Tag: verkiezingen

  • Niet te veel praatjes krijgen, Democraten

    Niet te veel praatjes krijgen, Democraten

    Bij recente tussentijdse verkiezingen in diverse Amerikaanse staten, waaronder Virginia, herstelden de Democraten zich van de pijnlijke nederlaag tegen Trump. Toch is er geen reden tot juichen, waarschuwt The Baltimore Sun. Het ontbreekt de versplinterde partij nog steeds aan een gezamenlijk programma.

    Maandenlang werd de race om het gouverneurschap in Virginia gezien als een graadmeter van het Democratische vermogen om zich te herstellen, nadat de partij in de strijd om het presidentschap in 2016 zo verbijsterend verloren had van Donald Trump. De verkiezingsresultaten op dinsdag 7 november waren zo goed als de Democraten maar hadden kunnen hopen. De polls hadden een nek-aan-nekrace voorspeld, maar de Democratische kandidaat, Ralph Northam, versloeg de Republikein Ed Gillespie ruim, met negen punten, en de Democraten haalden veertien zetels binnen in het Huis van Afgevaardigden van de staat. De Democraten domineerden niet alleen in Virginia. Ze wonnen het gouverneurschap van New Jersey, zetels in de wetgevende macht in Georgia en een Senaatszetel in de staat Washington die hun de totale controle geeft over de gouverneursposten en de wetgevende instellingen langs de westkust. Kiezers in Maine besloten in grote meerderheid Medicaid uit te breiden in het kader van de Affordable Care Act, en een vooraanstaande sociaal-conservatief in het Huis van Afgevaardigden in Virginia verloor van een politieke nieuwkomer die toevallig een transgendervrouw is. Exitpolls en opkomstcijfers wezen op een anti-Trump-golf, waardoor de traditionele zwakte van de Democraten tijdens verkiezingen die niet om het presidentschap gaan, meer dan teniet werd gedaan. Analisten suggereren nu dat de partij, na de tussentijdse verkiezingen die volgend jaar plaatsvinden, een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden zou kunnen hebben.

    De Democraat Ralph Northam versloeg zijn Republikeinse tegenstander Ed Gillespie met negen punten. – © Win McNamee / Getty
    De Democraat Ralph Northam versloeg zijn Republikeinse tegenstander Ed Gillespie met negen punten. – © Win McNamee / Getty

    We kunnen alleen maar zeggen: niet 
te veel praatjes krijgen, Democraten. De vele overwinningen van de partij kunnen de scheuren die ze in 2016 heeft opgelopen niet dichten. Democraten konden eigenlijk nergens eensgezind achter staan; het enige wat hen bond, was antipathie jegens president Trump. Vóór de verkiezingen was de publicatie van de openhartige memoires van de gewezen interim-partijvoorzitter Donna Brazile voor de Democraten hét politieke verhaal van de week. Daarin wordt gedetailleerd verteld over de combinatie van mismanagement, gemiste kansen en overmoed, waardoor de kandidatuur van Clinton vorig jaar tot mislukken gedoemd was. Brazile beschuldigt de Clinton-campagne ervan het nominatieproces te hebben gekaapt en de partijleiding te hebben gedwongen tot een fondsenwervingsstrategie die het mogelijk maakte te sjoemelen met de voorverkiezingen, ten koste van de linkse senator Bernie Sanders van Vermont. Brazile zei erbij dat de Clinton-campagne niets illegaals heeft gedaan. Maar er werd wel een wig gedreven tussen de coalitie van hervormers uit de middenklasse, arbeidsactivisten, minderheden en door de Obama-campagnes verenigde jonge mensen, die groot genoeg was om Trump een beslissende overwinning in het kiescollege te bezorgen, ondanks het feit dat hij op de verkiezingsdag minder stemmen kreeg dan Clinton.

    Op 7 november boekten de Democraten veel overwinningen, omdat de kiezers zo graag een anti-Trump-boodschap wilden afgeven. Maar bij de tussentijdse verkiezingen van volgend jaar zal dat veel moeilijker worden

    Op 7 november boekten de Democraten veel overwinningen, omdat de kiezers zo graag een anti-Trump-boodschap wilden afgeven. Maar bij de tussentijdse verkiezingen van volgend jaar zal dat veel moeilijker worden. De Democraten moeten drie zetels veroveren om een meerderheid in de Senaat te verkrijgen, maar ze verdedigen 25 van de 33 zetels die volgend jaar opnieuw gekozen moeten worden, en ze moeten die allemaal winnen in staten waar het naar verwachting een nek-aan-nekrace gaat worden. De Democraten dienen 24 zetels te veroveren om het Huis van Afgevaardigden te domineren, en ondanks polls die een Democratische voorsprong van dubbele cijfers aantonen zal dat nog een zware taak worden, gezien alle gekonkel over de verdeling van de kiesdistricten.

    Opvallende verschuivingen in tussentijdse verkiezingen doen zich met enige regelmaat voor, maar het is veel moeilijker om zonder een duidelijke agenda te winnen. De Democraten, die nog steeds ruziën over de Hillary vs. Bernie-strijd in de voorverkiezingen, hebben geen andere agenda dan oppositie voeren tegen alles wat Trump doet of zegt.

    Toegegeven, de Republikeinen zijn net zo verdeeld als de Democraten, zo niet erger, en de uitdagingen waarvoor zij zich gesteld zien waren op de dinsdag van de verkiezingen duidelijk zichtbaar. In Virginia begon Gillespie, gewezen voorzitter van het Republikeins Nationaal Comité en adviseur van president George W. Bush, aan de race om het gouverneurschap met een onberispelijke staat van dienst en nauwe banden met belangrijke partijdonoren. Maar omdat er tijdens de voorverkiezingen ter rechterzijde aan hem werd getwijfeld en polls aantoonden dat hij achterlag op Northam, begon Gillespie de oorlogszuchtige en tweedracht zaaiende campagneretoriek over misdaad, immigratie en andere controversiële kwesties van Trump over te nemen, al hield hij enigszins afstand van de president zelf. Dat deed hem de das om.

    Nu we 2018 naderen, wordt het duidelijk dat noch het etnische nationalisme van de Republikeinen noch de identiteitspolitiek van de Democraten de verdeeldheid in de Amerikaanse maatschappij kan overbruggen, of antwoord kan geven op de problemen die ons in de eenentwintigste eeuw te wachten staan. Die kwestie werd die dinsdag voor de Democraten verdoezeld door een anti-Trump-spirit, maar dat gaat moeilijker worden in 2018, en in 2020 is het misschien zelfs onmogelijk. We hebben gezien wat er de vorige keer gebeurde toen Trump het opnam tegen een versplinterde Democratische Partij. Ondanks de kritiek van machtige figuren zoals ex-president George W. Bush en de senatoren Bob Corker, Jeff Flake en John McCain, blijft Trumps basis hem onverminderd steunen. De Democraten hebben een programma nodig en kandidaten die eenzelfde doel nastreven. De verkiezingen van dinsdag hebben aangetoond dat de Democraten na de verkiezing van Trump terug kúnnen komen, maar niet dat het onvermijdelijk is.

    The Baltimore Sun
    VS | dagblad | oplage 270.000

    Aan de misdaadverhalen van David Simon voor deze krant uit 1938 hebben wij The Wire 
te danken.

  • Weet Mark Zuckerberg zelf nog wel wat Facebook is?

    Weet Mark Zuckerberg zelf nog wel wat Facebook is?

    De kritiek op Facebook zwelt aan. Uitgevers, politici en antitrustwaakhonden vinden dat het sociale netwerk te veel macht krijgt. Oprichter Mark 
Zuckerberg reageerde met een zesduizend woorden tellend manifest. Maar misschien is zijn kindje hem wel boven het hoofd gegroeid, schrijft 
New York Magazine. ‘Facebook is zo groot en veelomvattend geworden dat 
we er met ons verstand niet meer bij kunnen.’

    Mark Zuckerberg was net terug van vaderschapsverlof en wilde iets zeggen over Facebook, democratie en verkiezingen, en over wat zijn geesteskind terug kon doen voor de hegemonie 
die de wereld het had geschonken. Een paar weken eerder, begin september, had zijn chef veiligheid toegegeven 
dat Facebook voor 100.000 dollar aan advertenties had verkocht aan trollen gelieerd aan het Kremlin die de Amerikaanse verkiezingen probeerden te beïnvloeden. Op 21 september sprak Zuckerberg zijn volgers live toe in een videoboodschap waarvan de tekst ook op zijn Facebookpagina werd geplaatst. Hij beloofde meer middelen uit te trekken voor de Facebookteams die verantwoordelijk zijn voor de beveiliging en voor het eerlijke verloop van verkiezingen, om zo ‘het democratische proces proactief te versterken’.

    Als concrete maatregel kondigde hij aan dat ‘politieke reclame transparanter moet zijn’. Binnenkort moet op Facebook bij elke politieke advertentie vermeld worden ‘welke pagina’ ervoor betaalt (‘Ik ben Epic Fail Memes en ik sta achter deze boodschap’). Ook zal elke advertentie voor iedereen te zien zijn, waarmee feitelijk een eind komt aan wat wel dark advertising wordt genoemd: ‘gesponsorde’ Facebookberichten die alleen bij specifieke 
doelgroepen op de tijdlijn verschijnen. Zuckerberg trok een vergelijking met oude media als radio en tv, waar ook altijd wordt vermeld wie er voor een politiek spotje heeft betaald. ‘We gaan de lat voor transparantie op Facebook nog hoger leggen’, schreef hij.

    Die belofte was tot op zekere hoogte strijdig met de aankondiging eerder die dag van een aantal nieuwe instrumenten waarmee bedrijven hun advertenties specifiek kunnen richten op Facebookgebruikers die een winkel hebben bezocht. We zijn het al gewend om na één bezoekje aan een schoenensite wekenlang te worden bestookt met advertenties voor schoenen; datzelfde kan je voortaan overkomen als je gewoon naar de schoenwinkel om 
de hoek bent geweest. Dus terwijl Facebook de offlinewereld nog verder in zijn netten wil verstrikken, probeert Zuckerberg met zijn belofte van transparantie iedereen gerust te stellen dat het bedrijf zich wel aan de offline-
politieke orde onderwerpt.

    Dat is een lovenswaardig streven. Maar toen ik de verklaring las, bleef ik haken aan één zinnetje: ‘We hebben ons ingezet voor een eerlijk verloop van de Duitse verkiezingen dit weekend.’ Een geruststellende mededeling die duidelijk maakt dat Zuckerberg en Facebook het vertrouwen in het systeem willen herstellen. Maar… het is geen taal die 
je verwacht van een mediaorganisatie, zelfs niet van een heel grote. Dit is de taal van regeringen of politieke partijen of ngo’s. Een particulier bedrijf dat zich eenzijdig inzet voor een eerlijk verloop van verkiezingen in een land waar het niet eens gevestigd is? Ik kan eigenlijk maar twee andere bedrijven bedenken van wie je zo’n mededeling zou kunnen verwachten: Diebold, de verguisde fabrikant van ondeugdelijke elektronische stembussen, en Academi, voorheen Blackwater, het huurlingenbedrijf waarvan de oprichter maar blijft zeggen dat hij Afghanistan zo graag zou runnen. Geen respectabel gezelschap.

    Duizelingwekkende omvang

    Wat is Facebook? Je kunt het over de omvang hebben. Het aantal gebruikers is groter dan de bevolking van welk land dan ook, groter zelfs dan van ieder werelddeel, op Azië na. De groep ‘maandelijks actieve Facebookgebruikers’ is met twee miljard mensen zelfs de op een na grootste deelverzameling mensen op aarde (afgezien van indelingen naar biologische kenmerken): alleen de verzameling christenen is groter. En met zijn gestage groei, die al jaren 17 procent bedraagt, kan Facebook nog voor het eind van dit jaar ook die groep in omvang voorbijstreven en 
volgend najaar twee derde van de hele wereldbevolking omvatten. Buiten China, waar de site sinds 2009 verboden is, wordt er van elke vijf minuten op internet één doorgebracht op Facebook. In landen waar pas sinds kort grote aantallen mensen op internet zijn 
aangesloten, zoals Myanmar en Kenia, is internet min of meer synoniem met Facebook.

    Maar net als bij het internet zelf is 
de duizelingwekkende omvang van Facebook eigenlijk niet te bevatten – niet alleen het aantal gebruikers, maar ook de onafzienbare verscheidenheid aan activiteiten en functies, van simpele herinneringen aan verjaardagen tot de bescherming van de liberale democratie. Als ik door de berichten scrol en overweeg om me aan te sluiten bij een discussiegroep voor mensen 
die denken dat de aarde plat is, is het bijna onbegrijpelijk dat dit dezelfde site is waarvan het Congres de directie wil horen over hun rol in de presidentverkiezingen. Of dat de site die ik gebruik om vrienden voor een feestje uit te nodigen ook de inzet is van een internationale rel over het verdoezelen van de etnische zuivering van de Rohingya in Myanmar.

    schermafbeelding 2017 10 31 om 2 02 16 pm

    Facebook is zo groot en alomvattend geworden dat we er met ons verstand niet meer bij kunnen. Het is net een vierdimensionaal lichaam waarvan we alleen iets ontwaren als het onze driedimensionale wereld doorsnijdt. In de ene context lijkt het net een tv-zender, in de andere een ngo. John Lanchester schreef onlangs in de London Review of Books dat het bedrijf wel pretendeert 
de wereld te verbinden, maar in feite vooral bestaat om gebruikersdata te verzamelen die het aan adverteerders kan verkopen. Dat mag zo zijn, maar het verdienmodel zegt niet alles over de wijze waarop Facebook de wereld vormgeeft. Het afgelopen jaar heb ik vergelijkingen met de meest uiteenlopende verschijnselen gehoord, en ik had vaak het gevoel dat er nog tientallen andere parallellen te trekken zijn. Ik hoorde bestuurlijke metaforen (Facebook is als een staat, de EU, de katholieke kerk, de Verenigde Federatie van Planeten uit Star Trek) en zakelijke metaforen (een spoorbedrijf, een winkelcentrum), materiële metaforen (een dorpsplein, een snelweg, een elektriciteitsnet) en economische (een Speciale Economische Zone, een Gosplan). 
En tegenover elk helder en concreet beeld stond ook weer een vage en vergezochte vergelijking: een onzichtbare Oude God. Een eskader aliens dat de wereld verovert.

    Dat we niet goed snappen wat Facebook is, heeft reële gevolgen. Koning-keizer-kardinaal Zuckerberg lijkt zelf ook te zijn overrompeld door de rol die Facebook het afgelopen jaar in de wereldpolitiek kreeg. Hoe kunnen 
wij er dan gerust op zijn dat Facebook inderdaad de democratie zal beschermen? Moeten wij niet eerder de democratie beschermen tegen Facebook?

    Als je iets in het leven hebt geroepen dat een kruising is van staat, kerk, spoormaatschappij, winkelcentrum en kolonie van aliens, en je wilt die nieuwe entiteit doorgronden en uitbreiden, dan moet je met je burgers/gelovigen/passagiers/klanten/onderdanen gaan praten

    Het duidelijkste symptoom van deze verwarring over de maatschappelijke rol van Facebook, en daarmee van 
Zuckerberg, was het gerucht dat hij een gooi naar het presidentschap wil doen. Zuckerberg stelt zich elk jaar een ‘persoonlijke uitdaging’, een soort nieuwjaarsvoornemen in miljardairsstijl, waarover hij in de loop van het jaar updates op zijn Facebookpagina plaatst. Die nauwkeurig uitgedachte en uitgevoerde voornemens zijn het enige wat zijn volgers ooit van zijn zorgvuldig afgeschermde privéleven zullen zien. In de commentaren onder zijn statusupdates verdringen ze zich als de massa’s bij Buckingham Palace om de baas van Facebook te prijzen, aan te moedigen en tekeningen van hem te uploaden.

    Dit jaar heeft Zuckerberg zichzelf de uitdaging gesteld om te gaan praten met mensen in alle staten van de VS waar hij nog nooit is geweest. De eerste staat waar hij kwam was Texas, in januari. Sindsdien heeft hij nog 24 andere staten bezocht. Hij blijft categorisch ontkennen dat hij warmdraait voor een verkiezingscampagne. En afgaande op wat ik hoor van diverse mensen die hij op deze uitstapjes heeft ontmoet, en van strenge Facebookvorsers, neig ik ertoe om hem te geloven. Hij beperkt zich tot gesprekken 
in kleine kring of onaangekondigde bezoekjes. Geen toespraken, geen grote zalen, geen kusjes voor kinderen. Hij doet geen beleidsvoorstellen en mengt zich hoogst zelden en op bescheiden toonhoogte in politieke discussies.

    Toch hebben die uitstapjes wel iets weg van een campagne – in ieder geval van het soort ‘luistercampagnes’ die politici soms organiseren om, voordat ze zich kandidaat stellen, kiezers ervan te overtuigen dat ze het hart op de juiste plaats hebben.

    Tot op zekere hoogte is die speculatie in de media natuurlijk zijn eigen schuld. Hij koos er zelf voor om zich 
te laten fotograferen terwijl hij zat te eten of naar machines stond te staren. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat die onophoudelijke 
speculatie ook een symptoom is van ons onvermogen om Facebook te doorgronden. Als Zuckerberg zichzelf klaarstoomt voor het presidentschap, is Facebook gewoon een groot en bekend bedrijf met een directeur die politieke ambities heeft binnen het herkenbare politieke kader van de Amerikaanse democratie. Maar als Facebook groter, nieuwer en ondoorgrondelijker is dan een gewoon bedrijf, is deze tournee ook groter, nieuwer en ondoorgrondelijker dan een gewone presidentscampagne. Misschien is het een vorm van onderzoek en ontwikkeling, komt hij kijken hoe onze menselijke verhoudingen in elkaar steken, zodat Facebook daar beter op kan inspringen. Misschien is Facebook een kerk en komt Zuckerberg de mensen zijn zegen geven. Misschien is Facebook een staat binnen de staat en is Zuckerberg zijn grenzen aan het inspecteren. Misschien is Facebook een opkomende politieke gemeenschap en wil Zuckerberg de banden met zijn achterban aanhalen. Misschien is Facebook een politiestaat en Zuckerberg een dictator op een propagandatournee. Misschien is Facebook een parallelle macht, een netwerk dat naast de Amerikaanse overheid zijn werk doet en die overheid beconcurreert, en wil Zuckerberg zijn greep op die macht verstevigen. Misschien is Facebook een eskader buitenaardse ruimteschepen dat de wereld gekoloniseerd heeft en wil onderkoning Zuckerberg zijn onderdanen voor zich winnen.

    Of misschien is het allemaal veel simpeler: als je een bedrijf hebt en je wilt dat verbeteren, moet je met je klanten gaan praten. Als je iets in het leven hebt geroepen dat een kruising is van staat, kerk, spoormaatschappij, winkelcentrum en kolonie van aliens, en je wilt die nieuwe entiteit doorgronden en uitbreiden, dan moet je met je burgers/gelovigen/passagiers/klanten/onderdanen gaan praten.

    schermafbeelding 2017 10 31 om 1 58 46 pm

    Zuckerbergs tournee was het meest in het oog springende onderdeel van een bedrijfsbreed zelfonderzoek dat al snel na de presidentsverkiezingen op gang kwam. Facebook ging bij zichzelf te rade na de felle kritiek in de media op de lakse manier waarop het met de stortvloed aan ‘nepnieuws’ was omgesprongen. Aanvankelijk vond Zuckerberg niet dat het bedrijf hierin een eigen verantwoordelijkheid droeg. Twee dagen na de verkiezingen zei hij op een conferentie tegen een volle zaal: ‘De gedachte dat nepnieuws op Facebook, een miniem deel van de totale content, de verkiezingen op enige wijze zou hebben beïnvloed, vind ik persoonlijk nogal belachelijk.’ Enkele dagen later legde hij op Facebook uit waarom er geen drastische maatregelen tegen desinformatie werden genomen: ‘Op dit vlak moeten we volgens mij heel voorzichtig zijn. Het is altijd lastig om te zeggen wat “de waarheid” is.’ Facebook heeft van oudsher altijd geweigerd het waarheidsgehalte van gebruikersberichten te beoordelen. 
Het wilde zichzelf graag zien als een liberaal instituut in de klassieke zin, dat alle ruimte geeft aan een open en vrij debat – zolang je maar geen foto’s plaatst waarop een tepel te zien is.

    Die bewust liberale houding kon kritiek niet voorkomen. Facebook heeft onmiskenbaar een rol gespeeld in de verkiezingen. Tussen 23 maart 2015 (toen Ted Cruz zich kandidaat stelde) en november 2016 hebben 128 miljoen Amerikaanse gebruikers bijna tien miljard statusupdates, gedeelde berichten, likes en commentaren over de verkiezingen geproduceerd. Ter vergelijking: er gingen in totaal 137 miljoen mensen naar de stembus. Maar wat gepresenteerd werd als een democratisch platform, zo open als een dorpsplein, bleek in feite een hecht weefsel van parallelle media-ecosystemen en politieke infrastructuren, waarop de reguliere media noch de politieke partijen enige greep hadden en dat als een sloopkogel door het politieke landschap raasde.

    Zuckerbergs toer door de VS. 1. Januari: Dallas, Texas, 2. April: Blachardville, Wisconsin, 3. April: Dearborn, Michigan, 4. Juli: Piedmont, South Dakota, 5. Williston, North Dakota, 6. Juli: Alaska, 7. September: Philadelphia, Pennsylvania.
    Zuckerbergs toer door de VS. 1. Januari: Dallas, Texas, 2. April: Blachardville, Wisconsin, 3. April: Dearborn, Michigan, 4. Juli: Piedmont, South Dakota, 5. Williston, North Dakota, 6. Juli: Alaska, 7. September: Philadelphia, Pennsylvania.

    Niet alleen het geschrokken media-establishment stoorde zich aan de schijnneutraliteit van Facebook. Ook binnen Facebook zelf begon het te gisten. Eind november vorig jaar maakte BuzzFeed melding van een geheime ‘taakgroep’ die binnen het bedrijf op eigen initiatief probeerde 
het probleem van desinformatie aan te pakken. Minstens zo opzienbarend als het bestaan van die taakgroep was het feit dat BuzzFeed er lucht van kreeg. Onenigheid binnen Facebook is zeldzaam, het lekken van kritische geluiden is er helemaal ongehoord. Maar het mantra van de neutraliteit volstond duidelijk niet meer. Al snel plaatste Zuckerberg een statusupdate waarin 
hij maatregelen tegen desinformatie beloofde, en een maand later volgde 
de eerste van een reeks updates die daarvoor moesten zorgen.

    ‘Facebook is een nieuw soort platform. Het is geen traditioneel technologiebedrijf. Het is geen traditioneel mediabedrijf,’ zei hij in een videochat met zijn directeur Sheryl Sandberg. ‘We voelen ons verantwoordelijk voor de manier waarop het wordt gebruikt.’ En toen lanceerde hij in januari zijn ‘persoonlijke uitdaging’. Daarbij sprak hij van het ‘tumultueuze jaar’ 2016. Dat was het eerste teken dat hij zelf ook was geschrokken van de verkiezingsuitslag. Hij gaf zijn eigen analyse van de wereldwijde politieke situatie. ‘Al decennialang maken technologie en globalisering de wereld productiever en hechter verbonden’, schreef hij. ‘Dat heeft veel voordelen opgeleverd, maar heeft het leven voor veel mensen ook moeilijker gemaakt. Het heeft geleid tot een grotere verdeeldheid dan ik ooit in mijn leven heb ervaren.’

    Een opmerkelijke bekentenis van de baas van Facebook: jarenlang heeft Zuckerberg betoogd dat Facebook ‘meer openheid en verbinding in de wereld’ wilde brengen, zoals hij bij de beursgang in 2012 nog aan beleggers schreef. Nu liet hij doorschemeren dat de door Facebook gefaciliteerde ‘openheid en verbinding’ ook vreemde en gevaarlijke gevolgen kon hebben. In dat bericht in januari legde Zuckerberg de schuld nog steeds niet bij Facebook, maar hij erkende wel 
dat er schade was toegebracht aan 
de liberale politieke orde én aan 
Facebooks imago. Zijn tournee moest deze griezelig grote nieuwe macht in het Amerikaanse leven een menselijk gezicht geven. En Zuckerberg aan ideeën helpen over de wijze waarop Facebook zijn macht het best kon inzetten.

    Bomen planten

    Op 16 januari, Martin Luther Kingdag, waren leerlingen van de Talented and Gifted Magnet School in Dallas bezig een volkstuin aan te leggen toen Zuckerberg langskwam. De man die het internet en daarmee de wereld had veranderd, was naar Texas gekomen om bomen te helpen planten. (Nou ja, strikt genomen was hij in Dallas om een verklaring af te leggen in een rechtszaak tegen dochterbedrijf Oculus. Maar je wordt geen miljardair als je niet leert om met zo’n reisje twee vliegen in één klap te slaan.) ‘Wij hadden allemaal zoiets van: wat doet die hier? Het is Martin Luther Kingdag,’ grapte een van de kinderen later. Maar hij heeft drie uur samen met de scholieren in de aarde gewroet. ‘Hij trok zijn handschoen uit en stak zijn hand uit en zei: “Hallo, ik ben Mark”, alsof ik dat niet wist. Hij was heel spontaan en bescheiden, dat vond ik wel fijn,’ zei een andere leerling. Zuckerberg ging ook voor het eerst van zijn leven naar de rodeo, met burgemeester Betsy Price van Fort Worth, die hem een cowboyhoed gaf (ook de eerste van zijn leven), en hij sprak met politieagenten. Op de avond van zijn vertrek plaatste hij een statusupdate waarin hij, bijna als een koloniale socioloog, probeerde te formuleren wat hij had gezien: ‘In veel opzichten heb ik nog steeds geen helder beeld van Texas. Dit is een complexe staat, en alle mensen hier zijn veelgelaagd – als Amerikaan, als Texaan, als lid van hun lokale gemeenschap en gewoon als individu.’

    Maar al had hij geen helder beeld gekregen, hij was blijkbaar toch geïnspireerd geraakt, want een maand later plaatste hij een essay van zesduizend woorden op zijn Facebookpagina. Dat stuk, ‘Building Global Community’, is de uitgebreidste formulering van zijn kijk op de huidige politieke situatie, en de duidelijkste uitleg van wat in zijn ogen het doel van Facebook moet zijn. Net als het Communistisch Manifest begint zijn tekst met een theorie van de geschiedenis, ofwel ‘het verhaal van hoe we in steeds groteren getale bij elkaar komen – van stammen tot steden en naties’. Die groeiende schaal van menselijke interactie blijft zich verder ontwikkelen en ‘nu zijn we’, aldus Zuckerberg, ‘dicht bij de volgende stap’. Hij is niet zo dom om te zeggen dat Facebook de ‘volgende stap’ is die op de Vrede van Westfalen moet volgen. Nee, hij schrijft dat ‘de vooruitgang’ dicteert dat we ‘een wereldgemeenschap’ vormen, een global community. En goh, dat is nou grappig: toevallig bestáát er al zo’n wereldgemeenschap, namelijk Facebook.

    schermafbeelding 2017 10 31 om 1 59 46 pm

    Rond die tijd begon Facebook de leiders van de ‘meest betrokken’ gebruikersgroepen op dezelfde manier te paaien als het met adverteerders en app-ontwikkelaars doet: door ze uit te nodigen voor maandelijks topoverleg en middelen voor hen beschikbaar te stellen. En in juni, vijf maanden na de publicatie van zijn manifest (dat hij nu, misschien bang om ergens op te worden vastgepind, ‘die lap tekst’ noemt), maakte Zuckerberg bekend dat de missie van Facebook werd bijgesteld. Die luidt nu officieel dat het ‘de wereld in staat wil stellen een gemeenschap 
te vormen en mensen nader tot elkaar te brengen.’ Volgens Kate Losse, een Facebookmedewerker van het eerste uur en Zuckerbergs voormalige tekstschrijver, is dat een drastische koersverandering. ‘In de begindagen was het bedrijf zo neutraal dat het bijna eng was,’ zei ze. De eerste doelstelling die ze zich kon herinneren was iets wat Zuckerberg in vergaderingen vaak zei: ‘Ik wil gewoon een informatiestroom.’ Nu had hij het over ‘collectieve waarden van wat wel en niet door de beugel kan’. ‘Heel interessant dat het idee van een gemeenschap nu een rol speelt,’ zegt Losse. ‘Een gemeenschap, dat is bijna een kerk – een sociale structuur met normen en waarden.’

    schermafbeelding 2017 10 31 om 1 59 00 pm

    Twee dagen na het manifest verschenen Zuckerberg en zijn vrouw Priscilla Chan onaangekondigd in The Haberdasher, een cocktailbar in Mobile, Alabama. De eigenaar bood aan om 
ze af te schermen van de stamgasten, maar dat hoefde niet. ‘Wij werken 
met mensen,’ zei Zuckerberg. ‘Geen probleem.’ Ze kletsten en dronken wat met de andere klanten – een stout voor Zuckerberg en een mocktail voor Chan, die twee weken later bekendmaakte dat ze zwanger was. Ook een glaasje lokale whisky met de eigenaars sloeg Zuckerberg niet af (‘alles behalve tequila,’ zei hij erbij). Ze vertrokken tegen middernacht: ze moesten de 
volgende dag weer vroeg op om naar 
de kerk te gaan. In bijna elke staat die Zuckerberg bezocht, heeft hij ook een kerkdienst bijgewoond of met geestelijken gesproken. In Texas dronk hij koffie met predikanten, in Minnesota schoof hij aan bij de iftar van Somalische vluchtelingen, in Charleston bij een diner met notabelen. De dag daarop bracht hij een bezoek aan de kerk waar een racist in 2015 acht parochianen en de predikant doodschoot.

    Op de vraag of hij een atheïst is, antwoordde Zuckerberg vorig jaar op Facebook: ‘Nee. Ik ben joods opgevoed en heb een periode gehad dat ik met vragen zat, maar nu vind ik religie 
heel belangrijk.’ Zijn formulering is veelzeggend. In het openbaar lijkt zijn belangstelling voor godsdienst eerder sociologisch dan existentieel van aard. Na zijn bezoek aan een kerk in Mobile schreef hij op Facebook dat ‘de kerk een belangrijke rol speelt in de sociale cohesie van de gemeenschap’. Dat was het terugkerende thema van zijn uitstapjes: hoe werkt dat hele gemeenschapsgedoe eigenlijk? En als je een voorbeeld zoekt voor een sterke en duurzame gemeenschapsvorm die geografische, etnische en sociale 
grenzen overstijgt, bieden religies 
fascinerend vergelijkingsmateriaal.

    Facebook is goed omdat het een gemeenschap vormt; zo’n gemeenschap is goed omdat die Facebook mogelijk maakt. De waarden van Facebook zijn Facebook

    Maar welke gedeelde waarden kan Facebook uitdragen? Zuckerbergs eigen waarden, zoals zijn lovenswaardige steun voor migranten, vallen vaak samen met wat goed is voor Facebook. Geen idealer boegbeeld van het door Breitbart en andere hypernationalistische media zo verguisde globalisme dan Zuckerberg. Terwijl zijn platform voor die media ook het ideale instrument was om hun boodschap te verspreiden. Zuckerbergs geloof in liberalisme – en in de noodzaak om geen grote groepen gebruikers tegen zich in het harnas te jagen – gaat zo diep dat hij, na beschuldigingen van het ‘achterhouden’ van conservatieve berichten op Facebook, conservatieve kopstukken uitnodigde voor een persoonlijk gesprek om ze te verzekeren dat Facebook ook hun een stem wil geven.

    Misschien is het daarom dat hij in ‘Building Global Community’ aarzelt om de basiswaarden te schetsen van de gemeenschap die hij hoopt te bouwen. ‘Het leidende beginsel moet zijn’, schrijft hij, ‘dat onze Community Standards een afspiegeling vormen van de culturele normen van onze gemeenschap, dat iedereen zo weinig mogelijk aanstootgevende content onder ogen komt en mensen kunnen delen wat ze willen, en niet te horen krijgen dat ze iets niet mogen delen.’ Met andere woorden: het beginsel is alles wat mensen stimuleert om nog meer berichten te plaatsen. Facebooks waardensysteem lijkt niet zozeer positief alswel circulair. Facebook is goed omdat het een gemeenschap vormt; zo’n gemeenschap is goed omdat die Facebook mogelijk maakt. De waarden van Facebook zijn Facebook.

    schermafbeelding 2017 10 31 om 2 01 01 pm

    Eind september verontschuldigde Zuckerberg zich dat hij het probleem van nepnieuws al te makkelijk had weggewuifd, maar hij bleef volhouden dat de ‘bredere impact’ van Facebook op de hele politiek toch belangrijker was. Ik vermoed dat hij gelijk heeft, maar ik weet niet of hij daar blij mee moet zijn. Wat staat de politiek te wachten als dat wat hij onze ‘sociale infrastructuur’ noemt door de molen van Facebook gaat? De afgelopen presidentsverkiezingen geven een indicatie. In februari 2016 schreef internetdeskundige Clay Shirky: ‘Het bereiken 
en overtuigen van zelfs maar een fractie van het electoraat was vroeger zo’n moeilijke opgave dat slechts twee nationale organisaties daartoe in staat waren [de twee grote politieke partijen]. Nu zijn er tientallen organisaties die het kunnen.’ Om honderden miljoenen rechtse kiezers te bereiken had je vroeger het establishment van de Republikeinse Partij nodig. Maar het aantal geregistreerde Republikeinse kiezers bedroeg in 2016 maar een fractie van het aantal Amerikanen dat dagelijks Facebook gebruikt, en die zijn voor een habbekrats te bereiken. Trump kon een politieke coalitie van ontevreden Democraten en radicaal-rechtse Republikeinen smeden omdat hij dankzij de parallelle sociale infrastructuur van sociale media, met name Facebook, geen lippendienst hoefde te bewijzen aan de Republikeinse orthodoxie.

    Of neem de mate waarin de hele infrastructuur van politieke advertenties op zijn kop is gezet, met aan het Kremlin gelieerde nepaccounts die voor 100.000 dollar aan advertenties hebben gekocht. Daarmee konden ze verdeeldheid zaaien en kansloze maar voor Democraten lastige kandidaten als Jill Stein promoten. Hoeveel effect dat op de verkiezingen heeft gehad, blijft onduidelijk. Het bedrag en het aantal gekochte advertenties (‘circa drieduizend’) kan duiden op een potentieel bereik van enkele honderdduizenden tot tientallen miljoenen. In het beste geval was het weinig meer dan een frivool experiment – een manier voor het ‘Internet Onderzoeksagentschap’, de beruchte troll farm van het Kremlin, om de effectiviteit van hun methoden te testen. In het ergste geval was het een strategische poging om zwevende kiezers in doorslaggevende kiesdistricten te beïnvloeden – bijvoorbeeld blanke arbeiders in Michigan die op Obama hadden gestemd maar lid waren van anti-immigratiegroepen 
op Facebook. Die zouden dan met opruiende berichten zijn bestookt om een bepaald stemgedrag te stimuleren.

    Weinig mensen weten hoe en waar dat geld is ingezet, want Facebook wil nog steeds niet zeggen om welke ‘nepaccounts’ het gaat en op wie die het gemunt hadden. Voordat Zuckerberg in september zijn verklaring online zette, had Facebook steeds volgehouden dat het openbaren of aan het Congres verstrekken van die gegevens in strijd is met de privacywetgeving. (Wel heeft Facebook, naar verluidt op last van 
de rechter, gegevens aan de federale opsporingsdiensten overhandigd in verband met het onderzoek naar banden tussen Trumps campagneteam en de Russen.)

    Vertrouw ons maar

    De in september aangekondigde beleidswijziging van Facebook is een poging tot zelfregulering. Facebook zegt daarmee in feite: vertrouw ons nu maar, wij gedragen ons wel. Maar dat is niet zo’n denderend verkooppraatje. Facebook heeft al zo vaak misgekleund. Het grootste deel van het jaar hield het stug vol dat het geen advertenties aan Russische trollen had verkocht. Het afgelopen jaar heeft het tweemaal toegegeven misleidende cijfers aan zijn adverteerders te hebben verstrekt. Begin september werd ontdekt dat je advertenties kunt kopen die specifiek gericht zijn op mensen die zichzelf omschrijven als ‘jodenhater’. En misschien nog het belangrijkste: het is volstrekt niet duidelijk waarom we ervan kunnen uitgaan dat de belangen van Facebook samenvallen met die van de Amerikaanse overheid.

    Dit was juist zo verontrustend aan die aankondiging van Zuckerberg in september. Zoals altijd bij Facebook was de verklaring vatbaar voor verschillende interpretaties. Het is maar net welke draai je eraan geeft: van één kant gezien is het een bewonderenswaardige en hoognodige uiting van betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel van een machtige maar uiteindelijk welwillende onderneming. Van een andere kant gezien is het een geruststelling voor staatshoofden dat Facebook, al is hun netwerk nog zo wereldwijd, de soevereiniteit van afzonderlijke landen blijft eerbiedigen. (‘Rustig nu maar, meneer de premier, we snappen best dat die grenzen heel belangrijk voor u zijn.’) Van weer een andere kant bezien schrijft Facebook zichzelf hiermee een macht toe die gelijkstaat aan of zelfs groter is dan die van de staat – als een soevereine, zelfregulerende, supranationale instantie waarbinnen gewone staten opereren.

    David Banks, hoogleraar aan de State University of New York en gespecialiseerd in grote technische systemen, zegt dat wereldomspannende technische systemen zoals Facebook ‘niet in een [natuurlijke, juridische, politieke 
of sociale] omgeving willen verkeren, maar die omgeving willen zíjn’. De implicatie van Zuckerbergs aankondiging leek inderdaad te zijn dat Facebook een omgeving is waarbínnen de democratie kan bestaan. Een ‘natuurkracht’, net als de democratie zelf.

    schermafbeelding 2017 10 31 om 2 04 30 pm
    schermafbeelding 2017 10 31 om 2 04 48 pm

    Het is niet dat de macht van Facebook niet aan banden kan worden gelegd. Het probleem van de Russische advertenties kan vrij eenvoudig worden opgelost met regelgeving. ‘Het moet strafbaar zijn als buitenlandse overheden hier politieke advertenties kopen,’ zegt Tim Wu, hoogleraar aan de rechtenfaculteit van Columbia en auteur van The Attention Merchants. ‘Je moet Facebook verplichten om bij te houden waarvoor geadverteerd wordt en inzage te geven in hoeveel mensen ervoor betalen en of iedereen evenveel betaalt.’ Democraten in het Congres ijveren al voor strengere regelgeving over politieke onlineadvertenties.

    Maar de omvang van bedrijven als Facebook leidt ook tot zorgen over monopolievorming. Facebook stuit nog niet op zo veel wantrouwen als Google. Dat komt deels doordat hun monopolie moeilijker te bewijzen is, zeker binnen de Amerikaanse antimonopoliewetgeving, die de laatste jaren meer gericht is op bescherming van de consument dan op bescherming van de vrije concurrentie. Bovendien zou een rechtszaak op dit vlak pas effect sorteren als Facebook eronder zou lijden – en met een beurswaarde van 500 miljard dollar kunnen zelfs boetes van enkele tientallen miljarden het bedrijf nauwelijks pijn doen. Er zijn nog geen voorstellen gedaan om het bedrijf op te splitsen, ongetwijfeld mede omdat we zo moeilijk kunnen doorgronden wat het allemaal omvat. Wu vergelijkt Facebook met NBC, CBS en ABC in de jaren vijftig, destijds de enige drie landelijke Amerikaanse tv-zenders, die toen elke avond tientallen miljoenen mensen bereikten. Maar die tv-zenders waren van meet af aan onderworpen aan strenge regelgeving. Facebook is zonder overheidsbemoeienis tot in het diepst van ons dagelijks leven doorgedrongen door zich voor te doen als niet meer dan een doorgeefluik van informatie. ‘Facebook heeft evenveel macht om de aandacht van mensen vast te houden, maar er is geen gevoel van verantwoordelijkheid,’ zegt Wu. ‘Er zijn geen beperkingen. Geen regelgeving. Geen toezicht. Er is niets. Alleen een stel algoritmen die erop ontworpen zijn om de mensen te geven wat ze willen horen.’

    Dertien jaar herinneringen

    Dat is eigenlijk het grootste probleem voor de overheid. Enerzijds maakt die ongrijpbaarheid van Facebook me doodsbang. Anderzijds is het een hulpmiddel waarmee ik een nauwe en zelfs liefdevolle band heb. Ik heb dertien jaar aan herinneringen op Facebook staan. De eerste foto die ooit van mij en mijn partner is genomen staat erop, ergens diep verstopt in een album van iemand die ik in geen jaren heb gesproken. Facebook geeft me wat ik wil, zowel 
op de manier van een graankorrel voor de hamster in zijn tredmolentje, als op een dieper en bevredigender niveau.

    En wat vaak vergeten wordt: Facebook is een tijdje heel democratisch gerund. Van 2009 tot 2012 mochten gebruikers meestemmen over het sitebeleid. Die mogelijkheid werd maar door een miniem aantal gebruikers benut, en Facebook concludeerde uiteindelijk dat het systeem ‘eerder de kwantiteit dan de kwaliteit van bijdragen stimuleert’. In 2012 werd die vorm van inspraak verruild voor ‘een systeem dat zinvollere feedback en betrokkenheid oplevert’. Facebook was zo groot geworden, en zijn gebruikers zo lui, dat democratie niet meer werkbaar was.

    Auteur: Max Read
    Vertaler: Frank Lekens

    New York Magazine
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 437.000

    Nieuws over de sterren, de mode en het nachtleven van New York. Altijd op jacht naar schandalen en politieke crises. Deze concurrent van The Village Voice is eigendom van Rupert Murdoch.

  • Ellen Johnson Sirleaf bewaarde de vrede in Liberia

    Ellen Johnson Sirleaf bewaarde de vrede in Liberia

    In Liberia is een spannende presidentsrace gaande tussen ex-voetballer George Weah en voormalig vicepresident Joseph Boakai. Daarmee komt binnenkort een einde aan het bewind van Ellen Johnson Sirleaf, Afrika’s eerste vrouwelijke president en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. Over haar nalatenschap zijn de meningen verdeeld.

    Langs de zandweg waar Anthony Chea staat loopt een rijtje zingende kinderen voorbij, de gezichten beschilderd met witte verf. Niet ver daarvandaan staat een handvol volwassenen in een tent waar traditionele Liberiaanse muziek uit de speakers schalt. Een oudere man danst in zijn eentje. De campagne voor de presidentsverkiezingen op 10 oktober is begonnen, en Chea en zijn dorpsgenoten maken zich op voor het bezoek van Alexander Cummings, een van de kandidaten die de huidige president, Ellen Johnson Sirleaf, hoopt op te volgen.

    Chea woont in een klein plaatsje in de provincie Grand Kru. Hoewel het 560 kilometer van de hoofdstad Monrovia ligt, het centrum van de politieke macht, is de staat waarin kleine plaatsjes in het achterland verkeren illustratief voor de gemengde nalatenschap van Liberia’s eerste vrouwelijke president. Chea laat zijn blik dwalen over de zandweg vol kuilen die door het centrum van het dorp loopt, en wijst naar een waterpomp die een paar jaar geleden door een hulporganisatie is aangelegd. Het is een van de weinige waterpompen in het dorp – maar deze is defect.

    Chea hoopt dat de volgende president meer kan betekenen voor dorpen als het zijne. Hij en zijn dorpsgenoten zijn van mening dat de huidige regering meer had kunnen doen om de provincie te ontwikkelen. Ze willen betere wegen, scholen, medische voorzieningen, water. Maar Johnson Sirleaf heeft het proces wel in gang gezet, geeft Chea toe. ‘Ze kan het niet in haar eentje afmaken. Nu is het de beurt aan iemand anders om de draad op te pakken.’

    Ellen Johnson Sirleaf tijdens het U.S.-Africa Business Forum in New York, 2016. – © Michael Nagle / Bloomberg via Getty Images
    Ellen Johnson Sirleaf tijdens het U.S.-Africa Business Forum in New York, 2016. – © Michael Nagle / Bloomberg via Getty Images

    Sirleaf legt in januari, na twee ambtstermijnen van zes jaar, haar functie neer. Haar nalatenschap is lastig te duiden. Ze heeft vrouwen vooruitgeholpen, ze heeft wonden verzacht die door de burgeroorlog waren geslagen, maar haar critici vinden dat de politieke vooruitgang ten koste is gegaan van de ontwikkeling op korte termijn, en dat haar bewind wordt gekenmerkt door corruptie en nepotisme.

    Had ze het beter kunnen doen? Misschien. Maar ze had het ook veel slechter kunnen doen.

    Als eerste democratisch gekozen leider sinds het einde van de bloedige burgeroorlog stond Johnson Sirleaf bij haar aantreden in januari 2006 voor de moeilijke taak de zieltogende economie, de verwoeste infrastructuur en de lamgelegde instituties weer op te bouwen. Na twaalf jaar wordt ze alom geprezen voor het bewaren van de nog altijd kwetsbare vrede, maar veel Liberianen vinden dat ze op andere vlakken niet genoeg heeft gedaan.

    Niet dat die kritiek haar raakt.

    Op een donderdagavond zit Johnson Sirleaf aan het hoofd van een vergadertafel op de zesde verdieping in het gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Tubman Boulevard, de hoofdstraat van Monrovia. Op de muur tegenover haar hangt een geborduurde kaart van het land met daarop, keurig genaaid, alle vijftien provincievlaggen. ‘Ik kan er kort over zijn,’ zegt het 78-jarige staatshoofd luid om de herrie van een nabijgelegen bouwplaats te overstemmen. ‘Ik laat Liberia in veel betere staat achter dan waarin ik het aantrof.’

    Het land was er nog slechter aan toe dan ze zich had gerealiseerd, bleek al snel toen Johnson Sirleaf als president was geïnstalleerd – en ze moest haar ambities noodgedwongen terugschroeven. ‘We hebben niet de doelen gehaald die ik voor ogen had.’

    Haar ene zoon is bestuurslid van een oliebedrijf en een ander van de centrale bank. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter: je bent óf rijk óf straatarm. Er bestaat geen middenklasse

    De nieuwe president, in de jaren zeventig in de VS als econoom afgestudeerd, richtte zich eerst op de opbouw van de kwijnende economie. Een van haar grootste successen betrof de toekenning van een noodpakket van 4,6 miljard dollar van het Internationaal Monetair Fonds, in 2010. Tijdens de eerste jaren van haar regeerperiode trok de economie geleidelijk aan, met een groei van 6 procent in 2013. Maar in 2014 sloeg het noodlot toe met de uitbraak van het ebolavirus in West-Afrika. Bijna de helft van de meer dan tienduizend doden viel in Liberia. De vooruitgang stagneerde. ‘Investeerders verlieten het land, aannemers, onze eigen inwoners – er was een enorme leegloop. Daarbovenop kwam een scherpe prijsdaling van twee van onze belangrijke exportproducten, rubber en ijzererts,’ vervolgt Johnson Sirleaf, druk gebarend. Hoewel het land langzaamaan weer opkrabbelt, zijn de vooruitzichten op groei voor dit jaar gedaald naar 2 procent.

    Maar de president is er stellig van overtuigd dat de vrede haar belangrijkste nalatenschap is, en niet zozeer het overwinnen van de ebolacrisis of de economische ontwikkeling van het land. Vrede was bij al haar beslissingen altijd de hoogste prioriteit, benadrukt ze, zelfs als dat inhield dat haar ontwikkelingsdoelen in gevaar kwamen. Op dat front is Johnson Sirleaf niet tekortgeschoten, en haar leidende rol in het bewaren van de vrede werd in 2011 erkend door het Nobelprijscomité. Samen met landgenoot Leymah Gbowee en de Jemenitische journaliste Tawakkul Karman kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede toegekend voor ‘de vreedzame strijd voor de veiligheid van vrouwen en het recht van vrouwen om volwaardig deel te nemen aan de vredesopbouw’.

    Op andere gebieden heeft Johnson Sirleaf minder succes geboekt. Ze had beloofd corruptie uit te roeien, maar liep daarbij tegen een muur aan. ‘De culturele wortels van corruptie heb ik ook zwaar onderschat.’ Het werkte ook niet in haar voordeel dat ze zelf ook van nepotisme werd beticht: in 2012 benoemde ze haar zoon, Robert Sirleaf, tot algemeen directeur van het staatsoliebedrijf National Oil Company of Liberia, en ook twee andere zonen kregen lucratieve baantjes toegeschoven.

    Zoals te verwachten was, barstte na Roberts benoeming een storm van kritiek los, niet alleen onder haar tegenstanders maar ook onder een aantal van haar vrienden. Mede-Nobelprijswinnaar Gbowee stapte uit protest uit de Waarheids- en Verzoeningscommissie. ‘Haar ene zoon is bestuurslid van een oliebedrijf en een ander van de centrale bank. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter: je bent óf rijk óf straatarm. Er bestaat geen middenklasse,’ aldus Gbowee.

    Johnson Sirleaf reageerde gepikeerd op de kritiek en beet fel van zich af. ‘Was de benoeming fout? Ik vind van niet, ik sta volledig achter mijn beslissing. Mijn zoon heeft de juiste kwalificaties.’ En ze voegt eraan toe dat ze hoopt dat het onderzoek snel openbaar wordt gemaakt zodat blijkt dat haar zoon ten onrechte van corruptie werd verdacht. Maar ze geeft toe dat de beschuldiging van nepotisme hout sneed. ‘Nepotisme is niet in de haak en we moeten allemaal ons best doen om het tegen te gaan. Maar laten we wel zijn: het komt in veel Afrikaanse landen voor, en echt niet alleen in Liberia. Dus waarom valt iedereen over ons heen? Waarom worden de VS niet op de vingers getikt?’

    Vrouw als president

    De verkiezing van Johnson Sirleaf in 2005 tot de eerste vrouwelijke president van Liberia, en zelfs de eerste vrouwelijke president in heel Afrika, was een gebeurtenis van grote betekenis. Zowel bij de verkiezingen van 2005 als van 2011 brachten vrouwen in het hele land massaal hun stem op haar uit. Gemobiliseerde marktkoopvrouwen speelden daarbij een belangrijke rol. ‘Ik heb mijn verkiezing aan hun vertrouwen en vastberadenheid te danken,’ zegt Johnson Sirleaf, ‘en een van de pilaren van mijn beleid was dan ook het versterken van de positie van de vrouw en de bevordering van vrouwenparticipatie. Dat is ons gelukt.’

    Maar hoewel haar beleid vrouwen ontegenzeglijk vooruit heeft geholpen, is het tegelijkertijd koren op de molen van critici. ‘Ik denk dat we vooral op het gebied van vrouwenproblematiek extra kritisch zijn vanwege haar symbolische functie,’ zegt Lakshmi Moore, de interimdirecteur van ActionAid International in Liberia. Niet dat er geen successen waren: tijdens Johnson Sirleafs presidentschap werd verkrachting voor het eerst strafbaar gesteld, en dit jaar zal in Liberia eindelijk een wet tegen huiselijk geweld van kracht worden.

    De armste wijk van Liberia, West Point in Monrovia, werd zwaar getroffen door de ebolauitbraak in 2014, die ongeveer 11.300 doden in West-Afrika tot gevolg had. – © John Moore / Getty Images
    De armste wijk van Liberia, West Point in Monrovia, werd zwaar getroffen door de ebolauitbraak in 2014, die ongeveer 11.300 doden in West-Afrika tot gevolg had. – © John Moore / Getty Images

    Maar Moore, en anderen, vinden dat er niet genoeg is gedaan. Er is bijvoorbeeld nog geen verbod op vrouwenbesnijdenis. Ook zijn vrouwenrechtengroepen bezorgd over wat vrouwen te wachten staat als Johnson Sirleaf haar ambt neerlegt. Veel mensen wijten de toestand waarin het land verkeert aan het feit dat de president een vrouw is. ‘Er komt zeker een terugslag, vooral op het gebied van vrouwenrechten. Johnson Sirleaf krijgt als vrouwelijke president allerlei misstanden in de schoenen geschoven,’ zegt Moore.

    Die tegenreactie is al merkbaar in het slaperige kustplaatsje Harper, in de zuidoostelijke provincie Maryland. Straatverkoopster Eleano Cooper zit met twee vriendinnen langs de kant van de weg. Achter hen rijst een grote, verlaten villa op – een overblijfsel van Harpers hoogtijdagen tijdens de lange regeerperiode van William Tubman (van 1944 tot 1971), toen de elite strandhuizen in het stadje liet bouwen. Broodwinner Cooper verkoopt geroosterde maïskolven voor 20 à 50 Liberiaanse dollar [15 tot 35 eurocent]. Van haar schamele inkomen kan ze nauwelijks rondkomen.

    De kosten van levensonderhoud zijn alleen maar gestegen,’ zegt ze. Het leven als straatverkoper en kostwinner is zwaar, en ze wijt dat aan het feit dat het land wordt geleid door een vrouw. ‘Ik heb liever een man aan het roer,’ antwoordt Cooper als haar wordt gevraagd of ze op een vrouwelijke kandidaat zou stemmen. ‘We hebben nu een vrouw als president en de prijzen rijzen de pan uit – dus geef mij maar een man.’ Ondanks haar frustratie geeft ze toe dat ze zich als vrouw wel gesterkt voelt. Ze voorziet in het onderhoud van haar gezin en heeft het idee dat ze beter is opgewassen tegen haar man.

    Niet iedereen deelt Coopers zorgen over vrouwelijke leiders. Op een drukke markt in Monrovia vertelt Rebecca Kaley dat Johnson Sirleaf haar heeft overtuigd. Omringd door andere vrouwen die, net als zij, gedroogd bush meat, kippenbouillonblokjes en zoeteaardappelbladeren verkopen, denkt Kaley terug aan 2005, toen ze voor het eerst hoorde dat een vrouw zich kandidaat had gesteld. ‘Vrouwen zijn niet tegen de taak opgewassen, dacht ik. Ik stemde niet op haar.’ Maar in 2011 was ze van gedachten veranderd en stemde ze voor Johnson Sirleaf. ‘Dankzij Ellens beleid zijn we sterker geworden,’ zegt Kaley trots. ‘Wij vrouwen zijn sterker geworden.’

    Auteur: Clarissa Sosin
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: Kinderen spelen basketbal voor hun school en voormalig ebolacentrum in de sloppenwijk West Point in Monrovia. – © John Moore / Getty Images

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube.

  • Hillary Clinton: ‘Trump is een gevaar voor 
de wereld’

    Hillary Clinton: ‘Trump is een gevaar voor 
de wereld’

    Deze week verscheen de Nederlandse vertaling van What Happened, het boek waarin Hillary Clinton terugblikt op haar verkiezingsnederlaag. In een interview met Le Monde rekent ze af met haar rivalen Trump en Sanders.

    Hillary Clinton is aan een grote promotietour begonnen voor haar boek What Happened, dat in de Verenigde Staten op 12 september is uitgekomen [de Nederlandse vertaling verscheen op 3 oktober bij Kosmos Uitgevers] en al snel de verkooprecords heeft gebroken. Op donderdag 21 september ontmoette ze de verslaggevers van Le Monde in een plattelandshotel in Chappaqua in de staat New York. In dit welgestelde dorpje hebben de Clintons zich gevestigd na hun vertrek uit het Witte Huis in 2001. En hier heeft de voormalige minister van Buitenlandse Zaken lange tijd nagedacht over haar nederlaag op 8 november 2016. Zoals altijd vergezeld door haar adviseur Huma Abedin geeft een strijdvaardige Clinton haar analyse van de onverwachte overwinning van Donald Trump.

    In uw boek vertelt u wat er gebeurde tijdens het tweede debat met Donald Trump. U sprak tegen het publiek en hij stond achter u. ‘Ik voelde letterlijk zijn adem in mijn nek’, schrijft u. U hebt niet gereageerd. Werkte u door uw terughoudendheid niet de agressieve manier van doen in de hand waardoor hij heeft gewonnen?

    ‘Ik denk niet dat hij daardoor heeft gewonnen, maar het was wel onderdeel van de uitdagingen waarvoor ik me gesteld zag toen ik het moest opnemen tegen een kandidaat uit een realityshow, een man die seksistische opmerkingen maakte en zich denigrerend uitliet over vrouwen. Toen ik het hoofdstuk over seksisme en vrouwenhaat schreef, heb ik geprobeerd deze gebeurtenis als voorbeeld te gebruiken, omdat het laat zien hoe moeilijk het is om je als vrouw op het openbare toneel te begeven. Het was een bijzonder ongemakkelijk moment. Ik was voorbereid op zulk gedrag en ik had me voorgenomen kalm te blijven en mijn zelfbeheersing te bewaren, wat er ook zou gebeuren.’

    Hebt u daar geen spijt van?

    ‘Daarom heb ik mijn boek geschreven. Je kunt zeggen dat hij een ongebruikelijke kandidaat was, met een ongebruikelijke campagne. Misschien was het niet doeltreffend om me tijdens de campagne op te stellen als iemand met ervaring die zich wist te gedragen. Maar als ik me had omgedraaid en tegen hem had gezegd: “Wegwezen, engerd”, dan zou ik met aanvallen van de pers, het publiek en zijn campagne zijn bestookt, met als motto: “Ze kan het niet, ze is niet sterk genoeg, ze reageert overdreven.” Ik heb me gehouden aan wat ik als een goede benadering beschouwde, maar ik geef dit voorbeeld om te laten zien dat dit soort beslissingen niet makkelijk zijn voor een vrouw tijdens een campagne.’

    ‘Ik denk dat de pers agressief moet zijn 
omdat de rechterflank 
ook erg agressief is’

    Hij was begonnen met de andere Republikeinse kandidaten…
    ‘En die hadden geen antwoord. Sommigen hebben geprobeerd hem met gelijke munt terug te betalen, zoals Marco Rubio, maar dat heeft niet gewerkt.’

    Vindt u president Trump, nu hij negen maanden op zijn post zit, gevaarlijk of machteloos?
    ‘Ik denk dat hij momenteel een duidelijk gevaar voor ons land en voor de wereld vormt, want hij was absoluut niet voorbereid op het presidentschap, hij heeft er niet het juiste temperament voor en hij is niet van presidentieel niveau. Zijn daden en zijn gedrag zaaien verdeeldheid, zowel in ons land als onder onze vrienden en bondgenoten in de rest van de wereld. Hij heeft het internationale toneel instabiel en onvoorspelbaar gemaakt. Ik denk dat hij eerder gevaarlijk is dan onmachtig. Want een president van de Verenigde Staten heeft veel macht: hij kan regelingen afschaffen, zich uitlaten over onderwerpen en gevaarlijke redevoeringen houden zoals bij de Verenigde Naties.’

    Toch heeft men het gevoel dat de tegenkrachten werken en dat ze deze zeer bijzondere president in toom houden…
    ‘Wat u daarbij vergeet is dat de regering en de ministers alles in het werk stellen om het land op achterstand te zetten. Ze herroepen milieumaatregelen, ze proberen onder het klimaatakkoord van Parijs uit te komen, wat minder makkelijk blijkt dan ze dachten maar wat wel hun vaste voornemen blijft; ze willen van het nucleaire akkoord met Iran af, wat een ramp zou zijn als het gebeurt. Ze trekken arbeidsovereenkomsten in en nemen enorm veel maatregelen die niet door het Congres hoeven te worden goedgekeurd. Daar moet je op letten. Trump heeft geen succes gehad met zijn grote beloftes, maar zelfs in het Congres zijn al heel wat regelingen afgeschaft.’

    © Nancy Kaszerman / HH
    © Nancy Kaszerman / HH

    Dat Donald Trump geen enkele ideologie heeft, maakt hem toch juist flexibel genoeg om akkoorden te sluiten met de Democraten?
    ‘Dat was een belangrijk moment, maar alleen maar een moment. Afgezien van het schuldenplafond, dat enkel uitstel is, is er nog niets bereikt. We hebben zelfs nog geen akkoord om de Dreamers [de 800.000 migranten die als minderjarigen in de VS zijn gekomen en onder Barack Obama werden geduld] in de Verenigde Staten te laten blijven. Er is meer lawaai dan dat er concrete resultaten zijn.’

    Is dit niet het begin van een driehoeksverhouding?
    ‘Nee.’

    Een nieuw begin?
    ‘Nee. De pers heeft het al tien keer over een nieuw begin gehad. Deels omdat de mensen zouden willen dat er een kwam. We zijn niet gewend aan dit abnormale gedrag, we zijn niet gewend aan dit ontkennen van de realiteit en dit onvermogen om de feiten en de realiteit onder ogen te zien. Het is ongebruikelijk. We kunnen onderling van mening verschillen over fundamentele partijstandpunten, maar we hebben nog nooit een president gehad die zo slecht voorbereid was, zo slecht geïnformeerd en zo weinig geïnteresseerd in het werk van de regering, die hij niet eens op de noodzakelijke sterkte heeft gebracht. Dat is voor ons een blijvend en belangrijk probleem.’

    ‘Ik denk dat de pers agressief moet zijn omdat de andere kant, de rechterflank van de pers, ook erg agressief is’

    De pers is erg agressief tegen Donald Trump. Worden de tegenkrachten daardoor versterkt, of verzwakt het juist de democratie?
    ‘Als je net als ik vindt dat hij een groot gevaar is voor de eenheid van het land, voor belangrijke onderwerpen als klimaatverandering en dat hij onverantwoord met kernwapens dreigt – en zo kan ik nog wel even doorgaan – dan moet je wel agressief worden. Tijdens zijn campagne was de pers dat nog niet. Ze waren het tegen mij over een onderwerp dat in hun ogen geen fout was maar een schandaal [het gebruik van haar persoonlijke e-mailbox toen ze minister van Buitenlandse Zaken was], maar niet tegen hem. Dat is een van de redenen waarom hij de volksstemming heeft verloren en toch verkozen is. Ik denk dat de pers agressief moet zijn omdat de andere kant, de rechterflank van de pers, ook erg agressief is.’

    In uw boek schrijft u dat ‘Bernie Sanders deed alsof hij het monopolie op politieke zuiverheid had’. Hoe kun je kiezers in beweging krijgen zonder ze een droom voor te spiegelen?
    ‘Ik vind het heel goed dat hij bepaalde belangrijke onderwerpen aan de orde heeft gesteld, maar ik ben het niet eens met de manier waarop hij de problemen wil oplossen. Ik ben voor een collectieve ziekteverzekering, maar er zijn andere manieren om dat te realiseren dan hij voorstelde. Hij is geen Democraat, en hij heeft bij de slotronde van de verkiezingen het Democratische belang niet voor ogen gehouden. Toen ik in de eerste ronde van 2008 nipt van Barack Obama verloor, heb ik hem onmiddellijk gesteund. Ik ben onmiddellijk voor hem aan het werk gegaan en heb tegen mijn partijgenoten gezegd dat ze dat ook moesten doen. Bernie heeft dat nagelaten. Hij sprak een bepaald deel van de kiezers aan, hij is iemand die respect verdient, maar ik heb kritiek op zijn houding tijdens de campagne.’

    Bernie Sanders zegt dat hij de Democratische Partij in een progressieve partij wil veranderen. Wat vindt u daarvan?
    ‘Hij zou zich weer bij de Democratische Partij moeten aansluiten als hij die wil veranderen. Kritiek leveren vanaf de zijlijn is makkelijk, maar als je de partij echt wilt veranderen – ik denk dat mijn man dat heeft gedaan, ik denk dat Barack Obama dat heeft gedaan en Ronald Reagan heeft de Republikeinse Partij veranderd – dan moet je betrokken zijn en laten zien welke kant je op wilt. Hij levert kritiek vanaf de zijlijn. We moeten naar hem luisteren als we denken dat het ter zake doet, maar niet als dat niet zo is.’

    Heeft hij niet gelijk als hij zegt dat de Democratische Partij na het verlies van het Huis van Afgevaardigden, de Senaat en het Witte Huis niet meer functioneert?
    ‘Hij heeft geen enkel bewijs dat zijn eigen manier wel werkt. Ik heb hem met vier miljoen stemmen verslagen, het was geen kantje boord. En de mensen die hij heeft gesteund hebben niet gewonnen. Ja, de Democratische Partij moet meer doen om haar kiezers in beweging te krijgen en te motiveren, want onze kiezers zijn vaak minder makkelijk in beweging te krijgen dan de Republikeinse. Ze wonen in de grote steden en aan de kusten. Ze maken deel uit van de toekomst en niet van het verleden.

    Je kunt discussiëren zoveel je wilt over hoe we er over vijf, tien of vijftien jaar voor moeten staan. Maar op dit moment proberen de Republikeinen 32 miljoen mensen hun ziektekostenverzekering te ontnemen. Dat wil ik voorkomen. Ik heb het niet over toekomstambities of over een of andere revolutie. Ik heb het over 32 miljoen mensen die hun ziektekostenverzekering kunnen verliezen, die ziek kunnen worden en daardoor kunnen sterven. Dat is een verschil van prioriteiten.’

    Is er op de lange termijn een echt probleem voor de progressieven om weer aan de macht te komen?
    ‘Er is een probleem, maar ik zou het anders omschrijven. Tijdens de verkiezingen in Frankrijk heeft Macron, iemand van het midden, het zowel tegen links als rechts opgenomen. Ik denk altijd dat als je mensen voor je zaak wilt winnen, je maar het beste centrum-rechts of centrum-links kunt zijn. Maar een van de problemen is dat de rechtse pers vaste voet aan de grond heeft gekregen in ons land. We hebben een rechtse televisiezender, Fox News, die enorm veel invloed op de kiezers heeft en hen richting Republikeinen stuurt. Ze pretenderen totaal niet objectief te zijn, alles wordt bepaald door de politieke agenda van rechts. Er zijn andere groeperingen die propaganda bedrijven, zoals Breitbart, en dat doen ze heel doeltreffend. We hebben een “mainstream”-pers die nog maar net wakker wordt en ontdekt hoe moeilijk het is om zich tot de feiten te beperken, om objectieve informatie en bewijzen te leveren. Dat is een zeer groot probleem.

    De consolidatie van de macht in steeds minder handen is problematisch. Net als het gebruik van culturele argumenten. Op wie steunde de Brexit? Op mensen die tegen immigratie zijn. Het was één grote leugen. De mensen dachten dat zelfs als zijzelf geen last van immigranten hadden, er ergens anders wel iemand moest zijn die dat wél had. En in ons eigen land heeft Trump meteen de aanval op de immigranten geopend. Dat was voor een bepaald deel van het electoraat een zeer effectief middel.

    Ik geloof niet dat het zo eenvoudig is om een diagnose te stellen. De remedie is duidelijk dat je je werk zo goed mogelijk moet doen.’

    U hebt gezegd: ‘Mijn kiezers zijn kiezers van de toekomst en die van de Republikeinen zijn kiezers van het verleden’…
    ‘Ja. De campagneslogan van Donald Trump was “Make America Great Again”. Dat was een beroep op de nostalgie, een oproep aan degenen die zich zorgen maakten over bepaalde groepen, zoals zwarten, latino’s, vrouwen, mensen van de LHBT-gemeenschap. Dat was bepaald niet subtiel. Een rechtstreekse oproep aan blanke kiezers. “Make America Great Again” betekent: we keren terug naar de tijd waarin u niet hoefde te concurreren met zwarten, immigranten of vrouwen.’

    De Republikeinen weten wat ze doen, en we maken een vergissing als we zeggen dat ze misschien wel gelijk hebben, dat je frivoliteiten als vrouwenrechten en burgerrechten vaarwel moet zeggen

    Hebben ze vanuit hun standpunt bezien niet gelijk?
    ‘Ja, maar dat spelletje gaan we niet meespelen. Dat is niet wat we zijn, dat is geen manier om Amerika te beschermen, daarom hebben we niet voor burgerrechten, vrouwenrechten en rechten van homoseksuelen gestreden.’

    Gaat die strijd niet veel te ver, bijvoorbeeld op de universiteiten?
    ‘Steeds verder gaan op het gebied van de mensenrechten, dat is iets waarop ik me laat voorstaan. Over economische en sociale gerechtigheid ben ik duidelijk geweest. Op geen van beide gebieden doe ik een stap terug. Een van de redenen waarom ik de verkiezing heb verloren, is het feit dat er kiezers van stemming zijn uitgesloten. De Republikeinen zijn niet achterlijk. Ze hebben geprobeerd Afro-Amerikanen en jongeren het stemrecht te ontnemen, de stemmen van de toekomst, zou ik zeggen, omdat ze weten dat ze die kiezers niet voor zich kunnen winnen. Als ze tweehonderdduizend kiezers uitsluiten in Milwaukee, Wisconsin, is het moeilijk voor me om te winnen. Als ze niet worden uitgesloten in Illinois of Minnesota, stemmen ze op mij.

    De Republikeinen weten wat ze doen, en we maken een vergissing als we zeggen dat ze misschien wel gelijk hebben, dat je frivoliteiten als vrouwenrechten en burgerrechten vaarwel moet zeggen. Want wat moeten we dan? Op nostalgie kunnen we ze niet beconcurreren. Die hebben ze zich al toegeëigend. We moeten ons werk beter doen door een betere toekomst te bieden. Ik zou hebben gewonnen als ik die e-mailaffaire niet had gehad. Ik heb drie miljoen stemmen meer gekregen, ik heb de toekomst gewonnen, een coalitie die is gebaseerd op economische en sociale gerechtigheid. We zullen niet winnen door de Republikeinen te kopiëren.’

    Wat is uw antwoord op de dubbele angst, de economische angst en de culturele angst van de rednecks en de hillbillies, de blanken die zich achteruitgezet voelen?
    ‘Daar heb ik op geantwoord, maar de pers heeft er niet over gesproken. De pers heeft drie keer zoveel over mijn e-mails gesproken als over mijn voorstellen. Ik was de enige die met een plan van 30 miljard dollar voor de mijnregio’s kwam, voor al die mijnwerkers. Ik verwijt ze niet dat ze daar niet van op de hoogte waren. Ik heb erover gepraat, ik heb erover geschreven, ik heb mijn best gedaan om de boodschap over te laten komen, maar die heeft hen niet bereikt. Er is me verweten dat ik tijdens de campagne tegen de mijnwerkers heb gezegd dat ze hun baan zouden verliezen, maar iedereen die er die dag bij was weet precies wat ik bedoelde, dat de markt nu eenmaal in ontwikkeling is, dat er concurrentie zal komen van schaliegas, van zonne-energie, van windenergie. Bovendien hebben mijn tegenstanders mijn voorstellen misbruikt met behulp van de Russen, die mijn woorden op de sociale netwerken verdraaiden om er vervolgens tegen te protesteren. Dat hadden we niet voorzien, we waren er niet op voorbereid, niet voldoende beschermd. We waren slachtoffer van een nieuwe vorm van destabilisering van onze democratieën. De Koude Oorlog hebben we gewonnen, maar de digitale oorlog zijn we aan het verliezen. Voor de Russen gaat het om het volgende aanvalsdoel in hun campagne tegen de democratieën, de NAVO, de Europese Unie, de Amerikaanse stabiliteit… Hier hebben ze gewonnen. In Frankrijk is men er goddank in geslaagd ze tegen te houden, en ik denk dat Merkel ze ook wel zal kunnen tegenhouden.’

    Hebt u geen isolationistische reflex gevoed door u te verzetten tegen het vrijhandelsverdrag met de landen rond de Stille Oceaan?
    ‘Nee, ik was minister van Buitenlandse Zaken toen dat project werd gelanceerd en er waren elementen die ik onmisbaar achtte maar die ontbraken in de eindversie. Ik kon het dus niet steunen, en daar heb ik geen enkele spijt van. Het “discours” tegen mondialisering was een van de hoofdthema’s van Trump, ook al zijn het bij hem tegenwoordig veel woorden en weinig daden. Er is een stemming in het land, vooral in de industrie, die – opnieuw – van nostalgie getuigt; de mensen hebben het idee dat iedereen tegen hen is, vooral op het platteland.

    Tweederde van de Amerikaanse rijkdom komt uit regio’s waar ik heb gewonnen. Maar het grote probleem van de vernietiging van banen houdt verband met automatisering, met robotisering en kunstmatige intelligentie. Miljoenen mensen zullen hun werk verliezen. Laten we de zelfrijdende auto, op het eerste gezicht een interessant idee, als voorbeeld nemen: dat zal gevolgen hebben voor vrachtwagenchauffeurs, taxi’s en zelfs Uberchauffeurs. Wat kunnen we daaraan doen? Hoe kunnen we die mensen economische kansen en bestaanszekerheid bieden? Daar zouden we op dit moment over moeten discussiëren, maar dat gebeurt niet.’

    Is u iets positiefs bijgebleven uit de toespraak van Donald Trump tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties?
    ‘Nee, die toespraak was somber, gevaarlijk en egoïstisch. Hij heeft de Verenigde Staten van een deel van hun morele, politieke en strategische leiderschap beroofd. Hij heeft geschillen aangewakkerd die volstrekt onnodig waren, vooral over het nucleaire programma van Iran, wat kan uitlopen op twee nucleaire crises in plaats van één, met Noord-Korea én met Iran.

    Veel mensen proberen dat te voorkomen, maar daar dreigt hij zich niets van aan te trekken. Zoals hij zich uitliet over vluchtelingen was wreed: mensen, met name vrouwen en kinderen, verwijten dat ze gebieden verlaten waar ze ten prooi zijn aan oorlog en geweld. Het hameren op soevereiniteit is rechtstreeks aan het taalregister van Poetin ontleend. Hij is er 21 keer op teruggekomen. Het is zoals wanneer neonazi’s een optocht houden uit naam van bloed en bodem. Het is een zeer nationalistisch idee, zeer defensief. Als hij zegt dat hij de democratie niet wil exporteren, bedoelt hij eigenlijk dat die ook niet “je dat” is.

    De VS en Frankrijk hebben allebei een revolutie ontketend omdat men geloofde in iets dat belangrijker is dan soevereiniteit, bloed en bodem of nationalisme. Wij geloven in de rechten van de mens en in de universele verklaring daarvan, wij geloven dat je je stem kunt verheffen om overal op de wereld mensen te verdedigen, opdat zij op hun beurt ook hun stem verheffen. Dat hebben we over het algemeen goed gedaan. Heeft dat geld gekost? Hebben we fouten gemaakt? Natuurlijk! Maar moet je daarom alles maar cynisch uit het raam kieperen? Moet je er daarom maar niet meer over praten? Dat zou een verschrikkelijk verlies betekenen voor de Amerikanen die wij zijn.’

    Auteurs: Arnaud Leparmentier en Gilles Paris

    What Happened van 
Hillary Clinton, 
vertaling Piet Dal, 
Paul Janse, Marie-Anne 
Louvenberg en Toos 
IJdema, € 22,99.

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • In Merkels Duitsland regeert de middelmaat

    In Merkels Duitsland regeert de middelmaat

    Economisch gaat het Duitsland voor de wind onder Angela Merkel. Maar op cultureel en intellectueel gebied is het armoe troef, schrijft journalist Nils Minkmar.

    Zelden komt het publiek zo dicht bij de bondskanselier als tijdens de openbare interviews van het tijdschrift Brigitte in Berlijn. Vier jaar geleden was Angela Merkel hier ook al eens te gast en gaf ze weloverwogen inkijkjes in haar huiselijke leven als vrouw die kookt en bakt. Dit jaar kreeg het gesprek achteraf een bijzondere betekenis: Merkel zette met een opmerking over het homohuwelijk een reeks gebeurtenissen in gang die ertoe leidden dat een wet hierover kon worden aangenomen. Zelf stemde ze tegen.

    Maar het is de moeite waard om haar hele optreden tegen het licht te houden. Het is een studie van de merkeleske manier van denken en daarmee ook een duiding van ons land en onze tijd, want na twaalf jaar heeft ze niet alleen een stempel gedrukt op de Duitse politiek, maar ook op onze gewoonten en cultuur. Hoe meer ze beweert daar geen waarde aan te hechten, des te beter ze daarin slaagt.

    De beschrijving die Merkel op de avond met de collega’s van Brigitte van zichzelf gaf, bevat een boodschap: ze is een vrouw die nadenkt. Die wandelend, reizend of kokend nadenkt over welke politiek het best is. Hoe ze dat doet? Ook daarover geeft ze opheldering, maar het interessantst is wat ze niet noemt. Ze heeft het niet over adviseurs, invloeden of inspiratie. Ze citeert geen enkele auteur, boek of film. Ze beroept zich niet op een klassieker en noemt geen vroegere staatsman. Haar manier van denken volgt een cyclisch patroon: ze analyseert de wereld, haalt hier informatie uit, verwerkt die in haar brein en zet ze om in politiek. En die verbetert de wereld weer. Harde noten worden niet gekraakt door Angela Merkel, ze worden gehakseld. En het land is er haar dankbaar voor. Na het dieptepunt door de vluchtelingencrisis is ze vooral in haar eigen kamp weer populair.

    Individuele aanpak

    Die individuele aanpak is nieuw. De bondskanseliers vóór Angela Merkel hadden allemaal te maken met een zelfbewuste, soms overmoedige intelligentsia. De Bondsrepubliek is ontstaan met concrete steun van kritische auteurs en intellectuelen, met belangrijke politieke literatuur en een altijd buitengewoon sensibele academische wereld. Dat was niet alleen in West-Duitsland het geval: ook in de jonge DDR speelden auteurs, wetenschappers en intellectuelen een rol. Ze gaven de maatschappij een stem en formuleerden politieke eisen. Dat werd echter steeds riskanter nadat Wolf Biermann [zanger en dichter die kritisch was op het DDR-bewind] zijn staatsburgerschap was ontnomen, tot de machtsovername van Gorbatsjov.

    De kanseliers voor Angela Merkel koesterden die uitwisseling en waren er trots op. De dialoog was daarbij een waarde op zich, geen middel om het doel te bereiken. Maar die kanseliers hadden ook rivalen, soms zelfs aan de kabinetstafel. Merkel heeft zelfs geen serieuze concurrenten meer in andere politieke partijen. Ze doet het goed en bedoelt het goed, maar lange discussies – althans met mensen die geen Trump of Poetin heten – gaan, zo hebben we begrepen, alleen maar van haar tijd af.

    Verzorgingsbureaucratie

    Moeten we dat erg vinden? Angela Merkel doet het toch goed? Sinds 2005 gaat het de Bondsrepubliek voor de wind. De cijfers zijn bekend, uit de hele wereld komt er overwegend lof voor de staat van Duitsland. En als de burgers iets niet bevalt, dan verandert ze dat gewoon volgens haar beproefde methode: protest wordt info en info wordt politiek. Maar deze geruisloze efficiëntie heeft bijwerkingen. Het gaat Duitsland goed, maar op intellectueel en cultureel vlak is het ook een beetje saai geworden. Onze culturele verzorgingsbureaucratie zorgt voor middelmaat, zonder grote uitschieters, en zonder risico’s.

    Wie in buitenlandse boekhandels op zoek gaat naar Duitse boeken, stuit telkens weer op grote stapels van dezelfde werken: De mooie voedselmachine van Giulia Enders en Het geheime leven van bomen van Peter Wohlleben. Verder alleen klassiekers. Als je in een simulator over ons culturele en intellectuele landschap kon vliegen, dan zou je veel solide middengebergten zien – maar geen hoogtepunten, geen bezienswaardigheden, niets waarop je je kunt oriënteren of waaraan je een herinnering hebt. Waar is het richtinggevende bouwwerk, dat in grote stijl getuigenis aflegt van de glans, de rijkdom en de inventiviteit van ons hedendaagse Duitsland? De Elbphilharmonie in Hamburg is de uitzondering die de regel bevestigt. Verder staan overal zandkleurige blokkendozen met kijkspleten die binnenkort alweer toe zijn aan renovatie.

    De conclusie is steeds weer dezelfde: te weinig voor zo’n groot en rijk land. Te weinig durf, te weinig liefde, te weinig risico op creatief gebied. Het probleem is dat je deze ontwikkeling lastig in cijfers kunt vatten. Een dergelijke conclusie laat zich niet weergeven en wordt dus maar moeizaam informatie waar vervolgens beleidsmatig iets tegen kan worden gedaan. Veel mensen zullen ook bestrijden dat de politiek überhaupt verantwoordelijk is voor de geestelijke toestand van het land. Tenslotte wordt niemand verhinderd te schrijven, te dichten of te filmen. Mogelijk verbaast zelfs de kanselier zich erover dat er zo weinig geestelijke onrust te bespeuren is. Maar voor het ophelderen van de oorzaken komt eerst de beschrijving van de situatie. En wat daaraan opvalt, is dat er niets opvalt.

    Het Humboldtforum, de veelbekritiseerde herbouw van het Berliner Stadtschloss. – © Jörg Carstensen / HH
    Het Humboldtforum, de veelbekritiseerde herbouw van het Berliner Stadtschloss. – © Jörg Carstensen / HH

    Cultuur in Duitsland is een reusachtige industrie. Veel hoofdsteden van deelstaten hebben meer theaters, musea en academies dan menig land. Radio-omroepen, instellingen, verenigingen – cultuur is een zaak van de burgermaatschappij en wordt serieus genomen en gekoesterd. Herdenkingsevenementen zijn erg in trek, of het nu gaat om dood, geboorte of een op twee nullen eindigend jubileum van een schrijver of denker. Dan volgen tentoonstellingen of een heel gedenkjaar. Dit jaar Luther, volgend jaar Karl Marx – wat zich voordoet, wordt getoond, besproken, tentoongesteld en gevierd. Cultuur wordt zodanig bedreven dat velen onder de indruk zijn en niemand kan zeuren. Maar is dat de bedoeling ervan?

    In de lente en de herfst wordt een enorme hoeveelheid literatuur en non-fictie over de boekhandels uitgestort. Elke donderdag en op de grote filmfestivals worden er nieuwe producten van de Duitse filmindustrie aan de toeschouwers vertoond; ook daar is geen gebrek aan nieuw materiaal. Een onafzienbaar aantal podia heeft nu al het programma voor komend jaar gepresenteerd. Maar als 
je de afgelopen twaalf jaar de revue laat passeren, als je zonder zoektocht op internet bedenkt wat belangrijk was – hoeveel is er dan nog over van de binnenlandse producties? Eigenlijk alleen de krimi’s: regionale misdaadromans, misdaadromans die over dieren gaan, die in het verleden spelen, misdaadromans die een parodie zijn op andere misdaadromans en misdaadromans die in werkelijkheid sociale romans zijn. Er zitten heel goede tussen, generaliseren is altijd oneerlijk. Maar als dit genre zich door iets kenmerkt, dan is het wel door het feit dat je dit soort boeken geen tweede keer leest.

    En in de wetenschappen? Welk thema, welk vakinhoudelijk debat bereikte de geïnteresseerde lezer? Specialisatie is de eis van het ogenblik, intellectuelen ontwikkelen zich tot experts. Als niemand een beroep op hen doet, hoor je ze niet. Een vluchtige blik is dus altijd oneerlijk. We hebben Navid Kermani, Harald Welzer, Herfried Münkler en Carolin Emcke, en ook van de oude garde zijn nog grote denkers actief. Kluge denkt nog en hetzelfde geldt voor Habermas. Maar wie volgt hen op? Wie gaat de grote leerstoelen bekleden? Er zijn zo veel denktanks, Institutes for Advanced Studies, academies en instellingen, zo veel universiteiten en nog meer hogescholen, maar in alle lange gangen kun je een speld horen vallen.

    Het is nog niet zo lang geleden dat cultuur – met tentoonstellingen, boeken, debatten, films en toneelstukken – als kompas voor het hele land fungeerde. De wereld van de Koude Oorlog behoorde tot het verleden, een nieuwe tijd van internationale uitwisseling stond voor de deur, de digitalisering nam een aanvang. René Pollesch vernieuwde het theater, conservatieven als Meinhard Miegel dachten na over het einde van de economische groei. Duizenden mensen worstelden zich door de werken van [de Italiaanse neomarxistische filosoof] Toni Negri en [de Amerikaanse marxistische literatuurwetenschapper] Michael Hardt, en als het te stil werd bedacht [de in 2010 overleden Duitse theatermaker] Christoph Schlingensief wel iets. Er werd gediscussieerd over Sloterdijk, over Grass, over een tentoonstelling over de Wehrmacht en over Daniel Goldhagen.

    De belichting van de DDR in romans en films vormde de grondtoon van dat tijdperk. In de Bondsdag vonden enerverende debatten plaats, zoals over de inzet van het leger in het buitenland. Eigenlijk ging het om één groot thema: de wereldorde en Duitslands plaats daarin. Tegenwoordig houdt de bondskanselier zich met dat soort vraagstukken bezig. Sinds de bankencrisis en de daaropvolgende schuldencrisis in Zuid-Europa worden belangrijke Bondsdagprocedures in hoog tempo doorlopen. Twee grote coalities [van CDU/CSU en SPD] onder leiding van Angela Merkel hebben niet alleen de gedachte verdrongen dat er een politiek alternatief bestaat, maar ook het intellectuele debat over de koers van het land, over implicaties en alternatieven doen verstommen.

    Onder Angela Merkel is een nieuwe biedermeiertijd begonnen; dit keer niet als een terugkeer naar een repressieve tijd, maar uit gezelligheid

    Onder Angela Merkel is een nieuwe biedermeiertijd begonnen [periode in de eerste helft van de negentiende eeuw die geldt als braaf en burgerlijk]: dit keer niet als een terugkeer naar een repressieve tijd, maar uit gezelligheid. De begroting van de minister van Cultuur gaat omhoog en regelmatig verschijnen er persberichten over uitbreidingen van musea, de restauratie van oude schatten en geweldige samenwerkingsprogramma’s. Nooit eerder was het verleden zo goed in vorm en werd het zo vertroeteld. Wie in de jaren zestig is geboren, kan zich de toekomst nog herinneren. Ouders namen hun kinderen op schoot en rekenden hun voor wanneer ze met een jetpack op hun rug naar school zouden vliegen. Politici zagen daarin hun eigenlijke metier: vandaag ervoor werken dat het morgen, nee overmorgen, beter wordt. Maar omdat niemand precies kon weten hoe dat eruit zou zien, werd er eerst eens ruzie gemaakt. Die twee dingen hoorden bij elkaar: de durf van de politieke pioniers en de heftige debatten in parlementen en ’s avonds aan tafel bij de mensen thuis.

    In de politieke cultuur waarop Angela Merkel haar stempel drukt en die uiterst aangenaam is, ontbreekt deze dimensie. Hierin zijn de Duitse auto’s en de Duitse machines voor eeuwig gewild, is Duitsland wereldkampioen voetbal en de kanselier de krachtigste stem in Europa.

    Daarom heeft de Bondsrepubliek het zo moeilijk met nieuwe bouwwerken. Ze staan er nog als ons heden voorbij is en getuigen ervan hoe wij de toekomst zagen. Is dat grote gebouw in het centrum van Berlijn, dat Stadtschloss, een reconstructie of iets nieuws? Beide zijn mogelijk – zoals altijd in het tijdperk-Merkel, want zonder eenduidigheid is geen tegenspraak mogelijk. Wordt het lelijk, wordt het mooi? Het wordt in elk geval een monument van de ambivalentie, waartegen niemand iets kan inbrengen. Zo leven we in de illusie van een permanent heden en presteren we als cultuurnatie consequent onder onze mogelijkheden.

    Auteur: Nils Minkmar

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

  • Wereldbeeld: Mongools stembureau

    Wereldbeeld: Mongools stembureau

    In de Mongoolse provincie Töv 
staan de stembussen klaar voor de presidentsverkiezingen van 26 juni.

    Die gingen, zoals onlinemagazine The Diplomat het ondiplomatiek formuleerde, ‘tussen een paardenfokker, een judoka en een feng-shui-adept’. Bedoeld werden respectievelijk Miyegombin Enkhbold, favoriet en leider van de regerende Mongoolse Volkspartij, Battulga Khaltmaa van de Democratische Partij en Sainkhuu Ganbaatar van de Volksrevolutionaire Partij.

    Om te winnen was een absolute meerderheid vereist. Bij het ter perse gaan van dit nummer was de uitslag nog onbeslist, maar leek men af te stevenen op een tweede ronde.

    
© B. Rentsendorj / Reuters
    
© B. Rentsendorj / Reuters
  • President Moon, 
man van de mensenrechten

    President Moon, 
man van de mensenrechten

    De nieuwe Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in werkte zich op vanuit een eenvoudig milieu en is een democraat pur sang. Een profiel van het linkse dagblad The Hankyoreh.

    Hij komt uit een arm milieu, studeerde aan een weinig prestigieuze universiteit, voerde actie tegen dictatoriale leiders, werkte als mensenrechtenadvocaat in de provincie en was een van de weinigen die Kim Dae-jung [president van 1998 tot 2003] steunde in de provincie Gyeongsangnam-do [een zuidoostelijke, traditioneel rechtse streek in Zuid-Korea]. De loopbaan van Moon Jae-in, nu gekozen tot de negentiende president van de Republiek Korea, laat zien dat hij niet tot de dominante stroming van het land behoort.

    Moon werd in 1953 geboren in Geoje 
in de provincie Gyeongsangnam-do. Hij komt uit een vluchtelingengezin en is de oudste van twee jongens en drie meisjes [zijn Noord-Koreaanse ouders vluchtten in 1950 de grens over, midden in de Korea-oorlog]. Hij groeit op 
in armoede, maar dit leidt bij hem niet tot schaamte, maar juist tot empathie met de gewone mensen, hun lijden en de onrechtvaardigheid die ze te verduren hebben.

    Als rechtenstudent aan de universiteit van Kyung Hee in Seoel, waar hij in 1972 ondanks de financiële problemen van zijn ouders naartoe kan, bereidt 
hij zich niet zoals zijn vrienden voor 
op het rechtenexamen, maar voert 
hij actie tegen de dictatuur [van Park Chung-hee, president van 1962 tot 1979]. In 1975 wordt hij bij een demonstratie gearresteerd en na zijn vrijlating gemobiliseerd en ingedeeld bij de speciale strijdkrachten van het leger. Hij is soldaat tegen wil en dank, maar blinkt toch uit en wordt zelfs onderscheiden. Dat kan hij later inbrengen tegen de bewering dat hij ‘het Noorden gunstig gezind’ is, een etiket dat hem gedurende zijn hele politieke carrière in de oppositie wordt opgeplakt. 
[Meteen na de inauguratieceremonie op 10 mei verklaarde Moon zich bereid af te reizen naar Washington, Beijing, Tokio en zelfs Pyongyang, wat in overeenstemming is met zijn tijdens de campagne uitgesproken wens voor een politiek van meer openheid ten aanzien van Noord-Korea.]

    In 1978, na zijn militaire dienst, wil Moon Jae-in zijn studie graag weer oppakken, maar doordat hij nu een strafblad heeft, is dat onmogelijk geworden. Werk vinden kost nog meer moeite. Dat hij toch aan een opleiding tot advocaat begint, komt doordat hij na de plotselinge dood van zijn vader spijt heeft dat hij niet aan diens verwachtingen heeft voldaan. Hij behaalt prima resultaten, maar rechter zal hij na zijn activistenverleden nooit worden.

    Hij zegt de president van alle Koreanen te willen zijn die een eind wil maken aan de grote verdeeldheid tussen links en rechts en aan de vijandigheid tussen bepaalde regio’s

    Na zijn besluit advocaat te worden, leert Moon Jae-in in Busan Roh Moo-hyun [president van 2003 tot 2008] kennen, dan al advocaat van enige faam. Het is een ontmoeting die zijn leven zal veranderen. In het begin zijn ze gewoon compagnons die hun vak willen uitoefenen ‘zoals dat hoort’. 
In leeftijd schelen ze zes jaar, maar 
ze worden vrienden, en later, als Roh president is, spreekt hij graag zijn vertrouwen uit in Moon Jae-in.

    Doordat ze opkomen voor de mensenrechten, worden beide advocaten ware specialisten in het arbeidsrecht en raken ze sterk betrokken bij de democratiseringsstrijd. Samen richten ze de Vereniging van Advocaten van Busan en de provincie Gyeongsangnam-do 
op die een democratische samenleving nastreeft. Ze zijn zeer aanwezig bij de protesten in juni 1987 [die het begin vormen van de democratisering in 
het land]. ‘Aan de demonstraties waaraan ik in juni 1987 samen met Roh Moo-hyun heb meegedaan, bewaar 
ik mijn mooiste herinneringen en 
ben ik het meest trots,’ zegt Moon.

    Geschikt als president

    In 2002 vraagt de nieuw aangetreden president Roh Moo-hyun hem om adviseur burgerzaken te worden. 
Hij gaat akkoord, maar wil beslist niet in politieke kwesties verwikkeld raken. Na een jaar stapt hij op, maar als er een afzettingsprocedure tegen de president is gestart vraagt die hem de verdediging op zich te nemen. [In 2004 wordt Roh uit zijn ambt ontheven wegens zijn openlijke steun aan de progressieve Uri-partij, omdat het ongrondwettig is dat een staatsleider partij kiest. Maar hij wint het proces en keert terug op zijn post]. Moon blijft daarna tot het einde van diens mandaat in 2008 aan zijn zijde. Die ervaring bezorgt hem het imago van een man die bereid en in staat is het presidentschap op zich te nemen.

    Op 23 mei 2009 maakt een telefoontje een einde aan zijn rustige bestaan op het platteland. Het land is in shock na de zelfmoord van Roh Moo-hyun [een wanhoopsdaad na beschuldigingen 
van corruptie tegen zijn naasten]. Als leider van de begrafenisplechtigheid verschijnt Moon weer in het openbaar. Doordat de bevolking teleurgesteld is in Lee Myung-bak – op dat moment de [conservatieve] president – en treurt over de dood van Roh, zien de mensen in Moon Jae-in wel een geschikte presidentskandidaat. Hij zit dit als een missie, dus probeert hij de Democratische Partij nieuw leven in te blazen en bij de parlementsverkiezingen op 11 april 2012 wordt hij gekozen als afgevaardigde voor Busan. Op 17 juni 2012 stelt hij zich kandidaat voor het presidentschap. ‘Ik was op de rug van de tijger geklommen en kon er niet meer af,’ zegt hij.

    De Democratische Partij doet er ruim een maand over om de regels voor de voorverkiezing vast te stellen en ook al wint Moon, hij krijgt niet de volle steun binnen zijn partij, die sterker verdeeld is dan ooit tevoren. Zijn campagne wil maar geen vaart krijgen, terwijl de conservatieve kandidate Park Geun-hye [dochter van Park Chung-hee] het juist heel goed doet. De uitslag, 48 tegen 52 procent, is een pijnlijke nederlaag voor hem. Bovendien druist die in tegen het verlangen naar verandering dat onder de bevolking leeft.

    Omdat hij zich zorgen maakt over het schandaal rond de geheime dienst, die ervan wordt verdacht de verkiezingen te hebben beïnvloed ten gunste van Park, en over haar steeds eigenmachtiger beleid, keert Moon Jae-in in 2013 terug in de schijnwerpers met de publicatie van een boek. Hij erkent dat het hem in 2012 had ontbroken aan ‘inzet en het gevoel van urgentie’ en spreekt zelfs van ‘een gebrek aan competentie en voorbereiding’. Hij gaat hard aan de slag om zijn partij te hervormen en die bij de volgende verkiezingen aan de winst te helpen.

    Moon Jae-in zwaait naar aanhangers bij zijn inauguratie in Seoul op 10 mei. – © HH
    Moon Jae-in zwaait naar aanhangers bij zijn inauguratie in Seoul op 10 mei. – © HH

    Na de afzetting van president Park [in maart 2017] worden de presidentsverkiezingen [oorspronkelijk gepland voor december 2017] vervroegd. Het is een ongekende situatie. Maar de ‘man op herhaling’ staat klaar. Hij zet uit eigen beweging een aantal van zijn naaste medewerkers aan de kant om zijn team te vernieuwen en zo een eind te maken aan de situatie dat hij tegelijk grote sympathie en grote weerstand oproept.

    Na het schandaal rondom Choi en Park [onthullingen over de wandaden van Choi Soon-il, een goede vriendin van president Park Geun-hye, leidden tot afzetting van Park] heeft hij de bevolking aan zijn kant staan. In de voorverkiezingen geven zijn tegenstanders hem hun steun.

    Een einde maken aan alle problemen: dat is de prioriteit van de nieuwe leider, die zegt de president van alle Koreanen te willen zijn en die een eind wil maken aan de grote verdeeldheid tussen links en rechts en aan de vijandigheid tussen bepaalde regio’s. De afzetting van Park Geun-hye betekent het einde van het tijdperk van de familie Park, en de verkiezing van Moon Jae-in wordt ervaren als het begin van een nieuwe periode waarin elke verdeeldheid en elke politieke vergelding wordt afgewezen. Begrip opbrengen voor wie buitengesloten is en de mensen overtuigen, dat is wat de president te doen staat.

    Auteur: Yi Chong-ae
    Vertaler: Tess Visser

    The Hankyoreh
    Zuid-Korea | dagblad | oplage 600.000

    The Hankyoreh werd in 1988 opgericht, kort na het einde van de militaire dictatuur in Zuid-Korea. De oprichters beloofden een progressief geluid in een tijd dat in elke Koreaanse krant exact dezelfde artikelen stonden, die in feite werden gedicteerd door het ministerie van Cultuur en Informatie. Ze claimden zelfs de eerste krant ter wereld te zijn ‘die volledig onafhankelijk was van politieke macht en kapitaal’. Het was ook de eerste krant van Korea die horizontaal werd gedrukt in plaats van verticaal.

  • Bulgaarse patriotten zingen een toontje lager

    Bulgaarse patriotten zingen een toontje lager

    In Bulgarije kreeg extreemrechts een plekje in de regering. Een goede zet, vindt website Club Z. ‘Hun kiezers zien nu dat luidruchtige verkiezingsbeloftes één ding zijn, en politiek een ander.’

    In het parlement staat Volen Siderov, leider van de extreemrechtse partij Ataka, op en zingt uit volle borst het Europese volkslied: de Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven. Enkele minuten daarvoor heeft hij gestemd voor de vorming van Borisov III, het derde kabinet van aftredend premier Bojko Borisov. Een prowesterse regering die zich krachtig achter de Euro-Atlantische waarden schaart en die de markteconomie als enig ontwikkelingsmodel beschouwt. Enkele dagen daarvoor heeft Volen Siderov zelfs zijn handtekening onder dit programma geplaatst, preluderend op deze coalitie die Bulgarije de komende vijf jaar zal leiden.

    Ja, Volen Siderov, uitgerekend hij. Hij die pleitte voor uittreding van Bulgarije uit de Europese Unie en de NAVO, die eiste dat zijn land op het wereldtoneel de kant van Rusland zou kiezen en die beloofde dat hij buitenlandse bedrijven zou nationaliseren zodra hij aan de macht kwam. Maar nu het zover is, is er geen enkele kans dat hij zijn verkiezingsbeloften zal nakomen. En dat geldt ook voor zijn twee collega’s van de nationalistische en conservatieve alliantie Verenigde Patriotten, Krassimir Karakatsjanov en Valeri Simeonov.

    De ongeveer 320.000 Bulgaren die bij de laatste parlementsverkiezingen op hen hebben gestemd, waardoor ze de op twee na grootste partij werden (na de conservatieven en de socialisten), voelen zich nu dus regelrecht bedonderd. Zelden zijn de kiezers van het land zo schaamteloos voorgelogen.

    Ze beloofden verlaging van de btw en de medicijnprijzen, verplicht onderwijs in patriottisme op de scholen en herinvoering van de militaire dienst

    Evenals andere partijen hadden de Patriotten voor de verkiezingen hun programma gepresenteerd. Ze beloofden verlaging van de btw en de medicijnprijzen, verplicht onderwijs in patriottisme op de scholen en herinvoering van de militaire dienst. Ook beloofden ze dat ze de ‘speculanten’ zouden verbieden en dat ze geen enkele asielzoeker meer zouden toelaten. Voor de verkiezingen beloofden Siderov en co dat Bulgarije van niemand meer instructies zou aanvaarden. Niet van Washington, Brussel of Ankara, en evenmin van Moskou, waarbij ze voor de toekomst van het land een soort Wit-Russisch model schetsten. Ten slotte drongen de Patriotten aan op opheffing van de sancties tegen Rusland wegens de annexatie van de Krim – maar nu hoor je ze daar niet meer over.

    Traditioneel sluiten kleinere coalitiepartners in Bulgarije compromissen – maar een dergelijke verloochening van verkiezingsbeloften is in de recente geschiedenis van het land nooit vertoond. Misschien dat al de Bulgaren die op de Patriotten gestemd hebben zich een beetje minder bedonderd zouden voelen als ‘hun mannen’ enkele belangrijke posten hadden gekregen, waardoor ze iets van hun ideeën hadden kunnen uitvoeren.

    Maar ook in dat opzicht worden ze teleurgesteld: de nieuwe minister van Economische Zaken, Emil Karanikolov, is officieel naar voren geschoven door de xenofobe partij Ataka van Volen Siderov, maar nader onderzoek leert dat hij eigenlijk uit de school komt van de premier.

    Dat geldt ook voor zijn collega van Milieu, Neno Dimov. Krassimir Karakatsjanov, de leider van de nationalistische partij VMRO, heeft wel het ministerie gekregen waar hij zijn zinnen op had gezet, namelijk het ministerie van Defensie, maar in een land dat lid is van de NAVO sluit deze post ieder patriottisch avontuur en ander spektakel uit: Bulgarije moet zich aan zijn verplichtingen houden en daarmee uit.

    Het derde lid van de bende, Valeri Simeonov, die het Nationaal front voor het heil van Bulgarije leidt, heeft de prestigieuze post van vicepremier gekregen, maar nader onderzoek leert dat het niet echt een ministerspost is – hij is minister zonder portefeuille.

    Kiezersbedrog en twee erebaantjes

    Daar komt de deelname van de Patriotten dus op neer: kiezersbedrog en twee erebaantjes. Natuurlijk voeren de Patriotten aan dat ze gestreden hebben voor de verhoging van het pensioen naar 300 lev [150 euro]; ze hebben bereikt dat het minimumpensioen is verhoogd naar 200 lev en dat deze maatregel per 1 oktober in werking treedt. De rest is leugen en hypocrisie.

    Tot slot een constatering. Die hele regeringsdeelname van extreemrechts is uiteindelijk toch goed nieuws. Ten eerste weet iedereen nu dat het merendeel van de verkiezingsbeloften van Siderov en co onzin was waar geen enkele serieuze regering zich aan zou hebben gehouden. Ten tweede is het een uitstekende les voor hun kiezers, want luidruchtige verkiezingsbeloftes zijn één ding, politiek is heel wat anders.

    Auteur: Ivan Bedrov
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Volen Siderov, leider van de extreemrechtse Ataka-partij, viert Bevrijdingsdag in So a op 3 maart. – © Jodi Hilton / HH

    Club Z
    Bulgarije | clubz.bg

    Gemaakt voor de Bulgaarse intelligentsia en voor hen die baat hebben bij goed financieel nieuws. Geliefd platform voor schrijvers en chroniqueurs van naam.

  • De grote Britse Brexitroof

    De grote Britse Brexitroof

    Onlangs kon u in 360 het verhaal lezen van datamiljardair Steve Mercer, die de campagnes van Trump en de Brexit probeerde te beïnvloeden. De auteur van dat verhaal, Carole Cadwalladr, spitte verder en ontdekte dat Mercers rol bij het Brexitreferendum misschien wel beslissend was. Met de verkiezingen voor de deur roept dat de vraag op: voldoet het Britse kiesstelsel nog wel? 

    In juni 2013 liep Sophie, een jonge Amerikaanse promovenda, door Londen, en belde de baas van een bedrijf waar ze ooit stage had gelopen. Dat bedrijf, SCL Elections, was inmiddels overgenomen door Robert Mercer, een eenzelvige hedgefundmiljardair, die het bedrijf had omgedoopt tot Cambridge Analytica. Het bedrijf zou naam maken als hét data-analysebedrijf dat een belangrijke rol speelde tijdens de campagnes van Trump en die van de Brexit. Maar zover was het allemaal nog niet. In 2013 was Londen nog aan het nagenieten van de Olympische Spelen. Er was nog geen sprake van een Brexit. De wereld stond nog niet op zijn kop.

    ‘Dat was voordat we uitgroeiden tot dit duistere, dystopische databedrijf dat de wereld heeft opgezadeld met Trump,’ zegt een voormalig Cambridge Analytica-medewerker. Ik noem hem Paul. ‘Het was de tijd dat we alleen nog in psychologische oorlogsvoering deden.’

    Noemden jullie het echt zo, wil ik weten. Psychologische oorlogsvoering? ‘Reken maar. Dat is het ook. Psyops. Pschychological operations – dezelfde methoden die het leger gebruikt om de emoties van grote groepen mensen te beïnvloeden. Dat is wat er onder het winnen van de hearts and minds wordt verstaan. We zetten het vooral in om verkiezingen te winnen in ontwikkelingslanden waar maar weinig regels golden.’

    Waarom zou iemand stage willen lopen bij een bedrijf dat zich specialiseert in psychologische oorlogsvoering, vraag ik hem. Hij kijkt me aan of ik gek ben. ‘Het was alsof je voor de Britse geheime dienst werkte. Maar dan met veel meer vrijheid. Het was heel deftig allemaal, heel Brits, met iemand van Eton aan het hoofd, en we deden allemaal te gekke dingen. Je vloog de hele wereld over. Je werkte samen met de president van landen als Kenia of Ghana. Het is heel anders dan verkiezingscampagnes in het Westen. Je moet allerlei waanzinnige dingen doen.’

    Palantir

    Op die dag in juni 2013 had Sophie een afspraak met de chief executive van SCL, Alexander Nix, en ze reikte hem de kiem aan van een idee. ‘Je zou echt iets met data moeten doen,’ zei ze. ‘Zij heeft Alexander daar echt van doordrongen. Ze opperde dat hij een keer moest gaan praten met een bedrijf van iemand die zij weer via haar vader kende.’

    Wie is haar vader?

    ‘Eric Schmidt.’

    Eric Schmidt – de topman van Google?

    ‘Ja. Ze opperde ook dat Alexander eens moest gaan praten met een ander bedrijf, Palantir.’

    Ik voerde al maanden gesprekken met voormalig medewerkers van Cambridge Analytica en ik had verhalen gehoord die je de haren te berge doen rijzen, maar toch kon ik mijn oren nauwelijks geloven. Voor iedereen die zich met surveillance bezighoudt, is Palantir een begrip. Het dataminingbedrijf heeft contracten met regeringen over de hele wereld – zoals GCHQ, het Engelse Government Communications Headquarters, en de NSA. Het bedrijf is eigendom van Peter Thiel, de miljardair die medeoprichter is van eBay en PayPal, de eerste in Silicon Valley die openlijk zijn steun voor Trump uitsprak.

    In zekere zin is het feit dat de dochter van Eric Schmidt voor de link met Palantir zorgt een van de vele krankzinnige details in het meest krankzinnige verhaal waar ik ooit in ben gedoken.

    Een krankzinnig maar veelzeggend detail. Omdat het raakt aan de essentie – waarom het verhaal van Cambridge Analytica een van de meest verontrustende verhalen van dit moment is. Sophie Schmidt werkt inmiddels voor een ander megabedrijf in Silicon Valley: Uber. Het is duidelijk dat de macht en de dominantie van Silicon Valley – Google en Facebook en nog een handjevol andere bedrijven – de stuwende kracht is achter de wereldwijde tektonische verschuiving waarvan we momenteel getuige zijn.

    Het toont tevens een cruciale, levensgrote lacune in het politieke debat in Engeland. Want de gebeurtenissen in Amerika en die in Engeland zijn verstrengeld. De banden van de regering-Trump met Rusland en Engeland zijn verstrengeld. En Cambridge Analytica is een van de gezichtspunten van waaruit we kunnen zien hoe al die banden in elkaar grijpen; dat maakt ook het probleem duidelijk waarvoor we het liefst de ogen sluiten terwijl we op verkiezingen afstevenen: Engeland verbindt zijn toekomst aan een Amerika dat onder Trump een – radicale en ingrijpende – metamorfose ondergaat.

    Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: “SCL Canada”. Een dag later was die online verwijzing verdwenen

    Er lopen drie lijnen door dit verhaal. Dat in de Verenigde Staten de fundamenten worden gelegd voor een surveillancemaatschappij. Dat de Britse democratie is uitgehold door een heimelijk, verstrekkend plan tot coördinatie, mogelijk gemaakt door een Amerikaanse miljardair. En dat er een verwoede strijd gaande is tussen miljardairs, met onze data als inzet. Data die in alle stilte worden verzameld, vergaard en opgeslagen. Wie die data in handen heeft, heeft de toekomst in handen.

    Zoals het zo vaak gaat, kwam ik dit verhaal op het spoor via een avondje googelen. Vorig jaar december kwam ik via ‘automatische aanvullen’ van Google toevallig terecht op de zoekopdracht: ‘Heeft de Holocaust echt plaatsgevonden?’ En ik ontdekte dat er een hele pagina vol zoekresultaten was die beweerden van niet.

    Googles algoritme was gemanipuleerd door extremistische sites. Jonathan Albright, professor communicatie aan Elon-universiteit, in North Carolina, hielp me om mijn bevindingen te duiden. Hij was de eerste die een compleet ‘alt-right’nieuws en informatie-ecosysteem blootlegde en in kaart bracht, en hij was degene die me op het spoor zette van Cambridge Analytica.

    Hij noemde het bedrijf een spil in de ‘propagandamachine’ van rechts, een term die ik ook heb gebruikt in relatie tot de werkzaamheden die ze verrichten voor de verkiezingscampagne van Trump en het Britse Leave-kamp. Dat leidde tot een tweede artikel over Cambridge Analytica – als spil in het nepnieuws- en informatienetwerk dat volgens mij is opgezet door Robert Mercer en Steve Bannon, een van Trumps naaste medewerkers die het zelfs tot chief strategist heeft weten te schoppen. Ik stuitte op bewijzen dat het bedrijf bezig was met een strategische operatie om de mainstream media een kopje kleiner te maken en te vervangen door een systeem dat alternatieve feiten, gefingeerde geschiedkundige informatie en rechtse propaganda zou verspreiden.

    Mercer is een briljant computerkundige, een pionier op het gebied van artificiële intelligentie, en mede-eigenaar van een van de meest succesvolle hedge funds ter wereld (met een jaarlijks rendement van 71,8 procent, wat alle economische wetten lijkt te tarten). Ik kwam tot de ontdekking dat hij tevens goed is bevriend met Nigel Farage.

    Andy Wigmore, hoofd communicatie van Leave.EU, wist me te vertellen dat Mercer ervoor had gezorgd dat het bedrijf, Cambridge Analytica, het Leave-kamp zou ‘helpen’.

    Dit tweede artikel zette twee onderzoeken in gang, die allebei nog lopen: een onderzoek van het Information Commissioner’s Office naar het mogelijk illegale gebruik van data. En een tweede onderzoek, van de kiesraad, dat zich ‘richt op de vraag of een of meerdere donaties – waaronder diensten – die zijn aangenomen door Leave.EU “ontoelaatbaar” waren.’

    Ukip-leder Nigel Farage, aanjager van de Brexit en een goede bekende van Robert Mercer en Steve Bannon. – © Gareth Fuller
    Ukip-leder Nigel Farage, aanjager van de Brexit en een goede bekende van Robert Mercer en Steve Bannon. – © Gareth Fuller

    Wat ik toen ontdekte was dat Mercers rol bij het referendum nog veel verder ging. Veel verder dan de jurisdictie van welke Engelse wet dan ook. De sleutel om te begrijpen hoe een gedreven en vastberaden miljardair onze verkiezingswetten kan omzeilen, is te vinden bij AggregateIQ, een duister webanalysebedrijfje dat is gevestigd boven een winkel in Victoria, in Brits-Columbia.

    Vote Leave (de officiële Leave-campagne) besloot 3,9 miljoen te spenderen aan AggregateIQ, dus meer dan de helft van het officiële campagnebudget van 7 miljoen. Hetzelfde geldt voor drie andere aangesloten Leave-campagnes: BeLeave, Veterans for Britain en de Democratic Unionist Party, die nog eens 757.750 pond uitgaven. ‘Coördinatie’ tussen verschillende campagnes is verboden binnen de Engelse kieswet, tenzij de campagnekosten gezamenlijk worden opgegeven. Dat was niet het geval. Volgens Vote Leave heeft de kiesraad ‘de zaak bekeken’ en een ‘gezondheidsverklaring’ afgegeven.

    Hoe kan een duister Canadees bedrijf zo’n belangrijke rol hebben gespeeld bij de Brexit? Met die vraag worstelde ook Martin Moore, hoofd van het centrum voor onderzoek naar communicatie, media en macht aan King’s College, in Londen. ‘Ik heb alle facturen bekeken van de Leave-campagne, toen die in februari door de kiesraad online zijn gezet. En ik stuitte steeds maar weer op gigantische bedragen die werden overgemaakt aan een bedrijf waarvan ik niet alleen nog nooit had gehoord, maar waarvan ook op internet vrijwel niets was te vinden. Er werd meer geld betaald aan AggregateIQ dan aan welk ander bedrijf ook, of welke campagne ook, tijdens de aanloop naar het referendum. Het enige wat ik destijds kon vinden was een website van één pagina. Meer niet. Het was een groot raadsel.’

    Moore leverde een bijdrage aan een rapport dat in april werd gepubliceerd, en waarin werd geconcludeerd dat de Engelse kieswet ‘krachteloos en machteloos’ was, met alle nieuwe vormen van digitaal campagnevoeren. Offshorebedrijven, geld dat in databases wordt gestoken, ongebonden derde partijen… de geldstromen waren niet zo duidelijk meer gemarkeerd. De wetten die sinds jaar en dag de Britse kieswet hadden geschraagd, waren niet langer toereikend. Wetten, zo stond te lezen in het rapport, die ‘nodig moeten worden herzien’ door het parlement.

    AggregateIQ is ook de sleutel om een ander complex netwerk van invloedssferen te ontrafelen dat door Mercer in het leven is geroepen. Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: ‘SCL Canada’. Een dag later was die onlineverwijzing verdwenen.

    Er moest een verband zijn tussen de twee bedrijven. Tussen de verschillende Leave-campagnes. Tussen het referendum en Mercer. Het was gewoon té toevallig. Maar iedereen – AggregateIQ, leave.EU, Vote Leave – ontkende. AggregateIQ had gewoon een kortlopende opdracht gedaan voor Cambridge Analytica. Daar was niets op tegen. Wij publiceerden de feiten. Op 29 maart trad artikel 50 in werking.

    Gestoord

    Dan ontmoet ik Paul, de eerste van twee bronnen die in het verleden bij Cambridge Analytica hebben gewerkt. Hij is ergens eind twintig, en getekend door zijn ervaringen bij het bedrijf. ‘Ik heb bijna posttraumatische stress. Het was zo… gestoord. Het ging allemaal zo snel. Van de ene op de andere dag bleken we te zijn veranderd in de Republikeinse fascistenpartij. Ik kan het nog altijd nauwelijks geloven.’

    Hij moet lachen wanneer ik hem vertel over het frustrerende mysterie van AggregateIQ. ‘Kijk of je Chris Wylie kunt vinden,’ zegt hij.

    Wie is Chris Wylie?

    ‘Hij is degene die Cambridge Analytica op het spoor heeft gezet van data en microtargeting [op maat gesneden politieke boodschappen]. Hij komt uit het westen van Canada. Zonder hem zou AggregateIQ niet eens hebben bestaan. Het zijn zijn vriendjes. Hij heeft ze erbij gehaald.’

    Er was niet zomaar een terloopse link tussen Cambridge Analytica en AggregateIQ, vertelt Paul me. Ze waren innig verstrengeld, vervulden sleutelposities binnen Robert Mercers uitgestrekte rijk. ‘De Canadezen waren ons backoffice. Zij beheerden onze database. Als AggregateIQ erbij betrokken is, dan is Cambridge Analytica er ook bij betrokken. En als Cambridge Analytica erbij betrokken is, dan zijn Robert Mercer en Steven Bannon erbij betrokken. Kijk of je Chris Wylie kunt vinden.’

    Ik wist Chris Wylie op te sporen. Hij weigerde me te woord te staan.

    Om te begrijpen hoe data een bedrijf kunnen veranderen, moet je weten waar ze vandaan komen. Ik werd daarbij geholpen door een brief van de ‘Director of Defence Operations, SCL Group’. Hij is afkomstig van ‘commandant Steve Tatham, PhD, MPhil, Royal Navy (buiten dienst)’ die zijn beklag doet over het gebruik van het woord ‘desinformatie’ in mijn artikel over Mercer.

    Ik schreef hem terug en wees hem erop dat hij in bepaalde artikelen zelf had geschreven over ‘misleiding’ en ‘propaganda’, wat naar mijn idee ‘min of meer hetzelfde’ was als desinformatie. Pas later dringt tot me door hoe vreemd het is dat ik correspondeer met een gepensioneerde marinecommandant, over militaire strategieën die al dan niet zouden zijn gebruikt tijdens Britse en Amerikaanse verkiezingen.

    Wat uit beeld is verdwenen in de Amerikaanse kijk op dit ‘data-analyse’-bedrijf is de achtergrond van het bedrijf: het is diepgeworteld in de militair-industriële wereld. Een opmerkelijk hoekje binnen deze wereld wordt bevolkt door Tories van de oude stempel, zoals dat ook geldt voor het militaire establishment in Engeland. Geoffrey Pattie, een voormalig parlementslid dat een hoge positie bekleedde bij Defensie en dat aan het hoofd stond van Marconi Defence Systems, zat in de raad van bestuur, net als Lord Marland, David Camerons voormalige handelsgezant die pro-Brexit is, en die aandeelhouder was.

    Steve Tatham stond aan het hoofd van de psychologische operaties van de Britse strijdkrachten in Afghanistan. The Observer beschikt over brieven waarin hij wordt aanbevolen door het Engelse ministerie van Defensie, Buitenlandse Zaken en de NAVO.

    SCL/Cambridge Analytica is niet een of andere start-up van een stel jongens met een Mac Powerbook. Het maakt echt deel uit van het Britse defensiesysteem. En nu dus ook van het Amerikaanse defensiesysteem. Dit is meer dan een verhaal over sociale psychologie en data-analyse. Het moet gezien worden in het kader van een militaire aannemer die militaire strategieën loslaat op een burgerbevolking. David Miller, hoogleraar sociologie aan Bath-universiteit en een autoriteit op het gebied van psyops en propaganda, noemt het ‘een ongehoord schandaal dat dit mogelijk is binnen een democratie. De kiezers behoren te weten waar bepaalde informatie vandaan komt, en als dat niet helder en transparant is, moeten we ons de vraag stellen of we daadwerkelijk in een democratie leven.’

    Paul en David, een andere voormalig medewerker van Cambridge Analytica, werkten bij het bedrijf in de tijd dat het op grote schaal vergaren van data deel ging uitmaken van de psychologische-oorlogsvoeringstrategie. ‘Het was een nieuwe, krachtige synergie van psychologie, propaganda en techniek,’ zegt David.

    © Courrier International
    © Courrier International

    En dat alles werd mogelijk gemaakt door Facebook. Cambridge Analytica kreeg zijn immense hoeveelheid data in eerste instantie van Facebook. Al eerder hadden psychologen van Cambridge Analytica (legaal) gegevens van Facebook geanalyseerd voor onderzoeksdoeleinden, en ze hadden peer-reviewed artikelen gepubliceerd over Facebook-‘likes’, en wat daaruit valt af te leiden over iemands karaktereigenschappen, politieke voorkeuren, seksualiteit en nog veel meer. SCL/Cambridge Analytica huurde een hoogleraar in, dr Aleksandr Kogan, om nog meer Facebookdata te vergaren. Hij deed dat door mensen tegen betaling een persoonlijkheidstest te laten maken, waarbij niet alleen hun Facebookprofiel boven tafel kwam, maar ook dat van hun vrienden – ook dat maakte het sociale netwerk destijds mogelijk.

    Facebook was de bron van de psychologische inzichten die het Cambridge Analytica mogelijk maakte zich specifiek te richten op individuen. Het was ook het mechanisme dat het Cambridge Analytica mogelijk maakte hier op grote schaal in te handelen.

    Het bedrijf kocht ook (volkomen legaal) consumentendata – gegevens over van alles en nog wat, van tijdschriftabonnementen tot aangeschafte vliegtickets – en combineerde deze voor het eerst met psychologische gegevens en lijsten van kiesgerechtigden. Al deze informatie werd vervolgens gekoppeld aan het adres en telefoonnummer van mensen, en vaak ook aan hun e-mailadres. ‘Het doel was om alle gegevens in kaart te brengen van de informatieomgeving van alle stemgerechtigden,’ zegt David. ‘Met die persoonlijkheidsgegevens kon Cambridge Analytica op maat gesneden berichten sturen.’

    De zoektocht naar ‘beïnvloedbare’ kiezers is de sleutel tot elke campagne en met zijn schat aan data was Cambridge Analytica bijvoorbeeld in staat mensen die tamelijk angstig waren aangelegd te benaderen met beelden van immigranten die het land ‘overspoelden’. De truc is om bij elke individuele kiezer de emotionele trigger te vinden.
    Cambridge Analytica werkte aan campagnes voor een Republikeins actiecomité, in verschillende staten. Het voornaamste doel, blijkt uit een memo dat in handen is van The Observer, was ‘desinteressse kweken’ en ‘Democratische kiesgerechtigden zo ver zien te krijgen dat ze thuis blijven’: een ongekend verontrustende tactiek. Er is al eerder gezegd dat er ontmoedigingstechnieken werden gebruikt in de campagne, maar dit document levert de eerste echte bewijzen.

    Maar werkt zo’n aanpak ook echt? Een van de kritiekpunten op de artikelen van mij en anderen, is dat de ‘specialiteit’ van Cambridge Analytica te veel is opgeblazen. De meeste politieke consultancy’s gaan toch niet zo heel anders te werk?

    ‘Het is geen politiek consultancybureau,’ zegt David. ‘Wat je goed moet begrijpen, is dat dit op geen enkele manier een normaal bedrijf is. Volgens mij kan het Mercer niet eens schelen of er ook maar een cent winst wordt gemaakt. Het is het product van een miljardair die een vermogen heeft gespendeerd om een experimenteel wetenschappelijk lab op te zetten, waarin hij kan kijken wat aanslaat, waarin hij op zoek kan gaan naar minieme vormen van beïnvloeding die een verkiezingsuitslag kunnen bepalen. Robert Mercer heeft pas geld in het bedrijf gestoken na een aantal pilotprojecten – gecontroleerde experimenten. We hebben het hier over een van de slimste computerkundigen ter wereld. Die gooit echt geen vijftien miljoen over de balk.’

    ‘Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen’

    Tasmin Shawn, universitair docent filosofie aan New York-universiteit, schetst een breder kader voor me. Ze heeft onderzoek gedaan naar de financiering van het Amerikaanse leger en naar het gebruik van psychologisch onderzoek bij martelingen. ‘Het is wel aangetoond dat deze wetenschap ingezet kan worden om emoties te manipuleren. Het gaat hier om technologie die oorspronkelijk afkomstig is van het leger en die nu is ingelijfd door een mondiale plutocratie, en die wordt gebruikt om verkiezingen te beïnvloeden op een manier waar mensen geen enkel zicht op hebben, en zelfs geen weet van hebben,’ zegt ze. ‘Het gaat hier om het exploiteren van bestaande fenomenen die vervolgens worden gebruikt om mensen in de marge te manipuleren. Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen. We zitten midden in een informatieoorlog en deze bedrijven worden opgekocht door miljardairs, die vervolgens worden binnengehaald in het hart van de overheid. Dat is een zeer zorgwekkende situatie.’

    In 2013 heeft Cambridge Analytica een project uitgevoerd in Trinidad, waarin alle verhaallijnen bij elkaar komen. Net op het moment dat Robert Mercer ging onderhandelen met Alexander Nix, de baas van SCL, werd SCL in de arm genomen door verschillende ministers in Trinidad en Tobago. De opdracht was onder meer het ontwikkelen van een zogeheten microtargetingprogramma voor de partij die op dat moment aan de macht was. En AggregateIQ – hetzelfde bedrijf dat zich voor Vote Leave had ingezet bij de Brexit – werd ingehuurd om het targetingplatform te bouwen.

    David zegt hierover: ‘De standaardaanpak van SCL/CA is dat je een overheidscontract sluit met de regerende partij. Daarmee is het politieke werk gedekt. Het is vaak een of ander onzinnig gezondheidsproject, dat slechts dient als dekmantel om te zorgen dat de minister wordt herverkozen. Maar in dit geval werden de contracten niet gesloten met de overheid, maar met de nationale veiligheidsraad van Trinidad.’

    Het werk voor de informatiedienst was de prijs voor het politieke werk. The Observer heeft documenten in handen waaruit blijkt dat het ging om een voorstel om de zoekgeschiedenis van de gehele bevolking te achterhalen, om telefoongesprekken vast te leggen en spraaksoftware los te laten op de verkregen data teneinde een landelijke politiedatabase aan te leggen, compleet met een inschatting per individuele burger van de waarschijnlijkheid dat hij of zij een misdaad zou plegen.

    ‘Het plan dat aan de minister is voorgelegd heette Minority Report. Het was Pre-Crime. En het feit dat Cambridge Analytica nu werkzaam is binnen het Pentagon, is zonder meer beangstigend, als je het mij vraagt,’ zegt David.

    Datamiljardair Robert Mercer met zijn dochter Rebekah. – © Patrick McMullan / Getty Images
    Datamiljardair Robert Mercer met zijn dochter Rebekah. – © Patrick McMullan / Getty Images

    Deze documenten werpen licht op een belangrijk en onderbelicht aspect van de regering-Trump. Het bedrijf dat Trump in eerste instantie aan de macht heeft geholpen, is beloond met contracten binnen het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken. De voormalige vicepresident van dat bedrijf zit nu in het Witte Huis. Naar verluidt speelt het bedrijf ook een rol in gesprekken over ‘militaire aangelegenheden en binnenlandse veiligheid’.

    In Amerika is de overheid gebonden aan strenge wetten waar het gaat om het verzamelen van gegevens van individuele burgers. Maar particuliere bedrijven kunnen doen en laten wat ze willen. Is het irrationeel om hierin de mogelijke fundamenten te zien van een autoritaire surveillancestaat?

    Een regering die bedrijfsbelangen binnenhaalt en aan de borst drukt. Er zijn documenten waaruit blijkt dat Cambridge Analytica banden heeft met vele andere miljardairs met rechtse sympathieën, onder wie Rupert Murdoch. Uit een memo blijkt dat Cambridge Analytica heeft geprobeerd een artikel geplaatst te krijgen in Murdochs Wall Street Journal. ‘RM heeft het via een andere weg aangeboden en contact gelegd met Jamie McCauley van Robert Thomson News Corp’, staat er te lezen.

    Dat doet mij weer denken aan het verhaal waarin Sophie Schmidt, Cambridge Analytica en Palantir een rol spelen. Is het een veelzeggend detail, of is het een aanwijzing dat er nog iets anders speelt? Cambridge Analytica noch Palantir wilde ingaan op de vraag, in verband met dit artikel, of er sprake is van onderlinge banden. Maar getuigenverklaringen en mails bevestigen dat er in 2013 besprekingen hebben plaatsgevonden tussen Cambridge Analytica en Palantir. Een mogelijke samenwerking is in ieder geval aan de orde geweest.

    The Observer beschikt ook nog over andere documenten, die bevestigen dat tenminste één senior medewerker van Palantir gesprekken heeft gevoerd met Cambridge Analytica in verband met het Trinidad-project en latere politieke werkzaamheden in de Verenigde Staten. Maar destijds heeft Palantir besloten, zo wordt me verteld, dat de kans op imagoschade te groot werd geacht om echt met elkaar in zee te gaan. Er stond te weinig tegenover. Palantir is een bedrijf dat wordt vertrouwd met grote hoeveelheden data van Engelse en Amerikaanse burgers, in dienst van zowel GCHQ en NSA, en vele andere landen.

    Maar nu zijn beide bedrijven in handen van ideologisch gedreven miljardairs: Robert Mercer en Peter Thiel. De Trump-campagne heeft gezegd dat Thiel heeft geholpen met data. Een campagne die werd geleid door Steve Bannon, die destijds bij Cambridge Analytica zat.

    Een hooggeplaatst iemand van QC, die veel tijd heeft doorgebracht bij het Britse onderzoekstribunaal IPT, zegt dat het grootste probleem bij deze technologie is dat het er vooral om gaat wíé de gegevens in handen heeft.

    ‘Aan de ene kant gaat het om bedrijven en overheden die zeggen “vertrouw ons nou maar, we hebben het hart op de goede plaats en we zijn democratisch en in het weekend bakken we gezellig koekjes”. Maar dezelfde technologie kan worden verkocht aan willekeurig welk repressief regime.’

    In Engeland hebben we nog altijd vertrouwen in de overheid. We gaan ervan uit dat de autoriteiten zich aan de wet houden. We hebben vertrouwen in de wet. We geloven dat we in een vrij en democratisch land leven. En juist daarom is naar mijn gevoel het laatste deel van dit verhaal zo ongekend verontrustend.

    Dominic Cummings

    De details van het Trinidad-project ontsloten eindelijk het mysterie van AggregateIQ. Trinidad was het eerste project van SCL waarbij gebruik werd gemaakt van big data voor microtargeting, voordat het bedrijf werd overgenomen door Mercer. Om dit model was het Mercer te doen. Alle partijen kwamen hier samen: Aleksandr Kogan, de psycholoog van Cambridge, AggregateIQ, Chris Wylie, en de twee andere mensen die een rol zouden spelen in dit verhaal: Mark Gettleson, een focusgroupspecialist die in het verleden voor de liberalen had gewerkt, en Thomas Borwick, de zoon van Victoria Borwick, het conservatieve parlementslid uit Kensington.

    Toen in februari mijn artikel verscheen waarin ik Mercer en Leuve.EU met elkaar in verband bracht, was niemand zo boos als voormalig Tory-adviseur Dominic Cummings, de campagnestrateeg van Vote Leave. Hij ging flink tekeer op Twitter. Het artikel stond ‘vol fouten & verspreidt zelf desinformatie’. Of: ‘CA speelde ~0% rol in Brexit-referendum.’

    Een week later toonde The Observer het vermoedelijke verband aan tussen AggregateIQ en Cambridge Analytica. Cummings Twitteraccount zweeg in alle talen. Hij reageerde niet op mijn berichten of mijn mails.

    Er speelden al langer vragen over een mogelijke coördinatie tussen de verschillende Leave-campagnes. In de week voorafgaand aan het referendum doneerde Vote Leave geld aan twee andere Leave-groeperingen – 625 duizend pond aan BeLeave, een initiatief van modestudent Darren Grimes, en 100 duizend pond aan Veterans for Britain. Beide campagnes hebben dit geld besteed aan AggregateIQ.

    De kiesraad heeft AggregateIQ aangeschreven. Een bron dicht bij het onderzoek heeft gezegd dat AggregateIQ heeft gereageerd met de mededeling een geheimhoudingsverklaring te hebben getekend. En aangezien het niet onder de Engelse jurisdictie valt, was de zaak daarmee afgedaan. Dit is waar Vote Leave naar verwijst wanneer ze zeggen dat de kiesraad ‘een gezondheidsverklaring’ heeft afgegeven.

    Dominic Cummings heeft op zijn blog duizenden woorden gewijd aan de referendumcampagne. Wat ontbreekt zijn details over zijn data-analisten. Het enige wat hij daarover zegt is dat hij ‘specialisten heeft ingehuurd’.

    Eindelijk, na weken van berichten, krijg ik een mail van hem. We bleken het over één ding eens te zijn. Hij schreef: ‘De wetgeving/handhavende instanties zijn een lachertje, en de werkelijkheid is dat iedereen die een loopje met de wet wil nemen dat kan doen zonder dat ook maar iemand het doorheeft.’ Maar, zegt hij: ‘door de aandacht te vestigen op onzinnige verhalen als de denkbeeldige rol van Mercer bij het referendum, leid je de aandacht af van deze belangrijke kwesties’.

    En om dan eindelijk antwoord te geven op de vraag hoe Vote Leave terecht is gekomen bij deze duistere firma aan de andere kant van de aardbol, schrijft hij: ‘Iemand stuitte op internet op AIQ [AggregateIQ] en belde hen op, en zei vervolgens tegen mij – laten we met die lui in zee gaan. Ze waren duidelijk veel competenter dan de mensen die we in Londen hadden gesproken.’

    Het ongelukkige aan dit verhaal – voor Dominic Cummings – is dat het ongeloofwaardig is. Het is een paar minuten werk om een datumfilter in Google search te installeren en te zien dat ‘AggregateIQ’ eind 2015 of begin 2016 helemaal geen hits opleverde. Er is niets over geschreven in de media. Het bedrijf wordt nergens genoemd. De website verschijnt niet eens op mijn scherm. Ik heb Dominic Cummings betrapt op wat een alternatief feit lijkt te zijn.

    Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als “te overreden”, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen

    Een controleerbaar feit is dat Gettleson en Borwick, die voorheen werkzaam waren als consultant voor SCL en Cambridge Analytica, beiden een spilfunctie bekleedden in het Vote Leave-team. Ze staan beiden vermeld in de officiële Vote Leave-documenten die zijn gedeponeerd bij de kiesraad, al omschrijven ze hun eerdere werkzaamheden heel bescheiden als ‘microtargeting in Antigua en Trinidad’ en ‘direct communications voor verschillende politie-actiecomités, senaats- en gouverneurscampagnes’.

    En Borwick was niet zomaar een medewerker. Hij was het hoofd technologie van Vote Leave.

    Dit verhaal omvat een complex netwerk van verbinding, met als spin in het web Cambridge Analytica. Alle lijntjes komen uit bij Mercer. Want de banden moeten overduidelijk zijn geweest. ‘Misschien was AggregateIQ niet van Mercer, maar het speelde zich wel allemaal af binnen zijn domein,’ zegt David. ‘Bijna al hun contracten waren afkomstig van Cambridge Analytica of van Mercer. Zonder hen hadden ze geen bestaansrecht. Gedurende de hele aanloop naar het referendum werkten zij elke dag met Mercer en Cambridge Analytica aan de campagne van [Ted] Cruz. AggregateIQ bouwde en beheerde de databaseplatforms van Cambridge Analytica.’

    Cummings wil niet zeggen wie voor hem de websites bouwde. Maar op facturen die zijn overhandigd aan de kiesraad zien we betalingen aan een bedrijf dat luistert naar de naam Advanced Skills Institute. Het duurt weken voordat ik het belang daarvan inzie, aangezien het bedrijf meestal wordt aangeduid als ASI Data Science, een bedrijf waar steeds roulerende data-analisten werkzaam zijn, die vervolgens aan de slag gaan bij Cambridge Analytica, en omgekeerd. Er is beeldmateriaal van ASI data-analisten die persoonlijkheidsmodellen van Cambridge Analytica presenteren, en er zijn documenten over evenementen die de twee bedrijven samen hebben georganiseerd. ASI heeft tegen The Observer gezegd geen officiële banden te onderhouden met Cambridge Analytica.

    Waar het om gaat is het volgende: tijdens de Amerikaanse voorverkiezingen heeft AggregateIQ contractueel afstand gedaan van het intellectueel eigendom (IE). Het bedrijf was echter geen eigenaar van dat IE: dat was Robert Mercer. Om met een ander bedrijf in Engeland te kunnen samenwerken, moest AggregateIQ expliciet toestemming hebben van Mercer. Op de vraag of hij commentaar wil geven op de financiële of zakelijke banden tussen ‘Cambridge Analytica, Robert Mercer, Steve Bannon, AggregateIQ, Leave.EU en Vote Leave’, zegt een woordvoerder van Cambridge Analytica: ‘Cambridge Analytica heeft geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden verricht voor Leave.EU.’

     Witte Huis-adviseur Steve Bannon. – © Jonathan Ernst / Reuters
    Witte Huis-adviseur Steve Bannon. – © Jonathan Ernst / Reuters

    Dit verhaal gaat niet over de geslepen Dominic Cummings die een paar mazen heeft ontdekt in de regels van de kiesraad. Die her en der een paar miljoen heeft weggezet. Dit verhaal gaat ook nog niet eens om wat een heimelijke coördinatie lijkt te zijn tussen Vote Leave en Leave.EU bij het inhuren van AggregateIQ en Cambridge Analytica. Dit verhaal gaat over gedreven Amerikaanse miljardairs – Mercer en zijn voornaamste ideoloog, Bannon – die medeverantwoordelijk zijn voor de grootste constitutionele verandering in Engeland van de afgelopen eeuw.

    Wie wil begrijpen hoe, en in welke mate, de Brexit is verbonden met Trump, is hier op het goede spoor. Deze lijnen, die dwars door Cambridge Analytica lopen, zijn het resultaat van een trans-Atlantisch partnerschap dat vele jaren teruggaat. Nigel Farage en Bannon werken nauw samen, zeker al sinds 2012. Bannon heeft in 2014 de Londense poot van zijn nieuwswebsite Breitbart geopend om Ukip te steunen – het nieuwste front ‘in de culturele en politieke oorlog die momenteel wordt gevoerd’, zei hij tegen The New York Times.

    Engeland was altijd al een cruciaal onderdeel geweest van Bannons plannen, hoor ik van een andere ex-Cambridge-medewerker, die anoniem wil blijven. Het was een speerpunt van zijn strategie om de hele wereldorde te veranderen.

    ‘Hij is ervan overtuigd dat je eerst de cultuur moet omvormen voordat je de politiek kunt omvormen. En daarin speelde Engeland een sleutelrol. Hij meende dat Amerika het voorbeeld van Engeland zou volgen. De Brexit was voor hem van enorme symbolische waarde.’

    Op 29 maart, de dag dat artikel 50 in werking trad, belde ik een van de kleinere campagnes, Veterans for Britain. Cummings strategie was om in de laatste dagen van de campagne mensen gericht te benaderen en de kleinere groep kreeg in de laatste week honderdduizend pond van Vote Leave. Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als ‘te overreden’, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen.

    Ik vraag David Banks, het hoofd communicatie van Veterans for Britain, waarom ze dat geld aan AggregateIQ hebben uitgegeven.

    ‘Ik ben niet op AggregateIQ afgestapt, zij zijn op ons afgestapt. Ze hebben ons gebeld en een pitch gehouden. Er is geen sprake van een complot. Het was gewoon een Canadees bedrijf dat een vestiging opende in Londen, om binnen de Britse politiek te gaan werken, en zij deden dingen die geen enkel Engels bedrijf ons kon bieden. Hun targeting was gebaseerd op een aantal technologieën die nog niet tot Engeland waren doorgedrongen. Ze hadden een manier gevonden om mensen te targeten op grond van inzicht in hun gedrag. Zij benaderden ons.’

    Naar mijn idee was David Banks zich er niet van bewust dat er iets niet helemaal in de haak was. Het is een vaderlandslievende man, die gelooft in de Britse soevereiniteit, Britse waarden en de Britse wetgeving. Ik denk dat hij niet wist dat er overlap was tussen de verschillende campagnes. Ik kan alleen maar concluderen dat hij om de tuin is geleid.

    En dat wij, het Britse volk, om de tuin zijn geleid. In zijn blog schrijft Dominic Cummings dat de Brexit op het conto komt van ‘zo’n 600 duizend mensen – net iets meer dan 1 procent van alle geregistreerde kiezers’. Het is niet zo’n heel grote stap om te denken dat een lid van de mondiale 1 procent een manier heeft gevonden om deze beslissende 1 procent van de Britse kiezers te beïnvloeden.

    Rusland

    Het referendum was een open doel, onweerstaanbaar voor de Amerikaanse miljardairs. Of moet ik zeggen: de Amerikaanse miljardairs en andere geïnteresseerde spelers? Want als we inzien dat Engeland en Amerika, Brexit en Trump, nauw zijn verbonden door trans-Atlantische connecties, dan moeten we ook inzien dat Rusland een plek heeft binnen deze innige verstrengeling.

    De afgelopen tijd heb ik geschreven over de banden tussen rechts in Engeland, de regering-Trump en rechts in Europa. En deze lijnen lopen op een of andere manier allemaal richting Rusland. Vanuit Nigel Farage en Donald Trump en Cambridge Analytica.

    The Observer heeft een kaart te zien gekregen met daarop de vele plekken op de wereld waar SCL en Cambridge Analytica werkzaam zijn geweest: onder meer in Rusland, Litouwen, Letland, Oekraïne, Iran en Moldavië. Verschillende bronnen binnen Cambridge Analytica hebben andere banden met Rusland aan het licht gebracht, zoals reisjes naar Rusland, besprekingen met topmannen van Russische staatsbedrijven, en verklaringen van SCL-medewerkers dat ze voor Russische rechtspersonen hebben gewerkt.

    Artikel 50 is in werking getreden. AggregateIQ valt niet onder de Engelse jurisdictie. De kiesraad staat machteloos. Een volgende verkiezing, met dezelfde regels, staat voor de deur. Het is niet zo dat de autoriteiten zich niet realiseren dat er reden is tot zorg. The Observer heeft gehoord dat het openbaar ministerie een speciale aanklager heeft aangesteld om vast te stellen of er grond is om over te gaan tot vervolging omdat er campagnefinancieringswetten zijn overtreden. Het openbaar ministerie heeft de zaak terugverwezen naar de kiesraad. Iemand dicht bij de commissie, die zich bezighoudt met de veiligheidsdiensten, weet me te vertellen dat ‘er wordt gewerkt’ aan een mogelijke inmenging van Rusland bij het referendum.

    Gavin Miller, werkzaam bij QC en gespecialiseerd in kieswetgeving, noemt de situatie ‘hoogst verontrustend’. Hij denkt dat de waarheid alleen valt te achterhalen door een openbaar onderzoek. Maar daar moet de regering opdracht toe geven. Een regering die net verkiezingen heeft uitgeschreven om haar machtsbasis te versterken. Verkiezingen die zijn bedoeld om meer op één lijn te komen met Trumps Amerika.

    Martin Moore van King’s College in Londen wijst erop dat verkiezingen tegenwoordig meer en meer worden gebruikt als middel om een autoritair bewind in het zadel te helpen. ‘Kijk naar Erdogan in Turkije. Wat Theresa May doet is in zekere zin heel antidemocratisch. Ze is doelbewust bezig haar macht te vergroten. Het gaat niet om een verschil in beleid tussen twee politieke partijen.’

    Dit in Engeland in 2017. Een Engeland dat steeds meer wegheeft van een democratie die wordt ‘gemanaged’. Bekostigd door een Amerikaanse miljardair. Gebruikmakend van militaristische technologie. In kaart gebracht door Facebook. En mogelijk gemaakt door ons. Als we de uitslag van het referendum honoreren, stemmen we daar impliciet mee in. Het gaat hier niet over Remain of Leave. Dit overstijgt partijpolitiek. Het gaat over de eerste stap in een brave new world, die steeds minder democratisch is.

    Auteur: Carole Cadwalladr
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty Images

    The Observer
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000

    Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.

  • Dossier: Redden de Europese dijken het?

    Dossier: Redden de Europese dijken het?

    Franse verkiezingen cruciaal voor EU.

    Toen bleek dat de PVV in Nederland niet de grootste partij was geworden, haalde men in Brussel opgelucht adem: het populistische gevaar was afgewend. Maar met de naderende verkiezingen in Frankrijk en Duitsland liggen alweer nieuwe dreigingen op de loer. Ook in veel andere Europese landen is de euroscepsis groot

    1. De anti-Europese Unie

    2. Als Le Pen wint, overleeft Europa het niet

    3. UKIP is voor de geschiedenisboekjes

    4. Orbán droomt van een gesloten staat

    5. Context: De situatie in Europa

    Openingsbeeld: Geert Wilders neemt een selfie met Marine Le Pen, terwijl Frauke Petry (AfD, rechts) in de verte staart. – © Michael Probst / HH

  • Kan autodidact Schulz Merkel verslaan?

    Kan autodidact Schulz Merkel verslaan?

    Martin Schulz wil Brussel verruilen voor Berlijn. Als sociaaldemocratisch kandidaat voor het kanselierschap zal hij het in september opnemen tegen Angela Merkel.

    Het is wel vreemd: uitgerekend op het moment dat de Europese Unie de grootste crisis in haar bestaan doormaakt, wil de SPD de verkiezingen in met een lijsttrekker die meer dan wie ook dat Europa vertegenwoordigt. De partij legt haar lot in handen van een man die geen regeringservaring heeft en de politiek in Berlijn slechts op afstand kent. Een sprong in het diepe, absoluut. Voor iedereen.

    Al onmiddellijk kreeg de kandidaat te voelen wat hem nu te wachten staat. De verwachtingen in zijn eigen fractie zijn hooggespannen – zijn politieke tegenstanders slijpen hun messen. Niemand weet waar hij in de binnenlandse politiek voor staat, beweren vertegenwoordigers van Groenen, FDP en CDU/CSU. Kent hij wel de details van de loonvorming of de finesses van het pensioenstelsel? Oude interviews worden doorgespit. Ah! Hij wilde ooit euro-obligaties om Zuid-Europese schulden over te hevelen naar de Europese Unie! Sommigen proberen hem nu als extreemlinks weg te zetten. En de AfD heeft haar slogans al klaar: Schulz is ‘symbool van de EU-bureaucratie en een diep gespleten Europa’.

    Dat zal hij nog vaak te horen krijgen, want met zijn aanwijzing als lijsttrekker is de verkiezingsstrijd begonnen. En die zal heviger zijn dan alles wat hij als lijsttrekker bij de Europese verkiezingen ondervond.

    Martin Schulz in zijn boekwinkel. – © Michael Trippel / Laif / Hollandse Hoogte
    Martin Schulz in zijn boekwinkel. – © Michael Trippel / Laif / Hollandse Hoogte

    Natuurlijk maakt Schulz deel uit van het establishment in Brussel. Hij was er zeven jaar fractieleider en vijf jaar parlementsvoorzitter. Maar symbool van de bureaucratie? Schulz was nooit lid van de Europese Commissie, hij was altijd met hart en ziel parlementariër. Tussen zijn collega’s viel hij snel op: omdat hij zijn standpunten hartstochtelijk verdedigde, over een scherpe tong beschikte, anderen wist mee te slepen. Zulke eigenschappen zijn in het Europees Parlement niet al te dik gezaaid. Europarlementariërs zijn vakpolitici en hebben, alleen al vanwege de grote ruimtelijke afstand, een zwakke band met de kiezers in eigen land.

    Voor Schulz was dat anders. Zijn kieskring lag immers maar anderhalf uur van Brussel. Hij bleef er wonen. Zijn vrouw, landschapsarchitect, had er haar bedrijf, zijn kinderen gingen er naar school.

    In Würselen kent vrijwel iedereen hem. Hij wilde er profvoetballer worden, en toen dat niet lukte begon hij een boekhandel, die nog altijd bestaat. Achter in de zaak zat Schulz met zijn vrienden van de jonge socialisten politieke plannen te smeden. Op zijn eenendertigste werd hij tot burgemeester gekozen, de jongste op dat ogenblik in Noordrijn-Westfalen. Vanuit kikkerperspectief leerde hij de politiek kennen.

    Eind jaren tachtig moest hij onverwacht ruim duizend Afrikaanse vluchtelingen onderbrengen, die België had doorgelaten. Hij legde beslag op een sportzaal, vreesde vervolgens voor zijn herverkiezing… en kreeg een absolute meerderheid. Toen de kolenmijnen in de regio sloten, zette hij samen met zijn collega uit het naburige Aken een bedrijvenpark op, waar IT-ondernemers zich vestigden. De vandaag de dag bij internationale voetbaltoernooien gebruikte doellijntechnologie komt uit Würselen. Voor hem is dat belangrijker dan heel wat richtlijnen die hij door het parlement loodste, zegt de voetbalfan Schulz enthousiast.

    Mislukte schoolcarrièrre

    Sowieso is hij een goed verteller en een goede waarnemer. Misschien ook wel omdat hij een dagboek bijhoudt, al meer dan dertig jaar. Maar bovenal is hij een buitengewoon belezen mens, uitdrukking van een honger naar ontwikkeling, en dat is weer het resultaat van een mislukte schoolcarrière. Schulz was slecht in wiskunde, hij bleef tweemaal zitten en in de vijfde klas moest hij van school. Geen diploma, geen studie. Dus moest hij zich zijn kennis zelf eigen maken, als autodidact.

    Boekhandelaar worden lag voor de hand, dan kon hij veel lezen.

    Sommigen proberen uit dat ontbrekende diploma nu al politieke munt te slaan. Maar Schulz komt er niet door in gevaar. In de ogen van sociaaldemocraten adelt het hem pas echt: hij zou de eerste kanselier zijn zonder diploma.

    Maar tot het zo ver is, dient hij nog een lange weg te gaan en moet hij eerst politiek stelling nemen. Zelfs partijvrienden konden of wilden de afgelopen tijd niet zeggen waarvoor deze kandidaat inhoudelijk staat. Toch is Schulz uitstekend thuis in de landelijke politiek. Sinds 1999 maakt hij deel uit van het partijpresidium, langer dan wie ook. Debatten over een rem op de huurstijgingen of over het minimumloon kent hij maar al te goed, maar als Europaparlementariër hoefde hij zich hierop nooit in het openbaar vast te leggen.

    Schulz spreekt de laatste tijd vaak over de onzekerheden in het arbeidsleven, de problemen van gewone hard werkende mensen en de onrechtvaardige verdeling van de welvaart. Maar pogingen hem als extreemlinks af te schilderen zullen stuklopen. Sinds de jaren negentig is Schulz lid van de Seeheimer Kreis, een groep pragmatisch-conservatieve SPD-politici. Ook in de Europese fractie van de sociaaldemocraten, waarvan veel socialisten deel uitmaken, bevond hij zich altijd op de rechterflank.

    Vluchtelingen, Turkije, euro: op geen van die dossiers kan hij Merkel geloofwaardig aanvallen. Dat zou ook ingaan tegen zijn eigen overtuiging

    Schulz spreekt zich niet uit voor een bepaalde coalitie. Dat verwachten de SPD-parlementariërs ook van hem. Velen dromen van een rood-rood-groene coalitie. De partij wil eindelijk weg uit de Grosse Koalition, waarin zij de juniorpartner is. Schulz moet een nieuw begin maken. Maar hoe? Hij is dan wel niet gebonden aan kabinetsstandpunten, maar staat toch als vrijwel geen ander voor de grote coalitie – in Europa. Daar was hij de afgelopen tweeënhalf jaar verantwoordelijk voor een ongekende samenwerking met de christendemocraten. Het had veel weg van de wijze van regeren die Duitsland kent.

    Schulz was betrokken bij alle belangrijke beslissingen. Hij maakte de Grieken duidelijk dat ze alleen in de euro konden blijven als ze zich aan hun verplichtingen zouden houden. Over euro-obligaties sprak hij niet meer. Hij maakte zich hard voor een eerlijke verdeling van vluchtelingen over Europa en voor het vluchtelingenakkoord met Turkije. Hij verdedigde de handelsverdragen met Canada en met de Verenigde Staten – steevast tegen het verzet van links in. Schulz handelde als verlengstuk van zijn vriend Juncker, beiden onderhielden ze nauwe contacten met de kanselier in Berlijn. Tussen Angela Merkel en Schulz ontstond een verhouding van wederzijds vertrouwen. Zij nodigde hem vaak uit in de kanselarij, hij organiseerde gezamenlijke diners met de Franse president.

    Toen Schulz in de voorbije herfst een nieuwe ambtstermijn als parlementsvoorzitter ambieerde, vestigde hij zijn hoop op Merkel. Mijn toekomst ligt in handen van de kanselier, orakelde hij. Zij zou de conservatieven in Europa er wel van overtuigen dat hij – tegen alle afspraken in – in functie zou kunnen blijven, dacht Schulz. Dan zou ze zich hem immers als concurrent bij de Bondsdagverkiezingen van het lijf kunnen houden.

    Maar Merkel deed niets. Nu daagt hij haar uit – en torst hij hun hele gezamenlijke geschiedenis met zich mee. Vluchtelingen, Turkije, euro: op geen van die dossiers kan hij Merkel geloofwaardig aanvallen. Dat zou ook ingaan tegen zijn eigen overtuiging. Schulz wil geen brandmuren optrekken tegen het populisme en zo voorkomen dat steeds meer sociaaldemocraten overlopen naar de AfD. Hij zal het nationalisme hekelen en zich hard maken voor een sterk verenigd Europa.

    Of dat stemmen gaat opleveren? Het blijft een gok.

    Auteur: Thomas Gutschker
    Vertaler: Marten de Vries

    Openingsbeeld: © Hermann Bredehorst / Polaris

    Frankfurter Allgemeine Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 382.000

    Een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.

  • Buitenlandse stemmen over 15 maart

    Buitenlandse stemmen over 15 maart

    De verkiezingen in Nederland trekken ongekend veel aandacht in het buitenland. 360 maakte een rondje langs de velden.

    De World Socialist Web Site (WSWC), orgaan van de trotskistische Vierde Internationale, gevestigd in Oak Park, Michigan (VS), wijdde eind februari een opmerkelijk goed gedocumenteerd en zeer uitgebreid artikel aan de verkiezingen van 15 maart. Uiteraard wordt gewaarschuwd voor Wilders, ‘wiens campagne een mengsel is van sociale demagogie en vreemdelingenhaat’. Maar Wilders dankt zijn succes volgens de trotskisten ‘vooral aan het feit dat niemand zijn ultrarechtse koers heeft uitgedaagd’. ‘In de loop van de voorbije tien jaar hebben diverse coalities de weg bereid voor ultrarechts door een ongekende orgie van bezuinigingen op sociale uitgaven, waarbij vluchtelingen en migranten tot zondebok werden bestempeld.’

    ‘Het voorgewende economische herstel verandert niets aan de situatie van de armen en de arbeidersklasse in Nederland. Het aantal mensen dat in armoede leeft, is sinds 2008 gestegen tot 1,2 miljoen, dat wil zeggen 8 procent van de bevolking. In de grote steden ligt de werkloosheid op 13,4 tot 14,4 procent. Vooral kinderen en migranten worden door de stijgende armoede getroffen: 12 procent van álle kinderen, en 28 procent van de migrantenkinderen.’

    Links in Nederland moet het bij de trotskisten vooral ontgelden. ‘Toen in 2012 de minderheidsregering van VVD en CDA ten onder ging aan nieuwe bezuinigingsmaatregelen omdat Wilders weigerde deze in het parlement te steunen, nam de PvdA dat van hem over. (…) Die partij zorgde er door zijn banden met de FNV eveneens voor dat het arbeidersprotest tegen de bezuinigingen in 2013 in toom werd gehouden.’

    ‘De Socialistische Partij (SP), in 1971 opgericht als een maoïstische organisatie, is niet in staat gebleken profijt te trekken uit het ineenstorten van de PvdA. Na 25 zetels in 2010 en 15 zetels in 2012 voorziet men nu dat de partij, die slechts “socialistisch” in naam is, ondanks de sociale crisis met haar strikt nationalistische programma niet meer dan 11 tot 13 zetels zal behalen.’

    Op de foto met Geert Wilders in Spijkenisse, tijdens de aftrap van de campagne van PVV (18 feb 2017). – © Peter Hilz / HH
    Op de foto met Geert Wilders in Spijkenisse, tijdens de aftrap van de campagne van PVV (18 feb 2017). – © Peter Hilz / HH

    Leonid Beshidsky sprak voor de website van Bloomberg met de Nijmeegse politicoloog Koen Vossen, schrijver van het boek The Power of Populism, over de Amerikaanse inspiratiebronnen van Wilders. Dat waren het Amerikaanse neoconservatisme en de ‘War on Terror’ van George W. Bush. ‘Later liet Wilders het economisch neoliberalisme vallen omdat dit in Nederland niet populair was. Zijn huidige economische programma belooft verhoging van de sociale uitkeringen voor geboren Nederlanders door de uitkeringen aan migranten stop te zetten. Maar Wilders praat niet graag in detail over zijn economisch programa. ‘Dat ligt buiten zijn comfort zone,’ volgens Vossen. Als deze verkiezingen over de economie zouden gaan, zou Wilders het niet zo goed doen. Maar jammer genoeg heeft de huidige coalitie het economisch keurig gedaan, dus gaan de verkiezingen nu over de sfeer in Nederland.’

    De Franse financieel-economische website La Tribune schrijft dat de grote Nederlandse multinationals als Unilever, Philips en Ahold Delhaize ‘het populisme en negativisme’ willen bestrijden dat aan de vooravond van de verkiezingen in Nederland de kop op steekt. Geciteerd wordt Jan Zijderveld, de directeur-Europa van Unilever, die heeft verklaard dat ‘het populisme een symptoom is van het gebrek aan vooruitgang’. ‘Er ontbreekt op dit moment een perspectief voor groei, en dat voedt het negativisme.’

    ‘Hoewel hij zich omschrijft als een buitenstaander, is hij op twee na het langst zittende lid van het Nederlandse parlement en bemoeit hij zich al met politiek sinds hij 28 was’

    Alissa J. Rubin ondernam voor The New York Times de reis naar Spijkenisse, ‘een van zijn bolwerken waar de rechts-populist Geert Wilders op de markt zijn verkiezingscampagne begon’. Ze kijkt iets verder dan naar ‘de visventers met rauwe haring’. ‘De leden van zijn parlementaire fractie zijn, technisch gesproken, geen leden van zijn partij, en dat stelt Wilders in staat de volledige controle te hebben over de partij en de besluitvorming. Die eenmanspartij stelt hem ook in staat de meeste regels omtrent partijfinanciering en verantwoording daarover te omzeilen, waardoor de bronnen waaruit de partij wordt gefinancierd duister blijven, hoewel hij geld krijgt van ten minste één Amerikaanse conservatieve groep. En hoewel hij zich omschrijft als een buitenstaander, is hij op twee na het langst zittende lid van het Nederlandse parlement en bemoeit hij zich al met politiek sinds hij 28 was.’

    Voor The Guardian ging Duncan Robinson te rade bij Alexander Pechtold over de invloed van Wilders. ‘Pas op wanneer extremisme “gewoon” wordt,’ zegt de leider van D66. ‘Dat is wat er gebeurt. Het is niet Wilders, niet wat hij voor elkaar krijgt. Het zijn de navolgers. Die zijn het probleem.’

    ‘Voor D66,’ schrijft Robinson, ‘bieden de komende verkiezingen een nieuwe kans om aan de macht te komen. D66 is als een feniks, ze zijn goed in het zich opnieuw uitvinden.’ Pechtold denkt dat de hernieuwde opkomst van zijn partij ermee te maken heeft dat identiteit, meer dan economie, de Nederlandse politiek bepaalt. ‘Als het over economie gaat, zijn wij een beetje saai. We verkeren wat dat betreft in het midden. Maar als het aankomt op onderwijs, op Europa of gezondheidszorg, zijn we zeer progressief.’

    Samengesteld door Lambiek Berends

    Beeld: Verkiezingsbord in het dorp Onnen met daarop de posters van de politieke partijen die meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen. – © Kees van de Veen

  • Dossier: De politieke verwachting voor 2017: code oranje

    Dossier: De politieke verwachting voor 2017: code oranje

    De grootste dreigingen volgens de wereldpers.

    Zelfs de grootste optimist zal 2017 met lichte huivering tegemoetzien. Het belooft een roerig jaar worden met drie belangrijke verkiezingen – in Frankrijk, Duitsland en Nederland –, waarbij populistische partijen fors lijken te gaan winnen.

    Op wereldschaal dreigt de verkiezing van Donald Trump de verhoudingen tussen de VS, China en Rusland flink op te schudden.

    1. Frankrijk, het zwakke broertje van Europa?

    2. Haalt Merkel haar vierde termijn?

    3. Bloederige Brexit?

    4. Op naar een nieuw Jalta?

    5. Hoe gaat China om met de strapatsen van Trump?

    6. Zal de Derde Wereldoorlog in Kaliningrad beginnen?

    7. Redt Assad zich eruit?

    © Michelle Thompson
    © Michelle Thompson

    Alvast een voorproefje:

    Ivan Krastev: Een herhaling van 1917?

    In een interview met de Oostenrijkse krant Die Presse, kort na de verkiezing van Donald Trump, maakt de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev de inschatting dat 2017, net als 1917, ‘een revolutionair jaar’ zou kunnen worden. ‘Als Marine Le Pen in Frankrijk wint en Angela Merkel in Duitsland verliest, zou Europa van kop tot staart kunnen veranderen. Als de Europese Unie dat al zou overleven, zou ze er heel anders uit komen te zien: niet meer dezelfde grenzen, niet meer dezelfde filosofie.’

    The Spactator: Het jaar van de razernij

    ‘2017: het jaar van de Europese woede’ luidt de kop boven een artikel in The Spectator. ‘Na de turbulenties in 2016 zou een rustig jaartje Europa geen kwaad doen. Maar het zal er niet van komen’, voorziet het Britse weekblad, want ‘er komen verkiezingen in vier landen die bij de oprichting van het Europese project betrokken waren, en in al deze landen is het eurosceptisme in opmars’; in Nederland, in Frankrijk, in Duitsland, en in Italië, hoewel nog niet vaststaat dat ook de Italianen al dit jaar naar de stembus zullen gaan.

    The Economist: De wals van de atoombommen

    Wie zal het eerste naar het kernwapen grijpen? Rusland?* Noord-Korea? De waarschijnlijkheid dat een land in een opwelling van woede gebruik zal maken van het kernwapen – hetgeen de eerste keer zou zijn sinds 1945 – blijft godzijdank buitengewoon klein, schrijft het Britse weekblad The Economist. Toch zijn anno 2017 de kansen daarop niet geheel tot nul teruggebracht. ‘De verontrustende waarheid is dat kernwapens vandaag de dag een grotere bedreiging zijn dan ooit tevoren sinds het einde van de Koude Oorlog.’

    • Op 2 december 2016 gelastte Poetin een versterking van de Russische nucleaire slagkracht, vooral door gebruik te maken van raketsystemen waartegen geen enkel raketschild bestand zal zijn.
  • 1. Frankrijk, het zwakke broertje van Europa?

    1. Frankrijk, het zwakke broertje van Europa?

    Eigenlijk maakt het weinig uit welke president de Fransen dit jaar kiezen, schrijft de Brit John Gray. De verkiezingsuitslag zal sowieso bijdragen aan de politieke instabiliteit van Europa.

    Het is nog te vroeg om de volledige impact in te schatten van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen en het constitutionele referendum in Italië. De overwinning van de door de Groenen gesteunde kandidaat in Oostenrijk toont een Europees electoraat dat weigert een president te kiezen van een organisatie die werd opgericht door een voormalige SS-officier. Maar de Oostenrijkse Vrijheidspartij van Norbert Hofer is erin geslaagd 47 procent van de stemmen naar zich toe te trekken, en met deze mate van steun onder het volk kan zij nog steeds de grootste partij van het land worden bij de parlementsverkiezingen die in september 2018 gehouden zouden moeten worden, maar nu wellicht worden vervroegd. In dat geval kan de leider van de FPÖ bondskanselier worden. De sluipende vooruitgang van extreemrechts in Europa maakt misschien even pas op de plaats, maar is nog geen halt toegeroepen.

    De verpletterende nederlaag van de Italiaanse premier Matteo Renzi, die heeft gezegd dat hij ontslag zal nemen na zijn verlies in het referendum van 4 december, moet in een soortgelijk licht worden bezien. De voornaamste begunstigde zal de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo zijn, die een referendum eist over het Italiaanse lidmaatschap van de eurozone en algemene verkiezingen begin dit jaar.

    Grillo’s beweging is geen Italiaanse versie van de FPÖ, maar kent wel verontrustende antisemitische onderstromingen. De uitslag zou echter ook de extreemrechtse, separatistische Lega Nord de wind in de zeilen kunnen geven, evenals Silvio Berlusconi’s Forza Italia. Maanden van politieke onzekerheid zullen de plannen laten ontsporen om het fragiele banksysteem van Italië aan te pakken. Als een van de genoemde drie partijen dit jaar tot de regering toetreedt, zal de euro zelf ter discussie komen te staan.

    Shocktherapie

    Het patroon zou herhaald kunnen worden in Frankrijk. François Hollande kondigde op 2 december aan dat hij geen herverkiezing zal nastreven, en het is de eerste keer in de geschiedenis van de Vijfde Republiek dat een president op deze manier het toneel verlaat. Zijn Parti Socialiste zal deze maand presidentiële voorverkiezingen houden, maar nu iedere centrumlinkse kandidaat het loden gewicht van het presidentschap van Hollande moet torsen, lijkt het waarschijnlijk dat het bij de uiteindelijke verkiezingsstrijd zal gaan om twee figuren van rechts: de kandidate van het Front National, Marine Le Pen, en de kandidaat van de centrumrechtse Republikeinen, François Fillon. Velen die – terecht – wantrouwig staan tegenover de bewering van Le Pen dat zij haar partij ‘ontgift’ heeft, putten enige troost uit de overtuiging dat Fillon zo’n strijd met gemak zal winnen. Toch is dit verre van zeker, en een overwinning van Fillon zou de toestand in Europa niet stabiliseren. Welke kandidaat ook komt bovendrijven, de uiteenvallende internationale orde zou opnieuw een stevige tik oplopen.

    Fillon, een voormalige premier onder Nicolas Sarkozy, is opgehemeld als een katholieke conservatief die de provinciale bourgeoisie kan aanspreken, maar tevens een dosis thatcheristische shocktherapie aan het krakende Franse economische model kan toedienen. (Fillon is in sociale kwesties nóg minder progressief dan Margaret Thatcher ooit is geweest, maar dat zullen we maar even laten passeren.) Je hoeft geen helderziende te zijn om in te zien dat deze twee rollen met elkaar conflicteren. Net als het neoliberalisme overal heeft het thatcheristische beleid een groot deel van de middenklasse in Groot-Brittannië in een precaire positie gebracht. De meeste Britten hebben geen arbeidszekerheid en gaan een onzekere oude dag tegemoet, en kunnen zich geen tijd herinneren dat ze konden sparen en plannen maken voor de toekomst.

    De voorstellen van Fillon – onder meer het ontslaan van een half miljoen ambtenaren en het terugdringen van de overheidsuitgaven met 100 miljard euro binnen vijf jaar – zouden een grote bijdrage leveren aan het vernietigen van de levensstijl van de Franse middenklasse. In de praktijk is er geen enkel reëel vooruitzicht dat zo’n programma ook daadwerkelijk ten uitvoer kan worden gelegd. Het thatcherisme was mogelijk en, op zijn eigen economische voorwaarden, succesvol, omdat het werd toegepast toen Groot-Brittannië niet onder deflatie gebukt ging. De bezuinigingen op de openbare voorzieningen hebben een tijdje tot hogere werkloosheid geleid, maar de economie niet over de rand geduwd en in een afgrond laten vallen.

    5727c9fef0ef4442b34082649724a6de 0

    Toch is dat precies wat een soortgelijk programma vandaag de dag in Frankrijk zou bewerkstelligen, niet in de laatste plaats omdat Frankrijk geen flexibele nationale munt heeft die een deel van de spanningen zou kunnen opvangen.

    De politieke situatie in beide landen is ook heel verschillend. Thatcher had geen serieuze oppositie, omdat Labour – toen zij Tory-leider werd – naar extreemlinks was opgeschoven, en vervolgens in tweeën was gesplitst door de vorming van de SDP. Fillon wordt daarentegen geconfronteerd met een krachtige uitdaging van de kant van Le Pen, die zich aan de kant van extreemlinks in Frankrijk zal scharen door zijn programma als economisch vandalisme te veroordelen. Dat is een standpunt dat het goed zal doen bij de machtige Franse vakbonden, die Fillon heeft beloofd te zullen verpletteren, en bij delen van de conservatieve middenklasse. Omdat het zichzelf met de falende status quo heeft geïdentificeerd, lijkt centrumlinks buitenspel te staan.

    Frankrijk kent geen traditie van het conservatisme van de ‘kleine overheid’, en vijandigheid jegens het marktkapitalisme heeft altijd tot het programma van extreemrechts behoord. Het idee was dat het Franse, op meerdere partijen en meerde rondes gebaseerde systeem van de presidentsverkiezingen tot in de oneindigheid zou kunnen verhinderen dat extreemrechts aan de macht zou komen. De stank die de familie van Le Pen en veel van haar aanhangers omringt zou voor welke Franse meerderheid dan ook te veel zijn om haar ooit in het Élysée te doen belanden. Maar bij een strijd met een neoliberale kandidaat, in een tijd dat het bezuinigingsbeleid zwaar in diskrediet is geraakt, kan een dergelijke uitkomst niet langer als vanzelfsprekend worden beschouwd. Als zij in staat is de risico’s van Fillons thatcheristische programma aan een breed scala kiezers duidelijk te maken, kan Le Pen dit jaar dichter bij de macht komen en bij de algemene verkiezingen daarna een overtuigende gooi naar het presidentschap doen. Volgens sommige berichten is dat de uitslag waar zij en haar adviseurs op hopen, en waar hun plannen op gericht zijn. Als het plan bij de verkiezingen dit jaar lijkt te werken, is nauwelijks minder choquerend dan een regelrechte overwinning.

    Door het ultraliberale project na te streven van een grenzeloos continent zorgen Europa’s heersende elites ervoor dat juist het tegenovergestelde gestalte krijgt

    Zelfs een overtuigende verkiezingswinst voor Fillon zou méér problemen inhouden voor wat nog steeds met enige tederheid wordt omschreven als de liberale internationale orde. Hij heeft op ondubbelzinnige wijze opgeroepen tot een verreikende détente met Moskou – door bijvoorbeeld de sancties tegen Rusland te beëindigen, de opdeling van Oekraïne te aanvaarden en de Russische interventie in Syrië te steunen. Dat het islamisme en niet Vladimir Poetin het voornaamste gevaar voor Europa vormt, is een populair standpunt in Frankrijk en een groot deel van Europa. Wat de uitkomst van een strijd tussen Fillon en Le Pen ook zal zijn, de invloed van Rusland op het continent zal toenemen.

    De aard van de politieke opschudding in Europa wordt voortdurend verkeerd begrepen. Schrijver en horzel Bernard-Henri Lévy, een onverschrokken volger van de heersende mode, heeft net als vele anderen gezegd dat de kiezers niet langer in feiten of argumenten geïnteresseerd zijn. Maar ‘post-truth’-politiek is net als ‘populisme’ een term die vooral wordt gebruikt door progressieven die de zelfdestructieve gevolgen van hun buitensporige ideologie niet onder ogen durven zien. Zij zouden baat kunnen hebben bij een herwaardering van een idee dat een eerdere generatie progressieve denkers heeft aangesproken, namelijk dat de geschiedenis gehoorzaamt aan een wet van dialectische tegenstellingen. Door het ultraliberale project na te streven van een grenzeloos continent, waar nationale identiteiten er weinig toe doen, zorgen Europa’s heersende elites ervoor dat juist het tegenovergestelde gestalte krijgt.

    Helaas is er niets wat op een hogere synthese wijst. In Europa is weer eens een periode van langdurige wanorde aangebroken. Dat lijkt nog niet te zijn doorgedrongen tot degenen die pleiten voor een ‘zachte’ Brexit. Tegen de tijd dat overeenstemming is bereikt over een ‘zachte’ Brexit, zal het Europese politieke landschap onherkenbaar zijn veranderd.

    Auteur: John Gray

    John Gray is de voornaamste boekenrecensent van New Statesman. Zijn jongste boek is The Soul of the Marionette: A Short Enquiry into Human Freedom.

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • Kan Emmanuel Macron president worden?

    Kan Emmanuel Macron president worden?

    Vlak voordat in Frankrijk de voorverkiezing op rechts losbarstte tussen Sarkozy, Juppé en Fillon, maakte voormalig minister Emmanuel Macron zijn kandidatuur op links bekend. Heeft hij enige kans?

    JA

    Emmanuel Macron, de kersverse presidentskandidaat, heeft verwarring gezaaid in de wereld van politiek en media. Kan de voormalige minister van Economie van François Hollande het Franse politieke landschap werkelijk opschudden? Zijn poging is moedig. Onuitvoerbaar? We zullen zien.

    Op een avond in februari, anderhalve maand voor Macrons lancering van zijn beweging ‘En marche’, suggereerde een vertrouweling van de jonge minister dat hij zich kandidaat wilde stellen voor het presidentschap. Dat leek toen nog onmogelijk: tussen Hollande, bekritiseerd maar nog niet verguisd door de zijnen, en Juppé, de waarschijnlijke toevlucht voor anti-FN gezinde republikeinen, leek geen plek voor een derde kandidaat.

    Maar in de weken die volgden lanceerde Macron, die tot dan toe gokte dat Nicolas Sarkozy de eerste ronde namens rechts zou winnen, zijn beweging ‘En marche’, waarmee hij te kennen gaf dat hij de politieke krachtsverhoudingen niet als onveranderlijk beschouwt. Hij verwijt zijn politieke tegenstanders oubollig te zijn en alleen gericht op bezuinigingen. Hij stortte zich in de race naar het Elysée met de woorden: ‘De president van de republiek vertegenwoordigt de waarden van ons land, de continuïteit van de Franse geschiedenis, de waardigheid van het openbare leven. Ik ben er klaar voor.’

    Om te voorkomen dat de linkse gemoederen al te verhit raakten heeft hij zijn kandidatuur aangekondigd terwijl Hollande op staatsbezoek was in Marokko

    Macrons tweede ijzer in het vuur is het feit dat hij zich tegen het ‘systeem’ keert. Uit een opiniepeiling in juni 2015 bleek al dat negen van de tien kiezers negatief over dat systeem oordelen. Macron weet dus dat hij op aanhang kan rekenen. Volgens hem is ‘En marche’ geen ‘partij’, maar ‘een beweging die links noch rechts is’. Daarmee hoopt hij degenen over te halen die overwegen niet te gaan stemmen.

    Zijn adviseurs hebben de peiling van CEVIPOFIPSOS van 25 oktober sterk in twijfel getrokken: ‘De uitslag, die voor Macron 13 à 14 procent van de stemmen voorspelt, houdt geen rekening met al die Fransen die overwegen niet te gaan stemmen of zeggen nog niet te weten op wie. Met andere woorden, 40 procent van de ondervraagden is niet meegeteld. Het reservoir is immens.’

    Voor Macron gaat het niet alleen om een verkiezingsstrategie. Als iemand die ‘tegen het systeem’ is en pleit voor een ‘democratische revolutie’, wil hij de ‘maatschappelijke blokkades’ opheffen en ‘Frankrijk de eenentwintigste eeuw binnenleiden’.

    Met nog maar honderdduizend (voorlopige) aanhangers weet Macron dat de strijd moeilijk zal worden. Om te voorkomen dat de linkse gemoederen al te verhit raakten heeft hij zijn kandidatuur aangekondigd terwijl Hollande op staatsbezoek was in Marokko. Hij hoopt vooral linkse kiezers ervan te weerhouden op Juppé te stemmen, zijn meest geduchte tegenstander op rechts.

    Auteur: Nathalie Raulin

    Nathalie Raulin is politiek verslaggever bij Libération.

    Emmanuel Macron.
    Emmanuel Macron.

    NEE

    De kandidatuur van Emmanuel Macron? ‘Dat wordt nooit wat,’ grapt een aanhanger van François Hollande met een wat geforceerde glimlach die onzekerheid verraadt. Al spreekt de voormalige minister van Economie veel mensen aan, zijn kandidatuur lijkt tot mislukken gedoemd. ‘Hij profiteert vooral van de teleurstelling in Hollande,’ analyseert een minister. ‘En omdat hij vaag blijft over zijn programma, wordt de luchtbel steeds groter. Maar op een gegeven moment spat die uit elkaar.’

    Waarom maakt iemand die zegt niet links of rechts te zijn, maar alle Fransen te willen verenigen, geen enkele kans? Omdat Macron twee makkes heeft: een beperkt kiezerspotentieel, en een ideologie die slechts een minderheid van de Fransen momenteel aanspreekt.

    ‘Tussen links en rechts is nooit voldoende politieke ruimte geweest om president te kunnen worden,’ verzekert een kopstuk van de Parti socialiste. Een minister voegt eraan toe: ‘Zijn electoraat is te klein om het land te kunnen veroveren. Je wint geen presidentsverkiezingen met alleen start-uppers, jongeren uit de buitenwijken en blije globalisten.’

    Het politieke landschap belooft weinig goeds voor hem. Links kan momenteel maar op 35 procent van de stemmen rekenen, te verdelen onder drie kandidaten: Jean-Luc Mélenchon, de winnaar van de eerste ronde van de Parti socialiste (Hollande, Valls of Montebourg) en Macron, om van de groene en extreemlinkse kandidaten nog maar te zwijgen. Zo wordt het moeilijk tijdens de eerste ronde meer dan 20 procent van de stemmen te krijgen. Daarom is het van vitaal belang voor Macron dat Alain Juppé de eerste ronde niet wint namens rechts. ‘Anders is het met hem gedaan,’ voorspelt een socialistische leider. [hier uitslag van zondag]

    Als Macron president wil worden, heeft hij een meerderheid nodig. En dus een flinke aanhang in het parlement. Opnieuw een enorm probleem

    Toch geloven aanhangers van Macron dat die ruimte er wel degelijk is. Ze weigeren zich te laten opsluiten in de status quo van een politiek die wordt gedomineerd door de automatische afwisseling van links en rechts. Maar als Macron president wil worden, heeft hij een meerderheid nodig. En dus een flinke aanhang in het parlement. Opnieuw een enorm probleem.

    Nog weer een ander groot probleem voor Emmanuel Macron is zijn ideologische positie, die slechts een minderheid van de Fransen aanspreekt. Hij is pro-Europees en liberaal, zowel in economisch als maatschappelijk opzicht. Hoe moet zo iemand linkse kiezers overtuigen die vinden dat de arbeidswethervorming niet ver genoeg gaat? Of de rechtse kiezers als hij een goed woordje doet voor de gediscrimineerde jeugd in de buitenwijken?

    Vanwege deze dubbele handicap gaat men er in de omgeving van François Hollande van uit dat Macron in februari of op zijn laatst in maart het loodje zal leggen. Een Hollande-getrouwe laat zich ontvallen: ‘Dan zullen we moeten zien hoe we hem veilig weer thuis krijgen.’

    Auteur: Grégoire Biseau
    Vertaler: Peter Bergsma

    Grégoire Biseau is adjunct-hoofdredacteur van Libération en chef van de politieke redactie.

    Libération (2x)
    Frankrijk | dagblad | oplage 151.000

    Libé’ werd in 1973 opgericht door o.a. Sartre n.a.v. de studentenrevolte van mei 1986 tegen kapitalisme, consumisme en traditionele instituties.