Tag: Saoedi-Arabië

  • Oplossing conflict Jemen nog ver weg

    Oplossing conflict Jemen nog ver weg

    Eind januari veroverden rebellen van de Zuidelijke Overgangsraad de havenstad Aden op het 
regeringsleger. Reden voor de Amerikaanse site 
The Hill om de belangrijkste spelers en oorzaken 
van het conflict nog eens op een rij te zetten.

    Als Washington Jemen ter 
sprake brengt gaat het meestal over toenemende hongersnood, die ten minste voor een deel is te wijten aan onnauwkeurige Saoedische bombardementen op pro-Iraanse Houthi’s. Het werkelijke, verborgen verhaal betreft de beschamende 
Saoedische militaire incompetentie en het reële gevaar dat het conflict zich uitbreidt, met Iran als lachende derde.

    Sinds de oorlog in maart 2015 begon, heeft de door Saoedi-Arabië en de
 Verenigde Arabische Emiraten (VAE) geleide alliantie geprobeerd de internationaal erkende regering van 
president Abd-Rabbu Mansour Hadi, die in ballingschap in Riyad leeft, weer in het zadel te helpen. Geholpen door Colombiaanse huurlingen veroverden VAE-troepen in snel tempo de zuidelijke havenstad Aden. De Houthi’s wisten echter de controle over de hoofdstad Sanaa te behouden. Ze deden dat samen met troepen die loyaal waren aan ex-president Ali Abdullah Saleh. De Houthi’s komen uit de streek rond de noordelijke stad Sanaa. Het gebied dat ze nu beheersen beslaat weliswaar slechts 20 procent van Jemens oppervlak, maar 80 procent van de 28 miljoen inwoners woont er.

    Langs de noordgrens van Jemen wisten de Saoedische strijdkrachten alleen een stukje nabij de Rode Zee te veroveren. De militaire realiteit is in feite omgekeerd: de Houthi’s beheersen een kilometersdiepe strook Saoedisch land, ten oosten van de stad Jizan en verder oostwaarts in de richting van Najran. Het gaat om zo’n 150 vierkante kilometer, mogelijk meer. Of het land daadwerkelijk ‘bezet’ kan worden genoemd is niet helemaal duidelijk: af en toe weet het Saoedische leger erin door te dringen, maar in ieder geval gebruiken de Houthi’s het gebied als basis voor aanvallen op Saoedische militaire 
posities en grenssteden.

    Een man loopt langs een door Saoedische bommen verwoeste gevangenis in de stad Sanaa, in december 2017. © Hollandse Hoogte
    Een man loopt langs een door Saoedische bommen verwoeste gevangenis in de stad Sanaa, in december 2017. © Hollandse Hoogte

    De wijze waarop diplomaten lucht geven aan hun mening over de prestaties van het Saoedische leger zijn, tja, niet erg diplomatiek. Adjectieven als ‘slecht’, ‘afschuwelijk’ en ‘ontstellend’ zijn niet van de lucht en hebben zowel betrekking op het leger in het algemeen als op de speciale strijdkrachten en de luchtmacht. Ergerniswekkend, zo beoordelen de westerse bondgenoten van Saoedi-Arabië, de Verenigde Staten inbegrepen, de situatie op het slagveld, en ze willen de patstelling doorbreken.

    Een gelegenheid daartoe scheen zich in december voor te doen, toen de 
alliantie van Houthi’s en Saleh uit elkaar viel en Saleh een paar dagen later werd gedood in een hinderlaag. 
Er waren echter ook allerlei andere verwikkelingen. Saoedi-Arabië en de VAE lijken anders te denken over het nut om president Hadi te blijven 
steunen. Onlangs vormden Zuid-
Jemenitische activisten in Aden een ‘Zuidelijke Overgangsraad’, die zwoer de regering-Hadi omver te werpen. 
Het initiatief genoot op zijn minst de impliciete steun van de VAE, maar een Saoedische functionaris noemde het meteen ‘onaanvaardbaar’.

    De rol van Iran is onopvallend maar significant. In Teheran lijkt er iemand aan de knoppen te zitten die de spanning weet op te voeren zonder een directe Saoedisch-Iraanse confrontatie uit te lokken. Er zijn raketten ingezet tegen Amerikaanse marineschepen 
in de strategische waterweg Bab al Mandab, die de Indische Oceaan met de Rode Zee verbindt; een Saoedisch fregat werd zwaar beschadigd door een dronespeedboot. Beide acties zijn aan Iran toe te schrijven.

    Het werkelijke verhaal betreft de beschamende Saoedische militaire incompetentie

    In november kwam een Jemenitische raket, waarvan het bereik door Iraanse ingenieurs was vergroot, neer bij het belangrijkste vliegveld van Riyad, op ruim 800 km van Houthi-grondgebied; de maand daarop werd een andere raket afgevuurd op een koninklijk paleis in de Saoedische hoofdstad. Eveneens in december zouden de Houthi’s naar eigen zeggen een 
raket hebben afgeschoten op een kerncentrale in aanbouw nabij Abu Dhabi, de hoofdstad van de VAE. VAE-functionarissen lachten dit bericht weg. 
Westerse collega’s namen het daarentegen wél serieus en zeiden dat de Houthi’s aardig op weg waren een reële bedreiging te vormen voor de VAE.

    Een ogenschijnlijk zijdelingse, maar in werkelijkheid centrale speler is Oman, dat zowel aan Saoedi-Arabië en de VAE als aan Jemen grenst. Het is aannemelijk dat dit land als doorvoerroute dient voor Iraanse militaire technologie, bestemd voor Houthi-troepen. Het is tevens zeer wel mogelijk dat de zieke sultan Qaboes van Oman dit opzettelijk toelaat. De 77-jarige vorst stoort zich naar verluidt aan wat hij beschouwt als een dwaze interventie van Saoedi-Arabië en de Emiraten in Jemen. Riyad en Abu Dhabi zien op hun beurt de hulp die de sultan in de jaren zeventig van Perzische troepen kreeg om rebellen te verslaan, als een precedent van Teherans onwelkome bemoeienissen op het Arabische schiereiland.

    De aan kanker lijdende sultan Qaboes, die volgens ten minste één inlichtingendienst 2019 niet zal halen, is waarschijnlijk ook ontstemd over de recente aflevering van Saoedische militaire voertuigen in de Jemenitische haven van Nishtun. Dit zou een opmaat kunnen vormen tot uitvoering van het al lang sluimerende Saoedische voornemen een corridor te creëren tussen Jemen en Oman, om zo directe toegang te verkrijgen tot de Indische Oceaan. 
In het verleden zorgde Oman voor informele diplomatieke contacten tussen de Houthi’s en Riyad, een functie die zou moeten worden gereactiveerd.

    Vermoorde onschuld

    Ondertussen blijft Iran de vermoorde onschuld spelen. In de Financial Times van 22 januari pleitte de Iraanse 
minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif ervoor een forum op te zetten voor regionale 
dialoog in de Perzische Golf. ‘Onze 
uitnodiging tot dialoog bestaat al jaren en blijft openstaan. We kijken uit naar de dag dat onze buren deze aanvaarden en hun bondgenoten – in Europa en elders in het westen – hen daarin 
aanmoedigen.’

    Vrijwel zeker onbedoeld zullen deze woorden Washington in staat stellen Riyad over te halen te luisteren naar Amerikaans advies over Jemen.

    Auteur: Simon Henderson
    Vertaler: Carl Stellweg

    The Hill
    VS | oplage 24.000

    Krant over (overwegend 
binnenlandse) politiek, beleid en economie, 
uitgegeven door Capitol Hill.

  • Profiteer van ‘soft power’ imams

    Profiteer van ‘soft power’ imams

    In het Westen hebben Saoedische predikers niet bepaald een goede reputatie. Maar in eigen land vindt men juist dat hun invloed veel beter benut kan worden.

    Toen Saleh Al-Taleb, de imam van Mekka, begin april een reis door India maakte, was ik onder de indruk van het formidabele spektakel van honderdduizenden mensen die naar zijn preken kwamen luisteren. Maar wat nog meer indruk op me maakte, was de reactie van Saoedi’s, die trots foto’s 
van de gebeurtenis op sociale netwerken plaatsten.

    Mijn eigen mobieltje is bedolven onder zulke beelden. Je zou ze moeten zien, die stralende gezichten van arme dorpelingen die haastig hun velden hebben verlaten om naar de imam te komen luisteren, of de verrukking van de eenvoudige ambtenaar die die dag niet naar kantoor is gegaan, en al die andere vertegenwoordigers van talrijke sociale categorieën, allemaal gelukkig om te kunnen bidden in het bijzijn van een imam uit de stad waar ze zich vijfmaal daags geknield naartoe wenden, Mekka. Ze hebben aandachtig naar zijn woorden geluisterd en hun hart en geest volledig opengesteld voor zijn aansporingen en de waarden die hij uitdraagt.

    We zouden honderden religieuze tv-zenders moeten creëren, in alle talen, om ons tot de volkeren op de wereld te richten

    Bovendien bestaat er een onvoorstelbaar aantal filmpjes van reizen die door andere door Mekka aangestelde imams zijn ondernomen, zoals die van de zeer eerwaarde Abderrahman Al-Soudais naar Pakistan, India en Maleisië. Zij, 
en niemand anders, zijn de ware ambassadeurs van ons land. Maar tot dusver hebben we het prestige dat onze imams over de hele wereld genieten onvoldoende benut. Daarom is het nodig zulke buitenlandse bezoeken beter te organiseren en te systematiseren, en ze vergezeld te laten gaan van intense campagnes in kranten en op tv.

    Iedereen die de moslimmaatschappijen kent, is zich bewust van de aanzienlijke invloed van de Saoedische imams. Vandaar mijn oproep om daarvan te profiteren en er een bron van de ‘soft power’ van ons land van te maken. We zouden honderden religieuze tv-zenders moeten creëren, in alle talen, om ons tot de volkeren op de wereld te richten. Dat is iets wat, zonder zich in politieke kwesties 
te mengen, een aanzienlijke impact zou hebben tegen betrekkelijk geringe kosten.

    De imam van Mekka.
    De imam van Mekka.

    We zouden ook andere universiteiten kunnen creëren, gefinancierd door 
privédonateurs, om studenten van over de hele wereld te ontvangen en hen te blijven volgen wanneer ze zijn teruggekeerd naar hun eigen land. Dat zou op de lange termijn erg profijtelijk zijn. Helaas heeft Iran dit idee van ons 
gestolen, om het sjiisme over de moslimwereld te verspreiden. [In juni 2015 bleek uit gelekte diplomatieke documenten hoeveel Saoedisch geld er wereldwijd gaat naar mensen die achter de Saoedische islam staan, met name met het doel om tegenwicht te bieden aan de invloed van het Iraanse sjiisme.] Onze beste ‘soft power’ om invloed te verwerven is ons religieuze prestige en 
de aanwezigheid op ons grondgebied van de twee belangrijkste islamitische heilige plaatsen. Laten we daar ten volle van profiteren.

    Auteur: Abdelaziz Al-Qassem

    Alkhaleejaffairs.info
    Verenigd Koninkrijk

    De website Al-Khaleej Affairs richt zich voornamelijk op Saoedische kwesties. Weliswaar worden er teksten van 
intellectuelen uit het hele Golfgebied op gepubliceerd, maar het zijn vooral Saoedi’s die aan het woord komen, met inbegrip van tegenstanders in ballingschap. 
Ook publiceert de site kritische artikelen uit de buitenlandse pers.

  • Eén conflict, twee visies

    Eén conflict, twee visies

    Door middel van de executie van veertig soennitische jihadisten, en vooral die van een sjiitisch leider, wilde Riyad doortastendheid tonen tegenover Teheran. Het bleek de lont in een kruitvat.

    Op 4 januari, twee dagen na de bestorming van de Saoedische ambassade in Teheran door leden van de radicale volksmilities, de Basij, als reactie op de executie van de Saoedische religieuze leider Nimr al-Nimr, hekelen de conservatieve bladen in Teheran vooral de slappe houding die de Iraanse hervormingsgezinde president Hassan Rohani tegenover Riyad aanneemt. Ze roepen op tot een stevig antwoord aan Saoedi-Arabië.

    ‘De schaamteloosheid van de grote Satan [de Verenigde Staten] en de kleine Satans die hem volgen, is deels het resultaat van onze passiviteit en onze naïviteit,’ schrijft het ultraconservatieve dagblad Kayhan, dat deze kans aangrijpt om de nauwe banden tussen Washington en Riyad aan de kaak te stellen. ‘Door niets te doen en ze niet een stap voor te blijven, geef je ze de kans weer op adem te komen en andere aanleidingen te vinden voor hun misdaden. We zullen ze strategisch in hun belangen moeten treffen en de achilleshiel van die hoogmoedigen [de Saoedi’s] en hun meelopers moeten raken, anders gaan we straks opnieuw gebukt onder hun schaamteloze gedrag.’

    ‘Zo wordt de uitvoering van het nucleaire akkoord verstoord’

    ‘Saoedische ambassade afgebrand in 
de vlammende passiviteit van de regering’, kopt het ultraconservatieve dagblad Vatan-e-Emrooz, dat banden heeft met de Revolutionaire Garde. In een lang artikel somt deze krant op in welke kwalijke zaken Saoedi-Arabië allemaal de hand heeft gehad, zoals het laten kelderen van de olieprijzen en de dood van 464 Iraniërs, omgekomen in het gedrang van de menigte in Mekka tijdens de hadj van september 2015. 
‘Als er langs officiële weg of vanuit de regering geen antwoord komt op de eisen van het Iraanse volk, dat woedend is op een land dat ons aanvalt, dan kun je onmogelijk verwachten dat er geen uitbarsting van algemene verontwaardiging volgt,’ schrijft Vatan-e-Emrooz. ‘Dat de Saoedische ambassade in 
Teheran is aangevallen, heeft vooral 
te maken met de passieve houding 
van de regering in Teheran tegenover de anti-Iraanse daden van het wahabitische koninkrijk.’

    ‘Onverdedigbaar gedrag’

    In tegenstelling tot de conservatieve dagbladen hebben de hervormingsgezinde Iraanse kranten de aanval op de Saoedische ambassade juist unaniem veroordeeld en de aanvallers ervan beschuldigd dat ze de belangen van Teheran hebben geschaad. ‘Eén bepaalde stroming [de Basij] probeert onder bepaalde lagen in de samenleving steun te winnen door ambassades en diplomatieke kanalen tot mikpunt te maken en zijn politieke tegenstanders een slag toe te brengen,’ schrijft het hervormingsgezinde dagblad Etemaad geïrriteerd. ‘De executie van Nimr al-Nimr is onmenselijk en verwerpelijk, maar het verdachte en onverdedigbare gedrag van een extremistische groepering en de aanval op de Saoedische vertegenwoordiging in Teheran brengen een veroordeling van Saoedi-Arabië totaal niet dichterbij. Integendeel, de bal ligt nu opnieuw bij Iran.’

    Volgens Etemaad zou Iran dankzij het akkoord over zijn nucleaire programma, dat op 14 juli 2015 in Wenen met de grote westerse landen werd gesloten, beginnen aan een nieuw tijdperk op het wereldtoneel. Bovendien zou er een eind komen aan de sancties waaronder het land al jaren lijdt. ‘Het garanderen van de veiligheid van de buitenlandse vertegenwoordigingen in Iran is een van de verplichtingen die de regering-Rohani is aangegaan. Dat gaat er ook voor zorgen dat er snel meer buitenlandse investeringen worden gedaan. Maar zal het incident van 2 januari geen afbreuk doen aan de positieve effecten van dit beleid?’ vraagt Etemaad zich af.

    Tot slot vindt de regeringskrant Iran dat de radicale Iraniërs de Saoedi’s in de kaart spelen, want ‘ze zijn bezig de uitvoering van het nucleaire akkoord 
te verstoren, evenals de aanloop naar de komende parlementsverkiezingen [gepland voor 26 februari]. Op 3 januari kondigde Riyad aan de diplomatieke betrekkingen met Iran te verbreken.

    CONTEXT: Vlucht naar voren

    Riyad gebruikt de executie van een sjiitisch leider om de sociale onvrede te richten op de strijd tegen de ‘Perzische’ vijand.

    ‘De executie van Nimr al-Nimr dient twee doelen. 
Binnen het Saoedisch koninkrijk gaat het erom doortastendheid te tonen richting de eigen bevolking, mocht die in opstand willen komen. In het buitenland gaat het erom de Iraniërs te laten zien dat zij niet hoeven te rekenen op enige zwakheid van Riyad’, schrijft het Libanese pro-sjiitische dagblad As-Safir. ‘Uit de executie van de sjiitische leider Al-Nimr valt op te maken dat Saoedi-Arabië kiest voor een politiek van de vlucht naar voren. De kans bestaat dat Riyad zo probeert om bij de Iraniërs een overreactie uit te lokken, om van de indirecte oorlog die het in Syrië, Irak en Jemen al tegen Iran voert over te kunnen gaan op een rechtstreekse oorlog, en tegelijk zijn soennitische bondgenoten te mobiliseren om de “Perzische inmenging” tegen te gaan.’

    De executie van de vooraanstaande militante sjiiet heeft inderdaad meteen tot een regionale crisis geleid, vooral als gevolg van de bestorming van de Saoedische ambassade in Teheran. Maar die aanval komt de Saoedi’s volgens de Saoedische opposante Madawi al-Racheed goed uit. Op haar Twitteraccount legt ze uit dat door die aanval ‘de stelling geloofwaardiger wordt dat ze alleen maar reageren op de sjiitische vijandigheid’. 
Sterker nog, ‘de legitimiteit van het Saoedische regime berust volledig op deze godsdienstige tegenstelling’.

  • Oplopende spanning tussen soennieten en sjiieten

    Oplopende spanning tussen soennieten en sjiieten

    In de Iraanse pers zorgt het conflict met Saoedi-Arabië voor een felle woordenstrijd tussen conservatieven en hervormingsgezinden.

    In het Midden-Oosten lijkt dit begin van 2016 heel sterk op 2015. De hoop op een periode van verzoening in de regio is vervlogen. Op 2 januari zette Saoedi-Arabië de toon met de executie van 47 mensen, onder wie zo’n veertig jihadisten van AQAS (Al-Qaida op het Arabisch Schiereiland) en sjeik Nimr al-Nimr, een vooraanstaand sjiitisch geestelijke. Deze executies passen in een dubbele context. Ten eerste de crisis in de soennitische wereld, die de groei van radicale bewegingen in de hand werkt die Riyad bedreigen en oëok beconcurreren. En ten tweede de koude oorlog tussen beide theocratieën in de Golfregio [Saoedi-Arabië en Iran], die 
de etnische groepen in het hele gebied tegen elkaar opzet.

    Het besluit van Riyad moet dan ook worden gezien door de bril van die 
vermeende dubbele – soennitische en sjiitische – dreiging. Het koninkrijk staat voor een dilemma: hoe stop je 
de radicale soennitische bewegingen – waardoor een flink deel van de 
Saoedi’s zich aangesproken voelt omdat ze de sjiieten vijandig gezind zijn – zonder de indruk te wekken dat je Iran in de kaart speelt? En omgekeerd, hoe stop je wat wordt gezien als een Iraanse expansie in de regio, zonder de soennitische jihadisten rugwind te geven?

    Slap optreden

    Door zo’n veertig soennitische terroristen van het leven te beroven wil Riyad laten zien dat het actief deelneemt aan de strijd tegen het terrorisme, op een moment dat het door westerse landen steeds sterker wordt bekritiseerd vanwege het slappe optreden tegen soennitische jihadistische groeperingen. Het besluit tot de executies sluit aan 
op de oprichting in december van een [anti-jihadistische] islamitische coalitie, maar het is wel de vraag wat de reactie van AQAS wordt, dat met represailles heeft gedreigd als er leden zouden worden gexeëcuteerd. Ook al bestrijdt het koninkrijk deze afdeling van Al-Qaida op zijn eigen grondgebied met harde hand, het werkt er soms ook mee samen, zoals in de oorlog tegen de (sjiitische) Houthi’s in Jemen. AQAS is nu, na de executie van zijn mensen, gedwongen te kiezen: ofwel ze reageren en worden dan door de Saoedi’s in Jemen verslagen, ofwel ze doen niets en verliezen een deel van hun geloofwaardigheid 
ten gunste van de concurrentie, IS.

    De Saoedi’s reageren volslagen irrationeel als het om Iran gaat

    ‘De Saoedi’s vrezen de soennitische terroristen, maar geloven dat ze die wel klein krijgen,’ vertrouwt een hoge Arabische diplomaat L’Orient-Le Jour toe. Binnen het Saoedische triumviraat zijn de taken verdeeld. Kroonprins Mohammed bin Nayef, neef van de koning, geeft leiding aan de strijd tegen het terrorisme, terwijl vicekroonprins Mohammed bin Salman, zoon van de koning, verantwoordelijk is voor de oorlog in Jemen. Er bestaat rivaliteit tussen beide mannen, maar Bin Nayef is onmisbaar en heeft de volle steun van de Amerikanen. Bin Salman krijgt het nog moeilijk om hem aan de kant te schuiven,’ zegt de diplomaat.

    Met de executie van Nimr al-Nimr wil Riyad aantonen dat het de voorvechter van de soennieten blijft en niet toestaat dat zijn macht in twijfel wordt getrokken. ‘Nimr al-Nimr is een grote onruststoker, een demagoog. Je kunt hem beschuldigen van verbaal geweld, maar niet direct van echt geweld,’ stelt de diplomaat. ‘Alle totalitaire regimes, wat hun politieke ideologie ook is, beschuldigen hun tegenstanders ervan dat ze terroristen zijn. Ook Saoedi-Arabië doet dat altijd,’ voegt hij eraan toe.

    Een Iraanse vrouw houdt een poster omhoog van Nimr Baqir al-Nimr voor de Saoedische ambassade in Teheran. – © Getty
    Een Iraanse vrouw houdt een poster omhoog van Nimr Baqir al-Nimr voor de Saoedische ambassade in Teheran. – © Getty

    Door zowel aan een sjiitische politieke tegenstander als aan soennitische jihadisten dezelfde straf op te leggen, draagt Riyad bij aan een nog verdergaande polarisatie tussen soennieten en sjiieten, niet alleen in de regio maar ook in het koninkrijk zelf. ‘Ze hadden hem best gevangen kunnen houden. Door hem te executeren hebben de Saoedi’s het vuur in het sjiitische deel van het land opnieuw opgerakeld, 
terwijl het daar net weer rustig was.’

    De executie van sjeik Nimr al-Nimr is onderdeel van de anti-Iraanse politiek die Saoedi-Arabië voert sinds koning Salman aan de macht is, en waarvan het meest opzienbarende feit de interventie in Jemen is. De dreiging van soennitische jihadisten wordt veel minder belangrijk gevonden dan die van Iran. ‘Binnen het Saoedische establishment heerst een soort paranoia over die Iraanse dreiging. Alsof de Iraanse vloot al vlak voor de kust ligt 
en het Iraanse leger zich opmaakt om binnen te vallen. De Saoedi’s voelen zich door de Amerikanen in de steek gelaten, en niet geheel ten onrechte. Het paradoxale is dat de Iraniërs van hun kant sinds het nucleaire akkoord juist minder gespannen en agressief zijn. De Saoedi’s reageren volslagen irrationeel als het om Iran gaat. Maar angst roept juist sneller datgene op waar je bang voor bent,’ is de analyse van de diplomaat.

    ‘Politieke compromissen zijn nog lang niet in zicht’

    De reactie van Teheran liet niet lang op zich wachten. Ayatollah Ali Khamenei verklaarde dat de Saoedische leiders ‘goddelijke’ wraak te wachten stond. Daarna braken er protesten uit in Iran, waar de Saoedische ambassade werd bestormd. ‘De reactie van Iran is buiten proportie. De Iraniërs hebben zichzelf er volledig van overtuigd dat zij de beschermers van sjiitische minderheden in de Arabische wereld zijn. Alles wat deze minderheden mogelijk kan 
onderdrukken is een zaak van nationale veiligheid geworden,’ verklaart de diplomaat.

    Maar de Iraanse president Hassan Rohani was veel gematigder in zijn reactie tegenover Riyad. Weliswaar veroordeelde hij de executie van Nimr al-Nimr, maar hij zei ook dat de 
bestorming van de Saoedi-Arabische ambassade ‘op geen enkele manier te rechtvaardigen’ viel. Nog geen twee maanden voor de Iraanse parlementsverkiezingen zou Rohani, leider van het gematigde kamp, wel eens de grote verliezer van een zich verscherpende crisis tussen Riyad en Teheran kunnen worden.

    Gunstig voor IS

    De spanning liep nog verder op toen Riyad aankondigde de diplomatieke betrekkingen met Teheran te verbreken. ‘Dat zal vast niet tot militaire reacties van Iran leiden, maar er is wel een risico dat de crises in Libanon, Bahrein en Irak zich nog verder 
verdiepen. En dat Hezbollah zich onverzoenlijker opstelt,’ denkt dezelfde analist. Riyad en Teheran, die indirect in Syrië en Jemen al volop in oorlog zijn, zouden wel eens geneigd kunnen zijn om hun confrontatie op andere strijdtonelen voort te zetten, om de hegemonie 
in de regio te veroveren. De crisis tussen de twee geestelijke stromingen in de Golfregio dreigt ook elke kans op een oplossing van de conflicten in Syrië en Jemen in gevaar te brengen. ‘In Syrië ligt het proces stil. In Jemen proberen ze gezichtsverlies van alle partijen te voorkomen. Politieke compromissen zijn nog lang niet in zicht,’ zegt de diplomaat.

    De verdeeldheid tussen soennieten en sjiieten is beslist niet de enige destabiliserende factor in de regio. Maar de huidige politiek van Riyad en Teheran zorgt er wel voor dat dit de voornaamste bron van spanningen in het hele Midden-Oosten is. En dat is weer gunstig voor IS, dat handig gebruikmaakt van alle tegenstellingen in dit conflict en zich op alle zwakke plekken nestelt.

    Auteur: Anthony Samrani

    L’Orient-Le Jour
    Libanon | oplage onbekend
    In 1971 fuseerden de twee grootste Franstalige kranten van Beiroet: L’Orient en Le Jour. Behartigt de preoccupaties van de Libanese christenen.