Tag: verkiezingen

  • Hillary Van der Bellen en Donald Hofer

    Hillary Van der Bellen en Donald Hofer

    De Oostenrijkse presidentsverkiezingen, die op 4 december middels een herstemming moeten worden beslist, vertonen grote overeenkomsten met de Amerikaanse, aldus de krant Die Presse.

    Hij kon het zonder Jay Z en J.Lo, zei Donald Trump aan het eind van de Amerikaanse verkiezingsstrijd. We do it the old fashioned way. Zoiets had ook Norbert Hofer kunnen zeggen.

    Want niet alleen Amerikaanse celebrity’s als rapper Jay Z of zangeres en actrice Jennifer Lopez zetten zich in voor Hillary Clinton, maar vrijwel het gehele establishment en vooral de artistieke elite. Voor Trump zat er weinig anders op dan zich te presenteren als kandidaat van het gewone volk. Zoals Norbert Hofer dat ook in Oostenrijk doet – of doen moet.

    Als er één parallel tussen deze beide verkiezingen bestaat, dan is het wel deze: aan de ene kant zijn er kandidaten (Hillary Clinton en Alexander van der Bellen) die door een brede coalitie van het maatschappelijke midden, maar ook van de maatschappelijke elites werden en worden gesteund. Aan de andere kant de buitenstaanders die geen grote namen achter zich hebben en in plaats daarvan verbonden zijn met het ‘gewone volk’.

    Deze bijna een jaar oude moeder aller verkiezingsstrijden heeft nogal wat gevergd van de kandidaten

    Een rol die Donald Trump en Norbert Hofer door de omstandigheden werd opgedrongen, maar ook door hen bewust gekozen werd. Want natuurlijk maken ook de miljardair Donald Trump en de derde voorzitter van de Oostenrijkse Nationalrat [de Tweede Kamer], Norbert Hofer, deel uit van het establishment van hun land. Maar niet van de wereldbeschouwelijke mainstream waartoe de meerderheid van opinievormers behoort, die er een soortgelijke culturele levensstijl, een soortgelijke politieke denkwijze op nahouden.

    De Weense wijk Leopoldstadt ligt zo gezien dichter bij het New Yorkse Williamsburg dan bij het in Burgenland gelegen stadje Pinkafeld [waar Hofer opgroeide]. Wat velen in Donald Trump aantrok was de respectloze manier waarop hij omging met (overtrokken) politieke correctheid en de vertegenwoordigers daarvan, die vaak aan bovenstaande karakterisering voldoen.

    Maar verder dan deze duidelijke polarisering willen we de vergelijking tussen de Verenigde Staten en Oostenrijk niet doortrekken. De Amerikaanse verkiezingen zijn beslist. De nieuwe ronde voor de Oostenrijkse presidentsverkiezingen staat voor de deur. Althans, daar heeft het alle schijn van. Want ook de recent naar buiten gekomen problemen – kieskaarten [om in het buitenland of per brief te kunnen stemmen] bleken met onjuiste paspoortnummers aangevraagd te kunnen worden – lijken niet zodanig dat ze opnieuw voor uitstel zouden kunnen zorgen.

    Desperate koers

    Dus zou het moeten lukken om op 4 december een nieuwe Oostenrijkse president te kiezen. Deze bijna een jaar oude moeder aller verkiezingsstrijden heeft nogal wat gevergd van de kandidaten. Alexander Van der Bellen, de intellectueel uit de stad, had heel wat uit te leggen toen de plattelandswortels werden opgerakeld die hij in zijn jonge jaren had achtergelaten in Tirol [hij was in de jaren zeventig lid geweest van de vrijmetselarij]. En Norbert Hofer moest de goedmoedige FPÖ-politicus spelen, wat hem bij de eerste verkiezingen in mei al niet goed af ging. Met zijn uitspraak ‘U zult nog opkijken van wat er allemaal kan’, heeft hij dat beeld zelf voorgoed verstoord. Norbert Hofer leek ineens gevaarlijker dan hij waarschijnlijk is.

    Het zal voor de FPÖ toch al moeilijk worden om nog eens – nu voor de derde keer – haar aanhangers te mobiliseren. Dan heeft Van der Bellen het met zijn brede coalitie die maar één doel kent – het voorkomen van een FPÖ-president – gemakkelijker.

    De koers die de FPÖ aan het eind van haar verkiezingscampagne voert, maakt dan ook een ietwat desperate indruk. Aan de ene kant probeert de partij haar kandidaat – die immers ook kiezers uit het midden nodig heeft om 50 procent van de stemmen plus 1 te krijgen – een respectabeler aanzien te geven door bezoeken aan het buitenland (zoals aan de Servische president Tomislav Nikolic) of het organiseren van symposia (zoals met Israëlische aanwezigheid ter herdenking van de novemberpogroms) [Kristallnacht, 9 november 1938]. Aan de andere kant gedraagt de partij zich dan weer als een olifant in een porseleinkast: met retoriek over een burgeroorlog of toespraken op manifestaties van radicaal rechts.

    Alexander van der Bellen doet vooral aan contrastwerking: een aardige vent, erudiet, geen scherpslijper. Motto: vooral geen fouten maken. Misschien kom je er daarmee ook.

    Auteur: Oliver Pink

    De kandidaten Hofer (l.) en Van der Bellen (r.) tijdens een recent verkiezingsdebat. – © HH
    De kandidaten Hofer (l.) en Van der Bellen (r.) tijdens een recent verkiezingsdebat. – © HH

    CONTEXT: Hofer dreigt niet langer met Öxit

    Zondag 4 december kunnen de 6,2 miljoen Oostenrijkse kiesgerechtigden voor de tweede maal dit jaar een nieuwe bondspresident kiezen.

    Dat deden zij in mei ook al eens, maar de uitslag van die verkiezing werd op 
1 juli door het Constitutionele Hof ongeldig verklaard omdat er van alles was misgegaan met het stemmen per post. De uitslag van die stemronde 
was nipt in het voordeel van de onafhankelijke kandidaat Alexander Van der Bellen (72), die 50,35 procent van de stemmen kreeg tegen de kandidaat van de ultrarechtse FPÖ, Norbert Hofer (45), die 49,65 procent behaalde.

    De verliezende partij tekende protest aan. Na onderzoek werden meer dan 40.000 per brief uitgebrachte stemmen ongeldig verklaard omdat óf de handtekening op het stembiljet ontbrak, óf de stem te vroeg op de post was gedaan, óf in een verkeerde envelop was verstuurd (er waren door het ministerie van Binnenlandse Zaken duizenden stembiljetten verstuurd 
zonder retourenvelop).

    Opmerkelijk is wel het verschil in toon tijdens de debatten. Die was in de eerste ronde buitengewoon onhoffelijk, maar Hofer probeert zich ditmaal salonfähig te gedragen

    Aanvankelijk was de datum voor de reprise op 2 oktober gesteld, maar dat bleek praktisch niet haalbaar. In de nieuwe peilingen ontlopen beide kandidaten elkaar weer niet veel. Sommige geven Hofer een lichte voorsprong, andere Van der Bellen. Opmerkelijk is wel het verschil in toon tijdens de debatten. Die was in de eerste ronde buitengewoon onhoffelijk, maar Hofer probeert zich ditmaal salonfähig te gedragen en heeft ook sommige standpunten gewijzigd. Zo bepleit hij ditmaal niet een onmiddellijke Öxit: ‘Het Europese project is bij lange na nog niet mislukt,’ luidde onlangs zijn verrassende uitspraak in een televisiedebat.

    Vertaler: Marten de Vries

    Die Presse
    Oostenrijk | dagblad | oplage 98.000

    Deze serieuze krant is opgericht in 1848 en richtte zich op industriëlen in de conservatief-christelijke hoek. Nog steeds noemt Die Presse zich ‘de krant van de elite’.

  • Vier redenen waarom Angela Merkel zich weer kandidaat moet stellen

    Vier redenen waarom Angela Merkel zich weer kandidaat moet stellen

    Iedereen is vervangbaar, maar niet op elk moment. Volgens _Die Zeit_-journalist Bernd Ulrich is het van groot belang dat Merkel nog even de macht behoudt: voor de democratie, voor de politiek, voor de partij en voor zichzelf.

    Het is zo klaar als een klontje. Angela Merkel heeft zich maandag door een slim gebaar van deemoed speelruimte verschaft, dus ze zal zich weer kandidaat stellen. Machtsbehoud, dat is de kern van de politiek en helemaal van haar, de machtspolitica bij uitstek. Dat wordt tenminste algemeen aangenomen. Maar zo eenvoudig is het raadsel 
Merkel niet op te lossen.

    Vrijwel op de kop af drie jaar geleden sprak ze in een televisiedebat de beroemde zin ‘Sie kennen mich’. Dat klopte niet. Terugblikkend is aannemelijk dat zelfs de kanselier drie jaar geleden niet eens precies wist wie ze die drie jaar zou zijn. Laat staan het grote publiek, dat altijd al problemen had met dat vreemde wezen uit het mentaal zo verre Oosten. Grif nam men genoegen met clichés. Enkele onderstromen uit haar levensverhaal bleven daar mogelijk achter verborgen.

    En zo ontstond in de loop der jaren het verwrongen beeld van de kille, onevenwichtige, maar wel vanuit het einddoel terugredenerende, superverstandige machtspolitica Merkel. Nog altijd wordt er zo tegen haar aangekeken, en dus wordt er simpelweg verondersteld dat ze zich weer kandidaat zal stellen, voor de vierde keer, verliefd op macht, berekenend, in hogere sferen. Maar of dat zo is…

    Leven

    In tegenstelling tot bijvoorbeeld Helmut Kohl, die zich graag in de mantel der geschiedenis hulde, behoort Angela Merkel tot het type postheroïsche politici. Ze verheerlijkt zichzelf niet zozeer, maar is ook niet bereid om zich helemaal op te offeren. Leven speelt ook een rol bij haar. Niet zoals bij de vicekanselier, die zich afmat met maandag de SPD, dinsdag het ministerie en woensdag zijn dochtertje Marie. Bij Merkel zijn het meer de lange golven. Eigenlijk heeft ze tot nog toe twee halve levens geleid: ingetogen in de DDR, en in de hoogste versnelling als toppolitica in het herenigde Duitsland. Met normaal en onvrij is Angela Merkel bekend, met vrij en abnormaal ook. Alleen een tamelijk goed, normaal leven in vrijheid heeft ze tot op heden niet kunnen leiden. Kunnen we er echt van uitgaan dat ze dat niet graag zou willen?

    En wel dringend. Tenslotte is ze ook nog de inmiddels langst regerende bondskanselier. Als je er tenminste rekening mee houdt dat het tempo van de politiek sinds Adenauer verviervoudigd en sinds Kohl nog eens verdubbeld is. Aannemelijk is dat dat de krachten soms enigszins te boven gaat.

    Angela Merkel zou dus alle reden 
hebben om te zeggen: ik wil hier weg.

    (Zoals overigens in deze tijden van openlijke haat en escalerende crises algemeen moet worden aangenomen dat bij vooraanstaande Duitse politici het streven naar macht minder sterk is dan de neiging om die te ontvluchten.)

    Een miljoen overwegend islamitische Arabieren het land binnenlaten, 
betekent je verantwoordelijk voelen voor die mensen en voor de landen waar ze vandaan komen

    Nu heeft Angela Merkel de pech dat 
ze als postheroïsche politica in een heroïsche tijd is beland. Duitsland, Europa, het hele Westen bevindt zich in de zwaarste crisis sinds 1945. Kan 
ze dan vertrekken? Eigenlijk niet. 
Maar als eerst de grootste crises bezworen moeten zijn voordat ze mag terugtreden, dan zou ze als bondskanselier honderd jaar moeten worden. Niemand gelooft tenslotte nog dat deze crises überhaupt crises zijn. Het gaat eerder om de nieuwe normaliteit.

    Evengoed zijn er vier goede redenen waarom Angela Merkel zich weer 
kandidaat moet stellen: democratische hygiëne, de eenheid in die Union 
[CDU/CSU], de internationale situatie 
in de komende twaalf maanden, en toch ook weer zijzelf.

    1. Voor de democratie
    In de merkeleske politiek heeft altijd een fundamentele contradictie gezeten: die tussen haar eigen behoedzaamheid, die ze zich in een goed betaalde bliksemopleiding tot toppolitica eigen 
heeft gemaakt, en, daartegenover, haar fundamentele overtuiging dat de (West-)Duitsers een beetje verwend zijn en zo nu en dan behoorlijk aangespoord en opgejut moeten worden. Eén keer heeft ze die tegenstrijdigheid deels weggenomen door alle voorzichtigheid te laten varen. Dat was in 2005, toen 
ze de neoliberale politiek van bondskanselier Schröder nog eens wilde 
overtroeven – en daarvoor bij de verkiezingen zwaar werd afgestraft.

    Tijdens haar kanselierschap heeft 
Merkel die fundamentele contradictie op een andere manier weggenomen. Haar programmatische politiek bleef vaag omlijnd en voorzichtig, maar ze maakte telkens weer kordaat gebruik van buitenlandse crises om haar beleid radicaal te wijzigen. Zo ging het bij 
de dienstplicht, bij de energieomslag en bij het Ruslandbeleid. Merkel, die verondersteld werd vanuit het einddoel terug te redeneren, werd een meester in de wording. Keer op keer nam ze risico’s, voor zichzelf en voor 
de Duitsers, zonder te weten waar ze zou uitkomen. Lichtelijk overdrijvend zou je over Merkels kanselierschap kunnen zeggen: crises beheerst ze, geen crises niet.

    Deze gang van zaken heeft een nadeel: de kiezers kunnen alleen maar stemmen over de waterige programmasoep, het onbelangrijke, en niet over het fundamentele. In de vluchtelingenkwestie is er uiteindelijk een draai gemaakt. Voor de laatste Bondsdagverkiezingen, en zelfs nog in het regeerakkoord, werd er gedaan alsof vluchtelingen geen groot probleem waren, alsof Duitsland tot op zekere hoogte door Dublin voor de wereldgeschiedenis werd beschermd. Op 4 september 2015 nam de kanselier echter een besluit van heel andere aard, met een draagwijdte die niet onderdoet voor de Westbindung, 
de Ostpolitik en de Duitse eenwording.

    © Getty
    © Getty

    Een miljoen overwegend islamitische Arabieren het land binnenlaten, 
betekent je verantwoordelijk voelen voor die mensen en voor de landen waar ze vandaan komen. De verantwoording op je nemen, niet voor een paar maanden, maar voor tientallen jaren. Bovendien betekent het een 
nog altijd positieve houding tegenover de globalisering, nu die niet meer eenzijdig in het voordeel van het Westen uitpakt en als het ware huiswaarts keert met vluchtelingen, economische concurrentie en terreur. Juist wie dit besluit ten diepste steunt, moet toch toegeven dat het dringend een democratische legitimatie behoeft, ook al 
is dat dan een legitimatie achteraf.

    Willy Brandt maakte na zijn Ostverträge de weg vrij voor nieuwe verkiezingen, Helmut Kohl deed dat na de Duitse eenwording en Gerhard Schröder na zijn ‘Agenda 2010’ – en nu is het de beurt van Angela Merkel. Anders zal het democratische deficit van haar vluchtelingenbeleid lange tijd voeding geven aan agressie – tegen haar, maar met name tegen de vluchtelingen, die dat toch echt niet hebben verdiend.

    2. Voor de partij
    Horst Seehofer [leider van de CSU en premier van de deelstaat Beieren] en Angela Merkel zorgen voor verdeeldheid in die Union, zo wordt gezegd. 
Dat getuigt van een beperkte kijk op 
de zaken. Het tegendeel is namelijk waar. In alle belangrijke westerse 
landen zijn de conservatieve partijen ten diepste verdeeld (de linkse en 
sociaal-democratische ook, maar om andere redenen en met andere consequenties). In de VS is de Republikeinse Partij van Donald Trump gewoonweg verscheurd, in Groot-Brittannië draaien de Tories nog altijd besluiteloos en richtingloos om de Brexit heen, in Frankrijk staat Nicolas Sarkozy inmiddels dichter bij de rechts-populistische Marine Le Pen dan zijn partijgenoot Alain Juppé. Daarmee vergeleken zijn CDU en CSU, Merkel en Seehofer, haast twee handen op één buik.

    Het zeer explosieve conflict binnen 
alle conservatief-liberale partijen 
over afsluiten of openstellen, over 
vernieuwing van de globalisering of het opgeven ervan, wordt in Duitsland van zijn scherpe kanten ontdaan doordat die tussen de nog altijd machtigste vrouw van Europa en een, vooruit, belangrijke regionale politicus wordt gevoerd. Merkel is de deksel op de 
hete pan. Zonder haar hernieuwde kandidaatstelling zou het conflict 
volledig tot uitbarsting komen en 
zou een scheuring in die Union waarschijnlijk zijn.

    De droom van enkele CSU’ers dat 
Wolfgang Schäuble de plaats van 
Merkel zou kunnen innemen, heeft haast iets aandoenlijks. De minister van Financiën heeft immers nog 
duidelijker dan de kanselier zelf de kant van de globalisering, de liberalen en het humanitaire realisme gekozen. Onlangs nog riep Schäuble de televisiekijkers toe: ‘De wereld is aan het 
veranderen. Er zullen nog veel meer immigranten komen!’

    Merkel is misschien niet de komende vijf jaar nodig, maar zeker wel de komende twaalf maanden

    3. Voor het Westen
    Volgens de huidige publieke opinie in Duitsland zou de kanselier niet zo veel op het internationale toneel moeten acteren, maar zich meer moeten bezighouden met binnenlandse aangelegenheden. Alsof de situatie in Turkije, de Griekse vluchtelingenkampen, Syrië en Libië geen rechtstreekse weerslag op Duitsland heeft, alsof de verkiezingen in de VS, de afwikkeling van de Brexit, het Italiaanse referendum over de grondwet en de verkiezingsstrijd in Frankrijk niet als een vos in een 
kippenhok de zogenaamd binnenlandse politiek van Duitsland zouden binnensluipen.

    De vraag is niet of ze minder internationale politiek zou moeten bedrijven, maar wat er van het Westen terechtkomt als Angela Merkel zichzelf over een paar weken vleugellam maakt door af te zien van haar vierde kandidatuur voor het kanselierschap. Iedereen is natuurlijk vervangbaar, maar niet op elk moment.

    Als begin december in Oostenrijk een rechts-populist tot president wordt gekozen, dan zal dat land politiek gezien in verwarring zijn. In elk geval is het dan vooralsnog handelings-onbekwaam. Ach nou ja, Oostenrijk, zou je kunnen zeggen, maar ook in Frankrijk zal de beginnende verkiezingsstrijd regeren onmogelijk maken. En mocht Marine Le Pen in mei 
daadwerkelijk worden gekozen, dan klapt misschien de EU wel. En dan ten slotte nog de VS: als Donald Trump op 
8 november wint, dan leven wij allemaal in een andere, slechtere wereld.

    Maar ook in het betere geval dat de alom impopulaire Hillary Clinton 
president wordt, zal zij heel lang nodig hebben om vaste voet te krijgen. En 
het is de vraag of Donald Trump zich koest houdt als hij heeft verloren. Nu lijkt het waarschijnlijker dat hij een op zijn minst verbale burgeroorlog begint.

    Kortom, het Westen beweegt zich een tijdlang langs de zelfkant van zijn 
volledige, collectieve handelings-
onbekwaamheid. Laten we het zo 
zeggen: een mooier moment voor de kanselier om zichzelf van de macht te beroven zouden zelfs Vladimir Poetin en Viktor Orbán niet kunnen bedenken. Merkel is misschien niet de komende vijf jaar nodig, maar zeker wel de komende twaalf maanden.

    4. Voor zichzelf
    Doorgaan, plicht, historie, verantwoording, last, discipline. Dergelijke begrippen op elkaar stapelen is voor postheroïsche politici uiteindelijk geen solide motivatie. Blijft dus de vraag of Angela Merkel nog iets ziet in een hernieuwde kandidatuur. In de taal van moderne voetbaltrainers: is ze nog nieuwsgierig naar zichzelf? Afgelopen maandag heeft de kanselier iets heel interessants gezegd: ‘We moeten onszelf nu dus als het ware overtreffen. Ook ik.’

    Inderdaad. Persoonlijk geldt voor Angela Merkel de regel van drie: normaal in onvrijheid, abnormaal in vrijheid en nog iets wat ontbreekt. Op politiek 
gebied geldt: ordentelijk regeren 
zonder grote ambities, geschiedenis maken zonder mandaat en motivering, en ook nog iets wat ontbreekt.

    De ontbrekende toon in haar muziek 
is de gelijkluidendheid van duiding 
en betekenis, van woord en daad, de omkering van haar informele verkiezingsmotto van 2009 en 2013: als 
Angela Merkel zich opnieuw kandidaat stelt, maakt ze met ‘asymmetrische demobilisatie’ geen kans meer; dit keer zou het asymmetrische mobilisatie moeten zijn. Jarenlang bedreef ze de metafysica slechts in de marge en 
filosofeerde ze hooguit op de achtergrond over haar politiek. Dit keer zou ze strijdbaar haar overtuiging, haar waarden en een programma moeten uitdragen. Zoals in 2005, maar nu 
beter – en voor een betere zaak.

    Sie schafft das.

    Auteur: Bernd Ulrich
    Vertaler: Pieter Streutker

    Beeld bovenaan: © Getty

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

  • 
‘Ik ben de enige die Marine Le Pen ruimschoots kan verslaan’

    
‘Ik ben de enige die Marine Le Pen ruimschoots kan verslaan’

    Alain Juppé (71) is de grote favoriet bij de komende Franse presidentsverkiezingen. Met Le Monde spreekt hij over Nicolas Sarkozy, de ‘hysterie’ van het islamdebat en zijn concept van de ‘gelukkige identiteit’.

    Steunt u het plan van de regering om de ‘jungle’ van Calais te ontmantelen en de migranten over heel Frankrijk te verdelen?

    ‘Met enige reserve. Het is onacceptabel dat Groot-Brittannië ons tegenwoordig mensen laat opnemen die het zelf niet wil hebben. We moeten de grens naar de andere kant van de tunnel verleggen. Daarna moeten we de bewoners van de “jungle” van Calais onderscheiden in degenen die vastbesloten zijn te blijven omdat ze asiel hebben aangevraagd en degenen die zich in een illegale situatie bevinden. Die laatsten moeten naar hun land worden teruggestuurd. De asielaanvragers moeten in kleine groepen – van niet meer dan twintig of dertig gezinnen – over het land worden verdeeld. En hun aanvraag moet snel behandeld worden om vast te stellen wie voor politiek asiel in aanmerking komt. De anderen moeten ook vertrekken.’

    Baart de afwijzende houding die de migrantenkwestie oproept u zorgen?

    ‘We moeten absoluut iets doen aan het klimaat dat momenteel in Frankrijk heerst. Alleen al het woord “moslim” lokt disproportionele hysterie uit. Natuurlijk onderken ook ik de ernst van de situatie. Volgens de laatste peiling van het Institut Montaigne accepteert meer dan twee derde van de moslims in Frankrijk de wetten van de Republiek. Maar een kwart van hen doet dat dus niet. Daar moet een intensief deradicaliseringsbeleid op worden losgelaten, in samenspraak met de verantwoordelijken van de moslimgemeenschap. Maar als aan de andere kant sommige commentatoren verklaren dat we voornamen die niet Gallisch klinken moeten verbieden, begint het absurd te worden. Onlangs zijn op de Place des Invalides de voornamen opgelezen van de slachtoffers van de aanslagen. Ik heb zowel “Myriam” gehoord als “Fatima” en “Mohamed”. We moeten de gemoederen tot bedaren brengen. Als we zo doorgaan, stevenen we af op een burgeroorlog. Ik ben voor burgerlijke vrede.’

    © Getty
    © Getty

    Bestaan er op rechts twee verschillende meningen over deze kwestie?

    ‘In mijn politieke familie bestaan twee tamelijk uiteenlopende stromingen: degenen die het geloof van de moslims als wezenlijk onverenigbaar met de Republiek beschouwen, en degenen die, zoals ik, vinden dat je niet iedereen over één kam moet scheren. Een moslim is geen terrorist. Zoals ik al zei, de meerderheid van hen is bereid de regels van de Republiek te respecteren. In algemene zin heb je mensen die teruggrijpen op het verleden en mensen die naar de toekomst kijken. Ik praat liever met jonge Fransen over de veranderende getalsverhoudingen in de wereld of over de nieuwe economische ontwikkelingsmodellen die we moeten bedenken tegen de opwarming van de aarde, waarvoor we zelf verantwoordelijk zijn. Ik wil niet tot in het oneindige teruggrijpen op het verleden.’

    Nicolas Sarkozy maakt zich momenteel sterk voor assimilatie en is van mening dat als iemand Fransman wordt, zijn voorouders Galliërs zijn…

    ‘Een paar jaar geleden zei hij precies het tegenovergestelde. In Nieuw-Caledonië en Polynesië heb ik Fransen ontmoet die erg aan hun land gehecht waren. Ik zou niet op het idee zijn gekomen om tegen hen te zeggen dat ze Galliërs waren! Dat is echt een polemiek uit een andere tijd.’

    Het debat tijdens de eerste ronde gaat voorlopig vooral over de identiteitskwestie. Betreurt u dat?

    ‘Dat is een kwestie die bij de Fransen speelt, dus dat is belangrijk. Ik benader het op mijn manier, en ik ben niet bang voor dat debat. Alles staat of valt met het doel dat ik voor ogen heb, het hervinden van onze “gelukkige identiteit”. De moeilijkheden en angsten van de Fransen zijn me genoegzaam bekend. Maar ik bijt me er niet in vast, ik ben geen onheilsprofeet. Ik wil de Fransen een hoopvolle toekomst bieden. De gelukkige identiteit is geen constatering, maar een doel.’

    ‘Gaan we ook alle religieuze symbolen uit de openbare ruimte verwijderen? De kruisbeelden op kruispunten kapotslaan?’

    Nicolas Sarkozy is tijdens zijn campagne opgeschoven naar rechts en beschuldigt u van een gebrek aan realisme. Wat is uw antwoord daarop?

    ‘Daar geef ik geen antwoord op. Bij alle verkiezingscampagnes zie je een verharding van de standpunten. Op een bepaalde manier is het mijne ook harder geworden, door de nadruk te blijven leggen op de gelukkige identiteit. Ik zie dat de kunst om zichzelf tegen te spreken uiterst wijdverbreid is. Nicolas Sarkozy zegt bijvoorbeeld dat we voorzorgsmaatregelen moeten nemen tegen het terrorisme, maar hij belooft tegelijkertijd de voorzorgsmaatregelen tegen klimaatverandering te verzachten. Waar is de samenhang?’

    Kort geleden reageerde u geërgerd op de vraag hoe u denkt over een ‘redelijk compromis’ op het gebied van de scheiding van kerk en staat.

    ‘Daarbij was sprake van kwade wil. Ik had naar de situatie in Quebec verwezen, met de woorden: “Er bestaan ook redelijke compromissen.” Ik had het over een land dat heel anders over de scheiding tussen kerk en staat denkt dan wij. Dat gezegd zijnde, is het echt nodig om onredelijk te zijn? Om kinderen te verplichten varkensvlees te eten in de kantine als ze dat niet willen? Dat is onredelijk. We moeten ons gezond verstand gebruiken en niet tot een extremistische scheiding vervallen. Gaan we ook alle religieuze symbolen uit de openbare ruimte verwijderen? De standbeelden van de maagd Maria verwijderen of de kruisbeelden op kruispunten kapotslaan? We zijn bezig gek te worden.’

    U stelt een gedragscode voor de scheiding tussen kerk en staat voor. Wat zet u daarin?

    ‘Ik stel voor dat er een handvest voor die scheiding wordt opgesteld. Dat is een tekst die de belangrijke wetten over de scheiding verenigt en herinnert aan belangrijke principes als de gelijkheid tussen man en vrouw. Daarna bekijken we het van geval tot geval. Ik heb altijd achter de tekst gestaan die het dragen van religieuze symbolen op scholen verbiedt. Over de nikab heeft de Raad van State zich duidelijk uitgesproken: die moet verboden worden, niet om religieuze redenen, maar omdat hij indruist tegen de noodzaak om in het openbare leven gezichten te kunnen herkennen. Dan krijg je daarna de kwestie van de hoofddoek op de universiteit, en dan die van de boerkini, en op een dag zal het over de lange rok gaan… Er moet een algemeen akkoord tussen de Franse moslims en de Republiek komen over de spelregels.’

    Met wie moet dit akkoord worden gesloten?

    ‘Het grote probleem is inderdaad het vinden van een medeondertekenaar. De peiling van het Institut Montaigne is verontrustend: de legitimiteit van de Franse moslimraad en van de mensen op wie wij steunen is zwak. De moslims die tegen de radicalisering willen strijden moeten zich organiseren. Ik doe een beroep op hen: zij zijn de enigen die er iets tegen kunnen doen. De zwijgende meerderheid van de moslims keert zich vierkant tegen iedere vorm van radicalisering. Laten ze dat zeggen en zich verenigen!’

    Hoe moet die strijd tegen radicalisering volgens u worden gevoerd?

    ‘Dat moet vooral in de gevangenissen gebeuren, die kweekvijvers zijn. Ik vind het schandalig dat de regering zich alleen afvraagt of er nieuwe cellen bij moeten komen, terwijl de detentieomstandigheden mensonwaardig zijn vanwege een chronische overbevolking. Ik stel voor dat er tienduizend nieuwe plaatsen worden gecreëerd en dat er, onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie, een penitentiaire politie komt die onderzoek doet in de gevangenissen en de gevangenbewaarders ondersteunt. Ten slotte zullen er deradicaliseringsafdelingen moeten komen.’

    ‘Ik wek waarschijnlijk minder hysterie op. De Fransen willen worden gerustgesteld door iemand met ervaring’

    Wat de strijd tegen het terrorisme betreft: steunt u het voorstel van Nicolas Sarkozy om alle mensen met een ‘fiche S’, mensen die een potentiële bedreiging vormen voor de staatsveiligheid, preventief in hechtenis te nemen?

    ‘Alle specialisten vinden dit een zinloze discussie. Allereerst omdat niet alle mensen met een “fiche S” banden hebben met het terrorisme. Bovendien kan het soms van belang zijn, net als bij de strijd tegen de zware criminaliteit, om mensen een zekere vrijheid te gunnen, zij het onder toezicht, om zo de netwerken te kunnen ontmantelen. Uiteindelijk vind ik dat aan de allergevaarlijkste lieden vrijheidsbeperkingen moeten worden opgelegd. In het kader van de noodtoestand kan men ze huisarrest geven. Men kan ze ook in een detentiecentrum plaatsen, mits een rechter daar toestemming voor geeft. Dat is mijn rode lijn. Anders krijgen we een Guantanamo-systeem, waarbij mensen zonder enig bewijs en zonder enige rechterlijke bemoeienis voor onbepaalde tijd gevangen worden gezet. Ik wil geen Guantanamo op z’n Frans!’

    Nicolas Sarkozy belooft de grondwet te wijzigen om de boerkini te kunnen verbieden, om mensen met een ‘fiche S’ preventief te kunnen opsluiten en om zich kunnen onttrekken aan het recht op gezinshereniging van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

    ‘Verkiezingsbeloften zijn één ding, maar de grondwet wijzigen! Wie kan zich trouwens voorstellen dat Frankrijk uit het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou stappen?’

    Baart de opkomst van Nicolas Sarkozy in de peilingen u zorgen?

    ‘De peilingen voor de eerste ronde zijn onzeker, maar ze vertonen een bemoedigende tendens, vooral voor de tweede ronde, als het er echt op aankomt. Ik blijf er onvermoeibaar op wijzen dat iedereen op 20 en 27 november moet gaan stemmen, en dat de inzet hoog is.’

    Beschouwt u zichzelf als de grootste kanshebber op rechts om Marine Le Pen in 2017 te verslaan?

    ‘Als ik de peilingen mag geloven, ben ik de enige die haar in de eerste ronde voor kan blijven en haar in de tweede ruimschoots kan verslaan.’

    U wordt ervan beschuldigd te profiteren van de afkeer van Nicolas Sarkozy, zonder echt steun voor uw programma te zoeken. Uw bijeenkomsten zijn bijvoorbeeld weinig bezielend. Is dat niet noodzakelijk om te winnen?

    ‘Wie zegt dat? Overal in Frankrijk word ik met respect en nieuwsgierigheid ontvangen. Ik merk dat er veel steun is voor mijn betoog over hoop, over het feit dat Frankrijk nog niet naar de haaien is, dat ons land kan terugveren en in harmonie kan leven met respect voor onze eenheid en onze diversiteit. Ik wek waarschijnlijk minder hysterie op, maar meer enthousiasme. De Fransen willen worden gerustgesteld door iemand met ervaring, die hen probeert te verenigen. Niet tegenstellingen zijn het antwoord op de ongerustheid, maar saamhorigheid en rust onder de burgers.’

    Auteurs: Nicholas Chapuis en Alexandre 
Lemarié

    ALAIN JUPÉ

    2006-heden Burgemeester van Bordeaux

    2011-2012 Minister van Buitenlandse Zaken

    2010-2011 Minister van Defensie en Veteranen

    2004 In hoger beroep veroordeeld tot 14 maanden voorwaardelijk wegens onregelmatigheden in de partijfinanciën van de RPR

    1995-2004 Burgemeester van Bordeaux

    1995-1997 Minister-president

    1993-1995 Minister van Buitenlandse Zaken

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Ali Bongo, nu is het welletjes!

    Ali Bongo, nu is het welletjes!

    Het is chaos in Gabon sinds de betwiste verkiezingsoverwinning van president Ali Bongo eind augustus. Reden voor een bijtend commentaar van de krant Le Pays in het nabijgelegen Burkina Faso.

    Het duurde niet lang voordat de verkiezingsoverwinning van zittend president Ali Bongo Ondimba (ABO), in wie veel van zijn landgenoten een Ali Baba zien, in geweld ontaardde. Al enkele uren nadat op 31 augustus de voorlopige resultaten werden bekendgemaakt – 49,8 procent van de stemmen voor ABO tegen 48,23 procent voor zijn belangrijkste uitdager, Jean Ping –, vonden in de Gabonese hoofdstad Libreville gewelddadige betogingen plaats waarbij publieke en particuliere eigendommen werden vernield en het parlementsgebouw in vlammen opging. Voor de betogers is deze overwinning van Ali Bongo moeilijk te slikken: ze vermoeden dat er met de cijfers is geknoeid om hem van de overwinning te verzekeren, met name in zijn geboortestreek Haut-Ogooué. Daar eiste de oppositie een hertelling, en drong de internationale gemeenschap aan op openbaarmaking van de resultaten door de stembureaus.

    Over de uitslag doen de wildste geruchten de ronde

    Door geen openheid van zaken te geven wakkert de Gabonese regering de twijfels over de overwinning van Ali Bongo nog verder aan. Over de uitslag in Haut-Ogooué doen de wildste geruchten de ronde. Zo wijzen bronnen erop dat, om de cijfers te halen die door de nationale kiescommissie Cenap zijn verstrekt, de bevolking van Haut-Ogooué vervijfvoudigd moest zijn: de ongeveer 50.000 stemgerechtigden waren uitgegroeid tot 250.000 stemmen. Zoiets hoort thuis in het Guinness Book of Records. De opkomst in deze regio loopt volgens de officiële cijfers tegen de 100 procent, terwijl die in de rest van het land op 60 procent wordt geschat. Gekker moet het niet worden! Zelfs in de meest geavanceerde democratieën is zoiets nog nooit vertoond. Er zit een addertje onder het gras. Vooral omdat, ondanks de explosieve en funeste situatie, de machthebbers geen gevolg geven aan de oproep de stemmen opnieuw te tellen, of anders op z’n minst de resultaten van de stembureaus openbaar te maken.

    Een uitgebrande auto na een demonstratie tegen Ali Bongo in Libreville. – © Joel Bouopda / HH
    Een uitgebrande auto na een demonstratie tegen Ali Bongo in Libreville. – © Joel Bouopda / HH

    Toch is het de vraag of de spanning daardoor zou afnemen. Waarom zou je niet kunnen denken dat er onder deze omstandigheden naast onjuiste informatie ook juiste informatie bestaat? Waarom zou je niet kunnen denken dat, ondanks de torenhoge opkomst in de geboortestreek van de president, Jean Ping een aanzienlijke voorsprong had en dus alle reden om in zijn overwinning te geloven?

    Eén ding is zeker: doordat de Gabonese regering weigert open kaart te spelen nemen de twijfels over de overwinning van Ali Bongo toe. Overigens doet de belanghebbende zelf sinds de aankondiging van zijn overwinning niet mee aan deze bluf. Hoe zou dat komen? In elk geval kunnen we constateren dat Gabon dit jaar het derde Centraal-Afrikaanse land is waar verkiezingen in geweld ontaarden, na het Congo van Denis Sassou-Nguesso en het Tsjaad van Idriss Déby Itno, terwijl het in de Democratische Republiek Congo al even hard gist. Geen reden om trots te zijn op deze Afrikaanse regio, die elke dag een beetje meer bewijst een martelaar van de democratie te zijn.

    Bewaarheid

    En in het geval van Gabon zijn de zorgen die al vóór de verkiezingen bestonden helaas meer dan bewaarheid geworden. Want met het toenemen van de spanningen had men al repressie in Libreville verwacht. Uiteindelijk is die repressie voor de tegenstanders van Ali Bongo uitgelopen op een bloedbad, want sinds woensdag 31 augustus zijn de veiligheidstroepen ten tonele verschenen die vanuit een helikopter het campagnehoofdkwartier van de onfortuinlijke kandidaat Jean Ping hebben gebombardeerd, waar op dat moment veel van zijn partijgenoten aanwezig waren. Eén ding is zeker: Gabon is in nood.

    De oppositie zou er goed aan doen de legale wegen te bewandelen, te meer omdat er volgens sommige cijfers al zeven doden en talrijke gewonden zijn gevallen en veel mensen zijn gearresteerd. Geweld is op geen enkele manier te verdedigen in een democratie. Daarom valt het te betreuren dat het leger en de veiligheidstroepen bij elke verkiezing in onze Centraal-Afrikaanse contreien bloeddorstig partij kiezen voor de heersende machthebber, ten koste van het volk, terwijl ze zich neutraal zouden moeten opstellen.


    Het bestoken van een campagnehoofdkwartier als een jihadistisch broeinest is het onomstotelijke bewijs dat men voor eens en voor altijd korte metten wil maken met iedere vorm van verzet, terwijl dit verzet juist is ingegeven door het ondoorzichtige karakter van deze presidentsverkiezing. Als het de bedoeling is het verzet in de kiem te smoren, dan kan die strategie wel eens gevaarlijk blijken, als hij niet op de korte termijn slaagt.

    Als de tegenstanders blijk zouden geven van een onvermoede veerkracht, zou Ali Bongo in dezelfde situatie kunnen komen als Pierre Nkurunziza in Burundi, wiens verkiezing al sinds juli 2015 bestreden wordt. En als de oppositie solidair met het verzet zou blijven, zou hij zich nog meer zorgen moeten maken, want zoals het Gabonese het spreekwoord zegt: ‘Een hechte kudde heeft van de wolf niets te vrezen.’ Ten slotte is er nog het risico dat het hele land in brand komt te staan, waar de veiligheidstroepen wel eens goed garen bij zouden kunnen spinnen.

    Gabon maakt dus een onzekere periode door. Nogmaals, de oppositie zou er goed aan doen de legale wegen te bewandelen, al is het weinig waarschijnlijk dat ze voet aan de grond zal krijgen bij een constitutioneel hof dat zichzelf al twee keer in diskrediet heeft gebracht door zich tijdens de presidentsverkiezing voor Ali Bongo uit te spreken. En wat de herkozen president betreft, als hij de dorst naar verandering van de Gabonezen werkelijk begrepen heeft, zou hij moeten gaan nadenken over zijn vertrek, zelfs als de bui zou overwaaien. Nog eens zeven jaar onder de huidige omstandigheden? Nee, Ali Bongo, het is welletjes!

    Redactioneel van de krant
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Pays
    Burkina Faso | dagblad | oplage 20.000

    Hoewel president Compaoré weinig waarde hecht aan een vrije pers, is er in Burkina Faso een rijke mediacultuur. Le Pays, onafhankelijk sinds 1991, is populair vanwege de scherpe commentaren op de regering.

  • Corbyn: oude ideeën, jonge volgers

    Corbyn: oude ideeën, jonge volgers

    Als de Britse Labourleider Jeremy Corbyn binnenkort wordt herkozen, zal dat vooral zijn dankzij zijn fanatieke jonge aanhang.

    In dit internettijdperk is het binnen de politiek niet langer mogelijk om een scenario te volgen of de touwtjes strak in handen te houden; elke misser wordt vastgelegd en hypocriete standpunten komen snel aan het licht en worden moeiteloos naar buiten gebracht. Dat mensen teleurgesteld zijn in de huidige politiek is niet te wijten aan toenemende hypocrisie of een groter aantal missers, maar aan het gemak en de snelheid waarmee alles momenteel naar buiten kan worden gebracht. Dat laatste heeft nog meer gevolgen. De politici die zich momenteel in een grote populariteit mogen verheugen, die serieus worden genomen en een trouwe achterban hebben, zijn niet degenen die zich aan de oude regels houden, maar juist degenen die de regels openlijk aan hun laars lappen: de Trumps, de Farages, de Corbyns en de Sanders van deze wereld.

    De kracht van dit nieuwe slag politici schuilt niet in het feit dat ze zich tegen het establishment keren (wat overigens nog maar de vraag is), maar eerder in de manieren waarop ze dat doen, en degenen op wie ze hun pijlen richten. Hun taalgebruik vervult een sleutelrol. Populistische politici, zowel ter linker- als ter rechterzijde, geven de voorkeur aan een staccato spreekstijl, gaan complexe problemen te lijf met ‘simpele waarheden’ en lijken spontaan en vanuit hun hart te spreken. Om kort te gaan wordt een beeld van authenticiteit opgeroepen door hun manier van doen, niet zozeer door de boodschap. Een boodschap die niet altijd vertrouwen wekt, maar die – en dat is cruciaal – steevast een emotionele reactie in de hand werkt.

    Deze intergenerationele affaire tussen een babyboomer van zekere leeftijd en de gefrustreerde millennials is zonder meer een nieuw fenomeen

    Hoewel deze populisten het afgelopen jaar een duidelijk stempel hebben gedrukt op de Anglo-Amerikaanse politiek, bekleedt over een jaar naar alle waarschijnlijkheid slechts een van hen een machtspositie – en wel Jeremy Corbyn. Centrumlinks in Engeland is er net zomin als de Republikeinen in geslaagd de opmars van hun populistische kandidaat te stuiten en zal waarschijnlijk tot een volgende algemene verkiezing moeten wachten om weer controle over de partij te krijgen. Nu het ernaar uitziet dat Corbyn zijn leiderschapspositie zal weten vast te houden en dat een overweldigende meerderheid van de leden voor hem zal stemmen, zal centrumlinks moeten zien te doorgronden wat de aantrekkingskracht is van deze rattenvanger.

    Corbyn mag dan misschien niet één originele gedachte hebben gehad sinds 1985, dat lijkt weinig uit te maken: zijn oude ideeën, zijn achtergrond en zijn amateurisme maken deel uit van zijn aantrekkingskracht. Voor zijn achterban maakt zijn onbekwaamheid hem alleen maar ‘echter’, en hoe meer mensen het tegen hem opnemen, hoe principiëler hij lijkt. Cameron mag dan tegen hem zijn uitgevaren in het Lagerhuis, om zelf te scoren, maar juist doordat Corbyn een leider is die doet denken aan een verstrooide aardrijkskundeleraar, wordt hij beschouwd als authentiek. Hij is de retropoliticus pur sang, met de charme van een platenspeler in een iPod-tijdperk.

    Dergelijke eigenschappen zien we niet alleen in zijn manier van doen, maar ook bij zijn achterban. Met zijn 67 jaar oefent hij vooral een grote aantrekkingskracht uit op jongeren.

    De politiek werkt wel vaker merkwaardige allianties in de hand, maar deze intergenerationele affaire tussen een babyboomer van zekere leeftijd en de gefrustreerde millennials is zonder meer een nieuw fenomeen. Het zou geen verbazing hoeven wekken, net zomin als de opkomst van een progressief radicalisme onder Britse jongeren. De jongeren van nu zijn in economische zin slechter af dan welke generatie ook, sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Hun onvrede is alleen maar toegenomen sinds het EU-referendum. Ze hebben weinig middelen en grote schulden; de lonen zijn bevroren terwijl de woonlasten in hoog tempo stijgen. Een kwart van de afgestudeerden zit tien jaar na het verlaten van de universiteit nog altijd op een salaris van zo’n 23 duizend euro per jaar. Ze zijn terecht gefrustreerd over de kabinetten die hen hebben opgezadeld met een verlammend hoge schuld, voor een diploma dat geen enkele garantie biedt op een fatsoenlijke baan. En toch zijn het, net als alle radicalen voor hen, voornamelijk de blanke middenklassers die zich keren tegen een systeem waar ze in grote lijnen baat bij hebben, en die troost zoeken bij een leider met een vergelijkbare achtergrond.

    Onzalig socialisme

    Het is een generatie die prijsstelt op ogenblikkelijke behoeftebevrediging, en dat is precies wat Corbyn biedt. Hij is geen begenadigd redenaar maar hij gebruikt precies de juiste woorden – waarden in plaats van beleid, morele verontwaardiging in plaats van oplossingen. Echte corbynista’s geven niet om gedetailleerd uitgewerkte politieke oplossingen, omdat ze denken dat die toch niet zullen werken, of dat ze in de praktijk toch weer worden teruggedraaid. Ze hechten ook geen waarde aan politieke competenties of zelfs verkiesbaarheid. Wat is er zo geweldig aan macht als het ten koste gaat van je principes?

    Natuurlijk staan niet alle jongeren achter Corbyn, en ook zijn niet alle corbynista’s jong. Er zijn ook babyboomers die zich weer laten meevoeren door de ‘democratische politiek’ die ze kennen uit hun jeugd. Het is belangrijk om vast te stellen wie we precies bedoelen met ‘jongeren’. De volgelingen van Corbyn zijn niet de kinderen van Thatcher – ze zijn nog geen vijfentwintig, ze zijn geboren in de jaren negentig, toen John Major aan de macht was. Zij zijn vertrouwd met crisis in plaats van een hausse, met campagnes voor een veilig onderkomen in plaats van gesloten winkels, en ze beschouwen drank en drugs als geldverkwisting. Gezien het feit dat zij de zwaarste klappen opvangen van de financiële crisis, wekt het nauwelijks verbazing dat zij meer neigen tot politiek radicalisme dan de kinderen van Thatcher, die hun schaapjes al aardig op het droge hadden toen een voor een de banken omvielen.

    Millennials en babyboomers zij aan zij op een Corbyn-bijeenkomst. – © Getty
    Millennials en babyboomers zij aan zij op een Corbyn-bijeenkomst. – © Getty

    Corbyns grootste kracht is misschien wel zijn vermogen om aansluiting te vinden bij de belevingswereld van de jongeren – om preciezer te zijn: om het linkse, progressieve gedachtegoed van de twintigste eeuw te verbinden aan het populisme van de eenentwintigste eeuw. Zijn motto ‘powered by the people’, (mogelijk gemaakt door de mensen zelf) is de perfecte leus voor de Facebookgeneratie, die een ingebakken wantrouwen heeft tegen een anonieme bureaucratie, die gelooft in e-burgeractivisme en die meer vrijwilligerswerk verricht binnen de eigen gemeenschap dan welke demografische groep ook. Het zou echter een vergissing zijn om te denken dat het corbynisme een nieuwe, post-Thatchersolidariteit in de hand werkt. Het tegendeel is waar. Het is precies zijn soort onzalig socialisme – een en al snapchatpolitiek en hashtaggen – dat neoliberaal geconditioneerde mensen aanspreekt die ervan overtuigd zijn dat hun mening van belang is, maar dat hun stem er niet toe doet. Ondertussen rest de centrumlinkse politiek niets anders dan wachten tot de corbynistatrein tegen het stootblok knalt.

    Auteur: Eliza Filby
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Standpoint
    VK | 20.000

    Brits cultureel en politiek tijdschrift, in 2008 opgericht met als missie ’het vieren van de westerse beschaving’ en de bijbehorende waarden: democratie, debat en vrijheid van meningsuiting. De redactie ijvert er ook voor het Britse essay nieuw leven in te blazen, ter verrijking van het medialandschap ‘dat wordt overspoeld door het journalistieke equivalent van fastfood’.

    CONTEXT: Verkiezingen

    Jeremy Corbyn, de zeer linkse Labourleider, zal op 24 september moeten worden herkozen. Hoewel die verkiezing noodzakelijk is geworden door een motie van wantrouwen, die eind juni met overweldigende meerderheid werd aangenomen door de leden van de fractie in het Lagerhuis, zal Corbyns mandaat volgens The Guardian niettemin worden hernieuwd: 54 procent van de 650.000 leden van de partij heeft te kennen gegeven hem te steunen. Zijn voornaamste concurrent, Owen Smith, die in de partij tot het centrum behoort, zou slechts kunnen rekenen op 22 procent.

    De herverkiezing van Corbyn zal geen einde maken aan de crisis binnen Labour, maar de kloof tussen de basis en de parlementsfractie slechts kunnen verbreden. Volgens een peiling van het onderzoeksbureau YouGov zou Labour in de huidige situatie bij verkiezingen een zware nederlaag lijden, een verlies dat vooral ten goede zou komen aan de Conservatieven.

  • Tussenrapport voor de president

    Tussenrapport voor de president

    De Nigeriaanse president Muhammadu Buhari deed bij zijn verkiezing in 2015 een aantal verkiezingsbeloften. Heeft hij die intussen waargemaakt?

    Een jaar geleden werd Muhammadu Buhari gekozen tot president van Nigeria, een gebeurtenis die uitbundig werd gevierd door veel van zijn landgenoten. Zij zagen in de voormalige generaal een leider die in staat was de mogelijkheden van Afrika’s dichtstbevolkte land ten volle te benutten.

    Hoewel Buhari van 1983 tot 1985 een militair dictator was, had hij de reputatie integer en vasthoudend te zijn. Dus toen hij verklaarde de strijd aan te gaan met Nigeria’s verbijsterende corruptie, werd hij door velen geloofd. Zijn militaire ervaring en nuchtere optreden maakten zijn belofte om Boko Haram te ‘verpletteren’ geloofwaardig.

    Veel Nigerianen geloofden ook dat Buhari de economie van het land zou kunnen aanwakkeren. Die was in het slop geraakt door de gedaalde olieprijs, Nigeria’s voornaamste exportproduct. Was al dat optimisme rond Buhari’s overwinning achteraf gezien terecht?

    De Nigeriaanse president zette zijn handtekening onder een nationaal budget waarin tientallen aanvechtbare uitgaven en enkele schaamteloos opgedreven cijfers staan

    Wat Boko Haram betreft, kan Buhari bogen op enig succes. Het Nigeriaanse leger heeft de jihadisten almaar verder verdreven uit de gebieden die ze ooit onder controle hadden. Maar hij heeft Boko Haram bepaald niet ‘verpletterd’. De beweging is nog steeds in staat gewelddaden te plegen, zoals de zelfmoordaanslag in een moskee waarbij onlangs tweeëntwintig mensen omkwamen. De oorlog tegen Boko Haram is daarom verre van voorbij, maar Buhari verdient een zesenhalf voor het feit dat hij de beweging in belangrijke mate heeft verzwakt.

    Zijn strijd tegen de corruptie heeft geleid tot het proces tegen Nigeria’s voormalige nationale-veiligheidsadviseur, die ontkent meer dan twee miljard dollar te hebben weggesluisd die was gereserveerd voor de strijd tegen Boko Haram. Er zijn diverse onderzoeken naar andere financiële schandalen geopend. Buhari heeft eveneens stappen ondernomen om grote schoonmaak te houden bij oliefirma Nigerian National Petroleum Corporation, een broeinest van corruptie.

    Maar ondanks al dit gejubel heeft Buhari’s oorlog tegen corruptie nog geen veroordelingen opgeleverd. Er wordt zelfs in toenemende mate gevreesd dat de beklaagden uiteindelijk vrijuit zullen gaan of een lichte straf zullen krijgen.

    Een kunststudent maakt een tekening van (toen) presidentskandidaat Muhammad Buhari. – © Afolabi Sotunde / Reuters
    Een kunststudent maakt een tekening van (toen) presidentskandidaat Muhammad Buhari. – © Afolabi Sotunde / Reuters

    Bovendien beschuldigen critici Buhari ervan selectief te zijn in zijn strijd tegen corruptie. Er wordt gezegd dat hij het gemunt heeft op politici die banden hebben met de vorige regering, terwijl hij oudgedienden uit zijn eigen partij met rust laat. Die kritiek is terecht en onderstreept nog eens hoe verrot de Nigeriaanse politiek is.

    Een recent schandaal doet nog meer afbreuk aan Buhari’s geloofwaardigheid. De Nigeriaanse president zette zijn handtekening onder een nationaal budget waarin tientallen aanvechtbare uitgaven en enkele schaamteloos opgedreven cijfers staan. Na een publiek protest gaf Buhari toe dat het incident ‘pijnlijk’ was en zwoer hij dat de ambtenaren die verantwoordelijk waren voor de fictieve posten gestraft zouden worden. Van de controversiële uitgaven zou hij niet op de hoogte zijn geweest.

    Dit wijst erop dat hij óf de zaken niet in de hand heeft óf bereid is de problemen in zijn eigen regering te negeren. Hoe dan ook, het geeft een slechte indruk van zijn leiderschap. Daarom krijgt de president een zes voor de anticorruptiemaatregelen die hij tot nu toe heeft genomen.

    Draconisch

    Buhari’s economische staat van dienst schiet ook tekort. Hij heeft natuurlijk een economie geërfd die verzwakt was door de lage olieprijzen, maar zijn politiek heeft een slechte situatie nog erger gemaakt. Hij heeft zich te sturend en te bemoeizuchtig opgesteld inzake de neerwaartse druk op Nigeria’s munt, de naira, door draconisch controle uit te oefenen op buitenlandse valuta. Zijn regering heeft ook de import van tientallen producten verboden, van diepvrieskip tot balpennen. Dit had de binnenlandse productie moeten stimuleren, maar tot nu toe heeft het slechts geleid tot stijgende voedselprijzen, ontslagen, toegenomen inflatie en een afnemende groei van het bnp met 2,1 procent.

    Stijgende werkloosheid is vooral gevaarlijk in een land dat een enorme bevolkingsgroei doormaakt en in 2020 naar schatting 206 miljoen inwoners zal hebben, van wie drieënzestig procent onder de vierentwintig jaar. Buhari’s koppige karakter – een pluspunt in zijn verkiezingscampagne – blijkt nu een belemmering te zijn voor de economie, omdat hij hardnekkig weigert zijn politiek aan de realiteit aan te passen. Nigeria’s president krijgt een vier voor zijn economische beleid.

    Het welzijn van Nigerianen moet Buhari’s prioriteit zijn, niet de bevrediging van zijn ideologische instincten

    Buhari blijft populair bij veel Nigerianen, maar het aantal mensen dat zijn politiek goedkeurt, is gedaald van 77 procent in augustus 2015 tot 57 procent in februari dit jaar. Ik was een van degenen die vorig jaar Buhari’s verkiezing vierde. Ik geloof nog steeds dat hij een oprechte patriot is die het beste voor heeft met Nigeria. Maar goede bedoelingen zijn geen garantie voor een goed beleid.

    Jammer genoeg is het heel gemakkelijk voor Nigeriaanse presidenten om de realiteit uit het oog te verliezen, aangezien ze meestal omringd worden door carrièrejagers die hem vertellen dat al zijn ideeën geniale invallen zijn. Het lijkt steeds duidelijker te worden dat Buhari geen heldere antwoorden heeft op Nigeria’s huidige economische problemen, en het zou dus verstandig van hem zijn als hij advies zou vragen aan mensen die misschien alternatieve oplossingen hebben.

    Het welzijn van Nigerianen moet Buhari’s prioriteit zijn, niet de bevrediging van zijn ideologische instincten. Hij moet voor rede vatbaar zijn en snel handelen om de Nigeriaanse economie weer een nieuwe impuls te geven. Als hij dat niet doet, zullen dezelfde menigten die vorig jaar zijn overwinning vierden, bij de volgende presidentsverkiezingen in 2019 staan te juichen als hij verliest – en dat geldt ook voor mij.

    Auteur: Remi Adekoya
    Vertaler: Tineke Funhoff

    The Guardian Lago
    Nigeria | dagblad | oplage 50.000

    Een van de meest betrouwbare bronnen in Nigeria. Overleefde een publicativerbod en andere pogingen tot censuur.

  • ‘Op korte termijn is er geen andere oplossing dan Assad’

    ‘Op korte termijn is er geen andere oplossing dan Assad’

    Tijdens zijn recente bezoek aan Frankrijk 
gaf de Iraanse president Rohani een exclusief interview aan Le Monde. Hij sprak over Syrië, 
de crisis tussen Iran en Saoedi-Arabië, de strijd tegen het terrorisme 
en de naderende parlementsverkiezingen in zijn land.

    U bent ontvangen door de 
paus in Rome en door 
François Hollande in Parijs. Is Iran niet langer een paria op het internationale toneel?
    ‘Iran is nooit een paria geweest, noch vóór het nucleaire akkoord, noch daarna. In 2013 is mijn initiatief voor een wereld zonder geweld en extremisme unaniem aanvaard door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ik heb bij die gelegenheid een groot aantal Europese leiders gesproken: ze waren allemaal tegen de sancties en ik kreeg het idee dat er maar weinig landen waren die Iran wilden isoleren. Economisch gezien heeft Iran enigszins onder deze situatie geleden, maar inmiddels is de situatie gunstiger.’

    U wisselt gevangenen uit met de 
Verenigde Staten en er is weer 
diplomatiek contact. Is dat niet al 
een vorm van normalisering?
    ‘Er heeft zich de afgelopen 37 jaar een groot aantal meningsverschillen met de Verenigde Staten ontwikkeld en die los je niet in zo’n korte tijd op. Tijdens mijn gesprek met president Obama heb ik gezegd dat wij de spanningen tussen de twee landen willen verminderen en daar lijkt nu een begin mee 
te zijn gemaakt. Als de verkiezingen 
in Iran en de Verenigde Staten achter de rug zijn, zullen we de draad weer moeten oppakken. De problemen tussen twee grote landen mogen niet eeuwig voortbestaan en op een dag zullen we ze uit de weg ruimen. Maar het is duidelijk dat je niet alles op korte termijn kunt regelen.’

    Is er een ommekeer in de Amerikaanse politiek in de regio, namelijk een toenadering tot Iran en een afstandelijkere houding jegens Saoedi-Arabië?
    ‘Het nucleaire dossier vormde op zich een moeilijk en ingewikkeld probleem. Amerika heeft een actieve en belangrijke rol gespeeld in het oplossen daarvan. Het feit dat wij dit akkoord hebben gesloten met de groep ‘5+1’ – de Verenigde Staten, Rusland, China, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland – betekent een stap voorwaarts. Wat de onderhandelingen over Syrië betreft, wij nemen deel aan dezelfde vergaderingen als de Verenigde Staten, wat enkele jaren geleden nog ondenkbaar was. De situatie is sterk veranderd. De Amerikanen zijn van mening dat Iran het enige land in de regio is dat het terrorisme kan bestrijden. Wij houden regelmatig verkiezingen in Iran, terwijl in de landen om ons heen democratische verkiezingen een zeer zeldzaam fenomeen zijn.’

    Iran is nooit een paria geweest, noch vóór het nucleaire akkoord, noch daarna

    U doelt hier misschien op Saoedi-
Arabië, waarmee u de banden hebt verbroken na de executie van een 
sjiitische hoogwaardigheidsbekleder, gevolgd door de plundering en in het brand steken van de Saoedische ambassade in Teheran…
    ‘Er hebben zich enkele gebeurtenissen tussen onze twee landen voltrokken waarover we het niet eens zijn. Aan de ene kant was er de terdoodbrenging van een belangrijke sjiitische geestelijke die in opstand kwam tegen discriminatie. Het Iraanse volk was daar diepbedroefd over en zelfs de westerse landen hebben deze daad veroordeeld als in strijd met alle principes. Aan de andere kant weet u wat er met de Saoedische ambassade in Teheran is gebeurd. Wij hebben dat niet goedgekeurd, ik was de eerste om het te veroordelen en ik heb opdracht gegeven de schuldigen te arresteren. Ze zitten in de gevangenis en zullen worden berecht. Maar de reactie van Saoedi-Arabië op deze gebeurtenissen was buiten alle proportie. Het deed me denken aan iemand die een fout heeft gemaakt en vervolgens chaos creëert om zijn verantwoordelijkheid te ontlopen. Het Saoedische volk is onze nabuur en geloofsgenoot. We moeten de problemen die ons uiteendrijven 
op een verstandige manier oplossen.’

    De Iraanse president Hassan Rohani. – © Chesnot / Getty Images
    De Iraanse president Hassan Rohani. – © Chesnot / Getty Images

    Welke gestes verwacht u van Riyad om de diplomatieke betrekkingen 
te herstellen?
    ‘Het land dat de diplomatieke betrekkingen heeft verbroken zal de eerste stap moeten zetten om ze te herstellen en deze situatie op te lossen. Ik ben ervan overtuigd dat Saoedi-Arabië zijn daden in de toekomst zal betreuren. Wij hoeven niets goed te maken.’

    U beschuldigt Saoedi-Arabië ervan dat ze het terrorisme en de Islamitische Staat financieren. Welke bewijzen hebt u daarvoor?
    ‘Dat is niet zo moeilijk, je hoeft het maar aan de regeringen en volkeren te vragen die getroffen worden door het terrorisme in Irak en in Syrië. Waar komt dat geweldsdenken vandaan? Wat zijn 
de wortels ervan? Wie heeft de eerste 
terroristische acties uitgevoerd, 
welke nationaliteit? Dat valt allemaal makkelijk te achterhalen. Daar ligt 
het probleem niet. Het is noodzakelijk dat iedereen in de regio het terrorisme bestrijdt, want het bedreigt niet 
alleen de regio maar de hele wereld.’

    Bent u bereid de krachten te bundelen en samen te werken met de internationale coalitie tegen IS waarvan Frankrijk en de Verenigde Staten deel uitmaken?
    ‘Er bestaat ook een coalitie van Iran, Irak, Syrië en Rusland, er bestaan een heleboel coalities. Zonder onze hulp zouden ook andere Iraakse steden dan Mosul zijn gevallen. Het gaat niet om de namen, maar om de daden. Als we willen optreden in Irak, moeten we dat afstemmen met de Iraakse regering.’

    Ik ben ervan overtuigd dat Saoedi-Arabië zijn daden in de toekomst zal betreuren

    U verliest veel mensen in Syrië, 
zelfs generaals. Tot wanneer blijft 
u militair in Syrië aanwezig?
    ‘Onze adviseurs zijn aanwezig in Irak en in Syrië op verzoek van de regeringen van die landen. Wanneer er militaire adviseurs naar een oorlogsgebied 
worden gestuurd, kunnen er slachtoffers vallen. Wij zijn niet bereid de onveiligheid in Irak en Syrië te 
accepteren, en zelfs niet in Afghanistan. De onveiligheid in deze landen kan zich uitbreiden naar andere landen. Dus we kunnen niet voorzien hoelang het gaat duren.’

    De vredesonderhandelingen over Syrië moeten op vrijdagochtend 29 januari beginnen in Genève. 
Wat verwacht u ervan? [De onderhandelingen zijn intussen opgeschort tot 25 februari.]
    ‘We hopen dat de onderhandelingen 
zo snel mogelijk zullen zijn afgerond, maar dat zou me verbazen, omdat er in Syrië groeperingen zijn die niet alleen in oorlog zijn met de centrale regering, maar ook met elkaar. Er is ook sprake van buitenlandse inmenging en van buitenlandse wapenzendingen. De oplossing voor de crisis in Syrië is een politieke, maar het zal moeilijk zijn 
om die binnen enkele weken en enkele vergaderingen te realiseren. Dat is te optimistisch gedacht. De Syrische kwestie vereist inspanningen van iedereen, ze moet onze prioriteit zijn. We moeten beginnen met het bestrijden en uitroeien van het terrorisme, zodat er weer vrede en stabiliteit komt en de vluchtelingen kunnen terugkeren. Daarna zal de grondwet moeten worden gewijzigd. Onderhandelingen tussen de centrale regering en de oppositie zullen tot verkiezingen moeten leiden. Er is een heleboel te doen. Een staakt-het-vuren is de eerste stap.’

    De westerse leiders lijken steeds meer bereid om Bashar al-Assad voor lief te nemen, ondanks de misdaden die hij heeft gepleegd.
    ‘Degenen die in Syrië misdaden plegen zijn de terroristen, zij onthoofden onschuldigen, zij plegen massamoorden. Zij zijn de echte misdadigers. We moeten hen te gronde richten, uitroeien. Wat de toekomst van de Syrische regering betreft, die is op dit moment niet aan de orde. Op korte termijn is er geen andere oplossing dan Bashar al-Assad. Als we het terrorisme willen bestrijden, zullen we het Syrische leger moeten helpen, dat zijn werk niet kan doen zonder een stabiele centrale regering. Het dilemma Bashar of geen Bashar doet geen recht aan de realiteit ter plaatse. Daar kunnen we op de lange termijn over nadenken, maar de westerse landen moeten accepteren dat 
de keus niet aan hen is, maar aan het Syrische volk. We zullen eerst moeten zorgen dat het land veilig wordt. Hoe kun je betrouwbare verkiezingen houden als 60 procent van het land door terroristen wordt bezet? Hoe kun je onder die omstandigheden aan een toekomst denken? De strijd tegen het terrorisme is een eerste vereiste.’

    De westerse landen moeten accepteren dat de keus niet aan hen is, maar aan het Syrische volk

    Eind februari komen er parlementsverkiezingen in Iran. Veel kandidaten zijn uitgesloten en u hebt uw irritatie daarover laten blijken. Hebt u de indruk dat bepaalde groeperingen 
uw hervormingen proberen te dwarsbomen?
    ‘De kandidatuur voor de parlementsverkiezingen kent diverse stadia. 
De Raad van Hoeders van de Grondwet zal zich in laatste instantie uitspreken. We wachten op hun interventie zodat een groter deel van de bevolking kan deelnemen. De Iraniërs mogen niet bedrogen worden. Er bestaan bij ons verschillende denkrichtingen en dus uiteenlopende meningen. Men mag oppositie voeren tegen het beleid van de regering, mits dat uiteraard binnen de wettelijke en morele grenzen blijft.’

    Tijdens uw campagne beloofde u 
verbeteringen op het gebied van de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting. Toch worden er nog steeds journalisten gevangengezet 
en minderjarigen geëxecuteerd.
    ‘De regering handelt binnen de grenzen van haar bevoegdheden en het volk weet heel goed wat die grenzen zijn. De rechterlijke macht is onafhankelijk, evenals de wetgevende macht. Het kan gebeuren dat er geen overeenstemming bestaat tussen deze drie machten. 
Ik kan wetten aan het parlement voorstellen die het niet zal aannemen. 
Over bepaalde dossiers kan ik mijn eigen mening hebben. Maar het is van wezenlijk belang dat we ons aan de wet houden. Ook als ik het niet eens ben met een bepaalde maatregel die door het parlement is goedgekeurd en door de Raad van Hoeders is bekrachtigd, ben ik als president verplicht om er uitvoering aan te geven. Wat mijn beloftes betreft, die heb ik voor een groot deel ingelost. Voor de rest doe ik mijn uiterste best. De economische situatie is verbeterd, maar we gaan een moeilijk jaar tegemoet vanwege de olieprijs, die van 100 naar 20 dollar 
per vat is gezakt. Blijft het feit dat de huidige situatie heel anders is dan 
hetgeen ik bij mijn aantreden aantrof, en niemand kan me verwijten maken. Veel mensen kunnen het zich trouwens vandaag de dag permitteren om de regering in alle vrijheid verwijten te maken. Op de universiteiten kunnen politieke groeperingen zich vrijelijk uitspreken. Ik hoop al mijn beloftes in te lossen in de tijd die me rest.’

    Auteur: Christophe Ayad
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000
    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Deze verkiezingen zouden anders zijn

    Deze verkiezingen zouden anders zijn

    De uitslag van de Spaanse verkiezingen bevestigt de complexe situatie waarin de politiek zich bevindt. Een met alleen maar ijdele winnaars die zich een mandaat toe-eigenen, volgens schrijver Javier Marías.

    Ik schrijf dit nog geen week na de verkiezingen in Spanje van 20 december, en weet daarom niet hoe de zaken ervoor staan wanneer deze column wordt gelezen. Of er is meer duidelijkheid en de partijen zijn er min of meer uit wie er mag gaan regeren, of we kunnen over een paar maanden een oproep verwachten om opnieuw naar de stembus te gaan. Zo kort na de verkiezingen bespeur ik echter al een fenomeen waar ik niet van opkijk, maar dat ik wel zorgelijk vind: veel mensen hebben een beetje of een heleboel spijt van de stem die ze na veel wikken en wegen hebben uitgebracht. Verwacht had ik dat wel, en wel hierom: volgens de peilingen waren er vlak voor 20 december zo’n 40 procent zwevende kiezers, en velen maakten de ene week een keuze om daar de volgende week weer op terug te komen. Vreemd is het niet dat je, nadat je hebt gestemd omdat dat nu eenmaal moet op die ene dag, blijft twijfelen, van mening verandert en het betreurt dat je uiteindelijk dan toch maar het stembiljet hebt ingevuld. Ik reken mezelf tot de halve spijtoptanten, al weet ik niet op wie ik zou stemmen als ik op mijn schreden kon terugkeren. (Niet stemmen of blanco stemmen heb ik altijd de slechtst mogelijke oplossing gevonden: dan beslissen anderen voor jou.)

    Meeblazen

    Naast wat vanzelfsprekend en te verwachten was – de niet-aflatende twijfel nadat je hebt gestemd – heeft zich volgens mij een diepe teleurstelling meester gemaakt van het land. Deze verkiezingen zouden anders zijn, zo hoopte men. Voor het eerst in tientallen jaren zouden er meer dan twee partijen zijn die konden rekenen op een verkiezingszege of in elk geval op genoeg stemmen om een stevig partijtje mee te blazen bij het vormen van een regering. Er zouden ‘frisse winden waaien’, zoals nooit eerder was gebeurd. Maar alle partijen reageerden zoals we gewend zijn, maar dan nog erger, en de nieuwkomers deden daarin niet onder voor de oude garde. 
Zoals te doen gebruikelijk gaf bijna niemand toe dat hij verloren had en trok niemand dan toch op zijn minst het boetekleed aan; iedereen probeerde zo goed mogelijk voor de dag 
te komen om zonder gezichtsverlies zijn wonden te kunnen likken, hoezeer hij de waarheid daarbij ook geweld moest aandoen. Deze keer zijn 
de partijen nog een stapje verder gegaan: bijna allemaal hebben ze zich uitgeroepen tot onherroepelijke winnaar en vonden hun lijsttrekkers dat ze in de positie waren om eisen te kunnen stellen. Patent hierop heeft de antisysteempartij CUP, die zich sinds de regionale verkiezingen in Catalonië in september deze houding aanmeet (uiteraard met de kruiperige zegen van Mas, Junqueras, Romeva en Forcadell). Met maar tien zetels doen ze alsof zij de dienst uitmaken (deels omdat het eerder genoemde gezelschap hun dat mogelijk heeft gemaakt). Als je ondemocratisch bent en de boel chanteert vind je vanzelf navolging, dat heeft Podemos duidelijk laten zien. Hun ijdele leider Pablo Iglesias wist niet hoe gauw hij voorwaarden moest stellen aan de rest toen niemand hem nog had uitgenodigd om samen te gaan werken. Maar zo ook Pedro Sánchez van de PSOE en, in mindere mate, Albert Rivera van Ciudadanos en niet te vergeten Mariano Rajoy, op wie het meest is gestemd. Misschien is het die hooghartige en irreële opstelling waardoor veel kiezers spijt hebben gekregen. Is er dan niemand bij machte te beseffen wat zijn werkelijke positie is? Ligt de oorzaak wellicht in de regionale ‘volksraadpleging’ in Catalonië van nog maar 
een paar maanden geleden: als je bij 47 procent van de stemmen zonder blikken of blozen victorie kraait, waarom zou je dat dan niet doen als je 20 procent haalt? Als ze het pikken, waarom dan niet? En verbazingwekkend genoeg pikken en slikken ze hier de grootste onwaarschijnlijkheden, de flagrantste ontkenningen van wat de cijfers en de werkelijkheid laten zien.

    Wie zich op het ‘mandaat’ beroept, laat alleen maar blijken dat hij ‘sans gêne’ zal regeren

    De Catalaanse politici zijn ook de eersten geweest die een woord hebben gebruikt en misbruikt dat onze politiek niet kende, en dat een ieder die het gebruikt ontmaskert als gevaarlijk 
en autoritair. Het gaat om het woord ‘mandaat’. We hebben een duidelijk 
en democratisch mandaat gekregen, 
zo herhaalden Mas, Junqueras & co eindeloos, daarbij doelend op die 47 procent die allesbehalve evident 
en democratisch was. En zie, het 
verachtelijke woord ligt nu op ieders lippen, met name op die van Pablo Iglesias en Pedro Sánchez. En van 
wie krijgen ze dat ‘mandaat’? Van het volk natuurlijk, dat alles rechtvaardigt. Juist bij democratische verkiezingen zijn er geen homogene ‘mandaten’ – een bij uitstek dictatoriale en angstaanjagende term. Mensen stemmen meestal op het minst slechte, niet meer en niet minder. Met gematigd enthousiasme, met gespleten ziel en met pijn in het hart. Instemmend met sommige maatregelen en niet met andere, van zins om de gekozen politici goed in de gaten te houden. Het gebruik van het woord is een botte manier om jezelf de vrije hand te geven en te zeggen: wat wij willen doen, daarvoor heeft het volk ons mandaat gegeven; wij zijn slechts het instrument van een hogere wil waaraan wij gehoor moeten geven; daarom doen we waar we zin in hebben, want in feite voeren wij alleen maar de opdracht uit van de meerderheid of van onze eigen minderheid (de enige die ertoe doet), wat kan het schelen. CUP en Podemos zijn nog erger: het 
zijn massavergadertijgers die om de haverklap referenda willen houden (uiteraard met de media erbij), om dat mandaat keer op keer te bestendigen en te claimen. Je vraagt je af waarom 
ze dan eigenlijk willen regeren, want regeren heeft altijd betekend: beslissingen nemen – die soms, mocht dat nodig zijn, impopulair zijn – en er meer visie op nahouden dan de gewone burger, die je niet onophoudelijk kunt ‘raadplegen’. Laat hierover geen misverstand bestaan: wie zich op het ‘mandaat’ beroept, laat alleen maar blijken dat hij ‘sans gêne’ zal regeren, zoals oud-premier Aznar graag zei als hij ‘zonder scrupules’ bedoelde, oftewel naar eigen goeddunken en willekeur.

    Auteur: Javier Marías

    Javier Marías (Spanje, 1951) is de belangrijkste Spaanse schrijver van zijn generatie. 
Hij won ontelbare literaire prijzen en wordt alom gezien als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur.

    El País
    Spanje | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Front National, sans gêne

    Front National, sans gêne

    Het Front National wist nergens een meerderheid te halen bij de regionale verkiezingen in Frankrijk, maar behaalde wel het hoogste aantal stemmen ooit. Ook steeds meer hoogopgeleiden sluiten zich aan bij de partij van Marine Le Pen en schamen zich daar niet meer voor.

    De tijd dat de Franse elite zich en bloc afzette tegen het Front National (FN) lijkt voorbij. Tal van hogere functionarissen, aangetrokken door de lonkende macht, hebben de stap gezet. Zelf noemen ze het ‘uit de kast komen’. Eerder deden ze geheimzinnig over hun voorkeur voor een partij die weigert zichzelf als extreem-rechts te bestempelen maar die door de meerderheid van de Franse elite als extremistisch, xenofoob, weerzinwekkend en strijdig met de republikeinse waarden wordt beschouwd.

    De eerste ronde van de regionale verkiezingen betekende een aardverschuiving. Die was al begonnen tijdens de Europese verkiezingen in 2014 en de departementale verkiezingen afgelopen maart. 
En nu eindigde het FN in zes regio’s als koploper en blijkt het aanhang te verwerven bij steeds meer lagen van de Franse samenleving, inclusief de elite.

    Uit de kast

    Zoals bij Philippe Lottiaux, die in 2013 ‘uit de kast kwam’. Hij was altijd al meer rechts dan links geweest, maar hij werd steeds rechtser uit bezorgdheid over de immigratie en de invloed van Europa op de Franse economie. ‘Ik kon niet meer lijdzaam blijven toezien,’ aldus deze hoogopgeleide man van 49. Hij werkte bij de gemeente Parijs, toen nog geleid door de socialistische burgemeester Bernard Delanoë, en hield zijn politieke voorkeur wijselijk voor zich. Maar in maart 2014 prijkte hij plotseling op de lijst van Rassemblement Bleu Marine (RBM), een coalitie van rechtse en extreem-rechtse partijen die was gevormd op initiatief van Marine Le Pen. ‘Toen ik de volgende maandag op kantoor kwam, keken sommigen me vreemd aan. Maar anderen gaven me heimelijk gelijk. Mijn superieuren gaven me te verstaan dat ik beter zo spoedig mogelijk ontslag kon nemen. Dat kwam me goed uit.’ Lottiaux zegde zijn baan bij de gemeente vaarwel om gemeentesecretaris van Levallois-Perret te worden in het departement Île de France.

    We krijgen bergen cv’s van mensen met een uitstekende opleiding

    Intussen is het FN een partij geworden die uitzicht biedt op een politieke carrière, aldus Remi Rayé, de parlementair medewerker van Marion Maréchal-Le Pen. ‘We krijgen bergen cv’s van mensen met een uitstekende opleiding en goede bestuurlijke banen. Er zitten zelfs een paar topmensen tussen.’

    Hervé de Lépinau, advocaat en gemeenteraadslid van Carpentras, herinnert zich nog dat Jean-Marie Le Pen zijn kleindochter lanceerde in de Vaucluse met het oog op de parlementsverkiezingen van 2012. Toen de 22-jarige Marion in Carpentras arriveerde, had het FN daar maar één gemeenteraadslid. In die tijd was het nog riskant om op te komen voor het FN, aldus De Lépinau: ‘Winkeliers raakten klanten kwijt, ambtenaren werden gedwarsboomd. Zelf heb ik als advocaat ook klanten verloren.’ Op initiatief van Marine Le Pen begon men zich in de Vaucluse actief op het werven van het hogere kader te richten. Zo kwam Philippe Lottiaux in beeld. Als politicus, bestuurder en kunstliefhebber was hij een ideale kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen van Avignon, waar hij in de eerste ronde 30 procent van de stemmen binnenhaalde en inmiddels raadslid van de oppositie is.

    Philippe Lottiaux. – © Front National
    Philippe Lottiaux. – © Front National

    Het FN verzoent zich dus steeds meer met de hogeropgeleiden waar oprichter Jean-Marie zo’n afkeer van had. Niet alleen Lottiaux en De Lépineau zijn daar voorbeelden van, ook mannen als Florian Philippot, de rechterhand van Marine Le Pen, of Philippe Martin, haar politiek adviseur die vroeger voor [oud-premier] Alain Juppé werkte.

    Als belangrijkste arbeiderspartij van Frankrijk heeft het FN al veel aanhang bij de middenklasse en de jongeren. 
Nu moet het het hogere kader zien aan te spreken. Ondanks enkele meningsverschillen tussen tante Marine en nichtje Marion over gezinsplanning 
en de eurozone, blijft de partij aandringen op het sluiten van de grenzen, het stopzetten van de immigratie en het uittreden uit de EU en de NAVO. Maar tegelijkertijd heeft het FN zijn imago weten te veranderen in dat van een genormaliseerde, verjongde, glimlachende, betrokken partij die op zoek 
is naar nieuw electoraat. De economische crisis en het gebrek aan hervormingsgezindheid van de traditionele politieke partijen helpen daarbij een handje. Op het Front National stemmen is geen reden meer voor gêne of schuldgevoelens.

    Auteur: Marion Van Renterghem
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | oplage 345.000

    Links-liberaal dagblad. In 1944 opgericht nadat Duitse troepen Parijs verlieten. Journalisten die voor de krant werken zijn ook aandeelhouder.

    (Foto boven – © James Rhodes/Flickr Creative Commons)

  • Handvol families financiert Amerikaanse verkiezingen

    Handvol families financiert Amerikaanse verkiezingen

    Ooit werd Frankrijk bestierd door tweehonderd families. In de VS gebeurt nu iets soortgelijks: uit onderzoek van The New York Times blijkt dat 158 superrijke families bijna de helft van al het campagnegeld bijeen hebben gebracht.

    Het zijn in overgrote meerderheid rijke, oudere blanke mannen in een natie die in toenemende mate wordt gevormd door jonge kiezers, vrouwelijke kiezers en kiezers met een kleurtje. In dit onmetelijk grote land wonen zij vooral in een kleine archipel van exclusieve rijke wijken verspreid over een handjevol steden. En in een economie waarin miljardairs van oudsher fortuin maakten in een onafzienbare reeks verschillende industrieën, danken zij hun rijkdom grotendeels aan slechts twee sectoren: financiële dienstverlening en energie. Met hun enorme rijkdom hebben ze nu de politieke arena betreden. Bijna de helft van al het campagnegeld van de Democratische en Republikeinse kandidaten is van hen afkomstig. Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat 158 families, deels via bedrijven die geheel of gedeeltelijk in hun handen zijn, nu al 176 miljoen dollar aan de campagnes hebben bijgedragen. Sinds Watergate is het niet meer gebeurd dat zo’n klein aantal mensen en bedrijven in zo’n vroeg stadium van de verkiezingen zo veel geld heeft ingebracht. Overwegend via kanalen die pas wettelijk zijn toegestaan sinds het Hooggerechtshof met het Citizens United-arrest vijf jaar geleden de weg vrijmaakte voor super-PAC’s [zie kader onderaan dit artikel]

    De samenstelling van deze groep donateurs weerspiegelt de veranderende samenstelling van Amerika’s economische elite. Er zitten betrekkelijk weinig mensen bij met oud geld of uit het traditionele bedrijfsleven. De meesten hebben zelf een bedrijf opgebouwd en zijn rijk geworden met een combinatie van lef en talent: door het oprichten van een hedgefonds in New York, door het opkopen van onderschatte olievelden in Texas of door kassuccessen in Hollywood. Meer dan een dozijn van deze donateurs is niet geboren in de 
VS maar in Cuba, de voormalige Sovjet-Unie, Pakistan, India of Israël.
    Maar hoe ze hun geld ook hebben 
verdiend, in hun politieke voorkeur neigen de grootste donateurs aan de verkiezingscampagnes naar rechts. 
Ze hebben al tientallen miljoenen gedoneerd aan Republikeinse kandidaten die paal en perk beloven te stellen aan regelgeving en overheidstoezicht, aan de belastingtarieven op inkomen, vermogenswinst en erfenissen en aan subsidies en sociale voorzieningen. Allemaal beleidskeuzes die hun eigen rijkdom beschermen, maar die ze om andere redenen zeggen te omarmen: volgens hen leidt dit tot economische groei en behoud van een stelsel dat ook anderen in staat stelt rijk te worden.
    ‘Veel families die op eigen kracht rijk zijn geworden, vinden dat kleine ondernemingen last hebben van het woud aan regelgeving,’ zegt Doug Deason, een belegger uit Dallas die vijf miljoen in de campagne van de Texaanse 
gouverneur Rick Perry had gestoken. (Nu Perry zich heeft teruggetrokken, dingen veel andere kandidaten naar zijn gunsten.) ‘Zij hebben goed geboerd. En ze gunnen het andere mensen om ook goed te boeren.’

    Een fundraiser voor Donald Trump in het huis van autohandelaar Ernie Boch Jr. in Norwood, Massachusetts. – © Brian Snyder / Reuters
    Een fundraiser voor Donald Trump in het huis van autohandelaar Ernie Boch Jr. in Norwood, Massachusetts. – © Brian Snyder / Reuters
    Het zijn razend succesvolle ondernemers die gewend zijn bergen te verzetten, en graag tegen de stroom inroeien

    Tegenwicht voor demografie

    Met al dat geld voor Republikeinse kandidaten bieden deze rijke donateurs financieel tegenwicht aan de demografische ontwikkeling. Die levert juist steeds meer electorale steun op voor 
de Democraten en hun economische beleid. Uit een peiling van The New York Times en CBS News bleek in juni dat twee derde van alle Amerikanen voorstander is van een hoger belastingtarief voor wie meer dan een miljoen per jaar verdient. Zes op de tien is voorstander van actiever overheidsbeleid om de kloof tussen arm en rijk te dichten. 
En volgens het Pew Research Center 
is bijna zeven op de tien Amerikanen voor behoud van ons huidige uitkeringen- en ziektekostenstelsel.
    Republikeinse kandidaten hebben moeite om stemmen te winnen onder latino’s, vrouwen en zwarte kiezers. Maar in deze campagne blijken de Republikeinen een grote voorsprong op de Democraten te hebben in de wereld van de zogenaamde super-PAC’s. Voor donaties aan het campagneteam van een kandidaat geldt een strikte limiet, maar aan zo’n ‘onafhankelijk’ political action committee mag iedereen zo veel geven als hij wil. De meeste donaties vloeien dan ook daarheen. Tot 30 juni hadden de 158 grootste donateurs in de campagne ieder al minstens 250.000 dollar bijgedragen, zo blijkt uit gegevens van de Federale kiescommissie 
en andere bronnen. En nog eens 200 andere families gaven ieder meer dan 100.000 dollar. Bij elkaar opgeteld waren deze twee groepen verantwoordelijk voor meer dan de helft van al het campagnegeld tot nu toe, en het leeuwendeel daarvan ging naar Republikeinen. ‘Het stelsel voor campagnefinanciering werkt nu als tegenkracht tegen de feitelijke ontwikkeling van het electoraat en het beleid dat kiezers willen,’ zegt Ruy Teixeira, een politicoloog van het linkse Center for American Progress.

    In hun politieke voorkeur neigen de grootste donateurs naar rechts

    Eigen klasse

    Zoals de meeste superrijken treden de nieuwe donateurs niet graag naar buiten. De meeste families die wij benaderden, wilden ons niet te woord staan over hun campagnebijdragen of hun politieke denkbeelden. Veel donaties waren afkomstig van bedrijfsadressen of postbusnummers, of ze liepen via brievenbusfirma’s of trustfondsen. Allemaal nieuwe methoden die mogelijk zijn gemaakt door het Citizens United-arrest, dat bedrijven veel meer speelruimte geeft om verkiezingscampagnes te financieren. Sommige donateurs staan vanwege hun privacy of om belastingtechnische redenen niet ingeschreven als eigenaar van het huis waar ze wonen. Dat maakt het nog moeilijker de sociale verwevenheid en de familiebanden van deze kleine groep te achterhalen.
    Maar uit interviews en onderzoek in openbare bronnen – zoals kiezersregistraties, bedrijfsgegevens en data van de federale kiescommissie – komt een beeld naar voren van een heel eigen klasse die geografisch, sociaal en economisch sterk samenklit. De wijken waar ze wonen, zouden samen bijna allemaal binnen de stadsgrenzen van New Orleans passen. Maar nog geen vijfde van de totale bevolking van die wijken bestaat uit minderheden, en praktisch niemand is zwart. De bewoners verdienen er vierenhalf keer zo veel als de gemiddelde Amerikaan en de kans dat ze een universitaire opleiding hebben genoten is tweemaal zo hoog. De meeste families wonen in slechts negen steden, vaak vlak bij elkaar in buurten zoals het chique Bel Air en Brentwood in Los Angeles of River Oaks in Houston, een wijk die vooral in trek is bij topmannen van energiebedrijven. Of Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met een eigen beveiligingsdienst, 35 villa’s en een 18 holes-golfbaan. Soms zijn ze, Republikeinen zowel als Democraten, donateur van dezelfde musea, symfonieorkesten of hulpprogramma’s voor achterstandskinderen. Ze doen samen zaken, ze trouwen met elkaar en zitten soms in hetzelfde pokerclubje. Meer dan vijftig leden van deze families staan in de Forbes 400-lijst van de rijkste miljardairs van het land. Ze zijn zo rijk dat zelfs een campagnebijdrage van een miljoen dollar voor hen een kleinigheid is.
    Neem hedgefondsmiljardair Kenneth C. Griffin uit Chicago: volgens de gegevens die zijn vrouw indiende in hun echtscheidingszaak, bedraagt zijn besteedbaar inkomen 68,5 miljoen dollar per maand. Hij heeft in totaal 300.000 dollar aan lobbygroepen van Republikeinse presidentskandidaten gegeven. Dat lijkt een enorm bedrag, maar gemeten naar zijn jaarinkomen is het evenveel als 21,17 dollar voor een gemiddeld Amerikaans huishouden (uitgaande van cijfers over het gemiddeld besteedbaar inkomen van het Congressional Budget Office [de Amerikaanse rekenkamer]).
    De rijkdom van deze families is deels een gevolg van de enorme groei van de financiële dienstverlening en de hausse in de olie- en gasindustrie, twee ontwikkelingen die de Amerikaanse economie in de afgelopen decennia ingrijpend hebben veranderd. De families profiteren bovendien van de politieke en economische ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan de groeiende kloof tussen arm en rijk. Terwijl het aandeel van de middenklasse in het nationaal vermogen en het nationaal inkomen is gekrompen, is dat van deze families juist gegroeid.

    Zoals de meeste superrijken treden de nieuwe donateurs niet graag naar buiten
    Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met ruim tachtig supperrijke bewoners, onder wie veel politieke donateurs. – © Scott Morgan / Reuters
    Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met ruim tachtig supperrijke bewoners, onder wie veel politieke donateurs. – © Scott Morgan / Reuters

    Financiën en energie

    De vermogensgroei is vooral hard gegaan in de hogere echelons op Wall Street. Waar beleggers voorheen vooral het geld van anderen beheerden, werden ze steeds vaker zelf schatrijk. Eén tiende procent van de Amerikaanse belastingbetalers werkt in de financiële sector, en volgens één onderzoek is hun aandeel in het nationaal inkomen sinds 1979 vervijfvoudigd. Van de hier besproken families zijn er 64 rijk geworden in de financiële sector. Dat is de grootste subgroep onder de superdonateurs in deze verkiezingsrace. De meeste hebben zich daarbij niet omhooggewerkt binnen een gevestigd bedrijf als Goldman Sachs of Exxon. Ze hebben, al dan niet in samenwerking met anderen, eigen ondernemingen opgezet. In de financiële sector beheerden ze hedgefondsen en andere risicovolle beleggingsfondsen die profiteerden van het gunstige belastingklimaat voor schulden en beleggingen, en van de aantrekkende beurzen en lage rentetarieven van de laatste tijd. In de energiesector gaat het onder meer om avonturiers die als eersten profiteerden van de nieuwe boortechnieken en de hoge energieprijzen die de winning van schaliegas in North Dakota, Ohio, Pennsylvania en Texas rendabel maakten. Anderen maakten fortuin door die pioniers te voorzien van pijpleidingen, vrachtwagens en apparatuur om te ‘fracken’.
    In beide sectoren kan een succesvol 
bedrijf in korte tijd enorme winsten opleveren – in tegenstelling tot sectoren waar het kapitaal vastzit in investeringen. En als ze niet worden gehinderd door aandeelhouders of een raad van bestuur, hebben deze ondernemers alle vrijheid om met dat geld hun politieke passie uit te leven. Meer dan de helft van het geld van de 158 grootste donateurs komt uit deze twee sectoren. ‘Als ik die families zie: dat zijn razend succesvolle ondernemers die gewend zijn om bergen te verzetten, en die graag tegen de stroom in roeien,’ zegt David McCurdy, vroeger Congreslid voor Oklahoma en nu voorzitter van de Vereniging van Amerikaanse Aardgasbedrijven.
    Grote beursgenoteerde bedrijven laten zich doorgaans niet in met super-PAC’s, vanwege de negatieve publiciteit over de invloed van het grote geld op de campagnes. Maar deze zelfstandige ondernemers stoppen er rustig miljoenen in. En ze zetten hun geld soms op kandidaten waar het partijestablishment en traditionele donateurs de neus voor ophalen. Neem de drie families die tot nu toe de grootste campagnebijdragen hebben gedoneerd: de familie Wilks uit Texas, die miljarden heeft verdiend met vrachtwagens en boorapparatuur voor de schaliegasvelden; de familie Mercer uit New York, van hedgefondsbelegger Robert Mercer; en Toby Neugebauer, een private equity-belegger uit Texas. Allemaal steunen zij de Texaanse senator Ted Cruz, de uiterst conservatieve Tea Party-hardliner die slecht ligt bij de Republikeinse partijtop.
    ‘Veel geld inzetten op iets waar 
anderen nog niets in zien. Dat is de overeenkomst tussen het succes in 
die twee sectoren, energie en beleggingen,’ zegt Tim Phillips. Hij is de voorzitter van Americans for Prosperity, een conservatieve lobbygroep gelieerd aan de Republikeinse geldschieters Charles G. en David H. Koch.
    Sommige families zitten in netwerken van ideologisch gedreven partijdonateurs die, zowel op links als op rechts, fundamentele invloed proberen uit 
te oefenen op de koers van hun partij. Zo zijn meer dan een dozijn donateurs of hun familieleden ook betrokken bij Koch Seminars, de tweejaarlijkse conferentie van de gebroeders Koch, die 
via diverse lobbygroepen onder meer ijveren voor afschaffing van de Export-Import Bank [een bank van de federale overheid, die kredieten verstrekt om 
de export van Amerikaanse goederen te bevorderen. Het rendement hiervan is omstreden en rechts-conservatieven zoals de gebroeders Koch beschouwen dit als een ongewenste vorm van staatsinmenging in de economie]. Dat geldt bijvoorbeeld voor bovengenoemde Deason en zijn vrouw, voor beleggingspionier Charles Schwab, wiens vrouw Helen veel aan de partij doneert, en voor Karen Buchwald Wright, van de familie die compressoren voor de 
winning en het transport van aardgas maakt. ‘De meeste deelnemers aan de conferentie zijn ondernemers die hun bedrijf helemaal zelf, van de grond af, hebben opgebouwd,’ zegt Deason, die alle vormen van subsidies en sociale uitkeringen wil afschaffen, ook als zijn eigen investeringen ervan profiteren.
    Anderen, zoals hedgefondsbelegger George Soros en zijn zoon Jonathan, hebben juist banden met de Democracy Alliance, een netwerk van linkse partijdonateurs die willen dat de Democratische partij veel meer doet aan klimaatbeleid en een progressief belasting-
stelsel. Deze groep geldschieters, die hun rijkdom veelal te danken hebben aan Hollywood of Wall Street, hebben miljoenen in de campagne van Hillary Clinton gestoken.


    Veel op het spel

    Tot op zekere hoogte doneren deze families geld omdat ze persoonlijke, regionale of professionele banden 
hebben met de kandidaten die ze steunen. De vader van Jeb Bush heeft zijn geld verdiend in de olie en Jeb Bush heeft zelf miljoenen verdiend op Wall Street. Sommige kandidaten die door de superrijken worden gesteund, 
hebben een politiek ambt bekleed in Florida of Texas, de twee staten waar de meeste families op de lijst van 158 wonen. Maar dat deze families de mogelijkheden van het Citizens United-arrest ten volle uitbuiten, is vooral een teken dat er voor hen ook veel op het spel staat, juist in de financiële dienstverlening en de energiesector. De regering Obama, de Democraten 
in het Congres en zelfs Jeb Bush zijn voorstander van regelgeving en belastingmaatregelen die een fikse lastenverhoging voor durfkapitaal- en private equity-fondsen kunnen betekenen. Hedgefondsen kenden van oudsher weinig regelgeving, maar zijn sinds 2010 gebonden aan de regels van de Dodd-Frank-wet [848 pagina’s aan financiële regulering die in juli 2010 werden doorgevoerd ter bestrijding van de financiële crisis]: verschillende Republikeinse kandidaten hebben beloofd om die terug te draaien, terwijl Clinton hem juist wil handhaven.
    En de schaliegashausse heeft in korte tijd weliswaar heel veel geld opgeleverd, maar ook geleid tot overproductie van olie, waardoor de prijzen nu dalen. Binnen de industrie bestaat brede steun voor opheffing van het veertig jaar oude verbod op de export van olie, om Amerikaanse olieproducenten een nieuwe afzetmarkt te geven, en voor de aanleg van de omstreden Keystone XL-oliepijpleiding [vanuit Canada 
naar de VS. Olie-raffinaderijen, milieuactivisten en enkele leden van het Amerikaanse Congres spanden rechtszaken aan die de bouw moesten dwarsbomen]. ‘Ze vragen geen hulp van de overheid, ze willen alleen graag olie exporteren, en de meesten willen ook de Keystone-pijpleiding,’ zegt T. Boone Pickens, belegger en voorstander van aardgaswinning, over zijn collega’s in de energiesector. ‘De olie- en gasindustrie heeft wonderen verricht voor dit land. Ze betalen zich krom aan belasting, en toch blijven de mensen je aanvallen,’ vervolgt Pickens, die 125.000 dollar heeft gedoneerd aan steuncomités voor Jeb Bush of Carly Fiorina. ‘Het zijn ondernemers, en ze hebben overal een mening over.’

    Nicholas Confessore, Sarah Cohen en Karen Yourish

    Kader: Wat zijn super-PAC’s?

    Amerikaanse presidentskandidaten krijgen in hun campagnes vaak bijval van zogenaamde political action committees (PAC’s), lobbygroepen die in naam onafhankelijk zijn, maar in feite actie voeren voor (en vooral ook tegen) specifieke kandidaten. Net als de financiering van campagneteams is die van PAC’s aan strikte regels gebonden: donaties mogen niet anoniem plaatsvinden en niet meer bedragen dan 5000 dollar per persoon. 
Maar twee uitspraken van het Hooggerechtshof in 2010, waaronder het Citizens United-arrest, hebben de weg vrijgemaakt voor zogenaamde super-PAC’s. Daaraan mogen particulieren en bedrijven zo veel geld doneren als ze willen. Officieel mogen de super-PAC’s niet met een kandidaat of zijn campagneteam overleggen over de te volgen koers, maar in de praktijk spelen hun publiciteitscampagnes al sinds 2012 een grote rol in de verkiezingen.

  • Is Canada nog het beste land ter wereld?

    Is Canada nog het beste land ter wereld?

    Verkiezingen in Canada zijn voor de wereld gewoonlijk reden om de schouders op te halen. In het brave Canada gebeurt toch nooit iets? Maar onder de Conservatieve premier Stephen Harper is het land volgens kenner Rudi Rotthier steeds ‘harder, vervuilender, en minder gericht op vrede’ geworden. De onvrede hierover is zo groot dat de stembusgang op 19 oktober ongemeen spannend lijkt te worden. De erfenis van 9,5 jaar Stephen Harper.

    Je hoeft tegenwoordig niet lang te zoeken naar mensen die zeggen dat de internationale reputatie van Canada een forse deuk heeft opgelopen tijdens het negenenhalfjarige premierschap van Stephen Harper.

    Volgens critici heeft de Canadese regering door haar lakse houding inzake klimaatverandering, haar mondelinge steun aan Israël, haar slechte aanpak van de Syrische vluchtelingencrisis en haar bezuinigingen op ontwikkelingshulp het imago van een vriendelijk land dat op de bres stond voor wereldvrede en een groter milieubewustzijn veranderd in dat van een tweedracht zaaiende wereldwijde vervuiler die alleen aan zijn eigen belang denkt.

    Nu de federale verkiezingen voor de deur staan, hebben voormalige premiers als Joe Clark en Jean Chrétien geklaagd dat Canada zijn aanzien in de wereld heeft verspeeld. Deze maand citeerde het internationale opinieblad The Economist een studie waarin werd geconstateerd dat ‘Canada’s zelfbeeld als medeoplosser van wereldproblemen al een paar decennia achterhaald is’ als gevolg van twintig jaar lang bezuinigen op ontwikkelingshulp en defensie (waarmee zowel de Conservatieve als de Liberale regeringen een veeg uit de pan kregen). Afgelopen maand stond in een hoofdredactioneel commentaar in de Britse krant The Guardian dat de verkiezingen van komende maand ‘Canada de kans geven om zijn beste tradities in ere te herstellen. Internationaal heeft Harper van Canada een land gemaakt dat meningsverschillen niet uit de weg gaat (met Groot-Brittannië over Suez, met Amerika over Vietnam). Het Canada dat een steunpilaar was voor de wereldvrede en de Verenigde Naties is nog maar een vage herinnering,’ aldus The Guardian. ‘En door Harpers hartstochtelijke vereenzelviging met Israël heeft Canada de reputatie van “eerlijke bemiddelaar” verloren die het land vroeger met recht in het Midden-Oosten genoot.’

    In een veelgelezen artikel in The New York Times, ‘De Canadese geest zit op slot’ getiteld, klaagt de uit Toronto afkomstige romanschrijver en politiek commentator Stephen Marche dat de regering federale wetenschappers monddood maakt, vooral degenen die de opwarming van de aarde bestuderen, om de olie-industrie van het land te beschermen. (Het artikel van Stephen Marche staat ook in deze editie van 360 Magazine.)

    ‘Canada heeft lange tijd een beleid gevoerd dat meer gericht was op het vermijden van kritiek dan op het bereiken van concrete doelen’

    Gunstig

    Desondanks wordt Canada in tal van internationale vergelijkingen consequent aangemerkt als een van de beste landen om in te wonen, voornamelijk omdat de omstandigheden op het gebied van milieu, economie en landsbestuur zo gunstig zouden zijn.

    Wie met Canadezen spreekt die in het buitenland wonen, krijgt te horen dat de mensen daar maar weinig idee hebben van wat er zich op het politieke vlak afspeelt, maar dat het Canadese imago onverdeeld gunstig blijft: een vriendelijk land met bergen, welvaart en ijzige kou.

    ‘De Engelsen zien ons als een betrekkelijk knus, klein-groot land waarin niet veel gebeurt,’ aldus de Canadese expat Michelle Bobb die al elf jaar in Londen woont.

    Dus zijn we een veilige haven of een paria? En als het beeld inderdaad negatief is, is dat dan erg? Heeft het gevolgen voor onze economie, ons welzijn of onze invloed in de wereld?

    Academische waarnemers en voormalige diplomaten zeggen dat beide beelden, dat van het goede Canada en het slechte Canada, bestaan en dat het negatieve beeld inderdaad gevolgen heeft voor de mate waarin het land in staat is – en waarin de Canadezen in staat zijn – de wereld vorm te geven.

    En negatieve beelden zijn wel degelijk erg, zeggen ze, omdat een land met een voorliefde voor vredig multiculturalisme zijn kennis zou moeten kunnen delen in een tijd van wereldwijde etnische strijd. Maar dat lukt niet als niemand wil luisteren.

    ‘Ze zien ons nog steeds als een land dat de vrede helpt handhaven’

    Een trots verleden

    In zijn boek How We Lead: Canada in a Century of Change betoogt de voormalige premier en leider van de Progressief-Conservatieve Partij Joe Clark dat het land zijn traditionele vermogen is kwijtgeraakt om de machtigste naties van de wereld ‘vanaf de zijlijn te leiden’. Dat was een vaardigheid ‘waardoor wij mede aan de wieg stonden van tal van multilaterale instituties en die de kern vormde van het idee van vredeshandhaving’. Zo kon een kleine natie een buitensporig grote rol spelen in de internationale diplomatie.

    Canada hielp bij het opstellen bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. Zijn minister van Buitenlandse Zaken en toekomstige premier Lester B. Pearson kreeg een Nobelprijs voor zijn rol in het oplossen van de Suezcrisis in 1956. Canada speelde een sleutelrol in het beëindigen van de apartheid in Zuid-Afrika en nam zestigduizend Vietnamese vluchtelingen op in de periode 1979-1980.

    Nu, schrijft Clark, is de hulp aan arme landen verlegd naar landen die commercieel aantrekkelijker zijn. Waar het vroeger toonaangevend was op milieugebied, is Canada in 2011 als eerste land uit het Kyotyo Protocol gestapt. (De regering-Harper betoogde dat het protocol nutteloos was omdat de VS en China er niet aan meededen, en dat het de concurrentiepositie van Canada onevenredig zou hebben geschaad.) In 2013 stond het land 58ste op de lijst van landen die manschappen meestuurden op vredesmissies van de VN. In augustus 2015 stuurde Canada 116 militairen en politiemensen mee op vredesmissies. Bangladesh stuurde er 9432. Een voormalige hoofdrolspeler in multilaterale instituties is nu voornamelijk afwezig in de VN, als hij al geen tweedracht zaait, aldus Clark.

    De buitenlandse politiek van een land dient niet alleen het thuisbelang door het bevorderen van vrede en welvaart, schrijft Clark, het zegt ook iets over wie we zijn. ‘De dingen die we in de wereld doen weerspiegelen en versterken het beeld van wie we thuis zijn.’

    In 2010 liep Canada een zetel mis in de VN-Veiligheidsraad. Dat was volgens waarnemers een duidelijk bewijs van het verzwakte aanzien in de internationale gemeenschap.

    Maar niet iedereen is het daarmee eens. Dat de regering-Harper in 2011 de meerderheid kreeg bewees dat het land een slagvaardiger aanpak wenste, schreef columnist Kelly McParland van de National Post na de overwinning. De manier waarop Harpers regering de gezondheidszorg, de wapenregistratie, Israël en de klimaatverandering aanpakte betekende volgens hem een breuk met het mislukte beleid uit het verleden.

    ‘Canada heeft lange tijd een beleid gevoerd dat meer gericht was op het vermijden van kritiek dan op het bereiken van concrete doelen,’ aldus McParland. Harper heeft zich tegen dat beleid afgezet en zich daarmee de woede van de weifelaars op de hals gehaald. De populariteit van de regering bewijst dat veel Canadezen genoeg hebben van dat geweifel en het niet langer gevaarlijk vinden dat het land er een eigen mening op nahoudt.’

    Volgens columnist Scott Gilmore van Macleans is de positie van Canada in de wereld verbeterd sinds Harper aan de macht is. Sinds 2005 is de export met 8 procent gestegen, zijn de buitenlandse investeringen met 73 procent toegenomen en is de concurrentiepositie stabiel gebleven. Hoewel Clark stelt dat Harper de diplomatieke positie heeft uitgehold, is de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken met eenderde gestegen, schrijft Gilmore. En de bijdragen aan de VN en andere multilaterale instituties stegen met 73 procent.

    ‘Is het tijdperk Stephen Harper voorbij?’

    Top drie

    Ook in diverse internationale vergelijkingen blijft Canada uit de bus komen als het beste land om te wonen, te werken en te studeren. Volgens de jaarlijkse peiling van de BBC World Service staat Canada al tien jaar in de top drie van best beoordeelde landen ter wereld.

    ‘Voor de gemiddelde Duitser of Japanner zullen de recente politieke ontwikkelingen weinig uitmaken,’ zegt Sébastien Jodoin, die als milieuwetenschapper verbonden is aan McGill University in Canada en Yale University in de VS. ‘Ze zien ons waarschijnlijk nog steeds als een land dat de vrede helpt handhaven, dat redelijk is en misschien wel milieuvriendelijk. Ik geloof niet dat Harper de reputatie van Canada over het algemeen heeft geschaad.’

    Toch zijn er drie gebieden – klimaatverandering, buitenlandse politiek en ontwikkelingshulp – waarop het beleid van de regering-Harper onze reputatie heeft geschaad en een negatief effect heeft gehad, zegt Jodoin, vooral onder diplomaten, wetenschappers en NGO’s.

    ‘Bij die groep hebben we ongetwijfeld een slechte naam,’ zegt Jodoin, als gevolg van de ‘lakse houding’ ten aanzien van de opwarming van de aarde en de loze beloftes om de olie- en gasindustrie aan banden te leggen.

    Jodoin zegt dat Canada’s reputatie op het gebied van klimaat en olie schadelijke gevolgen heeft voor de plannen voor de Keystone-pijpleiding waardoor gas uit Alberta naar de VS moet worden getransporteerd, een topprioriteit voor de regering-Harper. Als Canada actiever was opgetreden tegen de klimaatverandering zou de pijpleiding bij president Obama makkelijker doorheen zijn gekomen, aldus Jodoin. ‘Als de Conservatieve regering zich gematigder had opgesteld zouden ze hun olie makkelijker kwijtraken in Europa en de VS. In plaats daarvan hebben we de milieuactivisten in de kaart gespeeld. We zijn de perfecte boeven.’

    In ontwikkelingshulpkringen heeft Canada flink aan reputatie ingeboet terwijl de onverbloemde steun aan het huidige beleid van Israël het land een zetel in de VN-Veiligheidsraad heeft gekost, aldus Jodoin, en daarmee de mogelijkheid om de internationale veiligheid te beïnvloeden.

    De voormalige Liberale premier Jean Chrétien publiceerde vorig weekend een vernietigende kritiek op het buitenlandbeleid van Harper. ‘In minder dan tien jaar heeft de regering-Harper onze zestigjarige reputatie als bevorderaar van vrede en vooruitgang ongedaan gemaakt,’ schreef hij. De voormalige Liberale en Progressief-Conservatieve regeringen werkten samen met alle wereldleiders, ook als ze het niet met hen eens waren, schreef Chrétien, die zich kortgeleden heeft aangesloten bij het Liberale campagneteam. De regering-Harper, zei hij, beledigt hen liever.
    De Conservatieve Partij reageerde niet op verzoeken om een interview voor dit artikel.

    De onwil van Canada om zich met bepaalde wereldleiders in te laten is een ernstige vergissing, zegt de gepensioneerde Canadese diplomaat Jeremy Kinsman, die tijdens zijn veertigjarige carrière zowel Canadese Hoge Commissaris in het Verenigd Koninkrijk als Canadese ambassadeur bij de Europese Unie was. De wereld benijdt Canada nog steeds, aldus Kinsman, ‘met name omdat ons iets lukt waar iedereen problemen mee heeft, namelijk het runnen van een pluralistische maatschappij zonder al die etnische bullshit die je elders tegenkomt.’

    De gevolgen

    Maar buitenlande regeringen zijn zich bewust van de veranderingen in Canada en beschouwen die niet als positief. En dat heeft zijn gevolgen.

    ‘Canada vervulde in de wereld ooit de rol van verzoener – we zaten alles voor, omdat we als onpartijdig werden gezien, we waren niet ideologisch en we hadden enorm veel contacten vanwege het Gemenebest en de Franstaligheid en onze Aziatische bevolking,’ zegt Kinsman. ‘En we waren Noord-Amerika, maar niet de Verenigde Staten. De secretaris-generaal van de VN kon altijd naar Canada komen voor een oplossing. Nu geeft Canada niet thuis.’

    Recente verklaringen van Harper of zijn ministers dat ze ‘twijfels’ hebben over zwaarbevochten internationale overeenkomsten over Oekraïne of over het nucleaire akkoord met Iran, gegeven om het politieke thuisfront naar de mond te praten, kunnen de belangen van Canada alleen maar schaden, zegt Kinsman. ‘Dat is het enige wat politici je nooit vergeven. Dat wordt je fataal.’
    Voormalige Canadese leiders – Clark, Chrétien, Brian Mulroney, Pierre Trudeau – stonden bekend om hun goede relaties met de meest uiteenlopende wereldleiders.

    ‘Als die lui ergens anders over denken dan jij, dan luister je naar ze, en zij luisteren naar jou, en op die manier kom je tot een oplossing,’ zegt Kinsman. Open dialoog helpt de plaatselijke economie en bevordert de veiligheid thuis. Uiteindelijk wordt een betrekkelijk kleine speler op het wereldtoneel erdoor in staat gesteld de ideologie en praktijk van vreedzame co-existentie te bevorderen, waarin Canada een wereldleider is.

    ‘Het is geen kwestie van aardig gevonden worden, maar van tot een gemeenschap behoren die hulp kan bieden bij het vinden van oplossingen die de wereld nodig heeft,’ zegt Kinsman. ‘Canada, en tot op zekere hoogte ook Montreal, is een microkosmos van de wereld. Als mensen op Park Avenue goed met elkaar kunnen opschieten, dan willen ze dat mensen elders dat ook kunnen.’

    René Bruemmer

  • Veel op het spel, veel te kiezen

    Veel op het spel, veel te kiezen

    Nooit eerder had Canada verkiezingen met kandidaten die elkaar zo weinig ontlopen – en die zo veel van elkaar verschillen.

    Er is heel wat ophef geweest over het feit dat de federale verkiezingscampagne van 2015 de langste uit de Canadese geschiedenis zal zijn sinds de negentiende eeuw, toen de stembiljetten nog met paarden werden vervoerd wat noopte tot verkiezingsperiodes van enkele maanden. Maar ook al is de technologie verbeterd, een elf weken durende campagne kan in de eenentwintigste eeuw nog altijd nuttig zijn.

    De federale verkiezingen van 2015 beloven een van de interessantste campagnes uit de Canadese geschiedenis te worden met de grootste consequenties. Dit land heeft nooit verkiezingen gehad waarbij de kandidaat-premiers zo goed bij elkaar pasten – of zo duidelijk verschilden qua persoonlijkheid. Maar zelden zijn er zulke scherpe tegenstellingen geweest in de visie van de grote partijen als nu. De stemming kan ook belangrijke gevolgen hebben voor de internationale rol en reputatie van Canada. Gezien wat er op het spel staat moeten de Canadezen alle tijd nemen die ze nodig hebben om op 19 oktober hun keus te bepalen.

    De eerste verklaringen die door de leiders sinds de aankondiging van de verkiezingen zijn afgelegd kunnen als miniatuurversies van hun campagneplannen worden beschouwd. De Liberale leider Justin Trudeau had het alleen maar over zijn blijvende belangstelling voor de middenklasse. ‘Als het de middenklasse goed gaat, gaat ’t het hele land goed,’ zei hij. Thomas Mulcair, de leider van de New Democratic Party (NDP) en de gedoodverfde koploper, spendeerde de meeste tijd aan een aanval op het fiscale beleid van de huidige regering en wees op een lange reeks tekorten en de wijdverbreide onzekerheid op de arbeidsmarkt. Ook deed hij hard zijn best om de hele tijd te blijven glimlachen.

    Premier Stephen Harper op zijn beurt benadrukte de prestaties van zijn regering op het gebied van belastingbesparingen en fiscale rechtvaardigheid binnen de landsgrenzen. Maar hij wijdde ook heel wat tijd aan kwesties buiten die grenzen. ‘Jihadterroristen hebben Canada en de Canadezen expliciet de oorlog verklaard,’ bracht hij stemmers in herinnering. Hij noemde herhaaldelijk de invasie in Oekraïne door de Russische president Poetin. En tijdens mediavragen na afloop sprak hij opnieuw zijn steun uit voor het TTIP-verdrag. Trudeau daarentegen had niets over buitenlands beleid te melden in zijn eerste verkiezingsuitspraken. Mulcair wilde weinig anders kwijt over buitenlandse zaken dan dat hij ervoor zou zorgen dat Canada’s ‘reputatie als land in het buitenland zal worden gerespecteerd’; maar een van zijn beleidsvoornemens is terugtrekking uit de internationale coalitie die tegen Islamitische Staat vecht.

    Vaste prik

    Harpers opzettelijke nadruk op buitenlands beleid is tekenend voor misschien wel het grootste verschil tussen de zittende premier en zijn rivalen. Het is vaste prik dat leiders bij de aanvaarding van hun ambt gefixeerd zijn op de problemen thuis en bij hun afscheid verwikkeld zijn in mondiale kwesties, en dat geldt in zekere zin ongetwijfeld ook voor de politieke loopbaan van Harper. Maar het is evenzeer waar dat het succes en de veiligheid van Canada sterk afhankelijk zijn van internationale omstandigheden, waar leiderschap en ervaring het zwaarste tellen. Dat is ongetwijfeld de grootste pre van Harper.

    Natuurlijk zijn er tal van nationale kwesties die eveneens inzicht geven in de grote politieke verschillen tussen de partijen, vooral op het gebied van gezinsbeleid. Mulcair heeft beloofd een nieuw grootscheeps kinderopvangprogramma te lanceren, waarbij op den duur een miljoen opvangplekken van vijftien dollar per dag moeten worden gecreëerd. Trudeau is voorstander van een gematigder oplossing, waarbij een bijdrage naar draagkracht wordt betaald.

    Op het bredere politieke vlak wil de NDP de regering in Ottawa een grotere rol geven in het dagelijks leven van de Canadezen, door middel van ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt en in het fiscale beleid. De Conservatieven, die negen jaar de tijd hebben gehad om het binnenlandse beleid naar hun hand te zetten, blijven hameren op een kleinere en minder bemoeizieke overheid, belastingverlagingen en een beperktere overlap tussen federale en provinciale jurisdictie. En nadat hij het afgelopen jaar in de peilingen snel van koploper naar de derde plaats is gedegradeerd, presenteert Trudeau zich nu als een felle underdog die erop gebrand is het ideologische verschil tussen Harper en Mulcair met doelgerichte sociale beleidsvoornemens te vergroten. Door deze verschillen in aanpak kunnen de Canadezen straks een duidelijke keus maken waar het de omvang, de armslag en de doelstellingen van de federale regering betreft.

    Justin Trudeau (links), Thomas ‘Tom’ Mulcair en Stephen Harper (rechts) voor het tweede leidersdebat in Calgary, Alberta (17 september). – © Ben Nelm / Bloomberg via Getty Images
    Justin Trudeau (links), Thomas ‘Tom’ Mulcair en Stephen Harper (rechts) voor het tweede leidersdebat in Calgary, Alberta (17 september). – © Ben Nelm / Bloomberg via Getty Images

    lang onderschrift bij foto

    Canadezen moeten alle tijd nemen die ze nodig hebben om hun keus te bepalen

    Imago

    Behalve over beleid zal het bij deze verkiezingen ook gaan over de indruk die de stemmers hebben van de persoonlijkheid van de leiders. De ongedwongen charme van Trudeau is duidelijk zijn grootste voordeel. Mulcair doet verwoede pogingen om van zijn vroegere imago van boze populist af te komen, terwijl Harper zich erbij lijkt te hebben neergelegd dat hij door zijn kille en berekenende benadering van het landsbestuur veel Canadezen van zich heeft vervreemd. Oppositieleiders hebben deze antipathie aangegrepen om op de noodzaak van verandering te wijzen. Zij hebben nu alle tijd om de stemmers ervan te overtuigen dat hij of zij het meest geschikt is om die verandering in gang te zetten. (Al bedoelen ze wanneer ze het over verandering hebben vaak alleen maar dat ze ongedaan willen maken wat Harper al heeft gedaan. Zowel Mulcair als Trudeau belooft bijvoorbeeld de post weer aan huis te laten bezorgen en de leeftijd voor federale pensioenvoorzieningen terug te brengen van 67 naar 65. Beide beleidsherzieningen zouden een vorm van financiële dwaasheid zijn.)

    Hoezeer het vooruitzicht van een langdurige verkiezingscampagne ook een vervelend corvee lijkt voor de Canadezen die nu vooral van hun zomer willen genieten, de verkiezingen van 2015 zijn een belangrijke gebeurtenis die gepaste aandacht verdient. Gezien de grote verschillen in stijl en gedachtegoed van de partijleiders zal deze campagne niet alleen historisch van groot belang zijn, maar ook een enorme amusementswaarde hebben. We zullen al die elf weken hard nodig hebben.

    Canada is lid van het Britse Gemenebest, en het politieke stelsel lijkt als twee druppels water op dat van het Verenigd Koninkrijk. Het land is sinds 2012 verdeeld in 338 districten (daarvoor in 308), die in het Engelstalige deel ‘Ridings’ genoemd, in het Franstalige ‘Comtés’. Elk district kiest een afgevaardigde voor het Lagerhuis (House of Commons).

    Er is een Senaat of Hogerhuis van 105 leden, die op voordracht van de zittende premier voor het leven (althans tot de leeftijd van 75 jaar) worden benoemd door de Gouverneur-Generaal als vertegenwoordiger van het staatshoofd, de Britse vorstin. Bij gebrek aan adel bestaat de Senaat uit verdienstelijke Canadezen, die bovendien in de gunst staan bij de zittende premier. Er gaan al jaren stemmen op om ook de senatoren rechtstreeks te laten verkiezen. De Senaat kan wetten die door het Lagerhuis zijn aangenomen alsnog verwerpen (dat gebeurt gemiddeld één of twee keer per jaar), maar heeft niet de bevoegdheid het vertrouwen in de regering op te zeggen.

    Verkiezingen voor het Lagerhuis worden eens in de vijf jaar gehouden, maar kunnen worden vervroegd indien de regering in het Lagerhuis ten val wordt gebracht of op verzoek van de premier. Dit jaar werden de verkiezingen met enkele maanden vervroegd op verzoek van de Conservatieve premier Stephen Harper. De Gouverneur-Generaal kondigde op 4 augustus officieel die verkiezingen aan voor 19 oktober. Daardoor ontstond een verkiezingscampagne van elf weken, de langste in de parlementaire geschiedenis van het land.

  • Overwinning Corbyn zet Labour op zijn kop

    Overwinning Corbyn zet Labour op zijn kop

    Met de verkiezing van Jeremy Corbyn tot partijleider heeft de Labourachterban een duidelijke boodschap afgegeven. Het partijestablishment kan daar beter naar luisteren, schrijft Gary Younge. Met minachting en chagrijn krijgen ze hun gelijk niet terug.

    ‘Ik heb al voor het ontbijt in zes onmogelijke dingen geloofd,’ zei de koningin tegen Alice in Through the Looking-Glass. Zaterdag 12 september zou dat aantal tegen lunchtijd wellicht zijn verdubbeld. Jeremy Corbyn, een trouwe aanhanger van de linkervleugel van Labour, won die dag de verkiezingen om het leiderschap van de partij. Zijn eerste daad als leider was zijn toespraak voor een grote menigte waarin hij vluchtelingen 
welkom heette.
    Met een overweldigende 59 procent van de stemmen kwam Corbyn als winnaar van de eerste ronde uit de bus – het grootste kiezersmandaat van een partijleider uit de Britse politieke geschiedenis. Er zijn te weinig Trotskisten, nieuwe leden, afvallige tory’s en andere afvalligen om zo’n klaterende overwinning te verklaren. Toen zijn campagne begon te lopen, wilde menigeen dat nog niet zien. Maar niemand kan er nu nog omheen dat hij de keuze van de partij is. Op zaterdagmiddag kon je zijn aanhangers rond zien lopen, pronkend met hun badges, verdwaasd van vreugde en ongeloof, en nog niet helemaal 
in staat om de immense omvang te beseffen van wat zij hadden gedaan, wat hij had gedaan en wat er nog zou volgen. Hoe je ook denkt over de wijsheid van die keuze, dat het een revolutionaire keuze is staat buiten kijf. Allerlei maatschappelijke debatten wordt nieuw leven ingeblazen: over nationalisatie, nucleaire afschrikking en de verdeling van de rijkdom. Daarmee is de richtingenstrijd binnen Labour niet langer gebaseerd op personen, maar op beleid. Dat heeft de mensen die vervreemd waren van de partij nieuwe energie gegeven en het establishment vervreemd. De rebellen zijn nu de leiders; zij die eens aandrongen op loyaliteit zijn nu in opstand. Vier maanden na de verloren verkiezingen is een aanzienlijk deel van de basis van Labour voor het eerst in bijna een hele generatie weer enthousiast over de politiek, terwijl een ander deel de wanhoop nabij is.

    Man van overtuigingen

    Als teruggetrokken levend, bescheiden man met een tenger postuur en zachte stem is Corbyn ogenschijnlijk net zo min geschikt voor de mania die hij nu ontketent als de timide tennisser Tim Henman destijds. Hij is een man van overtuigingen maar met weinig charisma. Maar dit heeft ook niet zo veel met Corbyn te maken. Hij is minder het product van een beweging dan een exponent van de tijdgeest in de westerse wereld. Na bijna vijftien jaar van oorlog, crisis en bezuinigingen beleven linkse sociaal-democraten in al hun verschillende nationale verschijningsvormen een wederopbloei in hun zoektocht naar een weerwoord op de neoliberale consensus. In de VS ligt de zelfbenoemde ‘democratische socialist’ Bernie Sanders in de opiniepeilingen in belangrijke staten voor op Hillary Clinton als toekomstige Democratische presidentskandidaat. Podemos in Spanje, Syriza in Griekenland en Die Linke in Duitsland zagen allemaal aan de stoelpoten van de gevestigde centrum-linkse partijen. Daarnaast komt Corbyns vermogen om vragen in een heldere en directe manier te beantwoorden neer op een afstraffing van de politieke elite in het algemeen. Ook op dit gebied werd zijn kracht geaccentueerd door de zwakte van zijn tegenkandidaten voor het partijleiderschap. Deze angstvallige technocraten vielen niet alleen nauwelijks van elkaar te onderscheiden, maar hadden ook programma’s die weinig weerklank vonden, als ze al te begrijpen waren. Los van een bon voor te hard rijden leken ze verder weinig tekenen van geestdrift te vertonen. Er was niets dat hen verkiesbaarder maakte dan Corbyn. Dus voor leden van Labour die op zoek waren naar een leider die meer wilde dan alleen maar besturen, was Corbyn de logische kandidaat. Niemand, en Corbyn ook niet, had dit zien aankomen.

    Deze afrekening zat er al lang aan te komen

    Niet serieus genomen

    Wat hij de afgelopen maanden heeft meegemaakt, komt precies overeen met een uitspraak over radicale hervormers die over het algemeen aan Gandhi wordt toegeschreven: ‘Eerst negeren ze je, dan lachen ze je uit, 
dan bestrijden ze je en dan win je.’ Vlak voor tijd werd hij nog toegelaten als kandidaat toen enkele parlementsleden hem alsnog nomineerden, niet zozeer omdat ze hem steunden als wel omdat ze wilden dat het linkse geluid van Labour gehoord kon worden – een symbolisch gebaar om te laten zien dat de partij nog wortels had, ook al waren die niet zichtbaar. Niemand had verwacht dat die stem zo duidelijk gehoord zou worden, zo breed begrepen en zo serieus genomen door de leden. Partijbonzen dachten dat zijn aanwezigheid een debat over de bezuinigingen zou opleveren; weinigen gingen ervan uit dat hij zou winnen. Zijn kandidatuur werd gezien als smaakmaker, maar verder niet serieus genomen.
    Vanaf het moment dat duidelijk werd dat die verwachting onjuist was, gingen de politieke elite en de media over op ongeloof en vervolgens paniek, zich kennelijk niet bewust van het feit dat de leden met hun groeiende steun voor Corbyn net zo goed de partijleiding afwezen als Corbyn omarmden. Vroegere Labourleiders en belangrijke commentatoren spraken kleinerend over zijn aanhang als onvolwassen, misleid, sensatiebelust en niet realistisch, en toonden zich verbaasd toen bleek dat ze hen niet konden overtuigen. Deze afrekening zat er al lang aan te komen. De afgelopen tientallen jaren heeft de leiding van Labour met onverschilligheid en soms met minachting neergekeken op de diverse sociale bewegingen – tegen de oorlog, de bezuinigingen, de schoolgelden, racisme en ongelijkheid. Ze zagen de leden van die bewegingen, van wie velen trouwe Labourkiezers waren, niet als potentiële bondgenoten maar als lastpakken. De grote hoeveelheid vooraanstaande Labourparlementariërs die hun zetel opgaven nadat het resultaat bekend was gemaakt, en de apocalyptische waarschuwingen van vroegere ministers over het lot van de partij onder leiding van Corbyn, laten zien dat deze houding nog niet is veranderd. De partij heeft gesproken; de oude leiders zouden er goed aan doen als ze daarnaar zouden luisteren, maar vooralsnog houden ze hun handen voor hun oren. Met minachting en chagrijn krijgen ze hun gelijk niet terug. Maar ze kunnen hun voorspelling dat ze zo nooit de verkiezingen winnen, laten uitkomen door te weigeren Corbyn als legitiem gekozen partijleider te accepteren. Niet alleen is Corbyn geen huwelijksreis gegund, de familie is er zelfs op uit om op de trouwerij eens lekker te gaan knokken.
    Desalniettemin blijft de vraag of Corbyn landelijke verkiezingen kan winnen een heel belangrijke vraag waar veel meningen over zijn maar waar nog geen definitief antwoord op is. We zitten in onbekende wateren en waarschijnlijk wordt het lastig navigeren. De verkiezingen van mei hebben wel aangetoond dat het Britse electorale landschap grillig en onvoorspelbaar is. Wat opgaat voor Londen en Schotland hoeft niet op te gaan voor het midden van Engeland en het zuidoosten. Tot op bepaalde hoogte is Corbyns succes afhankelijk van zijn optreden als leider en de mate waarin zijn aanhangers hun enthousiasme op anderen weten over te brengen.

    Jeremy Corbyn op een partijbijeenkomst in Brighton op 15 september jl.
© Mary Turner / Getty Images
    Jeremy Corbyn op een partijbijeenkomst in Brighton op 15 september jl.
© Mary Turner / Getty Images

    Roerige partij

    Het is een groot risico. Toen Tony Benn begin jaren tachtig een gooi deed naar de functie van plaatsvervangend leider van de Labourpartij, zou hij, als hij gewonnen had, veel steun hebben gekregen vanuit de vakbeweging en de vredesbeweging. Corbyn erft een roerige politieke partij en een vastberaden maar vooralsnog ongeorganiseerde groep aanhangers. Klaarblijkelijk vonden velen dat het risico wel waard. In de woorden van de Amerikaanse socialist Eugene Debs: ‘Je kunt beter stemmen op wat je wilt en het dan niet krijgen, dan stemmen op wat je niet wilt en dat dan wel krijgen.’

    Gary Younge

  • Hoe latinokinderen griezelen van Donald Trump

    Hoe latinokinderen griezelen van Donald Trump

    Sinds zijn hatelijke tirades tegen Mexicaanse immigranten, heeft el señor Trump voor de jeugd uit de latinogemeenschap het imago van een schurk uit een superheldenstrip.

    Latinokinderen hebben een hele hoop monsters en spoken om van te griezelen. Neem La Llorona, die haar dode kinderen beweent [er bestaan vele versies van het verhaal, maar het gaat altijd om een moeder die haar kinderen heeft vermoord, waarna ze ‘s nachts huilend naar hen op zoek gaat]. Of de iets jongere legende van de Chupacabra, die zich voedt met het bloed van geiten, maar desnoods ook met stoute, kleine kinderen. En nu kunnen we een nieuwe boeman toevoegen aan het Latijns-Amerikaanse arsenaal van enge verhalen voor het slapengaan. Die boeman heet ‘de Donald’.

    Sinds Donald Trump zijn campagne voor het Republikeinse kandidaatschap begon met een hatelijke tirade tegen Mexicaanse immigranten heeft hij in de latinogemeenschap een imago als van een schurk in superheldenstrips. De boeman met het fletse pompadoerkapsel die met dreigementen en beledigingen strooit is inmiddels in ieder latinogezin een begrip. Kinderen zien hem op tv of horen aan tafel hun ouders over hem praten.

    In Lynwood, een overwegend door latino’s bevolkte arbeiderswijk in Los Angeles, is het niet moeilijk om kinderen te vinden die van el señor Trump hebben gehoord. Hugo, zeven jaar en klein van stuk, is de zoon van Mexicaanse immigranten. Hij is nog te jong om te snappen wat Trump bedoelt als hij Mexicaanse immigranten voor ‘verkrachters’ uitmaakt, en vat diens boodschap kernachtig samen als ‘Mexicanen zijn lelijk’.

    ‘Zijn woorden raken ons latino’s in de ziel’

    Als Trump Mexicanen weer eens publieke-
lijk voor moordenaars uitmaakt, raken zijn woorden ons latino’s in de ziel. We zijn beledigd, we zijn gekwetst en we zijn boos. ‘Ik ben bang dat iemand hem iets zal aandoen,’ zei mijn dochter van tien laatst. En je kunt Trump nu al een symbolisch pak slaag geven: aan de andere kant van de grens, in Tijuana, gaan Trump-piñata’s als warme broodjes over de toonbank.

    Een piñata van Donald Trump in de Mexicaanse grensplaats Reynosa. – © Daniel Becerril / Reuters
    Een piñata van Donald Trump in de Mexicaanse grensplaats Reynosa. – © Daniel Becerril / Reuters

    Grootste angst

    Trumps campagne speelt in op de grootste angst van gezinnen zoals dat van Hugo: de kans dat Hugo van zijn ouders gescheiden wordt. Hugo is in 
de VS geboren [en daarmee automatisch Amerikaans staatsburger], maar zijn vader en moeder zijn tien jaar geleden uit Mexico gekomen.

    ‘We hebben hem verteld dat wij niet over dezelfde papieren beschikken als hij,’ zegt Hugo’s vader. ‘En we hebben hem moeten uitleggen dat er mensen zijn die ons hier niet willen, zoals Donald Trump en Arpaio.’ Hij doelt op sheriff Joe Arpaio van Maricopa County in Arizona. Die was in juli aanwezig op Trumps verkiezingsbijeenkomst in Arizona en staat bekend om zijn harde beleid tegen illegale immigranten. 
In gedachten noem ik hem altijd onze Cucuy (naar de boeman uit volks-
verhalen, ook wel El Cuco genoemd, 
die kinderen ontvoert). Presentator 
Bill O’Reilly van Fox News is voor mij 
El Cadejo (een boze geest met scherpe tanden) en de conservatieve commentator Ann Coulter een Llorona die ¡Adiós, América! krijst – de titel van haar laatste anti-immigratieboek, waarin ze Mexico een ‘derdewereld-hel’ noemt.

    Maar het is vooral ‘de Donald’ die tegenwoordig in de belangstelling staat. Met zijn ongegeneerde vreemdelingenhaat ligt hij in het versnipperde Republikeinse kamp ineens op kop. 
Net als sommige politici destijds in de Weimarrepubliek heeft hij een ideale zondebok gevonden in een groep die zich moeilijk kan verdedigen en waar een flinke minderheid van het electoraat graag op afgeeft.

    ‘Wij latino’s worden sterker en dat zint hem niet’

    En zijn schimpscheuten spoken ook de allerkleinsten door het hoofd. ‘Hij zei dat Mexicanen slecht zijn, dat ze drugs willen verkopen,’ zegt de negen jaar oude Alexandra Rubalcava. ‘Hij wil de Mexicanen het land uit schoppen en hier alleen met Amerikanen wonen. Dat vind ik niet netjes. Iedereen moet eerlijk zijn, we moeten allemaal netjes behandeld worden.’ Alexandra is met haar vader en haar twee zusjes in 
Plaza México, een winkelcentrum in Lynwood dat de Mexicaanse identiteit uitdraagt met replica’s van Olmeekse beelden, een standbeeld van Pancho Villa en de gevel van een koloniale kerk. Ik vraag waarom ze trots is op Mexicanen. ‘Omdat ze heel hard werken voor geen geld,’ zegt ze.

    Anderen zien in Trumps agressie een teken van zwakte. ‘Wij latino’s worden sterker en dat zint hem niet,’ zegt Irene Huerta, een studente van 24. ‘Hij kan ons wel uitschelden, maar steeds meer latino’s gaan studeren en willen daarin uitblinken. Ik in ieder geval wel.’ En Trump is dus alleen maar een extra aansporing. Dat krijg je als je een hele bevolkingsgroep aanvalt: je wordt een hoofdstuk in hun verhaal over de obstakels die ze hebben moeten overwinnen.

    Fabeltje

    ‘Mijn broer heeft me een filmpje laten zien,’ zegt Damaris, op de draaimolen in Plaza México. ‘Hij zegt heel verkeerde dingen over Mexicanen.’ Een meisje van tien zoals Damaris ziet ‘de Donald’ op de roltrap in zijn Trump Tower. Of ze ziet hem in Texas bij de grens, een wit petje op zijn hoofd met de tekst ‘Make America Great Again’. En ze begrijpt niet precies wat hij zegt, maar ze voelt dat haar ouders en haar grote broer boos en bezorgd zijn. En zo leert ze van ‘de Donald’ onbedoeld diezelfde waardevolle les die de essentie is van alle griezelverhalen: pas op, want er zijn mensen in de wereld die je kwaad kunnen doen.

    Maar wees niet bang, niños. Monsters zijn uiteindelijk maar een fabeltje. En je kunt er altijd een piñata van maken en daar net zo hard op slaan tot het papier scheurt en er snoep uit valt.

    Héctor Tobar


  • De voors en tegens van het populisme

    De voors en tegens van het populisme

    Populisten zoeken eenvoudige antwoorden op ingewikkelde problemen. Hun no-nonsens-retoriek appelleert aan diep ontgoochelde mensen 
die het idee hebben dat hun iets is afgepakt. 
Maar, schrijft George Packer, ze rekken ook de grenzen van het debat 
op en zorgen uiteindelijk voor belangrijke veranderingen.

    Thomas E. Watson, een populist uit Georgia met een lange, allengs demagogischer loopbaan in de Amerikaanse politiek, schreef in 1910: ‘Het schuim der schepping wordt bij ons gedumpt. Enkele van onze belangrijkste steden zijn eerder buiten-
lands dan Amerikaans. De gevaarlijkste, verderfelijkste hordes van het Avondland overspoelen ons. De zedeloosheid en de misdaad waarmee ze ons confronteren, zijn misselijkmakend en angstaanjagend. Wat brengt deze Goten en Vandalen naar onze kust? Vooral de industriëlen treft blaam. Zij wilden goedkope arbeid en het kon ze geen moer schelen dat hun harteloze beleid onze toekomst zou kunnen schaden.’

    Het voorwerp van Watsons gal waren de Italianen, de Polen, de Joden en andere Europese immigranten die 
destijds de Verenigde Staten binnenstroomden. Een eeuw later, in de populistische zomer van 2015, juichen sommige van hun achterkleinkinderen Donald Trump toe wanneer die de jongste generatie immigranten hekelt in bewoordingen die opvallend veel lijken op die van Watson.

    Bernie en Trump

    De geschiedenis van het Amerikaanse populisme is complex en Watson belichaamde de paradoxen ervan. Hij besloot zijn loopbaan als senator met het aanwakkeren van de haat van het blanke, protestantse volksdeel jegens zwarten, katholieken en Joden. Maar aanvankelijk drong hij er als leider 
van de People’s Party (‘Volkspartij’) bij zwart en blank op aan de handen ineen te slaan om een door ‘de macht van het geld’ gedomineerde economische orde omver te werpen. Watson eindigde als een soort Trump, maar begon als een soort Bernie Sanders, de huidige presidentskandidaat en zelfverklaarde ‘democratische socialist’. Dat Watson tekeerging tegen die ene procent van de bevolking die aan het einde van de negentiende eeuw bijna alles bezat, zou Sanders met trots hebben vervuld. Een paar van Watsons vroege ideeën – zoals gratis postbezorging op het platteland – werden uiteindelijk gerealiseerd.

    De wispelturige aard van het populisme kan de vonk tot hervormingen zijn, maar ook tot conservatisme, tot idealisme 
of de zoektocht naar een zondebok.

    Thomas E. Watson had een hekel aan Europese immigranten die destijds de Verenigde Staten binnenstroomden. Zou Donald Trump het van hem hebben? – © Getty Images
    Thomas E. Watson had een hekel aan Europese immigranten die destijds de Verenigde Staten binnenstroomden. Zou Donald Trump het van hem hebben? – © Getty Images
    Populisme is eerder een instelling 
en een bepaald soort retoriek dan een ideologie of een reeks standpunten

    Het komt tot bloei in tijden als die van Watson en die van onszelf, waarin talloze burgers die zichzelf als de ruggegraat van Amerika beschouwen (destijds de ‘handwerklieden’, tegenwoordig de ‘middenklasse’) het gevoel hebben dat ze aan de verliezende hand zijn. Het zijn bepaald niet de verschoppelingen der aarde: Sanders trekt hoogopgeleide stedelingen, Trump kleinsteedse zakenlui. Het zijn mensen die het idee hebben dat hun iets wordt afgepakt, die een visioen hebben van een Amerika van weleer dat onder vuur ligt en 
waarin alles beter was.

    Populisme is eerder een instelling 
en een bepaald soort retoriek dan een ideologie of een reeks standpunten. Het spreekt van een strijd tussen goed en kwaad en eist eenvoudige antwoorden op ingewikkelde problemen. (Trump: ‘De handel? Gaan we regelen. Gezondheidszorg? Gaan we ook regelen.’) Het wantrouwt het gebruikelijke handjeklap en gepolder dat bij democratisch bestuur komt kijken. (Tijdens politieke redevoeringen geeft Sanders zelden hoog op van de successen die 
hij boekt als voorzitter van de uit beide partijen samengestelde senaatscommissie voor veteranenaangelegenheden.) Populisme is zowel samenzweerderig als apocalyptisch van aard: het is het geloof dat het land, of althans een flinke meerderheid, door toedoen van een bepaalde groep boosdoeners (Mexicanen, miljardairs, Joden, politici) op de ondergang afstevent.

    Trump: ‘De handel? Gaan we regelen. Gezondheidszorg? Gaan we ook regelen’
    Donald Trump, vastgoedmagnaat en presidentskandidaat voor de Republikeinen. – © Getty Images
    Donald Trump, vastgoedmagnaat en presidentskandidaat voor de Republikeinen. – © Getty Images

    Authentieke stem

    Bovenal vertolkt én behaagt het populisme de authentieke stem van het volk. Zowel de aanhangers van Sanders als die van Trump prijzen hun kandidaat omdat ze, anders dan de politici, durven zeggen wat gewone mensen denken. ‘Ik ben het dan misschien niet met alles eens wat Bernie zegt, maar ik denk dat hij ergens voor staat, dat hij daaraan vasthoudt en ons niet zal voorliegen,’ zei zijn aanhanger Liam Dewey tegen ABC News. Dat Sanders net zo monotoon speecht als een spreker tijdens de Conferentie voor Socialistische Wetenschappers van rond 1986 – die overigens door 27.000 deelnemers werd bezocht – maakt zijn geloofwaardigheid er alleen maar groter op. Hij is de onwaarschijnlijke lieveling van een 
ten diepste ontgoocheld publiek. Wat Trump betreft: zijn retoriek is zo bot 
en impulsief dat zijn fans zich er voortdurend van verzekerd weten dat die authentiek is.

    De fenomenen Trump en Sanders reageren op hetzelfde politieke klimaat en lijken oppervlakkig gezien op elkaar. Allebei staan ze niet bekend om hun trouw aan de partij, wat hun imago als man van de straat juist ten goede komt: ze ontlenen hun autoriteit aan de rechtstreekse band met hun aanhangers, zonder tussenkomst van een of andere institutie. Ze gaan allebei tekeer tegen buitenlandse-handelsovereenkomsten, geven af op het officieuze werkloosheidscijfer en steken hun minachting voor politici en het foute geld dat ze ophalen om aan de macht te blijven niet onder stoelen of banken. Eind augustus had Trump zelfs geen goed woord over voor de maas in de wet die investeringsmanagers de kans biedt de belasting op hun winst 
te omzeilen (een favoriet mikpunt van links). ‘Al gaan ze over lijken, die hedge-
fondsgasten gaan vrijuit,’ zei hij tegen CBS News. ‘Ze schuiven alleen maar papier heen en weer en worden er beter van.’

    Senator en presidentskandidaat voor de Democraten, Bernie Sanders. – © Getty Images
    Senator en presidentskandidaat voor de Democraten, Bernie Sanders. – © Getty Images

    Begrijpelijke hervormingen

    Maar het verschil tussen Sanders en Trump is groot en fundamenteler dan het verschil tussen hun persoonlijke stijl en hun plaats in het politieke 
spectrum. Sanders, die het merendeel van zijn loopbaan een buitenstaander binnen het politieke systeem was, gelooft heilig in de politiek. Hij beschouwt die als een klassenstrijd (meer nog dan Elizabeth Warren lijkt hij de rijken 
écht te haten), maar gelooft dat dat conflict met verkiezingen en wetten kan worden opgelost. Wat Sanders een politieke revolutie noemt, zijn eerder ingrijpende maar begrijpelijke hervormingen. Hij stelt een belasting op financiële transacties en de opheffing van grote banken voor, maar vraagt niet om nationalisatie van de bankensector. Zijn opvattingen jagen Wall Street misschien op de kast, ze vallen binnen de grenzen van de rationele overtuiging.

    Wat Trumps overtuigingen verder ook mogen zijn, hij speelt het spel van de antipolitiek. Van George Wallace tot Ross Perot: antipolitiek is een constante factor in de recente Amerikaanse geschiedenis. Uiteenlopende presidents-
kandidaten als Jimmy Carter, Ronald Reagan en Barack Obama zijn president geworden doordat het leek alsof ze de verguisde politiek-bestuurlijke sector afwezen dan wel erboven stonden. Trump voert dat spel door tot in het demagogisch extreme. In het vocabu-
laire van zijn verkiezingstoespraken is geen vuiger woord denkbaar dan ‘politicus’. Hij voedt de verachting van zijn publiek voor alleen al het idée dat problemen met politieke middelen kunnen worden opgelost. China, IS, immigranten, werkloosheid, Wall Street: laat het maar aan Trump over, hij bouwt gewoon een muur, deporteert die elf miljoen 
illegalen, herschrijft de grondwetparagraaf over burgerrechten, schept banen, doodt terroristen. Elk voorstel draait louter om hemzelf, de leider die de ondergang van het land afwendt puur dankzij de kracht van zijn persoonlijkheid. Toen hij onlangs sprak in Mobile, in Alabama, vroeg hij zich zelfs af of er wel een evenredige volksvertegenwoordiging nodig was. Nadat hij op zijn voorsprong in de verschillende peilingen had gewezen, vroeg hij de dertigduizendkoppige menigte: ‘Waar hebben we verkiezingen voor nodig? Nergens voor.’ Wanneer Trump zijn ogen tot spleetjes knijpt en zijn onderlip naar voren duwt, is hij een showman die doet alsof hij een sterke man is.

    Er zijn in de Amerikaanse geschiedenis niet veel voorbeelden van populistische sterke mannen te 
vinden (selfmade man Huey Long, de in het interbellum actieve ‘dictator van Louisiana’, is een van hen). Daarvoor zijn we te zeer gehecht aan de democratie, zo niet aan haar instituties en belangrijke vertegenwoordigers. Er zijn meer voorbeelden van populisten die zonder de presidentsverkiezingen te winnen de grenzen van het debat hebben opgerekt en uiteindelijk voor belangrijke veranderingen hebben gezorgd (onder wie Robert M. La Follette Sr.). Hoewel populisten zelden tot president worden gekozen, kunnen ze – zoals de jonge én de oude Tom Watson – de politieke lucht klaren dan wel bezoedelen.

    George Packer