Tag: Trump

  • Spectaculaire lounge in Bangkok | Landarbeiders Peru eisen hogere lonen

    Spectaculaire lounge in Bangkok | Landarbeiders Peru eisen hogere lonen

    Peruaanse landarbeiders eisen hogere lonen

    peru
    © Still van lokale zender

    Bij protesten door werknemers van landbouwexportbedrijven in Peru, begin december, viel een dode en strandden honderden bussen en vrachtwagens met vers voedsel door wegblokkades. Die demonstraties stopten nadat het Congres besloot een oude landbouwwet in te trekken. Landarbeiders vonden dat die wet grote landbouwbedrijven voortrok, waardoor hun dagloon op slechts 39 sol, 9 euro, uitkwam. Het Congres is er echter niet in geslaagd een consensus te bereiken over een nieuwe wet, die hogere basissalarissen zou betekenen. Daarom zijn honderden boeren nu opnieuw de straat op gegaan en is onder meer de Pan-Amerikaanse weg geblokkeerd.

    Na mijnbouw is agrarische export de afgelopen jaren de grootste bron van deviezen voor Peru geworden. Het land is ’s werelds grootste exporteur van bosbessen en is ook een belangrijke exporteur van druiven, asperges en avocado’s naar China, de VS en Europa.

    (MercoPress, Montevideo)


    Schuimend rotan

    spice and barley enter projects asia bangkok dezeen 2364 col hero 1536x864 2 2
    © Dezeen

    In Bangkok werd in december een spectaculaire lounge geopend. In de Spice and Barley Riverside (uitzicht op rivier de Menam) rijzen spiraalvormige rotan sculpturen van tientallen meters hoog uit de grond. Handig om pijpen en ventilatieapparatuur achter te verbergen en een passende verwijzing naar het schuim van het assortiment Belgische bieren dat het restaurant serveert.

    Patrick Keane, de directeur van de Thaise firma, gebruikte 3D special effects-software om de vloeiende geometrische vormen te kunnen modelleren. Het goud op de constructies is een knipoog naar de royaal vergulde tempels in het land. Rotan, een soort liaan, is een duurzaam natuurproduct. Dit project heeft twee rotanfabrieken van sluiting gered.

    (360, Amsterdam)


    Zweden wijst deelname van Huawei aan 5G-netwerk af

    Bezorgd om mogelijke spionage door China liet Zweden in oktober weten het Chinese bedrijf Huawei uit te willen sluiten bij de aanleg van zijn 5G-netwerk. Het leidde tot protesten op hoog niveau, maar recentelijk noemde het Zweedse Hof van Beroep het besluit terecht. Overigens namen onder meer Australië, Nieuw-Zeeland, de VS, Japan en Groot-Brittannië al eerder een soortgelijk besluit. 

    Huawei geeft nog niet op en zegt nog de resultaten van een andere gerechtelijke procedure af te wachten. De Chinese ambassadeur in Stockholm liet ondertussen weten op ‘niet-discriminerende’ omstandigheden voor Chinese bedrijven in Zweden te hopen en wuifde zorgen over veiligheid weg. Hij heeft de Zweedse opinie echter tegen. In een opiniepeiling zei slechts 20 procent dat China welkom is bij de aanleg van Zweedse 5G-infrastructuur. Mensenrechten en democratische hervormingen in China moeten daarentegen de hoogste beleidsprioriteit zijn, vindt 82 procent.

    (SCMP, Hongkong)


    Ophef in de WHO om Italië

    ANP 426360512
    © AP / Domenico Stinellis

    Francesco Zambon, Italiaans epidemioloog en veldcoördinator van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO in Italië tijdens de eerste coronagolf, schreef in mei mee aan een WHO-rapport dat Italiës beleid onderzocht aan het begin van de pandemie. Bedoeld als voorbereiding voor andere landen veroorzaakte het rapport ophef met de conclusie dat Italië werkte met een verouderd pandemieplan. Daardoor waren de eerste maatregelen ‘geïmproviseerd, chaotisch en creatief’. De WHO trok het rapport onmiddellijk in, hetgeen leidde tot woede en suggesties dat de Italiaanse regering werd gespaard. 

    Zambon zegt dat hij onder druk is gezet door Ranieri Guerra, assistent directeur-generaal bij de WHO en aanspreekpunt voor de Italiaanse regering. Guerra wilde dat Zambon de opmerking dat Italië zijn pandemieplan sinds 2006 niet meer had bijgewerkt, zou ‘corrigeren’. Zambon weigerde en diende een interne ethische klacht in bij de WHO. Sindsdien is hij ‘professioneel geïsoleerd’, zegt hij, ook al volgde hij nauwgezet alle WHO-richtlijnen om wangedrag te melden.

    (AP News, Rome)


    Stormy Daniels wil casino Trump opblazen

    Eind januari zal een voormalig casino van Donald Trump in het Amerikaanse Atlantic City worden opgeblazen. Het Trump Plaza-casino, dat opende in 1984, werd in 2014 gesloten en raakte in zo’n staat van verval dat sloop noodzakelijk werd. Eerder dit jaar begonnen de eerste sloopwerkzaamheden en op 29 januari 2021 wordt het resterende deel van het complex opgeblazen. 

    Burgemeester Marty Small wil de sloop van deze plek gebruiken om geld in te zamelen voor een goed doel. Daarom is nu een inzamelingsactie gestart voor de Boys & Girls Club van Atlantic City, die voorziet in recreatie-, onderwijs- en loopbaanprogramma’s voor kinderen en tieners uit de stad. De burgemeester hoopt met de actie meer dan 1 miljoen dollar op te halen. 

    Een professioneel bedrijf begeleidt een veiling die de hoogste bieder het recht geeft om in januari op de knop te mogen drukken. 

    ‘Help geld in te zamelen om Stormy Daniels Trump Plaza op te laten blazen’

    Die hoogste bieder zou wel eens Stormy Daniels kunnen zijn, de pornoster die werd betaald om te zwijgen over haar ontmoetingen met Trump. Op de site GoFundMe is daartoe een campagne gelanceerd. ‘Help geld in te zamelen om Stormy Daniels Trump Plaza op te laten blazen’, aldus ene Bedell op de campagnepagina. ‘Ik woon zelf in St. Louis maar zal Stormy nomineren om de sloop te voltooien als we winnen. Ze heeft interesse getoond!’ Op Twitter liet Daniels weten inderdaad tot de actie bereid te zijn: ‘Ik wil het echt doen … en we weten allemaal dat ik goed ben in het indrukken van knoppen. LOL #teamstormy.’ Op 19 januari wordt de winnaar van de veiling bekendgemaakt. 

    (NJ.com, New Jersey)


    Miljoenen klimaatvluchtelingen verwacht

    hasin hayder 974UGD5ov44 unsplash 2
    – © Unsplash

    Door klimaatverandering werden al ruim 18 miljoen mensen in Zuidoost-Azië gedwongen te migreren. Dat aantal zal meer dan verdrievoudigen als de opwarming van de aarde met de huidige snelheid doorzet, zo waarschuwen ActionAid International en Climate Action Network South Asia in een rapport. Binnen dertig jaar zullen zo’n 63 miljoen mensen in de regio uit hun huizen worden verdreven doordat de stijgende zeespiegel complete dorpen opslokt of omdat gewassen verdorren door aanhoudende droogte. 

    Het grootste aantal mensen zal in 2050 migreren binnen India, naar schatting ruim 45 miljoen. De sterkste stijging van klimaatmigranten staat Bangladesh te wachten, waar een zevenvoudige toename wordt verwacht. Volgens Harjeet Singh van ActionAid zijn dit conservatieve schattingen, want gedwongen migratie door plotselinge rampen als overstromingen en wervelstormen is niet ingecalculeerd. 

    Catastrofale situaties

    Singh voorspelt ‘catastrofale’ situaties. Veel mensen zullen in stedelijke sloppenwijken terechtkomen, die vaak ook kwetsbaar zijn voor overstromingen en waar de kansen op bestaanszekerheid beperkt zijn. ‘Beleidsmakers in het rijke Noorden en het Zuiden realiseren zich de omvang van het probleem niet,’ aldus Singh. Hij dringt er bij rijke landen op aan om hun inspanningen te verdubbelen om hun CO2-uitstoot te verminderen.

    Daarnaast zullen ze meer financiering moeten verstrekken aan Zuid-Aziatische landen om zich verder te kunnen ontwikkelen met schone energie en zich te kunnen aanpassen aan nieuwe klimatologische omstandigheden. Als regeringen wereldwijd het overeengekomen doel halen om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden, kan het aantal mensen dat dreigt te worden verdreven in India, Bangladesh, Pakistan, Sri Lanka en Nepal, halveren in 2050.

    (Thomson Reuters Foundation, Barcelona)

  • De (Twitter)wraak van Donald Trump

    De (Twitter)wraak van Donald Trump

    Nu de overwinning van Joe Biden op Donald Trump is bevestigd door het Amerikaanse Kiescollege, lijkt niets de inauguratie van Biden op 20 januari meer in de weg te staan. Al Jazeera laat zien hoe het verkiezingsresultaat leidt tot een wraaktocht van Trump, waarin voormalige vrienden in een maand tijd plots veranderen in grote vijanden.

    ‘Na het verlies van de verkiezingen wordt de lijst met vijanden van Trump steeds groter’, is de kop boven het artikel van Emily Sumlin. Let wel, het gaat hier om voormalige meelopers, steunbetuigers en ja-knikkende mogelijkmakers, die Trump nu als zijn vijanden beschouwd. Trump, zo schrijft Sumlin, ‘heeft een lange geschiedenis in het tot vijand maken van mensen die hij eerder de hemel in prees’. Die lange lijst loopt uiteen van zijn oude advocaat en ‘fixer’ Michael Cohen tot allerlei regeringslieden die hij bij voorkeur per tweet ontsloeg. Tot zover niets nieuws, want Trump pakte altijd al mensen aan die hem onrecht zouden hebben aangedaan. 

    Maar nu hij halsstarrig blijft weigeren om de overwinning van Joe Biden te erkennen, ontstaat er een nieuwe lijst van ooit-vrienden-nu-vijanden, volgens Sumlin. Het gaat inmiddels om uiterst loyale Republikeinen, die niet langer meegaan in zijn mythe van ‘gestolen’ verkiezingen. Trump voelt zich door hen verraden en maakt daar geen geheim van. Sumlin presenteert een handig overzicht dat zeker niet uitputtend is, maar goed laat zien hoe hard het spel wordt gespeeld.

    Minister van Justitie Bill Barr 

    Enkele minuten nadat de overwinning van Biden was bevestigd, liet Trump weten dat Barr zijn ontslag had ingediend als justitieminister, met ingang van aanstaande woensdag 23 december. Alles in goede harmonie, aldus Trump. Maar het hing volgens waarnemers al langer in de lucht, zeker nadat Barr begin december aan Associated Press liet weten dat hij, na grondig onderzoek door het OM en de FBI, geen fraude heeft kunnen waarnemen ‘op een schaal die tot een andere uitkomst van de verkiezingen had kunnen leiden’. Kort na dat interview werd Trump gevraagd of hij ‘vertrouwen’ in Barr had. Hij weigerde te antwoorden. Daar lag ook nog een andere irritatie onder volgens Sumlin: ‘Vlak voordat Barr zijn ontslagbrief indiende, bekritiseerde Trump hem op Twitter omdat hij niet genoeg had gedaan inzake een onderzoek naar de buitenlandse zakelijke activiteiten van Bidens zoon, Hunter.’

    Fox News

    Om te zeggen dat Trump een warme band had met Fox News is een understatement, schrijft Sumlin. Maar ondanks dat hij onophoudelijk werd gesteund door veel van de presentatoren en jarenlang exclusieve interviews gaf aan het rechtse netwerk, heeft Trump nu besloten om Fox News in diskrediet te brengen ten faveure van nog veel conservatievere kanalen.

    Trumps woede begon nadat het netwerk op de verkiezingsavond als eerste meldde dat Joe Biden Arizona zou winnen. Sindsdien richt hij zijn pijlen vooral op de meer op nieuws gerichte dagprogramma’s van Fox News, dan op de late night-opinieprogramma’s van zijn nog immer trouwe aanhangers Sean Hannity en Tucker Carlson. Hoe dan ook, de president raadt zijn fans aan om hun nieuws te halen bij Newsmax en OANN, twee netwerken die hem nog steeds helpen met het promoten van de mythe dat de verkiezingen door de Democraten zijn ‘gemanipuleerd’ en ‘gestolen’. 

    Republikeinen uit Georgia

    Republikein Brian Kemp, de gouverneur van Georgia, werd in 2018 gesteund door Trump en voerde op zijn beurt campagne voor Trump in 2020. ‘Veel goede dingen. Goed gevoel tussen mij en Brian Kemp. Ik mag hem graag’, liet Trump in april weten. Maar bij de verkiezingen op 3 november stemde Georgia voor het eerst sinds 1992 op een democratische presidentskandidaat. Als gouverneur certificeerde Kemp die uitslag en dat was tegen het zere been:

    Het blijft echter niet bij dergelijke tweets. Trump is inmiddels begonnen een van zijn onwankelbare donateurs, de Republikeinse afgevaardigde Doug Collins, te paaien. Hij dringt erop aan dat Collins zich als tegenstander van Kemp verkiesbaar stelt voor de gouverneursverkiezingen in 2022. Tijdens een bijeenkomst in Valdosta, Georgia, zei Trump eerder deze maand: ‘Doug, stel jij je over twee jaar kandidaat als gouverneur?’, eraan toevoegend dat Collins ‘een good-looking gouverneur zou zijn’. 

    De toorn van Trump is in Georgia ook gericht tegen andere vooraanstaande Republikeinen, zoals plaatsvervangend gouverneur Geoff Duncan en staatssecretaris Brad Raffensperger, die allebei ‘onvoldoende loyaal’ waren. Dit omdat zij, samen met Kemp, keurig alle procedures hebben gevolgd bij het tellen en certificeren van de stemmen.

    Gouverneur Doug Ducey

    Voor hetzelfde ‘vergrijp’ krijgt gouverneur Doug Ducey van Arizona net zo’n behandeling als Brian Kemp. Ducey bekrachtigde de resultaten van het doorgaans Republikeinse Arizona, waar Biden er met de winst vandoor ging. November 2018 tweette Trump nog enthousiast: 

    Ducey was toen nog ‘een van de beste gouverneurs van het land’, en: ‘er is waarschijnlijk geen ander mens op aarde dan wellicht Doug Ducey, die de zooi aankan die ik te verwerken kreeg’. Twee jaar later later veranderde dat in: 

    Ducey verweerde zich overigens tegen Trumps aantijgingen met: ‘Wil je de resultaten betwisten, dan is dit het juiste moment. Toon bezwaren. Dat is de wet. Ik heb een eed gezworen om die na te leven en ik neem mijn verantwoordelijkheid serieus.’ 

    Voormalig minister van Defensie Mark Esper

    Mark Esper werd in juni 2019 aangesteld als minister van Defensie. ‘Ongetwijfeld zal hij fantastisch werk leveren!’, bazuinde Trump. Een jaar later braken protesten en plunderingen uit in verschillende Amerikaanse steden na de moord op George Floyd door de politie. Trump twitterde dat de federale regering moest ingrijpen en bepleitte ‘het gebruik van de onbeperkte macht van ons leger’. Esper was het daarmee publiekelijk oneens. Het leger ‘mag alleen als laatste redmiddel worden gebruikt en alleen in de meest urgente en nijpende situaties’, zo zei hij tegen journalisten. Niemand twijfelde er meer aan dat hij daarmee zijn lot had bezegeld. En inderdaad, zes dagen na de verkiezingen, op 9 november, werd ook hij per tweet ontslagen:

  • 41 miljoen armen. Welkom in Amerika

    41 miljoen armen. Welkom in Amerika

    Uit ons archief: VN-rapporteur Philip Alston wil weten waarom 41 miljoen Amerikanen in armoede leven. The Guardian vergezelde hem twee weken lang tijdens een speciale missie naar het donkere hart van het rijkste land ter wereld.

    Dit stuk verscheen eerder op 12 januari 2018, in #132

    ‘Je moet een keuze maken, man. Je kunt rechtdoor, naar de hemel. Of je kunt rechtsaf slaan en dáár eindigen.’ We zijn in Los Angeles, in het hart van een van de rijkste steden van Amerika, en de geheel in het zwart gestoken General Dogon is onze gids. Naast hem kuiert een andere lange man, met grijs haar en keurig gekleed in spijkerbroek en colbertje. Professor Philip Alston is een Australische academicus met een officiële titel: speciale VN-rapporteur op het gebied van extreme armoede en mensenrechten. General Dogon, zelf een oudgediende van deze straten in de wijk Skid Row, stapt zonder commentaar over een dode rat heen en omzeilt een lichaam dat in een versleten oranje deken gewikkeld op het trottoir ligt.

    De twee mannen passeren het ene na het andere blok van sjofele tenten en geïmproviseerde optrekjes van zeildoek. Ervoor zitten of slapen mannen en vrouwen, soms in groepjes maar meestal alleen, als figuranten in een goedkope griezelfilm.

    We komen op een kruispunt, waar General Dogon stopt en zijn gast voor de eerdergenoemde keuze stelt. Hij wijst recht vooruit naar het eind van de straat, waar de glinsterende wolkenkrabbers van het centrum van LA als een belofte van goddelijke rijkdom ten hemel rijzen. Dan draait hij naar rechts, waarbij de Black Power-tatoeage in zijn nek zichtbaar wordt, en leidt onze blik weer naar Skid Row, vijftig blokken van opeengepakte menselijke vernedering. Een nachtmerrie in het volle zicht, in de stad van de dromen.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.44.51 PM

    Twee bewoners van Skid Row: General Dogon, de gids van Philip Alston die zich inzet voor buurtactiecentrum LACAN, en Lee Anne Leven. – © Désirée van Hoek

    Zo begint een reis van twee weken naar de schaduwkant van de Amerikaanse Droom. De belangstelling van de VN-rapporteur, die overal ter wereld een onafhankelijk oordeel velt over de mensenrechtensituatie, gaat ditmaal uit naar de VS en bereikt een hoogtepunt met de presentatie van zijn eerste bevindingen in Washington. Zijn feitenonderzoek naar het rijkste land dat de wereld ooit heeft gekend heeft hem naar de kern van de tragedie geleid: de 41 miljoen mensen die officieel in armoede leven. Negen miljoen daarvan hebben geen enkel inkomen – ze ontvangen geen cent overheidssteun.

    Alstons epische reis heeft hem van kust naar kust gevoerd, van armoede naar armoede. Hij begon in LA en San Francisco, reisde door de koloniale schandvlek Puerto Rico en daarna terug naar de zwaar beproefde kolenstreek van West Virginia, en overal zag hij met eigen ogen de funeste uitwerking van Amerika’s vertrouwen in het vrije ondernemerschap, waarbij publieke hulp uit den boze is.

    The Guardian kon de VN-gezant door het hele land volgen, woonde zijn belangrijkste bezoeken bij en was getuige van de extreme armoede waar hij persoonlijk kennis van nam. Zie het als een koekje van eigen deeg. Om met de VN-rapporteur zelf te spreken: ‘Washington wil maar al te graag dat ik de armoede en de slechte mensenrechtensituatie in andere landen aan de kaak stel. Ditmaal ben ik in de VS.’

    ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen’

    De reis vindt plaats op een kritiek moment voor Amerika en de rest van de wereld. Hij begint op de dag dat de Republikeinen in de Amerikaanse Senaat voor drastische belastingverlagingen stemmen die de superrijken in de kaart zullen spelen, terwijl veel lage-inkomensgezinnen zich met hogere belastingen geconfronteerd zullen zien. Door de veranderingen zal de inkomensongelijkheid toenemen, die met drie mannen – Bill Gates, Jeff Bezos en Warren Buffet – die samen evenveel bezitten als de helft van het hele Amerikaanse volk, toch al extremer is dan in enig ander geïndustrialiseerd land.

    Een paar dagen na het begin van het VN-bezoek doen de Republikeinse leiders er nog een reusachtige schep bovenop. Ze kondigen een verdere aanslag aan op de sociale voorzieningen van een toch al tot op de draad versleten verzorgingsstaat.

    ‘Kijk omhoog! Kijk naar die banken, die hijskranen, die luxeflats die verrijzen!’ roept General Dogon, die vroeger dakloos was in Skid Row en zich nu inzet voor het buurtactiecentrum LACAN. ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen.’

    Californië is een goed startpunt voor het VN-bezoek. De staat belichaamt zowel de onmetelijke rijkdom die de 0,001 procent aan de techboom heeft overgehouden als de gestegen huizenprijzen die daar het gevolg van zijn en waardoor het aantal daklozen de pan uit rijst. Los Angeles, de stad met veruit de grootste daklozenpopulatie van de VS, worstelt met het aantal crisisgevallen, dat het afgelopen jaar met 25 procent gestegen is tot 55.000.

    Ressy Finley (41) is druk doende met het ontsmetten van de witte emmer die ze als toilet gebruikt in haar tent waar ze nu al meer dan tien jaar af en aan woont. Ze houdt haar woonruimte – een hoop versleten matrassen en dekens en een paar andere bijeengeraapte bezittingen – zo schoon mogelijk in een verloren strijd tegen ratten en kakkerlakken. Ook kampt ze met bedwantsen, waar de rode plekken op haar schouder van getuigen. Ze heeft geen officieel inkomen, en wat ze verdient met het inzamelen van flessen en blikjes is bij lange na niet voldoende om zich de gemiddelde huur van 1400 dollar per maand voor een minuscuul eenkamerwoninkje te kunnen veroorloven. Een vriend brengt haar om de paar dagen eten; de rest van de tijd is ze aangewezen op voedselbanken in de buurt.

    ‘Ik weet dat ik het ga maken’

    Ze huilt tot twee keer toe tijdens ons korte gesprek, eenmaal wanneer ze vertelt hoe haar baby door welzijnswerkers uit haar armen werd getrokken vanwege haar drugsgebruik (hij is nu veertien, ze heeft hem nooit meer gezien). De tweede keer is als ze zinspeelt op het seksueel misbruik dat haar als kind op het pad van drugs en dakloosheid bracht.

    Bij dat alles is het opmerkelijk hoe positief Finley blijft. Wat vindt ze van de Amerikaanse Droom, het idee dat iedereen het kan maken als hij maar hard genoeg zijn best doet? Ze geeft onmiddellijk antwoord: ‘Ik weet dat ik het ga maken.’

    Een vrouw van 41 die op het trottoir in Skid Row woont en het gaat maken?
    ‘Tuurlijk, zolang ik er maar in blijf geloven.’

    Wat betekent ‘het maken’ precies voor haar?

    ‘Ik wil schrijver worden, dichter, ondernemer, therapeut.’

    Het stukje trottoir naast Finley wordt bezet door Robert Chambers. Hij heeft van houten pallets een gebied rond zijn tent gemaakt dat in Skid Row doorgaat voor een tuintje. Hij heeft een bord neergezet waarop ‘Dakloze Schrijverscoalitie’ staat, de naam van een groep daklozen die hij leidt om ze hun waardigheid te laten behouden tegenover wat hij de ‘animalistische’ aspecten van hun leven noemt. Hij doelt vooral op het gebrek aan openbare toiletten dat mensen dwingt hun behoefte op straat te doen.

    Het stadsbestuur van LA heeft meer beschikbare toiletten beloofd – wat hoognodig is, gezien de uitbraak van hepatitis A die zich vanuit San Diego langs de westkust verspreidt en al 21 mensen het leven heeft gekost, voornamelijk als gevolg van het gebrek aan sanitaire voorzieningen in daklozenkampen. ’s Nachts worden de parken met openbare toiletten gesloten om daklozen te weren.

    Skid Row telt ’s nachts negen toiletten voor 1800 mensen die op straat leven. Dat is beduidend minder dan de VN voorschrijft voor de kampen voor Syrische vluchtelingen. ‘Het is gewoon onmenselijk, en uiteindelijk zul je er een animalistische levensinstelling aan overhouden,’ zegt Chambers. Hij leeft al bijna een jaar op straat, omdat hij wegens drugsbezit de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating heeft geschonden en uit zijn goedkope appartement is gezet. Hij is niet meer te helpen, zegt hij, van ‘het maken’ is geen sprake meer. ‘Het veiligheidsnet? Daar zitten voor mij te veel gaten in.

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom. ‘Mensen realiseren zich niet dat het nooit beter wordt; mensen zoals wij kunnen er nooit bovenop komen. Ik ben 67, ik heb een hartkwaal, ik zou hier niet buiten moeten wonen. Ik zal het misschien niet lang meer maken.’

    Dat is een heleboel ellende om op één dag te verstouwen, en zelfs een doorgewinterde armoede-expert als Alston is erdoor van zijn stuk gebracht. Als speciale VN-rapporteur heeft hij eerder verslag uitgebracht over de erbarmelijke leefomstandigheden in onder andere Saoedi-Arabië en China. Maar Skid Row? ‘Ik was behoorlijk gedeprimeerd,’ vertelt hij The Guardian later. ‘Die eindeloze stroom gruwelverhalen. Op een bepaald moment ga je je afvragen of iemand er wel iets aan kan doen, laat staan ik.’

    Dan neemt hij het vliegtuig naar San Francisco, naar de wijk Tenderloin, waar het wemelt van de daklozen, en loopt de St. Boniface-kerk binnen. Wat hij daar ziet is balsem voor zijn ziel.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.49.43 PM

    San Francisco, Californië

    Zo’n zeventig daklozen liggen rustig te slapen op banken achter in de kerk, zoals hun op weekdagen elke ochtend is toegestaan, terwijl voor in de kerk de gelovigen eensgezind bidden. De kerk vangt hen op vanuit de katholieke gedachte dat iedereen een helpende hand verdient.

    ‘Ik vond die kerk heel erg opbeurend,’ zegt Alston. ‘Het was zo’n simpel schouwspel en zo’n voor de hand liggend idee. Ik dacht: als het christendom hier niet over gaat, waarover dan in hemelsnaam wel?’

    Het is een zeldzame druppel altruïsme aan de westkust, die het moet opnemen tegen een zee van vijandigheid. Californische steden hebben de afgelopen jaren meer dan vijfhonderd antidaklozenwetten aangenomen. En Ben Carson, de neurochirurg die door Donald Trump tot minister van Huisvesting is benoemd, decimeert het nationale budget voor betaalbare woningen.

    Het meest veelzeggende detail is misschien nog wel dat behalve St. Boniface en haar zusterkerk geen enkel gebedshuis in San Francisco daklozen opvangt. Sterker nog, vele hebben, zelfs in dit seizoen van naastenliefde, hun deuren voor iedereen gesloten om de daklozen maar buiten te houden.
    Zoals Tiny Gray-Garcia, die zelf op straat leeft, aan Alston vertelt, hebben zij en haar lotgenoten elke dag te maken met wat ze ‘het geweld van het wegkijken’ noemt.

    Die wrede trek is al sinds de stichting van het land een kenmerk van het Amerikaanse leven. Het afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid (de Britse monarchie) werd in de ogen van veel Amerikanen synoniem met het individualistische idee dat je het zelf moet maken – een idee dat prima is voor degenen die zo gelukkig zijn dat ze dat kunnen, maar minder voor degenen die aan de verkeerde kant van de spoorlijn zijn geboren.

    De New Deal van Franklin Roosevelt en de Great Society van Lyndon Johnson waren strijdig met dit idee en gingen ervan uit dat een samenleving zichzelf moet beschermen tegen de grillen van honger en werkloosheid. Maar de laatste tijd waait de wind sterk in de richting van ‘zoek het zelf maar uit’. Die trend werd in de jaren tachtig gezet door de belastingverlagingen van Ronald Reagan, gevolgd door Bill Clinton die in 1996 besloot de bijstand voor gezinnen met lage inkomens te schrappen, een maatregel waaronder nog steeds miljoenen Amerikanen gebukt gaan.

    Als gevolg van deze opeenstapeling van aanvallen op de verzorgingsstaat genieten gezinnen die moeite hebben om rond te komen, onder wie de vijftien miljoen kinderen die officieel in armoede leven, beduidend minder steun dan in enige andere geïndustrialiseerde economie. En nu worden ze misschien wel met de allergrootste dreiging geconfronteerd. Zoals Alston zelf schreef in een essay over het populisme van Trump en de agressieve uitdaging die dat voor de mensenrechten betekent: ‘Dit zijn bijzonder gevaarlijke tijden. Bijna alles lijkt mogelijk.

    Lowndes County, Alabama

    Trumps ondermijning van de mensenrechten, gevoegd bij het Republikeinse dreigement om volgend jaar nog verder in de sociale uitkeringen te snoeien en daarmee een deel van de belastingverlagingen te compenseren die nu door het Congres worden gejaagd, zal Afro-Amerikanen disproportioneel hard treffen. Zwarte mensen vormen 13 procent van de Amerikaanse bevolking, maar 23 procent van de mensen die onder de armoedegrens leven is zwart, evenals 39 procent van de daklozen.

    Het raciale element van Amerika’s armoedecrisis is nergens zo zichtbaar als in het diepe zuiden, waar de open wonden van de slavernij nog altijd bloeden. De volgende halte van de speciale VN-rapporteur is de ‘Black Belt’, een term die oorspronkelijk naar de rijke donkere grond verwees die in een strook door Alabama loopt, maar die mettertijd gebruikt ging worden voor de Afro-Amerikaanse bevolking die daar de meerderheid vormt.

    De link tussen bodemsoort en demografie was niet toevallig. De katoen tierde welig op dit vruchtbare land, wat op zijn beurt tot een levendige handel in slaven leidde om die te oogsten. De afstammelingen van de slaven wonen nog altijd in de Black Belt en behoren nog steeds tot de armsten van het land.

    Je kunt de geschiedenis van de Amerikaanse schande, van de slavernij tot het heden, in een reeks eenvoudige grafieken weergeven. De eerste toont de katoenvriendelijke bodem van de Black Belt, de tweede de slavenbevolking, gevolgd door het zwarte woongebied en de extreme armoede van vandaag de dag: allemaal vormen ze precies dezelfde halvemaan die door Alabama loopt.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.50.40 PM


    De huidige erbarmelijke situatie van de zwarte gemeenschap van Alabama zou je op vele manieren kunnen analyseren. De grimmigste is misschien wel het feit dat zo veel gezinnen in de Black Belt nog altijd geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen. Duizenden mensen leven nog steeds tussen open riolen die je normaliter met ontwikkelingslanden associeert.

    Eerder dit jaar onthulde The Guardian dat deze crisis tot een aanhoudende mijnwormepidemie heeft geleid, veroorzaakt door de gelijknamige intestinale parasiet die zich via menselijke ontlasting verspreidt. Deze komt voor in Afrika en Zuid-Azië, maar werd in de VS al jaren geleden als uitgeroeid beschouwd. Maar in de thuisstaat van Trumps minister van Justitie Jeff Sessions doet de worm zich nog altijd tegoed aan het bloed van arme mensen – een ziekte van ontwikkelingslanden die gedijt in het rijkste land ter wereld.

    Het openrioolprobleem is vooral nijpend in Lowndes County, een overwegend zwart district dat het epicentrum was van de burgerrechtenbeweging en vanwaaruit Martin Luther King in 1965 zijn mars van Selma naar Montgomery ondernam om voor algemeen kiesrecht te demonstreren. Ondanks de trotse geschiedenis schat Catherine Flowers dat 70 procent van de huishoudens in het gebied zijn uitwerpselen ofwel rechtstreeks op open terrein deponeert, ofwel in gebrekkige septic tanks die niet bestand zijn tegen zware regen. Toen haar organisatie, het Alabama Center for Rural Entreprise (Acre), er bij de plaatselijke overheid op aandrong daar iets aan te doen, investeerde deze 6 miljoen dollar in de uitbreiding van afvalverwerkingssystemen naar voornamelijk witte bedrijven, terwijl zwarte huishoudens in overgrote meerderheid werden overgeslagen. ‘Dat is een schrijnend voorbeeld van onrechtvaardigheid,’ zegt Flowers. ‘Mensen die zich geen eigen systeem kunnen veroorloven, moeten het zelf maar rooien, terwijl bedrijven die er wel het geld voor hebben van openbare diensten profiteren.’

    Walter, een inwoner van Lowndes County die zijn achternaam liever geheimhoudt uit vrees dat zijn watertoevoer wordt afgesneden omdat hij zijn mond heeft opengedaan, leeft met de dagelijkse gevolgen van deze vorm van publieke veronachtzaming. ‘Als het flink hard regent, komt het zo je huis binnen.’ Dat is een beleefde manier om te zeggen dat het rioolwater zijn gootsteen, wastafel en badkuip in gorgelt en een misselijkmakende zoete stank in het huis verspreidt. Wat vindt hij onder deze omstandigheden van de ideologie dat iedereen het kan maken als hij zijn best maar doet? ‘Als ze de kans kregen, zou dat ze waarschijnlijk wel lukken,’ zegt Walter. Hij pauzeert en voegt er dan aan toe: ‘Maar mensen krijgen de kans niet.’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij wit was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij wit was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel.’

    Aan de achterkant van Walters huis komt de ware onrechtvaardigheid van de situatie aan het licht. Overal door de tuin lopen smalle geulen vanaf naburige huizen waar donkere vloeistof doorheen stroomt. De geulen komen samen in stroperige poelen die recht onder de stacaravan zijn gelegen waarin Walters zoon, schoondochter en zestienjarige kleindochter wonen. Het is het ultieme beeld van het lot van Alabama’s verarmde zwarte gemeenschap. Als Amerikaanse staatsburgers hebben ze evenveel recht op leven, vrijheid en het streven naar geluk. Alleen worden ze omringd door poelen met uitwerpselen.

    Onlangs sloeg de Black Belt terug. Toen werd er een nieuwe versie van die eenvoudige grafiek toegevoegd, waarop precies dezelfde halvemaan te zien is die door Alabama loopt, alleen was die dit keer niet zwart maar blauw. Die blauwe halvemaan staat voor het leger van Afro-Amerikaanse stemmers dat tegen alle verwachtingen in Doug Jones naar de Amerikaanse Senaat stuurde, de eerste Democraat uit Alabama sinds een hele generatie. Dat betekende een flinke bloedneus voor zijn tegenstander, de van kindermisbruik beschuldigde Roy Moore, en voor Steve Bannon en Donald Trump, van wie hij de marionet is. Dit kan met recht het belangrijkste vertoon van zwarte politieke spierkracht worden genoemd sinds de mars van King in 1965. Waar de eerdere grafieken voor ‘bodem’, ‘slavernij’ en ‘armoede’ stonden, zou bij deze grafiek het onderschrift ‘mondigheid’ moeten staan.

    Guayama, Puerto Rico

    Dus hoe ziet Alston de rol van VN-rapporteur en zijn bezoek? Zijn volledige rapport over de VS zal in mei verschijnen en aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève worden gepresenteerd. Niemand verwacht er veel van: de raad heeft niet genoeg macht om goed gedrag af te dwingen van recalcitrante regeringen. Maar Alston hoopt dat zijn bezoek de VS zo veel schaamte zal bezorgen dat men nog eens gaat nadenken over de eigen waarden. ‘Het is mijn rol om regeringen ter verantwoording te roepen,’ zegt hij. ‘Als de Amerikaanse regering niet over het recht op huisvesting, gezondheidszorg of voedsel wil praten, dan zijn er nog altijd basale normen voor mensenrechten waaraan moet worden voldaan. Het is mijn taak om daarop te wijzen.’

    In zijn eerdere onderzoek naar extreme armoede in landen als Mauritanië wond Alston er geen doekjes om. We mogen dezelfde onzachtzinnige liefde verwachten bij zijn analyse van Puerto Rico, de volgende halte tijdens zijn reis naar de donkere kant van Amerika.

    Drie maanden na Maria is de verwoesting die de orkaan op het eiland heeft aangericht genoegzaam bekend. Van zeventigduizend huizen is niets meer over, de industrie is tot stilstand gekomen en de algehele stroomstoring leidt nog steeds tot plunderingen. Maar het treurige lot van Puerto Rico dateert al van ver vóór Maria en is geworteld in de onverschilligheid waarmee het eiland is bejegend sinds het in 1898 als oorlogsbuit in bezit werd genomen.

    Bijna de helft van de Amerikanen heeft geen idee dat de drieënhalf miljoen Puerto Ricanen Amerikaanse staatsburgers zijn – des te kwalijker gezien het feit dat het eiland geen eigen vertegenwoordiging in het Congres heeft, terwijl zijn fiscale beleid wordt gedicteerd door een raad van toezicht die door Washington is aangesteld. Hoe zat het ook alweer met dat afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid?

    Evenmin zijn de meeste mensen zich ervan bewust dat het aantal armen op het eiland (44 procent) ruim twee keer zo groot is als dat in de minst welvarende Amerikaanse staten, inclusief Alabama (19 procent). En dat was nog vóór de orkaan, die volgens sommige schattingen het armoedepercentage heeft opgedreven tot 60 procent. ‘Puerto Rico wordt geregeerd door de Verenigde Staten, maar we worden nooit geraadpleegd,’ zegt Ruth Santiago, die als advocaat gespecialiseerd is in gemeenschapsrecht. ‘We hebben geen enkele invloed, we zijn gewoon hun speelbal.’

    De VN-rapporteur krijgt een idee van wat het betekent de speelbal van de VS te zijn wanneer hij naar Guayama reist, een stad van 42.000 inwoners in het zuiden, vlak bij de plek waar Maria aan land kwam. Verwoesting alom: gehavende huizen, ontbrekende daken, onheilspellend doorzakkende elektriciteitsleidingen. Boven de stad torent dreigend een kolencentrale uit die is gebouwd door de Puerto Ricaanse tak van AES Corporation, een multinational die zijn hoofdkwartier in Virginia heeft. De schoorsteen van de centrale domineert de horizon, evenals een enorme berg as van de verbrande kolen die oprijst als een reusachtig zandkasteel van ruim twintig meter hoog. De berg is blootgesteld aan de elementen, en de plaatselijke bevolking klaagt dat het gif ervan de zee in lekt en dat de vissers door kwikvergiftiging het brood uit de mond wordt gestoten. Ook is men bang dat het stof dat de berg verspreidt gezondheidsproblemen veroorzaakt, een zorg die wordt gedeeld door plaatselijke artsen die de VN-rapporteur vertellen dat ze veel patiënten hebben met ademhalingsaandoeningen en kanker. ‘De bladeren van mijn mangoboom gaan ervan dood,’ zegt Flora Picar Cruz (82). Ze ligt rond het middaguur in bed en ademt moeizaam door een zuurstofmasker.

    Screen Shot 2020 12 04 at 3.51.10 PM


    Onderzoek van de asberg wijst op gevaarlijke hoeveelheden giftige stoffen zoals arsenicum, broom, chloride en chroom. Desondanks is de regering-Trump bezig het relatief lakse toezicht op de schadelijke emissies ervan nog verder te versoepelen. AES Puerto Rico verzekerde The Guardian dat er geen reden tot zorg is, omdat de centrale een van de schoonste van de VS zou zijn, die met opzet zo is gebouwd dat er geen schadelijke stoffen in de lucht of de zee terecht kunnen komen. Maar daar denken de mensen in Guayama wel anders over. Zij vrezen dat de Amerikaanse kolonisten hen nog meer aan hun lot zullen overlaten dan ze nu al ruim een eeuw lang doen.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo veel Puerto Ricanen stemmen met hun voeten; na de orkaan hebben bijna tweehonderdduizend van hen hun koffers gepakt en zijn naar Florida, New York of Pennsylvania vertrokken, waar inmiddels al meer dan vijf miljoen Puerto Ricanen wonen. Dat geeft de Amerikaanse Droom een geheel nieuwe betekenis: iedereen kan het maken, zolang hij zijn familie, zijn huis en zijn cultuur maar in de steek laat en koers zet naar een vreemd en ongastvrij land.

    Charleston, West Virginia

    ‘Jullie zijn kanjers! Al die jaren dat jullie schandalig zijn behandeld gaan we goedmaken, oké? Honderd procent zeker!’ Donald Trumps belofte aan de witte stemmers van West Virginia werd gedaan in mei 2016, op het moment dat hij de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen binnenhaalde. Zes maanden later beloonde zijn achterban in de staat hem royaal met een verpletterende overwinning.

    Als je bedenkt dat hij hun gouden bergen beloofde, is het niet zo verwonderlijk dat witte gezinnen in West Virginia positief reageerden op het charmeoffensief van Trump: ‘We gaan zorgen dat de mijnwerkers weer aan het werk komen!’ Getalsmatig is de meerderheid van alle Amerikanen die in armoede leven – 27 miljoen mensen – wit.

    Met name in West Virginia hebben witte gezinnen veel om verbitterd over te zijn. De mechanisering en het sluiten van kolenmijnen hebben tot grote werkloosheid en stagnerende lonen geleid. De overheveling van banen in de kolen- en staalsector naar supermarktketen Walmart heeft ertoe geleid dat de gemiddelde werknemer tegenwoordig 3,5 dollar per uur minder verdient dan in 1979. Wat wel verwonderlijk is, is dat zo veel trotse werkende mensen hun dromen aan een (veronderstelde) miljardair hebben toevertrouwd die zijn onroerendgoedimperium heeft gebouwd op wat zijn vader hem heeft toegestopt.

    Voordat hij presidentskandidaat was, toonde Trump maar weinig belangstelling voor de problemen van gezinnen met lage inkomens, wit of anderszins. Nu hij bijna een jaar in het Oval Office zit, zijn er ook weinig tekenen dat hij zich aan zijn campagnebeloftes houdt. Integendeel. Als de VN-rapporteur als laatste halte tijdens zijn rondreis Charleston, West Virginia, aandoet, wordt hij overspoeld door bewijs dat de president juist de mensen die hem hebben gekozen het mes op de keel zet.

    Met name in West Virginia hebben witte gezinnen veel om verbitterd over te zijn

    Diezelfde dag presenteren de Republikeinen in de Senaat en het Congres gezamenlijk hun plannen voor belastingverlaging, waarover de week erna zal worden gestemd. Veel mensen in West Virginia zullen voor zoete koek slikken dat deze veranderingen bedoeld zijn om hen te helpen, omdat aanvankelijk iedereen in de staat minder belasting zal gaan betalen. Maar in 2027, als het begrotingstekort moet worden aangezuiverd, zal de onderste 80 procent van de bevolking méér betalen, terwijl de bovenste 1 procent een meevaller behoudt van 21.000 dollar. ‘Het beleid van Trump zal de ongelijkheid doen toenemen, loonstijgingen blokkeren en het moeilijker maken voor gezinnen met lage inkomens om hulp te zoeken,’ zegt Ted Boettner, lid van de raad van bestuur van het niet-partijgebonden West Virginia Center on Budget and Policy.

    Als de riolering het aanhoudende probleem is waarmee de Black Belt kampt, dan is een mond vol rottende tanden en kiezen dat van West Virginia. Artsen van Health Right, een medisch vrijwilligerscentrum in Charleston dat 21.000 werknemers met lage inkomens gratis behandelt, toont de VN-rapporteur een foto van een van hun patiënten. De man is pas 32, maar zodra hij zijn mond opendoet wordt hij een heks uit Macbeth. Zijn paar resterende rotte tanden en kiezen en groenblauwe tandvlees zien eruit als etterende brij in een kokende ketel.

    Medicaid [een hulpverleningsprogramma voor mensen met lage inkomens] dekt geen tandheelkundige behandeling van volwassenen, tenzij er sprake is van een noodgeval, en dus doen de mensen wat het meest voor de hand ligt: ze wachten tot hun abcessen knappen, zodat ze naar de spoedeisende hulp moeten. Een vrouw die onlangs de mobiele tandartskliniek van het centrum bezocht, had alleen nog dertig wortels in haar mond, die allemaal behandeld moesten worden.

    Ook tijdens zijn andere ontmoetingen krijgt Alston een beeld van de manier waarop het leven van gezinnen met lage inkomens in West Virginia onder druk staat. Waar Lyndon Johnson de armoede de oorlog verklaarde, voert Trump oorlog tegen de armen. Mensen gaan jarenlang de gevangenis in omdat ze, in afwachting van hun proces, de borgtocht niet kunnen betalen; er worden privédetectives ingehuurd om mensen te bespioneren die aanspraak maken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; zware minimumstraffen wegens drugsbezit zijn weer in de mode; Jeff Sessions schrapt federale reclasseringsprogramma’s voor ex-gedetineerden; huurders van gesubsidieerde huizen leven in voortdurende vrees dat ze uit hun huis zullen worden gezet na de geringste overtreding. En ga zo maar door.

    En het resultaat van deze meedogenloze klappen? ‘Mensen raken uiteindelijk met elkaar in de clinch,’ zegt Eli Baumwell, beleidsdirecteur van de American Civil Liberties Union (ACLU) in West Virginia. ‘Je raakt zo geobsedeerd door wat jij bezit en wat je buurman bezit, dat je rancuneus wordt. Dat is wat Trump doet, mensen tegen elkaar opzetten.’
    En zo stapt Philip Alston voor de laatste keer in het vliegtuig om in Washington een samenvatting te presenteren van de kwellingen die het Amerikaanse volk ondergaat. Op een gegeven moment tijdens de vlucht zegt Alston dat hij een slapeloze nacht heeft gehad door het piekeren over de verloren zielen die we in Skid Row hebben ontmoet. Hij vraagt zich af hoe iemand anders in zijn positie – ‘Ik ben oud, een man, wit, rijk en ik heb een heel goed leven’ – op zo’n dakloze zou reageren. ‘Hij zou naar hem kijken en hem beschouwen als iemand die smerig is, die zich niet wast, die hij niet in zijn buurt wil hebben.’ Dan krijgt Alston een openbaring. ‘Ik besef dat de overheid hen zo ziet. Maar wat ik zie, is een maatschappelijk falen. Ik zie een maatschappij die zoiets laat gebeuren, die niet doet wat ze moet doen. En dat is heel treurig.’

    De rondreis van de speciale VN-rapporteur is ten einde.

    De Nederlandse fotograaf Désirée van Hoek werkt al sinds 2007 met tussenpozen op Skid Row in Los Angeles. In 2015 verscheen haar boek Skid Row, met een voorwoord van LA Times-verslaggever Gale Holland. Het boek werd in 2016 bekroond als een van de Best Verzorgde boeken van Nederland en Vlaanderen.

  • Hoogleraar Mehrzad Boroujerdi: ‘Dood Soleimani was ernstige inschattingsfout’

    Hoogleraar Mehrzad Boroujerdi: ‘Dood Soleimani was ernstige inschattingsfout’

    De moord op generaal Qassem Soleimani zal ingrijpende gevolgen hebben voor de Amerikaanse, Iraakse en Iraanse politiek, aldus hoogleraar politicologie Mehrzad Boroujerdi. Toch acht hij de kans klein dat het tot een escalatie van het conflict in het Midden-Oosten zal leiden. 

    Keuze uit het archief

    Bij een dubbele bomaanslag werden woensdag meer dan 103 mensen gedood in de Iraanse stad Kerman. Het bloedbad vond plaats tijdens de herdenking van de dood van de Iraanse militair leider Qassem Soleimani, die op 3 januari 2020 werd vermoord door een Amerikaanse aanval in Bagdad. Een dag later eiste Islamitische Staat de aanslag op.

    In dit artikel, dat enkele dagen na zijn dood gepubliceerd werd, bespreekt hoogleraar politicologie Mehrzad Boroujerdi welke rol Qassem Soleimani speelde in Iran en de impact van zijn moord op het conflict in het Midden-Oosten, dat recent weer tot een kookpunt is gekomen.

    Generaal Soleimani (1957-2020) was al 22 jaar commandant van de geduchte Quds-brigade van de Revolutionaire Garde en daarmee de belangrijkste militaire leider van de Islamitische Republiek Iran.

    De man die tot de Iraanse Revolutie van 1979 de kost had verdiend als metselaar en medewerker van het gemeentelijke waterbedrijf, bewees vervolgens zijn moed in de oorlog met Irak en groeide daarna uit tot de meest gevreesde Iraanse generaal van de afgelopen vijftig jaar. In 2005 noemde de opperste leider ayatollah Khamenei hem een ‘levende martelaar’, en hij wordt gezien als het brein achter belangrijke militaire overwinningen van Iran en zijn bondgenoten in Irak, Syrië en elders.

    Soleimani had in Iran de status van een superheld, en was voor de Amerikaanse strijdkrachten in Irak een belangrijk doelwit. Zijn liquidatie wordt een complicerende factor in de Iraakse politiek. Als vergelding voor de aanslag op hem en op Abu Mahdi al-Muhandis, plaatsvervangend commandant van Hashd al-Shaabi [de overkoepelende organisatie van sjiitische volksmilities], gaan sjiitische milities ongetwijfeld meer aanvallen op de Amerikaanse strijdkrachten uitvoeren. Vanuit de bevolking en de politiek zal de druk op het parlement toenemen om bij wet te eisen dat de Amerikaanse strijdkrachten zich terugtrekken. Zelfs de ayatollahs Sistani en Moqtada al-Sadr, twee sjiitische geestelijken die tegen Iraanse inmenging zijn, staan nu onder druk om deze aanslag te veroordelen.

    Interim-premier Adil Abdul-Mahdi zal waarschijnlijk het veld moeten ruimen voor een meer pro-Iraanse politicus. De demonstranten die tegen de corruptie betogen, zullen merken dat hun protesten overschaduwd worden door de repercussies van Soleimani’s liquidatie en de onontkoombare dynamiek van de Amerikaans-Iraanse rivaliteit in Irak.

    Martelaar

    Als militaire operatie is de actie van de VS zonder meer geslaagd, maar de politieke consequenties zien er minder rooskleurig uit. Er doemen grote vragen op: hoe zal de VS omgaan met woedende menigtes? Hoe zal het reageren op de in heel de islamitische wereld te verwachten golf van aanvallen op zijn strijdkrachten, instellingen en belangen? Is Trumps regering straks gedwongen nog meer troepen naar de regio te sturen, in een verkiezingsjaar? De Amerikanen hebben een ernstige inschattingsfout gemaakt door de complexiteit van de Iraakse politiek te reduceren tot het probleem van Iraanse inmenging. Ze hebben misschien een of twee grote vijanden uit de weg geruimd, maar daarmee Iran een grote politieke overwinning in Irak op een presenteerblaadje gegeven.

    De aanslag op Soleimani heeft ook gevolgen voor Iran. De dood van een man met zo veel kennis van de militaire verhoudingen in de regio en zo’n goede band met veel militieleiders in Iran, Irak en Syrië is een groot verlies. De martelaar Soleimani zal door de Iraanse staat worden bewierookt op een wijze die niet meer gezien is sinds de dood van ayatollah Khomeini. Velen zullen daarbij even vergeten dat Soleimani een van de 24 commandanten van de Revolutionaire Garde was die in 1999 in een dreigende brief eisten dat de hervormingsgezinde president Khatami harder optrad tegen studentenprotesten. En zijn dood zal ook het nieuws over de gewelddadige onderdrukking van de demonstraties vorige maand naar de achtergrond drukken. Bovendien zal het regime in Irak nu meer maximalistische doelen nastreven. En indachtig het gezegde dat wraak een gerecht is dat je het best koud serveert, zullen ze zelf een tijdstip bepalen om de dood van Soleimani te wreken.

    Betekent dit alles dat we onherroepelijk op een oorlog afstevenen? Niet per se. Een escalerende oorlog in het Midden-Oosten is wel het laatste wat Trump in een verkiezingsjaar kan gebruiken. En de Iraanse machthebbers zijn ook slim genoeg om te beseffen dat ze geen oorlog kunnen voeren met een lege schatkist en een bevolking die zich steeds meer van hen afkeert. Bovendien willen ze, met al hun retoriek over de martelaar Soleimani, hun politieke voordeel in Irak niet verspelen. De oven van het Midden-Oosten is dus flink opgestookt, maar het staat nog niet vast dat hij ook op ontploffen staat.

  • 1. Allemaal naar Guantanamo Bay?

    1. Allemaal naar Guantanamo Bay?

    Om begrijpelijke redenen staan landen niet te springen om jihadisten te laten terugkeren. Maar wat zijn de alternatieven?

    In de turbulente eerste dagen nadat hun zogenaamde kalifaat was uitgeroepen, zwoeren buitenlanders die zich bij Islamitische Staat (IS) hadden aangesloten blijmoedig hun band met het Westen af. Jihadisten uit Frankrijk, Canada en andere landen filmden hoe ze hun paspoorten verbrandden. Maar nu IS bijna verslagen is, gedragen de ooit zo strijdlustige radicalen zich als toeristen die op een all-invakantie zijn gestrand. Een 
Canadees beklaagde zich erover dat zijn ambassade geen contact met hem opnam. Een Britse vrouw die het in Raqqa ‘naar haar zin’ had gehad, wilde hulp bij haar repatriëring naar Londen.

    Zulke IS-strijders vormen een groot probleem voor hun vaderland. Meer dan 41 duizend buitenlanders togen naar Syrië en Irak om zich bij de groepering aan te sluiten. Halverwege vorig jaar waren 7366 van hen naar huis teruggekeerd, aldus de Londense denktank International Centre for the Study of Radicalisation. Nog vele duizenden meer kwamen op het slagveld om. Er zijn nog zo’n 850 mannen en een paar duizend vrouwen over, die verspreid over Oost-Syrië gevangen zitten in 
primitieve kampen.

    Nagenoeg onmogelijk

    Tot voor kort wilde hun thuisland hen daar maar al te graag laten. Totdat 
president Donald Trump in december besloot de Amerikaanse troepen uit Syrië terug te trekken. De Koerdische troepen, heer en meester in Oost-Syrië, zijn er toch al niet op ingericht duizenden gevangenen vast te houden. Dat wordt nagenoeg onmogelijk wanneer de Amerikanen zich volledig uit het land zullen hebben teruggetrokken. President Trump wil dat buitenlandse regeringen hun burgers naar hun eigen land laten terugkeren. ‘Het 
alternatief is niet goed, want dan zien we ons genoodzaakt hen vrij te laten,’ twitterde hij. Dat alternatief is inderdaad slecht, maar dat geldt ook voor alle andere alternatieven.

    De eenvoudigste oplossing is een ander met het probleem op te zadelen. 
Volgens een wet die in 2015 in Australië werd aangenomen, verliest iemand die zich bij een terroristische groepering heeft aangesloten zijn burgerschap. Dat gebeurde voor het eerst in 2017 met Khaled Sharrouf, een Libanese Australiër die zijn zoontje fotografeerde met het afgehakte hoofd van een Syrische soldaat in zijn handen. De Australische wet geldt alleen voor Australiërs met een tweede nationaliteit, want volgens het internationaal recht mag je iemand niet stateloos maken.

    Wetenschappers zijn het er niet over eens hoe mensen radicaliseren en zelfs niet over wat radicaliseren precies inhoudt

    Groot-Brittannië zit daar niet mee. Het ontnam Shamima Begum, die zich als tiener bij IS aansloot, het Britse staatsburgerschap. Volgens de Britten is haar moeder afkomstig uit Bangladesh en komt ze daarom in aanmerking voor het staatsburgerschap van dat land. Op vergelijkbare wijze besloot president Trump dat een in Amerika geboren vrouw die propaganda maakte voor IS het land niet meer in mag.

    Rechtbanken zouden dergelijke besluiten terug kunnen draaien. Maar ook 
al doen ze dat niet, dan nog is het onwaarschijnlijk dat westerse landen zullen besluiten hun burgers elders 
te dumpen. Want ze zijn veel beter 
toegerust om die op te vangen dan 
bijvoorbeeld Libanon of Bangladesh.


    Rehabilitatiecentrum voor extremisten

    Saoedi-Arabië kiest voor een andere aanpak. In 2004, na een golf van terroristische aanslagen in het land, zette het een rehabilitatiecentrum voor extremisten op. De gevangenen worden vastgehouden in een aangenaam kamp met een zwembad en 
creatieve therapie. Partnerbezoek is toegestaan. Maar dergelijke oplossingen zijn kostbaar. Ze vragen om langdurige een-op-eenaandacht van docenten en geestelijken en kunnen in het Westen op weinig steun rekenen.

    Frankrijk opende drie jaar geleden ook een deradicaliseringscentrum in een chateau in het Loire-dal. De gedetineerden studeerden geschiedenis en filosofie en spraken met een imam 
over het geloof. Het was de bedoeling dat ze er tien maanden zouden blijven, maar het centrum werd opgedoekt nadat plaatselijke bewoners bezwaar hadden gemaakt tegen het verblijf van terroristen in hun midden.

    Het valt trouwens onmogelijk uit te maken of dergelijke oplossingen werken. Wetenschappers zijn het er niet over eens hoe mensen radicaliseren en zelfs niet over wat radicaliseren precies inhoudt. Saoedi-Arabië beweert dat nog geen twintig procent van de ruim drieduizend bewoners van het rehabilitatiecentrum de jihad alsnog trouw zijn gebleven, wat toch betekent dat het deradicaliseringstraject in 
honderden gevallen is mislukt. Een Somalisch-Amerikaanse man die onderweg was naar Syrië en op het vliegveld van Minnesota werd gearresteerd, werd in 2017 vrijgelaten na een blijkbaar succesvolle rehabilitatie van een jaar. Wat voor hem werkte, hoeft niet te werken voor geharde strijders die onschuldige mensen hebben 
afgeslacht en tot slaaf gemaakt. Het voelt onrechtvaardig als hun straf niet meer is dan een veredeld zomerkamp.

    Maar ze voor de rechter brengen is lastig. Amerika heeft een respectabele staat van dienst. Eén man werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld, een tweede werd in juni aangeklaagd. Maar het land kon een derde verdachte niet veroordelen wegens gebrek aan bewijs. Hij werd na meer dan een jaar gevangenschap vrijgelaten. Heiko Maas, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, zegt dat zijn land een vergelijkbaar probleem heeft. Bewijs dat tijdens verhoren op het slagveld is verkregen, is niet rechtsgeldig. De herkomst van documenten die in handen van Koerdische strijders zijn gevallen, is niet zeker.

    Voormalige IS-strijders spelen volleybal in een Koerdische gevangenis in Noord-Syrië. – © AP Photo / Hussein Malla
    Voormalige IS-strijders spelen volleybal in een Koerdische gevangenis in Noord-Syrië. – © AP Photo / Hussein Malla

    Australië heeft een handig hulpmiddel: een wetsregel die erop neerkomt dat het betreden van bepaalde gebieden als een misdaad wordt beschouwd. Maar alleen Mosul en Raqqa zijn als zodanig aangemerkt. Om de wet te kunnen toepassen, moeten aanklagers bewijzen dat verdachten in die steden zijn geweest. Zelfs dat is vaak al heel moeilijk.

    Zijn de verdachten eenmaal veroordeeld, dan moeten landen besluiten waar ze zullen worden vastgehouden. Amerika zag nog geen driehonderd strijders vertrekken en er kwamen er nog minder terug. Het is voor dat land een koud kunstje om ze in de gevangenis te stoppen. In Europa ligt dat anders, want daar zijn de aantallen vaak veel groter. Sommige Europese landen merken nu al dat medegevangenen radicaliseren. Teruggekeerde strijders bij andere gedetineerden zetten zou weleens een nieuwe generatie extremisten kunnen opleveren.

    Rudimentaire rechtbanken

    Het is begrijpelijk dat politici die zich voor zulke problemen gesteld zien de handen wanhopig ten hemel heffen. Als inwoners van hun land in een ander land misdrijven hebben begaan, moeten ze daar dan niet worden berecht? Maar het door Koerden bestuurde Oost-Syrië is geen land. De rudimentaire rechtbanken daar bieden geen eerlijk proces en bestaan waarschijnlijk niet lang meer. En nu hun Amerikaanse beschermheren de benen nemen, kunnen de Koerden rekenen op aanvallen van zowel het regime van Assad als het Turkse leger. Waarschijnlijk zullen ze een deal met Assad 
sluiten. De geschiedenis wijst uit wat er gebeurt wanneer de mensen die 
ze hebben opgepakt in Syrische 
gevangenissen belanden. De kerkers van Assad hebben generaties radicalen voortgebracht, die alleen werden 
vrijgelaten wanneer dat politiek gezien goed uitkwam.

    Dan blijft er maar één mogelijkheid over. ‘Het Pentagon heeft ons laten weten dat er een grote kans bestaat 
dat ze naar Guantanamo Bay worden gestuurd,’ zegt een stafmedewerker van het Amerikaanse Congres. Sinds 2008 zijn daar geen gevangenen meer opgenomen. President Barack Obama heeft acht jaar lang geprobeerd de gevangenis te sluiten, en het aantal gedetineerden is geslonken van 242 in 2009 tot krap 40 nu. De Democraten zullen die koers waarschijnlijk niet willen veranderen.

    Voor een oplossing voor terugkerende IS-strijders is een combinatie nodig van rechtbankprocessen, volgsystemen en rehabilitatie. De politie moet de daarvoor benodigde middelen krijgen, het OM methoden om kwetsbaar bewijs in rechtszaken in te brengen. Sommige deradicaliseringsprogramma’s werken prima, vooral in gevangenissen en voor diegenen die tegen hun wil of als kind naar Syrië en Irak zijn gekomen.

    Geen westerse politicus wil verantwoordelijk worden gehouden voor de repatriëring van potentieel gevaarlijke radicalen. Maar ze in Syrië laten of in ontwikkelingslanden dumpen lost het probleem niet op. Daar gaat bovendien de boodschap van uit dat westerse regeringen niets geven om de levens van miljoenen Syriërs en Irakezen die door toedoen van hún landgenoten kapot zijn gemaakt.

    The Economist | Londen

  • Brussels lof uit populistische hoek

    Brussels lof uit populistische hoek

    Het Vlaams Belang krijgt steun van Steve Bannon en Marine Le Pen in de strijd tegen het migratiepact. Hoe meer onvrede 
in Europa, hoe groter de voedingsbodem voor anti-Europees sentiment.

    Het beeld van de jonge Franse president Emmanuel Macron die in zijn Élysée-paleis wordt belegerd door oproerkraaiers in gele hesjes, is een bron van vreugde voor alle demagogen en autoritaire regimes die de wereld rijk is. Van de Amerikaanse president Donald Trump tot zijn Turkse evenknie Recep Tayyip Erdogan en van de islamistische 
republiek Iran tot Matteo Salvini, de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken en leider van de extreemrechtse partij Lega Nord, allemaal betuigen 
ze hun steun aan de gele hesjes en hopen ze dat die een duidelijk stempel zullen drukken op de Europese verkiezingen van mei 2019.

    Terwijl een kleine duizend gele hesjes op zaterdag 8 december demonstreerden in Brussel had Steve Bannon, de voormalige ‘éminence noire’ van Donald Trump, daar een ontmoeting met zijn geestverwant Marine Le Pen, voorzitter van Rassemblement 
National, en met de fascistische partij Vlaams Belang, om gezamenlijk te 
protesteren tegen het VN-migratiepact. Dit ‘pact met de duivel’, om Marine Le Pen te citeren, zou een eerste stap zijn naar ‘de grote vervanging’ van witten door Afrikanen en Arabieren, een staaltje nepnieuws dat bij een deel van de gele hesjes op veel bijval kan rekenen.

    “Parijs staat 
in brand. Londen is in crisis. Het mondiale migratieakkoord van Marrakesh is al dood voordat het getekend is”

    Voor Bannon, die ervan droomt de 
conservatieve trumpiaanse revolutie naar het Europese continent te exporteren, zijn de gele hesjes het equivalent van de Amerikaanse witte middenklasse die Trump aan de macht heeft gebracht: ‘Zowel in de kleine dorpen op het Franse platteland als in de straten van Parijs zijn de gele hesjes, de deplorabelen van Frankrijk, precies hetzelfde soort mensen als degenen die op Donald Trump of voor de Brexit hebben gestemd. Ze willen de controle over hun land terug en geloven in de natiestaat.’ Het ontbreken van diversiteit binnen de gelehesjesbeweging strookt met dit politieke oogmerk.

    Marine Le Pen heeft het ook perfect begrepen: ‘Op het moment dat zich in mijn land zeer verontrustende gebeurtenissen voltrekken, op het moment dat arme werknemers en gepensioneerden in opstand komen voor hun koopkracht en hun waardigheid, is 
het volstrekt ongepast om een nieuwe immigratiegolf te riskeren. Het is volstrekt ongepast om geld dat is bestemd voor sociale zorg in ons eigen land, klakkeloos overal ter wereld te blijven uitdelen terwijl onze landgenoten geen middelen meer hebben om zich te verzorgen, zich te verplaatsen, zich te huisvesten of zelfs maar te eten.’ Bannon voegt eraan toe: ‘Parijs staat 
in brand. Londen is in crisis. Het mondiale migratieakkoord van Marrakesh is al dood voordat het getekend is.’

    Verdeeld Europa

    Toegegeven, dit pact is juridisch niet bindend en bevestigt dat staten ‘het soevereine recht’ hebben om hun eigen migratiebeleid te voeren. Maar wat maakt dat uit! Deze tekst, die de bestaande principes en mensenrechten nog eens op een rijtje zet en 23 doelstellingen formuleert om landen te helpen bij hun migratiebeleid, biedt een ideale mogelijkheid om een verbindend 
antwoord te bieden op de angst voor identiteitsverlies, de afkeer van immigratie en de vrees voor sociale achteruitgang. Het is niet toevallig dat landen die worden geleid door populisten – of waar die in de meerderheid zijn – hebben besloten het pact niet te tekenen: ze willen de wereld het gezicht van een diep verdeeld Europa tonen.

    Tom Van Grieken van Vlaams Belang zit tussen Steve Bannon en Marine Le Pen in het Vlaamse parlement, 8 december in Brussel. – © HH
    Tom Van Grieken van Vlaams Belang zit tussen Steve Bannon en Marine Le Pen in het Vlaamse parlement, 8 december in Brussel. – © HH

    In België is de regering van de Frans-talige liberaal Charles Michel verscheurd geraakt, toen in de nacht van zaterdag 8 op zondag 9 december de N-VA, de rechts-radicale Vlaamse onafhankelijkheidspartij, uit de regering stapte omdat ze weigerde zich met 
het pact te associëren. Zeker, de partij van Bart De Wever, de grootste van Vlaanderen, zal de regering-Michel blijven steunen, maar alleen waar het economisch beleid betreft, om niet vooruit te lopen op de parlementsverkiezingen in mei 2019.

    Een vorm van ‘semioppositie’ die de N-VA in staat zal stellen de politieke ruimte te bezetten waarop het Vlaams Belang juist had geaasd. De confrontatie tussen nationalistische identiteitspolitici en eurofielen is begonnen. Ze zal hevig zijn, en de eersten staan inmiddels op voorsprong.

    Auteur: Jean Quatremer

    Libération
    Frankrijk | dagblad | oplage 151.000

    ‘Libé’ werd in 1973 opgericht door o.a. Jean-Paul Sartre, als protestkrant tegen het kapitalisme, consumentisme en de traditionele instituties. De krant hoort inmiddels bij de grote, serieuze Franse dagbladen.

  • 5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    De betogingen van de gele hesjes
in Frankrijk hebben iets weg van 
de Arabische Lente – maar dan in Parijs. Kan echter de revolte tegen ‘het systeem’ de democratie in 
gevaar brengen in plaats van haar 
te verdedigen, vraagt men zich 
tot in Beiroet af.

    Er valt geen dictatuur omver te werpen. Er 
is ook geen sprake van een politiestaat die mensen bij de minste of geringste kritiek 
laat verdwijnen. In Frankrijk zijn demonstraties 
toegestaan, mag de oppositie van zich laten horen 
en worden de ergste beledigingen aan het adres van het staatshoofd getolereerd. Daar, in Frankrijk, is 
het onderwijs goed en gratis, evenals de gezondheidszorg, en staat de overheid de minstbedeelden bij. Daar heerst de rechtsstaat.

    Maar daar leek het gedurende een weekeinde toch ook een (klein) beetje op hier. ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was,’ bekende een aantal Libanezen die in de Franse hoofdstad wonen en die daar getuige waren van de woede van de gele hesjes. 
De stortvloed van verbaal en fysiek geweld, de 
brandende auto’s, de plunderingen op de Champs-Élysées, de totale wanorde, het saamhorigheidsgevoel van de oproerigen – dat alles wekt min of meer de indruk dat men zich aan de overkant 
van de Middellandse Zee bevindt.

    ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was’

    Men zou om deze vergelijking kunnen glim-lachen als het onderwerp niet zo ernstig was. 
Het was om (echte) dictaturen ten val te brengen dat de Arabieren acht jaar geleden in opstand kwamen, in een streven naar democratie. 
Diezelfde democratie die vandaag de dag lijkt 
te wankelen in de westerse wereld, en die soms zelfs, bij wijze van karikatuur, wordt voorgesteld als een dictatoriaal regime, in een politiek 
strijdperk waarin woorden een groot deel van hun betekenis hebben verloren.

    Op 7 mei 2017 meenden sommigen dat de verkiezing van Emmanuel Macron tot Franse president het einde betekende van een populistische 
kringloop in de westerse democratieën. De ruime overwinning van de jonge pro-Europese liberaal wekte hoop op een politieke vernieuwing die niet zou worden beheerst door uitersten. Maar we moeten constateren dat dit een illusie was. Niet alleen lijkt Macron op dit moment op het Europese en internationale toneel in een isolement te verkeren, maar ook stuit hij in eigen land op een beweging die in haar afkeer van ‘het systeem’ niet al te veel verschilt van de Brexit of de overwinning van Donald Trump.

    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP
    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP

    Ongetwijfeld mede doordat Macron bij zijn critici het beeld oproept van een president voor de rijken, die is losgezongen van de volkse werkelijkheid en bovendien nog arrogant ook, uit de onvrede zich op zo’n gewelddadige wijze. Zijn ideeën over ‘de macht van boven’, zijn wens om geen gebruik te maken van bemiddeling, zijn gebrek aan pedagogisch inzicht om de hervormingen, die in 
een mateloos tempo werden doorgevoerd, in goede banen te leiden, hebben zonder twijfel de woede van een deel van de bevolking aangejaagd.

    Maar het fenomeen lijkt de persoon van Emmanuel Macron en de puur Franse situatie te overstijgen. Ondanks de specifieke omstandigheden van iedere volksbeweging en van elk land, zien we in andere westerse democratieën bij substantiële delen van 
de bevolking hetzelfde gevoel van onthechting, van het idee dat ze in de steek gelaten zijn. Daar heerst dezelfde, soms heftige tweestrijd tussen steden en buitengebieden, tussen hoogopgeleiden en arbeiders, tussen degenen die (terecht of onterecht) vinden dat de globalisering hun geen windeieren legt, en degenen die (op even subjectieve gronden) het tegendeel ervaren.

    En populisten bedienen zich er van dezelfde demagogie om de volkse woede ter eigen voordeel aanwenden, dezelfde retoriek van ‘wij tegen hullie’ die geen enkele ruimte voor dialoog biedt, dezelfde grootschalige verspreiding van fake news en dezelfde utopische heimwee naar een gefantaseerd tijdperk waarin alles, uiteraard, beter was.
    Aan de andere kant, die van de machthebbers, vindt men dezelfde gebreken: gevoelens van onmacht en onvermogen om het gesprek aan te gaan met het kiezersvolk, dat antwoorden verwacht die zowel krachtig als simpel zijn.

    De niet-populisten slagen 
er niet in een samenhangend betoog te houden dat de populistische klasse duidelijk maakt dat de tijden van gouden bergen en ongebreidelde groei voorbij zijn. Ze kunnen zich niet langer bedienen van oude politieke recepten, maar slagen er ook niet in om nieuwe te vinden: daar vloeit een gevoel uit voort 
van een politiek van kleine stapjes, bijstellingen, die uit de aard van de zaak beperkt zijn omdat rekening moet worden gehouden met wereldwijde factoren, die de toehoorders al even vanzelfsprekend grotendeels ontgaan.

    Het nationale kader waarbinnen de politiek zich 
ontwikkelt, lijkt te beperkt om ook voldoende armslag te hebben voor de grotendeels geglobaliseerde economie. Op dezelfde manier lijkt de politiek niet 
in staat om een antwoord te geven op de grote uitdagingen van deze tijd – milieu, migratie, technologie, veiligheid – die brede lagen van de bevolking betreffen, en ze rechtstreeks en heftig raken. En die laatste wenden zich dan, eigenlijk logischerwijze, tot degenen die zich aan de werkelijkheid weinig gelegen laten liggen en het volk gouden bergen beloven.

    Auteur: Anthony Samrani

    L’Orient-Le Jour
    Libanon | dagblad | oplage onbekend

    In 1971 fuseerden de twee grootste Franstalige kranten van Beiroet: L’Orient en Le Jour. Geldt tegenwoordig als de beste Libanese krant en een van de beste uit de Arabische wereld.

  • ‘Niets op deze pagina is echt’

    ‘Niets op deze pagina is echt’

    Hoe een politiek satirische site de draak steekt met extremistische ideeën en maandelijks zes miljoen bezoekers trekt die denken dat ze waar zijn.

    Keuze uit het 360-archief

    Hoe makkelijk het is om miljoenen lezers je meest bizarre verzinsels te doen geloven, bewees Christopher Blair al in 2016 met zijn satirische Facebookpagina. Ondanks de disclaimer ‘Niets op deze pagina is waar’ bracht wat voor Blair als één grote grap begon, iets sinisters aan het licht waarmee we de afgelopen jaren maar al te vertrouwd zijn geraakt.

    North Waterboro, Maine. Het enige licht in het huis was de gloed van drie computerschermen. Christopher Blair (46) ging achter zijn toetsenbord zitten en begon te typen. Zijn vrouw was naar haar werk en zijn kinderen waren onderweg naar school, maar online wachtte zijn andere community, een virtuele, waar niets was wat het leek. Hij logde in op zijn website en verzon zijn eerste nieuwsbericht van die dag.

    ‘BREAKING’, schreef hij, met zijn wijsvingers de ene na de andere letter kiezend terwijl hij verschillende opties overwoog. Hij kon melden dat Hillary Clinton was overleden tijdens een geheime buitenlandse missie met als doel vluchtelingen Amerika binnen te smokkelen. Of hij kon president Trump de Nobelprijs voor de Vrede toekennen omdat hij het had aangedurfd de klimaatverandering te ontkennen. Op Blairs scherm verscheen een mailtje van een vriend die hem met zijn site hielp. ‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’ schreef hij. ‘Hoe extremer we worden, hoe meer mensen erin trappen’, antwoordde Blair.

    Bij wijze van grap was hij hier tijdens de verkiezingscampagne voor het presidentschap van 2016 mee begonnen: een politiek satirische site op Facebook waarop hij samen met andere linkse bloggers de draak stak met de extremistische ideeën die zich volgens hen onder ultrarechts verspreidden. In het tweejarige bestaan van zijn Facebookpagina, genaamd America’s Last Line of Defense, had Blair verhalen verzonnen over de invoering van de sharia in Californië, over Bill Clinton die een seriemoordenaar was gebleken, over illegale immigranten die Mount Rushmore hadden beschadigd en over Barack Obama, die op zijn negende, tijdens de Vietnamoorlog, een oproep voor militaire dienst had ontdoken.

    ‘Deel dit als ook jij woedend bent!’ stond er meestal boven zijn berichten, en duizenden mensen op Facebook hadden ze geliket en gedeeld, van wie de meesten niet doorhadden dat het om satire ging. Sterker nog: Blairs Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55.

    ‘Niets op deze pagina is waar’, luidt een van de veertien disclaimers op Blairs site, maar anno 2018 worden de verhalen die erop staan in Amerika werkelijkheid, versterken ze de vooroordelen van mensen, komen ze terecht op Macedonische en Russische sites met nepnieuws en bereiken ze maandelijks maar liefst zes miljoen bezoekers die denken dat ze waar zijn. Wat voor Blair als één grote grap begon, brengt iets sinisters aan het licht.

    ‘Hoe racistisch, bekrompen, aanstootgevend of “nep” we het ook maken, de mensen blijven maar terugkomen’, schreef hij een keer op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Waar ligt de grens? Komt er ooit een punt waarop mensen beseffen dat ze alleen maar rotzooi voorgeschoteld krijgen en besluiten terug te keren naar de werkelijkheid?’

    Schreeuwende hoofdletters

    Blairs eigen werkelijkheid lag buiten, achter de gesloten gordijnen van zijn kantoor, een driekamerwoning in de bossen van Maine, waar de verharde weg overging in grind; niet zijn huis, maar een huurhuis. De afgelopen tien jaar was hij een keer of vijf, zes met zijn gezin verhuisd, het hele land door op zoek naar vast werk, terwijl hij intussen baantjes in de bouw en de horeca met elkaar afwisselde. Soms leefden ze noodgedwongen van voedselbonnen. Tijdens de economische crisis van 2008 was hij voor [fastfoodketen] Wendy’s gaan werken om de schuld op hun 
creditcard af te lossen.

    Ook begon Blair, die al zijn hele leven Democraat was, online zijn politieke gal te spuwen. Hij kreeg het aan de stok met onbekenden op een internetforum genaamd Brawl Hall [to brawl betekent ‘knokken’]. 
Soms deed hij zich op Facebook voor 
als iemand van de extreemrechtse Tea Party, om beheerder van een besloten groep te kunnen worden en hun site met linkse ideeën te bestoken alvorens hem op zwart te zetten.

    De afgelopen jaren had hij meer dan tien onlineprofielen aangemaakt. Soms deed hij zich op de bijbehorende foto’s voor als een aantrekkelijk blondine uit een zuidelijke staat of als een bandana dragende conservatief die luisterde naar de naam Flagg Eagleton. Zo verleidde hij mensen ertoe racistische of seksistische opmerkingen te maken, om hen vervolgens openlijk aan de schandpaal te nagelen. Blairs lange stukken waren bot en geestig tegelijk. Geleidelijk aan verwierf hij een linkse aanhang op het internet en werd hij fulltime politiek blogger. Nergens kon hij beter zeggen wat hij dacht en zich voordoen als wie hij maar wilde.

    ‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’

    Nu hing hij over zijn bureau, tussen een loopband en twee terraria, en browste langs conservatieve forums 
op Facebook, op zoek naar inspiratie voor zijn volgende bericht. Hij was 1 meter 98, woog bijna 150 kilo en typte elke dag duizenden woorden in schreeuwende hoofdletters. Hij zag 
een foto van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Achter de president stonden verschillende hoogwaardigheidsbekleders, onder wie een witte 
en een zwarte vrouw. Blair kopieerde de foto, zette een rode kring om de twee vrouwen en typte het eerste wat in hem opkwam.

    ‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, schreef Blair. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’ Blair hield op met typen en keek nog eens naar de foto. De witte vrouw was Chelsea Clinton helemaal niet, het was Hope Hicks, de voormalige communicatieadviseur van het Witte Huis.

    De zwarte vrouw was 
niet Michelle Obama, maar voormalig Trump-medewerker Omarosa Newman. Obama noch Clinton was voor de ceremonie uitgenodigd. 
Niemand had een middelvinger naar de president opgestoken. Het hele idee was volslagen belachelijk, en dat was precies het punt dat Blair wilde maken.

    ‘We leven in een idiocratie’, stond ergens in een lijstje op Blairs bureau, en hij voer er wel bij. In een goede maand leverden de advertenties op zijn site hem maar liefst 15.000 dollar op, en hij had een schare trouwe online fans. Honderden mensen bezochten America’s Last Line of Defense om 
conservatieven te vernederen die Blairs nepverhalen deelden omdat ze dachten dat ze echt waren. Op Blairs eigen Facebookpagina maakte hij in zijn 
contacten met linkse aanhangers de conservatieve lezers uit voor ‘schapen’, ‘boerenpummels’, ‘STrumperds’, ‘aardappelkoppen’ en ‘leeghoofden.’

    ‘Hoe kan een weldenkend mens al 
die flauwekul geloven?’ schreef hij. 
Hij drukte op ‘verzenden’ en keek toe terwijl zijn leugen zich begon te verspreiden.

    Shirley Chapian

    De zon was nog maar net op in Pahrump, Nevada, toen Shirley Chapian (76) op Facebook inlogde voor haar eerste potje Criminal Case van die ochtend. Een vriendin had haar op het Facebookspelletje met 65 miljoen spelers gewezen. Een uur lang was ze een detective uit de jaren dertig; ze verhoorde getuigen en probeerde feit van fictie te onderscheiden totdat ze zaak nr. 48 
uiteindelijk oploste en haar Facebook-newsfeed aanklikte. ‘Goedemorgen, Shirley! Fijn dat je er weer bent’, luidde het automatisch gegenereerde bericht bovenaan haar pagina.

    Ze legde haar vinger op de muis en begon naar beneden te scrollen. Het huis was leeg en stil, op het geklik van de muis na. 
Ze woonde in haar eentje en had soms dagenlang alleen hier contact, op Facebook. In haar newsfeed van die ochtend zaten ook foto’s en berichtjes van haar ongeveer driehonderd vrienden, maar de meeste posts kwamen van politieke groeperingen die Chapian volgde: ‘Patriotten voor vrije meningsuiting’, ‘Verbied de islam’, ‘Trump 2020’ en ‘Rebel Life’. Elke politieke pagina postte dagelijks verschillende berichten, 
waarvan vele onder het kopje ‘BREAKING NEWS’. Op haar computer lag Amerika permanent onder vuur.

    Links beperkte de vrije meningsuiting, immigranten bestormden de grens en brachten 
illegaal hun stem uit, politici smeedden plannen om iedereen zijn wapens af te pakken. ‘Je let even niet op of er gebeurt weer iets bezopens in dit land’, had Chapian een keer op haar Facebook-pagina geschreven. Vandaar dat ze had besloten altijd op te letten en soms uren achtereen scrolde en berichten deelde.

    ‘BREAKING: Democratische megadonor beschuldigd van seksueel misbruik!!!’
    ‘Heeft Michelle Obama echt iets met Bruce Springsteen?’
    ‘Boer uit Iowa beweert dat Bill Clinton seks had met koe op “cokefeestje”’

    Boven Chapians scherm hingen 
borduurwerkjes die ooit een groot deel van haar tijd hadden opgeslokt, kunststukjes waar ze honderden uren in had gestoken. Maar nu kon ze er het geduld niet meer voor opbrengen. Buiten lag een doodlopende weg met identiek 
beigebruine rotstuintjes rond dubbele, vaste stacaravans, dezelfde als de hare, de meeste met buren die ze nog nooit had ontmoet. Daarachter alleen maar cactussen, zo ver het oog reikte, en hitte.

    Shirley Chapian, 76. 
Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief.  – Jabin Botsford / Getty
    Shirley Chapian, 76. 
Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief. – Jabin Botsford / Getty

    Nadat haar moeder was overleden, 
had Chapian besloten te stoppen met werken en was ze naar Las Vegas 
verhuisd om bij een vriendin te gaan wonen. Toen Las Vegas te duur werd, vertelde een makelaar haar over 
Pahrump. Ze kocht een stacaravan met drie kamers voor nog geen 100.000 dollar en schilderde hem paars. Ze maakte een paar vrienden 
in het plaatselijke ouderencentrum en ging vaak uit eten in het Thaise restaurant in de stad. In 2009, een paar jaar nadat ze in Pahrump was komen wonen, kocht ze een nieuw computerscherm en werd lid van Facebook. Haar profielfoto was er een van haar kat. ‘Kom graag in contact met vrienden 
en gelijkgestemden’, had ze destijds geschreven.

    Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar 
op Facebook werd ze pas echt conservatief. In de maanden nadat Obama was gekozen, begon ze hem te 
wantrouwen. Ze vond hem arrogant 
en onervaren, en op Facebook stuitte 
ze op een stortvloed aan informatie die haar ergste vermoedens bevestigde, zonder dat ze besefte dat een deel van al die berichten onwaar was. Obama was niet alleen links, las ze, hij was zelfs een socialist. Zijn politieke verdiensten waren niet alleen schamel, 
hij had ze uit zijn duim gezogen, net als zijn bul van de universiteit en wie weet zelfs zijn geboorteakte.

    Deelgenoot

    Chapian had jarenlang naar de grote tv-zenders gekeken, maar ze verbaasde zich voortdurend over de steeds grotere kloof tussen wat ze op internet las en wat ze op die zenders zag. ‘Wat houden ze nog meer voor ons achter?’ schreef ze een keer op Facebook. En als zij 
vond dat de media tekortschoten of bevooroordeeld waren, dan was het haar eigen verantwoordelijkheid om 
op zoek te gaan naar alternatieven.

    Ze abonneerde zich op zo’n tien conservatieve nieuwsbrieven en begon naar Alex Jones op InfoWars te kijken. De 
ene ultrarechtse Facebookgroep leidde haar met gerichte advertenties naar de andere, en voordat ze het wist volgde Chapian ruim 2500 conservatieve 
pagina’s, een ideologische echokamer die grossierde in scepsis. Klimaat-
verandering was nep. De media waren gecensureerd of voorgekookt. De 
politiek in Washington was in de greep van een ‘deep state’.

    Chapian geloofde niet alles wat ze online las, maar vertrouwde factcheckers en de verslaggeving van de media evenmin. Ze dacht weleens dat de harde feiten niet te achterhalen waren, dat de waarheid ergens in het midden lag. Het meest vertrouwde ze op haar vermogen kritisch te denken en de waarheid te onderscheiden, en haar eerste ingevingen vielen steeds vaker samen met die van de onlinecommunity, waar ze het grootste deel van haar tijd rondhing.

    Het aantal keren dat ze iets op Facebook likete of deelde nam elk jaar toe, en ze reageerde soms tot midden in de nacht op de tientallen berichten die dagelijks binnenkwamen. Ze had het idee dat ze deelgenoot werd gemaakt van allerlei duistere geheimen en dat het haar plicht was die te doorzien en te delen.

    ‘Hoe overduidelijk nep 
ook, ze klikken nog steeds op “like”’

    ‘Ik ben niet van de samenzwerings-theorieën, maar…’ schreef ze voordat 
ze een link deelde over een uit de 
lucht gegrepen verhaal waarin de Democratische geldschieter George Soros een fanatieke nazi was geweest en een overlevende van de schietpartij in Parkland een betaalde acteur bleek.

    Nu kwam er weer een bericht binnen, afkomstig van de Facebookpagina America’s Last Line of Defense, die Chapian al ruim een jaar volgde. Er stond een foto in van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Twee vrouwen op de achtergrond, een zwarte en een witte, waren omcirkeld.

    ‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, luidde het bericht. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’

    Chapian keek naar de foto. Het 
verbaasde haar niets. Natuurlijk had Trump Clinton en Obama op het Witte Huis uitgenodigd: een ruimhartige, vaderlandslievende daad. Natuurlijk hadden de Democraten – of ‘Demonrats’, zoals Chapian ze weleens noemde – zich slecht gedragen en 
geen respect voor Amerika getoond. Het was hetzelfde verhaal dat ze elke dag honderden keren op het scherm voorbij zag komen, en deze keer besloot ze te liken en een bericht achter te laten. ‘Ach, ze hadden toch al geen klasse’, schreef ze.

    Nu-heb-ik-je

    Blair had de afgelopen jaren duizenden van dit soort verhalen verzonnen, altijd met dezelfde stereotyperingen om dezelfde mensen uit de tent te lokken, maar hij kreeg er nooit genoeg van om een bericht te zien rondzingen: acht keer gedeeld in de eerste minuut, 
160 keer binnen een kwartier, meer dan duizend naar een uur.

    ‘En… we gaan viral!’ schreef hij in een bericht aan zijn aanhangers op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Zo 
langzamerhand heb ik de absurditeit van de dingen die ik post niet meer in de hand. Hoe belachelijk ook, hoe overduidelijk nep ook, en hoe vaak je het ook tegen die leeghoofden zegt, ze klikken nog steeds op “like” en ze blijven die berichten maar delen.’ Honderden of misschien wel duizenden mensen in het hele land geloofden werkelijk dat Obama en Clinton hun middelvinger naar de president hadden opgestoken.

    ‘Walgelijk. Het ontbreekt die vrouwen totaal aan zelfrespect’, schreef een vrouw in Fort Washakie, Wyoming. 
‘Ze verdienen het om publiekelijk te schande te worden gemaakt’, zei een man in Gainesville, Florida. ‘Geen 
verrassing met zulk brutaal uitschot.’
    Blair had ze voor de gek gehouden. 
Nu kwam zijn favoriete deel, het ‘nu-heb-ik-je’, wanneer hij zijn slachtoffers liet zien dat het een grap was. ‘Oké, stomkoppen, wakker worden’, schreef hij op America’s Last Line of Defense, zijn eigen reactie prominent naast 
het oorspronkelijke bericht. ‘Dat zijn Omarosa en Hope Hicks, niet Michelle Obama en Chelsea Clinton. Ze zouden niet dood op de foto gevonden willen worden met dit stelletje pseudopatriottistische, nationalistische geteisem.’

    Behalve geld verdienen met zijn site, was dit wat hij wilde: in contact komen met mensen die onware, extremistische verhalen verspreidden en laten zien dat die nep waren. Als zulke mensen publiekelijk voor paal werden gezet, zouden ze misschien kritischer worden over wat ze online deelden. Blair had geen tijd om op ieder van zijn honderdduizenden conservatieve volgers te reageren, en daarom beschikte hij over een community met meer dan honderd geestverwanten die zijn pagina samen met hem onderhielden.

    Ze hielden de reacties in de gaten, zetten conservatieven in hun hemd, maakten hen belachelijk en verleidden hen ertoe racistische opmerkingen te maken zodat ze bij Facebook konden worden aangeven. Volgens Blair hadden ze honderden mensen van Facebook weten te weren en waren sommigen zelfs ontslagen of in functie teruggezet vanwege opruiend onlinegedrag.

    Ook had hij Facebook gedwongen 22 sites met nepnieuws te sluiten omdat ze zijn content hadden geplagieerd, waaronder veel Macedonische sites, die zijn verhalen overnamen zonder erbij te vermelden dat het satire betrof. Blair wist niet of hij ooit iemand op andere gedachten had gebracht. 
Hij had nóg meer disclaimers in koeienletters boven zijn berichten gezet en woorden opzettelijk verkeerd gespeld om te laten zien dat het allemaal maar flauwekul was, maar er bleven almaar meer reacties komen.

    Christopher Blair, 46. 
Zijn  Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55. – © Jabin Botsford / Getty
    Christopher Blair, 46. 
Zijn Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55. – © Jabin Botsford / Getty

    Chapian las de reacties op haar bericht en vroeg zich af, zoals zo vaak wanneer ze werd aangevallen: wie zijn die mensen, waar hebben ze het over? Natuurlijk hadden Michelle Obama en Chelsea Clinton de president geschoffeerd. Het was waar, op grond van wat ze van hen wist. In plaats van rechtstreeks te reageren op America’s Last Line of Defense, schreef Chapian iets op haar eigen Facebookpagina.

    ‘Vervelende linkse lui’, typte ze, waarna ze weer terugkeerde naar haar eigen newsfeed. Een islamitische vrouw in een brandende boerka: like. Een politieman die met een stok op een gemaskerde antifascistische demonstrant inslaat: like. Een zorgelijke, pipse Hillary Clinton: like. Een legerhelikopter met machinegeweren onderweg naar de vluchtelingenkaravaan: like.

    Op een middag had ze uren zitten scrollen, toen ze buiten een geluid hoorde. Ze draaide zich om en keek naar buiten. Een buurman veegde de witte steentjes op zijn stoep terug de rotstuin in. De lucht was strak blauw. Een postbode deed zijn ronde in de verder lege straat. Geen tekenen van een dreigende sharia. De migranten-karavaan was nog steeds honderden kilometers ver van de grens met Mexico. Antifascistische demonstranten moesten Pahrump nog ontdekken.

    Chapian kneep haar ogen toe tegen het zonlicht, deed het rolgordijn omlaag en richtte zich weer op het scherm. Een foto van illegale immigranten, lachend in een stemhokje: like. Ze scrolde naar nog een bericht van America’s Last Line of Defense, niet bewust van de waarschuwingen dat het satire betrof. Een groepje kinderen op gebedskleedjes in een klas. ‘Leerlingen in Californië gedwongen tot sharia’, stond er. ‘Ze eten geen bacon meer. Twee roepen Allah al aan. Laat kinderen geen nepgoden aanbidden!!’

    Chapian deinsde terug van het scherm. ‘Nee, toch!’ zei ze. ‘Als mijn kind op zo’n school zat, zou ik het er meteen vanaf halen.’ Ze had op Facebook honderden verhalen gelezen over de dreiging van de sharia en dit bevestigde bijna alles wat ze geloofde. Het zag er echt genoeg uit. ‘Weten de mensen wel dat er zulke dingen in dit land gebeuren?’ schreef ze. Ze klikte het bericht aan, wat werd opgemerkt achter een computer in Maine, waar Blair alweer een verhaal viral zag gaan en zich afvroeg of zijn lezers de grap doorhadden.

  • Noord-Korea experimenteert met kapitalisme

    Noord-Korea experimenteert met kapitalisme

    Al jaren geleden werd in Noord-Korea een liberalisering van het economische systeem in gang gezet. Een journalist uit Hongkong ging ter plaatse kijken en gaf zich uit voor investeerder.

    Onder de grijze hemel strekt een vlak landschap zich tot in het oneindige uit. Een oude trein, afkomstig uit Dandong in de Chinese provincie Liaoning en met bestemming de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang, doorkruist het landschap onder het uitspuwen van rookpluimen.

    Het verstoort de rust van deze geïsoleerde plek. De wagon zit vol oude Chinezen die de Culturele Revolutie van 1966 tot 1976 nog hebben meegemaakt en die de afstand en de moeilijke reis trotseren om in Noord-Korea hun oude socialistische droom nieuw leven in te blazen.

    Dan komen er plotseling enkele vrouwen met gouden kettingen, met edelstenen bezette oorbellen en zijden blouses de coupé binnen. Vanwege hun reistassen van Hugo Boss en hun perfecte beheersing van het Mandarijn hield ik hen in eerste instantie voor Chinezen die een uitstapje maakten, maar vervolgens zag ik op hun borst een bordje gespeld met ‘Kim Il-sung, Kim Jong-il’, en dat verried hun identiteit. Een koude douche voor de groep oude Chinezen. ‘Voor nostalgie is geen plaats meer’, leek het verzorgde uiterlijk van deze Noord-Koreaanse vrouwen duidelijk te maken.

    Modelstad

    Het eerste halfjaar van 2018 was rijk aan opzienbarend nieuws op het Noord-Koreaanse schiereiland, maar nu was dan toch de tijd aangebroken voor de langverwachte opheffing van de sancties en de openstelling van het land. Een week voor de top tussen de Verenigde Staten en Noord-Korea begaf ik me naar vijf grote Noord-Koreaanse steden, waar ik me uitgaf voor investeerder.

    Gedurende deze dagen heb ik proefondervinderlijk kunnen vaststellen wat de deskundigen van internationale betrekkingen bedoelen als ze het hebben over de ‘risico’s’ (stroomuitval in het hotel, een geannuleerde vlucht…). Maar één ding blijft als een paal boven water: de Engelstalige boodschap van het ontvangstcomité: ‘We welcome foreign investment’.

    We vertrekken vanuit hotel Ryugyong.

    Deze piramidevormige wolkenkrabber van 105 verdiepingen in de wijk Potonggang van Pyongyang is onlangs op het elektriciteitsnet aangesloten – een hele gebeurtenis. Het is een prestigeproject dat een mooi beeld geeft van de staat van de Noord-Koreaanse economie. Het kostte niet minder dan dertig jaar om het hotel te bouwen; het werd ‘het langst durende bouwwerk uit de geschiedenis’ genoemd. De werkzaamheden lagen een tijdlang stil als gevolg van geldgebrek en diverse keren moesten delen weer worden gesloopt. Aan het interieur lijkt nog het een en ander te moeten gebeuren, maar de gevel kan als voltooid worden beschouwd.

    Als je naar een plattegrond van Pyongyang uit 2012 kijkt, ontbreken er drie verkeersaders: Changjon Street, Mirae Scientists Street (straat van de Toekomstige Wetenschappers) en Ryomyong Avenue. Deze straten zijn pas na 2012 aangelegd – overigens wel binnen een jaar, dankzij een mobilisatie van het leger. De ‘modelstad’ die Pyongyang is, blijft zich voortdurend vernieuwen: er worden nieuwe hotels gebouwd en andere gerenoveerd, en er worden nieuwe winkelcentra in gebruik genomen.

    Als de werkzaamheden zijn voltooid, hebben de rode slogans op een witte ondergrond van weleer dikwijls plaatsgemaakt voor in grijs graniet gegraveerde inscripties met een minder uitgesproken politieke connotatie. Het belang van de economie laat zich steeds sterker voelen en de skyline van Pyongyang blijft nauwelijks meer achter bij die van Hongkong.

    Duizenden Noord-Koreanen stromen toe voor de openingsceremonie van Ryomyong Street, een nieuw woongebied in Pyongyang met 5000 hypermoderne flats. – © Getty
    Duizenden Noord-Koreanen stromen toe voor de openingsceremonie van Ryomyong Street, een nieuw woongebied in Pyongyang met 5000 hypermoderne flats. – © Getty

    De ene wolkenkrabber na de andere schiet uit de grond, want volgens Noord-Koreakenners is Kim Jong-un commerciëler ingesteld en minder aan ideologie gehecht dan Kim Il-sung en Kim Jong-il, zijn grootvader en vader. Terwijl het land eerder voorrang gaf aan het leger en daarop mikte voor zijn ontwikkeling, heeft Kim Jong-un duidelijk te kennen gegeven dat hij ‘alle pijlen op de economie’ wil richten.

    Eerder al had de jonge leider in alle discretie enkele maatregelen genomen om de economie te liberaliseren, zoals het vaststellen van productiequota per huishouden, het toestaan dat landbouwers oogstoverschotten voor eigen gebruik behielden en het creëren van verscheidene speciale economische zones.

    Al moet de effectiviteit van deze maatregelen nog worden aangetoond, de inwoners van Pyongyang kunnen eindelijk op een andere manier door het leven. De mensen gaan niet langer gekleed in ‘de kleuren van het socialisme’ (zwart, wit, grijs of blauw) en de wachtkamer voor binnenlandse vluchten op Sunan International Airport biedt inmiddels een totaal andere aanblik dan die van uitgehongerde en sjofele Noord-Koreanen die ik had verwacht: de jonge moeders doen denken aan pas getrouwde Japanse vrouwen, met hun ton sur ton-outfits en hun westers geklede kinderen. Zelfs de ajumma (wat boerse vrouwen van middelbare leeftijd) pronken met tassen van Prada.

    Natuurlijk, het gaat hier maar om een minderheid van nieuwe rijken, maar in slechts zeven dagen heb ik kunnen constateren dat ook buiten de hoofdstad, zoals in Sinuiju, kinderen rondlopen op sneakers van Adidas. Zijn dat geïmporteerde producten die worden gedistribueerd door de staat? ‘Zeker niet, die hebben de mensen zelf gekocht’, zegt een inwoner. Het laat niet alleen zien dat ouders bereid zijn veel geld uit te geven voor hun kind, maar ook dat de Noord-Koreanen over talrijke kanalen beschikken om artikelen te kopen die zijn geïmporteerd.

    150 noord korea 1

    ‘Toen hij in 2011 zijn vader opvolgde als leider van Noord-Korea, kondigde Kim Jong-un niet aan dat hij het economische beleid van zijn land drastisch wilde veranderen. Dat beleid is in grote lijnen gehandhaafd, al zijn er onmiskenbaar veranderingen doorgevoerd’, meldt het Zuid-Koreaanse weekblad Sisa In. De Noord-Koreaanse economie zou langzaam gezonder worden, al ‘blijft het aandeel van de buitenlandse handel in de sterke ontwikkeling beperkt’.

    Er zijn verscheidene verklaringen gegeven voor deze verbetering: ‘Allereerst wordt op institutioneel niveau de vrije markt inmiddels getolereerd. Ook bemoedigend is dat de staat zijn investeringen heeft herverdeeld in het kader van een pragmatischere benadering, die voorrang geeft aan terreinen met een snel rendement. Bovendien heeft, naast de diversificatie van de in het land geproduceerde producten, de vooruitgang op het gebied van wetenschap en technologie positieve effecten, zoals de modernisering van talrijke sectoren.’

    Het blad licht toe: ‘Op de markten en in de winkels concurreren steeds meer lokaal gefabriceerde producten met producten die uit China zijn geïmporteerd. Apparaten waaraan nieuwe technologie te pas komt, hebben de wind mee dankzij de toegenomen welvaart van de beter gesitueerden, en de assemblage ervan vindt vaak plaats in het land zelf, met enkele geïmporteerde onderdelen.’ Ook op energiegebied zou de situatie sterk verbeteren, dankzij door de staat toegestane investeringen in de renovatie van hydro-elektrische en thermische centrales, evenals in duurzame energie.

    Volgens een andere inwoner kost een Adidas-outfit 200 dollar, ‘en dat kunnen de mensen nog betalen’. Al heeft de langdurige boycot verhinderd dat Noord-Korea veel buitenlands kapitaal kon aantrekken, toch is het land erin geslaagd talrijke buitenlandse producten naar zijn grondgebied te halen. Om de koopkracht van de Noord-Koreanen te meten is er geen betere maatstaf dan de spullen van Adidas.

    Wat het bruto binnenlands product per inwoner betreft, bevindt Noord-Korea zich op het niveau van Myanmar en Cambodja, de twee laatste landen met een autocratisch regime voordat ze hun handelsgrenzen opengooiden. ‘In 2017 bedroeg het gemiddelde jaarinkomen per inwoner 1500 dollar, maar volgens andere schattingen is dat 2000 à 3000 dollar’, zegt Rick Chu, de eerste academicus die onderwijs over Noord-Korea geeft in Taiwan.

    Volgens hem blijven de regionale verschillen groot en komt men, zodra men Pyongyang verlaat, in een andere wereld. Desondanks erkent de onderzoeker ‘dat de economische situatie van Noord-Korea de afgelopen zes jaar aanzienlijk is verbeterd’. Ik had nooit kunnen vermoeden dat ik zo veel dure merken (Gucci, Michael Kors, Louis Vuitton) zou tegenkomen tijdens mijn verblijf. In een kledingzaak aan Ryomyong Avenue telde ik een keur aan merken waarop de ‘buitenwereld’ jaloers kan zijn.

    Ook al gaat het bij deze merken veelal om fraaie kopieën, goedkopere luxeartikelen zijn volop aanwezig. De inwoners van de wijk, veelal docenten aan de Kim Il-sung-universiteit, zijn behoorlijk koopkrachtig. Volgens een inwoner die elke dag de winkels afgaat, ‘kun je beter iets kopen als je het ziet, want morgen is het er niet meer’. Je hoort geregeld dat Noord-Koreaanse vrouwen een voorkeur hebben voor Franse parfums en tassen van Hermès. Hier steken de mensen hun liefde voor dure merken niet onder stoelen of banken, al zijn die meestal nep. Als ik een tas van Hermès omdraai om de prijs te bekijken, lees ik ‘90 dollar’.

    Het is een beetje een déjà vu. ‘Noord-Korea doet denken aan China rond 1980’, zeggen veel analisten de laatste tijd, en ze constateren ‘een overdaad aan goede namaak’. In China konden maar weinig mensen in de jaren tachtig zich een echte Louis Vuitton veroorloven. Als het in een land dat economisch achterloopt beter begint te draaien, kunnen de burgers maar zelden echte producten betalen. Hoeveel Noord-Koreanen zouden deze ‘Hermès’ kunnen betalen als er twee nullen achter de prijs zouden staan? Het voorbeeld van China laat zien dat het tijd kost om consumenten van dure producten te kweken.

    Handelhausse

    Maar hoe heeft een land dat lange tijd onder een embargo gebukt is gegaan, zich zodanig kunnen ontwikkelen? Sinds 1995 publiceert Noord-Korea geen cijfers meer, maar Zuid-Korea maakt elk jaar een schatting. Daaruit blijkt dat Noord-Korea in 2016 een groei van 3,9 procent zou hebben gerealiseerd, de hoogste van de afgelopen zeventien jaar en hoger dan die van Zuid-Korea zelf.

    In feite is dit land ‘achter een ijzeren gordijn’ niet langer op zichzelf aangewezen: de handel met het buitenland beleeft een hausse en levert deviezen op. Noord-Korea exporteert voornamelijk wapens, drugs (met name heroïne) en steenkool. De wapens vinden vooral aftrek in Afrika, de andere twee producten in China. De lange duur van het embargo heeft de ‘immuniteit’ van Noord-Korea alleen maar versterkt, en de ‘Koreaanse rijkdom’ heeft zich steeds meer gediversifieerd.

    Het socialistische Noord-Korea kent allang geen planeconomie meer. ‘Rantsoenen zijn van twintig jaar geleden, alle mensen slaan hun slag op de zwarte markt’, legt een zekere meneer Kim me uit, rustig gezeten in zijn huis in Zuid-Korea. Ik interview hem via Skype over zijn leven in Noord-Korea, voordat hij de wijk nam naar het zuiden. Tijdens de grote hongersnood van de jaren negentig is het rantsoeneringssysteem bezweken: omdat de staat geen middelen meer had om in voedsel en andere basisbehoeften te voorzien, begonnen de mensen stiekem onderling handel te drijven.

    Volgens een enquête die de Nationale Universiteit in Seoul in 2015 hield onder Noord-Koreaanse vluchtelingen, kwam meer dan de helft van het voedsel in die tijd van de zwarte markt. Maar wat het meest opleverde, volgens meneer Kim, waren ‘drugs, artikelen voor dagelijks gebruik, Zuid-Koreaanse tv-series, usb-sticks en cd’s met K-pop’.

    Donju

    Deze zwarte markt heeft op een verkapte manier aan de wieg gestaan van de eerste generatie Noord-Koreaanse kapitalisten. Die maakten aanvankelijk naam met smokkelwaar, om vervolgens langzaam maar zeker geld te verdienen aan het doorverkopen van goederen. Tegelijkertijd werd hun handel steeds exclusiever, van eenvoudige zaken als mais tot bankbiljetten in buitenlandse valuta (deviezen).

    Twintig jaar later, na het vergaren van een flink fortuin, zijn ze ‘geldmeesters’ geworden, donju in het Koreaans. Ze vormen een opkomende kapitalistische klasse die zich vooral bezighoudt met grensoverschrijdende handel, bijvoorbeeld het samen met Chinezen exploiteren van mijnen, het met grote winstmarges exporteren van farmaceutische producten of thee naar Europa, of de handel in zeevruchten.

    De Noord-Koreaspecialist Andrej Lankov schat dat privéondernemingen 30 tot 50 procent bijdragen aan het Noord-Koreaanse bbp. Ook de gewone arbeiders profiteren van het nieuwe elan dat de donju aan de economie verlenen. De afgelopen tien jaar zijn de salarissen in de staatsbedrijven met meer dan 250 procent gestegen, en in de niet-officiële sector (zoals privéondernemingen) zelfs met 1200 procent. Dat schept nieuwe commerciële perspectieven voor de donju op de binnenlandse markt, met name voor consumptieartikelen van de lichte industrie.

    Noord-Korea is al lange tijd een geïndustrialiseerd land, maar voorheen waren politici geneigd voorrang te geven aan de zware industrie. Volgens de Duitse econoom Rüdiger Franck heeft Noord-Korea zijn lichte industrie herhaaldelijk opgeofferd aan de chemische en zware industrie. Vóór het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, aan het eind van de jaren tachtig, hielpen socialistische landen elkaar nog. Ook kon Noord-Korea, hoewel zijn lichte industrie niet in staat was aan de binnenlandse vraag te voldoen, kleding onder zijn inwoners distribueren, al was die qua snit niet bepaald origineel en qua kleur nog minder.

    De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un opent Ryomyong Street. – © Getty
    De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un opent Ryomyong Street. – © Getty

    Maar dat is allemaal verleden tijd. Als je over de grote avenues wandelt, zie je dat de Noord-Koreanen bijdetijds zijn geworden en liefhebbers van buitenlandse producten. Hoe komen ze daaraan? Via de vrije markt. De staat gedoogt dat mensen bedrijfjes beginnen, bijvoorbeeld een dameskledingwinkel. ‘Veel Noord-Koreaanse vrouwen zouden graag een winkel openen, maar ze laten zich vaak afschrikken door de administratieve rompslomp’, wordt me uitgelegd door een Noord-Koreaanse die vaak een handje helpt in dat soort winkeltjes.

    Talrijke plekken die onzichtbaar zijn voor de ogen van toeristen bruisen van de commerciële activiteit. Zo werd me in een wijk in de buurt van het Kim Il-sung-plein (die vanwege zijn vele wolkenkrabbers door buitenlandse inwoners ‘Pyongattan’ wordt genoemd, een samentrekking van Pyongyang en Manhattan) verteld dat een winkel daar zeer veel winst maakt met de verkoop van kleding van Uniqlo.

    Om succesvol te zijn in de verkoop van confectie in Noord-Korea, moet men twee belangrijke zaken in het oog houden. Ten eerste moeten de kleren voldoen aan de kledingregels: Noord-Koreaanse vrouwen dragen over het algemeen vrij elegante kleren die ze opluisteren met een broche. Ze dragen gewoonlijk jasjes die de armen bedekken en rokken die tot de knieën reiken. Strakke kleding is verboden, evenals kleding die lichaamsdelen bloot laat.

    In de tweede plaats verdient het aanbeveling om Japanse kleding te importeren, want als verstandige consumenten weten Noord-Koreanen dat die wereldwijd bekend staat om de kwaliteit.

    Ze mopperen over de Chinese producten van slechte kwaliteit die je aantreft op Taobao, de Chinese verkoopsite die tal van Noord-Koreanen hebben uitgeprobeerd.

    Europese producten daarentegen zijn te duur en hebben vaak een snit die niet beantwoordt aan de Noord-Koreaanse normen. Wel tref je artikelen aan van het Chinese merk Miniso, dat door sommigen in Hongkong wordt beschouwd als een illegale kopie van het Japanse Muji. Ze zijn erg gewild in Pyongyang, vooral bij de elite die zich de luxe kan permitteren, en worden veel verkocht door de winkels aan Ryomyong Avenue. Toch vertelde een vertegenwoordiger van het merk me dat het bedrijf geen filiaal in Noord-Korea heeft.

    De Chinezen hebben oog gekregen voor de enorme commerciële mogelijkheden die de stad biedt: ‘Je kunt een fortuin verdienen als je het goed aanpakt’

    Gezien de ontwikkeling die Noord-Korea doormaakt, is Pyongyang niet meer de enige bestemming waar de mensen naartoe stromen. Ze begeven zich ook naar Sinuiju, een stad die door zijn ligging in de buurt van het Chinese Dandong veelvuldig contact met Chinezen mogelijk maakt.

    Onder hun invloed hebben de mogelijkheden om via internet te communiceren zich vermenigvuldigd, en veel inwoners van Sinuiju zijn bekend met Taobao, het sociale netwerk WeChat en ‘Xi Dada’, zoals [de Chinese] president Xi Jinping wel in de volksmond heet. De Chinezen hebben oog gekregen voor de enorme commerciële mogelijkheden die de stad biedt: ‘Je kunt een fortuin verdienen als je het goed aanpakt’, vertrouwde een inwoner me toe. ‘Sinuiju is tamelijk vrij.’

    Hervormers

    De woorden ‘vrijheid’ en ‘kiezen’ maken steeds vaker deel uit van het dagelijkse spraakgebruik in Noord-Korea. In zijn boek See You Again in Pyongyang: A Journey into Kim Jong-un’s North Korea schrijft de Amerikaanse auteur Travis Jeppesen dat de donju een klasse vormen waarvan de regering niet op aan kan, omdat ze geen onvoorwaardelijke aanbidders van Kim Jong-un zijn en niet klakkeloos geloven wat de propaganda zegt.

    De hervormers zijn altijd bang geweest dat het ‘gif van het kapitalisme’ de Noord-Koreanen zal besmetten en tot oproer zal leiden. De term ‘donju’ heeft een zeer individualistische connotatie, die misplaatst lijkt in een land dat onbekend is met het begrip privébezit – maar geen enkele regel is heilig.

    De onroerendgoedsector beleeft inmiddels een ongekende bloei. Volgens Zuid-Koreaanse onderzoeksorganisaties geven verscheidene Noord-Koreaanse steden tot op zekere hoogte toestemming om onroerend goed in privébezit te nemen. Zo kent Pyongyang een regeling die transacties tussen particulieren toestaat. Ook Sinuiju en Nampo gedogen dat een deel van het bestand aan onroerend goed in privébezit overgaat.

    Maar laten we niet vergeten dat we in Noord-Korea zijn. ‘Natuurlijk, marktwerking wordt inmiddels oogluikend toegestaan, maar iedereen moet zich wel naar de staatsmarkt richten’, zegt de naar Zuid-Korea uitgeweken meneer Kim. De regering heeft privéhandel verboden; elke markt valt onder staatstoezicht, ‘zodat er belasting kan worden geheven’. De ‘onzichtbare hand’ begint zich te roeren in Noord-Korea, hetgeen Travis Jeppesen doet opmerken dat ‘als Noord-Korea een verdrag met de Verenigde Staten sluit, Kim Jong-un zelf misschien ook wel tot de gelederen van de donju zal toetreden’.

    Andrej Lankov op zijn beurt legt uit dat ‘privéondernemingen op zijn Noord-Koreaans ondernemingen in handen van de staat zijn, die worden geleid door iemand die een deel van de winst zelf mag houden en de rest moet afdragen aan de overheid’. Deze ondernemingen, die actief zijn in onroerend goed, de mijnbouw en zelfs het toerisme, werken geheel volgens een kapitalistisch model. Maar uiteindelijk heet de directeur… Kim Jong-un.

    CONTEXT: 1,46

    
… miljoen Zuid-Koreaanse won (ca. 1140 euro). Dit was het bruto nationaal product per inwoner van Noord-Korea in 2017, volgens berekeningen van de centrale bank van Zuid-Korea. Dat komt neer op 4,4 procent van de inkomsten per inwoner van Zuid-Korea.

    CONTEXT: Krimp

    In 2017 heeft de Noord-Koreaanse economie zwaar te lijden gehad onder de internationale sancties ten gevolge van de ballistische en nucleaire proeven van het land.

    Auteur: Lee Yun-yan

    Shun Po Monthly
    Hongkong | maandblad | monthly.hkej.com

    Het maandblad Shun Po (Hong Kong Economic Journal), dat sinds 1977 verschijnt, biedt lange reportages en onderzoeksartikelen op economisch gebied, maar ook over politiek, cultuur en maatschappij. Het richt zich voornamelijk op Hongkong en China, maar ook op de rest van de regio. Een deel van de artikelen is alleen toegankelijk via de website.

  • 1. Triomferen over Trump

    1. Triomferen over Trump

    In de Verenigde Staten hebben vrouwelijke kandidaten de midterms gewonnen. Maar nu? Nu moeten ze zich staande zien te houden op een glazen klif in een mannenarena.

    Een recordaantal vrouwen heeft zich kandidaat gesteld – en een recordaantal heeft gewonnen. Sommigen zijn erin geslaagd zittende politici uit het zadel te wippen en voorheen Republikeinse staten binnen te halen. Mikie Sherrill, een moeder van vier kinderen die tijdens de campagne sprak over haar tijd als gevechtspiloot, heeft gewonnen in New Jersey. Elaine Luria en Abigail Spanberger hebben allebei gewonnen in Virginia.

    Lauren Underwood heeft gewonnen in Illinois. In de strijd om het gouverneurschap van Kansas heeft Laura Kelly het gewonnen van Kris Kobach – een van de belangrijkste mensen achter de plannen om het bepaalde groepen lastiger te maken hun stem uit te brengen. Dit jaar heeft ook een significant aantal gekleurde vrouwen zich verkiesbaar gesteld, en al heeft Stacey Abrams niet gewonnen in Georgia, vele anderen hebben wel gewonnen.

    Allemaal hebben ze gewonnen dankzij de energie van vrouwelijke kiezers, die veelal hun afschuw uitten over president Trump en het chauvinistische gekonkel van het door mannen gedomineerde Witte Huis en Congres. Deze vrouwen zien de winst als een pleister op de nu al twee jaar etterende wond van een president die zich heeft opgewerkt via vrouwenhaat en racisme, en die nu zijn presidentschap gebruikt om die onverdraagzaamheid aan te scherpen.

    Het ging er grof aan toe tijdens deze tussentijdse verkiezingen. De Democraten zijn er niet in geslaagd de Senaat over te nemen en vele veelbelovende kandidaten hebben het onderspit gedolven, maar de vrouwen hebben het er opmerkelijk goed van afgebracht. Begin dit jaar zullen er meer dan honderd vrouwen in het Huis van Afgevaardigden zitten; dat is nog nooit eerder voorgekomen. Hun opmars, tegen de stroom in, is opwindend en opmerkelijk, en het is zeer bemoedigend om te zien dat zovelen ‘als eersten’ een zetel in de Senaat hebben bemachtigd binnen onze democratie, die nooit echt een representatieve afspiegeling is geweest van alle groepen in onze samenleving.

    Rotzooi opruimen

    Tegelijkertijd maak ik me zorgen. De vrouwen zijn er nu, maar zij dragen een taak op hun schouders die ze maar al te vaak dragen: ze moeten de rotzooi van anderen opruimen.

    De verkiezingsuitslag was niet één grote feministische roze wolk. Claire McCaskill en Heidi Heitkamp hebben hun zetel in de Senaat verloren.

    Enkele vooraanstaande mannelijke kandidaten die grote steun genoten onder vrouwen hebben ook verloren, zoals Andrew Gillum en Beto O’Rourke. En er zijn natuurlijk ook Republikeinse vrouwen als overwinnaar uit de strijd gekomen. Marsha Blackburn, die zich verzette tegen abortusrechten en uiteindelijk verviel in zorgwekkend racisme, wist Tennessee binnen te halen. Kristi Noem ging aan kop in de race in South Dakota.

    Tegenover alle kiezers die naar de stembus zijn gegaan om de boodschap af te geven dat president Trump bepaald niet het beste van Amerika vertegenwoordigt, staan vele Trump-aanhangers die de boodschap wilden afgeven dat de president wél staat voor hun Amerika. Deze kiezers zijn boos dat hun land meer mensen van buitenaf toelaat en verlangen terug naar een verleden waarin witte mannen het monopolie op de macht hadden en alle anderen hun plaats kenden.

    De progressieve vrouwen die zich nu in de strijd hebben geworpen, hebben hun recht opgeëist om ook het land te vertegenwoordigen. Velen deden dat vanuit een nieuw soort vertrouwen, waarin ze gek genoeg worden gesterkt door Trump. Het feit dat hij de presidentsverkiezingen heeft gewonnen, laat zien dat iedereen het kan. De vrouwen lapten campagneconventies aan hun laars.

    Ze praatten over hun gezin. Ze gaven borstvoeding in politieke reclame-uitingen. Ze waren openlijk competitief. Maar wanneer ze straks hun zetel innemen, zullen ze worden geconfronteerd met nieuwe verwachtingen, zowel van onze president, die lak heeft aan bestaande regels, als van hun mannelijke collega’s.

    De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd

    In het zakenleven wordt door onderzoekers wel gesproken van de ‘glazen klif’: het verschijnsel dat vrouwen in tijden van crisis op hoge posities belanden, wat het lastig maakt successen te boeken. Als die vrouwen er vervolgens niet in slagen een schip vlot te trekken dat iemand anders aan de grond heeft laten lopen, worden zij verantwoordelijk gehouden voor de mislukking.

    Het is zonder meer een positieve ontwikkeling dat er dit jaar zo veel vrouwen aan de verkiezingsstrijd hebben deelgenomen, dat zo veel vrouwen hebben meegewerkt aan de campagnes en dat zo veel vrouwen zich als vrijwilliger hebben ingezet. De verhalen over wie er hebben verloren, en waarom, zullen vrijwel zeker raken aan het thema identiteit. Men zal zich afvragen of de kandidaten zich niet te veel hebben ‘blindgestaard’ op identiteit, door zo te benadrukken dat ze geen witte mannen zijn en daardoor andere levens, ervaringen en prioriteiten hebben.

    Een dergelijke simplistische visie lijkt gedoemd alle andere, genuanceerdere analyses naar de achtergrond te dringen, die gaan over de vraag hoe seksisme en racisme onze waarneming, onze voorkeuren en ons gedrag beïnvloeden. En daarmee gaat ze voorbij aan een verbluffende realiteit: de ‘Democratische golf’ in Amerika is te danken aan vrouwen.

    Deze verkiezingen zijn misschien niet gunstig geweest voor de vrouwen die hebben verloren, maar de komende jaren zullen ook niet makkelijk worden voor de vrouwen die hebben gewonnen. De gedachte is dat we meer vrouwelijke leiders nodig hebben, niet alleen omdat een democratie eerlijker is als ze daadwerkelijk een afspiegeling is van de samenleving, maar ook omdat vrouwen misschien gewoon beter zijn in de dingen waarin onze huidige leiders tekortschieten – communicatie, samenwerking, het vermogen je Twittervingers in bedwang te houden en de politiek weer enige integriteit te verlenen.

    De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd: de strijd aanbinden met president Trump, zich sterk maken voor hun achterban, zorgen dat ons landelijke beleid een afspiegeling wordt van de samenleving. Het probleem is dat ze niet echt de middelen in handen hebben gekregen om dat te doen. De Republikeinen houden de meerderheid in de Senaat. Ze hebben een leider in het Witte Huis die heeft gezegd gewoon zijn eigen zin te zullen doordrijven.

    Alexandria Ocasio-Cortez staat verslaggevers te woord op het Capitool in Washington, waar de nieuwe congresleden op 14 november jl. werden gefotografeerd. – © HH
    Alexandria Ocasio-Cortez staat verslaggevers te woord op het Capitool in Washington, waar de nieuwe congresleden op 14 november jl. werden gefotografeerd. – © HH

    Uit onderzoek is gebleken dat zowel in de politiek als in de zakenwereld vrouwen worden gestraft zodra de indruk ontstaat dat ze de publiciteit zoeken of zichzelf op de kaart willen zetten. Daarmee wordt vrouwelijke politici een cruciale manier ontnomen om te onderhandelen en zich sterk te maken voor bepaalde kwesties.

    Ook zullen er meer ogen zijn gericht op vrouwelijke bestuurders, nu de minderheden aan de vergadertafel duidelijker zichtbaarder zijn. De vrouwen die nu zijn gekozen wacht dan ook de monumentale taak de huidige rotzooi op te ruimen die voor het grootste deel is veroorzaakt door mannen, zonder dat hun werk beloond zal worden.

    Fragiele vooruitgang

    Maar het echte verhaal bij deze verkiezingen draait niet om de vraag wat vrouwen al dan niet hebben gedaan, of wat wij al dan niet zullen gaan doen; dit is gewoon een volgende fase in het langdurige proces van vooruitgang en achteruitgang dat de strijd om burgerrechten en vrouwenrechten kenmerkt sinds het stichten van de Verenigde Staten.

    Het rampzalige, autoritaire presidentschap van Donald Trump is mogelijk geworden doordat vóór hem een zwarte man het ambt bekleedde en Trump vervolgens ook nog eens werd uitgedaagd door een vrouw. Zijn presidentschap heeft op zijn beurt vele vrouwen ertoe aangezet zich verkiesbaar te stellen. En Trumps presidentschap is zo’n drama dat veel van die vrouwen ook daadwerkelijk zijn gekozen. Dergelijke overwinningen staan niet op zichzelf en zijn zelden absoluut.

    Wanneer onze vrouwelijke bestuurders eenmaal zijn ingezworen, zullen ze ons soms teleurstellen, net zoals mannen dat doen. En ze zullen soms verbazingwekkend moedig zijn, net als mannen. Velen zullen harder werken dan hun collega’s zonder daarvoor erkenning te verwachten – iets wat je niet vaak ziet bij mannen. De realiteit is dat vrouwen, zelfs na al deze overwinningen, nog altijd minder dan een kwart van het Huis van Afgevaardigden uitmaken.

    In het nieuwe Congres zullen we meer vrouwen en meer gekleurde mensen zien tussen de witte mannen, en dan zullen we constateren dat er vooruitgang is, zij het fragiel. Maar als we goed naar die gezichten kijken, zullen we zien dat onze afgevaardigden nog altijd geen afspiegeling zijn van alles waar Amerika voor staat.

    Auteur: Jill Filipovic

    The New York Times

    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • De sterkemannenclub

    De sterkemannenclub

    Komt het doordat de VS zich steeds minder bemoeien met de binnenlandse politiek van andere landen dat er een nieuw soort leider opstaat? Of is het de ontevredenheid met de democratie waardoor de club van ‘sterke mannen’ er steeds meer leden bij krijgt?

    Keuze uit het archief

    Woensdag vond in de Chinese hoofdstad Beijing een grote militaire parade plaats onder toeziend oog van president Xi Jinping, die vergezeld werd door zesentwintig andere leiders, onder wie de dictators Vladimir Poetin en Kim Jong-un. Daarmee had de parade iets weg van een bijeenkomst van de ‘sterkemannenclub’, het wereldwijde netwerk van autocraten en dictators.
    Dit artikel van The Times uit 2018 legt uit wat deze sterke mannen gemeen hebben, bij welke omstandigheden ze gedijen en wat hun beproefde methode is om aan de macht te komen en te blijven. Het legt bloot hoe fragiel de democratie is en hoe makkelijk ze verwordt tot een politiek instrument.

    Het Saoedische arrestatieteam dat naar Istanboel kwam vliegen om een criticus van het regime de mond te snoeren, handelde op bevel van hogerhand. Of ze een directe order opvolgden van kroonprins Mohammed bin Salman, of van iemand aan het hof die bij hem in een goed blaadje wilde komen, weten we nog steeds niet.

    Onduidelijk is ook of het de bedoeling was om Jamal Khashoggi te vermoorden, bang te maken of mee naar huis te nemen. Wel zonneklaar is dit: algemeen geldende internationale normen worden overschreden, op een manier die we niet meer hebben gezien sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, de tijd van de grote, kleine en krankjorume dictators.

    Tegenwoordig kun je zomaar een ander land binnengaan, daar geweld gebruiken uit wraak op kritiek op je persoon, er ongestraft mee wegkomen en toch
respect eisen. De presidenten Xi, Poetin en Erdogan bepalen hun eigen regels en de rest van de wereld kan wat hen betreft doodvallen. Een stuk of tien andere autoritaire leiders kijkt vol bewondering naar de manier waarop zij tegen het Westen opstaan. Voor hen heeft dat onverholen gebruik van macht iets fascinerends,
in een tijd dat de Verenigde Staten en hun bondgenoten daar juist voor terugschrikken.

    Ongecontroleerde macht

    Mohammed bin Salman, ook wel MbS genoemd, is toegetreden tot de club van sterke mannen toen hij niet langer de schijn van prinselijke consensus ophield en openlijk verklaarde dat hij van plan was de hervormingen in Saoedi-Arabië meer vaart te geven. Zijn uitgangspunt was rationeel: het koninkrijk moest gemoderniseerd worden, een duidelijke nationale identiteit ontwikkelen die over meer gaat dan alleen olie, en zich opwerpen als de belangrijkste speler in de regio. Daarvoor, zo concludeerde hij, was het krachtige eenmansleiderschap nodig van een 33-jarige die deze transitie kon aansturen.

    Het resultaat: MbS vergaarde in rap tempo steeds meer ongecontroleerde macht, twijfel werd verboden. Maar wat gebeurt er wanneer persoonlijkheid en beleid samensmelten tot één? Wanneer elke roep om verandering die niet het persoonlijke stempel van de kroonprins draagt, wordt gezien als een subversieve daad? Wanneer critici beschouwd worden als verraders? Veronderstelde tegenstanders ‘verdwijnen’, na een klop op de deur van de Gestapo of Stalins NKVD, of na schaamteloze ontvoeringen in de Zuid-Amerikaanse dictaturen uit het tijdperk van Pinochet.

     © Getty Images, Hollandse Hoogte
    © Getty Images, Hollandse Hoogte

    Wanneer Bolsonaro’s beoogde vicepresident, een voormalige generaal, zegt dat het leger misschien nodig is om een eind aan de corruptie te maken, is het gemakkelijk te zien waar het naartoe kan gaan in Brazilië: naar het soort bestuur dat de leider van de Filipijnen, Rodrigo Duterte, de vergelijking met het Dirty Harry-personage van Clint Eastwood heeft opgeleverd. Duterte heeft zich duidelijk laten inspireren door de films over boze einzelgängers en losgeslagen politiemensen die in de jaren zeventig populair waren.

    Zij vormden het antwoord van Hollywood op de onrust van de jaren zestig en de frustratie bij die leden van de zwijgende meerderheid in Amerika en daarbuiten voor wie het een troost was om te zien hoe Charles Bronson de slappe bureaucraten opzijschoof en de orde op straat herstelde. Duterte laat zijn burgerwachten drugsdealers doodschieten en koketteert welbewust met zijn eigen betrokkenheid bij 
buitengerechtelijke moordpartijen.

    Dit zijn politici die voor sterke man spelen, die zich erop beroemen dat ze het volk beschermen tegen onrecht. Ze rekenen deels op de loyaliteit van de veiligheidsdiensten, maar ook op een veranderende bevolkingssamenstelling: steeds meer jonge kiezers die bereid zijn om simpele oplossingen voor zichtbare problemen uit te proberen.

    Zoals Harvard-professor Yascha Mounk, die veel heeft gepubliceerd over de liberale democratie, zegt: jonge mensen hebben geen directe ervaring met de nadelen van alternatieven voor democratie. ‘Ze kijken naar de werkelijkheid van nu en zien daarin dingen waarover ze terecht kwaad zijn, zoals de stagnatie van de welvaart. En dus zeggen ze: “Waarom zouden we niet iets nieuws proberen? Hoe slecht kan het worden?”’

    Dit zijn politici die voor sterke man spelen, die zich erop beroemen dat ze het volk beschermen

    Wanneer onwetende kiezers iemand aan de macht brengen die zich presenteert als sterke man, brengt dat het risico met zich mee dat die leider een manier vindt om de politiek te radicaliseren en zo langer aan de macht te blijven. Zulke leiders worden heel creatief in het ontdekken van nieuwe vijanden en weten hun eigen rol als beschermer van het volk steeds onmisbaarder te laten lijken. In 1972, minder dan 
een jaar voor de tweede ambtstermijn van president
Ferdinand Marcos zou aflopen, werd Manila opgeschrikt door raadselachtige bomaanslagen.

    De Filipijnse president legde de schuld bij communistische terroristen en kondigde de staat van beleg af. Op televisie zei hij tegen zijn burgers dat ‘een democratische regeringsvorm geen hulpeloze regeringsvorm is’. De grondwet, zei hij in een cynisch staaltje van verhullend taalgebruik, gaf hem het recht om haar met alle mogelijke middelen te beschermen. Vervolgens schortte hij die grondwet op en bleef veertien jaar lang aan de macht.

    Dit was niet zomaar een machiavellistisch trucje; het is al onderdeel van het vaste sterkemannenrepertoire sinds de tijd van Hitler, die de brand in de Rijksdag aangreep om zijn tanden te ontbloten en snel een nazidictatuur te vestigen. Sterke mannen zijn choreografen van dreiging, die nieuwe gevaren voor het voetlicht halen wanneer ze het publiek zien indutten.

    Volgens een boek van Alexander Litvinenko en Yuri Felshtinsky, Blowing Up Russia, werden er dodelijke bomaanslagen gepleegd in een Russisch flatgebouw, die vervolgens werden toegeschreven aan Tsjetsjenen, om zo Vladimir Poetin aan de macht te helpen als de roerganger van een tweede Tsjetsjeense oorlog. In 2006, vier jaar na de verschijning van het boek, werd Litvinenko door Russische geheim agenten vergiftigd met polonium.

    Antwoord op angst

    Sterke mannen verschijnen niet zomaar uit het niets. Ze presenteren zichzelf eerder als het antwoord, hoe onvolmaakt ook, op drie existentiële vragen: bij wie zijn onze diepste angsten veilig? Wie herstelt ons nationale vertrouwen in onzekere tijden? Wie maakt het voor ons mogelijk om ons niet langer zorgen te maken over de toekomst? Dit zijn emotionele behoeften die vaak worden geboren uit een vertraagde reactie op een trauma.

    In het geval van Poetin was het de Russische nationale tragedie die voortkwam uit de ineenstorting van de Sovjet-Unie, het gevoel dat het land werd uitgeleverd aan buitenlanders en criminelen, dat de Russen hun land werd afgenomen en dat jonge mensen gecorrumpeerd werden door het Westen.

    Wat hij hun biedt is een eigenaardig mengsel van contra-Verlichting, Russische orthodoxie en selectieve modernisering, bijeengehouden door een zichzelf verrijkende kliek ‘securocraten’ en grotendeels gezagsgetrouwe media. Is dat het regime van de sterke man, of is het gewoon een soort verlate therapie ter verwerking van de rouw om het verlies van de grootmachtstatus?

    Ze delen Orbáns minachting voor een ‘open samenleving’ waarin het nationale belang ondergesneeuwd raakt

    In China kwam Xi Jinping aan de macht omdat hij de angst verwoordde die het regime al sinds de Oost-Europese revoluties van 1989 en het bloedbad op het Tiananmenplein achtervolgde, namelijk dat het met het land dezelfde kant op kon gaan als met de Sovjet-Unie: een verkruimelende communistische partij, een versplinterd centraal gezag.

    ‘Ik weet niet waarom ze zo bang zijn voor een uiteenval à la de Sovjet-Unie’, zegt Chinakenner David Shambaugh, en hij wijst op de duidelijke verschillen tussen de kwakkelende Sovjeteconomie van de jaren tachtig en de dynamiek van het huidige China. Maar, benadrukt hij, Xi leidt nog steeds een Leninistische partij. ‘Zulke partijen bereiken allemaal het punt waarop de burgers grotere vrijheden en een betere kwaliteit van leven gaan eisen van een toenemend rigide en verkalkte
Leninistische bureaucratie die maar één ding kent: controle.’

    Xi de Poeh

    Xi voldoet aan twee criteria voor de sterke man. Ten eerste kan er niet openlijk aan zijn gezag getornd worden. Censoren verwijderen verwijzingen naar en delen uit boeken en films over Winnie de Poeh, om 
te voorkomen dat Xi’s waggelende, mollige verschijning vergeleken kan worden met die van het honing snoepende beertje. Zoals het er nu voor staat kan Xi wel tien jaar lang aan de macht blijven, misschien wel levenslang. Dat decennium is ook het tijdbestek voor de ‘één gordel, één weg’-initiatieven, voor de historische transformatie van China, voor het voorbijstreven van de Verenigde Staten.

    De oppositie moest dus gesmoord worden, onwelgevallige Nobelprijswinnaars moeten opgesloten en alles waarin klachten vanuit de middenklasse samenkomen met onrust rond fabrieken, zoals protestbewegingen tegen vervuiling, moet verpletterd worden. Wie bij Xi in ongenade valt, wordt uit zijn functie gezet – zoals het Chinese hoofd van Interpol, die onlangs ‘verdween’ – en vernederd.

    Maar Xi’s positie van sterke man zal alleen worden bevestigd als hij een stelsel van alternatieve normen en waarden kan ontwikkelen die samen het handvest van de onliberale democratie vormen. Beijing kijkt heel goed naar Viktor Orbán, de Hongaarse premier, die de wereldwijde consensus uitdaagde door die te bestempelen tot ‘het supranationale fetisjisme van Davos, de soevereiniteitscampagne van Brussel’. Xi, Poetin en Erdogan delen Orbáns minachting voor een ‘open samenleving’ waarin het nationale belang uiteindelijk ondergesneeuwd raakt.

    Buitengewone kans

    De morele ruimte die is ontstaan door de terugtrekking van de VS in de jaren van Obama en aan het begin van het presidentschap van Donald Trump, biedt hun een buitengewone kans. Rusland en Turkije, allebei gemarginaliseerd door de geschiedenis, zouden op een bepaald moment een politieke of defensieve as kunnen vormen, die is gegrondvest op het verwerpen van Europese waarden en het omarmen van Eurazië.

    Erdogan heeft nu al genoeg zelfvertrouwen om zijn NAVO-lidmaatschap opzij te schuiven en met Rusland en Iran te onderhandelen over de toekomst van Syrië. China, de opkomende supermacht, gaat de wereld rond om landen tot een keuze te dwingen: China of Amerika. De schepen van Duterte gaan nu op gezamenlijke oefening met China; Bolsonaro zal, net als veel andere landen in Latijns-Amerika, eerder naar Xi neigen dan naar Trump.

    De sterkemannenclub aarzelde om Trump uit te nodigen als erelid; met zijn onvoorspelbaarheid leek hij een factor te worden om rekening mee te houden. De harde macht van Amerika is enorm, de Amerikaanse hightechvoorsprong is nog steeds aanzienlijk, de intelligentie van de totale Amerikaanse zakenwereld is iets groter dan die van het Amerikaanse staatshoofd. Na twintig maanden van gepoch, van onderhandeling met ‘maximale druk’, zoals Trump bij Iran deed, gaat er van hem geen geloofwaardige dreiging meer uit.

    Zijn onvoorspelbaarheid is voorspelbaar geworden en ingecalculeerd. Hij heeft militaire macht ingezet – tegen een Syrische luchtmachtbasis, om Amerika’s afkeer van het gebruik van chemische wapens kracht bij te zetten – maar heeft eigenlijk liever militaire parades. Hij dreigt met een handelsoorlog, maar alleen als onderhandelingsinstrument. En, zoals de Congresverkiezingen lieten zien, zijn beleid wordt nog steeds ter beoordeling voorgelegd aan kiezers.

    Xi, Poetin en Erdogan mogen elkaar dan niet vertrouwen – zo gaat dat bij sterke mannen – maar in het tumultueuze eerste stadium van Trumps presidentschap hebben ze geleerd dat ze, als ze samenwerken, hun invloedsfeer kunnen uitbreiden ten koste van Amerika. Dat is hun geheime pact. De jaren dertig van de vorige eeuw eindigden deels zo verschrikkelijk omdat twee sterke mannen, Hitler en Stalin, overeenkwamen Europa op te delen, maar
ook omdat Amerika zijn belangstelling verloor voor wat zich aan de andere kant van de Atlantische Oceaan afspeelde. Laten we hopen dat iedereen wat verstandiger is geworden.

  • Latino’s, ga stemmen

    Latino’s, ga stemmen

    De kiesgerechtigde latino’s worden gezien als de grote belofte voor de Democratische Partij. Maar dan moeten ze wel naar de stembus gaan.

    Als de Democraten de Senaat weer in handen willen krijgen of terug in het Witte Huis willen komen, zijn ze aangewezen 
op de steun van vrouwen en minder-heden. Bijna zeven op de tien vrouwen die zich hebben laten registreren als kiezer, zijn negatief over Trumps presidentschap. Zwarte Amerikanen zullen ongetwijfeld ook in meerderheid op 
de Democraten stemmen. Slechts 10 procent van de zwarte kiezers staat achter Trump. En dan is er nog de stem van de latino. Je zou mogen verwachten dat Trump – na drie jaar waarin hij Latijns-Amerikaanse immigranten onafgebroken heeft gedemoniseerd, verbannen en vervolgd – een hoge prijs zal moeten betalen wanneer de latino’s in november naar de stembus gaan. Maar vreemd genoeg valt dat nog te bezien. De kiesgerechtigde latino’s zijn ondoorgrondelijk en drijven de Democraten bijna tot wanhoop.

    2016 zou het jaar zijn waarin Amerika’s demografische ‘slapende reus’ dan eindelijk zou ontwaken, ruw opgeschud door de retoriek van Trump. Er werd een ongekende ‘latino-golf’ voorspeld, die duidelijk zou maken dat de hispanic-kiezers feitelijk de sleutels van het Witte Huis in handen hadden.

    Op de verkiezingsdag zelf bleek die immense golf niet meer dan een rimpeling. Er waren heus succesverhalen, zoals in Colorado en Nevada, maar 
latino’s namen geen stelling tegen Trump op de krachtige, haast absolute manier waarop bijvoorbeeld zwarte Amerikanen dat deden. Volgens de exitpolls wist Trump 29 procent van 
de latino-stemmen binnen te halen.

    gettyimages 482103358

    Sindsdien zijn er twee ontwikkelingen geweest. Ten eerste hebben Trumps aanvallen op Latijns-Amerikaanse immigranten een verbijsterend dieptepunt van grofheid bereikt. Hij heeft individuele voorbeelden van bendeleden gebruikt om een hele bevolkingsgroep aan de schandpaal te nagelen: hardwerkende immigranten, die een vredig en ingetogen bestaan leiden in Amerika. Hij heeft van de immigratie- en grensbewakingsdiensten een huiveringwekkende deportatiemachine gemaakt. Hij heeft een einde gemaakt aan de bescherming van de zogeheten Dreamers [een groep van zo’n 800.000 jonge immigranten die als kind illegaal met hun ouders naar de Verenigde Staten zijn gekomen] en hij heeft aan de grens hele gezinnen uit elkaar gehaald.

    Latino’s hebben hem niet met gelijke munt terugbetaald. Terwijl Trump gestalte gaf aan zijn anti-immigratiebeleid, zijn zij steeds positiever over de president gaan denken. Uit een recente peiling blijkt 41 procent achter Trumps optreden te staan (tegenover 12 procent van de zwarte Amerikanen). Bij een andere recente peiling sprak 35 procent zich uit vóór Trump. Gemiddeld genomen scoort Trump daarmee slechts zo’n 10 procent lager dan Barack Obama in min of meer dezelfde fase van zijn presidentschap.
    Dat wil niet zeggen dat Donald Trump geliefd is onder latino’s. Maar ze keren hem ook niet de rug toe. In een interview met onlinemagazine Vox zei professor Roberto Suro van de Universiteit van Zuid-Californië onlangs dat latino-kiezers weliswaar ‘een negatief beeld hebben van Donald Trump’, maar dat we hier ‘een veel kleinere marge dan bij de gemiddelde Democratische kiezer’ zien. Suro oppert dat latino’s veel meer overeenkomsten hebben met zwevende kiezers dan met een ‘onwrikbaar Democratisch electoraat’. Tevens 
weerleggen de peilingen volgens Suro ‘de veronderstelling dat Trump met zijn immigratiebeleid grote aantallen latino’s van zich heeft vervreemd’.

    Het feit dat maar liefst een op de vier latino-kiezers nog betrekkelijk gunstig over Donald Trump denkt, zal de Democraten ongetwijfeld zorgen baren. Maar het is niet hun grootste zorg. Dat is namelijk de opkomst.

    Lage opkomst

    Latino-kiezers maken zo’n 12 procent uit van het Amerikaanse electoraat. Dat percentage zal de komende jaren oplopen. De vraag is of de opkomst onder latino’s ook zal toenemen. Tot nog toe beloven de voortekenen weinig goeds. Op landelijk niveau is het opkomstpercentage stelselmatig lager dan dat onder witte, zwarte of Aziatische kiezers. Sterker, bij elke verkiezing sinds 1996 besloten er meer latino’s om thuis te blijven dan om naar de stembus te gaan. Om de zaak mogelijk nog erger te maken: meer dan 40 procent van de potentiële latino-kiezers is 
millennial, ook een ontmoedigend demografisch gegeven.

    De electorale apathie onder hen mag dan zorgwekkend zijn voor de Democraten, de latino-gemeenschap zelf 
zou zich er nog grotere zorgen over moeten maken. In de loop der jaren heb ik vele verklaringen gehoord. 
Volgens sommigen schuwen latino’s maatschappelijke betrokkenheid of kampen ze met een gebrek aan politieke kennis. Anderen zeggen dat latino’s een diepgeworteld wantrouwen hebben jegens het democratische proces, doordat ze dat in hun thuisland hebben zien falen. Ik vind geen van deze verklaringen bevredigend. Wat de reden voor de lethargie ook mag zijn, het latino-electoraat moet de ketenen afwerpen. Zelfs als dat – in het ergste geval – zou betekenen dat ze zich achter een man scharen die erop gebrand is miljoenen immigranten het recht te ontnemen in de Verenigde Staten te blijven. Waar hun voorkeur ook ligt, 
de latino’s moeten gaan stemmen, en wel nú. De positie van onze hele gemeenschap binnen de Amerikaanse samenleving hangt ervan af.
    León Krauze

    Auteur: León Krauze

    Slate
    Verenigde Staten | slate.com

    De onlinejournalistiek heeft veel te danken aan dit webzine, dat in 1996 in Seattle werd opgericht. Overzichtelijk en humoristisch. Sinds december 2004 is de financiering 
in handen van de Washington 
Post-groep. Sinds 2009 is er ook 
een Franse variant, slate.fr.

  • Is het Amazonewoud bestand tegen de Trump van de Tropen?

    Is het Amazonewoud bestand tegen de Trump van de Tropen?

    Koploper in de Braziliaanse presidentsverkiezingen is Jair Bolsonaro. Maar zijn aantreden zou volgens wetenschappers de grootste bedreiging voor het Amazonegebied betekenen sinds Brazilië een dictatuur was.

    Elke nieuwe hap die er uit het enorme Braziliaanse regenwoud wordt genomen, verkleint onze kans om de opwarming van de aarde tot 1,5° C te beperken. Dit woud is namelijk cruciaal om de hoeveelheid broeikasgas in de atmosfeer te verminderen. Naar het zich laat aanzien gaat de extreemrechtse Jair Bolsonaro, de ‘Trump van de Tropen’, de tweede ronde van de presidentsverkiezingen winnen, en dit betekent een acuut gevaar voor het Amazonegebied. Bolsonaro heeft gezegd dat hij mijnbouw in indianenreservaten wil toestaan en eventueel zelfs een geasfalteerde snelweg door het Amazonegebied wil aanleggen. Deze en andere plannen zouden de ‘grootste bedreiging voor het Amazonegebied betekenen sinds Brazilië een dictatuur was’, vertelt wetenschappelijk adviseur Doug Boucher van het Union of Concerned Scientists’ Tropical Forest and Climate Initiative. ‘Ze bedreigen het klimaat van de hele planeet.’

    Controversiële politicus

    Tussen 2005 en 2012 ging het best goed met het Braziliaanse oerwoud. Tijdens de regeerperiode van Luiz Inácio Lula da Silva nam de ontbossing met zo’n twee derde af – van twintigduizend vierkante kilometer per jaar vóór zijn aantreden tot slechts zesduizend vierkante kilometer per jaar bij zijn aftreden. En sindsdien is de ontbossing op ditzelfde relatief lage niveau gebleven, waardoor de CO2-uitstoot van Brazilië met ruim de helft afnam, vertelt Boucher.

    Een regeringswissel in het land zou deze vooruitgang in één klap teniet kunnen doen. Sowieso wordt er rondom Braziliaanse presidentsverkiezingen meestal meer gekapt, ongeacht welke kandidaat gekozen wordt, omdat er tijdelijk minder toezicht wordt gehouden. Maar Bolsonaro houdt er ook een uitzonderlijk beangstigende kijk op milieuzaken op na. Niet alleen staat hij bekend om zijn homofobe, racistische en misogyne opvattingen, maar de controversiële politicus heeft ook een lange staat van dienst als het gaat om weerstand tegen milieumaatregelen. Hij is gekant tegen elke vorm van actie tegen klimaatverandering en heeft daarom beloofd Donald Trumps voorbeeld te volgen en uit het klimaatakkoord van Parijs te zullen stappen.

    ‘In plaats van de ontbossing en de georganiseerde misdaad te bestrijden, richt Bolsonaro zijn pijlen op het ministerie van Milieu’

    Bolsonaro laat er ook geen misverstand over bestaan hoe hij het rassenvraagstuk ziet. Hij bekritiseerde de toezegging van de huidige Braziliaanse regering om grote stukken van het Amazonegebied voor inheemse volkeren te reserveren. Hij stelt dat hij ‘de indianen geen centimeter land meer zal geven’. Bovendien is Bolsonaro een alliantie aangegaan met het rechtse ruralista-blok, dat opkomt voor de belangen van landbouwbedrijven en grootgrondbezitters. Jarenlang ondersteunde hij initiatieven om beleidsmaatregelen tegen ontbossing op te heffen. De lijst van Bolsonaro’s milieudoelwitten is lang. Hij is van plan het ministerie van Milieu op te heffen en het onder te brengen bij het ministerie van Landbouw, dat door de landbouwsector wordt beheerst. ‘In plaats van de ontbossing en de georganiseerde misdaad te bestrijden, richt Bolsonaro zijn pijlen op het ministerie van Milieu, Ibama en ICMbio [Brazilië’s nationale milieuagentschappen]’, vertelt de huidige minister van Milieu Edson Duarte. ‘Dat is net zoiets als zeggen dat je de politie van straat wilt halen.’

    Het lijkt erop dat de oud-legerofficier Bolsonaro het Braziliaanse beleid ten aanzien van het Amazonegebied uit de tijd van de dictatuur in ere wil herstellen. Het land stimuleerde in die periode – tijdens de jaren zestig, zeventig en tachtig – een snelle ontwikkeling van het Amazonegebied, legde wegen aan en kapte bos om plaats te maken voor akkers en landerijen.

    De tinmijn Bom Futuro in een ontbost gebied binnen de Amazone. Bijna 2 miljoen acre van het woud is ontbost. – © Mario Tama / Getty Images
    De tinmijn Bom Futuro in een ontbost gebied binnen de Amazone. Bijna 2 miljoen acre van het woud is ontbost. – © Mario Tama / Getty Images

    Het wereldwijde gevecht tegen de catastrofale klimaatverandering is in een hogere versnelling terechtgekomen en bossen zijn een belangrijke schakel in die strijd. Volgens een somber nieuw VN-rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is het stoppen van ontbossing cruciaal als we de opwarming tot 1,5°C willen beperken. Bos kan immers grote hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer halen en opslaan.

    ‘We kunnen er niet omheen koolstofdioxide uit de atmosfeer te halen. Dat is nodig om een zeer gevaarlijke temperatuurstijging te verhinderen, en een toename van het aantal overstromingen, zware stormen en hittegolven tegen te gaan’, zegt Boucher. ‘Verreweg de eenvoudigste manier om dat te doen, is door onze bossen te behouden en zelfs nieuwe te planten.’ Als je beschermt wat er nog over is van het Braziliaanse oerwoud, ben je al een heel eind. En zestig procent van het Amazonewoud – op afstand het grootste oerwoud ter wereld – ligt in Brazilië. Dit woud haalt het hele jaar door CO2 uit de lucht, dankzij het continu vochtige en warme klimaat.

    Bolsonaro kreeg tijdens de eerste ronde van de Braziliaanse presidentsverkiezingen bijna een absolute meerderheid van de stemmen, maar toch is het niet zeker dat hij de tweede ronde zal winnen. Zijn tegenstander is de linkse Fernando Haddad, die in de eerste ronde als tweede eindigde.

    ‘De samenleving moet druk blijven uitoefenen – en dat gebeurt ook’, vertelt Boucher. ‘Nu is het afwachten wat er verder gebeurt.’

    Auteur: Paola Rosa-Aquino
    Vertaling: Valentijn van Dijk

    Lees ook ‘Deze haat kennen we niet’ uit # 146, over de toegenomen kans voor Bolsonaro om president te worden na de aanslag op hem vorige maand.

    Grist
    VS | grist.org

    Laat zogenaamde fixers aan het woord: mensen die ‘opmerkelijke, ambitieuze oplossingen hebben voor de grootste uitdagingen van de mensheid’. De missie van Grist is om ons een goed gevoel te geven over de toekomst.

  • Rwanda heeft genoeg van afdankertjes

    Rwanda heeft genoeg van afdankertjes

    Afrikaanse landen, Rwanda voorop, willen af van de tweedehandskleding uit het Westen. Maar die blijkt moeilijk tegen te houden.

    Als er in de VS grote schoonmaak wordt gehouden, voelt het als een daad van onbaatzuchtigheid om geliefde kleren in een inzamelingsbak te gooien. Die sweaters met vlekken erop, T-shirts die je in het zomerkamp droeg en uit de mode geraakte shorts mogen wel naar iemand die ze harder nodig heeft, toch?

    Het ligt iets gecompliceerder. Het grootste deel van Amerika’s afgedankte kleren wordt door onder meer het Leger des Heils en Goodwill aan privébedrijven verkocht. Balen tweedehandskleren worden met containerladingen tegelijk verscheept, voornamelijk naar het Afrika ten zuiden van de Sahara – het is een industrie geworden waarin miljarden dollars omgaan.

    Maar Afrikaanse regeringen hebben daar langzamerhand meer dan genoeg van. Wat velen in het Westen beschouwen als een genereus gebaar, verhindert hen hun eigen kledingindustrieën op te bouwen, zeggen ze. In maart 2016 besloten vier Oost-Afrikaanse landen de importheffingen op tweedehandskleren te verhogen, in sommige gevallen zelfs met een factor twintig.

    De patstelling laat zien hoeveel moeilijkheden zelfs een lagelonenland als Rwanda kan ondervinden bij het ontwikkelen van een industrie in een sterk concurrerende wereldmarkt

    De Amerikaanse tweedehandskledinglobby trok aan de alarmbel en de regering-Trump startte vorig jaar een onderzoek naar de vraag of de vier landen misschien een achttien jaar oud handelsverdrag met de VS overtraden. De Oost-Afrikaanse regeringen werden onder druk gezet en verlaagden hun heffingen weer naar het oude niveau. Behalve Rwanda.

    Nu lijdt een Rwandese leider, die zichzelf als een trotse visionair ziet, onder de consequenties van zijn beslissing zich te verzetten tegen Washington. Binnenkort staat Rwanda volgens de African Growth and Opportunity Act de opschorting te wachten van enkele van zijn belastingvrije handelsprivileges op het gebied van kleding. De pogingen een binnenlandse kledingindustrie van de grond te krijgen, hebben intussen weinig resultaten opgeleverd. En Rwandezen die in de tweedehandskledingindustrie werken, klagen dat ze schade lijden.

    De patstelling tussen de economische reus van de wereld en een van Afrika’s snelst groeiende economieën kan niet echt een handelsoorlog worden genoemd – het is meer een schermutseling. De totale tweedehandskledingimport in Rwanda was in 2016 volgens regeringsstatistieken nog geen 7 procent van die van heel Oost-Afrika. En de kledingexport naar de VS bedroeg een minuscule 2 miljoen dollar. Maar het laat zien hoeveel moeilijkheden zelfs een lagelonenland als Rwanda kan ondervinden bij het ontwikkelen van een industrie in een sterk concurrerende wereldmarkt.

    ‘Made in Rwanda’

    President Paul Kagame is ervan overtuigd dat hij in Rwanda fabrieken kan opzetten en zijn land afstand kan laten doen van de tweedehandskleren die hij als onwaardig beschouwt. Hij maakt deel uit van een aantal Afrikaanse leiders die een dam willen opwerpen tegen de stroom gebruikte goederen – van kleren tot elektronica en medische apparatuur – die op het continent terechtkomen nadat iemand anders ze heeft weggegooid. ‘Wat mij betreft is het een simpele keus,’ zei Kagame vorig jaar tegen journalisten over het handelsgeschil. ‘Er zouden consequenties aan vast kunnen zitten.’ Maar, zei hij, Rwanda en andere landen in Afrika ‘moeten groeien en eigen industrieën opzetten’.

    Vroeger produceerde Rwanda, net als andere Oost-Afrikaanse landen, het grootste deel van zijn kleding zelf. Maar in de jaren tachtig werkten regionale leiders samen met de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds om hun economieën open te stellen en meer handel toe te laten. Dat resulteerde in een toevloed van goedkope import. De Rwandese genocide in 1994 bracht verdere schade toe aan de lokale industrie. De kleding die nu in Rwanda voor de lokale markt wordt geproduceerd, is voornamelijk erg duur en gericht op stedelingen met een goede baan.

    De regering van Kagame lanceerde onlangs ‘Made in Rwanda’, een campagne om lokale productie aan te moedigen en te subsidiëren. Tot nu toe heeft die echter nog weinig vooruitgang geboekt. Het luxemerk Kate Spade laat in Rwanda handtassen in elkaar zetten voor de export, en twee andere fabrieken hebben er hun deuren geopend – een met een Rwandese en een met een Chinese eigenaar.

    Rwanda heeft te kampen met talloze nadelen. Het is geheel door land omgeven en ligt ver van zeehavens, de binnenlandse markt is klein en arm, en er is een gebrek aan goed opgeleide arbeiders. Het zal niet snel het volgende Vietnam of Bangladesh worden.

    Rwandezen zoeken tweedehandskleding uit op een markt in de hoofdstad Kigali. – © Getty Images
    Rwandezen zoeken tweedehandskleding uit op een markt in de hoofdstad Kigali. – © Getty Images

    De Rwandese kledingindustrie is nauwelijks gegroeid en de markt voor tweedehandskleding – die chagua wordt genoemd, van het Swahilische woord voor ‘kiezen’ – is ingezakt vanwege de nieuwe invoerrechten, terwijl er meer dan 18.000 mensen werkzaam zijn. ‘Ik heb mijn prijzen moeten verdriedubbelen,’ zegt Zaetzev Sibomana (26), die tweedehandskleding verkoopt op de markt in de wijk Nyamirambo in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. ‘Ze hebben de branche vernietigd en daarmee mijn spaarcentjes. Ik woon nog bij mijn ouders.’ De eigenaren van de winkel naast hem zijn de goedkope, Chinese kleding gaan verkopen die nu de Amerikaanse tweedehandskleren vervangt. Die Chinese kleren zijn nieuw, waardoor ze niet onderworpen zijn aan de hoge invoerrechten.

    Isai Mugabo, een van de winkeleigenaren, is niet blij met die verschuiving. Chagua was chiquer dan de Chinese kleren, mensen konden zich er modieus in voelen, zegt hij. ‘De meeste van mijn klanten gaan nu ontevreden de winkel uit. Vroeger vonden ze altijd wel iets unieks, maar nu gaat iedereen weg met hetzelfde overhemd. Ze lopen nu allemaal rond in een soort Chinees uniform.’

    ‘Banenverlies in VS’

    De belangrijkste Amerikaanse handelsvereniging voor tweedehandskleding, de Secondary Materials and Recycled Textiles Association, riep vorig jaar Amerikaanse handelsvertegenwoordigers op kritiek te leveren op de gestegen importheffingen van de Oost-Afrikaanse landen. Volgens hen hadden de maatregelen al een ‘dramatische, negatieve invloed’ op de Amerikaanse industrie. De industriegroep zei dat er 5000 banen in de private sector plus 19.000 posten bij non-profitorganisaties verloren waren gegaan, en dat uiteindelijk 40.000 Amerikaanse banen ‘negatieve invloeden’ konden ondervinden door de verhoogde heffingen. Een verzoek om een interview werd door de groep afgewezen.

    Drie onafhankelijke analisten zetten vraagtekens bij het berekende banenverlies in de industrie. ‘Die aantallen klinken absurd hoog,’ zegt Todd Moss, een voormalig Amerikaans plaatsvervangend staatssecretaris voor Afrikaanse Zaken, die nu staflid is van het Center for Global Development, een denktank. Hij en anderen hebben kritiek geleverd op de acties van de regering-Trump. ‘Het is buitengewoon schadelijk om te zien hoe de grootste economie ter wereld – om irrelevante, mercantilistische redenen – een Afrikaanse partner straft en intimideert,’ zegt Moss.

    Ambtenaren van de regering-Trump zeggen echter dat een strengere naleving van internationale overeenkomsten essentieel is om het handelsbeleid weer in evenwicht te brengen in het belang van Amerikaanse arbeiders. En Amerikaanse functionarissen merken op dat Oost-Afrikaanse landen zich moeten houden aan wat ze hebben afgesproken toen ze het akkoord, dat hun vele voordelen oplevert, sloten.

    Kagames woordvoerder wilde geen commentaar leveren op dit artikel, evenmin als Rwanda’s ministerie van Handel.

    ‘Wij in Rwanda willen duurzame dingen: kleren die lang meegaan, banen die blijven bestaan, een industrie die blijft bestaan’

    Op de korte termijn zou het handelsgeschil gunstig kunnen uitpakken voor China. In haar kritiek op de Oost-Afrikaanse verhoging van invoerrechten op tweedehandskleding voerde de Amerikaanse Handelsvertegenwoordiging aan dat Chinese import ‘een veel groter gevaar oplevert voor de Oost-Afrikaanse binnenlandse industrieën’ dan Amerikaanse tweedehandskleding. De Chinese kledingexport naar Oost-Afrika was in 2016 goed voor 1,2 miljard dollar, ‘een factor vier groter dan de waarde van tweedehandskleding’, schreef de instantie.

    Leveranciers van tweedehandskleding in Kigali zeggen dat zij en hun klanten zich in de steek gelaten voelen door de handelsverschuivingen. ‘Wij in Rwanda willen duurzame dingen: kleren die lang meegaan, banen die blijven bestaan, een industrie die blijft bestaan,’ zegt Nadine Ingabire, die al tien jaar chagua verkoopt. ‘Zover zijn we nog niet. We hebben chagua nodig tot we wel zover zijn. Die keus is noodzakelijk. Het is niet ideaal om alleen chagua te hebben, maar alleen goedkope Chinese kleding hebben is dat ook niet. En tegen mensen die zeggen ‘Koop in Rwanda gemaakte kleding’, zeg ik: niet iedereen kan zich een klerenkast vol zondagse kleren veroorloven.’

    Auteurs: Max Bearak en David J. Lynch
    Vertaler: Tineke Funhoff

  • Detentiecentra zijn wreed, maar de woestijn is erger

    Detentiecentra zijn wreed, maar de woestijn is erger

    Het zerotolerancebeleid van de regering-Trump heeft de zuidelijke grens van de VS veranderd in een gebied waar de kwetsbaarste mensen op aarde de dood vinden of verdwijnen. Volgens voormalig Border Patrol-agent Francisco Cantú heeft de situatie een kritiek punt bereikt – niet vanwege de criminaliteit, maar vanwege de minachting voor het menselijk leven.

    In de drieënhalf jaar dat ik bij de United States Border Patrol werkte, van 2008 tot 2012, had ik de grootste moeite met het Amerikaanse immigratiebeleid op de momenten dat ik het probeerde uit te leggen aan de mensen die er het directst bij betrokken waren.

    Tijdens een grenspatrouille werd ik een keer aangesproken door een vrouw aan de andere kant. Ze hunkerde naar informatie over haar zoon. Ze wist niet waar, of hoe lang geleden, hij de grens was overgestoken, ze wist niet of hij werd vastgehouden of dat hij ergens onderweg was verdwaald. Ze wist niet eens of hij nog wel in leven was.

    Het kost me moeite om me te herinneren wat ik tegen haar heb gezegd. Het zou kunnen dat ik heb uitgelegd dat het oversteken van de grens er vaak op neerkomt dat je dagen of weken door de woestijn loopt. Het zou kunnen dat ik haar heb aangeraden haar zoon als vermist op te geven. Het zou kunnen dat ik haar het nummer heb gegeven van een telefonische hulplijn waar de naam en de geboortedatum kunnen worden vergeleken met iemand in het immigrantendetentiesysteem – iemand die door de Amerikaanse overheid wordt gezien als een misdadiger, als een lichaam dat een bed in beslag neemt in een particulier detentiecentrum. Iemand die, voor de vrouw die trillend achter het hek stond, álles betekende.

    Na een maand van verontwaardiging over de onmenselijkheid van het zerotolerancebeleid van president Trump, zijn we de afgelopen weken getuige geweest van een stroom van verwarrende en uiteenlopende verklaringen omtrent immigratie: de president heeft voorgesteld immigranten zonder papieren het recht op een eerlijke rechtsgang te onthouden, minister van Justitie Jeff Sessions is er heel stellig in dat iedere volwassene die illegaal de grens oversteekt dient te worden vervolgd, het hoofd van de Customs and Border Protection heeft laten weten dat gezinnen hun proces weer in vrijheid mogen afwachten. Ondertussen zijn duizenden kinderen en ouders van elkaar gescheiden en zitten ze vast in een web van opvanglocaties en detentiecentra, die worden geleid door non-profitorganisaties of door particuliere gevangenis-, beveiligings- en defensieorganisaties.

    Manifeste misstand

    Het is belangrijk dat we ons realiseren dat deze crisis, veroorzaakt door een regering-Trump die ouders en kinderen scheidt, slechts de meest manifeste misstand is van een al tientallen jaren lopend project om een ‘uitzonderingstoestand’ te creëren aan onze zuidelijke grens. Dit concept werd in de nasleep van 11 september gebruikt door de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben om de noodtoestand te duiden die door verschillende regeringen werd uitgeroepen teneinde verschillende rechten en vormen van bescherming in te trekken of op te schorten. Toen de president in april aan de grens de National Guard inzette (een maatregel die ook twee van zijn voorgangers hebben genomen), liet hij weten dat ‘de situatie aan de grens een kritiek punt heeft bereikt’. Maar welbeschouwd is het aantal mensen dat de grens oversteekt al langere tijd historisch laag – ondanks een paar recente pieken – en is de grens momenteel veiliger dan ooit. Al kun je je afvragen: veiliger voor wie?

    Wat er aan de grens gebeurt, is voor de meeste Amerikanen een ver-van-mijn-bedshow. Maar binnen de wereld van de grensbewaking heeft de militarisering van de grens geleid tot een cultuur die is doortrokken van oorlogstermen en -tactieken. Agenten van de grenspolitie noemen immigranten ‘misdadigers’, ‘vreemdelingen’, ‘lichamen’ of ‘toncs’ (mogelijk een acroniem van temporarily out of native country, of van territory of origin not known – of een verwijzing naar het geluid van de klap van een Maglite-zaklamp op het hoofd van een immigrant). De grenspolitie beschikt over drones, helikopters, infraroodcamera’s, radar, grondsensoren en gepantserde voertuigen. Maar hun dodelijkste wapen is van geografische aard – de woestijn zelf.

    De grensbewaking in de jaren negentig viel samen te vatten als ‘preventie door middel van afschrikking’. De grenspolitie trad hard op tegen migranten die in steden als El Paso de grens overstaken. Er werden muren gebouwd, er werden torenhoge budgetten vrijgemaakt en er werden talloze nieuwe mensen in dienst genomen om in de grenssteden te patrouilleren. Buiten de steden, zo was de veronderstelling, zou de meedogenloze woestijn het vuile werk opknappen en mogelijke migranten weren, ver buiten het oog van de media.

    Een kruis markeert het graf van een immigrant in Holtville, Californië, in 2016. – © John Moore / Getty Images
    Een kruis markeert het graf van een immigrant in Holtville, Californië, in 2016. – © John Moore / Getty Images

    Doris Meissner, die van 1993 tot 2000 aan het hoofd stond van de Immigration and Naturalization Service (INS), zei in The Arizona Republic dat de INS ervan overtuigd was dat ‘de geografische omstandigheden aan onze kant stonden’ en dat de stroom immigranten vanzelf zou opdrogen wanneer mensen zich zouden realiseren wat die omstandigheden behelsden.

    Maar zelfs toen duidelijk werd dat grote aantallen mensen evengoed de tocht door de woestijn maakten en er jaarlijks honderd of meer mensen door de ontberingen het leven lieten, hield de overheid vast aan haar beleid. ‘Op geen enkel moment is serieus overwogen om vanwege die consequenties de teugels aan de grens te laten vieren,’ erkent Meissner. Met andere woorden: alles bleef bij het oude, in de wetenschap dat er migranten om het leven kwamen.

    De grenspolitie beroept zich geregeld op de zoekacties die ze uitvoeren, om te laten zien dat ze in zekere zin een humaan beleid voeren. Maar dat is net zoiets als brandweerlieden die een bedankje willen omdat ze een brand hebben geblust die hun eigen baas heeft aangestoken. Doordat ik een training kreeg als ambulancebroeder, kon ik me vastklampen aan de gedachte dat ik de migranten hielp, en zo kon ik mijn ogen sluiten voor het feit dat ik deel uitmaakte van een systeem dat hen de dood in dreef. Dergelijke redeneringen verhullen ook de wreedheid van de grenspolitie: ik heb meegemaakt dat agenten groepen migranten over een verlaten gebied verspreidden en hun watervoorraad vernietigden, handelingen die ook uitvoerig zijn beschreven door mensenrechtenorganisaties.

    CNN bracht onlangs aan het licht dat de grenspolitie een lager aantal sterfgevallen onder migranten heeft geregistreerd dan in werkelijkheid het geval was

    Het zerotolerancebeleid van de huidige regering stoelt op dit idee van afschrikking. In een interview op Fox News legde Laura Ingraham minister Sessions het vuur na aan de schenen. Op haar vraag of kinderen van hun ouders werden gescheiden met de bedoeling mensen te ontmoedigen de grens over te steken, erkende hij uiteindelijk: ‘Ja, hopelijk komt de boodschap nu over.’

    De regering heeft laten weten dat zelfs dit beleid ‘humanitair’ is, deels omdat het toekomstige migranten ervan kan weerhouden hun kinderen deze gevaarlijke tocht te laten ondernemen. Daarmee wordt voorbijgegaan aan bewijs dat gedurende vele decennia is vergaard: ongeacht de hel die migranten moeten doorstaan om de grens over te steken, zullen ze de gok wagen om te kunnen ontsnappen aan de concretere dreiging van geweld in hun thuisland, om zich te herenigen met hun gezin of om in ieder geval iets van economische zekerheid te verwerven.

    Beleidsmakers gaan er ook aan voorbij dat een strengere grensbewaking vrijwel altijd de netwerken van mensensmokkelaars, die vaak aan een kartel zijn verbonden, in de kaart speelt. Die zien het als een kans om de prijs op te drijven en kwetsbare migranten over te halen een nog riskantere oversteek te wagen om maar niet gepakt te worden.

    Jason de León, die aan het hoofd staat van het Undocumented Migration Project, zegt dat de overheid immigranten zonder papieren ziet als ‘mensen wier leven geen enkele politieke of sociale waarde heeft’ en ‘mensen wier dood weinig tot niets betekent’. Deze devaluatie van het leven van migranten is geen kwestie van retoriek: CNN bracht onlangs aan het licht dat de grenspolitie een lager aantal sterfgevallen onder migranten heeft geregistreerd dan in werkelijkheid het geval was. In de officiële overzichten van meer dan zesduizend doden in zestien jaar zijn zeker vijfhonderd sterfgevallen weggelaten – er worden dus letterlijk levens uitgevaagd.

    Kritiek punt

    De logica van afschrikking verschilt niet zo veel van de logica van oorlogsvoering: de grens is erdoor veranderd in een gebied waar de uitzonderingstoestand geldt, een gebied waar de kwetsbaarste mensen op aarde de dood vinden of verdwijnen, een gebied waar kinderen worden losgerukt van hun ouders om een boodschap af te geven: je bent hier je leven niet zeker. In die zin heeft de situatie aan de grens een kritiek punt bereikt – niet vanwege de criminaliteit, maar vanwege de minachting voor het menselijk leven.

    We mogen niet wegzakken in onverschilligheid. In de nasleep van de hevige protesten tegen het uiteenrukken van gezinnen, die in het hele land hebben geklonken, is het nu van wezenlijk belang dat we onze woede richten op het barbaarse beleid dat dit mogelijk heeft gemaakt.

    Auteur: Francisco Cantú
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Francisco Cantú studeerde Internationale Betrekkingen en ging daarna in dienst bij de US Border Patrol, als tweetalige grenswacht van Mexicaanse komaf. Hij moest uitgeputte en uitgedroogde landgenoten detineren, wanhopige mannen, vrouwen en kinderen. Hij moest drugspartijen onderscheppen en dode lichamen bergen. Totdat hij er psychisch niet meer tegen kon en ontslag nam. Over zijn ervaringen aan de grens schreef hij The Line Becomes a River, Dispatches from the Border, in het Nederlands vertaald door Molly van Gelder (De streep wordt een rivier. Berichten van de grens) en uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 571.500

    Krant der kranten. Won meer Pulitzerprijzen dan enig ander medium. Motto: ‘All the news that’s fit to print.’