Onderwerpen: Cultuur

  • Gesamtkunstwerk met bezoekers

    Gesamtkunstwerk met bezoekers

    De kunstinstallaties van Janet Cardiff en George Bures Miller zijn niets zonder het ‘talent’ van bezoekers, zoals ze het zelf noemen. Hun tentoonstelling Dream Machines is nu te ontdekken in Basel.

    In Museum Tinguely verwelkomen Janet Cardiff en George Bures Miller bezoekers om met hun theater-, video- en geluidsontwerpen mee te doen: hun Dream Machines. Het Canadese kunstenaarsduo begon per toeval samen te werken toen ze in een gezamenlijke studio met andere kunstenaars niet meer wisten wat nu precies wiens idee was. Hun decennialange samenwerking wordt nu uitgebreid getoond in Basel, met veertien multimediawerken.

    Een tafel bedekt met luidsprekers wordt bijvoorbeeld geactiveerd door de bewegingen van bezoekers. De aanwezigheid van wat Cardiff ‘getalenteerde deelnemers’ noemt, kan de werken echt laten zingen. In New York kwam Talking Heads-frontman David Byrne onaangekondigd meespelen op The Instrument of Troubled Dreams (2018). Wanneer de voorgeprogrammeerde toetsen daarvan worden aangeslagen, zet gezang of het geluid van de zee of van draaiende windmolens in.

    Dream MachinesMuseum Tinguely, Basel, t/m 24/8

  • Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    Deze kungfu-nonnen breken met conventies in Nepal

    In het Himalayaanse boeddhisme werden nonnen lange tijd in hun religieuze rol beperkt door regels en genderbarrières. Nu brengt één religieuze groep daar verandering in, door meditatie te combineren met vechtkunst en milieuactivisme.

    Boven de besneeuwde toppen van de Himalaya priemen de eerste zonnestralen door de wolken. Jigme Rabsal Lhamo, een boeddhistische non, trekt van achter haar rug een zwaard tevoorschijn. Met een zwaai slaat ze haar tegenstander tegen de grond.

    ‘Houd je ogen op het doel! Concentreer je!’ schreeuwt Lhamo tegen de gevloerde non, terwijl ze haar recht in de ogen aankijkt. We bevinden ons buiten bij een witgekalkte tempel in het Druk Amitabha-nonnenklooster. Het gebouw staat op een heuvel die uitkijkt over Kathmandu, de hoofdstad van Nepal.

    Lhamo en de andere leden van haar religieuze orde staan bekend als de kungfu-nonnen. Ze maken deel uit van een achthonderd jaar oude boeddhistische sekte die Drukpa heet, wat in het Tibetaans ‘draak’ betekent. In de Himalaya, maar ook in de rest van de wereld, combineren volgelingen van de sekte meditatie met vechtkunst.

    Elke dag verruilen de nonnen hun donkerrood gewaad voor een kastanjebruin uniform en beoefenen ze de eeuwenoude Chinese vechtkunst kungfu. Onderdeel van hun spirituele missie is het streven naar gendergelijkheid en fysieke fitheid. Hun boeddhistische geloof schrijft bovendien voor dat ze een milieuvriendelijk leven leiden.

    Tijdens de ochtenden waarop de nonnen trainen onder leiding van Lhamo, klinkt het gedreun van voetstappen en het gekletter van zwaarden. De wijde uniformen van de nonnen ritselen door de ruimte als ze radslagen maken en elkaar stoten en trappen uitdelen.

    Genderbarrières

    ‘Kungfu helpt ons om genderbarrières te doorbreken en zelfvertrouwen te ontwikkelen,’ zegt Lhamo (34), die twaalf jaar geleden naar het nonnenklooster kwam vanuit Ladakh, in het noorden van India. ‘Het leert ons ook voor anderen te zorgen in tijden van crisis.’

    Zo lang als boeddhistische geleerden zich kunnen herinneren, rustte er een stigma op Himalayaanse nonnen die streefden naar spirituele gelijkwaardigheid ten opzichte van monniken. Dat stigma werd veroorzaakt door de ideeën van religieuze leiders en algemene sociale conventies.

    Monniken werden aangemoedigd om diepzinnige filosofische debatten aan te gaan, maar vrouwen mochten niet deelnemen. Ze mochten alleen klusjes doen als koken en schoonmaken in kloosters en tempels. Ze mochten geen activiteiten verrichten waarbij fysieke inspanning nodig was, geen gebeden leiden en zelfs niet zingen.

    In de afgelopen decennia zijn deze belemmeringen onderwerp geworden van een hevige strijd. Deze wordt gevoerd door duizenden nonnen, afkomstig uit vele verschillende sekten van het Himalayaanse boeddhisme.

    Aan het hoofd van de strijd om verandering staan de kungfu-nonnen, wier Drukpa-sekte dertig jaar geleden onder leiding van Jigme Pema Wangchen een hervormingsbeweging begon. Wangchen, die ook wel bekendstaat als de twaalfde Gyalwang Drukpa, was bereid eeuwenlange tradities te doorbreken. Hij wilde ervoor zorgen dat nonnen de religieuze boodschap van de sekte buiten de kloostermuren zouden uitdragen. ‘We willen grote veranderingen teweegbrengen,’ aldus kungfu-non Konchok Lhamo (29). ‘In een klooster op een kussen zitten en mediteren is niet genoeg.’

    Conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken

    Vandaag de dag houden Drukpa-nonnen zich niet alleen bezig met kungfu. Ze leiden ook gebeden en maken maandenlange pelgrimstochten om plastic afval op te rapen en mensen in te lichten over klimaatverandering.

    Afgezien van een corona-gerelateerde onderbreking hebben de nonnen de afgelopen twintig jaar elk jaar ruim tweeduizend kilometer gefietst om duurzaam vervoer te promoten. De reis begint in Kathmandu en eindigt in Ladakh, een hoog in het Himalaya-gebergte gelegen streek. Onderweg stoppen de nonnen om mensen op zowel het Nepalese als Indiase platteland voor te lichten over gendergelijkheid en over het feit dat ook meisjes ertoe doen.

    In 2008 kwamen de nonnen van de sekte voor het eerst in contact met de vechtkunst. Ze leerden erover van volgelingen uit Vietnam, die naar het klooster waren gekomen om geschriften te bestuderen en de instrumenten te bespelen die tijdens het gebed worden gebruikt. Sindsdien zijn ongeveer achthonderd nonnen getraind in de basisbeginselen van de vechtkunst. Zo’n negentig van hen hebben een intensief lesprogramma doorlopen om trainer te worden.

    De twaalfde Gyalwang Drukpa heeft de nonnen ook opgeleid tot zangmeesters, een post die vroeger alleen aan mannen was voorbehouden. Bovendien zorgde hij ervoor dat ze het hoogste niveau van onderwijs kregen: mahamudra. Het is een geavanceerd meditatiesysteem dat zijn naam ontleent aan het Sanskriet woord voor ‘grote zegel’.

    De nonnen genieten inmiddels grote bekendheid, zowel in het overwegend Hindoestaanse Nepal – dat voor ongeveer 9 procent uit boeddhisten bestaat – als in het buitenland. Maar de veranderingen die de sekte teweegbrengt, worden niet zonder slag of stoot geaccepteerd: conservatieve boeddhisten hebben al gedreigd Drukpa-tempels in brand te steken.

    ‘Ons leven wordt beperkt door heel veel regels; die gaan zelfs over wat voor zakken je in je gewaad mag hebben’

    Wanneer de nonnen over steile hellingen van het klooster naar de plaatselijke markt gaan, worden ze vaak uitgescholden door monniken van andere sekten. Dat schrikt ze naar eigen zeggen niet af. Als ze in hun open busjes door de streek rijden, lijken ze met hun kaalgeschoren hoofden op soldaten. Ze zien eruit alsof ze in de frontlinie thuishoren en elk vooroordeel onderuit kunnen halen.

    Op de enorme campus van de sekte wonen driehonderdvijftig nonnen. Ze leven er samen met eenden, kalkoenen, zwanen, geiten, twintig honden, een paard en een koe – allemaal dieren die ofwel uit de handen van de slager ofwel van de straat zijn gered. De vrouwen werken als schilder, kunstenaar, loodgieter, tuinier, elektricien en metselaar, en ze beheren tevens een bibliotheek en een medische kliniek voor leken.

    ‘Wanneer mensen naar het klooster komen en ons zien werken, zien ze plotseling in dat een nonnenbestaan niet “nutteloos” is,’ aldus Zekit Lhamo (28). Daarmee verwijst ze naar een belediging die de nonnen geregeld naar het hoofd geslingerd krijgen. ‘We bekommeren ons niet alleen om onze religie, maar ook om de samenleving.’

    Inspiratie

    Het werk van de nonnen heeft andere vrouwen in de hoofdstad van Nepal geïnspireerd. ‘Als ik naar hen kijk, wil ik ook non worden,’ zegt Ajali Shahi, die afstudeert aan de Tribhuvan-universiteit in Kathmandu. ‘Ze zien er zo cool uit. Je krijgt zin om je leven ervoor overhoop te gooien.’

    Elke dag ontvangt het nonnenklooster minstens twaalf verzoeken om te mogen intreden. Die komen van verre, bijvoorbeeld uit Mexico, Ierland, Duitsland en de Verenigde Staten. ‘Maar niet iedereen kan dit,’ zegt non Jigme Yangchen Ghamo. ‘Van de buitenkant ziet het er aantrekkelijk uit, maar je weet niet hoe zwaar het leven hierbinnen is.’ Ze gaat verder: ‘Ons leven wordt beperkt door zoveel regels. Er is zelfs voorgeschreven wat voor zakken je in je gewaad mag hebben.’

    De nonnen worden om drie uur ’s nachts wakker om in hun slaapzaal te gaan mediteren. Vóór zonsopkomst lopen ze naar de hoofdtempel, waar zangmeester Tsondus Chuskit de gebeden leidt. In kleermakerszit zitten de nonnen op banken en bladeren ze op hun iPads door de gebedsteksten – dit om zo weinig mogelijk papier te gebruiken. Dan beginnen ze eenstemmig te zingen, en de felgekleurde tempel vult zich met het geluid van trommels, hoorns en bellen. Na de gebeden verzamelen ze zich buiten.

    Jigmet Namdak Dolker was ongeveer twaalf jaar oud toen ze een groep Drukpa-nonnen langs het huis van haar oom in het Indiase Ladakh zag lopen. Ze rende naar buiten en liep met ze mee. Dolker, die geadopteerd is, wilde ook non worden en smeekte haar oom om haar naar het Drukpa-nonnenklooster te laten gaan, maar hij weigerde.

    Vier jaar later liep ze op een dag weg van huis om zich aan te sluiten bij de duizenden mensen die de verjaardag van Jigme Pema Wangchen, het hoofd van de sekte, vierden. Uiteindelijk kwam ze in het klooster terecht. Ze is er nooit meer weggegaan.

    En? Hoe voelt ze zich zeven jaar later, waarvan er zes in het teken stonden van kungfu? ‘Trots. Ik voel de vrijheid om te doen wat ik wil,’ zegt ze. ‘En ik voel me zo sterk van binnen dat ik alles aankan.’

    Lees ook:

  • Acteurs in Hollywood dreigen met staking

    Acteurs in Hollywood dreigen met staking

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zes doden bij bomaanslag door georganiseerde misdaad in Mexico

    » Minstens één dode bij nachtelijke droneaanvallen op Kyiv

    Na scriptschrijvers mogelijk ook acteurs in protest

    ‘Een historische dubbele staking die de Amerikaanse televisie- en filmindustrie effectief zou stilleggen, is ophanden’, schrijft The Washington Post. Al tien weken lang staken de scriptschrijvers in Hollywood en nu de onderhandelingen tussen de acteursvakbond en de grote filmstudio’s zijn stukgelopen, dreigen ook de acteurs het werk neer te leggen. Mogelijk gaat dit vandaag al van start.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het geschil tussen de Screen Actors Guild-American Federation of Television and Radio Artists (SAG-AFTRA) en de Alliance of Motion Picture and Television Producers (AMPTP) draait om de angst dat kunstmatige intelligentie zal worden gebruikt om acteurs na te maken. Ook eisen de acteurs betere beloning en arbeidsbescherming.

    SAG-AFTRA besluit donderdag of ze haar 160.000 leden uit de TV-, film- en radio-industrie donderdag al oproept tot staking. Dat zou betekenen dat voor het eerst sinds 1960 de schrijvers en acteurs gelijktijdig het werk neerleggen.

    Lees ook:

  • Het verloren Turkije van fotograaf Ara Güler

    Het verloren Turkije van fotograaf Ara Güler

    Voor de in 2018 overleden Armeens-Turkse fotojournalist Ara Güler stond fotografie in dienst van de waarheid. Die zienswijze leverde Güler de bijnaam ‘het oog van Istanboel’ op. Zijn werk is nu te bewonderen in Foam.

    De Armeens-Turkse fotojournalist Ara Güler (1928-2018) beschouwde fotografie niet als kunstvorm, schrijft Fusun Ozbilgen, die Güler ooit interviewde, op Armeniapedia. ‘Een fotograaf staat in dienst van de waarheid,’ aldus Güler. In een video bij een van de vele exposities die tijdens zijn leven aan zijn werk werden besteed, licht hij toe: ‘Wij persfotografen leggen een visuele geschiedenis van onze tijd vast. Dat vind ik belangrijker dan het maken van kunst.’ Deze zienswijze leverde Güler de bijnaam ‘het oog van Istanboel’ op, waartegen hij zelf overigens protesteerde. ‘Ik ben een bewoner van de wereld. Ik ben een wereldfotograaf,’ citeert de BBC hem.

    Toch was hij volgens The Guardian, hoewel hij ‘de wereld rondreisde en beroemdheden fotografeerde’, vooral trots op de foto’s in zijn geboorteland. ‘In tegenstelling tot de typische toerist was Güler niet geïnteresseerd in lege oriëntatiepunten,’ schrijft het onlinemagazine Qantara over dit werk. ‘Hij portretteerde de levens van de armen en behoeftigen; strijd, armoede, werkloosheid, verval, maar ook hard werken en hoop zijn voelbaar in zijn werk. Toch is dit alles verpakt in zo’n poëtisch en melancholisch kader dat deze foto’s veel meer zijn dan louter documentaire fotografie. Ze zijn de menselijke erfenis van de inwoners van Istanboel.’

    The Guardian stelt de legitieme vraag of we Gülers foto’s dan wel als kunst moeten tentoonstellen, waardoor ze ‘in zekere zin uit hun culturele en historische context’ worden gehaald. ‘Een groothoekopname van de kerk van Sint-Gregorius in Ani toont bijvoorbeeld een diep rivierdal dat achter de kerk tussen twee heuvels door slingert. Wat niet wordt onthuld, is dat deze rivier de grens vormt tussen Turkije en Armenië’, die in 1993 vanwege spanningen werd gesloten. Hoe dan ook, besluit de Britse krant, zijn de beelden ‘van een Turkije dat al lang verdwenen is overtuigend in hun schoonheid en verhalend vermogen’.

    Ara Güler: A Play of Light and Shadow is van 23 juni t/m 8 november 2023 te zien in Foam, Amsterdam.

    Laura Weeda

  • Guinness World Records, factchecker van het absurde of geldbelust bedrijf?

    Guinness World Records, factchecker van het absurde of geldbelust bedrijf?

    Al meer dan een halve eeuw bundelt het beroemde recordboek van bierbrouwer Guinness de meest krankjorume wapenfeiten. Maar gaat het Guinness World Records nog wel om de meest uitpuilende oogbollen ter wereld of de langste vingernagels (13,06 meter), of is het gewoon big business geworden?

    Een paar zomers geleden bezocht ik het Guinness Storehouse in Dublin. De stad kende ik al goed, maar ik was nog nooit in de brouwerij geweest. Prima rondleiding, je kwam te weten hoe vaten worden gemaakt, je kon een selfie laten printen in de schuimkraag van een pint, en de bar waar de excursie werd besloten bood, naast drank, een panoramisch uitzicht over de stad. Maar wat me het meest bijbleef, was wat ik daar per ongeluk zag.

    1955
    Guinness World Records uitgelicht:

    De eerste editie van het Guinness Book of Records stond in 1955 meteen bovenaan de bestsellerlijst in het Verenigd Koninkrijk. Het jaar daarop werd het boek internationaal gelanceerd; het wordt sindsdien gepubliceerd in honderd landen en in 23 talen, en heeft meer dan 53.000 records in zijn database staan, van serieuze sportprestaties tot de meest bizarre uiterlijkheden. Het boek wordt jaarlijks uitgegeven, niet alle records staan erin omdat het onmogelijk is om alle duizenden inzendingen officieel te controleren.
    Bij veel prestaties is het verbeteren even zinloos als het behalen ervan, bijvoorbeeld het record dat gebroken werd door de man (het zijn vaak mannen) met de meeste lepels op zijn lichaam (58) of de langste gemeten tong, die volgens het ‘India Book of Records’, dat sinds 2006 bestaat voor het bijhouden van plaatselijke records, een Indiase is van 10,8 centimeter.
    De Brit Gary Turner behaalde met zijn erfelijke aandoening – het Ehlers-danlossyndroom waarbij het bindweefsel niet goed is aangelegd – het record dat sinds 1999 staat voor de ‘rekbaarste huid’. Hij kon de huid van zijn buik uitrekken tot een lengte van 15,8 centimeter.
    Behalve ongekende menselijke prestaties en eigenaardigheden heeft ook de Deense dog Freddy een record op zijn naam staan: hij was officieel de grootste hond ter wereld, 1,03 meter hoog; en als hij op zijn achterste poten stond, was hij 2 meter en 29 centimeter. En een stad (Asjchabad, in Turkmenistan) bleek ook een eenzaam record te kunnen verwerven, voor de ‘hoogste dichtheid van gebouwen met een witmarmeren gevel’.
    In de categorie wereldrecords heeft dit jaar een man uit de Verenigde Staten 52 records in 52 weken gebroken. Elke week kwam hij met een nieuwe uitdaging. Bijvoorbeeld ondersteboven aan een rekstok hangen en tegelijkertijd jongleren met vijf balletjes.
    De records zijn allemaal gecheckt door Guinness World Records en worden opgenomen in het officiële wereld­recordboek.
    (360, Amsterdam)

    Een van de tentoonstellingsruimten was afgesloten, althans gedeeltelijk. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. De kamer achter de deur was leeg, op een tafel na. Daarop lag een handvol edities van het Guinness Book of Records. Sinds de basisschool had ik niet meer aan dit boek gedacht. Destijds was het een groot, kleurrijk werk met een harde kaft en zo’n vijfhonderd pagina’s vol foto’s van mensen die rare dingen doen, zoals hun haar heel lang laten groeien of jongleren met messen.

    1294627 copy

    Dit waren boeken die kinderen vrolijk uitpakten met Kerstmis en waarover ze ruzie maakten met hun broers en zussen. Bladerend door de oude edities – 1994, 2005, 2012 – besefte ik voor het eerst dat er een verband bestond tussen het donkere Guinness-bier en het Guinness-boek. Ook had ik ineens honderd vragen die niet in me waren opgekomen toen ik me als achtjarige vergaapte aan de man met de rekbaarste huid of de man die de meeste naalden in zijn hoofd had gestoken.

    Overleven

    Zelfs nu, in het tijdperk van YouTube en TikTok, waarin je jezelf enkel met je telefoon in een mum van tijd roem, rijkdom en erkenning kunt bezorgen voor allerlei prestaties, weet het Guinness Book of Records te overleven. Dat mag een klein wonder heten. Het boek, dat sinds 1999 wordt uitgegeven onder de naam Guinness World Records, biedt nog steeds een lawine aan gekke foto’s en harde feiten.

    Het bedrijf dat het boek publiceert, en dat eveneens Guinness World Records (GWR) heet, heeft wel een ingrijpende gedaantewisseling ondergaan sinds het eerste jaaroverzicht dat ik ooit kreeg, de groen-zilveren editie van 2002. De verkoop is de afgelopen jaren teruggelopen, dus er moesten nieuwe verdienmodellen komen. En die konden niet allemaal rekenen op goedkeuring van de oude GWR-garde. Als ik Anna Nicholas hierover spreek, in de jaren tachtig en negentig hoofd pr, beklaagt ze zich erover hoe de dingen zijn veranderd. Zo zijn de records nu veel meer gericht op sensatie, om te voldoen aan de vraag van een publiek dat de gekste dingen kan vinden op sociale media, wanneer het maar wil. ‘Guinness had er kennelijk geen moeite mee om zijn toegewijde publiek schaamteloos in de steek te laten’, schreef een ooit fervente fan in 2020 in een blog.

    1432599 copy

    Het is vreemd om Guinness World Records – een naar een biermerk genoemd bedrijf dat de meest krankjorume menselijke wapenfeiten in het zonnetje zet – te zien als iets dat zichzelf zou kunnen verloochenen. Dat is net alsof je zegt dat Pizza Express zichzelf verloochent. Maar hoe meer ik me verdiepte in de wereld van de recordbrekers, hoe beter ik het begon te begrijpen. Al is het nog zo absurd – of juist omdát het zo absurd is –, het breken van records is verweven met onze diepste interesses en verlangens. Verdiep je eens grondig in de man die probeert de meeste lepels op een menselijk lichaam te laten balanceren, of in de vrouw met de ambitie om de oudste salsadanseres ter wereld te worden: op den duur ga je geloven dat je rechtstreeks in de menselijke ziel tuurt.

    Springstok

    Op een winderige ochtend aan het eind van de herfst zie ik in het Olympic Park in Oost-Londen een jongeman die, zo geconcentreerd als maar mogelijk is, rondspringt op een springstok. Tyler Phillips – hawaïshirt, lang haar onder een helm en de uitstraling van een Californische surfer – probeert die dag het record te breken van het hoogste aantal opeenvolgende sprongen over auto’s, met een springstok. Achter hem staan vijf taxi’s naast elkaar opgesteld, met telkens een paar meter ruimte ertussen. Een tiental medewerkers van Guinness World Records is getuige van deze poging. Een van hen draagt een blauw met grijs pak met een GWR-logo op zijn borstzak – een pak dat veel personeelsleden, zo hoor ik later, hekelen vanwege de statische elektriciteit die het genereert. Het betreft Craig Glenday, de hoofdredacteur, die toekijkt met de onbewogenheid van iemand voor wie het aanschouwen van een man die met een springstok over auto’s springt nu eenmaal tot zijn dagelijkse werkzaamheden behoort.

    1231402 copy

    Er hangt spanning in de lucht. Nog één keer worden de hoogte van de auto’s (1,88 m) en de ruimtes tussen de auto’s (280 cm) gemeten. Er zijn camera’s om de prestatie vast te leggen. Phillips heeft wat oefenruns gedaan zonder auto’s. Eén keer gaat hij daarbij plat op zijn bek. Ik krimp ineen.

    Dan is het zover. Absolute stilte. Phillips concentreert zich en zet zichzelf in beweging. Hij springt over de eerste auto, de tweede, de derde. Iedereen houdt de adem in. Ook de laatste sprong wordt volbracht. Phillips landt ongedeerd, laat zijn springstok vallen en maakt een feestelijke achterwaartse salto. ‘Yes!’ schreeuwt hij, en hij rent naar Glenday om die te omhelzen. (Inmiddels heeft Phillips zijn eigen record gebroken: in Milaan sprong hij over zes auto’s.)

    Het record uit 2007 van de meeste met het hoofd stukgeslagen wc-brillen binnen één minuut staat op 47

    Al sinds 2001 maakt Glenday deel uit van GWR, wat hem een zeer afwisselend beroepsleven heeft opgeleverd. Ontberingen zijn hem echter niet bespaard gebleven. Toen hij in Istanboel was om een vrouw te ontmoeten die haar oogbollen het verst kon uitpuilen, liep hij door een insectenbeet een infectie op die bijna tot een amputatie leidde. En hij zat ooit een week vast in het uiterste zuiden van Chili met de band Fall Out Boy, die naar Antarctica wilde vliegen om het record te breken van optredens op elk continent in zo kort mogelijke tijd. ‘De mensen daar dachten dat ik ook in de band zat. Wat doet die dikke ouwe vent in Fall Out Boy, vroegen ze zich af.’

    1061784 copy

    Een paar weken na Phillips’ hoogstandje bezoek ik Glenday op het hoofdkantoor van Guinness World Records, in hartje Londen. Het bedrijf heeft meer dan vierhonderd werknemers, en vestigingen in New York, Dubai, Tokio en Beijing, maar het hoofdkantoor zit in een onopvallend gebouw bij Tottenham Court Road. Op het eerste gezicht is het niets bijzonders. Totdat je blik wordt getroffen door objecten als de puck van de langstdurende ijshockeywedstrijd ooit (52 uur en 1 minuut, in 2002) en een kapotte wc-bril van een recordpoging uit 2007 om de meeste wc-brillen in één minuut met het hoofd stuk te slaan (47). Hier stellen Glenday en zijn team de boeken samen en daarmee maken of breken ze de dromen van kandidaat-recordverbeteraars van over de hele wereld.

    Geblinddoekt op één been

    Glenday wil graag dat ik zelf ook probeer een record te breken. Hij bladert door een database van zo’n zestigduizend records om er een te vinden dat gemakkelijk op kantoor te doen is, en niet al te moeilijk te breken. Onze keuze valt op het langst geblinddoekt op één been staan. Het record staat op 31 minuten en 14 seconden. Glenday print zes pagina’s met richtlijnen. Voor gecompliceerdere records kunnen die richtlijnen tientallen pagina’s beslaan, maar in dit geval is het allemaal redelijk eenvoudig. Ik lees dat ik mijn geheven been niet op mijn staande been mag laten rusten, dat twee onafhankelijke getuigen mijn poging moeten timen met stopwatches die tot op een honderdste van een seconde nauwkeurig zijn, dat ik mijn poging ter verificatie door Guinness moet laten filmen en dat zelfs als ik blind zou zijn een blinddoek verplicht is.

    Zoals iedereen die een recordpoging doet, krijg ik drie kansen. Mijn eerste poging strandt op een treurige 3,4 seconden, mijn tweede op 25,06 en mijn derde op 31,03. Ik moet tot mijn schaamte bekennen dat ik toch wat verbaasd ben. Toen ik de richtlijnen las, had een stemmetje mij ingefluisterd: ‘Stel je voor dat dit een tot nog toe onontdekt talent van je is: geblinddoekt op één been staan.’ Nee, ik had niet echt verwacht dat ik het record ging breken, maar het idee dat het heel misschien zou kunnen vond ik toch spannend.

    Als kind dacht ik dat Guinness een soort hogere macht of wereldse autoriteit was. Iets wat altijd al had bestaan. Onzin, natuurlijk. Het begon in 1951 met een meningsverschil. De directeur van Guinness, Hugh Beaver, was op jacht in het Ierse Wexford en zijn gezelschap kon het er niet over eens worden wat de snelste vogel was waarop gejaagd mocht worden. Het bleef aan Beaver knagen, tot hij drie jaar later ineens bedacht dat er waarschijnlijk wel vaker over dit soort zaken werd gekibbeld, en dat er vast behoefte was aan een boek met antwoorden. Met beschrijvingen van wereldrecords, en van de extremen die zich in de natuur voordoen. Zo’n boek zouden ze kunnen neerleggen in pubs die Guinness verkochten. Of gewoon verkopen in de winkel, wat de brouwerij een nieuwe bron van inkomsten zou opleveren.

    ‘Een boek dat ongetrouwde tantes cadeau doen aan hun nichtje’

    Om dit plan te verwezenlijken wendde Beaver zich tot Ross en Norris McWhir­ter, een tweeling die een bedrijf runde dat feiten en cijfers leverde aan de kranten van Fleet Street [van oudsher het centrum van de Britse pers]. De eerste editie, die in 1955 verscheen, was gebaseerd op de nogal uiteenlopende persoonlijke voorkeuren van de broers, maar ook op wat zij gepast vonden. Norris had een hekel aan popmuziek, die volgens hem ‘van voorbijgaande aard’ was, dus bleef het aantal records op dat gebied beperkt. Seksrecords ontbraken geheel. ‘Die kun je uit de medische literatuur halen. Wij maken een boek dat ongetrouwde tantes cadeau doen aan hun nichtje,’ aldus Norris in 1954. In plaats daarvan konden lezers te weten komen wat de hoogste levenslange melkopbrengst van een koe was (147.476 kilo, op conto van de Friese melkkoe Manningford Faith Jan Graceful in Groot-Brittannië). In het voorwoord van de eerste editie stond: ‘Guinness hoopt dat dit boek veel meningsverschillen zal oplossen, en een verhitte sfeer zal omzetten in licht.’

    993789 copy

    Het boek werd razend populair, het jaarlijkse Guinness Book of Records was geboren en de tweeling McWhirter bleef twintig jaar lang aan het roer. Daar kwam een dramatisch einde aan toen Ross in 1975 werd doodgeschoten door de IRA, nadat hij publiekelijk een beloning van 50.000 pond had uitgeloofd voor informatie die leidde tot de veroordeling van terroristen die bommen hadden gelegd in Groot-Brittannië. Norris ging in zijn eentje verder, trad in 1985 af als hoofdredacteur, maar bleef tot 1996 aan in een adviserende rol. ‘Het boek was Norris en Norris was het boek,’ zegt Anna Nicholas. Onder zijn hoofdredactionele leiding werd het hoofdkantoor van GWR een toevluchtsoord voor de grootste excentriekelingen van het Verenigd Koninkrijk, die alle denkbare en ondenkbare records kwamen opeisen: van de zwaarste teckel tot ’s werelds grootste tandenborstel. (Norris was ook uitgesproken rechts – hij had een hekel aan vakbonden en aan de Europese Unie, en zag tijdens de apartheid niets in sancties tegen Zuid-Afrika – hoewel die opvattingen niet duidelijk naar voren kwamen in het boek.)

    GettyImages 1080797854
    Norris (links) en Ross McWhirter, die aan de basis stonden van het Guinness Book of Records, met een van de kleinste bierflesjes ter wereld: een miniatuur van Guinness Stout, in 1974. – © Getty Images

    Vandaag zou iedereen die met zijn vrienden bakkeleit over de vraag wat de snelste vogel is waarop je mag jagen (de middelste zaagbek, met 130 km/u) natuurlijk op internet kijken, en niet in de nieuwste Guinness World Records. Het bedrijf heeft een uitgesproken analoge uitstraling – de objecten die op het kantoor zijn uitgestald, het fysieke van het boek zelf. Maar als ik Glenday spreek in het GWR-hoofdkwartier, in een vergaderruimte die genoemd is naar Elaine Davidson, de vrouw met de meeste piercings ter wereld, beweert hij heel boud dat het tijdperk van informatie-op-aanvraag het boek niet minder relevant heeft gemaakt. Hij kan het sterker vertellen: het digitale tijdperk is voor hen misschien zelfs gunstig geweest.

    Hij positioneert GWR als een soort factchecker van het absurde. Het bedrijf werkt nauw samen met experts op de meest uiteenlopende gebieden, van surfen, architectuur en extreem weer tot robotica en legpuzzels. Glenday stelt dat het boek een autoriteit bezit waarop al die informatie op internet nooit kan bogen: de records die erin staan zijn gemeten, het bewijs is op video vastgelegd, er zijn richtlijnen aan de hand waarvan het record is geverifieerd. ‘Je kunt net zo goed je vraag hardop op straat stellen en kijken wat voor antwoord je krijgt: zo werkt internet,’ aldus Glenday. Hij klinkt een beetje als iemand die is overgevlogen uit 1995 en met mij wil praten over iets nieuws dat internet heet.

    Vier soorten records

    Er zijn, wat mij betreft, vier soorten Guinness-wereldrecords. Type één: records die worden gebroken zonder dat je van een poging kunt spreken. De meeste woorden in een hitsingle bijvoorbeeld (Rap God van Eminem: 1560), of de giftigste adder (de zaagschubadder, Echis carinatus). Type twee: sportieve prestaties. De snelste knock-out in een bokswedstrijd (4 seconden), de langste tenniswedstrijd (11 uur en 5 minuten) enzovoorts. Type drie zijn de records die we ons herinneren uit onze kindertijd en die puur en alleen lijken te bestaan om wat ze zijn: records. Het grootste uit geroosterde sneetjes brood opgebouwde mozaïek (189,59 vierkante meter), de kortste tijd waarin iemand met zijn neus een sinaasappel een mijl voortduwt (22 minuten en 41 seconden) en – misschien de meest legendarische – de langste vingernagels (13,06 meter).

    993696 copy

    Dan is er nog een vierde soort: marketingstunts. Zo vestigde [het Amerikaanse bonenmerk] Bush’s Beans in 2020 het record voor de grootste gelaagde bonendip (493 kg, zeventig lagen), ‘ter ere van de Super Bowl’. Twee jaar eerder maakte de Moontower Pizza Bar in Burleson (Texas) ’s werelds grootste verkoopbare pizza (1,98 vierkante meter). Prijs: 299,95 dollar, exclusief btw.

    Voor sommige mensen illustreert deze laatste categorie hoe diep het bedrijf is gezonken. ‘Ze hebben de intellectuele integriteit van de tweeling verkwanseld,’ zegt Norris’ zoon Alasdair McWhirter. ‘Het ging hen om een kennisgerichte zoektocht, daar liepen ze enorm warm voor. Nu gaat het alleen nog maar om geld verdienen.’ Sinds Guinness in 1997 met een ander conglomeraat, Grand Metropolitan, fuseerde tot Diageo, moet GWR zichzelf bedruipen en is het niet meer een vrijblijvende afdeling van een bierbrouwerij. (GWR is nu eigendom van het Canadese conglomeraat Jim Pattison Group.)

    Tegenwoordig is GWR Consultancy, de tak die in 2009 werd opgericht om tegen betaling beoordelingen uit te voeren, goed voor de helft van de omzet van het bedrijf. Merken die in het kader van een publiciteitscampagne een record willen breken, kunnen nog net niet zomaar een vermelding in het boek kopen; maar vanaf 11.000 pond helpt een GWR-consultant wel mee bij het brainstormen over een recordpoging die de meeste pr oplevert, en krijg je er een officiële beoordelaar bij. In 2022 kreeg Mastercard een stel voetballers zover om het record te breken van de op de grootste hoogte gespeelde voetbalwedstrijd op een paraboolvlucht. Dat gebeurde in een speciaal vliegtuig, op 6166 meter hoogte, tijdens een vlucht waarbij de zwaartekracht korte tijd werd opgeheven.

    993313 copy

    Misschien iets minder indrukwekkend was de stunt waarvoor [de Britse witgoedketen] Currys in 2021 verantwoordelijk was: ’s werelds grootste piramide van wasmachines (13,6 meter), op een parkeerplaats in Lancashire. En zoals elk bedrijf moet GWR zelf ook af en toe voor wat publiciteit zorgen. Vermeldingen die verband houden met opwindende nieuwsberichten, zoals Elon Musk die nu het record heeft voor ‘het grootste bedrag dat één persoon ooit is kwijtgeraakt’, zijn ongekend krachtige uitingen van zelfpromotie; ze zijn een garantie dat de woorden ‘Guinness World Records’ genoemd zullen worden door de grootste mediabedrijven ter wereld, van Sky News en CBS tot de Hindustan Times en The Guardian.

    Wat vindt Glenday van klachten dat de organisatie niet in haar voordeel is veranderd, namelijk meer geld, minder ziel? ‘We hebben niets opgegeven, we hebben alleen een zakelijke kant toegevoegd,’ zegt hij. ‘Het is het oude liedje: nostalgie is ook niet meer wat het geweest is.’ Trouwens, zegt hij, de meeste van deze als recordpoging vermomde marketingstunts halen het boek niet eens.

    Kritiek

    Sinds de invoering van de consultancy-tak heeft GWR meer kritiek te verduren gekregen. De ernstigste klacht betreft de manier waarop het bedrijf zich inliet met Gurbanguly Berdimuhamedow, van 2007 tot 2022 de sterke man van Turkmenistan. (Zijn zoon Serdar zwaait er nu de scepter.) Het regime van Berdimuhamedow gooide mensen zonder proces in de gevangenis, beheerste de media, vervolgde homoseksuelen en vrouwen die een abortus wilden, en discrimineerde etnische en religieuze minderheden. Maar de Turkmeense dictator was ook een fervent GWR-fan. Zijn regering, en aan de regering gelieerde instanties, dienden in de periode 2011-2018 zeven aanvragen voor recordpogingen in. Op zijn instigatie brak de stad Asjchabad het record van ‘hoogste dichtheid van gebouwen met een witmarmeren gevel’. Een toren die hij liet bouwen won het record voor de grootste architectonische afbeelding van een ster. (GWR zei dat ze niet mochten vertellen hoeveel geld Turkmenistan had betaald voor diensten van GWR Consultancy.)

    Glenday geeft nu toe dat de bemoeienissen van GWR met Berdimuhamedow een misstap zijn geweest, gezien de mensenrechtensituatie in Turkmenistan. Het bedrijf haakt nu een stuk minder gretig in op zaken die weleens ‘een politieke invalshoek’ zouden kunnen hebben. ‘Een school in Turkmenistan die een recordpoging wil wagen, daar is niets mis mee. Maar als de minister van Cultuur erachter zit, dan denk je: Wacht even.’

    993248 copy

    De kern van GWR berust bij het werk dat de ongeveer negentig beoordelaars verrichten. Zij moeten feiten van fictie scheiden en voor zover de instelling ‘waardigheid’ kan worden toegedicht, is het hun taak die te behouden. Beoordelaars moeten bij elk evenement een speciaal jasje dragen, precies zo’n kledingstuk dat Glenday droeg bij de springstokpoging, wat voor weer het ook is. Ze mogen tijdens het werk niet eten of drinken, en na diensturen niet aanpappen met degene die een recordpoging heeft ondernomen. Ze nemen een ingelijst certificaat mee naar elke recordpoging, en als die niet succesvol is nemen ze het weer mee terug om het te versnipperen: geen overdreven maatregel, er zijn weleens certificaten uit Guinness-prullenbakken gestolen.

    Vroeger moesten beoordelaars van GWR bij elke recordpoging aanwezig zijn – in de begindagen was dit meestal Norris McWhirter in eigen persoon. Mick Meaney, een Ier die in 1968 probeerde het wereldrecord ‘langst levend begraven liggen’ te verbeteren, bracht 61 dagen door in een doodskist onder een bouwterrein in Kilburn. Hij leefde op ‘biefstuk en sigaretten’ die hem via een buisje werden bezorgd. Zijn ontlasting deed hij in een speciaal aangebrachte afzuigbuis. Maar hij was vergeten een GWR-beoordelaar uit te nodigen om zijn poging persoonlijk te verifiëren, dus werd hem een plek in het boek ontzegd. ‘Eén beoordelaar vloog een keer naar Sydney om risotto te wegen en stapte toen weer in het vliegtuig terug. Dan ben je lang van kantoor,’ aldus Glenday.

    Naast gewone mensen die een bepaald record willen breken, en bedrijven die om publicitaire redenen een recordpoging doen, is er nog een andere categorie: mensen die van het breken van records een ambacht op zich hebben gemaakt, met eigen regels en vaardigheden. Dit zijn de superrecordbrekers, de goden op de GWR-Olympus. ‘Ze hebben een bepaald aura om zich heen, een houding, een aanwezigheid,’ vertelt de ervaren beoordelaar Alan Pixley. ‘Het is zaak je daar niet door te laten intimideren.’

    Geen mens heeft ooit in één minuut zo veel marshmallows gevangen die uit een zelfgemaakte katapult waren geschoten (77)

    Dit is het soort mensen dat elke week een record probeert te breken. David Rush, een leraar uit Boise in Idaho, brak zijn eerste record – het langst geblinddoekt jongleren – in 2015. Sindsdien heeft hij er meer dan 250 gebroken. Geen mens heeft ooit in één minuut zo veel marshmallows gevangen die uit een zelfgemaakte katapult waren geschoten (77), of zo veel T-shirts aangetrokken in 30 seconden (17). ‘Je kunt niet alleen in alles beter worden,’ zegt Rush via Zoom, ‘maar als je ook nog eens de overtuiging hebt dat je ergens beter in kunt worden, vergroot dat je vermogen om dat te realiseren enorm.’

    979384 copy

    Een directe concurrent van Rush is Silvio Sabba, een sportschooleigenaar die even buiten Milaan woont en momenteel de meeste Guinness World Records op zijn naam heeft staan: 193. Sabba heeft een bijzondere gave voor het herkennen van zogeheten soft records: records die de meeste mensen kunnen breken, als ze de zaken op de juiste manier aanpakken. Voor Sabba is het breken van records niet in de eerste plaats een fysieke prestatie, maar een strategische. In dertien jaar tijd heeft hij geleerd een record nooit meer dan een klein beetje te breken, zodat hij, als iemand hem verbetert, diens poging zonder al te veel extra training weer kan overtreffen. ‘Ik verdedig graag de records die ik bezit,’ vertelt hij.

    Onderlinge kameraadschap

    Bijna alle superrecordbrekers roemen de onderlinge kameraadschap. Ze vormen een gemeenschap; velen gebruiken het woord familie. Er is ook een duidelijke patriarch: de 68-jarige Ashrita Furman, al meer dan veertig jaar recordbreker en een bron van inspiratie voor veel leden van de jongere generatie. Rush herinnert zich nog dat hij als kind op tv zag hoe Furman een wereldrecord brak door vijftig halveliterglazen op zijn kin te balanceren. André Ortolf, een 29-jarige Duitser die als specialiteit heeft dingen heel snel op te eten (hoe vloeibaarder het voedsel, hoe beter), zegt dat zijn eerste GWR-boek de editie van 2004 was. Op haast elke pagina kwam hij de naam Furman tegen. ‘Ik realiseerde me: oké, deze man breekt bijna alle records. Dan kan ik er ook wel eentje breken.’

    Furman is nu 68 en woont in New York. Hij bewaart zijn ruim zevenhonderd GWR-certificaten in een doos van doorzichtig plastic in zijn kledingkast. Hij heeft er zo veel dat hij al niet eens meer een certificaat aanvraagt wanneer hij een nieuw record breekt. Dit is een man die precies weet na hoeveel koprollen je moet overgeven, welk merk eieren zich het beste leent om op een plat oppervlak te laten balanceren en welke spieren in je voeten het eerst vermoeid raken als je te lang op een yogabal staat. Hij haalt zijn exemplaar van het eerste Guinness-boek tevoorschijn, dat natuurlijk aardig beduimeld is, en leest voor uit het voorwoord, over het omzetten in licht van de verhitte sfeer waartoe meningsverschillen kunnen leiden. Hij klinkt zo eerbiedig als een evangelist die een passage uit de Bijbel voordraagt.

    Furmans carrière begon toen hij zestien was, en teleurgesteld in het leven. Op een dag ontmoette hij Sri Chinmoy, een Indiase spirituele leraar die in Queens woonde. Hij besloot vrijwel direct om voortaan diens volgeling te zijn. Ashrita is niet zijn voornaam (dat is Keith), maar de nieuwe spirituele naam die hij aannam, zoals alle volgelingen van Sri Chinmoy deden. Een paar jaar later was een aantal van hen aan het trainen voor een wielerwedstrijd van vierentwintig uur rond Central Park. De bedoeling was om door lichaamsbeweging een transcendente staat te bereiken. Furman, allesbehalve een sportief type, wilde aanvankelijk niet meedoen, maar hij begon zich schuldig te voelen en schreef zich een week voor de race alsnog in. De avond ervoor kwamen de deelnemers bijeen om met hun leraar te mediteren. ‘En hij zei, gewoon voor de lol: hoeveel mijl denken jullie af te gaan leggen? De besten dachten: misschien 300 of 325 mijl. En mijn leraar zei tegen mij: “En jij Ashrita? 400 mijl?”’

    45493 copy

    Furman ging direct naar huis en schreef zijn testament, uit angst dat de wielerwedstrijd hem het leven zou kosten. Zijn bezittingen, waaronder een konijn en wat vogels die hij in
    goochelshows voor kinderen gebruikte, liet hij na aan zijn kamergenoot. De volgende dag fietste hij zonder training 405 mijl en eindigde op een gedeelde derde plaats. Het was hem ‘simpelweg’ gelukt door te mediteren, zegt hij.

    Deze kracht heeft hij gebruikt om honderden records te breken. Hij springstokte op de Zuidpool, liep 120 kilometer met een melkfles op zijn hoofd en won een aardappelzakloop van een jak in Mongolië, en dat allemaal om Sri Chinmoy bij een breder publiek bekend te maken. ‘Ik besefte wat ik allemaal kon. En ik niet alleen,’ zegt hij. Hij herhaalt wat Rush vertelde: ergens de beste in zijn is niet aangeboren. Het is iets wat je besluit te doen.

    De wereldrecords van Guinness zijn een manier om de waarde van menselijk streven te erkennen, wat het ook behelst

    GWR mag dan een bedrijf zijn, voor de mensen die een recordpoging doen is het veel meer dan dat. George Kaminski, die tot 2007 een recordverzameling klavertjes vier bezat, plukte die allemaal op het terrein van gevangenissen in Pennsylvania, waar hij een levenslange straf uitzat. De vrouw met de langste vingernagels, Diana Armstrong, heeft niet de langste vingernagels omdat ze met haar foto in een boek wil staan, maar omdat ze besloot ze nooit meer te knippen nadat haar dochter, met wie ze altijd haar nagels liet doen, op zestienjarige leeftijd overleed.

    Ik vroeg iedereen die ik sprak of het bijhouden van wereldrecords volgens hen belangrijk was. ‘Wat versta jij onder belangrijk?’ vroeg Rush. ‘Het gaat erom wat jij of andere mensen belangrijk vinden.’ De Olympische Spelen waren aanvankelijk gericht op krijgskunst: speerwerpen, hardlopen, worstelen. Er zijn nieuwe categorieën toegevoegd: basketbal, skateboarden. Maar de meeste prestaties die we waarderen, op de Olympische Spelen en elders, zijn willekeurig. De wereldrecords van Guinness zijn een manier om de waarde van menselijk streven te erkennen, wat het ook behelst: om de prestatie op zich te huldigen. Anna Nicholas weet nog wel wat zij zo fascinerend vond aan werken bij GWR: ‘Nergens anders vond je zo’n volkomen inclusieve gemeenschap. Het maakte niet uit wie je was of waar in de wereld je was: je kon een fenomenale recordbreker zijn op je eigen gebied en je stempel drukken op de wereld.’

    1917245 copy

    Een paar maanden na mijn ontmoeting met Furman spreek ik Glenday opnieuw. Hij heeft een frustrerende week achter de rug: een poging tot ‘hoogste bungeejump gecombineerd met het dopen van toast in gekookte eieren’ mislukte door een uitzonderlijk harde wind. Maar hij blijft monter. ‘Het is gewoon spannend om te lezen over zaken die nooit in je zouden zijn opgekomen, of die je je nooit hebt kunnen voorstellen. Je krijgt een adrenalinekick van zo’n ontdekking. Dat gaat niet over. Ik krijg die kick nog steeds als ik dingen zie die ik nog nooit heb gezien. Wat dacht je van een hond en een kat, samen op een scooter? Die hebben we dit jaar.’

    2216468 copy

    Op een dag log ik in op Zoom om te zien hoe Ortolf, de jonge recordbreker die heel snel kan eten, zijn volgende record probeert te breken: het snelst 500 gram M&M’s op kleur sorteren, met maar één hand. De houder van de titel, een man uit Perth, heeft dit in 1 minuut en 33,03 seconden voor elkaar gekregen. Ortolf heeft in zijn huis in Augsburg zeven schalen van gelijke hoogte voor zich neergezet, plus een camera op een statief. Hij opent de zak met M&M’s, leegt die in een van de kommen en toont de nu lege zak aan de camera, aan mij en zijn andere getuige, een vriend. Hij gaat zitten, houdt zijn linkerhand achter zijn rug, legt zijn rechterhand plat op tafel. Een paar keer haalt hij rustig adem. De timer start, en hij begint. Hij heeft een techniek ontwikkeld: eerst blauw, omdat hij die het gemakkelijkst ziet.

    2796840 copy

    Het enige geluid zijn de afgemeten ademhaling van Ortolf en het ritmische getik van de blauwe chocola op keramiek. Daarna volgen de bruine, de groene, de gele en de oranje M&M’s. De laatste kleur kan hij eruit scheppen. Op het moment dat de laatste handvol in de schaal belandt, stopt zijn getuige de klok: 1 minuut en 27,45 seconden. Weer een record op zak, zijn honderdvierde. Een brede glimlach verschijnt op Ortolfs gezicht. ‘Yes,’ zegt hij. ‘Yes!’

    Lees ook:

  • Rotte appels worden pareltjes op het witte doek

    Rotte appels worden pareltjes op het witte doek

    In Les pires van de Franse regisseurs Lise Akoka en Romane Guéret gaat het erom wat er achter de schermen gebeurt. De hoofdrollen worden gespeeld door jongeren uit de achterstandswijk waar de film over gaat, waardoor de grens tussen fictie en werkelijkheid vervaagt.

    Les pires is een film in een film. Een regisseur, gespeeld door de Belgische acteur Johan Heldenbergh, strijkt neer in het Noord-Franse kustplaatsje Boulogne-sur-Mer om met lokale jongeren een speelfilm op te nemen. Maar in feite is het de échte regisseurs, de Franse debutantes Lise Akoka en Romane Guéret, te doen om wat er achter de schermen gebeurt. Omdat de hoofdrollen worden gespeeld door jongeren uit de buurt die nooit eerder voor de camera stonden, vervaagt de grens tussen fictie en werkelijkheid vanzelf.

    Volgens Luc Boulanger van La Presse roept de film ‘interessante vragen op over sociaal voyeurisme in tijden van social media en reality-tv’: ‘Worden jongeren in een kwetsbare positie hier ingezet om een sterk realistische film te maken, of om de dagelijkse problemen in een achterstandswijk beter te begrijpen?’ Hoe dan ook, Boulanger begrijpt waarom de film in Cannes werd bekroond en schaart zich achter de lovende Franse kritieken: ‘De rotte appels uit de stadswijk blijken pareltjes op het witte doek.’

    ‘De makers zijn jarenlang bezig geweest met acteerworkshops in achterstandswijken’

    Los van de ethische kwesties vindt François Lévesque van het Canadese Le Devoir de vier belangrijkste acteurs ‘uitstekend en ontroerend’. Volgens hem resulteert het in ‘een menselijke en cinematografische ervaring waaraan je je tot het laatste shot moet overgeven.’ Ook Thierry Chèze van filmmagazine Première kent geen twijfel: ‘De filmmakers hebben het thema volledig in de vingers. Geen enkel spoor van het stigmatiseren van een volkswijk, of juist van het romantiseren van sociale ellende.’ Over de zestienjarige hoofdrolspeelster Mallory Wanecque komt Chèze zelfs woorden tekort: ‘Puur goud, wat een waanzinnige uitstraling. Die gaan we nog vaak terugzien.’

    In Variety schrijft Guy Lodge dat het succes van Les pires niet uit de lucht komt vallen: ‘De makers zijn jarenlang bezig geweest met acteerworkshops in achterstandswijken. Daardoor weerspiegelt de film hun persoonlijke aanpak en ontwikkeling.’ Collega Dmitry Samarov van Chicago Reader vindt dat de niet-professionele acteurs van begin af aan overtuigen: ‘Welke scènes gespeeld, gescript of geïmproviseerd zijn? Dat maakt toch helemaal niet uit?’

    Les pires (The Worst Ones) van Lise Akoka en Romane Guéret draait vanaf 29 juni in de bioscoop.

    Diederik Samwel

  • Verder kijken dan de schoonheid van een Vermeer: ‘In de schilderijen ligt koloniaal verdriet besloten’

    Verder kijken dan de schoonheid van een Vermeer: ‘In de schilderijen ligt koloniaal verdriet besloten’

    Als je weet waar je moet kijken, kun je het geweld van Vermeers tijd terugvinden in zijn serene meesterwerken. Zijn schilderijen kunnen niet slechts als decoratief of technisch hoogstaand worden gezien, betoogt kunstliefhebber en schrijver Teju Cole. Ze dragen de last van eeuwen koloniale geschiedenis op hun schouders.

    Ik maakte kennis met Vermeer toen ik op een middag door de boeken en publicaties bladerde die bij ons thuis, in Lagos, in de boekenkast stonden. Ik was veertien of vijftien. Tussen de oude studieboeken van mijn ouders (Nigeriaanse toneelstukken, Franse geschiedenisboeken, handboeken over bedrijfsmanagement) vond ik iets dat ik nog niet eerder had gezien: het jaarverslag van een multinational. Ik weet niet meer welk bedrijf het was, maar het moet iets met eten of drinken te maken hebben gehad, want op de voorkant stond een schilderij van boeren in een glooiend veld en op de achterkant dat van een vrouw die melk inschenkt.

    Ik weet nog hoe kalm ik me die middag voelde en hoe gefascineerd ik was door de afbeeldingen in het verslag. Ze leken de ruimte om me heen te transformeren. De onderschriften vertelden me dat het de schilderijen De korenoogst van Pieter Bruegel de Oude en Het melkmeisje van Johannes Vermeer betrof. Ik kende deze werken niet, maar ik was al wel een groot kunstliefhebber en wist wanneer iets me echt raakte. Vooral het schilderij van Vermeer had een indrukwekkende, mysterieuze aantrekkingskracht. Nog nooit had ik een muur zo goed geschilderd gezien, of een menselijke figuur zo overtuigend gesitueerd in de visuele ruimte. En alles was doordrenkt van licht dat het tafereel, meer nog dan andere schilderijen, levensecht maakte. De term ‘Noordelijk licht’ kwam toen nog niet in me op, maar ik wist wel dat ik naar iets vreemds en verleidelijks keek, iets dat zich afspeelde in een wereld die radicaal verschilde van mijn tropische omgeving.

    Portaal

    Nog steeds ontroert het me als ik terugdenk aan het stille wonder dat zich op die middag voor mijn adolescentenoog voltrok. Sindsdien is mijn band met kunst veranderd: nu zoek ik naar het problematische. Een schilderij van Vermeer is voor mij niet meer simpelweg ‘vreemd en verleidelijk’, maar een artefact dat getuigt van ’s werelds complexiteit: de tijd waarin het schilderij gemaakt werd, bijvoorbeeld, is verstrengeld met onze tijd. Op deze manier kijken doet in geen enkel opzicht afbreuk aan die kunstwerken. Integendeel, het verleent ze openheid: wat eerst een tweedimensionaal oppervlak was, wordt een portaal waarlangs nieuwe onthullingen worden gedaan.

    Dit voorjaar stond ik in het Rijksmuseum in Amsterdam opnieuw oog in oog met Het melkmeisje, drieëndertig jaar na die dag in Lagos. Opnieuw maakte ik kennis met haar nederigheid, degelijkheid en met het huishoudelijk werk dat ze constant moest verzetten. Ik houd niet minder van haar dan vroeger. Zij was het die Wislawa Szymborska’s inspireerde tot het schrijven van haar epigrammatische gedicht ‘Vermeer’ (door Karol Lesman vanuit het Pools naar het Nederlands vertaald):

    Zolang die vrouw uit het Rijksmuseum

    in geschilderde stilte en concentratie

    uit een kan in een schaal

    dag in, dag uit melk giet,

    verdient de Wereld

    geen einde van de wereld.

    Het was een veelgeprezen tentoonstelling. De conservatoren van het Rijksmuseum brachten het grootste aantal schilderijen van Vermeer bijeen die ooit samen zijn getoond: achtentwintig van de ongeveer vijfendertig overgebleven schilderijen die over het algemeen aan hem worden toegeschreven. Het is een enorme prestatie, die flink wat coördinatie van de organisatoren vereist heeft en waarvoor bruikleengevers vrijgevig zijn geweest. Onze generatie gaat een dergelijke verzameling op deze schaal waarschijnlijk niet nog een keer meemaken.

    Toch had ik tot dan toe geen echte interesse in de tentoonstelling gehad. De redenen hiervoor begonnen zich op te stapelen. Alle toegangskaartjes, bij elkaar opgeteld zo’n 450.000 stuks, waren binnen een paar weken na de opening uitverkocht en zelfs als het me was gelukt er een te bemachtigen, was het ongetwijfeld druk geweest in de museumzalen. Bovendien had ik mijn twijfels over de beperkte insteek van de tentoonstelling: de ene Vermeer na de andere… De meeste succesvolle tentoonstellingen vereisen simpelweg meer contextualisering. Maar wat me echt begon tegen te staan, was de niet-aflatende lovende feedback. De naam Vermeer is een soort codewoord geworden: Vermeer is synoniem voor artistieke uitmuntendheid. Veel van de lovende recensies klonken evengoed als emotionele codes. Waar ‘grootheid’, ‘perfectie’ en ‘sublimiteit’ eigenlijk voor stonden, was een heel specifiek soort culturele ervaring. Wie de tentoonstelling wel had gezien, riep jaloezie op bij de wegblijvers. Met een haast religieuze toewijding werd beloofd dat het een ‘once-in-a-lifetime’-ervaring zou zijn. (Maar hebben we onze mooiste kunstervaringen niet juist in een klein museum, op een rustige dag? En zijn de momenten waarop we bewust van kunst genieten niet allemaal ‘once-in-a-lifetime’-ervaringen?) De overtuiging dat de kunstwerken prachtig waren was op de een of andere manier tot een dogma verworden: ze waren niets dan prachtig. Iedereen leek eensgezind in het enthousiasme, en het was bijna onmogelijk om iemand te vinden die een kritisch tegengeluid vertegenwoordigde.

    De laatste golf reguliere bezoekers werd naar buiten geleid, zodat wij, de drie gelukkigen, als enigen overbleven met achtentwintig Vermeers

    Een paar Nederlandse vrienden wisten toch een toegangskaartje voor me te regelen, waardoor mijn vastberadenheid afzwakte. Toen nodigde Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis (de thuisbasis van Meisje met de parel en tevens een van de belangrijkste bruikleengevers van de tentoonstelling), me uit om na sluitingstijd met haar door de tentoonstelling te lopen. Dat aanbod afslaan zou compleet absurd zijn geweest. Samen met een vriend bezochten we op 13 maart de tentoonstelling. De laatste golf reguliere bezoekers werd naar buiten geleid, zodat wij, de drie gelukkigen, als enigen overbleven met achtentwintig Vermeers.

    Vermeer was geen productief schilder: waarschijnlijk heeft hij in totaal maar tweeënveertig schilderijen gemaakt. Logischerwijs dachten kunsthistorici lange tijd dat dit lage productietempo het gevolg was van een bijzonder nauwgezette techniek. Maar uit röntgenfoto’s en infraroodbeelden blijkt dat hij niet veel tijd besteedde aan zijn onderschilderingen en maar heel weinig voorbereidende tekeningen maakte. Wat deed hij dan met al die extra tijd? Allereerst werkte hij overdag als kunsthandelaar, het beroep dat hij van zijn vader overnam. Bovendien was hij zelf vader van vijftien kinderen (waarvan vier tijdens zijn leven overleden). Het moet een luidruchtig huishouden zijn geweest. 

    Terwijl het op de achtergrond dus waarschijnlijk steeds lawaaierig was, maakte Vermeer verbluffende, evenwichtige schilderijen, twee of drie per jaar. In zijn schilderijen doet hij dingen met licht die geen enkele schilder vóór hem had gedaan. Volgens kunsthistoricus Lawrence Gowing neemt Vermeer zijn onderwerp nauwelijks in acht; hij richt zich alleen op de uiterlijke verschijning ervan. ‘Vermeer lijkt niet geïnteresseerd in, of zich zelfs niet bewust van wat hij schildert. Hoe het licht hier valt… Noemen andere mensen dat een neus? Een vinger? Wat weten we van de vorm ervan? Voor Vermeer doet dit er allemaal niet toe, de conceptuele wereld van namen en kennis vergeet hij en hij houdt zich alleen bezig met wat zichtbaar is: de toon, de lichtval.’

    We bleven staan voor Brieflezende vrouw. Het was adembenemend. Er zijn maar een paar tinten verf gebruikt: de muur is gebroken wit met blauwe ondertonen; de grote kaart van de regio’s Holland en West-Friesland is lichtbruin met een vleugje groen; de twee stoelen aan weerszijden van de vrouw hebben glinsterende koperen spijkers die de diepblauwe bekleding op zijn plaats houden. De ene stoel is groter dan de andere, staat dichter bij de kijker. Tussen de stoelen bevindt zich de ruimte waarin de vrouw staat. Ze draagt een blauw jasje en een donkere, olijfgroene rok. Alle kleuren zijn zo dof dat het lijkt alsof je ze niet op een schilderij bekijkt, maar in een verre herinnering. De vrouw is en profil weergegeven en lijkt diep in gedachten verzonken. Ze heeft haar ogen dromerig neergeslagen en houdt met beide handen een brief vast. Er zitten linten in haar haar. Het blauwe, klokvormige huisjasje is een zogenaamde beddejak. Ze is zwanger. Geleerden betwijfelen of ze zwanger is, of zeggen dat we het niet zeker kunnen weten. Maar van geleerden vragen we dat ze ons uitleggen wat voor ons nog onzichtbaar is, niet wat we overduidelijk wél zelf kunnen zien.

    Hebzucht

    Wat heeft hij haar geschreven – want het moet toch zeker een hij zijn, de vader van haar kind? Haar mond staat een beetje open. Vermeers suggestiviteit begint langzaam vorm te krijgen. De kaart, de vroege ochtend, de brief die door de nacht reisde om bezorgd te worden: onder de stilte van de scène gaat een verhaal schuil. Er is hier sprake van drama, zo niet van melodrama. We stellen ons iemand voor die ver weg is en wiens afwezigheid wordt overpeinsd door degene die hij heeft achtergelaten. Misschien is hij wel een soldaat of een zeeman. De rugleuning van de stoel links werpt zachte, blauwachtige schaduwen op de muur. Het raam waarlangs het licht binnenvalt, wordt alleen geïmpliceerd, niet afgebeeld, en het licht valt op het voorhoofd van de vrouw en op haar flauw opbollende beddejak, blauw als de zee. Het is het resultaat van penseelwerk dat precies maar niet pietluttig is; een streepje licht hier, een streepje licht daar. Als kijker houd je je adem in, omdat je niet wil onderbreken wat hier ook maar gaande is. De vrouw wacht op de terugkeer van haar geliefde, op de geboorte van haar kind. De schilder wacht, na elke ochtend achter zijn ezel te hebben gewerkt, tot de volgende ochtend aanbreekt, en de ochtend daarop. Hij wacht op de momenten dat het licht hem gunstig gezind is, wacht tot het werk af is. Lawrence Gowing heeft gelijk: Vermeer schildert het licht. En hij schildert, op voortreffelijke wijze, de tijd.

    Maar laten we nu op zoek gaan naar het problematische. Overal in het oeuvre van Vermeer zie je voorwerpen zoals die in Brieflezende vrouw, voorwerpen die ons herinneren aan de enormiteit van de wereld. De wereld van Vermeer ontstond na de langdurige strijd die de Nederlanden voor onafhankelijkheid van de Spaanse overheersing voerden. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog en de directe nasleep ervan vestigden de Nederlanders handelsposten in Azië, Afrika en Amerika. In binnen- en buitenland bloeide het kapitalisme op – en daarmee werd de basis van een koloniaal rijk gelegd. Hoewel Nederlanders aan den lijve hadden ondervonden hoe onderwerping voelde, nam hun verlangen om anderen te onderwerpen niet af. De Verenigde Oost-Indische Compagnie domineerde de zeeroutes waarlangs haar aandeelhouders het geld binnen harkten. De West-Indische Compagnie was een belangrijke speler in de handel in tot slaaf gemaakten. Gewone Nederlandse burgers werden rijk van deze criminele ondernemingen. Zich opnieuw bewust van hun positie in de wereld, vulden ze hun huizen met zeldzame objecten en vergezochte snuisterijen. Je kon luxe voorwerpen hebben, en ze bovendien op schilderijen laten afbeelden. Die schilderijen herinnerden je onder andere aan je sterfelijkheid, maar ook aan je rijkdom.

    In zijn treffende boek Vermeer’s Hat (2008) geeft historicus Timothy Brook een overzicht van de herkomst van de verschillende voorwerpen die op Vermeers schilderijen zijn weergegeven. Ze komen van over de hele wereld. Brook zegt bijvoorbeeld dat het zilver op de tafel in Vrouw met weegschaal afkomstig zou kunnen zijn uit de beruchte Potosí-zilvermijn, een helse plek die draaide op de arbeid van tot slaaf gemaakte mensen in het toenmalige Peru (tegenwoordig Bolivia). Het vilt op de hoed van de soldaat in De soldaat en het lachende meisje is vrijwel zeker gemaakt van beverhuiden die Franse avonturiers uit de gewelddadige handelsnetwerken van het zeventiende-eeuwse Canada haalden. De luchtige scène die op dit zogenaamde genreschilderij staat afgebeeld, brengt Brook in verband met de bittere geschiedenis van de ‘hongerwinter van 1649-50’. De Europese hebzucht naar pelzen leidde tot verdrijving, oorlog en de uitmoording van de Huron-indianen.

    Martine vertelt dat de beddejak in Brieflezende vrouw is geschilderd met ultramarijn, het zeldzaamste en duurste blauwe pigment waarover een zeventiende-eeuwse Nederlandse schilder kon beschikken. Ultramarijn werd gemaakt van lapis lazuli, dat naar West-Europa werd geïmporteerd vanuit Afghaanse mijnen; het kwam van ergens voorbij de zee (in het Latijn ‘ultra marinus’). Waarschijnlijk gaf zo’n duur pigment Vermeer meer prestige en stelde het hem in staat een hogere prijs voor zijn schilderijen te vragen. Waarschijnlijk bracht hij zijn werk graag in verband met schilderijen uit vroeger tijden, waarin lapis lazuli werd gebruikt voor het blauw van het gewaad van de Maagd Maria. Het effect van ultramarijn is oogverblindend en emotioneel. Maar wie ontgon de lapis lazuli in Afghanistan? En onder welke omstandigheden?

    Elk kunstwerk zegt iets over de materiële omstandigheden van zijn tijd. De allerbeste kunstwerken tonen niet alleen aan – ze vertellen er ook iets over. Binnen de omlijsting van één groot schilderij bestaan medeplichtigheid en transcendentie naast elkaar. Dat is wat ik dacht toen ik door de museumzalen liep. In de tentoonstelling kwamen deze onderwerpen niet aan bod en ik las de catalogus, die wetenschappelijk en inzichtelijk was, pas later, maar eerder die middag had ik geluncht met Valika Smeulders, hoofd van de afdeling geschiedenis van het Rijksmuseum. Smeulders was medecurator van de baanbrekende slavernijtentoonstelling die in 2021 in het museum werd gehouden. Daar werden artefacten uit de eigen collecties van het Rijksmuseum en uit een breed scala aan andere bronnen getoond. Er waren schilderijen, prenten, tekeningen en documenten, maar ook plantagebellen, voetstokken, een koperen halsband, een brandijzer met een logo (waarschijnlijk van de WIC) en een ceremonieel glas dat succesvolle slavendrijvers gebruikten om te toasten. Regelmatige bezoekers van het Rijksmuseum waren gewend om lovende verhalen over hun nationale geschiedenis te horen. Hier werden ze geconfronteerd met de wreedheid op de plantages in Batavia, Zuid-Afrika en de Banda-eilanden en met de verhalen van een selecte groep van de honderdduizenden mensen die door de Nederlanders tot slaaf werden gemaakt.

    Ze biedt haar lichaam en haar land aan. Het schouwspel is van een onverbloemde brutaliteit

    Eén schilderij in die tentoonstelling was van Pieter de Wit, mogelijk een leerling van Rembrandt. De directeur-generaal van de Goudkust staat erop afgebeeld, ene Dirk Wilre, in een sierlijk interieur in Elmina Castle, in het huidige Ghana. Schildertechnisch kan De Wit zich absoluut niet meten met Vermeer, maar het valt me op dat een paar details in zijn werk overeenkomen met De geograaf, een schilderij dat Vermeer maakte in hetzelfde jaar, 1669. In beide schilderijen bevindt zich links een buitenraam met glas-in-lood, er staat een globe en op tafel ligt een bont tapijt. Maar op het schilderij van De Wit zijn twee figuren te zien die niet op De geograaf staan afgebeeld. Een van hen is een vrouw: ze is zwart, heeft een ontbloot bovenlichaam en knielt op één knie, in een duidelijke staat van dienstbaarheid. Als de slippers die op de vloer liggen van haar zijn, zou die dienstbaarheid ook seksueel van aard kunnen zijn. De geknielde vrouw overhandigt Wilre een landschapsschilderij met daarop Fort Sint George. Ze biedt haar lichaam en haar land aan. Het schouwspel is van een onverbloemde brutaliteit.

    De tentoonstelling in het Rijksmuseum, die tot en met 4 juni te zien was, hing vol aangrijpende schilderijen. Vele daarvan maakte Vermeer ergens midden jaren 1660, toen hij op het hoogtepunt van zijn focus en inventiviteit was. In die jaren maakte hij een aantal onsterfelijke werken: onder andere de verschillende variaties op het thema van een eenzame vrouw in een verstild interieur met een met bont afgezette beddejak aan. In Vrouw met weegschaal is ze zwanger en is de kamer donkerder dan gewoonlijk, met enkel een glimp van daglicht dat zich van achter het citroengele gordijn een weg naar binnen heeft gebaand. De weegschaal die de vrouw omhooghoudt is leeg; ze is aan het balanceren, niet aan het wegen. Op de tafel voor haar liggen gouden en zilveren munten en parels en achter haar hangt een schilderij van het Laatste Oordeel. 

    Op een ander schilderij staat de Vrouw met parelsnoer en profil; ze kijkt naar links. Het is hetzelfde gele gordijn, ditmaal opengetrokken, waardoor zacht licht naar binnen valt. Links in de schaduw staat een donkerblauwe porseleinen pot met een harde glans die contrasteert met de zachte textuur en gele kleur van haar beddejak – een iets kouder geel dan dat van het gordijn. Schrijvende vrouw in het geel bestaat ook weer voornamelijk uit geel en blauw. We weten niet wie ze is, deze vrouw uit lang vervlogen tijden; van alle vrouwen weten we het niet en zullen we het waarschijnlijk ook nooit weten. Ook deze vrouw draagt een geel jasje. (Vermeers weinige rekwisieten hebben iets weg van de favoriete acteurs van een toneelschrijver.) Ze zit aan haar schrijftafel en kijkt ons rechtstreeks aan met iets wat lijkt op diepmenselijk begrip. Het is een prachtig schilderij, afkomstig uit de collectie van de National Gallery in Washington. Ik had het al eerder gezien, maar nog nooit goed bekeken. Tenslotte ga je daarom naar het museum: om opnieuw te leren kijken, om schoonheid en ook problemen te ontdekken. En ja, daar is het Meisje met de parel, verbluffend en direct. Zo bezien, in de context van alle werken bijeen, is het domweg het zoveelste hoogtepunt. Maar wat een reeks schilderijen, en wat een hoogtepunt.

    Troost en terreur

    Als we de tentoonstelling bijna verlaten, haast ik me terug om nog één keer te gaan kijken naar het schilderij dat me het meest heeft verrast: Schrijvende vrouw in het geel. Haar blik heeft een schaduwachtige complexiteit, een zachte glimlach; op haar irissen zitten witte puntjes. (Ze voelt voor mij veel echter aan dan de Mona Lisa.) Er zitten ook witte accenten op haar enorme pareloorbellen. Als ze echt zijn, zijn de parels geoogst door parelduikers in de Golf van Mannar, gelegen tussen het huidige Sri Lanka en India. Met haar rechterhand houdt ze een ganzenveer vast. Daaronder staat een streep witte verf die perfect een stuk papier verbeeldt. De sierlijke schrijfdoos, gemaakt van verschillende houtsoorten en versierd met ronde metalen noppen, komt waarschijnlijk uit het Goa van de Portugese overheersing. Wie zou hem gemaakt hebben? vraag ik me weer af. Onder welke omstandigheden? Achter haar is een schilderij te zien waarop in een donkere omberkleur een viola da gamba staat afgebeeld: verstilde muziek die suggereert of bevestigt dat het in dit schilderij om de liefde draait. Maar als haar geliefde afwezig is, wie heeft haar aandacht dan gegrepen? Naar wie glimlacht ze met zo’n zachte vertrouwdheid?

    Naar jou. Haar blik heeft de jouwe eeuwenlang vastgehouden, de tijd voor jou opgeschort. Nergens in het schilderij is een harde lijn te zien, alleen lagen verf die naast elkaar zijn gezet. De kleurvlekken vloeien in elkaar over alsof je kijkt door een oude cameralens die maar niet scherp wil stellen. De zachtheid van Schrijvende vrouw in het geel is zo doordringend dat het lijkt alsof het schilderij op het punt staat in rook op te gaan. Ochtend na ochtend zit Vermeer achter zijn ezel, terwijl buiten de wereld raast, een wereld waar mensen knielen in onderwerping, waar mensen worden gebrandmerkt met een heet ijzer. Zelfs vóór zijn eigen deur is er de gewelddadige zwager die dreigt de vrouwen in zijn huishouden in elkaar te slaan. De afbeeldingen zijn onherroepelijk met deze externe problemen verbonden. Die amoureuze soldaten houden geen verkleedpartijtje. Ze vechten en doden. In Vermeers oeuvre is geen enkel schilderij te vinden van een eenvoudig, gelukkig gezin, van een moeder, vader en kind in huiselijke vrede. Nee, de wereld van de schilderijen is poëtisch en lyrisch, maar ook gebroken, kwetsbaar, geïsoleerd en vol angst. Zijn schilderijen (en die van anderen; mijn betoog reikt verder dan Vermeer) kunnen niet slechts als decoratief of technisch hoogstaand worden gezien. In de schilderijen ligt verdriet besloten en ze hebben recht op een eerlijker context, een groter verhaal. We bewijzen ze geen gunst als we ze alleen maar zien als advertenties voor schoonheid of eenvoudige symbolen van cultuur en elegantie. Op hun lange reis door de eeuwen heen hebben de schilderijen van Vermeer zowel troost als terreur meegebracht. En zolang dat het geval is, verdient de wereld geen einde van de wereld.

    Teju Cole is romanschrijver, essayist en fotograaf. Van 2015 tot 2019 schreef hij de rubriek On Photography die werd genomineerd voor een National Magazine Award. Hij is docent schrijven aan Harvard.

    Lees ook:

  • Deze man redde Hannah Arendt, Max Ernst en Marc Chagall van de nazi’s

    Deze man redde Hannah Arendt, Max Ernst en Marc Chagall van de nazi’s

    De schijnbare tegenstelling tussen goed en kwaad in de Tweede Wereldoorlog is het perfecte speelterrein voor de Duits-Amerikaanse schrijver Anna Winger, de vrouw achter de serie Transatlantic. Via haar vader kwam ze op het spoor van het verhaal van de Amerikaanse Varian Fry, die in Zuid-Frankrijk veel Joodse migranten, onder wie kunstenaars en intellectuelen, heeft gered.

    Marseille, 1940. In een elegante, enigszins vervallen villa aan de rand van de stad geeft de Duitse kunstenaar Max Ernst een chic verjaardagsfeestje. Zelf draagt hij een hoofdtooi van paarse veren, zijn gasten dragen papieren hoedjes, maskers en absurde brillen. Eén vrouw ziet eruit alsof ze zo uit een surrealistisch schilderij van Ernst is gestapt, met haar tooi die lijkt op een hand. Er wordt getafeld, gepraat en gedanst alsof er geen zorgen zijn. Je zou bijna vergeten dat de feestgangers op de vlucht zijn voor het fascisme, dat ze hun vaderland kwijt zijn en in levensgevaar verkeren. Dat ze in Zuid-Frankrijk wachten om te kunnen vertrekken naar Amerika, waar ze eindelijk veilig zullen zijn.

    Wiki 1
    Anna Winger is een Amerikaanse producent, en bedenker van de televisiedrama’s Deutschland 83, Deutschland 86, Deutschland 89 en Unorthodox. Ze is medeschrijver van Transatlantic, geproduceerd voor Netflix en uitgezonden in 2023. – © Wiki

    De Netflix-serie Transatlantic speelt zich af aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, toen allerminst was te voorzien dat het Duitsland van Hitler die oorlog zou verliezen. Integendeel, alles wees erop dat de Duitse opmars amper te stuiten zou zijn. De VS waren nog neutraal en deden niet mee aan de oorlog. Ondertussen veroverde de Wehrmacht de buurlanden: eerst Polen, daarna Noorwegen, Denemarken, België en Nederland. Frankrijk capituleerde in juni 1940 en werd opgedeeld: in het noorden en westen regeerde de Duitse bezetter, in het zuiden het door de nazi’s geïnstalleerde Vichy-regime. In Italië, Spanje, Portugal en Griekenland heersten fascistische dictaturen.

    Gouden gloed

    Transatlantic speelt zich dus af in een van de donkerste periodes uit de Europese geschiedenis, en toch wordt er gelachen en gedronken. Niet alleen op die feestavond, maar ook op andere momenten dragen mensen elegante jurken en pakken. Ze filosoferen en wandelen door de overwoekerde tuin van de villa, zwemmen naakt in het zwembad en drinken rode wijn. Boven dit alles schijnt de Zuid-Franse zon met zijn weergaloze licht, dat zelfs de grootste menselijke verdorvenheid nog in een gouden gloed zet. Die schijnbare tegenstelling is het perfecte speelterrein voor de Duits-Amerikaanse schrijver en serieproducent Anna Winger, die achter dit project schuilgaat. Winger weet het een en ander over personages op de vlucht – in haar bekroonde series wordt de wereld van de hoofdpersonen altijd op z’n kop gezet.

    Het verhaal van Transatlantic begint in Berlijn, de stad waar Winger al vele jaren woont. ‘Jaren geleden liep ik met mijn vader door Berlijn, en toen wees hij me op de Varian-Fry-Strasse, een zijstraatje vlak bij de Potsdamer Platz,’ vertelt ze. ‘De naam zei me niets, maar mijn vader vertelde hoe Fry in Zuid-Frankrijk veel migranten, onder wie kunstenaars en intellectuelen, had geholpen om Europa te ontvluchten.’ Wingers vader, hoogleraar antropologie aan Harvard, had jaren eerder twee van deze vluchtelingen ontmoet: sociaal wetenschapper Albert Hirschman en verzetsstrijdster Lisa Fittko. Zij hadden hem verteld over hun wilde ontsnapping. ‘Zou dat geen materiaal zijn voor een televisieserie?’ vroeg Winger senior zijn dochter.

    6qay1t6hfwlp 42991823
    © Netflix

    Enige tijd later moest Winger terugdenken aan dat gesprek. Ze begon onderzoek te doen en stuitte op het verhaal van een grootschalige hulpactie die bijna vergeten was, ook al waren er veel bekende namen aan verbonden.

    Nog voor de oorlog begon, in de jaren dertig, verlieten honderdduizenden mensen Duitsland. Velen van hen vluchtten naar Parijs. Toen Duitsland in de zomer van 1940 Frankrijk bezette, werd die ballingschap een val: volgens de wapenstilstandsovereenkomst waren de Fransen verplicht iedereen uit te leveren die op de opsporingslijst van de Gestapo stond. In het zuiden van Frankrijk, waar het Vichy-regime nog enkele ontsnappingsmogelijkheden bood, verzamelden zich wanhopige vluchtelingen, op zoek naar een uitweg. Het werd vooral druk in Marseille, waar een mogelijke doortocht per schip naar de VS lonkte. Maar er mochten maar weinig mensen aan boord, want ondanks de dramatische situatie bleven de VS uiterst restrictief met het afgeven van visa.

    Joodse emigranten

    Het Emergency Rescue Committee, opgericht in New York door Amerikanen en Joodse emigranten, wist uiteindelijk met behulp van Eleanor Roosevelt, de vrouw van de president, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zover te krijgen om ten minste tweehonderd mensen uit Frankrijk toe te laten tot de VS. Varian Fry, die als redacteur werkte voor een non-profitorganisatie, moest het plan in goede banen leiden. Eenmaal in Marseille realiseerde Fry zich dat er nog veel meer mensen in nood verkeerden en dat het Amerikaanse consulaat niet mee zou helpen om hen te redden.

    Ondanks de dramatische situatie bleven de VS uiterst restrictief met het afgeven van visa

    Samen met andere Amerikanen en vluchtelingen in Frankrijk begon hij in het geheim mensen het land uit te smokkelen. Soms over land via de Pyreneeën naar Spanje en vandaar naar Portugal, soms vermomd als soldaten op een Frans legervaartuig. Een voormalige cartoonist werd ingehuurd om documenten te vervalsen en een medewerker van het Amerikaanse consulaat gaf stiekem visa af.

    Fry en zijn medewerkers wisten op deze manier uiteindelijk meer dan tweeduizend mensen te helpen ontsnappen, onder wie veel prominente kunstenaars en intellectuelen zoals Hannah Arendt, Max Ernst en Marc Chagall. Uiteindelijk werd Fry in december 1940 door de Franse politie gearresteerd. Na zijn vrijlating zette hij zijn werk voort, totdat hij in 1941 opnieuw werd opgepakt en het land uit werd gezet.

    6cc6fplx55p9 3651583439
    © Netflix

    Hoe kijkt Anna Winger, als Amerikaanse die in Duitsland woont en werkt, naar dit verhaal? ‘Het verhaal van Varian Fry herinnert ons eraan hoe moeilijk de VS het vonden om zich in de oorlog te mengen, vanwege de nazidreiging,’ zegt ze. Dit is waarschijnlijk de reden, denkt Winger, waarom Fry tijdens zijn leven niet werd geëerd voor zijn prestaties. ‘Ik denk dat men, toen de oorlog was afgelopen, vooruit wilde kijken en zich niet bezig wilde houden met de terughoudendheid van de VS.’ Varian Fry stierf in 1967 op 59-jarige leeftijd, vrijwel vergeten door het publiek. Pas in 1994 kende Yad Vashem hem de eretitel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ toe.

    Varian Fry wist meer dan tweeduizend mensen te helpen ontsnappen

    Fry werd in het verleden al wel eens herdacht met een documentaire en een tentoonstelling, maar door Transatlantic wordt hij nu ook bekend bij een breder publiek. De zeven afleveringen van de serie volgen niet de conventionele dramaturgie waarmee historisch materiaal vaak in een vertelling wordt geperst, met doorgaans de opdracht om de geschiedenis als een beknopt, afgesloten hoofdstuk te presenteren. Winger kiest voor een speelsere benadering. Zo kan ook een schurk als de Amerikaanse consul-generaal Graham Patterson schitteren in zijn rol als geldwolf die probeert munt te slaan uit de verwarrende omstandigheden. Ze gunt de jonge Albert Hirschman een liefdesrelatie met de Amerikaanse miljonairsdochter Mary Jayne Gold, laat Lisa Fittko verliefd worden op een zwarte hotelconciërge en speelt met diverse aspecten uit het spionage- en gevangenisgenre.

    Sluier van melancholie

    Winger vertelt dat films uit de vroege jaren veertig haar schrijfproces hebben beïnvloed. Zoals Casablanca, de klassieker uit 1942 waarin Humphrey Bogart een nachtclubeigenaar speelt die niet betrokken wil worden bij de strijd tegen de nazi’s en daarmee symbool staat voor de houding van de VS aan het begin van de oorlog. Veel personages in die film werden gespeeld door echte Duitse en Oostenrijkse emigranten. ‘Een opmerkelijke mix van genres,’ zegt Winger. ‘En daardoor spannend, grappig, tragisch en romantisch tegelijk. Ik vind het ontroerend dat dit soort films gemaakt kon worden terwijl de wereld aan het instorten was.’

    In haar eigen serie vermijdt Winger gelukkig het didactische aspect dat inherent kan zijn aan historisch materiaal. Tegenover de duisternis van de tijd stelt ze de viering van het leven en de creativiteit, zonder de dramatische situatie te bagatelliseren. Over alles ligt een sluier van melancholie, omdat iedereen weet dat thuis – in geografische en geestelijke zin – voorgoed verloren is. ‘Ik mis zelfs het Duitse weer,’ laat ze filosoof Hannah Arendt op een bepaald moment zeggen.

    EN US TS1 Main Vertical RGB PRE
    © Netflix

    Ondanks alle somberheid heeft Winger aan het verhaal van het Emergency Rescue Committee ook een positieve draai gegeven. Ze laat zich voor haar series graag inspireren door de blinde vlekken van de geschiedenis, zegt ze, door liefdesaffaires en gesprekken die voor het nageslacht onbekend zijn gebleven. In Transatlantic heeft Varian Fry – net als in de roman The Flight Portfolio (2019) van de Amerikaanse auteur Julie Orringer, die Winger gebruikte als basis voor haar serie – een affaire met een andere man. Toen het boek werd gepubliceerd zorgde dat voor een kleine controverse, omdat sommige historici betwijfelden of Fry, die twee keer getrouwd was en drie kinderen had, werkelijk homo was. Een van Fry’s zonen stuurde daarop een brief aan The New York Times waarin hij schreef dat zijn vader homoseksueel was, en dat de noodzaak om daarover te zwijgen diens leven had verwoest.

    In Transatlantic staan de liefde tussen hetzelfde geslacht en de liefde in het algemeen symbool voor de innerlijke vrijheid van de personages, ondanks – of juist dankzij – de moeilijke levensomstandigheden. In die zin kun je de serie zien als een historische utopie, niet in de laatste plaats tegen de achtergrond van de nieuwe vluchtelingengolf als gevolg van de oorlog in Oekraïne. In de woorden van Anna Winger: ‘Ik wilde een verhaal vertellen dat van de duisternis naar het licht voert.’

    Lees ook:

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Rotte appels worden pareltjes op het witte doek

    Sociaal voyeurisme of dagelijkse realiteit

    SPEELFILM | Les pires is een film in een film. Een regisseur, gespeeld door de Belgische acteur Johan Heldenbergh, strijkt neer in het Noord-Franse kustplaatsje Boulogne-sur-Mer om met lokale jongeren een speelfilm op te nemen. Maar in feite is het de échte regisseurs, de Franse debutantes Lise Akoka en Romane Guéret, te doen om wat er achter de schermen gebeurt. Omdat de hoofdrollen worden gespeeld door jongeren uit de buurt die nooit eerder voor de camera stonden, vervaagt de grens tussen fictie en werkelijkheid vanzelf. Volgens Luc Boulanger van La Presse roept de film ‘interessante vragen op over sociaal voyeurisme in tijden van social media en reality-tv’: ‘Worden jongeren in een kwetsbare positie hier ingezet om een sterk realistische film te maken, of om de dagelijkse problemen in een achterstandswijk beter te begrijpen?’ Hoe dan ook, Boulanger begrijpt waarom de film in Cannes werd bekroond en schaart zich achter de lovende Franse kritieken: ‘De rotte appels uit de stadswijk blijken pareltjes op het witte doek.’

    Los van de ethische kwesties vindt François Lévesque van het Canadese Le Devoir de vier belangrijkste acteurs ‘uitstekend en ontroerend’. Volgens hem resulteert het in ‘een menselijke en cinematografische ervaring waaraan je je tot het laatste shot moet overgeven.’ Ook Thierry Chèze van filmmagazine Première kent geen twijfel: ‘De filmmakers hebben het thema volledig in de vingers. Geen enkel spoor van het stigmatiseren van een volkswijk, of juist van het romantiseren van sociale ellende.’ Over de zestienjarige hoofdrolspeelster Mallory Wanecque komt Chèze zelfs woorden tekort: ‘Puur goud, wat een waanzinnige uitstraling. Die gaan we nog vaak terugzien.’

    In Variety schrijft Guy Lodge dat het succes van Les pires niet uit de lucht komt vallen: ‘De makers zijn jarenlang bezig geweest met acteerworkshops in achterstandswijken. Daardoor weerspiegelt de film hun persoonlijke aanpak en ontwikkeling.’ Collega Dmitry Samarov van Chicago Reader vindt dat de niet-professionele acteurs van begin af aan overtuigen: ‘Welke scènes gespeeld, gescript of geïmproviseerd zijn? Dat maakt toch helemaal niet uit?’

    The Worst Ones (Les pires) van Lise Akoka en Romane Guéret draait vanaf 29 juni in de bioscoop.

    Diederik Samwel

    les pires the worst ones

    ‘Ik heb succes, maar geen enkele invloed’

    Kurt Tuckolsky’s vreemde eend in de bijt

    LITERATUUR | Kurt Tucholsky (1890-1935) was al beroemd als satiricus, journalist en schrijver van vlijmscherpe korte verhalen toen hij in 1931 Gripsholm, een kasteelroman schreef, ‘een quasizorgeloos vakantieboek, waarin vriendschap, verliefdheid, geflirt in een driehoeksverhouding, goed eten en drinken en wandelingen in de natuur’ de overhand hebben, aldus de Nederlandse uitgever, Van Oorschot. Opvallend, want in deze jaren schreef de van oorsprong Duitse auteur verder alleen nog ‘hartverscheurende brieven’ aan intimi. Vier jaar later stierf hij aan een overdosis slaappillen. Vanwaar deze luchtige uitzondering?

    Tucholsky brak al jong door als publicist, maar werd in de eerste jaren van de Eerste Wereldoorlog ingezet als soldaat aan het oostfront, een ervaring die hem voorgoed overtuigde van het pacifisme en antimilitarisme. Na de oorlog schreef hij in hoog tempo onder allerlei pseudoniemen artikelen waarin hij onder meer zijn landgenoten vergeefs probeerde te waarschuwen voor een aankomende oorlog. In 1924 verhuisde hij naar Parijs en later naar Zweden, waar hij uiteindelijk stierf.

    Uit zijn brieven is op te maken dat hij die laatste jaren van zijn leven vol zelfverwijt was. Zo schreef hij over zichzelf: ‘Had een goudklomp in zijn hand, maar bukte zich om centjes op te rapen’, aldus The New York Review of Books. Andere citaten uit deze tijd: ‘Een satiricus is een gedesillusioneerde idealist’ en ‘Ik heb succes, maar geen enkele invloed’. NYRB noemt Gripsholm dan ook ‘een bedrieglijk lichte roman’, waarin ‘constant onheil op de loer ligt’. The Times Literary Supplement bespeurt tijdens het lezen ‘een treurig gevoel van verlangen, beroofd van enige hoop’. Tucholsky lijkt niet langer de illusie te hebben gehad anderen te overtuigen; volgens LA Review of Books is dit boek om die reden persoonlijker van aard.

    Toch, schrijft NYRB, was zijn invloed op tijdgenoten en latere schrijvers niet gering – in Nederland vormde Tucholsky een inspiratiebron voor onder anderen Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt – zij het niet op politiek vlak. Martyn Goff van The Daily Telegraph noemt als een van de ‘buitengewone kenmerken van dit boek’ de moderniteit: ‘het zou recent geschreven kunnen zijn’. Ook modern in deze roman was zijn personage Lydia, ‘een vrouw die zich vaak wispelturig en belachelijk gedroeg, maar tegelijkertijd nuchter, warm en zeer onafhankelijk was,’ aldus The New York Times.

    Gripsholm, een kasteelroman verschijnt 6 juli in een vertaling van Ard Posthuma.

    Laura Weeda

    schloss gripsholm kurt tucholsky 9789464620054

    Fotograaf in dienst van de waarheid

    Het verloren Turkije van Ara Güler

    FOTOGRAFIE | De Armeens-Turkse fotojournalist Ara Güler (1928-2018) beschouwde fotografie niet als kunstvorm, schrijft Fusun Ozbilgen, die Güler ooit interviewde, op Armeniapedia. ‘Een fotograaf staat in dienst van de waarheid,’ aldus Güler. In een video bij een van de vele exposities die tijdens zijn leven aan zijn werk werden besteed, licht hij toe: ‘Wij persfotografen leggen een visuele geschiedenis van onze tijd vast. Dat vind ik belangrijker dan het maken van kunst.’ Deze zienswijze leverde Güler de bijnaam ‘het oog van Istanboel’ op, waartegen hij zelf overigens protesteerde. ‘Ik ben een bewoner van de wereld. Ik ben een wereldfotograaf,’ citeert de BBC hem.

    Toch was hij volgens The Guardian, hoewel hij ‘de wereld rondreisde en beroemdheden fotografeerde’, vooral trots op de foto’s in zijn geboorteland. ‘In tegenstelling tot de typische toerist was Güler niet geïnteresseerd in lege oriëntatiepunten,’ schrijft het onlinemagazine Qantara over dit werk. ‘Hij portretteerde de levens van de armen en behoeftigen; strijd, armoede, werkloosheid, verval, maar ook hard werken en hoop zijn voelbaar in zijn werk. Toch is dit alles verpakt in zo’n poëtisch en melancholisch kader dat deze foto’s veel meer zijn dan louter documentaire fotografie. Ze zijn de menselijke erfenis van de inwoners van Istanboel.’

    The Guardian stelt de legitieme vraag of we Gülers foto’s dan wel als kunst moeten tentoonstellen, waardoor ze ‘in zekere zin uit hun culturele en historische context’ worden gehaald. ‘Een groothoekopname van de kerk van Sint-Gregorius in Ani toont bijvoorbeeld een diep rivierdal dat achter de kerk tussen twee heuvels door slingert. Wat niet wordt onthuld, is dat deze rivier de grens vormt tussen Turkije en Armenië’, die in 1993 vanwege spanningen werd gesloten. Hoe dan ook, besluit de Britse krant, zijn de beelden ‘van een Turkije dat al lang verdwenen is overtuigend in hun schoonheid en verhalend vermogen’.

    Ara Güler: A Play of Light and Shadow is van 23 juni t/m 8 november 2023 te zien in Foam, Amsterdam.

    Laura Weeda

    ara guler a play of light and shadow exibart street photography 02 1024x683 1

    Raggen op de gitaar en het drumstel aan gort slaan

    Na de dood komt vitaliteit

    MUZIEK | Fans van de Foo Fighters kunnen ook na het plotselinge overlijden van drummer Taylor Hawkins, nu ruim een jaar geleden, gerust zijn, concludeert de internationale muziekpers. Op But Here We Are, het nieuwste album van de Amerikaanse rockband, laat frontman Dave Grohl (54), die in dezelfde periode ook zijn moeder verloor, ‘zijn stem breken en zijn gitaar huilen, maar barst hij van levenslust,’ schrijft The Evening Standard. ‘Dit is een ijzersterk nieuw hoofdstuk, waarin verdriet wordt omgezet in vitaliteit.’ The Irish Times stelt dat Grohl ‘het niet moet hebben van ingewikkelde metaforen: alle teksten zijn doordrenkt van dood en rouwverwerking’.

    Desalniettemin is ‘deze band waarschijnlijk de beste in zijn soort’. ‘Verdriet in onbedekte termen’, stelt Rolling Stone: ‘Raggen op de gitaar en het drumstel aan gort slaan om het duister te overstemmen.’ ‘Deze luisterervaring komt neer op een 48 minuten durende achtbaan,’ vindt The Sydney Morning Herald. Terwijl het Duitse Plattentests spreekt van een combinatie van ‘dromerigheid, psychedelische verwennerij en halsbrekend rocken. Dit is wat muziek vermag wanneer je wereld in elkaar stort.’

    But Here We Are van de Foo Fighters is begin juni uitgebracht.

    Diederik Samwel

    BHWA 20Vinyl 20Record 20PSD 20MockUp 20BLACK 20with 20INSERT d47c795e 4552 459e 92c8 2b8f7d2bceec
  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Cindy’s Shermans

    FOTOGRAFIE | Cindy Sherman kan nog altijd van gedaante wisselen, terwijl er al honderden zelfportretten van de conceptuele kunstenares (69) bestaan. Deze zomer exposeert ze nieuw werk in Zürich, een volgende fase in minutieus geconstrueerde beelden die inmiddels een duizelingwekkende galerij vormen. Een paar extra oren of armen, kunstmatige intelligentie? Cindy Sherman doet er niet moeilijk over. De originele foto’s, gemaakt tussen 2010 en 2023, versnijdt ze graag en met digitale technologie maakt ze er een geheel nieuwe compositie van. Deze keer in zwart-wit, met sommige gedeelten in kleur.

    Ze is altijd haar eigen model, dat eindeloos kan worden aangekleed. Met prothesen, valse tanden, pruiken, make-up en decors leidt dat tot groteske portretten. ‘Ze is meester in de kunst van de deconstructie’, schreef het Britse designmagazine Wallpaper. Tegen de Financial Times zei Sherman dat de traditionele schoonheid haar niet zo interesseert. ‘Wat er onder een glad oppervlak zit, dat houdt me bezig.’ Het zijn volgens haar de kleuren of de textuur van een object die aantrekken, van dichtbij jagen ze angst aan. Uiteindelijk is het niets anders dan een lokmiddel, een illusie. Een spel met de verwachtingen van de kijker, ‘die niet moeten denken dat mijn foto’s echt zijn. De werkelijkheid is al afschuwelijk genoeg.’

    Tegelijkertijd reflecteert het werk de verstreken jaren waarin Sherman zich op al die verschillende manieren voorstelde. Nu ze ouder wordt, blijft ze zich vermommen. ‘Hoe ik eruitzie, ja, dat is een feit. Daar begint het mee.’

    Cindy Sherman, Hauser & Wirth, Zürich, t/m 16/8

    Cindy

    Het talent van de bezoekers

    INSTALLATIE | In Museum Tinguely verwelkomen Janet Cardiff en George Bures Miller bezoekers om met hun theater-, video- en geluidsontwerpen mee te doen: hun Dream Machines. Het Canadese kunstenaarsduo begon per toeval samen te werken toen ze in een gezamenlijke studio met andere kunstenaars niet meer wisten wat nu precies wiens idee was. Hun decennialange samenwerking wordt nu uitgebreid getoond in Basel, met veertien multimediawerken.

    Een tafel bedekt met luidsprekers wordt bijvoorbeeld geactiveerd door de bewegingen van bezoekers. De aanwezigheid van wat Cardiff ‘getalenteerde deelnemers’ noemt, kan de werken echt laten zingen. In New York kwam Talking Heads-frontman David Byrne onaangekondigd meespelen op The Instrument of Troubled Dreams (2018). Wanneer de voorgeprogrammeerde toetsen daarvan worden aangeslagen, zet gezang of het geluid van de zee of van draaiende windmolens in.

    Dream Machines, Museum Tinguely, Basel, t/m 24/8

    cardiff miller 1 lehmbruck duisburg 202209340 jpg

    Inspiratie van elders

    BEELDENDE KUNST | Kunstenaars hebben door de eeuwen heen hun inspiratie elders gezocht. De expo Aan de horizon begint met Utrechtse kunstenaars die in de zeventiende eeuw geïnspireerd raakten door het landschap en hun Italiaanse tijdgenoten, en vervolgens een nieuwe schilderstijl introduceerden, met mediterraan licht. Ook komen hedendaagse kunstenaars aan bod bij wie een bepaald landschap de aanzet tot een kunstwerk gaf of juist de wanderlust, het reizen zonder bestemming in gedachten, de aanleiding vormde.

    Le soleil toujours van de Libanese kunstenaar Etel Adnan bestaat uit 136 handgemaakte en beschilderde keramiektegels, met als middelpunt een grote zon. Het Centraal Museum gaat ook thema’s als gedwongen migratie en klimaatcrisis niet uit de weg; zo bestaat het werk Ntabamanzi van ­Lungiswa Gqunta bijvoorbeeld geheel uit prikkeldraad.

    Aan de horizon, Centraal Museum, Utrecht, t/m 27/8

    adnan le soleil de toujours 2020 ceramic wall 320x680cm

    Vitrines

    De Mexicaans-Neder­landse Azul Ehrenberg bewerkt beelden die zij print op door haar gemaakt papier van planten en andere vezels. Voor de serie vitrines in de Amsterdamse Staats­liedenbuurt gebruikte ze verschillende Mexicaanse en Europese begraafplaatsen als inspiratiebron.

    T/m 27/8, zie kunst­trajectamsterdam.nl

    IMG 2665

    Carte Blanche

    Het Stedelijk Museum Schiedam lost een oude belofte in en geeft Anne Wenzel volledige vrijheid om, met alle medewerking, te maken wat zij wil in een van de vleugels van het museum.

    Stedelijk Museum Schiedam, t/m 14/1

    6a Boksen Stedelijkschiedam AadHoogendoorn copy

    Nusantara Beat

    De leden van Nusantara Beat speelden eerder in Jungle by Night, POM, The Mysterons, Altın Gün en Surf Aid-Kit. Met deze formatie worden ze één met hun gedeelde Indonesische roots. Loom en psychedelisch, of juist upbeat, met mooie vocalen.

    Into the Great Wide Open, Vlieland, 31/8-3/9

    Nusantara Beat
  • De vele gedaanten van Cindy Sherman

    De vele gedaanten van Cindy Sherman

    Conceptueel kunstenares Cindy Sherman heeft het zelfportret tot kunst verheven. Zelfs nu ze de zeventig nadert, blijft ze zich vermommen én vernieuwen. Haar recente werk is nu te zien in Zürich.

    Cindy Sherman kan nog altijd van gedaante wisselen, terwijl er al honderden zelfportretten van de conceptueel kunstenares (69) bestaan. Deze zomer exposeert ze nieuw werk in Zürich, een volgende fase in minutieus geconstrueerde beelden die inmiddels een duizelingwekkende galerij vormen. Een paar extra oren of armen, kunstmatige intelligentie? Cindy Sherman doet er niet moeilijk over. De originele foto’s, gemaakt tussen 2010 en 2023, versnijdt ze graag en met digitale technologie maakt ze er een geheel nieuwe compositie van. Deze keer in zwart-wit, met sommige gedeelten in kleur.

    Ze is altijd haar eigen model, dat eindeloos kan worden aangekleed. Met prothesen, valse tanden, pruiken, make-up en decors leidt dat tot groteske portretten. ‘Ze is meester in de kunst van de deconstructie’, schreef het Britse designmagazine Wallpaper. Tegen Financial Times zei Sherman dat de traditionele schoonheid haar niet zo interesseert. ‘Wat er onder een glad oppervlak zit, dat houdt me bezig.’ Het zijn volgens haar de kleuren of de textuur van een object die aantrekken, van dichtbij jagen ze angst aan. Uiteindelijk is het niets anders dan een lokmiddel, een illusie. Een spel met de verwachtingen van de kijker, ‘die niet moeten denken dat mijn foto’s echt zijn. De werkelijkheid is al afschuwelijk genoeg.’

    Tegelijkertijd reflecteert het werk de verstreken jaren waarin Sherman zich op al die verschillende manieren voorstelde. Nu ze ouder wordt, blijft ze zich vermommen. ‘Hoe ik eruitzie, ja, dat is een feit. Daar begint het mee.’

    Cindy Sherman, Hauser & Wirth, Zürich, t/m 16/8

  • Werk van Oostenrijkse schilder Klimt duurste schilderij ooit in Europa

    Werk van Oostenrijkse schilder Klimt duurste schilderij ooit in Europa

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin spreekt over Wagner en Prigozjin duikt op in Belarus

    » Onrust in Duitsland na onverwachte districtwinst extreemrechtse AfD

    Het schilderij werd voor ruim 86 miljoen euro verkocht

    Het schilderij Dame mit Fächer van de Oostenrijkse schilder Gustav Klimt is dinsdag het duurste schilderij ooit verkocht in Europa geworden. Volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung ging het werk voor ruim 86 miljoen euro onder de hamer op een veiling in Londen. Het is niet duidelijk wie het werk heeft gekocht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De waarde van het schilderij, een portret dat Klimt schilderde in 1918, werd vooraf geschat op zo’n 75 miljoen euro. In 1994, de laatste keer dat het werk op een veiling werd verkocht, ging het nog voor 11,6 miljoen euro onder de hamer. Tot dinsdag was het duurste in Europa verkochte schilderij Le Bassin Aux Nymphéas van Claude Monet, met een waarde van 72 miljoen euro in 2008.

    Het is niet voor het eerst dat een schilderij van Klimt voor tientallen miljoenen wordt verkocht. Zo werd in 2022 op een veiling in New York een schilderij van de Oostenrijkse schilder voor 104,6 miljoen dollar verkocht door de nabestaanden van een medeoprichter van Microsoft.

    Lees ook:

  • Alternatieve werelden op het Holland Festival

    Alternatieve werelden op het Holland Festival

    De Duitse filmmaker Julian Rosefeldt presenteert tijdens het Holland Festival in Amsterdam zijn levensgrote filminstallatie Euphoria. Het videokunstwerk legt de ‘euforische’ en desctructieve kant van onze consumptiemaatschappij bloot.

    Deze zomer zijn er tijdens het Holland Festival 201 voorstellingen, waaronder zeven wereldpremières. Veel oude bekenden staan op het programma, zoals Laurie Anderson, Romeo Castellucci, Susanne Kennedy en Meredith Monk. En het lijkt wel alsof de meerderheid een alternatieve wereld creëert omdat de huidige niet meer voldoet.

    De Duitse filmmaker Julian Rosefeldt stelde het scenario voor de levensgrote filminstallatie Euphoria bijna volledig samen uit citaten van uiteenlopende figuren: Ayn Rand, Aldous Huxley, Cardi B, Warren Buffett, Plato, Terry Pratchett, Snoop Dogg, Shakespeare et cetera. Die citaten vormen het thema van de installatie: de ‘euforische’ en de destructieve kant van onze kapitalistische consumptiemaatschappij.

    In 2017 was Rosefeldts filminstallatie Manifesto de grote trekpleister van het festival. De Australische actrice Cate Blanchett kroop destijds in de huid van dertien verschillende personages, met slechts teksten uit beroemde manifesten waarin kunstenaars hun visie op de wereld en de kunst uiteen zetten. Voor Blanchett, bewonderd om haar vermogen in elke rol te stappen, moest een tijger dit keer geen enkel probleem zijn. In Euphoria verzorgt ze de stem van een tijger die sloffend door een lege supermarkt filosofeert over tweeduizend jaar menselijke hebzucht. Verder zijn het vooral mensen die de eindeloze sleur van de vrije markt vieren.

    EuphoriaCentrale Markthal, Amsterdam, te zien tot 25 juni

  • Het stille protest van Giorgio Morandi

    Het stille protest van Giorgio Morandi

    Op het eerste oog lijken de stillevens van de Italiaanse schilder Giorgio Morandi rust uit te stralen, maar achter de repeterende flessen, vazen, koffiekannen, bloemen, schalen en landschappen schuilt een boodschap van verzet. Zijn werk is nu te zien in Museum Belvédère in Heerenveen.

    Giorgio Morandi (1890-1964) was op vele manieren een uitzonderlijke figuur, schrijft het Italiaanse Focus. Niet alleen ondervond de schilder weinig invloeden van andere stromingen en had hij nauwelijks contact met kunstenaars uit zijn tijd, ook schilderde hij vrijwel uitsluitend dezelfde onderwerpen: flessen, vazen, koffiekannen, bloemen, schalen en landschappen. Die werden voor het overgrote deel in de ruimte geschilderd waar de kunstenaar zijn hele leven woonde.

    In 1943 werd Morandi gearresteerd en gevangengezet vanwege zijn banden met verzetsleiders

    ‘Je kunt je voorstellen hoe hij op een stille ochtend deze spullen uit de keukenkast haalde en neerzette. Terwijl hij de lange schaduwen van de citroenpers, de fles en de beker nabootste, stond de tijd stil. (…) Het zijn levenloze vormen, en toch trillen ze van spookachtig bewustzijn’, aldus The Guardian. ‘Ik heb het gevoel dat ik elke reflectie, elke lichte kleurvariatie (…) beter moet bekijken, steeds moet terugkeren met mijn gedachten om ze beter te begrijpen’, citeert Arte Matilde Catanese, een van de verzamelaars van Morandi’s werk.

    Terwijl de schilder zijn werkdagen op die manier in alle rust doorbracht, woedde buiten de deuren het fascisme van Mussolini. In 1943 werd Morandi gearresteerd en gevangengezet vanwege zijn banden met verzetsleiders. Sommige van zijn werken zouden dan ook een vorm van stil protest zijn; in de vazen van Natura morta zijn bijvoorbeeld tombes te zien. Volgens The Guardian doet Morandi’s werk ondanks het gebrek aan menselijke gestalten ‘pijn van de liefde en menselijkheid’.

    Giorgio Morandi en Nederland, van 17 juni t/m 24 september te zien in Museum Belvédère in Heerenveen

    Door Laura Weeda

  • Boomers als boosdoeners. Waarom we af moeten van generationeel hokjesdenken

    Boomers als boosdoeners. Waarom we af moeten van generationeel hokjesdenken

    De hokjes en de labels, generaties indelen in demografische groepen om ze daarna de schuld te kunnen geven van de woningnood of van klimaatschade: het leidt alleen maar tot ongekende verdeeldheid in de samenleving. Terwijl generaties juist veel overeenkomsten hebben.

    Het typeren van generaties heeft alles te maken met verdeeldheid. We worden in groepen ingedeeld op basis van de periode waarin we zijn geboren, en die periode krijgt vervolgens een pakkend label, dat het goed doet in de media, waarna alle aandacht uitgaat naar de veronderstelde conflicten tussen de verschillende groepen.

    We vinden het veel makkelijker om de schuld voor ongewenste veranderingen in de schoenen te schuiven van bepaalde generaties dan van willekeurig welke andere demografische groep. Zo hebben de babyboomers alle huizen ingepikt, alle rijkdom weggekaapt en de aarde verwoest; millennials zijn verantwoordelijk voor het einde van het huwelijk, de teloorgang van feestjes op kantoor en zelfs voor de ondergang van marmelade (sinds 2013 daalt de verkoop). 

    Ondertussen hebben de ouderen altijd al commentaar gehad op de jongeren: in 400 v.Chr. mopperde Socrates al over de jeugd met hun ‘slechte manieren, hun minachting voor gezag en hun gebrek aan respect voor ouderen’. Maar tegenwoordig beschikken we over de middelen om deze eeuwige vooroordelen op grote schaal uit te dragen.

    Misleidend

    Dat vormt een cruciaal element van wat inmiddels is uitgegroeid tot een generatiegekleurde cultuuroorlog. We worden bestookt met verhalen over een ‘woke’ generatie die is geobsedeerd door ‘safe spaces’ en die een ‘cancelcultuur’ cultiveert. Maar dat beeld is misleidend. Het is waar dat jonge mensen een andere kijk hebben op verschuivende sociale normen – maar dat is nooit anders geweest.

    Jongere generaties voelen zich gewoon beter op hun gemak bij nieuwe culturele opvattingen, omdat ze niet zijn opgegroeid met de oude opvattingen. Sterker nog, als je over een langere termijn kijkt naar trends, is het min of meer een constante dat de jongste generatie zich twee keer zo goed op haar gemak voelt bij de nieuwste culturele opvattingen dan de oudste generatie. In de jaren tachtig, toen de babyboomers jongvolwassenen waren, speelden kwesties als de rol van vrouwen op de werkplek en de acceptatie van homoseksualiteit; voor de jongeren van nu is het belangrijkste onderwerp vermoedelijk genderidentiteit, of de manier waarop we naar de geschiedenis kijken. De hete hangijzers verschillen, maar de generationele patronen vertonen griezelig veel overeenkomsten. 

    Het feit dat we nu zo’n ongekend grote kloof ervaren heeft meer te maken met de tijd waarin we leven dan met fundamentele generationele kenmerken.

    We hebben een ongekende toename gezien van de persoonlijke rijkdom bij ouderen

    Er zijn twee wezenlijke contextuele veranderingen die een verklaring kunnen bieden. De eerste is van economische aard. We hebben een ongekende toename gezien van de persoonlijke rijkdom bij ouderen, waarbij de babyboomers op kop lopen. Zoals blijkt uit een recent rapport van de Resolution Foundation [een Britse denktank], bezit deze oudere groep meer dan de helft van al het privévermogen, zeven keer zoveel als de millennials. Natuurlijk is rijkdom in grote mate gekoppeld aan levensloop, in die zin dat vermogen wordt opgebouwd met het ouder worden. Maar deze kloof is van een andere orde dan die in het verleden, en dat patroon zien we in veel landen terug. 

    Neem de Verenigde Staten: toen de babyboomers gemiddeld 45 jaar waren, hadden ze 42 procent van al het Amerikaanse privévermogen in handen. Toen generatie X diezelfde mijlpaal bereikte, was dat slechts 15 procent – en voor de millennials zal dit ongetwijfeld nog lager zijn. Dat is een ingrijpende nieuwe verdeling, het gevolg van historische ontwikkelingen en van de bescherming van de belangen van de boomers, door hun electorale gewicht.

    Clickbait

    Daarnaast kan ons toegenomen besef van een intergenerationele kloof niet los worden gezien van onze nieuwe informatieomgeving, die ongekende verdeeldheid zaait. Conflicten zijn clickbait, en de generationele groepen staan vaak in de frontlinie.

    Ik heb zonder het te weten een klein voorbeeld van die zogenaamde verdeeldheid in het leven geroepen met een onderzoek dat we in 2022 uitvoerden om na te gaan wat voor beeld de verschillende generaties in het Verenigd Koninkrijk van elkaar hebben. In een van de vragen kwam een opmerking aan de orde uit een interview met tv-persoonlijkheid Kirstie Allsopp, die leek te impliceren dat jongeren geen huis konden kopen omdat ze te veel geld uitgaven aan Netflix, sportschoolabonnementen, dure koffietjes en vakanties naar het buitenland. Het schokkende was dat de helft van het publiek het met Allsopp eens was – en nog schokkender: generatie Z was het er percentueel gezien net zozeer mee eens als oudere generaties.

    De huidige lichting jongeren heeft zich duidelijk een zeker zelfverwijt eigen gemaakt, terwijl het feit dat de huizenprijzen al decennialang de hoogte in schieten, de lonen stagneren en het veel lastiger is geworden om een hypotheek te krijgen veel logischere verklaringen zijn voor het geringe eigenhuisbezit.

    Maar de belangrijkste les school voor mij niet in de vraag of de bewering al dan niet klopte, het interessantste was de berichtgeving over onze opiniepeiling. De koppen waren stuk voor stuk variaties op ‘Boomers wijten het aan Netflix en afhaalmaaltijden dat jongeren geen huis kunnen kopen’, terwijl de boomers die mening niet in sterkere mate waren toegedaan dan wie ook. Nieuwssites weten als geen ander dat stukken waarin een generatiekloof wordt opgevoerd, zeker als boomers de boosdoener zijn, beter worden gelezen en meer worden gedeeld.

    Ondanks alle retoriek zijn we in werkelijkheid innig verbonden met de generaties onder en boven ons

    Hoe dan ook, ondanks alle geforceerde, overtrokken maar natuurlijk ook daadwerkelijke scheidslijnen is het onwaarschijnlijk dat het tot een echte breuk zal komen tussen de generaties, of dat de jongeren een politieke tegenaanval zullen inzetten. Dat komt deels doordat ze de neiging hebben hun sombere situatie aan zichzelf te wijten, maar er zijn ook nog andere redenen.

    Ondanks alle retoriek zijn we in werkelijkheid innig verbonden met de generaties onder en boven ons, vanwege onze familie. We houden van onze ouders en onze grootouders en we willen, voor een belangrijk deel uit eigenbelang, dat ze het kapitaal behouden dat ze hebben vergaard, en dat ze alle mogelijke steun blijven ontvangen – want anders blijft er minder voor ons over of draaien wij op voor de kosten. De ontstellende hoeveelheid kapitaal bij de oudste generatie zal uiteindelijk doorsijpelen naar beneden. Het probleem is alleen dat het ongelijk verdeeld zal zijn – en dat ondermijnt de gezamenlijke inspanning van jongere generaties om verandering te bewerkstelligen.

    Het gebrek aan woede en actiebereidheid onder jongeren is frustrerend voor diegenen onder ons die vinden dat er hoognodig een betere regeling tussen de generaties moet komen. Maar om dat voor elkaar te krijgen moeten er eerst twee reusachtige beleidskwesties worden aangepakt: de vraag hoe we kapitaal belasten, en de vraag hoe we de ontwrichte huizenmarkt weer vlot trekken. Vermogen en huisvesting zijn zo nauw verbonden aan de periode waarin je bent geboren, dat alleen radicale actie de keten van intergenerationeel privilege kan doorbreken. Maar gezien het gebrek aan wrok jegens diegenen in onze omgeving die daardoor zouden worden getroffen, is de kans op dergelijke actie niet groot. De ironie wil dat de verschillen tussen de generaties niet groot genoeg zijn, noch voldoende emotioneel beladen, om tot een eerlijkere uitkomst te leiden. We zullen dus een andere manier moeten zoeken om om dat voor elkaar te krijgen.

    Lees ook: