Tag: Xi Jinping

  • Poetin ontvangt Chinese topdiplomaat en maakt nieuwe afspraken

    Poetin ontvangt Chinese topdiplomaat en maakt nieuwe afspraken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker tien Palestijnen omgekomen bij inval Israëlische leger

    » Primeur in VS: stadsbestuur Seattle verbiedt discriminatie op grond van kaste

    Er komt een nieuwe top tussen Poetin en Xi

    De Russische president Vladimir Poetin heeft woensdag een ontmoeting gehad met de Chinese topdiplomaat Wang Yi. Wang, die verantwoordelijk is voor het buitenlandbeleid van China, sprak onder meer met Poetin af dat er een nieuwe top komt waar de Chinese president Xi aanwezig zal zijn, schrijft staatspersbureau TASS.

    Van beiden kanten werden er lovende woorden gesproken over de betrekkingen tussen de twee landen. Poetin sprak over ‘nieuwe ontwikkelingen’, Wang over een voortdurende verdieping van het ‘alomvattende strategische partnerschap’. Ook benadrukte de Chinese diplomaat dat zijn land graag bijdraagt aan ‘een constructieve oplossing’ voor de oorlog in Oekraïne.

    Op het moment dat Wang en Poetin elkaar de hand schudden, zat de Amerikaanse president Joe Biden in Polen aan tafel met leiders van negen Oost-Europese NAVO-leden. Biden noemde de landen ‘de frontlinie van onze collectieve verdediging’ en beloofde hun de onvoorwaardelijke steun van de VS, zo schrijft Reuters.

    Lees ook:

  • Wie is de nieuwe Chinese buitenlandminister met  bijnaam ‘wolfskrijger’?

    Wie is de nieuwe Chinese buitenlandminister met bijnaam ‘wolfskrijger’?

    De nieuwe Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Qin Gang, schold vroeger als woordvoerder op het ministerie journalisten uit, maar lijkt nu een mildere toon aan te slaan. Wat zegt zijn opkomst over de veranderde machtspolitiek in Beijing?

    Al vroeg in zijn diplomatieke carrière had Qin Gang een reputatie als harde onderhandelaar met sterke ondiplomatieke neigingen. Qin was berucht gedurende twee lange periodes als woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken in Beijing tussen 2005 en 2014, omdat hij journalisten uitschold op persconferenties. Hij vroeg een verslaggever of deze wel ‘volwassen’ was en raadde anderen aan om geen verslag te doen ‘op basis van waanideeën’. Zijn ontwikkeling sindsdien – van vertrouwenspersoon van de Chinese leider Xi Jinping tot ambassadeur in de VS en sinds december 2022 minister van Buitenlandse Zaken – zegt veel over de evolutie van het steeds assertievere buitenlandbeleid van het land.

    Qin kreeg op het ministerie van Buitenlandse Zaken de bijnaam ‘Warrior Gang’ [Krijger Gang], aldus Yun Sun, directeur van het China-programma bij de denktank Stimson Center in Washington DC. De strijdlustige houding van Qin is een vroeg voorbeeld van wat bekend is geworden als ‘wolf warrior’-diplomatie, zo genoemd naar een reeks actiefilms. Deng Xiaoping drong er in 1990 bij ambtenaren op aan om ‘onze kwaliteiten te verhullen en onze tijd af te wachten’ en op het vlak van internationale betrekkingen op de achtergrond te blijven. Maar die aanpak veranderde zo’n twintig jaar geleden met de groeiende economische macht van China.

    ‘De publieke opinie in China was lange tijd dat Chinese diplomaten te passief waren en dat ze China niet streng genoeg verdedigden,’ zegt Peter Martin, auteur van China’s Civilian Army: The Making of Wolf Warrior Diplomacy. Sommige burgers stuurden calciumtabletten naar het ministerie van Buitenlandse Zaken waarmee diplomaten hun ruggengraat konden versterken. ‘Dat begon te veranderen onder Hu Jintao [secretaris-generaal van 2002 tot 2012],’ aldus Martin. Toen Xi aan de macht kwam in 2012, eiste hij dat China als ’s werelds op een na grootste economie met respect zou worden behandeld. Hij zei tegen zijn diplomaten dat ze ‘vechtlust’ moesten tonen.

    Ondoorzichtig

    Qin is geboren in Tianjin, vlak bij Beijing, in 1966 – hetzelfde jaar waarin de Culturele Revolutie van Mao Zedong begon – en lijkt al vroeg een diplomatieke carrière te ambiëren. Hij studeert internationale politiek aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op zijn tweeëntwintigste krijgt hij zijn eerste baan bij het bureau voor diplomatieke missies in Beijing, waar hij nieuwsartikelen selecteert. Hij belandt in 1992 bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op de afdeling West-Europese zaken. Bovendien vervult hij drie posten op de Britse ambassade. Die ervaring vergeleek hij met het winnen van de loterij.

    Er is weinig bekend over zijn persoonlijke leven, behalve dat hij getrouwd is en een zoon heeft. Een dergelijk gebrek aan gegevens is niet ongewoon in het ondoorzichtige politieke systeem van China. De professionele carrière van Qin valt samen met de heropleving van het land als een belangrijke macht. Toen voorzitter Mao in 1976 stierf was hij tien. Hij trad in dienst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op het hoogtepunt van de ‘hervorming en openstelling’ van China. Het land streefde nauwere betrekkingen na met het Westen en werd lid van de Wereldhandelsorganisatie in 2001. Qin was woordvoerder in Beijing tijdens de mondiale financiële crisis in 2008. China herstelde daarvan sneller dan de VS en de toekomst van het door het Westen gedomineerde financiële systeem werd in twijfel getrokken.

    Onder Xi begon Qin op te klimmen naar hogere posten. Hij werd hoofd van de afdeling protocol in 2014. Hij vergezelde de leider op buitenlandse reizen en naar verluidt stak hij er veel energie in om te zorgen dat Xi voldoende respect kreeg. De opmars van Qin ging verder, terwijl de betrekkingen met de VS in de daaropvolgende jaren verslechterden. Hij werd onderminister van Buitenlandse Zaken in 2018 en in 2021 werd hij ambassadeur in Washington. Daar was hij zeventien maanden in functie voordat hij op 30 december 2022 werd benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken. Met zijn zesenvijftig jaar is hij een van de jongsten die de post ooit hebben bekleed.

    De eis dat diplomaten ‘vechtlust’ tonen, heeft China in het buitenland weinig vrienden opgeleverd

    Qin had een reputatie als wolfskrijger voordat hij begon in Washington, maar als ambassadeur was zijn aanpak terughoudender. Met Joe Biden in het Witte Huis hoopten beide landen de betrekkingen te kunnen stabiliseren en een dreigende openlijke confrontatie te voorkomen. ‘Hij was in Washington om het goed te maken en de banden te herstellen en niet om nog meer schade aan te richten,’ aldus Yun Sun.

    Toch was er een grens aan wat hij kon bereiken, aangezien de staat van de betrekkingen erbarmelijk was. De toegang van Qin tot hoge VS-functionarissen was naar verluidt beperkt: slechts enkelen kregen toestemming om hem te ontmoeten – het Witte Huis ontkent dit overigens. Dus concentreerde Qin zich op publieke diplomatie: hij zette foto’s op Twitter van ontmoetingen met Elon Musk, reed tijdens een bezoek aan boerderijen in Iowa op een tractor en gooide de eerste bal bij een honkbalwedstrijd van de St. Louis Cardinals.

    Toch ging Amerika tijdens zijn detachering negatiever naar China kijken. Volgens het Pew Research Center zei 82 procent van de ondervraagde Amerikanen in 2022 een ongunstige mening over China te hebben. De rest van de democratische wereld dacht er hetzelfde over. Deze ongunstige reputatie werd aangewakkerd door de hardhandige Chinese aanpak van territoriale en handelsgeschillen. De eis dat diplomaten ‘vechtlust’ tonen, heeft China in het buitenland weinig vrienden opgeleverd.

    Er zijn signalen dat de ergste excessen van de wolfskrijgerdiplomatie aan banden worden gelegd. Xi riep tijdens een studiebijeenkomst van het Politbureau in mei 2021 op tot inspanningen om een ‘betrouwbaar, beminnelijk en respectabel’ beeld van China te bevorderen. Begin januari werd Zhao Lijian, een andere beruchte wolfskrijger en woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan de kant gezet: hij is overgeplaatst naar een afdeling die zich bezighoudt met land- en zeegrenzen.

    ‘Ik denk dat vanaf de hoogste leiders wordt ingezien dat enkele van de meer extreme voorbeelden van de wolfskrijgerdiplomatie de internationale reputatie van China hebben geschaad en dat er behoefte is aan een tactische herijking,’ zegt Martin. We moeten niet verwachten dat diplomaten nu opeens een verzoenende toon aanslaan, maar China lijkt te proberen een evenwicht te vinden tussen krachtige verdediging van nationale belangen en toenadering tot handelspartners. Het land probeert de economische groei te herstellen na het zelfopgelegde isolement van het zerocovidbeleid.

    Charmeoffensief

    Ondanks zijn beruchtheid als ‘Warrior Gang’ past de meest recente benoeming van Qin bij deze nieuwe aanpak. Hij had in vorige functies bij Europese diplomaten ‘de reputatie van iemand die in staat was zich privé te gedragen als een wolfskrijger, door ambtenaren uit te schelden en zeer assertieve taal te gebruiken over de plek van China in de wereld,’ aldus Martin. ‘Maar hij is ook in staat tot een charmeoffensief. Hij richt zich tot mensen van denktanks en gaat diplomatieke recepties af… Xi heeft zo’n soort persoon nodig om het diplomatieke apparaat van China te leiden.’

    Volgens Yun Sun zou Qins recente ervaring in de VS ook kunnen helpen om de betrekkingen tussen de twee machten te stabiliseren. ‘Qins ambtstermijn als ambassadeur in Washington was duidelijk bedoeld om hem vertrouwd te maken met de belangrijkste mensen en kwesties in de relatie met de VS,’ zegt Sun. ‘Het laat ook zien dat Xi iemand voor buitenlandse betrekkingen wil die hij kent en vertrouwt.’

    Dit betekent echter niet dat er een einde komt aan Chinese diplomaten die hun buitenlandse collega’s in het openbaar terechtwijzen. Nu de economische vooruitzichten van China minder zeker lijken zal Xi niet aarzelen het nationalisme aan te wakkeren. Op die manier kan hij binnenlandse onvrede op externe vijanden afwentelen. Hij zal niet twijfelen aan zijn overtuiging dat de dagen van verstoppen en afwachten voorbij zijn en dat China weer een grootmacht is die als zodanig moet worden behandeld.

    ‘Er is een begrip dat ik vaker in Beijing heb gehoord,’ zegt Martin: ‘“Je kunt een olifant niet verbergen.” De internationale status van China heeft met andere woorden nu een punt bereikt waarop het ongepast en misschien wel onmogelijk is om diplomatieke betrekkingen op een laag pitje te zetten.’

    Qin verwoordde het kleurrijker toen hij in 2014 een vraag over stijgende defensiebudgetten beantwoordde met de opmerking dat China ‘niet zomaar een padvinder is met een rood kwastje aan het geweer’. Bovendien, vervolgde hij, ‘ook een padvinder wordt elk jaar groter’. Zowel het gevoel van Beijing over zijn status in de wereld als de positie van Qin zijn sindsdien alleen maar gegroeid. Mocht het buitenlandse beleid van China de komende maanden veranderen, dan zal dat eerder de stijl betreffen dan de inhoud.

    Een eerste test komt begin februari wanneer Antony Blinken, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, een ontmoeting heeft met Qin in Beijing. Chinese diplomaten mogen dan proberen om geen ruzie te zoeken, maar dat betekent nog niet dat ze zich deemoedig op zullen stellen.

    Lees ook:

  • Biden en Xi ontmoeten elkaar tijdens G20-top op moment van grote spanningen

    Biden en Xi ontmoeten elkaar tijdens G20-top op moment van grote spanningen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker zes doden bij aanslag centrum Istanbul

    » Pirc Musar eerste vrouwelijke president van Slovenië

    Biden ontmoet Xi voor het eerst sinds hij president is

    De Amerikaanse president Joe Biden heeft maandag een ontmoeting met de Chinese leider Xi Jinping. Het is voor het eerst sinds Biden aantrad als president dat hij een fysieke ontmoeting met Xi heeft, schrijft The New York Times. De twee wereldleiders spreken elkaar op de G20-top die momenteel op het Indonesische eiland Bali wordt gehouden.

    De ontmoeting komt op een moment van grote spanningen tussen de Verenigde Staten en China. De afzijdige rol van China in de oorlog in Oekraïne, het handelsconflict tussen China en de VS, de kwestie-Taiwan, de kernwapentesten van Noord-Korea, de uitbreidingen van China in de Stille Zuidzee en de mensenrechtenschendingen tegen etnische minderheden als de Oeigoeren zullen aan bod komen.

    Taiwan, dat door China als afvallige provincie wordt beschouwd, zal het belangrijkste thema zijn. Volgens het één-Chinaprincipe behoort het land tot China en zal het in de toekomst, indien nodig met militaire middelen, ingelijfd worden. De VS hebben herhaaldelijk gewaarschuwd dat het Taiwan met militaire middelen te hulp zullen schieten als China het land binnenvalt.

    Lees ook:

  • Duitse leider Olaf Scholz brengt bezoek aan China

    Duitse leider Olaf Scholz brengt bezoek aan China

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oud-premier Pakistan gewond bij aanslag

    » Russisch leger trekt zich terug uit Cherson

    Staatsbezoek Scholz wordt bekritiseerd door bondgenoten

    De Duitse bondskanselier Olaf Scholz is deze vrijdag op staatsbezoek in China. Hij is de eerste westerse leider die de Chinese president Xi Jinping ontmoet nadat Xi twee weken geleden werd herkozen als partijleider. Vanuit het Westen is er echter veel kritiek op de houding van Scholz tegenover China, schrijft Deutsche Welle.

    De oorlog in Oekraïne en de daaruit voortvloeiende energiecrisis zouden volgens het Westen hebben aangetoond dat westerse landen in de toekomst niet te afhankelijk moeten zijn van handelspartners die mensenrechten schenden. Desondanks heeft Scholz ondanks een deal doorgedrukt in de haven van Hamburg waarbij een groot aandeel van de Hamburgse terminal in handen komt van een Chinees staatsbedrijf.

    Hoewel westerse bondgenoten erop wijzen dat Duitsland vitale infrastructuur in de uitverkoop zet, verdedigt Scholz zijn koers. Hij zegt dat hij mensenrechtenschendingen in China, zoals de behandeling van minderheden als de Oeigoeren, zal bespreken. In het kielzog van Scholz reizen vertegenwoordigers uit de Duitse auto-industrie mee, die hopen op nieuwe lucratieve samenwerkingen.

    Lees ook:

  • VS beschuldigt China van ‘ondermijning Amerikaanse rechtssysteem’

    VS beschuldigt China van ‘ondermijning Amerikaanse rechtssysteem’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Weinstein misbruikte macht om vrouwen te verkrachten, aldus openbaar aanklager

    » Zes Palestijnen gedood bij Israëlische invallen op Westelijke Jordaanoever

    Dertien Chinese burgers aangeklaagd voor spionage

    De Amerikaanse minister van Justitie Merrick Garland heeft maandag de Chinese staat ervan beschuldigd ‘het Amerikaanse rechtssysteem te ondermijnen’, technologie te stelen en Chinese burgers die naar de Verenigde Staten migreren te intimideren, bericht The New York Times. Deze uitspraken deed Garland tijdens een persconferentie waarin hij de aanklachten aankondigde tegen dertien Chinese staatsburgers die voor de inlichtingendienst van Beijing zouden werken.

    De persoon bleek voor de FBI te werken en overhandigde valse documenten

    Twee van de aangeklaagde Chinese burgers zouden spioneren voor Huawei, een Chinees telecommunicatiebedrijf, dat wordt beschuldigd van het stelen van handelsgeheimen. Het tweetal zou tevergeefs hebben geprobeerd voorkennis te verkrijgen over een federaal onderzoek naar het bedrijf door steekpenningen te betalen aan een ambtenaar die toegang had tot gevoelige details van het gerechtelijk onderzoek naar Huawei. De persoon bleek voor de FBI te werken en overhandigde valse documenten.

    De aanklacht maakte deel uit van drie ongerelateerde rechtszaken tegen Chinese inlichtingenagenten in de Verenigde Staten die maandag werden aangekondigd, ‘een dag nadat president Xi Jinping van China zijn greep op de macht verstevigde toen het congres van de Communistische Partij in Beijing werd afgesloten’, schrijft The New York Times.

    Lees ook:

  • Hoe Xi Jinping de Chinese economie schade toebrengt

    Hoe Xi Jinping de Chinese economie schade toebrengt

    Twintig jaar lang is China een van de grootste aanjagers van de wereldeconomie geweest, maar daar lijkt nu verandering in te komen. Het zerocovidbeleid en het steeds restrictievere staatskapitalisme van Xi hebben ervoor gezorgd dat de economische groei stagneert – met grote gevolgen voor de rest van de wereld.

    De afgelopen twintig jaar was China de grootste en betrouwbaarste aanjager van de wereldeconomie. Het land was in die periode goed voor een kwart van de groei van het wereldwijde bnp en de economie nam in negenenzeventig van de tachtig kwartalen in omvang toe. Na de dood van Mao koos de Communistische Partij grotendeels voor een praktische benadering om het land rijker te maken en markthervormingen met staatscontrole te combineren. Maar nu is de Chinese economie in gevaar.

    De onmiddellijke aanleiding is het ‘zero-covidbeleid’ dat krimp heeft veroorzaakt en de economie tot een start-stoppatroon kan veroordelen. Het verergert een nog groter probleem: de ideologische strijd van president Xi Jinping om het staatskapitalisme weer in te voeren. Als China deze koers blijft varen zal het langzamer groeien en minder voorspelbaar zijn, met grote gevolgen voor zowel het land zelf als de gehele wereld.

    Na bijna twee maanden wordt de lockdown in Shanghai versoepeld, maar met nieuwe uitbraken in Beijing en Tianjin is China nog lang niet covidvrij. Meer dan tweehonderd miljoen mensen zijn aan restricties gebonden en de economie wankelt. De omzet van de detailhandel was 11 procent lager dan vorig jaar en KFC, Cartier en de auto-industrie doen slechte zaken. 

    Exportdaling

    Hoewel sommige arbeiders tijdelijk in de fabrieken wonen, is het industriële productie- en exportvolume afgenomen. Er is kans dat China voor het eerst sinds 1990, na het bloedbad op het Tiananmenplein, dit hele jaar lang zijn best zal moeten doen om veel sneller te groeien dan Amerika. Voor Xi komt dit tijdstip uiterst ongelegen: na het twintigste partijcongres later dit jaar mikt hij op een derde presidentstermijn, een breuk met de regel dat leiders na twee termijnen aftreden.

    Toch is Xi zelf in belangrijke mate verantwoordelijk voor de twee klappen die de economie heeft opgelopen. Ten eerste door zijn zero-covidbeleid, dat al achtentwintig maanden van kracht is. De partij vreest dat openstelling van de grenzen tot een nieuwe besmettingsgolf zal leiden die miljoenen levens kan kosten. Dat is misschien waar, maar ondertussen is er kostbare tijd verspild: honderd miljoen mensen van boven de zestig zijn niet driemaal ingeënt. China weigert effectievere mRNA-vaccins uit het Westen te importeren. En het zero-covidbeleid zal waarschijnlijk ook volgend jaar worden doorgezet. China heeft zich teruggetrokken als gastland van het Aziatische voetbalkampioenschap, de Asian Cup, in juni 2023. Er is sprake van permanente teststations waar tot in de eeuwigheid in neusgaten zal worden gepoerd. Aangezien omikron uiterst besmettelijk is, zijn meer uitbraken en lockdowns onvermijdelijk. Maar omdat het zero-covidbeleid met Xi wordt geassocieerd, wordt alle kritiek erop als sabotage beschouwd.

    Een golf van boetes, nieuwe regels en zuiveringen heeft voor een stagnatie van de dynamische techindustrie gezorgd

    Dezelfde ideologische geestdrift heeft de tweede klap toegebracht, in de vorm van een reeks economische initiatieven die Xi zijn ‘nieuwe ontwikkelingsconcept’ noemt en die bedoeld is om ‘grote veranderingen teweeg te brengen die een eeuw lang niet zijn vertoond’, zoals een breuk van China met Amerika. De doelstellingen zijn rationeel: het bestrijden van ongelijkheid, monopolies en schulden, en ervoor zorgen dat China dominant is op het gebied van nieuwe technologie en daarmee beschermd tegen westerse sancties. Maar in alle gevallen vindt Xi dat de partij de leiding moet nemen, en de implementatie heeft vooral een bestraffend en grillig karakter. Een golf van boetes, nieuwe regels en zuiveringen heeft voor een stagnatie van de dynamische techindustrie gezorgd, die goed is voor acht procent van het Chinese bnp. En een heftige en nog altijd voortgaande instorting van de vastgoedmarkt, goed voor meer dan een vijfde van het bnp, heeft tot een financieringscrisis geleid, een van de redenen waarom de huizenverkoop in april met 47 procent is gedaald ten opzichte van vorig jaar.

    De regering werkt aan een enorm stimuleringsprogramma en hoopt daarmee het officieel beoogde groeicijfer van 5,5 procent te halen en de zenuwen te kalmeren voordat het congres begint. Op 19 mei spoorde premier Li Keqiang zijn ambtenaren aan de groei door ‘krachtdadig optreden’ te herstellen en gelastte hij de centrale bank de hypotheekrente te verlagen. De partij heeft geprobeerd verontruste techtycoons gerust te stellen. Een waarschijnlijke volgende stap is een groot, met staatsobligaties gefinancierd infrastructuurprogramma.

    Mislukkingen

    Maar meer schuldenbergen en hectares beton zijn geen remedie tegen draconische lockdowns of de risico’s van Xi’s economische model. Dat laatste is gericht op het uitbreiden van het minst productieve deel van de economie, het deel dat in staatshanden is. Het Chinese industriebeleid heeft formidabele successen geboekt, bijvoorbeeld door wereldwijd dominant te worden het gebied van geavanceerde accu’s. Xi hoopt dat technologie en een nieuw cohort staatsinvesteringsfondsen het beslissingsbeleid wendbaarder zullen maken. Maar vergeet alle vreselijke mislukkingen niet, van metaalindustrie tot microchips.

    Intussen is het productiefste deel van de economie, de privésector, ernstig aan het kwakkelen. Neem de financiële markt, waar een grote uittocht heeft plaatsgevonden. De kapitaalkosten zijn gestegen: Chinese aandelen worden uitgeruild tegen Amerikaanse met een korting van 45 procent, bijna een record. Investeerders en ondernemers gaan op een andere manier calculeren. Sommigen vrezen dat de winsten van elk bedrijf zullen worden afgeroomd door een partij die argwanend staat tegenover persoonlijke rijkdom en macht. Durfkapitalisten zeggen dat ze inmiddels op de grootste subsidies wedden, niet meer op de beste ideeën. Voor het eerst in veertig jaar wordt geen enkele grote sector van de economie geliberaliseerd. Daar zal de groei onder lijden.

    China zal misschien vijandiger worden, maar ook minder effectief

    Xi’s ideologische economie heeft grote gevolgen voor de wereld. Hoewel stimulering de vraag zou kunnen aanwakkeren, zullen er waarschijnlijk meer lockdowns komen, een gevaar voor een wereldeconomie die toch al met een recessie flirt. Multinationals kunnen onmogelijk om de omvang en het hoge ontwikkelingsniveau van Chinese toeleveranciers heen. Toch zullen ze maatregelen nemen om daar steeds minder afhankelijk van te worden, zoals Apple momenteel schijnt te doen. In sommige bedrijfstakken zal China na 2030 misschien nog de boventoon voeren, maar het Westen zal steeds beduchter worden voor het importeren van Chinese producten. Diplomatiek gezien zal een minder ambitieuze en onafhankelijke privésector betekenen dat de Chinese aanwezigheid in het buitenland meer staatsgeleid en politieker van aard zal zijn. Ze zal misschien vijandiger worden, maar ook minder effectief.

    En wat te denken van het leven in een geïsoleerder China? Hoewel er online wordt geklaagd over lockdowns en banenverlies, zal dit waarschijnlijk niet tot onrust leiden dankzij het strenge toezicht, de propaganda en de brede steun voor de partijdoelen. Sommige technocraten zijn het niet eens met de ruk naar links die het land maakt maar beschikken niet over de macht en de moed om daartegen in het geweer te komen. En naar het zich laat aanzien is er in de politieke top van China voorlopig geen rivaal voor de inmiddels 68-jarige Xi. Maar in de aanloop naar een partijcongres dat hem vermoedelijk tot minstens 2027 van de macht zal, verzekeren, doemen de tekortkomingen op van een eenmansbewind in de tweede economie van de wereld.

    Lees ook:

  • President Xi prijst ‘één land, twee systemen’-principe tijdens jubileum Hongkong

    President Xi prijst ‘één land, twee systemen’-principe tijdens jubileum Hongkong

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Soedan: ten minste zeven mensen gedood bij protesten tegen militair bewind

    » Ecuador: akkoord bereikt tussen regering en inheemse demonstranten

    Xi: ‘Er is geen reden om zo’n goed systeem te veranderen’

    De Chinese president Xi Jinping prees vrijdag in Hongkong het ‘één land, twee systemen’-principe, dat van kracht is sinds het gebied vijfentwintig jaar geleden werd teruggegeven aan China. ‘Er is geen reden om zo’n goed systeem te veranderen, en het moet nog lang gehandhaafd blijven,’ zei hij, volgens South China Morning Post.

    Xi Jinping brengt een tweedaags bezoek aan Hongkong voor de viering van het vijfentwintigste jubileum van de overdracht en voor de beëdiging van de nieuwe regeringsleider van Hongkong, John Lee. Het ‘één land, twee systemen’-principe moest Hongkong een mate van autonomie en vrijheden geven die het vasteland van China niet kende. Maar met de nationale veiligheidswet die in 2020 door Beijing werd opgelegd en die na de protesten van 2019 als een machtsovername van het regime werd gezien, werden alle vrijheden geschrapt waarin de oorspronkelijke overeenkomst voorzag.

    Lees ook:

  • China: Xi Jinping consolideert zijn macht met historische resolutie

    China: Xi Jinping consolideert zijn macht met historische resolutie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Topman ByteDance – het moederbedrijf van TikTok – vertrekt

    » Paus hekelt wapenfabrikanten

    Communistische Partij geeft Xi belangrijke plek in geschiedenis

    De Chinese Communistische Partij (CCP) heeft op donderdag 12 november een ‘historische resolutie‘ aangenomen, schrijft Xinhau, waarin president Xi Jinping op hetzelfde niveau wordt geplaatst als haar iconische leiders Mao Zedong en Deng Xiaoping.

    Ongeveer 350 leden van het Centraal Comité, het ‘parlement’ van de CCP, die sedert maandag in Beijing bijeen zijn, hebben deze tekst over de ‘grote daden’ van de beweging, die dit jaar een eeuw bestaat, goedgekeurd. ‘Sinds haar oprichting in 1921 heeft de Partij het streven naar geluk voor het Chinese volk (…) tot haar missie gemaakt’, aldus het slotcommuniqué, schrijft het Chinese persbureau.

    De resolutie effent de weg voor een derde termijn voor Xi Jinping

    Het document ‘consolideert de macht’ van Xi Jinping, ’plaatst hem op hetzelfde niveau als Mao’ Zedong (1949-76), de eerste leider van communistisch China, ‘en [de latere president] Deng Xiaoping’, zo vat The South China Morning Post samen. De resolutie effent ook de weg ‘voor een belangrijke herschikking van het leiderschap komend jaar, en voor een derde termijn’ voor de leider.

    Dit is pas de derde ‘historische resolutie’ die door de partij is aangenomen, meldt het dagblad uit Hongkong. De vorige twee, uit 1945 en 1981, hadden tot gevolg dat het gezag van respectievelijk Mao Zedong en Deng Xiaoping werd geconsolideerd.

    Het grootste deel van de tekst is gewijd aan het benadrukken van de successen en de vooruitgang die onder Xi Jinping zijn geboekt sinds hij in 2012 aan de macht kwam, aldus The South China Morning Post. ‘Het beschrijft Xi als een groot leider die de problemen het hoofd kan bieden die zijn voorgangers niet konden oplossen.’ Zoals ‘het harde optreden in Hongkong en de strijd tegen corruptie’.

    Lees ook:

  • China’s macht is tanende – en juist dat is gevaarlijk

    China’s macht is tanende – en juist dat is gevaarlijk

    De Chinese president Xi Jinping heeft een meedogenloze centralisering van de macht doorgevoerd ten koste van economische bloei. En zoals de auteurs van Danger Zone: The Coming Conflict with China betogen, worden landen die invloed verliezen des te oorlogszuchtiger.

    Keuze uit het archief

    Op 23 oktober wordt in het 20ste Congres van de Communistische Partij vrijwel zeker Xi Jinping herkozen voor een derde termijn als partijleider. Het ziet er dus naar uit dat er niet veel zal veranderen in het land, en het is volgens veel deskundigen maar zeer de vraag hoe voordelig dat voor China zelf is. En voor de rest van de wereld. Auteurs Hal Brands en Michael Beckley leggen uit dat de slechte economische positie die het land volgens hen heeft, ook voor de rest van de wereld grote nadelen kan hebben.

    Waarom voeren grote mogendheden grote oorlogen? Het conventionele antwoord gaat over uitdagers in opkomst en hegemonen in verval. Een opkomende mogendheid, die tornt aan de regels van de gevestigde orde, haalt een gevestigde mogendheid in, het land dat die regels heeft gemaakt. Spanningen nemen hand over hand toe, krachtmetingen volgen. Het resultaat is een spiraal van angst en vijandigheid die bijna onvermijdelijk op een conflict uitloopt. ‘De groeiende macht van Athene, en de schrik die dit veroorzaakte in Sparta, maakte een oorlog onvermijdelijk’, schreef de oude historicus Thucydides, een gemeenplaats die nu tot vervelens toe voor de rivaliteit tussen de VS en China wordt gebruikt.

    Het idee van de Valstrik van Thucydides, bedacht door politicoloog Graham Allison van Harvard, houdt in dat het gevaar van een oorlog razendsnel zal toenemen wanneer een opkomend China een wegzakkend Amerika inhaalt. Zelfs de Chinese president Xi Jinping haalt dit idee van stal om te betogen dat Washington ruimte moet maken voor Beijing. Terwijl de spanningen tussen de Verenigde Staten en China oplopen, is het geloof dat de wezenlijke oorzaak een dreigende ‘machtsovergang’ is – de vervanging van de ene hegemoon door de andere – inmiddels gemeengoed geworden. 

    Het enige probleem met deze welbekende formule is dat hij niet klopt.

    De Valstrik van Thucydides legt niet echt uit wat de Peloponnesische Oorlog heeft veroorzaakt. Hij gaat voorbij aan de dynamiek die revisionistische mogendheden – of het nu gaat om Duitsland in 1914 of Japan in 1941 – er vaak toe heeft gebracht zich in enkele van de meest verwoestende conflicten uit de geschiedenis te storten. En hij verklaart niet waarom een oorlog een zeer reële mogelijkheid is in de huidige relatie tussen de VS en China, aangezien hij een fundamenteel verkeerde inschatting maakt van de plek waarop China zich momenteel op zijn ontwikkelingscurve bevindt: het punt waarop zijn relatieve macht op een hoogtepunt is en weldra zal beginnen te tanen.

    Periodes van snelle groei overbelasten de ambities van een land

    Er is inderdaad een dodelijke valstrik waar de Verenigde Staten en China in kunnen lopen. Maar die is niet het resultaat van een machtsovergang, zoals het cliché van Thucydides wil. Deze kan het best worden omschreven als een ‘valstrik van een mogendheid op zijn hoogtepunt’. En als we de geschiedenis mogen geloven, is de reden dat hij kan dichtklappen het op handen zijnde verval van China, en niet van de VS.

    Er bestaat een complete literatuur, bekend als de ‘machtsovergangstheorie’, die ervan uitgaat dat een oorlog tussen grote mogendheden vrijwel altijd plaatsvindt op het kruispunt van de opkomst van de ene hegemoon en het verval van de andere. Deze theorie onderschrijft de Valstrik van Thucydides en er zit inderdaad een kern van waarheid in. De opkomst van nieuwe mogendheden werkt steevast destabiliserend. In de aanloop naar de Peloponnesische Oorlog in de vijfde eeuw v.Chr. zou Athene niet zo’n bedreiging voor Sparta hebben geleken als het niet een onmetelijk rijk had opgebouwd en geen superzeemacht was geworden. Washington en Beijing zouden niet in zo’n rivaliteit verwikkeld zijn als China nog arm en zwak was. Opkomende mogendheden breiden hun invloed uit op manieren die bedreigend zijn voor heersende mogendheden.

    Maar de logica die tot oorlog leidt, met name de logica die revisionistische mogendheden ertoe brengt het bestaande systeem op te schudden en wild om zich heen te slaan, is complexer. Een land waarvan de relatieve rijkdom en macht toenemen, zal ongetwijfeld assertiever en ambitieuzer worden. Het zal zijn invloed en prestige wereldwijd willen vergroten. Maar ook al neemt zijn positie gestaag in kracht toe, het zal een dodelijke confrontatie met de heersende hegemoon moeten uitstellen totdat het nog sterker is geworden. Zo’n land moet zich aan de stelregel houden die de voormalige Chinese leider Deng Xiaoping formuleerde voor een opkomend China na de Koude Oorlog: het moet verbergen waartoe het in staat is en rustig zijn tijd afwachten.

    Ander scenario

    Laten we ons nu eens een ander scenario voorstellen. Een ontevreden staat heeft zijn macht en zijn geopolitieke horizon uitgebreid. Maar dan heeft het land zijn hoogtepunt bereikt, misschien doordat de economie vertraagt, misschien doordat zijn eigen assertiviteit een coalitie van vastbesloten rivalen uitlokt, of misschien doordat dit tegelijkertijd gebeurt. De toekomst begint er behoorlijk onheilspellend uit te zien; een gevoel van onbegrensde mogelijkheden maakt plaats voor een gevoel van dreigend gevaar. Onder zulke omstandigheden kan een revisionistische mogendheid op een onverschrokken, zelfs agressieve manier proberen te pakken wat er te pakken valt, voordat het te laat is. De gevaarlijkste baan die een mogendheid in de mondiale politiek kan beschrijven is een langdurige stijging, gevolgd door het vooruitzicht van een scherpe val.

    Zoals we laten zien in ons binnenkort te verschijnen boek Danger Zone: The Coming Conflict with China, voltrekt dit scenario zich vaker dan misschien wordt gedacht. Zo heeft historicus Donald Kagan aangetoond dat Athene zich in de jaren voorafgaand aan de Peloponnesische Oorlog oorlogszuchtiger gedroeg omdat het ongunstige verschuivingen in het machtsevenwicht op zee vreesde, met andere woorden: omdat het bezig was invloed te verliezen ten opzichte van Sparta. In recentere gevallen zien we hetzelfde gebeuren.

    Gedurende de afgelopen honderdvijftig jaar zijn mogendheden op hun hoogtepunt – grote mogendheden die spectaculair veel sneller zijn gegroeid dan het wereldgemiddelde en daarna een ernstige, langdurige vertraging hebben opgelopen – in de regel niet kalmpjes weggekwijnd. Ze werden eerder overmoedig en agressief. Ze onderdrukten afwijkende meningen in eigen land en probeerden aan economische stootkracht te winnen door exclusieve invloedssferen in het buitenland te creëren. Ze stopten geld in hun leger en gebruikten geweld om hun invloed uit te breiden. Dit gedrag veroorzaakt over het algemeen spanningen tussen grote mogendheden. In sommige gevallen leidde het tot rampzalige oorlogen.

    Grote verwachtingen

    Verbazingwekkend is dit niet. Periodes van snelle groei overbelasten de ambities van een land, wekken grote verwachtingen bij de bevolking en maken de rivalen nerveus. Gedurende een langdurige economische bloeiperiode neemt de winst van bedrijven toe en gaan burgers op grote voet leven. Het land wordt een grotere speler op het wereldtoneel. Dan slaat stagnatie toe. Vertragende groei maakt het moeilijker voor leiders om het publiek tevreden te houden. Tekortschietende economische prestaties verzwakken het land ten opzichte van zijn rivalen. Uit vrees voor sociale beroering drukken leiders afwijkende meningen de kop in. Ze voeren wanhopige manoeuvres uit om zich geopolitieke vijanden van het lijf te houden. Expansie lijkt een oplossing, een manier om economische hulpmiddelen en markten te veroveren, om van nationalisme een kruk voor een kreupel regime te maken en buitenlandse bedreigingen af te slaan.

    Veel landen hebben dit pad gevolgd. Toen in de Verenigde Staten de langdurige economische bloei na de Burgeroorlog ten einde liep, onderdrukte Washington met veel geweld stakingen en onrust in eigen land, bouwde een krachtige zeevloot op en breidde in de jaren negentig van de negentiende eeuw op een oorlogszuchtige manier zijn rijk uit. Nadat het snel opkomende keizerlijke Rusland aan het begin van de twintigste eeuw ineen was gestort, onderdrukte de tsaristische regering eveneens binnenlandse onlusten, versterkte haar leger, probeerde koloniale inkomsten te verwerven in Oost-Azië en stuurde een bezettingsmacht van zo’n 170.000 manschappen naar Mantsjoerije. Met spectaculaire gevolgen: Japan liet het niet over zijn kant gaan en versloeg Rusland in de eerste oorlog tussen grote mogendheden in de twintigste eeuw.

    Een eeuw later werd Rusland onder soortgelijke omstandigheden agressief. Toen hij na de financiële crisis van 2008 met een ernstige economische vertraging werd geconfronteerd, viel de Russische president Vladimir Poetin twee buurlanden binnen, probeerde een nieuw Euraziatisch economisch blok te creëren, maakte aanspraak op het grondstofrijke Noordpoolgebied en liet Rusland verder op een dictatuur afkoersen. Zelfs het democratische Frankrijk probeerde wanhopig groter te worden toen zijn naoorlogse economische expansie aan het eind van de jaren zeventig tot stilstand kwam. Het probeerde zijn vroegere invloedssfeer in Afrika weer op te bouwen, stuurde veertienduizend manschappen naar de voormalige koloniën en pleegde in de twee decennia die volgden een tiental militaire interventies.

    Xi heeft zichzelf tot ‘voorzitter van alles’ benoemd

    Al deze gevallen waren gecompliceerd, maar het patroon is duidelijk. Als een snelle opkomst landen in staat stelt zich overmoedig te gedragen, vormt de angst voor verval een sterk motief om nog naarstiger en onbezonnener naar expansie te streven. Hetzelfde gebeurt vaak wanneer snel opkomende mogendheden hun eigen expansie dwarsbomen door het uitlokken van een vijandige coalitie. Enkele van de gruwelijkste oorlogen uit de geschiedenis zijn dan ook uitgebroken toen revisionistische mogendheden concludeerden dat hun pad naar glorie op het punt stond geblokkeerd te worden.

    De rivaliteit tussen Duitsland en Groot-Brittannië aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw wordt vaak vergeleken met de huidige competitie tussen de VS en China: in beide gevallen bedreigde een autocratische uitdager een liberale hegemoon. Maar een meer ontnuchterende parallel is deze: er brak een oorlog uit toen een in het nauw gedreven Duitsland begreep dat het zijn rivalen niet de baas kon zonder te vechten.

    Na de eenwording in 1871 beleefde Duitsland decennialang een grote bloei. De fabrieken spuugden ijzer en staal uit en maakten een eind aan de Britse economische koppositie. Berlijn bouwde het beste leger van Europa en slagschepen die de Britse suprematie op zee bedreigden. In de eerste jaren van de twintigste eeuw was Duitsland een Europese zwaargewicht die een enorme invloedssfeer, een Mitteleuropa, op het continent nastreefde. Ook voerde het onder de toenmalige Kaiser Wilhelm II een ‘wereldbeleid’ dat gericht was op het verwerven van koloniën en mondiale macht.

    Maar in het voorstadium van de oorlog hadden de Kaiser en zijn gevolg er weinig vertrouwen in. Het onbezonnen gedrag van Duitsland zorgde ervoor dat het door vijandige mogendheden werd omringd. Londen, Parijs en Sint-Petersburg vormden een ‘Triple Entente’ om de Duitse expansie een halt toe te roepen. Duitsland verloor in economisch opzicht terrein aan het snel groeiende Rusland; Londen en Parijs legden het land economisch aan banden door zijn toegang tot olie en ijzererts te blokkeren. De belangrijkste bondgenoot van Berlijn, Oostenrijk-Hongarije, werd verscheurd door etnische spanningen. Thuis verkeerde het Duitse autocratische politieke systeem in grote problemen.

    Het onheilspellendst was dat het militaire evenwicht verschoof. Frankrijk breidde zijn leger uit; Rusland versterkte zijn strijdkrachten met 470.000 manschappen en bekortte de benodigde tijd om zich te mobiliseren voor een oorlog. Groot-Brittannië kondigde aan dat het twee slagschepen zou bouwen voor elk slagschip dat door Berlijn werd gebouwd. Duitsland was voorlopig nog de grootste militaire macht van Europa. Maar tegen 1916 en 1917 zou het hopeloos overtroefd worden. Het resultaat was een nu-of-nooitmentaliteit: Duitsland moet ‘de vijand verslaan nu we nog kans op een overwinning maken’, verklaarde chef-staf Helmuth von Moltke, ook al betekende dat ‘het uitlokken van een oorlog in de nabije toekomst’.

    De totale Chinese staatsschuld is tussen 2008 en 2018 verachtvoudigd

    Dat laatste gebeurde toen Servische nationalisten in juni 1914 de Oostenrijkse kroonprins vermoordden. De regering van de Kaiser drong er bij Oostenrijk-Hongarije op aan Servië te vermorzelen, ook al betekende dat een oorlog tussen Rusland en Frankrijk. Daarna viel Duitsland het neutrale België binnen, een essentieel onderdeel van zijn Schieffenplan voor een oorlog op twee fronten, ondanks de kans dat Engeland zou ingrijpen. ‘Deze oorlog zal op een wereldoorlog uitlopen waarin Engeland zal interveniëren,’ erkende Moltke. De opkomst had Duitsland de kracht gegeven om te gokken op een grote rol op het wereldtoneel; het op handen zijnde verval leidde tot de beslissingen die de wereld in een oorlog stortten.

    Het keizerlijke Japan volgde een soortgelijk traject. Gedurende een halve eeuw na de Meiji-restauratie in 1868 was het land gestaag in opkomst. Door het opbouwen van een moderne economie en een nietsontziend leger had Tokio twee grote oorlogen weten te winnen en koloniale privileges verworven in China en op Taiwan en het Koreaanse Schiereiland. Toch was Japan geen hyperoorlogszuchtig roofdier: gedurende de jaren twintig van de vorige eeuw werkte het samen met de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en andere landen aan een coöperatief veiligheidsnetwerk in Azië-Pacific.

    Maar in dat decennium ging er van alles mis. De jaarlijkse groei daalde van 6,1 procent in de periode 1904-1919 naar 1,8 procent in de jaren twintig; daarna verloor Japan zijn overzeese markten als gevolg van de Grote Depressie. De werkloosheid rees de pan uit en failliete boeren verkochten hun dochters. In China werd de Japanse invloed onderwijl op de proef gesteld door de Sovjet-Unie en een opkomende nationalistische beweging onder de toenmalige Chinese leider Tsjang Kai-Sjek. Het antwoord van Tokio was fascisme in eigen land en agressie tegenover het buitenland.

    Vanaf het eind van de jaren twintig pleegde het leger een coup in slowmotion en wendde de nationale tegoeden aan voor een ‘totale oorlog’. Japan bouwde een reusachtig leger op en creëerde met veel geweld een onmetelijke invloedssfeer door in 1931 Mantsjoerije te bezetten en in 1937 China binnen te vallen; ook waren er plannen om overal in Azië-Pacific grondstofrijke koloniën en strategische eilanden te veroveren. Het doel was de stichting van een autarkisch rijk, maar het liep uit op een strategische strop om de nek van Tokio.

    De Japanse invasie in China leidde tot een afstraffingsoorlog met de Sovjet-Unie. De Japanse plannen in Zuidoost-Azië alarmeerden Groot-Brittannië. Door het Japanse streven naar regionale overheersing werden ook de Verenigde Staten een vijand, het land waaruit Tokio bijna al zijn olie importeerde en dat over een onmetelijk veel grotere economie beschikte. Tokio had een overweldigende coalitie van vijanden tegen zich in het harnas gejaagd. En toen zette het land alles op het spel in plaats van vernedering en verval te accepteren.

    Wat de zaak opnieuw in een stroomversnelling bracht, was een drastisch keren van de kansen. In 1941 waren de Verenigde Staten bezig met de opbouw van een onverslaanbaar militair apparaat. In juli vaardigde de toenmalige Amerikaanse president Franklin Roosevelt een olie-embargo uit dat de Japanse expansie een abrupt halt dreigde toe te roepen. Maar Japan had voorlopig nog de militaire overhand in de Stille Oceaan, dankzij zijn vroege herbewapening. Het greep dat voordeel aan voor een bliksemaanval, waarbij Nederlands-Indië, de Filipijnen en andere bezittingen van Singapore tot Wake-eiland werden buitgemaakt en de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour werd gebombardeerd, en tekende daarmee zijn eigen doodvonnis.

    De Japanse kansen op een overwinning waren somber, erkende de toenmalige Japanse generaal Hideki Tojo, maar er was geen andere mogelijkheid ‘dan met de ogen dicht te springen’. Het revisionistische Japan werd op zijn gewelddadigst toen het zag dat zijn tijd opraakte.

    Dat is de echte valstrik waarover de Verenigde Staten zich momenteel zorgen moeten maken in het geval van China, de valstrik waarbij een opkomende supermacht zijn hoogtepunt bereikt en dan de pijnlijke gevolgen van een neergang weigert te dragen.

    De opkomst van China is geen hersenschim: decennialange groei heeft Beijing de economische spierkracht verschaft om te streven naar mondiale macht. Grote investeringen in essentiële technologie en communicatie-infrastructuur hebben het land een sterke positie bezorgd in de strijd om geo-economische invloed; China gebruikt een multicontinentaal Belt and Road Initiative, een Nieuwe Zijderoute, om andere staten in zijn kielzog te trekken. Het alarmerendst, zo tonen rapporten van denktanks en het Amerikaanse ministerie van Defensie, is dat China nu een reële kans maakt om een oorlog tegen de Verenigde Staten in het westelijk deel van de Stille Ocean te winnen.

    Het wekt dan ook geen verbazing dat China ook de ambities van een supermacht heeft ontwikkeld: Xi heeft min of meer aangekondigd dat Beijing zijn soevereiniteit wil laten gelden over Taiwan, de Zuid-Chinese Zee en andere omstreden gebieden, om zo de meest vooraanstaande grootmacht van Azië te worden en met de Verenigde Staten te wedijveren om het wereldleiderschap. Maar al zijn de geopolitieke kansen voor China reëel, de toekomst van het land begint er behoorlijk grimmig uit te zien, doordat het land in hoog tempo de voordelen verliest die de snelle groei mogelijk hebben gemaakt.

    Van rond 1970 tot 2000 was China vrijwel zelfvoorzienend qua voedsel, water en energiebronnen. Het genoot het grootste demografische dividend uit de geschiedenis, met tien volwassenen in de werkzame leeftijd voor elke inwoner van 65 en ouder. (De meeste grote economieën tellen gemiddeld vijf volwassenen in de werkzame leeftijd voor elke bejaarde.) China had een veilige geopolitieke omgeving en gemakkelijke toegang tot buitenlandse markten en technologie, mede dankzij een vriendschappelijke relatie met de Verenigde Staten. De Chinese regering maakte handig gebruik van deze voordelen om een proces van economische hervormingen en openstelling door te voeren en tevens het verstikkende totalitarisme van de Chinese leider Mao Zedong om te smeden tot een slimmere – zij het nog altijd uiterst repressieve – vorm van autoritarisme onder zijn opvolgers. Van de jaren zeventig tot begin jaren tien van deze eeuw had China precies de juiste mengeling van eigenschappen, omgeving, mensen en beleid die nodig was om te gedijen.

    Maar sinds 2010 zijn de aanjagers van de Chinese opkomst ofwel tot stilstand gekomen ofwel volledig omgedraaid. Zo begint China door zijn hulpbronnen heen te raken: water is schaars geworden en het land importeert meer energie en voedsel dan enige andere natie, nadat het zijn eigen natuurlijke hulpbronnen heeft verwoest. Economische groei wordt daarom kostbaarder: volgens gegevens van de DBS Bank kost het momenteel driemaal zoveel input om één groeieenheid te produceren als aan het begin van deze eeuw.

    Ook stevent China af op een demografische afgrond: in de periode 2020-2050 zal het land tweehonderd miljoen volwassenen in de werkzame leeftijd verliezen – een ontstellend aantal, evenveel als de hele bevolking van Nigeria – en er tweehonderd miljoen bejaarden bij krijgen. De fiscale en economische gevolgen zullen rampzalig zijn: alleen al om te voorkomen dat miljoenen senioren zullen sterven door verarming en verwaarlozing zullen de sociale en medische kosten van China moeten verdriedubbelen, van 10 procent van het bnp nu tot 30 procent in 2050.

    Ideologische kern

    Daar komt nog eens bij dat China afstapt van het beleid dat snelle groei bevorderde. Onder Xi is Beijing weer afgegleden naar het totalitarisme. Xi heeft zichzelf tot ‘voorzitter van alles’ benoemd, korte metten gemaakt met iedere schijn van collectief bestuur en steun aan het ‘gedachtegoed van Xi Jinping’ tot de ideologische kern van een steeds rigider wordend regime verheven. Ook heeft hij een meedogenloze centralisering van de macht doorgevoerd ten koste van economische bloei.

    Zombieachtige staatsbedrijven schieten als paddestoelen uit de grond, terwijl particuliere bedrijven snakken naar kapitaal. Objectieve economische analyse wordt vervangen door overheidspropaganda. Innovatie wordt steeds moeilijker, in een klimaat waarin men zich op het belachelijke af aan de ideologie moet conformeren. Ondertussen heeft Xi’s genadeloze anticorruptiecampagne het ondernemerschap ontmoedigd en heeft een stortvloed van politiek gemotiveerde regelgeving vooraanstaande Chinese techbedrijven meer dan een miljard dollar aan beurswaarde gekost. Xi heeft het proces van economische liberalisering dat China’s ontwikkeling aanjoeg niet alleen maar tot stilstand gebracht: hij heeft het volledig in zijn achteruit gezet.

    De economische schade van deze tendensen begint zich op te hopen en komt boven op de vertraging die toch al gepaard zou zijn gegaan met het volwassen worden van een snelgroeiende economie. De Chinese economie kachelt al ruim een decennium achteruit: het officiële groeitempo van het land is gezakt van 14 procent in 2007 naar 6 procent in 2019, en volgens nauwgezette studies ligt het werkelijke groeitempo momenteel eerder op 2 procent. Erger is nog dat het grootste deel van die groei afkomstig is van stimulerende overheidsuitgaven. Volgens gegevens van onderzoeksgroep The Conference Board is de totale factor productiviteit tussen 2008 en 2019 jaarlijks met gemiddeld 1,3 procent gedaald, wat betekent dat China elk jaar meer uitgeeft om minder te produceren. Dit heeft op zijn beurt tot een enorme schuld geleid: de totale Chinese staatsschuld is tussen 2008 en 2018 verachtvoudigd en bedroeg voor de coronacrisis meer dan 300 procent van het bnp. Ieder land dat schulden heeft opgestapeld of productiviteit heeft verloren in een tempo dat het huidige Chinese tempo benadert, is vervolgens met ten minste één ‘verloren decennium’ geconfronteerd geweest of met een economische groei van vrijwel nul.

    Bovendien gebeurt dit alles op een moment dat China’s externe omgeving steeds vijandiger wordt. De combinatie van covid-19, een voortdurende schending van de mensenrechten en een agressief beleid hebben ervoor gezorgd dat de reputatie van China het diepste punt heeft bereikt sinds het bloedbad op het Tiananmenplein in 1989. Landen die zich zorgen maken over de Chinese concurrentie hebben sinds 2008 duizenden nieuwe handelsbarrières opgeworpen tegen Chinese goederen. Meer dan tien landen hebben zich teruggetrokken uit Xi’s Nieuwe Zijderoute, terwijl de VS een wereldwijde campagne voeren tegen belangrijke Chinese techbedrijven, met name Huawei, en rijke democratieën op tal van continenten barrières opwerpen tegen de digitale invloed van Beijing. De wereld maakt het China minder gemakkelijk om te groeien en Xi’s regime ziet zich in toenemende mate geconfronteerd met het soort strategische omsingeling dat Duitse en Japanse leiders ooit tot wanhoop dreef.

    Een goed voorbeeld hiervan is het beleid van de VS. De afgelopen vijf jaar hebben twee Amerikaanse presidenten een ‘concurrentiebeleid’ tegen China gevoerd, wat neerkomt op een nieuwe inperking van de Chinese expansie. De Amerikaanse defensiestrategie richt zich nu geheel en al op het onderdrukken van de Chinese agressie in de westelijke Stille Oceaan; Washington probeert met een scala van technologische en handelssancties de invloed en de kansen op een economische koppositie van Beijing in te perken. ‘Als het grote Amerika je eenmaal als zijn “vijand” ziet, heb je een groot probleem,’ waarschuwde een hoge officier van het Volksbevrijdingsleger. Inderdaad zijn de Verenigde Staten ook begonnen meer wereldwijd verzet tegen China te organiseren, een campagne die vruchten begint af te werpen naarmate meer landen op de dreiging van Beijing reageren.

    In maritiem Azië neemt het verzet tegen de Chinese macht toe. Taiwan voert zijn defensie-uitgaven op en maakt plannen om zich tot een ‘strategisch stekelvarken’ te ontwikkelen in de westelijke Stille Oceaan. Japan getroost zich zijn grootste militaire investeringen sinds de Koude Oorlog en heeft toegezegd de VS te zullen steunen als China Taiwan aanvalt. De landen rond de Zuid-Chinese Zee, met name Vietnam en Indonesië, versterken hun lucht-, zee- en landmacht om het Chinese expansiestreven tegen te gaan.

    Ook andere landen bieden weerstand aan de assertiviteit van Beijing. Australië breidt zijn bases in het noorden uit voor Amerikaanse schepen en gevechtsvliegtuigen, en bouwt conventionele langeafstandsraketten en kernonderzeeërs. India concentreert een grote legermacht aan zijn grens met China en stuurt oorlogsschepen door de Zuid-Chinese Zee. De Europese Unie heeft Beijing als ‘systemische rivaal’ bestempeld en de drie grootste mogendheden van Europa – Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk – hebben smaldelen naar de Zuid-Chinese Zee en de Indische Oceaan gestuurd. Er wordt een veelheid aan multilaterale anti-China-initiatieven ontplooid, zoals de Quadrilateral Security Dialogue en het AUKUS-bondgenootschap van Washington, Londen en Canberra. De ‘multilaterale clubstrategie’ van de VS, zo erkende de oorlogszuchtige en goed geïnformeerde Chinese geleerde Yan Xuetong afgelopen juli, ‘isoleert China en schaadt de ontwikkeling van het land’.

    De samenwerking tegen China vertoont ongetwijfeld nog lacunes. Maar de algehele trend is duidelijk: een scala van actoren bundelt langzamerhand de krachten om de macht van Beijing in te perken. China is, met andere woorden, geen land dat eeuwig in opkomst zal zijn. Het is een sterke, ongelooflijk ambitieuze en in grote problemen verkerende mogendheid waarvan de kansen spoedig zullen keren.

    ‘Digitaal autoritarisme’

    In sommige opzichten is dit alles welkom nieuws voor Washington: een China waarvan de economie vertraagt en dat wereldwijd op steeds meer verzet stuit, zal uitzonderlijk veel moeite hebben om de VS als wereldleider van de troon te stoten, zolang die Verenigde Staten tenminste verenigd blijven en hun kansen niet verspelen. Maar aan de andere kant is het nieuws verontrustender. De geschiedenis waarschuwt dat een China dat over zijn hoogtepunt heen raakt het komende decennium onverschrokkener en zelfs onbesuisder te werk zal gaan om lang begeerde strategische prijzen binnen te slepen voordat zijn kans verkeken is.

    Wat zou dat kunnen betekenen? Afgaande op wat China momenteel doet, krijgen we een aardig idee.

    Nu al verdubbelt Beijing zijn pogingen om een eenentwintigste-eeuwse economische invloedssfeer te creëren, door een dominante rol te spelen op het gebied van belangrijke technologieën zoals kunstmatige intelligentie, quantumcomputing en 5G-telecommunicatie en de daaruit voortvloeiende voorsprong te benutten om staten aan zijn wil te onderwerpen. Ook zal het proberen een ‘digitaal autoritarisme’ te vervolmaken dat in eigen land een onzekere Chinese Communistische Partij in het zadel kan houden en dat de diplomatieke positie van Beijing kan versterken door dat model naar autocratische bondgenoten wereldwijd te exporteren.

    Militair gesproken kan de Communistische Partij nietsontziender te werk gaan bij het veiligstellen van lange, kwetsbare aanvoerlijnen en het beschermen van infrastructurele projecten in Centraal- en Zuidwest-Azië, Afrika en andere regio’s, een rol die sommige haviken in het Volksbevrijdingsleger nu al dolgraag op zich willen nemen. Ook kan China zich assertiever gaan opstellen tegenover Japan, de Filipijnen en andere landen die zijn aanspraken op de Zuid- en Oost-Chinese Zee dwarsbomen.

    Het meest verontrustend is dat China het komende decennium in de verleiding kan komen de kwestie-Taiwan naar zijn hand te zetten, voordat Washington en Taipei hun strijdkrachten voldoende hebben versterkt. Het Volksbevrijdingsleger voert zijn militaire oefeningen in de Straat van Taiwan nu al op. Xi heeft herhaaldelijk verklaard dat Beijing niet eeuwig kan wachten tot zijn ‘afvallige provincie’ in de schoot van de familie terugkeert. Als het militaire evenwicht tegen het eind van de jaren twintig tijdelijk nog verder ten gunste van China verschuift en het Pentagon gedwongen zal zijn verouderde schepen en vliegtuigen terug te trekken, krijgt China misschien een uitgelezen kans om Taiwan te veroveren en Washington een vernederende nederlaag toe te brengen.

    Voor de duidelijkheid: China zal vermoedelijk geen doldrieste veldtocht in heel Azië ondernemen zoals Japan dat deed in de jaren dertig en de vroege jaren veertig van de vorige eeuw. Wel zal het grotere risico’s nemen en grotere spanningen accepteren in zijn expansiedrift. Welkom in het geopolitieke tijdperk van een China op zijn hoogtepunt: een land dat nu al in staat is de gevestigde orde op een gewelddadige manier uit te dagen en waarschijnlijk sneller en harder tekeer zal gaan als het er niet langer op vertrouwt dat het de tijd aan zijn kant heeft.

    De Verenigde Staten zullen dan niet één maar twee taken hebben bij hun benadering van China in het huidige decennium. Ze zullen zich moeten blijven mobiliseren voor een langdurige concurrentie en zullen tegelijkertijd snel te werk moeten gaan om agressie van Beijing op de korte termijn af te wenden. Met andere woorden, veiligheidsriemen vast. De Verenigde Staten hebben zichzelf opgepord om een opkomend China het hoofd te bieden. Nu staan ze op het punt te ontdekken dat een China in verval nog gevaarlijker kan zijn.

  • CCP wil nieuwe generatie Chinezen vormen

    CCP wil nieuwe generatie Chinezen vormen

    De Chinese Communistische Partij, die dit jaar haar honderdste verjaardag viert, laat er steeds minder misverstand over bestaan dat ze zich met het privéleven van Chinese burgers wil bemoeien. Sinds kort zijn het spelen van videogames en het verheerlijken van popcultuursterren nog maar beperkt toegestaan.

    Onder president Xi Jinping heeft de Chinese Communistische Partij de controle over de economie weer op een agressieve manier in handen genomen en enkele van de grootste particuliere bedrijven aangepakt om de naar haar mening buitensporige kapitalistische excessen van een vorig tijdperk terug te draaien.

    Nu laat de partij, die dit jaar haar honderdste verjaardag viert, er steeds minder misverstand over bestaan dat ze zich met het privéleven van Chinese burgers wil bemoeien in een mate die al decennia lang niet is vertoond.

    Begin september maakten partijprominenten bekend dat de hoeveelheid tijd die Chinese jongeren aan onlinegames mogen besteden sterk zal worden bekort. Eerder al waren iconen uit de popcultuur in de ban gedaan en naschoolse bijlessen drastisch beperkt. Al met al staan deze maatregelen voor een verandering in het sociale contract dat dateert van Xi’s twee directe voorgangers en dat inhield dat de partij de persoonlijke vrijheid uitbreidde in ruil voor erkenning van het politieke monopolie van de partij. De partij zegt een actievere rol te willen spelen in de vorming van de nieuwe generatie Chinezen.

    Op maandag 30 augustus noemde staatspersbureau Xinhua de nieuwe regels voor onlinegames een poging om ‘de fysieke en geestelijke gezondheid van minderjarigen te beschermen’, nadat staatsmedia videogames een week eerder ‘opium voor de geest’ hadden genoemd.

    Chinese toezichthouders kondigden aan dat het voor minderjarigen (jongeren onder de achttien) voortaan van maandag tot donderdag verboden zou zijn om online videogames te spelen en dat ze op de andere drie avonden van de week plus de wettelijke feestdagen hooguit een uur lang mochten gamen.

    Internetsmerigheid

    Ook hebben leiders van de Communistische Partij andere door hen als schadelijk beschouwde invloeden op het leven van jongeren aangepakt. Daartoe behoren bijlessen met winstoogmerk die de druk op schoolprestaties verhogen en de industrie van de popcultuur die volgens Beijing heeft geleid tot een ongezonde verheerlijking van beroemdheden die door de staatsmedia als verwijfde mannelijke sterren worden bestempeld.

    Op maandag 30 augustus publiceerde Xinhua een vraaggesprek waarin de redenering achter de nieuwe regels voor videogames uit de doeken werd gedaan. De taal daarvan deed denken aan het idee van ‘een nieuwe Sovjetburger’ dat in de twintigste eeuw in zwang was in Rusland.

    ‘De jeugd vertegenwoordigt de toekomst van het vaderland,’ stond er in het vraaggesprek, waaraan werd toegevoegd dat het garanderen van de gezondheid van Chinese jongeren ‘cruciaal is voor het kweken van een nieuwe generatie mannen die de natie zal verjongen’.

    De recente regeringsfocus op kinderen wordt volgens de partij ingegeven door de vrees dat zij overspoeld raken door een giftige cultuur die verderfelijk is voor hun geestelijke ontwikkeling, hen isoleert van de samenleving en jongens aantast in hun mannelijkheid.

    Het verbod betekent een zware klap voor de entertainmentindustrie

    Xi stipte de nieuwe trend al aan tijdens het jaarlijkse Volkscongres afgelopen maart, toen hij afgevaardigden waarschuwde voor de verslaving aan onlinegames ‘en andere internetsmerigheid’ die een slechte invloed op Chinese jongeren kan hebben.

    De machtige toezichthouder op het internet, het cyberspacebestuur van China, gaf afgelopen juni de aftrap voor de campagne door plannen aan te kondigen voor het beperken van de verheerlijkingscultuur van beroemdheden op het internet. Op vrijdag 27 augustus werd ranking met naam en toenaam van beroemdheden op socialemediaplatforms verboden en alleen nog ranking van hun songs en films zonder vermelding van de makers toegestaan. Meer aandacht voor de uitvoeringen en minder voor de uitvoerders, aldus de richtlijnen.

    Om de rankings van hun favoriete sterren op het Twitterachtige platform Weibo of de short-videoapp Douyin te verhogen, waren groepen fans dikwijls verwikkeld in een koortsachtige competitie om de content over hun favoriete idolen te reposten, liken en becommentariëren. Volgens de autoriteiten leidde deze competitie dikwijls tot onlinetrollen en de excessieve aankoop van door beroemdheden gepromote consumptieartikelen.

    Het verbod betekent een zware klap voor de entertainmentindustrie, die een businessmodel heeft ontwikkeld dat voornamelijk is gebaseerd op het aantrekken van een zo groot mogelijke fanbase en het verhogen van het aantal volgers om de potentiële merkbekendheid te vergroten.

    Mannelijkheid

    De Chinese autoriteiten hebben hun pijlen ook gericht op de invloed van mannelijke beroemdheden met een genderneutrale uitstraling, met als argument dat zij de mannelijkheid van jonge Chinese mannen ondermijnen. Zo publiceerde de staatskrant Guangming Daily onlangs een commentaar waarin de vloer werd aangeveegd met de toenemende ‘niangpao’ oftewel verwijfde popcultuur. ‘De nieuwe tijd heeft behoefte aan een gezonde esthetiek,’ schreef de commentator, verwijzend naar de periode onder het leiderschap van Xi. Een gezonde sociale cultuur is cruciaal ‘in de kritische periode waarin adolescenten hun waardesysteem vormen’.

    Rond diezelfde tijd kondigde in Beijing een groep beroemdheden en officiële vertegenwoordigers van de Chinese filmindustrie een initiatief aan om zich te distantiëren van de ‘verwijfde’ cultuur en alleen nog ‘hoogstaand werk te produceren waarin moed, moraliteit en warmte een hoofdrol spelen’.

    De recente maatregelen zijn onderdeel van ‘een veelomvattend sociaal veranderingsproject’

    De aanvallen op beroemdheden die onvoldoende macho zouden zijn volgden na een notitie van het Chinese ministerie van Onderwijs vorig jaar, waarin werd gewaarschuwd dat jonge Chinese mannen te ‘vrouwelijk’ waren geworden en scholen werden aangemoedigd om sporten als voetbal te promoten en zodoende de ‘mannelijkheid van de scholieren te cultiveren’.

    Pogingen om het leven van de Chinese jeugd vorm te geven beperken zich niet tot entertainment. Afgelopen juli legde de Chinese overheid strenge beperkingen op aan de lucratieve commerciële onderwijsindustrie die een explosieve groei had doorgemaakt als reactie op de wens van ouders om hun kinderen een kontje te geven op de ultracompetitieve scholen van het land. De beperkingen waren bedoeld om gelijke kansen te creëren voor minder rijke gezinnen die zich geen naschoolse en weekendbijlessen konden permitteren, maar ook om veelzijdiger kinderen te kweken of, zoals president Xi het uitdrukte, ‘socialistische bouwers en opvolgers die volledig geschoold zijn in moraliteit, kennis, sport, kunst en arbeid’.

    Veranderingsproject

    In het vraaggesprek van Xinhua over de beperkingen op videogames werd een oproep aan het publiek gedaan om ‘minderjarigen tot meer lichaamsbeweging te stimuleren en actiever te laten deelnemen aan het gemeenschapsleven en een veelheid aan kleurrijke, gezonde en weldadige recreatieve activiteiten’.

    De recente maatregelen zijn onderdeel van ‘een veelomvattend sociaal veranderingsproject’ dat inspeelt ‘op de publieke behoefte aan morele sturing’, zegt Zhan Jiang, gepensioneerd hoogleraar journalistiek aan de Universiteit voor Buitenlandse Studies in Beijing. ‘Zulke initiatieven zullen het publiek aanspreken,’ zegt hij.

    Het is onwaarschijnlijk dat er veel verzet zal komen van de kant van de bedrijven die het meest van de eerdere status quo hebben geprofiteerd. Zo verklaarde onlangs het team dat de leiding heeft over Honor of Kings, een rollenspel voor smartphones dat eigendom is van Tencent Holding Ltd., niet alleen dat het de nieuwe beperkingen zou invoeren maar ook dat het spelers tijdelijk niet langer offline toegang tot het spel zou geven.

    William Ding, bestuursvoorzitter van het internet- en gamebedrijf NetEase Inc., verklaarde tijdens een telefonisch kwartaaloverleg dat de nieuwe regelingen van positieve invloed zullen zijn op de gezondheid en studie van kinderen en voorspelde dat ze weinig financiële gevolgen zullen hebben omdat nog geen procent van de inkomsten van het bedrijf afkomstig is van gamers onder de achttien. ‘Wij zullen dit besluit van harte steunen en strikt uitvoeren,’ zei Ding. ‘Ook hopen we dat de hele industrie dit besluit actief ten uitvoer zal brengen, zodat de Chinese minderjarigen in een gezondere omgeving kunnen opgroeien.’

  • Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    China: ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.

    Lees ook:


    Maersk bestelt groenere schepen

    Het Deense Maersk, de grootste rederij ter wereld, investeert 1 miljard Britse pond, circa 1,17 miljard euro, in CO2-neutrale containerschepen. Het bedrijf bestelt acht containerschepen die kunnen varen op groene methanol en op traditionele bunkerbrandstof, bericht The Guardian. Volgens Maersk, dat onder meer goederen verscheept voor H&M Group en Unilever, leidt de vervanging van oudere door fossiele brandstoffen aangedreven schepen, tot een vermindering van zeker 1 miljoen ton CO2 per jaar.

    ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’

    De bestelling van de schepen bij Hyundai Heavy Industries in Zuid-Korea, is vooralsnog de grootste stap om de scheepvaartindustrie, die verantwoordelijk is voor bijna 3 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, CO2-arm te maken. De scheepvaart reageerde relatief traag op oproepen om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen, deels omdat schonere alternatieven schaars en duurder zijn. ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’, aldus Søren Skou, CEO van Maersk. De acht schepen, elk met een capaciteit van 16.000 containers, worden naar verwachting aan het begin van 2024 opgeleverd.

    Lees ook:

    10 miljard yuan voor Chinese boeren

    Pinduoduo, het grootste technologieplatform in China dat boeren en distributeurs rechtstreeks met consumenten verbindt, kondigde vorige week aan 10 miljard yuan, circa 1,3 miljard euro, te doneren aan de landbouwsector. Direct daarna steeg de beurskoers met 22 procent. De donatie komt overeen met instructies van president Xi Jinping om sociale ongelijkheid aan te pakken, schrijft Le Courrier International.

  • De relatie VS-China verandert. ‘Een beetje respect graag als u met Chinezen spreekt’

    De relatie VS-China verandert. ‘Een beetje respect graag als u met Chinezen spreekt’

    Wie had gedacht dat de betrekkingen tussen de VS en China met het aantreden van president Biden in rustiger vaarwater terecht zouden komen, kwam bedrogen uit. De VS spreken zich duidelijk uit over de toenemende Chinese agressie. Maar China laat zich niet langer aan de kant zetten.

    Bij de eerste besprekingen tussen beide landen in Anchorage in Alaska op 18 maart was het meteen raak. Voor het oog van de wereld lazen de hoogste Chinese diplomaat Yang Jiechi en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Blinken elkaar heel beleefd maar bijzonder duidelijk de les. 

    Meestal is dit soort bijeenkomsten, in elk geval het deel waarbij de pers aanwezig is, erg saai. Zo niet in Anchorage. Wat er gezegd werd was niet nieuw, maar de toon waarop des te meer. Blinken sprak onder meer meer zijn zorgen uit over de mensenrechtensituatie in Xinjiang en Hongkong en China’s militaire intimidatie van Taiwan.

    De Chinese reactie kwam erop neer dat de VS zelf in eigen land de mensenrechten met voeten traden, dat Xinjiang, Hongkong en Taiwan interne aangelegenheden waren waar de VS niets mee te maken had en dat China met respect en op voet van gelijkheid behandeld wenste te worden. 

    Lees ook:

    Spel voor de bühne

    Natuurlijk was dit ook een spel voor de eigen bühne. De VS-delegatie wilde vooral niet te ‘soft’ overkomen bij het thuisfront, terwijl China deze eerste besprekingen na de machtswisseling in de VS aangreep voor een ‘reset’ van de relatie voor het oog van de natie. Na het diplomatieke vuurwerk ging het overleg achter gesloten deuren verder, en alle partijen leken best tevreden met het resultaat.

    Dat er na lange tijd überhaupt weer strategisch overleg had plaatsgevonden was volgens het staatsblad China Daily al een belangrijke stap voorwaarts, en ook volgens de Amerikaanse delegatie had de bijeenkomst aan de – niet al te hooggespannen – verwachtingen voldaan, zo schrijft The New York Times

    Feit blijft dat de machtsverhoudingen zijn veranderd, daar zijn alle analisten, van Oost tot West, het wel over eens. De Chinese Volksrepubliek heeft zich tientallen jaren de mindere geweten van de VS, zowel in economisch als in militair opzicht.

    President Xi Jinping: ‘Het Oosten komt op, en het Westen gaat onder’ 

    Het land is omringd door bondgenoten van de VS, die sinds de Tweede Wereldoorlog een enorme militaire presentie hebben in de regio. In Japan en Zuid-Korea zijn tienduizenden Amerikaanse troepen gelegerd, en de VS leveren wapens aan Taiwan, dat door China als een afvallige provincie wordt beschouwd, zodat het eiland zich het ‘Chinese moederland’ van het lijf kan houden.

    Maar inmiddels is China na de VS de grootste economie van de wereld, streeft het de VS voorbij op het gebied van technologie en infrastructuur, en heeft het zijn militaire apparaat versterkt en gemoderniseerd. En dat terwijl de VS, zeker in de jaren onder Trump, enorm aan prestige en invloed hebben ingeboet. Om met president Xi Jinping te spreken: ‘Het Oosten komt op, en het Westen gaat onder.’ 

    PhotoCollage 20210322 161417782

    In die wetenschap stelt China zich nu veel assertiever en zelfs agressiever op, niet alleen in Hongkong en tegenover Taiwan, maar ook in conflicten met Japan, India, Vietnam, Australië, Maleisië en de Filipijnen. China ontkent dat het van plan is de wereld te veroveren of een militair conflict uit te lokken, maar de machtsverhoudingen zijn veranderd, en de VS moeten zich dat volgens een commentator in de in Hongkong gevestigde South China Morning Post eindelijk eens realiseren. Chinese diplomaten hebben zich al jarenlang geërgerd aan de bemoeizucht en arrogantie van de VS. In Anchorage hebben ze laten zien dit niet niet langer te pikken.  

    Die houding vond weerklank bij miljoenen Chinese internetgebruikers. Dat bleek wel toen de grootste staatskrant Renmin Ribao (Volksdagblad) een afbeelding verspreidde die meteen een hype werd op sociale media, aldus het Singaporese onlinemagazine ThinkChina. Het gaat om twee foto’s: de bovenste toont de voor China vernederende onderhandelingen met de VS en andere westerse mogendheden na de Boxeropstand in 1901, die tevens het einde inluidden van het Keizerrijk.

    De foto daaronder is van de besprekingen in Alaska, met als toelichting een citaat van Yang Jiechi, die de delegatie in Anchorage leidde: ‘Een beetje respect graag als u met Chinezen spreekt.’ Dat er precies hondedrtwintig jaar zit tussen beide gebeurtenissen versterkt de symboliek: na twee volle cycli van zestig jaar is China in dit Jaar van de Os weer als herboren opgestaan, zo wordt gesuggereerd. 

    ‘Patriottische’ producten

    Een dag na de besprekingen kwam er ook een stortvloed aan knalrode, ‘patriottische’ producten op de markt, van T-shirts en paraplu’s tot telefoonhoesjes en bierflesjes, met citaten als: ‘Wij Chinezen pikken dit niet’, ‘Amerika is niet in een positie om neer te kijken op China’ en ‘Geen inmenging in Chinese interne aangelegenheden!’ De artikelen vonden volgens South China Morning Post gretig aftrek.

    ‘Geen woorden maar daden, ik heb meteen besteld. Ik wil al die dingetjes wel, T-shirts, tassen en telefoonhoesjes, alles’, schreef een klant op de site van de webwinkel Taobao. En iemand anders: ‘Wat een snelle actie van jullie! Keigoed, zo enthousiast en vaderlandslievend!’

    Dit is natuurlijk precies de reactie die de Chinese autoriteiten graag zien, en waar ze met een efficiënt propaganda-apparaat en strenge censuur van het internet graag voeding aan geven. Vaak wordt het startsein voor een dergelijke politiek gekleurde internethype gegeven door de staatsmedia of door andere aan de partij of overheid gerelateerde instellingen. 

    Dat was bijvoorbeeld ook zo rond 24 maart toen er een storm van kritiek losbarstte op westerse bedrijven die weigeren katoen af te nemen uit Xinjiang, omdat deze volgens mensenrechtenorganisaties met behulp van Oeigoerse dwangarbeid wordt geproduceerd.

    Op Weibo, het Chinese Twitter, werd de hashtag #我支持新疆棉花#, ‘Ik ondersteun katoen uit Xinjiang’ van de staatskrant Renmin Ribao in een paar dagen zes miljard keer bekeken, zo schrijft What’s on Weibo, en werden de gewraakte westerse ketens vervolgens radicaal geboycot. De directe aanleiding waren de petities aangenomen in een aantal parlementen, waaronder het Nederlandse. Hierin wordt gesteld dat China zich in Xinjiang schuldig maakt aan genocide – iets wat China ten stelligste ontkent.

    ‘Stop met het exporteren van democratie, straks heb je zelf niks meer’ 

    Met die mensenrechten is volgens China in de VS ook van alles mis. Op 24 maart bracht de Chinese Staatsraad haar jaarlijkse rapport uit over de schendingen van de mensenrechten in de VS, net als in andere jaren een paar dagen voordat het Amerikaanse rapport over de mensenrechten in China het licht zag, zo schrijft South China Morning Post.

    Het China Global Television Network maakt de belangrijkste bevindingen ook voor buitenlanders inzichtelijk met een comicstrip. De regering onder Trump vormt daarbij een uitstekend doelwit: de humanitaire ramp als gevolg van het falende coronabeleid en de gebrekkige gezondheidszorg; racisme en politiegeweld; de ondermijning van het multilaterale systeem waar de VS altijd van hebben gezegd de hoeder te zijn; het meten met twee maten inzake democratie – de bestorming van het Capitool werd als terrorisme veroordeeld en bestreden, terwijl de aanval op de overheidsgebouwen in Hongkong door de VS werd toegejuicht als ware democratische passie. De strip eindigt met het advies: ‘Stop met het exporteren van democratie, straks heb je zelf niks meer.’ 

    Kortom, in de communicatie tussen de VS en China zijn de jij-bakken niet van de lucht. De laatste weken zijn de spanningen verder toegenomen, met sancties over en weer, opzichtige internationale coalitievorming aan beide kanten, en toegenomen militaire activiteit in de Zuid-Chinese Zee en vooral in de Straat van Taiwan. Volgens The New York Times is de situatie rond Taiwan zo gespannen dat het wel eens tot een militair treffen zou kunnen komen tussen de VS en China, ook al is niemand daarop uit.  

    Orde op zaken

    Op 29 maart presenteerde president Biden zijn buitenlandbeleid. Hij benadrukte daarbij dat de VS er alles aan zullen doen om de democratie te laten zegevieren over autocratische regimes als dat van China en Rusland, zo schrijft The New York Times. Daarvoor moeten de VS ook de hand in eigen boezem steken.

    In dat verband citeert ThinkChina Jake Sullivan, de nieuwe nationale veiligheidsadviseur, die erkende dat de VS eerst zelf orde op moet zaken stellen. ‘Dan pas kan Amerika zijn positie versterken en de Chinese uitdaging het hoofd bieden. En pas dan kan het Amerikaanse democratische model zijn superioriteit bewijzen en “blijven stralen”.’

    President Biden voegde een paar dagen later de daad bij het woord met zijn opzienbarende voorstel voor de verbetering van de Amerikaanse infrastructuur, werkgelegenheid en sociale voorzieningen. Dit plan ter waarde van maar liefst 2,3 biljoen dollar is volgens hem cruciaal om de ideologische strijd met China te winnen.

    ‘Ze rekenen erop dat de Amerikaanse democratie te traag, te beperkt en te zeer verdeeld is om China bij te kunnen houden’, aldus Biden volgens South China Morning Post. ‘En dat mogen we niet laten gebeuren.’

    Niet alle analisten in de regio zijn blij met deze Amerikaanse retoriek. Een commentator in The Japan Times noemt zo’n zwart-wit onderscheid tussen de ‘alliantie van democratieën’ enerzijds en de ‘autocratieën’ anderzijds niet alleen gevaarlijk maar ook incorrect: de wereld is complexer, en de meeste landen willen of kunnen niet kiezen tussen beide grootmachten.

    Het is van groot belang dat China en de VS met elkaar blijven praten, hoe weinig er ook uitkomt, concludeert ook ThinkChina. Dat is altijd beter dan een nieuwe Koude Oorlog, of erger nog, een echte. Dan zijn de gevolgen niet te overzien.  

  • In de cel vanwege een tweet

    In de cel vanwege een tweet

    President Xi Jinping is een nieuwe campagne gestart tegen onlinekritiek van Chinese burgers. Vooral Twitteraars worden opgepakt, bedreigd en zelfs gevangengezet. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken.’

    Sjanghai. Eén man zat vijftien dagen in de cel. De familie van een ander werd door de politie bedreigd. Een derde zat acht uur vastgeketend in de verhoorkamer. Hun misdaad: iets op Twitter zetten. In 
een fikse aanscherping van de Chinese internetcensuur wordt een groeiend aantal twitteraars door de politie opgepakt voor verhoor. Ook al is Twitter in China geblokkeerd en voor de overgrote meerderheid van de internetters daar dus onzichtbaar. Deze harde politieaanpak is de nieuwste uiting van Xi Jinpings campagne tegen ongewenste internetactiviteiten. De autoriteiten verstevigen hun greep op het onlineleven van de Chinese burgers, ook als de berichten die zij posten in het land zelf nauwelijks te zien zijn. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken,’ zegt mensenrechtenactivist Wang 
Aizhong, die zegt dat de politie hem opdroeg berichten met kritiek op de Chinese overheid te verwijderen.

    Als de regering de activisten er niet 
toe kan bewegen zelf de tweets te verwijderen, wordt het wel door anderen gedaan. Zo weigerde Wang zijn tweets te wissen, maar toen hij vorige maand een boek zat te lezen, meldde zijn 
telefoon ineens dat hij berichten binnenkreeg met backupcodes voor zijn Twitter-account. Een uur later waren drieduizend van zijn tweets gewist, zegt hij. Hij ziet er de hand in van aan de overheid gelieerde hackers, al valt dat niet te verifiëren. Een woordvoerder van Twitter wilde geen commentaar geven op de nieuwe overheidscampagne.

    China oefent natuurlijk al sinds jaar en dag strenge controle uit op wat zijn burgers mogen zien en zeggen, ook online. Maar uit dit nieuwe offensief blijkt dat de regering wereldwijd toezicht op sociale media wil houden. Tekstberichten op het in China eveneens geblokkeerde WhatsApp beginnen nu gebruikt te worden als bewijsmateriaal in rechtszaken. Steeds vaker eist de Chinese overheid dat Google en Facebook bepaalde inhoud offline halen, ook al zijn de sites van beide bedrijven op het Chinese internet niet te vinden. Toen de verbannen Chinese miljardair Guo Wengui op internet hooggeplaatste Chinese politici begon te beschuldigen van corruptie, werden zijn accounts op Facebook en Twitter tijdelijk afgesloten. Volgens de bedrijven gebeurde dit naar aanleiding van klachten van gebruikers en omdat hij persoonlijke informatie over anderen had verspreid.

    Debat

    Ondanks het Chinese verbod op Twitter speelt het platform een belangrijke rol in het politieke en maatschappelijke debat van het land. Een kleine maar actieve gemeenschap van internetters gebruikt speciale software om de overheidsrestricties te omzeilen en Twitter toch te kunnen bereiken. Op basis van een enquête onder 1627 
Chinese internetters schat Daniela Stockmann, hoogleraar aan de Berlijnse Hertie School of Governance, dat slechts 0,4 procent van de Chinese internetters gebruikmaakt van Twitter, oftewel zo’n 3,2 miljoen mensen.

    En Twitter mag voor normale burgers dan verboden zijn, officiële media zoals de partijkrant People’s Daily en persbureau Xinhua maken er wel gebruik van om de beeldvorming over China in het buitenland te beïnvloeden. ‘Aan de ene kant benutten de staatsmedia alle mogelijkheden van die platforms om miljoenen mensen te bereiken,’ zegt Sarah Cook, Oost-Azië-analist van Freedom House, een Amerikaanse onderzoeksgroep die ijvert voor de democratie in de wereld. ‘En aan de andere kant riskeren gewone Chinezen arrestatie en een gevangenisstraf als 
ze diezelfde platforms gebruiken om met elkaar en de buitenwereld te 
communiceren.’

    Het zakelijke netwerk LinkedIn, een van de weinige Amerikaanse sociale media die in China zijn toegestaan, schikt zich al lang naar de censor. Zo sloot het vorige maand korte tijd de account af van Peter Humphrey, een Britse bedrijfsrechercheur die ooit in China in de cel heeft gezeten, en deze maand die van Zhou Fengsuo, een mensenrechtenactivist. De mails waarin ze dit van LinkedIn te horen kregen, leken sterk op de mail die gebruikers krijgen als berichten worden verwijderd op grond van de Chinese censuurwetgeving. ‘Wat we 
de laatste weken zien, is een drastische verscherping van de censuur op sociale media door de autoriteiten,’ zegt Humphrey. ‘Ik vind het verbluffend dat LinkedIn aan dat achterbakse muilkorven van burgers meewerkt en probeert te voorkomen dat hun berichten in China gelezen kunnen worden.’ Beide accounts zijn inmiddels weer hersteld en LinkedIn heeft een verklaring uitgestuurd waarin het bedrijf excuses aanbiedt en zegt dat de accounts per ongeluk waren afgesloten. ‘Ons Trust and Safety Team buigt zich over de interne processen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen,’ stelde de 
verklaring.

    Met Twitter richten de Chinese autoriteiten zich nu op een vitaal medium voor Chinese activisten. Uit gesprekken met negen door de politie verhoorde twitteraars en een vier uur durende geluidsopname van één zo’n verhoor komt een bepaald patroon naar voren: de politie legt de gebruikers een print met tweets voor en spoort ze aan die specifieke berichten of zelfs hun hele account te deleten. Dat betreft vaak berichten met kritiek op de Chinese overheid of op president Xi. De opgepakte twitteraars zeggen door de politie bedreigd of zelfs vastgeketend te zijn. Huang Chengcheng, een activist met meer dan achtduizend volgers op Twitter, zegt dat hij tijdens zijn verhoor in Chongqing acht uur lang met handen en voeten aan zijn stoel geketend zat. Na afloop heeft hij een schriftelijke toezegging getekend dat hij niet meer zal twitteren.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest

    De nieuwe aanpak is een initiatief van het machtige ministerie van Openbare Veiligheid, dat toeziet op justitie en de politieke veiligheid. Volgens diverse twitteraars werd in de verhoren expliciet verwezen naar de internetpolitie, de tak van het ministerie die het internetverkeer controleert. Die internetpolitie, die dit soort lokale acties omschrijft als ‘acties in het veld’, staat sinds afgelopen zomer onder leiding van een hardliner die bekend is geworden met zijn harde aanpak van telecomfraude in de zuidoostelijke kuststad Xiamen. Het ministerie en de Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, hebben niet op onze gefaxte vragen gereageerd.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest. Een twitteraar met een klein aantal volgers die online over milieuvervuiling had geklaagd, kreeg na een verhoor van vier uur een dringend advies van een politieagent. Deze twitteraar, die uit angst voor represailles niet bij naam genoemd wil worden, had een opname van het verhoor gemaakt, die hij ons liet horen.

    ‘Verwijder al je tweets en sluit je account af,’ zei de agent. ‘Alles op internet kan worden gevolgd, zelfs ongepaste opmerkingen in WeChat-groepen.’ WeChat is een populaire Chinese berichtendienst. ‘Ik geef je dit welgemeende advies,’ zei de agent. ‘Als 
dit nog een keer gebeurt, zullen de gevolgen ernstiger zijn. Dan krijgen je ouders er ook mee te maken. Je bent nog zo jong. Als je later trouwt en 
kinderen krijgt, houden die er ook 
last van.’

    Deze harde aanpak zet een domper op het Chinese debat op Twitter, zegt Yaqiu Wang van Human Rights Watch, die in november over het offensief berichtte. Maar nog niet alle gebruikers laten zich het zwijgen opleggen. ‘Veel activisten willen vrijheid van meningsuiting,’ zegt Wang. ‘Ook al worden ze lastiggevallen en geïntimideerd, ze blijven dapper tweeten. Als daad van verzet tegen censuur en onderdrukking.’

    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images
    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images

    Het zijn niet alleen de twitteraars met de meeste volgers die voor verhoor worden opgepakt. Pan Xidian, een 47-jarige werknemer van een bouwbedrijf in Xiamen, heeft er zo’n vierduizend. Hij tweette een strip van de dissidente cartoonist Rebel Pepper met kritiek op het mensenrechtenbeleid. 
In november werd hij door de politie twintig uur lang verhoord. Na enkele tweets te hebben verwijderd mocht hij naar huis en dacht hij dat de kous af was. Maar kort daarna werd hij op zijn werk bezocht door agenten die hem in een auto smeten. Ze vroegen hem een document te ondertekenen waarin hij bekende dat hij de maatschappelijke orde had verstoord. Dat deed hij. Toen toonden ze hem een ander document op basis waarvan hij werd aangehouden. Hij heeft twee weken in een cel gezeten met tien anderen, waar ze 
propagandafilmpjes te zien kregen.

    
‘In deze tijd zijn we wel bang, maar ik kan mezelf niet bedwingen,’ zei een huilende Pan na zijn vrijlating over de telefoon. ‘We leven in onderdrukking.’ En hij voegde eraan toe: ‘We zijn net lammetjes. De een na de ander wordt opgepakt. We kunnen ons niet verweren.’

    De handhavingscampagne is buitengemeen breed en hard. Bij het censureren van binnenlandse sociale media namen de autoriteiten in het verleden vooral prominente gebruikers op de korrel. Slechts sporadisch werden gewone burgers opgepakt en ondervraagd. Bij het huidige offensief lijken de inspanningen van lokale en nationale opsporingsinstanties ook goed 
op elkaar afgestemd, zegt Xiao Qiang, hoogleraar aan de University of California. ‘Zo’n landelijke actie, waarbij zo veel mensen echt worden opgepakt, dat hebben we nog nooit gezien,’ zegt hij.

    Auteur: Paul Mozur

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 570.000

    Verreweg de grootste en meest gezaghebbende krant van Amerika, met 1300 journalisten, 13 buitenlandredacties en reeds 125 Pulitzer-prijzen op zijn naam. Opgericht in 1851 en sinds 1896 in handen van de familie Ochs Sulzberger. De krant 
is links van het midden georiënteerd.

  • Studeren in Xinjiang:  ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

    Studeren in Xinjiang: ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

    Een Chinese student Oeigoers, lang woonachtig in Xinjiang, is naar het buitenland gevlucht omdat hij niet meer kon leven met de permanente controle in deze autonome regio. In deze reportage schrijft hij over de manier waarop alles, maar dan ook alles in de gaten wordt gehouden.

    ‘Het Xinjiang zoals ik het gekend heb als student lijkt in niets meer op het Xinjiang van vandaag. Voordat ik voor mijn studie naar de provincie trok, had ik wel gehoord dat de sfeer er gespannen was, en ik zag er wel een beetje tegen op om me er te vestigen. Maar toen ik arriveerde, werd me eigenlijk geen strobreed in de weg gelegd. Tot 
in 2016 [na een reeks aanslagen die de autoriteiten als terroristisch hebben bestempeld], toen de situatie plotseling erg veranderde, vooral omdat er allerlei controles werden ingevoerd.

    Op het instituut waar ik studeerde, werden de veiligheidsregels buitenproportioneel aangescherpt. Je kon onmogelijk het gebouw, de collegezalen of 
de slaapzalen binnen zonder een pasje met een magneetstrip, en alle avonden werden onze kamers geïnspecteerd. Voor de Han-Chinezen [een meerderheidsgroep in China] liep het nog wel los. Als je je pas vergeten was, kon je altijd aan een medestudent of kamergenoot vragen een foto van je pas of je studentenkaart te maken en die dan door te sturen. Maar onze Oeigoerse medestudenten konden dat wel vergeten.

    In Ürümqi, de hoofdstad van de regio Xinjiang, werden de veiligheidsmaatregelen ook strenger, met overal wachthokjes – soms zat er amper honderd meter tussen. In de straten die uitkomen op de grote markt Erdaoqiao, sloten politieagenten de weg af om je smartphone te controleren, of je nou Han-Chinees was of iemand die tot een etnische minderheid behoorde. Er werden ook veiligheidscontroles ingevoerd in de winkelcentra – om nog maar te zwijgen van de luchthavens 
en de treinstations. In winkelstraten stond op elk kruispunt en voor elke grote winkel een mitrailleur opgesteld. En dan heb ik het nog niet eens over de oproerpolitie die, met de vinger aan 
de trekker, overal in de stad op wacht stond. Ik heb nog nooit zo veel mitrailleurs en tanks gezien als in Xinjiang.

    Alleen 3G

    Bovendien was er geen 4G in Xinjiang. Er is alleen 3G, zodat de internetsnelheid veel te wensen overliet. Al die dingen, die ingrijpende gevolgen hadden voor mijn dagelijkse bestaan, vond ik erg hinderlijk, maar je moest ermee leren leven. Veel van mijn vrienden uit Xinjiang hadden zin om hun provincie te verlaten. Oeigoerse studenten kunnen Xinjiang momenteel op zich vrij gemakkelijk verlaten, maar het is voor hen erg ingewikkeld om naar het buitenland te gaan.

    Er bestaat op landelijk niveau een ‘selectieprogramma voor talenten afkomstig uit nationale minderheden’. Voor de geselecteerden geldt bij het toelatingsexamen een veel lagere onvoldoende dan voor Han-Chinezen. Dit programma schrijft trouwens ook voor dat de gediplomeerden, als ze zijn afgestudeerd, naar hun provincie van herkomst terugkeren. Op die manier kunnen talenten uiteraard niet naar het buitenland vertrekken.

    Voor Oeigoeren is het bepaald niet eenvoudig om zich buiten hun provincie te begeven. En zelfs op nationaal grondgebied gaat dat niet zonder complicaties.

    Bij een van mijn vriendinnen, een jong Hui-meisje [een etnische minderheid die hoofdzakelijk in het noordwesten van China voorkomt en in meerderheid bestaat uit moslims] dat voor een concert naar Sjanghai was gegaan, deed de politie om twee uur ’s nachts een inval in het hotel waar ze verbleef. De agenten wilden haar kamer inspecteren, alleen omdat ze een identiteitskaart had uit Xinjiang! Ze vertelde me dat ze op de rand van haar bed in huilen was uitgebarsten. Als het de Hui al zo vergaat, kunt u zich indenken hoe de Oeigoeren worden behandeld [na meerdere aanslagen, medio jaren 2000, hebben de autoriteiten hen als islamisten gebrandmerkt]. Oeigoerse belangengroepen protesteren tegen het keiharde beleid van gedwongen culturele assimilatie.

    Zelfs als studenten van etnische minderheden uit andere regio’s van Xinjiang in Ürümqi een appartement moeten huren, levert dat heel ingewikkelde situaties op. De verhuurder kan regelmatig telefoontjes van de politie krijgen om allerlei dingen te controleren. Uiteindelijk hebben deze studenten waarschijnlijk geen andere keuze dan terug te gaan naar waar ze vandaan komen. Een tijdje geleden heb ik in een dorp lesgegeven als vrijwilliger. Een van de onderwijzers van de lagere school was een Oeigoer, die was afgestudeerd aan een grote Chinese universiteit maar, ongetwijfeld omdat hij tot een etnische minderheid behoorde, geen andere keus had gehad dan les 
te geven in dit kleine dorp.

    Hoewel ze diep van binnen Xinjiang willen verlaten, wil de meerderheid van de studenten van een etnische minderheid met wie ik omging, zich 
de problemen die je moet overwinnen om dat te bereiken liever niet op de hals halen. De afgestudeerden van ons instituut vinden probleemloos werk in Xinjiang en ze krijgen een goed salaris.

    Als ze het instituut verlaten kunnen ze een salaris ontvangen van meer dan 5000 yuan [620 euro] in een van de vier prefecturen in het zuiden van de provincie (Kaxgar, Hotan, Aksu en de autonome Kirgizische prefectuur Kizilsu). Afgestudeerden die gerekruteerd worden door de diensten van de prefectuur van de autonome regio, belast met openbare veiligheid, kunnen meer dan 10.000 yuan verdienen [1240 euro] als aanvangssalaris. Van zo’n salaris kun je heel goed leven.

    Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images
    Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images

    Voor mij waren de politieke lessen die we iedere week gedwongen moesten volgen een ramp. In mijn hele leven heb ik me nog nooit zo intensief beziggehouden met politiek. Vanaf het eerste studiejaar moesten we die lessen volgen, alle studenten moesten er één keer in de week een middag aan meedoen. Afgezien van de laatste toespraken van de partijleiders, gingen die lessen ook altijd over de actualiteit van iedere provincie, van ieder ministerie en van iedere commissie, en over artikelen die in de officiële media waren verschenen. Ze werden hardop voorgelezen door de docent, die op een podium zat.

    Als de lezing voorbij was moesten we nog ‘gedachtenverslagen’ schrijven van 1500 tot 2000 karakters [ca. 800 tot 1000 woorden in het Nederlands]. We moesten eerst opschrijven wat we onthouden hadden, en vervolgens nagaan of we zelf soms iets te maken hadden met de problemen die in de les aan de orde waren gesteld. Hadden we bijvoorbeeld audio- of videobestanden bewaard van terroristische aanslagen? Hadden we geen last van de neiging om te denken als een ‘persoon met twee gezichten’, namelijk dat je enerzijds wel de maatregelen van de partij steunde, maar anderzijds, stiekem, ook mensen met extremistische opvattingen? Het meeste wat we schreven ging over die ‘personen met twee gezichten’.

    En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

    En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

    Het kwam erop neer dat ze toegang hadden tot alles wat er op onze smartphones en onze laptops stond

    Omdat de studenten van onze studierichting na hun afstuderen terecht zouden komen in gevoelige sectoren, ondergingen ze een strenge politieke scholing. Maar volgens mij maakt dat van onze studierichting een rampgebied. Als je Oeigoers studeert, wordt niet getolereerd dat je manier van denken ook maar enigszins afwijkt 
van de officiële lijn.

    Ik herinner me een docent die terugkwam uit het buitenland. Omdat zijn smartphone veel buitenlandse apps bevatte, hebben ze hem een hele maand afgesloten. En de inspectiediensten hebben zijn smartphone niet alleen gecontroleerd, maar ook zijn telefoonnummer gewijzigd. Toen pas kon hij er weer normaal gebruik van maken. Zelfs wetenschappelijke uitwisseling met het buitenland is verboden.

    Er bestaan wel degelijk heropvoedingskampen in Xinjiang. Toen ik in China was, wist ik niet dat in het buitenland zo veel ruchtbaarheid aan het bestaan ervan was gegeven. Gewoonlijk worden ze ‘opleidingskampen’ genoemd. Maar zelfs onder die naam blijft het daar een taboeonderwerp. In onze slaapzaal zat ook een partijlid, een opgewonden standje. Soms deden we de deuren van de slaapzaal dicht om ‘ons te beklagen’ over het feit dat we in ons dagelijks leven zo veel last ondervonden van de veiligheidsmaatregelen, of om het fluisterend te hebben over een docent die plotseling was verdwenen. Dan probeerde hij te verhinderen dat we daarmee doorgingen, kreeg een woedeaanval, en zei dat hij ons zou aangeven als we niet ophielden met die onzin.

    Verdwijningen

    Om eerlijk te zijn was ik als Han-Chinees niet bang om in een kamp te worden geïnterneerd. Ik was vooral bezorgd over de plotselinge verdwijningen van docenten. Een van hen 
was van de een op de andere dag verdwenen. Toen studenten kwamen vragen waar hij naartoe gegaan was, zeiden zijn collega’s dat ze die vraag niet moesten stellen. Ik heb me later laten vertellen dat hij naar een kamp gestuurd was omdat hij in het Midden-Oosten onroerend goed bezat. Als je naar een kamp wordt gestuurd, weet je zeker dat je politieke carrière definitief voorbij is en misschien zelfs dat je nooit meer zult mogen lesgeven. Ik heb me laten vertellen dat een Oeigoerse vader van een gezin geïnterneerd was omdat ze erachter waren gekomen dat hij geld had overgemaakt naar een rekening in het Midden-Oosten, waar zijn zoon studeerde.

    De situatie is niet alleen moeilijk voor Oeigoeren, maar ook voor Han-Chinezen. Alle studenten van onze studierichting, ongeacht hun etnische herkomst, moeten hun paspoort afgeven bij de administratie wanneer ze op het instituut beginnen. Als je later naar het buitenland wilt, moet je eerst een aanvraag indienen om je paspoort terug te krijgen. Ik herinner me een docent wiens zoon in het buitenland studeerde: hij kon hem niet bezoeken, en zijn zoon had niet de mogelijkheid om hem te komen bezoeken. Een echte nachtmerrie.

    Voor ik begon met de studie had ik wel gehoord over deze regel. Maar ik heb mijn paspoort gewoon nooit afgegeven bij de administratie. De eisen die de administratie stelde aan studenten die niet afkomstig waren uit Xinjiang waren minder streng. Voor een student uit Xinjiang was zoiets volstrekt onmogelijk geweest.

    Natuurlijk wist de administratie heel goed of je de provincie had verlaten en wanneer. Ik heb een vriend die, net als ik, in Xinjiang heeft gestudeerd. Vóór zijn studie was hij naar Khorgos, de dry port van de prefectuur Ili, gegaan [in de buurt van de grens met Kazachstan]. Daar is een enorme winkel met taxfreeartikelen. Als je een simpel pasje voor die dry port hebt, kun je naar die winkel. Zelfs van dat soort uitstapjes was het instituut op de hoogte. Natuurlijk hadden ze die informatie ontvangen van de staatsveiligheidsdiensten. Dus vroeg het instituut aan mijn vriend: ‘Wat had jij daar te zoeken?’

    Verdeeld

    Maar tijdens al mijn jaren in Xinjiang ben ik geen enkele extremist tegengekomen – of de mensen in kwestie hebben er niets over gezegd. Het is wel zo dat er erg vrome moslims zijn. Ik herinner me een jongen die heel graag lekker at, maar die tijdens de ramadan niet eens zijn eigen speeksel durfde door te slikken.

    Ik heb gezien hoe bang Oeigoeren waren voor etnische assimilatie. Normaal gesproken mogen ze niet trouwen met Han-Chinezen. Enkele jaren geleden had de beroemde Oeigoerse actrice Gulnuzar een relatie met acteur Hans Zang, een Han-Chinees, waarvoor ze door veel Oeigoeren scherp werd veroordeeld. In hun ogen gedroeg zij zich als een schaamteloze vrouw.

    De Oeigoerse samenleving is trouwens zeer verdeeld. Oeigoeren die hoger onderwijs hebben gehad zijn volgens mij wat opener. Enkele jaren geleden had ik een Oeigoerse docent Engels die ons klaarstoomde voor de IELTS-test. Zijn mondelinge beheersing was uitstekend. Deze man, die een goede opleiding had en een goede baan, vond veel Han-gewoonten en -gebruiken niet indruisen tegen zijn principes.

    149 china

    Ik heb privélessen gegeven bij mensen thuis. Als leerling had ik een jonge Oeigoerse. Haar moeder was ambtenaar. Eens per maand moest zij een week naar het zuiden van Xinjiang. Alle Oeigoerse kaderleden zijn daartoe verplicht. Ze moeten iedere maand naar Oeigoerse gezinnen in het zuiden van de provincie om hun [Chinese] karakters te leren lezen en hun een ambacht te leren.

    De goede vooruitzichten voor specialisten in de Oeigoerse taal was voor mij een van de belangrijkste redenen om me in deze taal te verdiepen. Met dit specialisme heb je een zeer goede uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Grote webondernemingen zoals Tencent [ontwikkelaar van WeChat] en NetEase [die een zeer populaire Chinese site exploiteert] werven studenten met dit profiel aan zodra ze zijn afgestudeerd. In China is Oeigoers, na Mandarijn, op WeChat de meest gebruikte taal om te communiceren.

    Op WeChat kun je nu een boodschap dicteren in Mandarijn, en wat je zegt wordt onmiddellijk getranscribeerd in karakters. Maar voor het Oeigoers werkt dat niet. De mensen die aangeworven worden door deze ondernemingen, worden voornamelijk aangenomen om het Oeigoers in lettergrepen op te delen, om de kwaliteit van de spraakherkenning te verbeteren. Maar alleen mensen die het Oeigoers niet als moedertaal hebben, mogen zich inschrijven voor het examen dat toegang verschaft tot de studierichting Oeigoers. Onze docenten zijn allemaal Oeigoeren, maar alle studenten hebben een andere etnische herkomst.

    Afgezien van de grote webondernemingen komen de meeste specialisten Oeigoers terecht bij de verschillende veiligheidsdiensten, zowel op nationaal als op provinciaal niveau. De mensen die hiervoor kiezen, worden belast met inspectie en controle, uiteraard van mensen van Oeigoerse herkomst. Veel nationale en provinciale openbare veiligheidsdiensten werven studenten van ons instituut aan.

    Juist omdat de functies die een groot aantal van ons geacht wordt uit te 
oefenen zo vertrouwelijk van aard zijn, wordt ons politieke denken zo gedrild. Bovendien verleent de autonome regio Xinjiang studenten die gespecialiseerd zijn in het Oeigoers belangrijke steun. Voor een master Oeigoers, waarvoor 
het collegegeld 5000 yuan [620 euro] bedraagt, krijgen we een studietoelage die twee keer zo hoog is.

    En dat is dan alleen nog maar de studiebeurs. Je kunt ook nog in aanmerking komen voor toelagen wegens verdiensten. De staat verleent ook talrijke subsidies aan ons instituut. Aan de ene kant wordt er een ultrastrenge controle uitgeoefend, aan de andere kant worden er royale subsidies verstrekt – om de pil te vergulden.

    Toezicht

    Vanaf dit jaar kunnen studenten Oeigoers nog ergens anders aan de slag. 
De staat heeft net een nieuwe beleidsmaatregel afgekondigd: een Han-Chinees moet toezicht houden op drie studenten die tot een etnische minderheid behoren. Zodat veel opleidingen mensen zullen moeten aannemen die gediplomeerd zijn in het Oeigoers om toezicht te houden op Oeigoerse studenten. De moeilijkste voorwaarde voor dit werk is dat je je politiek moet conformeren: je kunt alleen maar solliciteren als je lid bent van de partij.

    Nu heb ik er spijt van dat ik Oeigoers heb gekozen. Om eerlijk te zijn: ik heb een redelijk niveau en ik was er zeker van dat ik zou worden toegelaten tot de master. Toch heb ik de studie vaarwel gezegd, ik kon het gewoon niet meer opbrengen door te gaan. Ik had geen zin meer om in Xinjiang te blijven. Daarom ben ik naar het buitenland 
vertrokken.’

    Auteur: Jia Biming

    • Een ‘gedachtenverslag’ is een soort bekentenis waarin iemand, onder dwang of vrijwillig, aan zijn meerderen of in het openbaar zijn politieke gedachten en ideeën kenbaar maakt. Een praktijk die associaties oproept met de Culturele Revolutie (1966-1970).

    CONTEXT: 1.000.000

    China zou bijna een miljoen Oeigoeren naar geheime ‘heropvoedingskampen’ hebben gestuurd onder het mom van bestrijding van religieus extremisme, zo heeft de mensenrechtenadvocaat Gay McDougall gezegd tijdens een hoorzitting van de commissie tot bestrijding van rassendiscriminatie van de VN op 10 augustus in Genève.

    In de autonome Oeigoerse regio Xinjiang bestaat de bevolking voor 45 procent uit Oeigoeren. Volgens Rian Thum, hoogleraar geschiedenis aan de Loyola University van New Orleans, heeft China sinds 2016 680 miljoen yuan (86 miljoen euro) uitgegeven aan de bouw van detentiecentra, zo meldt The New York Times.

    Duanchuanmei 
(The Initium)
    China | nieuwssite | theinitium.com

    Onafhankelijke nieuwssite opgericht in augustus 2015 in Hong Kong, om te ontsnappen aan de Chinese censuur. Wil ‘Chinezen over de hele wereld’ informeren en richt zich hierbij met name op onderzoek en datajournalistiek. Er is ook een wekelijkse papieren versie.

  • De sterkemannenclub

    De sterkemannenclub

    Komt het doordat de VS zich steeds minder bemoeien met de binnenlandse politiek van andere landen dat er een nieuw soort leider opstaat? Of is het de ontevredenheid met de democratie waardoor de club van ‘sterke mannen’ er steeds meer leden bij krijgt?

    Keuze uit het archief

    Woensdag vond in de Chinese hoofdstad Beijing een grote militaire parade plaats onder toeziend oog van president Xi Jinping, die vergezeld werd door zesentwintig andere leiders, onder wie de dictators Vladimir Poetin en Kim Jong-un. Daarmee had de parade iets weg van een bijeenkomst van de ‘sterkemannenclub’, het wereldwijde netwerk van autocraten en dictators.
    Dit artikel van The Times uit 2018 legt uit wat deze sterke mannen gemeen hebben, bij welke omstandigheden ze gedijen en wat hun beproefde methode is om aan de macht te komen en te blijven. Het legt bloot hoe fragiel de democratie is en hoe makkelijk ze verwordt tot een politiek instrument.

    Het Saoedische arrestatieteam dat naar Istanboel kwam vliegen om een criticus van het regime de mond te snoeren, handelde op bevel van hogerhand. Of ze een directe order opvolgden van kroonprins Mohammed bin Salman, of van iemand aan het hof die bij hem in een goed blaadje wilde komen, weten we nog steeds niet.

    Onduidelijk is ook of het de bedoeling was om Jamal Khashoggi te vermoorden, bang te maken of mee naar huis te nemen. Wel zonneklaar is dit: algemeen geldende internationale normen worden overschreden, op een manier die we niet meer hebben gezien sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, de tijd van de grote, kleine en krankjorume dictators.

    Tegenwoordig kun je zomaar een ander land binnengaan, daar geweld gebruiken uit wraak op kritiek op je persoon, er ongestraft mee wegkomen en toch
respect eisen. De presidenten Xi, Poetin en Erdogan bepalen hun eigen regels en de rest van de wereld kan wat hen betreft doodvallen. Een stuk of tien andere autoritaire leiders kijkt vol bewondering naar de manier waarop zij tegen het Westen opstaan. Voor hen heeft dat onverholen gebruik van macht iets fascinerends,
in een tijd dat de Verenigde Staten en hun bondgenoten daar juist voor terugschrikken.

    Ongecontroleerde macht

    Mohammed bin Salman, ook wel MbS genoemd, is toegetreden tot de club van sterke mannen toen hij niet langer de schijn van prinselijke consensus ophield en openlijk verklaarde dat hij van plan was de hervormingen in Saoedi-Arabië meer vaart te geven. Zijn uitgangspunt was rationeel: het koninkrijk moest gemoderniseerd worden, een duidelijke nationale identiteit ontwikkelen die over meer gaat dan alleen olie, en zich opwerpen als de belangrijkste speler in de regio. Daarvoor, zo concludeerde hij, was het krachtige eenmansleiderschap nodig van een 33-jarige die deze transitie kon aansturen.

    Het resultaat: MbS vergaarde in rap tempo steeds meer ongecontroleerde macht, twijfel werd verboden. Maar wat gebeurt er wanneer persoonlijkheid en beleid samensmelten tot één? Wanneer elke roep om verandering die niet het persoonlijke stempel van de kroonprins draagt, wordt gezien als een subversieve daad? Wanneer critici beschouwd worden als verraders? Veronderstelde tegenstanders ‘verdwijnen’, na een klop op de deur van de Gestapo of Stalins NKVD, of na schaamteloze ontvoeringen in de Zuid-Amerikaanse dictaturen uit het tijdperk van Pinochet.

     © Getty Images, Hollandse Hoogte
    © Getty Images, Hollandse Hoogte

    Wanneer Bolsonaro’s beoogde vicepresident, een voormalige generaal, zegt dat het leger misschien nodig is om een eind aan de corruptie te maken, is het gemakkelijk te zien waar het naartoe kan gaan in Brazilië: naar het soort bestuur dat de leider van de Filipijnen, Rodrigo Duterte, de vergelijking met het Dirty Harry-personage van Clint Eastwood heeft opgeleverd. Duterte heeft zich duidelijk laten inspireren door de films over boze einzelgängers en losgeslagen politiemensen die in de jaren zeventig populair waren.

    Zij vormden het antwoord van Hollywood op de onrust van de jaren zestig en de frustratie bij die leden van de zwijgende meerderheid in Amerika en daarbuiten voor wie het een troost was om te zien hoe Charles Bronson de slappe bureaucraten opzijschoof en de orde op straat herstelde. Duterte laat zijn burgerwachten drugsdealers doodschieten en koketteert welbewust met zijn eigen betrokkenheid bij 
buitengerechtelijke moordpartijen.

    Dit zijn politici die voor sterke man spelen, die zich erop beroemen dat ze het volk beschermen tegen onrecht. Ze rekenen deels op de loyaliteit van de veiligheidsdiensten, maar ook op een veranderende bevolkingssamenstelling: steeds meer jonge kiezers die bereid zijn om simpele oplossingen voor zichtbare problemen uit te proberen.

    Zoals Harvard-professor Yascha Mounk, die veel heeft gepubliceerd over de liberale democratie, zegt: jonge mensen hebben geen directe ervaring met de nadelen van alternatieven voor democratie. ‘Ze kijken naar de werkelijkheid van nu en zien daarin dingen waarover ze terecht kwaad zijn, zoals de stagnatie van de welvaart. En dus zeggen ze: “Waarom zouden we niet iets nieuws proberen? Hoe slecht kan het worden?”’

    Dit zijn politici die voor sterke man spelen, die zich erop beroemen dat ze het volk beschermen

    Wanneer onwetende kiezers iemand aan de macht brengen die zich presenteert als sterke man, brengt dat het risico met zich mee dat die leider een manier vindt om de politiek te radicaliseren en zo langer aan de macht te blijven. Zulke leiders worden heel creatief in het ontdekken van nieuwe vijanden en weten hun eigen rol als beschermer van het volk steeds onmisbaarder te laten lijken. In 1972, minder dan 
een jaar voor de tweede ambtstermijn van president
Ferdinand Marcos zou aflopen, werd Manila opgeschrikt door raadselachtige bomaanslagen.

    De Filipijnse president legde de schuld bij communistische terroristen en kondigde de staat van beleg af. Op televisie zei hij tegen zijn burgers dat ‘een democratische regeringsvorm geen hulpeloze regeringsvorm is’. De grondwet, zei hij in een cynisch staaltje van verhullend taalgebruik, gaf hem het recht om haar met alle mogelijke middelen te beschermen. Vervolgens schortte hij die grondwet op en bleef veertien jaar lang aan de macht.

    Dit was niet zomaar een machiavellistisch trucje; het is al onderdeel van het vaste sterkemannenrepertoire sinds de tijd van Hitler, die de brand in de Rijksdag aangreep om zijn tanden te ontbloten en snel een nazidictatuur te vestigen. Sterke mannen zijn choreografen van dreiging, die nieuwe gevaren voor het voetlicht halen wanneer ze het publiek zien indutten.

    Volgens een boek van Alexander Litvinenko en Yuri Felshtinsky, Blowing Up Russia, werden er dodelijke bomaanslagen gepleegd in een Russisch flatgebouw, die vervolgens werden toegeschreven aan Tsjetsjenen, om zo Vladimir Poetin aan de macht te helpen als de roerganger van een tweede Tsjetsjeense oorlog. In 2006, vier jaar na de verschijning van het boek, werd Litvinenko door Russische geheim agenten vergiftigd met polonium.

    Antwoord op angst

    Sterke mannen verschijnen niet zomaar uit het niets. Ze presenteren zichzelf eerder als het antwoord, hoe onvolmaakt ook, op drie existentiële vragen: bij wie zijn onze diepste angsten veilig? Wie herstelt ons nationale vertrouwen in onzekere tijden? Wie maakt het voor ons mogelijk om ons niet langer zorgen te maken over de toekomst? Dit zijn emotionele behoeften die vaak worden geboren uit een vertraagde reactie op een trauma.

    In het geval van Poetin was het de Russische nationale tragedie die voortkwam uit de ineenstorting van de Sovjet-Unie, het gevoel dat het land werd uitgeleverd aan buitenlanders en criminelen, dat de Russen hun land werd afgenomen en dat jonge mensen gecorrumpeerd werden door het Westen.

    Wat hij hun biedt is een eigenaardig mengsel van contra-Verlichting, Russische orthodoxie en selectieve modernisering, bijeengehouden door een zichzelf verrijkende kliek ‘securocraten’ en grotendeels gezagsgetrouwe media. Is dat het regime van de sterke man, of is het gewoon een soort verlate therapie ter verwerking van de rouw om het verlies van de grootmachtstatus?

    Ze delen Orbáns minachting voor een ‘open samenleving’ waarin het nationale belang ondergesneeuwd raakt

    In China kwam Xi Jinping aan de macht omdat hij de angst verwoordde die het regime al sinds de Oost-Europese revoluties van 1989 en het bloedbad op het Tiananmenplein achtervolgde, namelijk dat het met het land dezelfde kant op kon gaan als met de Sovjet-Unie: een verkruimelende communistische partij, een versplinterd centraal gezag.

    ‘Ik weet niet waarom ze zo bang zijn voor een uiteenval à la de Sovjet-Unie’, zegt Chinakenner David Shambaugh, en hij wijst op de duidelijke verschillen tussen de kwakkelende Sovjeteconomie van de jaren tachtig en de dynamiek van het huidige China. Maar, benadrukt hij, Xi leidt nog steeds een Leninistische partij. ‘Zulke partijen bereiken allemaal het punt waarop de burgers grotere vrijheden en een betere kwaliteit van leven gaan eisen van een toenemend rigide en verkalkte
Leninistische bureaucratie die maar één ding kent: controle.’

    Xi de Poeh

    Xi voldoet aan twee criteria voor de sterke man. Ten eerste kan er niet openlijk aan zijn gezag getornd worden. Censoren verwijderen verwijzingen naar en delen uit boeken en films over Winnie de Poeh, om 
te voorkomen dat Xi’s waggelende, mollige verschijning vergeleken kan worden met die van het honing snoepende beertje. Zoals het er nu voor staat kan Xi wel tien jaar lang aan de macht blijven, misschien wel levenslang. Dat decennium is ook het tijdbestek voor de ‘één gordel, één weg’-initiatieven, voor de historische transformatie van China, voor het voorbijstreven van de Verenigde Staten.

    De oppositie moest dus gesmoord worden, onwelgevallige Nobelprijswinnaars moeten opgesloten en alles waarin klachten vanuit de middenklasse samenkomen met onrust rond fabrieken, zoals protestbewegingen tegen vervuiling, moet verpletterd worden. Wie bij Xi in ongenade valt, wordt uit zijn functie gezet – zoals het Chinese hoofd van Interpol, die onlangs ‘verdween’ – en vernederd.

    Maar Xi’s positie van sterke man zal alleen worden bevestigd als hij een stelsel van alternatieve normen en waarden kan ontwikkelen die samen het handvest van de onliberale democratie vormen. Beijing kijkt heel goed naar Viktor Orbán, de Hongaarse premier, die de wereldwijde consensus uitdaagde door die te bestempelen tot ‘het supranationale fetisjisme van Davos, de soevereiniteitscampagne van Brussel’. Xi, Poetin en Erdogan delen Orbáns minachting voor een ‘open samenleving’ waarin het nationale belang uiteindelijk ondergesneeuwd raakt.

    Buitengewone kans

    De morele ruimte die is ontstaan door de terugtrekking van de VS in de jaren van Obama en aan het begin van het presidentschap van Donald Trump, biedt hun een buitengewone kans. Rusland en Turkije, allebei gemarginaliseerd door de geschiedenis, zouden op een bepaald moment een politieke of defensieve as kunnen vormen, die is gegrondvest op het verwerpen van Europese waarden en het omarmen van Eurazië.

    Erdogan heeft nu al genoeg zelfvertrouwen om zijn NAVO-lidmaatschap opzij te schuiven en met Rusland en Iran te onderhandelen over de toekomst van Syrië. China, de opkomende supermacht, gaat de wereld rond om landen tot een keuze te dwingen: China of Amerika. De schepen van Duterte gaan nu op gezamenlijke oefening met China; Bolsonaro zal, net als veel andere landen in Latijns-Amerika, eerder naar Xi neigen dan naar Trump.

    De sterkemannenclub aarzelde om Trump uit te nodigen als erelid; met zijn onvoorspelbaarheid leek hij een factor te worden om rekening mee te houden. De harde macht van Amerika is enorm, de Amerikaanse hightechvoorsprong is nog steeds aanzienlijk, de intelligentie van de totale Amerikaanse zakenwereld is iets groter dan die van het Amerikaanse staatshoofd. Na twintig maanden van gepoch, van onderhandeling met ‘maximale druk’, zoals Trump bij Iran deed, gaat er van hem geen geloofwaardige dreiging meer uit.

    Zijn onvoorspelbaarheid is voorspelbaar geworden en ingecalculeerd. Hij heeft militaire macht ingezet – tegen een Syrische luchtmachtbasis, om Amerika’s afkeer van het gebruik van chemische wapens kracht bij te zetten – maar heeft eigenlijk liever militaire parades. Hij dreigt met een handelsoorlog, maar alleen als onderhandelingsinstrument. En, zoals de Congresverkiezingen lieten zien, zijn beleid wordt nog steeds ter beoordeling voorgelegd aan kiezers.

    Xi, Poetin en Erdogan mogen elkaar dan niet vertrouwen – zo gaat dat bij sterke mannen – maar in het tumultueuze eerste stadium van Trumps presidentschap hebben ze geleerd dat ze, als ze samenwerken, hun invloedsfeer kunnen uitbreiden ten koste van Amerika. Dat is hun geheime pact. De jaren dertig van de vorige eeuw eindigden deels zo verschrikkelijk omdat twee sterke mannen, Hitler en Stalin, overeenkwamen Europa op te delen, maar
ook omdat Amerika zijn belangstelling verloor voor wat zich aan de andere kant van de Atlantische Oceaan afspeelde. Laten we hopen dat iedereen wat verstandiger is geworden.