Bozcaada ben, slenter ik door de steegjes in het centrum van het eiland, beklim ik de talloze trappen en laat ik mijn blik over het stadje dwalen. Tussen de huizen verrijzen aan de ene kant twee minaretten en aan de andere kant een kerktoren. Al honderden jaren wonen christenen en moslims hier bijeen. Dat is bijzonder, omdat Grieks-orthodoxe mensen die woonachtig waren op het grondgebied dat nu Turks is, na de Grieks-Turkse Oorlog gedwongen werden te verhuizen, net zoals de moslims die in Griekenland woonden. Na 1923 werden meer dan 1,6 miljoen mensen van hun geboortegrond verdreven. Slechts een paar steden bleef deze zogeheten bevolkingsuitwisseling bespaard, waaronder Bozcaada, dat bij het Verdrag van Lausanne aan Turkije werd toegewezen.

    Als je wilt kun je hier de kunst van het onthaasten leren

    Hier bleven de twee bevolkingsgroepen dus naast elkaar leven, al zijn er op het eiland nog maar weinig christenen. Op het grote plein in het centrum, waar jong en oud onder de grote plataan koffie drinkt en een praatje maakt, hoor je overwegend Turks met af en toe een Griekse zin ertussen. Als je wilt kun je hier de kunst van het onthaasten leren. ‘Er is hier eigenlijk niemand die snel loopt,’ zegt Günay Yurdakul lachend. En de paar bewoners die dat wel doen, staan daar op het hele eiland om bekend.

    Yurdakul is wijnboer. Op Bozcaada worden al drieduizend jaar druiven verbouwd. Toen moslims en christenen wel naast elkaar woonden maar toch veelal onder elkaar bleven, was wijn de verbindende factor. In die tijd waren het de Turken die de druiven verbouwden en oogstten en de Grieken die er wijn van maakten. Die arbeidsdeling was een ongeschreven wet, waarmee Haşim Yunatcı in 1925 brak toen hij het bedrijf van een Griekse wijnproducent opkocht en de eerste Turkse wijnmaker op het eiland werd.

    Dossier Turkije

    Mijn opa zat in de jaren zestig met Yunatcı’s achterkleinzoon op school. Alles wat ik over de jeugd van mijn opa weet, heb ik van Haşim amca: oom Haşim. Op lange zomeravonden, onder het genot van vele glazen wijn, vertelde hij me niet alleen hoe het er vroeger op het eiland toeging, maar ook hoe ze af en toe een fles wijn uit de fabriek achteroverdrukten en zich stiekem bedronken op de vestingmuur. In de afgelopen twaalf jaar heb ik niet alleen het eiland, maar ook mijn grootvader, die ik al jong verloor, opnieuw leren kennen. Zijn eiland werd ook het mijne.

    Ook Haşim amca leeft niet meer. Maar Çamlıbağ, zijn levenswerk, is nog altijd een kleine wijnmakerij, die vijf generaties later door de 33-jarige Yurdakul draaiende wordt gehouden. Ik zoek hem op in de fabriek, waar hij wijn aan het bottelen is. In de nazomer, na de oogst, trekt de zoetzure geur van geperste druiven door de steegjes. Wat Bozcaada tot wijneiland maakt? ‘Gods geschenk,’ zegt Yurdakul eerst. Dan legt hij uit dat de bodem en het klimaat op het eiland buitengewoon geschikt zijn voor de wijnbouw. Ook Tenes, een kleinzoon van Poseidon en de man die het eiland Tenedos zijn naam gaf, moet zich dat gerealiseerd hebben toen hij – zoals het verhaal wil – de eerste Kuntra-stokken op het eiland plantte. Kuntra is de oudste lokale druivensoort van Bozcaada en Yurdakuls favoriet. Hij maakt er een rode wijn van die nergens anders bestaat. De wind, die hier eigenlijk altijd waait, noemt hij een zegen omdat deze de wijnstokken beschermt tegen ziektes.

    Noordenwind

    Poyraz, de noordenwind, heeft het hier meestal voor het zeggen. Verkiest hij te razen, dan blijft de veerboot in de haven. Je hebt dan maar te accepteren dat je de overtocht naar je werk, de universiteit of de dokter kunt vergeten. Wie hier woont heeft de wind tot vriend gemaakt en laat zich er graag door in slaap sussen. 

    De reis

    Heenreis
    Vlucht naar Istanbul of Izmir. Vandaar per bus of huurauto naar de haven van Geyikli, Çanakkale (+/- 4 uur). Overtocht per veerboot naar Bozcaada (+/- 30 min).

    Overnachten
    Aliki, klein en schappelijk geprijsd familiepension in de Griekse wijk. Boekingen per e-mail: aliki@hotmail.com.tr

    Wijn
    Wijnproeverij van Çamlıbağ-wijnen in Tenedion Winehouse in het centrum.

    Yurdakul neemt me mee naar de plaats waar hij het liefst is: de wijngaarden buiten het centrum van het eiland. Vanaf de helling werpt hij een blik op de zee en zegt: ‘Onze wijn kan alleen maar groeien en bloeien vanwege dit prachtige uitzicht.’ Behoud van de wijncultuur op Bozcaada vindt hij belangrijk, ook al loont het werk waar hij zijn ziel en zaligheid in legt al lang niet meer. Veel eigenaren verkopen daarom hun wijngaarden en openen in plaats daarvan een hotel waarmee ze in twee zomermaanden zo veel verdienen dat ze er de rest van het jaar van kunnen leven. ‘Door het toerisme zijn de mensen luier geworden,’ zegt Yurdakul.

    ‘Het eiland is een drug, het is moeilijk om ervan af te komen’

    Ooit was Bozcaada onder kampeerders en natuurliefhebbers een tip voor insiders. Ze hebben niet veel nodig, geen drukte, geen feesten. Maar sinds een paar jaar neemt het toerisme op het eiland steeds meer toe. In het hoogseizoen, juli en augustus, komen er boven op de drieduizend inwoners algauw vijftienduizend vakantiegangers. Te veel voor dit kleine eiland. Omdat het al lang mijn tweede thuis is, vrees ik voor Bozcaada. Ik vrees voor de druk die het veel te grote aantal toeristen op het eiland legt. Ik kom jonge eilandbewoners tegen die me vertellen dat hier wonen vaak minder eenvoudig is dan wordt gedacht. Dat het ook rauw en eenzaam kan zijn. Dat mensen het huis dat al eeuwen in de familie is, moeten verkopen omdat het leven op het eiland steeds duurder wordt; die huizen worden dan meestal omgebouwd tot hotels. Ze vertellen dat steeds meer jonge mensen wegtrekken en alleen nog ’s zomers terugkomen. Een vriendin die nog niet zover is, zei: ‘Het eiland is een drug, het is moeilijk om ervan af te komen.’

    Het eiland is ook bezig een deel van zijn identiteit te verliezen. Er wonen nog maar zo’n vijftien Grieks-orthodoxen. Toch opent de Papaz – zoals een priester hier heet – elke zondagochtend de kerkdeuren en roept hij de mensen op voor het gebed. Soms komt er niemand, maar hij is er altijd. Een van deze laatst overgeblevenen is Dimitri Mukata. In zijn tuin aan de oostkust van het eiland steekt hij een sigaret op. ‘Ik ben hier op mijn zeventiende weggegaan,’ zegt hij. Dat was midden jaren zeventig. In die tijd veranderde er iets op het eiland. Het conflict tussen Turken en Grieken op Cyprus bereikte ook Bozcaada. ‘In de taverne van Vasil, waar Turken en Rum altijd bij elkaar zaten, werden we door sommige mensen opeens niet meer gegroet.’

    Rum

    Rum is de Turkse benaming voor Grieks-orthodoxen die in Turkije wonen. Ze beschouwen zich niet echt als Grieken in de huidige betekenis van het woord. Ze spreken Grieks, maar ze komen niet uit het huidige Griekenland en hebben altijd al hier gewoond. Na 1974 – ‘vanwege Cyprus’, zoals Mukata zegt – zijn veel gezinnen naar Griekenland geëmigreerd.

    Duitsland

    ‘Het is hier geen Disneyland’

    Op Norderney heeft iedereen de mond vol van het plan voor een vijfsterrenhotel dat ‘alleen nog maar meer klanten met kapsones zal trekken’. Volgens weekblad Der Spiegel probeert dit Oost-Friese Waddeneiland in het noordwesten van Duitsland om niet in dezelfde val te lopen als Sylt, het eiland voor ultrarijken. ‘Het begon allemaal met een ontmoeting, een verhaal even oud als de wereld zelf.’ In de jaren zestig van de vorige eeuw vestigde de jonge architect Ewald Brune zich om amoureuze redenen op Norderney en renoveerde hij samen met zijn echtgenote Birgit het oude hotel Haus am Meer tot ‘een verbazingwekkende chique gelegenheid’.

    Sindsdien zijn er nog ‘decadentere’ oorden verrezen, die zich richten op een welvarende stedelijke clientèle. In 2020 heeft de plaatselijke toeristensector besloten paal en perk te stellen aan deze ontwikkeling. ‘Het is hier geen Disneyland, we willen geen hordes toeristen ten koste van de plaatselijke bevolking.’ Maar het plan voor een luxehotel, gedreven door de familie Brune, zou de kaarten weleens opnieuw kunnen schudden. De verwachte opening is in 2027.

    Mukata kwam pas in 2011 terug naar het eiland. Hij heeft het tweehonderd jaar oude familiehuis omgebouwd tot pension, maar het ziet er nog steeds uit als zíjn huis. Naast de toegangsdeur hangt een geschilderd portret van zijn ouders en daarnaast een van hemzelf. Daartussenin hangt een schoenlepel.

    Mijn opa moest na zijn schooltijd afscheid nemen van Bozcaada en is er, in tegenstelling tot Mukata, nooit meer teruggekomen. Maar het verlangen naar zijn eiland heeft hij altijd met zich meegedragen. Of hij het eiland nog zou herkennen? Zeker weten. En ondanks alle veranderingen zou hij er nog steeds van houden, maar vermoedelijk zou hij ook zeggen: vroeger was het nog mooier. 

    Lees ook:

  • In Iran wordt meer en meer alcohol gedronken, ondanks verbod

    In Iran wordt meer en meer alcohol gedronken, ondanks verbod

    Smokkelaars en lokale distilleerders doen goede zaken in Iran, terwijl alcohol streng verboden is, op straffe van zweepslagen of zelfs de strop. Maar het ‘gelukzaligheidswater’ kruipt waar het niet gaan kan – en of dat ‘bezoedelend’ is, willen de Iraniërs zelf beslissen.

    Volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2018 nuttigen Iraniërs die regelmatig drinken per persoon gemiddeld 28,4 liter alcohol per jaar.

    Roesverwekkende dranken – door sommigen najesi (‘bezoedeling’) genoemd, door anderen ab shangouli (‘gelukzaligheidswater’) – waren lange tijd een geliefkoosd onderwerp in de Perzische literatuur, en dan vooral de klassieke poëzie, die er tal van woorden voor kent.

    Daarentegen is alcohol de Islamitische Republiek altijd een gruwel geweest. Wie op het gebruik ervan wordt betrapt, moet vrezen voor tachtig zweepslagen, en na een vierde arrestatie wegens dronkenschap wacht mogelijk de strop.

    000 Was2473427
    De Iraanse politie dumpte in beslag genomen bierblikjes in Teheran. Het bezit, de productie en de consumptie van alcohol is ten strengste verboden in de Islamitische Republiek. – © Farzin Nemati / AFP

    Toch is het bewind er in de vierenveertig jaar van zijn bestaan niet in geslaagd Koning Alcohol een beslissende slag toe te brengen. Velen weten de wet te omzeilen en willen leven zoals het hun goeddunkt, met alle risico’s van dien.

    En zo heeft de handel in alcohol een waarde van 110 biljoen toman [ongeveer 2 miljard euro] bereikt, volgens schattingen van de Iraanse krant Farhikhtegan. Maar hoe komen mensen eraan? De rijksten kunnen diverse merken kopen bij de saqi (‘alcoholverkoper’ in het Perzisch). Sociale media spelen een faciliterende rol, maar nopen ook tot voorzichtigheid om de valstrikken van de politie te omzeilen, iets wat de saqi overigens is toevertrouwd.

    Saqi

    Na de Islamitische Revolutie van 1979 gaven de meeste saqi zichzelf een Armeense (en dus christelijke) naam. Iran voorziet namelijk in een wettelijke uitzondering op het alcoholverbod: het geldt niet voor niet-moslims. De saqi surfen dus op de wet: ze zijn sjiiet in het dagelijks leven, maar Armeens of joods wanneer ze hun handel bedrijven.

    Een van de bekendste en goedkopere varianten is de aragh sagi (‘arak van de hond’), een verwijzing naar het beeld van een jachthond die de flessen van het bedrijf Meykadeh sierde. De productie werd na de stichting van de Islamitische Republiek gestaakt, maar het merk had zo’n bekendheid verworven dat onder deze naam nog volop wordt gestookt – in uiteenlopende alcoholpercentages, die kunnen oplopen tot 90 procent.

    Er zijn verschillende manieren om deze huisgestookte arak (alcoholhoudende anijsdrank) te maken. Met methanol bijvoorbeeld, dat goedkoop is en dus borg staat voor hoge winsten. Minpuntje: het spul kan blind maken en zelfs leiden tot de dood. De lokale Iraanse pers heeft uitgebreid bericht over groepsvergiftiging op besloten feesten.

    Daar komt bij dat mensen die ziek worden na een verkeerd drankje vaak bang zijn om naar het ziekenhuis te gaan, uit angst voor arrestatie. Een klacht bij de politie indienen tegen de fabrikanten is al helemaal netelig, omdat dit immers een overtreding van het alcoholverbod door de klager inhoudt.

    De strijd voor meer individuele vrijheid die veel Iraniërs voeren tegen het regime heeft de alcoholconsumptie doen toenemen

    Door de toename van smokkel uit Iraaks-Koerdistan komen er steeds grotere hoeveelheden wodka’s, whisky’s en ma’a alshaïr (‘gerstwater’, oftewel bier) op de markt. De prijzen stijgen echter snel, omdat de Iraanse munt maar in waarde blijft dalen ten opzichte van de dollar.

    Maar ook hierbij spinnen de saqi’s garen, en wel door smaakeigenschappen van buitenlandse merken door de eigen brouwsels te mengen en deze tegen scherpe prijzen aan te bieden. Hoewel deze clandestiene productie alle reeds genoemde gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, is ze een groot succes.

    De saqi’s zijn bovendien zulke vaklieden dat hun surrogaat vaak moeilijk van het origineel is te onderscheiden. Opgemerkt moet worden dat het procedé lijkt op de vervaardiging van rozenwater, een kunst waarin Iraniërs sinds mensenheugenis zeer bedreven zijn. Sommigen mijmeren zelfs over export en concurrentie met producten uit andere landen.

    Er zijn ook grootverbruikers die zelf over distillatieapparatuur beschikken. Op sociale media zijn veel artikelen en video’s te vinden met uitleg over het productieproces. Volgens niet-officiële cijfers wordt de helft van de alcoholische drank die verkrijgbaar is op de Iraanse markt clandestien gestookt in huizen of werkplaatsen.

    Toename

    De afgelopen jaren was er een toename waarneembaar van het aantal verkooppunten voor distillatieapparatuur, en zelfs voor gist en filters; die worden onder onschuldige namen verkocht, om de schijn te wekken dat er geen drank in het spel is.

    Evenzo puilen de markten elke zomer uit van de shani, een beroemde zwarte druif uit Iraans-Koerdistan. Die is nauwelijks eetbaar, maar leent zich goed voor het maken van wijn. Daarnaast bestaat er een zwarte druif die ook geschikt is voor wijnproductie maar bovendien goed smaakt. Deze vrucht wordt op de stoep voor de winkels geperst om er een wrang drankje van te maken.

    Vorig jaar voerde de politie een razzia uit op een van de markten in Teheran en nam ze alle spullen in beslag waarmee druiven worden geperst.

    Het zogeheten Bureau 21 van het Revolutionaire Hof van Teheran bestaat nog steeds. Dagelijks worden tientallen mensen veroordeeld voor het drinken van alcohol. Verder confisqueert de politie geregeld duizenden blikjes (en flessen) uit auto’s, huizen en geheime opslagplaatsen, of op particuliere feesten.

    De regering publiceert geen officiële cijfers over alcoholconsumptie, maar er zijn aanwijzingen dat deze de afgelopen jaren is toegenomen. En dat zal te maken hebben met de strijd voor meer individuele vrijheid die veel Iraniërs voeren tegen het regime.

  • Yuval Noah Harari over identiteitspolitiek: ‘Het is een bekrompen stamverhaal’

    Yuval Noah Harari over identiteitspolitiek: ‘Het is een bekrompen stamverhaal’

    Volgens historicus Yuval Noah Harari omvat onze identiteit zoveel meer dan tegenwoordig vaak wordt aangenomen. ‘Als je je richt op slechts één deel ervan en je inbeeldt dat dat het enige is wat telt, zul je niet begrijpen wie je werkelijk bent.’

    Vraag je je af wie je bent, waar je vandaan komt en wat je identiteit is? Ieder mens waagt zich aan deze belangrijke en boeiende zoektocht. Maar het kan ook gevaarlijk zijn. Als ik mijn identiteit op een duidelijke manier probeer af te bakenen, sluit ik anderen mogelijk buiten. Ik zou tot de conclusie kunnen komen dat mijn identiteit wordt bepaald door het feit dat ik tot één specifieke groep mensen behoor, en daardoor alle aspecten van mijn leven negeren die niet te rijmen zijn met die indeling.

    De mens is echter een ongelofelijk complex wezen. Als je je richt op slechts één deel van je identiteit en je inbeeldt dat dat het enige is wat telt, zul je niet begrijpen wie je werkelijk bent. Voor mij als Jood is het bijvoorbeeld duidelijk dat de Joodse geschiedenis en cultuur belangrijke onderdelen van mijn identiteit zijn. Maar de Joodse geschiedenis is lang niet genoeg om te verklaren wie ik ben. Ik ben opgebouwd uit allerlei elementen die overal vandaan komen.

    Ik houd van voetbal, dat heb ik van de Britten. Zij hebben het spel uitgevonden. Dus als ik een bal in het doel schiet, ben ik een beetje Brits. ’s Ochtends drink ik graag koffie. Dat heb ik te danken aan de Ethiopiërs, die het drankje ontdekten, en de Arabieren en Turken, die het over de hele wereld verspreidden. Ik zoet mijn koffie graag met een lepel suiker, dankzij de Papoea’s, die meer dan achtduizend jaar geleden in Nieuw-Guinea suikerriet domesticeerden. Soms leuk ik mijn koffie op met een stuk chocolade, waardoor ik in verbinding sta met de tropische wouden van Midden-Amerika en het Amazonegebied, waar inheemse Amerikanen mogelijk vijfduizend jaar geleden al begonnen cacao te verbouwen.

    Sommige Joden houden niet van voetbal, drinken geen koffie en mijden suiker en chocolade. Toch hebben ook zij veel te danken aan andere culturen. Het Hebreeuws, de heilige taal van het jodendom, heeft veel van zijn woorden, zinnen en basisstructuren ontleend aan andere talen, zoals het Fenicisch, Akkadisch, Grieks, Arabisch en vooral Aramees. Grote delen van het Oude Testament zijn niet in het Hebreeuws geschreven, maar in het Aramees, evenals grote delen van de Misjna, de Talmoed en andere belangrijke joodse teksten. De oude Arameeërs vereerden de god Haddad in plaats van Jehova en doodden verscheidene Joodse koningen. Maar Aramese elementen zijn moeilijk weg te denken uit de Hebreeuwse taal en de Joodse cultuur. Tijdens de rouw bidden orthodoxe joden het Kaddisj-gebed, dat uit Aramese klanken is opgebouwd. Zo’n vijfentwintighonderd jaar geleden verruilden de joden hun eigen Hebreeuwse schrift voor het Aramees, wat tot op de dag van vandaag wordt gebruikt in onder andere de Thora, de Talmoed en in dagbladen.

    Code

    Meer in het algemeen hebben we de uitvinding van het schrift niet te danken aan de Arameeërs, maar aan de oude Sumeriërs. Duizenden jaren voordat de eerste Jood leefde, verzonnen een paar Sumerische studiebollen iets slims: ze gebruikten een stok om tekens in een stuk klei te kerven. Voor deze tekens bedachten ze een code en ze creëerden de schrijftechnologie die ons uiteindelijk boeken, kranten en websites opleverde.

    Het jodendom keek niet alleen voor de taal en het schrijfsysteem buiten de deur, maar ook voor een aantal centrale, religieuze vraagstukken. Zo staat bijvoorbeeld nergens in de Thora vermeld dat de mens een eeuwige ziel heeft die in het hiernamaals gestraft of beloond zal worden. Dat was duidelijk geen essentieel onderdeel van het bijbelse jodendom. De God van het Oude Testament belooft de mensen nergens dat ze, als ze zijn geboden gehoorzamen, eeuwige gelukzaligheid in de hemel zullen genieten, en dreigt nergens dat ze, als ze zondigen, voor eeuwig in de hel zullen branden. Dat het jodendom centrale, religieuze vraagstukken van externe bronnen heeft afgekeken, is dus eigenlijk te voorzichtig geformuleerd. In feite zijn centrale, religieuze overtuigingen ook buiten de eigen traditie ontstaan.

    Het jodendom nam het geloof in het eeuwige leven voornamelijk over van de Griekse filosofie van Plato en de Perzische religie van het Zoroastrisme. Aan de Perzen ontleenden de joden ook het concept van de duivel en de Messias. Het merendeel van wat ons in leven houdt en alles de moeite waard maakt – van voeding tot filosofie, van geneeskunde tot kunst – is niet uitgevonden door een specifiek volk, maar door mensen van over de hele wereld. Dit geldt niet alleen voor Joden, maar voor alle mensen. 

    Iemand die Afrikaanse culturen wilde beschimpen, vroeg ooit laatdunkend: ‘Wie is de Tolstoj van de Zoeloes?’ Deze persoon leek te geloven dat geen enkele Afrikaanse cultuur – hetzij Zoeloe, hetzij welk Afrikaans volk dan ook – literaire werken heeft voortgebracht die vergelijkbaar zijn met Tolstojs Oorlog en Vrede of Anna Karenina. Ralph Wiley, een Afro-Amerikaanse journalist, had op deze uitdaging een eenvoudig antwoord. Hij kwam niet aanzetten met een lijst Zoeloe-auteurs, zoals Benedict Wallet Vilakazi, Mazisi Kunene of John Langalibalele Dube. Evenmin benadrukte hij dat Afrikaanse auteurs als Chinua Achebe, Chimamanda Ngozi Adichie of Ngũgĩ wa Thiong’o even goed waren als westerse. Wiley omzeilde de valstrik volledig: in zijn boek Dark Witness schreef hij dat ‘Tolstoj de Tolstoj van de Zoeloes is – tenzij je het nuttig vindt om je universele, menselijke kwaliteiten toe te eigenen en die als stambezit te beschouwen’.

    Tolstoj spreekt over gevoelens, vragen en inzichten die even relevant zijn voor mensen in Durban en Johannesburg als voor die in Moskou en Sint-Petersburg

    Tolstoj is in tegenstelling tot wat fanatieke racisten en hardcore muggenzifters van ‘culturele toe-eigening’ beweren, niet het exclusieve eigendom van de Russen. Hij is van alle mensen. Zelf is Tolstoj sterk beïnvloed door de ideeën van buitenlanders als de Fransman Victor Hugo en de Duitser Arthur Schopenhauer, om nog maar te zwijgen van Jezus en Boeddha. Tolstoj spreekt over gevoelens, vragen en inzichten die even relevant zijn voor mensen in Durban en Johannesburg als voor die in Moskou en Sint-Petersburg.

    Tweeduizend jaar geleden schreef de Afrikaans-Romeinse toneelschrijver Terentius, een vrijgemaakte slaaf, iets vergelijkbaars: ‘Ik ben een mens, en niets menselijks is mij vreemd.’ Ieder mens is een erfgenaam van de hele menselijke schepping. Mensen die in hun zoektocht naar identiteit hun wereld reduceren tot de geschiedenis van één enkele natie keren hun menselijkheid de rug toe. Ze veronachtzamen wat ze delen met alle andere mensen. En ze veronachtzamen iets nog veel diepers. Alle uitvindingen en ideeën die de mens de laatste paar duizend jaar tot wasdom heeft gebracht, zijn slechts de bovenlaag van wie wij zijn. Onder die korst, in de diepten van je lichaam en je geest, bevinden zich vele lagen die zich in miljoenen jaren hebben ontwikkeld, lang voordat er überhaupt mensen waren. Dit diepe mysterie manifesteert zich in alles wat ik voel en denk. Om te begrijpen wie ik ben, moet ik me openstellen voor dit mysterie en het onderzoeken. Ik moet geen genoegen nemen met een verhaal dat me koppelt aan een stam die een paar duizend jaar op een paar heuvels bij een rivier heeft geleefd.

    Vlinders

    Denk bijvoorbeeld aan onze paringsrituelen. Wat voel je als je iemand ziet die je aantrekkelijk vindt, als je voor het eerst iemands hand vasthoudt, als je voor het eerst met iemand zoent? Denk aan die achtbaan van emoties, de hoop en de angst, de vlinders in de buik, de stijgende lichaamstemperatuur en de versnelde ademhaling. Wat zijn dat toch voor verschijnselen, waaraan schrijvers en zangers al eeuwenlang aandacht besteden?

    Deze zijn niet uitgevonden door Joden, Arameeërs, Russen of Zoeloes. Sterker nog: ze zijn helemaal niet uitgevonden door mensen. De evolutie heeft ze in miljoenen jaren gevormd, en je deelt ze niet alleen met alle andere mensen, maar ook met chimpansees, dolfijnen, beren en vele andere dieren. Religieuze rituelen zoals de joodse bar mitswa of de christelijke eucharistie zijn hooguit tweeduizend jaar oud en verbinden de huidige generatie met ongeveer honderd generaties daarvoor. Rituelen bij zoogdieren zijn daarentegen tientallen miljoenen jaren oud en verbinden je met miljoenen voorgaande generaties zoogdieren en zelfs met voorouders vóór de zoogdieren.

    Als ik mijn identiteit beperk tot een bepaalde groep mensen, dan ga ik aan dat alles voorbij. Dan laat ik weinig ruimte over voor voetbal en chocolade, voor Aramees en Tolstoj, of zelfs voor romantiek. Wat overblijft, is een bekrompen stamverhaal dat in de strijd om identiteitspolitiek een effectief wapen kan zijn, maar ook een hoge prijs heeft. Zolang ik me vasthoud aan dat bekrompen verhaal, zal ik nooit de waarheid over mezelf kennen.

    Lees ook:

  • De pornoparadox

    De pornoparadox

    Hervormers vrezen dat steeds meer buitensporige pornosites de verlangens van gebruikers vervormen. Maar het overschrijden van grenzen is altijd een deel van de aantrekkingskracht geweest.

    Sommige mensen vinden dat inhoud altijd vrij moet zijn, net als mensen zelf. Die gedachte lijkt te worden bevestigd door de ruim 9 miljard bezoeken per maand aan pornowebsites en ‘tubes’, waar professionals en amateurs seksvideo’s uploaden die anderen kunnen bekijken, op elk gewenst tijdstip en zonder ervoor te betalen, zoals veel lezers waarschijnlijk al weten.

    Werkt non-stop gratis porno bevrijdend? Of beperkt het ons en maakt het ons minder menselijk? Het is een van de hedendaagse vragen die sociologe Kelsy Burke onderzoekt in The Pornography Wars: The Past, Present, and Future of America’s Obscene Obsession [De Pornografieoorlogen: verleden, heden en toekomst van de obscene obsessie van Amerika]. Het antwoord hangt af van hoe je ‘ons’ definieert, want pornoproducenten – net als andere content makers die in digitale sweatshops werken komen er nauwelijks van rond. Pornhub trekt weliswaar meer bezoekers per maand dan Netflix of TikTok, maar volgens een online gids voor beginnende porno-ondernemers levert een video met een miljoen views nog geen 500 dollar op.

    Anders dan in de jaren zeventig en tachtig – de hoogtijdagen van XXX-films met meerdere draaidagen en budgetten voor catering, en met grote winsten en florerende sterren – genereert de nieuwe porno-economie haar inkomsten hoofdzakelijk uit advertenties. Dat geld komt ten goede aan de eigenaars van de sites, niet aan de makers. De betaalsite OnlyFans levert slechts enkele sterren veel geld op, maar voor de meeste valt dat nogal tegen: pornoacteurs worden als het ware dubbel genaaid. Daarom creëren ze nu nieuwe content, laat Burke zien: een-op-eeninteractie met klanten in ‘camming’-sessies bijvoorbeeld, als aanvulling op content waarvoor ze amper betaald worden. En ook dat materiaal komt dan vaak weer op gratis sites terecht.

    Gepolariseerd

    Of de alomtegenwoordige pornografie ons degradeert of juist emancipeert, hangt ook af van met wie je erover praat, aldus Burke. Ze is minder geïnteresseerd in porno als zodanig dan in de aanhoudende discussie erover. De discussie over het feit dat pornoconsumptie slecht is voor de gezondheid, is alleen maar verder gepolariseerd sinds het Congres in 1842 de eerste van talloze niet-werkende maatregelen aannam tegen de verspreiding van obsceen materiaal.

    In haar veelomvattende boek begeeft Burke zich tussen pornoproducenten, kijkers, activisten en diverse deskundigen (inclusief zelfbenoemde experts). De kern van haar project wordt gevormd door interviews met een kleine, niet-willekeurige selectie van betrokkenen bij de pornostrijd: 52 ondervraagden die antiporno zijn en 38 die zij ‘pornopositief’ noemt. Burke benadert de geïnterviewden ‘eerder nieuwsgierig dan oordelend’ en laat ze hun tegengestelde opvattingen meestal op papier uitvechten; daarbij trekt ze de mythes van beide kanten in twijfel en signaleert ze waar de uiteenlopende overtuigingen soms samenkomen.

    De antipornogroep is grotendeels mannelijk, religieus en verbonden aan hulpprogramma’s voor pornoverslaafden. Er zitten zowel cliënten als clinici bij, en Burke sprak ook met niet-gelieerde bekeerlingen en activisten. Die beweren dat kijken naar porno fysieke en emotionele schade toebrengt. Velen denken zelfs dat kijken naar porno biologisch verslavend is, onze hersenen binnendringt en onze grijze massa verandert. Of dat de reactie van het dopaminesysteem op online porno dwangmatig gedrag in de hand werkt. Er zijn meer dan genoeg wetenschappelijk klinkende theorieën. Hier merkt Burke op dat ze geen definitief bewijs heeft gevonden voor dergelijke neurobiologische beweringen.

    Maar, zegt ze, het is ook een lastig onderwerp om onder laboratoriumomstandigheden te bestuderen: een subjectief onderwerp als gedragsverslaving valt ‘nagenoeg onmogelijk’ te beoordelen met objectieve metingen zoals hersenscans. En, zoals de socioloog Gabriel Abend het ooit zei: onderzoekers zijn nooit neutraal of objectief over de moraliteit van menselijk gedrag. Zijn onze hersenen zo gemaakt dat mannen seks gescheiden zien van romantiek, terwijl vrouwen ervan dromen de twee op gelukzalige wijze te verenigen? Het antwoord op die vraag laat Burke over aan Cordelia Fine, een psychologe die haar carrière besteedt aan het ontkrachten van dergelijke theorieën; Fine bedacht er de term neuroseksisme voor.

    Bij de antiporno-ondervraagden van Burke – een ‘opmerkelijke alliantie’ die evenredig politiek-ideologisch verdeeld is, merkt ze op – is ook een seculiere groep feministen die meer leunt op argumenten over vrouwenhaat en de verwording van seks tot handelswaar. Er is volgens hen geen aandacht voor het plezier van vrouwen, of dat plezier wordt geveinsd om mannen te behagen. Ook daar keert Burke zich tegen. Zij noemt dit ongefundeerd activisme dat slechts steunt op persoonlijke opvattingen over goede en slechte seks en ideeën over ‘hoe authentieke seksualiteit voor vrouwen eruit zou moeten zien’.

    Zelfs de discussie over pornoverslaving, merkt ze scherpzinnig op, weerspiegelt genderongelijkheid. Een vrouw die van porno houdt wordt eerder als ziekelijk weggezet dan een man die van porno houdt: haar voorkeur wordt gezien als een teken van trauma of slachtofferschap in het verleden. Bij mannen, schrijft Burke, wordt overdadige aandacht voor porno vaak toegeschreven aan een sterke geslachtsdrift en worden hun pogingen om ervan af te kicken gezien als een bewijs dat ze hun driften kunnen beheersen.

    ‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel’

    Burke richt zich in het bijzonder op het groeiende aantal mannelijke millennials dat het ‘fappen’ – een klanknabootsing voor masturbatie – wil overwinnen. (Een forum op Reddit met de naam NoFap heeft bijna een miljoen volgers.) Een opvallende onthulling in het boek is hoe zwaar de retoriek over pornoverslaving is in de wit-nationalistische en online subculturen, waar de alomtegenwoordigheid van porno wordt toegeschreven aan liberalen, feministen, socialisten en Joden; voor deze meute zijn dat inwisselbare schurken. En dat terwijl veel liberale feministen en Joodse socialisten ongetwijfeld zelf verontrust zijn dat porno kijken bij jonge mannen de plaats inneemt van daadwerkelijke seks en echte relaties.

    Burke bezit de gave om buitengewoon onverstoorbaar te blijven over zelfs de meest heikele onderwerpen, inclusief de vraag of kinderen – die naar verluidt voor het eerst worden blootgesteld aan online porno op de leeftijd van tien tot vijftien jaar – worden beschadigd door pornografie. Het is een zorg die de beide kampen het dichtst bij elkaar brengt. ‘Alle opvoeders, therapeuten, religieuze leiders en activisten die ik interviewde, ongeacht hun standpunt over porno zijn het erover eens dat het slechte seksuele voorlichting oplevert’, schrijft ze, vooral het gratis gestreamde spul waartoe kinderen het gemakkelijkst toegang hebben. Iedereen benadrukt de noodzaak van betere communicatie tussen ouders en kinderen over porno. Dat geldt ook voor Andre Shakti, sekswerker en seksuele opvoeder, die overigens wel benadrukt dat porno entertainment is en geen handleiding: ‘We nemen onze kinderen ook niet mee naar Fast and the Furious met de verwachting dat ze dan leren rijden als Vin Diesel.’

    Tegenstanders van pornografie die verontrust zijn over de normalisering van handelingen als klaarkomen in het gezicht, waardoor tienermeisjes zich onder druk gezet kunnen voelen om eraan mee te moeten doen, vinden dat de gevaren van porno al vroeg moeten worden ingeprent (‘Zie je een “erge” foto, blijf dan niet kijken, maar keer je ervan af en praat erover!’). Sommigen zijn er voorstander van om ’s nachts alle elektronische apparaten uit slaapkamers van kinderen te verwijderen – het digitale equivalent van het victoriaans aanprijzen van gadgets tegen masturbatie.

    De ‘sekspositieve’ benadering, voortkomend uit bezorgdheid over dates en seksueel geweld, moedigt ‘pornogeletterdheid’ aan in plaats van vermijding, en steunt ouders in gesprekken met tieners over het verschil tussen echte seks en porno. De progressieven en sociale wetenschappers met wie Burke praat zijn doorgaans realisten. Seksueel expliciete media zijn er in overvloed in onze samenleving, vinden ze, en porno is niet de enige bron van vrouwenhaat en slechte seks; de prioriteit moet liggen bij het onderwijzen van instemming en context. Conservatieven (van zowel religieuze als seculiere snit) benadrukken de schadelijkheid: ‘Pornografie dringt je hersenen binnen en richt daar schade aan’, aldus een christelijk prentenboek voor kinderen vanaf zes jaar.

    Fantasie

    De ‘pornopositieve’ geïnterviewden, van wie de meesten vrouw en seculier zijn, leggen over het algemeen de nadruk minder op pornoconsumptie dan op de productiekant van de industrie. Burke sprak met sekswerkers en activisten die zich verzetten tegen de recente vermenging van de antipornobeweging met de beweging tegen mensenhandel, waardoor alle sekswerk met mensenhandel wordt gelijkgesteld. Dat sluit instemming uit – een vorm van paternalisme waar ook Burke tegen is. Ondertussen maken activisten bezwaar tegen het besluit van creditcardmaatschappijen om hun banden met Pornhub te verbreken. Hun argument is dat de winst van Pornhub, afkomstig van advertenties, niet noemenswaard zal verminderen, evenmin als het aantal video’s waarbij geen sprake is van instemming. Maar die stap heeft wel directe gevolgen voor legale, bewuste pornomakers van wie velen zich juist tot het internet hebben gewend op zoek naar meer veiligheid en controle over hun werk.

    Burke sprak met een feministische pornograaf voor wie controle over de camera een manier is om haar eigen seksualiteit te herwinnen. Ook sprak ze met een groep die de branche wil hervormen en die een ‘Makershandvest’ heeft gepubliceerd, waarin instemming prioriteit heeft. Het probleem, zo erkennen ze, is dat de ‘feministische’ en ‘ethische’ porno die door progressieve pornografen wordt geproduceerd, uiteindelijk als de zoveelste niche op pornosites belandt, en het daar moet opnemen tegen ‘anaal’ en ‘Aziatisch’. Niemand mag overigens concluderen dat hervormers daadwerkelijk de porno-industrie hervormen: Burke heeft een aantal huiveringwekkende en ongetwijfeld veelvoorkomende verhalen over seksuele en financiële uitbuiting van jonge vrouwen die proberen door te breken in de business. Ze lenen zich bij uitstek voor manipulatie door iedereen die zichzelf ‘manager’ noemt en zich daarbij onder andere tot taak stelt zelf de mannelijke hoofdrol te spelen in de eerste film van zijn cliënt.

    Een ander probleem voor wie zich ‘ethisch’ door het doolhof van online porno probeert te bewegen, is dat onze seksuele verlangens niet altijd stroken met onze waarden of opvattingen. Een queer feministische socioloog betreurt het dat ze minder opgewonden raakt van vertrouwde feministische porno dan van de ranzige mainstream porno, terwijl ze zich heel bewust is van seksisme, racisme en slechte werkomstandigheden. Een christelijke vrouw die vertelt verslaafd te zijn aan masturbatie, moest zelfs stoppen met het kijken naar libido-schadende series als The Handmaid’s Tale, omdat ze vreesde opnieuw de fout in te gaan. Dat is het probleem met fantasie: alles kan porno zijn. En porno die jou opwindt komt niet noodzakelijk overeen met de seksuele identiteit die je omarmt. Denk maar aan de schrijnend hilarische scène in The Kids Are All Right waarin twee lesbische moeders naar porno met homomannen kijken om hun seksleven op te peppen. In 2017 zei Pornhub dat 37 procent van de personen die naar porno met mannelijke homo’s kijken, vrouw was.

    Porn-on-demand belooft overvloed, onbegrensdheid en misschien zelfs wel enige transcendentie

    Net zoals ik zelf soms verwonderd ben over mijn keuzes voor bepaalde onderwerpen, vraag ik me altijd af welke persoonlijke drijfveer achter ogenschijnlijk wetenschappelijke boekprojecten schuilt. Burke laat ons niet in het ongewisse over die van haar. Als wedergeboren christen ontdekte ze in haar tienertijd dat ze graag naar de verstopte Playboys van haar vader keek, wetende dat ze ‘de zonde van de lust’ beging. Bovendien werd ze belaagd door homoseksuele fantasieën, ofwel ‘homoseksuele perversie’ in de taal van haar gezindte. Nu ze volwassen is, wijdt ze haar academische carrière aan het navigeren tussen diezelfde uitersten. ‘Sociologie werd het instrument dat ik gebruikte om niet alleen mijn seksualiteit en geloof te begrijpen, maar ook de hardnekkige wijze waarop seks en religie meer in het algemeen botsen in de Amerikaanse cultuur en politiek.’

    Hoewel ik blij ben voor Burke dat ze dit dilemma zo productief weet aan te pakken, vraag ik me ook af of die tienerverboden niet tot bepaalde conceptuele lacunes hebben geleid toen ze haar onderzoek in kaart bracht. Door haar focus op de tegenstellingen zoek je in haar boek tevergeefs naar iemand – man of vrouw – die gewoon van porno houdt zonder er een therapeutische missie of een zaak van te maken. Ook leer je van Burke niet veel over de werkelijke inhoud van porno, hoewel ze na bestudering concludeert dat porno uit de eenentwintigste eeuw gewelddadiger is dan die van vroeger, en dat de slachtoffers van dat geweld onevenredig vaak uit gemarginaliseerde groepen afkomstig zijn. (De populaire cultuur in het algemeen is natuurlijk ook gewelddadiger geworden, maar dat wordt niet vermeld.) Details die wel naar boven komen suggereren enkele interessante thema’s die onaangeroerd blijven. In 2014 behoorde incestporno tot de top van de zoekopdrachten op Pornhub, merkt ze terloops op. Je zou kunnen zeggen – buiten het feit dat sexy stiefmoeders een eeuwige fantasie zijn – dat porno er altijd al op was gericht taboes te doorbreken en onfatsoenlijk te zijn. Wellicht is dat iets wat wij regelzieke mensen leuk vinden.

    Alsof te veel naar porno kijken nog steeds verboten zou zijn, wil Burke niet al te veel nadenken over de waaromvraag, afgezien van de mogelijkheden tot fappen die al die toegewijde kijkers geboden wordt. Je zult haar niet betrappen op de vraag of er misschien meer complexiteit en emotionele verlokkingen ten grondslag liggen aan deze ervaring, of misschien zelfs wel enkele diepere menselijke verlangens.

    Die verlokkingen brengen me bij dat andere onderwerp waarvan ik verwachtte dat Burke het zou aansnijden, gezien de grondige religiositeit die haar werk doordringt: het terrein dat porno en religie delen. Zeker, religie biedt doelen en troost die vreemd zijn aan porno. Toch richten beide zich op een gemeenschappelijk verlangen om buiten onszelf te treden, om los te komen van deze wereld, al is het maar tijdelijk. Porno hoeft niet alleen letterlijk genomen te worden: vrouwen kunnen fantaseren over man zijn en andersom en ze kunnen fantaseren over op andere potentieel bevrijdende en gevaarlijke manieren in opstand komen. Porn-on-demand belooft overvloed (wat je maar wilt, wanneer je het maar wilt), onbegrensdheid (een wereld zonder remmingen), en misschien zelfs wel enige transcendentie of anders op z’n minst een nooduitgang.

    In een essay genaamd Tongues Untied: Memoirs of a Pentecostal Boyhood [Losgemaakte tongen: jongensjaren bij de Pinkstergemeente] schrijft de literator en queer theoreticus en inmiddels atheïst Michael Warner van Yale dat ‘religie dingen bewerkstelligt waarbij de seculiere cultuur hooguit alleen maar in de buurt kan komen’. Zonder religie te willen reduceren tot seks, vindt hij net als anderen overlappingen bij onder meer Georges Bataille en Harold Bloom. Religie biedt verrukking; ze ‘stelt een taal van extase beschikbaar’, geeft ons de ‘stroboscopische afwisseling van genot en verwoesting’. Net als seks in zijn meest intense vorm.

    Hoewel het christendom in het verhaal van Warner altijd behoorlijk queer is (‘Jezus was mijn eerste vriendje’), klinken de worstelingen van zijn tienerjaren als die van Burke. De ‘twee soorten extase’ die in de aanbieding waren, vormden ook voor hem een kwellend dilemma; het was ondraaglijk om elke nacht te moeten kiezen tussen orgasme en religie; ‘Ik was er zeker van dat God niet wilde dat ik klaarkwam.’ Tegelijkertijd bood de viering van extase middels religie een manier om ‘overtredingen tegen de normale orde van de wereld’ te zien als iets goeds.

    Utopie

    Burke kiest een minder zondige weg om zich met haar eigen innerlijke tegenstrijdigheden te verzoenen. Het anti- en pro-pornokamp zetten zich eigenlijk voor hetzelfde in, concludeert ze: ‘Mensenrechten, seksuele instemming en een bevredigend leven.’ Iedereen streeft naar ‘echte en authentieke seksualiteit’ en wil zich losmaken van de ‘nepseks die ons omringt’. Ze biedt een geruststellend perspectief, en ongetwijfeld is de authenticiteit van tedere, zorgzame seks met een ander zeer aan te bevelen. Maar voor velen is dit buiten bereik, en klinkt het ook een beetje saai.

    Het immense pornopubliek suggereert dat velen van ons ook nog graag even wat uitstel van authenticiteit willen. Porno biedt een wereld waarin je niet hoeft stil te staan bij de persoonlijkheid en verwachting van anderen, een wereld waarin (nog fantastischer) mannen en vrouwen in bed dezelfde dingen willen, een wereld ook waarin net als in het freudiaanse onbewuste geen ‘nee’ of seksuele remmingen bestaan. Het is een utopie in de ware zin van het woord: een wereld die niet bestaat.

    We zullen nooit in een wereld leven waarin de grote porno-oorlog zal zijn beslecht, noch in een wereld waarin de seksuele moraal zegeviert, of in een zonder seksuele verboden. De strijdenden zelf zijn zich hier goed van bewust, ontdekte Burke tijdens haar interviews. Niemand denkt het gevecht te zullen winnen. Waar beide kampen het wel over eens zijn, is dat iedereen beter af zou zijn zonder pornosites die je gratis kunt streamen. Nu de gebruikers nog overtuigen.

  • Iran gaat kledingregels strenger handhaven in aanloop naar extreem hete zomer

    Iran gaat kledingregels strenger handhaven in aanloop naar extreem hete zomer

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Noorwegen zet vijftien Russen uit op verdenking van spionage

    » 21-jarige man in VS aangehouden voor lekken staatsgeheimen

    Regering verwacht massale schending van kledingvoorschriften

    Het Iraanse regime heeft voor de zomer maatregelen aangekondigd om de geldende islamitische kledingvoorschriften te handhaven. De islamitische republiek verwacht dat het in de zomer in Iran uitzonderlijk heet wordt, wat voor veel vrouwen aanleiding zal zijn om de kledingvoorschriften te negeren, schrijft Gazeta Wyborcza. Er worden temperaturen van 40 graden Celsius verwacht.

    Iraanse hardliners waarschuwen voor ‘naakte vrouwen’ die ’s zomers de straat op zullen gaan in korte rokjes en broeken en bloezen met korte mouwen, schrijft Financial Times. Daarom roepen religieuze leiders en parlementsleden op tot de invoering van strengere straffen voordat de zomer aanbreekt. De regering geeft daar nu gehoor aan.

    Op openbare plekken worden camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen verhullende kleding dragen

    Als maatregel worden er op openbare plekken camera’s opgehangen om te controleren of vrouwen hun haar bedekken en verhullende kleding dragen. Bij de eerste overtreding krijgen ze een waarschuwing, bij de volgende keer worden ze gestraft. Die straf kan een arrestatie, een boete of verplicht onderwijs in de islamitische wetten zijn.

    Veel Iraanse vrouwen hebben genoeg van de islamitische kledingvoorschriften. De dood van de jonge Koerdische vrouw Mahsa Amini in september vorig jaar, die stierf nadat ze was opgepakt omdat ze haar hoofddoek niet volgens de regels droeg, was de aanleiding voor massale protesten in het hele land. Eerst waren die nog gericht tegen het harde optreden van de politie, maar op den duur richtten ze zich steeds meer tegen de overheid. Bij de protesten zijn honderden demonstranten omgekomen, waaronder tientallen kinderen, en duizenden mensen gearresteerd.

    Lees ook:

  • Aanvallen in Spaanse kerken, mogelijk terrorisme

    Aanvallen in Spaanse kerken, mogelijk terrorisme

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Google aangeklaagd wegens adverteermonopolie

    » Definitief: VS en Europa sturen tanks naar Oekraïne

    In zeker twee kerken in Zuid-Spanje vonden aanvallen plaats

    Een man heeft in het zuiden van Spanje in verschillende kerken mensen aangevallen met een steekwapen. Volgens Spaanse media, waaronder de krant El Pais, gaat het om een Marokkaanse man die gebruik maakte van een machete. Zeker een van de slachtoffers van zijn steekaanvallen is om het leven gekomen. Het zou gaat om een koster.

    De aanvallen vonden plaats in de havenstad Algeciras, een belangrijke verbindingsstad voor tochten naar Marokko en de exclaves Ceuta en Melilla. De man zou in zeker twee katholieke kerken mensen hebben aangevallen. De Spaanse politie onderzoekt of de dader een terroristisch motief had voor het geweld.

    Naast het dodelijke slachtoffer raakten vier mensen gewond bij de aanvallen. In Algeciras kampt men al lange tijd met problemen door drugs- en mensensmokkel, maar religieus geweld zou, ondanks de verschillende religies in de stad, maar weinig voorkomen.

    Lees ook:

  • Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    Volgens deze Jemenitische auteur heeft de focus van het Iraanse regime op religie in plaats van op de materiële nood van de bevolking een averechts effect. ‘Iran noemt zichzelf de “Islamitische Republiek”, maar het atheïsme is wijdverbreid.’

    Lees ook de andere artikelen uit het Dossier ‘Vrouw, leven vrijheid’ over de protesten in Iran:

    » In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    » Verschillende sociale klassen slaan handen ineen

    » ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    Hoewel de dood van Mahsa Amini op 16 september jongstleden tot grote woede heeft geleid, weten de Iraniërs dat de aanstoot die het regime nam aan een ontsnapte haarlok illustreert hoe graag het met een overmaat aan religie tegenwicht wil bieden aan de materiële nood van de bevolking. 

    Omdat het regime er niet in is geslaagd de belangen van de Iraniërs hier op aarde naar behoren te behartigen, probeert het dat in een andere wereld te doen. Met andere woorden, in plaats van de mensen de mogelijkheid te geven hun leven hier beneden te verbeteren, wordt hun het walhalla daarboven voorgespiegeld.

    De opleving van het Koerdisch nationalisme

    De Iraanse Koerden, die deelnemen aan de protestbeweging, worden met harde hand onderdrukt. Deze volksopstand heeft hun oude aanspraak op territoriale autonomie weer doen opleven.

    De Iraanse Koerden zien de betogingen in Iran, waaraan ze actief deelnemen, als een mogelijkheid voor het land om zich te ontdoen van een religieus regime en de mensenrechtensituatie te verbeteren, maar ook als een mogelijkheid om hun oude aanspraak op autonomie weer van stal te halen, die aansluit bij het nationalistische streven van de Koerden in het Midden-Oosten naar een transnationale politieke gemeenschap van Turkse, Syrische, Iraakse en Iraanse Koerden, legt de pan-Arabische krant Daraj uit.

    De slogans – zoals ‘Koerdistan zal een begraafplaats voor de fascisten zijn’ – en de meegevoerde portretten van Abdul Rahman Ghassemlou – een van de meest vooraanstaande leiders van de Democratische Partij van Iraans Koerdistan, die in 1989 in Wenen is vermoord door de Iraanse inlichtingendienst tijdens een speciale operatie waaraan ook de Iraanse ex-president Ahmadinejad deelnam – laten zien dat de huidige beweging een Koerdisch nationalistisch tintje heeft.

    Deze etnische minderheid, die lange tijd is gemarginaliseerd, ziet bovendien raakvlakken tussen de Koerdische en de feministische beweging. ‘De meeste Koerdische feministen die in Iran gevangenzitten zijn gearresteerd om twee redenen, hun feministische betrokkenheid en hun [Koerdisch] nationalisme’, aldus de auteur van het artikel, die zelf een Syrische Koerd is.

    Daraj herinnert eraan dat deze wil om actiever in het geweer te komen tegen het regime al voor de huidige twisten bestond. De Democratische Partij van Iraans Koerdistan en de Democratische Partij van Koerdistan in Iran, de twee grootste Koerdische partijen in Iran, hadden zich afgelopen augustus al verenigd na een schisma van zestien jaar.

    De twee partijen, die over een militaire vleugel beschikken, de Peshmerga, hebben toen het begin van een nieuwe fase aangekondigd ‘in de strijd tegen het regime van de Islamitische Republiek Iran en tegen ieder plan dat het pluralisme en de rechten van minderheden ontkent’.

    Teheran zegt bovendien dat er Peshmerga-strijders deelnemen aan de betogingen in Koerdische steden, wat door de Koerden wordt ontkend. Het is vermoedelijk een excuus om de repressie op te voeren, besluitDaraj..

    De tegenstelling tussen discours en praktijk is schrijnend. Het is de tegenstelling tussen de ‘Islamitische Republiek’ en een moordzuchtige handhaving van de ‘goede zeden’. Tussen de bewering dat men de islam wil koesteren als het licht in de ogen en het met harde hand uitdragen van de religieuze ideologie.

    Voor een groot deel van de samenleving lijkt religie dus een eenvoudig instrument in handen van het regime om ieder streven naar een beter leven de kop in te drukken. Dat werkt een afkeer in de hand van alles wat naar religie riekt. In die zin is de opstand tegen het verplicht dragen van een hoofddoek in feite een afwijzing van de ideologische fundamenten van het regime, met zijn velayat-e faqih-doctrine [de voorrang van religie op politieke macht].

    Deze doctrine vormt de basis van het bewind van opperste leider Ali Khamenei, wiens beeltenis in tal van Iraanse steden door betogers in brand is gestoken. Khamenei vertegenwoordigt een militair-religieuze macht, die het resultaat is van een verbond tussen de sjiitische geestelijkheid en het leger rond de Revolutionaire Garde.

    Afkeer

    De afkeer komt ook tot uiting in een reeks verschijnselen die hand over hand toenemen: atheïsme, drugsgebruik, meer criminaliteit, stijgende emigratie. Het zijn verschijnselen die zich ook in andere moslimlanden voordoen, om soortgelijke redenen. Deze redenen houden verband met de vervlogen hoop op democratisering, met economische tegenslag en met werkloosheid. Maar daar komt het cynische gebruik van religie voor politieke doeleinden nog bij.

    73 procent van de Iraniërs is tegen het verplicht dragen van een hoofddoek

    Toch vormt Iran een geval apart, vanwege de duidelijke afkeer van religie die er in het land heerst. Tijdens een peiling in juni 2020, zo meldde de in Londen gevestigde televisiezender Iran International, zei 73 procent van de ondervraagden tegen het verplicht dragen van een hoofddoek te zijn en verklaarde slechts 26 procent te geloven in imam Mahdi, wiens terugkeer van het einde der tijden een belangrijk element vormt van het hedendaagse sjiisme. Van de 61 procent van de ondervraagden die zei uit een gelovige familie te komen verklaarde 60 procent nooit meer te bidden.

    Daar komt nog bij dat de sjiieten in Ahwaz, een regio in het zuidwesten van Iran met een grote Arabischtalige bevolking, zich in groten getale tot het soennisme bekeren. Daarmee willen ze afstand nemen van het staatssjiisme van de Iraanse machthebbers, dat ze associëren met het streven naar hegemonie van Iraanse nationalisten. Het soennisme daarentegen verenigt hen in hun ogen met de andere Arabische landen, waar de soennieten veruit in de meerderheid zijn.

    De voetballers

    Net als veel andere bekende Iraniërs hebben diverse voetballers zich solidair verklaard met de protestbeweging.

    Op 27 september, tijdens een vriendschappelijke wedstrijd van Iran tegen Senegal in Wenen, hebben de Iraanse spelers tijdens het spelen van de volksliederen hun shirt onder een zwarte parka verborgen. Sterspeler Sardar Azmoun heeft boodschappen op Instagram gepost om de betogers te steunen, zoals deze: ‘Schandalig dat jullie het volk zo moeiteloos hebben vermoord en leve de vrouwen van Iran.’ Boodschappen die hij uiteindelijk heeft moeten verwijderen onder druk van de autoriteiten, die hebben beloofd ‘beroemdheden te zullen aanpakken die olie op het vuur gooien’. Volgens de Iraanse krant Javan hebben de Instagramposts van een andere legendarische voetballer, Ali Karimi, ‘heel wat meer invloed dan universiteitsdocenten’.

    Terwijl de vertegenwoordigers van religieuze instanties rijkelijk profiteren van de eerder genoemde overmaat aan religie, leeft meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens. Toch is Iran een van de landen met de grootste natuurlijke hulpbronnen ter wereld en zou de economie moeten floreren, ware het niet dat het militair-religieuze verbond in alle lagen van de maatschappij is doorgedrongen om deze hulpbronnen aan zijn eigen politieke en geopolitieke ambities te verspillen.

    Zo geeft het verhaal van Mahsa Amini en duizenden andere Iraanse vrouwen inzicht in de ware aard van een regime waarvan de uitspraken niet stroken met de praktijk. Het gebruikt de zedenpolitie als dekmantel voor het plegen van moorden en ontketent oorlogen onder de vlag van islamitische eenheid. Het noemt zichzelf ‘Islamitische Republiek’ maar het atheïsme is wijder verbreid dan onder het monarchistische bewind van de sjah. 

    Lees ook:

  • Ghanese politie wil geen negatieve nieuwjaarsvoorspellingen

    Ghanese politie wil geen negatieve nieuwjaarsvoorspellingen

    » Militieleider Michigan veroordeeld tot 16 jaar

    » Hooggerechtshof houdt anti-immigratiewet in stand

    Kerkelijke leiders kunnen gearresteerd worden als ze dat toch doen

    De Ghanese politie heeft vlak voor het nieuwe jaar een officiële waarschuwing uitgedeeld aan religieuze leiders om geen negatieve voorspellingen over 2023 te doen. Pastoors en priesters die dat toch doen, kunnen gearresteerd worden, meldt de BBC op basis van lokale media. Volgens critici is de waarschuwing van de Ghanese politie ongrondwettelijk.

    In Ghana is het traditie om aan het eind van het jaar in kerken te luisteren naar de nieuwjaarspreken van de religieuze leiders, die voorspellen hoe het nieuwe jaar eruit zal zien. Deze voorspellingen kunnen zeer negatief zijn. Zo werden de miljoenen Ghanese christenen die vorig jaar naar deze diensten gingen gewaarschuwd voor enorm onheil en natuurlijke rampen.

    Dergelijke negatieve voorspellingen zorgen volgens de Ghanese politie voor angst onder de bevolking en kunnen zelfs tot de dood van mensen leiden. Dinsdag 27 december is daarnaast uitgeroepen tot ‘Dag van de Naleving van de Profetiecommunicatie’ om Ghanezen eraan te herinneren ‘het geloof te belijden binnen de grenzen van de wet om te zorgen voor een veilige omgeving, vrij van angst door voorspellingen van naderend letsel, gevaar of dood’, schrijft lokale website My Joy Online.

    Lees ook:

  • Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    De bekende Albanese auteur en academica Lea Ypi over wat ze het meest aan haar vaderland mist en hoe een van leugens vergeven communistische jeugd haar interesse in filosofie wekte.

    Lea Ypi groeide op in het laatste stalinistische bastion in Europa: Albanië. Ze had er geen idee van dat Xhafer Ypi, voormalig premier van Albanië, een man die ze verplicht moest verachten, haar overgrootvader was, noch dat haar ouders allesbehalve enthousiast waren over het communistische regime. In haar bekroonde memoires (Vrij) vertelt ze dat in 1991, toen het Albanese communistische bewind ten val kwam, haar ouders haar de waarheid  vertelden, namelijk dat het land bijna een halve eeuw een openluchtgevangenis was geweest. Ze schrijft ook over haar vreselijke ervaringen met de burgeroorlog in 1997. Ypi is hoogleraar politieke theorie aan de London School of Economics.

    U legt uit dat ‘biografie’ een beladen begrip was in het communistische Albanië. Had u dat ironische gegeven in gedachten toen u aan uw memoires begon?

    ‘Ik was niet van plan memoires te schrijven; ik wilde een filosofisch boek schrijven, maar toen was daar ineens corona. Ik zat in Berlijn en probeerde mijn kinderen te ontvluchten. Die zaten me voortdurend in huis achterna. Ze vonden dat niemand thuis mocht werken, in hun ogen was er alleen ruimte voor spel, was het altijd zondag. Dus verstopte ik me in een kast en werd het boek steeds persoonlijker: omdat het ging over fysieke beperking, omgeven door grote onzekerheid over wat vrijheid betekende in een liberale samenleving. Ik had in 1997 in Albanië al een lockdown meegemaakt, en hoewel die heel anders en veel angstaanjagender was omdat er buiten een oorlog woedde, was er een gevoel van herkenning.’

    Uw jeugd werd getekend door onwetendheid. U werd voor de gek gehouden: is uw vermogen tot vertrouwen daardoor aangetast?

    ‘De overgang van niet-weten naar weten is problematisch: is de nieuwe waarheid niet gewoon weer een ander verhaal? Die scepsis over de waarheid die tevoorschijn kwam na een grote leugen heeft me nooit echt verlaten. Dat is wat me aantrekt in de filosofie. Ik verdiep me in Kants Kritiek van de zuivere rede. Zijn filosofie bestaat er onder meer uit te pogen de rede los te maken van dogmatisme en scepticisme. Voor mij betekent kritisch zijn dat je geen dogma’s accepteert. Maar dan krijg je weer te maken met het gevaar van de scepsis: als je voorgeschotelde waar-heden verwerpt, houd je misschien heel weinig over. Als je niets meer vertrouwt, kan dat heel verlammend werken. Ik probeer dat te vermijden, en vastigheid te vinden in abstracte moraliteit.’

    GettyImages 1240447905 1
    Lea Ypi tijdens de uitreiking van de Ondaatje-prijs voor haar memoires, Free. Londen, 2022. – © David M. Benett/Dave Benett/Getty Images

    Wat was Albanië, afgezien van de politiek, voor een land, en mist u het?

    ‘Ik mis het heel erg – de stomend hete zomers en de droge, stormachtige winters. Als je het hele jaar door aan de kust woont, krijg je een andere verhouding met de zee. Die is grillig van aard. Onze middelbare school lag dicht aan zee en we gingen er soms naartoe wanneer we pauze hadden. Toen ik klein was, wist ik al dat er een wereld bestond buiten Albanië, aan de overkant van de zee, dus die borg ook deze suggestie in zich.’

    Waar woont u nu?

    ‘Als mensen vragen: ‘‘Waar is je thuis?’’ antwoord ik altijd: Heathrow, Terminal 5 [lacht]. Ik weet niet waar ik thuishoor … niet meer in Albanië, want daar heb ik een immigrantenrelatie mee gekregen. Ik reis veel en voel me met veel landen verbonden. Laten we zeggen dat mijn officiële staatsburgerschap Brits is en mijn woonplaats Londen.’

    Uw grootmoeder zei: ‘Hoop is iets waarvoor je moet vechten. Maar er komt een moment dat ze een illusie wordt.’ Wat hoopte u als kind? Wat hoopt u nu? En is hoop voor onze planeet een illusie?

    ‘Het was mijn hoop om een goede burger te zijn. Ik ben opgegroeid met een besef van politieke verantwoordelijkheid. Ik voelde me een pionier en identificeerde me met de staat en de partij. Wat ik nu hoop, is eigenlijk niet zo heel anders: ik wil een deugdzaam, verantwoordelijk lid van de samenleving zijn en de vrijheid dienen. Op het laatste deel van uw vraag heb ik een filosofisch antwoord. Hoop is een morele plicht – we moeten doen alsof er een kans is dat de dingen een gunstige wending zullen nemen voor wat wij willen bereiken. Met een nihilistische levenshouding is dat plichtsbesef niet vol te houden.’

    Vrijheid is iets wat u voortdurend bezighoudt. Hoe definieert u vrijheid?

    ‘Vrijheid omvat ook plichtsbesef, de idee dat je je plicht kunt doen, hoe moeilijk die ook is. De innerlijke morele dimensie biedt mij een grondslag om de samenleving te bekritiseren. We leven in een wereld met asymmetrische machtsverhoudingen op alle niveaus. Macht wordt uitgeoefend door de machtigen en de zwakkeren en kwetsbaren zijn de passieve ontvangers van die macht. Die dynamiek van machtsverhoudingen staat altijd haaks op vrijheid.’

    U groeide op in een moslimgezin dat verplicht werd het geloof af te zweren. Hebt u nu een religieuze overtuiging?

    ‘Albanië was een constitutioneel atheïstische entiteit; God was een berg leugens. Toen elke waarheid waarin ik geloofde een leugen bleek te zijn, vroeg ik me af of de leugen inzake God waar kon zijn. In de jaren negentig ging ik shoppen op de vrije markt van de religie. Ik was een paar maanden katholiek, ging vervolgens naar de moskee en praktiseerde de ramadan. Ik verkende het boeddhisme, maar ging uiteindelijk filosofie studeren omdat ik geen antwoorden wist. Ik ben nu agnostisch.’

    Je moeder komt prachtig naar voren als een onbevreesd iemand die zich niet liet muilkorven, een krachtpatser… lijkt u in zekere mate op haar?

    ‘Ik putte altijd inspiratie uit de onverschrokkenheid van mijn moeder. Ik probeer die na te volgen, maar ik weet niet of ik erin slaag. Toen ik kind was, liepen we samen door nachtelijk Durrës, mijn geboorteplaats. Het was erg donker, er waren veel dronkaards en ik was heel bang, maar ik zag bij haar geen greintje angst. Ik zei: “Die figuur is niet goed bij zijn hoofd, hij is dronken, hij gaat ons aanvallen.” En dan zei zij: ‘‘Nee, wij gaan hem aanvallen!’’

    U schrijft tactvol over de ontsnapping van uw moeder naar het buitenland, met uw broer, tijdens de burgeroorlog. Het lijkt er wel op dat ze het gezin in tweeën splitste. Was dat niet heel schokkend?

    ‘Zeker. Pas later begreep ik dat ze zich in een situatie bevond waarin ze meende dat ze een kind redde, waarop mijn grootmoeder dan steeds weer het volgende zei: “Je liet een ander kind achter.” Ik heb er nu vrede mee, maar het was toen wel moeilijk.’

    Heb u ooit nog iets vernomen van uw jeugdvriendin Elona, van wie u het aangrijpende verhaal vertelt en die op dertienjarige leeftijd het land ontvluchtte en prostituee werd?

    ‘Ze stierf een week nadat mijn boek was uitgekomen. Iemand die haar herkend had, schreef het me. Na dit nieuws heb ik dagenlang gehuild.’

    Hoe bent u professor aan de London School of Economics geworden?

    ‘Ik heb filosofie gestudeerd in Rome – daarna heb ik een rechttoe rechtaan academische carrière gekend. Ik promoveerde in Florence, ging naar Oxford voor een postdoc en kon vervolgens terecht bij de London School of Economics.’

    Wat voor lezer was u als kind?

    Ik hield van Griekse mythologie. Ik was geobsedeerd door de goden, dat ze zo machtig en tegelijkertijd zo machteloos waren. In Albanië was er een zeer beperkte keuze aan boeken. Ik las alle boeken in de boekwinkel en de kinderbibliotheek en ging vervolgens naar de bibliotheek voor volwassenen, waar ik de Ilias en de Odyssee las. En Russische sprookjes.

    Welk boek zou u een jongere geven?

    ‘Griekse mythen! Mijn kinderen zijn elf, zes en vier. Ik heb ze trouwens aan de twee oudsten gegeven toen ze vijf waren.’

    Wat bent u nog van plan om te lezen?

    ‘The Memoirs of Ismail Kemal Bey, de memoires van de Albanese politieke leider Ismail Qemali, de grond-legger van het Albanese nationalisme. Mijn volgende boek gaat over de val van het Ottomaanse rijk, vandaar. En Stalingrad van Vasily Grossman en een paar geschiedenisboeken. En ik ben van plan om Radetzkymars van Joseph Roth te lezen.’

    Bestaat luchtige leeskost voor u? Wat leest u het liefst ter ontspanning?

    ‘Ik geloof het niet [lacht]. Of het moeten negentiende-eeuwse romans zijn. Mijn favoriete boek is Dostojevski’s Demonen, een verbazingwekkende verkenning van de geschiedenis van ideeën en van de menselijke ziel.’ 

    Lea Ypi Vrij 1
    Vrij: Opgroeien aan het einde van de geschiedenis, in vertaling van Luud Luud Dorresteyn, verscheen bij De Bezige Bij.
  • Waar is die god die mijn moeder elke avond  aanroept?

    Waar is die god die mijn moeder elke avond aanroept?

    De eindeloze oorlog in naam van Allah en de verschrikkelijke humanitaire crisis hebben sommige jonge mensen in Jemen ertoe gebracht het geloof af te zweren. Het atheïsme wint terrein in dit zwaar religieuze en conservatieve land.

    ‘Bij mij staat Allah voor de bloemen, maar bij de bloemen zelf staat hij voor het graf.’ Dit zijn de woorden van Omar Batawil, een Jemenitische jongen van zeventien die in april 2016 werd vermoord vanwege uitlatingen op Facebook die hem op beschuldigingen van atheïsme kwamen te staan. Omar bekritiseerde degenen die hij ‘de handelaren in religie’ noemde en heeft zwaar voor die mening moeten boeten: met zijn leven. Omar is niet de enige die is gedood vanwege zijn kritiek op het religieuze bestel of zijn mening over geloofskwesties; hij is een van de jongeren, merendeels onder de twintig, die zijn geliquideerd omdat ze openlijk hebben gezegd hoe ze over het geloof in Allah denken.

    Religie is een onderwerp waarover door talrijke groepen jongeren in Jemen enorm veel wordt gediscussieerd, maar heel zelden in de openbare sfeer. Het geloof en de alomtegenwoordigheid van religieuze teksten zijn thema’s geworden die veel mensen op sociale media aansnijden. Sommigen komen zelfs in het openbaar voor hun mening uit, ondanks het gevaar dat dat oplevert in een land dat ten prooi is aan oorlog, aan een algehele crisis en aan gewapende religieuze partijen. Ik heb contact opgenomen met diverse van deze jongeren die aan het hoofd staan van ‘atheïstische’ groepen op sociale media, om te begrijpen waarom ze de religie hebben afgezworen.

    ‘Ik hoop te kunnen emigreren om alles te vergeten wat ik hier heb geleerd’

    ‘Ik word verscheurd door tegenstrijdige gevoelens over wat ik lees en op de wereld zie, en wat er in mijn stad gebeurt,’ zegt Mohsen (19). ‘Ik word niet meer overtuigd door wat ik in de moskee hoor, of het nu gaat om de gebeden over onze ellende of de vergeving die we moeten schenken aan mensen die niet denken of bidden zoals wij. Waarom wordt er niet opgeroepen tot verzoening? Ik woon zelf in Jemen, maar via internet heb ik vrienden in een heleboel landen met wie ik meningen uitwissel. In Jemen zie ik overal verwoesting om me heen. Ik kan hier niet mezelf zijn. Ik ben bang om te worden gedood. Weet u dat een ander kapsel nemen genoeg is om gevangenisstraf te riskeren? Ik hoop te kunnen emigreren om alles te vergeten wat ik hier heb geleerd.’

    Religieuze mythe

    De Jemenitische politicus Ali al-Bakhiti, die zich liever schrijver en blogger noemt, heeft talrijke jonge volgers op Twitter, waar hij vrijuit spreekt over het feit dat hij niet gelovig is. Veel jongeren reageren op zijn tweets, maar durven niet hun naam te noemen. ‘Mij gaat het er in de eerste plaats om gedachten te verspreiden die ik niet kon verspreiden toen ik nog in het Midden-Oosten woonde,’ zegt Al-Bakhiti. ‘Ik heb het gevoel dat Jemen is vernietigd door de religieuze mythe en dat het land daardoor al meer dan veertienhonderd jaar gebukt gaat onder etnische en sektarische conflicten. En de religieuze groeperingen die met elkaar botsen in Jemen doen dat vanwege deze mythe. Om die reden zet ik me in voor de ontmanteling ervan, om te voorkomen dat de jeugd op de bres gaat staan voor een mythisch paradijs.’

    ‘Je kunt nog beter dood zijn dan zo’n ellendig leven te moeten leiden’

    ‘Ik ben atheïst,’ verklaart Salwa F. ‘Ik gebruik een vals account om mijn mening op Twitter te geven, te meer omdat wij, de jonge vrouwen en mannen in Jemen, de laatste tijd steeds meer onder druk komen te staan. We hebben geen enkele hoop meer. Je kunt nog beter dood zijn dan zo’n ellendig leven te moeten leiden. Waar is de god die mijn moeder elke avond aanroept? Waarom laat hij ons zo lijden? Waarom verdedigt hij de onschuldige kinderen niet die in Jemen worden gedood?’

    Abdel Aziz l-Assali, hoogleraar islamitische filosofie, vertelt dat er zich bijna drie jaar geleden een discussie ontspon tijdens een van zijn colleges. ‘Toen de jongeren zagen hoe vrouwen en kinderen omkwamen door granaten in de belegerde stad Taïz en met het gebrek aan medische zuurstof werden geconfronteerd, begonnen ze zich dingen af te vragen: hoe kan het dat Allah in al zijn goedertierenheid accepteert dat kinderen, vrouwen en bejaarden onschuldig worden gemarteld, gedood en verwond? Aan het eind van de discussie heb ik gevraagd of deze gebeurtenissen mensen ertoe konden brengen het geloof vaarwel te zeggen. Ik heb het volgende tegen mijn studenten gezegd: het religieuze discours dat op gevoelswaarde berust, gaat ten koste van het rationeel denken en de logica, die genegeerd en veronachtzaamd worden terwijl ze centraal staan in de religieuze tekst.’

    ‘De religie in onze samenlevingen wordt opgelegd door wet en overheid’

    ‘De eerste keer dat ik aan de religie begon te twijfelen was toen ik nog maar negen jaar was en een Koranlerares me sloeg,’ vertelt Salem. ‘Op dat moment vroeg ik me af hoe iemand die elke dag de Koran leest, die geacht wordt dicht bij Allah te staan, zo gemeen kon worden. Toen de oorlog in Jemen begon en allerhande religieuze groeperingen meer macht kregen, raakte ik er des te sterker van overtuigd dat staat en religie gescheiden moeten worden als we voor iedereen een heilzame en rechtvaardige samenleving willen.’

    ‘De burgers zien met eigen ogen hoe gewelddadig deze groeperingen zijn wanneer ze aan de macht komen. Ze hebben al hun krediet verspeeld,’ voegt Ali al-Bakhiti er nog aan toe. ‘Het percentage atheïsten en agnostici neemt spectaculair toe, maar die mensen kunnen zich niet vrijelijk uitspreken, dus het is moeilijk te meten. Bovendien wordt de religie in onze samenlevingen opgelegd door wet en overheid.’

    Mooie kanten

    Mohamed al-Mansouri (33) heeft een wat andere kijk op de zaak; hij is ervan overtuigd dat religie onontbeerlijk kan zijn voor sommige bevolkingsgroepen. ‘Ik heb het geloof twee jaar geleden vaarwel gezegd,’ bekent hij, ‘maar voor veel mensen is het volgens mij een noodzaak. Ik ben voor de scheiding van geloof en staat, en ik hoop dat de religieuze groeperingen die momenteel in Jemen aan de macht zijn zullen vertrekken. Toch hoop ik tegelijkertijd niet dat het afgelopen zal zijn met de religie. Religie is in veel gevallen belangrijk en de islam heeft ondanks alles veel mooie kanten, al valt er ook het nodige op aan te merken.’

    ‘Wat heb ik als vrouw voor toekomst in dit land?’

    Salwa besluit het gesprek met een vraag die onbeantwoord blijft. ‘Wat heb ik als vrouw voor toekomst in dit land? Met een man trouwen die ten strijde zal trekken in naam van de religie, omdat hij daarmee in het paradijs hoopt te komen, en eindigen als weduwe? De maatschappij zal me niet toestaan mijn toekomst zelf vorm te geven. En ik zal mijn manier van leven niet kunnen veranderen. Wij jongeren zijn niet afgesloten van de wereld en we weten dat de religieuze groeperingen die ons besturen het leed alleen maar verergeren. We hebben geen recht op een normaal leven, zoals de rest van de wereld.’