Donald Trump heeft zaterdag officieel zijn campagne voor de presidentsverkiezingen van 2024 afgetrapt. Trump moet eerst nog wel de nominatie voor de Republikeinse Partij in de wacht slepen. Verschillende partijgenoten, waardoor zijn grote uitdager Ron DeSantis, gouverneur van Florida, moesten het volgens Politico ontgelden.
Sinds het tegenvallende resultaat voor de Republikeinen bij de tussentijdse verkiezingen, is de steun binnen die partij voor Trump afgebrokkeld, met name omdat door hem gesteunde kandidaten verloren. Dat er verschillende onderzoeken naar Trump lopen, onder meer voor zijn rol bij de bestorming van het Capitool, maakt dat enkele Republikeinse kopstukken zoeken naar alternatieven voor de volgende presidentsverkiezingen.
De 76-jarige Trump ziet zichzelf echter nog als dé kandidaat voor de Republikeinen. Tijdens zijn rally in New Hampshire trok de oud-president van leer tegen de huidige president Joe Biden, tegen Republikeinen die niet op hem stemmen, tegen ‘marxisten’ en de ‘transgenderbeweging’. Of Trump mag meedoen hangt af van het ministerie van Justitie, dat hem mogelijk strafrechtelijk vervolgt voor de Capitoolbestorming.
Gaat Trump de eerste president in de moderne tijd worden die niet werd herkozen maar vervolgens wel het ambt herovert? Verschillende geluiden uit zijn Republikeinse achterban.
Uiteindelijk bracht de laatste hoorzitting van de Jan. 6 Committee op 19 december wat al werd verwacht: de commissie raadde Justitie aan om strafrechtelijke stappen te ondernemen tegen voormalig president Donald Trump vanwege zijn acties rond de belegering van het Amerikaanse Capitool in 2021.
Deze ongekende stap tegen een ex-president is historisch. De commissie, bestaande uit Democraten en anti-Trump Republikeinen, beschuldigt hem onder meer van het aanzetten tot opstand. Maar de verwijzing is slechts adviserend, en daarmee symbolisch. Justitie, met inmiddels een speciaal aangestelde raadsman, deed al onderzoek naar de aanval van 6 januari 2021 op het Capitool door Trump-aanhangers die zijn bewering geloofden dat de verkiezingen van 2020 van hem waren gestolen.
Op 20 december stemde de Ways and Means Committee van het Huis van Afgevaardigden – waarin de Democraten een meerderheid hebben – voor het vrijgeven van de belastingaangiften van Trump in de periode 2015 tot 2020, die een licht moeten werpen op zijn persoonlijke financiën en zakelijke transacties.
Wat betekenen deze laatste ontwikkelingen politiek gezien voor Trump? Naar alle waarschijnlijkheid niet meer of minder dan wat voor hem gold vóór de strafrechtelijke verwijzing van 19 december. Zijn ‘MAGA’-basis – aanhangers van zijn Make America Great Again-sentiment – houdt nog steeds van hem, terwijl mainstream Republikeinen hem beschouwen als een last die de partij afremt.
‘Er is geen gemakkelijke oplossing, behalve die waarin Trump wordt aangeklaagd en veroordeeld,’ meent Doug Heye, voormalig woordvoerder van het Republikeins Nationaal Comité.
Aanhangers van Trump zeggen dat hij het unieke vermogen heeft om in tegenspoed te gedijen en dat hij conventionele wijsheden weerlegt. Zowel de uitspraak van de Jan. 6 Committee als de situatie rond zijn belastingaangifte vinden zijn aanhangers een ‘politieke heksenjacht’. Ongetwijfeld toonden zijn ‘negen levens’ gedurende zijn eerste presidentiële campagne aan dat hij wist te herstellen van schijnbaar rampzalige ontwikkelingen – zoals de publicatie van een schadelijk audiofragment – en toch kon winnen.
Comeback
Vandaag de dag beproeft Trump dit gegeven als nooit tevoren. Hij kondigde zijn kandidatuur voor het presidentschap van 2024 al buitengewoon vroeg aan, en in tegenstelling tot zijn eerste campagne heeft hij er nu ervaring mee. Maar volgens veel statistieken maakt zijn poging tot een comeback weinig los.
Zijn toespraak met de aankondiging op 15 november werd om te beginnen alom afgedaan als ‘futloos’. Ook promootte hij ondeugdelijke kandidaten bij de tussentijdse verkiezingen, wat de Republikeinen waarschijnlijk de Senaatsmeerderheid kostte een week eerder. En een recent diner op zijn landgoed in Florida met twee prominenten die virulent antisemitische standpunten aanhangen, leidde tot publieke verontwaardiging en tot kritiek van zijn bondgenoten – waaronder voormalig economisch topadviseur Larry Kudlow – zonder dat Trump zich verontschuldigde.
Ook zeer schadelijk was de oproep van de voormalige president tot ‘afschaffing’ van de Amerikaanse grondwet om het dispuut over de verkiezingsuitslag van 2020 aan te pakken, een uitspraak die veel mainstream Republikeinen woedend maakte. En de recente veroordeling in New York van de Trump Organization wegens belastingfraude, hoewel niet gericht tegen Trump zelf, herinnert aan de talloze juridische problemen van de voormalige president – zoals de zaak rond geheime documenten die hij na zijn vertrek in Mar-a-Lago achterhield.
Het feit dat zijn dochter Ivanka Trump en schoonzoon Jared Kushner – beiden belangrijke adviseurs gedurende zijn presidentiële ambtstermijn – hebben aangekondigd dat zij niet zullen deelnemen aan een tweede regering-Trump, suggereert ook dat de zaken er deze keer anders voor staan.
De laatste peilingen laten zien dat Republikeinse kiezers steeds meer tegen een nieuwe presidentiële rol voor Trump zijn
Ook veel gewone Republikeinen, waaronder leden van het Congres en andere gekozen functionarissen, hebben het met hem gehad, ook al willen ze dat niet publiekelijk zeggen. Deze groeiende consensus zadelt de partijleiders op met een groot dilemma: hoe kunnen ze Trump naar een emeritaat loodsen, tegelijkertijd zijn basis voor de partij behouden en ruimte scheppen voor een nieuwe Republikeinse vaandeldrager zoals gouverneur Ron DeSantis van Florida?
‘Gezien de politieke mislukkingen en juridische sores van Trump, denk ik dat hij diep in de problemen zit,’ aldus Joe DiSarro, een gepensioneerde professor politieke wetenschappen aan het Washington & Jefferson College in Pennsylvania en voormalig lid van het Republikeinse comité in die staat.
DiSarro verwijt Trump dat hij Mehmet Oz, een tv-beroemdheid zonder politieke ervaring, steunde als de Republikeinse genomineerde voor de open zetel in de Senaat van Pennsylvania. Oz, die verloor van de Democraat John Fetterman, voerde een ‘afgrijselijke campagne’, zegt hij.
Toch zal de erfenis van Trump voortleven, voegt DiSarro eraan toe. ‘Trumpisme of populisme zal een belangrijke kracht blijven in de Amerikaanse politiek,’ meent hij, verwijzend naar de strijd van de middenklasse, de hoge inflatie en de dreigende recessie. Deze manier van denken – ‘trumpisme zonder Trump’ – wordt duidelijk in de laatste peilingen, die laten zien dat Republikeinse kiezers steeds meer tegen een nieuwe presidentiële rol voor Trump zijn, maar wel veel van zijn beleid steunen.
Enthousiaste achterban
In ieder geval heeft Trump nog steeds voorstanders binnen de partij. Een hoge functionaris in de voormalige Trump-regering, die anoniem wil blijven om vrijuit te kunnen spreken, erkent dat de comeback van Trump een ongewone exercitie is, alleen al vanwege de ongekend vroege aankondiging, het kleine verkiezingsteam en het gebrek aan campagne-activiteiten tot nu toe. Maar dit is, zegt hij, ‘klassiek Trump’.
‘Als je tegen Trump zegt: “Zo moet het”, is zijn antwoord steevast: “Zo ga ik het niet doen”,’ aldus de voormalige functionaris. Ondertussen is de harde kern van Trumpaanhangers gretiger dan ooit tevoren.
‘Voor de strafrechtelijke verwijzing van de Jan. 6 Committee ontbreekt bewijs en het is gewoon een schaamteloze politieke aanval,’ schrijft Tom Zawistowski, voorzitter van de We the People Convention in Akron, Ohio, in een e-mail. ‘Ook als het ministerie van Justitie corrupt genoeg is om deze zaak voor te leggen aan de totaal bevooroordeelde rechtbank in Washington en Trump veroordeelt, zullen wij dat als totaal onwettig beschouwen.’
Naar verluidt onthult Trump deze week zijn campagnewebsite en begint hij met een reeks kleine evenementen, in plaats van de kenmerkende grotere bijeenkomsten, die pas later zullen plaatsvinden.
Natuurlijk kunnen deze activiteiten die volgen op Trumps aankondiging allemaal een pose zijn, zoals sommige Republikeinse waarnemers suggereren. Misschien is hij niet eens echt kandidaat, zeggen ze. Ze merken op dat de vroegtijdige aankondiging van zijn kandidatuur hem zou kunnen helpen strafrechtelijk onderzoek af te weren door juridische stappen tegen hem af te doen als politiek gemotiveerd. Andere potentiële Republikeinse kandidaten zouden daardoor mogelijk aarzelen om mee te doen.
Er is in ieder geval nog geen andere belangrijke Republikein die zich al kandidaat heeft gesteld, maar dat is waarschijnlijk omdat het nog vroeg is, en niet zozeer uit angst om Trump uit te dagen.
Opiniepeilingen wijzen uit dat Republikeinen steeds meer toe zijn aan een nieuw gezicht om hun partij te leiden: volgens de laatste peiling van USA Today en Suffolk University wil slechts 31 procent van de Republikeinen en Republikeinsgezinde kiezers dat Trump zich opnieuw kandidaat stelt.
Nieuwe kandidaatstelling
Ondanks alle uitdagingen voor Trump, sluit niemand hem uit als het gaat om de presidentsrace van 2024.
‘Hier is geen routekaart voor,’ zegt Heye, noch voor het feit dat Trump de eerste president in de moderne tijd is die niet werd herkozen maar vervolgens wel opnieuw wil proberen om het ambt te heroveren. De enige Amerikaan die in niet opeenvolgende termijnen president wist te worden was Grover Cleveland, aan het eind van de negentiende eeuw.
Begin 1900 probeerde president Theodore Roosevelt na zijn vertrek een comeback te maken, maar hij faalde. Dat Trump zich mogelijk als onafhankelijk kandidaat aanmeldt als hij de Republikeinse nominatie niet binnenhaalt, beangstigt de Republikeinen – ze vrezen dat hij daarmee stemmen aan hun partij zal onttrekken waardoor een Democraat zou kunnen winnen.
Maar, zeggen politieke analisten, de kansen van Trump als Republikein kunnen niet worden uitgesloten, gezien zijn aantrekkingskracht op een aanzienlijk deel van de Republikeinse kiezers.
De recente uitgave van digitale kaarten van hemzelf, uitgedost in verschillende gedaanten – als superheld, astronaut en NASCAR-coureur – à 99 dollar per stuk, was snel uitverkocht, en hijzelf, dus niet de campagne, verdiende er 4,5 miljoen dollar mee.
‘Mensen vonden zijn beleid goed, maar zijn een beetje huiverig voor zijn uitgesproken vocabulaire’
‘Trump begint met een enorm voordeel wat betreft naamsbekendheid en geld op de bank – niet zijn eigen geld, maar geld uit 2020 en dat wat hij nu inzamelt,’ zegt Shana Kushner Gadarian, politiek wetenschapper aan de Syracuse University. ‘Dus het is absoluut mogelijk dat hij de genomineerde wordt.’
In de staten waar het proces van de Republikeinse nominatie voor 2024 van start zal gaan, laten activisten van de partij zich voorzichtig uit als het om Trump gaat.
‘We behandelen alle kandidaten gelijk en eerlijk,’ zegt Chris Ager, lid van het Republikeins Nationaal Comité uit New Hampshire, waar de eerste Republikeinse voorverkiezing gehouden wordt. ‘Op dit moment is president Trump een kandidaat net als andere potentiële kandidaten. Vermoedens dat hij een voorkeursbehandeling zou krijgen of een status als koploper, zijn overbodig. Het is een meritocratie.’
In Iowa, waar de Republikeinen, in tegenstelling tot de Democraten, nog steeds van plan zijn om begin 2024 voorverkiezingen te houden, wachten de kiezers nog af wie zich kandidaat stelt, zegt Connie Schmett, voorzitter van de partij in Des Moines.
‘Mensen vonden zijn beleid goed, maar zijn een beetje huiverig voor zijn uitgesproken vocabulaire,’ zegt Schmett. En, voegt ze eraan toe, ‘er zijn mensen die zeggen dat hij meer respect zou verwerven als hij andere kandidaten zou helpen’ in plaats van zichzelf kandidaat te stellen.
De man wilde in 2020 de gouverneur van de staat ontvoeren
Een extreemrechtse militieleider uit Michigan is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien jaar omdat hij van plan was in 2020 de gouverneur van de Amerikaanse staat te ontvoeren. Dat schrijft de Detroit Free Press. Het openbaar ministerie had aanvankelijk levenslang geëist, omdat de man met de ontvoering een burgeropstand had willen ontketenen.
De Amerikaanse regering noemde de rechtszaak een van de grootste zaken van binnenlands terrorisme in de recente Amerikaanse geschiedenis. Een andere leider van de extremistische beweging hoort later deze week zijn gevangenisstraf. Andere leden van de militie kregen aanzienlijk lagere straffen omdat zij meewerkten aan het proces en getuigden tegen de leiders.
De groep, bestaande uit dertien leden, werd in 2020 aangehouden door de FBI na maandenlange infiltraties. Naar eigen zeggen waren de leden het niet eens met de strenge coronamaatregelen van de gouverneur van Michigan, maar volgens de autoriteiten wilden zij al langere tijd een staatsgreep plegen en hadden zij daar ruim genoeg vuurwapens en explosieven voor verzameld.
Ze raden aan Trump nooit meer een publiek ambt te laten bekleden
De commissie in het Huis van Afgevaardigden die onderzoek deed naar de bestorming van het Capitool heeft donderdag zijn rapport gepubliceerd, meldt de Washington Post. De conclusies wijzen naar één hoofdschuldige: de voormalige president Donald Trump zou de drijvende kracht achter de bestorming zijn geweest, zowel voorafgaand als tijdens de gewelddadige gebeurtenis.
Zo zou het kamp van Trump al in 2020 plannen hebben gemaakt voor een protestmars richting het Capitool op de dag dat de verkiezingswinst van Joe Biden bekrachtigd zou worden. Voorafgaand aan de mars gaf Trump een toespraak, waarin hij zijn ongefundeerde leugens over verkiezingsfraude weer herhaalde. En toen de menigte het Capitool bestormde en tot de vergaderzaal doordrong, deed de toenmalig president niets om het geweld af te remmen.
Naar aanleiding van het rapport heeft de commissie, met naast zeven Democraten ook twee Republikeinse afgevaardigden, de aanbeveling gedaan Trump te verbieden ooit nog een publiek ambt te bekleden. Eerder adviseerden zij het Ministerie van Justitie al om Trump te vervolgen. De oud-president wil zelf meedoen aan de presidentsverkiezingen van 2026.
De Amerikaanse kunstenaar Barbara Kruger maakt in haar werk onder andere gebruik van reclame, internet, rechts getinte aanplakbiljetten en memes. Ze laat met een enorme visuele kracht zien wat het betekent om in een bepaalde tijd te leven. ‘De beschikbaarheid van beelden en de verspreiding ervan veranderen ons leven,’ zegt ze tegen The Drift.
Toen in juni bekend werd dat het Amerikaanse Hooggerechtshof het arrest Roe versus Wade de nek had omgedraaid en daarmee het federale recht op abortus, waren wij niet de enigen die moesten denken aan Barbara Krugers beroemde zeefdruk Untitled (Your Body Is a Battleground). Net als veel ander werk van Kruger blijft het uit 1989 daterende portret actueel, of we dat nu leuk vinden of niet. Haar onmiddellijk herkenbare en veelvuldig geïmiteerde stijl heeft enkele van de meest onuitwisbare afbeeldingen uit de moderne kunst voortgebracht.
Op haar zevenenzeventigste is Kruger nog volop actief en maakt ze zowel geheel nieuwe kunst als nieuwe versies van oudere werken onder een andere invalshoek of met een nieuw medium. Dit jaar reisde Thinking of You. I Mean Me. I Mean You. de VS af: een overzichtstentoonstelling die vier decennia omspant en die een kans biedt om stil te staan bij de reikwijdte van haar inspiratiebronnen en haar eigen invloed op anderen. Kruger is een omnivoor die gebruikmaakt van reclame, internet, rechts getinte aanplakbiljetten, memes en zelfs plagiaat op haar eigen werk, zoals imitaties door modemerk Supreme en krugereske beelden op Tumblr. De vooral uit grote installaties bestaande tentoonstelling is een verzameling van grootschalige collages, geluids-werken, van aantekeningen voorziene teksten en videofilms waarin jonge poesjes worden gecombineerd met rechtse retoriek.
Via Zoom spraken we met Kruger over haar carrière, haar mediadieet, haar politieke standpunten, de altijd kolkende stroom beelden en woorden en – wat anders? – reality-tv.
Een van uw beroemdste werken, Untitled (Your Body Is a Battleground), werd aanvankelijk gemaakt voor de vrouwenprotestmars naar Washington in 1989, die bedoeld was om abortus gelegaliseerd te krijgen. Hoe staat u tegenover de nieuwe protestmarsen van vrouwen en het herroepen van Roe versus Wade?
‘Ik hoop vooral dat de mensen die nu meedemonstreren voor reproductieve rechten en zeggenschap over het eigen lichaam de macht van het Hooggerechtshof in hun achterhoofd hadden toen ze bij de laatste presidentsverkiezingen en de tussentijdse verkiezingen hun stem uitbrachten. Hun keuzes, die tot een nipt verschil in de uitslagen leidden, hebben ons de samenstelling van het huidige hof opgeleverd. Wat er gebeurde ten aanzien van Roe was heel erg voorspelbaar en had voorkomen kunnen worden. Het is noodzakelijker dan ooit dat mensen strategisch stemmen en beseffen hoezeer hun stem, gezien de gevolgen voor de rechtspraak, bepalend zal zijn voor hoe zij zich – of hoe wij ons – dag en nacht voelen.’
‘Ik stem niet “met mijn geweten”, want de wereld is groter dan het narcistische geweten van mijzelf of wie dan ook. Jarenlang verzekerden veel kandidaten van andere partijen dan de Democraten of Republikeinen ons dat als Roe zou worden herroepen, dat geen probleem zou zijn omdat het dan gewoon een kwestie van individuele Amerikaanse staten zou worden. En dat kwam altijd uit de koker van een man zonder baarmoeder. Ik ga de geleidelijke veranderingen in het beleid van de Democratische Partij hier niet verdedigen, maar ik moet strategisch stemmen. Ik zal de tijd van “Bush versus Gore” nooit vergeten, toen veel stemmen uit kringen rond de Universiteit van Florida, gecombineerd met de macht van Hooggerechtshoflid Sandra Day O’Connor, ons het begin brachten van de huidige ruk naar rechts van het Hooggerechtshof – hoewel die eigenlijk zelfs al eerder in gang was gezet door die verfoeilijke Clarence Thomas.’
Rechts is al bijna drie eeuwen bezig om olie op dit vuur van wrok en superioriteitsgevoelens te gooien
‘“Oud links” is nooit echt buiten de gebaande paden getreden, zelfs niet toen het bestond uit jonge studenten. Het bleef zaken als gender en ras marginaliseren en weigerde in te zien dat deze kwesties tegelijkertijd en dringend moeten worden aangepakt.
Trump is niet verantwoordelijk voor dit gedoe. Rechts is al bijna drie eeuwen bezig om olie op dit vuur van wrok en superioriteitsgevoelens te gooien. Maar nu is de geest volledig uit de fles. En dat hoeft niemand te verbazen.’
In enkele van uw nieuwste werken gaat u expliciet in op het presidentschap van Trump –
‘Dat bestrijd ik. Ja, er waren twee momenten in Untitled (No Comment) dat Trump een fractie van een seconde te zien was en er waren beelden van Michael Cohen. Ik heb covers gemaakt voor The New York Times en New York (inclusief, in oktober 2016, een afbeelding van Trumps gezicht met het woord LOSER over zijn neus in het lettertype Futura Bold Oblique, Krugers handelsmerk) op heel specifieke momenten, naar aanleiding van bepaalde incidenten, maar voor het meeste van mijn werk gaat dat niet op. Ik probeer de manier waarop macht met cultuur is verweven in een breder perspectief te plaatsen, en ook de manier waarop we ons tot elkaar verhouden, hoe we elkaar aanbidden of verafschuwen, hoe we elkaar strelen, kussen of slaan. Dat zijn dingen die me bezighouden. Maar ik denk echt niet dat het zo vaak over Trump gaat. Alleen is Trump een geweldige verkoper en kopen een heleboel mensen wat hij ze voorhoudt.
Ik maak geen feministische kunst. Ik ben een vrouw die ook feminist is. Ik maak geen vrouwenkunst
Ik maak geen politieke kunst. Ik maak geen feministische kunst. Ik ben een vrouw die ook feminist is. Ik maak geen vrouwenkunst. Ik vind dat die categorieën ieders werk marginaliseren. Ik houd me bezig met ideeën over macht en manieren van afbeelding, over plezier en straf, over levens en het begin en eind daarvan, en met de vraag hoe er, te midden van momenten van plezier en tederheid, explosies van vernieling en onderwerping kunnen bestaan, en de waanzin van oorlog.’
Iets wat ons opviel toen we door uw tentoonstelling liepen, was dat uw werk veel meer leek te spelen met stijlfiguren van internet en die leek te bekritiseren dan de kunst van veel tijdgenoten die met internet zijn opgegroeid. Wat zijn uw ervaringen met internet en waarop wilt u kritiek leveren?
‘Ik zou het woord “kritiek” niet eens in de mond nemen. Eigenlijk weet ik niet eens wat dat op een bepaald niveau betekent. Met Untitled (I Shop Therefore I Am) stond ik stil bij de overweldigende macht van marktcultuur, of die nu heel erg stedelijk of landelijk is, en of het nu via fysieke winkels of digitaal gaat. Wat ik doe is kijken naar de manier waarop ons leven tot op zekere hoogte een soort rampplek is geworden voor narcisme en voyeurisme. Kunnen we ons leven blijven leiden zonder ons voor de lens te bevinden, of achter de lens? Als je in een museum bent en een foto maakt van een voorwerp, dan is dat niet genoeg – je moet in het voorwerp zijn, in de afbeelding. Het “ik was hier”-achtige daarvan is heel veelzeggend. Ik was hier. Dit is er gebeurd. Ik ben hier. Kijk naar me. Dit zijn mijn “likes”. Dat is tegenwoordig misschien wel het bewijs dat je leeft.’
Waardoor wordt die tendens ingegeven?
‘Ik heb het idee dat de beschikbaarheid van beelden en de verspreiding ervan, of het nu beelden van dingen zijn of de manier waarop we naar onszelf kijken – het feit dat die beelden beschikbaar zijn en dat wat we erover te zeggen hebben ook ogenblikkelijk beschikbaar is – de momenten van ons leven veranderen. Wat betekent “wees hier, nu”? Betekent het “wees hier op het moment zelf” of “leg dat moment vast”? Dat zijn verschillen die de kop hebben opgestoken door veranderingen op het gebied van receptie, methodologie en technologie.’
In hoeverre hebt u het over mensen van andere generaties, en in hoeverre hebt u het ook over uzelf?
‘Ik ga nog liever naar de hel dan dat ik me laat fotograferen. Maar dat komt door de jaren dat ik voortdurend met mijn neus in de foto’s zat bij uitgeverij Condé Nast. Ik was daar fotoredacteur en keek naar de modellen, de kleren, de lichamen, de markteconomie van koopwaar en hoe lichamen ook tot die koopwaar behoorden. Maar ik denk ook dat er tot op zekere hoogte erkenning moet zijn voor de macht die het geeft wanneer je de camera op iemand anders richt. Dat verandert wanneer je hem op jezelf richt. Generaties straatfotografen en fotojournalisten zijn op zoek gegaan naar de gruwelijkste gebeurtenissen, de goddelijkste eigenaardigheden, de meest “andere” anderen. Ik denk dat het “vangen” van beelden vaak gepaard gaat met de mogelijkheid, zo niet de onvermijdelijkheid, van uitbuiting. In veel opzichten zijn de conventionele fotojournalistiek en de zogeheten “straatfotografie” jammerlijk onderbelicht gebleven als manieren van afbeelden. Maar als mensen ervoor kiezen om zichzelf af te beelden, wordt het een andere vorm. Dan verandert het.’
De woorden ‘jij’, ‘ik’ en ‘mij’ duiken telkens opnieuw op in uw werk. Hoe denkt u over universaliteit en individualiteit? Wie is de ‘ik’ en wie is de ‘jij’?
‘Ik denk niet na over “universaliteit”. Ik ben te zeer beducht voor de manier waarop je daardoor verschillen kunt reduceren en wegpoetsen. En wat dat “jij”, “wij” en “ik” betreft, ik vraag me gewoon af hoe de plaats van het onderwerp werkt, hoe aanspreekvormen werken. Rechtstreeks aanspreken is een drijvende kracht achter een groot deel van mijn werk geweest. Maar ik geloof niet dat er een specifiek of vast “jij”, “zij” of “wij” bestaat. Ik denk dat het veelomvattender en vloeibaarder is. Je kunt afwijzen of accepteren dat je wordt aangesproken, of iets daartussenin.’
In de loop der jaren, naarmate uw werk beroemder werd, hebben veel mensen zich uw afbeeldingen toege-eigend, en uw nieuwste werk omvat enkele van die toe-eigeningen. Ziet u dat als een vorm van samenwerking of als een vorm van kritiek?
‘Het voelt als geen van beide. Ik zou willen zeggen dat het me altijd is blijven verbazen en amuseren – en tot op zekere hoogte plezieren – dat mijn werk zo’n onderdeel van de cultuur is geworden. Ik had nooit verwacht dat mensen mijn naam of mijn werk zouden gaan kennen, dus dit is het zoveelste voorbeeld van die willekeur, van de rol van historische omstandigheden en maatschappelijke betrekkingen die tezamen bepalen wie er gezien wordt en wie niet, wie er gehoord wordt en wie niet. En de razendsnelle verspreiding van beelden, woorden en eigennamen heeft alles versneld en beïnvloed.
Ik denk dat de komst van film, radio, televisie en internet verschillende kansen heeft geboden voor het rechtstreeks aanspreken. En onlinelevens gaan natuurlijk enorm over de beloften en afstraffingen van het rechtstreeks aanspreken, niet alleen via teksten maar ook via oogcontact, of van oor tot oor via ASMR.
Ik heb het altijd belangrijk gevonden om voor ogen te houden welke volstrekt marginale rol beeldende kunst in de VS speelt
Ik heb het altijd belangrijk gevonden om voor ogen te houden welke volstrekt marginale rol beeldende kunst in de VS speelt. Wie denkt erover na? Van veel kunstenaars kent bijna niemand de naam, en ik neem niet aan dat iemand weet wie ik ben, behalve in bepaalde kleine subculturen. Maar nu ik mijn honderdste nader, krijg ik opeens deze steun via allerlei instituties. Steeds meer mensen hebben mijn werk gezien, en het reist nu digitaal sneller rond dan het ooit heeft gedaan. Maar ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat de zogeheten “kunstwereld” een heel benauwde en bekrompen plek kan zijn. Zelf zie ik kunst in een veel ruimere zin: als een spuitbus van commentaar, een enorme visuele, filmische, sonische en tekstuele creatie van wat het betekent om in een bepaalde tijd te leven. Een vermogen om de ervaringen van de wereld te visualiseren of op schrift of muziek te zetten.’
Beïnvloedt dat ook uw werkwijze als docent beeldende kunst?
‘Dat deed het wel, maar ik ben dit jaar gestopt met lesgeven. Maar weet u, ik heb altijd lesgegeven op een openbare universiteit, niet op een kunstacademie, En omdat ik zelf geen bachelor- of masteropleiding heb gevolgd, vond ik het belangrijk om les te geven op een openbare universiteit met veel eerstegeneratiestudenten, eerstegeneratiefamilies, studenten die tot de eerste generatie Engelstaligen behoorden. Het betekende iets dat deze jonge mensen op een openbare universiteit studeerden of een beroepsopleiding volgden waar hun een heel breed perspectief werd geboden op wat ze van hun leven konden maken, in plaats van op een privéacademie waar de jongste studenten soms al bezig waren met het plannen van hun carrière in de kunstwereld. Daar is op zich niets mis mee, maar ik vond het geen context waarin ik van erg veel nut kon zijn.’
Voelt u zich meer thuis in zo’n omgeving dan in het door galeries bevestigde kunstcircuit?
‘Ik heb de subcultuur van de kunst altijd erg intimiderend gevonden. Elke keer als ik een galerie binnenliep, had ik gevoel dat ik een kledingborstel bij me moest hebben, vanwege dat idee van perfectie en zo. Jonge kunstenaars bedenken manieren om zichzelf in leven te houden – sommige kiezen ervoor om assistent te worden van een gerenommeerde kunstenaar, of om in een galerie te werken. Dat was voor mij nooit weggelegd. Voor mij was het heel erg een klassenkwestie. Ik heb gewoon jarenlang negen-tot-vijfbaantjes gehad.’
Is er iets veranderd? Zijn er ontwikkelingen gaande in de kunstwereld die u hoopvol stemmen over de toekomst ervan?
‘Ja, natuurlijk is er iets veranderd. Ik bedoel, goddank is er iets veranderd, maar de strijd is nog niet gestreden. Ik herinner me dat begin jaren tachtig de situatie begon te veranderen voor (witte) vrouwen. Maar nu zien we enorme verschuivingen op het gebied van macht en vertegenwoordiging. Veel meer mensen kunnen zich tegenwoordig moeiteloos kunstenaar noemen. Het duurde een hele tijd voordat ik mezelf als kunstenaar zag. Ik heb weleens gezegd dat de “kunstwereld” eruitzag als twaalf witte mannen in Lower Manhattan. Maar er was altijd veel meer aan de hand. Er waren zo veel kunstenaars die op zo veel niveaus gemarginaliseerd en onzichtbaar gemaakt waren. Factoren als ras, klasse en gender waren doorslaggevend om al dan niet gezien te worden. Nu maken we een historische “reset” mee die absoluut dringend noodzakelijk is, zelfs als je bedenkt dat een deel ervan misschien wel wordt aangejaagd door een uitermate speculatieve markt en allerlei spijtbetuigingen.’
In uw nieuwe tentoonstelling figureren ook enkele oudere werken van uw hand. Wat betekent het voor u om terug te grijpen op eerder werk en om een bredere kijk op kunst te hebben, namelijk als een doorlopend proces dat op het heden is georiënteerd?
‘Pas de afgelopen vier jaar, tijdens het inrichten van deze tentoonstelling, die een jaar werd uitgesteld vanwege corona, ben ik me weer in die werken gaan verdiepen. Wat wordt “iconisch” en wat niet, wat komt in de canon, neemt toe in waarde of wordt waardeloos geacht? Als ik probeer te bepalen wat een heel tijdelijke “canoniciteit” bezit (laten we zeggen de komende twintig minuten), moet ik rekening houden met de grilligheid van smaak en waarde. Van wat wordt vergeten en twintig jaar later door kunsthistorici wordt opgegraven. Alles wordt zo sterk bepaald door de grilligheid van de markt.
Het is een heel complexe mengeling van wat in het oog springt en wie een echte naam wordt en wie niet
Het is een heel complexe mengeling van wat in het oog springt en wie een echte naam wordt en wie niet. En daar ben ik me altijd erg van bewust geweest, omdat ik aan beide kanten heb gezeten, en ook in het midden. Jaren geleden had ik een tentoonstelling, genaamd Picturing “Greatness”, die inging op de manier waarop grootsheid tot stand komt – de willekeurigheid ervan, de investeringen, de opwinding en de verhalen eromheen. Mensen die echt in grootsheid geloven wens ik alle succes en macht toe. Maar voor mijzelf is het zo’n bouwwerk van inflatoire markten en claims. Ik heb eerder gezegd dat geen enkel kunstwerk, geen schilderij, beeld, film, muziekstuk of gebouw ooit zo groots, belangrijk en briljant is – of zo beschadigd en onbeduidend – als de maker ervan voor ogen had. Alles is een vorm van overdrijving. Dat is ofwel een verkoopargument of het komt voort uit een behoefte om in het idee van “het meesterwerk” te geloven, of in de uitzonderlijkheid van een bepaalde schepper. Dat hoort er allemaal bij, maar ik ben geneigd er met enige argwaan naar te kijken.’
Is er nog iets anders waar u het over wilt hebben?
‘Nou, iets waarover ik heb nagedacht is de wisselende belangstelling voor het narratief en de rekbaarheid van de aandachtsspanne. De grote filmstudio’s zijn natuurlijk bijna te gronde gegaan door het teruglopende bioscoopbezoek en hebben ervoor gekozen om vooral te investeren in grote spektakel- en vervolgfilms. Dat leek in veel opzichten ten koste te gaan van het verhalen vertellen en van de vertelvormen van kleinere films. De aandachtsspanne leek meer berekend op episodisch kijken. En mijn werk, mijn bewegende beeldende kunst, is veel meer episodisch dan narratief in lineaire zin. Maar streaming heeft zowel nieuwe belangstelling voor het narratief gewekt als een enorme liefde voor – zo niet een verslaving aan – episodisch kijken. Als je niet naar films kijkt, kijk je naar seriëlere, tv-achtige dingen. In de precoronatijd duurde het narratief te lang – is het nou nog niet afgelopen? We zijn zo gewend aan de snelheid van online, of het nu memes zijn of snelle beelden. En ik denk dat de segmentering van verhalen via streaming de mogelijkheid heeft geopend voor meer narratief, maar dan in korte stukjes en afleveringen. We zien gestreamde dingen die van de oude filmstudio’s nooit het groene licht zouden hebben gekregen.
Vóór corona had ik nog nooit naar [de animatieserie] BoJack Horseman gekeken, maar in mijn ogen is dat een kunstwerk. Ik bedoel, de mensen die die shit schreven moeten aan de paddo’s zijn geweest, want het was echt zó’n pakkende tragedie. Over leven en doodgaan. Het was niet alleen maar grappig – ik bedoel, af en toe moest ik huilen. Alles van Jordan Peele heb ik gezien; Ozark was geweldig; Small Axe van Steve McQueen, alle vijf die films, dat was echt ongelooflijk; Euphoria was visueel zo sterk, ook al was het te veel uitgesponnen. Maar allemaal voelde het nog steeds episodisch en gesegmenteerd. Het was niet zoiets als drie uur in een bioscoop zitten, snap je? Vanaf het begin van corona, toen ik negentien maanden LA niet uit ben geweest, heb ik zo veel schitterende dingen gestreamd. En ook reality-tv – dat was een escapistische reddingsboot. Kun je het je voorstellen? Reality-tv als brenger van geestelijke gezondheid. Zo is de wereld eraan toe.’
Naar wat voor reality-tv kijkt u?
‘Nou, ik kijk er nu veel minder naar, maar bijvoorbeeld Real Housewives, Black Ink Crew, Vanderpump Rules, 90 Day Fiancé, bijna alles van HGTV [Home & Garden Television] – absolute onroerendgoedporno.’
U hebt bij uw werk vaak gebruikgemaakt van ‘lagere cultuur’, zoals ook in deze tentoonstelling: onlinememes en kattenfilmpjes…
‘Ik kom er niet onderuit dat een bepaalde mallotigheid altijd een belangrijke rol in mijn werk heeft gespeeld, een gebruik van de lach die zowel bevrijdend als meedogenloos kan zijn. Vooral in deze tijd waarin mensen huizenhoog op het schild worden geheven of genadeloos voor schut worden gezet. Maar niets werkt zo goed als jonge poesjes en hondjes. Tenzij je totaal gestoord bent raak je vertederd door puppy’s en kittens, door hun intense schattigheid. Ik denk niet dat veel mensen immuun zijn voor die beelden; ze geven toegang tot een ander soort emotionele ruimte, die warmer is en vaak grappig.’
Hoe voelt het om die naast de beelden van Trump te zetten, en naast de teksten die u hebt geschreven?
‘Voor mij voelt het levensecht. Ik denk dat ik het zo het best kan omschrijven. Het voelt levensecht.’
De Amerikaanse oud-president schreef zijn oproep op Truth Social
Donald Trump heeft op zijn eigen sociale netwerk Truth Social opgeroepen de Amerikaanse grondwet af te schaffen. Daarmee wil hij zich met terugwerkende kracht uit laten roepen tot winnaar van de presidentsverkiezingen van 2020, schrijft CNN. Trump schreef in zijn bericht dat er op grote schaal gefraudeerd is bij die verkiezingen. Voor deze beschuldigingen van fraude is nooit bewijs gevonden. Desondanks blijft de oud-president van de VS volhouden dat Joe Biden de onrechtmatige president van het land is.
Vanwege deze vermeende verkiezingsfraude zouden alle regels, wetten en artikelen, ‘zelfs die in de grondwet’, afgeschaft moeten worden, schrijft Trump op het netwerk. Dergelijke uitlatingen liggen gevoelig in de VS, omdat de beschuldigingen van Trump leidden tot de bestorming van het Capitool. Naar deze bestorming wordt nog steeds onderzoek gedaan door een parlementaire commissie.
Het Witte Huis heeft de uitlatingen van Trump ‘onacceptabel’ en ‘een aanval op de ziel van ons land’ genoemd. Trump heeft de intentie in 2024 weer mee te doen aan de presidentsverkiezingen, al moet hij wel eerst de nominatie van de Republikeinse Partij in de wacht slepen bij de voorverkiezingen.
Een Democratische commissie onderzoekt Trumps financiën
De voormalige president van de Verenigde Staten Donald Trump moet een deel van zijn belastingaangiften overhandigen aan een Democratische onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden, schrijft CNN. Dat heeft het Hooggerechtshof, waarin drie rechters zitten die door Trump zijn benoemd, bepaald. De uitspraak maakt een einde aan een jarenlange strijd tussen Trump en de Democraten, die al langer inzage willen in de financiële handel en wandel van de oud-president.
Voor de Democraten is de uitspraak een overwinning. Zij hopen voor januari met een rapport te kunnen komen, aangezien vanaf januari de Republikeinen de meerderheid in het Huis hebben en de commissie dan naar alle waarschijnlijkheid wordt opgeheven, net als de commissie die onderzoek doet naar de bestorming van het Capitool.
Volgens de Democraten die onderzoek doen naar Trump, heeft hij jarenlang gelogen over de daadwerkelijke waarde van zijn zakenimperium en mogelijk belasting ontdoken. Trump en zijn adviseurs weigerden inzage te geven in de documenten en zeiden dat hij als oud-president recht had op onschendbaarheid. Trump zelf heeft de uitspraak op zijn socialemediaplatform Truth Social veroordeeld.
De aankondiging van Trump komt op een moeilijk moment
Oud-president Donald Trump zal naar alle verwachting op dinsdag 15 november in zijn privéverblijf Mar-a-Lago aankondigen dat hij zich opnieuw verkiesbaar stelt als president van de VS, meldt Newsweek. Zijn aankondiging komt op een moeilijk moment voor de Republikeinse partij: zij kwam een stuk minder sterk voor de dag bij de Congresverkiezingen dan men vooraf had gehoopt.
Zo wisten de Republikeinen de meerderheid in de Senaat niet te heroveren en is tot op heden ook nog niet zeker of de partij de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden krijgt. Kandidaten die tijdens hun campagne op de steun van Trump konden rekenen, verloren flink en analisten zien het als een teken dat een deel van de achterban van de Republikeinse partij klaar is met de recalcitrante Trump.
Ook binnen de partij groeit het verzet tegen de eerder ongenaakbaar geachte Trump, zeker omdat men in de gouverneur van Florida Ron DeSantis een meer dan geschikte kandidaat ziet. Chris Sununu, de Republikeinse gouverneur van New Hampshire, noemde een nieuwe campagne van Trump een ‘verschrikkelijk idee’ en riep de oud-president op zijn aankondiging op zijn minst uit stellen tot alle resultaten van de Congresverkiezingen binnen waren.
Biden zegt zich mogelijk opnieuw verkiesbaar te willen stellen
Joe Biden heeft de Congresverkiezingen in de Verenigde Staten ‘een goede dag voor de democratie’ genoemd, meldt CNN. ‘Met haar stem heeft de Amerikaanse bevolking gesproken en opnieuw bewezen dat we wel degelijk een democratie zijn,’ aldus de Amerikaanse president.
Hoewel de Democratische partij verloor en de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden kwijtraakte, is er volgens Biden reden voor optimisme. Hij wees erop dat een ‘rode golf’, oftewel een reeks overwinningen voor de Republikeinen, was uitgebleven. ‘Hoewel elke verloren zetel pijnlijk is (…) hadden de Democraten een sterke nacht’, zei hij.
Of zijn partij ook de meerderheid in de Senaat kwijtraakt, moet nog bekend worden. In de staten Nevada en Arizona worden de stemmen nog geteld, in Georgia komt er een tweede ronde. Biden ging ook kort in op de presidentsverkiezingen in 2024. Hij zei dat hij erover denkt zich opnieuw verkiesbaar te stellen, ondanks het feit dat hij deze maand tachtig jaar wordt.
Onlangs doorzochten FBI-agenten het huis van Donald Trump in Florida in de hoop vertrouwelijke documenten terug te vinden. In de VS wordt sindsdien op sociale media steeds vaker op de term ‘burgeroorlog’ gezocht.
Het aantal tweets waarin het woord ‘burgeroorlog’ voorkomt, stijgt binnen een paar uur tijd met bijna 3000 procent: veel aanhangers van Trump noemen de actie een provocatie. Vergelijkbare stijgingen zijn ook op Facebook, Reddit, Telegram, Parler en Gab te zien. En uiteraard op Truth Social, Trumps eigen sociale netwerk. Volgens metingen van Critical Mention, een bedrijf dat media in kaart brengt, is het gebruik van de term in radioprogramma’s en podcasts verdubbeld.
Het aantal berichten over een burgeroorlog neemt een paar weken later opnieuw toe, nadat Joe Biden Trump en de ‘MAGA-Republikeinen’ een bedreiging voor ‘de fundamenten van de Amerikaanse republiek’ heeft genoemd tijdens een toespraak over de democratie in Philadelphia.
Nu de tussentijdse verkiezingen van 8 november in zicht zijn en politieke discussies dringender en feller worden, bereiden deskundigen zich alweer voor op een toename in discussies over een burgeroorlog.
Meer dan een metafoor
Meer dan anderhalve eeuw na de daadwerkelijke Amerikaanse Burgeroorlog, de dodelijkste oorlog in de geschiedenis van het land, worden verwijzingen naar een nieuwe burgeroorlog binnen rechtse kringen steeds normaler. In veel gevallen wordt de term niet al te serieus gebruikt, eerder als een soort figuurlijke aanduiding van de toenemende verdeeldheid in het land. Toch merken onderzoekers dat de uitdrukking voor sommigen veel meer is dan alleen een metafoor.
Onderzoekers die extremisme bestuderen, trekken op basis van opiniepeilingen, analyses van socialemediagedrag en een toename van bedreigingen de conclusie dat een groeiend aantal Amerikanen aanhoudend politiek geweld mogelijk acht en in sommige gevallen zelfs verwelkomt. Wat ooit slechts in de politieke periferie een onderwerp van discussie was, wordt steeds meer mainstream.
Maar, hoewel er over het bestaan van de trend geen twijfel bestaat, bestaat onder deskundigen nog veel onenigheid over de implicaties ervan.
Sommige aanhangers van extreemrechts gebruiken de term letterlijk, als een oproep tot een georganiseerde strijd waarin controle over de regering het einddoel is. Anderen hebben een langdurige opstand voor ogen met periodieke uitbarstingen van politiek geweld, zoals de aanval in augustus op het FBI-kantoor in Cincinnati. Een derde groep verwacht dat het land een ‘koude’ burgeroorlog tegemoet gaat: in plaats van de conflicten die een zogenaamde ‘hete’ oorlog kenmerken, zouden hardnekkige polarisatie en wantrouwen hiervan de belangrijkste symptomen zijn.
Maar liefst 54 procent van de ondervraagden die zichzelf als ‘overtuigd Republikein’ beschreven, achtte een burgeroorlog in de komende tien jaar op zijn minst aannemelijk
‘De vraag is hoe een “burgeroorlog” eruitziet en wat het woord betekent,’ zo stelt Elizabeth Neumann, assistent-secretaris terrorismebestrijding bij het ministerie van Binnenlandse Veiligheid onder Trump. ‘Ik heb niet kunnen voorzien hoe snel het geweld zou escaleren. Ik ken ook niemand die dat wel kon.’
Neumann werkt inmiddels bij Moonshot, een particulier beveiligingsbedrijf dat online extremisme opspoort. In de week na Bidens toespraak van 1 september zag Moonshot het gebruik van het woord ‘burgeroorlog’ met 51 procent toenemen op de meest actieve pagina’s van 4Chan.
Maar gesprekken over politiek geweld vinden niet alleen plaats op anonieme online fora.
Op 1 oktober, bij een rally van Trump in Michigan, beweerde Marjorie Taylor Greene, een Republikein uit Georgia, dat ‘Democraten Republikeinen dood willen hebben’. Daar voegde ze nog aan toe dat ‘Joe Biden elke vrijheidslievende Amerikaan tot staatsvijand heeft verklaard’. Michael T. Flynn, die korte tijd Trumps Nationale Veiligheidsadviseur was, zei onlangs bij een benefiet dat Amerikaanse gouverneurs de macht hebben om de oorlog te verklaren en dat ‘we dat waarschijnlijk gaan zien gebeuren’.
Openbare aanklagers lieten maandag aan een jury in Washington een gecodeerd bericht zien dat Stewart Rhodes twee dagen na de presidentsverkiezingen van 2020 aan zijn kompanen stuurde. Rhodes, die de gewapende extremistische groep Oath Keepers heeft opgericht, schrijft: ‘We gaan dit niet redden zonder een burgeroorlog.’
Volgens deskundigen zorgt het aanhoudende oorlogszuchtige taalgebruik ervoor dat de verwachting van politiek geweld wordt genormaliseerd.
Eind augustus namen YouGov en The Economist onder vijftienhonderd volwassenen een enquête af. Maar liefst 54 procent van de ondervraagden die zichzelf als ‘overtuigd Republikein’ beschreven, achtte een burgeroorlog in de komende tien jaar op zijn minst aannemelijk. Slechts ongeveer een derde van alle ondervraagden achtte een dergelijke ontwikkeling onwaarschijnlijk. Uit een soortgelijke enquête die dezelfde organisaties twee jaar geleden afnamen, bleek dat bijna drie op de vijf mensen een ‘burgeroorlogachtige breuk in de VS’ enigszins of zeer onwaarschijnlijk achtten.
‘Wat je nu ziet, is dat een marginaal discours mainstream wordt,’ aldus Robert Pape, professor politicologie aan de Universiteit van Chicago en oprichter van het Chicago Project on Security and Threats.
Onderzoekers van zijn instituut hielden bij in hoeveel tweets het woord ‘burgeroorlog’ voorkwam vóór- en nadat Trump over de huiszoeking in Mar-a-Lago berichtte. In de vijf voorafgaande dagen registreerden ze gemiddeld zo’n vijfhonderd tweets per uur. Op 8 augustus, in het eerste uur nadat Trump op Truth Social had geschreven dat ‘dit donkere tijden zijn voor onze natie’, liep dat op tot zesduizend. Later die avond bereikte het aantal tweets een maximum van vijftienduizend per uur. Een week later was het aantal nog steeds zes keer zo hoog als normaal en aan het eind van de maand was ‘burgeroorlog’ op Twitter opnieuw een trending topic.
Fora
Extremistische groepen dringen al jarenlang aan op een omverwerping van de regering. De meest radicale opvattingen – die vaak gepaard gaan met witte suprematie of religieus fundamentalisme – blijven volgens Pape uitzonderingen en worden in het hele land door minder dan vijftigduizend mensen aangehangen.
Maar, zegt hij, degenen die worden beïnvloed door Trumps uitlatingen over de krachten die hem en zijn bondgenoten vanuit het ‘moeras van Washington’ en de ‘deep state’ zouden tegenwerken, vormen een veel grotere groep.
Trumps beweringen hebben samen met de complottheorieën van QAnon en de opvattingen van antivaxers en verkiezingsontkenners bijgedragen aan een groeiende aversie tegen de overheid. Bovendien is de roep om meer rechten voor individuele staten aangewakkerd. ‘Wist u dat een gouverneur de oorlog kan verklaren?’ vroeg Flynn op 18 september tijdens een benefiet voor Mark Finchem, een Republikein die zich kandidaat heeft gesteld als minister voor Arizona. ‘En waarschijnlijk, waarschijnlijk gaan we dat zien gebeuren.’
Noch Flynn noch Finchem reageerden op een verzoek om commentaar over de ronduit onjuiste uitspraken. In de Amerikaanse grondwet staat dat alleen het Congres de bevoegdheid heeft om oorlog te verklaren. Er wordt staten specifiek verboden om oorlog te voeren ‘tenzij ze daadwerkelijk worden aangevallen’.
Hoe vergezocht ook, dergelijke ideeën worden vaak aangewakkerd door een groeiende groep socialemediakanalen als het rechtse platform Gab en Truth Social, dat door Trump is opgericht. Socialemediaplatforms staan vol met groepen en fora die gewijd zijn aan discussies over een burgeroorlog. Een van die fora op Gab wordt beschreven als een plek voor ‘oorlogsreportages’, ‘gevechtsvideo’s’ en verslagen van mensen die zijn omgekomen ten gevolge van ‘de burgeroorlog die tevens een tweede Amerikaanse Revolutie lijkt te worden’.
Nog geen twee weken na Trumps tweet ‘Bevrijd Michigan!’ bezette een menigte van zwaarbewapende demonstranten het Capitool van Michigan
Volgens Cybara, een Israëlisch bedrijf dat desinformatie bijhoudt, bereikte een tweet met de tekst ‘Ik denk dat de burgeroorlog zojuist is uitgeroepen’ meer dan zeventien miljoen Twittergebruikers, hoewel hij geplaatst was door een account met minder dan veertienduizend volgers.
‘Ideeën worden verspreid in zogenaamde fabeltjesfuiken. Daar worden nooit tegenargumenten gegeven, maar alleen maar steeds opnieuw dezelfde standpunten verkondigd,’ aldus Kurt Braddock, professor aan de Amerikaanse Universiteit, waar hij radicalisering en rekrutering binnen terroristische groepen bestudeert.
Braddock gelooft niet dat deze berichten duiden op oorlogsplannen. Maar hij maakt zich zorgen over wat academici ‘stochastisch terrorisme’ noemen, waarbij schijnbaar willekeurige gewelddaden worden gepleegd die in werkelijkheid zijn aangewakkerd door ‘versleutelde boodschappen, dog whistles en andere vormen van subtekst’ in de uitspraken van publieke figuren.
Trump is volgens Braddock een expert wat dergelijke uitspraken betreft. Hij geeft als voorbeeld een tweet van Trump uit april 2020 met de tekst ‘Bevrijd Michigan!’ Nog geen twee weken daarna bezette een menigte van zwaarbewapende demonstranten in Lansing het Capitool van Michigan. Ook haalt hij de toespraak aan die Trump op 6 januari vóór de bestorming van het nationale Capitool gaf. Daarin moedigde hij duizenden supporters aan om naar het Amerikaanse Capitool te marcheren en stelde hij: ‘Als jullie niet vechten als de hel, hebben jullie straks geen land meer.’
‘Trumps uitspraken zijn geen expliciete oproepen tot actie, maar doordat hij een enorme, toegewijde aanhang heeft, is de kans groot dat een of meer mensen erdoor geactiveerd worden,’ zegt Braddock.
Een woordvoerder van Trump reageerde niet op verzoeken om commentaar.
Retoriek
Trump gebruikte het woord ‘burgeroorlog’ in 2019, toen hij in een tweet verklaarde dat ‘het tot een Burgeroorlogachtige breuk in de natie zou leiden waarvan ons land nooit zou genezen’ als hij uit zijn functie zou worden ontheven. Vorige maand zei Trump dat er ‘in dit land problemen zouden ontstaan zoals we die misschien nog nooit hebben gezien’ als hij zou worden aangeklaagd voor de manier waarop hij is omgegaan met de vertrouwelijke documenten waarnaar de FBI bij de recente huiszoeking zocht.
Andere Republikeinen wekken met hun manier van spreken de indruk dat het land aan de rand van de afgrond staat. Greene schreef in augustus aan haar bijna 900.000 volgers op Facebook en Telegram dat de huiszoeking in Mar-a-Lago een goede illustratie is van het ‘soort dingen dat gebeurt in landen ten tijde van een burgeroorlog’. Rick Scott, senator van Florida, vergeleek de FBI met de Gestapo en stelde dat ‘dit niet ons land kan zijn’.
Eind vorige maand noemde Republikeins senator Ted Cruz in een interview met The Texas Tribune immigratiewetgeving deels onwaarschijnlijk, onder andere vanwege een ‘politieke burgeroorlog’. Hij maakte eerder vergelijkbare opmerkingen, waaronder een oproep aan Texanen in november 2021 om zich van de rest van het land af te splitsen in het geval de Democraten ‘het land vernietigen’.
Nick Dyer, woordvoerder van Greene, stelt dat zij ‘fel tegen politiek geweld is’ en dat haar opmerkingen over een burgeroorlog betrekking hadden op de Democraten, die ‘zich gedragen als een regime dat een oorlog tegen de oppositie begint’.
McKinley Lewis, hoofd communicatie van Scott, zegt dat die ‘NUL tolerantie heeft voor iedere vorm van geweld’, maar voegt daaraan toe dat hij ‘antwoorden zal blijven eisen’ over het onderzoek van de FBI in Mar-a-Lago.
Republikeinen hebben vaak betoogd dat hun taalgebruik slechts een vorm van politieke retoriek is en dat de Democraten dat verdraaien om verdeeldheid te zaaien. Volgens hen zijn het juist de Democraten en aanhangers van links die geweld uitlokken, door volgers van Trump te bestempelen als aanhangers van wat Biden ‘semifascisme’ heeft genoemd.
Naar aanleiding van navraag naar de uitspraken van Cruz zegt zijn woordvoerder Maria Jeffrey dat hij de schuld geeft aan president Biden. Hij zou ‘een wig in ons land hebben gedreven’.
Na Bidens toespraak over de democratie schreef Brian Gibby, een freelance dataspecialist uit Charlotte in North Carolina, in een Substack-post dat de opmerkingen van de president ‘het begin van de Tweede Burgeroorlog’ markeerden. ‘Ik heb nog nooit een toespraak van een Amerikaanse president gezien die meer tweedracht zaaide en meer haatdragend was,’ schreef Gibby.
TheNew York Times heeft Gibby gevraagd zijn mening toe te lichten. Hij stelt dat hij gelooft dat Biden ‘een verhit conflict in Amerika laat escaleren’. Hij vreest dat er rond de verkiezingen van november iets zal gebeuren dat ‘vergelijkbaar zal zijn met 6 januari, maar dan veel gewelddadiger’. Gewapende protestgroepen van beide kanten van het politieke spectrum zullen elkaar volgens hem te lijf gaan.
‘Trek je plan, hamster spullen, wees veilig, verlaat de stad als je kunt’, aldus Gibby.
Het bloederige ingrijpen van het Israëlische leger bij de protestmars in de Gazastrook onlangs heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu internationaal veel kritiek opgeleverd. Corruptiezaken tegen hem worden met de dag substantiëler. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – laat hij een diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld land achter. En toch, als er vandaag verkiezingen worden gehouden zou hij waarschijnlijk nog steeds winnen.
Keuze uit het archief
In 2018 publiceerden we dit artikel uit Newsweek, dat de val van Benjamin Netanyahu voorspelt. Hij hield het daarna nog ruim drie jaar lang vol, en is na een jaar weg nu weer terug; uit voorlopige uitslagen van de Israëlische verkiezingen woensdag 1 november komt zijn Likoed-partij als overduidelijke winnaar naar voren. Zoals Midden-Oostenverslaggever van The Economist Gregg Carlstrom het hier raak verwoordt: ‘Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft.’
Toen Benjamin Netanyahu in maart 2018 een bezoek bracht aan Washington, had dat een politieke triomf moeten worden, een jubelmoment. Het grootste deel van de twaalf jaar dat hij aan de macht was moest de havikachtige Israëlische premier noodgedwongen samenwerken met presidenten die hem verachtten, naar links neigende Democraten die het over nederzettingen en een Palestijnse staat hadden.
En toch was de hele reis van begin af aan mislukt. Enkele uren voor Netanyahu’s ontmoeting met Trump vernamen de Israëliërs dat een van de meest vertrouwde adviseurs van de premier zich tegen hem had gekeerd. Nir Hefetz, een voormalig journalist, is wel omschreven als ‘Netanyahu’s spindoctor’, de man die verantwoordelijk was voor het masseren van de persberichten over het premiersechtpaar. Maar na zijn arrestatie in februari toonde Hefetz zich bereid namens de staat te getuigen en opnamen over te leggen van de Netanyahu’s die een mogelijke criminele samenzwering bespraken. Hij was voor zover bekend de derde vertrouweling van de premier in enkele maanden tijd die met de autoriteiten samenwerkte.
Netanyahu deed alsof er niets aan de hand was. Hij heeft al vaker politieonderzoeken overleefd, al vanaf zijn eerste termijn in de jaren negentig. ‘Er zal niets naar boven komen omdat er niets is,’ zo deed hij de jongste vloedgolf van corruptieonderzoeken af. En critici hebben hem om het hardst onderschat. Vóór de verkiezingen in 2015, waren de Israëliërs ervan overtuigd dat het met Netanyahu gedaan was. Die verkiezingen zouden om de economie draaien, zo voorspelden ze, en de premier had wat dat betrof weinig te bieden (hij nam niet eens de moeite met een economisch programma te komen). Desondanks won hij, op overtuigende wijze.
Toch begonnen zelfs zijn medestanders in 2018 te fluisteren dat zijn juichende bezoek aan Washington zijn laatste was geweest. Na jarenlang onderzoek begon het politienet zich te sluiten; de zaken tegen hem worden met de dag substantiëler. De procureur-generaal zou de komende maanden besluiten of hij een massa aanklachten tegen hem zou indienen, variërend van komisch en absurd tot doodserieus. De man die door Time ooit ‘koning Bibi’ werd gedoopt, domineerde het politieke toneel van Israël al tien jaar en was van plan dat nog veel langer te blijven doen. Nu leek hij opeens kwetsbaar.
Bye bye Bibi
Dit is een bewerking van het artikel dat we publiceerden in april 2018, toen de val van Netanyahu al werd voorspeld. Hij heeft het nog ruim drie jaar volgehouden, tot hij op 16 juni dit jaar de verkiezingen verloor van Naftali Bennett, volgens wie het tijd is om ‘het land te genezen’. Desalniettemin wordt een comeback niet uitgesloten.
Tweedeling
Zijn toespraak tot de AIPAC had de gebruikelijke politieke lading. Netanyahu praatte over de veiligheid van Israël, over de ontkiemende diplomatieke banden met voorheen onvriendelijke delen van de wereld, de benijdenswaardige hightechindustrie. Dat zijn onmiskenbare wapenfeiten, maar ze vormen niet Netanyahu’s echte erfenis. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – zal hij een land achterlaten dat diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld is.
Die tweedeling is niet helemaal zijn schuld. Demografische en culturele veranderingen – van de snelle groei van de ultraorthodoxe Joodse bevolking tot de oorlogszuchtigheid van een jongere generatie die is ontstaan tijdens de tweede intifada, de gewelddadige Palestijnse opstand – spelen een belangrijke rol. Maar hij heeft het proces ontegenzeglijk versneld. Hij laat de Haredim (het Hebreeuwse woord voor ultraorthodoxe Joden) op tal van gebieden het beleid dicteren, variërend van het onderhoud aan spoorlijnen tot gebedsafspraken bij de westelijke muur. De wilde, rechtse beschuldigingen aan het adres van regering en leger heeft hij voornamelijk doodgezwegen. In plaats van de racistische en nationalistische flanken van zijn coalitie te beteugelen geeft hij ze meer macht. Tijdens zijn laatste campagnetoespraak in 2015, op de verkiezingsdag, waarschuwde hij bijvoorbeeld dat de Arabieren in groten getale naar de stembus zouden komen.
De schisma’s in de Israëlische samenleving zullen de komende tijd misschien sterk worden uitvergroot. Onder druk van de aanklachten kan Netanyahu nieuwe verkiezingen uitschrijven [uiteindelijk schreef hij vervroegde verkiezingen uit voor april 2019. Hij won en het duurde tot mei 2020 tot er een nieuwe regering was]. Dan zou hij zijn campagne beginnen met zo’n 30 procent van de Israëliërs die achter hem staan, terwijl de meerderheid zijn vertrek eist. Veel kiezers hebben het financieel moeilijk vanwege de hoge kosten van levensonderhoud, de lage lonen en het woningtekort. Het vredesproces met de Palestijnen is in het slop geraakt. En toch, als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden zou hij, ondanks zijn impopulariteit en de toenemende kans op gerechtelijke vervolging, waarschijnlijk nog steeds winnen.
Hij liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen
De Netanyahu’s worden al decennialang van kleinschalige corruptie beschuldigd, en de pers smult van de weelderige levensstijl waarop ze aanspraak maken. Gidi Weitz, correspondent van Haaretz en een van de belangrijkste onderzoeksjournalisten van Israël, beschreef eens hoe ze er zonder te betalen tussenuit knepen uit een Italiaans restaurant waar hij in de jaren negentig werkte. De douceurtjes werden groter nadat Netanyahu in 2009 herkozen was. Hij tekende een contract van 2500 dollar voor de levering van gourmetijs in de ambtswoning en liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen.
Klein spul
Toch was dit nog maar klein spul – een politicus die zijn positie te baat nam om wat luxueuzer te leven. Het hoogtepunt was misschien wat wel ‘Bottlegate’ wordt genoemd: jarenlang stak Sara Netanyahu de acht cent statiegeld in haar zak van lege wijnflessen die op staatskosten waren aangeschaft. (Sara speelt een belangrijke rol bij de ambtsuitoefening van haar man en is geregeld de oorzaak van zijn juridische problemen: twee voormalige werksters hebben haar met succes aangeklaagd wegens verbaal geweld.)
Op 13 februari [2018] werden de beschuldigingen veel ernstiger, toen er op aanwijzing van de politie twee aparte aanklachten tegen Netanyahu werden ingediend. In de eerste, bekend als ‘Case 1000’, wordt hij beschuldigd van het accepteren van giften van miljardairs in ruil voor gunsten, zoals hulp bij het vernieuwen van een Amerikaans visum. De gulheid van de miljardairs – sigaren, champagne en dergelijke – beliep naar verluidt een slordige miljoen sjekel, oftewel 288.000 dollar. (Een van zijn weldoeners was pikant genoeg Arnon Milchan, de producent van Pretty Woman.)
De andere aanklacht draait om Arnon Mozes, de uitgever van Yediot Aharonot, Israëls grootste betaalde dagblad. Het blad is al lange tijd kritisch over Netanyahu, een houding die eerder op een persoonlijke vete berust dan op politieke meningsverschillen. Sara Netanyahu vergeleek Mozes eens met Heer Voldemort, de schurk uit de Harry Potter-romans. Maar volgens de politie voerden de twee vijanden vriendschappelijke gesprekken om financiële afspraken te maken. Mozes bood aan zijn krant een toontje lager te laten zingen in de berichtgeving over de premier. In ruil bood Netanyahu naar verluidt aan een spaak in het wiel te steken van Israel Hayom, een populaire gratis krant die wordt gefinancierd door de Amerikaanse casinomagnaat Sheldon Adelson en die een flinke hap uit de advertentie-inkomsten van Yediot heeft genomen. Er is geen bewijs dat Netanyahu zijn belofte is nagekomen. Hij deed zelfs het tegenovergestelde: hij riep in 2014 vervroegde verkiezingen uit om een wet tegen te houden die de distributie van Adelsons krant zou hebben beperkt. Maar alleen de gesprekken met Mozes kunnen eventueel al als misdadig worden aangemerkt.
In vroeger jaren zouden zulke beschuldigingen een Israëlische politicus de kop hebben gekost. Yitzhak Rabin trad in 1977 af als premier, nadat een journalist had ontdekt dat zijn vrouw er een buitenlandse bankrekening op nahield, waarop zo’n tienduizend dollar aan eigen geld stond. Hoe bizar het nu ook klinkt, dat was verboden in Israël, in die tijd een betrekkelijk arm land dat dringend behoefte had aan buitenlandse valuta’s. Rabin gaf toe dat het een ‘fout’ was en zei dat hij zich niet ‘achter parlementaire onschendbaarheid zou verschuilen’. Er was geen vermoeden van omkoping of corruptie, maar zelfs dit kleine technische vergrijp was al voldoende om een premier afstand van zijn ambt te laten doen.
Niks goedkoper in Israël dan bloed van Palestijnen
Het dodencijfer liep op met de regelmaat van de klok. Elk half uur een slachtoffer. Israël was druk bezig met het voorbereiden van de seideravond. In Gaza ging het Israëlische leger door met doden in een afschuwwekkend ritme, terwijl Israël Pesach vierde.
Het doden van Palestijnen wordt in Israël lichter opgevat dan het doden van muggen. Niks goedkoper in Israël dan Palestijns bloed. Maar een leger dat zich op de borst klopt als het een boer op zijn land doodschiet en de video op zijn website zet om de mensen in Gaza te intimideren, een leger dat tanks inzet tegen burgers, dat er prat op gaat dat een honderdtal scherpschutters demonstranten opwachten, dat is een leger dat geen terughoudendheid meer kent.
Mahmoed Abbas is verantwoordelijk voor de toestand in Gaza. En Hamas, natuurlijk. En Egypte. En de Arabische wereld, de hele wereld eigenlijk. Alleen Israël niet. Dat heeft zich uit Gaza teruggetrokken. En Israëlische soldaten plegen geen massamoorden. Nooit.
Later op de avond werden de namen gepubliceerd. Die zeiden niemand wat.
(Gideon Levy, Haaretz)
Nu niet meer. Een land dat werd geromantiseerd vanwege zijn socialistische kibboetsen is een neoliberale economie geworden; binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van rijke landen, doet Israël qua economische ongelijkheid alleen onder voor de Verenigde Staten. ‘We waren altijd een zeer homogene samenleving waar niemand veel geld had,’ zegt Ifat Zamir, hoofd van de Israëlische tak van Transparency International. ‘En toen, in de jaren negentig, verdienden sommige mensen een beetje geld, en veranderde de wereld met hen. Evenals het algemene vertrouwen in de regering.’
Veel Israëliërs hebben apathisch op de beschuldigingen tegen Netanyahu gereageerd. Linkse activisten hebben wekelijkse betogingen tegen de premier georganiseerd, maar zelfs toen die in de zomer [van 2017] een hoogtepunt bereikten, namen er maar enkele duizenden mensen aan deel. In maart [2018] waren het er nog maar een paar honderd. En veel betogers hadden toch al een hekel aan Netanyahu. Zijn rechtse achterban heeft hem niet verlaten. Integendeel: volgens sommige peilingen is zijn populariteit gestegen. In de eerste dagen na de aanwijzingen van de politie kon je nog denken dat Netanyahu zijn baan zou behouden.
Maar de lijst beschuldigingen bleef groeien. Hij werd naar verluidt van nog een schimmige deal verdacht, ditmaal met de eigenaar van Bezeq, Israëls grootste telecombedrijf. Deze zakenman, Shaul Elovitch, is ook eigenaar van Walla, een populaire nieuwswebsite. In dit geval zouden de gunsten wel eens honderden miljoenen dollars kunnen belopen. De politie onderzocht ook of Netanyahu en zijn helpers hadden aangeboden een rechter tot procureur-generaal te promoveren als ze bereid was een zaak tegen de vrouw van de premier te seponeren. En op de achtergrond doemden beschuldigingen op dat topveiligheidsfunctionarissen steekpenningen hadden aangenomen van een Duits conglomeraat dat de kernonderzeeërs bouwt die door de Israëlische marine worden gebruikt. Zoals een lid van de Knesset, het Israëlische parlement, het uitdrukte, anoniem vanwege de gevoeligheid van de zaak: ‘We hebben nog steeds een paar rode draden, en een daarvan heeft met de nationale veiligheid te maken.’
Schaduwkabinet
Als Netanyahu op een dag in de Maasiyahu-gevangenis belandde, zou hij niet de eerste premier zijn. Zijn voorganger Ehud Olmert werd in februari 2016 ook tot deze open penitentiaire inrichting veroordeeld. Hij was twee jaar eerder aangeklaagd wegens omkoping en kreeg negentien maanden gevangenisstraf. Een ochtendprogramma op de Israëlische radio wilde de nieuwe gedetineerde wat advies geven. Dat was niet moeilijk te regelen. Er is een heus schaduwkabinet dat wel enige tijd in Israëlische gevangenissen heeft doorgebracht. De presentatoren vroegen voormalig minister van Gezondheid Shlomo Beniziri om wat tips. (‘De bewaarders doen niet sentimenteel over ministers,’ verklaarde hij.)
Maar Netanyahu’s geval zou om één reden anders kunnen zijn: de Israëlische wet laat er geen twijfel over bestaan dat een minister die van ernstige strafbare feiten wordt beschuldigd moet aftreden, maar zegt niets over een éérste minister. Olmert trad af voordat hij werd aangeklaagd. Zijn opvolger is vastbesloten aan te blijven. De juridische consensus is dat hij dat kan doen, totdat hij wordt veroordeeld en niet verder in beroep kan. Dus zijn strijd is, althans voorlopig, een politieke strijd. Olmert vertrok nadat zijn coalitiepartners hem hadden laten weten, eerst privé en later in het openbaar, dat ze hem niet langer steunden. Hij kwam ook zwaar onder vuur van de oppositie te liggen: ‘Een premier die tot aan zijn nek in de gerechtelijke onderzoeken zit, heeft geen moreel en publiek mandaat,’ zei de oppositieleider destijds.
Die oppositieleider was Benjamin Netanyahu, die zijn eerdere banvloek lijkt te zijn vergeten. Hij stond niet echt onder druk om af te treden. Zijn bondgenoten stonden achter hem. Minister Naftali Bennett van Onderwijs, in Washington om het onderonsje van AIPAC bij te wonen, zei dat Netanyahu als onschuldig moest worden beschouwd totdat het tegendeel was bewezen. Miri Regev, de populistische minister van Cultuur, zei dat ze ‘niet onder de indruk’ was van de aanklachten tegen Netanyahu: ‘Ik ga niet overhaast mensen ophangen op het dorpsplein.’
In de Knesset werd over vervroegde verkiezingen gesproken – maar om de kracht van Netanyahu te bewijzen, niet zijn zwakte. Zijn coalitie leek onaantastbaar, hard op weg om de eerste sinds 1988 te worden die haar volledige vier jaar uitzat. Ze nam in december 2016 een begroting voor twee jaar aan, waarmee ze haar voortbestaan tot de volgende geplande verkiezingen praktisch garandeerde. (Volgens de Israëlische wet wordt een regering die er niet in slaagt een begroting te laten goedkeuren automatisch ontbonden.) Maar de ultraorthodoxe partijen dreigden tegen de vólgende begroting te stemmen als de Knesset geen wet goedkeurde die mannelijke haredim vrijstelt van dienstplicht. Hoewel die volgende begroting pas in december [2018] hoef te te worden goedgekeurd, kon Netanyahu dit als excuus gebruiken om vervroegde verkiezingen uit te schrijven.
Hij had goede redenen om zelfverzekerd te zijn. Peilingen onder het Israëlische electoraat zijn notoir onbetrouwbaar. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 had de Likoed-partij daarin nog een flinke achterstand op zijn belangrijkste centrumlinkse concurrent. Toch zijn ze een goede barometer voor de algemene stemming.
Sommige analisten schilderen Israël af als een land dat onverbiddelijk naar rechts overhelt. Dat is een te simpele voorstelling van zaken. In 1981 won het rechtse en religieuze blok 64 van de 120 zetels in de Knesset. In 2015 won het er 67. Centrumlinks verloor flink wat terrein – maar bijna uitsluitend aan de Arabische partijen, die in de jaren negentig zijn ontstaan. De omvang van het conservatieve, religieuze blok is een generatie lang bijna constant gebleven. De echte verschuiving vindt plaats binnen de blokken. In 1981 wonnen de twee grootste partijen – Likoed en Alignment, de voorganger van de Arbeidspartij – 95 stemmen, bijna vier vijfde van de Knesset. Geen enkele andere partij won meer dan 5 procent van de stemmen. Maar bij de laatste verkiezingen behaalden Likoed en de Arbeidspartij maar 54 zetels. Ook al zouden ze een eenheidsregering hebben willen vormen, dan nog hadden ze geen meerderheid gehad. Zeven andere partijen, aan weerszijden van het ideologische spectrum, haalden de grens van 5 procent.
Deze versplintering maakt het voor veel Israëlische politici moeilijk om coalities te vormen. Netanyahu zou met zijn huidige kunnen doorgaan, zij het met een kleinere meerderheid. Yair Lapid, de voorzitter van Yesh Atid, zou er een harde dobber aan hebben. Zelfs met een brede coalitie die zich zou uitstrekken van centrumrechts tot uiterst links zou hij geen meerderheid behalen. Om de drempel van zestig zetels te passeren zou hij ofwel de ultraorthodoxe partijen nodig hebben, ofwel de ultranationalistische factie Jisrael Beeténoe. Die laatste is een uiterst rechtse partij die in 2015 campagne voerde voor etnische zuivering en herinvoering van de doodstraf. En Lapid bouwde zijn politieke carrière op het agiteren tegen de orthodoxen door aan te dringen op beperking van hun sociale uitkeringen en beëindiging van hun vrijstelling van dienstplicht. In beide gevallen zou de schoen wringen.
De meeste potentiële vervangers van Netanyahu ter linker- en rechterzijde zien zich met een overeenkomstig dilemma geconfronteerd. Ook al gaat hij verder als oppositieleider, de impopulaire Isaac Herzog heeft het niet langer voor het zeggen bij de Arbeidspartij. Zijn opvolger, Avi Gabbay, werd in 2017 tot leider van de Arbeidspartij gekozen en begon onmiddellijk rechtse stemmers naar de mond te praten. Zijn populariteit kelderde al snel en is nog niet op het oude peil. De partij Het Joodse Huis van Naftali Bennett heeft te nauwe banden met de kolonisten in de nederzettingen en Jisrael Beeténoe, de partij van Avigdor Lieberman, met Russische immigranten.
Gedurende 29 van de afgelopen veertig jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch blijft Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen
Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft. Zijn critici noemen hem vaak spottend ‘Mr. Status Quo’. In 2011 werd Israël opgeschrikt door massale sociaal-economische betogingen. Die begonnen met een klein tentenkamp op een chique boulevard in Tel Aviv; in september gingen honderdduizenden mensen de straat op om te klagen over de hoge kosten van levensonderhoud. Tot belangrijke hervormingen heeft dat niet geleid. Mobiele telefoonabonnementen zijn goedkoper geworden. Supermarkten hebben de prijs van kwark drastisch verlaagd. Maar de economische grondslagen blijven onveranderd. Netanyahu heeft weinig gedaan om de landelijke woningnood aan te pakken waardoor appartementen onbetaalbaar zijn voor jonge Israëliërs. (Het kopen van een vijfkamerappartement kost de gemiddelde Israëliër bijna zestien jaarsalarissen, tegen zeven en een half in Frankrijk en vijf in de Verenigde Staten.) Ondertussen heeft de premier niets gedaan tegen het voortdurende gebakkelei over godsdienst en cultuur dat de Israëlische politiek verstoort, van beperkte winkeltijden tijdens de sabbat tot steeds fellere scheldkanonnades tegen progressieve activisten en academici. In de ogen van sommige buitenlanden is Netanyahu’s meest onvergeeflijke fout zijn laksheid ten aanzien van het vredesproces. Elke maand publiceert het gematigde Israëlische Democratie-instituut een peiling die ‘Vredesindex’ wordt genoemd. De eerste twee vragen zijn altijd dezelfde: ‘Steunt u vredesonderhandelingen met de Palestijnen? Denkt u dat die kans van slagen hebben?’ De laatste cijfers [in april 2018] zijn deprimerend. Bijna 60 procent van de Israëlische Joden staat achter het vredesproces, maar slechts 18 procent gelooft dat dat tot vrede zal leiden. Tel die cijfers bij elkaar op en nauwelijks een op de tien Joodse Israëliërs staat achter een tweestatenoplossing en gelooft daar ook in. Een overweldigende meerderheid vindt dat de situatie moet blijven zoals ze is. (De Palestijnen zijn even berustend.) ‘Netanyahu had twee voornemens toen hij premier werd,’ zegt een voormalige adviseur, die anoniem wil blijven om vrijelijk over zijn vroegere baas te kunnen spreken. ‘Een daarvan was het ontmantelen van de Oslo-akkoorden.’ De premier heeft het nooit zo ongezouten gezegd – althans niet in het openbaar. Maar hij heeft onmiskenbaar succes gehad. Bijna een decennium lang heeft hij tijd gerekt door in te stemmen met vredesonderhandelingen maar nooit wezenlijke concessies te doen die het proces zouden kunnen versnellen. Hij zegt in het Hebreeuws het een en in het Engels het ander. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 beloofde hij nooit een Palestijnse staat te zullen vestigen. Toen zijn overwinning was veiliggesteld – en na scherpe kritiek uit het Westen – probeerde hij die woorden te ontkennen. Toen Trump president werd en Netanyahu vroeg ‘terughoudend’ te zijn ten aanzien van de nederzettingen, was hij verbijsterd. ‘Hij gaat zijn belangstelling wel verliezen,’ voorspelde een medewerker van Netanyahu toen Trump Jeruzalem in 2017 bezocht. Zeker is dat de Amerikaanse president niet meer met de Palestijnen spreekt en betwijfelt of hij de ‘ultieme deal’ kan bewerkstelligen, zoals hij het ooit noemde.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zelfs een duifachtige premier moeite zou hebben om met de Palestijnen te onderhandelen, verdeeld als ze zijn tussen Fatah, de seculiere partij die de Westoever in handen heeft, en Hamas, de islamitische groepering die in 2007 de macht in Gaza greep. Evenmin zou hij veel hulp hoeven te verwachten uit het huidige Witte Huis. De Amerikaanse ambassadeur in Israël, David Friedman, staat pal achter de Israëlische nederzettingen. Jared Kushner, Trumps schoonzoon wiens familie geld aan kolonistengroeperingen heeft gedoneerd, had een belangrijke rol moeten spelen in het vredesproces. Maar hij raakte in tal van schandalen verwikkeld en zijn rol in het Witte Huis werd al snel een stuk kleiner.
Toch is er geen reden om te denken dat Netanyahu’s opvolgers bereid of in staat zullen zijn de tweestatenoplossing te realiseren. Bennett wil twee derde van de Westoever annexeren, een stap die een Palestijnse staat onmogelijk zou maken. Lieberman verwerpt het idee van een staat, net als de meeste toonaangevende figuren binnen Likoed. Toen journalisten van de nieuwswebsite Walla het kabinet polsten, waren maar vier ministers bereid een tweestatenplan te onderschrijven.
Hoewel Lapid en Gabbay het plan steunen, blijven ze vaag over hoe ze het ten uitvoer zouden kunnen brengen – hoe ze de fouten zouden kunnen vermijden waaraan de ruim vijfentwintig jaar door de VS geleide onderhandelingen mank zijn gegaan. Ze komen alleen maar met vage verhalen over ‘regionale initiatieven’ en ‘het betrekken van de Arabische staten’. Er zijn weinig prikkels om het anders te doen. De kwestie levert niet veel stemmen op en speelt zelfs geen grote rol in de Israëlische politiek. Vóór de verkiezingen van 2015 kwamen de leiders van de grootste partijen bijeen voor een tweeënhalf uur durend debat op Kanaal 2. Het woord ‘vrede’ werd exact vijf keer uitgesproken, waarvan drie keer door Ayman Odeh, de leider van de partij die de Palestijnse burgers van Israël vertegenwoordigt. ‘Dit is geen zaak die de partijen scheidt,’ zegt Dani Dayan, een voormalige kolonistenleider die tegenwoordig consul-generaal is in New York. ‘Want de Israëliërs begrijpen dat, wie er ook premier wordt, er niets zal veranderen.’
Netanyahu’s eerste premierschap duurde maar drie jaar. Hij won in 1996 met een nipte marge, en de kiezers hadden snel genoeg van hem. Het vredesproces haperde. De bloedige bezetting van Zuid-Libanon leek eindeloos te duren. Er deden al corruptieverhalen de ronde over Netanyahu en sommige van zijn coalitiepartners. Het publiek gooide hem er in 1999 uit en gunde Ehud Barak de overwinning met een marge van 12 procent.
Maar voor Bibi waren al deze wezenlijke kwesties van secundair belang. Toen hij tijdens de verkiezingsavond zijn nederlaag evalueerde, zei hij tegen medewerkers: ‘Ik heb verloren omdat ik geen krant heb.’ Dat probleem loste hij op voordat hij tien jaar later een nieuwe gooi naar het premierschap deed. Israel Hayom deed geen enkele poging om een objectieve nieuwsbron te zijn. De verlieslijdende krant, zwaar gesubsidieerd door Adelson, was een onvervalste propagandamachine voor Netanyahu; naar verluidt dicteerde het kantoor van de premier zelfs de koppen.
Zijn ambitie reikte verder dan de dagelijkse koppenoorlog. Aan de vooravond van Israëls zeventigste verjaardag kan de politieke geschiedenis van het land grofweg in twee helften worden verdeeld. De eerste werd gedomineerd door de centrumlinkse voorgangers van de Arbeidspartij. Het politieke establishment was grotendeels progressief, seculiere afstammelingen van de Asjkenazim. Likoed won haar eerste verkiezingen pas in 1977, een gebeurtenis die door de belangrijkste nieuwslezer van Israël de mahapakh (revolutie) werd gedoopt. Sindsdien heeft links moeite de macht terug te winnen.
Gedurende 32 van de afgelopen 43 jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch bleef Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen. Als je Netanyahu en zijn bondgenoten moest geloven, vochten ze om de macht met de verschanste elites: het leger, de rechterlijke macht, de universiteiten. (Zijn vriend in het Witte Huis zou dit de ‘deep state’ noemen.)
Als je zijn adviseurs mag geloven, was dit Netanyahu’s tweede voornemen – de hervorming van de gevestigde orde van Israël. Zijn obsessie met het manipuleren van de media is daar een voorbeeld van. Hij heeft een ongekend aantal religieuze Israëliërs in de top echelons van de veiligheidsdiensten benoemd. Ayelet Shaked, de nationalistische minister van Justitie, probeerde de manier te veranderen waarop rechters worden benoemd en de bevoegdheid daartoe over te dragen aan de Knesset in plaats van aan een rechterlijke macht die als links wordt beschouwd. Regev, de minister van Cultuur, ging constant tekeer tegen kunstenaars en stelt zelfs voor degenen die een staatssubsidie krijgen aan een ‘loyaliteitstest’ te onderwerpen.
Ultraorthodox
Bijna een op de vier basisschoolleerlingen is ultraorthodox, tegen een op de tien een generatie geleden. Hoewel de meeste Israëliërs een grotere scheiding tussen synagoge en staat voorstaan, dringen ultraorthodoxe politici aan op het tegengestelde. In de herfst van 2016 kwamen ze in het geweer tegen het plan van de nationale spoorwegen om onderhoud te plegen op Sjabbat, de Joodse sabbat. Voor de timing van de spoorwegen viel veel te zeggen: er rijden geen treinen op zaterdag, er is weinig wegverkeer en de meeste werkenden hebben een vrije dag. Maar de haredim dreigden, onder druk van hun kiezers, de regering ten val te brengen als de onderhoudsplannen niet werden ingetrokken. Netanyahu treuzelde tot het laatst mogelijke moment – vrijdagmiddag, minder dan een uur voor de sabbat. Toen gelastte hij de werkzaamheden af, een beslissing die de staat miljoenen kostte en de zondag daarop voor een verkeersinfarct zorgde. En dat allemaal om religieuze kiezers niet van zich te vervreemden die zich steeds meer van de meerderheid van de Israëliërs vervreemden.
Onder de Israëlische Joden bestaan fundamenteel onverenigbare meningsverschillen over hoe Israël als een ‘Joodse en democratische staat’ moet worden gedefinieerd. 69 procent van de ultraorthodoxen en 46 procent van de nationaal-religieuzen (een meerderheid) vindt de staat te democratisch. 59 procent van de seculiere Joden vindt de staat te Joods. Een meerderheid van de Israëlische Joden vindt het ongepast dat Arabische politici deel uitmaken van de coalitie, en velen vinden het acceptabel dat de staat meer geld aan Joodse gemeenschappen geeft dan aan Arabische.
‘Mars uit Gaza’ [2018] gaat vooral over Palestijns leiderschap
De Palestijnse ‘Mars terug’ vanuit Gaza heeft niet tot doel Israël van de kaart te vegen, maar is eerder een gevecht om het Palestijnse leiderschap. Hamas bepaalt de duur en de omvang van het protest en stelt daarbij niet alleen Israël op de proef. De leiders van Hamas moeten aantonen dat zij de situatie in de hand hebben en de omvang van het protest op peil weten te houden voor zolang als zij nodig achten. Pas dan ligt internationale erkenning in het verschiet.
Het is een spel waarbij Egypte, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoed Abbas tegelijk ook partners van Israël tegen Hamas zijn. Caïro en Amman onderhouden over de situatie intensieve contacten, waarbij soms ook Israël betrokken wordt.
Egypte blijft inmiddels grote druk op beide Palestijnse kampen uitoefenen om tot een verzoening te komen. Daartoe is het een vereiste dat Abbas de sancties opheft die hij tegen Gaza heeft getroffen om Hamas te verzwakken. Met Jordanië is Caïro bevreesd dat de onrust overslaat naar Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever, maar evenzeer naar de Sinaï, waar Egypte samen met Israël de terreur bestrijdt die uitgaat van elementen van de Egyptische Moslimbroederschap en Hamas.
(Zvi Bar’el, Haaretz)
In de eerste decennia na 1948 werd Israël omringd door vijandige (en veel grotere) Arabische staten. Het besef van een gemeenschappelijk gevaar hielp een band te scheppen tussen Joden overal ter wereld, vooral omdat de Holocaust nog vers in het geheugen lag. Die band werd zwakker na de verdragen met Egypte en Jordanië. Nog altijd hield het vredesproces de Israëlische samenleving bijeen, zij het in twee helften: een ‘vredeskamp’ dat geloofde dat een tweestatenoplossing de enige manier was om de toekomst van het land veilig te stellen, en een groep die zich daar juist tegen verzette. Niettemin was er een gevoel van een gedeelde bestemming, het gevoel dat beide kanten over een gemeenschappelijk lot ruzieden.
Maar in 2018 is er geen werkelijke dreiging die Israëliërs bindt. Het land heeft vredesverdragen met twee van zijn vier buren; een derde buur, Syrië, ligt in puin; en de vierde, Libanon, is zo zwak dat Israël stelselmatig zijn luchtruim gebruikt om aanvallen in Syrië uit te voeren. (Hezbollah vormt een serieuze bedreiging, maar nauwelijks een die het land zou kunnen verwoesten, en de beweging kampt met zowel haar betrokkenheid in Syrië als de Israëlische afschrikking.) Noch het Iraanse nucleaire programma noch de pro-Palestijnse boycotsancties vormen momenteel een bedreiging voor de overleving van Israël. En de status quo met de Palestijnen lijkt, terecht of niet, voorlopig wel tegen een stootje te kunnen. Maar weinig Israëliërs staan er dagelijks bij stil. Hun samenleving kan niet worden bijeengehouden door de noodzaak om een blok te vormen tegen een levensgevaarlijke situatie, simpelweg omdat die niet bestaat. ‘Op dit moment, en in de voorzienbare toekomst, staat het bestaan van Israël niet wezenlijk op het spel,’ aldus Moshe Ya’alon, die tot 2016 minister van Defensie was.
Ofer Zalzberg, in Jeruzalem analist voor de International Crisis Group, lijkt het met hem eens te zijn. ‘We zitten in een identiteitscrisis. Mensen maken zich zorgen over globalisering, over het teloorgaan van tradities. Het is de autonomie van het individu versus de Joodse traditie. En niemand weet welke kant zal winnen,’ zegt hij.
Zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd
Het zal moeilijk zijn een kop te kiezen voor Netanyahu’s politieke necrologie. Menachem Begin tekende een duurzaam vredesakkoord met Egypte, en Rabin deed hetzelfde met Jordanië. Barak maakte een eind aan de decennialange bezetting van Libanon. Ariel Sharon trok zich terug uit Gaza. Shimon Peres zette belangrijke hervormingen in gang die de weg baanden voor Israëls hightech-economie. Zelfs Olmert kon, ondanks zijn smadelijke einde, aanvoeren dat hij een serieuze poging had gedaan om vrede te sluiten met zowel Syrië als de Palestijnen.
Netanyahu heeft alleen maar overleefd. Tijdens zijn derde regeringsperiode stemde hij in met een plan om de dienstplicht voor ultraorthodoxe mannen in te voeren; in zijn vierde stelde hij het uit. Hij kondigde met veel tamtam een gemengde gebedsruimte aan bij de westelijke muur, maar hij heeft die nooit geopend. Zijn belofte om de prijzen en huisvestingskosten te verlagen is nooit ingelost. Zelfs zijn oorlogen hebben tot niets geleid. ‘1973 was het laatste jaar dat beide partijen zeiden: “Oké, laten we een deal sluiten,”’ zegt Oded Eran, een Israëlische diplomaat met een lange staat van dienst. ‘Alle oorlogen nadien zijn geëindigd met een VN-resolutie, die maar ten dele effectief was, of met de schikking van 2012. Wat betekent het dat we er eenzijdig een eind aan maken? Het betekent dat Israël onder de huidige omstandigheden blijft voortploeteren. Het is onduidelijk wat er nu eindelijk eindigt.’
Een personage uit een Griekse tragedie
Een hoge officier in het Israëlische leger noemde Netanyahu ooit ‘een personage uit een Griekse tragedie’. (De officier is nog steeds in dienst en wenst anoniem te blijven.) Hij is zowel een getalenteerd politicus als een erudiet man, met grote belangstelling voor wereldgeschiedenis en contemporaine geopolitiek. Als vertegenwoordiger van rechts, zoon van een prominente revisionistische historicus en voormalig stoottroeper had hij alles in zich om een baanbrekend politicus te worden van het type Begin. Maar zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd. ‘Hij zit vol hybris,’ aldus de officier.
Of, zoals de Israëlische journalist Raviv Drucker in Haaretz schreef: ‘Als Netanyahu verdwijnt, zullen ook veel verknipte bestuursnormen verdwijnen. Het draait niet om corruptie, maar om normaliteit.’
Dat is maar al te waar. De volgende premier zal waarschijnlijk niet worden achtervolgd door verhalen over sigaren en champagne en verbaal geweld jegens huishoudelijk personeel in de ambtswoning. De vrouw van de premier zal geen statiegeld in haar eigen zak steken. Zijn zoon zal de zoons van rijke oligarchen niet vragen hem vierhonderd sjekel voor te schieten voor een prostituee, zoals Yair Netanyahu deed.
Maar over de meest brandende kwesties aangaande de toekomst van Israël – de relatie met de Palestijnen, en met zichzelf – zal de nieuwe premier misschien niet veel anders oordelen.
‘Zulke wonderen levert Heilige Land niet meer’
De Palestijnen kunnen hun hoop niet vestigen op hulp van hun buren. Het is duidelijk dat hoewel de statenlozen enorme sympathie ondervinden van de burgers in de Arabische wereld, hun lot sommige Arabische leiders mateloos verveelt. Die zijn er meer op gespitst de islamistische partijen in eigen land de nek om te draaien of de confrontatie met Iran aan te gaan.
Het geweld van vrijdag 30 maart moet ook worden gezien als een episode in de langdurige strijd om de macht tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit van Mahmoed Abbas. Pogingen tot verzoening hebben gefaald en beide partijen zijn verzwakt. Abbas is de verdwaalde hoeder van een vredesproces dat op sterven na dood is. Hamas is tussen Israël en Egypte platgedrukt en ziet zijn buitenlandse financiering opdrogen.
En onderwijl hebben de voortdurende blokkade en de beperkingen die aan Gaza zijn opgelegd, het leven voor de Palestijnen daar steeds moeilijker gemaakt. ’Ik wil doodgeschoten worden,’ zei een demonstrant van tweeëntwintig jaar tegen een van mijn collega’s. ‘Ik wil zo niet meer leven.’
‘Als er niet een enorme uitbarsting van geweld komt – vooral met Palestijnse leiders die in opperste wanhoop met vuur spelen, en Israël dat onmiddellijk naar dodelijk geweld grijpt tegen onbewapende demonstranten – zou dat een politiek wonder zijn’, schreef de commentator Hoessein Ibish in The National, een krant uit Abu Dhabi. ‘Maar zulke wonderen levert het Heilige Land niet meer.’
Al Capone werd niet gepakt voor moord of maffiapraktijken, maar voor belastingontduiking. Sinds uit een FBI-inval in Donald Trumps huis blijkt dat de voormalige president geheime documenten heeft achtergehouden, zou hij weleens voor iets vergelijkbaars kunnen worden veroordeeld.
Aan de moordzuchtige gangsterpraktijken van Al Capone in het Chicago van de jaren twintig van de vorige eeuw kwam geen eind door het onderzoek naar de moorden waartoe hij opdracht gaf of de rivieren vol rum die hij verkocht tijdens de Amerikaanse drooglegging, maar door geduldig federaal onderzoek naar zijn verzuim om belasting te betalen over al zijn onrechtmatige inkomsten.
Donald Trump riskeert nog strafrechtelijke vervolging wegens het aanzetten tot een gewelddadige staatsgreep tegen de regering van de Verenigde Staten. Maar de nooit eerder vertoonde inval die de FBI afgelopen maandag [8 augustus 2022] deed in zijn huis in Florida lijkt onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek naar het meenemen – verduisteren is misschien een beter woord – van geheime documenten toen hij het Witte Huis verliet.
Dus in plaats van veroordeeld te worden als een gewelddadige opstandeling die uit was op het vernietigen van de Amerikaanse democratie, draait Donald Trump misschien wel de bak in om een veel prozaïscher reden: hij heeft tegen het zere been geschopt van de nerds van de Amerikaanse Nationale Archieven, de wettige bewaarders van de verdwenen documenten, die vervolgens het ministerie van Justitie hebben getipt.
Lekken van geheime informatie
De FBI-inval bewijst onomstotelijk dat er sprake is van een onderzoek naar het lekken van informatie, misschien wel het grootste onderzoek uit de Amerikaanse geschiedenis. Maar juridisch gesproken is er niet veel verschil met de vele onderzoeken naar informatielekken die Trumps eigen ministerie van Justitie tijdens zijn ambtsperiode zo fanatiek heeft uitgevoerd. Trump zette zijn ministerie zelfs enorm onder druk om het lekken van geheime informatie te vervolgen, meestal wanneer het negatieve personthullingen over zijn eigen persoon betrof, of over Rusland, of allebei. TheIntercept berichtte vorig jaar dat de regering-Trump een recordaantal van minstens 334 gevallen van het lekken van geheime informatie bij het Amerikaanse ministerie van Justitie aanhangig heeft gemaakt.
Er is al sinds vorig jaar een stille strijd aan de gang tussen de Nationale Archieven, het ministerie van Justitie en Donald Trump
In veel gevallen waarin sprake was van lekken naar de pers heeft het ministerie van Justitie een honderd jaar oude wet van stal gehaald, de Spionagewet, die de dader op tientallen jaren gevangenisstraf kan komen te staan. De regering heeft de Spionagewet vaak als stok achter de deur gebruikt om te zorgen dat verdachten van het lekken van informatie zich schuldig verklaarden aan minder zware delicten, zoals een verkeerde omgang met die informatie. The New York Times noemde afgelopen dinsdag een wet die een minder zware straf verordonneert dan de Spionagewet en die van toepassing zou kunnen zijn op de zaak-Trump, namelijk Artikel 2071 van Titel 19 van de ‘U.S. Code’, de federale statuten van de Verenigde Staten; volgens die wet kan een functionaris die belast is met de zorg voor officiële documenten maar die vervolgens ‘opzettelijk en wederrechtelijk verbergt, verwijdert, verminkt, wist, vervalst of vernietigt’, tot drie jaar gevangenisstraf worden veroordeeld en het recht verliezen om zich federaal verkiesbaar te stellen.
Wanneer ze die wet hanteert, lijkt de huidige regering niet te hoeven bewijzen dat Trump documenten aan buitenlandse spionnen, de media of andere onbevoegden ter hand heeft gesteld.
De FBI-inval in Mar-a-Lago, waarvoor een federale rechter een huiszoekingsbevel had verleend, was een verrassing voor Washington, maar helemaal onverwachts kwam hij nou ook weer niet. Er is al sinds vorig jaar een stille strijd aan de gang tussen de Nationale Archieven, het ministerie van Justitie en Donald Trump.
Geheime documenten
Na Trumps vertrek ontdekten de Nationale Archieven dat er een heleboel opnames, documenten en andere zaken uit het Witte Huis waren verdwenen en werd er een onderzoek ingesteld. Trump bleek minstens vijftien dozen met materiaal vanuit het Witte Huis naar zijn landgoed in Florida te hebben meegenomen en archiefmedewerkers begonnen hem achter de vodden te zitten om die terug te krijgen. Toen Trump de vijftien dozen uiteindelijk teruggaf in januari 2022, ontdekten de archiefmedewerkers dat er geheime documenten bij zaten en droegen ze de zaak over aan het ministerie van Justitie. Het ministerie van Justitie stelde vervolgens een onderzoek in en een kleine groep FBI-agenten begaf zich afgelopen lente naar Mar-a-Lago om naar geheime documenten te zoeken. De inval van afgelopen maandag toont onomstotelijk aan dat het ministerie van Justitie en de FBI van mening waren dat Trump onvoldoende had meegewerkt aan hun onderzoek en dat hij nog meer geheime documenten in zijn huis had verstopt, wat in strijd is met de federale wet.
De grote vraag is natuurlijk wat Trump van plan was met zoveel uiterst geheime documenten nadat hij zijn ambt had verlaten
Hoewel het mogelijk is dat de FBI-inval niet tot strafrechtelijke vervolging van Trump zal leiden, is moeilijk voorstelbaar dat de Amerikaanse minister van Justitie Merrick Garland en diens ministerie de historische stap van een FBI-inval in het huis van een voormalige president zouden hebben goedgekeurd als er niet veel meer op het spel had gestaan dan een bureaucratische poging om ontbrekende presidentiële documenten terug te halen. Ook lijkt moeilijk te geloven dat het Amerikaanse ministerie van Justitie zo’n politiek radioactieve inval zou riskeren als er alleen maar een lichte tik op de vingers zou volgen, zoals eerder het geval was bij voormalig CIA-directeur John Deutch en voormalige nationaal veiligheidsadviseur Sandy Berger.
De grote vraag is natuurlijk wat Trump van plan was met zoveel uiterst geheime documenten nadat hij zijn ambt had verlaten. In Trumps geval is het moeilijk om niet het ergste te vrezen. Het ging duidelijk om documenten waarvan hij dacht dat ze hem in de toekomst nog op een of andere manier van nut zouden kunnen zijn, misschien tijdens een tweede presidentiële campagne, bij het afhandelen van privézaken of zelfs bij contacten met buitenlandse leiders. Het is bepaald niet vergezocht om te denken dat de Spionagewet van toepassing zou kunnen zijn.
Ook is het moeilijk om de ogen te sluiten voor de ironie van de zaak. Als presidentskandidaat viel Trump Hillary Clinton continu aan omdat ze als minister van Buitenlandse Zaken regelmatig haar eigen e-mailadres had gebruikt en daarmee het risico had gelopen geheime informatie te lekken. Nu blijkt dat de slogan ‘Sluit haar op’ zich misschien wel in het geslacht vergist.
Einde vervolging ‘ernstig falen van de rechtsgang’
’Mark F. Pomerantz, die namens de rechtbank van Manhattan een onderzoek leidde naar Donald Trump, zegt dat de voormalige Amerikaanse president schuldig is aan meervoudige fraude’, aldus Axios. Pomerantz, die met pensioen ging om aan het Trump-onderzoek te werken, nam op 23 februari ontslag.
In zijn ontslagbrief, in bezit van The New York Times, verklaart hij voor het eerst expliciet zijn overtuiging dat het Openbaar Ministerie de voormalige president had kunnen veroordelen. De beslissing van officier van justitie Bragg om het onderzoek naar Donald Trump te staken, was ’in strijd met het algemeen belang’, schreef hij.
Pomerantz, die overwoog Trump aan te klagen voor het vervalsen van financiële documentatie, beschreef het beëindigen van de vervolging als ’ernstig falen van de rechtsgang’. ’De nieuwe officier van justitie van Manhattan heeft er inderdaad voor gekozen om Trump niet aan te klagen’, verklaart Pomerantsz aan Axios. ’Geen enkel dossier is perfect. Zelfs als er risico’s waren, ben ik ervan overtuigd dat niet overgaan tot vervolging schadelijker zal zijn voor het vertrouwen in de rechtspleging.’
De druk neemt toe in de entourage van de voormalige Republikeinse president Donald Trump: de parlementaire commissie die belast is met het onderzoek naar de bestorming van het Capitool op 6 januari, stemde maandag unaniem voor de vervolging van de voormalige stafchef van Trump, Mark Meadows, die weigert mee te werken aan het onderzoek van de commissie.
Volgens documenten die door de commissie zijn geraadpleegd, heeft Meadows ‘persoonlijk de komst van groepen Trump-aanhangers naar het Capitool gecoördineerd met de organisatoren van deze rally’s om te protesteren tegen de verkiezingsnederlaag van de president’, verklaart The New York Times.
Op minachting van het Congres, de aanklacht van de commissie, staat een gevangenisstraf van maximaal een jaar.
Erik Finman, met zijn tweeëntwintig jaar naar eigen zeggen ’s werelds jongste bitcoinmiljonair, bracht de Freedom Phone op de markt, een smartphone die is bedoeld om de ‘censuur’ van Silicon Valley te ontlopen. Finman is aanhanger van Donald Trump.
‘Hij hield een toespraak die was bedoeld voor een bepaald soort publiek’, schrijft The New York Times in een artikel over de jonge, conservatieve miljonair. Erik Finman plaatste afgelopen juli een gelikte video op Twitter, voorzien van een bombastische soundtrack waarin hij, tegen een achtergrond van Amerikaanse vlaggen en verwijzend naar Abraham Lincoln en Donald Trump, de Freedom Phone aankondigde. Het is een nieuw type smartphone die volgens Finman is bedoeld om Amerikanen te bevrijden van de ‘bigtech-despoten’. Conservatieve commentatoren besteedden ruimschoots aandacht aan de presentatie, waardoor de video 1,9 miljoen keer werd bekeken en duizenden bestellingen binnenkwamen voor zijn mobieltje à 500 dollar.
Maar toen kwam het lastige deel: de telefoons moesten worden geproduceerd en geleverd. Finmans plan om zijn software gewoon op een goedkope Chinese telefoon te zetten viel niet in goede aarde. En het verzenden van de telefoons, het opzetten van een klantservice, het innen van betalingen en het voldoen aan alle regelgeving viel ook niet mee. ‘Ik dacht dat ik aan alles had gedacht’, aldus Finman, ‘maar ik denk dat het een beetje lijkt op hopen op wereldvrede, in die zin dat je denkt dat die er ook nooit zal komen.’
Rechtse digitale sector
Zelfs de best gefinancierde startups hebben moeite om te concurreren met techreuzen die een beurswaarde hebben van miljarden dollars en een formidabele greep op de markt. Toch maakt Finman deel uit van een groeiende rechtse digitale sector, die de uitdaging met big tech aangaat door meer te vertrouwen op de afkeer die conservatieve klanten hebben van Silicon Valley, dan op expertise en ervaring.
Zo zijn er inmiddels aanbieders die rechtse websites hosten, is er de videosite Rumble die concurreert met YouTube en die zichzelf ‘site voor vrijheid van meningsuiting’ noemt en zijn er minstens zeven conservatieve sociale netwerken die proberen te concurreren met Facebook.
Zoals Parler, een extreemrechts sociaal netwerk dat wordt gefinancierd door de schatrijke, extreem conservatieve Rebekah Mercer, dochter van miljardair Robert Mercer die onder meer achter het schandaal rond Cambridge Analytica stak. Parler stortte eerder dit jaar bijna in nadat Apple, Google en Amazon besloten de site niet langer aan te bieden. Een ander sociaal netwerk dat populair is bij extreemrechts, Gab, heeft ook moeite om zich te vestigen zonder door de appstores van Apple en Google te worden toegelaten. En Gettr, een sociaal netwerk dat werd gecreëerd door voormalige medewerkers van de regering-Trump werd onmiddellijk gehackt.
De Republikeinse partij klaagt over de censuur van big tech, maar doet er weinig aan, vindt Finman
Finman, met peroxideblond haar en baardje, ziet zichzelf als een revolutionair die verandering teweeg zal brengen in zowel de techwereld als in de Republikeinse politiek. In een gesprek met The New York Times sprak hij over de Britse politiek, citeerde hij de Romeinse keizer Marcus Aurelius en modeontwerper Karl Lagerfeld en legde hij uit waarom hij de huidige Republikeinse Partij ‘pathetisch’ vindt. Partijleiders klagen over de censuur van big tech, maar doen er weinig aan, vindt Finman.
New York Magazine portretteerde Finman al in 2014 als een zestienjarige jongen uit Coeur d’Alene, Idaho, die rijk was geworden toen hij een paar jaar eerder de duizend dollar die zijn grootmoeder hem cadeau had gedaan, had omgezet in bitcoins.
In 2017 overschreed zijn vermogen de grens van 1 miljoen dollar en liet hij op Instagram zien hoe hij poseerde met YouTube-sterren, in en uit privéjets sprong en biljetten van 100 dollar in brand stak. Maar hij begon zich te vervelen in de wereld van cryptocurrency. ‘Ik heb er eigenlijk een hekel aan om over bitcoin te praten’, zegt hij. ‘Het is zoiets als, hé Rolling Stones, speel je grootste hits weer eens.’
Hij besloot zich in de politiek te storten. Op twaalfjarige leeftijd beschouwde hij zichzelf als een libertariër. Tijdens een ontmoeting met Ron Paul, de voormalige presidentskandidaat voor de Libertarisch partij, hoorde Finman voor het eerst over bitcoin. Met de komst van Trump op het nationale politieke toneel veranderde zijn politieke voorkeur. ‘In 2016 liet ik me overtuigen’, zegt hij.
Rechtse smartphone
In de jaren erna begon Finman zich zorgen te maken over wat hij ziet als het het censureren van conservatieve opvattingen door Silicon Valley. Toen hij merkte dat andere Republikeinen zijn zorgen deelden, realiseerde hij zich dat er zakelijke kansen lagen. Hij besloot de dominantie van Apple en Google aan te vallen en ontwikkelde het idee om een nieuwe ‘rechtse’ smartphone te maken. Die heeft zeker kans van slagen, want ‘politiek is het nieuwe tijdverdrijf van Amerika’, denkt hij.
Maar om een smartphone te maken was hij aangewezen op Google. De Android-software van het bedrijf werkt al met miljoenen apps en Google biedt een gratis, vrij toegankelijke versie van de software aan die andere ontwikkelaars kunnen aanpassen. Dus huurde Finman ingenieurs in om de software te ontdoen van alle sporen van Google en deze te laden met conservatieve sociale netwerken en media-applicaties. Vervolgens downloadde hij de software op telefoons die hij in China had gekocht.
Tegelijkertijd begonnen rechtse figuren de telefoon aan te prijzen. Ze verdienden 50 dollar voor elke klant die hun kortingscodes gebruikte.
Het duurde niet lang voordat media onthulden dat de Freedom Phone in feite een goedkope telefoon was van Umidigi, een Chinese fabrikant die eerder chips had gebruikt die kwetsbaar bleken te zijn voor hacking. Finman, die zijn apparaat in zijn video bestempelt als ‘de beste telefoon ter wereld’, werd in de verdediging gedwongen. In juli moest hij toegeven dat Umidigi de telefoon inderdaad produceert, maar hij blijft volhouden er ‘honderd procent’ zeker van te zijn dat zijn telefoon veiliger is dan de nieuwste iPhone.
In navolging van zijn politieke voorbeeld Donald Trump, besloot Finman zijn mobiele telefoonbedrijf te delegeren
Finman zegt dat de kritiek hem niet zozeer verraste, wel het hoge aantal verkopen. Daardoor kreeg hij onverwachte verantwoordelijkheden, zo moest hij gecertificeerd worden door de Federal Communications Commission en speciale regels volgen voor het verzenden van apparaten die lithiumbatterijen bevatten.
Minder dan een maand na de release van zijn telefoon had Finman een oplossing gevonden voor zijn problemen. In navolging van zijn politieke voorbeeld Donald Trump, die Trump-steaks en Trump-wodka verkoopt zonder ooit een boerderij of distilleerderij te hebben hoeven runnen, besloot Finman zijn mobiele telefoonbedrijf te delegeren. De gedachte is simpel: verkoop gewoon de telefoon die iemand anders produceert en pas die zodanig aan dat je je eigen merk ermee kunt promoten.
Finman is gaan samenwerken met ClearCellular, een bedrijf uit Utah met dertien jaar ervaring, dat al eerder een telefoon produceerde die losgekoppeld was van Apple en Google. En het bedrijf heeft ervaring met logistiek, verzending en klantenservice.
Aan een toestel van ClearCellular wordt een achtergrondje met de Amerikaanse vlag toegevoegd en allerlei conservatieve apps. Finman krijgt commissie op de verkoop van deze Freedom Phones, onduidelijk is hoeveel.
De eerste reacties op de nieuwe telefoon zijn niet erg positief. Volgens Cnet, een site die nieuwe producten beoordeelt, is dit apparaat van 500 dollar niet beter dan ‘een Android-telefoon van 200 dollar’. Desondanks zijn er volgens Finman begin september al zo’n twaalfduizend Freedom Phones besteld, hetgeen zou neerkomen op een omzet van ongeveer 6 miljoen dollar in iets meer dan zeven weken.
Door de samenwerking met ClearCellular kan Finman zich nu meer richten op zijn politieke doelen. Vanuit Washington, waar hij potentiële investeerders ontmoette, kondigde hij het voornemen aan om bij de komende verkiezingen Freedom Phone-gebruikers naar de dichtstbijzijnde stembureaus te leiden. Hij is ook van plan een nieuwsfeed op te zetten met conservatieve verhalen.
Volgens Finman kan zijn Freedom Phone niet alleen liberalen bestrijden, maar bevrijd hij zijn klanten ook van big tech. ‘Voor mij is dit het politieke instrument bij uitstek. Iedereen heeft er wel een op zak.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.